RUILVERKAVELING in uitvoering Veelgestelde vragen bij de herverkaveling
Vlaamse overheid
VLM.be OMGEVINGVLAANDEREN.be
Woordje vooraf Tijdens de uitvoeringsfase van het ruilverkavelingsproject komen rond de herverkaveling vaak dezelfde vragen en bezorgdheden naar boven. We hebben deze vragen hieronder gebundeld en beantwoord. Eerst worden enkele veel voorkomende begrippen verduidelijkt. De fase van de “studie van herverkaveling” heeft als doel om de gronden van eigenaars en gebruikers te groeperen zo dicht mogelijk bij de bedrijfszetel. Tevens wordt gestreefd naar kavels met een regelmatige vorm die een eigen ontsluiting krijgen. De nieuwe eigendomsen gebruiksstructuren worden in een eerste (vergelijkbaar met notariële) akte vastgelegd en op een latere datum aangevuld met een tweede akte over de financiële afrekening. De eigenaars en de gebruikers kunnen de nieuwe kavels in gebruik nemen, vanaf de afpaling (in onderling overleg en na oogst) en moeten de oude kavels verlaten uiterlijk met het verlijden van de eerste akte. De kostenverrekening gebeurt meestal één tot enkele jaren later wanneer de laatste werken uitgevoerd zijn.
Inhoud Begrippen en definities Vraag 1: Wat als er voor mijn perceel een verschil is tussen de kadastrale oppervlakte en de werkelijke terreinoppervlakte? Vraag 2: Krijg ik na de herverkaveling evenveel en gelijkwaardige grond terug? Vraag 3: Wat gebeurt er met de gronden die de ruilverkaveling verwerft, o.a. via het recht van voorkoop? Vraag 4: Hoeveel moet ik voor de ruilverkaveling betalen? Vraag 5: Wanneer krijg ik inspraak in het ruilverkavelingsproject? Vraag 6: Hoe worden wij betrokken bij de herverkaveling? Vraag 7: Krijg ik na de ruilverkaveling (ook) een goed ontsloten perceel? Vraag 8: Hoe wordt er bij het ruilen rekening gehouden met bomen en vaste constructies? Vraag 9: Wat gebeurt er met de pacht? Vraag 10: Bij wie kan ik terecht met mijn vragen? 2
3 5 5 7 8 9 10 11 11 12 12
Betekenis van enkele veel gebruikte basisbegrippen Bodemclassificatie(kaart): een gebiedsdekkende kaart met waardezones van klasse 1 tot ongeveer klasse 10 à 17, waarbij klasse 1 staat voor de beste landbouwgrond aan 1000 punten per hectare en de laagste klasse voor bv. 100 punten per hectare (niet bruikbaar voor landbouw). Deze kaart kent dus aan elk perceel een (punten)waarde tot en vormt de ‘wisselkoers’ voor het ruilen van percelen, zodat elke belanghebbende een gelijke grondwaarde toebedeeld krijgt na ruilverkaveling als dewelke hij ingebracht heeft vóór ruilverkaveling. Deze kaart is gebaseerd op de bodemkaart (opgemaakt in de jaren ‘50 tot ‘70 door het Centrum voor bodemkartering van de Universiteit Gent en verfijnd door VLM experts tot op perceelniveau), en werd vervolgens vertaald naar landbouwkundige geschiktheid, rekening houdend met voor landbouw minder gunstige elementen zoals taluds, bossen, holle wegen, graften, wegen, waterlopen, etc. (‘cultuur- en bedrijfswaarde’). De waarde voor opstand van bomen en constructies wordt afzonderlijk geregeld via minen meerwaarden (zie vraag 4). Inbreng: voor elke eigenaar en gebruiker worden de ingebrachte kadastrale percelen volgens hun oppervlakte omgerekend naar puntenwaarden (per perceel). Voor elk perceel wordt de oppervlakte per waardezone vermenigvuldigd met de puntenwaarde per hectare van die waardezone. Zo start elk belanghebbende met een totale inbreng aan punten. De som van alle ingebrachte punten van alle belanghebbenden bepaalt de totale inbreng van de ruilverkaveling. Ruilverkavelingsblok: de totale op het terrein opgemeten oppervlakte van bebouwde en onbebouwde kavels, evenals wegen en afwateringen die binnen de blokgrens liggen en dus bij de ruilverkaveling zijn betrokken. Het ruilverkavelingsblok omvat dus enerzijds het totaal aantal gronden/punten die verdeeld kunnen worden onder de belanghebbenden en anderzijds de gronden die in openbaar domein gelegd of behouden worden en aan niemand toebedeeld kunnen worden. Gereduceerde of verbeterde inbreng: de totale op het terrein opgemeten oppervlakte die we aan alle belanghebbenden kunnen toedelen (= ruilverkavelingsblok min openbaar domein) zal verschillen van de totale kadastrale inbreng (som van alle oppervlaktes genoteerd in eigendomsaktes). Bovendien wijzigt de ruilverkaveling het openbaar domein: er komen nieuwe wegen en afwateringen bij en andere tracés worden afgeschaft en opgebroken. Het openbaar domein verandert dus in oppervlakte. Daardoor verandert ook het totaal aantal punten dat kan toebedeeld worden aan eigenaars en gebruikers. Deze procentuele vermindering of vermeerdering van de totale puntenwaarde wordt uitgedrukt in een reductiecoëfficiënt (grootte-orde: 0,97 à 0,99). De vermenigvuldiging van de totale puntenwaarde “inbreng” met de reductiecoëfficiënt gebeurt voor elke eigenaar en gebruiker en wordt de “gereduceerde inbreng” genoemd. Dit wordt het puntentotaal waarop elke belanghebbende recht heeft. Afwijkingen hiervan in de toedeling worden uitbetaald of aangerekend (zie ‘opleg’). 3
Belanghebbende: elke persoon of rechtspersoon (openbaar bestuur, vereniging,...) die (mede-)eigenaar, (mede-)vruchtgebruiker of (mede-)gebruiker is van een ingebracht of van een in de herverkaveling toebedeeld perceel. Eigendom: het geheel van één of meerdere gronden die samen volgens eenzelfde eigendomsverdeling (% naakte eigendom, % vruchtgebruik) toebehoren aan een geheel van één of meerdere eigenaars. Een eigenaar kan dus deel uit maken van meerdere eigendommen (bv. één deel (bv. 1/2de) eigendom met de partner en één deel eigendom (bv. 1/6de met de broers/zussen en ouders). Een eigendom krijgt een eigendomsnummer en een oplijsting van oppervlakten en puntenwaarden. Gebruik: het geheel van één of meerdere gronden die bewerkt of beheerd worden door één gebruiker of samenwerkingsverband van gebruikers (vb. bvba of lv of vereniging). De gebruiker van landbouwgrond is meestal de officiële pachter of kosteloos gebruiker. Regelmatig is de (mede-)eigenaar ook zelf de gebruiker. Een gebruik(er) krijgt een gebruiks nummer en een oplijsting van oppervlakten en puntwaarden, die men (samen) in gebruik heeft en ook terug toebedeeld krijgt. Het feit dat iemand bij de ruilverkaveling genoteerd staat als gebruiker, geldt niet als bewijs van pacht tegenover derden. Het is enkel richtinggevend voor de intekening van de nieuwe percelen. In geval van ploegruil, geeft men de officiële pachter aan. Deze houdt de andere boer verder op de hoogte. Bij een wijziging in gebruiker, meldt de nieuwe gebruiker dit met schriftelijk akkoord van eigenaar en vorige gebruiker. Toedeling: de oppervlakte (en puntenwaarde) die na herverkaveling aan een eigendom of een gebruik toebedeeld wordt. Deze kan verschillen van de (gereduceerde) inbreng. Afwijkingen hiervan in de toedeling worden uitbetaald of aangerekend.
4
Vraag 1
Wat als er voor mijn perceel een verschil is tussen de kadastrale oppervlakte en de werkelijke terreinoppervlakte?
De kadastrale oppervlakte kan verschillen van de oppervlakte in uw eigendomsakte én van de werkelijke terreinoppervlakte. Er kunnen immers vroeger fouten gemaakt zijn of uw recent plan is nog niet doorgegeven aan of bijgewerkt bij het Kadaster. De moderne opmetingstechnieken zijn ook veel nauwkeuriger. U krijgt de op papier ingebrachte puntenwaarde (en de hiermee corresponderende oppervlakte) terug. Het is belangrijk om tijdens de neerlegging van de inbreng (gedurende één maand) deze gegevens zo nodig te corrigeren. Bij percelen die ongewijzigd blijven liggen, wordt na de ruilverkaveling een eigendomsakte met plan opgemaakt dat overeenstemt met de werkelijkheid op het terrein. Hierdoor zal er in de ruilverkavelingsakte mogelijk een andere oppervlakte komen te staan, zelfs als er in realiteit niets aan uw perceel gewijzigd is. Dit verschil in oppervlakte wordt ofwel aangerekend (indien de werkelijke oppervlakte groter is dan de kadastraal ingebrachte oppervlakte) ofwel uitbetaald (indien de werkelijke oppervlakte kleiner is dan de kadastraal ingebrachte oppervlakte). Mits een door u aangeleverd landmetersplan en geregistreerd PV van afpaling, kan u tijdens het openbaar onderzoek van de inbreng hiertegen bezwaar indienen en kan uw inbreng alsnog gecorrigeerd worden. 5
Vraag 2
Krijg ik na de herverkaveling evenveel en gelijkwaardige grond terug?
De toebedeelde oppervlakte en puntenwaarde na ruilverkaveling kunnen verschillen van de inbreng om de volgende redenen: a) Ieders inbreng wordt gereduceerd als er netto meer openbaar domein bij komt (zie gereduceerde inbreng). Deze grond die niet meer toebedeeld kan worden, wordt gelijkmatig afgehouden van alle belanghebbenden, zonder vergoeding. b) De oppervlakte, gerelateerd aan de puntenwaarde waar u recht op heeft (gereduceerde inbreng) past niet overal exact binnen de terreingrenzen (bv. omwille van een te behouden houtkant of beek). c) Het comité kan van iedereen een (wettelijk beperkt) percentage afhouden, om grond te besteden aan maatregelen tot landinrichting (bv. aanleg van buffers langs beken of erosiestroken). Dit percentage bedraagt globaal maximum 2% van het hele project. d) U krijgt evenveel punten terug, maar uw perceel is verplaatst naar een andere waardezone. U krijgt dan méér of minder grond terug. Geval b) + c): Voor de eigenaars is er in hun toebedeling wettelijk een maximale afwijking van 5 % op hun gereduceerde inbreng (in punten) toegestaan, en dit zonder hun toestemming. Grotere afwijkingen kunnen enkel mits uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. De herverkavelaar (VLM-ontwerper) heeft deze puzzelmarge nodig omdat percelen niet altijd passen binnen de bestaande terreingrenzen. Deze afwijking in punten, wordt aan een vaste prijs per punt volledig vergoed (bij grondverlies of onderbedeling) of aangerekend (bij overbedeling) en wordt de ‘opleg’ ten bate of ten laste van de eigendom genoemd. Voor de gebruikers is een onderbedeling van 2 % toegelaten zonder vergoeding en zonder toestemming. Als een gebruiker meer dan 2 % onderbedeeld wordt, is er een vergoeding voor gebruiksverlies voorzien voor alle punten die te weinig werden toebedeeld. Wanneer een gebruiker overbedeeld wordt, moet hij hiervoor niets betalen. Geval d): Bij de herverkaveling moet elke gebruiker ongeveer evenveel oppervlakte van vergelijkbare bodemkwaliteit terugkrijgen. De toebedeling verschilt gemiddeld doorgaans maximum 2 waardezoneklassen van de inbreng, zodat men met dezelfde teelten verder kan boeren. Op uitdrukkelijke vraag van belanghebbenden kan hiervan afgeweken worden. Zo kan bv. een kleine goede akker toch geruild worden voor een grote natte huiskavel (weiland).
6
Een voorbeeld: Een landbouwer die ook eigenaar is van zijn percelen, heeft vóór de herverkaveling de volgende inbreng:
perceelsnummer
waardezone
oppervlakte/ waardezone
totale waarde (punten)
1
1000 punten/ha
2 ha 50 are
2500 punten
2
800 punten/ha
50 are
400 punten
750 punten/ha
1 ha 20 are
900 punten
4 ha 20 are
3800 punten
totaal
De landbouwer heeft dus twee percelen. Het eerste perceel bestaat uit gronden met de hoogste landbouwkundige waarde (1000 punten/ha). Op een andere plaats heeft hij een tweede perceel liggen met een duidelijk minder hoog opbrengstpotentieel gelegen in twee waardezones (800 en 750 punten/ha). De vermenigvuldiging van de puntenwaarde van de waardezone met de oppervlakte in elke waardezone, levert de totale puntenwaarde op. Deze landbouwer brengt in totaal 3800 punten in. Tengevolge van de wijziging van het openbaar domein, kan er bijvoorbeeld maar 99,4 % van de punten terug toebedeeld worden aan de landbouwers en eigenaars. Deze landbouwer heeft dus een gereduceerde inbreng van 3777,20 punten (3800 x 99,4 %). Na de herverkaveling (toedeling) heeft de landbouwer nog 1 perceel in eigendom en gebruik. Dit perceel is gelegen in twee waardezones.
oppervlakte/ waardezone
totale waarde (punten)
perceelsnummer
waardezone
1
900 punten/ha
1 ha 50 are
1350 punten
850 punten/ha
2 ha 80 are
2380 punten
4 ha 30 are
3730 punten
totaal
Het verschil (hier een tekort) tussen zijn toedeling nl. 3730 punten en zijn gereduceerde inbreng nl. 3777,20 punten bedraagt 47,20 punten. Als eigenaar ontvangt hij een vergoeding van 47,20 punten vermenigvuldigd met een door het comité bepaalde vaste prijs per punt (opleg). Als gebruiker ontvangt hij geen vergoeding voor gebruiksverlies vermits het verschil tussen toedeling en gereduceerde inbreng minder dan 2 % bedraagt. Ondanks minder punten is zijn oppervlakte toegenomen, doordat het nieuwe perceel gemiddeld in lagere waardezones ligt. 7
Vraag 3
Wat gebeurt er met de gronden die de ruilverkaveling verwerft, o.a. via het recht van voorkoop?
De voor de ruilverkaveling her en der door VLM verworven gronden worden verruild naar de locaties waar inrichtingsmaatregelen in functie van natuur, recreatie, waterbeheersing, landbouw e.d. worden uitgevoerd. Deze maatregelen omvatten een brede waaier aan inrichtingswerken zoals de aanleg van bossen, speelterreinen, rietvelden voor waterzuivering, ... Deze gronden worden in de ruilverkavelingsakte overgedragen aan een partner zoals bijvoorbeeld de gemeente, de provincie, het Agentschap voor Natuur en Bos, etc.
Vraag 4
Hoeveel moet ik voor de ruilverkaveling betalen?
De volledige kostenafrekening van een ruilverkavelingsproject gebeurt één tot enkele jaren na de herverkaveling en maakt onderdeel uit van een aanvullende ruilverkavelingsakte (de 2de akte). De kostenafrekening is enkel voor eigenaars en bestaat uit volgende onderdelen: a) Opleg: te krijgen of te betalen bedrag voor het puntenverschil tussen toedeling en gereduceerde inbreng. Dit is het puntenverschil vermenigvuldigd met een vaste prijs per punt, die op het einde van de ruilverkaveling door het comité, na advies van de commissie van advies, bepaald wordt, op basis van de gemiddelde grondprijs in de streek én van de aankoopprijzen van de door de ruilverkaveling verworven gronden, door de jaren heen. b) Min- en meerwaarden: vergoeding of aanrekening voor opstand (bomen en constructies) op een perceel. Wie bv. een waterput verliest, krijgt een bedrag uitbetaald dat wordt aangerekend aan wie de put krijgt toebedeeld. Mogelijke vergoeding voor erfdienstbaarheden: het comité kan beslissen dat wie doorgang moet verlenen hiervoor een eenmalige vergoeding (een prijs per punt) ontvangt. c) Kostenbijdrage in een deel van de wegen- en kavelinrichtingswerken (perceelstoegang, rooiingswerken, inbuizing, ... ). Voor de verdeling van deze kosten geldt het solidariteitsprincipe waarbij de kosten ‘evenredig verdeeld’ worden over alle eigenaars, en dit in verhouding tot hun toedeling én in verhouding tot de wijzigingen en verbeteringen aan de toebedeelde kavels (bv. groepering, vormverbetering of verbeterde ontsluiting). Het comité beslist over de verdeelsleutel. 8
d) Persoonlijke kosten op vrijwillige aanvraag indien voorzien in het ruilverkavelingsplan, zoals erfbeplanting of kleinschalige waterzuivering op een landbouwbedrijf. De ruilverkaveling voert deze werken uit met subsidies (80%) voor de aanvrager en rekent het resterend bedrag aan bij de kostenafrekening. De afpaling van de nieuwe percelen en de administratieve kosten verbonden aan de eigendomsakten zijn voor rekening van de overheid. De gebruikers dragen niet bij in de kosten. Zij kunnen desgevallend wel een vergoeding voor gebruiksverlies ontvangen (zie vraag 2 b) + c)).
Vraag 5
Wanneer krijg ik inspraak in het ruilverkavelingsproject?
Een ruilverkaveling gaat gepaard met meerdere formele en informele inspraakmomenten. Formeel In de eindfase van het onderzoek naar het nut worden kavelplan (blokgrens), kostenraming en ruilverkavelingsplan minstens 1 keer neergelegd (zie verder). Dit gebeurt in combinatie met het openbaar onderzoek over het plan-milieueffectenrapport (MER). Na nuttig verklaring van het project wordt de blokgrens op het terrein afgepaald. Betrokken eigenaars (binnen en buiten blok) worden daarvan aangetekend op de hoogte gebracht. Iedereen heeft 15 dagen tijd om de afpaling te betwisten. Belanghebbenden binnen blok worden meerdere keren aangetekend verwittigd van voorlopige en definitieve neerleggingen van officiële plannen en lijsten. Ze hebben de mogelijkheid om - binnen een bepaalde termijn - bezwaar in te dienen op de voorlopige neerleggingen. De procedure voorziet volgende neerleggingen: > kavelplan, kostenraming en ruilverkavelingsplan -> nuttig verklaring (30 dagen tijd voor bezwaren) > inbreng van de percelen (= start uitvoering) (30 dagen tijd voor bezwaren) > toedeling (herverkaveling) van de percelen (30 dagen tijd voor bezwaren) > zakelijke rechten (15 dagen tijd voor bezwaren) > kostenverdeling (30 dagen tijd voor bezwaren) 9
Daarnaast zijn er openbare onderzoeken van de plannen tot wijziging van het openbaar domein en van de bouwvergunningsaanvragen per uitvoeringsdossier. Ze worden door de bevoegde gemeenten georganiseerd en gaan de uitvoering van werken vooraf. Indien met het niet eens is met de toedeling, een waardebepaling of de kostenbijdrage, dan kan men, na (gedeeltelijke) verwerping van een bezwaar door het comité, het bezwaar nog voorleggen aan de Vrederechter. Informeel Belanghebbenden kunnen steeds bij de VLM terecht voor het opvragen of doorgeven van inlichtingen, wensen, opmerkingen omtrent de ruilverkaveling. Tijdens en soms voorafgaand aan formele procedures kunnen belanghebbenden individueel in dialoog gaan met medewerkers van de VLM. Ook via andere kanalen (infomomenten, krantjes, folders, ...) probeert VLM belanghebbenden te informeren, te woord te staan en naar bekommernissen te luisteren. Dit alles gebeurt in nauwe samenspraak met de voorzitter van coördinatiecommissie of ruilverkavelingscomité (doorgaans iemand van ALBON).
Vraag 6
Hoe worden wij betrokken bij de herverkaveling?
Ter voorbereiding van de herverkaveling organiseert de herverkavelaar, een VLM-medewerker, informele wenszitdagen om de behoeften van elke eigenaar en gebruiker te noteren en in kaart te brengen. U wordt hiervoor uitgenodigd om dit mondeling of schriftelijk te doen. Op de wenszitdagen kunnen alle belanghebbenden - zowel de eigenaars als de gebruikers - hun opmerkingen en wensen overmaken aan de herverkavelaar. Er wordt aangeraden om deze zoveel mogelijk te formuleren als vraag. Elke belanghebbende wordt hierin gelijk behandeld. Om richting te geven aan de herverkaveling kan het comité enkele afspraken en basisprincipes voorafgaandelijk vastleggen. Na de wenszitdagen gaat de herverkavelaar aan de slag en een eerste voorontwerp van herverkaveling wordt, na goedkeuring door de commissie van advies en van het comité, voorgesteld en besproken met de belanghebbenden tijdens een officieuze neerlegging. In de herverkaveling probeert de herverkavelaar zo goed mogelijk tegemoet te komen aan alle specifieke wensen. Zoveel als nodig overlegt hij persoonlijk hierover met de belanghebbenden. Met de informatie uit de officieuze neerlegging wordt het herverkavelingsplan herwerkt. Pas na het advies van de commissie van advies en de goedkeuring van het comité, wordt het eerste officieel openbaar onderzoek over de herverkaveling (of de eerste officiële neerlegging van de ‘studie van toedeling’) georganiseerd. 10
Op basis van de tijdens deze neerlegging ingebrachte bezwaren, die behandeld worden voor commissie en comité, worden nog enkele kavels gewijzigd. De eindbeslissing legt telkens bij het comité van de ruilverkaveling. Daarna volgt de tweede officiële/definitieve neerlegging van de herverkaveling, gevolgd door de afpaling en ingebruikname van de nieuwe percelen en de 1ste ruilverkavelingsakte. Bezwaren waaraan het comité niet tegemoet kon komen na de eerste officiële neerlegging, kunnen alsnog voorgelegd worden aan de Vrederechter om een schadevergoeding te bedingen.
Vraag 7
Krijg ik na ruilverkaveling (ook) een goed ontsloten perceel?
De herverkaveling beoogt zoveel mogelijk percelen te ontsluiten langs een openbaar domein, meestal de dichtsbijzijnde openbare (veld)weg, die bij voorkeur even goed uitgerust is als de weg die uw huidige percelen ontsluit. Wanneer directe toegang via openbaar domein onmogelijk is en de doorgang moet via een aanpalende kavel, dan wordt dit recht via een erfdienstbaarheid op de aanpalende kavel beschreven. Elk perceel krijgt een toegang van minstens 4 meter breedte.
Vraag 8
Hoe wordt er bij het ruilen rekening gehouden met bomen en vaste constructies?
Een perceel met opstand van bomen of vaste constructies (zoals een schuilhok, waterput,...) Kan ook geruild worden mits een vergoeding of een gelijkwaardige opstand op de nieuwe locatie. Zo kan het ene bos geruild worden tegen het andere, mits schatting van de bomen op beide locaties. Het waardeverschil wordt verrekend in de lijsten van min- en meerwaarden. Dit gebeurt via de kostenafrekening van de ruilverkaveling (zie vraag 4). Zo zal ook een schuilhok dat wordt overgenomen, door de overnemer vergoed worden aan de overlater. Indien een constructie niet nuttig is voor de nieuwe gebruiker, dan wordt deze tijdens de kavelinrichtingswerken afgebroken. De overlater krijgt uiteraard wel een vergoeding. Deze wordt bepaald door het ruilverkavelingscomité (op basis van expertenschatting of voorgelegde facturen). Elke nieuwe opstand moet aangevraagd worden aan het comité, zoniet wordt deze op kosten van de eigenaar verwijderd wegens hindering van de ruilverkaveling. 11
Vraag 9
Wat gebeurt er met de pacht?
Bij herverkaveling gaat de lopende pachtovereenkomst gewoon mee met die percelen waarvan pachter en eigenaar samen blijven. Als een eigenaar een andere pachter krijgt of omgekeerd, komen nieuwe pachter en eigenaar onderling overeen in welke pachtperiode ze zich bevinden. Er ontstaat echter geen nieuwe pacht. Het comité kan bemiddelen bij het opstellen van de nieuwe pachtovereenkomst. Indien geen akkoord, beslist de Vrederechter. Schriftelijke pachtcontracten (of bevoorrechte pachtoverdracht) of andere huurovereenkomsten worden best overgemaakt aan de herverkavelaar tijdens of zo snel mogelijk na de wenszitdagen. Het jachtrecht blijft liggen op de oorspronkelijke locatie, maar wordt best opnieuw besproken met de eventueel nieuwe eigenaars.
Vraag 10
Bij wie kan ik terecht met mijn vragen?
U kunt steeds terecht bij de projectleider en de herverkavelaar. Officiële vragen (toestemming) richt u aan het ruilverkavelingscomité, die de beslissing neemt nadat ze voorgelegd zijn aan de commissie van advies.
Colofon
Tekst en vormgeving: VLM VU: Vlaamse Landmaatschappij, ir. Toon Denys, gedelegeerd bestuurder, Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel januari 2018 - www.vlm.be 12