JAARVERSLAG SARO 2020
SARO | HAVENLAAN 88 BUS 23 | 1000 BRUSSEL
INHOUD
I.
VOORWOORD ...................................................................................................................... 2
II.
OPDRACHT........................................................................................................................... 3
III. SAMENSTELLING .................................................................................................................. 4 IV. ADVIEZEN ............................................................................................................................ 6 V.
INTERNE WERKING ............................................................................................................. 15
Bijlage 1: decretale taakstelling SARO ......................................................................................... 17 Bijlage 2: huishoudelijk reglement SARO ..................................................................................... 19 Bijlage 3: SARO adviezen 2020 .................................................................................................... 29 Bijlage 4: SARO raadszittingen en werkgroepen 2020................................................................... 30
I.
VOORWOORD
SARO is de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. De raad werd met het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 voor het eerst samengesteld. De Vlaamse Regering besliste op 18 september 2016 om de huidige samenstelling van de SARO te herbevestigen, teneinde de continuïteit van de beleidsadvisering over ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed te verzekeren in afwachting van de oprichting van de Omgevingsraad. De huidige samenstelling werd verlengd en zal van rechtswege een einde nemen op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot aanwijzing van de voorzitter en de leden van de Omgevingsraad. SARO bracht in 2020 18 adviezen uit. Het merendeel van de adviezen werd gevraagd door de minister bevoegd voor het omgevingsbeleid, Zuhal Demir en minister Matthias Diependaele, die bevoegd is voor onroerend erfgoed. Daarnaast formuleerde SARO adviezen over de alternatievenonderzoeksnota en de tussennota betreffende het complex project ‘Noord-Zuidverbinding Limburg’. Op vraag van minister Matthias Diependaele bracht SARO nog spoedadviezen uit over de aanpassing van respectievelijk het programmadecreet 2020 en het programmadecreet 2021, waarin o.a. een nieuw financieringskanaal wordt ingevoerd voor de lokale besturen met het oog op het behoud en de inrichting van de open ruimte. Op eigen initiatief tenslotte formuleerde SARO een advies over het ontwerp verzameldecreet inzake mobiliteit.
Filiep Loosveldt voorzitter
SARO jaarverslag 2020
p. 2
II. OPDRACHT SARO is de strategische adviesraad voor het beleidsveld ruimtelijke ordening en het beleidsveld onroerend erfgoed. De opdracht van SARO, zoals vastgelegd in het decreet van 10 maart 2006, is zeer ruim. SARO brengt advies uit over strategische beleidsvraagstukken en de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. Dit gebeurt in hoofdzaak in antwoord op een vraag van de Vlaamse Regering. SARO heeft bovendien een klankbordfunctie. De raad draagt bij tot het vormen van een beleidsvisie en het interpreteren van maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. Het SARO-decreet (artikel 3) formuleert de volgende opdrachten voor SARO: -
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie over de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed,
-
de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed volgen en interpreteren,
-
advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, met uitzondering van de ontwerpen van besluit inzake de individuele beschermingsdossiers,
-
reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed,
-
uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat, met andere gemeenschappen of gewesten of in internationaal verband.
Bijlage 1 en bijlage 2 geven verder toelichting bij respectievelijk de decretale taakstelling van SARO en het huishoudelijk reglement van SARO.
SARO jaarverslag 2020
p. 3
III. SAMENSTELLING Het SARO-decreet (artikel 4) bepaalt dat SARO wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld die actief zijn in het beleidsveld ruimtelijke ordening of het beleidsveld onroerend erfgoed, uit onafhankelijke deskundigen en uit vertegenwoordigers van provincies, steden en gemeenten. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007 regelt de samenstelling van SARO. SARO telt twintig leden: vijf onafhankelijke deskundigen, twaalf vertegenwoordigers van het middenveld en drie vertegenwoordigers van de provincies, steden en gemeenten. De Vlaamse Regering benoemt de leden voor vier jaar en duidt een voorzitter onder de leden aan. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 wees - opnieuw voor een periode van 4 jaar - de voorzitter, de leden en de plaatsvervangers van SARO aan. Het mandaat van de huidige raadsleden loopt aldus af op 27 januari 2016. Bij besluit van 18 september 2016 besliste de Vlaamse Regering over een herbevestiging van de huidige samenstelling van SARO, teneinde de continuïteit van de beleidsadvisering over ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed te verzekeren en in afwachting van de oprichting van de Omgevingsraad. Met het Ministerieel Besluit van 23 september 2020 tot vervanging van een plaatsvervangend lid van de Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed en van de Strategische Adviesraad Milieu-en Natuurraad Vlaanderen werd er een vervanging doorgevoerd in de samenstelling van de SARO (zie hieronder). Onafhankelijke deskundigen 1. Filiep Loosveldt voorzitter
plaatsvervanger: Herman Baeyens
2. Leo Van der Vliet
plaatsvervanger: Piet Gellynck
3. Veerle Lauwers
plaatsvervanger: x
4. Yves Loix
plaatsvervanger: Frédéric de Grave
5. Godfried Bekaert
plaatsvervanger: Yvo Peeters
Vertegenwoordigers werkgevers en middenstandsorganisaties voorgedragen door de SERV 6. Mia Vancompernolle (UNIZO)
plaatsvervanger: Piet Vanden Abeele (UNIZO)
7. Steven Betz (Voka)
plaatsvervanger: Goedele Sannen (Voka)
Vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties voorgedragen door de SERV 8. Thomas Vael (ACV)
plaatsvervanger: Sandra Rosvelds (Beweging.net)
9. Pieter Verbeek (ABVV)
plaatsvervanger: Peter Hertog vanaf 23.09.2020 (ABVV) (Greg Verhoeven tot 22.09.2020)
Vertegenwoordigers voorgedragen door de milieuverenigingen zetelend in de Minaraad 10. Erik Grietens (BBL)
SARO jaarverslag 2020
plaatsvervanger: Frederik Mollen (Natuurpunt)
p. 4
Vertegenwoordigers voorgedragen door de openruimte organisaties zetelend in de Minaraad 11. Philippe Casier (Landelijk Vlaanderen)
plaatsvervanger: Oda Walpot
Vertegenwoordigers voorgedragen door de landbouworganisaties zetelend in de SALV 12. Katrien Van Herck (BB)
plaatsvervanger: Lieven De Stoppeleire (ABS)
Vertegenwoordigers van het middenveld voorgedragen door de Vlaamse Woonraad 13. Björn Mallants
plaatsvervanger: Gert Huybrechts
Vertegenwoordigers van het middenveld voorgedragen door de SARC 14. Heidi De Nijn
plaatsvervanger: Winand Vandelaer
Vertegenwoordigers van de Federatie van de Toeristische Industrie voorgedragen door de SARiV 15. Peggy Verzele
plaatsvervanger: Eve Diels
Vertegenwoordigers voorgedragen door Herita 16. Karel Dendooven
plaatsvervanger: x
Vertegenwoordigers voorgedragen door Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning 17. Karel Vanackere
plaatsvervanger: Raïssa Bratkowski
Vertegenwoordigers van provincies, steden en gemeenten 18. Els Deconinck
plaatsvervanger: Mark Cromheecke
19. Xavier Buijs
plaatsvervanger: Karen Alderweireldt
20. Tineke Dewint
plaatsvervanger: Brecht Nuyttens
SARO jaarverslag 2020
p. 5
IV. ADVIEZEN Advies SARO 2020|01. Advies over de alternatievenonderzoeksnota complex project ‘NoordZuidverbinding Limburg’ Op 8 april 2020 bracht SARO advies uit over de alternatievenonderzoeksnota betreffende het complex project 'Noord-Zuidverbinding Limburg'. Dit complex project kadert in de beslissing van de Vlaamse Regering van 26 maart 2018 om een geïntegreerde oplossing uit te werken voor de complexe leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen in de regio Noord-Zuid Limburg. De raad vindt het positief dat dit complex project het verkeerskundig aspect en de bereikbaarheids problematiek koppelt aan een brede maatschappelijke visie waarbij meerdere aandachtspunten worden betrokken. Het is positief dat er verschillende alternatieven op tafel liggen en evenwaardig behandeld zullen worden. De raad ondersteunt de verbrede aanpak en vraagt - in het kader van de vooropgestelde duurzame mobiliteit - om voor alle deelzones het onderzoek voldoende gedetailleerd doch wel op strategisch niveau te voeren, zowel wat betreft de N74, de Spartacus Lijn 3, de fiets- (F74) en voetgangersmobiliteit als de oost-west oversteekbaarheid van de N74 zelf. SARO legt tevens de nadruk op duurzame ruimtelijke ontwikkeling. De raad heeft wel veel vragen bij het complex geheel van ambities en bouwstenen waarbij verder nog een differentiatie wordt gemaakt tussen 'vaste', 'sturende' en 'volgende' bouwstenen. Deze werkwijze leidt ertoe dat de concrete doelstellingen van dit complex project niet duidelijk zijn. Advies SARO 2020|02. Briefadvies over het ontwerp verzameldecreet inzake mobiliteit De Vlaamse Regering keurde op 6 maart 2020 het ontwerp verzameldecreet inzake mobiliteit goed. Het decreet werd niet voor advies voorgelegd aan SARO. Op 31 maart 2020 formuleerde de raad op eigen initiatief een advies over dit decreet. In zijn advies benadrukt SARO dat het ontwerpdecreet sterk ingrijpt op enkele ruimtelijke strategische uitgangspunten zoals vastgelegd in het RSV, de strategische visie BRV en de VCRO. Het ontwerpdecreet voert onder meer een nieuwe categorisering in voor het wegen- en waterwegennetwerk. De huidige wegcategorisering is vastgelegd in het bindend gedeelte van het RSV. Het is voor de raad niet wenselijk dat - zoals zou blijken uit het ontwerpdecreet - de categorisering via een Besluit van de Vlaamse Regering uit het RSV zou worden geschrapt. Idealiter gebeurt dit via de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een wijziging van het RSV. De bepalingen in artikel 91 van het ontwerpdecreet gaan bovendien volledig voorbij aan de betreffende samenhang en de aanpassing van het wegen- en waterwegennetwerk en de vooropgestelde ruimtelijke transitie die met het BRV wordt gegarandeerd. Daarnaast formuleert de raad bedenkingen bij het dwingende karakter dat het ontwerpdecreet voorziet voor regionale mobiliteitsplannen ten overstaan van ruimtelijke plannen. De raad kan geenszins akkoord gaan met een dwingend karakter voor mobiliteitsplannen op regionaal en lokaal niveau die de mogelijkheid voor opmaak van een Vlaamse visie en de link met het ruimtelijke ordeningsbeleid ondergraaft.
SARO jaarverslag 2020
p. 6
Advies SARO 2020|03. Advies over het ontwerp programmadecreet 2020 Op vraag van minister Matthias Diependaele bracht SARO op 27 april 2020 een spoedadvies uit over het ontwerp programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020. De raad stelt vast dat het ontwerpdecreet geen bepalingen inzake ruimtelijke ordening of onroerend erfgoed bevat die een strategisch advies noodzakelijk maken en wenst aldus geen strategische bemerkingen te formuleren bij dit ontwerpdecreet. Advies SARO 2020|04. Advies aanpassing diverse decreten inzake energie, klimaat en rapportage In het kader van de omvorming van het Vlaams Energieagentschap tot Vlaams Energie- en Klimaatagentschap adviseerde SARO op 26 augustus 2020 over het ontwerpdecreet houdende aanpassing van diverse decreten inzake energie, klimaat en rapportage en dit op vraag van minister Zuhal Demir. SARO vindt het positief dat met het ontwerpdecreet een nauwere samenhang wordt gerealiseerd tussen energie en klimaat en formuleert daarbij enkele aandachtspunten. De raad vraagt om de geïntegreerde koppeling met ruimtelijke ordening te bewaken, zowel op beleidsvoorbereidend als op uitvoerend niveau. Daarnaast dringt de raad aan op een verdere verduidelijking van de relatie van het departement omgeving met de agentschappen. Tot slot vraagt de raad om de omschakeling van het tweejaarlijkse milieurapport naar een permanente vorm van rapportage inzake milieu en ruimte in de VCRO te verankeren. Advies SARO 2020|05. Briefadvies over het ontwerpdecreet houdende opheffing VHRM De Vlaamse Regering hechtte op 17 juli 2020 haar goedkeuring aan een ontwerpdecreet inzake de opheffing van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM) en de uitbouw van een forum voor handhavingsactoren. Op vraag van minister Zuhal Demir bracht de raad op 26 augustus 2020 hierover advies uit. In zijn advies ondersteunt SARO dit decreet dat invulling geeft aan het Vlaams Regeerakkoord 20192024 en de ambitie inzake de uitbouw van een geïntegreerd, innovatief, risico-gebaseerd en slagkrachtig omgevingshandhavingsbeleid. De raad ondersteunt tevens de ambitie inzake de oprichting van een forum voor handhavers dat zal fungeren als netwerk tussen de handhavingsactoren. De beleidsnota Omgeving 2019-2024 kondigde aan dat zodra de Omgevingsraad is opgericht, de minister er voor zal zorgen dat deze zijn adviestaken en -verplichtingen ten aanzien van deze actoren ten volle kan opnemen. Zoals reeds eerder gesteld wenst SARO het proces tot oprichting van de Omgevingsraad ten volle te ondersteunen. Advies SARO 2020|06. Advies over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit Op 26 augustus 2020 bracht SARO, op vraag van minister Matthias Diependaele, advies uit over het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de aanvraagprocedures in het Onroerenderfgoedbesluit voor erfgoedpremies bijzondere procedure en meerjarenpremieovereenkomsten. Dit ontwerpbesluit voorziet in de mogelijkheid om het aanvragen van erfgoedpremies bijzondere procedure en meerjarenpremieovereenkomsten te schorsen wanneer de SARO jaarverslag 2020
p. 7
budgettaire realiteit niet toelaat aanvragen binnen een redelijke termijn te honoreren. Het is de bedoeling van de Vlaamse Regering om van de schorsingsperiode gebruik te maken om het premiestelsel beter te wapenen tegen de wachtlijstproblematiek. SARO erkent de problematiek van de wachtlijsten inzake onroerend erfgoed. Deze problematiek bestaat reeds tientallen jaren. Diverse instanties − waaronder SARO − drongen reeds meermaals aan op een structurele lange termijnoplossing voor deze problematiek. SARO betreurt dat de Vlaamse Regering nu − zonder enige onderbouwing en visie én zonder overleg met de sector − opteert voor het schorsen voor onbepaalde duur van de mogelijkheid voor het aanvragen van premies volgens de bijzondere procedure alsook van meerjarenpremieovereenkomsten. SARO wijst in zijn advies op de vele negatieve gevolgen van het ontwerpbesluit. Het gaat onder meer over de negatieve impact voor het draagvlak voor onroerend erfgoed. De vele organisaties die het beheer van erfgoed promoten zijn zonder verwittiging in het ongewisse gelaten en verliezen zo hun interne geloofwaardigheid. De talrijke eigenaars en beheerders van onroerend erfgoed – al dan niet met een beheersplan − worden door deze radicale breuk en schorsing voor onbepaalde duur geconfronteerd met de onveranderde verplichtingen en handhavingsmaatregelen al zullen zij de voor hen soms onontbeerlijke tegemoetkoming missen. Ook de impact op de restauratiesector is zeer groot. SARO wijst verder op het ontbreken van effectieve ondersteuning en flankerende maatregelen voor eigenaars en beheerders. Deze maatregelen hadden op zijn minst gelijktijdig met de schorsing moeten worden aangekondigd. De raad vraagt geen losse maatregelen te nemen, maar eerst het beoogde einddoel en totaalplaatje uit te klaren. In lijn met het SARO-memorandum, dringt SARO aldus aan op de uitwerking van een samenhangend geheel van (financiële) instrumenten en flankerende maatregelen ingebed in een duidelijke strategische visie inzake onroerend erfgoed. Advies SARO 2020|07. Advies over de non-paper ‘financiering erfgoedzorg’ Bijkomend aan de vorige adviesvraag over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit, bezorgde minister Matthias Diependaele aan SARO ook een non-paper waarin de uitgangspunten van een nieuwe financiering van de erfgoedzorg werden opgenomen en die uitvoerig werd besproken op de Vlaamse Regering van 17 juli 2020. De minister vroeg om ook hierover van gedachten te wisselen. De kabinetschef Matthias Francken en de adjunct-kabinetschef onroerend erfgoed Sofie De Leeuw gaven op de SARO-raadszitting van 26 augustus 2020 een toelichting voor de SARO raadsleden bij de non-paper. Met zijn advies van 15 september 2020 formuleert SARO enkele strategische aandachtspunten bij de non-paper. Dit advies moet in samenhang worden gelezen met het SARO-advies van 26 augustus 2020 over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit. De raad wijst op het belang van een samenhangend geheel van financiële instrumenten voor het onroerenderfgoedbeleid. De non-paper bevat elementen die cruciaal zijn voor de operationalisering van flankerende en begeleidende maatregelen die gelijktijdig van kracht moeten worden met de aangekondigde schorsing van de premie bijzondere procedure en de meerjarenpremie SARO jaarverslag 2020
p. 8
overeenkomsten. De beoogde schorsing van de premies betreft een losstaande ingreep zonder zicht op het uiteindelijke totaalplaatje. Dit leidt tot heel wat onrust en onduidelijkheid en heeft een negatieve impact op het draagvlak voor onroerend erfgoed. Overleg met de erfgoedorganisaties en de doelgroepen is dringend noodzakelijk. Tevens bevat de non-paper enkele waardevolle initiatieven om de schorsing van de premies te remediëren. Evenwel zijn heel wat elementen in de non-paper nog zeer summier geduid en zijn er nog heel wat onduidelijkheden. De impact van de beoogde maatregelen is vaak nog onvoldoende duidelijk; deels omdat ze niet gekaderd zijn in een bredere visie. Er ontbreekt tevens zicht op het totale financiële plaatje en de financiële ruimte die zal worden gecreëerd om de verschillende voorgestelde maatregelen te financieren. Het is onduidelijk wat de verschillende maatregelen betekenen voor de verschillende monumenten en hun eigenaars. Het is onduidelijk waar de ‘verliezers’ zitten en welke en hoeveel mensen uit de boot zullen vallen voor een premie. Tot slot gaat de raad in zijn advies dieper in op de verschillende maatregelen die opgenomen zijn in de non-paper. Advies SARO 2020|08. Briefadvies over de startnota gewestelijk RUP ‘Afbakening regionaal stedelijk gebied Mechelen’ SARO bracht op vraag van minister Zuhal Demir op 21 oktober 2020 advies uit over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaal stedelijk gebied Mechelen’. Aangezien de startnota grotendeels een herneming is van de ruimtelijke ontwikkelingen zoals vastgelegd in het voorontwerp RUP ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Mechelen herneming’ verwijst de raad naar zijn advies van 27 februari 2019. Voor het stedelijk woongebied Maenhoevevelden gaat de startnota uit van duurzame woonontwikkeling met aandacht voor het beperken van de bijkomende ruimte-inname en de ontwikkeling van buurtondersteunende functies op wijkniveau. De raad wijst op de bijzondere gevoeligheden van het plangebied ‘Maenhoevevelden’ met name: de overstromingsgevoeligheid van delen van dit gebied, de rol van de vallei van de Maanhoevebeek, de aanwezige bosfragmenten en natuureenheden en het open en landschappelijk karakter van het gebied. De raad vraagt naar een samenhangend ruimtelijk verhaal voor het gehele plangebied waarbij niet enkel wordt gefocust op (beperkte) woonontwikkeling. De bouwmeesterscan Sint-Katelijne-Waver formuleert onder meer de mogelijkheid om dit gebied af te werken als een volwaardig stadsrandlandschap met nieuwe stadsrandfuncties in een parkachtige opzet (zoals begraafplaats, kinderboerderij, recreatiedomein). SARO vraagt tevens aandacht voor een differentiatie van de geplande herbestemmingen (en dus niet eenzijdig te opteren voor de herbestemming naar ‘stedelijk woongebied’). De raad meent dat een realisatieconvenant, naar analogie met wat voorzien is in het brownfielddecreet, zinvol kan zijn om de uitvoering van de verschillende doelstellingen ook effectief te realiseren. Natuurpunt en BBL nemen een standpunt in. De voorzitter onthoudt zich. Advies SARO 2020|09. Briefadvies over de startnota gewestelijk RUP ‘Bedrijvenzone Drie Fonteinen te Drogenbos en Sint-Pieters-Leeuw’ SARO jaarverslag 2020
p. 9
Naar aanleiding van de adviesvraag van minister Zuhal Demir over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bedrijvenzone Drie Fonteinen te Drogenbos en Sint-Pieters-Leeuw’ bracht SARO op 21 oktober 2020 een gunstig advies uit. Het is positief dat binnen een globale visie - met name het strategisch project ‘Slimme transformatie in de verstedelijkte Zennevallei’ - invulling wordt gegeven aan de opwaardering van de bedrijvenzone ‘Drie Fonteinen’. SARO ondersteunt ten volle de doelstelling van dit RUP om de verlaten of onderbenutte bedrijvensites binnen dit plangebied verder te ontwikkelen en te intensiveren. Het betreft onder meer de herontwikkeling van de voormalige Michelinsite waarbij potenties liggen in het verbeteren van de ruimtelijke structuur en het ruimtelijk verdichten. Hierbij zal maximaal worden ingezet op het vergroten van de mogelijkheden voor watergebonden bedrijvigheid. Daarnaast wordt sterk ingezet op een verbetering van de bereikbaarheid, zowel voor personen- als goederenvervoer. De raad vraagt om maximaal in te zetten op een volwaardige modal shift. Het planproces moet effectief bijdragen tot de beoogde mobiliteitsverschuiving. SARO vindt het tevens positief dat het RUP inzet op het verbeteren van het woon- en leefmilieu van de aangrenzende woongebieden. En tenslotte ondersteunt de raad de doelstelling van het RUP om het groenblauwe netwerk te versterken en de risico’s op wateroverlast te beperken. Advies SARO 2020|10. Briefadvies over de startnota gewestelijk RUP ‘Uitbreiding Vandersanden Steenfabrieken in Bilzen’ Op 21 oktober 2020 bracht SARO, op vraag van minister Zuhal Demir, advies uit over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Uitbreiding Vandersanden Steenfabrieken in Bilzen’. De raad neemt er akte van dat de doelstellingen van dit RUP gericht zijn op het bestendigen en uitbreiden van het historisch gegroeid bedrijf ‘Vandersanden Steenfabrieken in Bilzen’ en dit conform het voorwaardelijk positief planologisch attest dat op 27 maart 2019. De raad adviseert gunstig mits volgende voorwaarden: het inbouwen van afdoende garanties voor de compensatie van de inname van herbevestigd agrarisch gebied; de effectieve realisatie van een groenbuffer met een lengte van 490 meter met heraanleg van de buurtweg die momenteel door de uitbreidingszone loopt; de effectieve realisatie van een bufferbekken voor de opvang van hemelwater en tenslotte een striktere herbestemming van de uitbreidingszone. Advies SARO 2020|11. Advies over de startnota gewestelijk RUP ‘Leidingstraat Glabbeek-Halen’ SARO ontving een adviesvraag van minister Zuhal Demir over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Leidingstraat Glabbeek-Halen.’ Op 26 oktober 2020 formuleert de raad enkele kritische bedenkingen bij dit RUP. Zo vraagt de raad verdere onderbouwing van de noodzaak van deze nieuwe leidingstraat. Het is onduidelijk in hoeverre voorliggend project kadert binnen de beoogde energietransitie op Vlaams niveau. Tevens meent de raad dat het waardevol zou zijn om werk te maken van een globale ruimtelijke visie inzake nutsleidingen voor Vlaanderen. Het ontbreken van een dergelijke visie maakt het op heden onmogelijk om elke individuele vraag naar een extra nutsleiding te kunnen beoordelen op zijn noodzaak. De raad wijst ten slotte op de potentiële grote impact van voorliggend project op milieu, natuur, bos, SARO jaarverslag 2020
p. 10
landschap en landbouw. Advies SARO 2020|12. Advies over de startnota gewestelijk RUP ‘Leidingstraat Zelzate-Kallo’ Op 26 oktober 2020 bracht SARO op vraag van minister Zuhal Demir advies uit over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Leidingstraat Zelzate-Kallo’. De doelstelling van het gewestelijk RUP is het planologisch reserveren van ruimte voor een leidingstraat van Zelzate tot Kallo (Beveren) die de aanleg van een nieuwe aardgasleiding parallel aan de transportas Zomergem - Zelzate - Loenhout mogelijk maakt. Dit moet de nodige capaciteit realiseren om de energietransitie te voltrekken alsook de geplande uitfasering van de nucleaire productiecapaciteit. Bovendien zorgt het plan voor de nodige aanvoercapaciteit voor een aantal industriële gasaansluitingen in de haven en toekomstige uitbreidingen in de (petro-)chemische sector. Het versterkt tevens de bevoorradingszekerheid van de haven in afwachting dat de L-gasnetten die de stad Antwerpen van Nederlands Groningengas voorzien, zullen zijn omgezet naar H-gas. De raad formuleert ook bij dit RUP dezelfde kritische bedenkingen als bij het RUP Leidingstraat Glabbeek-Halen. Advies SARO 2020|13. Advies over het ontwerpbesluit onroerend erfgoed SARO formuleerde op 21 oktober 2020, op vraag van minister Matthias Diependaele, advies over het besluit tot wijziging van het Onroerenderfgoedbesluit wat betreft de aanvraagprocedures voor erfgoedpremies en de meerjarenpremieovereenkomsten. Het advies moet in samenhang worden gelezen met het SARO-advies van 26 augustus 2020 over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit en het SARO-advies van 15 september 2020 over de non-paper ‘financiering erfgoedzorg’. SARO wijst in zijn advies op het belang van een samenhangend geheel van financiële instrumenten voor het onroerenderfgoedbeleid. Het is in die zin een belangrijke tekortkoming dat geen volwaardig rechtszeker premiesysteem voor grote restauratieprojecten (> 250.000 euro) is voorzien. Er is geen zicht op het totale financiële plaatje en de financiële ruimte die zal worden gecreëerd om de verschillende voorgestelde maatregelen te financieren. De nota aan de Vlaamse Regering kondigt aan dat prioriteit zal gaan naar het afbouwen van de bestaande wachtlijst. Het systeem van oproepen linkt het indienen van premieaanvragen aan een vooraf vastgelegd totaalbudget. De kans is zeer groot dat de ‘wachtlijsten’ zullen worden vervangen door ‘wachtrijen’, met name van premie-aanvragers die bij de verschillende financieringskanalen in de ‘wachtrij’ staan om succesvol een oproep te doorlopen en effectief een premie te ontvangen. SARO vraagt voldoende garanties voor een structurele en rechtszekere financiële ondersteuning. Het is een essentiële bezorgdheid dat het huidige transparant systeem van premies vervangen wordt door een premiesysteem met vele onzekerheden. De voorgestelde wijze van beoordelen en beslissen brengt immers enige subjectiviteit binnen in het Onroerenderfgoedbesluit. Tot slot vraagt de raad een volwaardige overgangsperiode om de overstap naar het nieuwe premiesysteem zo vlot mogelijk te laten verlopen.
SARO jaarverslag 2020
p. 11
Advies SARO 2020|14. Briefadvies programmadecreet 2021 SARO ontving op 10 oktober 2020 een vraag voor spoedadvies van minister Matthias Diependaele over het ontwerp programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2021. Het ontwerpdecreet verruimt het toepassingsgebied van het decreet van 29 april 1991 inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen met de ruimteverenigingen. SARO ondersteunt deze verruiming. De raad ondersteunt in zijn advies van 21 oktober 2020 de omvorming van het Grondfonds naar het BRV-fonds en de integratie van enkele bestaande fondsen (o.a. Rubiconfonds, Vernieuwingsfonds en Omgevingsfonds). Voor de financiering van de realisatie van de doelstellingen van het BRV moet ook effectief specifieke middelen worden voorzien. Om de ambities van het BRV te realiseren zal heel wat financiering nodig zijn. De raad wijst ook op de belangrijke relatie tussen het ontwerp programmadecreet en het ontwerp instrumentendecreet. Zo wordt het BRV-fonds o.a. gevormd door ‘de opbrengsten van de planbatenheffing’; die evenwel inhoudelijk zullen worden bepaald door het instrumentendecreet dat nog steeds niet goedgekeurd is. De raad formuleerde samen met de SERV, Minaraad en SALV in hun gezamenlijk advies in 2018 tal van fundamentele bemerkingen op het ontwerp van instrumentendecreet én vroegen een grondige herwerking van het ontwerpdecreet. De tekst die vandaag in het Vlaams Parlement voorligt, komt hieraan nog niet tegemoet. Een goedgekeurd instrumentendecreet is echter onontbeerlijk voor de uitrol van het BRV. Het is bovendien cruciaal dat de Vlaamse Regering dringend werk maakt van de opmaak en goedkeuring van het volledige BRV (strategische visie en beleidskaders); zoals opgenomen in het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024. De goedgekeurde strategische visie zal hiertoe als basis dienen. Advies SARO 2020|15. Briefadvies startnota gewestelijk RUP ‘Nelissen Steenfabrieken NV te Lanaken’. SARO ontving op 31 oktober 2020 een adviesvraag van minister Zuhal Demir over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Nelissen Steenfabrieken NV te Lanaken’. De doelstelling van het gewestelijk RUP is het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor het historisch gegroeid bedrijf Nelissen Steenfabriek NV en dit conform het planologisch attest van 15 maart 2019. De raad adviseert op 16 december 2020 gunstig mits een aantal voorwaarden, zoals het inbouwen van afdoende garanties voor de compensatie van de inname van herbevestigd agrarisch gebied, de effectieve realisatie van een bufferbekken voor de opvang van hemelwater en tenslotte een striktere herbestemming van de uitbreidingszone. Advies SARO 2020|16. Advies over de startnota gewestelijk RUP ‘Ringpark Zuid Antwerpen’ Op 16 december gaf SARO advies - op vraag van minister Zuhal Demir - over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Ringpark Zuid Antwerpen’. Het geplande RUP moet de herinrichting van de verkeerswisselaar Antwerpen Zuid (Knoop Zuid of Spaghettiknoop) mogelijk maken, met hieraan gekoppeld leefbaarheidsdoelstellingen alsook stadsontwikkelingsprojecten.
SARO jaarverslag 2020
p. 12
De raad ondersteunt de plandoelstellingen inzake het garanderen van stedelijke multimodale bereikbaarheid, landschappelijke kwaliteit en leefomgevingskwaliteit. Voor wat betreft de doelstelling inzake de geplande stadsontwikkelingen vraagt de raad echter verdere onderbouwing van deze doelstelling onder meer in het kader van de strategische visie BRV en de door de Vlaamse Regering beoogde ruimtelijke omslag alsook in het kader van een volwaardige visie inzake de uitbouw van een ringparklandschap. De raad vindt het een belangrijke tekortkoming dat geen locatie-alternatieven en geen programmaalternatieven in de startnota worden opgenomen voor de geplande stadsontwikkelingsprojecten. Ook vraagt de raad aandacht voor de impact van dit gewestelijk RUP op milieu en natuur en wijst op het belang van een volwaardige integratie van de effectbeoordelingen in het ruimtelijk planproces. Tenslotte vraagt de raad dat volwaardig ingezet wordt op de realisatie van het Ringpark als een kwalitatieve landschappelijke omgeving met een belangrijke ecologische corridorfunctie. Advies SARO 2020|17. Briefadvies tussennota complex project ‘Noord-Zuidverbinding Limburg’ SARO ontving op 9 november 2020 een adviesvraag van De Werkvennootschap over de tussennota van het complex project ‘Noord-Zuidverbinding Limburg’ en brengt hierover advies uit op 16 december 2020. Op 8 april 2020 adviseerde SARO reeds over de alternatievenonderzoeksnota van dit complex project, waarin zeven te onderzoeken alternatieven naar voor werden geschoven. De huidige tussennota verduidelijkt dat na fase 1 ‘Verfijning van de alternatieven’ van het geïntegreerd onderzoek en een breed gevoerd participatieproces drie alternatieven worden weerhouden. Het betreft de doortochtalternatieven met sneltram A2 en A3, en de compacte oostelijke omleiding met sneltram A4. De raad ondersteunt het feit dat op basis van het vertrechteringsonderzoek nog slechts drie alternatieven verder zullen onderzocht worden. In zijn advies van 8 april 2020 uitte de raad de bezorgdheid om tijdens het geïntegreerd onderzoek de alternatieven op alle aspecten, doch wel strategisch te onderzoeken zodanig dat ze (o.a. impact op land- en tuinbouw, natuur, economie: productiebedrijven en detailhandel) op een volwaardige manier aan elkaar worden afgewogen. SARO dringt er op aan om de drie resterende alternatieven in de volgende fase van het planproces geïntegreerd op alle aspecten te onderzoeken. In deze fase van het onderzoek is het evenwel voor de raad nog steeds niet duidelijk hoe de doelstellingen inzake landbouw en de natuurdoelstellingen effectief zullen worden ingevuld met dit complex project; laat staan in hoeverre ze aan bod zullen komen en onderzocht zullen worden in het kader van het planMER. Dit is volgens de raad een belangrijke lacune in de huidige fase van het proces. Tenslotte vraagt de raad ook uitdrukkelijk om te verduidelijken in hoeverre en welke ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ met voorliggend complex project worden beoogd. Het is noodzakelijk om te verduidelijken wat het ‘gebiedsprogramma NZL’ effectief inhoudt en in hoeverre de doelstellingen van dit gebiedsprogramma het voorwerp uitmaken van dit complex project. Advies SARO 2020|18. Advies over de wijzigingen aan de VCRO inzake zorgwonen Op vraag van minister Zuhal Demir bracht de raad op 16 december 2020 advies uit over het ontwerpdecreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 wat betreft SARO jaarverslag 2020
p. 13
zorgwonen. SARO ondersteunt ten volle de doelstelling van de Vlaamse Regering om er voor te zorgen dat de zorgbehoevenden zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Dit moet kaderen binnen de ambitie om een divers woonaanbod uit te bouwen dat tegemoet komt aan de diverse woonwensen (zoals zorgwonen) met aandacht voor innovatieve woonvormen. Ook de strategische visie BRV zet in op nieuwe woonvormen zoals groepswonen, meer-generatie-wonen, gemeenschappelijk wonen, zorgwonen of flexibele levensloopbestendige woongelegenheden. Om deze doelstellingen te realiseren is er een samenhangend geheel van maatregelen en instrumenten noodzakelijk. De raad heeft evenwel nog tal van strategische bemerkingen bij het voorliggend ontwerpdecreet. Zo pleit de raad er voor om de realisatie van mobiele zorgwoningen maximaal in te vullen vanuit de ruimtelijke doelstelling om ‘te verdichten binnen het bestaande ruimtebeslag’. De raad stelt vast dat het ontwerpdecreet hier onvoldoende op inzet. De raad vindt het tevens geen goede zaak dat de verwezenlijking van een ondergeschikte wooneenheid in een bestaand vrijstaand bijgebouw of in een tijdelijke, verplaatsbare constructie mogelijk wordt via een meldingsprocedure. De voorafgaande toetsing inzake goede ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit gaat hierdoor immers verloren. De raad wijst bovendien op de ruimtelijke impact van de uitgewerkte regeling. De ruimtelijke randvoorwaarden, die in het ontwerpdecreet worden opgelegd, zijn ruimschoots onvoldoende om de goede ruimtelijke ordening en de ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Het is bovendien een belangrijke tekortkoming van het ontwerpdecreet dat er onvoldoende garanties worden ingebouwd voor een afdoende woonkwaliteit voor de zorgbehoevende. Niettegenstaande het ontwerpdecreet stelt dat het wil inspelen op acute zorgsituaties via het aanbieden van een tijdelijke oplossing stelt de raad vast dat het decreet onvoldoende voorwaarden inbouwt inzake deze tijdelijkheid. De raad dringt er tenslotte op aan dat de burger éénduidig wordt geïnformeerd over het geheel van regelgeving die van toepassing is op zorgwonen. In de voorliggende regelgeving kan alvast worden opgenomen dat de aktename van een melding niet betekent dat de andere regelgeving niet moet worden gerespecteerd. Landelijk Vlaanderen onthoudt zich bij dit advies.
SARO jaarverslag 2020
p. 14
V. INTERNE WERKING Secretariaat Het bestuursdecreet (artikel III.100) voorziet dat een strategische adviesraad beschikt over een eigen secretariaat dat onder het gezag van de strategische adviesraad wordt geleid door een secretaris. In uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet werden op 1 januari 2015 drie nieuwe commissies opgericht: de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, de Vlaamse Heraldische Raad en de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed. Het secretariaat van deze commissies wordt uitgeoefend door het secretariaat van SARO. Naar aanleiding van het aflopen van het mandaat van de leden van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, de Vlaamse Commissie Varend Erfgoed en de Vlaamse Heraldische Raad heeft de Vlaamse Regering de drie commissies opnieuw samengesteld vanaf 1 januari 2019. Het secretariaat bestaat uit vier personeelsleden: Bea Kayaerts secretaris Steven Thiry beleidsmedewerker Julie Alboort beleidsmedewerker(sinds 26 oktober 2020) Patricia Pauwels administratief ondersteuner Bureau Het bureau bestaat uit de voorzitter Filiep Loosveldt, drie raadsleden die werkgroepvoorzitter zijn, m.n. Mark Cromheecke, Karel Dendooven en Karel Vanackere en de secretaris. Het bureau bereidt de vergaderingen van de raad voor en stelt naast het ontwerpwerkplan ook de ontwerpbegroting en de ontwerprekening op cf. titel XII van het huishoudelijk reglement. Het bureau kwam in 2020 samen op 24 juni, 26 augustus en 16 december. Raadszittingen Bijlage 4 geeft een overzicht van de raadszittingen in 2020. Omwille van covid-19 vonden de commissievergaderingen vanaf maart online plaats via Microsoft Teams. Een aantal adviezen werd in 2020 goedgekeurd door de raad via een schriftelijke goedkeuringsprocedure, zoals voorzien in artikel 17 van het huishoudelijk reglement. Werkgroepen Ter voorbereiding van de adviezen zijn vier werkgroepen actief. Bijlage 4 geeft een overzicht van de data van de werkgroepen in 2020. Het betreft volgende 4 werkgroepen die opgericht zijn in functie van de 4 werkvelden: werkgroep ‘planning en omgeving’
voorzitter: Filiep Loosveldt
werkgroep ‘instrumentarium’
voorzitter: Mark Cromheecke
werkgroep ‘RUP’s’
voorzitter: Karel Vanackere
werkgroep ‘onroerend erfgoed’
voorzitter: Karel Dendooven
SARO jaarverslag 2020
p. 15
Nieuwsbrief Na elke raadszitting werd de nieuwsbrief opgemaakt en rondgestuurd. De vastgestelde adviezen worden kort toegelicht en andere interessante informatie wordt er in opgenomen. Er wordt tevens een overzicht gegeven van toekomstige adviezen en activiteiten. Overleg SARO - PÔLE AT - CRD-GOC Op initiatief van het bureau van SARO kwam een intergewestelijk overleg tot stand tussen SARO en de gewestelijke ontwikkelingscommissies van Brussel (CRD-GOC) en Wallonië (CESW Pôle aménagement du territoire). Dit overleg is gericht op een uitwisseling van informatie. Op 12 februari 2020 werd een gezamenlijk colloquium georganiseerd met in de voormiddag toelichtingen van de drie gewesten over de grote beleidslijnen van de respectievelijke regeerakkoorden m.b.t. ruimtelijke ordening en in de namiddag toelichtingen over ruimtelijke- en stedelijke ontwikkelingen en de bijhorende woonproblematiek, meer bepaald in Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent en Luik. Omgevingsraad In het Vlaamse Regeerakkoord wordt aangekondigd: ‘Ter vervanging van de strategische adviesraden SARO en MINA wordt een Omgevingsraad opgericht die naar advisering complementair is met de SERV. We gaan voor een evenwichtige en compacte raad.’ De beleidsnota Omgeving 2019-2024 stelt verder op pag. 22-23: ‘De huidige strategische adviesraden SARO en MINA worden vervangen door een nieuwe Omgevingsraad, die naar advisering complementair is met de SERV. We gaan voor een evenwichtige en compacte raad die mij ondersteunt in het uitstippelen van een krachtig omgevingsbeleid. De huidige SARO en MINA-raad worden maximaal betrokken bij de omvorming ervan naar een Omgevingsraad. Mede op basis van hun voorstellen zal ik in 2020 de nieuwe Omgevingsraad installeren’. De Omgevingsraad wordt verder vermeld in de beleidsnota omgeving 2019-2024 (pag.23) in het kader van het op te richten forum voor handhavers: ‘Daarom richt ik voor het einde van 2019 een forum voor handhavers op in de schoot van het departement Omgeving. Dit forum fungeert als netwerk tussen de verschillende handhavingsactoren. Door het uitwisselen van informatie, kunnen de verschillende actoren hun opdrachten en taken beter vervullen en wordt kennisdeling gefaciliteerd. Zodra de Omgevingsraad is opgericht, zorg ik ervoor dat deze zijn adviestaken en -verplichtingen ten aanzien van deze actoren ten volle kan opnemen.’
SARO jaarverslag 2020
p. 16
Bijlage 1: decretale taakstelling SARO Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 formuleert voor alle strategische adviesraden een algemene taakomschrijving en legt globale regels vast inzake de samenstelling, werking, programmering en verslaggeving. Het SARO-decreet (artikel 3) formuleert de volgende opdrachten voor SARO: § 1. SARO heeft de volgende opdrachten: 1° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 2° bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie over de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed; 3° de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed volgen en interpreteren; 4° advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 5° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, met uitzondering van de ontwerpen van besluit inzake de individuele beschermingsdossiers met betrekking tot onroerend erfgoed; 6° reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; 7° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de zorg voor het onroerend erfgoed die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat, met andere gemeenschappen of gewesten of in internationaal verband. § 2. De Vlaamse Regering is verplicht om advies te vragen van de SARO over: 1° de voorontwerpen van decreet, vermeld in § 1, 4°; 2° de ontwerpen van reglementair of organiek besluit van de Vlaamse Regering, die de Vlaamse Regering beschouwt als basisuitvoeringsbesluiten inzake ruimtelijke ordening of onroerend erfgoed en die daarom van strategisch belang zijn; 3° de ontwerpen van samenwerkingsakkoord, vermeld in § 1, 7°, die de Vlaamse Regering van strategisch belang acht. § 3. De Vlaamse Regering kan de SARO machtigen Vlaanderen te vertegenwoordigen in federale of internationale adviesorganen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt volgende adviesvraagplichten voor SARO:
SARO jaarverslag 2020
p. 17
Artikel 2.1.5 ‘ §2. De opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen omvatten minstens de volgende stappen: 1° de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van: a) de strategische adviesraad; …’ Artikel 2.2.7 ‘§1. De Vlaamse Regering is belast met de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en neemt de nodige maatregelen voor de samenstelling van het planteam en voor het voeren van het geïntegreerde planningsproces, vermeld in artikel 2.2.1. Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt ter uitvoering van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. § 2. De Vlaamse Regering vraagt advies over de startnota aan: 1° de strategische adviesraad ….’ Artikel 2.3.1: ‘Het ontwerp van stedenbouwkundige verordening wordt voor advies voorgelegd aan de strategische adviesraad.’ Het besluit Complexe Projecten bepaalt volgende adviesvraagplicht aan SARO: ‘Artikel 9, §3. Als de Vlaamse Regering de startbeslissing heeft genomen, wordt over de alternatievenonderzoeksnota advies gevraagd aan de voor het complexe project relevante strategische adviesraden.’ Het decreet Grond- en Pandenbeleid legt volgende adviesvraagplicht voor SARO vast: ‘Artikel 2.2.2, § 2. De vaststelling van het Grond- en pandenbeleidsplan Vlaanderen gebeurt na advies van: 1° de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; …’. Het Onroerenderfgoeddecreet formuleert volgende taak: ‘Artikel 3.1.2. Het secretariaat van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.’ Het decreet varend erfgoed formuleert volgende taak: ‘Artikel 16. Het secretariaat van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed wordt uitgevoerd door het secretariaat van de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering kan hierover de nadere regels bepalen.’ Het decreet houdende wapen van privépersonen formuleert volgende taak: ‘Artikel 8/3. Het secretariaat van de Vlaamse Heraldische Raad wordt uitgevoerd door het secretariaat van de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering kan daarover nadere regels bepalen.’
SARO jaarverslag 2020
p. 18
Bijlage 2: huishoudelijk reglement SARO HUISHOUDELIJK REGLEMENT Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018; Gelet op het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007 tot regeling van de samenstelling van de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed; Na beraadslaging, definitief goedgekeurd door de raad op 28 maart 2012 en bijgesteld op de raad van 17 december 2014 en de raad van 21 oktober 2020: Titel I - Algemene bepalingen Artikel 1 Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: 1° oprichtingsdecreet: het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 2° oprichtingsbesluit: het besluit van 26 januari 2007 tot regeling van de samenstelling van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; 3° raad: de strategische adviesraad voor ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, opgericht bij decreet van 10 maart 2006; 4° voorzitter: de voorzitter zoals vermeld in artikel III.96,§2 van het bestuursdecreet en in artikel 5 van het oprichtingsdecreet; 5° leden: de 20 effectieve leden en de 20 plaatsvervangende leden van de raad, zoals bedoeld in artikel III.96,§1 van het bestuursdecreet en artikel 4,§2 van het oprichtingsdecreet; 6° bureau: het uitvoerend orgaan van de raad, zoals vermeld in titel XII van dit huishoudelijk reglement; 7° secretariaat: het eigen secretariaat van de raad, zoals vermeld in artikel III.100 van het bestuursdecreet; 8° secretaris: de leidinggevende ambtenaar van het secretariaat, zoals vermeld in artikel III.100 van het bestuursdecreet. Titel II - Bijeenroeping Artikel 2 De voorzitter kan de raad op elk moment bijeenroepen en moet de raad bijeenroepen na een verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening en/of onroerend erfgoed.
SARO jaarverslag 2020
p. 19
Artikel 3 De voorzitter is verplicht de raad binnen tien werkdagen samen te roepen op verzoek van ten minste vijf leden, die hun vraag daartoe schriftelijk en gemotiveerd aan de voorzitter meedelen, met afschrift aan de secretaris. Titel III - Agenda en Uitnodiging Artikel 4 Het bureau stelt de agenda op van de vergaderingen. Artikel 5 Een agendapunt dat ingediend is met een schriftelijk verzoek door minstens vijf leden, moet op de agenda geplaatst worden. Dat verzoek moet minstens vijf kalenderdagen vóór de vergadering naar het secretariaat verstuurd worden. Het ingediende agendapunt wordt op de vergadering behandeld als één van de leden die het agendapunt hebben ingediend, op de vergadering aanwezig is. Artikel 6 Mits instemming van twee derde van de aanwezige leden kan een punt bij hoogdringendheid aan de agenda worden toegevoegd. Deze mogelijkheid geldt niet voor de adviezen van de raad. Artikel 7 De uitnodiging voor de vergadering van de raad - met de agenda en de nodige documenten - wordt per e-mail aan de leden bezorgd uiterlijk zeven kalenderdagen voor de vergadering. Als bepaalde documenten niet kunnen worden verzonden, worden ze ter inzage gelegd op het secretariaat. De documenten zijn eveneens ter inzage op de vergadering. Titel IV - Aanwezigheden Artikel 8 §1. Effectieve leden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de vergadering, verwittigen hun plaatsvervanger en brengen de secretaris daarvan op de hoogte. §2. Ieder lid tekent op de vergadering de presentielijst. §3. De leden ontvangen voor hun aanwezigheid een presentiegeld en verplaatsingskosten conform het oprichtingsbesluit. §4. Indien de voorzitter niet aanwezig kan zijn op een raadszitting of bureau wordt de voorzitter vervangen door het oudste aanwezige lid van het bureau (met uitzondering van de secretaris). Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de plaatsvervanger van de voorzitter als deskundige, om bij zijn afwezigheid aan de vergadering deel te nemen. §5. Bij elke vorm van langdurige afwezigheid van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door het oudste lid van het bureau (met uitzondering van de secretaris). Titel V - Beraadslaging en notulen
SARO jaarverslag 2020
p. 20
Artikel 9 §1. De voorzitter opent en sluit de vergadering, stelt vast of het vereiste aantal leden aanwezig is en leidt de debatten. De voorzitter waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement. §2. De vergadering is niet openbaar. Artikel 10 §1. De notulen van de raadsvergadering worden opgemaakt door de secretaris en bevatten de volgende elementen: 1° de datum, het aanvangsuur en het sluitingsuur van de vergadering; 2° de aanwezige leden en externe deskundigen; 3° de leden die zich hebben laten verontschuldigen; 4° in voorkomend geval, de vaststelling dat het quorum van de aanwezige leden niet is bereikt; 5° de agenda van de vergadering; 6° een samenvatting van de gedachtewisseling per agendapunt zonder evenwel de namen van de tussenkomende leden te vermelden behalve op verzoek en bij de eventuele motivering van het stemgedrag; 7° de besluiten per agendapunt. §2. Het verslag van de vergadering wordt ter goedkeuring geplaatst op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad. §3. De goedgekeurde notulen worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 11 §1. De raad kan alleen geldig beslissen als bij de stemming ten minste de helft van de leden aanwezig is. De raad kan echter, als niet het vereiste aantal leden aanwezig is voor een geldige stemming, na een tweede oproep, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda staan. De termijnen, vermeld in artikel 7 zijn niet van toepassing voor die tweede oproep. §2.De raad streeft naar consensus. Als de raad geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. De stemverhouding wordt in het advies vermeld. Op verzoek van één of meer leden wordt een standpunt aan het advies toegevoegd. §3. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend. §4. De raad kan op de raadszitting - op verzoek en mits instemming van ¾ van de aanwezige leden, beslissen om – bepaalde delen van - een advies dat vastgesteld werd op de raadszitting te onderwerpen aan een technisch nazicht. De secretaris stuurt hiertoe het advies - zoals aangepast aan de bespreking in de raadszitting - aan alle leden die aanwezig waren op de raadszitting. Technisch nazicht houdt in dat deze leden beoordelen in hoeverre de doorgevoerde aanpassingen aan het advies conform zijn met de bespreking en de genomen beslissingen in de raadszitting. SARO jaarverslag 2020
p. 21
Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen na het toesturen van het aangepast advies, geen bemerkingen formuleren bij het advies dat voorgelegd werd voor technisch nazicht wordt het advies beschouwd als definitief vastgesteld. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van het technisch nazicht en ontvangen het definitief vastgestelde advies. Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen bemerkingen ingediend hebben bij het advies, dat voorgelegd werd voor technisch nazicht, dan beoordeelt het bureau van SARO in hoeverre de ingediende bemerkingen moeten leiden tot een aanpassing van het advies. Het aangepaste advies wordt vervolgens als definitief vastgesteld beschouwd. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van het technisch nazicht en ontvangen het definitief vastgestelde advies. Titel VI - Adviezen Artikel 12 §1. Het ontwerp van de adviezen die de Raad dient uit te brengen wordt voorbereid door de voorzitter, een daartoe aangesteld lid of een interne werkgroep van leden of plaatsvervangers. §2. Het secretariaat verleent de nodige bijstand in het opstellen van het ontwerp van advies. Artikel 13 Elk lid mag gedurende de voorbereiding van het advies zijn opmerkingen, suggesties of eigen ontwerp van advies bezorgen aan degene die het advies voorbereidt. Artikel 14 §1. Het ontwerpadvies wordt aan de leden verstuurd minstens zeven kalenderdagen voor de raadsvergadering waarop de bespreking van het advies geagendeerd is. §2. Bij spoedeisendheid kan een kortere termijn in acht genomen worden van minstens vijf kalenderdagen. Artikel 15 §1. Indien leden een amendement voorstellen, moet een concreet alternatief voorgesteld worden. §2. De opmerkingen en amendementen op het ontwerpadvies moeten minstens twee werkdagen voor de vergadering waarop de bespreking van het advies werd geagendeerd, worden verstuurd aan de secretaris en aan degene die het advies heeft opgesteld. §3. Ingeval van spoedeisendheid kunnen de opmerkingen en amendementen op de zitting zelf worden aangebracht. Artikel 16 Enkel de opmerkingen en amendementen, volgens art. 15 § 2 verstuurd, worden op de vergadering waarop de bespreking van het advies werd geagendeerd, besproken. De raad kan beslissen om vooralsnog laattijdige opmerkingen op te nemen.
SARO jaarverslag 2020
p. 22
Artikel 17 §1. Onverminderd artikel 3 van dit reglement, kan het bureau in uitzonderlijke gevallen (onder andere wanneer een adviesvraag bij hoogdringendheid aan de raad wordt gesteld) beslissen om een adviesvraag schriftelijk af te handelen. Het bureau motiveert zijn beslissing en deelt die mee aan alle leden. §2. In geval van een schriftelijke afhandeling krijgen alle leden de mogelijkheid om schriftelijk hun bijdrage te leveren aan de totstandkoming van het advies. Het door het secretariaat geformuleerde advies wordt vervolgens via schriftelijke procedure voor goedkeuring voorgelegd aan de raad. §3. In het geval van hoogdringendheid (adviestermijn van 10 dagen) kan voor de schriftelijke goedkeuringsprocedure de termijn (zoals vastgelegd in artikel 7) niet gerespecteerd worden. §4. Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen na het toesturen van het advies, geen bemerkingen formuleren bij het advies dat voorgelegd werd voor schriftelijke goedkeuring wordt het advies beschouwd als definitief vastgesteld. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van de schriftelijke procedure en ontvangen het definitief vastgestelde advies. Indien de raadsleden binnen de twee werkdagen bemerkingen ingediend hebben bij het advies, dat voorgelegd werd voor schriftelijke goedkeuring, dan beoordeelt het bureau van de SARO in hoeverre de ingediende bemerkingen moeten leiden tot een aanpassing van het advies. De raadsleden worden op de hoogte gebracht van de resultaten van de beoordeling door het bureau en ontvangen het aangepaste advies; met evenwel de mogelijkheid om eventueel nog een standpunt te laten opnemen in het aangepaste advies. Het aangepaste advies - met de eventuele standpunten - wordt vervolgens als definitief vastgesteld beschouwd. Artikel 18 De secretaris maakt aan de bestemmeling van het advies het aangenomen advies over. De notulen van de beraadslaging worden eveneens aan de bestemmeling bezorgd. Artikel 19 Zolang de adviezen van de raad niet zijn goedgekeurd en aan de bestemmeling werden overgemaakt, is het de leden en hun plaatsvervangers niet toegelaten hieromtrent publieke verklaringen, noch schriftelijke noch mondelinge, af te leggen. Artikel 20 Enkel de voorzitter is woordvoerder van de raad en de werkgroepen. De voorzitter kan deze opdracht delegeren aan een ander lid of aan de secretaris. Titel VII – Derden en externe deskundigen Artikel 21 §1. De vergaderingen van de raad, het bureau en de werkgroepen zijn niet openbaar. §2. Op voorstel van de raad, het bureau of de werkgroepvoorzitter kunnen externe deskundigen worden uitgenodigd voor toelichting bij en/of gedachtewisseling over adviesontwerpen. Bij het begin SARO jaarverslag 2020
p. 23
van de vergadering stelt de voorzitter deze externe deskundigen voor aan de raad, het bureau of de werkgroep. Deze externe deskundigen hebben een raadgevende stem. Ze krijgen alleen maar het woord na toelating van de voorzitter of de werkgroepvoorzitter. De voorzitter kan beslissen om de externe deskundige te vergoeden voor hun aanwezigheid op de raad, het bureau of de werkgroep. §3. Leden kunnen de voorzitter of de werkgroepvoorzitter verzoeken op de raadszitting of op de interne werkgroep bijgestaan te worden door derden. In uitzonderlijke gevallen kunnen leden de werkgroepvoorzitter verzoeken zich op de interne werkgroep gemandateerd te laten vervangen door een derde. Bij het begin van de vergadering stelt de voorzitter deze derden voor aan de raad of de werkgroep. Deze derden hebben een raadgevende stem. Ze krijgen alleen maar het woord na toelating van de voorzitter of de werkgroepvoorzitter. Titel VIII - Interne werkgroepen Artikel 22 Interne werkgroepen kunnen op verzoek van de raad, het bureau of de voorzitter ingesteld worden met het oog op het voorbereiden van ontwerpadviezen of het begeleiden van onderzoeksopdrachten. Artikel 23 §1. Elk lid kan verzoeken deel uit te maken van een interne werkgroep. §2. Elk lid van een interne werkgroep tekent op de werkvergadering een presentielijst. §3. De leden ontvangen voor hun aanwezigheid op de werkgroepvergaderingen een presentiegeld en verplaatsingskosten conform het oprichtingsbesluit. Artikel 24 De interne werkgroep kiest onder zijn midden een werkgroepvoorzitter. Artikel 25 §1. De interne werkgroep belegt in overleg met het secretariaat de vergaderingen en bepaalt het tijdstip, de plaats en de agenda. Het secretariaat zorgt tevens voor het opsturen van de stukken. §2. Het secretariaat maakt op basis van de bespreking in de interne werkgroep een ontwerpadvies op of een kort verslag van de werkgroepvergadering. Titel IX - Deontologie Artikel 26 Een lid dat van oordeel is een persoonlijk belang te hebben bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking ervan, noch de beraadslaging over het advies van de raad en de stemming erover bijwonen. De vergadering kan het betrokken lid evenwel om een toelichting van dit onderwerp verzoeken. Artikel 27 Wanneer een lid van oordeel is dat een ander lid een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp, brengt het lid dit onmiddellijk ter kennis aan de voorzitter. De voorzitter brengt dit, SARO jaarverslag 2020
p. 24
desgevallend met zijn advies, ter kennis aan het betrokken lid. Indien de voorzitter van oordeel is dat het lid een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp en het lid weigert zich uit de bespreking van dit onderwerp terug te trekken, dan kan de voorzitter hiervoor aan de raad om een geheime stemming vragen. De raad kan het lid bij gewone meerderheid van de bespreking en van de stemming uitsluiten. Titel X - Onderzoeken Artikel 28 Na overleg met het bureau of de raad kan de voorzitter een contract sluiten met externe deskundigen voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken. Dit verzoek omvat minstens: 1° de aard van het onderzoek; 2° de verantwoording van het beroep op een externe deskundige; 3° de raming van de kostprijs; 4° de gegevens van de te stellen deskundige; 5° de einddatum van het onderzoek. Titel XI - Secretariaat Artikel 29 §1. De secretaris is, namens de raad, hoofd van het personeel dat aan de raad ter beschikking wordt gesteld. De secretaris houdt zich daarbij aan het Vlaams personeelsstatuut en aan de richtlijnen die hem gegeven worden door de voorzitter en het bureau. De secretaris rapporteert regelmatig aan het bureau. §2. De secretaris is verantwoordelijk voor het opmaken van functiebeschrijvingen en het beoordelen van de proeftijd van nieuw aangeworven personeelsleden, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut en na overleg met het bureau. §3. De secretaris is verantwoordelijk voor het aanwerven van nieuwe personeelsleden en de opvolging van het prestatiemanagement van de personeelsleden, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut en na overleg met het bureau. §4. Voor wat de aanwerving en opvolging van prestatiemanagement van de secretaris aangaat, is het bureau namens de raad verantwoordelijk, binnen de krijtlijnen van het Vlaams personeelsstatuut. Artikel 30 §1. De secretaris assisteert de voorzitter, het bureau en de raad bij de uitvoering van hun opdracht. §2. De voorzitter kan de secretaris richtlijnen en opdrachten geven bij de uitvoering van de beslissingen van de raad. §3. De secretaris en de andere leden van het secretariaat kunnen zonder stemrecht de vergaderingen SARO jaarverslag 2020
p. 25
van de raad bijwonen. Ze zorgen voor de uitvoering van de beslissingen van de raad en het bureau. §4. De secretaris en de voorzitter ondertekenen alle verslagen, beslissingen en adviezen. §5. De secretaris duidt een lid van het secretariaat aan die hem vervangt bij afwezigheid. Titel XII - Bureau Artikel 31 §1. Het bureau bestaat minstens uit de voorzitter, twee leden en de secretaris. §2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het bureau. Artikel 32 §1. Het bureau bereidt de vergaderingen van de raad voor. §2. Het bureau kan die bevoegdheden geval per geval of in algemene bewoordingen delegeren aan de voorzitter. Artikel 33 §1. Het bureau stelt een ontwerpwerkplan voor aan de raad, zoals vermeld in artikel III.105 van het bestuursdecreet. Daarnaast is het bureau verantwoordelijk voor het opstellen van een ontwerpjaarverslag, zoals vermeld in artikel III.106 van het bestuursdecreet, dat eveneens tijdig moet worden voorgelegd aan de raad. §3. Het bureau stelt de ontwerpbegroting en de ontwerprekening op, en legt die voor aan de raad. Artikel 34 §1. De voorzitter stelt in overleg met de secretaris de agenda op voor de vergadering van het bureau. §2. Het bureau beslist met unanimiteit. Als die niet wordt bereikt, wordt het punt voorgelegd aan de raad. §3. De secretaris van de raad is tevens secretaris van het bureau en zorgt er voor dat een ontwerpverslag van de vergadering opgemaakt wordt. De secretaris kan zich daartoe laten bijstaan door een personeelslid van het secretariaat. De secretaris en de voorzitter tekenen het ontwerpverslag. De secretaris stuurt het verslag ter informatie aan alle leden van de raad. Titel XIII - Budget Artikel 35 §1. Binnen de beperkingen van de toegekende dotatie stelt de raad jaarlijks, op voorstel van het bureau, zijn begroting vast en keurt de rekeningen goed. §2. De secretaris gaat contractuele en financiële verbintenissen aan namens en voor de raad. Bij bedragen boven de 2.500 euro is het fiat noodzakelijk van de voorzitter. §3. De uitbetaling van presentiegelden en vergoedingen aan de leden, voorzitter, plaatsvervangers en externe deskundigen gebeurt door het secretariaat conform de richtlijnen van de Vlaamse Regering
SARO jaarverslag 2020
p. 26
of haar gemachtigde. Titel XIV - Openbaarmaking en vertegenwoordiging Artikel 36 §1. Een advies wordt door de secretaris zo spoedig mogelijk naar de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement verstuurd. De leden van de raad ontvangen steeds een kopie van het advies. §2. De adviezen zijn openbaar nadat ze meegedeeld zijn aan de Vlaamse Regering. Andere documenten zijn openbaar en de secretaris kan ze ter beschikking stellen aan derden zodra ze door de raad zijn bekrachtigd. §3. Na bekrachtiging wordt het jaarverslag voorgelegd aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement. §4. De voorzitter en de secretaris verzorgen namens de raad de publiciteit over of naar aanleiding van adviezen of andere publicaties. Artikel 37 §1. De voorzitter is verantwoordelijk voor de externe vertegenwoordiging van de raad. De voorzitter kan een raadslid, de secretaris of een lid van het secretariaat machtigen om in zijn plaats op te treden voor bepaalde materies. §2. Als op grond van een decreet, een besluit, een andere reglementaire bepaling of op eenvoudig verzoek aan de raad gevraagd wordt iemand af te vaardigen in een gespreksforum of op een vergadering, dan beslist het bureau wie die externe vertegenwoordiging opneemt en met welk mandaat, nadat de secretaris informatie ingewonnen heeft over het gevraagde mandaat en over de aard van de gevraagde vertegenwoordiging. §3. Als de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad reeds advies heeft uitbracht, en er wordt gevraagd in naam van de raad een standpunt in te nemen, dan wordt het mandaat en de inhoud van deze vertegenwoordiging door dat advies bepaald. De vertegenwoordiging mag niet strijdig zijn met de inhoud van dit advies. Desgevallend moeten de verschillende standpunte n die in het advies zijn opgenomen, worden weergegeven. §4. Als de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad nog geen advies uitgebracht heeft, en er wordt gevraagd een standpunt in te nemen in naam van de raad, dan wijst de betrokken vertegenwoordiger er op dat de raad nog geen standpunt heeft ingenomen, en dat de betrokken vertegenwoordiger geen uitspraken kan doen in naam van de raad. §5. Aan de raad wordt verslag uitgebracht over de externe vertegenwoordiging in naam van de raad. Alle raadsleden kunnen inzage vragen in de documenten die bekomen worden via de vertegenwoordigingsopdracht. Titel XV - Andere werkzaamheden Artikel 38 In het kader van de benoeming van de secretaris worden de bevoegdheden van de raad uitgeoefen d SARO jaarverslag 2020
p. 27
conform het raamstatuut, goedgekeurd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 (titel 2). Artikel 39 De raad moet steeds zijn goedkeuring hechten aan de jaarlijkse begroting, de rekening, het werkprogramma en het jaarverslag. Die bevoegdheden kunnen niet worden gedelegeerd. Artikel 40 §1. Als de raad dat nuttig acht of op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement, kan de raad bijeenkomsten of andere werkzaamheden organiseren ter bevordering van de gedachtevorming op het terrein van het bestuurlijk beleid. §2. Deze bijeenkomsten of werkzaamheden kunnen een publiek of semipubliek karakter hebben (zoals studiedagen, colloquia of hoorzittingen) of ze kunnen een besloten karakter hebben en de vorm aannemen van een bijzonder overleg tussen een beperkt aantal partners. TITEL XVI - Diverse bepalingen Artikel 41 De raad kan wijzigingen in dit reglement doorvoeren als minstens negen leden ermee akkoord gaan. Daarover wordt beslist op de tweede vergadering na het indienen van de aanvraag tot wijziging. Artikel 42 Het werkjaar van de raad loopt in principe van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 43 §1. De zetel van de raad is gevestigd op het volgende adres: Herman Teirlinckgebouw, Havenlaan 88 bus 23, 1000 Brussel. §2. De officiële correspondentie van het secretariaat met de leden kan zowel per brief als per e-mail.
SARO jaarverslag 2020
p. 28
Bijlage 3: SARO adviezen 2020 2020|01
Advies over de alternatievenonderzoeksnota complex project ‘Noord-Zuidverbinding Limburg’
2020|02
Briefadvies over het ontwerp verzameldecreet inzake mobiliteit
2020|03
Advies over het programmadecreet 2020
2020|04
Advies over aanpassing van diverse decreten inzake energie, klimaat en rapportage
2020|05
Briefadvies over het ontwerpdecreet houdende opheffing VHRM
2020|06
Advies over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit
2020|07
Advies over de non-paper ‘financiering erfgoedzorg’
2020|08
Briefadvies over de startnota GRUP ‘Afbakening regionaal stedelijk gebied Mechelen’
2020|09
Briefadvies over de startnota GRUP ‘Bedrijvenzone Drie Fonteinen te Drogenbos en SintPieters-Leeuw’
2020|10
Advies over de startnota GRUP ‘‘Uitbreiding Vandersanden Steenfabrieken in Bilzen’
2020|11
Advies over de startnota GRUP ‘Leidingstraat Glabbeek-Halen’
2020|12
Advies over de startnota GRUP ‘Leidingstraat Zelzate-Kallo’
2020|13
Advies over het ontwerpbesluit onroerend erfgoed
2020|14
Briefadvies over het programmadecreet 2021
2020|15
Briefadvies over de startnota GRUP ‘Nelissen Steenfabrieken NV te Lanaken’.
2020|16
Advies over de startnota GRUP ‘Ringpark Zuid Antwerpen’
2020|17
Briefadvies over de tussennota complex project ‘Noord-Zuidverbinding Limburg’
2020|18
Advies over wijziging VCRO m.b.t. zorgwonen
SARO jaarverslag 2020
p. 29
Bijlage 4: SARO raadszittingen en werkgroepen 2020 raadszittingen Filiep Loosveldt Herman Baeyens Mia Vancompernolle Piet Vanden Abeele Steven Betz Goedele Sannen Pieter Verbeek Peter Hertog Thomas Vael Sandra Rosvelds Erik Grietens Frederik Mollen Philippe Casier Oda Walpot Katrien Van Herck Lieven De Stoppeleire Björn Mallants Gert Huybrechts Heidi De Nijn Winand Vandelaer Peggy Verzele Eve Diels Karel Dendooven Karel Vanackere Raïssa Bratkowski Xavier Buijs Karen Alderweireldt Tineke Dewint Brecht Nuyttens Els Deconinck Mark Cromheecke Leo Van der Vliet Piet Gellynck Veerle Lauwers Yves Loix Frédéric de Grave Godfried Bekaert Yvo Peeters
SARO jaarverslag 2020
werkgroepen
22/01 26/08 21/10 16/12 totaal 03/09 10/09 24/11 totaal x x x x 4 x x 2 0 0 x x x x 4 x 1 0 0 x x x x 4 x 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 x x x 3 x 1 x x x 3 x 1 x x x x 4 x 1 x 1 x 1 x x x 3 x x 2 x 1 0 x 1 0 x x 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 x x x x 4 x 1 x x x x 4 x x 2 x 1 0 x x x 3 x 1 0 0 x x x 3 0 0 0 x 1 x 1 x x x x 4 x x 2 x x x x 4 0 x x 2 0 x 1 x 1 x 1 0 x 1 0 x x x x 4 x x x 3 0 0
p. 30