Gezamenlijk briefadvies
Gezamenlijk briefadvies Decreet aansturing Aquafin
Gemeenschappelijk advies van Minaraad en SERV over het voorontwerp van decreet tot wijziging van titel 10 van het decreet van houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het waterwetboek, wat de sanering van afvalwater betreft Datum van goedkeuring
10/03/2022
Datum goedkeuring SERV
14/03/2022
Volgnummer
2022| 03
Coördinator + e-mailadres
Wim Van Gils, wim.van.gils@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Annick Lamote, alamote@serv.be ,
Minaraad Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 15 1000 Brussel T 02 558 01 30 E info@minaraad.be www.minaraad.be
Uw bericht van 14/02/2022 Datum 10/03/2022
Mevrouw Zuhal Demir Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7 1210 Brussel
Uw kenmerk / Contact e-mail Wim.van.gils@minaraad.be alamote@serv.be
Ons kenmerk 01/L25/2022/111 Contact telefoon 02 558 01 37 02 209 01 02
Bijlagen /
Mevrouw de minister,
Op 14 februari 2022 ontvingen de Minaraad en de SERV de adviesvraag inzake het “voorontwerp van decreet tot wijziging van titel 10 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat de sanering van afvalwater betreft”. De adviestermijn bedraagt een maand. Met dit briefadvies formuleren de raden hun aanbevelingen. Situering Het ontwerp van decreet actualiseert de taken van Aquafin, en verandert fundamenteel de wijze van aansturing van Aquafin door de VMM en de Vlaamse overheid door de introductie van een samenwerkingsovereenkomst. In uitvoering van het regeerakkoord wil men Aquafin responsabiliseren met een resultaatsgerichte aansturing aan de hand van doelstellingen en sterk vereenvoudigde procedures. Ook worden rioleringswerken voor gemeenten gemakkelijker gemaakt door hen toe te laten gebruik te maken van de artikelen 9 tot 15 van de Gaswet. Algemene appreciatie is positief. De raden steunen het uitgangspunt van de voorgestelde wijzigingen. De raden hebben in het verleden verschillende keren aangedrongen op een hervorming van de governance in de waterzuivering1 en ondersteunen expliciet de ambitie uit het regeerakkoord2 om de uitvoerende actoren verder te responsabiliseren en de procedures waar mogelijk te vereenvoudigen. De raden vroegen eerder al om in deze operatie het toezicht op de effectiviteit (het doelbereik) en de efficiëntie (kostenbesteding) te versterken en om, naast de kerntaak van Aquafin inzake waterzuivering, ook specifieke aandacht te hebben voor de rol van de waterzuivering in de circulaire economie (inclusief waterhergebruik) en voor de inspanningen inzake klimaatmitigatie en -adaptatie3.
1
Zie bv advies Minaraad 2009|09 (verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de waterzuivering), “We hervormen de financieringssystemen voor gemeenten en Aquafin naar een meer resultaatgerichte, flexibele en programmatorische aanpak, met sterk vereenvoudigde procedures en meer responsabilisering in de taakverdeling tussen VMM en de rioolbeheerders.” 3 Gemeenschappelijk advies over de derde stroomgebiedbeheerplannen, § 54 2
De raden doen hiervoor verbetervoorstellen, en wijzen verder op een aantal hiaten en aandachtspunten die nog onvoldoende beantwoord zijn in dit decreet, of die aan bod dienen te komen in het verdere proces. Doelbereik: koppel het investeringsplan aan de doelstellingen van de stroomgebiedbeheerplannen. De raden hebben er eerder op gewezen dat de linken tussen de planning, de financiering en de uitvoering in het waterbeleid onvoldoende sterk zijn, en dat dit een mogelijke oorzaak is voor de achterstand bij de uitvoering van maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen4. Ze vragen daarom om een link te leggen tussen de doelstellingen uit deze plannen en de inhoud van de bovengemeentelijke investeringsplannen5. Volgens de raden is dit essentieel om de effectiviteit en de efficiëntie van het beleid te verhogen. Ze wijzen erop dat deze link zich niet kan beperken tot de reductiedoelstellingen voor stikstof en fosfor, maar dat ook aandacht moet uitgaan naar overstorten in functie van biologische doelen en gebiedsgerichte doelstellingen in de beschermde gebieden (Natura 2000 en drinkwaterwingebieden)6. Verbeter de garanties inzake efficiëntie (kostenbesteding). Inzake de efficiëntie is er volgens de raden specifieke aandacht nodig voor correctheid van de metingen waarvoor Aquafin zelf instaat en die de grondslag vormen voor de belangrijkste ecologische resultaten en dus – naar de raden aannemen – de KPI’s (werking RWZI’s, werking overstorten). De raden vragen om hiervoor in te zetten op drie oplossingsrichtingen: − Garanties op de kwaliteit van autocontrole. In de bedrijfswereld zijn systemen gangbaar die de kwaliteit van gerapporteerde gegevens verifiëren. Inzake financiële gegevens is de bedrijfsrevisor belangrijk, inzake milieu- gegevens kan gewezen worden op het ISO 14001-certificaat en de rol die verificateurs hebben in de EMAS-rapportages. − Externe controle. Het decreet voorziet toezicht door de VMM7. De raden benadrukken het belang van een kwaliteitsvolle invulling hiervan. − Parlementair toezicht. De raden stellen vast dat het decreet enkel gewag maakt van een rapportering aan de Vlaamse Regering. De raden suggereren om ook een rol te voorzien voor het Parlement. Zowel de hoogte van de uitgavenpost als de impact op het leefmilieu zouden een jaarlijkse rapportering en bespreking rechtsvaardigen, naar analogie met de jaarlijkse voorstelling en bespreking van het mestrapport8. De raden hechten veel belang aan de in het voorstel opgenomen vijfjaarlijkse kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie9. Ze suggereren om, bij de eerste evaluatie, ook het rekenhof om input te vragen. Verzeker de rol in de circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie en stem af op de bijstellingen aan de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Het voorstel voorziet dat Aquafin een energiefonds kan beheren “met het oog op het optimaliseren en vergroenen van het energieverbruik”10. Voor de raden is dit een evidentie, ze wijzen er wel op dat deze opdracht zal moeten worden afgestemd met bepalingen inzake klimaatdoelstellingen die naar verwachting zullen opgenomen worden in de herziening van de richtlijn stedelijk afvalwater (RLSA)11. 4
Gemeenschappelijk advies over de derde stroomgebiedbeheerplannen, § 168 Dat kan bv. in Art. 2.6.1.2.1.§2 van het waterwetboek 6 Zie Gemeenschappelijk advies over de derde stroomgebiedbeheerplannen, § 29, 130, 140 7 Waterwetboek, Onderafdeling 2. Toezicht door de Vlaamse Milieumaatschappij 8 Mestdecreet, art 44, §2. 9 Waterwetboek, Art. 2.6.1.2.1. §5 10 Waterwetboek, Art. 2.6.1.1.1, §2, °11 11 https://ec.europa.eu/environment/water/water-urbanwaste/evaluation/index_en.htm 5
Hetzelfde geldt voor de taken inzake de circulaire economie: (aanpassingen in de RLSA lijken waarschijnlijk, bv. inzake fosfaatrecuperatie ). De raden vragen om te duiden hoe deze aspecten verder vorm zullen krijgen, en om hiervoor voldoende ruimte te verzekeren in het decretaal kader. Inzake adaptatie vragen de raden vragen om de opsomming in art. 2.6.1.1.1 §2, 1° te verbreden, teneinde expliciet mogelijk te maken dat ook geïnvesteerd kan worden in zogenaamde “groene infrastructuur”, of hybride vormen tussen “grijze” en “groene infrastructuur”12. Verzeker de afstemming tussen bovengemeentelijke en gemeentelijke opdrachthouders. Een goede afstemming tussen de bovengemeentelijke en gemeentelijke taken is cruciaal voor een efficiënte en effectieve waterzuivering. Het decreet voorziet toezicht van VMM op de investeringsplanning voor het bovengemeentelijke deel opgedragen aan Aquafin. Volgens de raden is er daarnaast ook nood aan afstemming met de gemeentelijke investeringsplanning van de gemeentelijke rioolbeheerders. Ze vragen ook garanties op rechtstreekse en transparante communicatie over deze plannen met alle betrokkenen. Garandeer sterkere oplossingen voor mogelijke belangenconflicten. Aquafin wordt volledig bevoegd voor de opmaak van bovengemeentelijke investeringsprogramma’s en ook de technische kwaliteitsbewaking over de gesubsidieerde gemeentelijke projecten wordt toegevoegd aan de lijst van taken van algemeen belang van Aquafin. Doordat Aquafin, naast decretale taken op Vlaams niveau, ook in verschillende gemeenten een rol opneemt in het gemeentelijke rioolbeheer (als commerciële activiteit), ontstaat hier een risico op belangenconflict. De raden schuiven hiervoor de volgende oplossingsrichtingen naar voor: − In lijn met de beoogde responsabilisering van de gemeentelijke rioolbeheerders, menen de raden dat de eindverantwoordelijkheid over het concept en de uitvoering van gemeentelijke investeringen bij hun beheerders zelf dient te liggen. Ze zien wel een nuttige adviserende rol van Aquafin voor deze aspecten en vragen om de rol van kwaliteitsbewaking13 te wijzigen naar adviesverlener. − De neutraliteit zal erop verbeteren indien de investeringsplannen gekoppeld worden aan de doelstellingen uit het stroomgebiedbeheerplan, indien er maximale transparantie komt over het proces en de gebruikte beslissingscriteria en indien de afstemming met de rioolbeheerders naar behoren verloopt. Organiseer voldoende overleg en afstemming. De raden vragen om op korte termijn duidelijkheid te verschaffen over het beheer van de zogenaamde “tussenliggende strengen” 14; ze dringen aan op voldoende overleg met de gemeentelijke rioolbeheerders over het overstortmeetnet (uitbouw en integratie in andere meetnetten) en ze vragen om te verankeren dat de data uit dit meetnet publiek beschikbaar worden. De raden wijzen daarnaast op de noodzaak tot voorafgaand overleg met de betrokken stakeholders bij zowel de uitwerking van bijkomende taken van algemeen belang als de schorsing van (een deel van) het investeringsplan door VMM. Ze vragen om hiervoor garanties in te bouwen. Door dit decreet wordt aan de taken van algemeen belang van Aquafin een punt toegevoegd dat over de
12
Gemeenschappelijk advies derde stroomgebiedbeheerplannen, §90 Art. 2.6.1.1.1., §2 °9 14 Dit zijn bovengemeentelijke leidingen (moerriolen) die nog niet zijn overgedragen van de gemeentelijke rioolbeheerder naar Aquafin. 13
uitvoering van de lokaal pact projecten handelt 15. Indien het de bedoeling is om de processen rond dit pact te wijzigen, vragen de raden om de betrokken stakeholders hierbij te betrekken. Tekstueel wijzen de raden erop dat door dit decreet de bestaande beroepsmogelijkheid tegen beslissingen van de VMM over de aansturing van de uitbouw van het gemeentelijk rioleringsnet zou vervallen. De raden vragen om dit recht te zetten16. Onderzoek de noodzaak van een verbreed toepassingsgebied van de gaswet. De raden steunen de aanpassing waardoor de verklaring van openbaar nut van de Gaswet, ook toepasbaar worden voor de aanleg van gemeentelijke riolen. Ze vragen om te onderzoeken of het zinvol is om het toepassingsgebied verder te verbreden naar andere nutsleidingen, zoals de aanleg van drinkwaterinfrastructuur. Hierbij wijzen de raden wel op de impact op de open-ruimtegebruikers, en vragen ze daarom dat voor deze gevallen de nodige protocollen worden opgesteld (zie bijvoorbeeld het protocol Aquafin – landbouworganisaties17). Tenslotte stellen de raden vast dat een aantal artikels uit de gaswet die vermeld worden niet over de verklaring van openbaar nut gaan18 en mogelijk onvoorziene gevolgen hebben. De raden vragen daarom om na te gaan of het wenselijk is dat al deze tekstdelen van toepassing zouden worden. Vervolgstappen noodzakelijk voor responsabilisering gemeentelijke sanering. De raden wijzen erop dat met het voorliggende voorstel nog geen stappen gezet worden inzake het responsabiliseren van de gemeentelijke rioolbeheerders. Ze herinneren aan hun aanbevelingen in het advies over de derde stroomgebiedbeheerplannen19, die voortbouwden op de aanbevelingen die werden ontwikkeld in het CIW overlegplatform lange termijn financiering waterbeleid. Ze wijzen erop dat consistentie tussen beide processen noodzakelijk is, onder andere over de te realiseren doelen en dringen aan op verder overleg en transparantie.
Met vriendelijke groeten,
Walter Roggeman Voorzitter Minaraad
15
Hans Maertens Voorzitter SERV
Toevoeging aan Art. 2.6.1.1.1, duiding in de MvT. Concreet zou in artikel 10.2.3. §1 derde lid van het DABM (zie artikel 2 van het wijzigingsdecreet) naast de verwijzing naar 8°, ook een verwijzing naar 8°bis moeten toegevoegd worden. 17 Bijvoorbeeld het Protocol Aquafin – landbouworganisaties dd. 12 maart 2013 18 Tussen artikel 9 en 16 zitten erg veel artikels in de gaswet, die niet allemaal van toepassing lijken op rioleringen. 19 Titel 7.1 “waterzuiveringsbeleid”, §45 en volgende 16