Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/005
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 20 oktober 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij Sogent om een afschrift of inzage te bekomen van volgende documenten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
beslissing van de raad van bestuur Sogent m.b.t. tot de verkoop van de Blauwhuishoeve in Nazareth schattingsverslag(en) m.b.t. de Blauwhuishoeve in Nazareth verkoopakte (compromis indien niet verleden) van de Blauwhuishoeve in Nazareth beslissing van de raad van bestuur Sogent m.b.t. de verkoop van gronden in Wulpen in 2015 schattingsverslag m.b.t. de gronden in Wulpen in 2015 verkoopakte(s) van de gronden in Wulpen (o.a. NV De Zutter Brico) in 2015
Op 2 december 2021 willigt Sogent het verzoek gedeeltelijk in en worden via We-Transfer een aantal documenten bezorgd. Op 30 december 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van Sogent.. Dit beroep werd geregistreerd op 3 januari 2022.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 20 oktober 2021. De beslissing van Sogent dateert van 2 december 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 30 december 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De bestreden beslissing
De openbaarmaking van de onderhandse verkoopovereenkomst van de Blauwhuishoeve zou volgens Sogent nadelig zijn voor het eerlijk verloop van de rechtspleging in een momenteel lopend rechtsgeding inzake de onrechtmatige bezetting van de Blauwhuishoeve. Verder werden een aantal gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken onleesbaar gemaakt in de documenten die via We transfer werden bezorgd.
2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper verzet zich bij de voor punt 1 en 6 ontvangen documenten tegen het onleesbaar maken van namen van de rechtspersonen. Tot slot werd bij de weigering van verkoopovereenkomst in punt 3 niet in concreto aangetoond dat de openbaarmaking het recht van Sogent op een eerlijk proces zal schaden aangezien verzoeker een louter journalistiek onderzoek voert en niet rechtstreeks of onrechtstreeks bij de zaak betrokken is.
3. Toelichting door Sogent Om met kennis van zaken het beroep te kunnen beoordelen contacteerde de beroepsinstantie Sogent voor de nodige toelichting bij het ingestelde beroep. Op 21 januari 2022 bezorgde Sogent de nodige documenten aan de beroepsinstantie. Sogent handhaaft bovendien haar standpunt met betrekking tot de onleesbaar gemaakte namen in de bezorgde verkoopakten van de gronden in de Wulpen (punt 6) zoals uiteengezet in de beslissing van 2 december 2021. In de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
pagina 2 van 6
overgemaakte beslissing dd. 24/06/2019 inzake de verkoop van de Blauwhuishoeve (punt 1) zijn geen namen onleesbaar gemaakt aangezien de koper toen helemaal nog niet gekend was. Het rechtsgeding met betrekking tot de Blauwhuishoeve zou inmiddels zijn afgehandeld zodat Sogent bereid is de verkoopakte of compromis indien niet verleden zal overmaken aan verzoeker. Ook hierbij rijst de vraag of de naam van de koper al dan niet onleesbaar mag worden gemaakt zodat Sogent voorstelt om de beslissing van de beroepsinstantie inzake punt 6 af te wachten.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker enkel beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van Sogent omtrent de weggelaten namen in de ontvangen documenten van deel 1 en 6 en de weigering van de openbaarmaking van de verkoopovereenkomst van deel 3 van zijn oorspronkelijk verzoek. De onderdelen 2, 4 en 5 van de beslissing dd. 2 december 2021 maken bijgevolg niet het voorwerp uit van voorliggend beroep. Onderdeel 1: de weggelaten namen Inzake de onder punt 1 gevraagde beslissing m.b.t. tot de verkoop van de Blauwhuishoeve laat Sogent weten dat in casu helemaal geen sprake is van het niet vrijgeven van de naam van de rechtspersoon die het onroerend goed koopt. In het bezorgde document in kwestie wordt immers nog geen koper genoemd omdat ten tijde van de beslissing dd. 24/06/2019 de koper van de Blauwhuishoeve nog helemaal niet gekend was. Er dienden toen eerst nog biedingen onder gesloten omslag te gebeuren om op basis daarvan de koper aan te duiden. De beroepsinstantie stelt vast dat de laatste alinea van pagina 3 van de beslissing dd. 24/06/2019 als volgt luidt: “Aangezien deze hoeve binnenkort pachtvrij komt, wordt er voorgesteld om de hoeve te koop aan te
bieden via de verkoopprocedure “ bieden onder gesloten omslag” (BOGO).”
Verder lezen we in het beschikkend gedeelte van voormelde beslissing “Artikel 1 : Keurt goed de verkoop
van de hoeve en de landbouwgronden gelegen in xxx en kadastraal gekend als…via de verkoopprocedure “bieden onder gesloten omslag” De beroepsinstantie kan dan ook enkel bevestigen dat Sogent met deze beslissing louter het overgaan tot de verkoop van de hoeve en de wijze van verkoopprocedure heeft goedgekeurd en dat op het moment van de beslissing op 24/06/2019 de verkoopprocedure nog moest worden opgestart zodat er inderdaad nog geen koper gekend is en dat zijn naam dan ook niet is weggelaten in de tekst.
In artikel I. 4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Aangezien op het moment van de beslissing nog geen koper is gekend staat die evenmin vermeld in de gevraagde beslissing. Aangezien in casu geen informatie werd weggelaten kan de beroepsinstantie enkel concluderen dat het beroep met betrekking tot de onder punt 1 opgevraagde beslissing ongegrond is. In verband met het onleesbaar maken van de identiteitsgegevens betreffende de vennootschap-koper in de verkoopakten van de gronden in Wulpen (punt 6) stelt Sogent het volgende :
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
pagina 3 van 6
“De eigenlijke te beschermen gegevens uit de persoonlijke levenssfeer zijn onder meer de namen van de natuurlijke personen (bestuurders-aandeelhouders) die in hun hoedanigheid van bestuurder de koper (een vennootschap) in de overeenkomst/akte vertegenwoordigen, en meer in het bijzonder het feit dat zij via de vennootschap in kwestie betrokken zijn bij deze koop. De betrokken personen lieten ons weten dat ze niet instemmen met het vrijgeven van deze informatie. Het lijkt ons alleen maar mogelijk om deze informatie betreffende natuurlijke personen te beschermen door de naam van de koper-vennootschap niet vrij te geven. Indien we immers de naam van de koper-vennootschap zouden vrijgeven, kan de aanvrager onmiddellijk via een heel eenvoudige online-opzoeking de namen van de bestuurders te weten komen, aangezien die namen in het Belgisch Staatsblad en de kruispuntbank van ondernemingen worden gepubliceerd. Het vrijgeven van de naam van de koper-vennootschap zou dus in praktijk neerkomen op het vrijgeven van de namen van de achterliggende belanghebbende natuurlijke personen en meer bepaald hun betrokkenheid (via de vennootschap die zij vertegenwoordigen) bij deze koop, en zou daardoor neerkomen op het schenden van de informationele privacy van deze bestuurders, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. Bovendien zou daardoor kunnen worden binnengedrongen in een stukje van de leefwereld van deze bestuurders dat zij afgeschermd willen houden van de buitenwereld (de betrokken bestuurders lieten weten dat zij niet instemmen met het vrijgeven van de bedoelde informatie). Het feit dat de namen van de bestuurders publiek raadpleegbaar zijn via de publicaties in het Belgisch Staatsblad en de kruispuntbank van ondernemingen, betekent o.i. niet dat deze gegevens in het kader van de persoonlijke levenssfeer niet meer beschermd zouden moeten worden. De namen van de bestuurders zal men immers niet terugvinden, tenzij men weet om welke koper-vennootschap het gaat. Bovendien is de betrokkenheid van deze bestuurders bij deze aankoop geen gegeven dat door middel van een eenvoudige online-opzoeking kan worden achterhaald.” Artikel II. 34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds
overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in
concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58).
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in de verkoopakten 1, 2 en 3 de namen vermeld staan van de naamloze vennootschappen die kopers zijn, samen met daarbij telkens de namen van de gedelegeerd bestuurders die de rechtspersonen in kwestie vertegenwoordigen. In verkoopakte 4 zijn de kopers
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
pagina 4 van 6
natuurlijke personen. Aangezien beroeper in zijn beroep zich enkel verzet tegen het afschermen van de namen van de rechtspersonen, beperkt het beroep zich dus tot de verkoopakten 1, 2 en 3 van punt 6. In principe kan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de openbaarmaking van de info niet ingeroepen worden ten aanzien van rechtspersonen. In bijzondere gevallen kan dit echter wel het geval zijn, bijvoorbeeld indien uit de officiële naam van de rechtspersoon, de identiteit van een of meer natuurlijke personen blijkt of die naam uitdrukkelijk verwijst naar een natuurlijk persoon, hetgeen het geval zou zijn wanneer uit de officiële naam van een vennootschap rechtstreeks de identiteit blijkt van de natuurlijke personen die vennoot zijn in die vennootschap. Evenwel wordt niet elk persoonsgegeven automatisch op grond van de persoonlijke levenssfeer beschermd. Het is niet omdat de openbaarmaking van bepaalde informatie betrekking zou hebben op de persoonlijke levenssfeer dat hierdoor automatisch de persoonlijke levenssfeer wordt aangetast (RvS, arrest nr. 234.609 van 2 mei 2016). Het feit alleen dat de naam van de natuurlijke persoon kan afgeleid worden uit de naam van de rechtspersoon doet in casu geen afbreuk aan de bescherming van diens persoonlijke levenssfeer, aangezien de keuze van de naam van de rechtspersoon een vrije keuze is van de oprichter ervan, en de publicatie van de naam van de rechtspersoon onvermijdelijk is, bijvoorbeeld in de ‘referentiedatabank rechtspersonen’ van het Belgisch Staatsblad. Bovendien verwijst verzoeker in zijn aanvraag reeds naar de naam van 1 rechtspersoon als koper. Het argument van Sogent dat het hier mogelijks een loutere gok betreft, acht de beroepsinstantie onwaarschijnlijk en doet evenmin ter zake. Gelet op voorgaande overwegingen, dient het beroep inzake het weglaten van de namen van de naamloze vennootschappen in de verkoopakten 1, 2 en 3 van de gronden in de Wulpen (punt 6) gegrond te worden verklaard. Onderdeel 2 : de weigering van de verkoopakte van de Blauwhuishoeve Uit voormelde toelichting van Sogent blijkt dat het rechtsgeding op grond waarvan Sogent de openbaarmaking van de verkoopakte of compromis van de verkoop van de Blauwhuishoeve in haar beslissing van 2 december 2021 weigerde, inmiddels is afgelopen. Sogent meldt bereid te zijn het gevraagde document onder punt 3 vrij te geven steunend op de beslissing van de beroepsinstantie wat betreft het onleesbaar maken van de naam van de koper. Sogent is van oordeel dat alle namen, dus ook deze van rechtspersonen, moeten worden onleesbaar gemaakt aangezien verzoeker via een heel eenvoudige online-opzoeking de namen van de bestuurders te weten kan komen, aangezien die namen in het Belgisch Staatsblad en de kruispuntbank van ondernemingen worden gepubliceerd. In principe kan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de openbaarmaking van de info niet ingeroepen worden ten aanzien van rechtspersonen. In bijzondere gevallen kan dit echter wel het geval zijn, bijvoorbeeld indien uit de officiële naam van de rechtspersoon de identiteit van een of meer natuurlijke personen blijkt of die naam uitdrukkelijk verwijst naar een natuurlijk persoon, hetgeen het geval zou zijn wanneer uit de officiële naam van een vennootschap rechtstreeks de identiteit blijkt van de natuurlijke personen die vennoot zijn in die vennootschap. Evenwel wordt niet elk persoonsgegeven automatisch op grond van de persoonlijke levenssfeer beschermd. Het is niet omdat de openbaarmaking van bepaalde informatie betrekking zou hebben op de persoonlijke
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
pagina 5 van 6
levenssfeer dat hierdoor automatisch de persoonlijke levenssfeer wordt aangetast (RvS, arrest nr. 234.609 van 2 mei 2016). Het feit alleen dat de naam van de natuurlijke persoon kan afgeleid worden uit de naam van de rechtspersoon, doet in casu geen afbreuk aan de bescherming van diens persoonlijke levenssfeer, aangezien de keuze van de naam van de rechtspersoon een vrije keuze is van de oprichter ervan, en de publicatie van de naam van de rechtspersoon onvermijdelijk is, bijvoorbeeld in de ‘referentiedatabank rechtspersonen’ van het Belgisch Staatsblad:’ De beroepsinstantie verklaart het beroep op dit punt dan ook gegrond.
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 30 december 2021 tegen de beslissing van de Sogent dd. 2 december 2021 wordt als ontvankelijk en deels gegrond en deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dient Sogent een afschrift te bezorgen van • het onder punt 3 gevraagde document zijnde de verkoopakte (compromis indien niet verleden) van de Blauwhuishoeve in Nazareth. • De verkoopakten 1, 2 en 3 van de onder 6 gevraagde documenten dit keer met vermelding van de namen van de rechtspersonen
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 3 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/005
pagina 6 van 6