Kansengroepen in w erk en ondernemerschap Prom otoren: Prof. Dr. Marijke Verbru ggen Prof. Dr. Mad d y Janssens Ond erzoeker: Koen Van Laer 1
| Context Sind s 1 januari 2005 bestaat er in Vlaand eren een recht op loopbaanbegeleid ing voor w erkend en. Dit recht houd t in d at ied ere w erkend e Vlam ing m et m instens 1 jaar w erkervaring één keer om d e zes jaar loopbaanbegeleid ing kan volgen bij een erkend centrum tegen lage kostprijs. Om erkenning te krijgen – en d u s recht te hebben op subsid ies – d ienen d e loopbaancentra 50% kansengroepen te bereiken. Er w ord en 5 kansengroepen ond erscheid en: (1) allochtonen (2) arbeid sgehand icapten (3) oud ere w erknem ers (50+), (4) kort- en (5) m id d engeschoold en. H et bereiken van d eze kansengroepen blijkt echter niet eenvoud ig. De grens van 50% w ord t d oor veel centra net niet of slechts m et veel m oeite gehaald . Een m ogelijke verklaring voor d it m oeizam e bereik ligt in d e afbakening van d e kansengroepen. H et lijd t uiteraard geen tw ijfel d at allochtonen, arbeid sgehand icapten, oud eren, kort- en m id d engeschoold en kansengroepen zijn op d e Vlaam se arbeid sm arkt in het algem een. Ze hebben het d uid elijk m oeilijker d an gem id d eld om aan w erk te geraken; i.e. ze hebben minder kansen op werk. Maar aangezien loopbaanbegeleid ing zich richt op m ensen m et een job, lijkt het logisch d at kansengroepen in loopbaanbegeleid ing bepaald w ord en aan d e hand van hun kansen in werk. De vraag is d an of d e groepen m et m ind er kansen op instroom in w erk ook m ind er kansen ervaren eens ze aan het w erk zijn.
2
| D oel project De hoofd d oelstelling van d it project ligt er d an ook in om d e huid ige afbakening van kansengroepen in loopbaanbegeleid ing te evalueren. H iertoe hebben w e volgend e ond erzoeksvragen proberen te beantw oord en: 1. Aan d e hand van w elke criteria kan m en iem and s kansen in w erk bepalen? 2. Ervaren d e huid ige 5 kansengroepen in loopbaanbegeleid ing naast ‘m ind er kansen op w erk’ ook ‘m ind er kansen in w erk’? 3. Zijn er nog and ere groepen in d e m aatschappij d ie m ind er kansen in w erk ervaren en d us tot een kansengroep in w erk gerekend kunnen w ord en? 4. Welke m echanism en verklaren d e m ind ere kansen in w erk van d e kansengroepen? Een antw oord op d eze ond erzoeksvraag is essentieel om zicht te krijgen op loopbaanond ersteu ningsnod en van d e verschillend e kansengroepen en om aanbevelingen voor loopbaanbegeleiding te kunnen bepalen. 5. Wat zijn d e loopbaanond ersteuningsnod en van d e kansengroepen in w erk?
3
| Methodologie Om d e verschillend e ond erzoeksvragen van d it ond erzoeksproject te beantw oord en, m aakten w e gebruik van 5 verschillend e m ethod es, m et nam e een literatuurstud ie, kw antitatieve analyses op bestaand e d atasets, kw alitatieve analyses van bestaand e interview d ata, focusgroepen m et loopbaanbegeleid ers en focu sgroepen m et m ensen uit kansengroepen.
4
| Bevindingen en aanbevelingen
4.1
| Criteria voor kansen in w erk Op basis van d e uitgebreid e literatuurstud ie kw am en w e tot een lijst van criteria d ie gebruikt kunnen w ord en om d e kansen in w erk van m ensen aan af te m eten. We bekeken aparte criteria voor w erknem ers en voor zelfstand igen. Bij beid e groepen m aakten w e een ond erscheid tussen objectieve criteria, i.e. criteria d ie m akkelijk d oor d erd en vast te stellen zijn, en subjectieve criteria, d ie gaan over hoe iem and zijn job of loopbaan beleeft. Een overzicht van d eze criteria vind t u in ond erstaand e tabel.
D
t
D
K / s d
> ^ t K
> W >
^ , K :
^
: W W t >
<
W < Overlevingskans Inkom en/ Waard ig inkom en Sector Personeel
d d : : t
s d
4.2
| Welke groepen zijn kansengroepen? W orden de huidige kansengroepen t erecht als een kansengroep in w erk beschouw d? Wat personen van allochtone origine, personen m et een arbeid shand icap en kortgeschoold en betreft, is het antw oord d uid elijk: ja. Deze d rie groepen blijken niet alleen een lagere w erkzaam heid sgraad te hebben, ze scoren ook lager d an gem id d eld op d e m eeste objectieve en subjectieve criteria voor kansen in w erk. Bij m id d engeschoold en en 50-plussers zijn d e resultaten m ind er eend uid ig. Mid d engeschoold en bleken lager d an gem id d eld te scoren op een aantal (vooral objectieve) criteria voor kansen in w erk, m aar ze had d en w el een relatief hoge w erkzaam heid sgraad (nl. 71,4% tegenover 66,5% als Vlaam s gem id d eld e). Oud eren scoord en m et 49% d an w eer erg slecht w at hun w erkzaam heid sgraad betreft, m aar d ed en het goed tot zeer goed op d e m eeste objectieve en subjectieve criteria voor kansen in w erk. Toch zijn er ook bij d e laatste tw ee groepen goed e red enen om hen toch als kansengroep te blijven beschouw en. Wat d e m id d engeschoold en betreft, speelt het stijgend opleid ingsniveau een rol. Wanneer m eer en m eer m ensen verd er stud eren, w ord t d e afw ezigheid van een d iplom a een alsm aar groter nad eel. Wat oud eren betreft, speelt d e them atiek van d e vergrijzing een rol. H et is belangrijk d at loopbaanbegeleid ing d e groep oud eren bereikt als het een rol w il spelen bij het langer aan het w erk houd en van w erknem ers. De vraag hierbij is w el of 50 jaar al niet te laat is. We zagen in d eze stud ie d at 50 jaar een kantelpunt is w aarop heel w at m ensen in slechte jobs lijken uit te tred en en vooral m ensen in d e betere jobs actief blijven. Misschien verd ient d aarom d e period e net voor 50 jaar m eer aand acht, zod at er preventief kan gew erkt w ord en in plaats van reactief. Zo zou het probleem aangepakt kunnen w ord en vóór m ensen effectief beslissen om uit te tred en. Mogelijk is 45 jaar – of m isschien zelfs 40 jaar – d aarom een betere cut-off leeftijd . O ok andere mogelijke kansengroepen. De vijf huid ige kansengroepen zijn echter niet d e enige groepen m et m ind er kansen in w erk. Deze stud ie toont aan d at ook jongeren (i.e. schoolverlaters; zij d ie net uitstrom en), vrou w en, alleenstaand e oud ers, personen in arm oed e, introverte en neurotische personen, holebi’ s en onaantrekkelijke personen het op heel w at punten slechter hebben in w erk d an gem id d eld . Zeker w at vrouw en betreft, w as d e hoeveelheid ond erzoeksm ateriaal overw eldigend . Vrou w en hebben niet enkel een lagere w erkzaam heid sgraad d an gem id d eld , ze scoren ook bed uid end slechter op heel w at (vaak objectieve) criteria voor kansen in w erk. Is het nodig om met kansengroepen t e blijv en w erken? Aangezien zoveel groepen als kansengroep in w erk beschouw d ku nnen w ord en, rijst d e vraag of het w el zinvol is om nog m et kansengroepen te blijven w erken. De belangrijkste red en om d it w el nog te blijven d oen, is het gevaar d at er and ers een sterk Mattheu seffect kan optred en. Wanneer er geen extra inspanningen ged aan w ord en om kansengroepen te bereiken, is d e kans reëel d at d eze groepen uit d e boot vallen. Ind icatie d aarvan is het feit d at kansengroepen m om enteel al erg m oeilijk bereikt w ord en - zelfs m et extra
inspanningen. H ierd oor bestaat d e kans d at d e “m ind ere kansen in w erk” d ie kansengroepen ond ervind en, nog vergroot zullen w ord en. Bovend ien hebben nietkansengroepen gem id d eld m eer alternatieven voor loopbaanhulp. Zo is hun netw erk veelal ruim er en hebben ze gem id d eld hogere lonen en d aard oor veelal m eer financiële speelruim te om zich te w end en tot privécentra voor loopbaanhulp. Om d eze red enen lijkt het belangrijk om toch extra inspanningen gericht op kansengroepen te blijven nastreven. And ers bestaat het risico d at loopbaanbegeleid ing bijd raagt tot m eer ongelijkheid op d e arbeid sm arkt, eerd er d an tot gelijkheid. O nderbouw de select ie van kansengroepen. Wanneer m en m et kansengroepen blijft w erken, is het belangrijk om een goed e, ond erbouw d e keuze te m aken bij d e selectie van d e kansengroepen w aarop het beleid zich zal focussen. Bij d eze selectie kan m en verschillend e factoren laten m eespelen, o.a. d e ernst van d e problem atiek van d ie groep, het huid ige bereik in loopbaanbegeleid ing en belangrijke beleid sthem a’ s (bv. w erkbaarheid , vergrijzing). 4.3
| Loopbaanondersteuning van kansengroepen O nderst euningsnoden v an de v ijf huidige kansengroepen. Deze stud ie w ees uit d at d e loopbaanond ersteuningsnod en van d e kansengroepen bijzond er d ivers zijn. H et gaat van hulp bij zelfreflectie en het bepalen van loopbaand oelen, over hulp bij het verkennen van d e arbeid sm arkt, hulp bij het aanpakken van pest- en d iscrim inatieproblem en, toeleid ing naar een and ere job, sollicitatietraining en het aanleren van strategieën om om te gaan m et aanw ervingsd iscrim inatie tot heel praktische hulp, bijvoorbeeld het d oen van ad m inistratie. Bij ond ernem ers d om ineerd e d e nood aan praktische hulp, zoals hulp bij het aangaan van leningen en hulp bij d e boekhoud ing. Daarnaast kunnen ond ernem ers ook gebaat zijn bij het aanleren van m eer efficiënte m anieren van zakend oen. Is loopbaanbegeleiding een goed inst rument v oor dez e groepen? We zagen in d eze stud ie d at iem and s kansen in w erk beperkt kunnen w ord en d oor een sam enspel van feitelijke beperkingen, externe barrières en bepaald e overtuigingen d ie bij m ensen zelf spelen (‘interne d rem pels’ ). Zelfanalyse, w at d e focu s is in loopbaanbegeleid ing, is een id eaal instrum ent om d e d ispositionele barrières aan te pakken. Via een system atische en begeleid e zelfreflectie kan loopbaanbegeleiding m ensen helpen om hun interne d rem pels zichtbaar te m aken, in vraag te stellen en aan te pakken. Zelfanalyse zal niet altijd d e geschikte m ethod e zijn om m et externe d rem pels en feitelijke beperkingen om te gaan – w at toch ook erg vaak speelt bij kansengroepen. Dat betekent uiteraard niet d at loopbaanbegeleid ing m ensen niet kan helpen bij d eze barrières. Loopbaanbegeleiding kan ook hierop inspelen, bijvoorbeeld d oor d e d eelnem ers strategieën aan te leren om m et zulke barrières om te gaan. Deze vorm van hulpverlening behoort zeker tot d e taken en m ogelijkhed en van loopbaanbegeleiding,
m aar vereist een and ere vorm expertise en w ijkt af van d e kerncom petentie van loopbaanbegeleid ing als d ienstverlening. Naar een algemeen recht op loopbaanonderst euning. Loopbaanbegeleid ing in haar huid ige vorm lijkt een geschikt instrum ent om op som m ige nod en in te spelen, m aar niet op allem aal. Tegelijkertijd bestaan er een aantal and ere d ienstverleningen d ie ond ersteu ningsvorm en aanbied en d ie geschikt zijn voor bepaald e van d ie “and ere” behoeften w aar loopbaanbegeleid ing m ind er goed op inspeelt. Ged acht kan w ord en aan trajectbegeleid ing, outplacem ent en gespecialiseerd e trajectbegeleid ing voor m ensen m et een arbeid shand icap. Deze d iensten zijn echter vaak niet toegankelijk voor m ensen m et een job (ook niet als zij uit een kansengroep). Wil m en een loopbaanond ersteuningsaanbod d at inspeelt op d e ond ersteuningsnod en van w erkend en uit een kansengroep, kan m en verschillend e kanten uit. Men kan d e d iensten d ie loopbaanbegeleid ing aanbied t, uitbreid en zod at ze beter een antw oord bied en op d e diversiteit van vragen van kansengroepen; m en kan nieuw e d iensten oprichten voor w erkend en of m en kan d e d ienstverleningen d ie m om enteel enkel toegankelijk zijn voor niet-w erkend en openstellen voor w erkend en. Dat laatste lijkt m isschien w el d e m eest rationele oplossing: op d ie m anier kan m en schaalvoord elen realiseren en kan ied ere d ienstverlening blijven bouw en op d e eigen expertise. Los van het bestaand e aanbod kan het d aarnaast ook nod ig zijn om voor bepaald e loopbaanvragen nog een ad d itionele aanbod te ontw ikkelen, al d an niet binnen bestaand e d ienstverleners. Zo zou Unizo m isschien een aanbod van pro-d eo boekhoud ers voor startend e ond ernem ers kunnen organiseren. Aanbodsv ormen diversifiëren. Tot slot kan het nod ig zijn om het aanbod te d iversifiëren. En d an hebben w e het niet over d e inhoud van d e d ienstverlening, m aar over d e vorm . Ged acht kan w ord en aan telefonische begeleid ing, begeleiding via m ail of via w ebcam , of het ter beschikking stellen van zelfhulp tools op het internet eventueel gekoppeld aan een hotline voor vragen of ond uid elijkhed en en thuisbegeleid ing. Wanneer er extra subsid ies gekoppeld w ord en aan het begeleiding van bepaald e kansengroepen, heeft m en m eer sp eelruim te op om zoek te gaan naar d e m eest aangepaste begeleid ingsvorm . Voor som m ige kansengroepen zoud en d ergelijke, alternatieve begeleidingsvorm en een antw oord kunnen bied en op een aantal d eelnam ed rem pels, zow el d rem pels van praktische als van d ispositionele aard . 5
| Valorisatie De bevind ingen van deze stud ie w erd en voorgesteld en bed iscu ssieerd in een stud ied ag m et loopbaanbegeleid ers en m et vertegenw oord igers van d e d e VDAB en van d e ad m inistratie WSE. Verd er plannen w e het rapport uit te geven in boekvorm en als WSE-rapport en voorzien w e een publicatie in Over.Werk.