Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/166
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/166
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 6 april 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de stad Hasselt om een afschrift te bekomen van de akte van vestiging van erfdienstbaarheid dd. 17/08/1998 en het aangehechte plan. Op 13 april 2021 bezorgde de stad Hasselt de gevraagde akte, met uitzondering van het aangehechte plan. Op 14 april 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van de stad Hasselt tot weigering van het aangehechte plan. Dit beroep werd geregistreerd op 15 april 2021. Op 12 mei 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 6 april 2021. De beslissing van de stad Hasselt dateert van 13 april 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift van verzoeker d.d. 14 april 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De bestreden beslissing
De stad Hasselt weigert de openbaarmaking van het aan de akte van 17/08/1998 aangehechte plan op grond van de auteursrechten die op plannen van toepassing zijn. Zij vraagt verzoeker om een door de eigenaar ingevulde en ondertekende verklaring op eer samen met een bewijs van eigendom in te dienen. Ze meldt erbij dat bij gebrek aan deze documenten, verzoeker inzage kan krijgen in een geanonimiseerde versie van het plan.
2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper verklaart in zijn beroepschrift dat hij als beëdigd landmeter-expert een meetopdracht uitvoert op verzoek van de gemandateerde tot verkoop. Deze laatste werd naar aanleiding van een opgevraagde stedenbouwkundige Inlichting met betrekking tot de te verkopen eigendom gealarmeerd door de Stad Hasselt betreffende een “openbare erfdienstbaarheid”. Om zeker te zijn deed de gemandateerde verkoper dus beroep op verzoeker voor opmeting en beschrijving van de erfdienstbaarheden op het goed in verkoop. Bij het uitvoeren van deze opdracht wordt standaard iedere eigendomsgrens met elke aanpalende eigendom onderzocht, waarbij de notariële akten van alle partijen een essentieel onderdeel zijn. Uit de akte van de aanpalende eigendom blijkt er alleszins op diens aanpalend goed een erfdienstbaarheid van “ondergrondse riolering” te zijn gevestigd. De logica laat eenvoudig toe om te weten dat zulke erfdienstbaarheid geen puntvormig en heel plaatselijk karakter heeft maar een lineair karakter heeft (volgens een rechte of gebogen maar alleszins continue lijn). Deze lijn kan van noord naar zuid lopen maar evengoed van west naar oost. Het is voor beroepers besluitvorming in het kader van zijn opdracht als landmeter-expert essentieel om te weten in welke richting deze riolering ondergronds (en dus onzichtbaar) verder loopt vanaf de aanpalende eigendom
3. Toelichting door de stad Hasselt Om met kennis van zaken het beroep te kunnen beoordelen contacteerde de beroepsinstantie de stad Hasselt voor de nodige toelichting bij het ingestelde beroep. Op 27 april 2021 bezorgde de stad het aan de akte gehechte plan aan de beroepsinstantie. De stad Hasselt handhaaft bovendien haar standpunt zoals uiteengezet in de beslissing van 13 april 2021.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/166
pagina 2 van 5
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie merkt vooreerst op dat in algemene termen kan worden gesteld dat plannen in aanmerking komen voor een bescherming door het auteursrecht. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De stukken genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat ze de persoonlijke stempel dragen van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. Het voorblad van het plan in casu geeft aan dat het plan kadert in het project : “Aanleg riolering aan de zuidkant van de Genkersteenweg Fase Boermans tot aan de grens Genk”. De titel van het plan is “ONTEIGENINGSPLAN ERFDIENSTBAARHEID ingevolge het uitvoeren van rioleringswerken DEEL3 : km 1+500 – km 1+950”. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat dit plan een grondplan is van de bestaande toestand op het moment van de akte met in beeld de Genkersteenweg en de aanpalende eigendommen aan de zuidkant met telkens vermelding van de kadastrale gegevens, huisnummers en de namen van de eigenaars. Per kadastraal perceel worden telkens de contouren van de bebouwing, beplanting en gazon aangeduid met evenwijdig aan de Genkersteenweg en fijne dubbellijn die alle percelen vooraan doorkruist en de aan te leggen riolering weergeeft. Dit plan is naast de dubbele lijn voor de aan te leggen rioleringsbuis duidelijk een loutere weergave van de bestaande toestand. Dergelijke plannen getuigen dan ook niet van de vereiste originaliteit of persoonlijke stempel van de architect. Want zoals beroeper reeds aangaf, is het logisch dat de rioleringsbuis een lineair en continu karakter kent en ook alle percelen doorkruist. Dit plan is niet meer dan een beschrijving van de bestaande toestand en kan dan ook niet worden beschouwd als een eigen schepping van de architect, laat staan een oorspronkelijke schepping. Verder stelt de beroepsinstantie op het plan wel de aanwezigheid vast van gegevens die persoonlijke levenssfeer raken, zoals alle namen van de eigenaars langs de zuidkant van de Genkersteenweg. Dergelijke gegevens raken ontegensprekelijk de persoonlijke levenssfeer. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat deze gegevens niet openbaar kunnen gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat immers de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/166
pagina 3 van 5
met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens in concreto moet worden geoordeeld of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levensseer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het opgevraagde plan de namen van natuurlijke personen voorkomen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van de inhoud van het plan in casu, van oordeel dat dit inderdaad concrete persoonsgegevens bevat van natuurlijke personen. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Gelet op de ouderdom van het plan en de gegevens en op de door beroeper te vervullen opdracht (namelijk het opmeten en beschrijven van erfdienstbaarheid die het te verkopen goed belast) en de wens van beroeper zoals geformuleerd in zijn beroepschrift, concludeert de beroepsinstantie dat enkel de ligging en de richting van de riolering het voorwerp uitmaakt van zijn verzoek, niet de namen van alle eigenaars langs de zuidkant van de Genkersteenweg zodat de beroepsinstantie afziet van het navragen van de toestemming van alle eigenaars vermeld op het plan. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document immers ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie is van oordeel dat het mogelijk is de namen te schrappen. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep gedeeltelijk gegrond kan worden beschouwd en dat het plan kan openbaar worden gemaakt, mits weglating van de erin vermelde persoonsnamen. Na beraadslaging,
BESLUIT:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/166
pagina 4 van 5
Het beroepschrift van de heer Ballet d.d. 14 april 2021 tegen de beslissing van de stad Hasselt dd. 13 april 2021 wordt als ontvankelijk en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Hasselt een afschrift te bezorgen van het geanonimiseerde plan.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 19 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/166
pagina 5 van 5