FACTSHEET Vrouw-manverdeling in de georganiseerde sport in Vlaanderen1
In sporten als dansen, ijsschaatsen, paardrijden en gymnastiek is ruim 70% van de sporters bij de Vlaamse sportclubs een vrouw. Bij sporten als zwemmen, atletiek, hockey en korfbal is de verdeling tussen vrouwen en mannen gelijk. Bij sporten als voetbal, worstelen en schieten is minder dan 12% een vrouw. De drop-out van meisjes in de sportclub is groter dan die van jongens en bereikt een piek als ze 19 jaar zijn. Bij de trainers die actief zijn binnen de Vlaamse sportclubs zijn er tot 25 jaar even veel of zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke trainers.
1.389.848
68.018
Vanaf 30 jaar daalt het aandeel vrouwelijke trainers zeer sterk, met op 35 jaar een aandeel van 28% vrouwelijke trainers en op 50 jaar nog slechts 18%. Tot de leeftijd van +/- 35 jaar zijn er ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke bestuurders actief binnen de Vlaamse sportclubs. Daarna zien we dat enkel het aantal mannelijke bestuurders sterk toeneemt, met op 55 jaar een aandeel van 78% mannelijke bestuurders. Op het niveau van de Vlaams sportfederaties is in 2021 slechts 16% van de bestuurders een vrouw.
52.228
583
Figuur 1 Verdeling vrouw/man van sporters en trainers en bestuurders aangesloten bij Vlaamse sportclubs (2020) en verdeling vrouw/man bestuurders Vlaamse sportfederaties (2021),
1x
1 Cijfers van de sportclubs opgenomen in deze factsheet zijn afkomstig uit het Datawarehouse Sport Vlaanderen en betreffen gegevens van de gesubsidieerde of louter erkende Vlaamse sportfederaties in de periode 2014-2020. De kwaliteit van de data is daarom afhankelijk van de input gegenereerd door deze sportfederaties. In oktober 2021 werden de gegevens weergegeven in deze factsheet uit het datawarehouse getrokken. Aangezien we continu de datakwaliteit verbeteren, is het mogelijk dat er later kleine verschillen zullen optreden in vergelijking met de data weergegeven in het kennisplatform of dat de data licht afwijken van de vorige editie van de factsheet vrouw/man verdeling in de sport. De cijfers bestuurders sportfederaties zijn afkomstig van het E-loket sportfederaties,
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
In 2020 maken vrouwen 41% uit van de sporters, 33% van de trainers, 26% van de bestuursleden in Vlaamse sportclubs en 16% van de bestuurders in de Vlaamse sportfederaties (2021),
41% VAN DE CLUBSPORTERS IS VROUW
Figuur 2 Verdeling vrouw/man van sporters aangesloten bij Vlaamse sportclubs (2014-2020)
41 %
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Vrouwen maken in 2020 41% uit van de sporters binnen de Vlaamse sportclubs (aangesloten bij een louter erkende of bij een gesubsidieerde Vlaamse sportfederatie) (Figuur 2). In de periode van 2014 tot 2020 merken we een beperkte stijging van 2% tussen 2014 (39%) en 2018 (41%), en zien we een stagnatie tussen 2018 en 2020, namelijk 41%,
VAN DE SPORTERS IS VROUW
LEEFTIJD Tot 7 jaar zijn jongens en meisjes evenredig vertegenwoordigd in de sportclub. Het aandeel van meisjes vermindert met de leeftijd (Figuur 3), en is met 35,85% het kleinst op de leeftijd van 19 tot 25 jaar. Nadien zien we hun aandeel in het georganiseerd sportverband geleidelijk aan weer toenemen.
Figuur 3 Percentage vrouwelijke en mannelijke sporters aangesloten bij Vlaamse sportclubs per leeftijdscategorie (2020),
2 33
4,2% 5,3%
75 jaar en ouder 70-74 jaar
7,6%
9,2%
65-69 jaar
7,8%
9,7%
60-64 jaar
6,8%
9,2%
55-59 jaar
6,1%
8,9%
50-54 jaar
6,2%
9,5%
45-49 jaar
6,4%
9,9%
40-44 jaar
6,8%
10,8%
35-39 jaar
6,1%
10,5%
30-34 jaar
6,%
11,7%
25-29 jaar
7,1%
20-24 jaar
8,2%
13,0% 14,7%
15,2%
15-19 jaar
24,0%
23,7%
10-14 jaar
32,5%
21,1%
5-9 jaar
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Als we het aantal sporters vergelijken met de bevolkingscijfers zien we dat op alle leeftijden, met uitzondering van kinderen jonger dan 5 jaar, de densiteit hoger is bij mannen t.o.v. vrouwen (figuur 4). Op de leeftijd tussen 10 en 14 jaar is de densiteit het hoogst, met bij de jongens een densiteit van een op drie en bij de meisjes iets minder dan een op vier.
26,4% 4,7% 4,5%
4 jaar en jonger
V
M
Figuur 4 Densiteit aantal sporters (V/M) per leeftijdscategorie t.o.v. de populatie (2020),
POPULAIRSTE SPORTEN Zoals tabel 1 weergeeft, zijn er in dansen, ijsschaatsen, paardrijden en gymnastiek meer dan 70% vrouwelijke sporters actief. Voetbal, worstelen en schieten beschikken over het kleinste aandeel vrouwelijke sporters.
Top 8
Hoogste aandeel vrouwelijke sporters
Hoogste aandeel mannelijke sporters
1
Dansen
79%
Voetbal
90%
2
Paardrijden
76%
Worstelen
89%
3
IJsschaatsen
74%
Schieten
88%
4
Gymnastiek
72%
Kendo
86%
5
Fitness
68%
Kaatsen
85%
6
Volleybal
58%
Squash
83%
7
Wandelen
56%
Motorrijden
82%
8
Fietsen
56%
IJshockey
81%
Tabel 1 Top 8 van sporten met het hoogste aandeel vrouwelijke sporters en het hoogste aandeel mannelijke sporters in Vlaamse sportclubs (2020), 3
33
De sporten dansen, ijsschaatsen, paardrijden en gymnastiek hebben meer dan
70 %
vrouwelijke sporters.
32
4
Tabel 2 geeft een overzicht van alle sporten met minstens 10.000 vrouwelijke sporters. Het aandeel vrouwelijke sporters stijgt tussen 2015 en 2020 bij volgende sporttakken: paardrijden (+3,09%), voetbal (+3,08%), wielrennen (+2,97%), basketbal (2,79%) en hockey (1,18%).
Sport
Aantal V Verschil Aantal V sporters in sporters in aantal 2020‐2015 2015 2020
Aandeel V sporters in 2020
Aandeel V Verschil sporters in aandeel 2020‐2015 2015
Alle sporten samen
569.147
446.724
122.423
40,95%
39,64%
1,31%
Gymnastiek
106.299
91.833
14.466
71,98%
74,39%
-2,41%
Wielrennen
95.314
73.303
22.011
42,38%
39,41%
2,97%
Tennis
69.736
64.052
5.684
41,95%
43,57%
-1,61%
Dansen
68.324
50.887
17.437
78,74%
79,89%
-1,15%
Wandelen
66.432
23.153
43.279
55,72%
58,23%
-2,51%
Zwemmen
38.644
38.235
409
49,64%
50,34%
-0,71%
Paardrijden
37.185
34.054
3.131
76,42%
73,33%
3,09%
Volleybal
33.622
28.879
4.743
59,95%
60,76%
-0,81%
Voetbal
31.818
17.373
14.445
9,86%
6,79%
3,08%
Fietsen/recreatief fietsen
31.062
22.306
8.756
55,31%
55,59%
-0,28%
Atletiek
26.534
21.866
4.668
46,31%
47,84%
-1,53%
17.714
12.425
5.289
49,07%
49,14%
-0,07%
Golf
15.027
2.750
12.277
35,94%
36,05%
-0,11%
Badminton
14.400
14.858
-458
40,21%
42,95%
-2,74%
Hockey
12.583
8.429
4.154
47,66%
46,48%
1,18%
Basketbal
10.935
8.337
2.598
24,80%
22,01%
2,79%
Padel
10,573
Petanque
Geen data 2015
33,93%
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
De laatste jaren is er een stijging van het aantal vrouwen die sporten in georganiseerd verband: van 446.724 vrouwelijke sporters in 2015 tot 569.147 in 2020. Het aandeel vrouwelijke sporters kent een lichte stijging van 1,31%
Geen data 2015
Tabel 2 Evolutie aantal en aandeel vrouwelijke sporters 2015-2020 van sporttakken met minstens 10.000 vrouwelijke sporters in Vlaamse sportclubs (2020)
5
33
GENDEREVENWICHT IN ENKELE SPORTEN
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
50%
51%
52%
54%
55%
55%
50%
49%
48%
46%
45%
45%
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Bij de sporten zwemmen, petanque, hockey, atletiek, korfbal en rolschaatsen is het aandeel van vrouwelijke en van mannelijke sporters nagenoeg gelijk en kunnen we spreken van een genderevenwicht (figuur 5).
© belgaimage
%V
%M
Figuur 5 Sporten met een percentage vrouwelijke sporters tussen 45% en 55% aangesloten bij Vlaamse sportclubs (2020) © belgaimage
DROP-OUT2 Gegevens over het aantal sporters dat stopt met sporten (drop-out) in georganiseerd verband maken duidelijk dat het vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt. Het totale drop-out-percentage bedraagt in 2020 bij vrouwen 16,5% en bij mannen 14,1%. Zowel bij mannen als bij vrouwen is de drop-out het grootst op 19 jaar. Bij vrouwen is deze op 19 jaar nog groter dan bij mannen. Figuur 6 toont dat het drop-out-percentage op 19 jaar over de afgelopen jaren schommelt tussen 23% en 29% bij vrouwen en tussen 16% en 21% bij mannen (in de periode van 2014 tot 2020). 35% 30%
29%
29%
28%
26%
26%
28% 23%
25% 20%
20%
15%
16%
21%
19%
20%
21%
17%
10% 5% 0% 2014
2015
2016 Man 19 jaar
2017
2018
2019
2020
Vrouw 19 jaar
Figuur 3 Evolutie in drop-out bij mannelijke en vrouwelijke sporters op 19 jaar in georganiseerd verband (2014-2020),
2
Een persoon wordt als drop-out geteld als hij/zij bijvoorbeeld in 2019 wel lid was van één van de sportfederaties en in 2020 niet meer. Als een persoon wisselt van sportfederatie, sportclub of sporttak wordt die niet als drop-out geteld. 6 33
Met het project ‘Preventie van tienerdrop‐out’ dat in 2021 van start gegaan is, zet Sport Vlaanderen samen met de sector in op het verminderen van de uitval van adolescenten – en meisjes in het bijzonder ‐ uit de sportclubwerking. Sport Vlaanderen, samen met de KU Leuven, de Vlaamse Sportfederatie en het Netwerk Lokaal Sportbeleid, gebruikt daarvoor de grondslagen van het Europees project 'Keep Youngsters involved'. Dit wetenschappelijk onderzoek detecteerde 14 kritische succesfactoren waardoor jongeren afhaken of net in de sportclub blijven. In 2021 werden in overleg met de sector (koepelstructuren, sportfederaties, clubs) en experten, praktische instrumenten ter bestrijding van tienerdrop‐out ontwikkeld. Deze instrumenten worden eind 2021 en begin 2022 in pilootfase getest door sportclubs/tieners van enkele geëngageerde sportfederaties, daarna geëvalueerd en indien nodig nog bijgestuurd. Vanaf midden 2022 zal een keuzemenu van bruikbare werkinstrumenten ter preventie van tienerdrop‐out gepromoot worden bij alle sportfederaties en hun aangesloten clubs die over een jeugdwerking beschikken.
7
33% VAN ONZE TRAINERS IS VROUW
31%
31%
32%
33%
69%
69%
68%
67%
2014
2016
2018 Man
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
In 2020 was 67% van de actieve trainers binnen de Vlaamse sportclubs (aangesloten bij een louter erkende of bij een gesubsidieerde sportfederatie) een man en slechts 33% een vrouw. Tussen 2014 en 2020 is een kleine stijging merkbaar van 30,97% naar 32,65%. Het aandeel vrouwelijke trainers daalt tot 27% (2020) als we alleen trainsters met een trainersdiploma bekijken. Van de gekwalificeerde trainers is 73% een man.
33 %
VAN DE TRAINERS IS VROUW
2020
Vrouw
Figuur 7 Verdeling V/M van trainers aangesloten bij Vlaamse sportclubs (2014-2020)
LEEFTIJD Bij de trainers die actief zijn binnen een Vlaamse sportclub is het opmerkelijk dat in de jongste leeftijdscategorieën (nl. ≤ 20 jaar en 21-25j) er evenveel of meer vrouwelijke dan mannelijke trainers zijn. Hoe ouder de trainer, hoe kleiner het aandeel van de vrouwen. Vanaf 41 jaar is de verhouding min of meer stabiel, met slechts 17-20% trainsters.
58%
42%
51%
49%
42%
58%
32%
68%
23%
19%
17%
17%
18%
16%
20%
77%
81%
83%
83%
82%
84%
80%
20 jaar en 21‐25 jaar 26‐30 jaar 31‐35 jaar 36‐40 jaar 41‐45 jaar 46‐50 jaar 51‐55 jaar 56‐60 jaar 61‐65 jaar 66 jaar en jonger ouder Man
Vrouw
Figuur 8 Percentage vrouwelijke en mannelijke trainers per leeftijdscategorie (2020),
8 33
Leeftijd
Alle leeftijden samen
Aantal V Aantal V Verschil trainers trainers in aantal in 2020 2015 2020‐2015
Aandeel V trainers in 2020
Aandeel V trainers in 2015
Verschil aandeel 2020‐2015
22.029
17.456
4.573
32,52%
30,86%
1,67%
20 jaar en jonger
5.579
4.557
1.022
57,57%
56,74%
0,84%
21-25 jaar
4.553
4.111
442
50,74%
48,52%
2,22%
26-30 jaar
3.202
2.450
752
42,50%
39,30%
3,19%
31-35 jaar
1.975
1.480
495
31,66%
28,17%
3,49%
36-40 jaar
1.580
1.078
502
22,67%
19,62%
3,05%
41-45 jaar
1.306
853
453
19,29%
15,24%
4,04%
46-50 jaar
981
783
198
17,27%
15,21%
2,06%
51-55 jaar
807
636
171
16,82%
15,40%
1,42%
56-60 jaar
658
399
259
17,62%
14,97%
2,65%
61-65 jaar
446
291
155
16,33%
16,51%
-0,17%
66 jaar en ouder
942
818
124
20,43%
21,59%
-1,16%
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Tabel 3 geeft een overzicht van de evolutie van het aantal en aandeel vrouwelijke trainers per leeftijdscategorie. Het aandeel vrouwelijke trainers is de afgelopen 5 jaar vooral gestegen in de leeftijdscategorieën tussen 26 en 45 jaar. De totale stijging van het aandeel vrouwelijke trainers over alle leeftijdscategorieën heen is de afgelopen 5 jaar beperkt gestegen met 1,67%.
Tabel 3 Evolutie aantal en aandeel vrouwelijke trainers 2015-2020 per leeftijdscategorie 3
WELKE SPORTEN HEBBEN HET HOOGSTE AANTAL VROUWELIJKE TRAINERS? Vrouwelijke trainers zijn vooral actief in sporten die vrouwelijke sporters het vaakst beoefenen. Het hoogste aandeel vrouwelijke trainers vinden we terug in gymnastiek (79%, n = 8.203), dansen (71%, n = 1.625), paardrijden (70%, n = 434) en fitness (66%, n = 206). In sporten met vooral mannelijke sporters, zoals voetbal, schieten en kaatsen, zien we nauwelijks vrouwelijke trainers, respectievelijk 6%, 5% en 5%
3 Het
totaal aantal trainers en het aandeel V en M trainers verschilt licht van de totaalcijfers in figuur 7. Het verschil is te wijten aan een aantal trainers waarvan de leeftijd niet gekend is
9
33
HET AANDEEL VROUWELIJKE TRAINERS IN VERHOUDING TOT HET AANDEEL VROUWELIJKE SPORTERS
Verschil in aandeel V sporters tov V trainers
Aandeel V sporters
Aandeel V trainers
Alle sporttakken
8%
41%
33%
IJsschaatsen
33%
74%
41%
Petanque
25%
49%
24%
Golf
23%
36%
13%
Wielrennen
21%
42%
21%
Rolschaatsen
17%
45%
28%
Klimmen
15%
34%
19%
Roeien
14%
38%
24%
Wandelen
12%
44%
32%
Kano-kajak
11%
32%
21%
Taekwondo
11%
37%
26%
Zeilen
11%
35%
24%
Karate
10%
32%
22%
Hockey
10%
48%
38%
Badminton
9%
40%
31%
Waterskiën
9%
38%
29%
Dansen
8%
79%
71%
Oriëntatielopen
8%
36%
28%
Paardrijden
6%
76%
70%
Reddend zwemmen
6%
42%
36%
Korfbal
5%
45%
40%
Atletiek
4%
46%
42%
Krachtbal Tennis
4% 4%
37% 42%
33% 38%
Padel
3%
34%
31%
Fitness
2%
68%
66%
Skiën
1%
35%
34%
Volleybal
-1%
40%
41%
Handbal
-2%
35%
37%
Zwemmen
-6%
50%
56%
Gymnastiek
-7%
72%
79%
Tabel 3 Evolutie aantal en aandeel vrouwelijke trainers 2015-2020 per leeftijdscategorie 3
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Voor alle sporttakken samen ligt het aandeel vrouwelijke trainers 8% lager dan het aandeel vrouwelijke sporters. In tabel 4 zien we dat bij de helft van de sporten met meer dan 30% vrouwelijke sporters het verschil in aandeel vrouwelijke trainers t.o.v. het aandeel vrouwelijke sporters nog groter is, Bij vier sporten bedraagt het verschil meer dan 20% (ijsschaatsen, petanque, golf en wielrennen). Bij vier sporten is het aandeel vrouwelijke trainers iets hoger dan het aandeel vrouwelijke sporters (volleybal, handbal, zwemmen, gymnastiek).
Tabel 4 Verschil in aandeel vrouwelijke sporters en vrouwelijke trainers in Vlaamse sportclubs bij sporten met meer dan 30% vrouwelijke sporters (2020).
1033
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
26% VAN DE SPORTCLUBBESTUURDERS IS VROUW Vrouwen hebben een lage betrokkenheid in bestuurlijke functies op sportclubniveau: slechts 26% in 2020 (Figuur 9). Tussen 2014 en 2020 is wel een stijging merkbaar van 24% naar 26%.
24%
26%
26%
26%
76%
74%
74%
74%
2014
2016
2018 Man
26 %
2020
VAN DE CLUB BESTUURDERS IS VROUW
Vrouw
Figuur 9 Verdeling V/M van bestuurders aangesloten bij Vlaamse sportclubs (2014-2020)
LEEFTIJD De kloof tussen mannelijke en vrouwelijke sportclubbestuurders is vooral opmerkelijk vanaf 41 jaar (M: 65% en V: 35%). Net zoals bij de sporters en de trainers daalt ook op bestuursniveau het aandeel vrouwen naarmate de leeftijd toeneemt. Minder dan 20% van de bestuurders ouder dan 56 jaar is een vrouw.
47%
53%
54%
46%
56%
44%
48%
52%
41%
59%
35%
65%
23%
19%
16%
12%
28%
77%
81%
84%
88%
72%
20 jaar en 21‐25 jaar 26‐30 jaar 31‐35 jaar 36‐40 jaar 41‐45 jaar 46‐50 jaar 51‐55 jaar 56‐60 jaar 61‐65 jaar 66 jaar en jonger ouder Man
Vrouw
Figuur 8 Percentage vrouwelijke en mannelijke bestuurders per leeftijdscategorie (2020),
11
33
Tabel 5 geeft een overzicht van de evolutie van het aantal en aandeel vrouwelijke bestuurders per leeftijdscategorie.
Leeftijd
Aantal V Aantal V Verschil bestuude bestuurde aantal rs in rs in 2015 2020‐2015 2020
Aandeel V Verschil Aandeel V bestuurders in bestuurders aandeel 2020‐2015 in 2015 2020
3.183
3.341
-158
25,24%
22,19%
3,06%
20 jaar en jonger
39
34
5
46,99%
53,97%
-6,98%
21-25 jaar
98
140
-42
54,14%
56,68%
-2,54%
26-30 jaar
240
250
-10
56,07%
52,85%
3,22%
31-35 jaar
344
291
53
48,11%
44,36%
3,75%
36-40 jaar
346
342
4
41,29%
37,34%
3,95%
41-45 jaar
382
438
-56
35,17%
28,63%
6,55%
46-50 jaar
437
484
-47
28,28%
23,27%
5,02%
51-55 jaar
391
514
-123
23,16%
21,02%
2,14%
56-60 jaar
338
324
14
18,68%
15,55%
3,13%
61-65 jaar
253
236
17
16,41%
13,67%
2,73%
66 jaar en ouder
315
288
27
11,69%
10,14%
1,55%
Alle leeftijden samen
Tabel 3 Evolutie aantal en aandeel vrouwelijke trainers 2015-2020 per leeftijdscategorie 3
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
De totale stijging van het aandeel vrouwelijke bestuurders is de afgelopen 5 jaar toegenomen met 3,06%. In de leeftijdscategorieën 41-50 jaar is het aandeel het meest toegenomen.
Tabel 5 Evolutie aantal en aandeel vrouwelijke bestuurders 2015-2020 per leeftijdscategorie 4
HET AANDEEL VROUWELIJKE BESTUURDERS IN VERHOUDING TOT HET AANDEEL VROUWELIJKE SPORTERS Voor alle sporten samen ligt het aandeel vrouwelijke bestuurders 15% lager dan het aandeel vrouwelijke sporters. In tabel 6 zien we dat bij vier sporten het verschil meer dan 20% bedraagt (wielrennen, ijsschaatsen, paardrijden en hockey). Bij geen enkele sport met minstens 30% vrouwelijke leden is het aandeel vrouwelijke bestuurders hoger dan het aandeel vrouwelijk sporters. Bij sporten als paardrijden, hockey, krachtbal en reddend zwemmen is het enerzijds opvallend dat er een groot verschil is tussen het aandeel vrouwelijke bestuurders en het aandeel vrouwelijke sporters (gemiddeld 20%) hoewel het verschil tussen het aandeel vrouwelijke sporters en vrouwelijke trainers bij deze sporten niet zo groot is (gemiddeld 6%).
4 Het
totaal aantal bestuurders en het aandeel V en M bestuurders verschilt van de totaalcijfers in figuur 9. Het verschil is te wijten aan een aantal bestuurders waarvan de leeftijd niet gekend is,
1233
Aandeel V sporters
Aandeel V bestuurders
Verschil in aandeel V sporters tov V bestuurders
Aandeel V trainers
Verschil in aandeel V sporters tov V trainers
Alle sporttakken
41%
26%
15%
33%
8%
Wielrennen
42%
12%
31%
21%
21%
IJsschaatsen
74%
47%
27%
41%
33%
Paardrijden
76%
55%
22%
70%
6%
Hockey
48%
26%
22%
38%
10%
Krachtbal
37%
17%
19%
33%
4%
Reddend zwemmen
42%
23%
19%
36%
6%
Waterskiën
38%
21%
17%
29%
9%
Zeilen
35%
18%
17%
24%
11%
Roeien
38%
22%
16%
24%
14%
Taekwondo
37%
22%
15%
26%
11%
Dansen
79%
64%
15%
71%
8%
Atletiek
46%
32%
15%
42%
4%
Tennis
42%
28%
14%
38%
4%
Petanque
49%
36%
13%
24%
25%
Klimmen
34%
21%
13%
19%
15%
Skiën
35%
23%
12%
34%
1%
Fitness
68%
56%
12%
66%
2%
Padel
34%
25%
9%
31%
3%
Badminton
40%
31%
9%
31%
9%
Karate
32%
24%
9%
22%
10%
Kano-kajak
32%
25%
7%
21%
11%
Gymnastiek
72%
65%
7%
79%
-7%
Golf
36%
30%
6%
13%
23%
Handbal
35%
30%
6%
37%
-2%
Rolschaatsen
45%
41%
4%
28%
17%
Zwemmen
50%
46%
3%
56%
-6%
Wandelen
44%
42%
3%
32%
12%
Volleybal
40%
38%
2%
41%
-1%
Korfbal
45%
44%
1%
40%
5%
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Anderzijds zien we bij golf en rolschaatsen dat het aandeel vrouwelijke bestuurders weinig verschilt van het aandeel vrouwelijke sporters (respectievelijk 6% en 4%), maar het aandeel vrouwelijke trainers wel veel verschilt van het aandeel vrouwelijke sporters (respectievelijk 23% en 17%, Volleybal is de enige sport waar zowel het aandeel vrouwelijke bestuurders (38%) als het aandeel vrouwelijke trainers (41%) ongeveer gelijk is aan het aandeel vrouwelijke sporters (40%).
Tabel 6 Verschil in aandeel vrouwelijke sporters en vrouwelijke bestuurders en trainers in Vlaamse sportclubs bij sporten met meer dan 30% vrouwelijke sporters (2020).
Het is duidelijk dat we nog veraf staan van een genderevenwicht in het bestuur van sportclubs. Met 41% vrouwelijke sporters in georganiseerd verband en slechts 26% vrouwelijke sportclubbestuurders in 2020 stellen we vast dat er voor vrouwen nog een duidelijke groeimarge is om een bestuurlijke functie binnen een Vlaamse sportclub op te nemen.
13
33
16% VAN DE SPORTFEDERATIE BESTUURDERS IS VROUW
Slechts 4% van de gesubsidieerde Vlaamse sportfederaties heeft momenteel een vrouw als voorzitter van het bestuursorgaan. Bij de CEO’s of algemeen verantwoordelijken van de gesubsidieerde Vlaamse sportfederaties is het aantal vrouwen met 33% beduidend hoger.
16 %
VAN DE SPORTFEDERATIE BESTUURDERS IS VROUW
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
Bij het bestuur van de 71 erkende Vlaamse sportfederaties in 2021 ligt het percentage vrouwen met 16% nog een stuk lager ten opzichte van de 26% vrouwelijke bestuurders in de sportclubs. Als we enkel de 51 gesubsidieerde sportfederaties in 2021 in beschouwing nemen is het percentage vrouwelijke bestuurders 17%.
De gegevens over de vrouw/man verhouding bij de Vlaamse sportclubs kan je raadplegen op het dashboard op het kennisplatform van Sport Vlaanderen https://www.sport.vlaanderen/kennisplatform/thema-sportparticipatie/dbgender-in-de-sport/
Om te werken aan een betere balans tussen het aantal vrouwelijke sporters, trainers of bestuurders ten opzichte van het aantal mannelijke sporters, trainers of bestuurders kan een sportclub, sportfederatie en het beleid gebruikmaken van positieve acties. De Ombudsvrouw Gender bracht in juli 2021 een publicatie uit over de mogelijkheden van positieve acties in het kader van sport en recht. Je kan deze publicatie Sport zoekt vrouw; vrouw zoekt sport’ downloaden op de website van de Vlaamse Ombudsdienst: https://www.vlaanderen.be/vlaamse-ombudsdienst/nieuwsberichten/sport-zoektvrouw-vrouw-zoekt-sport-een-antwoord-op-enkele-vragen-over-gendergelijkheiden-sport-die-telkens-terugkeren
COLOFON De factsheet ‘Vrouw-man verdeling in de sport’ is een uitgave van Sport Vlaanderen, tot stand gekomen via een samenwerking tussen het Datawarehouse, het Kennis- en innovatiecentrum sport (KICS), de afdeling subsidiëring en het leescomité, Verantwoordelijke Uitgever: Philippe Paquay, Agentschap Sport Vlaanderen, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel Depotnummer D/2021/3241/347 Voor meer info of vragen over deze factsheet hilde.caers@sport.vlaanderen
November 2021
1433
KENNISPLATFORM SPORT VLAANDEREN
15