WIJZIGING BVR KWALITEITS- EN REGISTRATIEMODEL VAN DIENSTVERLENERS IN HET BELEIDSDOMEIN WERK EN SOCIALE ECONOMIE
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Voorontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Adviesvrager
Jo Brouns - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw
Ontvangst adviesvraag
6 oktober 2022
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)
Goedkeuring raad
24 oktober 2022
Contactpersoon
An De Coen
adcoen@serv.be
De heer Jo Brouns Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw Ellipsgebouw Koning Albert-II laan 35 1030 Schaarbeek
BVR Kwaliteits- en Registratiemodel van dienstverleners in het Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Mijnheer de minister Tot 31 december 2022 kunnen externe dienstverleners binnen het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) aantonen dat ze aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden voldoet aan de hand van (1) een kwaliteitsbewijs (‘label’) uit de markt, (2) een wettelijk kwaliteitssysteem van een andere overheid of (3) een goedkeuringsbewijs, dat wordt aangevraagd via de standaard Werk en Sociale Economie. Voorliggende wijziging van het BVR stelt dat dit vanaf 1 januari 2023 enkel kan via de eerste twee opties en dat dienstverleners het goedkeuringsbewijs slechts éénmalig en gedurende 18 maanden als instap zullen kunnen gebruiken. De SERV onderschrijft de voorgestelde wijziging van het BVR. De Vlaamse sociale partners zijn tevreden dat het goedkeuringsbewijs op permanente basis een laagdrempelige instap voorziet voor dienstverleners om een kwaliteitsbewijs uit de markt of van een andere overheid te verwerven. Dit verschaft dienstverleners de mogelijkheid om tijdig in te tekenen op de maatregelen1 die onder het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteitsen registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein WSE vallen. De SERV apprecieert ook dat de overgangsperiode werd gebruikt om de marktwerking op te volgen en dat de resultaten van die oefening zullen worden gebruikt om de dienstverleners wegwijs te maken in het aanbod. Het is belangrijk dat het Departement Werk en Sociale Economie de dienstverleners zal informeren over de labels die voor hen relevant kunnen zijn. Dergelijke informatie is voor hen nodig om een geïnformeerde keuze te maken en zicht te krijgen op
1
Het betreft dienstverlening inzake opleiding en vorming, begeleiding, arbeidsbemiddeling, competentieontwikkeling en adviesverstrekking.
het op te starten proces, zowel in de eigen organisatie als met de aanbieder van het label. De SERV adviseert om werk te maken van drie initiatieven die de administratieve lasten voor dienstverleners beperken en een vlotte werking garanderen: •
Dienstverleners stimuleren om de aanvraagprocedure snel op te starten. Het behalen van een kwaliteitsbewijs vraagt een aanzienlijke tijdsinvestering. Het is cruciaal dat dienstverleners daar reeds bij de toekenning van het goedkeuringsbewijs attent op gemaakt worden door het Departement WSE en ook een herinnering ontvangen om tijdig de nodige stappen te ondernemen. Dat kan bijvoorbeeld na een periode van 6 maanden zodat ze nog 12 maanden hebben om dit in orde te brengen. Daarbij dient ook helder gecommuniceerd te worden wat er gebeurt indien ze na 18 maanden nog geen kwaliteitsbewijs zouden hebben. De dienstverlening aan de betrokken burgers, (kandidaat-)ondernemingen en derden-organisaties moet alleszins te allen tijde gegarandeerd blijven.
•
Verstrekte informatie optimaal gebruiken. De WSE kwaliteitsregistratie certificeert de dienstverlener, maar niet de dienstverlening: op het niveau van de maatregel gelden andere voorwaarden en procedures dan op organisatieniveau. Er dient te worden vermeden dat dienstverleners dezelfde informatie meermaals moeten aanleveren.
•
Principe van wederkerigheid zoveel mogelijk laten gelden. De sociale partners vragen om zoveel mogelijk af te stemmen met andere beleidsdomeinen wat betreft registratie en kwaliteit zodat het single audit principe is gegarandeerd. Dat geldt in het bijzonder voor de kmo-portefeuille: dienstverleners die daarvoor erkend zijn, voldoen automatisch aan het kwaliteitsdecreet binnen het beleidsdomein WSE, maar omgekeerd is dat niet het geval. Het is echter moeilijk verdedigbaar waarom de minimale kwaliteitscriteria van het beleidsdomein WSE niet volstaan voor opleidingen en adviesdiensten aan ondernemingen, terwijl ze wel volstaan voor opleiding en advies aan burgers.
Tot slot benadrukt de SERV nogmaals het blijvend belang van een gedegen periodieke monitoring, evaluatie en opvolging van het marktaanbod door de overheid, ook na 31 december 2022. Ook het decreet en BVR dienen samen te worden geëvalueerd om na te gaan of de introductie van het kwaliteits- en registratiemodel effectief tot een verbetering geleid heeft. Het is vooralsnog onduidelijk wat de impact is geweest op de kwaliteit van de dienstverlening, en
4
meer specifiek of het kwaliteits- en registratiemodel beantwoordt aan de initiele doelstellingen die Vlaamse regering vooropstelde 2. De SERV blijft graag op de hoogte van dit dossier en is uiteraard steeds bereid dit advies verder te komen toelichten. Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter
2
Deze doelstelling zijn opgenomen in de visienota ‘Kwaliteits-en registratiemodel voor de dienstverleners binnen Werk’ (VR 2018 2007 DOC.0923/1BIS)
5