Skip to main content

2020_Jaarverslag VP.pdf

Page 1

VERSLAG OVER DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2020


////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

VERSLAG OVER DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2020 /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

2


DOCUMENTBESCHRIJVING Titel van publicatie: Verslag over de uitvoering van het bodemdecreet voor het jaar 2020 Wettelijk Depot nummer:

Verantwoordelijke Uitgever: OVAM Danny Wille OVAM Trefwoorden: Bodemdecreet --Verslag -- 2020

Samenvatting: Volgens artikel 174 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming moet jaarlijks bij het Vlaams Parlement verslag uitgebracht worden over de uitvoering van het decreet.

Aantal bladzijden: 55 Datum publicatie: juni 2021 Begeleidingsgroep en/of auteur: Bruno Billiaert, Katrien Van de Wiele, Renée Hoebeke, Filip De Naeyer, Nina Peeters, Tom Behets, Christine Van Tricht

Aantal tabellen en figuren: /10 tabellen en 6 figuren Prijs*: / Contactpersonen: Ann Cuyckens, Patrick Casier, Johan Ceenaeme, Geert Nys

U hebt het recht deze brochure te downloaden, te printen en digitaal te verspreiden. U hebt niet het recht deze aan te passen of voor commerciële doeleinden te gebruiken. De meeste OVAM-publicaties kunt u raadplegen en/of downloaden op de OVAM-website: http://www.ovam.be * Prijswijzigingen voorbehouden.

3


INHOUD 1 2 3

Inleiding .................................................................................................................................... 6 Stand van zaken Bodemdecreet en VLAREBO .......................................................................... 7 Ontsluiten van bodeminformatie ............................................................................................. 8

3.1 3.1.1

Afleveren van bodemattesten Inleiding

3.1.2 3.1.3

Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister Lopende rekeningen

9 10

3.1.4 3.2

Info Webloketten

10 10

4

Overzichten van bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten .................................... 12

4.1

Bodemonderzoeken

12

4.2 4.3

Schadegevallen en meldingen Ambtshalve tussenkomsten

17 19

4.3.1 4.3.2

Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem Bijzondere tussenkomsten

19 21

5

Kwaliteitsgaranties ................................................................................................................. 25

5.1

Erkende bodemsaneringsdeskundigen

25

5.2 5.2.1

Kwaliteitsborging Audits

25 25

5.2.2 5.2.3

Controles Wijziging standaardprocedures

25 26

6

Overdracht en financiële beleidsinstrumenten...................................................................... 28

6.1

Financiële zekerheden en verbintenissen

28

6.2 6.2.1

Artikel 164 van het Bodemdecreet: Afwijking op de overdrachtsbepalingen

28 29

6.2.2 6.3

Overzicht van verzoeken artikel 164 BD Cofinanciering

29 30

7

Doelstelling 2036 – DoeLgroepgerichte beleidsinstrumenten ............................................... 31

7.1

Actueel houden van de gemeentelijke inventaris

31

7.2 7.3

Opvolgen onderzoeksverplichtingen De Grote Grondvraag

31 31

7.4 7.4.1

Brown- en blackfields Opvolgen brownfieldconvenanten

32 32

7.4.2 7.5

Blackfields ontzorging van particulieren via site-aanpak

32 32

7.5.1 7.6

Conclusie Huissaneerder terreinen Vlaamse overheid

36 36

7.7

Bedrijfsspecifieke en Sectorspecifieke overeenkomsten (BSOK en SSOK)

37

8 8

4


7.7.1 7.7.2

BSOK SSOK

37 38

7.8 7.8.1

Fondsen Bofas vzw

39 39

7.8.2 7.8.3

Vlabotex vzw Stookoliefonds

40 41

7.8.4 7.9

Tersana vzw Waterbodems

41 42

7.9.1 7.9.2

Resanat Sullied sediments

44 44

7.9.3 7.10

Narmena STORTPLAATSEN

46 46

7.10.1 7.10.2

Bebossing Europese projecten

46 47

8

Andere beleidsaspecten ......................................................................................................... 49

8.1

Regeling grondverzet

49

8.2 8.3

Duurzame bodemsanering Bodemzorg

49 50

8.3.1 8.3.2

Diffuse bodemverontreiniging Emerging contaminants

51 51

8.3.3 8.3.4

Gebiedswerking Soil and landstewardship

52 53

Lijst van tabellen .................................................................................................................................... 55 Lijst van Figuren ..................................................................................................................................... 55

5


1 INLEIDING Op 27 oktober 2006 werd het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming goedgekeurd. Dit Bodemdecreet verving het Bodemsaneringsdecreet van 1995 en trad in werking op 1 juni 2008. Op 14 december 2007 werd het Vlaams Reglement rond de Bodemsanering, kortweg VLAREBO, goedgekeurd. Conform artikel 174 van het Bodemdecreet dient jaarlijks verslag te worden uitgebracht aan het Vlaams Parlement over de uitvoering van het Bodemdecreet. Dit is het verslag van het jaar 2020.

6


2 STAND VAN ZAKEN BODEMDECREET EN VLAREBO Eind 2017 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van het Bodemdecreet goed. Het wijzigingsdecreet verscheen op begin 2018 in het Belgisch Staatsblad en de bepalingen traden gefaseerd in werking. Door deze wijzigingen is een belangrijke stap gezet om te garanderen dat de sanering van alle verontreinigde gronden in Vlaanderen tegen 2036 is opgestart. Een gewijzigd VLAREBO werd op 21 september 2018 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De meeste bepalingen traden in werking op 1 april 2019 en werden in de loop van 2019 geïmplementeerd. Twee wijzigingen werden pas op 1 september 2020 van kracht, nl. in verband met de geldigheid van het oriënterend bodemonderzoek (artikel 64 VLAREBO) en de onafhankelijkheid van de bodemsaneringsdeskundige (artikel 53/5 VLAREL).

7


3 ONTSLUITEN VAN BODEMINFORMATIE 3.1 AFLEVEREN VAN BODEMATTESTEN 3.1.1 Inleiding Een bodemattest is sinds 1996 verplicht voor iedereen die een overeenkomst over de overdracht van een grond wil sluiten. De OVAM levert een attest af binnen maximaal 14 dagen voor niet-dossiergebonden gronden. Dit is zo sinds 1 januari 2015. Vroeger was de maximale aflevertermijn 30 dagen. Voor dossiergebonden gronden bedraagt de aflevertermijn uiterlijk 60 dagen. Als een grond is opgenomen in het grondeninformatieregister wordt dat vermeld op het bodemattest. In het andere geval spreken we van een blanco bodemattest. De OVAM verwerkt momenteel ongeveer 1100 aanvragen per dag. In 2020 leverde de OVAM 269.601 bodemattesten op aanvraag af. Hiervan waren 25 162 attesten dossiergebonden en 117 attesten voor delen van percelen. De OVAM leverde de afgelopen 20 jaar in totaal 4.456.818 bodemattesten af.

8


Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar

De meeste notarissen en immobiliënkantoren – momenteel 2262 – maken gebruik van de mogelijkheid om bij de OVAM een lopende rekening te openen. Zij kunnen zo ook gebruik maken van een webtoepassing voor het aanvragen en ontvangen van hun bodemattesten. Circa 98 % van de bodemattesten wordt op deze manier aangevraagd. De gegevens in de grafiek hebben betrekking op bodemattesten afgeleverd op basis van een aanvraag. De retributie bedraagt 54 euro per kadastraal perceel en 218 euro voor een deel van een kadastraal perceel.

3.1.2 Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister Bij de opname van een grond in het grondeninformatieregister levert de OVAM een bodemattest af. In 2020 bezorgde zij 26 209 attesten aan de eigenaar, de gebruiker en de gemeente. Eind 2020 bevatte het grondeninformatieregister ongeveer 288 411 percelen.

9


Voor ongeveer 88 000 percelen zijn bij de OVAM nog geen onderzoeksgegevens bekend. Deze percelen zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Door het nieuwe Bodemdecreet vermeldt het bodemattest deze informatie sinds 1 juni 2018. De gemeenten en de OVAM werken samen om de gemeentelijke inventaris aan te vullen en te updaten.

3.1.3 Lopende rekeningen Voor de bedrijven of de personen die regelmatig een bodemattest aanvragen bestaat het systeem van lopende rekeningen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de diverse rekeninghouders. Sinds de invoering van het online-systeem is het aantal lopende rekeninghouders fors gestegen. De meeste notarissen en immobiliënkantoren werken via dit systeem om bodemattesten aan te vragen. Houders van lopende rekeningen

Aantal

Immobiliën/vastgoedkantoor

1202

Notaris

850

Overheidsinstelling/gemeente

131

Bodemsaneringsdeskundige

33

Andere

46

Totaal

2262

Tabel 1 Houders van lopende rekeningen

3.1.4 Info Voor meer informatie over bodemgerelateerde onderwerpen kan men terecht bij het team klantenbeheer van de OVAM. Dit team behandelde 260709 telefoons en 7160 mails in 2020. Een daling tegenover 2019. Enerzijds was er een afname vanaf het begin van de coronaperiode. Daarnaast werden er webinars georganiseerd samen met de federatie van de notarissen. Eveneens werd actief meegewerkt aan opleidingsprogramma’s georganiseerd door de federatie van de notarissen of door de makelaars.

3.2 WEBLOKETTEN De informaticatoepassing bodemsanering die sinds 1996 actief is, werd op 1 januari 2012 vervangen door de Mistral-toepassing. Deze toepassing is volledig webgebaseerd. Hierdoor kan de OVAM een dossier volledig elektronisch behandelen. Zowel de interne als externe briefwisseling is elektronisch beschikbaar. Ook het beheer van de erkenningen van de bodemsaneringsdeskundigen is hierin geïntegreerd. Naast het beheer van de Mistral-toepassing worden volgende toepassingen up-to-date gehouden en wordt er ondersteuning voor geboden: Geoloket: Deze algemeen toegankelijke webtoepassing laat toe om op een snelle manier na te gaan waar er al bodemonderzoeken en -saneringen zijn uitgevoerd. Webtool ‘Hulp bij overdrachten’: Via deze algemeen toegankelijke toepassing kan iemand nagaan of een overdracht volgens het Bodemdecreet verloopt en wat eventueel nog moet gebeuren.

10


RIT (risico-inrichtingen-tool): Dit is een algemeen toegankelijke webtoepassing waarin iemand op een snelle manier kan nagaan of een inrichting bodemonderzoeksplichtig is en dus als ‘risico-inrichting’ wordt beschouwd. Webloket Digitale bodemattesten, om digitaal bodemattesten aan te vragen en te ontvangen. Webloket Bodemsaneringsdeskundigen, waarin de erkende bodemsaneringsdeskundigen en de OVAM bodeminformatie kunnen uitwisselen. Webloket Gemeenten, voor het beheer van de gemeentelijke inventaris van de risicogronden.

11


4 OVERZICHTEN VAN BODEMONDERZOEKEN EN BODEMSANERINGSPROJECTEN 4.1 BODEMONDERZOEKEN Naar aanleiding van het overdragen van een risicogrond of het stopzetten van een risico-activiteit dient een oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd en bezorgd aan de OVAM. Tevens geldt een periodieke verplichting voor de uitvoering van dit onderzoek bij bepaalde risico-inrichtingen. Indien uit het oriënterend bodemonderzoek ernstige aanwijzingen blijken voor een verontreiniging van de bodem en/of het grondwater dan kan de OVAM aanmanen tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek. Onderstaande tabel toont een beknopt overzicht van het aantal bodemonderzoeken die in 2020 werden ontvangen en verwerkt. Om te vergelijken voegen we de gegevens voor de vorige drie jaren toe. 2017

2018

2019

2020

Oriënterend onderzoek

2543

2993

3261

3240

Oriënterend en beschrijvend

169

156

168

212

313

289

361

312

Beschrijvend bodemonderzoek

349

381

401

398

Noodzaak tot

259

240

238

252

onderzoek Noodzaak tot beschrijvend onderzoek

bodemsaneringsproject

Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken

12


Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde grond

13


Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief

Indien uit de bodemonderzoeken blijkt dat er moet gesaneerd worden zal de saneringsplichtige een (beperkt) bodemsaneringsproject moeten laten opstellen. De OVAM levert een conformiteitsattest af. Dit attest geeft de nodige vergunningen om de bodemsaneringswerken op te starten. Na de uitvoering van de werken levert de OVAM een eindverklaring af. In sommige gevallen legt de Ovam maatregelen van bewaking en controle op. Voor 148 nieuwe locaties werd in 2020 een (beperkt) bodemsaneringsproject bij de OVAM ingediend. In 2020 werden op 167 locaties de bodemsaneringswerken opgestart en werden voor 186 locaties de bodemsaneringswerken afgerond en eindverklaringen afgeleverd. Voor de (beperkte) bodemsaneringsprojecten waarvan OVAM in 2020 een conformiteitsattest afleverde, wordt de kostprijs geraamd op circa 94 miljoen Euro. Het totale geraamde bedrag voor de periode 1997-2020 bedraagt circa 2,458 miljard Euro.

14


2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Ingediend

2010

BodemsaneringsProjecten

259

288

202

240

184

176

182

168

137

137

148

Aanvullingen en/of wijzigingen

27

22

11

18

6

7

7

6

8

9

Conformiteitsattesten

311

349

278

307

296

264

247

244

200

189

In uitvoering (werken/nazorg)

315

348

291

293

294

273

256

248

204

213

167

Eindverklaringen

312

480

264

337

347

291

246

260

239

231

186

Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten

Figuur 4 BSP-BSW cumulatief

15


Toestand op 01/01/2021

Percelen GIR: 288411 gemeentelijke inventaris onderzochte gronden

24000 27000 11000 12500

Meldingen & schadegevallen

dossiers OBO afgerond 45481 100%

dossiers meldingen en schadegevallen 3787

geen verdere maatregelen nodig 30643 67%

BBO nodig 14838 100%

geen verdere maatregelen nodig 6568 49%

BBO conform 13313 90%

BSP nodig 6745 100%

54%

58%

dossiers (basis studie 2006) geschat aantal risicogronden 85000 100,00%

geschat BBO nodig 24000 - 27000 100%

BBO conform 13313 49% - 55%

57%

geschat BSP nodig 11000 - 12500 100%

BSP conform 5695 84%

BSP conform 5695 46% - 52%

BSW opgestart 5300 79%

BSW opgestart 5300 42% - 48%

BSW afgerond 4271 63%

BSW afgerond 4271 34,2% - 38,8%

Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau)

16


4.2 SCHADEGEVALLEN EN MELDINGEN Jaarlijks worden bij de OVAM schadegevallen met mogelijke bodemverontreiniging tot gevolg gemeld. Het Bodemdecreet definieert een schadegeval als een 'onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging'. Het Bodemdecreet voorziet voor schadegevallen een 'schadegevallen' procedure. Met deze vereenvoudigde procedure kan de saneringsplichtige op een snelle en efficiënte manier de noodzakelijke maatregelen treffen om de bodemverontreiniging te behandelen. Deze behandeling gebeurt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige. De saneringsplichtige kan deze procedure enkel gebruiken bij een aantal specifieke voorwaarden: het schadegeval moet binnen de dertig dagen na het ontstaan ervan gemeld worden bij de bevoegde overheid (de gemeente of de OVAM) EN de behandeling van de bodemverontreiniging duurt maximaal honderdtachtig dagen.

Schadegevallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

137

240

249

237

193

197

203

Tabel 4 Aantal schadegevallen

In 2020 registreerde de OVAM 203 nieuwe schadegevallen met mogelijke bodemverontreiniging. Bij elk van de volgende gevallen geldt sowieso de klassieke procedure: Het schadegeval werd niet gemeld binnen de dertig dagen. Het gaat niet om een onvoorziene gebeurtenis. De bodemverontreiniging kan niet gesaneerd worden binnen de 180 dagen. Dit betekent dat de saneringsplichtige in eerste instantie een beschrijvend bodemonderzoek moet uitvoeren. We spreken dan niet langer over een schadegeval maar wel over een melding bodemverontreiniging.

Meldingen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

37

31

31

34

70

18

19

bodemverontreiniging

Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging

In 2020 registreerde de OVAM 19 nog niet eerder gekende of vastgestelde meldingen van bodemverontreinigingen. Deze konden niet behandeld worden binnen de schadegevallenprocedure. Een incident aan de stookolietank voor de verwarming van een gebouw is een veel voorkomend schadegeval.

17


In 2020 registreerde de OVAM 79 schadegevallen met stookolietanks die leidden tot een mogelijke bodemverontreiniging. Regelmatig worden er drugsincidenten met mogelijke bodemverontreiniging tot gevolg gemeld aan de OVAM. De OVAM maakt een onderscheid tussen een terrein waarop drugsafval werd gedumpt door onbekenden en een terrein waarop een drugslabo werd geëxploiteerd: Veroorzaakt een onbekende een bodemverontreiniging op een terrein door het achterlaten van drugsafval, dan is dit voor de eigenaar of gebruiker een onvoorziene gebeurtenis. In die gevallen kan de schadegevallenprocedure opgestart worden. De exploitatie van een drugslabo op een terrein beschouwt de OVAM als een illegale risico-inrichting. De schadegevallenprocedure kan hiervoor niet toegepast worden.

Exploitatie van drugslabo Dumping van drugsafval

2019

2020

6 6

6 3

Tabel 6 Aantal drugsincidenten gemeld aan OVAM

In 2020 registreerde de OVAM 3 dumpingen van drugsafval en 6 meldingen van drugslabo's.

18


4.3 AMBTSHALVE TUSSENKOMSTEN 4.3.1 Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem 4.3.1.1

Situering

Waar het bodemdecreet aangeeft dat de saneringsplichtige het initiatief tot sanering moet nemen, treedt de OVAM in een aantal gevallen ambtshalve op. Dit is het geval: indien alle saneringsplichtigen op een perceel het statuut onschuld hebben verkregen; indien de saneringsplichtige niet wil optreden, waarna OVAM via handhaving in zijn plaats optreedt; in toepassing van art. 164 BD bij dadingen en bijzondere overeenkomsten, wanneer een rol voor OVAM ambtshalve is voorzien: bij historische bodemverontreinigingen over grotere oppervlaktes wanneer een site wordt afgebakend en de OVAM ambtshalve tussenkomt; in 2020 werden zowel sites bij vrijgestelde particulieren als bij locaties met meerdere eigenaars opgestart; bij verontreinigde terreinen gevat in een faillissement waar de vrije markt niet tot een oplossing komt en de OVAM het verontreinigde terrein aankoopt in toepassing van het zogenaamde protocol curatoren met het oog op sanering en herontwikkeling; bij toepassing van het zogenaamde protocol scholen, afgesloten tussen de minister bevoegd voor leefmilieu en de minister bevoegd voor onderwijs, op voordracht van OVAM, van AGIOn en van GO!; tot slot komt de OVAM via veiligheidsmaatregelen tussen in uitzonderlijke situaties waar de volksgezondheid in gevaar dreigt te komen. Deze acties komen naast de eerstelijnszorg die geboden wordt aan lokale besturen bij meldingen van bodemverontreiniging en de grotendeels adviserende rol die de OVAM opneemt bij het behandelen van schadegevallen (zie eerder). 4.3.1.2

Middelen

Bij de uitvoering van de diverse fasen van de ambtshalve saneringen gebruikt de OVAM kredieten vanuit het MINA-fonds en het BodemBeschermingsFonds (BBF). Het totale pakket aan bodemsanering stemde in

2020 overeen met een effectief vastleggingskrediet van 39,6 mio EUR, wat hoger ligt dan het 5jaarsgemiddelde. In onderstaande tabel vindt u de evolutie van de totale effectieve vastleggingsbedragen in euro voor ambtshalve bodemgerelateerde opdrachten: 2015

2016

2017

2018

€ 27 214,29

€ 28 195,58

€ 32 754,33

€ 53 233,81

2019 € 35 224,925

2020 € 39 636,313

Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten

19


Een eerdere piek uit 2018 kwam door het verlenen van extra dotaties en door een intering op het BBF. In 2020 werd opnieuw ingeteerd op het BBF. Deze middelen waren bestemd voor de sanering van specifieke brownfielddossiers. Een ploeg van medewerkers met een equivalent van 16,9 VTE gebruiken deze financiële middelen. 4.3.1.3

Evoluties

De onderstaande tabel toont een evolutie van de ambtshalve uitvoeringen binnen het Bodemdecreet. Deze lijst is beperkt tot de dossiers waar onschuld werd verleend. Jaartal

2010

2014

2017

2018

98

113

150

86

verder te zetten BBO/BSP/BSW

475

586

625

690

totaal in behandeling

573

699

775

776

nieuw op te starten BBO

2019 105

2020 91

697

729

802

Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen

In 2020 realiseerde de OVAM in 73 dossiers een definitieve oplossing na het beschrijvend bodemonderzoek of na de uitvoering van de bodemsaneringswerken. Er waren ook heel wat andere tussenkomsten zoals deze binnen het protocol scholen, bij sitebesluiten, door handhaving of door een verwerving bij het protocol curatoren.

20


4.3.2 Bijzondere tussenkomsten 4.3.2.1

Overzicht grootste tussenkomsten

De tabel beschrijft de voornaamste tussenkomsten uit 2020

gemeente/roepnaam

gegund bedrag 2020

(voormalige) activiteit

parameters

(nieuwe) ruimtelijke invulling

Wachtebeke G. Naudtslaan

2.203.700

teerfabriek

minerale olie, PAK's, BTEX

heringericht bedrijventerrein

Antwerpen General Motors

1.758.862

autofabriek

minerale olie, BTEX, VOCL's, chloorbenzenen, PFAS

Havenbedrijf zorgt voor herontwikkeling als circulaire hub

Aalst Modernite

1.618.401

asbestverwerkende nijverheid

asbest, zware metalen

watergebonden bedrijventerrein voorzien voor gebouw met fundering op wanden ondergrondse berging asbesthoudende materialen

Kortrijk Spinnerijkaai

1.482.315

Spinnerij & groothandel chemische producten

VOCL's, BTEX, minerale olie

blijft parking lofts en tuin met ringgracht

Tienen Leopoldvest

1.029.758

gasfabriek

minerale olie, BTEX, PAK's, cyanides

Samenwerking met FLUVIUS. Uiteindelijk worden de grootste percelen doorverkocht aan een herontwikkelaar die er een appartementsgebouw op zal plaatsen.

zware metalen, PAK's, asbest

Kadert in de herinrichting stationsomgeving Boom: groene site voor de buurt, fietsverbinding en huisvesting socio-maatschappelijke functies

Boom Frateur

724.957

metaalbewerking, opslag materialen

21


Machelen Biochim

463.853

solventrecyclagebedrijf

Vocl's, minerale olie, PAK's, BTEX

masterplan in opmaak. Momenteel is daarin deels park- en deels woongebied voorzien

Geraardsbergen Groteweg

451.899

beenderkoolfabriek

herontwikkeling als bedrijventerrein

Willebroek Stenofer

389.818

Cokesfabriek

minerale olie, BTEX, PAK's, fenolen cyanides, PAK's, minerale olie, BTEX, fenolen, zware metalen

Wervik Gasstraat

382.102

gasfabriek

cyanides, PAK's, teer

Centrum parking met lichtcirkel als herinnering aan het verleden (gashouder)

heringericht bedrijventerrein

Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2020

4.3.2.2

Toelichting

Wervik – Gasstraat - van verwaarloosde gassite naar groene centrumparking Sinds de oprichting in 1865 verzorgde de gasfabriek via ondergrondse leiding voor openbare verlichting en verlichting in huizen. De gasfabriek had 2 monumentale gazometers voor de opslag van het gas. In 1917 werd de gasfabriek vernietigd in een bombardement. Enkel de gazometers werden heropgebouwd voor de opslag en verdeling van het gas. Na afbraak van de laatste gazometer in 1972 werd een gebouw nog gebruikt als muziekschool. Twee teerputten zorgden voor een verontreiniging aan cyanides, teergebonden paramters, chroom en ammonium. De sanering omvat de ontgraving en reiniging van ruim 3.000 ton verontreinigde gronden en duurt, samen met de voorbereidende werken, een goede drie maand. De stad richt tegen de zomer de Gassite in als groene centrumparking, met heel wat beplanting tussen de parkeervakken en aan de randen. De parkeerplaatsen worden aangelegd in waterdoorlatende verharding. Er wordt ook een ontmoetingsplek aangelegd met een lichtcirkel, als herinnering aan de vroegere activiteiten.

Geraardsbergen – Groteweg – ‘reset’ van een bedrijvenzone

22


Een voormalige beenderkoolfabriek en een schrootsorteerbedrijf hebben een historische verontreiniging veroorzaakt met minerale olie, BTEXn en PAK’s, met daarenboven ook cresolen en fenol in het grondwater. De sanering verloopt geïntegreerd: voorafgaand aan de sanering voerde de eigenaar de sloopwerken uit. Via bronbemaling en een secanspalenwand tot 6 à 7 m-mv realiseren we een ontgraving van de verontreinigde gronden. Zo’n 2.500 ton grond wordt ontgraven en zal thermisch gereinigd worden. Na de sanering zal de eigenaar het terrein herinrichten als bedrijvenzone. Willebroek – cokesfabriek – volgende saneringsfase op het bedrijventerrein Het terrein van 12 ha groot, begrensd door een spoorlijn en de A12, maakt onderdeel van het grotere bedrijventerrein “Willebroek-Noord”. Van 1905 tot 1978 werd op het terrein een cokesfabriek uitgebaat. Naast de productie van cokes werden ook bijproducten verwerkt in een teer- en benzolfabriek. Vanop het terrein van de cokesfabriek werd afvalwater geloosd in de Gorrebroekloop. Op deze wijze kwam teerhoudend afval in de Gorrebroekloop terecht. Na stopzetting van de activiteiten in 1978 werd de fabriek onzorgvuldig gesloopt. Er waren nog verschillende lekkende tanks aanwezig op het terrein, die nog bijkomende bodemverontreiniging konden veroorzaken. Om dit tegen te gaan werden in 2007 in kader van voorzorgsmaatregelen verschillende opslagtanks op het terrein gereinigd en verwijderd. Drie grote betonnen en lekkende teertanks en 2 teerwachtbekkens werden eveneens leeggemaakt en verwijderd. Ten gevolge het statuut onschuldig eigenaar/exploitant werd in opdracht van de OVAM een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd in juli 2008. Hieruit bleek dat ter hoogte van de site een historische bodemverontreiniging voorkomt met minerale olie, BTEX, PAK, cyanide en fenolen in het vaste deel van de aarde en het grondwater en een verontreiniging met zware metalen in het vaste deel van de aarde. Het terrein is een brownfield gezien de zware saneringslast en de huidige onderbenuttingsgraad, gezien slechts 1 ha van het terrein wordt benut door de firma Stenofer NV, een schrootverwerker. Er werden ook reeds 2 fasen van ambtshalve bodemsaneringswerken uitgevoerd ter hoogte van de Gorrebroekloop waarbij de focus lag op het verwijderen van puur product om de verdere verspreiding via het oppervlaktewater en het humaan-toxicologisch risico weg te nemen. Deze fase omvat de aanstelling van een erkend bodemsaneringsdeskundige voor de actualisatie van de onderzoeken, het ontwerp en de opvolging van pilootproeven, de opmaak van een saneringsconcept dat rekening houdt met de uitbreidingsplannen van Stenofer nv de opmaak en begeleiding van de saneringswerken. Op deze manier kan een maatschappelijk zinvolle invulling gegeven worden aan deze brownfield.

23


Antwerpen – Opel – op weg naar een circulaire hub Deze verontreiniging met minerale olie, vluchtige aromaten en PFAS is overwegend historisch van aard en houdt een verspreidings- en humaantoxicologisch risico in. Het betreffende onderzoeksterrein is gelegen in de haven en was voorheen in gebruik als bedrijf voor auto-assemblage. Momenteel staat de site leeg. Deze fase omvat de sanering van verontreiniging in het vaste deel van de aarde, de sanering van het grondwater volgt. De grondverontreiniging wordt verwijderd door middel van een grondontgraving in combinatie met drijflaagrecuperatie. Om de ontgraving in den droge uit te voeren, wordt er na beëindigen van de drijflaagrecuperatie tijdelijk bemaald. Het opgepompte grondwater wordt, na passage door een waterzuiveringsinstallatie, deels geherinfiltreerd en deels geloosd in het Churchilldok. Na sanering zullen de verontreinigingsparameters weggenomen zijn tot hun risicogrenswaarde. Het Havenbedrijf Antwerpen zal deze zone herontwikkelen naar een circulaire hub. Boom – Frateur – opwaardering stationsomgeving In mei 2020 verwierf de OVAM het terrein voor een symbolische euro in het kader van het protocol curatoren. Het terrein ligt aan de berm van de A12 en in de directe omgeving van het station. De voormalige sloop- en metaalbewerkende activiteiten, in combinatie met een illegale ophoging met asbest, veroorzaakten een ernstige bodemverontreiniging. De sanering van Frateur kan immers beschouwd worden als een eerste stap in de geplande opwaardering van de stationsomgeving. Onder de naam ‘De Stationsomgeving Verbindt' onderzoeken de provincie Antwerpen en het lokaal bestuur van Boom hoe ze de stationsomgeving nieuw leven kunnen inblazen. Onder meer de NMBS, De Lijn, de Vlaamse overheid, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, het autonoom gemeentebedrijf Boom Plus en uiteraard de OVAM werken daaraan mee. Het terrein Frateur neemt een prominente rol op in het opwaarderingsproject. Er wordt onder meer onderzocht om een fietsverbinding te realiseren op het terrein en om er sociaal-maatschappelijke functies te voorzien, naast heel veel groen. Bij de invulling en afwerking van het terrein probeert de OVAM zoveel mogelijk bij die toekomstvisie aan te sluiten. We hanteren principes van bodemzorg en land en soil stewardship om het onderste uit de kan te halen.

24


5 KWALITEITSGARANTIES 5.1 ERKENDE BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN Bodemonderzoeken en -saneringen worden uitgevoerd onder leiding of toezicht van een erkende bodemsaneringsdeskundige. De OVAM beslist over die erkenning als bodemsaneringsdeskundige en over de schorsing en de opheffing ervan. Eind 2020 waren 64 bodemsaneringsdeskundigen erkend: 19 erkenningen als bodemsaneringsdeskundige van type 1; 45 erkenningen als bodemsaneringsdeskundige van type 2. In vergelijking met 2019: hebben we drie bijkomende bodemsaneringsdeskundigen erkend; hebben vijf bodemsaneringsdeskundigen hun erkenning stopgezet. In 2020 heeft de OVAM 1 erkenning geschorst. ER werden geen erkenningen opgeheven.

5.2 KWALITEITSBORGING De OVAM ontwikkelde een kwaliteitszorgsysteem om de kwaliteitsvolle werking van de erkende bodemsaneringsdeskundigen op te volgen, te ondersteunen en te borgen. Vanuit verschillende invalshoeken verzamelen we gegevens en vaststellingen. We brengen die samen in het individueel kwaliteitsdossier van de bodemsaneringsdeskundige. Zo krijgen we een algemeen beeld van de kwaliteitsvolle werking van elke erkende bodemsaneringsdeskundige.

5.2.1 Audits In 2020 werd een nieuwe fase van audits opgestart rond de algemene procesvoering en technisch inhoudelijke werking van bodemsaneringsdeskundigen. We controleerden in welke mate de bodemsaneringsdeskundige zijn actieplan naar aanleiding van de vorige audit implementeerde en in welke mate de genomen maatregelen leidden tot kwaliteitsvollere eindproducten.

5.2.2 Controles De OVAM controleert hoe de eindproducten in al hun facetten tot stand komen. Deze controles gebeuren steekproefsgewijs in concrete bodemdossiers, door een rapport- of veldwerkcontrole of naar aanleiding van een (externe) klacht.

25


5.2.2.1 Rapportcontrole In 2020 werkten we verder aan een globale en geïntegreerde aanpak op de rapportcontroles. We centraliseerden de gegevens en de vaststellingen die we met onze verschillende controles verzamelen en stemden deze beter op elkaar af. 5.2.2.2 Veldwerk- en werfcontrole Tijdens de veldwerkcontrole beoordelen we de bodemsaneringsdeskundige (en eventueel zijn onderaannemer) tijdens de uitvoering van het veldwerk. In 2020 voerden we 48 controles uit. De controles zijn als volgt verdeeld: Aanleiding

Aantal controles (%)

Oriënterend bodemonderzoek

65

Beschrijvend bodemonderzoek

25

Grondverzet

4

Bodemsaneringswerken

4

Bodemsaneringsproject

2

Tabel 9: Aantal controles per rapporttype – aanleiding Daarbij stelden we 13 niet-conformiteiten (27%) vast. In vergelijking met onze vaststellingen in 2019 stellen we een dalende trend van het aantal niet-conformiteiten vast (5%). Door beperkte personeelsbezetting hebben we in 2020 geen werfcontroles uitgevoerd.

5.2.3 Wijziging standaardprocedures VEB en VOBAS zijn de twee verenigingen die de erkende bodemsaneringsdeskundigen vertegenwoordigen. Beide verenigingen zijn een aanspreekpunt voor overleg en uitwisseling van kennis en ervaring binnen de bodemsector. De OVAM heeft deze deskundigheid gebundeld om tot een door de bodemsector gedragen vernieuwde standaardprocedure te komen. Deze cocreatie met de OVAM, VEB en Vobas werd in 2020 voor de standaardprocedures oriënterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek afgerond. Na een consultatieronde en rekening houdend met de geformuleerde opmerkingen door de sector zijn de standaardprocedures definitief afwerkt. Ook de andere standaardprocedures werden aangepast en voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu.

26


Op 1 september 2020 zijn de nieuwe standaardprocedures in voege gegaan die via MB van 27 april 2020 door de minister werden goedgekeurd, namelijk – de standaardprocedure oriënterend bodemonderzoek – de standaardprocedure beschrijvend bodemonderzoek – de standaardprocedure oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek – de standaardprocedure bodemsaneringsproject – de standaardprocedure beperkt bodemsaneringsproject – de standaardprocedure bodemsaneringswerken, eindevaluatieonderzoek en nazorg In oktober is in cocreatie met VEB en VOBAS gestart met de aanpassing van de standaardprocedure bodemsaneringsproject en beperkt bodemsaneringsproject.

27


6 OVERDRACHT EN FINANCIËLE BELEIDSINSTRUMENTEN 6.1 FINANCIËLE ZEKERHEDEN EN VERBINTENISSEN De OVAM keurde in 2020 65 nieuwe verbintenissen tot bodemsanering en de daaraan verbonden financiële zekerheid goed. 27 van deze verbintenissen ondertekende men in het kader van de gewone overdrachtsprocedure. In 26 gevallen gebruikte men de versnelde overdracht volgens artikel 115 van het Bodemdecreet. Bij 1 overdracht stond de minister een afwijking volgens artikel 164 van het Bodemdecreet toe met de verplichting tot ondertekening van een verbintenis en het stellen van een financiële zekerheid. In 5 dossiers ontvingen we een voorwaardelijke verbintenis waarbij Vlabotex het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering zal afronden. Naar aanleiding van een overdracht van gronden waarvan BOFAS de sanering op zich neemt, ontvingen we 4 voorwaardelijke verbintenissen tot bodemsanering. Bij 2 verbintenissen sloot men een Realisatieconvenant af en verkreeg men vrijstelling van de verplichting tot het stellen van financiële zekerheden. Dit gebeurde in het kader van een overdracht binnen een Brownfieldconvenant. Om de uitvoering van de verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg te waarborgen, moet de saneringsplichtige financiële zekerheden stellen. Dit gebeurde in 2020 voor een totaalbedrag van bijna 31 miljoen euro. Om overdrachten uit falingen te faciliteren en te vermijden dat verontreinigde terreinen onbeheerd achterblijven, vraagt de OVAM slechts 50 procent financiële zekerheid wanneer de verwervende partij de saneringsplicht op zich neemt. Bij 5 verbintenissen genoot men van deze regeling. Zo werd 405 053,10 euro in de economie behouden en is het voor de verwervende partij (financieel) makkelijker om de sanering op te starten. Op 31 december 2020 heeft de OVAM 580 lopende verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg in beheer waarbij in totaal voor 733 miljoen euro aan financiële zekerheden worden gesteld. In 2020 werden 81 verbintenissen na het uitvoeren van de bodemsanering beëindigd.

6.2 ARTIKEL 164 VAN HET BODEMDECREET: “In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen,

28


dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.” De Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu beslist – gedelegeerd door de Vlaamse Regering – over een verzoek tot toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet (verzoek). Hierbij adviseert de OVAM de minister in elk verzoek. In 2020 werden vijf verzoeken ingediend, waarbij de OVAM voor vier van deze verzoeken advies heeft gegeven in 2020. Eén verzoek zal worden behandeld in 2021.

6.2.1 Afwijking op de overdrachtsbepalingen Artikel 164 van het Bodemdecreet biedt de mogelijkheid om af te wijken op heel wat bepalingen uit het Bodemdecreet. In 2020 werd dit artikel enkel toegepast voor een afwijking op de overdrachtsbepalingen. Het Bodemdecreet legt vast onder welke voorwaarden gronden kunnen worden overgedragen. Sommige overdrachten kunnen – bijvoorbeeld omwille van hun hoogdringendheid of grootschaligheid – niet worden uitgesteld tot alle overdrachtsverplichtingen zijn uitgevoerd. In dat geval bepaalt de Vlaamse leefmilieu-minister onder welke voorwaarden de geplande overdracht vervroegd kan plaatsvinden. In 2020 werd één 'klassieke' verzoek ingediend. De overdracht kan plaatsvinden op voorwaarde dat de overdrachtsverplichtingen van het Bodemdecreet die nog moeten uitgevoerd worden, na de overdracht gebeuren. Een verbintenis tot uitvoering van de bodemonderzoeken, de bodemsanering en de nazorg werd aangegaan en een financiële zekerheid tot waarborg van de uitvoering van die verbintenis werd gesteld. In 2020 werden voor twee verzoeken een specifieke oplossing op maat uitgewerkt. Het betrof een regeling voor overdrachten binnen het bodemsaneringsfonds BOFAS en een specifieke regeling voor overdracht binnen het dossier Massive te Mortsel. Daarnaast werden in 2020 twee verzoeken ingediend waarbij in het kader van het Protocol betreffende de uitvoering van bodemonderzoeken. bodemsanering en afvalstoffenverwijdering in het kader van faillissementen met vastgoed gelegen in het Vlaamse Gewest' (Protocol Curatoren) van 18 maart 2016, of volgens de principes van dit Protocol, de OVAM de betreffende grond zal aankopen. Eén verzoek werd behandeld en afgerond in 2020. Voor één verzoek gebeurt de afhandeling in 2021.

6.2.2 Overzicht van verzoeken artikel 164 BD Dossier

Gevraagde afwijking

Aanpak

Beslissing in 2020

BP Europe SE te Gent

overdrachtsbepalingen

‘klassiek’ verzoek

Ja

Groupe V.D.S. te Mortsel (dossier Massive te

overdrachtsbepalingen

MB op maat

ja

overdrachtsbepalingen

MB op maat

ja

Mortsel) Bofas

29


Galvano Chroom bvba in faling te Gavere

overdrachtsbepalingen

Protocol curatoren

ja

Wasserij Moderna bvba in faling te

overdrachtsbepalingen

Protocol curatoren

neen

Geraardsbergen

Tabel 9 Verzoeken artikel 164

6.3 COFINANCIERING Eigenaars die hun grond moeten saneren voor een historische verontreiniging of het historisch deel van een gemengde bodemverontreiniging kunnen hiervoor cofinanciering aanvragen. Maar dit kan enkel als er aan alle voorwaarden voldaan is. Er werd 514.218,43 euro cofinanciering uitbetaald aan eigenaars die effectief de bodemsaneringswerken hebben laten uitvoeren. Het bedrag aan cofinanciering lag tussen 5.730,77 en 200.000 euro. 75% van de eigenaars zijn bedrijven. In 2021 kan er nog steeds cofinanciering aangevraagd worden. Alle voorwaarden, wetgeving en formulieren vindt men terug op www.ovam.be/cofinanciering.

30


7 DOELSTELLING 2036 – DOELGROEPGERICHTE BELEIDSINSTRUMENTEN 7.1 ACTUEEL HOUDEN VAN DE GEMEENTELIJKE INVENTARIS In 2020 werd de link met het omgevingsloket verbeterd. In plaats van de uitwisseling van aangevraagde omgevingsvergunningen met vlarebo rubrieken zoals vorig jaar, is overgeschakeld op de uitwisseling van vergunde omgevingsvergunningen met vlareborubrieken. Nu wordt de juiste informatie meteen opgenomen in de databank.

7.2 OPVOLGEN ONDERZOEKSVERPLICHTINGEN In 2020 werden bedrijven in 282 van de 300 gemeenten, ofwel 7759 locaties aangeschreven om hen te wijzen op een verstreken onderzoeksplicht. Voor de resterende 18 gemeenten werden afspraken gemaakt voor de aanschrijfronde. In oktober startte de OVAM met het aanschrijven van de eigenaars van gronden waar een eenmalige onderzoeksplicht op rust. Dit werd in 40 gemeenten uitgevoerd. Na het vaststellen van vele problemen bij het aanschrijven, bij het ontvangen van de reacties en bij de ontvangen reacties, werd besloten om de opvolging van de eenmalige onderzoeksplichten over een andere boeg te gooien. De krijtlijnen hiervoor werden goedgekeurd en krijgen meer vorm in de loop van 2021 Er werden 1270 aanvragen voor de vrijstelling van de onderzoeksplicht behandeld.

7.3 DE GROTE GRONDVRAAG De basisdoelstelling van het Vlaams bodembeleid is om tegen 2036 voor alle historische bodemverontreinigingen minstens de sanering op te starten. Als eerste stap moet een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd: afhankelijk van de aard van de historische activiteiten moet men tegen 2021, 2023 of 2027 dit eerste bodemonderzoek uitvoeren. Een cruciale stap is iedereen tijdig over deze onderzoeksverplichtingen te informeren. Daarom lanceerde de OVAM in 2019 de communicatiecampagne ‘De Grote Grondvraag’. In 2020 werd de campagne verder uitgerold in Vlaanderen. Op de website van De Grote Grondvraag komen grondeigenaars via een eenvoudig stappenplan te weten wat ze moeten doen als hun eigendom een risicogrond blijkt te zijn en waar de OVAM hen bij kan helpen. Met deze communicatietool wordt men zeer gericht en laagdrempelig geïnformeerd over het bodembeleid. Daarnaast sensibiliseert De Grote Grondvraag breed over het belang van een gezonde grond.

31


In november 2020 bestond de website één jaar en volgde een heractivatie in de media. In 2020 namen uiteindelijk in totaal 232 gemeenten deel en werd de kaap van 200.000 unieke bezoekers overschreden.

7.4 BROWN- EN BLACKFIELDS 7.4.1 Opvolgen brownfieldconvenanten In 2020 volgde de OVAM 72 actieve brownfieldconvenanten als partij op omwille van de aanwezige bodemverontreiniging. In 23 van deze dossiers komt de OVAM ambtshalve tussen. De OVAM sloot 2 realisatieconvenanten af zodat de klant geen financiële zekerheid moet stellen. In 30 convenantaanvragen lopen onderhandelingen over het sluiten van een convenant waarbij de OVAM betrokken is. Bij de 10e oproep werden opnieuw specifieke accenten gelegd rond duurzaamheid, de herontwikkeling op stortplaatsen en de sanering van verontreinigde waterbodems. Ter voorbereiding van de 11e oproep werd in het najaar van 2020 een werkwijze afgesproken om duurzaamheid meer structureel te verankeren in de werking van de brownfieldconvenanten.

7.4.2 Blackfields De OVAM kreeg in 2020 vijf verzoeken voor de aankoop van een blackfield voor 1 symbolische euro (in Riemst, Gavere, Tongeren, Geraardsbergen en Balen). Het verzoek voor de site in Balen werd geweigerd. De verzoeken in Riemst, Gavere, Tongeren en Geraardsbergen worden momenteel bestudeerd. In 2020 kocht de OVAM 5 blackfields aan voor 1 symbolische euro: de Frateur-site in Boom, een voormalige drukkerij in de Olmstraat in Vilvoorde, een voormalige droogkuis in Aalst, Modernite in Aalst en een gelijkvloers appartement in Willebroek. Voor de onteigening van de voormalige Biochim-site in Machelen loopt de gerechtelijke fase. In 2020 werden geen terreinen verkocht.

7.5 ONTZORGING VAN PARTICULIEREN VIA SITE-AANPAK Gronden in eigendom van particulieren kunnen verontreinigd zijn door activiteiten uit het verleden. Oude stortplaatsen of fabrieksterreinen, maar ook kleinere bedrijfsactiviteiten in het centrum van een gemeente (bv. kolenhandel, werkplaats), worden vandaag bewoond of gebruikt door particulieren. Door die activiteiten is de grond mogelijk verontreinigd. Deze gronden moeten decretaal onderzocht zijn in een oriënterend bodemonderzoek tegen 2021, 2023 of 2027. De OVAM heeft een beleid uitgewerkt om de particuliere eigenaars, die niet verantwoordelijk zijn voor de mogelijke bodemverontreiniging, te ontzorgen. De OVAM voert zelf een bodemonderzoek uit op deze gronden. De eigenaar hoeft geen kosten te maken of zelf initiatief te nemen.

32


De OVAM groepeert de gronden van een gemeente in 1 bodemonderzoek, een zogenaamd siteonderzoek. Door deze grootschaligheid van de siteonderzoeken kan de OVAM sneller en efficiënter werken. We krijgen sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem in Vlaanderen en van waar er mogelijk risico's zijn door verontreiniging. Indien een bodemsanering nodig is, wordt deze uitgevoerd door de OVAM. De OVAM zal voor 2028 in elke gemeente een site op de particuliere gronden starten.

Wat is een site? Een site is een verzameling van gronden waar vroeger historische activiteiten plaatsvonden. Een siteonderzoek bestaat uit een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek (OBBO). Het bodemonderzoek richt zich enkel op de historische activiteiten waarvoor de site is vastgelegd. Het sitebesluit maakt het juridisch mogelijk dat de OVAM het bodemonderzoek uitvoert. Informatie uit de gemeentelijke inventaris De OVAM selecteert de gronden voor het siteonderzoek uit de gemeentelijke inventaris (GI). Deze gronden zijn in particuliere eigendom, er werden activiteiten uitgevoerd die mogelijk historische bodemverontreiniging veroorzaken en de huidige eigenaars hebben geen link met deze activiteiten. Vooraleer de OVAM een sitebesluit opmaakt, geeft ze aan een bodemsaneringsdeskundige de opdracht tot een voorstudie: de deskundige vraagt de vergunningen op en toetst deze aan wat er in de GI staat en aan de voorwaarden voor opname in een site. Aan de gemeente vraagt de OVAM het engagement om alle relevante informatie over de grond tijdig aan de deskundige te bezorgen. Dankzij de voorstudie zet de OVAM voor de gronden in particuliere eigendom in één adem ook de fouten in de GI recht. Op basis van de voorstudie maakt ze een definitieve lijst voor het sitebesluit. Uiteraard is dit een momentopname op basis van de beschikbare informatie. De OVAM wil tegen 2028 voor alle gemeenten via een siteonderzoek de particuliere eigendommen onderzocht hebben. Grote gemeenten worden opgesplitst om de onderzoeken overzichtelijk te houden. Realisaties in 2020 Tabel 10 geeft een overzicht van alle gemeenten waar in 2020 een siteonderzoek werd opgestart, afgesloten of in uitvoering was. Er zijn verschillende types van onderzoek: Site GI: alle percelen uit de GI die voldoen aan de sitevoorwaarden zijn opgenomen. OBBO: er werd geen siteonderzoek uitgevoerd, maar omwille van de omvang een oriënterend – en beschrijvend bodemonderzoek. Site: niet alle percelen uit de GI werden opgenomen in de site, maar bv. enkel deze van een grote locatie als een voormalige stortplaats. Stand van zaken: Opgestart in 2020: het sitebesluit (SB) werd in 2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

33


Lopend in 2020: uitvoering van het siteonderzoek in 2020 (en mogelijk al voor 2020 opgestart). Afgerond in 2020: het eindverslag van het siteonderzoek is in 2020 goedgekeurd.

stand van zaken

aantallen

Gemeente sitenaam bij

Aanpak (site GI of

opgestart in

lopend

afgerond in

locaties in

percelen in

te saneren

opsplitsing site

OBBO/OBO

2020

in2020

2020

SB

SB

percelen

Aalst

site GI

x

35

75

Aarschot

site GI

x

33

52

Anzegem

site GI

x

17

31

Ardooie

site GI

x

14

34

x

x

2

4

site GI

x

x

21

58

Balen

site GI

x

x

17

29

Beernem

site GI

x

x

9

22

Beerse

site GI

x

16

24

Berlare

site GI

x

31

50

Bierbeek

site GI

14

22

Blankenberge

site GI

x

26

31

Bonheiden

OBBO

x

5

8

Boutersem

site GI

x

8

29

Bredene

site GI

x

6

7

De Haan

site GI

x

4

10

Dendermonde

site GI

x

38

70

Diest

site GI

x

x

7

8

Dilsen-Stokkem

site GI

x

x

6

7

Eeklo

site GI

x

34

94

Essen

site GI

x

x

24

30

Evergem

site GI

x

x

11

13

Gingelom

site GI

x

x

5

9

Grimbergen

site GI

x

28

39

Grobbendonk

site GI

x

5

11

Haacht

site GI

10

14

Ham

site GI

x

x

2

2

Harelbeke

site GI

x

x

6

10

As

site GI

Avelgem

x x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

8

1

2

34


Herent

site GI

Herselt

site GI

Herstappe

x

7

9

x

3

3

OBBO

x

1

1

Hoegaarden

site GI

x

12

18

Jabbeke

site GI

x

x

7

7

Kapelle-op-den-Bos

site GI

x

x

5

10

Kasterlee

site GI

x

x

19

53

Kluisbergen

site GI

x

12

15

Knokke-Heist

site GI

x

4

5

Koksijde

site GI

x

x

12

46

Kortessem

site GI

x

x

12

19

Laakdal

site GI

x

x

4

9

Lennik

site GI

x

x

12

39

Lubbeek

site GI

x

x

18

73

Malle

site GI

x

x

Mechelen Hout- en metaalbewerking Mechelen Kolen en vloeistoffenopslag Mechelen Benzine-opslag

site GI

x

site GI

x

site GI

x

Merelbeke

site GI

Moerbeke

site GI

Mol

site GI

x

Neerpelt

site GI

Nieuwerkerken

site GI

Nieuwpoort

x

x

x

x

3

16

22

26

23

26

68

85

x

20

40

x

22

43

x

41

76

x

x

8

14

x

x

x

2

4

site GI

x

x

25

43

Olen

site GI

x

x

4

4

Oostkamp

site GI

x

x

15

17

Oostrozebeke

site GI

x

17

52

Oudenaarde

site GI

x

14

27

Overijse

site GI

x

47

91

Ronse

site GI

x

12

22

Scherpenheuvel-Zichem

site GI

x

5

10

Schoten

site GI

x

5

14

Sint-Laureins

site GI

x

10

12

Tervuren

site GI

x

31

43

Tienen

site GI

x

45

99

x

x

x

x

x

x

x

x

x

2

35


Waasmunster

OBBO

x

3

27

Wichelen

site GI

x

13

24

Wingene

site GI

x

19

30

Zedelgem

site GI

x

x

15

32

Zemst

site GI

x

x

32

81

Zoutleeuw

site GI

x

x

11

14

Zwevegem

site GI

36

66

1

109

Sint-Pieters-Leeuw

site

Sint-Pieters-Leeuw

site

Boom

site

Merelbeke

site

Leuven

site

Deinze

site

Sint-Niklaas

site

Hechtel-Eksel – Punderhoekstraat

site

Lokeren Locatie 17

site

Torhout

site

Tienen Locatie 33

site

x

x x

x x

x

1

96

x

x

1

254

1

40

1

23

x

1

26

x

1

70

1

37

1

6

1

35

1

35

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

x

x

x x

2

Tabel 10 Overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente

7.5.1 Conclusie De OVAM besteedt veel aandacht aan de ontzorging van particulieren door hun onderzoeksplicht over te nemen. De particulier hoeft geen initiatief te nemen tot het onderzoek of de kosten te betalen. Daarnaast krijgt hij informatie van de OVAM en de bodemsaneringsdekundige. Deze onderzoeken zitten in een versnelling naar 2028 toe. Er werd 43 sites opgestart, met samen 1214 percelen. 22 siteonderzoeken werden afgerond op 877 percelen. Voor slechts 15 percelen is een bodemsanering nodig.

7.6 HUISSANEERDER TERREINEN VLAAMSE OVERHEID De OVAM wil collega-overheden ondersteunen om hun vastgoed te valoriseren. Daartoe nemen we de rol op van 'huissaneerder'. Zo wordt de bodemverontreiniging adequaat én kostenefficiënt aangepakt. De rol van huissaneerder voor de Vlaamse overheid sluit perfect aan bij het in het Vlaamse regeerakkoord vermelde kerntakenbeleid waarbij bodemsanering als kerntaak van de OVAM maximaal wordt ingevuld.

36


Het instrument huissaneerder draagt bij om een inhaalbeweging te maken naar 2036 van te saneren gronden in eigendom van overheden. In 2020 heeft de OVAM concrete afspraken gemaakt met de 'grootgrondbezittende' collega-overheden over hun risicopercelen. Het gaat hierbij om collega-overheden met meer dan 50 niet-onderzochte risicopercelen, met name ANB, Aquafin, AWV, BAM, De Lijn, De Vlaamse Waterweg, De Watergroep, DMOW, Sport Vlaanderen en VMM. De OVAM leverde in 2020 bijkomende inspanningen om percelen die onterecht als risicogrond waren opgenomen in de gemeentelijke inventarissen, te laten schrappen. Door de entiteitsgerichte aanpak zijn er ondertussen meer dan 1500 van de 3500 nog niet onderzochte risicopercelen uitgeklaard door schrapping of door bodemonderzoek. Verder werd een werkwijze uitgewerkt voor de aanpak van ‘gemengde locaties’; dit zijn risicogronden met verschillende eigenaars van verschillende doelgroepen (particulieren, lokale besturen, bedrijven, publieke instellingen). Naast de entiteitsgerichte aanpak werd eveneens de projectgerichte aanpak verder uitgewerkt. De drie geselecteerde projecten kregen verdere uitwerking in het kader van een 'inspirerende aanpak bij verontreinigde (water)bodem bij Vlaamse overheden’. De opdrachten werden gegund voor de projecten met betrekking tot het waterbodemonderzoek ter hoogte van de Oude Dokken te Gent en voor het project met betrekking tot gebromeerde vlamvertragers in sediment. Wat betreft gasfabrieksterreinen waar een lokaal bestuur of publieke instelling saneringsplichtig is, voorziet de OVAM een aanpak van deze terreinen. Zo voerden we in 2020 de sanering verder uit van de gasfabriek te Dendermonde en deze in Wetteren. Op de voormalige gassite van Merksplas werd voor de eerste zone het bodemonderzoek afgerond. Voor scholen gaf de OVAM na de uitbreiding van het 'protocol scholen' opdrachten voor het uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken aan bodemsaneringsdeskundigen. Vanaf het beschrijvend bodemonderzoek kunnen de scholen zich nog steeds inschrijven voor het vervolgtraject. Hiervoor werkt de OVAM nog steeds nauw samen met AGION en het GO!. Sinds 2018 staat de OVAM de scholen dan ook bij in het ganse bodemtraject.

7.7 BEDRIJFSSPECIFIEKE EN SECTORSPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN (BSOK EN SSOK) 7.7.1 BSOK In een Bedrijfsspecifieke overeenkomst maken een onderneming en de OVAM afspraken over de verplichtingen voor de gronden van deze onderneming binnen een bepaalde termijn. De overeenkomst houdt rekening met de prioriteit van de bodemverontreinigingen en alle bepalingen van het Bodemdecreet. Dankzij de overeenkomst zijn de bodemonderzoeken en de aanpak van de bodemverontreinigingen beter gespreid in de tijd. Enerzijds maakt dit de totaliteit van bodemonderzoeken en bodemsaneringen voor de betreffende onderneming beter organisatorisch én

37


financieel haalbaar. Anderzijds krijgt de OVAM een duidelijk én ondertekend engagement van de betrokkene dat hij de onderzoeken en saneringen binnen een specifieke termijn laat uitvoeren. De laatste jaren groeit het bewustzijn om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen. In de overeenkomsten die werden aangegaan de voorbije jaren is dan ook aandacht voor maatregelen en acties om bodemverontreiniging te voorkomen en te beheersen. De voorbije jaren sloot de OVAM al overeenkomsten met Umicore, Electrabel, de ‘Gasfabrieksgroep’, Bekaert, de NMBS-groep, Colruyt (DATS), Tessenderlo Chemie, de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, Defensie, het Agentschap Wegen en Verkeer, het Gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen, de Haven van Zeebrugge, de Vlaamse Landmaatschappij, BAC, de Vlaamse Waterweg, Eandis, AS24 en North Sea Port. In 2020 werden geen bijkomende bedrijfsspecifieke overeenkomsten gesloten. De OVAM volgt de vooruitgang op het vlak van bodemonderzoeken en -saneringen op in overleg via begeleidingscomités.

7.7.2 SSOK 7.7.2.1

Samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties

De samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties helpt bedrijven om bodemonderzoeken en -saneringen uit te voeren en om preventieve maatregelen te nemen om bodemverontreiniging te voorkomen. Bedrijven die activiteiten uitvoeren die de bodem kunnen verontreinigen, zijn verplicht om periodiek een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren. Dat controleert de kwaliteit van de bodem en laat toe om tijdig in te grijpen als dat nodig is. Heel wat bedrijven voerden dit bodemonderzoek al uit, maar toch stellen we vast dat een behoorlijk aantal dat nog niet heeft gedaan. 7.7.2.2

Vele voordelen

Om het aantal bodemonderzoeken op korte termijn te verhogen, gaat de OVAM samenwerken met de sectorfederaties. Die kennen het reilen en zeilen in hun respectievelijke sectoren heel goed. Ze zijn ook vertrouwd met de eventuele opportuniteiten en moeilijkheden bij hun aangesloten leden en kunnen gemakkelijk door hen worden aangesproken. De samenwerking biedt dus voordelen voor alle betrokkenen. De voorbije jaren sloot de OVAM de eerste samenwerkingsovereenkomsten met Agoria (de federatie van de Belgische technologische bedrijven), Vlamef vzw (de Vlaamse Metaalfederatie voor de KMO) en met de Boerenbond vzw en het Algemeen Boerensyndicaat vzw (ABS) als sectorfederaties voor de land- en tuinbouw.

38


In 2020 werden contacten gelegd met het VAC vzw (het Vlaams Agrarisch Centrum) om toe te treden tot de bestaande samenwerkingsovereenkomst voor de land- en tuinbouwsector. Daarnaast werd in 2020 met de VMx vzw (de beroepsvereniging Vlaamse Milieuprofessionals) een afsprakenkader gemaakt met als doelstelling de milieuprofessionals aangesloten bij VMx zo optimaal mogelijk te sensibiliseren, informeren en opleiden over enerzijds de geldende bodemwetgeving (Bodemdecreet, VLAREBO). 7.7.2.3

Belangrijke partners

Samen met de federaties probeert de OVAM de bedrijven uit de betrokken sectoren zo goed mogelijk te sensibiliseren en te ondersteunen bij de uitvoering van bodemonderzoeken en -saneringen. Dat kan bijvoorbeeld via raamcontracten voor het uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken die de federaties aan hun leden aanbieden. Dat verlaagt de drempel voor de achterblijvers. De federaties engageren zich ook om een ondersteunende en indien nodig een bemiddelende rol te spelen voor leden die in de loop van een onderzoeks- of saneringstraject problemen ondervinden. Om nieuwe bodemverontreinigingen in de toekomst te voorkomen, zetten we in samenwerking met de bedrijven uit de betrokken sectoren ook in op preventie.

7.8 FONDSEN 7.8.1 Bofas vzw De oprichting van BOFAS vzw in 2004 gaf het startschot voor de alternatieve financiering van de bodemsanering van benzinestations. Met de wijziging van het samenwerkingsakkoord in 2007 en bijhorende tweede aanmeldingsperiode werden er in totaal 2365 ontvankelijke aanvragen voor een tussenkomst ingediend bij BOFAS. In 2019 was er een derde en laatste aanmeldingsperiode voor nieuwe dossiers in navolging van het derde samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018. Bij het afsluiten van deze aanmeldingsperiode op 8 november 2019 heeft BOFAS 480 bijkomende aanvragen ontvangen, waarvan 193 aanvragen voor Vlaanderen. BOFAS onderzocht deze aanvragen, voor Vlaanderen zijn er 113 ontvankelijk: 70 dossiers type Sluiting, 41 dossiers type Verderzetting, 2 dossiers type Sluiting-retro en geen bijkomende dossiers type Verderzetting-retro. De erkenning van BOFAS loopt voorlopig tot eind 2021. Om de bijkomende dossiers te kunnen behandelen, zal een verdere verlenging van de erkenning van BOFAS wenselijk zijn. Voor de aanmeldingen bij BOFAS als 'verderzetting van de activiteiten van een tankstation' betaalt BOFAS de kosten pas na het voorleggen van de facturen over de uitgevoerde sanering. De betrokken bodemsaneringsdeskundige moet de ingediende facturen verantwoorden via een gedetailleerde kostenstaat. De bevoegde gewestelijke overheid moet bevestigen dat de sanering werd uitgevoerd volgens de in dat Gewest toepasselijke normen en codes van goede praktijk. Uit cijfergegevens van BOFAS blijkt dat voor ongeveer 15,5 % van de locaties nog een aanvraag tot terugbetaling verwacht wordt. Zonder een eindverklaring van de OVAM is terugbetaling door BOFAS niet mogelijk. Daarom benadrukte BOFAS in het verleden reeds naar hun aanvragers dat de timing van de aflevering van de eindverklaringen

39


belangrijk is. Voor de aanmeldingen 'Verderzetting van de activiteiten van een tankstation – overgangsmaatregel' moeten voor ongeveer 4 % nog acties te worden ondernomen. Mede dankzij de gezamenlijke inspanningen van BOFAS en de OVAM is intussen reeds een hele vooruitgang geboekt. Voor de 70 bijkomende locaties aangemeld als 'stopzetting van de activiteiten van een tankstation' startte BOFAS in Vlaanderen reeds 61 beschrijvende bodemonderzoeken en 17 bodemsaneringsprojecten op. Op een nog beperkt aantal locaties (3 %) aangemeld als 'stopzetting van de activiteiten van het tankstation – overgangsmaatregel' verlopen de saneringswerken moeizaam. Het risico bestaat dat het aanvraagdossier tot terugbetaling van de saneringskosten te laat kan worden ingediend. BOFAS begeleidt deze dossiers intensief met als doel een tijdige afronding van de sanering en terugbetaling van de gemaakte kosten aan de aanvragers. Aanvragers voor een tussenkomst van BOFAS bij de sluiting van een tankstation stellen bij verkoop van hun grond vast dat dit omwille van de aanwezige bodemverontreiniging niet mogelijk is. Afhankelijk van de ernst van de bodemverontreiniging kan het immers nog een aantal jaren duren vooraleer BOFAS een bodemsaneringsproject laat opmaken. Om een oplossing te bieden voor dit probleem is een afwijkende maatregel voorzien op de overdrachtsbepalingen van het Bodemdecreet. In 2020 actualiseerde de OVAM in overleg met BOFAS vzw de bestaande procedure. Het bijhorende ministerieel besluit werd op 23 april 2020 gepubliceerd. In 2020 werd deze vernieuwde procedure voor 4 terreinen succesvol doorlopen.

7.8.2 Vlabotex vzw Voor een periode van 30 jaar erkende de Vlaamse Regering op 14 september 2007 VLABOTEX vzw als bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. Tot 30 juni 2015 konden saneringsplichtige huidige of voormalige exploitanten van een zogenaamde nieuw- of droogkuis (een inrichting voor het chemisch reinigen van textiel) of eigenaars van een terrein waarop in het verleden een nieuw- of droogkuis werd geëxploiteerd, een overeenkomst voor overdracht van de saneringsplicht met VLABOTEX sluiten. In ruil voor een forfaitaire jaarlijkse bijdrage vanwege de contractant zal VLABOTEX in de periode van 30 jaar de decretaal voorziene bodemonderzoeken en saneringen voor de als historisch te beschouwen bodemverontreiniging met chemische reinigingsmiddelen (solventen) uitvoeren. In totaal werden 201 overeenkomsten voor overdracht van de saneringsplicht gesloten met VLABOTEX. Op 12 juni 2020 besloot de Vlaamse Regering om een nieuwe aanmeldingsperiode te voorzien om overeenkomsten tot overdracht van de saneringsplicht te sluiten. Deze loopt tot en met 30 april 2024. Er wordt verwacht dat een 10-tal bijkomende aansluitingen zullen gebeuren. Jaarlijks voorziet de Vlaamse overheid een subsidie die gelijk is aan de totale jaarlijkse bijdrage die VLABOTEX in het kader van de gesloten overeenkomsten vanwege de contractanten ontvangt. Zo wordt

40


de helft van de globale kosten voor de bodemonderzoeken en -saneringen voor de bodemverontreiniging met solventen gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De effectief uitbetaalde jaarlijkse subsidie bedraagt in de grootteorde van 1,1 miljoen euro. In 2020 voerde VLABOTEX 13 beschrijvende bodemonderzoeken uit, werden 4 bodemsanerings-projecten opgesteld, 8 bodemsaneringswerven opgestart en 7 bodemsaneringen beëindigd. Om te vermijden dat in afwachting van de bodemonderzoeken en -saneringen al de betrokken panden of terreinen onverkoopbaar zijn; werd in 2012 met toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet door middel van een ministerieel besluit een uitzondering voorzien op de decretale overdrachtsprocedures. Zo is onder bepaalde voorwaarden en na het doorlopen van de afgesproken procedure een eventuele overdracht (verkoop) mogelijk. Voor het concreet aantal dossiers waarbij deze procedure in 2020 effectief werd toegepast, wordt verwezen naar “Financiële zekerheden en eenzijdige verbintenissen” (6.1).

7.8.3 Stookoliefonds In de eerste helft van 2020 heeft de betrokken sector vzw Promaz een voorstel van krachtlijnen voor een stookoliefonds aan de Interregionale Bodemsaneringscommissie (IBC) voorgelegd. Uiteindelijk is er in 2020 door de vzw Promaz geen formele erkenningsaanvraag als stookoliefonds bij de IBC ingediend.

7.8.4 Tersana vzw De voorbije jaren overlegde de OVAM met de betrokken federaties in de sector van de garage, carrosserie, en koetswerkbedrijven om deze bedrijven te ondersteunen bij het uitvoeren van bodemonderzoeken en -saneringen. De sectorfederaties, meer specifiek Traxio, Febelcar, Fedagrim en Bond van Garagisten beroepsverenigingen hebben hun schouders gezet onder TERSANA vzw. Op 21 december 2018 erkende de Vlaamse Regering TERSANA vzw als bodemsaneringsorganisatie voor de garage-, carrosserie- en landbouwmachinesector, en dit tot 31 december 2036. Op dezelfde datum werd tevens het voorstel van subsidiëringsprogramma voor de periode 2019-2023 goedgekeurd en een startsubsidie toegekend. Door deze erkenning kunnen bedrijven uit de sector die geconfronteerd worden met bodemverontreiniging hun saneringsplicht overdragen aan TERSANA. Vanaf 1 april 2019 kunnen overeenkomsten met TERSANA worden afgesloten met bedrijven uit de sector die wensen toe te treden. Er wordt een aanmeldingsperiode van 3 jaar voorzien, met name tot 31 maart 2022. TERSANA realiseerde in 2020 36 aansluitingen. TERSANA startte in 2020 14 beschrijvende bodemonderzoeken en 8 bodemsaneringsprojecten op.

41


TERSANA-aanvragers stellen bij verkoop van hun grond vast dat dit omwille van de aanwezige bodemverontreiniging niet mogelijk is. Afhankelijk van de ernst van de bodemverontreiniging kan het immers nog een aantal jaren duren vooraleer TERSANA een bodemsaneringsproject laat opmaken. Om een oplossing te bieden voor dit probleem is een afwijkende maatregel op de overdrachtsbepalingen van het Bodemdecreet in opmaak in overleg met TERSANA.

7.9 WATERBODEMS De Europese kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) heeft als doel een Goede Ecologische Toestand (GET) en een Goed Ecologisch Potentieel (GEP) te bereiken van alle Vlaamse waterlichamen tegen 2027. Vervuilde waterbodems beletten een verdere verbetering van de waterkwaliteit en het ecologisch herstel van de waterloop. Via verschillende instrumenten pakt de Vlaamse Overheid deze problematiek aan. Uit recente evoluties blijkt dat bij meer en meer beleidsmakers het inzicht groeit dat ook het waterbodembeheer een inherent en belangrijk onderdeel van elk stroomgebiedsbeheerplan moet uitmaken. In quasi alle stroomgebieden zijn immers zowel de waterkwaliteit, de verontreinigde waterbodems als de hydromorfologie de belangrijkste redenen waarom de goede toestand niet kan bereikt worden. Een holistisch en integraal sediment- en waterbodembeheer kan hier soelaas bieden. Sediment- en waterbodembeheer is bovendien niet alleen voor het waterkwantiteits- en het waterkwaliteitsbeheer belangrijk, maar ook voor het scheepvaartverkeer, het overstromingsbeheer, de materialenvoorraad en de circulaire economie, het duurzaam ruimtegebruik, de ecologische herstelprojecten en het waterkrachtbeheer. Daarenboven is de brongerichte reductie van sedimentaanvoer sterk gelinkt met het bodembeschermingsbeleid. Als gevolg van de klimaatverandering worden we geconfronteerd met extremere meteorologische verschijnselen die zich onder andere vertalen in intensere regenbuien, droogteperiodes en hittegolven. Een goede waterbodemkwaliteit, het belang van groen-blauwe netwerken … speelt hier eveneens een belangrijke rol. Een duurzaam sediment- en waterbodembeheer vereist de identificatie, de prioritering en de aanpak van verontreinigde waterbodems. Informatie over de ligging en de oorzaak van potentieel verontreinigde waterbodems dient nog ruimtelijk geïntegreerd te worden om een gebiedsgerichte aanpak toe te laten. In 2020 werd de Waterbodemverkenner, geïntegreerd in de Sedimentverkenner, voorgesteld aan de verschillende provincies. Samenwerkingsovereenkomsten werden afgesloten met de verschillende provincies rond het uitwisselen van waterbodemgegevens. De dataset werd aangevuld met de gegevens van de verschillende provincies en de resultaten van de studie hotspots. De kaartlagen met de ligging van hotspots voor waterbodemverontreiniging werden eveneens opgenomen in de Waterbodemverkenner. Naast de prioritering van de verschillende waterbodemgegevens zal deze tool ook gebruikt worden voor de doorrekening van de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse voor waterbodems, een studie die eveneens door de VITO werd opgestart en waarvan de resultaten in het voorjaar 2021 zullen bekend zijn.

42


Om (historische) verontreiniging in waterlopen aan te pakken is het belangrijk de risico’s van de aanwezige polluenten correct in te schatten. Een risicoanalyse van verontreinigde sedimenten is echter erg complex en vereist onderzoek naar onder meer de concentraties aan polluenten, hun biobeschikbaarheid, de mogelijke effecten op fauna en flora en de kans op verspreiding. Het is niet wenselijk en economisch onhaalbaar om deze uitgebreide risicoanalyse uit te voeren in alle Vlaamse waterlopen. In 2020 werd door de Universiteit Antwerpen het rapport over het opstellen van de triggerwaarden gefinaliseerd. Door Arche Consulting werd de eerste fase van het onderzoek naar de relatie waterbodem – oppervlaktewater, met name het opstellen van de literatuurstudie gefinaliseerd. Cases werden geselecteerd voor verder onderzoek. Het project voor de inventarisatie van potentiële hotspots met waterbodemverontreiniging in onbevaarbare waterlopen, opgestart in 2017, werd verdergezet. In 2020 werden voor 155waterloopsegmenten voorstudies opgemaakt en werden 24 staalnamecampagnes van de waterbodem uitgevoerd. Een tussentijdse rapportage met een voorlopige evaluatie van de verzamelde resultaten werd opgemaakt. OVAM en VITO hebben een beslissingsondersteunend systeem voor waterbodemsanering (BOSS WB) uitgewerkt. Het BOSS WB is gebaseerd op de studie 'Desk-studie over beschikbare saneringstechnieken voor verontreinigde waterbodem'. Het BOSS WB maakt deel uit van het INTERREG-project 'Sullied Sediments'. De studie en het BOSS WB ondersteunen bij het maken van beslissingen in verband met het beheer, de verwijdering en de ruiming van verontreinigd sediment. Waterbodemsaneringstechnieken evolueren voortdurend. We beschouwen zowel de desk-studie als het BOSS WB als ‘work in progress’. De sanering van de Winterbeek werd eveneens verdergezet. De Winterbeek in Beringen, Tessenderlo, Diest en Scherpenheuvel-Zichem is verontreinigd met zware metalen zoals cadmium en radium. Dat heeft een negatieve impact op de grond, de waterkwaliteit en de natuur. Begin maart 2016 sloten de OVAM, de Vlaamse Milieumaatschappij en de Tessenderlo Group een samenwerkingsovereenkomst af om de Winterbeek te saneren. Over een lengte van 17 kilometer wordt de waterbodem weggehaald en waar nodig weer aangevuld met zuivere grond. Ook op de oevers en in de overstromingsgebieden wordt de verontreiniging aangepakt. De verontreinigde ruimingsspecie en grond worden afgevoerd naar een saneringsberging op het terrein van Tessenderlo Group. De werkzaamheden zijn gespreid van 2017 tot 2021 en zijn opgedeeld in 4 deelgebieden. Elk jaar wordt een deelgebied aangepakt, van stroomopwaarts naar stroomafwaarts. Zo voorkomen we dat gesaneerde stukken opnieuw verontreinigd raken door het opwoelen en afstromen van verontreinigde bodem. In april 2020 werden de bodemsaneringswerken opgestart ter hoogte van het derde deelgebied. Uit bodemonderzoeken is gebleken dat ook de Grote Laak verontreinigd is met zouten en zware metalen (cadmium, kwik, lood, radium) door vroegere industriële lozingen. 18 km van deze waterloop, tussen Ham en de monding in de Grote Nete, is de waterbodem verontreinigd. Door overstromingen en slibruimingen, waarbij het slib op de oever werd achtergelaten, heeft de verontreiniging zich in de omgeving van de waterloop verspreid. Zo is dus niet alleen de waterbodem, maar ook de oevers en het overstromingsgebied verontreinigd. Ook deze saneringswerken zal de OVAM

43


in samenwerking met de Vlaamse Milieumaatschappij en Tessenderlo Group uitvoeren. Gezien de lengte van de waterloop en de omvang van het saneringsproject voeren we ook deze sanering gefaseerd uit, waarbij verschillende deeltrajecten van stroomopwaarts naar stroomafwaarts worden aangepakt. Voor het eerste deelgebied werd in 2020 een bodemsaneringsproject conform verklaard. De bodemsaneringswerken starten in 2021. Ondertussen zijn er ook bodemonderzoeken in uitvoering met betrekking tot de waterbodem ter hoogte van de Grote Nete en zijn er dergelijke onderzoeken opgestart ter hoogte van de Molse Nete, de Oude Dokken (Gent) en de Kneutersloop (Olen). Door de sanering van de waterbodem en de oevers, zorgen we voor nieuwe kansen voor de natuur, maar ook voor een veilige omgeving voor landbouw en recreatie.

7.9.1 Resanat In dit 2e jaar van het RESANAT-project gaan OVAM en externe partners in België en Nederland op zoek naar natuurgebaseerde technieken om historische verontreiniging aan te pakken. Het project loopt over 3 jaar en wordt mede gefinancierd door Interreg. In Zeebrugge hebben we bepaald welke planten en micro-organismen het meest geschikt zijn voor de fytoremediatie op het Carcoke-terrein, alsmede de geschikte locaties. Deze werden ook aangeplant. Er werden daarnaast pilootproeven opgezet voor de bepaling van de geschikte micro-organismen. Na bepaling van de geschikte substraten werden in Gent meetsondes en met substraat gevulde matten geplaatst op de bodem van de rivier De Lieve. De matten moeten de doorstroming van historische PAKvervuiling naar het oppervlaktewater tegengaan. In ’s Gravenmoer (NL) werd de grondwaterzuivering opgestart, en de micro-organismen bepaald welke voor de biologische afbraak moeten zorgen. Coördinatie van uitvoeringen, partnermeetings, en uitgebreide stakeholdersmeeting en rapportage aan Interreg werd door OVAM verzorgd.

7.9.2 Sullied sediments Europese waterwegen worden bedreigd door de aanwezigheid van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen die nog niet gereguleerd zijn door de Europese Kaderrichtlijn Water: denk aan stoffen in cosmetica, farmaceutische producten en bestrijdingsmiddelen, bv. triclosan in tandpasta. Voor veel van die stoffen is aangetoond dat ze schadelijk zijn voor het ecosysteem. Ze stapelen zich op in de waterbodem van rivieren en kunnen daar jarenlang aanwezig blijven. Waterloopbeheerders en beleidsmakers weten vaak niet hoe ze met deze nieuwe verontreinigende stoffen moeten omgaan, want er ontbreekt nog veel informatie over de locatie en de effecten van die ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen. Dat maakt het moeilijk om juiste, duurzame en kosteneffectieve maatregelen te nemen. Door het gebrek aan data en kennis is het ook moeilijk om de kosten van bv. baggerwerken en de verwerking van de gebaggerde specie in te schatten.

44


Sullied Sediments, ‘Sediment Characterisation and Remediation for inland waterways’, is een Interregproject onder het Noordzeeregio-programma dat loopt van 2017 tot en met december 2020. Het project wil ondersteuning bieden op drie vlakken: 1. een betere risico-inschatting van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen in sediment. Bij deze risicoinschatting wordt ook het risico van de ‘conventionele’ verontreinigingsparameters meegenomen. 2. een betere behandeling (zowel in situ als ex situ) van verontreinigde waterbodem en sediment en betere mogelijkheden tot het hergebruik van verontreinigd sediment. 3. een betere preventie van verontreiniging door de bewustmaking van alle betrokkenen. Het projectconsortium bestaat uit 13 partners uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Vlaanderen. Naast de OVAM zijn de Vlaamse Milieumaatschappij en de Universiteit Antwerpen betrokken als Vlaamse partner. In 2020 voerde OVAM als partner verschillende taken van dit project uit: • Om tot een beter risicobeheer te komen, werkte de OVAM met 2 nieuwe tools: o Een methodiek werd uitgewerkt die toelaat stoffen te rangschikken naargelang de mate waarin hun aanwezigheid in de waterbodem een risico vormt voor het aquatische systeem. Het onderzoek naar deze stoffen kadert in de studie hotspots, waarbij locaties met een hoge kans op waterbodemverontreiniging verder worden onderzocht. o Binnen het project ontwikkelden we een beslissingstool voor het beheer van sedimenten, verontreinigd met opkomende zorgwekkende stoffen . De studie biedt een methode voor risicoanalyse en risicobeheer (zowel in situ als ex situ) met achtergrondinformatie voor het afleiden van een normenkader. Zo kunnen waterloopbeheerders die over analytische gegevens beschikken, deze evalueren om weloverwogen beslissingen te nemen.. • Voor het luik behandeling van sediment startte de OVAM verschillende pistes op. o Er werden instrumenten ontwikkeld die een betere inschatting mogelijk maken van de risico’s bij het gebruik van sedimenten en de bijhorende economische kostprijs. Om het hergebruik te stimuleren zijn einde-afval-criteria ontwikkeld voor gebaggerde sedimenten. o Niet alleen verontreiniging met opkomende zorgwekkende stoffen moeten nader worden onderzocht in deze "einde-afvalfase"-beoordeling. De gemeten waarde van minerale olie in sedimenten is vaak hoger dan de hergebruikswaarde. De hoge waarde kan worden veroorzaakt door het meten van biogene minerale olie. De reinigingstechniek voor minerale olie in sedimenten en de verwijdering van biogene interferenties is onderzocht en gevalideerd. Door de verwijdering van biogene interferenties worden sedimentmonsters niet langer ten onrechte als verontreinigd geclassificeerd.

45


7.9.3 Narmena Na het startschot in 2019, ging het LIFE project Narmena in 2020 pas echt van start. In dit project neemt OVAM de coördinatie op zich. In dit LIFE project zoeken zeven partners naar oplossingen voor historische metaalverontreiniging in waterbodems. Concreet testen we twee types natuurgebaseerde saneringsmethoden uit, waarbij we de waterbodemsanering afstemmen op natuurbehoud en waterberging. De pilootproeven vinden plaats in en rond de Grote Calie en in de mondingsgebieden van de Winterbeek en de Grote Laak. In 2020 ontwikkelden en starten we het project management plan en de communicatiestrategie. OVAM organiseerde verschillende partnervergaderingen, locatiespecifieke stakeholdervergaderingen en terreinbezoeken. Het partnerteam werkte het monitoringsplan voor de drie beken uit. Verder werd de verontreiniging in en op de oevers van de Grote Calie afgeperkt en het saneringsconcept voor de pilootproeven in dit gebied uitgeschreven. Hiermee staat het bodemsaneringsproject van twee innovatieve saneringstechnieken in de steigers.

7.10 STORTPLAATSEN 7.10.1 Bebossing Naast de lopende ontwikkelingen rond stortplaatsen (opmaak code van goede praktijk voor onderzoeken stortplaatsen en afwerking code van goede praktijk voor het uitvoeren van ecotoxicologische risicoevaluaties op stortplaatsen) werden de voorbereidingen getroffen voor een grootschalig project rond bebossing van stortplaatsen. Vlaanderen heeft de ambitie om tegen 2024 4.000 hectare extra bos aan te leggen. Daarnaast kent Vlaanderen ruim 3.000 locaties waar afval op of in de bodem aanwezig is. Deze stortplaatsen oriënteren in de circulaire economie is een uitdaging waarmee de OVAM aan de slag wil gaan. Het bebossen van oude stortplaatsen is een mooi voorbeeld van een geïntegreerd beleid tussen OVAM en ANB. Hierdoor worden 2 beleidsdoelstellingen aan elkaar gekoppeld : enerzijds wordt het aandeel aan nog niet onderzochte stortplaatsen kleiner en is er een bijdrage aan het project 2036, en anderzijds kunnen stortplaatsen door de uitklaring van de bodemkwaliteit een maatschappelijke meerwaarde betekenen en bijdragen aan een groener Vlaanderen. Eén van de mogelijkheden is om voormalige stortplaatsen om te vormen naar bos. De OVAM wil samen met de lokale besturen nagaan welke voormalige stortplaatsen in aanmerking komen voor een nieuwe groene bestemming. Samen met ANB werd reeds een eerste screening uitgevoerd van de bebosbare Vlaamse stortplaatsen. In 151 Vlaamse gemeentes werden 269 stortplaatsen gedetecteerd die potentieel bebosbaar zijn. Dit gebeurde door een GIS-analyse waarbij een overlay gemaakt werd tussen de laag met stortplaatsen en de Biologische Waarderingskaart akker of grasland. Bijkomend werden nog locaties uitgesloten die gelegen zijn in:

46


• • •

bos volgens de Boswijzer 2015, leefgebied van ruimtebehoevende soorten (bv. kwartelkoning, roerdomp), beschermde graslanden (historisch permanente graslanden, vegetaties van regionaal belang).

Parallel hieraan wordt een oproep gepland op Vlaams niveau om de lokale besturen warm te maken om de stortplaatsen binnen het grondgebied van de gemeente te bekijken met het oog op mogelijke bebossing. Stortplaatsen in eigendom van het lokale bestuur, die nog niet onderzocht werden in kader van het bodemdecreet en waarvoor het lokale bestuur het engagement aangaat om te bebossen zullen ambtshalve door de OVAM onderzocht worden. De OVAM heeft hiervoor bijkomende middelen van de Vlaamse minister van Omgeving Zuhal Demir gekregen. Ook voor stortplaatsen in particuliere eigendom die bebosbaar zijn werd een parallel traject uitgewerkt. 2021 belooft een boeiend jaar te worden voor de Vlaamse bossen en stortplaatsen!

7.10.2 Europese projecten Het lange termijn beheer van een half miljoen voormalige stortplaatsen blijft een beleidsvraag waarrond afgelopen jaren 5 EU-onderzoeksprojecten werden opgestart en waarin de OVAM als partner of adviseur betrokken is. 7.10.2.1 COCOON Het Interreg Europe project COCOON (Consortium for a Coherent European Landfill Management Strategy) is een netwerk van overheden om beleidsinstrumenten te ontwikkelen en te integreren om duurzaam beheer van stortplaatsen mogelijk te maken. De stortplaats als eindbestemming is volgens de projectpartners van COCOON in strijd met de gedachte van een circulaire economie en duurzame gebiedsontwikkeling. De partners in COCOON streven daarom naar een dynamisch stortplaatsbeheer: Dynamic Landfill Management of DLM (het Vlaamse DVS-concept gaat Europees). De eerste fase omvatte kennis- en ervaringsuitwisseling en werd eind 2020 afgerond en resulteerde in een Good Practice Handbook. In 2020 hebben de partners de opgedane ervaringen uitgewerkt in hun eigen regio. OVAM evalueerde en begeleidde diverse herontwikkelingsprojecten op voormalige stortplaatsen en gaf het DLM-concept meer vorm. Dit resulteerde onder andere in een bijdrage over dynamisch beheer van stortplaatsen in de openingsrede van de Antwerpse provinciegouverneur en het boek 4Onze (Antwerpse) bodem: dé hefboom voor een circulaire economie’. 7.10.2.2 RAWFILL Het Interreg NWE project RAWFILL (supporting a new circular economy for RAW materials recovered from landFILLs ) legt meer de nadruk op het onderzoek en de classificatie van stortplaatsen met het oog op ontginning. In 2020 leverde OVAM diverse bijdragen rondmogelijkheden van geofysische onderzoek en

47


databeheer. OVAM leverde in 2020 de 2-staps beslissingsondersteunende modellen Cedalion en Orion af. Hiermee kunnen de ontginningsmogelijkheden worden ingeschat en/of een interim gebruik opgezet. In 2020 leverde OVAM bijdragen aan de werkgroep Landfill mining van het Minea-project (Mining the European Anthroposphere), een netwerk van een 20-tal universiteiten. In april 2020 werden 2 eindverslagen afgeleverd en gepubliceerd met tal van OVAM-referenties. Het New-Mine project is een MSCA-project dat 15 doctoraatstudenten aan diverse EU-universiteiten (KUL, UA, UG) ondersteund rond ELFM. OVAM maakt deel uit van de advisory board en droeg bij tot diverse onderzoeksthema’s. In het tijdschrift Detritus verscheen een themanummer met een overzicht van de onderzoeksresultaten. In september 2019 werd het Interreg NWE project Regeneratis goedgekeurd. Dit Interreg-project beoogt een opwaardering van (voormalige) terreinen van de metaalverwerkende industrie. Hoewel recente metaalafvalstromen behandeld en gerecycleerd worden, beschouwt men oudere afvalstoffen (aggregaten met hoog ferro-metaalgehalte, schroot, slakken,…) als een verontreinigingbron en duur om te beheren/elimineren. REGENERATIS is erop gericht dit probleem om te zetten in een kans door grote volumes grondstoffen (metalen, materialen en land) terug te winnen. In 2020 werd vooral het gegevensbeheer en de beschikbaarheid ervan onderzocht.

48


8 ANDERE BELEIDSASPECTEN 8.1 REGELING GRONDVERZET Op basis van de eerste praktijkervaring met de regeling voor het gebruik van bodemmaterialen zijn de standaardprocedures voor de opmaak van het technisch verslag en de code van goede praktijk voor de aanvraag van de nultarief aan milieuheffing voor het storten van verontreinigde bodemmaterialen aangepast en gepubliceerd op de OVAM website. Na een brede consultatie in de code van goede praktijk voor de opslag, behandeling een reiniging van bodemmaterialen gepubliceerd. De internationale samenwerking rond het hergebruik van bagger- en ruimingsspecie (BRS) is verder gezet en resulteerde in een succesvolle afronding van het Interreg project ‘Sullied Sediments’. Met het zicht op de toekomst is de matrix voor de opvolging van grondstromen in kaart gebracht en is het project rond bodemzorg opgestart. Het duurzaam omgaan met bodem binnen het kader van een bouw- of infrastructuurproject kan helpen om gezonde bodem en ecosysteemdiensten te herstellen en te onderhouden.

8.2 DUURZAME BODEMSANERING Bodemsanering willen we op een zo duurzaam mogelijke manier uitvoeren. Dit betekent dat we kiezen voor technieken die zuinig omgaan met energie en materialen en waarbij er zo weinig mogelijk CO2 wordt uitgestoten. We integreren bodemsanering in andere maatschappelijke processen, en betrekken alle stakeholders. Ook zorgen we ervoor dat de bodemkwaliteit en de ecosysteemdiensten die de bodem levert zo weinig mogelijk worden aangetast. Dit betekent o.m. dat de voorkeur wordt gegeven aan natuurgebaseerde saneringstechnieken (‘nature based solutions’), die de structuur, het organische stofgehalte en het bodemleven niet aantasten. Een saneringstechniek die hieraan beantwoordt, is fytoremediatie. Momenteel loopt er een pilootproef waarbij fytoremediatie wordt ingezet om gechloreerde solventen en 1,4-dioxaan uit het grondwater te verwijderen. In kader van de Europese projecten Narmena en Resanat worden eveneens natuurgebaseerde technieken in de praktijk uitgetest. Daarnaast gingen we in 2020 in een studie na wat het potentieel is en welke de mogelijkheden er momenteel bestaan om natuurgebaseerde oplossingen in te zetten bij het beheer van bodemverontreiniging in groene zones1. Dit kan gaan bijvoorbeeld gaan over zones met restverontreiniging of zones met diffuse verontreiniging. Het doel van deze studie is 1) vanuit expertise en literatuur nagaan wat de mogelijkheden zijn van natuurgebaseerde oplossingen voor beheer van bodemverontreiniging in groene zones, en 2) een gebruiksvriendelijke handleiding met praktische richtlijnen voor groenbeheerders (publiek of privaat) en tuiniers op te maken, op maat van de doelgroep. In 2020 werd een opdracht gegund voor (1) de kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de data over restverontreiniging in de bodemdatabank en (2) het formuleren van voorstellen voor een gestructureerd beheer van restverontreiniging met het oog op een betere informatieverstrekking- en uitwisseling. .

49


Tot nu toe is onze saneringsaanpak gefocust op het behoud en herstel van de chemische bodemkwaliteit. Deze aanpak willen we optimaliseren door daarnaast ook rekening te houden met de globale bodemkwaliteit en de (ecosysteem)diensten die een gezonde bodem aan de mens en haar omgeving levert. In een studie (gestart in 2020) gaan we na hoe (bodem)ecosysteemdiensten optimaal kunnen geïntegreerd worden in het OVAM-bodembeleid, zodat er onder deskundigen bodembewustzijn wordt opgebouwd en er meer ecosysteemdienst-vriendelijke saneringen worden uitgevoerd. We doen dit via een aanpassing van de selectietool (multicriteria-analyse-tool of MCA) in het bodemsaneringsproject en dit in een traject samen met experts en stakeholders.

8.3 BODEMZORG Een gezonde en levende bodem levert vele onmisbare en cruciale bodemdiensten aan de mens en zijn omgeving: de productie van veilig voedsel en water, een gezonde leefomgeving, een habitat voor biodiversiteit, de regulering van ons klimaat,…. In onze huidige wereld vol maatschappelijke uitdagingen staat bodem als natuurlijk kapitaal echter sterk onder druk door verontreiniging en andere bodembedreigingen zoals erosie, verlies aan organische koolstof, afdekking en compactie,… en door het opbod van de huidige ruimteclaims. Hierdoor wordt de bodemkwaliteit2 en dus de noodzakelijke levering van de bodemdiensten aangetast. Het voorkomen van de verdere degradatie van bodem en land, het duurzaam beheer en gebruik en het herstellen van bodemdegradatie (en dus van bodemkwaliteit) waar nodig, is een urgente en complexe opgave. OVAM voorziet met haar huidige bodembeleid en flankerend instrumentarium in een gedegen curatieve aanpak van bodemverontreiniging met aanvullend ook een belangrijk preventief luik (o.a. strengere regeling van de saneringsplicht en aansprakelijkheid voor nieuwe bodemverontreiniging; duurzaam beheer van bodemmaterialen via de grondverzetregeling; een algemeen kader voor bodembescherming). Voor andere (nieuwe) uitdagingen, zoals het beleid rond opkomende stoffen en diffuse verontreiniging, de verdere preventie van verontreiniging, het versterken van de ambities van duurzaam circulair landgebruik (met het waarderen van de gezonde en veerkrachtige bodem via nieuwe vormen van waardecreatie) en het integreren van de zorg voor bodem-ecosysteemdiensten, zijn nieuwe oplossingspistes nodig. Bodemzorg bundelt deze nieuwe oplossingspistes in een geïntegreerde aanpak, die een brug wil maken naar de toekomst, met volgende globale finaliteiten: - het creëren van maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke betrokkenheid zodanig dat dit leid tot een gedragen erkenning van belang en waarde van bodem en de noodzaak tot zorg voor bodem (toekomstbeeld ‘25-‘50) - het ontwikkelen beleid en instrumenten zodat bodems nu en in de toekomst als een te beschermen, duurzaam te benutten en -waar nodig- te herstellen goed worden beheerd.

1

Met ‘groene zone’ wordt een minstens gedeeltelijk onverharde zone met groenvoorziening aangeduid. Bodemkwaliteit (definitie Wikipedia): De bodemkwaliteit geeft de capaciteit van een bodem aan om onder wisselende omstandigheden te functioneren als het gaat om het op peil houden van de kringloop van voedingsstoffen en van de biodiversiteit, en het voorzien van steun aan planten of andere structuren. Ze is omgekeerd evenredig aan bodemverontreiniging. Een bodem van goede kwaliteit vormt een gezond onderdeel van een ecosysteem dat verschillende diensten aan mensen kan leveren (ecosysteemdiensten). 2

50


In 2020 werkten we met het bodemzorg-team aan de volgende mijlpalen: - Mijlpaal 1: Een lange termijn visie voor bodemzorg met vizier op 2025-2050 werd afgerond en voorgesteld aan de beslisorganen binnen de OVAM. - Mijlpaal 2: De acties op korte termijn 2020-2023 en langere termijn werden gedefinieerd. - Mijlpaal 3: De coördinatie en monitoring van deze geïntegreerde aanpak van de bodemzorgthema’s werd opgestart.

8.3.1 Diffuse bodemverontreiniging Diffuse bodemverontreiniging is bodemverontreiniging die niet onmiddellijk kan worden toegeschreven aan een gekende bron of risico-activiteit. Met de huidige regelgeving wordt diffuse bodemverontreiniging niet of nauwelijks aangepakt, omdat het Bodemdecreet en VLAREBO in de eerste plaats zijn gericht op bodemverontreiniging die wordt veroorzaakt door een duidelijk identificeerbare bron of risico-activiteit. Nochtans is het noodzakelijk dat diffuse bodemverontreiniging eveneens wordt geïnventariseerd en beheerd en/of aangepakt, omwille van gezondheidsrisico’s en de bedreiging van ecosystemen (op korte en lange termijn). In 2020 werd verkennende beleidsstudie afgerond, met als doelstellingen: (1) inventariseren van alle gegevensbronnen over diffuse bodemverontreiniging in Vlaanderen; (2) inschatten van de impact en problematiek, i.e. globale risico-evaluatie voor Vlaanderen, als basis voor prioritering van de gegevensbronnen; (3) het formuleren van voorstellen voor de verdere aanpak van diffuse bodemverontreiniging via het bodembeleid van de OVAM. We organiseerden verschillende online werksessies met andere overheden, onderzoeksinstellingen, juristen en de bodemsaneringssector over de voorgestelde aanpak. Aan de hand van interviews en enquêtes maakten we een overzicht van het beleid m.b.t. diffuse bodemverontreiniging in andere Europese landen.

8.3.2 Emerging contaminants In de huidige bodemsaneringspraktijk worden hoofdzakelijk courante en goed bekende verontreinigende stoffen gemeten. Er zijn echter heel wat ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen of ‘emerging contaminants’ die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken: bv. allerlei toeslagstoffen, gebromeerde vlamvertragers, perfluorverbindingen, gewasbeschermingsmiddelen, farmaceutische stoffen, … Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze stoffen risico’s voor de menselijke gezondheid en het ecosysteem veroorzaken. Vaak zijn er echter nog geen richtlijnen of standaard analysemethoden beschikbaar, of ontbreekt er nog kennis over het gedrag van deze stoffen in bodem en grondwater. Het is vaak onduidelijk hoe met deze problematiek dient te worden omgegaan, en zijn er vragen over onderzoeks- en saneringsplicht en aansprakelijkheid. Dit leidt tot juridische en financiële onzekerheid voor de betrokkenen. Het is onze ambitie een gezamenlijke aanpak uit te werken in een internationale en Europese context, waarbij we beleidsmakers, onderzoekers, probleembezitters, adviesbureaus en andere belanghebbenden betrekken. Daarom nam de OVAM het initiatief voor de oprichting van een internationale netwerk

51


EmConSoil. Het doel is kennis en ervaring uit te wisselen, en samen een beleid en een praktisch haalbare aanpak te ontwikkelen. In 2020 organiseerden we een tweede ENSOr-workshop online en zijn we gestart met het verspreiden van een nieuwsbrief. Voor de implementatie van deze nieuwe stoffen in het Vlaamse bodembeleid volgt de OVAM een stapsgewijze aanpak. In 2020 werd het beleid m.b.t. perfluorverbindingen of PFAS verder uitgewerkt. Achtergrondwaarden of streefwaarden voor PFAS in bodem werden bepaald, en het normeringskader voor PFAS in bodem en grondwater werd geupdated. Er werden voorlopige bodemsaneringsnormen of toetsingswaarden afgeleid voor PFOS en PFOA. De eerder afgeleide richtwaarde of waarde vrij gebruik van bodem werd bijgesteld, rekening houdend met de streefwaarden en de voorgestelde bodemsaneringsnormen. De publicatie van aangepaste richtlijnen voor PFAS-onderzoek werd voorbereid.

8.3.3 Gebiedswerking Gebiedswerking is de overtreffende trap van samenwerking. We koppelen kansen voor duurzaam materialen en bodem-beheer en circulariteit binnen het ruimtelijke beleid. Hiervoor werken we samen mét en binnen Vlaamse en internationale relevante platformen en netwerken, lokale besturen en provincies. Waar sectoraal beleid en gesplitste bevoegdheden ontoereikend zijn, geeft gebiedswerking de kans om functies, infrastructuren, disciplines, partijen, projecten, belangen, budgetten, … te verbinden met het oog op een duurzame (her)ontwikkeling van een logisch begrensd en samenhangend gebied. Het biedt een handelingsperspectief om de grote vraagstukken van vandaag op te pakken, de kennis van de betrokken actoren en de bestaande initiatieven actief te bundelen, uit te wisselen en te versterken om tot gezamenlijke realisaties op het terrein te komen. In 2020 gingen we verder aan de slag met -‘OPEN Brussels: een netwerk voor open ruimte in en rond Brussel’. Vanuit een partnerschap tussen Departement Omgeving, het Agentschap voor Natuur en Bos, perspective.brussels, en Leefmilieu Brussel binnen TOP Noordrand loopt een ontwerpend onderzoek door BUUR-Antea-Hesselteer rond de ontwikkeling van een ambitieuze gezamenlijk gedragen landschapsvisie voor de versterking en de ontwikkeling van een duurzaam open ruimte netwerk op regionaal niveau in en rond Brussel met robuuste corridors tussen stad en buitengebied voor o.a. biodiversiteit, water, koelte en lokale landbouw die ook rekening houdt met de bodemkwaliteit. Er wordt gewerkt richting een visie die geoperationaliseerd kan worden in lokale projecten en instrumenten in samenwerking met lokale besturen, gebruikers, investeerders en eigenaars van de open ruimte gebieden. De voortgang is te volgen via https://topnoordrand.be/nl/werven/groen-netwerk; -het mee trekken van de programmawerking Grondzaken binnen het Open Ruimte Platform ism Departement Omgeving en VLM. Na de programmawerking Water-Land-Schap, start in 2020 ook de programmawerking ‘Grondzaken’ op. Dat is een samenwerking tussen de trekkers, ILVO, INBO, Natuur en Bos, Departement Landbouw en Visserij, VMM, Agentschap Onroerend Erfgoed, Regionaal Landschap en VITO. De programmawerking werkt richting een grote variëteit van concrete realisaties op het terrein. De focus in 2020 lag op het bestendigen van het programmateam en het uitwerken van een gezamenlijk afgestemde aanpak robodemdata, bodemkennis en bodembewustzijn.

52


-de verkenning van de kansen voor materialen en bodembeheer binnen circulaire stadshavens met als resultaat een nieuw platform in samenwerking met Architecture Workroom Brussels, 1010 architecture urbanism en de VUB. Uit een verkennende analyse van een 50-tal praktijken uit 11 Europese havens destilleerden ze inzichten, bouwstenen en actielijnen voor een circulaire toekomst van onze havens. De nieuwe website www.circularports.eu ontsluit alle beschikbare materiaal en biedt een springplank voor verdere verkenning, dialoog en praktijk. -de verkenning van een circulaire gebiedsontwikkeling met focus op het Oost Vlaamse kerngebied met het proefproject in Lievegem waar erkende bodemsaneringsdeskundige en ruimtelijke planners met bodembril naar de ruimtelijke uitdagingen keken.

8.3.4 Soil and landstewardship Soil+Land Stewardship (vaak vertaald als “rentmeesterschap”) -als actief handelingsperspectief voor bodemzorg- is één van de oplossingspistes die we uitwerken om de bodemuitdagingen voor de toekomst aan te pakken. Stewardship gaat uit van het duurzaam en gebalanceerd gebruik van onze natuurlijke hulpbronnen waarbij nadrukkelijk een verantwoordelijkheid (“accountability”) voor de (toekomstige) maatschappij en het ecosysteem wordt gelegd, en dit bij eenieder die een relatie of rol ten opzichte van deze hulpbronnen heeft. In historische context is de steward de persoon die de zorg van een gebied of koninkrijk overneemt “in het belang van” de op dat moment minderjarige koning. In die zin kan stewardship ook opgevat worden als de zorg voor onze omgeving (waaronder de bodem) die de actoren van de huidige generatie opnemen “in het belang van” de minderjarige generatie, en bij uitbreiding alle toekomstige generaties en de nietmenselijke organismen (o.a. biodiversiteit). De OVAM ziet in stewardship een potentiële hefboom voor het activeren van eenieder om de verantwoordelijkheid voor bodemzorg3 (waaronder de opgesomde uitdagingen4) op te nemen en in praktijk te brengen. Om dit te bereiken, werken we in verschillende lagen: • het besef van het belang van een gezonde bodem en de sense of urgency voor bodemzorg middels een toenemend bodembewustzijn versterken én • de nodige regelgevende kaders en kennis aanbieden om deze bodemzorg te kunnen toepassen zodanig dat dit leidt tot • meer bodemzorg -en dus ook meer bodemzorgers of -stewards- in de praktijk binnen verschillende contexten, doelgroepen en ruimtelijke schalen: van micro- over meso- tot macroschaal (gebiedswerking). Binnen elk van deze lagen werkten we in 2020 aan verschillende concrete acties: • ontwikkeling van toekomstscenario’s voor Soil+Land Stewardship binnen een internationale groep van stakeholders en binnen de teams en doelgroepen van de bodembeheer afdeling

3

Waarbij duidelijk is dat niet iedereen dezelfde (grootte van) verantwoordelijkheid draagt en dat ieder een andere rol te vervullen heeft. Bijvoorbeeld het beleid rond opkomende stoffen en diffuse verontreiniging, het versterken van de ambities van duurzaam circulair landgebruik, de verdere preventie van verontreiniging, het integreren van de zorg voor bodem-ecosysteemdiensten, het versterken van bodembiodiversiteit, … 4

53


• • •

juridische verkenning van de mogelijkheden om stewardship en bodemzorg in regelgeving te verankeren uitbouw van netwerken om de stewardship-community actief vorm te geven: via het OpenRuimtePlatform (programma Grondzaken), via de denktank van KVAB, via de European Week of Cities and Regions, … stimuleren van goede praktijken op maat van de doelgroep: bv. via richtlijnen voor beheer van verontreinigde bodem binnen onthardingstrajecten, …

54


LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Houders van lopende rekeningen ............................................................................... 10 Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken ................................................. 12 Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten .......................................................................... 15 Tabel 4 Aantal schadegevallen ............................................................................................... 17 Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging ................................................................... 17 Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten ........................ 19 Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen................................................................................. 20 Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2020 ............................................................................ 22 Tabel 9 Verzoeken artikel 164 ................................................................................................ 30 Tabel 10 Overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente ................ 36

LIJST VAN FIGUREN Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar ................................................................ 9 Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde grond .................................. 13 Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief .................................................................................. 14 Figuur 4 BSP-BSW cumulatief ................................................................................................. 15 Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau) ............................................................................ 16

55


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
2020_Jaarverslag VP.pdf by Vlaanderen-be - Issuu