Skip to main content

Fractietelling_zwerfvuil.pdf

Page 1

FRACTIETELLING ZWERFVUIL EINDRAPPORT


/ rapport

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

FRACTIETELLING ZWERFVUIL 2019-2021 Eindrapport publicatiedatum / 24.02.2022 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

2019-2021

www.ovam.be


DOCUMENTBESCHRIJVING Titel van publicatie: Fractietelling zwerfvuil

Verantwoordelijke Uitgever: OVAM

Wettelijk Depot nummer:: D/2022/5024/01

Trefwoorden: Zwerfvuil, fractietelling, samenstelling, producten

Samenvatting: Dit rapport beschrijft de methode en resultaten van de fractietelling zwerfvuil (2019-2021).

Aantal bladzijden: 41

Aantal tabellen en figuren: 25

Datum publicatie: 24.02.2022

Prijs*: /

Auteurs: Dr. Valentijn Bilsen Dr. Lidia Núñez López Emma Legein An Vander Linden Andere titels over dit onderwerp: Vooronderzoeken steekproeftrekking voor fractietelling zwerfvuil (2019)

Contactpersonen: Jan Vanstockem jan.vanstockem@ovam.be (015 284 258); Gust Michiels gust.michiels@ovam.be (015 284 410)

U hebt het recht deze brochure te downloaden, te printen en digitaal te verspreiden. U hebt niet het recht deze aan te passen of voor commerciële doeleinden te gebruiken. De meeste OVAM-publicaties kunt u raadplegen en/of downloaden op de OVAM-website: http://www.ovam.be * Prijswijzigingen voorbehouden.

24.02.2022

pagina 3 of 43


MANAGEMENTSAMENVATTING Dit rapport geeft een inzicht in de samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen aan de hand van een grootschalige telling van 29 nauwkeurig gedefinieerde fracties zwerfvuil op meer dan 6.500 locaties binnen het openbaar terrein in Vlaanderen. De resultaten kunnen o.a. gebruikt worden voor: • het optimaliseren en evalueren van het Vlaamse beleid rond zwerfvuil; en • het verdelen van de beleidskosten over de betrokken sectoren, in lijn met het principe van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De samenstelling van het zwerfvuil wordt berekend aan de hand van drie parameters, die elk hun relevantie hebben voor de zwerfvuilproblematiek: • Aantal stuks • Gewicht • Volume De samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen werd berekend op basis van een steekproef. Deze werd opgezet met een betrouwbaarheidsniveau van 95%, en een maximale foutenmarge van 5%. In totaal werden 6.540 metingen uitgevoerd, telkens op een gebied van 10m x 10m openbaar terrein in Vlaanderen. De gekozen meetpunten zijn in verhouding met het aandeel van de verschillende type-omgevingen op het openbaar domein in Vlaanderen (zoals ‘winkel- en wandelstraten’, of ‘landelijke wegen’), en het aandeel van stedelijk gebied enerzijds en landelijk gebied anderzijds. De methode van de steekproeftrekking staat uitgebreid beschreven in het rapport van de voorbereidende studie (“Vooronderzoek en steekproeftrekking voor fractietelling zwerfvuil”, in opdracht van OVAM, April 2019). Onderstaande tabel geeft de samenstelling van het zwerfvuil op het openbaar domein in Vlaanderen naar aantal, gewicht, en volume weer (Tabel 1). Uit de resultaten kunnen volgende conclusies getrokken worden: • Peuken en kauwgom worden het vaakst aangetroffen als zwerfvuil (respectievelijk 41%, en 15%), maar hebben een beperkt aandeel in volume en gewicht. • Volgende fracties hebben een hoog aandeel (boven 5,0%) in gewicht en/of volume: o blikken; o restcategorie, i.e. een verzameling van alles dat niet in de andere fracties past maar geen sluikstort is (zoals fietsonderdelen, wieldoppen, houten voorwerpen enz.); o ander papier/karton1 (zoals papieren zakdoekjes, keukenpapier, kasticketjes etc.) o plastic flesjes tot 3L; o andere verpakking voeding2 (zoals aluminiumfolie of de verpakking van een belegd broodje dat niet enkel uit plastic bestaat) o groot zwerfvuil; o glas; 1 2

Meer specifiek papier en karton dat geen sigarettendoosjes, kranten & magazines, flyers, drukwerk, autoritkaartjes zijn. Meer specifiek verpakking voeding die geen drankbekers & deksels, plastic flesjes, blikken, drankkartons, of plastic verpakking voor eenmalig gebruik zijn.

pagina 4 van 43

24.02.2022


o o

plastic niet verpakking (zoals speelgoed, pennen, bestek, etc.); zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik.

Tabel 1: samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen naar aantal stuks, gewicht, en volume (volgorde bepaald door de som van de drie aandelen) Zwerfvuilfractie

Aantal

Gewicht

Volume

peuken

41,3%

2,5%

1,1%

blikken

4,1%

12,6%

22,1%

restcategorie

4,1%

21,6%

3,9%

ander papier/karton

5,6%

7,4%

9,3%

andere verpakking voeding

6,9%

4,1%

10,1%

plastic flesjes tot 3L

1,2%

4,7%

12,9%

kauwgom

15,4%

1,8%

0,2%

plastic niet verpakking

6,7%

5,6%

4,8%

groot zwerfvuil

0,1%

7,8%

4,8%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

4,3%

1,3%

6,9%

glas

0,5%

8,1%

3,3%

textiel & kledij

0,7%

4,7%

3,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

2,4%

2,2%

3,6%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

0,9%

1,7%

3,3%

plastic folies - niet voeding

1,3%

1,8%

2,5%

sigarettendoosjes

1,2%

2,4%

2,0%

drankbekers & deksels

0,6%

0,9%

2,1%

organisch

0,2%

2,4%

0,5%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,3%

1,6%

0,7%

plastic zakken

0,3%

1,0%

1,3%

vloeistof

0,1%

1,9%

0,1%

vochtige doekjes

0,7%

0,7%

0,6%

drankkartons

0,1%

0,4%

0,6%

kranten & magazines

< 0,1%

0,4%

0,2%

hondenpoep zonder zakje

0,7%

-

-

hondenpoep met zakje

0,3%

-

-

ballonnen & stokjes

0,1%

< 0,1%

< 0,1%

luiers

< 0,1%

-

-

Noot: "-”: parameter niet bepaald voor fractie

24.02.2022

pagina 5 of 43


INHOUD Managementsamenvatting ..................................................................................................................... 4 1 Doelstelling en context ............................................................................................................ 8 2 Methodologie........................................................................................................................... 9 2.1 2.1.1

Wat wordt gemeten 29 deelfracties van het zwerfvuil

2.1.2 2.2

Meeteenheden: gewicht, volume, aantal Waar wordt gemeten

10 11

2.2.1 2.2.2

Gebruik van een steekproef Opdeling van Vlaanderen in vier strata

11 11

2.2.3 2.3

Bepaling van de steekproef Hoe wordt gemeten

12 14

2.3.1 2.3.2

Verzamelen van ruwe data Opschaling naar Vlaanderen

14 15

3

Resultaten .............................................................................................................................. 16

3.1

Samenstelling zwerfvuil naar aantal stuks

16

3.2 3.3

Samenstelling zwerfvuil naar gewicht Samenstelling zwerfvuil naar volume

17 18

3.4 3.4.1

Overzicht en conclusies Algemeen

20 20

3.4.2

Verschillen tussen strata

21

4 5

Bibliografie ............................................................................................................................. 22 Bijlagen ................................................................................................................................... 23

5.1

Uitvoering van de metingen – in detail

23

5.1.1 5.1.2

In situ Ex situ

23 25

5.1.3 5.2

Extra toelichting bij de 29 deelfracties toewijzing van randstedelijk gebied aan landelijk gebied: motivering

27 29

5.2.1 5.2.2

Probleemstelling Methodologie

29 29

5.2.3 5.2.4

Resultaat Besluit

30 34

5.3 5.4

Gebruikte factoren voor opschaling naar Vlaanderen Samenstelling zwerfvuil incl. mondmaskers

36 36

5.5 5.5.1

Samenstelling zwerfvuil na kauwgomcorrectie Probleemstelling

40 40

5.5.2 5.5.3

Methodologie Resultaat

40 40

5.5.4

Besluit

43

pagina 6 van 43

9 9

24.02.2022


24.02.2022

pagina 7 of 43


1 DOELSTELLING EN CONTEXT De doelstelling van deze opdracht bestaat erin een beter zicht te krijgen op de samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen aan de hand van een grootschalige telling van de aantallen, gewichten, en volumes van de verschillende fracties van het zwerfvuil op het openbaar terrein. Onder zwerfvuil wordt het (klein) afval verstaan dat bewust of onbewust achtergelaten wordt op een plaats waar dat niet hoort. Zwerfvuil ontstaat buitenshuis, door consumptie of gebruik. Gekende voorbeelden hiervan zijn peuken, kauwgom, voedselverpakking, blikjes. Dit gedetailleerd overzicht van de samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen kan vervolgens gebruikt worden voor beleidsdoeleinden: • Het verdelen van de beleidskosten verbonden aan zwerfvuil (zoals beschreven in artikel 21, paragraaf 2.1, van het Materialendecreet) over de diverse sectoren die mede de oorzaak zijn van het zwerfvuil. Dit ligt in lijn met het principe van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waar de producent verantwoordelijk wordt gesteld voor de volledige levenscyclus van een product. • De aansturing, evaluatie en optimalisatie van het zwerfvuilbeleid naar locatie, doelgroepen, aard van de vervuiling e.d.

pagina 8 van 43

24.02.2022


2 METHODOLOGIE 2.1 WAT WORDT GEMETEN 2.1.1 29 deelfracties van het zwerfvuil Zwerfvuil is het klein afval dat buitenshuis wordt achtergelaten op een plaats waar dat niet hoort. Zwerfvuil verschilt van sluikstorten, waarbij de huisvuil- of bedrijfsafvalinzameling bewust wordt ontweken. Het gaat daarbij om een afzonderlijke problematiek die niet de focus is van deze opdracht. Alle afval dat verzameld zit in een zak, wordt daarom beschouwd als sluikstorten en niet verder opgemeten in deze opdracht. In Tabel 2 zien we de gehanteerde opdeling van zwerfvuil in 18 hoofdfracties, en 29 deelfracties. Voor een uitgebreide toelichting van welke producten wel of niet aan een bepaalde fractie toebehoren, verwijzen we naar Bijlage 5.1.3. Tabel 2: hoofdfracties en deelfracties zwerfvuil 1

peuken

2

kauwgom

3

hondenpoep

4

5

3a

hondenpoep zonder zakje

3b

hondenpoep met zakje

verpakking voeding 4a

drankbekers & deksels

4b

plastic flesjes tot 3L

4c

blikken

4d

drankkartons

4e

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

4f

zachte plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

4g

andere verpakking voeding

plastic verpakkingen - niet voeding of drank 5a

plastic folies - niet voeding

5b

plastic andere verpakking - niet voeding

6

plastic niet verpakking

7

papier en karton 7a

sigarettendoosjes

7b

kranten & magazines

7c

flyers, drukwerk, autoritkaartjes

7d

ander papier/karton

8

organisch

9

plastic zakken

24.02.2022

pagina 9 of 43


10

vochtige doekjes

11

luiers

12

ballonnen & stokjes

13

glas

14

textiel & kledij

15

groot zwerfvuil

16

restcategorie

17

vloeistof

18

mondmaskers (enkel in lente en zomer 2021)

Bij deze lijst van zwerfvuilfracties moeten twee kanttekeningen worden gemaakt: 1. Wegens de COVID-19 gezondheidscrisis en de verschillende maatregelen die daaromtrent genomen werden, is in de twee laatste seizoenen van de telling de fractie mondmaskers toegevoegd. Aangezien mondmaskers normaliter niet in grote mate worden gebruikt, en de mondmaskerplicht ten tijde van de studie nog steeds als uitzonderlijk kon worden beschouwd, rapporteren we de resultaten in dit rapport zonder de fractie mondmaskers. In bijlage 5.3 kunnen de resultaten inclusief mondmaskers geconsulteerd worden. 2. Kauwgom werd telkens enkel geteld en gemeten als deze nog driedimensionaal (3D) was, om te voorkomen dat zeer oude kauwgom werd meegeteld. Echter, bij een deel van de metingen in de eerste meetcampagne werd ook 2D kauwgom, i.e. platgestampte kauwgom, meegeteld. In bijlage 5.5 wordt de analyse beschreven die werd uitgevoerd om de impact van deze fout in de meting vast te stellen en het effect op de fractieverdeling na te gaan. Deze impact blijkt verwaarloosbaar te zijn. Bijgevolg werd gekozen om de resultaten in dit rapport te rapporteren zonder aanpassing van de kauwgomgegevens. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat het in de praktijk niet altijd evident is om 3D kauwgom te onderscheiden van 2D kauwgom.

2.1.2 Meeteenheden: gewicht, volume, aantal De samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen wordt zowel berekend naar aantal stuks, gewicht en volume. Deze drie maten zijn elk op hun manier relevant: • volume is belangrijk voor het beleid rond vuilnisbakken en het transport van afval; • gewichten zijn relevant voor de verwerking en het transport van afval; • het aantal stuks van iedere fractie zwerfvuil is relevant voor de inzameling en het opruimen van afval, en de kwaliteit van het straatbeeld.

pagina 10 van 43

24.02.2022


2.2 WAAR WORDT GEMETEN 2.2.1 Gebruik van een steekproef Om de samenstelling van het zwerfvuil op het openbaar domein in Vlaanderen te bepalen, werden de metingen uitgevoerd op een statistisch representatieve steekproef van locaties. Op deze manier blijft de studie haalbaar. Hierbij werd rekening gehouden met verschillen in zwerfvuil-incidentie (i.e. hoeveel zwerfvuil wordt aangetroffen); indien we enkel landelijke wegen zouden inspecteren op zwerfvuil zou dit niet representatief zijn voor bijvoorbeeld een drukke winkelstraat in een stad. Om dit onderscheid te kunnen maken, werd het openbaar domein ingedeeld in vier strata, met telkens een andere zwerfvuilincidentie.

2.2.2 Opdeling van Vlaanderen in vier strata De samenstelling van het zwerfvuil wordt niet enkel berekend op niveau van Vlaanderen, maar ook op niveau van de vier strata (zie Tabel 3). Deze strata zijn een typering van openbaar domein in Vlaanderen volgens zwerfvuilincidentie, en laten toe om een representatieve steekproef te bepalen. Bovendien kan het verschil in samenstelling van zwerfvuil tussen deze vier strata interessant zijn om het zwerfvuilbeleid zo doeltreffend mogelijk te organiseren. Tabel 3: definitie van de vier strata Stedelijk gebied

Landelijk gebied

Hoog-risico gebied

Stratum 1

Stratum 3

Laag-risico gebied

Stratum 2

Stratum 4

Bron: Voorbereidende studie (2019)

De vier strata werden bepaald door OVAM, op basis van geobserveerde verschillen in zwerfvuil-incidentie tijdens een piloottelling van het zwerfvuil in Vlaanderen (Bilsen, et al. 2019). Enerzijds werden tijdens deze voorstudie verschillen geobserveerd tussen de verschillende type-omgevingen3 in Vlaanderen. Deze verschillen resulteerden in een verdeling van de 16 type-omgevingen in twee categorieën: hoog-risico gebied en laagrisico gebied (zie Tabel 4). Anderzijds werden verschillen geobserveerd tussen stedelijk en landelijk gebied. Het verschil tussen stedelijk versus landelijk gebied was de focus van de voorstudie. Bijkomend onderzoek wees uit dat er geen noodzaak is om randstedelijk gebied afzonderlijk te beschouwen, aangezien de samenstelling van het zwerfvuil daar gelijkaardig is aan deze van landelijk gebied. De zwerfvuil-incidentie in randstedelijk gebied wordt met andere woorden veronderstelt gelijk te zijn aan deze in landelijk gebied. Voor meer details over deze gelijkstelling verwijzen we naar bijlage 5.2.

3

In het Vlaamse zwerfvuilbeleid worden doorgaans 11 type-omgevingen onderscheiden waartussen de mate van vervuiling verschilt, en de mate van ergernis verschilt. Sommige van deze type-omgevingen kennen nog subtypes die bijzondere interesse van OVAM wegdragen. In totaal werden door OVAM 16 locatietypes gedefinieerd die zinvolle informatie kunnen leveren over beleid rond zwerfvuil op deze locaties.

24.02.2022

pagina 11 of 43


Tabel 4: indeling van 16 type-omgevingen naar hoog-risico en laag-risico strata Laag-risico

Hoog-risico

Hoofdstructuurweg (#1)

openbaar vervoerstopplaatsen (#8)

woonwijk met ontmoetingsplek (#2)

winkel- en wandelstraten (#10)

woonwijk zonder ontmoetingsplek (#3)

subtype: autostradeparking met concessie (#14)

Centrumstraten (#4)

subtype: autostradeparking zonder concessie (#15)

subtype: secundaire schoolomgevingen (#5)

carpoolparking (in beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer) (#16)

openbaar domein voor sport, recreatie en toerisme (#6) subtype: stranden (#7) Afvalverzamelpunten (#9) landelijke wegen (#11) subtype: fietsautostrade (#12) wegen op industrieterreinen (#13) Bron: Voorbereidende studie (2019)

Het resultaat is een unieke toewijzing van één van de vier strata aan elk gebied van 10m x 10m openbaar domein in Vlaanderen. Deze toewijzing gebeurt op basis van een compilatiekaart die elk gebied van 10m x 10m van openbaar domein in Vlaanderen op unieke wijze toewijst aan één van de 16 type-omgevingen (beschikbaar op https://services.ovam.be/ovam-geoloketten/#/zwerfvuil), en een kaart met aanduiding van stedelijk, randstedelijk, en landelijk gebied.

2.2.3 Bepaling van de steekproef Er werd gekozen voor een steekproef met een betrouwbaarheidsniveau van 95%, en een maximale foutenmarge van 5%, op niveau van elk stratum in Vlaanderen. De steekproefgrootte, m.a.w. het aantal zwerfvuil-metingen op telkens een gebied van 10m x 10m dat per stratum moet gebeuren, werd in de studie “Vooronderzoek en steekproeftrekking voor fractietelling zwerfvuil”, In opdracht van OVAM (2019) berekend4. In Tabel 5 zien we het minimaal aantal meetpunten per stratum dat nodig is om tot het gewenste betrouwbaarheidsniveau te komen. In totaal dienen er 6.538 meetpunten te worden geïnspecteerd op zwerfvuil.

4

In deze studie werden bijkomende simulaties gemaakt van steekproefgrootte en -opzet naargelang verschillende gewenste of vereiste betrouwbaarheidsintervallen, foutenmarges en graad van detail. De graad van detail wordt in deze studie gecapteerd via de zogenaamde opties A1, A2; B, C, waarbij optie B de meest gedetailleerde optie is met 24 strata, opties A1 en A2 respectievelijk 10 en 12 strata bevatten en optie C 4 strata omvat. Des te meer detail men wenst te verkrijgen, gegeven het betrouwbaarheidsinterval van 95%, des te meer metingen moeten worden gedaan.

pagina 12 van 43

24.02.2022


Tabel 5: Aantal meetpunten (telkens een gebied van 10m x 10m) per stratum - bij 95% betrouwbaarheidsinterval Aantal tellingen per stratum

Stedelijk gebied

Landelijk gebied

Totaal

Hoog-risico Laag-risico

1.516 2.105

1.011 1.906

2.527 4.011

Totaal

3.621

2.917

6.538

Bron: Voorbereidende studie (2019) tabel 12

Deze 6.538 meetpunten werden op basis van toeval gekozen, met volgende restricties: • het minimum aantal meetpunten per stratum wordt gerespecteerd; • per stratum worden metingen uitgevoerd in alle onderliggende type-omgevingen, in verhouding tot hun aandeel in de totale oppervlakte van dat stratum in Vlaanderen; • elk meetpunt wordt maximaal één keer geïnspecteerd. Bovendien worden de metingen gelijkmatig verdeeld over de vier seizoenen (herfst, winter, lente, zomer) zodat eventuele seizoens-effecten worden meegenomen. Op deze manier worden eventuele afwijkende concentraties in de tijd en in de ruimte ontweken. Met betrekking tot de tijdsdimensie kan de vraag gesteld worden wat het effect is van reinigingen door (boven)lokale overheden. Vanuit statistisch standpunt wordt dit effect gecompenseerd of weggewerkt omdat er willekeurig in de tijd en in de ruimte wordt gemeten. Daarenboven worden de meetpunten slechts éénmaal gebruikt. Dit betekent ook dat dubbeltellingen worden vermeden (i.e. hetzelfde stuk zwerfvuil wordt nooit twee keer geteld). De werkelijk uitgevoerde metingen worden in Tabel 6 weergegeven, per seizoen, per stratum, en in totaal. De zwerfvuilfracties zullen echter niet worden weergegeven per seizoen, aangezien de steekproef niet werd opgezet om verschillen tussen de seizoenen op representatieve wijze te observeren. Tabel 6: Werkelijk geïnspecteerde meetpunten, per seizoen, in totaal, en per stratum

Hoog-risico Laag-risico

Herfst S 385 526

Totaal

1.634

L 252 471

Winter S 377 526 1.639

L 257 479

Lente S 380 525 1.636

L 254 477

Zomer S 379 527 1.631

L 253 472

Totaal S 1.521 2.104

L 1.016 1.899

6.540

Legende: S staat voor Stedelijk gebied, L staat voor landelijk gebied

24.02.2022

pagina 13 of 43


2.3 HOE WORDT GEMETEN 2.3.1 Verzamelen van ruwe data Alle zwerfvuilfracties worden in principe in situ (i.e. ter plekke) opgeraapt en verzameld in een zak per meetpunt, om vervolgens ex situ (i.e. op de burelen van OWS) het aantal, gewicht en volume te bepalen van de verschillende zwerfvuilfracties per meetpunt. Deze ex situ meting gebeurt door, in een eerste stap, het verzamelde zwerfvuil per meetpunt te sorteren volgens de verschillende deelfracties. In een tweede stap wordt dan binnen iedere deelfractie, en nog steeds per meetpunt, het aantal stuks geteld, alsook gewogen. In een derde stap wordt het volume bepaald, per meetpunt en per fractie, door het aantal stuks te vermenigvuldigen met een referentievolume. Dit referentievolume is een gemiddeld volume per stuk, per fractie, dat wordt berekend op basis van een deel van het verzamelde zwerfvuil in die fractie. Voor een meer gedetailleerd overzicht van de bepaling van aantallen, gewichten en volumes verwijzen we naar bijlage 5.1. Op deze algemene regel bestaan enkele uitzonderingen. Zo worden de fracties peuken, kauwgom, hondenpoep (met en zonder zakje), en luiers niet opgeraapt en verzameld vanwege sanitaire redenen. Deze fracties worden wel in situ geteld. Voor de fracties peuken en kauwgom wordt vervolgens het gewicht en volume bepaald via een referentiegewicht en -volume. Voor de fracties hondenpoep en luiers wordt geen gewicht, noch volume bepaald. Daarnaast worden ook naalden, uit veiligheidsoverwegingen, wel geteld maar niet opgeraapt, alsook zeer fijn materiaal (zoals zaden, confetti,…) en vochtige doekjes die “te vies” waren. Deze metingen resulteren tot een Excel-bestand waarin per meetpunt, de volgende data wordt bijgehouden: - unieke code van het meetpunt (ID); - de datum van in situ meting; - de gemeente; - het stratum; - de type-omgeving ; - of het een meetpunt of reservepunt5 is; - de gemeten oppervlakte (in principe 100 m²); - externe factoren (vb.: aanwezigheid van een kermis); - opmerkingen van de zwerfvuil-inspecteur; - per deelfractie: het volume, gewicht en aantal.

5

Er werd een lijst opgesteld van 6.538 meetpunten, en nog eens twee keer zoveel reservepunten. In het geval het meetpunt in de praktijk niet toegankelijk zou zijn, kan dan worden overgegaan naar een reservemeetpunt.

pagina 14 van 43

24.02.2022


2.3.2 Opschaling naar Vlaanderen Nadat de gewichten, volumes, en aantallen zwerfvuil van de 6.540 meetpunten zijn geregistreerd, worden deze vermenigvuldigd met een bepaalde factor om tot de totale gewichten, volumes en aantallen op niveau van Vlaanderen, en per stratum te komen. Deze factor is specifiek per type-omgeving, en per stratum, zodat de opschaling pro rata de verdeling van type-omgevingen en strata in Vlaanderen gebeurt. De factor wordt berekend als volgt: 𝐹𝑎𝑐𝑡𝑜𝑟 𝑣𝑜𝑜𝑟 𝑚𝑒𝑒𝑡𝑝𝑢𝑛𝑡 𝑚𝑒𝑡 𝑡𝑦𝑝𝑒 𝑥, 𝑒𝑛 𝑠𝑡𝑟𝑎𝑡𝑢𝑚 𝑦 =

𝑡𝑜𝑡𝑎𝑎𝑙 # ℎ𝑒𝑐𝑡𝑎𝑟𝑒𝑛 𝑝𝑢𝑏𝑙𝑖𝑒𝑘 𝑑𝑜𝑚𝑒𝑖𝑛 𝑖𝑛 𝑡𝑦𝑝𝑒 𝑥, 𝑒𝑛 𝑠𝑡𝑟𝑎𝑡𝑢𝑚 𝑦 . # 𝑔𝑒𝑚𝑒𝑡𝑒𝑛 ℎ𝑒𝑐𝑡𝑎𝑟𝑒𝑛 𝑚𝑒𝑡 𝑡𝑦𝑝𝑒 𝑥, 𝑒𝑛 𝑠𝑡𝑟𝑎𝑡𝑢𝑚 𝑦

In bijlage 5.3 worden deze factoren weergegeven per type-omgeving en stratum. Vervolgens worden deze opgeschaalde aantallen, gewichten en volumes per zwerfvuilfractie gesommeerd per stratum, en voor heel Vlaanderen (i.e. de som van de 4 strata). Tot slot worden verhoudingen berekend om tot een percentage te komen van iedere fractie in het totale aantal, gewicht, en volume.

24.02.2022

pagina 15 of 43


3 RESULTATEN 3.1 SAMENSTELLING ZWERFVUIL NAAR AANTAL STUKS De samenstelling van zwerfvuil naar aantal stuks is relevant voor de inzameling en het opruimen van afval, en de kwaliteit van het straatbeeld. In Tabel 7 zien we dat peuken het vaakst worden aangetroffen als zwerfvuil (41% van het totaal aantal stuks in Vlaanderen). Op de tweede plaats wordt kauwgom het vaakst achtergelaten als zwerfvuil (15%). Andere verpakking voeding6, zoals aluminiumfolie of de verpakking van een belegd broodje, maakt 7% van het stuks zwerfvuil in Vlaanderen uit. Op de vierde en vijfde plaats zien we respectievelijk plastic niet verpakking (zoals speelgoed, pennen, bestek, etc.), en ander papier/karton7 (zoals papieren zakdoekjes, keukenpapier, kasticketjes etc.). De andere fracties maken elk minder dan 5,0% van het totaal aantal stuks zwerfvuil in Vlaanderen uit. Wanneer we kijken naar de verschillen tussen de strata vallen enkele zaken op: • peuken en kauwgom in stedelijk hoog-risico gebied (stratum 1) vertegenwoordigen samen 86% van het totaal aantal stuks zwerfvuil. In landelijk laag-risico gebied (stratum 4) is dit slechts 46%. Vanwege dit sterke verschil in aandeel van kauwgom en peuken, zijn de aandelen van andere fracties steeds relatief hoog in stratum 4. • Het aandeel kauwgom is opmerkelijk hoger in stedelijk hoog-risico gebied (38%) • Het aandeel peuken is het hoogst in landelijk hoog-risico gebied (55%) Tabel 7: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op aantal stuks per deelfractie, berekend per stratum en voor Vlaanderen

6 7

Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

peuken

48,2%

47,6%

55,2%

36,7%

41,3%

kauwgom

38,2%

20,8%

25,2%

10,5%

15,4%

andere verpakking voeding

1,9%

3,7%

2,5%

9,3%

6,9%

plastic niet verpakking

2,2%

5,1%

3,0%

8,1%

6,7%

ander papier/karton

2,8%

5,6%

3,1%

5,8%

5,6%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

1,6%

3,3%

2,1%

5,1%

4,3%

blikken

0,9%

2,4%

2,1%

5,3%

4,1%

restcategorie

1,1%

3,1%

1,5%

4,8%

4,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

0,6%

1,6%

0,9%

3,1%

2,4%

plastic folies - niet voeding

0,2%

0,6%

0,3%

1,8%

1,3%

sigarettendoosjes

0,3%

0,7%

0,6%

1,6%

1,2%

plastic flesjes tot 3L

0,3%

0,8%

0,8%

1,5%

1,2%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

0,2%

0,5%

0,4%

1,2%

0,9%

i.e. verpakking voeding die geen drankbekers & deksels, plastic flesjes, blikken, drankkartons, of plastic verpakking voor eenmalig gebruik zijn. i.e. papier en karton dat geen sigarettendoosjes, kranten & magazines, flyers, drukwerk, autoritkaartjes is.

pagina 16 van 43

24.02.2022


Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

hondenpoep zonder zakje

0,1%

0,5%

0,2%

0,9%

0,7%

textiel & kledij

0,2%

0,4%

0,3%

0,9%

0,7%

vochtige doekjes

0,2%

0,7%

0,6%

0,7%

0,7%

drankbekers & deksels

0,2%

0,6%

0,3%

0,6%

0,6%

glas

0,2%

0,4%

0,3%

0,6%

0,5%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,2%

0,4%

0,1%

0,3%

0,3%

plastic zakken aantal

0,1%

0,2%

0,1%

0,3%

0,3%

hondenpoep met zakje

< 0,1%

0,2%

0,1%

0,3%

0,3%

organisch

0,2%

0,2%

0,2%

0,3%

0,2%

drankkartons

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

groot zwerfvuil

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

vloeistof

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

kranten & magazines

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

luiers

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

3.2 SAMENSTELLING ZWERFVUIL NAAR GEWICHT Naast de samenstelling van zwerfvuil naar aantal stuks, is ook de verdeling naar gewicht belangrijk aangezien dit impact heeft op de verwerking en het transport van het zwerfvuil. In Tabel 8 zien we dat de restcategorie, zoals houten voorwerpen of fietsonderdelen, het hoogste aandeel heeft in gewicht (22%). Blikken staan op de tweede plaats met 13%. Daarna komt glas met een aandeel van 8% in het totale gewicht. Ook groot zwerfvuil (i.e. groter dan een 3L fles), ander papier/karton (zoals papieren zakdoekjes, keukenpapier, kasticketjes etc.), en plastic niet verpakking (zoals speelgoed, pennen, bestek, etc.) maken meer dan 5,0% uit van het totale gewicht zwerfvuil in Vlaanderen. Het aandeel van peuken en kauwgom in het gewicht komt slechts neer op respectievelijk 2,5% en 1,8%, in tegenstelling tot een aandeel van 41% en 15% in het aantal. Wanneer we de verschillende strata met elkaar vergelijken merken we volgende zaken op: • de restcategorie heeft een groter aandeel in landelijk laag-risico gebied (stratum 4) dan in andere gebieden: 24% vergeleken met 14% in stedelijk hoog-risico gebied (stratum 1); • de fractie glas is in verhouding het meest substantieel in landelijk hoog-risico gebied (stratum 3) met een aandeel van 15%; • groot zwerfvuil wordt daarentegen relatief weinig gevonden in stratum 3, met 2,3%;

24.02.2022

pagina 17 of 43


Tabel 8: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op gewicht per deelfractie, berekend per stratum en voor Vlaanderen Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

restcategorie

13,9%

15,2%

11,7%

24,0%

21,6%

blikken

7,4%

9,3%

11,1%

13,8%

12,6%

glas

11,5%

11,9%

15,2%

6,6%

8,1%

groot zwerfvuil

1,5%

11,2%

2,3%

6,7%

7,8%

ander papier/karton

9,2%

8,0%

7,3%

7,2%

7,4%

plastic niet verpakking

3,8%

5,1%

4,3%

5,8%

5,6%

textiel & kledij

4,7%

5,8%

4,7%

4,4%

4,7%

plastic flesjes tot 3L

3,4%

4,3%

5,6%

4,9%

4,7%

andere verpakking voeding

3,2%

3,4%

3,2%

4,4%

4,1%

peuken

10,3%

4,3%

7,0%

1,8%

2,5%

sigarettendoosjes

1,7%

1,8%

2,6%

2,6%

2,4%

organisch

4,4%

2,1%

5,0%

2,5%

2,4%

plastic andere verpakking - niet voeding

0,9%

2,5%

1,4%

2,1%

2,2%

vloeistof

1,6%

2,1%

4,9%

1,8%

1,9%

kauwgom

15,3%

3,5%

6,5%

1,0%

1,8%

plastic folies - niet voeding

0,4%

0,8%

0,4%

2,2%

1,8%

harde plastic voedselverpakking eenmalig

1,0%

1,2%

1,4%

1,9%

1,7%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

1,0%

1,3%

0,3%

1,8%

1,6%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig

1,1%

1,4%

1,3%

1,2%

1,3%

plastic zakken

0,8%

0,6%

0,5%

1,2%

1,0%

drankbekers & deksels

1,1%

1,2%

1,2%

0,8%

0,9%

vochtige doekjes

0,6%

1,3%

1,4%

0,5%

0,7%

kranten & magazines

1,1%

0,9%

0,5%

0,3%

0,4%

drankkartons

0,4%

0,7%

0,4%

0,3%

0,4%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

gebruik

gebruik

3.3 SAMENSTELLING ZWERFVUIL NAAR VOLUME Naast het aantal stuks en het gewicht, is het volume van zwerfvuil belangrijk, voor het beleid rond vuilnisbakken en het transport van afval. In Tabel 9 zien we dat blikken het hoogste aandeel hebben in volume van zwerfvuil in Vlaanderen (22%). Daarna komen de kleine plastic flesjes (tot 3L) met 13%. Ook andere verpakking voeding, ander papier/karton en zachte plastieken voedselverpakking voor eenmalig gebruik hebben een aandeel van meer dan 5,0% in het totale volume.

pagina 18 van 43

24.02.2022


Wanneer we de verschillende strata met elkaar vergelijken valt op dat: • blikken en plastic flesjes tot 3L een relatief hoog aandeel hebben in het totaal volume zwerfvuil in landelijk hoog-risico gebied (stratum 3): samen 42% vergeleken met 27% in stedelijk hoog-risico gebied (stratum 1); • ander papier/karton heeft een relatief hoog aandeel in stedelijk hoog-risico gebied (stratum 1) met 15%; • groot zwerfvuil heeft met een aandeel van 7% een relatief hoog aandeel in stedelijk laag-risico gebied. Tabel 9: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op volume per deelfractie, berekend per stratum en voor Vlaanderen Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

blikken

16,2%

18,4%

24,5%

23,4%

22,1%

plastic flesjes tot 3L

10,7%

12,6%

18,0%

13,0%

12,9%

andere verpakking voeding

10,3%

8,2%

8,3%

10,8%

10,1%

ander papier/karton

15,4%

12,6%

10,0%

8,0%

9,3%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig

8,4%

7,1%

6,6%

6,9%

6,9%

groot zwerfvuil

1,7%

7,1%

0,9%

4,1%

4,8%

plastic niet verpakking

4,9%

4,8%

4,0%

4,8%

4,8%

restcategorie

1,9%

3,5%

1,5%

4,1%

3,9%

plastic andere verpakking - niet voeding

3,0%

3,3%

2,7%

3,7%

3,6%

glas

4,4%

3,4%

3,6%

3,3%

3,3%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

2,4%

2,5%

2,7%

3,6%

3,3%

textiel & kledij

3,0%

2,6%

2,9%

3,2%

3,1%

plastic folies - niet voeding

1,5%

1,7%

1,1%

2,8%

2,5%

drankbekers & deksels

2,4%

2,9%

2,6%

1,8%

2,1%

sigarettendoosjes

1,7%

1,6%

2,0%

2,1%

2,0%

plastic zakken

1,7%

1,5%

1,1%

1,3%

1,3%

peuken

4,5%

1,8%

3,1%

0,8%

1,1%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

1,3%

1,2%

0,5%

0,6%

0,7%

vochtige doekjes

0,5%

0,9%

1,3%

0,5%

0,6%

drankkartons

0,7%

0,8%

0,4%

0,5%

0,6%

organisch

0,9%

0,4%

0,7%

0,5%

0,5%

kauwgom

2,0%

0,4%

0,8%

0,1%

0,2%

kranten & magazines

0,3%

0,5%

0,4%

0,1%

0,2%

vloeistof

0,1%

0,2%

0,3%

0,1%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

gebruik

24.02.2022

pagina 19 of 43


3.4 OVERZICHT EN CONCLUSIES 3.4.1 Algemeen Wanneer we de samenstelling van zwerfvuil in Vlaanderen naar aantal, gewicht en volume samenbrengen (Tabel 10), kunnen we volgende conclusies trekken. • Peuken en kauwgom worden het vaakst aangetroffen als zwerfvuil, maar hebben een beperkt aandeel in volume en gewicht. • Volgende fracties vormen een significant aandeel van het zwerfvuil (boven 5,0%) in gewicht en/of volume: o blikken; o restcategorie, i.e. een verzameling van alles dat niet in de andere fracties past (zoals houten voorwerpen, bouwmaterialen, fietsonderdelen enz.); o ander papier/karton8 (zoals papieren zakdoekjes, keukenpapier, kasticketjes etc.) o plastic flesjes tot 3L; o andere verpakking voeding9 (zoals aluminiumfolie of de verpakking van een belegd broodje dat niet enkel uit plastic bestaat); o groot zwerfvuil; o glas; o plastic niet verpakking (zoals speelgoed, pennen, bestek, etc.); o zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik. Tabel 10: samenstelling van het zwerfvuil in Vlaanderen naar aantal stuks, gewicht, en volume (volgorde bepaald door de som van de drie percentages)

8 9

Zwerfvuilfractie

Aantal

Gewicht

Volume

peuken

41,3%

2,5%

1,1%

blikken

4,1%

12,6%

22,1%

restcategorie

4,1%

21,6%

3,9%

ander papier/karton

5,6%

7,4%

9,3%

andere verpakking voeding

6,9%

4,1%

10,1%

plastic flesjes tot 3L

1,2%

4,7%

12,9%

kauwgom

15,4%

1,8%

0,2%

plastic niet verpakking

6,7%

5,6%

4,8%

groot zwerfvuil

0,1%

7,8%

4,8%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

4,3%

1,3%

6,9%

glas

0,5%

8,1%

3,3%

textiel & kledij

0,7%

4,7%

3,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

2,4%

2,2%

3,6%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

0,9%

1,7%

3,3%

plastic folies - niet voeding

1,3%

1,8%

2,5%

i.e. papier en karton dat geen sigarettendoosjes, kranten & magazines, flyers, drukwerk, autoritkaartjes zijn. i.e. verpakking voeding dat geen drankbekers & deksels, plastic flesjes, blikken, drankkartons, of plastic verpakking voor eenmalig gebruik zijn.

pagina 20 van 43

24.02.2022


Zwerfvuilfractie

Aantal

Gewicht

Volume

sigarettendoosjes

1,2%

2,4%

2,0%

drankbekers & deksels

0,6%

0,9%

2,1%

organisch

0,2%

2,4%

0,5%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,3%

1,6%

0,7%

plastic zakken

0,3%

1,0%

1,3%

vloeistof

0,1%

1,9%

0,1%

vochtige doekjes

0,7%

0,7%

0,6%

drankkartons

0,1%

0,4%

0,6%

kranten & magazines

< 0,1%

0,4%

0,2%

hondenpoep zonder zakje

0,7%

-

-

hondenpoep met zakje

0,3%

-

-

ballonnen & stokjes

0,1%

< 0,1%

< 0,1%

luiers

< 0,1%

-

-

Noot: "-”: parameter niet bepaald voor fractie

3.4.2 Verschillen tussen strata Daarnaast werd ook onderzocht wat verschillen zijn in zwerfvuilincidentie tussen de vier strata. Hieromtrent kunnen we volgende conclusies trekken: • het aandeel kauwgom is opmerkelijk hoger in stedelijk hoog-risico gebied (38% in aantal; Tabel 7); • het aandeel peuken is het hoogst in aantal in landelijk hoog-risico gebied (55% in aantal; Tabel 7) • de restcategorie heeft een groter aandeel in landelijk laag-risico gebied, dit valt vooral op in het gewicht (24%, vergeleken met 14% in stedelijk hoog-risico gebied; Tabel 8); • de fractie glas is relatief gezien het meest problematisch in landelijk hoog-risico gebied (15% in gewicht, vergeleken met 11% in stedelijk hoog-risico gebied; Tabel 8). Wanneer we echter kijken naar volume zien we een proportioneel hoger volume in stedelijk hoog-risico gebied (4,4% tegenover 3,6%; Tabel 9). • groot zwerfvuil is in verhouding een minder groot probleem in landelijk hoog-risico gebied (2,3% in gewicht, 0,9% in volume; respectievelijk Tabel 8 en Tabel 9), en het grootst in stedelijk laag-risico gebied (11% in gewicht, 7% in volume; respectievelijk Tabel 8 en Tabel 9).

24.02.2022

pagina 21 of 43


4 BIBLIOGRAFIE Bilsen, V., Somers, D., Bervoets, W., Vermeiren, K., Vander Linden, A. (2019) Vooronderzoek en steekproeftrekking voor fractietelling zwerfvuil, eindrapport 2 april 2019, Brussel, 99 pp. Studie uitgevoerd in opdracht van de OVAM.

pagina 22 van 43

24.02.2022


5 BIJLAGEN 5.1 UITVOERING VAN DE METINGEN – IN DETAIL 5.1.1 In situ Eerst en vooral worden de gekozen meetpunten (voor bepaling hiervan, zie 2.2.3) in regio’s onderverdeeld en toegewezen aan een inspecteur. Elke inspecteur rijdt dan op de meest efficiënte manier van meetpunt naar meetpunt. Eens aangekomen op het meetpunt worden onderstaande stappen gevolgd. 1. Check of type-omgeving klopt. Bij aankomst aan de opgegeven coördinaten controleert de inspecteur of de locatie op het terrein overeenkomt met de type-omgeving. o Als dit niet het geval is, noteert de inspecteur het unieke nummer van het meetpunt en de reden waarom dit niet kan gemeten worden. Voor de punten waar de meting niet kon doorgaan wordt de lijst met reservepunten10 aangesproken. Voor elk niet-gemeten punt wordt een reservepunt gekozen met dezelfde type-omgeving en zelfde stratum. De reservepunten worden op dezelfde manier gemeten als de meetpunten. o Indien het om “openbaar vervoer” of “afvalverzamelpunt” gaat, en de betreffende halte of het betreffende verzamelpunt is zichtbaar op korte afstand (max 300 m) wordt het punt naar deze locatie verlegd en worden de nieuwe coördinaten genoteerd. 2. Afbakening van het meetpunt. Indien coördinaten bereikbaar zijn en de type-omgeving klopt, zet de inspecteur een oppervlakte van 10 m x 10 m uit. De oppervlakte wordt afgemeten met een meetwiel en afgebakend met stoepkrijt. Hierbij wordt er steeds op toegezien dat de te analyseren oppervlakte volledig op het openbaar domein ligt. o Indien geen oppervlakte van 10 m x 10 m kan worden geïdentificeerd, tracht de inspecteur een oppervlak te bepalen die zo dicht mogelijk bij 10 m x 10 m ligt, waarbij steeds gestreefd wordt naar een totale oppervlakte van 100 m². o Met volgende aanwijzingen wordt hierbij rekening gehouden: ▪ bij meten van een straat: voetpad én goot zitten in het meetoppervlak; ▪ bij meten van een parking: een deel van de parking én een deel van de berm wordt gemeten. 3. Invullen van terreinfiche. De inspecteur noteert op een terreinfiche: o de datum van meting; o nummer van het omgevingstype; o het stratum en het unieke nummer van de locatie;

10

Er werd een lijst opgesteld van 6.538 meetpunten en nog eens twee keer zoveel reservepunten. In het geval het meetpunt in de praktijk niet toegankelijk zou zijn, kan dan worden overgegaan naar een reservemeetpunt.

24.02.2022

pagina 23 of 43


o

o

externe factoren die relevant kunnen zijn voor de interpretatie van de resultaten zoals aanwezigheid van een voetbalstadion, markt, bouwwerf, wijkfeest, kermis, veegwagen die net voorbijkwam, etc.; opmerkingen zoals de coördinaten van een verschoven punt.

4. Tellen van de fracties die niet worden opgeraapt. De fracties die niet worden opgeraapt worden geteld en genoteerd op de terreinfiche. Deze fracties zijn: peuken, kauwgom, hondenpoep in zakje, hondenpoep zonder zakje, en luiers, en vanaf seizoen 3 ook mondmaskers. 5. Verzamelen van de fracties die wel worden opgeraapt. Al het andere zwerfvuil met een minimumafmeting van +/- 2 cm² (groter dan een peuk) dat binnen de grenzen van de te meten oppervlakte ligt, wordt opgeraapt. Het zwerfvuil van één meetpunt wordt (met de nodige voorzichtigheid) verzameld in een zakje dat voorzien wordt van de unieke code van de locatie. o Stuks die duidelijk samen horen (beker en deksel, scherven, gebroken object, ballon en stokje) worden als één stuk beschouwd en daarom samen in een apart zakje gestoken. o Ook de fractie “afval van groente, fruit en andere voeding” wordt per meetpunt in een afzonderlijk zakje ingezameld zodat de ex situ metingen binnen de 72 uren kunnen gebeuren. o Verdere afwijkingen: ▪ Zeer fijn materiaal als confetti, zaadjes en rozijnen wordt niet opgeraapt, maar wordt als één eenheid geteld, zonder gewicht of volume. ▪ Naalden worden uit veiligheidsoverwegingen niet opgeraapt, maar worden als één eenheid geteld, zonder gewicht of volume. ▪ Vochtige doekjes werden soms niet opgeraapt wegens “te vies”, hun aantal wordt echter wel genoteerd. ▪ Vol rioolputje: wat op de riool ligt wordt gemeten, wat erin ligt niet. 6. Het verzamelde zwerfvuil wordt naar de burelen van OWS gebracht voor de ex situ analyses. Gebruikte hulpmiddelen voor de in situ registratie zijn: - GSM met kaart met de meetpunten; - terreinfiches om de geregistreerde gegevens te noteren; - telapparaat voor het tellen van het aantal stuks peuken en kauwgom; - meetwiel voor het exact bepalen van de te analyseren oppervlakte; - stoepkrijt voor het markeren van de te analyseren oppervlakte; - afvalgrijper voor het inzamelen van het zwerfvuil; - vuilniszakken van verschillende volumes voor de inzameling van het zwerfvuil per meetpunt; - stiften en stickers om elke vuilniszak met ingezameld zwerfvuil te voorzien van een unieke code; - aangepaste kledij (handschoenen, fluohesje, enz.).

pagina 24 van 43

24.02.2022


5.1.2 Ex situ Het gewicht, aantal en volume van de verschillende verzamelde fracties wordt ex situ bepaald op onderstaande wijze. 1. Sortering in deelfracties. Per meetpunt wordt de inhoud van de vuilniszakken uitgespreid op een sorteertafel en integraal gesorteerd in de 29 te onderscheiden deelfracties. Voor de fractie ‘organisch’ wordt binnen de 72u aantal, gewicht en volume gemeten, per meetpunt. 2. Weging en telling. Het aantal stuks per deelfractie wordt geteld en gewogen op een balans met een nauwkeurigheid van 1g. Voor fracties die minder dan 1g wegen, wordt een gewicht van 0,5 g toegekend. Dit is met uitzondering van de fracties die niet worden opgeraapt: peuken, kauwgom, hondenpoep in zakje, hondenpoep zonder zakje, luiers, en mondmaskers. Daarnaast worden zeer fijn materiaal (zoals confetti, zaadjes, rozijnen, enz.), alsook naalden niet opgeraapt (zie punt 5 in vorige paragraaf “Verzamelen van de fracties die wel worden opgeraapt”). Referentiegewicht voor fracties peuken en kauwgom. Voor de fractie peuken en de fractie kauwgom wordt gewerkt met een referentiegewicht. Een groot aantal peuken/kauwgom, minimum 138 stuks per seizoen, werd ex situ verzameld om tot een gemiddeld referentiegewicht te komen (gewicht verzamelde peuken/aantal verzamelde peuken). Dit referentiegewicht werd vervolgens vermenigvuldigd met het aantal getelde peuken/kauwgom per meetpunt. Elk seizoen gebeurt deze berekening van het referentiegewicht opnieuw. Tabel 11: Aantal verzamelde kauwgoms en peuken voor het bepalen van het referentiegewicht

o

zwerfvuilfractie

Seizoen 1

Seizoen 2

Seizoen 3

Seizoen 4

Totaal

Kauwgom

138

714

1843

589

3284

Peuken

561

2414

1200

3050

7225

De fracties hondenpoep en luiers werden enkel geteld. Ook het zeer fijn materiaal wordt enkel geteld, en niet opgeraapt, zoals beschreven in 5.1.1. ▪ Van de fractie mondmaskers wordt éénmalig een referentiegewicht bepaald. ▪ Fractie vochtige doekjes: als deze niet opgeraapt werden wegens “te vies”, werd een gemiddeld gewicht toegekend, berekend aan de hand van de wel opgeraapte vochtige doekjes.

3. Volumebepaling via referentievolume. Er wordt gewerkt met een referentievolume per fractie, en per seizoen, door het opmeten van het volume van een deel van de verzamelde zwerfvuilfractie. Op basis hiervan kan voor elke fractie het gemiddelde volume van één eenheid worden ingeschat. Dit gemiddeld volume werd steeds berekend op basis van minstens 200 stuks11. Deze referentiewaarde wordt uitgedrukt in cm³ per fractie, per meetpunt. 11

Voor volgende fracties werden geen 200 stuks gevonden in 1 seizoen, dus werden de fracties bijgehouden over de verschillende seizoenen om dan het referentievolume te bepalen: plastic zakken, drankbekers en deksels, drankkartons, harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik, flyers, drukwerk, autoritkaartjes, textiel

24.02.2022

pagina 25 of 43


o

Gestandaardiseerde methode in detail: ▪ Bij het tellen en wegen worden dezelfde deelfracties allemaal samen bewaard. Hierdoor wordt een mengstaal gevormd over de verschillende meetpunten. ▪ Er wordt een getarreerd recipiënt gekozen met harde wanden en met een volume dat ongeveer 100 keer groter is dan een ruw, visueel ingeschat volume van 1 stuk van de zwerfvuilfractie. ▪ Dit recipiënt met gekend volume wordt tot de rand of tot aan de dichtstbijzijnde inhoudsmaat met een bepaalde deelfractie gevuld. Tijdens het vullen wordt het aantal eenheden geteld. De inhoud wordt niet aangeduwd tijdens of na het vullen. Wanneer het recipiënt vol is, wordt het gewicht bepaald waarmee het gevuld is. ▪ Het recipiënt met inhoud laat men driemaal vallen van een hoogte van 10 cm en vult men zo nodig verder bij tot aan de rand. Men telt het aantal extra eenheden en weegt opnieuw. Het totaal aantal eenheden, het getarreerde gewicht, en het volume van het recipiënt worden genoteerd en gelden als data voor de eerste meting. ▪ Het recipiënt wordt geledigd. ▪ Alle voorgaande stappen worden op dezelfde wijze, maar met eenheden die nog niet werden gebruikt, herhaald zodat men een onafhankelijke tweede meting bekomt. ▪ Als referentiewaarde volume geldt: (volume van het recipiënt x 2)/(aantal eenheden 1e meting + aantal eenheden 2e meting).

o

Uitzonderingen op deze methode: ▪ Het volume wordt voor volgende fracties bepaald door met een lat de lengte, breedte en hoogte te meten: organisch, groot zwerfvuil, ballonnen & stokjes, vloeistof, kranten & magazines12 ▪ De fracties hondenpoep en luiers worden enkel geteld. ▪ De fracties peuken en kauwgom werken met een referentievolume gebaseerd op een ex situ inzameling van peuken/kauwgoms. ▪ Van de fractie mondmaskers wordt éénmalig een referentievolume bepaald. ▪ Van fractie vochtige doekjes die niet opgeraapt werden wegens “te vies”, werd een gemiddeld volume toegekend, berekend aan de hand van de wel opgeraapte vochtige doekjes. ▪ de restcategorie: de stuks in deze heterogene categorie worden per meetpunt zo goed mogelijk benaderd met een geometrische vorm, en opgemeten. Deze methodologie werd de eerste weken van het eerste seizoen nog niet toegepast. Er werd tijdens deze korte periode een referentievolume per stuk bepaald. Voor de rest van de periode van uitvoering werd volgende methode toegepast: alle stuks geteld en gewogen vóór de toepassing van deze directe meting per stuk, werden opgespaard. Het volume van al die stuks samen werd opgemeten en gedeeld door het aantal stuks.

12

aangezien deze fractie weinig gevonden werd en er veel variatie is in afmetingen werd waargenomen, werd deze fractie vanaf seizoen 2 (winter) ook manueel per meetpunt gemeten.

pagina 26 van 43

24.02.2022


▪ De fracties waarvan minder dan 200 stuks per seizoen werden gevonden, werden vanaf seizoen 2 bijgehouden. Het referentievolume werd dan bepaald aan de hand van alle stuks van drie seizoenen en werd ook voor seizoen 1 gebruikt. Het gaat om volgende fracties: plastic zakken, drankbekers & deksels, drankkartons, harde plastic voedselverpakking éénmalig gebruik, flyers, drukwerk, autoruitkaartjes en textiel & kledij. 4. Registratie van de gegevens. De gegevens worden ingegeven in een Excel-bestand. Voor elk meetpunt wordt één lijn gebruikt. Naast het aantal, gewicht en volume per fractie, wordt per lijn ook de unieke code van het meetpunt (ID), de datum, de gemeente, type-omgeving, stratum, “meetpunt” of “reservepunt”, gemeten oppervlakte, externe factoren en opmerkingen van de inspecteur, ingegeven. Gebruikte hulpmiddelen voor de ex situ analyse zijn: - recipiënten van verschillende afmetingen. Deze worden vooraf getarreerd en gelabeld; - digitaal invulformulier (Excelbestand) om aantallen, gewichten en volumes te noteren; - balansen met verschillend weegbereik, waaronder precisiebalansen (tot 1 g nauwkeurig); - een sorteertafel (stevig en groot) voor de analyse van het ingezameld zwerfvuil; - kledij (overalls, handschoenen, veiligheidsschoenen, plastic bescherming.); - schoonmaakgerei; - fototoestel voor een karakterisering van de verschillende fracties.

5.1.3 Extra toelichting bij de 29 deelfracties In onderstaande tabel kan extra toelichting worden gevonden bij fracties waar onduidelijkheid kan ontstaan wat wel, en wat niet onder die fractie toebehoort. Tabel 12: hoofdfracties en deelfracties zwerfvuil, met extra toelichting over de meting hiervan Zwerfvuilfractie

Extra toelichting

1

peuken

2

kauwgom

3

hondenpoep

3a

hondenpoep zonder zakje

3b

hondenpoep met zakje

4

verpakking voeding

4a

drankbekers & deksels

4b

plastic flesjes tot 3L

indien vloeistof in fles: gewicht en volume noteren onder categorie “vloeistof”

4c

blikken

zowel drank als voeding, als dierenvoedingsblik

4d

drankkartons

4e

harde plastic voedselverpakking

charcuterie-verpakkingen, doosjes kauwgom of snoepjes, bowls voor slaatjes,

eenmalig gebruik

verpakking koffieroom, …

3D, geen heel oude

zowel gemaakt uit plastic als uit karton – indien volledige beker met deksel en rietje: te rekenen als één stuk

24.02.2022

pagina 27 of 43


Zwerfvuilfractie

Extra toelichting

4f

zachte plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

koekjesverpakking, folie rond snoepjes, chipsverpakking, plastic folie rond belegd broodje, …

4g

andere verpakking voeding

aluminiumfolie, broodzak, verpakking belegd broodje uit papier én plastic, kroonkurken, dopje van plastic flesje, verpakking van geneesmiddelen, verpakking van suiker of zout, Caprisun, koffiecapsules…

5

plastic verpakkingen - niet voeding of drank

5a

plastic folies - niet voeding

vlakke stukken plastic, zonder aan elkaar gesealde randen

5b

plastic andere verpakking - niet

incl. verpakkingen waarvan onduidelijk is of voor voeding bestemd of niet – vb.

voeding

verpakking van rietje

plastic niet verpakking

spanbandjes, speelgoed, balpen, bestek, geplastificeerde kaartjes (autohandelaar),

6

oorstokjes, aansteker, rietjes, stukjes tape, plastic stokje van lolly, bloempot, elastiekjes 7

Papier en karton

7a

sigarettendoosjes

7b

kranten & magazines

7c

flyers, drukwerk, autoritkaartjes

zowel verpakkingen van sigaretten als verpakkingen met losse tabak, karton en folie errond samen gehouden zuiver papier/karton, reclamefolders en -krantjes, visitekaartjes, flyers voor evenementen, …

7d

ander papier/karton

papieren zakdoekjes, keukenpapier, bus- en treintickets, kasticketjes, papieren stokje van lolly, papieren zakken, kartonnen doosjes, kartonnen verpakking rond blikjes, schoendozen, parkeertickets…

8

organisch

Groente- en fruitafval en andere voeding

9

plastic zakken

rondslingerende lege zakken, ook lege zakjes voor hondenpoep

10

vochtige doekjes

11

luiers

12

ballonnen & stokjes

ballon met stokje = 1

13

glas

indien vloeistof in fles: gewicht en volume noteren onder categorie “vloeistof”, scherven

14

textiel & kledij

handschoenen, sjaal, paraplu, schoen, stukken stof, …

15

groot zwerfvuil

groter dan 3L-fles. Enkel zwerfvuil, geen sluikstort. Bevat onder meer wieldoppen, grote

van vermoedelijk zelfde geheel worden als 1 geteld

fietssloten, piepschuim. Onderscheid met restcategorie enkel op basis van grootte. 16

restcategorie

enkel zwerfvuil, geen sluikstort (onderscheid gemaakt op basis van hoeveelheid en vermoeden van ontstaan (bv. van vrachtwagen gevallen)): houten voorwerpen (lucifers, tandenstokers, stokje van ijsjes en lollies ,…), batterijen, piepschuim, bouwmaterialen (gipsplaat , schuim, verfborstels,…), elektriciteitskabels, elektronica (bv. hoofdtelefoons), latex handschoenen, fietsonderdelen, fietsslot

17

vloeistof

uit flessen die niet leeg waren

18

mondmaskers

Opgemeten vanaf lente 2021, resultaten enkel opgenomen in bijlage 5.3.

pagina 28 van 43

24.02.2022


5.2 TOEWIJZING VAN RANDSTEDELIJK GEBIED AAN LANDELIJK GEBIED: MOTIVERING 5.2.1 Probleemstelling De steekproeftrekking voor de grootschalige fractietelling zwerfvuil is gebaseerd op vier strata. De opschaling gebeurt pro-rata aan de hand van de verhouding oppervlakte steekproef tegenover oppervlakte populatie en dit per stratum en type-omgeving binnen het stratum. De strata maken geen onderscheid tussen stedelijk en randstedelijk gebied. Bij de indeling van de openbare ruimte in de voorstudie wordt ook randstedelijk gebied onderscheiden. Alhoewel in termen van oppervlakte de steekproeftrekking in landelijk en stedelijk gebied 82,27 % van de totale openbare ruimte in Vlaanderen vertegenwoordigt, en vanuit dit perspectief zeker als representatief kan worden beschouwd, kan toch de vraag gesteld worden in welke mate randstedelijk gebied op vlak van zwerfvuilincidentie uniek is en dus verschillend van landelijk dan wel stedelijk gebied. Het is ook beter om bij de gebruikte oppervlaktes voor de opschaling uit te gaan van de volledige oppervlakte van het openbaar domein in Vlaanderen. Om de robuustheid van de methodologie voor de fractietelling zwerfvuil te toetsen werd daarom een bijkomende piloottelling in openbaar randstedelijk gebied uitgevoerd.

5.2.2 Methodologie Analoog aan de piloottelling bij de voorstudie werd voor elk van de type-omgevingen in randstedelijk gebied een telling gedaan van het aantal stuks zwerfvuil. Gewichten en volumes werden niet gemeten. Er werd gebruik gemaakt van hetzelfde rapportagesjabloon. Net zoals bij de piloottelling werden, ter bevordering van de efficiëntie voor de verplaatsingen, willekeurig meetpunten geselecteerd in twee regio’s, namelijk Wetteren en Middelkerke, maar dan in randstedelijk gebied. Voor “autostradeparkings” (type-omgevingen 14 met concessie en 15 zonder concessie) werd overeengekomen geen metingen te doen omdat deze te ver buiten het beoogde gebied liggen. Hetzelfde gold voor type-omgeving 16 “Carpoolparkings in het beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer”. Evenals bij de grootschalige telling werd type-omgeving 1 “Hoofdstructuurweg” niet onderverdeeld in type-omgeving 1 “Hoofdstructuurweg binnen de kern” en typeomgeving 17 “Hoofdstructuurweg buiten de kern”. In de piloottelling van de voorstudie werd dit onderscheid bij wijze van proef gemaakt. Doch de resultaten waren niet statistisch significant verschillend. Voor elk van de resterende 13 type-omgevingen werden door VITO de coördinaten voor vijf potentiële meetpunten in randstedelijk gebied aangeleverd en dit voor vier gemeenten: Bornem, Middelkerke, Ternat en Wetteren. Hiervan werden Middelkerke en Wetteren effectief gemeten. De piloottellingen werden uitgevoerd op maandag 10 en dinsdag 11 februari 2020. Enkel voor Middelkerke werden tellingen voor type-omgeving 7 “subtype Stranden” uitgevoerd. Op beide dagen en op alle locaties van de telling was er hevige wind ten gevolge van de storm Ciara. De analyse van de resultaten qua zwerfvuilincidentie voor randstedelijk gebied verliep op dezelfde manier als deze in de voorstudie voor landelijk en stedelijk gebied. Er werd gebruik gemaakt van ANOVA-analyses.

24.02.2022

pagina 29 of 43


5.2.3 Resultaat Algemeen De piloottelling randstedelijk gebied resulteerde in observaties voor 25 meetpunten. Deze besloegen in totaal 25,20 aren. In totaal werden 505 stuks zwerfvuil geteld. Er werd geen sluikstort aangetroffen. In 16 van de 25 meetpunten was peuken het meest voorkomend type zwerfvuil, gevolgd door verpakking in allerlei materialen (plastics, papier, …). Figuur 1 geeft een overzicht van het aantal stuks zwerfvuil per m2 en dit per type-omgeving en voor elk van de onderscheiden gebieden: stedelijk, landelijk en randstedelijk. Het valt op dat de bevindingen van randstedelijk gebied binnen de observatiewaarden voor landelijk en stedelijk liggen, behalve voor type-omgeving “Hoofdstructuurweg” waar de waarden voor randstedelijk gebied beduidend hoger zijn dan deze voor landelijk en stedelijk gebied. Ook voor type-omgeving 13 “Wegen op industrieterrein” kan eenzelfde opmerking gemaakt worden. Figuur 1: Gemiddeld aantal stuks zwerfvuil per m2 per type-omgeving en voor stedelijk, landelijk en randstedelijk gebied

Legende: nummers 1-16 op de x-as zijn de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4

pagina 30 van 43

24.02.2022


Verschillen met landelijk en stedelijk gebied De centrale vraag rijst of randstedelijk gebied qua zwerfvuilincidentie verschillend is van landelijk dan wel stedelijk gebied. Tabel 13 geeft een overzicht van de ANOVA-resultaten. Randstedelijk gebied is significant verschillend van stedelijk gebied maar niet van landelijk gebied. Zoals reeds uit de voorstudie bleek is landelijk en stedelijk gebied (statistisch) significant verschillend van elkaar. Tabel 13: Overzicht ANOVA resultaten vergelijking stedelijk, landelijk en randstedelijk gebied Stedelijk Stedelijk Landelijk Randstedelijk * verwerpingsfout van 10% ** verwerpingsfout van 5%

Landelijk

Randstedelijk

**

*

** *

Om meer zicht te krijgen op de achterliggende spreiding van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor stedelijk, landelijk en randstedelijk gebied worden in Figuur 2 de boxplots per gebied getoond. Ook hieruit blijkt duidelijk dat de observaties voor landelijk en randstedelijk gebied gelijkaardig zijn en dat de verdeling van observaties voor stedelijk gebied toch wel sterk verschilt van de andere twee types gebieden. Figuur 2: Verdeling van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor stedelijk, landelijk en randstedelijk gebied

Legende: 1: stedelijk; 2: landelijk; 3: randstedelijk

24.02.2022

pagina 31 of 43


Figuur 3 en Legende: nummers 1-16 op de x-as zijn de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4 tonen de verdelingen van de observaties per type-omgeving voor zowel de piloottelling uit de voorstudie met observaties voor landelijk en stedelijk gebied, als voor de bijkomende telling voor randstedelijk gebied. Beide figuren hebben dezelfde verticale schaal. De observaties bevestigen bovenstaande conclusie. Figuur 3: Verdeling van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor stedelijk en landelijk gebied per type-omgeving: resultaten voorstudie Legende: nummers 1-16 op de x-as zijn de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4 Figuur 4: Verdeling van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor randstedelijk gebied per type-omgeving

Legende: nummers 1-13 op de x-as zijn de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4

Implicaties voor foutenmarge Gegeven deze bijkomende resultaten van de piloottelling over de verdeling van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor randstedelijk gebied; wat zijn de implicaties hiervan voor de foutenmarge met gehanteerde steekproefgrootte? Wanneer we landelijk en randstedelijk als één geheel beschouwen en bij stratum drie en vier dus telkens de randstedelijke corresponderende type-omgevingen toevoegen dan zien we dat de foutenmarges lichtjes toenemen van 5% naar 6%. Bij de strata voor stedelijk gebied blijft de foutenmarge zoals voorheen: 5%. Noteer het betrouwbaarheidsniveau blijft nog altijd 95% voor alle strata. Tabel 14 geeft meer detail over het gemiddeld aantal stuks zwerfvuil per m2, de betrouwbaarheidsintervallen en de foutenmarges.

pagina 32 van 43

24.02.2022


Tabel 14: vergelijking strata 3 en 4 zonder en met randstedelijke pilootobservaties

stratum 3: hoog risico 4: laag risico

gemiddeld aantal stuks 2 zwerfvuil per m 0,38 0,07

Landelijk Betrouwbaarheidsinterval bij 95% ondergrens bovengrens 0,357 0,394 0,065 0,071

stratum 3: hoog risico 4: laag risico

gemiddeld aantal stuks zwerfvuil per m2 0,30 0,14

Landelijk en randstedelijk Betrouwbaarheidsinterval bij 95% ondergrens bovengrens 0,283 0,318 0,128 0,144

foutenmarge 5,0% 5,0%

foutenmarge 5,9% 6,0%

Teneinde meer inzicht te geven in de achterliggende verdelingen van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor landelijk en randstedelijk gebied en per stratum tonen we in Figuur 5 de corresponderende boxplots met dezelfde verticale schaal als in Figuur 3 en Legende: nummers 1-16 op de x-as zijn de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4 .

24.02.2022

pagina 33 of 43


Figuur 5: Verdeling van aantal stuks zwerfvuil per m2 in strata 3 (hoog risico) en 4 (laag risico) voor landelijk en randstedelijk gebied in de piloottelling

5.2.4 Besluit Uit de analyse van de observaties uit de bijkomende telling van het aantal stuks zwerfvuil per m2 voor randstedelijk gebied is gebleken dat randstedelijk gebied niet significant verschilt van landelijk gebied, doch wel van stedelijk gebied. We moeten daarbij opmerken dat in de piloottelling voor randstedelijk gebied de type-omgevingen 14, 15, 16 (autostrade- en carpoolparkings) niet werden meegenomen om praktische redenen en omwille van de verwachting dat de zwerfvuilincidentie in deze gebieden meer te maken heeft met autostrades dan met de type-omgeving waarin ze gelegen zijn. We kunnen dus wat de opschaling betreft randstedelijk gebied bij landelijk gebied samenvoegen voor de strata 3 (landelijk hoog-risico) en 4 (landelijk laagrisico) en de fractieverdeling van deze strata die bekomen zijn voor landelijk gebied ook voor randstedelijk gebied toepassen. Wanneer we randstedelijk en landelijk gebied samennemen voor strata 3 en 4 dan zien we dat de foutenmarge met 1% toeneemt: van 5% naar 6%. Het betrouwbaarheidsniveau van 95% blijft behouden. We zien ook dat de gemiddelde waarden per stratum verandert door randstedelijk gebied te betrekken, doch de verschillen zijn niet statistisch significant verschillend. Gegeven dat:

pagina 34 van 43

24.02.2022


1) randstedelijk gebied niet statistisch significant verschillend is van landelijk gebied qua aantal stuks zwerfvuil per m2; 2) de foutenmarges voor strata 3 en 4 slechts lichtjes stijgen (met 1%); 3) het betrouwbaarheidsniveau hetzelfde blijft (95%); 4) de piloottellingen een beperkt aantal observaties hebben en 5) de piloottellingen enkel betrekking hebben op aantallen zwerfvuil en niet op gewichten en volumes; kunnen we de bestaande steekproefverdeling voor de grootschalige fractietelling aanhouden en voor de opschaling van randstedelijk gebied naar niveau Vlaanderen de fractieverdeling voor landelijk gebied te gebruiken van de grootschalige telling en dit voor aantallen, gewichten en volumes.

24.02.2022

pagina 35 of 43


5.3 GEBRUIKTE FACTOREN VOOR OPSCHALING NAAR VLAANDEREN In onderstaande tabel worden de factoren opgenomen die werden gebruikt om de gemeten aantallen, gewichten en volumes op te schalen naar Vlaanderen. Tabel 15: Factor met formule: (totaal # hectaren publiek domein in type x, en stratum y) / (# gemeten hectaren met type x, en stratum y) Type-omgeving /

1

2

3

4

Stratum 1

1344,5

9500,7

2

1283,1

11762,6

3

1358,4

11970,8

4

1349,9

12522,1

5

1330,2

12576,6

6

1340,8

11345,4

7 8

1454,3 51,3

9 10

18739,0 45,9

1365,0 51,4

13467,0 32,6

11

1352,5

8539,3

12

1344,5

9367,4

13

1329,4

16986,3

14

61,5

23,2

15

56,0

25,0

16

54,5

33,8

Noot: lege cellen duiden erop dat de betreffende type-omgeving niet in het stratum voorkomt Legende: nummers 1-16 duiden op de type-omgevingen zoals aangegeven in Tabel 4

5.4 SAMENSTELLING ZWERFVUIL INCL. MONDMASKERS De fractie mondmaskers werd toegevoegd tijdens het verloop van de studie, wanneer de COVID-19 crisis begon. Concreet werden de metingen in herfst en winter vóór de start van de COVID-19 crisis uitgevoerd. De metingen in lente en zomer werden uitgevoerd tijdens de COVID-19 crisis. Aangezien mondmaskers normaliter niet in grote mate worden gebruikt, en de huidige mondmaskerplicht nog steeds wordt beschouwd als uitzonderlijk, rapporteren we de algemene resultaten in dit rapport zonder de fractie mondmaskers. In onderstaande tabellen kan u voor volledigheid wel de samenstelling van het zwerfvuil inclusief mondmaskers raadplegen.

pagina 36 van 43

24.02.2022


Tabel 16: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op aantal stuks per deelfractie (incl. mondmaskers), berekend per stratum en voor Vlaanderen Zwerfvuilfractie peuken

Stratum 1 48,1%

Stratum 2 47,3%

Stratum 3 54,7%

Stratum 4 35,8%

Vlaanderen 40,6%

kauwgom

38,1%

20,7%

24,9%

10,3%

15,1%

andere verpakking voeding

1,9%

3,6%

2,5%

9,0%

6,8%

plastic niet verpakking

2,2%

5,1%

3,0%

7,9%

6,6%

ander papier/karton

2,7%

5,6%

3,0%

5,6%

5,5%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik blikken

1,6%

3,3%

2,1%

5,0%

4,2%

0,9%

2,4%

2,1%

5,2%

4,0%

restcategorie

1,1%

3,1%

1,5%

4,7%

4,0%

plastic andere verpakking - niet voeding

0,6%

1,6%

0,9%

3,0%

2,4%

mondmaskers

0,3%

0,8%

0,9%

2,4%

1,7%

plastic folies - niet voeding

0,2%

0,6%

0,3%

1,8%

1,3%

sigarettendoosjes

0,3%

0,7%

0,6%

1,5%

1,2%

plastic flesjes tot 3L

0,3%

0,8%

0,8%

1,4%

1,2%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

0,2%

0,5%

0,4%

1,2%

0,9%

hondenpoep zonder zakje

0,1%

0,5%

0,2%

0,8%

0,7%

textiel & kledij

0,2%

0,4%

0,3%

0,9%

0,7%

vochtige doekjes

0,2%

0,7%

0,6%

0,7%

0,6%

drankbekers & deksels

0,2%

0,6%

0,3%

0,6%

0,6%

glas

0,2%

0,4%

0,3%

0,6%

0,5%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,2%

0,4%

0,1%

0,3%

0,3%

plastic zakken aantal

0,1%

0,2%

0,1%

0,3%

0,3%

hondenpoep met zakje

< 0,1%

0,2%

0,1%

0,3%

0,2%

organisch

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

drankkartons

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

groot zwerfvuil

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

vloeistof

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

0,1%

0,1%

kranten & magazines

< 0,1%

0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

luiers

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

24.02.2022

pagina 37 of 43


Tabel 17: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op gewicht per deelfractie (incl. mondmaskers), berekend per stratum en voor Vlaanderen Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

restcategorie

13,8%

15,1%

11,5%

23,7%

21,4%

blikken

7,3%

9,3%

11,0%

13,7%

12,5%

glas

11,4%

11,8%

15,1%

6,6%

8,0%

groot zwerfvuil

1,5%

11,2%

2,3%

6,6%

7,7%

ander papier/karton

9,1%

7,9%

7,2%

7,2%

7,4%

plastic niet verpakking

3,7%

5,0%

4,2%

5,8%

5,6%

textiel & kledij

4,6%

5,8%

4,6%

4,3%

4,7%

plastic flesjes tot 3L

3,4%

4,3%

5,6%

4,8%

4,7%

andere verpakking voeding

3,2%

3,4%

3,2%

4,3%

4,1%

peuken

10,2%

4,3%

6,9%

1,8%

2,5%

sigarettendoosjes

1,7%

1,8%

2,5%

2,6%

2,4%

organisch

4,4%

2,1%

4,9%

2,4%

2,4%

plastic andere verpakking - niet voeding

0,8%

2,5%

1,4%

2,1%

2,2%

vloeistof

1,6%

2,1%

4,8%

1,8%

1,9%

kauwgom

15,2%

3,5%

6,4%

1,0%

1,8%

plastic folies - niet voeding

0,4%

0,8%

0,4%

2,2%

1,8%

harde plastic voedselverpakking eenmalig

1,0%

1,2%

1,4%

1,9%

1,7%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

1,0%

1,3%

0,3%

1,8%

1,6%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig

1,1%

1,3%

1,3%

1,2%

1,2%

plastic zakken aantal

0,8%

0,6%

0,5%

1,2%

1,0%

mondmaskers

0,5%

0,6%

1,1%

1,1%

0,9%

drankbekers & deksels

1,1%

1,2%

1,1%

0,8%

0,9%

vochtige doekjes

0,6%

1,3%

1,4%

0,5%

0,7%

kranten & magazines

1,0%

0,9%

0,5%

0,3%

0,4%

drankkartons

0,4%

0,7%

0,4%

0,3%

0,4%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

gebruik

gebruik

pagina 38 van 43

24.02.2022


Tabel 18: samenstelling zwerfvuil gebaseerd op volume per deelfractie (incl. mondmaskers), berekend per stratum en voor Vlaanderen Zwerfvuilfractie

Stratum 1

Stratum 2

Stratum 3

Stratum 4

Vlaanderen

blikken

16,2%

18,3%

24,4%

23,3%

22,0%

plastic flesjes tot 3L

10,7%

12,6%

17,9%

12,9%

12,9%

andere verpakking voeding

10,3%

8,2%

8,2%

10,8%

10,1%

ander papier/karton

15,4%

12,6%

10,0%

8,0%

9,2%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig

8,3%

7,1%

6,6%

6,8%

6,9%

groot zwerfvuil

1,7%

7,1%

0,9%

4,0%

4,8%

plastic niet verpakking

4,9%

4,8%

3,9%

4,7%

4,8%

restcategorie

1,9%

3,4%

1,5%

4,1%

3,9%

plastic andere verpakking - niet voeding

3,0%

3,3%

2,7%

3,7%

3,6%

glas

4,4%

3,4%

3,6%

3,3%

3,3%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

2,4%

2,5%

2,7%

3,5%

3,3%

textiel & kledij

3,0%

2,6%

2,9%

3,2%

3,1%

plastic folies - niet voeding

1,5%

1,7%

1,1%

2,8%

2,5%

drankbekers & deksels

2,4%

2,9%

2,6%

1,8%

2,1%

sigarettendoosjes

1,7%

1,6%

2,0%

2,1%

2,0%

plastic zakken aantal

1,7%

1,5%

1,1%

1,3%

1,3%

peuken

4,4%

1,8%

3,1%

0,8%

1,1%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

1,3%

1,2%

0,5%

0,6%

0,7%

vochtige doekjes

0,5%

0,9%

1,2%

0,5%

0,6%

drankkartons

0,7%

0,8%

0,4%

0,5%

0,6%

mondmaskers

0,3%

0,3%

0,5%

0,6%

0,5%

organisch

0,9%

0,4%

0,7%

0,5%

0,5%

kauwgom

2,0%

0,4%

0,8%

0,1%

0,2%

kranten & magazines

0,3%

0,5%

0,4%

0,1%

0,2%

vloeistof

0,1%

0,1%

0,3%

0,1%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

gebruik

24.02.2022

pagina 39 of 43


5.5 SAMENSTELLING ZWERFVUIL NA KAUWGOMCORRECTIE 5.5.1 Probleemstelling Kauwgom werd telkens enkel in 3D geteld en gemeten, om te voorkomen dat zeer oude kauwgom wordt meegeteld. Echter, in het eerste seizoen (herfst) werd door één inspecteur (vanaf nu: inspecteur 1) ook 2D kauwgom, i.e. platgestampte kauwgom, meegeteld. In totaal was dit het geval bij 7,3% van alle metingen over de 4 seizoenen heen. Om de impact van deze fout in de meting vast te stellen werd een correctie uitgevoerd op de metingen in kwestie.

5.5.2 Methodologie 1) Het aantal kauwgoms geteld door inspecteur 1 in seizoen 1 is per stratum vervangen door het gemiddelde aantal kauwgoms geteld door inspecteur 1 in seizoenen 2,3,4 in dat specifieke stratum. a. We doen dit per stratum zodat verschillen in verdeling van bezochte strata per seizoen geen invloed heeft op de correctie. b. OPGELET: gecorrigeerde kauwgom resultaten zijn hoogst waarschijnlijk een onderschatting (over-correctie) omdat seizoeneffecten niet worden meegenomen (en seizoen 1 telde veel meer kauwgoms). Dit wil zeggen dat het eigenlijke verschil tussen gecorrigeerde en ongecorrigeerde resultaten wellicht lager is. 2) De gecorrigeerde data werd vervolgens opgeschaald via de gekende methodologie.

5.5.3 Resultaat In onderstaande tabellen kunnen de gecorrigeerde resultaten op niveau van Vlaanderen geconsulteerd worden voor alle fracties, en vergeleken worden met ongecorrigeerde resultaten. We kunnen hieruit volgende conclusies trekken. • Kauwgom heeft 0,91% lager aandeel in aantal tegenover geen correctie (14,2% tegenover 15,1% ongecorrigeerd). De grootste stijging is bij peuken voor 0,44%. • Kauwgom heeft 0,10% lager aandeel in gewicht tegenover geen correctie (1,7% tegenover 1,8% ongecorrigeerd). • Kauwgom heeft 0,06% lager aandeel in volume tegenover geen correctie (0,2% tegenover 0,3% ongecorrigeerd).

pagina 40 van 43

24.02.2022


Tabel 19: samenstelling zwerfvuil naar aantal bij correctie van kauwgom vergeleken met geen correctie (volgorde bepaald door verschil: van groot naar klein) Zwerfvuilfractie

Gecorrigeerd

Niet gecorrigeerd

Verschil13

kauwgom

14,2%

15,1%

0,9%

luiers

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

kranten & magazines

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

vloeistof

0,1%

0,1%

< 0,1%

ballonnen & stokjes

0,1%

0,1%

< 0,1%

groot zwerfvuil

0,1%

0,1%

< 0,1%

drankkartons

0,1%

0,1%

< 0,1%

organisch

0,2%

0,2%

< 0,1%

hondenpoep met zakje

0,2%

0,2%

< 0,1%

plastic zakken aantal

0,3%

0,3%

< 0,1%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,3%

0,3%

< 0,1%

glas

0,5%

0,5%

< 0,1%

drankbekers & deksels

0,6%

0,6%

< 0,1%

vochtige doekjes

0,7%

0,6%

< 0,1%

textiel & kledij

0,7%

0,7%

< 0,1%

hondenpoep zonder zakje

0,7%

0,7%

< 0,1%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

0,9%

0,9%

< 0,1%

plastic flesjes tot 3L

1,2%

1,2%

< 0,1%

sigarettendoosjes

1,2%

1,2%

< 0,1%

plastic folies - niet voeding

1,3%

1,3%

< 0,1%

mondmaskers

1,7%

1,7%

< 0,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

2,4%

2,4%

< 0,1%

restcategorie

4,0%

4,0%

< 0,1%

blikken

4,0%

4,0%

< 0,1%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

4,3%

4,2%

< 0,1%

ander papier/karton

5,5%

5,5%

-0,1%

plastic niet verpakking

6,7%

6,6%

-0,1%

andere verpakking voeding

6,9%

6,8%

-0,1%

peuken

41,0%

40,6%

-0,4%

13

Verschil = niet gecorrigeerd - gecorrigeerd

24.02.2022

pagina 41 of 43


Tabel 20: samenstelling zwerfvuil naar volume bij correctie van kauwgom vergeleken met geen correctie (volgorde bepaald door verschil: van groot naar klein) Zwerfvuilfractie

Gecorrigeerd

Niet gecorrigeerd

Verschil14

kauwgom

0,2%

0,3%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

vloeistof

0,1%

0,1%

< 0,1%

kranten & magazines

0,2%

0,2%

< 0,1%

organisch

0,5%

0,5%

< 0,1%

mondmaskers

0,5%

0,5%

< 0,1%

drankkartons

0,6%

0,6%

< 0,1%

vochtige doekjes

0,6%

0,6%

< 0,1%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

0,7%

0,7%

< 0,1%

peuken

1,1%

1,1%

< 0,1%

plastic zakken

1,3%

1,3%

< 0,1%

sigarettendoosjes

2,0%

1,9%

< 0,1%

drankbekers & deksels

2,1%

2,1%

< 0,1%

plastic folies - niet voeding

2,5%

2,5%

< 0,1%

textiel & kledij

3,1%

3,1%

< 0,1%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

3,3%

3,3%

< 0,1%

glas

3,3%

3,3%

< 0,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

3,6%

3,6%

< 0,1%

restcategorie

3,9%

3,9%

< 0,1%

plastic niet verpakking

4,8%

4,8%

< 0,1%

groot zwerfvuil

4,8%

4,8%

< 0,1%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

6,9%

6,9%

< 0,1%

ander papier/karton

9,2%

9,2%

< 0,1%

andere verpakking voeding

10,1%

10,1%

< 0,1%

plastic flesjes tot 3L

12,9%

12,9%

< 0,1%

blikken

22,0%

22,0%

< 0,1%

14

Verschil = niet gecorrigeerd - gecorrigeerd

pagina 42 van 43

24.02.2022


Tabel 21: samenstelling zwerfvuil naar gewicht bij correctie van kauwgom vergeleken met geen correctie (volgorde bepaald door verschil: van groot naar klein) Niet

Verschil15

Zwerfvuilfractie

Gecorrigeerd

kauwgom

1,7%

1,8%

0,1%

ballonnen & stokjes

< 0,1%

< 0,1%

< 0,1%

drankkartons

0,4%

0,4%

< 0,1%

kranten & magazines

0,4%

0,4%

< 0,1%

vochtige doekjes

0,7%

0,7%

< 0,1%

drankbekers & deksels

0,9%

0,9%

< 0,1%

mondmaskers

0,9%

0,9%

< 0,1%

plastic zakken

1,0%

1,0%

< 0,1%

zachte plastieken voedselverpakking eenmalig gebruik

1,2%

1,2%

< 0,1%

flyers, drukwerk, autoruitkaartjes

1,6%

1,6%

< 0,1%

harde plastic voedselverpakking eenmalig gebruik

1,7%

1,7%

< 0,1%

plastic folies - niet voeding

1,8%

1,8%

< 0,1%

vloeistof

1,9%

1,9%

< 0,1%

plastic andere verpakking - niet voeding

2,2%

2,2%

< 0,1%

organisch

2,4%

2,4%

< 0,1%

sigarettendoosjes

2,4%

2,4%

< 0,1%

peuken

2,5%

2,5%

< 0,1%

andere verpakking voeding

4,1%

4,1%

< 0,1%

plastic flesjes tot 3L

4,7%

4,7%

< 0,1%

textiel & kledij

4,7%

4,7%

< 0,1%

plastic niet verpakking

5,6%

5,6%

< 0,1%

ander papier/karton

7,4%

7,4%

< 0,1%

groot zwerfvuil

7,7%

7,7%

< 0,1%

glas

8,0%

8,0%

< 0,1%

blikken

12,5%

12,5%

< 0,1%

restcategorie

21,4%

21,4%

< 0,1%

gecorrigeerd

5.5.4 Besluit Aangezien de verschillen tussen gecorrigeerde en ongecorrigeerde data minimaal zijn, worden de ongecorrigeerde data behouden.

15

Verschil = niet gecorrigeerd - gecorrigeerd

24.02.2022

pagina 43 of 43


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Fractietelling_zwerfvuil.pdf by Vlaanderen-be - Issuu