Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/177
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/177
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht d.d. 23 maart 2021 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse Landmaatschappij, Mestbank (verder ‘VLM’), om, m.b.t. een stuk landbouwgrond in zijn bezit te xxx mee te delen of iemand het mestrecht heeft op deze grond en indien dit zo is, de identiteit mee te delen. Op 25 maart 2021 weigerde de VLM de mededeling van de identiteit. Op 24 april 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 26 april 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 23 maart 2021. De bestreden beslissing dateert van 25 maart 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 24 april 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is bijgevolg ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In het oorspronkelijk mailbericht van de verzoeker d.d. 23 maart 2021 werd aangegeven dat verzoeker een perceel grond te xxx bezit en graag had geweten of er iemand het mestrecht heeft op deze grond en zo ja wie dit is. Bij mailbericht van 25 maart 2021 deelt de VLM aan de verzoeker mee:
“Volgens de gegevens die ons verstrekt werden door de bevoegde instantie, het Departement Landbouw en Visserij, werden onderstaande kadasterpercelen tot vorig jaar aangegeven, maar dit jaar (voorlopig) niet meer. Omwille van de geheimhoudingsplicht volgens artikel 23 §6 van het Mestdecreet, kunnen wij u niet meedelen door wie.” Tevens: “De eigenaar kan de identiteit van de aangever opvragen door zijn eigendomsakte te bezorgen aan Inkomenssteun.vlaamsbrabant@lv.vlaanderen.be .” De VLM heeft aldus bij mailbericht d.d. 25 maart 2021 aan de verzoeker gemeld dat deze percelen al eens werden aangegeven, maar dat de VLM niet kan meedelen door wie de vermelde percelen al eens werden aangegeven en dit op grond van artikel 23, §6 Mestdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Op 24 april 2021 stelt de verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. 3. Toelichting door de VLM De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen, de VLM op 27 april 2021 om nadere toelichting verzocht betreffende dit beroep. Bij mailbericht d.d. 29 april 2021 geeft de VLM aan dat de vraag gedeeltelijk werd ingewilligd, met uitzonderingsgrond de geheimhoudplicht van artikel 23, §6 Mestdecreet.
4. Standpunt van de beroepsinstantie In de bestreden beslissing heeft de VLM aangegeven dat de Mestbank aan de beroeper de identiteit van diegene die de betreffende heeft percelen aangegeven, niet kan meedelen op grond van het feit dat artikel 23, §6, eerste lid, van het Mestdecreet een geheimhoudingsverplichting bevat. Deze bepaling luidt als volgt: “§6. De personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/177
pagina 2 van 4
uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.” De beroepsinstantie is van oordeel, zoals ook meermaals in andere dossiers gesteld, dat het aangeven van de percelen landbouwgrond die men in gebruik heeft in de verzamelaanvraag één van de gegevens is die een landbouwer in het kader van zijn aangifteplicht in het kader van het Mestdecreet moet meedelen (cfr. Artikel 23, §5, 7° van het Mestdecreet). Dit gegeven is dan ook een gegeven of inlichting, verzameld in uitvoering van het Mestdecreet, als vermeld in artikel 23, §6 Mestdecreet. Artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet definieert bestuursdocument als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Een dergelijke aangifte moet zonder twijfel beschouwd worden als een bestuursdocument in de zin van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie is in casu van oordeel dat het antwoord op de vraag van de beroeper afdwingbaar is op grond van het wettelijke stramien van de passieve openbaarheid. De verzoeker stelt een concrete vraag die betrekking heeft op de inhoud van een bestaand bestuursdocument. De gestelde vraag komt neer op de mededeling van informatie die zwart op wit in een bestaand bestuursdocument staat. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De in casu gevraagde mededeling van de identiteit van de diegene die de voornoemde percelen in zijn aangifte heeft aangegeven, kan volgens het oordeel van de beroepsinstantie niet gekwalificeerd worden als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° Bestuursdecreet. Artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet bepaalt dat de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, afwijzen “als de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is”. Artikel 23, §6 van het Mestdecreet voorziet in een geheimhoudingsplicht, meer bepaald legt dit artikel een geheimhoudingsplicht op aan o.a. de personeelsleden van de Mestbank met betrekking tot overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet aangereikte gegevens en inlichtingen. Artikel 23, §6 bepaalt dat de geciteerde geheimhoudingsverplichting geen afbreuk doet aan de regeling inzake openbaarmaking van milieuinformatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De gevraagde informatie – die geen milieu-informatie betreft – is een gegeven dat verzameld wordt in uitvoering van het Mestdecreet, nl. van artikel 23, §5, 7° Mestdecreet. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.34, 1° Bestuursdecreet, in casu van toepassing is. Het beroep moet dan ook als ongegrond worden beschouwd. Ten overvloede wenst de beroepsinstantie nog op te merken dat, in het kader van vorige dossiers bij de beroepsinstantie, de beroepsinstantie kennis heeft genomen van artikel 3/1 van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/177
pagina 3 van 4
exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid (zoals ingevoegd bij artikel 88 van het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw) dat in het eerste lid bepaalt: “Een eigenaar kan op uitdrukkelijk verzoek, gericht aan de bevoegde instantie, vermeld in artikel 3, de naam en het adres verkrijgen van de persoon die of het bedrijf dat zijn percelen aangeeft in de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.” Artikel 3 van voormeld decreet van 22 december 2006 bepaalt dat binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij een bevoegde instantie wordt aangeduid, die onder meer instaat voor de identificatie en registratie van de landbouwgronden. Overeenkomstig artikel 2, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, is deze bevoegde instantie het departement Landbouw en Visserij en dus niet de Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. Het is om die reden dat de VLM in de bestreden beslissing, in het kader van de behulpzaamheidsplicht, verwijst naar (de mailadressen) van het Departement Landbouw en Visserij (lv). Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 24 april 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 25 maart 2021 wordt als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd Brussel, 21 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/177
pagina 4 van 4