JAARVERSLAG 2021
VLAAMSE BELASTINGDIENST www.vlaanderen.be/vlaamse-belastingdienst
CONTACTGEGEVENS U kunt ons bereiken… / telefonisch: De infolijn is bereikbaar via het verkort nummer 1700, van maandag tot vrijdag van 9 tot 19 uur. Om lange wachttijden te vermijden, belt u best tussen 12 uur en 19 uur. Als u de infolijn wilt contacteren vanuit het buitenland, kan dit op het nummer (00 32) 2 553 17 00. / online U kan een afspraak maken voor een online gesprek met een van onze medewerkers. Kies in de boekingsmodule voor online afspraken de belasting waarvoor u een gesprek wilt en een beschikbaar tijdstip. / via chat Via de knop “Hulp nodig?” op de webpagina’s van de Vlaamse Belastingdienst kan u een chatsessie openen met de medewerkers van 1700. Kunnen zij u niet verder helpen, dan wordt een terugbelafspraak vastgelegd. / via e-mail: via het contactformulier op https://vlaanderen.be/email-vlaamse-belastingdienst / schriftelijk op het adres: Vlaamse Belastingdienst Vaartstraat 16 9300 AALST / via een bezoek aan een van onze loketten: Aan de loketten van de Vlaamse Belastingdienst kunt u persoonlijk terecht voor algemene informatie rond de verschillende heffingen, het registreren van aangiftes in de verkeersbelasting, het registreren van een bezwaar, … Aan de loketten is een betaalterminal (Bancontact) aanwezig. In welke van onze kantoren u terecht kunt en op welk moment, hangt af van de belasting waarvoor u de Vlaamse Belastingdienst wilt bezoeken. Het overzicht vindt u op https://vlaanderen.be/contact-vlaamsebelastingdienst. Daar vindt u ook de module om een afspraak te boeken. Omwille van de specificiteit en complexiteit van sommige belastingen, willen wij er voor zorgen dat de juiste contactpersonen u te woord kunnen staan. Als u wilt langskomen, maakt u vooraf een afspraak via de online boekingsmodule, het gratis nummer 1700 of het contactformulier op onze website.
Administratieve hoofdzetels − Postsite, Vaartstraat 16, 9300 AALST − Ellipsgebouw, Koning Albert II-laan 35 bus 62, 1030 BRUSSEL
Voor publiek toegankelijke loketten − Postsite, Vaartstraat 16, 9300 AALST − Copernicuslaan 40, 2018 ANTWERPEN − Koningin Astridlaan 50, 3500 HASSELT − Koningin Maria Hendrikaplein 70, 9000 GENT − Site Lavoisier, 1080 BRUSSEL (alleen − −
kmheffing)
Diestsepoort 6 bus 11, 3000 LEUVEN Koning Albert I-laan 1.2 bus 11, 8200 BRUGGE
1
2
INHOUDSOPGAVE Contactgegevens
1
Inhoudsopgave
3
Voorwoord
6
Inningsresultaten 2020 & 2021 volgens ESR-aanrekeningsregels
7
Onroerende voorheffing ____________________________________________________________________ 8 Jaarlijkse verkeersbelasting _________________________________________________________________ 8 Belasting op inverkeerstelling ________________________________________________________________ 9 Erfbelasting ______________________________________________________________________________ 9 Registratiebelasting_______________________________________________________________________ 10 Kilometerheffing _________________________________________________________________________ 11 Spelen en Weddenschappen _______________________________________________________________ 12 Automatische ontspanningstoestellen ________________________________________________________ 12 Onze organisatie
13
Oprichting en taken_______________________________________________________________________ 13 Organisatiestructuur ______________________________________________________________________ 14 Ondernemingsplan 2021-2024: beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen
17
Strategische doelstelling 1: inning en bezwaarafhandeling van de gewestbelastingen in eigen beheer ____ 18 Overzicht en omschrijving van de operationele doelstellingen 18 Realisaties van het voorbije werkjaar 20 Strategische doelstelling 2: maximale fiscale compliance via een coherent fiscaal kader ________________ 30 Overzicht en omschrijving van de operationele doelstellingen 30 Realisaties van het afgelopen werkjaar 31 Strategische doelstelling 3: invordering van niet-fiscale schuldvorderingen __________________________ 38 Strategische Doelstelling 4: performante dienstverlening aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde_____________________________________________ 42 Overzicht en omschrijving van de operationele doelstellingen 42 Realisaties van het afgelopen werkjaar 43 Strategische Doelstelling 5: efficiënte en effectieve interne werking________________________________ 44 Overzicht en omschrijving van de operationele doelstellingen 44 Realisaties van het afgelopen werkjaar 45 Onze heffingen
46
Onroerende voorheffing ___________________________________________________________________ 46 Berekening: op basis van het Kadastraal Inkomen 46 Grafieken over Kadastraal Inkomen en ingekohierde bedragen 48 Verminderingen 49 Vrijstellingen 52 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning onroerende voorheffing 52
3
Jaarlijkse verkeersbelasting ________________________________________________________________ 54 Berekening: op basis van vermogen, milieukenmerken of MTM 54 Grafieken over aantallen voertuigen en ingekohierde bedragen 56 Verminderingen 57 Vrijstellingen 57 Controle verkeersbelastingen 58 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning Jaarlijkse Verkeersbelasting 60 aanvullende verkeersbelasting 62 Belasting op Inverkeerstelling_______________________________________________________________ 63 Grondslag van de BIV voor niet-leasingvoertuigen: milieukenmerken van het voertuig 63 Grondslag van de BIV voor leasingvoertuigen: motorvermogen van het voertuig 64 Registratiebelasting_______________________________________________________________________ 65 Verkooprecht 66 Schenkbelasting 68 Recht op hypotheekvestiging 69 Verdeelrecht 69 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning registratiebelasting 70 Erfbelasting _____________________________________________________________________________ 71 De aangifte van nalatenschap 71 Waardering van de activa 72 Waardering van de schulden (passiva) 73 Tarieven en berekening 73 Verminderingen en vrijstellingen 73 Overlijdens en verwerkte dossiers 75 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning erfbelasting 75 Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen ______________________________________________ 78 Berekening 78 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning heffing Ongeschikte en Onbewoonbare Woningen 79 Leegstandsheffing bedrijfsruimten___________________________________________________________ 80 Berekening 80 Enkele kerncijfers over inkohiering en inning leegstandsheffing bedrijfsruimten 81 Planbatenheffing _________________________________________________________________________ 82 Procesverloop in hoofdlijnen 82 Berekening 82 Vrijstellingen 83 Opschorting van betaling 83 Opbrengsten van de planbatenheffing 84 Enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de planbatenheffing 84 Belasting op Spelen & Weddenschappen _____________________________________________________ 86 Berekening 86 Vrijstellingen 86 Enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de belasting op spelen en weddenschappen 87 Controle belasting op spelen en weddenschappen 88 Belasting op Automatische Ontspanningstoestellen _____________________________________________ 89 Berekening 89 Verminderingen 89
4
Vrijstellingen 90 Enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de belasting op automatische ontspanningstoestellen 90 Controle belasting op automatische ontspanningstoestellen 91 Voortdurend streven naar kwaliteit
92
Klachtendienst ___________________________________________________________________________ 92 Vlaamse Ombudsdienst ___________________________________________________________________ 92 Lijst van tabellen en grafieken
93
Lijst van coronamaatregelen
95
5
VOORWOORD Ook 2021 was een werkjaar dat zich voor een groot deel liet domineren door de coronacrisis. Uiteraard zorgde die opnieuw voor uitdagingen in de dagelijkse werking. Maar corona heeft ons ook gedwongen om aspecten van onze dienstverlening aan Vlaamse burgers en bedrijven te herdenken en om kansen te benutten. Enkele digitaliseringsprojecten werden in 2021 versneld uitgerold, zodat Vlaamse burgers en bedrijven geen nadelen ondervonden van de noodgedwongen beperkte toegankelijkheid van onze loketten. −
Burgers kunnen sinds november 2021 rechtstreeks, net zoals voor de dokter, een afspraak boeken op een voor hen en voor ons geschikt moment, voor een online gesprek of voor een bezoek aan het loket in veilige omstandigheden.
−
Sinds midden 2021 worden aanslagbiljetten onroerende voorheffing ook digitaal verzonden via eBox. Eens dit systeem in 2022 ook voor verkeersbelastingen in voege zal zijn, worden de grootste aantallen Vlaamse belastingdocumenten via digitale weg verzonden. Een belangrijke efficiëntiewinst, voor de belastingplichtigen én onze organisatie. Tegelijk werd het mogelijk gemaakt om het aanslagbiljet eenvoudig te betalen met een QR-code.
−
Met ERFonline bieden we voor de burger een echte aangifte van nalatenschap op maat aan – weliswaar pas beschikbaar voor het publiek sinds maart 2022, maar de analyses, ontwikkelingen en uitgebreide testprocedures werden voornamelijk in 2021 doorlopen.
−
Dynamische contactopties op de website leiden belastingplichtigen naar de juiste contactpersonen; chatten via de website werd mogelijk gemaakt.
Vanzelfsprekend zijn deze projecten maar enkele van onze realisaties. U vindt uitgebreidere beschrijvingen in dit jaarverslag. Ze komen bovendien bovenop het dagelijkse werk van al onze personeelsleden. Als organisatie willen we dan ook in soms moeilijke omstandigheden op de best mogelijke manier blijven instaan voor een efficiënte inning van de Vlaamse belastingen en een kwaliteitsvolle dienstverlening naar de belastingplichtige en andere belanghebbenden toe.
David VAN HERREWEGHE administrateur-generaal
6
INNINGSRESULTATEN 2020 & 2021 VOLGENS ESR-AANREKENINGSREGELS Het Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen (ESR) bevat de registratieregels die moeten worden toegepast om een onderling samenhangende, betrouwbare en vergelijkbare kwantitatieve beschrijving van de economieën van de lidstaten van de EU te verkrijgen. Het ESR is hierdoor een belangrijk beleids- en beheersinstrument van en voor de Europese Unie. De aanrekeningsregels bepalen op welke manier de geïnde belastingen in de begroting van de Vlaamse overheid in rekening worden gebracht. Voor de belangrijkste Vlaamse belastingen die door de Vlaamse Belastingdienst worden geïnd, wordt in onderstaande tabel een beknopt inzicht gegeven in hoe de geïnde belastingen bijdragen aan de Vlaamse begroting en welke tendensen daarin te herkennen zijn.
2021
Toename t.o.v. 2020
Afwijking t.o.v. budget 2021
Totaal
7.461,5
1.166,5
540,3
Registratiebelastingen
3.580,6 2.822,4 84,5 175,0 498,7 1.620,6 277,6 1.101,8 273,5 540,2 529,9 10,3 67,3
802,8 624,8 11,6 29,5 137,0 251,8 10,5 18,0 22,5 56,0 55,0 1,0 5,1
506,5 378,4 5,6 4,7 117,8 39,6 -10,8 18,1 -35,5 24,1 21,3 2,8 -1,7
Verkooprecht Verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging Schenkbelasting Erfbelasting (incl. fiscale regul.) Onroerende voorheffing Jaarlijkse verkeersbelasting BIV Kilometerheffing Ontvangsten tolheffing Ontvangsten boetes Spelen en weddenschappen + AOT
7
ONROERENDE VOORHEFFING De ESR ontvangsten uit de onroerende voorheffing voor begrotingsjaar X bestaan uit de kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. De ontvangsten uit de onroerende voorheffing bedragen 278 miljoen euro, wat 11 miljoen euro minder is dan voorzien bij de begrotingsaanpassing. Het bedrag aan nog te innen onroerende voorheffing op oudere aanslagjaren werd te hoog ingeschat bij de begrotingsaanpassing. Daarnaast staat de invorderingscyclus van de onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2021 iets minder ver dan voorzien in de begrotingsaanpassing (-3 miljoen euro). grafieken 1: ontvangsten onroerende voorheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING De ESR ontvangsten van de jaarlijkse verkeersbelasting voor begrotingsjaar X bestaan uit de kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden, rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. De ontvangsten uit de jaarlijkse verkeersbelasting liggen 18 miljoen euro hoger dan geraamd bij de begrotingsaanpassing ingevolge een groei van het wagenpark. Bij de begrotingsaanpassing werd geen groei van het wagenpark voorzien. grafieken 2: ontvangsten jaarlijkse verkeersbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
8
BELASTING OP INVERKEERSTELLING In tegenstelling tot bij de jaarlijkse verkeersbelasting wordt bij de belasting op inverkeerstelling geen verschuiving van 2 maanden toegepast, niettegenstaande er ook een betaaltermijn van 2 maanden geldt voor de belasting op inverkeerstelling. De ESR ontvangsten voor begrotingsjaar X bestaan dus uit de kasontvangsten van januari X tot en met december X. De ontvangsten uit de belasting op inverkeerstelling liggen 36 miljoen euro lager dan voorzien bij de begrotingsaanpassing, voornamelijk door een lager aantal inschrijvingen van nieuwe wagens. Het lage aantal inschrijvingen voor nieuwe wagens heeft een aantal verklaringen. In de eerste plaats is er het tekort aan chips en halfgeleiders met als gevolg vertragingen in de productie bij de constructeurs en lange levertermijnen. Verder spelen de ecologische veranderingen de markt voor nieuwe wagens parten. Door strengere Europese CO2-normen en het opduiken van de LEZ-zones op lokaal niveau is de vergroening van het wagenpark in een versnelling geraakt. Veel consumenten twijfelen evenwel over de geschikte motorisatie van hun nieuwe wagen. Vaak wordt de aankoop uitgesteld in afwachting van meer betaalbare plug-in hybrides of elektrische modellen. grafieken 3: ontvangsten belasting op inverkeerstelling in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
ERFBELASTING De kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1 worden aangerekend op begrotingsjaar X. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. De ontvangsten uit erfbelasting liggen 40 miljoen hoger dan geraamd bij de begrotingsaanpassing. Het nagelaten roerend en onroerend vermogen neemt toe. De beurzen hebben zich in 2021 hersteld van de coronaklap wat zich vertaalt in een toegenomen waardering van de nagelaten aandelen. Daarnaast konden burgers door de sanitaire maatregelen minder consumeren wat heeft geleid tot een toename van het roerend vermogen. Tot slot hebben de stijgingen van de vastgoedprijzen zich vertaald in een toegenomen waardering van het nagelaten onroerend vermogen. grafieken 4: ontvangsten erfbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
9
REGISTRATIEBELASTING De kasontvangsten van februari X tot en met januari X+1 worden aangerekend op begrotingsjaar X. De verschuiving van 1 maand volgt uit de waargenomen gemiddelde doorlooptijd van registratie van de akte tot betaling van de akte. De ontvangsten uit het verkooprecht liggen 378 miljoen euro boven de raming van de begrotingsaanpassing 2021. Dat is hoofdzakelijk gevolg van een grotere toename van het aantal transacties dan verwacht bij de begrotingsaanpassing. De ontvangsten uit de schenkbelasting liggen 118 miljoen euro hoger dan voorzien bij de begrotingsaanpassing. Het aantal schenkingen ligt 18% hoger. Zowel de roerende als onroerende schenkingen zijn sterk toegenomen. De toename van het aantal schenkingen wordt toegeschreven aan de coronacrisis, waardoor mensen meer gaan nadenken zijn over een tijdige successieplanning, en de gewijzigde regelgeving rond het duolegaat. De ontvangsten uit de schenkbelasting kregen in de laatste maand van het begrotingsjaar 2021 nog een extra duw in de rug door één uitzonderlijk grote schenking. grafieken 5: ontvangsten verkooprecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
grafieken 6: ontvangsten recht op hypotheekvestiging in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
grafieken 7: ontvangsten schenkbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
10
grafieken 8: ontvangsten verdeelrecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
KILOMETERHEFFING De ESR ontvangsten van de kilometerheffing voor begrotingsjaar X bestaan uit aangerekende kilometerheffing en de geïnde boetes voor de periode januari X tot en met december X. De ontvangsten uit de kilometerheffing liggen 24 miljoen euro hoger dan voorzien bij de begrotingsaanpassing. Het herstel van de economische conjunctuur en het gewijzigde consumptiegedrag na corona zorgen voor meer vrachtverkeer op de weg. Ook de inkomsten uit boetes vielen hoger uit dan verwacht. grafieken 9: ontvangsten kilometerheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
11
SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN De ESR ontvangsten uit de belasting op spelen en weddenschappen voor begrotingsjaar X bestaan uit de ontvangsten van de periode januari X tot en met december X. De ontvangsten uit de belasting op spelen en weddenschappen bedragen 57 miljoen euro, 2 miljoen euro hoger dan voorzien bij de begrotingsaanpassing. Ten opzichte van 2020 zijn de ontvangsten met 11% gestegen. De ontvangsten uit online spelen en weddenschappen nemen jaar na jaar sterk toe. Dit is een trend die sinds corona nog werd versterkt. grafieken 10: ontvangsten belasting op spelen en weddenschappen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)
AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN De ESR ontvangsten uit de belasting op automatische ontspanningstoestellen voor begrotingsjaar X bestaan uit de ontvangsten van de periode januari X tot en met december X. De ontvangsten uit de belasting op automatische ontspanningstoestellen bedragen 11 miljoen euro, 3 miljoen euro minder dan voorzien in de begrotingsaanpassing. Door de sluiting van de horeca bedragen de ontvangsten slechts de helft van wat voor corona werd gerealiseerd aan ontvangsten. grafieken 11: ontvangsten belasting op automatische ontspanningstoestellen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 20202021)
12
ONZE ORGANISATIE OPRICHTING EN TAKEN De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) werd in 2004 opgericht als deel van het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB). De Vlaamse Belastingdienst voert het Vlaamse fiscale beleid uit. In het oprichtingsbesluit staan de volgende missie en visie verwoord: “Het agentschap heeft als missie de Vlaamse belastingen op een efficiënte en effectieve wijze te innen en in te vorderen. Hierbij hanteert het agentschap volgende principes: maximale klantgerichtheid; minimalisering van de administratieve formaliteiten door aanwending van moderne technologische hulpmiddelen; gelijkberechtiging; tijdigheid en correctheid van afhandeling.”
Zoals blijkt uit grafiek 12 heeft de Vlaamse Belastingdienst de afgelopen jaren een enorme evolutie doorgemaakt. Sinds de oprichting kende de Vlaamse Belastingdienst een grote groei. Door de opeenvolgende staatshervormingen nam de Vlaamse Belastingdienst de “dienst van de belastingen” van verschillende federale belastingen over. Daarbij werden de taxatie, de inning en invordering, de dossierafhandeling en de fiscale controle van de FOD Financiën overgenomen. Veel van de federale ambtenaren die voorheen met deze taken belast waren, maakten de overstap naar de Vlaamse Belastingdienst. Ook in 2021 breidde het personeelsbestand opnieuw uit: de wegeninspectie werd vanuit het Agentschap Wegen en Verkeer geïntegreerd binnen de bestaande controleteams verkeersbelastingen, die daar bovenop nog aanvullend versterkt werden. Ondanks deze personeelsuitbreidingen, heeft de Vlaamse Belastingdienst de afgelopen jaren ook een significante bijdrage geleverd aan de op niveau van de Vlaamse overheid vooropgestelde personeelsbesparingen. Ook in de volgende jaren zullen die inspanningen voortgezet worden, in hoofdzaak via niet-vervanging na natuurlijke uitstroom, zoals door pensionering of vrijwillig vertrek. grafiek 12: evolutie aantal personeelsleden 2010-2021
13
ORGANISATIESTRUCTUUR De Vlaamse Belastingdienst heeft als taken: / op het vlak van de Vlaamse fiscaliteit: o de Vlaamse belastingen inkohieren, innen en invorderen en de bezwaren en geschillen ervoor behandelen, […] o de fiscale controle voor deze belastingen uitoefenen; o de vereiste beleidsgerichte input leveren; o attesten voor fiscale vrijstellingen en verminderingen uitreiken, behalve als de Vlaamse Regering daar een specifieke taak voor aan een ander beleidsdomein toegewezen heeft; / niet fiscale schuldvorderingen invorderen; / retributies en bijzondere (sector)bijdragen innen, als de Vlaamse Regering daar taken voor toewijst (momenteel geen taken toegewezen); / taken uitvoeren met betrekking tot vastgoedtransacties, omschreven in de Vastgoedcodex; / de toezichts-, opsporings- en handhavingstaken uitvoeren die toegewezen zijn aan de wegeninspecteurs (vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport). Deze wettelijk vastgelegde taken vinden we ook terug in de organisatiestructuur.
In 2021 werd de basis gelegd om de organisatiestructuur, vaak historisch gegroeid, nog sterker tot een logisch procesgestuurd geheel om te vormen. Zo worden bijvoorbeeld: − bepaalde taken van de afdeling Klantenmanagement samengevoegd met de afdeling Dossierbehandeling in een nieuwe afdeling Burgercontact en Bezwaren. Voortaan worden inkomende brieven, formulieren en mailberichten, binnen dezelfde afdeling behandeld als de telefonie- en loketwerking. Op die manier worden de kennis en competenties van de personeelsleden nog efficiënter ingezet voor wat uiteindelijk gelijkaardige taken zijn: het maakt niet uit welke manier van contact de belastingplichtige kiest, hij krijgt een even kwaliteitsvol antwoord. − gelijkaardige taken rond het schatten en waarderen van onroerende goederen samengebracht, ongeacht het proces waarvoor die schatting verder moet dienen, zij het een voorafgaande of controleschatting bij een aangifte van nalatenschap, zij het een verwervingsof onteigeningsprocedure als vastgoedtransactie voor een openbaar bestuur. Gelet op het cruciale belang van ICT voor de Vlaamse Belastingdienst worden bepaalde ICT-taken die het departement Financiën en Begroting nog voor de Vlaamse Belastingdienst uitvoerde samengevoegd met het Dienstencentrum VFP tot een volwaardige afdeling ICT. In 2021 werden de voorbereidingen getroffen, zodat een aangepaste organisatiestructuur per 1 maart 2022 van start kon gaan. Hieronder vindt u de korte beschrijving van afdelingen en taken vanaf 2022. Voor de vorige organisatiestructuur verwijzen we u graag naar de jaarverslagen van vorige jaren. De Vlaamse Belastingdienst bestaat nu uit acht afdelingen.
14
−
de afdeling Taxatie: o verwerkt de inkomende datastromen en aangiftes tot aanslagbiljetten o voert kwaliteitscontroles uit op aanslagbiljetten voor ze te verzenden De belastingvestiging betreft enerzijds voornamelijk het verwerken van inkomende datastromen zoals kadastrale gegevens, voertuiggegevens en gegevens aangaande de persoonlijke toestand van de belastingplichtigen voor heffingen zoals onroerende voorheffing en verkeersbelastingen. Anderzijds gaat sinds 2015 belangrijke personeelscapaciteit naar de fiscale analyse en taxatie van ontvangen akten en aangiften voor de erf- en registratiebelasting.
−
de afdeling Inning en Invordering: o volgt de betalingen van belastingplichtigen op en verwerkt ze boekhoudkundig o onderneemt stappen om betaling te verzekeren (bv. invordering via gerechtsdeurwaarder, o
−
de afdeling Burgercontact en Bezwaren: o behandelt bezwaarschriften en aanvragen tot vrijstelling en verminderingen o behandelt eenvoudige vragen (vragen om informatie, duplicaten, …) en complexere aanvragen o o
−
loonbeslag,...) vrijwaart betaling door bewarende maatregelen (bv. via wettelijke hypotheek)
(bv. afbetalingsplannen) ontvangt belastingplichtigen aan de loketten of na afspraak verzorgt telefonische eerste- en tweedelijnsdienstverlening aan belastingplichtigen, in samenwerking met 1700
de afdeling Controle: o voert controleacties op de baan uit Naast de controleacties - letterlijk - “op de baan” voor de verschillende verkeersbelastingen en kilometerheffing, voert de Vlaamse Belastingdienst de taken van de wegeninspecteurs uit. Ook de controles ter plaats bij wedkantoren, speelhallen, … op automatische ontspanningstoestellen en spelen en weddenschappen worden door VLABEL-Controle uitgevoerd. Bij die controles wordt bv. bekeken of het aantal en het soort toestellen dat opgesteld staat overeenkomt met wat op de aangifte ervoor vermeld staat.
−
- de afdeling Schatting en Waardering: o doet waardebepalingen in het kader van correcte taxatie en vastgoedtransacties o coördineert de samenwerking met externe schatters-experten en doet zelf waarderingen in het
kader van aangiften van nalatenschap
15
−
de afdeling Juridische Dienstverlening: o volgt de geschillenprocedures voor de fiscale en administratieve rechtbanken op o verstrekt intern juridische adviezen en adviseert de personeelsleden van de Vlaamse o o o
−
de afdeling ICT Dienstencentrum F&B: o staat samen met de externe ICT-partner(s) in voor het informaticabeleid en de dataveiligheid o verzekert de goede werking van het Vlaams Fiscaal Platform (VFP). Dit is het overkoepelend ICTo o o
−
Belastingdienst in complexe fiscale en juridische dossiers coördineert de opmaak en bijsturing van de eigen fiscale regelgeving en ondersteunt de minister bij het fiscale beleid bereidt de Vlaamse fiscale rulings en antwoorden op interpretatieve vragen voor verleent diensten aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde, waarbij de belangen van alle betrokken partijen worden bewaakt (verwerving of vervreemding van onroerende goederen, onteigeningsprocedures … )
platform voor de verwerking van alle heffingen die door de Vlaamse Belastingdienst worden geïnd. coördineert de gegevensuitwisseling met de derde partijen voert eigen (functionele) analyses uit en implementeert wijzigingen aan het VFP staat in voor de managements- en beleidsrapportering
de afdeling Stafdiensten: o ondersteunt de leidend ambtenaar op vlak van het algemeen beleid van de organisatie, van HR o o o
en communicatie, van organisatie- en procesontwikkeling verzorgt vorming en kennisbeheer en geeft interne opleidingen omvat de eigen interne inspectiedienst, die onder meer de kwaliteit van dossiers controleert en daaromtrent aanbevelingen geeft, en die instaat voor de coördinatie van risico-gestuurde organisatiebeheersing ondersteunt de organisatie op vlak van Facility (huisvesting, logistiek, postverwerking, …)
16
ONDERNEMINGSPLAN 2021-2024: BESCHRIJVING VAN DE STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELSTELLINGEN Het lange-termijn ondernemingsplan 2020-2024 is een logische verderzetting van de eerdere beheersovereenkomsten en ondernemingsplannen. De meetfactoren en indicatoren zijn maximaal doorgetrokken over alle heffingen, zodat een consistente en samenhangende set van indicatoren conceptueel is samengesteld. De rapportering ervoor is opgenomen in https://www.vlaanderen.be/vlaamse-belastingdienst/cijfers-vlaamsebijlage en gepubliceerd op belastingdienst. Het ondernemingsplan bepaalt – in functie van de missie, de taakstelling en de basisprincipes – de strategische doelstellingen van de Vlaamse Belastingdienst en de hieruit afgeleide operationele doelstellingen en strategische projecten. Naast een beperkte omschrijving van hoofdprocessen, die onder de strategische en operationele doelstelling vallen, worden kort een aantal blikvangers aangehaald die er betrekking op hebben.
Coronamaatregelen – algemene impact op de Vlaamse Belastingdienst De coronacrisis heeft in 2021 een beperktere impact gehad dan in 2020, zowel voor interne als extern gerichte processen: − tijdens de eerste coronagolven werd veel aandacht besteed aan telewerken en de impact ervan op de werk-privébalans; 2021 was vooral een verderzetting van de keuze van de Vlaamse Belastingdienst voor duidelijke periodes van maximaal telewerk die perspectief boden aan de personeelsleden om zich hier maximaal op te organiseren; − de verregaande digitalisering liet het merendeel van de personeelsleden met administratieve functies toe om fulltime te telewerken; − ook voor niet-administratieve functies werden de werkprocessen aangepast, puttend uit de ervaringen van 2020; taken van schatters en loketmedewerkers werden gereorganiseerd naar digitale en telefonische alternatieven; − onthaal van burgers werd op andere manieren dan via bezoek aan de loketten georganiseerd: dynamische contactopties op de website leiden belastingplichtigen naar de juiste contactkanalen, een afsprakenmodule voor online-afspraken werd in gebruik genomen, de chatfunctie werd mogelijk gemaakt, … Waar dat niet mogelijk was, konden we burgers in voor hen en voor ons personeel veilige omstandigheden op afspraak ontvangen.
17
STRATEGISCHE DOELSTELLING 1: INNING EN BEZWAARAFHANDELING VAN DE GEWESTBELASTINGEN IN EIGEN BEHEER De eerste en voornaamste strategische doelstelling bevat de basisopdracht van de Vlaamse Belastingdienst in zijn rol als uitvoerende entiteit van het fiscale beleid, met name de inning en invordering van de huidige gewestbelastingen die in eigen beheer worden geïnd, inclusief de randprocessen die er mee gepaard gaan. Ook de bezwaar- en geschilafhandeling van deze belastingen en het uitoefenen van controleactiviteiten wordt in deze doelstelling begrepen.
SD1. instaan voor de efficiënte, effectieve, klantgerichte en maatschappelijk verantwoorde inning van de gewestbelastingen in eigen beheer, om de beoogde begrotings- en thesauriedoelstellingen van de Vlaamse overheid en lokale besturen te vrijwaren en de beoogde beleidseffecten te sorteren
Kernbegrippen in de doelstelling zijn: efficiënt, effectief en klantgericht. Deze vertalen zich concreet in het vrijwaren van de belangen van de Vlaamse overheid zelf op het vlak van inkomstenverwerving, alsook van de provincies en gemeenten via de inning van hun opcentiemen of opdeciemen.
OVERZICHT EN OMSCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE DOELSTELLINGEN OD 1.1. het ab initio zo correct mogelijk vestigen en innen van de gewestbelastingen, waarbij eventuele vrijstellingen, kortingen of verminderingen maximaal automatisch worden toegekend door een doorgedreven datamanagement /
/
/ /
creëren vorderingen eigen-beheer-gewestbelastingen (de volledige en tijdige inkohiering op basis van de gegevens met betrekking tot de belastbare feiten en elementen zoals ze door de authentieke bronnen worden aangeleverd, dan wel via aangifte aan het agentschap kenbaar worden gemaakt) inning eigen beheer gewestbelastingen (een maximale inning van de verschuldigde bedragen met de inzet van minimale kosten voor zowel burger als overheid, door het efficiënt en effectief inzetten van de mogelijkheden tot inning die het agentschap ter beschikking staan) bewarende maatregelen financieel beheer
OD1.2. beheren van de inningskosten en bewaken van de kostenefficiëntie van de inningsprocessen / / / /
beheren nalatigheids- en moratoriumintresten correcte registratie van, controle op en uitbetaling van reguliere innings- en geschilkosten rechtstreeks verbonden aan de inning van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen financiële rapportering en controle uitoefenen van controle op en betaling van erelonen, facturen, kostenlistings
18
OD1.3. de efficiënte en effectieve dossierbehandeling om de betwiste wederzijdse financiële rechten en verplichtingen van belastingplichtige en overheid zo vlug mogelijk definitief vast te stellen /
/
/ /
behandeling van de eigenlijke bezwaren tegen de verzonden aanslagbiljetten (het tijdig behandelen van dossiers met betrekking tot vrijstellingen, verminderingen of schorsingen die wel automatisch hadden kunnen worden toegekend, nadat al een aanslagbiljet is verzonden) behandeling van de oneigenlijke bezwaren tegen de verzonden aanslagbiljetten (het tijdig behandelen van dossiers met betrekking tot vrijstellingen, verminderingen of schorsingen die niet automatisch kunnen worden toegekend, of met betrekking tot de belastbare grondslag of vestiging, nadat al een aanslagbiljet is verzonden) behandeling van meldingen, vragen om informatie behandelen van geschillenprocedures voor administratieve of fiscale rechtsbanken
OD1.4. het uitvoeren van diverse controle-activiteiten met betrekking tot de eigen-beheergewestbelastingen, om na te gaan of de fiscale regelgeving correct wordt nageleefd door de belastingplichtige, door de administratie en door derde betrokken partijen / / /
uitvoeren van dagelijkse controle-opdrachten met betrekking tot personenwagens en vrachtwagens, o.a. met behulp van ANPR (Automatic Number Plate Recognition) en WIM (Weigh In Motion) administratieve naverwerking van de controles efficiënt inzetten van de controleurs gewestbelastingen ten behoeve van interne advisering, aanvullend op administratieve processen
OD1.5: informatie en communicatie in dagelijkse werking /
communicatie met burgers en bedrijven, via brief- of mailwisseling, telefonisch of bij loketbezoek
19
REALISATIES VAN HET VOORBIJE WERKJAAR Een aantal belangrijke aandachtspunten bij strategische doelstelling 1 en de onderliggende operationele doelstellingen: Taxatie /
Het agentschap streeft naar een efficiënte, effectieve, klantgerichte en maatschappelijk verantwoorde inning van de gewestbelastingen in eigen beheer. Een eerste stap hierbij is het zo correct mogelijk taxeren van de belasting door het maximaal automatisch toekennen van eventuele vrijstellingen, kortingen en verminderingen aan de hand van een doorgedreven datamanagement. De Vlaamse Belastingdienst maakt hiervoor zo veel mogelijk gebruik van authentieke bronnen en zet volop in op elektronische gegevensuitwisselingen met onder andere de FOD Financiën en het notariaat. De taxatieprocessen worden permanent bijgestuurd. Op vlak van taxatie zijn volgende zaken blikvangers voor 2021:
Registratie- en erfbelasting o
De doorlooptijden voor de taxatie zijn stabiel. Dat geldt zowel voor de eerste taxatie “op zicht” (gemeten tussen het initiëren van het taxatieproces (bv. ontvangst van een aangifte van nalatenschap of een te registreren akte) en het verzenden van het aanslagbiljet), als voor de eventuele aanvullende taxatie na een diepgaandere controle. De stijging van de eigen doorlooptijd voor taxatie registratiebelasting in 2021 ten opzichte van 2020 is te wijten aan het sterk toegenomen aantal vastgoedtransacties in 2021. Hetzelfde geldt voor de doorlooptijd erfbelasting, onder invloed van de oversterfte tijdens de coronapandemie. tabel 1: doorlooptijd in kalenderdagen taxatie registratiebelasting verkooprecht (aanslagbiljet verzonden in kalenderjaar 2017-2021)
mediaan doorlooptijd - van datum registratie akte (bij de FOD Financiën) tot verzending aanslagbiljet mediaan doorlooptijd - van datum ontvangst akte (bij VLABEL) tot verzending aanslagbiljet (eigen doorlooptijd)
KJ 2017
KJ 2018
KJ 2019
KJ 2020
KJ 2021
25
21
24
20
23
22
20
23
18
23
tabel 2: doorlooptijd in kalenderdagen taxatie erfbelasting (aanslagbiljetten verzonden in kalenderjaar 2017-2021)
mediaan doorlooptijd - van datum ontvangst aangifte nalatenschap (bij VLABEL) tot verzending aanslagbiljet (eigen doorlooptijd)
o
KJ 2017 42
KJ 2018 34
KJ 2019 35
KJ 2020 31
KJ 2021 50
Voor wat betreft de controle op het naleven van de voorwaarden voor gunstregimes in de registratiebelasting worden brieven verstuurd enkele maanden voor het verstrijken van de termijn waarbinnen de voorwaarde gerealiseerd moet zijn. Op die manier heeft de betrokkene nog de tijd om toch nog aan de wettelijke voorwaarde te voldoen.
20
Schattingen & waarderingen De belastbare basis voor erf- en registratiebelasting (schenkbelasting, verkooprecht en verdeelrecht) is minimaal de normale verkoopwaarde. Dit is de prijs die mag verwacht worden bij een normale verkoop voorbereid onder normale omstandigheden (met voldoende publiciteit, met aantrekking van een voldoende aantal kandidaten en met inachtneming van de objectieve factoren die de waarde van het onroerend goed kunnen beïnvloeden). Binnen de Vlaamse Belastingdienst is de afdeling Schattingen en Waarderingen verantwoordelijk voor het uitvoeren van controleschattingen, om te bewaken dat de aangegeven waarde zo correct mogelijk deze normale verkoopwaarde benadert. De waarde van een onroerend goed schatten, is niet altijd eenvoudig. Die is immers afhankelijk van erg veel factoren en er is dikwijls een stevige financiële implicatie aan verbonden. Een te hoog ingeschatte waarde zal bijvoorbeeld een erfgenaam relatief gezien te veel erfbelasting doen betalen. Bij een te laag ingeschatte waarde loopt die erfgenaam het risico op een boete wegens tekortschatting. Om die onzekerheid weg te nemen, heeft een erfgenaam verschillende mogelijkheden: o
beroep doen op een erkende schatter-expert om een waarde te laten bepalen. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt deze schatting als een realistische waarde, op voorwaarde dat het schattingsverslag van de schatter-expert deugdelijk werd gemotiveerd en voldoet aan een aantal vorm- en kwaliteitsvereisten. Maandelijks wordt een bijgewerkte lijst van de erkende schatters-experten gepubliceerd op de website (https://www.vlaanderen.be/informatie-voor-erkende-schatters-experten). De aanvragen tot erkenning worden door de afdeling Schattingen & Waarderingen beoordeeld. De huidige lijst telt 964 erkende schatter-experten.
o
een aanvraag voor bindende schatting aan de Vlaamse Belastingdienst zelf vragen.
o
een eigen schatting maken of beroep doen op een niet-erkende schatter-expert.
Voor overlijdens vanaf juni 2019 kan een erfgenaam/belastingplichtige nu ook aan de Vlaamse Belastingdienst zelf een kosteloze schatting aanvragen van de onroerende goederen die deel uitmaken van een nalatenschap. Om de Vlaamse Belastingdienst te ondersteunen in het uitvoeren van deze schattingsopdrachten werd een schattingsmodel op basis van machine learning gemaakt. Het dient een dubbel doel: de kosteloze schattingen voor erfbelasting faciliteren én detecteren in welke dossiers voor registratie- en erfbelasting er potentieel een onderwaardering gebeurd is. Uiteraard is het niet de bedoeling een schatting enkel en alleen door het model te laten uitvoeren. De kritische blik van een ervaren schatter, waar nodig gecombineerd met een plaatsbezoek, blijft in alle gevallen een must.
De erfgenaam/belastingplichtige kan natuurlijk ook altijd zelf de waarde van het onroerend goed schatten, op welke manier dan ook: uit eigen ervaring, door vergelijking met recent verkochte gelijkaardige onroerende goederen in de buurt, aan de hand van onlineschattingstools … De Vlaamse Belastingdienst toetst de aangegeven waarde onder andere aan de hand van een econometrisch model, ook als de aangevers beroep doen op een niet-erkende schatter-expert.
21
grafiek 13: evolutie van het aantal Aanvragen Bindende Schatting (ABS) / aantal ABS aangevraagd door notarissen tegenover het totaal aantal ABS (volgens maand van ontvangst) 600 529
550 475
500
453
450 370
400 350 300 250
247 257
177 167
100
115 121
97 98
366 374 362 359
362
309
205 153
116
370
170
159 120
96
335
362
275
260 248
248
225 223
349
327
313
274
200 150
345
125
188 167 165 177 172 159 155 143
50 0
Aantal ABS Dossiers
Aantal ABS Dossiers door Notariskantoor
Zoals blijkt uit grafiek 13 kent het maandelijks totaal aantal aangevraagde bindende schattingen een stijgend verloop van medio 2019 tot gemiddeld 350 per maand, met pieken tot 475 en 529. De pieken en dalen in het jaar 2020 zijn grotendeels te verklaren door de coronamaatregel waarbij voor aangiften erfbelasting een uitstel gold tot 30 september 2020 (eerste golf). Ook in het najaar gold uitstel van indiening, tot 30 april 2021 (tweede golf). In 2021 werden iets meer dan 4.500 aanvragen ontvangen. De doorlooptijd om een bindende schatting uit te voeren, bedroeg in 2021 gemiddeld 70 kalenderdagen. Sinds eind 2019 kunnen erkende schatters-experten bij de Vlaamse Belastingdienst vergelijkingspunten vragen om hun eigen schatting te ondersteunen, beperkt tot onroerende goederen waarvoor ze belast zijn met een schattingsopdracht in het kader van een aangifte van nalatenschap. Gemiddeld werden de vergelijkingspunten binnen de vier kalenderdagen na de aanvraag bezorgd.
22
Inning & invordering /
De Vlaamse Belastingdienst heeft de voorbije jaren steeds een hoog inningspercentage kunnen behalen door de tijdige inkohiering en het toepassen van verschillende invorderingsstrategieën. Inningskosten worden zo goed mogelijk beheerd, terwijl ook de kostenefficiëntie van de inningsprocessen bewaakt wordt.
Inningspercentages De inningspercentages liggen na het volledig doorlopen van de invorderingscyclus (het jaar dat volgt op het aanslagjaar, X+1) met percentages van meer dan 98% erg hoog. Enige uitzondering daarop zijn de leegstands- en verkrottingsheffingen, die inhoudelijk erg vaak betwist worden, en de planbatenheffing, die niet onmiddellijk betaald moet worden. Gedetailleerde cijfers en grafieken per belasting met betrekking tot de inkohiering en de innings- en invorderingscyclus zijn opgenomen in het deel “Onze heffingen”, vanaf pagina 46, en in de bijlagen. tabel 3: inningspercentages per belasting (voorbeeld voor jaar X+1, status 31/12/2021 voor aanslagjaar 2020) Belasting
Innings%
Onroerende voorheffing
98,9%
Jaarlijkse verkeersbelasting – personenwagens en aanverwante
98,8%
Jaarlijkse verkeersbelasting – vrachtwagens en aanverwante
96,5%
Registratiebelasting
99,9%
Erfbelasting
97,8%
Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen
41,3%
Leegstandsheffing bedrijfsruimten
46,4%
Planbatenheffing
0,3%
Belasting op spelen & weddenschappen
99,8%
Belasting op automatische ontspanningstoestellen
99,6%
Afbetalingsplannen De beoordelingscriteria voor het toestaan van afbetalingsfaciliteiten zijn vastgelegd in relatie tot de aard van de heffing en de reden van de aanvraag: o voor onroerende voorheffing en verkeersbelastingen blijft het in principe nodig dat de belasting volledig binnen het jaar betaald moet zijn, aangezien het jaar daarop een nieuwe belasting gevestigd wordt; o registratiebelasting: voor de specifieke context van navorderingen die voortvloeien uit de controle van de gunstregimes zijn aangepaste criteria vastgelegd, omdat het over relatief grote bedragen gaat en het in principe een eenmalige aanvullende belasting is; o de erfbelasting is in principe een eenmalige belasting, maar daar gaat het veelal om grotere bedragen; daarom staan afbetalingsfaciliteiten meestal in relatie tot bv. de verkoop van een onroerend goed in de nalatenschap, of van de financiële middelen die werden vererfd.
23
grafiek 14: aantal ontvangen aanvragen voor afbetalingsplannen in kalenderjaar 2018 – 2021 voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante)
Ondanks de aangekondigde coronamaatregel is er geen substantiële evolutie te merken in het aantal afbetalingsplannen dat doorheen de jaren wordt aangevraagd, in verhouding tot het aantal aanslagbiljetten. In absolute cijfers is de stijging in het coronajaar 2020 zeker merkbaar: voor onroerende voorheffing waren er veel aanvragen door rechtspersonen, die in 2021 opnieuw grotendeels wegvielen. Voor verkeersbelastingen waren er zowel in 2020 als in 2021 meer aanvragen van belastingplichtigen die voor de eerste keer een afbetalingsplan aanvroegen. De stijgende trend zette zich ook in 2021 door. Een mogelijke verklaring voor het verschil tussen beide belastingen ligt erin dat belastingplichtigen voor onroerende voorheffing meestal zelf eigenaar van hun onroerend goed zijn en mogelijks dus ook over een stabieler inkomen beschikken aangezien ze eveneens in staat moeten blijven om een eventuele hypothecaire lening te blijven aflossen. Uit grafiek 15 blijkt dat steeds meer aanvragen voor afbetalingsplannen geweigerd moeten worden. Waar in 2019 voor onroerende voorheffing bv. nog meer dan 82% van de aanvragen werd toegestaan, bedroeg dat in 2020 net geen 78%. De verhouding ligt voor 2021 nog significant lager op net geen 76%, maar die cijfers zijn mogelijk nog niet volledig representatief, gelet op de betalingsuitstellen die als coronamaatregel toegestaan werden. Voor verkeersbelasting personenwagens is de evolutie vergelijkbaar: net geen 75% inwilligingen evolueerden naar slechts 58%. Dit hangt samen met de stijging van het aantal “nieuwe” aanvragen voor verkeersbelastingen, die vaak gebrekkig of niet gemotiveerd bleken of onvoldoende gestaafd met bewijsstukken van financiële moeilijkheden.
24
grafiek 15: evolutie inwilliging en afwijzing afbetalingsplannen voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting personenwagens (kalenderjaren 2018-2020)
Invordering Voor de invordering wordt op een intensieve manier samengewerkt met de gerechtsdeurwaarderskantoren. Dat gebeurt niet rechtstreeks, maar via een centraliserende instantie, DIAM (www.diam.be), die speciaal hiervoor werd opgericht door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. DIAM centraliseert de dossiers voor verschillende jaren of verschillende belastingen bij dezelfde deurwaarder, zodat waar mogelijk maar één keer invorderingskosten gemaakt worden voor gebundelde schulden. Door die centralisatie kent de optredende gerechtsdeurwaarder dikwijls de mensen bij wie de financiële toestand problematisch is en kan hij hun solvabiliteit beter beoordelen. Bovendien verloopt de invordering volgens regels die vastgelegd werden in een samenwerkingsprotocol. Via dit protocol zijn bv. duidelijke afspraken gemaakt rond welke invorderingsstappen gezet mogen worden in welke situaties. Zo werd bv. afgesproken dat eerst een aanmaning moet worden bezorgd vooraleer een dwangbevel mag betekend worden. De kosten verbonden aan een aanmaning zijn immers significant lager dan die voor een dwangbevel. Het resultaat van de goede samenwerking is dat er nauwelijks of geen klachten bij onze eigen klachtendienst of ombudsdienst ingediend worden over ons invorderingsbeleid. De overgrote meerderheid invorderingsdossiers betreft onroerende voorheffing en verkeersbelastingen. Dat is ook logisch, omdat daarvoor de grootste aantallen belastingplichtigen zijn. Sinds oktober 2018 gebeurt het opmaken van dwangschriften en het overmaken van dossiers aan de gerechtsdeurwaarders ook voor erf- en registratiebelasting als een wederkerend proces. Voorheen werd dit nog ad hoc ingepland in functie van aantallen over te maken dossiers.
Coronamaatregel – beperktere invorderingsinitiatieven 2021 was opnieuw geen gewoon invorderingsjaar. Door de coronamaatregelen die eind december 2020 in het Belgisch Staatsblad verschenen moest opnieuw snel geschakeld worden om nieuwe werkafspraken te maken, zowel intern als met DIAM en met derdebeslagenen (huurders, werkgevers, banken,…). Deze maatregelen golden zowel voor particulieren als voor ondernemingen die verplicht werden tot sluiting. Tot eind januari 2021 was er een tijdelijk verbod tot gedwongen invordering. Tot eind maart 2021 waren aangepaste grensbedragen voor de berekening van het beslagbaar gedeelte (bv. bij
25
loonbeslag) van toepassing, zodat er minder inhoudingen mochten gebeuren voor de Vlaamse Belastingdienst. Last-minute werd deze verhoging van de grensbedragen nog twee keer verlengd (eerst tot eind juni 2021, daarna tot eind september 2021). Alle derdebeslagenen werden gecontacteerd om hen te wijzen op deze maatregelen (en nadien op de opheffing ervan). Na het opheffen van de maatregelen werd de invordering weer voorzichtig hernomen in zoverre er geen andersluidende federale instructies waren specifiek van toepassing op de gerechtsdeurwaarders, bv. tijdelijke sluiting van de veilingzalen omwille van corona). Voor de aanmaning door de gerechtsdeurwaarders werd opnieuw een minder dwingende versie gebruikt. De Vlaamse Belastingdienst vond het nog altijd belangrijk om rekening te houden met de bijzondere omstandigheden tijdens deze crisisperiode.
Het aantal nieuwe dossiers dat aan DIAM werd overgemaakt in 2021 lag iets lager dan vorig jaar. Voor de niet-fiscale dossiers die aan DIAM werden overgemaakt in 2021 (met uitzondering van Vlaamse Sociale Bescherming (VSB)) was er wel een stijging (meer dan 45%). Dit is te wijten aan de nieuwe dossiers van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) (enkelbanden en leeflonen (ex)gedetineerden) en de nieuwe dossiers van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) (corona-uitkeringen). Het valt wel op voor 2021 dat er voor de dossiers overgemaakt in 2021 beduidend minder goed betaald werd in 2021 in fase gerechtsdeurwaarder dan in andere kalenderjaren. Voor OV zien we zelfs een daling van meer dan 20%. Voor de verkeersbelasting zien we een daling van 12.6%. De coronacrisis laat zich duidelijk voelen. tabel 4: aantallen voor invordering aan DIAM overgemaakte dossiers Kalenderjaar 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Totaal 106.186 163.183 101.104 110.979 101.962 106.590 111.608 111.994 134.275 102.493
Onroerende Voorheffing 31.691 43.261 31.672 34.568 33.708 31.006 31.477 31.125 30.318 21.025
Verkeersbelastingen
Andere (*)
58.666 105.510 50.195 61.015 54.580 55.637 56.593 57.543 52.330 51.515
15.829 14.412 19.237 15.396 13.674 19.947 23.538 23.326 51.627 29.953
(*) In de categorie “andere” zijn alle andere heffingen verzameld, maar eveneens de dossiers die door het agentschap Vlaamse Sociale Bescherming, het vroegere Zorgfonds, aan ons bezorgd zijn voor invordering. Deze dossiers vormen het leeuwendeel van de categorie “andere”: voor 2021 ging het om 25.513 van de 29.953 in te vorderen dossiers (85,18%), .
26
tabel 5: via DIAM ingevorderde bedragen (in euro) en recuperatiepercentage (**)
Onroerende voorheffing Verkeersbelastingen Registratiebelasting Erfbelasting Verkrottingsheffing Woningen Leegstandsheffing Bedrijfsruimten Planbatenheffing
Ingevorderd deel van in kalenderjaar 2021 voor invordering overgemaakte bedragen (A) € 13.776.166,85 € 15.481.839 € 587.715,44 € 914.236,81 € 247.238,04 € 182.207,92 € 892,68
In kalenderjaar 2021 overgemaakt voor invordering (B) € 30.276.993,19 € 35.083.094,18 € 2.666.533,66 € 7.003.156,98 € 2.206.743,46 € 1.158.258,71 € 13.204,90
Voorlopig recuperatiepercentage (A/B) 60,73 % 52,18 % 35,06 % 20,37 % 22,06 % 46,44 % 17,15 %
(**) opgelet: aangezien de invorderingscyclus voor alle belastingen niet gelijk wordt opgestart en niet gelijktijdig verloopt, zijn de cijfers voor de verschillende heffingen niet altijd vergelijkbaar.
Dossier- en bezwaarbehandeling
/
De Vlaamse Belastingdienst streeft naar een efficiënte en effectieve behandeling van bezwaren en klachten. Het aantal bezwaren daalt jaar na jaar, onder meer door in te zetten op een meer correcte vestiging van de belasting. Met uitzondering van de regulerende heffingen (leegstandsheffingen, planbatenheffing) liggen de bezwaarpercentages erg laag, zoals de tabel hierna aantoont. Van de dan toch ingediende bezwaarschriften worden er veel minstens gedeeltelijk ingewilligd. Het gaat dan dikwijls om moeilijk te vermijden bezwaarschriften, die bv. te wijten zijn aan fouten in de authentieke brongegevens die bij de taxatie gebruikt worden. De cijfers voor aanslagjaar 2021 zijn meestal nog niet representatief: voor veel aanslagbiljetten liep de bezwaartermijn nog per eind december 2021, zodat het bezwaarpercentage nog niet volledig kan zijn. De inwilligingspercentages zijn ook om die reden nog niet representatief, maar bovendien ook omdat het in absolute aantallen dikwijls om beperkte aantallen al afgehandelde dossiers gaat. Ook over de bezwaar- en geschilafhandeling zijn meer gedetailleerde cijfers in bijlage opgenomen. tabel 6: bezwaarpercentage (aantallen bezwaren t.o.v. aantal aanslagbiljetten) en inwilligingspercentage (minstens gedeeltelijk ingewilligde bezwaren t.o.v. aantal al behandelde bezwaren) (aanslagjaren 2019-2021, status 31/12/2021) AJ 2019 Onroerende voorheffing
Bezwaarpercentage
Jaarlijkse verkeersbelasting personenwagens Jaarlijkse verkeersbelasting vrachtwagens Registratiebelasting
Bezwaarpercentage
Inwilligingspercentage Inwilligingspercentage Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage
AJ 2020
AJ 2021
0,97%
0,99%
0,54%
74,24%
69,55%
61,93%
0,38%
0,28%
0,22%
74,86%
75,17%
66,79%
1,18%
1,07%
0,45%
82,48%
81,34%
85,34%
0,78%
0,62%
0,50%
80,18%
81,52%
80,12%
27
Erfbelasting
Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage
Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen Leegstandsheffing bedrijfsruimten
Bezwaarpercentage
Planbatenheffing
Bezwaarpercentage
Inwilligingspercentage Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage Inwilligingspercentage
1,39%
1,22%
0,83%
64,68%
66,64%
65,80%
49,69%
45,13%
22,32%
60,50%
56,13%
75,00%
33,01%
35,37%
2,47%
49,48%
51,42%
0,00%
39,89%
21,34%
n.v.t.
75,00%
88,89%
n.v.t.
Controle
Door controleactiviteiten, voornamelijk gericht op verkeersbelasting en kilometerheffing en op spelen en weddenschappen en automatische ontspanningstoestellen wordt nagegaan of de fiscale regelgeving correct wordt nageleefd. o
o
o
o
o
De Vlaamse Belastingdienst heeft controleteams verkeersbelasting op de weg en maakt onder andere gebruik van de ANPR-camera’s (Automatic Numberplate Recognition - camera’s met automatische nummerplaatherkenning) en de WIM-meetsystemen (Weigh In Motion) van het Agentschap Wegen en Verkeer. Door vergelijking van de gegevens van de ANPR-camera’s met de gegevens uit het VFP kunnen de controleurs optreden bij een overtreding en overgaan tot onmiddellijke inning van achterstallige verkeersbelastingen en de verschuldigde boete. Deze aanpak heeft een sterke signaalfunctie naar andere wanbetalers. Voor de controle op de kilometerheffing gebruikt de Vlaamse Belastingdienst een geïntegreerd systeem van mobiele controleploegen en geautomatiseerde handhavingssystemen, waarbij de gegevens worden verwerkt in het handhavingscentrum. Een anoniem controlevoertuig combineert een mobiele controle met de ingebouwde ANPR-camera, waardoor op verschillende plaatsen kan gecontroleerd worden. Naast de controles op eigen initiatief voert de Vlaamse Belastingdienst ook controles uit in samenwerking met de politie of andere overheidsinstellingen. Ook voor de controle op de belasting op automatische ontspanningstoestellen heeft de Vlaamse Belastingdienst dagelijks controleteams op pad die ter plaatse (in onder meer speelhallen, cafés, lunaparken, wedkantoren, vakantieparken …) nagaan of de belastingplichtigen hun aangifte tijdig en correct ingediend hebben. Als de belastingplichtige niet aan zijn fiscale verplichtingen voldaan heeft, wordt bij een fiscale controle een formeel verslag van vaststelling opgemaakt. Het controleteam spelen en weddenschappen voert zowel administratieve controles van de maandelijkse online aangifte op bureau uit, als controles op locatie (in casino’s, op paardenrenbanen, bij wielerwedstrijden …) om de correcte inning van de belasting op spelen en weddenschappen te verzekeren. Sinds 1 januari 2021 maken ook de Vlaamse wegeninspecteurs deel uit van de controleteams van de Vlaamse Belastingdienst. Zij maakten de overstap van het agentschap Wegen Verkeer. Aangezien de controleteams al dagelijks baancontroles uitvoerden, bood de integratie kansen om de werking nog efficiënter te organiseren. Dat biedt voordelen voor zowel de overheid als de gecontroleerde burgers en bedrijven: een geïntegreerde controle op bijvoorbeeld kilometerheffing en massa-overschrijding betekent slechts één keer afhaling van de weg, voorleggen van documenten en eventueel opmaken van processen-verbaal.
28
tabel 7: controleresultaten wegeninspecteurs
Bevoegdheid
Conform
Niet conform
Waarschuwing
Massa
2.656
2.456
351
5.463
Technische eisen Transporteenheden:
3.702
528
526
4.756 8.145
2.379
553
77
3.009
103 15
224 20
60 8
387 43
15
6
5
26
Voertuigen ADR Ladingzekering Afmetingen Uitzonderlijk vervoer
Totaal
De controleresultaten in verband met fiscaliteit zijn opgenomen in de hoofdstukken verkeersbelasting, spelen en weddenschappen en automatische ontspanningstoestellen] in het deel “Onze heffingen”, vanaf pagina 46.
29
STRATEGISCHE DOELSTELLING 2: MAXIMALE FISCALE COMPLIANCE VIA EEN COHERENT FISCAAL KADER Als tweede strategische doelstelling schenkt de Vlaamse Belastingdienst extra aandacht aan de SD2: meewerken aan en het beleidsmatig aanvaarding van het fiscale beleid door de ondersteunen van de minister bij het verder burger (fiscale compliance), onder meer door uitbouwen van een coherent fiscaal kader, het voeren van een gericht informatie- en teneinde bij te dragen aan een maximale communicatiebeleid en door het periodiek fiscale compliance uitvoeren van een klantentevredenheidsonderzoek. Vanzelfsprekend hebben ook andere strategische doelstellingen indirect hun impact op de fiscale compliance: een klantgerichte en efficiënte inning komt uiteraard ook de aanvaarding van de Vlaamse fiscaliteit ten goede.
OVERZICHT EN OMSCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE DOELSTELLINGEN OD2.1 het leveren van de vereiste beleidsgerichte input voor beleidsvoorbereiding en -evaluatie en bij de aansturing van de uitvoering van het beleid / / / /
beleidsrapportering, structureel en ad hoc parlementaire vragen (schriftelijke vragen en vragen om uitleg) omzetten van klachten en ombudsnota's naar aanbevelingen tot bijsturing van de interne werking of het beleid studie- en adviesopdrachten met betrekking tot Vlaamse fiscaliteit en regelgeving
OD2.2: beheren regelgeving / /
juridisch-technisch adequate omzetting van de beleidsdoelstelling naar transparante en eenduidige regelgevende teksten verduidelijken regelgeving via omzendbrieven, administratieve standpunten, commentaren
OD2.3 meewerken aan het uitwerken en voeren van een gericht informatiebeleid / / /
het aan burgers in het algemeen verstrekken van duidelijke en correcte inhoudelijke informatie met betrekking tot de gewestbelastingen het aan de betrokken belastingplichtigen verstrekken van duidelijke en correcte informatie met betrekking tot lopende dossiers het actief prospecteren naar mogelijke verbeterpunten inzake de inning van de gewestbelastingen die in eigen beheer worden geïnd, onder meer door een periodieke klantenbevraging
30
REALISATIES VAN HET AFGELOPEN WERKJAAR Een aantal belangrijke aandachtspunten bij de strategische doelstelling 2 en de bijbehorende operationele doelstellingen: Informatievoorziening en communicatiekanalen /
De Vlaamse Belastingdienst heeft de afgelopen jaren de fiscale compliance van belastingplichtigen – zowel burgers als bedrijven – stelselmatig vergroot door o in te zetten op een betere informatievoorziening en de communicatiekanalen verder uit te bouwen; Website
Sinds 2019 zorgen we voor een stapsgewijze inkanteling van de website belastingen.vlaanderen.be binnen vlaanderen.be (webplatform) om meer gebruikersgerichte thematisch gestructureerde informatie te kunnen aanbieden en dubbele of tegenstrijdige informatie tussen verschillende overheidswebsites te voorkomen. In 2021 werden de twee resterende belastingen (leegstandsheffingen) gemigreerd en werd de zogenaamde entiteiten/organisatiehub in gebruik genomen (organisatiegebonden informatie). In 2021 werd intensief samengewerkt met Digitaal Vlaanderen om een doorzoekbaar archief voor standpunten en commentaren te ontwikkelen en dat begin april 2022 ter beschikking te kunnen stellen. o
belastingplichtigen kunnen de Vlaamse Belastingdienst via volgende kanalen bereiken: telefonisch via de 1700-lijn voor eerstelijns informatie. Voor inhoudelijke vragen wordt het gesprek doorgeschakeld naar een telefoonpool van medewerkers van de Vlaamse Belastingdienst. Als het gesprek niet onmiddellijk kan beantwoord worden, wordt dit geëscaleerd naar meer gespecialiseerd personeel die de beller zelf opnieuw zullen contacteren voor een antwoord op hun vragen. via chat met de 1700-medewerkers voor eerstelijns-informatie. via een online-gesprek (videobellen) op afspraak met medewerkers van de Vlaamse Belastingdienst zelf; elektronisch via het contactformulier op de website; schriftelijk via brief; fysiek bij de geografisch verspreide loketten.
Telefonie
Tabel 8 toont een gestegen aantal telefonische oproepen in 2021 ten opzichte van voorgaande jaren, behalve voor registratiebelasting. Deze evolutie is te wijten aan: − voor onroerende voorheffing: belastingplichtigen waren zich er niet altijd van bewust dat ze door de activering van hun eBox in het kader van Covid-vaccinatie zich ook registreerden om digitale aanslagbiljetten te ontvangen. Om die reden werden ook meer herinneringen verzonden die opnieuw meer vragen via telefoon genereerden.
31
−
−
−
voor verkeersbelastingen: omwille van technische redenen werden aanslagbiljetten verkeersbelastingen in 2021 minder gespreid verzonden. Dit zorgde voor een grote druk op de bereikbaarheid van 1700. Vooral in het voorjaar kwamen er fors meer oproepen dan voorzien (“forecast” in grafiek 5), wat ervoor zorgde dat meer mensen meerdere keren moesten telefoneren vooraleer ze daadwerkelijk iemand aan de lijn kregen. voor registratiebelasting: mogelijk zette de aangekondigde verlaging in het verkooprecht vanaf 1 januari 2022 een rem op transacties en aanslagbiljetten in de laatste maanden van 2021, wat mogelijk zijn impact heeft gehad op het aantal bellers. Daarnaast opende de Vlaamse Belastingdienst zelf een specifieke informatielijn voor notarissen in 2021; dat zorgt ervoor dat oproepen van notarissen minder in de statistieken van 1700 voorkomen. voor erfbelasting: meer vragen rond erfbelasting dan in 2019, allicht als gevolg van de oversterfte tijdens de coronapandemie in 2020 en 2021.
tabel 8: evolutie aantal inkomende oproepen (“aanbod”) bij 1700 (2017-2020) voor de belangrijkste belastingen 2018
2019
2020
2021
onroerende voorheffing
125.078
129.067
141.205
144.292
verkeersbelastingen
193.014
186.798
184.225
197.346
79.542
67.626
67.640
64.981
(23.636)
(21.780)
(19.241)
(43.990)
(45.760)
(45.740)
384.103
393.486
registratie- en erfbelasting (*), waarvan: - registratiebelasting - erfbelasting totaal
397.634
(*) Vanaf 2019 zijn afzonderlijke cijfers beschikbaar voor de telefonische oproepen voor registratie- en voor erfbelasting. Vanaf dan kregen de beide belastingen een eigen keuzemenu, zodat afzonderlijke rapportering mogelijk werd.
Grafiek 16 toont aan dat de telefonische oproepen bij 1700 een duidelijk piek vertonen in de zomermaanden, net na de verzending van de grootste aantallen aanslagbiljetten onroerende voorheffing. De globale bereikbaarheid (de verhouding tussen het aantal beantwoorde en binnenkomende oproepen) ligt meestal tussen de 90 en 95%. Uitschieter naar beneden zijn de maanden maart en april. De aanslagbiljetten verkeersbelastingen worden normaal gezien gelijkmatig gespreid over het jaar verstuurd, afhankelijk van de inschrijvingsdatum van het voertuig (voor personenwagens) en zorgen meestal dus nauwelijks voor een piekbelasting. In 2021 kon het gewone verzendritme tijdelijk niet gevolgd worden, wat wel zorgde voor piekbelasting in het voorjaar, en bijgevolg verminderde bereikbaarheid.
32
grafiek 16: maandelijkse spreiding aantal inkomende telefonische oproepen (“aanbod”) en bereikbaarheidspercentage bij 1700 (kalenderjaar 2021), samen met de verhouding tussen aanbod en voorzien aantal oproepen (“forecast”)
Nieuw sinds 2021: chatfunctie
Vanaf juli 2021 werd de chatfunctie voor de belangrijkste Vlaamse belastingen via 1700 en vlaanderen.be geactiveerd. In die laatste zes maanden werden iets minder dan 1000 chatsessies gevoerd. Chat is duidelijk een aanvullend kanaal dat door belastingplichtigen gebruikt en geapprecieerd wordt: de tevredenheid van chatsessies over Vlaamse belastingen ligt merkelijk hoger dan de gemiddelde tevredenheid over andere onderwerpen waarover 1700 voor de Vlaamse overheid informeert. Door de aard van de vragen moest voor registratiebelasting vaker doorverwezen worden, wat de iets lagere tevredenheid verklaart. tabel 9: burgertevredenheid over chatsessies met 1700 – score op 10 2021 onroerende voorheffing
8,19
verkeersbelastingen
8,51
registratiebelasting
7,20
erfbelasting
7,96
algemene vragen (VO-breed)
6,40
Nieuw sinds 2021: online afspraak boeken
Sinds 9 november 2021 is het ook mogelijk om rechtstreeks een afspraak te maken voor een online gesprek (videobellen via PC, laptop, tablet of smartphone) met een medewerker van de Vlaamse Belastingdienst. In een boekingsmodule kan de burger zelf een voor hem geschikt tijdstip uitkiezen voor een online-gesprek of voor een afspraak aan een van de loketten, net zoals u een afspraak kan vastleggen voor een doktersbezoek bij de huisarts. De burger krijgt een bevestigingsmail op het mailadres dat hij opgegeven heeft en een link (voor de videobeltoepassing Teams) om het gesprek op het gekozen tijdstip te kunnen starten.
33
Zeker in tijden van corona wou de Vlaamse Belastingdienst op deze manier ook bereikbaar zijn voor de burger wanneer die niet fysiek naar een loket zou kunnen komen. Voor zover geweten is de Vlaamse Belastingdienst daarmee de eerste overheidsorganisatie die dit aanbiedt. Op anderhalve maand tijd werden 432 afspraken geboekt, waarvan ongeveer 60% voor een online-gesprek. Als blijkt dat burgers toch niet vertrouwd zijn met videobellen via Teams, wordt uiteraard overgeschakeld op een gewoon telefoongesprek. Briefwisseling
Verder zien we duidelijk een dalende trend in de aantallen inkomende briefwisseling (tabel 10): op enkele jaren tijd is de inkomende post met 45% afgenomen. Omgekeerd is Inkomende “post” via het digitaal loket (tabel 11) verdubbeld ten opzichte van 2018. De grootste aantallen van 2017, na problemen met de aanslagbiljetten OV door de invoering van STIPAD bij de FOD Financiën, worden niet meer bereikt. tabel 10 en grafiek 17:: evolutie aantal inkomende poststukken/briefwisseling 2015-2021 voor de belangrijkste belastingen Kalenderjaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Onroerende voorheffing 98.410 77.564 100.725 93.248 88.718 72.193 61.168
Verkeersbelastingen 155.909 161.144 139.748 129.329 112.497 80.747 80.855
Erf- & Registratiebelastingen 98.531 82.799 67.415 62.000 48.484 61.998 52.522
Totaal 352.850 321.507 307.888 284.577 249.699 214.938 194.545
34
tabel 11: evolutie aantal digitale contactformulieren en digitale bezwaarschriften (kalenderjaren 20182021) Type document
2018
2019
2020
2021
bezwaar onroerende voorheffing
6.326
8.752
10.548
11.178
bezwaar verkeersbelastingen
2.366
3.148
4.596
4.941
contactformulier – andere contactformulier – onroerende voorheffing contactformulier – verkeersbelastingen personenwagens en aanverwante contactformulier – verkeersbelastingen vrachtwagens en aanverwante contactformulier – registratiebelasting contactformulier – erfbelasting totaal
686
702
1.104
784
8.904
9.005
15.714
22.643
10.672
9.112
12.918
22.073
335
269
485
694
4.887
4.358
4.613
6.041
3.405
3.875
4.513
6.703
38.038
39.221
54.501
75.057
Simulatiemodules De Vlaamse Belastingdienst heeft de afgelopen jaren de fiscale compliance van belastingplichtigen – zowel burgers als bedrijven – stelselmatig vergroot door o
het voorzien van simulatiemodules voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting. De wizard leidt de gebruiker via enkele vragen tot een berekend resultaat, met een overzicht van verschuldigde belastingen en eventuele verminderingen. Voor de simulatie van de verkeersbelasting is ook een app beschikbaar, zodat ook de fiscale aspecten al in de toonzaal bij de aankoop van een nieuwe wagen makkelijk mee in overweging genomen kunnen worden. Vanzelfsprekend werd de simulatiemodule aangepast aan de berekening volgens de WLTPuitstoot van voertuigen (sinds 1 januari 2021).
Schermafbeelding simulatie onroerende voorheffing
35
Schermafbeelding app verkeersbelastingen
o
in te zetten op stakeholdermanagement: de Vlaamse Belastingdienst overlegt regelmatig met belangengroepen en beroepsverenigingen.
Beleidsinput, regelgeving en rechtszekerheid /
Het agentschap levert strategische input voor het beleid en past regelgeving aan.
/
De Vlaamse Belastingdienst heeft met de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) een eigen fiscaal wetboek voor de gewestbelastingen in eigen beheer, met uitzondering van de planbatenheffing, die verankerd blijft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
/
Een intern besluitvormingsorgaan voor de behandeling van voorafgaande beslissingen (rulings) werd opgericht. Voor gemengde rulings werkt de Vlaamse Belastingdienst samen met de federale dienst Voorafgaande Beslissingen. Naast de rulingdienst organiseert de Vlaamse Belastingdienst ook een intern standpuntenoverleg. De beslissingen van de rulingdienst en het standpuntenoverleg worden gepubliceerd op de website van de Vlaamse Belastingdienst om de belastingplichtigen nog meer informatie en rechtszekerheid te bieden (https://belastingen.vlaanderen.be/standpuntencommentaren).
36
tabel 12: aantallen rulings (kalenderjaren 2018-2021) 2018 Erfbelasting Registratiebelasting Gemengd Erf- & Registratiebelasting BIV Totaal
“zuivere” rulings
16 35
2019
“gemengde” rulings
8
4
55
“zuivere” rulings
4 30
2020
“gemengde” rulings
4
33
8
67
“zuivere” rulings
26 23
2021
“gemengde” rulings
3
28
4
1 78
“zuivere” rulings
19 33
“gemengde” rulings
6
22
3
74
6
37
STRATEGISCHE DOELSTELLING 3: INVORDERING VAN NIET-FISCALE SCHULDVORDERINGEN De derde strategische doelstelling betreft het verder ter beschikking stellen van de invorderingsexpertise van de Centrale Invorderingscel (CIC) van de Vlaamse Belastingdienst aan andere entiteiten van de Vlaamse overheid. Specifiek fiscale invorderingsprocedures zoals fiscaal derdenbeslag kunnen door de CIC ook ingezet worden voor de inning van niet-fiscale schuldvorderingen.
SD3: het in de plaats treden van opdrachtgevende entiteiten van de Vlaamse overheid, om te komen tot een uniforme, efficiënte en effectieve invordering van nietfiscale schuldvorderingen en als dusdanig schaalvoordelen te bereiken, waar mogelijk via een uniek invorderingsdossier
Daarnaast blijft de CIC ook een coördinerende en faciliterende rol opnemen voor andere kernentiteiten van de Vlaamse overheid, ongeacht of we dossiers/vorderingen voor hen behandelen, zoals bv. voor de toegang en het gebruik van Regsol (het Centraal Register Solvabiliteit). Via dit digitale platform kunnen bv. schuldeisers openstaande insolventiedossiers, beheerd door de Ondernemingsrechtbanken, opstarten, raadplegen of opvolgen. Het aantal dossiers dat de CIC ontving is sterk toegenomen in 2021. Dit is te wijten aan de dossiers van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Daarvoor doet de CIC de invordering voor de schade die (ex)gedetineerden hebben veroorzaakt aan de middelen in verband met het elektronisch toezicht, en de invordering van onterecht uitbetaalde leefvergoedingen aan (ex)gedetineerden. Een nieuw soort dossiers betrof ook de terugvordering van onterecht uitbetaalde corona-uitkeringen voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van entiteiten van de Vlaamse overheid die beroep doen op de CIC voor de inning van niet-fiscale schuldvorderingen. Beleidsdomein
Agentschappen en taken waarvoor de CIC invorderingsbijstand kan verlenen Agentschap Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) / Invordering van niet betaalde verplichte bijdrage
Landbouw en Visserij
Economie, Wetenschap en Innovatie
Departement Landbouw en Visserij / Invorderen van ten onrechte uitbetaalde VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) / Invorderen van ten onrechte uitbetaalde FIVA-steun (Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector) Agentschap Innoveren en Ondernemen / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van het Hermesfonds – Fonds voor flankerend Economisch Beleid / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van EFRO (Europees Fonds voor regionale ontwikkeling) / Invorderen van bijdragen bij deelname Buitenlandse Beurs / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van IWT (Innovatie door Wetenschap en Technologie)
38
Werk en Sociale Economie
Departement Werk en Sociale Economie invorderingsbijstand bij premies i.v.m. / Gesubsidieerde contractuelen (GESCO) / Aanmoedigingspremies / Administratieve geldboete / Derde Arbeidscircuit (DAC) / Jongerenbonus / Educatief verlof / Dienstencheques / Europees Sociaal Fonds / Zorgkrediet Agentschap Sport Vlaanderen invorderingsbijstand bij: / Boete disciplinaire commissie / Andere boetes / Subsidie sport / Sportcheques
Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Omgeving
Vlaamse Regulator van Elektriciteitsen Gasmarkt (VREG)
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Agentschap Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) invorderingsbijstand bij / Administratieve geldboete Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media invorderingsbijstand bij/voor: / Uitleendienst kampeermateriaal / Vonnissen en arresten / Cultuurcheques / Subsidies kunst / Leningen kunst / Alden Biesen / Investeringssubsidies Fonds Culturele infrastructuur (FoCi) Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA) / Invordering van geldboetes opgelegd door het VEKA met betrekking tot EPC en EPB certificaten Agentschap wonen / Invordering van ten onrechte uitbetaalde Huisvestingspremies en Waarborgen (enkel nog oude dossiers in behandeling)
/
Administratieve geldboete
Agentschap Opgroeien Regie / Terugvordering van subsidies die ten onrechte aan een organisator voor kinderopvang werd gegeven / Invordering van bestuurlijke geldboetes opgelegd aan een organisator voor kinderopvang / Invordering van ouderbijdrage voor kinderopvang / Terugvordering van onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid bij de burger / Terugvorderen van subsidies bij een private uitbetalingsactor
39
/
Invorderen van een alternatieve/exclusieve bestuurlijke geldboete bij een private uitbetalingsactor / Invorderen van onbetaalde facturen uitschreven door Expoo Agentschap voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (VUTG) / Terugvordering van subsidies voor de werkingsmiddelen bij een private uitbetalingsactor / Invordering van exclusieve/alternatieve bestuurlijke geldboete bij de burger / Schadevergoeding kinderopvang Agentschap Zorg en Gezondheid - Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) / Invordering van administratieve geldboetes met betrekking tot de niet betaalde bijdragen aan de zorgverzekering / Terugvordering van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen en vergoedingen aan bejaarden en personen met en handicap Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin / Terugvordering van ten onrechte uitbetaalde leeflonen aan personen onder elektronisch toezicht / Invordering van bedragen met betrekking tot schade toegebracht aan elektronisch toezichtmateriaal (enkelbanden) / Terugvordering van onterecht uitbetaalde leeflonen / Invordering van administratieve geldboete VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) / Invordering van ten onrechte uitbetaalde subsidie door VIPA ((Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) Agentschap voor samenwerking rond gegevensdeling in de zorg (VASGAZ) / Invordering van administratieve geldboete opgelegd door VASGAZ / Terugvordering van onterecht uitgekeerde subsidies Agentschap Binnenlands Bestuur invorderingsbijstand i.v.m. / Inburgeringsboetes / Stedenfonds / Gewestelijke ontvangers / Inburgering Subsidies Agentschap integratie en inburgering / Invorderingsbijstand i.v.m. Integratiebeleid
Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie
Agentschap Digitaal Vlaanderen invorderingsbijstand i.v.m. / Kabel en leiding informatieportaal (KLIP) / Generiek Informatieplatform Openbaar Domein (GIPOD) / Contractiele sommen / Boetes netwerkexploitanten Agentschap Facilitair Bedrijf / Invordering van openstaande facturen van Catering, drukwerk, leveranciers en verkoop van tweedehands voertuigen en meubilair, gebouwen of gronden, / Invordering bij het beheer van verhuur/huurcontracten / Invordering van schadevergoeding in het kader van bouwprojecten Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken / Controle op de internationale handel in strategische en militaire goederen (wapenhandeldecreet) / invorderingsbijstand voor het Rampenfonds / Invorderen van administratieve geldboeten
40
Agentschap Toerisme Vlaanderen / Invorderen van administratieve geldboeten
Onderwijs en Vorming
Wedden
Agentschap voor Hoger Onderwijs, volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS) / Invordering van ten onrechte uitbetaalde studietoelagen Departement Onderwijs en Vorming / Invordering van niet betaalde facturen in verband met het multimediaal communicatieplatform Klasse
/
Terugvordering van ten onrechte ontvangen salarissen, toelagen en vergoedingen van de personeelsleden of ex- personeelsleden van de Vlaamse overheid
41
STRATEGISCHE DOELSTELLING 4: PERFORMANTE DIENSTVERLENING AAN OPENBARE BESTUREN OP VLAK VAN VASTGOEDTRANSACTIES EN ALS AUTHENTIFICERENDE DERDE De dienst Vastgoedtransacties vervult krachtens de Vlaamse Vastgoedcodex een dienstverlenende rol aan andere openbare besturen bij hun verwervings-, vervreemdingsen onteigeningsprocedures en treedt daarbij op als “notaris” van de Vlaamse overheid.
SD4: performante dienstverlening aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde, waarbij de belangen van alle betrokken partijen worden bewaakt
OVERZICHT EN OMSCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE DOELSTELLINGEN OD4.1: wettelijke opdrachten/taken op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde realiseren binnen een voor elk type dossier aanvaardbare termijn en tegen een billijke kostprijs, met de focus op compliance in het eindresultaat /
/ / /
verwerving en vervreemding van onroerende goederen voor rekening van entiteiten van de Vlaamse overheid, van openbare instellingen (o.a. EVA's en VOI's) en mits lastgeving voor ondergeschikte besturen, OCMW's en entiteiten onder toezicht onteigeningsprocedures voor rekening van entiteiten van de Vlaamse overheid of verlenen van bijstand daarbij schatting en waardering van vermogensbestanddelen en onroerende goederen in het bijzonder optreden als authentificerende derde (notarisfunctie), bv. bij o akten van verwervingen en vervreemdingen o de oprichting, de organisatie, de statuten en het intern bestuur van rechtspersonen gelieerd aan de Vlaamse overheid
OD4.2: het positief in de markt zetten van de afdeling vastgoedtransacties bij potentiële opdrachtgevers, om rechtmatige verwachtingen te creëren en een duurzame partnerrelatie uit te bouwen De opdrachtgevers zijn de klanten van de dienst Vastgoedtransacties. Zij vragen een kwaliteitsvolle en snelle dienstverlening. Onder meer door veelvuldig overleg met onze opdrachtgevers en met andere stakeholders - agentschappen, departementen, EVA’S, provincies, lokale besturen - raakt de afdeling Vastgoedtransacties opnieuw op een positieve manier gekend. In grote infrastructuurprojecten waar vaak onteigeningen nodig zijn, wordt ons technisch en juridisch advies opnieuw gevraagd en geapprecieerd. Zonder uitgevoerde onteigeningen kunnen deze openbare werken die belangrijk zijn voor economie, tewerkstelling, mobiliteit,… niet uitgevoerd worden.
42
REALISATIES VAN HET AFGELOPEN WERKJAAR Een aantal belangrijke aandachtspunten bij deze strategische en operationele doelstellingen Begin 2021 werd gestart met 6.949 openstaande dossiers. In de loop van 2021 kwamen daar nog 7.481 te behandelen dossiers bij. Van de totale werklast van 14.430 dossiers werden er 7.288 afgehandeld. In 2021 werden dus licht minder dossiers verwerkt dan er binnenkwamen, wat ook in 2020 het geval was. De afdeling Vastgoedtransacties, inclusief de werkprocessen, wordt in 2022 verder hervormd. In de loop van 2022 wordt het aantal ‘akte verlijdende commissarissen’ afgebouwd, dankzij een versterkte ondersteuning door enerzijds administratieve medewerkers, die de dossiers voorbereiden en de opzoekingen doen en anderzijds schatters-onderhandelaars, die schattingen uitvoeren en de onderhandelingen voeren. tabel 13: aantallen instroom, uitstroom en lopende dossiers vastgoedtransacties (2021) Te behandelen (openstaand op 01/01/2021 of nieuwe instroom 2021) Dossiers < 2021
Dossiers 2021
Totaal te behandelen
Afgewerkt in 2021
Openstaand op 31/12/2021
1.678
2.798
4.476
2.522
1.954
929
1.159
2.088
1.164
924
Gent
2.071
1.675
3.746
1.406
2.340
Roeselare
2.271
1.849
4.120
2.136
1.984
TOTAAL
6.949
7.481
14.430
7.228
7.202
Dienst Antwerpen Brussel
grafiek 18: aantallen inkomende dossiers vastgoedtransacties volgens type opdrachtgever (kalenderjaar 2018-2021)
43
STRATEGISCHE DOELSTELLING 5: EFFICIËNTE EN EFFECTIEVE INTERNE WERKING De vijfde strategische doelstelling is gericht op de interne werking van het agentschap: kwaliteitsvolle ondersteunende processen zijn uitermate belangrijk om alle doelstellingen ten volle te kunnen realiseren.
SD5: Efficiënte en effectieve interne werking
OVERZICHT EN OMSCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE DOELSTELLINGEN OD5.1: zorgvuldig beheer van middelen en mensen (budget, menselijk kapitaal, logistiek/activa), onder meer door gestroomlijnde ondersteunende processen /
/
beheren HR, zoals op vlak van o vorming, training en opleiding, o begeleiden van selectieprocedures, o voeren van retentiebeleid o aandacht voor het vermijden van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk (met inbegrip van pesterijen, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk) logistieke en administratieve ondersteuning, in samenwerking met het departement FB en het Facilitair Bedrijf
OD5.2: beheer ICT (het verder uitbouwen en gefaseerd implementeren van een kwaliteitsvolle, heffingsoverschrijdende applicatie (het Vlaams Fiscaal Platform), als generiek platform voor alle heffingen die de Vlaamse overheid nu en in de toekomst zal innen (ter ondersteuning van het uniek belastingdossier concept), om te komen tot een vereenvoudiging van de administratieve lasten voor de belastingplichtige en bijkomende efficiëntiewinst voor het agentschap) / / /
operationeel beheer van het Vlaams Fiscaal Platform en de interne (netwerk)infrastructuur, met aandacht voor de informatieveiligheid en privacy adaptief en correctief onderhoud van het Vlaams Fiscaal Platform ontwikkeling van nieuwe toepassingen, modules of functionaliteiten
OD5.3: resultaatgericht management en beheer (adequate gestroomlijnde processen, interne controle, procesbeheer, kwaliteitscontrole/zorg, …) OD5.4: stimuleren van motivatie en betrokkenheid, onder meer door zichtbaar leiderschap en verantwoordelijkheid (transparantie, verantwoording, interne communicatie …)
44
REALISATIES VAN HET AFGELOPEN WERKJAAR Een aantal belangrijke aandachtspunten bij deze strategische en operationele doelstellingen: /
op vlak van ICT, het Vlaams Fiscaal Platform en Radicaal Digitaal: o de Vlaamse Belastingdienst maakt zo veel mogelijk gebruik van maximale gegevensdeling met andere entiteiten. Alle basisgegevens relevant voor de inning van de gewestbelastingen (bv. gegevens uit het Rijksregister en gegevens van ingeschreven voertuigen) worden opgeladen in de Referentiedatabank. Deze Referentiedatabank wordt intussen – voor zover toegestaan en voor specifieke doeleinden - ook door andere overheidsinstanties geraadpleegd. o vanuit het VFP wordt ook de samenwerking met externe partners, zoals de gerechtsdeurwaarders, opgezet. o in het kader van Vlaanderen Radicaal Digitaal opteert de Vlaamse Belastingdienst zo veel mogelijk voor e-administration: de Vlaamse Belastingdienst werkt enkel met digitale dossiers. Papieren documenten worden gescand en toegevoegd aan het digitale dossier. Deze werkwijze laat toe dat een dossier door de verschillende dossierbehandelaars kan behandeld worden en dat werkpakketten – in functie van de werklast en rekening houdend met bv. de aanwezigheid van het personeel tijdens vakantieperiodes – vlot kunnen doorgeschoven worden tussen collega’s; notariële akten worden digitaal aangeleverd door de FOD Financiën via een webservice, zodat de dossierbehandelaars de gegevens uit de akte vlot elektronisch kunnen verwerken. De doorlooptijden voor de verwerking van de akten zijn stelselmatig gedaald; aangiften gebeuren zo veel mogelijk elektronisch; aanslagbiljetten kunnen sinds midden 2021 via eBox aan de belastingplichtigen verzonden worden; door samenwerking met de federale overheid, die het systeem beheert, beschikken burgers en bedrijven over een digitale brievenbus voor alle overheidsadministratie van aangesloten overheidsdiensten. Koppeling met Mijn Burgerprofiel zorgt ervoor dat de Vlaamse Belastingdienst mee een boost geeft aan het samenstellen van een digitaal dossier voor burgers in al hun relaties met de Vlaamse overheid. o het Portaal Ambtenaar, een component van het VFP, maakt het voor de personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst mogelijk om de data uit de Referentiedatabank via een webtoepassing te raadplegen en (deels) te bewerken. De Referentiedatabank laat toe om op basis van de aangeleverde gegevens zo veel mogelijk verminderingen en vrijstellingen automatisch toe te kennen, zodat de administratieve last voor de belastingplichtigen wordt beperkt. o belastingplichtigen kunnen via “Mijn Dossier” op de website onder andere: een overzicht van hun belastingdossier raadplegen; een volmacht geven aan een andere persoon om hun belastingdossier te beheren; een vraag stellen; een bezwaar indienen; simulaties uitvoeren; documenten indienen.
45
ONZE HEFFINGEN ONROERENDE VOORHEFFING De inning van de onroerende voorheffing voor de onroerende goederen die in het Vlaamse gewest gelegen zijn, gebeurt sinds 1999 door de Vlaamse overheid, aanvankelijk door de voorloper van de Vlaamse Belastingdienst. De onroerende voorheffing moet jaarlijks betaald worden door wie op 1 januari de eigenaar is of een ander een zakelijk recht (vruchtgebruik, erfpacht, recht van opstal) heeft op een onroerend goed.
BEREKENING: OP BASIS VAN HET KADASTRAAL INKOMEN De onroerende voorheffing is een heffing op onroerende goederen. Dit kunnen gronden (onbebouwd), gebouwen (bebouwd) of sommige soorten van bedrijfsuitrusting (materieel en outillage) zijn. De onroerende voorheffing is een belasting gebaseerd op het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI). Het KI wordt geïndexeerd door het kadastraal inkomen te vermenigvuldigen met een indexatiecoëfficient. Dit kadastraal inkomen is geen reëel inkomen, maar een fictief inkomen dat wordt geacht overeen te stemmen met het gemiddeld jaarlijks nettoinkomen dat onder normale omstandigheden van een onroerend goed kan bekomen worden. De vaststelling van dit kadastraal inkomen gebeurt door de federale overheid. OPCENTIEMEN
De indexatie van het kadastraal inkomen gebeurt door het KI te vermenigvuldigen met een coëfficiënt en daarna op de euro af te ronden. De indexatiecoëfficiënt geeft de evolutie van de indexcijfers van de consumptieprijzen weer ten opzichte van een referentiejaar: Aanslagjaar
Indexatiecoëfficiënt
2017
1,7491
2018
1,7863
2019
1,8230
2020
1,8492
De te betalen onroerende voorheffing bestaat uit 3 delen: 2021 1,8630 / de basisheffing bestemd voor de Vlaamse overheid; / de door de provincies geheven opcentiemen op deze basisheffing; / de door de gemeenten geheven opcentiemen op deze basisheffing. Wanneer een gemeente bv. beslist om 1300 opcentiemen te heffen, betekent dit dat de belastingplichtige per euro die hij verschuldigd is volgens het basistarief, 13 euro moet betalen voor de gemeente. Het totaal te betalen bedrag aan onroerende voorheffing wordt dus bepaald door het kadastraal inkomen en de hoogte van de opcentiemen. Omdat de steden en gemeenten een belangrijk deel van hun inkomsten uit de opcentiemen halen, bezorgt de Vlaamse Belastingdienst hen jaarlijks een raming van de te verwachten inkomsten, zodat zij daar in hun begroting rekening mee kunnen houden.
46
De gemeentelijke en provinciale opcentiemen blijven nagenoeg stabiel op vlak van gemiddelde, laagste en hoogste tarief, al kunnen er per individuele gemeente lichte verschuivingen zijn. tabellen 14 en 15: evolutie gemeentelijke en provinciale opcentiemen 2018-2021 Gemeentelijke opcentiemen Min
2018
2019
2020
2021
472
472
472
472
Max
1.417
1.417
1.417
1.417
Gemiddelde
877
880
897,19
897,81
Provinciale opcentiemen
2018
2019
2020
Min
145,33
145,33
145,33
145,33
Max
214,52
214,52
214,52
214,52
Gemiddelde
173,26
173,26
173,26
173,26
D IFFERENTIËRING VAN OPCENTIEMEN Gemeenten kunnen sinds aanslagjaar 2019 het bedrag van de onroerende voorheffing laten variëren bv. per buurt of volgens categorie belastingplichtige (bv. bedrijven en particulieren). Op deze manier kan een gemeente bv. bijdragen aan de heropleving van een stationsbuurt, kan ze de bevolking aanmoedigen om in de stadskern te komen wonen of kan ze zelfstandigen dat extra duwtje in de rug geven om een winkel te openen. De differentiëring heeft enkel betrekking op de gemeentelijke opcentiemen, aan de gewestelijke basisheffing of aan de provinciale opcentiemen verandert niets. De Vlaamse Belastingdienst int met een sterk geautomatiseerd proces de onroerende voorheffing voor rekening van de gemeenten. Omdat dit proces niet gehinderd mag worden, moet de lokale overheid advies vragen aan de Vlaamse Belastingdienst over de technische uitvoerbaarheid van de door haar gewenste differentiëring van opcentiemen. Voor aanslagjaar 2020 hanteerden twee gemeenten een vorm van differentiëring, voor aanslagjaar 2021 waren dat er drie (Gistel, Sint-Pieters-Leeuw en Zwijndrecht).
47
GRAFIEKEN OVER KADASTRAAL INKOMEN EN INGEKOHIERDE BEDRAGEN grafiek 19: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI (periode 2019-2021, status 21/02/2022)
grafiek 20: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI, per provincie (aanslagjaar 2021, status 21/02/2022)
tabel 16 & grafiek 21 ingekohierde bedragen (in euro) per bestemmeling (aanslagjaar 2020) Ingekohierd Gemeente
Bedrag
in % van het totaal
2.363.262.753,94
76,87%
Provincie
446.171.526,62
14,51%
Vlaams Gewest
264.747.231,22
8,61%
48
VERMINDERINGEN Onder bepaalde voorwaarden kan de belastingplichtige een vermindering op de onroerende voorheffing verkrijgen. De onderstaande tabel geeft de reden van vermindering, de aard ervan, de basisvoorwaarden en de wijze van toekenning (automatisch of op aanvraag). tabel 17: overzicht verminderingen en toekenningsvoorwaarden OV Vermindering & Bedrag Belastingkrediet rechtspersonen
Toekenningsvoorwaarden / /
/
Belastingkrediet VEN-gebied
/
/
Bescheiden woning 25%
/ /
Bescheiden woning 50%
/ / /
Toekenning
voor rechtspersonen die eigenaar zijn tot en met 2019 voor alle onroerende goederen, vanaf 2020 voor materieel en outillage ten belope van en verrekening met deel Vlaams Gewest
Automatisch
voor onbebouwde onroerende goederen die in VEN-gebied liggen (Vlaams Ecologisch Netwerk) ten belope van en verrekening met deel Vlaams Gewest
Automatisch
totaal KI in Vlaams Gewest ≤ 745 EUR domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch
totaal KI in Vlaams Gewest ≤ 745 EUR domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar nieuwbouw of nieuwkoop zonder bouwpremie
Eenmalige aanvraag (maximaal 5 jaar recht op deze vermindering)
49
Kinderen ten laste - forfaitair
/ /
2 of meer kinderen met recht op kinderbijslag domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch voor eigenaars Eenmalige aanvraag voor huurders
Gehandicapte persoon - forfaitair
/ /
gehandicapt domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch voor eigenaars Eenmalige aanvraag voor huurders
Grootoorlogsverminkte 20%
/
als grootoorlogsverminkte erkend domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Eenmalige aanvraag
niet gemeubeld, gebouwd onroerend goed leegstand min. 90 dagen geen inkomsten min. 90 dagen buiten de wil van de belastingplichtige
Jaarlijkse aanvraag & onderzoek
hoogte en duur van de vermindering afhankelijk van het behaalde E-peil aanvraagdatum van de stedenbouwkundige vergunning
Automatische toekenning mits tijdige bepaling en aanlevering van E-peil
/ Proportionele vermindering
/ / / /
Energiezuinige gebouwen
/ /
tabel 18: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 1 kinderen & gehandicapten
energiezuinige gebouwen
proportionele vermindering
grootoorlogsinvaliden
680.093
35.223
3.162
35
177.623
9.010
796
10
100.560
6.409
430
6
153.652
8.495
678
4
117.472
5.694
514
7
130.786
5.615
744
8
2020
681.847
42.373
3.520
32
ANTWERPEN
178.392
10.959
888
8
99.987
7.435
464
5
154.567
10.144
819
4
117.661
6.951
546
7
131.240
6.884
803
8
2019 ANTWERPEN LIMBURG OOSTVLAANDEREN VLAAMSBRABANT WESTVLAANDEREN
LIMBURG OOSTVLAANDEREN VLAAMSBRABANT WESTVLAANDEREN
50
2021 ANTWERPEN LIMBURG OOSTVLAANDEREN VLAAMSBRABANT WESTVLAANDEREN
kinderen & gehandicapten
energiezuinige gebouwen
proportionele vermindering
grootoorlogsinvaliden
660.255
38.874
208
28
180.024
11.471
54
6
92.333
5.967
31
5
145.413
7.899
55
4
117.311
7.326
33
7
125.174
6.211
35
6
tabel 19: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 2
2019 ANTWERPEN LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT
bescheiden woning 25%
bescheiden woning 50%
belastingkrediet rechtspersonen
belastingkrediet VEN-gebied
655.243
786
830.054
52.259
149.493
49
194.058
8.769
92.221
121
129.253
11.613
173.075
166
186.367
15.980
WEST-VLAANDEREN
68.944
35
117.863
11.955
171.510
415
202.513
3.942
2020
640.795
582
10.615
71.176
ANTWERPEN
145.665
35
2.349
12.907
89.503
91
1.457
17.738
169.726
120
2.638
19.579
WEST-VLAANDEREN
66.913
29
1.306
14.823
168.988
307
2.865
6.129
2021
612.766
474
9.801
(*)
ANTWERPEN
143.661
33
2.134
83.191
70
1.340
159.980
104
2.432
65.010
26
1.192
160.924
241
2.703
LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT
LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
(*) Het belastingkrediet was geldig tot en met aanslagjaar 2020. Vanaf 2021 is deze vermindering opgeheven. Er is nog wel een vrijstelling van onroerende voorheffing voor natuurreservaten.
51
VRIJSTELLINGEN Bepaalde onroerende goederen genieten een vrijstelling van onroerende voorheffing: / onroerende goederen met een bepaalde bestemming (bv. hospitalen, rusthuizen, scholen); / eigendommen van vreemde staten, op voorwaarde van wederkerigheid (bv. ambassades); / nationale domeingoederen, gebruikt voor een openbare dienst; / tijdelijke vrijstellingen die kaderen in de strijd tegen leegstand en verkrotting; / vrijstellingen van de onroerende voorheffing die vastgelegd zijn in bijzondere wetgevingen, doorgaans van niet-fiscale aard, bv. de wetten die bepaalde instellingen oprichten; / onroerende goederen die als milieubeschermend bos of als bosreservaat werden erkend; / tijdelijke vrijstellingen op basis van bijzondere bepalingen in het kader van de economische expansiewetten; / een vrijstelling voor nieuw materieel en outillage. Daarnaast zijn er ook nog een aantal gedeeltelijke vrijstellingen waarbij alleen het gedeelte van de onroerende voorheffing voor het Vlaamse Gewest is vrijgesteld. Dit betekent dat de opcentiemen voor de gemeente en de provincie verschuldigd blijven. Deze gedeeltelijke vrijstellingen worden “belastingkrediet” genoemd en bestaan momenteel al voor rechtspersonen en – tot aanslagjaar 2020 – voor onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) (zie tabel 19 hiervoor).
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING ONROERENDE VOORHEFFING Op volgende bladzijden worden enkele grafieken weergegeven die de stand van zaken samenvatten voor wat betreft de inkohiering en de inning van de onroerende voorheffing. Samen met de financiële indicatoren in de bijlage en de toelichting daarbij wordt duidelijk dat: / op vlak van inkohiering de inningpercentages hoog blijven liggen, zelfs al in het jaar van inkohiering zelf (grafiek 6). / in de afgelopen jaren de inkohiering doorgaans steeds sneller in de tijd is gebeurd (grafiek 7). Zoals hierna wordt toegelicht werd de inkohiering in 2020 als coronamaatregel uitgesteld. / de inning vrij nauwgezet het tempo van de inkohiering volgt, aangezien de betaling vlot volgt na het ontvangen van het aanslagbiljet. De inkohiering van de onroerende voorheffing start in principe jaarlijks rond eind april, mei. De exacte startdatum is afhankelijk van de aanlevering van de brongegevens door de FOD Financiën. Van zodra de kadastrale bestanden worden aangeleverd, maakt de Vlaamse Belastingdienst proefkohieren aan voor een beperkt aantal Vlaamse gemeenten, die grondige kwaliteitscontroles ondergaan. Deze kwaliteitscontroles hebben niet alleen betrekking op de kadastrale gegevens zelf, maar evenzeer op de andere databestanden die gebruikt worden voor een correcte belastingberekening, zoals de gegevens van het Rijksregister en de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid. Op basis van de eigen kwaliteitscontroles en eventuele reacties van belastingplichtigen wordt het inkohieringsritme opgedreven, tot op kruissnelheid wekelijks meer dan 400.000 aanslagbiljetten worden verzonden. Op die manier wordt standaard meer dan 90% van het in te kohieren kadastraal inkomen in het aanslagjaar zelf - dus op iets meer dan een half jaar - verzonden. De overgrote meerderheid van de resterende aanslagbiljetten worden in de loop van het eerste kwartaal na het aanslagjaar verzonden. Meestal gaat het dan om aanslagbiljetten waarvoor fouten in de aangeleverde brongegevens werden ontdekt of waarvoor zich wijzigingen in de belastbare toestand hebben voorgedaan. Een andere reden waarom met de inkohiering kan worden gewacht, kan zijn dat wordt gewacht op de beslissing in een hangend bezwaardossier of rechtszaak. In dergelijk geval is het immers wenselijk eerst eventuele correcties
52
voor eerdere aanslagjaren uit te voeren, vooraleer nieuwe aanslagen op te maken op mogelijk foutieve gronden. Bovendien is de Vlaamse Belastingdienst sedert jaren het engagement aangegaan om minimaal zes maanden interval na te leven tussen de verzending van aanslagbiljetten voor opeenvolgende aanslagjaren. Ook dat kan dus een reden zijn om de inkohiering van een nieuw aanslagjaar even uit te stellen. De Vlaamse Belastingdienst verstuurde als coronamaatregel de aanslagbiljetten onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2020 pas vanaf september 2020 in plaats van vanaf mei. In 2021 gold dit uitstel niet, en werd opnieuw aangeknoopt bij het normale inkohieringsritme. In onderstaande grafiek wordt de impact van het uitstel van de inkohiering visueel voorgesteld: voor aanslagjaar 2020 zien we in kwartaal 2 nog nauwelijks ingekohierde bedragen in vergelijking met 2019 en 2021. Op het einde van kwartaal 3 was de latere start in 2020 overigens al volledig ingehaald.
grafiek 22: ingekohierde bedragen OV – aanslagjaren 2019-2021 (in miljoen euro) per kwartaal volgens kohierdatum
grafiek 23: inningspercentages onroerende voorheffing (periode 2018-2020, status januari 2021)
53
JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING De verkeersbelasting is een jaarlijkse belasting op voertuigen die dienen voor het vervoer van personen of voor het vervoer van goederen over de weg. Het ontstaan van de belastingschuld in de verkeersbelasting is afhankelijk van de aard van het voertuig. Het wagenpark wordt daardoor opgesplitst in twee grote categorieën: / voor personenwagens en aanverwante voertuigen is de belasting “automatisch” van toepassing op basis van de gegevens van inschrijving bij de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit; / voor vrachtwagens en aanverwante moet een aangifte worden ingediend waarop de kenmerken staan op basis waarvan de belasting wordt berekend en hoe lang het voertuig in het verkeer is geweest gedurende het kalenderjaar.
BEREKENING: OP BASIS VAN VERMOGEN, MILIEUKENMERKEN OF MTM Het bedrag van de verkeersbelasting wordt berekend aan de hand van wettelijk vastgelegde tariefschalen per soort van voertuig (personenauto's, vrachtwagens, motorfietsen, tractoren, enz.). Sinds de hervormingen van de verkeersfiscaliteit is de berekening een samengaan van diverse factoren waarmee de vergroening van het wagenpark wordt gestimuleerd. Via een simulatiemodule of –app is de berekening van de verkeersbelasting erg eenvoudig, en kan de consument zich in zijn keuze voor een nieuw voertuig mee laten leiden door de fiscale stimulansen. Via https://www.vlaanderen.be/jaarlijkseDe hoogte van het tarief kan bv. afhankelijk zijn verkeersbelasting kunnen de verschuldigde van: verkeersbelastingen makkelijk berekend worden, / het vermogen van de motor in fiscale PK en zodat de belastingplichtige na aankoop en de milieukenmerken ervan, voor ingebruikname van een voertuig niet voor personenauto's verrassingen komt te staan. / de cilinderinhoud van de motor, voor /
motorfietsen; de maximaal toegelaten massa (MTM) voor vrachtwagens en voor samengestelde voertuigen (bv.: vrachtwagen en oplegger).
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op 1 juli. In onderstaande tabel worden de belangrijkste fiscale verschillen uitgelegd tussen personenwagens en aanverwante voertuigen enerzijds en aan te geven voertuigen anderzijds.
54
Personenwagens en aanverwante voertuigen:
Aan te geven voertuigen:
Tot deze categorie behoren: / de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik (breaks), de trage auto's voor dubbel gebruik, de minibussen, de ziekenauto's, de motorfietsen, de lichte vrachtauto's, de trage lichte vrachtauto's, de boot- en kampeeraanhangwagens, de kampeerauto's, de aanhangwagens en opleggers met een MTM tot 3.500 kg; / voertuigen voorzien van een andere Belgische nummerplaat dan een tijdelijke plaat, een handelaarsplaat, proefrittenplaat of B-nummerplaat (Belgische Strijdkrachten in Duitsland)
Tot deze categorie behoren: / de autobussen en autocars, de vrachtauto's en trekker, de aanhangwagens en opleggers met een MTM vanaf 3.501 kg, de aanhangwagens (< 751kg) die niet bij de DIV moeten worden ingeschreven, maar worden getrokken door een voertuig op naam van een rechtspersoon; / aanhangwagens voor zweefvliegtuigen; / kampeeraanhangwagens en bootaanhangwagens onder de 751 kg; / de voertuigen die wegens hun speciale inschrijving (handelaarsplaat of B-nummerplaat) uit de eerste categorie moeten worden uitgesloten.
De belastingschuld voor deze categorie ontstaat door de verplichte inschrijving in het "repertorium" of de gegevensbank van de Dienst Inschrijvingen Voertuigen (DIV). De inschrijving geldt hier als het onweerlegbaar vermoeden van het gebruik van het voertuig op de openbare weg. Met andere woorden, de verkeersbelasting is "automatisch" verschuldigd vanaf de inschrijving bij de DIV.
De belastingplichtige moet zelf aangifte doen vóór het gebruik van het voertuig op de openbare weg. Uiteraard kan de aangifte zelf, net als een correctie of een stopzetting ervan, gebeuren via de website. De belastingschuld ontstaat dus niet automatisch na de inschrijving, maar pas vanaf de aangifte van het effectief gebruik van het voertuig op de openbare weg. Met andere woorden, een voertuig dat bv. steeds in een bergplaats blijft omdat het te koop wordt gesteld, of dat alleen op de private wegen rijdt binnen de omheining van een bouw- of werkplaats, is niet belastbaar.
De belasting moet uiterlijk worden betaald binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet aan de belastingschuldige, op het vermelde rekeningnummer van de Vlaamse Belastingdienst. Wanneer het voertuig in de loop van het aanslagjaar in aanmerking komt voor een vrijstelling of wordt geschrapt (door teruggave van de nummerplaat of van het inschrijvingsbewijs), wordt de belasting voor de niet verstreken maanden van het betreffende aanslagjaar berekend. Naar gelang het geval wordt dit bedrag terugbetaald of in mindering gebracht van het nog verschuldigd jaarlijks bedrag.
De belasting wordt meestal in de maand oktober berekend, zodat alle bewegingen die betrekking hebben op het voertuig onderling kunnen worden verrekend. Ook dit aanslagbiljet is binnen de twee maanden te betalen.
55
Forfaitaire belasting Een aantal specifieke categorieën van voertuigen, zoals de oldtimers, worden forfaitair belast. tabel 20: evolutie aantal oldtimers (personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen, motorfietsen en sinds 2017 lichte vrachtauto’s) (2016-2021)
Aanslagjaar
Oldtimers
2016
117.953
2017
140.686
2018
146.051
2019
143.188
2020
138.932
2021
135.623
Minimumbelasting Voor de verkeersbelasting is altijd een minimumbedrag van toepassing: als het verschuldigde bedrag voor de verkeersbelasting lager ligt, wordt het te betalen bedrag opgetrokken tot de minimale verkeersbelasting.
GRAFIEKEN OVER AANTALLEN VOERTUIGEN EN INGEKOHIERDE BEDRAGEN Opgelet: voor een correcte interpretatie van Belastingdienst in volgende grafieken telt op aanslagjaar een bepaalde belastingplichtige zijn het nieuwe worden geteld. Het gaat dus nooit ingeschreven of in het verkeer is.
de cijfers is het belangrijk te weten dat de Vlaamse het aantal “belastbare elementen”. Als in een bepaald personenwagen vervangt, zal zowel het oude voertuig als over het aantal voertuigen dat op hetzelfde ogenblik is
grafiek 24: aantal belastbare elementen per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting - personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2019-2021)
56
grafiek 25 ingekohierde bedragen (in euro) per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting - personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020)
VERMINDERINGEN Vermindering voor havenvoertuigen: de belasting wordt met 75% verminderd voor de voertuigen die uitsluitend binnen het gebied van een zee - of binnenhaven worden gebruikt en uitsluitend dienen voor het vervoer van goederen. Het gaat dus alleen over lichte vrachtauto's, vrachtauto's, tractoren, aanhangwagens ... . Personenwagens komen dus niet in aanmerking voor deze vermindering. De grenzen van de havengebieden worden door de (federale) Minister van Financiën bepaald.
VRIJSTELLINGEN Bepaalde categorieën van voertuigen die in principe belastbaar zijn, worden door bijzondere wettelijke bepalingen vrijgesteld van de verkeersbelasting. Over het algemeen wordt de vrijstelling verleend omdat het voertuig uitsluitend voor een welbepaald doel wordt gebruikt: tabel 21: aantallen vrijstellingen verkeersbelastingen (aanslagjaar 2020) omschrijving
aantal 10.543
/
de voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor een openbare dienst (bv. de Post, de brandweer, het leger, enz.)
/
georganiseerd personenvervoer, exploitatie van openbare autobusdiensten
714
/
de ziekenauto's en de voertuigen als persoonlijk vervoermiddel gebruikt door grootoorlogsinvaliden (invaliditeit van minstens 60%)
624
57
omschrijving /
gehandicapte persoon: een voertuig (personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus of lichte vrachtauto) uitsluitend gebruikt als persoonlijk vervoermiddel door een persoon met een handicap (blinden, amputatie of volledige verlamming van bovenste ledematen, een blijvende invaliditeit van minstens 50% aan de onderste ledematen): o het voertuig behoort niet toe aan een instelling voor gehandicaptenzorg die het voertuig uitsluitend gebruikt voor/door die instelling; o indien het voertuig een lichte vrachtwagen is, moet de persoon met een handicap beschikken over een attest van een geneesheer waarin de noodzaak van het gebruik van dit voertuig bevestigd wordt; o de gehandicapte persoon dient te beschikken over een invaliditeitsattest van de FOD Sociale Zekerheid.
/
de landbouwvoertuigen op voorwaarde dat ze uitsluitend gebruikt worden voor de landbouwarbeid
/
taxi's of voertuigen verhuurd met bestuurder
/
motorfietsen met een cilinderinhoud < 251 cc die ingeschreven zijn bij de DIV
/
de voertuigen die uitsluitend op proef worden gebruikt door de fabrikanten of handelaars
/
de voertuigen of een samenstel van voertuigen gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg met een maximaal toegelaten massa (MTM) van minder dan 12 ton of minstens 12 ton als ze slechts occasioneel gebruikt worden. Voorwaarden: o het voertuig mag slechts af en toe op de openbare weg in België rijden; o het voertuig mag slechts gebruikt worden door natuurlijke personen of rechtspersonen die als hoofdactiviteit niet het goederenvervoer hebben; o het voertuig mag gedurende de belastbare periode niet meer dan 30 dagen gebruikt worden; o het vervoer dat met dit voertuig gebeurt, mag geen aanleiding geven tot oneerlijke concurrentie.
aantal 15.884
niet gekend 2.916 198.623 4.573 596
Bepaalde van deze vrijstellingen gelden van rechtswege (bv. gebruik voor openbare dienst) en worden dus automatisch toegekend. De meeste vrijstellingen zijn vrijstellingen op aanvraag. Dit betekent dat de belastingplichtige die meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling dit voordeel slechts zal kunnen verkrijgen of behouden als hij zijn recht op die vrijstelling zelf bewijst aan de hand van de nodige documenten en attesten. Het gaat ook meestal om doorlopende vrijstellingen, wat betekent dat de aanvrager de vrijstelling blijft behouden zolang hij zijn nummerplaat behoudt.
CONTROLE VERKEERSBELASTINGEN In 2021 werden 1.536 controleacties uitgevoerd, verspreid over heel Vlaanderen. 61% van de controles voerde de Vlaamse Belastingdienst alleen uit. Bij 40% werd samengewerkt met andere diensten, meestal politie, maar eveneens arbeidsinspectie en douane.
58
tabel 22: aantallen en verhouding eigen controles en samenwerking andere controlediensten (2019-2021) totaal aantal controleacties verkeersbelastingen
eigen controles
samenwerking met politie of andere diensten
2019
1.450
68%
32%
2020
1.483
61%
39%
2021
1.536
60%
40%
Via automatische nummerplaatherkenning (Automatic Number Plate Recognition – ANPR) worden wanbetalers uit het verkeer gehaald. 9.755 wanbetalers werden in 2021 geverbaliseerd, wat leidde tot de inning van 7,75 miljoen euro achterstallige belastingen en boetes. Het aantal voertuigen in overtreding daalde verder naar 0,59%. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie blijft geboden: in 2021 werden meer controles uitgevoerd op autosnelwegen en kon scanning met ANPR in op gewone wegen in twee rijrichtingen gebeuren, terwijl veelal enkel geverbaliseerd werd voor één rijrichting. Dat resulteert in substantieel meer gecontroleerde voertuigen, maar dus niet steeds in extra processen-verbaal. Het sinds 2019 lager uit controles geïnde bedrag wordt verklaard door de wijziging in 2018, waardoor niet alle schulden per definitie meer geïnd kunnen worden bij een controle langs de weg. Alleen als het de houder van de nummerplaat zelf is die wordt gecontroleerd, kunnen andere schulden dan de schulden van het gecontroleerde voertuig onmiddellijk geïnd worden. Deze lagere ontvangsten worden intussen ook meer dan gecompenseerd door grotere aantallen controles. tabel 23: evolutie controleresultaten personenwagens 2017-2021 (geïnde bedragen in euro)
kalenderjaar 2017 2018 2019 2020 2021
aantal controles
aantal overtredingen
% overtreders
geïnd bedrag (hoofdsom & boete
1.098.705 993.593 978.141 1.262.507 2.128.475
10.583 9.743 8.501 7.855 12.588
0.96% 0,98% 0,87% 0,62% 0,59%
6.595.581 € 6.256.874 € 4.651.031 € 4.421.690 € 7.752.955 €
Als niet onmiddellijk wordt betaald, wordt het voertuig tijdelijk geïmmobiliseerd door takeling, door inbeslagname van de boorddocumenten of door het plaatsen van een wielklem. tabel 24: inbeslagnames personenwagens (2019-2021) aantal geïmmobiliseerde voertuigen bij niet-betaling (takelingen en wielklemmen)
aantal in beslag genomen en verkochte voertuigen
2019
396
39
2020
288
12
2021
420
27
Naast de klassieke ANPR-personenwagencontroles, vinden eveneens specifieke focuscontroles plaats. Focuscontroles (bv. toegespitst op lichte vrachtwagens, tractoren, buitenlandse nummerplaten, ...) worden periodiek ingepland op initiatief van de Vlaamse Belastingdienst en geografisch gespreid naargelang de meest geschikte locatie of de gewenste samenwerking. Voor specifieke types nummerplaten worden afzonderlijk cijfers bijgehouden, omdat de vastgestelde percentages overtredingen daarvoor hoger liggen.
59
tabel 25: controleresultaten bijzondere nummerplaten personenwagens (2018-2021) buitenlandse nummerplaten
Z-platen
taxi’s
kolommen (1): aantal gecontroleerde voertuigen kolommen (2): aantal vastgestelde overtredingen kolommen (3): percentage vastgestelde overtredingen (1)
(2)
(3)
(1)
(2)
(3)
(1)
(2)
(3)
2018
1.075
99
9%
430
74
17%
31
3
10%
2019
1.555
111
7%
758
60
8%
265
9
3%
2020
1.374
136
10%
675
91
12%
131
1
1%
2021
1.652
182
11%
905
176
19%
168
10
6%
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING Op volgende bladzijden worden enkele grafieken weergegeven die de stand van zaken samenvatten voor wat betreft de inkohiering en de inning van de jaarlijkse verkeersbelasting. Voor uitgebreidere rapportering wordt verwezen naar de indicatoren in bijlage. grafiek 26: inningspercentages voor personenwagens en aanverwante (periode 2019-2021)
De inningspercentages voor de verkeersbelasting in het jaar van inkohiering zelf (jaar x), liggen lager dan voor de onroerende voorheffing. Aangezien maandelijks aanslagbiljetten verstuurd worden en de betaaltermijn twee maanden bedraagt, zijn de inkohieringen van november en december wel opgenomen in de ingekohierde te innen bedragen, maar nog niet in de geïnde bedragen voor dat jaar. Als we uitgaan van een evenwichtige spreiding van de inschrijvingen van voertuigen over het hele jaar, is dus 2/12e of 16% sowieso niet inbaar in het jaar zelf.
60
Door het extra betalingsuitstel als coronamaatregel, lag het inningspercentage voor het jaar van inkohiering iets lager in 2020 dan in 2019 en in 2021 (78,9% voor aanslagjaar 2020 in 2020 zelf, tegenover 83,5% voor aanslagjaar 2019 in 2019 zelf en 83,6% voor 2021). Zoals blijkt uit grafiek 26 is de aanvankelijke inningsvertraging voor 2020 ingelopen: het inningspercentage voor aanslagjaar 2020 bedraagt eind 2021 opnieuw 99% (98,8% voor aanslagjaar 2019 per eind 2020). grafiek 27: inningspercentages voor aan te geven voertuigen (aanslagjaren 2019-2021)
61
AANVULLENDE VERKEERSBELASTING De aanvullende verkeersbelasting (ook wel eens LPG-taks genoemd) is van toepassing op personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen waarvan de motor, gedeeltelijk of tijdelijk, aangedreven wordt met vloeibaar petroleumgas of andere vloeibare koolwaterstofgassen. Met andere woorden: als de vermelde voertuigen zijn uitgerust met een LPG-installatie. De aanvullende verkeersbelasting wordt geregeld volgens de bepalingen die van toepassing zijn op de jaarlijkse verkeersbelasting en wordt net zoals de BIV gelijktijdig geïnd met de jaarlijkse verkeersbelasting. Personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik (breaks) en minibussen zijn, net als van de verkeersbelasting, vrijgesteld van de aanvullende verkeersbelasting als zij: / uitsluitend aangewend worden voor een openbare dienst; / uitsluitend aangewend worden voor gemeenschappelijk openbaar vervoer of speciaal personenvervoer krachtens een vergunning of een concessie van de openbare machten.
62
BELASTING OP INVERKEERSTELLING De belasting op inverkeerstelling (BIV) wordt geheven op elke eerste inverkeerstelling op de openbare weg door één welbepaalde persoon. Met andere woorden, ze geldt ook voor de tweedehandsvoertuigen die door de nieuwe eigenaar voor de eerste maal worden ingeschreven. De belastingschuld inzake de BIV ontstaat "automatisch" vanaf de inschrijving van het voertuig, luchtvaartuig of vaartuig bij respectievelijk de DIV, het Bestuur van de Luchtvaart of het Bestuur van het Zeewezen en de Binnenvaart. Deze inschrijving geldt als een onweerlegbaar vermoeden van het gebruik op de openbare weg. De belastingplichtige moet hiervoor geen enkele formaliteit vervullen. De BIV wordt op hetzelfde aanslagbiljet als het eerste aanslagbiljet voor de jaarlijkse verkeersbelasting in rekening gebracht. Om die reden zijn geen aparte tabellen in dit jaarverslag opgenomen. U vindt de afzonderlijke basisgegevens wel in de bijlage. De BIV is van toepassing op: / personenauto's, auto's voor dubbel gebruik (breaks), minibussen en motorfietsen ingeschreven in België; / alle luchtvaartuigen die in België worden gebruikt en zijn ingeschreven; / jachten en pleziervaartuigen langer dan 7,5 m waarvoor een vlaggenbrief door de FOD Mobiliteit werd afgeleverd of waarvoor een dergelijk kentekenbewijs had moeten afgeleverd zijn (vaststelling van gebruik op Belgische wateren). De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon (die geen leasingactiviteiten uitvoert) die vermeld is op het inschrijvingsbewijs (of vlaggenbrief voor vaartuigen) op het ogenblik van het eerste gebruik van het voertuig in België door die persoon. Een uitzondering op dit principe wordt gemaakt voor: / de overdracht van een voertuig tussen echtgenoten of samenwonenden, naar aanleiding van relatiebreuk of overlijden. Ondanks het feit dat de overnemende echtgenoot het voertuig in kwestie voor de eerste maal in het verkeer brengt en dus als "nieuwe persoon" vermeld wordt op het inschrijvingsbewijs, moet er niet opnieuw BIV betaald worden. Voorwaarde is echter dat de BIV reeds eerder door de overdragende echtgenoot werd betaald; / de herinschrijving van eenzelfde voertuig door dezelfde belastingplichtige (bv: bij een wijziging van een nummerplaat, omdat er bv. meer dan 2 adreswijzigingen op het inschrijvingsbewijs vermeld staan).
GRONDSLAG VAN DE BIV VOOR NIET-LEASINGVOERTUIGEN: MILIEUKENMERKEN VAN HET VOERTUIG De “groene BIV” wordt berekend op basis van diverse milieukenmerken van het voertuig, waaronder CO2uitstoot, uitstoot fijn stof, brandstoftype, euronorm en de roetfilter die al dan niet in het voertuig ingebouwd is. Ook houdt men rekening met de leeftijd van het voertuig (volgens datum eerste inschrijving). Berekening en parameters Het bedrag van de verschuldigde BIV kan eenvoudig berekend worden via de simulatietool op de website. Voor een al eerder ingeschreven voertuig kunnen alle gegevens die nodig zijn voor de berekening aan de hand van het chassisnummer uit onze databank worden opgehaald, of vindt u die op het inschrijvingsbewijs. Voor een nieuw voertuig moeten de parameters bij de
Via https://vlaanderen.be/belasting-opinverkeerstelling kunnen de verschuldigde verkeersbelastingen makkelijk berekend worden, zodat de belastingplichtige na aankoop en ingebruikname van een voertuig niet voor verrassingen komt te staan.
63
verdeler of de constructeur worden opgevraagd. Meestal zijn deze parameters ook gewoon opgenomen in de commerciële brochure.
GRONDSLAG VAN DE BIV VOOR LEASINGVOERTUIGEN: MOTORVERMOGEN VAN HET VOERTUIG Voor de berekening van de BIV voor leasingvoertuigen wordt rekening gehouden met het aantal fiscale PK of het aantal kilowatt (kW) en de cilinderinhoud van het voertuig. Als het vermogen een verschillend bedrag aan BIV aangeeft naargelang het uitgedrukt wordt in kW of PK, dan zal het hoogste bedrag in aanmerking worden genomen. Voor de voertuigen die reeds eerder werden ingeschreven (tweedehandsvoertuigen), ofwel in België, ofwel in het buitenland vóór hun definitieve invoer, worden de (basis)bedragen verminderd met 10% of 5% naargelang het aantal volledige jaren van inschrijving te rekenen vanaf de eerste datum van inschrijving (de eerste dag van de maand van de eerste inverkeerstelling zoals die werd meegedeeld door de DIV).
64
REGISTRATIEBELASTING De registratiebelasting is een verzamelnaam voor de heffingen die betaald moeten worden naar aanleiding van de registratie van een onderhandse of authentieke akte. Het gaat om vier types belastingen: / het verkooprecht, verschuldigd naar aanleiding van de aankoop van een onroerend goed; / de schenkbelasting, te betalen als een akte van schenking wordt geregistreerd; / het recht van hypotheekvestiging, verschuldigd naar aanleiding van het inschrijven van een hypotheek op een onroerend goed; / het verdeelrecht, verschuldigd als gezamenlijke eigenaars van een onroerend goed uit onverdeeldheid treden; Nu de Vlaamse Belastingdienst sinds 1 januari 2015 de registratiebelasting int, gebeuren de formaliteit van het registreren van de akte en het innen van de verschuldigde belasting niet meer gelijktijdig. De registratie van een akte/geschrift blijft een federale bevoegdheid: de akten moeten zoals voorheen aangeboden worden op het bevoegde federale registratiekantoor. Op dit kantoor worden ook zoals voorheen de ‘federale Net zoals de erfbelasting is ook de registratierechten’ betaald, voor zover die van toepassing registratiebelasting een specifieke zijn. juridische materie. Ook voor deze Na de registratieformaliteit bezorgt het federale belastingen publiceren we uitgebreide registratiekantoor een digitale kopie van de akte aan de bijkomende informatie op onze website: Vlaamse Belastingdienst, die de juiste belasting zal heffen / rechtspraak en de belastingschuldige een aanslagbiljet zal toesturen (https://belastingen.vlaanderen.be/rec dat onmiddellijk betaald moet worden. Als een notariële htspraak-registratiebelasting ) akte ter registratie werd aangeboden, zal de afrekening / standpunten en interpretaties voor deze akte worden verstuurd naar het kantoor van (https://belastingen.vlaanderen.be/sta de notaris die de akte verleden heeft. ndpunten-commentaren/) Grafiek 28 toont de evolutie van het aantal ontvangen notariële akten in kalenderjaar 2020 en 2021. We zien heel duidelijk de terugval in aankopen begin 2020 die volgde op de piek aan akten eind 2019 die gepaard ging met de aankondiging van de afschaffing van de woonbonus per 1 januari 2020, en die in de daaropvolgende maanden van het voorjaar 2020 verder versterkt werd door de eerste golf van de coronapandemie. Tijdens de zomermaanden hernam het aantal transacties, om opnieuw gevolgd te worden door een tweede terugval. In 2021 steeg het aantal transacties in de eerste maanden gestaag, als inhaalbeweging voor de registratie van transacties die omwille van de tweede coronagolf mochten uitgesteld worden tot april. Vanaf oktober daalde het aantal vastgoedtransacties ten gevolge van de aangekondigde verlaging van het verkooprecht met ingang van 1 januari 2022 voor eerste gezinswoningen, terwijl er net een piek eind 2021 volgde voor transacties met betrekking tot andere dan eerste woningen waarvoor het tarief zou stijgen vanaf 1 januari 2022.
65
grafiek 28: aantal ontvangen notariële akten (datum ontvangst - alle registratiebelastingen)
VERKOOPRECHT Wanneer u een woning, een appartement of een bouwgrond koopt moet u op de aankoopsom verkooprechten betalen. Het verkooprecht voor aankopen van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest wordt berekend op basis van de overeengekomen prijs en lasten, met als minimum de normale verkoopwaarde van het onroerend goed. Het algemeen tarief bedroeg 6% vanaf 2020 (3% vanaf 1 januari 2022), als het over de aankoop van de enige gezinswoning gaat die aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo moet het bv. gaan om de gezinswoning voor een natuurlijk persoon, mag die uiteraard nog geen volledige en volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond en de koper wordt op het adres van de gekochte woning ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister, binnen de twee jaar na het verlijden van de notariële aankoopakte. Voor de aankoop van andere onroerende goederen bedroeg het tarief 10% (12% vanaf 1 januari 2022). Voor het verkooprecht zijn er verminderde tarieven, met elk hun specifieke toepassingsvoorwaarden: / bij de aankoop van de gezinswoning kan sinds juni 2018 een extra rechtenvermindering toegekend worden van 5.600 euro of 4.800 euro als de woning maximaal 200.000 euro kost, of 220.000 euro in de Vlaamse kernsteden of Brusselse Rand. Dit voordeel is vanaf 1 januari 2022 beperkt tot 2.800 of 960 euro, voor maximale aankoopprijzen tot respectievelijk 220.000 of 240.000 euro. / bij de aankoop van de gezinswoning kan een aanvullend verlaagd tarief van 1% toegekend worden als de woning ingrijpend energetisch gerenoveerd wordt, zodat het tarief verlaagd wordt tot 6%, 5% vanaf 2020; vanaf 1 januari 2022 daalt het tarief zelfs tot 1%. / voor een gezinswoning die een beschermd monument is, bedraagt het tarief 1%, mits de bespaarde 6% geïnvesteerd wordt in het behoud van het onroerend erfgoed; / voor de aankoop van een woning die voor minstens 9 jaar in huur wordt gegeven aan een Sociaal Verhuurkantoor (SVK) bedraagt het tarief sinds juni 2018 eveneens 7%;
66
/
“klein beschrijf” (vroegere vermindering, sinds juni 2018 opgeheven): 5% bij de aankoop van een bescheiden woning; 4% voor zogenaamde beroepskopers.
/
Coronamaatregel – erfbelasting en registratiebelasting: verlenging van termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen Veel van bovenstaande zogenaamde gunstregimes worden voorlopig toegekend. Ze zijn pas definitief verworven als tijdig aan alle toekenningsvoorwaarden voldaan wordt. In veel gevallen omvatten ze een termijn van enkele jaren om zich in de woning te domiciliëren. Door de corona-veiligheidsmaatregelen die in België golden konden notariskantoren en burgers niet altijd tijdig alle (fiscale) formaliteiten vervullen. De Vlaamse Belastingdienst voorzag daarom als algemene maatregel een termijnverlenging tot en met 30 april 2021 voor de tweede coronagolf: als de oorspronkelijke termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen afliepen tussen 1 november 2020 en 30 april 2021 (tweede golf) en de fiscale verplichtingen werden uiterlijk dan nageleefd, werd geen belastingverhoging gevorderd. Zo was geen belastingverhoging verschuldigd voor bv.: − −
−
een (laattijdige) aangifte van nalatenschap ingediend tot en met 30 april 2021 (tweede golf); een (laattijdige) registratie, uiterlijk op 30 april 2021 (tweede golf) van een akte of geschrift die ter registratie aangeboden moeten worden, zoals aankoopakten van onroerende goederen, schenkingsakten … het (laattijdig) voldoen aan voorwaarden om gunstregimes of verlaagde tarieven voor registratiebelasting te behouden, zoals: o teruggave bij wederverkoop binnen de twee jaar: de authentieke verkoopakte moet in principe binnen een termijn van twee jaar verleden worden. Deze termijn werd verlengd tot 30 april 2021 (tweede golf). o meeneembaarheid door verrekening: de authentieke akte van de nieuwe aankoop moet in principe verleden worden binnen de twee jaar na de authentieke akte van de verkoop van de vorige hoofdverblijfplaats. Deze termijn werd verlengd tot 30 april 2021 (tweede golf). o domiciliëringsverplichting in de enige gezinswoning: om het verlaagd tarief bij de aankoop van de enige gezinswoning te behouden, moet men in principe binnen de twee jaar na datum van de aankoopakte op dat adres ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. Deze termijn werd verlengd tot 30 april 2021 (tweede golf). o domiciliëringsvoorwaarde bij het verlaagd tarief voor bescheiden woning (“klein beschrijf”): om het verlaagd tarief voor bescheiden woning te behouden moet men in principe binnen de drie jaar na datum van de aankoopakte op dat adres ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. Deze termijn werd verlengd tot 30 april 2021 (tweede golf). o voorwaarde van verkoop van een verhinderend onroerend goed bij verschillende gunstregimes: om bv. het verlaagd tarief voor enige gezinswoning te verkrijgen, mag men geen andere woning of bouwgrond bezitten, tenzij die binnen het jaar alsnog verkocht wordt. Deze termijn werd verlengd tot 30 april 2021 (tweede golf).
67
De impact van het verkooprecht wordt eveneens verminderd door de mogelijke toepassing van de meeneembaarheid en de abattementen. De meeneembaarheid geeft in bepaalde gevallen recht op verrekening of teruggave van eerder betaalde verkooprechten bij de aankoop van een nieuwe woning of bouwgrond om een nieuwe woning op te bouwen. Bij abattementen ging het om een gedeeltelijke vrijstelling van de grondslag waarop de belasting wordt berekend. De abattementen werden juni 2018 opgeheven, de meeneembaarheid wordt onderworpen aan een overgangsregeling die zal resulteren in de volledige uitdoving vanaf 1 januari 2024. grafiek 29: ingekohierde bedragen (in euro) verkooprecht volgens tarief (aanslagjaar 2019-2021 – status 21/02/2022)
SCHENKBELASTING De schenkbelasting is de belasting die u moet betalen als u een onroerend goed aan iemand schenkt of de schenking van een roerend goed laat registreren. Beide types schenkingen worden aan aparte tarieven onderworpen (https://www.vlaanderen.be/schenkbelasting/tarieven-in-de-schenkbelasting). De belasting wordt berekend op de verkoopwaarde van de geschonken goederen.
68
grafiek 30: ingekohierde bedragen (in euro) schenkbelasting volgens aard van de schenking (aanslagjaar 2019-2021 – status 21/02/2022)
RECHT OP HYPOTHEEKVESTIGING Het tarief van het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op een in het Vlaams Gewest gelegen onroerend goed bedraagt 1% en wordt berekend op het bedrag van het krediet dat door de hypotheek wordt gewaarborgd. Er zijn geen vrijstellingen of verminderingen van toepassing.
VERDEELRECHT Het verdeelrecht is een registratierecht dat verschuldigd is als een onroerend goed, dat aan verschillende mede-eigenaars behoort, wordt verdeeld. Dit kan bv. gebeuren naar aanleiding van een echtscheiding of als erfgenamen die in onverdeeldheid een onroerend goed hebben geërfd dat onderling wensen te verdelen. Het verdeelrecht bedraagt 2,5% en wordt berekend op de waarde van de delen van een onroerend goed waarvoor men uit onverdeeldheid treedt. Als niet alle eigenaars uit onverdeeldheid treden, zal dat een gedeelte van de totale waarde van het onroerend goed zijn; als de onverdeeldheid ophoudt na de verdeling, gaat het om de volledige waarde. Voor verdelingen tussen (ex-)echtgenoten ten gevolge van de echtscheiding of tussen (ex-) wettelijke samenwoners ten gevolge van de beëindiging van de wettelijke samenwoning bedraagt het tarief 1%.
69
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING REGISTRATIEBELASTING grafiek 31: ingekohierde bedragen (in euro) registratiebelasting volgens aard belasting (aanslagjaar 2019-2021 – status 21/02/2022)
grafieken 32: inningspercentages registratiebelasting (aanslagjaar 2019-2021)
Inningspercentage Verkooprecht
Inningspercentage Hypotheekrecht
Inningspercentage Verdeelrecht
Inningspercentage Schenkbelasting
70
ERFBELASTING De erfbelasting is een belasting op erfenissen. De erfbelasting is een verzamelnaam voor twee belastingen: / het successierecht: is verschuldigd bij het overlijden van een persoon die zijn fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest heeft. / het recht van overgang bij overlijden: is verschuldigd bij het overlijden van een persoon die zijn fiscale woonplaats niet in België heeft, maar wel in Vlaanderen gelegen onroerende goederen bezat. Iedereen die iets ontvangt uit het bezit van een overledene, is erfbelasting verschuldigd op de waarde van de verkregen goederen. Hoewel de erfgenamen meestal familieleden van de overledene zijn, kunnen andere personen door een overledene (bij testament) begunstigd zijn. Dit kunnen zowel privépersonen als openbare besturen, vzw's of instellingen zijn.
De erfbelasting is een complexe materie die sterk verbonden is met het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht, met tal van specifieke juridische termen en uitzonderingsbepalingen. Om die reden worden hier slechts enkele krachtlijnen toegelicht. Op de website van de Vlaamse Belastingdienst vindt u meer gedetailleerde informatie: https://www.vlaanderen.be/erfbelasting. De meeste personen winnen op het moment dat ze geconfronteerd worden met een overlijden dan ook extra advies in bij gespecialiseerde vakmensen, zoals een notaris, of een vastgoedexpert om de waarde van onroerende goederen te schatten.
DE AANGIFTE VAN NALATENSCHAP De erfbelasting wordt berekend op basis van de aangifte van nalatenschap die de erfopvolgers indienen. De erfopvolgers kunnen kiezen voor een gezamenlijke of een individuele aangifte. Dit bepaalt of ze een globaal gezamenlijk aanslagbiljet ontvangen, of elk een afzonderlijk. De aangifte moet ingediend worden binnen de 4 maanden na het overlijden. Als het overlijden in het buitenland gebeurde, gelden afwijkende langere termijnen. tabel 26: doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum van overlijden en ontvangst van aangifte van nalatenschap (ontvangen in kalenderjaar 2017-2021)
gemiddelde doorlooptijd overlijden - aangifte
KJ 2017
KJ 2018
KJ 2019
KJ 2020
KJ 2021
116
116
116
119
118
In de aangifte wordt het vermogen van de overledene geraamd en wordt de verdeling van de nalatenschap uitvoerig beschreven. De raming gebeurt zowel voor de bezittingen (de activa) van de overledene, als voor de schulden (de passiva) die op het moment van het overlijden nog zouden bestaan. Sinds maart 2022 biedt de Vlaamse Belastingdienst met ERFonline (https://vlaanderen.be/erfonline) een digitale toepassing aan die de aangifte van nalatenschap aanpast in functie van het vermogen en de persoonlijke situatie van de overledene. De module begeleidt erfgenamen stap voor stap bij het invullen van de aangifte. In ERFonline krijgen de aangevers op het startscherm slechts negen gerichte vragen over (het vermogen van) de overledene. In functie van de antwoorden op die vragen, wordt een aangifteformulier op maat samengesteld. Bijgevolg hoeven de aangevers niet langer alle velden van de aangifte te doorlopen, maar alleen nog de velden die voor hen relevant zijn.
71
Voor burgers wordt het zo gemakkelijker en toegankelijker om een eenvoudige aangifte van nalatenschap zelf te doen. Wie zich minder zeker voelt om ERFonline te gebruiken kan nog steeds het modelformulier en de uitgebreide toelichting erbij gebruiken, ter beschikking op https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/formulieren-erfbelasting. Hoewel de module pas in 2022 gelanceerd werd, ging er vanzelfsprekend een uitgebreid voorafgaand traject aan vooraf in 2021. Na ontvangst van de aangifte wordt de verschuldigde erfbelasting berekend. De belastingplichtigen ontvangen dan een aanslagbiljet met een betaaltermijn van twee maanden. Coronamaatregel – erfbelasting: verlenging van termijn om aangifte van nalatenschap in te dienen Door de corona-veiligheidsmaatregelen die in België golden konden notariskantoren en burgers niet altijd tijdig alle (fiscale) formaliteiten vervullen. De Vlaamse Belastingdienst voorzag daarom als algemene maatregel een termijnverlenging tot en met 30 april 2021 om aan fiscale verplichtingen in het kader van erfbelasting te voldoen. Zo is geen belastingverhoging verschuldigd voor een (laattijdige) aangifte van nalatenschap ingediend tot en met 30 april 2021 (tweede golf). In grafiek 33 zien we duidelijk de oversterfte ten gevolge van de eerste coronagolf maart-april 2020. grafiek 33: aantal erf-dossiers volgens maand van overlijden (kalenderjaar 2019-2021)
WAARDERING VAN DE ACTIVA In veel gevallen zijn de onroerende goederen het belangrijkste vermogensbestanddeel in de nalatenschap. De aangegeven waarde van het onroerend goed bepaalt dan ook sterk de totale waarde van de activa en de te betalen erfbelasting. Een te hoog ingeschatte waarde zal de erfgenaam relatief gezien te veel erfbelasting doen betalen. Bij een te laag ingeschatte waarde loopt de erfgenaam het risico op een boete wegens tekortschatting.
72
Om deze onzekerheid zoveel mogelijk weg te nemen kan beroep worden gedaan op erkende professionals om een realistische waarde te bepalen. U kan beroep doen op een door de Vlaamse Belastingdienst erkende schatter-expert. De Vlaamse Belastingdienst zal deze schatting aanvaarden op voorwaarde dat de schatter de afgesproken kwaliteitsafspraken nakomt. De lijst van schatters-experten is gepubliceerd op https://www.vlaanderen.be/informatie-voor-erkende-schatters-experten. Voor overlijdens vanaf juni 2019 kan een erfgenaam/belastingplichtige nu ook aan de Vlaamse Belastingdienst zelf een kosteloze schatting aanvragen van de onroerende goederen die deel uitmaken van een nalatenschap. U leest meer over deze mogelijkheid op pagina 20.
WAARDERING VAN DE SCHULDEN (PASSIVA) Om de schulden van de overledene te bepalen, kan men ervoor kiezen om een forfaitair bedrag op te nemen of om de werkelijke schulden en begrafeniskosten te bewijzen. Het is ook mogelijk om de schulden van de overledene te bewijzen en enkel te kiezen voor het forfait voor de begrafeniskosten of omgekeerd. Voor specifiek onroerende schulden bestaat geen forfait. Voor deze schulden moet steeds een werkelijk bewijs worden bijgevoegd. Meer info over de forfaits Naarmate de complexiteit van de fiscale vindt u op regelgeving toeneemt, wordt het moeilijker https://www.vlaanderen.be/vlaamseom de exacte draagwijdte goed in te belastingdienst/nieuwsberichten/forfaits-voorschatten. In dat geval winnen rechtspraak begrafeniskosten-en-schulden-in-erfenisaangifteen rechtsleer aan belang, net als omhoog toelichtingen van de belastingadministratie.
TARIEVEN EN BEREKENING Bij de bepaling van de verschuldigde erfbelasting worden, afhankelijk van de graad van verwantschap met de overledene, een aantal categorieën onderscheiden. Voor elk van deze categorieën gelden eigen tarieven. We spreken van tarieven in rechte lijn, in zijlijn en tarieven voor andere personen. Daarnaast bestaan nog afzonderlijke tarieven voor specifieke legaten, bv. aan goede doelen.
Op de website publiceren we daarom: / rechtspraak (https://belastingen.vlaanderen.be/rec htspraak_erfbelasting) / voorafgaande beslissingen (https://belastingen.vlaanderen.be/VB_ erfbelasting) standpunten en interpretaties (https://belastingen.vlaanderen.be/standpu nten_erfbelasting)
De tarieven voor verkrijgingen buiten rechte lijn werden vanaf september 2018 verlaagd. Een overzicht van de tarieven op htps://www.vlaanderen.be/erfbelasting/tarieven-in-de-erfbelasting.
VERMINDERINGEN EN VRIJSTELLINGEN In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verminderingen en vrijstellingen die er bestaan. In de tabel is opgenomen hoeveel keer de vrijstelling of vermindering is toegekend, geteld per aanslagbiljet dat werd verzonden. In eenzelfde overlijdensdossier kan een vermindering meerdere keren worden toegekend, aan verschillende begunstigden. Een inhoudelijke toelichting en beschrijving van de toekenningsvoorwaarden vindt u op https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/verminderingen-in-de-erfbelasting en https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/vrijstellingen-in-de-erfbelasting.
73
tabel 27: aantallen vrijstellingen en verminderingen volgens categorie erfopvolger (aanslagjaar 2020) (cijfers 2021 beschikbaar najaar 2022)
Vrijstelling voor grond gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) Vrijstelling voor erkende bossen Vrijstelling maatschappelijke rechten in vennootschappen, opgericht voor realisatie en/of financiering van investeringsprogramma's van serviceflats Vrijstelling voor de gezinswoning
Partnerabattement voor roerende goederen Abattement voor erfopvolger met een handicap
Cat 3: Anderen
Cat 7: Legaat 8,5%
Totaal
40
169
14
48
7
27
4
6
12
88
2
100 17.216
3 8
273 44
17.216
Vrijstelling wettelijke terugkeer Vrijstelling voor natuurgoederen
Cat 2: Broer / zus
Cat 1: Rechte lijn
Aard vrijstelling
Cat 0: Echtgeno(o)t(e)/samenwonende partner met vrijstelling gezinswoning
Categorie erfopvolger
31
3 1
0
40
23.376
23.376
372
5.056
428
802
6.658
14.879
70.197
5.599
6.762
97.437
26
1.461
1
7
1.495
10
28
12
50
135
1.172
Aard vermindering Belastingkrediet voor beperkte nettoverkrijgingen Vermindering voor kinderen jonger dan 21 jaar Vermindering voor buitenlands onroerend goed waarop reeds buitenlandse erfbelasting is betaald Vermindering voor opeenvolgende overlijdens binnen het jaar
189
683
45
2.224
74
OVERLIJDENS EN VERWERKTE DOSSIERS grafiek 34: behandelde dossiers erfbelasting (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022)
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING ERFBELASTING grafiek 35: ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022)
75
grafiek 36: procentuele verdeling erfbelasting volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022)
grafiek 37 ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens type aangifte (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022)
76
grafiek 38: inningspercentage erfbelasting (aanslagjaar 2019-2021)
77
HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN Sinds 2010 verviel de gewestelijke heffing op leegstaande gebouwen en woningen en is de heffingsbevoegdheid overgegaan naar de lokale besturen. Vanaf 2017 is dat ook het geval voor de verkrotte woningen. Sinds 2017 int de Vlaamse Belastingdienst enkel nog de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen en dat enkel als de gemeente zelf geen eigen belastingreglement heeft dat aan een aantal minimale vereisten voldoet. De heffing is verschuldigd als het gebouw of de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen. Zolang de woning niet is geschrapt uit de inventaris blijft de heffing, vanaf de datum van de eerste verjaardag, jaarlijks verschuldigd. De eigenaar heeft dus nog de kans om de situatie te verbeteren. De belastingplichtige is degene die op het ogenblik van het verstrijken van de eerste periode van 12 maanden na opname van het pand in de inventaris (of een verjaringsdatum ervan) houder is van één van volgende rechten met betrekking tot het belaste pand: / de volle eigendom; / het recht van opstal of van erfpacht; / het vruchtgebruik. Behoort één van deze zakelijke rechten toe aan meer dan één persoon, dan kan elk van hen worden verplicht om het volledig bedrag te betalen (hoofdelijkheid).
BEREKENING Het bedrag van de heffing was tot en met aanslagjaar 2020 afhankelijk van het kadastrale inkomen van de woning. Het KI werd vermenigvuldigd met een factor in functie van aantal jaren dat het pand op de inventarislijst bleef staan. Vanaf aanslagjaar 2021 is het een vast basisbedrag dat vermenigvuldigd wordt met diezelfde factor in functie van het aantal jaren op de inventaris. Schorsing van de heffing is mogelijk omwille van renovatiewerken of als een nieuwe eigenaar het zakelijk recht verkrijgt. Er zijn in een aantal gevallen vrijstellingen op de leegstandsheffing mogelijk, bv. wanneer het belaste pand gelegen is binnen de grenzen van een onteigeningsplan. tabel 28: aantallen vrijstellingen verwaarloosde en ongeschikt of onbewoonbare woningen (aanslagjaar 2020) aard van de vrijstelling enige woning als hoofdverblijfplaats gebruikt onteigeningsplan ramp overmacht
aantal 147 12 28 49
78
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN Voor 2021 werden 745 aanslagbiljetten aangemaakt, voor een totaal ingekohierd bedrag van 3,6 miljoen euro. De heffingen op ongeschikte en onbewoonbare woningen worden vaak opgeschort en betwist, ook voor de rechtbanken. In die gevallen kan de heffing niet verder geïnd of ingevorderd worden. De inningspercentages liggen dan ook significant lager dan bij de klassieke belastingen. grafiek 39: inningspercentages heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen (periode 2019-2021)
79
LEEGSTANDSHEFFING BEDRIJFSRUIMTEN Ook voor de bestrijding en het voorkomen van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten heeft het Vlaamse Gewest een leegstandsheffing voorzien. Er werd een jaarlijkse heffing ingevoerd voor elke eigenaar van een leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte. Is het belaste pand eigendom van meerdere eigenaars, dan zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele heffing. De panden die in aanmerking komen voor een dergelijke heffing worden door het departement Omgeving geïnventariseerd. Vanaf het jaar volgend op de tweede registratie is de eigenaar van een geïnventariseerd pand de heffing verschuldigd. Nadat alle gegevens aan de Vlaamse Belastingdienst werden bezorgd, worden de aanslagbiljetten opgemaakt en verstuurd. De Vlaamse Belastingdienst zorgt dan verder voor het innen en invorderen van de heffing. De belasting wordt berekend op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) zoals gekend op 1 januari van het aanslagjaar. Niet alleen het KI van het perceel dat de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte uitmaakt zelf wordt meegeteld, maar eveneens het KI van alle opstanden op het perceel. Voor de niet-landbouwbedrijven wordt daar bijkomend het KI bijgeteld van alle aangrenzende percelen die één geheel vormen met de leegstaande bedrijfsruimte, als ze van dezelfde eigenaar zijn.
BEREKENING Voor de berekening van de heffing worden 4 tarieven toegepast op telkens een deel van het kadastraal inkomen: Toepasselijke schijf van het KI (in euro) 0 – 12.350 12.351 – 37.150 37.151 – 74.350 meer dan 74.351
Belastingpercentage 150% 125% 100% 75%
De belasting bedraagt nooit minder dan 3.700 euro. Voor de niet-landbouwbedrijven komt het bedrag van de belasting bovendien minstens overeen met een tarief van 2,47 euro/m² oppervlakte van het grondvlak van het terrein, vastgelegd door de diensten van het kadaster. Het decreet biedt eigenaars de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden opschorting van de heffing aan te vragen. In bepaalde gevallen kan de heffingsplichtige een opschorting verkrijgen. Zo heeft bv. een nieuwe eigenaar recht op een opschortingstermijn van 2 jaar, evenals de belastingplichtige die een voorstel tot renovatie indient. Tevens kan er een opschorting van één jaar bekomen worden voor panden die leegstaan om bedrijfseconomische redenen. Het is de inventarisbeheerder die de opschortingen toekent.
80
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING LEEGSTANDSHEFFING BEDRIJFSRUIMTEN Voor aanslagjaar 2021 werden 934 aanslagbiljetten aangemaakt, voor een totaal ingekohierd bedrag van 33,3 miljoen euro. De leegstandsheffingen bedrijfsruimten worden vaak betwist, ook voor de rechtbanken. In die gevallen kan de heffing niet verder geïnd of ingevorderd worden. De inningspercentages liggen dan ook significant lager dan bij de klassieke belastingen. De leegstandsheffing bedrijfsruimten wordt traditioneel ingekohierd na afloop van het aanslagjaar; om die reden zijn er nog geen inningscijfers voor 2021. grafiek 40: inningspercentages leegstandsheffing bedrijfsruimten(periode 2019-2021)
81
PLANBATENHEFFING De planbatenheffing kan worden opgelegd wanneer de overheid een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) heeft opgemaakt waardoor de bestemming van een perceel is gewijzigd. Door deze bestemmingswijziging is de waarde van het perceel toegenomen: men spreekt in dit verband van planbaten. Op die meerwaarde is een belasting verschuldigd, de planbatenheffing. Een RUP kan worden vastgesteld door het Gewest, de provincie of de gemeente. De planbatenheffing is dus een heffing die verschuldigd is door de eigenaars van percelen die door een bestemmingswijziging een potentiële meerwaarde krijgen. Dat is het geval bij bestemmingswijzigingen waarbij onbebouwbare gronden herbestemd worden tot woonzone, zone voor bedrijvigheid of recreatiezone. De grond wordt bv. herbestemd van “landbouw” naar “wonen”. Ook een omzetting naar de bestemming "winning van oppervlaktedelfstoffen" kan planbatenheffing met zich meebrengen. Niet alle bestemmingswijzigingen geven aanleiding tot planbatenheffing. Voor elke bestemmingswijziging zijn ook andere tarieven van toepassing. De exacte bestemmingswijzigingen die het perceel ondergaan ten gevolge van het ruimtelijk uitvoeringsplan dat de planbatenheffing doet ontstaan, zijn altijd opgenomen in de berekeningsbijlage bij het aanslagbiljet. De heffing is verschuldigd door diegene die het volle of blote eigendomsrecht heeft, of een deel van dit volle of blote eigendomsrecht, over de percelen op het ogenblik van inwerkingtreding van het betrokken ruimtelijk uitvoeringsplan.
PROCESVERLOOP IN HOOFDLIJNEN Aanslagbiljet: na inwerkingtreding van het RUP Nadat een RUP in werking is getreden, verstuurt de Vlaamse Belastingdienst een aanslagbiljet aan de volle of de blote eigenaar(s) van het perceel. Verplichte betaling na startfeiten Meestal moet de heffing niet onmiddellijk betaald worden. Er moet maar betaald worden wanneer de meerwaarde gerealiseerd wordt (als er zich een “startfeit” voordoet). In de meeste gevallen betekent dit: / als de belastingplichtige er daadwerkelijk op gaat bouwen (verkrijgen van een bouw- of verkavelingsvergunning); / als hij de grond verkoopt. Vrijwillige betaling onder voorwaarden: bonificatie van 15% Hoewel de heffing niet onmiddellijk moet worden betaald, heeft de belastingplichtige er voordeel bij dat toch te doen: dan krijgt hij 15% korting (“bonificatie”) onder bepaalde voorwaarden.
BEREKENING Berekening per kadastraal perceel De berekening gebeurt steeds per kadastraal perceel afzonderlijk. De berekening van de planbatenheffing gebeurt in 2 stappen: eerst wordt forfaitair een vermoede meerwaarde berekend, waarop nadien de heffing wordt berekend volgens een progressief tarief op delen van de vermoede meerwaarde. De detailberekening van de planbatenheffing voor de concrete situatie van elke belastingplichtige is bijgesloten bij het aanslagbiljet.
82
VRIJSTELLINGEN In bepaalde gevallen is er geen planbatenheffing verschuldigd. De achterliggende reden is dat er eigenlijk geen sprake is van een meerwaarde die door de bestemmingswijziging gecreëerd wordt, of dat die meerwaarde zeer klein is. Een vrijstelling moet steeds aangevraagd worden binnen de 3 maanden na ontvangst van het aanslagbiljet. Er kan vrijstelling van planbatenheffing verkregen worden: / als er geen bijkomende vergunningsmogelijkheden door het RUP zijn; / bij kleine bestemmingswijzigingen; / als de planbaten het gevolg zijn van compensatie voor planschade; / bij specifieke herbestemmingen voor hoofdzakelijk vergunde zonevreemde constructies; / bij onteigening of overdracht in der minne ten algemenen nutte. De exacte toekenningsvoorwaarden https://vlaanderen.be/planbatenheffing.
worden
toegelicht
op
de
website
Naast vrijstellingen bestaan er eveneens opschortingen. Als de betaling van planbatenheffing opgeschort is, betekent dit dat de belastingplichtige wel een aanslagbiljet ontvangt, maar dat hij dit niet hoeft te betalen tot zolang de opschortingsvoorwaarden vervuld zijn.
OPSCHORTING VAN BETALING Als een belastingplichtige meent recht te hebben op een opschorting, meldt hij dit best aan de Vlaamse Belastingdienst en voegt hij documenten bij die dit kunnen aantonen (bv. de weigering van een bouwvergunning). Mogelijke redenen van opschorting zijn: / het perceel zal onteigend worden en de onteigenende instantie deelt dit ook mee aan de Vlaamse Belastingdienst; als de onteigeningsbeslissing herroepen wordt, vervalt ook de opschorting; / het Ruimtelijk Uitvoeringsplan zelf dat aanleiding geeft tot het heffen van planbaten wordt door de Raad van State geschorst; / het perceel kan niet bebouwd worden omwille van redenen die eigen zijn aan het perceel zelf; het gaat hier om redenen van feitelijke onbebouwbaarheid. Die redenen kunnen betrekking hebben op de fysieke toestand van de gronden (bv. waterziek, te zanderig, te laag gelegen, extreme hellingsgraad … ). De vorm, de ligging of de beperkte omvang van een perceel kunnen ook een reden zijn die het perceel onbebouwbaar maakt. / het perceel kan niet bebouwd worden ten gevolge van een erfdienstbaarheid van openbaar nut.
83
OPBRENGSTEN VAN DE PLANBATENHEFFING De opbrengsten van de planbatenheffing worden in hoofdzaak verdeeld over het Rubiconfonds en het Grondfonds, op basis van de onderliggende bestemmingswijzigingen. De regelgeving bepaalt omtrent de doorstorting van opbrengsten wat in de tabel hieronder samengevat staat. tabel 29: verdeling opbrengsten planbatenheffing doelbestemming
oorsprong RUP
doorstorting gelden
bedrijvigheid
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
Rubiconfonds betrokken provincie betrokken gemeente
alle andere
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
Grondfonds
(uitzondering: regularisatie permanente bewoning weekendverblijven)
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
betrokken gemeente
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE PLANBATENHEFFING Om diverse redenen maken we een onderscheid tussen “theoretische” opbrengsten (ingekohierde bedragen) en “werkelijke” opbrengsten (geïnde bedragen). De werkelijke ontvangsten zullen verschillen van de theoretische opbrengsten, aangezien: / / / / /
de meeste types vrijstellingen niet automatisch kunnen worden toegekend vooraleer de aanslagen ingekohierd worden; de bonificatieregeling zijn weerslag heeft op het te ontvangen bedrag; er een specifieke regeling is dat er maar betaald moet worden na het zich voordoen van een startfeit; in de praktijk kan dit dus ettelijke jaren na inwerkingtreding van het RUP zijn; de opschortingen hun weerslag hebben op het tijdstip van ontvangst; de vernietiging van RUP’s door de Raad van State regelmatig voorkomt.
De cijfers van inkohiering zijn dan ook steeds erg omzichtig te benaderen. In onderstaande tabellen wordt duidelijk het verschil zichtbaar tussen de initieel ingekohierde aanslagen en de aanslagen die nog resteren nadat de aanslagen uitgefilterd zijn die volledig in onwaarde zijn geplaatst na de toekenning van een vrijstelling of de vernietiging van het onderliggende RUP.
84
tabel 30: initieel gevestigde aanslagen planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 31/12/2021 – voor aanslagjaar 2021 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) Aanslagjaar
Totaal ingekohierd 1.828.031,16
Totaal onwaarden
Totaal geïnd
2010
Aantal aanslagbiljetten 84
579.439,41
1.102.038,42
Totaal bonificaties 149.183,89
2011
1.339
26.840.275,37
19.475.962,01
6.514.674,87
837.918,23
2012
4.470
108.011.991,43
66.345.039,08
26.102.566,14
2.488.016,68
2013
2.847
78.452.302,75
49.045.738,51
4.895.788,16
418.617,85
2014
827
21.645.980,87
18.202.684,33
2.394.100,76
136.856,28
2015
1.688
45.208.295,02
35.050.301,63
5.327.429,15
487.969,84
2016
846
17.752.466,26
12.219.178,67
3.874.011,62
361.013,91
2017
852
27.501.674,39
11.988.136,22
11.239.515,00
1.897.601,37
2018
1.622
22.260.442,71
2.181.122,51
4.434.552,90
475.942,92
2019
366
18.287.738,27
4.820.539,73
5.358.939,26
0,00
2020
464
10.553.946,29
1.685.992,50
206.144,07
0,00
15.405
378.343.144,52
221.594.134,60
71.449.760,35
7.253.120,97
Eindtotaal
tabel 31: resterende gevestigde aanslagen planbatenheffing (na uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) aanslagjaar 2010
aantal aanslagen
totaal ingekohierd
totale onwaarden
totaal geïnd
53
1.399.667,40
151.075,65
1.102.038,42
totaal verleende bonificaties 149.183,89
2011
767
8.739.875,43
1.375.562,07
6.514.674,87
831.925,44
2012
2.898
48.521.246,56
6.854.294,21
26.102.550,40
1.783.094,17
2013
1.620
29.854.097,14
447.532,90
4.895.788,16
383.563,74
2014
395
3.731.221,18
287.924,64
2.394.100,76
136.656,95
2015
1.032
11.041.707,05
883.713,66
5.327.429,15
475.885,56
2016
341
6.076.156,39
542.868,80
3.873.011,62
173.862,66
2017
567
17.391.526,78
1.877.988,61
11.239.515,00
1.876.276,00
2018
1.140
20.701.005,13
621.684,93
4.434.552,90
464.515,03
2019
251
13.482.741,35
15.542,81
5.358.939,26
0,00
2020
216
8.867.953,79
0,00
206.144,07
0,00
9.280
169.807.198,20
13.058.188,28
71.448.744,61
6.274.963,44
Eindtotaal
grafiek 41: inningspercentages planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen, periode 2019-2021)
85
BELASTING OP SPELEN & WEDDENSCHAPPEN De belasting op spelen en weddenschappen is een belasting die geheven wordt op alle spelen en weddenschappen waarbij de deelnemers een som geld inzetten in de hoop hiermee winst of voordeel te behalen. De Vlaamse Belastingdienst int de belasting op spelen en weddenschappen sinds 1 januari 2019. In de meeste gevallen is het de organisator die de verplichtingen vervult en die de belasting zal moeten betalen. Spelen en weddenschappen worden meestal herhaaldelijk ingericht door professionele bedrijven, maar een occasionele of eenmalige organisator is de belasting evenzeer verschuldigd. Eén van de verplichtingen van de organisator is het tijdig indienen van aangiften: / /
vooraleer de organisator een spel of weddenschap inricht, moet hij de Vlaamse Belastingdienst op de hoogte stellen van de intentie om spelen en weddenschappen in te richten (voorafgaandelijke aangifte); de belastingplichtige moet een fiscale aangifte indienen binnen de 5 eerste werkdagen van elke maand, voor de verrichtingen van de vorige maand. Op basis van die aangifte wordt de belasting berekend.
Via een digitale aangiftemodule kunnen de eigenaars van automatische ontspanningstoestellen en de organisatoren van spelen en weddenschappen in een beveiligde omgeving hun gegevens beheren.
BEREKENING Als algemene regel geldt dat de belasting berekend wordt aan een uniform tarief van 15% op de opbrengst. De opbrengst is dan de som van de inzetten min de uitgekeerde winsten. Er bestaan uitzonderingen zowel op het tarief als op de belastbare grondslag. Een overzicht van de soorten spelen en hoe ze belast worden is opgenomen op de website (https://www.vlaanderen.be/belasting-op-spelen-en-weddenschappen/hoeveel-bedraagt-de-belasting). Een belangrijke uitzondering op het uniforme tarief zijn de casinospelen en automatische ontspanningstoestellen opgesteld in casino’s. De opbrengsten daaruit worden respectievelijk belast volgens progressieve tarieven die variëren van 33% tot 44% voor casinospelen en van 20% tot 50% voor de automatische ontspanningstoestellen.
VRIJSTELLINGEN Bepaalde spelen en weddenschappen zijn vrijgesteld van de belasting op spelen en weddenschappen: / / / / / /
toegelaten loterijen zijn altijd vrijgesteld, zelfs als ze online georganiseerd worden; de sportbeoefening zelf (de vrijstelling geldt NIET voor weddenschappen op sportwedstrijden); bepaalde volksvermakelijkheden zijn vrijgesteld als er niet online ingezet kan worden en als de inzet is beperkt tot 50 euro per persoon per dag; bepaalde duivenprijskampen zijn vrijgesteld als er niet online ingezet kan worden en als er alleen maar door de eigenaars van de duiven geld kan worden ingezet; vogelzangwedstrijden (bv. vinkenzetting), als er niet online ingezet kan worden; bepaalde wedstrijden uitsluitend ingericht voor musea of bepaalde instellingen, als er niet online ingezet kan worden.
86
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE BELASTING OP SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Ondanks de coronacrisis blijven de ingekohierde bedragen voor 2020 en 2021 vergelijkbaar met 2019. De stijgende tendens voor de inkomsten uit online spelen en weddenschappen werd door de pandemie versterkt, terwijl de fysiek georganiseerde weddenschappen zoals sportevenementen, paardenwedrennen, casinospelen, … vanzelfsprekend drastisch afnamen. grafiek 42: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting spelen en weddenschappen volgens categorie spel (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022)
tabel 32: te innen bedragen belasting op spelen en weddenschappen per type spel of weddenschap (aanslagjaar 2019-2021, bedragen in euro)
Automatische Ontspanningstoestellen opgesteld in casino's Hondenwedstrijden Mediaspelen Online Spelen & Weddenschappen
2019
2020
2021
7.464.730,29
2.772.645,09
3.376.349,35
181.726,62
117.124,25
121.328,92
222.965,02
209.311,90
228.570,18
28.509.408,12
36.867.940,33
48.342.856,73
674.337,61
1.399.108,43
2.057.054,12
Overige Spelen & Weddenschappen Paardenwedrennen
1.128.608,05
621.709,10
659.466,31
Sportevenementen
8.755.988,45
5.439.725,46
5.597.760,69
Tafelspelen/Pokertoernooi
4.415.683,82
1.682.888,57
1.838.912,30
49.110.453,13
62.222.298,60
Volksvermakelijkheden Totaal
16,50 51.353.464,48
87
grafiek 43: inningspercentages belasting op spelen en weddenschappen (periode 2019-2021)
CONTROLE BELASTING OP SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Het controleteam SWAOT – dat geïntegreerd werkt voor de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen - is sterk geïmpacteerd door de coronacrisis. De overgrote meerderheid van de te controleren belastingplichtigen waren in 2020 en 2021 immers noodgedwongen gesloten voor publiek. Personeelsleden werden ingezet voor andere taken binnen de Vlaamse Belastingdienst. Van de 1.988 uitgevoerde controles Spelen en Weddenschappen was 1,25% (42) in overtreding. Voor 2019 was dit 1,44%.
88
BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN De belasting op automatische ontspanningstoestellen (AOT) is een belasting die wordt geheven op automatische toestellen, zoals bv. gokautomaten of bingokasten, die op de openbare weg, in voor het publiek toegankelijke plaatsen of in een privé-omgeving staan opgesteld. Het opstellen van automatische ontspanningstoestellen is strikt gereglementeerd. U heeft er in de meeste gevallen een specifieke vergunning van de Kansspelcommissie voor nodig. De belasting moet betaald worden door de eigenaar van het toestel, die ook de aangifteformaliteiten moet vervullen. Die aangifte moet gebeuren voordat het toestel opgesteld wordt en als het opnieuw weggenomen wordt of vervangen door een toestel van een hogere categorie. Zolang er niets wijzigt aan het toestel en waar het opgesteld staat, wordt de aangifte automatisch verlengd. In de praktijk dient de eigenaar kwartaalaangiften in.
Coronamaatregel – belasting op automatische ontspanningstoestellen: tijdelijke extra mogelijkheid tot stopzetting van fiscale kentekens Door de verstrengde coronamaatregelen waren horecazaken, speelhallen, kermissen … gedurende grote delen van 2020 en 2021 gesloten of opgeschort. In principe wordt een kenteken voor een in het eerste kwartaal opgesteld toestel automatisch verlengd naar het tweede kwartaal. Deze automatische kwartaalverlengingen van fiscale kentekens werden stopgezet en al verlengde aangiften konden uitzonderlijk nog ingetrokken worden met ingang van het tweede kwartaal. Eenzelfde werkwijze werd toegepast voor het vierde kwartaal.
BEREKENING Elk type toestel krijgt een fiscale rangschikking door het op te nemen in het repertorium van automatische ontspanningstoestellen, dat tot en met 2020 beheerd werd door de FOD Financiën. De fiscale rangschikking (categorie A, B, C, D of E) bepaalt het belastingtarief dat op het toestel van toepassing is. De tarieven varieerden in 2020 van 150,59 tot 4.015,60 euro per toestel.
VERMINDERINGEN / / /
Voor toestellen van categorie C en D is er een nultarief. De belasting kan voor foorreizigers worden verminderd tot 1/10e van het jaarbedrag. Toestellen met een spaarsysteem worden belast als categorie E. Als ze gerangschikt zijn als categorie C of D, geldt sowieso een nultarief. Toestellen met een spaarsysteem zijn toestellen waarbij de winst onder de vorm van tickets (met een maximale waarde van 6,20 euro per ticket) kan gespaard worden om in te ruilen voor een grotere prijs.
89
VRIJSTELLINGEN Er geldt een vrijstelling voor: /
toestellen opgesteld in lokalen van jeugdbewegingen, rusthuizen en ziekenhuizen, als ze uitsluitend bestemd zijn voor de leden, bewoners of patiënten. In de praktijk betekent dat bv. dat een automatisch ontspanningstoestel in een publiek toegankelijke cafetaria van een ziekenhuis niet vrijgesteld is. / gokautomaten die opgesteld staan in casino’s. Die toestellen vallen, net zoals de tafelspelen in casino’s, onder de belasting op spelen en weddenschappen. / de mechanische varianten van de toestellen uit categorie E. Het gaat om een feitelijke vrijstelling voor: o biljart/snooker/pool; o kegelspelen, golfspel, tennisspel, voetbalspel (kicker);, basketbalspel, base-balspelen, hockeyspelen; o vogelpik/darts. Voor de toestellen van categorie C en D geldt een nultarief en is er geen aangifteplicht.
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN Aangezien automatische ontspanningstoestellen fysiek bespeelbare machines zijn en typisch opgesteld staan in bv. horeca-gelegenheden en speelautomatenhallen, heeft de coronapandemie een erg sterke impact op de belastinginkomsten. De aangiften werden immers grotendeels opgeschort vanaf het tweede kwartaal van 2020. grafiek 44: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting op automatische ontspanningstoestellen volgens klasse toestel (aanslagjaar 2019-2021, bedragen in euro)
90
grafiek 45: inningspercentages belasting op automatische ontspanningstoestellen (periode 2019-2020)
CONTROLE BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN Het controleteam SWAOT - dat geïntegreerd werkt voor de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen - is sterk geïmpacteerd door de coronacrisis. De overgrote meerderheid van de te controleren belastingplichtigen waren in 2020 en 2021 immers noodgedwongen gesloten voor publiek. Personeelsleden werden ingezet voor andere taken binnen de Vlaamse Belastingdienst. Van de 6.216 in 2021 uitgevoerde controles Automatische Ontspanningstoestellen was 0,72% (45) in overtreding. Voor 2020 was dit 1,25% (3.351 controles met 42 overtredingen.
91
VOORTDUREND STREVEN NAAR KWALITEIT Los van de continue procesoptimalisatie binnen de Vlaamse Belastingdienst zelf, worden vanuit derde partijen jaarlijks aanbevelingen aangereikt. Dit kan gaan over aanbevelingen bv. vanuit de Klachtendienst Financiën en vanuit de Vlaamse Ombudsdienst. Hun aanbevelingen en de wijze waarop de Vlaamse Belastingdienst daarmee omgaat, worden jaarlijks besproken in het Vlaams Parlement en gepubliceerd op http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/documentatie/jaarverslagen_en_brochures.html
KLACHTENDIENST Als u een klacht heeft over de manier waarop de Vlaamse belastingdienst uw dossier heeft behandeld, kunt u uiteraard eerst bij de dossierbehandelaars zelf terecht. Daarnaast behandelt de Klachtendienst Financiën kosteloos individuele klachten met betrekking tot het optreden van de Vlaamse Belastingdienst. De klachtendienst maakt – om de onafhankelijkheid te garanderen – geen deel uit van de Vlaamse Belastingdienst zelf, maar wel van het departement Financiën en Begroting. Let op: / voor inhoudelijke betwisting van taxatie- of bezwaarbeslissingen moet u een officieel bezwaar indienen of beroep voor de rechtbank aantekenen; dat valt buiten de bevoegdheid van de klachtendienst; / alleen klachten met betrekking tot de werking van de administratie van het Vlaamse Ministerie van Financiën en Begroting worden onderzocht. Andere klachten worden doorverwezen naar de bevoegde instantie. U kunt uw klacht indienen via het klachtenformulier op https://belastingen.vlaanderen.be/klachtendienst, of per brief op volgend adres: Klachtendienst Financiën Koning Albert II-laan 35, bus 61 1030 Brussel Elke klacht wordt discreet behandeld; uw privacy wordt gerespecteerd.
VLAAMSE OMBUDSDIENST Mocht u niet tevreden zijn over de behandeling van uw klacht door de Klachtendienst Financiën, kunt u dat in tweede lijn aankaarten bij de Vlaamse Ombudsdienst. De Ombudsdienst onderzoekt o.m. klachten over de handelingen en de werking van de Vlaamse overheidsdiensten en gaat daarbij bemiddelend optreden. Hij moet dus proberen “de standpunten van de klager en de bestuursinstelling te verzoenen”, zoals het Ombudsdecreet dat bepaalt.
92
LIJST VAN TABELLEN EN GRAFIEKEN grafieken 1: ontvangsten onroerende voorheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)___________ 8 grafieken 2: ontvangsten jaarlijkse verkeersbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)________ 8 grafieken 3: ontvangsten belasting op inverkeerstelling in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) ____ 9 grafieken 4: ontvangsten erfbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) ________________________ 9 grafieken 5: ontvangsten verkooprecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) _____________________ 10 grafieken 6: ontvangsten recht op hypotheekvestiging in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) ____ 10 grafieken 7: ontvangsten schenkbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) __________________ 10 grafieken 8: ontvangsten verdeelrecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) ______________________ 11 grafieken 9: ontvangsten kilometerheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) _________________ 11 grafieken 10: ontvangsten belasting op spelen en weddenschappen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021)________________________________________________________________________________________________________ 12 grafieken 11: ontvangsten belasting op automatische ontspanningstoestellen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2020-2021) _____________________________________________________________________________________ 12 grafiek 12: evolutie aantal personeelsleden 2010-2021 __________________________________________________________ 13 tabel 1: doorlooptijd in kalenderdagen taxatie registratiebelasting verkooprecht (aanslagbiljet verzonden in kalenderjaar 2017-2021) _________________________________________________________________________________________ 20 tabel 2: doorlooptijd in kalenderdagen taxatie erfbelasting (aanslagbiljetten verzonden in kalenderjaar 2017-2021) _______________________________________________________________________________________________________ 20 grafiek 13: evolutie van het aantal Aanvragen Bindende Schatting (ABS) / aantal ABS aangevraagd door notarissen tegenover het totaal aantal ABS (volgens maand van ontvangst) ________________________________ 22 tabel 3: inningspercentages per belasting (voorbeeld voor jaar X+1, status 31/12/2021 voor aanslagjaar 2020) ____________________________________________________________________________________________________________ 23 grafiek 14: aantal ontvangen aanvragen voor afbetalingsplannen in kalenderjaar 2018 – 2021 voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante) __________________________ 24 grafiek 15: evolutie inwilliging en afwijzing afbetalingsplannen voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting personenwagens (kalenderjaren 2018-2020) _______________________________________________ 25 tabel 4: aantallen voor invordering aan DIAM overgemaakte dossiers _______________________________________ 26 tabel 5: via DIAM ingevorderde bedragen (in euro) en recuperatiepercentage (**) ___________________________ 27 tabel 6: bezwaarpercentage (aantallen bezwaren t.o.v. aantal aanslagbiljetten) en inwilligingspercentage (minstens gedeeltelijk ingewilligde bezwaren t.o.v. aantal al behandelde bezwaren) (aanslagjaren 2019-2021, status 31/12/2021) ________________________________________________________________________________________________ 27 tabel 7: controleresultaten wegeninspecteurs _________________________________________________________________ 29 tabel 8: evolutie aantal inkomende oproepen (“aanbod”) bij 1700 (2017-2020) voor de belangrijkste belastingen______________________________________________________________________________________________________ 32 grafiek 16: maandelijkse spreiding aantal inkomende telefonische oproepen (“aanbod”) en bereikbaarheidspercentage bij 1700 (kalenderjaar 2021), samen met de verhouding tussen aanbod en voorzien aantal oproepen (“forecast”) _________________________________________________________________________ 33 tabel 9: burgertevredenheid over chatsessies met 1700 – score op 10________________________________________ 33 tabel 10 en grafiek 17:: evolutie aantal inkomende poststukken/briefwisseling 2015-2021 voor de belangrijkste belastingen _______________________________________________________________________________________ 34 tabel 11: evolutie aantal digitale contactformulieren en digitale bezwaarschriften (kalenderjaren 2018-2021) __________________________________________________________________________________________________________________ 35 tabel 12: aantallen rulings (kalenderjaren 2018-2021) ___________________________________________________________ 37 tabel 13: aantallen instroom, uitstroom en lopende dossiers vastgoedtransacties (2021) ____________________ 43 grafiek 18: aantallen inkomende dossiers vastgoedtransacties volgens type opdrachtgever (kalenderjaar 2018-2021) _______________________________________________________________________________________________________ 43 tabellen 14 en 15: evolutie gemeentelijke en provinciale opcentiemen 2018-2021 _____________________________ 47 grafiek 19: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI (periode 2019-2021, status 21/02/2022) __________________________________________________________________________________________________________________ 48
93
grafiek 20: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI, per provincie (aanslagjaar 2021, status 21/02/2022) _____________________________________________________________________________________________________ 48 tabel 16 & grafiek 21 ingekohierde bedragen (in euro) per bestemmeling (aanslagjaar 2020) _______________ 48 tabel 17: overzicht verminderingen en toekenningsvoorwaarden OV _________________________________________ 49 tabel 18: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 1 ___ 50 tabel 19: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 2 ___ 51 grafiek 22: ingekohierde bedragen OV – aanslagjaren 2019-2021 (in miljoen euro) per kwartaal volgens kohierdatum ____________________________________________________________________________________________________ 53 grafiek 23: inningspercentages onroerende voorheffing (periode 2018-2020, status januari 2021)__________ 53 tabel 20: evolutie aantal oldtimers (personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen, motorfietsen en sinds 2017 lichte vrachtauto’s) (2016-2021) __________________________________________________________________ 56 grafiek 24: aantal belastbare elementen per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2019-2021) ___________________________________________________ 56 grafiek 25 ingekohierde bedragen (in euro) per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020) ___________________________________________________ 57 tabel 21: aantallen vrijstellingen verkeersbelastingen (aanslagjaar 2020) _____________________________________ 57 tabel 22: aantallen en verhouding eigen controles en samenwerking andere controlediensten (2019-2021) 59 tabel 23: evolutie controleresultaten personenwagens 2017-2021 (geïnde bedragen in euro) _______________ 59 tabel 24: inbeslagnames personenwagens (2019-2021) ________________________________________________________ 59 tabel 25: controleresultaten bijzondere nummerplaten personenwagens (2018-2021) _______________________ 60 grafiek 26: inningspercentages voor personenwagens en aanverwante (periode 2019-2021) ________________ 60 grafiek 27: inningspercentages voor aan te geven voertuigen (aanslagjaren 2019-2021) ______________________ 61 grafiek 28: aantal ontvangen notariële akten (datum ontvangst - alle registratiebelastingen) ______________ 66 grafiek 29: ingekohierde bedragen (in euro) verkooprecht volgens tarief (aanslagjaar 2019-2021 – status 21/02/2022) _____________________________________________________________________________________________________ 68 grafiek 30: ingekohierde bedragen (in euro) schenkbelasting volgens aard van de schenking (aanslagjaar 2019-2021 – status 21/02/2022) _________________________________________________________________________________ 69 grafiek 31: ingekohierde bedragen (in euro) registratiebelasting volgens aard belasting (aanslagjaar 20192021 – status 21/02/2022) ______________________________________________________________________________________ 70 grafieken 32: inningspercentages registratiebelasting (aanslagjaar 2019-2021) ______________________________ 70 tabel 26: doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum van overlijden en ontvangst van aangifte van nalatenschap (ontvangen in kalenderjaar 2017-2021) __________________________________________________________ 71 grafiek 33: aantal erf-dossiers volgens maand van overlijden (kalenderjaar 2019-2021) ______________________ 72 tabel 27: aantallen vrijstellingen en verminderingen volgens categorie erfopvolger (aanslagjaar 2020)_____ 74 grafiek 34: behandelde dossiers erfbelasting (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022) ____________________ 75 grafiek 35: ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022) _______________________________________________________________________________________________ 75 grafiek 36: procentuele verdeling erfbelasting volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022) _______________________________________________________________________________________________76 grafiek 37 ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens type aangifte (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022) ______________________________________________________________________________________________________76 grafiek 38: inningspercentage erfbelasting (aanslagjaar 2019-2021) ___________________________________________ 77 tabel 28: aantallen vrijstellingen verwaarloosde en ongeschikt of onbewoonbare woningen (aanslagjaar 2020) _____________________________________________________________________________________________________________78 grafiek 39: inningspercentages heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen (periode 2019-2021) ______79 grafiek 40: inningspercentages leegstandsheffing bedrijfsruimten(periode 2019-2021) _______________________ 81 tabel 29: verdeling opbrengsten planbatenheffing ____________________________________________________________ 84 tabel 30: initieel gevestigde aanslagen planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 31/12/2021 – voor aanslagjaar 2021 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) ____________________________________________________________________________________________________________ 85
94
tabel 31: resterende gevestigde aanslagen planbatenheffing (na uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) ____________________________________________________________________________________________________________ 85 grafiek 41: inningspercentages planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen, periode 2019-2021) _______________________________________________________________________________________________________ 85 grafiek 42: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting spelen en weddenschappen volgens categorie spel (aanslagjaar 2019-2021, status 21/02/2022) _____________________________________________________87 grafiek 43: inningspercentages belasting op spelen en weddenschappen (periode 2019-2021) ______________ 88 grafiek 44: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting op automatische ontspanningstoestellen volgens klasse toestel (aanslagjaar 2019-2021, bedragen in euro) ____________________________________________ 90 grafiek 45: inningspercentages belasting op automatische ontspanningstoestellen (periode 2019-2020)____ 91
LIJST VAN CORONAMAATREGELEN Coronamaatregelen – algemene impact op de Vlaamse Belastingdienst
17
Coronamaatregel – beperktere invorderingsinitiatieven
25
Coronamaatregel – erfbelasting en registratiebelasting: verlenging van termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen
67
Coronamaatregel – erfbelasting: verlenging van termijn om aangifte van nalatenschap in te dienen
72
Coronamaatregel – belasting op automatische ontspanningstoestellen: tijdelijke extra mogelijkheid tot stopzetting van fiscale kentekens 89
95