Skip to main content

Brochure_Prima_Plattelandsproject_PDPOIII.pdf

Page 1

PRIMA

PLATTELANDSPROJECT

PDPO III

Inspiratiebrochure — Kandidaturen 2021

VLAAMS RURAAL NETWERK


COLOFON

INHOUD

Deze publicatie is een uitgave van de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij.

Het Vlaams Ruraal Netwerk heeft in 2021 de wedstrijd ‘Prima Plattelandsproject PDPO III’ georganiseerd. Met dit initiatief wilden we goede voorbeelden van plattelandsprojecten en –activiteiten in kader van PDPO III, inclusief de overgangsperiode 2021-2022, in beeld brengen. Er waren maar liefst zes verschillende thema’s.

Verantwoordelijke uitgever P. De Clercq Secretaris-Generaal van het Departement Landbouw en Visserij Voorzitter van het Uitvoeringscomité PDPO III Coördinatie en eindredactie Vlaams Ruraal Netwerk Beeldmateriaal © Beleidsdomein Landbouw en Visserij, behoudens anders vermeld. Foto cover: Koeien op een weide naast een waterloop Foto backcover: Weide tijdens zonsondergang Nummer wettelijk depot D/2022/3241/142 Overname van de teksten is toegestaan mits bronvermelding. 2

VLAAMS RURAAL NETWERK www.ruraalnetwerk.be

01

02 03 04 05 06

THEMA INNOVATIE IN DE LANDBOUW pagina 6

THEMA VERHOGEN VAN DE LEEFBAARHEID OP HET PLATTELAND pagina 16

THEMA INZETTEN OP MILIEU pagina 34

THEMA INZETTEN OP KLIMAAT pagina 42

THEMA SAMENWERKING pagina 46

THEMA CIRCULAIRE ECONOMIE geen geldige kandidaturen ingediend

3


INLEIDING

Koeien die aan het grazen zijn.

In totaal werden 25 projecten ingediend over de verschillende thema’s heen van de wedstrijd ‘Prima Plattelandsproject PDPO III’. Na een ontvankelijkheidstoets waren er nog 24 kandidaturen in de running, en klaar voor een provinciale juryronde. Na die provinciale jurering bleven er nog 14 kandidaturen over en duidde een experten-jury één winnaar per thema aan. Beide jury’s beoordeelden de projecten op basis van uitzonderlijk belang, verdienste, maar ook hefboomfunctie en/of vernieuwend karakter. Daarbovenop was er ook een publiekswinnaar! De prijsuitreiking vond plaats in het najaar van 2021, en is nog steeds te herbekijken op YouTube. Naast promotie en een mand vol heerlijke streekproducten, kunnen de winnaars ook een professionele reportage van hun project laten maken. De winnaars komen uit vier verschillende provincies. We kunnen dus spreken van een mooie geografische spreiding. Deze wedstrijd maakt ook duidelijk welke diverse projecten mogelijk zijn dankzij PDPO-steun. Deze brochure geldt dan ook als inspiratiebron.

4

U vindt alle ingediende kandidaturen terug in deze brochure. De icoontjes geven u meer informatie over hun resultaten binnen deze wedstrijd. Al kunnen we uiteraard stellen dat alle kandidaturen als goede voorbeelden bestempeld kunnen worden.

Publiekswinnaar

Gouden medaille voor winnaars

Zilveren medaille voor finalisten

Bronzen medaille voor kandidaturen die de experten-jury net niet haalden

Nogmaals proficiat aan alle kandidaten, en in het bijzonder aan de winnaars! En dank aan de juryleden!

5


Gewasbeschermingsdrone

01

INNOVATIE IN DE LANDBOUW Het eerste thema dat we belichten is ‘innovatie in de landbouw’. Welke projecten vallen hier onder innovatie? Denk aan zaken zoals technische innovaties en productinnovaties. Maar bijvoorbeeld ook de oprichting van een EIP operationele groep, wat staat voor Europees Innovatiepartnerschap, valt onder dit thema. In zo’n operationele groep komen land- en tuinbouwers, adviseurs, onderzoekers en andere actoren samen rond een concreet vraagstuk uit de praktijk, waarvoor ze samen naar een innovatieve oplossing zoeken. Vier indieners legden hun kandidatuur voor binnen dit thema. De initiatieven kwamen uit drie verschillende provincies: Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg. Aangezien er twee projecten uit Oost-Vlaanderen vertegenwoordigd waren, diende de provinciale jury deze onder de loep te nemen. Het ging over het project ‘Grass2Algae’ en steun voor een ‘sorteermachine voor bosplantsoen’. Grass2Algae haalde uiteindelijk de volgende ronde.

6

In de tweede ronde beoordeelde een expertenjury de drie resterende projecten. Naast het Oost-Vlaamse project, dongen ook het Limburgse project ‘Gezuiverd afvalwater voor subirrigatie’ en het Vlaams-Brabantse project ‘Brabants trekpaard. Proefprojecten in het kader van innovatieve en duurzame land- en bosbouw.’ mee naar de overwinning. Uiteindelijk mocht de Bodemkundige Dienst van België, hoofdpromotor van het project rond subirrigatie, de hoofdprijs in ontvangst nemen. De expertenjury had het over een innovatief project, dat snel een brede uitrol zou kunnen kennen. Het kan ook bijdragen aan oplossingen voor de klimaatproblematiek, en bovendien wordt de consument betrokken om af te toetsen of de praktijk aanvaardbaar is voor hem. Tom Coussement (Bodemkundige Dienst van België) reageerde trots: “We zijn zelf heel enthousiast over het project. Ik heb ook nog een korte update: alle infrastructuur wordt nu klaargemaakt zodat we in het voorjaar van 2022 kunnen beginnen met het subirrigeren van gezuiverd afvalwater. Daarna komen we opnieuw met resultaten naar buiten.” U kunt de voorstelling van alle deelnemende finalisten binnen het thema ‘innovatie in de landbouw’ bekijken via deze link.

7


Aanleg subirrigatie: een kettinggraver en een tractor aan het werk tijdens de aanleg van het subirrigatiesysteem te Kinrooi. / Boerennatuur Vlaanderen

GEZUIVERD AFVALWATER VOOR SUBIRRIGATIE PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie Limburg Bodemkundige Dienst van België vzw www.boerennatuur.be/gezuiverd-afvalwater-voor-subirrigatie

V

Innovatie in de landbouw

laanderen is een bijzonder waterarme regio, waardoor de landbouwsector de voorbije jaren geconfronteerd werd met lange en intense periodes van droogte. De VUB, Bodemkundige Dienst van België, Boerennatuur Vlaanderen en Aquafin sloegen de handen in elkaar om na te gaan hoe effluentwater kan bijdragen aan een oplossing voor dit probleem. Jaarlijks zuivert Aquafin zo’n 800 miljoen m3 huishoudelijk afvalwater tot beekwaterkwaliteit. Dit betekent dat er een enorme hoeveelheid in het oppervlaktewater wordt geloosd terwijl het potentieel heeft als alternatieve waterbron. Binnen het project ‘Gezuiverd afvalwater voor subirrigatie’ onderzoekt men of gezuiverd afvalwater al dan niet via ondergrondse infiltratie ingezet kan worden in de landbouw, wat een primeur is in Vlaanderen. Door gezuiverd afvalwater in te zetten voor irrigatie in de landbouw en het vast te houden in het landschap, sluit men de watercyclus af en wordt verdroging tegengegaan.

9 Innovatie in de landbouw

8

Momenteel zijn er nog veel vragen omtrent het hergebruik van effluentwater, evenals enkele wettelijke hindernissen waarop het project botst. Binnen dit proefproject wordt alvast een context geschapen waar deze vragen kunnen worden behandeld om hopelijk op termijn de techniek op bredere schaal te kunnen uitrollen.

I

n dit project infiltreert men via subirrigatie gezuiverd rioolwater op een landbouwperceel, en dat via een ondergronds buizenstelsel. Men wil de impact van deze techniek op het grondwaterpeil en de waterkwaliteit van het grondwater onder de loep nemen en de efficiëntie van deze techniek met de gangbare bovengrondse irrigatie vergelijken. Verder wil men nagaan welke impact dit alles zal hebben op de opbrengst en kwaliteit van de gewassen en hoe de consument tegenover het hergebruik van rioolwater staat. Dankzij dit initiatief zal er enerzijds meer kennis zijn omtrent het gebruik van de techniek van subirrigatie als alternatief voor de gangbare bovengrondse beregening. Anderzijds zal er meer bekend zijn over de voor- en nadelen van het gebruik van effluent als waterbron. Indien de resultaten met betrekking tot bovenstaande vragen positief zijn, dan kan de techniek van subirrigatie en/ of het gebruik van gezuiverd afvalwater breder worden uitgerold op meerdere plaatsen in Vlaanderen indien het beleid het toelaat.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie: een bezinkbassin van één van de meer dan 300 RWZIs in het beheer van Aquafin. / Aquafin


In een eerste algentest werd bekeken welke alg het beste groeipotentieel vertoont wanneer ze moet groeien in verdund grassap. / Floris Schoeters

GRASS2ALGAE PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Steun voor de oprichting en werking van EIP operationele groepen Provincie Oost-Vlaanderen Heirbaut aLgriculture https://radius.thomasmore.be/grass2algae.html

L

Via Grass2Algae wil de operationele groep trachten de grasverliezen te beperken en tot een proces van innovatieve grasverwerking te komen. Om de grasvezels een tweede leven te geven, kwamen ze op het idee om een nieuwe toepassing te vinden voor grassappen. Ze willen algen laten groeien op verdund grassap en zonlicht, waardoor ze organische algen kunnen oogsten.

10

Landbouwers zouden zelf microalgen kunnen kweken en het gebruiken als diervoeder. Algen kunnen namelijk geteeld worden als alternatieve eiwitbron. Ze kunnen er ook voor kiezen om het grassap te leveren aan algenkwekers, die het op hun beurt kunnen gebruiken als biologisch kweekmedium.

D

oor dit project kunnen algenkwekers algen organisch telen. Daarnaast wordt er op deze manier alternatief en lokaal eiwit geproduceerd en produceren de algen zuurstof. Zo speelt dit project in op een maatschappelijke trend naar meer natuurlijk en plantaardig eiwit in onze voeding alsook op het Europees streven naar een lagere carbon footprint. In plaats van het bermmaaisel van onbeteelde randen tussen akkers tot afval te reduceren, kan het dus nu gebruikt worden voor algengroei. Daardoor ontstaat er een circulaire economie en vergroot het landbouwinkomen. In de zomer van 2021 kwam men al meteen tot een verrassende vaststelling in het labo: één algensoort groeit zelfs beter als je de standaardvoeding (met minerale meststoffen) vervangt door grassap!

Als de zon opkomt zijn we al bezig want gras maaien en afwegen, en dan er sap uit persen, het moet allemaal op dezelfde dag om bederf te voorkomen. / Kris Heirbaut

11 Innovatie in de landbouw

Innovatie in de landbouw

andbouwers beschikken vaak over overtollig gras, zoals na het maaien van de onbeteelde zones langs akkerranden. Dit gras is van lage kwaliteit en kan niet gebruikt worden voor veevoeder. Dit kost de landbouwers tijd en geld, maar brengt voor de rest geen meerwaarde op. Dankzij het vernieuwend project Grass2Algae, dat een samenwerking is tussen landbouwer Kris Heirbaut, de Universiteit van Gent, Radius Thomas More, AnKo Projects en United experts, kunnen landbouwers hun bermmaaisel verzamelen en er effectief gebruik van maken.


Hippotherapie / Lander Loeckx, Provincie Vlaams-Brabant

BRABANTS TREKPAARD

Proefprojecten in het kader van innovatieve en duurzame land- en bosbouw

PDPO III-maatregel

H

et Brabants trekpaard staat sinds lang bekend om zijn zacht en werkwillig karakter en werd in het verleden vaak gebruikt voor verschillende (landbouw)technieken. Het trekpaard biedt tal van mogelijkheden dat men via dit project bekend wil maken bij het groot publiek. Het project heeft als primair doel om relevante landbouwtechnieken uit het verleden, die werden uitgevoerd door het Brabants trekpaard, te vertalen in nieuwe bestemmingen en werkzaamheden voor dit paardenras. Het plattelandsproject laat zien dat werken met deze paarden een milieuvriendelijk en specifiek antwoord kan bieden op uiteenlopende vragen. Door het koppelen van de oude (landbouw)technieken aan de hedendaagse noden en vragen vanuit de zorgsector, en vanuit de land-, tuin- en bosbouw, testen ze met dit project of de antwoorden al dan niet in de bestaande kennis terug te vinden zijn. Uiteindelijk werd er gekozen om vier projecten op te zetten met uiteenlopende doelen.

12

13 Innovatie in de landbouw

Innovatie in de landbouw

Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Vlaams-Brabant Provincie Vlaams-Brabant www.brabantstrekpaard.be

In samenwerking met hoevebrouwerij ‘Ten Dormaal’ in Tildonk wordt onderzocht of het trekpaard ingezet kan worden in de hopteelt. De paarden zouden helpen bij het bewerken van het land en het onderhouden van de hopvelden en de oogst van de hop. Zo worden de oude trekpaardtechnieken in stand gehouden maar blazen ze ook leven in nieuwe technieken die dienen als milieuvriendelijke werkmethoden.

N

aast hopteelt wordt ook onderzocht of het Brabants trekpaard eventueel kan helpen met huisvuilophaling en groenbeheer. Afvalophaling in gemeentes bleek al snel geen haalbare kaart op gebied van wetgeving, maar in het provinciedomein Huizingen loopt het project wel vlot en worden de paarden ook ingezet in de algemene werking van het domein. Dit zowel voor onderhoud als voor recreatie van de bezoekers. Ook voor bosbeheer bekijkt men of het paard ingezet kan worden opdat de fauna en flora in de bosomgeving en natuurreservaten gerespecteerd worden. Want op deze manier worden zware, vervuilende machines uit de bossen geweerd. Paarden die niet aan het werk worden gezet, worden door zorginstellingen ingeschakeld voor ‘Equine Assisted Therapy’. Op vaste momenten kunnen personen met autisme van vzw De Okkernoot in contact komen met de Brabantse trekpaarden. Zij krijgen de mogelijkheid om de paarden te voederen en te verzorgen, en de stallen te onderhouden. Het project toont aan dat het Brabants trekpaard ruim inzetbaar is en antwoorden kan bieden op uiteenlopende hedendaagse noden. Ze hopen te bereiken dat het trekpaard in de toekomst weer breed ingezet kan worden in natuurreservaten, land- en tuinbouw, de zorgsector, groenbeheer … Hopteelt / Lander Loeckx, Provincie Vlaams-Brabant


De bovenste schijf biedt plaats voor 4 medewerkers om de planten in de sorteermachine te brengen.

SORTEERMACHINE VOOR BOSPLANTSOEN

Innovatie in de landbouw

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Projectsteun voor innovaties in de landbouw Provincie Oost-Vlaanderen, Lievegem SYLVA BV www.sylva.be en www.smo.be

B

oomkwekerijen SYLVA in Oost-Vlaanderen kweekt 25 miljoen planten op 100 ha en verkoopt deze wereldwijd. Met de oude werkwijze werden alle planten handmatig gesorteerd waardoor er slechts een maximum capaciteit was van 800 planten per uur per persoon.

14

Door de introductie van de boomsorteermachine kon SYLVA efficiënter te werk gaan waardoor op een korte tijdspanne meer planten worden klaargemaakt. Zo bereiken ze met de machine een capaciteit van 10.000 planten per uur.

D

e sorteermachine zorgt voor het snel afhandelen van grote orders. Het bedrijf heeft een grote verscheidenheid aan bosplanten wat geen enkel probleem is voor de sorteermachine. De innovatie zit in de sortering van planten op lengte en dikte. Zo kan de computer op 0,15 seconden de exacte lengte van de plant en de dikte van de wortelhals bepalen. De nieuwe sorteermachine werd ontwikkeld voor 80% van de producten van SYLVA en heeft het grote voordeel dat het beschikbare personeel op andere kritische plaatsen ingezet wordt. Om orders zo goed en snel mogelijk af te werken is er namelijk hoog gekwalificeerd personeel nodig. Door deze ontwikkeling kan SYLVA zich meer richten op het aanwerven van personeel dat zijn capaciteiten ten volle kan benutten. Doordat het bedrijf efficiënt te werk gaat, loopt alles vlotter wat zorgt voor een grotere tevredenheid bij de klant. De boomsorteermachine is wereldwijd de enige in zijn soort.

Onze medewerkster plaats de planten in de gleuven klaar om op maat te sorteren.

15 Innovatie in de landbouw

SYLVA besloot om een boomsorteermachine te introduceren. De doelstelling was eenvoudig: planten op een eenvormige wijze sorteren waardoor de productieplanning beter ingeschat kan worden door een constante output van de sorteermachine.


Een weg op het platteland.

02

VERHOGEN VAN DE LEEFBAARHEID OP HET PLATTEPLAND Het tweede thema dat we belichten is ‘verhogen van de leefbaarheid op het platteland’. In Vlaanderen zijn er heel wat plattelandsgemeenten. Goede voorzieningen in deze gemeenten zijn belangrijk voor de leefbaarheid. Denken we onder andere aan de publieke infrastructuur, basisvoorzieningen in levensmiddelen, sociale bindweefsels … Heel wat projecten willen hierop inspelen, bijvoorbeeld door het oprichten van dorpshuizen en buurtrestaurants, het aanpakken van vervoersarmoede, inzetten op mobiele dienstverleningscentra …

16

Er waren maar liefst acht kandidaturen binnen dit thema. De initiatieven kwamen uit vier verschillende provincies, enkel Vlaams-Brabant was niet vertegenwoordigd. Aangezien er vier projecten uit West-Vlaanderen en twee uit Limburg vertegenwoordigd waren, diende de provinciale jury deze onder de loep te nemen. In Limburg haalde ‘De Buurtbus’ de volgende ronde, terwijl in West-Vlaanderen het project ‘Uitbreiding en versteviging van de werking van Dorpspunt in Beveren via nieuwe dorpspunten in Krombeke, Stavele en Pervijze’ aan het langste eind trok. In de tweede ronde beoordeelde een experten-jury de vier resterende projecten. Naast de bovenstaande projecten, dong het Antwerps project ‘Herinrichting site Noord – thema ‘Klein Rome’’ en het OostVlaams project ‘Sociale Kruidenier als toegangspoort naar ontmoeting en dienstverlening’ mee naar de overwinning. Uiteindelijk mocht OCMW Erpe-Mere, hoofdpromotor van het plattelandsproject, de hoofdprijs in ontvangst nemen. De experten-jury had volgende lovende woorden over het project: “Ondanks de opstart in volle corona-crisis bereikt het initiatief 70% van het doelpubliek. De samenwerking met de nabijgelegen school die instaat voor de inrichting is een meerwaarde. De werking steunt op vrijwilligers wat de betrokkenheid van de lokale gemeenschap vergroot én de loonkosten beperkt.” Een verraste Ilse Waegeneer (OCMW Erpe-Mere) stond ons graag te woord: “We zijn heel blij met deze prijs, maar ook met onze werking. Een jaar geleden zijn we gestart in volle coronacrisis, en hebben toch al veel mensen kunnen bereiken. Heel erg bedankt!” U kunt de voorstelling van alle deelnemende finalisten binnen het thema ‘verhogen van de leefbaarheid op het platteland’ bekijken via deze link.

17


Sociale Kruidenier

SOCIALE KRUIDENIER

Als toegangspoort naar ontmoeting en dienstverlening

PDPO III-maatregel

Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Oost-Vlaanderen, Erpe-Mere OCMW Erpe-Mere www.erpe-mere.be/descharnier

D

e Scharnier is een plek in Mere waar mensen met diverse achtergrond of cultuur elkaar kunnen ontmoeten, maar ook een trefpunt voor mensen met en zonder armoede-ervaring. Het project heeft zich gevestigd in een voormalig winkelpand en combineert verschillende concepten waardoor iedereen er terecht kan. De Sociale Kruidenier biedt een basisaanbod van producten aan voor kwetsbare personen en gezinnen. Ze verkopen dit dan aan verminderde prijzen op basis van hun financiële status. De Sociale Kruidenier draait dankzij de hulp van vrijwilligers die het winkelgebeuren managen, samen met een maatschappelijke werker van het Sociaal Huis. Hierop kunnen de vrijwilligers terugvallen als ze vragen hebben in verband met het opvangen van klanten. In de Sociale Kruidenier kan je ook een duurzame ruilwinkel vinden. Hier kunnen mensen hun oude kinderkleding binnenbrengen die niet meer past voor hun kinderen. Zo kunnen zij punten verdienen en deze zelf inzetten in de ruilwinkel. Er is een wisselwerking tussen niet-kwetsbare en kwetsbare gezinnen, in die zin dat de eerste groep vooral kleren binnenbrengt die dan gebruikt kunnen worden door de kwetsbaardere groep.

19 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

18

I

n het gebouw vind je ook een ‘Rap op Stap’-kantoor waar iedereen met een klein budget langs kan komen voor hulp, zodat ook zij op uitstap kunnen gaan. Het is eigenlijk een heel laagdrempelig reisbemiddelingskantoor. Bij ’Rap op Stap’ kunnen zowel vakanties als daguitstappen, en sport- en cultuuractiviteiten geboekt worden. En dat is niet alles. Mensen die thuis geen pc en/of internet hebben, kunnen langs komen op het Digipunt waar hen dit ter beschikking wordt gesteld. Zo proberen ze via digitale ondersteuning kansen te bieden tot ontwikkeling van taal en het verhogen van arbeidskansen. De Sociale Kruidenier in Mere is een uniek concept voor een landelijke gemeente. Meestal bevinden Sociale Kruideniers zich vooral in grotere steden met beperkte openingsuren. Dit concept is wat kleinschaliger, maar breder dan enkel voedselhulp. Het is ook gericht op ontmoeting en dienstverlening in een laagdrempelige omgeving waardoor het toepasbaar is voor kleinere plattelandsgemeenten. Met dit project focust men zich op ontmoeting en dienstverlening in een laagdrempelige omgeving. De Sociale Kruidenier bereikt zo’n 70% van de doelgroep. Bovendien is het percentage rechthebbende klanten gestegen van 44% (in 2020) naar 68%, (in 2021), wat een mooi bereik is. Binnen dit project werkt OCMW Erpe-Mere samen met Welzijnsschakel Ommekeer en met de Sint-Jozefsschool van Mere. Ruilwinkel


Klapbus opgesteld voor ontmoetingsmoment.

DE BUURTBUS

Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie Limburg, Halen Stad Halen www.deklapstoel.be

D

e hoofddoelstelling van het Lokaal Dienstencentrum (LDC) De Klapstoel is om inwoners zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen in hun vertrouwde omgeving. Daarnaast willen ze de vereenzaming tegengaan, en tegelijkertijd een sociaal netwerk creëren en onderhouden voor alle inwoners die dit nodig hebben. De stad Halen in Limburg bestaat uit verschillende dorpskernen. De Klapstoel stelde vast dat ze voornamelijk de mensen uit de nabije buurt bereikten en daarnaast een eerder beperkt aantal mensen die nog mobiel genoeg zijn om in het LDC te geraken. Er deed zich dus een mobiliteitsprobleem voor. Vooral voor senioren is dit een probleem. Zo moeten ze steeds beroep doen op hun kinderen of op de Minder Mobielen Centrale voor dringende boodschappen en medische zorgen, waardoor ze hun zelfstandigheid verliezen.

20

U

it dit idee ontstond De Buurtbus, die wordt ingezet als hefboom voor de reeds bestaande opdrachten van het LDC. Het is een project dat zorgt voor ontmoeting in de verschillende buurten, maar ook de mobiliteit van en naar het LDC versterkt. De Buurtbus is vooral een gezellige ontmoetingsplek waar inwoners een luisterend oor vinden. Bij een lekkere tas koffie kunnen buren praten over hun buurt en wat hen bezig houdt. De Buurtbus heeft ook een informatiehoek waar inwoners een aanbod vinden aan LDC-activiteiten en alle andere mogelijke dienstverleningen in Halen. Verder is er ook een ‘bibkoffer’ waaruit ze een boek kunnen lezen, maar ze kunnen ook hun bloeddruk laten meten, gratis cultuurcheques verkrijgen of vuilzakken, PMD- en groenzakken kopen. Iedereen kan er terecht. Dankzij dit project is de leefbaarheid in de dorpen gestegen. De dienstverlening van het lokaal bestuur voor de bewoners is laagdrempeliger geworden. Daarnaast organiseren ze ook vervoer voor de minder mobiele inwoners, waardoor ook zij kunnen deelnemen aan activiteiten van het dienstencentrum. Het is een mooi project in groei. In de buurten waar de Buurtbus langsrijdt, is de samenhang tussen de bewoners toegenomen. Burenhulp wordt gestimuleerd en bewoners worden gemotiveerd om meer initiatief te nemen met betrekking tot activiteiten in hun buurt.

Klapbus met vrijwilligers.

21 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

In hun zoektocht naar een oplossing merkte LDC De Klapstoel dat buren een belangrijke schakel zijn om vereenzaming te voorkomen. Ze wilden de solidariteit tussen buren stimuleren door naar wijken te trekken, en zowel ontmoeting als dienstverlening aan te bieden.


Een glimp van het atrium en de zandbak waar kinderen zich als echte potjèrdabbers kunnen uitleven als verwijzing naar de Ramselberg.

HERINRICHTING SITE NOORD

thema ‘Klein Rome’

PDPO III-maatregel Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen Provincie Antwerpen, Herselt Autonoom Gemeentebedrijf Herselt www.herselt.be/vtc-de-mixx

V

anwege de steeds kleiner wordende tuinen in plattelandsgebieden, een gebrek aan open ruimte en de verdichting van de dorpskernen, wilde het vrijetijdscentrum de Mixx in Herselt inspelen op deze tendensen door in te zetten op gemeenschappelijke groene ontmoetingsplaatsen. Het belangrijkste was om te focussen op het aspect groen en natuur en hierbij de koppeling te maken met het nabijgelegen natuurgebied ‘Asbroek’. Omdat Herselt een poort van de Merode is, werd er gewerkt binnen het ‘integraal plan de Merode’. Het project zorgde voor een nieuwe ontsluiting van het natuurgebied Asbroek, dat achter de site ligt.

23 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

22

Via burgerparticipatie werd de site Noord in Herselt heringericht met als thema ‘Klein Rome’. De gemeente wordt namelijk net zoals Rome omringd door zeven heuvels waardoor het vroeger de bijnaam ‘Klein Rome’ kreeg. De geschiedenis van deze heuvels werd vertaald in zeven speelzones die elk op hun manier iets vertellen over de geschiedenis van Herselt.

D

e site bevat een speelterrein met een ruim aanbod aan speeltoestellen voor zowel jonge als oudere kinderen alsook enkele inclusieve speeltoestellen zodat iedereen er terecht kan. Op die manier is Klein Rome een zone waar iedereen zich op verschillende manieren op een laagdrempelige manier kan ontspannen en ontplooien terwijl er simultaan rekening wordt gehouden met de eigen streekidentiteit. Het terrein is een natuurlijke ontmoetingsplaats waar verschillende doelgroepen en kansengroepen samen kunnen komen om te genieten van een beetje rust. Met behulp van de Alvermannekesroute kunnen kleuters de volksverhalen over Alvermannekes leren kennen maar ook eeuwenoude volksspelen leren kennen met de volksspelenroute. Het is ook een plek waar Herseltse verenigingen activiteiten kunnen organiseren aangezien de site over een picknickweide met gemeenschapsbarbecue en een zomerbar beschikt. Jong en oud, iedereen kan er terecht.

Hier kan je op zoek naar de klokken van de kerk die in de 19e eeuw werden verstopt op de Limberg i.p.v in de klokkenkuil zoals velen zullen denken. Ook het klimnet heeft de vorm van een klok en het speelhuisje is een kerktoren.


Dorpspunt als ontmoetingsplaats.

UITBREIDING EN VERSTEVIGING VAN DE WERKING VAN DORPSPUNT IN BEVEREN

Via nieuwe dorpspunten in Krombeke, Stavele en Pervijze

Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie West-Vlaanderen - Krombeke, Stavele en Pervijze De Lovie vzw www.delovie.be

D

e Lovie vzw is een sociale organisatie die kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke handicap in de ruime Westhoek ondersteunt. Ze streven naar een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en zijn plekje kan vinden. Dorpspunt in Beveren werd opgestart in 2017 en won verschillende prijzen omwille van het unieke en vernieuwende karakter. In kader van dit project startte op 1 maart 2021 ook een Dorpspunt in Stavele op. Met de realisatie van twee Dorspunten in Beveren en Stavele probeert men de leefbaarheid in deze dorpen te vergroten. In de Dorpspunten bevindt er zich een buurtwinkel met aandacht voor korte keten in combinatie met een ontmoetingsplek en een knooppunt voor mobiliteit. Nu wil De Lovie vzw nog eens twee bijkomende dorspunten realiseren in Krombeke en Pervijze. Met ondersteuning van De Lovie vzw krijgen zowel mensen met een beperking als mensen die moeite hebben om aansluiting te vinden bij de reguliere arbeidsmarkt een rol in de dorspunten. Zij runnen de dorpspunten, in samenwerking met de inwoners van de dorpen en met ondersteuning van de begeleiders.

V

erder worden de begeleiders met de hulp van een talentencoach ondersteund zodat ze meer en beter vanuit de mogelijkheden van de medewerkers kunnen vertrekken. Door deze extra ondersteuning kunnen medewerkers meer praktische taken op zich nemen. Hierdoor hebben de begeleiders meer tijd voor het coachen en het ondersteunen van de medewerkers wat een positieve impact heeft op de kwaliteit van leven. Het uitwerken van de dorspunten heeft duidelijk veel positieve gevolgen met zich meegebracht. Zo worden er bijvoorbeeld elektrische fietsen ter beschikking gesteld waardoor de bewoners hun auto vaker voor de deur laten staan. Er is eindelijk weer een plek in het dorp waar de bewoners terecht kunnen voor een verscheidenheid aan producten en diensten. Ze kunnen er lokale producten verkrijgen maar kunnen er ook terecht voor ontmoeting indien ze daar nood aan hebben. Door dit project van De Lovie vzw krijgen meer personen met een beperking de kans om een zinvolle rol op te nemen in de maatschappij en zich evenwaardig en verbonden te voelen met anderen. Door meer mensen in contact te brengen met personen met een beperking of personen die moeite hebben om aansluiting te vinden bij de reguliere arbeidsmarkt, slaagt De Lovie vzw erin een plek te creëren waar sociale inclusie centraal staat.

Tatjana geeft uitleg over de korte keten in school Libel in Leisele.

25 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

24


Een infohoekje in de sociale kruidenier.

MOBIELE SOCIALE KRUIDENIER Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie West-Vlaanderen Lokaal bestuur stad Torhout www.torhout.be/dekommisje

I

n Torhout merkte het lokaal bestuur op dat de voormalige voedselbedeling niet voldeed aan de behoeften van de gebruiker. Er was een gebrek aan verse producten voor kansarme gezinnen en er waren lange wachtlijsten. ‘De Kommisje’, een (mobiele) Sociale Kruidenier, loste dit probleem op en biedt sinds januari ‘21 gevarieerde en voedzame producten aan. Deze zijn zowel terug te vinden in de buurtwinkel als in de rondrijdende marktwagen. In de Sociale Kruidenier kunnen mensen met financiële moeilijkheden op open winkelmomenten langskomen waardoor de wachtlijsten worden weggewerkt. Zij kunnen een winkelpas aanvragen bij het Sociaal Huis en hiermee dan langskomen. Hier kunnen ze zelf hun producten kiezen die, afhankelijk van de gezinssituatie, in beperkte hoeveelheid gratis of aan een lage prijs aangeboden worden. Op die manier leren ze omgaan met hun budget en worden ze zich bewust van hun koopkracht.

26

27 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel

D

oor het extra gegeven van de Mobiele Sociale Kruidenier kunnen ze meer buurtgericht werken en zo inspelen op armoede in de Torhoutse plattelandswijken. Maar de Sociale Kruidenier is veel meer dan enkel en alleen materiële hulpverlening. Ze willen de drempel naar het Sociaal Huis verlagen door dé ontmoetingsplek bij uitstek te zijn, want armoede mag nooit een hinderpaal zijn voor sociaal contact. Het is een informele ontmoetingsplek waar iedereen kan samenkomen en een koffie kan drinken terwijl ze wat bijpraten. De producten die de Sociale Kruidenier aanbiedt, worden samengesteld uit lokale voedseloverschotten, uit de bedeling via voedselbank West-Vlaanderen (Kuurne) en uit aangekochte producten. Daarnaast kunnen ze ook rekenen op producten via het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD). Maar iedereen kan de Kommisje ondersteunen. Van groenten of fruit uit de moestuin, tot een miskoop van ongeopende verzorgingsproducten. Het is allemaal welkom. Dankzij PDPO-steun kon men een nieuwe marktwagen aankopen, volop inzetten op een professionele communicatiecampagne en met kwaliteitsvolle materialen (voldoende koelcapaciteit en dergelijke) aan de slag gaan.

Enkele vrijwilligers en een beeld van een stuk van de winkel.


Akker-Doe-Dag: het malen van graan. / Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren

BIODIVERS VAN AKKER TOT BAKKER Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie Limburg, Stad Sint-Truiden Stad Sint-Truiden www.visitsinttruiden.be/aanbod/fietstocht-van-akker-tot-bakker

M

et het project ‘Biodivers van akker tot bakker’ kan zowel jong als niet zo jong genieten van een fietstocht door het mooie Sint-Truiden. Deze fietstocht van zo’n 23,5 km loopt door een prachtig stuk Haspengouw waarbij de fietstoeristen met behulp van zes infopalen kunnen proeven van het verhaal van ruisend graan tot ovenvers brood. ‘Biodivers van akker tot bakker’ is vastberaden om de kloof tussen landbouwer en plattelandsgebruiker te verkleinen door mee te geven hoe landbouw en biodiversiteit een plaats innemen in het landschap.

28

N

aast de thematische fietsroute bestaat het project ook uit een educatief pakket voor leerlingen uit het onderwijs rond het thema akkerbouw en biodiversiteit. Dit bestaat uit een voor- en naverwerkingstraject voor de klas, net als een draaiboek en de excursie ‘Akker-Doe-Dag’. Hier kunnen de kinderen verschillende activiteiten uitvoeren zoals het akkervogelspel spelen, graan malen en zelfs brood bakken. Tegenwoordig zijn kinderen zich bewust van mondiale milieuproblemen maar is het fysiek contact niet langer aanwezig, klink het bij de projectleiders. Door het educatief pakket en de excursie proberen ze de individuele band tussen de kinderen en de natuur en dus ook met de land- en tuinbouw terug te versterken. Leren en beleven staan centraal en versterken elkaar door de verscheidenheid aan activiteiten. Het LEADER-project ‘Biodivers van akker tot bakker’ is een educatief project en een samenwerking tussen de Centrale van de Landelijke Gilden van de Boerenbond (VZW Plattelandsklassen), het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren en de stad Sint-Truiden.

Belevingspaal akkervogels op de thematische fietsroute. / Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren

29 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

Met deze activiteit willen ze de deelnemers laten inzien dat ook zij een rol kunnen spelen in de handhaving van duurzame landbouw en biodiversiteit. Sensibiliseren rond biodiversiteit en korte keten is waar ‘Biodivers van akker tot bakker’ goed in is. Ze benadrukken het belang van lokale producten opdat de klimaat-voetafdruk kan worden verkleind en nog meer wanneer de aankopen worden gerealiseerd met duurzame verplaatsingsmiddelen zoals de fiets. Zo hopen zij dat, als gevolg van hun project, mensen bewuster zullen omgaan met het klimaat.


In hoevewinkels zijn de prijsaanduidingen soms niet goed zichtbaar of ontbreken ze. / Vives

FARMER BUSINESS + Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie West-Vlaanderen Hogeschool Vives en Inagro https://inagro.be/korte-keten-toolbox

A

nno 2021 zien we dat consumenten steeds meer belangstelling hebben voor beleving en authenticiteit, vooral wanneer het aankomt op voedingswaren. Winkeleigenaars kunnen hierop inspelen door in hun hoevewinkels producten aan te bieden via de korte keten. Bovendien heeft de korte keten economie ook nog eens een positief effect op de lokale economie en de leefbaarheid van het platteland én voldoet het aan de klimaatdoelstellingen. Echter werd vastgesteld dat enkel en alleen kwaliteitsvolle producten geen garantie bieden voor een volle en rendabele afzet (Vlam, 2017). Via een uitgebreide bevraging bij de consument kreeg Farmer Business + een beter inzicht in de behoeften en wensen van consumenten gevestigd in niet-stedelijke omgevingen. Op basis van deze inzichten begeleiden ze dan enkele bedrijven om hun bedrijfsstrategie hieraan aan te passen.

31 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

30

Onderzoekers en mystery shoppers brachten op basis van de customer journey negen bedrijven in kaart die intensief begeleid werden om hun bedrijfsstrategie aan te passen. Hun inbreng is enorm waardevol gebleken vermits de insteek van de consument voor vele bedrijven een oogopener is geweest maar ook bevestigde op welke vlakken ze het reeds goed deden.

M

et behulp van dit project hebben deze bedrijven stappen vooruit kunnen zetten in hun innovatief ondernemen. Dit gebeurde via individuele maar ook geclusterde acties en met behulp van studenten landbouw en agro-industrie. Zo realiseerde Farmer Business + nieuwe huisstijlen en betere social media campagnes en zorgden ze voor het plaatsten van nieuwe promotieborden, betere prijsaanduidingen, een vernieuwde website … Het belang van customer journey, de route die wordt afgelegd alvorens de consument het product effectief aankoopt, wordt ook aangegeven in een inspiratiegids voor hoevewinkels waarin andere bedrijven praktische tips kunnen terugvinden. Hierin bundelen Vives en Inagro aandachtspunten voor een onvergetelijke klantenervaring. De inspiratiegids is ondertussen wijdverspreid en werd zelfs mee opgenomen in het curriculum van de toekomstige bachelors landbouw en agro-industrie aan de Hogeschool Vives, alsook in de dagelijkse werking van Inagro en het Steunpunt Korte Keten. Inspiratiefiches per onderwerp en filmpjes ter illustratie zorgen dat de kennis uit het project verder verspreid wordt.

In een aantal winkels hebben we de winkelinrichting aangepakt, samen met een expert. / Vives


Bedrijfsbegeleiding: hulp met bekijken cijfers bedrijf bij landbouwer thuis. / Inagro

TOPE WROETEN IN DE WESTHOEK

Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie West-Vlaanderen Vives Hogeschool i.s.m. Inagro www.inagro.be en www.vives.be

B

egin 2018 startten Hogeschool Vives en Inagro het driejarig LEADER-project ‘Tope Wroeten in de Westhoek’ op. Met het project willen ze de bedrijfsresultaten van varkenshouders uit de Westhoek optimaliseren door hen te helpen meer uit hun varkens en hun bedrijf te halen. De Vlaamse varkenssector staat helaas al jaren onder druk waardoor familiale bedrijven moeilijkheden ondervinden om het hoofd boven water te houden. Gemiddeld bevinden het grootste aantal varkensbedrijven zich in de Westhoek, waarvan velen gemengde bedrijven zijn. Het houden van varkens wordt dan gecombineerd met bijvoorbeeld een neventak van akkerbouw wat soms moeilijkheden met zich meebrengt. Om enkele problemen van de baan te helpen, stuurt het project de familiebedrijven bij op het niveau van de bedrijfsvoering en het management.

32

M

et het derde werkpakket lag de focus vooral op de managementcapaciteiten van de toekomstige varkenshouders. Door de bedrijfsvoering te optimaliseren slaagde het project erin om de verdienmarge van de familiale varkensbedrijven te vergroten. Hierdoor kunnen ze meer weerstand bieden tegenover grotere varkenshouderijen. Hogeschool Vives en Inagro slaagden er ook in om de leefbaarheid van familiale varkenshouders op het platteland te verbeteren. Voor bedrijven die niet rechtstreeks konden deelnemen aan het project, werden (digitale) brochures en waterbestendige posters ter beschikking gesteld.

Proefopzet eigen geteelde soja. / Inagro

Last but not least werd er ook getracht extra aandacht te geven aan het sociale aspect van de varkenssector. Hiervoor werden mensen samengebracht om van gedachten te wisselen over het psychisch welbevinden van landbouwers. Er werd ook een workshop georganiseerd om erfbetreders beter te leren omgaan met landbouwers in moeilijkheden. Dit om hen te leren hoe hulp te bieden, omdat zij de eerstelijnscontacten zijn. Daarnaast werd een nieuwsbrief rond weerbaarheid opgemaakt met niet alleen als doel om landbouwers een hart onder de riem te steken, maar ook om hen te informeren. Hoe kan je mentale overbelasting herkennen, praktische tips om opnieuw zuurstof te gaan creëren en waar kan je terecht voor hulp bij zowel financiële, economische, psychologische, technische als sociale problemen. Deze werd aan alle varkenshouders in de Westhoek verstuurd, met begeleidende brief naar alle artsen in de Westhoek. Op die manier hoopt het project een verschil te maken.

33 Verhogen van de leefbaarheid op het platteland

Het project bestaat uit drie werkpakketten. Vives en Inagro konden met hun eerste werkpakket 60 familiale varkenshouders individueel begeleiden. De varkenshouders kregen objectief en praktisch advies op maat om hun bedrijfsvoering te optimaliseren. In functie van het tweede werkpakket organiseert het project studieclubs waar de varkenshouders van elkaar kunnen leren door hun ervaringen te delen. De varkensbedrijven hebben vaak een meer geïsoleerde ligging waardoor kennis minder verspreid wordt onder collega’s. Het doel is hier dan ook voor de varkenshouders praktische kennis en bedrijfsgegevens uit te wisselen.


Grasstrook langs het veld.

03

INZETTEN OP MILIEU Het derde thema dat we belichten is ‘inzetten op milieu’. Land- en tuinbouwers doen namelijk heel wat inspanningen met betrekking tot het milieu. Denken we maar aan het verminderen van ammoniakemissie, maar ook aan beter beheer van bestrijdingsmiddelen en watergebruik en –verbruik. Ook via heel wat agromilieu-klimaatmaatregelen wordt ingezet op het milieu, bijvoorbeeld met de teelt van vlinderbloemigen, mechanische onkruidbestrijding, beheerovereenkomsten soortenbescherming, beheerovereenkomsten onderhoud van kleine landschapselementen … Binnen dit thema stelden drie projecten zich kandidaat voor de award. De initiatieven kwamen uit twee verschillende provincies: Limburg en Vlaams-Brabant. Aangezien twee van de drie projecten uit Vlaams-Brabant kwamen, moest de provinciale jury zich over deze projecten buigen. Het project ‘Vijfsterrenlandschap voor Boer en Natuur’ haalde het van ‘De Breembos’.

34

In de tweede ronde beoordeelde een experten-jury de twee resterende projecten. Naast bovenstaand project, dong het Limburgs project ‘Landschapsboeren in Haspengouw en Voeren’ mee naar de overwinning. Binnen dit thema kaapte het Limburgs project de hoofdprijs weg. Volgens de jury verdiende dit project de overwinning “omdat er meer op landschapsschaal werd gewerkt, met perceeldekkende maatregelen. De maatregelen werden genomen in een erfgoedlandschap dat toch onder druk staat vanwege schaalvergroting.” Daarnaast vermeldde men ook dat de kamsalamander bij uitstek een soort is van multifunctionele landschappen. Jerome Rops van Boerennatuur Vlaanderen reageert graag op de overwinning: “Het was een heel divers project, waar we heel veel bijgeleerd hebben. Wij blijven ook aan het project werken omdat we in het natuurgebied actief zijn met landbouwers, en ook actief bezig zijn met de gemeentes. Het project leeft voort en zal blijven bestaan. Heel erg bedankt dat we hieraan mochten werken!” U kunt de voorstelling van alle deelnemende finalisten binnen het thema ‘inzetten op milieu’ bekijken via deze link.

35


Achterstallig beheer in de Kattenberg, Bilzen. / Mieke Vanlangenaerker Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren

LANDSCHAPSBOEREN IN HASPENGOUW EN VOEREN PDPO III-maatregel

D

it project zoekt, over de grenzen van beleidsdomeinen en sectoren heen, naar synergiën tussen natuur en erfgoed, landbouw, landschap en economie. Veel verschillende kleine landschapselementen of andere belangrijke elementen vallen tussen schip en wal qua reglementering, handhaving, opvolging en vergoeding. Dit project wil hiervoor oplossingen zoeken door een geïntegreerde aanpak van het agrarisch landschapsbeheer in Haspengouw en Voeren. Haspengouw en Voeren zijn belangrijke landbouwgebieden met een grote diversiteit aan prachtige landschappelijke structuren die een meerwaarde bieden voor mens en dier. Helaas zijn veel van deze landschapselementen buiten beheer gevallen waardoor ze niet ten volle worden benut.

36

37 Inzetten op milieu

Inzetten op milieu

Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Limburg Boerennatuur Vlaanderen www.boerennatuur.be/landschapsboeren-in-haspengouw-en-voeren

De focus ligt hier op gebiedsgericht werken met oog voor lokale oplossingen. Door lokale landbouwers te betrekken bij het beheerwerk, streven ze naar een duurzame en positieve relatie tussen de landbouwers en de diverse elementen. Door het maken van langdurige afspraken met groepen van landbouwers kunnen de verdeelde taken met de tijd overgedragen worden zodat het beheer niet meer stilvalt.

N

aast agrarisch natuurbeheer is het project ook werkzaam in het Kamsalamandergebied. Het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren zet zich in voor het onderhouden en herinrichten van meerdere kamsalamanderpoelen in het gebied Alken, Wellen en Kortessem. De focus ligt vooral op het beheren van poelen en (historische) graslanden. Ondertussen hebben ze in het gebied al 19 poelen kunnen herstellen en zes poelen aangelegd waardoor verschillende soorten kunnen profiteren van de verbeterde omstandigheden. Verder heeft het project 100 ha hooilanden/graslanden in hoogstamboomgaarden onder duurzaam beheer kunnen brengen bij lokale landbouwers. Bovendien is er achterstallig beheer uitgevoerd in verschillende elementen zoals graften en holle wegen waardoor de lokale gemeentes, dankzij dit project in de toekomst beroep kunnen doen op lokale actoren voor het beheer. Het project heeft echt meerwaarde voor het Haspengouwse landbouwgebied en heeft het netwerk tussen landbouw en natuur kunnen versterken door de landbouwers telkens op een positieve manier te betrekken bij de uitvoeringsen beheerwerken.

Op ruggen getrokken hooi in het natuurgebied in Sint Annabeek. / Jerome Rops, Boerennatuur Vlaanderen


Plantploeg van sociaal-economiebedrijf IGO aan het werk voor de aanplant van 625 meter heg bij Hof Ten Bosch (Huldenberg). / Regionaal Landschap Dijleland

VIJFSTERRENLANDSCHAP VOOR BOER EN NATUUR PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Vlaams-Brabant, Dijleland Regionaal Landschap Dijleland https://www.rld.be/projecten/boer-en-natuur-dijleland

L

Regionaal Landschap Dijleland vzw toont met dit project aan dat landbouwers graag werken aan meer natuur op hun bedrijf, maar dat ze dit niet kunnen verwezenlijken zonder extra ondersteuning. Dit hebben ze nodig omdat ze vaak opbotsen tegen administratieve zaken, zoals de aanvraag van een vergunning. Dit Vlaams-Brabants project is dan ook een samenwerking tussen Regionaal Landschap Dijleland vzw, Vlaamse Landmaatschappij, Boerenbond, Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant, Agrobeheercentrum Eco- en Patrijzenwerkgroep Vlaams-Brabant.

38

Met het project ‘Een Vijfsterrenlandschap voor Boer en Natuur’ zet de vzw maximaal in op de groene structuren in het landschap, zoals heggen en houtkanten. Deze vormen niet enkel een nestplaats of voedselbron voor tal van soorten, maar ook een passage waarlangs heel wat dieren zich verplaatsen (bv. vleermuizen). Ze geven mee vorm aan het groenblauwe netwerk dat noodzakelijk is om het Vlaams-Brabantse landschap klimaatrobuuster te maken.

H

et project ondersteunt landbouwers om binnen drie actiepunten aan de slag te gaan: nestgelegenheid, voedselaanbod en landschapselementen. Aan elke maatregel werden sterren gekoppeld, waaruit de deelnemende landbouwers uit elk thema minstens een actie konden kiezen. Er moesten minimum vijf sterren geselecteerd worden. Door dit succesvolle initiatief konden reeds twaalf landbouwers uit het Dijleland hun bedrijf aantrekkelijker maken voor dieren. Zo kwam er 5,7 kilometer aan heggen en houtkanten, 51 (fruit)bomen, een poel, 18 nestkasten en 3 ha patrijzenakkers bij in het Dijleland. Regionaal Landschap Dijleland vzw merkt dat sinds de start van het project landbouwers makkelijker bij hen aankloppen voor ondersteuning bij aanplantingen. Door deze maatregelen worden zowel de streekidentiteit als de esthetische waarden van het landschap versterkt, waardoor ook de toeristische waarde van de streek wordt bevorderd. Om de groene en biodiversiteitsrijke omgeving extra in de verf te zetten, werkte men wandelingen uit. Deze zijn ook beschikbaar op de website. Daarnaast plaatste men ook infoborden met info over de concreet uitgevoerde maatregelen. Zo verhoogt men het draagvlak en verbetert het imago van het landbouwbedrijf. Zowel dagtoeristen als mensen uit de buurt kunnen nu nog meer genieten van het landschap.

In dit gebied in Huldenberg werden de voorbije 10 jaar al meer dan 4 kilometer heggen en houtkanten aangeplant. / Erwin Tecqmenne van Skyshoots N.V.

39 Inzetten op milieu

Inzetten op milieu

andbouw neemt een groot deel van het Vlaams-Brabantse landschap in. Graslanden, weilanden en akkers dienen als habitat voor een grote diversiteit aan soorten. Landbouwers zijn zich bewust van het nut van boerennatuur en erkennen dit ook, maar komen er zelden aan toe om die actief in te schakelen of hiermee te experimenteren. Vaak stelde zich het probleem van een gebrek aan voldoende (praktische) kennis en zicht op de concrete meerwaarde die biodiversiteitsacties mogelijks kunnen leveren aan hun product of bedrijf.


“De appeltap” – de biologische productie van appelsap van oude appelsoorten. / L. Van Gompel

DE BREEMBOS PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Steun aan niet-productieve investeringen op het landbouwbedrijf Vlaams-Brabant Landbouwer Guido Vangeel www.tuinen-vangeel.be

D Inzetten op milieu

e Breembos is een project in Vlaams-Brabant waarbij een hoogstam appelboomgaard werd geplant op een oppervlakte van 6 ha. De appelboomgaard, omgeven door streekeigen hagen, biedt een enorme genetische diversiteit aan oude appelrassen die resistent zijn tegen ziektes en plagen. Met de aanplanting van de hoogstamboomgaard met appelbomen werd doelbewust gekozen voor de ecologische bijdrage die deze met zich meebrengt en het doorbreken van een monocultuur waarbij een verscheidenheid aan oude appelrassen worden gecombineerd. Doordat de oppervlakte van hoogstamfruitbomen de laatste jaren sterk afneemt, probeert dit project niet alleen het Hageland in zijn oude glorie te herstellen maar ook de natuurwaarde van de boomgaarden te stimuleren en in stand te houden. Zulke boomgaarden hebben namelijk een enorm grote meerwaarde voor mens en dier. De hoogstamboomgaard is een leefwereld voor een groot aantal planten- en diersoorten. Zo dienen ze niet enkel als voedselbron voor dieren, maar ook als schuil- en broedplaats, een rijke habitat voor vogels, insecten, reeën, hazen ...

41 Inzetten op milieu

40

Daarnaast zorgen de boomgaarden voor een grotere koolstofopslagcapaciteit, wat bijdraagt tot een betere bescherming van het klimaat en tot luchtzuivering.

D

oordat de boomgaarden biologisch worden beheerd, kunnen chemische stoffen vermeden worden en kan de bodem gezond gehouden worden. Het is zelfs een habitat voor predatoren zoals mijten en lieveheersbeestjes die dienen als alternatief voor meer agressieve chemische bestrijdingsmiddelen. Een ideale plek ook voor bijenkasten om in de zuivere omgeving honing zonder schadelijke stoffen te produceren. Zo draagt deze boomgaard bij tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Simultaan zet men ook in op de verhoogde belangstelling die de consument heeft voor bio en gezonde voeding door bio-appelsap te produceren. Maar de hoogstamboomgaard met appelbomen heeft ook een recreatieve en esthetische waarde, want bezoekers kunnen via wandelpaden genieten van de schoonheid die de appelbomen met zich meebrengen. Kortom, de aanplanting van de hoogstamboomgaard en de biologische productie die ermee samengaat, zijn een milieubewuste keuze die op tal van manieren bijdraagt tot een gezonder leefmilieu voor mensen, dieren en planten. Door het multifunctionele karakter heeft de hoogstamboomgaard daarnaast een belangrijke waarde voor de transitie naar een duurzamere en groenere landbouw (boslandbouw en korte keten).

“Wandelpad” – toegankelijkheid en bereikbaarheid van de hoogstamboomgaard met appelbomen om ten volle te genieten van de mooie pracht. / Dirk Mertens


Omvorming klassieke naar peilgestuurde drainage. / Boerennatuur Vlaanderen

04

INZETTEN OP KLIMAAT Het voorlaatste thema dat we belichten is ‘inzetten op klimaat’. Binnen de land- en tuinbouwsector staat ook klimaat hoog op de agenda. Want de sector is heel erg gevoelig voor de verandering van het klimaat. Daarom worden er dus heel wat inspanningen gedaan, zoals maatregelen voor een gezondere bodem. Onder dit thema werd slechts één project ingediend. Uiteraard betekende dit niet dat het project automatisch gelauwerd zou kunnen worden. Ook dit project lieten we dus grondig screenen door de expertenjury. {beek.boer.bodem} is een Antwerps project van Boerennatuur Vlaanderen. Binnen het project focust men op het veranderend klimaat en hoe de landbouw daar klappen door krijgt. Langdurige periodes van droogte, maar ook wateroverlast op landbouwgronden in valleigebieden maken duidelijk dat het evenwicht tussen landbouw, water en natuur zoek is en dient hersteld te worden. In het afstroomgebied van de Aa werken ze met een gebiedscoalitie aan deze uitdaging, om onder andere de bodem- en waterkwaliteit te verbeteren.

42

De jury was heel sterk overtuigd van dit project. Men haalde heel wat redenen aan om aan te tonen dat dit project een goed voorbeeld is. We pikken er eentje uit: “het innoverende aspect is dat er integraal wordt gewerkt en niet op één deelaspect wordt gefocust. De gekozen maatregelen zoals peilgestuurde drainage, bufferstroken, houtsnippers ... zijn evenwichtig en spelen in op de huidige noden uit het beleid. De gekozen maatregelen zijn nog geen standaardpraktijken in Vlaanderen, het zijn goede landbouwpraktijken die via het project meer ingang vinden in de landbouwsector.” Leen Vervoort reageert enthousiast op het binnenhalen van deze prijs: “Wij zijn superblij met deze erkenning! Het hele partnerschap zal nog eens zo gemotiveerd zijn om de volgende jaren verder in te zetten op het project, want we gaan effectief verder met onze coalitie om landbouwers te bereiken. Ook de landbouwers die er nu al actief zijn, zullen heel blij zijn met deze erkenning.” Wanneer Leen hoorde dat het project ook de publieksprijs binnenhaalde, kon haar geluk niet op: “Dit had ik helemaal niet verwacht! Ik denk dat deze prijs misschien nog de mooiste prijs is. Het feit dat het brede publiek erkent wat wij doen met het project en wat we willen bereiken met de landbouwers, is echt een opsteker voor zowel ons als de landbouwers.” U kunt de voorstelling van alle deelnemende finalisten binnen het thema ‘inzetten op klimaat’ bekijken via deze link.

43


Toelichting van Maarten Raman (Boerennatuur Vlaanderen) bij een stuw in een perceelsgracht tijdens een demonstratiemoment. / Boerennatuur Vlaanderen

{BEEK.BOER.BODEM} PDPO III-maatregel

44

D

oor het veranderende klimaat krijgt ook de landbouw in België voortdurend klappen. Langdurige periodes van droogte, maar ook wateroverlast op de landbouwgronden in valleigebieden, laten blijken dat het evenwicht tussen landbouw, water en natuur zoek is en dient hersteld te worden. {beek.boer.bodem} is een project dat actief is in het afstroomgebied van de Aa, waaronder Herentals, Kasterlee, Lille en Vorselaar behoren. Dit project speelt in op de huidige noden van het gebied door bij te dragen aan een klimaatrobuuste landbouw via innovatieve maatregelen. Het project zet in op maatregelen waardoor het overstromingsrisico in het gebied vermindert, de waterkwaliteit verbetert en landbouwbedrijven robuuster worden. Door een gebiedsgerichte samenwerking van verschillende stakeholders in de vallei van de Aa worden deze complexe uitdagingen op een geïntegreerde en gedragen manier aangepakt.

45 Inzetten op klimaat

Inzetten op klimaat

Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Herentals, Lille, Kasterlee en Vorselaar in de provincie Antwerpen Boerennatuur Vlaanderen www.boerennatuur.be/beek-boer-bodem

Het projectgebied is een echt landbouwgebied met uitgestrekte landbouwlandschappen waarin 588 landbouwers en 296 bedrijfszetels actief zijn. Het afstroomgebied van de Aa en zijn zijlopen wordt gekenmerkt door vruchtbare maar overstromingsgevoelige veengronden in de vallei. Hogerop bevinden zich ook zandgronden (plaggenbodems) die snel uitdrogen in warme en neerslagarme periodes.

O

m een oplossing te bieden voor deze verontrustende problemen, inspireert, sensibiliseert en begeleidt {beek.boer.bodem} landbouwers en natuurbeheerders om op vrijwillige basis maatregelen op terrein te nemen zoals het plaatsen van stuwtjes in de perceelgrachten, te experimenteren met andere gewassen en het organisch koolstofgehalte in de bodem te verhogen door houtsnippers uit lokaal landschapsbeheer in te werken. De landbouwers krijgen hierover informatie via voorlichtingen en demonstraties en worden geëngageerd om onder begeleiding maatregelen te nemen waardoor het evenwicht tussen landbouw en water op hun grondgebied verbetert. Er werden al verschillende info- en demomomenten georganiseerd alsook tal van maatregelen uitgevoerd op de landbouwgronden ter verbetering van de bodem- en waterkwaliteit en de waterbeschikbaarheid.

Houtsnippers uit lokaal beheer worden uitgereden om nadien ingewerkt te worden ter bodemverbetering. / Boerennatuur Vlaanderen


Toelichting ‘Bijensafari’ in Oostkamp in kader van een PDPO III-project. / Patrick Keirsebilck

05 SAMENWERKING

Het laatste thema dat we belichten is ‘samenwerking’. Samenwerking komt veel voor op het platteland, en dat zowel bij particulieren als bij land- en tuinbouwers. Zo kunnen machinecoöperaties steun krijgen om samen machines aan te kopen en te gebruiken. Daarnaast is er bijvoorbeeld ook steun om een producentenorganisatie op te richten. Ook binnen de maatregelen LEADER en Omgevingskwaliteit is ‘samenwerking’ heel belangrijk, zoals bv. samenwerking rond erfgoed, armoede, proefprojecten, leefbare dorpen... Uiteraard zijn er nog veel andere initiatieven en projecten binnen PDPO III die op dit thema inspelen. We ontvingen acht kandidaturen binnen dit thema. De initiatieven kwamen uit vier verschillende provincies, enkel Oost-Vlaanderen was niet vertegenwoordigd. Aangezien er vier projecten uit West-Vlaanderen en twee uit Antwerpen waren, dienden hier de provinciale juryleden de lokale projecten onder de loep te nemen. In Antwerpen haalde ‘Agrarisch Hergebruik van landbouwinfrastructuur’ de volgende ronde, terwijl in West-Vlaanderen het project ‘Food Act 13’ aan het langste eind trok.

46

Een experten-jury beoordeelde de vier resterende projecten in de volgende ronde. Naast de twee bovenstaande projecten, dong het Vlaams-Brabants project ‘HOP AAA+’ en het Limburgs project ‘Volkstuinen aan de Wijkstraat’ mee naar de overwinning. Uiteindelijk mocht W13, een West-Vlaamse welzijnsvereniging, de hoofdprijs in ontvangst nemen. We delen graag een quote van één van de juryleden: “Dit is voor mij het beste project, omdat dit tot een zeer breed maatschappelijk en tastbaar resultaat heeft geleid.” Daarnaast overtuigde ook de unieke schaalgrootte de jury. Arnout Vercruysse van W13 neemt graag het woord tijdens de prijsuitreiking: “Heel fijn om deze prijs in ontvangst te mogen nemen! Dankzij PDPO-middelen konden we een start hebben van dit project. Maar nog belangrijker: met de middelen hebben we ook de lokale besturen kunnen overtuigen om verder in te zetten op dit verhaal. Zo kunnen wij verder ontwikkelen, in samenwerking met landbouwers, warenhuizen en veilingen, waarbij 80 organisaties maandelijks kunnen genieten van de voedseloverschotten die we verdelen. Een zeer waardevolle insteek vanuit PDPO dus!” U kunt de voorstelling van alle deelnemende finalisten binnen het thema ‘samenwerking’ bekijken via deze link.

47


In het centraal magazijn worden alle voedseloverschotten gesorteerd en per voedselverdeelorganisatie worden voedselpakketten samengesteld.

FOOD ACT 13 PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie West-Vlaanderen W13 www.welzijn13.be

48

Food Act 13 werkt samen met verschillende warenhuizen, retailers en lokale landbouwers. Zo zijn er een vijftal landbouwers die hun overschotten gratis wegschenken aan Food Act 13. Bij al deze aanbieders worden voedseloverschotten opgehaald, die daarna gesorteerd worden in het centraal magazijn van Food Act 13 en de bestellingen per organisatie worden klaargezet. Via de sociale en welzijnsorganisaties wordt de verse voeding verdeeld onder gezinnen in kwetsbare situaties. Dit gehele proces gebeurt via tewerkstelling van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

49 Samenwerking

Samenwerking

I

n 2014 kwam Food Act tot leven in Kortrijk als eerste lokale voedseldistributieplatform in Vlaanderen. Met de hulp van verschillende organisaties haalde Food Act maandelijks zo’n 6,5 ton verse voeding op die werd herverdeeld onder gezinnen in kwetsbare situaties in Kortrijk. Het project was zo’n succes dat er in de regio een grote vraag was om dit lokaal project regionaal op te schalen. Dit kon dankzij de middelen van PDPO, de bijdrages van de 14 lokale besturen en de steun van bv. de Nationale Loterij, de Lions Club Harelbeke, de Voedselbank West-Vlaanderen … Hierdoor kwam uiteindelijk Food Act 13 tot stand, dat uitgroeide tot een uniek regionaal circulair voedseldistributieplatform, actief in 14 lokale besturen in het werkingsgebied van W13.

N

aast een regionaal voedseldistributieplatform is Food Act 13 ook een activeringsproject waarbij medewerkers worden ingezet die later kunnen doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Dit maken ze waar door intensieve begeleiding van coaches. De focus ligt hier vooral op innoverend en inspirerend ondernemerschap waarbij activering van mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en armoedebestrijding centraal staat. Food Act 13 zet niet enkel in op armoede en tewerkstelling maar ook op het klimaat. Ze slaagden erin om een systeem te creëren waarmee ze een positieve bijdrage leveren aan het klimaat door voedseloverschotten en de afvalberg te verminderen, maar ook door de logistiek op elkaar af te stemmen. Daardoor vermijden ze heel wat voedselkilometers. Het project was een groot succes. Sinds de geboorte van Food Act 13 haalden ze zo’n 1000 ton verse voeding op. Dat is ongeveer 1.800 kilogram per ophaaldag. Hiermee helpen ze jaarlijks een 5.000-tal gezinnen in kwetsbare situaties, wat gelijkstaat aan 13.000 personen. En dat is niet alles. Dagelijks stellen ze een 14-tal leerwerknemers tewerk onder begeleiding. Sinds de opstart in november 2018 werkten al meer dan 80 leerwerknemers bij Food Act 13. Uit cijfers blijkt dat 25% van hen aan de slag is in het normale economische circuit, 45% volgt een begeleidingstraject richting werk. De werking van Food Act 13 kan na de financiering van PDPO structureel worden verder gezet dankzij de financiering van 14 lokale besturen, de Voedselbank West-Vlaanderen en de financiering via sociale maribel. Food Act 13 organiseerde begin 2021 een persconferentie en presenteerde de resultaten. Alle opgehaalde voeding wordt in het magazijn in Kuurne gesorteerd en gaat dan naar sociale en welzijnsorganisaties. Food Act 13 heeft een 100-tal afnemers, 45 ervan worden op regelmatige basis beleverd. Eén ervan is Oeze Winkel, een voedselverdeelpunt in het Sociaal Huis in Avelgem. Er was een ruime persbelangstelling.


Hopdag in Affligem.

HOP AAA+ PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Vlaams-Brabant Regionaal Landschap Schelde-Durme www.ordevandegroenebel.be

H

op is één van de belangrijkste grondstoffen van bier en het telen hiervan is eeuwenlang een identiteitsbepalende factor geweest voor Vlaams-Brabant. Sinds het einde van de vorige eeuw is de kunst van hopteelt echter niet meer zo prominent als voorheen. HOP AAA+ wil hopteelt terug op de kaart zetten.

Met dit project wil het regionaal landschap vooral kansen bieden aan hopboeren in spe opdat zij kleinschalig kunnen beginnen. Zo lanceerden ze het Meester-Leerling traject waarin de jongere generatie wordt klaargestoomd tot echte hopboeren. Ze leiden de jonge boeren op en mobiliseren hen zodat zij verder kunnen bouwen aan samenwerking in de streek rond hopteelt en erfgoed.

50

N

aast de opleidingen bouwt men ook kennis op voor toeristen waarin zij de hopsector kunnen verkennen door middel van wandel- en fietstochten. Daarnaast wordt de hop niet enkel gebruikt voor bier maar wordt het ook verwerkt in andere producten zoals kaas, chocolade, decoratie …

Het grootste deel van het PDPO-budget ging naar projectbegeleiding en de trekkersrol van de hopcoördinator. Er werd een studie uitgewerkt die voornamelijk de vele partners samenbracht en het hopverhaal in zijn diverse aspecten op elkaar afstemde. Ook de uitbouw van de toeristische en erfgoedinfrastructuur werd bekostigd met PDPO-middelen. De belangrijkste realisatie is hier de inrichting van een onthaalpoort aan de abdij van Affligem. In kader van het project heeft men een landbouwloods aangebouwd en een nieuwe mobiele plukmachine aangekocht, zodat de hopboeren over een moderne infrastructuur kunnen beschikken. Omdat men de hop ook al wil kunnen verkopen met certificaten, is er ook een nieuwe hopast gekocht die beantwoordt aan de FAVV- en Inagro-normen. Deze werden echter allemaal bekostigd met privé-middelen van investeerders en brouwers die meegingen in het hopverhaal AAA+. Het Meester-Leerling traject groeide uit tot ‘vzw Orde van de Groene Bel’, waarbij het platform dient voor samenwerking en netwerking tussen de hopboeren in spe. HOP AAA+ staat open voor al wie bezig is met hopteelt in de Denderstreek, Pajottenland en de Brabantse Kouters.

Hopduvelfeest Asse.

51 Samenwerking

Samenwerking

Hier en daar werden al kleinschalige hopinitiatieven en hopfeesten georganiseerd, maar de geteelde hop werd nooit ten volle benut. Het project streeft ernaar om de hop effectief te plukken, oogsten, drogen en verkopen. Door het samenbrengen van versnipperde hopinitiatieven proberen ze de kennis omtrent hopteelt weer te vergroten.


Lekker genieten op het bankje van de kruiden in de tuin. / Wendy Houben

VOLKSTUINEN AAN DE WIJKSTRAAT PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen Provincie Limburg, Tongeren Stad Tongeren www.tongeren.be/volkstuintjes

Samenwerking

A

an de Wijkstraat in Tongeren ligt een mooi en omvangrijk stuk land dat zo’n 2 ha groot is en al 100 jaar dienst doet als collectieve groentetuin. Dit historisch gegeven en het feit dat men al generaties lang op deze plaats moestuiniert, was voor de stad Tongeren reden genoeg om het perceel grondig op te ruimen en te verfrissen. Met het project ‘volkstuinen aan de Wijkstraat’ wilden ze de bestaande volkstuintjes moderniseren en herverdelen opdat meer tuiniers ervan konden genieten.

53 Samenwerking

52

Uit onderzoek van de Universiteit Gent (2007, 2010) blijkt dat de behoefte aan volkstuinen onder de Vlaamse bevolking groot is en dat blijkt ook uit dit project. Aanvankelijk waren er zo’n 23 tuiniers actief in de Volkstuinen maar dit is sedert de start van het project in september 2018 uitgegroeid tot 50 tuiniers. Het is duidelijk dat dit een waar succes is en dat Volkstuinen aan de Wijkstraat heeft kunnen voldoen aan de noden van de bewoners.

H

et doel van Volkstuinen aan de Wijkstraat was niet enkel produceren van zelfgekweekte groenten maar ook bijdragen aan de sociale cohesie. De tuiniers werden steeds betrokken bij de herinrichting van de tuintjes waardoor er een connectie ontstond met de tuintjes maar ook met anderen. Met de volkstuintjes werd een ontmoetingsplaats gecreëerd waardoor het sociale netwerk van de buurt werd versterkt. De tuinen werden opgesierd door het plaatsen van een insectenhotel maar ook infoborden, regenwatertonnen, compostbakken en uniforme tuinhuisjes. Vlak naast de volkstuin bevindt er zich namelijk een fiets- en wandelpad vanwaar je de volkstuin kan bewonderen. Op die manier wordt moestuinieren op een heel nauwe en laagdrempelige manier onder de aandacht gebracht van de voorbijgangers. De tuintjes zorgen voor extra belevingswaarde op vlak van milieu- en natuureducatie waardoor er een grotere bewustwording is van ecologisch tuinieren, composteren, omgaan met gezonde voeding …

Wilde bloemen voor de bijtjes. / Wendy Houben


Emelie Laeremans voor de camera. Ze getuigt er voor PlattelandsTV over de ervaringen die zij heeft met agrarische herontwikkeling. Hier staat ze in een stal die vroeger kippen huisvestte en nu kalveren. De stal werd helemaal verbouwd, isolatie voorzien, lichtstraten aan de kant, nieuwe gevelsteen. / Provincie Antwerpen

AGRARISCH HERGEBRUIK VAN LANDBOUWINFRASTRUCTUUR PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen Provincie Antwerpen Autonoom Provinciebedrijf - Provinciaal Secretariaat Europese Structuurfondsen www.provincieantwerpen.be/aanbod/dese/dlp/agrarische-herontwikkeling.html

H

et vrijwaren van de open ruimte is een thema dat leeft en agrarische herontwikkeling draagt daartoe bij. De afgelopen vier jaar werkte de provincie Antwerpen samen met een brede groep van stakeholders een actieplan uit. Dat actieplan bevat tal van strategieën waarmee de theorie rond agrarische herontwikkeling kan omgezet worden naar de praktijk.

Uit onderzoek van de provincie Antwerpen en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) over de ruimtelijke dynamieken die zich afspelen in het agrarisch gebied, bleek dat bijna één derde van het agrarisch gebied in de provincie niet wordt benut door landbouwers. Reden genoeg om aan de alarmbel te trekken en na te denken over oplossingen.

54

O

m landbouwers inzicht te geven in welke locaties potentie hebben om een landbouwbedrijf uit te bouwen, ontwikkelden we binnen het project het ‘landbouwkompas’. Door de toenemende versnippering van het agrarisch gebied wordt de ontwikkelruimte voor landbouwers immers steeds schaarser. Met het landbouwkompas zien de landbouwers in één oogopslag de kansen en uitdagingen van een bepaalde bedrijfszetel en komen ze te weten of de locatie in de toekomst nog geschikt is voor landbouwgebruik. Agrarisch hergebruik van landbouwinfrastructuur heeft als doel het evenwicht te bewaren tussen ontwikkelruimte voor landbouwers enerzijds, en het vrijwaren van open ruimte anderzijds. Uiteraard kan de landbouwer dit niet alleen. Om concrete stappen vooruit te zetten en de herontwikkelingen te kunnen realiseren, werd een actieplan uitgewerkt met acties en verschillende instrumenten die noodzakelijk zijn voor de herontwikkeling van hoeves. Zo zijn instrumenten nodig om zonevreemde mogelijkheden te beperken, om agrarische herontwikkeling te stimuleren én om sloop en ontharding te ondersteunen. Samenwerking tussen deze instrumenten is nodig om stappen vooruit te zetten in het vrijwaren van de open ruimte. Om deze samenwerking te verzekeren, wordt momenteel de oprichting verkend van een actieplatform herontwikkeling hoeves binnen de schoot van het Open Ruimte Platform. Het project is niet alleen interessant voor wie met landbouw bezig is, dit project is ook relevant voor vele andere beleidsdomeinen en slaagt erin een beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking op te zetten. Verder inspireerde het project ook studiebureaus en gemeenten om de principes rond agrarische herontwikkeling op te nemen in ruimtelijke beleidsplannen.

Tijdens ons project praatten we met landbouwers over hun landbouwkompas, hun agrarische herontwikkeling en hun plannen. Deze stallen zouden nog afgebroken worden om plaats te ruimen voor weide. Goede vooruitzichten. / Provincie Antwerpen

55 Samenwerking

Samenwerking

Doordat de open ruimte in Vlaanderen stilletjes aan versnippert en bijgevolg de bebouwde oppervlakte toeneemt, heeft agrarische herontwikkeling het potentieel om de vicieuze cirkel van bijkomende verharding in het agrarisch gebied te doorbreken.


Spandoekenactie op poten gezet in Oud-Raveldonk. / Wouters & Fasseur / Provincie Antwerpen

KOPLOPERS ARO PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie Antwerpen – gemeenten Arendonk, Ravels en Oud-Turnhout RURANT vzw www.oud-raveldonk.be

A Samenwerking

rendonk, Ravels en Oud-Turnhout (ARO), samen vormen ze een grote open ruimte binnen de Noorderkempen. Het ARO-gebied is een enorm potentievol gebied en toch zijn er vandaag weinig initiatieven, noch op vlak van voedselverbreding, noch op vlak van toerisme. Dit is te wijten aan verschillende factoren. Landbouwers botsen namelijk aanzienlijk vaak op remmende regelgeving maar ook op logistieke beperkingen en gebrek aan investeringsruimte. Daarnaast heerst er ook een onbekendheid en een gebrek aan kennis bij de landbouwers over hoe potentievol de streek nu echt is. In het project Koplopers ARO worden deze struikelblokken aangepakt en formuleert men een oplossing op maat. Dit project heeft één doel: het maatschappelijke en economische draagvlak voor land- en tuinbouw in het ARO-gebied versterken. Het project Koplopers ARO richt een trekkersgroep op van land- en tuinbouwers, die vanuit eigenaarschap en een positief groepsgevoel, zelf initiatieven op poten zetten om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken. Eén van de noden die de koplopers formuleren is het belang van proactieve communicatie met burgers. Ze ontpoppen zich tot storytellers en maken het verhaal van landbouw uit de streek: ‘Oud-Raveldonk, waar het leven is zoals het zou moeten zijn’.

57 Samenwerking

56

K

oplopers ARO draagt de sterkte in zich om connectie te maken met anderen en vanuit samenwerking nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Deze geëngageerde groep van acht, die zich verenigde in de feitelijke vereniging Oud Raveldonk, treden op als buddy’s om zo hun collega’s de kneepjes van storytelling bij te brengen. Ze nodigen land- en tuinbouwers uit om te ontdekken hoe zij kunnen bijdragen aan ‘het leven zoals het zou moeten zijn’. Door het creëren van een kader voor unieke verhalen op maat, kunnen boeren hun eigen identiteit vertalen en naar buiten brengen. Dit proces overschrijdt de grenzen van de sectoren én van bedrijven, en zet in op de toekomst van de land- en tuinbouwsector in het gebied, waar elk bedrijf zijn plaats heeft. Oud-Raveldonk stimuleert eveneens het aangaan van niet-landbouw gerelateerde contacten, en het zich meer open durven stellen voor nieuwe invalshoeken en andere denkwijzen. Zo leren land- en tuinbouwers hun eigenheid en liefde voor het vak te verwoorden. Deze manier van werken biedt hen de gelegenheid om zelf een goed verhaal te maken en nieuwe ideeën uit te werken. Kortom, met de oprichting van Oud-Raveldonk triggeren de koplopers hun collega-land- en tuinbouwers om aan hun dorpsgenoten te vertellen waar landbouw nu echt voor staat, waarom de sector én hun bedrijf een plaats heeft in het gebied. Ze verspreiden hun verhalen onder andere door middel van filmpjes op hun website, op Facebook en ook via hun YouTube-kanaal. Zo verbinden ze zich als landbouwgemeenschap opnieuw met hun buren en bouwen ze samen aan een grote Oud-Raveldonk community!

#oud-raveldonk Storyteller Ann Christianen in een stal. / Wouters & Fasseur / Provincie Antwerpen


Bloeiinductie yacon in de Vives serre. Via gerichte bestuivingen wordt gepoogd zaad te winnen dat de start vormt voor een nieuwe variëteit. / Angelo Dewitte

YACOBAT

Gemeeschapsgedragen veredeling van de innovatieve gewassen yacon en bataat

PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking Provincie West-Vlaanderen Hogeschool Vives www.yacobat.be

S

inds het begin van de 19e eeuw is er reeds ongeveer 75% van de genetische diversiteit in landbouwgewassen verdwenen. Dit proces wordt alleen maar versneld door de globalisering van de voedselsystemen en de marketing errond. Dit heeft ertoe geleid dat het verlies in agrobiodiversiteit in onze voedselketen ondertussen een internationaal en politiek erkend probleem is.

Yacobat is een project dat gecoördineerd wordt door Hogeschool Vives. De naam van het project is een samenvoeging van ‘yacon’ en ‘bataat’ en is een gemeenschapsgedragen veredelingsinitiatief. In dit community based initiatief werken onderzoekers, liefhebbers en landbouwers samen om nieuwe en vooral lokale rassen van yacon en bataat te ontwikkelen.

58

D

e standaard oranje variëteiten van bataat zijn terug te vinden in de supermarkt, en dit veelal na intercontinentaal transport vanuit Amerika. Maar aangezien bataat op een korte periode uitgroeide tot een succesproduct, is de interesse in lokale variëteiten groot. De teelt van bataat is ondertussen in Vlaanderen uitgebreid tot 200 ha en er wordt verwacht dat dit de komende jaren nog verder zal stijgen. Veredeling is echter een proces dat tijd nodig heeft en het Yacobat-programma hoopt de eerste lokale bataatvariëteiten te lanceren in 2022. Hierbij heeft het programma niet enkel oog voor de standaard oranje variëteiten, maar ook voor paarse, gele of witte variëteiten met een breed smakenpallet. Yacon is een gewas afkomstig uit de Andes maar wordt reeds enkele jaren ook in Vlaanderen moeiteloos geteeld. Het staat vooral gekend als zoete knol die ook geschikt is voor diabetici. In tegenstelling tot bataat is het eerder ongekend voor de consument waardoor de verkoop moeilijk verloopt. Daarom wordt naast de ontwikkeling van lokale variëteiten ook sterk ingezet op de verwerking van yacon, met de ontwikkeling van enkele prototypes. Deze prototypes dienen als inspirerende voorbeelden om zowel de consument als de industrie met yacon aan de slag te laten gaan. Binnen het yacobat netwerk worden dan ook regelmatig ervaringen uitgewisseld over de verwerking van yacon. Ondertussen kun je in allerlei hoevewinkels producten terugvinden zoals appel-yaconsap, yacomousse of yacon-confituur. Ook yacon ijs en yacon sorbet werden reeds ontwikkeld. Er zijn ook filmpjes gemaakt: Channel | YACOBAT

Aanplant bataatproef in de tuinbouwafdeling van het Coltd Eeklo. / Geert Dieleman

59 Samenwerking

Samenwerking

Simultaan met dit probleem stijgt de interesse bij de consument voor lokale producten die tegelijkertijd een sterke variatie hebben in kleur, aroma en smaak. Vooral in de korte keten landbouw is deze trend merkbaar. Aan de hand van lokale veredelingsinitiatieven kan dit aangepakt worden en laat dat nu juist zijn wat Yacobat doet.


Zorggast met kalfje.

OMSCHAKELING VAN EEN KLASSIEK LANDBOUWBEDRIJF NAAR ZORGBOERDERIJ MET AANDACHT VOOR INCLUSIE PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

LEADER Provincie West-Vlaanderen, Kortemark Zorgboerderij Maes -

Z Samenwerking

orgboerderij Maes, die wordt uitgebaat door Tom en Karolien, was vroeger een klassieke boerderij met melkvee en vleesvee. Op een bepaald punt besloten ze dat ze meer wilden betekenen voor de maatschappij door zich in te zetten voor de meest kwetsbare personen in onze samenleving. Zo groeide stilletjes aan het idee om de klassieke boerderij achterwege te laten en niet de productie maar de mens centraal te stellen. Zorg was voor hun de belangrijkste focus en zo ontstond Zorgboerderij Maes in Kortemark die vandaag de dag wordt erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Tom en Karolien vormden hun weides om tot een plek waar hun zorggasten aan de slag konden. In de plaats van de klassieke boerderijdieren zetten ze nu in op de aankoop van kleine neerhofdieren zoals pony’s, schapen en lammeren die therapeutisch werken. Daarnaast vormden ze een deel van de weides om tot een domein met een boomgaard. Van de vruchten van de boomgaard maken ze samen met de zorggasten confituur. Maar dat is niet alles, ze creëerden moestuinvakken waarin er getuinierd wordt en er is ook een relaxplaats met poel voor time-out.

61 Samenwerking

60

D

oor deze omschakeling kunnen ze iedere dag van de week zorggasten opvangen. De zorggasten zijn minderjarige en meerderjarige personen met een beperking en hebben elk hun eigen vaste dag op de boerderij. Zij hebben een echte job op de boerderij waar een van de ‘taken’ is om de dierenverzorging en het onderhoud van de moestuinvakken op zich te nemen. Ze halen voldoening uit de omgang met dieren en het werken in de natuur. Op die manier krijgen ze het gevoel terug deel uit te maken van de maatschappij. Bij Zorgboerderij Maes kunnen de zorggasten tonen wat ze waard zijn waardoor hun zelfvertrouwen, zelfstandigheid en sociale redzaamheid wordt bevorderd. Hiermee willen ze ook mensen bewust maken dat personen met een beperking heel wat in hun mars hebben. Met dit project willen Tom en Karolien een hefboom zijn om te tonen dat landbouw ook op een andere manier kan en dat het aanbieden van zorg perfect te combineren valt met een landbouwbedrijf. Het is een andere manier van werken maar wel een manier die heel veel voldoening met zich meebrengt.

Perkje met vruchtenstruiken.


Netwerkmoment – uitleg les over schaal. Op de netwerkmomenten leerden de duo’s altijd iets bij. Hier wordt de les over de schaal uitgelegd met behulp van een tractor en een schaalmodel. / Inagro

SCHOOL@PLATTELAND PDPO III-maatregel Locatie Projectpromotor Projectwebsite

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen Provincie West-Vlaanderen Inagro www.schoolatplatteland.be

I

Elk tienwekentraject bestaat uit een inhoudelijk lesprogramma op maat van de school en de hoeve. In elke les worden dan één of meer lesinhouden behandeld in de betekenisvolle context van een specifieke boerderij (bv. lengtematen aanbrengen in een weide, volume toepassen in een sleufsilo, bestuiving in de boomgaard …). De uitgewerkte lessen zijn terug te vinden op de website www.schoolatplatteland.be. Binnen de website is het mogelijk om gericht te zoeken op leerinhouden en thema’s. Een praktisch luik houdt alle documenten van het draaiboek bijeen (sjablonen samenwerking, documenten communicatie naar ouders …).

62

S

cholen en leerkrachten zijn blij met de ondersteuning die dit project hen biedt in het groeien in outdoor education. Door de veelzijdige context van de boerderij, de uitgewerkte lessen en de ondersteuning bij de opstart, voelt werken rond outdoor education niet als een sprong in het diepe. Door leerlingen meer te laten doen, ervaren en samenwerken in plaats van te zitten en te luisteren, kan heel wat moois bereikt worden. Buiten én in beweging zijn, is gezond voor de kinderen, en door de verhoogde samenwerking zijn er meer kansen tot sociaal-emotionele groei. Leerkrachten bevestigen dat de leerstof die werd aangebracht op de boerderij - door het heel concreet karakter - veel makkelijker blijft hangen bij de leerlingen. Landbouwers getuigen dat door het enthousiasme over het project ook de sympathie voor de landbouw groeit. De leerlingen, de leerkrachten en hun families leren de landbouwers en de boerenstiel beter kennen en groeien over vooroordelen heen. Op die manier brengt het project niet alleen verhoogde kennis, maar smeedt het ook mooie banden van begrip en wederzijdse verstandhouding. Mooier kan landbouweducatie niet worden!

Dit campagnebeeld werd gebruikt om te communiceren over het project. / Inagro

63 Samenwerking

Samenwerking

n School@Platteland trekt een klas tien weken lang voor een halve dag per week naar de boerderij. Het project ontstond vanuit een samenwerking van hogeschool VIVES en de West-Vlaamse bezoekboerderijen uit het netwerk ‘Met de klas de boer op’. Vanuit VIVES werd heel wat kennis en expertise rond onderwijs en outdoor education meegebracht. Bij de bezoekboerderijen van ‘Met de klas de boer op’ (Inagro) lag reeds heel wat kennis rond het ontvangen van klasgroepen op de boerderij. Er werden meteen winstkansen gezien om het ruime publiek op een heel aangename manier kennis te laten maken met de landbouw, om banden aan te halen en om eventuele vooroordelen rond landbouw(ers) weg te werken.


VLAAMS RURAAL NETWERK


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Brochure_Prima_Plattelandsproject_PDPOIII.pdf by Vlaanderen-be - Issuu