Studie 198 Beroepsprofiel Landmeter
Studie 198 Beroepsprofiel Landmeter Studiegebied: Industriële wetenschappen & Technologie Beroep: landmeter
D/2003/6356/3 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
DEEL A: VOORONDERZOEK 1
DEFINITIE VAN DE LANDMETER
De door de FIG (Internationale Federatie Landmeters) vastgestelde definitie1 kan als volgt samengevat worden: De landmeter is de gediplomeerde en beëdigde professional die onroerende goederen, publiek of privaat, gebouwd of ongebouwd, boven of onder het terrestrische of marine oppervlak identificeert, afpaalt, opmeet en schat - evenals de werken erop uitgevoerd - en zich met de registratie ervan belast. In ruimere zin helpt hij/zij mede aan het bestuderen, ontwerpen en besturen van de stedelijke en landelijke aanleg van de grond en de verbetering ervan. Hij behandelt de technische, juridische, economische, landbouwkundige en sociale wetenschappen die verband houden met bovengenoemde onderwerpen. Hij/zij oefent zijn/haar beroep alleen of in samenwerking met beoefenaars van aanverwante beroepen uit.
1
Definition of a surveyor - FIG Publications n° 2 - 1991.
1
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
2
LANDMETEN IS MEER DAN LAND - METEN
De meesten kennen de landmeter als “de persoon die een stuk grond opmeet en er een plannetje van opmaakt om bij de aankoopakte te voegen”. Dit is inderdaad een van de belangrijke werkzaamheden van een landmeter, maar door zijn/haar opleiding en steunend op zijn technische, administratieve en juridische kennis, wordt hij/zij in talrijke sectoren ingeschakeld.
2
•
Geodesie
•
Landmeetkunde – Topografie - Topometrie
•
Hydrologie
•
Fotogrammetrie - Remote sensing
•
Cartografie
•
Kadaster
•
Grensbepalingen
•
Geografische Informatiesystemen
•
Ondergrondse metingen
•
Industriële metingen - Metrologie
•
Waardebepaling van onroerende goederen
•
Expertises en deskundig onderzoek
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
3
SOCIO-ECONOMISCHE BESCHRIJVING
3.1
Belang van het beroep van landmeter in onze maatschappij:
Uit de “definitie van de landmeter” volgt dat hij/zij zowel technisch als juridisch opgeleid is om onroerende goederen te meten en te beheren. Steunend op deze formulering kan men de taken van de landmeter in volgende onderdelen opsplitsen: •
Opmeten en in plan/kaart brengen van delen van het aardoppervlak en dit op landelijk echelon (Nationaal Geografisch Instituut), op gemeentelijk echelon (Gemeentelijke Technische Diensten) en op het echelon van het perceel grond (akteplan voor verkoop);
•
Inplantingen van wegen, gebouwen en kunstwerken bovengronds en ondergronds (3D);
•
Technische en industriële metingen die uitgevoerd worden op basis van landmeetkundige meetmethoden (3D);
•
Wetenschappelijke, technische en juridische begeleiding van projecten die betrekking hebben op het vastgoed;
•
Verzamelen van informatie en beheren van databanken ten behoeve van geografische informatiesystemen en landinrichtingssystemen;
•
Expertises en deskundig onderzoek met betrekking tot het vastgoed.
Uit de definitie en de taakomschrijving volgt duidelijk dat de taak van landmeter niet weg te denken is uit onze samenleving en dat de landmeter een belangrijke plaats inneemt in het sociaal en economisch leven van onze maatschappij. 3.2
Tewerkstelling
Landmeters worden in talrijke sectoren (cfr. §4.- Uitoefenen van het beroep) tewerkgesteld. Er is nog altijd vraag naar landmeters, men mag tevens aannemen dat de tewerkstelling voor landmeters positief evolueert. Sinds 1991 worden er jaarlijks ongeveer 80 landmeters gediplomeerd (industrieel ingenieurs + licentiaten). Er zijn in Vlaanderen ongeveer 1250 landmeters die hun beroep als zelfstandige uitoefenen. Het bestuur van het kadaster stelt ongeveer 500 landmeters aan het werk; provincies, gemeenten, intercommunales, … nog eens een 250-tal. Verder zijn er de landmeters in loondienst in landmeterbureaus, in bedrijven en bij aannemers.
3
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
Indien men het aantal gediplomeerde landmeters als volgt bepaalt: tussen 1941 en 1991 => 50 per academiejaar
==>
2.500 landmeters
tussen 1991 en 2001 => 80 per academiejaar
==>
800 landmeters
dan zouden er sinds 1941 (nu maximum 61 jaar oud)
3.300 landmeters zijn.
Neemt men verder aan dat ± 30 % hiervan het beroep niet uitoefent dan zouden er in Vlaanderen ongeveer 2.300 landmeters werkzaam zijn. 3.3
Taakomschrijving
Algemeen mag men stellen dat de landmeter aan het volgende moet voldoen: -
grondige wetenschappelijke kennis;
-
brede technische kennis;
-
juridisch en administratief onderlegd;
-
bekwaam zijn om problemen op te lossen (van analyse tot synthese).
3.4
Aanvullende en ondersteunende kennis en attitudes
-
Sociale vaardigheden
-
-
•
werken in teamverband;
•
leiding kunnen geven;
•
verantwoordelijkheid opnemen.
Effectiviteitsattitudes •
mondelinge en schriftelijke communicatievaardigheid;
•
zin voor vernieuwing en aanpassingsvermogen;
•
flexibiliteit en brede inzetbaarheid;
•
creativiteit;
•
leergierigheid;
•
bewust zijn van de nood aan permanente vorming.
Management •
kennis hebben van verhoudingen in het bedrijfsleven en de principes van bedrijfsbeheer;
•
productie, onderhoud en kwaliteit kunnen realiseren tegen economisch verantwoorde kostprijzen;
-
Accuratesse •
volgens de voorziene normen en binnen de voorgeschreven tijd opdrachten uitvoeren die aan hoge nauwkeurigheidseisen moeten voldoen.
4
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
-
Loyaliteit •
menselijke en deontologische regels strikt naleven en doen naleven;
•
van onberispelijke houding zijn en in geen enkele omstandigheid taken of opdrachten aannemen en uitvoeren die onverenigbaar zijn met het loyaal en collegiaal uitoefenen van het beroep.
5
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
4
UITOEFENEN VAN HET BEROEP
De gediplomeerde landmeter (volgens huidige structuur: industrieel ingenieur of licentiaat) kan terecht in talrijke sectoren. De werkzaamheden die hij/zij binnen zijn/haar beroep moet verrichten zijn zeer afwisselend. Van opzoekingen in archieven tot terreinwerk met moderne geautomatiseerde meetinstrumenten, van kleine metingen met eenvoudige toestellen tot computerverwerking met voor landmeters uitgewerkte programma’s, van ondergrondse metingen voor aannemers van tunnelbouw tot waardebepalingen van landbouwgronden bij ruilverkaveling, van … AMBTENAAR ministerie, provincie, gemeente parastatale instelling en overheidsbedrijven BEDIENDE ONDER CONTRACT bedrijven, studiebureaus, aannemers ZELFSTANDIGE LANDMETER technische en juridische werkzaamheden voor: •
administraties en openbare besturen;
•
ingenieurs, architecten, aannemers, industrie;
•
notarissen, bedrijfsrevisoren, advocaten, rechtbanken;
•
eigenaars, huurders, pachters;
•
vastgoedsector.
BEROEPSVERENIGINGEN Internationaal FIG
Fédération Internationale des Géomètres The International Federation of Surveyors
Europees CLGE
Comité de Liaison des Géomètres Européens
EGOS
European Group of Surveyors
ESCS
European Society of Chartered Surveyors
GE
Géomètres - Experts Fonciers Européens
MOLA
Meeting of Officials of Land Administration
e.a.
6
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
Belgische erkende beroepsverenigingen BUL
Belgische Unie der Landmeters
NVMS
Nationale Vereniging van Meetkundigen - Schatters
KFZLE
Koninklijke Federatie van Zelfstandige Landmeters-Experts
Belgische feitelijke beroepsverenigingen CLE
Confederatie der Landmeters – Experts
De LandWeter
7
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
5
BASISSTRUCTUUR VAN HET BEROEP
In onderstaande schema’s en beschrijvingen wordt de structuur weergegeven van de werkzaamheden van de “beëdigde landmeter – expert onroerende goederen”. 5.1
Geometrie - Geodesie
De zeer belangrijke taak van de landmeter bestaat erin om de geometrie van het aardoppervlak (bovengronds en ondergronds - terrestrisch en marien oppervlak) driedimensionaal te meten en weer te geven. Het is ook duidelijk dat er geen technische werkzaamheden mogelijk zijn zonder de bijhorende administratieve en juridische verrichtingen. Verder wordt aangegeven hoe het meetwerk (opmeten - uitzetten) nauw verbonden is met de numerieke en grafische verwerking van de gegevens (meetgegevens - uitzetgegevens). METEN OPMETEN van bestaande terreingegevens UITZETTEN van berekende elementen
VERZAMELEN INTERPRETEREN en VERWERKEN van JURIDISCHE en ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
8
REKENEN
Tekenen
Numerieke verwerking van gemeten en getekende gegevens
Grafische verwerking van gemeten en berekende gegevens
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
5.2
Thematiek - Geo-informatica
Naast het “geometrisch bepalen” van het onroerend goed (ligging, vorm en grootte) zal de landmeter als expert onroerende goederen de aard, de kwaliteit, de structuur van het vastgoed bestuderen en ook overgaan tot waardebepaling van gronden en gebouwen. Omwille van zijn technische en juridische inbreng zal de landmeter in samenwerking met verkeerskundigen, stedenbouwkundigen, architecten en ingenieurs-ontwerpers deelnemen aan projecten die betrekking hebben tot het beheer en de inrichting van het territorium. Hij/zij zal meewerken aan de landinrichtingsprojecten en zal een actief aandeel hebben in het realiseren en gebruiken van geografische informatiesystemen. VASTSTELLEN Identificeren - Bestuderen – Controleren
ONDERZOEKEN Bestuderen - Beoordelen
BEPALEN van de WAARDE Schatten van de venale, intrinsieke of te realiseren waarde van gronden en gebouwen
BESTUREN Binnen zijn/haar bevoegdheden zal de landmeter projecten leiden en diensten besturen
9
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
6
ORGANISATIE VAN HET BEROEP
6.1
Overzicht functies en bevoegdheden van de landmeter en de landmeetkundig assistent
In onderstaande overzichtstabel wordt aangegeven wat de finaliteiten bachelor en master inhouden met betrekking tot de uitoefening van het beroep van landmeter LANDMETER
LANDMEETKUNDIG ASSISTENT
oefent het beroep van landmeter uit
voert taken uit onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een landmeter
6.2
lid beroepsinstituut
geen lid van beroepsinstituut
beëdiging
kan niet beëdigd worden
deontologie
werkt hoofdzakelijk onder contract
diploma landmeter
diploma landmeetkundig assistent
Wettelijke normen
Houders van het diploma van landmeter worden beëdigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg. De afpaling/grensbepaling - en alle bijbehorende verrichtingen - staan uitvoerig in het Veldwetboek en Boswetboek beschreven. Dit heeft niet alleen betrekking op alle taken die uitgevoerd worden bij het opmeten en in plan brengen van bebouwde en onbebouwde eigendommen, maar ook op alle juridische en administratieve onderzoeken die moeten gebeuren, zowel in gewone omstandigheden als bij geschillen. Behalve in zuiver wettelijk bepaalde normen, wordt nationaal en internationaal aangenomen dat het meten en schatten van onroerende goederen het specifieke werk van de landmeter is. Door zijn/haar opleiding is de landmeter de aangewezen persoon om geodetische en landmeetkundige werken uit te voeren in alle openbare en privé sectoren; hij/zij is tevens een belangrijke en niet weg te denken schakel in het gebied van de geo-informatica. 6.3
Bescherming en deontologie
Het Beroepsinstituut van Landmeters (BIL) is opgericht maar nog niet operationeel. Er bestaat een wetsontwerp “tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert. Nationale beroepsverenigingen houden toezicht op de correcte uitoefening van het beroep.
10
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
6.4
Europees (http://www.CLGE.org)
Het Comité de Liaison des Géomètres Européens (CLGE) is zeer actief op het gebied van onderwijs en uitoefening van het beroep (zie publicaties in deel E: Bibliografie) 6.5
Internationaal (http://www.FIG.net)
De internationale federatie van landmeters (FIG) is een belangrijke instelling die permanent alle takken van het beroep bestudeert en opvolgt (zie publicaties in deel E: Bibliografie).
11
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
7
GEO-INFORMATIEPROCES
2
Het opbouwen van een geometrische infrastructuur is nodig om de geo-informatie infrastructuur tot stand te kunnen brengen. Om beide te realiseren zijn een aantal stappen nodig, bij elk van die stappen moet de landmeter vakkundig kunnen ingrijpen. Geometrische infrastructuur Georeferering
-
•
ruimtegeodesie, referentiesystemen, kaartprojecties, …
Inwinning
-
•
satellietwaarnemingen, teledetectie, fotogrammetrie, gecodeerde metingen, laserscanning, …
Verwerking
-
•
numerieke en grafische verwerking van geo-informatie, hard- en softwaresystemen
Opslag
-
•
beheer van databanken, geografische informatiesystemen
Analyse
-
•
ruimtelijke analyse
Presentatie
-
•
informatiedragers: digitale kaarten en plans, orthofoto’s, …
Gebruik
-
•
openbare besturen, studiediensten, bedrijven, privé, …
Organisatie
-
•
wettelijke bepalingen, rechtskundige aspecten, kadaster, registratie, hypotheken, stedenbouw, …
Regelgeving
-
•
kwaliteitszorg, wettelijke bepalingen, normen Geo-informatie infrastructuur
2
Geodesia - Nr. 10 - 2001 Bachelors en masters leren integreren in projecten.
12
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
8
SYNERGIE
Een belangrijk aspect is de relatie beroepsuitoefening - opleiding – beroepsverenigingen. Men moet levenslang studeren terwijl een opleiding geldig voor een hele loopbaan niet meer denkbaar is. Hieruit volgt dat er “signalen” en “antwoorden” in verschillende richtingen moeten gegeven worden. Het onderwijs kan zijn “vakinhouden” niet meer opleggen en de uitoefenaars van eenzelfde beroep moeten zich via hun beroepsvereniging laten horen. Het invullen van onderstaand schema is een uitgebreid werk en eist besprekingen en evaluaties. Het ligt dan ook niet in de bedoeling om dit hier in extenso uit te werken, het zal echter van essentieel belang zijn bij het opstellen van het opleidingsprofiel. Om een degelijk opleidingsprofiel te kunnen samenstellen is het onontbeerlijk dat vertegenwoordigers van de drie groepen nauw samenwerken.
UITOEFENING VAN HET BEROEP
OPLEIDING
BEROEPSVERENIGINGEN
13
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
9
MOGELIJKE SPECIALISATIES
Het is niet uitgesloten dat bij de oprichting van de opleiding Landmeter op mastersniveau de vraag gesteld wordt of er niet moet gedacht worden aan specialisaties. 9.1
Europese normen
Onderstaand schema geeft een overzicht van drie mogelijke richtingen. Aan de basis van elk van deze richtingen ligt uiteraard een grondige kennis van de “geodesie en landmeetkunde”, het beheersen van “geo-informatie” en een perfecte beheersing van “administratieve en juridische aspecten”.
GEODETISCHE
BEHEER van
BEHEER van
WETENSCHAPPEN
GEO-INFORMATIE
VASTGOED
Geodesie - Landmeetkunde
Ruimtelijke data modelling
Kadaster
Industriële metingen
Systeemanalyse
Registratie
Metrologie
Integratie van geogegevens
Waardebepaling van vastgoed
Ruimtegeodesie
Meerwaarden aan de geogege-
Landinrichting
Fotogrammetrie
vens
Ruimtelijke planning
Ondergrondse metingen
Visualisering van geogegevens
Reglementering en wetgeving
Hydrografie
Gebruiken en beheren van ruimte-
Vastgoedbeheer
…
lijke informatie
…
LANDMEETKUNDE
…
9.2
Enkele voorbeelden van specialisatie in Europese landen
9.2.1 De afdeling Geodesie van de Technische Universiteit - Delft heeft de Master of Science (MSc) opleiding als volgt opgesplitst: •
Earth Observation
•
Surveying and Mapping
•
Geoinformation Engineering & Land Managegent
9.2.2 Aalborg University in Denemarken organiseert volgen specialisaties: •
14
Mapping and geoinformatics
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
•
Land administration and environmental management
•
Planning and development
9.2.3 University of Zagreb heeft drie MSc finaliteiten •
Engineering geodesy
•
Photogrammetry and Cartography
•
Satellite and Physical Geodesy
9.2.4 University College London biedt volgende mogelijkheden: •
MSc Photogrammetry
•
MSc Surveying
•
MSc Geodesy
•
MSc Geographic and Geodetic Information Systems
•
MSc Remote Sensing
15
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
10
INDELING VAN DE WERKDOMEINEN
De grote diversiteit in de werkdomeinen van de landmeter bemoeilijkt het opstellen van een “kort overzicht van de vakken die aan toekomstige landmeters moeten gedoceerd worden”. Hierna wordt dan ook getracht om de belangrijkste werkdomeinen te groeperen. Bij het opmaken van het opleidingsprofiel zal men ervan uitgaan dat alle elementen aan bod moeten komen maar dat er via een “finaliteit” meer aandacht aan sommige vakken kan gegeven worden. De rangschikking is alfabetisch en geeft dus geen prioriteiten. Bouwkunde Architectuur, civiele technieken, bouwfysica, deskundig onderzoek Bouwmeten en werfmaatvoering
Cartografie Fotogrammetrie en teledetectie Geo-wetenschappen Geologie, bodemkunde, geofysica Landbouwhuishoudkunde, bosbouw, ecologie, milieu
Geodesie Mathematische, meetkundige,fysische en ruimte geodesie
Zee Geodesie Mariene geodesie, hydrologie, baggerwerken, plaatsbepaling en dieptemeting
Geografische informatiesystemen Informatica Geo-informatie, informatieanalyse
Juridische aspecten Burgerlijk recht, zaken recht, fiscaal recht, administratief recht, …
Landmeetkunde Topografie, topometrie, technische- en industriële metingen, ondergrondse metingen
Ruimtelijke planning Verkeerskunde, stedenbouw
Vastgoed Landinrichting, kadaster en onroerende voorheffing, grondbeheer, landinformatiesystemen, grondeconomie, bedrijfseconomie Waardebepaling van gronden en gebouwen, schattingen
Wiskunde - Wetenschappen Wiskunde, statistiek, waarnemingsrekenen, vereffeningstheorie, toetsingstheorie, Fysica, astronomie, chemie
16
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
Beroepspraktijk Geschiedenis van het beroep Uitwerken van projecten Seminaries Stages Thesis
17
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
DEEL B: BEROEPSPROFIEL VOORAFGAANDE OPMERKINGEN MET OVER HET GEBRUIK EN DE INTERPRETATIE VAN HET BEROEPSPROFIEL -
Sommige elementen uit deze rubriek kunnen ook in andere rubrieken voorkomen, voornamelijk daar waar bijzondere nadruk wordt gelegd op het belang van deze vakken; bij het opmaken van het opleidingsprofiel zal dit trouwens tot uiting moeten komen.
-
Om het inzicht te bevorderen, wordt verwezen naar de “Indeling van de werkdomeinen” (deel A, p. 16).
Doelstellingen mastersopleiding voor landmeters De minimumdoelstellingen waaraan een mastersopleiding voor landmeters moet beantwoorden, kunnen in onderstaande “algemene visie” samengevat worden. -
Theoretische kennis van de geodesie (mathematische, fysische, ruimte-, en zeegeodesie) die aan de basis ligt van de plaatsbepaling op aarde (zowel op het vasteland als op zee, en zowel boven als onder het aardoppervlak of zeeoppervlak), van de landmeetkunde, de cartografie en de fotogrammetrie.
-
Informatie verzamelen, interpreteren en verwerken met behulp van landinformatiesystemen (LIS) en geografische informatiesystemen (GIS). De terreingegevens numeriek en grafisch verwerken. Verbanden leggen tussen de ruimtelijke data en de juridische – administratieve gegevens die eraan verbonden zijn.
-
Kwantitatieve (ligging, vorm, en grootte) en kwalitatieve (aard, hoedanigheid en waarde) van onroerende goederen (gronden en gebouwen) bepalen en interpreteren.
-
Schatten (waardebepaling) van onroerende goederen.
-
Landmeetkundige meettechnieken, omwille van hun precisie, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid, toepassen voor technische en industriële metingen, ondergrondse metingen, deformatiemetingen en hydrografische metingen.
-
Bouwmeten en werfmaatvoering
-
Regelen van geschillen, deskundig onderzoek en expertise van gebouwde en ongebouwde eigendommen.
-
18
Het opstellen van verslagen en processen verbaal.
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
1
BEHEREN EN ANALYSEREN VAN INFORMATIE
Algemeen Bij het uitvoeren van zijn opdrachten zal de landmeter permanent geconfronteerd worden met het opzoeken, raadplegen en interpreteren van zowel recente als oude documenten die hij/zij op allerlei informatiedragers zal vinden. De informatie kan van technische, juridische en administratieve aard zijn en ze is te vinden bij de meest uiteenlopende diensten en instanties, zowel in privé als in openbare sectoren. Een landmeter moet niet alleen goed weten waar dit alles te vinden is, maar moet de gevonden informatie zorgvuldig kunnen beheren en analyseren. In sommige gevallen zal het de landmeter zijn die verantwoordelijk is voor het bijhouden en beheren van informatie. 1.1
Technische dossierelementen
Taken
Kennis
-
=> beheersen van
-
Verzamelen, lezen en interpreteren van plans, bestekken en andere technische documenten die be-
•
cartografie
trekking hebben op:
•
fotogrammetrie
•
bebouwde en onbebouwde gronden,
•
GIS en LIS
•
gebouwen,
•
kadaster
•
constructies (boven- en ondergrondse),
•
stedenbouw
•
wegen, waterwegen, spoorwegen, enz.
•
ruimtelijke planning
•
bruggen, tunnels, enz.
•
informatica
Opzoeken en gebruiken van kaarten (op de verschil-
•
teledetectie
lende informatiedragers).
•
bouwmeten
Het laten uitvoeren en gebruiken van bestaande fo-
•
ruilverkaveling
to’s, lucht- en terrestrische fotogrammetrie. -
Verzamelen van gegevens uit de teledetectie.
-
Opzoekingen kunnen uitvoeren bij technische diensten van openbare (provincie, gemeente) en private
•
stabiliteit
instellingen (studiediensten, bedrijven, studiebu-
•
architectuur
•
constructie
•
speciale technieken
•
nutsleidingen
reaus, enz.). -
=> bouwkundige basisvakken:
Met kennis van zaken documenten opzoeken en raadplegen in de bureaus van landmeters, architec-
19
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
ten, ingenieurs, notarissen, openbare diensten, enz. -
Raadplegen en interpreteren van de plans, bestek-
=> beoordelingscriteria kunnen hanteren
ken en technische richtlijnen opgemaakt door de verschillende nutsbedrijvenvoor water, gas, elektriciteit, hoogspanningslijnen, telecommunicatie, enz. -
Opzoeken, interpreteren en gebruiken van de documenten die betrekking hebben op •
GIS - geografische informatiesystemen
•
LIS - land informatiesystemen
•
en alle documenten die betrekking hebben tot en die van belang kunnen zijn om een opdracht technisch volledig en nauwkeurig te kunnen uitvoeren. Dit kan dan ook inhouden dat de landmeter zich in bepaalde omstandigheden moet laten bijstaan door een “specialist”.
20
=> opdrachten aan derden kunnen formuleren
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
1.2
Juridische en administratieve dossierelementen
Taken
Kennis
-
=> vlot zijn weg vinden in
Alle juridische en administratieve documenten verzamelen die nuttig zijn om de dossiers met betrek-
•
juridische structuren
king tot volgende opdrachten te kunnen behandelen
•
informatieverwerking
•
afpalen van eigendommen, PV van afpaling;
•
archieven
•
opmeten van gronden, PV van opmeting;
•
administraties
•
opmeten van gebouwen, PV van opmeting;
•
gemeenmaking van muren, PV van overname;
=> structuren, werking en juridi-
•
onteigeningen;
sche toedracht kennen van
•
stedenbouw (vergunningen,overtredingen);
•
rijksadministratie
•
erfdienstbaarheden;
•
kadaster
•
notariële aktes;
•
hypotheken
•
gerechtelijk deskundig onderzoek;
•
registratie
•
expertisen m.b.t. onroerende goederen;
•
inkomstenbelastingen
•
arbitrage;
•
stedenbouw
•
overeenkomsten tussen partijen m.b.t. onroe-
•
gemeenten
rende goederen;
•
provincies
•
bestuderen van contracten, vonnissen, arresten, bezwaarschriften, procedures, e.a.
=> vertrouwd zijn met •
burgerlijk wetboek
Opzoeken, bestuderen en interpreteren van de At-
•
gerechtelijk wetboek
lassen van Waterlopen en van Buurtwegen.
•
boswetboek
-
Databanken raadplegen.
•
veldwetboek
-
Opzoekingen in rijksarchieven en anderen.
•
fiscale wetboeken
-
Gebruiken en interpreteren van gegevens uit GIS en
• -
-
plaatsbeschrijvingen.
LIS bestanden.
=> bouwwetgeving, milieuwet-
Samenstellen van de dossiers voor:
geving en wet op de stedenbouw
•
Waarde bepalingen van onroerende goederen;
•
Schatten van onroerende goederen.
=> administratief recht
-
Regeling van schade (brand, huur, enz.)
=> fiscaal recht
-
Beheer van onroerende goederen.
=> huurwetgeving en reglemen-
-
Bijzondere schattingen (voorafgaande, controle,
tering
enz.), onderzoek, dossierstudie, waardebepaling
21
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
-
Regelingen inzake huur: contracten, overeenkomsten, schade, enz.
22
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
2
TERREINVERRICHTINGEN
Algemeen De bureauwerkzaamheden (numerieke en grafische verwerking van informatie) van de landmeter zijn nauw verbonden met zijn/haar terreinverrichtingen. Het is zelfs zo dat alles gebonden is aan de plaatsbepaling, ofwel door voorafgaand een bestaande terreinsituatie op te nemen (opmeten) of door nieuwe toestanden op het terrein aan te geven (uitzetten). Het principe dat er altijd van het grote naar het kleine gemeten wordt, is op elk niveau toepasselijk. Aan de basis van deze gedachtegang ligt het onderscheid dat dikwijls gemaakt wordt tussen de hogere geodesie (gebieden groter dan 50 x 50 km²) en de lagere geodesie of landmeetkunde (gebieden kleiner dan 50 x 50 km²). Een grondige kennis van de meetmethoden en van de meetinstrumenten is absoluut noodzakelijk zowel voor het opmeten van bestaande toestanden als voor het uitzetten van ontworpen werken. Landmeetkundige meet- en rekentechnieken hebben enkele belangrijke eigenschappen die ze uiterst geschikt maken voor het inwinnen van metrische gegevens van allerlei niet-landgebonden objecten, namelijk de hoge nauwkeurigheid, precisie en de betrouwbaarheid. Technische en industriële metingen behoren meestal tot het domein van de microgeodesie en de metrologie. Ze omvatten het in coördinaten uitzetten, opmeten en controleren van objecten. Deformatiemetingen behoren ook tot het domein van de technische metingen evenals het oploden en afloden van punten voor hoogbouw en ondergrondse werken.
23
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
2.1
Geodetische werkzaamheden
Taken
Kennis
-
=> meetkundige geodesie
-
Bestuderen, controleren en verdichten van planimetrische en altimetrische netwerken.
fysische geodesie
Uitvoeren van GPS-campagnes en bestuderen en
mathematische geodesie
ontwikkelen van GPS-toepassingen.
satellietgeodesie
-
Eerste orde waterpassingen leiden en uitvoeren.
-
Bestuderen, verwerken en interpreteren van: •
Cartografische werkzaamheden,
=> cartografie
•
Fotogrammetrie en Teledetectie.
=> remote sensing
-
Getijdenmetingen uitvoeren en analyseren
-
In zoverre nodig voor bijzondere metingen: meten van aardgetijden en zwaartekrachtmetingen.
-
Astronomische waarnemingen uitvoeren.
-
Berekenen, vereffenen van driehoeksmetingen, verdichtingsnetten, enz.
-
Kwaliteitsbeheersing van geodetische werken.
-
Meting t.b.v. hydrografische werken.
-
Satellietwaarnemingen.
24
=> fotogrammetrie
=> kwaliteitsbeheersing
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
2.2
Landmeetkunde
Topografie - Topometrie
2.2.1 Opmetingswerken - topografie Taken
Kennis
-
Terreinverkenning met kennis van zaken uitvoe-
=> meetinstrumenten
ren.
-
Vakkundig gebruiken, juist kie-
-
Opzoeken van landelijke referentiemerktekens.
zen in functie van de aard van
-
Materialiseren van een plaatselijk planimetrisch
de meting;
net.
-
Beoordelen, nazien, controleren
-
Materialiseren van een plaatselijk altimetrisch net.
-
x/y/z coördinaten van punten bepalen.
-
De hoogte van punten meten.
-
Het uitzetten en meten van een veelhoekslijn.
•
horizontale hoeken,
-
Bepalen van te meten detailpunten.
•
verticale hoeken,
-
Meten van detailpunten.
•
afstanden,
-
Terreinschetsen maken.
•
hoogteverschillen,
-
Naverkenningen t.b.v. fotogrammetrie, e.a.
•
oriëntatie.
-
Opmetingen ten behoeve van oppervlakte en vo-
en ijken; -
Perfect hanteren voor het meten van:
lumeberekeningen.
=> meetmethoden
-
Paspunten voor de fotogrammetrie opmeten.
-
-
Inventarissen voor GIS.
den goed kennen en juist ge-
-
GPS-metingen uitvoeren.
bruiken.
-
Meetinstrumenten bestuderen, nazien en ijken.
-
Ontwikkelen van meetmethoden voor het uitvoe-
passen op nieuwe uitvoerings-
ren van bijzondere metingen.
projecten.
-
Gecodeerde metingen uitvoeren en verwerken.
-
Geautomatiseerde metingen ontwikkelen en uit-
-
-
De verschillende meetmetho-
Bestaande meetmethoden toe-
Nieuwe meetmethoden ontwikkelen, toepassen en evalueren.
voeren. -
Ondergrondse metingen leiden en uitvoeren,
=> kwaliteitszorg: alle criteria van
nieuwe meettechnieken bestuderen.
betrouwbaarheid, precisie en
-
Hydrografische metingen leiden en uitvoeren.
nauwkeurigheid grondig be-
-
Nieuwe technieken bestuderen
heersen en toepassen op de
-
Baggerwerken
opmetingswerken
-
Kwaliteitsbeheersing en hanteren van normen.
25
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
-
Van al de landmeetkundige verrichtingen de meetinstrumenten, de methoden en de technieken toepassen, aanpassen en verbeteren.
=> theoretisch en praktische aspecten van: •
landmeetkunde
•
topografie
•
topometrie
•
metrologie
•
grondslagen geodesie
=> landmeetkundig rekenen •
berekeningsmethoden
•
computerverwerking van gegevens (rekenwerk – tekenwerk)
26
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
2.2.2 Uitzetten van ontworpen werken - bouwmeten Taken
Kennis
-
=> Alle klassieke en moderne
-
-
Met kennis van zaken en in overleg met de leidende ingenieurs, de architecten en de werfleiding van de
meetinstrumenten voor het
aannemers het uit te voeren meet- en uitzetwerk:
meten van:
•
plannen;
•
hoeken
•
voorbereiden;
•
afstanden
•
organiseren;
•
oriëntatie
•
uitvoeren;
•
hoogteverschillen
•
evalueren, verbeteren en bijsturen.
Uitzetten en materialiseren van referentiepunten
=> Bijzondere instrumenten die
plaatsen en inmeten (x, y, z) van merktekens zowel
bij bouwwerken gebruikt wor-
bovengronds als ondergronds.
den kennen en kunnen ge-
De gegevens die op de plans staan, omzetten tot
bruiken.
bruikbare uitzetgegevens om met geautomatiseerde meetinstrumenten op het terrein te kunnen werken. -
Bijzondere meettechnieken op punt stellen: • •
-
-
=> Werfmachines kennen en hun besturingssystemen (la-
geautomatiseerde besturingen van graafmachi-
ser, GPS, allerlei sensoren,
nes;
e.a).
GPS gestuurde werfmachines, enz.
Oppervlakte en inhoudsbepalingen:
=> voldoende kennis van:
•
uitzetten en opvolgen van grondwerken;
•
grondmechanica
•
volumeberekeningen, enz.
•
bouwmaterialen
•
funderingstechnieken
Uitzetten van: •
gebouwen (betonbouw, staalbouw);
•
bouwtechnieken
•
wegen, spoorwegen;
•
stabiliteit en sterkteleer
•
ondergrondse bouwwerken;
•
ondergrondse bouw-
•
tunnel en metrowerken;
•
kunstwerken: bruggen, duikers, enz.
technieken •
waterwerken
-
Deformatiemetingen tijdens de werken uitvoeren.
om het verband te kunnen
-
Controlemetingen bij aanvaardingen.
leggen tussen het meetwerk
-
Verticaliteitsmetingen.
en het te realiseren werk.
-
Oploden en afloden van punten.
-
Maatvoering en werfbegeleiding bij prefabbouw.
=> Plans, bestekken, meetsta-
27
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
-
Hydrogafie: werfmaatvoering bij baggerwerken, e.a.
ten, kunnen interpreteren. => Meetplans, berekeningstabellen, … kunnen opmaken => Kwaliteitsbeheersing => Evaluatie en precisie en nauwkeurigheid in functie van de aard van de werken => Tolerantie bepalen en respecteren => normen (o.a. ISO) voor veiligheid en kwaliteit kennen => Planningssystemen kennen en kunnen opvolgen
28
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
2.3
Technische metingen - Topometrie-metrologie
Taken
Kennis
-
=> instrumenten en meetmethoden gron-
Met kennis van zaken de volgende voorbereidende werkzaamheden uitvoeren:
dig kennen en gebruiken
•
voorafgaand onderzoek
•
bepalen meetmethoden
•
keuze van de instrumenten
thoden beheersen (inclinometers, senso-
•
op punt stellen van bijzondere tech-
ren, videometrie, hydrostatische hoog-
nieken
temeting, enz.)
•
plaatsen van meetpunten
•
materialiseren van meetstations
samengevat: het opzetten en plannen
=> bijzondere meettechnieken en meetme-
=> fysica die bijdraagt om: •
ten te beheersen en te verbeteren
van specifieke meetprocedures. -
Na overleg en bespreking met de op-
•
-
technische metingen
•
industriële metingen
•
deformatiemetingen
•
oploden en afloden
keurigheid en betrouwbaarheid.
-
ondergrondse metingen te doen
=> elementen van bouwkunde, grondmechanica, sterkteleer, e.a. => elektronica t.b.v. landmeters meettechnieken - instrumenten
Metingen uitvoeren met geautomatiseerde instrumenten.
-
•
De resultaten van de metingen verwerken met aandacht voor precisie, nauw-
-
de fysische grondslagen te kennen die metingen beïnvloeden (refractie)
drachtgever terreinwerk verrichten t.b.v.: •
de werking van de meetinstrumen-
=> informatica: automatisering van terrein-
“Online” en “real time” metingen uitvoe-
opnamen, verwerken en interpreteren
ren, opvolgen en verwerken.
van meetgegevens
Gebruiken van bestaande en ontwikkelen van nieuwe meetsystemen t.b.v. het
=> algemeen: moderne hulpmiddelen van
controleren en begeleiden van bouwwer-
numerieke en grafische verwerking van
ken (gebouwen, kunstwerken, machines,
meetgegevens kennen en kunnen ge-
enz.).
bruiken
29
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
3
VERWERKEN VAN GEOINFORMATIE
Algemeen Het inwinnen, verwerken en bijhouden van informatie is voor de landmeter bijzonder belangrijk. Hij/zij heeft altijd getracht om dit met de grootste zorg uit te voeren met de recentste hulpmiddelen (van meetlint tot GPS - van kleitablet tot elektronische informatiedrager). De opkomst van geografische informatiesystemen (GIS) heeft dit alles nog verscherpt. Er dient hier dus veel aandacht aan te worden besteed, want hierover moet de landmeter over zeer uitgebreide vaardigheden en kennis beschikken. Zij kunnen hier eigenlijk enkel schematisch worden opgenomen. Een GIS wordt vaak omschreven als een informatiesysteem dat toelaat om geografische gegevens te verzamelen en in te geven, op te slaan, te verwerken, uit te baten en voor te stellen. Deze verschillende onderdelen worden hieronder van elkaar gescheiden, in werkelijkheid vormen zij een geheel dat het “werken met” en het “gebruiken van” GIS mogelijk moet maken.
30
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
3.1
Verzamelen en invoeren van gegevens
Taken
Kennis
-
=> principes die aan de basis liggen van de
Keuze van de gepaste techniek om de gegevens met de vereiste nauwkeurigheid te verwerven en te controleren.
verschillende technieken van inwinnen •
landmeetkunde
•
digitalisatie
•
scanning
•
CAD (computer assisted design)
•
lucht- en ruimtefotografie (gebruikte vectoren en sensoren)
•
specifieke landmeetkundige opdrachten
=> hanteren van precisie, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid die hoort bij de gebruikte methoden en instrumenten. -
Leiden en uitvoeren van meetcampagnes en invoeringswerkzaamheden
=> theoretische en praktische kennis van plaatsbepaling, topografische metingen (klassieke systemen en GPS), geocoding, lucht- en satellietbeelden
31
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
3.2
Verwerking van gegevens
Taken
Kennis
-
=> grondslagen van de informatica en door-
Implementatie van een GIS. Keuze van de te gebruiken:
-
gedreven kennis van toegepaste infor-
•
software
matica m.b.t. geografische informatiesys-
•
systeemarchitectuur
temen met de nadruk op:
•
opslagmethode
Bepalen van een methodologisch proto-
•
systeemanalyse
•
databanken
•
datastructuren
•
georeferencering
=> numerieke verwerking van de metingen
col voor de verwerking van de verzamelde gegevens zodat de output getoetst is aan de opdracht. -
Berekenen van coördinaten in de verschillende stelsels (geodetische, landelijke en plaatselijke).
=> waarnemingsrekenen, vereffeningsrekenen, toetsingstheorie => toegepaste geografische technieken met de nadruk op: •
kaartprojecties
•
algemene cartografie
•
topografische cartografie
•
speciale cartografische technieken
•
ruimtelijke analyse en geostatistiek
•
kaartalgebra, overlay-operaties
•
DTM, DEM/DSM, oppervlakte en inhoudsbepalingen
-
Terreinschetsen, liggingsplans, opme-
=> fotogrammetrische restitutie met praktijk-
tingsplans, verkavelingsplans, situatie-
ervaring op analoge, analytische en
metingen, rooilijnplannen, ruilverkave-
voornamelijk digitale toestellen
lingsplans, enz. kunnen opmaken. => remote sensing, praktijkervaring op het vlak van beeldinterpretatie, digitale beeldverwerking en beeldclassificatie
32
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
=> theoretische en praktische kennis van:
3.3
•
technisch tekenen
•
landmeetkundig tekenen
•
bouwkundig tekenen
Uitvoer van gegevens
Taken
Kennis
-
=> kaartproductie en planproductie.
De ingevoerde, opgeslagen en verwerkte gegevens ter beschikking stellen van de doelgroepen.
-
Verschillende voorstellingsmethoden kunnen gebruiken en toepassen.
-
Kwaliteitsbeheersing.
=> communicatietechnieken met de nadruk op: •
netwerken
•
netmapping
•
uitwisselingsformaten
•
standardiseringsbegrippen
=> kwaliteitsmanagement.
33
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
4
VERSLAGEN OPSTELLEN - RAPPORTERING
Algemeen Naast het opmaken van plans zal de landmeter zeer dikwijls moeten overgaan tot het opstellen van verslagen voor administraties, rechtbanken, opdrachtgevers, bij expertises en deskundige onderzoeken, enz. Men verwacht van hem heel veel, zowel op beroeps- als op menselijk gebied. Zijn/haar verslagen en rapporten moeten niet enkel correct zijn opgesteld maar ook getuigen van een bijzondere integriteit en vakbekwaamheid (zie ook deel: HOUDINGEN). Het is vrij moeilijk om hier alle mogelijke domeinen waarin de landmeter kan optreden, op te sommen. De lijst is dan ook niet limitatief maar beperkt zich tot de taken die voortvloeien uit de “definitie van de landmeter”. Het is voornamelijk tijdens de stage en tijdens de eerste jaren van de zijn/haar beroepsuitoefening dat de landmeter met deze verschillende taken zal geconfronteerd worden. Na verloop van tijd zal elke landmeter zich in “bepaalde domeinen” profileren en zijn/haar “eigen stijl” aannemen. Taken
Kennis
-
=> beheersen van de juiste technische juri-
Plaatsbeschrijvingen voor, na en tijdens werken of bij aanvang en einde huur.
dische en taalkundige terminologie.
-
Schatten van onroerende goederen.
-
Regelen van muurgemeenheid.
-
Allerlei PV’s: opmeting, afpaling, enz.
die leiden tot een ondubbelzinnige en
-
Erfdienstbaarheden (nota’s van -).
duidelijke taal die voor iedereen ver-
-
Onteigeningsprocedures en –dossiers.
staanbaar is en toch de juridische en
-
Gerechtelijke expertises.
vakterminologie respecteert.
-
Deskundig onderzoek.
-
Arbitrage.
=> taalvaardigheid en expressievermogen
=> vakkennis in de volgende domeinen: •
bouwkunde en architectuur
•
geologie en bodemkunde
•
bosbouw en landbouw
•
stedenbouw
•
bouwmaterialen
•
pathologie van het gebouw
=> interpretatiebekwaamheid van de ver-
34
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
schillende takken van het recht: grondwettelijk, burgerlijk, proces-, handels-, administratief, straf-, bouw-, fiscaal en stedenbouwkundig recht, gerechterlijk recht. -
Alle administratieve taken kennen die horen bij het behandelen van een dossier, het opstellen en het inleveren van een verslag.
35
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
5
BEHEREN EN ORGANISEREN
Algemeen De landmeter ( zelfstandige, ambtenaar of loontrekkende) moet kunnen beheren en organiseren. Dat betekent dat hij/zij de nodige bekwaamheid moet bezitten om zijn/haar bureau of zijn/haar dienst efficiënt te besturen. Dit houdt niet alleen vakkennis in, maar ook de nodige mensenkennis en diplomatie om: •
leiding te kunnen geven aan zijn/haar medewerkers en personeel;
•
een verantwoord beleid te kunnen voeren;
•
zijn/haar verantwoordelijkheid te kunnen opnemen;
•
judicieus te kunnen delegeren;
•
de juiste beslissingen op de gepaste momenten te kunnen nemen.
Taken
Kennis
-
=> algemene vaardigheden:
-
De opzoekingswerken van zijn medewerkers analyseren en evalueren.
•
kunnen organiseren
De verwerking van informatie van allerlei aard
•
vergadertechnieken beheer-
opvolgen, analyseren en verder verwerken. -
sen
Onderhandelingen van administratieve juridi-
•
goed kunnen overleggen
sche en technische aard kunnen voeren met:
•
rapporteren
•
management
•
openbare besturen, bedrijven;
•
notarissen, advocaten, bedrijfsrevisoren;
•
ingenieurs, architecten, landmeters;
•
studiebureaus, enz.
=> goed begrip van: •
bedrijfsorganisatie
Prijsofferten (binnenlandse, Europese en ook
•
boekhouding
internationale), ramingen en begrotingen op-
•
verzekeringen
maken.
•
sociale wetgeving
-
Kosten-baten analyses.
•
fiscaliteit, BTW
-
Boekhouding kunnen analyseren en nazien
-
(voor klein bureau zelf uitvoeren). -
36
=> op beroepsvlak
Opstellen van de documenten ten behoeve
•
beroepspraktijk
van:
•
beroepsvorming
•
deontologie
•
geschiedenis van het beroep
•
BTW-aangifte
•
verzekeringsdocumenten
•
sociale wetgeving, enz.
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
-
Secretariaat organiseren en leiden. => m.b.t. bureau-organisatie: •
informatica
•
administratie
=> wetgeving op overheidsopdrachten
37
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
DEEL C: BEPALING VAN NIVE AUS Volgende criteria worden gehanteerd (SEDOC) -
Verantwoordelijkheid De mate waarin beroepsbeoefenaren aanspreekbaar zijn op hun (beroepsmatig) handelen en de gevolgen daarvan voor het handelen van anderen. De verantwoordelijkheid kan beperkt zijn tot het eigen takenpakket of kan zich in toenemende mate uitstrekken tot het werk van anderen. Drie meetpunten:
- verantwoordelijkheid voor eigen takenpakket, - niet-hiërarchische verantwoordelijkheid, - hiërarchische verantwoordelijkheid.
Verantwoordelijkheid is voor de landmeter van primordiaal belang. Of het beroep nu in dienstverband of als zelfstandige beoefend wordt, de landmeter blijft verantwoordelijk voor al de verrichtingen die hijzelf/zijzelf uitvoert of die hij/zij door medewerkers laat uitvoeren. De gevolgen van fouten bij uitzetwerken bijvoorbeeld, kunnen niet alleen zware financiële gevolgen hebben maar zullen de reputatie van de landmeter zwaar hypothekeren (cfr “Fouten in het algemeen, grove fouten in het bijzonder” J.-J. Derwael – 1985 Studiedag – KMLP Antwerpen). Op te merken valt dat het niet enkel om “meetfouten” kan gaan maar ook om verkeerde interpretaties of beslissingen bij het bestuderen van documenten of het opmaken van verslagen. -
Complexiteit De complexiteit van de beroepssituatie wordt getypeerd volgens de mate waarin (beroepsmatige) handelingen gebaseerd zijn op de toepassing van routine en standaardprocedures/bewerkingsmethoden of van niet-routinematige procedures en het bedenken van nieuwe oplossingsprocedures. Vier meetpunten:
- geautomatiseerde routines, - standaardprocedures, - combinatie van standaardprocedures, - ontwikkeling van nieuwe procedures.
Op het eerste gezicht zou het meten (alsook het numeriek en grafisch verwerken van de terreingegevens) als een “routine werk” beschouwd kunnen worden; dit is enkel van toepassing nadat eerst een grondige studie van de uit te voeren werken gebeurd is. 38
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
In een bepaald uitvoeringsstadium zal de landmeter het “routinewerk” overlaten aan zijn medewerkers (landmeetkundige assistenten) maar enkel nadat hij/zij zelf alle procedures opgesteld en getoetst heeft en vervolgens de kwaliteit ervan heeft gecontroleerd. Controlemetingen en controleberekeningen zijn een essentieel onderdeel van het vakgebied. Zij zijn rechtstreeks verbonden met de betrouwbaarheid van de uitgevoerde werken en van de aan derden meegedeelde resultaten (plans, verslagen, rekenformulieren, …) -
Transfer De mate waarin kennis en beroepsvaardigheden in andere beroepsmatige situaties kunnen toegepast worden. Beroepsbeoefenaren beschikken over kennis en vaardigheden die functie- of beroepsspecifiek zijn en over kennis en vaardigheden die meer beroepsonafhankelijk zijn. De verwachting is dat beroepsspecifieke vaardigheden weinig of geen transfer tot gevolg hebben, maar dat beroepsonafhankelijke vaardigheden meer transfer geven ofwel in een breder vaardigheidsgebied toepasbaar zijn. Drie meetpunten:
- functiegebonden vaardigheden, - beroepsgebonden vaardigheden, - beroepsonafhankelijke vaardigheden.
Nieuwe meetinstrumenten en rekenmogelijkheden verplichten de landmeter om zich permanent op de hoogte te houden en de werkmethoden steeds aan te passen. Hij/zij zal de nieuwe instrumenten en werkmethodes moeten toetsen en evalueren om ze vervolgens aan zijn/haar medewerkers uit te leggen en ervoor zorgen dat zij er vlot en foutloos mee omgaan. De evolutie van de elektronica, het gebruik van computers en de mogelijkheden die de communicatiemiddelen met zich meebrengen, hebben een belangrijk impact op het beroep. Naast het uitvoeren van de aan hem/haar toevertrouwde werken zal de landmeter met de “gebruiker - opdrachtgever” een permanent dialoog moeten onderhouden. Steunend op wat voorafgaat, rekening houdend met de verantwoordelijkheid die een landmeter moet nemen, en in functie van de eisen van zijn/haar opleiding en van de beroepskwaliteiten waaraan hij/zij moet voldoen, wordt het beroep op niveau 5 geplaatst.
39
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
D E E L D : S AM E N S T E L L I N G VAN D E WERKGROEP Het beroepsprofiel werd opgesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers van de Belgische Beroepsverenigingen van Landmeters. Het is dezelfde werkgroep die het beroepsprofiel van de Landmeetkundig Assistent - unaniem gunstig geadviseerd door de Raad Hoger Onderwijs op 7 december 1999 – heeft opgesteld. Belgische erkende beroepsverenigingen BUL
Belgische Unie der Landmeters
NVMS
Nationale Vereniging van Meetkundigen - Schatters
KFZLE
Koninklijke Federatie van Zelfstandige Landmeters Experts
Belgische feitelijke beroepsverenigingen CLE
Confederatie der Landmeters - Experts
De LandWeter Voorzitter
DERWAEL, Jean - Jacques
Leden Voor de Belgische Unie der Landmeters LAVRAUW, Walter PIRLOT, Jean - Yves Voor de Nationale Vereniging van Meetkundigen - Schatters DEGRAEVE, John PEETERS, Jos SCHEERLINCK, Walter Voor de Koninklijke Federatie van Zelfstandige Landmeters Experts DE ZEGHER, W. Voor de Confederatie der Landmeters - Experts VANVOLSEM, Johan Voor de LandWeter DE WAEL, Jan
40
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
DEEL E: BIBLIOGRAFIE Enhancing Professional Competence of Surveyors in Europe (2001), Stig Enemark and P. Prendergast, Copenhagen, Denemark, ISBN 87-90907-11-6. The Establishment of the Profile and Definition of the Geodetic Surveying Profession to Meet the Requirements of the General Public and the Commission of the European Union (1996), A. Allan UC London, Published by the CLGE, Printed by the RICS UK, London, ISBN 0-85-406-782-5. The Education and Practice of the Geodetic Surveyor in Western Europe (1995), Published by the CLGE, Printed by the RICS, UK, London, ISBN 0-85-406-759-5. “Wat is Waar?” Nationaal Geodetisch Plan (1995), Nederlandse Commissie voor Geodesie, Publicatie 31, Thijsseweg, 11, 2629 JA Delft, NL. Definition of a Surveyor – Définition du Géomètre – Definition des Begriffes des Vermessungssingenieur (1991), FIG – Publications n° 2. Continuing Professional Development (1996), FIG, Publications n° 15. Continuing Professional Associations (1998), FIG, Publications n° 16. Quality Assurance in Surveying Education (1999), FIG, Publications n° 20. Inleiding Landmeetkunde (1994), J.E. Alberda, Delftse Uitgevers Maatschappij b.v. Delft, NL, ISBN 90-6562-009-5. Landmeetkunde (2001), J.-J. Derwael, Cursusteksten Landmeetkunde, Topografie, Topometrie, eigen uitgever. Handleiding voor de Technische Werkzaamheden van het Kadaster (1996), Redactie van ir. J. Polman en Dr. ir. M.A. Salzmann, Kadaster Apeldoorn, ISBN 90-803078-1-5. Bachelors en Masters leren integreren in projecten (2001), F. Kenslaar en MG Vosselman, Geodesia nr 10, www.geodesia.nl. Landmeter - expert in onroerende goederen – Onderwijs in Europa, in België (1992), W. Lavrauw, Publicatie uitgegeven door W. Lavrauw. Neue Studienabschlüsse im Vermessungswesen? in Erprobung: Bachelor und Master (2001), Wilfried Borchers, Forum 27 Jahrgang 2001, ISSN 0342-6165. Bachelor und Master – Reform oder Etikettenschwindel (2001), Peter Kohlstock, Forum 27 Jahrgang 2001, ISSN 0342-6165. Two Complementary Ways: the Academic and the Engineering Education (1998), Prof. Jean-Robert Schneider, FIG, Commission 2, Professional Education XXI Congres, Brighton, UK.
41
VLAAMSE ONDERWIJSRAAD
INHOUD Deel A: Vooronderzoek .......................................................................................................... 1 1
Definitie van de landmeter........................................................................................... 1
2
Landmeten is meer dan land - meten .......................................................................... 2
3
Socio-economische beschrijving ................................................................................. 3 3.1
Belang van het beroep van landmeter in onze maatschappij: ............................. 3
3.2
Tewerkstelling..................................................................................................... 3
3.3
Taakomschrijving................................................................................................ 4
3.4
Aanvullende en ondersteunende kennis en attitudes .......................................... 4
4
Uitoefenen van het beroep .......................................................................................... 6
5
Basisstructuur van het beroep ..................................................................................... 8 5.1
Geometrie - Geodesie ........................................................................................ 8
5.2
Thematiek - Geo-informatica .............................................................................. 9
6
Organisatie van het beroep ....................................................................................... 10 6.1
Overzicht functies en bevoegdheden van de landmeter en de landmeetkundig assistent ........................................................................................................... 10
6.2
Wettelijke normen............................................................................................. 10
6.3
Bescherming en deontologie ............................................................................ 10
6.4
Europees (http://www.CLGE.org)...................................................................... 11
6.5
Internationaal (http://www.FIG.net) ................................................................... 11
7
Geo-informatieproces................................................................................................ 12
8
Synergie.................................................................................................................... 13
9
Mogelijke specialisaties ............................................................................................. 14 9.1
Europese normen ............................................................................................. 14
9.2
Enkele voorbeelden van specialisatie in Europese landen................................ 14
9.2.1
De afdeling Geodesie van de Technische Universiteit - Delft heeft de MSc opleiding als volgt opgesplitst: ...................................................................... 14
10
9.2.2
Aalborg University in Denemarken organiseert volgen specialisaties: ........... 14
9.2.3
University of Zagreb heeft drie MSc finaliteiten ............................................. 15
9.2.4
University College London biedt volgende mogelijkheden:............................ 15
Indeling van de werkdomeinen ............................................................................. 16
Deel B: Beroepsprofiel ......................................................................................................... 18 Voorafgaande opmerkingen met over het gebruik en de interpretatie van het beroepsprofiel .................................................................................................................. 18 Doelstellingen master-opleiding voor landmeters.......................................................... 18 42
BEROEPSPROFIEL LANDMETER
1
2
Beheren en analyseren van informatie ...................................................................... 19 1.1
Technische dossierelementen .......................................................................... 19
1.2
Juridische en administratieve dossierelementen............................................... 21
Terreinverrichtingen .................................................................................................. 23 2.1
Geodetische werkzaamheden .......................................................................... 24
2.2
Landmeetkunde Topografie - Topometrie ......................................................... 25
2.2.1
Opmetingswerken - topografie ...................................................................... 25
2.2.2
Uitzetten van ontworpen werken - bouwmeten ............................................. 27
2.3 3
Technische metingen - Topometrie-metrologie................................................. 29
Verwerken van geoinformatie.................................................................................... 30 3.1
Verzamelen en invoeren van gegevens............................................................ 31
3.2
Verwerking van gegevens ................................................................................ 32
3.3
Uitvoer van gegevens ....................................................................................... 33
4
verslagen Opstellen - rapportering ............................................................................ 34
5
Beheren en organiseren............................................................................................ 36
Deel C: Bepaling van niveaus .............................................................................................. 38 Deel D: Samenstelling van de werkgroep ............................................................................ 40 Deel E: Bibliografie .............................................................................................................. 41 Inhoud ................................................................................................................................. 42
43