Skip to main content

transitieinitieelberoepsonderwijsnaararbeidsmarkt_voorstel.pdf

Page 1

Thema 2 Human resources management Topic 9 Transities onderwijs-arbeidsmarkt Onderzoeksvoorstel voor het onderzoeksprogramma VIONA-2000

Prof. dr. Jan Van Damme (K.U.Leuven) Veerle Van de Velde (HIVA-K.U.Leuven)


1.

Promotoren

Dit projectvoorstel kadert binnen de werking en wordt ingediend vanuit de SONAR-onderzoeksgroep. De SONAR-onderzoeksgroep is een interuniversitair en interdisciplinair samenwerkingsverband tussen de Vakgroep Sociale Economie van de Universiteit Gent (prof. dr. Eddy Omey), de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel (prof. dr. Ignace Glorieux), de Vakgroep Algemene Economie van de UFSIA (prof. dr. Piet Coppieters), het Centrum voor Secundair en Hoger Onderwijs van de K.U.Leuven (prof. dr. J. Van Damme) en de Sector Onderwijs en Arbeidsmarkt van het HIVA (mevr. Veerle Van de Velde). De wetenschappelijke en administratie coördinatie van SONAR gebeurt vanuit het Steunpunt WAV (Peter Van der Hallen en Walter Van Trier). Als verantwoordelijke voor de wetenschappelijke vormgeving en de uitvoering van dit specifieke projectvoorstel zullen optreden: − Prof. dr. Jan Van Damme (Centrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, K.U.Leuven) voor wat betreft de onderdelen omschreven onder Fase 2. − Mevr. Veerle Van de Velde (Sector Onderwijs en Arbeidsmarkt, HIVA) voor wat betreft de onderdelen omschreven onder Fase 1 en Fase 3. De overige leden van de SONAR-onderzoeksgroep zullen de onderzoeksvoortgang met hun expertise ondersteunen en regelmatig als klankbord functioneren.

2.

Titel

Transitie van het initieel beroepsonderwijs naar de arbeidsmarkt met speciale aandacht voor de ongekwalificeerde schoolverlaters.

3.

Bondige omschrijving van het onderzoeksproject

In het onderzoeksproject wordt vertrokken vanuit een tweetal vaststellingen: (a) enerzijds het toenemend belang van scholingsniveau en werkervaring bij de aanwerving welke vooral ongekwalificeerde schoolverlaters in een uiterst kwetsbare positie stelt bij hun intrede op de arbeidsmarkt, (b) anderzijds het kwantitatief beperkte succes van de deeltijdse onderwijssystemen die als alternatief worden aangeboden aan jongeren die voor hun 18 jaar de school willen ruilen voor werk. In het licht van deze vaststellingen staan in dit onderzoek volgende vragen centraal: − welke motieven liggen aan de basis om de school voortijdig te verlaten? Welke kosten-baten-analyse maken jongeren bij hun keuze voor het afbreken van de opleiding? − in welke mate komen de deeltijdse onderwijssystemen al dan niet tegemoet aan de behoeften van de jongeren waarvoor het voltijds secundair onderwijs geen alternatief is? Hoe verloopt de toeleiding naar de deeltijdse systemen en wat is de kwaliteit van de werkervaring die kan worden opgebouwd tijdens de deeltijdse leerplicht? − in welke mate zijn jongeren die het initieel beroepsonderwijs verlaten voldoende uitgerust om de arbeidsmarkt als volwaardige deelnemers te betreden: hoe verloopt de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden van het TSO, het BSO en de deeltijdse systemen in vergelijking met de arbeidsmarktintrede van uitstromers zonder formele kwalificatie van het secundair onderwijs? Om dit te onderzoeken wordt een beroep gedaan op twee bestaande databanken, m.n. de LOSO- en SONAR-gegevensbank welke zullen verrijkt met een bijkomende dataverzameling. De bedoeling van het onderzoek is:


− − −

meer inzicht te verwerven in de oorzaken en beweegredenen om de school voortijdig te verlaten en deze vervolgens te evalueren in het licht van kenmerken van de schoolloopbaan die hieraan voorafging; inzicht te verwerven in de knelpunten bij de toeleiding naar de verschillende deeltijdse onderwijssystemen (leertijd van de middenstand en het DBSO) en de kwaliteit van de arbeidscomponent te evalueren in termen van een betere aansluiting met de arbeidsmarkt op korte en middellange termijn; het rendement van het initieel beroepsonderwijs te evalueren door de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden uit het voltijds en deeltijds beroepssecundair onderwijs te vergelijken met de arbeidsmarktintrede van uitstromers zonder formele kwalificatie van het secundair onderwijs.

Het onderzoek dient te resulteren in een reeks van beleidsaanbevelingen inzake de (preventie) van ongekwalificeerde uitstroom.

4.

Vermelding van het thema en topic waarbij het projectvoorstel aansluit

Thema 2: Human Resources Management. Topic 9: Transities onderwijs-arbeidsmarkt

5.

Gedetailleerd tijdschema

Fase 1: Literatuurstudie

2 maanden

Fase 2: Bijkomende dataverzameling

8 maanden

Fase 3: Analyse en rapportering − Analyse van het voortijdig schoolverlaten − Analyse van de toeleiding en de arbeidsmarktcomponent van de deeltijdse onderwijssystemen − Analyse van de arbeidsmarktintrede van: − Afgestudeerden van het TSO − Afgestudeerden van het BSO − Afgestudeerden van de deeltijdse onderwijssystemen − Uitstromers zonder formele kwalificatie van het S.O. − Rapportering

6.

2 maanden 1 maand 5 maanden

2 maanden

Valorisatie van de onderzoeksresultaten

In functie van de beleidsaanbevelingen die het onderzoek wil formuleren inzake de (preventie) van ongekwalificeerde uitstroom, zullen de onderzoeksresultaten en conclusies van de onderzoekers ter bespreking worden voorgelegd aan beleidsbetrokkenen en relevante actoren uit het veld. Hiertoe zal een rondetafelconferentie worden opgezet. De samenstelling van de deelnemers aan deze conferentie zal in samenspraak met de visiegroep gebeuren. De onderzoeksresultaten zullen ook worden gepubliceerd in wetenschappelijke en beleidsgerichte tijdschriften en gepresenteerd op een seminariereeks gepland door de SONAR-onderzoeksgroep. Internationaal zullen de onderzoeksresultaten worden gevaloriseerd via de netwerken ‘Transitions in Youth’ en ‘Catewe’ waarin de meeste Europese instellingen die transitieonderzoek verrichten, zijn verenigd. De gegevensverzameling uitgevoerd in het kader van dit onderzoeksproject draagt ook bij tot de verdere uitbouw en vervollediging van een bestaande gegevensbank die de overgangsprocessen van meerdere cohorten over meerdere meetmomenten in de tijd in kaart tracht te brengen. De nieuw verzamelde gegevens zullen


bijgevolg ook als vergelijkingsbasis fungeren voor nieuwe cohorten overheen de tijd en zullen ook worden gevaloriseerd in toekomstig onderzoek.


7.

Lopende onderzoeksprojecten

A. Relevante onderzoeksprojecten van de Sector Onderwijs en Arbeidsmarkt (HIVA) Sectorverantwoordelijke: Mia Douterlungne Projectleiders:

Joost Bollens Ides Nicaise Ludo Struyven Veerle Van de Velde

De sector Onderwijs en Arbeidsmarkt verricht onderzoek over twee domeinen: onderwijs en arbeidsmarkt. Het onderwijsonderzoek concentreert zich rond drie grote topics: onderwijs en sociale ongelijkheid, de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en de onderwijs-economische aspecten. Het arbeidsmarktonderzoek concentreert zich rond vier grote topics: het actief arbeidsmarktbeleid voor achtergestelde groepen, de opleiding en begeleiding voor werkenden en de lokale actoren en intermediairen op de arbeidsmarkt. De thema’s worden vanuit drie disciplines benaderd: pedagogie, sociologie en economie. Onderzoeksprojecten De sociale economie en de crisis van de verzorgingsstaat en de tewerkstelling opdrachtgever: Diensten van de Eerste Minister-Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (DWTC) looptijd: 1/01/96 tot 31/12/99 Naar een hernieuwd pact tussen sociale zekerheid en tewerkstelling opdrachtgever: Diensten van de Eerste Minister-Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (DWTC) looptijd: 1/01/96 tot 31/12/99 Valkuilen en springplanken in Europese stelsels van minimum inkomens opdrachtgever: European Commission - DG V looptijd: 1/12/99 tot 31/12/00 Trendrapport Europese Werkgelegenheidsrichtsnoeren 1 en 2 in Vlaanderen opdrachtgever: Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme - R. Landuyt (VIONA) looptijd: 1/12/99 tot 15/06/00 School dropout in Thailand opdrachtgever: ONEC Thailand / World Bank looptijd: 1/01/00 tot 31/12/01 Minimuminkomen en maatschappelijke integratie in EG-lidstaten opdrachtgever: Minister van Maatschappelijke Integratie - J. Vande Lanotte looptijd: 1/12/99 tot 30/11/00


Improving minimum income systems in the EU opdrachtgever: European Centre for Workers' questions (EZA) looptijd: 1/04/00 tot 15/02/01 Vrouwen in technische opleidingen en functies opdrachtgever: Europese Commissie - DG XXII (Leonardo) looptijd: 2/12/96 tot 1/12/98 Forum for European Research in Vocational Education and Training (FORUM) opdrachtgever: Europese Commissie - DG XXII (Leonardo) looptijd: 1/03/98 tot 1/03/00 Onderzoek naar een nieuw organisatiemodel van ongekwalificeerde jongeren opdrachtgever: Europese Commissie - DG XXII (Leonardo) (subcontract van National Centre for Social Research, Ekke, Athens) looptijd: 8/12/97 tot 22/04/00 Ontwikkelen van een instrument voor de opvolging van de ongekwalificeerde uitstroom opdrachtgever: Vlaams minister van Onderwijs en Ammbtenarenzaken - E. Baldewijns (OBPWO) looptijd: 1/01/99 tot 31/12/00 De overgang van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs. Analyse van de verwijzingspraktijk in PMS-centra opdrachtgever: Vlaams minister van Onderwijs en Ammbtenarenzaken - E. Baldewijns (OBPWO) looptijd: 1/12/98 tot 30/11/00 Zorgbreedte basisonderwijs opdrachtgever: Vlaams minister van Onderwijs en Vorming - M. Vanderpoorten (OBPWO) looptijd: 15/11/99 tot 31/03/01 Flexibilisering van het onderwijs in de kennismaatschappij. Vormen, strategiĂŤn en beleidsscenario's van een meer flexibele onderwijsvoorziening in het beroepsonderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs in Vlaanderen opdrachtgever: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Programma Beleidsgericht Onderzoek) looptijd: 01/12/99 tot 31/12/2002 Improving transition of low-achieving school-leavers to vocational education and training opdrachtgever: Europese Commissie - DG XXII (Socrates) looptijd: 16/03/00 tot 29/11/00 Evaluatie van het doelstelling 3-programma voor de Vlaamse gemeenschap over de periode 1 juli 1997 - 31 december 1999 opdrachtgever: Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans; ComitĂŠ van Toezicht doelstelling 3 Vlaanderen looptijd: 1/11/97 tot 30/06/00 Actualisatie 1998 - Evaluatie Operationele Programma's doelstelling 3 en 4 opdrachtgever: Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid , belast met het Gelijke Kansenbeleid - M. Smet looptijd: 1/12/98 tot 17/10/99


Activerend arbeidsmarktbeleid: luik 2, fase 1: Institutionele analyse van de toeleiding opdrachtgever: Vlaams Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans (VIONA) looptijd: 15/10/98 tot 31/03/00 Ex-ante evaluatie van het enkelvoudig programmeringsdocument doelstelling 3 van het Europees Sociaal Fonds opdrachtgever: Vlaamse Gemeenschap, administratie Werkgelegenheid, afdeling Europa Werkgelegenheid looptijd: 1/09/99 tot 20/10/99 Integrated approaches to active welfare and employment policies. National report for Belgium opdrachtgever: European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions, Dublin looptijd: 14/12/99 tot 15/06/00 Trendrapport arbeidsmarkt en lokale actoren opdrachtgever: Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme - R. Landuyt (VIONA) looptijd: 1/12/99 tot 15/06/00 Verkennende onderzoek naar het aanbod van technisch geschoolde werkzoekenden in Vlaanderen opdrachtgever: Pact Brabant/PSW (NL) looptijd: 1/01/00 tot 31/01/00 Studiekosten in het basisonderwijs opdrachtgever: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Beleidsgerichte Coördinatie (OBPWO) looptijd: 1/11/97 tot 31/10/99 Opleidingsbeleid in Vlaamse bedrijven: determinerende factoren en knelpunten opdrachtgever: Vlaams Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans (VIONA) looptijd: 1/11/98 tot 30/08/99 Studiekosten in het Hoger Onderwijs opdrachtgever: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Beleidsgerichte Coördinatie (OBPWO) looptijd: 1/12/98 tot 30/11/99 Activerend arbeidsmarktbeleid, Luik 1: Verkenning van de verdere mogelijkheden van een activerend beleid opdrachtgever: Vlaams Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans (VIONA); ESF-Comité van Toezicht doelst. 3 Vlaanderen looptijd: 1/11/98 tot 31/03/00 Studiekosten in het secundair onderwijs opdrachtgever: Vlaams minister van Onderwijs en Ammbtenarenzaken - E. Baldewijns (OBPWO) looptijd: 1/12/98 tot 30/11/00 Evaluatie van het doelstelling 4-programma voor de Vlaamse Gemeenschap over de periode 1 januari 1998 30 juni 2000 opdrachtgever: Vlaams minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans; Comité van Toezicht doelstelling 4 Vlaanderen looptijd: 1/01/98 tot 30/06/01


Financiering niet-leerplicht onderwijs opdrachtgever: Vlaams minister van Economie, Ruimtelijke ordening en Media - D. Van Mechelen (Programma Beleidsgericht Onderzoek) looptijd: 1/09/99 tot 31/12/02 De impact van de overheid op het opleidingsbeleid in de ondernemingen opdrachtgever: Vlaams Minister van Werkgelegenheid en Toerisme - R. Landuyt (VIONA); ESF-Comité van Toezicht doelstelling 4 Vlaanderen looptijd: 1/10/99 tot 30/09/00 Van onderwijs naar arbeidsmarkt opdrachtgever: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Departement Onderwijs looptijd: 1/09/98 tot 28/02/00 Vergelijking van carrièreprofielen van Nederlandse en Vlaamse afgestudeerden van technische opleidingen in het hoger onderwijs opdrachtgever: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs looptijd: 1/04/99 tot 1/07/99 Evaluatieonderzoek van het onderwijsbeleid ten aanzien van etnische minderheden in het lager onderwijs opdrachtgever: Vlaams Minister van Onderwijs en Vorming - M. Vanderpoorten (OBPWO) looptijd: 1/11/99 tot 31/10/01 B. Relevante onderzoeksprojecten van het Onderzoekscentrum voor secundair en hoger onderwijs Leiding: J. Van Damme Huidige medewerkers: − AAP: M.C. Opdenakker, lic. ped. wet. − FWO: B. De Fraine, lic. ped. wet. (mandaat) G. Van Landeghem, lic. natuurkunde en computerwet. (project) − BAP: W. Mertens, lic. psych. J. Meyer, lic. ped. wet. A. Van den Broeck, lic. psych. E. Van de gaer, lic. psych. − LIVO: K. Willockx, lic. psych. (gesco) − ATP: B. Claesen (deeltijds) Onderzoeksdomein Kenmerkend voor het onderzoek van het centrum is wat wel eens averechtse diagnostiek genoemd wordt. We bestuderen wat met individuele leerlingen gebeurt om van daaruit uitspraken over het onderwijs als systeem te doen. Die invalshoek was de aanleiding van onze belangstelling voor longitudinaal schoolloopbaan onderzoek, dat in het laatste decennium gecombineerd wordt met onderzoek naar onderwijseffectiviteit (zowel op het niveau van de school als op het niveau van de klas).


Dergelijk onderzoek uitvoeren is geen sinecure, zeker niet in Vlaanderen. Het vereist onder meer een grote inzet van middelen en energie, met het oog op de gegevensverzameling. Gedurende enige tijd was dit een hoofdactiviteit van het onderzoekscentrum. Sedert enkele jaren is de fase van analyse en rapporteren aangebroken. Dit blijkt uit o.m. de recente toename van het aantal lopende doctoraatsproefschriften en van bijdragen op internationale congressen (ORD 96, AERA 97, ORD 97, ICSEI 98, AERA 98, ICSEI 99, AERA 99, ORD 99, EARLI 99, ICSEI 2000, AERA 2000) en ook uit het indienen van een ondertussen goedgekeurd FWO-project (o.l.v. P. Onghena) In de periode waarin de hoofdactiviteit bestond in het opbouwen van een o.i. uniek gegevensbestand, werd geregeld gepubliceerd, in het bijzonder in het Tijdschrift voor Onderwijsbeleid en Onderwijsrecht. Die publicaties zijn veelal het resultaat van kleinere projecten die gefinancierd werden door een Vlaams fonds voor beleidsgericht onderwijsonderzoek. Onderzoeksprojecten Contract- en projectonderzoek A. afgewerkt in 1992-1999 als promotor Internationale educatieve indicatoren, Dept. Onderwijs, OESO, INES, 1991-95, 9.424.730 BEF De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) Dept. Onderwijs, FKFO-MI-project nr. 89.10, 1989-1999, 75.267.646 BEF Krediet aan navorsers FWO ‘De studieloopbaan van Vlaamse jongeren’, 1992-95, 500.000 BEF Vooronderzoek naar de slaagkansen in de instellingen voor hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap, VLOR, 1995, 625.000 BEF De ontwikkeling en evaluatie van een adequate onderwijsstrategie voor het leren oplossen van vakinhoudelijke problemen, Dept. Onderwijs FKFO-MI, 1990-92, 3.726.877 BEF Slagen in de kandidaturen aan de Vlaamse Universiteiten, VLIR, 1995, 100.000 BEF Schoolse vertraging in het basisonderwijs in Vlaanderen, Dept. Onderwijs, INES, 1996, 1.072.500 BEF Realistische wiskunde in Nederland en Vlaanderen, Universiteit Twente, K.U.Leuven, Centrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, 1997, 223.650 BEF Slaagcijfers aan de universiteiten: Limburg versus de overige Vlaamse provincies. Provincie Limburg, 120.000 BEF


als co-promotor Schoolmanagement en kwaliteitsverbetering in het onderwijs, Dept. Onderwijs FKFO-MI, 1989-92, 10.400.000 BEF Evaluatie van de lokale schoolraden en de participatieraden in het onderwijs, Dept. Onderwijs (O.B.P.W.O.), 1994-96, 4.294.000 BEF B. lopend in 1999-2000 als promotor Onderzoek naar het verschil in schools presteren tussen jongens en meisjes in Vlaanderen. Dept. Onderwijs, O.B.P.W.O., 1999-2001, 4.558.000 BEF Einddatum: september 2001 Medewerker: E. Van de gaer Het prestatiegericht versus het gemeenschapsgericht klimaat op school. Een onderzoek naar de effectiviteit van scholen en klassen m.b.t. prestaties en welbevinden. FWO, 1998-2000 Voorlopige einddatum: september 2000 Medewerker: B. De Fraine (mandaat FWO) Betekenis van de schoolloopbanen, scholen en subregio’s voor de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. Bestendige Deputatie Limburg, 1999-2000, 1.694.000 BEF Einddatum: september 2000 als co-promotor Van school naar werk: de implementatie van een permanent en longitudinaal waarnemingsinstrumentarium. PBO, 1998-2000, 6.228.000 BEF Einddatum: augustus 2000 Medewerkers: J. Meyer W. Mertens (deeltijds) ATP: B. Claesen (deeltijds) ‘To center or not to center’ en het effect van verschillende vormen van centreren in multiniveau-analyses. FWO, 1998-2000, 6.438.000 BEF Einddatum: december 2000 Medewerkers: G. Van Landeghem (project FWO) Basisindicatoren voor een coherent jeugdbeleid in Vlaanderen: een geïntegreerd wetenschappelijke aanpak. Impulsprogramma Humane Wetenschappen, 1997-2000, 8.662.025 BEF Einddatum: december 2000 Medewerker: W. Mertens TIMSS-Repeat onderzoek. Departement Onderwijs, 1998, 4.449.500 BEF Einddatum: december 2000 Medewerker: A. Van den Broeck


Peilingsonderzoek informatieverwerving- en verwerking in de eerste graad secundair onderwijs. O.B.P.W.O. 99.06, 1999-2001 Einddatum: september 2001, 9.457.800 BEF Medewerkers: S. Bellens en W. Ruts Begeleiding van doctoraten In voorbereiding als promotor Opdenakker M.-C., Onderzoek naar de invloed van individuele leerlingen-, lesgroep-, leerkracht- en schoolkenmerken op leerprestaties van leerlingen. De Fraine B. (co-promotor P. Onghena, K.U.Leuven), Het prestatiegericht versus het gemeenschapsgericht klimaat op school. Een onderzoek naar de effectiviteit van scholen en klassen m.b.t. prestaties en welbevinden. als co-promotor Van Landeghem G. (promotor: P. Onghena, K.U.Leuven), ‘To center or not to center’ en het effect van verschillende vormen van centreren in multiniveau-analyses.

8. J. Van Damme Publicaties (periode 1992-2000) Artikels in internationale gereviewde tijdschriften Opdenakker M.-C. & Van Damme J. (1997), ‘Centreren in multilevelanalyse: implicaties van twee centreringsmethoden voor het bestuderen van schooleffectiviteit’, Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 4, p. 264290. Artikels in andere wetenschappelijke tijdschriften Van Damme J. (1992), ‘Schoolse vertraging en zittenblijven: frekwentie, betekenis en beleving door de leerling’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 2, p. 103-119. De Groof J., Van Damme J., Vanbeveren A., Heene J., Van De Poele L., Libotton A., Bronders M., Daems F. & Leysen A. (1992), ‘Indicatoren voor het onderwijsbeleid. Een stand van zaken van het OESO-project "INES"’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 3, p. 142-156. Van Damme J. (1994), ‘Over leerling- en personeelsaantallen en de verhouding daartussen’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 5-6, p. 301-312. Van Damme J., Lorent G., Opdenakker M.-C. & Vanbeveren A. (1994), ‘De doorstroming doorheen en de vertraging in het Vlaams onderwijs. Nieuwe bouwstenen voor een latere synthese’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 5-6, p. 313-325.


Van Damme J. (1994), ‘Over leerling- en personeelsaantallen en de verhouding daartussen’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 5-6, p. 301-312. Van Damme J., Lorent G., Opdenakker M.-C. & Vanbeveren A. (1994), ‘De doorstroming doorheen en de vertraging in het Vlaams onderwijs. Nieuwe bouwstenen voor een latere synthese’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 5-6, p. 313-325. Van Damme J. (1994), Over longitudinaal en multilevel onderzoek, in L. Verschaffel (red.), Annual meeting of the American Educational Research Association, New Orleans, April 4-8, 1994, Pedagogische Studiën, 5, 392. Van Damme J. (1996), ‘De leerplichtverlenging en de doorstroming doorheen het onderwijs’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 2, p. 92-110. Van Damme J. (1997), ‘Reflecties over de overgang van secundair naar hoger onderwijs vanuit loopbaanperspectief’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 4, p. 239-260. Mededelingen op internationale congressen en symposia Van Damme J. & Van Landeghem G. (1996), Zittenblijven in het Vlaams secundair onderwijs: omvang en effecten, Symposiumbijdrage op de Onderwijsresearchdagen 1996 in Tilburg, 21 p. Van Damme J., De Troy A., Meyer J., Minnaert A. & Opdenakker M.-C. (1997), The effects of repeating a grade in the junior high school. A longitudinal study, A roundtable at the annual meeting of the American Educational Research Association, Chicago, March 1997. Van Damme J. & Van Landeghem G. (1997), Een schatting van het aantal zittenblijvers in het Vlaams lager onderwijs in de schooljaren 1984-1985 t.e.m. 1994-95, Bijdrage voor de Onderwijsresearchdagen in mei 1997 in Leuven. Van Damme J. & De Troy A. (1997), Verschillen scholen in de beleving van leerkrachten?, Bijdrage voor de Onderwijsresearchdagen in mei 1997 in Leuven. Van Damme J. & Willockx K. (1997), Een exploratie van de eerstejaarspopulatie aan de Vlaamse hogescholen 1992-93, Bijdrage voor de Onderwijsresearchdagen in mei 1997 in Leuven, LIVO, Leuven. Opdenakker M.-C. & Van Damme J. (April, 1998), The importance of identifying levels in multilevel analysis: an illustration of ignoring top or intermediate levels in school effectiveness research, Paper gepresenteerd tijdens 'the annual meeting of the American Educational Research Association' in San Diego (California, VS), Departement Pedagogische Wetenschappen, K.U.Leuven, 1997, 20 p. (ERIC-MO 28962). Opdenakker M.-C. & Van Damme J. (1998), School effectiveness in Flanders: first results of a longitudinal research project on achievement and well-being, in P. Clarke (Ed.), CD-ROM of the ISCEI '98 Congress in Manchester (UK). Opdenakker M.-C. & Van Damme J. (Januari, 1999), Relationship between school composition and school process characteristics and their effect on individual academic achievement, Paper gepresenteerd tijdens het ICSEI’99 congres te San Antonio (Texas, VS), 43 p.


Mertens W. & Van Damme J. (1999), Socio-emotionele aanpassing en de schoolloopbaan van normaalvorderende leerlingen in het secundair onderwijs, Paper gepresenteerd op de onderwijsresearchdagen (ORD) te Nijmegen, 19 p. Mertens W. & Van Damme J. (1999), Academisch zelfconcept en de prestaties op school: oorzaak en gevolg, Paper gepresenteerd op de onderwijsresearchdagen (ORD) te Nijmegen, 18 p. Van Damme J. & Mertens W. (August, 1999), Socio-emotional adjustment and the school career path, Paper presented on the 8th European Conference for Research on Learning and Instruction, Göteborg, Sweden, 16 p. Mertens W. & Van Damme J. (August, 1999), Academic self-concept and achievement - cause and effect, Paper presented on the 8th European Conference for Research on Learning and Instruction, Göteborg, Sweden, 16 p. Van Damme J., Opdenakker M.-C., Onghena P., De Fraine B., Van Landeghem G. & Mertens W. (January, 2000), Group composition: the most important characteristics of a class and a school? School effectiveness in Flanders, A paper presented at the International Conference on School Effectiveness and Improvement, China, Hong Kong, 30 p. Van Damme J. & W. Mertens (2000), Academic self-concept and academic achievement: cause and effect, Paper presented at the Annual Meeting of the American Educational Research Association, 24-28 April 2000, New Orleans, Louisiana, 18 p. Mededelingen op andere congressen en bijeenkomsten a) integraal gepubliceerd in proceedings Van Damme J. (1996), ‘Reflecties van een onderzoeker van studieloopbanen’, in Van secundair naar hoger onderwijs: een confrontatie van visies, Verslagboek studiedag 28 november 1996), Vliebergh-Senciecentrum, Leuven, p. 14-47. Van Damme J. (1998), ‘Nadenken over het secundair onderwijs vanuit het perspectief van schoolloopbanen: naar meer differentiatie inzake de onderwijstijd?’ in De school in het Europa van Maastricht. Deregulering en dualisering. Verslagboek van de derde studiedag van de Oproep Voor een Democratische School (OVDS), VUB, Brussel, 27 augustus 1997, p. 40-53. Van Damme J. (1998), ‘Over de toekomst van de school en de overheid’, Persoon en Gemeenschap. Tijdschrift voor opvoeding en onderwijs, 7-8, 14-19. (Lezing op academische zitting naar aanleiding van de 50ste jaargang van het tijdschrift.)


b) niet gepubliceerd o f slechts beschikbaar als abstract Van Damme J., Meyer J., Opdenakker M.-C., Van Damme G. & Storms G. (1995), De eerste graad van het secundair onderwijs. Een doorlichting vanuit onderzoek van studieloopbanen, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, K.U.Leuven. Paper gepresenteerd op het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek-congres Gent 26-27 oktober 1995: Waarden in opvoeding en onderwijs. Vlaams onderwijsonderzoek in beeld, 19 p. Van Landeghem G. & Van Damme J. (1996), Zittenblijven in het gewoon lager onderwijs in Vlaanderen. Schatting van de aantallen per leerjaar en leeftijd (INES-project Departement Onderwijs), Poster gepresenteerd op het tweede VFO-congres, Brussel, november 1996. Leuven: Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, K.U.Leuven, 16 p. Opdenakker M.-C., Onghena P., Van Damme J. & Van Landeghem G. (1998), Centerfold: the effect of centering in multilevel analysis, Paper gepresenteerd tijdens een seminarie van het Universitair Centrum voor Statistiek in Leuven. Van Damme J., De middelbare school en klas in de ogen van de leerlingen en/of leraren, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, K.U.Leuven, Paper gepresenteerd op het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek-congres, 11 maart 1999, UIA, Antwerpen,19 p. Van Damme J., Meyer J. & Mertens W. (1999), Succesvol middelbaar onderwijs? Voordracht op de LOSOStudiedag, Leuven, 21 + 30 p. Van Damme J., Opdenakker M.-C. & Van Landeghem G. (1999), Verschillen tussen scholen en klassen. Voordracht op de LOSO-Studiedag, Leuven 14 + 46 p. Van Landeghem G., Onghena P., Van Damme J. & Opdenakker M.-C. (1999), The effect of different centering methods in multilevel analysis, Poster gepresenteerd tijdens een seminarie van het Universitair Centrum voor Statistiek in Leuven, 4 p. Interne rapporten Cornette G., De Kelver M., Boving R., Hellemans J. & Van Damme J. (1992), De kennisstructuur als basis voor de opbouw van leermateriaal. Een voorbeeld voor de kinematica, Eindrapport van het project ‘De ontwikkeling en evaluatie van een adequate onderwijsstrategie voor het leren oplossen van vakinhoudelijke problemen’ (FKFO-MI), Afdeling Didactiek en Afdeling Didactische Fysica, Leuven. Verhoeven J.C., Vandenberghe R. & Van Damme J. (1992), Schoolmanagement en kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Een empirisch onderzoek in secundaire scholen, Departementen Pedagogische Wetenschappen en Sociologie, Studiegroep voor Onderwijsbeleid en –begeleiding, Leuven, 553 p. + bijlagen. Van Damme J. (1993), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) FKFO-MI-project nr. 89.10, Verslag van het werkingsjaar 1992, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 19 p.


Van Damme J. (1993), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) FKFO-MI-project nr. 89.10, Aanvraag tot verlenging van het F.K.F.O.-project op initiatief van de Gemeenschapsminister van Onderwijs voor de periode 1993-1995 (incl. verslag en eerste resultaten), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 19 + 28 p. + 136 p. bijlagen. Van Damme J., Opdenakker M.-C. & Meyer J. (1994), De omvang van de vertraging in het eerste leerjaar van het secundair onderwijs en in het lager onderwijs, LOSO-project, Centrum voor Secundair en Hoger onderwijs, Leuven, 29 p. Van Damme J., Opdenakker M.-C. & Van Damme G. (1994), Klaspraktijk, school- en onderwijsoriĂŤntatie en het functioneren van scholen: individuele schoolgegevens, verkregen via de schoolkenmerkenvragenlijst voor de leerkrachten, LOSO-project, Centrum voor Secundair en Hoger onderwijs, Leuven, 60 p. Van Damme J. (1994), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) FKFO-MI-project nr. 89.10, Verslag en resultaten van het vijfde werkingsjaar (1993-94). Discussienota betreffende de volgende werkingsjaren, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 110 p. + 224 p. bijlagen. Van Damme J. & Lorent G. (1995), Vooronderzoek naar de slaagkansen in de instellingen voor hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap. Advies i.v.m. de gewenste gegevensverzameling, in opdracht van de VLOR, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 29 p. Van Damme J., De Troy A., Meyer J., Minnaert A., Lorent G., Opdenakker M.-C. & Verduyckt P. (1996), De aanvangsjaren in het secundair onderwijs. Een eerste bundeling van resultaten van het LOSO-project, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 265 p. + bijlagen. (medewerking aan:) Jegers M., Verhoeven J.C. en 6 andere auteurs (1996), Evaluatie van de werking van participatieraden en lokale schoolraden in het basis- en secundair onderwijs. 3 volumes. (F.K.F.O.-M.I.project 93.10), K.U.Leuven, Departement Sociologie/LIVO, V.U.Brussel, Centrum voor FinanciĂŤle analyse en beleid, Leuven/Brussel, 472 p. + vragenlijsten en bijlagen. Van Damme J., Meyer J., Minnaert A., Van Damme G. & Verduyckt P. (1996), Achtergrondinformatie bij de LOSO-instrumenten en de LOSO-databank betreffende de eerste graad, LOSO-project, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 47 + 14 p. Opdenakker M.-C. & Van Damme J. (1996), Centreren in multilevel onderzoek. Een exemplarische verkenning van de LOSO-gegevens betreffende de studieresultaten wiskunde (eerste leerjaar A), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven. (bijdrage tot een LIVO-seminarie, 16 p.) Van Damme J. (1996), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) FKFO-MI-project nr. 89.10, Verslag van het zesde werkingsjaar (1994-95), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 119 p. + 60 p. bijlagen. Van Landeghem G. & Van Damme J. (1997), Een schatting van het aantal zittenblijvers in het Vlaams lager onderwijs in de schooljaren 1984-1985 t.e.m. 1994-95. (INES-project nr. 9604: Schoolse vertraging in het basis onderwijs in Vlaanderen, in opdracht van het Departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 95 p. + 91 p. bijlagen.


Van Damme J. & Van Landeghem G. (1997), Nota over de definitie van een “Vlaamse populatie�. (INES-project nr. 9604: Schoolse vertraging in het basis onderwijs in Vlaanderen, in opdracht van het Departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven (afzonderlijke bijlage bij het eindverslag, 16 p.) Van Damme J., Breunig E., De Troy A., Meyer J. & Verduyckt P. (1997), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSOproject.) FKFO-MI-project nr. 89.10. Verslag van het zevende werkingsjaar (1995-96), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 85 p. + 233 p. bijlagen. Van Damme J., Meyer J., De Troy A. & Verduyckt P. (1997), De studieloopbaan van Vlaamse jongeren. Het secundair-onderwijssysteem doorgelicht op basis van longitudinaal onderzoek. (Het LOSO-project.) FKFO-MI-project nr. 89.10, Verslag van het achtste werkingsjaar (1996-97), Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 87 p. + 48 p. bijlagen. Van Damme J., Lorent G. & Van Landeghem G. (1997), Limburgers versus andere Vlamingen. Een beperkte kwantitatieve verkenning van de slaagpercentages in de kandidaturen aan de Vlaamse Universiteiten, Rapport in opdracht van het Provinciebestuur van Limburg, Leuvens Instituut voor Onderwijsonderzoek (LIVO), Leuven, 41 p. Van Damme J., Van Landeghem G., Opdenakker M.-C. & Onghena P. (1998), Maakt de school het verschil? Effectiviteit van scholen, leerkrachten en klassen in de eerste graad van het secundair onderwijs, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 176 p. Van Damme J. & Mertens W. (1998), Hoe ervaren de leerlingen hun school- en klasomgeving, kenmerken van de school, verkregen via de schoolkenmerkenvragenlijst voor leerlingen, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 16 + 21 p. Van Damme J., De Troy A. & Meyer J. (1998), Succesvol doorheen het secundair onderwijs, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven, 253 p. Verhaeghe J.-P., Van Damme J., De Corte E., Vossen I., Dehairs C. & Van den Broeck A. (1998), TIMSS Repeat-onderzoek in 1998 in Vlaanderen - Tussentijds rapport, juni 1998 (36p. + bijlagen), INES-IEA, Vakgroep Onderwijskunde en Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Gent-Leuven. Verhaeghe J.-P., Van Damme J., De Corte E., Van Damme D., Dehairs C. & Van den Broeck A. (1998), TIMSS Repeat-onderzoek in 1998 in Vlaanderen - Tussentijds rapport, oktober 1998 (86p. + bijlagen), INES-IEA, Vakgroep Onderwijskunde en Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, GentLeuven. Van Damme J. (1998), Verschillen tussen secundaire scholen in Vlaanderen, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven (Lezing op een studiedag van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling, juni 1998, 18 p.) Van Damme J. (1998), Schoolloopbaan en de begeleiding daarvan: de taken van de school en het PMScentrum, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven (Lezing voor de Algemene Raad van de CSBO, juni 1998, 15 p.)


Van Damme J. (1998), Succesvol doorstromen in de aanvangsjaren van het secundair onderwijs, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven. (Lezing in de reeks ‘Nadenken over onderwijsconcepten’ van de ARGO, mei 1998, 25 p.) Van Damme J. (1998), Leren van de buren? Kanttekeningen bij de inbreng vanuit Nederland, Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Leuven (Lezing op het congres van de Directies Secundair Onderwijs van het Bisdom Mechelen-Brussel, maart 1998, 22 p.) Van Damme D., De Corte E., Van Damme J., Verhaeghe J.P., Brusselmans Ch. & Van den Broeck A. (1999), Timss Repeat-onderzoek in 1999 in Vlaanderen, Universiteit Gent- Katholieke Universiteit Leuven, GentLeuven, 91 p. Van Damme D., Van Damme J., De Corte E., Verhaeghe J.-P., Dehairs C. & Van den Broeck A. (1999), TIMSS Repeat-onderzoek in 1998 in Vlaanderen - Eindrapport 1998 (114 p. + bijlagen). INES-IEA, Vakgroep Onderwijskunde en Onderzoekscentrum voor Secundair en Hoger Onderwijs, Gent-Leuven. Van Damme J., Meyer J. & De Troy A. (1999), Succesvol secundair onderwijs? Een bundeling van teksten voor LOSO-boek 2 met het oog op de studiedag op 27 mei 1999, Departement Pedagogische Wetenschappen, Leuven (XIII - 342 p.) Van Damme J., Van Landeghem G., Opdenakker M.-Ch. & Onghena P. (1999), Maakt de school het verschil? Effectiviteit van scholen, leerkrachten en klassen in de eerste graad van het secundair onderwijs, Een reeks voorbereidende teksten voor het derde LOSO-boek, gebundeld in functie van de studiedag op 27 mei 1999, Departement Pedagogische Wetenschappen, Leuven (VI - 236 p.) Van Damme J., De Troy A., Meyer J., Minnaert A., Lorent G., Opdenakker M.-Ch. & Verduyckt, P. (1999), Succesvol doorstromen in de aanvangsjaren van het secundair onderwijs. Bijlagen, Departement Pedagogische Wetenschappen (LIVO), Leuven (p. m.) Thesissen (doctoraat, aggregatie H.O.) Boeken (met vermelding van uitgever) a) als auteur De Groof J., Van Haver T., Van Damme J., Vanbeveren A., Heene J., Van De Poele L., Libotton A., Bronders M., De Wachter N., Daems F., Leysen A., Duqué H. & Lasuy J. (1993), De school op rapport. Het Vlaams onderwijs in internationale context, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs – Pelckmans, Brussel-Kapellen. Van Damme J. (1993), Over het aantal jongeren met vertraging in ons onderwijs (Cahier 3), Vlaamse Onderwijsraad, Brussel, 64 p. Van Damme J., Vanbeveren A., Lorent G., Heene J., Van De Poele L., Oosterlinck L., Libotton A., De Wachter N., Daems F., Leysen A., Coucke H., Duqué H. & Lasuy J. (1995), Het Vlaams Onderwijs in de kijker: een internationaal perspectief, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Brussel, XIII-164 p.


Lorent G. & Van Damme J. (1995), Slagen in de kandidaturen aan de Vlaamse Universiteiten. Een beperkte kwantitatieve verkenning, Vlaamse Interuniversitaire Raad, Brussel, 19 p. Van Damme J. & Lorent G. (1995), Slagen in de kandidaturen aan de Vlaamse Universiteiten. Een beperkte kwantitatieve verkenning (inclusief technisch rapport), Vlaamse Interuniversitaire Raad, Brussel, 19 + 170 p. (medewerking aan:) Bally F., Van Heddegem I., Jegers M. & Verhoeven J.C. (1996), De werking van participatieraden en lokale schoolraden. Een evaluatie in het basis- en secundair onderwijs, Garant, LeuvenApeldoorn, XXXII, 492 p. Van Damme J., De Troy A., Meyer J., Minnaert A., Lorent G., Opdenakker M.-C. & Verduyckt P. (1997), Succesvol doorstromen in de aanvangsjaren van het secundair onderwijs, Acco, Leuven, VIII-236 p. + 15 p. bijlagen. b) als editor De Corte E., Op ’t Eynde P., Depaepe M., Elen J., Smets B., Boeckmans A. Vanden Bavière B., Brandt L., De Keyser R., Janssens S., Lowyck J., Onghena P., Van Damme J., Verhoeven J. & Verschaffel L. (red.) (1997), Onderwijsonderzoek in Nederland en Vlaanderen 1997. Proceedings van de Onderwijs Research Dagen, Departement Pedagogische Wetenschappen, K.U.Leuven, 362 p. Artikels in of gedeelten van boeken Deketelaere A., Hellemans M., Janssens S., Kelchtermans G., Smeyers P., Tistaert G., Van Damme J., Vandenberghe R., Van Maele G., Verhoeven J. & Wielemans W. (1992), ‘Naar een herwaardering van het lerarenambt. Reflectie van een werkgroep van het Departement Pedagogische Wetenschappen’, K.U.Leuven, in H. Van Der Haegen & E. Van Hecke (Eds.), Liber Amicorum Prof. Dr. M. Goossens. Acta Geographica Lovaniensia, vol. 33. (p. 121-133),Instituut voor Sociale en Economische Geografie, Leuven. Van Damme J. (1997), ‘Naar meer differentiatie inzake de onderwijstijd? Nadenken over het secundair onderwijs vanuit het perspectief van schoolloopbanen’, in J. Verbeek & G. Willems (Red.), LevensLijnen. Schoolloopbaan-begeleiding tijdens het secundair onderwijs en in de overgang naar de werkplek of naar het hoger onderwijs, Garant, Leuven-Apeldoorn, p. 81-97. Van Damme J. & Van Landeghem G. (1998), ‘Zittenblijven en schoolse vertraging in het gewoon lager onderwijs’, in Vlaamse onderwijsindicatoren in internationaal perspectief. Editie 1998 (p. 186-193), Departement Onderwijs. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel. Van Damme J. & Van Landeghem G. (1998), ‘Repeating a year and falling behind at school in regular primary education’, in Flemish Educational Indicators in an International Perspective. 1998 Edition (p. 186-193), Department of Education, Ministry of the Flemish Community, Brussels. Publicaties voor breder publiek Van Damme J. (1993), ‘Vertraging oplopen op school’, Welwijs. Wisselwerking onderwijs en welzijnswerk, 4, p. 23-28.


Van Damme J., Tistaert G., Janssens S., Huygelier N., D’hoker M., Masschelein J., Kelchtermans G., Vanderhoeven J. & Debaere F. (1993), ‘Reflecties over de hervorming van de leraren-opleiding vanuit het Departement Pedagogische Wetenschappen van de K.U.Leuven’, Leuvens Bulletin LAPP, 2, bijlage, 19 p. Van Damme J. (1998), ‘Nadenken over het secundair onderwijs vanuit het perspectief van schoolloopbanen: naar meer differentiatie inzake de onderwijstijd?’, in De school in het Europa van Maastricht. Deregulering en dualisering. Verslagboek van de derde studiedag van de Oproep Voor een Democratische School (OVDS)., VUB, Brussel, 27 augustus 1997, p. 40-53. Van Damme J. (1998), ‘Over de toekomst van de school en de overheid’, Persoon en Gemeenschap. Tijdschrift voor opvoeding en onderwijs, 7-8, 14-19 (Lezing op academische zitting naar aanleiding van de 50ste jaargang van het tijdschrift.)


Veerle Van de Velde Relevante publicaties Douterlungne M., Van de Velde V. & Denys J. (1995), ‘De invloed van de leerplichtverlenging op de jongeren’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 1995-1996/5-6, p. 283-309. Van de Velde V., Van Brusselen B. & Douterlungne M. (1996,) Gezin en school. Eeen onderzoek over het gezin als indicator voor de schoolloopbaan in het secundair onderwijs, Leuven, HIVA, 156 p. Jennes A. m.m.v. Nijsmans I. & Van de Velde V. (1996), Naar een opwaardering van de stages! Onderzoek naar de optimalisatie van leerlingen- en leerkrachtenstages in het technisch en beroepssecundair onderwijs, Leuven, HIVA, 280 p. Douterlungne M., Nijsmans I. & Van de Velde V. (1997), Toekomstgerichte reflectie over de deeltijdse leerplicht. Verslag van de commissie deeltijdse leerplicht aan de Koning Boudewijnstichting, Garant, LeuvenApeldoorn, 94 p. Bollens J., Van de Velde V., Cnudde V., Vanobbergen B., Vansieleghem N., Douterlungne M., Nicaise I. & Verhaeghe J.P. (1998), Zorgverbreding in het basis- en secundair onderwijs: een zoektocht naar financieringscriteria, Leuven/Gent, HIVA, RUG Vakgroep Onderwijskunde, 309 p. Van de Velde V. & Douterlungne M. (1998), Studie- en beroepskeuzebegeleiding in de eerste graad van het secundair onderwijs, Leuven, HIVA, p. 207. Creten H. & Van de Velde V. (1999), ‘Onderzoek van school naar werk: een stand van zaken’, Nieuwsbrief Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming, 4, 3, p. 141-144. Denys J., Lauwereys L., Lugthart E., Van de Velde V., Westerheyden D. & Wouters M. (1999), Banen naar en in techniek. Vergelijking van opleidingen en arbeidskansen in techniek in Vlaanderen en Nederland, Leuven, HIVA, 194 p. Mededelingen op internationale congressen en symposia Van de Velde V., Leerplicht tot 18 jaar: invloed van de leerplichtverlenging op jongeren in Vlaanderen, 24ste Onderwijs Research Dagen Nederland-Vlaanderen, Leuven, 21-23 mei 1997. Van de Velde V., Een onderwijsvoorrangsbeleid t.o.v. achtergestelden en migranten in het bijzonder., Studiedag Evolutie, opinies en beleid, georganiseerd door de NFWO-contactgroep Wetenschappelijk onderzoek inzake buitenlandse minderheden in Vlaanderen-België, Antwerpen, UFSIA, 19 oktober 1990. Douterlungne M., Van de, Velde V., Denys J., De invloed van de leerplichtverlenging op de jongeren. Beschrijving en kritische analyse van de impact van de leerplichtverlenging op de jongeren: onderwijs- en arbeidsmarktintegratie en sociale integratie, Studiedag 10 jaar leerplichtverlening. Terugblik en toekomstperspectieven, georganiseerd door de Stichting Daniel Coens vzw, Leuven, 12 oktober 1995. Van de Velde V., Gezin en school. Over milieuspecifieke selectie in het secundair onderwijs, Symposium VFO-Concres, georganiseerd door het Vlaams Forum voor Onderwijs-onderzoek, Brussel, 21 november 1996. Van de Velde V., De doorstroming van allochtone leerlingen in het Vlaamse ondewijs: enkele illustratieve cijfers, Staten-Generaal voor Gelijkheid van Kansen, georganiseerd door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, Brussel, 29 november 1997. Van de Velde V., Doorstroom en het belang van studie- en beroepskeuzebegeleiding in het basisonderwijs, Staten-Generaal voor Gelijkheid van Kansen, georganiseerd door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, Brussel, 29 november 1997. Van de Velde V., Studie- en beroepskeuzebegeleiding in de eerste graad van het secundair onderwijs, VFOCongres, georganiseerd door het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek, Antwerpen, 11 maart 1999.


Creten H., Van de Velde V., De overgang van school naar werk in kaart gebracht, Arbeidsmarktonderzoekersdag, georganiseerd door het Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming en de Stuurgroep Strategisch Arbeidsmarktonderzoek in het kader van het VIONA-programma, Brussel, 21 oktober 1999.


BIJLAGE / ONDERZOEKSVOORSTEL TRANSITIE VAN HET INITIEEL BEROEPSONDERWIJS NAAR DE ARBEIDSMARKT MET SPECIALE AANDACHT VOOR DE ONGEKWALIFICEERDE SCHOOLVERLATERS

1. Situering Het verbeteren van de transitie van school naar werk is een belangrijke politieke prioriteit. Ondanks een daling van de jeugdwerkloosheid zit vandaag toch nog steeds één op vijf van de beroepsbevolking tot 25 jaar zonder werk. Bijna de helft van deze jongeren beschikt ten hoogste over een getuigschrift eerste graad van het secundair onderwijs. Het is ook deze groep van jongeren die het sterkst getroffen wordt door langdurige werkloosheid. Bekijken we de situatie van de schoolverlaters in het bijzonder dan bedraagt het aandeel dat na één jaar na de inschrijving bij de VDAB nog zonder werk zit, méér dan één op vier. Ook bij de schoolverlaters blijkt opnieuw dat hoe lager men geschoold is, hoe meer risico men loopt na één jaar nog werkzoekend te zijn (De arbeidsmarkt in Vlaanderen, Jaarboek 1999). De resolutie van de Raad van de Europese Unie betreffende de werkgelegenheidsrichtsnoeren stelt de vermindering van het aantal jongeren dat de school ongekwalificeerd verlaat dan ook als een belangrijke pijler voorop in het realiseren van een betere overgang van school naar werk. Om die doelstelling te bereiken, moeten de lidstaten de kwaliteit van hun onderwijssysteem verbeteren. Zij moeten ervoor zorgen dat het aanpassingsvermogen van de jongeren aan de technologische en economische veranderingen wordt vergroot en dat de jongeren kwalificaties verwerven die sporen met de behoeften van de arbeidsmarkt. Zowel in de beleidsnota van onderwijs en vorming als in de beleidsnota van werkgelegenheid worden in dit verband tal van initiatieven aangekondigd om de transitie van school naar werk te verbeteren. Zo maakt de Minister van Onderwijs en Vorming zich sterk om op het einde van de legislatuur het aantal leerlingen dat het onderwijs ongekwalificeerd verlaat te verminderen met 20%. De aangekondigde initiatieven in dit verband concentreren zich op het verhogen van de kwaliteit en relevantie van het studieaanbod (bijsturing van eindtermen, basiscompetenties en leerplannen op basis van nieuwe onderwijskundige inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen en arbeidsmarktbehoeften, modularisering van het onderwijs, bevorderen van verrijkende werkervaringen tijdens de schoolloopbaan, betere afstemming tussen de verschillende deeltijdse systemen). Ook de Minister van Werkgelegenheid pleit, in het licht van de hoge jeugdwerkloosheidscijfers, voor het versmallen van de kloof tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven en wijst in dit verband op het belang van een betere samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. Het onderwijs moet een beter zicht krijgen op de gewenste kwalificaties vanuit het bedrijfsleven en het aantal stageplaatsen in het algemeen en werkervaringsplaatsen voor deeltijds lerenden moeten worden opgedreven.

2. Probleemstelling Alhoewel de verlenging van de leerplicht ongetwijfeld heeft bijgedragen tot een verhoging van de scholingsgraad van de jongeren, is het aantal jongeren die aan het einde van de leerplicht het onderwijs verlaten zonder formele kwalificatie nog veel te hoog. Hun aantal wordt vandaag voorzichtig geraamd op 15 à 20% van elke instroomcohorte (zie o.a. Delors, 1995; OECD, 1999b).


Dit percentage is te hoog, zeker in het vooruitzicht van hun kansen op een vlotte arbeidsmarktintrede. Uit de analyse van het groeiritme van de vacatures in de jaren ’90 blijkt o.m. dat het aandeel vacatures voor laaggeschoolden minder sterk is toegenomen (+5% sinds 1988) dan deze voor de midden- (+55%) en hoger geschoolden (+290%). Bovendien wordt voor een steeds groter aandeel van de vacatures ook werkervaring vereist (Simoens, 1998). Het toenemend belang van scholingsniveau en werkervaring bij de aanwerving stelt de ongekwalificeerde schoolverlaters dan ook in een uiterst kwetsbare positie bij hun intrede op de arbeidsmarkt. Sommige studies zoeken de verklaring voor de toegenomen vraag naar gekwalificeerde werknemers in de technologische innovatie welke resulteert in een geleidelijke uitstoot van minder geschoolde arbeid. Deze tendens zou nog worden versterkt door de voortschrijdende globalisering die de internationale concurrentie opdrijft waardoor ondernemingen gedwongen worden tot een hogere productiviteit (zie o.a. OECD, 1992; 1998). Oorzaken voor het stijgend belang van het diploma dienen echter niet alleen gezocht in de toegenomen technologische vereisten. Vaak blijken ook meer kwalificaties te worden gevraagd dan nodig voor de uitoefening van de job (zie o.a. Simoens, 1998, Pollet, 1998). Deze overbevraging manifesteert zich niet alleen tijdens het opstellen van het vacatureprofiel maar ook bij de aanwerving en berust vaak op irrationele motieven: diplomaniveau wordt dikwijls beschouwd als een indicator voor bepaalde attitudes en socio-normatieve vaardigheden (Lamberts, 1994). Onderzoek naar effecten van scholing voor laag opgeleide volwassenen wijst uit dat scholing weliswaar tot een vergroting van de kans op werk leidt, maar niet noodzakelijk tot een hoger beroepsniveau (zie o.a. den Boer, 1996). Gegeven dat jaarlijks een niet onaanzienlijke groep jongeren het voltijds onderwijs verlaten zonder enige formele kwalificatie, is het verwonderlijk dat niet meer jongeren doorstromen naar het deeltijds onderwijs. In de wetgeving werd immers rekening gehouden met de mogelijkheid dat jongeren lang voor de leeftijd van 18 jaar de school zouden willen ruilen voor werk. Daarom werd de leerplicht gemoduleerd. Na de leeftijd van 15 of 16 jaar kunnen jongeren vrij beslissen om over te stappen naar een deeltijds systeem: de leertijd van de middenstandsopleiding, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of deeltijdse vorming. Deze systemen proberen via een eigen inhoud en methodieken tegemoet te komen aan de behoeften van de leerlingen die geen alternatief vinden in het voltijds onderwijs. Toch kennen deze deeltijdse systemen kwantitatief echter niet het succes dat ervan werd verwacht. Als voornaamste oorzaken voor de beperkte doorstroom naar de deeltijdse systemen wordt o.m. gewezen op (Douterlungne, 1997): − De negatieve beeldvorming die in de scholen bestaat t.a.v. deze systemen. De deeltijdse systemen worden vaak gepercipieerd als de laagste trap binnen het cascadesysteem en geassocieerd met probleemgroepen (maatschappelijk kwetsbaren, spijbelaars, schoolmoeë leerlingen). De doorverwijzing gebeurt niet altijd in functie van de noden en behoeftes van de jongeren en is te vaak ook gebaseerd op negatieve gronden (doorverwijzing op basis van wat men niet kan). − Het concept deeltijds leren/deeltijds werken dat binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs slechts aan een minderheid van de jongeren kan worden aangeboden. Naast problemen met het profiel van sommige jongeren, wordt ook gewezen op een tekort aan geschikte arbeidsplaatsen en de afwezigheid van elke wettelijke verplichting voor de centra om als bemiddelende instantie op te treden bij het zoeken naar werk. − De ingewikkelde regelgeving m.b.t. de verschillende statuten waarin jongeren kunnen worden tewerkgesteld en de verschillende fiscale implicaties die hieraan verbonden zijn. Ook deze blijken een belangrijke hinderpaal in de uitbouw van tewerkstelling.


3. Onderzoeksvragen 1. Welke motieven liggen aan de basis om de school voortijdig te verlaten? Omdat het scholingsniveau de intrede op de arbeidsmarkt in sterke mate bepaalt en ook de basis legt voor een gunstig loopbaanverloop, is het belangrijk inzicht te verwerven in de motieven waarom jongeren het onderwijs voortijdig verlaten. Zowel in binnenlandse als buitenlandse literatuur circuleren verschillende definities voor voortijdig schoolverlaten. Een aanzet om de verschillende definities te ordenen kunnen we vinden bij De Vries en De Jong (1988). Uitval wordt door deze auteurs gedefinieerd als ‘het verlaten van een opleiding voor de bedoelde afronding ervan’. ‘Voor de bedoelde afronding’ kan dan worden omschreven in termen van het einde van de leerplicht, bezit van een diploma en voltooien van een onderwijs- of schooltype waaraan men begonnen is. In dit onderzoek sluiten we ons aan bij de definitie die ook door de Minister van Onderwijs en Vorming wordt gebruikt in haar beleidsnota. Voortijdige schoolverlaters zijn jongeren die voor het einde van de leerplicht het secundair onderwijs verlaten zonder hetzij een diploma secundair onderwijs, hetzij een getuigschrift van het zesde leerjaar BSO of van een opleiding in het DBSO, BUSO-OV3 of van een VIZO-opleiding. Omdat deze groep ook later in hun loopbaan veel minder toegang blijkt te hebben tot scholing en de resultaten van opleidings- en tewerkstellingsprogramma’s ook niet altijd onverdeeld positief zijn (in termen van het vinden van een stabiele betrekking), wordt in nogal wat onderzoek gepleit om het probleem van voortijdig schoolverlaten vooral preventief aan te pakken en prioritair te werken aan een reïntegratie in het onderwijs. De vraag is echter in welke mate dit een haalbare en/of wenselijke strategie is voor alle jongeren (zie o.a. Nicaise, 1995, 1996). In onderzoek naar oorzaken voor het vroegtijdig uitstromen uit het onderwijssysteem kunnen drie benaderingen of perspectieven onderscheiden worden (Lokman en Nieuwenhuis, 1990; den Boer en Harms, 1992; Hövels e.a., 1999): − De systeemtheoretische benadering waarbij oorzaken in het schoolsysteem worden gezocht (studieaanbod, klassegrootte, jaarklassensysteem, evaluatiesysteem…). − De klinische benadering waarbinnen het accent ligt op kenmerken van de leerling (belemmeringen in de situatie, de instelling, motivatie, attitude en intentie). − De economische of rendementsbenadering waarbij de opleiding gezien wordt als een investering van de leerling voor toekomstig inkomen. Vooral deze laatste benadering blijkt een vruchtbare invalshoek voor de verklaring van voortijdig schoolverlaten (Lokman en Nieuwenhuis, 1990). De leerling wordt gezien als rationele beslisser, die bij de keuze voor het afbreken of voortzetten van een opleiding een kosten-baten-analyse maakt: − Als baten worden vooral aspecten van de toekomstige baan opgevoerd: de inhoud, complexiteit, status, loopbaanperspectieven, salaris en arbeidsmarktsituatie,... − Als kosten worden een aantal karakteristieken van het onderwijssysteem gezien: uitstel van zelfstandigheid, het uitvoeren van leeractiviteiten, de relevantie van de opleiding voor een adequate uitoefening van het beroep en voor het vinden van werk,… Vooral de insteek waarmee de leerling aan de opleiding begint (gericht op leren of gericht op werken) blijkt in belangrijke mate van invloed te zijn op de beslissing al dan niet de school te verlaten evenals de leeftijd (en hieraan gerelateerd de succesvolheid van de schoolloopbaan). De bedoeling is een typologie van schoolverlaters op te stellen zowel in termen van schoolverleden als in termen van motieven en vervolgens na te gaan in welke mate deze typologie ook verklaringskracht bezit m.b.t. het verloop van de arbeidsmarktintrede van deze jongeren.


2. In welke mate komen de deeltijdse onderwijssystemen al dan niet tegemoet aan de behoeften van de jongeren waarvoor het voltijds secundair onderwijs geen alternatief is? Europees vergelijkend onderzoek toont aan dat de jeugdwerkloosheid relatief laag is ten opzichte van de totale werkloosheid in landen waar het leerlingwezen een relatief sterke positie inneemt. Ook op microniveau toont onderzoek aan dat de werkloosheid onder schoolverlaters vanuit het leerlingwezen minder hoog is dan onder afgestudeerden van het voltijds beroepssecundair onderwijs (zie o.a. de Koning, 2000; van der Velden en Lodder, 1994; …). In het licht van de positieve doorstroomresultaten die in buitenlands onderzoek worden aangetoond, kunnen we ons dan ook vragen stellen bij het eerder bescheiden succes van de deeltijdse onderwijssystemen in Vlaanderen. Rekening houdend met de eerder aangehaalde knelpunten m.b.t. het deeltijds onderwijs, rijzen o.i. twee cruciale vragen, m.n. in welke mate de geringe participatie aan de deeltijdse systemen kan worden toegeschreven aan een gebrekkige toeleiding naar deze systemen alsook aan de arbeidscomponent die maar in beperkte mate wordt gerealiseerd. Zowel aan de groep van voortijdig schoolverlaters als aan de groep die het deeltijds onderwijs met succes hebben afgerond zouden we dan ook volgende vragen willen voorleggen: − In welke mate was men bekend met de verschillende deeltijdse onderwijssystemen en was de informatie die werd aangeboden correct en objectief? − Welke waren de motieven om al dan niet voor het deeltijds onderwijs te kiezen? Om deze vraag te beantwoorden, zal gebruik gemaakt worden van de categorisering die in vroeger onderzoek werd uitgewerkt en waarbij men drie profielen van jongeren onderscheid die kiezen voor het deeltijds onderwijs (Nijsmans, 1996 en Douterlungne, 1997): − jongeren die op een andere manier willen leren dan in het voltijds onderwijs, d.i. al doende op de werkvloer − jongeren die kiezen voor een specifiek beroep dat alleen maar kan worden aangeleerd via het systeem van alternerend leren − jongeren die nog enkel deeltijds school willen lopen (en zo vlug mogelijk geld willen verdienen) − Welke hinderpalen ondervonden jongeren in het deeltijds onderwijs bij de bemiddeling naar een geschikte arbeidsplaats? − Wat was de kwaliteit van de deeltijdse arbeidscomponent in termen van aangeleerd vakmanschap en wisselwerking tussen werk en opleiding? Vooral in het licht van de evaluatie van de tewerkstellingseffecten na het verlaten van het deeltijds onderwijs is deze informatie belangrijk (zie volgende onderzoeksvraag). 3. In welke mate zijn jongeren die het initieel beroepsonderwijs verlaten voldoende uitgerust om de arbeidsmarkt als volwaardige deelnemers te betreden? Hiertoe zal de arbeidsmarktintrede van volgende categorieën jongeren met elkaar vergeleken worden: afgestudeerden van het TSO, van het BSO, van de deeltijdse systemen en van de uitstromers zonder formele kwalificatie van het secundair onderwijs. Een belangrijk streefdoel van de verlenging van de leerplicht is alle jongeren minimale startkwalificaties te bezorgen opdat zij zich zouden kunnen aanbieden als volwaardig deelnemers op de arbeidsmarkt. De vraag stelt zich dan ook in welke mate afgestudeerden van het voltijds technisch en beroepssecundair onderwijs alsook van de deeltijdse onderwijssystemen erin slagen om zich een toegang tot de arbeidsmarkt te verwerven, zich er te handhaven en vervolgens ook verder te ontwikkelen. In welke mate zijn afgestudeerden van het voltijds of deeltijds beroepssecundair onderwijs uitgerust met voldoende kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen om zich zowel op korte als middellange termijn te handhaven op de arbeidsmarkt. Bij de analyse van de arbeidsmarktintrede zouden we in het bijzonder willen nagaan:


−

−

−

In welke mate werkervaring tijdens de deeltijdse opleiding de intrede bevordert, zowel op korte als middellange termijn. HIVA-onderzoek stelde voor leerlingen uit het DBSO vast dat werkervaring tijdens de opleiding ook betere kansen op tewerkstelling gaf na de opleiding (Nijsmans, 1996). De vraag stelt zich uiteraard ook in termen van de kwaliteit van de gevonden jobs (soort dienstverband, arbeidsinhoud, promotiemogelijkheden...). In welke mate de intrede van afgestudeerden uit de deeltijdse systemen vlotter verloopt dan van afgestudeerden uit het voltijds beroepsonderwijs (TSO/BSO). Uit buitenlands onderzoek krijgen we aanwijzingen dat de arbeidsmarktintrede van voltijdsen aanvankelijk minder stabiel zou verlopen in termen van méér werkloosheid bij de intrede op de arbeidsmarkt en ook méér mobiliteit tussen verschillende jobs. Deze verschillen zouden op termijn echter uitvlakken. Kansen op opwaartse mobiliteit zouden bij de voltijdsen hoger liggen dan bij de deeltijdsen die vaker terechtkomen in zogenaamde ‘dead-end’-jobs en die bovendien ook kwetsbaarder zijn voor ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (zie o.a. van der Velden en Lodder, 1994; de Koning, 2000). In welke mate stage-ervaringen in het voltijds TSO en BSO en ook werkervaringen verworven buiten de schooluren een positief effect hebben op de intrede op de arbeidsmarkt. HIVA-onderzoek over de aansluitingsproblematiek van afgestudeerden TSO en BSO stelde o.m. vast dat het volgen van één of meerdere stages vooral een gunstig effect bleek te hebben op de aansluiting (intredewerkloosheid, tewerkstellingsgraad) maar niet zozeer op de aard van het contract en het loon (Denys e.a., 1995).

Voor de vergelijking van de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden uit het initieel beroepsonderwijs met de intrede van jongeren zonder formele kwalificatie van het secundair onderwijs, zal de groep van voortijdige schoolverlaters worden verruimd met de jongeren die ook na hun 18 jaar er niet in geslaagd zijn om hetzij een diploma secundair onderwijs, hetzij een getuigschrift van het zesde leerjaar BSO of van een opleiding in het DBSO, BUSO-OV3 of van een VIZO-opleiding te behalen. Buitenlands onderzoek levert met betrekking tot deze vergelijking aanwijzingen dat jongeren zonder formele kwalificatie niet alleen langer moeten zoeken naar een eerste job maar omwille van deze langere zoektijd en hun laag kwalificatieniveau ook vaker terechtkomen in kwalitatief slechtere jobs die ze op hun beurt weer moeilijker kunnen behouden (zie o.a. Breen, 1991; de Koning, 2000). In dit onderzoek zouden we dan ook in het bijzonder willen nagaan: − In welke mate dit -zichzelf versterkend- mechanisme ook kan worden waargenomen bij de voortijdige uitstromers in Vlaanderen en − In welke mate opleidings- en tewerkstellingsmaatregelen erin slagen dit mechanisme te doorbreken. In welke mate slagen opleidings- en tewerkstellingsmaatregelen voor deze groep erin te fungeren als tijdelijke opstap naar meer stabiele vormen van tewerkstelling?

4.

Plan van aanpak

In het licht van de zojuist geformuleerde onderzoeksvragen zijn volgende databanken in het bijzonder interessant: 1) De SONAR-databank Met financiering uit het Programma Beleidsvoorbereidend Onderzoek wordt door de SONAR-studiegroep gewerkt aan de uitbouw van een instrumentarium dat de overgangsprocessen van meerdere cohorten op meerdere meetmomenten in de tijd in kaart tracht te brengen. Het doel is de uitbouw van een gegevensbank die toelaat inzicht te verwerven in de dynamiek en de processen die de eerste fase na de post-leerplicht periode kenmerken.


Als eerste stap in de uitbouw van deze databank werd een eerste survey georganiseerd bij een a-selecte representatieve steekproef van 3 000 jongeren van 23 jaar. In de periode van oktober 1999 tot en met februari 2000 werden zij via mondelinge interviews bevraagd over de wijze waarop men de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt had gemaakt. Hiertoe werd gebruik gemaakt van een activiteitenkalender en een vragenlijst: − In de activiteitenkalender worden de bezigheden van de jongeren sinds hun start in het secundair onderwijs geregistreerd: − In een eerste rubriek van de kalender wordt de schoolloopbaan in kaart gebracht en worden ook de opleidingen geregistreerd die werden gevolgd in het kader van het DBSO, de middenstandsopleidingen, het OSP, de VDAB-beroepsopleidingen of die verband hielden met de job- of beroepskwalificatie. − In een tweede rubriek wordt via een maandelijkse registratie de arbeidsloopbaan gereconstrueerd a.d.h.v. een aantal kenmerken van de uitgeoefend jobs (statuut, arbeidscontract, voltijds/deeltijds uurrooster). − In een derde en vierde rubriek worden tenslotte de periodes van niet-werken geregistreerd en een aantal gebeurtenissen op persoonlijk en familiaal vlak. − In de vragenlijst wordt op een aantal aspecten van de transitieperiode dieper ingegaan: − In een eerste blok worden nog een aantal bijkomende gegevens over de schoolloopbaan opgevraagd (o.m. gegevens over stage- en andere werkervaringen buiten de schooluren, over hun studiekeuze, aanvankelijke loopbaanverwachtingen en zoekgedrag). − In een tweede blok wordt dieper ingegaan op de kenmerken van de eerste en laatste job (vindkanaal, jobinhoud, arbeidsvoorwaarden en omstandigheden, deelname aan additionele scholing, jobtevredenheid en loopbaanperspectieven) − Een derde blok heeft betrekking op de niet-werkenden (o.m. vragen over zoekgedrag, offerbereidheid, loopbaanperspectieven en arbeidsmotivatie) − Een laatste blok gaat in op een aantal achtergrondgegevens (o.m. sociaal en etnische herkomst, opleidingsniveau ouders…) Ondanks het feit dat deze gegevensbank de individuele transities op een vrij gedetailleerde wijze in kaart brengt, vertoont ze toch een aantal belangrijke leemten m.b.t. onze onderzoeksvragen: − Geen gegevens over de motieven om de school voortijdig te verlaten − Geen gegevens over de activiteiten die jongeren ondernomen hebben na het schoolverlaten en voor de leeftijd van 18 jaar − Geen gegevens over de toeleiding naar het deeltijds onderwijs en over de deeltijdse arbeidscomponent Een aantal van deze beperkingen kunnen ondervangen worden door bijkomend een beroep te doen op de gegevens verzameld in het kader van het LOSO-project. 2) De LOSO-databank Het LOSO-project is een onderzoeksproject dat in 1989 werd gestart op initiatief van de Minister van Onderwijs en waarin sinds september 1990 een generatie leerlingen (n=6 411) werd gevolgd tijdens hun loopbaan doorheen het secundair onderwijs. De bedoeling van het project is studieloopbanen van leerlingen uit het secundair onderwijs te beschrijven en te verklaren om alzo de impact van verschillende beleidsmaatregelen te evalueren. In dat kader werden verschillende bevragingen opgezet waaronder: − Een continue bevraging van de studieloopbanen van alle leerlingen bij het begin en op het einde van elk schooljaar − Bij de overgang naar de tweede en derde graad alsook op het einde van de derde graad een bevraging van de studiekeuze en beroepsperspectieven van de leerlingen


In het kader van het Programma Beleidsgericht Onderzoek wordt nu ook getracht de vervolgloopbaan van deze jongeren in het hoger onderwijs en/of arbeidsmarkt in kaart te brengen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een schriftelijke vragenlijst waarin zoveel mogelijk afstemming werd nagestreefd met de instrumenten ontwikkeld in het kader van het SONAR-project. In een eerste ronde werden enkel de jongeren bevraagd die zonder vertraging het voltijds secundair onderwijs waren uitgestroomd (schooljaar 95-96) of die voor de leeftijd van achttien het voltijds secundair onderwijs hadden verlaten. De LOSO-databank heeft als belangrijke pluspunten dat: − We kunnen beschikken over vrij gedetailleerde en betrouwbare gegevens over de schoolloopbaan − De studiekeuze en beroeps- en toekomstperspectieven op regelmatige tijdstippen werd bevraagd − De aantallen voortijdige schoolverlaters en deeltijdsen in de steekproef aanzienlijk groter zijn − Ook de ouders van de leerlingen werden bevraagd naar sociale en etnische achtergrondkenmerken Beperkingen hebben echter betrekking op het feit dat: − Ook hier geen gegevens werden opgevraagd over de toeleiding naar de deeltijdse onderwijssystemen, de arbeidscomponent tijdens de deeltijdse leerplicht en de motieven om de school voortijdig te verlaten − De schriftelijke vragenlijst uiteraard beperkter van opzet was (er wordt vooral ingezoemd op kenmerken van eerste en laatste job, kalenderregistratie is veel minder gedetailleerd) − De respons op de schriftelijke vragenlijst bij de deeltijdsen en voortijdige schoolverlaters zeer miniem was (amper 13%). In het licht van de beperkingen van de LOSO- en SONAR-databank stellen we dan ook een bijkomende dataverzameling voor (zie fase 2). Voor de uitvoering van dit onderzoek onderscheiden we drie fasen. Fase 1: Literatuurstudie In functie van een verdere verfijning van bovenstaande onderzoeksvragen, willen we a.d.h.v. een literatuurstudie: − De push- en pullfactoren verder specificeren die van invloed worden geacht op de beslissing het onderwijs al dan niet vroegtijdig te verlaten (persoonlijke factoren, factoren binnen het onderwijs, factoren op de arbeidsmarkt). − De factoren verder in kaart brengen die de toeleiding naar de deeltijdse onderwijssystemen en de bemiddeling naar werk beïnvloeden. − Buitenlands onderzoek synthetiseren waarin de transities van voortijdige schoolverlaters en van jongeren uit duale opleidingssystemen in kaart worden gebracht en geëvalueerd in het licht van de kenmerken van de verschillende opleidingsstelsels. Hiertoe zal een beroep worden gedaan op de expertise van Catewe, een Europees onderzoeksnetwerk dat comparatief onderzoek verricht naar de manier waarop (nationale en regionale) institutionele factoren van invloed zijn op de wijze waarop jongeren de overgang van school naar werk maken en waar recentelijk ook de SONAR-onderzoeksgroep deel van uitmaakt. Timing: 2 maanden Fase 2: Bijkomende dataverzameling In het licht van de eerder geciteerde leemten in de LOSO- en SONAR-databank, stellen we in een tweede fase van het onderzoek een bijkomende bevraging voor bij de groep van voortijdige schoolverlaters die voor


hun 18 jaar de school hebben verlaten (n=500) en bij de afgestudeerden uit het deeltijds onderwijs uit de LOSO-steekproef (n=300). Gegeven de hoge non-respons op de schriftelijke vragenlijst bij deze groep, wordt geopteerd voor face-to-face interviews van maximum één uur. Rekening houdend met de kenmerken van de doelgroep zal bij het opstellen van de enquête zoveel mogelijk afstemming worden nagestreefd met de LOSO- en SONAR-enquête. Volgende aspecten zullen bijkomend worden bevraagd: − Registratie van de motieven om de school voortijdig te verlaten alsook van de werkactiviteiten vanaf het moment van schoolverlaten − Bekendheid met en motieven om al dan niet voor het deeltijds onderwijs (leertijd van de middenstand of het DBSO) te kiezen − Registratie en evaluatie van de deeltijdse arbeidscomponent tijdens de deeltijdse leerplicht Timing: 8 maanden Fase 3: Analyse van het voortijdig schoolverlaten, de toeleiding naar de deeltijdse onderwijssystemen en de arbeidsmarktintrede In een derde fase van dit onderzoek zal tenslotte een nieuwe gegevensbank worden opgebouwd waarin volgende gegevens zullen worden opgenomen: − De kalender- en vragenlijstgegevens van de groep van voortijdige schoolverlaters en afgestudeerden van het initieel beroepsonderwijs (TSO, BSO, deeltijdse systemen) uit het SONAR-bestand. − De nieuw verzamelde gegevens over de voortijdige schoolverlaters en afgestudeerden uit de deeltijdse onderwijssystemen uit het LOSO-bestand. Naast de nieuw verzamelde gegevens zullen ook schoolloopbaangegevens uit het LOSO-bestand worden toegevoegd evenals gegevens over hun studiekeuzeproces doorheen het secundair onderwijs. Bij de fusie en analyse van de gegevens dient voor ogen gehouden dat de LOSO-cohorte werd geselecteerd op basis van hun instroomjaar in het secundair onderwijs, d.i. oktober 1990. De SONAR-cohorte daarentegen werd geselecteerd op basis van hun geboortejaar (1976). Normaalvorderende respondenten van deze cohorte startten hun secundair onderwijs dus in september 1988, dit is twee jaar vroeger dan de LOSO-cohorte. De opzet van de analyses is: − Inzicht te verwerven in de oorzaken en beweegredenen om de school voortijdig te verlaten en deze vervolgens te evalueren in het licht van kenmerken van de schoolloopbaan die hieraan vooraf ging. − Inzicht te krijgen in de knelpunten bij de toeleiding naar de deeltijdse onderwijssystemen en de kwaliteit van de arbeidscomponent te evalueren in termen van een betere aansluiting met de arbeidsmarkt op korte en ook middellange termijn. − Het rendement van het initieel beroepsonderwijs te evalueren door de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden uit het voltijds en deeltijds beroepssecundair onderwijs te vergelijken met de arbeidsmarktintrede van de groep van uitstromers zonder formele kwalificatie van het secundair onderwijs. De arbeidsmarktintrede zal in dit onderzoek worden bestudeerd in termen van: − De intredewerkloosheid − De kwaliteit van de gevonden jobs: soort dienstverband, statuut, contract, aansluiting met het opleidingsniveau, deelname aan additionele scholing, promotiemogelijkheden − De werkgelegenheidsgraad en werkloosheidsgraad in de bestudeerde periode na het schoolverlaten


−

Transitiekansen: kans om bij het verlaten van de school werkloos te worden, kans om bij werkloosheid een nieuwe job te vinden, kans om zijn job te verliezen

Als verklarende karakteristieken zullen volgende kenmerken van de jongeren worden betrokken in de analyses: − Leeftijd, geslacht en sociale herkomst − Kenmerken van de vooropleiding − Locale arbeidsmarktgegevens Timing: 10 maanden Referenties Breen R. (1991), Education, Employment and training in the youth labour market, General Reseach Serie, Paper NO. 152, The Economic and Social Research Institute, Dublin. De arbeidsmarkt in Vlaanderen, Jaarboek 1999. De Koning J. & Gelderblom A. (2000), ‘Onderwijs, scholing en arbeidsmarkttransities’, paper gepresenteerd op het Arbeidsmarktcongres ‘De transitionele arbeidsmarkt. Contouren van een actief arbeidsmarktbeleid’, Brussel, 2 maart 2000. De Vries G.C. & De Jong M.W. (1988), Schoolverzuim en schooluitval in het voortgezet onderwijs. Een literatuurstudie, Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek van de Universiteit Amsterdam, Amsterdam, 226 p. Delors (1995), Witboek over onderwijs en samenleving. Onderwijzen en leren naar een cognitieve samenleving, Europese Commissie, Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, Luxemburg, 107 p. den Boer P.R. & Meesterberends-Harms G.J. (1992), Het intern rendement van het leerlingwezen, een vooronderzoek, RION, Instituut voor Onderwijsonderzoek, Rijksuniversiteit Groningen, 140 p. den Boer P.R. (1996), ‘Effecten van scholing voor laag opgeleide volwassenen’, in A. van Batenburg & P.R. den Boer, Startkwalificatie en voortijdig schoolverlaten, Max Goote/Seminar, Amsterdam, 124 p. Douterlungne M. (1994), Dag school. Een onderzoek over het voortijdig schoolverlaten in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, HIVA, Leuven,146 p. Douterlungne M., Nijsmans I. & Van de Velde V. (1997), Toekomstgerichte reflectie over de deeltijdse leerplicht, Koning Boudewijnstichting, Garant, Leuven-Apeldoorn, 94 p. Hövels B, Rademacker H. & Westhoff G. (1999), Early school-leaving, qualifications and youth unemployment, Research and practice in Germany and in the Netherlands, Eburon Delft, 189 p. Lamberts M. (1994), ‘Ze vragen zoveel aandacht, meneer’, Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 10(2), p. 111-121.


Lokman I. & Nieuwenhuis L. (1990), ‘Zittenblijven of schoolverlaten: kosten-batenanalyses van MBO-leerlingen omtrent hun school- en beroepsloopbaan’, Klaassen C.A.C., Jungbluth P.L.M., Onderwijs en Samenleving. Bundel Onderwijsresearch Dagen 1990, ITS, Nijmegen. Lokman I. (1995), Dagonderwijs. Een onderzoek naar uitstroombeslissingen van mbo-leerlingen, Groningen (Doctoraal Proefschrift RUG). Nicaise I. e.a. (1995), Labour market programmes for the poor in Europe: pitfalls and dilemmas – and how to avoid them, Aldershot, Avebury. Nicaise I. (1996), Poverty and human capital, K.U.Leuven, Dept. Econ. Wet., Leuven. Nijsmans I. (1996), Het deeltijds beroepssecundair onderwijs: een balans na tien jaar werking, HIVA, Leuven, 298 p. OECD (1992), Adult literacy and economic performance, Paris, OECD. OECD (1996), Lifelong Learning for All, Paris, OECD. OECD (1998), Pathways and Participation in Vocational and Technical Education and Training, Paris, OECD. OECD (1999), Thematic Review of the transition from initial education to working life, Paris, OECD. OECD (1999), Employment outlook, Paris, OECD. Pollet I., Van Hootegem G., Jorens E. & Wijns J. (1998), Lager rekruteren, hoger waarderen. Verdringingsprocessen bij lagergeschoolde bedienden, K.U.Leuven/HIVA/CEVORA/Andersen Consulting. Simoens P., Denys J. & Denolf L. (1998), Hoe werven bedrijven in België in 1997?, HIVA, Leuven. van der Velden R. & Lodder B. (1994), ‘Alternative routes from vocational education to the labour market. Labour market effects of full-time vs dualized vocational education’, Working Paper prepared for the workshop ‘Determinants of individual success in transitions to the labour market, Network on Transitions in Youth, European Science Foundation, Seelisberg, Switzerland, 16-19 September 1994. Van Dorpe S., Van Hoof K., Denys J. & Omey E. (1995), De beroepsloopbaan van afgestudeerden TSO en BSO, Vakgroep Sociale Economie RUGent, HIVA-K.U.Leuven, 209 p.


1


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
transitieinitieelberoepsonderwijsnaararbeidsmarkt_voorstel.pdf by Vlaanderen-be - Issuu