Skip to main content

evaluatie_vervolgschoolcoaching_VSC_2019.pdf

Page 1

Evaluatie van de regeling vervolgschoolcoaching (2016) Expertise-overdracht en -opbouw in het vervolgonderwijs Zeven gevalstudies (juni 2019) januari 2020


COLOFON Samenstelling Onderwijsinspectie Verantwoordelijke uitgever Lieven Viaene, inspecteur-generaal Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Wettelijk depot D/2019/3241/325 Copyright Š Niets uit deze publicatie mag worden gekopieerd of op een andere wijze worden verspreid zonder bronvermelding.


Evaluatie van de regeling vervolgschoolcoaching (2016) Expertise-overdracht en -opbouw in het vervolgonderwijs Zeven gevalstudies (juni 2019)


Inhoud I.

INLEIDING ................................................................................................................................................. 6

II.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................................... 8 Doelstellingen en onderzoeksvragen

8

Het theoretisch kader

9

Het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK) Beleidsleren Methodologie

III.

9 10 10

Het onderzoeksdesign

10

De onderzoeksinstrumenten

10

Het onderzoeksscenario

13

De selectie van de scholen

14

DE ZEVEN GEVALSTUDIES ........................................................................................................................ 16 Inleiding

16

Gevalstudie 1

16

Context van de vervolg -en de onthaalschool

16

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

17 17 17 18 18 19

Conclusie

19

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

20

Gevalstudie 2

21

Context van de vervolg -en de onthaalschool

21

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

21 21 22 22 23 23

Conclusie

23

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

24

Gevalstudie 3 Context van de vervolg- en de onthaalschool

25 25

—[ 3 ]—


De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

25 25 26 26 27 27

Conclusie

28

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

28

Gevalstudie 4

30

Context van de vervolg -en de onthaalschool

30

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

30 30 31 31 31 32

Conclusie

32

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

32

Gevalstudie 5

34

Context van de vervolg -en de onthaalschool

34

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

34 34 35 36 36 37

Conclusie

38

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

38

Gevalstudie 6

40

Context van de vervolg -en de onthaalschool

40

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

40 40 41 42 42 43

Conclusie

43

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen

44

Gevalstudie 7

45

Context van de vervolg -en de onthaalschool

45

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie Visie en organisatiebeleid Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Aanwerving en aanvangsbegeleiding Professionalisering en coaching

45 45 46 47 47 48

Conclusie

49

—[ 4 ]—


Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met de drie scholen

IV.

V.

EVALUATIE: VOLDOEN DE SCHOLEN UIT DE GEVALSTUDIES AAN DE KWALITEITSVERWACHTINGEN INZAKE EXPERTISE-OVERDRACHT EN -OPBOUW? ................................................................................................ 50 Kwaliteitsontwikkeling De onthaalscholen (OS) De vervolgscholen (VS)

50 50 52

Personeels- en professionaliseringsbeleid: P1 tot P4 De onthaalscholen De vervolgscholen

53 53 54

Samenwerking: L3

55

BELEIDSAANBEVELINGEN VAN DE SCHOLEN ............................................................................................ 57 Inleiding

VI.

49

57

Samenwerking

57

Communicatie

59

Kwaliteitszorg en -ontwikkeling

59

Professionalisering

61

BELEIDSAANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 63 Referenties

66

Overzicht figuren

67

Bijlagen

67

—[ 5 ]—


I.

INLEIDING

Sinds 1 september 2016 geldt een nieuwe regeling voor de vervolgschoolcoaches in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) in het secundair onderwijs1. De middelen voor vervolgschoolcoaching zijn sindsdien fors verhoogd. Ook de berekeningswijze van deze middelen is veranderd. Vanaf schooljaar 2016-2017 ontvangt elke contactschool van een scholengemeenschap en elke school met onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers buiten een scholengemeenschap 0.9 uren-leraar vervolgschoolcoaching per regelmatige leerling in het onthaalonderwijs. De toegekende uren-leraar kunnen uitsluitend aangewend worden voor de begeleiding, ondersteuning en opvolging van ex-onthaalleerlingen in het reguliere onderwijs (pijler 1) en voor expertise-overdracht en -opbouw in het reguliere onderwijs met betrekking tot ex-onthaalleerlingen (pijler 2). In dit nieuwe systeem groeit de personeelsomkadering voor vervolgschoolcoaches mee met het aantal anderstalige nieuwkomers in het onthaalonderwijs. De Vlaamse regering besliste de nieuwe regeling te monitoren en te evalueren. De onderwijsinspectie deed dit in drie fasen. In het eerste rapport2 (schooljaar 2016-2017) boden we een zicht op de activiteiten van de vervolgschoolcoaches na het eerste jaar van implementatie (eerste fase). In het tweede rapport3 (december 2018) brachten we een uitgebreider overzicht van de activiteiten van de vervolgschoolcoaches na het tweede jaar van implementatie (tweede fase). Daarvoor werd de beperkte digitale bevraging van de directies van de onthaalscholen in 2017 aangevuld met vragen voor de vervolgschoolcoaches, de directies van de vervolgscholen evenals de directies van de scholengemeenschappen waar middelen voor vervolgschoolcoaches werden ingezet. Beide monitoringrapporten leverden een beeld op van de wijze waarop volgens de respondenten de begeleiding, ondersteuning en opvolging van de ex�onthaalleerlingen in het reguliere onderwijs (pijler 1) vorm kregen op het ogenblik van de bevraging. Na de monitoring volgde een evaluatieonderzoek (derde fase) op het einde van het derde jaar van implementatie (2018-2019). In deze fase ging de onderwijsinspectie eerst en vooral zelf4 onderzoeken hoe de implementatie van de nieuwe regeling voor vervolgschoolcoaches vorm krijgt en hoe die beantwoordt aan bepaalde kwaliteitsverwachtingen in het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK). Daarnaast evalueerden we de nieuwe regeling nu ook expliciet via beleidsleren. De focus van de

1

BVR van 24 mei 2002 inzake de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs

2

https://www.onderwijsinspectie.be/nl/andere-opdrachten/onderzoeken/monitor-en-evaluatie-vervolgschoolcoaching-okan

3

https://www.onderwijsinspectie.be/nl/andere-opdrachten/onderzoeken/monitor-en-evaluatie-vervolgschoolcoaching-okan

4

In de vorige fasen vertrokken we immers voornamelijk vanuit de beleving van de respondenten (vragenlijsten) zonder een evaluatie (inschaling) door de inspectieteams.

6


evaluatie in de derde fase leggen we deze keer exclusief op de tweede pijler van de regeling: de expertise-overdracht en -opbouw in het vervolgonderwijs. We kozen voor deze focus omdat de doelen van de tweede pijler zeer belangrijk zijn voor het realiseren van succesvol onderwijs aan ex-onthaalleerlingen. Ex-onthaalleerlingen moeten immers vlot kunnen doorstromen in de vervolgscholen en ook daar een studieloopbaan realiseren waarbij ze hun talenten maximaal ontwikkelen en hun kansen op de arbeidsmarkt en integratie in de maatschappij verhogen. Vervolgscholen met geprofessionaliseerde teams staan sterker om dit te verwezenlijken. Daarom willen we graag de implementatie van de doelen voor de tweede pijler evalueren en beschrijven. Die doelen zijn uitdagend zowel voor de onthaalscholen als de vervolgscholen. De onthaalscholen krijgen immers de opdracht om via de vervolgschoolcoaches de ex-okanleerlingen te begeleiden ĂŠn de lerarenteams uit een andere school (vervolgschool) te professionaliseren in hun onderwijs aan exokanleerlingen. Deze professionaleringsopdracht vergt dus bijzondere expertise van de vervolgschoolcoaches om leraren(teams) te coachen. Professionalisering vereist ook een bereidheid om te leren en om bestaande praktijken waar nodig bij te sturen. De vervolgschool zal dus via sensibilisering deze bereidheid moeten ontwikkelen. Een andere uitdaging inherent aan de tweede pijler ligt in de noodzakelijke professionele samenwerking van de onthaalschool en de vervolgschool om deze doelen te bereiken. Vragen over rolverdeling, verantwoordelijkheden, communicatie, gezamenlijke doelgerichtheid zullen een antwoord moeten krijgen. Al deze uitdagingen vergen visie en duurzaam beleid wat niet eenvoudig is. We vinden het daarom belangrijk om de scholen en het beleid in deze fase van de implementatie een spiegel voor te houden. We willen daarbij inzichten aanreiken om alle partijen te stimuleren om ook de doelen voor de tweede pijler te realiseren. We rapporteren over dit evaluatieonderzoek aan de hand van zeven gevalstudies: verdiepende beschrijvingen van de samenwerking tussen acht vervolgscholen en zeven onthaalscholen. Zo willen we de lezer een inkijk geven in de complexe en diverse contexten waarbinnen de regeling (pijler 2) wordt uitgerold. We koppelden aan de verdiepende beschrijvingen ook ontwikkelingsschalen conform Inspectie 2.0. Zo konden we de huidige fase van implementatie in deze zeven gevalstudies voor een aantal kwaliteitsverwachtingen evalueren. Tot slot maakten we gebruik van de schoolbezoeken om via beleidsleren te peilen naar de verwachtingen van de deelnemende scholen ten aanzien van elkaar, ten aanzien van andere scholen en ten aanzien van het beleid. We eindigen dit rapport met een reeks beleidsaanbevelingen die we formuleerden op basis van een analyse en synthese van de zeven gevalstudies.

7


II.

OPZET VAN HET ONDERZOEK

DOELSTELLINGEN EN ONDERZOEKSVRAGEN De doelstellingen van het evaluatieonderzoek waren de volgende: 1. een beeld geven van hoe de extra omkadering voor expertise-overdracht en -opbouw in de vervolgscholen met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen wordt ingezet 2. het beleid en het onderwijsveld informeren over het beleid en de kwaliteitsontwikkeling in onthaal - en vervolgscholen om de expertise-overdracht en -opbouw van de leraren in de vervolgscholen te realiseren 3. het beleid en het onderwijsveld informeren over de samenwerking tussen onthaal- en vervolgscholen om de expertise-overdracht en -opbouw van de leraren in de vervolgscholen te realiseren 4. de implementatie van de beleidsmaatregel voor de extra omkadering voor expertise-overdracht en -opbouw in de vervolgscholen met betrekking tot ex-onthaalleerlingen evalueren. Deze doelstellingen gaven aanleiding tot een aantal onderzoeksvragen.

Onderzoeksvragen De onderwijsinspecteurs onderzochten en evalueerden hoe onthaal- en vervolgscholen samenwerken en de middelen voor vervolgschoolcoaching inzetten om de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs te versterken. Daarvoor zochten zij een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Onthaalschool 1.

In welke mate ontwikkelt de onthaalschool de kwaliteit van de expertise-overdracht en -op-

bouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs? 2.

In welke mate zorgt de onthaalschool bij de leraren in het vervolgonderwijs voor een exper-

tise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen, die tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader voor onderwijskwaliteit en aan de regelgeving? Vervolgschool 3.

In welke mate ontwikkelt de vervolgschool de kwaliteit van de expertise-overdracht en -op-

bouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij haar leraren? 4.

In welke mate zorgt de vervolgschool bij haar leraren voor een expertise-overdracht en -op-

bouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen, die tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader voor onderwijskwaliteit en aan de regelgeving? Beiden 5.

In welke mate en op welke wijze werken onthaal- en vervolgscholen samen in het kader van expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen? 8


6.

7.

Welke aanbevelingen hebben onthaal- en vervolgscholen voor elkaar en voor het beleid over de inzet van de extra omkadering voor expertise-overdracht en -opbouw in de vervolgscholen met betrekking tot ex-onthaalleerlingen? Welke beleidsaanbevelingen kunnen we formuleren op basis van de resultaten uit het onderzoek?

HET THEORETISCH KADER Het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK) Wat onderwijskwaliteit voor Vlaanderen inhoudt, is terug te vinden in het referentiekader voor onderwijskwaliteit5. Het kader kreeg vorm tijdens het schooljaar 2015-2016 en is het resultaat van de samenwerking met en de inbreng van talrijke actoren in het Vlaamse onderwijslandschap. Wetenschappelijk onderzoek over kenmerken van effectieve klas- en schoolpraktijken en praktijkgerichte literatuur onderbouwen de kwaliteitsverwachtingen en -beelden die in het kader geformuleerd zijn. Dit kader vormt de theoretische achtergrond van het onderzoek dat hier voorligt.

Figuur 1: Het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK).

Bovenstaande figuur stelt het OK visueel voor. De buitenste cirkel geeft aan dat context en input een belangrijke invloed hebben op de processen die in een school plaatsvinden. De kern van het referentiekader bestaat uit kwaliteitsverwachtingen. Deze zijn verdeeld over vier rubrieken: (1) resultaten en effecten, (2) ontwikkeling van de lerenden, (3) kwaliteitsontwikkeling en (4) beleid. Het OK ligt aan de basis van het toezichtskader Inspectie 2.0 waar voor het eerst met ontwikkelingsschalen wordt gewerkt. Een ontwikkelingsschaal beschrijft de verschillende ontwikkelingsniveaus ten 5

Zie www.mijnschoolisok.be voor meer informatie over het OK.

9


aanzien van een kwaliteitsverwachting uit het OK. De onderwijsinspecteurs evalueerden de implementatie van de beleidsmaatregel in verband met vervolgschoolcoaching ook aan de hand van een aantal ontwikkelingsschalen. De ontwikkelingsschalen ondersteunden een objectieve en betrouwbare evaluatie en bevorderden de gelijkgerichtheid van de verschillende inspectieteams.

Beleidsleren Leren is een belangrijke voorwaarde om te komen tot veranderingen in beleid. Dit leren of beleidsleren kent verschillende conceptualiseringen. In dit onderzoek maken we gebruik van de psychologische benadering. In deze benadering wordt leren niet aanzien als het opsporen en corrigeren van fouten die gemaakt zijn door mensen (Argyris & SchĂśn, 1978) maar als een blijvende verandering die het resultaat is van nieuwe inzichten over een bepaald beleidsprobleem en het evalueren van opgedane ervaringen (Hall, 1993). Binnen deze benadering onderscheidt men leren op individueel, groeps- of organisatieniveau. In dit onderzoek gaat het over leren op niveau van het individu binnen een school, op niveau van de onthaal- en vervolgschool en op niveau van het onderwijsbeleid. In het eerste geval gaat het over een proces waarin individuen binnen een school nieuwe ideeĂŤn en informatie toevoegen aan de besluitvorming over een bepaald beleid. In de andere gevallen, wanneer leren plaatsvindt op groeps- en organisatieniveau, heeft het eerder een symbolische lading, aangezien deze niveaus niet de cognitieve capaciteiten bezitten om daadwerkelijk te leren (Sabatier, 1988). Dit kader van beleidsleren vormt de theoretische achtergrond voor de onderzoeksvragen over de beleidsevaluatie.

METHODOLOGIE Het onderzoeksdesign Uit het rapport van 2018 bleek dat de context waarin scholen werken, een grote invloed heeft op de wijze waarop zij hun opdracht in het kader van vervolgschoolcoaching realiseren. Dit leidt tot een grote diversiteit in de vormgeving van de vervolgschoolcoaching. Om een zicht te krijgen op de samenwerking tussen vervolg- en onthaalschool in deze diversiteit aan praktijken, koos de onderwijsinspectie voor een kwalitatief onderzoek met gevalstudies. Zo krijgt de onderwijsinspectie een diepgaand zicht op een complexe realiteit (Meulemans, 2013). De gevalstudies verbreden, verdiepen en vervolledigen de beeldvorming uit het rapport van 2018.

De onderzoeksinstrumenten Inschaling Om te evalueren hoe de implementatie van de nieuwe regeling voor vervolgschoolcoaches beantwoordt aan de kwaliteitsverwachtingen voor kwaliteitsontwikkeling, personeelsbeleid en

10


samenwerking (OK) werden de onderstaande ontwikkelingsschalen6 (Inspectie 2.0) weerhouden en inhoudelijk afgestemd op de focus van het onderzoek (expertise-overdracht en -opbouw)7. De inschaling objectiveert in welke ontwikkelingsfase de scholen zich bevinden voor deze focus. 1. Kwaliteitsontwikkeling K1: de schaal visie en strategisch beleid handelt over de gedragenheid van de schooleigen visie op de expertise-overdracht en -opbouw en over de strategieĂŤn die de school inzet om deze visie te realiseren. K2: de schaal organisatiebeleid omvat de mate waarin de school een innovatieve en lerende schoolcultuur heeft. Ook de samenwerkingsverbanden, participatie en de mate van responsiviteit inzake de expertise-overdracht en -opbouw worden hier beschreven. K4: de schaal systematische evaluatie van de kwaliteit onderzoekt de mate waarin de school verschillende aspecten van de expertise-overdracht en -opbouw evalueert en daarbij aandacht heeft voor de onderwijsleerpraktijk. K5: de schaal betrouwbare evaluatie van de kwaliteit handelt over de wijze waarop de school de kwaliteit van de expertise-overdracht en -opbouw doelgericht evalueert op basis van diverse kwalitatieve en kwantitatieve bronnen met aandacht voor de resultaten en effecten bij de ex-onthaalleerlingen. K6: de schaal borgen en bijsturen gaat na of de school zicht heeft op haar sterke punten en werkpunten met betrekking tot de expertise-overdracht en -opbouw, of ze bewaart en verspreidt wat kwaliteitsvol is en of ze verbeteracties ontwikkelt. 2. Personeelsbeleid P1: in de ontwikkelingsschaal selectie en aanwerving gaat het over aanwervingsprocedures en -criteria in functie van de noden van de school inzake de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen. P2: betreft coaching en beoordeling van de vervolgschoolcoaches en van de leraren die instaan voor het vervolgonderwijs. P3: de schaal professionalisering peilt naar het detecteren van noden, en naar de planning en de organisatie van de professionalisering, waarbij naast expertise-ontwikkeling en -deling er ook aandacht is voor de effecten van de professionalisering. P4: betreft de aanvangsbegeleiding van de aangeworven personeelsleden in het kader van vervolgschoolcoaching.

6

De ontwikkelingsschalen (Inspectie 2.0) zijn terug te vinden op www.onderwijsinspectie.be in de rubriek ‘Doorlichten’.

7

De voor dit onderzoek gehanteerde ontwikkelingsschalen zijn terug te vinden in de bijlage.

11


3. Samenwerking: L3: de schaal samenwerking tussen de onthaal- en de vervolgschool brengt in kaart in welke mate de scholen systematisch samenwerken en hun vraag en aanbod baseren op hun noden. De schalen over kwaliteitszorg en personeelsbeleid werden voor de onthaalschool en de vervolgschool afzonderlijk ingeschaald omdat het beleid in beide scholen kan verschillen en de taak van de vervolgschoolcoach specifiek is. De schaal over samenwerking daarentegen werd voor de betrokken scholen samen ingeschaald. Voor elke ontwikkelingsschaal zijn er vier ontwikkelingsniveaus: 1. Beneden de verwachting (rood): er zijn meerdere essentiĂŤle elementen die voor verbetering vatbaar zijn. 2. Benadert de verwachting (oranje): er zijn naast sterke punten ook nog meerdere punten ter verbetering. Daardoor komt het geheel nog niet tegemoet aan de verwachting. 3. Volgens de verwachting (groen): er zijn veel sterke punten en geen belangrijke punten of gebieden ter verbetering. Het geheel komt tegemoet aan de verwachting. 4. Overstijgt de verwachting (blauw): er zijn veel sterke punten, met inbegrip van significante voorbeelden van goede praktijk. Een voorbeeld van goede praktijk voldoet aan minstens vier van de volgende vijf criteria: (1) Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare, (2) heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden, (3) is ingebed in de werking van de instelling of van een deelteam, (4) is onderbouwd vanuit evaluaties of instellingsspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit en (5) kan (na vertaalslag naar een andere context) andere instellingen of andere deelteams inspireren. De inspectieteams voerden semigestructureerde gesprekken met leden van het schoolteam uit zowel het beleids- als het uitvoeringsniveau. Op basis van de documentanalyse en de gesprekken beoordeelden de onderwijsinspecteurs de mate van ontwikkeling ten aanzien van de kwaliteitsverwachting. Gevalstudies Tijdens het onderzoek voor de inschaling verzamelden de inspectieteams gericht bijkomende beschrijvende informatie over de wijze waarop de implementatie van de nieuwe regeling (pijler 2) concreet vorm krijgt in de scholen. Dit met de bedoeling om de lezer een verdiepend zicht te geven op de praktijk in de onderzochte scholen. In de beschrijving van de gevalstudies werd de informatie verzameld met het oog op de inschaling en de bijkomende beschrijvende informatie8, geĂŻntegreerd opgenomen volgens onderstaande structuur.

8

Bijkomende informatiebronnen: schoolportretten, doorlichtingsverslagen, verslagen van GOK-controles, websites van de betrokken scholen, door de scholen aangereikte werkdocumenten.

12


1. Context van de vervolg -en onthaalschool (bijkomende beschrijvende informatie) 2. De expertise-overdracht en -opbouw in verband met de ex-onthaalleerlingen -

Samenwerking: afspraken en communicatie in de samenwerking (ontwikkelingsschaal L3 + andere)

-

Visie en organisatiebeleid (ontwikkelingsschalen K1 en K2)

-

Kwaliteitszorg en -ontwikkeling (ontwikkelingsschalen K4, K5 en K6)

-

Aanwerving en aanvangsbegeleiding (ontwikkelingsschalen P1 en P4)

-

Professionalisering en coaching (ontwikkelingsschalen P2 en P3)

3. Conclusie 4. Aanbevelingen van de scholen aan elkaar en aan andere scholen (bijkomende beschrijvende informatie) Binnen elk thema is, indien mogelijk, de informatie geordend in de volgorde: vervolgschool - onthaalschool - beide scholen. Beleidsaanbevelingen van de scholen Via een semigestructureerd gesprek gericht op de aanbevelingen die de scholen voor elkaar en samen voor de overheid formuleerden, verzamelden de inspectieteams nieuwe informatie voor onderzoeksvraag 6. De aanbevelingen voor elkaar zijn opgenomen in de beschrijving van de gevalstudies. Voor de beleidsaanbevelingen voor het beleid is in een apart hoofdstuk voorzien.

Het onderzoeksscenario Het onderzoek verliep in de geest van Inspectie 2.0. Het vertrok vanuit vertrouwen en tijdens de gesprekken namen de inspectieteams hun stimulerende en verbindende rol op. Voor dit onderzoek gingen twee inspectieteams (van telkens twee onderwijsinspecteurs) aan de slag. De inspecteurs zijn geselecteerd op basis van hun ervaring met onder meer inburgering, NT2, onthaalonderwijs en vervolgschoolcoaching. De inspectieteams trokken twee dagen uit voor het verzamelen van de data. Het onderzoek startte vanuit het perspectief van de onthaalschool die middelen ontvangt om de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs ter harte te nemen. Vanuit die insteek bezocht het inspectieteam de eerste dag de onthaalschool. De volgende dag was de vervolgschool aan de beurt. De inspectieteams voerden semigestructureerde gesprekken met de schoolteams waarin ze vragen stelden die aansloten bij de ontwikkelingsschalen. De ontwikkelingsschalen werden voor de komst van het inspectieteam ter beschikking gesteld aan de betrokken scholen. Meer specifiek begon elke dag met een startgesprek. In dit startgesprek lichtte de onthaalschool toe hoe ze de beslissing neemt over de toekenning van de uren voor de expertise-overdracht en -opbouw in de vervolgscholen. Zowel de onthaal- als de vervolgschool expliciteerden in het startgesprek tevens hoe ze de expertise-overdracht en -opbouw vormgaven en hoe ze samenwerkten. Vervolgens werd er 13


tijd voorzien voor een overleg van het inspectieteam en voor een analyse van de documenten die de school aanreikte om elementen uit de gesprekken te verdiepen, aan te vullen of te nuanceren. In een tussentijds gesprek kregen de schoolteams van beide scholen, bestaande uit de vervolgschoolcoaches en/of de leraren, de gelegenheid toe te lichten hoe de expertise-overdracht en -opbouw concreet verliepen, hoe zij die ervaarden, welke effecten zij vaststelden en op welke wijze zij de kwaliteit van de expertise-overdracht en -opbouw ontwikkelden. Daarop volgde een reflectiegesprek waarin het schoolteam en het inspectieteam gezamenlijk reflecteerden over de onderzoeksvragen. In een afsluitend synthesegesprek reflecteerden, tot slot, het inspectieteam en de schoolteams van de onthaal-en vervolgschool gezamenlijk over de samenwerking tussen de scholen en formuleerden de schoolteams aanbevelingen voor elkaar, voor andere scholen en voor het beleid. De onderwijsinspectie voerde deze gesprekken met een brede variatie aan gesprekspartners: beleidsverantwoordelijken, personeelsleden betrokken bij de aanvangsbegeleiding, lerarencoaches, vervolgschoolcoaches en leraren. De scholen bepaalden zelf wie deelnam aan de gesprekken.

De selectie van de scholen De deelnemende scholen werden aangeschreven op basis van het onderzoek in 2018 (tweede fase). Uit de groep vervolgscholen die op de vragenlijst reageerden, werden de acht scholen geselecteerd die het meeste ex-onthaalleerlingen hadden in hun school in 2017-2018. De onderwijsinspectie contacteerde deze scholen, informeerde hen over de doelstelling van het onderzoek en vroeg hen deel te nemen. Ze benadrukte dat het onderzoek losstond van de doorlichtingscyclus. De vervolgscholen kregen de vrijheid zelf te bepalen welke onthaalschool zij bij het onderzoek wensten te betrekken. Deze onthaalscholen werden op hun beurt door de onderwijsinspectie gecontacteerd en geïnformeerd over het onderzoek met de vraag om deel te nemen. Alle scholen zijn op de vraag van de onderwijsinspectie ingegaan. De scholen werkten - ondanks de moeilijke timing (juni) - op vrijwillige basis mee aan het onderzoek. De acht vervolgscholen zijn geografisch verspreid over de provincies Antwerpen (vier scholen), OostVlaanderen (drie scholen) en West-Vlaanderen (één school). Twee ervan zijn gelegen in een grootstad, de andere in verschillende provinciesteden. De onderwijsverstrekkers van het vrij gesubsidieerd katholiek onderwijs waren vertegenwoordigd met drie scholen, het vrij gesubsidieerd officieel stedelijk onderwijs met twee scholen en het GO! met drie scholen. Zes scholen bieden voltijds secundair onderwijs aan, twee scholen bieden deeltijds beroepsonderwijs aan. Het aantal ex-onthaalleerlingen in deze scholen heeft in het schooljaar 2017 - 2018 een bereik van 35 tot 100 met 48 als mediaan. De zeven onthaalscholen zijn geografisch gespreid over de provincies Antwerpen (vier scholen), OostVlaanderen (twee scholen) en West-Vlaanderen (één school). Twee ervan zijn gelegen in een grootstad, de andere in verschillende provinciesteden. De onderwijsverstrekkers van het vrij gesubsidieerd katholiek onderwijs waren vertegenwoordigd met drie scholen, het vrij gesubsidieerd officieel stedelijk onderwijs en het GO! elk met twee scholen. De onderwijsinspectie onderzocht de samenwerking tussen deze acht vervolgscholen en zeven onthaalscholen in zeven gevalstudies. Zes ervan beschrijven en 14


beoordelen de samenwerking tussen een onthaalschool en één van haar vervolgscholen. In de zevende gevalstudie zijn drie scholen betrokken: één onthaalschool en twee van haar vervolgscholen.

15


III.

DE ZEVEN GEVALSTUDIES

INLEIDING In dit hoofdstuk geven we een beschrijving van de zeven gevalstudies. Elke beschrijving volgt dezelfde structuur. De conclusie per gevalstudie kan niet gegeneraliseerd worden voor de volledige werking van de betrokken scholen. Bij de vervolgschool stromen immers ex-onthaalleerlingen in uit verschillende onthaalscholen. De vervolgschool heeft dus contacten met verschillende vervolgschoolcoaches en deze contacten zijn verschillend qua intensiteit en kwaliteit. De ex-onthaalleerlingen van een onthaalschool zitten eveneens verspreid over meerdere vervolgscholen. Ook daar zijn er verschillen in de intensiteit van de samenwerking. Daarenboven bestuderen we in dit onderzoek enkel een beperkt aspect van de kwaliteitsontwikkeling. We doen met andere woorden geen uitspraak over het schoolbrede beleid.

GEVALSTUDIE 1 Context van de vervolg -en de onthaalschool De vervolgschool bereikt op één campus ruim 1.100 leerlingen, waarvan er 46 ex-onthaalleerling zijn, met een brede waaier van studierichtingen uit bso, kso en tso (2018-2019). De vervolgschool organiseert de studiegebieden Beeldende kunsten, Decoratieve technieken, Handel, Lichaamsverzorging, Toerisme en Voeding thematisch zodat de onderwijsvormen wat naar de achtergrond verdwijnen. Uit het GOK-verslag (2016-2017) blijkt dat de school op het moment van de controle een onstabiel personeelsbestand kent door opeenvolgende wissels en veel tijdelijke vervangingen. Ook lopen er een groot aantal leerlingen school met leerachterstand. De onthaalschool is één van de zes onthaalscholen die leerlingen begeleidt in deze vervolgschool. Verspreid over vijf vestigingsplaatsen, die allen binnen de centrumstad liggen, volgen hier ruim 1000 leerlingen les waarvan 59 in het onthaaljaar (schooljaar 2018-2019). De onthaalschool biedt een zesjarige cyclus aan en onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. De leerlingen kunnen bso- of tso-studierichtingen in de studiegebieden Auto, Bouw, Hout of Mechanica-elektriciteit volgen. De leerlingenpopulatie scoort hoog op de GOK-indicatoren zoals thuistaal en opleiding moeder. Een groot aantal leerlingen heeft een leerachterstand. Verder is er een groep anderstaligen en een instroom leerlingen uit het buitengewoon onderwijs. De ex-onthaalleerlingen zijn verspreid over een 16-tal vervolgscholen; met zes ervan werkt de onthaalschool intensief samen. Beide scholen liggen in een centrumstad op relatief korte afstand van elkaar en behoren tot dezelfde scholengemeenschap. Binnen deze scholengemeenschap geldt de afspraak dat de scholen geen flexibele leertrajecten aanbieden. 16


De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie In de vervolgschool werkt de vervolgschoolcoach volledig vraaggestuurd. Individuele leraren die een hulpvraag stellen, worden ondersteund. De communicatie hierover verloopt vrij doelgericht. De klassenraad waarop de vervolgschoolcoach aanwezig is, vormt een belangrijk forum om informatie over de ex-onthaalleerlingen door te geven aan het lerarenteam. Zo bouwt de vervolgschoolcoach ook aan de expertise-overdracht. De onthaalschool beslist over de toekenning van de uren vervolgschoolcoaching voor de expertiseoverdracht en - opbouw in de vervolgscholen. Ze communiceert via de vervolgschoolcoach met de vervolgschool op strategische momenten zoals het inschrijvingsmoment en de klassenraden. Deze communicatie is sterk en doelgericht, maar blijft beperkt tot de begeleiding van de ex-onthaalleerlingen. Over haar expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren van de vervolgschool communiceert de onthaalschool weinig of niet. Er zijn weinig of geen expliciete of structurele afspraken tussen de beide scholen in verband met het versterken van het lerarenteam van de vervolgschool. Ook de transparantie, de frequentie en de doelgerichtheid van de communicatie tussen beide scholen over hun samenwerking in dat verband kunnen beter. Visie en organisatiebeleid De vervolgschool kent een sterke leerling-ondersteunende cultuur en wil via de expertise-overdracht en expertise-opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen bij haar leraren ook de integratie en slaagkansen van deze leerlingen bevorderen. Ze integreert het beleid in verband met de ex-onthaalleerlingen in de leerlingenbegeleiding, het GOK-beleid en het talenbeleid. De onderlinge afstemming tussen deze beleidsdomeinen ontbreekt. Spilfiguur in de samenwerking tussen beide scholen en in de interne werking van de vervolgschool is de GOK-coรถrdinator, die zelf onvoldoende zicht heeft op de opdrachten van de vervolgschoolcoach zoals die bij BVR9 zijn vastgelegd. Beiden, vervolgschoolcoach en GOK-coรถrdinator, hebben een sterke professionele en duurzame relatie opgebouwd. De ondersteunende schoolcultuur, de ervaringen van de school, de nabijheid van de vervolgschoolcoach en de grote betrokkenheid en aanspreekbaarheid van de GOK-coรถrdinator zijn in dit geval een garantie dat de leraren kansen krijgen om zich professioneel te ontwikkelen met betrekking tot de doelgroep. De vervolgschool heeft vooral aandacht voor de aanvaarding van de aanwezigheid van de vervolgschoolcoach op de werkvloer en benadrukt het belang van zijn/haar expertise. Zij zorgt ook voor

9

BVR van 24 mei 2002 inzake de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs (artikel 5, ยง2)

17


praktisch-organisatorische ondersteuning. De vervolgschoolcoach is de verbindingsfiguur tussen verschillende betrokkenen zoals leraar, leerling, ouders, CLB, Agentschap Inburgering enz. De onthaalschool wil via de expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren in de vervolgschool de onderwijsloopbaan van de ex-onthaalleerlingen optimaliseren. Binnen het team van de vervolgschoolcoaches vindt deze visie zichtbaar ingang. De onthaalschool heeft een duidelijke visie op de rol van de vervolgschoolcoach en stelde op basis daarvan een deontologische code op. De ondersteuning van de leraren in de vervolgschool moet laagdrempelig zijn, niet opdringerig, gegeven vanuit bescheidenheid en hulpvaardigheid en in het belang van leerlingen. De onthaalschool geeft het werken aan expertiseoverdracht en -opbouw vorm via persoonlijk contact met de leraren van de vervolgschool en een vraaggestuurd aanbod. De vervolgschoolcoaches maken onderling een taakverdeling op, waarbij zij het volle vertrouwen krijgen dat er voldoende evenwicht is tussen de verschillende opdrachten. Zij werken zeer zelfstandig en vraaggestuurd en bouwen aan de expertise van het lerarenteam via de begeleiding van de individuele ex-onthaalleerling. In beide scholen is de interne communicatie betreffende de (ex-)onthaalleerlingen sterk. Zij laten echter beiden na doelstellingen te expliciteren in verband met de specifieke noden van de leraren die aan ex-onthaalleerlingen lesgeven. De scholen laten kansen liggen om de expertiseoverdracht en -opbouw doelgericht, planmatig en systematisch op te nemen. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Beide scholen hebben nog een hele weg af te leggen in de kwaliteitsontwikkeling met betrekking tot de versterking van het vervolgschoolteam. Zij hebben nog geen antwoord op de vraag wie die effecten het best in kaart brengt en op welke wijze en met behulp van welke bronnen dat best gebeurt. Zij hebben slechts een onvolledig zicht op de sterktes en werkpunten van de expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren van de vervolgschool en hun samenwerking daaromtrent. Een gebrek aan doelgerichtheid en bijhorende prioritering spelen hierin een belangrijke rol. De beide scholen laten kansen liggen om hun samenwerking aan de hand van evaluaties te objectiveren en bij te stellen. Om te bevestigen dat het begrip en de kennis van de leraren met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen verbetert, overstijgen de scholen hun ervaringen of perceptie niet. Ze gaan niet actief noch systematisch op zoek naar bronnen om hier zicht op te krijgen of hun samenwerking en het functioneren van de vervolgschoolcoach naar aanleiding daarvan bij te sturen. Aanwerving en aanvangsbegeleiding De vervolgschool gebruikt duidelijke criteria bij het selecteren en aanwerven van nieuwe teamleden. Ze houdt bij selectie en aanwerving impliciet rekening met de competenties die de schoolwerking met betrekking tot ex-onthaalleerlingen kunnen versterken. Zij gaat onder andere de bereidheid van de kandidaten na tot zorg voor en ondersteuning van de leerlingen en peilt naar de aanwezige 18


competenties betreffende klasmanagement. Om de teamleden optimaal te kunnen inzetten, heeft de vervolgschool te weinig zicht op de competenties van het aanwezige personeel op teamniveau en vakgroepniveau. De onthaalschool hanteert een specifieke functieomschrijving en duidelijke criteria voor aanwerving van vervolgschoolcoaches. Expliciet geformuleerde samenwerkingsafspraken met de vervolgscholen krijgen hier echter geen plaats. Beide scholen richten de aanvangsbegeleiding van de teamleden en de vervolgschoolcoaches respectievelijk op de integratie in hun schoolwerking en in elkaars huidige vorm van samenwerking. Professionalisering en coaching De vervolgschool bevraagt haar lerarenteam en kent op die manier de professionaliseringnoden van haar individuele leraren. De professionalisering met betrekking tot ex-onthaalleerlingen is weinig systematisch of doelgericht uitgebouwd vanuit prioritaire doelen op schoolniveau. De onthaalschool laat het thema van vervolgschoolcoach als externe partner die de deskundigheid van collega’s in een andere school ontwikkelt, nauwelijks aan bod komen in een bewust vormgegeven tra� ject. De vervolgschoolcoaches krijgen nagenoeg geen feedback over de manier waarop zij de opdracht met betrekking tot de expertise-overdracht en -opbouw bij leraren in de vervolgschool vervullen.

Conclusie De samenwerking tussen beide onderzochte scholen is sterk gericht op de individuele begeleiding van de ex-onthaalleerlingen en wordt weinig bewust opgetrokken naar expertise-ontwikkeling in het schoolteam. Voor die pijler kenmerkt de samenwerking zich door een vraaggestuurde aanpak waarbij de nadruk ligt op expertise-overdracht op strategische momenten. De samenwerkingsafspraken zijn gekend, maar niet altijd transparant omdat ze veelal mondeling blijven en verder bouwen op de duurzame relatie die de scholen ontwikkelden. De vervolgschoolcoach botst ook op zijn rol als externe en stelt zich bescheiden op. De expertise-ontwikkeling bij het vervolgschoolteam vraagt meer doelgerichte aandacht, al heeft de school op dat vlak al een interessant traject achter de rug op het vlak van taalontwikkelend lesgeven. Expliciet geformuleerde samenwerkingsafspraken en concrete doelstellingen op lerarenniveau zouden de kwaliteit van de werking verbeteren en een objectievere kwaliteitsbewaking mogelijk maken.

19


Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Maak werk van duidelijke en functionele schoolspecifieke samenwerkingsafspraken met de onthaalscholen via verschillende overlegfora, zoals de scholengemeenschap. De directies kunnen hun intermediaire rol op dit vlak versterken. Aan onthaalscholen Geen

20


GEVALSTUDIE 2 Context van de vervolg -en de onthaalschool De vervolgschool telt onder de 491 leerlingen meer dan 50 nationaliteiten. In het schooljaar 20182019 liepen er 65 ex-onthaalleerlingen school. In 2017 had bijna 60 % van de leerlingen een andere thuistaal dan het Nederlands. Veel leerlingen hebben een schoolse achterstand en scoren hoog op de GOK-indicatoren (GOK-controle 2013-2014). De vervolgschool heeft twee vestigingsplaatsen, waarvan één met een eerste graad en een studieaanbod voor de tweede en derde graad bso en tso binnen het studiegebied Handel. Op de tweede vestigingsplaats is er een eerste graad B-stroom en een studieaanbod voor de tweede en derde graad bso en tso binnen de studiegebieden Lichaamsverzorging en Personenzorg. Ook de onthaalschool organiseert haar onderwijs op twee vestigingsplaatsen. Er is een eerste graad Astroom en een tweede en derde graad aso in de ene vestigingsplaats en een eerste graad B-stroom en onthaalklassen in de andere. De onthaalschool telt 622 leerlingen waarvan er 296 les volgen in het onthaaljaar (schooljaar 2018-2019). Typerend voor de instroom is ook hier het grote aantal leerlingen met een andere nationaliteit en met een andere thuistaal dan het Nederlands. Naast de taalproblemen heeft een groot aantal leerlingen leerachterstand of specifieke noden. De negen vervolgschoolcoaches werken samen met een dertigtal vervolgscholen. Beide scholen liggen in een centrumstad en behoren tot dezelfde scholengemeenschap. Deze scholen hebben beide te maken met de typische grootstedelijke context van multiculturaliteit en kansarmoede. Zij hebben een vergelijkbare leerlingenpopulatie.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De vervolg -en onthaalschool hebben een aantal afspraken, maar deze zijn niet altijd doelgericht geformuleerd met het oog op overdracht van expertise en een duurzame implementatie daarvan. Beide scholen vormden enkele jaren geleden samen één school waardoor hun talrijke contacten en uitwisselingen organisch gegroeid zijn. In beide scholen kan de communicatie met interne en externe belanghebbenden én met elkaar beter qua transparantie, frequentie en doelgerichtheid. De directeurs die betrokken zijn bij het onderwijs aan (ex-)onthaalleerlingen, overleggen samen met de schoolbesturen over de beschikbare uren en verdelen deze onder de scholen op basis van een beginsituatieanalyse en de ondersteuningsnoden van de scholen. Zij reserveren daarbij 50 % van de uren voor de expertise-overdracht en -opbouw in de vervolgscholen.

21


Visie en organisatiebeleid De vervolgschool heeft in functie van haar leerlingeninstroom in de loop van de jaren een stevige en brede leerlingenbegeleiding uitgebouwd. Deze wordt gerealiseerd door vier psychosociale begeleiders, twee coaches leerzorg, drie taalankers, ĂŠĂŠn leerloopbaanbegeleider en twee NODO+ 10 coaches. Het is in dit systeem dat de vervolgschoolcoach wordt opgenomen. De vervolgschool hanteert de NODO+ methodiek die volop inzet op taalontwikkelend onderwijs volgens een afbouwende lijn van ondersteuning. Doel is dat leraren aan het einde van het traject zelf deskundig zijn en vervolgens NODO+ coach worden of via vakgroepen expertise binnen de school doorgeven volgens het olievlekprincipe. De leraren worden op vrijwillige basis begeleid door de coach. Dit blijkt te werken ook al is dit, zo geeft de school aan, een traag proces. De vervolgschool heeft nog een weg te gaan om echt schoolbreed te werken op dit vlak. Het beleid van de vervolgschool is gericht op alle leerlingen. De vervolgschool stelt dat de noden van hun leerlingen en de noden van de ex-onthaalleerlingen in die mate gelijklopend zijn dat zij geen specifiek beleid ontwikkelen voor de ex-onthaalleerlingen. De vervolgschool wil voornamelijk verder inzetten op brede basiszorg en verhoogde zorg. De onthaalschool zet op dit moment, volgens de gemaakte afspraken, de vervolgschoolcoach vooral in voor de begeleiding van de ex-onthaalleerlingen en taalgericht vakonderwijs. Hun inbreng betreffende het socio-emotionele domein, meertaligheid en het multiculturele aspect is veeleer beperkt. Beide scholen streven in hun samenwerking naar het versterken van het lerarenteam van de vervolgschool in taalgericht vakonderwijs zodat de leraren met een groeiende zelfstandigheid de ex-onthaalleerlingen op dat vlak kunnen ondersteunen. Er is een model beschikbaar dat de verschillende ondersteuningsrollen, die vorm krijgen op leerling-, leraar- en/of beleidsniveau visualiseert. In het gepresenteerde model is de vervolgschoolcoach voornamelijk op het leerlingenniveau ingeschreven. Deze wijze van werken is bottom up ontstaan bij een aantal scholen, waaronder de hier betrokken onthaalschool. De inrichtende macht heeft deze ontwikkeling opgemerkt, verder ondersteund en verspreid naar andere scholen. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling De vervolgschool heeft aandacht voor de kwaliteitsbewaking en ondernam acties om deze af te stemmen met het nieuwe referentiekader voor onderwijskwaliteit (het OK). De school evalueert verschillende aspecten van de schoolwerking met betrekking tot de expertise-overdracht en -opbouw bij haar leraren betreffende de ex-onthaalleerlingen. De evaluatie is weinig systematisch en beperkt specifiek afgestemd op de vervolgschoolcoaching. Omdat er daarvoor geen operationele doelen geformuleerd zijn, heeft de school een onvolledig zicht op de effecten van haar werking op dat vlak. De 10

NODO+: https://sites.google.com/a/vdab.be/nodotaalcoaching/

22


systematische dataverzameling daaromtrent blijft vrij beperkt. De vervolgschool bewaart en verspreidt niet altijd wat goed is. Voor de onthaalschool geldt hetzelfde verhaal. Zij verzamelt via overleg met een aantal betrokkenen informatie over haar sterke punten en werkpunten en stuurt de werking van de vervolgschoolcoaches op basis daarvan bij. Het formuleren van doelen, de plaatsing ervan binnen een systematiek met aandacht voor de resultaten en effecten van dit specifieke aspect binnen de werking van de vervolgschoolcoaches, namelijk de expertise-overdracht en opbouw van de leraren in de vervolgschool, is nog een aandachtspunt. Aanwerving en aanvangsbegeleiding De vervolgschool gebruikt bij de selectie en aanwerving van personeelsleden duidelijke criteria en een nauwkeurig uitgewerkte procedure, waarbij zij de vakgroepen actief betrekt. De nieuwe leraren volgen vanaf half augustus een traject waarbij de expertise van verschillende personeelsleden wordt ingezet om de nieuwelingen te integreren in de schoolwerking. Ook de onthaalschool gebruikt heldere criteria bij het selecteren en aanwerven van vervolgschoolcoaches. Ze houdt daarbij rekening met een aantal competenties met betrekking tot (ex-)onthaalleerlingen die haar schoolwerking op dat vlak kunnen versterken. De aanvangsbegeleiding van de beginnende vervolgschoolcoaches is beperkt gekoppeld aan hun individuele noden. Professionalisering en coaching De teamleden van de vervolgschool krijgen geregeld feedback over de manier waarop ze hun kennis van en expertise met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen vergroten. Het beleid voert formele en informele gesprekken met de teamleden. In de onthaalschool is de evaluatiecyclus weinig geformaliseerd en beperkt onderbouwd. Bij de vervolgschoolcoaches is er meer nood aan praktijkondersteuning en feedback dan de onthaalschool biedt. Het socio-emotionele domein, multiculturaliteit en meertaligheid blijven in de professionalisering wat onderbelicht.

Conclusie Het inspectieteam trof in deze case een redelijk positief verhaal aan met een beperkte positieve impact op de deskundigheidsbevordering en -overdracht in de scholen die in het onderzoek betrokken waren. Een sterk punt is de vervolgschoolcoaching op drie niveaus: leerling-, leraar- en beleidsniveau door respectievelijk de vervolgschoolcoach, de NODO+-taalcoach en ondersteuningscoach. Beide scholen werken systematisch samen, maar deze samenwerking kan planmatiger en transparanter door middel van schoolspecifieke samenwerkingsafspraken.

23


Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Voorzie in een centraal aanspreekpunt voor de vervolgschoolcoaches.

•

Bereid de toelatingsklassenraden goed voor en bewaak de kwaliteit ervan. Deze klassenraad beoordeelt of een leerling aan de toelatingsvoorwaarden voor een leerjaar voldoet. Wanneer het gaat over scholen in een grootstedelijke context is aandacht voor de haalbaarheid voor de school belangrijk omwille van het grote aantal (ex-)OKAN-leerlingen.

•

Herbekijk de termijn voor de toelatingsklassenraden voor de ex-OKAN-leerling.

Aan onthaalscholen •

Zorg ervoor dat het doorstroomdossier met de evaluatie en rapportering van de OKANleerlingen effectief doorstroomt naar de vervolgschool zodat de beginsituatieanalyse optimaal kan gebeuren.

•

Beschrijf de rollen zo specifiek mogelijk zodat vervolgscholen weten bij wie ze terecht kunnen voor een specifieke vraag.

24


GEVALSTUDIE 3 Context van de vervolg- en de onthaalschool De vervolgschool maakt deel uit van een pedagogisch geheel met ruim 2500 leerlingen en bijna 500 personeelsleden. Dit geheel biedt een brede waaier van studierichtingen aan, verspreid over drie campussen. Er is een eerste graad en een bovenbouw die is opgedeeld in verschillende studiedomeinen. De vervolgschool werkt samen met twee onthaalscholen en twee vervolgschoolcoaches en kent een groeiende taalheterogeniteit. De cijfers waarover de onderwijsinspectie beschikt, zijn gebaseerd op het administratief nummer van de verschillende scholen. Omdat deze scholen zich in realiteit op een andere (meer inhoudelijke) manier organiseren, geven deze cijfers geen accuraat beeld. Het is dan ook niet mogelijk om op basis daarvan de kenmerken van de leerlingenpopulatie te schetsen. In het schooljaar 2018-2019 liepen hier 100 ex-onthaalleerlingen school. De onthaalschool telt 891 leerlingen waarvan er 119 les volgen in het onthaaljaar (schooljaar 20182019). De school biedt hoofdzakelijk onderwijs aan in de gezondheids- en welzijnszorg. Naast een derde graad technisch en (hoger) beroepsonderwijs organiseert de school de onthaalklassen op verschillende vestigingsplaatsen. De onthaalschool ondersteunt een zestal vervolgscholen. Beide scholen zijn gelegen in een centrumstad op relatief korte afstand van elkaar en werken sinds drie jaar samen. Zij behoren tot twee verschillende scholengemeenschappen. Voor OKAN zijn er samenwerkingsverbanden binnen de scholengemeenschappen.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De vervolgschool bestempelt de communicatie met de onthaalschool als voldoende helder. Toch blijkt dat de vervolgschool vooral communiceert over de begeleiding van de individuele ex-onthaalleerlingen en slechts indirect over de expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren. De onthaalschool doet een voorstel voor de verdeling van de beschikbare uren voor OKAN en vervolgschoolcoaching. De twee scholengemeenschappen nemen de uiteindelijke beslissing in onderling overleg. Beide scholen maken voornamelijk mondelinge afspraken over praktische en organisatorische zaken. Deze samenwerkingsafspraken zijn beperkt geĂŤxpliciteerd en niet gekoppeld aan evalueerbare doelen. Ze zijn weinig ondersteunend en weinig resultaatsgericht. Voldoende tijd vrij maken voor het opmaken en opvolgen van kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken die resultaatsgericht geformuleerd zijn, wint langzaam aan belang in beide scholen.

25


De communicatie tussen beide scholen verloopt via overlegstructuren en persoonlijke contacten. De transparantie en de frequentie van de communicatie kunnen nog beter. Aandachtspunten zijn onder andere het stroomlijnen van de communicatiekanalen en -momenten en de doelgerichtheid ervan. Visie en organisatiebeleid De vervolgschool heeft in het verleden, voor het ontstaan van de vervolgschoolcoaches, ervoor gekozen om binnen het eigen personeelsbestand de aanwezige competenties in te zetten en specifieke functies te creëren in functie van de ex-onthaalleerlingen. De vervolgschool werkte en werkt met leerlingenbegeleiders, interne taalondersteuners en leraren met taakdifferentiatie via de GOK-uren. Dit uit een nood waaraan de toenmalige trajectbegeleiders van de onthaalschool niet tegemoet konden komen omdat zij met de beschikbare uren voornamelijk individuele ex-onthaalleerlingen begeleidden. Met de komst van de vervolgschoolcoaches, rekende de vervolgschool op het olievlekprincipe om de expertise van de onthaalschool via de vakgroepen over het hele schoolteam te verspreiden. De vervolgschool nam haar regierol echter te beperkt op waardoor het olievlekprincipe onvoldoende krachtig was. De vervolgschoolcoach wordt weinig structureel betrokken in de schoolwerking. De leraren krijgen ook veel autonomie om te bepalen welke professionaliseringsinitiatieven ze nemen. De onthaalschool maakt een onderscheid tussen de trajectbegeleiders, die de ex-onthaalleerlingen zoals in het verleden, individueel opvolgen in hun schoolloopbaan, en de taalondersteuners, die de opdracht hebben de leraren in de vervolgschool ondersteuning aan te bieden en hen zelfredzamer te maken in hun lespraktijk wat betreft ex-onthaalleerlingen. De onthaalschool bracht in het schooljaar 2018-2019 een project binnen in de vervolgschool dat zorgde voor een kantelmoment in de samenwerking. De vervolgschool geeft aan welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. De taalondersteuner komt mee in de klas en coacht leerling én leraar samen. Op die manier groeien de competenties van de betrokken leraren. Het binnen dit project ontwikkeld ondersteunend materiaal is nog niet volledig hertaald naar de context van de vervolgschool. Voor beide scholen was de samenwerking zoals bedoeld in de regelgeving een zoektocht. Welke procedures en scenario’s zijn efficiënt? Waar vind je ondersteunend materiaal voor de leraren van de vervolgschool? Beide scholen zijn door personeelswissels in het verleden er zich ook van bewust dat ‘vaste’ verbindingspersonen en duurzame professionele relaties de onderlinge samenwerking bevor‐ deren. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling De vervolgschool volgt weinig doelgericht op of haar activiteiten leiden tot meer expertise in het schoolteam. Zij heeft een aantal rijke informatiebronnen binnen handbereik zoals de verslagen van de taalondersteuners en de overlegmomenten met de onthaalschool en de scholengemeenschappen. Ze

26


gebruikt deze bronnen nog niet om sterke punten en werkpunten te ontdekken en op basis daarvan te borgen of bij te sturen. Voor de onthaalschool geldt hetzelfde verhaal. De school heeft oog voor de resultaten en effecten van haar acties via observaties in de klassen en gesprekken met leerlingen en vervolgschoolcoaches. Ze zet deze echter niet in om haar werking en te verbeteren en te evalueren. Ook hier blijven een aantal rijke informatiebronnen zoals de logboeken en de NODO+-fiches ongebruikt. Beide scholen hebben een onvolledig zicht op de sterke punten en de werkpunten voor de expertiseoverdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren. De scholen handelen op basis van ervaring, perceptie en intuĂŻtie. Dat heeft al geleid tot kwalitatieve aanpassingen, maar evenzeer bewaren en verspreiden ze niet altijd wat goed is. De relatie tussen de visie en de acties wordt niet ondersteund door een heldere formulering van doelen, gekoppeld aan concrete succesfactoren. Het is dan ook moeilijk om op een minder subjectieve manier na te gaan of de activiteiten een meerwaarde betekenen. Aanwerving en aanvangsbegeleiding De vervolgschool laat kansen liggen om bij de selectie en aanwerving rekening te houden met de competenties die de schoolwerking op het vlak van ex-onthaalleerlingen kunnen versterken. De begeleiding van beginnende teamleden is via een systematisch traject gericht op de integratie in de schoolwerking. De vervolgschool koppelt deze aanvangsbegeleiding niet aan doelen in verband met de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen of individuele noden van het nieuwe personeelslid. De onthaalschool gebruikt bij het selecteren en aanwerven van de vervolgschoolcoaches duidelijke criteria, die systematisch afgetoetst en toegepast worden. Deze criteria hebben betrekking op de competenties die vereist zijn om de taak van vervolgschoolcoach op te nemen. De aanvangsbegeleiding van beginnende vervolgschoolcoaches is gericht op hun integratie in de schoolwerking en de samenwerking met de vervolgschool. De school heeft aandacht voor hun individuele noden, voor praktijkondersteuning en feedback via de functioneringsgesprekken tijdens de eerste drie jaren van tewerkstelling. Professionalisering en coaching De vervolgschool heeft weinig zicht op de competenties van het hele lerarenteam en deelteams zoals de vakgroepen. De leraren van de vervolgschool zijn weinig vertrouwd met de specifieke problematiek van ex-onthaalleerlingen. De vervolgschool geeft aan dat bij de leraren de nood aan ondersteuning pas ontstaat als ze effectief aan de slag moeten gaan met individuele ex-onthaalleerlingen. De vervolgschool schept mogelijkheden tot informeel overleg tussen de teamleden om hun expertise te ontwikkelen, maar geeft de leraren veel autonomie in hun professionaliseringkeuzes. Ze voert 27


informele en formele gesprekken met de teamleden en heeft gerichte aandacht voor expertise-ontwikkeling met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen tijdens de functioneringsgesprekken. De onthaalschool is, gezien de onbekendheid van het lerarenteam van de vervolgschool met de problematiek, gestart met sensibilisering. Hoewel de onthaalschool sinds het verhogen van de middelen vooral wil inzetten op het overdragen en opbouwen van expertise bij dit lerarenteam, vragen zij nog steeds naar individuele ondersteuning van de ex-onthaalleerlingen door de taalondersteuners. De onthaalschool geeft in het nascholingsbeleid weinig ruimte aan voor de taak die de vervolgschoolcoaches uitvoeren in verband met de expertise-overdracht en -opbouw van de lerarenteams in de vervolgscholen. De onthaalschool ondersteunt de vervolgschoolcoaches onder andere door informele gesprekken te voeren met de coördinator van de vervolgschoolcoaching.

Conclusie De beide schoolvisies op het versterken van de expertise-ontwikkeling bij de leraren van de vervolgschool zijn - na een moeizame opstart - geleidelijk meer op elkaar afgestemd. Er zijn echter nog geen transparante en schoolspecifieke samenwerkingsafspraken die voldoende verankerd zijn in de schoolwerking en voldoende resultaatsgericht zijn om de samenwerking doelgericht vorm te geven en van daaruit de expertise-ontwikkeling van de leraren aan te sturen. De scholen versterken voornamelijk op een vraaggestuurde manier de individuele leraren binnen een specifiek taalontwikkelingsondersteunend project. Afhankelijk van de interne organisatie, de doelstellingen en interne expertise van de vervolgschool ontstaan samenwerkingsverbanden waarbij de onthaalschool meer of minder hulpvragen krijgt van de vervolgschool. Er gebeurt weinig afstemming van vraag en aanbod en ook de systematische versterking van de schoolwerking krijgt beperkte aandacht.

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Zorg voor ‘vaste’ verbindingspersonen. Duurzame professionele relaties bevorderen immers de samenwerking met de onthaalscholen.

•

Maak voldoende tijd vrij voor het opmaken en opvolgen van kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken. Formuleer ze voldoende resultaatsgericht. Bewaak daarbij de afstemming met de verwachtingen van de onthaalschool.

Aan de onthaalschool •

Zorg voor ‘vaste’ verbindingspersonen. Duurzame professionele relaties bevorderen een afstemming op de specificiteit van het schoolprofiel.

•

Het is zinvol te werken via pijler 1 om effecten te creëren in pijler 2. Via positieve ervaringen door de geboden professionele ondersteuning in de concrete klaspraktijk kan je bij de leraren engagement en openheid creëren en van daaruit de transfer tussen beide pijlers 28


faciliteren. Neem tegelijk ook gerichte initiatieven om de expertise van leraren duurzaam te ontwikkelen. •

Houd rekening met de specifieke context van de vervolgschool. Werken op maat vereist een werking en uitbouw op langere termijn.

•

Maak voldoende tijd vrij voor het opmaken en opvolgen van kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken. Formuleer ze voldoende resultaatsgericht. Bewaak daarbij de afstemming met de decretale opdracht en de verwachtingen van de vervolgschool.

•

Geef een duidelijk mandaat aan vervolgschoolcoaches en versterk hen om leraren te coachen.

29


GEVALSTUDIE 4 Context van de vervolg -en de onthaalschool De vervolgschool biedt op vier vestigingsplaatsen deeltijds beroepsonderwijs aan, zowel lineair als modulair. Ze telt 281 leerlingen, waarvan er 35 ex-onthaalleerling zijn (schooljaar 2018-2019). Ze biedt studierichtingen van de harde en de zachte sector aan. De leerlingenpopulatie is onstabiel door het aantal neveninstromers en uitstromers. De werking van de vervolgschool onderging in 2015 een grondige bijsturing. Men reduceerde het aantal vestigingsplaatsen van zeven naar vier en rationaliseerde het versnipperde aanbod. Op het moment van het onderzoek had de school pas (na een doorlichting met een ongunstig advies) een paritair college op bezoek gehad met een gunstig advies als gevolg. Deze vervolgschool werkt samen met drie onthaalscholen De onthaalschool organiseert, naast onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers, een eerste graad A-stroom, een tweede en derde graad aso en bso/tso met studierichtingen uit het studiegebied Handel en Toerisme. Hier lopen 577 leerlingen school waarvan er 92 in het onthaaljaar zijn ingeschreven (schooljaar 2018-2019). Beide scholen liggen in dezelfde centrumstad, maar horen bij een andere inrichtende macht. Ze bieden onderwijs aan binnen de grootstedelijke context van multiculturaliteit en kansarmoede en hebben een vergelijkbare leerlingenpopulatie: talrijke verschillende nationaliteiten, een groot aantal leerlingen met leerachterstand en met een andere thuistaal dan het Nederlands.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De vervolgschool communiceert weinig of niet over haar expertise-overdracht en -opbouw in functie van de ex-onthaalleerlingen bij haar leraren. Enkele leraren bleken niet op de hoogte te zijn van het bestaan van vervolgschoolcoaches. De onthaalschool geeft aan dat er netoverschrijdende afspraken zijn over de toegekende middelen, die verdeeld worden per net en binnen het net blijven. Hun scholengemeenschap organiseert schooloverstijgende werkgroepen, waar ook de opvolging van de ex-onthaalleerlingen op de agenda staat en waar beleidsopties ontwikkeld worden en expertise uitgewisseld. De onthaalschool communiceert frequent, transparant en doelgericht. Ze heeft bijvoorbeeld brochures die duidelijk maken wat een vervolgschoolcoach doet en welk ondersteuningsaanbod beschikbaar is. Dit bevordert de gelijkgerichte communicatie met alle vervolgscholen. Daarbij gaat er ook aandacht naar de expertise-overdracht in de vervolgscholen. Deze beide scholen hebben onderling geen specifieke samenwerkingsafspraken in verband met expertise-overdracht en -opbouw van de leraren in de betrokken vervolgschool. 30


Visie en organisatiebeleid De vervolgschool zet in functie van al haar leerlingen vooral in op taalontwikkelend vakonderwijs. De vervolgschool uitte tijdens de gesprekken de bezorgdheid dat de toeleiding van ex-onthaalleerlingen naar deeltijds beroepsonderwijs niet aansluit bij de motivatie en Nederlandse taalvaardigheid van deze leerlingen. Daardoor, zo meent de school, schept men bij deze leerlingen valse verwachtingen vooral in verband met werkplekleren. In de vervolgschool is taalontwikkelend vakonderwijs een vast agendapunt voor de vakgroepen. Ook organiseert zij een aparte taalklas voor de leerlingen die daar nood aan hebben en dat zijn niet alleen de ex-onthaalleerlingen. De leraren krijgen, zo bleek uit het gesprek met een aantal van hen, geen ondersteuning in verband met de specificiteit van de ex-onthaalleerlingen. De onthaalschool werkt sinds drie jaar met vervolgschoolcoaches. De school is betrokken bij de netoverstijgende visieontwikkeling en weet hoe ze de schoolwerking betreffende de expertise-overdracht en -opbouw bij leraren in de vervolgscholen wil vormgeven. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling De vervolgschool verzamelt voornamelijk data over doorstroom, te laat komen en afwezigheden. Aangezien er op het vlak van expertise-overdracht en -opbouw van hun leraren betreffende ex-onthaalleerlingen geen samenwerking is met de betrokken onthaalschool en hiervoor ook binnen de vervolgschool geen specifieke acties ondernomen worden, is het thema kwaliteitsbewaking nog niet relevant. Maar ook de onthaalschool heeft hier nog groeikansen. Zij besteedt bij haar evaluaties immers weinig aandacht aan de resultaten en effecten bij de leraren in het vervolgonderwijs en bij de ex-onthaalleerlingen. In de gesprekken stelde de onthaalschool een effectmeting in het vooruitzicht. Desondanks heeft de school wel zicht op haar sterke punten en werkpunten en bewaart ze wat volgens hen goed werkt. Aanwerving en aanvangsbegeleiding De vervolgschool gebruikt criteria bij het selecteren en aanwerven van de teamleden, maar die zijn niet altijd even duidelijk. Verder is het aantal kandidaat leraren zo beperkt dat, zoals de school het zelf stelt, bijkomende criteria of eisen niet haalbaar zijn. Er is weinig of geen gestructureerde begeleiding van beginnende teamleden met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen. De onthaalschool selecteert en werft vervolgschoolcoaches aan op basis van duidelijke criteria die rekening houden met de benodigde competenties in verband met hun opdracht en die de schoolwerking versterken. In de praktijk werft de onthaalschool meestal intern aan en voelt men de nood niet van een specifieke aanvangsbegeleiding.

31


Professionalisering en coaching De vervolgschool heeft weinig zicht op de professionaliseringsnoden van de teamleden met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen en neemt weinig initiatieven om die specifieke expertise te vergroten. De leraren hebben wel al een traject taalgericht vakonderwijs gevolgd, maar krijgen, zo bleek uit het gesprek met een aantal van hen, weinig ondersteuning. De onthaalschool neemt initiatieven die een positieve impact hebben op de interne expertisedeling van de vervolgschoolcoaches in functie van het overbrengen en opbouwen van expertise in de vervolgscholen. Het wekelijks overleg tussen de vervolgschoolcoaches zorgt voor een continue professionalisering. De vervolgschoolcoaches delen ook al hun materiaal. De school verwacht verder veel van de netoverstijgende en schooloverstijgende initiatieven voor het doorgeven en opbouwen van expertise in de vervolgscholen. Maar deze initiatieven zijn, zo stelden de gesprekspartners, nog pril en nog niet helemaal uitgerold.

Conclusie In de vervolgschool is het bewustwordingsproces in verband met de specificiteit van ex-onthaalleerlingen nog volop in ontwikkeling. De mogelijkheden die de samenwerking met de onthaalscholen biedt, zijn nog niet helemaal doorgedrongen. De vervolgschool staat nog aan het begin van een ontwikkeling. Niet vreemd aan deze situatie is wellicht de energie en tijd die de vervolgschool besteed heeft aan het op punt stellen van haar werking en de reorganisatie die daaruit volgde. De vervolgschool had andere prioritaire werkpunten, zoals ze zelf meerdere malen aangaf in de gesprekken. Het beleid merkt evenwel toch enige vooruitgang op: de weerstand bij de leraren is verminderd en zo wordt bijvoorbeeld de aparte taalklas nu als evident beschouwd. De onthaalschool werkt sinds drie jaar met vervolgschoolcoaches en is betrokken bij de netoverstijgende visieontwikkeling. Op het vlak van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool werken deze scholen niet samen. Samenwerkingsafspraken daarover zijn er niet.

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Vervolgscholen moeten niet het warm water uitvinden en meer gebruikmaken van de expertise van de onthaalscholen en de vervolgschoolcoaches. Daarin moeten vervolgscholen een meer proactieve rol (kunnen) opnemen.

•

Geef de vervolgschoolcoach een plaats in de leerloopbaan van de leerlingen en in de intake en de screening in het dbso.

Aan onthaalscholen 32


•

Zorg voor een betere bekendmaking van dbso zodat toeleiding kan verlopen op basis van kennis van de onderwijsvorm en niet enkel als ‘de laatste kans’.

•

Zorg voor ondersteuning bij de vraagformulering door de vervolgschoolcoaches. Vervolgscholen weten zelf niet altijd goed waar knelpunten zitten en hoe ze vragen moeten stellen.

•

Schep grotere duidelijkheid over de aanspreekpersonen.

•

Verduidelijk de taak en de functie van de vervolgschoolcoaches. Wat mag de vervolgschool verwachten?

33


GEVALSTUDIE 5 Context van de vervolg -en de onthaalschool De vervolgschool biedt op twee vestigingsplaatsen een eerste graad A- en B-stroom aan en een brede waaier aan bso- en tso-richtingen op het terrein van mobiliteit, bouw en handel. Hier lopen 409 leerlingen school waarvan er 50 ex-onthaalleerlingen zijn (schooljaar 2018-2019). De school kende een aantal directiewissels op korte tijd en een dalend leerlingenaantal waardoor er moest geschrapt worden in de omkadering en de middelen. Zij heeft contact met vier onthaalscholen. Maar alleen de vervolgschoolcoach van de in het onderzoek betrokken onthaalschool is regelmatig aanwezig op de school. De onthaalschool verschaft op vier vestigingsplaatsen onderwijs aan 726 leerlingen waarvan er 148 in het onthaaljaar zijn ingeschreven. Naast de onthaalklassen, organiseert deze school een eerste graad A- en B-stroom en de studiegebieden Personenzorg en Handel in bso en tso. Verder biedt zij ook de studiegebieden Grafische technieken, Voeding-verzorging en Organisatiehulp aan in bso. Een tiental vervolgschoolcoaches begeleiden de ex-onthaalleerlingen en de vervolgscholen. Beide scholen liggen in dezelfde centrumstad, maar horen bij een andere inrichtende macht. Beide bieden onderwijs aan binnen de grootstedelijke context van multiculturaliteit en kansarmoede. Zij hebben een vergelijkbare leerlingenpopulatie: talrijke verschillende nationaliteiten, een groot aantal leerlingen met leerachterstand en met een andere thuistaal dan het Nederlands. De leerlingen van beide scholen scoren hoog op de GOK-indicatoren.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De vervolgschool heeft, naar eigen zeggen, weinig impact op de inzet van de uren voor vervolgschoolcoaching. De vervolgschool neemt initiatieven om de samenwerking met de onthaalschool te laten renderen, maar heeft haar verwachtingen nog niet geĂŤxpliciteerd in gezamenlijke samenwerkingsafspraken. De communicatie met de vervolgschoolcoach verloopt hoofdzakelijk informeel. OfficiĂŤle en structurele overlegmomenten komen bijna niet voor. De school geeft hiervoor tijdsgebrek op als reden. De onthaalschool maakt voornamelijk mondelinge afspraken met de vervolgschool over praktische en organisatorische zaken. Zij laat het team van de vervolgschoolcoaches beslissen over het inzetten van de toegekende uren. Het team baseert zich daarvoor op een aantal criteria waaronder het aantal exonthaalleerlingen in de vervolgscholen en de expertise van de vervolgschoolcoach met betrekking tot het studieaanbod in de betrokken school. Van de 165 beschikbare uren worden 10 uren gereserveerd

34


voor professionalisering van de vervolgscholen. De coördinator van de vervolgschoolcoaches neemt deze uren op. Wat communicatie betreft, zijn er overlegstructuren en vele persoonlijke contacten. Maar het stroomlijnen van deze communicatiekanalen en -momenten is nog niet gebeurd. De stad waarin de scholen gelegen zijn, neemt wat communicatie betreft een coördinerende rol op en organiseert onder andere een netoverstijgend overleg in verband met de (ex-)onthaalleerlingen. Visie en organisatiebeleid De vervolgschool stemt via haar zorgbeleid, het GOK- en het talenbeleid, waarin ex-onthaalleerlingen een plaats krijgen, haar visie af op haar leerlingenpopulatie. Deze visie heeft een beperkte aandacht voor de expertise-overdracht en opbouw bij haar leraren in verband met de ex-onthaalleerlingen. De implementatie van de schoolvisie kent nog veel groeimarge en sluit minder sterk aan bij de geest van de regelgeving. De school geeft zelf aan dat door de onstabiele context het talenbeleid onvoldoende ingebed is in de schoolwerking en onderwijsleerpraktijk. De vervolgschool kent vanuit een jarenlange ervaring een ondersteunende cultuur om met ex-onthaalleerlingen om te gaan. Zij neemt deel aan het intervisienetwerk van de stad waar de school gelegen is. De aanpak van dit netwerk is vooral gericht op de begeleiding van de individuele ex-onthaalleerling. De vervolgschool heeft weinig aandacht voor coaching met betrekking tot de expertise-overdracht en -opbouw betreffende ex-onthaalleerlingen bij haar leraren. Leraren krijgen taakdifferentiatie via de GOK-uren. Zo waren er in het verleden interne taalondersteuners, die gewaardeerd werden door de leraren. Maar de school heeft deze omkadering afgebouwd wegens de terugval in het aantal leerlingen en uren. De vervolgschoolcoach is weinig betrokken bij de -opbouw. De vervolgschool zet sterk in op taalcoaching en instructietaal onder andere via een leesvaardigheidsproject, maar de vervolgschoolcoaches zijn daar niet bij betrokken. De leraren krijgen ondersteunende documenten zoals ‘Tips voor doorge‐ stroomde onthaalleerlingen’ en een ‘Infofiche OKAN’. Alhoewel de vervolgschoolcoaches meer en meer lessen bijwonen in de vervolgschool in functie van de snuffelstages, zijn er weinig sporen van doelbewuste expertise-ontwikkeling bij de leraren. De vervolgschool geeft tijdens de gesprekken aan dat zij de vervolgschoolcoaches graag meer zouden inzetten voor vormingen en informatiesessies voor het hele schoolteam en niet enkel voor de leraren die ex-onthaalleerlingen in hun klas hebben. De onthaalschool speelt een voortrekkersrol om de vervolgschoolcoaching netoverschrijdend vorm te geven vanuit een duidelijke visie die voldoende aandacht heeft voor de expertise-overdracht en -opbouw bij de lerarenteams van de vervolgscholen. Ze zet sterk in op de netoverstijgende aanpak in samenwerking met diverse (ook buitenschoolse) partners. De onthaalschool ontwikkelde een schooleigen en gedragen visie. Daarin formuleert ze een aantal doelen die aangeven hoe ze de expertise-overdracht en opbouw wil stimuleren in de vervolgscholen: 1. behoeftegestuurd coachen van schoolteams om het didactisch handelen te versterken 35


2. onderzoeken, introduceren en ter beschikking stellen van methodieken en instrumenten om het didactisch handelen te versterken 3. ontwikkelen van een navormingsaanbod. De onthaalschool besteedt de meeste aandacht aan de begeleiding van de individuele ex-onthaalleerlingen. Via deze begeleiding wil ze ook de expertise van de leraren in de vervolgscholen verhogen. Daarnaast investeert zij in gerichte initiatieven en acties die bijdragen tot expertise-overdracht zoals het opzetten van projecten en het delen van voorbeelden van goede praktijk. Ze slaagt er nog minder goed in om op deze manier de expertise-ontwikkeling te bevorderen. Er is een gebrek aan een effectieve organisatiestructuur (werking en rollen) die afgestemd is op haar doelen. Beide scholen hebben hun samenwerking vormgegeven na een zoektocht tijdens het eerste jaar en ontplooien nog steeds een boeiende ontwikkelingsdynamiek. Zij streven naar efficiĂŤntiewinst en impact. Daarom werken ze met proeftuinen om zo goede praktijkvoorbeelden te bepalen, die breder verspreid en verankerd kunnen worden in de werking van de vervolgschoolcoaching en in de schoolwerking. Beide scholen botsen hier echter op de grenzen van de toegekende middelen. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling De vervolgschool evalueert haar schoolwerking en dus ook de samenwerking met de onthaalschool met betrekking tot de expertise-overdracht en expertise-opbouw in functie van de ex-onthaalleerlingen bij haar leraren niet of occasioneel. Het formuleren van meer resultaatsgerichte doelen die zij systematisch kan nagaan, is nog niet gebeurd. Ze benut bij haar evaluaties zelden alle beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen of de expertise van relevante partners zoals de onthaalschool. De school gaat weinig gericht op zoek naar informatie om haar intuĂŻtieve beeldvorming te objectiveren. De onthaalschool heeft al belangrijke stappen gezet om haar kwaliteitsontwikkeling vorm te geven. Dat leidt tot waardevolle initiatieven zoals de proeftuinen die samen met externe partners worden opgezet. De onthaalschool slaagt er minder goed in om de doelen resultaatsgericht met de bijbehorende succesindicatoren te formuleren en van daaruit na te gaan wat de effecten zijn qua expertise-opbouw bij de leraren in de vervolgschool. Op dit moment volgt de onthaalschool te weinig op hoe de schoolteams op de vervolgschool en het team vervolgschoolcoaches aan de slag gaan met de input die zij krijgen. De vervolgschoolteams werken zeer zelfstandig. Het ontbreken van samenwerkingsafspraken speelt hier ook een rol. Aanwerving en aanvangsbegeleiding De vervolgschool gebruikt criteria bij het selecteren en aanwerven van de teamleden, maar die zijn niet altijd even duidelijk. Wegens de krapte op de arbeidsmarkt weegt vakkennis zwaarder door dan pedagogische competenties. 36


Er is weinig structurele begeleiding van beginnende teamleden met betrekking tot ex-onthaalleerlingen. In het kader van de GOK-cyclus krijgen alle nieuwe leraren de nascholing ‘Nederlands als in� structietaal’ aangeboden. De aanvangsbegeleiding is verder vakgroepafhankelijk met weinig of geen aandacht voor de expertise-ontwikkeling in verband met ex-onthaalleerlingen. De onthaalschool hanteert duidelijke criteria voor aanwerving en inzetbaarheid van de vervolgschoolcoaches. Ze houdt bij de selectie en aanwerving rekening met competenties die vereist zijn om de taak van vervolgschoolcoach te kunnen uitvoeren. Zo selecteert zij bijvoorbeeld bewust personeelsleden uit verschillende disciplines om een goede afstemming te krijgen met het profiel van de leerlingen en de opvolging gericht op te nemen. De begeleiding van beginnende vervolgschoolcoaches is gericht op integratie in de schoolwerking en de samenwerking met de vervolgschool via een infobundel en begeleiding binnen het vervolgschoolcoachteam. Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld aan coaching in functie van hun opdracht als vervolgschoolcoach en aan de professionele ontwikkeling m.b.t. de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool. Via praktijkondersteuning komt de school tegemoet aan individuele noden. Professionalisering en coaching De vervolgschool voert occasioneel feedbackgesprekken met de teamleden vanuit een waarderende houding. De talrijke directiewissels op korte tijd hadden voor gevolg dat een systematische coaching en beoordeling wisselend werd ingevuld en zelfs in de verdrukking geraakte. De vervolgschool geeft zelf aan dat ze onvoldoende aandacht heeft voor diversiteit en meertalige competenties. De teamleden krijgen nagenoeg geen feedback over de manier waarop ze hun begrip en expertise met betrekking tot ex-onthaalleerlingen verbeteren. Verder krijgen de leraren veel autonomie om te bepalen welke professionaliseringsinitiatieven ze nemen. De school neemt haar regierol hierin niet op. Het professionaliseringsbeleid blijft zeer beperkt: er zijn geen prioritaire doelen op dit ogenblik, noch expliciet, noch impliciet. De school neemt weinig initiatieven om de expertise van het schoolteam te versterken in verband met de ex-onthaalleerlingen. In functie van de expertise-overdracht krijgen de leraren wel tips die in overleg met de vervolgschoolcoaches zijn opgesteld. De onthaalschool heeft geen nascholingsbeleid waarin expertise-overdracht en -opbouw een expliciete plaats krijgen. Het informeel circuit en een eigen werklokaal voor vervolgschoolcoaches bevorderen de professionalisering. De vervolgschoolcoaches hebben op dit vlak een grote autonomie en zijn zelf verantwoordelijk voor hun professionalisering. De onthaalschool heeft voldoende aandacht voor coaching en getuigt van een ondersteunende cultuur. Zij voert voornamelijk informele gesprekken met de vervolgschoolcoaches. Het groot aantal personeelsleden in de school belemmert de organisatie van formele gesprekken. 37


Conclusie De vervolgschool is weinig op de hoogte van de opdracht die de onthaalschool volgens de regelgeving kan of moet opnemen. Ze laat daardoor kansen liggen om de vervolgschoolcoaches meer structureel te betrekken in haar schoolwerking met betrekking tot ex-onthaalleerlingen om de expertise en het begrip van haar leraren te verbeteren. Door de informele structuur van de samenwerking hangt de kwaliteit van de vervolgschoolcoaching af van de professionele relatie tussen de vervolgschoolcoach en de contactpersoon van de vervolgschool. De nadruk in de samenwerking ligt expliciet op de individuele begeleiding van de ex-onthaalleerlingen, al neemt de vervolgschool deel aan initiatieven voor expertise-overdracht die netoverschrijdend worden opgezet. Voor de expertise-ontwikkeling rekent ze op het engagement en het initiatief van de leraren die daarbij veel autonomie genieten. Ook de informatie die leraren meenemen vanuit de klassenraden, waar ook vervolgschoolcoaches aan deelnemen, beschouwt de school als expertise-overdracht. Een doelgericht professionaliseringsbeleid heeft de vervolgschool niet. De onthaalschool zet erg in op een duurzame uitbouw van de samenwerking. . De professionele relaties stoelen in hun beleving op vertrouwen, bereikbaarheid en ondersteuning. De samenwerking kenmerkt zich volgens hen verder door een grote zorg voor afstemming en een netoverstijgende aanpak. Beide hefbomen situeren zich echter op een strategisch en beleidsmatig niveau en vinden nog niet altijd hun weg naar het concrete netwerk tussen onthaalschool en vervolgschool. De onthaalschool neemt, in samenwerking met andere partners, waardevolle initiatieven voor een expertise-overdracht. De beide scholen beseffen dat ze hun samenwerking doelgerichter vorm moeten geven door samenwerkingsafspraken op te stellen en daarin een evenwicht te zoeken tussen de individuele begeleiding van de ex-onthaalleerlingen en het overdragen en opbouwen van expertise bij het lerarenteam van de vervolgschool.

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Informeer je over de rol die de vervolgschoolcoaches op de school moeten opnemen.

•

Stel kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken op. Formuleer ze voldoende resultaatsgericht. Bewaak daarbij de afstemming met de decretale opdracht en met de specifieke vragen van de vervolgschool.

•

Versterk het geïntegreerd karakter van het beleid om doelstellingen en acties uit het zorgbeleid, het talenbeleid, het GOK-beleid … beter op elkaar af te stemmen en doelgerichter te communice‐ ren aan het schoolteam en de onthaalschool.

•

Onderzoek hoe de samenwerkingsafspraken ingebed kunnen worden in de bredere dynamiek van de ondersteuningsnetwerken. Zorg ervoor dat de expertise van verschillende partners en de rollen die ze opnemen efficiënter op elkaar worden afgestemd. De leerling moet hierbij centraal staan. 38


Aan onthaalscholen •

Informeer vervolgscholen over de rol die de vervolgschoolcoaches op de vervolgschool moeten opnemen.

•

Stel kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken op. Formuleer ze voldoende resultaatsgericht. Bewaak daarbij de afstemming met de decretale opdracht en met de specifieke vragen van de vervolgschool.

•

Zorg voor ‘vaste’ verbindingspersonen. Duurzame professionele relaties bevorderen de samenwerking met de vervolgscholen omdat vervolgschoolcoaches zich beter kunnen afstemmen op de specificiteit van het schoolprofiel.

•

Bewaak en verhoog indien nodig de aanwezigheid van de vervolgschoolcoaches in de vervolgschool, bij de leraren en de vakgroepen. Deze aanwezigheid is noodzakelijk om de expertise-ontwikkeling te bevorderen.

•

Sensibiliseer het schoolteam van de vervolgschool om ook de rijkdom, de talenten en competenties van ex-onthaalleerlingen te erkennen. Versterk de competenties van het schoolteam om positief om te gaan met diversiteit.

•

Onderzoek hoe de samenwerkingsafspraken ingebed kunnen worden in de bredere dynamiek van de ondersteuningsnetwerken. Zorg ervoor dat de expertise van verschillende partners en de rollen die ze opnemen efficiënter op elkaar worden afgestemd. De leerling moet hierbij centraal staan.

39


GEVALSTUDIE 6 Context van de vervolg -en de onthaalschool Op de campus van de vervolgschool volgen 430 leerlingen les waarvan er 38 ex-onthaalleerlingen zijn (schooljaar 2018-2019). De school biedt een zesjarige cyclus aan met bso- en tso-studierichtingen van de studiegebieden Auto, Bouw, Decoratie en Multimedia. Uit het GOK-verslag (2016-2017) blijkt dat de schoolpopulatie een groeiende taalheterogeniteit kent en er een groot aantal leerlingen met leerachterstand schoolloopt. De vervolgschool werkt samen met één vervolgschoolcoach uit de eigen scholengemeenschap. De onthaalschool is gelegen aan de rand van de centrumstad. Ze telt 219 leerlingen in de eerste graad waarvan er 58 in het onthaaljaar ingeschreven zijn (schooljaar 2018-2019). De school heeft een zevenjarige structuur en biedt naast onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) een A- en een B-stroom aan in de eerste graad en studierichtingen in het bso en het tso. Het aanbod in de tweede en derde graad bestaat uit de studiegebieden Handel, Lichaamsverzorging, Personenzorg en Voeding. Ook deze school kent een hoge instroom van leerlingen met (leer)moeilijkheden. Beide scholen maken deel uit van een groep scholen die gelegen zijn in en rond een centrumstad en die, na een reorganisatie in 2016, nauw samenwerken. Zij behoren tot dezelfde scholengemeenschap.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De vervolgschoolcoaching wordt gefaciliteerd door het structureel overleg op school- en scholengemeenschapsniveau. Thema’s zoals de professionalisering, de organisatiestructuur en methodieken komen daar aan bod. Beide scholen brachten de opdrachten van de vervolgschoolcoaches in kaart aan de hand van vijf pijlers: 1. oriëntering 2. terugkoppeling en ondersteuning van het OKAN-team en kennisoverdracht op het vlak van noden vanuit de vervolgschool 3. ondersteuning en coaching van lerarenteams, leerlingenbegeleiding en andere actoren in de vervolgschool 4. opvolging en coaching van ex-onthaalleerlingen in de vervolgschool 5. talenbeleid - taalvaardigheidsonderwijs. Bij elke pijler hoort ook een verwachte gemiddelde tijdsbesteding van de vervolgschoolcoach. De onthaalschool hanteert een tweede beleidsdocument: het schoolontwikkelingsplan (SOP). Dit plan operationaliseert de taken van de vervolgschoolcoach in schoolspecifieke doelen en acties. Het SOP 40


geeft aan welke acties lopen of gepland zijn, wie daarbij betrokken is, welke planning en timing men vooropstelt, welke effecten men nastreeft en hoe men deze gaat evalueren. Beide beleidsdocumenten zijn gemeenschappelijk voor de onthaalschool en alle vervolgscholen binnen de scholengroep. Het communicatieproces is in volle ontwikkeling. Wat, aan wie, door wie op welke manier gecommuniceerd wordt, is opgenomen in het schoolontwikkelingsplan. EĂŠn van de gesprekspartners gaf aan dat men in de vervolgschool nog in de fase zit van sensibilisering. Het beleidsteam van zowel de onthaalals de vervolgschool beseft dat de communicatie over de ondersteuningsmogelijkheden door de vervolgschoolcoach nog verdere aandacht vraagt. Daarvoor is al een strategie ontwikkeld, maar deze moet nog uitgerold worden. Visie en organisatiebeleid Beide scholen weten wat ze in verband met de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen respectievelijk bij haar leraren en vervolgschoolcoaches willen bereiken en hoe ze de leraren willen stimuleren. De visie en werking hieromtrent hebben zij gezamenlijk vormgegeven. De neerslag hiervan is te vinden in de eerder vermelde gemeenschappelijke beleidsdocumenten. In de onthaalschool vindt deze visie breed en zichtbaar ingang in de werking van de vervolgschoolcoaches. De vervolgschool volgt, maar op eigen tempo. In de visie staat de ex-onthaalleerling steeds centraal. De effecten die men wil bereiken, zijn onder andere meer betrokkenheid van alle actoren en een verhoogde expertise bij alle leraren op het vlak van socio-emotionele begeleiding, taalontwikkeling en leerbegeleiding. Het uiteindelijk doel is de slaagkans van de ex-onthaalleerlingen te verhogen. Een voorbeeld om dit te bereiken is het hanteren van een individueel handelingsplan dat wordt opgesteld door de vervolgschoolcoach in samenspraak met de leerlingenbegeleiding en leraren van de vervolgschool. De vervolgschool betrekt de vervolgschoolcoach structureel bij haar werking. Hij/zij maakt bijvoorbeeld deel uit van de werkgroep talenbeleid, die een belangrijke rol speelt in het opzetten van preventieve en remediĂŤrende acties inzake taalvaardigheid van de leerlingen. De vervolgschoolcoach is ook de spilfiguur tussen de leerlingenbegeleiding, de GOK- en andere leraren. Het formuleren van hulpvragen door de leraren van de vervolgschool zou nog efficiĂŤnter kunnen mochten zij de materie beter kennen en een goed zicht hebben op de ondersteuning die de vervolgschoolcoach kan bieden. De leraren in de vervolgschool overtuigen om extra aanpassingen in hun lespraktijk door te voeren, is een zaak van lange adem. Niet in het minst omdat, zoals blijkt uit de doorlichtingsverslagen (20142015 en 2017-2018) de meeste leraren in functie van hun leerlingenpubliek al een sterke leerlingenbegeleiding uitgebouwd hebben. Zij moeten echter nog inzicht verwerven in de extra noden van een exonthaalleerling. Het ontwikkelen van dit inzicht verloopt volgens verschillende snelheden en niet alle leraren zijn al mee in dit verhaal. De onthaalschool heeft een duidelijk zicht op de noden van de leraren in de vervolgschool door een goede kennis van de vervolgschool. Zij stimuleert door tal van initiatieven het leren van en met elkaar 41


en expertisedeling tussen de eigen teamleden en met de vervolgschool. De onthaalschool werkt overwegend vraaggestuurd. Hierdoor kunnen op dit moment leraren de verantwoordelijkheid nog ontlopen, ook diegene die ex-onthaalleerlingen in hun klas hebben. De onthaalschool zet ook in op een brede sensibilisering. Een aantal beleidskeuzes wordt genomen op het niveau van de scholengemeenschap. Zo is één van de schooldirecteurs bijkomend bevoegd voor het OKAN-team en de werking van de vervolgschoolcoaches op de vervolgscholen over de verschillende scholen heen. De vijf vervolgschoolcoaches worden elk toegewezen aan één school. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling De vervolgschool evalueert verschillende aspecten van de expertise-overdracht en -opbouw betreffende de ex-onthaalleerlingen bij haar leraren. Deze evaluatie is echter weinig systematisch. De vervolgschool heeft zicht op haar sterke punten en werkpunten maar dat zicht is onvolledig. Zij kan de kwaliteitsbewaking van het proces nog verhogen door de beoogde resultaten en effecten ook te formuleren op het niveau van de leraren en dit binnen alle vakgroepen. De onthaalschool past voor haar kwaliteitsontwikkeling de Plan Do Check Act-cirkel toe. Gezien het korte tijdsbestek sinds de vervolgschoolcoaching is opgestart (drie jaar), is de cirkel nog niet rond. De aandacht voor de kwaliteit van het proces uit zich op verschillende manieren. Het vermelde schoolontwikkelingsplan met schoolspecifieke doelen en acties voor vervolgschoolcoaching, waar effecten, bevindingen en de betrouwbare data integraal deel van uitmaken, is een echt werkinstrument. De onthaalschool baseert zich op een brede variatie aan kwantitatieve en kwalitatieve bronnen en betrekt interne en externe partners, zoals de vervolgschool, bij haar evaluaties. Zij bewaart en verspreidt systematisch wat goed en kwaliteitsvol is en ontwikkelt systematisch doelgerichte verbeteracties voor haar werkpunten. De wijze waarop de onthaalschool haar evaluaties onderbouwt en op basis daarvan haar werking borgt of bijstuurt, is een voorbeeld van goede praktijk. Zij organiseert bijvoorbeeld in de vervolgschool een tweejaarlijkse bevraging van de leraren, leerlingen en leerlingbegeleiders over de werking van de vervolgschoolcoaches om de werking bij te sturen. Aanwerving en aanvangsbegeleiding In de vervolgschool is de aandacht voor de versterking van het schoolteam specifiek voor het omgaan met en het lesgeven aan ex-onthaalleerlingen minder aanwezig bij de aanwerving en selectie. De begeleiding van beginnende teamleden is gericht op integratie in de schoolstructuur. De school laat kansen liggen om deze aanvangsbegeleiding te koppelen aan doelen met betrekking tot de expertiseoverdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij haar leraren en hun individuele noden. Beginnende leraren worden wel geïnformeerd over de OKAN-werking en in contact gebracht met de vervolgschoolcoach. 42


De onthaalschool gebruikt relevante en duidelijke criteria bij de werving van vervolgschoolcoaches. De begeleiding van beginnende vervolgschoolcoaches is gericht op integratie in de schoolwerking en samenwerking met de vervolgschool. Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld aan coaching in functie van hun opdracht als vervolgschoolcoach en aan de professionele ontwikkeling met betrekking tot hun opdracht om de expertise te vergroten van de leraren van de vervolgschool. Professionalisering en coaching De vervolgschool kent de professionaliseringsnoden van de teamleden in verband met de expertiseopbouw betreffende de ex-onthaalleerlingen. Het professionaliseringsbeleid heeft daar echter weinig aandacht voor. De leraren kunnen bijvoorbeeld op vrijwillige basis workshops volgen waar ze tips krijgen over het aanpassen van leermateriaal. De leraren hebben wel veel informele contacten met de vervolgschoolcoach. De vervolgschool voert gesprekken met de teamleden en heeft aandacht voor de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij haar leraren, maar laat kansen liggen om de leraren doelgerichte feedback te geven over de manier waarop zij hun expertise kunnen verbeteren. De onthaalschool heeft voor het functioneren van de vervolgschoolcoaches heldere criteria toegevoegd aan de functiebeschrijving. Deze worden besproken tijdens het functioneringsgesprek. De onthaalschool koppelt haar prioritaire doelen op het vlak van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen bij de leraren in de vervolgschool aan professionaliseringsnoden van de vervolgschoolcoaches en van de leraren in de vervolgschool. De onthaalschool voert informele gesprekken met de vervolgschoolcoaches en heeft gerichte aandacht voor coaching. De vervolgschoolcoaches krijgen feedback over de manier waarop ze hun opdracht vervullen met betrekking tot de expertise-overdracht en -opbouw bij leraren in de vervolgschool.

Conclusie De scholen werken systematisch, planmatig en transparant samen op het vlak van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen om zo het schoolteam van de vervolgschool te versterken. Zij doen dit op basis van schoolspecifieke samenwerkingsafspraken. Verder baseren zij de ondersteuning op concrete noden en op een analyse van knelpunten. De vervolgschoolcoaching werd drie jaar geleden opgestart en de scholen hebben die jaren goed gebruikt. Hun huidige samenwerking beantwoordt reeds aan heel wat kwaliteitsverwachtingen en getuigt van een sterke kwaliteitsontwikkeling. De planmatige en geĂŻntegreerde aanpak van de onthaalschool overstijgt deze verwachtingen zelfs, niet alleen wat strategisch - en organisatiebeleid betreft, maar ook op het vlak van kwaliteitsbewaking.

43


Voor de vervolgschool is er nog groeimarge voor communicatie, professionalisering van alle leraren en een meer systematische kwaliteitsbewaking tot op de klasvloer.

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met beide scholen Aan vervolgscholen •

Versoepel de toelatingsvoorwaarden bij heroriëntatie van ex-OKAN-leerlingen of creëer de mogelijkheid van een proefperiode in de vervolgschool.

Aan onthaalscholen •

Vorm het OKAN-aanbod om van een onthaaljaar naar een onthaaltraject in functie van leervorderingen.

•

Organiseer een schakeltraject tussen het OKAN-traject en het traject in de vervolgschool voor leerlingen met specifieke noden (Frans, wiskunde, geschiedenis, techniek …).

44


GEVALSTUDIE 7 Context van de vervolg -en de onthaalschool Vervolgschool één (V1) maakt deel uit van een andere scholengemeenschap en een andere onderwijsverstrekker dan de onthaalschool. Het is een centrum voor deeltijds beroepsonderwijs waar 423 leerlingen, waarvan 50 ex-onthaalleerlingen (schooljaar 2018-2019) zijn ingeschreven, verspreid over twee vestigingsplaatsen. De school organiseert lineaire en modulaire opleidingen in de studiegebieden Bouw, Handel en administratie, Onderhoud, Personenzorg, Schoonheidszorg en Transport. Uit de beschikbare informatie blijkt dat de overgrote meerderheid van de leerlingen kampt met sociale achterstand, leerachterstand, taalachterstand, motivatieproblemen of psychosociale problemen. Deze school heeft contact met drie vervolgschoolcoaches. Alleen met de vervolgschoolcoach van de hier betrokken onthaalschool wordt intensief samengewerkt. Vervolgschool twee (V2) maakt deel uit van dezelfde scholengemeenschap als de onthaalschool. Het is een school met een eerste graad A en B-stroom en een studieaanbod dat voornamelijk gericht is op de studiegebieden Chemie en Personenzorg in bso en tso en hoger beroepsonderwijs. Op de twee vestigingsplaatsen, exclusief het hoger beroepsonderwijs, lopen 1846 leerlingen, waarvan er 51 ex-onthaalleerlingen zijn, school (schooljaar 2018-2019). Deze school werkt samen met twee onthaalscholen. Uit de GOK-controle blijkt dat de school een groot aantal leerlingen met een leerachterstand heeft en een aanzienlijke instroom vanuit het buitengewoon onderwijs. De school wordt bovendien geconfronteerd met een groeiende taalheterogeniteit. De onthaalschool heeft, naast de onthaalklassen, een studieaanbod met een zesjarige structuur, dat voornamelijk bestaat uit artistiek en commercieel georiënteerde opleidingen in het bso, kso en tso. 841 leerlingen waarvan er 52 ex-onthaalleerlingen zijn volgen er les verspreid over drie vestigingsplaatsen (schooljaar 2018-2019). Uit de GOK-controle blijkt dat ook deze school een groot aantal leerlingen heeft met een leerachterstand en een aanzienlijke instroom kent vanuit het buitengewoon onderwijs. Deze drie scholen zijn gelegen in dezelfde centrumstad.

De expertiseoverdracht en -opbouw in verband met de ex-OKAN-leerlingen Samenwerking: afspraken en communicatie De samenwerkingsafspraken tussen de onthaalschool en vervolgschool 1 zijn organisch tot stand gekomen door de veelvuldige contacten. Heldere afspraken over wat de leraren mogen verwachten van de vervolgschoolcoach zijn er niet. De communicatie verloopt informeel en vooral op operationeel niveau zoals hulp bij het maken van lesvoorbereidingen en lesmateriaal.

45


Voor vervolgschool 2 verloopt de samenwerking met de onthaalschool anders. Hier speelt de scholengemeenschap een bepalende rol in de samenwerkingsafspraken. De uren vervolgschoolcoaching worden verdeeld over de verschillende scholen van de scholengemeenschap, en ook gebruikt voor de aanstelling van de interne begeleiders binnen de betreffende vervolgscholen. Deze waren al werkzaam voor de verhoging van de middelen door de overheid. Binnen de scholengemeenschap is een takenpakket uitgewerkt en afgesproken voor de vervolgschoolcoaches. Schoolspecifieke afspraken zijn er niet. De onthaalschool neemt deel aan brede vormen van overleg op het niveau van de scholengemeenschap en intervisiemomenten op het niveau van de koepelorganisatie. Visie en organisatiebeleid Vervolgschool 1 heeft haar visie op ex-onthaalleerlingen ingebed in een brede visie op begeleiding van alle leerlingen en met aandacht voor de totale persoon. De school wil dit realiseren via een brede basiszorg en differentiatie. De school legt op dit moment vooral het accent op ondersteuning van de leraren in functie van de begeleiding van de ex-onthaalleerlingen en minder op een doelgerichte expertise-opbouw bij de leraren zelf. In vervolgschool 1 is de vervolgschoolcoach 5 à 10 uur per week op de school aanwezig op wisselende momenten. De leraren krijgen op de klassenraad informatie over en tips voor de ex-onthaalleerlingen van de vervolgschoolcoach. Ook individueel vragen en krijgen de leraren tips en hulpmiddelen. Op schoolniveau wordt vooral via het elektronisch platform en de vakgroepen ondersteuning aan de leraren gegeven. Zij maken daar op eigen initiatief gebruik van. Er zijn wel afspraken op schoolniveau voor het omgaan met taalzwakke leerlingen in het algemeen. De socio-emotionele begeleiding is vooral in handen van de leerlingenbegeleiders, aan wie de vervolgschoolcoach zijn/haar expertise over trauma’s doorgeeft. Indien nodig betrekt de leerlingenbegeleiding het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Vervolgschool 1 beschouwt haar flexibiliteit en het kort op de bal spelen als haar sterk punt. Vervolgschool 2 onderschrijft de keuze van haar scholengemeenschap om een aantal van de vervolgschoolcoachuren toe te wijzen aan een interne begeleider. Die begeleider is dan een vast aanspreekpunt op de school, kent de schoolcultuur en is eenvoudig aanspreekbaar voor de leraren. Ook Vervolgschool 2 integreert het beleid inzake de ex-onthaalleerlingen in het zorg- en het GOK-beleid. Ze zet al enkele jaren sterk in op het talenbeleid om het lerarenteam van 350 personeelsleden te versterken. Ook deze vervolgschool legt veeleer het accent op de ondersteuning van de leraren in functie van de begeleiding van de ex-onthaalleerling dan wel op een doelgerichte expertise-ontwikkeling van het lerarenteam zelf. De ondersteuning van de leraren in verband met de ex-onthaalleerlingen verloopt vooral via de vakgroep en de interne begeleider, die op zijn beurt steunt op de expertise van de vervolgschoolcoach. Deze ondersteuning verloopt vraaggestuurd op basis van concrete noden bij leerlingen. De school vertrouwt op de veranderingsbereidheid en de bereidheid tot expertise-ontwikkeling 46


van het lerarenteam. Ze benut nog niet alle kansen om expertisedeling tussen de teamleden en met de onthaalschool te stimuleren. De onthaalschool stelt dat het uiteindelijke doel van de vervolgschoolcoaches is zichzelf overbodig te maken. Expertise-overdracht en -opbouw bij het lerarenteam van de vervolgschool staat expliciet als doel ingeschreven in de functiebeschrijving. Verder koppelt de onthaalschool doelbewust een vervolgschoolcoach voor langere tijd aan eenzelfde vervolgschool met het oog op de continuĂŻteit en de herkenbaarheid. De onthaalschool zendt vijf vervolgschoolcoaches uit. Drie (ex-)OKAN-coĂśrdinatoren, elk met een specifieke functie volgen hun werkzaamheden op. Zij organiseren onder andere intervisiemomenten. De aangereikte ondersteuning is voornamelijk gebaseerd op concrete noden en knelpunten. De vervolgschoolcoach is vaak fysiek aanwezig op de vervolgschool en leraren contacteren hem als zij daar nood aan hebben. De vervolgschoolcoaches werken sterk aan bewustwording in de vervolgscholen en geven op vraag vormingen en workshops. Hoewel expertise-overdracht en -ontwikkeling expliciet als doel is ingeschreven in hun taak, blijft de concrete uitwerking op dat punt veeleer summier en is die afgestemd op de individuele leraar. Kwaliteitszorg en -ontwikkeling Vervolgschool 1 toont een groeiende cultuur van kwaliteitsbewaking. Er zijn bevragingen geweest en gepland. Zij spelen kort op de bal, experimenteren en sturen voortdurend bij. Vervolgschool 2 toont een positieve basisattitude en een onderzoekende houding, maar concretiseert dit nog te weinig. Net zomin als de andere vervolgschool werkt zij op het vlak van expertise-overdracht en -opbouw bij het lerarenteam op basis van operationele doelen waaraan succesfactoren gekoppeld zijn. In de evaluatie, die voornamelijk gebaseerd is op ervaring en perceptie, zit geen systematiek. De bijsturingen gebeuren actiegericht, niet doelgericht en vooral op leerlingenniveau. De onthaalschool heeft een uitgebreid netwerk van partners. Zo werkt zij samen met twee hogescholen en neemt deel aan bachelorproeven die de situatie van OKAN of ex-onthaalleerlingen als onderwerp hebben. De resultaten van deze onderzoeken worden naar de onthaalschool teruggekoppeld. De onthaalschool slaagt er nog weinig in de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen te benutten. Ze is nog niet zover dat ze de resultaten en effecten van de expertise-overdracht en-opbouw systematisch en betrouwbaar evalueert. De onthaalschool heeft zicht op haar sterke punten en werkpunten, maar dat zicht is onvolledig en onvoldoende geobjectiveerd. Ze bewaart en verspreidt niet altijd wat goed is en laat kansen liggen om haar werking vanuit de evaluaties bij te stellen. Aanwerving en aanvangsbegeleiding Vervolgschool 1 hanteert bij selectie en werving van personeelsleden vooral criteria die zich richten op hun leerlingenpopulatie in het algemeen, niet specifiek op ex-onthaalleerlingen. Zij peilt onder andere 47


naar competenties in verband met klasmanagement en maatwerk. Hetzelfde geldt in mindere mate voor vervolgschool 2. Deze school houdt rekening met de competenties met betrekking tot ex-onthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken, zij het op een pragmatische manier omwille van het beperkte aanbod op de arbeidsmarkt. Beide vervolgscholen spelen niet specifiek in op het omgaan met ex-onthaalleerlingen in hun aanvangsbegeleiding. De onthaalschool richt zich voor het selecteren en aanwerven van vervolgschoolcoaches vooral tot de OKAN-leraren die al voor de uitbreiding van de uren vervolgscholen begeleidden wegens het groeiende aantal ex-onthaalleerlingen binnen de scholengemeenschap. De groep vervolgschoolcoaches geeft zelf invulling aan de begeleiding van de eventuele nieuwe coaches. Professionalisering en coaching Vervolgschool 1 kent in beperkte mate haar eigen professionaliseringsnoden en deze van individuele teamleden op het vlak van expertise-opbouw in functie van ex-onthaalleerlingen. Het professionaliseringsbeleid van deze vervolgschool omvat geen prioritaire schooldoelen of een inzicht in de professionaliseringsnoden van de teamleden. De keuzes en initiatieven voor professionalisering gebeuren voornamelijk binnen de vakgroepen en worden beperkt opgevolgd door de school. Vervolgschool 1 voert informele en formele gesprekken met de teamleden. Ze laat echter kansen liggen om de teamleden feedback te geven over de manier waarop ze hun begrip en expertise verbeteren. Vervolgschool 2 heeft weinig zicht op de professionaliseringsnoden van het schoolteam betreffende de ex-onthaalleerlingen en neemt beperkte initiatieven om deze expertise te ontwikkelen of te actualiseren. Voor de expertise-overdracht en -ontwikkeling heeft de school nog geen doelgericht professionaliseringsbeleid. Deze school voert informele en formele gesprekken met haar teamleden vanuit een brede kijk op de ondersteuning van de leerlingen, maar niet specifiek voor ex-onthaalleerlingen. Ook deze school laat kansen liggen om de teamleden feedback te geven over de manier waarop ze hun begrip en expertise met betrekking tot ex-onthaalleerlingen verbeteren. De onthaalschool stimuleert en realiseert binnen de groep vervolgschoolcoaches een ondersteunende cultuur. Het vervolgschoolteam is zelfsturend en krijgt veel autonomie inzake professionalisering. De school stuurt de professionalisering in beperkte mate aan. Recentelijk zijn er schoolbrede prioritaire doelen opgesteld met betrekking tot de opdracht van de vervolgschoolcoaches. Een formele functionerings- en evaluatiecyclus voor vervolgschoolcoaches is er niet. De school laat kansen liggen om de vervolgschoolcoaches feedback te geven over de manier waarop ze hun opdracht van expertise-overdracht en expertiseopbouw bij leraren in de vervolgschool vervullen.

48


Conclusie Deze drie scholen delen een cultuur van samenwerking. Doelgerichte samenwerkingsafspraken op maat van onthaalschool/vervolgschool ontbreken. De samenwerking komt organisch en ad hoc tot stand. De scholengemeenschap van twee van deze scholen is belangrijk voor de coördinatie en structuur van het begeleidingsproces voor de ex-onthaalleerling. Wat de expertise-opbouw bij de leraren van de vervolgscholen betreft, zit dit proces (ondanks aanzetten) nog in zijn beginfase. Voor de scholen zijn vaste verbindingspersonen voor de koppeling tussen de onthaalschool en de vervolgschool een sterk punt in de samenwerking. Er gebeurt een informele expertisedeling tussen de onthaalschool en de vervolgschool. Door het ontbreken van operationele doelen gekoppeld aan succesfactoren voor de expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren van de vervolgschool, is het een moeilijke zo niet onmogelijke opdracht om de kwaliteit hiervan na te gaan.

Aanbevelingen geformuleerd in samenspraak met de drie scholen Aan vervolgscholen •

Behoud de interne begeleiders als schakel en vast ankerpunt om de continuïteit te garanderen.

•

Versterk de rol van de vervolgschoolcoaches tijdens de klassenraden om het lerarenteam verder te sensibiliseren en creëer daarvoor positieve randvoorwaarden zoals een gerichte ondersteuning door de directie.

•

Breng alle gesprekspartners samen om schoolspecifieke samenwerkingsafspraken te formuleren.

Aan onthaalscholen •

Besteed voldoende aandacht aan een kwaliteitsvolle analyse van de vervolgtrajecten van de ex-OKAN-leerlingen.

•

Bevraag de noden van de leraren in de vervolgscholen. Die input is belangrijk om op een systematische manier de vraag en het aanbod van de professionalisering beter op elkaar af te stemmen. Houd daarbij voldoende rekening met specifieke contextfactoren zoals een toenemende ‘enquêtemoeheid’.

•

Geef ruimte om uren van de vervolgschoolcoach te verankeren in de werking van de vervolgschool.

•

Breng alle gesprekspartners samen om schoolspecifieke samenwerkingsafspraken te formuleren.

49


IV.

EVALUATIE: VOLDOEN DE SCHOLEN UIT DE GEVALSTUDIES AAN DE

KWALITEITSVERWACHTINGEN INZAKE EXPERTISE-OVERDRACHT EN -OPBOUW Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inschalingen voor de vervolgscholen en de onthaalscholen over alle gevalstudies heen met daaraan gekoppeld een aantal reflecties. We bespreken achtereenvolgens de ontwikkelingsschalen voor kwaliteitsontwikkeling en die voor personeels- en professionaliseringsbeleid. Tot slot volgt de inschaling voor de samenwerking tussen de onthaal- en de vervolgscholen. In deze drie delen presenteren we telkens één of meerdere tabellen met daarin per schaal een overzicht van de ontwikkelingsniveaus. In deze tabellen hanteren we OS als afkorting voor de onthaalscholen en VS als afkorting voor de vervolgscholen. Het nummer na de aanduiding OS of VS verwijst naar het nummer van de gevalstudie zoals gebruikt in het voorgaande hoofdstuk. De kleuren verwijzen naar de ontwikkelingsniveaus: -

rood = beneden de verwachting geel = benadert de verwachting groen = volgens de verwachting blauw = overstijgt de verwachting.

Het is noodzakelijk om de resultaten van deze inschalingen te lezen in samenhang met de context van de betrokken scholen. De meeste ervan hebben immers een ‘uitdagende’ leerlingenpopulatie met veel zorgnoden. Daarnaast hebben deze inschalingen enkel betrekking op de vervolgschoolcoaching. Met deze inschalingen doen we met andere woorden geen uitspraken over het schoolbrede beleid.

Kwaliteitsontwikkeling De onthaalscholen (OS) Schaal

OS 1

OS 2

OS 3

OS 4

OS 5

OS 6

OS 7

Visie en strategisch beleid (K1) Organisatiebeleid (K2) Figuur 2 : Inschalingen K1 en K2 voor de onthaalscholen

De vraag in welke mate de onthaalschool de kwaliteit van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs ontwikkelt (onderzoeksvraag 1), kan wat visie, strategisch beleid en organisatiebeleid betreft eenduidig beantwoord worden. De kwaliteitsontwikkeling van de onthaalscholen met betrekking tot visie, strategisch beleid en organisatiebeleid is voldoende. Zij spelen in op de context, de input en de regelgeving en voeren een participatief en responsief beleid om de onderwijsleerpraktijk in de vervolgscholen te versterken. Groeikansen liggen bij het uitbouwen van een breed gedragen visie en de doelgerichtheid van de communicatie 50


in verband met de expertise-overdracht en -opbouw. Het gezamenlijk vormgeven van visie en beleid door beide scholen lijkt de vernieuwing, de reflectie en de expertisedeling in de vervolgschool te stimuleren. Zo kan er gebruik gemaakt worden van gemeenschappelijke beleidsdocumenten of de ontwikkeling van gezamenlijke strategieĂŤn om transparant en doelgericht te communiceren. De vervolgschoolcoaches zetten over het algemeen meer in op expertise-overdracht op strategische momenten en in functie van de begeleiding en opvolging van de individuele leerling dan op expertiseopbouw die het begrip en de expertise van het volledige lerarenteam in de vervolgschool of de schoolwerking versterken. De professionalisering van alle leraren onder meer op het vlak van meertaligheid en diversiteit, komt zo minder aan bod. Een aantal vervolgschoolcoaches vertrekt bijvoorbeeld vanuit de individuele begeleiding van de ex-onthaalleerlingen om de leraren te professionaliseren. Zij zien vooral de hoge nood aan begeleiding bij de ex-onthaalleerlingen. Ook de soms specifieke verwachtingen van de vervolgschool en van de individuele leraren spelen hierbij een rol. Verder heeft de positie van de vervolgschoolcoach als externe partner een impact op de mate waarin het lerarenteam van de vervolgschool de vervolgschoolcoach accepteert. Dat de vervolgschool een onduidelijk beeld heeft van de opdracht van de vervolgschoolcoach in de vervolgschool is hier niet onbelangrijk. Over het algemeen kunnen we stellen dat de vervolgschoolcoaches een meerwaarde betekenen voor de expertiseoverdracht en -opbouw van de leraren in de vervolgscholen, al zijn er wel verschillen tussen de scholen in de doelgerichtheid van het proces en in de effecten die gegenereerd worden.

Schaal

OS 1

OS 2

OS 3

OS 4

OS 5

OS 6

OS 7

Systematiek van de evaluatie (K4) Betrouwbaarheid van de evaluatie (K5) Borgen en bijsturen (K6) Figuur 3: Inschalingen K3, K4 en K5 voor de onthaalscholen.

De mate waarin de onthaalscholen hun kwaliteit van expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs systematisch en betrouwbaar evalueren, borgen en bijsturen kan in de meeste gevallen nog sterk groeien. Nagaan of zij daadwerkelijk effect boeken, gebeurt nog dikwijls op basis van een globale perceptie. Een objectivering daarvan via resultaatsgerichte doelen met bijhorende succesindicatoren is in deze gevalstudies nog geen wijdverspreide praktijk. Een verklaring die frequent wordt aangehaald, is het ontbreken van doelgerichte afspraken tussen de onthaal- en vervolgscholen. Het feit dat de vervolgschoolcoach een externe is voor de vervolgschool, kan dit eveneens verklaren. Dat heeft in een aantal gevallen ook tot gevolg dat de vervolgschoolcoaches zich bescheiden opstellen ten opzichte van de lerarenteams in de vervolgschool. EĂŠn onthaalschool heeft deze attitude expliciet opgenomen in de deontologische code voor de vervolgschoolcoaches 51


De onthaalscholen volgen de kwaliteit ook weinig op via een systematische en betrouwbare evaluatie waardoor ze die ook minder kunnen bijsturen. Zij hebben veel aandacht en zorg voor een kwaliteitsvolle werking, maar slagen er niet in hun ervaringen en percepties te onderbouwen met objectieve data. Zelfs als de data aanwezig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van bevragingen, zetten zij die te weinig in om de kwaliteit te monitoren. Het borgen van wat goed gaat, loopt beter. Omwille van hun betrokkenheid bij de ex-onthaalleerlingen, passen zij hun werking aan op basis van hun ervaringen. Uitzondering is de onthaalschool uit gevalstudie 6. Deze onthaalschool hanteert een systematische kwaliteitscontrole op basis van de Plan Do Check Act-cirkel. Hun schoolontwikkelingsplan is een werkdocument waarin zij schoolspecifieke doelen, schoolspecifieke acties en de verwachte effecten van de werking van de vervolgschoolcoaches en van de samenwerking met de vervolgscholen verwoorden. Zij baseren zich op een brede variatie aan kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de kwaliteit van hun werking te monitoren. De vervolgscholen (VS)

Schaal

VS 1

VS 2

VS 3

VS 4

VS 5

VS 6

VS 7a

VS 7b

Visie en strategisch beleid (K1) Organisatiebeleid (K2) Figuur 4: Inschalingen K1 en K2 voor de vervolgscholen.

De mate waarin de vervolgscholen hun visie en beleid inzake de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij hun leraren ontwikkelen (onderzoeksvraag 3), is wat visie, strategisch beleid en organisatiebeleid betreft wisselend. Het beeld is hier meer heterogeen dan bij de onthaalscholen. De kwaliteitsontwikkeling van de visie en het beleid van de vervolgscholen met betrekking tot pijler 2 voldoet in de meeste scholen niet aan de kwaliteitsverwachting. De visieontwikkeling op pijler 2, het gedragen karakter ervan en de communicatie zijn voor veel vervolgscholen aandachtspunten. Een aantal scholen probeert via het olievlekprincipe de gedragenheid te verhogen maar dit lukt slechts gedeeltelijk of zelfs niet. Verder valt het op dat de vervolgscholen sterk investeren in taalontwikkelend onderwijs. In gevalstudie 2 levert de vervolgschoolcoach daarin een essentiĂŤle bijdrage door het binnenbrengen van een nieuwe aanpak. Toch beseffen niet alle vervolgscholen dat een ex-onthaalleerling ook nood heeft aan andere vormen van ondersteuning en zetten zij bijvoorbeeld weinig in op interculturaliteit in hun visie en beleid. De meeste vervolgscholen kennen een instroom van leerlingen met een leer- en/of taalachterstand. In functie daarvan hebben zij hun leerlingenbegeleiding, GOK-beleid en talenbeleid uitgebouwd. Er zijn scholen die de vervolgschoolcoach opnemen in deze voor de leerlingen ondersteunende schoolcultuur. Maar er zijn er ook waarbij de vervolgschoolcoach een externe partner blijft die nauwelijks betrokken wordt bij de schoolwerking. 52


Deze aandachtspunten op vlak van visie en beleid hebben een impact op de samenwerking tussen de vervolgschool en onthaalschool en op de manier waarop de onthaalschool haar opdracht kan invullen.

Schaal

VS 1

VS 2

VS 3

VS 4

VS 5

VS 6

VS 7a

VS 7b

Systematiek van de evaluatie (K4) Betrouwbaarheid van de evaluatie (K5) Borgen en bijsturen (K6) Figuur 5: Inschalingen K3, K4 en K5 voor de vervolgscholen.

De mate waarin de vervolgscholen hun kwaliteit van expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij hun leraren systematisch en betrouwbaar evalueren, borgen en bijsturen (onderzoeksvraag 3), is beperkt. Net zoals voor de onthaalscholen staat de kwaliteitszorg met betrekking tot pijler 2 in de vervolgscholen in haar kinderschoenen. Op de effecten hebben ze weinig zicht. Ze zetten weinig in op een systematische en betrouwbare evaluatie van de kwaliteit van pijler 2 waardoor ze die ook minder doelgericht kunnen borgen en bijsturen. Een verklaring hiervoor is dat sommige vervolgscholen zich nog in de fase van bewustwording van het belang van pijler 2 bevinden. In deze fase blijven vervolgscholen soms sterk inzetten op de individuele begeleiding van ex-onthaalleerlingen door de vervolgschoolcoach. De vervolgschool heeft dan weinig aandacht voor het ontwikkelen en opbouwen van specifieke expertise bij haar leraren in verband met ex-onthaalleerlingen. In sommige vervolgscholen waar bewust aan de expertise-overdracht en -opbouw van de leraren wordt gewerkt, stellen de onthaalscholen weerstand vast bij de leraren.

Personeels- en professionaliseringsbeleid: P1 tot P4 De volgende vier ontwikkelingsschalen reiken informatie aan voor onderzoeksvraag 2 (In welke mate zorgt de onthaalschool bij de leraren in het vervolgonderwijs voor een expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen, die tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader voor onderwijskwaliteit en aan de regelgeving?) en onderzoeksvraag 4 (In welke mate zorgt de vervolgschool bij haar leraren voor een expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen, die tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader voor onderwijskwaliteit en aan de regelgeving?). De onthaalscholen

Schaal

OS 1

OS 2

OS 3

OS 4

OS 5

OS 6

OS 7

Selectie en aanwerving (P1) Coaching en beoordeling (P2) Professionalisering (P3) 53


Aanvangsbegeleiding (P4) Figuur 6: Inschalingen P1 t.e.m. P4 voor de onthaalscholen.

De aanwerving en selectie van vervolgschoolcoaches door de onthaalscholen verloopt goed. Een aandachtspunt is de formele functioneringscyclus, de coaching en de feedback die zij krijgen over de manier waarop ze hun opdracht met betrekking tot pijler 2 uitvoeren. In onthaalschool 1 is deze feedback bijvoorbeeld volledig afwezig. In de meeste onthaalscholen krijgen de vervolgschoolcoaches veel vertrouwen en autonomie om hun opdracht vorm te geven en daarbij in te spelen op de context van de vervolgschool. Professionalisering van de vervolgschoolcoaches verloopt eerder situationeel en is eerder gericht op pijler 1 dan op pijler 2. Deze professionalisering is dan ook weinig beleidsmatig onderbouwd vanuit een systematische nodendetectie en een professioneel plan. De aanvangsbegeleiding van de vervolgschoolcoaches verloopt goed en is gericht op de integratie in de schoolwerking en de samenwerking met de vervolgschool. De vervolgscholen

Schaal

VS 1

VS 2

VS 3

VS 4

VS 5

VS 6

VS 7

VS 8

Selectie en aanwerving (P1) Coaching en beoordeling (P2) Professionalisering (P3) Aanvangsbegeleiding (P4) Figuur 7: Inschalingen P1 t.e.m. P4 voor de vervolgscholen.

De vervolgscholen springen eerder pragmatisch om met de selectie en aanwerving van de leraren. Competenties met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen zijn daarbij van secundair belang. Dikwijls heeft hun leerlingenpubliek een dermate grote zorgnood dat zij de aanwerving van nieuwe personeelsleden daarop afstemmen en minder op specifieke competenties om ex-onthaalleerlingen te begeleiden. Sommige scholen geven ook aan dat zij wegens een lerarentekort geen bijkomende verwachtingen kunnen stellen aan kandidaat personeelsleden. In figuur 7 tekent zich voor elke vervolgschool een verticaal patroon af in positieve of negatieve zin. Dit patroon is voor een aantal scholen hoopgevend. Toch zijn er op verschillende vlakken nog ontwikkelkansen en tekorten zoals een doelgericht professionaliseringsbeleid waarbij de school gericht aandacht heeft voor de expertise-opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen en een concreet uitgewerkte functioneringscyclus.

54


Samenwerking: L3 De volgende ontwikkelingsschaal reikt informatie aan voor onderzoeksvraag 5 (In welke mate en op welke wijze werken onthaal- en vervolgscholen samen in het kader van expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen?).

Schaal

Case 1

Case 2

Case 3

Case 4

Case 5

Case 6

Case 7

Samenwerking (L3) Figuur 8: Inschalingen L3 voor elke gevalstudie.

De samenwerking tussen de onthaalschool en de vervolgschool voor pijler 2 levert een wisselend beeld op. Hoe de samenwerking verloopt, hangt voornamelijk af van de context waarin de samenwerking vorm krijgt. Voor sommige vervolgscholen is deze context immers vrij complex door het grote aantal onthaalscholen dat leerlingen aanlevert en de even talrijke vervolgschoolcoaches waarmee zij samenwerken. De intensiteit van samenwerking tussen onthaalscholen en vervolgscholen verschilt van geval tot geval. Twee factoren hebben een positief effect op die samenwerking: (1) duurzame, persoonlijke en professionele relaties tussen beide scholen en (2) een instantie of persoon die een coรถrdinerende rol opneemt in de complexe netwerken tussen onthaalschool en vervolgschool. De samenwerking tussen de onthaal- en de vervolgschool richt zich voornamelijk op de begeleiding van ex-onthaalleerlingen. Dat is voor de onthaalscholen dikwijls een hefboom om aan pijler 2 te werken. Op dit vlak verloopt de samenwerking, die voornamelijk actie- en leerlinggericht is, voldoende systematisch en transparant. Binnen pijler 2 verloopt de expertise-overdracht in functie van de begeleiding van de ex-onthaalleerlingen in sommige gevallen vrij goed, maar de expertise-opbouw bij leraren en bij het schoolteam van de vervolgschool kent nog veel groeimarge. Op dit vlak verloopt de samenwerking nog weinig planmatig en doelgericht. Het valt op dat schoolspecifieke afspraken vaak ontbreken. Hierin ligt een belangrijke hefboom. Tot slot In de zeven gevalstudies zien we een brede variatie in de samenwerking tussen de onthaal- en de vervolgscholen en de wijze waarop vervolgschoolcoaches werken aan de expertise-overdracht en -opbouw bij de leraren in de vervolgscholen. De scholen bevinden zich in verschillende ontwikkelingsfases. Er zijn scholen die nog volop bezig zijn hun samenwerking vorm te geven. Andere staan al verder en ontwikkelden op een organische manier en veeleer informeel een cultuur van samenwerking met positieve effecten op de expertise-opbouw. De onthaalscholen zijn zich ten volle bewust van de noodzaak aan expertise-overdracht en -ontwikkeling van de leraren in de vervolgscholen. Bij de lerarenteams in de vervolgscholen is dat besef nog niet altijd volledig doorgedrongen en merken we verschillende stadia van ontwikkeling.

55


EĂŠn van de zeven gevalstudies springt eruit, met name gevalstudie 6. Deze scholen werken systematisch, planmatig en transparant samen op het vlak van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen ter versterking van het schoolteam van de vervolgschool. Zij doen dit op basis van schoolspecifieke samenwerkingsafspraken. Verder baseren zij hun ondersteuningsaanbod op concrete noden en op een analyse van knelpunten. Hun huidige samenwerking beantwoordt aan heel wat kwaliteitsverwachtingen en getuigt van een sterke kwaliteitsontwikkeling. De planmatige en geĂŻntegreerde aanpak van de onthaalschool overstijgt deze verwachtingen zelfs op het vlak van kwaliteitsbewaking.

56


V.

BELEIDSAANBEVELINGEN VAN DE SCHOLEN

INLEIDING In dit deel focussen we op onderzoeksvraag 6: welke aanbevelingen hebben onthaal- en vervolgscholen voor elkaar en voor het beleid over de inzet van de extra omkadering om expertise over ex-onthaalleerlingen over te dragen en op te bouwen in de vervolgscholen? In het kader van beleidsleren nodigden de inspectieteams de schoolteams van de zeven gevalstudies uit om in het afsluitend gesprek gezamenlijk aanbevelingen te formuleren voor andere scholen en voor de overheid. Dit proces waarin individuen binnen een school nieuwe ideeën en informatie over de nieuwe regeling vervolgschoolcoaches toevoegen, was een belangrijke stap in de evaluatie van deze regeling. De focus voor de aanbevelingen lag op pijler 2 van deze regeling, met name expertiseoverdracht en -opbouw. Uit deze aanbevelingen kan men afleiden in welke mate de schoolteams tevreden zijn met de huidige regeling. Ook hun eventuele verwachtingen naar bijsturingen of bijkomende beleidsbeslissingen voor de toekomst worden hierdoor duidelijk. Op basis van een inhoudsanalyse van de gesprekken kwamen we tot een ordening in onderstaande thema’s: -

samenwerking communicatie kwaliteitszorg en -ontwikkeling professionalisering.

Uit de ordening blijkt dat de schoolteams op verschillende thema’s focussen in hun aanbevelingen. We voegen daarom voor de lezer de informatie toe die het mogelijk maakt om een verband te leggen tussen de aanbeveling en de gevalstudie: -

-

bij elk thema : welke teams aanbevelingen formuleren o (G1, G2, G3) betekent bijvoorbeeld dat de schoolteams van gevalstudie 1, 2 en 3 over dit thema aanbevelingen formuleren bij elke aanbeveling: door welke schoolteams aanbevelingen geformuleerd worden o (G1, G2) betekent dat deze aanbeveling twee keer is geformuleerd, één keer door het team van gevalstudie 1 en één keer door het team van gevalstudie 2.

Samenwerking Alle schoolteams formuleerden aanbevelingen over het optimaliseren van de samenwerking tussen de onthaalschool en de vervolgschool in functie van pijler 2. Deze aanbevelingen hebben betrekking op de actoren in de samenwerking, de inhoud van de samenwerking en de wijze van samenwerken. Een eerste thema gaat over de actoren in de samenwerking. In vijf van de zeven gevalstudies (G2, G3, G4, G5, G7) benadrukken de onthaal- en/of vervolgscholen het belang van duurzame, professionele relaties in de samenwerking tussen beide scholen. Het gaat hierbij zowel om een centraal 57


aanspreekpunt in de vervolgschool voor de vervolgschoolcoach als om een aanspreekpunt in de onthaalschool voor de vervolgschool. Duurzame professionele relaties bevorderen de samenwerking met de vervolgscholen omdat de vervolgschoolcoaches zich beter kunnen afstemmen op de specificiteit van het schoolprofiel. In de vervolgschool kunnen directies of interne begeleiders de rol van centraal aanspreekpunt op zich nemen volgens enkele scholen in dit onderzoek. Naast het inzetten op duurzame relaties, pleitte men in vier teams (G1, G3, G5, G7) ook voor het gezamenlijk opstellen van duidelijke, functionele, resultaatsgerichte, schoolspecifieke samenwerkingsafspraken en het gezamenlijk opvolgen ervan. Een goede afstemming met de verwachtingen van beide scholen en met de decretale opdracht zijn hierbij aangewezen. Goede samenwerkingsafspraken met heldere communicatielijnen zorgen voor een vlotte overdracht van anderstalige leerlingen tussen de betrokken scholen (G1). Volgens team G5 moet de overheid de onthaal -en vervolgscholen stimuleren om kwaliteitsvolle samenwerkingsafspraken te maken. Een voorwaarde om te komen tot een goede samenwerking en goede samenwerkingsafspraken is een duidelijke rolinvulling en -verdeling. Over de rol van de vervolgschoolcoaches op de vervolgschool blijkt heel wat onduidelijkheid te bestaan. In vijf teams (G1, G3, G4, G5, G7) pleit men daarom voor rolverheldering. Concreet vraagt men om de vervolgscholen in te lichten over de rol die vervolgschoolcoaches mogen/moeten opnemen in vervolgscholen. Het moet duidelijk zijn dat deze rol zich niet beperkt tot de individuele begeleiding van ex-onthaalleerlingen (pijler 1) maar ook gericht is op de expertise-opbouw en -overdracht bij leraren in vervolgscholen. Deze rolverheldering geeft vervolgschoolcoaches het mandaat om lerarenteams tijdens klassenraden en andere momenten te sensibiliseren en te professionaliseren (G3, G7). De overheid moet, tot slot, volgens team G5, de leraren en leerlingen informeren over de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de rol van de vervolgschoolcoaches en de gewenste effecten van vervolgschoolcoaching. In vier gevallen (G3, G4, G5, G6) wordt voor pijler 2 niet enkel naar de rol van de vervolgschoolcoach gewezen maar ook naar andere partners. Zo wijzen teams G3, G5 en G6 naar de mogelijke rol van de ondersteuningsnetwerken in de professionalisering van leraren in vervolgscholen. De inbedding van pijler 2 in de ondersteuningsnetwerken heeft het voordeel dat de expertise van de verschillende partners en de rol die ze daarbij opnemen efficiënter op elkaar afgestemd kan worden (G5), zichtbaarder wordt voor leraren en scholen (G3), dat scholen maar met één partner moeten samenwerken en dat leraren een centraal aanspreekpunt hebben (G6). De werking van de ondersteuningsnetwerken dient in dat geval versterkt te worden om de zorgvragen omtrent ex-onthaalleerlingen te integreren en te beantwoorden (G3, G5). Zowel team G4 als team G5 pleiten voor een netoverstijgend centraal aanspreekpunt. Eén team (G7) verwacht een nog bredere samenwerking met externe partners: traumapsychologen die kunnen worden ingezet op de klasvloer. Daarnaast pleit het team ook voor de uitbouw van een 58


performante tolkendienst. Die dienst vormt een cruciale factor in de communicatie met ex-OKAN-leerlingen en hun ouders/voogden. Tot slot vraagt team G3 aan de overheid om beter samen te werken, meer specifiek door het beleidsdomein onderwijs en het federale beleid inzake vluchtelingen, beter op elkaar af te stemmen. Zo kunnen bijvoorbeeld leerlingen die in een asielcentrum verblijven niet mee op buitenlandse stage of missen ze lessen omdat ze administratieve verplichtingen hebben die samenhangen met hun precaire verblijfsstatuut.

Communicatie Op het vlak van communicatie formuleren zes teams (G1, G2, G3, G4, G5, G7) verwachtingen. Ze focussen hierbij voornamelijk op de doorstroom van informatie. Ze vragen aan de overheid om ICT-tools ter beschikking te stellen die de informatiestromen tussen verschillende scholen (onthaalschool en één of meerdere vervolgscholen) over (ex-)OKAN-leerlingen optimaliseren. Deze tools dienen geüniformeerd, flexibel en in real-time beschikbaar te zijn om de communicatiedoorstroom optimaal en efficiënt te laten verlopen (G1, G4). Een goede informatiedoorstroom is volgens deze teams noodzakelijk om een kwaliteitsvolle beginsituatieanalyse te maken (G2) en het traject van de leerling in kaart te brengen. Enkele teams verwijzen hiervoor naar Discimus: verleen toegang tot Discimus aan de vervolgschoolcoaches (G2) en pas Discimus aan om het traject van ex-OKAN-leerlingen bij de overgang van de onthaal- naar de vervolgschool te volgen. Teams G3 en G5 geven aan dat een leerlingenpaspoort de informatiedoorstroom kan vergemakkelijken op bepaalde transitiemomenten zoals de overstap van anderstalige leerlingen van het basis- naar het secundair onderwijs en de overstap van exOKAN-leerlingen naar een tweede vervolgschool. Tot slot pleit team G7 in het kader van kwaliteitsontwikkeling en datageletterdheid voor het ontwikkelen van ondersteunende tools die helpen om informatie te capteren en te interpreteren.

Kwaliteitszorg en -ontwikkeling

Over kwaliteitszorg en kwaliteitsontwikkeling formuleren alle teams aanbevelingen. Deze aanbevelingen gaan over de hoeveelheid beschikbare middelen, de controle, de toewijzing en de invulling van deze middelen en de eigenlijke kwaliteitsontwikkeling op niveau van de scholen. Thema’s die door vijf van de zeven teams (G2, G3, G5, G6, G7) aangehaald worden, zijn de beschikbare middelen en de controle ervan. Drie teams (G3, G5, G7) pleiten voor het behoud van de personele middelen zoals berekend sinds 2016. Twee teams (G2, G7) pleiten voor meer middelen om de expertise-opbouw in vervolgscholen te versnellen. Meer middelen zouden daarenboven toelaten om de middelen te kleuren en ze toe te kennen aan bijvoorbeeld scholen in een grootstedelijke context 59


met OKAN en ex-onthaalleerlingen (G2) of aan ex-onthaalleerlingen met specifieke problematieken en hogere ondersteuningsnoden (bijvoorbeeld trauma en alfabetiseringsnoden) naar analogie met het wegingscoëfficient in het buitengewoon onderwijs (G7). Team 5 verwijst daarbij naar het OKANS-rapport 11en stelt voor om aparte middelen in te zetten om proeftuinen op te richten. Deze personele middelen vormen volgens deze teams een noodzakelijke randvoorwaarde om aan pijler 1 en 2 te kunnen werken. De overheid kan daarbij duidelijke voorwaarden stellen over de te bereiken resultaten, opdat deze middelen kwaliteitsvol worden ingezet. (G3, G5, G7). Over de manier waarop de personele middelen toegewezen dienen te worden, bestaan er verschillende meningen tussen en binnen de verschillende teams. De vervolgschool uit G4, die nog in de beginfase van kwaliteitsontwikkeling rond pijler 2 zit en weinig structurele samenwerking met de onthaalschool heeft, pleit ervoor om de middelen te koppelen aan de vervolgschool, dus te koppelen aan de leerling. Team G2 stelt eveneens een toekenning van de middelen aan de leerling voor hoewel het hier een positief samenwerkingsverhaal betreft waarin de vervolgschoolcoaching sterk is uitgebouwd. De onthaalschool van G6, een voorbeeld van goede praktijk op het vlak van de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen, stelt dan weer voor om de middelen via een enveloppe-financiering aan de school of de scholengemeenschap toe te kennen zodat deze flexibel ingezet kan worden voor OKAN dan wel voor vervolgschoolcoaching afhankelijk van de noden. Naast een ruime omkadering, wijzen vier teams (G3, G5, G6, G7) op het belang van stabiliteit in de omkadering. Een stabiele omkadering kan zorgen voor ‘vaste’ verbindingspersonen tussen onthaal- en vervolgscholen met grotere kansen tot uitbouw van duurzame professionele relaties en netwerking (G3, G5). Het creëren van een specifiek ambt voor vervolgschoolcoaches met een brede onderliggende bekwaamheidsbewijzenregeling (G5) of een statuut met meer werkzekerheid voor de OKANleraar en vervolgschoolcoaches (G6) zorgt volgens hen voor een stabiele omkadering en voor expertise-opbouw (G5). Naast stabiliteit blijft volgens team G6 flexibele inzetbaarheid van de vervolgschoolcoaches noodzakelijk om verschuivingen in de noden van de onthaal- of vervolgschool op te vangen. De maand september verdient hierbij volgens team G7 bijzondere aandacht omdat dit een belangrijk tijdstip is voor de samenwerking tussen de onthaal- en vervolgscholen. Met betrekking tot de invulling van de omkadering vraagt team G1 om ruimte te scheppen in de onthaal- en vervolgscholen voor de aanwerving van personeelsleden met specifieke profielen naar analogie met de mogelijkheden die bestaan in het buitengewoon onderwijs binnen de personeelscategorieën van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel (bijvoorbeeld psychologen voor het behandelen van trauma’s). Binnen elk profiel is het daarenboven belang‐ rijk dat vervolgschoolcoaches voldoende betrokkenheid en engagement vertonen voor hun functie (G7).

11

OKANS: cartografie en analyse van het onthaalonderwijs voor minderjarige anderstalige nieuwkomers (2014-2016) http://www.steunpuntico.be/onderzoek/okans

60


Over de invulling van pijler 2 tot slot, verwoorden vier teams (G1, G3, G5, G7) aanbevelingen. Op niveau van de vervolgschool wijzen twee teams (G3, G5) op het belang van een geĂŻntegreerd en samenhangend beleid waarin er afstemming is tussen het beleid rond ex-OKAN-leerlingen en het zorgbeleid, talenbeleid en het GOK-beleid. De onthaalschool moet van haar kant rekening houden met de specifieke contexten in het beleid van een vervolgschool (G3). Op niveau van de overheid, vragen drie teams (G3, G5, G7) om scholen meer tijd te geven voor de verdere uitbouw van pijler 2. Door de grote stroom nieuwe OKAN-leerlingen en de opeenvolgende grote hervormingen binnen het onderwijslandschap komt de huidige evaluatie volgens hen te vroeg. Tot slot pleit team G1 voor duidelijkere verwachtingen over de onderlinge verhouding van pijler 1 en pijler 2 zodat scholen een scherp zicht krijgen op de samenhang tussen beide pijlers en ze hun werking daarop kunnen afstemmen.

Professionalisering Pijler 2 van de regeling vervolgschoolcoaches heeft tot doel de leraren in de vervolgscholen te helpen om op een adequate manier leerlingen te begeleiden die pas recentelijk via een taalbad (ĂŠĂŠn jaar in de OKAN-klas) het Nederlands hebben geleerd. Leraren moeten dus op korte tijd leren hoe ze aan hun leerlingen met een prille kennis van de schooltaal, les moeten geven. Over dit intensieve professionaliseringsproces formuleren vier van de zeven teams aanbevelingen. Vier teams (G2, G3, G6, G7) uiten hun bezorgdheid over de voorbereiding die de leraren in opleiding krijgen om met deze uitdagende opdracht aan de slag te gaan. Ze formuleren aanbevelingen aan of over de lerarenopleidingen. Ze vragen voornamelijk dat de lerarenopleiding meer aandacht schenkt aan de toenemende maatschappelijke superdiversiteit (G7), multiculturaliteit en specifiek aan de doelgroep van (ex-)OKAN-leerlingen (G2). De lerarenopleiding moet toekomstige leraren voorbereiden op deze uitdagingen in de onderwijsleerpraktijk. Over de wijze waarop dit moet gebeuren, zijn de meningen verdeeld: een masteropleiding voor alle leraren (G7), praktijkstages bij OKAN en in vervolgscholen binnen de verschillende ondersteunende rollen (G6) of een meer ervaringsgericht aanbod (G2). Daarnaast blijft het belangrijk om in de lerarenopleiding voldoende in te zetten op de basiscompetenties van de leraar zoals levenslang leren (G3) en op het bewaken en versterken van een kwaliteitsvolle instroom in de lerarenopleiding (G7). Drie teams (G2, G6, G7) formuleren beleidsaanbevelingen over professionalisering tijdens de loopbaan. Een eerste stap is volgens team G7 het in kaart brengen van de professionaliseringsnoden van de leraren in de vervolgschool. Dit is belangrijk om op een systematische manier vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Teams G2 en G7 geven aan dat er nood is aan professionalisering om te leren omgaan met veranderende contextfactoren zoals de toenemende maatschappelijke superdiversiteit (G7), professionalisering op het vlak van psychosociale begeleiding (G2) en voor directieteams is er nood aan professionalisering op het vlak van kwaliteitsontwikkeling (G2). Over de wijze waarop 61


deze professionalisering vorm moet krijgen, geven de teams volgende aanbevelingen: meer pedagogische studiedagen (G7), prioritaire nascholingen over de OKAN-werking (G7), een expertiseplatform en een steunpunt voor de OKAN-werking (G7) en meer mogelijkheden voor ‘bovenschoolse’ expertise uit‐ wisseling (G6). Conclusie De aanbevelingen van de teams zijn uitgebreid en heterogeen. Ongetwijfeld spelen de context waarbinnen de teams werken en de specifieke problemen waar ze mee te maken krijgen hierbij een rol. Anderzijds delen de schoolteams ook een aantal zorgen. Bijna allemaal formuleren ze aanbevelingen om tegemoet te komen aan bekommernissen over: -

de opbouw van duurzame, professionele relaties tussen onthaal- en vervolgscholen de verheldering van de rol van de vervolgschoolcoach de samenwerking en het bundelen van expertise (cfr ondersteuningsnetwerken) de informatiedoorstroom over de ex-onthaalleerling de continuïteit van de expertise-overdracht en -opbouw de competentie van de startende leraren het professionaliseren van leraren tijdens hun loopbaan.

62


VI.

BELEIDSAANBEVELINGEN

Dit rapport beschrijft de derde en laatste fase van het onderzoek van de onderwijsinspectie naar de implementatie van de nieuwe regeling voor vervolgschoolcoaches. In deze fase onderzochten en evalueerden onderwijsinspecteurs door middel van zeven gevalstudies hoe onthaal- en vervolgscholen samenwerken en de middelen voor vervolgschoolcoaching inzetten om de expertise-overdracht en opbouw met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs te versterken. In dit laatste hoofdstuk focussen we op de beleidsaanbevelingen die we kunnen formuleren op basis van de resultaten uit het onderzoek. Eerst en vooral kunnen we stellen dat het positieve beeld over de nieuwe regeling voor vervolgschoolcoaches, dat reeds in fase 1 en 2 van het onderzoek naar voren kwam, ook in fase 3 overeind blijft. De extra middelen van de overheid voor omkadering dragen bij aan de expertise-overdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs (pijler 2). Dit neemt niet weg dat er, zoals blijkt uit de gevalstudies, grote verschillen zijn tussen scholen in de kwaliteitsontwikkeling en in de effectieve expertise-overdracht en -opbouw bij leraren in vervolgscholen. In enkele gevallen staat de uitbouw en implementatie van pijler 2 al grotendeels op poten. In de meeste gevallen is dit echter nog een proces in wording waarbij in vervolgscholen heel wat aandacht gaat naar bewustwording en sensibilisering over het belang van expertise-opbouw bij leraren in het vervolgonderwijs. De huidige evaluatie komt volgens een aantal scholen door de grote stroom nieuwe OKAN-leerlingen en de opeenvolgende hervormingen binnen het onderwijslandschap te vroeg. We pleiten dan ook enerzijds minimaal voor een behoud van de extra middelen voor omkadering inzake vervolgschoolcoaching om het proces te stimuleren en anderzijds voor een continuering van de opvolging en evaluatie van dit proces door de overheid. Ten tweede stellen we doorheen de fasen van het onderzoek een verschil vast in evaluatie inzake pijler 1 en pijler 2. Een vraag die regelmatig opdook is of de doelstellingen van beide pijlers verenigbaar zijn in ĂŠĂŠn persoon. Pijler 1, de begeleiding, ondersteuning en opvolging van ex-onthaalleerlingen in het reguliere onderwijs, behoort volgens alle respondenten tot het takenpakket van de vervolgschoolcoach. Over pijler 2, expertise-overdracht en -opbouw in het regulier onderwijs met betrekking tot exonthaalleerlingen, bestaat er minder eenduidigheid. In vier van de zeven gevalstudies pleiten scholen voor het overhevelen van het takenpakket inzake pijler 2 van de vervolgschoolcoach naar een expertisenetwerk, naar de vervolgscholen zelf of naar de scholengemeenschap. Mogelijk kan dit opgenomen worden door de ondersteuningsnetwerken aangezien zij ervaren zijn in het professionaliseren van leraren. Het voordeel van een expertisenetwerk is dat de expertise van verschillende partners gebundeld wordt en hierdoor zichtbaarder wordt voor leraren en scholen. De ondersteuningsnetwerken moeten in dat geval versterkt worden om de zorgvragen omtrent ex-onthaalleerlingen te integreren en te beantwoorden. Een aanbeveling hierbij is om traumapsychologen en tolken meer beschikbaar te maken voor het onderwijsveld. Het toekennen van het takenpakket en de middelen via een 63


enveloppe-financiering aan de school of de scholengemeenschap heeft dan weer als voordeel dat deze middelen flexibel ingezet kunnen worden voor OKAN dan wel voor de vervolgschoolcoaching. De overheid kan daarbij ter controle duidelijke voorwaarden stellen over de te bereiken resultaten, opdat deze middelen kwaliteitsvol worden ingezet. Als de overheid het takenpakket van pijler 2 aan de onthaalschool en meer specifiek aan de vervolgschoolcoach blijft toewijzen, dan zijn er een aantal aspecten die best geoptimaliseerd worden. Deze aspecten hebben betrekking op de onthaalscholen, op de vervolgscholen en op de samenwerking tussen beiden. Wat betreft de onthaalscholen, blijkt dat de mate waarin zij hun kwaliteit van expertiseoverdracht en -opbouw met betrekking tot ex-onthaalleerlingen bij de leraren in het vervolgonderwijs systematisch en betrouwbaar evalueren, borgen en bijsturen, in de meeste gevallen nog sterk kan groeien. Nagaan of zij daadwerkelijk effect boeken, gebeurt nog dikwijls op basis van een globale perceptie. Een objectivering daarvan via resultaatsgerichte doelen met bijhorende succesfactoren is nog geen wijdverspreide praktijk. Pedagogische begeleidingsdiensten of andere ondersteunende diensten kunnen onthaalscholen vraaggestuurd ondersteunen bij het uitbouwen van dit aspect van hun kwaliteitsontwikkeling. Deze diensten kunnen onthaalscholen eveneens begeleiden bij het coachen, evalueren en professionaliseren van hun vervolgschoolcoaches. Professionalisering van de vervolgschoolcoaches om hun opdracht op de vervolgschool beter op te nemen, verloopt momenteel eerder situationeel dan beleidsmatig onderbouwd vanuit een systematische nodendetectie en een professioneel plan. Nochtans bleek uit de tweede fase van de evaluatie, het monitoringsonderzoek, dat de aanwezige expertise en expertise-ontwikkeling van de vervolgschoolcoaches volgens de respondenten ĂŠĂŠn van de vier cruciale factoren12 is om een kwaliteitsvolle vervolgschoolcoaching te realiseren. Wat betreft de vervolgscholen, stellen we net zoals bij de onthaalscholen vast dat de kwaliteitsontwikkeling met betrekking tot pijler 2 in haar kinderschoenen staat. De vervolgscholen zetten weinig in op een systematische en betrouwbare evaluatie van de kwaliteit van pijler 2 waardoor ze die ook minder doelgericht kunnen borgen en bijsturen. Een verklaring hiervoor is dat een geĂŻntegreerd en samenhangend beleid waarin er afstemming is tussen het beleid inzake ex-OKAN-leerlingen en het zorgbeleid, talenbeleid en GOK-beleid in deze vervolgscholen afwezig, nog in ontwikkeling of nog niet gedragen is. Dit gebrek aan een sterk uitgebouwde visie en beleid stellen we eveneens vast wanneer het gaat over het personeels- en professionaliseringsbeleid in de vervolgscholen. Sommige vervolgscholen springen eerder pragmatisch om met de selectie en aanwerving van de leraren. Competenties met betrekking tot de ex-onthaalleerlingen zijn daarbij van secundair belang. Dit zou ondervangen kunnen worden door een doelgericht professionaliseringsbeleid en een concreet uitgewerkte functioneringscyclus

12

Vier cruciale factoren volgens de respondenten: 1) de kwaliteit van de samenwerking tussen de ver-

volgschoolcoaches onderling, 2) de kwaliteit van de samenwerking tussen de vervolgschoolcoaches en de vervolgscholen, 3) de aanwezige expertise en expertiseontwikkeling van de vervolgschoolcoaches en 4) de gedragenheid van de visie op vervolgschoolcoaching in de onthaalschool. https://www.onderwijsinspectie.be/nl/onderwijsspiegel-2019 (blz. 87) 64


maar ook op dit vlak zijn er in sommige vervolgscholen nog ontwikkelkansen. Pedagogische begeleidingsdiensten of andere diensten kunnen de vervolgscholen hierbij vraaggestuurd ondersteunen. Zowel bij de onthaalschool als bij de vervolgschool dient op regelmatige tijdstippen geëvalueerd te worden of de kwaliteitsontwikkeling en het personeels- en professionaliseringsbeleid inzake pijler 2 aan de kwaliteitsverwachting beantwoorden. Wat betreft de samenwerking tussen onthaal-en vervolgscholen, blijkt er een grote nood aan verheldering van de rol van de vervolgschoolcoach. We raden de overheid aan om in haar beleid en communicatie aan alle betrokken partijen duidelijk te maken dat deze rol zich niet beperkt tot de individuele begeleiding van ex-onthaalleerlingen (pijler 1) maar ook gericht is op de expertise-overdracht en -opbouw bij leraren in vervolgscholen (pijler 2). Deze verduidelijking geeft vervolgschoolcoaches het mandaat om lerarenteams tijdens klassenraden en andere momenten te sensibiliseren en te professionaliseren. Daarnaast is een stabiele doch flexibel inzetbare omkadering eveneens aangewezen. Het creeren van een specifiek ambt of een statuut voor vervolgschoolcoaches kan een stabiele omkadering faciliteren en een garantie bieden voor expertise-opbouw.

Ongeacht aan wie pijler 2 wordt toegekend, samenwerking tussen de betrokken actoren is hoe dan ook een cruciale factor in het realiseren van kwaliteitsvolle vervolgschoolcoaching. Een sterk pleidooi wordt dan ook gehouden voor het bevorderen van duurzame, professionele relaties en het aanstellen van één centraal aanspreekpunt dat de regie in handen heeft voor pijler 1 en één voor pijler 2. Voor sommige vervolgscholen is de huidige context vrij complex door het grote aantal onthaalscholen dat leerlingen aanlevert en de even talrijke vervolgschoolcoaches waarmee zij samenwerken. De intensiteit van samenwerking tussen onthaalscholen en vervolgscholen verschilt van geval tot geval. Duurzame, professionele relaties en een centraal aanspreekpunt bevorderen die samenwerking. Wie bij iedere actor aanspreekpunt is en wie aanspreekbaar is en dit zowel op organisatieniveau als op niveau van de begeleiding van de leerlingen behoort tot de autonomie van de scholen. Naast het inzetten op duurzame relaties, kan de overheid actoren stimuleren om gezamenlijk duidelijke, functionele, resultaatsgerichte, schoolspecifieke samenwerkingsafspraken op te stellen en op te volgen. Een goede afstemming met de verwachtingen van beide scholen en met de opdracht (BVR) is hierbij aangewezen. Voor dit laatste is een verduidelijking van de verwachtingen over de onderlinge verhouding van pijler 1 en pijler 2 zinvol zodat actoren een scherper zicht krijgen op de samenhang tussen beide pijlers en ze hun werking daar gericht kunnen op afstemmen. Naast goede samenwerkingsafspraken is er, zoals reeds gebleken is in fase 1 en fase 2 van het onderzoek, nood aan tools om een goede doorstroom van informatie over de ex-OKAN-leerling te garanderen. Actoren vragen aan de overheid om ICT-tools (bijvoorbeeld Discimus13) ter beschikking of open te stellen die de informatiestromen tussen verschillende scholen (onthaalschool en één of meerdere vervolgscholen) over (ex-)OKAN-leerlingen optimaliseren. Tot slot is het zinvol om na te gaan of professionaliseringsinitiatieven voorafgaand en tijdens de

13

Discimus (Agentschap voor Onderwijsdiensten: De communicatiestroom over leerlingengegevens heet 'Discimus'.)

65


loopbaan van de leraren zich voldoende richten op de uitdagingen van het onderwijs op het vlak van meertaligheid en diversiteit.

REFERENTIES Argyris, C., & Schรถn, D. A. (1978). Organizational Learning: a theory of action perspective. Boston: McGraw Hill. Hall, S. (1993). Policy Paradigms, Social Leaning, and the State: The Case of Economic Policymaking in Britain. Comparative Politics, 25(3), 275-296. doi: 10.2307/422246 Meulemans, D. (2013). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco. Sabatier, P. A. (1988). An advocacy coalition framework of policy change and the role of policy-oriented learning therein. Policy sciences, 21(2), 129-168. OKANS: cartografie en analyse van het onthaalonderwijs voor minderjarige anderstalige nieuwkomers (2014-2016) http://www.steunpuntico.be/onderzoek/okans NODO+ (VDAB) : https://sites.google.com/a/vdab.be/nodotaalcoaching/ Op de website van de Vlaamse onderwijsinspectie: https://www.onderwijsinspectie.be/nl/onderwijsspiegel-2019 Onderwijsspiegel 2019 (blz.82-87) https://www.onderwijsinspectie.be/nl/andere-opdrachten/onderzoeken/monitor-en-evaluatie-vervolgschoolcoaching-okan : Monitoringrapport OKAN Augustus 2017 Rapport monitoring 2018 vervolgschoolcoaching December 2018

66


OVERZICHT FIGUREN Figuur 1: Het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK). Figuur 2: Inschalingen K1 en K2 voor de onthaalscholen. Figuur 3: Inschalingen K3, K4 en K5 voor de onthaalscholen. Figuur 4: Inschalingen K1 en K2 voor de vervolgscholen. Figuur 5: Inschalingen K3, K4 en K5 voor de vervolgscholen. Figuur 6: Inschalingen P1 t.e.m. P4 voor de onthaalscholen. Figuur 7: Inschalingen P1 t.e.m. P4 voor de vervolgscholen. Figuur 8: Inschalingen voor elke gevalstudie.

BIJLAGEN <Ontwikkelingsschalen>

67


KWALITEITSONTWIKKELING- ONTHAALSCHOOL Onderzoek vervolgschoolcoaching 2019 â&#x20AC;&#x201C; Pijler 2 1 1.

2.

K1, visie en strategisch beleid BENEDEN DE VERWACHTING De school heeft slechts een beperkt zicht op 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil vormgeven en c. hoe de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil stimuleren.

BENADERT DE VERWACHTING De school weet 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil stimuleren.

VOLGENS DE VERWACHTING De school weet 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil stimuleren.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school weet a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool wil stimuleren.

Deze visie houdt weinig rekening met a. de input en b. de context van de school en c. is in strijd met de regelgeving.

De school laat kansen liggen om deze visie af te stemmen op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving. De visie vindt gedeeltelijk ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

Deze visie is afgestemd op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving. Ze vindt breed en zichtbaar ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

Deze visie is afgestemd op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving. Ze vindt breed en zichtbaar ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool. De teamleden voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk om de visie op de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te realiseren.

2.

3.

2.

3.

4.

De school stimuleert de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de visie op de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te realiseren.

2.

3.

4.

5.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

De school evalueert haar visie op de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool in een open dialoog en stuurt ze bij waar nodig.

1/6


2 1.

K2, organisatiebeleid BENEDEN DE VERWACHTING De school ontwikkelt geen coherent beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool. Ze streeft nauwelijks naar een cultuur van participatie en dialoog.

BENADERT DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool. De school staat open voor participatie en externe vragen en verwachtingen, maar vertaalt die inbreng in geringe mate in haar keuzes. 2.

VOLGENS DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool, waarbij participatie en dialoog belangrijk zijn.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool. In de school heerst een participatieve en innovatieve cultuur.

Ze staat open voor externe vragen en verwachtingen en speelt daar geregeld op in.

2.

De school staat open voor externe vragen en verwachtingen en speelt daar geregeld op in.

Ze benut nog niet alle kansen om a. vernieuwing en b. expertisedeling c. tussen de teamleden en d. met de vervolgschool te stimuleren.

Ze stimuleert a. vernieuwing, b. reflectie en c. expertisedeling d. tussen de teamleden en e. met de vervolgschool.

3.

Ze stimuleert a. vernieuwing, b. reflectie, c. leren van en met elkaar d. en expertisedeling e. tussen de teamleden en f. met de vervolgschool.

2.

Ze staat weinig open voor externe vragen en verwachtingen.

3.

Ze stimuleert a. vernieuwing en b. expertisedeling c. tussen de teamleden en d. met de vervolgschool. nagenoeg niet.

4.

Ze werkt nauwelijks samen met anderen om 4. a. de onderwijsleerpraktijk van de vervolgschool of b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te versterken.

Ze werkt samen met anderen, maar ver4. sterkt daarmee nog niet altijd a. de onderwijsleerpraktijk van de vervolgschool of b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

Ze werkt samen met anderen om 4. a. de onderwijsleerpraktijk van de vervolgschool en b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te versterken.

Ze werkt samen met anderen om a. de onderwijsleerpraktijk van de vervolgschool en b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te versterken.

5.

Ze communiceert weinig of niet 5. a. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool b. met interne en externe belanghebbenden zoals de vervolgschool.

De transparantie en de frequentie 5. a. van de communicatie b. met interne en externe belanghebbenden zoals de vervolgschool bieden ruimte tot verbetering.

Ze communiceert 5. a. frequent, b. transparant en c. doelgericht d. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool e. met interne en externe belanghebbenden zoals de vervolgschool.

Ze communiceert a. frequent, b. transparant en c. doelgericht d. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool e. met interne en externe belanghebbenden zoals de vervolgschool.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

3.

3.

2/6


3

1.

K4, systematische evaluatie van de kwaliteit BENEDEN DE VERWACHTING De school evalueert haar schoolwerking 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool niet of occasioneel.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

BENADERT DE VERWACHTING De school evalueert 1. a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

VOLGENS DE VERWACHTING De school evalueert 1. a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school evalueert a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool

b.

b.

b. c.

De evaluatie is weinig systematisch.

systematisch.

systematisch en cyclisch.

3/6


4

1.

2.

3.

K5, betrouwbare evaluatie van de kwaliteit BENEDEN DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties nau- 1. welijks aandacht aan de resultaten en effecten bij de leraren in het vervolgonderwijs en bij de ex-onthaalleerlingen.

BENADERT DE VERWACHTING De school slaagt er nog weinig in om de re- 1. sultaten en effecten van haar werking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool te gebruiken bij haar evaluaties.

VOLGENS DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties aan- 1. dacht aan de resultaten en effecten bij de leraren in het vervolgonderwijs en bij de exonthaalleerlingen.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties systematisch aandacht aan de resultaten en effecten bij de leraren in het vervolgonderwijs en bij de ex-onthaalleerlingen.

Ze benut bij haar evaluaties zelden 2. a. alle beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen of b. de expertise van relevante partners zoals de vervolgschool.

De school benut bij haar evaluaties niet al- 2. tijd a. alle beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen of b. de expertise van relevante partners zoals de vervolgschool.

Ze a.

Ze a.

De evaluaties zijn zelden betrouwbaar.

Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de evaluaties in het gedrang.

De evaluaties zijn doorgaans betrouwbaar.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

3.

3.

b.

2. baseert zich op diverse kwalitatieve en kwantitatieve bronnen. betrekt relevante partners, zoals de vervolgschool bij haar evaluaties.

b.

3.

baseert zich op een brede variatie aan kwalitatieve en kwantitatieve bronnen. betrekt relevante interne en externe partners zoals de vervolgschool bij haar evaluaties.

De evaluaties zijn betrouwbaar.

4/6


5

K6 borgen en bijsturen BENEDEN DE VERWACHTING De school heeft geen of weinig zicht op 1. a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

BENADERT DE VERWACHTING 1. De school heeft zicht op a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool, maar dat zicht is onvolledig.

2.

Ze borgt onvoldoende wat reeds goed is.

2.

Ze bewaart en verspreidt niet altijd wat goed is.

3.

en ontwikkelt nauwelijks verbeteracties voor haar werkpunten.

3.

Ze laat kansen liggen om haar werking van- 3. uit de evaluaties bij te stellen.

1.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

2.

VOLGENS DE VERWACHTING De school heeft zicht op 1. a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school heeft zicht op a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

Ze bewaart en verspreidt wat kwaliteitsvol is.

2.

Ze bewaart en verspreidt systematisch wat kwaliteitsvol is.

Ze ontwikkelt doelgerichte verbeteracties voor haar werkpunten.

3.

Ze ontwikkelt doelgerichte verbeteracties voor haar werkpunten.

4.

Ze houdt hierbij rekening met veranderende contexten.

5/6


6

Criteria voor voorbeelden van goede praktijk

Als aan minstens vier van de volgende vijf criteria is voldaan, is er sprake van een voorbeeld van goede praktijk. 1. 2. 3. 4.

Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare. Een voorbeeld van goede praktijk heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden. Een voorbeeld van goede praktijk is ingebed in de werking van de school of van een deelteam. Een voorbeeld van goede praktijk is onderbouwd vanuit evaluaties of schoolspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit. 5. Een voorbeeld van goede praktijk kan (na vertaalslag naar een andere context) andere scholen of andere deelteams inspireren.

VSC_onthaalschool_kwaliteitsontwikkeling

6/6


PERSONEELSBELEID EN PROFESSIONALISERING - ONTHAALSCHOOL Onderzoek vervolgschoolcoaching 2019 â&#x20AC;&#x201C; Pijler 2 1 1.

2.

P1. Selectie en aanwerving BENEDEN DE VERWACHTING De school gebruikt nauwelijks criteria bij het 1. selecteren en aanwerven van de vervolgschoolcoaches.

BENADERT DE VERWACHTING De school gebruikt criteria bij het selecteren 1. en aanwerven van de vervolgschoolcoaches, maar die criteria zijn nog niet altijd even duidelijk.

VOLGENS DE VERWACHTING De school gebruikt duidelijke criteria bij het 1. selecteren en aanwerven van de vervolgschoolcoaches.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school gebruikt duidelijke criteria bij het selecteren en aanwerven van de vervolgschoolcoaches.

Ze houdt weinig tot geen rekening 2. a. met de competenties m.b.t. exonthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken.

De school laat kansen liggen om bij selectie 2. en aanwerving rekening te houden a. met de competenties m.b.t. exonthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken.

Ze houdt bij selectie en aanwerving rekening 2. a. met de competenties m.b.t. exonthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken,

Ze houdt bij selectie en aanwerving rekening a. met de competenties m.b.t. exonthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken,

b.

b.

zodat de vervolgschoolcoaches optimaal kunnen worden ingezet. 3.

VSC_onthaalschool_personeelsbeleid en professionalisering

zodat de vervolgschoolcoaches optimaal kunnen ingezet worden.

De manier waarop de school vervolgschoolcoaches selecteert en aanwerft, is een voorbeeld van goede praktijk.

1/5


2

P2. Coaching en beoordeling BENEDEN DE VERWACHTING

BENADERT DE VERWACHTING

VOLGENS DE VERWACHTING

OVERSTIJGT DE VERWACHTING

1.

De school 1. a. voert occasioneel gesprekken met de vervolgschoolcoaches. b. heeft weinig aandacht voor coaching m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

De school a. voert gesprekken met de vervolgschoolcoaches en b. heeft aandacht voor coaching m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

1.

De school 1. a. voert informele en formele gesprekken met de vervolgschoolcoaches en b. heeft gerichte aandacht voor coaching m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

De school a. voert informele en formele gesprekken met de vervolgschoolcoaches en b. heeft gerichte aandacht voor coaching m m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

2.

De vervolgschoolcoaches krijgen nagenoeg 2. geen feedback over de manier waarop ze hun opdracht m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool vervullen.

Ze laat kansen liggen om de vervolgschool- 2. coaches feedback te geven over de manier waarop ze hun opdracht m.b.t. de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool vervullen.

De vervolgschoolcoaches krijgen feedback 2. over de manier waarop ze hun opdracht m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool vervullen.

De vervolgschoolcoaches krijgen feedback over de manier waarop ze hun opdracht m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool vervullen.

3.

De manier waarop de school haar vervolgschoolcoaches coacht m.b.t. de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool, is een voorbeeld van goede praktijk.

VSC_onthaalschool_personeelsbeleid en professionalisering

2/5


3 1.

2.

3.

P3. Professionalisering BENEDEN DE VERWACHTING De school heeft geen zicht op de professio- 1. naliseringsnoden a. van de vervolgschoolcoaches en b. van de leraren in de vervolgschool. c. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

BENADERT DE VERWACHTING De school kent de professionaliseringsnoden a. van de vervolgschoolcoaches en b. van de leraren in de vervolgschool. c. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

Het professionaliseringsbeleid spoort onvol- 2. doende met a. de prioritaire doelen van de school op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool en b. de professionaliseringsnoden van de vervolgschoolcoaches en c. van de leraren in de vervolgschool.

Het professionaliseringsbeleid is beperkt 2. gericht a. op de prioritaire doelen van de school op het vlak van de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool en b. de professionele ontwikkeling van de vervolgschoolcoaches en c. van de leraren in de vervolgschool. 3. De school laat kansen liggen

De school neemt weinig initiatieven die

3.

a.

de expertise

a. b.

op het vlak van expertisedeling of â&#x20AC;&#x201C; ontwikkeling.

c. d.

van de vervolgschoolcoaches m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool en van de leraren in de vervolgschool m.b.t. ex-onthaalleerlingen

c. d.

van de vervolgschoolcoaches m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool en van de leraren in de vervolgschool m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

e. f.

e. f.

VOLGENS DE VERWACHTING 2.

De school koppelt de a.

b. c.

3.

haar prioritaire doelen op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool aan professionaliseringsnoden van de vervolgschoolcoaches en van de leraren in de vervolgschool.

De school neemt initiatieven die een positieve impact hebben op a. de expertisedeling of b. het ontwikkelen en actualiseren van expertise 4. c. van de vervolgschoolcoaches d. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool en e. van de leraren in de vervolgschool f. m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school koppelt de a. haar prioritaire doelen op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool aan b. professionaliseringsnoden van de vervolgschoolcoaches en c. van de leraren in de vervolgschool. Het schoolteam is een professionele leergemeenschap die consequent en doelgericht aandacht besteedt aan a. het verhogen en actualiseren van de expertise van en de expertisedeling onder c. d.

e. f.

de vervolgschoolcoaches m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool de leraren in de vervolgschool m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

De manier waarop de school de professionalisering m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool organiseert is een voorbeeld van goede praktijk.

ontwikkelen of actualiseren.

VSC_onthaalschool_personeelsbeleid en professionalisering

3/5


4 1.

P4. Aanvangsbegeleiding BENEDEN DE VERWACHTING Er is weinig gestructureerde begeleiding van 1. beginnende vervolgschoolcoaches in functie van hun opdracht als vervolgschoolcoach.

2.

BENADERT DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende vervolgschoolcoaches is gericht op a. integratie in de schoolstructuur.

De school laat kansen liggen om deze aanvangsbegeleiding te koppelen aan a. doelen m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool b. individuele noden, c. praktijkondersteuning of d. feedback.

1.

2.

VOLGENS DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende vervolg1. schoolcoaches is gericht op a. integratie in de schoolwerking b. en samenwerking met de vervolgschool.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende vervolgschoolcoaches is gericht op a. integratie in de schoolwerking b. en samenwerking met de vervolgschool.

Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld

Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld

2.

a.

aan coaching in functie van hun opdracht als vervolgschoolcoach en

a.

b.

aan de professionele ontwikkeling m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

b.

3.

VSC_onthaalschool_personeelsbeleid en professionalisering

aan ondersteuning en coaching in functie van hun opdracht als vervolgschoolcoach en aan de professionele ontwikkeling m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

De manier waarop de school de aanvangsbegeleiding van vervolgschoolcoaches organiseert, is een voorbeeld van goede praktijk.

4/5


5

Criteria voor voorbeelden van goede praktijk

Als aan minstens vier van de volgende vijf criteria is voldaan, is er sprake van een voorbeeld van goede praktijk. 1. 2. 3. 4.

Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare. Een voorbeeld van goede praktijk heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden. Een voorbeeld van goede praktijk is ingebed in de werking van de school of van een deelteam. Een voorbeeld van goede praktijk is onderbouwd vanuit evaluaties of schoolspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit. 5. Een voorbeeld van goede praktijk kan (na vertaalslag naar een andere context) andere scholen of andere deelteams inspireren.

VSC_onthaalschool_personeelsbeleid en professionalisering

5/5


SAMENWERKING TUSSEN DE ONTHAALSCHOOL EN DE VERVOLGSCHOOL Onderzoek vervolgschoolcoaching 2019 â&#x20AC;&#x201C; Pijler 2 1.

BENEDEN DE VERWACHTING De scholen werken nauwelijks

1.

samen d. op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool.

f.

3.

VSC_scholen_samenwerking

1.

samen d. op het vlak van de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool e. ter versterking van het schoolteam. f.

Samenwerkingsafspraken ontbreken.

Het schoolteam van de vervolgschool formuleert zelden een hulpvraag.

BENADERT DE VERWACHTING De scholen werken in beperkte mate

3.

f.

Er zijn samenwerkingsafspraken, maar deze afspraken zijn niet altijd schoolspecifiek, en transparant.

Het schoolteam van de vervolgschool formuleert in beperkte mate een hulpvraag a. aan het CLB of b. aan de vervolgschoolcoach van de onthaalschool c. om het begrip en de expertise van de leraren in het vervolgonderwijs te verbeteren.

VOLGENS DE VERWACHTING De scholen werken a. systematisch, b. planmatig en c. transparant samen d. op het vlak van de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool e. ter versterking van het schoolteam

1.

op basis van schoolspecifieke samenwerkingsafspraken.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De scholen werken a. systematisch, b. planmatig en c. transparant samen d. op het vlak van de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij leraren in de vervolgschool e. ter versterking van het schoolteam f.

op basis van schoolspecifieke samenwerkingsafspraken.

2.

De scholen baseren vraag en aanbod voor ondersteuning a. op concrete noden en b. op een analyse van knelpunten.

2.

De scholen baseren vraag en aanbod voor ondersteuning a. op concrete noden en b. op een analyse van knelpunten.

3.

Het schoolteam van de vervolgschool formuleert een hulpvraag a. aan het CLB of b. aan de vervolgschoolcoach van de onthaalschool c. om het begrip en de expertise van de leraren in het vervolgonderwijs te verbeteren.

3.

Het schoolteam van de vervolgschool formuleert een hulpvraag a. aan het CLB of b. aan de vervolgschoolcoach van de onthaalschool c. om het begrip en de expertise van de leraren in het vervolgonderwijs te verbeteren.

4.

De manier waarop de scholen samenwerken, is een voorbeeld van goede praktijk.

1/2


Criteria voor voorbeelden van goede praktijk Als aan minstens vier van de volgende vijf criteria is voldaan, is er sprake van een voorbeeld van goede praktijk. 1. 2. 3. 4.

Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare. Een voorbeeld van goede praktijk heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden. Een voorbeeld van goede praktijk is ingebed in de werking van de school of van een deelteam. Een voorbeeld van goede praktijk is onderbouwd vanuit evaluaties of schoolspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit. 5. Een voorbeeld van goede praktijk kan (na vertaalslag naar een andere context) andere scholen of andere deelteams inspireren.

VSC_scholen_samenwerking

2/2


KWALITEITSONTWIKKELING- VERVOLGSCHOOL Onderzoek vervolgschoolcoaching 2019 â&#x20AC;&#x201C; Pijler 2 1 1.

2.

K1, visie en strategisch beleid BENEDEN DE VERWACHTING De school heeft slechts een beperkt zicht op 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil vormgeven en c. hoe de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil stimuleren.

BENADERT DE VERWACHTING De school weet 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil stimuleren.

VOLGENS DE VERWACHTING De school weet 1. a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil stimuleren.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school weet a. wat ze met de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil bereiken, b. hoe ze de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil vormgeven c. hoe ze de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren wil stimuleren.

Deze visie houdt weinig rekening met a. de input en b. de context van de school en c. is in strijd met de regelgeving.

2.

De school laat kansen liggen om deze visie af te stemmen op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving.

2.

Deze visie is afgestemd op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving.

2.

Deze visie is afgestemd op a. de input en b. de context van de school en c. de regelgeving.

3.

De visie vindt gedeeltelijk ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

3.

Ze vindt breed en zichtbaar ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

3.

Ze vindt breed en zichtbaar ingang in de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

4.

De school stimuleert de gezamenlijke ver- 4. antwoordelijkheid om de visie op de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren te realiseren.

De teamleden voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk om de visie op de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij haar leraren te realiseren.

5.

De school evalueert haar visie op de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren in een open dialoog en stuurt ze bij waar nodig.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

1/6


2 1.

K2, organisatiebeleid BENEDEN DE VERWACHTING De school ontwikkelt geen coherent beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren . Ze streeft nauwelijks naar een cultuur van participatie en dialoog.

BENADERT DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren . De school staat open voor participatie en externe vragen en verwachtingen, maar vertaalt die inbreng in geringe mate in haar keuzes. 2.

VOLGENS DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren, waarbij participatie en dialoog belangrijk zijn.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school ontwikkelt en voert een beleid m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren . In de school heerst een participatieve en innovatieve cultuur.

Ze staat open voor externe vragen en verwachtingen en speelt daar geregeld op in.

2.

De school staat open voor externe vragen en verwachtingen en speelt daar geregeld op in.

Ze benut nog niet alle kansen om a. vernieuwing en b. expertisedeling c. tussen de teamleden en d. met de onthaalschool te stimuleren.

Ze stimuleert a. vernieuwing, b. reflectie en c. expertisedeling d. tussen de teamleden en e. met de onthaalschool.

3.

Ze stimuleert a. vernieuwing, b. reflectie, c. leren van en met elkaar d. en expertisedeling e. tussen de teamleden en f. met de onthaalschool.

2.

Ze staat weinig open voor externe vragen en verwachtingen.

3.

Ze stimuleert a. vernieuwing en b. expertisedeling c. tussen de teamleden en d. met de onthaalschool nagenoeg niet.

4.

Ze werkt nauwelijks samen met anderen om 4. a. de onderwijsleerpraktijk of b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren te versterken.

Ze werkt samen met anderen, maar ver4. sterkt daarmee nog niet altijd a. de onderwijsleerpraktijk of b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren .

Ze werkt samen met anderen om 4. a. de onderwijsleerpraktijk en b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren te versterken.

Ze werkt samen met anderen om a. de onderwijsleerpraktijk en b. de schoolwerking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren te versterken.

5.

Ze communiceert weinig of niet 5. a. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren b. met interne en externe belanghebbenden zoals de onthaalschool.

De transparantie en de frequentie 5. a. van de communicatie b. met interne en externe belanghebbenden zoals de onthaalschool bieden ruimte tot verbetering.

Ze communiceert 5. a. frequent, b. transparant en c. doelgericht d. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren e. met interne en externe belanghebbenden zoals de onthaalschool.

Ze communiceert a. frequent, b. transparant en c. doelgericht d. over haar werking m.b.t. de expertiseoverdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren e. met interne en externe belanghebbenden zoals de onthaalschool.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

3.

3.

2/6


3

1.

K4, systematische evaluatie van de kwaliteit BENEDEN DE VERWACHTING De school evalueert haar schoolwerking 1. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren niet of occasioneel.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

BENADERT DE VERWACHTING De school evalueert 1. a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

VOLGENS DE VERWACHTING De school evalueert 1. a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school evalueert a. verschillende aspecten van de schoolwerking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren

b.

b.

b. c.

De evaluatie is weinig systematisch.

systematisch.

systematisch en cyclisch.

3/6


4

1.

2.

3.

K5, betrouwbare evaluatie van de kwaliteit BENEDEN DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties nau- 1. welijks aandacht aan de resultaten en effecten bij haar leraren en ex-onthaalleerlingen.

BENADERT DE VERWACHTING De school slaagt er nog weinig in om de re- 1. sultaten en effecten van haar werking m.b.t. de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren te gebruiken bij haar evaluaties.

VOLGENS DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties aan- 1. dacht aan de resultaten en effecten bij haar leraren en ex-onthaalleerlingen.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school besteedt bij haar evaluaties systematisch aandacht aan de resultaten en effecten bij haar leraren en ex-onthaalleerlingen.

Ze benut bij haar evaluaties zelden 2. a. alle beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen of b. de expertise van relevante partners zoals de onthaalschool.

De school benut bij haar evaluaties niet al- 2. tijd a. alle beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bronnen of b. de expertise van relevante partners zoals de onthaalschool.

Ze a.

Ze a.

De evaluaties zijn zelden betrouwbaar.

Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de evaluaties in het gedrang.

De evaluaties zijn doorgaans betrouwbaar.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

3.

3.

b.

2. baseert zich op diverse kwalitatieve en kwantitatieve bronnen. betrekt relevante partners, zoals de onthaalschool bij haar evaluaties.

b.

3.

baseert zich op een brede variatie aan kwalitatieve en kwantitatieve bronnen. betrekt relevante interne en externe partners zoals de onthaalschool bij haar evaluaties.

De evaluaties zijn betrouwbaar.

4/6


5

K6, borgen en bijsturen BENEDEN DE VERWACHTING 1. De school heeft geen of weinig zicht op a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij haar leraren .

BENADERT DE VERWACHTING De school heeft zicht op 1. a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij haar leraren, maar dat zicht is onvolledig.

2.

Ze borgt onvoldoende wat reeds goed is.

2.

Ze bewaart en verspreidt niet altijd wat goed is.

3.

en ontwikkelt nauwelijks verbeteracties voor haar werkpunten.

3.

Ze laat kansen liggen om haar werking van- 3. uit de evaluaties bij te stellen.

1.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

2.

VOLGENS DE VERWACHTING De school heeft zicht op 1. a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij haar leraren.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school heeft zicht op a. haar sterke punten en b. werkpunten voor de expertise-overdracht en expertise-opbouw m.b.t. exonthaalleerlingen bij haar leraren.

Ze bewaart en verspreidt wat kwaliteitsvol is.

2.

Ze bewaart en verspreidt systematisch wat kwaliteitsvol is.

Ze ontwikkelt doelgerichte verbeteracties voor haar werkpunten.

3.

Ze ontwikkelt doelgerichte verbeteracties voor haar werkpunten.

4.

Ze houdt hierbij rekening met veranderende contexten.

5/6


6

Criteria voor voorbeelden van goede praktijk

Als aan minstens vier van de volgende vijf criteria is voldaan, is er sprake van een voorbeeld van goede praktijk. 1. 2. 3. 4.

Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare. Een voorbeeld van goede praktijk heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden. Een voorbeeld van goede praktijk is ingebed in de werking van de school of van een deelteam. Een voorbeeld van goede praktijk is onderbouwd vanuit evaluaties of schoolspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit. 5. Een voorbeeld van goede praktijk kan (na vertaalslag naar een andere context) andere scholen of andere deelteams inspireren.

VSC_vervolgschool_kwaliteitsontwikkeling

6/6


PERSONEELSBELEID EN PROFESSIONALISERING - VERVOLGSCHOOL Onderzoek vervolgschoolcoaching 2019 â&#x20AC;&#x201C; Pijler 2 1 1.

2.

P1. Selectie en aanwerving BENEDEN DE VERWACHTING De school gebruikt nauwelijks criteria bij het 1. selecteren en aanwerven van de teamleden.

BENADERT DE VERWACHTING De school gebruikt criteria bij het selecteren 1. en aanwerven van de teamleden, maar die criteria zijn nog niet altijd even duidelijk.

VOLGENS DE VERWACHTING De school gebruikt duidelijke criteria bij het 1. selecteren en aanwerven van de teamleden.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De school gebruikt duidelijke criteria bij het selecteren en aanwerven van de teamleden.

Ze houdt weinig tot geen rekening a. met de competenties m.b.t. ex-onthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken.

De school laat kansen liggen om bij selectie 2. en aanwerving rekening te houden a. met de competenties m.b.t. ex-onthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken.

Ze houdt bij selectie en aanwerving rekening 2. a. met de competenties m.b.t. ex-onthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken,

Ze houdt bij selectie en aanwerving rekening a. met de competenties m.b.t. ex-onthaalleerlingen die de schoolwerking kunnen versterken,

b.

b.

2.

zodat de teamleden optimaal kunnen worden ingezet. 3.

VSC_vervolgschool_personeelsbeleid en professionalisering

zodat de teamleden optimaal kunnen ingezet worden.

De manier waarop de school teamleden betrokken bij ex-onthaalleerlingen selecteert en aanwerft, is een voorbeeld van goede praktijk.

1/5


2

P2. Coaching en beoordeling BENEDEN DE VERWACHTING

BENADERT DE VERWACHTING

1.

De school a. voert occasioneel gesprekken met de teamleden. b. heeft weinig aandacht voor coaching m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

1.

2.

De teamleden krijgen nagenoeg geen feed- 2. back over de manier waarop ze hun begrip en expertise m.b.t. ex-onthaalleerlingen verbeteren.

VOLGENS DE VERWACHTING

OVERSTIJGT DE VERWACHTING

De school 1. a. voert gesprekken met de teamleden en b. heeft aandacht m.b.t. de expertiseoverdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

1. De school a. voert informele en formele gesprekken met de teamleden en b. heeft gerichte aandacht voor coaching m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren

De school a. voert informele en formele gesprekken met de teamleden en b. heeft gerichte aandacht voor m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren.

2.

De teamleden krijgen feedback over de ma- 2. nier waarop ze hun begrip en expertise m.b.t. ex-onthaalleerlingen verbeteren.

De teamleden krijgen feedback over de manier waarop ze hun begrip en expertise m.b.t. ex-onthaalleerlingen verbeteren

3.

De manier waarop de school haar teamleden coacht m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren, is een voorbeeld van goede praktijk.

Ze laat kansen liggen om de teamleden feedback te geven over de manier waarop ze hun begrip en expertise m.b.t. ex-onthaalleerlingen verbeteren.

VSC_vervolgschool_personeelsbeleid en professionalisering

2/5


3 1.

2.

P3. Professionalisering BENEDEN DE VERWACHTING 1. De school heeft geen zicht op a. de professionaliseringsnoden van de teamleden b. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

BENADERT DE VERWACHTING De school kent a. de professionaliseringsnoden van de teamleden b. m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

Het professionaliseringsbeleid spoort onvol- 2. doende met a. de prioritaire doelen van de school op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren en

Het professionaliseringsbeleid is beperkt ge- 2. richt op a. de prioritaire doelen van de school op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren en

b.

3.

b.

de professionaliseringsnoden van de teamleden.

De school neemt weinig initiatieven die a. de expertise van het schoolteam

d. m.b.t. ex-onthaalleerlingen ontwikkelen of actualiseren.

3.

de professionele ontwikkeling van de teamleden.

De school laat kansen liggen a. op het vlak van expertisedeling of â&#x20AC;&#x201C; b. ontwikkeling

d.

VOLGENS DE VERWACHTING

m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

3.

De school koppelt

OVERSTIJGT DE VERWACHTING

2.

a.

haar prioritaire doelen op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren aan

a.

haar prioritaire doelen op het vlak van de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren aan

b.

de professionaliseringsnoden van de teamleden

b.

de professionaliseringsnoden van de teamleden

De school neemt initiatieven die een posi- 3. tieve impact hebben op a. de expertisedeling of b. het ontwikkelen en actualiseren van expertise c. van de teamleden d. m.b.t. ex-onthaalleerlingen. 4.

VSC_vervolgschool_personeelsbeleid en professionalisering

De school koppelt

Het schoolteam is een professionele leergemeenschap die consequent en doelgericht aandacht besteedt a. aan het verhogen en actualiseren van haar expertise en expertisedeling d.

m.b.t. ex-onthaalleerlingen

De manier waarop de school de professionalisering de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren organiseert is een voorbeeld van goede praktijk.

3/5


4 1.

P4. Aanvangsbegeleiding BENEDEN DE VERWACHTING Er is weinig gestructureerde begeleiding van 1. beginnende teamleden m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

2.

BENADERT DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende teamleden is gericht op a. integratie in de schoolstructuur.

1.

De school laat kansen liggen om deze aan- 2. vangsbegeleiding te koppelen aan a. doelen m.b.t. de expertise-overdracht en expertiseopbouw m.b.t. ex-onthaalleerlingen bij haar leraren b. individuele noden, c. praktijkondersteuning of d. feedback.

VSC_vervolgschool_personeelsbeleid en professionalisering

VOLGENS DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende teamleden is gericht op a. integratie in de schoolwerking en b. samenwerking met de vervolgschoolcoaches. Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld a. aan coaching in de klaspraktijk en

1.

OVERSTIJGT DE VERWACHTING De begeleiding van beginnende teamleden is gericht op. a. integratie in de schoolwerking en b. samenwerking met de vervolgschoolcoaches.

2.

Deze aanvangsbegeleiding is gekoppeld a. aan ondersteuning en coaching in de klaspraktijk en b. aan de professionele ontwikkeling m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

3.

De manier waarop de school de aanvangsbegeleiding m.b.t. ex-onthaalleerlingen organiseert, is een voorbeeld van goede praktijk.

b. aan de professionele ontwikkeling m.b.t. ex-onthaalleerlingen.

4/5


5

Criteria voor voorbeelden van goede praktijk

Als aan minstens vier van de volgende vijf criteria is voldaan, is er sprake van een voorbeeld van goede praktijk. 1. 2. 3. 4.

Een voorbeeld van goede praktijk overstijgt het gangbare. Een voorbeeld van goede praktijk heeft een (hetzij rechtstreekse, hetzij onrechtstreekse) positieve impact op de resultaten en effecten bij de lerenden. Een voorbeeld van goede praktijk is ingebed in de werking van de school of van een deelteam. Een voorbeeld van goede praktijk is onderbouwd vanuit evaluaties of schoolspecifieke noden of is gebaseerd op vernieuwde inzichten op het vlak van onderwijskwaliteit. 5. Een voorbeeld van goede praktijk kan (na vertaalslag naar een andere context) andere scholen of andere deelteams inspireren.

VSC_vervolgschool_personeelsbeleid en professionalisering

5/5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
evaluatie_vervolgschoolcoaching_VSC_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu