STUDIE 149 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Meestergast in de weverij
BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Meestergast in de weverij sector
:
textiel
Sectorcommissie beroepsopleidingsprofielen textiel van de Vlaamse Onderwijsraad D/2000/6356/16
B E R O E P S O P LE ID IN GS P R O F IE L M E E S T E R GAS T IN D E W E V E R IJ
I N H O U D
1
INLEIDING
1
1.1
Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel 1.1.1 Gegevens beroepsprofiel 1.1.2 Gegevens beroepsopleidingsprofiel
1
1.2
Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen
1
1.3
Ontwikkelingsproces
1
1.4
Legitimatie
2
2
SITUERING VAN DE OPLEIDINGEN
2
2.1
Gegevens uit de beroepenwereld 2.1.1 Beroepenstructuur 2.1.2 Geraadpleegde beroepsprofielen
2
Gegevens uit de opleidingenwereld Opleidingenaanbod Regionale spreiding van het opleidingenaanbod en de tewerkstelling in Vlaanderen en het Brussels Gewest
5
2.3
Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel
6
3
HET BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL
7
3.1
Benaming van het beroepsopleidingsprofiel
7
3.2
Globale omschrijving van het beroepsopleidingsprofiel
7
3.3
Concrete vertaalslag 3.3.1 Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen 3.3.2 Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel 3.3.3 Selectie van takenclusters en taken 3.3.4 Formulering van vaardigheden met bijbehorende kennis, houdingen en context 3.3.5 Concrete uitwerking van de vertaalslag 3.3.6 Beroepshoudingen 3.3.7 Contextgegevens
7
3.4
Niveau van het beroepsopleidingsprofiel
14
4
BIBLIOGRAFIE
15
5
LIJST VAN MEDEWERKERS
15
2.2
2.2.1 2.2.2
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
1
INLEIDING
1.1
Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel
1.1.1
Gegevens beroepsprofiel Sector : Beroep : Beroepsprofiel : Gelegitimeerd door : op :
1.1.2
1
textiel meestergast in de weverij wever / meestergast in de textielsector koepelcommissie opleidingsprofielen 30 januari 1998
Gegevens beroepsopleidingsprofiel Sectorcommissie: vaste kern : uitgebreide commissie : Studiegebied : Benaming van het profiel : Legitimator : Datum
1.2
Opdracht
1.2.1
Opdrachtgever
:
TEXTIEL MEESTERGAST IN DE TEXTIELSECTOR TEXTIEL MEESTERGAST IN DE WEVERIJ
Afdeling TSO/BSO Raad voor Volwassenenonderwijs Raad Hoger Onderwijs Afdeling TSO/BSO: 22 september 2000 Raad voor Volwassenenonderwijs: 27 juni 2000 Raad Hoger Onderwijs
De koepelcommissie Opleidingsprofielen stelde op de vergadering van 16 oktober 1997 de vaste kern van de sectorcommissie opleidingsprofielen Textiel samen. De sectorcommissie werd op 30 januari 1998 uitgebreid met het oog op de ontwikkeling van een beroepsopleidingsprofiel naar aanleiding van het beschikbare beroepsprofiel Wever/Meestergast in de textielsector (SERV, 1997).
1.2.2
Doelstellingen 1 2 3
De uitbouw van het onderwijs optimaal verzekeren. De opleiding meestergast in de textielsector beter laten aansluiten bij de arbeidsmarkt. De uitstroom van gekwalificeerde meestergasten in de weverij verhogen.
Een afgestudeerde, die de vaardigheden beheerst, moet voldoen aan de beroepsvereisten van een beginnend meestergast in de weverij, zoals opgesomd in het hierna volgend beroepsopleidingsprofiel.
1.3
Ontwikkelingsproces Het beroepsopleidingsprofiel wordt samengesteld op basis van een handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs, ontwikkeld door de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. Het is afgeleid van het beroepsprofiel ‘Wever/Meestergast in de textiel’. De werkgroepmethode wordt toegepast.
2
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
De uitgebreide sectorcommissie vergaderde op volgende dagen: donderdag 18 november 1999 (13.30 tot 17 uur) vrijdag 10 december 1999 (9.30 tot 12 uur) donderdag 3 februari 2000 (14 tot 17.30 uur) dinsdag 22 februari 2000 (9 tot 12 uur) donderdag 30 maart 2000 (13.45-17 uur)
1.4
Legitimatie De afdeling TSO/BSO, de Raad voor Volwassenenonderwijs en de Raad Hoger Onderwijs legitimeren het beroepsopleidingsprofiel. Het BOP wordt als advies aan de overheid voorgelegd.
2
SITUERING VAN DE OPLEIDINGEN
2.1
Gegevens uit de beroepenwereld
2.1.1
Beroepenstructuur De beroepenstructuur is nog in ontwikkeling.
2.1.2
Geraadpleegde beroepsprofielen Het beroepsprofiel Wever / Meestergast in de textielsector, opgesteld door de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (1997), is de basis voor het beroepsopleidingsprofiel Meestergast in de weverij. Het beroepsprofiel Wever/Meestergast in de textiel (SERV, 1997) omschrijft het beroep van Meestergast als volgt: ‘De meestergast is verantwoordelijk voor het vlotte verloop van het productieproces. Hij dient hiertoe het aanwezige productiepotentieel (materiaal - machines mensen) optimaal te organiseren en te beheersen. Zijn functionele bijdrage bestaat algemeen uit het leiding geven aan en het toezicht houden op het uitvoerend personeel, en het uitoefenen van de technisch-organisatorische verantwoordelijkheid.'
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
3
ORGANISATIE VAN HET PRODUCTIEPROCES Onderstaand schema geeft een beeld van de klassieke bewerking van grondstof tot (half-) afgewerkt textielproduct 1:
Textiel
grondstoffen
verven/ veredelen spinnen
non-woven
verven/ veredelen
weven
tuften
breien
verven/ veredelen
textielproduct
1
COBOT-bedienden vzw, Uitgebreid kennismaken met textiel, Beknopte voorstelling van de textielsector.
4
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
De textielsector kent vijf grote subsectoren2: drie sectoren van eindproducten: Kledingtextiel omvat gebreide en geweven stoffen voor: kledijproductie, alsook afgewerkte breigoedartikelen zoals b.v. truien, T-shirts, kousen en panty’s, babykleding,... Deze sector is de op een na grootste subsector. Hij vertegenwoordigt een aandeel van 25% van de totale toegevoegde waarde van de Belgische textielsector. Interieurtextiel omvat: tapijt, meubelstoffen, decoratiestoffen, huishoudlinnen, matrastijk, dekens en dekbedden en passementerie. Deze sector vertegenwoordigt 40% van de toegevoegde waarde en vormt hiermee het belangrijkste onderdeel van de textielsector. Technisch textiel omvat textiel voor: geo en bouw, agro, tuinbouw en visvangst, defensie, bescherming en veiligheid, voertuigen, medische doeleinden, transport en verpakking, industriële toepassingen,... Dit is de sector met de meest diverse producten en zijn belang in het geheel van toegevoegde waarde in de textiel bedraagt 20%. Deze sector is een duidelijke groeipool. Twee sectoren van halfafgewerkte producten: Spinnerij en voorbereiding omvat de voorbereiding en de productie van: filament, vezels, garens van katoen, wol, vlas, enz... (5% van de toegevoegde waarde). Textielveredeling: in deze sector worden de vezels, garens en stoffen gewassen, gebleekt, geverfd, bedrukt en gecoat, worden stoffen en garens geappreteerd en worden textielproducten krimpvrij, vuilafstotend, brandvertragend,... gemaakt. De veredeling gebeurt zowel voor derden (loonveredeling) als voor eigen rekening (geïntegreerde veredeling). Deze subsectoren vertegenwoordigt 10% van de toegevoegde waarde van de textielsector. Arbeidsmarktevoluties3 Volgens het jaarverslag 1999 van Febeltex zorgde de textielsector voor een rechtstreekse tewerkstelling van 42 500 personen. De textielarbeiders vertegenwoordigen 84,7 % van de totale textieltewerkstelling. Voor 2000 verwacht men dat het tewerkstellingsvolume in de textielsector minimaal op het niveau van 1999 behouden wordt. België heeft vandaag nog een relatief belangrijke textielsector, die de volledige textielketting omvat al werden op bepaalde niveaus de activiteiten al sterk gespecialiseerd en geconcentreerd op bepaalde types van producten.
2 3
Febeltex, Jaarverslag 1999. Febeltex Jaarverslag 1999.
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
5
Situering van de meestergast in de weverij Binnen het gemiddelde textielbedrijf bevindt de meestergast zich op het eerste leidinggevend niveau, met name onder de afdelingsverantwoordelijke / productieverantwoordelijke en de directeur, en boven de diverse uitvoerders. Vaak werken meestergasten in een ploegensysteem.
2.2
Gegevens uit de opleidingenwereld
2.2.1
Opleidingenaanbod Op dit ogenblik bestaat er geen specifieke opleiding voor meestergast. Het sectoraal vormingscentrum biedt bijscholingen aan. * De basisopleiding Textiel van het hogeschoolonderwijs van één cyclus en van twee cycli zorgt in de praktijk voor de toelevering van de productie- en afdelingsverantwoordelijken in de weverijen. 2.2.1.1 Overzicht van het met het beroepencluster aanverwante opleidingenaanbod Het voltijds secundair technisch onderwijs biedt binnen het studiegebied Textiel in de 2de graad de studierichting Textieltechnieken TSO en in de 3de graad de studierichting Textielproductietechnieken TSO aan. Het hoger onderwijs voor sociale promotie biedt in de categorie Technisch de opleiding Textielproductietechnieken aan. 2.2.1.2 Onderzoek naar de bevolking van de opleidingen In het hoger onderwijs voor sociale promotie volgden in het academiejaar 1998-99 in het traditioneel stelsel: 19 studenten (16 mannen en 3 vrouwen) de afdeling Textielproductietechnieken; In het schooljaar 1998-99 volgden in het voltijds secundair onderwijs: 47 leerlingen (26 jongens en 21 meisjes) in de 2de graad de studierichting Textiel TSO; 29 leerlingen (25 jongens en 4 meisjes) in de 3de graad de studierichting Textielproductie TSO; 12 leerlingen (9 jongens en 3 meisjes) in de 2de graad de studierichting Textielproductie en -veredeling TSO.
2.2.2
Regionale spreiding van het opleidingenaanbod en de tewerkstelling in Vlaanderen en het Brussels Gewest Een opleiding tot meestergast in de weverij wordt in Vlaanderen nergens als dusdanig aangeboden. Afgestudeerden zouden vooral in West- en Oost-Vlaanderen aan het werk kunnen.
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
6
2.3
Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel Het huidig aantal leerlingen en studenten in de textielafdelingen is reeds jaren onvoldoende om de behoeften van de industrie te dekken. De werkloosheidsgraad in de textielsector lijkt daarmee in tegenspraak, maar werkgevers vinden op de arbeidsmarkt moeilijk personeel met de nodige of gewenste opleiding en/of ervaring om hun vacatures opgevuld te krijgen. De afzetmarktcondities waarmee de textielbedrijven vandaag worden geconfronteerd, zijn grondig gewijzigd. Het HIVA komt in een studie over de arbeidsmarktknelpunten in de textielsector tot de conclusie dat het gemiddelde textielbedrijf meer dan vroeger klantspecifieke producten maakt, grotendeels op order produceert, en op een markt opereert waar kwaliteit en flexibiliteit de voornaamste eisen vormen4. Uit de studie bleek dat vooral de vacatures voor wever, meestergast, spinner en tapijtwever door de in de steekproef bevraagde bedrijven als moeilijk invulbaar beschouwd werden. Doordat in de textielbedrijven een evolutie naar een vlakkere organisatievorm merkbaar is, zal de meestergast in staat moeten zijn het hoofd te bieden aan dringende en plots opduikende technische problemen en zal hij moeten kunnen overleggen en zijn medewerkers begeleiden. Het is derhalve nodig dat de beroepsopleiding van de Meestergast meer aandacht krijgt. Een gerichte beroepsopleiding kan de uitstroom van gekwalificeerden bevorderen.
4
Huys, R., Stevens, I., Sels, L., Arbeidsmarktknelpunten in de textiel- en de confectiesector, HIVA, KU Leuven, 1996.
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
3
BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL
3.1
Benaming van het beroepsopleidingsprofiel
7
Het beroepsopleidingsprofiel heet Meestergast in de weverij en omschrijft de vaardigheden van de kwalificatie Meestergast in de weverij.
3.2
Globale omschrijving De toekomstige meestergast in de weverij leert de werkzaamheden in de weverijafdeling organiseren en coördineren, hij/zij leert de productie vlot te laten verlopen en bij problemen in te grijpen. Hij/zij leert de elementen die meespelen in de productie - mensen, materiaal en machines - optimaal op een veilige en verantwoorde wijze te laten renderen.
3.3
Concrete vertaalslag
3.3.1
Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen Het beroepsopleidingsprofiel wordt afgeleid van het beroepsprofiel ‘Wever/Meestergast in de textielsector’ (SERV, 1997).
3.3.2
Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel Het toegeleverde beroepsprofiel kan ondergebracht worden in type A; dat is een beroepsprofiel dat takenclusters omvat voorzien van kennis, attitudes en contextgegevens.
3.3.3
Selectie van de takenclusters en taken Het beroepsprofiel Meestergast in de textielsector omvat volgende takenclusters: BEROEPSPROFIEL 2.1 Voorbereidende taken 2.2 Uitvoerende taken: toezicht, follow-up en bijsturing inzake: − productie − machine(s)/werkpost(en) − uitvoerend personeel − rapportering (mondeling) − administratie − algemeen 2.3 Ondersteunende taken
8
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
De sectorcommissie kiest volgende vaardigheidsclusters voor de samenstelling van het beroepsopleidingsprofiel van Meestergast in de weverij: BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL MEESTERGAST IN DE WEVERIJ Vaardigheidscluster 1 :
De productie in de weverij sturen
Vaardigheidscluster 2 :
De uitvoering van het werk in de weverij leiden
Het beroepsprofiel geeft een algemeen profiel van een meestergast in de textielsector (zowel voor de spinnerij, weverij, tufterij, tapijtweverij als voor de breierij) en vermeldt dat ‘het mogelijk is om bepaalde elementen uit het profiel te transfereren’. Er werd in het beroepsprofiel ‘abstractie gemaakt van de specificiteit van de meestergast in de verschillende afdelingen’ (p. 43) en bijgevolg moesten alle taken vertaald worden naar vaardigheden voor de weverij-afdeling. De sectorcommissie zorgde ervoor dat met de vaardigheden van het beroepsopleidingsprofiel alle taken van het beroepsprofiel uitgevoerd kunnen worden. De beginnend Meestergast in de weverij beheerst de vaardigheden van clusters 1 en 2.
3.3.4
Formulering van vaardigheden met de bijbehorende kennis, houdingen en context De mate van beheersing van de vaardigheden en kennis wordt genuanceerd aan de hand van volgende criteria: Vaardigheden: 1 = oriëntering Een cluster van vaardigheden waarmee de lerende/beginnende beroepsbeoefenaar kennis maakt. Hij/zij neemt deze vaardigheden waar of voert ze kort uit om een beter beeld te krijgen van de beroepsactiviteiten binnen de bedrijfstak. 2 = onder begeleiding uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin het voordoen/nadoen een rol spelen of waarin de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij derden ligt. 3 = zelfstandig uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij op eigen initiatief handelt of waarin de verantwoordelijkheid bij de lerende zelf ligt. 4 = begeleidend uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering door derden op zich neemt. Ondersteunende kennis: 1 = feitelijke kennis Deze kennis is op herkenning terug te voeren (dit niveau kan omschreven worden door middel van werkwoorden van het type:
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
9
reproduceren, bewust zijn, herinneren, herkennen, registreren, opnoemen, aanduiden, benoemen, opsommen, ...) 2 = begripsmatige kennis Deze kennis is op inzicht terug te voeren (begrijpen, verstaan, aantal aangeven, verband uitdrukken, bewijzen, voorbeelden geven, typeren, de essentie aangeven, omschrijven, met eigen woorden zeggen, ...) 3 = kennistoepassing Deze kennis past de feitelijke en begripsmatige kennis toe (gevarieerd aanwenden, uitwerken, beoordelen, evalueren, produceren, vergelijken met, structureren, ...) 4 = integrerende De kennis in nieuwe situaties toepassen en zoeken naar innovaties.
10
3.3.5
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
Concrete uitwerking van de vertaalslag
CLUSTER 1: DE PRODUCTIE IN DE WEVERIJ STUREN Cluster van vaardigheden Mate van De leerling/cursist kan: beheersing 1.1 weefmachines op basis V3 van een technische fiche bij artikelwissel instellen
1.2 een probleem aan de machine vaststellen, lokaliseren, identificeren en signaleren 1.3 weefmachines bijstellen
V3
1.4 fouten in de productie vaststellen, analyseren en oplossen / oplossingen voorstellen 1.5 bestelbons voor de onderhoudsdienst opmaken en aan de betrokken afdeling doorgeven 1.6 controleren of de onderhoudsbeurten goed uitgevoerd werden 1.7 opdracht geven tot het herstellen of vervangen van bepaalde machineonderdelen 1.8 ontvangen (reserve)onderdelen vergelijken met de bestelbon 1.9 toezicht houden op herstellingen aan de weefmachines 1.10 de kenmerken van garens beoordelen
V3
V3
V3
Ondersteunende kennis (K) en Mate van beheersing vaardigheden (V) Werkingsprincipes van K2 weefmachines en hun onderdelen Verband tussen het instellen van K3 een weefmachine en het te vervaardigen product Een technische fiche kunnen lezen V3 en gebruiken Een handleiding in het Nederlands, V2 Frans en Engels voor een weefmachine kunnen raadplegen Kennis van de goede werking van K2 de machines, hun onderdelen en hun preventief onderhoud Een technisch probleem precies en V3 bondig kunnen formuleren Elektriciteit toegepast op de K2 weverij Elektronica toegepast op de K2 weverij Mechanica toegepast op de weverij K2 Pneumatica toegepast op de K2 weverij Technische schema’s kunnen lezen V2 Fouten die in de productie kunnen K3 voorkomen
Wat periodiek gecontroleerd/vervangen moet worden
K1
Vezelsoorten en hun eigenschappen Kwaliteitsnormen voor garens Voorbereiding van garens
K2
V3
V3
V3
V4
V3
K2 K2
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan:
Mate van beheersing
1.11 het verloop van het weven van stalen controleren 1.12 een staal op zijn uiterlijke kenmerken beoordelen 1.13 de kenmerken van een weefsel beoordelen 1.14 fouten in een weefsel vaststellen, analyseren en oplossen/oplossingen voorstellen 1.15 het resultaat van een kwaliteitscontrole lezen en interpreteren
V3
1.16 een weefsel ontleden 1.17 restgarens sorteren 1.18 olieresten opslaan
V3 V4 V4
Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V) Nabewerking van garens Garennummering Eigenschappen van garens
11
Mate van beheersing K2 K3 K3
V3
Bindingen
K3
V3
Kwaliteitsnormen voor weefsels
K2
V3
Fouten die in weefsels kunnen voorkomen
K3
V3
Kwaliteitssystemen Kwaliteitsbegrippen Normen en procédés voor de uitvoering van kwaliteitscontroles Beschrijvende statistiek Weefselontleding
K1 K2 K2 K2 K3
12
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
CLUSTER 2: DE UITVOERING VAN HET WERK IN DE WEVERIJ LEIDEN Cluster van vaardigheden De leerling/cursist kan: 2.1 gegevens invoeren in en opvragen aan de computer en op basis daarvan maatregelen treffen 2.2 toezien op de toepassing van veiligheidsrichtlijnen in de weverij
2.3 meehelpen aan het opstellen van veiligheidsinstructies voor weefmachines 2.4 op basis van een productieplanning voor zichzelf een werkprogramma opmaken en het volgens omstandigheden aanpassen 2.5 de werkverdeling van de eigen medewerkers volgens de planning en richtlijnen van de afdelingsleiding opmaken, volgens omstandigheden aanpassen en erop toezien dat ze toegepast wordt 2.6 bij een ploegenwissel de stand van zaken aan collega-meestergasten doorgeven 2.7 nieuw in dienst genomen personeel onthalen en wegwijs maken in de afdeling en de functie 2.8 toezien op de uitvoering van de taken door de medewerkers in de weverij-afdeling en daarover rapporteren 2.9 medewerkers begeleiden
Mate van beheersing V3
V4
Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V) Toepassingssoftware kunnen gebruiken Moderne communicatiemiddelen kunnen gebruiken
Mate van beheersing V3 V3
Veiligheidsrichtlijnen voor de weverij Veiligheidspictogrammen in de weverij Veiligheidsbegrippen Aansprakelijkheid van de meestergast in de weverij
K2
Persoonlijke werkorganisatie (tijdsbeheer, agenda, prioriteiten) Stappen in het totale productieproces van textiel Productieproces binnen een weverij
K3
Organisatie van de werkposten Basiskennis methodestudie Een planning in instructies kunnen vertalen Instructies kunnen interpreteren en volgen Instructies kunnen geven
K3 K2 V3
V3
Taakinhoud van de verschillende medewerkers van een weverijafdeling
K3
V4
Vorderingen kunnen beoordelen aan de hand van een evaluatieinstrument
V3
V3
Leiderschapsstijlen Gedrag van mensen en hoe erop reageren Motiveringstechnieken Feedback kunnen geven
K1 K2
K1 K2 K2
V2
V3
V3
K2 K3
V3 V3
V3
K2 V3
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
Cluster van vaardigheden Mate van De leerling/cursist kan: beheersing 2.10 administratieve V3 gegevens van medewerkers bijhouden en aan de betrokken afdeling doorgeven 2.11 de productie op basis V3 van de door de planning aangeduide prioriteiten bijsturen 2.12 ervoor zorgen dat de V3 bevoorrading van de garens naar de weverijafdeling vlot gebeurt 2.13 ervoor zorgen dat de V3 bevoorrading van de hulp- en wisselstukken naar de weverijafdeling vlot gebeurt 2.14 een organisatorisch V3 probleem in de weverij-afdeling vaststellen, analyseren en voorstellen van oplossing formuleren 2.15 een probleem met V3 invloed op de werksfeer in de weverij-afdeling vaststellen, daarover overleggen 2.16 het wettelijk verslag V3 arbeidsongeval opmaken
3.3.6
Ondersteunende kennis (K) en vaardigheden (V)
13
Mate van beheersing
Elementen die het rendement/de kwaliteit van de productie beïnvloeden
K3
Doorlooptijd
K3
Catalogi van hulp- en wisselstukken kunnen raadplegen
V3
Probleemanalyse Een probleem bondig kunnen formuleren Mondeling en schriftelijk kunnen rapporteren
K2 V3 V3
Beroepshoudingen Volgende beroepshoudingen worden voor de meestergast als essentieel gezien: Bereid zijn om leiding te geven Willen beslissen (een standpunt innemen of tot een handeling overgaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor opnemen); bereid zijn om contact te leggen en zonodig te onderhouden, ook in moeilijke situaties; willen zoeken naar een aanvaardbare werkdruk voor de medewerkers; bereid zijn binnen zijn verantwoordelijkheid spontaan problemen en taken aanpakken en gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken Doorzettingsvermogen/resultaatgerichtheid/kwaliteitsbewustzijn Ervoor willen zorgen dat de vooropgestelde standaarden in de meest optimale omstandigheden bereikt kunnen worden. Leergierigheid Actief zoeken naar alle mogelijkheden om zijn competentie te verbreden en te verdiepen
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
14
3.3.7
Contextgegevens 5 Een meestergast werkt in dienstverband in kleine en middelgrote ondernemingen. Het aantal meestergasten in een organisatie is afhankelijk van de omvang van het bedrijf en van het soort weverij. Zoals in andere industriële sectoren, blijft ook in de textielsector een verdere automatisering niet uit. In de toekomst zullen steeds meer functies van de weefmachine elektronisch gestuurd worden. Er wordt dan ook verwacht dat de meestergast in de toekomst minder, maar complexere technische interventies zal moeten uitvoeren. De vlakkere bedrijfsstructuur zal maken dat hij meer oplossingen zal moeten kunnen voorleggen en in overleg beslissingen nemen. Ook op het gebied van de kwaliteitszorg is er een evolutie merkbaar. Doordat de afnemers de kwaliteit van de geleverde producten steeds belangrijker gaan vinden, kunnen we nu een trend waarnemen naar het invoeren van meer veralgemeende kwaliteitssystemen, dikwijls bedrijfsoverstijgend. Dit betekent dat het weversberoep in de toekomst meer en meer beïnvloed zal worden door algemene kwaliteitsrichtlijnen en -systemen.
3.4
Niveau van het beroepsopleidingsprofiel De meestergast is verantwoordelijk voor de organisatie en coördinatie van de werkzaamheden op de weverij-afdeling. Hij moet, binnen zijn bevoegdheid, alle maatregelen treffen om de productie optimaal te laten verlopen. Hij moet zijn medewerkers begeleiden en met de verantwoordelijken overleggen hoe problemen het best kunnen opgelost worden. Gezien de mate van verantwoordelijkheid, de complexiteit van de arbeidssituatie en de mate van transfer, stelt de uitgebreide sectorcommissie voor de kwalificatie Meestergast in de weverij op niveau 3 te plaatsen (In de handleiding omschreven als: ‘Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd en ook andere verantwoordelijkheid omvat, zoals leiding en coördinatie’).
5
Deze gegevens werden uit het beroepsprofiel overgenomen.
B E R O E P S O P L E ID IN G S P R O F I E L M E E S T E R G A S T IN D E W E V E R IJ
4
15
BIBLIOGRAFIE Onderzoek naar de kwalificatiebehoeften voor wever en meestergast in de textielsector, Brussel, Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, juni 1997. Febeltex Jaarverslag 1999, Brussel. Handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor secundair en volwassenenonderwijs, Brussel, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dienst voor Onderwijsontwikkeling, 1998. Statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Departement Onderwijs.
5
LIJST VAN DE MEDEWERKERS AAN DE SECTORCOMMISSIE ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦
Ignace Balcaen, voorzitter van de sectorcommissie, CVPO Michel Annaert, COBOT Marc Blomme, Febeltex Luc Vandenbroele, ACV-Textiel en Kleding (CCTKB), Gent Lucien Bats, ABVV Textiel, Kleding en Diamant, Gent Filip Costeur, Vrij Technisch Instituut Waregem, VVKSO Ronny Demeere, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPO Antoine Vandenheede, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPO Hans Torbeyns, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPOHO Gerda Boudry, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPOHO Marc Depaepe, Koninklijk Atheneum Ronse, GO Rita Vanheste, Vlaamse Onderwijsraad.