Advies
Sectorraad Media 17 juli 2020
Advies over wijziging van het Mediadecreet, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van de herziene AVMD-richtlijn Situering Op 28 november 2018 werd de EU-Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten 2018/1808 gepubliceerd, die de lopende AVMD-richtlijn van 2010 wijzigde. Sinds de aanneming van de richtlijn in 2010 is het audiovisuele medialandschap immers ingrijpend veranderd. De lidstaten dienden deze herziene richtlijn ten laatste in september 2020 om te zetten in nationale (of regionale) regelgeving. De SARC-Sectorraad Media wordt nu om advies gevraagd over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie. In dit advies spreken we verder van ‘Mediadecreet’ en ‘AVMD2018’. Via voorliggend voorontwerp van decreet wordt AVMD2018 gedeeltelijk omgezet in het Mediadecreet. Daarnaast worden er nog een aantal wijzigingen in het Mediadecreet aangebracht die losstaan van de omzetting van AVMD2018. AVMD2018 en voorliggend voorontwerp van decreet willen een gelijk speelveld in het medialandschap bewerkstelligen, alsook een afdoende bescherming van de mediagebruikers. De Sectorraad Media gaf in een advies op eigen initiatief eerder al zijn visie op hoe deze omzetting op Vlaams niveau vorm zou kunnen krijgen1. Er werden acht thema’s geïdentificeerd die relevant zijn in het kader van de omzetting van de richtlijn naar Vlaamse decreetgeving. De Sectorraad Media beoordeelt voorliggende wijziging aan het Mediadecreet op basis van zijn advies uit 2019, en formuleert ook enkele bijkomende aandachtspunten.
1
Sectorraad Media, Advies over de omzetting van de herziene AVMD-richtlijn, 18 november 2019. https://cjsm.be/sarc/SR_media/adviezen/20191118_Advies_omzetting_herziene_AVMD-richtlijn.pdf
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
1
Advies I.
Algemene appreciatie
De Sectorraad Media is tevreden dat de AVMD2018 in het Mediadecreet wordt omgezet. De Nota aan de Vlaamse Regering stelt terecht dat de markt voor audiovisuele mediadiensten snel en significant is veranderd als gevolg van de toenemende convergentie van televisie- en internetdiensten. Kijkgewoontes zijn aanzienlijk veranderd. Het is goed dat de regelgeving ter zake wordt aangepast om hierop in te spelen. De Sectorraad Media waardeert dat er een zeer uitgebreide Memorie van Toelichting werd opgesteld. De omstandige toelichtingen, achtergrondinformatie en verwijzingen naar andere (wet)teksten kunnen bijdragen tot de rechtszekerheid van zij die gevat worden door het Mediadecreet alsook een hulpmiddel zijn voor de controleorganen. Over de diverse onderwerpen heen, vraagt de Sectorraad dat de Vlaamse Regering op geregelde tijdstippen nagaat of de regelgeving – zowel die van de Regering zelf als de mechanismen van zelf- en coregulering – de beleidsdoelstellingen schraagt. Tot slot vraagt de Sectorraad zich af of in het decreet een expliciete juridische basis moet voorzien worden om coregulering mogelijk te maken in die gebieden waar de Memorie van Toelichting hierop aanstuurt.
II.
Toetsing aan de standpunten van de Sectorraad Media
2.1 Mediawijsheid Omzetting In de herziene richtlijn AVMD2018 staat in artikel 33 bis, 1 een nieuwe bepaling omtrent mediageletterdheid voor de lidstaten. Deze bepaling wordt niet omgezet door voorliggende ontwerpdecreet. Er wordt door de decreetgever ter zake op gewezen dat de Vlaamse Gemeenschap al erg inzet op mediawijsheid, met als voorbeelden het Kenniscentrum Mediawijsheid (Mediawijs.be) – dat de structurele partner van de Vlaamse overheid in het kader van mediawijsheid blijft – en het feit dat mediawijsheid ook vervat zit in de eindtermen van het onderwijs. Advies De Sectorraad Media is tevreden dat mediawijsheid een groeiend aandachtspunt is voor de Vlaamse Regering. Hij wenst toch zijn vraag naar decretale verankering te herhalen, teneinde een duurzaam beleid te kunnen uitzetten. De huidige decretale basis in het jaarlijkse decreet houdende de (aanpassing van de) algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap is volgens de sectorraad te gering. Daarnaast geeft de Sectorraad Media opnieuw mee dat het belangrijk is om bij de uitwerking van zulk duurzaam beleid, de mediasector zelf te betrekken, maar ook breed te kijken naar andere sectoren zoals Onderwijs, Welzijn, Jeugd, Cultuur, Werk, Armoede, Gelijke kansen en Integratie.
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
2
2.2 Beroepsprocedure tegen beslissingen van de VRM Omzetting In de AVMD2018-richtlijn worden een nieuwe overweging (55) en een nieuwe bepaling (o.a. artikel 30, lid 6) toegevoegd omtrent beroepsmechanismen en beroepsmogelijkheden. Deze bepaling werd niet omgezet voor voorliggend ontwerpdecreet. De Nota aan de Vlaamse Regering meldt hierover dat ‘het Mediadecreet nu al voldoet aan AVMD2010, zoals gewijzigd door AVMD2018. (…): de Vlaamse Regulator voor de Media voldoet al aan de meeste voorwaarden inzake onpartijdigheid en onafhankelijkheid, vermeld in de nieuwe artikelen 30 en 30bis.’. Advies In zijn advies ter voorbereiding van de omzetting van de AVMD2018-richtlijn, wees de Sectorraad Media erop dat de huidige beroepsmogelijkheid bij de Raad van State tegen beslissingen van de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) ontoereikend is, daar deze zich richt op de vormelijke aspecten van de procedure en dus onvoldoende diepgaande inhoudelijke toetsing bevat. De Sectorraad vindt het daarom bijzonder jammer dat overweging 55 en art. 30, lid 6 AVMD2018 nu geen gevolg krijgen in het Mediadecreet, temeer de VRM een aantal bijkomende bevoegdheden toegewezen krijgt. Zoals aangegeven, stemt het de Sectorraad Media tevreden dat er vooruitgang is op het punt van verminderen van interpretatiemogelijkheden door het uitbreiden van de Memorie van Toelichting. Een effectieve inhoudelijke beroepsmogelijkheid bij een beroepshof zou echter het sluitstuk geweest zijn door inhoudelijke toetsing mogelijk te maken en zodoende beslissingen over principiële kwesties (zoals een specifieke interpretatie van een decreetbepaling door de VRM) aanvechtbaar te maken. Voor de elektronische communicatiesector is dit bijvoorbeeld al het geval.
2.3 Zelf- en coregulering Omzetting Artikel 4bis, lid 1 van AVMD2018 bevat een nieuwe bepaling omtrent zelf- en coregulering. In het voorliggende gewijzigde Mediadecreet komt het principe van zelf- en coregulering omstandig aan bod, het meest uitgesproken in de artikelen 9 en 12. Deze artikelen heffen bepaalde verbodsbepalingen over commerciële communicatie uit het Mediadecreet op en verwijzen middels de Memorie van Toelichting uitgebreid naar de corresponderende elementen uit de zelfregulerende ‘Code voor Reclame en Marketingcommunicatie’ van de Internationale Kamer van Koophandel (ICCCode) en andere regulering waar de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) zich voor zijn besluitvorming op baseert. Door het schrappen van deze bepalingen uit het Mediadecreet komt het uitsluitende toezicht over de naleving van die regels toe aan de JEP. Advies Het Mediadecreet bevatte een groot aantal kwalitatieve en kwantitatieve bepalingen inzake commerciële communicatie, uitgebreider dan de verplichtingen uit de AVMD-richtlijn. De Sectorraad Media stelt met genoegen vast dat er nu, daarmee ingaand op zijn sinds 2008 consistent in die zin gevestigde adviezen, voor wordt gekozen een deel van de niet-verplichte bepalingen toe te wijzen aan het zelfregulerende orgaan JEP. De bescherming van minderjarigen vormt daarop een uitzondering: het Mediadecreet behoudt daarvoor een uitgebreid regelgevend instrument. De Sectorraad is tevreden dat door deze beweging zelf- en coregulering een volwaardig en positief deel uitmaken van de regelgevingsmix. Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
3
Met name wordt gekozen voor zelfregulering in de vorm van de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP), een langlopend en goedwerkend initiatief dat op vele vlakken zijn effectiviteit reeds heeft bewezen. Verschillen ten opzichte van sanctionering door VRM zijn onder meer dat klachten de weg naar JEP beter lijken te vinden, dat er sneller kan worden geageerd en dat aan adverteerders kan worden opgelegd een campagne stop te zetten en/of geen vervolgcampagne te voeren (i.t.t. tot waarschuwing of boete na de feiten). De Sectorraad Media vindt het positief dat een bestaand en vertrouwenwekkend initiatief op deze manier gehonoreerd wordt in zijn werking, alsook dat, met name voor kinderen, voldoende bescherming blijft geboden via regelgeving in het Mediadecreet. De Sectorraad vraagt daarbij, in overeenstemming met zijn algemene opmerking onder punt I. ‘Algemene appreciatie’ hierboven en tevens verwijzend naar preambule 12 van AVMD20182, dat voor beide op regelmatige basis de impact en effectiviteit wordt geëvalueerd zodat de bescherming van de consument gewaarborgd blijft.
2.4 Passende aandacht Vlaamse content Omzetting In de AVMD2018-richtlijn staat een nieuwe bepaling in artikel 7bis omtrent passende aandacht (in het Engels due prominence genoemd) van inhoud van algemeen belang: Het artikel 27 van het ontwerpdecreet voegt in het Mediadecreet een artikel 155/1 toe om het art. 7bis om te zetten en stelt dat de Vlaamse Regering hiervoor de criteria en maatregelen kan vastleggen. Dit moet gebeuren in een nog op te maken uitvoeringsbesluit. Advies De Sectorraad Media herhaalt zijn advies van 2019. Hij meent unaniem dat het principe van passende aandacht van groot belang is en dat de spelers die actief zijn op de Vlaamse mediamarkt, in principe elkaars partner zijn in het vindbaar en toegankelijk maken van deze Vlaamse content en omroepen. Er is echter geen consensus over de correcte manier om daartoe te komen. Een minderheid van de leden vindt dat deze passende aandacht vorm moet krijgen via samenwerking en zelfregulering. Deze leden refereren o.a. naar overweging 13 van richtlijn 2018/1808, waarin staat vermeld dat maatregelen ter verwezenlijking van doelen van algemeen belang in de opkomende sector van audiovisuele mediadiensten doeltreffender zijn als zij worden genomen met actieve steun van de aanbieders van de diensten zelf. Bovendien betwijfelen deze leden of het reguleren van andere partijen dan de omroepen zelf wel binnen de reikwijdte van de Richtlijn ligt. Een meerderheid van de leden meent dat er bijkomende regelgeving nodig is als vangnet om passende aandacht van Vlaamse omroepcontent te verzekeren in het geval zelfregulering en samenwerking niet effectief blijken. Dit deel van de leden verwijst naar de huidige discussies die over dit onderwerp aan de gang zijn tussen een aantal spelers in de markt, alsook naar internationale tendensen. Zij kijken uit naar de verdere uitvoering van het art. 155/1.
2
“De aanwezigheid van een achtervangregeling op wetgevingsgebied werd beschouwd als een belangrijke succesfactor bij het bevorderen van de naleving van gedragscodes op basis van zelf- of coregulering. Van even groot belang is dat dergelijke gedragscodes specifieke streefcijfers en doelstellingen omvatten, zodat regelmatige, transparante en onafhankelijke monitoring en evaluatie van de door de gedragscodes nagestreefde doelstellingen mogelijk is. De gedragscodes moeten ook voorzien in doeltreffende handhaving."
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
4
De Sectorraad wenst hier opnieuw te verwijzen naar het belang van regelmatige monitoring van regerings- en zelfregulerende initiatieven teneinde bijsturing waar nodig mogelijk te maken. Daarnaast wijst de Sectorraad Media erop dat de zin in de Memorie van toelichting bij dit artikel 27, ‘Deze maatregelen kunnen alleen opgelegd worden aan ondernemingen die het belang van gerechtvaardigde overwegingen van openbaar beleid dienen.’, mogelijks een foute Nederlandse vertaling is en minstens rechtsonzekerheid opwekt. Het moet duidelijk zijn of de ‘gerechtvaardigde overwegingen van openbaar beleid’ op de ondernemingen dan wel de maatregelen betrekking hebben.
2.5 Regulering van videoplatformen Omzetting In de herziene richtlijn staan nieuwe bepalingen (artikel 28ter en 28bis) omtrent het eerder nog niet behandelde thema videoplatforms. Ook geeft artikel 1, lid 1, abis) voor het eerst een definitie van de term ‘videoplatformdienst’. De artikelen 33 tot en met 41 van het ontwerpdecreet voegen in het Mediadecreet een nieuw deel III/1 en bijhorende artikelen in die de regels met betrekking tot videoplatformdiensten bepalen. Ook worden de nodige definities ingevoerd via toevoegingen aan art. 2 Mediadecreet. Advies De Sectorraad Media is tevreden met de getrouwe omzetting van de AVMD2018-richtlijn in het Mediadecreet. Hij formuleert twee aandachtspunten. Wat betreft zijn vraag naar een concrete invulling van de term ‘essentiële functie’, verwijst de Memorie van Toelichting bij voorliggend ontwerpdecreet naar de richtsnoeren die de Europese Commissie moet opstellen. Bij de opmaakt van de Memorie van Toelichting waren deze nog niet beschikbaar: de memorie bij art. 3, 10° vermeldt: ‘In afwachting van de publicatie van deze richtsnoeren zal in het kader van het Mediadecreet de essentiële functie beoordeeld worden vanuit het standpunt van de gebruiker.’ Ondertussen werden deze richtsnoeren wel gepubliceerd. De Sectorraad vraagt zich af hoe de regelgever dit in de praktijk zal aanpakken. Daarnaast merkt de Sectorraad Media in het art. 34, dat het art. 176/1 Mediadecreet invoegt, op dat in punt 2° van dat artikel gesteld wordt dat het maatschappelijk doel van een rechtspersoon die onder deze bepaling valt, het aanbieden van videoplatformdiensten moet zijn. De Sectorraad Media stelt de vraag naar de reikwijdte van deze bepaling. Kan dit betekenen dat een onderneming activiteiten niet mag uitvoeren als die het aanbieden van deze diensten niet opneemt in de statuten, bv. een onderwijsinstelling? Of impliceert het andersom dat aanbieders van videoplatformdiensten zich, indien zij dit maatschappelijk doel niet hebben geëxpliciteerd, niet aan de regels van het decreet zijn onderworpen – hetgeen in strijd zou zijn met de richtlijn?
2.6 Bescherming van minderjarigen Omzetting Artikel 6bis van de herziene richtlijn over de bescherming van minderjarigen is nieuw en vervangt artikelen 12 en 27 van de AVMD2010. In de artikelen 7 en 8 van het ontwerpdecreet wordt ervoor gezorgd dat deze bepaling van AVMD2018 omgezet worden. Daarbij wordt o.a. het onderscheid tussen lineaire en niet-lineaire Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
5
televisiediensten met betrekking tot de bescherming van minderjarigen opgeheven. Het bepaalt ook dat er ‘een systeem [moet zijn] dat het potentieel schadelijk karakter van de programma’s nader omschrijft.’ Advies Zoals in zijn advies uit 2019 gemeld, stelt de Sectorraad Media vast dat er in Vlaanderen reeds goed werkende systemen actief zijn op het gebied van de bescherming van minderjarigen. De Sectorraad herhaalt zijn vraag naar een grondige analyse, voorbereiding (o.a. kostprijsverdeling, uitvoerende actoren, praktische aspecten, etc.) en een voldoende lange overgangsperiode om te komen tot een zo eenvormig mogelijk systeem dat actief is op alle audiovisuele mediavormen binnen Vlaanderen en zoveel mogelijk is afgestemd op de internationale context. De tekst van het ontwerpdecreet geeft aan dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden en procedures zal vastleggen in verband hiermee. In de Memorie van Toelichting hierbij wordt gesteld: ‘Daarbij stimuleert de decreetgever coregulering in overleg met de sector.’ De Sectorraad Media begrijpt hieruit dat het besluit dat uitvoering zal geven aan het art. 42 van het Mediadecreet (gewijzigd bij art. 7 van voorliggend ontwerpdecreet) zal verwijzen naar deze coregulering. Hij vraagt blijvende aandacht voor dit overleg. De Sectorraad meent, verwijzend naar zijn opmerking bij punt I. ‘Algemene appreciatie’ hierboven, dat dit in het decreet al duidelijk gemaakt zou kunnen worden door de toevoeging ‘in overleg met de sector’ op te nemen in de decreettekst. Daarnaast gaf de Sectorraad Media in zijn eerdere advies mee dat een classificatiesysteem best wordt gecombineerd met een efficiënt systeem voor leeftijdscontrole, dat in samenwerking met de dienstenverdelers wordt ontwikkeld en op eenvoudige manier zou toelaten om potentieel schadelijke inhoud ontoegankelijk te maken voor (een deel van de) minderjarigen. Hij wijst hier nogmaals op in functie van de Memorie van Toelichting bij art. 7, waarin staat ‘Wanneer de selectie door de televisieomroeporganisatie van de geschikte tijd van uitzenden moet worden beoordeeld, dient ook rekening te worden gehouden met de doelgroep van het betrokken televisieomroepprogramma.’ Dit zou kunnen betekenen dat er een ambigue situatie wordt gecreëerd, waarbij het samenspel van uitzenduur van bepaalde (mogelijk schadelijke) inhoud, mechanismen van parental control en technologische mogelijkheden (bv. uitzendingen tot 7 dagen later terug te bekijken, het gebruik van videoplatformen etc.) zorgen voor veel onduidelijkheid bij minderjarigen en ouders over welke content op welke zender nu effectief op welke manier is afgeschermd, en hoe deze afscherming op de meest effectieve manier kan worden toegepast. Hoewel eenduidige antwoorden niet bestaan, wenst de Sectorraad Media toch aan te geven dat blijvende inzet op mediawijsheid, samenwerking binnen de sector, duidelijke communicatie over de mogelijkheden zowel als technologische oplossingen samen moeten leiden naar een gedegen bescherming van minderjarigen.
2.7 Toegankelijkheid voor personen met een handicap Omzetting Artikel 7 AVMD 2018 nieuwe bepalingen omtrent toegankelijkheid voor personen met een handicap. In artikel 25 en 26 van het voorliggende ontwerpdecreet wordt gezorgd voor omzetting hiervan. Advies De Sectorraad Media is tevreden met de bepalingen zoals ze in het voorliggende ontwerp van Mediadecreet en de bijhorende Memorie van Toelichting worden gesteld.
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
6
2.8 Commerciële communicatie Omzetting Artikel 10 en artikel 23 worden in de herziene richtlijn AVMD2018 gewijzigd. Via het gewijzigde artikel 23 krijgen televisieomroepen meer flexibiliteit op het gebied van het aandeel televisiereclame- en telewinkelspots. De artikel 9 tot en met 21 zetten allerhande bepalingen omtrent commerciële communicatie om in het Mediadecreet. Advies In zijn eerdere advies wees de Sectorraad Media op de mogelijkheden tot verschillende interpretaties in het huidige Mediadecreet, hetgeen tot rechtsonzekerheid leidt en in strijd was met de flexibiliseringsgedachte van de richtlijn. Het stemt de Sectorraad tevreden dat het voorliggende ontwerpdecreet en de uitgebreide Memorie van Toelichting op een aantal vlakken verduidelijkingen aanbrengt.
III.
Bijkomende opmerkingen bij de wijzigingen aan het Mediadecreet
3.1 Proportionaliteit van sancties In art. 6 van het voorliggende ontwerpdecreet wordt er in het Mediadecreet een art. 40/1 ingevoegd dat o.a. stelt dat bij herhaalde inbreuk de doorgifte van een televisiedienst kan geschorst worden ‘als dat afbreuk doet aan de volksgezondheid of een belangrijk en ernstig risico daarop vormt.’ De Sectorraad Media meent dat dit te vaag en generiek geformuleerd is en kan leiden tot disproportionele sancties. Deze bepaling lijkt een samenvatting te zijn van art. 3 van AVMD2018 waarin een meer uitgebreide procedure staat beschreven, die tot meer proportionele maatregelen leidt.
3.2 Signaalintegriteit Art. 42 van voorliggend ontwerpdecreet wijzigt het art. 180 van het Mediadecreet over signaalintegriteit naar aanleiding van artikel 7ter van de gewijzigde AVMD2018-richtlijn, dat stelt dat de lidstaten “passende en evenredige maatregelen [nemen] om ervoor te zorgen dat de door aanbieders van mediadiensten aangeboden audiovisuele mediadiensten geen overlay krijgen voor commerciële doeleinden of worden gewijzigd zonder de uitdrukkelijke toestemming van die aanbieders. Voor de toepassing van dit artikel specificeren de lidstaten in dit verband de nadere regelgeving, waaronder de uitzonderingen, met name wat betreft het beschermen van de gerechtvaardigde belangen van de gebruikers, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de aanbieders van mediadiensten die de audiovisuele mediadiensten oorspronkelijk hebben geleverd.”. Binnen de Sectorraad Media kon over de omzetting van dit artikel in het Mediadecreet geen consensus bereikt worden. Met het oog op een getrouwe omzetting van de Richtlijn in artikel 180 Mediadecreet, wijst een deel van de Sectorraad Media op de verplichting voor de Lidstaten om de regelgeving te specificeren “waaronder de uitzonderingen, met name wat betreft het beschermen van de gerechtvaardigde belangen van de gebruikers, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de aanbieders van mediadiensten die de audiovisuele mediadiensten oorspronkelijk hebben geleverd”. Deze bepaling uit art. 7ter van de AVMD2018 wordt ook nader toegelicht in rechtsoverweging (26) (zie Memorie van Toelichting bij artikel 42 van het wijzigingsdecreet). Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
7
Een aantal andere leden binnen de SARC delen deze mening niet. Zij wijzen erop dat de normen die door de AVMD2018 aan de lidstaten worden opgelegd, minimumnormen zijn en dat er inzake signaalintegriteit in de Vlaamse mediadecreten reeds een uitgewerkte regeling bestaat. Vlaanderen heeft inderdaad een voortrekkersrol gespeeld op vlak van signaalintegriteit. In Vlaanderen werden reeds in 2013 striktere regels inzake signaalintegriteit ingevoerd met een ruimere scope dan de regels van de richtlijn. Bij het vastleggen van deze regels werd destijds een afweging gemaakt tussen de gerechtvaardigde belangen van de betrokken partijen – met inbegrip van de gebruikers – en dit blijkt ook uit de memorie van toelichting waarin ook naar de gebruikers verwezen wordt3. De huidig voorgestelde aanpassing van het mediadecreet voegt volgens deze leden ook geen nieuw element toe, behalve dat het toepassingsgebied conform de richtlijn wordt uitgebreid naar niet-lineaire diensten. De belangenafweging die destijds gemaakt werd voorafgaand aan de invoering van de decretale regels blijft dan ook onverkort gelden. De minimumnormen die door artikel 7 ter van de richtlijn werden ingevoerd op EU niveau, zijn volgens deze leden bijgevolg al in het Vlaamse mediadecreet vervat en dus al omgezet voor de lineaire omroepdiensten. Het EU-kader mag voor hen niet leiden tot een uitholling of afzwakking van de bestaande Vlaamse regels op vlak van signaalintegriteit.
3.3 Verruiming van toepassingsgebied naar natuurlijke personen Het art. 55 van het voorliggende ontwerpdecreet wijzigt het art. 234 van het Mediadecreet dat de bevoegdheid van de Vlaamse Regulator voor de Media regelt voor wat betreft het opvragen van informatie. In het eerste lid van dat artikel wordt de zinsnede “omroeporganisaties van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media, dienstenverdelers,
3
Met de invoering van het decreet Signaalintegriteit had de Vlaamse wetgever tot doel “aan de eindgebruiker de waarborg te verlenen dat hij/zij het lineaire omroepprogramma dat onder een welbepaald merk of welbepaalde titel wordt aangeboden en waarop hij/zij bewust afstemt, kan bekijken zoals dat initieel door de omroeporganisatie op basis van haar programma schema is bedoeld (vergelijk de ‘herkomstfunctie’ van het merk van het omroepprogramma). Vervolgens moet dat de eindgebruiker de waarborg verlenen dat het lineaire omroepprogramma dat hij/zij aldus bekijkt en dat door de omroeporganisatie onder haar redactionele verantwoordelijkheid is samengesteld, het Mediadecreet naleeft. De omroeporganisatie stelt haar lineaire omroepprogramma immers op secure wijze samen, rekening houdend met alle voorschriften van het Mediadecreet. Het Mediadecreet weerspiegelt het soms broze evenwicht dat de Vlaamse wetgever tussen alle rechtmatige belangen van alle betrokkenen (niet alleen de omroepen, de dienstenverdelers en de netwerkoperatoren, maar ook het publiek, waaronder de minderjarigen) heeft gezocht. […] Om al die redenen moeten de omroeporganisaties controle kunnen houden op het programmasignaal van hun lineaire omroepprogramma’s. De doorgifte van lineaire omroepprogramma’s en de functionaliteiten die dienstenverdelers met betrekking tot lineaire omroepprogramma’s aanbieden, mogen de redactionele autonomie en controle van de omroeporganisaties niet in gevaar brengen. Elke inbreuk daarop zal alle waarborgen die het Mediadecreet aan de gebruikers van omroepdiensten biedt, op korte of middellange termijn uithollen. […] Dienstenverdelers die functionaliteiten met betrekking tot de door hen doorgegeven lineaire omroepprogramma’s aan hun afnemers willen aanbieden, kunnen dat niet doen ten koste van de redactionele autonomie en controle van de betrokken omroeporganisaties en van de waarborgen die het Mediadecreet aan de eindgebruikers wil verlenen.”
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
8
aanbieders van kabelomroepnetwerken en van aanbieders van etheromroepnetwerken” vervangen door de woorden “elke natuurlijke persoon of rechtspersoon”. De Sectorraad Media meent dat de reikwijdte van de opdracht en de bevoegdheden van de VRM hierbij heel erg uitgebreid worden, te meer daar noch in het artikel noch in de Memorie van Toelichting verduidelijkt wordt welke soort informatie de VRM kan opvragen en of er ten minste het vermoeden zou moeten bestaan dat een persoon gevat wordt door de bepalingen in het Mediadecreet. Het kan immers niet de bedoeling zijn de VRM een vrijgeleide te geven om eender welke informatie aan iedere persoon te mogen opvragen. De Sectorraad Media vraagt daarom de nodige toevoegingen te doen om de proportionaliteit van de wijziging te vrijwaren, in het bijzonder voor de natuurlijke personen.
3.4 Terminologie m.b.t. ‘vloggers’ Artikel 30 van voorliggend ontwerpdecreet vervangt het eerste lid van artikel 174 van het Mediadecreet. In de Memorie van Toelichting wordt gesproken van ‘vloggers’ in het kader van die aanpassingen aan artikel 174, waarin de voorwaarden worden bepaald waaronder niet-lineaire televisiediensten kunnen worden aangeboden. De Sectorraad Media is van mening dat hier best een andere term wordt gehanteerd. Vloggers (i.e. video bloggers) vormen slechts een deel van een grotere groep makers van door gebruikers gegenereerde inhoud (‘user-generated content creators’). Strikt genomen is een vlog louter een soort van online dagboek, terwijl er ook gebruikers zijn die andere soorten inhoud maken zoals sketches, gaming video’s of zelfs talkshows. Het is belangrijk dat al deze vormen van inhoud gevat worden. Daarnaast lijkt de Memorie van Toelichting te suggereren, door expliciete verwijzingen naar ‘nietlineaire televisiedienst’, dat vlogs (of andere vormen van door gebruikers gegenereerde inhoud) niet van lineaire aard kunnen zijn. Dit is echter wel het geval, denk hierbij aan live streaming op YouTube, Twitch, Facebook etc. De Sectorraad meent dan ook dat een herformulering hier aangewezen is om enige verwarring te vermijden. De Sectorraad acht het raadzaam te verduidelijken dat de toelichting bij het art. 30 van het ontwerpdecreet – meer bepaald de uitgebreide omschrijving van de natuurlijke personen als aanbieder van diensten – ook pertinent is voor het art. 29 (dat het art. 163 Mediadecreet wijzigt).
Namens de Sectorraad Media, Simon Delaere, voorzitter Hanne Schuermans, secretaris
Advies wijziging Mediadecreet: gedeeltelijke omzetting AVMD-richtlijn 17 juli 2020
9