APRIL-MEI 2022 NR.158
WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN
Sterk Sociaal Werk
Participatiekompas voor de jeugdhulp: “HET KAN DAT EXTRA DUWTJE GEVEN DAT DE SECTOR NODIG HEEFT.”
STERK SOCIAAL WERK ociaal werk doe je niet alleen. Daarom verenigden sociaal werkers zich in 2018 voor het eerst voor de Sociaalwerkconferentie. Daar werden de vijf krachtlijnen van het Sterk Sociaal werk uitgetekend: sociaal werk gaat over nabij zijn en werkt tegelijk politiserend, procesmatig, generalistisch en verbindend. Die eigenschappen staan niet los van elkaar, sociaal werk is een combinatie van dat alles. Het DNA van sociaal werk als het ware.
JEUGDHULP
De eerste Sociaalwerkconferentie versterkte de identiteit van het sociaal
9
MEER TRANSPARANTIE IN WERKING ZORGINSPECTIE
4 PARTICIPATIEKOMPAS VOOR DE JEUGDHULP Participatie is niet meer weg te denken uit de hulpverlening. Maar hoe ga je ermee aan de slag? Het participatiekompas geeft concrete handvatten voor de jeugdhulp.
2
werk. De afgelopen jaren werd de dynamiek die de conferentie in gang zette nog verder aangewakkerd. We brachten heel wat goede politiserende praktijken in beeld die het maatschappelijk draagvlak vergroten. Het actieplan wil ook het sociaal werk op de eerste lijn versterken: bij het OCMW, het CAW, verenigingen waar armen het woord nemen. In ons dossier over sterk sociaal werk lees je daarvan een aantal mooie voorbeelden. Neem nu het verhaal van Annemie die al meer dan dertig jaar bij het OCMW werkt. Doorheen de jaren is de organisatie sterk veranderd, maar toch doet ze haar job nog
OPENBAARHEID INSPECTIES
© Stephan Vanfleteren
S
| nr. 158 - april-mei 2022
Sinds 1 maart zijn de verslagen van inspecties in woonzorgcentra terug te vinden via de website van Zorginspectie. Tom Wylin geeft meer uitleg over de grotere transparantie van de werking van Zorginspectie.
24
FARA LANCEERT ONLINE KEUZEHULP BIJ ONGEPLANDE ZWANGERSCHAP
PSYCHIATER AN HAEKENS AANVAARDT MENSELIJKE KWETSBAARHEID
Eén op vier vrouwen raakt ongepland zwanger. Stilstaan bij de keuze die dan gemaakt wordt kan verwerkingsproblemen achteraf verkleinen.
We zijn geen supermensen. Zeker niet als we wat ouder worden. In plaats van weg te kijken, pleit ouderenpsychiater An Haekens ervoor om kwetsbaarheid bij onszelf en anderen te aanvaarden. Ze ziet verbinding als een grote uitdaging voor de toekomst.
Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar
DE ESSENTIE
20
soms een pv opstellen, is Marjan in de eerste plaats hulpverlener. En zo werken hard en zacht perfect samen bij de politie. Benieuwd naar meer plannen rond sociaal werk, en wat je mag verwachten op 5 mei op de Sociaalwerkconferentie? Kijk dan op www.sterksociaalwerk.be
En dat sociaal werk overal een steentje bijdraagt, kan Marjan van bij de politie in Antwerpen getuigen. Ze werkt er samen met de rechercheurs. Waar die laatsten
FARA
Sociaal werker Steven vinden we terug bij De Zuidpoort, een vereniging waar armen het woord nemen. Hij legt uit hoe hij vanaf het begin van de pandemie de communicatie over het virus en de maatregelen heerlijk helder vertaalde. In eenvoudige woorden voor wie niet zo vlot kan lezen en zelfs in pictogrammen. Altijd
vanuit het perspectief van mensen in armoede. Dat je je communicatie op maat van de doelgroep schrijft, is niet meer dan logisch voor Steven. In deze periode is hij tegelijk bezorgd en hoopvol. Door de crisis zijn er meer mensen in armoede terechtgekomen. Maar dat maakt dat armoede hoog op de agenda staat en dat het nu meer dan ooit het moment is om in te grijpen.
DENKERS IN WELZIJN
steeds met hart en ziel. Waarom? Omdat ze met en voor mensen werkt. En dat is voor haar meteen de essentie van sociaal werk. Haar job heeft haar ook milder gemaakt. Omdat ze beseft dat miserie iedereen kan overkomen.
26 DE ESSENTIE VOLGENS TOM HELSEN ‘Ik geloof in druppels op hete platen. Iets doen voor een individueel iemand kan soms goede gevolgen hebben voor een grote groep.’
Omslagillustratie Pieter Van Eenoge
nr. 158 - april-mei 2022 |
3
JEUGDHULP
Participeren: hoe doe je dat?
“ER WORDT NOG TE VAAK OVER HOOFDEN HEEN BESLIST” Tekst Goele Geeraert | Foto’s Jan Locus en Florian Van Eenoo
Participatie, het begrip is niet meer uit de hulpverlening weg te slaan. Maar hoe ga je er concreet mee aan de slag? Check het participatiekompas. “Het kan dat extra duwtje geven dat de sector nodig heeft.”
P
articipatie. De een wordt meteen enthousiast als de term valt, de ander sluit zijn ogen en denkt er het zijne van. De een ziet alle mogelijkheden die participatie met zich brengt, de ander denkt misschien vooral aan ‘het extra werk’. Een artikel over het recent gelanceerde Participatiekompas voor de jeugdhulp riskeert dus ook beide reacties op te roepen. Spoiler alert: beide reacties zijn terecht volgens Reinhilde Pulinx en Joris Piot, medewerkers van het expertisecentrum Inclusive Society (UCLL) dat het Participatiekompas ontwikkelde op vraag van Opgroeien, het agentschap van de Vlaamse overheid. “Het is goed dat de overheid ziet dat participatie belangrijk is en er ook concrete ondersteuning voor biedt”, stelt Reinhilde. De steun kwam er in de vorm van een onlinetool die organisaties helpt om na te denken over participatie binnen hun werking en ook concrete instrumenten aanreikt om er verdere stappen in te zetten.
4
| nr. 158 - april-mei 2022
UURTJE PARTICIPATIE De website (participatiekompas.be) ziet er professioneel uit, een beetje overweldigend wel. “Participatie is niet iets dat je eens ‘een uurtje’ doet”, verklaart Reinhilde. “Het vraagt een beslissing om ervoor te gaan. Eens die genomen, kun je echter stap voor stap met het kompas aan de slag. Met de Quickscan kun je checken hoe je organisatie het op het vlak van participatie doet, zowel intern als bij de cliënten. Eens je daar het resultaat van kent, krijg je verschillende tools aangereikt die je helpen om nog meer op participatie in te zetten.”
MENTALE RUIMTE Het kompas werd ontwikkeld met input en feedback van organisaties op het terrein, om zo dicht mogelijk bij hun noden en verzuchtingen te blijven. Een van die verzuchtingen is het gebrek aan middelen en tijd. “Wij vinden participatie inderdaad
belangrijk”, klinkt het bij een deelnemer, “alleen beschikken we niet – zoals anderen – over een aparte kwaliteitsverantwoordelijke die het thema kan opnemen”. Joris en Reinhilde knikken: “We zien dat het gebruik van het kompas momenteel vaak op het niveau van de staf en de pedagogisch verantwoordelijken blijft hangen.
“Jongeren moeten nog meer mee kunnen beslissen over wat er gebeurt met hun leven.” Voor mensen aan de basis komt de aandacht voor participatie meestal bovenop alle andere taken. Het ontbreekt hen aan tijd en mentale ruimte om er echt aan te werken.” Joris illustreert: “Stel, je hebt een ruzie tussen twee jongeren in een leefgemeenschap. Als begeleider kun je dan je ‘bewakersrol’ opnemen. Vanuit je hiërarchisch hogere positie stop je de ruzie en zorg je dat de orde in de leefgroep wordt hersteld. Maar je kan ook een stap verderzetten: je stopt de ruzie, maar gaat er bovendien mee aan de slag. Door er aandacht aan te schenken, door er vragen rond te stellen, door erover in gesprek te gaan,
REINHILDE PULINX EN JORIS PIOT, MEDEWERKERS VAN HET EXPERTISECENTRUM INCLUSIVE SOCIETY (UCLL):
“Voor mensen aan de basis komt de aandacht voor participatie meestal bovenop alle andere taken. Het ontbreekt hen aan tijd en mentale ruimte om er echt aan te werken.”
nr. 158 - april-mei 2022 |
5
JEUGDHULP
door samen te exploreren wat dit nu voor de jongere betekent. In dat proces krijgen jongeren de kans om te groeien tot sterke en sociaal vaardige burgers. Maar het ontbreekt de begeleiders aan tijd en ruimte om dat proces te begeleiden.” Toch vindt Reinhilde dit geen reden om niet naar een participatieve werking te streven. “Je kan heel klein beginnen, door bijvoorbeeld een methodiek van het Participatiekompas uit te proberen. Wie weet wordt je organisatie daardoor getriggerd om nog een stap verder te gaan. Ter ondersteuning bieden we met het expertisecentrum in maart extra intervisies aan.”
MEGGIE VERSTICHELE, DIENST ONDERSTEUNINGSPLAN OOST-VLAANDEREN:
“Er wordt nog te vaak over het hoofd van de jongeren heen beslist.”
TE BRAAF Het gebrek aan middelen maakt dat de weg naar participatie soms moeizamer stapt dan gepland. Maar er is meer. Ook op het vlak van de mindset moet er nog water naar zee. Volgens Joris is onze maatschappij nog steeds hiërarchisch georganiseerd en organisaties stappen mee in dat idee. “Je ziet dan bijvoorbeeld dat een opvoeder die participatief probeert te werken door collega’s als ‘te braaf’ wordt bestempeld, als iemand die zijn gezag uit handen geeft. Maar ook de jongeren nemen zo’n opvoeder vaak niet ernstig. Want ze zijn het niet gewoon hun stem te mogen laten horen. Daarom is er participatie nodig op alle niveaus. De directeur moet participatief zijn met zijn staf. De staf moet participatief zijn met het team. Het team moet participatief zijn met jongeren, met ouders, met de buurt.”
IEDEREEN IN HET BAD Wat die participatie precies inhoudt, staat niet ‘per definitie’ vast. Reinhilde: “Dat verschilt voor elke organisatie. Daarom geeft het Participatiekompas ook geen sterk afgebakende visie mee. Het zet je daarentegen aan om te reflecteren over wat participatie voor jouw organisatie betekent. Hoe brengen mensen expertise in en hoe luister je naar anderen? Maar ook: hoe kijken je cliënten naar participatie? Niet alle jongeren willen bijvoorbeeld op
6
| nr. 158 - april-mei 2022
dezelfde manier participeren.” Eén punt geldt volgens Joris wel voor elk van hen. “Jongeren moeten nog meer mee kunnen beslissen over wat er gebeurt met hun leven. Momenteel zijn het vooral de systemen en de professionals die hun toekomst in handen hebben.”
TESTBATTERIJ Toen Inclusive Society een testbatterij samenstelde om het Participatiekompas in de praktijk uit te proberen, tekenden Meggie Verstichele van de dienst Ondersteuningsplan Oost-Vlaanderen en
een aantal collega’s present. “We maken ondersteuningsplannen voor mensen met een vermoeden van beperking. Daarbij toetsen we bijna alles af aan onze ambitie om cliënten en hun netwerk (weer) eigenaar van hun eigen leven te laten zijn. Als jongeren bijvoorbeeld de transitie van de jeugdzorg naar zelfstandig wonen maken, bespreken we met hen hoe zij dit zien. En ook: hoe kijken de ouders en de pleegouders er bijvoorbeeld naar? En de vrienden? Er wordt nog te vaak over het hoofd van de jongeren heen beslist. Ook al gebeurt dat met goede intenties.” “Bij de invulling van de Quickscan viel het op dat we verschillend naar participatie keken. Sommige collega’s gaven onze organisatie een zeer goede score, terwijl anderen vonden dat we nog meer konden doen.” Op basis van de resultaten paste de dienst haar werking al aan. Zo zullen cliënten in de toekomst aan intervisies kunnen deelnemen. Dat zijn belangrijke stappen, maar volgens Meggie kan er altijd meer. Daarom wordt het Participatiekompas binnenkort ook aan de rest van het team voorgelegd. “Binnen het werken volgens sociale netwerkstrategieën, is participatie een basishouding. Een onlinetool zoals het kompas daagt je uit om erover te blijven spreken en bij te leren.”
EXTRA DUWTJE Terwijl Meggie en haar collega’s hun interne organisatie aan de Quickscan onderwierpen, zette Ouderspunt – dat ijvert voor meer inspraak van ouders in de jeugdhulp – zich met enkele ouders rond de tafel om de website door te lichten. “Ouders geven aan dat ze zich niet gehoord en erkend voelen in hun beleving van het hulpverleningsproces. Participatie betekent daarentegen dat ze als deskundige van hun eigen kind worden gezien. Niet als het probleem, maar als een deel van de oplossing.” Volgens Eliska Douwen (medewerker Impactbeleid en Onderzoek van Ouderspunt) geeft de Quickscan organisaties snel een zicht op de sterktes en zwaktes van hun participatiebeleid.
Bovendien helpt hij hulpverleners nadenken over hun manier van werken. De toolbox, met allerlei hands-on materiaal, biedt dan weer concrete acties om echt rond participatie aan de slag te gaan. “Het Participatiekompas kan dat extra duwtje in de rug geven dat de sector nodig heeft om met ouders en jongeren samen een verhaal te schrijven.”
ELK ZIJN TAAK Meggie treedt Eliska bij: participatie draait inderdaad om het samen nadenken met de cliënt en het familiaal netwerk over de beste aanpak van een situatie. “Een belangrijke vraag daarbij is: wie doet wat? En wie kiest wie wat doet?” Volgens Meggie is dat een aandachtspunt voor organisaties en hulpverleners die vandaag de dag te veel van cliënten en hun netwerk overnemen.” Eliska knikt: “Het begint al bij studenten in opleiding. Zij zouden moeten leren dat hulpverlenen niet enkel kennis, ervaring en overleg met collega’s impliceert. Je doet het bovendien steeds in dialoog met je cliënt en zijn context.” Maar ook aan de zijde van de cliënten blijkt er nog werk. Meggie: “Zij laten het soms ook gebeuren, vanuit de redenering ‘jullie zijn de experten’. Wij willen naar een situatie waarin ieder expert is en de regie heeft over zijn eigen leven.” “Dat willen we ook”, repliceert Eliska. “Alleen geloven we dat ouders het soms ‘laten gebeuren’ omdat ze het gevoel hebben dat er niet naar hen geluisterd wordt. Ze zijn ook bang dat, als ze wel iets durven zeggen, ze daarop worden afgerekend.”
onderwijspersoneel en ook van de jongere zelf. Participatie is niet van een individu alleen. Het is een houding van een groep, van de maatschappij als geheel.” Het ultieme doel is volgens Inclusive Society, een maatschappij op basis van gelijkheid. Lees: een verantwoordelijke gemeenschap waar elk zijn steentje bijdraagt en waar je geen professional moet zijn om een jongere mee te begeleiden. Joris: “Natuurlijk hebben professionele hulpverleners hun waarde, maar we willen ook anderen uitnodigen om tot een oplossing voor de jongere te komen: ouders, familie, vrienden, buren, vrijwilligers.” Of we daar ooit zullen geraken, hangt volgens Inclusive Society in de eerste plaats af van de overheid. “Gelijkheid in de hulpverlening brengt extra werk mee voor de mensen aan de basis. Begeleiders moeten plaats maken én anderen uitnodigen om deze plaats in te nemen. Dat kan enkel als organisaties extra volk op het terrein kunnen aanwerven, zodat er tijd en ruimte is om aan dat proces deel te nemen”, weet Joris. “Het lijkt ons de taak van de overheid om die ruimte te creëren. Zij beschikt over de meeste macht om de verandering in gang te zetten.”
OVERHEID ALS HEFBOOM Wil je die situatie echter veranderen, dan moet iedereen mee in het bad. Meer macht voor de jongere en zijn omgeving betekent verandering met een grote V. Joris Piot: “Het impliceert een verandering van de regels en de organisatie van de overheid, van de aanpak in de jeugdhulp, van de vaardigheden en de houding van jeugdhulpprofessionals, van
>> Het expertisecentrum Inclusive Society organiseert intervisies rond de werking met het participatiekompas. Deelname is gratis! https://research-expertise. ucll.be/nl/navormingen/ intervisietraject-participatiekompas
nr. 158 - april-mei 2022 |
7
JEUGDHULP
‘IK WIL MIJN KINDEREN TONEN DAT IK HET MEEN’ S
éverine (49 jaar) is alleenstaande mama van drie opgroeiende zonen. Tijdens haar echtscheiding leerde ze met de hulp van Ouderspunt haar stem te laten horen. “Als ouder weet je soms niet waarin je terechtkomt. Je gaat om goede redenen uit elkaar, maar je kan op voorhand niet inschatten hoever die beslissing draagt. In het begin sta je daar en ben je best wel wat bang.” Maar via Ouderspunt kreeg Séverine meer zicht op hoe de hulpverlening werkt en werd ze ook aangemoedigd om haar mening te geven. “Ouderspunt organiseert bijvoorbeeld vormingen over de werking van een opvanghuis of van een jeugdrechtbank. Je komt ook in contact met andere ouders. Daardoor verbreed je je netwerk, maar ook je kennis. Je leert bijvoorbeeld dat je steeds hulp mag vragen, dat je het recht hebt om als ouder je stem te laten horen en bij beslissingen betrokken te worden.” Volgens Séverine
8
| nr. 158 - april-mei 2022
speelt elk zijn rol in het participatieverhaal. “De belangen van ouder en kind staan centraal. De kinderen moeten inbreng hebben, maar ook als ouder heb je dat recht. De hulpverlening moet als een partner objectief naar de zaak kijken en de jeugdrechter neemt beslissingen in functie van het grotere geheel.” Zelf ziet Séverine ouderparticipatie als een wisselwerking van verantwoordelijkheid krijgen en nemen. “Als ouder speel je een belangrijke rol in het leven van je kind. Dat geeft je het recht om betrokken te worden bij beslissingen, maar ook de plicht om je verantwoordelijk te gedragen. Zolang je die basisregel respecteert, heb je het recht om het gesprek met de hulpverlening en andere instanties aan te gaan.” Aan haar gesprekspartners vraagt Séverine vooral om in verbinding te blijven, zowel met de jongere als de ouder. “Ieder heeft zijn eigen verhaal. Een kind van gescheiden ouders kan
bijvoorbeeld met andere zaken worstelen dan het opvoedingspatroon – dat zich soms als eerste verklaring aandient.” Aan andere ouders wil Séverine vooral duidelijk maken dat ze zich kwetsbaar mogen opstellen en hulp mogen vragen. “We zijn allemaal van tel. Ook ouders die hun boodschap misschien moeilijk kunnen verwoorden. Je mag je verhaal telkens opnieuw laten horen en je mag ook terugkomen op wat je eerder hebt gezegd.” Séverine vindt haar streven naar participatie in de eerste plaats belangrijk voor de relatie met haar kinderen. “Als ouder moet je beseffen dat je kinderen je meer nodig hebben dan je misschien denkt. Daarom wil ik hen tonen dat ik het meen, dat ik het beste voor hen wil en dat ik daarvoor in gesprek durf te gaan, met wederzijds respect. Die boodschap wil ik hen meegeven, als basis voor de relaties in hun leven.”
OPENBAARHEID INSPECTIES
Inspectieverslagen Vlaamse woonzorgcentra voortaan online
MEER TRANSPARANTIE IN WERKING ZORGINSPECTIE Tekst Astrid De Vos | Foto Jan Locus
Sinds 1 maart zijn de verslagen van inspecties in de Vlaamse woonzorgcentra terug te vinden via de website van Zorginspectie. Door de verslagen online te publiceren, zet Zorginspectie in op de transparantie van haar werking. Tom Wylin van Zorginspectie geeft meer uitleg.
D
e inspecteurs van Zorginspectie lichten elk Vlaams woonzorgcentrum door en maken een verslag van hun bevindingen. Wie benieuwd is naar de inspectieverslagen van een bepaald woonzorgcentrum, vindt de documenten vanaf 1 maart terug via de website van Zorginspectie. Een zoekmachine haalt documenten via uit een database met inspectieverslagen vanaf 1 oktober 2021. Niet alle inspectieverslagen zijn te vinden met die zoekmachine. In sommige verslagen staan gevoelige persoonsgegevens. Om de privacy te beschermen, worden deze documenten niet gedeeld. Ze zijn net als oudere verslagen wel beschikbaar op aanvraag. “Om actieve openbaarheid te realiseren, is er een heel proces uitgetekend”, vertelt Tom Wylin van Zorginspectie. “Op vlak van het proces van de inspectie zelf wilden we een basisset van elementen opstellen die bij elke inspectie aan bod komen. Daarnaast hebben we inspectievragen die, afhankelijk van de situatie, aan het inspectiebezoek kunnen toegevoegd worden. Door alle woonzorgcentra op een
gelijk aantal punten te beoordelen, wilden we meer uniformiteit brengen tussen de verschillende inspecteurs.” “Ook werd kritisch bekeken welke elementen op een zo objectief mogelijke manier kunnen worden vastgesteld en is vastgelegd hoe deze elementen moeten worden beoordeeld. Dit was een volgende stap in een proces dat al jaren bezig is, waarbij we leidraden en werkvoorschriften ontwikkelen die de inspecteur handvatten biedt bij het uitvoeren van zijn of haar taken. De verdere verdieping van de bestaande instrumenten zorgt voor nog minder verschillen qua aanpak en beoordeling tussen de inspecteurs, en dus voor meer gelijkberechtiging van de voorzieningen”, legt Tom uit. “Nieuw op vlak van kwaliteitsbewaking is dat de reacties die worden ingediend niet langer door de individuele inspecteur behandeld worden. Vanaf nu worden ze om de drie weken besproken tijdens een intern overleg waaraan alle inspecteurs deelnemen. Daar wordt beslist of het verslag aangepast wordt. Pas daarna
wordt het verslag afgewerkt en als definitief verslag bezorgd aan de voorziening en aan Zorg en Gezondheid.”
ONAFHANKELIJKE INSPECTIE Alle Vlaamse woonzorgcentra vallen onder de verantwoordelijkheid van het Agentschap Zorg en Gezondheid. De inspectieverslagen van Zorginspectie spelen daarin een belangrijke rol. De inspecteurs van Zorginspectie doen onafhankelijk hun werk. Wanneer een verslag klaar is, krijgt het woonzorgcentrum de kans om er opmerkingen bij te geven. Daarna komt het document naar het Agentschap Zorg en Gezondheid. Zij volgen verbeterpunten op met het woonzorgcentrum en nemen maatregelen indien nodig. Een van die mogelijke maatregelen is een voorziening onder ‘verhoogd toezicht’ plaatsen. Dat betekent dat een voorziening een officiële aanmaning heeft gekregen om ernstige tekorten in haar werking te verbeteren en met een grotere regelmaat inspecties over de vloer zal krijgen. Verhoogd toezicht is meteen ook een laatste waarschuwing voor een voorziening. Als er geen verbetering optreedt, dreigt een procedure tot sluiting. Het agentschap Zorg en Gezondheid zet vanaf 1 maart ook de lijst online van de voorzieningen die onder verhoogd toezicht staan. Het agentschap zal die lijst bijwerken telkens er voorzieningen bijkomen of afvallen. nr. 158 - april-mei 2022 |
9
Om actieve openbaarheid te realiseren, is er een heel proces uitgetekend.
TOM WYLIN, MEDEWERKER VAN ZORGINSPECTIE:
“Door alle woonzorgcentra op een gelijk aantal punten te beoordelen, wilden we meer uniformiteit brengen tussen de verschillende inspecteurs.”
MOEILIJKHEDEN Het traject om de verslagen openbaar te maken, verliep niet zonder hindernissen. “We werkten projectmatig en lieten ons daarbij aanvankelijk ondersteunen door een externe partner. Dat was nodig omwille van de nood om iedereen, van hoog tot laag samen te brengen en in eenzelfde richting te doen werken. We mikten aanvankelijk op een traject van ongeveer een jaar: normaal zou actieve openbaarheid al eind maart 2020 van start gaan, maar de corona-epidemie stuurde alles in de war. Pas na anderhalf jaar was de werking voldoende genormaliseerd, zowel in de woonzorgcentra als bij Zorginspectie, en konden we de draad weer oppikken. Hierdoor begint de publicatie van
10
| nr. 158 - april-mei 2022
verslagen dus ongeveer twee jaar later dan gepland.” “Daarnaast moesten we ook een aantal technische euvels overwinnen. Zo zitten we bijvoorbeeld bij de start van de publicatie nog midden in een overgangsproces tussen oude en nieuwe software. Hierdoor moeten we nu zowel vanuit de oude als vanuit de nieuwe software en bijhorende databanken inspectieverslagen halen. Bovendien moet die nieuwe software getest worden en dat heeft een impact op het aantal inspecteurs dat je op het veld kunt inzetten voor inspecties en op hun planning. Ik moet zeggen dat ik de grote flexibiliteit en inzet van onze medewerkers tijdens deze periode enorm bewonder.”
>> Meer info over de openbaarheid van inspectieverslagen vind je op de website van Zorginspectie: www.departementwvg.be/ zorginspectie. >> De lijst met voorzieningen onder verhoogd toezicht is terug te vinden op: www.zorg-en-gezondheid.be/ kwaliteit-in-woonzorgcentra
STERK SOCIAAL WERK
STERK SOCIAAL WERK
Sociaal werk is overal aanwezig in onze maatschappij. Soms waar je het verwacht, zoals in verenigingen waar armen het woord nemen of bij het OCMW. Maar ook op plekken waar je misschien niet meteen bij stilstaat, zoals bij de politie. Sociaal werk is er niet alleen face to face, maar in deze tijden ook steeds meer telefonisch of online, zoals bij JAC Limburg. Over al deze vormen van sociaal werk lees je meer in dit dossier.
nr. 158 - april-mei 2022 |
11
STERK SOCIAAL WERK
Annemie Wauman over haar leven in het sociaal werk
“EEN CLIËNTE DIE HET GOED DOET: DAT DOET DEUGD” Tekst Peter Jan Bogaert | Foto Bob Van Mol
Annemie Wauman werkt al meer dan 30 jaar met hart en ziel bij het OCMW van Sint-Gillis-Waas. De samenleving en haar dienst zijn in al die jaren sterk veranderd, maar haar job is eigenlijk hetzelfde gebleven. Ze werkt met en voor mensen. Dat is de essentie van sterk sociaal werk.
Misschien een simpele vraag, maar waarvoor kan je terecht bij een OCMW? Annemie Wauman, OCMW Sint-GillisWaas: “In eerste instantie ondersteunen we mensen die het financieel moeilijk hebben. We kijken of iemand recht heeft op een leefloon of een andere uitkering. We doen natuurlijk veel meer dan dat. We kijken of er psychologische, medische of sociale ondersteuning nodig is. We leiden mensen toe naar werk of een opleiding. We ondersteunen nieuwkomers, zorgen voor budgetbegeleiding, of helpen bij inschrijvingen voor een school of een vakantiekamp voor de kinderen. En we zoeken mee naar gepaste huisvesting. Zeker in een kleinere gemeente zijn we ook het eerste aanspreekpunt voor tal van vragen rond het welzijn van onze inwoners.” En na meer dan 30 jaar doe je je werk nog altijd even graag? Wauman: “Absoluut. Net omdat het heel gevarieerd is. Geen dag is hetzelfde. Ik doe nu opnieuw wat ik het liefste doe:
12
| nr. 158 - april-mei 2022
mensen begeleiden die een wat langere ondersteuning nodig hebben. Ik begeleid ook studenten met een leefloon die net op hun eigen benen staan. Soms is de begeleiding kort, een paar weken of maanden. Ik ken soms ook al sommige cliënten meer dan 20 jaar. Of ik heb hun kinderen in begeleiding.” Is dat niet ontmoedigend? Wauman: “We zijn er ook voor die mensen. We zijn hun steun en toeverlaat en hebben hun vertrouwen. Elke stap vooruit is meegenomen. Er zijn ook veel verhalen te vertellen over mensen die wel vlot uit de miserie geraken. Het is nooit zwart-wit.”
mensen bijstaan om hun bankzaken online te regelen.” Zie je ook in een kleinere gemeente als Sint-Gillis-Waas dat de armoedeproblematiek brandend actueel is? Wauman: “Ja, absoluut. De plots veel hogere energiefactuur is echt iets waar onze cliënten wakker van liggen, nadat eerder ook al de waterprijs sterk is gestegen. Ook betaalbare huisvesting blijft voor velen een struikelblok, zeker als je maar over een klein inkomen beschikt. Het aanbod is hier vrij beperkt en de prijzen zijn even hoog als in een grotere stad.”
“Ik ben zelf wel milder geworden. Ja, het leven kan soms wel ongenadig hard zijn voor sommige mensen. Miserie kan iedereen overkomen.”
Op welke punten is de samenleving veranderd? Wauman: “Die is meer divers geworden, ook veel complexer. Net als de regelgeving en de administratie die ermee gepaard gaat. Het OCMW neemt ook wel meer expliciete taken op. De samenleving is er niet makkelijker op geworden. Persoonlijk zie ik bijvoorbeeld de digitale kloof dagelijks groter worden. Ik moet meer
Kunnen jullie terecht bij het beleid om die zaken te signaleren? Wauman: “Zeker op lokaal vlak vinden we een luisterend oor en zijn er directe lijnen met het bestuur. Sinds enkele jaren zijn we ingekanteld bij de gemeentelijke diensten en heten we nu het welzijnshuis. Die overgang is vrij vlot verlopen, toch
ANNEMIE WAUMAN, OCMW SINT-GILLIS-WAAS:
Ik hoop dat ik kan blijven getuigen dat werken bij het OCMW echt sterk sociaal werk is.”
blijven we nog altijd nét iets anders dan een doorsnee gemeentelijke dienst. Die hebben soms andere noden. Het fysiek kunnen ontmoeten van onze cliënten is voor ons bijvoorbeeld cruciaal.” Zijn je eigen inzichten veranderd in de afgelopen jaren? Wauman: “Ik ben wel wat milder geworden, merk ik. Je ziet zoveel gebeuren. Ondertussen denk ik: ja, het leven kan soms wel ongenadig hard zijn voor sommige mensen. Miserie kan iedereen overkomen. Een ziekte, faillissement, een relatiebreuk. Het kan snel keren. Mensen kunnen soms zo bezig zijn met ‘overleven’ dat ze er niets anders bij kunnen nemen. Als je bijvoorbeeld geen dak boven het hoofd hebt, is het echt moeilijk om een
gewoon leven te leiden. Die frustratie komt dan wel eens naar boven. We begrijpen dat, we raken mensen soms in het hart van hun bestaan.” Zijn er verhalen die je blijvend zullen herinneren? Wauman: “Er zijn er zoveel. Een van de mooiste verhalen is toch een jonge vluchtelinge die hier is toegekomen in penibele omstandigheden en in België zelf nog eens veel miserie heeft gekend omwille van een gewelddadige partner. Ondanks die miserie heeft ze dag en nacht gewerkt om een opleiding als zorgkundige rond te krijgen. Het is fantastisch om te zien hoe ze in haar job ook boven zichzelf uitstijgt. Zo’n verhaal maakt veel goed.”
Er zijn ook situaties die jou en je collega’s pijn doen? Wauman: “Ook die zijn er, uiteraard. Soms zijn er verschrikkelijke situaties waar kinderen in betrokken zijn en dan moet je echt even slikken. Dat kan dan wel eens blijven hangen. Ik ben blij dat we in die situaties veel steun vinden bij elkaar.” Je gaat niet meteen ander werk zoeken? Wauman: “Neen, echt niet. Het is mijn eerste job en het zal mijn laatste job zijn. (lacht) Ondertussen word ik af en toe uitgenodigd om bij studenten sociaal werk over mijn werk te hebben. Ik hoop dat ik kan blijven getuigen dat werken bij het OCMW echt sterk sociaal werk is.”
nr. 158 - april-mei 2022 |
13
STERK SOCIAAL WERK
De Zuidpoort maakt heldere site over wat mag
EERSTELIJNS TIJDENS CORONA Tekst Peter Jan Bogaert | Foto Jan Locus
Dit kan en moet echt beter, dacht Steven Van Hemelryck van De Zuidpoort. De beruchte powerpointpresentatie over corona van voormalige premier Sophie Wilmés was een trigger. Van Hemelryck ontwierp de site watmag.be. Helder, goed gestructureerd en visueel aantrekkelijk. Wat zijn de maatregelen? Wat mag er eigenlijk nog? Hoe werkt een virus? Mag mijn kind naar school? Gemaakt samen met ervaringsdeskundigen in de armoede.
D
e Zuidpoort is een kleine vzw in de wijk Nieuw-Gent, met drie professionele medewerkers, een 30-tal vrijwilligers en 100 ervaringsdeskundigen in de armoede. Vertrekkende vanuit een kwaliteitsvolle basiswerking wil De Zuidpoort een partner zijn voor sensibilisering, beleidsbeïnvloeding en armoedebestrijding.
HELDER Heldere communicatie en creatieve methodes zijn sowieso het handelsmerk van De Zuidpoort. “Mensen met armoede-ervaring zijn vaak kortgeschoold. Ze zijn het ook niet gewoon om dag in dag uit te vergaderen, of lange teksten te lezen of te schrijven. De zaken visualiseren helpt enorm, waardoor mensen kunnen volgen en mee participeren”, zegt Steven Van Hemelryck, beleidsmedewerker van De Zuidpoort. De coronacrisis overviel in het voorjaar van 2020 iedereen, niet het in minst mensen in armoede. Steven: “Iedereen was ongerust. Wat is veilig? Wat wordt er van ons
14
| nr. 158 - april-mei 2022
verwacht? De maatregelen volgden elkaar in sneltempo op. De mensen geraakten er niet meer aan uit, ook al wilden ze wel de regels volgen. Het klinkt nu absurd, maar in het begin zijn er wel degelijk boetes uitgeschreven voor mensen die in een park op een bankje gingen gaan zitten. En een boete van 200 euro is iets wat je echt wil vermijden als je in armoede zit.”
POWERPOINT Nog altijd is Steven verbaasd als hij terugblikt op die eerste periode en zeker op de die ene persconferentie met de warrige powerpointpresentatie. “Die avond heb ik zelf een overzicht gemaakt van wat de maatregelen waren, met veel pictogrammen, weinig tekst en een eenvoudige structuur. Via individuele en groepsgesprekken met mensen in armoede verwerkte ik feedback uit ons netwerk. Ook al is alles digitaal opgemaakt, het materiaal kon makkelijk worden geprint om uit te hangen of uit te delen.” Sociaal werkers hebben niet altijd veel aanleg of interesse om grafisch materiaal
uit te werken. “Klopt”, lacht Steven. “Op zich is dat niet zo moeilijk. Op YouTube staan veel filmpjes over hoe je met (gratis) software aan de slag kan gaan. En mijn motto is: blijven proberen en aftoetsen bij de mensen zelf. En door te mislukken leer je veel bij.”
LIEVEN SCHEIRE Niet onbelangrijk: alles werd uitgewerkt vanuit het perspectief van mensen in armoede. “Overheidscommunicatie, toen en nu nog altijd, vertrok te veel vanuit het perspectief van bevoegdheden en eigen diensten. Terwijl het toch veel logischer is om te clusteren en te kijken naar de impact voor iedereen.”
“Armoede staat hoog op de maatschappelijke agenda, het is nu hét moment om meer dan ooit daarop in te zetten.” Ook een bekend expert in wetenschapscommunicatie als Lieven Scheire werd voor het project ingeschakeld. “We vinden dat mensen recht hebben op objectieve, toegankelijke informatie over vaccineren. Het was wel cruciaal dat er eerst goed werd uitgelegd wat nu eigenlijk een virus is. We hebben dan zelf iets gemaakt – simpel en helder – en het voorgelegd aan Lieven Scheire. Zijn naam straalt ook vertrouwen uit.”
STEVEN VAN HEMELRYCK, BELEIDSMEDEWERKER VAN DE ZUIDPOORT:
“We hopen dat voortaan alle overheidscommunicatie meer aangepast kan zijn op maat van de doelgroep.”
Ondanks de soms felle vereenvoudigingen, heeft De Zuidpoort er altijd op gestaan om correct en objectief te informeren. De nuance dat een vaccin niet de sluitende oplossing is, maar wel het risico op ernstige aandoeningen fel vermindert is er zo één. Met het Agentschap Zorg en Gezondheid ging De Zuidpoort ook in overleg om de uitnodigingen voor de vaccinaties bij te schaven en duidelijker te maken. De site watmag.be werd opgemerkt, opgepikt en veel gedeeld. “Van bij de start dachten we ook: dit overstijgt onze opdracht. Maar de nood was hoog. Na een jaar heeft de stad Gent die taak op zich genomen en heb ik hen mijn bronbestanden kunnen doorgeven.”
LESSEN Welke lessen vallen er nu te trekken? Steven: “Natuurlijk hopen we dat voortaan
alle overheidscommunicatie meer aangepast kan zijn op maat van de doelgroep. Het wordt telkens onderschat hoe groot de groep is die niet kan volgen en afhaakt. En echt niet uit onwil. Bijna één op twee volwassen Vlamingen heeft het moeilijk om lange teksten te lezen en te begrijpen.” In een breder perspectief ziet hij dat de coronacrisis bestaande problemen beter zichtbaar heeft gemaakt. “De digitale kloof was er al. Het overschakelen naar een meer online dienstverlening, van banken tot overheden, heeft voor meer drempels gezorgd.” Door corona zijn er ook meer mensen in armoede terechtgekomen, merken ze bij De Zuidpoort. “Hogere energiekosten door thuis te moeten blijven en werken. Warme maaltijden op school voor de kinderen die wegvielen. Een hogere internetafrekening. Tijdelijke werkloosheid. Meer mensen deden een beroep op voedselhulp.”
Steven is hoopvol en tegelijk bezorgd. “Het lijkt alsof er ook meer begrip is voor die ‘nieuwe’ groep van armen, omdat ze er niets aan kunnen doen. Het is hen overkomen. Terwijl een persoon die al langer in armoede zit, toch vaak een negatieve stempel krijgt. Armoede staat hoog op de maatschappelijke agenda, het is nu hét moment om meer dan ooit daarop in te zetten.”
>> dezuidpoortgent.be
nr. 158 - april-mei 2022 |
15
STERK SOCIAAL WERK
Hard en zacht gaan goed samen bij de politie
“IK VOEL ME IN DE EERSTE PLAATS EEN SOCIAAL WERKER” Tekst Peter Jan Bogaert | Foto Bob Van Mol
Sociaal werkers vind je overal, ook bij de Lokale Politie Antwerpen. Marjan De Munck coördineert een team sociaal werkers bij de dienst Jeugd, Gezin en Nazorg. Zelf is ze ook een overtuigde sociaal werker in hart en nieren. Bij de politie en als vrijwilliger bij projecten in Gambia en Senegal. “Hard en zacht gaan goed samen bij de politie.”
Sociaal werkers bij de politie, hoe zit dat nu precies? Marjan De Munck: “De Antwerpse politie heeft er bewust voor gekozen om aparte sociaal werkers zonder politionele bevoegdheden aan te werven die in een team werken samen met rechercheurs. Opleiding en achtergrond verschillen, maar we werken wel intensief en goed samen. We zijn in eerste instantie hulpverleners. We hebben wel meldingsplicht, maar stellen geen pv’s op. Zo hebben we meer bewegingsvrijheid om te handelen, waarbij een goede kennis van de sociale kaart een absolute vereiste is. Vaak zijn dat kortstondige interventies of verwijzen we gericht door. We doen zelf geen trajecten of begeleidingen.” De meeste sociaal werkers bij de politie van Antwerpen vind je bij de dienst Jeugd, Gezin en Nazorg. Wat doen jullie daar exact? De Munck: “Bij onze dienst ‘nazorg’ spelen sociaal werkers een rol bij het ondersteunen en begeleiden van
16
| nr. 158 - april-mei 2022
slachtoffers, bij Jeugd en Gezin treden we op in verontrustende situaties op vraag van het jeugdparket. Er zijn altijd drie sociaal werkers beschikbaar die in alle mogelijke crisissituaties kunnen tussenkomen. Bijvoorbeeld bij het nemen van een jeugdbeschermingsmaatregel, wanneer de fysieke en psychische integriteit van een minderjarige in gevaar is.”
“Als sociaal werker wil je toch ook altijd een beetje op de barricaden staan, toch?” “Ofwel kunnen ze alleen optreden, ofwel samen met een (hoofd)inspecteur. Altijd in burgerkledij. Daarnaast worden sociaal werkers dagelijks ingezet om nazicht te doen van de leefomstandigheden op vraag van het parket. We brengen dan de gezinscontext in kaart, checken ook info bij politionele databanken en brengen dan een huisbezoek, meestal onaangekondigd. Vorig jaar kregen we 1.797 van
die opdrachten. Bedoeling is in gesprek te gaan met de ouders, kijken wat nodig is om gezinnen terug in hun kracht te zetten.” Het is én werken voor de politie én sociaal werk. De Munck: “Ja, we zeggen ook altijd dat we sociaal werkers zijn. Er is soms wat weerstand, wat zeker begrijpelijk is. We hebben dat maatschappelijk werken wel in onze vingers. In die zin zijn we zeker ook geïnspireerd door de krachtlijnen van het sterk sociaal werk, zoals bijvoorbeeld het nabije, het verbindende en het krachtgericht werken. We zijn ook intern aan de slag met de positieve methodieken van Signs of Safety bijvoorbeeld. En we willen ook politiserend werken, signaleren welke maatschappelijke noden er zijn. Als sociaal werker wil je toch ook altijd een beetje op de barricaden staan, toch? Aankaarten hoe het beter kan. Ook wij worden geconfronteerd met het dichtslibben van de hulpverlening. Onze medewerkers voelen zich steeds erg verantwoordelijk. Sommige situaties laten je zeker niet onberoerd.” Vinden jullie daar gehoor bij de top van het korps? De Munck: “Er is zeker bereidheid om te luisteren naar goed onderbouwde voorstellen en ondertussen is er een groot aanbod aan projectwerkingen. We hebben al een goede weg afgelegd, al is er altijd nog wat groeimarge. (lacht) Ik heb ondertussen ook geleerd dat het goed is dat je op een constructieve en creatieve manier van je laat horen.”
MARJAN DE MUNCK, COÖRDINATOR NAZORG DIENST JEUGD, GEZIN EN NAZOR VAN DE LOKALE POLITIE ANTWERPEN:
“We laten ons inspireren door de krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk: verbindend, krachtgericht én politiserend werken.”
Wat zijn voor jullie dienst de uitdagingen voor de toekomst? De Munck: “Diversiteit in alle betekenissen van het woord: gender, afkomst, leeftijd. De samenleving is al superdivers, dat zal alleen maar toenemen. We staan ook open voor profielen met een andere basisopleiding, zoals orthopedagogie of toegepaste psychologie.” Er zijn ook sociaal werkers aan de slag bij andere diensten? De Munck: “Ja, we hebben ook een intern stressteam met psychologen en sociaal werkers voor het welzijn van onze eigen medewerkers. Met een 24-uurspermanentie, waaronder ik zelf. Daardoor zijn we meteen beschikbaar als er zich incidenten voordoen waarbij collega’s betrokken zijn.” Boeiende job en altijd bezig! En toch nog tijd voor extra opleidingen en vrijwilligerswerk? De Munck: (lacht) “Persoonlijke ontwikkeling is cruciaal. Momenteel studeer ik als werkstudent voor mijn master sociaal werk. De dialoog tussen wetenschappelijke inzichten en de sociaalwerkpraktijk is enorm verrijkend. Verder hou ik ervan om studenten sociaal werk te begeleiden bij hun stages. Ze houden mijn blik op scherp.” “Zelf heb het meest geleerd door mijn ervaringen bij enkele projecten in Afrika. In Gambia doe ik vrijwilligerswerk voor de vzw Contano. Daar richten we ons samen met de lokale professionals en overheden op gezinnen die in kwetsbare situaties leven. In Senegal engageer ik me voor straatkinderen en is het de bedoeling om samen met de lokale overheden een dagcentrum uit te bouwen.”
nr. 158 - april-mei 2022 |
17
STERK SOCIAAL WERK KELLY VERBEECK, TEAMONDERSTEUNER JAC LIMBURG:
“Als hulpverlener maak je gebruik van verschillende technieken om contact te leggen en te onderhouden met je cliënt.”
Face to face, telefonische en onlinehulp
DE TOEKOMST IS BLENDED Tekst Peter Jan Bogaert
20 jaar geleden zetten de CAW’s in Vlaanderen en Brussel de eerste stappen in de uitrol van online en blended hulp. Maar wat is dat precies? Kelly Verbeeck legt het graag uit. Ze werkt als teamondersteuner bij JAC Limburg.
Blended hulp, wat moet iemand die het niet kent zich erbij voorstellen? Kelly Verbeeck, teamondersteuner JAC Limburg: “Blended hulp is de combinatie van face to face, telefonische en online hulp. Als hulpverlener maak je met andere woorden gebruik van verschillende technieken om contact te leggen en te onderhouden met je cliënt. Zo kun je bijvoorbeeld tijdens een eerste telefoongesprek met een cliënt de hulpvraag en verwachtingen verkennen en vervolgens een afspraak maken voor een face-to-facegesprek. Na het gesprek zet je de afspraken en de huiswerkopdrachten als herinnering op mail naar je cliënt. Het volgende gesprek staat twee weken later gepland. Intussen voer je een beeldbelgesprek om je cliënt de mogelijkheid te geven om te ventileren.” Wanneer dook het thema blended hulp voor het eerst op in het CAW? Kelly Verbeeck: “Ondertussen zijn we bijna 20 jaar bezig met onlinehulp. In het begin
18
| nr. 158 - april-mei 2022
“Mensen hebben ook nood aan face-to-facecontact en connectie.” gebruikten we e-mail om mensen de weg naar onze dienst te wijzen. We merkten echter al snel dat bij hen de verwachting leefde om via dat kanaal een antwoord op hun vragen te krijgen. Het is een methodiek op zich om via e-mail mensen een antwoord te geven op een hulpvraag.” Mensen kunnen tegenwoordig ook via chat een gesprek voeren met een hulpverlener van het CAW. Hoe is dat aanbod tot stand gekomen? Kelly Verbeeck: “We ontwikkelden ons chataanbod toen we merkten dat jongeren chatplatformen gebruiken om hun netwerk uit te breiden en gevoelige thema’s te bespreken. Cliënten ervaren chat als een
laagdrempelige manier om hulp te zoeken. Sommige mensen vinden het moeilijk om hun verhaal te doen tijdens een face-tofacecontact. Ze voelen zich veiliger om lastige onderwerpen te bespreken tijdens een chat. Wat voor mail geldt, kun je ook op chat toepassen: hulpverlening via chat is een methodiek op zich.” Welke evoluties komen eraan bij blended hulp? Kelly Verbeeck: “We willen graag zijn waar onze cliënten zijn. En vaak is dat online. Daarnaast moet de hulp kwaliteitsvol blijven. Daarom is het belangrijk om visie over onlinehulp te ontwikkelen en ons daarbij vragen te stellen. Wat willen we bereiken of beter bereiken? Wat hebben we hiervoor nodig?” Kortom, de toekomst van hulpverleningscontacten bestaat uit een mix van face to face en online? Kelly Verbeeck: “Absoluut. Mensen hebben ook nood aan face-to-facecontact en connectie. Ondertussen heeft de crisis de meerwaarde en mogelijkheden getoond van online met elkaar in verbinding te staan. Het gaat niet om on- of offline. De toekomst is blended.”
>> www.caw.be
IN CIJFERS
TABAK IN CIJFERS Uit cijfers van de laatste Gezondheidsenquête (2018) blijkt dat 19% van de Belgen ouder dan vijftien rookt: 15% dagelijks, 4% af en toe. De Dag tegen Tabak op 31 mei vestigt de aandacht op negatieve gevolgen van roken, de jaarlijks miljoenen doden wereldwijd en de mogelijkheden om hulp te vragen bij het stoppen met roken.
16,6 JAAR
15% ROKERS
De gemiddelde leeftijd waarop voor het eerst een volledige sigaret gerookt wordt is 16,6 jaar. Op gemiddeld 18,3 jaar wordt met dagelijks roken gestart.
In 2018 zijn er bij jongeren tussen de 15-24 jaar in ons land 15% rokers, waarvan 11% dagelijkse rokers (14% van de jongens en 8% van de meisjes). In 2013 waren er nog 22% rokers en 17% dagelijkse rokers in deze leeftijdsgroep.
AANTAL ROKERS
DAALT
Het aantal rokers daalt: in 2018 rookten een kwart minder Belgen ouder dan vijftien dan in 2008: 19% tegenover 24,5%.
HOOGSTE
57%
1,4 MILJOEN ROKERS
PERCENTAGE
57% van de Belgen heeft nooit gerookt.
1,4 miljoen rokers in België zijn goed voor 21 miljoen gerookte sigaretten per dag.
Het hoogste percentage rokers vinden we bij de 25- tot 44-jarige mannen.
15 VERGELIJKING Bij de hoogst opgeleiden zijn er significant minder rokers (15,3%) en dagelijkse rokers (10,1%) in vergelijking met lagere opleidingscategorieën. 24% van de Belgen met een diploma lager of hoger secundair onderwijs rookt.
GEMIDDELD SIGARETTEN/DAG
Gemiddeld worden er 15 sigaretten per dag gerookt. 5% van de Belgen is een zware roker en rookt meer dan 20 sigaretten per dag.
Bron: Gezondheidsenquête 2018 / gezondleven.be >> www.tabakstop.be
nr. 158 - april-mei 2022 |
19
FARA
Fara lanceert online keuzehulp ongeplande zwangerschap
“STILSTAAN BIJ KEUZE KAN VERWERKINGSPROBLEMEN ACHTERAF VERKLEINEN” Tekst Astrid De Vos | Foto Jan Locus
Eén op vier vrouwen in Vlaanderen raakt ongepland zwanger. Voor vrouwen, mannen en koppels die te maken krijgen met een onbedoelde zwangerschap ontwikkelde de vzw Fara een online keuzehulp. Deze onlinetool biedt hen een houvast tijdens hun beslissingsproces. Weliswaar sprak met Laura Jacobs, contactpersoon ongeplande zwangerschap bij Fara.
O
ngeplande zwangerschappen zijn van alle tijden en kunnen iedereen overkomen. Als de zwangerschap naast ongepland ook ongewild is, kan een moeilijke keuze volgen. “Fara luistert, informeert en begeleidt bij zwangerschapskeuzes”, vertelt Laura. “We zijn er voor mensen die voor een moeilijke keuze staan, zoals moeders die ongepland zwanger raken. Of ouders die na een prenataal onderzoek te horen krijgen dat er iets mis is met het kindje en een beslissing moeten nemen. Ook na de keuze bieden we ondersteuning, bijvoorbeeld voor wie het moeilijk krijgt na een abortus. Daarnaast organiseren we ook vormingen, intervisies en overlegmomenten voor professionals die met deze doelgroep in contact komen. Door maatschappelijke sensibilisering en opiniëring
20
| nr. 157 - februari – maart 2022
willen we thema’s zoals ongeplande zwangerschap, tienerzwangerschap en abortus bespreekbaar maken.”
LAAGDREMPELIGE HULP Het hoofdkantoor van Fara is gelegen in Heverlee, maar het werkingsgebied strekt zich uit over heel Vlaanderen. “Door corona vindt het merendeel van onze gesprekken online plaats. Nu de fysieke drempel is weggevallen, merken we dat we meer mensen uit andere provincies bereiken. We beschikken over een heel laagdrempelig eerstelijnsaanbod. Op onze website vind je een schat aan informatie, daarnaast kunnen mensen ook bij ons terecht via chat, mail of telefoon.”
“Eén op vier vrouwen raakt ooit ongepland zwanger.” Om hun onlineaanbod nog uit te breiden, lanceerde Fara begin dit jaar een online keuzehulp. “Deze tool is bedoeld voor vrouwen, mannen of koppels die voor een ongeplande zwangerschap staan en zich afvragen: wat nu? Dit kan een student van 20 jaar zijn, maar ook bijvoorbeeld een koppel dat ongepland zwanger is van een derde kindje. De gemene deler is een ongeplande zwangerschap die hen overkomt en de wens om hierbij stil te staan en tot een weloverwogen beslissing te komen.”
LAURA JACOBS, CONTACTPERSOON ONGEPLANDE ZWANGERSCHAP BIJ FARA:
“We hopen dat mensen de online keuzehulp gebruiken, omdat het maken van een keuze echt wel een proces is.”
“Daarnaast bevat de keuzehulp ook heel wat informatie. Hoe weet je dat je zwanger bent? Waar kan je terecht als je nood hebt aan een gesprek? Waar kan je terecht als je voor abortus kiest? Wie kan je ondersteunen als je kiest voor ouderschap? In dat opzicht maakt de tool je ook wegwijs in het hulpverleningslandschap.” “Je kan de keuzehulp volledig anoniem doorlopen, maar je kan er ook voor kiezen om je in te loggen in een beveiligde omgeving. Zo worden je antwoorden opgeslagen en kan je later weer inpikken waar je gestopt was. We hopen dat mensen hier gebruik van maken, omdat het maken van een keuze echt wel een proces is. Op een later moment kan je dan terugkeren en kijken hoe en waarom je tot een bepaalde beslissing bent gekomen. De website beschikt ook over een vertaal- en voorleesfunctie.”
SCHAAMTE EN TABOE “De ontwikkeling van deze tool stond al langer op onze planning, maar corona heeft het proces zeker versneld. We voelden dat er op dit vlak een hiaat bestond in ons hulpverleningslandschap. Onze Nederlandse zustervereniging Fiom werkt al langer met een online keuzehulp en van hen hoorden we dat dit erg goed werkte”, vertelt Laura. “Op thema’s zoals abortus en ongeplande zwangerschap rust nog steeds een taboe. Veel vrouwen kampen met schaamtegevoelens, wat de drempel naar professionele hulpverlening verhoogt. Online hulpverlening kan hier een oplossing bieden. Mensen kunnen anoniem, op eigen tempo, in de eigen ruimte met de online keuzehulp aan de slag gaan.”
HULP OP MAAT “Wanneer je op de website komt, duid je eerst aan of je zelf ongepland zwanger bent of (ex-)partner bent van iemand die ongepland zwanger is. Afhankelijk van
dat antwoord wordt er nog een aantal richtvragen gesteld, bijvoorbeeld hoelang je al zwanger bent. Dit is namelijk belangrijk voor je beschikbare opties. Als je bijvoorbeeld aanduidt dat je minder dan 12 weken zwanger bent, dan zie je alle opties die je op dat moment hebt. In die zin is het echt hulp op maat.” “Het grootste deel van de online keuzehulp bestaat uit opdrachten. Deze keuzehulp is zeker geen trechter, waarbij je een aantal vragen beantwoordt en er vervolgens een scherm verschijnt met welke beslissing je best neemt. Het gaat om diepgaande vragen die aanzetten tot nadenken en je op weg helpen naar een keuze die haalbaar aanvoelt. Zo gaan we trouwens ook aan de slag wanneer mensen bij ons op gesprek komen. De opdrachten zijn onderverdeeld in drie groepen. Je hebt luisteropdrachten, schrijfopdrachten en verbeeldingsopdrachten. We proberen ook de omgeving van de persoon die zwanger is te betrekken. Zo is er een opdracht die erop gericht is om zicht te krijgen op wie er in je netwerk zit, een heel belangrijk element in je keuze.”
EEN WELOVERWOGEN BESLISSING
“Wanneer je een keuze hebt gemaakt, kom je in het laatste deel van de keuzehulp terecht. Hier vind je waar je terechtkan, waar je allemaal aan moet denken, wat je in orde moet maken. Via een contactknop met hyperlinks kan je eenvoudig contact opnemen met een vroedvrouw of een abortuscentrum, een CAW, teleonthaal of het JAC. De laatste drie zijn onze partners in het project, samen met de KU Leuven en de UCLL. Ook Luna, Pleegzorg Vlaanderen en Adoptiehuis zijn belangrijke samenwerkingspartners die alle delen rond abortus, pleegzorg en adoptie nauwkeurig hebben nagelezen.” “Maar liefst één op vier vrouwen in Vlaanderen raakt ongepland zwanger. Het gaat om een enorm grote groep. Niet iedereen heeft het moeilijk om tot een keuze te komen, maar we zien wel dat stilstaan bij een keuze de kans op verwerkingsproblemen achteraf verkleint. Ongeacht de keuze die je maakt.” >> www.fara.be
nr. 158 - april-mei 2022 |
21
CORONAMAATREGELEN GOED OPGEVOLGD IN SECTOR VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP V
oorzieningen voor personen met een handicap volgden de preventieve richtlijnen en maatregelen om een corona-uitbraak te voorkomen tijdens de eerste en tweede golf goed op. Ze waren ook voorbereid om eventuele uitbraken het hoofd te kunnen bieden. Dat blijkt uit een rapport van Zorginspectie, die bijna 200 zorgaanbieders tussen juni 2020 en maart 2021 doorlichtte.
22
| nr. 158 - april-mei 2022
Gedurende negen maanden in de eerste helft van de pandemie onderzocht Zorginspectie of de geldende richtlijnen en beschermingsmaatregelen in voorzieningen voor personen met een handicap werden nageleefd. Zorginspectie ging ook na of de sector paraat was om uitbraken snel de kop in te drukken. Bijna 200 inspectiebezoeken werden uitgevoerd bij vergunde woonvormen en dagbesteding voor volwassenen en minderjarigen. De
inspecties baseerden zich op observaties, documenten (zoals dossiers, procedures, richtlijnen en draaiboeken) en gesprekken met verschillende medewerkers.
VEEL AANDACHT VOOR PREVENTIEVE MAATREGELEN
Uit deze inspecties – die aangekondigd gebeurden om de veiligheid van
INTERVIEW
met korte mouwen, wat niet in lijn is met de basisvereisten voor een strikte handhygiëne in de zorg.
PLAN VAN AANPAK: VAKER KAMERISOLATIE, MINDER COHORTERING Voorzieningen bleken ook een aanpak en plan klaar te hebben voor het geval er corona zou uitbreken. In 93% van de gevallen zou de isolatie van besmette gebruikers snel en adequaat gerealiseerd kunnen worden door middel van contactdruppelisolatie op de eigen kamer, al zouden sommige zorggebruikers dan wel inboeten op vlak van levenskwaliteit. Niet alle bewoners hebben immers een eigen kamer en persoonlijke kamers zijn niet altijd voldoende uitgerust voor kamerisolatie. Bovendien laat de problematiek van de bewoners die manier van isoleren niet altijd toe.
zorggebruikers en personeel te kunnen garanderen – blijkt dat de preventieve maatregelen op vlak van handhygiëne, gebruik van mondmaskers, onderhoud en alertheid voor COVID-19 symptomen goed werden opgevolgd. Meermaals per dag de handen wassen, maakte overal deel uit van de routine van zowel zorggebruikers als medewerkers. En er werd voldoende alcoholgel voorzien. Voorzieningen bleken ook alert om ruimtes voldoende te ventileren en verluchten. Wel was er hier en daar nog verbeterpotentieel bij het aanbieden van instructies om de handen te wassen of het voorzien van aangepaste vuilbakken die niet met de hand moesten worden bediend. Ook droeg meer dan één op de vier geïnspecteerde medewerkers nog juwelen aan handen of polsen. Bijna één op de vier geïnspecteerde medewerkers droeg bovendien geen kledij
VEILIGHEID VERSUS NORMAAL LEVEN Uit het rapport blijkt ook dat er inspanningen zijn geleverd om een evenwicht te zoeken tussen veiligheid enerzijds en enigszins normale leefomstandigheden anderzijds. En dat ondanks de ingrijpende maatregelen die een weerslag hadden op de sociale contacten van de bewoners. Voor de veiligheid van de bewoners speelde hun leven zich voornamelijk af in de bubbel van de eigen leefgroep of woning, maar konden ze mits specifieke afspraken wel gebruik blijven maken van gemeenschappelijke ruimtes zoals ontspannings- of snoezelruimtes. Bezoek was ook grotendeels nog mogelijk – hetzij onder strikte voorwaarden, die grotendeels werden opgelegd door de overheid. Er werd ook steeds getracht een (aangepast) dagprogramma te blijven voorzien. Hoe deze alternatieven ervaren werden door de gebruikers, werd tijdens deze inspecties niet onderzocht.
De meerderheid van de voorzieningen gaf aan niet in te zetten op cohortering in de eigen leefgroep of een aparte afdeling. Het vaakst werd aangegeven dat er dan onvoldoende begeleidend personeel zou zijn dat ’s nachts exclusief toegewezen zou kunnen worden aan de cohorteafdeling (13,6%). In mindere mate zou er onvoldoende begeleidend personeel overdag (6,8%) beschikbaar zijn, of logistiek personeel (7,5%) dat exclusief kan worden toegewezen aan de cohorteafdeling.
Karine Moykens spreekt zich positief uit over de bevindingen van Zorginspectie. “Dit rapport toont aan dat er ondanks moeilijke, steeds veranderende omstandigheden grote inspanningen werden geleverd om de gezondheid van personen met een handicap zoveel mogelijk te beschermen. Er is steeds gezocht naar creatieve oplossingen om kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning te kunnen blijven bieden.”
Volgens Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, die ook de Vlaamse Taskforce voor corona leidt, kan die keuze ook verklaard worden doordat de zorg voor personen met een handicap vaak al georganiseerd is in kleinere leefgroepen. “Hoewel ook deze sector helaas niet van corona gespaard bleef, konden grote uitbraken daardoor beter worden voorkomen en beperkt.”
Volgens James Van Casteren, administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), bevestigt het onderzoek de vaststellingen van het agentschap. “Gedurende heel deze periode zagen we voorzieningen bereid om in vaak moeilijke en niet vanzelfsprekende omstandigheden voortdurend te schakelen en rekening te houden met de noden van de personen met een handicap. Personeel gaf zich voor de volle 100%.”
nr. 158 - april-mei 2022 |
23
DENKERS IN WELZIJN
Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.
Psychiater An Haekens kijkt naar de toekomst van de ouderenzorg.
“DE MENS IS ZOWEL EEN VLIEGEND PAARD ALS EEN OUDE KNOL” Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus
We zijn geen supermensen. Zeker niet als we wat ouder worden. In plaats van weg te kijken, pleit ouderenpsychiater An Haekens ervoor om kwetsbaarheid bij onszelf en anderen te aanvaarden. Weliswaar sprak met haar over wat zij ziet als de grote uitdaging voor de toekomst: verbinding.
A
n Haekens is medisch directeur in de Alexianen Zorggroep Tienen. Ze werkt als psychiater en psychotherapeut al heel lang met ouderen. Vorig jaar werd ze voor haar inzet nog onderscheiden met de Prijs voor de Spirituele Zorg, uitgereikt door de Beroepsvereniging van Zorgpastores. Als ouderenpsychiater heeft ze er bij herhaling voor gepleit om met meer mildheid naar onszelf en naar onze medemensen te kijken.
vragen en -noden. Meer mensen verouderen en er zijn meer chronische aandoeningen. Het is niet realistisch om te denken dat we met professionele zorg al die problemen zullen oplossen. Er zal dus in de toekomst meer intersectoraal en met niet-professionele partners worden samengewerkt. Dat principe wordt nu al toegepast in de ‘zorgzame buurten’, waar mantelzorgers, actieve senioren en allerhande vrijwilligers samenwerken.”
Hoe ziet u de toekomst van de zorg?
Uw toekomstbeeld is gebaseerd op uw praktijkervaring als psychiater. Maar verwachten veel mensen net niet dat de overheid meer problemen oplost? “Ik voer een pleidooi voor meer solidariteit in de samenleving. Je kan je afvragen of alle problemen opgelost moeten worden. Niet alles moet gemedicaliseerd worden, een boodschap die mensen als Damiaan Denys, Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe al heel lang brengen. Niet alle onbehagen, niet elke vorm van psychisch lijden, niet elk ongemak is pathologie. Tegelijkertijd mogen we al die zorgvragen niet
An Haekens: “Voor ons, medewerkers van de Alexianen Zorggroep Tienen, is verbinding het thema van de toekomst. Nog meer inzetten op de relatie tussen onze medewerkers, onze patiënten en hun familie. Op meer verbinding tussen medewerkers onderling. En op een betere samenwerking met andere zorgpartners, zowel binnen als buiten de sector van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).” “In de GGZ zie je reeds een evolutie naar netwerkpsychiatrie. Er zijn meer zorg-
24
| nr. 158 - april-mei 2022
banaliseren. We moeten mensen ernstig nemen en hun klachten oppakken, ook om te voorkomen dat er zich ernstige problemen zouden ontwikkelen.” “Zoeken naar evenwicht is de boodschap. De veerkracht van mensen vergroten. Mensen zijn vaak sterker dan ze denken en kunnen best wel tegen een stootje. Niet iedereen hoeft in therapie te gaan. Onbehagen vormt nu eenmaal een stuk van het leven. En ook hier is inzetten op verbinding helpend om de veerkracht te vergroten.” Hoe zouden we de solidariteit met ouderen kunnen vergroten? “Er is zeker nood aan concrete projecten die generaties met elkaar verbinden. Die projecten zijn door corona gestopt en moeten weer op gang komen. Een beproefde methode om solidariteit te vergroten is ervoor zorgen dat mensen elkaar leren kennen. Je moet de mogelijkheid organiseren dat mensen
elkaar tegenkomen. Op die manier verdwijnen vooroordelen.”
AN HAEKENS, MEDISCH DIRECTEUR ALEXIANEN ZORGGROEP TIENEN:
Doordat we gemiddeld ouder worden dan vroeger, is het niet zo duidelijk tot welke groep we behoren. Er bestaat niet zoiets als ‘de oudere’.
“Veel kwetsbare mensen schamen zich omwille van wat hen overkomt. Is het niet verschrikkelijk dat je je terugtrekt uit schaamte voor je aftakeling?”
“Het is de eerste keer in de geschiedenis dat we zo’n lange laatste levensfase beleven. We weten als samenleving niet zo goed hoe ermee om te gaan. Ook het woonaanbod is niet afgestemd op de diversiteit van behoeftes. Er zijn mensen die lichamelijk nog heel goed zijn, maar niet meer alleen willen wonen. Die mensen willen niet naar een woonzorgcentrum. Beschut wonen is ook niet wat ze zoeken. We hebben een meer gedifferentieerd woonaanbod nodig.” Het zou geen stigma mogen zijn dat je hulp krijgt.
Er is nood aan concrete projecten die generaties met elkaar verbinden.
“Het is alsof je geen volwaardig mens meer bent, zodra je afhankelijk wordt van hulp. Van dat vooroordeel moeten we af. Er is een citaat van filosoof Søren Kierkegaard dat me altijd is bijgebleven. Hij beschrijft de mens als een koetsier die tegelijkertijd een oude, afgematte knol én een vliegend paard bij elkaar moet houden. Vandaag zijn we te veel het een of het ander. We hebben geen evenwicht gevonden. We moeten een vliegend paard zijn, een Pegasus, en bij de minste kwetsuur belanden we bij de oude knollen. De samenleving ziet die oude knollen niet graag.” “Het kan best anders, zoals een recente documentaire over zanger Rob de Nijs toonde. Je ziet hem tijdens een optreden in het Sportpaleis in al zijn kwetsbaarheid, je hoort hoe zijn zangstem breekt en hoe hij er zich toch over probeert te zetten. Ik vind het heel sterk hoe hij over zijn kwetsbaarheid getuigenis aflegt. Dit helpt mensen om na te denken over afhankelijkheid. Veel kwetsbare mensen schamen zich omwille van wat hen overkomt. Is het niet verschrikkelijk dat je je terugtrekt uit schaamte voor je aftakeling?”
>> Lees het volledige gesprek met An Haekens op weliswaar.be
nr. 158 - april-mei 2022 |
25
“Iets doen voor een individueel persoon kan soms goede gevolgen hebben voor een grotere groep.”
26
| nr. 158 - april-mei 2022
DE ESSENTIE VOLGENS TOM HELSEN
“IK GELOOF IN DRUPPELS OP EEN HETE PLAAT” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren
De meesten kennen Tom Helsen als zanger. Wat misschien minder mensen weten, is dat hij zich ook als vrijwilliger inzet voor de sociale kruidenier in Leuven, en voor mensen in armoede. Onlangs besloot hij zijn Twitter account met 24.000 volgers enkel nog te gebruiken om mensen in armoede of met andere problemen te helpen. “Ik heb het geluk dat ik niet moet gaan werken, en tegelijk verdien ik meer dan genoeg geld. Daarom wil ik graag heel veel teruggeven aan andere mensen. Mijn leven is een sprookje met heel veel tijd en ruimte”, steekt Tom van wal. “De sociale kruidenier heeft zijn thuisbasis in Kessel-Lo. Maar veel Leuvenaars die het nodig hebben, geraken daar niet. Ze hebben geen auto en kunnen geen buskaartje betalen. Daarom maken we de sociale kruidenier op woensdagvoormiddag mobiel. Dan help ik de vrachtwagen uitladen, alles klaarzetten en sta ik achter de kassa. We proberen zoveel mogelijk mensen te bereiken, maar het kan nog beter. We zoeken nu uit hoe we nog duidelijker kunnen communiceren dat we er zijn.” De sociale kruidenier is meer dan een kruidenier. “Sommige vrijwilligers die er werken, zitten zelf ook in armoede. Dat kan voor hen een springplank
zijn om dichter bij de betaalde arbeidsmarkt te raken. Ze krijgen opnieuw meer structuur in hun dag, leren samenwerken met collega’s en een coördinator. Voor anderen is de kruidenier ook een ontmoetingsplek waar ze speciaal naartoe komen om een gesprekje te voeren.”
>> Lees op weliswaar.be verder over waarom Tom gelooft in druppels op een hete plaat, wat geluk voor hem betekent en waar dat volgens hem te vinden is.
nr. 158 - april-mei 2022 |
27
Een geschikte woonst vinden in Brussel is niet makkelijk. Woningen op de privémarkt zijn duur, de wachtlijsten voor een sociale woning lang. Tegelijk staat er heel veel kantoorruimte leeg. SAAMO Brussel vormt met hun modulair bouwsysteem deze ruimte om tot betaalbare en kwalitatieve woningen voor mensen met een laag inkomen. Deze Woonboxen voldoen aan alle normen, zijn herbruikbaar en zowel tijdelijk als permanent inzetbaar. De bewoners worden tijdens hun verblijf in een Woonbox ook begeleid op verschillende levensdomeinen, zoals opleiding, tewerkstelling, schuldbemiddeling. Daardoor kunnen ze na een tijd hun bezittingen weer inpakken en doorstromen naar de reguliere woonmarkt of een sociale woning. Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Bob Van Mol
>> Meer weten? Kijk op saamo.be/brussel.
14:30
28
| nr. 158 - april-mei 2022
nr. 158 - april-mei 2022 |
29
OF NIET SOMS?
WAAROM WAAKZAAM ZIJN D
e nieuwe roman van Michel Houellebecq, de beroemdste levende Franse schrijver, gaat voor een groot deel over zorg en welzijn. Het boek heet Anéantir, wat ‘verwoesten’ betekent – de vertaling verschijnt dit najaar. De titel is goed gekozen, want in het verhaal beschrijft Houellebecq hoe zijn personages omgaan met een gebroken leven. De vader van het hoofdpersonage krijgt een herseninfarct en blijft verlamd achter. De kwaliteit van de zorginstelling waar hij terechtkomt, gaat na een directeurswissel fel achteruit. De familie schakelt een Belgische actiegroep in om hun vader te ontvoeren uit de instelling en naar huis te brengen, waar hij zich merkbaar gelukkiger voelt. Het verhaal is uiteraard verzonnen, maar dat maakt de manier waarop Houellebecq over de tederheid en de zorg voor een aftakelende vader schrijft niet minder pakkend. Terwijl de hele familie zich op de verlamde vader richt, verliezen ze uit het oog dat zijn jongste zoon mentaal volledig door het ijs zakt. De man was altijd wankel en ongelukkig geweest, maar voelt zich zo intens omsingeld door onoplosbare problemen dat hij geen andere uitweg meer ziet dan suïcide. De boodschap die Houellebecq in zijn roman stopt, kan tellen: het kan fataal zijn om niet te praten, geen liefde te geven, geen aandacht te schenken aan wie het moeilijk heeft. Die waakzaamheid lijkt een op het eerste gezicht verpletterende verantwoordelijkheid. Zijn we verantwoordelijk voor andermans daden of andermans geluk? Nee, maar we kunnen elkaar wel steun, zorg en aandacht geven. Dat is het minste dat je kan doen, dacht ik, toen ik een BBC-reportage las over suïcidepreventie in Oekraïne. Door de zwakke economische situatie is er geen budget voor preventie, terwijl de last van het aanslepende conflict met Rusland voor een suïcidegolf heeft gezorgd bij ex-militairen. Heel wat mensen, ook soldaten die er stoer en sterk uitzien, kunnen de stress van zo’n conflict niet aan. Lange tijd werd er koudweg
gezwegen over de massale hoeveelheid psychische problemen, maar stilaan wordt het taboe doorbroken. Een goed uitgebouwde zelfmoordlijn, zoals bij ons het nummer 1813, is er niet. Maar in een ongesubsidieerd kantoor boven een autogarage in Kiev zat er, tot voor de Russische inval, een aantal idealisten en veteranen met wie je kon bellen als het echt niet meer ging. Elk gesprek maakt een verschil. Waakzaamheid voor wie het moeilijk heeft, wordt nooit overbodig, cringe of achterhaald. Zelfs in een regio als Vlaanderen, waar er welvaart is om maatschappelijke vooruitgang mogelijk te maken, sterven er nog te veel mensen aan suïcide. Bij jongeren vanaf 15 jaar is het de grootste doodsoorzaak. Terecht stelt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke een verdere daling van de suïcidecijfers als gezondheidsdoelstelling voorop: 10% minder op tien jaar tijd, tegen 2030. Het brede actieplan besteedt veel aandacht aan onderzoek en detectie, aan het waakzaam maken van hulpverleners. Aandachtig zijn is van levensbelang. Harold Polis
30
| nr. 158 - april-mei 2022
HEMELRIJK De auteur, zelf jarenlang mantelzorger, brengt een ingetogen kroniek van het drama van een man die naar verluidt als sinterklaas superverspreider was in een Kempens rusthuis. Vermengd met zijn eigen familie-ervaringen. Een persoonlijk, ontroerend portret van binnenuit. ��
Chris De Stoop, Hemelrijk, De Bezige Bij, 2022, 176 p., € 21,99 ISBN 9789403194707
LEVENSLESSEN VAN IEMAND DIE (WAARSCHIJNLIJK) EERDER DOODGAAT DAN JIJ Vrolijke tips en wijsheden voor mensen in de vierde fase van hun leven (en daarvoor). In dit boek vertelt de auteur, zelf de 80 ruim voorbij, speels en lichtvoetig hoe we in alle opzichten opgeruimd en levenslustig héél oud kunnen worden. ��
Margareta Magnusson, Levenslessen van iemand die (waarschijnlijk) eerder doodgaat dan jij, De Bezige Bij, 2022, 176 p., €19,99 ISBN 8 94 031 7071 8
BINNENIN BEGINNEN Niemand ervaart alleen de opgewekte kanten van het leven. We krijgen allen onvermijdelijk te maken met angst, teleurstelling, verlies, ouder worden of eenzaamheid. Als de onderliggende innerlijke strijd te heftig wordt, kan therapie helpen. ��
Els Heene, Binnenin beginnen. Waargebeurde verhalen over wat therapie met je doet, Manteau, 2022, 144 p., €22,99 ISBN 978 90 223 3857
LAAT JE KIND NIET LOS Voor velen voelt ouderschap niet meer als vanzelfsprekend aan. Kinderen lijken ook minder aan te nemen van volwassenen en hebben minder ontzag voor ouders en andere opvoeders. In dit boek wordt betoogd dat een hechte band van kinderen en hun opvoeders en ouders de sleutel is om zich te ontplooien. ��
Gordon Neufeld & Gabor Maté, Laat je kind niet los. Waarom een hechte ouder-kindband belangrijker is dan ooit, Manteau, 2022, 352 p., €24,99 ISBN 978 90 223 3865
WE ZIJN GOD NIET Dit boek gaat over een nieuwe kijk op psychisch lijden, diagnose en behandeling. Het uitgangspunt is dat niet de hulpverlener de waarheid in pacht heeft, maar dat die in gezamenlijke samenwerking met de hulpvrager gevonden wordt. ��
Jim van Os & Myrrhe van Spronsen, We zijn God niet. Een pleidooi voor een nieuwe psychiatrie van samenwerking, LannooCampus, 2021, 203 p., €29,99 ISBN 9789401481007
Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jaargang 28 - nummer 2 Editie april-mei 2022 Redactie: Liesbeth Van Braeckel Eindredactie: Harold Polis Medewerkers: Peter Jan Bogaert, Astrid De Vos, Goele Geeraert Tekeningen: Pieter Van Eenoge Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Redactiebegeleiding en lay-out: artoos group Druk en distributie: artoos group Oplage: 15.036 ex Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@artoosgroup.eu. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar
Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.
WAAROM EEN PSYCHOSE NIET ZO GEK IS Wanneer we praten over psychose is het soms moeilijk een heldere taal te vinden. Toch ervaart 15% van de bevolking ooit psychotische ervaringen. Een beter begrip van wat er gebeurt tijdens een psychose kan onze kijk op geestelijke gezondheid radicaal veranderen. ��
Stijn Vanheule, Waarom een psychose niet zo gek is. Het verhaal achter hoop en herstel, LannooCampus, 2021, 200 p., €25,99 ISBN 9789401477673
WIW 157.22 JG28/nr.2
ISSN 1371-9092
nr. 158 - april-mei 2022 |
31
Afgiftekantoor Antwerpen X artoos group Oudestraat 19, 1910 Kampenhout
TIJDSCHRIFT
Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091
Benieuwd naar het programma van de Sociaalwerkconferentie op 5 mei? Kijk op www.sterksociaalwerk.be en schrijf je in.