Vlaanderen is milieu
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie jaarrapport 2019
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019 Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie, VMM Dienst Lucht Coverfoto Jordy Vercauteren Inhoud Dit rapport bespreekt de resultaten van de metingen in 2019 in de Antwerpse agglomeratie. De VMM mat er de polluenten stikstofoxides, fijn stof en zwarte koolstof. De meetresultaten van deze polluenten werden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en de trend in de uitstoot en worden de voornaamste bronnen van de polluenten besproken. Ook het belang van houtverbranding en het effect van het invoeren van de lage-emissiezone op de concentraties in de Antwerpse agglomeratie werden onderzocht. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2020), Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2020/6871/028
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
SAMENVATTING In 2015 sloten de stad Antwerpen en de VMM een overeenkomst af om de luchtkwaliteit te meten en te beoordelen naar aanleiding van de invoering van de lage-emissiezone op 1 februari 2017. Hiervoor startte de VMM in 2015 drie nieuwe meetplaatsen op: Park Spoor Noord (R803), Belgiëlei (R805) en Groenenborgerlaan (R817). In november 2016 volgde de vierde meetplaats Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van de op- en afrit Borgerhout richting Nederland. Op al deze meetplaatsen meet de VMM fijn stof (PM10, PM2,5 en zwarte koolstof) en stikstofoxiden (NO2 en NO). De overeenkomst bepaalt dat de VMM jaarlijks een rapport over de luchtkwaliteit opstelt waarin de bovengenoemde polluenten van de nieuwe meetplaatsen worden besproken samen met die van de bestaande meetplaatsen Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), AntwerpenLinkeroever (AL01), Antwerpen-Luchtbal (M802) en Hoboken (HB23). Ook de 2 overige meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie, Schoten (R811) en Antwerpen-Burchtse Weel (R818), werden opgenomen in dit rapport. Dit rapport beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2019. De vermelde emissiedata zijn voor het jaar 2018 en gaan over de zone Antwerpse agglomeratie zoals afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag (IMJV) en modelberekeningen. De berekening van de verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie gebeurt op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. De emissiegegevens voor verkeer houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ.
1. Stikstofdioxide – NO2 Emissies Binnen de Antwerpse agglomeratie is in 2018 75 % van de NOx (NO2)-emissies te wijten aan verkeer. 62 % van de totale emissies komt door wegverkeer en 6 % door scheepvaart. Andere relevante sectoren zijn handel en diensten (8 %), industrie (7 %) en huishoudens (6 %, voornamelijk gebouwenverwarming). In 2018 bedroeg de NOx(NO2)-emissie in de Antwerpse agglomeratie 4.402 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse NOx (NO2)-uitstoot. Tussen 2005 en 2018 zijn de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 42 % gedaald. Deze daling ligt grotendeels aan de verminderde emissies door het wegverkeer. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde en WGO-jaaradvieswaarde van 40 µg/m³ werd in 2019 op geen enkele automatische meetplaats overschreden. De Europese uurgrenswaarde voor NO2 en de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd op alle meetplaatsen gerespecteerd. Sinds 2017 werd NO2 in de Antwerpse agglomeratie op bijkomende locaties gemeten met behulp van passieve samplers. Deze meetmethode levert indicatieve jaargemiddelden op die we kunnen toetsen aan de
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
3
Europese jaargrenswaarde. In 2019 lag op 5 van de 18 meetplaatsen het indicatieve jaargemiddelde hoger dan 40 µg/m³. In 2018 was dit nog op 7 van de 19 meetplaatsen, in 2017 op 13 van de 19 meetplaatsen. Ook de ATMO-Street modelkaart toont overschrijdingen van de jaargrenswaarde in de Antwerpse agglomeratie. In het Luchtbeleidsplan 2030 van de Vlaamse Overheid wordt een NO2-jaargemiddelde van 20 μg/m³ als streefdoel gehanteerd. Trend luchtkwaliteit Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen een lichte daling in de NO2-jaargemiddelden. Voor de Antwerpse meetstations met een lange tijdreeks zijn de concentraties in de periode 2009-2019 zo’n 25 % tot 36 % gedaald. De concentraties in 2019 volgen de dalende trend van de afgelopen jaren.
2. Fijn stof – PM10 Emissies In de Antwerpse agglomeratie is 40 % van de emissies van primair PM10 in 2018 te wijten aan verkeer. Meer concreet was 33 % van de totale emissies afkomstig van het wegverkeer. Een groot deel hiervan kwam van niet-uitlaat-emissies, o.a. door de slijtage van remmen en banden. De sector huishoudens was de tweede belangrijkste bron met 38 %. Meer bepaald 34 % van de totale emissies is een gevolg van huishoudelijke verwarming, vooral de verbranding van hout in open haarden en kachels. In 2018 stootte de zone Antwerpse agglomeratie 527 ton primair PM10 uit. Dit was 3 % van de Vlaamse primaire PM10-emissies dat jaar. Tussen 2005 en 2018 zijn de emissies van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 32 % gedaald. Deze daling komt vooral door minder emissies van het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De niet-uitlaatemissies stegen licht door het toenemend aantal voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, maar de laatste jaren zien we ook hier een lichte daling. Fijn stof in de omgevingslucht bestaat niet alleen uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Secundair fijn stof wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH3), stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxide (SO2) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese grenswaarden (voor dag- en jaarbasis) voor PM10 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. 2019 is het eerste jaar dat de WGO-advieswaarden (voor dag- en jaarbasis) op een meetplaats binnen de Antwerpse agglomeratie behaald werden, namelijk op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817). In Vlaanderen werd de WGO-jaaradvieswaarde in 2019 op 10 van de 36 meetplaatsen gerespecteerd. Dat is beduidend beter dan in 2018 (toen respecteerde slechts 1 meetplaats de advieswaarde). In heel Vlaanderen respecteerden 5 van de 36 PM10-meetplaatsen de WGO-dagadvieswaarde in 2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Trend luchtkwaliteit Globaal daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk over de periode 2009-2019, alhoewel het verloop de laatste jaren eerder schommelde. De jaargemiddelden in 2019 zijn op alle meetplaatsen lager dan de concentraties van 2018. Alleen op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) is dat niet zo, wegens invloed van wegenwerken op de jaargemiddelden. Ook in de rest van Vlaanderen zagen we een daling in de jaargemiddelden in 2019. Op de Antwerpse meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we een daling van 10 % tot 29 % tussen 2009 en 2019.
3. Fijn stof – PM2,5 Emissies In 2018 is 47 % van de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie te wijten aan de sector huishoudens. Meer concreet komt 43 % van de emissies van gebouwenverwarming, vooral van houtverbranding. De sector verkeer is met 34 % de tweede grootste bron van primaire PM 2,5-emissies. 27 % van de totale emissies komt van het wegverkeer. Hiervan komt iets meer dan de helft van niet-uitlaatemissies. De primaire PM2,5-emissies in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2018 423 ton. Dit is 3 % van de totale Vlaamse primaire PM2,5-emissies. Tussen 2005 en 2018 zijn de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 37 % gedaald. Zoals voor PM10 ligt deze daling vooral aan minder uitlaatemissies van het wegverkeer. Vroeger schommelde het verloop van de emissies door huishoudens gekoppeld aan strengere winters. De laatste jaren zien we ook hier een daling. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde voor PM2,5 werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. De WGO-advieswaarden voor jaargemiddelden en dagwaarden werden overschreden op alle meetplaatsen. Dit was ook zo op de overige meetplaatsen in Vlaanderen. Trend luchtkwaliteit Over de periode 2009-2019 daalden de PM2,5-jaargemiddelden geleidelijk. De laatste jaren stagneerden ze, maar in 2019 dalen de concentraties verder. Op de Antwerpse meetstations met een volledige tijdreeks zien we een daling van 35 tot 37 % tussen 2009 en 2019.
4. Zwarte koolstof/Elementair koolstof Zwarte koolstof en elementair koolstof zijn zeer sterk aan elkaar verwante componenten. Door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. Emissies In de Antwerpse agglomeratie draagt de sector verkeer 56 % bij aan de emissies van elementair koolstof in 2018. Wegverkeer is verantwoordelijk voor 49 % van de totale EC-emissies. EC wordt vooral gevormd door
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
5
de verbranding van fossiele brandstoffen, met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is bij EC veel groter dan bij PM10 of PM2,5. De sector huishoudens is de tweede grootste bron met 30 %. Meer concreet kunnen we 29 % van de totale EC-emissies toewijzen aan de huishoudelijke verwarming, vooral de verbranding van hout in open haarden en kachels. De emissies van elementair koolstof in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2018 75 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse EC-emissies. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2018 met 66 % gedaald. Dit komt vooral door een daling van de emissies in het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden. Strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit Er bestaan momenteel geen Europese normen of WGO-advieswaarden voor zwarte koolstof. Trend luchtkwaliteit De meetstations vertonen een dalende trend in de concentraties van zwarte koolstof in de periode 20092019. Zo zien we in Borgerhout (R801) een daling van 58 % tussen 2009 en 2019. In 2019 zien we een verdere daling in de concentraties. Aangezien zwarte koolstof alleen rechtstreeks uitgestoten wordt, zijn de concentraties zwarte koolstof sterk bepaald door lokale bronnen. Hierdoor worden voor zwarte koolstof grotere verschillen gemeten tussen de verschillende meetplaatsen. De hoogste concentratie in 2019 werd gemeten aan de Antwerpse Ring (R804), gevolgd door de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805).
5. UFP De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond bedroeg 8.192 deeltjes/cm3 in 2019. Dit was 13 % lager dan in 2018 en 12 % lager dan het gemiddelde van de vorige vijf jaar (2014-2018). De daling in 2019 is deels te verklaren door de wegenwerken nabij het meetstation. Daardoor was er waarschijnlijk minder verkeer. In een stedelijke omgeving is wegverkeer de belangrijkste bron van ultrafijne deeltjes. In 2019 droegen deeltjes met een diameter van 10-20 nm 37 % bij aan het ultrafijn stof. Deeltjes met een grootte van 20-30 nm en 30-50 nm droegen respectievelijk 20 % en 22 % bij aan de UFP-concentratie. Deeltjes in de grootteklassen 50-70 nm en 70-100 nm waren samen goed voor 20 % van de UFP-concentratie. De relatieve verdeling van de UFP-grootteklassen in 2019 was identiek als in 2018.
6. Houtverbranding Op 4 meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie werd in 2019 zwarte koolstof gemeten met een aethalometer (Magee AE33). Dit toestel kan de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) bepalen. We berekenden ook de bijdrage van houtverbranding aan PM10.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BCwb in BC) was het grootste op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (22 %) en het laagste op de meetplaats Antwerpen-Ring (12 %). De absolute concentratie zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding is het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805). Dit geldt zowel voor het volledige jaar 2019 als na opsplitsing in zomer- en wintermaanden. In de wintermaanden is de bijdrage van houtverbranding groter dan in de zomermaanden. Op alle meetplaatsen liggen zowel de concentratie aan totale zwarte koolstof (BC) als de concentraties afkomstig van houtverbranding en van fossiele brandstoffen lager dan de voorgaande jaren. De verschillen tussen de meetplaatsen in de bijdrage van houtverbranding aan PM10 zijn beperkt. De concentraties liggen tussen 0,9 - 1,0 µg/m³ in de zomermaanden en tussen 2,2 - 2,4 µg/m³ in de wintermaanden. De relatieve bijdrage van houtverbranding is weer het hoogst op meetplaats AntwerpenGroenenborgerlaan (R817), zowel in de zomer- als in de wintermaanden (repectievelijk 5 % en 12 %), maar het verschil met de andere meetplaatsen is beperkt. Op jaarbasis varieert de relatieve bijdrage tussen 7 en 8 % over de meetplaatsen. De absolute PM10-concentraties te wijten aan houtverbranding zijn het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805).
7. Effect invoering lage-emissiezone Het is moeilijk om een wetenschappelijk onderbouwde, algemene uitspraak te doen over het lokale nettoeffect van de LEZ op de concentraties NO2 en zwarte koolstof. De concentraties in de omgevingslucht zijn immers afhankelijk van meteorologische parameters. Ook zullen bepaalde verkeersmaatregelen binnen de LEZ leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de vaste meetplaatsen. Bijvoorbeeld de heraanleg van de Leien (de ‘knip’ sinds juni 2017) of de wegenwerken aan de Plantin en Moretuslei (sinds midden 2019). . Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperende gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Bijkomend zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook daar zijn vaak maatregelen of initiatieven met een impact op de luchtkwaliteit. De NO2-concentraties zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen 11 % en 20 % gedaald tussen 2016 en 2019. Voor de overige meetstations in Vlaanderen (de 9 meetstations in de Antwerpse agglomeratie niet meegerekend) zien we in 2019 t.o.v. 2016 op bepaalde meetstations een daling tussen 5 % en 32 %. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO2-concentraties heeft teweeggebracht. De waargenomen relatieve NO2-dalingen in de LEZ liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. De concentraties zwarte koolstof zijn op de meetplaatsen in de LEZ tussen de 24 % en de 46 % gedaald tussen 2016 en 2019. Voor de overige meetstations in Vlaanderen (de 8 meetstations in de Antwerpse agglomeratie niet meegerekend) zien we in 2019 t.o.v. 2016 een relatieve daling tussen 17 % en 31 %.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
7
Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof bekijken zien we dat de concentraties op de verkeersgerichte meetplaats aan de Plantin en Moretuslei (R802) en Belgiëlei (R805) en ook op de achtergrondmeetlocaties in en aan de rand van de LEZ globaal meer dalen dan elders. De LEZ heeft er dus voor gezorgd dat de concentraties zwarte koolstof lokaal extra daalden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
INHOUD 1 Inleiding .......................................................................................................................................................15 2 Het meetnet ................................................................................................................................................17 3 Stikstofoxiden ..............................................................................................................................................21 3.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) ..............................................21 3.2 NO2-concentraties ................................................................................................................................23 3.2.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................23 3.2.2 Passieve samplers ........................................................................................................................25 3.2.3 ATMO-Street model .....................................................................................................................28 3.2.4 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................30 3.2.5 Pollutierozen ................................................................................................................................31 3.3 NO-concentraties .................................................................................................................................34 3.3.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................34 3.3.2 Pollutierozen NO ..........................................................................................................................35 4 Fijn stof ........................................................................................................................................................38 4.1 Emissie van PM10 ..................................................................................................................................38 4.2 PM10-concentraties ..............................................................................................................................40 4.2.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................40 4.2.2 ATMO-Street model .....................................................................................................................41 4.2.3 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................44 4.2.4 Pollutierozen ................................................................................................................................46 4.3 Emissie van PM2,5 .................................................................................................................................49 4.4 PM2,5-concentraties ..............................................................................................................................51 4.4.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................51 4.4.2 ATMO-Street model .....................................................................................................................52 4.4.3 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................54 4.4.4 Chemische samenstelling van PM2,5 ............................................................................................55 4.4.5 Pollutierozen ................................................................................................................................56 4.5 Emissies van elementair koolstof .........................................................................................................59 4.6 Concentraties zwarte koolstof .............................................................................................................60 4.6.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................61 4.6.2 ATMO-Street model .....................................................................................................................62 4.6.3 Toetsing aan de regelgeving ........................................................................................................64 4.6.4 Pollutierozen ................................................................................................................................64 4.7 Ultrafijn stof (UFP)................................................................................................................................67 4.7.1 Metingen automatisch meetnet ..................................................................................................67 4.8 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10 ...............................................................69 4.8.1 Methode ......................................................................................................................................69
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
9
4.8.2 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof.....................................................................70 4.8.3 Bijdrage van houtverbranding aan PM10......................................................................................71 4.8.4 Dagverloop in de winter- en zomermaanden ..............................................................................75 4.8.5 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting ....................................................80 5 Effect van de invoer van de lage-emissiezone op de concentraties ...........................................................82 5.1 Inleiding ................................................................................................................................................82 5.2 Vergelijking 2019 ten opzichte van 2016 en ten opzichte van 2018 ...................................................83 5.2.1 Jaargemiddelde concentraties in de Antwerpse agglomeratie ...................................................83 5.2.2 Vergelijking met de overige meetstations in Vlaanderen............................................................88 5.3 Besluit ...................................................................................................................................................90 6 Besluit ..........................................................................................................................................................95 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005) ................................99 Beschrijving van de polluenten ..................................................................................................100 Overzicht luchtkwaliteitsnormen ...............................................................................................103 Methodiek ..................................................................................................................................106 Emissie-inventaris .......................................................................................................................108
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ........................................................................................................................18 Tabel 2 : Overzicht van de NO2-meetplaatsen passieve samplers in 2019 ......................................................19 Tabel 3: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³) .....................................................................................................................................24 Tabel 4: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019 ........................................................................................30 Tabel 5: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³) .....................................................................................................................................34 Tabel 6: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³) .....................................................................................................................................40 Tabel 7: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019 ..............................................................................................................45 Tabel 8: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³) .....................................................................................................................................51 Tabel 9: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019 ........................................................................................54 Tabel 10: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³) ............................................................................................................61 Tabel 11: Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen .....................69 Tabel 12: Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en aan PM10, per jaar voor de periode 2016-2019......................................................73 Tabel 13 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en aan PM10, opgesplitst in zomer en winter, in 2019 ................................................73 Tabel 14 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2019, 2018 en 2017 ten opzichte van 2016 voor NO2 (µg/m³) ................................................................................................84 Tabel 15 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2019, 2018 en 2017 ten opzichte van 2016 voor zwarte koolstof (µg/m³) .............................................................................85 Tabel 16: Relatieve en absolute dalingen van de NO2-concentraties in Antwerpen en in de rest van Vlaanderen ........................................................................................................................................88 Tabel 17: Relatieve en absolute dalingen van de concentraties zwarte koolstof in Antwerpen en in de rest van Vlaanderen .................................................................................................................................89 Tabel 18: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG).....103 Tabel 19: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005) .................................104 Tabel 20: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) ........................................................104 Tabel 21: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG).............................................................................105 Tabel 22: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005) ........................................................................................105
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
11
LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Kaart afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie (BEF02A) .......................................16 Figuur 2: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie .......................................................................20 Figuur 3: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ............21 Figuur 4: Trend van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2018 .................................22 Figuur 5: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 ..................................................................................................................................................24 Figuur 6: Indicatieve NO2-jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017-2019 (µg/m³).26 Figuur 7: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2019 ..............................................27 Figuur 8: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ...................................29 Figuur 9: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³) .......32 Figuur 10: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2019 ......................33 Figuur 11: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 ..................................................................................................................................................34 Figuur 12: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³).......35 Figuur 13: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ..........................37 Figuur 14: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018 ...38 Figuur 15: Trend van primaire PM10- emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005 – 2018.......................................................................................................................................39 Figuur 16: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019................................................................................................................................................41 Figuur 17: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ................................43 Figuur 18: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019......................................................................................45 Figuur 19: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ gesorteerd per maand op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 .............................................................................................46 Figuur 20: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³) ....47 Figuur 21: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 .......................48 Figuur 22: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2018 .....49 Figuur 23: Trend van primaire PM2,5-emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2018 .........................................................................................................................................50 Figuur 24: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019................................................................................................................................................52 Figuur 25: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ...............................53 Figuur 26: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019 ........................................................................................55 Figuur 27: Chemische samenstelling van PM2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2019 (µg/m³) .......56 Figuur 28: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³) ......57 Figuur 29: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 .......................58
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 30: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018......................59 Figuur 31: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2018 ..................................................................................................................60 Figuur 32: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 .........................................................................................................................62 Figuur 33: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ...............63 Figuur 34: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³) ..............................................................................................................................................64 Figuur 35: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2019 ....................66 Figuur 36: Aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), 2013-2019 (deeltjes/cm³) .................................................................................................................67 Figuur 37: Gemiddeld dagverloop van ultrafijn stof (10-100 nm deeltjes/cm³) op de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) op weekdagen (links) en in het weekend (rechts), 2015-2019 ........................68 Figuur 38: Maandelijkse gemiddelden van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) op de Antwerpse meetplaatsen in 2019 .......................72 Figuur 39: Maandelijkse gemiddelden voor PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 op de Antwerpse meetplaatsen in 2019 ...........................................................................................74 Figuur 40: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de wintermaanden 2019 ...........................................................................76 Figuur 41: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de zomermaanden 2019 ............................................................................77 Figuur 42: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de wintermaanden 2019 ........................................................................................................................78 Figuur 43: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de zomermaanden 2019 ........................................................................................................................79 Figuur 44: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstof (BCff) in 2019 (µg/m3) ..........................................................................................80 Figuur 45: Pollutieroos PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2019 (µg/m3) ......81 Figuur 46: Absolute daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor NO2 (2019 versus 2016 en 2019 versus 2018) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie ...................................................................................................................86 Figuur 47: Absolute daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor zwarte koolstof (2019 versus 2016 en 2019 versus 2018) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie ..........................................................................................................87 Figuur 48: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde NO2concentraties in 2019 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor alle Vlaamse meetstations ...............................................................................................91 Figuur 49: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde NO2concentraties in 2019 ten opzichte van 2018 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2018 voor alle Vlaamse meetstations ...............................................................................................92
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
13
Figuur 50: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2019 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor alle Vlaamse meetstations .....................................................................93 Figuur 51: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2019 ten opzichte van 2018 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2018 voor alle Vlaamse meetstations .....................................................................94
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
1 INLEIDING In dit rapport bespreken we de luchtconcentraties en emissies van een aantal polluenten in de Antwerpse agglomeratie. We toetsen de concentraties van 2019 aan de Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en door modelberekeningen. Meer uitleg over de methodiek van de emissie-inventaris vind je in bijlage 4. De meest recente data die momenteel beschikbaar zijn, zijn de emissiecijfers voor het jaar 2018. Afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie De emissiegegevens hebben betrekking op de zone Antwerpse agglomeratie zoals deze werd afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG. Met de agglomeratie Antwerpen (luchtkwaliteitszone BEF02A) worden volgende districten bedoeld: Antwerpen (min 6 sectoren die tot de zone Antwerpse haven behoren), Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Merksem en Wilrijk. Het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo wordt niet weerhouden door het industriële karakter ervan. Dit district valt volledig in de zone Antwerpse haven. Het district Hoboken valt volledig binnen de zone Antwerpse agglomeratie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de zware metalen. Hierbij wordt de wijk Moretusburg in Hoboken als een aparte zone gedefinieerd. De speciale beschermingszones die in VLAREM II (artikel 1.1.2) rond Antwerpen gedefinieerd werden, namelijk Antwerpen, Borsbeek, Edegem, Mortsel, Schoten, Wijnegem en Wommelgem werden toegevoegd aan de zone Antwerpse agglomeratie. Zwijndrecht werd wegens het industriële karakter toegevoegd aan de zone Antwerpse haven. Figuur 1 toont de afbakening van de zone Antwerpse agglomeratie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
15
Figuur 1: Kaart afbakening luchtkwaliteitszone Antwerpse agglomeratie (BEF02A)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
2 HET MEETNET In het kader van het invoeren van de lage-emissiezone (LEZ) werden op vier nieuwe plaatsen in Antwerpen metingen opgestart in de periode 2015-2016: — — — —
Park spoor Noord (R803), Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van het op- en afrittencomplex Borgerhout richting Nederland, Antwerpen-Belgiëlei (R805), Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817).
De meetplaats R804 werd in november 2016 opgestart, de andere waren al in 2015 operationeel. De LEZ werd ingevoerd vanaf 1 februari 2017. De meetresultaten van deze meetplaatsen vergelijken we met de meetresultaten van de overige vaste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie: — — — — — — —
Hoboken (HB23), Antwerpen-Linkeroever (AL01), Antwerpen-Luchtbal (M802), Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), Schoten (R811), Antwerpen-Burchtse Weel (R818).
M802 ligt strikt genomen in de zone Antwerpse haven, maar wordt ook hier mee besproken. Voor de berekening van de windroos en de pollutierozen gebruikten we de meteorologische metingen van Antwerpen-Luchtbal (M802). We bespreken in dit rapport de polluenten: — — — — —
stikstofoxiden (NO2 en NO), PM10, PM2,5, zwarte koolstof (BC), ultrafijnstof (UFP).
De specificaties over o.a. het meetprincipe en de meetonzekerheid staan in bijlage 1. Tabel 1 geeft een overzicht van de automatische meetplaatsen en de parameters die gemeten worden. Naast de code vermelden we ook het adres, het type meetstation en de Lambertcoördinaten van de meetplaats.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
17
Tabel 1 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2019 Meetplaats
Adres
Classificatie meetplaats (IPR)1
Lamb X
Lamb Y
PM10
PM2,5
Zwarte koolstof
UFP
NO2
NO
Code
Naam
AL01
Antwerpen-Linkeroever
Wandeldijk, Antwerpen
voorstedelijk-industrieel
150865
214046
-
HB23
Hoboken
Curiestraat, Antwerpen (Hoboken)
voorstedelijk-industrieel
148054
206698
-
-
M802
Antwerpen-Luchtbal
Havanastraat, Antwerpen
voorstedelijk-industrieel
153884
216790
-
R801
Borgerhout-achtergrond
Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)
stedelijk-achtergrond
154407
211080
R802
Borgerhout- straatkant
Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)
stedelijk-verkeer
154396
211055
-
R803
Antwerpen-Park spoor Noord
Viséstraat, Antwerpen
stedelijk-achtergrond
154172
213191
-
R804*
Antwerpen-Ring
Ring - Afrit Borgerhout
stedelijk- nvt
155119
210695
-
R805
Antwerpen- Belgiëlei
Belgiëlei, Antwerpen
stedelijk-verkeer
153689
210922
-
R811
Schoten
Lodewijk Weijtenstraat, Schoten
voorstedelijk-achtergrond
158560
215807
-
-
R817
Antwerpen-Groenenborgerlaan
Groenenborgerlaan, Antwerpen
voorstedelijk-achtergrond
153441
207467
-
R818**
Antwerpen-Burchtse Weel
Burchtse Weel, Antwerpen
voorstedelijk-achtergrond
148723
211364
-
*en** : De concentraties op deze meetplaats worden niet aan Europa gerapporteerd. *: De reden is dat deze meetplaats gelegen is op een locatie die minder representatief is voor de menselijke blootstelling (zie macrocriteria voor een meetplaats in Bijlage III van EU-richtlijn 2008/50/EG). **: De reden is dat deze meetplaats tijdelijk in functie van de infrastructuurwerken op Linkeroever is opgericht
1
Leidraad (2013) bij de IPR-richtlijn 2011/850/EU
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
In 2019 werden er bijkomende NO2-metingen uitgevoerd op 19 locaties in Antwerpen met behulp van passieve samplers. De adressen van deze meetlocaties zijn te vinden in Tabel 2. De resultaten van deze metingen met passieve samplers staan beschreven in paragraaf 3.2.2. Tabel 2 : Overzicht van de NO2-meetplaatsen passieve samplers in 2019 Meetplaats Code
Naam
Adres
Lamb X
Lamb Y
AL08
Antwerpen-Galgenweellaan
Galgenweellaan, Antwerpen
150793
211755
AT20
Antwerpen-Amerikalei
Amerikalei, Antwerpen
152235
210896
AT29
Antwerpen-Desguinlei
Desguinlei, Antwerpen
152153
209450
AT37
Antwerpen-Steenhouwersvest
Steenhouwersvest, Antwerpen
152434
211942
AT38
Antwerpen-Tunnelplaats
Tunnelplaats, Antwerpen
152894
213029
AT39
Antwerpen-Turnhoutsebaan
Turnhoutsebaan, Antwerpen
154981
211538
AT40
Antwerpen-Rubenslei
Rubenslei, Antwerpen
152962
211238
AT41
Antwerpen-Paradeplein
Paradeplein, Antwerpen
153808
210214
AT42*
Antwerpen-Floraliënlaan
Floraliënlaan, Antwerpen
153284
208459
AT43
Antwerpen-Viaduct-Dam
Viaduct-Dam, Antwerpen
153827
213693
AT45
Antwerpen-Lange Beeldekensstraat
Lange Beeldekensstraat, Antwerpen
154509
212422
AT46
Antwerpen- Pothoekstraat
Pothoekstraat, Antwerpen
154751
212912
AT47
Antwerpen-Osystraat
Osystraat, Antwerpen
153463
212421
AT48
Antwerpen-Haantjeslei
Haantjeslei, Antwerpen
152343
210160
AT49
Antwerpen-Wittestraat
Wittestraat, Antwerpen
151077
208626
BT03
Borgerhout-Sergeyselsstraat
Sergeyselsstraat, Borgerhout
154496
211466
BT04
Borgerhout-Karel De Preterlei
Karel De Preterlei, Borgerhout
155675
210225
DU05
Deurne-Rivierenhof
Rivierenhof/Parkweg DE, Deurne
156979
211950
DU06
Deurne-Herentalsebaan
Herentalsebaan, Deurne
156350
211089
* Meetplaats AT42 bevindt zich vlakbij de tunnelmond van de Craeybextunnel in een omgeving zonder directe bewoning en wordt daarom niet als representatief beschouwd voor blootstelling. Bijgevolg wordt dit meetstation niet gerapporteerd aan Europa.
Figuur 2 toont de ligging van de automatische meetplaatsen (Tabel 1) en van de locaties met passieve samplers (Tabel 2).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
19
Figuur 2: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
3 STIKSTOFOXIDEN 3.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) De meest recente beschikbare emissie-data voor de Antwerpse agglomeratie gaan over het jaar 2018. Door een optimalisatie van automatisatieprocessen voor de bevraging van de emissiedatabank worden voor bepaalde sectoren licht andere cijfers bekomen. Deze gegevens kunnen daarom verschillen van eerder gerapporteerde cijfers en dit voor de volledige tijdreeks. Meer informatie hierover kan u terugvinden in bijlage 5. Figuur 3 toont het aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in 2018. —
—
75 % van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan verkeer. 62 % van de totale emissies is te wijten aan wegverkeer. Scheepvaart was verantwoordelijk voor 6 % van de NOx-emissies in de Antwerpse agglomeratie. Andere relevante sectoren zijn handel en diensten (8 %), industrie (7 %) en huishoudens (6 %, vooral gebouwenverwarming).
Figuur 3: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 4 toont de evolutie van de NOx (NO2)-emissies per sector voor de zone Antwerpse agglomeratie. In 2018 bedroeg de NOx (NO2)-emissie in de Antwerpse agglomeratie 4.402 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse NOx (NO2)-uitstoot. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
21
Tussen 2005 en 2018 zijn de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 42 % gedaald. Deze daling lag voor 77 % aan een daling in de emissies van het wegverkeer. Gedetailleerde informatie over vlootsamenstelling en verkeersintensiteit op lokaal niveau ontbreekt. Daarom worden bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie berekend op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ. De VMM hoopt in de toekomst toegang te krijgen tot de data van de ANPR-camera’s waardoor er wel informatie over de verkeersvloot op lokaal niveau beschikbaar is. Figuur 4: Trend van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Bij het wegverkeer was de emissiedaling echter kleiner dan oorspronkelijk verwacht. Hiervoor zijn verschillende zaken verantwoordelijk: —
2
Het aandeel dieselvoertuigen in het Vlaamse personenwagenpark was lange tijd erg hoog. Dit kwam o.a. door een aantal federale beleidsmaatregelen die de aankoop van dieselvoertuigen stimuleerden, zoals de lagere accijnzen op dieselbrandstof. Dieselwagens stoten meer NOx uit dan benzinewagens. De NO2/NOx-verhouding is bij dieselwagens ook gevoelig hoger dan bij benzinewagens. Voor oudere diesels was het aandeel NO2 in de NOx-emissies ongeveer 5 %. Bij nieuwere diesels bepalen zowel de motorafmeting als de katalytische converter het aandeel NO2: de ratio kan variëren van 12 % tot 70 %2. De laatste 20 jaar zien we dan ook een stijging van de verhouding NO2/NOx op alle meetplaatsen in Vlaanderen. De stijging van de directe NO2-emissies bemoeilijken het behalen van de Europese grenswaarden op verkeersgerichte meetplaatsen. Door
EEA (2016), Explaining road transport emissions, A non-technical guide
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
—
—
een aantal fiscale maatregelen, een breder aanbod aan zuinigere benzinewagens, een gedaald vertrouwen door het dieselschandaal en de invoering of aankondiging van lage-emissiezones daalde het aandeel dieselwagens sinds 2015. Bovendien blijkt dat in realistische rijomstandigheden de NOx-emissies van dieselwagens beduidend hoger zijn dan wat in de testcyclus in het labo wordt gemeten voor de EURO-normering. Het verschil tussen reële uitstoot en de EURO-normen (testen in labo-omstandigheden) werd groter met de jaren. Voor EURO 3-dieselwagens (vanaf 2000) was dit een factor twee. Voor EURO 6-dieselwagens (vanaf 2014) is dit opgelopen tot gemiddeld een factor zeven. Daardoor ligt de NOx-emissie van een EURO 6-dieselwagen maar 40 % lager dan van een EURO 3-dieselwagen, waar eigenlijk (op basis van de labo-testen) 84 % verwacht3 werd. De door de VMM gebruikte emissiefactoren voor de verschillende EURO-normen zijn gebaseerd op de emissies van de voertuigen in reële rijomstandigheden. Zowel het aantal voertuigen op de weg als het aantal gereden voertuigkilometers over de weg blijft stijgen.
Naast directe uitstoot wordt NO2 ook indirect gevormd door chemische reacties in de atmosfeer. Stikstofoxiden door verbrandingsprocessen komen vooral als NO in de lucht terecht. Enerzijds wordt het weinig toxische NO relatief snel omgezet naar het toxische gas NO2 door reactie met o.a. ozon (O3). Anderzijds neemt NO2 deel aan de fotochemische ozonvorming waarbij O3 wordt gevormd en NO2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is heel complex en de relatie tussen de emissies van NOx en de gemeten NO2-concentraties is niet lineair. De luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie wordt niet alleen bepaald door de emissies in de agglomeratie zelf. Ook emissies in Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie. In het saneringsplan luchtkwaliteit4 dat voor Antwerpen werd opgesteld in 2017, werd ingeschat dat in stedelijke gebieden gemiddeld 65 % van de NO2 die we meten in de lucht afkomstig is van lokale en Vlaamse bronnen. Het aandeel van lokaal verkeer bedraagt 34 %. Op een verkeersgerichte locatie zoals Borgerhout-straatkant (R802) stijgt het belang van lokale en Vlaamse emissies tot een bijdrage van 74 % op de gemeten NO2-concentratie. 53 % is afkomstig van lokaal verkeer.
3.2 NO2-concentraties 3.2.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 3 toont de jaargemiddelden voor het automatisch meetnet. De verschillen in de concentraties NO2 zijn sterk gelinkt aan verschillen in verkeersintensiteit. De hoogste NO2-concentraties worden gemeten op de meetplaats R804 aan de Antwerpse Ring, gevolgd door de meetplaats R802 aan de Plantin en Moretuslei en de meetplaats R805 gelegen op de middenberm van de Belgiëlei. De laagste NO2-concentraties worden gemeten op de achtergrondmeetplaats in Schoten (R811). De meetplaats in Schoten ligt in een voorstedelijke omgeving. Het meetstation ligt wat achterin, naast een gemeentewerf. De automatische NOx-meting in het meetstation Antwerpen-Burchtse Weel werd eind 2018 opgestart. Voor 2019 behaalt dit meetstation net onvoldoende data om een jaargemiddelde te berekenen.
3
VMM (2017), Systeembalans 2017: Milieu-uitdagingen voor het energie-, mobiliteits- en voedingssysteem in Vlaanderen, Aalst, Milieurapport Vlaanderen 4 https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/SaneringplanNO2Antwerpen_MetBijlage_2017_Def.pdf \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
23
Doordat meetplaats R804 vlak naast de Antwerpse Ring ligt, tussen het op- en afrittencomplex van Borgerhout, is die minder representatief voor menselijke blootstelling. Daarom worden de meetresultaten niet getoetst aan de Europese regelgeving. Figuur 5 toont de evolutie van de NO2-jaargemiddelden voor de periode 2009 - 2019. Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen geleidelijk aan een lichte daling van de jaargemiddelde NO2-concentratie. In 2019 zijn de NO2-concentraties op alle locaties verder gedaald in vergelijking met 2018. Op de meetplaatsen met een lange tijdreeks, zijn de concentraties tussen 2009 en 2019 zo’n 25 % tot 36 % gedaald. Tabel 3: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³)
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817)
2009 32 43 45
2010 33 44 44
2011 30 43 46
33 -
34 -
31 -
2012 29 45 50 31 -
2013 28 40 43 49 29 -
2014 26 27 38 41 47 28 -
2015 26 27 36 38 45 26 -
2016 27 27 35 39 45 32 43 26 32
2017 26 26 35 36 42 31 54 40 27 30
2018 26 26 32 34 40 32 48 40 24 28
2019 24 24 30 32 36 28 43 35 21 26
Blauw: overschrijdingen van enkel de WGO-advieswaarde (40 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (60 µg/m³ tot en met 2014, 40 µg/m³ vanaf 2015) en WGO-advieswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde.
Figuur 5: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
3.2.2 Passieve samplers Naast de metingen met automatische monitoren meet de VMM sinds 2017 ook NO2 met passieve samplers in Antwerpen. In 2019 waren er 19 meetplaatsen (zie Tabel 2). De meetplaatsen bevinden zich op verschillende types locaties, onder meer in street canyons, langs drukke invalswegen en op achtergrondlocaties. De samplers werden telkens in duplo opgehangen gedurende periodes van 2 weken. Een volledig jaar bestaat dus uit 26 meetperiodes. Automatische monitoren versus passieve samplers De automatische monitoren meten volgens de Europese referentiemethode. Passieve samplers niet, maar ze worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. De jaargemiddelden bekomen met passieve samplers voldoen aan de Europese criteria voor ‘indicatieve metingen’. We spreken daarom van ‘indicatieve jaargemiddelden’. Met passieve samplers kunnen we metingen uitvoeren op plaatsen waar er geen ruimte is voor een vast meetstation, zoals in street canyons. De resultaten van de passieve samplers dienen ook om de modelresultaten te valideren en te verbeteren. De meetplaats aan de Floraliënlaan (AT42) ligt vlakbij de tunnelmond van de Craeybeckxtunnel en zonder onmiddellijke bewoning in de buurt, waardoor deze locatie als minder representatief voor de menselijke blootstelling wordt beschouwd. Daarom wordt het resultaat van deze meetlocatie niet aan de Europese grenswaarden getoetst en niet aan Europa gerapporteerd. NO2-concentraties gemeten met passieve samplers dalen met 5 % ten opzichte van 2018 Gemiddeld daalden de samplermetingen in Antwerpen met 2 µg/m3 of 5 % ten opzichte van 2018. Bij vergelijking van 2019 met 2017 zien we gemiddeld in Antwerpen een daling van 15 % NO2 bij de samplermetingen. Op nagenoeg alle individuele meetplaatsen zien we in 2019 een daling ten opzichte van 2018, op sommige eerder een stagnatie en op 1 locatie een lichte stijging, nl. op de Sergeyselstraat (BT03). De data van 2018 waren daar lager doordat er door wegenwerken gedurende meer dan een half jaar geen doorgaand verkeer mogelijk was. Het hoogste indicatieve jaargemiddelde was 51 µg/m³ in 2019 en werd gemeten aan de Turnhoutsebaan (AT39), een drukke invalsweg in Antwerpen. Figuur 6 toont de gekalibreerde, indicatieve jaargemiddelden voor de 19 meetplaatsen in Antwerpen voor de periode 2017-2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
25
Figuur 6: Indicatieve NO2-jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017-2019 (µg/m³)
Figuur 7 toont de ligging en de resultaten van de meetlocaties van de samplers in Antwerpen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 7: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
27
3.2.3 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor NO2 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. Meer uitleg over de methodiek van de modellering vind je in bijlage 4. Sinds 2017 is het model uitgebreid met de OSPM-module (Operational Street Pollution Model). Dit zorgt ervoor dat de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in street canyons beter in rekening gebracht wordt. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − De impact van nieuwe verkeerssituaties is niet onmiddellijk zichtbaar. Het model toont wel een simulatie van de jaargemiddelden in 2019 maar gebruikt (verkeers)emissiegegevens van 2018 (bv. vlootsamenstelling, voertuigkm, verdeling over de EURO-normen …). Voor deze modelkaart werd de vlootsamenstelling van de stad Antwerpen voor de LEZ (o.b.v. de ANPR-gegevens) gebruikt. Deze gedetailleerde verkeersgegevens werden eerst doorgerekend tot verkeersemissies voor de LEZ en daarna gebruikt in de modellering. − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²).
Ondanks deze beperkingen van het model, resulteert het wel in wetenschappelijk onderbouwde kaarten die de verspreiding van de luchtvervuiling in kaart brengen. De controle gebeurde door te vergelijken met metingen. Figuur 8 toont de gemodelleerde NO2-jaargemiddelden in de Antwerpse agglomeratie voor 2019. De hoogste concentraties worden gemodelleerd langs de Antwerpse Ring. Dit wordt ook bevestigd door de metingen aan de Antwerpse Ring (R804). Daarnaast zien we de hoogste gemodelleerde NO2concentraties langs de belangrijkste verkeersassen van de binnenstad.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 8: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
29
3.2.4 Toetsing aan de grenswaarden Een overzicht van de regelgeving voor NO2 vind je in bijlage 3. Toetsing aan de jaargrenswaarde In 2019 respecteerden alle automatische meetplaatsen de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³. 2019 was het tweede opeenvolgende jaar waarin er geen enkele overschrijding werd opgetekend op de automatische meetstations die meten volgens de referentiemethode. Echter uit de indicatieve metingen met passieve samplers in Antwerpen blijkt dat op 5 van de 18 meetplaatsen een jaargemiddelde boven de 40 µg/m³ werd gemeten. Het gaat hierbij telkens om meetplaatsen met weinig verdunning (de zogenaamde street canyons) en/of veel verkeer. Ook de berekeningen met het ATMO-Street model tonen aan dat op verkeersintensieve stedelijke locaties en in street canyons overschrijdingen van de jaargrenswaarde van NO2 kunnen voorkomen. Zie hiervoor Figuur 8. Aangezien de WGO-jaaradvieswaarde voor NO2 van 40 µg/m³ gelijk is aan de Europese grenswaarde werd deze bijgevolg op dezelfde plaatsen overschreden. In het Luchtbeleidsplan 20305 van de Vlaamse Overheid wordt een NO2-jaargemiddelde van 20 μg/m³ als streefdoel gehanteerd. Toetsing aan de uurgrenswaarde De Europese regelgeving laat 18 uren met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ NO2 toe. De WGO laat geen enkel uur met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ toe. Alleen de meetplaatsen van het automatische meetnet kunnen aan de uurgrenswaarde getoetst worden. Tabel 4 toont het verloop van het aantal uren met een gemiddelde concentratie hoger dan 200 µg/m³ op de verschillende meetplaatsen voor de periode 2009-2019. Tabel 4: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 0 0 0 0 -
2010 0 0 0 0 -
2011 0 0 1 0 -
2012 0 6 6 0 -
2013 0 0 0 4 0 -
2014 0 0 0 4 5 0 -
2015 0 0 0 2 2 0 -
2016 0 0 0 0 1 1 0 0 0 -
2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
2018 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
2019 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Blauw: overschrijdingen van de WGO- advieswaarde (0 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijding van de EU-grenswaarde (18 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
5
https://omgeving.vlaanderen.be/luchtverontreiniging-actieplannen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
De Europese uurgrenswaarde werd gerespecteerd in de periode 2009-2019: nergens in de Antwerpse agglomeratie werd er de afgelopen 10 jaar meer dan 18 uren hoger dan 200 µg/m³ gemeten. Sinds 2017 wordt ook de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden overal in de Antwerpse agglomeratie gerespecteerd.
3.2.5 Pollutierozen Figuur 9 geeft de pollutierozen voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen vind je in bijlage 4. Op de pollutierozen van de achtergrondmeetplaatsen Linkeroever (AL01), Park Spoor Noord (R803) en Groenenborgerlaan (R817) zien we weinig lokale invloed. Bij wind vanuit het zuidwesten zien we licht verhoogde concentraties op de meetplaats in Hoboken (HB23). In deze richting ligt het bedrijf Umicore. Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havanastraat. Ten westen van deze meetplaats ligt de Noorderlaan. In deze richting zijn ook parkeerplaatsen. Het kan zijn dat de verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen daaraan liggen. Op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) meten we verhoogde concentraties vanuit het noordoosten tot het noordwesten. Het meetstation Borgerhout-straatkant ligt op 7,5 m en het meetstation Borgerhout-achtergrond op 30 m ten noorden van de straatkant. De concentraties in het meetstation het dichtst bij de straatkant zijn altijd hoger, uitgezonderd bij noordelijke wind, waar de concentraties van R801 en R802 samenvallen. We meten op deze locaties niet alleen de invloed van de Plantin en Moretuslei (ten zuiden van de meetplaatsen), maar ook de invloed van de Montensstraat in oostelijke richting. Beide meetstations bevinden zich op dezelfde afstand van de Montensstraat. Het feit dat de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) bij wind vanuit oostelijke richting meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw is waarschijnlijk de verklaring van de lagere concentraties bij oostelijke wind in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). Op de meetplaats aan de Ring in Antwerpen (R804) zien we een grote invloed van het verkeer bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Op de meetplaats Belgiëlei (R805) zien we bij wind vanuit alle richtingen hogere NO2-concentraties. Het meetstation ligt op de middenberm van de Belgiëlei. Vooral bij wind uit noordwestelijke tot noordoostelijke richting meet dit meetstation hogere concentraties ten opzichte van de overige meetlocaties. Op de meetplaats in Schoten (R811) worden uit alle richtingen lage concentraties gemeten, behalve een kleine lokale verhoging uit het westen. Op de meetplaats aan de Burchtse Weel (R818) is er een duidelijke verhoging vanuit het noordwesten tot het noordoosten. Deze verhoging is afkomstig van de nabijgelegen E17.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
31
Figuur 9: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³)
Figuur 10 toont de NO2-pollutierozen voor 2019 op de kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 10: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
33
3.3 NO-concentraties 3.3.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 5 geeft de NO-jaargemiddelden voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Zoals voor NO2 worden de hoogste concentraties gemeten op de sterk door verkeer beïnvloede meetplaatsen aan de Ring (R804), aan de rand van de Plantin en Moretuslei (R802) en op de middenberm van de Belgiëlei (R805). De laagste concentraties worden gemeten op de meetplaatsen Linkeroever (AL01) en Schoten (R811). De relatieve verschillen tussen de verschillende meetplaatsen zijn groter dan voor NO2. Tabel 5: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³)
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 10 25 20 13 -
2010 10 25 20 12 -
2011 11 25 22 11 -
2012 10 22 20 34 10 -
2013 10 21 18 33 10 -
2014 7 8 18 18 32 9 -
2015 7 10 18 16 29 9 -
2016 8 10 19 16 30 12 29 10 12 -
2017 6 8 16 13 24 10 43 21 8 10 -
2018 6 7 14 13 23 10 30 21 7 8 -
Figuur 11: NO-jaargemiddelde op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
2019 5 6 11 10 18 8 25 17 5 6 -
Figuur 11 toont het verloop van de jaargemiddelde NO-concentratie voor de periode 2009 tot 2019. Over de laatste 10 jaar zijn de NO-concentraties op alle meetplaatsen gedaald. In 2019 daalden de NOconcentraties op alle meetstations verder ten opzichte van 2018. Op de meetplaatsen met een voldoende lange tijdreeks zijn de concentraties tussen 2009 en 2019 met zo’n 40 % tot 56 % gedaald.
3.3.2 Pollutierozen NO Figuur 12 geeft de pollutierozen voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen staat in bijlage 4. Figuur 12: Pollutieroos voor NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
35
De vorm van de pollutierozen van NO is verschillend van deze van NO2. De relatieve verschillen tussen de gemeten concentraties bij verschillende windrichtingen zijn ook groter dan bij NO2. De meeste vaststellingen die gemaakt werden bij de bespreking van de NO2-rozen zijn hier ook geldig. Op de pollutierozen van Linkeroever (AL01), Park Spoor Noord (R803), Schoten (R811) en Groenenborgerlaan (R817) zien we weinig lokale invloed. Bij wind uit het zuidwesten (Umicore) zien we licht verhoogde concentraties op de meetplaats in Hoboken (HB23). Op de meetplaats Luchtbal (M802) merken we verhoogde concentraties bij wind uit het westen (Noorderlaan en parking). Ook uit het zuidoosten meten we een verhoging. Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) meten we vanuit het noordoosten tot het zuidwesten verhoogde concentraties. Op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) meten we verhoogde concentraties bij wind vanuit het oosten tot zuidwesten. Zoals bij NO2 zijn de concentraties wel altijd lager dan op de meetplaats R802 aan de straatkant, behalve bij wind vanuit noordelijke richting, waar ze samenvallen. Op de meetplaats R804 aan de Ring in Antwerpen zien we een grote invloed van het verkeer bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. De meetplaats R805 op de middenberm van de Belgiëlei meet in vergelijking met de overige stations meer NO bij wind vanuit het noordwesten tot noordoosten. Ook bij zuidoostenwind worden er verhoogde NO-concentraties gemeten. Aan de meetplaats Burchtse Weel (R818) zien we een lokale verhoging vanuit noordwesten tot noordoosten, dit is de invloed van de nabijgelegen E17 autosnelweg.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 13: Pollutierozen NO voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
37
4 FIJN STOF 4.1 Emissie van PM10 De meest recent beschikbare emissiedata zijn deze voor 2018. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM10-stof. Figuur 14 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM10 in 2018. —
—
Verkeer was de belangrijkste bron van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 40 %. • 33 % van de totale primaire PM10-emissies komt van het wegverkeer. Een groot deel hiervan was afkomstig van niet-uitlaat-emissies, onder meer door de slijtage van remmen en banden. 38 % van de emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • 34 % van de totale primaire PM10-emissies is toe te wijzen aan de huishoudelijke verwarming, meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels.
Figuur 14: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 15 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM10-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. In 2018 stootte de zone Antwerpse agglomeratie 527 ton primair PM10 uit. Dit was 3 % van de Vlaamse primaire PM10-emissies dat jaar.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Tussen 2005 en 2018 zijn de emissies van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 32 % gedaald. Deze daling komt door minder uitlaatemissies van het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. De laatste jaren zien we eerder een stagnatie van de emissies door de sector huishoudens. In 2018 zien we een lichte stijging (7 %) in de emissies van de sector industrie ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging is een gevolg van de stijging van de niet-geleide emissies van bouwwerkzaamheden in heel Vlaanderen. Voor het berekenen van bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie wordt een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ (meer uitleg zie bijlage 5). Figuur 15: Trend van primaire PM10- emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005 – 2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Fijn stof in de atmosfeer bestaat niet alleen uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties van voorloperverbindingen (precursoren). De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH3), stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxide (SO2) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. De primaire stofdeeltjes bestaan scheikundig gezien vooral uit organische koolstofcomponenten, anorganische componenten (mineralen) en elementair koolstof (roetdeeltjes). Zie ook paragraaf 4.4.4.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
39
Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland), de aard van de emissies (bijvoorbeeld de hoogte), de meteorologische omstandigheden en de topografie bepalen mee de gemeten concentraties. In Vlaanderen is gemiddeld 70 % tot 80 % van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten6. Verkeer is een belangrijke lokale bron van elementair koolstof, organische massa en mineraal stof. In de vierde chemkar studie7 waren de PM10-concentraties langs invalswegen gemiddeld 6 % en in street canyons gemiddeld 29 % hoger dan op stedelijke achtergrondlocaties. De bijdragen van elementaire koolstof en organische massa in uitlaatgassen enerzijds en de bijdrage van mineraal stof anderzijds (banden, remmen, koetswerk) droegen elk voor ongeveer 50 % bij aan deze hogere concentraties. Het gaat hier om een zeer lokale bijdrage. Naast deze primaire emissies zorgt verkeer ook nog voor heel wat NOx-emissies, die zich in de atmosfeer omzetten tot fijn stof in de vorm van nitraatdeeltjes. Dit proces is vrij traag, waardoor dit zal leiden tot een regionale verhoging en niet louter tot een lokale bijdrage.
4.2 PM10-concentraties 4.2.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 6 toont de jaargemiddelden PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. In 2019 mat de VMM de hoogste concentraties op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei, waar er wegenwerken waren die zorgden voor meer opwaaiend stof. Er vonden ook gevelwerken plaats bij het kantoorgebouw naast de meetstations, wat waarschijnlijk ook voor extra stof in de buurt heeft gezorgd. Voor PM2,5 (zie Tabel 8) zien we deze stijging bij de meetstations aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) in 2019 niet. Dat toont dat het vooral gaat over een stijging in de grovere fractie (diameter 2,5-10 µm), wat normaal is bij (her)opwaaiend stof. Figuur 16 geeft de evolutie van de PM10-jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen. Over de periode van 2009 – 2019 daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk, al schommelt het verloop eerder de laatste jaren. Tabel 6: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³)
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 26 32 31 30 27 -
2010 26 29 32 29 28 -
2011 26 32 34 29 26 -
2012 24 29 32 27 30 25 -
2013 25 28 28 27 31 25 -
2014 22 25 25 26 30 22 -
2015 22 25 24 24 24 22 -
2016 22 25 24 23 23 23 22 22 23 -
2017 22 22 25 23 24 25 26 24 22 22 -
2018 23 24 27 24 25 25 27 28 23 22 23
2019 21 23 22 27 27 23 23 25 21 19 21
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (20 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
6 7
Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Antwerpen, Gent, Brugge en Oostende, 2011-2012
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
De jaargemiddelden in 2019 zijn op alle meetplaatsen lager dan de concentraties van 2018, uitgezonderd op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802), waar de jaargemiddelden beïnvloed zijn door de wegenwerken. Ook in de rest van Vlaanderen zagen we een daling in de jaargemiddelden in 2019. Op de meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we in de periode 2009-2019 een daling in de PM10-concentraties tussen 10 % en 29 %. Figuur 16: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
4.2.2 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten worden de concentraties geschat aan de hand van rekenkundige modellen. Voor PM10 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model lees je in paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 17 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM10-concentratie in de Antwerpse agglomeratie voor 2019. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2019 de meest recent beschikbare emissiedata van 2018 werden gebruikt. De impact van de LEZ werd mee doorgerekend. Langs de Ring en in een deel van de haven worden hogere PM10-concentraties gemodelleerd. We zien dat het model in de Antwerpse agglomeratie en omgeving overwegend een PM10-concentratie modelleert tussen 21 en 25 µg/m³. In het algemeen is er een goede overeenstemming tussen de gemodelleerde waarden en de gemeten waarden ter hoogte van de VMM-meetstations. Aan de Plantin en Moretuslei onderschat het model de meetwaarden, dit ten gevolge van tijdelijke wegenwerken, die niet vervat zitten in het model. Op \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
41
de meetplaats aan de Ring (R804) ligt het gemeten jaargemiddelde lager dan het gemodelleerde gemiddelde. In de Antwerpse haven, dichtbij de meetplaats M802, berekent het model nog de mogelijkheid van een overschrijding van de PM10-jaargrenswaarde. Dit is dichtbij een bedrijf met veel diffuse emissies van PM10. In de onderliggende emissiedataset van het ATMO-Street-model wordt geen rekening gehouden met de emissiereducerende maatregelen die deze bedrijven de laatste jaren namen. Mogelijks geeft deze modelkaart dus een overschatting van de reële situatie. Er wordt nagegaan hoe de genomen reducerende maatregelen beter kunnen geïmplementeerd worden in de rekentool waarin deze bedrijven hun emissies rapporteren. Ook de emissiehoogte en diameter van de schouw dient beter in kaart gebracht te worden om de spreiding van de emissies door het model met grotere nauwkeurigheid te kunnen berekenen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 17: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
43
4.2.3 Toetsing aan de grenswaarden De regelgeving voor PM10 is opgenomen in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde In de periode 2009-2019 werd de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ op geen enkele meetplaats in de Antwerpse agglomeratie overschreden ( zie Tabel 6). 2019 is het eerste jaar dat de WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ op een meetplaats binnen de Antwerpse agglomeratie behaald werd, namelijk op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817). In Vlaanderen werd deze advieswaarde in 2019 op 10 van de 36 meetplaatsen gerespecteerd, dit is beduidend beter dan in 2018. Toen respecteerde maar 1 meetplaats de advieswaarde. Trend en toetsing van de daggemiddelden Tabel 7 toont per meetplaats het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2009-2019. Sinds 2014 is er geen overschrijding meer gemeten van de EU-daggrenswaarde (35 dagen met een concentratie boven 50 µg/m³ toegestaan op jaarbasis). De WGO-dagadvieswaarde (3 dagen met een concentratie boven 50 µg/m³ toegestaan op jaarbasis) werd pas in 2019 voor het eerst behaald en dit slechts op 1 meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817). In heel Vlaanderen respecteerden 5 van de 36 PM10-meetplaatsen de WGO-dagadvieswaarde in 2019. Figuur 18 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2009-2019. Globaal genomen daalt het verloop, alhoewel het de laatste jaren eerder schommelend is. In 2019 zijn er op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie minder dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ dan in 2018, uitgezonderd weer aan de Plantin en Moretuslei (R801 en R802) wegens de wegenwerken. De grootste daling zagen we op de meetplaatsen Luchtbal (M802) en Ring (R804). Deze daling was er niet enkel in de Antwerpse agglomeratie, maar op zo’n 70 % van de Vlaamse meetplaatsen. Figuur 19 toont per maand het aantal dagen met een daggemiddelde boven 50 µg/m³ per meetstation in 2019. In de winterse maanden (januari en februari) zijn er vaker ongunstige weersomstandigheden (temperatuurinversie en lage windsnelheden) die ervoor zorgen dat de uitgestoten emissies minder verdund worden. We zien ook veel dagen met een daggemiddelde boven 50 µg/m³ in de maanden maart, april en mei. Deze maanden waren vaak zachter dan normaal en droger. Minder neerslag leidde tot minder uitwassing van de pollutie. De hogere temperaturen in de lente, samen met verhoogde ammoniakemissies door het uitrijden van mest, zijn bevorderlijk voor de vorming van secundair fijn stof. In Borgerhout-straatkant (R802) zien we de meeste verhoogde dagen tijdens de 1ste jaarhelft, bij Borgerhout-achtergrond (R801) dat 25 meter verder van de straatkant ligt, zien we de meeste verhoogde dagen in de 2de jaarhelft. Niet alleen de wegenwerken ,maar ook de gevelrenovatie van het naburige gebouw zal bijgedragen hebben aan de hogere PM10-concentraties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Tabel 7: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 25 35 38 34 23 -
2010 17 25 34 21 23 -
2011 29 44 54 34 33 -
2012 22 33 41 31 33 27 -
2013 18 21 30 19 36 21 -
2014 11 16 18 17 35 13 -
2015 10 12 15 13 14 11 -
2016 8 11 11 8 10 9 9 9 15 -
2017 12 8 17 10 13 18 18 16 13 11 -
2018 12 12 19 13 12 15 18 19 8 10 8
2019 8 6 5 22 21 8 8 18 5 3 6
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (35 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
Figuur 18: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
45
Figuur 19: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ gesorteerd per maand op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019
4.2.4 Pollutierozen Figuur 20 geeft de pollutierozen voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen lees je in bijlage 4. Typisch hebben de pollutierozen van PM10 voor alle meetplaatsen een erg gelijkaardige, vrij cirkelvormige vorm. Dit wijst erop dat de concentraties voor een zeer groot deel bepaald worden door regionale factoren: invoer van buiten Vlaanderen en vorming in de atmosfeer door chemische of fysische processen. Lokale bronnen zijn minder zichtbaar in de PM10-pollutierozen. Van noordoostelijke tot zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. Deze vaststellingen komen niet door lokale bronnen, maar zijn een regionaal fenomeen. Vanuit oostelijke richting is er aanvoer van continentale, reeds vervuilde lucht. De pollutierozen voor de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en voor de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) zijn de meeste jaren zeer gelijkaardig. Deze meetplaatsen liggen 25 meter van elkaar. Meestal liggen de concentraties per sector hoger aan de straatkant (R802), maar voor PM10 zien we in 2019 hogere concentraties vanuit het zuidoosten op Borgerhout-achtergrond (R801). Dat komt waarschijnlijk door de gevelrenovatie van het naburige gebouw waar R801 meer hinder van ondervonden heeft dan R802. In 2019 zijn de concentraties in de meetstations R801 en R802 duidelijk hoger dan de overige locaties, dit was de voorbije jaren niet het geval. Daar waar het meetstation aan de Ring (R804) duidelijke verhogingen meet voor de polluenten NO2, NO en BC vanaf de Ring, zien we dit niet op de pollutieroos voor PM10. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Op de meetplaats Burchtse Weel (R818) zien we verhoogde concentraties vanuit het noordwesten tot noorden, de richting van de autosnelweg E17. Dit is ook zichtbaar in de pollutierozen van NO, NO2 en BC. Figuur 20: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
47
Figuur 21: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
4.3 Emissie van PM2,5 Zoals al gezegd zijn de meest recent beschikbare emissiedata die voor 2018. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM2,5-stof. Figuur 22 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM2,5 in 2018. —
—
47 % van de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • 43 % van de totale primaire PM2,5-emissies is te wijten aan gebouwenverwarming, vooral aan houtverbranding. 34 % is te wijten aan het verkeer. • 27 % van de totale primaire PM2,5-emissies is afkomstig van het wegverkeer en 5 % van het spoorverkeer.
De bijdrage van het verkeer is - zowel relatief als absoluut - minder dan voor PM10. Dit is vooral door het verschil in niet-uitlaatemissies, die een stuk lager zijn bij PM2,5. Heropwaaiende deeltjes zijn immers groter dan 2,5 µm. De niet-uitlaat emissies afkomstig van de slijtage van remmen en banden en het wegdek bestaan ook voor een deel uit deeltjes groter dan 2,5 µm. Figuur 22: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 23 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM2,5-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
49
De primaire PM2,5-emissies in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2018 423 ton. Dit is 3 % van de totale Vlaamse primaire PM2,5-emissies. Tussen 2005 en 2018 zijn de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 37 % gedaald. Zoals voor PM10 daalden deze vooral door minder uitlaatemissies van het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De niet-uitlaatemissies stegen licht door het toenemend aantal voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueerden in het verleden, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. De laatste jaren daalden de emissies door de sector huishoudens ook licht. We berekenden bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ (meer uitleg zie bijlage 5). Figuur 23: Trend van primaire PM2,5-emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 2005-2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Zoals al aangehaald bij PM10, bestaat fijn stof in de atmosfeer niet alleen uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten, maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland) bepalen mee de gemeten concentraties in de Antwerpse agglomeratie. Zo komt in Vlaanderen gemiddeld 70 % tot 80 % van het fijn stof uit het buitenland en de andere gewesten8.
4.4 PM2,5-concentraties 4.4.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 8 geeft de jaargemiddelden PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Figuur 24 toont de evolutie van de PM2,5-jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen. Op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie zijn de jaargemiddelden in 2019 lager dan in 2018, behalve een stagnatie op de meetplaats aan de straatkant van de Plantin en Moretuslei (R802). Deze meetplaats werd beïnvloed door wegenwerken. Ook op de overige meetplaatsen in Vlaanderen zien we in 2019 een dalende trend. Over de periode van 2009-2019 daalden de PM2.5-jaargemiddelden geleidelijk. De laatste jaren zagen we een stagnatie, maar in 2019 dalen de concentraties verder. Op de meetstations met een volledige tijdreeks zien we een daling van 35 % tot 37 % tussen 2009 en 2019.
Tabel 8: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³)
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 20
2010 20
2011 20
19 -
19 -
19 -
2012 17 19 17 -
2013 18 19 17 -
2014 16 16 15 -
2015 13 15 14 15 15 14 -
2016 13 15 14 14 15 14 13 13 14 -
2017 14 13 14 14 15 15 16 14 14 13 -
2018 14 14 14 14 14 15 16 15 13 13 13
2019 13 13 12 13 14 13 14 14 12 11 11
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (10 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (25 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
8
Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
51
Figuur 24: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
4.4.2 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor PM2,5 gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model lees je in paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 25 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM2,5-concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving in 2019. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2019 de meest recent beschikbare emissiedata van 2018 werden gebruikt. De impact van de LEZ werd mee doorgerekend. De gemodelleerde PM2,5-concentraties liggen in de Antwerpse agglomeratie overwegend tussen 13 en 15 µg/m³. Voor beperkte gebieden in de Antwerpse haven worden hogere concentraties berekend. De tunnelmonding van de Waaslandtunnel is ook verhoogd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 25: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
53
4.4.3 Toetsing aan de grenswaarden De regelgeving voor PM2,5 is opgenomen in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde De Europese grenswaarde voor het jaargemiddelde van 25 µg/m³ PM2,5 wordt gehaald op alle meetplaatsen. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ wordt gehaald sinds 2009. De WGOadvieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Ook in de rest van Vlaanderen is deze advieswaarde moeilijk haalbaar. 2019 was het eerste jaar waarin deze advieswaarde op een Vlaams meetstation werd behaald: op de landelijke meetplaats in Retie (RT01), gelegen in een natuurgebied. Trend en toetsing van de daggemiddelden Europa definieerde geen grenswaarde voor PM2,5-daggemiddelden. De WGO-advieswaarde voor daggemiddelden (die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat) wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Dit is ook zo in de rest van Vlaanderen. Tabel 9 toont per meetplaats het aantal dagen dat er een PM2,5-daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³ werd gemeten voor de periode 2009-2019. Tabel 9: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804)* Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)*
2009 91 81 -
2010 85 78 -
2011 86 75 -
2012 65 77 64 -
2013 66 73 61 -
2014 47 52 43 -
2015 33 36 41 41 46 36 -
2016 47 48 50 45 54 48 41 42 52 -
2017 39 34 44 45 47 47 59 42 36 35 -
2018 45 43 45 42 44 49 60 45 37 33 33
2019 35 33 31 30 47 35 42 41 25 26 21
Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 25 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde
Figuur 26 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³ voor de periode 2009 - 2019. Bij de meetstations met een lange tijdreeks zien we over de periode 2009 - 2019 globaal een daling in het aantal dagen met een PM2,5-daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³. De laatste jaren schommelt de trend meer. In 2019 zien we op alle meetplaatsen een daling in het aantal dagen met een PM2,5-concentratie hoger dan 25 µg/m³ tegenover 2018, uitgezonderd op de meetplaats aan de Plantin en Moretuslei (R802). Een gelijkaardig beeld zagen we op de overige meetplaatsen in Vlaanderen: op nagenoeg alle PM2,5locaties zagen we in 2019 een (lichte) daling van het aantal dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 26: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009-2019
4.4.4 Chemische samenstelling van PM2,5 Sinds 2016 bepaalt de VMM de chemische samenstelling van PM2,5 op de meetlocatie Borgerhoutachtergrond (R801). Elke dag bemonsterde de VMM de PM2,5-fractie op filters met de gravimetrische referentiemethode. Daarna voerde de VMM in het labo een chemische analyse uit om de 4 dagen (=op één van de 4 stalen). In 2019 bestond de PM2,5-fractie in Borgerhout-achtergrond (R801) gemiddeld uit: − − − − −
39 % secundaire anorganische ionen (=som van ammonium, nitraat en niet-zeezout-sulfaat), 22 % organische massa, 6 % elementair koolstof, 3 % zeezout, 30 % andere (onder meer gebonden water en mineraal stof).
Vergeleken met vorig jaar daalt de totale PM2,5-concentratie licht. Als we de aparte fracties bekijken zien we ten opzichte van 2018 voor de meeste fracties een lichte daling. Voor ammonium zien we in Borgerhout een daling van 21 % en voor nitraat een daling van 13 %. De dalingen kunnen - naast een daling in de emissies - gelinkt worden aan het gunstiger weer in 2019. Ten opzichte van 2018 waren er in 2019: − meer neerslagdagen (neerslag wast de verontreiniging uit de lucht); − meer dagen met zuivere wind van over de zee; − meer dagen met wind (de wind zorgt voor verspreiding, verdunning van de verontreiniging). − \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
55
Figuur 27: Chemische samenstelling van PM2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2019 (µg/m³)
4.4.5 Pollutierozen Figuur 28 toont de pollutierozen voor PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen lees je in bijlage 4. De PM2,5-pollutierozen voor de verschillende meetplaatsen opgenomen in Figuur 28, hebben globaal dezelfde vorm. Dat wijst erop dat de PM2,5-concentraties voor een heel groot deel bepaald worden door regionale factoren. Lokale bronnen zijn minder zichtbaar in de pollutierozen. Dit is ook zo bij de PM10-rozen. Van noordoostelijke tot zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. Zoals voor PM10 zijn deze vaststellingen niet te wijten aan lokale bronnen, maar zijn ze een regionaal fenomeen. Dit is omdat uit deze windrichtingen vervuilde continentale landlucht wordt aangevoerd. Andere jaren werd voor bijna alle windsectoren de hoogste concentratie gemeten op de meetplaats aan de Ring (R804). In 2019 zien we voor de meeste sectoren de hoogste concentratie op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802). Beide meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802 en R801) noteerden in 2019 verhoogde PM-concentraties door wegenwerken en een gevelrenovatie van het naburige gebouw. De verschillen in absolute concentraties tussen de meetlocaties zijn klein: de regionale achtergrond is belangrijker dan de lokale invloed.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 28: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³)
Figuur 29 toont de pollutierozen voor PM2,5 voor 2019 op kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
57
Figuur 29: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
4.5 Emissies van elementair koolstof De emissies van EC zijn rechtstreeks gelinkt aan de PM2,5-emissies. De berekening van EC gebeurt aan de hand van percentages van de hoeveelheid PM2,5 uit literatuur of uit metingen. Figuur 30 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van elementair koolstof in 2018. In de Antwerpse agglomeratie leveren volgende sectoren de grootste bijdrage aan EC-emissies: —
—
56 % van de EC-emissies is te wijten aan het verkeer. • Hiervan is wegverkeer de grootste bron met een bijdrage van 49 % aan de totale ECemissies. Dit komt doordat EC vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen, met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is hier veel groter dan bij PM10 of PM2,5. 30 % van de EC-emissies is toe te schrijven aan de sector huishoudens. • 29 % van de totale EC-emissies is toe te wijzen aan de huishoudelijke verwarming, meer bepaald aan de verbranding van hout in open haarden en kachels.
Figuur 30: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 31 toont de evolutie van de emissies van elementair koolstof door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. De emissies van elementair koolstof in de zone Antwerpse agglomeratie bedroeg in 2018 75 ton. Dit is 4 % van de totale Vlaamse EC-emissies. De emissies van elementair koolstof daalden tussen 2005 en 2018 met 66 %. Dat komt vooral door de dalende uitlaatemissies van het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
59
deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden. Strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. We berekenen bovenstaande verkeersemissies binnen de Antwerpse agglomeratie op basis van een propagatiemodel dat gebruik maakt van de emissies van het totale Vlaamse wagenpark. Bovenstaande emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van de LEZ (meer uitleg zie bijlage 5). Figuur 31: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie, 20052018
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
4.6 Concentraties zwarte koolstof Zwarte koolstof wordt door de verschillende bronnen onmiddellijk uitgestoten (primaire emissies). Het wordt in de atmosfeer niet gevormd uit voorlopercomponenten. Hierdoor worden de concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) in de omgevingslucht veel meer dan deze van PM 10 en PM2,5, bepaald door lokale bronnen. Gezien het belang van lokale bronnen, zien we ook grotere verschillen in de gemeten concentraties zwarte koolstof tussen stedelijke achtergrondmeetplaatsen en verkeersmeetplaatsen dan voor PM10 of PM2,5. Het verschil in terminologie tussen elementair koolstof (EC) en zwarte koolstof (BC) heeft te maken met de fysische of chemische eigenschappen van de deeltjes, die tot uiting komen bij het meten van deze polluenten. De meettechniek voor het bepalen van zwarte koolstof maakt gebruik van de lichtabsorptiecapaciteiten van de deeltjes. Voor elementair koolstof wordt een thermische analysemethode gebruikt. Het gaat dus om zeer sterk aan elkaar verwante componenten, maar door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
De emissiedata betreffen elementair koolstof. De resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen handelen over zwarte koolstof.
4.6.1 Metingen automatisch meetnet Tabel 10 toont de jaargemiddelden zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Zoals voor NO2 worden de hoogste concentraties gemeten op de meetplaats langs de Ring (R804). Op de verkeersgerelateerde meetplaatsen aan de Belgiëlei (R805) en de Plantin en Moretuslei (R802) worden ook hogere concentraties zwarte koolstof gemeten. De laagste concentraties noteren we op de meetplaats Antwerpen-Linkeroever (AL01). Deze meetplaats ligt langs een jaagpad waar weinig verkeer passeert. Tussen de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) (7,5 meter van de straatkant) en de stedelijke meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) (30 meter van de straatkant) zien we een verschil van 10 % in 2019 in de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof. Dit betekent dat de concentratie van deze verkeersgerelateerde polluent vrij snel afneemt naarmate de afstand tot de weg toeneemt. Ook andere jaren was er een vrij groot verschil tussen beide meetplaatsen. In 2019 zien we een verdere daling ten opzichte van 2018. De dalingen van 2018 naar 2019 variëren in de Antwerpse agglomeratie tussen 14 % en 24 %. De grootste relatieve daling noteren we op de meetplaats Borgerhout-straatkant, waar er door wegenwerken minder verkeer was in 2019. De grootste absolute daling noteren we op het meetstation aan de Ring (R804). Ook op alle andere meetplaatsen in de rest van Vlaanderen dalen de concentraties verder van 2018 naar 2019: op deze meetplaatsen variëren de dalingen tussen 2 % en 16 %. Tabel 10: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019 (µg/m³)
Linkeroever (AL01) Hoboken (HB23) Luchtbal (M802) Borg-achtergrond (R801) Borg-straatkant (R802) Park Spoor Noord (R803) Ring (R804) Belgiëlei (R805) Schoten (R811) Groenenborgerlaan (R817) Burchtse Weel (R818)
2009 3,25 -
2010 2,96 -
2011 1,85 2,60 2,86 -
2012 1,45 2,16 2,50 3,58 -
2013 1,45 2,10 2,45 3,34 -
2014 1,37 1,92 2,39 3,14 -
2015 1,21 1,75 1,99 2,67 -
2016 1,21 1,74 1,90 2,50 1,61 2,28 1,57 -
2017 1,13 1,61 1,63 2,02 1,52 2,99 2,08 1,48 -
2018 1,11 1,48 1,50 1,78 1,43 2,43 1,90 1,24 1,25
2019 0,92 1,23 1,23 1,36 1,16 1,91 1,51 1,02 1,08
Figuur 32 toont een dalende trend voor de concentraties zwarte koolstof. Op het meetstation Borgerhout-achtergrond (R801) met een volledige tijdreeks zien we een daling van 58 % tussen 2009 en 2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
61
Figuur 32: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2009 – 2019
4.6.2 ATMO-Street model Op plaatsen waar de VMM niet beschikt over meetresultaten schat men de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor zwarte koolstof gebruikt de VMM het ATMO-Street-model. Meer uitleg en de beperkingen van dit model lees je in paragraaf 3.2.3 en bijlage 4. Figuur 33 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeraties en omgeving in 2019. Om deze gemodelleerde kaart voor 2019 op te maken werden de meest recent beschikbare emissiedata van 2018 gebruikt. De impact van de LEZ werd mee doorgerekend. Op Figuur 33 zien we dat de hoogste concentraties zwarte koolstof samenvallen met de belangrijkste verkeersassen. De ruimtelijke verschillen in de gemodelleerde concentraties zijn groter dan voor PM10 en PM2,5. Dit komt omdat concentraties van zwarte koolstof in grotere mate bepaald worden door lokale bronnen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 33: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
63
4.6.3 Toetsing aan de regelgeving Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft nog geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof.
4.6.4 Pollutierozen Figuur 34 geeft de pollutierozen voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Een algemene uitleg over de methodiek van pollutierozen lees je in bijlage 4. Figuur 34: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2019 (µg/m³)
Alle locaties tonen verhoogde concentraties vanuit het oosten tot het zuiden. Dit heeft te maken met het feit dat continentale landlucht meer vervuild is en een hogere achtergrondconcentratie heeft. Op de meetplaats Luchtbal (M802) zien we verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen, uit de richting van de Noorderlaan en een parking.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
De hoogste concentraties van zwarte koolstof worden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Dit zagen we ook bij de NO2- en NO-rozen. Bij deze windrichtingen wordt de invloed van de Ring gemeten. De pollutieroos van de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) op 30 m van de straatkant vertonen grote overeenkomsten. De concentraties op de locatie R801 zijn, in vergelijking met de straatkant (R802) wel altijd lager, behalve bij wind vanuit 270°-360°, waar ze samenvallen. Meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) is meer afgeschermd van de oostelijk gelegen Montensstraat door een hoog gebouw. Dat verklaart waarschijnlijk de lagere concentraties bij wind uit oostelijke richting in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). Vanuit zuidelijke richting zijn de concentraties op R801 lager dan op R802 doordat het verder van de straatkant ligt. Ten opzichte van de overige meetstations, vallen voor de meetplaats aan de Belgiëlei (R805) de hoge concentraties bij wind vanuit het westen tot het noordoosten op. Dit meetstation ligt op de middenberm en wordt omgeven door het verkeer. Op de meetplaats Burchtse Weel (R818) worden hogere waarden gemeten bij wind uit noordelijke richting, afkomstig van de E17 autosnelweg. Figuur 35 toont de pollutierozen voor zwarte koolstof voor 2019 op kaart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
65
Figuur 35: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
4.7 Ultrafijn stof (UFP) 4.7.1 Metingen automatisch meetnet Figuur 36 toont het aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) voor de periode 2013 tot en met 2019. In 2019 waren er maar gedurende 65 % van de tijd geldige UFP-metingen (uurgemiddelden) beschikbaar op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801). Door preventief onderhoud van het toestel ontbraken metingen in januari en februari. In april, juli en december waren er vaak geen geldige resultaten door toestelproblemen. Herrekende tijdreeks door verbeterde correctieprocedure In 2019 implementeerde de fabrikant van het meettoestel een verbeterde correctieprocedure voor meetverliezen in het toestel zelf. Deze correctie is afhankelijk van de deeltjesgrootte. De volledige tijdreeks van 2013-2019 is herrekend op basis van de aangepaste correctie. Hierdoor zijn de jaargemiddelde UFP-resultaten voor 2013-2018 in dit rapport naargelang het jaar 11 % tot 15 % hoger dan in eerdere rapporten. De verbeterde correctie heeft het meest effect op de kleinste deeltjes. Voor deeltjes met een diameter van bv. 10-20 nm is het aangepaste jaargemiddelde 22 % tot 31 % hoger dan eerder gerapporteerd. Voor deeltjes van bv. 70-100 nm is dit maar 2 % tot 5 % hoger. UFP-concentratie in 2019 lager dan in 2013-2018 De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond was in 2019 gelijk aan 8.192 deeltjes/cm3. Dit was 13 % lager dan in 2018 en 12 % lager dan het gemiddelde van de vorige vijf jaar (2014-2018). De daling in 2019 is deels te verklaren door de wegenwerken nabij het meetstation, welke allicht geleid hebben tot minder verkeer. Figuur 36: Aantal ultrafijnstofdeeltjes per grootteklasse op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), 2013-2019 (deeltjes/cm³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
67
Deeltjesgrootteverdeling vergelijkbaar met vorige jaren In 2019 droegen deeltjes met 10-20 nm diameter 37 % bij aan het ultrafijn stof. Deeltjes met een diameter van 20-30 nm en 30-50 nm droegen respectievelijk 20 % en 22 % bij aan de UFP-concentratie. Deeltjes in de grootteklassen 50-70 nm en 70-100 nm waren samen goed voor 20 % van de UFPconcentratie. De relatieve verdeling van de UFP-grootteklassen in 2019 was identiek als in 2018. Variatie tussen week- en weekenddagen Figuur 37 toont het gemiddelde dagverloop voor UFP op weekdagen en in het weekend op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801), van 2015 t.e.m. 2019. De UFP-concentratie varieert in de tijd door veranderingen in emissiebronnen en weersomstandigheden. De UFP-concentratie varieert doorheen de dag en week. In een stedelijke omgeving wordt wegverkeer beschouwd als de belangrijkste bron van ultrafijne deeltjes. — Op weekdagen varieerde het gemiddelde dagverloop in 2019 op de meetplaats Borgerhoutachtergrond minder dan een aantal jaar geleden, zie Figuur 37. De UFP-concentraties waren overdag nog steeds hoger dan ’s nachts, maar net zoals in 2018 waren de stijgingen tijdens de ochtend- en avondspits minder uitgesproken dan in 2015-2016. — In het weekend ligt de UFP-concentratie gemiddeld lager dan op weekdagen. Dit was ook in 2019 het geval. Net zoals in voorgaande jaren was de UFP-concentratie in het weekend hoger in de namiddag en avond dan ‘s morgens. Figuur 37: Gemiddeld dagverloop van ultrafijn stof (10-100 nm deeltjes/cm³) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) op weekdagen (links) en in het weekend (rechts), 2015-2019
UFP in omgevingslucht (10-100 nm deeltjes/cm³)
weekdag
weekend
14 000
14 000
12 000
12 000
10 000
10 000
8 000
8 000
6 000
6 000
2017
4 000
4 000
2018
2 000
2 000
2015 2016
0
2019
0
0
2
4
6
8
10
12
Wintertijd (u)
14
16
18
20
22
0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
20
22
Wintertijd (u)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
4.8 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10 4.8.1 Methode Op alle meetplaatsen opgericht bij het invoeren van de LEZ gebeuren de metingen van zwarte koolstof met een aethalometer (Magee AE33). In onderstaande tabel staat de datum van de ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen. Tabel 11: Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen
Meetplaats
Adres
Datum ingebruikname aethalometer 06/07/2017
R803: Antwerpen-Park spoor Noord
Viséstraat, Antwerpen
R804: Antwerpen-Ring
Afrit Borgerhout
01/11/2016
R805: Antwerpen-Belgiëlei
Belgiëlei, Antwerpen
03/03/2017
R817: Antwerpen-Groenenborgerlaan
Groenenborgerlaan, Antwerpen
01/11/2015
De aethalometer Magee AE33 meet de absorptie van het licht door zwarte koolstof bij verschillende golflengten, van ultraviolet tot infrarood. De lichtabsorptie door de deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen tonen een verschillende afhankelijkheid van de gebruikte golflengte. Historisch gezien wordt zwarte koolstof bij een aethalometer bepaald bij infraroodlicht van 880 nm. Het toestel bepaalt ook de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) door middel van de aethalometermethode9. Bij deze methode gaat men ervan uit dat de gemeten absorptie bij elke golflengte de som is van de absorptie door deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van fossiele brandstoffen. Zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen wordt vooral geassocieerd met dieselroet. BC = BCwb + BCff wb = woodburning ff = fossil fuel De VMM10 bepaalde de bijdrage van houtverbranding aan PM10 in een aantal studies aan de hand van de concentratie levoglucosan. Deze organische verbinding is een pyrolyseproduct van cellulose en vormt een goede tracer voor de verbranding van biomassa. De inschatting van de bijdrage van houtverbranding aan PM10 gebeurde in het verleden aan de hand van een factor 10,7 gebaseerd op onderzoek van primaire emissies van houtkachels in Oostenrijk11. In een recente publicatie12 gebaseerd op Vlaamse data werd ingeschat dat de factor van 10,7 te laag is en werd een nieuwe factor van 22,56 vooropgesteld. De oude en de nieuwe factor verschilt doordat de nieuwe factor ook secundair stof in rekening brengt. VITO13 gebruikte deze nieuwe factor in een
9
J. Sandradewi et al. (2008), Using Aerosol Light Absorption Measurements for the Quantitative Determination of Wood Burning and Traffic Emission Contributions to Particulate Matter, Environmental Science & Technology 42 (9), 3316-3323 10 VMM (2011), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010 VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2011-2012 11 C. Schmidl et al. (2008), Chemical characterisation of fine particle emissions form wood stove combustion of common woods grown in midEuropean Alpine regions, Atmospheric Environment 42 (2008), 126-141 12 W. Maenhout et al. (2016), Sources of the PM10 aerosol in Flanders, Belgium, an re-assessment of the contribution from wood burning, Science of the Total Environment, 562, 550-560 13 M. Van Poppel et al. (2017), Inschatting van de bijdrage van houtverbranding door burgers aan luchtverontreiniging in Vlaanderen \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
69
recente studie in Dessel rond de bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging door burgers. Vergelijking met andere methoden voor het berekenen van de bijdrage van houtverbranding aan PM10 toonde aan dat vermenigvuldiging van de levoglucosanconcentraties met de factor 22,56 behoorde tot de meest waarschijnlijke methoden voor het bepalen van de bijdrage van houtverbranding aan PM10. De studie van VITO van 2017 vond een goede correlatie tussen de concentratie levoglucosan en de concentratie zwarte koolstof te wijten aan de verbranding van hout. Ze vonden de volgende relatie: Levoglucosan (µg/m3) = 0,5 x BCwb (µg/m3) In 2018 en begin 2019 voerde de VMM zelf een vergelijking uit tussen de concentratie levoglucosan en de concentratie zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding op twee meetplaatsen in Antwerpen. Hierbij werd de volgende relatie gevonden : Levoglucosan (µg/m3) = 0,3 x BCwb (µg/m3) We gebruiken in dit rapport deze gevonden relatie om de bijdrage van houtverbranding aan PM10 in de Antwerpse agglomeratie te berekenen. De data van de vorige jaren werden herrekend. De gebruikte formule wordt dan: PM10_wb (µg/m3) = 22,56 x 0,3 x BCwb (µg/m3) De formule geeft ook aan dat de ‘black carbon’ van houtverbranding maar ca. 15 % bedraagt van de totale bijdrage van houtverbranding aan fijn stof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon14’) en andere organische deeltjes. Omdat er nog teveel onzekerheden zijn bij de schatting van de totale bijdrage van verkeer aan PM10 beperken we ons hier tot het aandeel van verkeer aan zwarte koolstof.
4.8.2 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof Figuur 38 toont voor 2019 voor elke meetplaats de maandelijkse concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en de concentratie zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BCff). In de wintermaanden15 is de bijdrage van houtverbranding groter dan in de zomermaanden. In de winter is er meer houtverbranding, en hebben we ook vaker meteoomstandigheden - zoals temperatuursinversies - waarbij de luchtverontreiniging minder goed verdund wordt. Dit zorgt er mee voor dat ook de concentraties zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen ook hoger liggen in de wintermaanden dan in de rest van het jaar. De gemiddelde concentraties aan zwarte koolstof (BC), zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BCff) en zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) per meetplaats staan ook in Tabel 12 per kalenderjaar en in Tabel 13, voor 2019 opgesplitst in winter- en zomermaanden. Op meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) is de absolute concentratie aan zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding het hoogst in vergelijking met de andere meetplaatsen, zowel in de zomer- als de wintermaanden (respectievelijk 0,15 en 0,36 µg/m³). Ook in 2018 was dit het geval. De verschillen tussen meetplaatsen zijn weliswaar klein. De gemiddelde concentraties variëren tussen 0,13 - 0,15 µg/m³ in de zomermaanden en tussen 0,33 - 0,36 µg/m³ in de wintermaanden.
14 15
Brown carbon zijn lichtabsorberende organische deeltjes die niet zwart zijn wintermaanden: januari-maart en oktober-december; zomermaanden: april-september
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Doordat er grotere verschillen zijn in zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen, zijn de verschillen in relatieve bijdragen van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BCwb in BC) tussen de meetplaatsen groter dan de absolute bijdragen. Op meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) is de relatieve bijdrage van houtverbranding het hoogst (15 % in de zomermaanden en 28 % in de wintermaanden), doordat de concentraties aan fossiele brandstoffen het laagst zijn. Op meetplaats Antwerpen-Ring (R804) is de bijdrage van houtverbranding zowel in de zomer als in de winter het laagst (respectievelijk 8 en 16 %). Dit komt omdat deze meetplaats Antwerpen-Ring (R804) het hele jaar de hoogste concentratie aan zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) heeft, wat verklaard wordt door de ligging naast de Ring. Op alle meetplaatsen liggen zowel de concentratie aan totale zwarte koolstof (BC) als de concentraties afkomstig van houtverbranding en van fossiele brandstoffen lager dan vorig jaar (zie Tabel 12).
4.8.3 Bijdrage van houtverbranding aan PM10 In Figuur 39 wordt de bijdrage van houtverbranding aan PM10 weergegeven. Zoals hierboven aangegeven bestaat de bijdrage van houtverbranding aan fijn stof maar voor een klein deel uit zwarte koolstof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon’) en organisch materiaal. De bijdrage van verkeer aan PM10 bestaat voor een groter deel uit zwarte koolstof. De bijdrage van verkeer aan organisch materiaal kan met de gebruikte apparatuur niet bepaald worden. Fijn stof afkomstig van houtverbranding bestaat uit deeltjes afkomstig van onvolledige verbranding. Dit fijn stof is waarschijnlijk even schadelijk als fijn stof afkomstig van andere verbrandingsbronnen zoals het verkeer16. Net zoals bij zwarte koolstof ligt in de wintermaanden de concentratie aan PM10 afkomstig van houtverbranding hoger in vergelijking met de zomermaanden. De verschillen tussen de meetplaatsen in de bijdrage van houtverbranding aan PM10 zijn - net zoals bij zwarte koolstof - beperkt. De concentraties liggen tussen 0,9 - 1,0 µg/m³ in de zomermaanden en tussen 2,2 - 2,4 µg/m³ in de wintermaanden (Tabel 13). De relatieve bijdrage van houtverbranding is weer het hoogst op meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817), zowel in de zomer- als in de wintermaanden (repectievelijk 5 % en 12 %), maar het verschil met de andere meetplaatsen is beperkt. Op jaarbasis varieert de relatieve bijdrage in 2019 tussen 7 % en 8 % over de meetplaatsen. De absolute PM10-concentratie te wijten aan houtverbranding is het hoogst op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805).
16
B. Brunekreef et al. (2012), Ten principles for clean air. Eur Resp J 2012; 39 :525-528
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
71
Figuur 38: Maandelijkse gemiddelden van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) op de Antwerpse meetplaatsen in 2019
Noot: Op de meetplaats R817 ontbreken de data voor december.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Tabel 12: Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en aan PM10, per jaar voor de periode 2016-2019
meetplaats
Jaar
R803 Park Spoor Noord
2018
R804 Ring R805 Belgiëlei R817 Groenenborgerlaan
2019 2017 2018 2019 2018 2019 2016 2017 2018 2019
periode volledig jaar
volledig jaar
volledig jaar
volledig jaar
BC (µg/m³) 1,43
BCff (µg/m³) 1,19
BCwb (µg/m³) 0,24
1,16
0,93
2,99 2,43 1,91 1,90 1,51 1,57 1,48 1,24 1,02
2,90 2,20 1,67 1,59 1,25 1,40 1,29 0,98 0,79
% BCwb in BC 17 %
PM10 (µg/m³) 25,5
PM10_wb (µg/m³) 1,6
% PM10-wb in PM10 6%
0,23
20 %
22,7
1,6
7%
0,10 0,24 0,24 0,32 0,25 0,17 0,19 0,27 0,23
3% 10 % 12 % 17 % 17 % 11 % 13 % 22 % 22 %
25,5 26,6 23,5 27,7 25,5 23,1 22,1 22,4 19,1
0,6 1,6 1,6 2,1 1,7 1,1 1,3 1,8 1,5
3% 6% 7% 8% 7% 5% 6% 8% 8%
Tabel 13 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC) en aan PM10, opgesplitst in zomer en winter, in 2019
meetplaats
jaar
R803 Park Spoor Noord
2019
R804 Ring
2019
R805 Belgiëlei
2019
R817 Groenenborgerlaan
2019
periode zomer winter zomer winter zomer winter zomer winter
BC (µg/m³) 0,95 1,38 1,72 2,09 1,29 1,72 0,83 1,22
BCff (µg/m³) 0,82 1,04 1,58 1,76 1,14 1,37 0,71 0,89
BCwb (µg/m³) 0,13 0,34 0,14 0,33 0,15 0,36 0,13 0,34
% BCwb in BC 14 % 25 % 8% 16 % 12 % 21 % 15 % 28 %
PM10 (µg/m³) 22,9 22,6 22,6 24,4 24,9 26,1 18,6 19,6
PM10_wb (µg/m³) 0,9 2,3 1,0 2,2 1,0 2,4 0,9 2,3
% PM10-wb in PM10 4% 10 % 4% 9% 4% 9% 5% 12 %
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
73
Figuur 39: Maandelijkse gemiddelden voor PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 op de Antwerpse meetplaatsen in 2019
Noot: Op de meetplaats R817 kon er geen PM10_wb berekend worden voor de maand december, wegens het ontbreken van BC-data op die meetplaats voor december.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
4.8.4 Dagverloop in de winter- en zomermaanden Zwarte koolstof Figuur 40 en Figuur 41 geven voor alle dagen van de week het verloop17 weer van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen, en dit voor alle meetplaatsen. Enkel de meetplaatsen met minstens 90 % gegevensvastlegging voor deze perioden worden meegenomen. Figuur 40 geeft het dagverloop voor de wintermaanden van 2019. De concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb, Figuur 40 bovenaan) vertonen in de wintermaanden op alle meetplaatsen een gelijkaardig dagverloop met gelijkaardige concentraties. Op weekdagen is er een avondpiek en een kleinere ochtendpiek. In het weekend ontbreekt de ochtendpiek en is vooral de avondpiek zichtbaar. Die is hoger dan op weekdagen. Het verloop van de concentraties zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff, Figuur 40 onderaan) is ook gelijkaardig tussen de meetplaatsen, maar de absolute concentraties verschillen wel duidelijk tussen de meetplaatsen. Op meetplaats Antwerpen-Ring (R804) liggen de dagconcentraties hoger dan op de andere meetplaatsen, gevolgd door meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805). Op alle meetplaatsen hier zien we een duidelijke ochtend- en een avondpiek, vooral op weekdagen. In het weekend liggen de concentraties lager dan weekdagen en zien we alleen een avondpiek. De pieken zijn het duidelijkst op de 2 verkeersgerichte meetplaatsen. Figuur 41 toont hetzelfde als Figuur 40 maar dan voor de zomermaanden van 2019. In de zomer zijn de concentraties van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding veel lager dan in de wintermaanden en zien we quasi identieke concentraties over de ganse dag. Op weekdagen is ’s ochtends een kleine verhoging in de gemeten concentratie zichtbaar alsook op zaterdagavond op de meetplaats in Park Spoor Noord (R803). Het dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (Figuur 41, onderaan) vertoont in de zomermaanden weinig verschil met de wintermaanden. De avondpieken zijn weliswaar in de zomermaanden minder uitgesproken dan in de wintermaanden. PM10 Figuur 42 en Figuur 43 geven voor alle dagen van de week het verloop van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en het verloop van PM10, respectievelijk voor de winter- en zomermaanden. PM10 afkomstig van houtverbranding werd berekend uit de concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 4.8.1. Het verloop in de winter-en zomermaanden is hierdoor identiek aan het verloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding. De dagverlopen van totaal PM10 zijn in de zomer- en wintermaanden vrij gelijkaardig. In het weekend liggen de PM10-concentraties lager dan op weekdagen. Opvallend zijn de hogere concentraties op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) overdag. Die liggen waarschijnlijk aan uitlaatemissies en opwaaiend stof door verkeer. In de zomermaanden zien we op zaterdagavond een verhoging in PM10-concentraties op de meetplaats in Park Spoor Noord (R803). Dat komt vermoedelijk door de avondactiviteiten in het park gecombineerd met droge, warme omstandigheden.
17
Deze dagverlopen staan in UT (= universal time). — In de winter verschilt UT 1 uur met lokale tijd, bv. 2 uur UT = 3 uur lokale tijd — In de zomer verschilt UT 2 uur met lokale tijd, bv. 2 uur UT = 4 uur lokale tijd \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
75
Figuur 40: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de wintermaanden 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 41: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de zomermaanden 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
77
Figuur 42: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de wintermaanden 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 43: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de zomermaanden 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
79
4.8.5 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting Figuur 44 geeft voor 2019 voor elke meetplaats de concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en van fossiele brandstof weer in functie van de windrichting. Het patroon is gelijkaardig aan dat in 2018. De hoogste concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb, Figuur 44, links) werden op de meetplaatsen gemeten bij wind vanuit het zuidoosten. In een vroegere studie18 naar houtverbranding zagen we ook op alle meetplaatsen verhoogde bijdragen van houtverbranding uit deze windrichting. Deze verhoogde concentraties zijn mogelijk deels te wijten aan een regionale verhoging (aanvoer van verontreinigde landlucht) of aan minder gunstige weersomstandigheden die gepaard gaan met wind uit deze richtingen. In de winter betekent dit immers meestal koud en droog weer met kans op temperatuursinversie, wat leidt tot hogere concentraties. De rozen zijn gelijkaardig voor elke meetplaats. Dit betekent dat er waarschijnlijk geen belangrijke bronnen zijn dichtbij de betrokken meetplaatsen. In de pollutierozen van zwarte koolstof afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen (BCff, Figuur 44, rechts) zien we net als in 2018 de opvallende concentraties op de meetplaats AntwerpenRing (R804) gemeten bij wind uit noordwestelijke richting, dat is wind die van over de Ring komt. Op de andere meetplaatsen zijn geen opvallende verschillen tussen de verschillende windrichtingen. Op de verkeersgerichte meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) worden bij alle windrichtingen hogere concentraties gemeten dan de meetstations Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en AntwerpenPark Spoor Noord (R803). Figuur 44: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstof (BCff) in 2019 (µg/m3)
Figuur 45 geeft voor dezelfde meetplaatsen de pollutierozen voor PM10 afkomstig van houtverbranding en ter vergelijking die van totaal PM10. Aangezien PM10 afkomstig van houtverbranding werd berekend
18
VMM (2011), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 80
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
uit de zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 4.8.1 is de vorm van de pollutieroos identiek. De hoogste concentraties PM10 afkomstig van houtverbranding werden gemeten bij wind vanuit oostelijke en zuidoostelijke richting. De pollutierozen zijn gelijkaardig voor elke meetplaats. Figuur 45: Pollutieroos PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2019 (µg/m3)
Als noot bij deze pollutierozen willen we opmerken dat deze een weergave zijn voor een volledig jaar. Invloed van houtverbranding verwachten we vooral in de wintermaanden en gedurende bepaalde tijdsblokken per dag. De impact van houtverbranding op deze tijdstippen zal dan ook groter zijn. Ook zal de uitstoot van houtverbranding hoger liggen bij de opstartfase van een kachel.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
81
5 EFFECT VAN DE INVOER VAN DE LAGE-EMISSIEZONE OP DE CONCENTRATIES 5.1 Inleiding In de haalbaarheidsstudie19 die de stad Antwerpen liet uitvoeren voor de invoering van de lage-emissiezone werden slechts beperkte dalingen in de concentraties PM10 en PM2,5 gemodelleerd ten gevolge van de invoering ervan. De grootste relatieve reducties werden gemodelleerd voor elementair koolstof, wat net zoals zwarte koolstof een maat is voor roet20. Voor NO2 is het te verwachten effect van de LEZ kleiner omdat nieuwe diesels nog altijd vrij veel NO2 uitstoten (zie 3.1). In de verdere bespreking kijken we bijgevolg enkel naar de polluenten NO2 en zwarte koolstof. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties in een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving zonder LEZ. Op deze manier kan de impact van het weer en de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. In de praktijk blijft deze oefening moeilijk. Het aantal verkeersgerichte meetplaatsen in Vlaanderen in een stedelijke omgeving is beperkt en in andere steden zijn ook diverse maatregelen aangekondigd om de luchtkwaliteit te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het circulatieplan (sinds april 2017) en de invoering van een LEZ (begin 2020) in Gent. Deze maatregelen beïnvloeden uiteraard ook de concentraties in deze steden, waardoor een vergelijking met de trends binnen de LEZ van Antwerpen bemoeilijkt wordt. Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden.21 Ook binnen de LEZ zullen bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de heraanleg van de Leien (de ‘knip’, die startte in juni 2017) of de heraanleg van de Plantin en Moretuslei (die startte midden 2019), leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Ook ter hoogte van het station aan de Groenenborgerlaan (R817) waren er in 2018 en 2019 werken. Ten slotte moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperende gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Hierdoor zal het effect van de invoering dus al ten dele aanwezig geweest zijn voor de effectieve invoering op 1 februari 2017. Om toch een idee te hebben van het effect van de lage-emissiezone op de concentraties, worden in dit gedeelte de concentraties van de meetplaatsen in Antwerpen van de jaren na de invoer van de LEZ (2019,
19
Transport & Mobility Leuven (2012), Haalbaarheidsstudie voor invoering en beheer van lage-emissiezone(s) in de stad Antwerpen Het verschil tussen zwarte koolstof en elementair koolstof is vooral van meettechnische aard. Bij zwarte koolstof gebeurt de meting op basis van een optische methode, bij elementair koolstof gebruikt men een thermische methode. 21 Departement Omgeving (2020), Impact van de lage-emissiezones op het wagenpark, de luchtkwaliteit en sociaal kwetsbare groepen, Eindrapport – november 2020 20
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 82
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
2018 en 2017) vergeleken met het jaar voor de invoer van de LEZ (2016). We kijken of er verschillen zijn tussen de verschillende Antwerpse meetplaatsen. Eveneens worden de verschillen in concentraties over de jaren binnen de Antwerpse agglomeratie vergeleken met de verschillen in concentraties van de overige meetplaatsen in Vlaanderen.
5.2 Vergelijking 2019 ten opzichte van 2016 en ten opzichte van 2018 5.2.1 Jaargemiddelde concentraties in de Antwerpse agglomeratie Zoals we in dit rapport reeds aangaven, maten we in 2019 op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie lagere concentraties voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof in vergelijking met 2018. De meetplaats Havanastraat (M802) werd buiten beschouwing gelaten omdat deze beïnvloed wordt door een lokale of industriële bron. NO2 Tabel 14 en Figuur 46 geven voor NO2 de vergelijking tussen de jaren 2019 en 2016 en ook een vergelijking tussen 2019 en 2018. Bij de vergelijking van 2019 met 2018 zien we in de Antwerpse meetstations dalingen die variëren tussen 1,7 en 4,7 µg/m³, of relatief uitgedrukt een daling tussen 7 % en 12 %. Duidelijk is dat de grootste absolute dalingen worden opgetekend bij de verkeersgerichte meetstations Borgerhout-straatkant (R802), Belgiëlei (R805) en Ring (R804). Bij de vergelijking van 2019 met 2016, het jaar voor de invoer van de LEZ, zien we op alle meetplaatsen een daling die varieert tussen 3,1 en 9,1 µg/m³, of relatief uitgedrukt een daling tussen 11 % en 20 %. De verkeersgerichte meetstations Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805) vertonen de grootste dalingen tussen 2016 en 2019. Zwarte koolstof
Tabel 15 en Figuur 47 geven voor zwarte koolstof de vergelijking tussen de jaren 2019 en 2016 en ook een vergelijking tussen 2019 en 2018.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
83
Bij de vergelijking van 2019 met 2018 zien we in de Antwerpse meetstations dalingen die variëren tussen 0,17 en 0,52 µg/m³, of relatief uitgedrukt een daling tussen 14 % en 24%. De grootste daling van de concentraties zwarte koolstof werd gemeten op de verkeersgerichte meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802), de Belgiëlei (R805) en aan de Ring (R804). Vergelijken we 2019 met 2016, dan zien we opnieuw de grootste absolute dalingen voor zwarte koolstof op de verkeersgerichte meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802) en de Belgiëlei (R805), gevolgd door de achtergrondlocatie aan de Plantin en Moretuslei (R801). De dalingen in de Antwerpse meetstations variëren tussen 0,29 en 1,14 µg/m³, of relatief tussen 24 % en 46 %. De sterkere daling in NO2 en zwarte koolstof op de meer verkeersgerichte meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in vergelijking met de achtergrondmeetplaatsen is een aanwijzing van verminderde emissies door het verkeer in de omgeving van deze verkeersgerichte meetplaatsen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 84
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Tabel 14 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2019, 2018 en 2017 ten opzichte van 2016 voor NO2 (µg/m³) NO2
Jaargem. 2016
Jaargem. 2017
Jaargem. 2018
Jaargem. 2019
Daling 2017 vs 2016
Daling 2018 vs 2016
Daling 2019 vs 2016
Daling 2019 vs 2018
AL01
Antwerpen-Linkeroever
27,0
26,3
25,6
23,9
0,7 (3 %)
1,4 (5 %)
3,1 (11%)
1,7 (7%)
HB23
Hoboken
26,9
26,3
25,6
23,6
0,6 (2 %)
1,3 (5 %)
3,3 (12%)
2 (8%)
R801
Borgerhout-achtergrond
38,6
36,1
34,3
31,6
2,5 (6 %)
4,3 (11 %)
7 (18%)
2,7 (8%)
R802
Borgerhout-straatkant
45,0
42,4
40,1
35,9
2,6 (6 %)
4,9 (11 %)
9,1 (20%)
4,2 (10%)
R803
Antwerpen-Park Spoor Noord
32,1
31,4
31,5
28,0
0,7 (2 %)
0,6 (2 %)
4,1 (13%)
3,5 (11%)
R804
Antwerpen-Ring
-
54,4
47,7
43,3
-
-
-
4,4 (9%)
R805
Antwerpen-Belgiëlei
42,6
40,3
40,1
35,4
2,3 (5 %)
2,5 (6 %)
7,2 (17%)
4,7 (12%)
R811
Schoten
26,3
26,6
23,7
21,1
-0,3 (-1 %)
2,6 (10 %)
5,2 (20 %)
2,6 (11 %)
R817
Antwerpen-Groenenborgerlaan
31,8
30,2
28,1
25,6
1,6 (5 %)
3,7 (12 %)
6,2 (19%)
2,5 (9%)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
85
Tabel 15 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2019, 2018 en 2017 ten opzichte van 2016 voor zwarte koolstof (µg/m³) Zwarte koolstof
Jaargem. 2016
Jaargem. 2017
Jaargem. 2018
Jaargem. 2019
Daling 2017 vs 2016
Daling 2018 vs 2016
Daling 2019 vs 2016
Daling 2019 vs 2018
AL01
Antwerpen-Linkeroever
1,21
1,13
1,11
0,92
0,08 (7 %)
0,10 (8 %)
0,29 (24%)
0,19 (17%)
R801
Borgerhout-achtergrond
1,90
1,63
1,50
1,23
0,27 (14 %)
0,40 (21 %)
0,67 (35%)
0,27 (18%)
R802
Borgerhout-straatkant
2,50
2,02
1,78
1,36
0,48 (19 %)
0,72 (29 %)
1,14 (46%)
0,42 (24%)
R803
Antwerpen-Park Spoor Noord
1,61
1,52
1,43
1,16
0,09 (6 %)
0,18 (11 %)
0,45 (28%)
0,27 (19%)
R804
Antwerpen-Ring
-
2,99
2,43
1,91
-
-
-
0,52 (21%)
R805
Antwerpen-Belgiëlei
2,28
2,08
1,9
1,51
0,20 (9 %)
0,38 (17 %)
0,77 (34%)
0,39 (21%)
R817
Antwerpen-Groenenborgerlaan
1,57
1,48
1,24
1,02
0,09 (6 %)
0,33 (21 %)
0,55 (35%)
0,22 (18%)
R818
Antwerpen-Burchtse Weel
-
-
1,25
1,08
-
-
-
0,17 (14%)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 86
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 46: Absolute daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor NO 2 (2019 versus 2016 en 2019 versus 2018) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
87
Figuur 47: Absolute daling in de jaargemiddelde concentraties in functie van de jaargemiddelde concentratie voor zwarte koolstof (2019 versus 2016 en 2019 versus 2018) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 88
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
5.2.2 Vergelijking met de overige meetstations in Vlaanderen Om na te gaan of de dalingen in de LEZ in dezelfde grootteorde zijn als de dalingen op de overige meetstations in Vlaanderen of groter/kleiner, vergelijken we de Antwerpse meetstations met de overige Vlaamse meetstations. NO2 In Figuur 48 wordt de absolute en relatieve daling van de jaargemiddelde concentratie NO2 in 2019 in vergelijking met 2016 uitgezet ten opzichte van het jaargemiddelde in 2016 voor alle meetplaatsen in Vlaanderen, in Figuur 49 de vergelijking tussen 2019 en 2018. Grote absolute dalingen worden genoteerd op de verkeersgerichte meetlocaties binnen de LEZ (R802-Plantin en Moretuslei, R805-Belgiëlei en R804-Ring). De daling op de stedelijke achtergrondlocaties (R801-Plantin en Moretuslei en R803-Park Spoor Noord) binnen de LEZ is lager, maar nog steeds bij de hogere helft. Op de verkeersgerichte meetplaats R702 aan de G. Callierlaan in Gent een sterke daling wordt genoteerd, mogelijks mede door de invoer van het circulatieplan in Gent en het anticiperend gedrag op de invoering van de LEZ in Gent in 2020. Een vergelijking van de relatieve dalingen dringt zich op. Op verkeersgerichte meetlocaties met hogere concentraties zullen verminderde emissies door het wegverkeer (door welke evolutie of maatregel dan ook) immers leiden tot grotere absolute dalingen in de gemeten concentraties. Bij het bekijken van de relatieve dalingen op de locaties binnen de LEZ valt op dat de dalingen bij de hogere helft van de Vlaamse meetstations horen, maar niet hoger zijn dan deze van bijvoorbeeld heel wat voorstedelijke meetstations. Gemiddeld over alle Vlaamse stations, zonder de 9 NO2-meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2019 ten opzichte van 2018 voor NO2 een absolute daling van 1,8 µg/m³ en een relatieve daling van 8 %. Ten opzichte van 2016 zien we in 2019 gemiddeld een absolute daling van 3,5 µg/m3 en een relatieve daling van 14 %. Tabel 16: Relatieve en absolute dalingen van de NO2-concentraties in Antwerpen en in de rest van Vlaanderen
NO2 Absoluut (µg/m³) Relatief (%)
Daling 2019 vs 2016 Antwerpen Vlaanderen* 3,1 - 9,1 µg/m³ 0,9 - 9 µg/m³ Gem. 3,5 µg/m³ 11% - 20% 5% - 32% Gem. 14%
Daling 2019 vs 2018 Antwerpen Vlaanderen* 1,7 - 4,7 µg/m³ -0,4 - 3,9 µg/m³ Gem. 1,8 µg/m³ 7% - 12% -2% - 17% Gem. 8%
*Vlaanderen exclusief de Antwerpse meetstations
Zwarte koolstof In Figuur 50 wordt de absolute en relatieve daling van de jaargemiddelden zwarte koolstof in 2019 in vergelijking met 2016 uitgezet ten opzichte van het jaargemiddelde in 2016 voor alle meetplaatsen in Vlaanderen, in Figuur 51 de vergelijking tussen 2019 en 2018.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
89
Wanneer we de afname van de jaargemiddelden zwarte koolstof bekijken dan zien we grote absolute dalingen op de verkeersgerichte meetplaatsen R802 (Plantin en Moretuslei) en R805 (Belgiëlei) in de LEZ. Wanneer we de dalingen relatief uitzetten zien we algemeen de grootste dalingen op meetlocaties in en aan de rand van de LEZ. De dalingen aan de Plantin en Moretuslei en de Groenenborgerlaan zijn mogelijk wel versterkt door lokale wegenwerken aan beide straten. Voor de meetstations voor zwarte koolstof in Vlaanderen, met uitzondering van de 8 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2019 ten opzichte van 2018 gemiddeld een absolute daling van 0,14 µg/m³ en een relatieve daling van 11 %. Ten opzichte van 2016 zien we in 2019 gemiddeld een absolute daling van 0,32 µg/m3 en een relatieve daling van 24 %. Tabel 17: Relatieve en absolute dalingen van de concentraties zwarte koolstof in Antwerpen en in de rest van Vlaanderen
BC Absoluut (µg/m³) Relatief (%)
Daling 2019 vs 2016 Antwerpen Vlaanderen* 0,29-1,14 µg/m³ 0,13-0,60 µg/m³ Gem. 0,32 µg/m³ 24 % - 46 % 17 % - 31 % Gem. 24 %
Daling 2019 vs 2018 Antwerpen Vlaanderen* 0,17-0,52 µg/m³ 0,02-0,23 µg/m³ Gem. 0,14 µg/m³ 14 % - 24 % 2 % - 16 % Gem. 11 %
*Vlaanderen exclusief de Antwerpse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 90
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
5.3 Besluit Een uitspraak doen over het effect van de lage-emissiezone in Antwerpen op de concentraties in de omgevingslucht moet voorzichtig gebeuren. Een berekende daling in verkeersemissies is niet één op één terug te vinden in de gemeten concentraties. Hiervoor zijn verschillende redenen: — wisselende meteorologische omstandigheden van jaar tot jaar kunnen een grote impact hebben op de gemeten concentraties, — er zijn behalve verkeer ook andere bronnen voor NO2 en zwarte koolstof, — emissies en trends in de rest van Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie. Het is moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het lokale netto-effect van de LEZ op de concentraties NO2 en zwarte koolstof. − Binnen de LEZ zullen bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld ‘de Knip’ in de Leien die startte in juni 2017, of de wegenwerken aan de Plantin en Moretuslei, die startten midden 2019, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Ook ter hoogte van het station aan de Groenenborgerlaan (R817) waren er in 2018 en 2019 werken. − Er moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperende gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. − Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen maken van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. Om de best mogelijke inschatting te maken van het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen op de concentraties NO2 en zwarte koolstof, werden de concentraties van de verschillende meetplaatsen in Antwerpen met elkaar en met de rest van Vlaanderen vergeleken. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO2-concentraties heeft teweeggebracht. De waargenomen relatieve NO2-dalingen in de LEZ liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof bekijken zien we dat de concentraties op de verkeersgerichte meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802) en Belgiëlei (R805) en ook op de achtergrondmeetlocaties in en aan de rand van de LEZ globaal meer dalen dan elders. De LEZ zorgde dus voor een extra lokale daling van de concentraties zwarte koolstof.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
91
Figuur 48: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde NO2-concentraties in 2019 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 92
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 49: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde NO2-concentraties in 2019 ten opzichte van 2018 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2018 voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
93
Figuur 50: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2019 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 94
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Figuur 51: Absolute daling (bovenste figuur) en relatieve daling (onderste figuur) in de jaargemiddelde concentraties zwarte koolstof in 2019 ten opzichte van 2018 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2018 voor alle Vlaamse meetstations
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
95
6 BESLUIT NO2: − De Europese jaargrenswaarde (en dus ook de WGO-jaaradvieswaarde) werd in 2019 - voor het 2de jaar op rij - op geen enkele automatische meetplaats overschreden. Echter op 5 van de 18 meetplaatsen met passieve samplers werd een indicatief jaargemiddelde boven 40 µg/m³ genoteerd. Ook de modelkaart toont nog overschrijdingen van de jaargrenswaarde aan in de Antwerpse agglomeratie. Vooral in street canyons en op verkeersintensieve locaties worden hoge NO2-concentraties gemeten/gemodelleerd. − Het hoogste NO2-jaargemiddelde werd gemeten met passieve samplers in de Turnhoutsebaan (AT39), namelijk 51 µg/m³. Dit is een drukke invalsweg van de stad. − De Europese uurgrenswaarde en de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. − De NO2-concentraties vertonen een dalende trend sinds 2012. In 2019 zijn de NO2-concentraties op alle locaties verder gedaald in vergelijking met 2018. Op de meetplaatsen met een volledige tijdreeks, zijn de concentraties tussen 2009 en 2019 zo’n 25 % tot 36 % gedaald. PM10: − De Europese grenswaarden voor PM10 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. − De WGO-advieswaarden voor PM10 werden in 2019 voor het eerst op een meetplaats in de Antwerpse agglomeratie gerespecteerd, namelijk aan de Groenenborgerlaan (R817). Op de overige meetplaatsen werden de WGO-advieswaarden voor PM10 overschreden, net zoals in grote gebieden in de rest van Vlaanderen. − Over de periode van 2009 – 2019 daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk, alhoewel de laatste jaren het verloop eerder schommelend is. Op de meetstations met een volledige tijdreeks zien we een daling tussen 10 % en 29 %. PM2,5: − De Europese grenswaarden voor PM2,5 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. − De WGO-advieswaarden voor PM2,5 worden nergens behaald in de Antwerpse agglomeratie. Ook in de rest van Vlaanderen zijn deze moeilijk haalbaar. − Over de periode van 2009-2019 daalden de PM2.5-jaargemiddelden geleidelijk. De laatste jaren zagen we een stagnatie, maar in 2019 dalen de concentraties verder. Op de meetstations met een volledige tijdreeks zien we een daling van 35 % tot 37 % tussen 2009 en 2019. Zwarte koolstof: − De hoogste concentraties werden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) en op de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805). − De trend is overal dalend, ook in de rest van Vlaanderen. Op het ene Antwerpse meetstation met een volledige tijdreeks zien we een daling van 58 % tussen 2009 en 2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 96
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
UFP-concentratie − De gemiddelde UFP-concentratie (10-100 nm) op de meetplaats Borgerhout-achtergrond bedroeg 8.192 deeltjes/cm3 in 2019. Dit was 13 % lager dan in 2018 en 12 % lager dan het gemiddelde van de vorige vijf jaar (2014-2018) Houtverbranding: − De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (% BCwb in BC) varieerde in 2019 tussen 12 % en 22 %. De hoogste relatieve bijdrage werd gemeten op de voorstedelijke locatie aan de Groenenborgerlaan (R817). De laagste bijdrage van houtverbranding werd gemeten op de verkeersgerichte meetplaats aan de Ring (R804). − In 2019 zijn de relatieve bijdrages van houtverbranding aan zwarte koolstof hoger of gelijk dan in 2018. − Er is zeer weinig variatie in de absolute concentratie zwarte koolstof te wijten aan houtverbranding (BCwb) tussen de meetlocaties. In 2019 ligt deze tussen 0,23 en 0,25 µg/m³. − De relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM10 varieerde in 2019 tussen 7 % en 8 % en absoluut lag deze tussen 1,5 en 1,7 µg/m³. Er is dus weinig variatie in het aandeel van houtverbranding aan PM10 tussen de meetplaatsen. − Zowel voor de bijdrage houtverbranding aan zwarte koolstof als de bijdrage houtverbranding aan PM 10 geldt dat de bijdrage hoger is tijdens de wintermaanden dan tijdens de zomermaanden (zowel absoluut als relatief). Effect invoering LEZ: − Het is moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het lokaal netto-effect van de LEZ op de concentraties NO2 en zwarte koolstof. De concentraties in de omgevingslucht zijn immers afhankelijk van meteorologische parameters. Bovendien zullen binnen de LEZ bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld ‘de Knip’ in de Leien (sinds juni 2017), of de wegenwerken aan de Plantin en Moretuslei (sinds midden 2019) leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Er moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de autonome vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. − De NO2-concentraties zijn op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie tussen de 11 % en de 20 % gedaald tussen 2016 en 2019. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 9 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we een gemiddelde daling van 14 % in de periode 2016-2019 (interval 5 % -32 %). Er zijn geen eenduidige aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling van de NO2-concentraties heeft teweeggebracht. De waargenomen NO2-dalingen in de LEZ liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. − De concentraties zwarte koolstof zijn op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie tussen 24 % en 46 % gedaald tussen 2016 en 2019. Voor de overige meetstations in Vlaanderen, zonder de 8
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
97
meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2019 ten opzichte van 2016 gemiddeld een relatieve daling van 24 % (interval 17 % -31 %). Wanneer we dalingen van de concentraties zwarte koolstof bekijken zien we dat de concentraties op de verkeersgerichte meetplaats aan de Plantin en Moretuslei (R802) en Belgiëlei (R805) en ook op de achtergrondmeetlocaties in en aan de rand van de LEZ globaal meer dalen dan elders. De LEZ heeft voor een extra lokale daling van de concentraties zwarte koolstof gezorgd.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 98
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
BIJLAGEN
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
99
EN14211
TS 42i
NO2
nee n.v.t..
ja1
nee
16 % bij daggemiddelde van 30 µg/m³ -
µg/m³
ja1
-
13 % bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 12 % bij jaargemiddelde van 40 µg/m³
volgens EN14211
ja
MAAP 5012
multihoek-absorptiefotometrie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
Magee AE33
lichtabsorptie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
zwarte koolstof 1
: BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 100
type approval
meetonzekerheid
chemiluminescentie
NO
volgens EN16450
uitbesteding
volgens norm
-
PM2,5
onder accreditatie
meetprincipe analyse
14 % bij daggemiddelde van 50 µg/m³
PM10
bepaling meetonzekerheid
toesteltype
-
FIDAS200
optical particle counter + conversion to mass concentration
eenheid
parameter
Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005)
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Beschrijving van de polluenten Stikstofoxides – NO/NO2 Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NOx dragen bij aan de vorming van fijn stof. Verder spelen NOx een belangrijke rol in de milieuverzuring en de fotochemische smogvorming. NOx kunnen net als SO2 over grote afstanden getransporteerd worden en kunnen dus effecten veroorzaken in verafgelegen gebieden. Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen.
Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Opdeling naar oorsprong: primair en secundair Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door mechanische verkleining van grover materiaal. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen. Opdeling naar grootte: TSP, PM10, PM2,5 en UFP Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje: — — — —
TSP: Totaal stof. De VMM meet deze fractie niet in de omgevingslucht. Enkel aan deeltjes kleiner dan 10 µm kent men gezondheidsrisico's toe. De VMM rapporteert wel de emissies van TSP. PM10 en PM2,5: stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm; ultrafijn stof (UFP): deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM0,1); zwarte koolstof/elementair koolstof: bevindt zich voornamelijk in de fijne fractie van het fijn stof. Het is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. Deze deeltjes ontstaan bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Wanneer ze met een optische methode gemeten worden, spreken we van zwarte koolstof, anders van elementair koolstof.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
101
Grotere deeltjes worden snel nadat ze in de atmosfeer terechtgekomen zijn door de zwaartekracht neergeslagen op de grond of uitgespoeld door regen. Ze kunnen daarna door heropwaaien terug in de lucht terecht komen, dit proces noemt men resuspensie. De fijnere deeltjes kunnen langer, tot enkele dagen of weken in de atmosfeer blijven. Bijgevolg kunnen deze fijnere deeltjes getransporteerd worden over langere afstanden. Geen veilige drempelwaarde Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder nadelige effecten niet voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Fijn stof is kankerverwekkend Eind 2013 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, fijn stof als kankerverwekkend voor de mens. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker; een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel veroorzaken22. Midden 2012 classificeerde het IARC ook al dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Algemeen wordt aangenomen dat ook ultrafijn stof schadelijk is, maar de wetenschappelijke kennis hierover is nog beperkt. Gemiddeld verlies van 14 gezonde maanden De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) herberekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking, waarbij in de nieuwe rekenmethode meer gezondheidseffecten in rekening gebracht werden23. Gemiddeld verliest een Vlaming 14 gezonde maanden over heel zijn leven bij een levenslange blootstelling aan de huidige fijnstofconcentraties. Dit is een gemiddelde waarde, bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen, zal de impact groter zijn. Fijn stof is veruit de belangrijkste polluent in de gezondheidsimpact door milieufactoren. Het aandeel wordt geschat op 71 %. Hoge concentraties kunnen acuut effect hebben Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen grote lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD24) en personen met hart- en vaatziekten. Omwille van de kleine afmeting kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht.
22
Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45 MIRA (2019), Verloren gezonde levensjaren (DALY's) door fijn stof https://www.milieurapport.be/milieuthemas/milieu-gezondheid/dalys/verloren-gezonde-levensjaren-dalys-door-blootstelling-aan-fijn-stof 24 Chronic Obstructive Pulmonary Disease 23
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 102
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Ook tal van andere effecten Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
103
Overzicht luchtkwaliteitsnormen De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grensof streefwaarden. Bij de definiëring van deze Europese grens- of streefwaarden werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kostenbatenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten.
Stikstofoxides – NO/NO2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO 2. In de richtlijn 2008/50/EG is eveneens een kritiek niveau voor NOx voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. De grenswaarden voor NO2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. Richtlijn 2008/50/EG bood de kans om uitstel te vragen voor het behalen van de grenswaarden. De Europese commissie verleende uitstel voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. Tot 2015 werd in die zones de grenswaarde gesommeerd met de maximale overschrijdingsmarge (50 %) ,dit komt overeen met een jaargrenswaarde van 60 µg/m³. Vanaf 2015 verviel deze overschrijdingsmarge voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie en moet er getoetst worden aan de jaargrenswaarde van 40 µg/m³. In 2015 werd de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ echter overschreden in de luchtkwaliteitszone BEF02A ‘Agglomeratie Antwerpen’. Daarop werd een saneringsplan25 opgesteld voor deze zone. Tabel 18: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG)
Polluent
NO2*
NOx
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar
Jaar
40 µg/m³
Alarmdrempel
Gedurende 3 opeenvolgende uren
400 µg/m³
Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Jaar
30 µg/m³
Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
*: sinds 1 januari 2010 moet de grenswaarde voor NO2 gerespecteerd worden.
De Europese regelgeving uit voorgaande tabel is gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De Europese jaargrenswaarde komt overeen met wat de WGO
25
https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/SaneringplanNO2Antwerpen_MetBijlage_2017_Def.pdf
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 104
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
adviseert. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m³, zie onderstaande tabel. Tabel 19: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005)
Polluent NO2
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³
Jaar
40 µg/m³
Jaar
30 µg/m³ uitgedrukt als NO2
Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
NOx
In het Luchtbeleidsplan 2030 van de Vlaamse Overheid wordt een NO2-jaargemiddelde van 20 μg/m³ als streefdoel gehanteerd.
Fijn stof – PM10 en PM2,5 Regelgeving PM10 De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM10 op basis van gezondheidsstudies, economische gevolgen en de technische haalbaarheid. De WGO-advieswaarden voor PM10 zijn strenger dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich enkel op gezondheidsstudies. Tabel 20: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)
EU-richtlijn 2008/50/EG*
Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
WGO
Middelingstijd 1 dag 1 jaar 1 dag
Advieswaarden 1 jaar
Doelstelling 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar 40 µg/m³ 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar 20 µg/m³
*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM10 gerespecteerd worden.
Regelgeving PM2,5 Richtlijn 2008/50/EG definieert grens- en streefwaarden voor PM2,5. Hierin staat ook de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling tegen 2020 ten opzichte van 2010. Hiertoe wordt een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) gedefinieerd: dit is de gemiddelde PM2,5-concentratie op stedelijke achtergrondmeetplaatsen over de laatste 3 jaar binnen een bepaalde lidstaat. De gravimetrische metingen op de stedelijke achtergrondmeetplaatsen in Brugge (BB15), Borgerhout-achtergrond (R801), Schoten (R811) en Gent-Baudelohof (R701) worden gebruikt voor de bepaling van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) voor Vlaanderen, zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
105
Tabel 21: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG)
EU-regelgeving (2008/50/EG)
Middelingstijd Doelstelling
Datum waarop de waarde moet bereikt zijn
Grenswaarde
Jaar
25 µg/m3
1 januari 2015
Indicatieve grenswaarde
Jaar
20 µg/m3
1 januari 2020
GBI
15,2 µg/m³
2020
GGBI
15,7 µg/m³
2020
GBI
20 µg/m³
2015
Nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Vlaamse streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Blootstellingsconcentratieverplichting
De WGO nam in haar Air quality guidelines van 2005 advieswaarden voor PM2,5 op, zowel op jaarbasis als op dagbasis. Tabel 22: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005)
WGO-advieswaarden (WGO 2005) Advieswaarde
Middelingstijd
Doelstelling
Jaar Dag
10 µg/m³ 25 µg/m³ - max. 3 overschrijdingen per jaar
Regelgeving zwarte koolstof Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor zwarte koolstof. De WGO formuleerde nog geen advieswaarden voor de gezondheid. Regelgeving ultrafijn stof Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor ultrafijn stof. De WGO formuleerde ook nog geen advieswaarden voor de gezondheid. Sinds 2016 is een technische specificatie voor het bepalen van het deeltjesaantal van atmosferisch aerosol26 geldig die op termijn zal leiden tot een Europese referentiemethode. De ondergrens voor het bepalen van deeltjes is vastgelegd op 7 nm. Dit komt overeen met de metingen die de VMM uitvoert met de totale deeltjesteller in Borgerhout-achtergrond (R801).
26
CEN/TS 16976:2016 – Ambient Air – Determination of the particle number concentration of atmospheric aerosol
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 106
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Methodiek In dit rapport worden verschillende methodieken gebruikt om gegevens weer te geven of te genereren. In deze bijlage worden deze methodieken toegelicht.
Pollutierozen Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren. Wanneer de pollutierozen vrij rond zijn van vorm, wijst dit op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Uit dergelijke pollutierozen zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden.
ATMO-Street model De VMM meet op heel wat plaatsen de luchtkwaliteit. Op plaatsen zonder metingen gebruikt de VMM modellen die de luchtkwaliteit inschatten. Het model ATMO-Street wordt ingezet voor stoffen met een belangrijke impact op de gezondheid namelijk stikstofdioxide, zwarte koolstof (roet) en fijn stof. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. — — —
RIO: via een ruimtelijk interpolatiemodel wordt de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen ingeschat op basis van de luchtkwaliteitsmetingen. IFDM: berekent de lokale luchtkwaliteit op basis van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. OSPM: berekent de impact van het streetcanyon-effect.
RIO gebruikt meetresultaten en schat daarmee de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen op een 'slimme' manier. Slim, omdat RIO ook informatie over landgebruik mee in rekening neemt. Dat is nodig want er bestaat een relatie tussen luchtkwaliteit en landgebruik. Zo is er meer luchtvervuiling in gebieden met veel bewoning en verkeer (zoals steden), dan op plaatsen in bosrijke zones. RIO maakt een inschatting van de 'achtergrondconcentraties' voor gebieden met een oppervlakte van 4x4 km². Binnen zo’n roostercel van 4x4 km² kan RIO geen onderscheid maken tussen bijvoorbeeld kleinere bosgebieden en meer verstedelijkte gebieden of plaatsen met veel verkeer, we krijgen 1 waarde per roostercel. Daarom combineren we dit met het IFDM-model. IFDM berekent de impact van de uitstoot van punt- en lijnbronnen op de luchtkwaliteit in de onmiddellijke omgeving van die puntbronnen (bv. een fabrieksschouw) of lijnbronnen (bv. uitstoot van het verkeer op een weg of een deel van een weg). Het IFDM-model gebruikt ook meteorologische gegevens. Zo beïnvloeden de windsnelheid en windrichting de verspreiding van de luchtvervuiling. Ook de temperatuur heeft een effect
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
107
op de snelheid waarmee stoffen chemisch veranderen in de atmosfeer, zoals dit het geval is bij stikstofdioxide en ozon. IFDM-berekeningen gebeuren voor meer dan 600.000 punten in gans België. De meeste punten bevinden zich langs wegen en in de buurt van industrie. Via een verdere bewerking (interpolatie)krijgen we een gedetailleerde concentratiekaart met een hogere resolutie van bv. 10 x 10 m² voor visualisatie. Het IFDM dispersiemodel is echter een 'open street' model en houdt geen rekening met obstakels zoals bomen, geluidsschermen, gesloten huizenrijen... Hierdoor onderschat RIO-IFDM de concentraties in street canyons. In deze smalle straten is de natuurlijke ventilatie beperkt waardoor de luchtvervuiling zich opstapelt. Het OSPM-model komt hieraan tegemoet. Dit model gebruikt gedetailleerde informatie over de straatconfiguratie. Deze berekening wordt toegepast voor alle straten die als street canyon worden beschouwd. Zo kunnen we de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in deze straten in rekening brengen en krijgen we een juister beeld van de luchtkwaliteit tot op straatniveau. De ATMO-Streetkaarten zijn wetenschappelijk het meest onderbouwd en zijn de best beschikbare kaarten om de lokale luchtkwaliteit in te schatten. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen en toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering,...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar omdat er gewerkt wordt met emissiedata van het jaar ervoor. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 108
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Emissie-inventaris Algemeen De emissie-inventaris inventariseert de uitstoot van de luchtverontreinigende stoffen van alle bronnen en ondersteunt zo het luchtbeleid Om de luchtkwaliteit te verbeteren, moet je de bronnen kennen. De emissie-inventaris inventariseert de Vlaamse uitstoot en duidt het aandeel van de sectoren aan. Zo kan men het beleid evalueren en, waar nodig, aanscherpen: men kan restricties opleggen aan bronnen door de wetgeving aan te passen en/of vergunningen te verlenen of te wijzigen. Integrale milieuverslagen vormen de basis van de emissie-inventaris industrie De bedrijven uit de industrie- en energiesector zijn jaarlijks verplicht om hun emissiegegevens te verstrekken. Voor (kleinere) bedrijven die onder bepaalde drempelwaarden uitstoten, gebeuren collectieve bijschattingen. Daarnaast inventariseert de VMM ook maatschappelijke en andere industriële activiteiten. Dit zijn voornamelijk de gebouwenverwarming van de huishoudens en de tertiaire sector, het verkeer, de offroad activiteiten, de land- en tuinbouw, de natuur en het landgebruik. De emissie-inventaris voert zelf geen emissiemetingen uit De emissies van de verschillende sectoren worden berekend en ingeschat onder meer op basis van statistische gegevens en emissiefactoren uit de wetenschappelijke literatuur en door gebruik te maken van modellen. Bij de opmaak van de emissie-inventaris is het belangrijk om niet alleen de grootte, de ligging en de aard van elke emissiebron te kennen, maar ook de juiste oorzaak van de emissies. Luchtvervuiling is het resultaat van primaire en secundaire emissies De primaire emissies zijn stoffen die rechtstreeks worden uitgestoten. Door chemische of fysische reacties kunnen vervuilende stoffen die eerder in de atmosfeer terecht kwamen, tot nieuwe vervuiling leiden. Dit is de zogenaamde secundaire emissie. Deze fractie zit niet volledig vervat in de emissie-inventaris maar wordt wel volledig gemeten in de omgevingslucht.
Probleem met verkeersdata op lokaal niveau De mobiliteitscijfers die de VMM gebruikt om de emissies door wegverkeer te berekenen worden aangeleverd door Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Bij MOW hebben ze daarvoor een propagatiemodel, PROMOVIA, dat op basis van tellingen (camera’s, lussen,…) een hoeveelheid voertuigkilometer in Vlaanderen genereert op snelwegen en het onderliggende wegennet. Tellingen op het onderliggende wegennet werden uitgevoerd door AWV (Agentschap Wegen en Verkeer). In 2016 besliste men bij AWV om de tellingen op het onderliggende wegennet stop te zetten (onderhoudskosten van de tellussen was te hoog). Maar, die tellingen waren een belangrijke input en kalibratie voor PROMOVIA. Tellingen op snelwegen bleven wel beschikbaar, die gebeuren bij het Vlaams Verkeerscentrum (MOW). Vanaf 2017 is er dus geen mobiliteitsinformatie meer beschikbaar op het onderliggende wegennet (enkel op snelwegen). Bij MOW werd daarom beslist om voor het onderliggende wegennet gebruik te maken van een
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
109
pragmatische methodiek, wat betekent dat de groei van verkeersvolumes van het jaar 2016 naar 2017 en 2018 op elk wegvak van het onderliggende wegennet in Vlaanderen dezelfde is. De groeivoet van het verkeersvolume is bepaald op basis van een extrapolatie, met name de trend van groeicijfers voertuigkilometer van de periode 2012-2016 op Vlaams niveau werd verder gezet naar 2017, en 2018; voor alle wegvakken in Vlaanderen gelijk dus. Er wordt binnen de Vlaamse overheid al een paar jaar aan een alternatief gewerkt om terug op zoveel mogelijk locaties in Vlaanderen verkeersvolumes te hebben (die telgegevens moeten, om te kunnen dienen voor PROMOVIA, ieder jaar beschikbaar zijn op dezelfde locatie voor dezelfde tijdsperiode in het jaar (liefst continu ganse jaar)). Er werden wat oefeningen gedaan met floating car data, maar die hebben pas zin als ze gekalibreerd kunnen worden met tellingen… die er niet zijn. Daarom probeert de VMM om toegang te krijgen tot alle ANPR data in Vlaanderen, maar dat is een moeilijk gegeven (privacy, federale politiewet die aangepast moet worden, wie stockeert data,…). Dat maakt dat de VMM nu, in 2020, nog altijd niet beschikt over een alternatief om voor Vlaanderen voertuigkilometer op het onderliggende wegennet te genereren op basis van een vorm van tellingen. Dit alles zorgt ervoor dat de emissiedata voor verkeer voor de zone Antwerpse agglomeratie enkel afgeleid kunnen worden uit het Vlaams gemiddelde en dus niet de (mogelijke) impact van de LEZ kan inschatten. Dit maakt dat er een grotere onzekerheid zit op de in dit rapport vermelde emissiedata voor verkeer, maar er is momenteel geen beter alternatief voor handen.
Optimalisatie Door een optimalisatie van automatisatieprocessen voor de bevraging van de emissiedatabank, is het nu mogelijk om per geografische zone de best mogelijk emissiespreiding op te vragen. Hierdoor worden voor bepaalde sectoren licht andere cijfers bekomen. Deze gegevens kunnen daarom ook verschillen van eerder gerapporteerde cijfers. De volledige tijdreeks werd herrekend. Daarnaast zijn er continu optimalisaties aan de emissiedata. Bijvoorbeeld voor de sector huishoudens, waar houtverbranding de grootste subsector is, werd het kachelpark bijgesteld onder invloed van de resultaten van de studie kachelpark27. En bijvoorbeeld de emissiefactoren voor pellets werden bijgesteld.
27
https://www.vmm.be/publicaties/ontwikkelen-methodologie-voor-de-opvolging-van-de-samenstelling-van-het-kachelpark-in-vlaamsehuishoudens
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 110
Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2019
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be