Skip to main content

M&L_11_2.pdf

Page 1

OVENGRONDS EN ONDERGRONDS MILIEUBEWUST AKTIEF •

• Pijpleidingen, waterleidingen en collectoren • • • • •

DENYS

Industriële leidingen en electromechanische uitrustingen Pompstations en waterzuiveringsinstallaties Renovatiewerken en speciale technieken Grondwerken en burgerlijke bouwkunde Tunnels, buisdoorpersingen en boringen. Industrieweg 124 - 9032 GENT (WONDELGEM) Tel. 091/54 01 11 - Fax 091/26 77 71 - Telex 11515 Denys B


Tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Ruimtelijke Ordening en Huisvesting Bestuur Monumenten en Landschappen ISSN 0770-4948 •

Il jaargang Nr. 2 •

maart-april 1992

MONUMENTEN EN LANDSCHAPPEN Redactie Bestuur Monumenten en Landschappen, Afdeling Pers & Voorlichting. Zandstraal 3.1000 Brussel. Tel.: (02) 209 27 37. Eindredactie: M.M. Celis. Productie en promotie: L. Tack. Zetwerk en secretariaat: D. Torbeyns. Vormgeving: L. Tack.

Redactiecomité Voorzitter: E. Goedleven. Leden: H. Craeybeckx (voorzitter K.C.M.L.). A. Bergmans. J. Braeken. M. Buyle. M. Celis. M. De Borgher. J. De Schepper. M. Fierlafijn. P. Lagaisse. A. Malliet, L. Tack. S. Van Aerschot, Hedwig Van den Bossche. Herman Van den Bossche. P. Van den Bremt.

Inhoud Generiek De woning Hankar Teresa Patricio, Jose Maria Rubio, Pierre Smars

12

De Heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee Ludo Meesters

25

Huize Rutsaert in Veurne Maurits Timperman en Miek Goossens, m.m.v. Mare Vandendries

41

Summary

61

M&L Binnenkrant

Advertentiewerving De Ganzerik, J. Casier Maalsesteenweg 73.8310 Sint-Kruis Tel.: (050) 36 25 89.

Druk Die Keure Oude Gentweg 108,8000 Brugge Tel.: (050) 33 12 35. De verantwoordelijkheid voor de gepubliceerde artikels berusi mlsluilend bij de auteurs. Alle rechten voor het reproduceren, venalen of herwerken zijn voorbehouden.

Abonnementsvoorwaarden 1992 België: 1150 fr. (ook losse nummers verkrijgbaar voor 220 fr.). CJP'ers betalen: 950 fr. Buitenland: 1300 fr. Uw abonnement gaat automatisch in na overschrijving op rek. nr. 470-0278201-29 van Monumenten & Landschappen, Zandstraal 3, 1000 Brussel met vermelding "M&L-jaarabonnement 1992". U ontvangt dan alle nummers van het lopende jaar. Zonder schriftelijke opzegging vóór het einde van elk kalenderjaar, wordt een abonnement automatisch verlengd voor de volgende jaargang. Tussentijds kunnen geen abonnementen worden geannuleerd.

Voorgevel van de woning Hankar Ie Sint-Gillis. Kleur-ewkatie van N. Tasseel. naar W. Rehme. Neuhauten in Brussel. Berlijn. 1900

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP


REWAHn Een PRODUKTENGAMMA gebaseerd op 3 hoofdpijlers. - RESTAURATIE - WATERDICHTING - HULPSTOFFEN

Uit de produktengroep restauratie ; de natuurlijke vochtregulerende pleisters ; UNILIT :

buitengevelisolatie systemen met perliet en hydraulische natuurkalk

TUBAG :

buitengevelsystemen met tras en hydraulische kalk.

REWAH heeft produkten, geeft advies en technische hulp.

Foto : Restauratie Tiber te Lier

Nijverheidsweg 24

2240 Zandhoven

SUPPORT - SURFACE F

RESTAURATIE +

CONSERVATIE

Tel. (03) 485 55 33

Fax (03) 485 74 47

Closter, Originele Engelse Teakmeubelen ^ JL leakhouten tuinmeubelen? Van "Closter" natuurlijk Omdat "Closter" je de zekerheid biedt van jarenlange Engelse traditie, op klassieke wijze gebouwd in eerlijke plantage-teak. En omdat je bij "Closter" ook de kussens en houtstok-parasols vindt. Omdat "Closter" je laat kiezen uit meer dan 70 originele modellen, die voor iedere plaats en elke smaak een gepaste oplossing weten te bieden.

^yefMMMc&M!é*vn&

• t^AMc • '^%xt66/€em

•

li-wycAt&mar

Maatsch. zetel: Bennesteeg 3. 9000 Gent (091)23 87 03 Bedrijfszetel: Wapenstraal 123, 2000 Antwerpen (03) 248 12 97

TUINMEUBELEN, OOK OM NAAR TE KITKEN. Voor dokumentatie en een verdeler in uw buurt, bel, schrijf of fax: AFRA, Kerkstraat 10, 2330 Merksplas, Tel: 014/63 36 39 - Fax: 014/63 50 90


GENERIEK 1893 Op nog maar luttele maanden van de honderdste verjaardag van het mythisch dubbel Art Nouveau-manifest van Victor Horta èn Paul Hankar, vraagt precies het eigen woonhuis van deze laatste beangstigd om een tweede levenskans. Nauwgezet speurwerk liet Teresa Patricio, Jose Maria Rubio en Pierre Smars alvast toe de onverhoopte bewaringstoestand èn onthullende kwaliteiten van dit cult-huïs te onderkennen. Hun suggestie tot restauratie van essentieel geachte ruimten grijpt ongetwijfeld een zeldzame kans aan om het schaarse nog bewaard gebleven oeuvre van Hankar ook daadwerkelijk te rehabiliteren.

Stuifzond Toponiemen als Kruisberg, Bosbergen, Galgenberg, Langenberg of Hoge Berg lijken niet meteen te verwijzen naar een karakteristiek Vlaams landschap, ook al blijken ze beperkt tot kleine oneffenheden van een uitgestrekte heuvelrug langsheen de Kleine Nete. Een omvangrijk landduincomplex en suggestieve plaatsnamen als Snepkensvijver, Schoutenheide, Lavendelven, Koningshos of Goor Akkers wijzen hoe dan ook ondubbelzinnig op de aanwezige troeven voor de oprichting van een regionaal landschapspark. Aldus althans Ludo Meesters, die met concrete beschermings- en beheersvoorstellen plant, mens en dier op vreedzame wijze op deze plek ziet cohabiteren.

Lodewijk XVI Samen met zovele "onnuttige" lotgenoten zou ook het witte nonnenklooster te Veurne op last van Jozef II in 1783 de deuren sluiten. Vrijwel meteen omgebouwd tot een merkwaardige staalkaart van Frans classicisme, zou Huize Rutsaert niet enkel haar verleden niet totaal verloochenen, maar voortaan een markante opeenvolging van bewoners kennen. Naar aanleiding van de gevelrestauratie gaat historicus Maurits Timperman hier, samen met Miek Goossens en Mare Vandendries, nader op in.


— B

u

u

fa

& c O

Restauratie HH. Petrus & Pauluskerk te Oostende - 2de fase : Torens De torens werden gerestaureerd met de natuursteen Vinalmont

ETN. FLOR BRUXELMAN & ZOON N.V. Restauratie - Nieuwbouw - Steenkapperij Reigerstraat 8, 9000 Gent Tel. (091) 22 22 39 - 22 20 48 / Fax (091) 20 27 75


• ALGEMENE BOUWGS • VERNIEUWBOUW • RESTAURATIEWÏ • GEVELWERKEN • NATUURSTEENÜ • BETONREPAR^ SPECIALE TECH

ZONDER RENOFORS-BETA ZAG U DIE MOLENS NIET MEER... Heeft L' zich al eens afgevraagd hoe hel komt dat eeuwenoude houten molens nog steeds de wind trotseren? Of hoe de Middeleeuwse klokkestoel van de prachtige Sint-Romboutskathedraal zijn tonnenzware beiaard torst? Solar nv vernieuwt en versterkt rottend hout met het Renofors-Bèta systeem. Voor iaiiaren. Renofors-Bèta is een (kostenbesparend) alternatiefvoor dure en moeilijke vervangmgswerken. Renofors-Bèta is een gewapend kunstharssysteem dat snel, doeltreffend en esthetisch eeuwenoude constructies restaureert. Vraag nu vrijblijvend documentatie. Bel 03/776.91.62

U HEEFT GEEN MONUMENT TE VERLIEZEN...

Solar

Kleine Breedsoaal 33 9100 SI Niklaas

Ook sterk in: gevelremiging - steenverhardmg - vochtwenng - drooglegging van muren mei capillair stijgend vocht dichtmgswerken - betonrestauratie houtbehandeling - brandremmmg.

VNIN

Fax 050/31 OTO

DKLASSE 1 D21 KLASSE |

Kunstatelier

G e r a r d Thienpontbvba Konservatie en Restauratie van Kunstwerken Hout - Steen - Stucwerk • Schilderijen Beeldhouwwerken • hout en steen Decoratieve schilderwerken

RESTAURATIE & MONUMENTENZORG

Polycromeerwerken • Bladgoud Kerkmeubilair

Oostveldkouter 26 • 9920 Lovendegem

Rozenstraat 6 - 9 8 1 0 NAZARETH (Eke) Tel. (091) 85 54 32 - Fax (091) 85 45 52 België's enigste, oudste en wereldbefaamde goudslager

AL. BUGGENHOUT BVBA BLADGOUD en accessoires voor het vergulden (mixtion, rode bolus, messen, borstels...) ARTIST OIL COLOURS SCHEVENINGEN Olieverven en pigmenten speciaal voor kunstschilders en restauraties Uitsluitend Groothandel. Voor informatie voor het adres van uw dichtstbijgelegen verkooppunt:

VAN ARTEVELDESTRAAT139 - 1000 BRUSSEL Tel. 02/512 71 19 - Fax 02/502 14 55

Muurschilderingen • Meubilair Sculptuur (steen en hout) • Leder Bodemvondsten (hout en leder) Schilderijen (paneel en doek)

ONDERZOEK & BEHANDELING Lauwers M.

091/72 63 03

Van Molle M.

016/22 67 06

Van Der Biest L.

03/771 44 66

Vandenborre H.

091/72 63 03


Toestand na restauratie

Toestand vóór restauratie

Gemeentehuis Sint-Gillis Brussel Bouwonderneming: Sintra SA, Les Bons Villers Architect: Mr. Willems Droogreiniging: Procédé Peeling

EEN GAMMA PRODUKTEN VOOR RESTAURATIEWERKEN EN VOCHTIGHEIDSPROBLEMEN Tien jaar waarborg . WATERBESTENDIGE STEENBESCHERMING . DROOGMAKEN VAN MUREN TEGEN OPSTIJGEND VOCHT

EXHYDRO® : goedkeuring - BUTGB - ATG/H606 EXHYDRO® INJ. : - door inj. diffusie

• VERSTEVIGING VAN STENEN, BAKSTENEN, ENZ...

REMAFIX® : - K.I.K. 2L/13/87/3780 (rapport)

• CHEMISCHE GEVELREINIGING, ENZ...

REMAL : - volledig gamma

RENOVATION MAINTENANCE Avenue Galilee 5 - Zoning Nord 1300 WAVRE

Tel. (010)22 82 88 Fax (010) 22 84 58

PVBA


Smederij Rombout

:

"i -'^ \iMS\MftfJI liiyiii-

f üll! lÜillülilliiH"imiii'J T-''-*7p7{

?M» -

É 'lmm = f/Êéi^^ï =

RESTAURATIESIERSMEEDWERK METAALVORMGEVING

• -

W/ÏM

uyf

. 10

• • •

Rijksstraatweg 9 4197 BA Buurmalsen/Holland l

\ Va*

5 .;•

It •

ia

Tel.: 00 31 3455-72284 Fax: 00 31 3455-74847 Referenties : Paleis Noordeinde, Paleis het Loo, Nieuwe Kerk te Amsterdam, Vredespaleis te Den Haag, Domkerk, Nagasaki Holland Village te Japan

Ij ii . "—--^—.—•

SE

Vredespaleis te 's Gravenhage - Toegangshekken

Duiven zijn inderdaad zo vervelend dat u Ik-weet-nlet-wat zou doen om ze te verjagen. Zij vervullen en ontsieren niet alleen onze historische gebouwen; zij werken aktlef mee aan het verval ervan.

MAAR HET KAN Depigeonal is een eenvoudig en doeltreffend systeem om duiven te weren. Onzichtbaar voor voorbijgangers en onschadelijk voor de dieren. Vraag meer informatie over Depigeonal en gebouwenconservatie en -restauratie in het algemeen bij

Solar

Kleine Breedstraat 33, 9100 Sint-Niklaas. Of bel (03) 776 91 62.

DEPIGEONAL


P. NIJS N.v. ALGEMENE ONDERNEMING DAK-ZINK-BOUW- EN RESTAURATIEWERKEN STEENKAPPERIJ SCHRIJNWERKERIJ ESLaan 49 - 9800 DEINZE

Tel. : (091)86 07 6 3 - 8 6 61 50 Fax: (091)86 04 15 Restauratie : 'De Vijfsterren' Gent

N.V. MODERN RENOVATION TECHNICS S.A. STABILITEIT

RENOVATIE - RESTAURATIE

-

- Droogleggen van muren. - Reinigen van gevels. - Verharden en waterwerend maken van natuur- en baksteen. - Restauratie van natuursteen. - Betonherstelling - Zwambestrijding - Houtwormbestrijding.

Technische studie-Berekeningen. Scheurinjekties van steen en beton. Consolidatie van muren. Plaatsen van chemische verankeringen. Plaatsen van trekkers-vijzeltechniek. Opvijzelen van konstrukties. Polymeerchemische restauratie van hout.

SOUVERAINESTRAAT 38/42 - 9800 DEINZE - TEL. 091/86.97.67 - FAX 091/86.98.26

de rust en het evenwicht van mineralen Dit is geen verhaal over bronwater. Wel een manifest over fundamentele principes van de restauratietechniek. Wij vatten dit in 5 puntjes samen:

n H H

n.v. DE OLERCQ aaonomingen Lilsedijk50-2340BEERSE Tel.014/61.51.26

Fax 014/64.14.43

De restauratiematerialen moeten zich kunnen aanpassen aan hun omgeving, zodanig dat de autenticiteit van het monument bewaard blijft. Het materiaal moet zoutbestendig zijn en mag de zout- en vochttransporten niet belemmeren. Het materiaal moet vri] van kunststoften zijn en speciaal-cementgebonden.

•

Fysische eigenschappen van het restauratiematenaal moeten aangepast worden aan de eigenschappen van het object.

H

Het restauratiemateriaal moet eenvoudig en kostenbesparend toe te passen zijn.

Om die vijf fundamentele principes te kunnen handhaven verkoopt en gebruikt Solar gemakkelijk verwerkbare, zuivere minerale restauratiemortels voor natuursteen, die meestal geen dure wapening vereisen, en zoutbestendige pleister- en injektiemortels van hoogwaardige kwa1 SOLAR RESTAURATIETECHNOLOGIE IN HARMONIE MET HET VERLEDEN

WEGENBOUW infrastruktuurwerken wegenwerken rioleringswerken

^

Solar

KeneBreedstraat33 9ID0St-Nkaas

voor meer informatie belt u.' o^/yyó.pi. 61

Maatschappelijke zetel

BOUW algemene aannemingen restauratie

Wilgenkatjesdreef 11 - 2350 VOSSELAAR


IMPERPLEX "ionder siliconen

De ideale anti-grafitibescherming voor blauwe steen (petit granit) Perfekte vochtbestrijder. Inlichtingen: Mechelsestraat 121, 3000 Leuven Tel. (016) 23 98 25 KAARDERSTRAAT 1

HOBOKEN

Smederij

im

\C> RESTAURATIE]

MOLENBAAN 18 2160 WOMMELGEM Tel.: (03) 353 97 87

Alle natuursteen - Marmer - Graniet Restauratiewerken in witte en blauwe steen

Hardsteenwerken

• • • •

PEETERS N.V. Tel. (03) 827 58 56 - Fax. (03) 827 64 92

Restauratie alle smeedwerk Hedendaags smeedwerk Eigen ontwerp Tafels

Gediplomeerd restaurateur

Zo kan de geschiedenis

zich blijven

Zo treedt op een dag ons patrimo-

herhalen

speelt, is dit een steuntje voor een monument, een stukje verleden of een

nium uit de schaduw. Zo maken we op een dag kennis

kunstwerk. Zo komen elk jaar tientallen miljoe-

met ons verleden. Zo verruimen we op een dag onze

nen vrij om onze geschiedenis te bewaren. En betekent een kans met de

blik met kunst. Al die dagen komen er mede dank-

Nationale Loterij tegelijk een kans voor talrijke opgravingen, restauraties

zij de Nationale Loterij.

of ontdekkingen.

Want telkens wanneer iemand

© De Nationale Loterij. Een kans hebben is t e ge lij k een kans geven


Fragment Gemeentehuis Schaarbeek.

NATUURSTEEN VAN AMSTELSTRAAT 63 2100 ANTWERPEN TEL. 03/325.03.83 TELEFAX 03/325.68.66

êv

AMINCK

GASSTRAAT11A 9100LOKEREN TEL. 091/48.12.17 TELEFAX 091/48.96.61

GILLEBERTUSSTRAAT 32 1090 BRUSSEL TEL. 02/772.15.85


DE KAARTEN VAN HET NATIONAAL GEOGRAFISCH INSTITUUT De belangrijkste opdracht van het Nationaal Geografisch Instituut bestaat erin de topografische basiskaarten van België, alsook de afgeleide kaarten, op te stellen en bij te werken. Het huidig beschikbaar schalengamma gaat van 1:10.000 tot 1:400.000. - 1:25 000 - De meest gedetailleerde kaart van het land Deze kaart, die van de vroegere stafkaart op schaal 1:20 000 afstamt, is een inventaris van het landschap. Ze wordt vooral benut door wandelaars, jeugdbewegingen, leerkrachten, militairen, enz. -1:10 000 - Een werkdokument Het betreft een fotografische vergroting van de basisdokumenten van de kaart op schaal 1:25.000. Omwille van haar schaal en haar vier oordeelkundig gekozen kleuren is ze de kaart bij uitstek voor studiebureaus, urbanisten, planologen, onderwijs, enz ... -1:50 000 - Gegeneraliseerde kaart Deze is iets minder gedetailleerd dan de kaart op schaal 1:25 000, geeft een overzichtelijk beeld van een uitgestrekt grondgebied. -1:100 000 - Synthetische streekkaart Is de ideale streekkaart op aardrijkskundig, kultureel en toeristisch gebied. Bedrukt op beide zijden, vormt ze een origineel geheel van topografische en vrijetijdsgegevens. -1:250 000 - Topografische en overzichtelijke kaart Ze biedt behalve de wegnummering, de kilometerafstanden, de afritten van autowegen en een lijst van plaatsnamen, ook nog een systematische verdeling van bossen, boomgaarden, stadzones, alsook het hydrografisch net, het spoorwegennet, enz... De kaart bevat een register van alle huidige en voormalige gemeenten. - 1:400 000 - Algemene geografische kaart Het formaat hiervan is beperkt. Ze bevat talrijke geografische gegevens zoals, het hoofdwegennet, de uitritten van de autosnelwegen alsook een relatief gedetailleerd hydrografisch net. - Ook luchtfoto's van gans België zijn beschikbaar.

Voor meer informatie, contacteer : Nationaal Geografisch Instituut Verkoopdienst Abdij ter Kameren, 13 1050 BRUSSEL Tel. : 02/648.52.82 Fax: 02/646.25.18


12

M&L

DE WONING HANKAR TERESA PATRICIO, JOSE MARIA RUBIO en PIERRE SMARS

Ontwerptekening van Adolphe Crespin voor het gevelsgraffrto met het bouwjaar (K.M.K.G., Fonds Hankar, 1-93/3..., foto A.A.M.)

Het huis dat Paul Hankar in 1893 voor zichzelf bouwde in de Defacqzstraat te Sint-Gillis, is samen met het Hotel Tassel van Victor Horta, één der eerste Art nouveau realisaties in Brussel. Het huis is momenteel onbewoond, het ligt er uitgeleefd en triest bij; de gevelrestauratie werd halverwege stilgelegd, de sgraffiti zijn sterk vervaagd. En toch raakt de voorbijganger geïntrigeerd, het huis maakt nieuwsgierig, het roept om aandacht.

ZOEKTOCHT Dit artikel (1) is de weerslag van een moeizaam zoeken naar het initiële huis. De zoektocht verliep langs verschillende wegen: rondkijken ter plaatse,

nauwkeurige opmetingen, bronnenonderzoek. Bevindingen werden onderling geconfronteerd en al doende werd een definitief beeld verkregen van het huis zoals Hankar het moet hebben bewoond. Over de oorspronkelijke toestand van het huis in zijn geheel geeft geen enkele bron een synthetisch overzicht. De beschikbare documentatie is slechts fragmentarisch en diende geconfronteerd en vergeleken te worden met het huis zoals het zich nu voordoet. Dit was het geval voor de talrijke detailtekeningen die het Fonds Hankar in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel ondermeer over het huis bewaart (2). Er zijn vanzelfsprekend ook de verschillende bouwaanvragen (3), er bestaat een in Parijs bewaarde voorgeveltekening van 1895 van de hand van Hector Guimard (4), en het huis werd tenslotte ook in het tijdschrift L'Emulation (5) gepubliceerd kort na zijn voltooiing. De zoektocht werd dus geen blind rondtasten, voerde naar een beter begrip van Hankar, zijn architectuur en zijn huis en resulteerde uiteindelijk in een voorstel tot restauratie.


M&L

13

HET HUIS IN ZIJN HUIDIGE TOESTAND Vandaag draagt het huis van Hankar het nummer 71, oorspronkelijk kreeg het het nummer 63. Het ligt halfweg de straat, in de noordelijke huizenrij, tussen een klassieke rijwoning uit de 19de eeuw en een recenter gebouw van zeven bouwlagen.

T^J

TH

DD

omca

uLU

Jl

uü 1:1 u HrfK'

il 11

Opmetingen met aanduiding van het materiaalgebruik. Lengtedoorsneden over de trappen en dienstlokalen (boven), over de hoofdruimten (midden] en plans van de gelijkvloerse en eerste verdiepingen (eigen tekeningen)

De Defacqzstraat in Sint-Gillis loopt van oost naar west, tussen twee belangrijke straten: de Louizalaan en de Charleroisesteenweg. Haar mindere status van zijstraat valt af te lezen in haar bebouwing, voor het grootste deel bestaande uit ééngezinswoningen. Naderhand werden ze weliswaar opgesplitst in appartementen, een lot dat ook het Hankarhuis beschoren was. De aanvankelijke homogeniteit van het straatbeeld is nu geschonden door een tiental recente constructies, waarvan de bouwhoogte en de afwijkende gevelopvatting uit de toon vallen. De oorspronkelijke 19de-eeuwse bebouwing telt twee of drie bouwlagen, met een vlakke, meestal klassiek opgevatte en symmetrisch uitgewerkte gevelcompositie met sokkel, bel-étageverdieping en bekronende gootlijst. Doorgaans zijn de dakpartijen met hun helling van 45 graden en hun afwezigheid van dakkapellen of puntgevels van de straat af nauwelijks zichtbaar. Het Hankarhuis trekt in deze huizenrij de aandacht met zijn expressieve gevel, zijn uitgewerkte detaillering, zijn asymmetrische opbouw, zijn dankzij de uitspringende erker plastische uitwerking, zijn polychrome decoratie en zijn toch niet alledaags gebruik van materialen. De asymmetrie in de gevelopbouw reflecteert de binnenindeling: rechts een smallere travee voor circulatie en bediening, links een bredere travee voor de woonfuncties. De totale breedte bedraagt 7.50 m. Gaat men binnen, dan wordt men geconfronteerd met een opeenvolging van contrasterende ruimten. De kleine inkom voert, na enkele treden in witte marmer, naar steeds groter wordende ruimten en naar de slechts geleidelijk zichtbare trap. Het is een rijk uitgewerkte houten trappartij die tegen de gevel aanleunt, en dan ook rijkelijk licht ontvangt. De hoger gelegen ontvangsthal is de scharnier van de compositie, en van daar uit kan men of hoger de trap op, of doorgaan naar de dienstruimten, of het salon binnengaan. Opteert men voor dit laatste, dan betreedt men drie sterk op elkaar betrokken kamers: de zitkamer, de eetkamer en de wintertuin. De straat en de achterliggende tuin worden hier met elkaar ver-


14

De langsdoorsneden geven een duidelijk beeld van: 1. de oorspronkelijke toestand in 1893. door P. Hankar: 2. de uitbreiding door P. Hankar in 1899; 3. de verbouwing voor Berckmans in 1914: 4. De huidige toestand, na de verbouwing door A, Dumontin1932 (eigen tekeningen)

M&L

bonden, zonder verlies evenwel van hun statisch karakter, dat ze te danken hebben aan hun geometrische, reticulaire opbouw. De eetkamer heeft nu gedrongen verhoudingen en het licht is er schaars. Hier blijkt dat latere verbouwingen gebeurd zijn, ondermeer de verlaging van de zoldering. Loopt men in de ontvangsthal rechtdoor, dan komt men via een chaotische opeenvolging van een gang, een toilet, een lift en een keldertrap in het bijgebouw. Dit heeft op elke bouwlaag een kamer en een

badkamer, eveneens het resultaat van latere aanpassingen. De hoofdtrap verbindt momenteel (oorspronkelijk was dit niet het geval) het gelijkvloers met de bovenverdiepingen via een wisselend aantal treden, want de hoogte van elke bouwlaag varieert nogal. De eerste, tweede en derde verdieping vertonen nu eenzelfde indeling, die het gevolg is van de verdeling in appartementen: twee achter elkaar liggende kamers (er is geen bovenbouw boven de wintertuin), de reeds vermelde kamer en badkamer in het bijgebouw, een keuken verlicht via een enge binnenkoer, een liftkoker, een toilet en een bijkomende trap voor het dienstgedeelte. Op de hoogste verdieping werden vier kamers ingericht onder het dak, dat een platdak is (resultaat van een latere verbouwing) aan de tuinzijde en hellend is aan de straatkant. Het bijgebouw komt niet hoger dan de derde bouwlaag. De ommuurde tuin is lang en smal en het terrein loopt hellend naar boven, tot op de grens van het perceel. Er groeien verschillende bomen en struiken, en ondanks jarenlang gebrek aan onderhoud ontwaart men nog een tuinpad.

HET HUIS IN ZIJN TIJDSKADER

Het huis Hankar, kort na de bouw (L Emulation, 1895, pi. 14)

De 19de eeuw brengt voor Brussel heel wat veranderingen met zich mee: een ware bevolkingsexplosie, een aanzienlijke uitbreiding van de bewoonde oppervlakte, het ontstaan van alle voorzieningen en instellingen van een moderne grootstad. Het bruisende Brussel kent ook een intens intellectueel leven. Het is een rijke en dynamische stad, die ondanks de armoede van de laagste bevol-


M&L

15

kingsklassen, toch voldoende aantrekkingskracht bezit en vol beloften is voor wie van aanpakken weet: ze biedt alle gerieflijkheid eigen aan grote steden.

lisatie evolueert dit model, dat zich eigenlijk maar in de hoogste burgerkringen echt realiseert, en het past zich geleidelijk aan de specifieke noden en mogelijkheden van de middenklasse en de kleine burgerij aan.

De architectuur is er tijdens de eerste jaren van de 19de eeuw erg sober. Er is weinig afwisseling, herenhuizen en gewone burgerwoningen zien er vrij uniform uit. Het straatbeeld in sommige buurten is dikwijls homogeen en weinig gevarieerd. Geleidelijk aan komt hier - onder impuls van romantiek en nationalisme - verandering in en wordt er teruggegrepen naar de vormentaal van het verleden. Dit weerspiegelt zich in de gevels die zich gaan differentiëren en een 'pittoresk' aspect krijgen.

Plans van de verschillende niveaus, na de uitbreiding door P. Hankar in 1899 (eigen tekeningen)

Brussel kent bij het begin van de 19de eeuw een ongekende bloei in de bouwsector, en dat komt vooral het individuele burgerhuis ten goede. Een huis is in eerste instantie een antwoord op fysische behoeften van de mens, maar is ook meer dan dat. Het is ook de materialisatie van zijn verlangens en verzuchtingen. Het huis is verbonden met een individu, maar even zo goed met de samenleving waartoe deze behoort. Het huis past zich aan, schikt zich naar het beeld van het gezin, maar is ook een herinterpretatie van bestaande culturele modellen. Het beeld van het gezin gaat terug tot het klassiek patriarchaal model, waar de vaderfiguur hoofd is van de familie, de gehuwde kinderen met hun kroost thuis blijven wonen en uiteindelijk een 'stam' vormen waar fundamentele principes als hiërarchie en bloedverwantschap heersen. Door de industria-

Het belang dat in dit land gehecht wordt aan het verwerven van een eigen woning heeft vermoedelijk te maken met het zoeken van de opkomende kleine burgerij naar status en dit verklaart waarom het individuele huis het woonmodel bij uitstek is. Het bouwen van burgerhuizen in de 19de eeuw in Brussel bepaalt dan ook in hoge mate het gezicht van de stad en van de buitenwijken in het bijzonder. De voorgevel is hierbij van wezenlijk belang, als een naamkaartje. De vormgeving ervan wordt door bouwreglementeringen strikt in de hand gehouden en het zijn deze voorschriften die de stad haar homo-

,1

w ,1

I,

n

M

F p

Uitgaan is in de 19de eeuw in: de burgerij flaneert langs de Louizalaan, bezoekt tentoonstellingen, woont concerten bij in het muziekconservatorium of beluistert de harmonie in het Warandepark. Thuis wentelt men zich in huiselijk geluk, leest de krant terwijl de echtgenote borduurt of naait; men blijft echter tiptop gekleed met het oog op een - weinig waarschijnlijk - laat avondbezoek. Ontvangen doet men meestal 's namiddags en omdat recepties niet voor de burgerij maar voor de hogere kringen zijn weggelegd, organiseert men bijeenkomsten - ook voor dames - waar opvoeding, godsdienst of mode de discussiethema's zijn.

^

:a=a

H^^

-

:

- ^


16

M&L

DE VOORGEVEL

Eén der sterkste Art Nouveau kenmerken bij Hankar bestaat erin de ganse gevel in één coherent decoratief geheel te vatten. En toch wordt de overdadige versiering eigen aan de nieuwe stijl bij Hankar steeds in de hand gehouden door zijn rationele, naar strengheid neigende geest. SYMBOLISME Hankar verrijkt niet alleen de voorgevel met een aantal symbolen (medaljons die de verschillende tijdstippen van een dag illustreren, symbolen van arbeid of werk of van de natuur...), maar hij geeft ook het geheel van de compositie symboolwaarde mee. Het symbolisme was eerder een manier van zijn. binnen een sociale context dan een zuiver esthetische of plastische houding; het was de wil één spiritueel systeem te creëren, een aan het individu en zijn innerlijk leven verbonden kosmologie. Als reactie op het heersend positivisme willen de symbolisten door het gebruik van beelden en dingen een wereld creëren van tekens met uiteenlopende betekenissen, zonder evenwel het mysterieuze te ontsluieren. Hankar daarentegen, doordrongen van rationaliteit, was veeleer geïnteresseerd in de mogelijkheden van éénheid die een geheel van tekens biedt.

MATERIALEN EN KLEUREN Zijn grote belangstelling voor natuursteen, hun verwerking en bewerking, dankt Hankar aan de opleiding als steenkapper die hij van zijn vader ontving. Ook zijn verblijf in het atelier van Henri Beyaert is hiervoor van belang. De theoretische achtergrond vindt hij in de "Dktwnmire" en de "Entretients" van Eugène Viollet-le-Duc en in de geschriften van William Morris. Hankar beleidt in de praktijk de principen van de rationele architectuur, los van enige reminiscentie, ontworpen vanuit een functionele en constructieve bekommernis, zonder dissimulatie, met een eerlijk tonen van de gebruikte materialen. Voor een architect met aandacht voor de constructieve logica zijn vanzelfsprekend materiaal en kleur onlosmakelijk verbonden. Hankar laat de materialen dus in hun natuurlijke kleur, behalve wat in metaal is: dat moet worden beschermd en krijgt dus een klassieke groene kleur. Blote baksteen is gebruikt voor de vlakken. Blauwesteen heeft een meer uitgesproken karakter en wordt aangewend om de hoofdlijnen van de gevelcompositie te onderlijnen en ook voor onderdelen die aan drukkrachten weerstand moeten bieden of aan weersgesteltenis bloot staan. Wittesteen vindt men in de omlijsting van de vensters in de diensttravee met als bedoeling de secundaire lijnen van de gevelcompositie aan te duiden. Zoals gebruikelijk in deze periode voorziet ook Hankar een erker, die terzelfdertijd scène en loge is: men ziet en wordt gezien. Hij beantwoordt hier enerzijds aan de eis het strikt visuele kader van het huis, bepaald door zijn oriëntatie, te doorbreken, maar maakt ook dankbaar gebruik van het supplementaire prestige dat een erker biedt. In tegenstelling echter met wat de gewoonte is geeft hij de erker een abstrakte lichtheid. Hij gebruikt zeer dun raamwerk van metaal; de vlakken worden versierd met sgraffiti. De vensterramen zijn van hout en waren, te oordelen naar de gevonden sporen, oorspronkelijk gevernist.


M&L

*

•

17

-é'

f i

V-ia»—

-

L. ^

^p'

' :

geen uitzicht bezorgen, in een tijd die juist door diepgaande veranderingen wordt gekenmerkt. De voorgevel drukt het contrast uit tussen binnen en buiten, tussen asymmetrische structuur en hang naar symmetrie, tussen het verlangen de intimiteit te beschermen en zijn status te uiten. In dit tijdskader moet Paul Hankar (1859 -1901) geplaatst worden. Rond 1900 behoort hij met Victor Horta ongetwijfeld tot de belangrijkste architecten van het ogenblik. Hij is de laatste jaren van de 19de eeuw één der scheppers van de Art-Nouveau, waarvan hij slechts de beginperiode beleefde, vermits hij al in 1901 stierf. Zijn oeuvre telt geen openbaar gebouw en nauwelijks een monument. Hij bouwde slechts particuliere woningen, tekende mobilair en winkelinrichtingen.

HET HUIS TEN TIJDE VAN HANKAR

1

i 1 ü&ft

w*

Het bouwperceel dat Hankar in de Defacqzstraat verwerft, ligt in een buurt die verkaveld wordt ten gevolge van het doortrekken van de Louizalaan. Het huis met atelier dat hij er voor zichzelf bouwt ligt vlakbij het bruisend Brussel, maar ligt er toch niet middenin. Deze keuze kenmerkt Hankar, zijn dualiteit valt er uit af te lezen: hij is wel degelijk exponent van zijn tijd, wil aan het intense leven deelnemen, maar hij is ook de man die zich in de geborgenheid van zijn thuis terugtrekt en werkt. Zijn woning staat niet in de mondaine Louizalaan, maar in een meer teruggetrokken zijstraat. Hij bouwt een groot huis met ruime kamers, maar geeft het een eenvoudige gevel, waar monumentaliteit vervangen is door decoratie die bewust symbool wil zijn voor het intieme en huiselijke, eigen aan een woning. Zijn huis heeft, zonder het stedelijk karakter te verloochenenen, toch ook iets van een villa op het platteland. Het is een gebouw waar het stedelijke en het landelijke elkaar raken, een huis dat een oplossing aanreikt voor een tegenstelling, die deze laatste jaren van de 19de eeuw scherp wordt aangevoeld.

=^ 3 2

4

1. Detail van een console van de erker met diersymbolen (foto P. De Prins) 2. Het balkon op de 3de verdieping. Sgraftito s onder de kroonlijst symboliseren de Morgen, Dag, Avond en Nacht (foto's P. De Prins) 3. De voorgevel, geïnterpreteerd door de Franse architect Hector Gulmard, 1895 (Parijs, Musée des Arts Décoratity 4. Geaquareleerde opmetingstekening van de voorgevel (eigen tekening) 5. Opstand en doorsneden van het bovengedeelte van de voorgevel (L'Emulation, 1895, pi.)

De voorgevel met zijn stedelijk karakter, sluit niet echt aan bij het door de traditie gerijpt model, maar wil een complexe situatie uitdrukken. Daarom is hij asymmetrisch; daarom - en in tegenstelling met wat de 'kleinburgerlijke' gewoonte is verbergt hij de relatie niet die er noodzakelijkerwijze bestaat, tussen de representatieve ruimten en de vertrekken die circulatie en dienstverlening mogelijk moeten maken. Integendeel, de voorgevel brengt de


18

• Dwarsdoorsnede over de binnengevel van de trapzaal (eigen tekening)

•

•

Langsdoorsnede (opmeting) van de trapzaal (eigen tekening) oorspronkelijke baksteen Hankar jn

baksteen na Hankar

U

hout

H

natuursteen

Q

beton

G

pleisterwerk

M&L

trap naar voren, hij verleent hem letterlijk steun, wordt er door gekenmerkt: zo wordt een onthullende diagonaal gecreëerd.

IT

Deze asymmetrie mag evenwel niet misleiden, er is geen zoeterig romantisme mee gemoeid. De gevelcompositie volgt een rigoureus geometrisch raster, uitgekiend door een architect, voor wie het vierkant voor alles uitgangspunt is. Opgeleid in de van gotiek doordrongen rationalistische school van Violet-le-Duc, intuïtief constructeur, gepassioneerd zoals de Japanse poëtica, door de relatie tussen natuur en cultuur, tussen het vierkant en de kromme, bouwt Hankar een filosofie uit waar binnen het strenge vierkant plaats wordt geschapen voor de zachtheid van het leven.

""_

'"',;

Hankar opteert voor een driedimensionaal geometrisch raster, dat hij rigoureus hanteert aan de straatzijde door eenvoudige kamers boven elkaar te stapelen, maar minder strak toepast naar de tuinkant toe. Twee bewegingen, openen en sluiten, zijn zowel in de plattegrond als de doorsnede af te lezen. Het karakter van de woonkamers wordt, naar de tuin toe, gekenmerkt door een groeiende openheid, terwijl toch de stad aanwezig blijft. Het balkon is er om dit niet te vergeten. Dit is, symbool van een mogelijke relatie met de natuur, tegelijk ook obstakel dat het contact bemoeilijkt. Zo is ook het grote raam van de wintertuin opgesteld als een gigantisch schilderij achter in de woning, maar de kleine deur naar de tuin wil een belemmering zijn om dit symbolisch scherm te doorbreken, uit angst dat bij nader toezien het decor kunstmatig zou blijken te zijn.

s

£L

n ^

Gebaseerd op een statisch geometrisch raster - het wordt zelfs voor de inwendige decoratie aangehouden, van het cassettenplafond tot de lambrizering en de vloer - beweegt de ruimte niet dynamisch naar buiten toe, maar er blijft steeds een zekere 'Japanse' sereniteit aanwezig: de natuur is er, ze raakt ons, ze maakt deel uit van ons leven maar ze vervreemdt niet; wij zijn ook culturele wezens. Het licht varieert, draagt ook bij tot deze openheid. De voorgevel, naar het zuiden gericht en open op de wereld, heeft een harde belichting, die contrasten schept; soms is het licht er ook afwezig. De wintertuin baadt in een zacht, nauwelijks aanwezig noorderlicht. De dienstvertrekken anderzijds worden enger naar de tuin toe; ze worden kleiner en verdwijnen in het groen. Hankar hanteert hier een model, resultaat van een samenleving en van een levenswijze, die hij niet

• 1 1 1 1 1

y W^famwiïw 'fW7////-///////'""///////77

vm-m

p


verwerpt maar eerder verheerlijkt, en die hij beter dan de traditie gestalte geeft. Het beperkt aantal kamertypes en een tendens naar uniformisatie door het gebruik van hoge, rechthoekige vertrekken verlicht door middel van twee of drie eveneens hoge, rechthoekige vensters, maken dat het Brussels huis een interessante en grote aanpasbaarheid bezit. Hankar daarentegen vertrekt van een ongedifferentieerd strak raster, past het aan, kwalificeert de ruimten, geeft ze een preciese plaats en bepaalt ze dan als een reeks van vernauwingen en verbredingen. Zo bekomt hij een geheel van zeer gespecifieerde kleine wereldjes. Zijn bureau ligt in het midden van het huis, waar twee werelden samenkomen; hier is hij meester, maar hier kan hij zich ook wentelen in de zaligheid van een bescherming biedende plek. Hier wonen de echtgenoten onbekommerd in hoge, ruime en lichte kamers, waar alles eenvoudig lijkt en waar een huiselijke rust heerst. Ze ademen de landelijke sfeer in de tuinkamer, neerkijkend op de bomen, of vertoeven in de erkerkamer en genieten van een mondaine welwillendheid. De dienstruimten zijn geënt op de struktuur van de ontvangstvertrekken, zonder er in concurrentie mee te treden. Het huis is niets anders dan een opeenvolging van vernauwingen en verbredingen, die aan elke activiteit, elke manier van leven de juiste plek bieden, de passende sfeer aanreiken. De eerste indruk van eenvoud, die van de voorgevel uitgaat, wordt gecorrigeerd als men, eens binnen, de grootte van het huis ervaart en ziet hoe verrassend ruim de kamers zijn. De ingangsdeur is klein, veel kleiner dan de andere huisdeuren in de straat. Men betreedt een woning, sluit de stad buiten. Daarom heeft de gevel een soort beschermende sokkel in bossagewerk. De ingangshal is piepklein, de bezoeker wordt hier tot het huis toegelaten, mag de huisdrempel overschrijden. Dan pas ziet men de trap en de centrale, dubbelhoge hal met hangend trapbordes. Na nog enkele treden voelt men zich aanvaard en is men van indringer welkome gast geworden. Het binnenhuis ontvouwt zich voor de bezoeker in twee dimensies, de vertikale in de hal en de horizontale in het salon; het vertekpunt ligt in de kleine inkomhal, het eindpunt in de rustige, lineaire compositie, een evenwicht vindend tussen vertikale en horizontale assen.


20

M&L

.r n p w m i*mssBt "*•" r

Ü

Lu •

1

2 5

3 II 4 l 1. Decentrale schouwmantel met houten lambrizeringen in de eetkamer (foto P. De Prins) 2-4. Details van de plafondcassetten in de eetkamer en - een hoek en het centraal motief in het salon (foto's P. De Prins) 5. De houten hoofdtrap, ter hoogte van het bordes (foto P. De Prins)

De trap wenkt en brengt de bezoeker met zijn gemakkelijke treden, zijn leuning van kostbaar hout en rijk uitgewerkte spijlen langs het raam op de straat, en dan via het bordes dat de hal overschouwt naar het bureau van de architect zelf. Wordt men hier toegelaten, dan betreedt men een kleine, lage kamer op maat van één man.

WIJZIGINGEN AAN HET HUIS

De westelijke gevel van het verhoogde bijgebouw krijgt, ter verlichting van de nieuwe ruimte, vier vensters die haast de hele breedte beslaan en nogal laag zijn van verhouding, zodat er een soort loggia ontstaat, want gelijkvloers zijn er hier slechts drie ramen. Deze ingreep, die geïnterpreteerd kan worden als de eerste stap in een langzaam proces van aftakeling, betekent ons inziens bij nader toezien eerder een verbetering. Voordien was het volume van het bijgebouw verwaarloosbaar in vergelijking met het volume van het huis, wat een gebrek aan eenheid voor gevolg had. Door de verbouwing wordt de bestaande aflopende lijn van de verschillende bijgebouwtjes gewoon verdergezet. Niettemin wordt de functionele organisatie er ingewikkelder door: de weg die Hankar's medewerkers nu moeten volgen om het achteraan gelegen tekenbureau te bereiken is zijn aanvankelijke duidelijkheid verloren.

Hankar dient de bouwaanvraag voor een woning met architectenatelier in op 28 januari 1893. Ruim zes jaar later, op 27 juni 1899 volgt een aanvraag om het bijgebouw te verhogen. Deze verbouwing heeft de bedoeling zijn tekenbureau uit te breiden. Daarvoor wordt de badkamer op de bovenverdieping opgeofferd, ze wordt naar elders verplaatst en vervangen door een kleedkamer.

Een aantal jaren later, op 17 april 1914 dient Berckmans, de nieuwe eigenaar van het Hankarhuis een aanvraag in voor vergroting van het huis, gesigneerd door de architecten Albert (1853-1920) en diens zoon Alexis (1877-1962) Dumont (6). Een citaat van Charles Conrardy uit 1922 verstrekt verhullende informatie: "S'il est un précurseur qu'on oublie, c'est Men Paul Hankar. Je n' irai pas

Nog hoger, maar niet rechtstreeks zichtbaar - want de plankenvloer loopt door -ligt het appartement van de ouders; men is op het terrein van de familie. Hier heersen weer andere verhoudingen, de kamers zijn hoog en licht, hier begint een andere woning. Om nog een verdieping hoger te komen moet men de diensttrap gebruiken en dus tot het inwendige van het huis doordringen.


M&L

21

DE TUIN Herman Van den Bossche, B.M.L. "Nota. De aanneming behelst ile volledige aanleg van de tuin. inbegrepen de levering van leelaarde. mest, planten, bomen & struiken, leivomen, bloemen, het inzaaien van de gazons, rotswerken, en: ... Er moeten komen: tegen de rechter tuinmuur & deze achterin: 17 leivormen, waarvan 4 perziken, 4 neclar'men, 2 abrikozen en 7 dmivelaars. Tegen de gevel van hel bureau 2 druivelaars. Tegen de linker tuinmuur, 14 leivormen waarvan 4 Noordkrieken en 10 perebomen. Samen: 33 fruitbomen tegen de muren. Er moeten verder komen: H alleenstaande bomen: 1 kers (rood), 1 appelaar (sneeuwwit), 1 witte pruim, I pruim (Reine Claude) 2 perziken & 2 meidoorns (roze & wit). Er moeten komen, in de groentenhof, achterin de tuin, 16 rode bessenstruiken. In de hoek, gevormd door de verbreding van het perceel, een massief van bruinbladige hazelaars. Rondom het rondpurit met 2.SO m diameter, een liaag van 2m hoge Uimrozen (gnwieerd), ondersteund door gegalvaniseerde ijzeren palen & draad. Rondom deze haag. een rozenperk. In de perken, die links en rechts uitgespaard zijn naast de verharding van de koer, struiken (4 vaste planten, rozen, enz... Tegen de muren van de koer klimplaiuen (kamperfoelit'. Moffenpijp, Blauwe Regen, enz... In de rest van de tuin, de nodige struiken om de decoratie te vervolledigen - De rotsstenen zullen door de eigenaar geleverd worden. De aannemer zal uit de huidige tuin verwijderen & heraanplanten in de nieuwe tuin 2 rabarbers. 3 tampeifoelies, 12 rozen en ongeveer 15 verschillende kleine planten. De vereffening zal ah volgt gebeuren: 113 na de beëindiging van de grondwerken, 113 hij de beëindiging van de beplantingswerken & 1/3 in de lente van 1894 na het uitlopen van de bomen. De leveringen zijn gegarandeerd. Bomen en leivomen zijn minstens twee jaar oud. P. Hankur, augustus 1893." (vertaling H. van den Bossche) De ontwerptekening vertoont een tuin in drie in elkaar overgaande delen: de formeel aangelegde koer, die aansluit bij de woning; de "landschappelijke" siertuin met s-vormig pad en rondpunt; de hoger gelegen moestuin. Qua grondplan is de tuin bijzonder conventioneel te noemen en sluit hij aan bij de traditionele stadstuin uit de

tweede helft van de 19de eeuw: een sinuerend pad doorheen het smalle perceel (bij bredere percelen is dat een rondgang of een 8-vormig pad) dat uitmondt in een ornamenteel opgevat rondpunt. Stapelmuurtjes van gemetselde roze "Poudingue" uit Biesmes (dezelfde steensoort ais in de plint van de straatgevel) perken occasioneel de verhoogde bloembedden af en begeleiden het pad. Qua inhoud wijkt de tuin nochtans ingrijpend af van de heersende modes: hier werd geen louter ornamentele stadstuin, maar een tuin voor nut en sier aangelegd. Hij sluit conceptueel aan bij Hankar's dubbel uitgangspunt voorde woning zelf (zie PATRICIO. RUBIO & SMARS): een soort van "selfsupporting unit" die tegelijk stedelijke woning en landelijk woonhuis wil zijn. De moestuin en de fruitbomen herinneren aan de buiten. De vele fruitbomen herinneren echter niet alleen aan het platteland; tijdens hun bloei toveren zij het Japans aandoend tafereel dat de wintertuin zijn bijzondere charme meegaf.

DE TUIN NU Vandaag is de tuin door jarenlang minimaal of ontbrekend onderhoud ingrijpend geëvolueerd. Alle rozen zijn verdwenen. Nochtans hebben het hoofdpad. de stenen stapelmuurtjes (de harde materialen) en een aantal taaie planten de tand des tijds weten te trotseren. Een eerste kort bezoek aan de tuin leverde volgende vaststellingen op; Originele planten zijn - qua fruitbomen - een paar uitgegroeide perebomen tegen de linker tuinmuur en - qua ornamentele struiken - een tot boom uitgegroeide Taxus (Taxus baccata L.), de Kamperfoelie (Loniccra tatarica L.), de Gewone Sering (Syringa vulgaris L.) en in die periode fel geapprecieerde wintergroene bontbladige Aucuba japonica L. cv. Variegata, De aanwezige exemplaren van Chinees Klokje (Forsythia spec. Vahl) lijken van recentere datum (de meeste cultuurvariëteiten van het Chinees Klokje dateren trouwens uit deze eeuw). Van de klimplanten op de koer rest nog een fraaie Blauwe Regen (Wisteria sinensis (Sims) Sweet). Van vaste planten resten nog Schoenlappersplam (Bergenia curdifolia L.), Schildersverdriet (Heuchera sanguinea Engelm.) en wellicht Bosaardbei (Fragaria vesca L.) die intussen naar hei centrale tuinpad migreerde. Naast deze overblijfselen van het oorspronkelijk concept heeft zich vooral in de middenzone onder de Taxus een aaneengesloten beschaduwd klimoptapijt (Hedera helix L. cv. HlbernicaJ met wat Robertskruid (Geranium robertsianum L.) ontwikkeld met een tendens naar een zeker evenwicht - de Klimop is niet (meer) aggressief - en een bepaalde ambiance met zaailingen van Scherpe Hulst (Ilex aquifolium L.), Zoete Kers (Prunus avium L.), Gewone Vlier (Sambucus nigra L.) en Gewone Hazelaar (Corylus aveliana L,). Het is een esthetisch aantrekkelijke strook met minimaal onderhoud: een momenteel gegeerd tuintype.

*

Schets, door P. Hankar, van de tuin met de gewenste aanplantingen (K.M.K.6., Fonds Hankar, 1-93/3.12)

• De achtergevel, vanuit de tuin (foto P. De Prins)

De nieuwe bestemming van het woonhuis en de restauratieopties zullen ongetwijfeld hun weerslag hebben op de tuin. Toch blijkt uit deze eerste benadering een totale "reconstructie" - indien aan de orde - niet wenselijk en zelfs niet realiseerbaar te zijn: wij hebben hier niet met een museum te doen en er zijn te veel hiaten die een nauwgezette reconstructie van Hankar's concept in de weg staan. Toch is het aangewezen de aspecten nut en sier, die zo essentieel zijn voor deze tuin en zijn maker, opnieuw in te brengen.


22

Doorsnede door de veranda. Uitvoeringsdetails (K.M.K.G., Fonds Hankar 1-93/3.07)

M&L

jusqu'a accuser certain "confrère" d'avoir volontairement cache son nom sur lafagade du propre immeuble du maïtre. Je n'irai pas jusqu'a accuser certain "grand" architecte d'avoir aide a la mutilation d'unefagade et d'avoir laisser hadigeonner un chef-d'oeuvre..." (7).

Dumont's ingreep, die per bouwlaag één woning wil bekomen, is een banaliserende ingreep. De essentie van Hankar's woning, gelegen in het gedifferentieerd karakter van de verschillende ruimten in het huis, is door de uniformisering van die ruimten verloren: het huis is zijn ziel kwijt.

De opdracht die Berckmans aan Dumont geeft tot verbouwing van het huis betekent de eerste fundamentele verminking ervan. De noordelijke helling van het dak wordt vervangen door een platdak om de zolder ook aan de achterzijde bewoonbaar te maken. Hiertoe wordt de achtergevel hoger opgetrokken, wat Hankar's compositie aantast, tegelijk ook de haast landelijke verhouding van de gevel teniet doet en de mooie detaillering van de vensters op de tweede verdieping schaadt. De bestaande diensttrap wordt uitgebroken en vervangen door een ingewikkelde en slordige trappartij. Bij deze verbouwing wordt de hoge ruimte van de centrale hal dichtgebouwd en het bordes dat naar Hankar's bureau leidde gesupprimeerd. De belangrijkste en meest waardevolle ruimte van het huis is zodoende verknoeid.

De kwaliteit van de oorspronkelijke toestand bemoeilijkt de verbouwing, de hoogte van de verschillende appartementen is immers altijd anders en wordt bepaald door de hoogte van de verdiepingen, niet door het type van kamer. De plattegrond blijft wel dezelfde. Elke verdieping is anders door het verschil in hoogte en door de al dan niet overgebleven decoratie-elementen van Hankar. Om op elk niveau een zelfde planindeling te bekomen, verhoogt Dumont het bijgebouw met twee bouwlagen. Hij voorziet op de eigendomsgrens een open binnenkeer, krijgt daardoor licht in de keuken, bekomt een toilet en een zeer kleine lift, verdeelt het bijgebouw in een kamer en een badkamer, en verknoeit er de proporties door. Al deze elementen zijn slecht geordend, staan niet in relatie met elkaar, wat een echt labyrint oplevert. Wil men van de hoofdtrap naar het bijgebouw, dan moet men driemaal van richting veranderen. Op de eerste verdieping wordt de vide van de eetkamer opgeofferd om in het appartement een leefkamer te bekomen. De geringe hoogte van deze bouwlaag, waar Hankar naast enkele dienstruimten enkel zijn bureau had voorzien, maakt van deze nieuwe leefkamer een onaangename ruimte die te groot is en te laag van plafond. Om ze te kunnen verlichten wordt het dak van de wintertuin verlaagd. Vóór 1932 was dit een glazen dak, steunend op het balkon van de kamer en neerkomend op de beglaasde gevel van de wintertuin. Dumont vervangt dit door een niet doorschijnend platdak, gebouwd ter hoogte van het laagste punt van het vroeger dak. Al deze wijzigingen verstoren grondig de perceptie van het Hankarhuis. De hoger aangehaalde beweging van openen en sluiten, kenmerkend voor de oorspronkelijke toestand, wordt niet meer ervaren. Het specifieke in het op elkaar aansluiten van de drie vertrekken op het gelijkvloers is verdwenen en de bijgebouwen verkleinen niet meer geleidelijk naar de tuin toe.

Nog enkele jaren later, op 25 maart 1932 dient Alexis Dumont, die ondertussen eigenaar is geworden, een aanvraag in om het huis om te bouwen tot appartementen. Het Hankarhuis verandert hierdoor grondig van aspect. De globale volumewerking wordt verstoord door de verhoging van het bijgebouw met twee bouwlagen. Ook de inwendige ruimtewerking wordt aangetast door de verlaging van de zoldering in de eetkamer en bovendien is de oorspronkelijke eenheid van het huis door de onderverdeling in appartementswoningen teloor gegaan.

NAAR EEN RESTAURATIE VAN HET HUIS? Zoals werd aangetoond, ligt de grote waarde van het huis grotendeels in zijn ruimtelijkheid. De verdeling in appartementen betekende een echte aanslag hierop.


M&L

23

Op 100 jaar tijd is er heelwat veranderd, de manier van leven nu is anders dan toen; verbouwingen hebben het huis ook vormelijk gewijzigd en de vloeroppervlakte verhoogd. De functie moet opnieuw worden bekeken. Voor een huis met zo'n waardevolle ruimtewerking moet een functie worden gezocht die daar gebruik van maakt, die in dialoog treedt met het huis, en die evenzeer betrokkenheid op buiten behoeft als ingekeerdheid. Daaruit leiden wij af en stellen wij voor dat het Hankarhuis het best een representatieve functie kan vervullen. De monumentale ruimten kunnen aan een bedrijf of aan een instelling juist de nodige uitstraling bezorgen die het behoeft, en anderzijds beantwoordt de oorspronkelijke functie van ééngezinswoning niet meer aan de huidige wooneisen van een gezin. De vergroting van het bijgebouw verloochende het oorspronkelijk karakter ervan; het staat niet meer in relatie met de rest van het huis, maar treedt er mee in concurrentie. Men moet dan ook een verbinding tussen die twee delen tot stand brengen, een articulatie creëren tussen de representatieve ruimten van het huis en de banale kamers van het bijgebouw, en de oorspronkelijke functionele hiërarchie herstellen. Wij stellen dan ook een aantal ingrepen voor. Het huis zelf heeft nog voldoende oorspronkelijke elementen van Hankar: de drie in elkaar overlopende vertrekken op het gelijkvloers, de trappartij, het appartement op de tweede verdieping. Ze zijn bovendien onontbeerlijk om het huis zijn waardevol

karakter terug te geven. Wij zijn dan ook van oordeel dat deze elementen zo getrouw mogelijk in hun oorspronkelijke toestand moeten hersteld worden.

Salon, eetkamer en wintertuin zouden hun in hoogte toenemende oorspronkelijke verhouding moeten terugkrijgen. Om de traphal zijn initiële ruimte terug te geven zouden de trappen naar de twee hoogste niveaus weer verwijderd moeten worden, en de zuiderwand van de hal gereconstrueerd. Alle noodzakelijke gegevens zijn voorhanden en men beschikt ook over voldoende documentatie. Confronteert men de intenties en constructiedetails van Hankar met de bevindingen in situ dan is hun betrouwbaarheid geverifieerd. Voor het bijgebouw, dat door Dumont werd uitgebreid en onderverdeeld in slecht geproportioneerde ruimten, stellen wij een ingreep voor die, door het wegwerken van binnenwanden en het opnieuw ordenen van de vensters, een herschikking van de ruimten beoogt. Ook in de overgangsgebieden zijn er nog elementen van Hankar aanwezig. Aanpassingen werden ook hier doorgevoerd en momenteel is de ruimtelijke kwaliteit er banaal. Wij zouden dit onderdeel willen gebruiken om een verbinding te creëren tussen de hoofdruimten en het bijgebouw, door er de dienstvertrekken in onder te brengen en er een nieuwe trap in te voorzien die alle niveaus onderling zou verbinden.

Het restauratievoorstel. Langsdoorsnede over de circulatieruimten (eigen tekening)


24

M&L

Er zijn meerdere redenen om te opteren voor een restauratie van het huis dat Hankar voor zichzelf bouwde. Samen met het Hotel Tassel van Horta is het één der eerste gebouwen in Art Nouveau: het draagt het bouwjaar 1893 in de voorgevel. Hankar is nog onvoldoende erkend als ontwerper, en zijn huis, dat een grote ruimtelijke kwaliteit bezit, is één der laatste door hem gebouwde constructies die nog bewaard zijn. De restauratie zou tot een beter begrip van zijn architectuur kunnen bijdragen. Een huis dat een architect voor zichzelf bouwde heeft altijd nog een bijkomende zeggingskracht. En tenslotte, het gaat om een beschermd monument. De voorgevel is, bij nader toezien, versierd met intrigerende afbeeldingen: een scarabee, een kat, zwaluwen... Hankar is symbolist. Zoals voor zijn tijdgenoten, is het symbolisme ook voor hem eerder een gedragsvorm binnen een sociale contekst dan een zuiver esthetische of plastische houding. Tegenover het zo lang overheersende rationalisme en positivisme, wil het symbolisme één spiritueel systeem stellen; het gebruik van dingen en beelden als symbool moest een wereld oproepen vol betekenissen en mogelijke interpretaties, waarvan het mysterie nooit volledig ontsluierd wordt.

Het restauratievoorstel. Langsdoorsnede over de hoofdruimten (eigen tekening)

VOETNOTEN (1) De auteurs zijn architecten en studenten aan het Centre d'Etudes pour la Conservation du Patrimoine Architectural et Urbain, postgraduaat verbonden aan de katholieke Universiteit Leuven, en leverden in juni 1990 een studiewerk over het Hankarhuis in. Ze bewerkten het tot een artikel, dat vertaald werd door Chris De Maegd (BML). (2) Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel, Fonds P. Hankar. (3) Gemeente Sint-Gillis, Archief Openbare Werken, bouwaanvragen P. Hankar (28 januari 1893 en 27 juni 1899), Berckmans (17 april 1914 en A. Dumont (25 maart 1932). (4) Parijs, Musée des Arts Décoratifs. (5) Maison rue De Facqz, 63 a Saint-Gilles-Le:-Bruxelies (1893), in L'Emulation, 1985, p. 185-186, pi. 13-17. (6) Albert Dumont (1853-1920), autodidact architect met belangstelling voor stedebouw, zal in samenwerking met zijn schoonbroer - en later met zijn zoon Albert Dumont - hoofdzakelijk een eclectisch idioom hanteren, beïnvloed door de gotiek en de Vlaamse en Franse Renaissance. De uitbouw van de badstad De Panne (vanaf 1895) en het stadhuis van Sint-Gillis (1900-1904) vormen hiervan treffende voorbeelden. Alexis Dumont (1877-1962) krijgt als leermeester aan de Academie van Brussel Ernest Acker, en loopt later ondermeer stage bij zijn vader Albert Dumont. Waar hij aanvankelijk nog de nationale traditionele stijlen hanteert voor ondermeer de gebouwen van de Université Libre de Bruxelles (vanaf 1924) evolueert hij stilaan naar een merkelijk soberder en geometrischer vormgeving. Meest opmerkelijk zijn hierbij de Shell Building (Brussel, 1921), de Citroen garages aan het Uzerplein (Brussel, 1934) en de Ravenstein galerijen (Brussel, 1954).


M&L

25

DE HEUVELRUG TUSSEN HERENTALS EN KASTERLEE LUDO MEESTERS

De Hoge Heide te Lichtaart (eigen foto)

Met de heuvelrug tussen Herentals en

Nete ligt op 12 tot 14 meter hoogte - en

Kasterlee wordt de verhevenheid

hellingen met een stijgingsgraad tot

bedoeld die zich er juist ten noorden

meer dan 10%.

van de Kleine Nete uitstrekt.

In dit artikel wordt getracht een

Zij omvat van west naar oost de

synthese te maken van de beschikbare

Bosbergen, de Holberg en de Grote

natuurwetenschappelijke en historische

Heide, de Schoutenheide,

gegevens over dit gebied.

de Snepkensvijver met omgeving,

Daarna wordt aan de hand van een

de Witte Bergen en de Hoge Berg,

overzicht van de bestaande bescher-

de Langenberg, De Bergen, de Goor

mingsmaatregelen verduidelijkt dat het

Akkers, het Koningsbos met de Hoge

landschap tussen Herentals en

Mouw en de 'Kabouterskensberg'.

Kasterlee nog voldoende troeven biedt

De meeste van deze plaatsnamen

om er een 'regionaal' landschapspark

liegen er niet om: het gaat inderdaad

van te maken.

om hoogten tot 40 meter - de Kleine


26

M&L

DE BELANGRIJKSTE WAARDE: HET GEOMORFOLOGISCH ASPECT De heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee vormt in feite de natuurlijke grens tussen de vallei van de Kleine Nete en de valleien van de Slootbeek, de Visbeek, de Broekloop en de Rulloop, alle riviertjes of beken die rechtstreeks of onrechtstreeks uitmonden in de Aa. Over het ontstaan van deze heuvelrug wordt wel eens duchtig gegist. De meest gehoorde verklaring is dat het hier gaat om duinen afgezet in een periode toen de Noordzee zich uitstrekte tot aan de lijn Herentals-Kasterlee. Maar zo eenvoudig is het niet. Bekijk je de (vereenvoudigde) bodemkaart, dan zie je dat niet eens de helft van de heuvelrug bedekt is met duinen: een groot landduincomplex strekt zich uit van de Kruisberg en de Bosbergen, via de Grote Heide tot de Witte Bergen en de Hoge Berg ten westen van Lichtaart en een kleiner in de noordelijke helft van het Koningsbos. Ga je eens ter plaatse op verkenning, dan bemerk je in de holle wegen ten noorden van de gehuchten Goor en Hukkelbergen of op de Langenberg de roodbruine aarde met plaatselijk zelfs hardere zandsteenlagen. Het gaat hier om de podzolbodems (1) - voornamelijk droge zandgronden met (weinig) duidelijke humus of/en ijzer B horizont - die zich volgens de

Gecombineerde hypsometnsche en vereenvoudigde bodemkaart (naar Baeyens^ 1971 en 1975)

../

"k!.

bodemkaart ook uitstrekken tussen de Bosbergen en Het Zwarte Water. In het zuiden van het Koningsbos en in de omgeving van de Brink te Herentals hebben deze zandgronden een klei-zandsubstraat, beginnend op geringe of matige diepte (20 tot 125 cm). Hierin vallen ter hoogte van de holle wegen nabij Goor drie vlekken op met zandgronden, stenige fase. Volgens Baeyens (1975) gaat het hier om ijzerglauconietcomplexen die het resultaat zijn van een fossiele bodemvorming tijdens een periode met een warm klimaat. Hij geeft echter geen verdere precisering over die periode. Van het westen van het Koningsbos tot aan het centrum van Lichtaart en het gehucht Hukkelbergen, en ten westen van Lichtaart tot nabij de Hoge Berg strekt zich tenslotte een zone van plaggenhodems uit (2), wat wijst op een eeuwenoud gebruik van plaggenmest. Dit gegeven stemt in elk geval overeen met de intekening op de historische kaarten van de Ferraris (ongeveer 1777), Vandermaelen (1854) en het Militair Cartografisch Instituut (1925) waarop de landbouwzones overheersen. De ondergrond van de heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee bestaat uit grijs, glauconietrijk Kasterliaan zand, een mariene afzetting van het Boven Mioceen (Tertiair) (3). Volgens De Meuter en Laga (1976) gaat het hier om een Pliocene afzetting. Hierop rust een dunne laag hasisgrint


M&L

27

Legende ~~

| Diestiaanl i (typisch Diesliaan) | Oiestiaan 2 :; (Kasterllaan)

| I

LICHTAART Langcnberg

::

1 Scaldisiaan I (Poederliaan) I Pleistoceen/ I Holoceen

Geologisch profiel in de vallei van de Kleine Nete (naar Halet, 1935) 1. tussen Geel en Kasterlee 2. tussen Oevel (brug Albertkanaal) en Lichtaart

Profiel in de heuvel van LichtaartKasterlee te HukkelbergenZandgroeve(naar deHemzelin, 1962) ZFe = Uzerhoudende zandsteen PF = Fossielhoudend Poederliaan P = Poederliaan zand B = Basisgrmt K = kasterliaan zand

_J ko

(ongeveer 10 cm), vooral gevormd door kleine, witte kwartskeien met aanwezigheid van verkiezelde kalksteenkeien. Dit basisgrint is het resultaat van een erosiefase die volgde op het terugtrekken van de Mioceenzee. Grove bestanddelen werden toen aan de oppervlakte afgezet. Het basisgrint, ook bekend als het 'grint van Hukkelenberg' (Baeyens, 1975), scheidt het Poederliaan van het Kasterliaan. Volgens Tavernier en de Heinzelin (1962) betreft het een ijzer- en fossielhoudende mariene afzetting van een transgressie die zich in oostelijke richting over de Kempen uitstrekte. Zij rekenen ze bij het Pleistoceen (Kwartair) (4), terwijl ze volgens De Meuter en Laga (1976) hoort bij het Plioceen (Tertiair). Ze wordt algemeen beschouwd als een equivalent van het Merksemiaan. De onderste laag van deze afzetting is rijk aan kleien leemlenzen. Voornoemde fossielhoudende zanden, verdicht tot limoniet, zijn onder andere weer te vinden in de holle weg tussen Lichtaart en Hukkelbergen, ter hoogte van de kapel, en in de zuidoostelijke helling van de Langenberg. Zowel te Hukkelbergen als in de zandgroeve ten zuiden van de Hoge Berg, door Gullentops beschreven in 1963, wordt het profiel vervolledigd met een pakket ijzerhoudende zandsteen waarvan de oorsprong moeilijk te bepalen is, daar waar Baeyens (1975) in Hukkelbergen plaggenbodems situeert. Tijdens het Pleistoceen (Kwartair) werden de oudere afzettingen bedekt met dekzand. Dit was enerzijds van niveo-eolische oorsprong, dit wil zeggen dat het tijdens de ijstijden (voornamelijk Riss- of Saaieijstijd) (5) door krachtige winden van het glaciale gebied naar het periglaciale gebied (6) werd meegevoerd. Anderzijds werd gedurende de warmere tussenijstijden ook fluviatiel materiaal (7) afgezet. Dit is te verklaren door het feit dat gedurende de tussenijstijden het zeepeil steeg (tot 4 meter boven het huidige peil), waardoor de erosiebasis van de Kleine Nete verhoogde en de stroomsnelheid en/of het debiet verlaagde.

Aldus vormde de rivier haar eigen alluviale vlakte. Gedurende de ijstijden, wanneer het zeepeil daalde (tot 130 meter onder het huidige peil), sneed de rivier zich dan dieper in haar eigen alluviale vlakte in, vooral tijdens de 'zomerperiode'. Uit het beschikbaar materiaal kan afgeleid worden dat dit pleistoceen materiaal (dekzand) weinig of niet werd afgezet op de 'interfluviatiele rug' (8) die zich uitstrekt van Herentals tot Kasterlee. De duinen in het hier voorgestelde gebied, met als meest bekende de Hoge Mouw te Kasterlee, de Hoge Berg te Lichtaart en de Bosbergen te Herentals, kunnen beschouwd worden als stuifzandduinen. Voor de vorming waren volgens Gullentops (1957) zeker een zandbron en plantengroei als hindernis

Absolute

hoogte in meter

Gemiddelde korrel 0.1 0.15 0,2 0,25 03 0,35 0A

ZFe

X

X

"

K

X

0,1 0,15 0,2 0,25 0,3 0,35 0,1. mm


28

M&L

Kleine zandontginning nabij Hukkelbergen (foto 0. Pauwels)

grenzen zoals (spoor)wegen en rivieren en op bestaande juridische toestanden zoals de bestemming op het gewestplan of de rangschikking als landschap.

Het landschap ten noorden van de rijksweg Herentals-Lichtaart

1. Struikheide 2. Zandzegge 3. Op de "Breemberg" te Lichtaart (eigen foto's)

voor het opstuivend zand noodzakelijk. Gullentops situeert de geschikte plantengroei in het Laatglaciale landschap, meer bepaald na het Alleröd-interstadiaal (10000 tot 8800 jaar vóór Christus). In de parktoendra van het Jong-Dryas tot in het begin van het Holoceen (10000 jaar geleden) vonden toen grote verstuivingen plaats. Goossens (1984) preciseert zowel de zandbron als de perioden waarin de stuifduinen gevormd werden. Het materiaal zou afkomstig zijn uit de Netevallei en het werd opgestoven door de toen overheersende zuidwestenwinden in de koude en drogere Dryasperioden van het Tardiglaciaal (laatste fase van de Wurm- of Weichselijstijd), dus vroeger dan de periode die Gullentops vermeldt. Gedurende het Holoceen werden de duinen langzaam vastgelegd. De toppen bleven het langst onderhevig aan verstuivingen, waardoor de hellingen verzwakten, en ook de regenerosie had een reële betekenis bij de herwerking van het duin. Vermeldenswaard is de proefboring uitgevoerd door het Bestuur Monumenten en Landschappen ten noordoosten van de Hoge Mouw, nabij het tracé van de geplande expresweg rond Kasterlee (op ongeveer 25 meter hoogte). Daar bleek dat het Poederliaan zand met zandsteenfragmenten bedekt was met een bijna 2 meter dik pakket helder geelbruin duinzand.

EENHEID IN VERSCHEIDENHEID In de hiernavolgende beschrijving wordt de heuvelrug verdeeld in een aantal iandschapsentiteiten'. Deze indeling is in de mate van het mogelijke gebaseerd op de aanwezigheid van natuurlijke

Dit landschap vormt, zoals reeds vermeld bij de beschrijving van de geomorfologie, een aaneengesloten geheel van stuifzandduinen vanaf de Bosbergen in Herentals tot aan de Hoge Berg nabij Lichtaart. Hierin liggen wel enkele enclaves waar het oorspronkelijk uitzicht van het landschap erg gewijzigd is: het kerkhof op de Kruisberg (10), het jeugdcentrum "de Brink" aan de spoorlijn naar Turnhout, enkele zones met weekendverblijven, de verkavelingen Bosbergen en Snepkenshof, de camping Florial nabij de Hoge Berg en een afgraving opgevuld met huishoudelijk afval nabij Lichtaart (Kapelhof). Vanop de toeristentoren op de Bosbergen in Herentals krijg je niet alleen een indrukwekkend beeld van de gehele omgeving, maar ook een volledig overzicht van de heuvelrug tot Kasterlee. Hier blijkt duidelijk dat momenteel bijna geheel de zichtbare oppervlakte bedekt is met naaldhos. Tot de tweede helft van vorige eeuw (Vandermaelen, 1854) domineerde er nog de heidevegetatie. Het is


M&L

Staatsnatuurreservaat "Zwart Water": begroeiingstypen (tekening L. Matthé)

29

waarschijnlijk daarna dat de bebossing met naaldhout op gang kwam. De beplantingen variëren fel in ouderdom en bestaan vooral uit Corsikaanse den, in mindere mate uit Grove den. In de meer open stukken domineren de "vliegdennen", dit zijn zaailingen van de Grove den. Momenteel blijven slechts een paar grotere Struikheivelden over in de omgeving van het Snepkenshof, op de Heiberg werden recent nog Corsicaanse dennen geplant tussen deze heidevegetatie. In dit landschap liggen twee merkwaardige vennen, namelijk het Lavendelven en het Zwart Ven. Het Lavendelven is een uiterst waardevol trilveentje van nauwelijks 1 hectare groot, gelegen naast en waarschijnlijk ontstaan ten gevolge van de aanleg van de spoorweg Herentals-Tumhout. De vegetatie op de periferisch gelegen laagste en natste gedeelten behoort tot de Hoogveenmosorde; ze bestaat uit een continu tapijt van veenmossen en Veenbes, met plaatselijk Pijpestrootjebulten

Snavelzegge (eigen foto) •

•

Ronde zonnedauw (eigen foto)

waartussen ook Ronde Zonnedauw en Snavelzegge voorkomen. Op het centrale, droogste gedeelte wijst de Struikhei op verlanding. Zeer belangwekkend is het voorkomen van Lavendelhei en Eénarig wollegras, waarvan slechts 3 groeiplaatsen bekend zijn in de provincie Antwerpen. Het Zwart Water, ook wel Zwart Ven genoemd omdat een gelijknamig ven wordt aangeduid op de topografische kaart ten zuiden van de Snepkensvijver, ligt in een kleine depressie (+ 14 m) ten noorden van de Grote Heide. Het is vrijwel zeker dat dit ven op natuurlijke wijze ontstond door uitstuiving tussen twee duinruggen met hoogten tot 16 meter in het noorden en tot 26 meter in het zuiden. In de aldus ontstane uitwaaiingskom verzamelde zich grondwater en afvloeiend regenwater uit de omgeving. Doorheen de geschiedenis groeide op de lemige zandbodem een dikke laag veen, waardoor plaatselijk een nieuwe grondwatertafel werd gevormd, wat de vestiging van een hoogveenvegetatie in de hand werkte. De huidige structuur van het Zwarte Water werd duidelijk antropogeen (11) bepaald: tussen 1700 en 1940 greep de mens liefst drie keer in door afwisselend te ontvenen (zogenaamde "twfwinning") en te beplanten. Meer dan 25 noord-zuid verlopende grachten, een brede oost-westsloot en centraal een achttal concentrische grachten in een diepere kom zijn er nog altijd de stille getuigen van. Toen in 1950 de heer Coorevits het gebied aankocht, liet hij een afwateringsgracht in de noord-westhoek, die aansluiting vond bij de Slootbeek in het noorden, afsluiten. Hierdoor steeg het waterpeil en stierven vele naaldbomen af in de verlandingszone aan de rand van het moeras. Veel belangrijker was een andere activiteit van de heer Coorevits, met name de jacht, omdat hij door de verstoring van de zich nestelende Kokmeeuwen ongewild een positieve impact had op de


M&L

(voornamelijk floristische) natuurwetenschappelijke waarde van het gebied, zoals hier verder wordt uitgelegd. Tot in 1975 wordt melding gemaakt van een vegetatie van Pijpestrootje, Dophei en Zonnedauw op de 1 tot 2 meter brede wallen tusen de noord-zuid verlopende grachten. Het water tussen deze wallen was zuur en zuurstofarm en zag bruinzwart van kleur, waarschijnlijk meteen ook een verklaring voor de naam van het ven. Het bevatte zowel een zwevende als een drijvende vegetatielaag. Zwevend vond men in 1975 nog verschillende veenmossen. Knolrus, Blaasjeskruid en drijvend de Witte waterlelie. In het midden van het moeras strekte zich toen nog een drijftil uit van veenmossen en Moerasstruisgras, waarop in wisselende dichtheid een aantal (zeer) zeldzame planten voorkwamen: Veenpluis, Ronde en Kleine zonnedauw, Veenbies en Witte snavelbies. Gagel en Stuikhei wezen, juist zoals in de oeverzone van het ven, op een relatief ver gevorderd verlandingsstadium (Meeus, 1981). Na het overlijden van de heer Coorevits, meer bepaald in 197 8, begon de invasie van het Zwart Water door de Kokmeeuw. Dit fenomeen had ook wel iets te maken met de uitbreiding van de wateroppervlakte van de zuidelijk gelegen Snepkensvijver, ten koste van de reeds opeengepakte behuizing. De meeuwenkolonie groeide al vlug aan tot 1000 koppels in 1979 en 1600 in 1981. De gevolgen waren desastreus voor de vegetatie. Door guanotrofie (12) verdwenen alle zeldzame planten en werd het moeras, al naargelang het grondwaterpeil, overwoekerd door Pijpestrootje, Pitrus en Knolrus. De omithologische waarde van het reservaat verging het niet veel beter, hoewel op dit vlak een aantal andere factoren mee een rol speelden. Een aantal broedvogels konden zich in het luidruchtige gezelschap van de Kokmeeuwen blijkbaar - min of meer - goed in stand houden: Dodaars (niet meer sinds 1988 omwille van de droogte), Slobeend, Tafeleend (1979 en 1984), Waterhoen, Meerkoet, Geoorde fuut (1989) en Rietgors, terwijl de Zwartkopmeeuw er zich vestigde in 1982. Volgende broedvogels verdwenen echter sinds de komst van de Kokmeeuwen: Wulp (nog één broedgeval in 1979), Waterral, Watersnip, Kievit, Wintertaling en Blauwborst (terug in 1981 en 1991, waarschijnlijk door de droogte, waardoor ze kunnen foerageren op de slikplaten). In de grote omgeving van het Zwart Water (Grote Heide), verdwenen de Boomleeuwerik (broedvogel tot 1988),

de Duinpieper, de Tapuit en de Roodborsttapuit. Vermeldenswaard zijn de broedgevallen van Grote bonte specht, Groene specht, Ransuil (sterke achteruitgang sinds 1990), Gekraagde roodstaart. Boomkruiper, Boompieper, Fitis, Zwartkop, Zwarte mees en Kuifmees. Bovendien is er een gegrond vermoeden dat de Kruisbek, die de laatste jaren veelvuldig aanwezig is, ook broedt in dit gebied. Misschien wel de belangrijkste broedvogel voor de streek is de Nachtzwaluw - in de volksmond "geitemelker" genoemd - waarvan het bestand in de provincie Antwerpen gedurende de voorbije decennia dramatisch is geslonken. Zo verdwenen vermoedelijk ten gevolge van villabouw de laatste paartjes uit 'landelijke' gemeenten als Kapellen, Sint-Job-in-'t-Goor, Schilde, 's Gravenwezel, Brecht en recenter zelfs uit Bouwel en Herenthout. In Herentals-Lichtaart daalde het aantal broedgevallen van 12 in 1979 tot 2 in 1991. Voornaamste oorzaken hiervan zijn de toenemende recreatiedruk en biotoopverlies. Nachtzwaluwen vestigen zich namelijk vrijwel uitsluitend in overwegend droge, zandige streken, vaak op heuvelende of licht glooiende duinterreinen met heide en jonge opslag van dennen of berken. Essentieel voor hun voedselopname is de aanwezigheid van voldoende open onbegroeide plekken, waar zij het in de schemering op grote vliegende insecten (nachtvlinders, langpootmuggen en kevers) hebben gemunt (Matthé, 1982). Het ligt dan ook voor de hand dat het aanleggen van Corsicaanse - dennenplantages in open heidevelden nefast is voor het overleven van deze geheimzinnige vogelsoort.

Landschappen ten zuiden van de rijksweg Herentals-Lichtaart De Schoutenheide sluit mooi aan bij het alluvium van de (rechtgetrokken) Kleine Nete, dat omwille van zijn vlak karakter bezwaarlijk tot de heuvelrug Herentals-Kasterlee kan gerekend worden. Het gebied wordt overheerst door een relatief klein, maar prachtig paraboolduin - in de volksmond "Galgenberg" genoemd - waarvan de vorm enigzins aan het oog wordt onttrokken door de denaanplantingen. Het ontstaan van dit stuifzandduin werd reeds uitvoerig belicht in het eerste hoofdstuk van dit artikel. De vorm komt in grote lijnen overeen met de door Gullentops (1957) omschreven paraboolduinen


31

M&L

^

^

Larflf^r^/mki"'"" VJ3.^"xX 1 • -^*«r = ^= L, l i j j l y i KH 1 ^ .Jjc^al è^ i

j a

==

^

De heuvelrug tussen Herentals en Lichtaart rond de Tweede Wereldoorlog (naar Helsen, 1948)

^

|

^

^

^

in Lommei en omgeving (onder andere de "Hoever Bergen"): de richting van de armen en de opening naar het zuidwesten, de hoogte (ongeveer 20 m), de buitenhelling van 20 tot 25 graden en de helling van de loefzijde van 4 tot 8 graden. Tussen de twee armen ligt de panne: dit is de deflatiekom waaruit het zand opwaaide in perioden dat de vegetatie degradeerde of vernietigd werd. volgens Goossens (1984) tijdens de koude Dryasperioden in het Tardiglaciaal (13). Aan de randen van de naakte zone, daar waar de begroeiing nog aanwezig was, ontstond aldus het paraboolduin. De deflatie stopte toen de zandbron meer en meer gefixeerd raakte door de toenemende vochtigheid in de panne, waar momenteel nog steeds een klein ven aanwezig is. Na haar ontstaan, tijdens het Preboreaal en Boreaal (Holoceen), bleef de kam het langst onderhevig aan verstuivingen. Het vrijgekomen zand van de top werd afgezet onder aan de helling van de lijzijde, waardoor deze verzwakte. Ook de regenerosie had een reële betekenis bij de herwerking van het duin.

Omgeving van de Snepkensvijver (eigen foto)

De benamingen "Schoutenheide" en "Galgenberg" hebben alles te maken met de historische achtergrond van de omgeving van de "Schoutenhoeve", die door Jacob Ryckewaert (1620-1648), schout te Herentals, werd gebouwd (Goris, 1975). In die periode stond(en) langsheen de Oude Kasterleessche baan, zoals gewoonlijk dicht bij de gemeentegrens, een (of meer) galg(en) (Helsen, 1948). In 1554 wordt tevens melding gemaakt van de "Galgendijk" (Swinnen, 1923), wat waarschijnlijk wijst op de ligging van de galg(en) op de verhevenheid naast de weg.

De Snepkensvijver en omgeving stemt overeen met het gelijknamig landschap, gerangschikt bij het Ministerieel Besluit van 2 juli 1990. Het kan ingedeeld worden in de Snepkensvijver zelf, het natuurreservaat en de omliggende gronden in privéeigendom. Bij de meeste natuurliefhebbers roept de Snepkensvijver het beeld op van de Kokmeeuwenkolonie en van wijlen J. Cuypers, medestichter en gedurende meer dan 30 jaar conservator van dit reservaat. Algemeen wordt aangenomen dat de Snepkensvijver, eertijds "Schoute Vijver" genoemd (de Ferraris, 1777), gelegen is in een oude duinpan. Vóór 1815, misschien zelfs al in de 17de eeuw, werd vanuit de zuidwestelijke hoek een 600 meter lange afwateringssloot gegraven, pal-recht naar de Kleine Nete. Hierdoor kon bij laag water in de Netevallei het water volledig uit de Snepkensvijver wegvloeien. Bij overstroming van de Nete kwam dan weer nieuw water langs die sloot binnen. Dank zij die afloop naar de Kleine Nete werd honderd en meerjaren geleden turf gestoken in de Snepkensvijver, werd vermoedelijk ijzererts uit de bodem opgehaald en kon hij zelfs voor een deel als lijnwaadblekerij gebruikt worden. Getuige hiervan zijn de rechtlijnige, twee meter brede panden, netjes gescheiden door een vaag spoor van grachten vertikaal uitlopend op een middensloot, die duidelijk zichtbaar waren in de droge zomer van 1976 (Cuypers, 1976). Vanaf ongeveer 1960 werd het waterpeil in de vallei van de Kleine Nete 'beheerst', werden de "waterzieke" gronden drooggepompt en werd de Kleine Nete 'ingedijkt' en rechtgetrokken, met het gevolg dat nooit meer water naar de Snepkensvijver zou toekunnen en dat het grondwaterpeil over geheel de omgeving ontstellend daalde, ook in de vennen en moerasgebieden.

LÜI

- .£•-•

V^lWCsT

miê* *ï| ^^Wr^ «


32

OJLAJÜJ I.Dopheide 2. Mannelijke katjes van de Boswilg 3. Klokjesgentiaan (eigen foto's)

De Snepkensvijver met omgeving (eigen foto)

M&L

In De Natuurreservaten van België (Noirfalise e.a., 1970) wordt de Snepkensvijver nog omschreven als "een der zeldzame nog bestaande natte heiden in het hart van de Antwerpse Kempen, tevens de grootste Kokmeeuwenkolonie van Europa met niet minder dan 20000 broedparen"! Waarschijnlijk is dit laatste cijfer lichtelijk overdreven en groeide de kolonie sinds haar vestiging rond 1940 uit tot hooguit 6000 broedparen. Het is helaas wel een feit dat door guanotrofie (12) de "zeldzame natte heide" veel van haar pluimen verloren heeft. Met veel geduld en wat geluk vind je in het oosten, tussen de Pijpestrootjebulten met Veenmos en Dophei nog enkele exemplaren Snavelzegge, Klokjesgentiaan, Veenpluis en/of Ronde zonnedauw, maar Moeraswolfsklauw, Kleine zonnedauw en Bruine en Witte snavelbies - nog vermeld door De Blust en anderen in 1975 - zijn ondertussen volledig verdwenen. De massale aanwezigheid van Gagel op en aan de westelijke oevers van het ven heeft eerder met verlanding te maken. De avifauna omvat, naast de weinig ontzienende Kokmeeuwen, nog enkele zeldzamere broedvogels

zoals de Geoorde fuut (onregelmatig), Dodaars, Slobeend, Wintertaling, Tafeleend, Waterral, Blauwborst en Bonte Vliegenvanger. Sinds 1975 (De Blust e.a.) verdwenen alvast de Zwartkopmeeuw (uitgeweken naar 't Zwart Water), de Wulp en de Sprinkhaanrietzanger. De omgeving van de Snepkensvijver, het privégedeelte van het gerangschikt landschap, kan op haar beurt verdeeld worden in een oostelijk en een westelijk gedeelte. Het oosten van de Platgoordreef bestond oorspronkelijk uit landbouwgebied met een lineaire structuur, ingevuld met wegen, bomenrijen en Zomereikenkanten, waarvan nu nog een aantal uitgegroeide vormen merkbaar zijn. Op de oudere kadasterplannen werden de meestal rechthoekige percelen van 1 tot 2 ha aangeduid als "Binnenblokken" en "Blokjes". Sinds de eeuwwisseling werden ze stelselmatig beplant met diverse boomsoorten (Japanse en Europese larix. Fijnspar, Grove en Corsicaanse den, Amerikaanse eik, Zomereik, Haagbeuk, Robinia, Tamme kastanje enz...), zodanig dat het geheel een parkachtig karakter kreeg met vooral in het noordoosten nog enkele weiden en akkers (Van der Vennet, 1984). Het westelijk gedeelte bestaat hoodzakelijk uit duinruggen met naaldbos en/of droge heide en vennen met namen als het Platgoor, het Klein Moerven en het Zwart Water. Hun vegetatie kan, naar analogie met de Snepkensvijver, gerekend worden tot het Gagelstruweel en de Dopheide-associatie, hoewel de meeste vennen dichtgegroeid zijn met Knolrus, vooral door de guanotrofie en de laatste jaren ook door de aanhoudende droogte. De Elzen- en Wilgenhroekhossen ten zuiden van de "Oude Kasterleessche haan" -ook "Heirbaan" genoemd - kunnen apart beschouwd worden. In deze enclave liggen nog enkele oude Netearmen met oeverbeplanting van Zomereik; enkele percelen


ML Nr. 56 Bijlage bij M&Ln/2 maart-april 1992

Kerkhof van Laken (foto M.M.C.)

BINNENKRANT


M&L den tot in 1843, en brachten in 1836 ter gelegenheid van een kuisbeurt nog een nieuwe clairon bas en hautbois sup aan. Vanaf 1845 tot in de jaren 1970 wordt het orgel onderhouden en op gezette tijden ook aangepast of verbouwd door mindere goden in het vak.

Restauraties HET GERESTAUREERDE ORGEL IN DE MARIA HEMELVAARTKERK TE WINKSELE-HERENT Kort na het verschijnen van het boek Orgels van Vlaanderen, kwam de restauratie van het orgel in de Maria Hemelvaartkerk te Winksele-Herent in gereedheid, waarmee een nummer 37 wordt toegevoegd aan de lijst van 36 met subsidie van het Vlaams Gewest gerestaureerde orgels. Een welkome gelegenheid dus om dit merkwaardig instrument even in de kijker te stellen. Het orgel te Winksele kende een bewogen maar alsnog niet geheel te ontwarren geschiedenis. Het Liber Memorialis van de parochie meldt dat het werd aangekocht in 1789 voor de som van 626,12 gulden uit de kerk van Elewijt. In 1784 werd immers te Elewijt een orgel te koop aangeboden met 9 registers, samen met de orgelkast en toebehoren. Het is heden nog niet precies te achterhalen of het orgel geheel of gedeeltelijk uit de kerk van Elewijt afkomstig is, en evenmin bestaat er afdoende verklaring voor het feit dat thans te Elewijt een orgel staat waarvan het grootste deel van het meubel uit de 17de eeuw dateert en het instrument zelf vernieuwingen zou ondergaan hebben omstreeks 1742-1749 door J.H. De Boeck uit Brussel en in 1780 door J. Smets, eveneens uit Brussel. De overplaatsing van het orgel en de opbouw in de kerk te Winksele, draagt de signatuur van Joannes Smets, orgelmaker te Brussel. Het dispositiepatroon, zoals blijkt uit de winlade van 1789, is duidelijk van de hand van J. Smets. Wat het meubel te Winksele betreft, maakte hij gebruik van elementen, die uit het midden van de 18de eeuw zouden dateren, en blijkens de windlade uit 1789 bleek het orgel opgezet als een 4-Voets-instrument. De orgelmakers Smets Joannes en Stefanus hebben het orgel onderhou-

In 1845 wordt een P. Vangele als stemmer gesignaleerd. In 1852 komt Merklin-Schütze uit Brussel een nieuwe magazijnbalg plaatsen, en vernieuwt tevens het klavier. Maar Merklin doet meer dan dat: het orgel wordt ook gekuist, gerepareerd en het hele binnenwerk met het meubel wordt naar het atelier te Brussel gevoerd waar het de nodige aanpassing van een 4-Voets naar een 8-Voets-werk ondergaat. Toen reeds had men het al moeilijk met de rococo-aard van het orgel; de cymbale, bestaande uit kleine pijpen was tevoren reeds buiten gebruik gesteld. In 1861 gaat het onderhoud over in handen van Leonardus Drijvers, die de tevoren buiten gebruik gestelde cymbalen verwijdert. Onder zijn handen wordt het klankbeeld nog wat verder omgebogen in de richting van de romantiek: vele pijpen worden te scherp van klank bevonden en zo werd het pijpwerk door het aanbrengen van kernsteken en beledering op de tongen, om het met de woorden van het Liber Memorialis te zeggen, van een "geheelen gemolen klank" voorzien. Het onderhoud van Drijvers duurt tot in 1872.

Vanaf 1874 gaat het onderhoud over in handen van August Verhulst, orgelmaker te Herent. Deze grijpt nog verder in het klankbeeld in door een romantische aanpassing door te voeren met de plaatsing van een Flüte harmonique 8' (gemaakt uit omgevormd oud pijpwerk), en een nieuwe Viola 8' te plaatsen. Zijn werkzaamheden duren tot in 1902. Daarna zijn niet veel namen en werken meer bekend, behalve de activiteiten van de familie Van De Loo uit Leuven: Hubert Van De Loo in 1939 en 1947 (plaatsen van een ventilator) en August Van De Loo in 1965. De toestand van de dispositie en het meubel, die tot vóór de uitvoering van de restauratiewerken in 1988 werd aangetroffen, was in grote lijnen de uitbreidingstoestand die MerklinSchütze realiseerde. Ten behoeve van een 8-voets-inhoud moest de bovenkast uitgehoogd en verbreed worden om plaats te bieden voor een Montre 8 voet. Tevens moest het meubel, om een grotere inhoud te kunnen bergen, dieper gemaakt worden; deze uitbreidingen gebeurden in grenen- en vurenhout en andere zachte houtsoorten van minderwaardige kwaliteit. Gedeelten van de oude eiken meubelstructuur bleven vooral in de voet in brokstukken bewaard. De nieuwere grenen gedeelten, met eikimitatie overschilderd, waren bijzonder slecht geconstrueerd, en overigens zwaar door vermolming aangetast. Uit die aanpassing en vergroting vooral van de bovenkast vloeide een vormgeving voort die gekenmerkt bleek door wanverhoudingen van hoogte, breedte en diepte, en van de onder- en bovenkast ten overstaan van elkaar. Een schamel in de breedte uitgewerkt loos positieffront moest de wanverhouding visueel wat bijcorrigeren. In 1979, toen het orgel niet veel anders meer voortbracht dan gezucht en gekreun, werd orgeldeskundige Gabriël Loncke aangesteld, die een restauratieplan opstelde dat uitging van sanering van de bestaande toestand door verwijdering van de romantische stemmen en invulling van het dispositiepatroon van vóór 1843, nog steeds uitgaande van de 8-voetsstructuur. Omdat een beter zicht op de werkelijke dispositie-structuur niet mogelijk bleek, gelet op het feit dat het orgel voor de eredienst in gebruik moest blijven en ontmanteling van de windlade niet mogelijk was, werd er

B I N N E N K R A N T


M&L verdeeld in bas en diskant, en de inbouw van de solo-karakterstem Hautbois 8 sup..

van uitgegaan de zo gegroeide vormgeving van het meubel te behouden. Het dossier werd in die vorm goedgekeurd en aanbesteed. De orgelmaker Jean-Pierre Draps uit Kortenberg verwierf de opdracht in 1985. Toen op 1 november 1988 de uitvoering van de restauratiewerken startte, en de opvolging van de uitvoering inmiddels door de Kerkfabriek overgedragen werd aan de orgeldeskundige Jozef Braekmans, bleek bij de ontmanteling van de windlade al vlug dat de oorspronkelijke dispositie-invulling op de J. Smets-lade niet van een 8-voets prestant, maar van een 4-voets-prestant in het front uitging, en dat een montre 8 was toegevoegd door verwijdering van de tierce en verplaatsing van een aantal stemmen. De dispositie vertoonde het geijkte laat 18de-eeuwse patroon met de karakteristieken van de orgelmakers Smets uit die periode, namelijk de Cornet van 4 koren, de aanwezigheid nog steeds van een Sesquialter

•

Bij de montage kwam men plots oog in oog te staan met een bijzonder zwaar verminkt, slecht hersteld en onderhouden, en door elkaar gehaald pijpenbestand, waarin onder de labiaalstemmen inderdaad ouder pijpwerk te vinden was van vóór J. Smets, vermoedelijk eind 17de eeuw, begin 18de eeuw. Dit zou het pijpwerk geweest zijn dat aangekocht werd vanuit Elewijt. Het onderzoek van dit oude pijpenmateriaal, dat gelet op de geruïneerde en verwarde toestand veel hoofdbrekens heeft gekost om er terug een logische volgorde en mensuuropvolging in te krijgen, gaf echter geen auteurschap prijs, maar liet wel toe tot een zinvolle wedersamenstelling van de grondstemmen, alikwoten en cornet over te gaan. De mixturen echter bleken bepaald door het resterend pijpwerk van J. Smets, terwijl de tongstemmen geheel aan orgelmaker Smets kunnen toegescheven worden. Door de bijzonder slechte constructie en de ernstige aard van beschadiging, bleek geen enkele frontpijp een behoorlijk klankresultaat te kunnen opleveren, hetgeen noodgedwongen moest leiden tot volledige vernieuwing van het front.

Toestand vóór restauratie

• Door deze onvoorzienbare omstandigheden, en helaas ook door een zekere onderschatting van de verwarde verbouwingstoestand in het oorspronkelijk restauratieontwerp, bood zich maar één enkele verantwoorde restauratieoptie aan, namelijk de terugkeer naar de exacte dispositie-invulling op de windlade, zoals ze door orgelmaker Smets georganiseerd was, wat mede voor het meubel een terugkeer inhield naar de proporties van een 4-voetskast. Deze optie bracht mee dat een dossier meerwerken moest worden ingevoerd ten aanzien van het meubel en de frontpijpen, die volledig vernieuwd moesten worden. De meerwerken werden door het Vlaams Gewest niet gesubsidieerd. Met grote zorgvuldigheid werd aan de hand van identifieerbaar pijpwerk een coherent mensurenplan opgesteld. Zelden is het voorgevallen dat oud pijpwerk zo diepgaand moest worden gerestaureerd. Voor het restauratiewerk aan het pijpwerk, deed orgelrestaurateur J.P. Draps beroep op het in herstel van historisch pijpwerk gespecialiseerd atelier van Gh. Potvlieghe te Ninove. Hieronder volgt een overzicht van de dispositietoestand vóór de restauratie, deze voorzien in het bestek van G. Loncke, en de nieuwe toestand die door orgeldeskundige Braekmans, met medewerking van het Bestuur Monumenten en Landschappen vanuit de ladestructuur kon worden afgeleid.

Bestek van G. Loncke

Nieuwe gereconstrueerde toestand

Cornet IV Montre 8' Bourdon 8' Doublette 2' Prestant 4' Flüte 4' Nasard 3'

Cornet IV (4',3',2', 13/5') Prestant 4' Bourdon 8' Doublette 2' Flüte 4' Nazard 3' Tierce 13/5'

Sesquialter II bas. & sup. Fourniture III Cymbale II Trompete 8' Clairon 4'bas Hautbois 8'sup.

Sesquialter II bas. & sup. Fourniture III Cymbale II Trompet 8' Clairon 4'bas Hautbois 8'sup. Tremulant (inliggend) Manuaalomvang: C-f"; (of 54 toetsen) Geen pedaal

(cfr. lade-indeling) Open plaats Montre 8' Bourdon 8' Doublette 2' Prestant 4' Flute douce 4' Flüte harmonique 4'sup Viola 8'bas & sup. Fourniture lil Open plaats Trompette 8' Clairon 4'bas Hautbois 8'sup.

B I N N E N K R A N T


De reconstructie van de mixtuursamenstelling levert het volgende beeld op:

1 1/3' 4/5'

cis' 2 2/3' 13/5'

Fornlture:

C 1' 2/3' 1/2'

cis 11/3' 1' 2/3'

cis' 2' 11/3' 1'

g' 2 2/3' 2' 1 1/3'

cis" 4' 2 2/3 2'

Cymbale:

1/2' 1/3'

2/3' 1/2'

1' 2/3'

11/3' 1'

2' 11/3

Sesquialter:

c

Spijts de moeilijke en verwarde toestand van het instrument, die zeker niet bij een eerste aanblik uitzicht bood op een coherent en karakteristiek klankbeeld, heeft deze op 5 september 1991 beëindigde restauratie een goed samenhangend en zeer persoonlijk klankbeeld opgeleverd, dat voor het eerst in Vlaanderen boeiende aspecten ten gehore geeft van de weinig bekende orgelmakers Smets uit Brussel; zij zijn op vele plaatsen in en rond de hoofdstad werkzaam geweest, maar van hun werk en vooral van hun nieuwe orgels is weinig overeind gebleven. Het eng gemensureerde oudere pijpwerk met zijn directe, niet omfloerste toonspraak, samen met de zeer eng gemensureerde mixturen in de Smetsstijl, brengen een spits tintelend, helder en doorzichtig klankpalet tot stand, dat het moderne oor letterlijk tot aandacht prikkelt. Het presenteert zich met een snedig karakter, zonder agressie, maar duidelijk niet met de omfloerstheid die wij van bepaalde rococo en post-rococo orgels gewoon zijn geraakt, en ten onrechte overigens, te gemakkelijk willen veralgemenen naar die gehele orgelbouwperiode die ons voert tot op de drempel van de romantiek. Ook de tongwerken hebben iets van die snedige doorzichtigheid die ons wat aan Spaanse tongwerken doet denken; ze versmelten prachtig met de labiale grondstemmen, en brengen door hun opgerende, brede en tegelijk dunne tongen een karaktertrekje in ons Vlaamse orgellandschap dat aanleunt bij de Luikse orgelfactuur van Le Picard en Robustelly. Vooral de Hautbois 8' sup. is een fraaie en karakteristieke melodiestem. In de architectuur van deze sfeervolle oude kerk presenteert het orgelmeubel

zich terug in goede proporties; er is terug evenwicht gekomen in de verhouding tussen boven- en onderkast. Ook al is er in zijn bestaan te Winksele nooit een algehele stijleenheid in het meubel te vinden geweest, voldoende coherentie is er wel, zodat de sierelementen uit diverse stijlperiodes hun eigen geschiedkundig accent mogen plaatsen. Het orgel te Winksele is een briljant en fraai klinkend orgel, het resultaat van een zeer complexe en moeilijke restauratie; door zijn bijzondere aard trekt het de aandacht op de grote diversiteit en rijkdom in constructie en klankgevingsvormen die in deze ogenschijnlijk uniforme orgelbouwperiode te vinden zijn. A. Fauconnier

Buitenkrant HET BESTUUR MONUMENTEN EN LANDSCHAPPEN EN DE REGERINGSVERKLARING VAN DE VLAAMSE EXECUTIEVE Het jaar 1992 is nog maar pas begonnen en toch is het Bestuur Monumenten en Landschappen reeds aan zijn vierde gemeenschapsminister toe. Gemeenschapsminister Louis Gustaaf Waltniel nam ontslag op 7 januari 1992. Zijn bevoegdheden inzake

monumenten- en landschapszorg gingen dezelfde dag over naar gemeenschapsminister Patrick Dewael. Na diens ontslag op 22 januari werd gemeenschapsminister Theo Kelchtermans bevoegd voor monumenten en landschappen maar ook niet voor lang want deze bevoegdheid werd op 30 januari 1992 uiteindelijk nog eens overgedragen aan gemeenschapsminister Johan Sauwens. Het bestuur Monumenten en Landschappen had reeds op 17 december 1991 de gelegenheid om tijdens diens afscheids-persconferentie gemeenschapsminister Louis Gustaaf Waltniel te danken voor wat tijdens zijn beleid inzake monumenten- en landschapszorg werd verwezenlijkt. De brochure die toen over zijn beleid werd gepubliceerd is nog verkrijgbaar. In de regeringsverklaring van de Vlaamse Executieve, voorgelegd aan de Vlaamse Raad op 30 januari 1992, staat vermeld: "De monumentenzorg zal meer aandacht krijgen en inzake landschapszorg zal een decretaal initiatief worden genomen (....). Het nieuwe beleid zal een einde maken aan de versnippering van middelen en bevoegdheden (...). Het regeerakkoord van de Vlaamse regering dat op 28 januari 1992 werd goedgekeurd door de onderhandelaars somt krachtlijnen en prioriteiten op van het beleid van de Vlaamse regering. Inzake monumenten en landschappen vermeldt het regeerakkoord: "De valorisatie en promotie van ons landschappelijk, monumentaal en archeologisch patrimonium zal onverminderd verdergezet worden. Inzake landschapszorg zal een decretaal initiatief worden genomen. De kustduinen zullen een decretale extra-bescherming krijgen. De Vlaamse regering zal bij voorrang de zin voor het esthetisch en het cultureel erfgoed aanmoedigen. Architectuur en vormgeving moeten een plaats verwerven in het cultuurbeleid. Monumenten zijn getuigen van een cultuur. De Vlaamse regering zal het creëeren en het in praktijk brengen met inspraak van de bevolking, van een functionele en kwaliteitsvolle architectuur voor sociale woningbouw en stadskernrenovatie aanmoedigen".

B I N N E N K R A N T


M&L 5 De regeringsverklaring en het regeerakkoord bevatten overigens ook nog algemene bepalingen die de monumenten- en landschapszorgers nauw aan het hart liggen zoals: - De Vlaamse administratie zal zich ten dienste stellen van de burger door meer openheid, efficiëntie en doorzichtigheid; - De strijd tegen de bureaucratisering; - Een geïntegreerd beleid inzake milieu, ruimtelijke ordening en verkeer dat zich inpast in het begrip "duurzame ontwikkeling" met prioriteit voor preventie, een maximale bescherming van de open ruimte (....); - In het bijzonder zal de Vlaamse Regering de inzet en de deskundigheid van de Vlaamse ambtenaren volledig valoriseren; - Opdrachten die alle nut verloren hebben moeten worden geschrapt; - Een grotere rol van de administratie bij de beleidsvoorbereiding; - Een meer herkenbare, klantgerichte en efficiënt beheerde overheidsdienst, waarbij alle elementen van bureaucratie worden afgebouwd; - Het administratief toezicht dat door de hogere overheid op de gedecentraliseerde besturen uitgeoefend wordt dient in haar procedure vereenvoudigd en waar mogelijk verkort worden.

1

• i ;

^^pmm, ^x^H ^irwiSk ^S|%V

j %1 : 1 J I | l

^|

ii

i

;

\ 1 j 1 j

H •/

^HtüJ^F

^ V V ^L ^L ^H É9 ^ ^ M

.IMHW-

fl ^H ^Ê

•^.J

•^

iMÊ

Tot zover de intenties van de nieuwe Executieve. j De nieuwe gemeenschapsminister j maakte een alleszins opvallende ntrede in de monumenten- en landschapszorg door een aantal belangrijke beschermingen op gang te 1 srengen - zoals de "Concess/e"in \ <lemskerke (De Haan) - en te beginnen met enkele belangrijke restauraties zoals de Sint-Bernardusabdij in Hemiksem.

Curriculum v i t a e v a n d e j gemeenschapsminister : Johan Sauwens j geboren te Sint-Truiden op 14 maart 1951 j Leterweg 66 - 3740 Bilzen j el.: 011/41.78.34. Gehuwd met Mimi Festjens \ kinderen: Bart, Pieter en Karel j Werkadres: i Wvokantenkantoor Sauwens-Maurissen-Gerkens-Raskin j Klokkestraat 31 - 3740 Bilzen Tel.: 011/41.24.28 i Mvokaat \ Huidige politieke mandaten: 1 Volksvertegenwoordiger Gemeenschapsminister van Verkeer, De Vlaamse regering zal de mogelijkBuitenlandse Handel en heden en maatschappelijke Staatshervorming met ingang van opportuniteiten voor alternatieve 30 januari 1992 financieringswijzen bij nieuwe invesj teringen onderzoeken. Gewezen lid van de: Commissie Infrastructuur (Kamer De afhandeling van de betalingsvan Volksvertegenwoordigers) dossiers zal op een meer efficiënte en i en de commissie (Vlaame Raad): snellere wijzer georganiseerd worden i Binnenlandse Aangelegenheden en inzonderheid door het inkorten van de j Taaldecreet-wetgeving (Plaatsadministratieve procedures. vervangend) Ook zal de Vlaamse regering ervoor waken dat het huisvestingsbeleid maximaal aansluit bij het beleid inzake stadsvernieuwing en strijd voeren tegen leegstand en verkrotting (....) (ondermeer) door het afschaffen van de vrijstelling van onroerende voorheffing bij het niet betrekken van een woning. Er zullen voldoende budgettaire middelen worden vrijgemaakt voor ondermeer een selectief aankoopbeleid van natuurgebieden, het sluiten van beheersovereenkomsten met landbouwers, herbebossing, ontwikkeling van milieuvriendelijke landbouwmethoden en voor de uitbouw van regionale landschapsparken.

- Ruimtelijke Ordening (Plaatsvervangend) • Huidige partijfuncties: - Lid Partijbestuur V.U. - Lid Arrondissementeel Bestuur en Arrondissementele Raad HasseltSint-Truiden.

Gevolgde studies: i Licentie Rechten-KUL (1975)

1

i Professionele loopbaan: j -Advokaat-stagiair (1975-1977) ^ f | -Advokaat(1978)

Ii

\ i : 1 1 i j 1 i I j 1 1 I j 1 : \

!

1\ 1

i i

Politieke loopbaan: - Nationale Voorzitter Volksunie Jongeren (1976-1979) - Gemeenteraadslid Bilzen (1977-) - Provincieraadslid Limburg (1977-1985) - Fractieleider V.U. Provincieraad Limburg (1979-1985) -Burgemeester Bilzen (1983-13 juni j 1989) 1 - Voorzitter V.U.-Limburg (1984-1988) i - Volksvertegenwoordiger Arrondissement Tongeren-Maaseik j (1985-1987) - Gemeenschapsminister van Openbare Werken en Verkeer (1988-1992) - Gemeenschapsminister van Verkeer, j Buitenlandse Handel en Staatshervorming (1992-) E. Goedleven ^m

\ NATUUR 2 0 0 0 - NATUURj STUDIE-EN WERKKAMPEN j V O O R JONGEREN De Vlaamse Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubehoud, Natuur • 2000, is een vereniging voor jongeren van 8 tot 25 jaar. Alle leden werken intensief mee aan talrijke activiteiten in : verband met milieu en natuur. Zo is er jaarlijks een lange reeks van kampen en excursies, voert men acties voor het behoud van de leefomgeving, worden er diavoorstellingen en filmavonden gegeven en sluit de vereniging in december haar werkjaar af op een groot nationaal Congres. Allemaal erg boeiend, zelfs voor de allerjongsten, want voor deze 8 tot 12-jarigen bestaat een aparte "kiemwerking".

\

j

\ 1 j j 1 j j j

\ \

I B 1 N N E N K R A 1MT

|


M8d

6

i

• Tijdens de komende weekends en schoolvakanties heeft Natuur 2000 een ruim vakantiepakket in petto. Voorkennis is niet vereist, wel een stevige interesse voor al wat groeit en bloeit! 1 - 3 juli: heideweekend Kalmthout Jaarlijks terugkerend natuurstudiekamp op de heide: zonnedauw, nachtzwaluw, libellen en de overige heideflora en -fauna. Vervoer: groepsreis met de trein. Verblijf in tenten. Prijs: 800,-fr. Vanaf 12 jaar. 1 - 5 juli: Treignes Studie van de kalkgrashellingen in de Viroinvallei, één van de mooiste en waardevolste natuurgebieden van België (onder meer door de Orchideeën). Vervoer: groepsreis met de trein. Verblijf in een oud station. Prijs: 2.500,-fr. Vanaf 12 jaar. 7-23 juli .Slowakije Bezoek aan twee beroemde Slowaakse natuurparken: Mala Fatra en Karpaten, gekend door hun ongereptheid en hun talloze zeldzame. endemische planten en dieren. Vervoer: groepsreis. Verblijf in chalets. Prijs: nog te bepalen. Vanaf 14 jaar. 25-29 juli: Werkkamp Oude Landen Ook dit jaar wordt een handje toegestoken bij het beheer van de Oude Landen, het laatste stukje authentieke Scheldepolder. Vervoer: eigen vervoer. Verblijf in chiro-lokaal. Prijs: 700,-fr. Vanaf 12 jaar. 1-5 augustus: Werkkamp Zwarte Beek Maai- en hooiwerk in de vallei van de Zwarte Beek, een waardevol biotoop met een unieke flora en fauna. Vervoer: groepsreis met de fiets. Verblijf in kamphuis. Prijs: 850,-fr. Vanaf 14 jaar. 7-9 augustus: Werkweekend Fort Oelegem Zoals altijd werk zat in Fort Oelegem, het biologisch schatteneiland van de Antwerpse Voorkempen. Vervoer: groepsreis met de fiets. Verblijf in Fort zelf. Prijs: 500,-fr. Vanaf 14 jaar. 10 -14 augustus: Cap Gris Nez Studie van de rotskust van Cap Gris Nez en Cap Blanc Nez, zeevogels. zeeorganismen en fossielen.

Vervoer: groepsreis. Verblijf in kamphuis. Prijs: 4.500,-fr. Vanaf 12 jaar. 15 - 21 augustus: vaarkamp Waddenzee Een wetenschappelijk verantwoorde cruise op een authentiek tjalk vanuit Stavoren. Een betere gelegenheid om de Waddenzee te bestuderen bestaat er niet. Vervoer: groepsreis. Verblijf op tjalk. Prijs: 8.000,-fr. Vanaf 14 jaar. 16-20 en 20-24 augustus: Kiemkampen op Schiermonnikoog Twee toffe kampen voor jongeren van 8 tot 12 jaar op het Nederlandse eiland Schiermonnikoog. Je komt ogen en oren te kort 1 Vervoer: groepsreis met de bus. Verblijf in kampeerboerderij. Prijs: 3.500,-fr. 24 - 30 augustus: Nazomerkamp op Schiermonnikoog Een kamp dat je gewoonweg moet meegemaakt hebben. Reeds voor de twaalfde maal gaat men naar dit waddeneiland: pikslikken, HVP-tellingen, wadopnames. Vervoer: groepsreis met de bus. Verblijf in kampeerboerderij. Prijs: 5.500,-fr. Vanaf 12 jaar. 4 - 6 september: vleermuizenweekend Studie van het nachtdier bij uitstek. de vleermuis, in het eigen reservaat: het Fort van Oelegem. Vervoer: groepsreis. Verblijf in het Fort. Prijs: 650,-fr. Vanaf 12 jaar. 2 - 4 oktober: zeevogeltrekweekend De meest vooruitspringende kaap van Frankrijk (Cap Griz Nez) is uitstekend geschikt om de zuidwaarts trekkende zeevogels te observeren. Vervoer: groepsreis. Verblijf in kamphuis. Prijs: 1.500,-fr. Vanaf 12 jaar 9-11 oktober: herten-bosweekend Studiekamp rond zoogdieren en het bosbiotoop. Vervoer: groepsreis. Verblijf in een oud station. Prijs: 1.250,-fr. Vanaf 12 jaar. 17-18 oktober: bosweekend kiemwerking Tijdens dit weekend voor de jongeren van 8 tot 12 jaar, in het Zoerselbos,

• kom je alles te weten over paddestoelen, vogels en bomen. Vervoer: eigen vervoer. Verblijf in jeugdherberg. Prijs: 900,-fr. Vanaf 8 jaar. 3 - 6 november: Texel Ook op dit waddeneiland zijn er in de herfst nog allerlei vogels te zien. Vervoer: groepsreis. Verblijf in kampeerboerderij. Prijs: 2.100,-fr. Vanaf 12 jaar.

=

'i

26 - 29 december: Congres Sluitstuk van 1992 en aanloop naar 1993. Vergaderingen worden afgewisseld met natuurfilms, voordrachten en excursies. Vervoer: groepsvervoer. Verblijf in Congrescentrum. Prijs nog te bepalen. Vanaf 12 jaar. A/ato-2000 kan bovendien nog de weg wijzen naar tal van kampen die bevriende jeugdorganisaties voor natuurstudie en natuurbescherming in Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Scandinavië, Italië, Tunesië,... inrichten voor jonge Vlaamse natuurexplorators-in-de-dop.

j

^m Wie meer inlichtingen wenst over deze kampen en weekends kan steeds contact opnemen met het nationaal secretariaat van Natuur 2000, Bervoetstraat 33,2000 Antwerpen, tel.: 03/231.26.04. Dit secretariaat is dagelijks open van 9.00 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 18.00 uur, vaak ook later.

BOOMS STEENBAKKERIJMUSEUM Naast de dagelijkse rondleidingen voor scholen en verenigingen organiseert het Ecomuseum en Archief van de Boomse Baksteen ook geleide wandelingen op zondagnamiddag. Dit initiatief biedt de individuele bezoeker de mogelijkheid onder begeleiding van een gids een bezoek te brengen aan het Booms steenbakkerijmuseum. Het Sooms steenbakkerijmuseum is een openluchtmuseum dat alle gebouwen, materialen en werktuigen

B 1 N N E N K R A rJT

|

j

|


M8d 7 * Jongeren: projecten in voornoemde domeinen, die opgezet werden door jongeren onder de 18 jaar, alleen of onder toezicht van een volwassene. Alle kandidaturen worden voorgelegd aan een jury, die samengesteld is uit personaliteiten uit de wereld van natuurbescherming en patrimoniumbehoud. Per categorie wordt een winnaar gekozen, die een trofee en een cheque van 150.000,-bfr. ontvangt. Enkel in de categorie "Jongeren"wordt de Prijs opgesplitst in 100.000,-bfr voor de laureaat en 5 aanmoedigingsprijzen van elk 10.000,-bfr. Naast deze geldprijzen worden ook een aantal eervolle vermeldingen toegekend. Boom: Steenbakkerij museum (foto P. De Niel)

bewaart in een historische en als monument beschermde steenbakkerijsite. Dit bezoek wordt gekoppeld aan een rondleiding in de steenbakkerij Lauwers. Hier worden nog steeds kleiaardeprodukten gebakken op ambachtelijke wijze, in paap- en klampovens.

Deze geleide bezoeken vinden plaats van 15 maart tot 29 oktober, elke zondag om 14.00 uur. Duurtijd van de wandeling is ongeveer 1 1/2 uur. Prijs: 50,-fr. per persoon kinderen -12 jaar onder begeleiding van ouders gratis Afspraak aan het museum, Noeveren 196,2850 Boom Alle inlichtingen op het secretariaat tel.: 03/888.15.58.

WEDSTRIJD V O O R HET BEHOUD VAN HET NATUUR- EN CULTUURPATRIMONIUM 1992 In 1992 wordt opnieuw de "Wedstrijd voor het Behoud van het Natuur- en Cultuurpatrimonium" georganiseerd. Dankzij de sponsoring van Ford Motor Company krijgen heel wat projecten een reële kans om zich te ontwikkelen en daardoor bij te dragen tot de valorisatie van het nationaal erfgoed.

Centraal staat eveneens de Europese dimensie van de Prijs. Hij wordt sinds 1987 met de steun van de Conservation Foundation en Ford Motor Company in 16 Europese landen georganiseerd. De wedstrijd staat open voor alle particulieren, groepen en verenigingen. Centraal staat de bevordering van initiatieven met betrekking tot de natuurbescherming en de valorisatie van het architectonisch, cultureel en artistiek erfgoed van België. De kandidaten moeten zich - vóór 1 augustus 1992 - inschrijven in één van volgende 4 categorieën: * Natuurpatrimonium: oprichten van natuurreservaten, natuurbouw, bescherming van natuurlijke waterlopen, moerassen en vijvers, refugia voor fauna en flora, aanleg en onderhoud van tuinen en parken, aanbrengen van beplantingen, enzovoort. ' Cuttuurpatrimonium: instandhouding en herwaardering van waardevolle (burgerlijke of religieuze) gebouwen en industrieel erfgoed. Renovatie van stads- en dorpsgezichten waarbij bijzondere aandacht kan gaan naar openbare ruimten die binnen deze ensembles gelegen zijn. Acties ten voordele van museumwerking, behoud van ambachten, archieven en manuscripten, kunstwerken, enzovoort. * Leefmilieu: projecten in het teken van de bescherming van het leefmilieu, grondstoffen- en energie besparing, strijd tegen vervuiling, recyclage enzovoort.

De jury kiest vervolgens de Nationale winnaar van de "Wedstrijd voor het behoud van het Natuur- en Cultuurpatrimonium" ó\e een bijkomende cheque van 200.000,-bfr. ontvangt en zijn land zal verdedigen op de Europese finale, waarin de nationale winnaars van de 16 deelnemende landen tegen elkaar uitkomen.

Voor meer inlichtingen: The Conservation Awards c/o Ford Motor Company (Belgium) N.V. Departement Public Relations Kanaaldok 200 2030 Antwerpen tel.: 03/540.27.42

ARCHEOLOGISCHE INVENTARIS VLAANDEREN In 1978 is het Seminarie voor Archeologie van de Universiteit Gent gestart met een zo volledig mogelijke inventarisatie van het archeologisch erfgoed in Vlaanderen. Het doel is een gegevensbank aanleggen die een uitgangspunt vormt voor 3 soorten activiteiten: de grondige opgraving en studie van wetenschappelijk belangrijke vindplaatsen, de reconstructie op regionale basis van de menselijke bewoninggeschiedenis vanaf de oudste tijden en een doeltreffende bescherming en beheer van het Vlaams archeologisch patrimonium.

B I N N E N K R A N T


M&L Dit arbeidsintensief onderzoek is gesteund op grondig veldwerk, met inbegrip van luchtfotografische kartering, aangevuld met alle mogelijke gegevens aangaande het voorhistorische en historische verleden van onze streken. Hierin zijn onder meer begrepen de informatie uit bestaande archeologische collecties, de beschikbare historische en heemkundige literatuur, oude kaarten en allerhande archiefdocumenten. Momenteel zijn reeds een 70-tal prefusiegemeenten, verspreid over gans Vlaanderen, bestudeerd. In samenwerking met de vzw Archeologische Inventaris Vlaanderen en met de steun van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap worden de afgewerkte gemeente-inventarissen geregeld gepubliceerd. Deze 200 a 350 bladzijden tellende, uitvoerig geillustreerde boekdelen omvatten naast een cataloog van vindplaatsen en de analytische studie van de archeologische voorwerpen, ook een eerste synthese van de bewoningsgeschiedenis in de betrokken gemeenten, aan de hand van de bodemvondsten. Als 14de band is zopas de studie over Mannekensvere, gemeente Middelkerke (West-Vlaanderen) verschenen. De door auteur Hans Mestdagh verzamelde gegevens werpen een totaal nieuw licht op de vroegste menselijke bewoningsgeschiedenis van deze kleine poldergemeente. Vooral de Gallo-Romeinse tijd, met de ontdekking van een nederzetting en een begraafplaats uit de Hoge Keizertijd (1ste-3de eeuw na Chr.), en de late middeleeuwen, gekenmerkt door een

verspreide bewoning in omwalde hoeven, komen goed uit de verf. Deze nauwgezette inventarisatie van de niet of nauwelijks gekende archeologische sites van Mannekensvere vormt opnieuw een basisinstrument voor het beleid inzake archeologische monumentenzorg in Vlaanderen. Zijn reeds verschenen in de reeks Archeologische Inventaris Vlaanderen: I Sint-Martens-Latem (F. Vermeulen) II Oostkerke-bij-Brugge (B. Hillewaert) III Laarne (E. Balthau) IV Eke (L, Bauters) V Moorsel (M. Pieters) VI Oelegem (J. Bungeneers) Vil Meilegem-NederzwalmHermelgem (J. Rommelaere) VIII Maarke-Kerkem (Ph. Grombé) IX Assebroek (K. Soers) X Erpe (K. De Groote) XI Waasmunster-Sombeke (K. Verlaeckt) XII Zaffelare (M. Kerrinckx) XIII Outryve-Bossuit (P. Lauwers) XIV Mannekensvere (H. Mestdagh) Is in voorbereiding: XV Wannegem-Lede (K. Braeckman) Al deze exemplaren kunnen besteld worden bij de vzw Archeologische Inventaris Vlaanderen, Woeringenstraat 81, 9000 Gent, samen met de storting van 600,-fr. (voor deel II: 1000,-fr.), portkosten inbegrepen, op rekening 447-0005731-30 van Archeologische Inventaris Vlaanderen.

\R< l l \ F O l O ( . l S ( l i f \ U M \ K I S Vi \ \ \ | ) ( KI N BandXB U.irt-.MoMd-inh Manru'k, ns\u.

WILFRIED GRAUWELSPRIJS VOOR VOLKSKUNDE 1992 De Leuvense Vereniging voor Volkskunde vzw maakt bekend dat de Wilfried Grauwelsprijs voor Volkskunde ter waarde van 50.000,-fr. in 1992 voor de zesde keer in november 1992 kan worden uitgereikt. Academici en nietacademici kunnen hun werk in drie exemplaren sturen aan volgend adres: Leuvense Vereniging voor Volkskunde, p.a. Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven, Blijde Inkomststraat 21, 3000 Leuven. Daar is tevens het reglement van deze prijs te verkrijgen.

VOOR TUIN- EN NATUURLIEFHEBBERS Zaterdag 27 en zondag 28 juni 1992 en zaterdag 18 en zondag 19 juli 1992, telkens van 10 u tot 18 u Toegang 100,-fr. (of 6 gulden), gratis voor kinderen tot 15 jaar De tuinen van Hex zullen dit jaar nogmaals geopend worden tijdens het rozenseizoen en dit uitzonderlijk gedurende twee weekends. De tuinen van Hex zijn tot stand gekomen dankzij één der laatste Prinsbisschoppen van Luik, Karel van Velbrück. Hij wenste het Kasteel, dat hij op deze bosrijke Haspengouwse heuvel had laten bouwen, te omringen en te verfraaien. Sinds meer dan 200 jaren hebben opeenvolgende generaties elkaar afgelost om deze tuinen met liefde te blijven onderhouden. De bezoeker kan er tijdens zijn wandeling langs de "Franse"tuinen, de Chinese tuin, de rozentuin, de moestuin en het romantisch Engelse park, zeldzame planten en bomen bewonderen.

B I N N E N K R A N T


M&L van de ministers verantwoordelijk voor het cultureel erfgoed.

Wet- en Regelgeving Thermische isolatie Bij besluit van de Vlaamse Executieve van 18 september 1991 (Belgisch Staatsblad van 18 maart 1992) werden minimum eisen opgelegd inzake thermische isolatie van woongebouwen. Aangezien het quasi onmogelijk zou zijn om die (strenge) eisen ook toe te passen op het verbouwen en/of uitbreiden van beschermde monumenten zonder de culturele waarden daarvan aan te tasten, bepaalt hel besluit uitdrukkelijk dat de gemeenschapsminister die voor de monumentenzorg bevoegd is uitzonderingen kan toestaan "bijgebouwen met uitzonderlijke architecturale waarde".

Nationale Loterij In het Koninklijk besluit van 20 februari 1992 (Belgisch Staatsblad van 13 maart 1992) tot bepaling van de doeleinden van openbaar nut waarvoor een deel van de winst van de Nationale Loterij wordt bestemd, staat onder meer vermeld: "9°; de instandhouding van de historische, artistieke en wetenschappelijke waarde van beschermde monumenten, landschappenengebouwen". M. Fierlafijn.

Een eerste conferentie vond plaats te Brussel in 1969 en was het begin van de werking van de Raad van Europa op het vlak van de Monumentenzorg, die in 1975 met het Europese Monumentenjaar een eerste hoogtepunt kende. De actie van de Raad van Europa richtte zich in de volgende jaren vooral naar de geïntegreerde monumentenzorg waarbij het monument niet langer als een geïsoleerd curiosum werd beschouwd maar een zinvol onderdeel werd van een leefbare omgeving. Het monument was niet meer op de eerste plaats een studie-object voor de historicus maar kreeg een belangrijke plaats in een toekomstgerichte ruimtelijke ordening op mensenmaat; wat zich vertaalde in de slogan: "een toekomst voor ons verleden". Het zou duren tot 1985 eer er een tweede Europese conferentie plaatsvond in Granada. De verworvenheden van vijftien jaar activiteiten voor het bouwkundig erfgoed van de Raad van Europa werden er samengevat in een Europees handvest dat in de vorm van de Conventie van Granada {Convention pour la sauvegarde dupatrimoine architectural de l'Europe) voor ratificering aan alle lidstaten werd voorgelegd. België is een van de weinige lidstaten die de Conventie van Granada nog niet ratificeerden. Zeven jaar later formuleerde de Raad van Europa tijdens de derde Ministerconferentie te Malta een nieuwe conventie voor de archeologie {Convention pour la protection du patrimoine archéologique). Ze werd tijdens de conferentie door een twintigtal landen ondertekend. Slechts een vijftal, waaronder België, tekenden niet.

Conferenties DERDE EUROPESE CONFERENTIE VAN DE MINISTERS VERANTWOORDELIJK VOOR HET CULTUREEL ERFGOED Op 16 en 17 januari vond te Malta de derde Europese Conferentie plaats

De conventie behandelt in grote lijnen volgende onderwerpen: - De conventie beoogt de bescherming van het archeologisch patrimonium, enerzijds als bron voor het Europese collectieve geheugen, anderzijds als instrument voor historisch en wetenschappelijk onderzoek. - Elk land dat de conventie ratificeert verbindt er zich toe in een aangepast wettelijk kader te voorzien voor:

het opmaken van inventarissen en het beschermen van archeologische monumenten of vindplaatsen; het afbakenen van potentieel belangrijke archeologische zones; het invoeren van een meldingsplicht voor vondsten. - De opgravingen moeten worden gereglementeerd en gecontroleerd. - De fysische bescherming van het archeologisch patrimonium moet verzekerd worden door aankopen en door maatregelen voor conservatie, zo mogelijk ter plaatse of indien die niet mogelijk is in aangepaste opslagplaatsen. - Het archeologisch onderzoek moet ingeschakeld worden in de planologie. De ruimtelijke ordening en plannen van aanleg moeten rekening houden met de archeologische sites, en deze beschermen en zo mogelijk ontsluiten voor het publiek. - De nodige middelen moeten beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk archeologisch onderzoek. - De rapporten van opgravingen moeten gepubliceerd worden. - De uitwisselingen van archeologen over de staatsgrenzen heen moet worden bevorderd. - Educatieve activiteiten moeten de publieke opinie sensibiliseren. - Onrechtmatig opgegraven patrimonium mag niet vervoerd worden en zeker niet aangekocht worden door openbare instanties. Na de ondertekening van de conventie werd het thema "archeologie in de sfad" besproken. Hierbij werd de aandacht gevestigd op het feit dat de Europese steden zonder uitzondering een schat aan archeologisch patrimonium in hun ondergrond bewaren. Bij grote werken moet men vooraf en tijdig opgravingen uitvoeren zodat verrassingen vermeden worden. Indien toch onverwachte elementen gevonden worden dan moeten de plannen desgevallend gewijzigd worden en moeten in ieder geval de nodige tijd en de nodige middelen voorzien worden om de archeologen in staat te stellen een volledig onderzoek door te voeren. Tot slot van de conferentie werden een aantal resoluties geformuleerd. Vooraf werd de moedwillige vernieling van het cultureel erfgoed door militaire operaties (bedoeld is Yoegoslavië) veroordeeld. Vervolgens werden nog drie resoluties geformuleerd.

B I N N E N K R A N T


M8d

10

• 1. Over de archeologie. Alle lidstaten van de Raad van Europa worden uitgenodigd om de conventie te ratificeren en desgevallend hun wetgeving aan te passen. De CDCC (Conseil de la cooperation culturelle) wordt uitgenodigd om: - een sensibiliseringscampagne op te zetten voor archeologisch patrimonium, met als thema het bronzen tijdvak. - een Europees netwerk voor opgravingen en archeologisch onderzoek uit te werken. - thematische activiteiten te organiseren, bijvoorbeeld rond aquaducten, antieke theaters en zo meer. - een vergelijkend onderzoek te maken over de stand van de archeologie in de lidstaten. - een meertalig lexicon met de archeologische terminologie op te stellen. 2. Over het institutioneel kader voor een Pan-Europese samenwerking inzake het cultureel erfgoed waarmee ook niet Europese regio's kunnen samenwerken. - Europese landen die nog geen lid zijn van de Europese culturele conventie moeten in de mate van het mogelijke betrokken worden bij sommige activiteiten van de Raad van Europa. 3. Over een Pan-Europees project voor het cultureel erfgoed. - Een bijzondere inspanning moet geleverd worden voor de vrijwaring van de culturele sites en de landschappen. - De bescherming van het cultureel erfgoed moet hand in hand gaan met een sociaal beleid van huisvesting en tewerkstelling. - Multinationale en interdisciplinaire ateliers moeten aan het werk gezet worden, bijvoorbeeld voor de actualisering van wetgevingen inzake de bescherming van het cultureel erfgoed en de stedebouw, de inventarisering en de mechanismen van de financiering. - Uitwisseling van kennis en informatie over de verwering en veroudering van materialen. - Een periodiek repertorium moet worden gepubliceerd over het beleid inzake het cultureel erfgoed. - Programma's voor de voorkoming en bestrijding van de onwettelijke handel in roerend cultureel erfgoed moeten worden opgezet.

>

- Het opzetten van een Europees netwerk voor restauratieambachten. - Beurzen voor uitwisseling van vakmensen en specialisten moeten voorzien worden. - Sensibilisering van Europese patrimoniumklassen, Europese reisroutes en open monumentendagen moeten de publieke opinie bij het cultureel erfgoed betrekken. - De oprichting van een Stichting Europees cultureel erfgoed (mogelijk ter vervanging van Pro Venetia Viva) moet onderzocht worden. 4. Over de financiering - Financieringsinstrumenten en juridische structuren voor alternatieve financiering van de monumentenzorg moeten worden op punt gezet. - Fiscale tegemoetkomingen over de staatsgrenzen heen dienen in de wetgevingen te worden opgenomen. - Een haalbaarheidsstudie voor een fonds voor het opzetten van pilootprogramma's in de landen van centraal en Oost-Europa moeten worden uitgevoerd.

1

•

1 ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ n

•

Beschefm nqen BESCHERMINGEN IN 1991 AALST Aalst Dorps- en Stadsgezichten Grote Markt 3: Het stadhuis met omgeving. 19/06/91 Oude Vismarkt - Burchtstraat: OudHospitaal met kapel en klooster met omgeving. 19/06/91 Monument Grote Markt 3: Het stadhuis. 19/06/91 Oude Vismarkt - Burchtstraat: OudHospitaal met kapel en klooster. 19/06/91 Gijzegem Dorps- en Stadsgezichten de omgeving van de kasteelhoeve, Dr. De Cockstraat 1.30/09/91

In de slottoespraak wees Mevrouw C. Labinière op het feit dat ingevolge de ontwikkelingen in centraal en OostEuropa voor het eerst in de geschiedenis ministers uit heel Europa samenkwamen om zich te beraden over het Europees cutureel erfgoed, samen met Canada en de Verenigde Staten, landen die ook een Europese culturele traditie kennen. Als belangrijkste opdrachten voor het behoud van het cultureel erfgoed beschouwde ze: 1. Een gezamenlijke bezinning over het beleid gericht op een geïntegreerde zorg voor het cultureel erfgoed. 2. De verwezenlijking van een doelmatige wetgeving. 3. Hulp aan de landen uit centraal en Oost-Europa. 4. Vorming van deskundigen vooral op het vlak van de restauratieambachten. 5. Het zoeken naar alternatieve vormen van financiering, waarbij op een creatieve wijze overheids- en privé-middelen gecombineerd worden in gemengde operaties.

ALVERINGEM

Ter afronding van de conferentie werd een kort bezoek gebracht aan Valetta, de huidige hoofdstad van Malta en de vroegere historische hoofdstad Mdina.

Monument Bolivarplaats 2, Emiel Banningstraat 58, Gijzelaarsstraat 69: het Zuidkasteel. 18/11/91

i

Monument Dr. De Cockstraat 1: het woonhuis. de schuur en de stallingen van de voormalige kasteelhoeve of "Neerhof". 30/09/91 J Dr. De Cockstraat 1: de inrijpoort met muur en poortgebouwen met brug van j het voormalig kasteel. 30/09/91

Alveringem Monument Fortem 39: brouwerij-mouterij "De Snoek" met brouwerswoning. 31/05/91

: ANTWERPEN Antwerpen Dorps- en Stadsgezichten Korte Ridderstraat 23: de Maesgang. 18/11/91

1 j

i E. Goedleven.

^m

l B 1 N N E N K R A rgi

|


M8d ii Brugge, tuinpaviljoentje Hoogstraat 28 (foto BML) • • Brugge, herberg Sasplein 2 (foto BML)

Wilrijk Monument Kasteel Schoonselhof met bijhorend neerhof (orangerie). 18/11/91 BEERSE Beerse Landschappen De Schrieken. 24/04/91 BERTEM Bertem Dorps- en Stadsgezichten De dorpskern rond de Sint Pieterskerk. 16/12/91 BIERBEEK Korbeek-Lo - Lovenjoel Dorps- en Stadsgezichten Domein Hotlat (ook te Lubbeek). 16/12/91 BOORTMEERBEEK Boortmeerbeek Dorps- en Stadsgezichten De onmiddelijke omgeving van de watermolen met molenaarswoning. 14/06/91 Monument Pastorijstraat 17: de watermolen en molenaarswoning. 14/06/91 BRUGGE Brugge Landschappen Het Meersengebied (ook te Oostkamp). 22/05/91 Monument Academiestraat 1.16/12/91 Beenhouwersstraat 24.16/12/91 Begijnenvest: de Poertoren. 16/12/91

Begijnenvest: de Minnewaterbrug. 16/12/91 Boeveriestraat 45: het SintGodelieveklooster. 16/12/91 Boeveriestraat 6.16/12/91 Boomgaardstraat 7: "De Candelaere". 16/12/91 Braambergstraat 14.16/12/91 Braambergstraat 17.16/12/91 Braambergstraat 34 "De Zwaan". 16/12/91 Burg 3: het Gouvernementspaleis. 16/12/91 Carmerstraat 84: de Kalvarle "'t Annaatje van 't Pitje", die zich bevindt aan de rechter zijgevel van het huis. 16/12/91 Dijver 7.16/12/91 Ganzestraat 28-30.16/12/91 Geldmuntstraat 26.16/12/91 Groenerei3.16/12/91 Heilige Geeststraat 3.16/12/91 Hoogstraat 17: "het gouden Schaeck". 16/12/91 Hoogstraat 28: het huis met tuinpaviljoentje en tuinmuren. 16/12/91 Hoogstuk61 .16/12/91 Jan Van Eyckpleinl 0.16/12/91 Jan Van Eyckplein 8: "De Roode Steen". 16/12/91 Korte Vuldersstraat 14: het huis en voormalig atelier. 16/12/91 Kuipersstraat 31-33.16/12/91 Langere! 1 .16/12/91 Langestraat 126.16/12/91 Minderbroederstraat 10.16/12/91 Molenmeers 30.16/12/91 Molenmeers 32.16/12/91 Molenmeers 34.16/12/91 Nieuwe Gentweg 53.16/12/91 Nieuwstraat 6.16/12/91 Oostmeers 9.16/12/91 Oude Burg 21: het huis met koetshuis. 16/12/91 Pandreitje 9: het poortgebouw van de gevangenis het Pandreitje. 27/09/91 Peperstraat 71: het achterhuis. 16/12/91

Philipstockstraat 5.16/12/91 Pieter Pourbusstraat 3: het huis en de vesten van de eerste stadsomwalling (1127-1128). 16/12/91 Pieter Pourbusstraat 7.16/12/91 Potterierei 78-79: het klooster (gedeelte). 16/12/91 Sasplein 2 : de herberg. 16/12/91 Sint-Amandstraat 7.16/12/91 Sint-Jacobsstraat 1 .16/12/91 Steenhouwersdijk 3.16/12/91 Steenstraat 18 "De Lelie". 16/12/91 Steenstraat 20 "In Slijpe". 16/12/91 Steenstraat 28 :"'t Lammetje". 16/12/91 Steenstraat 79.16/12/91 Vlamingstraat 17.16/12/91 Vlamingstraat 22: "Den Geulenaere". 16/12/91 Vlamingstraat 23: "De Witte Pelikaan". 16/12/91 Vlamingstraat 27: de Stadsschouwburg. 16/12/91 Vlamingstraat 35.16/12/91 Vlamingstraat 44- 46-48 .16/12/91 Walplein 37.16/12/91 Witte Leertouwersstraat 46-48. 16/12/91 Wollestraat 24.16/12/91 Wollestraat 34.16/12/91 Zuid 6-8: Onze- Lieve-Vrouwkerkhof. 16/12/91 Zuidzandstraat 18 "De Schaeve". 16/12/91 Sint-Andries Dorps- en Stadsgezichten Zeeweg 147: het park van het kasteel Tudor. 16/12/91 Monument Zeeweg 147: het kasteel Tudor. 16/12/91

B I N N E N K R A N T


M&L

12

> • de Bosseveerhoeve met weiland en landerijen. 16/12/91

BILZEN Grote Spouwen Landschappen de Molenbemden (ook te Riemst). 24/04/91

Monument Molenweidestraat 24: de Bosseveerhoeve of hoeve Craenepoel. 16/12/91

BORNEM

ERPE-MERE

Bornem Dorps- en Stadsgezichten De verbindingsarm tussen de Schelde en de Oude Schelde met de aanpalende tuinen. 18/11/91

Erpe Dorps- en Stadsgezichten de omgeving van de watermolen, genaamd "Cottemmolen". 30/07/91

Monument De saskom en de sasdeuren van het sas op de Oude Schelde. 18/11/91

• 1 HERK-DE-STAD

\

•

Herk-de-Stad Monument Grote Baan +87: de mouttoren van de voormalige brouwerij "De Ster". 18/11/91

i

DENDERLEEUW Denderleeuw Dorps- en Stadsgezichten de site gevormd door de reeds beschermde Sint- Amanduskerk, de kerkhofmuur met inkompijlers en de omgeving van de pastorie. 28/03/91

% ^ —

ISÊ

1 \ j

GENT

i

*t ~

Monument de kerkhofmuur rond de beschermde Sint- Amanduskerk. 28/03/91 de pastorie. 28/03/91 de kalkstenen inkompijlers van het kerkhof. 28/03/91 DENDERMONDE Dendermonde Dorps- en Stadsgezichten Zuidlaan 36: de conciërgewoning en de nevenruimten van het Arsenaal. 30/09/91 Monument Brusselsestraat: de binnenkoer van het Sint- Alexiusbegijnhof, met inbegrip van de verbindingsweg en de twee arduinen pompen op de binnenkoer. 30/09/91 Zuidlaan 36: het Arsenaal. 30/09/91 DESTELBERGEN Heusden Dorps- en Stadsgezichten Molenweidestraat 24:

—-«»^.

Gent Dorps- en Stadsgezichten Krijgslaan 1-29: het appartementsgebouw "Pare Residence" met inbegrip van de liftinstallatie en het voor- \ tuintje. 18/11/91 \

Geel Landschappen Het Zammelsbroek fase 1: het Zammelsbuiten- broek (ook te Laakdal). 16/07/91 GERAARDSBERGEN Geraardsbergen Dorps- en Stadsgezichten Het NMBS station met omgeving. 20/06/91 Monument Jan de Coomanstraat: station NMBS. 20/06/91 Sasweg: het sluizencomplex op de Dender. 16/12/91

Noorderwljk Dorps- en Stadsgezichten omgeving van de reeds beschermde Hogewegmolen. 12/09/91

•' «HHHfeM*

-

HERZELE Sint-Lievens-Esse Dorps- en Stadsgezichten I de dorpskern van Sint-Lievens-Esse, gevormd door het dorpsplein met aanDalende bebouwing, waaronder de i/oormalige en huidige pastorie, de <erk, een gedeelte van de Kauw- en Populierestraat, alsmede de percelen j gelegen achter de brouwerij en het ! inks aanpalend huisnr. 13.12/08/91 Populierestraat 18: het perceel be\ ierend tot het boerenhuisje met inbej grip van de woning en hierbij aanslui1 end de Sint-Annakapel. 12/08/91 Kauwstraat: de Sint-Lievenskapel. 12/08/91 Monument ie Sint-Martinuskerk met inkompijlers /an het vroegere kerkhof. 12/08/91 <NOKKE-HEIST !

\

(nokke-Heist Monument Dumortierlaan 6: voormalige woning Dr. De Beir. 17/04/91 i/Vestkapelle Landschappen Dantelmolinie. 18/11/91 sabellafort. 18/11/91

|

B 1 N N E N K R A N

f 1 -*giw. '' ?rtBL^ijSB^te' • •'"ijöS^EESLw

1

HAMME Hamme Monument De Brug over de "Durme", zogenaamde "Mirabrug" (ook te Waasmunster). 21/06/91 HERENTALS

-

:

Monument de Kollergang, restant van een oliemolen op de rechteroever van de beek ter hoogte van de Cottemmolen. 30/07/91

GEEL

. ü

1 &

DAMME Lapscheure Monument Lapscheurestraat 29: parochiekerk van de Heilige Drievuldigheid en de Heilige Christianus. 16/12/91

•,

T


M8cL

13

LAAKDAL

i 1 1 i 1 j 1 1 1 i 1 j 1 1 1

Laakdal Landschappen Het Zam meisbroek fase 1: het Zammelsbuitenbroek (ook te Geel). 16/07/91 LENNIK Sint Martens Lennik Dorps- en Stadsgezichten Kerkhofmuur en kerkhof. 19/11/91 Monument Dorp: Sint Martinuskerkhofmuur. 19/11/91 LEUVEN Leuven Monument Mechelsestraat137: huis "De Warande". 22/03/91 LINT Lint Monument Het orgel in de Onze-Lieve-Vrouwkerk. 13/12/91

Eikerstraat6.16/12/91 Grote Kerkstraat 15, Parochiekerk Sint-Catharina. 16/12/91 Grote Kerkstraat+ 32.16/12/91 Grote Kerkstraat 40 + 40A. 16/12/91 Hepperstraat2.16/12/91 Hepperstraat 3.16/12/91 Hepperstraat 4.16/12/91 Kapel gelegen tussen Kleine Kerkstraat 16en20.16/12/91 Markt 26 (=Munnikenstraat 9). 16/12/91 Markt 27 (=Munnikenstraat 9). 16/12/91 Markt 4.16/12/91 Markt 30.16/12/91 Markt 32.16/12/91 Markt 40.16/12/91 Markt 42.16/12/91 Markt 48-49.16/12/91 Markt 51 (=Eikerstraat 1). 16/12/91 Munnikenstraat 5-7 (=Markt 24-25). 16/12/91 Pelserstraat 14-16.16/12/91 Pelserstraat 56 (=Bosstraat 75). 16/12/91 Pelserstraat 58 (=Bosstraat 71/73). 16/12/91 Prinsenhoflaan 11 .16/12/91 Schillingstraat 35.16/12/91

Sint-Katelijnestraat 53.18/11/91 Sint-Katelijnestraat 55.18/11/91 Sint-Katelijnestraat 73.18/11/91 Sint-Romboutskerkhof 5.18/11/91 'tVlietje 11.18/11/91 Veemarkt 14; 18/11/91 Veemarkt 16.18/11/91 Veemarkt 36.18/11/91 Willem Geetstraat 25.18/11/91 Zoutwerf 7-8: gevel. 18/11/91 MENEN

j

j Menen Monument De Oude Vestingen: Park van Walle, Blekerijvesting en Bastion 10. 13/12/91

\ j 1

Fabiolalaan 65: vroegere olieslagmolen. 13/12/91 j leperstraat 14: gebouwencomplex. 13/12/91 i Koningstraat 51: hoekhuis. 13/12/91 j Oude Leielaan 2-3: herenhuis met zes j schamppalen. 13/12/91 Rijselsestraat 9: gevel. 13/12/91 Rijselsestraat 57: enkelhuis. 13/12/91 1 Rijselsestraat 75-77: zogenaamd "Schippershof". 13/12/91

i 1

MAASMEGHELEN

•

LUBBEEK Leut Landschappen Park Vilain Xllll: uitbreiding van het landschap. 24/04/91.

Pellenberg Dorps- en Stadsgezichten Domein Hottat (ook te Bierbeek). 16/12/91

-*- < ^"

^mfz^

MALDEGEM MAARKEDAL Maldegem Monument de Sint-Barbarakerk. 30/09/91

Schorisse Monument Weverbeekstraat 4.16/12/91

^

B.^^1

-

\

1 L

^3il- £

J

"-^

l

1

•••''Bi

&

4W*

:

1 BI •

' ^B

MECHELEN MAASEIK Battel Dorps- en Stadsgezichten Hogeweg 253: de schuur en verbindingsgebouw tussen schuur en hooghuis. 18/11/91

Maaseik Dorps- en Stadsgezichten Stadskern. 16/12/91 Het dorpskerkhof van Sint-Martens-Lennik is In alle opzichten typisch: een heldenmonument, priestergraven, kruisen en neogotische steles in arduin en Carraramarmer (foto's M.M.C.)

Monument Bleumerstraat 22.16/12/91 Bleumerstraat 29.16/12/91 Bosstraat 1 (=Markt 38/39). 16/12/91 Bosstraat 8.16/12/91 Bosstraat 16.16/12/91 Bosstraat 24.16/12/91 Bosstraat 42.16/12/91 Bosstraat 44.16/12/91 Bosstraat 46.16/12/91 Bosstraat 50.16/12/91 Bosstraat 58.16/12/91 Bosstraat 68.16/12/91 Bosstraat 70.16/12/91

Monument Hogeweg 253: Hooghuis bestaande i uit toren en aansluitend lager volume. i 18/11/91 Mechelen 1 Monument Uzerenleen 41.18/11/91 Uzerenleen 42.18/11/91 Uzerenleen 44.18/11/91 j OnderdenToren 1.18/11/91 Onder den Toren 2.18/11/91 Sint-Katelijnestraat 21.18/11/91

B 1 N N E N K R A I S

j

1

1

ɫf f

S

twm

fci

; ME

1 H

j

iii 1 I

IT

w

is^ M ^1 *

1 1 1 1

^Bl

1


M8cL

14

MERELBEKE

SINT-TRUIDEN

Schelderode Dorps- en Stadsgezichten Molenstraat: de omgeving van de stenen windmolen. 20/11/91

Groot-Gelmen Dorps- er? Stadsgezichten de onmiddelijke omgeving van de herberg "De Zwaan". 14/06/91

Monument Molenstraat: de stenen windmolen. 20/11/91

Monument Klein-Gelmenstraat 1: de zogenaamde herberg "De Zwaan". 14/06/91

OOSTKAMP

STEENOKKERZEEL

Oostkamp Landschappen Het Meersengebied (ook te Brugge). 22/05/91

Meisbroek Landschappen Floordambos (ook te Vilvoorde). 26/06/91

RANST

TONGEREN

Emblem Monument Dorpstraat 43: het oud gemeentehuis. 18/11/91

Tongeren Dorps- en Stadsgezichten Muntstraat 25: de onmiddelijke omgeving van het voormalig munthuis. 16/12/91

> |

RIEMST Monument Muntstraat 25: het voormalig munthuis. 16/12/91

Membruggen Landschappen de Molenbemden (ook te Bilzen). 24/04/91

TURNHOUT

ROTSELAAR Rotselaar Dorps- en Stadsgezichten Pastorijstraat 2: de pastorie en tuin. 18/11/91 Monument Pastorijstraat 2: de pastorie met inbegrip van de ijzerzandstenen ommuring en poort. 18/11/91

Turnhout monument Oranjemolenstraat 19: de stenen windmolen "Grooten Bentel" of "Oranjen molen". 18/11/91 VILVOORDE Peutle Landschappen Floordambos (ook te Steenokkerzeel). 26/06/91 WAASMUNSTER

•

' w^ w ,

ir L 'Drrri y U UUI HISTORISCHE STEDENATLAS VAN BRUGGE In de prestigieuze reeks Historische Stedenatlas van België kwam onlangs ; het tweede boekdeel uit, ongeveer één jaar na het deel over Lier. Hierbij schiet het Gemeentekrediet als uitgever direct een hoofdvogel af, dank zij de inspanningen van historicus Mare Ryckaert, wetenschappelijk medewerker aan de Gentse Universiteit (onlangs benoemd tot lid van de Westvlaamse Provinciale j Commissie van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen). Over Brugge zelf verschenen het laatste decennium zoveel boeken dat men j er zonder moeite een grote boekenkast mee kan vullen. Omdat de meeste auteurs alleen de Brugse bloeiperiode behandelen (11de tot 15de eeuw), beslaat deze historische stedenatlas een heel aparte plaats. Brugge ontstond, wat velen vroeger niet aanvaardden, in de Romeinse tijd. Dit werd onlangs nog aangetoond daar de opgravingen op de Burg, in de ZHverstraat en in de Wulpenstraat. Zelfs een gezonken Romeins schip bij een kleine Galloromeinse nederzetting, j gevonden tijdens de havenwerken in 1899, bewees dat er ook een havenj geul in gebruik was.

SCHOTEN Schoten Monument Horstebaan: domein Vordenstein (oranjerie). 16/12/91 Frans Reinemundelei 17: Villa Castellamare. 16/12/91 Sint-Gordulaplein: Parochiekerk Sint Gordula. 16/12/91 Villerslei135:HofvanVillers. 16/12/91

Waasmunster Monument de Brug over de "Durme", zogenaamde "Mirabrug"(ook te Hamme). 21/06/91

SINT-MARTENS-LATEM Deurle Dorps- en Stadsgezichten De dorpskom. 16/12/91

B 1 N N E N K R A f

Uiteraard kon de uitgever geen kaart terugvinden uit deze periode. De oudste cartografische bronnen dateren slechts van de 15de eeuw. Er is echter duidelijk een Romeins Brugge geweest, aanvankelijk vermoedelijk met uitsluitend militair karakter. De auteur deed zijn best om zo ver mogelijk in de geschiedenis terug te gaan. De schaarse geschreven bronnen tonen aan dat Brugge in 851 reeds een versterkt centrum was. Volgens Mare Ryckaert zou de oudste bewoningskern de Vudeburg"geweest zijn, gelegen op de belangrijkste zandrug vlak bij het riviertje de

1


M&L

15

Reie, op veilige afstand van de onberekenbare zee die langs vele kreken het land binnenkwam. Zeker tweemaal kreeg Brugge een echte omwalling. De eerste werd opgericht in 11271128 en liep via de huidige Rozenhoedkaai, Groene Rel, Sint-Annarei, Augustijnenrei, Grauwwerkersrei, Speelmansrei en 't Zand, verdween tussen Westmeers en Mariabrug en dan verder naar de Dijver. Op enkele plaatsen zijn nu nog resten van deze versterking terug te vinden. Hiermee was ongeveer 60 ha omwald. De stad kende daarop een grote uitbreiding en 170 jaar later werd de tweede omwalling opgericht. Deze omvatte ongeveer 400 ha en vormt nu nog de ovaalvormige omtrek van de oude binnenstad. Pas in de 20ste eeuw zou Brugge uit haar middeleeuws keurslijf breken. Toen de laatste omwalling gerealiseerd was lag de loop vast van bijna alle waterlopen, zowel natuurlijke als kunstmatige. De Reie en haar bijriviertjes lagen er nog praktisch ongerept bij. Opvallend voor de oudste stadsplannen is dat het noorden bijna altijd links-onder valt, wat doet veronderstellen dat de nieuwe, verbeterde of aangepaste plannen steeds gebaseerd waren op de oudere. In de 19de eeuw lag Brugge ingedommeld. Alleen het verschijnen van de spoorweg, de verdwijning van de meeste windmolens op de wallen en

de herschikking van het Boeverie- en het Schouwburgkwartier brachten belangrijke veranderingen in de stad. Toch maakten de meeste gelijkaardige steden toen een veel grondiger evolutie mee, zodat Brugge nu kan pronken met een kwasi ongerepte binnenstad. De stad Brugge groeide in ongeveer 90 jaar aan van de voornoemde 4 km2 tot bijna 140 km2: te beginnen met de eerste fusie in 1899 met SintPieters-op-den-Dijk - het oudste stukje "Vlaanderen"over 1970 met de grote fusie, tot in 1990 met de laatste aangroei met de voorhaven van Zeebrugge. Na een uitgebreide geschiedenis, over 150 bladzijden geïllustreerd met tientallen kleurrijke kaarten, volgen nog 70 bladzijden met de beknopte bouwgeschiedenis van een driehonderdtal nog bestaande of verdwenen monumenten, handig ingedeeld in 22 openbare gebouwen, 49 bruggen, 37 private gebouwen, 16 verdedigingswerken, 43 molens, 40 kloosters en abdijen, 29 kerken en kapellen en 48 liefdadigheidsinstellingen, rijk geïllustreerd en duidelijk op het stadsplan gesitueerd: een soort inventaris die ongetwijfeld door monumentenzorgers zal geraadpleegd worden.

in 1739 het Rasphuis werd en van 1816 tot 1903 een Bedelaarswerkhuis. Toch heeft elk boekwerk, hoe prachtig ook, zijn schoonheidsfoutjes. We misten vooreerst de andere kaartbladen van de Brugse plattegrond uit 1562 door Marcus Gerards. Van dit standaardwerk krijgen we alleen de noordelijke helft van de stad. Ook hadden we als slot van dit prachtig boek een moderne luchtopname verwacht van de oude binnenstad. Deze finishing touch zou het boek een onverwachte meerwaarde gegeven hebben door het vastleggen van de toestand van vandaag. Toch een echte aanrader voor zowel specialisten als een breed publiek. De auteur kon inderdaad gebruik maken van heel wat archieven van partikuliere verzamelaars. Maar ook hij blijft overtuigd dat er nog heel wat te ontdekken valt. Zo'n boek is nooit af. Intussen zien we met veel belangstelling uit naar het derde deel uit deze reeks, dat zal handelen over leper. H. Gevaert.

Wetenwaardig is bijvoorbeeld dat het gebouw in Brugge waar de Provinciale Directie van het Bestuur voor Monumenten en Landschappen huist, in 1578 de Magdalenaleprozerie was.

B I N N E N K R A N T


M&L CITAAT

"unserfrauen kirchen zu Antorffist übergross, also das man viel ampt aufeinmal darinnen singt, das keins das andere irt, und haben altar, köstlich stifftung, do sind bestellt die besten musici, die man haben mag. Die kirch hat viel andechtiges gottesdienst und steinwerg und sonderlich einen hübschen thurm. Auch bin ich gewesen in der reichen abtei zu St. Michael, die haben von stein masswerk die köstlich gestühl in Ihrem chor. Und zu Antorff sparen sie kein kostung zu solchen dingen, dan do ist gelds genug".

"... de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen is zo overweldigend groot, dat men er ter gelijker tijd verschillende missen kan zingen zonder dat de ene de andere stoort. Er zijn altaren en rijke stichtingen. De beste muzikanten die men maar kan vinden worden er aangesteld. De vele goddelijke diensten worden er met grote aandacht gevolgd. In de kerk is gekapte steen verwerkt en ze heeft een uitzonderlijke mooie toren. Ik ben ook in de rijke Sint-Michielsabdij geweest. Het koor van de abdijkerk heeft een kostbaar gestoelte van gebeeldhouwde steen. In Antwerpen sparen ze voor zulke zaken geen kosten, want daar is geld genoeg".


M&L

Holle weg nabij Goor (foto 0. Pauwels)

33

werden recent opnieuw beplant met Canadapopulier. In de omgeving van de Snepkensvijver gebeurde tot nu toe geen systematisch onderzoek van de fauna. Traditioneel wordt er gejaagd op het Konijn, het Ree en op waterwild (voornamelijk Wilde eend). Toch is het vooral in Wielewaal-kringen bekend dat er jaarlijks enkele zeldzame broedvogels voorkomen, vooral spechten (Zwarte specht. Kleine bonte specht) en roofvogels (Boomvalk, soms ook Havik, Sperwer en/of Buizerd).

Het centrale gedeelte bestaat uit stuifzand, terwijl in het oosten, nabij Stenenstraat, het Poederliaan dagzoomt in de holle wegen, onder meer in de Kastanjelaan. De gehele flank werd eertijds beplant met Grove den, waaronder, bij gebrek aan beheer, de Amerikaanse vogelkers zich fel kon uitbreiden.

De Langenberg - of ten minste wat ervan overblijft is gelegen tussen het kruispunt van de rijksweg Herentals-Lichtaart met de Olenseweg en de dorpskern van Lichtaart, ten noorden van de Heistraat en de Bekenbaan. Het grootste gedeelte werd verkaveld en wordt momenteel nog bebouwd met riante villa's, of werd ingenomen door campings (onder meer Bergheide). Het meest spectaculaire gedeelte, namelijk de steilere zuidflank, werd gespaard en biedt gelukkig nog een mooie aanblik vanuit het zuidelijk gelegen landbouwgebied.

De Bergen en de Goor Akkers stemmen bijna volledig overeen met het gelijknamig voorstel tot rangschikking, waarvoor de procedure werd ingezet op 25 januari 1991. Een klein gedeelte ligt ten westen van de Pastoor Dergentstraat, de holle, gebetonneerde verbindingsweg tussen het gehucht Hukkelbergen en de dorpskern van Lichtaart. Het grootste gedeelte strekt zich uit van voornoemde straat tot aan de Hollewegstraat bij het gehucht Goor. Vanop de betonweg ten zuiden van de heuvelrug, tussen de gehuchten Hukkelenberg en Goor, krijg je

Landschappen ten zuiden van de rijksweg Lichtaart-Kasterlee


een imposant gezicht op de steile zuidflank van de heuvelrug. Iets ten noorden van deze flank wordt het landschap doorsneden door enkele zeer opvallende holle wegen. De oost-westverlopende Hoge Weg wordt er doorsneden door een zestal verbindingswegen met de nabijgelegen gehuchten. Het is in deze holle wegen, vooral nabij Goor, dat het fossielhoudend Poederliaan zand, verdicht tot limoniet, dagzoomt. De plaggenbodems volgens de bodemkaart wijzen op een eeuwenoud gebruik als landbouwgrond, waarbij de arme zandbodem zo 'vruchtbaar' mogelijk werd gemaakt door het gebruik van plaggenmest uit de potstal (14). In dit verband spreekt de naam "Goor Akkers" op het kadasterplan voor zich. Momenteel blijft nog een grotere enclave met akkerland in uitbating over ten westen van de kapel aan de Pastoor Dergentstraat, terwijl uitgeschoten schaarhoutkanten van Zomereik en her en der verspreide lapjes grasland getuigen van de vroegere situatie. Gelet op de oude kaarten (de Ferraris, Vandermaelen en M.G.I., 1925) en op de getuigenissen van oudere eigenaars, begon de bebossing van de landbouwgronden in het begin van deze eeuw, aanvankelijk met Grove den, vanaf 1930 met Corsicaanse den. Een eigenaar maakt nog melding van de bebossing van zijn juist verworven grond in 1947 met Grove den "voor geriefhout". Rond 1960 begon de verdere versnippering van het geheel door aanleg van weekendverblijven, vooral met houten constructies en stacaravans, deze laatste om de Wet op de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening van 1962 te kunnen omzeilen. Gelukkig vielen de hiermee gepaard gaande ingrepen nog mee: in de meeste gevallen bleef de 'oorspronkelijke' vegetatie van naaldbos behouden en werd het perceel onopvallend afgesloten. In de struiklaag domineert zoals bijna overal in de streek de Amerikaanse vogelkers. In de kruidlaag domineren bij gebrek aan beheer Bramen, Bochtige smele en Adelaarsvaren. Op de drogere zandgrond vind je nog Struikheide, Brem, Pijpestrootje en Buntgras, en tussen de inheemse struiken en houtkanten sporadisch ook Eikvaren, Bosbes, Gewone salomonszegel. Hengel, Dalkruid en Lelietje-van-dalen. De Hoge Mouw en het Koningsbos (15) stemt overeen met het Provinciaal Domein 'de Hoge Mouw', waarvan het grootste gedeelte werd gerangschikt als landschap bij het Ministerieel Besluit van 15 april 1988. Sinds 1972 worden de gronden van de Provincie beheerd door de Dienst


M&L

35

Groen, Waters en Bossen van de Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting, het vroegere Waters en Bossen van het Ministerie van Landbouw. Het domein is nagenoeg volledig bebost, een kleine hectare heide en enkele duintoppen - waaronder de Hoge Mouw (35 m hoog) - uitgezonderd. De meeste bestanden bestaan uit Grove en Corsikaanse den, respectievelijk aangeplant vanaf 1910 en 1930. De bestanden Amerikaanse eik en Zomereik dateren hoofdzakelijk uit 1960; de weinige Beuken(rijen) dateren van rond de eeuwwisseling. De struiklaag wordt plaatselijk nog sterk gedomineerd door de Amerikaanse vogelkers. De kruidlaag, is er vrij arm, met onder meer Eikvaren tusen de houtkanten van Zomereik, Adelaarsvaren, Smalle en Brede stekelvaren, Pijpestrootje, Bochtige smele, Reuzenzwenkgras, Tandjesgras, Bosbes, Hengel en Maagdenpalm. De kapregeling van de Dienst Waters en Bossen kan beschouwd worden als een beheersplan en is hoofdzakelijk gericht op een geleidelijke uitbreiding van het Zomereikenbestand. De Hoge Bergen, beter bekend als 'de Kabouterkensberg', gronden van het O.C.M.W. nabij het centrum van Kasterlee, worden eveneens beheerd door de Dienst Waters en Bossen van Turnhout, in samenwerking met de plaatselijke V.V.V.

Topografische kaart met aanduiding van: - eigendommen van gemeente, O.C.M.W. en provincie; - natuurreservaten; - (voorlopig) gerangschikte landschappen; - woon- en recreatiegebieden volgens de gewestplannen; - het reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied voor de omleidingsweg rond Kasterlee volgens het gewestplan (tekening R. De Meerleer)

Hier werd enkele jaren geleden het project "Kabouterkensberg" uitgewerkt: een duidelijk afgebakend wandelpad dat via trapjes leidt langsheen de door erosie aan de lucht blootgestelde wortels van Grove den en Zomereik op de duintoppen, met in het noorden een vertellokaal voor groepen. Bij dit project werd nagenoeg volledig gebruik gemaakt van natuurlijke materialen, voornamelijk hout, en naast de wandelpaden werden talrijke loofhoutgewassen met succes aangeplant.

NAAR EEN TOTALE BESCHERMING? Al decennia wordt in Vlaanderen gepraat over natuur- en landschapsparken, zowel door natuurverenigingen (bijvoorbeeld Natuur- en Stedeschoon) als door officiële organismen (bijvoorbeeld intercommunales), maar tot nu toe wordt nog geen enkele lading door deze mooie vlag gedekt. Ondertussen wordt in voornoemde kringen gesproken over 'regionale landschappen', bijvoorbeeld in Limburg over het regionaal landschap "Hoge Kempen". De heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee biedt alleszins nog vele troeven om er een 'regionaal landschapspark' van te maken, eventueel met inbegrip van het Provinciaal Jeugdcentrum "de Hoge Rieten" en het Olens


36 I M & L

Het provinciaal domein "de Hoge Mouw "te Kasterlee (foto 0. Pauwels)

Gebroekt (het alluvium van de Kleine Nete ten zuiden van de Schoutenheide, waar de Vlaamse Gemeenschap momenteel 40 ha natuurgebied aankoopt). Aldus zou een geheel van meer dan 2000 ha kunnen opgericht worden. Een overzicht van de bestaande beschermingsmaatregelen en nog te nemen maatregelen zal dit standpunt verduidelijken. Hierbij werd uitgegaan van de bestemmingen op de Gewestplannen Herentals-Mol (Koninklijk Besluit van 28 juli 1978) en Turnhout (Koninklijk Besluit van 30 september 1977); het grootste gedeelte van de heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee werd hierop ingekleurd als 'Natuurgebied', maar de praktijk heeft ondertussen uitgewezen dat deze bestemming niet altijd voldoende garanties biedt voor het natuurbehoud...

van de rijksweg Herentals-Lichtaart, dan vallen er in feite nog twee niet beschermde lacunes op: het duinencomplex van de Heiherg in Herentals en de podzolbodems nabij Lichtaart. Hier zou de combinatie van een rangschikking als landschap met de aankoop door gemeente of Vlaamse Gemeenschap enig soelaas kunnen brengen.

"':>€MBa}E|pp^^^:. ÉSf£v

-tf^zKÊÊÊ

'ïïS&PQÈjkr*

^r- -•

•••' É

"De Hoge Mow" te Kasterlee (foto 0. Pauwels)

PiBy^^y^feifflBfaifeip

^nBIfëllH&m >:

'$^^^

SaëÜ^ku

' ^

.\ ;

Het landschap ten noorden van de rijksweg Herentals-Lichtaart Een groot deel van de Bosbergen en de Kruisberg is eigendom van het gemeentebestuur en het O.C.M.W. van Herentals, en wordt in de praktijk beschouwd als wandelgebied. Op de hoogste top van de Bosbergen (40 m) werd in 1985 een nieuwe 'toeristentoren' opgericht met een hoogte van 22 meter (hoogte van het hoogste platform), een veel bezochte attractie tijdens de zomerperiode. In Lichtaart bestaat ongeveer dezelfde situatie in het gebied dat zich uitstrekt van de Grote Heide ten zuiden van het Zwart Water tot de Hoge Berg, de Witte Bergen inbegrepen. Al deze gronden zijn eigendom van het gemeentebestuur en het O.C.M.W. van Kasterlee en worden doorkruist door verscheidene wandelpaden waarvan het traject wordt beschreven in een fraai uitgewerkte wandelfolder. De Grote Heide en de Witte Bergen genieten van een bijkomende bescherming door middel van de rangschikking als landschap van de Grote Heide bij Koninklijk Besluit van 24 december 1980. De twee vennen in dit landschap werden alvast voldoende veilig gesteld voor de toekomst. Het Lavendelven is sinds enkele jaren eigendom van het gemeentebestuur van Herentals. Een overdracht naar de Vlaamse Gemeenschap behoort er tot de mogelijkheden. Het Zwart Water (oppervlakte 13,5 ha) werd in 1981 'staatsnatuurreservaat'. Het werd nagenoeg volledig afgesloten voor het publiek. De rangschikking als landschap onder de benaming "Het Zwart Ven" (Besluit van de Vlaamse Executieve van 2 juli 1982) zorgt er voor een bijkomende bescherming. Bekijken we het gehele natuurgebied ten noorden

JsS^ffS i

tiTt^&L&L vfi^^^l

.- f

.s ' . ' - • .; i-r •^' • - • : - v ^ 2

BHi

^^•H

^•^"•fev^.'""

p^'V^rjiimt ST; 1\ ^t^^iilPw Rf^ ;.,;' /yC^y^üiLfSgM • k:';* wteifcS JE/^fiJPw^ wfe'^^^S5rjlC'*vS M1 AV J ^ ^ ^ v ^ ^ ^ ^ W* w- "/^r r "«èPr^l^^ ^A ^ •^é'^mr^t^

MM

:

<**&pÉ& ^gtm

MI

-> -.' <m

"•*-•••

: minify] 'J**^:"'h&$ J1" Wr w

jSPin^--^""

»*; ' ' ^ r ^

•

.

•

-

•y-. ".

^ :

^

-


37

Landschappen ten zuiden van de rijksweg Herentals-Lichtaart De Galgenherg, die de Schoutenheide beheerst, is bijna volledig van het O.C.M.W. Herentals. De Schoutenhoeve met omgeving - voornamelijk de gronden ten oosten ervan - is nog steeds eigendom van een grootgrondbezitter. De te koopstelling van dit geheel in 1988 resulteerde in de concrete uitwerking van een project 'Ecopark Schoutenhoeve' - met, uiteraard, als ecocentrum de Schoutenhoeve door de Milieudienst van Herentals en een poging tot aankoop door het Provinciebestuur. Helaas strandde het project op de te hoge prijs en bleef het domein in handen van dezelfde eigenaar. De Snepkensvijver (19 ha 16 a en 99 ca) is sinds 1953 eigendom van de Belgische Natuur- en Vogelreservaten v.z.w., ondertussen in Vlaanderen kortweg Natuurreservaten genoemd. De omgeving van de Snepkensvijver is grotendeels eigendom van de families Ceelen en JanssenVan der Vennet. Het geheel van "De Snepkensvijver en omgeving" is

sinds 1980 gerangschikt als landschap (16). Ten einde dit geheel voor de toekomst veilig te stellen, wordt door het Bestuur Monumenten en Landschappen een procedure tot rangschikking als landschap gepland voor de Schoutenheide, eventueel in combinatie met de Bosbergen en de Heiberg. De Langenberg, tenminste wat er nog van rest, is eigendom van het gemeentebestuur van Kasterlee en maakt deel uit van het voorstel tot rangschikking "de Langenberg, De Bergen en de Goor Akkers", waarvoor de procedure werd ingezet op 25 januari 1991.

Landschappen ten zuiden van de rijksweg Lichtaart-Kasterlee Voor "De Bergen en de Goor Akkers" werd de procedure tot rangschikking als landschap ingezet op 25 januari 1991. Vermits de rangschikkingsprocedure een periode van 9 maanden voorlopige bescherming voorziet, zijn de in het ministerieel besluit opgelegde verbodsbepalingen niet meer van toepassing sinds 25 oktober 1991. Een ontwerp van definitief ministerieel besluit houdende rangschikking als landschap werd ondertussen ter ondertekening voorgelegd aan de Gemeenschapsminister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming. Rond 1970 werd het Provinciaal Domein 'de Hoge Mouw' opgericht in Kasterlee. Door de stelselmatige uitbreiding van dit Domein konden talrijke illegale weekendverblijven verwijderd worden. Momenteel valt de westelijke grens samen met de Hollewegstraat ten noorden van het gehucht Goor, maar een uitbreiding met de Goor Akkers behoort zeker tot de mogelijkheden. Voor een bijkomende veiligstelling werd gezorgd door de rangschikking als landschap van "de Hoge Mouw, fase I: het Koningsbos" bij Ministerieel Besluit van 15 april 1988. De Kabouterkensberg is, zoals reeds eerder vermeld, eigendom van het O.C.M.W. van Kasterlee. Dit gedeelte van de heuvelrug wordt in zijn kern bedreigd door de westelijke omleidingsweg rond Kasterlee, een onderdeel van de geplande expresweg tussen Turnhout en Aarschot. Op het Gewestplan Turnhout werd hiervoor een reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied ingetekend op ongeveer 300 meter ten oosten van de Hoge Mouw, dwars door enkele duinhellingen. De oorspronkelijke plannen voorzien een viervaksbaan - zoals de reeds verbrede oude


M&L

baan van Turnhout naar Kasterlee - in een open sleuf, met één brug voor het gemotoriseerd verkeer naar Goor en twee voetgangersbruggen, een ware ravage in de structuur van het landschap. Gelukkig werden voornoemde plannen tot nu toe nog niet uitgevoerd, onder meer door plaatselijke protestakties in 1983, en - het moge gezegd - zijn de huidige beleidsverantwoordelijken onder druk van de bevolking toch wat voorzichtiger geworden bij de planning en de uitvoering van dergelijke ingrepen. Onder de milieubewuste bevolking leeft nog steeds de hoop dat ook dit gedeelte van de heuvelrug ooit definitief voor de toekomst kan veilig gesteld worden. Je zou dit probleem kunnen beschouwen als een erfenis vanuit het verleden, waarvan je afstand neemt omwille van de 'milieubelasting'...

EN WAT MET HET BEHEER? Uitgangspunten Het grootste deel van de droge, arme zandgronden van de heuvelrug werd sinds vorige eeuw stelselmatig beplant met naaldhout. Alle bossen die eigendom zijn van de Provincie (de Hoge Mouw) of van de gemeenten en het O.C.M.W. (de Kruisberg, de Bosbergen, de Grote Heide, de Witte Bergen, de Hoge Berg en de "Kahouterkensberg") zijn wettelijk onder de bosregeling gesteld en gevoegd bij de Houtvesterij Turnhout (Dienst Waters en Bossen, die nu ressorteert onder de Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting). In de praktijk houdt dit in dat, zoals het 'traditionele bosbeheer' voorschrijft, de meeste naaldbossen eerst uitgedund, later geveld als ze kaprijp zijn en daarna vervangen worden door nieuwe aanplantingen van meestal Corsicaanse den, met als argument "dat er toch geen andere boomsoorten kunnen groeien op dergelijke bodem". Enkele jaren geleden werd door het vroegere Bestuur Waters en Bossen zelfs een perceel naaldbos nabij het Zwarte Water gerooid en terug aangeplant met Corsicaanse den, na eerst de bodem te hebben bemest met slib van het waterzuiveringsstation van Herentals. Het resultaat is dat het perceel nu overwoekerd wordt door stikstofminnende planten zoals Grote brandnetel en dat een groot aantal boompjes er op zijn minst 'triestig' bijstaan. Op de koop toe verdween hier sinds 1988 de Boomleeuwerik als broedvogel - een zangvogel die niet gediend is met Grote brandnetel - wat kwaad bloed zette bij de natuurkenners uit de streek. Slechts in het Provinciaal Domein "de Hoge Mouw" en op de Kahouterkensberg is de 'beheersregeling'

gericht op een geleidelijke omschakeling van naaldtot loofbos. Op de privé-bossen zijn sinds 13 juni 1990 de bepalingen met betrekking tot het verplicht opstellen en opvolgen van een goedgekeurd beheersplan, zoals bedoeld in het Bosdecreet, van toepassing. Hiermee heeft de Houtvesterij Turnhout nog een argument bij om haar conservatief beleid te verdedigen: wat bos is moet bos blijven! Het tegenovergesteld probleem doet zich voor in de heidegebieden. De Struikhei, voor zover nog aanwezig, verdwijnt stelselmatig, ofwel door aanplanting van Corsicaanse den door privéeigenaars (bijvoorbeeld op de Heiberg), ofwel door de natuurlijke successie, waarna ze overwoekerd wordt door Pijpestrootje, Ruwe berk, Zomereik en vliegden. Op basis van de huidige Wet op het Behoud en Monumenten en Landschappen (Wet van 7 augustus 1931, gewijzigd bij decreet van 13 juli 1972) kan niemand dit proces tegenhouden. Het nieuwe voorstel van 'landschapsdecreet' zou hierin enig soelaas kunnen brengen.

Het beheer van Het Zwart Water wordt tevens geregeld door de Dienst Waters en Bossen, maar dan in samenwerking met een beheerscommissie met onder meer afgevaardigden van de Antwerpse Universiteit (Departement Biologie). In 1981 werd voor dit reservaat een beheersplan uitgewerkt (Meeus, 1981), waarin de nadruk werd gelegd op het beperken van de Kokmeeuwenkolonie. Dankzij het voortdurend toepassen van een aantal maatregelen en gesteund door de weergoden (de late vriesperiode in de lente) verdwenen de meeuwen eindelijk in 1991. Om de recreatiedruk op te vangen werd het Zwart Ven afgesloten voor het publiek, behoudens een uitkijkpost in het zuidwesten. Het floristisch beheer is gericht op het herstellen van zowel droge als vochtige heidevegetaties, in het zuiden door het vellen van naaldbos en op de randen van het ven door het verwijderen van Gagel en het afplaggen van Pitrus- en Pijpestrootjesvelden. Nu de Kokmeeuwen verdwenen zijn wordt zelfs gedacht aan een meer drastische ingreep, namelijk het afgraven van het guanotroof slib.

In de Snepkensvijver komt het floristisch beheer ook geleidelijk op gang. Het is er eveneens gericht op het herstel van de droge en de vochtige heide - vooral in het noordoosten en het oosten - en het openhouden van het ven in het westen door het uittrekken van Gagel.


M&L

39

Naar een gevarieerder landschapspark? Zoals uit het voorgaande blijkt, stellen de grootste problemen zich op de hoger gelegen, droge en arme zandgronden, waar de Struikhei duidelijk het onderspit moet delven ten voordele van al of niet aangeplante bos vegetaties. Hierbij stelt het Bestuur Monumenten en Landschappen nog twee vragen. Kan een aanplanting van Corsicaanse den, zoals we die bijvoorbeeld ten zuiden van het Zwart Water aantreffen, met kale stammen op nog geen twee meter van elkaar en zonder onderbegroeiing, beschouwd worden als een bos, of gaat het hier om een akker? Moet een heidevegetatie die er eeuwenlang de bovenhand hield - het probleem is in feite hoe ver we moeten teruggaan in de geschiedenis om te kunnen spreken van de "oorspronkelijke vegetatie" hersteld worden, ondanks een relatief recente bosaanplanting? Wat deze laatste vraag betreft, kan alleszins gesteld worden dat door de gemachtigde ambtenaar van het Bestuur Ruimtelijke Ordening een vergunning kan verleend worden om in het 'Natuurgebied' volgens het gewestplan niet meer aan te planten na ontbossing. Wanneer het dan concreet om het herstel van heidevegetaties gaat, wordt deze handeling heden ten dage omschreven met een mooi eufemisme: "natuurtechnische landschapsbouw". Streefdoel bij de mogelijke oprichting van een "regionaal landschapspark Heuvelrug HerentalsKasterlee" zou volgens het Bestuur Monumenten en Landschappen kunnen zijn: een landschap met een afwisseling van heidevelden, open grasland met plaatselijk opslag van Ruwe berk en de zogenaamde 'vliegden' en loofbos, dit alles met vage grenzen, waarin zeldzamere planten en dieren meer kansen tot ontwikkeling krijgen en waarin plaats is voor zachte recreatie en natuureducatie. Hierbij stelt het Bestuur Monumenten en Landschappen concreet een aantal maatregelen voor: - rangschikking als landschap van de meest bedreigde gronden, met als prioriteit de Heiberg, teneinde verdere beplanting van heidevelden te voorkomen; - terug open maken van een aantal gras- en heideterreinen en instellen van beschermingszones voor de Nachtzwaluw; - geleidelijke, maar drastische omschakeling van naaldhoutbeplantingen tot Eiken-berkenbos, de climaxvegetatie van de streek; - rooien van de dichte Corsicaanse-dennenbossen en daarna niets doen, om enerzijds de Struikhei

meer kansen tot ontwikkeling te bieden en/of anderzijds de omschakeling naar loofbos te bevorderen; - behoud van de mooiste 'vliegdennen' (zaailingen van de Grove den) in de meer open(gemaakte) percelen, als typisch element in het Kempisch landschap; - totaal verbod op agressieve recreatievormen zoals motorcross; - degelijke opvang van minder agressieve maar toch soms storende recreatievormen zoals paardrijden en wandelski, door het uitstippelen van aangeduide routes. - uitbouw van de educatieve mogelijkheden van de 'heuvelrug', bijvoorbeeld door oprichting van een ontvangstcentrum en natuurwandelingen, ten einde het publiek op te vangen en zijn gedrag positief te beïnvloeden. In 1985 werd door de Dienst Leefmilieu van Herentals de brochure 'Natuurwandeling Groot Moerven' uitgegeven, met de beschrijving van een wandelpad in en om de Schoutenheide. Recent werd de kans tot oprichting van een ontvangstcentrum in de Schoutenhoeve op het nippertje gemist; dergelijke kansen bestaan ongetwijfeld ook in of aan het Provinciaal Domein 'de Hoge Mouw'. Al deze maatregelen zouden ondersteund kunnen worden door een beheerscomité met afgevaardigden van het provinciebestuur, de gemeentebesturen, grootgrondbezitters, privé-verenigingen (Natuurreservaten en De Wielewaal v.z.w.) en de betrokken diensten van de Vlaamse Gemeenschap (Bestuur Monumenten en Landschappen, Dienst Waters en Bossen en Dienst Natuurbescherming en -ontwikkeling). De geleidelijke uitbreiding van het Provinciaal Domein 'de Hoge Mouw' en de uitwerking van het project 'Ecopark Schoutenheide' (althans in theorie) kunnen hierbij als een aanzet beschouwd worden. De mogelijkheden zijn er, maar ze moeten nog (meer) uitgewerkt worden. Alleszins is dit een uitdaging voor de betrokken instanties....

VOETNOTEN (1)

(2)

Podzolbodem: bodem die gekenmerkt wordt door sterke uitloging, met name van ijzer en humus. Karakteristiek voor de podzol is de as-kleurige loodzandlaag: deze bodemsoort ontstaat als het moedermatenaal - bijvoorbeeld kwartszand arm is en bovendien te kampen heeft met neerslagoverschot. Plaggenbodem : bodem met een meer dan 60 cm dikke humeuze bovengrond. die ontstaan is door het eeuwenlang gebruik van plaggenmest. dat behalve organisch materiaal ook een zekere hoeveelheid minerale bestanddelen bevat.


40

M&L

De 'Kabouterkensberg'te Kasterlee (foto 0. Pauwels)

(15) Koningsbos: De naam "Koningshof" wordt vermeld in de cijnsboeken van de 16de eeuw, als eigendom van de koning van Spanje. Waarschijnlijk wordt hiermee dus het koninklijk jachtdomein bedoeld, dat op de kaart van de Ferraris (1777) wordt aangeduid met "a S M" ('a Sa Majesté'). In de tijd van de Oostenrijkse Nederlanden was het domein de 'jachtwarande' van de Hertogen van Brabant. (16) De Snepkensvijver en omgeving: het Koninklijk Besluit van 4 september 1980 werd om juridische redenen vervangen door het Ministerieel Besluit van 2 juli 1990. (17) Houtvesterij Turnhout: oude benaming van de plaatselijke vestiging van de Dienst Waters en Bossen. Deze Dienst behoort nu tot het Bestuur Natuurbehoud en -ontwikkeling van de Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting (AMINAL).

BIBLIOGRAFIE -

-

-

(3) Tertiair: het Tertiair is de voorlaatste periode van de geologische geschiedenis (65 tot 2 miljoen jaar geleden). Opeenvolgende zeetransgressies en -regressies lieten ten noorden van Samber en Maas geweldige zand- en kleilagen achter. Het Plioceen is hierin de jongste periode (5 tot 2 miljoen jaar geleden) en het Mioceen de voorlaatste periode (23 tot 5 miljoen jaar geleden). (4) Kwartair: de jongste geologische periode (van ongeveer 2 miljoen jaar geleden tot nu); het Kwartair is onderverdeeld in het Pleistoceen ('de Ijstijden') en het Holoceen met de huidige erosie- en afzettingsverschijnselen. (5) Ijstijden : de Riss- of Saale-ijstijd is de voorlaatste ijstijd, tevens de grootste (tot 75.000 jaar voor Christus). De Wurm- of Weichselijstijd is de laatste pleistocene ijstijd (75.000 tot 8300 jaar voor Christus). (6) Periglaciaal gebied : het gebied ten zuiden van de ijskap die tijdens de Würmijstijd reikte tot halfweg Nederland. (7) Fluviatiel materiaal: materiaal afgezet door een rivier. (8) Interfluviatiele rug: een rug die de waterscheidingslijn vormt tussen twee rivierbeddingen. (9) Holoceen : laatste geologische periode (tot nu) die beschouwd wordt als een tussenijstijd. Het Preboreaal (8300 tot 6500 voor Christus) en het Boreaal (6500 tot 5500 voor Christus) zijn hierin de oudste perioden met een geleidelijke opwarming van het klimaat. (10) Kruisberg: op deze 'berg' ten noordoosten van Herentals werd in 1461 een kruisweg opgericht door een minderbroeder die naar Jerusalem had gepelgrimeerd. Sinds 1835 bestaat de kruisweg uit 14 staties. Bij de kruisweg werden voor 1534 de Heilige Kruiskapel en in 1761 de Heilige Grafkapel opgericht. In 1891-1893 werden daarbij nog de Onze-Lieve-Vrouw-vanZeven-Weeënkapelletjes opgericht. (11) Antropogeen: door de mens teweeggebracht (12) Guanotrofie: aanrijking, of beter verontreiniging, met zeevogelmest. (13) Tardiglaciaal: laatste fase van de Weichselijstijd. met een geleidelijke verbetering van het klimaat. Het wordt onderverdeeld in 2 opwarmingsfasen (Bolling- en Aller0d-tijd) en 3 verkoelingsfasen (Oudste, Oud en Jong Dryas). (14) Potstal: De traditionele Kempische langgevelhoeve (zie bijvoorbeeld Bokrijk) bestond uit een woongedeelte, een keuken en een potstal. Deze laatste was verbonden met de keuken, van waaruit de pot via een beugel van in de open haard tot in de stal kon worden verplaatst, ten einde de dieren te voorzien van voedsel. In de stal werd strooisel gelegd, dat vermengd met de koeiemest werd gebruikt om de akkers 'vruchtbaarder' te maken.

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Baeyens L, Bodemkaart van België, kaartblad Kasterlee 30E en verklarende tekst bij het kaartblad. Gent, Centrum voor Bodemkartering, 1975. Baeyens L., Bodemkaart van België: kaartblad Lille 30W en verklarende tekst bij het kaartblad. Gent, Centrum voor Bodemkartering, 1971. Cuypers J.. De Snepkensvijxer, in De Belgische Natuur- en Vogelreservaten, 1976,24° bulletin, Nauwelaerts Printing, Leuven. de Heinzelin J., Excursions, in Mémoires de la Société Beige de Geologie, de la Paléonthologie et d'Hydrologie, Série IN-80-N06, Symposium sur la stratigraphie du Néogène nordique (Gent, 1961), Brussel. 1962, pp. 216-217. De Meuter F.J. 1 Laga P.G., Lithostratigraphy and biostratigraphy based on Benthonic foraminifera of the Neogene deposits of Northern Belgium, in Buil. Ver. Geologie, V 85, deel 4, Brussel, 1976, pp. 133-154. Goossens D., Inleiding tot de geologie en de geomorfologie van België. Enschede, van den Berg. 1984. Gullentops F., Excursion O-P. Etude de divers facies quaternaires dans Ie Nord et f Est de la Belgique, 6e Congres International de Sedimentologie, Belgique et Pays-Bas, 1963, p. 5-6. Gullentops F., Quelques phénomènes géomorphologiques depuis Ie Pléni-Wurm, in Buil. Soc. Beige de Paléonthologie et d'Hydrologie, V 66, Leuven, 1957, pp. 86-91. Halet F., A propos des formations dites Casterliennes des environs d'Hérenthals en Campine, in Buil. Soc. Beige de Geologie, t. XLV, 1935. Helsen J., Wandelingen rondom Herentals, 1 ste deel, in Tijdschrift "Herentals", Herentals, 1948. Joris J.M., Herentals monumentenstad. Stadsbestuur van Herentals, Antwerpen, J.E. Buschmann, 1975. Matthé L., Nachtzwaluwen in Vlaanderen in 1981: verspreiding, biotoopkeuze, oorzaken van achteruitgang, in Wielewaal, 48, Turnhout. 1982, pp. 243-255. Matthé L., De Avifauna van het Zwart Water en de Grote Heide te Lichtaart, in Wielewaal, 50, Turnhout, 1984, pp. 304-317. Meesters L, Het landschap gevormd door de Hoge Mouw. het. Koningsbos en de Hoge Bergen te Kasterlee, in Wielewaal, 53, Turnhout, pp. 236-241. Meeus R., Het Zwart Water Lichtaart-Kasterlee - Voorlopige studie van de ecologie en het beheer. Turnhout, 1981, onuitgegeven publikatie. Noirfalise A., Hublé J. & Delvingt W., de Natuurreservaten van België, Brussel. Bestuur van Waters en Bossen, Ministerie van Landbouw, 1970. Swinnen H., Toponymie van Herentals. doctoraal proefschrift, 1923, onuitgegeven publikatie. Tavemier R. & de Heinzelin J., Introduction au Néogène de la Belgique, in Mémoires de la Société Beige de Geologie, de Paléonthologie et d'Hydrologie, Série IN-80-N06, Symposium sur Ia Stratigraphie du Néogène nordique (Gent, 1961), Brussel, 1962, pp. 7-28. Van der Vennet G., schriftelijke mededelingen, 1984, onuitgegeven publikatie.


M&L

41

HUIZE RUTSAERT IN VEURNE MAURITS TIMPERMAN EN MIEK GOOSSENS, m.m.v. MARC VANDENDRIES

De imposante classicistische voorgevel van Huize Rutsaert (foto 0. Pauwels)

In de Vleeshouwersstraat in Veurne,

Vóór de prioriteiten worden belicht die

pal tegenover de mooi geplaveide en

hierbij als uitgangspunt werden gesteld,

gebogen Zwarte Nonnenstraat, staat

maakt uitputtend historisch archief-

een herenhuis van grote voornaam-

onderzoek de exacte reconstructie van

heid. Zijn klassieke voorgevel in

de geschiedenis van dit huis mogelijk,

Lodewijk XVI-stijl is ongetwijfeld de

waarbij de bijdrage over de aard,

meest stijlzuivere van de stad,

bezigheden, gezinstoestand èn dienst-

die nochtans rijk is aan indrukwekken-

bodenbestand van de opeenvolgende

de herenhuizen. Deze gevel was

bewoners van dit huis, een originele

dringend aan een verf- en opknap-

bijdrage vormt tot de geschiedenis van

beurt toe.

de wooncultuur.


42

Priores Elisabeth De Coninck, midden haar Veurnse Witte Nonnen. Detail van een olieverfschildering door V. Bouquet.

M&L

GESCHIEDENIS VAN HUIZE RUTSAERT (1) Huize Rutsaert is in wezen niets anders dan de tot een herenhuis getransformeerde norbertinessenkerk van Veurne. Een korte historische schets zal dit duidelijk maken (2). Omwille van de godsdiensttroebelen van het einde van de 16de eeuw en de daarmee gepaard gaande troepenbewegingen, zijn de gasthuisnonnen van Wulpen zich binnen de nabije muren van de stad komen vestigen. Onder de steeds sterker wordende invloed van de norbertijnen van de Sint-Niklaasabdij worden deze gasthuiszusters "norbertinessen" of witte nonnen en bouwen ze uiteindelijk - dit is tussen 1640 en 1669 - een kloostercomplex uit tussen de zuidzijde van de Pottenmarktstraat (nu: Vleeshouwersstraat) en de Vuldergracht (nu: Oude Beestenmarkt). Een van de hoogtepunten van de bouwgeschiedenis van deze norbertinessenpriorij van "Sint-Jozef van Bethanië" valt samen met het prioresschap van Margareta Cappe. Zij is net tot priores verkozen als haar klooster in 1661 door een tornado wordt geteisterd. Om in de kosten van de herstellingswerken te voorzien, krijgen de religieuzen de toestemming geld in te zamelen. Ze brengen 7.680 pond parisis bijeen van de kloosters van de Orde van Prémontré, en nog eens 10.929 pond van de inwoners van Veurne. De restauratie is in 1663 voltooid. Van die gelegenheid maken de norbertinessen ook gebruik om een nieuwe, dat wil zeggen hun definitieve kerk op te richten, die in 1666 "voleynd" is en waarin op 19 maart, feest van het klooster, voor de eerste maal mis wordt opgedragen. De volgende priores, Elisabeth De Coninck is, voor zover wij de geschiedenis van de Veurnse Witte Nonnen kennen, de meest markante. Zij is het die de norbertinessenkerk verfraait en die hiervoor de beroemde Veurnse schilder Vigor Boucquet aanspreekt. Deze laatste is er om zo te zeggen "schilder van het huis". Hij maakt voor deze kerk drie merkwaardige schilderijen: Christus door Pilatus voor het volk gebracht (\663), Het huwelijk van Jozef en Maria, en Maria temidden van zes maagden (1665). Dit laatste werk, dat sinds de Eerste Wereldoorlog verloren leek, werd in 1989 - door de Werkgroep geschiedenis van het Annuntiata-instituut en dankzij een tip van Zuster Copillie, religieuze van het Annuntiatenklooster in Veurne - opnieuw ontdekt in de leperse Sint-Maartenskathedraal.

Hoewel de norbertinessen zich sinds 1670 met meisjesonderwijs (voor "burgerdochters") bezighouden en daarin zelfs een monopoliepositie verwerven, blijven zij vooral een contemplatieve orde. Feit is dat die school zeker verdwenen is circa 1780. Dit is trouwens de reden waarom het klooster door het Keizerlijk Edict van Jozef II, van 17 maart 1783, als "onnuttige" (contemplatieve) priorij wordt opgeheven. Het Veurnse norbertinessenklooster is het 99ste in de indrukwekkende rij van 163 kloosters die de Weense verlichte despoot in de Oostenrijkse Nederlanden laat opheffen. Op 31 oktober 1785 koopt de 54-jarige brouwer Norbertus Vandenbussche het door Jozef II afgeschafte klooster van de norbertinessen, gelegen in de Witte Nonnenstraat. Het complex omvat ietwat meer dan de oppervlakte van het gedeelte van het tegenwoordige Annuntiata-instituut, begrensd door de Vleeshouwersstraat vanaf nummer 18 tot en met nummer 22; de Daniël Dehaenelaan en de Oude Beestenmarkt tot en met het huisnummer 17 (3). Alles samen een domein van 376 roeden (5.987,424 m2) of ruim een halve hectare groot. Op het domein van de priorij bevinden zich in 1794 negen woningen. Drie van deze - verbouwingen van het oude klooster - zijn in de Witte Nonnen- of Vleeshouwersstraat gesitueerd: onder andere het huis van Pieter Vandenbussche, zoon van Norbertus (4).


M&L

Het plan bij de bouwaanvraag van Pieter Vandenbussche, van 11 juii 1787 (Stadsarchief Veurne)

43

In juli 1787 stapt Pieter naar de magistraat van de stad met onder andere een "Plan van het huys van Sr. Pieter Van den Bussche voortyds geweest de kercke van de witte nonnen 1787". Dit plan wordt al op 11 juli goedgekeurd - "gesien ende agreeert in den college ende geparapheerd ne varietur" - en gehandtekend door J.A. De Ruescas (5). Het gaat om een heel eenvoudige opbouwtekening van het classicistisch herenhuis in Lodewijk XVI-stijl dat nu "huize Rutsaert" heet; ze geeft alleen maar het gevelconcept weer, met weglating van elke bijzonderheid, zelfs van het fronton. Een systematisch onderzoek van alle bewaarde bouwaanvragen vanaf 1787 tot en met 1914, leert ons dat nooit ook maar één wijziging van dit gevelplan werd aangevraagd. Wij kunnen met quasi zekerheid stellen, dat de kerkgevel die vanaf 1787 tot een klassieke gevel wordt omgebouwd, tot op vandaag onveranderd is gebleven. Opvallend hierbij is dat een gedeelte van de noordelijke muurpartij van de norbertinessenkerk niet wordt opgenomen in het plan van het herenhuis. Wel wordt er een "koetspoortopening-en-dienstingang" in gemaakt en anderzijds een kerkraam dichtgemetseld. Hoewel daar blijkbaar geen enkele bouwaanvraag voor ingediend wordt, zijn de bouwkundige sporen hiervan duidelijk op de binnenmuur af te lezen. Gelukkig wordt nog een kerkraam - het meest westwaartse - ongemoeid gelaten, omdat het als "laadvenster" kan dienen voor de gedeeltelijk op het oksaal van de kerk geïnstalleerde hooizolder. Dit wil dus zeggen dat naast de klassieke gevel een gedeelte van de authentieke 17de-eeuwse baksteenarchitectuur van de kerk van de witte nonnen bewaard is gebleven.

Het plannetje bij de bouwaanvraag van dokter Louis Steylaers, van 2 februari 1870 (Stadsarchief Veurne)

Het grondplan, een inventarisplan van het volledige kloostercomplex, opgemaakt in 1785 door Louis Fontaine (directeur van de stedelijke tekenschool) ter gelegenheid van de verkoop van het klooster (6), laat ons duidelijk de venster- en deurindeling zien, zowel van de noord- als van de zuidkant van het gebouw. Wat meer is, archeologische vondsten onder de vloer van het grote salon (december 1987) leveren enkele glas in lood fragmenten op waarmee de vensteropeningen destijds waren ingevuld. Maar ook binnenin de koetspoort herinneren tal van architectonische details aan de vroegere kerk, vooral dan in de recent opgeknapte bovenruimte van dit poortgebouw. Volgens het geciteerd plan bevinden wij ons hier in het koorgedeelte van de kerk. De norbertinessenkerk was duidelijk in twee delen opgesplitst: een oostelijk dat openbaar toegankelijk was, en een westelijk dat duidelijk met tralies

• ff

.

ill'r.

f/

.

fd

'A

.

y II' ffr

• . - . , -

mi-

^/K,

^

AA • f e ^

,,.- O oi>

afgescheiden was en bestemd voor het koorgebed van de kanunnikessen. Boven dit nonnenkoor, ter hoogte van het reeds besproken venster, begon het oksaal dat nagenoeg 36nr groot was. Het dichtgemetselde toegangsdeurtje, vier gesculpteerde, maar verminkte consoles, de klokkezeelgaten in de vloer, enzovoort, geven ons een vrij goed beeld hoe het oksaal er vroeger uitgezien heeft en ingericht was (boven dit oksaalgedeelte prijkte destijds het typische dakruitertje!)

,,,,

,

,. .

>

•

>

t

•

/


44

M&L

Redenen te over dus, om bij de gevelrestauratie rekening te houden met het totaal apart karakter van dit restant religieus bouwwerk: een stukje Veumse baksteenarchitectuur van medio 17de eeuw, met als blikvanger het rechthoekig kerkraam met korfboog, geprofileerde omlijsting en afzaat.

summier worden behandeld. Voor meer hierover verwijzen wij naar de bijdrage in De Raaf. Patrimoniimzorg in een notedop, 1,1991, 3.

PIETER VANDENBUSSCHE (Haringe, 27 juni 1758 - Leffinge, 27 april 1811)

In deze muurpartij wordt anno 1870 een kleine verandering aangebracht. De nieuwe eigenaar, dokter Louis Steylaers, vraagt op 2 februari aan het stadsbestuur "rautorisation pourpercer, confomément au dessin ci-joint, unefenêtre dans la fagade de ma maison, située rue des touchers en cette ville, et hahitée en dernier lieu par Madame veuve Plantefeue". Die wordt hem toegestaan op 8 februari (7). Waarschijnlijk wordt bij de uitvoering van dit getralied smal steekboogvenster (breedte 140 cm, hoogte 60 cm) ook de druiplijst boven de rondboogpoort over de hele breedte van de muurpartij doorgetrokken, maar dit blijkt niet uit het ingediende plan.

DE EIGENAARS-BEWONERS VAN HET HUIS Het is onmogelijk in het bestek van dit artikel een uitvoerig verhaal te bieden over alle bewoners van Huize Rutsaert; daarom zijn wij verplicht een keuze te maken. Aan Pieter Vandenbussche, de bouwheer, en aan Joseph Clep wordt uitvoeriger aandacht besteed, terwijl de overige bewoners slechts

\ +

Pieter Vandenbussche wordt in 1758 in Haringe geboren. Zijn vader, Norbertus-Franciscus, is afkomstig uit Eggewaartskapelle; zijn moeder, Petronella Clara Paret, is geboortig van Pervijze. In 1785 koopt brouwer Norbertus Vandenbussche het kloosterdomein van de Veurnse witte nonnen of norbertinessen. Voor wij tien jaar verder zijn, treffen wij op dit vroeger "kloostergoed" liefst negen woningen aan: drie langs de zuidzijde van de Witte Nonnenstraat (nu: Vleeshouwersstraat), zes langs de noordzijde van de Beestenmarkt (nu: Oude Beestenmarkt). De woningen in de Witte Nonnenstraat bestaan uit de verbouwde de kerk (wij komen hier verder op terug) en het klooster van de norbertinessen. In de meest westelijke van de drie, en palend aan de vesten, neemt Norbertus zelf zijn intrek (8). Niet te verwonderen, want in dit perceel ligt ook de brouwerij van het klooster! Wanneer de Vandenbussches in Veume komen wonen, is Pieter zevenentwintig jaar. Over zijn jeugd en opleiding weten wij helemaal niets, maar aangezien zijn vader vrij bemiddeld is (hoe zou hij anders dit domein van haast een halve hectare groot.

'laq ('// Vxexv w'i iiiiiin.m (futif-ya iii ih/ Kimvmi iimivuL JUppiWU Jiipi'itnu iiV< ^^iU l'.llllUJ iljlllr

,

-/illJllti

ii dq/d

loiiltnunl hmnnhlf .'•r(i' va

M -

jrt**** ^

«•»'*

iii

nxrsd • n LJL

"""

Opmetmgsplan van het opgeheven norbertmessenklooster van Veurne, door Louis Fontaine, 1785 (Stadsarchief Veurne)


45

hebben kunnen kopen ?) zal Pieter wel een verzorgde opleiding genoten hebben. Op 11 juli 1787 wordt aan Pieter Vandenbussche een bouwvergunning verleend om de voormalige norbertinessenkerk om te vormen tot een imposant classicistisch herenhuis (nu : Huize Rutsaert) en om vier werkmanshuisjes te bouwen aan de noordzijde van de "Beestenmarkt" (9). De ombouw is heel waarschijnlijk afgewerkt in de loop van het jaar 1788, het jaar waarin de brouwerszoon zijn politieke loopbaan start. Pieter is dertig jaar wanneer hij op 17 juni 1788 zijn intrede doet in de schepenbank van de stad en kasselrij Veurne (10). De Vandenbussches behoren niet tot de ambtsadel, maar het is in deze eeuw - de eeuw van de burgerij - een gewoon feit geworden dat zakenlieden en ondernemers in de magistratuur worden opgenomen. Kenmerkend voor zijn optreden als schepen-keurheer is zijn uitgesproken pro-Franse houding, evenals zijn geringe belangstelling voor kunst en patrimonium. Zo verleent hij graag zijn medewerking wanneer de Franse bezetter twee schilderijen van Jordaens uit de Sint-Walburgakerk opeist (11). Geen van beide schilderijen zijn ooit in Veurne teruggekeerd. In de lente van 1796 wordt het Ancien Régime in de kasselrij Veurne begraven en aan de politieke carrière van Pieter Vandenbussche komt voorlopig een einde (12). Uit de inventaris van notariële archieven (13) kunnen wij uitmaken dat hij van 1796 tot 1798 actief is als notaris. Waarschijnlijk neemt hij het notariaat over ofwel van PJ. De Cuypere ofwel van Van Moe, die beiden hun praktijk in 1796 stopzetten. Van Vandenbussche zijn slechts acht minuten bekend. In die contracten noemt Vandenbussche zich "notoire puhlicq du département de la Lys, a la residence de Fumes, muni de patente". Veel activiteiten als notaris zal de brouwerszoon niet ontwikkelen: politiek en politieke ontwikkelingen houden hem wel meer bezig. Hoewel zijn notariële bezigheden hem hooguit drie jaar in beslag nemen, draagt hij de hoger genoemde minuten slechts op 6 april 1807 over aan zijn opvolger, Fran§ois Emanuel Carton, "notaire Imperial" (14). De grondwet van het jaar VIII (door Napoleon), met de oprichting van het Consulaat, betekent niet alleen de redding van de Revolutie: ze betekent voor Pieter Vandenbussche een nieuwe kans om politiek definitief vooruit te geraken. Door de re-

organisatie van de ambtenarij, ontstond een nieuw bestuursorgaan,de "sous-préfecture".De. "souspréfet" (onderprefect) bestuurt een arrondissement. West-Vlaanderen omvat vier arrondissementen: Brugge, Veurne, leper en Kortrijk. De minister van Buitenlandse Zaken (Lucien Bonaparte) raadt in maart 1800, op bevel van de Eerste Consul, de prefecten dringend aan die mensen voor benoeming in aanmerking te laten komen, die verknocht zijn aan de Revolutie, en vooral hen die al kerkelijk goed hebben verworven (15). Die troeven kan Pieter Vandenbussche zeker uitspelen. Sinds jaar en dag kiest hij al de zijde van de Revolutie, en in 1799 heeft hij heel wat kerkelijk goed gekocht, namelijk het klooster van de Zwartzusters in Veurne, dat hij tot schuur heeft omgebouwd (16), het huis van witte kanunnik Boudry (nu: pastorie van Sint-Walburga) en het huis van kanunnik Michel (dit is het derde huis in het Walburgapark, beginnende ten westen van het Witte Kanunnikstraatje) (17). Pieter Vandenbussche wordt in het voorjaar 1800 dan ook aangesteld als onderprefect. In die hoedanigheid van arrondissementscommissaris moet Vandenbussche optreden als een soort voogd over de gemeenten, die burgemeesters en municipale raden al eens op de vingers tikt. Hij is de directe schakel tussen de "prefect" en de "maire". Eerste Consul, ministerie, prefect, onderprefect en "maire", vormen de overzichtelijke communicatielijn van een efficient werkend gecentraliseerd bestuur: de "consulaire dictatuur". "Gouverner c'est Ie fait d'm seul" (Napoleon). Een paar documenten (18) illustreren heel goed dergelijk optreden van Vandenbussche. In feite tonen deze aan dat hij alleen maar een onpersoonlijk radertje is van een centralistisch opgevatte staatsmachine. In 1802 wordt Pieter Vandenbussche gepromoveerd tot "membre du Conseil General". Voor dit soort wetgevend lichaam van het departement worden opnieuw hoofdzakelijk leden van de rijke burgerij of van de adel gekozen, die Napoleon in het kader van een "nationale verzoening", ook aan zich wil binden (19). Vandenbussche - rijke grondbezitter (20) en gewezen onderprefect - lijkt een prima keuze. Hij blijft trouwens in die functie bevestigd tot aan zijn dood in 1811. Kort voor zijn dood, op 19 januari 1811, verklaart de drienvijftigjarige politicus voor de Veumse burge-


46 I

M&L

meester Antoine Dewitte, dat hij van plan is de uitoefening van zijn politieke rechten in de boetestad stop te zetten en deze over te dragen naar de gemeente Pollinkhove (21). Wat hem precies daartoe aanzet is ons onbekend. Op 27 april 1811 overlijdt Pieter Vandenbussche, "memhre du Conseil de Département", in Leffinge (22). Alhoewel tweemaal gehuwd, laat hij geen kinderen achter. Vanaf 3 mei 1814, dag waarop Napoleon als banneing op Elba aankomt, logeren onder meer honderden Pruisische bevrijdingstroepen in de stad Veurne. Die inkwartiering brengt echter niet alleen veel kosten met zich mee, maar onvermijdelijk ook wrijvingen met de burgerbevolking... (23). Op 9 mei verklaart Pieters weduwe, "Dame" Marie Vermeesch, voor burgemeester Louis Ollevier, dat zij Veurne verlaat om zich in Brugge te domiciliëren. Zij doet dit om veiligheidsredenen {"pour sa süreté") (24). Het verband tussen genoemde feiten is overduidelijk. Op het ogenblik dat Europa zich bevrijdt uit de greep van de Franse Revolutie, verlaat de achtenveertigjarige kinderloze en rijke weduwe Vandenbussche in paniek het imposante herenhuis in de Vleeshouwersstraat 20.

Joseph Clep, naar een olieverfschiidenj door Wirtz, in het bezit van het Rustoord Clep in Alveringem (foto archief Clep)

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ _ _ fc

[^^^

tm iB ms- **

k. ^ ï

FERDINAND BOUDEWEEL (Houtem, 1775 - Veurne, 16 september 1822) Ferdinand Boudeweel is de zoon van Jan-Baptist en Anna-Theresia Vanstraseele. Zijn vader is bakkerwinkelier in Houtem; zijn Frans-Vlaamse moeder is geboortig van Houtkerke. In de loop van 1815 komt hij zich in de Vleeshouwersstraat 20 vestigen (25). Hij is "propriétaire" en "marchand de grains muni de patente". Zijn twaalf jaar jongere vrouw, Henrica Josephina Plantefever, is van Duinkerkse afkomst. Het echtpaar, dat kinderloos blijft, houdt er een inwonende knecht en dienstmeid op na (26) en minstens een paar "dienstboden". Dit wijst er wellicht op dat Boudeweel goede zaken doet. Hij sterft op 47-jarige leeftijd. Zijn weduwe-" e/genaarster" blijft nog tot in 1826 in de "Beenhouwersstraat 20" wonen, samen met "haere dienstmaegd", Anna Kweeker uit Leffrinckhoeke en "haeren dienstknecht" Francis Tanghe, afkomstig van Bulskamp (27).

(WINNOCQ) JOSEPH PLACIDE CLEP (Herzele (F), 4 oktober 1785 - Brussel, 8 mei 1871) De derde bewoner van Huize Rutsaert is Joseph Clep (28), een merkwaardig 19de-eeuws politicus en filantroop, wiens naam en daden - volgens zijn uitdrukkelijke persoonlijke wens - "openhaarlijk hekend [moeten] blijven" (29). En daarin is hij nog geslaagd ook ! Het Rustoord Clep in Hoogstade, een huis om "U" tegen te zeggen, is helemaal opgetrokken en ingeplant volgens het concept van zijn milde legator. Winnocq Joseph Placide Clep wordt op 4 oktober 1785 in Herzele geboren. Zijn vader Ubalde, 26 jaar. oefent er het beroep van "klerk en schoolmeester" uit.

m

In 1804, in de volle opgang van de Napoleontische macht, komt de negentienjarige Frans-Vlaming Clep zijn geluk beproeven in het arrondissement Veurne. Over zijn komst vertelt J. Clep zelf het volgende (30): "Je suis venu en 1804 dans l' arrondissement de Fumes, oüj'ai été successivement clerc de notaire, avoué, notaire a Alveringhem et notaire a Fumes Ie chef-lieu".

Het is niet ondenkbaar dat hij behalve zijn koffer met wat schone kleren, niet meer dan wat parate kennis meebracht, maar diep in de geest van deze jongen stak waarschijnlijk een dosis moed en


47

wedijver, inclusief de wil en de drang om "iets" te bereiken. Hij begon als klerk bij een notaris (31). Tot 1815 woont hij in de "omgeving van Hoogstade" (32), meer als waarschijnlijk in Alveringem, waar hij werkt als notarisklerk - misschien wel bij PJ. Morlion (33). Maar elf jaar later staat hij er al veel beter voor: "Hij trouwt met Marie-Victoire Deman, (de zesendertigjarige rijke weduwe van H. Delacauw en) dochter van een rechtsgeleerde uit Veurne. Vanaf 1817-1818 zijn er akten teruggevonden van aankopen door de heer Jozef Clep. Toeval? Of niet?" (34). Clep blijft nog eventjes in Veurne wonen, maar van 1816 tot 1825 is hij als notaris in Alveringem gevestigd (35). Zijn oudste teruggevonden akte in zijn notariaat dateert al van 1814. De organieke wetten van 25 Ventóse (16 maart) 1803 hebben het notariaat helemaal nieuw gereglementeerd; een notaris is voortaan een rijksambtenaar zonder salaris, maar die wel een ereloon ontvangt voor bewezen diensten. Diezelfde wetten bepalen dat men dit ambt niet uit kan oefenen zonder een bekwaamheidsattest, afgeleverd door een commissie ad hoc (36). Die bekwaamheid heeft Clep opgedaan als notarisklerk. Op 12 september 1825 doet de "koninglijke notaris" zijn aanvraag bij het gemeentebestuur van Veurne om daar zijn domicilie te vestigen (37). In 1826 koopt hij van familieleden van de weduwe van Ferdinand Boudeweel het huis nr. 20 in de Vleeshouwersstraat: "een groot huis en erve, met hoveniershof, koer en inrijdende poort, remisen, stallingen en voordergebouwen,...{3i)" De ex-Alveringemnaar runt er een bloeiend notariskantoor. Zijn inwonend personeel bestaat bij momenten uit drie klerken, één dienstknecht en één of twee meiden. Het echtpaar Clep-Deman koopt ondertussen aardig wat eigendommen bij elkaar: in totaal 27, verspreid over Alveringem, Hoogstade, Wulpen, Veume, Wulveringem, Adinkerke, Koksijde, Eggewaartskapelle, Steenkerke, Bulskamp, Reninge en Westvleteren. Naast het genoemde "Huize Rutstaert" willen wij nog een ander eigendom speciaal vermelden, met name het perceel gelegen aan de westzijde van de "calchiede" naar leper, ter hoogte van het "gehucht de Nieuwe Herberg", maar wel ten zuiden van de weg "leidende naar Izenherge", 1 ha. 8 a. en 22 ca. groot. Hij koopt het in 1829. Hier bouwt hij een buitengoed of "kasteelken" dat hij pas in 1833 zal betrekken (39). Maar Marie-Claire-Victoire Deman zal er nooit komen wonen.

Intussen is de Veumse notaris ook politiek actief. Op 29 september 1827 wordt de man uit de Vleeshouwersstraat 20 afgevaardigde "voor het platteland" bij de "Provinciale Staten" (voorloper van onze provincieraad). Het is bekend dat de leden van die raad Willem I nogal genegen zijn (40). Dit belet de notaris echter niet op 13 november 1830 deel uit te maken van de negenkoppige Veumse gemeenteraad (41). Niet voor lang echter, want begin 1832 verlaat hij die raad. Misschien heeft dit wel iets te maken met de ziekte van zijn vrouw ? Op 2 oktober van hetzelfde jaar (twee dagen voor haar dood) ontbiedt deze notaris Louis Vandenberghe uit Wulveringem naar de "Vleeshouwersstraat" en dicteert hem haar testament (42). In één van de prachtige salons van "Huize Rutsaert" wordt wellicht het "fortuin-Clep" gevormd. Zijn huwelijk met Marie Claire Deman heeft de man uit het Frans-Vlaamse Herzele schatrijk gemaakt. Het is onmogelijk binnen dit bestek de vrij ingewikkelde nalatenschap van Cleps vrouw te beschrijven. Het is trouwens de bedoeling dat zulks gebeurt in het kader van de aan de gang zijnde studie over het Rustoord Clep. In de zomer 1833 trekt Joseph Clep opnieuw naar Alveringem, samen met zijn zuster Johanna. Ze nemen er hun intrek in "het kasteelken" aan "De Nieuwe Herberg" (43). Bij de eerste Belgische provincieraadsverkiezingen van (1836) staat Clep er weer: de eenenvijftigjarige "liberaal" wordt raadslid en bestendig afgevaardigde (hoewel de vroegere "Provinciale Staten" na 1830 bleven bestaan, waren ze niet mer samengekomen). De verkiezingen van 1840 bevestigen de Alveringemse politicus in zijn beide mandaten (44). Op 10 juni 1845 wordt hij volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Veume. "Elu comme liberal a la Chambre, il vote catholique", schrijft de Journal de Bruges. De zestigjarige zal (nog maar eens) negen jaar de belangen van de Westhoek verdedigen, ditmaal in het verre Brussel (45). Clep en zijn zus Jeanne hebben er hun domicilie in de Koningsstraat ('s zomers vertoeven zij in Alveringem). Met de dood van Clep in 1871 verliest de Westhoek een markante 19de-eeuwse filantroop en politicus. Wij mogen stellen, dat zowel zijn omvangrijk fortuin als zijn merkwaardige politieke carrière geboren zijn in de Vleeshouwersstraat 20 (nu: 18) in Veume.


48

M&L

Op 8 april 1856 komt hij met zijn gezinnetje in de Vleeshouwersstraat 20 wonen. Hij heeft zowel het huis als het notariaat van Floor overgenomen. Tien jaar later (in 1866) staan zijn beide jongens in het bevolkingsregister ingeschreven als "étudiant(s)", maar dan is hun vader al gestorven (19 oktober 1865). Een jaar voor zijn dood is zijn ongehuwde schoonzuster bij haar zus en schoonbroer komen inwonen. Met de dienstmeid erbij zijn de Plantefeues met zijn zevenen (49). Na de dood van de notaris gebeuren blijkbaar vreemde dingen in zijn huis: "La maison occupée par Madame la veuve Plantefeue est généralement regardée par les Furnois, sinon comme hantée patde mauvais esprits, du moins comme ayant depuis longtemps porté malheur a ses hótes". Zo schrijft deken P.F. Bylo aan bisschop Malou. Na een klein onderzoek vindt hij voldoende argumenten aanwezig om zijn bisschop toestemming te vragen de boze geesten uit te drijven. Het antwoord van de bisschop is ons niet bekend (50). De achtenvijftigjarige weduwe Plantefeue verlaat op 15 april 1870, samen met haar twee volwassen zonen, de stad Veume. Ze domicileert zich in Brugge. Vijf maanden vroeger heeft zij het huis in de Vleeshouwersstraat verkocht aan dokter Steylaers (51).

LOUIS-JOSEFH-FRANCOIS-XAVIER STEYLAERS (Nieuwpoort, 7 mei 1832 - Veume, 30 december 1899) De voorgevel van Huize Rutsaert, met rechts het grotendeels bewaarde gedeelte van de 17de-eeuwse kloosterkerk (foto 0. Pauwels)

PIERRE JOSEPH FLOOR (Leisele 1800 - Veume 14 augustus 1855) Floor neemt in 1833 het notariaat van Clep over (46), maar ook diens huis in de Vleeshouwersstraat (47). En hier wordt dan in 1834 Leonie Floor geboren (het enige kind dat ooit in dit huis geboren is!). Het notarissenbestaan en het gezinsleven gaan er hun gangetje. Zij hebben een "schrijver" en een dienstmeid in dienst. Op 11 maart 1852 sterft Floors vrouw en driejaar later (14 augustus 1855) ook hijzelf.

PIETER PLANTEFEUE (Kemmel 3 december 1805 • Veurne 19 oktober 1865) Nog maar eens komt een notaris wonen in Huize Rutsaert, de derde op rij, de vierde in totaal. Pieter Plantefeue is, vóór hij zich in Veume laat domiciliëren, notaris in Alveringem (48).

Op 4 november 1869 kopen de geneesheer en zijn vrouw het huis in de Vleeshouwersstraat 18 . Voor Steylaers zijn nieuwe woning betrekt, laat hij er eerst veranderingen aanbrengen. Zo krijgt hij op 5 februari de toestemming van het stadsbestuur om het "getraliede venstertje" aan te brengen in de voorgevel van het huis (52). Het is ook heel waarschijnlijk dat Steylaers in dit jaar 1870 het unieke oostelijke salonnetje en het majestueuze trappenhuis laat decoreren, beide in second-empirestijl (53). De bevolkingsregisters maken ons duidelijk dat de geneesheer er slechts één dienstmeid op na houdt. Op 30 december 1899 sterft hij in zijn prachtige woning. Hij is bijna achtenzestig jaar. Zijn weduwe, Clémence-Marie-Joséphine Vroome, sterft op 14 januari 1918 in Paris-Plage, als vluchtelinge (54). Dit keer wordt het huis niet verkocht, maar wel bij erfenis verworven door rechter Alberic Rutsaert en zijn vrouw, Rachel van Coetsem.


M&L

49

DE FAMILIE ALBERIC RUTSAERT RACHEL VAN COETSEM Alberic Paul-Jean-Marie Rutsaert is afkomstig van Aalter (031 mei 1872). Hij heeft rechten gestudeerd in Gent waar hij zich na zijn studies enige tijd als advocaat heeft gevestigd. Op 13 januari 1901 wordt hij benoemd tot rechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in Veume (55) en komt zich op 12 april 1901 in de boetestad vestigen; hij huwt er en er worden drie kinderen geboren. Rechter Alberic Rutsaert zal echter nooit van zijn erfgoed in de Vleeshouwersstraat 18 kunnen genieten. Advocaat Hector Vanderghote en hijzelf staan vermeld als de laatste slachtoffers op de "lijst van door obussen en bommen gedoode Veurmars". Ze komen op 16 oktober 1918 allebei om tijdens een rechtszitting, gehouden in villa "Ten Duinen" in De Panne (56). Zijn weduwe, Rachel Van Coetsem, verhuist op 13 augustus 1919 met haar vier kinderen naar de Vleeshouwersstraat 18. Het erfgoed blijft onverdeeld tot op 5 april 1985, wanneer het door de overgebleven erfgenamen, Paul en Jozef Rutsaert, aan het Annuntiatenklooster van Veume verkocht wordt. Het huis wordt nu gebruikt als directiebureau, vergader-, bezinnings- en tentoonstellingsruimte, ten behoeve van het Annuntiata-instituut.

DE CLASSICISTISCHE VOORGEVEL Het westelijke gedeelte van de muurpartij van de norbertinessenkerk, dat in 1787 niet in het plan van het herenhuis werd opgenomen, komt in dit hoofdstuk niet meer ter sprake. Dit merkwaardig voorbeeld van 17de-eeuwse baksteenarchitectuur werd hoger uitvoerig besproken. Huize Rutsaert staat terecht vermeld als een van de weinige vertegenwoordigers van de classicistische architectuur van de boetestad (57). Deze stijl breekt door circa 1770. Het lokale karakter van de architectuur wordt verdrongen door abstracter en algemener formules. Huize Rutsaert, gebouwd circa 1788 is een typisch voorbeeld van die "strenge" bouwstijl. Het heeft een karakteristieke 18de-eeuwse lijstgevel, dat wil zeggen een gevel die beëindigd wordt door een over de gehele breedte doorgaande kroonlijst. De 17 meter brede voorgevel van het huis Rutsaert, waarvan de nokrichting evenwijdig loopt met de aslijn van de Vleeshouwersstraat, bestaat uit zeven

traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak. Een licht uitspringend middenrisaliet van drie traveeën is bekroond met een fronton. Hierin is het zo typische ovale zoldervenster (oculus) aangebracht. "Dit fronton boven het middenrisaliet schept precies de axiaal-perspectivistische verhouding die het classicisme zo sterk nastreefde. Het fronton, vooral als het gebonden is aan de bouworde die het bekroont, doet zich voor als de voorzijde van een volume {dat deden onze trapgevels vroeger niet, die hadden slechts het effect van een vlak decoratief scherm). Het fronton impliceert achter de gevel het bestaan van een interieur dat loodrecht geprojecteerd wordt op het vlak de gevel" (58). De gevel is uiteraard streng symmetrisch opgevat. Hij wordt zijdelings begrensd door de typische

mimmm*..

..


50

M&L

Opmetingstekening van de voorgevel (architect M. Vandendries)

neg- of boekblokken en onderaan door een plint die tot de onderdorpel van de vensters van de benedenverdieping reikt. De horizontale geleding wordt verkregen door middel van de doorlopende onderdorpels en van de kroonlijst. In de eerste verdieping sluiten de onderdorpels aan bij de pullijst. Vier lichtjes uitspringende gecanneleerde modillons of kraagstenen dragen de pullijst van het middenrisaliet. De gevel wordt afgeboord met een in platte banden geprofileerde kroonlijst. De gootlijsten van de eerste verdieping en van het fronton steunen op klossen. De rechthoekige muuropeningen worden gevat in een vlakke, lichtjes uitspringende omlijsting met oren en sluitsteen. De grote vensters hebben een kleine roedenindeling (3 vertikaal, 5 horizontaal) en "persiennes" (59) op de begane grond. Het oude glas bleef bewaard. Wij komen het dubbelhuis binnen via een dubbele vleugeldeur met bovenlicht, gesitueerd in de as-travee van het gebouw. Deze deur is een 19de-eeuwse vervanging van de oorspronkelijke, die hoogstwaarschijnlijk breed eendelig was. De gevel is opgetrokken in de typische gele baksteen uit de omgeving. Alle metselwerk is in halfsteensverband uitgevoerd. Hoewel de zogenaamde "millimetervoeg" is toegepast, heeft men de gevel

naderhand toch wit en lichtgrijs geverfd. Behalve baksteen is ook heel wat natuursteen aangewend : Artesische kalksteen voor de negblokken, sluitstenen, onderdorpels, pullijst en deuromlijsting; Doomikse kalksteen voor de plint. Net als de baksteen, heeft men de natuursteen uiteindelijk (blauw-grijs) geverfd. Wat de gevelversiering betreft, is - zoals het in de Lodewijk XVI-stijl betaamt -alles streng en abstract gehouden. De gevel bekoort vooral door de haast wiskundige eenvoud van zijn verticale en horizontale lijnen. Alles in de maat, in de ideale verhouding. De loutere versieringselementen zijn eerder schaars en gaan ook weer terug op antieke voorbeelden. Het zo geliefde versieringsmotief van de Corinthische bouwstijl, namelijk de palmet gecombineerd met zijdelingse voluten, vinden wij ook op de gevel van Huize Rutsaert terug: onder het fronton van de deurpanelen en als sluitsteen van de deuromlijsting. De dertien diamantkoppen van de sluitstenen en van de vensters, de lichtjes uitspringende negblokken aan de geveluiteinden, vormen de discreet aangebrachte opsmuk van het huis. De decoratie van het middenrisaliet breekt wel even die bescheidenheid om wat waardigheid te kunnen uitstralen: fronton, palmet en voluutversiering van de vleugeldeur en haar omlijsting, de vier gecanneleerde kraagstenen (modillons) met gestileerde lauriertakjes en het bekronende fronton met zijn zo typische ovale


M&L

51

oculus, geven de "deftige-bwgerwoning" van Pieter Vandenbussche het onvergankelijke etiket mee van klasse..., of zeggen wij liever "klassiek". Een huis dat heel goed past bij het imago van zijn bouwheer. In zijn Mémoires schrijft Thibaudeau, een prefect uit Napoleons tijd: "Dt Eerste Consul stond erop dat de prefecten een gerieflijk ingericht huis bezaten, dat een zekere uitstraling had; dat zij er maaltijden aanboden, bals en feesten inrichtten, om aldus waardering voor het gezag en eerbied voor het bestuur af te dwingen...". Dit citaat kan, met enige restrictie, ook op "souspréfet" Vandenbussche toegepast worden! Huize Rutsaert kan, na zijn recente restauratie opnieuw aanspraak maken op de titel van "maison de representation".

Het interieur van Huize Rutsaert (60) Het interieur van Huize Rutsaert is helemaal conform het model dat einde 18de eeuw bij de gegoede burgerij in trek lijkt: een huis met "meerdere slaapkamers, een eetkamer, een keuken (en eventueel nog een bijkeuken), een of twee salons en soms een aparte werkkamer" (61).

Vestibule en trappenhuis

Plans van de begane grond en van de eerste verdieping (architect M. Vandendries)

Wij komen de vestibule van het herenhuis binnen via een dubbele deur aan de straatkant. Die ruime hal van vier bij negen meter verdeelt de begane grond van het huis in twee ongelijke helften: een linker, met een representatieve en professionele functie; een rechter met een meer privékarakter. Achterin de brede gang is een acht meter hoog trappenhuis met een bordestrap geïntegreerd. Twee bordesvensters en

een dubbele tuindeur zorgen voor een royale zuidelijke lichtinval, die het grijs geaderde witte marmerstuc van de vestibule een majestueuze aanblik geeft. Het plafond en de aansluitende wanden van het voorste gedeelte hebben nog hun oorspronkelijk Lodewijk XVI-lijstwerk bewaard. Dit is niet het geval met het trappenhuis. Dit laatste kreeg circa 1870 - terzelfdertijd met het oostelijk salonnetje een compleet nieuw uitzicht. Een paar minder geslaagde bouwkundige ingrepen in de zuidgevel (62) maakten het precies mogelijk het bordes te verlagen en het trappenhuis een evenwichtiger, klaarder en imposanter aanblik te bezorgen, waardoor het second-empireplafond ook de nodige ruimte kreeg. Treden, stootborden, trapbomen en balusters van de bordestrap zijn, in overeenstemming met de rest van de vestibule, wit geverfd. Op de witte bloktrede staat de zuilvormige trappaal van mahoniehout, versierd met vergulde acanthus-, palmet-, lelie- en krulmotieven. Vermoedelijk had deze Egyptisch geïnspireerde hoofdbaluster een bolvormige bekroning. De gedraaide tussenspijlen, waarvan bepaalde profielelementen (bijvoorbeeld: de bezanten op de knopen) verguld zijn, geven de trap een zekere charme. Deze wordt zeker nog versterkt door het klassieke sculpturale ornament van de buitenste trapboom, met name in de vorm van opeenvolgende en afzonderlijke S-vormige spiralen, waarvan de open plekjes boven en onder de kronkellijn telkens met een eikebladmotief ingevuld zijn. De donkere mahoniehouten handlijst is het enige onbeschilderde element van deze trap. De strengheid van de zwartmarmeren vloer wordt door enkele geometrische motieven doorbroken. Een witmarmeren band omgeeft de vestibule. Voor de drempel van de twee oostelijk gelegen kamers, is telkens een ruitvormig vloermotief aange-


52

De vestibule met trappenhuis van Huize Rutsaert. Rechts, de mahoniehouten trappaal (foto's 0. Pauwels)

M&L

bracht, diagonaal in vier driehoeken verdeeld, afwisselend van wit en zwart marmer. Het geheel is met roodachtig marmer en beige hoektegeltjes afgezoomd. Meest opvallend is de centrale vloerversiering: een achtpuntige ster, gevormd door evenveel onderaan afgetopte, langwerpige en ruitvormige marmerfiguren van afwisselend zwarte, bruinwitte, grijswitte en witte kleur, geplant op een oranjemarmeren middencirkeltje. Beigemarmeren tegels vullen de overblijvende driehoekige vlakjes in tussen de sterpunten en de octogonale witmarmeren omlijsting. Deze vloer is vermoedelijk nog 18de-eeuws. Op deze ruime vestibule komen drie imposante vleugeldeuren en twee minder hoge enkele-deuren uit. Alle zijn paneeldeuren en zijn beschilderd in een imitatie mahonie- en ebbenhout, te dateren in de jaren '70 van de 19de eeuw.

Het westelijk of groot salon Via één van die dubbele paneeldeuren komen wij in het groot Lodewijk XVI-salon (7 x 5m). Vanaf circa 1780 kiest men meer en meer voor de splitsing van woon- en eetfunctie. De eetkamer sluit dan ook vlot aan bij het grote salon, via een identieke vleugeldeur, centraal in de zuidelijke salonmuur. In dit verfijnde salon bleef de 18de-eeuwse sfeer goed bewaard: bepalend hiervoor zijn de marmeren Lodewijk XVI-schouw en het plafond met zijn herschilderd stucwerk, evenals het profielwerk van de lage lambrizering. De Lodewijk XVI-schouw van "gris Sainte Anne"marmer, centraal tegen de westelijke salonwand en recht tegenover de dubbele deur die naar de


M&L

HetLodewijkXVIsalon uit Pieter Vandenbussches tijd is nu stilaan aan restauratie toe (foto 0 . Pauwels)

53

vestibule leidt, eist de ereplaats op. Schouw en deur bepalen de lengte-as van de kamer. De rechte lijn en de sobere versiering maken hier de dienst uit. Het schouwblad wordt aan beide kanten geschraagd door de tot aan de plint reikende gedrukte S-vormige console van de rechtstanden, waar een drietal witmarmeren ornamenten op aangebracht zijn: een bladmasker met acanthusmotief op het kopstuk, een geschubd-eikebladmotief op de bovenste krul, en het zo typische "geteld geld" op het consolelichaam. De rechte schoorsteenboezem is volledig bedekt met een spiegel waarvan de lijst bekroond is met fraaie bloemen en acanthusbladeren. De hoogte van de sokkellambrisering stemt overeen met die van de bovenzijde van de marmeren vensterbanken, eveneens van "gris Saint-Anne" en met de bovenregels van de onderste deurpanelen. De originele muurbekleding is verdwenen maar de nog aanwezige resten van betimmering voor behangsel-linnen laat ons vermoeden dat de salonwanden anno 1790 met papier werden behangen. Het is ook helemaal niet uitgesloten dat de kamer met duurder materiaal, zoals geschilderd behang en damast, werd behangen, naar de mode van de tijd. Het recent uitgevoerde vooronderzoek naar de oorspronkelijke afwerking van dit interieur, duidt echter eerder in de richting van een eenvoudiger afwerking

Het kleine secondempiresalon bevat een reeks sierlijke medaillons met allegorieën (van links naar rechts) van de Teken- en Schilderkunst, de Architectuur, de Beeldhouwkunst, de Muziek, en verder de Lente, de Zomer, de Herfst en de Winter (foto's 0 . Pauwels)

met behangselpapier rechtstreeks op het pleisterwerk aangebracht. Een rijk geornamenteerde rondlopende kroonlijst vormt de overgang tussen wanden en plafond. Ze is


54

M&L

samengesteld uit bladwerk, profiel-, eier-, parel- en tandlijst. De volledige breedte van het plafond wordt haast ingenomen door twee concentrische ornamentale ringen en een centraal rozet, - telkens met een even brede tussenruimte - en alle versierd met beschilderd stucwerk. De concentrische figuratie is nog eens rechthoekig ingelijst, zodat aan de oost- en westzijde van het plafond een extra versieringsvlak ontstaat. Een laurierguirlande, opgehangen aan een gestrikt lint en dito bezanten, zorgt voor de invulling ervan.

een nieuwe aankleding kreeg in second-empirestijl die intact bewaard is gebleven. De fraaie spiegelschouw van wit blauwgeaderd marmer is perfect geïntegreerd in het interieur, zowel qua verhouding als qua kleur. Opvallend is ook, hoe zelfs de schouwen en de op de vestibule uitkomende vleugeldeuren van beide even diepe salons, loodrecht op dezelfde aslijn geprojecteerd zijn. Merkwaardig is de ingewerkte en nog functionerende 19de-eeuwse gasradiator, die verborgen zit achter geajoureerde bronzen deurtjes.

De marmeren vloer van het salon, van heel recente datum, vervangt de originele plankenvloer, die door huiszwam gedeeltelijk weggevreten was. Dit laatste had misschien iets te maken met de ondeskundige manier waarop de vloerconstructie destijds werd geplaatst of later aangepast. De houten (gerecupereerde) vloerliggers legde men gewoon op een niet zo droge ondergrond van steengruis en ander bouwafval. De vochtige balken waren een prima voedingsbodem voor zwammen, met het gekende gevolg. Om de zwammen definitief uit te kunnen roeien koos men tenslotte voor een marmeren bevloering op betonnen ondergrond.

Tussen de deklijst en plint bestaat de rondlopende lambrizering uit eenentwintig dubbel omlijste paneeltjes waarin haast eendere bloemmotieven zijn geschilderd.

Het kleine salon (63) Links van de vestibule, rechtover het grote salon en eveneens aan de straatkant gesitueerd, ligt een opmerkelijk kleiner salon (± 23 m2), dat rond 1870

De muur aan de straatkant heeft twee rechthoekige vensteropeningen met daartussen een dito spiegel, gevat in een wit-en-goud- geverfde, geprofileerde omlijsting, met concave hoeken. Het consoletafeltje waarop de vensterhoge spiegel oorspronkelijk rustte, is verdwenen. Heel opmerkelijk in dit salonnetje zijn de grijswitte vleugeldeuren, die beschilderd zijn met elegante bloemmotieven en allegorische vrouwenfiguren, die de vierjaargetijden voorstellen. De medaillons op de zuidelijke vleugeldeur beelden de Lente en de Zomer uit. De allegorische figuur van Het kleine secondempiresalon (foto O, Pauwels)


M&L

55

De blauw-geaderde schouw met spiegel in het kleine salon (foto 0. Pauwels)

HET ONDERZOEK NAAR DE ORIGINELE POLYCHROMIE Marjan Buyle(l) In het westelijk of groot salon en in de traphal werd een onderzoek verricht naar de oorspronkelijke kleurafwerking. Dit werd uitgevoerd door de conserveringsploeg van het Bestuur Monumenten en Landschappen. Voor beschrijving en datering van deze vertrekken verwijzen we naar het hoofdartikel. Het groot salon (circa 1790) Het kleuronderzoek wees uit dat het plafond van dit vertrek maar éénmaal overschilderd werd. Onder de huidig zichtbare beschildering vinden we onmiddellijk de oorspronkelijke polychromie.

de Lente is een jonge vrouw gehuld in een lichtgele, lange en soepel vallende tuniek die een mand vol lentebloemen en een bloementak draagt. Een frisse lentelucht en een groenende bodem vormen een passende achtergrond. Het rechter medaillon is een pendant van het linker en is er ook heel symmetrisch mee geconcipieerd. De Zomer draagt een lichtroze loshangende tunica, opgehangen aan een gouden schouderring en haar attributen zijn korenaren en -schoof. Een lichtblauwe lucht, een groene verte en een zachtbruine voorgrond maken hier het decor uit. De medaillons van de vleugeldeur die op de vestibule uitkomt, vormen het allegorisch tweeluik van Herfst en Winter. Weer zijn beide medaillons als een structureel symmetrisch geheel opgevat. Beide allegorische figuren dragen zware wollen kleren. Een bronskleurige wijnkruik en bronzen vuurvaas vormen hun respectieve attributen. Rotsachtige bodems vormen een toepasselijk decor. De sopraportes zijn beschilderd met een horizontaal uitgetekende, kleurrijke bloemcompositie tegen een witgrijze achtergrond en zijn opgenomen in hetzelfde dubbele lijstwerk als dit van de muurpanelen. De gepleisterde zoldering is overvloedig met lijstwerk en stuc reliëfs verlevendigd. De pronkstukken van dit second-empireplafond zijn wel de vier hoekmedaillons. De vier olieverfschilderijtjes alle-

Omdat de originele verflaag uiterst dun en fragiel is, konden geen kleurvensters gemaakt worden, maar beperkten we ons tot kleine kleurpuncties. De oude verflaag is mat en bevat bijna geen materie (waterverf?). Voor de volledige opeenvolging van de kleurlagen verwijzen we naar bijgevoegde tekeningen. Qua kleurtint zijn ze evenwel louter indicatief. Voor de exacte kleurstelling worden de nummers van de kleurenkaart Pantone opgegeven. De bovenste opstaande muurproflelen van het plafond waren lichtgrijs. Er werd enkel een accent gelegd op de "eieren" van de eierlijst, die verguld werden. De vergulding bestaat uit bladgoud op een dunne rode boluslaag. Verdergaand op het plafond zien we dat de brede diepe lijsten in donkergroen geschilderd werden. De geprofileerde lijsten zijn daarentegen lichtgrijs, met telkens één donkergrijze platte lijst. De meeste ornamenten zijn meegeschilderd met de lichtgrijze ondergrond, behalve de bloemmotieven, strikken en de twee binnenste omamentlijsten, die verguld waren. Ook het centrale motief was volledig in bladgoud afgewerkt. De bruine boorden zijn in een bruinrode tint, die we niet exact terugvonden in de kleurenkaart. De tint is het best te vergelijken met de mahonietint van de deuren. Bij het wegnemen van het huidig opgespannen behang kwam een stuk oranjerood papier vrij, dat mogelijk de oorspronkelijke afwerking van de muren is. Het papier is monochroom geschilderd. De 19de-eeuwse deuren zijn in imitatie-mahonie en -ebbenhout geschilderd. Deze beschildering, die zoals gewoonlijk in verschillende lagen uitgevoerd is, vertoont een goede kwaliteit. Er werden later vernissen (?) op gezet die niet glad gedroogd zijn of later gedegradeerd zijn. Deze vemislagen kunnen eventueel weggenomen worden met adequate oplosmiddelen en vervangen door een goede vemis. Over de afwerking van de lage lambrizering is er bij gebrek aan materiële gegevens geen duidelijkheid. De traphal (circa 1870 met gedeeltes uit 1790) Vermits het plafond van de gelijkvloerse verdieping uit dezelfde periode stamt als het groot salon, vinden we hier gelijkaardige tinten terug. De uitwerking is wel veel


56

M&L

WÊMÊÊBtKKKKmmÊÊÊKKmKÊ

1

2

3

4

J

1*20 U

PANTONE

9 «1 U 420 U PANTO 874 C 198 U

87i C i

1. De beschildering van het plafond van de traphal. op de eerste verdieping: 2. De beschildering van de trap: 3. Reconstructie van de oorspronkelijke beschildering van het plafond in het groot salon: 4. De opstaande profiellijsten in het groot salon (tekeningen Els Jacobs)

198 U

'mê&amMy®M!0^Mï!&&&^>M^£ÊÊSM i

U S ^ A V^A T AV"A ' V A V

QSSSES^^Sl '^èè ï

'421 j sArroNE 424 U 874 [ 349 J MAH0N1E8RUIN

soberder. Er is een afwisseling tusen lichtgrijze en donkergrijze profiellijsten. De muren waren in marmerschildering afgewerkt. Een groot fragment bleef bewaard achter een spiegel op de overloop tussen de vensters. Dit gedeelte werd niet overschilderd en kan na reiniging een goed idee geven van het witte imitatiemarmerpatroon. Het is door zijn situering ook niet verkleurd, zoals wel het geval is op kleurvensters die op de muren gemaakt werden. Daar zijn de vernissen fel vergeeld door de inwerking van de U.V.-stralen. De 19de-eeuwse deuren op de gelijkvloerse verdieping zijn in dezelfde mahonie-imitatie als in het groot salon. De treden en de trapspijlen waren in lichtgrijs geschilderd. Wat nu in "potjesgoud" staat, was oorspronkelijk met blad-

PANTONE

421 U 874 C

verguld. Het ornament van de buitenste trapboom met de spiraalmotieven was eveneens lichtgrijs, maar de ronde profiellijsten boven en onder waren in twee lagen roze geschilderd. Dii verwijst meteen naar het plafond van de eerste verdieping, waar we dezelfde kleurencombinatie tegenkomen. Dit second empire-plafond vertoont lichtgrijze opstaande profiellijsten. De rest van de lijsten is donkergrijs, met uitzondering van de vergulde stermotieven, vergulde parellijsten en een platte lijst en de spiegel van het medaillon in aflopend roze: donkere boord met lichtroze in het midden. (1) De restauratie van dit interieur volgt in een 2de face.


M&L

De zuidelijke vleugeldeur van het kleine secondempiresalon met allegorieën van Lente en Zomer (foto 0. Pauwels)

57

goriseren de vier kunsten die bij uitstek de perfecte verhouding trachten te bereiken, met name: de Teken- en Schilderkunst, de Architectuur, de Beeldhouwkunst, de Muziek. Zij worden traditiegetrouw voorgesteld door dartele putti met hun respectieve attributen, namelijk tekenplank, palet en penselen; passer, meetlat, gradenboog en hamer; beeldhouwershamer en beitel; instrumenten en partituur. Het kleurenpalet van dit rijke second-empiresalonnetje vertoont homogene pasteltinten van rozen en grijzen, verrijkt met verguldsel.

DE RESTAURATIE VAN DE VOORGEVEL De beschilderde bakstenen voorgevel van Huize Rutsaert was aan een opknapbeurt toe. Vervuiling, afschilferende verflagen maar vooral de toestand van het schrijnwerk, waren van die aard dat enkel een dringende ingreep het goed voor verder verval kon behoeden. De restauratie van de voorgevel kreeg dan ook prioriteit tegenover de restauratie van het interieur. Deze laatste mag echter in een tweede fase worden verwacht. Drie zaken bepaalden de aard van de werkzaamheden: - de kwaliteit van het aanwezige schrijnwerk, voornamelijk de ramen met hun oude glas; - de afwerkingswijze van het baksteenparament; - het onderscheid tussen de drager van de gevel zelf en die van de koetspoort. Met uitzondering van de deur was alle aanwezige schrijnwerk nog het oorspronkelijke 18de-eeuwse. De voor deze periode kenmerkende kleine houtsecties, evenals de latere verbouwing van de opschuivende delen naar opendraaiende vleugels, in combinatie met de normale gebruikssleet, hadden de stevigheid ondermijnd van deze grote ramen met kleine roedenverdeling. De aanwezigheid van het oude glas echter, dat door zijn kleine onvolmaaktheden en uitzakkingen zorgt voor een onnavolgbare lichtspeling, maakte het behoud ervan tot een eerste prioriteit. Het bleek dat de ramen aan de voorzijde zelden of nooit geopend worden en dat reinigen van buitenaf gebeurt. Daarom kon geopteerd de opendraaiende vleugels zoveel mogelijk vast te zetten. Alleen op de verdieping kan nog één venster per kamer geopend worden voor verluchting. Deze optie maakte het mogelijk de totaliteit van de oude ramen te bewaren, mits grondig nazicht en herstel. Zij werden ter plaatse hersteld, zonder te worden uitgenomen: de zwakste vleugels werden vastgezet.

de rotte delen verschoeid of deels met reparatiemiddelen opgestopt. Delen van onderdorpels en onderregels werden vervangen door eikehouten stukken. Verschillende kleine ruiten waren gebarsten en het plaatsen van de stellingen gebeurde ook niet zonder schade aan de ruiten. Diverse stalen glas werden getest ter vervanging, maar zonder succes. Tenslotte werden geschikte stukken glas van herbruik gevonden om de gebroken ruiten te vervangen. De lichtspeling van deze 'onvolmaakte' ruitjes was immers zo levendig, dat het aanbrengen van enkele vervangruitjes in effen hedendaags glas als storend werd ervaren. Grondig nazicht van de stopverf en het aanbrengen van drie opeenvolgende verflagen, moesten een afdoende bescherming van het hout garanderen. Ook de aanwezige persiennes konden worden behouden. Ze werden, in het atelier van de aannemer, achtereenvolgens grondig nagezien, hersteld, schoongemaakt en herschilderd. Een volledige vernieuwing van dit waardevolle schrijnwerk werd, door deze aanpak, voor onbepaalde tijd uitgesteld. Tweede bijzonderheid aan deze gevel vormde de afwerking van het parament. De analyse van een


58

M&L

DE ANALYSE VAN VERFLAGEN L Maes, K.I.K. Om de stratigrafische opbouw te kunnen onderzoeken werd een monstertje ingebed, gepolijst en de bekomen dwarsdoorsnede werd met de microsonde geanalyseerd. Volgende waarnemingen werden uitgevoerd: - totale dikte van het onderzochte verfmonster: 1600 micron; - aantal verflagen: 11 (soms gescheiden door donkerder gekleurde gedeelten van vuil); - de bovenste lagen zijn vervormd door kratervormige uitstulpingen die een gevolg zijn van een laag waarin blijkbaar veel, nogal dikke zandkorrels voorkwamen. De daaropliggende lagen hebben een korrelige structuur. Opeenvolging van de verschillende lagen : 1. onderste laag (steen ?) bevat alleen calcium en is 350 micron dik; 2. roodachtige laag van ca. 80 micron die naast calcium ook ijzer, barium en een weinig lood bevat; 3. roodachtige laag van ca. 70 micron, die dezelfde elementen bevat als laag 2; 4. witte laag die lood en barium bevat (dikte ca. 150 micron), 5. witte laag die naast lood en barium ook nog zink bevat en een dikte heeft van ca. 200 micron;

monster van de opeenvolgende verflagen (elf in totaal) geeft een mooi overzicht van de evolutie van de verfindustrie: van kalk over lood- en zinkwit naar het recentste titaanwit. De oudste lagen bevatten rode kleurstoffen, maar vanaf de derde verflaag is steeds een witte kleur gebruikt. Omdat deze gevel ook wit tot ons gekomen is, was de kleurkeuze vrij evident. Maar eerst werd de gevel afgespoten met water onder druk, om de opeenvolgende verflagen te verwijderen. Op plaatsen waar vroeger de oudste kalklagen gelost waren, had men later rechtstreeks op de baksteen geschilderd; deze plaatsen waren het moeilijkst te reinigen zonder schade te veroorzaken door te hoge druk. Hier werden plaatselijk afbijtmiddelen en zelfs mechanische middelen gebruikt. De bedoeling was immers te komen tot een zo egaal mogelijke drager van baksteen. Bij deze operatie kwamen sporen aan het licht van wat mogelijk het oorspronkelijk voorkomen van dit herenhuis geweest kan zijn: de omlijstingen van de muuropeningen zijn uitgevoerd - zoals in de streek gebruikelijk - met gele geschaafde baksteen verwerkt zonder voeg (64). De toepassing van deze techniek beoogde een zeer zorgvuldig en strak resultaat, het bewerken van natuursteen gelijk. Het overige metselwerk van gele handvorm was plat-vol gevoegd. Hier werd de voeg nadrukkelijk

6. witte laag van 70 micron dik die zink en lood bevat; 7. 230 mifcron dikke laag die barium, zwavel en een weinig lood bevat en zoals de voorgaande een witte kleur heeft; 8. witte laag. 70 micron, bevat barium en lood; 9. witte laag die alleen lood bevat en 130 micron dik is; 10. witte laag met zink en barium (200 micron); 11. toplaag van witte verf op basis van titaan. Calcium wijst op kalklagen. Lood komt van loodwit. Zink komt van zinkwit of, indien samen met barium, van lithopone. Barium wijst op bariumsulfaat en - in samenspel met zink op lithopone. Titaan komt van titaandioxide. We zien hier dus een duidelijke verschuiving van de gebruikte witte pigmenten fa de loop van de tijd. De drie onderste lagen geven kalk; in de 6 daaropvolgende vinden we lood terug, soms gemengd met bariumsulfaat, dan weer met zink en ook eens met beide. De bovenliggende laag geeft dan alleen barium en zink terwijl voor de toplaag titaanwit werd gebruikt (Hoe de verfindustrie evolueert!)

gedagstreept; deze dag was - zoals op verschillende plaatsen kon worden vastgesteld - donker-grijs gekleurd (vervuild?). Het zal wel altijd een vraag blijven of dit genuanceerd gemetseld, en in zekere zin reeds "afgewerkt" parament, van bij zijn totstandkoming van een kalklaag werd voorzien, of dat de oudste roze-rode afwerkingslaag een mode van latere datum was. Het blote baksteenparament vertoonde thans evenwel veel sleet en reparaties. Daarenboven behoorde de witte kleur bij het vertrouwde beeld van Huize Rutsaert. De gevel staat nu in een opgewarmd wit met een lichte accentuering van de omlijstingen en van de hoekblokken. De plint werd in een zacht warm grijs geschilderd. Het schrijnwerk is wit. Als verfsoort werd een dispersiemuurverf op basis van acrylharsen gebruikt, echter nadrukkelijk zonder glans. Het baksteenparament van de eigenlijke gevel verschilt opvallend van dit van de koetspoort. Gelet op de hoger geschetste bouwgeschiedenis hebben wij hier te doen met een restant van het vrijwel ongewijzigde metselwerk van de 17de-eeuwse kerk van het norbertinessenklooster, zoals ook blijkt uit de vormgeving van het laadvenster boven de koetspoort. In dit gedeelte werden geen sporen van


M&L

59

gedagstreepte voeg aangetroffen. Het vernieuwde voegwerk werd hier licht geborsteld, zodat de baksteen meer "spreekt". Hoewel voorzien van een zelfde afwerkende verflaag, is deze verschillende ondergrond verantwoordelijk voor een gewilde differentiatie die de historiek van dit huis mede helpt veruitwendigen.

(21) SAV, NA, nr. 219, document nr. 19. (22) SAV, Burgerlijke Stand Veume, 1815, f. 10. Het gaat hier om een overname van een overlijdensakte uit het register van de Burgerlijke Stand van Leffinge d.d. 1811. (23) Pauwels W., o.c, p. 104. (24) SAV, NA, nr. 219, document nr. 28. (25) De Volkstelling 1814, dl. XXVII, Brugge, 1990, p. 116, (uitgave van V.V.F., Afdeling Brugge). Volgens dit register staat het huis in de Vleeshouwersstraat nr. 20 vanaf (9 mei) 1814 leeg. SAV, NA, nr. 204 (Bevolkingsregister Veume, 1815). In dit register is geen De restauratie van de voorgevel, aanbesteed voor de bewoner voor het huisnummer 20 vermeld. In de marge is toch de naam "Boudeweel Ferdinand" bijgeschreven, maar zonder prijs van 1.439.431,-fr. werd uitgevoerd in de zomer datum. SAV, NA, nr. 219, document 28. Het huis is door de van 1991 door de firma Van Goethem en Zoon uit vorige bewoonster verlaten op 9 mei. Aalst, naar het ontwerp van architect Mare (26) SAV, NA, nr. 206, Bevolkingsregister Veume, 1822, niet gefolieerd. Vandendries uit Veume. (27) SAV, NA, nr. 207, Bevolkingsregister Veume, 1825, fo. 71v. en 72. Verder zullen wij bewijzen dat Joseph Clep in 1826 dit De Vlaamse Gemeenschap kende een subsidie toe huis zal betrekken. (28) Heel wat biografische gegevens betreffende W.J. Clep putten van 887.855,-fr, in het kader van een spoedprocewij uit de onuitgegeven notities van K. Feys d.d. 1985, gemaakt dure. Dit bedrag werd aangevuld met een bijdrage in opdracht van het bestuur van het Rustoord Clep in van de provincie en van de stad. De eigenaar, de vzw Hoogstade-Alveringem. Wij konden ook gebruik maken van heel wat kopies en afschriften van originele bronnen bij die Annuntiatenklooster van Veume, betaalde het saldo. studie gebruikt. Wij danken hiervoor heel bijzonder A. Ryon en S. Sampers voor de verstrekte hulp. Uiteraard hebben wij de gekregen informatie met zelf gevonden bronnenmateriaal Voetnoten aangevuld. r (29) Flys-Vuylsteke, Hel Rustoord Clep te Hoogstade, Geluwe, (1) Gebruikte afkortingen: ARA: Algemeen Rijksarchief Brussel; 1965, p. 17. BAB: Bisschoppelijk Archief Brugge; NA : Nieuw Archief; (30) Testament van Joseph Clep, neergelegd bij de rechtbank op OA : Oud Archief; PR : Parochieregister; RAB : Rijksarchief 12 mei 1871 (notaris Rolly, Wulveringem) Brugge; SAV : Stadsarchief Veume. Alle biografische (31) Feys K., onuitgegeven notities. gegevens werden - tenzij anders vermeld - geput uit de registers (32) Kantoor van Notaris Rolly, Wulveringem, akte van 22.5.1869, van de Burgerlijke Stand en de Bevolkingsboeken van de blad 1. vermelde gemeenten. (33) De Smet J., o.c, p. 133. (2) Termote J., Timperman M., Van Acker 1, Tweehonderd jaar (34) Feys K., onuitgegeven notities. Norbertinessenklooster in Veume (1618-1783), Veume, 1989. 35) DeSmetJ.,o.c.,p. 133enl37. De gegevens van dit hoofdstuk werden uit voomoemde mono(36) Blondeau R.A., Over notarissen vroeger en nu, in De Uzergrafie geput. ftodc, 8ste jg., 11.11.1978, p.l. (3) Twee panden "ontsnapten" aan de eerder toevallige hereniging (37) SAV, NA, nr. 229, register, document nr. 120. van alle percelen die ooit het norbertinessendomein uitmaakten, (38) Staat van Goederen Clep-Deman na de dood van Marie met name deze met de tegenwoordige kadastrale omschrijving Victoire Deman, (1832, opgesteld door notaris Vandenberghe, Sectie A 435 b (huisnummer 19) en Sectie A 433 d (huisWulveringem, minuten). nummer 17). (39) Zie: noot 38. (4) Over de figuur van bouwheer, Pieter Vandenbussche: (40) Schepens L., De provincieraad van West-Vlaanderen 1836zie De eigenaars-bewoners van het huis. y92/,Tielt, 1976, p. 17-24, p. 428. (5) SAV, OA, Bijvoegsel, nr. 31. (41) Jourdain J., Contribution a la Généalogie et a THistoire de la (6) ARA, Kaarten en Plannen, nr. 1893, hs, a en b. Familie Herwyn, [Nice], s.d., p. 216-218. (7) SAV, NA, nr. 524. (42) Zie: noot 38. (8) Vandermeulen G., Historie van den oorloge van 1794 hetrekke(43) Kantoor van notaris Rolly, Wulveringem, akte van 22.5.1869, lyk tot Westvlaenderen, ed. BdK dl. II, Nieuwpoort, 1965, blad 1. p. 165. (44) Schepens L., ibidem. (9) SAV, OA, Bijvoegsel, nr. 31. (45) Ibidem, p. 428 en p. 147. (10) SAV, OA, nr. 339, p. 437-438. (46) De Smet J., o.c, p. 137. (11) Pauwels W., Veurne in de Franse tijd, Veume, 1990, p. 32 (47) SAV, NA, nr. 214, Bevolkingsregister Veume, 1833. Clep laat (12) Van Acker 1, Veurne, 23 april 1796.14.00 uur. het einde van zich in de loop van 1833 domiciliëren in Alveringem, en op ?... een tijdperk, in Biekorf, jg. 98,1988, p. 321. verlaat Floor de Zwarte Nonnenstraat 30. (13) De Smet J., Het Rijksarchief te Brugge, in Het Rijksarchief in (48) De Smet, o.c, p. 133. de Provinciën. Overzicht van de Fondsen en Verzamelingen, (49) Het huisnummer is niet langer nr. 20, wel 18. dl. I, De Vlaamse Provinciën, Brussel, 1975, p. 137. (50) BAB, f. 372, nr. 208. (14) RAB, Notariële archieven: Notariaat Heyvaert, Depot 1971, (51) Uit "Oorsprong van de eigendom", in de koopakte van het huis nr. 1. d.d. 5.4.1985 (Privaat bezit). (15) TudesqA.J.,RudelJ., m9-\m\aCollectiondHistoire, (52) SAV, NA, nr. 524. Bordas, 1968, p. 205-209. (53) Deze bewering steunt op een mondeling getuigenis van Agnes (16) De Potter F., Ronse E. en Borre P., Geschiedenis der stad en Vandromme, waarvoor onze dank. Te oordelen naar de stijl kan kastelnij van Veurne, dl. II, Gent, p. 88. dat ook juist zijn. (17) Pauwels W., o.c, p. 46. (54) Grafmonument Steylaers-Vroome op het stedelijk kerkhof in (18) SAV, NA, nr. 201. Veume. (19) De provincie vroeger en nu, West-Vlaanderen, Brugge, 1976, (55) Informatie verstrekt door D. Lippens, waarvoor onze oprechte p. 30-31. dank. (20) SAV, NA, nr. 163. In het jaar 1804 staat Pieter Vandenbussche (56) Brunein C, Veurne gedurende den Oorlog, (1914-1918), vermeld in de lijst van de 500 "plus imposes" van het Veume, 1920, p. 51. Leidepartement.


60

M&L

De achtergevel van Huize Rutsaertme\ de tuin (foto 0. Pauwels)

(57) Geraadpleegde literatuur: Algemeen Beemaert B. e.a., Brugse Gevelgids, Brugge, 1982, p. 31-36. De Brabandere P., Franse-stijlinterieurs in Kortrijk, Kortrijk, 1990. Haslinghuis E.J., Bouwkundige termen. Utrecht, 1986. Meischke R.. Huizen en Keuren, {A Contribution to Medieval Archeology), in Rotterdam Papers, 1975, p. 86-116. Muller W. en Vogel G., d.t.v.- Atlas zur Baukunst, dl. 1, p. 155-161. Pevsner N., Europese architectuur ran Bernini tot Le Corhusier. Rotterdam. 1971. Philippot P., Kunst: ran barok tol neoclassicisme, in Oostenrijks België 1713-1794. Brussel, 1987, p. 347-405. Rottier H., Onderdak, Amsterdam, 1988, p. 86-157. Specifiek Delepierre A.M. e.a.. Bouwen door de eeuwen heen..., p. 518. Wybo C, La Procession expiatoire de Fumes, Tournai, 1912, p. 14-16. (58) Philippot P., o.c., p. 348. (59) Persienne: vensterblind naar Oosterse trant, bestaande uit horizontale schuin neergeklapte latten. Heel typisch in de 19de eeuw. Oorspronkelijk waren er wellicht ook dergelijke persiennes op de bovenverdieping. (60) Geraadpleegde literatuur: Algemeen I. Bourgeois I., Dekoratiere voorwerpen en hinnenhuisversiering in de 18de eeuw te Gent, in Oostvlaamse Zanten; LX111. 1988. nr. 2, p. 81-98.

(61) (62) (63)

(64)

C. Cordie C, Fontainehleau (Atrium cultuurgidsen). Alphen aan de Rijn, 1989. De Brabandere P., Franse-stijlinterieurs in Kortrijk, Kortrijk, 1990. Haslinghuis E.J., Bouwkundige termen, Utrecht, 1986. Mazzariol E.S., Slot Malmaison (Atrium cultuurgidsen). Alphen aan de Rijn, 1989. Muller W. en Vogel G., d.t.v.- Atlas zur Baukunst, dl. 1. p. 155-161. Perosa S., Bouwwerken van de gebroeders Adam (Atrium cultuurgidsen). Alphen aan de Rijn, 1989. I. Pisters I., Gentse woninginterieurs uit de 18de eeuw; in Oostvlaamse Zanten, LXIII, 1988, nr. 2. p. 71-80. Rea D.. De fresco's van Pompeji (Atrium cultuurgidsen). Alphen aan de Rijn, 1989. Scholten G.A., Onze betimmeringen. Leiden, 1903. Specifiek: geen Pisters I., o.c, p. 73. Hiervoor werden de derde en de vierde vensteropening van de eerste verdieping verlaagd. Volgens de bewering van Agnes Vandromme, inwonende gezelschapsdame van wijlen mevrouw A. Rutsaert, werd dit salonnetje ca. 1870 ingericht. Te oordelen naar de stijl kan dat ook juist zijn. Over deze techniek van baksteenbewerking en - verwerking, zie Goossens M., Bijzondere bakstenen, in M&L, jg. 8, nr. 6 (1989), p. 16.


M&L

61

SUMMARY

THE HANKAR HOUSE Together with the Tassel Hotel by Victor Horta, the house built by Paul Hankar for his own use in 1893 in the Defacqz street, Saint Gilles (Brussels) is one of the first Art Nouveau projects in Brussels. There is no synthesis of the original condition of the house as a whole. The documentation available is fragmentary and needed to be compared to the present condition of the house. At first the fajade gives a sobre impression, but once inside one notice the size of the house and how spacy the rooms are. The interior offers two dimensions, vertical in the hall and horizontal in the lounge; the starting point is in the small income hall, the end point in the quiet, linear composition, coming to a balance between the horizontal and vertical axes. Hankar applies for the building of a house with an architect's work shop on 28th January 1893. This was followed, more than 6 years later by a request to raise the additional building. In 1914 the new owner applies for an enlargement of the house, based on the plans by the architects Albert and Alexis Dumont. Still a few years later, in 1932, Alexis Dumont, the owner at that time lets the house rebuilt into appartments. All these changes thoroughly disturb the aspects of the Hankar house. There are several reasons to opt for a restoration of the house Hankar built for himself. All necessary elements are still there and there is sufficient documentation. Hankar himself is still insufficiently known as designer and his house, showing remarkable qualities as far as space is concerned, is one of his last constructions still existing. The restoration would contribute to a better understanding of his architecture.

to the Hoge Berg with the Hoge Heide, where two remarkable meres can be found: the Lavendelven (4) and the Zwart Water. The landscape south of the national road Herentals-Lichtaart consists of the Schoutenheide with the Galgenbrerg, the Snepkensvijver (5) and its surroundings as well as the Langenberg in Lichtaart. Also to the south of the national road Lichtaart-Kasterlee lies a major part of the chain of hills with De Bergen and the Goor Akkers, known for its sunken roads, the Koningsbos in Kasterlee with the Hoge Mouw and the Kabouterkensberg. In an overview of the protective measures existing and still to be taken it is made clear this chain of hills still has a lot of assets to be turned into a regional natural reserve. Finally a number of specific protective and management measures are proposed with as purpose: a natural reserve, with alternating heath land, meadows and locally birch and pine-trees, broad-leaved forests and meres, all of this flowing over in each other smoothly. Here rare plants and animals get more chances to develop and there would be space for soft recreation and nature education.

(1) (2) (3) (41 (5)

berg = hill (litt. moutain) heide = heath bos = forest ven = mere vijver = pond

THE RUTSAERT HOUSE IN VEURNE THE RANGE OF HILLS BETWEEN HERENTALS AND KASTERLEE The range of hills between Herentals and Kasterlee includes the elevation stretching North of the Kleine Nete. Somewhat less than half of this hillside is covered with dunes. A major inland dune area stretches from the Kruisberg (1), the Bosbergen and the Schoutenheide (2) in Herentals, over the Grote Heide, to the Witte Bergen and the Hoge Berg in Kasterlee (Lichtaart) and a smaller one in the northern half of the Koningsbos (3) in Kasterlee. In the subsoil there is a thin layer of gravel sediment on top of the tertiary Kasterlian sand, deposited when the Miocene sea drew back. The layer above that is the Poederliane, a sediment containing iron and fossiles, outcropping in the sunken roads at the Langenberg as well as north of the Hukkelbergen. During the Pleistocene the older sediments became partly covered with wind-borne sand deposits which caused the drifting sand dunes in more recent times. In order to describe this chain of hills it is being divided into a number of landscape entities. The landscape north of the national road Herentals-Lichtaart includes the dune area from the Kruisberg

The purely classical front of the Rutsaert house in Veume, done in a Louis XVI-style was constructed during the rebuild of the convent church from the former Norbertine priory, abolished in 1783. Remnants of this church are still clearly visible in the fafade with the carriage porch and the loading door above. From the construction till today all consecutive residents have been traced. As they were mostly engaged in politics, their qualities and activities reflect the history of our society. The reconstruction of the family situation - always remarkably small compared to the size of this house - and of the number of servants, add in a highly original way to social history of housing conditions. Although the facade shows all features of the pure Louis XVI-style from the late XVIIIth century, the XlXth century Second Empirestyle has added some remarkable qualities to the interior. The occasion for this bit of local and social history, combined with descriptive style study, has been the recently completed restoration of the front of this mansion, which preserved the original cabinetwork with the ancient glasswork. When cleaning the brick parament a possibly original finishing from aroud 1780 was discovered. This technique included smoothened bnck for the frames in combination with a coloured stripe in the piers. Because of the damage as well as of the familiar view the front was repainted after all.


"BOUWSTIJLEN IN BRUSSEL" Een uitgave van de Stichting Monumenten- en Landschapszorg v.z.w. in samenwerking met "School en Museum" (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement W.V.C., Administratie Kunst, Dienst Beeldende Kunst en Musea).

De evolutie van de bouwgeschiedenis te Brussel

Bijzonder geschikt voor scholen

64 Bladzijden

130 illustraties

Kostprijs: 295 frank

Te bestellen bij

Stichting Monumenten- en Landschapszorg v.z.w. Bergstraat 72 1000 Brussel tel.: (02) 512 40 97 rek. nr.: 426-3141111-35


Het standaardwerk over industriële archeologie in Vlaanderen!

VAN INDUSTRIE TOT ERFGOED

Technische gegevens: • • • • • • •

fotografie : G. Charlier vormgeving : A. Beullens produktie : L. Tack formaat: 33 cm x 25 cm 168 blz. met 100 illustraties in kleur en bichromie druk : Die Keure N.V. co-editie : Bestuur voor Monumenten en Landschappen en Stichting Monumenten- en Landschapszorg v.z.w.

Inhoud: essay's door L. Daels & A. Verhoeve, R Berckmans en J. De Schepper • fotoreeks door G. Charlier • tijdstabellen • bibliografie Kostprijs: 1.750 fr. (verzendingskosten inbegrepen) storten op rekeningnummer: 470-0278201-29 Verkrijgbaar bij: Bestuur Monumenten en Landschappen Zandstraat 3 1000 Brussel Tel. (02) 209 27 37

Bij aankoop : gratis stel prentkaarten over industriële archeologie!


RESTAURATIE VAN DE SINT-NIKLAASKERK TE GENT

N.V. VANDEKERCKHOVE Herstelling monumenten en openbare werken

OOSTROZEBEKESTRAAT 54 INGELMUNSTER 8770 tel. (051) 30 22 41 fax. (051) 30 22 37

GROUP

Tl

•"

M0NL1ENT


og nooit werden er voor de Blauwe Steen uit Henegouwen zoveel toepassingen gevonden als in de architectuur van vandaag.

BLAUWE STEEN UIT H E N E G O U W E N ® Een produkt van d e NV Carrières du Hainaut Tel 067/33.41.21

De Blauwe Steen uit Henegouwen is natuurlijk bestendig tegen slechte weersomstandigheden, vriesvast, gemakkelijk te onderhouden en niet duur. En overal waar u een stevig en duurzaam materiaal wil zien, zal de Blauwe Steen ertoe bijdragen dat uw ontwerpen de tand des tijds doorstaan.


Restauratie meesterwoning SOLVAY

Arch. Horta

Louisalaan 224

1050 Brussel

f£k NA Reinigingswerken Peetermans N r

HET ENIGE VERSCHIL "ONZE ZORG VOOR KWALITEIT"

Restauratiewerken - Gevelreiniger! - Steenverharding - Waterdichting - Kelderdichting

Wijnegemsteenweg 40,2160 WOMMELGEM - Tel. 03/353.75.75 (4L.)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
M&L_11_2.pdf by Vlaanderen-be - Issuu