VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 3/5/2013 T OOL - I NA C T I V I T E I T SV A L L E N
1. Probleemstelling Sinds de doorlichting van de inactiviteitsvallen voor personen met een arbeidshandicap in 2009 (zie VIONA-rapport Bogaerts, K., Vandenbroucke, P., Marx, I., & De Graeve, D. (2009). Inactiviteitsvallen voor personen met een handicap of met langdurige gezondheidsproblemen. Antwerpen: UA/Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck) is er op het veld nauwelijks iets structureel gewijzigd. De obstakels die te maken hebben met de architectuur van de uitkeringstelsels zijn nog grotendeels dezelfde. Op het vlak van de begeleiding van de werkzoekenden werden wel al positieve stappen gezet (bijvoorbeeld de intentieverklaring voor samenwerking tussen VI, GTB en VDAB in 2009, het pilootproject RIZIV VDAB in 2011 en de Samenwerkingsovereenkomst tussen het RIZIV – het NIC GTB – de VDAB in het kader van het traject naar werk van een arbeidsongeschikt erkende persoon in 2012). Vlaanderen heeft geen hefbomen om de architectuur van de uitkeringsstelsels bij te stellen. De enige mogelijkheid is de betrokkenen voor te lichten over de opportuniteiten en de knelpunten van transities van uitkeringsafhankelijkheid naar werk (en eventueel terug naar een uitkering). Verschillende instanties zoals GTB en allerlei sociale diensten brengen hierover adviezen uit maar in reële situaties is dit om technische redenen vaak moeilijk. Er zijn echter al wel enkele stappen in de goede richting gezet. In het kader van het Flemosi project (Flemish Models of Simulation) worden modellen ontwikkeld voor de ex ante evaluatie van sociaal-economische beleidsmaatregelen. Een deelproject heeft betrekking op het inschatten van de gevolgen van beleidswijzigingen voor individuele gezinnen. Het research-instrumentarium dat daarvoor ontworpen wordt kan ook ingezet worden om na te gaan wat de gevolgen zijn van arbeidsmarkttransities voor individuen en hun gezinnen, zowel binnen als buiten een begeleidingstraject. Voor deze specifieke toepassing is er weinig ruimte in het Flemosi-project. Met name de uitbreiding van de huidige geplande toepassing met de mogelijkheid om complexere gezinssituaties te kunnen vatten (bv nieuw samengestelde gezinnen, co-ouderschap, …), aanpassingen die zich richten op de doelgroep van MMPP-werkzoekenden en personen met een arbeidshandicap (bv. tewerkstelling in een beschutte werkplaats) en het voorzien van een korte en doelgerichte handleiding voor begeleiders kunnen binnen het huidige kader niet worden ingevuld. Concreet is de doelstelling : het uitbreiden van het technische rekenmodel voor ex-ante beleidsevaluatie met een versie die gespecialiseerde (arbeidstraject)begeleiders en deskundigen uit verenigingen van personen met een arbeidsbeperking informeert over de financiële gevolgen van transities in individuele cases. 3-05-2013
1 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
De vraag om die ontwikkeling in het kader van VIONA mogelijk te maken wordt voorgelegd.
2. Onderzoeksvragen Hoe kan vanuit een instrument dat in eerste instantie ontworpen werd om beleidswijzigingen te modelleren een ander instrument worden afgeleid dat bruikbaar is voor advisering voor individuele situaties en welk structuren moeten worden opgezet opdat dit in het veld voor meerdere gespecialiseerde betrokkenen bruikbaar zou zijn ? Het verwachte resultaat is dus : 1) Een technisch instrument voor de (ex ante) inschatting van de (financiële) effecten in een particuliere situatie van een transitie van uitkeringsafhankelijkheid naar een werksituatie 2) Een organisatiemodel zodat dit instrument nuttig en betrouwbaar kan worden gebruikt. Bij de uittekening van dit model dient het relevante veld betrokken te worden, waardoor bijgedragen wordt aan het creëren van een draagvlak voor de continuering van het gebruik van het instrument. 3) Op basis van de cases die tijdens de ontwikkeling van de tool worden uitgetest dienen de vaststellingen inzake inactiviteitsvallen geïnventariseerd te worden om op basis daarvan voorstellen te kunnen ontwikkelen omtrent aanpassingen aan reglementeringen.
3. Beleidsrelevantie Zolang er in de uitkeringsstelsels inactiviteitsvallen verscholen zitten, is advisering van uitkeringsgerechtigden die de transitie naar werk willen maken een “must” om ongewenste gevolgen en ontmoediging te voorkomen. Voor de werkzoekenden met een arbeidshandicap of een MMPP-profiel die gerechtigd zijn op een ziekteuitkering of een tegemoetkoming aan gehandicapten is een inschatting van de financiële gevolgen van een overstap naar werk (of naar “meer werk” zo men deeltijds werkt) een essentieel element in een goede begeleiding. Ook bij de doorstroom naar regulier werk voor wie met een uitkering werkt in een BW of SW is dit van groot belang. Het betreft vaak een complexe vorm van advisering, vandaar dat er “adviseringskader” moet worden ontworpen om de competenties inzake het gebruik van het instrument en de inbreng van andere deskundige inzichten te bundelen.
4. Timing Projectvoorstellen moeten uiterlijk op dinsdag 21 mei 2013 om 12u worden ingediend. De Stuurgroep VIONA zal in de eerste helft van de maand juni een advies formuleren over het te gunnen project aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk. In de tweede helft van de maand juni zullen de projectindieners worden geïnformeerd over de beslissing van de minister.
5. Kandidaatstelling Projectvoorstellen bevatten een inhoudelijk en een financieel onderdeel en beantwoorden aan de richtlijnen die u in bijlagen bij de oproep vindt. In die bijlagen vindt u tevens informatie over de selectiecriteria en -procedure en over de financiële en administratieve opvolging van het project. 3-05-2013
2 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
6. Informatie Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Erik Samoy, Departement Werk en Sociale Economie (02/553 40 27, erik.samoy@wse.vlaanderen.be).
3-05-2013
3 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
Bijlage 1 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten SITUERING EN GUNNINGSPROCEDURE
1.
HET VIONA-ARBEIDSMARKTONDERZOEKSPROGRAMMA
Het initieel opzet en doel van VIONA (Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering) werd destijds binnen het VESOC en in het kader van de Vlaamse werkgelegenheidsconferentie in het protocol van 17 maart 1993 als volgt vastgelegd: Het verwerven van wetenschappelijke betrouwbare kennis over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt opdat men verantwoorde beleidskeuzes kan maken (vaststellen, registreren en onderzoeken van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt teneinde het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen de nodige wetenschappelijke ondersteuning aan te bieden). Een impuls geven aan wetenschappelijk onderzoek (komen tot een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek op het domein van de arbeidsmarkt). Naar aanleiding van een nieuwe oproep voor de steunpunten beleidsrelevant onderzoek in 2011 (die leidde tot o.m. de erkenning van het nieuwe Steunpunt WSE), werd het model voor strategisch arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen (“Vlaams Programma Strategisch Arbeidsmarktonderzoek”) begin 2012 hertekend. Onder de adviserende bevoegdheid van de Stuurgroep VIONA respectievelijk de Stuurgroep Steunpunt WSE lopen twee complementaire initiatieven: het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma en de werkpakketten binnen de vier thematische onderzoekslijnen (Arbeidsmarktmonitoring, Activerend Arbeidsmarktbeleid, Sociale Economie en Transitionele Loopbanen) van het Steunpunt Werk en Sociale Economie. Verder wordt ook onderzoek betreffende de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen en ander relevant strategisch arbeidsmarktonderzoek maximaal ontsloten binnen het Vlaamse programma. Binnen dit model worden de VIONA-middelen doorheen het jaar en op meerdere tijdstippen ingezet voor het uitbesteden van studieopdrachten (SO) of onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten (O&O) met het oog op wetenschappelijke ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid. Op het programma Werkgelegenheid is in 2013 in het kader van het VIONAarbeidsmarktonderzoeksprogramma 373.000 € beschikbaar voor SO en O&O-opdrachten. Die opdrachten zijn complementair aan de opdrachten die het Steunpunt WSE opneemt. De projectoproepen in het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma worden beheerd door het departement Werk en Sociale Economie. De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, de heer Philippe Muyters, keurt -rekening houdend met het advies van de Stuurgroep VIONA- de VIONA-oproepen en -projecten goed.
2.
MODALITEITEN EN GUNNINGPROCEDURE
2.1 De deelnemers Oproepen voor studieprojecten staan open voor onderzoekers en onderzoeksgroepen uit de universiteiten en hogescholen én voor andere (onderzoeks)instellingen. 3-05-2013
4 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
2.2 De projectvoorstellen Een projectvoorstel dient deze elementen te bevatten: 1) titel van het studieproject 2) vermelding van de promotor(en): naam, instelling, onderzoekseenheid, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres 3) een omschrijving van het studieproject (max. 5 blz) 4) een gedetailleerd tijdschema 5) een financieel plan per kalenderjaar en een verduidelijking van de additionele financiering (facultatief); de financiering van studieopdrachten door VIONA bedraagt altijd minder dan 65.000 euro (exclusief BTW) Voor deze studieopdracht wordt als richtprijs een bedrag van maximaal 30.000 euro (exclusief BTW) vooropgesteld. 6) een beschrijving van de wijze waarop de studieresultaten zullen worden gevaloriseerd en bekend gemaakt; in de begroting moet expliciet een bedrag voor de valorisatie worden voorzien 7) een beknopt curriculum vitae van de onderzoeksverantwoordelijken (max. 3 blz. per persoon), met vermelding van de relevante lopende onderzoeksprojecten (met naam van de financierende organisatie en einddatum van het onderzoeksproject) en de vijf belangrijkste publicaties. 2.3 Evaluatie en selectie van de projectvoorstellen De ingediende voorstellen worden beoordeeld op hun beleidsmatige relevantie. De beoordeling van de beleidsmatige relevantie gebeurt door de Stuurgroep VIONA. Die Stuurgroep bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden: de Vlaamse regering (afgevaardigden van de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk en de Vlaamse Minister bevoegd voor Sociale Economie), de sociale partners (ABVV, ACV, ACLVB, VOKA, UNIZO en BB) en het Vlaamse departement Werk en Sociale Economie. De evaluatie en selectie verlopen als volgt: - de stemgerechtigde stuurgroepleden krijgen alle projectvoorstellen toegestuurd en scoren de projectvoorstellen op basis van vier criteria (aansluiting bij de onderzoeksvragen uit de oproep, helderheid van de aanpak en de planning, beleidsrelevantie en kwaliteit van de valorisatievoorstellen); - de stuurgroepleden drukken over elk projectvoorstel een globaal oordeel uit in ĂŠĂŠn eindscore gaande van A tot C: A: zeer goed, met daarbinnen een kopgroep (A1), ter onderscheiding van andere zeer goede projecten (A2) B: goed, met daarbinnen ook weer een onderscheid tussen B1 en B2 C: onvoldoende Bovendien staat het de stuurgroepleden vrij om bij elk voorstel, ongeacht de score, suggesties voor bijsturing te formuleren. Enkel voorstellen met een gemiddelde score B+ of meer worden aan de Stuurgroep VIONA voorgelegd. De Stuurgroep beslist via schriftelijke procedure of tijdens een vergadering en rekening houdend met de beleidsscore welk voorstel ze aan de minister voor gunning 3-05-2013
5 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
adviseert. Voorstellen kunnen een hoger gewicht krijgen al naargelang de geplande valorisatie-initiatieven. Indien de minister akkoord gaat met het advies, wordt het voorstel gegund volgens de regels van de overheidsopdrachten. 2.4 Kandidaatstelling De voorstellen dienen het departement Werk en Sociale Economie elektronisch via mail (Word) (ann.vandencruyce@wse.vlaanderen.be + erik.samoy@wse.vlaanderen.be + johan.troch@wse.vlaanderen.be) te bereiken uiterlijk op het tijdstip vermeld in de oproep.
3-05-2013
6 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
Bijlage 2 bij VIONA-projectoproepen voor studieopdrachten
FINANCIEEL PLAN EN RAPPORTERING
In deze bijlage worden de richtlijnen voor de budgetplanning van projectvoorstellen en de inhoudelijke en financiële rapportering door de promotoren toegelicht. 1.
KWALIFICATIE VAN DE OPDRACHT
Binnen het VIONA-onderzoeksprogramma maken we een onderscheid tussen twee soorten dienstenopdrachten, nl. studieopdrachten en O&O-opdrachten. Deze oproep betreft een studieopdracht. Bij studieopdrachten in antwoord op beleidsvraagstukken verwachten we dat de opdrachtnemer een voorstel van analyse en oplossing van een specifiek probleem formuleert met behulp van bestaande kennis binnen een korte termijn. Het voorstel en de analyse moet praktisch bruikbaar zijn voor het beleid. Studieopdrachten kunnen maximum 8 onderzoekersmaanden in beslag nemen en de financiering door VIONA bedraagt altijd minder dan 65.000 euro (exclusief BTW). Voor deze studieopdracht wordt als richtprijs een bedrag van maximaal 30.000 euro (exclusief BTW) vooropgesteld.
2.
FINANCIËLE RAPPORTERING
In het financieel plan en de financiële rapportering van VIONA-projecten maken we een onderscheid tussen drie soorten kosten. -
Loonkosten wetenschappelijk personeel: raming in het financieel plan op basis van geschatte onderzoekersmaanden en bij afrekening op basis van bewijsstukken van de personeelskost voor wetenschappelijk personeel dat daadwerkelijk werd ingezet op het project.
-
Persoonsgebonden werkingskosten: werkingsmiddelen, administratieve ondersteuning en universitaire overhead. De persoonsgebonden werkingskosten worden forfaitair begroot en afgerekend op maximaal 33% van respectievelijk de begrote en de reële personeelskosten wetenschappelijk personeel en omvat de overhead van maximum 10% die de universiteiten gewoonlijk aanrekenen.
-
Projectspecifieke werkingskosten: exceptionele en projectspecifieke werkingsmiddelen (bv. kosten voor een grootschalige survey (postenquête, webbevraging, …), kosten buitenlandse studiereis,…). Het betreft uitzonderlijke kosten waarvoor een specifiek budget moet worden uitgewerkt. Die kosten zijn inherent aan de opdracht en zijn altijd te bewijzen. Ze worden in detail begroot in het voorstel en afgerekend op basis van bijhorende bewijsstukken.
3-05-2013
7 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
Bij de afrekening wordt de mogelijkheid voorzien van een transfer van de persoonsgebonden werkingskosten naar de loonkosten wetenschappelijke personeel ten bedrage van maximum 10 % van de oorspronkelijk voorziene werkingsmiddelen en dit op voorwaarde dat het globaal aanvaarde projectbudget behouden blijft. Bv.: voor een VIONA-project met een aanvaarde projectbegroting van 99.750 euro bestaande uit 75.000 euro aan personeelskosten en 24.750 euro (33% van 75.000 euro) aan werkingskosten, mag maximaal 2.475 euro worden getransfereerd van de werkingsmiddelen naar de personeelskosten. Op die manier kunnen hogere personeelskosten dan begroot worden opgevangen, bijvoorbeeld na aanwerving van een meer gekwalificeerde en ervaren onderzoeker dan aanvankelijk verhoopt. De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een financiële eindrapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) bezorgen. Tussentijdse uitbetaling is niet mogelijk voor studieopdrachten. Indien het onderzoek door meerdere instanties wordt uitgevoerd, treedt één instantie op als opdrachtnemer. De opdrachtnemer moet alle facturen en interne verrekeningen bundelen en bij de opdrachtgever indienen. Voor de loonkosten wetenschappelijk personeel moeten bij de betalingsaanvraag de namen worden vermeld en worden gestaafd d.m.v. loonfiches (indien intern personeel) of facturen én betalingsbewijzen (indien extern personeel). Uitsluitend kosten gemaakt binnen de uitvoeringsperiode, die is bepaald in de overeenkomst, worden aanvaard. 3.
INHOUDELIJKE RAPPORTERING
De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een inhoudelijke eindrapportering bezorgen, samen met een Nederlandse én Engelstalige samenvatting. Het concept van eindrapport wordt besproken op en goedgekeurd door de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project. De Nederlandse samenvatting (met opzet, bevindingen, aanbevelingen en valorisatie) telt minimaal 2 en maximaal 5 bladzijden. De Engelstalige samenvatting telt een 2-tal bladzijden. Van het eindrapport en van de samenvatting wordt ook een elektronische versie geleverd met het oog op de mogelijke verspreiding via de VIONA-website. Van dit inhoudelijke eindrapport worden vijftig gedrukte exemplaren aan het Departement WSE bezorgd. De opdrachtnemer verbindt er zich toe, tegelijkertijd met de indiening van het eindrapport, de voorgeschreven samenvattingen van het VIONA-project te bezorgen.
3-05-2013
8 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen
4.
CONTACTPERSONEN
Financiële en inhoudelijke rapporten moeten worden ingediend op het volgende adres, op de wijze zoals hierboven beschreven: Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie – Afdeling Werkgelegenheidsbeleid t.a.v. mevrouw Ann Van den Cruyce (afdelingshoofd) Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping 1030 Brussel Inhoudelijke vragen over de concrete opdracht: Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Erik Samoy, Departement Werk en Sociale Economie (02/553 40 27, erik.samoy@wse.vlaanderen.be). Contactpersoon m.b.t. de procedure en inhoudelijke en financiële rapportering: Departement Werk en Sociale Economie, Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping, 1030 Brussel Johan Troch, tel. 02-553 44 18
3-05-2013
9 VIONA-oproep studieopdracht Tool - Inactiviteitsvallen