Uitspraak beroepsinstantie OVB/2016/29
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie afdeling openbaarheid van bestuur Boudewijnlaan 30 bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 F : 02 553 57 02 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2016/29
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie; Gelet op het oorspronkelijke verzoek d.d. 23 januari 2016 van xxx gericht aan de provincie VlaamsBrabant, om informatie en kopie te krijgen van “alle bestuursdocumenten die sinds de binnenkomst van 1.7.2015, alle communicatie over dit dossier bevatten tussen de provincie en de stad Aarschot (bij voorkeur via elektronische weg)” betreffende een dossier inzake voetweg nr. 55 te Gelrode; Gelet op de weigeringsbeslissing d.d. 1 februari 2016 van de provincie Vlaams-Brabant; Gelet op het beroepschrift d.d. 4 februari 2016 van xxx; Gelet op de registratie van het beroepschrift op 5 februari 2016;
Wat de ontvankelijkheid betreft: Overwegende dat de bestreden beslissing van de provincie Vlaams-Brabant dateert van 1 februari 2016; dat daarbij het in artikel 22 van het openbaarheidsdecreet bepaalde recht van beroep en de te eerbiedigen termijn en modaliteiten niet werden vermeld; dat de termijn om beroep in te stellen door gebrek aan vermelding van beroepsmogelijkheden overeenkomstig artikel 35, tweede lid van het openbaarheidsdecreet een aanvang neemt vier maanden nadat de betrokkene van de beslissing in kennis werd gesteld; dat het beroepschrift d.d. 4 februari 2016 bijgevolg tijdig werd ingesteld; Overwegende dat het beroep ontvankelijk is;
www.vlaanderen.be
Wat de gegrondheid betreft: Overwegende dat overeenkomstig artikel 7, tweede lid van het decreet van 26 maart 2004 het recht op passieve openbaarheid betrekking heeft op bestuursdocumenten; dat op grond van deze bepaling elke instantie in principe verplicht is aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten; Overwegende dat de openbaarmaking slechts kan geweigerd worden, mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen 11 tot en met 15 van voormeld decreet; Overwegende dat beroeper met het oorspronkelijke verzoek van 23 januari 2016, gericht aan de provincie Vlaams-Brabant, beoogde om informatie en kopie te krijgen van “alle bestuursdocumenten die sinds de binnenkomst van 1.7.2015, alle communicatie over dit dossier bevatten tussen de provincie en de stad Aarschot (bij voorkeur via elektronische weg)”; dat het gaat over een dossier betreffende voetweg nr. 55 te Gelrode; Overwegende dat de provincie Vlaams-Brabant op 1 februari 2016 aan beroeper heeft gemaild dat in toepassing van artikel 14, 4° van het openbaarheidsdecreet geen gevolg kan gegeven worden aan de betrokken vraag; Overwegende dat de beroepsinstantie, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen, de provincie Vlaams-Brabant heeft gecontacteerd op 9 februari 2016 om de gevraagde documenten over te maken en het actuele standpunt van de provincie te vernemen; dat de provincie heeft geantwoord, op 19 en 22 februari 2016, dat de weigeringsbeslissing van 1 februrai 2016 gehandhaafd blijft; Overwegende dat het thans toekomt aan de beroepsinstantie om te oordelen over het beroep; Overwegende dat de beroepsinstantie, op basis van de overgemaakte documenten, heeft kunnen vaststellen dat er er nog een uitleggingsverzoek hangende is met betrekking tot het eindvonnis van 10 september 2014 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 5de kamer (rolnummer 12/1969/A); dat het verzoek tot uitlegging van dit vonnis werd ingediend door, onder andere, huidige beroeper, en gericht werd aan dezelfde rechtbank van eerste aanleg te Leuven; dat het uitleggingsverzoek betrekking heeft op de uitvoering van de rechterlijke bevelen die opgenomen zijn in het betrokken vonnis van 10 september 2014 (dwangsom) en de invloed van het indienen van een wijzigingsdossier (bij de provincie) betreffende bestaande voetwegen (waaronder voetweg nr. 55) op de dwangsomverplichting; Overwegende dat op grond van artikel 14, 4° van het openbaarheidsdecreet een aanvraag tot openbaarmaking kan worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen; dat het om een relatieve uitzonderingsgrond gaat; dat eerst moet worden onderzocht of de openbaarmaking het beschermde belang schaadt; dat, als er belangenschade is, het te beschermen belang vervolgens moet worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid; dat de
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2016/29
pagina 2 van 4
openbaarmaking enkel mag worden bevolen als daarmee een hoger belang wordt gediend dat zwaarder doorweegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang; Overwegende dat de uitzonderingsgrond van artikel 14, 4° van het openbaarheidsdecreet het eerlijk verloop van de rechtspleging wil vrijwaren; dat een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces” is; dat het beginsel van de wapengelijkheid inhoudt dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij; dat de bestaansreden van de geciteerde uitzonderingsgrond vooral daarin gelegen is, te verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk doet aan de wapengelijkheid; dat zonder deze uitzonderingsgrond één partij op grond van de openbaarheid van bestuur zou kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden; dat de uitzonderingsgrond van artikel 14, 4° een correctief op de openbaarheid is om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld; Overwegende dat de bedoelde uitzonderingsgrond niet op een abstracte manier mag worden ingeroepen; dat concreet moet worden aangetoond dat de gevraagde bestuursdocumenten verband houden met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kunnen worden aangewend; Overwegende dat de beroepsinstantie uit de stukken van het dossier heeft kunnen afleiden dat het voorwerp van het verzoek tot openbaarheid rechtstreeks betrekking heeft op het voorwerp van het rechtsgeding dat hangende is bij de rechtbank van eerste aanleg te Leuven; dat het hangende geding betrekking heeft op een verzoek tot uitlegging dat werd ingesteld door (onder andere) huidige beroeper; Overwegende dat het voorwerp van het verzoek tot uitlegging op zijn beurt betrekking heeft op de dwangsommen die de rechtbank bij vonnis van 10 september 2014 heeft opgelegd aan de stad Aarschot, bij niet naleving van de veroordeling; dat beroeper, in zijn verzoek tot uitlegging, de stad Aarschot, de provincie Vlaams-Brabant, en het Vlaamse Gewest aanduidt partijen in wiens aanwezigheid de twee vragen tot uitlegging worden gesteld; dat beroeper in het verzoekschrift tot uitlegging tevens vermeldt dat de stad Aarschot heeft berust in het uit te leggen vonnis op datum van 7 oktober 2014; dat het verzoek tot uitlegging twee vragen bevat, betreffende de dwangsom enerzijds, en de invloed van een wijzigingsaanvraag (m.b.t. buurtwegen) die door de gemeente aan de provincie gesteld worden anderzijds; dat de gevraagde documenten precies betrekking hebben op wijzigingsdossiers betreffende voetweg nr. 55 te Gelrode, waarover het hangende geding (onder meer) handelt; dat beroeper in zijn oorspronkelijk verzoek van 23 januari 2016 in het onderwerp van zijn mailbericht het expliciet heeft over: “buurtwegen_Aarschot_wijzigingsdossiers_gebrek aan informatie_onwettig stilzitten_openbaarheid”; Overwegende dat de beroepsinstantie derhalve vaststelt dat het voorwerp van het hangende rechtsgeding (tot uitlegging) verband houdt met het openbaarheidsverzoek; dat in dat geval tevens een afweging dient te gemaakt te worden tussen het belang van de openbaarheid versus het belang dat
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2016/29
pagina 3 van 4
beschermd wordt door de ingeroepen uitzonderingsgrond; dat, zoals hoger vermeld, het belang van de uitzonderingsgrond van artikel 14, 4° van het openbaarheidsdecreet gelegen is in de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te verkrijgen; dat het feit dat het om een eindvonnis gaat waarin berust werd door de (veroordeelde) gemeente Aarschot niet betekent dat er geen rechtgeding meer hangende is; dat de uitlegging immers eveneens beschouwd dient te worden als deel uitmakend van hetzelfde rechtsgeding en zelfs betrekking heeft op (de interpretatie van) het dictum van het eindvonnis; dat de uitlegging van het vonnis mogelijks beïnvloed zou kunnen worden door documenten die thans het voorwerp uitmaken van het openbaarheidsverzoek, met name waar de tweede vraag tot uitlegging handelt over de impact van een wijzigingsaanvraag (over buurtwegen, gesteld door een gemeente aan de provincie) op de dwangsommen die verbeurd worden, terwijl de eerste vraag precies betrekking heeft op de hoegrootheid van de dwangsommen; µ
Overwegende dat, in de gegeven omstandigheden, het meedelen van de communicatie tussen de stad Aarschot en de provincie Vlaams-Brabant inzake voetweg 55, de rechtmatige belangen van de stad Aarschot op een eerlijk proces (tot uitlegging van het dictum waarin de stad wordt veroordeeld) ernstig in het gedrang zou kunnen brengen; dat het niet uit te sluiten valt dat de gevraagde bestuursdocumenten de hangende procedure tot uitlegging zouden kunnen beïnvloeden, waardoor de rechten van een bestuursinstantie op een eerlijk proces ernstig in het gedrang zouden kunnen worden gebracht; dat bijgevolg de toetsing van de concrete situatie aan de finaliteit van de betrokken uitzonderingsgrond van artikel 14, 4° van het openbaarheidsdecreet leidt tot de conclusie dat het belang van de openbaarheid in dit specifieke geval niet opweegt tegen het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond; dat deze vaststelling volstaat om het beroep van xxx af te wijzen als ongegrond; Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroep dat door xxx werd ingesteld tegen de beslissing d.d. 1 februari 2016 van de provincie VlaamsBrabant wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Brussel, 2 maart 2016 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2016/29
pagina 4 van 4