Skip to main content

ovamlink_september_2022-versieOnline.pdf

Page 1

OVAM. AFVAL-, BODEM- EN DUURZAAM MATERIALENBELEID VOOR DE PROFESSIONAL SEPTEMBER 2022 - N° 41

Extra middelen voor asbestveilige zorg

4

Grond voor de toekomst

10

Lokaal Materialenplan focust op preventie en hergebruik

15

Naar een duurzame kunststofketen

Vlaanderen is materiaalbewust


Inhoud

’t Is weer voorbij, die mooie zomer

4

COLOFON Verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur Ine Wenmaekers Redactieraad Ine Wenmaekers, Nele Bal, Sofie Triest, Anne D'Haese, Jan Verheyen, Frank Van Swalm, Liesbet Van Ackeleyen, Raf Engels, Annelies D'Hollander, Els Van Camp, Pieter Vervinckt, Eline Aerts, Els Herremans

10

Redactieadres

Beste lezer, “’t Is weer voorbij, die mooie zomer.” We hebben de afgelopen maanden van ontelbare zonuren en zwoele zomeravonden mogen genieten, maar dat heeft een keerzijde. Meer dan ooit zijn we ons bewust van de droogte. Nooit eerder geziene scheepswrakken komen tevoorschijn in uitgedroogde rivieren. In Amerika zijn zelfs voetafdrukken van dinosaurussen ontdekt die duizenden jaren bedekt waren onder zand en water. De grond onder onze voeten krijgt het zwaar te verduren, terwijl die net zo kostbaar is. Onze bodem speelt immers een centrale rol in de klimaatverandering, waterbeheer, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Omdat bodemzorg buiten de oorspronkelijke scope van het Bodemdecreet valt, werken we stapsgewijs een beleid uit. Hoe u een ‘bodemzorger’ kunt worden, leest u op pagina 4. Ook afval heeft een impact op het klimaat. En niet alleen op het einde van de keten, bij de verbranding. Ook bij de ontginning van grondstoffen, de productie en het transport komen broeikasgassen vrij. Daarom zijn preventie en hergebruik zo belangrijk. Die thema’s krijgen dan ook extra aandacht in het nieuwe Lokaal Materialenplan – de opvolger van het uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval – dat een kader biedt voor het Vlaamse afvalbeleid tot 2030 (p. 11). Met het oog op preventie staat de verduurzaming van de kunststofketen hoog op de Vlaamse en internationale agenda (p. 15). Vlaanderen treedt trouwens op als inspirator voor de Europese besluitvorming. De OVAM ziet het immers als haar plicht om kennis te delen, want er zijn nog grote verschillen tussen landen. En zoals collega Pieter Vervinckt het zo mooi verwoordt op pagina 19: “Als we zeggen ‘Samen maken we morgen mooier’, hebben we het niet alleen over Vlaanderen.” Veel leesplezier! CHRISTOF DELATTER Waarnemend administrateur-generaal

OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, ovam.link@ovam.be Foto’s Delegation of the European Union to the United States, iStock, OVAM, Adobe Stock, Vlaanderen Circulair Redactie en realisatie www.wearepantarein.be Wettelijk depotnummer D/2022/5024/14 Oplage

GEZONDE GROND

DUURZAAM MATERIAALGEBRUIK

4

12

Een brede kijk op bodemzorg

15 CIRCULAIRE ECONOMIE

Relanceplan Vlaamse Veerkracht steunt asbestveilige zorgsector Kunststoffen: van regionale werkagenda tot internationaal verdrag

3000 ex. De meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. Gegevens uit deze nieuwsbrief mag u overnemen mits de bron wordt vermeld. De OVAM en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.

10 20

Lokaal Materialenplan hamert op afvalpreventie en hergebruik Amerika op circulaire studiereis

MEER WETEN? De OVAM is geïnteresseerd in uw vragen, opmerkingen en suggesties. Schrijf ons via

ovam.link@ovam.be facebook.com/ovam.be @PersAtOVAM linkedin.com/company/ovam

12

15

3


Gezonde grond

4

Gezonde grond

Hoe ziet die nieuwe aanpak eruit?

GROND VOOR DE TOEKOMST: EEN BREDE KIJK OP BODEMZORG

Ellen Luyten, beleidscoördinator bodembeheer bij de OVAM: “Bodem wordt vaak gezien als ‘dood’ materiaal, een verzameling van mineralen. Onze ambitie is dat tegen 2050 iedereen mee voor een gezonde, ‘levende’ bodem zorgt. We werken parallel op drie sporen met drie doelstellingen naar dat toekomstbeeld toe (zie infografiek). We willen mensen ten eerste bewustmaken van het belang en de urgentie van een gezonde bodem en hoe we daar allemaal een rol in spelen. Daarnaast creëren we een kader voor bodemzorgers zodat ze weten hoe ze aan de slag kunnen; via richtlijnen en wetgeving, informatie en handleidingen.

De OVAM werkt stapsgewijs aan een beleid rond bodemzorg. Die aanpak bouwt verder op het saneren van historische verontreiniging. Het beleid draagt ook bij aan een antwoord op de brede maatschappelijke uitdagingen, zoals de klimaatverandering, waarin bodem een centrale rol speelt.

“We willen mensen bewustmaken van het belang en de urgentie van een gezonde bodem en hoe we daar allemaal een rol in spelen” Ellen Luyten, OVAM

De manier waarop de OVAM naar onze bodem kijkt, is de voorbije jaren door nieuwe inzichten en nieuwe maatschappelijke accenten gaandeweg veranderd. Oorspronkelijk lag de focus hoofdzakelijk op de aanpak van historische verontreiniging, zoals de sanering van oude bedrijventerreinen en stortplaatsen. In 1995 werd bodembeheer – dankzij het Bodemdecreet – een officiële bevoegdheid van de OVAM. De doelstelling werd geformuleerd om tegen 2036 de sanering van alle historische bodemverontreinigingen in Vlaanderen te hebben afgerond of opgestart.

Onze bodem speelt ook een centrale rol in de klimaatcrisis, waterbeheer, biodiversiteit, een gezonde leefomgeving, omgaan met zorgwekkende stoffen zoals PFAS … “De voorbije jaren krijgen we steeds vaker vragen die buiten het oorspronkelijke opzet van het Bodemdecreet vallen”, zegt Nele Bal, beleidscoördinator bodembeheer bij de OVAM. “Daarom gingen we op zoek naar een meer systemische en proactieve aanpak die we stapsgewijs uitbouwen en uitrollen, samen met onze partners. Onder onze voeten ligt belangrijk kapitaal dat we zorgvuldig moeten beheren.”

En ten slotte wensen we steeds meer doeners en organisaties in de praktijk te ondersteunen. Ook Europa stimuleert via living labs of ‘levende laboratoria’ een innovatieve aanpak van bodemzorg door een sterke samenwerking tussen kennis en praktijk.” Bal: “We spreken niet toevallig over ‘bodemzorgers’. Daarmee willen we benadrukken dat onze bodem een levend ecosysteem is dat heel veel verschillende diensten levert.

5

Een gezonde, levende bodem slaat koolstof op, buffert water en verkoelt de omgeving. Dat zijn belangrijke eigenschappen die ons onder andere kunnen helpen bij maatschappelijke uitdagingen zoals de strijd tegen de klimaatverandering. Dat ecosysteem is erg kwetsbaar en een beschadigde bodem herstellen – bijvoorbeeld door te saneren – is een moeilijk en traag proces. We mogen het dus niet zover laten komen. Met bodemzorg willen we bijdragen aan de preventieve bescherming van de bodem, een duurzaam en regeneratief gebruik en herstel waar nodig.”

Welke concrete initiatieven heeft de OVAM genomen om de mensen meer bewust te maken van het belang van een gezonde bodem?

Luyten: “We lanceerden een website met videonarratieven over bodem. Daarin vertellen 23 mensen over hun passie voor bodemzorg, die telkens een heel andere vorm aanneemt. Zo tonen ze op een positieve manier dat iedereen een relatie heeft met onze bodem. Dat kan zijn als groenbeheerder, bouwheer, ondernemer, wetenschapper, als gewone tuinier en zeker als producent en consument. Het verhaal is mooi in beeld gebracht, zodat bezoekers van de website kunnen zien hoe een gezonde bodem uiteindelijk de buurt leefbaarder maakt en bijdraagt aan iedereens welbevinden. Het plan is om het narratief te blijven uitbreiden met inspirerende verhalen en onze bodemzorgers op die manier, soms letterlijk, in de bloemetjes te zetten.” Bal: “Naast de videonarratieven over bodem deden we vorig

jaar een grote burgerbevraging. Daaruit kwam naar voren dat mensen bodemzorg wel belangrijk vinden, maar niet goed weten wat ze kunnen doen. Aan ons dus om een goed kader te creëren door duidelijke adviezen, data en richtlijnen te voorzien. Dat zit voor een deel al in onze rol als beleidsmaker met het Bodemdecreet, maar ook andere beleidsdomeinen, zoals het Materialendecreet, hebben invloed op de bodem.” “Daarnaast kunnen we het mensen bijvoorbeeld makkelijker maken om te ontharden. Iedereen kan via degrotegrondvraag.be nagaan of er verontreiniging onder een verhard terrein zit. We hebben ook een beslisboom gemaakt waarmee je bodemdata, bijvoorbeeld over verontreiniging, terug kunt vinden. Onze bedoeling is om gaandeweg meer van dat soort hefbomen in te zetten, op basis van de noden bij de doelgroepen. Daarom zijn we een van de partners achter het programma Grond+Zaken binnen het Open Ruimte Platform. Daar ontmoeten beleidsmakers, wetenschappers en praktijkexperts elkaar, zodat wij van hen en zij van elkaar kunnen leren.”

“Een gezonde, levende bodem slaat koolstof op, buffert water en verkoelt de omgeving – belangrijke eigenschappen in de strijd tegen de klimaatverandering” Nele Bal, OVAM


Gezonde grond

6

Gezonde grond

7

BODEMZORG VE R B IN DT EN KELE CIJFERS

472 06 172 10 33

13

aanmeldingen van Belgische burgers of bedrijven voor ontzorging door PROMAZ bij hun stookolieverontreiniging

Op 6 sites binnen 2 Europese projecten testen we natuurgebaseerde oplossingen voor bodemverontreiniging

01

ME E R B O DE MZO R G I N DE PR A KTI JK

OVAM-medewerkers doen mee aan de Soil Your Undies Challenge en begraven een onderbroek in hun tuin om het bodemleven te onderzoeken

04 192 653 13

O NDE RSTE U NE ND KA DE R

PFAS-bodemdata zijn publiek toegankelijk via de PFAS-verkenner

Op de 4de editie van het ENSOrsymposium in 2022 delen 13 sprekers hun kennis over zorgwekkende stoffen

BE W U STMA KI NG

23 03

2 x 1000

burgers geven hun visie op bodem en bodemzorg in een bevraging

Op 13 oktober 2022 vindt vanuit Grond+Zaken het 1ste Bodemforum plaats, dat kennis, beleid en praktijk samenbrengt

handleidingen ondersteunen bodemzorgers in de praktijk

mensen zijn geabonneerd op de EmConSoil-nieuwsbrief

categorieën van diffuse bodemverontreiniging werden geïdentificeerd

partners werken binnen de Vlaamse overheid samen aan een gezonde, levende bodem in het programma Grond+Zaken

08

bodemzorgers doen hun verhaal in een reeks videonarratieven

toekomstscenario’s inspireren het bodemzorgbeleid via verbeelding

winnaars van de Bodemschep werden door Grond+Zaken in de bloemetjes gezet voor hun bodemzorg in de praktijk


Gezonde grond

8

BODEMZORG BIJ BOUWPROJECTEN Met Ossiado helpt Elisa Vermeulen stadsplanners, projectontwikkelaars en bouwheren op tijd rekening te houden met de bodem. Elisa Vermeulen gelooft net als de OVAM in een systemische kijk op bodembeheer. “Ik volgde een van de sessies waarin de OVAM stewardship als handvat voor bodemzorg verkende (zie kader onderaan). Daardoor ging ik met een bredere

blik kijken naar de bouwprojecten waarbij ik betrokken was”, vertelt de oprichtster van Ossiado. “Vandaag help ik mijn klanten om hun hele traject te overschouwen en tijdig de kansen en uitdagingen te identificeren. Dat is heel belangrijk: weten welke keuzes je op welk moment moet maken.” “Steeds vaker werken bouwheren op terreinen die al eerder in gebruik waren. Dat is een goede zaak, want we willen zo weinig mogelijk nieuwe ruimte aansnijden. Maar het brengt extra uitdagingen met zich mee: de grond kan verontreinigd zijn of vol stenen zitten. Ook als de

bodem gezond is, is het belangrijk dat de bouwheer beseft hoe je bodemschade tijdens de werken kunt vermijden. Een voorbeeld: grondoverschotten worden ter plaatse verwerkt door het maaiveld lokaal op te hogen. De grond wordt dan bijvoorbeeld verdicht tot 17 MPa (megapascal, een gebruikelijk criterium voor draagkracht in functie van stabiliteit, red.) terwijl wortels er niet meer door geraken vanaf 3 MPa.”

Waar moeten bouwheren dan rekening mee houden?

voedingsstoffen in opgelost zijn. Planten hebben die structuur nodig om te groeien. Ze is ook belangrijk voor de infiltratie van regenwater en de aanvulling van grondwatervoorraden. Bouwwerkzaamheden kunnen die structuur verstoren: door erover te rijden, grond af te graven of grond aan te stampen bij hergebruik. Zonder aangepaste maatregelen kan het wel tien jaar duren voor de structuur in de toplagen zich herstelt. In diepere bodemlagen zelfs meerdere generaties.”

Vermeulen: “Een gezonde bodem bestaat uit een structuur van poriën met lucht en water waar

“Maar op veel terreinen is er geen goede structuur en zijn

“DE BODEM IS GEEN BRUINE KLODDER, HIJ VERTELT EEN VERHAAL” Karen Vancampenhout is professor bodemkunde aan de KU Leuven. Ze pleit als bodemzorgambassadeur voor een grotere en positievere zichtbaarheid van de bodem bij het grote publiek. Voor de OVAM werkte ze mee aan toekomstscenario’s voor bodemzorg. Een van de sleutelstrategieën in de nieuwe beleidsbenadering rond bodemzorg is het ‘Soil+Land Stewardship’. De term slaat op een oude praktijk waarbij een steward werd aangeduid om te regeren als de koning nog te jong was. Die persoon moest zorg dragen voor het land en het bewaren voor toekomstige generaties, net zoals de bodemzorgers nu. In het kader van Soil+Land Stewardship ontwikkelde de OVAM, samen met bodemdeskundigen zoals professor Vancampenhout en andere (inter)nationale experts, drie verschillende

Gezonde grond

toekomstscenario’s. Die geven weer hoe het ons zal vergaan als we geen aandacht aan onze bodem besteden, wat er gebeurt als we er wél goed zorg voor dragen en wat als we een beetje van beide doen. “We hebben dit soort verhalen nodig”, zegt Vancampenhout. “Ze creëren een aanknooppunt om te praten over de bodem, iets wat in de geest van veel mensen nog gelijkstaat aan saai, vuil, moeilijk ... Dat beeld is vooral tekenend voor onze totale vervreemding van de grond onder onze voeten. Dat de bodem nog vaak wordt afgebeeld als een bruine klodder helpt zeker ook niet. Zo ziet hij er in werkelijkheid niet uit. Ga maar eens op onze website kijken naar foto’s van bodemprofielen. Elk van die profielen is uniek en vertelt een eigen verhaal.”

Hoe dringend is een goede bodemzorg?

Vancampenhout: “Wereldwijd zijn we al een derde van onze gezonde bodem kwijt aan erosie en verharding.

9

bouwprojecten net een kans voor bodemherstel. Door een doordachte keuze te maken in beplanting en tijdig de landschapsaannemer te betrekken kun je veel problemen voorkomen. Vandaar dat het zo belangrijk is om te anticiperen op de rol die de bodem zal hebben in het afgewerkte project. Door met bouwheren die denkoefening te maken, komen al snel veel problemen naar boven die we kunnen voorkomen. Dat bespaart niet alleen kosten op het vlak van grondverzet, maar zorgt er ook voor dat groenpartijen het beter doen, het water sneller infiltreert ... Zeker als het over de bodem gaat,

Ook in Vlaanderen zijn we in sneltempo de stadia van bodemdegradatie aan het doorlopen. Nu valt dat nog niet zo sterk op. Pas in het laatste stadium gaan de biodiversiteit en de landbouwproductie plots sterk achteruit. Dan zitten we écht in de problemen; die bodem moet immers voor onze voeding, waterkwaliteit, luchtkwaliteit … zorgen. En we komen steeds dichter bij dat kantelpunt. We moeten dus dringend werk maken van goede bodemzorg om niet in dat laatste stadium te verzeilen. Dat betekent niet dat we moeten doemdenken. We moeten juist het positieve, authentieke verhaal brengen van wat een gezonde bodem ons bijbrengt. Dat is wat de ‘toekomstscenario’s stewardship’ doen. Ze vormen elk een mooi vormgegeven, intrigerend verhaal, want mensen zijn storytelling animals.”

Welk advies hebt u voor mensen die bodemzorger willen zijn? Vancampenhout: “Al is het maar een klein stadstuintje, elke tuin telt. Eigenlijk is het in een stedelijke omgeving juist nog belangrijker om dat kleine lapje grond goed te beheren. En dat geldt evengoed voor grote bouwprojecten (zie kader bovenaan). Het is niet omdat een terrein bebouwd wordt, dat het kalf verdronken is. Bodemzorg is niet alleen voor natuur- en landbouwgebieden belangrijk. Daarnaast moeten we onze bodem opnieuw leren kennen

is voorkomen veel goedkoper dan herstellen.”

Elisa Vermeulen, Ossiado

en de invulling afstemmen op het type bodem. Je ziet nog zo vaak dat stukken grond een functie toebedeeld krijgen waar die bodem niet geschikt voor is. Dan wil men een zone voor waterinfiltratie creëren waar de bodem amper water doorlaat. Hetzelfde geldt voor een tuin: om goed voor een tuin te zorgen, moet de eigenaar eerst de eigenschappen van zijn bodem identificeren.” “En die informatie is vrij beschikbaar. We hebben de meest data-dense bodemkaart van heel de wereld, al vergeten we ze te gebruiken. Op het vlak van bodem zijn Vlamingen altijd voortrekkers geweest: professor Dudal leidde bijvoorbeeld het programma om de eerste internationale bodemclassificatie op te stellen, en heel wat internationale bodemkaarten werden met de hulp van Belgische expertise opgesteld. We hadden ook een van de eerste bodemwetgevingen. We vinden dat zelfs terug op archeologische sites: onze voorouders bleken heel bedreven in het interpreteren van bodems. Hun gebruik van bodem zat ongelofelijk slim in elkaar. Die spirit moeten we weer oppikken.”

Scan de QR-code en ontdek de drie toekomstscenario’s.


Circulaire economie

10

Circulaire economie

11

LOKAAL MATERIALENPLAN HAMERT OP AFVALPREVENTIE EN HERGEBRUIK De OVAM bereidt de opvolger voor van het huidige uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2016-2022. Het nieuwe Lokaal Materialenplan zal het Vlaamse beleid vormgeven tot 2030. Extra aandacht voor preventie en hergebruik moet de afvalberg en de impact op het klimaat onder controle houden.

Om continuïteit, samenhang en uniformiteit in het afvalbeleid te creëren, stelt de OVAM een uitvoeringsplan op. Dat loopt over meerdere jaren en is bindend voor lokale besturen. Vanaf volgend jaar is het Lokaal Materialenplan van kracht. De algemene doelstelling is om de totale Vlaamse afvalberg tegen 2030 minstens stabiel te houden op 2 376 000 ton huishoudelijk afval en 1 956 000 ton gelijkaardig bedrijfsafval. Er is bijzondere aandacht voor de link tussen het afval- en materialenbeleid en het klimaat.

de ontginning van grondstoffen, de productie en het transport. Daarom hechten we veel belang aan preventie en hergebruik. We streven bijvoorbeeld naar minder eenmalige verpakkingen. Kringloopcentra gaan dan weer voor 8 kg hergebruik per inwoner tegen 2030. Om die preventieve aanpak te laten slagen, zullen zowel de OVAM als de lokale partners moeten inzetten op communicatie en sensibilisering, maar zullen er ook wetgevende initiatieven nodig zijn. Daarnaast is het belangrijk dat we de selectieve inzameling van afval verder uitbreiden.”

“Het Vlaamse Energie- en Klimaatplan maakt die link zelfs expliciet”, zegt Tom Creten, beleidsadviseur bij de OVAM. “Het legt ook al een aantal doelstellingen vast, zoals huishoudelijk afval beperken tot 100 kg per inwoner per jaar in 2030. Maar afval heeft niet alleen op het einde van de keten, bij de verbranding, impact op het klimaat. Er komen ook broeikasgassen vrij bij

71 acties Het nieuwe ontwerpplan formuleert 71 beleidsacties om de Vlaamse doelstellingen te halen. Het gaat onder meer over de invoering van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor luiers, meer aandacht en handhaving voor selectieve inzameling bij

“We moeten de selectieve inzameling van afval verder uitbreiden” Tom Creten, OVAM

bedrijven en de uitbreiding van de selectieve inzameling van bioafval over heel Vlaanderen. Daarnaast is er een nieuw hoofdstuk over recyclage en de verwerking van bioafval door middel van compostering en vergisting. “In 2020 hebben we het lopende uitvoeringsplan grondig geëvalueerd”, vertelt Creten. “Daaruit bleek dat het een probaat instrument is en dat de meeste stakeholders tevreden zijn over de uitvoering. Maar we haalden niet alle doelstellingen. Rond preventie en voor specifieke stromen als luiers en bioafval hebben we daarom extra acties geformuleerd. Op basis van de evaluatie hebben we ook de indeling van gemeenten in clusters aangepast en vereenvoudigd om de restafvaldoelstellingen beter te verdelen. En we hebben een sterkere koppeling gemaakt tussen de acties en de doelstellingen waaraan ze bijdragen.”

Goedkeuring in december Over de ontwerptekst van het Lokaal Materialenplan en het bijhorende plan-milieueffectrapport (plan-MER) liep van 1 juni tot 31 juli een openbaar onderzoek. Daarbij werd het plan voorgesteld aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, kortweg de Minaraad, en aan lokale besturen tijdens infosessies in de Vlaamse provincies. De OVAM ontving veel reacties, vooral van afvalintercommunales, lokale besturen en enkele stakeholders uit de afval- en materialensector. Tijdens de zomerperiode verwerkte de OVAM die opmerkingen. In september en oktober stelt de Inspectie van Financiën een advies op en van oktober tot november vindt er een overleg tussen de betrokken kabinetten plaats. De goedkeuring door de Vlaamse Regering staat gepland voor december.


12

Duurzaam materialengebruik

Duurzaam materialengebruik

Het sectorprotocol Asbestveilige Zorg start op met relancemiddelen voor de inventarisatie en verwijdering van asbest uit zorgvoorzieningen. Die kunnen zich nog tot half oktober aanmelden via de OVAM-website voor ondersteuning. Vlaanderen moet tegen 2040 asbestveilig zijn. Dat wil zeggen dat alle asbesttoepassingen die een verhoogd risico vormen voor de mens of het leefmilieu tegen dan verwijderd moeten zijn. Voor niet-hechtgebonden toepassingen of verwerende materialen in de buitenschil (dak en gevel) valt die deadline al in 2034. Die streefdata maken deel uit van het Materialendecreet, maar zijn voorlopig alleen wettelijk verplicht voor publieke gebouwen en infrastructuur. Om een beter zicht te krijgen op de aanwezigheid van risicohoudende materialen, moeten alle gebouwen met een bouwjaar vóór 2001 tegen 2032 over een asbestattest beschikken. Bij de verkoop van een gebouw is dat attest verplicht vanaf 23 november 2022.

RELANCEPLAN ‘VLAAMSE VEERKRACHT’ STEUNT ASBESTVEILIGE ZORG

Het actieplan Asbestafbouw voorziet een aantal steunmaatregelen om die deadlines te halen. Met het relanceplan Vlaamse Veerkracht maakte de Vlaamse Regering daarvoor extra middelen vrij. Nieuwe premies ondersteunen de verwijdering van asbestdaken of -gevels in combinatie met isolatie of de plaatsing van zonnepanelen. De OVAM subsidieert ook asbestprojecten bij lokale besturen voor de ondersteuning van particulieren en jeugdverenigingen. Voor vier prioritaire sectoren sloot de OVAM bovendien een sectorprotocol af: de landbouw, het onderwijs, de sociale huisvesting en de zorgsector. Voor de sectorprotocollen stelt de Vlaamse Regering 12,4 miljoen euro relancemiddelen ter beschikking. Om de opstart in 2022 mogelijk te maken krijgt nu ook het sectorprotocol Asbestveilige Zorg daarvan 3,5 miljoen euro toebedeeld.

13

Steunmaatregelen Zorgvoorzieningen kunnen een beroep doen op het sectorprotocol om eenmalig en gratis de asbestinventaris van hun gebouw te verfijnen, om een expert in te schakelen voor advies en om een deel van de kosten van asbestverwijdering te recupereren. Het gaat over 35 procent van de factuur voor algemene zorginstellingen en 50 procent bij voorzieningen die zich specifiek op jeugdzorg richten. Voor voorzieningen die zich deels op jongeren richten, zoals een ziekenhuis met een materniteit, wordt de terugbetaling verhoudingsgewijs berekend. “We lanceerden een oproep die nog zeker tot half oktober loopt”, zegt Nele Steukers van het Team Asbestafbouw van de OVAM. “Zorgvoorzieningen kunnen zich tot dan aanmelden via onze website. Voor de recuperatie van de kosten van asbestverwijdering komen alleen werken uitgevoerd sinds 1 januari 2022 in aanmerking. Voor toekomstige asbestverwijderingen kunnen zorgvoorzieningen zelf een aannemer aanstellen of een beroep doen op een raamcontract van de OVAM – voor de verwijdering van asbesthoudende leidingisolatie – of het Facilitair Bedrijf – in het geval van publieke organisaties. Alleen ingrepen die nodig zijn om een asbestveilige toestand te realiseren, komen in aanmerking. De aanvrager moet vóór de werken over een actuele asbestinventaris of een asbestattest beschikken.”

Het engagement van de sector Het sectorprotocol werd mee ondertekend door negen koepelorganisaties uit de zorg. De koepels engageren zich om hun zorgvoorzieningen te stimuleren een investeringsplan op te maken om aan de mijlpalen van het Materialendecreet te voldoen. De deadline om over een asbestattest te beschikken, schuiven ze zelfs enkele jaren vooruit, naar 2029. “Zulke planning is essentieel om goede strategische keuzes te maken”, zegt Steukers. “Denk maar aan de


Duurzaam materialengebruik

14

energierenovatie. Dat idee is nu brandend actueel én een goede aanleiding om tegelijk asbest te verwijderen. Een gecombineerde aanpak betekent een winwinsituatie. Daarnaast vermijdt een degelijke, voorafgaande asbestinventarisatie onvoorziene kosten wanneer asbest wordt aangetroffen. Want je bent ook verplicht asbest te verwijderen als het bij werken eenvoudig bereikbaar wordt.”

Energiebedrijf (VEB), dat het Terra-platform beheert. In die patrimonium- en energiedatabank van de Vlaamse overheid kunnen ook zorgvoorzieningen onder meer energiescans aanvragen en investeringen plannen en opvolgen. We bekijken met het VEB hoe we in Terra de geïntegreerde blik op investeringen in energiezuinigheid en asbestveiligheid kunnen doorvertalen of hoe we dat kunnen linken aan de werking van het sectorprotocol.”

“Die geïntegreerde benadering van energierenovaties en asbestverwijdering is een rode draad door het asbestafbouwbeleid. Daarom zijn we een samenwerking gestart met het Vlaams

ondersteuning-zorg

Meer info op ovam.vlaanderen.be/

DE OPKOMST VAN DE ASBESTDESKUNDIGEN Het asbestattest is een sleutelinstrument in het Vlaamse asbestafbouwbeleid. Aan de hand van dat attest weten gebouweigenaars en kopers welke maatregelen nodig zijn om het gebouw asbestveilig te maken. Maar het biedt betrokken instanties ook een beter beeld van de omvang van het asbestpassief en in welke concrete toepassingen asbest verwerkt zit. Daarom registreren asbestdeskundigen tijdens de asbestinventarisatie hun gegevens in een centrale databank van de OVAM. Op basis van die inspectiegegevens levert de OVAM het asbestattest af. Om een asbestattest te krijgen, doet u een beroep op een gecertificeerde ‘asbestdeskundige inventarisatie’. De inschrijvingen, opleidingen en examens om zo’n certificaat te krijgen zitten ondertussen goed op schema. Op onze website vindt u een actuele lijst van gecertificeerde asbestdeskundigen.

“Een energierenovatie is een goede aanleiding om tegelijk asbest te verwijderen” Nele Steukers, OVAM

Duurzaam materialengebruik

15

DE KUNSTSTOFFENAANPAK: VAN REGIONALE WERKAGENDA TOT INTERNATIONAAL VERDRAG De verduurzaming van de kunststofketen staat overal hoog op de agenda. In Vlaanderen is er onder meer de werkagenda Chemie/Kunststoffen. Op internationaal niveau staat er een historisch verdrag in de steigers om te kunnen ingrijpen op de volledige levenscyclus van kunststoffen op een juridisch bindende manier. De grondslag van het Vlaamse beleid rond kunststoffen gaat terug tot 2018. In dat jaar stelde de Europese Commissie haar kunststofstrategie voor. Die moet het ontwerp, de productie, het gebruik en de recyclage van kunststoffen transformeren en een belangrijke pijler vormen van een klimaatneutrale en circulaire economie. Vlaanderen werkte op dat moment ook al aan een kader voor het duurzame beheer van kunststofwaardeketens. Door die voorbereidingen af te toetsen aan de Europese strategie kwam het uitvoeringsplan Kunststoffen 2020-2025 tot stand. De belangrijkste uitgangspunten zijn: minder en efficiënt gebruik van kunststoffen, een duurzame recyclagemarkt, het recyclaat als een volwaardige grondstof, kennis- en datavergaring en de voorbeeldrol van overheden via een circulair aankoopbeleid. De Europese Commissie lanceerde daarna een oproep voor LIFE-projecten waarvoor lidstaten extra middelen kunnen krijgen om hun beleid versneld uit te voeren. Dat leidde in 2020 tot het Cmartlife-project, op initiatief van de OVAM. Dat project onderzoekt en implementeert innovatieve oplossingen om de hoeveelheid restafval te verminderen, met een bijzondere focus op een krachtige uitvoering van de acties uit het uitvoeringsplan Kunststoffen.


Duurzaam materialengebruik

16

Duurzaam materialengebruik

“Het was een intensief traject met de nadruk op participatie, om te komen tot een breed draagvlak én een gedeelde analyse van knelpunten en oplossingspistes binnen de community die actief is rond chemie en kunststoffen. Uit dat traject ontstond een groep mensen die gemotiveerd zijn om de acties en doelen van de werkagenda verder uit te werken en uit te voeren. Die mensen in beeld brengen en met elkaar in contact brengen, voor kennisuitwisseling of operationele samenwerking, is het opzet van een werkagenda.”

Op de Circular State of the Union op 25 april 2022 ondertekenden verschillende organisaties het startcharter van de circulaire werkagenda Chemie/Kunststoffen als teken van hun engagement.

Zeven werkpaden

De circulaire werkagenda’s Op 25 april 2022, tijdens het Circular State of the Unionevent van Vlaanderen Circulair – het knooppunt, de inspirator en matchmaker voor de circulaire economie in Vlaanderen – werd de werkagenda Chemie/Kunststoffen voorgesteld. Ook rond andere thema’s, zoals de bio-economie, circulair bouwen, de maakindustrie, de voedselketen en waterkringlopen, werden werkagenda’s opgezet. Die agenda’s verbinden partners uit de maatschappelijke vijfhoek: kennisinstellingen, de financiële sector, het bedrijfsleven, overheden en het maatschappelijk middenveld. Samen zoeken ze naar nieuwe oplossingen, wisselen ze kennis uit en coördineren ze inspanningen. Ter ondersteuning van de werkagenda’s voorziet Vlaanderen Circulair zeven hefbomen rond gemeenschappelijke uitdagingen als communicatie, financiering en de arbeidsmarkt.

Kenmerkend aan de circulaire werkagenda’s is dat een publieke en private partij als voortrekkers optreden. Voor de werkagenda Chemie/Kunststoffen zijn dat de OVAM en essenscia, de Belgische sectorfederatie van de chemie-, kunststoffen- en life sciencesindustrie. Ze worden bijgestaan door een kerngroep bestaande uit denuo (de Belgische federatie van de afval- en recyclagesector), Catalisti (de Vlaamse speerpuntcluster Chemie en Kunststoffen), Centexbel-VKC (het competentiecentrum voor de kunststofverwerkende industrie), VITO (het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek), Bond Beter Leefmilieu en VLAIO (het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen). “We hebben nu ons opstartjaar achter de rug”, vertelt Sofie Bracke, adviseur Circulaire Economie en Duurzame Ontwikkeling bij essenscia en trekker van de werkagenda langs private kant.

Binnen de werkagenda Chemie/ Kunststoffen werken de partners aan acties en projecten die thematisch gegroepeerd zijn in zeven werkpaden. Zo zijn er werkpaden gewijd aan recyclage, alternatieve grondstoffen, inzet van recyclaten, alternatieve businessmodellen, ecodesign, industriële symbiose en beleidsmatige ondersteuning. “Daarin ligt de kracht van de werkagenda’s”, vertelt Luk Umans, beleidsadviseur bij de OVAM en trekker van de werkagenda langs publieke kant. “De werkpaden stellen gemeenschappelijke doelen voorop, waar we een constructieve

“Gemotiveerde mensen met elkaar in contact brengen voor kennisuitwisseling of operationele samenwerking: dat is het opzet van een werkagenda”

17

dialoog rond organiseren om tot haalbare oplossingen te komen.” “Een goed voorbeeld is het stimuleren van de afzetmarkt voor kunststofrecyclaten. Voor producten zoals afvalzakken leggen we al een bepaald percentage gerecycleerd materiaal op via het VLAREMA, het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. En er ligt een nieuw wetsvoorstel klaar voor onder andere compostbakken en geluidsschermen langs snelwegen. Die producten zijn niet zomaar gekozen. De OVAM heeft een studie gedaan waarbij de partners van de werkagenda hun feedback hebben gegeven. Zo hebben we geëvalueerd welke producten in aanmerking kwamen, waar het laaghangend fruit te vinden was en waar er opportuniteiten zijn om de markt te stimuleren zonder onbedoelde, negatieve effecten te veroorzaken.” Daarnaast organiseren denuo en essenscia PolyMatters twee keer per jaar een Plastic Matters-event. Daarbij staat ervaringsuitwisseling centraal en zetten leden van beide federaties nieuwe samenwerkingen op om het gebruik van gerecycleerde kunststoffen te verhogen.

Vlaams gewicht mee in de schaal

Sofie Bracke, essenscia Luk Umans, OVAM

Binnen het Vlaamse beleid rond kunststoffen is er veel aandacht voor innovatie. “Het is onze ambitie om Vlaanderen op de kaart te zetten als proeftuin voor elk aspect in de verduurzaming van de kunststofwaardeketen”, zegt Annelies Scholaert, beleidsadviseur bij de OVAM en coördinator van het

uitvoeringsplan Kunststoffen. “We staan sterk in zaken als innovatieve sorteertechnieken, verschillende bedrijven gebruiken vandaag al gerecycleerde kunststoffen en in de chemische cluster in Antwerpen is er veel kennis rond chemische recyclage. Als kleine regio willen we onze expertise delen met het buitenland. Want de uitdaging is natuurlijk veel ruimer en groter dan het Vlaamse niveau.”

Annelies Scholaert, OVAM Niet alleen in Vlaanderen en Europa, maar ook internationaal staan kunststoffen hoog op de agenda. Tijdens de milieuconferentie van de United Nations Environment Assembly in Kenia dit voorjaar stemden alle lidstaten van de Verenigde Naties in met een resolutie om een internationaal bindend verdrag rond kunststofvervuiling te sluiten. Ondertussen lopen de onderhandelingen om voor eind 2024 een document op te stellen met maatregelen die de hele levenscyclus van kunststoffen omvatten. “Als die onderhandelingen goed verlopen, wordt dit wellicht het belangrijkste milieuverdrag sinds het klimaatakkoord van Parijs”, zegt Pieter Vervinckt, internationaal


Duurzaam materialengebruik

18

beleidsadviseur bij de OVAM. “Het zal niet alleen het eerste wereldwijde, juridisch bindende instrument tegen kunststofverontreiniging zijn, ook de globale aanpak en de brede scope zijn opmerkelijk. De resolutie beperkt zich namelijk niet tot afvalbeheer, maar kijkt naar de hele cyclus en alle mogelijke sectoren die er een rol in spelen. Waar vroeger de focus lag op microplastics en verontreiniging in het mariene milieu, krijgt nu ook het kunststofafval op het land de nodige aandacht.” “Die brede aanpak is belangrijk voor de OVAM. Daar hebben we in de aanloop naar de resolutie op gehamerd, samen met een

aantal andere Europese lidstaten. De Europese Commissie zal het mandaat krijgen van de Europese Raad om namens de lidstaten te onderhandelen. Het wordt een intensief traject waarbij de onderhandelaars continu afstemmen met hun achterban. De OVAM is rechtstreeks betrokken bij het bepalen van de prioriteiten en standpunten die België bij de Europese besluitvorming zal aanbrengen.”

Circulaire lessen Het Vlaamse en het Europese kunststoffenbeleid bieden inspiratie voor het standpunt dat de Commissie

OESO BRENGT GLOBALE IMPACT EN OPTIES IN KAART Dit jaar publiceerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) het tweedelige rapport Global Plastics Outlook. In het eerste deel maakt de OESO voor het eerst een globale inventaris op van de kunststofproductie, -consumptie en -verwerking. In deel twee kijkt ze vooruit naar 2060 aan de hand van verschillende beleidsscenario’s. De kunststofketen en de plasticverontreiniging die ermee gepaard gaat, is een complex, globaal gegeven, waarbij niet alleen de kunststoffen, maar ook kunststofafval internationaal verscheept en verhandeld wordt. Voor het eerst kwantificeerde de OESO de huidige globale productie, het gebruik, de verwerking en de belangrijkste milieueffecten

doorheen de levenscyclus van kunststoffen. De organisatie stelt ook mogelijkheden voor om de negatieve effecten te verminderen. Uit het rapport blijkt dat op globaal niveau nog geen 10 procent van al het kunststofafval gerecycleerd wordt. De rest wordt gestort of verbrand, maar zo’n 22 procent belandt op ongecontroleerde

zou kunnen verdedigen. “Het is in elk geval cruciaal dat we met een circulaire bril naar de hele waardeketen kijken”, zegt Vervinckt. “Preventie en hergebruik zijn dus te verkiezen boven recyclage. Dat betekent dat we ook moeten inzetten op communicatie en sensibilisering. Op dat vlak kunnen we lessen trekken van de Europese Single-Use Plasticsrichtlijn en het uitvoeringsplan Kunststoffen. Daarnaast denk ik aan de expertise die de OVAM recent heeft opgebouwd dankzij het Belgische actieplan Marien Zwerfvuil.”

Duurzaam materialengebruik

Scenario’s voor de toekomst In het tweede deel van het rapport trekt de OESO de resultaten van haar inventaris door tot 2060 aan de hand van verschillende scenario’s. Ze schetst eerst het verwachte kunststofgebruik en de impact daarvan als we het huidige beleid aanhouden. Daarnaast tekent ze scenario’s uit die uitgaan van een regiospecifieke aanpak, een strenger, globaal beleidspakket en een aanpak met de klimaatverandering als uitdrukkelijke focus.

“Als de onderhandelingen goed verlopen, wordt dit wellicht het belangrijkste milieuverdrag sinds het klimaatakkoord van Parijs”

grote verschillen tussen de landen. Dat komt ook glashelder naar voor in een recent OESO-rapport (zie kader). Landen die nog niet zo ver staan, hebben de kans om ‘haasje over’ te doen: stappen overslaan door de ervaring van anderen te gebruiken. In die zin is het onze plicht om onze kennis te delen. Als we zeggen: ‘Samen maken we morgen mooier’, hebben we het niet alleen over Vlaanderen.”

“Tijdens internationale onderhandelingen wordt er veel kennis uitgewisseld, want er zijn

stortplaatsen of wordt in open kuilen verbrand en komt zo in het milieu terecht. De Global Plastics Outlook identificeert vier hefbomen om bij te sturen: technologische innovatie, een markt creëren voor gerecycleerde kunststoffen, binnenlands beleid en internationale samenwerking.

19

Pieter Vervinckt, OVAM

Het Cmartlife-project ontvangt steun van het LIFE-programma van de Europese Unie.

Business as usual Onder het huidige beleid zou het wereldwijde gebruik van kunststoffen tegen 2060 verdrievoudigen, onder impuls van een groeiende economie en bevolking. Kunststofafval groeit in gelijke mate, waarbij minder dan een vijfde gerecycleerd wordt en dubbel zoveel kunststof in het milieu belandt. De hoeveelheid kunststoffen in het water zou verdriedubbelen tot 493 miljoen ton en de uitstoot van broeikasgassen gelinkt aan kunststoffen verdubbelt.

Regionale actie Het regionale scenario stelt een mix voor van fiscale maatregelen en regelgevend beleid, waarbij de OESOlanden ambitieuzere streefcijfers hanteren dan de niet-OESO-landen. Dat levert betere resultaten op dan

een verderzetting van het huidige beleid, vooral door geleidelijk aan een taks op kunststofproducten en virgin grondstoffen in te voeren, levensduurverlenging en reparatie van producten aan te moedigen en systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op te zetten. Maar vergeleken met de situatie vandaag, zien we in dit scenario nog altijd meer dan een verdubbeling van het kunststofgebruik en -afval in 2060.

Globale ambitie Alleen door de regionale initiatieven te versterken met internationale maatregelen zouden we erin slagen om het weglekken van kunststofafval naar het milieu bijna helemaal te elimineren. Tegelijk zou tot 60 procent van de kunststoffen gerecycleerd worden, waarbij

de recyclaten een marktaandeel van 41 procent veroveren. In dit scenario verminderen we ook onze broeikasgasuitstoot met het equivalent van 2,1 gigaton CO2. De kostprijs van dit strenge beleidspakket blijft relatief beperkt tot 0,8 procent van het brutowereldproduct. Maar het zijn wel vooral de niet-OESO landen, in het bijzonder Sub-Saharaans Afrika, die de kosten dragen, omdat die het meest moeten investeren in een betere infrastructuur voor afvalverwerking. Daarom hamert het rapport op de noodzaak van internationale samenwerking en financiering.


20

AMERIKA OP CIRCULAIRE STUDIEREIS Een aantal Amerikaanse congresleden en vertegenwoordigers uit de Verenigde Staten bezochten eind juni België en Frankrijk om meer op te steken over kunststoffen en de circulaire economie. De studiereis werd georganiseerd in nauw overleg met de Europese Commissie, dat een programma uitwerkte rond drie doelen: het bezoek moest het Europese en Amerikaanse beleid op elkaar helpen afstemmen, de kans bieden om best practices uit te wisselen en de leden van de delegatie in contact brengen met Europese instellingen en belanghebbenden. Op het programma stond onder meer een bezoek aan de Ellen MacArthur Foundation, Umicore, het VN-Milieuprogramma (UNEP) en het Franse Ministerie voor Ecologische Transitie. De OVAM nam deel aan een sessie rond de regionale aanpak naar een circulaire economie. Christof Delatter, waarnemend administrateurgeneraal van de OVAM, sprak de delegatie toe. Op het vlak van selectieve inzameling van afval en recycling behoort Vlaanderen tot de top van Europa. Maar dat is slechts de opstap naar een circulaire economie met nieuwe dienstverleningsmodellen, delen, herstellen en hergebruik. “We beklemtoonden dat die transitie naast ecologische ook tal van economische opportuniteiten biedt”, stelt Delatter. “En die boodschap sloeg duidelijk aan bij de Amerikaanse delegatie.”

Circulaire economie


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ovamlink_september_2022-versieOnline.pdf by Vlaanderen-be - Issuu