Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/184
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/184
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 maart 2021 diende xxx een verzoek in bij de stad Aalst om een afschrift te verkrijgen van de volgende documenten/informatie: 1. Aangifteformulier belasting op het gebruik van het openbaar domein" van het belaste goed xxx van het jaar 2007 2. "Aangifteformulier belasting op het gebruik van het openbaar domein" van het belaste goed xxx van het jaar 2020 Op 22 april 2021 weigerde de stad Aalst in te gaan op dit openbaarheidsverzoek. Op 29 april 2021 diende verzoeker beroep in tegen deze weigeringsbeslissing. Dit beroepschrift werd geregistreerd op 3 mei 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 8 maart 2021. De weigeringsbeslissing van de stad Aalst d.d. 22 april 2021 maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het beroepschrift werd tijdig ingediend en is ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De stad Aalst weigerde op 22 april 2021 afschrift van de gevraagde documenten. Ze beriep zich hiervoor op artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet: ‘Tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieuinformatie, wijzen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag tot openbaarmaking af als: 2° de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt.’ Ook deelde de stad mee dat het “Aangifteformulier belasting op het gebruik van het openbaar domein" van het belaste goed xxx van het jaar 2020” niet bestaat. Er werden o.a. voor de terrassen geen aangifteformulieren verstuurd omdat deze omwille van Covid-19 vrijstelling genoten.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker dient beroep in tegen deze weigeringsbeslissing, en stelt dat de stad wel degelijk in de mogelijkheid is deze informatie te delen (minstens gedeeltelijk) op een manier dat de rechten van de betrokken handelszaak gevrijwaard blijven. Hij is enkel geïnteresseerd in de aan de stad aangegeven oppervlakte voor het gebruik van het openbaar domein, en wil achterhalen of de betrokken handelszaak een afwijkend aangifteformulier heeft ingediend om op basis daarvan rechten te kunnen claimen op een veel groter gebruik van het openbaar domein dan voorzien in de verkregen terrasvergunning.
3. Toelichting door de stad Aalst De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen, de stad Aalst op 4 mei 2021 om nadere toelichting en kopie van de gevraagde bestuursdocumenten verzocht. Op 10 mei 2021 bezorgde de stad Aalst aan de beroepsinstantie een scan van het “Aangifteformulier belasting op het gebruik van het openbaar domein" van het belaste goed xxx van het jaar 2007, en herhaalde dat er voor het jaar 2020 geen aangifteformulier bestaat, aangezien de stad op 23 juni 2021 de beslissing nam om voor het aanslagjaar 2020 de permanente innames in het kader van de belasting op het gebruik van het openbaar domein vrij te stellen.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat het door verzoeker gevraagde aangifteformulier voor het jaar 2020 niet bestaat.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/184
pagina 2 van 4
In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de stad Aalst niet in het bezit is van het door verzoeker gevraagde aangifteformulier voor 2020, vermits dat document onbestaande is. Daar kan uiteraard geen afschrift van verleend worden. Het beroepschrift is voor wat betreft dit document bijgevolg ongegrond. Wat betreft het aangifteformulier voor het jaar 2007, stelt de beroepsinstantie vast dat in Rubriek 3, Ondertekening, inderdaad persoonsgegevens vermeld staan: de naam en het gsm-nummer van de aanvrager. De beroepsinstantie is van oordeel dat deze persoonsgegevens onleesbaar moesten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het aangifteformulier voor het jaar 2007 persoonsgegevens voorkomen van een natuurlijke persoon (naam en gsm-nummer). Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze voornoemde gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van het aangifteformulier voor het jaar 2007, van oordeel dat er daar in casu inderdaad concrete persoonsgegevens voorkomen van natuurlijke personen, zijnde de naam en het gsm-nummer van de aanvrager en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van die persoon behoren.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/184
pagina 3 van 4
De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. De beroepsinstantie ziet evenwel af van die mogelijkheid, gelet op de bewoordingen van verzoeker zelf in zijn verzoekschrift : “We tonen dus enkel interesse in de aan de Stad aangegeven oppervlakte voor het gebruik van het openbaar domein.” Het Bestuursdecreet voorziet ook in een eventuele gedeeltelijke openbaarmaking van bestuursdocumenten (artikel II. 45 §2 van het Bestuursdecreet), indien het mogelijk is om de informatie die niet mag openbaar gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat dit inderdaad het geval is, en dat in de rest van het aangifteformulier geen informatie meer staat die valt onder een uitzonderingsgrond van het Bestuursdecreet. Voor wat betreft het aangifteformulier voor het jaar 2007 wordt het beroepschrift bijgevolg gedeeltelijk gegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 29 april 2021 van xxx tegen de weigeringsbeslissing van de stad Aalst is ontvankelijk en deels ongegrond, deels gegrond. Bijgevolg moet de stad Aalst aan verzoeker een afschrift verstrekken van het aangifteformulier belasting op het gebruik van het openbaar domein" van het belaste goed xxxt van het jaar 2007, met uitzondering van de persoonsgegevens (naam en gsm-nummer) die vermeld zijn in Rubriek 3.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 17 mei 2021. Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/184
pagina 4 van 4