VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 31/10/2012 BELEIDSMATIGE OPPORTUNITEITEN IN HET LICHT VAN DE BEVOEGDHEIDSOVERDRACHTEN BINNEN HET BELEIDSDOMEIN WERK – FOCUS OP DE DOELGROEPKORTINGEN
1. Probleemstelling Op 11 oktober 2011 werd op federaal niveau het Institutioneel Akkoord voor de zesde Staatshervorming, beter gekend als het Vlinderakkoord, gesloten. Door dit akkoord verschuiven er belangrijke bevoegdheden, middelen en instrumenten naar de gemeenschappen en gewesten. De bevoegdheden inzake arbeidsmarkt die in het kader van de zesde staatshervorming worden geregionaliseerd, hebben zowel betrekking op het activeringsbeleid als het werkgelegenheidsbeleid, het vormings- en opleidingsbeleid en de economische migratie. Dit onderzoeksvoorstel spitst zich toe op de bevoegdheidsoverdracht van de maatregelen in het kader van het werkgelegenheidsbeleid, en nog meer specifiek op de doelgroepverminderingen. Vier doelgroepverminderingen komen over naar de gewesten 1, namelijk deze inzake (1) oudere werknemers (2) jonge werknemers, (3) langdurig werkzoekenden (onderverdeeld in drie categorieën nl. activaplannen, doorstromingsprogramma’s en sociale inschakelingseconomie) en (4) herstructurering. Ook de kortingen voor zeer specifieke sectoren (baggersector, sleepvaartsector, kunstenaars, kinderopvang/onthaalouders, huispersoneel) komen over. Via het institutioneel akkoord krijgen de gewesten de volle bestedingsautonomie voor de budgetten. Ze zullen het overgehevelde budget (met inbegrip van de eventuele overschotten) naar goeddunken kunnen gebruiken voor verschillende vormen van arbeidsmarktbeleid in de brede zin (maatregelen inzake loonkosten, opleiding en begeleiding van werkzoekenden, tewerkstellingsprogramma’s, …). Na de overheveling van deze bevoegdheden zal de federale overheid geen nieuwe doelgroepen meer invoeren. De bevoegdheid voor structurele RSZ-verminderingen en de vrijstelling van het doorstorten van de bedrijfsvoorheffing blijft federaal. De federale overheid zal ook een beslissingsvrijheid behouden i.v.m. de maatregelen m.b.t. de loonkost, die onder haar bevoegdheid blijven vallen. RSZ en RVA blijven de enige administratieve en technische operatoren.
1
Twee doelgroepverminderingen komen niet over: eerste aanwervingen (nieuwe werkgevers) en collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek. 31-10-2012 1 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
Dit onderzoeksvoorstel focust op de juridische component van de bevoegdheidsoverdracht van de doelgroepkortingen.
2. Onderzoeksvragen 1. Welk Europees regelgevend kader is momenteel van toepassing op de huidige federale doelgroepkortingen en tewerkstellingspremies en in welke mate zijn ze conform aan de Europese staatssteunregel? 2. Welke regionale beleidsruimte is er voor Vlaanderen, gegeven dit Europese regelgevend kader? Hoe kan Vlaanderen juridisch, conform deze Europese regelgeving, de door de federale overheid over te dragen RSZ- kortingen, de federale tewerkstellingspremies en de reeds bestaande tewerkstellingsmaatregelen integreren in één coherent beleid? 3. Hoe pakken andere gedecentraliseerde Europese landen, waar het arbeidsmarktbeleid verschilt naargelang de regio, dit juridisch aan? 2. Beleidsrelevantie Om een efficiënt en effectief werkgelegenheidsbeleid te kunnen voeren, is het voor Vlaanderen van belang om de beleidsmatige impact van deze overdracht van bevoegdheden nog meer in detail te kennen. Tevens is het belangrijk om na te gaan hoe deze maatregelen passen binnen de Europese regelgeving ter zake. Deze uitdagingen voor het Vlaamse beleid vormen de directe aanleiding tot bovenstaande onderzoeksvragen. 3. Timing Projectvoorstellen moeten uiterlijk op maandag 19 november 2012 om 10u worden ingediend. De Stuurgroep VIONA zal in de loop van de maand november een advies formuleren over het te gunnen project aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk. Begin december zullen de projectindieners worden geïnformeerd over de beslissing van de minister. Het project dient dit jaar nog op te starten. Uiterlijk op 31 maart 2013 dient het definitieve eindrapport te worden opgeleverd aan de opdrachtgever. Een eerdere oplevering van het eindrapport wordt sterk gewaardeerd. 4. Kandidaatstelling Projectvoorstellen bevatten een inhoudelijk en een financieel onderdeel en beantwoorden aan de richtlijnen die u in bijlagen bij de oproep vindt. In die bijlagen vindt u tevens informatie over de selectiecriteria en -procedure en over de financiële en administratieve opvolging van het project.
31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
2
5. Informatie Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij mevrouw Kathleen Vandebroek Departement Werk en Sociale Economie (02/553 44 29, kathleen.vandebroek@wse.vlaanderen.be).
Bijlage 1 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten
SITUERING EN GUNNINGSPROCEDURE
1.
HET VIONA-ARBEIDSMARKTONDERZOEKSPROGRAMMA
Het initieel opzet en doel van VIONA (Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering) werd destijds binnen het VESOC en in het kader van de Vlaamse werkgelegenheidsconferentie in het protocol van 17 maart 1993 als volgt vastgelegd: Het verwerven van wetenschappelijke betrouwbare kennis over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt opdat men verantwoorde beleidskeuzes kan maken (vaststellen, registreren en onderzoeken van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt teneinde het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen de nodige wetenschappelijke ondersteuning aan te bieden). Een impuls geven aan wetenschappelijk onderzoek (komen tot een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek op het domein van de arbeidsmarkt). Naar aanleiding van een nieuwe oproep voor de steunpunten beleidsrelevant onderzoek in 2011 (die leidde tot o.m. de erkenning van het nieuwe Steunpunt WSE), werd het model voor strategisch arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen (“Vlaams Programma Strategisch Arbeidsmarktonderzoek”) begin 2012 hertekend. Onder de adviserende bevoegdheid van de Stuurgroep VIONA respectievelijk de Stuurgroep Steunpunt WSE lopen twee complementaire initiatieven: het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma en de werkpakketten binnen de vier thematische onderzoekslijnen (Arbeidsmarktmonitoring, Activerend Arbeidsmarktbeleid, Sociale Economie en Transitionele Loopbanen) van het Steunpunt Werk en Sociale Economie. Verder wordt ook onderzoek betreffende de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen en ander relevant strategisch arbeidsmarktonderzoek maximaal ontsloten binnen het Vlaamse programma. Binnen dit model worden de VIONA-middelen doorheen het jaar en op meerdere tijdstippen ingezet voor het uitbesteden van studieopdrachten (SO) of onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten (O&O) met het oog op wetenschappelijke ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid. Op het programma Werkgelegenheid is in 2012 in het kader van het VIONAarbeidsmarktonderzoeksprogramma 373.000 € beschikbaar voor SO en O&O-opdrachten. Die opdrachten zijn complementair aan de opdrachten die het Steunpunt WSE opneemt. De projectoproepen in het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma worden beheerd door het departement Werk en Sociale Economie. De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, de heer Philippe Muyters, keurt -rekening houdend met het advies van de Stuurgroep VIONA- de VIONA-oproepen en 31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
3
-projecten goed.
2.
MODALITEITEN EN GUNNINGPROCEDURE
2.1 De deelnemers Oproepen voor studieprojecten staan open voor onderzoekers en onderzoeksgroepen uit de universiteiten en hogescholen én voor andere (onderzoeks)instellingen. 2.2 De projectvoorstellen Een projectvoorstel dient deze elementen te bevatten: 1) titel van het studieproject 2) vermelding van de promotor(en): naam, instelling, onderzoekseenheid, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres 3) een omschrijving van het studieproject (max. 5 blz) 4) een gedetailleerd tijdschema 5) een financieel plan per kalenderjaar en een verduidelijking van de additionele financiering (facultatief); de financiering van studieopdrachten door VIONA bedraagt altijd minder dan 65.000 euro (exclusief BTW) 6) een beschrijving van de wijze waarop de studieresultaten zullen worden gevaloriseerd en bekend gemaakt; in de begroting moet expliciet een bedrag voor de valorisatie worden voorzien 7) een beknopt curriculum vitae van de onderzoeksverantwoordelijken (max. 3 blz. per persoon), met vermelding van de relevante lopende onderzoeksprojecten (met naam van de financierende organisatie en einddatum van het onderzoeksproject) en de vijf belangrijkste publicaties. 2.3 Evaluatie en selectie van de projectvoorstellen De ingediende voorstellen worden beoordeeld op hun beleidsmatige relevantie. De beoordeling van de beleidsmatige relevantie gebeurt door de Stuurgroep VIONA. Die Stuurgroep bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden: de Vlaamse regering (afgevaardigden van de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk en de Vlaamse Minister bevoegd voor Sociale Economie), de sociale partners (ABVV, ACV, ACLVB, VOKA, UNIZO en BB) en het Vlaamse departement Werk en Sociale Economie. De evaluatie en selectie verlopen als volgt: - de stemgerechtigde stuurgroepleden krijgen alle projectvoorstellen toegestuurd en scoren de projectvoorstellen op basis van vier criteria (aansluiting bij de onderzoeksvragen uit de oproep, helderheid van de aanpak en de planning, beleidsrelevantie en kwaliteit van de valorisatievoorstellen); - de stuurgroepleden drukken over elk projectvoorstel een globaal oordeel uit in één eindscore gaande van A tot C: A: zeer goed, met daarbinnen een kopgroep (A1), ter onderscheiding van andere zeer goede projecten (A2) B: goed, met daarbinnen ook weer een onderscheid tussen B1 en B2 C: onvoldoende 31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
4
Bovendien staat het de stuurgroepleden vrij om bij elk voorstel, ongeacht de score, suggesties voor bijsturing te formuleren. Enkel voorstellen met een gemiddelde score B+ of meer worden aan de Stuurgroep VIONA voorgelegd. De Stuurgroep beslist via schriftelijke procedure of tijdens een vergadering en rekening houdend met de beleidsscore welk voorstel ze aan de minister voor gunning adviseert. Voorstellen kunnen een hoger gewicht krijgen al naargelang de geplande valorisatie-initiatieven. Indien de minister akkoord gaat met het advies, wordt het voorstel gegund volgens de regels van de overheidsopdrachten. 2.4 Kandidaatstelling De voorstellen dienen het departement Werk en Sociale Economie elektronisch via mail (Word) (ann.vandencruyce@wse.vlaanderen.be + kathleen.vandebroek@wse.vlaanderen.be + johan.troch@wse.vlaanderen.be) te bereiken uiterlijk op het tijdstip vermeld in de oproep.
31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
5
Bijlage 2 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten
FINANCIEEL PLAN EN RAPPORTERING
In deze bijlage worden de richtlijnen voor de budgetplanning van projectvoorstellen en de inhoudelijke en financiële rapportering door de promotoren toegelicht. 1.
KWALIFICATIE VAN DE OPDRACHT
Binnen het VIONA-onderzoeksprogramma maken we een onderscheid tussen twee soorten dienstenopdrachten, nl. studieopdrachten en O&O-opdrachten. Deze oproep betreft een studieopdracht. Bij studieopdrachten in antwoord op beleidsvraagstukken verwachten we dat de opdrachtnemer een voorstel van analyse en oplossing van een specifiek probleem formuleert met behulp van bestaande kennis binnen een korte termijn. Het voorstel en de analyse moet praktisch bruikbaar zijn voor het beleid. Studieopdrachten kunnen maximum 8 onderzoekersmaanden in beslag nemen en de financiering door VIONA bedraagt altijd minder dan 65.000 euro (exclusief BTW). 2.
FINANCIËLE RAPPORTERING
In het financieel plan en de financiële rapportering van VIONA-projecten maken we een onderscheid tussen drie soorten kosten. -
Loonkosten wetenschappelijk personeel: raming in het financieel plan op basis van geschatte onderzoekersmaanden en bij afrekening op basis van bewijsstukken van de personeelskost voor wetenschappelijk personeel dat daadwerkelijk werd ingezet op het project.
-
Persoonsgebonden werkingskosten: werkingsmiddelen, administratieve ondersteuning en universitaire overhead. De persoonsgebonden werkingskosten worden forfaitair begroot en afgerekend op maximaal 33% van respectievelijk de begrote en de reële personeelskosten wetenschappelijk personeel en omvat de overhead van maximum 10% die de universiteiten gewoonlijk aanrekenen.
-
Projectspecifieke werkingskosten: exceptionele en projectspecifieke werkingsmiddelen (bv. kosten voor een grootschalige survey (postenquête, webbevraging, …), kosten buitenlandse studiereis,…). Het betreft uitzonderlijke kosten waarvoor een specifiek budget moet worden uitgewerkt. Die kosten zijn inherent aan de opdracht en zijn altijd te bewijzen. Ze worden in detail begroot in het voorstel en afgerekend op basis van bijhorende bewijsstukken.
Bij de afrekening wordt de mogelijkheid voorzien van een transfer van de persoonsgebonden werkingskosten naar de loonkosten wetenschappelijke personeel ten bedrage van maximum
31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
6
10 % van de oorspronkelijk voorziene werkingsmiddelen en dit op voorwaarde dat het globaal aanvaarde projectbudget behouden blijft. Bv.: voor een VIONA-project met een aanvaarde projectbegroting van 99.750 euro bestaande uit 75.000 euro aan personeelskosten en 24.750 euro (33% van 75.000 euro) aan werkingskosten, mag maximaal 2.475 euro worden getransfereerd van de werkingsmiddelen naar de personeelskosten. Op die manier kunnen hogere personeelskosten dan begroot worden opgevangen, bijvoorbeeld na aanwerving van een meer gekwalificeerde en ervaren onderzoeker dan aanvankelijk verhoopt. De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een financiële eindrapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) bezorgen. Tussentijdse uitbetaling is niet mogelijk voor studieopdrachten. Indien het onderzoek door meerdere instanties wordt uitgevoerd, treedt één instantie op als opdrachtnemer. De opdrachtnemer moet alle facturen en interne verrekeningen bundelen en bij de opdrachtgever indienen. Voor de loonkosten wetenschappelijk personeel moeten bij de betalingsaanvraag de namen worden vermeld en worden gestaafd d.m.v. loonfiches (indien intern personeel) of facturen én betalingsbewijzen (indien extern personeel). Uitsluitend kosten gemaakt binnen de uitvoeringsperiode, die is bepaald in de overeenkomst, worden aanvaard. 3.
INHOUDELIJKE RAPPORTERING
De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een inhoudelijke eindrapportering bezorgen, samen met een Nederlandse én Engelstalige samenvatting. Het concept van eindrapport wordt besproken op en goedgekeurd door de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project. De Nederlandse samenvatting (met opzet, bevindingen, aanbevelingen en valorisatie) telt minimaal 2 en maximaal 5 bladzijden. De Engelstalige samenvatting telt een 2-tal bladzijden. Van het eindrapport en van de samenvatting wordt ook een elektronische versie geleverd met het oog op de mogelijke verspreiding via de VIONA-website. Van dit inhoudelijke eindrapport worden vijftig gedrukte exemplaren aan het Departement WSE bezorgd. De opdrachtnemer verbindt er zich toe, tegelijkertijd met de indiening van het eindrapport, de voorgeschreven samenvattingen van het VIONA-project te bezorgen.
31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
7
4.
CONTACTPERSONEN
Financiële en inhoudelijke rapporten moeten worden ingediend op het volgende adres, op de wijze zoals hierboven beschreven: Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie – Afdeling Werkgelegenheidsbeleid t.a.v. mevrouw Ann Van den Cruyce (afdelingshoofd) Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping 1030 Brussel Inhoudelijke vragen over de concrete opdracht: Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij mevrouw Kathleen Vandebroek Departement Werk en Sociale Economie (02/553 44 29, kathleen.vandebroek@wse.vlaanderen.be). Contactpersoon m.b.t. de procedure en inhoudelijke en financiële rapportering: Departement Werk en Sociale Economie, Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping, 1030 Brussel Johan Troch, tel. 02-553 44 18
31-10-2012 VIONA-oproep studieopdracht Beleidsmatige opportuniteiten in het licht van de bevoegdheidsoverdrachten binnen het beleidsdomein Werk – focus op de doelgroepkortingen
8