Op zoek naar financiering? Ontdek wat de overheid voor jou kan doen AGENTSCHAP INNOVEREN & ONDERNEMEN
www.vlaio.be
© 2020, Agentschap Innoveren & Ondernemen, Koning Albert II-laan, 35, bus 12, 1030 Brussel. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of enig andere manier, zonder de schriftelijke toestemming van Agentschap Innoveren & Ondernemen. Dit is een uitgave van: Agentschap Innoveren & Ondernemen, Koning Albert II-laan, 35, bus 12 1030 Brussel T 0800 20 555 info@vlaio.be www.vlaio.be D/2022/3241/116 Disclaimer:
2
Deze uitgave kadert binnen het verlenen van eerstelijnsadvies aan kmo’s, dat behoort tot de opdracht van VLAIO. De verstrekte informatie is enkel bedoeld als een eerste algemene toelichting, die de behandelde materie enkel wil situeren in grote lijnen, zonder volledigheid noch juridische precisie na te streven. De voorbeelden en illustraties gebruikt in deze uitgave zijn fictief en enige gelijkenis met bestaande personen en bedrijven berust op louter toeval. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. VLAIO streeft de grootst mogelijke zorg na bij het inwinnen en verspreiden van informatie. VLAIO kan echter niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die rechtsreeks of onrechtstreeks zou voortvloeien uit de acties die op basis van de gegevens uit deze uitgave worden ondernomen.
Voorwoord Omdat de overheidsmaatregelen op gebied van financiering nog te weinig bekend zijn, brengt het Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) de belangrijkste financieringsmogelijkheden en overheidsmaatregelen overzichtelijk in één brochure samen. Zo krijg je een totaalbeeld van de financieringsmaatregelen die momenteel beschikbaar zijn. Tevens besteden we in deze praktische brochure aandacht aan tips bij het opmaken van een kredietdossier en bij de contacten met de kredietinstelling. We hopen dat je na het lezen van deze brochure de weg vindt naar de financiering van jouw project. Voor meer informatie over steun- en financieringsmaatregelen van de overheid kan je steeds bij VLAIO terecht. Voor de meest recente informatie: www.vlaio.be info@vlaio.be Bel of WhatsApp gratis 0800 20 555
3
Inhoud Voorwoord 3 Deel 1: Leidraad bij de zoektocht naar financiering
6
1. Inleiding
6
2. Tips voor je contact met de bank
6
3. Mogelijke financieringsbronnen en hoe de overheid hier op inspeelt 3.1 Eigen inbreng 3.2 Family, friends & fans 3.3 Crowdfunding 3.4 Bancaire financieringsvormen 3.5 Niet-bancaire financieringsvormen 3.6 Risicokapitaal 3.7 Mezzaninefinanciering
Deel 2: Overheidsmaatregelen
9 10 10 11 12 13 16 16
18
1. Hoe overheidssteun jouw financiering kan vergemakkelijken: een voorbeeld
18
2. Overzichtstabel
19
3. Family, friends & fans 20 3.1 Winwinlening 20 3.2 Vriendenaandeel 22 3.3 Tax shelter voor startende ondernemingen 24 3.4 Tax shelter voor scale-ups 26 3.5 Vrijstelling van roerende voorheffing op interesten van leningen afgesloten via een crowdfundingplatform 28 4. Bancaire financieringsvormen 4.1 Kredieten op lange termijn 4.1.1 Cofinanciering 4.1.2 Cofinanciering+ 4.1.3 Europese financieringsmogelijkheden voor ondernemingen 4.1.4 Vlaamse Kredietbemiddelaar 4
30 30 30 33 35 36
4.2 Zekerheden 4.2.1 Waarborgregeling tot € 1,5 miljoen 4.2.2 Waarborgregeling boven € 1,5 miljoen
37 37 39
5. Niet-bancaire financieringsvormen 5.1 Startlening 5.2 Impulskrediet 5.3 Microkrediet Microstart 5.4 CultuurKrediet 5.5 Kredieten voor sociale en duurzame projecten
41 41 44 45 46 47
6. Risicokapitaal 6.1 BAN Vlaanderen 6.2 PMV-Risicokapitaal 6.3 Welvaartsfonds 6.4 LRM - Limburgse investeringsmaatschappij 6.5 Trividend – Vlaams participatiefonds voor de sociale economie 6.6 Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) 6.7 FPIM International
48 48 48 49 50 51
7. Mezzaninefinanciering: PMV-bedrijfsleningen
54
8. FINMIX
56
52 53
Bijlagen 57 1. Bazel II en III-akkoorden en de invloed op de houding van jouw bank Bazel II-akkoord Ratings in het kredietproces bij de bank Bazel III-akkoord en de toekomst
57 57 57 58
2. Checklist voor het opmaken van een kredietdossier Wat moet je juist voorbereiden?
59 59
Nuttige links
62
Nuttige publicaties en tools
63
5
Deel 1: Leidraad bij de zoektocht naar financiering 1. Inleiding Wie een project wil realiseren, heeft daarvoor de nodige fondsen nodig. Meestal zal het budget waarover de ondernemer zelf beschikt ontoereikend zijn. Vandaar dat de ondernemer in eerste instantie op zoek zal gaan naar bancaire financiering. Enkele tips vooraf om met de bank in contact te treden zijn terug te vinden in onderstaand hoofdstuk.
Voor sommige ondernemingen is het bancair krediet echter moeilijker toegankelijk, of onvoldoende, waardoor zij zullen moeten zoeken naar andere financieringsmethoden of overheidshulp. Hierover vind je in hoofdstuk 3 meer info.
2. Tips voor je contact met de bank 1. Financier jouw onderneming op de juiste wijze Het ligt bijvoorbeeld voor de hand om investeringen in materieel te financieren met een investeringskrediet op lange termijn. Kortetermijnfinancieringsmiddelen (kaskrediet, straight loans,…) mogen enkel gebruikt worden voor kortetermijnbehoeften. Voorzie ook best een overschot aan langetermijnfinanciering, zodat ook een deel van de kortetermijnbehoeften gefinancierd kunnen worden met permanent aanwezige middelen. De reden hiervoor is bijvoorbeeld dat de voorraden niet aan een constante snelheid roteren, hetzelfde geldt voor de openstaande klantenvorderingen die niet telkens exact op vervaldag worden vereffend. Ondernemingen hebben met andere woorden ook behoefte aan bedrijfskapitaal of werkkapitaal, dat het best deels wordt gefinancierd door langetermijnmiddelen.
2. Optimaliseer de behoefte aan bedrijfskapitaal Mogelijk moet je minder financieren indien de nood aan bedrijfskapitaal wordt geoptimaliseerd. Door een betere interne organisatie kan de behoefte aan bedrijfskapitaal verlaagd worden. 6
Het lijkt heel evident, maar toch zondigen vele ondernemingen tegen volgend basisprincipe: factureer tijdig en volg debiteuren strikt op. Dit zorgt er niet alleen voor dat facturen sneller geïnd raken, maar komt ook professioneel over bij je klanten. Ook het voorraadbeheer verloopt vaak niet optimaal: ga na hoeveel voorraad vereist is en vermijd om teveel voorraad aan te kopen. Eveneens mag je niet vergeten dat ook de betalingstermijnen van leveranciers niet onbelangrijk zijn bij het vaststellen van de behoefte aan bedrijfskapitaal. Onderhandel daarom interessante betalingstermijnen met je leveranciers.
3. Kom met een goed project en geef zoveel mogelijk zekerheid over jouw terugbetaalcapaciteit Om financiële partners te overtuigen is een goed ondernemingsplan onontbeerlijk. Het ondernemingsplan omschrijft duidelijk de plannen van de onderneming: welke activiteiten wens je in welke markt te realiseren? Je geeft een antwoord op deze vragen door middel van een omgevingsanalyse en een hieraan gekoppeld commercieel, organisatorisch en financieel plan.
Het financiële luik geeft een duidelijk overzicht van de voorziene investeringen, kosten en opbrengsten. Worden er voldoende financiële middelen geraamd en is de terugbetaling van vreemde middelen haalbaar? Antwoorden op deze vragen moet de bank terugvinden in het ondernemingsplan, waarbij je best ook een kasplan per maand toevoegt. Gebruik het “Startkompas” van VLAIO (vlaio.be/ startkompas) als basis voor de opmaak van je ondernemingsplan. Het startkompas brengt de haalbaarheid van jouw project in kaart. Voor het opmaken van een financieel plan kan je een beroep doen op een boekhouder. Daarna werk je jouw plan verder uit aan de hand van de aanbevelingen in de “Gids voor het opstellen van een ondernemingsplan”. Deze publicatie kan je terugvinden op de website vlaio.be/publicaties. Heb je nood aan individuele begeleiding bij de opmaak van je ondernemingsplan, kijk dan zeker op vlaio.be/expertisedatabank voor verschillende begeleidingsinitiatieven.
4. Toon aan dat je er zelf in gelooft Voor andere kapitaalverschaffers is de mate waarin je bereid bent om zelf ook eigen middelen te investeren in jouw project één van de meest cruciale beoordelingscriteria.
5. Toon aan dat je een goede, betrouwbare ondernemer bent Wees open in je communicatie met jouw bank of andere kapitaalverschaffer. Een goed opgevolgde relatie met je bankier smeedt banden tussen beide partijen. Meld zeker wijzigingen in het beleid van jouw onderneming, rapporteer over de jaarrekening, geef aan waarom bepaalde targets niet gehaald werden en welke actie je hieromtrent wenst te ondernemen, … Zorg ervoor dat elk document voor de bank correct en volledig is, van uitstekende kwaliteit en op tijd wordt ingeleverd. Veel banken gaan ervan uit dat er iets fout zit als bepaalde gegevens over de huidige situatie van de kredietnemer ontbreken. Dit kan gevolgen hebben voor de inschaling in een ratingcategorie en misschien zelfs als “alarmsignaal” worden opgevat.
6. Meer onzekerheid door een langere looptijd Bij de berekening van de prijs houden bijna alle banken rekening met de looptijd van een krediet. Langere looptijden brengen grotere onzekerheden met zich mee, waardoor de interestpercentages van kortlopende kredieten gewoonlijk lager zijn dan voor langlopende kredieten. Ook hier spelen de Bazelse akkoorden een rol (zie Bijlage 1). In het algemeen neigen banken ertoe om alleen aan kredietnemers met een goede rating langlopende kredieten te verstrekken.
Weet ook dat een bank meestal stevige waarborgen vraagt. Je kan door onderpand en voldoende eigen inbreng, de prijs van het krediet drukken aangezien het risico voor de bank zal dalen (over de Bazel II en III-normen vind je meer info in Bijlage 1 achteraan deze brochure). 7
7. Maak kredietovereenkomsten op maat door bijzondere afspraken Door bijzondere afspraken op te nemen in de kredietovereenkomst (ook wel “convenanten” genoemd) kan rekening gehouden worden met de mogelijkheden van je onderneming en de vereisten aan de zijde van de bank. Het toegestane maximumpercentage schulden, de rentabiliteitsdrempel en de minimale liquiditeit zijn typische zaken die in convenanten geregeld worden. In een convenant kan bijvoorbeeld staan dat de bank het recht heeft om het contract voortijdig op te zeggen als je eigen vermogen onder een bepaald peil zakt. Hierdoor neemt het risico van de bank af en kan de bank misschien akkoord gaan met een langere looptijd.
8. Stel een goed kredietdossier samen Veel projecten sneuvelen bij de bank omdat de ondernemer enkel met een berekening komt over de investering die hij wil uitvoeren. Banken hebben, zeker voor ietwat grotere projecten, echter veel meer nodig om een risico-inschatting te kunnen maken. In Bijlage 2 achteraan in de brochure vind je een checklist die je kan helpen bij de opmaak van een kredietdossier.
9. Bekijk of er alternatieven zijn Bij het zoeken naar de beste financieringsvoorwaarden win je best zoveel mogelijk informatie in over alle mogelijke en alternatieve opties. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden om de behoefte aan krediet te verminderen (zoals leasing en factoring) en alternatieven voor krediet (zoals mezzaninefinanciering en risicokapitaal). Daarnaast zijn er ook heel wat overheidsmaatregelen beschikbaar die je financiering kunnen vergemakkelijken. In het vervolg van deze brochure trachten wij je hierin wegwijs te maken.
8
3. Mogelijke financieringsbronnen en hoe de overheid hier op inspeelt Er bestaan veel soorten financieringsvormen en overheidsmaatregelen die financiering ondersteunen. VLAIO heeft specialisten in huis die je hierin kunnen wegwijs maken en die gericht op jouw project de meest geschikte maatregelen kunnen uitzoeken en een optimale financieringsmix voorstellen. Wanneer bankfinanciering alleen niet volstaat en er gezocht moet worden naar alternatieve financiering, waaronder risicokapitaal, biedt FINMIX van VLAIO je de mogelijkheid om jouw project voor te stellen aan een panel van experten. Deze experten beoordelen
het project en adviseren je over de meest aangewezen financieringsmix (Meer info over FINMIX vind je op p. 56). In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende financieringsbronnen. Daaraan koppelen we steeds de bestaande overheidsinitiatieven die de toegang tot dit financieringskanaal vergemakkelijken. Vooral de levenscyclus waarin een onderneming zich bevindt, heeft een invloed op de financieringsmogelijkheden van de onderneming.
(gebaseerd op Roberts, 1991)
Beursintroductie
Bankleningen
Zaai- en risicokapitaal
Business Angels
Eigen middelen Family, friends & fans
Start-up
Initiële groei
Sterke groei
9
Een startende onderneming zal vooral moeten teruggrijpen naar eigen kapitaal aangezien banken voor starters, omwille van hun beperkte kredietwaardigheid, veelal enkel investeringen financieren mits voldoende zekerheden (waarborgen). Groeiende ondernemingen die nood hebben aan financiële middelen kunnen gemakkelijker beroep doen op vreemd vermogen. Aangezien het eigen vermogen al is aangegroeid, ligt het risico voor de kredietinstellingen veel lager dan bij een starter, zeker indien de investering past in de continuïteit van de activiteiten. Nieuwe activiteiten of innovatieve projecten met een sterk groeipotentieel dienen meestal de weg te zoeken naar risicokapitaal, aangezien banken in verhouding te weinig zekerheden zullen vinden.
3.1 Eigen inbreng Eigen inbreng is belangrijk voor het verkrijgen van externe financiering. De inbreng van eigen middelen zegt namelijk iets over de risico’s die men als ondernemer bereid is te nemen en over het vertrouwen in het slagen van de onderneming. Immers, indien je zelf als ondernemer geen middelen in je zaak zou stoppen, waarom zouden derden dan daartoe bereid zijn? Eigen geldmiddelen zijn eveneens noodzakelijk omdat zij een buffer vormen om eventuele tegenslagen op te vangen. Hoeveel eigen inbreng exact noodzakelijk is, varieert van sector tot sector, maar je kan er van uitgaan dat je minimaal 10% en in regel eerder 20 tot 40% van je project met eigen middelen zal moeten financieren. Eigen inbreng in een vennootschap kan zowel in geld als in natura gebeuren. Ook kan je aan je eigen firma geld lenen (rekening-courant). Mits blokkering gedurende een bepaalde periode kan deze lening als eigen middelen worden beschouwd.
OVERHEIDSSTEUN
10
- via de notionele interestaftrek is het mogelijk om fictieve interesten op de aangroei van het eigen vermogen in te brengen en zo het fiscaal resultaat te verlagen. Boekhouders passen deze steunmaatregel bijna steeds automatisch toe. Meer informatie in onze subsidiedatabank: www. vlaio.be/subsidiedatabank.
3.2 Family, friends & fans Bij gebrek aan voldoende eigen middelen kan je in eerste instantie trachten om mensen uit jouw omgeving (de zogenaamde Family, Friends & Fans) bij je project te betrekken en hen te overtuigen om geld ter beschikking te stellen. Dit kan bijvoorbeeld door hen medeaandeelhouder te maken: zo worden zij mede-eigenaar van jouw onderneming en zorgen zij mee voor eigen inbreng (zie 3.1.). Een andere mogelijkheid is dat deze personen aan jou het geld lenen: deze middelen zullen door andere schuldeisers als quasi eigen vermogen worden beschouwd indien de geldschieter deze lening ‘achtergesteld’ verklaart t.o.v. deze schuldeisers.1 Belangrijk is steeds om hierbij op voorhand goede afspraken te maken.
OVERHEIDSSTEUN
- de WINWINLENING stimuleert particulieren met een fiscaal voordeel om geld te ontlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen (p. 20); - Het VRIENDENAANDEEL stimuleert particulieren met een fiscaal voordeel om geld te investeren in kleine en middelgrote ondernemingen (p. 22); - via de TAX SHELTER voor startende ondernemingen kunnen particulieren genieten van een belastingvermindering van 30 of 45% indien zij investeren in het kapitaal van startende vennootschappen (p. 24); - via de TAX SHELTER voor scale-ups kunnen particulieren genieten van een belastingvermindering van 25% indien zij nieuwe aandelen verwerven van een groeibedrijf (p. 27).
1 Een achtergestelde lening is een lening die bij liquidatie van de onderneming als één van de laatste in de rij van verplichtingen (net voor het terugbetalen van het maatschappelijk kapitaal) wordt terugbetaald. Het voordeel is dat dit type leningen wordt aanzien als quasi eigen vermogen in plaats van vreemd vermogen, wat een betere voorstelling van de verhouding tussen eigen middelen en vreemd vermogen geeft (hogere solvabiliteitsratio). Hierdoor daalt het risico voor de andere schuldeisers en wordt het klassiek bankkrediet toegankelijker. Zowel de winwinlening als de leningen van PMV/z zijn achtergestelde leningen.
3.3 Crowdfunding Crowdfunding, vrij vertaald “financiering door de menigte (the crowd)”, is een alternatieve vorm van financiering waarbij (startende) ondernemers, die moeilijk toegang krijgen tot de traditionele financieringskanalen, een eerste deel van de benodigde financiering online bij het grote publiek kunnen inzamelen om vervolgens eventueel aan te kloppen bij de professionele investeerders (banken, business angels, ...). Het principe van crowdfunding verloopt als volgt: een crowdfundingplatform biedt online een overzicht van (bedrijfs)projecten die op zoek zijn naar financiering. Tijdens een vooropgestelde periode kunnnen zogenaamde ‘believers’ (kleine) geldsommen investeren in het project. Indien een vooropgesteld bedrag binnen de deadline wordt opgehaald, dan is het crowdfundingproject geslaagd en wordt het geld door het crowdfundingplatform aan de ondernemer overgemaakt. Afhankelijk van de opbrengstobjectieven van de investeerder kunnen we verschillende types van crowdfunding onderscheiden, waarbij bij de eerste 2 types gesproken wordt van niet-financiële crowdfunding en bij de laatste 2 van financiële crowdfunding: >
>
>
Donatie en sponsoring. De investeerder is bereid zijn geld te schenken, ter ondersteuning van een project dat hem aanspreekt. Dat zijn investering rendeert, is geen noodzaak. De motivatie voor dit type crowdfunding is voornamelijk sociaal (bv. artistieke projecten, liefdadigheidsprojecten, ...); Reward-based en voorverkoop. Dit is een variant op het donatiemodel. De investeerder is nog steeds bereid zijn geld te schenken, maar in ruil voor zijn donatie zal hij (mogelijk op een later tijdstip) een niet-financiële beloning krijgen (bv. een nieuwe cd, concertticket, ...); Crowdlending. De investeerder is bereid zijn geld te lenen in ruil voor een belofte tot terugbetaling en een vooraf overeengekomen interest. Investeerders zijn via dit type crowdfunding blootgesteld aan het ondernemingsrisico, met name wanneer de onderneming niet in staat blijkt (een deel van) de lening terug te betalen;
>
Participatie via aandelen. De investeerder is bereid in een onderneming te investeren zonder belofte tot terugbetaling, maar in ruil voor een deel van de aandelen. Hierdoor kunnen ze recht krijgen op dividenden en na een bepaalde termijn kan er mogelijk een meerwaarde worden gegenereerd op de aandelen. De investeerders zijn in dit geval evenwel ook blootgesteld aan het ondernemingsrisico, zij lopen met name het risico de inleg van hun geld in aandelen te verliezen.
De financieringsvoorwaarden van het project licht de initiatiefnemer steeds toe op het crowdfundingplatform. Crowdfunding biedt een winwinsituatie voor zowel de onderneming als voor de investeerder (believer): de onderneming vindt niet alleen toegang tot het nodige kapitaal maar wordt vaak ook professioneel begeleid door het crowdfundingplatform dat optreedt als fondsenwerver. Bovendien kan de ondernemer via het platform aftoetsen of zijn idee aanslaat. Crowdfundingplatformen waarop het publiek in een onderneming belegt met het oog op het ontvangen van een eventuele winst (financiële crowdfunding) moeten een vergunning bekomen van de FSMA (de Autoriteit voor de Financiële Diensten en Markten). Dit geldt niet voor platformen waarbij het publiek een gift doet of geld stort met het oog op het ontvangen van een tegenprestatie in natura (niet-financiële crowdfunding). Meer informatie over crowdfunding en crowdfundingplatformen vind je via vlaio.be/crowdfunding.
OVERHEIDSSTEUN
- via de TAX SHELTER voor startende ondernemingen kunnen particulieren genieten van een belastingvermindering van 30 tot 45% indien zij rechtstreeks investeren in het kapitaal van startende vennootschappen of via een vergund crowdfundingplatform (p. 24); - via de TAX SHELTER voor scale-ups kunnen particulieren genieten van een belastingvermindering van 25% indien zij rechtstreeks of via een vergund crowdfundingplatform investeren in een groeibedrijf (p. 27); - interesten van leningen afgesloten via een 11
crowdfundingplatform genieten onder bepaalde voorwaarden een VRIJSTELLING VAN ROERENDE VOORHEFFING (p. 26); - met de WINWINLENING van PMV/z moedigt de Vlaamse overheid particulieren aan om achtergestelde leningen aan kmo’s te verstrekken. Via verschillende crowdfundingplatformen kan je ook zoeken naar een kredietgever voor een winwinlening en genieten van de fiscale voordelen die er aan verbonden zijn. Voorbeelden: Look&Fin, Winwinner, Ecco Nova (p.20).
lange termijn. Het is een interessante tool voor ondernemingen waarbij de tijd tussen productie en verkoop zeer lang is. Investeringskredieten (termijnkredieten) zijn langetermijnkredieten. De te betalen rente kan op voorhand vastgelegd worden of er kan geopteerd worden voor variabele formules. Banken brengen deze langetermijnkredieten onder verschillende varianten en commerciële benamingen.
OVERHEIDSSTEUN
3.4 Bancaire financieringsvormen
- via de COFINANCIERING en COFINANCIERING+ van PMV/z kan een banklening gecombineerd worden met een achtergestelde lening bij de overheid (p. 30 en 33); - via de EUROPESE INVESTERINGSBANK EIB kent de Europese overheid een rentekorting toe op kredieten afgesloten bij EIB-partnerbanken (p. 35).
Bij de bank kan je terecht voor leningen op zowel korte (< 1 jaar) als lange (> 1 jaar) termijn. De belangrijkste producten op korte termijn zijn kaskredieten, vaste voorschotten en overbruggingskredieten: >
12
Kaskredieten hebben als doel om kortstondige tekorten, door periodiek terugkomende liquiditeitstekorten in de exploitatiecyclus van de onderneming, op te vangen. De kostprijs wordt bepaald door een provisie op de toegestane kredietlijn die verkregen wordt en de rente op de werkelijk opgenomen bedragen. Het is een soepele, maar relatief dure kredietvorm.
>
Vaste voorschotten (straight loans) overbruggen liquiditeitstekorten die inzake looptijd en omvang vooraf gekend zijn. Er wordt met andere woorden een vast bedrag (meestal minimum €125.000) met een vooraf bepaalde rentevoet voor een vooraf bepaalde duurtijd (< 1 jaar) geleend.
>
Een overbruggingskrediet is een kortlopend krediet voor de voorfinanciering van gegarandeerde inkomsten in de toekomst. Tijdelijke liquiditeitstekorten kunnen hiermee worden opgevangen. De zekerheid van de toekomstige inkomsten zal grondig aangetoond moeten worden. Meestal zal de kredietgever de inpandgeving van gegarandeerde inkomsten vragen.
Bedrijfskapitaalkredieten dienen voor de financiering van het werkkapitaal van een onderneming. Dit soort krediet wordt doorgaans aangegaan voor een middel-
Banken vragen ook steeds meer zekerheden vooraleer zij bereid zijn krediet te verlenen. Deze kan de bank inroepen wanneer de financiële verbintenissen niet worden nagekomen. Zekerheden kunnen ingedeeld worden in vier grote categorieën: zakelijke, persoonlijke, semi-zakelijke en morele zekerheden. >
Zakelijke zekerheden zijn wettelijke voorkeurregels die op bepaalde eigendommen gelden en die aan de schuldeiser voorrang verlenen op de realisatieprijs van de goederen. Er bestaan drie soorten zakelijke waarborgen: • Het pand is het recht op roerende goederen. Een voorbeeld hiervan is de inpandgeving van een handelszaak, waarbij alle goederen die deel uitmaken van het handelsfonds, zowel de immateriële bestanddelen (goodwill, het merk, de firmanaam, het recht op huur,…) als de materiële bestanddelen (meubilair, inrichting, de voorraad ten belope van 50% van hun waarde,…) in pand worden gegeven. Ook handelsgoederen op zich en schuldvorderingen kunnen in pand worden gegeven. • Het voorrecht is een zakelijke zekerheid die een wettelijk ’recht van voorrang’ geeft op de goederen waarop zij betrekking hebben. Dit noemt men ook wel subrogatie. • De hypotheek is het recht op onroerende
goederen, gevestigd als waarborg voor de voldoening van een verbintenis. >
>
>
Bij persoonlijke zekerheden wordt aan een tweede debiteur gevraagd om zich akkoord te verklaren een aangegane schuld terug te betalen indien de eerste schuldenaar insolvabel blijkt te zijn. Voorbeelden zijn: de gewone borgstelling, de hoofdelijke en ondeelbare (solidaire) borgstelling (elke borgsteller kan voor het volledige bedrag van de schuld worden aangesproken) en akte van loonafstand. Semi-zakelijke zekerheden zijn waarborgen waarbij men steunt op de persoonlijke verbintenis van de ondertekenaar, maar waarbij tegelijkertijd de mogelijkheid of het recht wordt verkregen tot het vestigen van een zakelijke waarborg. Bijvoorbeeld het verstrekken van een volmacht tot het vestigen van een zakelijke zekerheid, meerbepaald: hypothecair mandaat en volmacht tot het nemen van een inschrijving op het handelsfonds. Morele zekerheden: Bij deze waarborgen steunt men enkel en alleen op de verbintenis (het ‘woord’ of de eerbaarheid) van een persoon om zijn verplichtingen na te komen. Voorbeelden hiervan zijn: de verbintenis om een bepaald onroerend goed niet te verkopen of in hypotheek te geven, de letter of intent (waarbij de moedermaatschappij zich garant stelt voor de aflossing van de schulden van haar filiaal). De financiële instelling is afhankelijk van de eerlijke houding van de kredietnemer of zijn moraliteit bij het naleven van een belofte.
OVERHEIDSSTEUN
- via de WAARBORGREGELING TOT € 1,5 MILJOEN kan de Vlaamse overheid via PMV/z tot 75% van het krediet waarborgen tot een bedrag van € 1,5 miljoen (p. 37); - via de WAARBORGREGELING BOVEN € 1,5 MILJOEN kan de Vlaamse overheid via PMV tot 80% van het krediet waarborgen, voor waarborgbedragen van meer dan € 1,5 miljoen (p. 39).
In het verleden was het vaak zo dat de lokale bankier van de ondernemer een beslissing kon nemen over het al dan niet toekennen van een krediet. Door interne reorganisaties en het invoeren van de Bazel II normen
(waardoor aan iedere onderneming een rating wordt toegekend: zie p. 55) is dit steeds minder het geval. Beslissingen worden nu sneller op een hoger niveau binnen de bank genomen.
OVERHEIDSSTEUN
- de Vlaamse KREDIETBEMIDDELAAR kan na een kredietweigering in individuele dossiers tussenbeide komen (p. 35).
3.5 Niet-bancaire financieringsvormen Onderstaande financieringsvormen kunnen los van de bank bekomen worden.
Leasing Leasing, ook wel financiële leasing of financieringshuur genaamd, is een vorm van financiering waarbij de leasinggever op aanwijzen van een klant (de leasingnemer) een bepaald investeringsgoed koopt en verhuurt aan de leasingnemer gedurende een vooraf bepaalde periode die overeenstemt met de vermoedelijke duur van het bedrijfsgebruik van het investeringsgoed. De leasinggever blijft het eigendomsrecht op het goed behouden en blijft bijgevolg de juridische eigenaar, terwijl de leasingnemer het gebruiksrecht verkrijgt en dus beschouwd wordt als economische eigenaar, waardoor hij het goed mag afschrijven. De leasingnemer betaalt een periodieke huurvergoeding. Bovendien voorziet het leasingcontract voor de leasingnemer de mogelijkheid om op het einde van de termijn de eigendom van het investeringsgoed te verwerven (= aankoopoptie). Financiële leasing onderscheidt zich van renting (= gewone verhuring) of operationele leasing (= verhuring door de producent zelf). Een belangrijk onderscheid tussen financiële en operationele leasing is dat er bij deze laatste op het einde van de leasingperiode geen aankoopoptie is. Leasing biedt aan ondernemingen een manier om het gebruik van bedrijfspanden, goederen en apparatuur te financieren, zonder zelf de zware investeringen te moeten doen. De meest gebruikelijke objecten van leasing zijn wagens, machines en computermateriaal. 13
Voor ondernemingen in volle expansie die hun bedrijfskapitaal of werkkapitaal zo groot mogelijk willen houden, kan dit nuttig zijn. Bijkomend voordeel is dat bij leasing zowel de aanschafprijs als de btw worden gefinancierd, terwijl bij een gewone kredietvorm enkel een deel tot maximaal de aanschafprijs wordt gefinancierd. Meer informatie kan je raadplegen op de website van de beroepsorganisatie van leasingmaatschappijen in België (BLV/ALV).
OVERHEIDSSTEUN
- via de WAARBORGREGELING TOT € 1,5 MILJOEN kan de Vlaamse overheid via PMV/z tot 75% van de leasing waarborgen tot een bedrag van € 1,5 miljoen (p. 37); - via de WAARBORGREGELING BOVEN € 1,5 MILJOEN kan de Vlaamse overheid via PMV tot 80% van de leasing waarborgen, voor waarborgbedragen van meer dan € 1,5 miljoen (p. 39).
Factoring Factoring is een vorm van debiteurenfinanciering, waarbij een onderneming haar commerciële vorderingen overdraagt aan een factormaatschappij in ruil voor een bevoorschotting van de factuurbedragen. De factormaatschappij volgt vervolgens de facturen op en stort het resterende saldo van de factuurbedragen door van zodra zij de betaling ontvangt. Op deze manier hoeft de ondernemer niet te wachten tot zijn facturen worden betaald en beschikt de ondernemer onmiddellijk over werkkapitaal. Naast de korte termijn financiering op basis van openstaande facturen, biedt factoring ook als voordeel dat ondernemingen hun debiteurenadministratie uit handen kunnen geven en hierdoor meer tijd krijgen voor hun kernactiviteiten. Bovendien biedt de factormaatschappij ook de mogelijkheid om het risico van niet-betaling in te dekken.
14
de portaalsites factoringportal.be en factoring-offerte. be. Deze websites brengen je in contact met de gepaste spelers in België. Er bestaan tevens platformen die een alternatieve vorm van factoring aanbieden. Op dergelijk platform kan een onderneming die nood heeft aan financiële middelen haar klantenfacturen doorverkopen aan investeerders en ondernemingen met een cash-overschot. Dit wel na aftrek van een korting, waarvan het bedrag afhankelijk is van de betalingstermijn én de rating van de debiteur.
ESCO’s
De laatste jaren zijn er diverse nieuwe spelers op deze markt gekomen. Deze spelers kunnen ook een oplossing bieden voor kleinere ondernemingen.
Samenwerken met een ESCO of Energy Service Company biedt kmo’s heel wat mogelijkheden om zonder zorgen te besparen op hun energiefactuur. Toch is deze alternatieve manier van energie besparen nog onbekend bij vele Vlaamse bedrijven.
Momenteel bestaat er geen beroepsvereniging waar we kunnen naar doorverwijzen voor meer informatie over de spelers actief in Vlaanderen. Heb je interesse voor deze dienstverlening dan kan je dit kenbaar maken op
ESCO’s treden meer en meer op de voorgrond om bedrijven te ‘ontzorgen’ wat betreft hun energiegerelateerde investeringen. In eerste instantie zorgen ze voor de inbreng van technische knowhow, maar in
veel gevallen kunnen ze ook de financiering van de investering op zich nemen. De investering en eventuele onderhoudskosten worden jaarlijks door het bedrijf aan de ESCO afbetaald met middelen die vrijkomen door de gerealiseerde energiebesparing. Er zijn clausules mogelijk die de ESCO belonen als de besparing groter uitvalt dan voorzien, en beboeten indien ze lager is. Interessant is dat het bedrijf niet meteen hoeft te beschikken over kapitaal om te kunnen investeren in een niet-kernactiviteit zoals energievoorziening en energiegebruik. Meer informatie op www. belesco.be.
vendor loan achtergesteld te maken zodat de bank als schuldeiser voorrang krijgt op de terugvordering van de vendor loan. Ten slotte geeft een vendor loan ook vertrouwen in het project. De overlater geeft immers het signaal dat hij voldoende vertrouwen heeft in het welslagen van de onderneming door dit betalingsuitstel toe te staan. Dit is niet alleen een positief signaal naar de bank, maar geeft je ook als koper meer zekerheid over de gezondheid van de onderneming. De overlater heeft er immers alle belang bij dat de onderneming succesvol voortgezet kan worden aangezien hij anders een deel van de overnameprijs verliest.
Vendor loan bij overname
OVERHEIDSSTEUN
Met een vendor loan staat de overlater toe dat een deel van de overnameprijs op een later tijdstip wordt ingelost. De vendor loan is dus eigenlijk een vorm van betalingsuitstel, dat in de vorm van een lening wordt gegoten. Eén van de voordelen is dat je een minder groot bedrag zal moeten lenen bij de bank. Bovendien krijgt de bank ook de mogelijkheid om te vragen de
Ook zonder banklening kunnen bepaalde doelgroepen rechtstreeks bij de overheid een specifieke lening bekomen: - via de STARTLENING van PMV/z (p. 41) kunnen starters tot € 100.000 lenen; - het IMPULSKREDIET van Hefboom (p. 44) alsook het MICROKREDIET van microStart (p. 45) richten 15
zich tot zelfstandigen en ondernemingen die geen of moeilijk toegang hebben tot bankkrediet; - ondernemingen en organisaties in de culturele en creatieve sector die geen krediet kunnen krijgen bij een bank kunnen een CULTUURKREDIET (p. 44) aanvragen; - organisaties en ondernemingen die sociale impact nastreven kunnen voor bepaalde financiering ook terecht bij Hefboom (KREDIETEN VOOR SOCIALE EN DUURZAME PROJECTEN p.47).
3.6 Risicokapitaal Niet voor elke financieringsbehoefte kan een onderneming terecht bij de bank. Soms is het risico te hoog of zijn er te weinig waarborgen voorhanden. In dit geval kan de onderneming mogelijk te rade gaan bij een risicokapitaalverschaffer. Die zal het risicokapitaal inbrengen via een tijdelijke aandelenparticipatie, via een achtergestelde lening of via de intekening op een obligatielening (al dan niet converteerbaar) die door de onderneming wordt uitgegeven. Deze financieringsvorm verstevigt het eigen vermogen. Niet elke onderneming komt evenwel in aanmerking voor risicokapitaal. De onderneming moet voldoende groeipotentieel kunnen voorleggen waardoor ze een hoger dan gemiddeld rendement kan realiseren. Meestal berekenen de risicokapitaalverschaffers hun verwachte rendement op basis van de verwachte meerwaarden bij verkoop van hun aandelen. Heel belangrijk voor de risicokapitaalverschaffer is ook dat de leiding van het bedrijf in handen is van een goed managementteam. Om een risicokapitaalverschaffer aan te trekken zullen in eerste instantie een executive summary (samenvatting) en een ondernemingsplan onontbeerlijk zijn. Vragen hierover? Neem contact op met het FINMIX-team van VLAIO (vlaio.be/finmix). De voornaamste kenmerken van risicokapitaal zijn: >
> > 16
de tussenkomst is tijdelijk, gemiddeld zeven jaar. Op het moment dat een risicokapitaalverschaffer instapt, zullen steeds de mogelijkheden van exit bekeken worden; in principe worden er geen waarborgen gevraagd; de nv leent zich het best als structuur voor een
>
onderneming die bereid is om haar kapitaal open te stellen; naast kapitaal biedt de risicokapitaalverschaffer ook managementondersteuning.
De risicokapitaalverschaffers kunnen worden opgedeeld in: > > >
overheidsmaatschappijen (zie kader hieronder); privémaatschappijen; business angels (privé-personen).
Een overzicht van al deze maatschappijen die in Vlaanderen actief zijn op de kmo-markt vind je via vlaio.be/ risicokapitaal. Tenslotte kunnen ondernemingen die daar rijp voor zijn een beursintroductie overwegen.
OVERHEIDSSTEUN
- het netwerk BAN VLAANDEREN fungeert als bemiddelaar/coördinator tussen een netwerk van business angels en beloftevolle ondernemers op zoek naar risicokapitaal (p. 48); - indien een business angel, aangesloten bij een door PMV/z erkend netwerk van business angels, investeert in je onderneming, dan kan aanvullend een COFINANCIERING van PMV/z worden aangevraagd (p. 30); - PMV verstrekt risicokapitaal aan innovatieve en snel groeiende ondernemingen met een duurzaam concurrentievoordeel (p. 48); - ook via het WELVAARTSFONDS wordt risicokapitaal verstrekt vanaf minimum € 1,25 miljoen (p. 49); - LRM verstrekt risicokapitaal aan beloftevolle Limburgse ondernemingen (p. 50); - TRIVIDEND verstrekt risicokapitaal aan de sociale economie (p. 51); - ook de federale overheid heeft een aantal fondsen die actief zijn op de risicokapitaalmarkt: FPIM (p. 52) en FPIM International (p. 53). - Via FINMIX (product van VLAIO) wordt de markt van het risicokapitaal ondersteund. FINMIX geeft de ondernemer die op zoek is naar risicokapitaal de mogelijkheid om zijn project voor te stellen aan een panel van experten (p. 56).
3.7 Mezzaninefinanciering De term mezzanine komt uit de bouwwereld en betekent tussenverdieping. Financieel gezien situeert mezzaninefinanciering zich tussen het bankkrediet en risicokapitaal. Het is een (achtergestelde) lening waarbij elementen van schuld en eigen vermogen worden gecombineerd. Meestal is het een aan warrants gekoppelde lening met een looptijd van vijf tot tien jaar. Warrants geven de verstrekker van de mezzaninefinanciering het recht om een vooraf overeengekomen percentage van het aandelenkapitaal te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs, bijvoorbeeld wanneer de onderneming naar de beurs gaat of verkocht wordt. Aangezien voor deze lening geen waarborgen worden gevraagd van de kredietnemer is mezzaninefinanciering een stuk duurder dan een gewone banklening. De lening wordt op haar vervaldag in één keer terugbetaald. Tussentijdse aflossingen zijn niet nodig, maar de onderneming moet voldoende liquiditeiten genereren om de rentekosten te kunnen dragen. Mezzaninefinanciering is een vaak gebruikt instrument bij ondernemingen die een tijdelijk verhoogde schuldgraad zullen hebben door bepaalde expansieplannen, overnames en buy-outs.
OVERHEIDSSTEUN
- PMV-BEDRIJFSLENINGEN zijn financieringsoplossingen op maat met een lange looptijd voor ondernemingen die zowel achtergesteld als niet-achtergesteld kunnen zijn (p. 54).
17
Deel 2: Overheidsmaatregelen 1. Hoe overheidssteun jouw financiering kan vergemakkelijken: een voorbeeld Zoals je reeds kon vaststellen in deel 1 van deze brochure bestaan er heel wat overheidsmaatregelen op gebied van financiering. In dit deel vind je een volledig en gedetailleerd overzicht van al deze maatregelen. Niet alle producten zijn echter voor iedereen van toepassing waardoor het nalezen van al deze informatie je mogelijk teveel van je doel afleidt, met name het zoeken naar de optimale financieringsmix voor je project. De overzichtstabel op de volgende pagina kan je helpen bij het selecteren van de meest gepaste maatregel(en).
Dit is voor de bank een moeilijke situatie omwille van: • slechte verhouding eigen middelen t.o.v. banklening; • mogelijk onvoldoende waarborgen op dergelijk leningsbedrag. >
Dankzij COFINANCIERING (p. 30) + WAARBORGREGELING (p. 37): • eigen middelen: €40.000; • Cofinanciering van PMV/z: €160.000 (4 maal de eigen inbreng); • bank: moet slechts €150.000 financieren en kan zich voor deze lening indekken door beroep te doen op de overheidsborg ten belope van max. €112.500 (75%). Opgelet deze waarborg heeft wel een kostprijs tot gevolg voor de ondernemer.
>
Conclusie: zowel de solvabiliteit alsook de waarborgsituatie zijn grondig verbeterd door deze overheidstussenkomsten. Hou rekening met deze mogelijkheden bij de opmaak van je financieel plan.
Om aan te tonen hoe overheidsmaatregelen een gunstige rol kunnen spelen in het vergemakkelijken van je financiering, pikken we er even 2 van de meest courante maatregelen uit die voor de meeste kleine ondernemingen van belang kunnen zijn: namelijk de Cofinanciering van PMV/z en de Waarborgregeling van PMV/z. Beide maatregelen kunnen gekoppeld worden in één dossier waardoor jouw risicosituatie voor de bank aanzienlijk kan verbeteren. Voor beide maatregelen is jouw bankinstelling een belangrijke partner. Je bespreekt dit dan ook best met de bank tijdens je aanvraag voor kredietverlening.
Voorbeeld: koppeling Cofinanciering PMV/z met Waarborgregeling PMV/z >
18
Uitgangssituatie: • investeringsproject van bestaande onderneming: €350.000; • ondernemer kan zelf een inbreng doen van €40.000 en zoekt nog financiering voor het saldo. Bank wordt gevraagd om €310.000 te financieren.
2. Overzichtstabel
X
X
X
20
Vriendenaandeel
PMV/z
X
X
X
X
X
22
Tax shelter starters
Federale overheid
X
Tax shelter scale ups
Federale overheid
Vrijstelling roerende voorheffing crowdlending
Federale overheid
X
Cofinanciering
PMV/z
X
Cofinanciering+
PMV/z
Europese financieringsmogelijkheden
EIB-groep
Vlaamse Kredietbemiddelaar
X
beperking!
zie pagina
risicokapitaal
X
niet-bancair
X
banken
middelgroot
PMV/z
Family, Freinds & Fans
klein
Winwinlening
groot
startfase voorbij
levensfase
pré-starter
instantie
starter (< 4 jaar)
grootte beoogde onderneming financieringswijze
overheidsstimulans
X
X
X
24
X
X
X
27
X
X
28
X
X
X
X
X
30
X
X
X
X
X
33
X
X
X
X
X
X
35
VLAIO
X
X
X
X
X
X
36
Waarborgregeling tot €1,5 miljoen
PMV/z
X
X
X
X
X
X
37
Waarborgregeling boven €1,5 miljoen
PMV
X
X
X
X
X
X
39
Startlening
PMV/z
X
X
X
X
Impulskrediet
Hefboom
X
X
X
Microkrediet
microStart
X
X
CultuurKrediet
Hefboom
Kredieten voor sociale en duurzame projecten
Hefboom
BAN Vlaanderen
BAN Vlaanderen
PMV-risicokapitaal
PMV
Welvaartfonds
PMV
LRM
LRM
Trividend
Trividend
FPIM
FPIM
X
FPIM International
FPIM International
X
PMV-bedrijfsleningen
PMV
FINMIX
VLAIO
X
41
X
X
44
X
X
X
45
X
X
X
X
X
46
x
x
x
x
x
47
X
X
X
X
X
X
X
48
X
X
X
X
X
X
X
48
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Limburglink
50
X
X
sociale economie
51
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
52 buitenlands project
53 54
X
56
19
3. Family, friends & fans 3.1 WINWINLENING
Een exploitatiezetel dient in Vlaanderen gelegen te zijn.
Wat houdt deze maatregel in
Vzw’s zijn ook toegelaten indien ze een economische activiteit uitoefenen. Er is sprake van een economische activiteit op het moment dat er goederen of diensten op de markt worden aangeboden. Ook in bijberoep kan men van een Winwinlening gebruik maken.
Met de Winwinlening van PMV/z moedigt de Vlaamse overheid particulieren aan om een achtergestelde lening te verstrekken aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Een particulier kan tot €75.000 lenen aan een Vlaamse kmo gedurende een looptijd van 5 tot 10 jaar. De kredietgever krijgt hiervoor een jaarlijks belastingkrediet van 2,5% op het openstaande kapitaal van de Winwinlening. Indien de kredietnemer niet kan terugbetalen, kan de kredietgever daarnaast 30% van het verschuldigde bedrag terugkrijgen via een eenmalig belastingkrediet.
Wie komt in aanmerking als kredietgever
Een kmo kan tot een bedrag van €300.000 Winwinleningen aangaan, met een maximum van €75.000 per kredietgever.
>
PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, Cofinanciering+, de Winwinlening, het Vriendenaandeel en de Waarborgregeling. Door deze zes producten te groeperen legt PMV/z de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
Op de datum waarop de Winwinlening afgesloten wordt, moet de kredietgever voldoen aan de volgende voorwaarden: >
> >
>
Wie komt in aanmerking als kredietnemer Deze maatregel richt zich enkel tot ondernemingen die voldoen aan de Europese kmo-definitie: > > >
20
minder dan 250 werknemers; jaaromzet niet hoger dan €50 miljoen en/of balanstotaal niet hoger dan €43 miljoen; voldoen aan het zelfstandigheidscriterium: dat wil zeggen dat de geconsolideerde cijfers (als er een deelnemingsrelatie bestaat met andere ondernemingen van 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrechten) moeten voldoen aan bovenvermelde criteria. Een groter aandeelhouderschap door risicokapitaalmaatschappijen, universiteiten of onderzoekscentra zonder winstoogmerk, is wel toegestaan.
Een onderneming die één van deze criteria overschrijdt, wordt beschouwd als grote onderneming.
>
een natuurlijk persoon zijn die deze lening afsluit buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten; deze natuurlijke persoon woont in het Vlaamse Gewest of moet er gelokaliseerd zijn voor de personenbelasting; geen werknemer zijn van de kredietnemer; als de kredietnemer een zelfstandige is: niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn; als de kredietnemer een rechtspersoon is, kan de kredietgever noch de echtgenoot, de echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de kredietgever, benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of in een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon; als de kredietnemer een vennootschap is, kan de kredietgever noch de echtgenoot, de echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de kredietgever rechtstreeks of onrechtstreeks houder zijn van: 1. meer dan 5% van de aandelen of de stemrechten van deze vennootschap; 2. rechten of effecten waarvan de uitoefening, omwisseling of conversie de overschrijding van die drempel van 5% (vermeld in punt 1), tot gevolg zou hebben.
Gedurende de hele looptijd van de Winwinlening mag de kredietgever geen kredietnemer zijn bij een andere Winwinlening.
Bedrag fiscaal voordeel kredietgever Het fiscaal voordeel voor de kredietgever bestaat uit:
>
>
enerzijds een jaarlijks belastingkrediet voor de hele looptijd van de lening: • als berekeningsbasis wordt het rekenkundig gemiddelde genomen van alle uitgeleende bedragen op 1 januari en op 31 december van het belastbare tijdperk, met een maximum van €75.000 per belastingplichtige; • het belastingkrediet bedraagt 2,5% van de berekeningsbasis (wat neerkomt op een belastingkrediet van maximum €1.875 per jaar). en anderzijds de mogelijkheid tot een eenmalig belastingkrediet ingeval (een gedeelte van) de Winwinlening niet wordt terugbetaald. Dit belastingkrediet bedraagt 30% van het openstaand kapitaal van de lening dat definitief is verloren gegaan (bijvoorbeeld bij faillissement, ontbinding, vereffening, …).
Voorwaarden De belangrijkste eigenschappen zijn: > >
>
>
>
het is een achtergestelde lening, zowel ten aanzien van bestaande als van toekomstige schulden; de looptijd bedraagt 5 tot 10 jaar. Er zijn verschillende aflossingsmogelijkheden: • terugbetaling in één keer op de vervaldag; • maandelijkse, driemaandelijkse, zesmaandelijkse of jaarlijkse aflossingen (er is een simulatie mogelijk op de website); • een eenmalige vervroegde terugbetaling van het openstaande saldo is eveneens mogelijk. het totale bedrag dat een kredietgever in het kader van één of meer Winwinleningen aan kredietnemers uitleent, kan ten hoogste €75.000 bedragen; het totale bedrag, in hoofdsom, dat één kredietnemer in het kader van Winwinleningen kan ontlenen bij kredietgevers bedraagt ten hoogste €300.000; de rentevoet is gebaseerd op de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt: • de rentevoet bedraagt maximum deze wettelijke rentevoet en minimum de helft van diezelfde rentevoet; • deze rentevoet (1,5% in 2022) wordt elk jaar in januari bekend gemaakt; • een Winwinlening afgesloten in 2022 moet zich dus situeren tussen 0,75 en 1,5%; • deze rentevoet is vast en is een bruto-rentevoet (hierop is roerende voorheffing verschuldigd); • Winwinleningen kunnen gecombineerd worden met Vriendenaandelen tot een plafond
>
van €75.000 (voor de Vriendenaandeelhouder-kredietgever) en €300.000 (voor de emittent-kredietnemer). de interesten moeten betaald worden op de overeengekomen vervaldagen en worden berekend door het bedrag van de lening te vermenigvuldigen met de rentevoet die is vastgelegd in de akte.
Aanvraagprocedure De Winwinlening moet je opmaken op basis van een model van de de akte en de aflossingstabel die beschikbaar zijn op www.pmvz.eu/winwinlening. De akte en aflossingstabel worden in drievoud afgedrukt en ondertekend, waarvan één bestemd is voor de kredietgever, één voor de kredietnemer en één binnen de 3 maanden moet worden bezorgd aan PMV/z-Waarborgen. Een Winwinlening kan door PMV/z-Waarborgen niet worden geregistreerd indien de getekende akte en aflossingstabel niet worden overgemaakt. Na ontvangst van de gehandtekende akte en aflossingstabel duurt het ongeveer tien werkdagen alvorens de kredietgever de registratiebrief van PMV/z-Waarborgen ontvangt die als fiscaal attest dient en dus ter beschikking van de fiscale controle moet worden gehouden. De voortzetting en het behoud van de Winwinlening kan bewezen worden door de voorlegging van de bankrekeninguittreksels waarop de ontvangen intresten van de Winwinlening staan. De kredietnemer is verplicht de roerende voorheffing, berekend tegen het correcte tarief, in te houden op de verschuldigde interesten. Die voorheffing dient binnen de 15 dagen na de vervaldag opgenomen te worden in een aangifte roerende voorheffing en gestort aan de dienst Roerende Voorheffing van het belastingkantoor, gebruik makend van formulier 273 (Aangifte in de Roerende Voorheffing Inkomsten van Roerende Goederen en Kapitalen).
Matchmaking platformen Indien je in je directe omgeving niet kan terugvallen op een kredietgever, bestaan er private initiatieven die optreden als tussenpersoon tussen kredietgever en -nemer in het kader van Winwinleningen (zoals bijvoorbeeld Winwinner.be). Meer informatie via vlaio.be/ financieringsbronnen. 21
Contact PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 77 winwinlening@pmv.eu www.pmvz.eu/winwinlening
3.2 VRIENDENAANDEEL
> >
>
Wat houdt deze maatregel in Met het Vriendenaandeel van PMV/z moedigt de Vlaamse overheid particulieren aan om rechtstreeks kapitaal te investeren in kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), gevestigd in het Vlaamse Gewest. De particuliere investeerder (vriendenaandeelhouder) krijgt in ruil gedurende 5 jaar een belastingkrediet van 2,5% op het geïnvesteerde bedrag. Een kmo kan zo tot €300.000 extra kapitaal ophalen. Vriendenaandelen kunnen gecombineerd worden met Winwinleningen tot een plafond van €75.000 (voor de Vriendenaandeelhouder-kredietgever) en €300.000 (voor de emittent-kredietnemer). Enkel vennootschappen met rechtspersoonlijkheid kunnen Vriendenaandelen uitgeven. PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, de Cofinanciering+, de Winwinlening, de Waarborgregeling en het Vriendenaandeel. Door deze 6 producten te groeperen legt de PMV-groep de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
Wie komt in aanmerking als investeerder (vriendenaandeelhouder) Deze maatregel richt zich tot vriendenaandeelhouders die op de datum waarop het Vriendenaandeel wordt onderschreven voldoen aan al de volgende voorwaarden: >
> 22
een natuurlijk persoon die een vriendenaandeel onderschrijft buiten het kader van zijn/haar handels- of beroepsactiviteiten; deze natuurlijke persoon moet gelokaliseerd zijn in het Vlaamse Gewest voor de personenbelasting;
>
geen werknemer zijn van de begunstigde kmo (emittent); de vriendenaandeelhouder, de echtgenoot, de echtgenote of de wettelijk samenwonende partner mogen niet benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of een vergelijkbaar mandaat hebben in de begunstigde kmo (emittent); de vriendenaandeelhouder, de echtgenoot, de echtgenote of de wettelijk samenwonende partner mogen niet meer dan 10% van de aandelen (of converteerbare effecten) en van de stemrechten bezitten; de vriendenaandeelhouder, de echtgenoot, de echtgenote of de wettelijk samenwonende partner mogen 24 maanden voorafgaand aan de volstorting van het Vriendenaandeel niet uit het vennootschapsvermogen van de emittent getreden zijn.
Aan deze voorwaarden moet voldaan worden op datum van de verbintenis om te investeren en niet op de datum van de uitvoering (dit is de volstorting) ervan. Als particulier kan je als kredietgever van de Winwinlening en/of vriendenaandeelhouder niet meer dan €75.000 ter beschikking stellen aan één of meer begunstigde kmo’s. De vriendenaandeelhouder kan wel een groter bedrag dan €75.000 investeren in de kmo. Voor dat surplus zal door PMV/z-Waarborgen nv wel geen overeenkomst opgemaakt worden die als “Vriendenaandeel” in aanmerking komt, zonder echter afbreuk te doen aan de geldigheid van de transactie voor wat betreft het surplus.
Wie komt in aanmerking als emittent (begunstigde kmo) Deze maatregel richt zich enkel tot ondernemingen die voldoen aan de Europese kmo-definitie: Als begunstigde onderneming (emittent) komen alle kmo’s met rechtspersoonlijkheid in aanmerking met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest. Deze vennootschappen moeten voldoen aan de Europese kmo-definitie: > > >
minder dan 250 werknemers tewerkstellen jaaromzet niet hoger dan €50 miljoen en/of balanstotaal niet hoger dan €43 miljoen voldoen aan het zelfstandigheidscriterium: dat wil zeggen dat de geconsolideerde cijfers – als er een
deelnemingsrelatie bestaat met andere ondernemingen van 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrechten – moeten voldoen aan bovenvermelde criteria. Een groter aandeelhouderschap door risicokapitaalmaatschappijen, universiteiten of onderzoekscentra zonder winstoogmerk, is wel toegestaan. Een onderneming die één van deze criteria overschrijdt, wordt beschouwd als grote onderneming. Bovendien moet de begunstigde kmo gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen: > > >
> > >
>
de kmo heeft een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest en heeft rechtspersoonlijkheid de kmo mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn* de kmo mag geen immo-vennootschap zijn voor eigen onroerend goed of waarin de vriendenaandeelhouder, de echtgenoot, de echtgenote of wettelijk samenwonende partner of hun kinderen een bestuursmandaat bekleden of hieruit inkomsten hebben* de kmo is geen managementvennootschap* de kmo is niet beursgenoteerd de kmo mag geen kapitaalvermindering, inkoop van eigen aandelen of een andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen doorgevoerd hebben, 24 maanden voorafgaand aan de volstorting van het vriendenaandeel (behoudens de vermindering van het kapitaal of het eigen vermogen die uitsluitend het gevolg is van een uittreding van één of meerdere aandeelhouders van de begunstigde kmo (emittent) lastens het vennootschapsvermogen) de kmo mag geen ‘rechtstreekse deelneming’ aanhouden in een vennootschap gevestigd in een ‘belastingparadijs’. De kmo doet ook geen betalingen aan vennootschappen die gevestigd zijn in een van deze belastingparadijzen, waarvan niet kan worden aangetoond dat ze zijn verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften en die in totaal meer bedragen dan € 100.000 per belastbaar tijdperk.*
*Aan deze voorwaarden moet de kmo voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de Vriendenaandelen. De termijn van 60 maanden begint te lopen op de dag na de volstorting.
Bijkomend kunnen enkel volgende vennootschappen met rechtspersoonlijkheid Vriendenaandelen uitgeven: de naamloze vennootschap (nv), de besloten vennootschap (bv), de coöperatieve vennootschap (cv), de Europese (coöperatieve) vennootschap, het Europees economische samenwerkingsverband, een vennootschap onder firma (vof), de commmanditaire vennootschap (CommV) en de landbouwondernemingen (onder de vorm van een vof of CommV). Zelfstandigen, een maatschap, een vereniging zonder winstoogmerk (vzw), een (private) stichting (van openbaar nut) en een feitelijke vereniging komen NIET in aanmerking.
Bijkomende voorwaarden >
>
> > >
>
>
>
>
Een Vriendenaandeel is een aandeel op naam en vertegenwoordigt een fractie van het kapitaal of het eigen vermogen van de kmo (emittent). Het Vriendenaandeel kan alleen verworven worden door een inbreng in vers geld en op voorwaarde van een volledige volstorting. Deze volstorting mag niet gebeurd zijn voor 11 februari 2021. De ontvangen gelden kunnen enkel worden gebruikt voor ondernemersdoeleinden. Je kan leningen of converteerbare effecten niet omzetten in Vriendenaandelen. Het volstorte bedrag van de Vriendenaandelen bedraagt maximum €75.000 per Vriendenaandeelhouder en €300.000 per emittent. Het totale openstaande bedrag, in hoofdsom kan bij een kmo in het kader van één of meer Winwinleningen en één of meer volstorte Vriendenaandelen nooit meer bedragen dan maximum €300.000. Als particulier kan je als kredietgever van de winwinlening en/of vriendenaandeelhouder niet meer dan €75.000 ter beschikking stellen aan één of meer begunstigde kmo’s. Als begunstigde kmo mag je de ontvangen sommen uit het Vriendenaandeel niet gebruiken om: • dividenden uit te keren, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves of de aankoop van aandelen • leningen te verstrekken. Je kan geen winwinlening gebruiken voor de volstorting van Vriendenaandelen.
23
Fiscaal voordeel vriendenaandeelhouder Het fiscaal voordeel voor de vriendenaandeelhouder bestaat uit een jaarlijks belastingkrediet van 2,5 % op het gestorte bedrag, voor maximaal vijf jaar. De berekeningsbasis is het aantal dagen dat het Vriendenaandeel (volstort) in het belastbare tijdperk is aangehouden, met een maximum van €75.000 per belastingplichtige. Het belastingkrediet kan niet naar de volgende aanslagjaren worden overgedragen. Het fiscaal voordeel vervalt op de dag van het faillissement van de emittent, de beslissing van ontbinding van de emittent, de overdracht van (deel van) de Vriendenaandelen of het overlijden van de Vriendenaandeelhouder. De vriendenaandeelhouder (belastingplichtige) houdt de registratiebrief, de uitgifteovereenkomst en het verslag ter beschikking van de fiscus en het controleorganisme.
Aanvraagprocedure Binnen een termijn van 3 maanden na de volstorting moet er een uitgifteovereenkomst vriendenaandeel worden opgemaakt. Dit is een schriftelijke verklaring waarin de partijen bevestigen dat de Vriendenaandeelhouder door middel van een kapitaalinbreng heeft ingetekend op nieuw uitgegeven aandelen van de emittent, in overeenstemming met de opgelegde voorwaarden. Deze uitgifteovereenkomst kan je online opmaken op basis van een aantal gegevens. Daarnaast moet er, om de particuliere investeerder te beschermen, een verslag worden opgesteld over de uitgifteprijs van de Vriendenaandelen. Dit verslag moet positief worden beoordeeld door een bedrijfsrevisor of een externe accountant (die niet in loondienst is van de emittent). Dit verslag wordt als bijlage bijgevoegd bij de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel.
24
De uitgifteovereenkomst en het verslag over de uitgifteprijs moet je binnen 3 maand na de volstorting van de Vriendenaandelen overmaken aan PMV/zWaarborgen nv om te registeren. Dit kan digitaal via vriendenaandeel@pmv.eu.
Vervolgens wordt nagegaan of aan alle voorwaarden werd voldaan (inclusief de controle van de plafonds). Daarnaast is vereist dat de bedragen ook volledig volstort worden om het Vriendenaandeel te genieten. Binnen de maand volgt dan de registratie of de weigering.
Cumulatie Dit belastingkrediet is niet van toepassing op aandelenparticipaties die reeds genieten van volgende federale steunmaatregelen: > > >
Tax Shelter voor startende ondernemingen Tax Shelter voor scale ups (groeibedrijven) Tax Shelter COVID-19
Contact PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 77 vriendenaandeel@pmv.eu www.pmvz.eu/vriendenaandeel
3.3 TAX SHELTER VOOR STARTENDE ONDERNEMINGEN Wat houdt deze maatregel in Particulieren kunnen genieten van een belastingvermindering van 30 of 45% in de personenbelasting indien zij rechtstreeks nieuwe aandelen verwerven van een startende vennootschap of via een crowdfundingplatform (rechtstreeks of onrechtstreeks via een financieringsvehikel). Ook indien zij onrechtstreeks deze aandelen verwerven is een belastingvermindering van 30% mogelijk: via nieuwe rechten van deelneming op naam in een openbaar startersfonds of private startersprivak, die op hun beurt investeren in aandelen van startende vennootschappen. Een kleine vennootschap kan zo maximaal €500.000 ophalen. Deze maatregel werd uitgebreid met de Tax Shelter voor scale ups, gericht op groeibedrijven van minstens 4 jaar oud. De investeerders kunnen maximum € 100.000 per persoon en per jaar via deze Tax shelters investeren.
Wie komt in aanmerking als begunstigde onderneming Deze maatregel richt zich tot kleine vennootschappen (zie definitie verderop). Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap uit de Europese Economische Ruimte (EER) die in België over
een ‘Belgische inrichting’ beschikt. De investering moet gebeuren naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de 4 jaar na de oprichting ervan.
geen dochtervennootschap of moedervennootschap is en die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt: >
Bepaalde ondernemingen zijn evenwel uitgesloten. Zo zijn o.m. vennootschappen die worden opgericht in het kader van een fusie of splitsing uitgesloten voor deze maatregel en kunnen ook managementvennootschappen en ondernemingen die hun belangrijkste inkomsten halen uit vastgoed geen aanspraak maken op deze maatregel. De volledige lijst met uitzonderingen vind je op vlaio.be/subsidiedatabank/tax-shelter-starters. Definitie kleine vennootschap: een kleine vennootschap is een vennootschap die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt: > > >
> >
Wie komt in aanmerking als investeerder De investeerder is een rijksinwoner (onderworpen aan de personenbelasting) of een niet-rijksinwoner (onderworpen aan en geregulariseerd in de belasting van niet-inwoners, natuurlijke personen). De investeerder moet voldoen aan deze voorwaarden: >
jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers; jaaromzet, exclusief btw: €9.000.000; balanstotaal: €4.500.000. >
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld. Wanneer er boekhoudkundig geen consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve consolidatie (verhoging van de drempels met 20% tot €10,8 miljoen omzet en €5,4 miljoen balanstotaal). De criteria moeten op geconsolideerde basis worden bekeken wanneer het gaat om een moedervennootschap of om een vennootschap die behoort tot een consortium. Een vennootschap die zijn activiteit start, en dus niet beschikt over deze cijfers, moet de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten. Het fiscaal voordeel is bij directe investering of investering via een erkend crowdfundingplatform hoger voor vennootschappen die onder de voorwaarden van een microvennootschap vallen. Een microvennootschap is een vennootschap die op datum van de jaarafsluiting
jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10 werknemers; jaaromzet, exclusief btw: €700.000; balanstotaal: €350.000.
>
De investeerder is verplicht de aandelen die hij heeft volstort minimum 4 jaar aan te houden (niet van toepassing bij o.m. een faling). In geval van een vrijwillige uitstap gedurende de eerste vier jaar zal het fiscaal voordeel worden terugbetaald in verhouding met het aantal maanden tussen de uittreding en het 4de jaar. Zowel de familieleden van de oprichters als de werknemers van de onderneming kunnen dit fiscaal voordeel verkrijgen als ze in de startende onderneming investeren. De inbreng van kapitaal door de bedrijfsleider zelf of de bestuurders van de vennootschap kan niet in aanmerking komen voor de toepassing van de tax shelter-regeling. Het gaat om zaakvoerders, bestuurders, vereffenaars, gelijksoortige functies en zelfstandige directeurs. Deze uitsluiting is ook van toepassing op personen die onrechtstreeks een functie van bedrijfsleider uitoefenen als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap of door tussenkomst van een andere vennootschap waarvan deze personen aandeelhouders zijn. Bij onbezoldigde mandaten gelden uitzonderingsvoorwaarden (aan deze voorwaarde moet gedurende 48 maanden na de investering worden voldaan). Meer info: vlaio.be/subsidiedatabank/tax-shelter-starters.
Fiscaal voordeel voor de investeerder De investeerder kan maximum €100.000 per jaar via de tax shelter voor start-ups én scale-ups samen investeren. De maximale participatie in het kapitaal die in aanmerking komt voor het fiscaal voordeel bedraagt 30%. 25
Als de voormelde drempel van 30% wordt overschreden, wordt de belastingvermindering beperkt tot een investering ten belope van de eerste 30%. Voor een directe investering of investering via een crowdfundingplatform (erkend door de FSMA, zie www. fsma.be) is de belastingvermindering afhankelijk van de omvang van de vennootschap bij de fondsenwerving: > >
de belastingvermindering bedraagt 30% van het geïnvesteerde bedrag in kleine vennootschappen; de belastingvermindering bedraagt 45% van het geïnvesteerde bedrag in microvennootschappen.
De belastingvermindering kan genoten worden voor het aanslagjaar dat betrekking heeft op het inkomstenjaar waarin de investering is gebeurd. De belastingvermindering is niet terugbetaalbaar (het is geen belastingkrediet) noch overdraagbaar. Voor een investering via een openbaar startersfonds zal de belastingvermindering 30% van het openbaar geïnvesteerde bedrag in het start-up compartiment bedragen. Momenteel zijn er nog geen erkende startersfondsen. Voor een investering via een private startersprivak bedraagt de belastingvermindering 30% van het geïnvesteerde bedrag. Deze private startersprivak zal de ontvangen sommen investeren in nieuwe aandelen van startende vennootschappen. Momenteel is Torus Capital (www.torus.vc) actief als private startersprivak.
Bijkomende voorwaarden >
>
>
> 26
>
De investering moet gebeuren in aandelen op naam die door de vennootschap nieuw zijn uitgegeven naar aanleiding van haar oprichting of van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting. Hierbij wordt gekeken naar de datum van de inschrijving op de kapitaalverhoging en niet naar de datum van de effectieve storting. Het moet gaan om aandelen op naam, ingeschreven in het aandeelhoudersregister gehouden door de startende vennootschap. Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de startende vennootschap. Zij moeten in geld zijn betaald. Inbreng in natura is uitgesloten. De aandelen moeten volledig volstort zijn, d.w.z.
>
>
volledig betaald, naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of de kapitaalverhoging. In het geval van een kapitaalverhoging met uitgiftepremie, is de belastingvermindering van toepassing op het bedrag dat werd geïnvesteerd in de betrokken aandelen, uitgiftepremie inbegrepen. De verworven aandelen of beleggingsinstrumenten dienen aangehouden te worden gedurende de vier belastbare tijdperken die volgen op de investering..
Aanvraagprocedure De belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige gedurende 4 belastbare tijdperken jaarlijks bepaalde documenten overmaakt aan de fiscus.
Cumulatie Deze maatregel is niet van toepassing op aandelenparticipaties die reeds genieten van het Vriendenaandeel. Voor eenzelfde uitgave mag er ook geen cumul zijn met volgende fiscale voordelen: > >
de belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen; de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds
Contact Bijkomende informatie over deze maatregel vind je op vlaio.be/subsidiedatabank/tax-shelter-starters. FOD Financiën Contactcenter Koning Albert II-laan 33 bus 25 1030 Brussel T 02 572 57 57 financien.belgium.be
3.4 TAX SHELTER VOOR SCALE-UPS Wat houdt deze maatregel in Particulieren kunnen een belastingvermindering van 25% krijgen in de personenbelasting wanneer ze, rechtstreeks of via een crowdfundingplatform, nieuwe aandelen verwerven van een groeibedrijf. Een kleine vennootschap, van minstens 4 en maximum 10 jaar oud, kan via deze fiscale maatregel tot maximaal €1 miljoen ophalen.
Het moet dit bedrag wel verminderen met eventueel opgehaalde bedragen via de tax shelter voor startende ondernemingen. Met deze maatregel wil de federale overheid kleine vennootschappen ondersteunen die nood hebben aan kapitaal voor de financiering van hun groei.
Wie komt in aanmerking als begunstigde onderneming De maatregel richt zich tot groeibedrijven die voldoen aan de fiscale definitie van kleine vennootschap (zie Tax shelter voor startende ondernemingen). De investering moet gebeuren naar aanleiding van een kapitaalverhoging gedurende het vijfde, zesde, zevende, achtste, negende of tiende jaar na de oprichting ervan. Een vennootschap wordt geacht te zijn opgericht: > >
op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte bij de Ondernemingsrechtbank; of op datum van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de EER (Europese Economische Ruimte).
Bepaalde ondernemingen zijn uitgesloten. Meer informatie via vlaio.be/subsidiedatabank/ tax-shelter-scale-ups.
Wie komt in aanmerking als investeerder De investeerder is een rijksinwoner (onderworpen aan de personenbelasting) of een niet-rijksinwoner (onderworpen aan en geregulariseerd in de belasting van niet-inwoners, natuurlijke personen). De investeerder moet voldoen aan volgende voorwaarden: >
>
> Wanneer de activiteit van de vennootschap bestaat uit de voortzetting van een activiteit door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon telt de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) door die natuurlijke persoon of de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon bij de Ondernemingsrechtbank. De vennootschap stelt ten minste 10 voltijdse equivalenten te werk, krachtens arbeidsovereenkomsten. Hieraan moet worden voldaan gedurende de 12 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap. Over de laatste twee aanslagjaren voorafgaand aan de volstorting van de aandelen moet er een groei zijn. Hierbij moet worden voldaan aan één van volgende voorwaarden: > >
de jaaromzet van de vennootschap is gemiddeld met ten minste 10% per aanslagjaar gestegen; of het aantal voltijdse equivalenten die de vennootschap krachtens arbeidsovereenkomsten tewerkstelt is gemiddeld met ten minste 10% per aanslagjaar gestegen.
De investeerder is verplicht de aandelen die hij heeft volstort minimum vier jaar aan te houden (niet van toepassing bij o.m. een faling). In geval van een vrijwillige uitstap gedurende de eerste vier jaar zal het fiscaal voordeel worden terugbetaald in verhouding met het aantal maanden tussen de uittreding en het vierde jaar. Zowel de familieleden van de oprichters als de werknemers kunnen dit fiscaal voordeel verkrijgen als ze in de scale-up investeren. De inbreng van kapitaal door de bedrijfsleider zelf of de bestuurders van de vennootschap kan niet in aanmerking komen voor de toepassing van de tax shelter-regeling. Bij onbezoldigde mandaten gelden uitzonderingsvoorwaarden. Meer informatie via vlaio.be/subsidiedatabank/tax-shelter-scale-ups.
Fiscaal voordeel voor de investeerder De investeerders kunnen maximum €100.000 per persoon en per jaar via de tax shelter voor scale-ups én start-ups samen investeren. De vertegenwoordiging van het maatschappelijk kapitaal in de kleine vennootschap mag niet meer bedragen dan 30%. Als de voormelde drempel van 30% wordt overschreden, wordt de belastingvermindering beperkt tot een investering ten belope van de eerste 30%. Voor een directe investering of investering via een crowdfundingplatform (erkend door de FSMA, zie www. fsma.be) bedraagt de belastingvermindering 25% van het geïnvesteerde bedrag. De belastingvermindering kan genoten worden voor het aanslagjaar dat betrekking heeft op het inkomstenjaar waarin de investering is gebeurd. De belastingvermindering is niet terugbetaalbaar noch overdraagbaar. 27
Bijkomende voorwaarden >
>
>
>
>
De maatregel heeft steeds betrekking op nieuwe aandelen uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging gedurende het vijfde tot en met het tiende jaar na oprichting. Het moet gaan om aandelen op naam, ingeschreven in het aandeelhoudersregister van de vennootschap. Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap. Zij moeten in geld betaald zijn. Inbreng in natura is uitgesloten. De aandelen moeten volledig volstort zijn. De verworven aandelen of beleggingsinstrumenten dienen aangehouden te worden gedurende de vier belastbare tijdperken die volgen op de investering. Wanneer de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats tijdens een kalenderjaar overbrengt van België naar een andere staat of omgekeerd, wordt het maximumbedrag van €100.000 dat in aanmerking komt voor de vermindering, geprorateerd.
Aanvraagprocedure De investeerder behoudt de belastingvermindering enkel op voorwaarde dat hij de nodige documenten ter beschikking houdt van de administratie. Deze documenten bevestigen dat de investeerder de aandelen of beleggingsinstrumenten nog in zijn bezit heeft.
Cummulatie Deze maatregel is niet van toepassing op aandelenparticipaties die reeds genieten van het Vriendenaandeel.
Contact FOD Financiën Contactcenter Koning Albert II-laan 33 bus 25 1030 Brussel T 02 572 57 57 financien.belgium.be Bijkomende informatie over deze maatregel vind je op vlaio.be/subsidiedatabank/tax-shelter-scale-ups.
28
3.5 VRIJSTELLING VAN ROERENDE VOORHEFFING OP INTERESTEN van leningen afgesloten via een crowdfundingplatform Wat houdt deze maatregel in Een particulier die een lening verstrekt aan een startende, kleine vennootschap via een erkend crowdfundingplatform, kan genieten van een vrijstelling van roerende voorheffing op de interesten van de lening ten belope van de eerste schijf van €9.965 per jaar (door de bevriezing van de indexering is dit €15.630 voor aanslagjaar 2021 tot en met aanslagjaar 2024).
Wie komt in aanmerking Deze maatregel richt zich tot kleine vennootschappen (zie definitie kleine vennootschap, p. 23) die sinds ten hoogste 48 maanden ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) of in een gelijkaardig register in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). De kredietgever moet een natuurlijk persoon, inwoner of niet-inwoner, zijn die deze lening voor minimaal 4 jaar afsluit buiten zijn beroepswerkzaamheid. Opgelet: eenmanszaken kunnen geen kredietnemer zijn.
Wat komt in aanmerking Om in aanmerking te komen voor dit fiscaal voordeel moet de lening voldoen aan bepaalde voorwaarden: > > > > >
afgesloten zijn op basis van een jaarlijks te betalen interestvoet; een minimale looptijd van 4 jaar hebben; dienen ter financiering van nieuwe initiatieven van de vennootschap; niet afgesloten zijn met het oog op de herfinanciering van bestaande schulden; afgesloten zijn via een door de FSMA erkend crowdfundingplatform (zie www.fsma.be).
Bedrag van het fiscaal voordeel voor de kredietgever Gedurende de eerste vier jaar van de lening moet op de interesten die jaarlijks worden ontvangen geen roerende voorheffing worden betaald, voor zover het totaal uitgeleende bedrag niet hoger is dan €15.630 (aanslagjaar 2021 tot en met 2024). Normaal bedraagt deze roerende voorheffing 30%.
Indien de kredietgever, via één of meerdere in aanmerking komende leningen, een hoger bedrag heeft uitgeleend, moet op de interesten uit het gedeelte van de lening(en) die de grens van €15.630 overschrijdt wel roerende voorheffing worden betaald.
die de grens van €15.630 overschrijdt of interesten uit leningen na de eerste vier jaar) aangeven, tenzij de roerende voorheffing reeds door de kredietnemer werd ingehouden.
De interesten die na de eerste vier jaar van de lening worden ontvangen, zijn niet vrijgesteld zodat hierop wel roerende voorheffing moet worden betaald.
Meer informatie over deze maatregel vind je op vlaio. be/subsidiedatabank/vrijstelling-crowdfunding.
Aanvraagprocedure De belastingplichtige die onderworpen is aan de personenbelasting moet in zijn jaarlijkse aangifte van de inkomstenbelastingen melding maken van het aantal leningen die hij heeft afgesloten in het kader van deze maatregel. Daarnaast moet hij de interesten die hij heeft ontvangen en die niet genieten van de vrijstelling (interesten uit het gedeelte van de leningen
Contact
FOD Financiën Contactcenter Koning Albert II-laan 33 bus 25 1030 Brussel T 02 572 57 57 financien.belgium.be
29
4. Bancaire financieringsvormen 4.1 Kredieten op lange termijn 4.1.1 COFINANCIERING
• >
Wat houdt deze maatregel in De Cofinanciering van PMV/z is een achtergestelde lening van maximum €350.000, bestemd voor starters en bestaande kmo’s. De lening wordt altijd gecombineerd met een cofinanciering, ofwel van een bank, investeringsfonds of crowdfundingplatform waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft, of met één of meerdere business angels die gescreend en opgevolgd worden door een door PMV/z erkend netwerk van business angels. Een Cofinanciering door meerdere van voornoemde partijen is ook mogelijk, maar één partij moet instaan voor minstens 20% van de totale financieringsbehoefte.
Als aanvrager woon je in het Vlaamse Gewest of is de maatschappelijke zetel er gevestigd en kan je investeren in een project op Belgisch grondgebied. Ligt je woonplaats of maatschappelijke zetel niet in het Vlaamse Gewest maar investeer je in het Vlaamse Gewest, dan komt dit ook in aanmerking.
PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, de Cofinanciering+, de Winwinlening, het Vriendenaandeel en de Waarborgregeling. Door deze zes producten te groeperen legt PMV/z de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
>
Wie komt in aanmerking De Cofinanciering kan worden aangevraagd door zowel zelfstandigen als rechtspersonen: > >
> >
30
en het (dagdagelijkse) management van de vennootschap als hoofdactiviteit uit te oefenen; als student-zelfstandige kan je een Cofinanciering aanvragen.
zelfstandigen gevestigd of die zich zullen vestigen in hoofdberoep; rechtspersonen die voldoen aan de Europese kmo-definitie (zie verder), waarvan de drager(s) van het project zich moet(en) vestigen als zelfstandige in hoofdberoep. De drager van het project moet bestuurder en aandeelhouder zijn en het dagelijks management als hoofdactiviteit uitoefenen; beoefenaars van vrije beroepen (met inbegrip van stagiairs indien zij zich vestigen in hoofdberoep); je dient zelf je activiteit of onderneming uit te baten. In geval van aanvraag door een rechtspersoon, dienen de dragers van het project: • (co)-zaakvoerders of (co)-gedelegeerd bestuurders van de vennootschap te zijn; • (gezamenlijk) over een belangrijke participatie in het aandelenkapitaal van de vennootschap te beschikken;
Deze maatregel richt zich enkel tot ondernemingen die voldoen aan de Europese kmo-definitie: > >
minder dan 250 werknemers; jaaromzet niet hoger dan €50 miljoen en/of balanstotaal niet hoger dan €43 miljoen, geen deel uitmaken van een groep die geen kmo meer is op basis van de regels van de partner- en verbonden ondernemingen voor deelnemingen vanaf 25% (aanbeveling van de Europese Commissie van 6/5/2003).
Een onderneming die één van deze criteria overschrijdt gedurende 2 opeenvolgende boekjaren, wordt beschouwd als grote onderneming. Indien het aantal voltijdse equivalenten echter 250 eenheden of meer bereikt, komt PMV/z niet tussen, ook al zijn de andere criteria niet overschreden. Vzw’s kunnen in aanmerking komen voor zover zij, conform Europees recht, een economische activiteit uitoefenen. Er is sprake van een economische activiteit op het moment dat er goederen of diensten op de markt worden aangeboden.
Wat komt in aanmerking De Cofinanciering is bestemd voor de financiering van materiële, immateriële en financiële investeringen, evenals voor de financiering van je behoefte aan bedrijfskapitaal die gepaard gaat met de start of uitbouw van jouw activiteit. PMV/z financiert enkel nieuwe investeringen (ook vervangingsinvesteringen, tweedehandsmateriaal) maar aanvaardt geen aanvragen voor herfinanciering van verbintenissen bij andere kredietinstellingen, noch
voor herfinanciering of betaling van andere bestaande schulden, al dan niet achterstallig. Een openstaande schuld van minder dan 3 maanden oud op het moment van ontvangst van de aanvraag beschouwt PMV/z niet als een bestaande schuld. Voor investeringen in onroerende goederen komt PMV/z enkel tussen voor het beroepsgedeelte van het onroerend goed voor eigen beroepsmatig gebruik. Het beroepsgedeelte van jouw onroerend goed moet blijken uit een expertiseverslag. PMV/z komt niet tussen voor vastgoed dat je (gedeeltelijk en) al dan niet beroepsmatig verhuurt. Projectontwikkeling is dus ook uitgesloten. Bedrijvencentra die bepaalde logistieke diensten voorzien komen wel in aanmerking. Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling komen in principe niet in aanmerking maar een uitzondering is voorzien voor reeds gevestigde ondernemingen met bewezen winstgevendheid en een gezonde financiële structuur. Aanpassingen die gedaan moeten worden aan een (werkend) basisproduct/software in functie van de concrete noden van een klant worden niet als onderzoek en ontwikkeling beschouwd. De producten en/of diensten moeten zich in de commercialisatiefase bevinden (dit is de succesvolle afronding van de testfase, de technische testen van het prototype en dergelijke) en de markttractie dient bewezen te zijn. In projecten waar de financiering deels gebeurt via de tussenkomst van een of meerdere business angels, zal ook het innovatief karakter van het project meegenomen worden bij de evaluatie van het dossier, zonder dat dit evenwel een vereiste is. Meer info vind je in de handleiding van de Cofinanciering bij rubriek 2. Toegelaten investeringen (zie: pmvz.eu/cofinanciering). Je kan met de Cofinanciering ook de overname van een (deel van een) handelsfonds financieren, als de overname van de aandelen van een bestaande vennootschap. In dat laatste geval moet je de meerderheid van de aandelen overnemen of meerderheidsaandeelhouder worden, en moet je het dagelijks beheer uitoefenen. De overname moet ook betrekking hebben op een onderneming die aan de Europese kmo-definitie voldoet. Door de Europese de-minimis regelgeving kan PMV/z leningaanvragen voor volgende doeleinden niet aanvaarden:
>
> >
transportsector: leningen voor de financiering van rollend materieel bestemd voor vervoer van goederen voor rekening van derden (financiering van een autobus, ambulance of taxi is wel toegelaten); landbouwactiviteiten; financieringsaanvragen gericht op export (bijvoorbeeld verkoopkantoor in het buitenland).
Tradingactiviteiten komen niet in aanmerking voor financiering door PMV/z. Ook de financiering van middelen nodig om het onderpand in het kader van bankwaarborgen te verstevigen is uitgesloten.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Het maximumbedrag van de Cofinanciering is gelijk aan het kleinste van de volgende bedragen: > >
4 maal de eigen inbreng; €350.000.
Daarnaast gelden volgende criteria: > >
>
je eigen inbreng moet minstens 10% van de globale financiering bedragen; de tussenkomst van de cofinancier moet minstens 20% van de globale financieringsbehoefte bedragen; PMV/z komt tussen voor maximaal 50% van de globale financieringsbehoeften.
Het minimumbedrag van de Cofinanciering is €7.500. Voor een natuurlijk persoon is de eigen inbreng het persoonlijk aandeel in geld van de aanvrager in de financiering van het te realiseren investeringsproject. Deze inbreng mag eveneens afkomstig zijn van een Winwinlening afkomstig van een familielid tot de tweede graad, toegekend aan de aanvrager, of een (converteerbare) lening met enige of eerste vervaldag na de einddatum van het door PMV/z toegekend krediet.. Een inbreng in natura kan aanvaard worden, mits de activa met eigen middelen verworven werden maximaal 6 maanden voor de ontvangst van de aanvraag van de Cofinanciering. Voor een rechtspersoon kan de eigen inbreng worden gerealiseerd op verschillende manieren (zie vlaio.be/ subsidiedatabank). 31
Waarborgen De solvabiliteit na investering zal ten minste 10% moeten bedragen. De looptijd van de lening is minimaal 3 en maximaal 10 jaar en hangt af van de aard van de investering. De looptijd van de begeleidende cofinanciering mag hoogstens 2 jaar korter zijn dan de looptijd van de Cofinanciering. De intrestvoet die PMV/z toepast is gelijk aan de IRSintrestvoet voor de betrokken looptijd, verhoogd met 0,53%, met een minimum van 3%. Deze is vast voor de voor de ganse duur van de lening. Indien de periode van vrijstelling van kapitaalaflossing langer is dan 1 jaar stijgt de intrestvoet met 0,25% per extra gratieperiode. De terugbetaling gebeurt door maandelijkse constante aflossingen (kapitaal + intrest). Op vraag van de ondernemer is ook een vrijstelling in kapitaalsaflossing van 1 of 2 jaar mogelijk. Bij cofinanciering met business angels en in het kader van de financiering van een overname kan een aflossingsvrije periode van 3 jaar toegekend worden. De vrijstellingsperiode begint te lopen vanaf de eerste maand van effectieve opname.
PMV/z stelt zich soepel op inzake bewaarborging van Cofinanciering. Dit aspect wordt project per project geëvalueerd, zoals gebruikelijk is in de financiële sector. Waarborgen worden bepaald in functie van het kredietrisico en slaan enkel op de elementen die betrekking hebben op het project. Indien er waarborgen worden gevraagd, dan wordt erop gelet dat de kosten ervan voor de klant zo beperkt mogelijk worden gehouden (bijvoorbeeld: een hypothecair mandaat in plaats van een hypothecaire inschrijving). Solidaire borgstelling wordt beperkt tot de borgstelling van de actieve vennoten.
Cumulatie Cofinanciering kan gecumuleerd worden met een Startlening indien de natuurlijke persoon die de Startlening aanvraagt een geldig attest Startlening voorlegt op het moment van de aanvraag (voor meer informatie: zie Startlening op p. 35). Het bedrag van beide leningen samen mag niet hoger zijn dan €350.000. In geval van combinatie van een Startlening en een Cofinanciering, dient de norm van eigen inbreng ten belope van 10% van de totale financieringsbehoefte gerespecteerd te worden.
Aanvraagprocedure Een aanvraag voor een Cofinanciering indienen kan via: >
Door het achtergestelde karakter van de Cofinanciering kunnen andere kredietverstrekkers deze beschouwen als een uitbreiding van het eigen vermogen, wat het bekomen van een bankfinanciering in principe gemakkelijker zou moeten maken. De Cofinanciering is in geval van samenloop van schuldeisers achtergesteld in recht van betaling aan alle kredieten van financiële instellingen. De achterstelling geldt niet wanneer de vordering van PMV/z opeisbaar wordt vooraleer er samenloop (tussen de schuldeisers) ontstaan is. Dit zal onder meer het geval zijn wanneer PMV/z haar krediet opzegt vooraleer er faillissement van de kredietnemer is.
32
Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimisverordening. Door deze verordening mag het totaal aan de-minimissteun dat een bedrijf ontvangt over een periode van drie jaar niet meer dan €200.000 bedragen. Voor meer info zie vlaio.be/ de-minimis.
> > > >
een kredietinstelling waamee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft. Die kredietinstelling moet eerst een (eventueel voorwaardelijk) akkoord geven voor haar investeringskrediet of leasingbedrag; een investeringsfonds waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst afgesloten heeft; een netwerk van business angels, erkend door PMV; een crowdfundingplatform waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft; of bij andere aanbrengers.
Rechtstreeks een aanvraag indienen bij PMV/z is eveneens mogelijk. Een overzicht van al deze aanbrengers kan je terugvinden in de subsidiedatabank.
Contact PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel
T 02 229 53 10 pmvz-leningen@pmvz.eu www.pmvz.eu/cofinanciering
4.1.2 COFINANCIERING+ Wat houdt deze maatregel in De Cofinanciering+ van PMV/z is een achtergestelde lening van maximum €700.000, bestemd voor bestaande kmo’s die een track-record hebben van positieve cashflows. De lening wordt altijd gecombineerd met een cofinanciering, ofwel van een bank, investeringsfonds of crowdfundingplatform waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten. Een cofinanciering door meerdere van voornoemde partijen is ook mogelijk. De cofinancier moet instaan voor minstens 20% van de financieringsbehoefte. PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, de Cofinanciering+, de Winwinlening, de Waarborgregeling en het Vriendenaandeel. Door deze zes producten te groeperen legt de PMV-groep de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
Wie komt in aanmerking De Cofinanciering+ is bedoeld voor bestaande ondernemingen (zowel natuurlijke personen als rechtspersonen) die al een positieve cashflow genereren: >
>
Voor natuurlijke personen (zelfstandige, zaakvoerder of bestuurder van een onderneming, beoefenaar van een vrij beroep of stagiair in het kader van de uitoefening van een vrij beroep), geldt dat zij zich moeten vestigen als zelfstandige in hoofdberoep om een beroep te kunnen doen op de Cofinanciering+. Je dient zelf uw activiteit of onderneming uit te baten. In geval van aanvraag door een rechtspersoon, dienen de dragers van het project: • (co)-zaakvoerders of (co)-gedelegeerd bestuurders van de vennootschap te zijn; • (gezamenlijk) over een belangrijke participatie in het aandelenkapitaal van de vennootschap te beschikken; • en het (dagdagelijkse) management van de vennootschap als hoofdactiviteit uit te oefenen.
Als aanvrager woon je in het Vlaamse Gewest of is de maatschappelijke zetel er gevestigd en kan je investeren in een project op Belgisch grondgebied. Ligt de woonplaats of maatschappelijke zetel niet in het Vlaamse Gewest maar investeer je in het Vlaamse Gewest, dan komt dit ook in aanmerking. Deze maatregel richt zich enkel tot ondernemingen die voldoen aan de Europese kmo-definitie (zelfde definitie als bij Cofinanciering).
Wat komt in aanmerking De Cofinanciering+ is bestemd voor de financiering van materiële, immateriële en financiële investeringen, evenals voor de financiering van je behoefte aan bedrijfskapitaal die gepaard gaat met de start of uitbouw van je activiteit. PMV/z financiert enkel nieuwe investeringen (ook vervangingsinvesteringen, tweedehandsmateriaal) maar aanvaardt geen aanvragen voor herfinanciering van verbintenissen bij andere kredietinstellingen, noch voor herfinanciering of betaling van andere bestaande schulden, al dan niet achterstallig. Een openstaande schuld van minder dan 3 maanden oud op het moment van ontvangst van de aanvraag beschouwt PMV/z niet als een bestaande schuld. Voor investeringen in onroerende goederen komt PMV/z enkel tussen voor het beroepsgedeelte van het onroerend goed voor eigen beroepsmatig gebruik. Het beroepsgedeelte van onroerend goed moet blijken uit een expertiseverslag. PMV/z komt niet tussen voor vastgoed dat je (gedeeltelijk en) al dan niet beroepsmatig verhuurt. Uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (definitie zie uitsluitingen) komen in principe niet in aanmerking maar een uitzondering is voorzien voor reeds gevestigde ondernemingen met bewezen winstgevendheid en een gezonde financiële structuur. Aanpassingen die gedaan moeten worden aan een (werkend) basisproduct/software in functie van de concrete noden van een klant worden niet als onderzoek en ontwikkeling beschouwd. De producten en/of diensten moeten zich in de commercialisatiefase bevinden (dit is de succesvolle afronding van de testfase, de technische testen van het prototype en dergelijke) en de markttractie dient bewezen te zijn. 33
De financiering van producten en/of diensten die nog niet commercialiseerbaar zijn (d.i. de succesvolle afronding van de testfase, de technische testen van het prototype en dergelijke) zijn eveneens uitgesloten. Je kan met de Cofinanciering+ ook de overname van een (deel van een) handelsfonds financieren, dan wel de overname van de aandelen van een bestaande vennootschap. In dat laatste geval moet je de meerderheid van de aandelen overnemen of meerderheidsaandeelhouder worden, en moet je het dagelijks beheer uitoefenen. De terugbetalingscapaciteit moet aangetoond zijn op het einde van het tweede jaar. Door de Europese de-minimis regelgeving kan PMV/z leningaanvragen voor volgende doeleinden niet aanvaarden: >
> >
transportsector: leningen voor de financiering van rollend materieel bestemd voor vervoer van goederen voor rekening van derden (financiering van een autobus, ambulance of taxi is wel toegelaten); landbouwactiviteiten; financieringsaanvragen gericht op export (bijvoorbeeld verkoopkantoor in het buitenland).
Tradingactiviteiten komen niet in aanmerking voor financiering door PMV/z. Ook de financiering van middelen nodig om het onderpand in het kader van bankwaarborgen te verstevigen is uitgesloten.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Het maximumbedrag van de Cofinanciering+ is gelijk aan het kleinste van de volgende bedragen: > >
4 maal de eigen inbreng; €700.000.
Daarnaast gelden volgende criteria: > >
>
34
de eigen inbreng moet minstens 10% van de globale financiering bedragen; de tussenkomst van de cofinancier moet minstens 20% van de globale financieringsbehoefte bedragen; PMV/z komt tussen voor maximaal 50% van de globale financieringsbehoefte.
Het minimumbedrag van de Cofinanciering+ is €350.000.
Voor een natuurlijk persoon is de eigen inbreng het persoonlijk aandeel in geld van de aanvrager in de financiering van het te realiseren investeringsproject. Deze inbreng mag eveneens afkomstig zijn van een Winwinlening afkomstig van een familielid tot de tweede graad, toegekend aan de aanvrager, of een (converteerbare) lening met enige of eerste vervaldag na de einddatum van het door PMV/z toegekend krediet. Een inbreng in natura kan aanvaard worden, mits de activa met eigen middelen verworven werden maximaal 6 maanden voor de ontvangst van de aanvraag van de Cofinanciering+. Deze investeringen moeten voldoende gedocumenteerd zijn. Voor een rechtspersoon kan de eigen inbreng worden gerealiseerd op verschillende manieren (zie vlaio.be/ subsidiedatabank/cofinanciering-plus). De looptijd van de lening is minimaal 3 en maximaal 10 jaar en hangt af van de aard van de investering. De looptijd van de begeleidende cofinanciering mag hoogstens 2 jaar korter zijn dan de looptijd van de Cofinanciering+. De interestvoet van de Cofinanciering+ bedraagt 4,75%. Indien de periode van vrijstelling van kapitaalaflossing langer is dan 1 jaar stijgt de intrestvoet met 0,25% per extra gratieperiode. De terugbetaling gebeurt door maandelijkse constante aflossingen (kapitaal + intrest). Op vraag van de ondernemer is ook een vrijstelling in kapitaalsaflossing van 1 of 2 jaar mogelijk (3 jaar bij overnamefinanciering). De vrijstellingsperiode begint te lopen vanaf de eerste maand van effectieve opname. Door het achtergestelde karakter van Cofinanciering+ kunnen andere kredietverstrekkers deze beschouwen als een uitbreiding van het eigen vermogen, wat het bekomen van een bankfinanciering in principe gemakkelijker zou moeten maken. Ook deze maatregel valt onder toepassing van de Europese de-minimisverordening (voor meer info zie vlaio.be/de-minimis).
Waarborgen PMV/z stelt zich soepel op inzake bewaarborging van Cofinanciering+. Dit aspect wordt project per project geëvalueerd, zoals gebruikelijk is in de financiële sector. De te vragen waarborgen worden bepaald in functie van het kredietrisico en slaan enkel op de elementen die betrekking hebben op het project. Indien er waarborgen worden gevraagd, dan wordt erop gelet dat de kosten ervan voor de klant zo beperkt mogelijk worden gehouden (bijvoorbeeld: een hypothecair mandaat in plaats van een hypothecaire inschrijving). Solidaire borgstelling wordt beperkt tot de borgstelling van de actieve vennoten.
Aanvraagprocedure Een aanvraag voor Cofinanciering+ indienen kan via: >
> >
een kredietinstelling waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft. Die kredietinstelling moet eerst een (eventueel voorwaardelijk) akkoord geven voor haar investeringskrediet of leasingbedrag; een investeringsfonds waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst afgesloten heeft; een crowdfundingplatform waarmee PMV/z een samenwerkingsovereenkomst heeft.
Een overzicht van al deze aanbrengers kan je terugvinden in de subsidiedatabank. Rechtstreeks een aanvraag indienen bij PMV/z is eveneens mogelijk.
Contact PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 53 10 pmvz-leningen@pmvz.eu www.pmvz.eu/cofinanciering-0
4.1.3 EUROPESE FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN VOOR ONDERNEMINGEN Wat houdt deze maatregel in Om de toegang tot financiering voor ondernemingen te vergemakkelijken heeft de Europese Unie een aantal financiële instrumenten ontwikkeld (leningen, waarborgen en risicokapitaal).
De Europese Investeringsbank (EIB) De EIB is de financiële instelling voor lange termijn financiering van de Europese Unie (EU). De dienstverlening van EIB bestaat voornamelijk uit het verstrekken van leningen aan ondernemingen en instellingen, maar zij verstrekt ook garanties, microfinanciering, risicokapitaal, enz. De andere diensten zijn ‘blending’ (samenvoeging van EU-subsidies met EIB-financiering) en advisering. De EIB is zowel binnen als buiten de Europese Unie actief. Bij de financiering ligt de focus op innovatie en vaardigheden, financiering voor kmo’s, milieu en klimaat alsook infrastructuur. Buiten de EU verleent de EIB ook financiële ondersteuning bij de uitvoering van het EU-beleid voor ontwikkelingssamenwerking. De EIB verstrekt via erkende commerciële banken onrechtstreeks leningen en kredietrisicogaranties aan o.m. micro-ondernemingen, kmo’s en grote ondernemingen. De kredietvoorwaarden (looptijd, bedrag, enz) verschillen van bank tot bank. De bijkomende EIB-financiering moet leiden tot een voordeel voor de onderneming (vb. rentekorting) en de bank moet de klant hierover informeren. Het is aan de bemiddelende partnerbank om te beslissen of de onderneming al dan niet in aanmerking komt voor een krediet. De EIB kan rechtstreekse projectleningen verstrekken aan omvangrijke projecten van meer dan €25 miljoen. In bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken voor midcap-ondernemingen (< 3000 werknemers) voor leningen van €7,5 miljoen tot €25 miljoen. Daarnaast voorziet zij ook leningen om onderzoek en ontwikkeling te financieren. De EIB is actief in heel wat sectoren. Een onderneming kan een beroep doen op een EIB-krediet voor vrijwel alle investeringen (zowel materiële als immateriële
35
investeringen) die noodzakelijk zijn om de verdere groei van de onderneming te financieren.
Het Europees Investeringsfonds (EIF) Het EIF tracht de toegang tot financiering te vergemakkelijken voor kmo’s en werkt hiervoor o.m. samen met erkende financiële tussenpersonen. Het EIF ontwikkelt, promoot en beheert een aantal risicokapitaal- en schuldfinancieringsinstrumenten, alsook instrumenten gericht op het stimuleren van microfinanciering aan kwetsbare groepen.
4.1.4 VLAAMSE KREDIETBEMIDDELAAR Wat houdt deze maatregel in Elke ondernemer die complexe financieringsproblemen ondervindt en er niet in slaagt om deze op te lossen, kan terecht bij de Vlaamse Kredietbemiddelaar. Deze dienst tracht door zijn neutrale aanpak mee te werken aan een oplossing voor het dossier. De tussenkomst van de kredietbemiddelingsdienst is gratis.
InvestEU programma
Wie komt in aanmerking
InvestEU is het nieuwe Europese investerings- en financieringsprogramma voor de periode 2021 tot 2027. Het InvestEU-programma brengt een hele reeks Europese financieringsinstrumenten die momenteel beschikbaar zijn onder één dak bijeen alsook het succesvolle model van het investeringsplan voor Europa (Europees Fonds voor Strategische Investeringen - EFSI).
De dienstverlening Vlaamse Kredietbemiddelaar is toegankelijk voor elke onderneming (incl. vzw’s), bedrijfsleider, ambachtsman, handelaar, beoefenaar van een vrij beroep of kandidaat-ondernemer met een (toekomstige) activiteit in het Vlaamse Gewest die bij zijn bank(en) moeilijkheden ondervindt om het financieringsprobleem op te lossen.
Contact
Wanneer beroep doen op de Vlaamse Kredietbemiddelaar
Een overzicht van wie in België voor welke instrumenten werd erkend door de EIB of het EIF, is te vinden op europa.eu/youreurope/business/finance-funding/ getting-funding/access-finance. Selecteer vervolgens België op de kaart en maak een selectie. Ook VLAIO beschikt over een handig overzicht met filtermogelijkheden EU Funding Overview waarbij je kan filteren op sector en financieringstype. Europese Investeringsbank - EIB Boulevard Konrad Adenauer 98-100 2950 Luxemburg T +352 43 79 1 www.eib.org Europees Investeringsfonds - EIF avenue J.F. Kennedy 37B 2968 Luxembourg T +352 24851 www.eif.org
Er zijn verschillende redenen waarom je een beroep kan doen op de Vlaamse Kredietbemiddelaar. We sommen per categorie de voornaamste financieringsproblemen op waarmee je als ondernemer kan geconfronteerd worden: >
>
>
Nieuwe kredieten: onder deze categorie vallen weigeringen van aanvragen rond nieuwe kredieten. Het kan o.a. gaan over de financiering van een nieuwe onderneming, financiering behoefte aan bedrijfskapitaal of financiering van een nieuwe investering in een onderneming. Bestaande kredieten: je ervaart als ondernemer problemen rond de terugbetaling van een krediet en/of betaling van interesten of je wenst je huidige lening te herschikken. Een ander, zeer delicaat scenario, is dat het krediet wordt opgezegd of dreigt opgezegd te worden. Communicatie: de dialoog met je bankier verloopt zeer slecht of is verdwenen.
Wat doet de Vlaamse Kredietbemiddelaar
36
De dienst Vlaamse Kredietbemiddelaar helpt je als ondernemer bij het zoeken naar een oplossing voor je specifiek financieringsprobleem, in alle confidentialiteit. De Kredietbemiddelaar helpt je de dialoog met je bank te herstellen. Doel is het zoeken naar een oplossing
waarin beide partijen (ondernemer en bank) zich kunnen vinden. De Vlaamse Kredietbemiddelaar neemt hierbij steeds een neutrale positie in. De Vlaamse Kredietbemiddelaar helpt de kredietaanvraag te verbeteren door de sterke punten in jouw dossier naar voren te brengen. Ook zoekt de dienst naar nieuwe elementen die een positieve wending aan het dossier kunnen geven. De dienst reikt je alternatieve financieringsmogelijkheden en publieke maatregelen aan.
Aanvraagprocedure Een aanvraag voor kredietbemiddeling dien je rechtstreeks in via het online aanvraagformulier, zie www. vlaio.be/aanvraag-kredietbemiddelaar.
Contact Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) Koning Albert II-laan 35 bus 12 1030 Brussel T 0800 20 555 kredietbemiddelaar@vlaio.be www.vlaio.be/kredietbemiddelaar
4.2 Zekerheden 4.2.1 WAARBORGREGELING TOT € 1,5 MILJOEN Wat houdt deze maatregel in Ondernemingen die geen financieringsovereenkomst kunnen afsluiten door een gebrek aan voldoende waarborgen, kunnen bij ‘financiële instellingen erkend als waarborghouder’, tot 75% van de verbintenissen laten waarborgen door de Vlaamse overheid. Ook voor bepaalde leasingcontracten geldt deze Waarborgregeling. PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, de Cofinanciering+, de Winwinlening, de Waarborgregeling en het Vriendenaandeel. Door deze zes producten te groeperen legt de PMV-groep de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
Wie komt in aanmerking De waarborgregeling kan worden gebruikt voor zelfstandigen, vrije beroepen, vzw’s, kmo’s en ook voor grote ondernemingen. Bepaalde sectoren zijn uitgesloten van steun. Een gedetailleerde lijst kan je raadplegen op www.pmvz.eu/ informatie-voor-ondernemers. Ook een vzw kan gebruik maken van de Waarborgregeling indien deze een economische activiteit uitoefent. Er is sprake van een economische activiteit op het moment dat er goederen of diensten op de markt worden aangeboden.
Waar dient de investering te gebeuren Het moet gaan om een investering op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of activiteiten van een in het Vlaams Gewest gelegen exploitatiezetel van de betrokken onderneming. Financiering voor export en de oprichting en uitbating van een distributienet in het buitenland zijn uitgesloten.
Omvang en voorwaarden van de waarborg De waarborg kan verkregen worden voor onder andere investeringskredieten, kaskredieten en straight loans, overnames, borgstellingskredieten en leasingovereenkomsten. De waarborg mag niet worden gebruikt om achterstallige of reeds bestaande schulden te betalen of om het bedrijfskapitaal weder samen te stellen. De waarborg kan ten hoogste tot 75% van het kredietbedrag dekken. De waarborghouder heeft de mogelijkheid om zelf te beslissen over het gebruik van de Waarborgregeling voor dossiers met een waarborgbedrag tot en met €750.000 (€500.000 in geval van leasingovereenkomsten). Het is ook mogelijk om een waarborg te krijgen tot en met €1,5 miljoen. In dat geval, wanneer het totale waarborgbedrag €750.000 (€500.000 in geval van leasingovereenkomsten) binnen één onderneming overschrijdt, wordt de door de waarborghouder goedgekeurde aanvraag doorgestuurd naar PMV/z-Waarborgen.
37
Na analyse door PMV/z-Waarborgen wordt het dossier ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister van Economie.
In dat geval betaalt PMV/z-Waarborgen haar deel van het openstaande saldo uit aan de waarborghouder, met een maximum van 75%.
Voor het bekomen van de waarborg dient de onderneming een éénmalige premie te betalen. De premie wordt berekend in functie van de omvang en de looptijd van de waarborg (zie ‘Berekening premie’ hierna).
Dat wil echter niet zeggen dat je bevrijd bent van je schuld. De financiële instelling dient het kredietdossier uit te winnen, o.a. via verzilvering van de andere zekerheden, en zal trachten het door PMV/z-Waarborgen gestorte bedrag te recupereren. De bedragen die de financiële instelling daaruit ontvangt, zullen aan PMV/zWaarborgen doorgestort worden ten belope van een bepaald percentage.
De waarborg heeft een aanvullend karakter en komt bovenop de andere zekerheden die de waarborghouder vraagt. Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimisverordening. Door deze verordening mag het totaal aan de-minimissteun dat één onderneming ontvangt over een periode van drie jaar niet meer dan €200.000 bedragen (€100.000 voor ondernemingen die actief zijn in het goederenvervoer over de weg, voor rekening van derden). Het bedrag van de de-minimissteun van de waarborg wordt berekend aan de hand van een subsidie-equivalent. Meer info zie www.pmvz.eu/informatie-voor-ondernemers.
Berekening premie
Leasingcontracten De meeste types leasingcontracten komen in aanmerking voor de Waarborgregeling. Voor volgende constructies/activa bekom je geen Waarborgregeling: >
>
De premie voor de Waarborgregeling wordt berekend volgens de formule: bedrag van de waarborg x duur van de waarborg in jaren x 0,5%. De kredietnemer dient de premie in één keer te betalen vooraleer de waarborg in werking treedt. De duurtijd van de waarborgregeling is beperkt tot maximum 10 jaar voor bedragen tot €750.000 en tot maximum 5 jaar voor bedragen tot €1,5 miljoen. Leasingmaatschappijen dienen voor het doorrekenen van de premie aan de kredietnemer steeds btw aan te rekenen op hun factuur (dit in tegenstelling tot de banken die mogen factureren zonder btw). Btw-plichtigen kunnen die btw geheel of gedeeltelijk (volgens verhoudingsgetal) terugvorderen van de staat via hun btw-aangifte. Vrije beroepen die niet btw-plichtig zijn, kunnen de betaalde btw (net zoals particulieren) niet terugvorderen. Zij zullen dus bovenop hun premie 21% btw betalen die zij niet kunnen terugvorderen.
Wat als het fout loopt
38
Als je niet meer in staat bent om je krediet terug te betalen, dan kan je financiële instelling het krediet of de leasingovereenkomst opzeggen.
>
sale and lease back-constructie: omdat die constructie er immers op neerkomt dat een klant goederen verkoopt aan een leasingmaatschappij en ze onmiddellijk terugneemt in leasing/renting mits het betalen van periodieke vergoedingen; vendor lease: omdat deze constructie inhoudt dat een leverancier een leasingcontract afsluit met een klant in eigen naam. Vervolgens neemt de leasingmaatschappij dat contract integraal over, zodat de leasingmaatschappij de afbetalingen rechtstreeks bij de klant zal innen; personenwagens: gedefinieerd als elke auto waarvan de binnenruimte uitsluitend is ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen en die, bij gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten zonder die van de bestuurder.
Crisiswaarborgen Als gevolg van de economische omstandigheden kan de Waarborgregeling voor bepaalde vormen van overbruggingsfinanciering worden toegepast: >
>
een verlenging van een kredietlijn die al onder de waarborg is gebracht en die op de eindvervaldag komt; een verlenging van de duur van een al onder de waarborg gebracht krediet of leasingovereenkomst.
De maximale verlenging van de waarborgtermijn bedraagt vijf jaar.
Waarborgregeling bij hinder openbare werken
Contact
Kmo’s die door hinderlijke openbare werken een inkomensverlies lijden, kunnen een beroep doen op een soepelere Waarborgregeling:
PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 77 pmvz-waarborgen@pmv.eu www.pmvz.eu/waarborgen-tot-15-miljoen-euro
> >
> >
>
er moet geen premie betaald worden; de overheidswaarborg kan gebruikt worden voor de financiering van bedrijfskapitaal of de herfinanciering van bankschulden op korte termijn; er moeten geen zekerheden worden geboden; voor de aanvang van de openbare werken mag de kredietnemer geen achterstallen hebben op terugbetalingen van leningen van meer dan 3 maanden; de handelaar moet geen omzetverlies aantonen.
Voorwaarde om van deze soepele regeling gebruik te kunnen maken is dat de kmo minstens een maand zonder onderbreking moeilijk bereikbaar is voor de klanten en de leveranciers, als gevolg van werkzaamheden uitgevoerd op het openbaar domein of werkzaamheden van openbaar nut. De bewijslevering van de hinder gebeurt aan de hand van een attest dat wordt bekomen bij VLAIO. De waarborgen die aan een krediet worden gekoppeld, hebben een looptijd van maximaal vijf jaar. De aanvraag tot het bekomen van een overheidswaarborg moet gebeuren binnen de 6 maanden na beëindiging van de wegenwerken.
Aanvraagprocedure
Kmo’s die hinder ondervinden van openbare werken moeten hun attest voor de Waarborgregeling aanvragen bij: Agentschap Innoveren & Ondernemen Koning Albert II-laan 35 bus 12 1030 Brussel T 0800 20 555 hinderopenbarewerken@vlaanderen.be
4.2.2 WAARBORGREGELING BOVEN € 1,5 MILJOEN Wat houdt deze maatregel in Via PMV verstrekt de Vlaamse overheid marktconforme waarborgen vanaf €1,5 miljoen voor de kredietverlening aan ondernemingen en is daarmee complementair met de Waarborgregeling tot €1,5 miljoen. Onder bepaalde omstandigheden kan, naast het verlenen van de waarborg, ook worden geïnvesteerd in de onderliggende ondernemingen.
Om een beroep te doen op deze maatregel moet de onderneming een financieringsovereenkomst afsluiten bij een financiële instelling die werd erkend als waarborghouder.
Wie komt in aanmerking
Het zijn de waarborghouders zelf die beslissen om het verzoek van de onderneming al dan niet in te willigen.
>
Cummulatie De waarborgregeling kan worden gecombineerd met een Startlening, Cofinanciering of Cofinanciering+ op voorwaarde dat de maximumbedragen opgelegd door de Europese de-minimis verordening niet worden overschreden. Meer informatie op vlaio.be/de-minimis.
PMV kan deze waarborg toekennen aan kleine, middelgrote en grote ondernemingen die aan volgende voorwaarden voldoen:
> > > >
een goed onderbouwd business plan kunnen voorleggen; bij voorkeur groei- of investeringsplannen hebben; de onderliggende financiering draagt bij tot het economisch weefsel in Vlaanderen; geen onderneming in moeilijkheden zijn volgens de richtlijnen van de Europese Commissie; niet actief zijn in de sectoren visserij of landbouw.
Wat kan wel en niet worden gewaarborgd Alle courante kredietvormen in euro (overnamekredieten, langetermijnkredieten, investeringskredieten, 39
werkkapitaalfinancieringen, bankgaranties, leasings, factoring,...) komen in aanmerking. Zowel bestaande als nieuwe kredieten kunnen gewaarborgd worden. De beschikbaar gestelde middelen mogen evenwel niet worden aangewend om rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding te betalen aan de aandeelhouders of het management (tenzij op basis van bestaande marktconforme overeenkomsten) van de onderneming.
Omvang en voorwaarden van de waarborg De waarborg moet voldoen aan volgende voorwaarden: > > > >
meer dan €1,5 miljoen bedragen; maximaal 80% van de onderliggende financiering bedragen; een looptijd van maximaal 15 jaar hebben; geniet van de zakelijke en persoonlijke zekerheden die de bank vestigt voor het gewaarborgde krediet.
private investeerders. Een dergelijke investering wordt voor nieuwe dossiers qua grootteorde beperkt tot maximaal een vierde van de gevraagde waarborg.
Aanvraagprocedure De aanvraag kan ingediend worden door de bank of de onderneming, of beide samen. PMV zal namens Gigarant nv de financiële instelling en de onderneming op de hoogte brengen zodra de waarborgaanvraag ontvankelijk is verklaard. Het team staat ter beschikking voor vrijblijvend overleg of kan, indien een onderneming daarom vraagt of er nood aan heeft, als neutrale partij de onderneming vrijblijvend adviseren bij de structurering van haar financiering(saanvraag).
Overige waarborgen Het is ook mogelijk om: >
In ruil voor de waarborg: >
>
betaalt de onderneming periodiek, bij het begin van elke nieuwe periode, een marktconforme waarborgpremie; maakt PMV met de onderneming afspraken qua werkgelegenheid in Vlaanderen.
Berekening premie De periodieke (minstens jaarlijkse) waarborgpremie is marktconform en moet door de ondernemer betaald worden bij het begin van elke nieuwe periode. De rating van het dossier (toegekend door de bank) en de zekerheidsstructuur bepalen mee de hoogte van het premiepercentage.
PMV kan investeren PMV kan via Gigarant, ondersteunend aan haar waarborgpositie, ook co-investeren in bedrijven. Dit kan zij doen door middel van een kapitaalparticipatie en/ of door het verschaffen van een al dan niet achtergestelde, mezzanine en/of gewone lening.
40
Zo richt PMV zich meer bepaald tot ondernemingen die voor een turnaround of een strategische transitie staan (fase waarin zij hun activiteiten strategisch willen omvormen). PMV kan deze ondernemingen niet enkel bijstaan door middel van een waarborg voor hun externe financiering, maar kan ook co-investeren met
>
waarborgen af te leveren aan banken, op non disclosed-basis, ter dekking van kredietportefeuilles van kwalitatieve kredietdossiers van kmo’s en grote ondernemingen; een tweede verliesbufferwaarborg af te leveren aan financieringsfondsen voor langetermijnkredietverlening aan kmo’s en grote ondernemingen en aan fondsen voor semi-publieke infrastructuurinvesteringen in zorg, huisvesting, onderwijs of PPS-projecten (publiek-private samenwerking). Dit zou deze financieringsfondsen moeten toelaten om externe investeerders aan boord te halen.
Contact De financiële instellingen en ondernemingen wordt aangeraden om alvorens een aanvraagdossier in te dienen in overleg te treden met het PMV-team. Op die manier is de onderneming goed geïnformeerd over het waarborgmechanisme en kan de aanvraag zo optimaal mogelijk worden opgesteld. PMV Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 52 gigarant@pmv.eu www.pmv.eu/nl/financiering-voor-ondernemers/ waarborgen
5. Niet-bancaire financieringsvormen 5.1 STARTLENING Wat houdt deze maatregel in De Startlening van PMV/z is een achtergestelde lening voor alle starters (werkzoekenden én anderen) die nog niet of gedurende ten hoogste 4 jaar actief zijn (als zelfstandige) in hoofdberoep. Er kan tot maximum €100.000 geleend worden. De lening heeft een looptijd van 3 tot 10 jaar en de rentevoet bedraagt 3% per jaar. PMV/z is het overkoepelende merk voor de Startlening, de Cofinanciering, de Cofinanciering+, de Winwinlening en de Waarborgregeling en het Vriendenaandeel. Door deze zes producten te groeperen legt PMV/z de nadruk op de mogelijkheid om deze verschillende producten te combineren om te komen tot een optimale financieringsoplossing.
Om in aanmerking te komen voor een Startlening moet je zelf jouw activiteit of onderneming uitbaten. Indien je een vennootschap opricht, moet je in principe meerderheidsaandeelhouder zijn en het dagelijkse beheer waarnemen. Als aanvrager woon je in het Vlaamse Gewest of is de maatschappelijke zetel er gevestigd, en kan je investeren in een project op Belgisch grondgebied. Ligt jouw woonplaats of maatschappelijke zetel niet in het Vlaamse Gewest, maar investeer je in het Vlaamse Gewest, dan komt dit ook in aanmerking. Deze maatregel richt zich enkel tot ondernemingen die voldoen aan de Europese kmo-definitie:
Wie komt in aanmerking
> >
De Startlening is bestemd voor alle starters, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen:
>
>
>
>
>
>
De starter oefent zijn zelfstandige activiteit nog niet langer uit dan 4 jaar in hoofdberoep. Als natuurlijke persoon, betekent dit dat je ofwel nog nooit hebt gewerkt als zelfstandige in hoofdberoep, ofwel je huidige zelfstandige activiteit ten hoogste 4 jaar uitoefent. Hetzelfde geldt voor een rechtspersoon, waarbij er rekening wordt gehouden met de voorgeschiedenis van de vennoten. Een ondernemer die in het verleden zelfstandige was en na een onderbreking van significante duur (in principe 2 jaar als loontrekkende, werkloze ....) een nieuwe zelfstandige activiteit, al dan niet verschillend van de vroegere activiteit als zelfstandige, wil opstarten, kan in principe een Startlening aanvragen. Een ondernemer die reeds langer dan 4 jaar gevestigd is als zelfstandige in hoofdberoep en zich heroriënteert door te starten met een nieuwe activiteit, wordt als starter beschouwd op voorwaarde dat de nieuwe activiteit substantieel verschillend is van de vorige en zich in een andere sector bevindt. Als stagiair in het kader van de uitoefening van een vrij beroep kom je enkel in aanmerking bij de vestiging als zelfstandige in hoofdberoep. Ook als student-zelfstandigen kom je in aanmerking voor een Startlening.
minder dan 250 werknemers; jaaromzet niet hoger dan €50 miljoen en/of balanstotaal niet hoger dan €43 miljoen; de onderneming maakt geen deel uit van een groep die geen kmo is op basis van de regels van de partner- en verbonden ondernemingen voor deelnemingen vanaf 25% (aanbeveling van de Europese Commissie van 6/5/2003).
Aan deze criteria moet voldaan zijn op het moment van de aanvraag voor tussenkomst bij PMV/zLeningen, dan wel bij de start van de activiteiten (starter). De onderneming wordt niet meer als kmo beschouwd indien ze gedurende twee opeenvolgende boekjaren niet meer beantwoordt aan het criterium van tewerkstelling, jaaromzet of balanstotaal. Indien het aantal voltijdse equivalenten echter 250 eenheden of meer bereikt, komt PMV/z niet tussen, ook al zijn de andere criteria niet overschreden. Vzw’s komen in aanmerking voor zover zij, conform Europees recht, een economische activiteit uitoefenen. Er is sprake van een economische activiteit op het moment dat er goederen of diensten op de markt worden aangeboden.
Wat komt in aanmerking De Startlening is bestemd voor de financiering van materiële, immateriële en financiële investeringen, evenals voor de financiering van je behoefte aan bedrijfskapi-
41
taal die gepaard gaat met de start of uitbouw van jouw activiteit. PMV/z financiert enkel nieuwe investeringen (ook vervangingsinvesteringen, tweedehandsmateriaal) maar aanvaardt geen aanvragen voor herfinanciering van verbintenissen bij andere kredietinstellingen, noch voor herfinanciering of betaling van andere bestaande schulden, al dan niet achterstallig. Een openstaande schuld van minder dan 3 maanden oud op het moment van ontvangst van de aanvraag beschouwt PMV/z niet als een bestaande schuld. Voor investeringen in onroerende goederen komt PMV/z enkel tussen voor het beroepsgedeelte van het onroerend goed voor eigen beroepsmatig gebruik. Het beroepsgedeelte van het onroerend goed moet blijken uit een expertiseverslag. PMV/z komt niet tussen voor vastgoed dat je (gedeeltelijk en) al dan niet beroepsmatig verhuurt. Je kan met de Startlening ook de overname van een (deel van een) handelsfonds financieren, dan wel de overname van de aandelen van een bestaande vennootschap. In dat laatste geval moet je de meerderheid van de aandelen overnemen of meerderheidsaandeelhouder worden, en moet je het dagelijks beheer uitoefenen. De startlening kan niet worden gebruikt voor de financiering van investeringen in het kader van onderzoek en ontwikkeling voor ondernemingen in ontwikkelingsfase. Dit geldt ook voor de financiering van producten en/ of diensten die nog niet commercialiseerbaar zijn en waarvoor er nog geen tractie in de markt kan aangetoond worden. Door de Europese de-minimis regelgeving kan PMV/z leningaanvragen voor volgende doeleinden niet aanvaarden: >
> >
42
transportsector: leningen voor de financiering van rollend materieel bestemd voor vervoer van goederen voor rekening van derden (financiering van een autobus, ambulance of taxi is wel toegelaten); landbouwactiviteiten; financieringsaanvragen gericht op export (bijvoorbeeld verkoopkantoor in het buitenland).
Tradingactiviteiten komen niet in aanmerking voor financiering door PMV/z.
Ben je in moeilijkheden dan kan je ook geen aanvraag indienen. Bekijk rubriek ‘5. Overige Ontvankelijkheidsvoorwaarden’ in de handleiding (zie www.pmvz.eu/ startlening)
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Het maximumbedrag van de lening is gelijk aan het kleinste van volgende bedragen: > >
4 maal de eigen inbreng; €100.000.
In principe is er geen minimumbedrag, maar PMV/z gaat ervan uit dat aanvragen van minder dan €5.000 best op een andere manier gefinancierd worden. De eigen inbreng is het persoonlijk aandeel in geld van de aanvrager in de financiering van het te realiseren investeringsproject. Ook een Winwinlening komt in aanmerking als (gedeeltelijke) eigen inbreng, indien deze geen tussentijdse aflossingen omvat (bulletkrediet), deze afkomstig is van een familielid tot de tweede graad en deze worden achtergesteld aan de terugbetaling van de Startlening. Een inbreng in natura kan aanvaard worden, mits de activa met eigen middelen verworven werden maximaal 6 maanden voor de ontvangst van de aanvraag van de startlening bij PMV/z. Deze investeringen moeten voldoende gedocumenteerd zijn. Enkel indien de aanvrager over een geldig attest Startlening beschikt (zie rubriek volgende pagina) mag maximum €10.000 van de eigen inbreng geleend worden: via een lening bij een bank of een microkredietinstelling. Dus hier mag de eigen inbreng voor het gedeelte van de gevraagde Startlening dat €40.000 te boven gaat, mag niet ontleend worden, al kan voor een Winwinlening een uitzondering gemaakt worden. Voor vennootschappen kan de eigen inbreng zowel onder de vorm van kapitaal als onder de vorm van achtergestelde aandeelhoudersleningen gerealiseerd worden. Vennootschappen kunnen de eigen inbreng (gedeeltelijk) met een inbreng in natura realiseren. De duur van de lening is minimaal 3 en maximaal 10 jaar. De interestvoet is vast en bedraagt momenteel 3% per jaar. Je betaalt de Startlening maandelijks terug aan de hand van constante aflossingen. In uitzonderlijke gevallen en mits motivering kan betaling op
driemaandelijkse basis voorzien worden. Tijdens het eerste jaar betaal je enkel de interesten terug. Mits gemotiveerde aanvraag kan je dit verlengen tot 2 jaar, of ervan afzien en het kapitaal ook al vanaf het eerste jaar terugbetalen. De terugbetaling van het kapitaal start na afloop van de vrijstellingsperiode voor kapitaalsaflossing. De eventuele vrijstellingsperiode begint te lopen vanaf de eerste maand van effectieve opname. Door het achtergesteld karakter van de Startlening kunnen andere kredietverstrekkers deze lening beschouwen als een uitbreiding van het eigen vermogen, wat het bekomen van bankfinanciering in principe gemakkelijker zou moeten maken. Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimisverordening. Door deze verordening mag het totaal aan de-minimissteun dat een bedrijf ontvangt over een periode van drie jaar niet meer dan €200.000 bedragen. PMV/z stelt zich soepel op inzake bewaarborging van de Startlening. Dit aspect wordt project per project geëvalueerd, zoals gebruikelijk is in de financiële sector. De waarborgen worden bepaald in functie van het kredietrisico en slaan enkel op de elementen die betrekking hebben op het project. Indien er waarborgen worden gevraagd, dan wordt erop gelet dat de kosten ervan voor de klant zo beperkt mogelijk worden gehouden (bijvoorbeeld: een hypothecair mandaat in plaats van een hypothecaire inschrijving). Solidaire borgstelling wordt beperkt tot de borgstelling van de actieve vennoten.
Cumulatie De Startlening kan je cumuleren met een Cofinanciering indien de natuurlijke persoon die de Startlening aanvraagt een geldig attest Startlening voorlegt op het moment van de aanvraag. Het bedrag van beide leningen samen mag niet hoger zijn dan €350.000. Indien je de Cofinanciering vraagt op naam van een vennootschap, moet je de tegenwaarde van de Startlening en de eigen inbreng in principe onder de vorm van volstort kapitaal inbrengen in de vennootschap.
Aanvraagprocedure Voor aanvragen en begeleiding bij de indiening van de Startlening kan je je wenden tot aanbrengers en
kredietinstellingen waarmee PMV/z samenwerkt of verstrekkers van microkredieten (zie: www.pmvz.eu/ startlening). Je kan een aanvraag voor een Startlening ook rechtstreeks bij PMV/z indienen.
Begeleiding Het volgen van een begeleidingsprogramma vóór en na opstart van de activiteit in het kader van een door VLAIO ondersteund traject wordt sterk aanbevolen. Je vindt alle door het agentschap gesteunde initiatieven op www.vlaio.be/expertisedatabank.
Werkzoekenden met geldig attest Startlening Indien je als werkzoekende een geldig attest Startlening kan voorleggen kan je genieten van bepaalde extra’s. Je bent dan ofwel een niet-werkende werkzoekende sinds ten minste 3 maanden, een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze of een begunstigde van een leefloon): > > >
>
>
de looptijd van jouw lening bedraagt minimum 5 jaar; PMV/z vraagt geen waarborgen; de eigen inbreng mag geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden met leningen voor maximaal €10.000; je behoudt het recht op werkloosheidsuitkering bij stopzetting voor om het even welke reden binnen de 15 jaar volgend op de start van de zelfstandige activiteit; indien de zaak of onderneming wordt stopgezet, kan een schuld tot €40.000 worden kwijtgescholden. Je moet hiertoe als kredietnemer het bewijs van gebrek aan leefbaarheid van de activiteit leveren binnen drie maanden na de stopzetting. In alle andere gevallen van stopzetting moet je het bedrag van de Startlening terugbetalen en kan PMV/z de nodige maatregelen nemen om de invordering te bewerkstelligen.
Een geldig attest Startlening kan je bekomen bij de VDAB, RVA of OCMW.
Contact PMV/z Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 53 10 pmvz-leningen@pmv.eu www.pmvz.eu/startlening 43
5.2 IMPULSKREDIET
Wat zijn de financieringsvoorwaarden
Wat houdt deze maatregel in
De duur van het microkrediet bedraagt maximaal 5 jaar aan een rentevoet van 7%. Er kan maximaal €25.000 worden ontleend.
Impulskrediet is het microkrediet van Hefboom dat zich richt tot micro-ondernemers (kmo’s, zelfstandigen in hoofd- en bijberoep) die geen of moeilijk toegang hebben tot een bankkrediet. Er kan maximaal €25.000 worden ontleend. Werkzoekenden met een geldig attest Startlening kunnen het microkrediet van Impulskrediet gebruiken om hun eigen inbreng voor de Startlening te financieren voor maximaal €10.000. Er wordt gedurende 2 jaar gratis begeleiding voorzien door vrijwillige coaches met een ruime ervaring om de slaagkans van het project te vergroten.
Er wordt een éénmalige solidariteitsbijdrage van 5% aangerekend met een minimum van €250 en een maximum van €1.000.
Wie komt in aanmerking
Na ondertekening van het contract kan het krediet gedurende 3 maanden worden opgenomen. Na deze opnameperiode is er een vrijstellingsperiode van 3 maanden waarin enkel interesten en nog geen kapitaal moet worden afgelost. Deze vrijstellingsperiode begint te lopen vanaf de eerste maand van effectieve opname. Deze voorwaarden zijn niet van toepassing voor de kredieten die dienen als eigen inbreng voor de Startlening.
Impulskrediet richt zich tot ondernemers die geen of moeilijk toegang hebben tot een bankkrediet. Het gaat om micro-ondernemers die al dan niet al met hun zaak gestart zijn, met of zonder eigen inbreng, zowel voor natuurlijke als rechtspersonen. Ook mensen die in bijberoep willen opstarten of een zaak willen overnemen komen in aanmerking.
Impulskrediet is in principe een krediet zonder persoonlijke borg. Dat betekent dat er geen borg wordt gevraagd van een derde zoals een kennis of familielid, tenzij hij/zij zelf betrokken is of een financieel voordeel geniet naar aanleiding van jouw onderneming. In dat geval kan er wel een borg worden gevraagd.
Het Impulskrediet wordt financieel ondersteund door onder andere VLAIO.
Vzw’s komen niet in aanmerking.
Wat komt in aanmerking Impulskrediet kijkt naar de plannen van de (kandidaat-) ondernemer bij het beoordelen van de toekenning van het krediet; dit is onafhankelijk van het huidige statuut, leeftijd, ervaring, eigen inbreng, een voorgaand faillissement, … van de aanvrager. Bij Impulskrediet kan je een lening aanvragen voor de aankoop van voorraden en investeringen (een bestelwagen, een auto, machines of materiaal). Je kan het krediet ook aanwenden om te investeren in de renovatie en aankleding van je pand of voor je huurwaarborg te betalen. Zolang dit maar in het kader is van je beroepsactiviteit is. Het microkrediet van Impulskrediet kan niet aangewend worden voor de herfinanciering van reeds bestaande schulden, noch voor fiscale en parafiscale schulden. 44
Impulskrediet wordt terugbetaald door middel van constante maandelijkse aflossingen.
Deze maatregel valt onder de toepassing van de Europese de-minimisverordening (onrechtstreeks via SIFO en de Waarborgregeling).
Aanvraagprocedure Vul het contactformulier in op www.impulskrediet.be of contacteer Impulskrediet via info@impulskrediet.be of 02 205 17 31. Hefboom gaat na of jij, je activiteit en je investering in aanmerking komen voor een microkrediet en stuurt je een aanvraagformulier op. Deze aanvraagformulieren zijn eveneens te vinden op de website. Om je ondernemingsplannen te bespreken kan je terecht op één van de zitdagen die per provincie worden georganiseerd. Meer informatie op de website. Meer informatie over de aanvraagprocedure op www. impulskrediet.be.
Contact Hefboom Cellebroersstraat 16B 1000 Brussel
T 02 205 17 31 info@impulskrediet.be www.impulskrediet.be
5.3 MICROKREDIET MICROSTART Wat houdt deze maatregel in
> >
administratieve opstartkosten; het opvullen van cashflow problemen.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Er kan minimaal €500 en maximaal €15.000 ontleend worden. Ondernemers die reeds 1 jaar actief zijn kunnen een microkrediet tot €25.000 bekomen.
microStart verstrekt microkredieten van €500 tot €25.000 aan ondernemers die geen toegang hebben tot het bankkrediet. Deze redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: geen of niet voldoende eigen middelen hebben; geen (vast) inkomen of uitsluitend een werkloosheidsuitkering hebben of (beperkt) genoteerd staan op de zwarte lijst.
Het microkrediet moet in maximaal 4 jaar worden afgelost. De rentevoet voor de meeste leningen bedraagt 8,95%. Wie omwille van religieuze overtuigingen liever geen interest betaalt, kan ook bij microStart terecht tegen een verhoogde dossierkost. Een microkrediet bij microStart kan altijd vroegtijdig afgelost worden, hieraan zijn geen verdere boetes of kosten verbonden.
VLAIO verleent structurele ondersteuning zodat Vlaamse kredietnemers van microStart zo goed mogelijk van start kunnen gaan.
Er wordt éénmalig een dossierkost van maximum 5% afgetrokken van het geleende bedrag bij de start van het microkrediet.
Wie komt in aanmerking
Iemand uit je omgeving stelt zich borg voor 50% van het bedrag. Deze persoon stelt zich moreel borg en hij gelooft mee in het project en de correcte terugbetaling.
microStart is er voor iedereen die op zoek is naar een krediet om een eigen zelfstandige activiteit op te starten of uit te bouwen en die niet bij de bank terecht kan. De doelgroep zijn verder diegenen die positief antwoorden op de volgende vier vragen: > > > >
heb je financiering nodig voor een professionele activiteit? ben je al gestart als zelfstandige of wenst je spoedig op te starten? zal je activiteit een inkomen genereren in België? val je niet onder een collectieve schuldregeling?
Bij gewone schuldbemiddeling of een afgehandeld faillissement, kom je in principe wel nog in aanmerking voor een lening. Je kan ook een lening krijgen om een marktstudie uit te voeren of indien je opstart via een activiteitencoöperatie zoals Starterslabo, Job Yourself of Smart.
Wat komt in aanmerking De microkredieten kunnen gebruikt worden voor: > > >
marktonderzoek: een idee voor je zaak uittesten; investeringen in voorraad, materiaal, machines, voertuigen, enz.; werkkapitaal en huur voor het overbruggen van de eerste maanden;
Er is ook een groepslening mogelijk voor een vereniging of een vzw als men ervoor kiest een lening in groepsverband aan te gaan.
Aanvraagprocedure Aanvragen kunnen gebeuren in één van de kantoren van microStart of online. Meer informatie op www. microstart.be. Als je van microStart een microkrediet hebt gekregen heb je gratis toegang tot een hele reeks diensten die je helpen bij het runnen van je activiteit waaronder individuele coaching.
Contact microStart – kantoor Gent Voormuide 41 9000 Gent T 09 277 93 39 gent@microstart.be microStart – kantoor Antwerpen Dambruggestraat 26 2060 Antwerpen T 03 555 92 95 antwerpen@microstart.be
45
5.4 CULTUURKREDIET Wat houdt deze maatregel in Ondernemingen, kunstenaars en organisaties actief in de culturele en creatieve sector die geen krediet (meer) kunnen krijgen bij een bank, kunnen voor zowel investeringen, werkingskosten en de realisatie van bepaalde projecten een CultuurKrediet aanvragen van €5.000 tot €100.000 bij Hefboom. De maximale rentevoet bedraagt momenteel 3%.
Wie komt in aanmerking Professionele actoren actief binnen de cultuursector die geen krediet (meer) kunnen krijgen bij een bank kunnen genieten van deze lening. Dat kunnen rechtspersonen en zelfstandigen (in bij- en hoofdberoep) zijn, maar evenzeer natuurlijke personen die culturele prestaties leveren tegen een vergoeding. Zowel startende initiatieven, groeiprojecten als mature organisaties kunnen beroep doen op een CultuurKrediet op voorwaarde dat men actief is in één van de volgende culturele sectoren:
46
> > > > > > > > > >
audiovisuele sector boekenvak vormgeving (inclusief design en mode) gaming beeldende kunsten nieuwe mediakunst podiumkunsten muziek architectuur cultureel roerend erfgoed
> > >
circuskunsten sociaal-cultureel Volwassenenwerk amateurkunsten
Wat komt in aanmerking Deze lening kan bekomen worden voor bijna alles wat betrekking heeft op cultuurwerking. Ze kan worden gebruikt voor investeringen of als werkkapitaal voor de organisatie zelf of voor een specifiek project.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Een CultuurKrediet is een krediet vanaf €5.000 tot maximaal €100.000. De rentevoet is afhankelijk van het kredietbedrag en onder welke statuut je professioneel actief bent. De maximale rentevoet bedraagt momenteel 3%. In sommige gevallen is je CultuurKrediet zelfs renteloos. CultuurKredieten vergen geen zekerheden (waarborgen), noch van jezelf, noch van je organisatie.
Aanvraagprocedure Een CultuurKrediet wordt aangevraagd bij Hefboom, in opdracht van de Vlaamse overheid. De beoordeling gebeurt op basis van een onderbouwd inhoudelijk en financieel plan van aanpak. Hiervoor kan je gebruik maken van de sjablonen beschikbaar bij het Cultuurloket. Ook voor hulp bij het opstellen van je plan van aanpak of je financieel plan met het oog op een CultuurKrediet, kan je terecht bij het Cultuurloket.
Contact Hefboom Cellebroersstraat 16B 1000 Brussel T 02 205 17 35 ben.peeters@hefboom.be hefboom.be/financiering/cultuurkrediet
5.5 KREDIETEN VOOR SOCIALE EN DUURZAME PROJECTEN
Hefboom sluit hierbij geen organisatievormen uit.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Hefboom financiert: > > > > > >
Wat houdt deze maatregel in Hefboom verschaft kredieten aan organisaties en ondernemingen die sociale impact nastreven. Het gaat om overbruggingskredieten (voor subsidies), investeringskredieten en bedrijfskapitaalkredieten. De jaarlijkse rentevoet is marktconform en hangt af van de kredietvorm, de looptijd en het risico. Hefboom werkt hiervoor samen met verschillende partners en overheden. Zo cofinanciert het Sociaal Investeringsfonds (SIFO) kredieten van Hefboom voor projecten in het kader van sociale tewerkstelling. Hefboom kan ook gebruik maken van de EaSI-waarborg in het kader van het Europese programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) voor het waarborgen van kredieten aan sociale ondernemers.
Wie komt in aanmerking Deze financiering richt zich tot organisaties en ondernemingen in de social-profit en non-profit: >
>
> >
De sociale economie: beschutte en sociale werkplaatsen, lokale diensten economie, coöperaties, leer- en werkervaringsprojecten, sociale verhuurkantoren, huisvesting, kringwinkels, …; Organisaties werkzaam in welzijn, zorg, gezondheid en gelijke kansen: integratie van minderheden, kind en gezin, jeugd- en gehandicaptenzorg, armoedebestrijding, gezondheidszorg, kinderopvang, huisvesting, …; Culturele en sociaal-culturele organisaties: culturele instellingen, verenigingen, sociaal-cultureel werk; Ecologie en duurzame innovatie: mobiliteit, hernieuwbare energie, milieu, sociale innovatie, community supported agriculture (csa), community land trust (clt), cohousing.
overbrugging subsidies (Vlaamse subsidies, Europese subsidies, lokale subsidies,…); voorfinanciering vakantiegeld of eindejaarspremie; werkingsmiddelen of werkkapitaal (bedrijfskapitaal); aankoop, renovatie of verbouwing van gebouwen; aankoop inrichting, materiaal of machines; aankoop rollend materiaal zoals auto’s, bestelwagens, vrachtwagens,…
Hefboom hanteert marktconforme financieringsvoorwaarden die afhankelijk zijn van de kredietvorm, de looptijd en het eventuele risico. Hierbij wel al een paar belangrijke kenmerken: >
> > > >
>
er kan tot ongeveer €800.000 worden geleend, voor grotere bedragen werkt Hefboom samen met partners; de jaarlijkse rentevoet is marktconform en hangt af van de kredietvorm, de looptijd en het risico; kredieten van Hefboom vergen waarborgen; Hefboom rekent dossierkosten aan; afhankelijk van het soort krediet wordt er terugbetaald via maandelijkse aflossingen of via een éénmalige terugbetaling; in sommige gevallen is het mogelijk een aflossingsvrije periode te hebben voor kapitaal.
Kredieten die gecofinancierd worden door het SIFO vallen onder de toepassing van de Europese de-minimisverordening.
Aanvraagprocedure Vul het contactformulier in op hefboom.be of contacteer Liesbet Loeys of Anja Mackelberg van Hefboom.
Contact Hefboom Vooruitgangstraat 333/5 1030 Brussel T 02 205 17 20 / 02 205 17 27 liesbet.loeys@hefboom.be anja.mackelberg@hefboom.be hefboom.be/financiering/sociale-en-duurzame-projecten 47
6. Risicokapitaal 6.1 BAN VLAANDEREN Wat houdt deze maatregel in Het Business Angels Netwerk (BAN) Vlaanderen fungeert als bemiddelaar/coördinator tussen een netwerk van privé-investeerders met relevante knowhow, de zgn. business angels, en beloftevolle ondernemingen. Door haar uitgebreide contactenbestand kan BAN Vlaanderen de zoekende ondernemer zeer degelijk begeleiden en gidsen. BAN Vlaanderen investeert nooit zelf in ondernemingen. Het is uiteindelijk de business angel(s) zelf die beslist (beslissen) al dan niet in zee te gaan met een onderneming.
Wie komt in aanmerking BAN Vlaanderen richt zich tot jonge, startende en groeiende ondernemingen. Projecten in de sectoren kleinhandel, horeca en projectontwikkeling worden niet gefinancierd. BAN is actief in heel Vlaanderen.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Business angels investeren gemiddeld durfkapitaal tussen €25.000 en €250.000. Dit gebeurt meestal in de vorm van een aandelenparticipatie. Naast financiële steun stellen zij ook hun jarenlange ervaring en expertise ter beschikking van de ondernemer. Business angels hebben vaak uitgebreide netwerken van contacten en kunnen omwille van hun reputatie bijvoorbeeld klanten en leveranciers over de streep trekken. Na enkele jaren van groei, zal een “exit” gegenereerd worden waarbij de business angels een meerwaarde op hun aandelen kunnen realiseren. Wanneer je in zee gaat met een business angel via BAN Vlaanderen kan je de inbreng van de business angel aanvullen met de Cofinanciering van PMV/z (zie p. 25). BAN Vlaanderen wordt financieel ondersteund door de Vlaamse overheid.
Contact Meer informatie bij BAN Vlaanderen of bij de provinciale projectcoördinatoren:
48
BAN Vlaanderen Officenter Hendrik van Veldekesingel 150 bus 7 3500 Hasselt T 011 87 09 10 info@ban.be www.ban.be Antwerpen Bart Jorissen T 0497 89 64 92 b.jorissen@ban.be Oost- en West-Vlaanderen / Brussel Rik Van den Hende T 09 210 98 23 r.vandenhende@ban.be Limburg / Vlaams-Brabant Jo Keunen T 011 87 09 12 j.keunen@ban.be
6.2 PMV-RISICOKAPITAAL Wat houdt deze maatregel in PMV kan risicokapitaal verstrekken aan beloftevolle ondernemingen. Zoals elke kapitaalverschaffer investeert PMV om meerwaarde te creëren. Voor PMV moet die meerwaarde zowel financieel als maatschappelijk zijn. Op die manier draagt PMV bij aan de welvaart en het welzijn in Vlaanderen. Zowel voor starters als jonge groeiers die vaak over onvoldoende cashflows beschikken, kan het aantrekken van extra kapitaal een interessante optie zijn. Maar ook in een latere fase kan bij gevestigde ondernemingen een bijkomende kapitaalinjectie nodig zijn (bijvoorbeeld bij overname). PMV is een actieve maar geduldige investeerder, heeft geen voorbestemde exitdatum en kan dus jaren met de onderneming aan de toekomst bouwen. Zij zal de financieringsronde optimaal structureren en daarbij rekening houden met zowel noden van de onderneming als met die van mede-investeeerders.
Wie komt in aanmerking Zowel starters, kmo’s als grote ondernemingen kunnen terecht bij PMV. Bij elke investeringsbeslissing gaat PMV na of de onderneming aan volgende voorwaarden voldoet: > > > > >
een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest hebben; een competent managementteam met een duidelijk visie en engagement hebben; een goed onderbouwd en realistisch business plan kunnen voorleggen; een solide marktpositie en mooie groeiperspectieven hebben; een positieve impact op de Vlaamse economie hebben.
PMV heeft geen sectorvoorkeur.
Voorwaarden PMV verschaft risicokapitaal, altijd in cofinanciering met de markt, aan seed, early stage tot meer mature ventures met heel uiteenlopende financieringsbehoeften gaande van beperkte tickets (die meestal gestructureerd worden als converteerbare achtergestelde leningen) tot grote tickets (veelal gestructureerd als kapitaal of een combinatie van beide). De belangrijkste voorwaarden zijn: >
•
Bij een achtergestelde lening bestaat de vergoeding uit een vaste interest, te betalen op kwartaalbasis, aangevuld met een variabele of uitgestelde interest. Er kan bijkomend een aandelencomponent voorzien worden. Die kan de vorm aannemen van een conversieoptie of een warrant. Bij een kapitaalparticipatie streeft PMV een positief rendement na via de realisatie van meerwaarden uit de verkoop van haar aandelenpakket. De uitstap kan oplopen tot 7 en in sommige gevallen zelfs tot 9 jaar.
PMV verwacht dat de aandeelhouders, managers of derde partijen middelen met eenzelfde risicogehalte (gelijk aan min. 25% van het bedrag van de financiering van PMV) investeren in het project;
Zoals elke kapitaalverschaffer investeert PMV om meerwaarde te creëren door ooit weer uit het kapitaal te stappen. Voor PMV moet die meerwaarde zowel financieel als maatschappelijk zijn.
Contact PMV Risicokapitaal Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 30 info@pmv.eu www.pmv.eu/nl/financiering-voor-ondernemers/ kapitaal
6.3 WELVAARTSFONDS Wat houdt deze maatregel in Het Welvaartsfonds is een gezamenlijk project van PMV, institutionele investeerders, bankpartners, fondsmanagers en particulieren. Met dit investeringsfonds wil men de Vlaamse bedrijven door de crisis loodsen en tegelijk helpen om meer aandacht te geven aan een duurzame bedrijfsvoering.
Wie komt in aanmerking >
De vergoeding is marktconform: •
>
>
>
>
>
Geïmpacteerd door de coronacrisis: Zowel ondernemingen die door de coronacrisis nood hebben aan extra financiering om de solvabiliteit te versterken als ondernemingen die in deze crisis de opportuniteit zien om hun groei te versnellen komen in aanmerking. Ook door innovatiegedreven bedrijven met een band met Vlaanderen of gezonde Vlaamse dochters van internationale groepen die in de problemen zijn geraakt, behoren tot de doelgroep. Intrinsiek gezonde bedrijven: Het Welvaartsfonds verstrekt enkel financiering aan bedrijven die ook voor de crisis financieel levensvatbaar waren en nog steeds zijn. Alle sectoren en levensfases: Alle sectoren komen in aanmerking, behoudens bedrijven uit de visserij- en aquacultuursector of actief in de primaire landbouwproductie die uitgesloten zijn bij het Welvaartsfonds. Voorkeur voor innoverende en duurzame bedrijven: Het Welvaartsfonds zal inzetten op bedrijven die bij hun (innovatie)beleid mee de omslag voeren naar een ecologisch verantwoorde en ethische bedrijfsvoering. Door ondernemingen te financieren die streven naar meer klimaatneutraliteit, energie- en
49
>
resource-efficiëntie of circulaire projecten implementeren, wil het Welvaartsfonds bijdragen tot een duurzame economie en maatschappij. Ook genieten innoverende bedrijven hogere prioriteit. Bijkomend moet er een band met Vlaanderen zijn: • Het hoofdkwartier of een juridische entiteit moet gevestigd zijn op Vlaams grondgebied (met uitzondering van postbusbedrijven). • Het bedrijf moet directe of indirecte toegevoegde waarde leveren aan Vlaanderen, door bijvoorbeeld de creatie van werkgelegenheid, het beschikken over kritische kennis of competenties, van strategisch belang zijn voor Vlaanderen, onderdeel vormen van de uitgestrekte Vlaamse aanvoerketen, enz.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Het Welvaartsfonds verstrekt financiering via drie financiële producten die de financiële balans verstevigen en de solvabiliteitspositie verbeteren: > > >
kapitaal; hybride producten; achtergestelde leningen.
Dit fonds verleent financiering vanaf €1,25 miljoen tot €50 miljoen, afhankelijk van de noden en de wensen van de bedrijven. Daarnaast heeft het fonds een investeringsperiode van 4 jaar en een looptijd van 10 jaar. De looptijd van de financiering is afgestemd op de aanvraag, maar beperkt tot de looptijd van het fonds. Alle producten zullen tegen marktconforme voorwaarden verleend worden om zo een marktconform risicorendementsprofiel te realiseren voor het Welvaartsfonds en marktverstoring tegen te gaan.
50
> > >
>
terugbetaling aandeelhoudersschuld; betaling van dividenden of gelijkaardige uitbetalingen; betaling, binnen de 12 maanden, van bonussen of andere discretionaire betalingen aan werknemers, consultants of beheerders van de onderneming, verschillend aan degene die al contractueel afgestemd waren voorafgaand aan het ontvangen van de financiering en die betaald zouden worden in de normale omgang van de onderneming; het financieren van de verplaatsing van de activiteiten uit Vlaanderen.
Het Welvaartsfonds kan de geleverde financiering aan de onderneming terugvorderen, indien ze afwijkt van de criteria waaraan ze initieel voldeed om ontvankelijk te zijn voor financiering (bijvoorbeeld de onderneming investeert toch in niet-duurzame activiteiten, of wordt actief in de wapenhandel) en dit gedurende de volledige looptijd van de investering.
Aanvraagprocedure Wie geïnteresseerd is of meer informatie wenst over het Welvaartsfonds, kan zich aanmelden bij PMV.
Contact PMV Oude Graanmarkt 63 1030 Brussel T 02 229 52 30 info@welvaartsfonds.eu www.welvaartsfonds.eu
6.4 LRM - LIMBURGSE
INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ
Wat houdt deze maatregel in
Gedurende de looptijd van de investering in de vorm van een kapitaalsinjectie krijgt een vertegenwoordiger van het Welvaartsfonds inspraak in het bestuur van de onderneming, onafhankelijk van het gebruikte financiële product. Indien het opportuun is, kan deze inspraak afgedwongen worden door middel van een plaats in de Raad van Bestuur van de onderneming (eventueel via een waarnemersmandaat), en indien van toepassing, stemrechten als aandeelhouder.
LRM is een investeringsmaatschappij die economische groei in Limburg ontgint en stimuleert. Ze investeert zowel via minderheidsparticipaties in het kapitaal als via het verstrekken van achtergestelde leningen. Ze zorgt voor een stevige basis zodat bedrijven en projecten die jobs in Limburg creëren, kunnen groeien. De financiële middelen en expertise zorgen, samen met de troeven van Limburg, voor een unieke voedingsbodem.
Deze vorm van financiering mag niet gebruikt worden voor:
Zowel starters, kmo’s als grote ondernemingen kunnen bij LRM terecht indien zij economische groei en duurzame tewerkstelling genereren in Limburg. LRM richt
Wie komt in aanmerking
zich tot alle sectoren, met focus op deze domeinen: duurzame samenleving, gezondheid & zorg, technologie & diensten, ruimte & beleving en slimme maakindustrie.
Voorwaarden LRM profileert zich als financieel investeerder met gespecialiseerde expertise. Ze streeft hierbij steeds minderheidsparticipaties in het aandeelhouderschap na. LRM komt in principe niet tussen in het dagelijkse management van een onderneming, maar wil wel een actieve bijdrage leveren in de strategiebepaling. De gemiddelde investeringshorizon ligt tussen 5 en 10 jaar.
LRM voor kmo’s LRM financiert projecten van Limburgse kmo’s in elke levensfase van de onderneming. Vrijwel alle sectoren komen in aanmerking. LRM heeft daarbij extra aandacht voor familiale bedrijven. Het minimum investeringsbedrag bedraagt €50.000. Ondernemingen kunnen een beroep doen op de PLUSlening van LRM. Dit is een achtergestelde lening zonder waarborgen die aanvullend wordt verstrekt op bancaire kredieten en financiering met eigen middelen. De PLUSlening wordt verstrekt voor bedragen van €250.000 tot €600.000. Wegens het achtergesteld karakter en het niet stellen van waarborgen, ligt de vergoeding hoger dan de rente van een klassiek bancair krediet en bedraagt deze 6% op jaarbasis. Naast de PLUS-lening beschikt LRM voor kleine ondernemingen met een beloftevol project over de KlimOplening. Deze achtergestelde lening van €50.000 tot €250.000 kent een looptijd van 7 jaar waarbij er de eerste 2 jaar kan toegestaan worden geen kapitaalaflossingen te verrichten. De rentevoet is vast en bedraagt 4%. Slaagt een bedrijf erin om vijf nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, dan daalt de rentevoet tot 3% vanaf het jaar dat deze doelstelling behaald wordt. Nieuw sinds 2022 is de Doorbraaklening Het unieke aan dit financieringsinstrument is dat subsidies en risicokapitaal kunnen gecombineerd worden voor eenzelfde project. LRM werkt hiervoor samen met VLAIO Team Bedrijfstrajecten en de UHasselt. Een dergelijke vorm van ‘blended finance’ of gemengde financiering, waarbij zowel een subsidieverlener als een investeringsmaatschappij samen naar een dossier kijken, is uniek in Vlaanderen. Thematisch is de Doorbraaklening bedoeld
voor internationalisatie, digitalisatie en vooral ook verduurzaming. De Doorbraaklening is een achtergestelde lening van €50.000 tot €250.000 met een looptijd van 2 tot 8 jaar, waarbij er gedurende de eerste 3 jaar kan worden toegestaan om geen kapitaal af te lossen. De vaste rentevoet bedraagt 4%. Daarnaast is het belangrijk dat de onderneming zelf ook een substantieel engagement opneemt
LRM voor grote ondernemingen Grote ondernemingen uit de traditionele sectoren kunnen bij LRM terecht. Ook hier besteedt LRM veel aandacht aan familiale ondernemingen en investeert zij eveneens in familiale opvolgingen. Buy-out dossiers en projectfinancieringen binnen multinationale ondernemingen kunnen ook door LRM gefinancierd worden. De investeringsbedragen variëren vanaf €750.000. Grote bedrijven die door de crisis tijdelijk in financiële moeilijkheden zitten, kunnen een beroep doen op ‘replacement capital’, een achtergestelde lening. Enkel bedrijven die structureel gezond zijn en een langetermijn toekomstperspectief kunnen aantonen, komen hiervoor in aanmerking.
Contact LRM Corda Campus Kempische Steenweg 311 bus 4.01 3500 Hasselt T 011 24 68 01 info@lrm.be www.lrm.be
6.5 TRIVIDEND – VLAAMS PARTICIPATIEFONDS VOOR DE SOCIALE ECONOMIE Wat houdt deze maatregel in Trividend zet in op duurzaamheid door te investeren in de sociale economie. Dit doet Trividend door het verstrekken van risicokapitaal via kapitaalinbreng en achtergestelde, al dan niet converteerbare, leningen. Trividend vraagt geen borgen aan de ondernemer. Naast het ter beschikking stellen van financiële middelen, biedt Trividend ondersteuning en opvolging aan de ondernemer. De financiering van Trividend kan gebruikt worden als hefboom voor klassieke bancaire financiering. Trividend
51
kan ook via haar netwerk van investeerders, het Sociaal Investeringsfonds (SIFO) bijkomende middelen aanbrengen. Daarnaast beheert Trividend ook het fonds Trividend Provincie Antwerpen. Dit fonds werd opgericht samen met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen. Trividend cvba is opgericht als samenwerking van de sector van de sociale economie, de Vlaamse overheid en private partners. Trividend is door de Vlaamse overheid erkend als Vlaams Participatiefonds voor de Sociale Economie.
Wie komt in aanmerking Trividend investeert primair in bedrijven die tewerkstelling creëren voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt, in eigen beheer of in samenwerking met een maatwerkbedrijf. Daarnaast investeert Trividend ook beperkt in innovatieve sociale ondernemingen met een duidelijk oogmerk binnen andere duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Trividend is partner voor kleine en middelgrote vzw’s en vennootschappen die opstarten, voor een groeifase staan of na een moeilijke periode kapitaal nodig hebben om de verdere uitbouw van hun onderneming te verstevigen (werkkapitaal). Voor bedrijven uit de sociale economie is er een aanbod van achtergestelde leningen met cofinanciering van het Sociaal Investeringsfonds (SIFO), met rentevoeten vanaf 3%. Iedere sociaal ondernemer kan een vrijblijvend eerste gesprek vragen om na te gaan of zijn/haar onderneming in aanmerking komt voor financiering.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden Trividend investeert bij voorkeur bedragen tussen €50.000 en €150.000. Dit kan via: >
> 52
een achtergestelde – al dan niet converteerbare – lening met een looptijd tussen 4 en 10 jaar (meestal 5 tot 6 jaar) en een interestvoet van 3% tot 7% per jaar. Bij leningen waarbij SIFO co-financiert, kan het maximumbedrag oplopen tot €450.000; een kapitaalparticipatie via een minderheidsparticipatie met een exithorizon van 5 tot 6 jaar, waarbij
>
er over het algemeen gestreefd wordt naar een meerwaarde van minstens 4% per jaar; een achtergestelde bullet-lening: een lening waarbij het kapitaal aan het einde van de looptijd (5 tot 6 jaar) terugbetaald wordt, waarbij er een intrestvoet wordt gehanteerd vanaf 4,5% per jaar..
Daarnaast biedt Trividend opvolging en begeleiding, waardoor de kans op succes voor de onderneming verhoogd wordt. Trividend Provincie Antwerpen biedt enkel achtergestelde leningen aan, met bedragen tot €50.000. De kost voor de klant beperkt zich tot een eenmalige adviesvergoeding. Verder is het krediet renteloos.
Contact Trividend cvba Cellebroersstraat 16B 1000 Brussel M 0485 21 01 55 info@trividend.be trividend@provincieantwerpen.be www.trividend.be
6.6 FEDERALE PARTICIPATIE- EN INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ (FPIM) Wat houdt deze maatregel in De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) is een publieke holding en investeringsmaatschappij waarvan de federale overheid de enige aandeelhouder is. Haar missie bestaat erin het federale overheidsaandeelhouderschap en investeringsbeleid vorm te geven en daarbij enerzijds de financiële belangen van de Staat te behartigen en anderzijds de bloei van de Belgische economie en de werkgelegenheid te bevorderen, dit alles in lijn met de principes van goed beheer, duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen en deugdelijk ondernemingsbestuur.
WIe komt in aanmerking De opdracht van FPIM als investeringsmaatschappij bestaat erin om via investeringen in ondernemingen bij te dragen aan een gunstig investeringsklimaat voor de Belgische economie. Zij ondersteunt rechtstreeks of via risicokapitaalfondsen, beloftevolle ondernemingen bij hun ontwikkeling.
Wat komt in aanmerking
Wat zijn de financieringsvoorwaarden
Als investeringsmaatschappij begeleidt de FPIM de oprichting en de uitrol van ambitieuze ondernemingen met een belangrijk groeipotentieel. Zij bevordert hiermee de ontwikkeling of de consolidatie van een ecosysteem dat gunstig is voor de economische ontwikkeling, de innovatie en het opzetten van netwerken.
FPIM verstrekt risicokapitaal onder de vorm van “patient capital tools” zoals aandelenparticipaties, achtergestelde leningen, en converteerbare obligatieleningen. De risicokapitaalfinanciering wordt beperkt tot een minderheidsparticipatie. De FPIM verstrekt geen subsidies.
In haar investeringsbeslissingen zoekt zij steeds een optimale combinatie van maatschappelijke relevantie van het project dat een reële meerwaarde moet vertegenwoordigen voor de Belgische economie enerzijds, en een marktconforme rendabiliteit anderzijds. De FPIM wenst zich hierbij vooral te focussen op de volgende economische sectoren: > > > > > >
Financiën; Luchtvaart; Gezondheidszorg en wetenschappelijk onderzoek; Impactinvesteringen; Energie en diensten van openbaar nut; Vervoer en Mobiliteit.
De activiteiten van de FPIM zijn gebaseerd op volgende functies: >
>
>
FPIM als Investeringsmaatschappij: De opdracht van FPIM als investeringsmaatschappij bestaat erin om via investeringen in ondernemingen bij te dragen aan een gunstig investeringsklimaat voor de Belgische economie. FPIM als overheidsholding: De opdracht van FPIM als overheidsholding bestaat erin participaties aan te houden en te beheren die strategisch belangrijk zijn voor het waarmaken van het federaal beleid of bijdragen aan de belangen van de economie op federaal niveau. FPIM als mandataris van de overheid: In het kader van haar holdingfunctie kan de FPIM ook participaties nemen in bedrijven op uitdrukkelijke vraag van de federale overheid. Het gaat dan om gedelegeerde opdrachten.
FPIM zet ook in op de heropstart van onze economie na de voorbije moeilijke jaren via de dochtervennootschap FPIM Relaunch, het Belgian Recovery Fund en het Transformatiefonds. Meer hierover in de Subsidiedatabank.
Contact Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) Louizalaan 32 bus 4 1050 Brussel T 02 548 52 11 contact@sfpi-fpim.be www.sfpi-fpim.be
6.7 FPIM INTERNATIONAL Wat houdt deze maatregel in Belgische bedrijven die investeren in het buitenland kunnen via FPIM International (vroeger gekend als de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering) financiering op middellange of lange termijn verkrijgen. Hoewel de geselecteerde projecten zich dienen in te schrijven in een logica van financiële leefbaarheid en rentabiliteit, is de eerbied voor de principes van duurzame ontwikkeling en sociaal verantwoord ondernemen een belangrijk criterium voor een eventuele tussenkomst vanwege FPIM International. Ze houdt daarbij tevens rekening met de belangen van het gastland en met de Belgische economische belangen.FPIM International is er niet om Belgische ondernemingen die in het buitenland investeren te “subsidiëren”. De tussenkomsten dienen immers marktconform te zijn. Alvorens te investeren wordt er een grondige analyse uitgevoerd naar de haalbaarheid en de duurzame rendabiliteit van het project.
Wie komt in aanmerking FPIM International richt zich vooral op Belgische ondernemingen die in België al een zekere omvang hebben bereikt en die hun expansie in het buitenland beginnen of verder zetten.
Wat komt in aanmerking Nieuwe projecten (“greenfields”), de uitbreiding van bestaande projecten en de overname van buitenlandse
53
ondernemingen kunnen in aanmerking komen voor een co-financiering door FPIM International. Zowel 100% buitenlandse dochtervennootschappen als joint ventures kunnen door FPIM International gefinancierd worden, maar altijd op voorwaarde dat de Belgische partners de meerderheid van de aandelen bezitten.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden FPIM International beschikt over een reeks instrumenten voor de oprichting of overname van buitenlandse ondernemingen of voor de herstructurering en ontwikkeling van bestaande buitenlandse ondernemingen. De tussenkomsten zijn aangepast aan elk individueel geval, om optimaal in te spelen op de financiële behoeften van de Belgische investeerders en om het project- en landgebonden risico correct te verrekenen. FPIM International treedt op als een partner op lange termijn (5 à 10 jaar) die actief meedenkt en –werkt aan de opzet en/of de begeleiding van het project. Het
buitenlandse project kan worden gefinancierd via een directe participatie of via een achtergestelde en/of converteerbare lening. Als aanvulling op de twee andere mechanismen kan FPIM International ook langlopende euro-leningen toekennen. De minimale deelname van FPIM International bedraagt €500.000. De financiële inbreng van FPIM International kan in principe nooit hoger zijn dan die van de Belgische partner van wie een daadwerkelijke financiële inbreng wordt verwacht.
Contact FPIM International Louizalaan 32 bus 13 1050 Brussel T 02 776 01 00 info@bmi-sbi.be www.bmi-sbi.be
7. Mezzaninefinanciering: PMV-bedrijfsleningen Wat houdt deze maatregel in
Wat komt in aanmerking
PMV-bedrijfsleningen zijn financieringsoplossingen op maat met een lange looptijd voor kmo’s en grote ondernemingen. Deze leningen bedragen minimum €700.000. Ze kunnen zowel achtergesteld (“mezzaninefinanciering”) als niet-achtergesteld zijn en zijn complementair aan de bestaande (of nieuwe) bankfinanciering.
Via PMV-bedrijfsleningen verstrekt PMV kredieten op maat aan Vlaamse ondernemingen in het kader van:
Wie komt in aanmerking
>
>
PMV-bedrijfsleningen financieren kmo’s en grote ondernemingen die aan volgende voorwaarden voldoen: > > > >
>
54
een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest hebben en/of toegevoegde waarde creëren voor Vlaanderen; een track record hebben in het genereren van positieve cashflows; een evenwichtig uitgebouwd managementteam hebben; een onderbouwd businessplan kunnen voorleggen dat de capaciteit aantoont om huidige en toekomstige schulden terug te betalen; een solide marktpositie hebben.
>
financiering van materiële, immateriële en/of financiële investeringen, evenals voor de financiering van bedrijfskapitaal bij de uitbouw van activiteiten; financiering van de overname van aandelen van een bestaande vennootschap en/of overname van (een deel van) het handelsfonds. Deze overname kan kaderen in een familiale opvolging, management buy-out (MBO) of management buy-in (MBI); herfinanciering van bestaande schulden om zo voldoende werkingsmiddelen in de onderneming te houden en ter versterking van de balans.
Wat zijn de financieringsvoorwaarden De belangrijkste voorwaarden zijn: > > >
financiering onder de vorm van achtergestelde of niet-achtergestelde leningen; minimum bedrag: €700.000; looptijd gemiddeld 7 tot 10 jaar;
>
marktconforme vergoeding door middel van een combinatie van één of meerdere van volgende componenten: • • •
>
> >
>
(een deel) cash interest; (een deel) uitgestelde interest, te betalen op de eindvervaldag van de lening; een deel variabele vergoeding, in functie van de prestaties van het bedrijf.
PMV-bedrijfsleningen vullen slechts een deel van de financieringsbehoefte in (maximum 50% van de globale financieringsbehoefte) en worden altijd verstrekt in cofinanciering met banken, aandeelhouders, managers, (financiële) investeerders, … weinig of geen zekerheden; convenanten: bepalingen waaraan de kredietnemer moet voldoen, zoals het verstrekken van financiële informatie of het voldoen aan financiële ratio’s. PMV-bedrijfsleningen bieden een flexibele, op maat gemaakte financieringsvorm aan. Deze flexibiliteit uit zich in de volgende kenmerken: • •
•
de mogelijkheid tot opname van de bedrijfslening in meerdere schijven; het uitstel van aflossingen van kapitaal gedurende minimum de eerste twee jaar van de lening, met zelfs de mogelijkheid tot integrale terugbetaling van de hoofdsom op de eindvervaldag van de lening; de mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling.
de onderneming versterken. Door het achtergestelde karakter dragen deze leningen een hoger risico. Niet-achtergestelde PMV-bedrijfsleningen of Senior leningen komen in gelijke rangorde met bank- of andere financieringen die een positie hebben met bepaalde voorrechten op basis van specifieke zekerheden en/ of een ‘negative pledge’. Vaak worden onder de senior schuldeisers afspraken gemaakt waardoor bij een eventuele faling van de kredietnemer al de schuldeisers van gelijke rangorde op gelijkwaardige manier worden behandeld. Deze leningen worden verstrekt aan bedrijven met een conservatieve schuldstructuur (een schuldgraad (netto senior schuld) van ten hoogste 3,5x de Ebitda). Deze leningen zijn maatwerkoplossingen die een maximale flexibiliteit bieden aan bedrijven om hun schuldstructuur te optimaliseren in functie van hun behoeftes
Contact PMV-bedrijfsleningen Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel T 02 229 52 30 info@pmv.eu www.pmv.eu/nl/financiering-voor-ondernemers/ leningen/pmv-bedrijfsleningen
PMV rekent dossierkosten aan van 0,5% tot 1% van het financieringsbedrag.
Wel of niet achtergesteld PMV-bedrijfsleningen kunnen zowel achtergesteld als niet-achtergesteld zijn. Achtergestelde leningen, ook mezzaninefinanciering genoemd, komen in rangorde na bank- of andere financiering. Dit betekent dat bij een eventueel faillissement van de kredietnemer de achtergestelde lening pas kan terugbetaald worden na de volledige terugbetaling van de bank- of andere financiering. PMV-bedrijfsleningen met een achtergesteld karakter combineren elementen van een lening, zoals een vaste looptijd en een vaste rentevergoeding, met die van een kapitaalinbreng, namelijk permanente financiële middelen die het eigen vermogen en de solvabiliteit van
55
8. FINMIX Wat houdt deze maatregel in Ondernemingen met innovatieve uitdagingen en stevige groeiambities zijn steevast op zoek naar de juiste bedrijfsfinanciering. Er zijn heel wat verschillende financieringsmogelijkheden, maar hoe krijg je die financieringspuzzel helemaal gelegd? Met FINMIX biedt VLAIO je de kans om je plan voor te stellen aan een panel van financieringsexperten. Zij beoordelen je business- en financieel plan en adviseren je over de meest aangewezen financieringsmix. Doorheen het volledige traject waarborgen we de confidentialiteit van je plannen.
viseur wordt het advies en de verdere uitrol besproken. Elk ondernemingsplan wordt confidentieel behandeld gedurende het hele traject. Bovendien is deze dienstverlening gratis.
Voor welke plannen Om aan FINMIX te kunnen deelnemen, beantwoordt je business- en financieel plan aan de volgende 3 kenmerken: >
•
Wie komt in aanmerking FINMIX staat open voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen, zowel (potentiële) starters als ambitieuze groeiers, die voor hun plannen op zoek zijn naar alternatieve financiering. Geen enkele sector wordt daarbij uitgesloten.
•
•
De panelsessies worden thematisch d.w.z. per sector georganiseerd.
De verschillende stappen in een FINMIX-traject
>
Om tot de optimale financiering te komen, doorloopt de ondernemer verschillende stappen. Eerst screent een VLAIO bedrijfsadviseur de businesscase en bespreekt de financieringsnood van de deelnemende ondernemer.
waarbij het eigen vermogen en de waarborgen ontoereikend zijn om de financiering rond te krijgen; waarbij de omzet met vertraging wordt gerealiseerd omwille van het technologisch en/of innovatief karakter; met een grote behoefte aan werkkapitaal die op korte termijn hun versnelde groei wensen te financieren.
Je staat als ondernemer open voor de inbreng van risicokapitaalverschaffers. In ruil voor het verkregen kapitaal (via aandelenparticipatie, achtergestelde lening of intekening op obligatielening) neemt de risicokapitaalverschaffer een (minderheids) participatie in de onderneming. Deze participatie is tijdelijk. Naast de kapitaalsinbreng kan de risicokapitaalverschaffer ook managementondersteuning bieden. De kapitaalsbehoefte moet substantieel zijn om een financieringsmix toe te laten.Aanmeldingsprocedure
Als voorbereiding op de presentatie voor de FINMIX experten kan een beroep gedaan worden op dienstverleners, terug te vinden op vlaio.be/expertisedatabank.
>
Vervolgens krijgt de ondernemer de kans zijn financieringsbehoefte voor te leggen aan een panel van experten. Deze experten hebben gedegen kennis over de sector waarin de ondernemer actief is.
Geïnteresseerden vullen het aanmeldingsformulier in op www.vlaio.be/finmix. Een VLAIO bedrijfsadviseur neemt vervolgens contact op.
De volledige lijst van experten staat op www.vlaio. be/finmix. Het is echter niet de bedoeling en evenmin haalbaar om een concrete financieringsovereenkomst te sluiten.
56
je ondernemingsplan is risicovol. Dit zijn ondernemingsplannen:
Na afloop van de panelsessie krijgt de ondernemer een evaluatieverslag waarin het advies van het expertenpanel wordt samengevat. Aan de hand van (een) terugkoppelingsgesprek(ken) met een VLAIO bedrijfad-
Contact Agentschap Innoveren & Ondernemen Koning Albert II-laan 35 bus 12 1030 Brussel T 0800 20 555 finmix@vlaio.be www.vlaio.be/finmix
Bijlagen 1. Bazel II en III-akkoorden en de invloed op de houding van jouw bank Bazel II-akkoord Doelstelling van het Bazel II-akkoord (januari 2007) is de stabiliteit van de financiële sector te waarborgen. Als gevolg hiervan werden de banken verplicht om hun kredietpolitiek te herzien. Het akkoord bepaalt hoeveel vermogen banken zelf moeten aanhouden in relatie tot de door hen verstrekte leningen. Daarnaast bepaalt het akkoord dat dit vermogen een afspiegeling moet zijn van de feitelijke kredietrisico’s die zijn verbonden aan de ondernemingen waaraan de banken kredieten verstrekken. Het aanhouden van kapitaal is een dure aangelegenheid voor een bank en beïnvloedt wezenlijk het rendement op het eigen vermogen van de bank. Onder Bazel I diende de bank 8% van het ontleend geld aan te houden als eigen vermogen. Deze zogenaamde Cooke-ratio was identiek voor zowel goede als minder solvabele klanten. Met Bazel II dient de bank meer of minder kapitaal te reserveren, afhankelijk van de kans op betalingsmoeilijkheden bij de klant. Onder invloed van deze nieuwe regelgeving zullen banken bij iedere afzonderlijke kredietovereenkomst dus een precieze inschatting moeten maken van de kredietrisico’s. Ze zullen met behulp van een intern ratingsysteem nauwkeurig nagaan of de kredietnemer wel in staat is om zijn of haar krediet in de toekomst terug te betalen. Hierdoor zal voor een krediet met een “hoger risico” meer kapitaal moeten worden gereserveerd (waardoor de kostprijs voor de bank stijgt), terwijl kredieten met een lager risico minder kosten zullen veroorzaken.
Deze werkwijze zal dan ook een invloed hebben op de kredietbeslissingen, zowel bij de beslissing tot het al dan niet verlenen van een krediet alsook bij de vaststelling van de prijs voor de klant. Naarmate een onderneming een gunstiger risicoprofiel heeft, zal de credit rating verbeteren en kunnen de kredietvoorwaarden van de bank gunstiger zijn. Dit heeft een aantal gevolgen voor de kmo: zelfs bij de kleinste kredietaanvragen zullen ondernemingen steeds meer met risicobeoordelingen (ratings) van banken te maken krijgen; de kredietprijzen en –voorwaarden binnen eenzelfde bank zullen sterker van elkaar gaan verschillen naargelang de klant. Naarmate de rating voor een bedrijf verslechtert (het toekennen van een rating is een regelmatig proces) zal de bank haar bestaande kredietdossier doorschuiven naar hogere niveaus binnen de bank.
Ratings in het kredietproces bij de bank A. Wat is een rating? Een rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een debiteur of, anders gezegd, van de kans dat de onderneming haar schuld terug zal betalen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen externe en interne ratings. Externe ratings worden door ratingbureaus gegeven en hebben in het algemeen enkel zin voor vrij grote ondernemingen die obligaties of andere effecten op de kapitaalmarkt plaatsen. Interne ratings worden door banken aan kredietnemers toegekend, voornamelijk op basis van gegevens uit het verleden. 57
B. Hoe komt een rating tot stand? In eerste instantie verzamelen banken gedetailleerde gegevens over bepaalde kenmerken van hun kredietnemers. Het merendeel van deze gegevens wordt bij de kredietnemer zelf opgevraagd, andere (financiële) gegevens worden soms opgevraagd bij particuliere bureaus voor kredietregistratie. Vervolgens worden bepaalde factoren uit de gegevens van de kredietnemer naast gegevens over niet-terugbetaalde kredieten uit het verleden gelegd. Er wordt dus bekeken hoe vaak kredietnemers met soortgelijke kenmerken in het verleden in gebreke zijn gebleven. Tenslotte wordt aan de nieuwe kredietnemer een rating toegekend aan de hand van statistische algoritmen. Banken verzamelen niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve gegevens over de kredietnemer. De kwantitatieve gegevens worden normaal gezien ontleend aan jaarrekeningen en jaarverslagen van de kmo. Een groot aantal banken vraagt ook ondernemingsplannen of belastingaangiften (deze laatste zeker bij eenmanszaken) en bekijkt de totale schuldenlast, de liquiditeit en de rentabiliteit. Kwalitatieve gegevens worden veelal verkregen uit mondelinge contacten tussen bank en onderneming. Daarbij wordt vooral bekeken naar de kwaliteit van het management en naar de marktpositie en de rechtsvorm. Indien de kredietaanvraag van een startende onderneming komt, kunnen er nog geen financiële gegevens over het verleden op tafel gelegd worden en kunnen de kwalitatieve factoren tot zo’n zestig procent meetellen. Een goed opgesteld financieel plan is in zulke gevallen bijvoorbeeld noodzakelijk.
C. Hoe werken banken met ratings? Eénmaal een onderneming een rating gekregen heeft van de bank, wordt hiermee gewerkt in alle fasen van het interne kredietproces (kredietbeslissing, de berekening van de prijs van het krediet en de kredietbewaking).
58
In het verleden werden de meeste kredietbeslissingen voor kmo’s ook genomen op basis van een aantal objectieve criteria. Criteria zoals de algemene reputatie van een bedrijf, de relatie met de ondernemer en onderpand speelden hierbij een belangrijke rol. Tegenwoordig werken banken veel stelselmatiger met
kredietverleningscriteria en richten ze hun focus meer en meer op ratings. Dit betekent dat de rating van een kredietnemer niet alleen bepaalt of het krediet wel of niet wordt verleend, maar ook hoeveel onderpand moet worden verstrekt, hoe lang een krediet maximaal kan lopen en hoeveel het krediet zal kosten. De toegekende rating speelt eveneens een rol bij de controles waaraan het bedrijf gedurende de looptijd van het krediet door de bank wordt onderworpen. De meeste banken werken hun ratings regelmatig bij en schatten zo voortdurend de risico’s van hun kredietnemers in. Toekennen van een slechtere rating wordt in de meeste gevallen als alarmsignaal beschouwd. Het is dan ook mogelijk dat de bank het bedrijf beter in het oog gaat houden, de interest verhoogt (indien dit contractueel mogeijk is), de bestaande kredieten verlaagt of het krediet voor het einde van de looptijd opzegt. Soms wordt er zelfs beslist om met de desbetreffende kmo geen zaken meer te doen. Bron: deze tekst is gebaseerd op een handleiding van de Europese Commissie “Hoe omgaan met de nieuwe creditratings”.
Bazel III-akkoord en de toekomst Het Bazel III-pakket bouwde verder op de principes van Bazel II en introduceerde nog striktere vereisten voor het eigen vermogen van banken. Daarnaast werden ook nieuwe regels toegevoegd om te verzekeren dat banken steeds een voldoende hoeveelheid liquide middelen in huis hebben. De kern van dit akkoord uit de periode 2010-2011 was dat banken dus nog meer kapitaal moesten aanhouden tegenover hun uitstaande beleggingen. De implementatie van dit akkoord in Europa resulteerde in een verdere verstrenging van de toekenningscriteria voor kredieten, waardoor in sommige landen aanzienlijk minder leningen aan ondernemingen werden verstrekt. In België is de banksector er evenwel in geslaagd om ondanks deze nieuwe verwachtingen het krediet aan ondernemingen te blijven verstrekken aan tarieven die tot de laagste in Europa behoren.
Maar ook Bazel III was voor de internationale toezichthouders een onafgewerkt project. In december 2017 werden er verdere wijzigingen aan de akkoorden afgesproken. Volgens de architecten van dit laatste akkoord is het de bedoeling om de “final touches” aan te brengen aan Bazel III en om een duidelijke implementatieperiode vast te leggen die loopt van 2022 tot 2027. Inhoudelijk moet echter worden vastgesteld dat
dit laatste akkoord de kapitaaleisen nog eens lijkt te verstrengen. Het is hierom dat het ook wel bekend staat als “Bazel IV”. In hoeverre dit akkoord zal wegen op de capaciteit van de banksector om ook in de toekomst krediet aan ondernemingen te blijven verstrekken, zal afhangen van de manier waarop deze laatste standaard wordt omgezet in Europese wetgeving.
2. Checklist voor het opmaken van een kredietdossier Een onderbouwd kredietdossier is een must bij het aantrekken van vreemde middelen. Een belangrijpe tip: besteed voldoende aandacht aan de voorbereiding ervan en laat je bij de opmaak - en ook bij het contact nadien bij de bank - eventueel bijstaan door een financieel deskundige. Wees ook open in jouw communicatie aangezien een kredietrelatie veelal draait rond vertrouwen. Best dien je een kredietaanvraag in als het bedrijf nog gezond is.
Wat moet je juist voorbereiden? Banken zoeken steeds een antwoord op drie vragen: > > >
wie is de ondernemer/onderneming? wat wil hij/zij met de gevraagde financiering doen? wat zijn de risico’s voor de bank (terugbetaalcapaciteit, eigen inbreng en waarborgen)?
Op elk van deze hoofdvragen kan je best op voorhand een antwoord voorbereiden, waarbij onderstaande checklist je kan helpen. Kleine ondernemingen hoeven de vragen in deel 1 niet zo uitvoerig te beschrijven als middelgrote en grote ondernemingen.
1) Kennis van de onderneming: De bank wenst eerst en vooral inzicht te krijgen in de ondernemer of de onderneming. Beschrijf dan ook goed onderstaande items. Je dient jouw balans te begrijpen en kan liefst meepraten over termen zoals vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, cashflow. Indien je hiervan niet voldoende kennis hebt, neem je best je financiële raadgever mee.
5 Voorstelling van de onderneming: wie is de kredietnemer en zijn aandeelhouders, wat is de activiteit en productengamma, hoe is de onderneming gestructureerd en georganiseerd? (geef dus niet alleen je statuten mee !) 5 Wat is de achtergrond van het management en de aandeelhouders: beschrijf in het kort de relevante ervaring en diploma’s van deze mensen en toon liefst aan dat je bedrijf voor de verschillende domeinen kennis in huis heeft (productie, administratie, marketing, …). 5 Marktbespreking: evoluties in de markt, wie zijn de grootste concurrenten, wat is je concurrentieel voordeel, … 5 Geef een overzicht van de lopende kredieten en bijhorende waarborgen. Biecht ook alle bezwarende elementen eerlijk op, zoals achterstallen bij de RSZ, schulden bij de belastingen, … Open en correcte communicatie is belangrijk en is een continu proces: houd ook tussendoor regelmatig de bank op de hoogte van de cijfers en het beleid van je onderneming. 5 Geef volledige inzage in de cijfers: 5 (liefst tijdig) neergelegde jaarrekening van de afgelopen drie jaren; 5 recente tussentijdse afsluiting (proef- en saldibalans, eventueel extra op te maken door je boekhouder): dit is extra belangrijk in economisch moeilijke tijden!; 5 verhaal achter de cijfers: hoe werden de vaste activa gewaardeerd, wat is de kwaliteit van de voorraden en van het klantenbestand, welke activa werden reeds in pand gegeven bij banken, hoe zit het met de leveranciers, zijn er schulden bij de RSZ of bij de belastingen?
59
2) Aard van de kredietaanvraag: Onderbouw je kredietaanvraag met voldoende cijfermateriaal. Focus je niet teveel op één enkele financiële oplossing aangezien jouw bankier na inschatting van jouw kredietdossier dikwijls zelf een oplossing op maat zal uitwerken. 5 Omschrijf duidelijk waarvoor je bijkomende financiering vraagt (investering, bijkomend werkkapitaal, investering in technologisch onderzoek, overname, …). 5 Toon aan dat de investering in het beleid van de onderneming past. 5 Probeer van de bank te bekomen dat de financiering met lange termijnmiddelen steeds minimaal de langetermijnbehoefen afdekt. Tracht te komen tot een overschot aan langetermijnfinanciering aangezien op deze manier ook een deel van de schommeling van de kortetermijnbehoeften kunnen gedekt worden (bedrijfskapitaal!). 5 Wat kost de investering zelf? 5 … en wat is de totale behoefte aan financiële middelen (breng dus ook in kaart of er eventueel een verhoging zal plaatsvinden van openstaande vorderingen door omzetstijging, moet je extra voorraden aankopen, zullen de betaaltermijnen voor klanten worden aangepast en wat zijn de betaaltermijnen naar je leveranciers, …). 5 Welk rendement zal het project genereren? Er wordt vanuit gegaan dat de verwachte cashflow zeker 25% hoger dient te liggen dan de aflossingen van kapitaal en rente.
3) Kruip even in de huid van de bank en check welke risico’s er voor hen in zitten: Een bank dient overtuigd te worden van de terugbetaalcapaciteit naar de toekomst toe (juiste inschatting van de mogelijkheden van de onderneming). Zo zal je bank nagaan of je onderneming in staat is om het nieuw gevraagd krediet terug te betalen. De beoordeling gebeurt voornamelijk op basis van historische resultaten, aangezien je prognoses onzeker zijn. Hiervoor worden de resultaten van de onderneming geanalyseerd en wordt er nagekeken in hoeverre zij bestendigd kunnen worden. Hoe onzekerder de winstgevendheid, hoe meer nood aan eigen inbreng van de ondernemer en hoe meer waarborgen er gevraagd zullen worden.
60
a) Zekerheid op winstgevendheid: Is de winstgevendheid hoog genoeg om het gevraagde krediet te kunnen terugbetalen? Alhoewel je bank in eerste instantie rekening houdt met de historische cijfers is het toch sterk aan te raden een prognose bij te voegen van de terugbetaalcapaciteit van de onderneming, uitgaande van de veronderstelling dat je de gevraagde financiering bekomen hebt en je investeringsproject kan worden uitgevoerd. Eventueel bereid je drie scenario’s voor: een realistisch scenario, maar ook een pessimistisch en een optimistisch scenario, zodat de bank zicht krijgt op het potentieel, maar ook op het worst-case scenario. Zeker in moeilijke economische tijden dient je plan hiermee rekening te houden. 5 Voeg hiervoor een kasplanning toe, waarin je alle verwachte inkomsten en verwachte uitgaven per maand uitlijst. Laat je hierin evt. bijstaan door je boekhouder. Op deze manier toon je de behoefte aan financiering aan en kan worden vastgesteld of er gedurende bepaalde periodes externe kortetermijnfinanciering nodig is, bijvoorbeeld om conjunctuurschommelingen op te vangen. 5 Zeker indien je onderneming met een nieuwe activiteit begint, is het raadzaam om met potentiële klanten reeds ‘intentieverklaringen tot aankopen’ op papier te zetten, zodat je bankinstelling kan vaststellen dat er een markt is voor deze nieuwe activiteit. b) Eigen inbreng Je mag er van uitgaan dat minimaal 10% en in regel eerder 20 à 40% van je investeringsproject met eigen middelen zou moeten gefinancierd worden om geloofwaardig te zijn. Dit percentage hangt echter ook af van de sector. Voor de bank is dit een teken dat je zelf in je project gelooft en er risico’s voor durft te nemen. Hoe onzekerder de winstgevendheid, hoe meer nood aan eigen inbreng van de ondernemer, aangezien het eigen vermogen ook dient om eventuele tegenslagen op te vangen. Hoe langer de financieringsbehoefte, hoe belangrijker het gedeelte van de eigen financiering wordt (gezien de stijgende onzekerheid).
5 Meld aan je bankinstelling duidelijk voor welk bedrag en op welke manier de financiering met eigen middelen zal gebeuren (in cash, in natura, in rekening-courant die geblokkeerd kan worden gedurende de looptijd van de lening, …). Neem dit tevens duidelijk op in het kasplan. c) Waarborgen Besef dat de vraag naar waarborg normaal is: een bank is immers geen risicokapitaalverstrekker en wil zich indekken tegen de onzekerheid van je winstgevendheid! Houd er ook rekening mee dat de waarde van het onderpand door de bank meestal een flink stuk lager wordt ingeschat dan de marktwaarde van hetgeen je wil financieren (pand handelsfonds bijvoorbeeld slechts 15 à 25%). Dit komt doordat de bank bij uitwinning slechts kan terugvallen op de ‘gedwongen verkoopwaarde’. De waardering van de activa in onderpand daalt dan ook nog eens in tijden van crisis, zodat er dan meestal meer waarborgen worden gevraagd. 5 Denk goed na over de waarborgen waarover je beschikt. Doe eventueel een voorstel van het maximumbedrag dat je bereid bent om als waarborg te geven voor de gevraagde kredietverlening. Weet ook dat de overheid zich borg kan stellen (tegen kleine kostprijs) voor jouw project mocht je over te weinig waarborgen beschikken (zie p. 30 e.v.).
61
Nuttige links www.vlaio.be/subsidiedatabank: Via de subsidiedatabank biedt VLAIO je basisinformatie over de belangrijkste steunmaatregelen van de provinciale, Vlaamse, federale en Europese overheden. www.vlaio.be/finmix: geeft de ondernemer die op zoek is naar risicokapitaal de mogelijkheid om zijn project voor te stellen aan een panel van financieringsexperten. Gids voor het opstellen van een ondernemingsplan: beknopt overzicht van de essentiële elementen die een ondernemingsplan moet bevatten. www.vlaio.be/publicaties. www.vlaio.be/expertisedatabank geeft je een overzicht van begeleidingsinitiatieven om je te helpen je onderneming te starten of uit te bouwen. www.vlaio.be/startersgids: de online startersgids van VLAIO maakt ondernemers stap voor stap wegwijs in het bruisende ondernemersleven. Bekijk zeker het Financieel district.
62
Nuttige publicaties en tools VLAIO beschikt over een ruim aanbod aan publicaties. Deze verstrekken per thema informatie omtrent een aantal facetten van het ondernemerschap: > > > > > >
starten ruimtelijke ordening financiering & subsidies groei Europa …
Publicaties financiering & subsidies: >
> >
Subsidiegidsen: deze thematische brochures (investeringen, opleiding en tewerkstellingsmaatregelen, innovatie, export, ...) bieden je een overzicht van de belangrijkste steunmaatregelen. Deze brochurereeks, gepubliceerd op de website, wordt automatisch bijgewerkt wanneer de informatie in de subsidiedatabank wordt aangepast. Hierdoor beschik je bij het downloaden steeds over de meest actuele brochures. Maandelijkse nieuwsbrief ‘Subsidiedatabank’. Zoek je risicokapitaal? Overzicht van de risicokapitaalverschaffers actief in Vlaanderen.
Voor de subsidiegidsen en inschrijvingen op de nieuwsbrief ‘Subsidiedatabank’ kan je gratis terecht op: www.vlaio.be/subsidiedatabank. De andere brochures kan je gratis downloaden via www.vlaio.be/publicaties.
63
Agentschap Innoveren & Ondernemen Koning Albert II-laan 35 bus 12 1030 Brussel www.vlaio.be