Skip to main content

dossier 2020-255.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/255

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/255

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 augustus 2020 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams minister Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten voor de periode 1 januari 2014 tot en met 26 augustus 2020:

“Alle documenten en correspondentie, in welke vorm ook, uitgewisseld tussen uzelf, uw kabinet en: Ondernemingen waarvan duidelijk is of u bekend is dat zijdeel uitmaken van Exxon Mobil Petroleum & Chemical en van Total Belgium; Fédération Belge de l'Automobile & du Cycle (FEBIAC Asbl); Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars (Brafco); Fédération Pétrolière Belge (FPB) ; Belgische federatie van de chemische industrie en van life sciences (Essenscia); Vlaams Netwerk van Ondernemingen (Voka); Traxio ; Belgian Public Affairs Community (Bepact); Government Relations Forum (GRF); Le Ministre-President van de Vlaamse regering et les membres de son cabinet. Doch slechts voor zover deze documenten en correspondentie betrekking hebben op één of meer van de volgende onderwerpen:

www.vlaanderen.be


De Voorstel van resolutie betreffende een sterk Vlaams klimaatbeleid De Nationale Energie- en Klimaatplan De uitfasering van de verbrandingsmotor Diesel, benzine, biobrandstoffen, Compressed Natural Gas (CNG), Liquid Natural Gas (LNG) en andere alternatieve brandstoffen De electrische voertuig CO2 uitstoot gelinkt met transport Belastingen met betrekking tot voertuigen Autosolisme Bedrijfswagens Auto advertentie Technologische neutraliteit De zones 30 De decarbonisatie De verkeersvrije zones De lichte voertuigen (autos) De bezoeken op de terreinen bezeten door Exxon Mobil of Total Autokeuring en meetapparaten.” Het kabinet van Vlaams minister Peeters heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 28 september 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing vanwege het kabinet van Vlaams minister Peeters. Dit beroep werd geregistreerd op 29 september 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 26 augustus 2020. Op de datum van het ingestelde beroep, was de in artikel II.43, §1, 2e lid van het Bestuursdecreet bepaalde beslissingstermijn van 20 kalenderdagen verstreken. In overeenstemming met artikel II.48, §1 van het Bestuursdecreet heeft de termijn om een beroep in te stellen, ingevolge het uitblijven van een tijdige beslissing, geen aanvang genomen. Het beroepschrift van 28 september 2020 werd tijdig ingediend en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/255

pagina 2 van 5


xxx geeft aan dat ze nooit een antwoord heeft gekregen op hun openbaarheidsverzoek d.d. 26 augustus 2020 aan het kabinet van Vlaams minister Peeters en dat ze daarom beroep instellen.

2. Toelichting door het kabinet van Vlaams minister Peeters De beroepsinstantie nam op 1 en 5 oktober 2020 contact op met het kabinet van Vlaams minister Peeters om hun standpunt kenbaar te maken ten aanzien van dit openbaarheidsverzoek. Bij mail van 2 oktober 2020 werd vanuit het kabinet van Vlaams minister Peeters aan de beroepsinstantie meegedeeld dat het gebrek aan (tijdige) reactie aan de beroeper geenszins met opzet was. Het schrijven in kwestie werd tijdens het zomerreces bezorgd, en dit daags nadat een ander schrijven van beroeper in het kader van openbaarheid van bestuur werd bezorgd en waarop gereageerd werd. Hierdoor is intern een miscommunicatie ontstaan. Tevens reageert het kabinet op het huidig verzoek als volgt:

“1. Wat betreft de periodiciteit dient opgemerkt te worden dat het huidige kabinet pas een overheidsinstantie geworden is op het moment van de eedaflegging, te weten per 02.10.2019. 2. Wat betreft de omvang van het verzoek : dit is manifest onredelijk. Zowel wb. de kwantiteit aan correspondenten (kabinetsmedewerkers vs. omschreven ondernemingen, organisaties en collega kabinetsmedewerkers van de minister-president) alsook het voorwerp van opgevraagde documenten én de tijdsspanne (02.10.2019 tem 26.08.2020) dewelke veel te omslachtig en generiek geformuleerd zijn”. 3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat het kabinet Peeters in eerste instantie aangeeft dat het kabinet pas een overheidsinstantie is sinds 02/10/2019 (moment van de eedaflegging). Hieromtrent is de beroepsinstantie van oordeel dat, gezien de vraagstelling van de beroeper gericht is aan mevrouw Peeters in haar hoedanigheid van minister van Mobiliteit en Openbare Werken, het inderdaad zo is dat mevrouw Peeters pas sinds 02/10/2019 minister van Mobiliteit en Openbare Werken is, wat maakt dat er geen correspondentie tussen mevrouw Peeters in die hoedanigheid, alsook van haar kabinet, en de diverse bestemmelingen bestaat van vóór 02/10/2019. Het gaat aldus om documenten die de minister en haar kabinet niet in het bezit heeft. Bijgevolg heeft het verzoek, in de mate dat het betrekking heeft op correspondentie van 1 januari 2014 tot 2 oktober 2019, betrekking op documenten die geen bestuursdocumenten zijn in de zin van het Bestuursdecreet. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”.

Voor de volledigheid kan ook meegegeven worden dat het kabinet van minister Peeters aan de beroepsinstantie bij mail van 5 oktober 2020 heeft meegedeeld dat het kabinet evenmin in het bezit is van documenten die van vóór 02/10/2019 dateren omdat er geen overdracht is geweest van het vorige kabinet. Het beroep is bijgevolg, in de mate dat het betrekking heeft op correspondentie van 1 januari 2014 tot 2 oktober 2019, ongegrond. De beroepsinstantie stelt vast dat het kabinet, wat de tijdsperiode 2 oktober 2019 tot en met 26 augustus 2020 betreft, impliciet beroep doet op de uitzonderingsgrond vermeld in artikel II.33, 1° Bestuursdecreet. Volgens artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan een overheidsinstantie een openbaarheidsverzoek afwijzen wanneer de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/255

pagina 3 van 5


Hierbij dient de beroepsinstantie alvast op te merken dat het kabinet geen verzoek tot herformulering heeft gedaan aan de beroeper, wat nochtans voorzien wordt in artikel II.33, 1° Bestuursdecreet. De beroepsinstantie is hieromtrent van oordeel dat het verzuim om met de aanvrager in dialoog te treden, in casu, gelet op de concrete omstandigheden, geen sanctie moet opleveren. De afwezigheid van een dergelijk verzoek tot herformulering van de aanvraag is in casu geen grond voor de beroepsinstantie om het beroep in te willigen en de openbaarmaking waartegen een uitzonderingsgrond zich verzet, te bevelen. Op grond van de ontvangen toelichting van het kabinet Peeters kan de beroepsinstantie immers wel inzien dat het voldoen aan het verzoek van de beroeper, gelet op de omvang ervan en de nodige tijdsbesteding hieraan, een significante impact heeft. Er kan voor de beroepsinstantie dan ook geen twijfel over bestaan dat het zeer zeker een enorm tijdrovend werk zou zijn om - gezien de scope van het verzoek: het aantal correspondenten, de talrijke onderwerpen die vernoemd worden in het openbaarheidsverzoek en de tijdsperiode waarop het verzoek betrekking heeft - de wellicht grote hoeveelheid aan documenten te verzamelen door de talrijke kabinetsmedewerkers (naast de minister bestaat het kabinet uit 18 raadgevers, 3 medewerkers en 3 persoonlijke secretariaten) en dan nog eens te gaan screenen op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden. Een grondige en gedetailleerde screening van een grote hoeveelheid aan documenten is hier aan de orde. In casu wijst de beroepsinstantie dan ook op het kennelijk onredelijk karakter van dit onderdeel van dit openbaarheidsverzoek. Het voorwerp is dermate omvangrijk – zoals hierboven weergegeven - dat de aanvraag als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd, omdat het verzamelen en de screening van al die documenten met het oog op de eventuele mogelijke toepassing van wettelijke en decretale uitzonderingsgronden een enorm en overdreven tijdrovend werk zou inhouden voor de betrokken instantie. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang kan als kennelijk onredelijk worden beschouwd. Het komt een overheidsinstantie of de beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken. Dit kan echter geen vrijgeleide zijn om een dermate grote hoeveelheid documenten aan te vragen, waardoor een onredelijke werkoverlast ontstaat voor de instantie en waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroepers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Zij zijn er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroepers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De beroepsinstantie stelt vast dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek in casu evenwel een al te ruime omvang heeft. Het voorwerp is dermate omvangrijk en de toetsing van alle documenten aan de uitzonderingsgronden is zo tijdrovend, dat deze aanvraag dan ook als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. Na billijke afweging van ieders belangen, komt de beroepsinstantie, gelet op wat hiervoor werd uiteengezet, dan ook tot de conclusie dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek terecht moet worden afgewezen

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/255

pagina 4 van 5


in toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt weegt kennelijk niet op tegen de last die het inwilligen van deze omvangrijke aanvraag inzake openbaarheid van bestuur zou veroorzaken voor de betrokken instantie (kabinet van minister Peeters). Om deze redenen wordt het beroep, in de mate dat het betrekking heeft op de gevraagde correspondentie van 2 oktober 2019 tot en met 26 augustus 2020, eveneens als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 28 september 2020 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege het kabinet van Vlaams minister Peeters wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 6 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/255

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-255.pdf by Vlaanderen-be - Issuu