Advies Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur Omzetting Europese richtlijn in Belgische wetgeving
Brussel, 17 mei 2021
Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@salv.be www.salv.be
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij adviseert de beleidsmakers, in hoofdzaak de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement, over landbouw en visserij in de brede zin van het woord. De adviezen, zoals vastgesteld door de belanghebbenden vertegenwoordigd in de adviesraad, passen in een gedragen politieke besluitvorming.
Advies op eigen initiatief Advies verleend aan: Hilde Crevits – Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw; Jan Jambon – Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management; Bart Dochy – voorzitter van de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement; Robrecht Bothuyne – voorzitter van de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie van het Vlaams Parlement; Pierre-Yves Dermagne – federaal vice-eersteminister en minister van Economie en Werk; David Clarinval – federaal minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing; Alexander De Croo – eerste minister van de Federale Regering; Patricia De Clercq –secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij; kopie aan Joris Relaes –administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw-, Visserij-en Voedingsonderzoek (ILVO); kopie aan Filip Fontaine–algemeen directeur van het Vlaams Centrum voor Agro-en Visserijmarketing (VLAM) Adviestermijn: 15 dagen Decretale opdracht: SALV-decreet van 6 juli 2007, art. 4 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 17 mei 2021
Adviesnummer: 2021-05 Dossierhouder: Pieter De Graef – pdgraef@serv.be Contactpersoon: Koen Carels – kcarels@serv.be
2
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 3 Inleiding ............................................................................................................................... 4 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 5 Situering............................................................................................................................... 6 1
Algemene beleidscontext...................................................................................... 6
2
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken .................................................................. 8
2.1
Doelstelling .............................................................................................................. 9
2.2
Uitgangspunt: stapsgewijze aanpak ......................................................................... 9
2.3
Verboden praktijken ................................................................................................. 10
2.4
Handhaving en implementatie ................................................................................. 11
3
Voorwerp van advies: omzetting richtlijn in het Belgisch Wetboek van Economisch Recht .......................................................................... 12
Advies ................................................................................................................................ 14 Bibliografie .......................................................................................................................... 22 Lijst met figuren en tabellen ............................................................................................... 24
3
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Inleiding De SALV volgt als strategische adviesraad voor landbouw en visserij binnen de Vlaamse overheid eveneens de beleidsontwikkelingen op het Europese en federale overheidsniveau op die een impact hebben op de primaire productie in Vlaanderen. In dat verband stond de totstandkoming van de Europese richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken en de nakende omzetting ervan in nationale wetgeving reeds op de agenda van de SALV op 29 maart 2019. De werkcommissie Verdienmodellen van de SALV, die zich toelegt op agro-economische thema’s, kreeg op 27 april 2021 een toelichting van de FOD Economie over deze vertaling van de Europese richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken in het Belgisch Wetboek van Economisch Recht. De SALV maakt gebruik van zijn mogelijkheid om federaal te adviseren over deze thematiek met relevantie voor de Vlaamse landbouw-, tuinbouw-, visserij- en brede agrovoedingssector.1 Binnen de werkcommissie Verdienmodellen werd voorliggend advies in ontwerp voorbereid, waarna het door de SALV in schriftelijke procedure werd goedgekeurd op 17 mei 2021.
1
Hendrik Vandamme
Koen Carels
Voorzitter SALV
Secretaris SALV
SALV-decreet van 6 juli 2007, artikel 4, § 4.
4
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Krachtlijnen De verbetering van de inkomens van land- en tuinbouwers hier en in het globale zuiden is voor de SALV een essentiële component van de integrale verduurzaming van de voedselproductie. Het initiatief om oneerlijke handelspraktijken te bannen, ziet de adviesraad als een stap in de goede richting naar een fair trade in landbouw- en voedingsproducten (met inbegrip van visserijen aquacultuurproducten). Dit initiatief vormt één van de pijlers van de Europese beleidsagenda tot versterking van de positie van land- en tuinbouwers in de voedselvoorzieningsketen. Bij de omzetting van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken vraagt de SALV daarom te zorgen voor beleidscoherentie tussen de federale en Vlaamse overheid bij de implementatie van deze Europese beleidsagenda. De drie pijlers ervan – de ban op oneerlijke handelspraktijken, de verhoging van markt- en prijstransparantie en de bevordering van samenwerking via producenten- en brancheorganisaties – dienen elkaar te versterken opdat zij in hun samenhang effectief tot een betere ketenwerking en fair trade kunnen leiden. Vanuit dat oogpunt geeft de SALV volgende aanbevelingen bij de omzetting van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken in Belgische wetgeving: Bescherm alle leveranciers van landbouw- en voedingsproducten en hun verenigingen tegen oneerlijke handelspraktijken, ongeacht hun economische omvang en neem derhalve de omzetgrens van €350 miljoen niet over. Ent de bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken vooral op de weg die landbouw- en voedingsproducten doorlopen van producent tot consument (cf. zandlopermodel) en breid het toepassingsgebied uit naar retail allianties in hun hoedanigheid als ‘onderhandelaar’. Stel betalingstermijnen die een periode van 30 dagen na levering overschrijden in als verboden praktijk voor landbouw- en voedingsproducten in het algemeen. Breid het toepassingsgebied uit tot alle landbouw- en voedingsproducten, zowel bestemd voor menselijk als voor dierlijk gebruik (food en feed). Heb aandacht voor de problematiek van economische afhankelijkheid of de ‘fear factor’ die maakt dat leveranciers zich gedwongen kunnen voelen om oneerlijke handelspraktijken uit de zgn. grijze lijst op te nemen in contracten op een onevenwichtige manier. Grijp de omzetting van de richtlijn aan om heldere en afdwingbare voorwaarden te stellen voor het voeren van redelijke promotieacties. Beschouw in de omzetting van de richtlijn de niet-naleving van interprofessionele afspraken als een verboden, eenzijdige contractwijziging. Bouw een expliciete omschrijving in van ‘(dreiging met) vergeldingsmaatregelen’ van afnemers aan leveranciers die als een oneerlijke handelspraktijk worden gezien. Monitor en evalueer het effect die de integratie van de richtlijn in de Belgische wetgeving zal hebben op het economische verkeer in de voedselvoorzieningsketen en stuur tijdig bij. Voorzie een voldoende uitgebouwde handhavingsautoriteit die een doeltreffende, vlotte en tijdige behandeling van klachten garandeert en die een toegankelijk platform biedt waar leveranciers, ongeacht hun vestiging binnen of buiten België, klachten (anoniem) kunnen neerleggen en waarbij de vertrouwelijkheid wordt gegarandeerd. Zorg dat de rapportering over de ontvangen klachten door de handhavingsautoriteit wordt uitgesplitst naar land van herkomst. Streef een tijdige omzetting en inwerkingtreding na. In verband met de omzetgrens van € 350 miljoen formuleert Unizo een minderheidsstandpunt dat geduid wordt in het advies.
5
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Situering 1
Algemene beleidscontext
De Europese richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen2 vloeit rechtstreeks voort uit de Europese Taskforce Landbouwmarkten onder leiding van Cees Veerman.3 Deze taskforce had tot doel na te gaan hoe de positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen kan worden versterkt. De toenemende integratie van de Europese agrovoedingssector op de wereldmarkten heeft weliswaar belangrijke handelsmogelijkheden gecreëerd, maar heeft eveneens geleid tot een grotere kwetsbaarheid voor marktverstoringen en een grotere prijsvolatiliteit.4 Daarenboven stelt het rapport vast dat de handelspartners van land- en tuinbouwers zowel stroomopwaarts (meststoffen, gewasbescherming, zaden) als stroomafwaarts (verwerking, retail) in sterke en toenemende mate geconcentreerd zijn. Hierdoor is de onderhandelingsmacht sterk verschoven ten nadele van de primaire producenten.5 De kwetsbare onderhandelingspositie van de land- en tuinbouwer in de keten hindert in vele gevallen een eerlijke inkomensvorming vanwege de onevenwichtige verdeling van risico’s, kosten en baten doorheen de ganse keten (cf. figuur over de concentratie in de voedselketen in LARA 2016).6 Op niveau van België moeten de landbouwen voedingsproducten van 36.000 landbouwers, 65 visserijbedrijven en 7.500 voedingsbedrijven, waarvan 99% KMO’s zijn, via slechts 7 inkoopkantoren en 13 supermarktketens hun weg vinden naar 5 miljoen huishoudens en 11,5 miljoen consumenten (i.e. zandlopermodel).7
2
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL.
3
Europese Commissie, De taskforce landbouwmarkten, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/keypolicies/common-agricultural-policy/market-measures/agri-food-supply-chain/agricultural-markets-taskforce_nl, website geraadpleegd op 29 april 2021.
4
Report of the Agricultural Markets Task Force, Improving market outcomes. Enhancing the position of farmers in the supply chain, Brussel, 2016, https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/food-farmingfisheries/farming/documents/amtf-report-improving-markets-outcomes_en.pdf. Zie ook SALV, Advies. BVR Markt- en prijstransparantie. Eén van de paden naar een betere werking van land- en tuinbouwmarkten, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20201218_ADV_Markt_en_Prijstransparantie.pdf, p. 6.
5
Report of the Agricultural Markets Task Force, Improving market outcomes. Enhancing the position of farmers in the supply chain, Brussel, 2016, https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/food-farmingfisheries/farming/documents/amtf-report-improving-markets-outcomes_en.pdf, p. 11-12; voor Vlaanderen, zie Platteau, J., D. Van Gijseghem, T. Van Bogaert en A. Vuylsteke (reds.), Voedsel om over na te denken, Landbouw- en Visserijrapport 2016, Departement Landbouw en Visserij, Brussel, 2016, https://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/lara2016_digi.pdf, p. 88-91.
6
SALV, Kennisnota. Verdienmodellen in de land- en tuinbouw. Een reflectiekader rond structuren en bedrijfsoriëntaties, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200529_WCVDM_KennisnotaVerdienmodellen_d ef.pdf, p. 19; E. Verhaegen, “Structurele evolutie van de Belgische landbouw. Analyse-elementen op lange termijn”, Trefpunt Economie, 17, 2018, bijdrage 02.
7
Statbel, FOD Economie, cijfers 2019.
6
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Het eindverslag van de Taskforce Landbouwmarkten werd op 14 november 2016 gepresenteerd en bevatte volgende beleidsaanbevelingen, die de Europese Commissie meegenomen heeft in haar beleidsagenda via de zogenaamde ‘Omnibusverordening’:8 Verdere wijzigingen van de mededingingsregels om landbouwers te laten samenwerken in producentenorganisaties, alsook een stimulans tot verticale samenwerking via vereniging in brancheorganisaties Bestrijding van informatieasymmetrie voor eerlijkere markten via grotere markt- en prijstransparantie De positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen versterken door een verbod in te stellen op oneerlijke handelspraktijken.
8
Europese Commissie, De taskforce landbouwmarkten, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/keypolicies/common-agricultural-policy/market-measures/agri-food-supply-chain/agricultural-markets-taskforce_nl, website geraadpleegd op 29 april 2021; zie uitgebreidere toelichting bij elk van de drie pijlers in SALV, Advies. BVR Markt- en prijstransparantie. Eén van de paden naar een betere werking van land- en tuinbouwmarkten, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20201218_ADV_Markt_en_Prijstransparantie.pdf, p. 6-8; Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 (Omnibus), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX%3A32017R2393.
7
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Figuur 1. Concentratie in de voedselketen, Vlaanderen 2014. Bron: LARA 2016 op basis van gegevens op Vlaams niveau van de FOD Economie, Algemene Directie Statistiek.
2
Richtlijn oneerlijke handelspraktijken
De Europese Commissie definieert oneerlijke handelspraktijken (unfair trading practices of UTP) als betrekkingen tussen bedrijven die afwijken van goed handelsgedrag, die in strijd zijn met de beginselen van goede trouw en eerlijke behandeling, die door één handelspartner eenzijdig worden opgelegd aan een andere handelspartner en die leiden tot een verstoring in het economisch gedrag. De voedselvoorzieningsketen is kwetsbaar voor oneerlijke handelspraktijken omwille van de grote onevenwichtigheden tussen kleine en grote marktdeelnemers. Landbouwers en kleine bedrijven beschikken vaak niet over voldoende onderhandelingsmacht om zich daartegen te verdedigen.9 Deze vaststelling zette de Europese Commissie aan tot het verhogen van de mate van bescherming van primaire producenten, maar ook van kleine en middelgrote ketenspelers. Hiermee zorgt de Europese Unie voor een mijlpaal: daar waar de bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken eertijds vooral gericht was op de relatie tussen bedrijven en consumenten (B2C), pakt de richtlijn oneerlijke relaties tussen ondernemingen (B2B) aan, meer specifiek in de voedselvoorzieningsketen. De Europese Unie heeft op 30 april 2019 de betreffende richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken aangenomen die vijftien concrete van zulke praktijken bant (cf. infra). Deze verboden praktijken worden onderverdeeld in een zwarte lijst en een grijze lijst van handelsprakijken: waar de eerstgenoemde praktijken onder alle omstandigheden verboden zijn, zijn de laatstgenoemde praktijken mogelijk indien alle betrokken partijen op voorhand en op een heldere en ondubbelzinnige wijze akkoord gaan in de leveringsovereenkomst of in een daaropvolgende overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer.10 De richtlijn heeft betrekking op de handelsrelaties in landbouw- en voedingsproducten, die als volgt worden gedefinieerd: “de producten die zijn vermeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU), alsmede producten die niet in die bijlage zijn vermeld maar op basis van in die bijlage vermelde producten zijn verwerkt voor gebruik als levensmiddel.”11 Dit maakt dat volgende handelsrelaties buiten beschouwing blijven: Leveranciers die geen bijlage I-producten maar verwerkte producten leveren waarvan bij levering reeds duidelijk is dat ze een toepassing als feed (dierenvoeding) zullen kennen. Land- en tuinbouwers en (kleine) marktdeelnemers die leveringscontracten sluiten voor de aankoop van inputs (veevoeder, meststoffen, gewasbescherming, ingrediënten, …).
9
Europese Commissie, Oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen. De EU versterkt de positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen door oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/key-policies/common-agricultural-policy/market-measures/agrifood-supply-chain/unfair-trading-practices_nl, website geraadpleegd op 8 december 2020; Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eurlex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, artikel 1.
10
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, artikel 3, lid 1 (zwarte lijst), lid 2 (grijze lijst).
11
Ibidem, artikel 2.
8
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
2.1
Doelstelling
De richtlijn stelt tot doel zwakkere aanbieders te beschermen tegen sterkere afnemers. Tot deze zwakkere aanbieders of leveranciers behoren in eerste instantie landbouwers en hun organisaties (bv. coöperaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties), maar ook leveranciers van agrovoedingsproducten verderop in de keten, zoals KMO’s. De richtlijn beschermt deze groepen ongeacht of zij binnen of buiten de EU gevestigd zijn tegen grotere afnemers of groepen van afnemers ongeacht of zij binnen of buiten de EU gevestigd zijn, waarbij minstens één van de betrokken partijen binnen de EU gevestigd is. De richtlijn spitst zich toe op het B2B-niveau.12
2.2
Uitgangspunt: stapsgewijze aanpak
Drempelwaardes voor de omvang van de omzet (zie figuur) reflecteren volgens de EU de marktmacht en dito onderhandelingspositie van leveranciers en afnemers. De stapsgewijze benadering beschermt leveranciers tegen oneerlijke handelspraktijken die door economisch krachtdadigere afnemers worden opgelegd. Zo worden primaire producenten en KMO’s (en hun verenigingen) met minder dan € 2 miljoen omzet beschermd tegen afnemers met een omzet groter dan € 2 miljoen, terwijl primaire producenten en KMO’s (en hun verenigingen) met een omzet tussen € 2 miljoen en €10 miljoen beschermd worden tegenover afnemers met een omzet groter dan € 10 miljoen. Leveranciers met een omzet groter dan € 350 miljoen worden geacht zelf evenwichtige contracten te kunnen afsluiten of dienen zich te beroepen op eventuele wetgevende bescherming op lidstaatniveau.
12
Ibidem, artikel 1 voor het toepassingsgebied: lid 2. Deze richtlijn is van toepassing op verkopen waarbij de leverancier of de afnemer, of beiden, in de Unie zijn gevestigd; artikel 2 voor definities: leverancier: een landbouwproducent of een natuurlijke of rechtspersoon, ongeacht hun plaats van vestiging, die landbouw- en voedingsproducten verkoopt; de term "leverancier" kan een groepering van dergelijke landbouwproducenten of een groepering van dergelijke natuurlijke personen en rechtspersonen omvatten, zoals producentenorganisaties, leveranciersorganisaties en verenigingen van dergelijke organisatie; afnemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht de plaats van vestiging van die persoon, of een overheidsinstantie in de Unie, die landbouw- en voedingsproducten koopt; de term "afnemer" kan een groepering van die natuurlijke of rechtspersonen omvatten. Zie ook overwegende (10): de bescherming geldt met inbegrip van al dan niet erkende producentenorganisaties en al dan niet erkende verenigingen van producentenorganisaties, naargelang van hun relatieve onderhandelingspositie.
9
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Figuur 2. Drempelwaardes. Bron: Europese Commissie, The directive on unfair trading practices in the agricultural and food supply chain, Europese Unie, 2019, https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/food-farmingfisheries/key_policies/documents/brochure-utp-directive_en.pdf.
2.3
Verboden praktijken
Volgende oneerlijke handelspraktijken worden door de richtlijn verboden: Zwarte lijst van handelspraktijken (onder alle omstandigheden verboden):13 a) Betalingstermijnen die een periode overschrijden van 30 dagen na levering van bederfbare landbouw- en voedingsproducten en 60 dagen na levering van andere landbouw- en voedingsproducten; b) Annulering van bestellingen van bederfelijke landbouw- en voedingsproducten op zodanig korte termijn dat niet kan verwacht worden dat de leverancier nog een alternatieve afzet kan vinden; c) Eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een leveringsovereenkomst door de afnemer; d) De afnemer verlangt betalingen van de leverancier die geen verband houden met de verkoop van de landbouw- en voedingsproducten van de leverancier; e) De afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor het bederf en/of verlies van landbouw- en voedingsproducten dat zich voordoet bij de afnemer en dat niet aan nalatigheid of verzuim van de leverancier toe te schrijven is; f) De afnemer weigert om de voorwaarden van een leveringsovereenkomst tussen afnemer en leverancier schriftelijk te bevestigen, ondanks rekwest daartoe vanwege de leverancier; g) De afnemer verkrijgt, gebruikt of maakt bedrijfsgeheimen van de leverancier kenbaar op onrechtmatige wijze; 13
Ibidem, artikel 3, lid 1.
10
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
h) De afnemer dreigt met of gaat over tot commerciële vergeldingsmaatregelen tegen de leverancier indien de leverancier zijn contractuele of wettelijke rechten uitoefent (met inbegrip van de indiening van een klacht bij of samenwerking met de handhavingsautoriteiten); i) De afnemer verlangt van de leverancier een vergoeding voor de kosten die gepaard gaan met het onderzoeken van klachten van klanten in verband met de verkoop van de producten van de leverancier, ondanks de afwezigheid van nalatigheid of schuld van de leverancier. Grijze lijst van handelspraktijken (enkel mogelijk indien alle betrokken partijen op voorhand en op een heldere en ondubbelzinnige wijze akkoord gaan):14 a) De afnemer retourneert onverkochte landbouw- en voedingsproducten aan de leverancier zonder betaling voor die onverkochte producten en/of voor de verwijdering ervan; b) Van de leverancier een vergoeding vragen voor de opslag, de uitstalling of de opname in het assortiment van zijn landbouw- en voedingsproducten, of voor het op de markt aanbieden van dergelijke producten; c) De afnemer verlangt van de leverancier dat hij alle of een deel van de kosten draagt van kortingen voor landbouw- en voedingsproducten die in het kader van een promotieactie door de afnemer zijn verkocht; d) De afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor het maken van reclame voor landbouw- en voedingsproducten door de afnemer; e) De afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor de marketing van landbouwen voedingsproducten door de afnemer; f) De afnemer verlangt van de leverancier dat hij personeel betaalt voor de inrichting van de ruimten die voor de verkoop van de producten van de leverancier worden gebruikt.
2.4
Handhaving en implementatie
Lidstaten dienen één of meerdere handhavingsautoriteiten te voorzien die de implementatie van de voorgestelde bepalingen garandeert. Deze autoriteit(en) kan op eigen initiatief of op basis van een (anonieme) klacht een onderzoek instellen, kan leveranciers en afnemers verplichten de noodzakelijke informatie te verstrekken om een onderzoek te voeren, kan overgaan tot onaangekondigde inspecties, heeft de bevoegdheid om oneerlijke handelspraktijken te doen beëindigen, kan beboeten en bestraffen en maakt haar besluiten publiek kenbaar (i.e. kans op imagoschade voor de betreffende inbreukpleger via deze ‘name and shame’).15 Verder moeten toegankelijkheid van deze autoriteit(en) en grensoverschrijdende samenwerking en uitwisseling tussen de autoriteiten in de verschillende lidstaten en met de Europese Commissie de handhaving van de richtlijn versterken.16 Leveranciers (of hun verenigingen) kunnen een klacht indienen bij de handhavingsautoriteit van de lidstaat waar de leverancier gevestigd is of in de lidstaat waar de afnemer gevestigd is van wie vermoed wordt zich schuldig te maken aan een verboden handelspraktijk. Indien de leverancier-
14
Ibidem, artikel 3, lid 2.
15
Ibidem, artikel 4 en 6.
16
Ibidem, artikel 8.
11
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
klager daarom verzoekt, treft de handhavingsautoriteit maatregelen om een passende bescherming te bieden van de identiteit van de leverancier-klager.17 De lidstaten kregen twee jaar de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Daaropvolgend dient de richtlijn binnen de zes maanden van kracht te zijn. Na nog eens zes maanden moeten alle bestaande contracten op dat moment volledig binnen de voorwaarden van de richtlijn en de eronder ressorterende nationale wetgeving opgesteld worden. Tot slot weerhoudt de afzonderlijke lidstaten niets ervan om bij de implementatie van de richtlijn verder te gaan dat wat de richtlijn als minimum voorschrijft.18
3
Voorwerp van advies: omzetting richtlijn in het Belgisch Wetboek van Economisch Recht
Bij de totstandkoming van voorliggend advies waren nog geen ontwerpteksten beschikbaar van de integratie van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken in het Belgische Wetboek van Economisch Recht. De voorstellen lagen op dit moment nog ter bespreking in de Werkgroepen Beleidscoördinatie19. De informatie zoals in dit luik van de situering omschreven, is gebaseerd op de toelichting van de FOD Economie voor de werkcommissie Verdienmodellen van de SALV op 27 april 2021. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken zal worden opgenomen in de recente B2B-bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht.20 Op 14 maart 2019 stemde het federale parlement immers wetsbepalingen die bedrijven aanpakken die misbruik maken van het feit dat hun leveranciers of klanten in een situatie van economische afhankelijkheid zitten tegenover hen. Deze aanvulling van het Wetboek van Economisch Recht met deze B2B-bepalingen (wet van4 april 2019) zorgde daarmee reeds tot een uitbreiding van de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit. Daar waar deze bepalingen inzake oneerlijke, misleidende en agressieve marktpraktijken tussen ondernemingen op alle economische sectoren betrekking hebben, slaat de inpassing van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken in het bijzonder op de landbouwen voedselvoorzieningsketen. De mondelinge toelichting vanuit de FOD Economie aan de SALV vermeldde dat uitgegaan wordt van een getrouwe omzetting van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken in het Wetboek van Economisch Recht. Er wordt echter wel gekozen voor een ruimer toepassingsgebied op een aantal vlakken: Zo wordt er geen onderscheid gemaakt tussen bederfelijke landbouw- en voedingsproducten en andere landbouw- en voedingsproducten (cf. supra). Dit maakt
17
Ibidem, artikel 5.
18
Europese Commissie, The directive on unfair trading practices in the agricultural and food supply chain, Europese Unie, 2019, https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/food-farmingfisheries/key_policies/documents/brochure-utp-directive_en.pdf.
19
i.e. vroegere interkabinettenwerkgroepen of IKW’s, https://www.belgium.be/nl/over_belgie/overheid/federale_overheid/federale_regering/beleidsorganen_regering sleden.
20
Wetboek van Economisch Recht, Boek VI, Titel 3/1 en Titel 4, Hoofdstuk 2, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/loi_a1.pl?language=nl&la=N&cn=2013022819&table_name=wet&caller =list&N=&fromtab=wet&tri=dd%20AS%20RANK&rech=1&numero=1&sql=%28text%20contains%20%28%27 %27%29%29#LNK0117.
12
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
dat betalingstermijnen die een periode overschrijden van 30 dagen na levering van landbouw- en voedingsproducten in het algemeen verboden praktijk worden (mits enkele specifieke uitzonderingen).21 Wanneer bij verkoop niet duidelijk is of het product voor humane dan wel dierlijke consumptie bestemd is, zullen de bepalingen van de richtlijn evengoed via het Wetboek van Economisch Recht van kracht zijn (dus als de uiteindelijke eindbestemming zowel food als feed blijkt, geldt bescherming via de betreffende bepalingen). Hiermee voorziet de Belgische regelgeving in een ruimere notie van landbouw- en voedingsproducten dan wat Europees vereist is. Landbouw- en voedingsproducten worden immers in de richtlijn omschreven als primaire landbouwproducten, met inbegrip van visserij- en aquacultuurproducten, zoals vermeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) en als voedingsproducten die op basis van de producten uit die bijlage I verwerkt zijn voor gebruik als voedingsmiddel/levensmiddel.22 De zwarte en de grijze lijsten met oneerlijke handelspraktijken zullen binnen de Belgische regelgeving per KB kunnen worden aangevuld.
21
Vergelijk het onderscheid tussen 30 dagen bij bederfelijke landbouw- en voedingsproducten en 60 dagen bij andere landbouw- en voedingsproducten in de richtlijn, cf. supra.
22
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL,
13
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Advies [1] De SALV beschouwt de verbetering van de inkomens van land- en tuinbouwers hier en in het globale zuiden als ‘een essentiële component van de integrale verduurzaming van de voedselproductie’.23 Nieuwe beleidsmaatregelen gericht op de ganse keten moeten volgens de adviesraad bijdragen aan deze inkomensverbetering. Zulke maatregelen vormen onderdeel van een breder voedselbeleid dat als uiteindelijke oogmerk een correcte prijsvorming voorstaat voor alle ketenschakels, waarbij voldoende kwaliteitsvolle producten voor alle Vlamingen beschikbaar zijn tegen een eerlijke en betaalbare prijs. Zolang die situatie niet is bereikt, kan er geen sprake zijn van een duurzaam en rechtvaardig voedselsysteem.21 De adviesraad kaartte reeds eerder de nefaste effecten aan van onevenwichtige machtsverhoudingen in de voedselvoorzieningsketen op de inkomensvorming van land- en tuinbouwers. Naast de onzekerheid over de geproduceerde hoeveelheid (door de afhankelijkheid van natuurlijke factoren) en de prijsinelasticiteit van vraag en aanbod die beiden maken dat het landbouwinkomen gemiddeld laag en sterk volatiel is, zorgen onevenwichtigheden binnen de keten voor een extra drukfactor.24 Bovendien kunnen primaire producenten de toenemende kosten die zij maken in het kader van duurzaamheidsinspanningen vaak moeilijk doorrekenen aan de verdere schakels in de keten.25 Prijzen moeten dus op zijn minst de kost van duurzame productie dekken. Het aandachtspunt voor een verbeterd landbouwinkomen wordt ook in de Vlaamse en Waalse voedselbeleidskaders naar voren geschoven.26 [2] De SALV ziet het initiatief om oneerlijke handelspraktijken te bannen als een stap in de goede richting naar een fair trade in landbouw- en voedingsproducten, die kan bijdragen aan de inkomensverbetering van land- en tuinbouwers. Met de omzetting van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken zal België (en Vlaanderen) zich inschrijven op een belangrijke pijler van de Europese beleidsagenda om een efficiëntere en eerlijkere voedselvoorzieningsketen tot stand te brengen en de positie van primaire producenten erin te
23
SALV, Advies. Hapklare inzichten voor een Vlaams voedselbeleid, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200626_ADV_202008_Voedselbeleid_HapklareInzichten_wv6_DEF.pdf, p. 24.
24
SALV-Minaraad, Advies. De toekomst van voeding en landbouw (GLB post 2020), Brussel, 2018, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20180427_GLB_post_2020.pdf, p. 10; SALV, Advies. Een strategie voor het Vlaams landbouwbeleid 2021-2027. Aanbevelingen bij de ontwerpstrategienota, Brussel, 2019, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20190712_ADV_StrategienotaVlaamsGLB.pdf, p. 14; SALV, Advies. BVR Markt- en prijstransparantie. Eén van de paden naar een betere werking van land- en tuinbouwmarkten, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20201218_ADV_Markt_en_Prijstransparantie.pdf, p. 12; SALV, Kennisnota. Verdienmodellen in de land- en tuinbouw. Een reflectiekader rond structuren en bedrijfsoriëntaties, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200529_WCVDM_KennisnotaVerdienmodellen_d ef.pdf, p. 19.
25
SALV, Verkennende nota. Uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen, Brussel, 2017, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20170531_notaduurzametoekomstlandbouw_ DEF.pdf, p. 20.
26
Voor Vlaanderen: het project ‘Vlaamse Kost’, https://lv.vlaanderen.be/nl/nieuws/minister-crevits-serveertvlaamse-kost-met-voedselcoalitie-en-voedselveranderaars; voor Wallonië: ‘Manger demain’, https://www.mangerdemain.be/wp-content/uploads/2020/07/Referentiel_AD_WEB_compressed.pdf, p. 15-16.
14
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
verbeteren.27 Een evenwicht in de onderhandelingsposities binnen de keten, door onder andere de versterking van de positie van de primaire producent en de kleine marktdeelnemer dient bij de concrete uitwerking van deze beleidsagenda steeds als voornaamste doel voor ogen gehouden te worden.28 [3] Zorg daarom voor beleidscoherentie tussen de federale en Vlaamse overheid bij de implementatie van de Europese beleidsagenda tot versterking van de positie van de landen tuinbouwers in de keten waarbij de drie pijlers van deze agenda elkaar versterken. Er moet vermeden worden dat de omzetting van de richtlijn de sterkte kortwiekt van de andere pijlers van de Europese beleidsagenda. De drie pijlers van de Europese beleidsagenda – de ban op oneerlijke handelspraktijken, de verhoging van markt- en prijstransparantie en de bevordering van samenwerking via producenten- en brancheorganisaties – dienen elkaar te versterken opdat zij in hun samenhang effectief tot een betere ketenwerking en fair trade kunnen leiden. Zo stelt de Europese Commissie over de pijler ‘markt- en prijstransparantie’ dat het kan helpen om oneerlijke handelspraktijken te detecteren en te verhelpen en dat het kan bijdragen aan meer evenwichtige onderhandelingsposities door informatieasymmetrie in te perken.29 Een andere pijler betreft producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties. Dit zijn vormen van horizontale samenwerking tussen primaire producenten om gezamenlijk marktkennis op te bouwen, kwaliteitsbeheer en technische/logistieke bijstand op te zetten en het aanbod van producten te bundelen. De Europese Commissie erkent dat producentenorganisaties een belangrijke rol spelen in de versterking van de collectieve onderhandelingspositie van primaire producenten. Erkende producentenorganisaties komen daarom in aanmerking voor een vrijstelling van de EU-mededingingsregels voor bepaalde activiteiten (collectieve onderhandelingen namens hun leden, productieplanning, bepaalde maatregelen voor aanbodbeheer).30 Het is net in de uitoefening van één van hun kerntaken, namelijk het collectief optreden namens hun leden om de individuele weerbaarheid van hun leden te versterken, dat producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties baat hebben bij de garantie dat zij steeds tegen oneerlijke handelspraktijken worden beschermd. [4] Bescherm alle leveranciers van landbouw- en voedingsproducten en hun verenigingen tegen oneerlijke handelspraktijken, ongeacht hun economische omvang. Om de wisselwerking en de krachtenbundeling van de drie pijlers van de Europese beleidsagenda te waarborgen, zou de arbitraire omzetgrens van €350 miljoen niet overgenomen mogen worden bij de omzetting van de richtlijn. Unfair is unfair, ongeacht de economische omvang van de bedrijven. Alle bedrijven – groot en klein – verdienen immers bescherming tegen oneerlijke
27
Europese Commissie, Oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen. De EU versterkt de positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen door oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/key-policies/common-agricultural-policy/market-measures/agrifood-supply-chain/unfair-trading-practices_nl, website geraadpleegd op 28 april 2021.
28
Zie ook: SALV, Advies. BVR Markt- en prijstransparantie. Eén van de paden naar een betere werking van land- en tuinbouwmarkten, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20201218_ADV_Markt_en_Prijstransparantie.pdf.
29
Europese Commissie, SWD(2019) 360 final, Market transparency in the EU’s food supply chain, Brussel, 1 oktober 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52019SC0360&from=it, p. 3839.
30
Europese Commissie, Producenten- en brancheorganisaties. Het EU-beleid voor producenten- en brancheorganisaties, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/key-policies/common-agriculturalpolicy/market-measures/agri-food-supply-chain/producer-and-interbranch-organisations_nl, website geraadpleegd op 28 april 2021.
15
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
handelspraktijken. Onderstaande argumenten staven waarom de arbitraire grenswaarde beter niet overgenomen wordt: De instelling van een arbitraire omzetgrens kan leiden tot tegenstrijdigheden met de bepalingen inzake B2B-overeenkomsten en oneerlijke, agressieve en misleidende marktpraktijken die de wet van 4 april 2019 in het Wetboek van Economisch Recht doorvoerde. Een afstemming hierop moet de duidelijkheid en complementariteit binnen het Wetboek van Economisch Recht verhogen. Het is namelijk zo dat de wet van 4 april 2019 niet alle oneerlijke marktpraktijken dekt die de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken aanbrengt. De oneerlijke handelspraktijken die wel reeds via de wet van 4 april 2019 zijn ingeschreven, zijn echter niet zo expliciet omschreven als de richtlijn doet. Tot slot zou de beperking van het toepassingsgebied bij de omzetting van de richtlijn resulteren in een ongelijke bescherming in functie van de toegepaste wetgeving, aangezien de wet van 4 april 2019 betrekking heeft op alle ondernemingen Waar primaire producenten weliswaar door de richtlijn rechtstreeks beschermd worden, blijft door toedoen van zulke arbitraire omzetgrens te veel ruimte bestaan om de druk die grotere afnemers verder in de keten ondervinden rechtstreeks of onrechtstreeks door te zetten richting de primaire producenten en kleine marktdeelnemer. Een algemeen toepassingsgebied laat geen ruimte voor zulke cascade-effecten. De bescherming van grote bedrijven doet geen afbreuk aan de bescherming van primaire producenten en kleine marktdeelnemers. Eerder kunnen kleine bedrijven net voordeel halen uit precedenten vanuit acties die grote bedrijven durven te ondernemen tegen de praktijken van (allianties van) retailers. Omgekeerd houdt de bescherming voor alleen de kleinste bedrijven het gevaar in dat zij net minder aantrekkelijk worden in het handelsverkeer met hun afnemers. De kans bestaat dat die afnemers zich meer zullen richten op producenten en leveranciers die boven de arbitraire grenswaarde omzet genereren en dus minder beschermd zijn, waardoor de afnemers meer speelruimte krijgen. Kleine ondernemingen kunnen als gevolg daarvan commercieel nadeel ondervinden. De arbitraire omzetgrens kort in het bijzonder op de sterkte van één van de pijlers van de Europese beleidsagenda, namelijk producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties, die net als doel hebben de positie van de individuele landbouwer/tuinbouwer of het individuele visserijbedrijf te verstevigen door gezamenlijk de markt te betreden. De SALV wijst hierbij op de specifieke situatie in België waar in verhouding betrekkelijk weinig producentenorganisaties31 voorkomen die betrekkelijk veel leden tellen. Dat bepaalde producentenorganisaties veel aanbod bundelen en derhalve hoge omzetcijfers boeken,32 betekent niet dat zij veel marktmacht hebben en geen impact van oneerlijke handelspraktijken kunnen ondervinden. Ook zij bewegen zich immers op markten waar de producten zich kenmerken door enerzijds een hoge graad van substitueerbaarheid (tussen regio’s en tussen producten onderling) aan de inkoopzijde en anderzijds een sterke afhankelijkheid van de seizoenen (piek- en dalproducties) en geringe substitutie-
31
23 producentenorganisaties en 3 unies van producentenorganisaties (met zwaartepunt in de groente- en fruitsector en de zuivel), stand van zaken op 10 februari 2021, bron: Departement Landbouw en Visserij.
32
Op dit moment overschrijden 2 producentenorganisaties de omzetgrens van €350 miljoen, bron: Departement Landbouw en Visserij.
16
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
mogelijkheden aan de aanbodzijde (lange productiecycli).33 Producentenorganisaties blijven prijsnemers in plaats van prijszetters. Dit maakt dat marktmachtige afnemers ook ten aanzien van grotere producentenorganisaties een behoorlijke armslag hebben. Daarnaast ondervinden ook KMO’s en iets grotere bedrijven binnen de voedselvoorzieningsketen die sterk exporteren nadeel van het nauwere toepassingsgebied door de arbitraire omzetgrens. Deze export vertegenwoordigt maar liefst 50% van de omzet van de voedingsindustrie. Niet minder dan 57% van de bedrijven met 10 tot en met 49 en 87% van de bedrijven met 50 tot en met 249 werknemers haalt een aanzienlijk deel van hun omzet uit export.34 Bovendien blijven de Belgische ‘grote’ voedingsbedrijven in de Europese markt waarop ze actief zijn, kleine spelers. De food markt is immer zeer versnipperd en concurrentieel. Omzetcijfers evolueren voortdurend, waardoor bedrijven plots boven of onder de arbitraire grenswaarde vallen en dus plots al dan niet meer beschermd kunnen zijn. In die zin vormt de arbitraire omzetgrens van € 350 miljoen een bron van onzekerheid en een rem op groei van de activiteiten en de eraan gekoppelde werkgelegenheid, zowel op de binnenlandse markt als via export. Een veralgemening van het toepassingsgebied is wettelijk mogelijk. Zo heeft Frankrijk de richtlijn omgezet zonder de voorwaarden van omzetcijfers en dus zonder de arbitraire omzetgrens van €350 miljoen.35
Minderheidsstandpunt Unizo bij adviespunt [4] Zorg voor een zo groot mogelijke bescherming van de marktspelers voor wie de richtlijn is bedoeld (landbouwers en KMO’s). Men kan overwegen om de maximale omzetgrens – in zekere mate – op te trekken om nog meer KMO’s te beschermen die zich in een zwakke onderhandelingspositie bevinden. Maar volgende elementen moeten steeds in rekening worden genomen: De Europese wetgever wenst met deze richtlijn de marktspelers te beschermen die er het meeste behoefte aan hebben. Oneerlijke handelspraktijken zijn vooral schadelijk voor kleine en middelgrote ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen.36 Die producenten en personen zijn in het bijzonder kwetsbaar voor oneerlijke handelspraktijken
33
SALV, Kennisnota. Verdienmodellen in de land- en tuinbouw. Een reflectiekader rond structuren en bedrijfsoriëntaties, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200529_WCVDM_KennisnotaVerdienmodellen_d ef.pdf, p. 18-19; E. Mathijs en J. Relaes, Landbouw en voedsel, verrassend actueel, Leuven, 2012, p. 35-36.
34
Op basis van de dataset ‘Trade by Enterprise Characteristics (TEC)’ van Eurostat..
35
Loi n° 2020-1508 du décembre 2020 portant diverses dispositions d’adaptation au droit de l’Union européenne en matière économique et financière, https://www.legifrance.gouv.fr/jorf/id/JORFTEXT000042607095/, artikel 9, I.A.: “Dans les conditions prévues à l'article 38 de la Constitution, le Gouvernement est autorisé à prendre par voie d'ordonnance, dans un délai de sept mois à compter de la publication de la présente loi, les mesures relevant du domaine de la loi nécessaires afin de transposer la directive (UE) 2019/633 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 sur les pratiques commerciales déloyales dans les relations interentreprises au sein de la chaîne d'approvisionnement agricole et alimentaire, de manière à ce qu'elle soit applicable aux relations entre fournisseurs et acheteurs dans la chaîne d'approvisionnement agricole et alimentaire, sans condition de chiffre d'affaires.”
36
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, considerans 9.
17
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
en zijn het minst in staat die te weerstaan zonder negatieve gevolgen voor hun economische levensvatbaarheid.37 Dit is ook de reden waarom een toepassingsgebied werd uitgewerkt met (tussendrempels) en een plafond. De benadering van de minimumharmonisatie dient niet voor een eventuele veralgemening van het toepassingsgebied maar voor (i) een eventuele aanvulling van de lijst van oneerlijke handelspraktijken en (ii) de regels in verband met de handhaving van die bepalingen: “De benadering van minimale harmonisatie van deze richtlijn biedt de lidstaten de mogelijkheid nationale regels vast te stellen of te handhaven die verder gaan dan de in deze richtlijn vermelde oneerlijke handelspraktijken.”38 “Ter bestrijding van praktijken die sterk afwijken van goed handelsgedrag, die in strijd zijn met de goede trouw en een eerlijke behandeling en die door één handelspartner eenzijdig worden opgelegd aan een andere handelspartner, stelt deze richtlijn een minimumlijst vast van verboden oneerlijke handelspraktijken in verhoudingen tussen afnemers en leveranciers in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, alsmede minimumregels voor de handhaving van die verbodsbepalingen en regelingen voor de coördinatie tussen de handhavingsautoriteiten.39 Een veralgemening van het toepassingsgebied strookt niet met de bedoeling van de Europese wetgever. Het is vanuit juridisch oogpunt zelfs twijfelachtig of de lidstaten überhaupt de bevoegdheid hebben om het toepassingsgebied te veralgemenen naar een andere doelgroep dan degene die vermeld wordt in de richtlijn. De totale eliminatie van een maximale omzetgrens zal leiden tot een te grote belasting van de handhavingsautoriteit. Dit zal namelijk betekenen dat grote en complexe dossiers vanuit de grootste voedingsbedrijven worden ingediend (al dan niet als drukkingsmiddel tijdens onderhandelingen) en zullen moeten worden geanalyseerd door de economische inspectie. Hierdoor riskeren kleinere dossiers niet behandeld te worden en zal dit ook de opstart van ambtshalve onderzoeken beletten. Hiervan zouden de kleine marktdeelnemers (i.e. de doelgroep van de richtlijn) dan de dupe zijn, gelet op de bij hen bestaande ‘fear factor’ om wanpraktijken aan te kaarten en effectief een klacht in te dienen. Tot slot is recentelijk ook een nieuwe B2B-wetgeving (Wet van 4 april 2019) in werking getreden, die reeds een grote mate van bescherming biedt voor alle marktspelers. Ook de grootste marktspelers hebben daarmee reeds afdoende beschermings- of handhavingsmogelijkheden. De richtlijn voorziet een evaluatie van de doeltreffendheid zal beoordelen van de op nationaal niveau ingevoerde maatregelen en van de samenwerking tussen de bevoegde handhavingsautoriteiten.40 Die evaluatie zal duidelijk maken of verdere aanpassingen aan onder meer de maximale omzetgrens noodzakelijk zijn. [5] Ent de bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken vooral op de weg die landbouw- en voedingsproducten doorlopen van producent tot consument en breid het toepassingsgebied uit naar retail allianties in hun hoedanigheid als ‘onderhandelaar’. Meer nog dan de omvang van het bedrijf, bepaalt het zandlopermodel (cf. situering en figuur 1) een algemeen onevenwicht in de machtsverhoudingen dat primaire producenten en 37
Ibidem, considerans 10.
38
Ibidem, considerans 1.
39
Ibidem, artikel 1.
40
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, artikel 12.
18
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
agrovoedingsbedrijven zeer kwetsbaar maakt en retailers en retail allianties een bijzonder sterke onderhandelingspositie toekent. Niet enkel retail allianties die samen aankopen, maar ook zij die samen onderhandelen, dienen volgens de SALV deel uit te maken van het toepassingsgebied bij de omzetting van de richtlijn. Zo niet laat dit de retail allianties ruimte om zich zodanig te organiseren dat zij aan de toepassing van de richtlijn kunnen ontsnappen. [6] Stel betalingstermijnen die een periode van 30 dagen na levering overschrijden in als verboden praktijk voor landbouw- en voedingsproducten in het algemeen. Volgens de SALV dient er geen onderscheid gemaakt te worden tussen bederfelijke en niet-bederfelijke landbouw- en voedingsproducten, zoals in de richtlijn omschreven (cf. situering). Hierbij veronderstelt de adviesraad dat de interprofessionele afspraken in bijvoorbeeld de suikersector over betalingsmodaliteiten als conform beschouwd worden en kunnen worden beschouwd als ‘clausules betreffende waardeverdeling’41. [7] Breid het toepassingsgebied uit tot alle landbouw- en voedingsproducten, zowel bestemd voor menselijk als voor dierlijk gebruik (food en feed). Het is immers bij levering niet altijd duidelijk welke bestemming landouw- en voedingsproducten hebben. Deze uitbreiding is volgens de adviesraad nodig om moeilijkheden in verband met de toepasbaarheid te vermijden en toe te staan aan leveranciers van landbouw- en voedingsproducten bestemd om verwerkt te worden tot dierenvoeding om diezelfde bescherming te genieten. [8] Heb aandacht voor de problematiek van economische afhankelijkheid of de ‘fear factor’ die maakt dat leveranciers zich gedwongen kunnen voelen om oneerlijke handelspraktijken uit de grijze lijst op te nemen in contracten op een onevenwichtige manier. De bepaling dat er een schriftelijke overeenkomst moet worden voorzien, is onvoldoende als bewijslast om zulke doorwerking van economische afhankelijkheid te vermijden. De afnemer dient te bewijzen dat de contracten op een evenwichtige manier tot stand zijn gekomen. [9] Grijp de omzetting van de richtlijn aan om heldere en afdwingbare voorwaarden te stellen voor het voeren van redelijke promotieacties. Promotieacties kunnen bepaalde landbouw- en voedingsproducten voor de consument in de kijker plaatsen en hem/haar tot aankoop stimuleren. Wanneer de mate van promotie echter doorslaat, genereert dit veelal negatieve effecten op de marges van de leveranciers in de voedselvoorzieningsketen, waarbij de primaire producent als laatste schakel in de keten niet zelden de meeste prijsdruk ondervindt. Zulke verregaande promotieacties staan haaks op de integrale verduurzaming van de voedselketen en bemoeilijken de haalbaarheid en betaalbaarheid van de duurzaamheidsinspanningen van de primaire producenten. Bovendien krijgt de consument hierdoor een verkeerd beeld van wat een correcte prijs is voor duurzaam geproduceerd voedsel. De omzetting van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken dient daarom aangewend te worden om een duidelijk en afdwingbaar kader te vormen met voorwaarden waarbinnen redelijke promotieacties kunnen worden opgezet. Zo kan concreet gedacht worden aan een beperking tot een maximaal kortingspercentage op de verkoopprijs en het verkochte volume en voor een bepaalde duur. Een inbreuk op dergelijke bepaling zou aangeklaagd en behandeld moeten kunnen worden als oneerlijke handelspraktijk.42 41
Cf. Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 (Omnibus), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX%3A32017R2393, Afdeling 5bis.
42
Naar analogie met de Franse Wet EGalim: Loi n° 2018-938 du 30 octobre 2018 pour l’équilibre des relations commerciales dans le secteur agricole et alimentaire et une alimentation saine, durable et accessible à tous, https://www.legifrance.gouv.fr/dossierlegislatif/JORFDOLE000036562265/#:~:text=Masquer%20les%20crit%C
19
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
[10] Beschouw in de omzetting van de richtlijn de niet-naleving van interprofessionele afspraken als een verboden, eenzijdige contractwijziging. De SALV meent dat de toepassing van de richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken inhoudelijk versterkt kan worden door het inbouwen van een ‘stok achter de deur’, namelijk de erkenning van de niet-naleving van interprofessionele afspraken die binnen een brancheorganisatie, een ander interprofessioneel platform of het Ketenoverleg worden gemaakt, te beschouwen als een éénzijdige contractwijziging43 en dus als een oneerlijke handelspraktijk. Interprofessionele afspraken afgesloten door representatieve beroepsorganisaties verbinden immers hun leden, ongeacht of ze de overeenkomst al dan niet ten individuele titel hebben ondertekend. Deze afspraken kaderen leveringsovereenkomsten en contractuele afspraken en zijn als dusdanig te zien als een onderdeel ervan. De erkenning van de niet-naleving van interprofessionele afspraken als oneerlijke handelspraktijk zou gelden voor zulke afspraken die vanaf de inwerkingtreding van deze wet worden gesloten of in functie hiervan worden herbevestigd. [11] Bouw een expliciete omschrijving in van ‘(dreiging met) vergeldingsmaatregelen’ van afnemers aan leveranciers die als een oneerlijke handelspraktijk worden gezien. Zulke adequate omschrijving is noodzakelijk om dit effectief als oneerlijke praktijk te kunnen aanpakken. In het bijzonder denkt de adviesraad aan volgende praktijken die als verboden oneerlijke handelspraktijken moeten worden beschouwd: de verwijdering van producten uit het assortiment door de koper, een afname van de door de afnemer bestelde hoeveelheid producten en de beëindiging van specifieke diensten door de afnemer aan de leverancier, zonder schriftelijke mededeling van de koper, waarin deze zijn beslissing motiveert en een redelijke opzegtermijn in acht neemt. [12] Monitor en evalueer het effect die de integratie van de richtlijn in de Belgische wetgeving zal hebben op het economisch verkeer in de voedselvoorzieningsketen en stuur tijdig bij. Per KB kunnen de zwarte en grijze lijsten van respectievelijk onder alle omstandigheden verboden praktijken en praktijken die slechts mogelijk zijn mits uitdrukkelijke toestemming van alle betrokkenen, aangevuld worden. Opdat tijdig en gericht gebruik gemaakt kan worden van deze mogelijkheid, is een adequate effectmonitoring en evaluatie aangewezen. [13] Voorzie een voldoende uitgebouwde handhavingsautoriteit die een doeltreffende, vlotte en tijdige behandeling van klachten garandeert en die een toegankelijk platform biedt waar leveranciers, ongeacht hun vestiging binnen of buiten België, klachten (anoniem) kunnen neerleggen en waarbij de vertrouwelijkheid wordt gegarandeerd. [14] Zorg dat de rapportering over de ontvangen klachten door de handhavingsautoriteit wordt uitgesplitst naar land van herkomst. [15] Streef een tijdige omzetting en inwerkingtreding na. De SALV wijst op de timing die de richtlijn de lidstaten voorschrijft. Uiterlijk op 1 mei 2021 stellen de lidstaten de nodige wettelijke
3%A8res,LOI%20n%C2%B0%202018%2D938%20du%2030%20octobre%202018%20pour,durable%20et%20accessi ble%20%C3%A0%20tous&text=%C3%89tude%20d'impact%3A%20(PDF,%2C%201%2C2%20Mo).&text=La %20base%20de%20la%20souverainet%C3%A9,la%20capacit%C3%A9%20de%20production%20agricole, artikel 15 2°; en de uitwerking via Ordonnance n° 2018-1128 du 12 décembre 2018 relative au relèvement du seuil de revente à perte et à l’encadrement des promotions pour les denrées et certains produits alimentaires, https://www.legifrance.gouv.fr/loda/id/JORFTEXT000037800722/, artikel 3. 43
Conform Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, artikel 3, §1.
20
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Uiterlijk op 1 november 2021 passen de lidstaten die bepalingen toe.44
44
Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL, artikel 13.
21
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Bibliografie Europese Commissie, De taskforce landbouwmarkten, https://ec.europa.eu/info/food-farmingfisheries/key-policies/common-agricultural-policy/market-measures/agri-food-supplychain/agricultural-markets-task-force_nl, website geraadpleegd op 29 april 2021. Europese Commissie, Oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen. De EU versterkt de positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen door oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/key-policies/common-agriculturalpolicy/market-measures/agri-food-supply-chain/unfair-trading-practices_nl, website geraadpleegd op 28 april 2020. Europese Commissie, Producenten- en brancheorganisaties. Het EU-beleid voor producentenen brancheorganisaties, https://ec.europa.eu/info/food-farming-fisheries/key-policies/commonagricultural-policy/market-measures/agri-food-supply-chain/producer-and-interbranchorganisations_nl, website geraadpleegd op 28 april 2021. Europese Commissie, SWD(2019) 360 final, Market transparency in the EU’s food supply chain, Brussel, 1 oktober 2019, https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52019SC0360&from=it, p. 38-39. Europese Commissie, The directive on unfair trading practices in the agricultural and food supply chain, Europese Unie, 2019, https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/food-farmingfisheries/key_policies/documents/brochure-utp-directive_en.pdf. Loi n° 2018-938 du 30 octobre 2018 pour l’équilibre des relations commerciales dans le secteur agricole et alimentaire et une alimentation saine, durable et accessible à tous, https://www.legifrance.gouv.fr/dossierlegislatif/JORFDOLE000036562265/#:~:text=Masquer%2 0les%20crit%C3%A8res,LOI%20n%C2%B0%202018%2D938%20du%2030%20octobre%202018%20pour,durable%20 et%20accessible%20%C3%A0%20tous&text=%C3%89tude%20d'impact%3A%20(PDF,%2C% 201%2C2%20Mo).&text=La%20base%20de%20la%20souverainet%C3%A9,la%20capacit%C3 %A9%20de%20production%20agricole. Loi n° 2020-1508 du décembre 2020 portant diverses dispositions d’adaptation au droit de l’Union européenne en matière économique et financière, https://www.legifrance.gouv.fr/jorf/id/JORFTEXT000042607095/. Mathijs, E. en J. Relaes, Landbouw en voedsel, verrassend actueel, Leuven, 2012. Ordonnance n° 2018-1128 du 12 décembre 2018 relative au relèvement du seuil de revente à perte et à l’encadrement des promotions pour les denrées et certains produits alimentaires, https://www.legifrance.gouv.fr/loda/id/JORFTEXT000037800722/. Platteau, J., D. Van Gijseghem, T. Van Bogaert en A. Vuylsteke (reds.), Voedsel om over na te denken, Landbouw- en Visserijrapport 2016, Departement Landbouw en Visserij, Brussel, 2016, https://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/lara2016_digi.pdf.
22
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Report of the Agricultural Markets Task Force, Improving market outcomes. Enhancing the position of farmers in the supply chain, Brussel, 2016, https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/food-farming-fisheries/farming/documents/amtf-reportimproving-markets-outcomes_en.pdf. Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, 2019, https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32019L0633&from=EL. SALV, Advies. BVR Markt- en prijstransparantie. Eén van de paden naar een betere werking van land- en tuinbouwmarkten, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20201218_ADV_Markt_en_Prijstrans parantie.pdf. SALV-Minaraad, Advies. De toekomst van voeding en landbouw (GLB post 2020), Brussel, 2018, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20180427_GLB_post_2020.pdf. SALV, Advies. Een strategie voor het Vlaams landbouwbeleid 2021-2027. Aanbevelingen bij de ontwerpstrategienota, Brussel, 2019, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20190712_ADV_StrategienotaVlaams GLB.pdf. SALV, Kennisnota. Verdienmodellen in de land- en tuinbouw. Een reflectiekader rond structuren en bedrijfsoriëntaties, Brussel, 2020, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_20200529_WCVDM_KennisnotaVerdi enmodellen_def.pdf. SALV, Verkennende nota. Uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen, Brussel, 2017, https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/SALV_ADV_20170531_notaduurzametoeko mstlandbouw_DEF.pdf. Verhaegen, E., “Structurele evolutie van de Belgische landbouw. Analyse-elementen op lange termijn”, Trefpunt Economie, 17, 2018, bijdrage 02. Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 (Omnibus), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX%3A32017R2393. Wetboek van Economisch Recht, Boek VI, Titel 4, Hoofdstuk 2, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/loi_a1.pl?language=nl&la=N&cn=2013022819&table_na me=wet&caller=list&N=&fromtab=wet&tri=dd%20AS%20RANK&rech=1&numero=1&sql=%28te xt%20contains%20%28%27%27%29%29#LNK0117.
23
Oneerlijke handelspraktijken aanpakken voor een betere werking van de markten van primaire producenten in de land- en tuinbouw, visserij en aquacultuur
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1. Concentratie in de voedselketen, Vlaanderen 2014. Bron: LARA 2016 op basis van gegevens op Vlaams niveau van de FOD Economie, Algemene Directie Statistiek. ................... 8 Figuur 2. Drempelwaardes. Bron: Europese Commissie, The directive on unfair trading practices in the agricultural and food supply chain, Europese Unie, 2019, https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/food-farmingfisheries/key_policies/documents/brochure-utp-directive_en.pdf. ............................................. 10
24