Skip to main content

Weliswaar_155_2021.pdf

Page 1

SEPTEMBER-OKTOBER 2021 NR.155

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

Zorgzame buurten

Jonge helden van de zorg: “JONGE MANTELZORGERS WAREN TE LANG ONZICHTBAAR.”


ZORGZAME BUURTEN ZORGEN VOOR FIJNERE MAZEN IN HET NET en zorgzame buurt raakt aan vele beleidsdomeinen. Niet alleen welzijn, wonen en zorg. Het gaat ook over mobiliteit, toegankelijkheid en ruimtelijke ordening. Los van beleidsdomeinen gaat het over kwaliteit van leven, spontane inzet en solidariteit, nabijheid, het onderhouden van sociale relaties, helpen en geholpen worden. Zo wordt je buurt belangrijk in je dagelijkse leven.

MANTELZORG

Veel mensen willen wel iets doen voor anderen, maar durven om verschillende redenen toch niet altijd de stap zetten.

4 JONGE MANTELZORGERS TREDEN UIT DE SCHADUW Ruim een op de vijf Vlaamse jongeren wordt beschouwd als een mantelzorger. Toch bleven ze lange tijd een onderbelichte of zelfs onzichtbare groep. Enkele recente onderzoeken brengen de doelgroep in kaart.

2

| nr. 155 - september-oktober 2021

Dat merken ze ook bij Leuven Helpt. De stad krijgt veel hulpvragen. Sommige problemen moeten door een professional opgelost worden. Wie echter zijn been heeft gebroken en niet naar de winkel kan, die kan toch wel door een buurt geholpen worden? Leuven Helpt speelt dan matchmaker en probeert mensen met een hulpvraag en helpers aan elkaar te koppelen, als ze het moeilijk vinden om mekaar rechtstreeks aan te spreken. Soms hebben mensen namelijk last van ‘vraagverlegenheid’ of ‘handelingsverlegenheid’. Hulp vragen of zelfs gewoon

11

DOSSIER

© Stephan Vanfleteren

E

ZORGZAME BUURTEN Beter een goede buurt dan een verre vriend. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) wil de komende jaren fors investeren in zorgzame buurten. Wij vonden alvast sterke voorbeelden in Arendonk, Sleidinge en Leuven.


In Sleidinge werden gastvrije plekken voor kwetsbare mensen gecreëerd. Op het pleintje – dat de naam ’t Kwartiertje meekreeg – kan iedereen samenkomen om te petanquen, een koffietje te drinken of een stuk taart te eten. Bij de bewoners leefde een tijdlang de vraag om het psychiatrisch centrum naar een plek buiten hun buurt te verhuizen. Maar het is een illusie dat psychisch kwetsbare mensen niet tot onze leefwereld behoren. Dus in

24

plaats van hen buiten de samenleving te zetten – letterlijk en figuurlijk – werd verbinding mogelijk gemaakt. En hoe ’t Kwartiertje aan zijn naam kwam? Dat lees in je het dossier over zorgzame buurten (p. 11).

Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

28

DENKERS IN WELZIJN

20

INTERVIEW

Vrijwilligerswerk is nochtans goed voor je zelfbeeld en bestrijdt eenzaamheid. Wie zich nuttig maakt voor een ander, voelt zich niet alleen. Dat laatste weten ze maar al te goed in Arendonk. Onder de noemer ‘Hecht Arendonk’ brengen ze daar mensen samen. Niet in de eerste plaats om eenzaamheid te bestrijden, maar vanuit de vraag: wat kan jij betekenen voor een ander? En vanuit het antwoord op die

vraag, gaat alles vanzelf de goede richting uit, is hun ervaring.

DE ESSENTIE

toegeven dat het alleen niet lukt, is moeilijk. Zet daar een brugfiguur of matchmaker tussen en het lukt vaak wel.

OP ZOEK NAAR VERBINDING

IN DE BRES VOOR DE JEUGD

EEN TOEKOMST VOL ONDEUGENDE ZORG

Kan je in een kwetsbare buurt een netwerk realiseren van mensen die voor elkaar zorgen? Het klinkt als een moeilijke opdracht, maar het project Begijnenpassage in SintJans-Molenbeek laat zien dat het mogelijk is.

Sinds begin dit jaar is Amir Bachrouri voor­ zitter van de Vlaamse Jeugdraad. Een positie die de gedreven jongeman in staat stelt om de overheid te adviseren. “Want door samen te werken, komen we er sterker uit.”

Technologie en wetenschap stuwen onze wereld vooruit. Maar houden we nog genoeg rekening met de mensen zelf? Zorgethici Linus Vanlaere en Roger Burggraeve schetsen een betrokken en realistisch beeld van de zorgpraktijk.

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 155 - september-oktober 2021 |

3


MANTELZORG

Jonge helden van de zorg

“JONGE MANTELZORGERS WAREN TE LANG ONZICHTBAAR” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto’s Jan Locus

Ruim een op de vijf Vlaamse jongeren wordt beschouwd als een mantelzorger. Die rol gaat vaak gepaard met mentale en lichamelijke gezondheidsproblemen. Enkele recente onderzoeken brengen de doelgroep in kaart.

“K

inderen en jongeren tot 24 jaar die opgroeien met een zieke ouder, broer, zus of een ander gezinslid dat bijzondere zorgen nodig heeft. Het kan gaan om chronische ziekte of fysieke handicap, een psychische ziekte, verslavingsproblematiek of mentale handicap.” Dat is de precieze definitie van jonge mantelzorgers, zoals te lezen valt in het Vlaams mantelzorgplan uit 2017. In Vlaanderen zijn ze met verrassend veel – tussen de 21 en 24% – zo blijkt uit enkele recente rapporten. “In het Vlaams mantelzorgplan stond inderdaad al een hoofdstuk over jonge mantelzorgers”, vertelt Joost Bronselaer, wetenschappelijk medewerker bij het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. “Omdat het lange tijd een vrij ‘onzichtbare’ groep is geweest, werd in 2017 beslist dat er een onderzoek moest komen naar deze specifieke doelgroep. Er werden enkele vragen over mantelzorg opgenomen in twee bestaande onderzoeken naar Vlaamse jongeren: HBSC (Health Behaviour in School-aged Children), dat focust op leerlingen van het vijfde leerjaar tot het zesde middelbaar, en LiSO (Loopbanen in het Secundair Onderwijs), waarvoor in 2018 leerlingen uit de bovenbouw van het secundair onderwijs werden bevraagd.

4

Uit HBSC bleek dat 21% van de Vlaamse jongeren (11-18 jaar) mantelzorger is. Bij LiSO lag dat percentage iets hoger: 23,9%. In die groep hielp 19% thuis meer dan vier uur per week. Op basis van de LiSOresultaten werd nog een extra onderzoek uitgevoerd, waarbij 315 jonge mantelzorgers deelnamen aan een online bevraging. Daarnaast werden ook diepte-interviews gedaan met enkele jonge mantelzorgers, ouders en schoolpersoneel. De resultaten variëren licht tussen de verschillende onderzoeksrapporten, maar er zijn toch enkele duidelijke conclusies te trekken.

VAKER MEISJES “Meisjes zijn vaker mantelzorger dan jongens, net zoals jongeren die niet in een ‘klassiek’ tweeoudergezin leven”, aldus Bronselaer. “Je vindt ook meer jonge mantelzorgers in de B-stroom van het onderwijs en in het BSO dan in de A-stroom en het ASO. En ten slotte gaat het vaker om jongeren die hun gezin niet als rijk inschatten. Dit is op zich niet zo verrassend, want we zien gelijkaardige profielen in buitenlandse onderzoeken.” Uit de verschillende studies blijkt ook dat de rol van jonge mantelzorger vaak

| nr. 155 - september-oktober 2021

samenhangt met een minder gunstige mentale en fysieke gezondheid. Zo blijkt uit het HBSC-rapport dat 15% van de jonge mantelzorgers ‘zelfbeschadiging of poging tot zelfdoding’ rapporteert, tegenover 6% van de jonge niet-mantelzorgers. Bij jonge mantelzorgers die minstens vier uur helpen, loopt dat zelfs op tot 19%. Die groep kampt ook vaker met slaapproblemen en rapporteert een minder gunstige kwaliteit van leven. Daarnaast blijkt dat jonge mantelzorgers minder vaak sporten, maar wel vaker deelnemen aan georganiseerde activiteiten en meer schermtijd hebben. Ook opvallend: ze ervaren meer schooldruk, vooral als hun broer of zus ziek is of een beperking heeft, of als er

“Meisjes zijn vaker mantelzorger dan jongens, net zoals jongeren die niet in een ‘klassiek’ tweeoudergezin leven.” meerdere personen in het gezin ondersteuning nodig hebben. Ze zijn bovendien vaker het slachtoffer van pesten op school. Maar anderzijds blijkt dat jongeren die zich beperkt voelen door hun taken thuis, zelf ook vaker anderen pesten. Uit de LiSO-studie, die eerder peilt naar schoolse resultaten, blijkt dat de gemiddelde jonge mantelzorger zich op school even goed thuis voelt als zijn medeleerlingen en zich ook even goed inzet. Hij voelt


JOOST BRONSELAER, WETENSCHAPPELIJK MEDEWERKER BIJ HET DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN:

“Jonge mantelzorgers zijn lange tijd een vrij ‘onzichtbare’ groep geweest, tot we hen begonnen te onderzoeken.”

zich wel iets minder goed sociaal aanvaard door medeleerlingen. Er worden over het algemeen geen grote verschillen gezien in de cognitieve ontwikkeling. Opvallend: leerlingen die niet één maar meerdere zieke familieleden hebben, hebben wel een grotere achterstand voor wiskunde en begrijpend lezen. Hetzelfde geldt voor leerlingen die thuis meer dan vier uur per week meedraaien in het huishouden. Beiden groepen zitten nog vaker dan andere jonge mantelzorgers in het beroepsonderwijs.

BANG VOOR NEGATIEVE REACTIES We te n s c h ap p e l ij k m e d e we r ke r s Véronique Vandezande en Barbara Demeyer (Depar tement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) stonden mee in voor de diepte-interviews met jonge mantelzorgers, ouders en onderwijsprofessionals. “Uit de getuigenissen van de jongeren merkten we dat ze hun bezorgdheden van thuis vaak meenemen naar school, waardoor ze het soms moeilijk vinden om zich te concentreren. Bovendien voelen ze zich vaak alleen, omdat ze hun ervaringen niet altijd durven te delen met klasgenoten of leerlingen. Vaak zijn ze bang voor negatieve reacties. Ze vrezen bijvoorbeeld dat de leerkrachten zouden denken dat ze hun thuissituatie als ‘handig excuus’ gebruiken. Veel jonge mantelzorgers ervaren ook te weinig ruimte voor zichzelf: thuis zijn ze constant in de weer voor het zieke familielid, waardoor hun eigen mentale gezondheid er soms zwaar nr. 155 - september-oktober 2021 |

5


Links: Barbara Demeyer, rechts: Véronique Vandezande

onder lijdt. Al geven heel wat jonge mantelzorgers wel aan dat ze meer maturiteit en praktische vaardigheden hebben dan leeftijdsgenoten. Sommigen halen er ook veel zelfwaarde uit, het geeft hen voldoening om hun gezinslid te mogen en kunnen helpen.”

“Vaak voelen jonge mantelzorgers zich alleen, omdat ze hun ervaringen niet altijd durven te delen met klasgenoten of leerlingen.” Jonge mantelzorgers vinden de meeste steun bij hun gezin – omdat ze de situatie uit de eerste hand begrijpen – en vrienden

6

of andere vertrouwenspersonen. “Maar ze vragen toch meer aandacht, respect en erkenning. Zeker ook vanuit de school: jongeren hebben niet altijd het gevoel dat er voldoende rekening wordt gehouden met hun thuissituatie”, zegt Vandezande nog. Op basis van deze onderzoeken werden enkele beleidsaanbevelingen gedaan, vult Demeyer aan. “We vertrekken vanuit vijf principes, waarmee het welzijnsveld en het onderwijs samen een versterkend beleid kunnen opbouwen. Ten eerste: de zichtbaarheid van jonge mantelzorgers vergroten. Daar kunnen deze studies al heel wat toe bijdragen. Daarnaast moet de fysieke en psychische kwetsbaarheid van het gezinslid met een ziekte of beperking meer bespreekbaar worden gemaakt. Ten derde is de vertrouwensband cruciaal: jongeren moeten goed weten bij wie ze terechtkunnen met hun verhaal, en op

| nr. 155 - september-oktober 2021

WETENSCHAPPELIJK MEDEWERKERS BARBARA DEMEYER EN VÉRONIQUE VANDEZANDE (DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN):

“Jonge mantelzorgers vinden de meeste steun bij hun gezin. Maar ze vragen toch meer aandacht, respect en erkenning. Zeker ook vanuit de school.” welke steun ze kunnen rekenen. Een vierde pijler is verbinding: samenwerking tussen onderwijs en welzijn is zeer belangrijk. En ten slotte moeten we de veerkracht van deze jongeren, die als mantelzorger een sterk engagement opnemen, erkennen én versterken, net als de veerkracht van hun gezinnen.”


MANTELZORG

De ervaringen van een jonge mantelzorger

“IK WERKTE DUBBEL ZO HARD” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto’s Jan Locus

Kaily Desmet is 23 jaar en studeerde net af als maatschappelijk werker. Sinds haar elfde is ze mantelzorger voor haar mama, die ernstig ziek is. Ze is een van de drijvende krachten achter ZoJong!, een online platform voor jonge mantelzorgers.

“I

k was nog maar elf toen mijn mama ernstig ziek werd. Ze heeft CVS en fibromyalgie en ze is ook psychisch kwetsbaar door de medicatie. Als neuropatiënt moet ze regelmatig worden opgenomen in het ziekenhuis. Als kind rol je als het ware in die rol van mantelzorger, zonder er veel bij na te denken. Dat begint met wat kleine huishoudelijke taken: aardappelen koken of was plooien. Intussen regel ik het grootste deel van het huishouden, naast administratie en veel medische zorgen, zoals wondverzorging. Mijn broer en stiefvader dragen natuurlijk ook hun steentje bij, maar als dochter neem ik toch een heel groot stuk op mij.” “Als kind had ik het daar best moeilijk mee. Ik heb het heel lang verzwegen op school, omdat ik gewoon wilde zijn zoals de rest. De term ‘mantelzorger’ was nog niet zo bekend en ik wilde vooral niet dat de andere leerlingen of de leerkracht zouden denken dat ik uit een ‘probleemgezin’ kwam. Pas in het middelbaar heb ik er op school voor het eerst over gepraat. We gingen toen door een hele moeilijke periode, omdat de dokters even vreesden nr. 155 - september-oktober 2021 |

7


MANTELZORG

KAILY, MANTELZORGER SINDS HAAR ELFDE:

“Mijn vriendinnen noemen mij soms ‘mama Kaily’ omdat ik heel veel praktische dingen kan.”

dat mijn mama leukemie had. De directie en leerkrachten reageerden gelukkig heel begripvol. Toen kwam er ook wat meer flexibiliteit: ik mocht mijn gsm af en toe aanzetten om zeker te zijn dat thuis alles goed ging. En wanneer ik er behoefte aan had, kon ik tijdens de middagpauze rekenen op een luisterend oor.” “Maar ik wilde altijd alles zo normaal mogelijk doen en werkte dubbel zo hard. Mijn schoolwerk heeft er zelden onder geleden. Ik herinner me wel een pijnlijk voorval. Door de omstandigheden thuis kon ik in het vierde middelbaar een keer niet studeren voor een toets Frans. De leerkracht gaf me toen een uitbrander: ‘Het is altijd iets met jou’. Toen is het me allemaal te veel geworden en ben ik huilend de klas uitgelopen. Dat ik voor die ene uitzondering zo’n botte commentaar kreeg, kwam hard aan. De leerkracht heeft zich uiteindelijk wel verontschuldigd, maar nadien had ik het toch moeilijker om op school te praten over mijn thuissituatie.” “Gelukkig voelde ik me mentaal altijd goed ondersteund. Door een groepje fantastische vriendinnen, maar ook door professionals. Via het CLB werd ik doorverwezen naar het JAC en het CAW. Er gebeurt zoveel in je leven als kind en tiener, los van de dagelijkse zorgen. Een luisterend oor is dan onmisbaar.” “Als jonge mantelzorger mis je heel veel dingen die andere kinderen en tieners wel meemaken, omdat bijna al je vrije momenten naar die zorg gaan. Maar het geeft ook veel voldoening om te mogen zorgen voor iemand. Het voordeel is dat je beter leert te relativeren en dat je veel sneller zelfstandig wordt. Mijn vriendinnen noemen mij soms ‘mama Kaily’, omdat ik heel veel praktische dingen kan. Als we samen op weekend gaan, ben ik degene die weet hoe de koffiemachine werkt en hoe je kaassaus moet maken voor bij de macaroni. Dat is best handig.”

8

“Een van de moeilijkste dingen vind ik het ‘etiket’ dat anderen op me kleven: ik heb me heel vaak een ‘probleemkind’ gevoeld. Toen we in het zesde middelbaar moesten beslissen wat we wilden studeren, kreeg ik van de school het advies om een graduaat te kiezen. Een bacheloropleiding zou te moeilijk zijn door mijn thuissituatie. Dat is toch verschrikkelijk? Ik kreeg op voorhand al geen kans. Aanvankelijk wilde ik me ook inschrijven voor een graduaat, maar omdat die opleiding al volzet was, koos ik toch voor de bachelor Maatschappelijk Werk. In juni ben ik afgestudeerd: dat voelt als een grote overwinning. Al moet ik toegeven dat het hard werken was, zeker tijdens de examens. Gelukkig kan ik goed plannen: mijn agenda ligt altijd al weken op voorhand vast. En op de hogeschool kreeg ik ook wat faciliteiten als mantelzorgstudent. Zo kreeg ik meer flexibele examendata en mocht ik extra kopieën maken als ik een les miste.” “Op 21 juni ben ik begonnen met mijn eerste job. Ik ben helemaal klaar voor de toekomst. Al maakt die me soms ook onzeker. Wat als ik op een dag alleen ga wonen en een eigen gezin krijg? Wat als mijn mama dan plots dringende zorg nodig heeft? Sinds enkele jaren probeer ik ook

| nr. 155 - september-oktober 2021

mijn eigen grenzen wat beter te bewaken. Onlangs heb ik bijvoorbeeld deelgenomen aan een triatlon. De vele trainingen waren een intens project, puur voor mezelf. En misschien was het ook wel een manier om de voorbije moeilijke jaren te verwerken.”

“Als kind rol je als het ware in die rol van mantelzorger, zonder er veel bij na te denken.” “Ik vind het zeer positief dat er nu eindelijk onderzoeken en cijfers verschijnen over jonge mantelzorgers. Mantelzorg is iets heel onzichtbaars, maar het zit achter veel gevels verborgen. Voor kinderen en jongeren die aan mantelzorg doen was er lange tijd geen enkele manier van ondersteuning. Met ons online platform ZoJong! proberen we daar nu verandering in te brengen. We willen er zijn voor jonge mantelzorgers en een luisterend oor bieden, maar willen zeker ook sensibiliseren. In het onderwijs en het jeugdwerk bijvoorbeeld, waar nu nog veel te weinig kennis over (jonge) mantelzorgers aanwezig is.”


BIJSLUITER

RECHTKRABBELEN NA DE CRISIS N

u het einde van de pandemie in zicht is, wordt duidelijk dat de schade voor onze gezondheid groot is. Dat geldt niet alleen voor mensen die geveld werden door COVID-19 en kampen met langdurige klachten. Onzekerheid, lockdowns en beperkende maatregelen dwongen ieder van ons om een jaar lang onze levensstijl aan te passen. Ook dat heeft een weerslag, zo blijkt uit diverse bevragingen uit binnen- en buitenland. Gevoelens van angst, depressie en eenzaamheid namen opvallend toe. Tele-Onthaal noteerde tijdens de tweede en derde coronagolf een sterke stijging van het aantal meldingen van jongeren over psychische problemen, eenzaamheid en suïcidale gedachten. Het RIZIV meldde een toename van 40% voor depressies en burn-out bij volwassenen. Veel mensen liepen op de toppen van hun tenen, soms met uitbarstingen van geweld in de opgelegde thuissituaties. Partners en kinderen kregen klappen. Politiediensten ontvingen meer meldingen van oudermishandeling, waarbij vooral afhankelijke ouderen de slachtoffers waren. Het al dan niet volgen van de maatregelen en het geloof in complottheorieën zorgde voor een nooit eerder geziene tweespalt in families. Kortom, de pandemie ging ons niet in de koude kleren zitten. De helft van de bevolking werd geconfronteerd met coronakilo’s. Stress, thuiswerk, slapeloze nachten, gebrek aan beweging, maar ook de gestegen populariteit van bakken en kokkerellen hebben daartoe bijgedragen. Sciensano noteerde een verdubbeling van het aantal personen dat meer dan acht uur per dag zittend doorbrengt. Er werd minder gesport en meer gesnackt tussendoor. Krachtsporters zagen hun spiermassa

slinken als gevolg van het sluiten van fitnesscentra. Online fitnessplatformen die gestreamde trainingssessies aanbieden, kenden dan wel een fenomenaal succes, maar meestal tijdelijk. Door het sluiten van de scholen nam ook het aantal kinderen met overgewicht toe. Na anderhalf jaar worstelen met een onzekere toekomst, is het voor de meesten moeilijk om de knop gewoon om te draaien. Zolang de crisis duurt, schakelen mensen over op overlevingsmodus. Het kwam erop neer om niet besmet te raken en zo snel mogelijk gevaccineerd te worden. Meer dan 90% volgde dagelijks de coronacijfers in het nieuws. Heel wat mensen raakten een dierbare kwijt door COVID-19, anderen worstelen met de gevolgen van de infectie. Nu we dat vermaledijde virus stilaan achter

ons kunnen laten, volgt de rekening. Velen maken voor zichzelf de balans op. Willen we terug naar de ratrace van voor de crisis? Gaan we weer iedere dag in de file staan? Hoe zit het met onze toekomst in deze onzekere wereld? Komt er nog een pandemie? Bergen we onze ambities maar beter op? Durven we nog een zaak te starten? Rechtkrabbelen wordt een uitdaging van formaat. Neem de tijd om op adem te komen, misschien in een lagere versnelling. Kijk eens op de website checkjezelf.be van het Vlaams Instituut Gezond Leven. Je vindt er tips en getuigenissen over hoe je die mentale energie kan bijtanken. Belangrijk daarbij is: wees niet te streng voor jezelf, het is oké als het even allemaal even niet meer lukt. Het komt goed. Marleen Finoulst, hoofdredacteur Bodytalk

nr. 155 - september-oktober 2021 |

9


KORT

LUC VERBEKE OVER VEERTIG JAAR ZORG VOOR PERSONEN MET EEN BEPERKING Luc Verbeke startte begin jaren ‘80 – als jong broekje van 26, zoals hij het zelf noemt – meteen als directeur van Den Dries, met acht bewoners met een beperking en zes personeelsleden. “Mijn carrière bestaat dus even lang als Den Dries”, vertelt Luc. Onlangs ontving hij een Lifetime Achievement Certificate voor die carrière in de residentiële zorg voor mensen met een beperking. Het uitgelezen moment om het te hebben over de evoluties in de sector – en meer specifiek in Den Dries – door de decennia heen. >>

Lees het volledige interview op weliswaar.be/lucverbeke

DE SOCIALE KAART VERNIEUWD De website van de Vlaamse sociale kaart wordt vernieuwd. De website krijgt een nieuwe look, en een aantal functionaliteiten worden verbeterd, zoals bijvoorbeeld de zoekfunctie en het downloaden van gegevens. De fiches worden overzichtelijker waardoor je snel de nodige informatie terugvindt. Zowel professionele hulpverleners en burgers >>

kunnen nog steeds een profiel aanmaken om bijvoorbeeld favorieten bij te houden en zoekopdrachten op te slaan. Zorgaanbieders kunnen zelf hun gegevens beheren door eigenaar te worden van hun fiche(s). Doordat zorgaanbieders zelf hun gegevens actueel houden, zullen bezoekers van de website correcte informatie terugvinden.

Lees meer op weliswaar.be/socialekaart of neem een kijkje op www.desocialekaart.be

AFSTAMMINGSCENTRUM VAN START Sinds kort kunnen mensen die op zoek zijn naar meer informatie over hun afstamming – of die van hun kinderen – terecht bij het Afstammingscentrum. Het gaat dan niet alleen over bijvoorbeeld donor- of adoptiekinderen, maar ook over donoren of adoptieouders. Het Afstammingscentrum heeft drie grote opdrachten: >>

Meer info vind je op weliswaar.be/afstammingscentrum

10 10

| nr. 155 - september-oktober 2021

informeren en sensibiliseren over afstammingsvragen, technische en psychosociale ondersteuning bieden aan personen die op zoek gaan naar genetische verwanten, en een expertisecentrum uitbouwen. Voor dat laatste kreeg het Kenniscentrum Pleegzorg een vergunning.


ZORGZAME BUURTEN

ZORGZAME BUURTEN Kwaliteit van leven, spontane inzet en solidariteit, nabijheid, sociale relaties hebben, helpen en geholpen worden: het zijn nobele doelen om na te streven in een wijk of buurt. In Arendonk, Sleidinge en Leuven geven ze alvast het goede voorbeeld.

nr. 155 - september-oktober 2021 |

11


ZORGZAME BUURTEN

Elkaar helpen begint naast de deur

MINISTER WOUTER BEKE WIL EEN NETWERK VAN ZORGZAME BUURTEN UITBOUWEN Tekst Janine Meijer | Foto Jan Locus

Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) wil de komende jaren fors investeren in zorgzame buurten. In heel Vlaanderen moeten er buurten zijn waar buren op elkaar kunnen rekenen als ze nood hebben aan hulp of steun. “In een globaliserende wereld speelt de nabije buurt een steeds grotere rol.”

D

e komende twee jaar komen honderd zorgzame buurten in aanmerking voor een financiële impuls van 50.000 euro per jaar. Het initiatief komt van Wouter Beke, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding. Een commissie van experten gaat de aanvragen beoordelen op basis van vastgestelde criteria.

buurten dragen mensen op een heel laagdrempelige manier zorg voor elkaar. De 75-jarige alleenstaande buurvrouw die vroeger wiskundelerares was, geraakt niet meer zo makkelijk in de winkel. Haar zestienjarige buurjongen gaat voor haar naar de supermarkt. Als hij de boodschappen komt brengen, geeft de buurvrouw hem tips in verband met zijn schoolwerk.”

“De coronacrisis heeft het belang van de buurt extra duidelijk gemaakt”, verklaart minister Beke zijn besluit. “In een wereld die steeds grootschaliger wordt, groeit het belang van de nabije buurt als plaats van geborgenheid. De buurt moet een plek zijn waar mensen elkaar over en weer helpen, en daar plezier en bondgenootschap uit halen.”

Wederkerigheid is fijn, maar geen voorwaarde. “Het gaat om oog hebben voor elkaar. Waar heeft je naaste buur behoefte aan? Kan jij dat bieden? Zo ja, heel fijn. In een volgende situatie ben jij misschien diegene die een zorgvraag heeft.”

ZORGVRAGEN SIGNALEREN Het draait niet altijd om grote gebaren, gaat de minister verder. “In zorgzame

12

Zorgvragen detecteren en signaleren, en die doorspelen aan de juiste instanties is ook een belangrijk doel van zorgzame buurten. “Buren kennen elkaar. Gaat het wel goed met dat gezin waarvan de vader onlangs zijn werk verloor? Merk jij ook dat de buurman steeds vergeetachtiger wordt? Niet alleen de ouderenzorg, maar

| nr. 155 - september-oktober 2021

ook de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg moeten bij buurtzorg worden betrokken.” Hoe ziet de minister dat concreet? “Bij gezinnen die in een crisissituatie verkeren, besluit men vandaag vaak om een kind tijdelijk uit huis te plaatsen. Terwijl gezinsondersteunende zorg, waarbij buurtzorg een rol kan spelen, ook een oplossing kan zijn.” Natuurlijk is dat lang niet altijd mogelijk, erkent de minister. “Maar vandaag wordt er nog te weinig naar deze laagdrempelige opties gekeken.”

SAMENWERKING STIMULEREN Ook het samenwerken tussen voorzieningen moeten we nog meer stimuleren. “In een buurt bevinden zich doorgaans verschillende voorzieningen. Zij kunnen vaak een nog grotere rol spelen dan ze vandaag al doen. Denk bijvoorbeeld aan de buurtwinkel die is gekoppeld aan een woonzorgcentrum. Waarom deze winkel niet openstellen voor elke bewoner van de wijk? Hetzelfde geldt voor het cafetaria van het woonzorgcentrum. De voorzieningen zijn vandaag nog te veel op zichzelf teruggeplooid. Dat moet in de toekomst anders. Ook daar zie ik op het terrein al prachtige voorbeelden van.” “De bakker en de slager hebben altijd bijgedragen aan de sociale cohesie in een wijk.


WOUTER BEKE, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING:

“In een wereld die steeds grootschaliger wordt, groeit het belang van de nabije buurt als plaats van geborgenheid.”

voorbeelden van zorgzame buurten. Deze pioniersprojecten moeten andere gemeenten aanzetten om ook in lokale zorg te investeren.” Het opbouwen en verduurzamen van dit web is een zoektocht, erkent de minister. “Onmisbaar in deze zoektocht zijn de lokale besturen. Zij weten als geen ander welke welzijns- en zorgorganisaties en zorgraden van de eerstelijnszone actief zijn in hun gemeente en kunnen samen de motor vormen om een zorgzame buurt vorm te geven en echte doorbraakprojecten te realiseren.”

Zorgvragen signaleren en die doorgeven aan de juiste instanties is een belangrijk doel van zorgzame buurten. Zij wisten hoe het met Louis op de hoek ging of met Frieda van een paar huizen verder. Veel van deze kleine zelfstandigen hebben door de concurrentiestrijd met grote ketens de deuren moeten sluiten, dus moeten we op zoek gaan naar mensen die deze functie kunnen overnemen.”

Waarschijnlijk zullen veel mensen ook na de coronacrisis deeltijds thuis blijven werken. Dit ondersteunt het belang van goede contacten in de buurt, vindt Wouter Beke. Het biedt ook mogelijkheden. “Als je meer tijd thuis doorbrengt, kan je elkaar meer hulp bieden en ook beter in de gaten houden. Buren zijn bereid om deze taken op te nemen. Dat heeft de coronacrisis laten zien.”

DOORBRAAKPROJECTEN REALISEREN

Het gezin Beke investeert alvast in zorg voor buren. Tijdens de coronaperiode gingen de dochters van Wouter Beke briefjes posten in de brievenbussen in de buurt met hun gsm-nummer erop. Wie hulp nodig had, mocht de meisjes bellen. “Na een paar weken vroeg ik aan mijn dochter van vijftien jaar hoeveel telefoontjes ze had ontvangen”, vertelt de minister. “Het waren er zeven. Allemaal van mensen die niets nodig hadden, maar mijn dochter bedankten voor het aanbod. Omdat ze het gebaar zo waardeerden, wilden de mensen die reageerden na de coronaperiode het meisje trakteren op een pannenkoek of een ijsje. Het was voor mij het bewijs dat zorgen voor elkaar veel meer is dan het uitwisselen van diensten. Het creëert een vorm van verbondenheid die mensen deugd doet.”

“Op verschillende plekken in Vlaanderen en Brussel zijn er vandaag al mooie nr. 155 - september-oktober 2021 |

13


KARINE SOENEN, BELEIDSCOÖRDINATOR OUDEREN IN DE GEMEENTE ARENDONK:

“We merkten dat mensen niet graag als eenzaam of hulpbehoevend worden bestempeld. Niemand wil een slachtoffer zijn.”

Arendonk verbindt mensen op basis van wederkerigheid

MEDICIJN TEGEN EENZAAMHEID Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

Uit onderzoek bleek dat een grote groep ouderen in Arendonk zich eenzaam voelt. De groep heeft niet het gevoel dat ze daar op eigen kracht een oplossing voor kan vinden. Het project Hecht Arendonk biedt een antwoord op deze hulpvraag. Niet door mensen als slachtoffer te benaderen. Wel door hen te stimuleren iets voor een ander te betekenen.

T

ien jaar geleden besloot het bestuur van Arendonk een onderzoek te laten uitvoeren naar het leven en de behoeften van senioren in de gemeente. Er werden zestig mensen bevraagd. Het resultaat was ontluisterend. Ruim een op de vier inwoners van 55 jaar of ouder zei zich ‘ernstig eenzaam’ te voelen. “We schrokken van dit hoge aantal”, zegt Karine Soenen, beleidscoördinator ouderen in de gemeente Arendonk. “Nog verontrustender was dat de senioren niet het gevoel hadden de eenzaamheid op

14

eigen kracht te kunnen overwinnen. Ze gaven aan hulp nodig te hebben om hun sociaal leven weer op de rails te krijgen.” Op huisbezoek gaan bij de ouderen, dat vonden Soenen en haar collega’s onvoldoende als antwoord op deze noodvraag. “We wilden geen voor de hand liggend initiatief, maar wilden de behoeften nauwkeurig bestuderen. We merkten dat mensen niet graag als eenzaam of hulpbehoevend worden bestempeld. Niemand wil een slachtoffer zijn. We besloten de vraag om te draaien en bij de ouderen te polsen

| nr. 155 - september-oktober 2021

wat ze konden betekenen voor anderen. Daar kwamen vaak verrassende antwoorden op en die vormden het vertrekpunt voor het project Hecht Arendonk.”

EEN KOP KOFFIE EN EEN BABBEL Hecht Arendonk is een netwerk dat bestaat uit een groep mensen die elkaar over en weer helpen. “Iemand heeft bijvoorbeeld hulp in de tuin nodig en geeft na afloop een doos zelfgebakken koekjes als bedankje”, legt Soenen uit. “Soms vraagt iemand die hulp biedt niets terug en wil die alleen een kop koffie drinken en een praatje maken. Het gaat niet om grootse initiatieven. We faciliteren en stimuleren ontmoetingen op basis van wederkerigheid.” Iedere inwoner van Arendonk is welkom om zich aan te sluiten bij het netwerk. Inmiddels bestaat Hecht Arendonk uit 115 mensen. Niemand is ergens toe verplicht, alles verloopt op basis van vrijwilligheid.


ZORGZAME BUURTEN

De fietstochten zijn een goed moment om te polsen hoe het met iedereen gaat. Niet iedereen praat makkelijk over zijn problemen. In een informele setting komen Anita en haar collega’s vaak meer te weten dan tijdens een gesprek aan tafel. Hecht Arendonk verzorgt elke maand een ontbijt waarop maximaal tien mensen worden uitgenodigd, gaat Leysen verder. “We houden de groep bewust klein, zodat mensen met elkaar in gesprek gaan. Anders trekken de inwoners naar wie ze al kennen. Het is leuker dat ze nieuwe mensen ontmoeten.”

ANITA LEYSEN, LID VAN HECHT ARENDONK:

“Sommige mensen komen spontaan op onze uitnodiging af. Anderen bellen we op. Die hebben een steuntje in de rug nodig.”

Wie interesse toont in het netwerk, wordt uitgenodigd om tijdens een kennismakingsgesprek te vertellen over zijn interesses en passies. Op welke manier kan je bijdragen aan het netwerk? En wat hoop je uit het netwerk te halen? Een kerngroep organiseert de activiteiten en koppelt de mensen aan elkaar of brengt de deelnemers in contact met andere groepjes of clubs waar ze terecht kunnen. Soenen: “Stel dat iemand haken heel leuk vindt, maar niemand kent om die passie mee te delen. Dan organiseren wij een haakmiddag waarbij we andere inwoners uitnodigen of we gaan op zoek naar een haakclub waar de geïnteresseerde zich bij kan aansluiten.”

SAMEN KIBBELING ETEN Er is ook een tijdschrift waar inwoners een oproep in kunnen plaatsen. Voor corona uitbrak, organiseerde het netwerk een jaarlijkse creamarkt. Arendonkenaars waren

vaak maanden bezig om van alles te maken dat werd tentoongesteld en verkocht. “Onze mensen leefden daar lang naartoe. Ze hadden een doel en dat is belangrijk. Als je het gevoel hebt een bijdrage te kunnen leveren, voel je je zinvol. Je nuttig voelen, is het beste medicijn tegen eenzaamheid.”

Het netwerk Hecht Arendonk verzamelt mensen die elkaar helpen. Anita Leysen (68) is een van de leden van de kerngroep van Hecht Arendonk. “De laatste maanden hebben we veel gewandeld. We fietsen ook regelmatig naar een viskraam waar je lekkere kibbeling kan eten. Sommige mensen komen spontaan op onze uitnodiging af. Anderen bellen we op. Die hebben een steuntje in de rug nodig. Wie niet meer kan fietsen, halen we op met de auto.”

Anita werkte tot haar pensioen als verzorgende in een rusthuis. Haar man is ernstig ziek. “De vooruitzichten zijn niet goed. Na mijn pensioen heb ik mij voorgenomen om actief te blijven. Ik ben niet eenzaam, omdat ik bewust sociale contacten opzoek. Als ik boodschappen ga doen, kom ik altijd wel een bekende tegen. Dat doet deugd. Helaas heeft niet iedereen dat geluk.”

KOM ZOALS JE BENT Hecht Arendonk bereikt niet alleen ouderen. Er is ook een groep actieve mensen die het initiatief een warm hart toedraagt en daarom hand- en spandiensten verleent. Daarnaast is er ook de groep met jonge inwoners die op maatschappelijk vlak wat uit de boot vallen en het netwerk nodig hebben voor sociaal contact. Hoe komt het dat mensen de weg naar elkaar niet altijd vinden? “Ik vermoed dat sociale media hierin een rol spelen”, zegt Karine Soenen. “Mensen krijgen het gevoel dat iedereen leuke, toffe activiteiten onderneemt. Wie niet aan dat beeld beantwoordt, wordt onzeker en trekt zich terug. Er is veel verborgen leed. Niet iedereen die vrolijk voor de dag komt, zit ook echt goed in zijn vel. Wij zeggen altijd: kom zoals je bent, want dat is goed genoeg.”

nr. 155 - september-oktober 2021 |

15


ZORGZAME BUURTEN DOSSIER XXX

Sleidinge: waar psychisch kwetsbare mensen thuis zijn

GASTVRIJE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Tekst Janine Meijer | Foto Jan Locus

Psychisch kwetsbare mensen moet je niet wegsteken in een instelling op een afgelegen plaats. Ze verdienen een plek midden in een woonbuurt, omdat het patiënten en buurtbewoners veel oplevert, vindt psycholoog Peter Dierinck. Zijn model om gastvrije plekken te creëren voor kwetsbaren werd ontwikkeld in Sleidinge. Het vindt steeds meer navolging in andere Vlaamse gemeenten.

O

p vrijdagavond 25 juni 2004 schiet een ex-patiënt van het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge een moeder en haar zoon dood in de frituur op het plein. De buurtbewoners zijn geschokt en willen dat het psychiatrisch centrum uit de wijk vertrekt. Er wordt een buurtcomité opgericht om dat te bewerkstelligen. Peter Dierinck is op het moment van de feiten psycholoog in het psychiatrisch centrum. Hij herinnert zich het drama als de dag van gisteren. “De angst en het verdriet in de buurt waren immens. Ik voelde onmiddellijk dat we deze gevoelens niet moesten onderdrukken, maar erkennen en er ruimte voor vrijmaken. Sleidinge had een ramp meegemaakt. Dat stond vast. Maar wat voor mij ook heel duidelijk was: buurtbewoners en patiënten moesten verder met elkaar. Het psychiatrisch centrum verhuizen was geen oplossing.” De directie van het psychiatrisch centrum, Peter en zijn collega’s besloten een meldpunt op te richten. Voortaan was er een

16

duidelijke plek waar buurtbewoners terecht konden als ze een patiënt door de straat zagen wandelen en het niet vertrouwden. Of als ze zich om een andere reden onveilig voelden.

OMARM IMPERFECTIE

De activiteiten leidden al snel tot meer nieuwsgierige buren die een kijkje kwamen nemen. “Ik herinner me een buurtbewoner die langsfietste en commentaar leverde op ons werk. De patiënt die aan het klussen was bleef heel rustig en vroeg of hij het dan beter kon. Waarop de buurtbewoner zijn fiets wegzette en kwam helpen. Door zijn opvallend goede stielkennis kreeg de man ineens veel meer aanzien”, vertelt Dierinck.

Het zwaar beschadigde vertrouwen van de buurtbewoners in het psychiatrisch centrum en haar bewoners herstelde zich langzaam maar zeker. In de jaren die volgden, raakte de gesloten frituur in verval. Het idee ontstond om de frituur af te breken en van het pleintje waar zoveel nare herinneringen aan kleefden een plek van hoop en verbinding te maken.

“Iets kunnen betekenen voor een ander, dat werkt helend.”

Dierinck: “Buurtbewoners en medewerkers legden samen met handige patiënten een ontmoetingsplek aan met een petanquebaan en een graffitimuur waarop staat gespoten: ‘omarm imperfectie’. We zorgden steeds dat er koffie en soep of taart was, zodat iedereen kon aanschuiven.”

Het renoveren van het pleintje werd een gemeenschappelijk project van hulpverleners, patiënten en buurtbewoners. Ze kregen de kans om elkaar op een informele en positieve manier te leren kennen. En misschien nog belangrijker: ze hadden voortaan een gemeenschappelijk doel.

| nr. 155 - september-oktober 2021


PETER DIERINCK, PSYCHOLOOG (PSYCHIATRISCH CENTRUM GENT-SLEIDINGE):

“Het is een illusie dat psychisch kwetsbaren niet tot jouw leefwereld behoren”

Het nieuw aangelegde pleintje moest een propere en mooie plek blijven.

CONFRONTEREN MET EEN PIJNLIJKE SPIEGEL Waarom is het voor de inwoners van Sleidinge belangrijk dat het psychiatrisch centrum niet verhuisde? “Het is een illusie dat psychisch kwetsbaren niet tot jouw wereld behoren”, legt de psycholoog uit. “Je moet mensen uitdagen om in de spiegel te kijken die de psychisch kwetsbaren jou voorhouden, zodat ze zich niet afsluiten voor deze problematiek. Het is heel belangrijk om de psychische kwetsbaarheid bij jezelf en je naasten te herkennen en niet te ontkennen.” “Veel psychische patiënten leven in een isolement. Ze waren ooit vader, moeder, vriend, vriendin of collega. Vandaag zijn ze alleen nog patiënt. Het contact met hun andere identiteiten zijn ze kwijt. Ze worden als ziek beschouwd en leven in schaamte. Tijdens ontmoetingen

met buurtbewoners krijgen de andere identiteiten weer een kans. Iemand kan bijvoorbeeld goed timmeren en krijgt daar een compliment voor. Dat werkt helend. De psychiatrische patiënten kunnen iets betekenen voor een ander. Dat heeft een enorm positieve invloed op hun gevoel van zelfwaarde.”

KWARTIER MAKEN VOOR DE REST VAN VLAANDEREN Peter Dierinck is nog steeds verbonden aan het Psychiatrisch Centrum van Sleidinge, maar is inmiddels gedetacheerd naar Te Gek!?, een organisatie die het taboe op geestelijke problemen wil doorbreken. In samenwerking met Te Gek!? gaat Dierinck het model van Sleidinge ook in andere Vlaamse gemeenten uitrollen. “Veel centra voor psychische patiënten bevinden zich op afgelegen plekken of zijn verstopt achter een dikke haag. Daar

moeten we vanaf, omdat het niemand ten goede komt. Het model van Sleidinge is dat je midden in een woonbuurt een gastvrije plek creëert voor psychisch kwetsbaren en dat je verbinding tot stand brengt met buurtbewoners.” Het pleintje in Sleidinge waar patiënten en buurtbewoners samenkomen, heet ’t Kwartiertje. Die naam is niet toevallig gekozen. Kwartier maken is een militaire term. Kwartiermakers gaan voorop in het leger en zoeken een veilige plek waar voedsel en warmte is voor de rest van de troepen. Dierinck wil met het model van Sleidinge ook kwartier maken in de rest van Vlaanderen. “Ik wil de mensen die worden uitgesloten weer in de kring van de samenleving brengen. Dat geldt voor psychische patiënten, maar evengoed voor andere kwetsbare groepen die worden gemarginaliseerd, zoals gehandicapten of vluchtelingen.”

nr. 155 - september-oktober 2021 |

17


ZORGZAME BUURTEN DOSSIER XXX

Leuven organiseert lokale netwerken

“VEEL MENSEN WILLEN HULP VRAGEN OF AANBIEDEN, MAAR ZIJN VERLEGEN” Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

Leuven investeert al lange tijd in zorgzame buurten. Tijdens de coronacrisis kreeg de hulpbereidheid van de Leuvenaars een extra impuls. Leuven Helpt verduurzaamt de initiatieven en brengt hulpvragers en vrijwilligers uit de buurt met elkaar in contact.

M

et Leuven Helpt heeft de stad Leuven een centraal meldpunt voor alle Leuvenaars gecreëerd. Bewoners met een hulpvraag en mensen die iets voor een ander willen betekenen kunnen er terecht. De hulpvraag wordt doorgegeven naar het buurtniveau waar het lokale buurtcentrum, het lokale dienstencentrum of een andere partner voor de matching zorgt met een vrijwilliger uit de buurt. “We proberen steeds mensen uit dezelfde buurt aan elkaar te koppelen”, zegt Eline Vanhaverbeke, deskundige vrijwilligerswerk van de stad Leuven. “Op die manier creëren we een lokaal netwerk van mensen die elkaar kennen als ze elkaar op straat tegenkomen. Dat zorgt voor een warme en betrokken sfeer en past in het ideaal van een zorgzame buurt.”

BRUGFUNCTIE VERVULLEN De stad Leuven krijgt heel veel hulpvragen. Vorig jaar ging het om duizend vragen

18

tussen maart en december. “Dat was in volle coronacrisis”, zegt Eline Vanhaverbeke. “Niet alle vragen waren geschikt voor de burenhulp van Leuven Helpt. Als mensen professionele hulp nodig hebben, verwijzen we hen door naar de bevoegde instanties of leggen we de link met het geïntegreerd breed onthaal.”

Een lokaal netwerk zorgt voor een warme en betrokken sfeer. Wat wel in aanmerking komt, zijn vragen van mensen die hulp nodig hebben voor een kleine klus in huis of die op zoek zijn naar een buurtbewoner om samen een wandeling te maken. Een andere mogelijkheid: je breekt je been en hebt hulp nodig bij je dagelijkse boodschappen. “De coronacrisis heeft de hulpbereidheid van de Leuvenaars een extra impuls

| nr. 155 - september-oktober 2021

gegeven”, vult beleidsadviseur welzijn en zorg Ann Clé aan. “Leuven Helpt blijkt een perfect middel om onderlinge burenhulp te stimuleren en te ondersteunen. Er werd beslist om hier blijvend op in te zetten.” Ook de huisartsen, apothekers en medewerkers van Thuiszorg spelen een belangrijke rol. Ann Clé: “Zij zijn vaak de eersten die zien dat een bewoner hulp nodig heeft en kunnen met toestemming van de betrokkene een hulpvraag indienen.” Vrijwilligers hebben eveneens een signaalfunctie. Soms gaat een bewoner namelijk snel achteruit en moet er professionele hulp worden opgestart. Hoe komt het dat buren Leuven Helpt nodig hebben en elkaar niet rechtstreeks weten te vinden? “Dit heeft alles met vraagverlegenheid te maken”, zegt Ann Clé. “Niet iedereen durft aan zijn rechtstreekse omgeving toe te geven dat het alleen niet lukt. En aan de andere kant zijn mensen soms ook geremd om hulp aan te bieden. Leuven Helpt vervult een brugfunctie.”


IN CIJFERS

JONGE MANTELZORGERS IN CIJFERS Jonge mantelzorgers zijn kinderen die opgroeien bij een gezinslid met een langdurige ziekte of een beperking en die thuis meer dan gebruikelijk taken en verantwoordelijkheden opnemen. Recent werden het leven en welzijn van de jonge mantelzorgers in Vlaanderen onderzocht.

21% is mantelzorger

> 4 uur per week

Waarom? > “Omdat het zo hoort”

72%

Liefst 21% van de Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar is mantelzorger. Dat komt neer op 119.000 jonge mantelzorgers.

5% van de jonge mantelzorgers helpt thuis minstens vier uur per week.

> “Omdat het vanzelfsprekend is”

68%

> “Omdat ik hem/haar graag zie”

66%

Help!

Lagere scores

> 54% van de jonge mantelzorgers

> Heb je een hoge kwaliteit van leven?

maakt zich zorgen over de persoon voor wie ze zorgen.

> 53% geeft aan er met iemand over te kunnen praten.

> 40% kreeg begrip van vrienden. > 9% gaf aan dat de leerkracht

86% van de jonge mantelzorgers zegt van wel, tegenover 93% van de niet-mantelzorgers.

> Jonge mantelzorgers halen een

lager gemiddeld vaardigheidsniveau op wiskunde (108 t.o.v. 112) en begrijpend lezen (109 t.o.v. 113).

rekening hield met de thuissituatie.

>> Lees meer over de onderzoeken op departementwvg.be/jonge-mantelzorgers-onderzocht nr. 155 - september-oktober 2021 |

19


INTERVIEW

Op zoek naar verbinding in Sint-Jans-Molenbeek

WONEN EN VOOR ELKAAR ZORGEN GAAN SAMEN Tekst Janine Meijer | Foto Jan Locus

Kan je in een kwetsbare buurt een netwerk realiseren van mensen die voor elkaar zorgen? Het klinkt als een moeilijke opdracht, maar het project Begijnenpassage in de Brusselse wijk Sint-Jans-Molenbeek laat zien dat het mogelijk is. “Zorgzaamheid is als een virus. Wie ermee in aanraking komt, verspreidt het verder.”

N

a de terreuraanslagen in 2017 kreeg de Brusselse gemeente Sint-JansMolenbeek een negatieve bijklank. De gemeente werd geassocieerd met radicalisering, armoede en verloedering. Het toenmalige leegstaande café op de hoek van de Begijnenstraat dat ooit werd uitgebaat door de broers Abdeslam, was een donkere plek in de buurt. In diezelfde straat bevindt zich ook De Stroom, een zorghuis voor jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking. Dit kan een enkelvoudige of meervoudige beperking zijn, maar het kan ook gaan om een niet-aangeboren hersenletsel. In De Stroom woont een dertigtal bewoners, waarvan er 25 permanent in het opvanghuis verblijven. “We willen de inwoners van De Stroom een meer centrale plek geven in de wijk”, zegt Katleen Evenepoel, directeur van Zonnelied. Zonnelied heeft in samenwerking met andere partners de Begijnenpassage opgericht. De doelstelling van het project is

20

om buurtbewoners te verenigen rond een zorgnetwerk.

HELPEN IN DE KLEUTERSCHOOL “Onze overtuiging is dat je de kwaliteit van leven voor iedereen verbetert als je inzet op inclusie. Dit betekent dat ook mensen met een beperking een gewone plek in de maatschappij verdienen. Creëer mogelijkheden zodat ze zelfstandig naar de buurtwinkel kunnen gaan. Zorg voor ontmoetingen met buurtbewoners zodat beide groepen elkaar leren kennen en misschien iets voor elkaar kunnen betekenen.” In eerste instantie wordt dan misschien gedacht aan een buurtbewoner die vrijwilligerswerk gaat doen in De Stroom. Bijvoorbeeld een wandeling maken met een bewoner. Maar de ambitie van het zorgnetwerk reikt verder. “Mensen met een verstandelijke handicap kunnen vaak meer dan je in eerste

| nr. 155 - september-oktober 2021

instantie zou denken. Stel dat een bewoner van De Stroom in het buurtschooltje vrijwilligerswerk wil doen. Dan bekijken we wat mogelijk is. Misschien kan de bewoonster helpen bij het aan- en uittrekken van de jasjes van de kleuters? Of er kan hulp nodig zijn in de refter”, zegt Evenepoel. “De opties zijn eindeloos als je creatief durft na te denken. Mensen uit De Stroom kunnen misschien meezingen in het plaatselijke koor? Het gaat om tweerichtingsverkeer: de buitenwereld binnenhalen in het zorghuis en de deuren van het huis openzetten, zodat de bewoners participeren in de wijk.”

BUREN GROETEN TIJDENS HET WANDELEN Greta Sterckx (56) woont al zeven jaar in De Stroom. Ze is een enthousiast lid van het plaatselijke buurtcomité. “Ik vind het heel plezant om naar die vergaderingen te gaan. Ik heb MS en zit in een rolstoel. Soms staan er veel spullen op een voetpad waardoor ik er niet langs kan. In het buurtcomité pleit ik


GRETA STERCKX, BEWOONSTER VAN DE STROOM:

“Als ik een wandeling maak in de wijk, kom ik vaak mensen tegen waar ik een praatje mee maak. Dat doet echt deugd.”

KATLEEN EVENEPOEL, DIRECTEUR VAN ZONNELIED:

“Een beroep doen op de zorgzaamheid van mensen heeft een positief effect op de buurt.”

voor propere en goed begaanbare voetpaden. Ik leg ook andere onderwerpen op tafel die ik hoor van medebewoners.” Elke donderdag gaan de bewoners van De Stroom op uitstap. Ze nemen een lunchpakket en drank mee en blijven een paar uur weg.

Mensen met een beperking verdienen een gewone plek in de maatschappij. Dankzij haar engagement heeft Greta heel wat mensen in de wijk leren kennen. “Als ik een wandeling maak in de wijk, kom ik vaak mensen tegen waar ik een praatje mee maak. Dat doet echt deugd.” Het uitreiken naar de buitenwereld gaat verder dan alleen contact zoeken met buurtbewoners. “Er is ook een samenwerking met acteur Stefan Perceval. Hij maakt samen met

de bewoners van De Stroom een voorstelling voor Theater aan Zee”, weet directeur Evenepoel. “In de voorstelling ontmoet de Brusselse reus de reus uit Oostende. Onze mensen werken hier aan mee.” De Stroom is slechts een deelproject van de Begijnenpassage. Het leegstaande café in de Begijnenstraat heeft in 2018 plaatsgemaakt voor een buurthuis waar iedereen welkom is en zomaar kan binnenstappen. Er is ook een dagcentrum voor ouderen en een antennepost waar buurtbewoners voor verpleegkundige ondersteuning terechtkunnen. En onlangs werd de bouwvergunning voor een innovatief cohousingproject voor buurtbewoners met dementie goedgekeurd. In de nieuwbouw komen ook veertien flats voor bewoners die als mantelzorger iets willen betekenen in de buurt. “Begijnenpassage heeft veel te bieden. De naam refereert aan de Brusselse galerijen. Je passeert, kijkt naar het aanbod en kiest wat je nodig hebt”, legt Evenepoel uit. “We proberen voortdurend nieuwe dingen uit om

de inclusiviteit te verhogen. We betrekken de buurtbewoners altijd actief bij de ontwikkeling van de nieuwe projecten.” Evenepoel en haar team hopen dat andere steden en gemeenten zich laten inspireren. “Een beroep doen op de zorgzaamheid van mensen heeft een positief effect op de buurt. Mensen krijgen oog voor elkaar. Buren zijn niet langer vreemden. Zorgzaamheid is als een virus. Wie ermee in aanraking komt, verspreidt het verder.” “Onze droom is dat men op Europees vlak groeit naar een samenleving waarbij de combinatie wonen en zorgen een evidentie is. We zetten ons actief in om de politiek te bewegen hervormingen door te voeren die de maatschappij in die richting doet evolueren.” Politiserend werken zit in het DNA van sociaal werk. Maar wat is dat concreet? In het kader van #sterksociaalwerk brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius inspirerende praktijken in beeld.

nr. 155 - september-oktober 2021 |

21


22

| nr. 155 - september-oktober 2021


10:11

Actieve videospellen – de zogenaamde exergames – kunnen een positieve invloed hebben op de werking van de hersenen, de mobiliteit en symptomen van depressie. Dat blijkt uit een onderzoek van KU Leuven-onderzoekers Davy Van Campfort en Nathalie Swinnen. De spelletjes vertragen niet alleen de symptomen, maar verlichten ze ook. Kinesitherapeute Riekje (rechts in beeld) ondersteunt Gilberte tijdens het spel: ze moet stappen in de vlakken die op het scherm aangegeven worden met een stip. Zo traint ze aandacht, concentratie, geheugen en oriëntatie. Haar reactietijd verbetert ook, wat het risico op vallen vermindert. Op dit moment werken de onderzoekers aan een betaalbare variant van het toestel, zodat binnenkort meer ouderen in woonzorgcentra kunnen oefenen met exergames.

nr. 155 - september-oktober 2021 |

23


In de bres voor de jeugd

“BIJ DE VLAAMSE JEUGDRAAD HEBBEN WE MET VEEL MINISTERS ECHT EEN GOEDE VERSTANDHOUDING” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren

Amir Bachrouri is sinds begin dit jaar voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad, al was dat niet iets waar hij bewust naar streefde. Hij was wel al een hele tijd actief in verschillende jeugdhuizen. Toen hij op aanraden van anderen zich kandidaat stelde, was het plots zover. “Ik wilde twee jaar later geen spijt hebben dat ik het niet had geprobeerd.” “Ik ben altijd een fan geweest van het jeugdwerk en ben er een beetje vanzelf ingerold in de regio waar ik woon”, vertelt de achttienjarige Amir Bachrouri. “Ik ben lid van verschillende jeugdhuizen in Borgerhout, Deurne, Mortsel, Berchem. Ik doe vrijwilligerswerk en volgde een cursus animator. Zo heb ik mensen leren kennen die ik anders nooit had leren kennen, en de meesten daarvan zijn nu nog altijd in mijn leven. Het jeugdwerk heeft me veel gegeven. De band met die mensen blijft bestaan en de ervaringen staan in mijn geheugen gegrift.” Wat doet zo’n Vlaamse Jeugdraad eigenlijk? “De Vlaamse Jeugdraad is bij decreet opgericht en is een officieel adviesorgaan van de Vlaamse overheid. Als ministers iets beslissen dat een weerslag kan hebben op jongeren, moeten ze eerst langs ons passeren voor een advies”, verklaart Amir. “Wij debatteren dan over dat onderwerp en bepalen hoe dat een impact op ons kan hebben. We gaan

>> Lees op weliswaar.be verder over hoe Amir Bachrouri omging met de coronacrisis en hoe hij vooruitblikt.

24

| nr. 155 - september-oktober 2021

op onderzoek en spreken met experten. Dat kan gaan van onderwerpen in het domein welzijn en gezondheid, maar evengoed over milieu en omgeving. Met veel ministers hebben we echt een goede verstandhouding, niet het minst met onze eigen Vlaamse minister van Jeugd, Benjamin Dalle.” “De Overkophuizen zijn dit voorjaar fiks uitgebreid. Daar hadden we minister Wouter Beke op voorhand een advies van zo’n dertig bladzijden voor bezorgd: over hoe we de organisatie en de inrichting van die huizen graag gezien hadden voor de jongeren”, legt Amir uit. “We spraken daarvoor met vrijwilligers uit de bestaande huizen en met jongeren die er al geweest waren, over hoe ze dat ervaren hadden. We noteerden daarbij verbeterpunten, maar ook zeker alles wat al goed ging, zodat dat elders ook toegepast kon worden. Want als het goed gaat, mag dat ook wel eens gezegd worden. Dat advies werd heel goed onthaald.”


DE ESSENTIE VOLGENS AMIR BACHROURI

“Door samen te werken komen we er allemaal sterker uit.”

nr. 155 - september-oktober 2021 |

25


INTERVIEW ENCHANTÉ

Het verschil zit in de kleine dingen

ENCHANTÉ: SOCIAAL WERK OP CAFÉ Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto Bob Van Mol

Enchanté is een netwerk van ‘hartelijke handelaars’ dat gratis diensten biedt aan wie het nodig heeft. Een koffie of een glas water, een maaltijd of soep, een plek om op te warmen, uit te rusten, een gsm op te laden of naar het toilet te gaan. Enchanté verbindt gelijkgezinden: handelaren, sociale organisaties en burgers die een medemens in nood af en toe willen trakteren. Een systeem dat werkt, want in steeds meer steden sluiten geëngageerde handelaars zich bij het netwerk aan.

uit de horeca geven al jaren gratis koffie of soep aan mensen die het geld niet hebben”, zegt ze. “Enchanté biedt hen een kader om dat te doen, en geeft ze de kans om gelijkgezinden te leren kennen en een netwerk uit te bouwen.”

GRATIS MENSELIJKHEID

n Italië is het heel gewoon om een caffè sospeso, een ‘uitgestelde koffie’, te bestellen, waarbij je één koffie betaalt voor jezelf en één voor wie geen geld heeft. In Parijs helpen handelaars mensen in armoede met kleine diensten onder de naam Le Carillon. En in ons land is er Enchanté, een onafhankelijk burgerinitiatief dat in 2018 het licht zag in Gent, maar al snel uitbreidde naar Leuven, Roeselare en SintTruiden. Binnenkort verspreidt het zich nog verder naar steden als Antwerpen en Brussel.

“Handelaars moeten de armoede niet oplossen, maar het zal altijd nodig blijven dat mensen elkaar helpen.”

Wat Ann aanbiedt? “In de eerste plaats krijgt iedereen een glimlach en een vriendelijke begroeting. Mensen kunnen van alles krijgen – koffie, thee, soep of een maaltijd – maar Enchanté biedt vooral menselijkheid”, vindt Ann. “Wie een gesprek of luisterend oor zoekt, krijgt dat ook. Soms zijn mensen eenzaam. Veel ouderen willen bijvoorbeeld gewoon iemand om mee te praten. En wie op straat leeft wil soms alleen maar even binnen zijn. Het mooie aan Enchanté is dat mensen niet per se naar een inloopcentrum of een sociale organisatie hoeven waar ze vooral lotgenoten zien. Ze kunnen middenin de maatschappij blijven en blijven participeren op een plek waar ze zich thuis voelen.”

Via Enchanté kunnen handelaars niet alleen uitgestelde consumpties, maar ook kappersbeurten, cultuurtickets of hostelbedjes aanbieden. Elke handelaar is uniek en kan meedoen. Deelnemende zaken maken zich kenbaar met een raamsticker en zijn

Dat de formule werkt, blijkt uit het feit dat steeds meer zaken zich aansluiten. Gent kent op drie jaar tijd al bijna 80 hartelijke handelaars. Een van hen is Ann Homblé, medeoprichter van Enchanté en eigenaar van restaurant Homblé. “Veel mensen

“Begrijp me niet verkeerd: sociaal werk en sociale organisaties zijn absoluut noodzakelijk”, benadrukt Ann. “Het is niet de taak van handelaren om armoede op te lossen. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de overheid. Maar het zal altijd nodig

I

26

terug te vinden op een plan dat twee keer per jaar een update krijgt. Lotgenoten en sociale partners, zoals straathoekwerkers, verwijzen mensen met noden ook naar de handelszaken door.

| nr. 155 - september-oktober 2021


HARTELIJKE HANDELAAR ANN:

“Veel mensen uit de horeca geven al jaren gratis koffie of soep aan mensen die het geld niet hebben. Enchanté biedt ze een kader en een netwerk.”

van onderuit. Als het nodig is, biedt de vzw ondersteuning”, vult ze aan. “Zoals bij ‘De Langste Kersttafel’, een gezellig eetfestijn in Gent dat op kerstavond heel wat mensen samenbrengt. Door corona konden mensen afgelopen jaar niet fysiek samen aan tafel aanschuiven, maar werden er 750 diners, kerstwensen en cadeautjes verdeeld. En met Pasen wisten enkele gebruikers en handelaars 18 ton chocolade in te zamelen. Als vrijwilliger trok ik verkleed als paashaas door Gent om al die eitjes uit te delen (hilariteit). Die dag hebben we ontzettend veel organisaties blij gemaakt. Dat was echt geweldig!”, lacht ze. Enchanté wil van handelaars geen hulpverleners maken. Volgens Eveline schuilt het succes van het project vooral in de eenvoud. “Cafés en restaurants zetten hun deuren open voor mensen die de weg anders moeilijker zouden vinden en burgers kunnen iets voor een medemens doen zonder een engagement te moeten aangaan. Bij Enchanté zit het hem in de kleine dingen. Soms maakt een glimlach, een koffie of een gesprek echt een verschil.”

EVELINE, VRIJWILLIGER BIJ ENCHANTÉ:

“Soms maakt een glimlach, een koffie of een gesprek het verschil.” blijven dat mensen elkaar ook helpen. Ik zie Enchanté als iets extra. Het vult gaten op. Op die manier is het netwerk trouwens ontstaan. Armoede is overal maar tegelijkertijd voelen heel wat mensen de behoefte om iets voor een ander te betekenen. Enchanté vergemakkelijkt altruïsme

en solidariteit met kwetsbaren en het verkleint de afstand tussen de maatschappij en mensen die uit de boot vallen.”

HET ZIT IN KLEINE DINGEN Studente sociaal werk Eveline Van Rompaey liep stage bij Enchanté. Vandaag is ze vrijwilliger en maakt ze deel uit van de stuurgroep. “De vzw ondersteunt handelaars op allerlei manieren. Soms zet een handelaar een speciale actie op. Enchanté is een burgerinitiatief, dus acties ontstaan

Politiserend werken zit in het DNA van sociaal werk. Maar wat is dat concreet? In het kader van #sterksociaalwerk brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius inspirerende praktijken in beeld. >> Enchanté werd in 2019 genomineerd voor de Federale Prijs Armoedebestrijding én voor de Samenlevingsprijs Stad Gent, en won de Ultima sociaal-cultureel volwassenenwerk 2020. >> Meer info: enchantevzw.be

nr. 155 - september-oktober 2021 |

27


DENKERS IN WELZIJN

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.

Weliswaar praat met Linus Vanlaere en Roger Burggraeve

EEN TOEKOMST VOL ONDEUGENDE ZORG Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus

We leven in een wereld die vooruit wordt gestuwd door technologie en wetenschap. De voordelen zijn enorm, op voorwaarde dat we ook rekening blijven houden met de mensen zelf. Weliswaar sprak met zorgethici Linus Vanlaere en Roger Burggraeve. Ze geven een even betrokken als realistisch beeld van de zorgpraktijk.

D

e druk die op de schouders van zorgverleners ligt, staat centraal in Gekkenwerk. Kleine ondeugden voor zorgdragers. Van het boek uit 2013 verscheen er een herziene editie in 2018. Het heeft niets aan actualiteitswaarde ingeboet. Zorgethicus Linus Vanlaere (Vives & KU Leuven) en Roger Burggraeve, salesiaan en emeritus hoogleraar moraaltheologie (KU Leuven), zijn erin geslaagd door te dringen tot de kern van wat zorg in onze tijd kan betekenen. Ze beschrijven zorg tegelijk als een uitdagende activiteit en als een oefening in relativering.

ECHTE MENSEN Linus Vanlaere: “In de zorgethiek waar wij bij aansluiten, vertrekken we van de relaties tussen mensen. Het gaat om concrete vragen: ‘Waarom is deze situatie lastig? Wat voel ik ten opzichte van de ander? Waarom heb ik een schuldgevoel?’ We kijken naar de context van een zorgsituatie en naar de manier waarop mensen een relatie aangaan met elkaar. Welke verantwoordelijkheden nemen ze

28

op? Aan welke verantwoordelijkheden proberen ze zich te onttrekken? Daarover voeren we een gesprek.” Roger Burggraeve: “Linus en ik hebben elkaar gevonden in onze interesse voor de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Die heeft een stevige basis gelegd voor een relationeel mensbeeld. Een kind leert ‘ik’ zeggen pas nadat het door zijn omgeving als een ‘jij’ wordt aan- en toegesproken. We worden pas iemand in verhouding tot elkaar, maar die verhouding berust vaak niet op symmetrie, consensus of evenredigheid. Een ouder moet bijvoorbeeld voor zijn of haar kind zorgen, of de ouder dat nu leuk vindt of niet, en of dat kind nu aan de verwachtingen voldoet of niet.” Jullie vertrekken dus eigenlijk van de werkelijkheid? Vanlaere: “Wij vertrekken graag vanuit ondeugden als ‘haperingen’ in onze verhouding met de ander. Als we vertrekken van deugden, dan proberen we een mooi en perfect midden na te streven. We schieten ook vlugger in een kramp als we in situaties

| nr. 155 - september-oktober 2021

terechtkomen waar die mooie balans onbereikbaar blijkt. In het leven in het algemeen, en in de zorg in het bijzonder, is dat perfecte midden niet makkelijk te vinden.” Burggraeve: “Die ondeugd is een ethische hefboom. We hoorden bijvoorbeeld dat sommigen hypocrisie een vorm van ‘professionele inauthenticiteit’ noemden. Waarom verbloemen? Het is beter het gewone taalgebruik te volgen: hypocrisie

“We moeten de ervaringen van zorgverleners ernstiger nemen.” is hypocrisie, en het heeft een negatieve morele connotatie in het dagelijkse leven. Juist door daarmee om te gaan, ontdekken we dat er ook positieve kanten aan zitten. Je kan zonder hypocrisie niet in een goede zorgrelatie staan. Uiteraard moet


ZORGETHICI LINUS VANLAERE EN ROGER BURGGRAEVE:

“Zorgverleners hoeven niet perfect te zijn. We pleiten uiteraard niet tegen heroïsche inspanningen of tegen kwaliteit. Ons gaat het erom te aanvaarden dat we feilbare mensen zijn.”

je in zo’n geval reflecteren en oordelen, want sommige vormen van hypocrisie zijn onaanvaardbaar. Hetzelfde geldt voor een deugd als empathie. Het gebeurt dat je elkaar in een zorgrelatie ook niet begrijpt en dat de situatie van de ander absoluut niet invoelbaar is. Soms levert de ander je zelfs gevoelens van antipathie op. Misschien leer je op die manier zelfs beter ervaren hoe anders je patiënt is.”

ZORG EN WETENSCHAP Hoe verliep de confrontatie met het publiek van zorgverleners, verpleegkundigen en artsen? Jullie hebben ontzettend veel lezingen gegeven over Gekkenwerk. Vanlaere: “Ik vergeet nooit dat we werden uitgenodigd om te spreken voor de Nederlandse vereniging van dwarslaesiepatiënten. Er hing toen een ongelofelijk gevoel van herkenning in de zaal, want de patiënten vonden hun zorgverleners ook soms antipathiek! (lacht) Dankzij het benoemen van die ondeugd, begrepen ze

beter waar en hoe ze medeverantwoordelijk waren voor hun zorgrelatie.” “Bij zorgverleners ervaar ik verademing en herkenning. Ik herinner me goed een woonzorgcentrum in Oost-Vlaanderen waar ik ging spreken. Bij het binnenkomen zaten er al twee jonge mensen klaar. Gekkenwerk had hen weer goesting gegeven, had hen weer in staat gesteld om mild naar zichzelf en naar hun patiënten te kijken. Ze begrepen weer dat er niets mis is met ploeteren. Dat is het mooiste compliment dat ik in al die jaren ooit heb gekregen.” Burggraeve: “Vandaar dat we in ons boek Ondeugende zorg de rol van humor benadrukken, tegen het heroïsche altruïsme in. Zorgverleners hoeven niet perfect te zijn. We pleiten uiteraard niet tegen heroïsche inspanningen of tegen kwaliteit. Ons gaat het erom te aanvaarden dat we feilbare mensen zijn.” Wat dan met de meetbaarheid van zorg? Vanlaere: “Zorg loopt op twee benen. Je hebt efficiënte deskundigheid en

zorgvuldigheid. Aan de andere kant heb je communicatie en menselijkheid. Een wetenschappelijke logica werkt anders dan de logica van een menselijke relatie.” Burggraeve: “Ons model is uiteraard niet op alle vormen van klinische zorg toepasbaar. Aan een operatietafel mag je geen emoties laten meespelen, daar telt kennis en kunde. Hoe juister, hoe beter. Als je geen kennis van zaken hebt, kan je met de beste bedoelingen vreselijke fouten maken.” Wat met het risico dat technologie zorgrelaties killer maakt? Vanlaere: “Er is een problematische spanning tussen doelmatige, technisch beheersbare zorg en de relationele dimensie van zorg. Niets vervangt de relatie tussen mensen, het face à face. We moeten in dat opzicht de ervaringen van zorgverleners veel ernstiger nemen.”

�� Lees het volledige gesprek met

Roger Burggraeve en Linus Vanlaere op weliswaar.be

nr. 155 - september-oktober 2021 |

29


OF NIET SOMS?

BLADVERLIES

V

anaf de eerste scène van The Father besef je als toeschouwer dat je niet aan tranen zal ontsnappen. Het is wellicht de beste film die ooit over dementie is gemaakt. Het hoofdpersonage Anthony, een bejaarde ingenieur die in Londen woont, wordt gespeeld door de magistrale Anthony Hopkins. Niet het verhaal van de weerbarstige oude man die terechtkomt in een rusthuis is uitzonderlijk. Wel de manier waarop de jonge Franse regisseur Florian Zeller het scenario opbouwt. Dezelfde scènes en dialogen worden steeds weer hernomen, telkens vanuit een ander standpunt en met lichte wijzigingen. Op die manier toont Zeller hoe verwarrend de werkelijkheid moet zijn voor iemand die aan gevorderde Alzheimer lijdt. Het is een slopende verwarring die geen detail onaangeroerd laat en elk moment verandert in een trage valpartij. Uiteraard is elke patiënt anders en kan geen enkele film de verscheurende ervaring tonen van hoe het echt voelt, leven met Alzheimer. Toch komt The Father dicht in de buurt. En vooral: deze grandioze film maakt het onderwerp toegankelijk voor een breed publiek. Iedereen die in zijn beroep of in zijn familie met dementie te maken heeft, zou The Father moeten zien. Vooral omdat het zo’n uitzonderlijk milde film is, die gedempte emoties toelaat, zoals de wonderlijke muziek van Ludovico Einaudi die verklankt. De mildheid zit ook in de grote menselijkheid waarmee Zeller alle betrokkenen toont. Anthony wordt opgevangen door zijn dochter, een mantelzorger die worstelt met een schuldgevoel. De zorg voor haar dementerende vader groeit haar boven het hoofd. Tegelijk wil ze haar vriend naar het buitenland volgen. Geen enkele keuze kan de goede zijn. Als dochter schiet ze tekort, terwijl haar vader langzamerhand in een mistbank verdwijnt. Ook de aftastende rol van de professionele zorgverlener wordt zeer treffend in beeld gebracht. Anthony haalt gezichten en herinneringen radicaal door elkaar, zodat hulpverleners niet alleen zijn ziek lichaam, maar ook zijn woede, machteloosheid en melancholie moeten verzorgen.

30

| nr. 155 - september-oktober 2021

‘Ik ben mijn bladeren aan het verliezen’, zegt Anthony op een schaars moment dat hij beseft dat hij in een rusthuis zit. 5 tot 7% van onze zestigjarigen lijdt aan dementie. Bij mensen ouder dan 85 loopt dat percentage op tot 20%. Er is veel meer bladverlies in onze samenleving dan we durven toe te geven. The Father toont, scherper dan welk zelfhulpboek of onderzoeksrapport ook, hoe veelzijdig het verdriet is waar dementie ons mee confronteert. Niet eerder in de geschiedenis van de mensheid hebben we zo intens de kunst van het afscheid nemen leren beoefenen. Correctie: The Father is kunst. Wat wij moeten leren lijkt eerder op een vaardigheid. Hoe leren we langgerekt vaarwel zeggen zonder elkaars waardigheid uit het oog te verliezen? Hoe leren we lang te leven zonder het einde minder belangrijk te vinden dan het begin? Harold Polis


OMGAAN MET NEUROSPECIALE KINDEREN Neurospeciale kinderen leren en reageren anders, omdat hun hersenen zich anders ontwikkelen. Ze aanspreken op hun gedrag werkt dan ook zelden. Dit boek geeft nieuwe inzichten in hoe hun gedrag een weerspiegeling is van onderliggende problemen. ��

Anneke Groot, Neurospeciale kinderen begrijpen en begeleiden, SWP, 2021, 208 p., €28,50. ISBN 9789085600978

Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jaargang 27 - nummer 4 Editie september-oktober 2021 Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt Eindredactie: Harold Polis

SOCIALE DENKOEFENINGEN

Medewerkers: Janine Meijer, Stefanie Van den Broeck

Wat is de professionele identiteit van het sociaal werk? Wat zijn kernwaarden, kernbegrippen en kernelementen? Wat betekent dit voor de beroepsuitoefening, en voor opleiding en professionalisering? Dit boek gaat op zoek naar de antwoorden.

Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix

��

Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren

Judith Metz, e.a., Sociaal werk doordacht, SWP, 2021, 96 p., €16,90. ISBN 9789085600848

Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis

VITAAL DOOR KUNST

Druk en distributie: Roularta Publishing

Sociaal-kunstzinnige dagbehandeling helpt volwassenen en ouderen met een verstandelijke beperking, met dementie en met psychosociale problemen. Door mensen in hun eigen kracht te zetten, bevorder je hun kwaliteit van leven. ��

Thea Giesen, Vitaal door kunst. Sociaal-kunstzinnige dagbehandeling in zorg en welzijn, SWP, 2021, 240 p., €34. ISBN 9789085601050

Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel

DE KRACHT VAN AANRAKING

Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be

Door corona beseffen we dat een aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen is. Niet alleen in familieverband of in vriendschappen, maar ook in de zorg. Veerkrachtige verhalen van jong en oud, van professionals en niet-professionals. ��

Oplage: 15.036 ex

Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar

Els Messelis, Aanraking in tijden van huidhonger, Garant, 2021, 228 p., €32. ISBN 9789085750918

Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

HET HUWELIJK TUSSEN ONDERWIJS EN WELZIJN Corona heeft de sociale ongelijkheid in het onderwijs blootgelegd. Scholen hebben meer dan ooit de weg gevonden naar welzijnsorganisaties om outreachend te werken. HOGENT onderzocht samenwerkingen tussen het onderwijs en de welzijnssector die als doel hebben om gezinnen in kwetsbare leefsituaties beter te ondersteunen. ��

2021

WIW 155.21 JG27/nr.4

ISSN 1371-9092

Celine Mertens, e.a., Kan onderwijs zonder welzijn? En vice versa?, Mammoet, 2021, 200 p., €24,90. ISBN 9789462672611 nr. 155 - september-oktober 2021 |

31


VINDEN MENSEN JOUW ZORG ONLINE? Via de vernieuwde website van de sociale kaart zal je je gegevens snel en eenvoudig kunnen nakijken en updaten.

Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Weliswaar_155_2021.pdf by Vlaanderen-be - Issuu