Raad Secundair Onderwijs 21 maart 2019 RSO-RSO-ADV-1819-006
Advies programmaties duaal leren buitengewoon secundair onderwijs 2019-2020
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op vraag van Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs op 7 maart 2019 Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 21 maart 2019 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: technische werkgroep oprichtingsdossiers buitengewoon secundair onderwijs op 12 maart 2019 Dossierbeheerder(s): Roos Herpelinck en Eric d’Hooghe
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Regelgevend kader1 1.1 Procedure Er is voor het schooljaar 2019-2020 een programmatie mogelijk voor duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 en van tso en bso in opleidingsvorm 4. Een programmatie moet goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering na advies van: 1° de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor); 2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen(SERV); 3° de onderwijsinspectie en AGODI. Deze adviezen moeten toelaten de onderwijskundige, arbeidsmarktgerichte én juridische aspecten van het programmatiedossier nader in kaart te brengen. Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria, neemt de Vlaamse Regering een beslissing, uiterlijk op 31 mei 2019 voor de programmaties voor 1 september 2019 (bij programmaties voor de schooljaren na 2019-2020 wordt dit 31 maart van het voorafgaand schooljaar aan de programmaties). Scholen die deelnemen aan het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’ en op 1 oktober 2018 minstens één inschrijving telden voor een opleiding, zijn vrijgesteld van de programmatieprocedure voor die periode: “d) De organisatie van een duaal structuuronderdeel valt niet onder programmatie als de aanbieder het desbetreffend structuuronderdeel al experimenteel op 1 oktober 2018 (of 1 maart 2019, in het geval een Se-n-Se pas op 1 februari 2019 is opgestart) heeft ingericht én het niet twee aansluitende schooljaren heeft onderbroken. (Het driejarig tijdelijk project duaal leren gaat per 1 september 2019 over in een organiek systeem).”2
1.2 Criteria voor de beoordeling van de programmatieaanvragen De programmatieaanvragen moeten gemotiveerd worden en bij de beoordeling wordt rekening gehouden met deze criteria: 1 de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting, …) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld; 2 de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt; 3 de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; 4 de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de aanbieder duaal leren of binnen de scholengemeenschap;
Omzendbrief SO/2006/03 Toepassing van de regels inzake de rationalisatie en de programmatie van het buitengewoon secundair onderwijs 2 Omzendbrief SO/2016/02 ‘Tijdelijk project "schoolbank op de werkplek" rond duaal leren in het secundair onderwijs’ (5) 1
1
5
6 7
8
de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel; de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld; de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod; de afstemming binnen het overlegforum duaal leren waaronder de school of het centrum, als aanbieder, ressorteert.
Naast deze 8 criteria, houdt de raad ook rekening met volgende elementen die inspelen op de specifieke situatie van het buso: ¬ De continuïteit van de lopende proeftuinprojecten. Deze projecten worden bij een volgende ronde automatisch goedgekeurd, ook als ze dit jaar nog geen leerlingen hadden en/of nog niet opgestart zijn. ¬ De mogelijkheden tot tewerkstelling voor de specifieke leerlingenpopulatie. Zijn er voldoende tewerkstellingsmogelijkheden in de regio van de onderwijsinstelling waar de leerlingen terecht kunnen? ¬ De relatie kwalificatiefase/integratiefase. Als een onderwijsinstelling een opleiding niet aanbiedt in de kwalificatiefase, mag ze die ook niet aanbieden in de integratiefase. Dit is een voorwaarde om de aanvraag ontvankelijk te verklaren en dus een opdracht voor AGODI.
2 Beschrijving van de programmatieaanvragen De raad bekijkt eerst een aantal trends binnen de aanvragen voor de programmatie van duale opleidingen in het buso. De basis voor deze analyse is een combinatie van de overzichtstabel die AGODI aanleverde en een overzichtstabel van het proefproject ‘Schoolbank op de werkplek’3 die werd aangeleverd door het departement Onderwijs en Vorming.
2.1 Het bestaande aanbod duaal buso Hoewel het om een eerste programmatieronde gaat, is er al een aanbod in duaal leren. Sinds 1 september 2016 konden scholen immers instappen in het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek. In 2017 en 2018 werd dit project telkens uitgebreid met extra opleidingen en scholen. In 2018 werden in 26 scholen van het buitengewoon secundair onderwijs OV3 de opleidingen ‘kwalificatiefase Groen- en Tuinbeheer duaal’ en/of ‘kwalificatiefase Medewerker fastfood duaal’ aangeboden.
3
2
https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/proefproject-schoolbank-op-de-werkplek
2.2 Aantal aanvragen en het programmatiebeleid van de scholen In totaal werden er 69 dossiers voor advies voorgelegd. Er zijn 23 scholen die een programmatiedossier hebben ingediend, waarvan 13 voor het eerst minstens een duaal structuuronderdeel aanvragen voor het schooljaar 2019-2020. Er zijn verschillen in het aantal duale structuuronderdelen dat de scholen aanvraagt. De meeste scholen vragen twee opleidingen aan. Twee scholen mikken op 7 à 8 opleidingen, maar daarbij gaat het vaak om aanvragen voor zowel de integratiefase als de kwalificatiefase van een opleiding. Ondanks het feit dat deze opleidingen een sterk gelijkend profiel hebben, worden ze als twee verschillende opleidingen beschouwd, wat de analyse enigszins vertekent. Er zijn zowel argumenten voor een langzame opstart als voor een onmiddellijke programmatie van een groter aanbod: ¬ Vanuit schoolorganisatorisch oogpunt is het gemakkelijker om personeel specifiek in te zetten voor duaal leren (bijvoorbeeld voor trajectbegeleiding) als er een minimumgrens wordt bereikt van het aantal leerlingen in duale trajecten. ¬ Scholen geven aan dat het in de opstartfase gemakkelijker is om telkens een beperkt aantal kwaliteitsvolle leerwerkplekken te vinden voor meerdere opleidingen, dan veel kwaliteitsvolle leerwerkplekken voor één opleiding.
1 2 3
Aantal scholen (N=23) 4 8 1
4* 6* 8*
8 1 1
Aantal aangevraagde programmatiedossiers
*het betreft hier telkens voor de helft een opleiding in de integratiefase en voor de helft in de kwalificatiefase
2.3 Studieaanbod De 69 aanvragen ingediend door 23 scholen zijn als volgt verdeeld over de verschillende duale studierichtingen:
OV 3 Medewerker fastfood Groen- en tuinbeheer Schilder Assistent plantaardige productie
19 7 20 16
27,5% 10,1% 29,0% 23,2%
Medewerker textielverzorging Medewerker slagerij Medewerker (banket)bakkerij
1 1 3
1,4% 1,4% 4,3%
3
OV 4 3de graad Logistiek 3de graad Elektrische installaties Totaal
1,4%
1 1 69
1,4%
Het is opvallend dat de meeste aanvragen zich situeren in opleidingsvorm 3. Verdeeld over de opleidingsvormen en fases/graden geeft dit volgend beeld: OV3 kwalificatiefase integratiefase 3de graad Totaal
36 31 67
OV4 52,2% 44,9% 97,1%
2 2
2,9% 2,9%
3 Aanpak van de advisering Naar analogie met de beoordeling van de aanvragen voor duaal leren in het gewoon secundair onderwijs, kiest de raad voor het buso voor een gelijkaardige aanpak:
¬ ¬
Als de Vlor na bespreking van het dossier oordeelt dat een aanvraag in voldoende mate beantwoordt aan de beoordelingscriteria, dan wordt aan deze aanvraag een gunstig advies verstrekt. Gunstige adviezen worden niet verder gemotiveerd. Als de Vlor na bespreking van het dossier oordeelt dat een aanvraag in onvoldoende mate beantwoordt aan de beoordelingscriteria, dan wordt aan deze aanvraag een ongunstig advies verstrekt. Ongunstige adviezen worden kort gemotiveerd in dit advies.
In de tabel in bijlage zijn alle adviezen over de individuele dossiers toegevoegd. Om de dossiers op een transparante manier te beoordelen, is er gekozen om ze te beoordelen in clusters.
4 Beoordeling van de dossiers 4.1 Algemene opmerkingen De Vlor is tevreden dat er in het buso gewerkt wordt aan de opstart of verdere uitbreiding van duaal leren.4 De Vlor is al langer vragende partij om bijkomende leerkansen te creëren voor jongeren in het buitengewoon secundair onderwijs. In zijn advies over de modernisering van het secundair onderwijs vroeg hij om een globale visie te ontwikkelen over de plaats van het
4
4
Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. Advies voor het voorontwerp van decreet betreffende het duaal leren in het buitengewoon onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, 14 juni 2018.
buitengewoon secundair onderwijs in een vernieuwd aanbod en een nieuwe organisatie van het secundair onderwijs.5 De Vlor drong eerder ook al aan op een relevante deelname van scholen uit het buso aan het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’.6 Gegeven de ervaringen in dit tijdelijk project, is het gemiddeld aantal inschrijvingen per opleiding per school nog relatief laag. Dit heeft onder meer te maken met het beperkt aantal opleidingsprofielen die in het buso kunnen worden aangeboden en de zeer strikte voorwaarden om een duale opleiding te kunnen programmeren. Vanuit die context is het dan ook belangrijk dat zoveel mogelijk scholen die nu een aanvraag indienen de kans krijgen om duaal leren uit te bouwen en de duale trajecten langzaam te laten groeien. Het relatief groot aantal aanvragen toont aan dat er een draagvlak bestaat voor de verdere ontwikkeling van duaal buso. De Vlor blijft ook vragende partij voor een verdere verbreding van het duaal leren in het buso. Een aantal scholen stapte niet in het tijdelijk project. Andere scholen die wel instapten, hebben een lage of geen instroom in hun duale trajecten. Dit kan te wijten zijn aan het gebrek aan voorziene flexibiliteit die van groot belang is voor deze doelgroep. De Vlor herhaalt dat extra begeleiding voor leerlingen die instappen in een duale opleiding erg belangrijk is.7 Voor het buso is daarnaast ook een flexibele overgang tussen een duale en een niet-duale opleiding noodzakelijk, dit op grond van de handelingsplanning. De Vlor herhaalt nog eens zijn bezorgdheid over de organisatie van redelijke aanpassingen voor deze leerlingen op de werkvloer. Er is nood aan een continuüm tussen de school en de werkplek. De Vlor zal over dit onderwerp een seminarie organiseren in juni.
4.2 Macrodoelmatigheid (criterium 1) en de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt (criterium 2) In het project Schoolbank op de werkplek is het gemiddeld aantal leerlingen per opleiding per school relatief beperkt. In totaal werden er op 1 oktober 2018 34 duale trajecten aangeboden in de verschillende scholen van het buitengewoon secundair onderwijs. Daarnaast zijn er nog drie scholen die een duale opleiding hadden aangevraagd binnen het tijdelijk project, maar geen inschrijving hadden op 1/10/2018. De Vlor gaat er van uit dat het aantal inschrijvingen ook voor de nieuwe programmaties initieel relatief beperkt zal zijn en dat er voor een aantal opleidingen waarschijnlijk geen inschrijvingen zullen zijn. De relatieve onbekendheid van duaal leren bij leerlingen, ouders en bedrijven en het
Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. Advies over de modernisering van het studieaanbod in het secundair onderwijs, 21 februari 2017; Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. De modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs, 3 oktober 2017. 6 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. Advies over de uitbreiding van het tijdelijk project ‘schoolbank op de werkplek’ (2018-2019), 8 maart 2018. 7 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Secundair Onderwijs. Advies over de tijdelijke projecten duaal leren: 'Schoolbank op de werkplek', 18 februari 2016. 5
5
feit dat de scholen zelf nog zoekend zijn om duaal leren een plaats te geven in het aanbod zijn hiervoor logische verklaringen. Dit zal wellicht a fortiori gelden voor het buso dat ook later is ingestapt in het proefproject. Bij de beoordeling werd er ook rekening gehouden met het feit of de opleiding toeleidt naar een knelpuntberoep.8 Tot slot vindt de Vlor het belangrijk dat scholen bij de opstart van duaal leren de kans krijgen om het stapsgewijs uit te bouwen, zowel qua expertise als qua netwerkwerk van leerwerkplekken.
4.3 Keuzevrijheid (criterium 3) De Vlor respecteert het principe van de vrije keuze van ouders en leerlingen tussen vrij en officieel onderwijs.
4.4 Materiële infrastructuur, samenwerking met lokale arbeidsmarktactoren en bedrijfswereld (criterium 5 en 6) De Vlor adviseert alle programmatieaanvragen positief voor duale structuuronderdelen die behoren tot een studiegebied dat de school al aanbiedt vanuit de idee dat de materiële infrastructuur, inhoudelijke expertise en netwerken van bedrijven aanwezig zijn voor de programmatie van een duaal traject. Vanuit eenzelfde logica adviseert de Vlor ook de programmatiedossiers positief van scholen die: ¬ in het schooljaar 2017-2018 een duaal traject organiseerden in het kader van het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek, maar op 1 oktober 2018 geen inschrijvingen hadden. Omdat het om een tijdelijk project gaat, hebben deze scholen geen recht op één ‘gedoogjaar’ alvorens ze een nieuwe programmatie moeten aanvragen; ¬ in het schooljaar 2018-2019 een duaal traject wilden opstarten in het kader van het tijdelijk project Schoolbank op de werkplek, maar op 1 oktober 2018 geen inschrijvingen hadden. In totaal gaat dit om 3 dossiers (4.3%); ¬ in het schooljaar 2019-2020 een duaal traject willen opstarten met een studierichting die beantwoordt aan de studierichtingen die in het proefproject vervat zitten (medewerker fastfood duaal en Groen- en tuinbeheer duaal); ¬ in het schooljaar 2019-2020 een duaal traject willen opstarten met een studierichting die, net zoals die uit het proefproject, toeleidt naar een (regionaal) knelpuntberoep (assistent plantaardige productie, medewerker slagerij en medewerker (banket-)bakkerij). De samenwerking met de lokale arbeidsmarktactoren en bedrijfswereld is uiteraard cruciaal om duale trajecten vorm te geven. Maar de Vlor vindt dat de vraag of de school noodzakelijk al op het moment van de aanvraag va de programmatie deze werkplekken moet garanderen, niet relevant bij beoordeling van de aanvraag. Het gaat om een beperkt aantal leerlingen waarvoor de school via het eigen netwerk werkplekken kan vinden. Bovendien zijn de werkplekken ook afhankelijk van fluctuaties op de arbeidsmarkt. Moest het eigen netwerk niet volstaan, kan er een beroep worden gedaan op ondersteuning; De sectoren zijn verschillend omgegaan met vragen van scholen om hun programmatiedossier te steunen. Sommige sectoren hebben alle scholen
8
6
VDAB, lijst knelpuntberoepen 2019
gesteund die deze vraag stelden, andere sectoren hebben dit voor geen enkele school gedaan. De Vlor stelt deze verschillende opstellingen vast maar wil er voor de scholen die aanvragen, geen consequenties aan verbinden.
4.5 Afspraken met andere lokale onderwijsverstrekkers (criterium 7) De Vlor richt zich voor de beoordeling van dit criterium op het akkoord van de scholengemeenschap dat bij het aanvraagdossier gevoegd moet zijn.
4.6 Afstemming binnen overlegforum (criterium 8) De opdracht van de overlegfora heeft betrekking op een brede context van onderwerpen over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, maar met een expliciete focus op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen (art. 55 van het decreet duaal leren – art. 357/35 van de codex SO). Het overlegforum organiseert structureel overleg rond en signaleert problemen bij: ¬ de afstemming van het opleidingsaanbod op de mogelijkheden binnen de lokale arbeidsmarkt en tussen de verschillende aanbieders duaal leren; ¬ het opzetten van al dan niet tijdelijke samenwerkingsverbanden tussen de verschillende betrokken partijen binnen duaal leren, met het oog op een versterking van de link tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt voor de leerling; ¬ sensibilisering en mobilisering van de lokale arbeidsmarkt; ¬ de bevordering van de vlotte overgang van leerlingen van onderwijs naar de arbeidsmarkt; ¬ de analyse van de lokale arbeidsmarkt in functie van het huidige en toekomstige opleidingsaanbod, gebruik makende van de beschikbare gegevens. Omdat de overlegfora een nieuw gegeven zijn voor het decreet duaal leren, zijn ze in veel gevallen amper opgestart en blijkt dat de programmatieaanvragen op veel plaatsen nog niet besproken werden. Omdat de fora nog nadenken over een concrete invulling van hun opdracht op het vlak van onderwijsaanbod, is het niet opportuun om het achtste criterium al in rekening te brengen bij de beoordeling van de dossiers. Voor de toekomstige programmatieaanvragen verwacht de Vlor dat het op tijd duidelijk is welke rol de regionale overlegfora opnemen en wat er van de scholen wordt verwacht op welk moment in de procedure. Het is voor de Vlor voorlopig onduidelijk wie het werk van regionale overlegfora effectief zal ondersteunen en uitvoeren.
Marleen Colpin secretaris Raad Secundair Onderwijs
Saskia Lieveyns voorzitter Raad Secundair Onderwijs
7