WIJZIGING DECRETEN GROEIPAKKET
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be
Adviesvraag
Voorontwerp van decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie en tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)
Goedkeuring raad
24 januari 2022
Contactpersoon
Kristel Bogaerts
kbogaerts@serv.be
De heer Wouter BEKE Vlaams minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding Koning Albert II laan 35 B-1000 Brussel
Wijziging Decreten Groeipakket
Mijnheer de minister Op 17 december 2021 keurde de VR een voorontwerp van decreet goed tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie en tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018. De SERV wordt initieel niet om advies gevraagd. Het Groeipakket is evenwel een belangrijk thema voor de sociale partners binnen de SERV. Daarom bezorgt de SERV u dit advies op eigen initiatief. De overlegfunctie van de SERV wordt bepaald in artikel 11 van het SERV-decreet 7 mei 2004. De SERV vraagt, verwijzend naar deze overlegfunctie, om bij nieuwe decreten of decreetswijzigingen met belangrijke sociaal-economische impact (zoals het Groeipakket) een expliciete adviesvraag aan de SERV te richten. De voorgestelde aanpassingen komen voor de SERV globaal genomen op een positieve manier tegemoet aan een aantal knelpunten die gesignaleerd werden in de evaluatie van het Groeipakket die het Agentschap Opgroeien maakte in 2021 en de resolutie van Vlaams Parlement over het gevolg dat wordt gegeven aan de evaluatie van het Groeipakket. Punctueel merkt de SERV bij de voorgestelde wijzigingen enkel het volgende op: •
Voor de wezen wordt voor een aantal gezinnen nu een oplossing uitgewerkt. Dat is goed, maar onvoldoende. De SERV vraagt om het basisuitgangspunt van het Groeipakket en de overgangsregeling waarbij het criterium van geboortedatum van het kind geldt als een fair principe op dit punt consequent toe te passen. De regels voor de wezen vermengen de principes uit de overgangs- en de nieuwe regels in het Groeipakket met elkaar, met name de dag van overlijden van de ouder voor wezentoeslag en de dag van geboorte van het kind voor de andere componenten van het Groeipakket.
•
Los van de reden waarom de uitbetaling van het Groeipakket via circulaire cheques gebeurt (technisch dan wel sociaal), vraagt dit gegeven onze bijzondere aandacht. Het is voor alle gezinnen een belangrijke bekommernis om het Groeipakket zo snel als mogelijk uit te betalen. De huidige bijsturing (uitbreiding tot alle toelagen voorzien binnen het Groeipakket) is een eerste stap in de goede richting die daarin gezet wordt. In de mate dat de cheques vaker toegepast moeten worden bij gezinnen met een zekere kwetsbaarheid vraagt de SERV om in dialoog te treden met de doelgroep (o.a. via verenigingen waar armen het woord nemen, SAAMO, sociale diensten, Huis van het Kind, ondersteuners GBO en 1G1P, …) om voor de gezinnen zonder bankrekening te zoeken naar de meest optimale manier om het Groeipakket aan hen uit te betalen.
•
De SERV vraagt aandacht voor de bekommernis van de Inspectie Financiën over de opvangkosten in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en de jongeren die verblijven in een voorziening van FEDASIL. Voor de kinderen waarvoor de Vlaamse gemeenschap het Groeipakket betaalt, moet de materiële ondersteuning betaald worden, los van het feit of zij verblijven in een gemeenschaps- dan wel een federale voorziening en los van de rechtstreekse of niet-rechtstreekse toegankelijkheid ervan. De middelen voor materiële ondersteuning moeten op gelijke wijze ten goede komen aan de kinderen en jongeren (zakgeld, kleding, …).
•
Het werken met autonome financieringsstromen buiten het Groeipakket mag nooit gezien worden als een kostenbesparend element dat leidt tot een vermindering van de voorziene middelen voor het Groeipakket. De middelen van de autonome financieringsstromen moeten ten allen tijde volledig afgedekt zijn door middelen binnen het Groeipakket. Als een kind/jongere de voorziening verlaat en het volledige Groeipakket terug ontvangt, moeten deze uitgaven immers binnen het Groeipakket gedekt kunnen worden.
Een aantal punten uit de evaluatie en de resolutie blijven nog open staan omdat ze diepgaandere evaluatie en oplossingen vragen. De SERV informeert hier naar de verdere planning over hoe die nog aangepakt zullen worden. Daarnaast wil de raad ook wijzen op het belang van een blijvend proces van monitoring, evaluatie en waar nodig bijsturing, mét betrokkenheid van het middenveld. Die betrokkenheid heeft zowel betrekking op het signaleren van knelpunten als op het mee zoeken naar oplossingen.
Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter