Skip to main content

Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten.pdf

Page 1

TAALSCREENING EN TAALINTEGRATIETRAJECTEN RAPPORT INDIVIDUELE BELRONDES EN DIALOOGGROEPEN FEBRUARI 2022

Oktober 2022


COLOFON Samenstelling Onderwijsinspectie Verantwoordelijke uitgever Lieven Viaene, inspecteur-generaal Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Wettelijk depot D/2022/3241/263 Copyright © Niets uit deze publicatie mag worden gekopieerd of op een andere wijze worden verspreid zonder bronvermelding.

2 Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


Inhoud 1 Context en situering onderzoek ................................................................................................................... 4 1.1 Context ............................................................................................................................................... 4 1.2 Onderzoeksopzet ................................................................................................................................ 4 2 Resultaten ................................................................................................................................................... 6 2.1 Synthese ............................................................................................................................................. 6 2.2 Resultaten en effecten ........................................................................................................................ 6 2.3 Kwaliteitsontwikkeling......................................................................................................................... 6 2.4 Ontwikkeling stimuleren...................................................................................................................... 6 2.5 Beleid.................................................................................................................................................. 7 3 Vragen aan het beleid.................................................................................................................................. 8

3 Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


1

Context en situering onderzoek

1.1

Context

De omzendbrief BaO/2014/0111 met betrekking tot ‘de screening niveau onderwijstaal bij het begin van de leerplicht en taalintegratietrajecten’ verplicht de scholen uit het gewoon basisonderwijs vanaf schooljaar 2021-2022 om voor elke leerling (met uitzondering van anderstalige nieuwkomers) bij het begin van de leerplicht een taalscreening af te nemen. De school neemt de taalscreening af in de periode van 10 oktober tot en met 30 november. Dat gebeurt in alle scholen met hetzelfde instrument (KOALA), dat in opdracht van de overheid ontwikkeld is door het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven). Op basis van de taalscreening krijgt de school zicht op de mate waarin de leerling de Nederlandse taal beheerst. Leerlingen voor wie de resultaten van de taalscreening aangeven dat ze het Nederlands onvoldoende beheersen, krijgen een actief taalintegratietraject Nederlands. De school beslist zelf hoe ze het taalintegratietraject invult en welke maatregelen ze inzet. Dat kan onder de vorm van een taalbad of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die in de loop van het lager onderwijs instromen en het Nederlands onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.

1.2

Onderzoeksopzet

Omwille van de coronacrisis organiseerde de onderwijsinspectie in januari en februari 2022 geen reguliere doorlichtingen. Meerdere inspecteurs namen een rol op als leraar, ondersteuner … bij een school, een CLB of een andere onderwijsinstelling. Andere inspecteurs contacteerden een selectie van scholen om met hen in gesprek te gaan over thema’s die het werkveld beroeren of over de ondersteuningsnoden van schoolteams. Een e-mail informeerde de scholen over twee gespreksmogelijkheden, namelijk (1) een individueel gesprek met de directeur of een ander teamlid van de school of (2) deelname aan een dialooggroep met andere directies of beleidsondersteuners. In beide gespreksvormen bestond de rol van de onderwijsinspecteurs uit het capteren van de input en het stimuleren van de dialoog tussen de deelnemers. De inspecteurs traden hierbij op als facilitator en registrator. De bedoeling van beide gesprekken was van tweeërlei aard. Enerzijds konden de percepties en persoonlijke ervaringen van de scholen de minister en de beleidsmakers correct informeren over de situatie in de scholen en over de behoeften die in februari 2022 in het werkveld leefden. Anderzijds gebruikte de onderwijsinspectie deze informatie om de eigen werking af te stemmen. Scholen tekenden vrijwillig in op het aanbod. Door middel van een e-mail die eind januari 2022 verzonden werd, informeerde de onderwijsinspectie de geselecteerde scholen over het opzet van deze belronde. De mail naar de scholen hield de volgende boodschap in:

1

Deze omzendbrief is de concretisering van 11quater §1 van het decreet basisonderwijs: ‘Vanaf schooljaar 2021- 2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is.’ 4

Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


“De vijfde coronagolf stelt het onderwijsveld voor nog meer uitdagingen dan voorheen. Media koppen dat het onderwijs kreunt. Ondertussen nemen meerdere inspecteurs een rol op als leraar, ondersteuner … bij een school, een CLB of een andere onderwijsinstelling. We zijn ons ervan bewust dat we hiermee maar een fractie van de scholen ondersteunen. We beseffen ook dat niet alle onderwijsinstellingen dezelfde noden hebben. Om meer scholen de kans te geven met ons in dialoog te gaan over thema’s die het werkveld beroeren of over de eigen noden als school, bieden we uw school de mogelijkheid tot: •

•

een individueel gesprek met u als directeur of met een ander teamlid van de school. We brengen de vraag in kaart en proberen u in de mate van het mogelijke te contacteren in de periode van 4 tot 15 februari. een dialoog met andere directeurs of beleidsondersteuners (dialooggroepen). We plannen voorlopig 8 dialooggroepen (4 voor basisonderwijs en 4 voor secundair onderwijs). Indien de vraag groter is, organiseren we bijkomende groepen en leggen we een reservelijst aan.

U bent niet verplicht om op dit aanbod in te gaan, het staat u vrij om al dan niet van deze mogelijkheden gebruik te maken. Indien u ingaat op het aanbod ‘In dialoog met andere scholen’ kan u een keuze maken uit onderstaande thema’s. Deze thema’s kunnen ook aan bod komen tijdens de individuele gesprekken. …” De scholen konden kiezen uit volgende thema’s: (1) welbevinden, (2) lerarentekort en (3) digitaal onderwijs en afstandsonderwijs. Scholen uit het secundair onderwijs konden ook voor (4) de modernisering kiezen, scholen uit het gewoon basisonderwijs kregen (5) de taalscreening en taalintegratietrajecten als alternatief gespreksonderwerp. Van de 1069 gecontacteerde basisscholen reageerden 386 scholen op de uitnodiging. 144 scholen kozen voor een individueel gesprek, terwijl in totaal 89 scholen kozen voor een gesprek met andere scholen over een specifiek thema. 39 scholen plaatsten zich op een reservelijst. Dit rapport licht de algemene resultaten toe van drie dialooggroepen met 28 deelnemers en 53 individuele belrondes met scholen over de taalscreening en taalintegratietrajecten die tussen 7 en 17 februari 2022 georganiseerd werden door inspecteurs basisonderwijs. Als rode draad in de rapportage gebruiken we het OK. We sluiten dit rapport af met enkele vragen aan het beleid.

5 Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


2

Resultaten

2.1

Synthese

De meningen over KOALA zijn eerder verdeeld. Zo goed als alle scholen geven aan dat de afname zeer arbeids- en tijdsintensief is en organisatorisch puzzelwerk vraagt. De resultaten van de test stroken in de meeste scholen met de inschatting die ze vooraf moeten maken voor elke kleuter. In sommige scholen zijn de resultaten beter of slechter dan verwacht. Toch zien we dat de taalscreening in heel wat scholen impulsen geeft aan het talenbeleid, de kwaliteitsontwikkeling en aan het taalonderwijs.

2.2

Resultaten en effecten

Doorheen de gesprekken viel het op dat in het merendeel van de gevallen de resultaten van de taalscreening stroken met de inschatting die de leraren op voorhand maakten. In de meeste scholen zijn de resultaten goed en soms zelfs beter dan verwacht op basis van de eigen bevindingen. Deze scholen signaleren weinig meerwaarde van de taalscreening op kindniveau. Ze geven aan dat KOALA mogelijk niet fijnmazig genoeg is, zeker niet voor een publiek met een gemiddelde of hoge SES (sociaaleconomische status). Voor hen mag de test moeilijker worden om zorgkleuters beter te detecteren. In sommige scholen scoren heel wat kleuters zwak of blijken de taalsterkere kleuters toch niet zo sterk te zijn of omgekeerd. Dit lijkt vooral zo in scholen die nog maar recent een stijgende instroom hebben van leerlingen met lagere SES-kenmerken en/of die nog weinig bewust met taalgericht onderwijs bezig zijn.

2.3

Kwaliteitsontwikkeling

De taalscreening draagt volgens meerdere directeurs bij aan de kwaliteitsontwikkeling van hun school. Wanneer de kleuterleraar elke kleuter op voorhand inschaalt en deze inschaling met de resultaten van de taalscreening vergelijkt, biedt dit een objectivering van het buikgevoel van de leraar en een toetssteen voor de eigen beeldvorming. Daarnaast houdt de taalscreening de school een spiegel voor en geeft het inzicht in de kwaliteit van het geboden onderwijs. De resultaten zijn volgens enkele directeurs ook interessant om je als school te situeren ten opzichte van een referentiegroep. Leraren zeggen vaak: “het is onze stedelijke context, het is de anderstaligheid”. Wanneer je als school de resultaten ten opzichte van een referentiegroep kunt plaatsen, worden leraren zich bewust van de noodzaak om de hand in eigen boezem te steken. Op basis van de resultaten van de taalscreening borgen heel wat scholen hun werking of sturen ze deze bij. Op die manier ondersteunt de taalscreening het evalueren van de schoolwerking op leerling, groeps- en schoolniveau en draagt ze, volgens de deelnemers, bij aan de datageletterdheid van het schoolteam en de kwaliteit van het onderwijs.

2.4

Ontwikkeling stimuleren

Meerdere deelnemers vinden dat de taalscreening een goed inzicht biedt in verschillende aspecten van luistervaardigheid en dat het een schoolteam er dan ook gericht naar leert kijken. Leraren leren eveneens een onderscheid maken tussen taalproductie en taalbegrip. De taalscreening biedt ook de mogelijkheid tot het observeren van andere aspecten tijdens de testafname zoals de executieve 6 Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


functies van kleuters, hetgeen de beeldvorming verrijkt. Toch geven enkele scholen aan dat ze de taalscreening aanvullen met bijkomende testafnames van bijvoorbeeld rekenbegrippen, auditieve discriminatie en productieve vaardigheden omdat ze vinden dat KOALA zich te beperkt richt op het domein luisteren. Scholen wijzen er ook op dat specifieke noden op vlak van taal of een taalachterstand best al voor de leeftijd van vijf jaar in kaart worden gebracht om zo vroeg mogelijk extra ondersteuning te kunnen bieden. 2.4.1.1 Taalondersteunende initiatieven De taalscreening blijkt in heel wat scholen de aanleiding te zijn tot waardevolle taalondersteunende initiatieven en impulsen te bieden om te werken aan goed taalonderwijs. Zelfs in scholen waar weinig verrassingen waren, stellen schoolteams toch groeikansen vast en zetten ze hierrond gerichte acties op. Zo is er volgens de gesprekspartners meer aandacht voor thuistaal, begrijpend luisteren, begrijpend lezen, taalbegrip en executieve functies. Leraren zetten vaker in op kwaliteitsvolle talige interacties, stemmen hun vraagstelling en interacties gerichter af op de talige noden van de leerlingen, doen aan preteaching en werken met kleine groepjes leerlingen. In enkele scholen zetten schoolteams leerlijnen uit van K1 tot en met L6, leggen ze actief linken tussen de kleuterschool en de lagere school en is er aandacht voor overgangen over methodes heen. Toch geven ook enkele scholen aan dat ze nog weinig taalondersteunende initiatieven namen binnen de gewone klas- en zorgwerking. 2.4.1.2 Taalintegratietrajecten Naast taalondersteunende initiatieven zetten meerdere scholen taalintegratietrajecten op voor kleuters die zwak scoren op de taalscreening waar ze tegelijkertijd de eigen gedetecteerde risicokleuters bij betrekken. De meeste scholen vermelden weinig problemen met betrekking tot dit traject. Toch geven heel wat scholen aan nood te hebben aan ondersteuning bij het opzetten van een traject. Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijk om concrete en realistische doelen te formuleren en een plan van aanpak op te maken. Ze weten niet goed wat ze mogen verwachten van meertalige kleuters en welke termijn ze hiervoor moeten voorzien. Heel wat van deze scholen verlangen kant-en-klare oplossingen, zijn niet vertrouwd met het wetenschappelijk onderzoek inzake taaltrajecten en hebben de praktijkgids ‘Bouwstenen voor effectieve taaltrajecten’ (Geudens et al., 2021)2 nog niet doorgenomen. Daarnaast geven enkele scholen aan dat ze het een last vinden om taalintegratietrajecten op papier uit te werken. Tot slot worden ook hier, vooral door autonome kleuterscholen, zorgen gedeeld over de transitie van kleuter- naar lager onderwijs. Ze pleiten voor een verderzetting van opgezette trajecten in het lager onderwijs.

2.5

Beleid

Enkele directeurs geven aan dat de taalscreening gezorgd heeft voor (vernieuwde) aandacht voor een visie en beleid op taal. Binnen deze visie en dit beleid onderkennen scholen het belang van acties op kind-, groeps-, klas- en schoolniveau. Scholen zetten extra in op professionalisering rond taal en taaltrajecten. Intern werken leraren samen rond taal of plannen ze hiertoe initiatieven. Ze ondersteunen elkaar en wisselen tips uit om taalaspecten in de kijker te plaatsen. Een school signaleert daarnaast dat de resultaten van de taalscreening op basis van een wetenschappelijk instrument zoals

2

Geudens, A., Schraeyen, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2021). Bouwstenen voor effectieve taaltrajecten. Praktijkgids voor taalondersteuning in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen. 7

Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


KOALA de school een sterkere positie biedt tegenover ouders die de noodzaak van taalondersteuning weinig onderkennen. 2.5.1.1 Betrokkenheid van het hele schoolteam In de meeste scholen is de taalscreening een zaak van het hele team, niet enkel van de leraar K3 of van het kleuterteam. In één school lagen er koala-koekjes in de lerarenkamer, in een andere school hebben de kleuterleraren de taalscreening bij elkaar afgenomen als inoefening voor de testafname, en nog een andere school organiseert een KOALA-dag op teamniveau. Enkele scholen plannen om de taalscreening in de nabije toekomst open te trekken naar het hele team. In scholen waar dit (nog) niet het geval is, zien de deelnemers toch de meerwaarde hiervan. 2.5.1.2 Arbeids- en tijdsintensief Ondanks de meerwaarde van de taalscreening blijkt de afname een groot struikelblok. Zo goed als alle scholen geven aan dat de afname zeer arbeids- en tijdsintensief is en organisatorisch puzzelwerk vraagt, los van corona. De meerwaarde weegt voor heel wat directeurs niet op tegen de kosten. Vooral in scholen die weinig SES-lestijden hebben, vaak de kleine landelijke scholen, hypothekeert de afname de zorgwerking gedurende meerdere weken. Hierdoor roept de taalscreening bij heel wat leraren weerstand op.

3 •

•

•

Vragen aan het beleid Scholen vragen zich af of deze test overal en voor alle kleuters even relevant is? Ze vragen of het mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de scholen of dat scholen zelf kunnen kiezen bij welke kleuter de taalscreening relevant kan zijn. Als de test voor alle kleuters wordt afgenomen, vraagt dit een grote tijdsinvestering die ten koste gaat van het remediëren van andere noden. De afname van de test vraagt eveneens voldoende mensen en middelen, ook in scholen met weinig SES-lestijden. Sommige scholen verlangen een wetenschappelijke opvolging na de KOALA-test, in de vorm van kant-en-klare oplossingen. Deze scholen hebben geen zicht op het wetenschappelijk onderzoek rond taaltrajecten en hebben hun weg naar de praktijkgids nog niet gevonden. Ze vinden dat de overheid de ontsluiting van wetenschappelijk onderzoek zou moeten faciliteren door bijvoorbeeld die praktijkgids onder de aandacht te brengen. Scholen vragen een langetermijnvisie voor taalondersteunende initiatieven en taalintegratietrajecten. Vooral bij de autonome kleuterscholen leeft een grote bezorgdheid dat opgezette trajecten zouden stoppen in de lagere school. Ze vragen dan ook continuïteit van deze waardevolle taaltrajecten in de lagere scholen.

8 Rapport_Taalscreening en taalintegratietrajecten_finaal


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook