Skip to main content

vlaamse_woonraad_advies_201504_jongeren_en_kinderrechtenbeleidsplan.pdf

Page 1

---••.... .~u•: 111111 •

i8i• • ...::

Vlaamse Woon raad Strategische Adviesraad Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be

Advies 2015/04 datum bestemmeling kopie

18 juni 2015 De heer Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel Mevrouw Liesbeth Homans, Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en armoedebestrijding Vlaams Parlement, Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media Vlaams Parlement, Commissie voor Wonen, Armoedebeleid en Gelijke Kansen

onderwerp

Advies over het ontwerp van Vlaams jeugd en kinderrechtenbeleidsplan

1. Situering Op 22 mei 2015 hechtte de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP). De Vlaamse Woonraad werd verzocht zijn advies mee te delen binnen een termijn van dertig dagen. Voorliggend advies werd op 18 juni 2015 goedgekeurd door de Vlaamse Woonraad en overgemaakt aan de bevoegde minister.

2. Bespreking De Vlaamse Woonraad beperkt zijn advies tot de bespreking van het hoofdstuk ‘Wonen’ uit het JKP (p.135-144).

~r\ Vlaams~ ,~ \ overheid


2.1.

Algemeen

De Vlaamse Woonraad is ervan overtuigd dat een mogelijk gebrekkige woonsituatie waarin kinderen en jongeren moeten wonen (en opgroeien) hen belangrijke kansen ontneemt. Behoorlijk kunnen wonen is een essentiële voorwaarde om een menswaardig leven te kunnen leiden, en is doorgaans een cruciale hoeksteen om andere rechten te kunnen vervullen (op vlak van gezondheid, welzijn en onderwijs). Bijzondere beleidsaandacht voor de woonsituatie van kinderen en jongeren is dan ook gerechtvaardigd om hen de optimale ontplooiingskansen te kunnen geven. De Raad is verheugd dat in het Jeugd en Kinderrechtenbeleidsplan (JKP) de rechtenbenadering centraal wordt geplaatst. Een dergelijk uitgangspunt moet leiden tot het realiseren van fundamentele basisrechten, zoals het recht op behoorlijk wonen. De rechtenbenadering dient volgens de Raad meer absoluut te gelden, en dus ook ten aanzien van de ouders die geconfronteerd worden met de schending van het recht op wonen. De woonnood is immers volgens de Raad een doorslaggevend criterium waarop het beleid kan worden geënt. Verder vraagt de Raad de vooropgestelde opties rond wonen in het jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan maximaal in te passen in het Vlaamse woonbeleidsplan dat op stapel wordt gezet (cf. beleidsnota wonen 2014-2019). Gemeenschappelijke en afgestemde doelstellingen realiseren dan het recht op wonen van kinderen en jongeren via dit van de volwassenen (die voor hen instaan). Het beleid kan hierbij wel extra aandacht schenken aan de gebrekkige woonsituatie in geval kinderen en jongeren betrokken zijn (als extra verzwarende omstandigheid die steun vereist). De Vlaamse Woonraad stelt vast dat de totstandkoming van het JKP participatief is verlopen. Een dergelijke werkwijze wordt door de Raad ondersteund, maar de Raad vraagt een representativiteit van het werkveld na te streven. Eveneens kan worden ondersteund dat het JKP rekening houdt met de slotbeschouwingen van het VN comité aan België.

2.2.

Strategische doelstelling

De centrale doelstelling van het Vlaamse woonbeleid is: “Iedereen heeft recht op menswaardig wonen. Daartoe moet de beschikking over een aangepaste woning, van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en met woonzekerheid worden bevorderd” (Art. 3 Vlaamse Wooncode). Bijzondere aandacht wordt verleend aan de meest woonbehoeftige alleenstaanden en gezinnen (Art. 4 Vlaamse Wooncode). Deze doelstellingen vormen de kern van het Vlaamse woonbeleid. De strategische doelstelling inzake wonen in het JKP luidt “In 2019 is aangepast en comfortabel wonen verzekerd voor alle kinderen en jongeren”.. Hoewel wellicht onbedoeld, houdt deze formulering mogelijk een afzwakking in. De begrippen ‘aangepast’ en ‘comfortabel’ wonen hebben immers een beperktere (juridische en feitelijke) invulling.

2


In de Vlaamse Wooncode (Art. 2 11°) verwijst ‘(on)aangepast’ naar de aanpassing aan de fysieke mogelijkheden van bejaarden of personen met een handicap of de normen voor woningbezetting. ‘Comfort’ kan worden beschouwd als een beperkt onderdeel van woningkwaliteit (naast o.a. bouwfysische kwaliteit), maar wordt als dusdanig niet gedefinieerd in de Vlaamse Wooncode. De strategische doelstelling in het JKP sluit bijgevolg niet volledig aan op de centrale doelstellingen van de Vlaamse Wooncode, terwijl dit allicht in de geest van het JKP wel de bedoeling was. De rechtenbenadering impliceert immers eveneens de volheid van het recht op wonen (met inbegrip van alle deelaspecten van het recht op wonen). De Vlaamse Woonraad is dan ook van mening dat de strategische doelstelling inzake wonen in het JKP best wordt geherformuleerd, rekening houdend met de elementen van het recht op wonen (betaalbaarheid, kwaliteit en aangepast). Volgende strategische doelstelling kan dan worden overwogen: “ Voor alle kinderen en jongeren wordt het recht op betaalbaar, kwalitatief en aangepast wonen verzekerd” . De duiding bij de strategische doelstelling legt de nadruk op alternatieve woonvormen en de uitbreiding en betere bekendmaking van het bestaande instrumentarium. De Vlaamse Woonraad onderkent het belang hiervan, maar is van mening dat een beleid dat vertrekt van een rechtenbenadering een meer fundamentele herdenking van het woonbeleid vergt. Duidelijke keuzes en prioriteiten in het woonbeleidsplan zijn noodzakelijk om het recht op menswaardig wonen te kunnen verzekeren. De Raad verwijst in dit verband naar zijn voorstel om in het woonbeleid stapsgewijs een resultaatgerichte aanpak van de woonproblemen te verankeren1. Dergelijke zienswijze sluit volgens de Raad eveneens aan bij de rechtenbenadering, die het uitgangspunt vormt van het JKP. Terzijde merkt de Raad op dat de effectindicator bij de strategische doelstelling enkel betrekking heeft op woningkwaliteit. De Raad stelt voor om ook voor andere deelaspecten van het ‘recht op menswaardig wonen’ (bv. betaalbaarheid) bijkomende indicatoren op te nemen.2

2.3.

Operationele doelstellingen

De operationele doelstellingen en bijhorende projecten en processen zijn grotendeels afkomstig uit de Beleidsnota Wonen 2014-2019. In zijn advies erkende de Raad dat de beleidsnota een aantal lijnen uitzet die een wijzigend beleid kunnen inluiden, en waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de allerzwakste huishoudens3. De Raad onderlijnde eveneens het nut en belang van het aangekondigde woonbeleidsplan. De Raad herhaalt

1

Vlaamse Woonraad (2013). Naar een versterkt recht op wonen? (Advies 2013/17), Brussel: Vlaamse Woonraad. 2 Zie o.a. Winters S., Buyst E., Elsinga M., Heylen K., Le Roy M., Tratsaert K., Vandekerckhove B., Vastmans F. & Verbeeck G. (2013), Voorstel tot indicatoren voor het Vlaamse Woonbeleid, Leuven: Steunpunt Wonen. 3 Vlaamse Woonraad (2014), Advies over de Beleidsnota Wonen 2014-2019 (Advies 2014/09), Brussel: Vlaamse Woonraad.

3


zijn vraag om de operationele doelstellingen in het JKP te willen afstemmen op het vooropgestelde woonbeleidsplan. Algemeen dringt de Raad aan op een grondige analyse van welke specifieke problemen kinderen en jongeren (als individu of als onderdeel van een gezin) ervaren op de woningmarkt, en welke van deze pijnpunten bij voorrang dienen te worden aangepakt. De Raad meent dat dergelijke analyse voorafgaand aan het JKP richtinggevend kan werken (zeker ten aanzien van de groep kinderen en jongeren wiens situatie precair is op verschillende vlakken). Er kan dan desgevallend een geïntegreerde aanpak worden voorgesteld (bijvoorbeeld inzake wonen, jeugd, armoede en welzijn). In dit verband kan onder meer gewezen worden naar: 

Woonproblemen bij eenoudergezinnen: 39% van de eenoudergezinnen houdt na betaling van de woonkosten te weinig over om menswaardig te kunnen leven (budgetmethode). Op de sociale en private huurmarkt stijgt dit aandeel tot 64-66%. Geen enkel ander huishoudtype scoort slechter.4 Ook kwaliteitsproblemen komen relatief vaker voor bij eenoudergezinnen.5 Gelet op de impact van betaalbaarheids- en kwaliteitsproblemen (verminderd algemeen welzijn, gezondheidsproblemen, negatieve invloed op schoolprestaties,…) is dit een zorgwekkende vaststelling.

Dak- en thuisloosheid bij kinderen en jongeren: Vlaanderen telt 5.378 dak- en thuislozen, waarvan 53 dakloze kinderen en 1.675 thuisloze kinderen.6 Een belangrijke groep dak- en thuislozen zijn jongeren die uit de bijzondere jeugdzorg of de gehandicaptenzorg komen. De toegang tot geschikte huisvesting, en de begeleiding van deze groepen op de woningmarkt is problematisch.7

…

Een grondige analyse van deze en soortgelijke problemen zou volgens de Raad een meerwaarde kunnen betekenen bij het meer gericht formuleren van operationele doelstellingen (en bijhorende acties). De doelstellingen kunnen diverse beleidsvelden overschrijden en kunnen daadwerkelijk bijdragen tot een woonbeleid dat meer kansen biedt aan kinderen en jongeren. De Raad is desgewenst graag bereid hier zijn medewerking aan te verlenen.

4

Heylen, K. (2015) Grote Woononderzoek 2013. Deel 2. Deelmarkten, woonkosten en Betaalbaarheid. Leuven: Steunpunt Wonen. 5 Vanderstraeten, L. & Ryckewaert, M. (2015) Grote Woononderzoek 2013. Deel 3. Technische woningkwaliteit. Leuven: Steunpunt Wonen. 6 Meys, E. & Hermans, K. (2014) Nulmeting dak- en thuisloosheid. Leuven: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. 7 Pannecoucke I., Verstraete J., Meeus B. & De Decker P. (2014), Het verlaten van een instelling. Verkennend onderzoek naar de woonpaden van kwetsbare groepen die een instelling verlaten, Leuven: Steunpunt Wonen.

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook