Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/014bis
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 november 2019 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse Belastingsdienst (verder: VLABEL) tot het verkrijgen van een afschrift van het volledige administratieve dossier betreffende de aanslag in de erfbelasting, gevestigd ten aanzien van xxx voor aanslagjaar 2017 onder artikel xxx, die zou zijn gesteund op een voorstel tot ambtshalve aanslag. Op 10 december 2019 deelde VLABEL aan xxx mee dat er niet kon worden voldaan aan het openbaarheidsverzoek. Vervolgens diende xxx op 7 januari 2020 tegen die beslissing beroep in bij de beroepsinstantie. Dit beroep werd geregistreerd op 9 januari 2020. Op 5 februari 2020 nam de beroepsinstantie volgende beslissing: Het beroepschrift van xxx d.d. 7 januari 2020 tegen de weigeringsbeslissing van VLABEL wordt als ontvankelijk en deels gegrond en deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dient VLABEL een afschrift te verlenen van de aangifte ingediend voor de nalatenschap van xxx.
www.vlaanderen.be
De beroepsinstantie ziet zich, na heroverweging, genoodzaakt om haar beslissing OVB/2020/014 d.d. 5 februari 2020 in te trekken en het beroepschrift opnieuw te onderzoeken. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 8 november 2019. De in beroep aangevochten beslissing van VLABEL d.d. 10 december 2019 maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 7 januari 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Op 10 december 2019 stelde VLABEL beroeper ervan in kennis dat er niet kon worden voldaan aan het verzoek om een afschrift van het dossier betreffende de aanslag in de erfbelasting te bezorgen, gebaseerd op volgende motieven:
“In antwoord op uw vraag om een afschrift te bekomen van een of meerdere aangiftes uit het successiedossier van xxx, moet ik u meedelen dat ik niet kan voldoen aan uw verzoek. Artikel 3.20.0.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) bepaalt dat een afschrift of een uittreksel van de successieaangiften kan uitgereikt worden aan de betrokkenen of hun erfgenamen, of op verzoek van derden die voldoende belang aantonen. Wat een successieaangifte betreft, zijn de betrokkenen de personen die de aangifte ondertekend hebben. Ik stel vast dat xxx de gevraagde aangifte(s) niet ondertekend heeft, zodat deze persoon voor die aangifte(s) geen betrokken partij is in de zin van artikel 3.20.0.0.1 VCF. Om als derde aanspraak te kunnen maken op een afschrift van een successieaangifte, stelt voornoemd artikel dat die persoon voldoende belang moet aantonen. Meer bepaald moet het in de aanvraag aangehaalde belang afdoende zijn om de rechten te overrulen die de ondertekenaars van
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 2 van 10
de aangifte kunnen putten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 27 april 2016 (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (GDPR); uitgevoerd bij wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (BS 05/09/2018). De door u aangehaalde argumenten zijn niet afdoende om de privacyrechten van de ondertekenaars van de gevraagde aangifte(s) te overrulen.� 2. Inhoud van het beroepschrift Met zijn beroepschrift van 7 januari 2020 contesteerde xxx voorgaande beslissing en verduidelijkte hij dat er zich een betwisting voordoet omtrent de samenstelling van en de gerechtigden in de nalatenschap van xxx. Omwille van omstandigheden was het voor xxx initieel niet mogelijk om een aangifte van nalatenschap in te dienen. VLABEL heeft op 17 december 2018 ten aanzien van xxx een aanslag in de erfbelasting gevestigd ten bedrage van xxx euro en voor belastingverhogingen ten bedrage van xxx euro. Die aanslag blijkt ambtshalve te zijn gevestigd en blijkt te zijn gesteund op een voorstel van ambtshalve aanslag, waarin volgende elementen in aanmerking zouden zijn genomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
Vordering huurwaarborg flat Uitkering na overlijden Euronex wegens schade auto xxx Teruggave PB aj. 2016 Vordering Eni Vordering DKV Vordering Carvalco bvba Vordering Partena Vordering Nancy Staring Tegoeden AXA Bank Tegoeden Deutsche Bank Vermoeden artikel 27325 VCF verkoopprijs 29 juli 2016 xxx Vermoeden artikel 27325 VCF toebedeling gemeenschappelijk vermogen aan xxx bij overlijden xxx. Schulden forfaitair bepaald Begrafeniskosten forfaitair bepaald
xxx wenst over de documenten te beschikken waaruit de opgegeven bedragen bij deze punten blijken en waarop de ambtshalve aanslag is gesteund, enerzijds ter verificatie van die documenten en de lastens hem gevestigde aanslag en anderzijds om een geldige aangifte van nalatenschap te kunnen indienen, samen met een verzoek tot ambtshalve ontheffing voor het verschil in verschuldigde erfbelasting dat zal blijken uit een vergelijking tussen de ambtshalve aanslag en de in te dienen aangifte van nalatenschap. Aangezien VLABEL in de beslissing van 10 december 2019 stelt: “In antwoord op uw vraag om een afschrift
te bekomen van een of meerdere aangiftes uit het successiedossier van xxx, moet ik u meedelen dat ik niet
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 3 van 10
kan voldoen aan uw verzoek”, is het voor xxx niet duidelijk of het bestaan van de bestanddelen – zoals
weergegeven in het hoger vermelde overzicht – (louter) blijkt uit een of meerdere door anderen ingediende aangifte(n) van nalatenschap.
Met het beroepschrift van 7 januari 2020 werd de beroepsinstantie verzocht om VLABEL te verplichten om xxx afschrift te bezorgen van: -
Alle documenten, andere dan aangiften van nalatenschap, waaruit de elementen moeten blijken op basis waarvan de ambtshalve aanslag is gevestigd Alle aangiften ingediend voor de nalatenschap van xxx, aangezien hij hiertoe belang heeft – gezien de ambtshalve aanslag daarop is gesteund
Dit concreet overzicht van documenten waarvan afschrift wordt gevraagd kadert zonder twijfel binnen het oorspronkelijk ingediende verzoek om een afschrift van het dossier betreffende de aanslag in de erfbelasting te bezorgen en verduidelijkt van welke documenten uit het dossier precies afschrift wordt gevraagd.
3. Toelichting door VLABEL De beroepsinstantie nam op 9 januari 2020 contact op met VLABEL om met kennis van zaken het ingestelde beroep te kunnen beoordelen. VLABEL bezorgde de beroepsinstantie op 21 januari 2020 het volgende standpunt:
“Graag geef ik u de nodige toelichting omtrent dit dossier. Voor een goed begrip moet daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen afschriften of uittreksels van de successieaangiften en andere documenten die de belastbare grondslag kunnen bepalen. 1. Afschriften of uittreksels van de successieaangiften Een eerste belangrijk, zelfs essentieel punt, is dat deze problematiek niet enkel kan beoordeeld worden vanuit het Bestuursdecreet maar in de eerste plaats moet bekeken worden vanuit de Vlaamse Codex fiscaliteit. Men kan niet anders dan vaststellen dat de decreetgever het nodig heeft geacht naast het decreet openbaarheid van bestuur (thans het Bestuursdecreet) een lex specialis in te voeren (art. 3.20.0.0.1 VCF) meer bepaald voor de vragen i.v.m. een afschrift of een uittreksel van de successieaangiften. De historiek van deze bepaling geeft meer inzicht waarom deze specifieke bepaling er gekomen is. Art. 3.20.0.0.1 VCF luidt als volgt: Het bevoegde personeelslid reikt op verzoek van de betrokkenen in rechtstreekse naam, van hun erfgenamen of rechthebbenden of op verzoek van derden die voldoende belang aantonen, een afschrift of een uittreksel van de successieaangiften uit. De memorie van toelichting bij dit artikel (Stuk 114 (2014-2015) – Nr. 1 , p 64) stelt:
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 4 van 10
Dit artikel is gebaseerd op artikel 143 Wb. Succ. Er wordt niet langer voorzien dat een retributie kan gevraagd worden voor de uitreiking van afschriften of uittreksels van de successieaangiften. Het eerste lid, punt 2°, wordt niet volledig overgenomen. Derden zullen ook zonder bevel van de vrederechter afschriften of uittreksels van de successieaangiften kunnen vragen, op voorwaarde dat zij voldoende belang aantonen. M.a.w. ten aanzien van de vroegere federale regels was het duidelijk de bedoeling van de decreetgever om vanaf 1/1/2015 een versoepeling door te voeren, niet alleen door niet langer een retributie te vragen voor de gevraagde informatie maar bovendien moeten derden zich niet langer tot de vrederechter richten. Decretaal is wel voorzien dat de derden voldoende belang moeten tonen. De vroegere bepaling (opgeheven voor het Vlaamse Gewest vanaf 1/1/2015) luidde als volgt: Artikel 143 Onverminderd de bijzondere wetten, reiken de ontvangers der successierechten afschriften of uittreksels van de successieaangiften uit: 1° op verzoek van de betrokkenen in rechtstreekse naam, van hun erfgenamen of rechthebbenden; 2° op verzoek van derden, tegen bevel van de vrederechter. De uitreiking van voormelde stukken geeft aanleiding tot een door de Minister van Financiën vast te stellen retributie. Overigens vóór de overname van de dienst van de erfbelasting door VLABEL op 1/1/2015 bestond art. 143 Wb. Succ. naast de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Het is op zich geen nieuw gegeven. Wanneer een erfgenaam een afschrift vraagt van een aangifte die door hem (mede) is ondertekend zal deze verleend worden. Is de hoedanigheid van mede-erfopvolger een voldoende belang om een kopie te krijgen van een aangifte die men niet zelf heeft ondertekend? Er wordt sowieso in dat geval geen kopie van de aangifte bezorgd. De Vlaamse Belastingdienst meent dat de privacy van de personen die de aangifte hebben ingediend alsook het beroepsgeheim te zeer geschaad zou worden door een kopie van de aangifte te verstrekken. M.a.w. bij de concrete invulling van het belang zoals verwoord in art. 3.20.0.0.1 VCF houdt VLABEL rekening met de uitzonderingsgronden die ook het Bestuursdecreet in de praktijk bieden. Zelfs wanneer men van oordeel zou zijn dat de lex specialis hier geen toepassing zou kennen zou een beoordeling op basis van het Bestuursdecreet uiteindelijk op hetzelfde neerkomen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 5 van 10
Het beroepsgeheim (een absolute uitzondering op de openbaarheid in het kader van artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet) is geregeld in artikel 3.19.0.0.2 VCF: Een persoon die, op welke grond ook, optreedt bij de toepassing van de bepalingen van deze codex of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, is, buiten de uitoefening van zijn ambt verplicht tot volstrekte geheimhouding over alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft. Erfgenamen kunnen er immers voor opteren al dan niet een gezamenlijke aangifte in te dienen. Als ze dat niet doen zijn daar vaak bepaalde redenen voor. Zij zijn een derde t.a.v. de erfgenamen die een andere aangifte (al dan niet samen) hebben ondertekend. Vaak zijn het partijen die met elkaar in onmin zijn waardoor de naleving van het beroepsgeheim door VLABEL met een vergrootglas wordt bekeken. Eén en ander laat geen marge voor een soepele interpretatie. 2. Andere documenten Anderzijds wil VLABEL wel tegemoet komen aan de informatienood van de mede-erfopvolger die de ingediende aangifte niet heeft mede ondertekend en die dus zelf een aangifte moet indienen en daartoe niet noodzakelijk over de nodige informatie beschikt. Die informatie valt buiten art. 3.20.0.0.1 VCF en valt dan onder de regels van het bestuursdecreet. Het betreft eigenlijk de gegevens waarover Vlabel beschikt uit de aangifte en zou aanwenden om een ambtshalve aanslag te vestigen. Dat is nu net wat in dit dossier ook aan de orde was en waar wel degelijk een vergissing is gebeurd bij de afhandeling van de vraag. De vraag om een kopie van het successiedossier is in zijn geheel afgewezen. De aanvrager heeft effectief geen recht op een kopie van de aangifte, maar hij heeft wél recht op andere informatie uit het successiedossier. Gezien dat informatie is die wel relevant is voor zijn eigen fiscaal dossier (i.t.t. de aangifte van de andere erfgenamen) spelen hier geen uitzonderingsgronden en dient de betrokken informatie bezorgd te worden aan de aanvrager. VLABEL zal zo snel mogelijk het nodige doen om die informatie alsnog te bezorgen.” Per brief van 21 januari 2020 kwam VLABEL vervolgens gedeeltelijk tegemoet aan de aanvraag tot openbaarheid, door een afschrift te bezorgen van een aantal stukken en documenten. In die brief herhaalde VLABEL dat een afschrift van de ingediende aangifte van nalatenschap niet kon worden verleend, omwille van wat volgt:
“Dergelijke aangifte bevat immers persoons- en andere gegevens met betrekking tot de betrokken partijen, die beschermd zijn door de AVG […]. Bovendien ben ik als ambtenaar gebonden aan het beroepsgeheim zoals geregeld in artikel 3.19.0.0.2 VCF. Bijgevolg kan ik u geen kopie van de integrale aangifte(s) bezorgen. Artikel 3.20.0.0.1 VCF bepaalt dat een afschrift of een uittreksel van de successieaangifte kan uitgereikt worden aan de betrokkenen of hun erfgenamen, of op verzoek van derden die voldoende belang aantonen. Wat een successieaangifte betreft, zijn de betrokkenen de
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 6 van 10
personen die de aangifte ondertekend hebben. Ik stel vast dat xxx de gevraagde aangifte niet ondertekend heeft, zodat hij voor die aangifte geen betrokken partij is in de zin van artikel 3.20.0.0.1 VCF. Ik stuur u als bijlage een kopie van de relevante documenten uit het successiedossier van xxx. Ook verwijs ik naar de brief ‘voorstel ambtshalve aanslag’ van datum 10//10/2018 (bijgevoegd). Zoals vermeld in die brief heeft VLABEL bepaalde activa gebaseerd op vermoedens volgens artikel 2.7.3.2.5 VCF. Meer stukken zijn er niet aangezien u ondanks herhaaldelijk verzoek geen aangifte van nalatenschap, vergezeld van nodige actief- en passiefstukken, heeft ingediend. Wat de andere activa betreft die u opsomt, kan ik enkel verwijzen naar de berichten van mijn collega xxx, ook bijgevoegd.” Aangezien VLABEL xxx naar aanleiding van het ingediende beroep bepaalde stukken en informatie heeft bezorgd, contacteerde de beroepsinstantie hem op 22 januari 2020 met de vraag of die openbaarmaking kon volstaan. Hierop reageerde xxx per brief van 29 januari 2020 dat hiermee allerminst aan zijn aanvraag werd voldaan, aangezien hem enkel een afschrift werd verleend van een beperkt aantal documenten zoals in het hierboven vermelde overzicht opgesomd, meer bepaald punten 9, 10 en 12 (gedeeltelijk). Indien uit de aangifte van nalatenschap een of meerdere van de elementen zou blijken, zoals weergegeven in voormeld overzicht, dan dient xxx afschrift te worden verleend van die aangifte. Indien elementen blijken uit andere stukken, dan dient VLABEL van die andere stukken afschrift te verstrekken, aldus xxx.
4. Standpunt van de beroepsinstantie -
Betreffende alle documenten uit het administratieve dossier inzake de aanslag in de erfbelasting, andere dan aangiften van nalatenschap
VLABEL deelde in haar brief van 21 januari 2020 aan xxx mee dat alle relevante documenten uit het successiedossier van xxx als bijlage bij die brief werden meegestuurd. Per mail van 31 januari 2020 bevestigde VLABEL nog eens aan de beroepsinstantie dat er niet meer stukken in haar bezit zijn dan diegene die aan xxx werden overgemaakt, wat door de beroepsinstantie na onderzoek van het dossier eveneens kan worden bevestigd. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Aangezien VLABEL geen andere stukken in haar bezit heeft dan diegene waarvan al afschrift werd verleend, dient dit onderdeel van het beroepschrift als ongegrond te worden beschouwd. -
Betreffende alle aangiften ingediend voor de nalatenschap van de vader van xxx
Artikel 3.20.0.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) bepaalt dat een afschrift of een uittreksel van de successieaangiften kan uitgereikt worden aan de betrokkenen of hun erfgenamen, of op verzoek van derden die voldoende belang aantonen. Het komt de beroepsinstantie voor dat VLABEL xxx in casu terecht als niet betrokkene maar als derde heeft beschouwd, aangezien hij de betreffende aangifte niet mee heeft ondertekend.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 7 van 10
VLABEL benadrukt in verschillende reacties zowel aan xxx als aan de beroepsinstantie dat het geen afschrift van de aangifte in kwestie kan geven, aangezien dit in strijd zou zijn met de bepalingen rond de bescherming van persoonsgegevens zoals vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 27 april 2016 (AVG). Artikel 86 van de AVG biedt de Lidstaten immers de mogelijkheid om een specifieke wetgeving uit te vaardigen of te behouden betreffende de toegang van het publiek tot officiële documenten met inbegrip van de documenten die persoonsgegevens bevatten op grond van de wetgeving bedoeld in het Unierechtelijk of Lidstatelijk recht waaronder de overheidsinstantie of het overheidsorgaan valt (artikel 86 juncto considerans 154 AVG). Om deze reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat de bepalingen van Titel II, Hoofdstuk 3 van het Bestuursdecreet (waarin de regels zijn opgenomen inzake de toegang tot bestuursdocumenten) in casu van toepassing zijn, naar aanleiding van dit openbaarheidsverzoek. De beroepsinstantie meent dan ook dat de hierna vermelde gegevens, die allemaal zijn terug te vinden in de opgevraagde nalatenschapsaangifte, moeten worden afgeschermd in het kader van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken natuurlijke personen: - De namen van de indieners van de aangifte - De adressen van de indieners - De burgerlijke stand van die personen - Het Rijksregisternummer - Geboorteplaats en -datum - Het aandeel in de erfenis - Verwantschapsgraad met overledene - Hun hoedanigheid Bovendien kan de beroepsinstantie niet aan de vaststelling voorbij dat de identiteit van de indieners mogelijks kan achterhaald worden op basis van het handschrift, zoals terug te vinden op de handgeschreven successieaangifte in kwestie. De beroepsinstantie oordeelt dan ook dat er geen afschrift van dit document aan beroeper kan worden verleend zonder dat de handgeschreven delen onleesbaar worden gemaakt en meent, aan de hand van een studie van de aangifte, dat beroeper al voldoende en correct geïnformeerd werd wat betreft de inhoud ervan. De beroepsinstantie wijst heel in het bijzonder naar artikel II.34.2° van het Bestuursdecreet. Dit artikel bepaalt dat een overheidsinstantie het verzoek voor wat betreft andere dan milieu-informatie afwijst als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 8 van 10
er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De beroepsinstantie stelt vast dat de gegevens, zoals die hiervoor werden vermeld en die voorkomen in de opgevraagde successieaangifte, ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokken personen behoren. Het vrijgeven van deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na inzage van de betreffende aangifte, om dezelfde redenen als hierboven vermeld, van oordeel dat deze inderdaad elementen bevat die tot de persoonlijke levenssfeer van de indieners behoren en dat de openbaarmaking van die gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Bijgevolg moeten deze gegevens dan ook worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Aangezien zoals vermeld mogelijks de identiteit van de indieners kan worden achterhaald op basis van het handschrift, oordeelt de beroepsinstantie in casu ook op basis van voornoemd artikel uit het Bestuursdecreet (artikel II.34, 2°) dat de geschreven onderdelen van de aangifte onttrokken dienen te worden aan de openbaarmaking. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet vermeldt nog dat, als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2°, de beroepsinstantie contact opneemt met de betrokkene en vraagt of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument (als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie). De beroepsinstantie heeft daarom de betrokkenen gecontacteerd, doch tot op heden werd hun toestemming daarvoor niet bekomen. Het beroepsonderdeel wordt omwille van het voorgaande gedeeltelijk gegrond verklaard.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 9 van 10
Na beraadslaging,
BESLUIT: De beslissing van de beroepsinstantie OVB/2020/014 d.d. 5 februari 2020 wordt ingetrokken. Het beroepschrift van xxx d.d. 7 januari 2020 tegen de weigeringsbeslissing van VLABEL wordt als ontvankelijk en deels gegrond en deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dient VLABEL een afschrift te verlenen aan verzoeker van de aangifte ingediend voor de nalatenschap van de vader van zijn cliĂŤnt, xxx, weliswaar mits het onleesbaar maken van alle handgeschreven onderdelen.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 14 februari 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/014bis
pagina 10 van 10