Jaarrapport sociale economie 2019
INHOUD 1 2 3
Informatie voor de lezer .............................................................................................................................................. 3 Inleiding .................................................................................................................................................................................. 3 Methodologisch kader ................................................................................................................................................... 5
3.1
Begrippen
5
3.2
Methodologie
6
4
Omgevingsanalyse ........................................................................................................................................................... 7
4.1 4.2
Omgevingsanalyse vlaamse arbeidsmarkt in 2019 Impact van corona op de vlaamse sociale economie: een voorafspiegeling
5
Een globaal beeld van de sociale economie ................................................................................................... 11
5.1
Budget
11
5.2 5.3
Een globaal beeld van bedrijven in de sociale economie Een globaal beeld van de sociale economie werknemers
11 12
6
Profielkenmerken van doelgroepwerknemers en arbeidszorgmedewerkers ......................... 14
6.1
Verdeling naar geslacht
14
6.2 6.3
Verdeling naar leeftijd Verdeling naar studieniveau
15 16
6.4 6.5
Migratieachtergrond Weinig kennis Nederlands
17 18
6.6 6.7
Langdurig werkzoekend Provinciale spreiding naar woonplaats
19 21
7
Lijst met figuren en tabellen .................................................................................................................................. 22
7.1
Lijst met figuren
22
7.2
Lijst met tabellen
22
7 9
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 22
1 INFORMATIE VOOR DE LEZER Dit rapport is een herziene versie van het jaarrapport sociale economie 2019, die gepubliceerd wordt ter vervanging van de eerdere versie. Er zijn twee belangrijke wijzigingen: - Bij het overzicht van de profielkenmerken rapporteren we niet langer over arbeidshandicap. De cijfers waren daar niet fijnmazig genoeg en we werken aan een betere methode om dit te capteren. - Ook de doorstroomanalyse wordt in deze versie weggelaten. Hier werd een verfijndere methodologie ontwikkeld, waarmee vanaf het jaarrapport 2020 (deel 2) zal gewerkt worden. Om verwarring te vermijden worden hier dus geen doorstroomdata meer weergegeven, maar de doorstroomanalyse voor 2019 wordt wel opgenomen in het tweede deel van het jaarrapport 2020.
2 INLEIDING In dit rapport maken we een stand van zaken op van de sociale economie in 2019. We bespreken een aantal kerngetallen om een globaal beeld te kunnen geven van de verschillende maatregelen binnen de sociale economie. Daarnaast brengen we een analyse over de profielkenmerken van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie. Dit is het eerste rapport sinds de invoering van het nieuwe decreet ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’, waar we niet meer het onderscheid maken tussen beschutte en sociale werkplaatsen, maar enkel nog spreken over maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen. In dit rapport behandelen we de volgende drie werkvormen: − Collectief maatwerk (MW) − Lokale diensteneconomie (LDE) − Arbeidszorg (AZ) Voor arbeidszorg maken we sinds 2018 een onderscheid tussen structurele arbeidszorg, experimentele arbeidszorg en activerende arbeidszorg om zo een vollediger en gedetailleerder beeld te schetsen van de plaatsen arbeidszorg in de sociale economie. Dit rapport ziet er als volgt uit. In hoofdstuk twee bespreken we de methodologie en de nieuwe begrippen die we sinds dit jaar gebruiken om de sociale economie in kaart te brengen. Hoofdstuk drie omvat een omgevingsanalyse die ons toelaat een beeld te vormen van de arbeidsmarkt waarvan de sociale economie een belangrijk deel uitmaakt. In hoofdstuk vier schetsen we een globaal beeld van de sociale economie in Vlaanderen, waarbij we kijken naar het budget, het aantal doelgroepwerknemers en de provinciale spreiding van bedrijven en tewerkstelling. In hoofdstuk vijf bespreken we het profiel van de doelgroepwerknemers aan de hand van een aantal achtergrond- of profielkenmerken.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 3 van 22
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 22
3 METHODOLOGISCH KADER 3.1 BEGRIPPEN In dit rapport krijgen we zicht op de tewerkstelling van doelgroepwerknemers en arbeidszorgmedewerkers in de Vlaamse sociale economie in 2019 en hoe deze verdeeld zijn over de verschillende sociale economie-maatregelen: collectief maatwerk, lokale diensteneconomie en arbeidszorg (structurele, experimentele en activerende arbeidszorg). Op 1 januari 2019 is de regelgeving rond collectief maatwerk in voege gegaan, ter vervanging van het vroegere systeem van sociale en beschutte werkplaatsen. Het collectief maatwerk richt zich naar personen met een arbeidsbeperking of een grote afstand tot de arbeidsmarkt: dat zijn werkzoekenden die omwille van persoonsgebonden factoren moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Concreet kan het gaan over mensen met een arbeidshandicap, mensen met een psychosociale problematiek, of langdurig werkzoekenden die een aantal competenties zijn kwijtgeraakt. Zij hebben behoefte aan specifieke begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. Het decreet maakt een onderscheid tussen maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen. Maatwerkbedrijven zijn organisaties/ondernemingen die de tewerkstelling van doelgroepwerknemers als kerntaak hebben. De economische activiteiten worden daaraan aangepast. Een onderneming die haar economische activiteit als kerntaak heeft, maar wel bereid is om mee te werken aan een socialere economie, kan een maatwerkafdeling oprichten. De lokale diensteneconomie heeft twee hoofddoelstellingen: kansen bieden aan doelgroepwerknemers en tegelijk aansluiten bij lokale maatschappelijke noden. Binnen de lokale diensteneconomie wordt een competentieversterkend traject aangeboden aan mensen die (om diverse redenen) moeilijk uit de werkloosheid raken. Na maximum 5 jaar tewerkstelling wordt – begeleid – de stap gezet naar een job in de reguliere economie. Arbeidszorg is een vangnet voor mensen die om persoons- of maatschappijgebonden redenen nog niet terechtkunnen in het reguliere circuit of het beschermde tewerkstellingscircuit. Deze mensen voeren begeleide activiteiten uit op een werkvloer in de sociale economie om zo de aansluiting met een werkcontext (opnieuw) te maken. In tegenstelling tot collectief maatwerk en lokale diensteneconomie zijn arbeidszorgmedewerkers geen werknemers, maar behouden ze tijdens de arbeidszorg hun uitkering. Ze maken kennis met de latente voorbeelden van gestructureerde arbeid in een realistische werkomgeving, maar zonder de druk van een betaalde baan en een arbeidscontract. In het ideale geval vormt arbeidszorg een opstap naar betaalde arbeid. Arbeidszorg is initieel structureel verankerd in de oorspronkelijke regelgeving van de sociale werkplaatsen. Via het Meerbanenplan worden ook experimenten in sociale en beschutte werkplaatsen en mogelijke andere partners gefinancierd. In de zomer van 2018 is ook een project activerende arbeidszorg opgestart. De VDAB leidt potentiële arbeidszorgmedewerkers toe naar de arbeidszorgplaatsen. −
Structureel kader: sinds 2002 bieden maatwerkbedrijven arbeidszorg aan via de regelgeving van sociale werkplaatsen. Deze erkenningen zijn van onbepaalde duur.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 5 van 22
−
Experimenteel kader: met het meerbanenplan kregen samenwerkingsverbanden waarbij minstens een maatwerkbedrijf betrokken was een erkenning om arbeidszorg aan te bieden.
−
Activerende arbeidszorg: in 2019 kregen projecten een erkenning binnen activerende arbeidszorg. Deze vorm van arbeidszorg richt zich meer expliciet op het begeleiden van de deelnemers met het oog op doorstromen naar tewerkstelling als doelgroepwerknemer binnen het maatwerkbedrijf.
Arbeidszorg binnen het structureel en het experimenteel kader kennen inhoudelijk meer gelijkenissen en richten zich vooral op het ontdekken van de latente functies van arbeid, zoals tijdsstructuur, gemeenschappelijke doelen, sociaal contact, status en activiteit, zonder de expliciete focus op doorstroom naar betaalde arbeid.
3.2 METHODOLOGIE Sinds 2018 maken we gebruik van een nieuwe methodologie. Onze interne gegevens worden gekoppeld aan data van de VDAB voor alle gesubsidieerde werknemers die in 2019 tewerkgesteld waren in één van de maatregelen. Iedere doelgroepwerknemer die in 2019 gesubsidieerd1 werd en prestaties leverde (zelfs tijdelijk) werd meegenomen. We overlopen hier per maatregel de methodologische keuzes die gemaakt werden voor het samenstellen van de dataset. We kozen ervoor om enkel data van doelgroepwerknemers die effectief gesubsidieerd werden en prestaties leverden, op te nemen in de data die aan de basis liggen van dit rapport.
1
−
Collectief maatwerk. In de finale selectie werden enkel doelgroepwerknemers weerhouden die effectief subsidie ontvingen.
−
Lokale diensteneconomie. Ook hier gaat het enkel om die werknemers die subsidie ontvingen en in 2019 een inschakelingstraject hebben doorlopen.
−
Arbeidszorg. Hier hebben we enkel de arbeidszorgmedewerkers, en dus niet het omkaderingspersoneel, meegenomen in de analyse. Ook gaat het enkel om arbeidszorgmedewerkers die in 2019 effectief een prestatie leverden en hierdoor subsidies genereerden.
1 euro subsidie is voldoende om opgenomen te worden
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 22
4 OMGEVINGSANALYSE 4.1 OMGEVINGSANALYSE VLAAMSE ARBEIDSMARKT IN 2019 Het jaarrapport sociale economie en deze omgevingsanalyse slaan op het jaar 2019, waardoor effecten van de coronacrisis in 2020 nog niet mee in kaart zijn gebracht. De Vlaamse arbeidsmarkt bevond zich in 2019 op een hoogtepunt. De werkzaamheidsgraad is de afgelopen jaren gestegen en ook in 2019 zette deze stijging zich versterkt door. Waar de werkzaamheidsgraad in 2018 74,6% bedroeg, steeg ze in 2019 door tot 75,5 (Figuur 1). Tegelijk daalde de werkloosheid verder. Met 3,3% in 2019 bereikte de Vlaamse werkloosheidsgraad een historisch laagtepunt (Figuur 2). Figuur 1 Evolutie Vlaamse werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2000-2019 76,0
74,6
74,0
71,9 72,3
72,0 70,0
68,9 68,6 68,6
69,7
75,5
73,0 72,1 71,8 71,9 71,9 72,0 71,5 71,9 71,5
70,4 70,6
68,1
68,0 66,0 64,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE Figuur 2 Evolutie Vlaamse werkloosheidsgraad (15-64-jarigen), 2000-2019 5,7
6,0 4,9 5,0 4,0
4,3
4,0
5,4
5,5 5,0
5,0 4,4
3,9
5,2
5,1 4,3
4,6
5,1
5,2
4,9 4,4 3,5
3,3
3,0 2,0 1,0 0,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 7 van 22
De krapte op de arbeidsmarkt zette zich ook in 2019 door (Figuur 3). De spanningsratio (=aantal nietwerkende werkzoekenden per openstaande VDAB-vacature) werd steeds kleiner. Er zijn steeds minder niet-werkende werkzoekenden voor een stijgend aantal vacatures. Figuur 3 Spanningsratio, 2000-2019 10,9
12 9
10 8 6
5,6
6,5
10,2 9
8,8 7,4
6,5 5
9,3
8,7
7,6 5,5
7,1
6,4
5,6
4,4
4,1
3,8
4 2 0 2000 2001 0:00 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Spanningsratio
Bron: VDAB (Bewerking Departement WSE) Figuur 4 Werkzaamheidsgraad van verschillende kansengroepen, vergeleken et de algemene werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2019 80 75,5 70 60
61,9 54,9
54,3 45,6
50 40
33,4
30 20 10 0 55-64
15-24
Geboren buiten EU28
Werkzaamheidsgraad (%)
PMAH
Kortgeschoolden (25-64 jaar)
Werkzaamheidsgraad 20-64 (%)
Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Steunpunt werk & Departement WSE
Ondanks een aantrekkende arbeidsmarkt en een stijgende vraag naar arbeid in 2019, blijven sommige groepen moeite hebben om duurzame tewerkstelling te vinden en te behouden (Figuur 4). Het gaat hier vooral om 55-plussers, personen met een migratieachtergrond, personen met een arbeidshandicap en kortgeschoolden. Ook bij jongeren is de werkzaamheidsgraad lager dan gemiddeld, maar dit kan verklaard worden door het groot aandeel schoolgaande jongeren in deze groep. Indien men de studenten buiten beschouwing laat, bedraagt de werkzaamheidsgraad van 15-24-jarigen 74,0%. Toch blijft een deel van de
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 22
15-24-jarigen een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Training) blijven kwetsbaar. Sommige groepen hebben in 2019 de stijgende trend van 2018 doorgezet, maar hun werkzaamheidsgraad blijft lager dan gemiddeld. Zo zien we bij de 55-plussers en de kortgeschoolden in 2019 een stijging tot respectievelijk 54,9% en 54,3%. Ook bij personen geboren buiten de EU-28 zien we een stijging van 61,2% in 2018 tot 61,9% in 2019. Enkel bij personen met een arbeidshandicap zien we een lichte daling van 45,8% in 2018 naar 45,6% in 2019. Meer uitleg over kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt is te vinden in het Trendrapport 2020 ‘Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt’2. De bovengenoemde groepen zijn ook oververtegenwoordigd bij de (zeer) langdurig werkzoekenden (Tabel 1). In het bijzonder kortgeschoolden, personen met een arbeidshandicap en 55-plussers blijven sterk vertegenwoordigd in de zeer langdurige werkloosheid (> 2 jaar). Tabel 1 De werkloosheidsduur van verschillende kwetsbare groepen, 2019
Kwetsbare groepen en werkloosheidsduur < 1 jaar
1-2 jaar
> 2 jaar
Kortgeschoold
44,8%
17,9%
37,3%
Middengeschoold
55,1%
15,8%
29,1%
Hooggeschoold
61,6%
13,7%
24,7%
Migratieachtergrond
51,3%
18,6%
30,1%
PMAH
24,5%
14,9%
60,6%
< 25 jaar
70,9%
17,4%
11,6%
25-39 jaar
61,4%
17,4%
21,2%
40-54 jaar
48,1%
16,6%
35,3%
> 55 jaar
24,1%
13,8%
62,2%
Totale populatie NWWZ
51,6%
16,4%
32,0%
Absolute aantallen populatie NWWZ
95.354
30.261
59.236
Bron: Arvastat (VDAB). Bewerking: Departement WSE
4.2 IMPACT VAN CORONA OP DE VLAAMSE SOCIALE ECONOMIE: EEN VOORAFSPIEGELING De cijfers in dit rapport hebben betrekking op de Vlaamse sociale economie in 2019, in een jaar van economische hoogconjunctuur. De coronacrisis maakt van 2020 een ander verhaal, waarvan we bij het schrijven van dit jaarrapport de totale impact nog niet kennen. De tewerkstellingscijfers die in dit rapport gepresenteerd worden, komen met enkele maanden vertraging ter beschikking. Daardoor is het nog niet mogelijk om al harde cijfers te tonen over de impact van de coronacrisis op de Vlaamse sociale economie.
De Smet, R., Penders, I., Sourbron, M., Vansteenkiste, S., Boey, R., Van Langenhove, H. & Van Onacker, E. (2020). Trendrapport 2020: Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk. ISBN: 9789040304224. 2
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 9 van 22
Sociale economiebedrijven zijn actief in een brede reeks van economische activiteiten, en bijgevolg is de impact op de sector op veel vlakken gelijkaardig geweest aan de impact op de reguliere economie. Op basis van een (twee)wekelijkse enquête bij sociale economiebedrijven weten we dat sociale economiebedrijven net als andere bedrijven veel gebruik maakten van tijdelijke werkloosheid. De afwezigheid door ziekte is toegenomen en veel bedrijven zijn tijdelijk (deels) moeten sluiten. Eens bepaalde Corona-veiligheidsmaatregelen weer versoepeld werden (exit-strategie), begon het aandeel doelgroepwerknemers in tijdelijke werkloosheid opnieuw af te nemen en gingen meer doelgroepwerknemers opnieuw aan het werk. In dat kader werden ook een aantal ondersteunings- en financiële beschermingsmaatregelen genomen ten bate van collectief maatwerk, LDE en arbeidszorg.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 22
5 EEN GLOBAAL BEELD VAN DE SOCIALE ECONOMIE 5.1 BUDGET Voor 2019 werd in totaal 423,1 miljoen euro aan subsidies gerealiseerd voor de verschillende sociale economie werkvormen. Het grootste deel van het budget (392,9 mio) werd voorzien voor collectief maatwerk. De lokale diensteneconomie was goed voor 25,7 mio en arbeidszorg voor 4,5 mio waarvan 2,1 mio voor structurele arbeidszorg. Bij collectief maatwerk ging 57,0% van het bestede budget naar de loonpremies, 30,2% naar begeleidingspremies en 12,8% naar organisatiepremies.
5.2 EEN GLOBAAL BEELD VAN BEDRIJVEN IN DE SOCIALE ECONOMIE Collectief maatwerk trad in 2019 voor het eerst volledig in voege. In 2019 waren er 156 maatwerkbedrijven die collectief maatwerk aanboden en 178 bedrijven in de lokale diensteneconomie. Al deze bedrijven hebben een label en hebben een subsidie ontvangen in 2019. Sommige bedrijven bieden meerdere tewerkstellingsvormen aan, waardoor er een overlap is met collectief maatwerk en arbeidszorg. Er zijn 85 maatwerkbedrijven en partners waar minstens 1 vorm van arbeidszorg werd aangeboden die erkend zijn, maar wij kijken enkel naar de 80 maatwerkbedrijven en partners die prestaties arbeidszorg hebben ingediend voor het jaar 2019. Collectief maatwerk en lokale diensteneconomie zijn het talrijkst in Antwerpen, terwijl ondernemingen die structurele arbeidszorg aanbieden het sterkst aanwezig zijn in West-Vlaanderen. Het gaat hier telkens om de provincie waar de hoofdzetel gevestigd is. Bij de ondernemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd enkel de tewerkstelling in Vlaamse vestigingen gesubsidieerd (Figuur 5). Figuur 5 Aantal bedrijven binnen de verschillende maatregelen, verdeeld over de verschillende provincies, 2019 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 WestVlaanderen
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
26
27
2
33
21
36
6
10
9
13
0
Antwerpen
Limburg
CM
38
28
35
LDE
46
36
AZ (structureel)
9
11 CM
Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
LDE
AZ (structureel)
Bron: Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 11 van 22
5.3 EEN GLOBAAL BEELD VAN DE SOCIALE ECONOMIE WERKNEMERS In 2019 waren er in totaal 28.741 doelgroepwerknemers actief in de sociale economie3. Het merendeel, 23.447 personen (81,6%), werkte in collectief maatwerk. In de lokale diensteneconomie waren 2635 doelgroepwerknemers (9,2%) aan het werk. Binnen de arbeidszorg worden de meeste arbeidszorgmedewerkers binnen de structurele arbeidszorg (1.393 of 4,8%) begeleid, door de experimentele arbeidszorg (829 of 2,9%) en uiteindelijk de activerende arbeidszorg (437 of 1,5%) (Figuur 6 & Figuur 7). Figuur 6 Overzicht van het aantal doelgroepwerknemers in de sociale economie (per maatregel), 2019 28741 27418
TOTAAL 23447 22580
MW 2635 2522
LDE
2019
829 836
Experimentele AZ
2018
1393 1418
Structurele AZ
437 62
Activerende AZ 0
5000
10000
15000
20000
25000
30000
35000
Bron: Departement WSE & VDAB Figuur 7 Relatieve verdeling van doelgroepwerknemers over de verschillende werkvormen/maatregelen
Experimentele AZ 2,9%
Structurele AZ 4,8%
Activerende AZ 1,5%
LDE 9,2%
MW 81,6%
MW
LDE
Experimentele AZ
Structurele AZ
Activerende AZ
Bron: Departement WSE & VDAB
Niet al deze doelgroepwerknemers waren gedurende het volledige jaar 2019 actief. Het volstaat voor iemand om ergens in 2019 een gesubsidieerde prestatie te leveren om opgenomen te worden in dit jaarrapport. 3
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 22
We kunnen de tewerkstelling van doelgroepwerknemers ook in VTE (voltijds equivalent) weergeven (Tabel 2). Dit gaat om een gemiddelde tewerkstelling voor de vier kwartalen van 2019. Voor het collectief maatwerk gaat het om 17.915 VTE’s en voor de lokale diensteneconomie tellen we 1875 VTE’s. Voor arbeidszorg kan tewerkstelling niet worden omgerekend naar VTE omdat het hier gaat om onbetaalde banen en uurprestaties. Tabel 2 Tewerkstelling binnen de sociale economie in VTE, 2019
Maatregel
VTE
Collectief maatwerk
17 915
Lokale diensteneconomie
1 875
Bron: Departement WSE
Eind 2019 waren er 6607 personen in dossier bij de VDAB met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie, die nog geregistreerd waren als niet-werkende werkzoekende. Deze personen waren (nog) niet aan de slag binnen de sociale economie. Concreet gaat het hier om adviezen voor tewerkstelling in het collectief maatwerk (5779) of voor de lokale diensteneconomie (828) (Tabel 3). Tabel 3 Aantal NWWZ (niet in opleiding) met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie, 2019
Maatregel
Aantal NWWZ met advies
Advies (activerende) arbeidszorg
4407
Advies tewerkstelling in collectief maatwerk
5779
Advies tewerkstelling in lokale diensteneconomie
828
TOTAAL adviezen CM-LDE
6607
Bron: VDAB – meting eind december 2019. Bewerking: Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 13 van 22
6 PROFIELKENMERKEN VAN DOELGROEPWERKNEMERS EN ARBEIDSZORGMEDEWERKERS Om een inschatting te kunnen maken van de profielkenmerken van de doelgroepwerknemers die gesubsidieerd zijn en gewerkt hebben in de sociale economie, lieten we interne data verrijken met VDABgegevens die ons een beter beeld geven van het specifieke profiel van de doelgroepwerknemers. We maken telkens de vergelijking met de algemene werkende populatie. Hierbij gaat het over de totale groep werkenden tussen 20-64 jaar – tenzij anders aangegeven. Daarnaast maken we ook de vergelijking met de populatie zeer langdurig (> 2 jaar) werkzoekenden in het jaar 2019. Zo kunnen we zien in welke mate de sociale economie kwetsbare groepen bereikt.
6.1 VERDELING NAAR GESLACHT Binnen de sociale economie als geheel zijn mannen (met 63,9%) oververtegenwoordigd. Zowel in de algemene werkende bevolking (52,9%) als in de populatie zeer langdurig werkzoekenden (55,4%) zijn mannen oververtegenwoordigd, maar minder dan in de sociale economie. Het verschil is het grootst in de lokale diensteneconomie (65,2% mannen en 34,8% vrouwen) en binnen de experimentele arbeidszorg is het verschil het kleinst (57,2% mannen en 42,8% vrouwen) (Figuur 8 & Tabel 4). Figuur 8 Geslacht (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019 100,0%
44,6%
55,4%
47,1%
36,1%
52,9%
63,9%
65,2% 34,8%
35,9%
40,0%
36,0%
50,0%
39,4%
60,0%
42,8%
57,2%
64,0%
70,0%
60,6%
80,0%
64,1%
90,0%
30,0% 20,0% 10,0% 0,0% Activerende Structurele AZ AZ
MW
Experimentele AZ %Mannen
LDE
TOTAAL
Werkende > 2 jaar NWWZ bevolking
% Vrouwen
Bron: Departement WSE & VDAB, Statbel (Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 22
Tabel 4 Verhouding mannen en vrouwen binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
Mannen 892 64,0% 474 57,2% 265 60,6% 15024 64,1% 1717 65,2% 18372 63,9%
Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend) Collectief maatwerk Lokale diensteneconomie TOTAAL Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
Vrouwen 501 36,0% 355 42,8% 172 39,4% 8423 35,9% 918 34,8% 10369 36,1%
6.2 VERDELING NAAR LEEFTIJD Het aandeel 55-plussers is hoger in de sociale economie (20,3%) dan binnen de algemene werkende bevolking (16,9%), maar het is lager dan het aandeel 55-plussers in de populatie zeer langdurig werkzoekenden (43,7%). Ook tussen de sociale economie maatregelen is er heel wat verschil. De lokale diensteneconomie vertegenwoordigt het grootste aandeel 55-plussers, met 23,2%, gevolgd door het collectief maatwerk (20,4%). Binnen deze maatregelen zal de vergrijzing de komende jaren een belangrijke impact hebben. Het kleinste aandeel 55-plussers vinden we bij activerende arbeidszorg (6,6%). Jongeren zijn licht ondervertegenwoordigd in de sociale economie (7,7%) ten opzichte van de algemene werkende bevolking (8,2%). De jongste populatie vinden we in de activerende arbeidszorg, daar is 15,6% jonger dan 25 (Figuur 9 & Tabel 5) . Figuur 9 Leeftijd (%) binnen de sociale economie, 2019
74,9%
72,0%
72,8%
73,3%
80,0%
71,6%
90,0%
74,1%
77,8%
100,0%
49,2% 43,7%
70,0% 60,0%
7,1%
16,9%
8,2%
20,3% 7,7%
4,0%
6,8%
19,9%
20,4%
17,3%
8,0%
10,0%
8,6%
20,0%
6,6%
30,0%
15,6%
40,0%
23,2%
50,0%
0,0% Activerende Structurele AZ AZ
MW
Experimentele AZ % 15-24
% 25-54
LDE
TOTAAL
Werkende > 2 jaar NWWZ bevolking
% > 55
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 15 van 22
Tabel 5 Verdeling naar leeftijd binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
< 25
25-54
> 55
Structurele AZ
120
8,6%
1032
74,1%
241
17,3%
Experimentele AZ
56
6,8%
608
73,3%
165
19,9%
Activerende AZ
68
15,6%
340
77,8%
29
6,6%
MW
1869
8,0%
16792
71,6%
4786
20,4%
LDE
104
4,0%
1919
72,8%
612
23,2%
TOTAAL
2218
7,7%
20694
72,0%
5833
20,3%
Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
6.3 VERDELING NAAR STUDIENIVEAU Kortgeschoolden zijn sterk oververtegenwoordigd in de sociale economie (82,1%), terwijl het aandeel kortgeschoolden in de algemene werkende bevolking 12,8% bedraagt4. Bij de zeer langdurig werkzoekende bevolking komt het aandeel kortgeschoolden neer op 54,2%. Het grootste aandeel kortgeschoolden vinden we bij het collectief maatwerk (84,5%) en de activerende arbeidszorg (84,2%). Het kleinste aandeel vinden we in de lokale diensteneconomie (69,1%). Middengeschoolden zijn sterk ondervertegenwoordigd in de sociale economie als geheel (15,7%). We vinden het hoogste aandeel in de lokale diensteneconomie (26,4%) en de structurele arbeidszorg (24,8%). In de algemene werkende bevolking vormen hooggeschoolden de grootste groep (46,6%), terwijl deze groep maar beperkt vertegenwoordigd is binnen de sociale economie (2,2%). Het grootste aandeel hooggeschoolden vinden we terug in de lokale diensteneconomie (4,5%) (Figuur 10 & Tabel 6).
MW
% kortgeschoold
4
% middengeschoold
TOTAAL
30,8% 15,0%
12,8%
40,6% 46,6%
LDE
15,7% 2,2%
4,5%
26,4% 3,6%
23,9% Experimentele AZ
54,2%
82,1%
69,1%
72,5%
84,5%
Activerende Structurele AZ AZ
13,8% 1,8%
3,9%
24,8%
71,3% 13,5% 2,3%
100,0% 90,0% 80,0% 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0%
84,2%
Figuur 10 Studieniveau (%) binnen de sociale economie, 2019
Werkende > 2 jaar NWWZ bevolking
% hooggeschoold
Bij studieniveau kijken we ter vergelijking naar de algemene werkende bevolking van 25-64-jarigen
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 22
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE Tabel 6 Verdeling naar studieniveau binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
Kortgeschoold Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend)
Middengeschoold
Hooggeschoold
993
71,3%
345
24,8%
54
3,9%
600
72,5%
198
23,9%
30
3,6%
368
84,2%
59
13,5%
10
2,3%
Collectief maatwerk 19799 84,5% 3225 13,8% 418 1,8% Lokale 1822 69,1% 695 26,4% 118 4,5% diensteneconomie Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE
6.4 MIGRATIEACHTERGROND Een persoon wordt door VDAB beschouwd als persoon met een migratieachtergrond als hij of zij een huidige of vorige nationaliteit heeft van buiten de EU en buiten de EVA-landen. Binnen de sociale economie als geheel heeft 17,4% van de doelgroepwerknemers een migratieachtergrond. Dit is iets meer dan het dubbele van hun aandeel in de algemene werkende bevolking (7,3%). Het aandeel personen met een migratieachtergrond is echter nog groter bij de populatie zeer langdurig werkzoekenden (27,7%). Het grootste aandeel vinden we bij de lokale diensteneconomie (38,1%) en het kleinste aandeel vinden we bij structurele arbeidszorg (14,0%) en bij collectief maatwerk (15,2%) (Figuur 11 & Tabel 7).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 17 van 22
70,0%
72,3%
7,3%
17,4%
16,1%
15,2%
20,0%
14,0%
30,0%
21,5%
50,0%
27,7%
38,1%
60,0% 40,0%
92,7%
82,6% 61,9%
80,0%
83,9%
90,0%
84,8%
78,5%
100,0%
86,0%
Figuur 11 Personen met een migratieachtergrond (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019
10,0% 0,0% Activerende Structurele AZ AZ
MW
Experimentele AZ
% migratieachtergrond
LDE
TOTAAL
Werkende bevolking
> 2 jaar NWWZ
% geen migratieachtergrond
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE Tabel 7 Aanwezigheid van personen met een migratieachtergrond binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
Migratieachtergrond Arbeidszorg (structureel) 195 14,0% Arbeidszorg (experimenteel) 133 16,1% Arbeidszorg (activerend) 94 21,5% Collectief maatwerk 3561 15,2% Lokale diensteneconomie 1004 38,1% TOTAAL 4987 17,4% Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
Geen migratieachtergrond 1197 86,0% 695 83,9% 343 78,5% 19881 84,8% 1631 61,9% 23747 82,6%
6.5 WEINIG KENNIS NEDERLANDS In 2019 had 8,8% van de doelgroepwerknemers en arbeidszorgmedewerkers van de VDAB het label ‘weinig kennis Nederlands’ gekregen. Dit wil zeggen dat deze personen geen of een beperkte kennis van het Nederlands hebben. Bij de populatie zeer langdurig werkzoekenden heeft 15,5% weinig kennis van het Nederlands. Binnen de lokale diensteneconomie (13,9%) vinden we het grootste aandeel personen met weinig kennis van het Nederlands terug. Bij structurele arbeidszorg (6,6%) en experimentele arbeidszorg (7,4%) liggen de cijfers het laagste (Figuur 12 & Tabel 8).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 22
84,5%
91,2%
86,1%
90,0%
92,6%
100,0%
91,6%
88,8%
93,4%
Figuur 12 Personen met weinig kennis Nederlands (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019
80,0% 70,0% 60,0% 50,0%
13,9%
8,8%
10,0%
7,4%
8,4%
6,6%
20,0%
11,2%
30,0%
15,5%
40,0%
0,0% Activerende AZ
Structurele AZ
MW
% Weinig kennis Nederlands
Experimentele AZ
LDE
TOTAAL
> 2 jaar NWWZ
% Niet weinig kennis Nederlands
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE Tabel 8 Aanwezigheid van personen met weinig kennis van Nederlands binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
Weinig kennis Nederlands
Niet weinig kennis Nederlands
Arbeidszorg (structureel) Arbeidszorg (experimenteel) Arbeidszorg (activerend)
92
6,6%
1300
93,4%
61
7,4%
767
92,6%
49
11,2%
388
88,8%
Collectief maatwerk
1968
8,4%
21474
91,6%
LDE
367
13,9%
2268
86,1%
TOTAAL 2538 8,8% Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
26200
91,2%
6.6 LANGDURIG WERKZOEKEND Een groot aandeel van de doelgroepwerknemers in de sociale economie heeft een werkloosheidsduur van meer dan 12 maanden gekend. Binnen de sociale economie als geheel gaat het om 79,6%. Het grootste aandeel vinden we bij de activerende arbeidszorg (89,7%), de structurele arbeidszorg (89,2%) en de experimentele arbeidszorg (90,6%) (Figuur 13 & Tabel 9).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 19 van 22
80,0%
79,6%
88,1%
90,6%
77,5%
90,0%
89,2%
100,0%
89,7%
Figuur 13 Langdurig werkzoekenden (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019
70,0% 60,0%
11,9%
9,4%
20,0%
10,8%
10,3%
30,0%
22,5%
40,0%
20,4%
50,0%
10,0% 0,0% Activerende AZ
Structurele AZ
MW
% langdurig werkzoekend
Experimentele AZ
LDE
TOTAAL
% niet langdurig werkzoekend
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE Tabel 9 Aanwezigheid langdurig werkzoekenden binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019
Langdurig werkzoekend
Niet langdurig werkzoekend
Arbeidszorg (structureel)
1242
89,2%
150
10,8%
Arbeidszorg (experimenteel)
750
90,6%
78
9,4%
Arbeidszorg (activerend)
392
89,7%
45
10,3%
Collectief maatwerk
18162
77,5%
5280
22,5%
Lokale diensteneconomie
2321
88,1%
314
11,9%
TOTAAL
22867
79,6%
5867
20,4%
Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 22
6.7 PROVINCIALE SPREIDING NAAR WOONPLAATS We gaven al eerder (zie 4.2) een overzicht van de provinciale spreiding van de sociale economiebedrijven. Hier geven we ook een overzicht van de provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers in de sociale economie (Figuur 14 & Tabel 10). Figuur 14 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie, 2019
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 0,8%
Waals Gewest 0,3%
Onbekend 0,0%
Antwerpen 25,9%
West-Vlaanderen 24,0%
Vlaams-Brabant 13,0%
Limburg 15,2% Oost-Vlaanderen 20,7%
Bron: Departement WSE, VDAB, Statbel (Algemene Direct Statistiek – Statistics Belgium), Enquête naar de arbeidskrachten. Bewerking: Departement WSE
Binnen Vlaanderen is de provincie Antwerpen (25,9%) het meest vertegenwoordigd. Het Waals gewest (0,3%) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (0,8%) vertegenwoordigen de kleinste aandelen. Tabel 10 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie maatregelen, 2019
Activerende AZ Structurele AZ Brussels Hoofdstedelijk 0,0% 0,4% Gewest Waals Gewest 0,0% 0,0% Onbekend 0,0% 0,1% Antwerpen 24,0% 15,2% Limburg 3,9% 21,6% Oost-Vlaanderen 5,0% 29,9% Vlaams-Brabant 33,2% 11,4% West-Vlaanderen 33,9% 21,5% Bron: Departement WSE & VDAB. Bewerking: Departement WSE
MW
Experimentele AZ
LDE
TOTAAL
0,9%
0,1%
0,6%
0,8%
0,4% 0,0% 25,9% 13,8% 20,4% 13,1% 25,5%
0,1% 0,1% 18,0% 26,9% 30,6% 8,2% 15,9%
0,1% 0,0% 33,9% 22,5% 18,0% 11,7% 13,3%
0,3% 0,0% 25,9% 15,2% 20,7% 13,0% 24,0%
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 21 van 22
7 LIJST MET FIGUREN EN TABELLEN 7.1 LIJST MET FIGUREN Figuur 1 Evolutie Vlaamse werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2000-2019 ...................................................................... 7 Figuur 2 Evolutie Vlaamse werkloosheidsgraad (15-64-jarigen), 2000-2019 ......................................................................... 7 Figuur 3 Spanningsratio, 2000-2019................................................................................................................................................................8 Figuur 4 Werkzaamheidsgraad van verschillende kansengroepen, vergeleken et de algemene werkzaamheidsgraad (20-64-jarigen), 2019................................................................................................................................................8 Figuur 5 Aantal bedrijven binnen de verschillende maatregelen, verdeeld over de verschillende provincies, 2019 ..................................................................................................................................................................................................................................... 11 Figuur 6 Overzicht van het aantal doelgroepwerknemers in de sociale economie (per maatregel), 2019 .... 12 Figuur 7 Relatieve verdeling van doelgroepwerknemers over de verschillende werkvormen/maatregelen .............................................................................................................................................................................................................................................. 12 Figuur 8 Geslacht (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019 ................................................................................. 14 Figuur 9 Leeftijd (%) binnen de sociale economie, 2019 .................................................................................................................. 15 Figuur 10 Studieniveau (%) binnen de sociale economie, 2019 ................................................................................................... 16 Figuur 11 Personen met een migratieachtergrond (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019 ......... 18 Figuur 12 Personen met weinig kennis Nederlands (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019 ....... 19 Figuur 13 Langdurig werkzoekenden (%) binnen de sociale economie maatregelen, 2019 .....................................20 Figuur 14 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie, 2019 ........................................................................................................................................................................................................... 21
7.2 LIJST MET TABELLEN Tabel 1 De werkloosheidsduur van verschillende kwetsbare groepen, 2019 ......................................................................9 Tabel 2 Tewerkstelling binnen de sociale economie in VTE, 2019 ............................................................................................ 13 Tabel 3 Aantal NWWZ (niet in opleiding) met een advies voor tewerkstelling in de sociale economie, 2019 .............................................................................................................................................................................................................................................. 13 Tabel 4 Verhouding mannen en vrouwen binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 .................................................................................................................................................................................................................................... 15 Tabel 5 Verdeling naar leeftijd binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 ............. 16 Tabel 6 Verdeling naar studieniveau binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 17 Tabel 7 Aanwezigheid van personen met een migratieachtergrond binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 ..................................................................................................................................................... 18 Tabel 8 Aanwezigheid van personen met weinig kennis van Nederlands binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 ..................................................................................................................................................... 19 Tabel 9 Aanwezigheid langdurig werkzoekenden binnen de sociale economie maatregelen, absoluut en relatief, 2019 ................................................................................................................................................................................................................20 Tabel 10 Provinciale spreiding naar verblijfplaats van de doelgroepwerknemers binnen de sociale economie maatregelen, 2019 ..................................................................................................................................................................................................... 21
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 22