Skip to main content

Jaarverslag_VLM_2000.pdf

Page 1

VLM JAARVERSLAG

Open ruimte in Vlaanderen

2000 JA A RV E R S L AG 2 0 0 0

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ • Guldenvlieslaan 72 • B-1060 Br ussel

DE ZORG VOOR DE OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN


natu u r mens

Open ruimte Ik kijk hier steeds mijn ogen uit zie nieuwe kleur, hoor nieuw geluid nooit is ‘t zelfde pad het klinkt misschien wat overdreven maar ik kan hier zeven levens leven dan ben’k het nog niet zat. Toon Hermans


u u r mens

ruimte


Directieverslag De Vlaamse Landmaatschappij staat in nauwe wisselwerking met de continue veranderingen in de samenleving. Vlaanderen ligt in het hart van Europa en scoort opvallend goed bij tal van sociaal-economische analyses. Het wordt aanzien als één van de top tien regio’s van de Europese Unie. Het gaat dus - objectief gemeten - goed met Vlaanderen. ‘Europa’ ligt voor de Vlamingen ook niet veraf. Bij het Vlaamse beleid is het de Europese Commissie die steeds vaker de agenda bepaalt. Het wordt daarbij steeds duidelijker welke impact Europa heeft op de woon-, werk- en leefomgeving. Zo is bijvoorbeeld het landbouwbeleid in Europa en in Vlaanderen aan verandering toe. Het zijn stuk voor stuk veranderingen die manifest herkenbaar zijn in de werking van de Vlaamse Landmaatschappij.

Plattelandsbeleid krijgt vorm

een kader voor de initiatieven van de Vlaamse

Steeds meer kadert het landbouwbeleid in een

Landmaatschappij, en meer bepaald voor een

globaal plattelandsbeleid.

meer geïntegreerde inzet van landinrichting, ruil-

Ook in onze kleine, dichtbevolkte regio bestaat het

verkaveling en natuurinrichting.

platteland nog en is de aandacht voor de uitbouw

Vlaanderen verdient een beter platteland.

ervan brandend actueel. Een aantrekkelijk platteland als tegenhanger van

Landinrichting in uitvoering

de stedelijke, dichtbebouwde en drukke stad: als

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw

noodzakelijke ruimte voor rust, ontspanning en

startte een aantal strategische projecten voor de

kwaliteit. Om de kwaliteit ervan te verhogen ligt er

uitvoering van haar beleid. Het project ‘Geïn-

nog veel werk voor de boeg. Het platteland is

tegreerd Plattelandsbeleid’, dat aansluit bij het

meer dan landbouw alleen. Het biedt ook troeven

Vlaams Plattelandsontwikkelingsplan, is daar één

op economisch, industrieel, recreatief en ecolo-

van en tevens erg belangrijk als referentiekader

gisch vlak.

voor de VLM.

Dat komt tot uiting bij een analyse van de activitei-

Voor de landinrichting werd in 2000 een studieop-

ten van de Vlaamse Landmaatschappij.

dracht gestart als voorbereiding op een aanpas-

In 2000 keurden de Vlaamse regering en de

sing van de regelgeving. In 2000 zijn ‘proefprojec-

Europese Commissie het Vlaamse Plattelands-

ten’ (Brugse Veldzone en Brabants plateau) gese-

ontwikkelingsplan, opgesteld in uitvoering van de

lecteerd om de nieuwe beleidsaccenten in de prak-

Europese Plattelandsverordening, goed.

tijk om te zetten.

Dit Vlaamse Plattelandsontwikkelingsplan geeft

Voor de vier lopende landinrichtingsprojecten (Noordoost-Limburg, De Westhoek, Leie en Schelde en het Grote-Netegebied) werd 2000 het jaar dat tal van projecten in uitvoering zijn gegaan: dat gaat van kleinschalige waterzuivering en de aanleg van nieuwe fietspaden tot ruilverkaveling en natuurinrichtingsprojecten.

4


Directieverslag

V l a a m s e

Accenten in de ruilverkaveling

sten kunnen afsluiten. Er zijn 15 verschillende

Op 31 december 2000 waren er 17 ruilverkavelin-

pakketten uitgewerkt, verdeeld in drie groepen. In

gen in onderzoek en 11 ruilverkavelingen in uitvoe-

2000 zijn 206 aanvragen voor een totaal van 710

ring.

beheerspakketten ingediend.

Een aangepaste vorm van ruilverkaveling kan het

In 2000 werkte de Vlaamse Landmaatschappij ook

instrument zijn voor de inrichting van een Gecon-

verder mee aan de voorbereiding van het

troleerd OverstromingsGebied (GOG) langs de

Milieubeleidsplan 2002 - 2006.

Zeeschelde bij Kruibeke.

In 2000 kreeg de VLM een voorbereidende op-

Nutriëntenhalte bij de Mestbank

L a n d m a a t s c h a p p i j

dracht toegewezen van de afdeling Zeeschelde. De VLM werd gevraagd een enquête uit te voeren

Belangrijkste element in 2000 voor de Mestbank

om inzicht te verkrijgen in de socio-economische

was de invoering van een nutriëntenhalte: dit is de

landbouwstructuur in Kruibeke.

maximale hoeveelheid nutriënten in de dierlijke

Archeologie kreeg ruime aandacht in onder meer

mest die jaarlijks op een bedrijf door de dieren

de ruilverkaveling Herenthout-Bouwel, de ruilver-

geproduceerd mag worden.

kaveling

In 2000 is ook gestart met de controle van het

Merksplas

en

de

Stuivekenskerke.

ruilverkaveling

nitraatresidu op de landbouwpercelen en de

De ecologische inbreng in de ruilverkaveling kreeg

Mestbankdatabank werd verder uitgebouwd tot

een structurele verankering met de richtlijn van de

een performant en waardevol instrument voor de

Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw (uit-

ondersteuning van het landbouw- en milieubeleid.

gevaardigd op 14 maart 2000) die bepaalt hoe de

zorg voor natuur in de ruilverkaveling geoptimali-

Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen

seerd en meetbaar gemaakt moet worden. Deze

Op 17 juli 2000 is het Decreet GIS-Vlaanderen

richtlijn is gebaseerd op een methodiek ontwikkeld

goedgekeurd door het Vlaamse Parlement.

door het Instituut voor Natuurbehoud.

Het decreet is een kaderdecreet dat de samenwerking tussen de verschillende partners regelt. In

Natuur: zorgplicht in de praktijk

2000 is verder gewerkt aan standaardisering en

De functionele groep Natuurinrichting werd in 2000

normering van het GIS-Vlaanderen.

binnen de Vlaamse Landmaatschappij stevig uit-

Er werd met tal van partners samengewerkt: onder

gebouwd.

andere aan een Vlaamse hydrografische atlas en

De opdrachten gaan over natuurinrichting, recht

een voor Vlaanderen gebiedsdekkende scanning

van voorkoop, beheersovereenkomsten en milieu-

van alle kadastrale perceelsplans: het zogeheten

beleidsplanning.

KADSCAN-project.

Bij de natuurinrichtingsprojecten zijn zes nieuwe projecten ingesteld in 2000. Voor tien projecten liep in 2000 een onderzoek naar de haalbaarheid.

In 2000 is gestart met de ontwikkeling van een

2 0 0 0

gestandaardiseerde methode voor de monitoring van natuurinrichtingsprojecten.

Bij het recht van voorkoop ontving de Vlaamse

Landmaatschappij gemiddeld ruim 100 aanbiedingen per maand.

Nieuw in 2000 was de mogelijkheid dat landbou-

ir. PAUL DEMEESTER

HERMAN HERPELINCK

wers - op vrijwillige basis - beheersovereenkom-

Administrateur-generaal

Voorzitter van de raad van bestuur

5


Inhoud Directieverslag

4

Bestuur

7

8

Deel 1: Verslag van de Raad van Bestuur 1. Wettelijk kader

10

2. Landinrichting

12

3. Ruilverkaveling

26

4. Natuur

34

5. Mestbank

44

6. Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen

68

7. FinanciĂŤle resultaten

78

8. Ondersteunende afdelingen

82

8.1 Informatica, gronddatabank en GIS-VLM 8.2 Algemene administratie 8.2.1 Personeel 8.2.2 Vorming 8.2.3 Juridische zaken 8.2.4 Communicatie 8.2.5 Emancipatie 8.2.6 Vlaamse ombudsdienst en openbaarheid van bestuur

82 85 85 89 90 91 92 92

94

Deel 2: Bijlagen

6

Waarderingsregels

96

Balans na winstverdeling boekjaar 2000

98

Resultatenrekening 2000

100

Toelichting

102

Sociale balans

107

Verslag van de bedrijfsrevisor

111

Info

112


Bestuur De Raad van Bestuur van de VLM Voorzitter Herman Herpelinck Ondervoorzitter Rudi Gotzen Bestuursleden Linda Blomme Huub Broers Godelieve De Meyer Annie Desmedt Marcel Engelborghs Jean-Claude Laurent Jean-Paul Lavigne Yvan Ottenbourgh Erik Rombaut Jan Strynckx Wim Terwingen Hilde Vandendriessche Fabienne Van Raemdonck Paul Van Snick De commissarissen van de Vlaamse regering Frans Cornelis DaniĂŤl Ketels

De revisor Bedrijfsrevisor Patrick Waltniel

De leidend ambtenaren van de VLM De administrateur-generaal ir. Paul Demeester De adjunct-administrateur-generaal ir. Roland de Paepe 7


DEEL

1


Verslag van de raad van bestuur


HOOFDSTUK 1

Wettelijk kader In 2000 werd het wettelijk kader waarbinnen de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) haar activiteiten ontwikkelt, verder aangepast en verfijnd. Zo dient onder andere gewezen op het decreet van 17 juli 2000 houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen dat dit jaar in werking is getreden.

1.1. Landinrichting

1.3. Mestbank

De landinrichting vindt haar juridische grondslag in

De bescherming van het leefmilieu tegen de ver-

het oprichtingsdecreet van de Vlaamse Land-

ontreiniging door meststoffen wordt geregeld door

maatschappij.

het decreet van 23 januari 1991, mestdecreet ge-

Deze regelgeving werd aangevuld door het decreet

noemd. Het decreet van 3 maart 2000 en dat van 8

van 22 november 1995 inzake aanpassing van de

december 2000 brengen verschillende wijzigingen

begroting 1995.

aan in dit decreet. De meeste van deze wijzigingen

Deze decretale bepalingen werden verder uitge-

traden in werking op 1 januari 2000.

werkt in het uitvoeringsbesluit van 6 juni 1996 met

De Vlaamse regering werkte tijdens dit jaar het mest-

nadere bepalingen over de landinrichting en in het

decreet verder uit in verschillende besluiten :

besluit van 17 maart 1998 houdende subsidiëring

• twee besluiten van 3 maart 2000 waarin enerzijds

van de landinrichtingswerken.

de registratie, de actualisering en bekendmaking van

Tenslotte wordt door het decreet van 18 mei 1999

de gegevens inzake gemeentelijke productiedruk en

op de ruimtelijke ordening, de landinrichting inge-

de procedure inzake de nutriëntenhalte worden uit-

zet voor de coördinatie van de inrichting en de pro-

gewerkt en anderzijds een besluit met een regeling

jectsgewijze integrale inrichting van gebieden in

inzake de nutriëntenbalans

uitvoering van de ruimtelijke ordening.

• twee besluiten van 31 maart 2000: in het ene worden

Door het decreet van 8 december 2000 houdende

de teeltcombinaties aangeduid die in aanmerking

diverse bepalingen werd het oprichtingsdecreet

komen voor een verhoging van nutriënten en de voor-

van de maatschappij opnieuw gewijzigd.

waarden voor deze verhoging, het andere bevat de aanwijzing van de gebiedsgerichte verscherpingen

1.2. Ruilverkaveling

• het besluit van 5 mei 2000 regelt verder de afzet van bedrijfsmatige mestoverschotten

10

De ruilverkaveling wordt geregeld door de wet

• het besluit van 26 mei 2000 vervangt grotendeels

van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van land-

het vroegere besluit van 20 december 1995 tot uit-

eigendommen uit kracht van de wet. Een aanvul-

voering van sommige artikelen van het mestde-

ling daarop was de wet van 11 augustus 1978 met

creet. Dit uitgebreide besluit bevat bepalingen inza-

bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaams

ke aangifte en registratie, de verschillende re-

Gewest.

gisters, de erkenning van mestvoerders, het vervoer

Artikel 2, § 1 van de statuten van de Vlaamse

van meststoffen, de ontvangstplicht van de mest-

Landmaatschappij bepaalt dat de VLM tot doel

bank, de innings- en invorderingsprocedure, het

heeft "haar medewerking en diensten te verlenen

toezicht, de staalname en de analyse en de erken-

bij de voorbereiding en de uitvoering van de ruil-

ningsvoorwaarden voor de laboratoria

verkaveling van landeigendommen met inachtna-

• het besluit van 17 juli 2000 regelt de toepassing van

me van de wettelijke bepalingen terzake".

het nutriëntenbalansstelsel


• het besluit van 10 november 2000 voorziet een ver-

Wetenschappelijk Comité en de Geografische Infor-

goedingenregeling in het kader van de beheers-

matie Raad, en over een uitvoerend orgaan, het On-

overeenkomsten.

dersteunend Centrum GIS-Vlaanderen. Het decreet van 17 juli 2000 dat is opgevat als een kaderdecreet

1.4. Gronddatabank en GIS

gaat verder in op de opdrachten van GIS-Vlaanderen, de samenstelling en organisatie van GIS-Vlaanderen,

Volgens haar oprichtingsdecreet is de Vlaamse

de planningsinstrumenten, de concrete samenwer-

Landmaatschappij belast met de verdere ontwikke-

king rond geografische informatie en de beschikbaar-

ling en het beheer van een gronddatabank en met

heid en distributie van deze informatie. De bestaande

de invoering van een geografisch informatiesysteem

regelgeving wordt opgeheven door dit decreet.

(GIS) in het kader van GIS-Vlaanderen. Het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 1995, dat de wijzigingen van de statuten van de

1.6. Natuurbehoud en het natuurlijk milieu

Vlaamse Landmaatschappij goedkeurde (Belgisch Staatsblad, 6 december 1995), geeft een nadere

Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het na-

omschrijving van beide taken.

tuurbehoud en het natuurlijk milieu dat de bescher-

Op 31 juli 1992 nam de Vlaamse regering het be-

ming, de ontwikkeling, het beheer en het herstel van

sluit tot de oprichting en organisatie van een Milieu-

de natuur en het natuurlijk milieu tot doel heeft,

databank. Dat gebeurde met het oog op een kop-

belast de VLM met twee specifieke opdrachten.

peling van de databanken van het Ministerie van de

Deze twee opdrachten kaderen in de algemene

Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse parare-

maatregelen voor de bescherming van het natuur-

gionale instellingen voor milieu.

lijk milieu en werden verder uitgewerkt in het besluit

De Vlaamse Landmaatschappij is één van de

van de Vlaamse regering van 23 juli 1998:

instellingen die informatie levert aan die gemeen-

• Uitoefening van het recht van voorkoop.

schappelijke Milieudatabank.

De VLM wordt gemachtigd om in naam en voor rekening van de Vlaamse regering het voorkoop-

1.5. Ondersteunend centrum GIS-Vlaanderen

recht van het Vlaamse Gewest uit te oefenen bij verkoop van onroerende goederen in de door het decreet bepaalde gebieden.

Het decreet van 17 juli 2000 regelt de oprichting

• Natuurinrichting

van het samenwerkingsverband Geografisch Infor-

De Vlaamse regering start natuurinrichtingsprojec-

matie Systeem Vlaanderen (GIS-Vlaanderen). GIS-

ten op met het oog op het behoud, het herstel en

Vlaanderen heeft als algemene doelstelling het

de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk

optimaliseren van de aanmaak, het gebruik, de uit-

milieu in bepaalde gebieden. De VLM wordt in het

wisseling en het beheer van geografische informatie

projectuitvoeringsplan belast met de uitvoering van

binnen de Vlaamse overheid.

natuurinrichtingsmaatregelen.

Het samenwerkingsverband wordt gevormd door de

Daarnaast kan de VLM met landbouwers vrijwillige be-

deelnemers aan GIS-Vlaanderen met name het

heersovereenkomsten sluiten. Deze bevoegdheid

Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, alle

wordt geregeld in twee besluiten genomen ter uitvoe-

Vlaamse openbare instellingen, de provincies en de

ring van artikel 45 van het hoger genoemde decreet

gemeenten. Ook anderen, de zogenaamde derden,

van 21 oktober 1997. Overeenkomstig het besluit van

kunnen deelnemen aan GIS-Vlaanderen door middel

de Vlaamse regering van 13 april 1999 staat de Vlaam-

van het sluiten van overeenkomsten. Om deze alge-

se Landmaatschappij in voor de actieve bevordering,

mene doelstelling te realiseren zal GIS-Vlaanderen

het sluiten en de voortgangsbewaking van de be-

werken met verschillende planningsinstrumenten. Op

heersovereenkomsten. Een verdere regeling werd uit-

organisatorisch vlak beschikt GIS-Vlaanderen over de

gewerkt in het ministerieel besluit van 4 juni 1999

Stuurgroep GIS-Vlaanderen als beleidsvoorbereidend

betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten

orgaan, twee adviesorganen, met name het

ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 2078/92.

11


HOOFDSTUK 2

Landinrichting


2. Landinrichting Het Vlaamse Plattelandsontwikkelingsplan werd door de Vlaamse regering en de Europese Commissie in 2000 goedgekeurd. Dit plan werd opgesteld in uitvoering van de Europese Plattelandsverordening. Landinrichting heeft als opdracht invulling te geven aan de grote behoefte aan ruimtelijke en milieukwaliteit voor het buitengebied. Bij deze invulling worden ook behoeften uit andere beleidsvelden afgewogen. In het bijzonder geeft het plattelandsbeleid nu meer dan vroeger een kader voor de uitwerking van landinrichting. Het uittekenen van het plattelandsbeleid was richtinggevend voor de evolutie van landinrichting. Kenmerkend voor landinrichting is de geïntegreerde benadering van vraagstelling, gebiedsvisie en oplossingen. Typerend is ook het uitvoeren van onderhandelde taakstellingen door diverse daarvoor meest geschikte partners van verschillende beleidsdomeinen van het Vlaamse gewest, de provincies, de gemeenten, andere publieke partners, rechtspersonen of natuurlijke personen. Voor de vier lopende landinrichtingsprojecten (Noordoost-Limburg, De Westhoek, Leie en Schelde en het Grote-Netegebied) zijn met deze aanpak de uitvoeringen op het terrein in ruime mate gerealiseerd en werden de beschikbare budgetten voor subsidiëring van landinrichtingswerken volledig aangewend. De voorstudie voor twee nieuwe projecten Brugse Veldzone en Brabants Plateau werd met het gunstig advies van de Commissie voor Landinrichting aan de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw voorgelegd. Deze gaf de VLM tevens de opdracht tot uitvoering van de voorstudie voor het project Zuiderkempen.

2.1. Landinrichtingsbeleid

Aansluitend daarbij zijn een aantal ‘proefprojecten’ van landinrichting opgenomen om nieuwe beleids-

Door de Vlaamse minister van Leefmilieu en Land-

accenten in de praktijk om te zetten. Deze zijn

bouw werd een aantal strategische projecten voor

gekoppeld aan de uitvoering van de landinrichtings-

het beleid opgestart. Cruciaal voor de inrichtings-

projecten Brugse Veldzone en Brabants Plateau.

activiteiten van de VLM is het project ‘Geïntegreerd Plattelandsbeleid’ dat aansluit bij de beleidslijnen uit-

De decretale voorbereiding zal ook gevoed worden

gezet door het Vlaams Plattelandsontwikkelingsplan.

vanuit afgewerkte en nog lopende evaluaties. In uitvoering van het milieujaarprogramma 2000, actie

Het project omvat aanpassingen aan de regelge-

133, werd een studieopdracht ‘Procesanalyse ter

ving van ruilverkaveling en natuurinrichting en de

verbetering van het instrument landinrichting’

mogelijkheden van een Vlaamse grondbank. Het

opgestart.

zorgen voor een samenhangende decretale onderbouwing van de landinrichting is ook een belangrijk

Ook werden nieuwe beleidsaccenten in de project-

onderdeel van dit project.

voorbereiding ingebracht. Een eerste aanzet hier-

13


toe werd gegeven op richtplanniveau. Onderwerp

Regelgeving

van studie zijn daarbij o.m externe productie-

Met het decreet van 8 december 2000 werd de

omstandigheden ter ondersteuning van biologi-

weg geopend om gemeenten en provincies te

sche landbouw, landbouw in stadsrandzones,

subsidiëren als uitvoerende partners in de landin-

expliciete milieuactieplannen, bosuitbreidingen,

richtingsprojecten.

zachte mobiliteit, leefbaarheid van kleine kernen en integraal waterbeheer.

2.2. Projectwerking

Op niveau van de inrichtingsplannen werd een

Een overzicht met betrekking tot de stand van zaken

aanzet gegeven tot nieuwe beleidsaccenten met

voor de vier landinrichtingsprojecten in uitvoering is

onder meer maatregelen van:

terug te vinden in de tabellen bij dit hoofdstuk.

• bosuitbreiding, • bosverdichting, • herstel en verbinding ecologische infrastructuur, • herwaardering cultuurhistorische gegevens

2.2.1 Landinrichtingsproject Noordoost-Limburg

(wateringen – molens,…) en landschappen,

• groenstructuurplannen, • ecologisch herstel watersystemen, • waterpeilbeheer, • sanering waterbodems, • uitbouw kleinschalige waterzuivering en zelfzuivering,

• gebiedsinrichting voor waterretentie, • verkeersveiligheid en de aanleg van fietspadennetwerken.

In 2000 keurde de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw het inrichtingsplan Weidevogelbescherming Sint-Maartensheide goed. Het plan bevat maatregelen om weidevogels, zoals kieviten, wulpen, grutto’s en de zeldzame watersnip te beschermen. Er konden na de goedkeuring ook al subsidies vastgelegd worden voor de realisatie van enkele graslandreservaten door de plaatselijke natuurverenigingen. Aandachtspunt in de projecten is het fietsverkeer van thuis naar school of werk veiliger maken. In uit-

De bepalende factoren voor de in 2000 aangepak-

voering van het eerder goedgekeurde inrichtings-

te verbreding en verdieping van de landinrichting

plan functioneel fietsroutenetwerk werden de eer-

waren de richtingen uitgezet binnen de beleids-

ste werken gerealiseerd:

velden van vooral ruimtelijke ordening, milieu en

• onder impuls van de landinrichting heeft de stad

plattelandsontwikkeling; gekoppeld aan de opge-

Maaseik een gedeelte van een aanliggend fietspad

dane ervaring inzake toepassingen en mogelijkhe-

aangelegd tussen Neeroeteren en Opoeteren.

den van landinrichting. De VLM is nu klaar voor

Tegelijkertijd werden ook rioleringswerken uitge-

landinrichtingsprojecten van de 2e generatie.

voerd. In een tweede fase zal het fietspad worden doorgetrokken tot Opoeteren;

• bij de passantenhaven in Bocholt werd in november 2000 een nieuwe fietsbrug geplaatst die weer een vlotte verbinding voor fietsers en voetgangers moet mogelijk maken tussen Lozen, Veldhoven en Neerkreiel enerzijds en het centrum van Bocholt anderzijds;

• aansluitend daarbij heeft de afdeling Wegen Limburg het kruispunt van de N76 met de Weertersteenweg opnieuw ingericht, zodat de brug ook makkelijk en veilig bereikbaar is voor fietsers uit Neerkreiel. Op enkele percelen in de Watering Lozerheide werd het historische vloeiweidesysteem heraange-


beplantingen in de omgeving van de molen. Naast de molen liet de afdeling Water vistrappen installeren op de Abeek. De stuw aan de molen werd vervangen. In 2000 werd een aantal nieuwe inrichtingsprojecten opgestart: Herstelplan Abeek 3, Bosuitbreiding Groene As, De Luisen, fase 2, Wurfeld, fase legd. Het systeem van boven- en ondersloten werd

2 en Functioneel fietsroutenetwerk, fase 2.

hersteld. De ruilverkaveling Veldhoven-Kreiel, opgestart als Langs de Zuid-Willemsvaart werden zes nieuwe

maatregel in het landinrichtingsproject Noordoost-

paaiplaatsen aangelegd in samenwerking met de

Limburg, is in volle uitwerking. Knelpunten en de

afdeling Natuur van het ministerie van de Vlaamse

mogelijkheden voor alle sectoren werden in kaart

gemeenschap en de provinciale visserijcommissie.

gebracht.

De werken voor de aanleg van de hengelplateaus en de parkeerplaatsen werden in 2000 aanbesteed.

Ook het natuurinrichtingsproject het Smeetshof in Bocholt kadert in het landinrichtingsproject

Vanuit de groenstructuurplannen van Wurfeld en

Noordoost-Limburg. In het gebied werden de voor-

Bocholt werden de eerste werken gestart.

bereidende werkzaamheden gestart om het 189 ha

Maaseik en Bocholt lieten beplantingen aanbren-

grote domein in te richten voor natuur.

gen op het openbaar domein in het najaar van 2000. De provinciale landbouwdienst stelde ont-

2.2.2 Landinrichtingsproject De Westhoek

werpen op voor erfbeplanting. De uitvoering van

In het kader van het landinrichtingsproject De

deze beplantingen zal in het voorjaar van 2001 ge-

Westhoek werden in het jaar 2000 diverse inrich-

beuren. De Vlaamse Landmaatschappij werd door

tingsprojecten op het terrein uitgevoerd en werden

de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw

vier inrichtingsplannen afgewerkt.

gemachtigd de onteigeningsprocedure op te starten voor de verwerving van gronden nodig voor de

Het project Kleinschalige waterzuivering Nieuw-

uitbouw van een recreatief netwerk.

kapelle werd voltooid: de rietvelden konden reeds in werking worden gesteld. De werken aan het pro-

Enkele melkveehouders hebben in Veldhoven-

ject Kleinschalige waterzuivering Diksmuide

Kreiel in de loop van 2000 rietvelden aangelegd

(Oudekapelle, Oostkerke en Sint-Jacobs-Kapel-

die het afvalwater van de melkinstallaties van het

le) werden gestart.

bedrijf en dat van de woning moeten zuiveren. De landbouwers hebben de rietvelden zelf aan-

De maatregelen voorzien langs de Oude spoor-

gelegd. Voor zeven andere bedrijven zijn de

wegbedding Diksmuide-Nieuwpoort werden gro-

plannen klaar.

tendeels uitgevoerd. Het fietspad werd hersteld en er werden nieuwe slagbomen en bewegwijzering

In uitvoering van het herstelplan Abeek, deel 1

voorzien. De parkeerplaatsen en paden rond de

werden de voorbereidende werkzaamheden op-

Koolhofput werden uitgevoerd en er werd een

gestart voor de realisatie van de bufferstrook (aan-

ruiterpad aangelegd langs het fietspad.

koop door afdeling Water en opmaak ontwerp inrichting bufferstrook).

In de IJzerbroeken werden een natuurexploratie-

De Vlaamse Landmaatschappij liet als eigenaar van

pad en de brug over de Zwijnbeek gerealiseerd in

de Voorste Luysmolen de hoeve en een gedeelte

samenwerking met de stad Poperinge.

van het molengebouw restaureren in 2000. Eind 2000 volgden aanbestedingen voor afwerkings- en omge-

De werken aan het project Lovaart, deel beplan-

vingswerken. De werken voorzien o.m. in de aanleg

tingen werden in het najaar gestart en zullen in

van een rietveld, bestrating, een picknickzone en

2001 worden voltooid. Het Provinciebestuur

15


West-Vlaanderen stond in voor de bouw van de

verspreiden van de algemene landinrichtingskrant,

infoluifel te Fintele, een project met Europese

projectspecifieke infofolders en persberichten.

cofinanciering.

Naast deze projectgebonden taken werden voor

De maatregelen van het project Lovaart, deel

verschillende doelgroepen studiebezoeken geor-

knooppunten en weginfrastructuur, fase 1 wer-

ganiseerd.

den uitgevoerd. Hierbij aansluitend maakte de VLM het inrichtingsplan Lovaart, deel knooppunten en

2.2.3 Landinrichtingsproject Leie en Schelde

weginfrastructuur, fase 2. De Vlaamse minister

Voor het landinrichtingsproject Leie en Schelde wer-

keurde het plan eind 2000 goed en legde de sub-

den in 2000 zes nieuwe inrichtingsplannen voor-

sidies vast. Het project omvat het tweede deel van

bereid. De adviesprocedure voor deze plannen kon

de knooppunten op het grondgebied van Veurne

begin november worden gestart met de raadple-

en Alveringem.

ging van het Landinrichtingscomité en de voorstelling aan de Stuurgroep, de betrokken partners en

De ruilverkavelingscomités van ’s Heerwillemskapelle

de pers. Naar aanleiding van deze officiële voorstel-

en Stuivekenskerke realiseerden de werken van het

ling werd ook een landinrichtingskrant verspreid.

project Grote polderwaterlopen, deel 1. Brede oeverstroken en plasbermen werden aangelegd

De nieuwe inrichtingsplannen zijn:

en een beheersplan werd opgemaakt.

• Recreatie-as Deinze-Gent: een geïntegreerd plan voor de optimalisering van het recreatief medege-

De inrichtingsplannen Kom van Lampernisse,

bruik in de Leievallei tussen Gent en Deinze met

IJzerbroeken, deel vallei en Landschapszorg De

aandacht voor de draagkracht en de intrinsieke kwa-

Moeren werden opgemaakt en de adviesproce-

liteiten van het gebied;

dure nam een aanvang eind 2000. Het plan voor de

• Assels: de inrichting betreft het landschap van

Kom van Lampernisse werd in nauwe samenwer-

de alluviale vallei van de Leie tussen twee armen

king met het Ruilverkavelingscomité van Fortem

van deze rivier in functie van natuur, landschap en

opgemaakt.

recreatief medegebruik;

• Malem: het gebied Malem is een typisch voorHet projectteam bereidde in de loop van 2000 vijf

beeld van een stadsrandzone (Gent). Het vormt

nieuwe inrichtingsplannen voor: Grote polder-

een complex geheel van bebouwing, natuur-

waterlopen, deel 2 en deel 4, De IJzer, deel

elementen, volkstuintjes, recreatieve infrastructuur

Diksmuide-Nieuwpoort, de Duinenabdij Koksijde

en braakliggende terreinen; een globale herinrich-

en het project kleinschalige waterzuivering en

ting is noodzakelijk;

dorpskernherinrichting ’t Zwaantje en Booits-

• Gaverse Scheldemeersen: dit inrichtingsplan

hoeke (Veurne).

beoogt in de vallei van de Boven-Schelde de uitvoering van maatregelen inzake landschapsher-

Het projectteam van de ruilverkaveling Adinkerke-

stel, bosuitbreiding, natuurontwikkeling, recreatief

Oostduinkerke werkte aan de opmaak van het ruil-

medegebruik en infrastructuur;

verkavelingsplan.

• De landschappelijke integratie van Noordhout

Het natuurinrichtingsproject Oosthoekduinen ka-

en Slindonk: beide plannen voorzien in de land-

dert eveneens in de uitvoering van het richtplan van

schappelijke inrichting van twee oud-agrarische en-

De Westhoek.

titeiten en hun omgeving.

Het opmaken van de inrichtingsplannen, het bege-

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw

leiden van de adviesprocedures en de uitvoering

keurde in 2000 vier inrichtingsplannen voor Leie en

van de projecten op het terrein ging telkens gepaard

Schelde goed: Vosselareput, Heurne, Scherm-

met het organiseren of begeleiden van diverse toe-

groen E17 en Durmen. Zij verleende tevens haar

lichtings- of overlegvergaderingen. De commu-

goedkeuring aan subsidiedossiers voor de goed-

nicatie naar de bevolking gebeurde tevens via het

gekeurde inrichtingsplannen van Vosselareput,


Heurne, Schermgroen E17, Durmen, en erfbe-

voor meer dan 20 miljoen aan subsidies worden

planting Kouter-Bulkengebied en Scheldeveld.

vastgelegd.

In 2000 kon uitvoering gegeven worden aan de erf-

In 2000 werden tevens de eerste werken in het land-

beplantingswerken in het kader van het inrichtings-

inrichtingsproject Grote-Netegebied op het terrein

plan Kouter-Bulkengebied met een plechtige en offi-

gerealiseerd. In het gebied Gerheserheide werden

ciële plantactie in het bijzijn van pers en partners.

een fietspad, een ruiterpad en een parking aangelegd en werd de verkeersveiligheid in de omgeving

Ook de eerste werken in het kader van het inrich-

van het recreatiedomein De Merel verbeterd.

tingsplan Lozerbos werden uitgevoerd, zoals de rea-

Andere elementen uit de goedgekeurde inrich-

lisatie van een speelbos, het herstel van de kasteel-

tingsplannen werden reeds in detail uitgewerkt

dreven en de aanleg van een parking. Een delegatie

en kunnen in het voorjaar van 2001 gerealiseerd

uit de provincie Noord-Brabant (Nederland) bracht

worden. Het betreft hier de aanleg van een speel-

een bezoek aan de werken en een persconferentie

tuin, het voorzien van beplantingen en het opti-

werd georganiseerd bij aanvang van de werken.

maliseren van wegen voor fietsers.

In het kader van het inrichtingsplan Meilegem-Zingem organiseerde de gemeente een boomplantactie met

De Koning Boudewijnstichting selecteerde de op-

schoolkinderen. Een overzetboot voor de Schelde in

waardering van de Schans van Gerhees, een maat-

de nabijheid van het natuureducatief centrum De

regel uit het inrichtingsplan Gerheserheide, als erf-

Kaaihoeve van de provincie werd ingehuldigd.

goedproject. In overleg met de verschillende part-

De studie inzake de mogelijkheden voor de Con-

ners wordt in 2001 voor deze voormalige verdedi-

centratie van (glas)tuinbouwbedrijven werd in

gingssite een gedetailleerd ontwerp opgemaakt.

april opgeleverd en aan de pers voorgesteld. In deze studie worden onder meer de gebieden aan-

In 2000 werd het inrichtingsplan Landschaps-

geduid die het best geschikt zijn voor concentratie

ontwikkelingsplan Gestel, fase 2 door de Com-

van serres. Dit moet aanleiding geven tot een effi-

missie voor Landinrichting gunstig geadviseerd.

ciënter gebruik van de benodigde infrastructuur en

Dit plan heeft als doel de landschappelijke struc-

het behoud van waardevolle landschappen.

tuur in het landbouwgebied van Meerhout te versterken en de waterkwaliteit te verbeteren.

Voor een aantal andere dossiers werden de werken voorbereid in functie van de uitvoering aanvang

Drie inrichtingsplannen werden in 2000 afgewerkt

2001: erfbeplanting Scheldeveld, de werken aan

en hebben de eerste fase van de adviesprocedu-

het recreatieve luik in Vosselareput en grondver-

re doorlopen:

wervingen in Meilegem-Zingem door de provincie.

• het inrichtingsplan Kempisch Plateau is gericht op het ontwikkelen van een groot boscomplex op

Drie natuurinrichtingsprojecten werden in het kader

het grondgebied van Lommel en Hechtel-Eksel met

van het project Leie en Schelde aangevat, met

aandacht voor biodiversiteit, bosuitbreiding, soor-

name de projecten Bourgoyen, Latemse Meersen

tenbeschermingsplan nachtzwaluw en recreatief

en Merelbeekse Scheldemeersen en het ruilverka-

medegebruik;

velingsproject Scheldekant.

• in het inrichtingsplan Recreatief fietsroutenetwerk wordt een netwerk van recreatieve fietspaden

2.2.4 Landinrichtingsproject Grote-Netegebied

uitgebouwd dat aansluit op de bestaande fiets-

In 2000 werden in het landinrichtingsproject Grote-

routenetwerken in de provincie Limburg. Toerisme

Netegebied de eerste inrichtingsplannen door de

Provincie Antwerpen zal dit netwerk verder uitbrei-

Vlaamse minister goedgekeurd en de eerste subsi-

den over het gehele grondgebied van de provincie

dies vastgelegd. Het betreft de inrichtingsplannen

Antwerpen;

Gerheserheide, Scherpenbergen – De Hutten,

• het inrichtingsplan Keiheuvel – De Most is ge-

fase 1 en Landschapsontwikkelingsplan Gestel,

richt op een betere inrichting van het recreatie- en

fase 1. Voor deze projecten konden in totaal reeds

natuurgebied Keiheuvel en van de ecologisch en

17


landschappelijk waardevolle zone De Most.

veel aandacht besteed aan de nieuwe ontwikke-

In 2000 werd verder gewerkt aan twee inrichtings-

lingen en tendensen en specifieke gebiedseigen

plannen die reeds in 1999 waren opgestart:

accenten. Voorbeelden hiervan zijn het integraal

• voor het inrichtingsplan Geel – Bel lag het accent

waterbeheer, bosuitbreiding, landbouw in verste-

op de afbakening en inrichting van speelbossen;

delijkte omgeving en plattelandsontwikkeling.

• inzake het inrichtingsplan Kanaal van Beverlo en kanaal Dessel – Kwaadmechelen bereidde een

Brugse Veldzone

extern bureau het soortenbeschermingsplan veld-

In 2000 werden belangrijke stappen gezet voor het

parelmoervlinder voor.

nieuwe landinrichtingsproject ‘Brugse Veldzone’.

In 2000 werden ook vier nieuwe inrichtingsplannen

De voorstudie werd afgewerkt in mei en voorge-

opgestart:

legd aan de Commissie voor Landinrichting die

• het inrichtingsplan Dekshoevevijver is gericht op

een gunstig advies gaf in juni. De opmaak van het

een natuurvriendelijke inrichting van de stedelijke

richtplan werd reeds voorbereid. Dit gaat gepaard

visvijver van Geel;

met intensief overleg en medewerking van diverse

• het inrichtingsplan beekdal Grote Nete stroom-

overheden, zowel op Vlaams, provinciaal als ge-

opwaarts kanaal van Beverlo heeft als doelstel-

meentelijk vlak.

ling het ontwikkelen van het beekdal van de Grote Nete als structuurbepalend element in het landin-

Zuiderkempen

richtingsproject;

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw

• het inrichtingsplan Engstraten heeft als aan-

belastte in 2000 de Vlaamse Landmaatschappij

dachtspunten bosuitbreiding, bosontwikkeling en

met de opmaak van de voorstudie voor een nieuw

recreatief medegebruik;

landinrichtingsproject in de provincie Antwerpen,

• het inrichtingsplan Scherpenbergen – De Hutten,

de ‘Zuiderkempen’.

fase 2 richt zich op de ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden van een

Oost-Vlaanderen

beschermd landschap gelegen in Meerhout.

Ter voorbereiding van een tweede landinrichtings-

In 2000 werd het natuurinrichtingsproject Molse

project heeft de Commissie voor Landinrichting

Nete door de Vlaamse minister ingesteld en werd

advies uitgebracht omtrent een voorstel van

het haalbaarheidsrapport voor het natuurinrich-

gebied ‘Dender-West’.

tingsproject Malesbroek opgemaakt.

2.2.6 Overzicht subsidies landinrichting 2000 2.2.5 Nieuwe projecten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de

Brabants Plateau

subsidies vastgelegd in 2000 op basis van het sub-

De voorstudie voor een nieuw landinrichtings-

sidiebesluit voor landinrichtingswerken.

project in Vlaams-Brabant, ‘Brabants Plateau’ werd afgewerkt en gunstig geadviseerd door de

2.3. Ondersteuning projectwerking

Commissie voor Landinrichting in juni 2000. In de voorstudie werden de belangrijkste uitgangsdoel-

2.3.1 Richtlijnennota’s Landinrichting

stellingen omschreven alsook de te betrekken

In 2000 werden twee belangrijke handleidingen ten

doelgroepen en werd een afbakening voorge-

behoeve van de projectwerking gerealiseerd:

steld. Het project ligt momenteel ter goedkeuring

• de richtlijnennota Administratie Landinrichting

bij de Vlaamse minister. In deze voorstudie wordt

beschrijft de administratieve procedures van uitbesteding

van

studieopdrachten,

grondver-

werving, aanvraag en uitbetaling van subsidies en uitvoering van werken. De nota geeft aan hoe dossiers zijn samengesteld en welke weg de dossiers volgen. Op die manier kunnen de projectmedewerkers uniforme dossiers samenstellen en is de


Subsidies aan overheden (1)

Subsidies aan particulieren (2)

Totaal

17.517.456 66.381.810 22.244.941 21.741.910 127.886.117

3.359.768 9.580.260 12.940.028

20.877.224 66.381.810 31.825.201 21.741.910 140.826.145

Noordoost-Limburg De Westhoek Leie en Schelde Grote-Netegebied Totaal

(1) Provincies, gemeenten, polders, wateringen, ruilverkavelingscomités en Vlaamse Landmaatschappij (2) Privaatrechtelijke rechtspersonen en natuurlijke personen

afhandeling van dossiers transparant voor alle

2.3.3 Externe opdrachten

betrokkenen.

Ter ondersteuning van de projectwerking werden in

• de Handleiding Landinrichting bevat richtlijnen

2000 twee opdrachten uitgegeven voor:

voor de projectvoering van landinrichting. Ze wil

• de opmaak van een cultuurhistorische inventari-

door het overzichtelijk aanbieden van informatie

satie van watergebonden bouwkundig erfgoed in

een naslagwerk zijn voor de projectteams en voor

het landinrichtingsproject De Westhoek;

iedereen die met landinrichting te maken krijgt.

• de opmaak van een soortenbeschermingsplan

Deze handleiding zal regelmatig worden aange-

voor de veldparelmoervlinder in het Grote-

vuld en geactualiseerd.

Netegebied.

In 2000 werd de studie ‘Richtlijnenhandboek VLM

Ten behoeve van de beleidsvoorbereiding werden

– inventarisatiemethoden (voor ruilverkaveling,

in 2000 twee studies uitbesteed. Deze opdrachten

natuurinrichting en landinrichting)’ afgewerkt. Van

betroffen:

dit omvangrijke document wordt een dynamisch

• een procesanalyse ter verbetering van het

basisdocument gemaakt dat voor iedereen raad-

instrument landinrichting;

pleegbaar zal zijn op het intranet.

• een visie- en verkenningsnota plattelandsbeleid.

2.3.2 GIS en Landinrichting

2.3.4 Bos-Landinrichting

De landinrichting zet GIS-technieken in ter onder-

De gegevens die aan de basis liggen van de

steuning van de planvorming, de inspraakproce-

Gewenste Bosstructuur van de afdeling Bos en

dures, de realisaties en de rapportering van de

Groen kunnen algemeen als een eenduidige be-

inrichtingsplannen.

leidsmatige ingang gelden. Deze zullen verder verfijnd worden in het kader van de lopende land-

In de voorbije jaren werd een aantal richtlijnen

inrichtingsprojecten.

m.b.t. de standaardisatie van digitale bestanden

In de beleidswerkgroep Bos-Landinrichting werden

en cartografie gebundeld in een GIS-handleiding

landinrichtingsprojecten besproken die uitvoering

Landinrichting. De concrete inrichtingsprojecten

geven aan de beleidsopties inzake bosuitbreiding in

werden telkens getoetst aan deze richtlijnen.

Vlaanderen. Naast VLM-medewerkers zijn AMINAL en de afdeling Ruimtelijke Planning van AROHM ver-

Het hoofdstuk ‘standaardisatie’ werd in de loop

tegenwoordigd.

van 2000 grondig herwerkt in functie van de gewijzigde GIS-praktijk in de provinciale afde-

In het najaar 2000 werden de diverse projecten

lingen.

aandacht

besproken: stadsbosprojecten voor Gent, Veurne

besteed aan het gebruik van GIS ter ondersteu-

Daarnaast

werd

verder

en Nieuwpoort en bosuitbreidingsprojecten op het

ning van de planvorming. Er werden nieuwe

Kempisch Plateau en voor de Groene As in de vlak-

bruikbare GIS-bewerkingen afgeleid die de

te van Bocholt.

basis vormen voor het derde deel van de GIS-

In een aantal van deze bosuitbreidingsprojecten

handleiding, m.n. de analysetechnieken.

bestaat een sterke link met de aan de gang zijnde

19


afbakeningsprocessen in het kader van het

Als zodanig geeft de benadering van integraal

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De werkgroep

waterbeheer voeding aan gebiedsgerichte pro-

Bos-Landinrichting heeft een belangrijke functie in

jecten waar meerdere beleidsterreinen in elkaar

de opvolging van dit proces.

vloeien en waar nauwe samenwerking plaatsvindt met de streek.

2.4. Communicatie Landinrichting Projecten op het gebied van integraal waterbeheer Documentatiecentrum Landelijke Inrichting (DCLI)

richten zich niet op één maar op alle aspecten van

In de zomer van 2000 werden op initiatief van afde-

het waterbeheer. Projecten van Landinrichting als

ling Landinrichting de boekwerken van de drie

integrale gebiedsgerichte projecten overstijgen

inrichtingsactiviteiten van de VLM (landinrichting,

echter het beleidsveld water.

natuurinrichting, ruilverkaveling) samengebracht. Zo ontstond een bibliotheek gespecialiseerd in

Er wordt binnen de VLM naar gestreefd om de

planning en inrichting van de open ruimte, met de

benadering van integraal waterbeheer vooraan in

naam Documentatiecentrum Landelijke Inrichting

de planvorming van de inrichtingsactiviteiten in te

(DCLI). Het DCLI, dat functioneert als een sub-

brengen, zodanig dat het water mede sturend is

bibliotheek van de VLM-hoofdbibliotheek, beoogt

voor de planvorming.

als vakbibliotheek enerzijds een ondersteuning van

De VLM is nauw betrokken bij het uitwerken van

de inrichtingsactiviteiten van de VLM en anderzijds

het integraal waterbeheer. De VLM is vertegen-

een interessante informatiebron te zijn voor externe

woordigd in de Permanente Projectgroep van het

gebruikers. Naast informatie over de inrichtings-

Vlaams Integraal Water Comité (VIWC). De VLM

activiteiten in het landelijk gebied zijn als weten-

werkte mee aan het Ontwerp Waterbeleidsplan

schappelijk luik de thema’s ruimtelijke ordening,

Vlaanderen en aan de langetermijnvisie integraal

natuur en landschap volledig opgenomen. Voor alle

waterbeheer.

onderwerpen wordt in het DCLI sterk gefocust op

Verder worden er medewerkers van verschillende

planning en inrichting.

afdelingen van de VLM afgevaardigd naar de subcomités van het VIWC, Waterkwantiteit, Water-

Stijlboek landinrichting

kwaliteit, Watervoorziening, Natuurlijk Milieu en

Een landinrichtingsproject is een langdurig proces

Watersysteemkennis.

met veel communicatiemomenten en verschillende soorten communicatiedragers. Om ten opzichte van de partners en vooral de doelgroepen een duidelijke herkenbaarheid te geven aan landinrichting, werden in 2000 bakens uitgezet voor een nieuwe grafische stijl voor alle communicatiedragers in het stijlboek landinrichting, een handleiding voor lay-out en communicatie met richtlijnen en voorbeelden. De invoering van de nieuwe stijl ging van start in april en is de tweede fase van het communicatieplan landinrichting.

2.5. Integraal Waterbeheer Centraal binnen het integraal waterbeheer staan de watersystemen. Het integraal waterbeheer is daarbij niet louter gebaseerd op een milieugerichte invalshoek, maar ook op alle mogelijke maatschappelijke invalshoeken.


mei aan de Vlaamse Landmaatschappij de opdracht gegeven het strategisch project ‘Geïntegreerd plattelandsbeleid’ te coördineren. Hierin is voorzien dat zowel een beleidsnota voor het plattelandsbeleid wordt uitgewerkt als een optimalisering van het inrichtings- en beheersinstrumentarium en Het integraal waterbeheer wordt ontwikkeld in het

de operationalisering van een grondbeleid. Het

kader van de milieubeleidsplannen en milieujaar-

project heeft in 2000 een start genomen en zal in

programma’s.

de komende 2 tot 3 jaar worden gerealiseerd.

Dit betekent dat er diverse acties zijn, gericht op het ontwikkelen van het integraal waterbeheer,

Om het plattelandsbeleid ook binnen de Vlaamse

waarvoor verschillende stuurgroepen werden

Landmaatschappij voldoende doorwerking te

opgericht.

laten krijgen, en om informatie en kennis uit te wisselen werd het plattelandsbeleid als strate-

In 2000 was de VLM vertegenwoordigd in :

gisch thema in de structuur van de VLM opgeno-

• de Stuurgroep Bekkencomités • de bekkenoverlegstructuren operationaliseren • de Stuurgroep Actie 130 • de Stuurgroep Actie (76 kennis van hydrologische

men. Er werd daartoe een intern netwerk opge-

systemen vergroten)

• de Stuurgroep Actie (131 integrale bekkenbeheers

richt dat afdelingsoverschrijdend werkt. Zo kan gemeenschappelijk aan bepaalde opdrachten gewerkt worden en kan de opgedane kennis doorgegeven worden aan de collegae die het beleid in projecten omzetten.

plannen opmaken) De Vlaamse Landmaatschappij is verder actief in De provinciale afdelingen zijn met een vaste ver-

de werking van de Stichting Plattelandsbeleid vzw

tegenwoordiging aanwezig in de ambtenarenwerk-

en heeft in 2000 het inhoudelijk secretariaat van de

groep van de 11 Vlaamse rivierbekkens.

stichting opgenomen.

2.6. Geïntegreerd plattelandsbeleid

2.7. Ruimtelijke Ordening

In de eerste helft van 2000 werkte de Vlaamse

Het decreet houdende organisatie van de ruimte-

Landmaatschappij in het team van het redactie-

lijke ordening van 18 mei 1999 trad in werking op 1

comité samen met de administratie voor Land- en

mei 2000. Omdat het voor de VLM van belang is

Tuinbouw en AMINAL aan de verdere verfijning van

goed op de hoogte te zijn van de hieruit volgende

het Programma voor de Plattelandsontwikkeling in

veranderingen op het vlak van ruimtelijke ordening,

Vlaanderen, 2000 – 2006 (Vlaams Plattelands-

was het themabeheer Ruimtelijke Ordening, gedra-

ontwikkelingsplan). Het programma werd in okto-

gen door de afdeling Landinrichting, strategisch in

ber 2000 in een beschikking van de Europese

het jaar 2000.

Commissie goedgekeurd. Het biedt onder meer

Nieuw is bijvoorbeeld dat de VLM haar advies mag

een aantal mogelijkheden om via cofinanciering

uitbrengen op de ontwerpen van Provinciale Ruim-

van de EU de inrichtingsinstrumenten in te zetten

telijke Structuurplannen. In 2000 heeft de VLM ad-

voor onder meer de leefbaarheid van de dorpen en

viezen inzake de ontwerpen van Provinciale Ruim-

de verhoging van de omgevingskwaliteiten en de

telijke Structuurplannen van de provincie Antwerpen

medegebruikfunctie van het platteland.

en West-Vlaanderen geformuleerd. Het OC-GIS Vlaanderen heeft de verantwoorde-

Het Vlaams Plattelandsontwikkelingsplan is even-

lijkheid gekregen voor de technische richtlijnen

wel slechts een aanzet tot een geïntegreerd platte-

voor de opmaak van plannen- en vergunningen-

landsbeleid voor Vlaanderen. Daarom heeft de

registers.

Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw in

De Mestbank heeft taken op het vlak van ruimtelijke

21


ordening die voortvloeien uit het mestdecreet (bv.

‘Sustainable Open Space for the NWMA’.

inplantingsplaatsen mestverwerkingsinstallaties).

In april 2000 ging in het kader van dit project een vierde workshop in de omgeving van Parijs (regio

Verschillende VLM-medewerkers werden in het

Ile-de-France) door waaraan medewerkers en be-

register van ruimtelijke planners opgenomen.

stuurders van de VLM deelnamen. Deze workshop behandelde het thema ‘integraal landschapsbe-

2.8. Competentie Landschap

heer’. In de eerste helft van 2000 konden ook de rapporten van de drie pilootprojecten worden

Het werkingsveld van de competentiegroep Land-

opgeleverd. De eindconferentie in een oud Hol-

schap is het ontwikkelen, implementeren, opslaan,

lands Fort (Wiericker Schans, Bodegraven) in het

verspreiden, evalueren en adviseren van de VLM-

Groene Hart van Nederland leverde een groot

competentie in de domeinen landschap, cultureel

aantal internationale deelnemers op die de resul-

erfgoed en archeologie. Er werd in 2000 nauw sa-

taten van dit transnationale project tussen 7

mengewerkt met het themabeheer cultureel erfgoed.

Noordwest Europese regio’s konden vernemen.

De hoofddoelstelling voor 2000 was het evalueren

In januari van 2001 wordt het viertalige eindrapport

en aanvullen van het ‘Richtlijnenhandboek inventa-

van dit unieke samenwerkingsverband aan de

risatiemethoden VLM’ voor de thema’s landschap

Europese Commissie overhandigd.

en cultuurhistorie. Inmiddels werd gestart met de voorbereiding van De eigenschappen van terreinelementen die verza-

een vervolgtraject waarin zowel concrete investe-

meld werden voor de grootschalige fysiografische

ringsprojecten worden voorzien (ook in Vlaams-

en ruimtelijk-functionele landschapsstudie, de cul-

Brabant, onder meer gekoppeld aan het land-

tuurhistorische studie en de visueel-ruimtelijke land-

inrichtingsproject Brabants Plateau) alsook verder

schapsstudie. Werden op een gestandaardiseerde

onderzoek over nieuwe thema’s zoals integraal wa-

manier in de GIS-bestanden vastgelegd.

terbeheer en landbouw in de periferie van de grootstad.

In juli werd een studiedag georganiseerd over ‘Software voor de presentatie en technische uitwer-

Andere betrokkenheid

king van grootschalige inrichtingsdetails’ voor de

• De Vlaamse Landmaatschappij is vertegenwoor-

landschapsdeskundigen van de VLM. Vanuit een

digd in de begeleidingscommissies van de Ge-

behoefte aan dit soort software voor gebruik in de

meentelijke Natuurontwikkelingsplannen (GNOP’s)

concrete inrichtingsprojecten werd door de provin-

in gemeenten waar landinrichtingsprojecten worden

ciale afdeling Gent vooraf reeds een marktstudie

gerealiseerd. Zij is ook actief in de werking van een

gedaan.

aantal Regionale Landschappen.

• De Vlaamse Landmaatschappij wordt betrokken Een vast agendapunt van de competentievergade-

bij de beoordeling van de streekcharters die wor-

ring landschap was het uitwisselen van informatie

den voorgelegd door de Streekplatforms.

over nieuwigheden in het vakdomein, zoals studies,

• De Vlaamse Landmaatschappij neemt deel aan

interne projecten, externe initiatieven, en in het bij-

diverse werkgroepen van de MiNa-raad.

zonder de vakliteratuur.

• Medewerkers van de VLM zijn vertegenwoordigd in de Vlaamse Hoge Bosraad.

2.9. Participaties

• De Vlaamse Landmaatschappij heeft auteurs en lectoren ter beschikking gesteld voor de realisatie

Interreg IIC project ‘Sustainable Open Space for

van het Mira-S rapport (Scenario-rapport).

the North Western Metropolitan Area’

• De Vlaamse Landmaatschappij is vertegen-

De Vlaamse Landmaatschappij heeft ook in 2000

woordigd in het Grindcomité en het Grindher-

actief meegewerkt in het Interreg II C project

structureringscomité.


Stand van zaken 31 december 2000

PROJECTNAAM Instelling van het project Goedkeuring richtplan Totale oppervlakte Deelprojecten Inrichtingsplannen Herstelplan Abeek deel 1 * Abeekloop vak p'160 - Kanaal * Vijvers De Luisen * Vijvers De Luisen, deel 2 * Voorste Luysmolen Herstelplan Abeek deel 2 ‘Stramproyerbroek’ Herstelplan Abeek deel 3 Herstel watering Lozerheide Afvalwaterzuivering melkveebedrijven Veldhoven-Kreiel Recreatief fietsroutenetwerk Functioneel fietsroutenetwerk Weidevogelbescherming Sint-Maartensheide Groenstructuurplan Wurfeld Groenstructuurplan Bocholt Natuurontwikkeling Zuid-Willemsvaart Bosuitbreiding Groene As Ruilverkaveling Veldhoven-Kreiel Natuurinrichting het Smeetshof

Noordoost-Limburg Besluit Vlaamse regering 23/10/1991 Ministerieel Besluit 01/03/1995 19.785 ha Omvang Uitvoeringsfase plangebied opmaak plan goedkeuring uitvoering 400 ha X X X X X X 215 ha 1.850 ha

X X X X (fase 1) X X (fase 1) X X

X (fase 2) 860 ha 450 ha

X (fase 2)

X X 187 ha

X

Stand van zaken 31 december 2000

PROJECTNAAM Instelling van het project Goedkeuring richtplan Totale oppervlakte Deelprojecten Inrichtingsplannen Kleinschalige waterzuivering Nieuwkapelle Kleinschalige waterzuivering Diksmuide (Oudekapelle, Sint-Jacobs-Kapelle, Oostkerke) Kleinschalige waterzuivering Veurne Grote polderwaterlopen * deel 1 * deel 2 * deel 4 Oude spoorwegbedding Diksmuide-Nieuwpoort Riviersysteem IJzer, deel 1 IJzerbroeken * Fiets- en voetgangersbruggen * IJzerbroeken, vallei Riviersysteem IJzer, deel Diksmuide-Nieuwpoort Groenstructuur en recreatief medegebruik grote vaarten, Lovaart Landschapszorg omgeving A18 Kom van Lampernisse Landschapszorg De Moeren Duinenabdij Koksijde Ruilverkaveling Adinkerke-Oostduinkerke Natuurinrichting Oosthoekduinen

De Westhoek Besluit Vlaamse regering 23/10/1991 Ministerieel Besluit 12/06/1995 30.260 ha Omvang Uitvoeringsfase plangebied opmaak plan goedkeuring uitvoering 1 dorpskern 3 dorpskernen 2 dorpskernen 140 km

X X X X X X

14 km 1.800 ha

X X X

15 km 10 km 1.800 ha 2.000 ha 6.000 ha 183 ha

X (fase 3)

X (fase 1 en2) X

X X X X X

23


Stand van zaken 31 december 2000

PROJECTNAAM Instelling van het project Goedkeuring richtplan Totale oppervlakte Deelprojecten Inrichtingsplannen Meilegem-Zingem Erfbeplanting Scheldeveld Erfbeplanting Kouter-Bulkengebied Bosuitbreiding Lozerbos Vosselareput Oude Kale Schermgroen E17 Heurne Vinderhoutse Bossen – Groene Velden Durmen Recreatie-as Deinze – Gent Gaverse Scheldemeersen Assels Malem Landschappelijke integratie Noordhout Landschappelijke integratie Slindonk Ruilverkaveling Scheldekant Natuurinrichting Latemse Meersen Natuurinrichting Bourgoyen Natuurinrichting Merelbeekse Scheldemeersen

Leie en Schelde Besluit Vlaamse regering 26/10/1994 Besluit Vlaamse regering 30/06/1998 23.210 ha Omvang Uitvoeringsfase plangebied opmaak plan goedkeuring uitvoering 443 ha 6.200 ha 4.800 ha 526 ha 380 ha 405 ha 1.516 ha 56 ha 120 ha 56 ha 3.550 ha 500 ha 262 ha 100 ha 207 ha 105 ha 1.699 ha 560 ha 215 ha

X (deel 2) X

X X X X X (deel 1) X X

X X X X X X X X X X X X

Stand van zaken 31 december 2000

PROJECTNAAM Instelling van het project Goedkeuring richtplan Totale oppervlakte Deelprojecten Inrichtingsplannen Scherpenbergen - De Hutten Landschapsontwikkelingsplan Gestel Netwerk van recreatieve fietspaden Gerheserheide Kempisch Plateau Geel-Bel Kanaal van Beverlo en Dessel-Kwaadmechelen Keiheuvel - De Most Dekshoevevijver Beekdal Grote Nete stroomopwaarts kanaal van Beverlo Engstraten Natuurinrichting vallei Molse Nete Natuurinrichting Malesbroek

Grote-Netegebied Besluit Vlaamse regering 26/10/1994 Besluit Vlaamse regering 30/06/1998 29.315 ha Omvang Uitvoeringsfase plangebied opmaak plan goedkeuring uitvoering 570 ha 1.500 ha

X (fase 2) X (fase 2)

X (fase 1) X (fase 1)

X 792 ha

50 ha

750 ha

X X X X X X X X X X


25


HOOFDSTUK 3

Ruilverkaveling


3. Ruilverkaveling Ruilverkaveling is een instrument voor de structurele inrichting van gebieden met een hoofdzakelijke agrarische bestemming. Aan de basis liggen landbouweconomische doelstellingen. Ruilverkaveling beoogt een structurele verbetering van de externe productieomstandigheden van land- en tuinbouw. Zij erkent en hecht ook grote waarde aan andere dan landbouwbelangen, zoals natuurbehoud, cultuurhistorie, landschapszorg en vormen van passieve recreatie. De algemene planvorming en de aangepaste milieu-effectrapportering in de onderzoeksprocedures ondersteunen de ruimere doelstellingen van ruilverkaveling. In Vlaanderen zijn reeds 133 ruilverkavelingsprojecten afgewerkt. Die vertegenwoordigen een gezamenlijke oppervlakte van 164.933 ha. Daarnaast bevinden zich 17 projecten (ongeveer 50.069 ha) in de onderzoeksfase en zijn er 11 projecten (ongeveer 17.532 ha) in uitvoering. Dat betekent dat zowat 232.534 ha betrokken is of was bij ruilverkaveling. Dat is ongeveer een derde van het totale landbouwareaal in Vlaanderen.

3.1. Projecten in onderzoek in 2000

3.2. Projecten in uitvoering in 2000

Vooraleer een ruilverkaveling van start gaat wordt

De ruilverkavelingen worden uitgevoerd door de

een onderzoek naar het nut van de ruilverkaveling

ruilverkavelingscomités, die rechtspersoonlijkheid

uitgevoerd. Als de Minister beslist dat de ruil-

bezitten. Schematisch bestaat de uitvoering van de

verkaveling nuttig is, wordt er een ruilverkave-

ruilverkaveling uit: de bepaling van de inbreng, de

lingscomité opgericht. Dat comité is belast met

uitvoering van de werken, de bepaling van de toe-

de uitvoering van het project, bijgestaan door de

deling, het verlijden van de ruilverkavelingsakte en

commissie van advies.

een aanvullende ruilverkavelingsakte.

Vóór de beslissing wordt genomen of een ruilver-

De bepaling van de inbreng steunt op de classifi-

kaveling nuttig is, moet er duidelijkheid zijn over

catie van de landbouwkundige waarde van de

de inhoud en vormgeving van het totale project.

gronden en de ingebrachte oppervlakte in elke

Daarvoor zorgt een integraal ruilverkavelingsplan,

waardeklasse. Door de vermenigvuldiging van

dat rekening houdt met het juridisch en beleids-

kwaliteit en oppervlakte wordt de inbreng uitge-

kader zoals ondermeer de zorgplicht van het de-

drukt in punten.

creet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en de rapportering van de milieu-

De uitvoering van de werken is enerzijds gericht op

effecten (M.E.R.).

de algemene infrastructuur (ontsluiting en ont- en afwatering) en anderzijds op de realisatie van de

Op 31 december 2000 waren er op die manier 17

nieuwe kavels, de landschappelijke inrichting en

ruilverkavelingen in onderzoek met een gezamenlijke

eventuele andere niet-agrarische voorzieningen.

oppervlakte van ongeveer 50.069 ha (zie tabel 1).

Het ontwerp van werken wordt opgesteld door een

27


Tabel 1: Ruilverkavelingen in onderzoek (Stand per 31 december 2000) Provincie

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte in ha (raming)

Datum van het ministerieel besluit

HULSEN - OLMEN - MALOU, Balen, Ham, Leopoldsburg, Lommel, Meerhout, Mol ZONDEREIGEN, Merksplas, Turnhout, Baarle-Hertog, Hoogstraten RIJKEVORSEL-WORTEL, Rijkevorsel, Hoogstraten

4500

LILLE-VORSELAAR, Lille, Vorselaar, Malle, Zoersel, Beerse, Zandhoven en Rijkevorsel HERENTHOUT-BOUWEL, Herenthout, Nijlen, Grobbendonk, Herentals

5475

03.06.1999 29.05.2000 01.02.1988 05.12.1989 03.01.1969 01.02.1988 01.04.1996 18.03.1997

1960

14.09.1998

WILLEBRINGEN, Boutersem, Tienen, Hoegaarden, Bierbeek LONDERZEEL, Meise, Merchtem

2600

09.10.198

Antwerpen

Vlaams-Brabant (PA Diest) (PA Gent)

1530 3500

5 11.09.1987

Limburg JESSEREN, Borgloon, Kortessem, Tongeren

1900

02.09.1987 10.10.1989 16.06.1999 30.05.1996 14.09.1998

WELLEN, Borgloon VELDHOVEN-KREIEL, Bocholt, Bree

1700 2200

SINAAI, Sint-Niklaas, Lokeren

1800

SCHELDEKANT, Nazareth, De Pinte, Gent

1800

SINT-LIEVENS-HOUTEM, Oosterzele, Herzele, Erpe-Mere STEKENE BEVEREN-WAAS, Beveren, Sint-Gillis-Waas

3000

24.08.1984 08.09.1987 23.06.1988 22.07.1996 23.09.1981 07.05.1996 30.09.1996

2200 3204

30.05.1996 07.08.1975

ADINKERKE en OOSTDUINKERKE, De Panne, Veurne, Koksijde, Nieuwpoort

3700

30.05.1996

ZANDLEEMPLATEAU van IZENBERGE, Lo-Reninge, Alveringem, Veurne

6000

09.09.1996 04.10.1996

Oost-Vlaanderen

West-Vlaanderen

ontwerper na een offerteaanvraag. De uitvoering

De aanvullende ruilverkavelingsakte sluit de ruilver-

van de werken gebeurt door aannemers na aan-

kavelingsverrichtingen af. Ze beschrijft het geheel

besteding.

van de financiĂŤle regelingen en geldt als titel voor de rechten en verplichtingen.

De lokalisatie van de toedeling is voor de eigendom en het gebruik van primordiaal belang en is het voor-

Op 31 december 2000 waren er 11 ruilverkavelin-

werp van een sterk onderbouwde en doorgedreven

gen in uitvoering. Dit zijn projecten waarvan de

herverkavelingsstudie. Eigenaars, gebruikers en

ruilverkavelingsakte nog niet is verleden. Daarbij

houders van zakelijke rechten verkrijgen hun nieuwe

gaat het om 17.532 ha (zie tabel 2). Een overzicht

titels door het verlijden van de ruilverkavelingsakte.

van de werken in die projecten wordt gegeven in de tabellen 3, 4 en 5. In de tabellen 6 en 7 worden respectievelijk de projecten gegeven waarvan de ruilverkavelingsakte en de aanvullende ruilverkavelingsakte zijn verleden.


Tabel 2: Ruilverkavelingen in uitvoering(Stand per 31 december 2000) Provincie

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte Datum van in ha het ministerieel besluit

Uitvoeringsfasen Inbrengtoedeling rvk-akte

Aanv. rvk._akte

Antwerpen

Vlaams-Brabant (PA Diest)

(PA Gent)

WEELDE, Ravels MERKSPLAS, Turnhout

1000 1697

23.05.1991 28.05.1998

x x

HOEGAARDEN, Tienen VISSENAKEN, Tienen, Glabbeek - Zuurbemde, Boutersem BOLLEBEEK, Asse, Merchtem ELINGEN, Pepingen, Halle, Sint-Pieters-Leeuw, Lennik, Gooik

1668 1500

20.07.1988 26.04.1999

x

1617 1500

27.03.1997 08.11.2000

x

VLIERMAALROOT, Kortessem, Diepenbeek, Hoeselt, Bilzen RIJKHOVEN, Bilzen, Tongeren, Hoeselt METTEKOVEN, Borgloon, Heers GROOT-LOON, Borgloon, Heers

1888

07.02.1991

x

1598 749 877

18.06.1986 13.05.1997 (*)

EKSAARDE, Lokeren HAMME, Waasmunster, Dendermonde, Zele SINT-GILLIS-WAAS, Beveren, s Stekene, Sint-Niklaa

1709 1638

x

x

x x

x

x

20.07.1988 17.10.1991

x x

x x

x x

1703

17.02.1998

x

1240

20.07.1988

x

1554

31.07.1989

x

x

x

2073 2080 1681

12.12.1990 09.06.1999 09.06.1999

x x x

x

x

Limburg

Oost-Vlaanderen x

West-Vlaanderen FORTEM, Veurne, Alveringem, Diksmuide 's-HEERWILLEMSKAPELLE, Veurne, Diksmuide STUIVEKENSKERKE, Diksmuide RENINGE, Lo-Reninge, Vleteren, Ieper WOESTEN, Lo-Reninge, Vleteren, Poperinge, Ieper

x = uitvoeringsfase beëindigd (*) MB Nuttig verklaring 04.08.2000, MB instelling comité in voorbereiding

Een overzicht van de aankopen in het kader van het recht van voorkoop wordt gegeven in tabel 8.

3.3. Gecontroleerd overstromingsgebied Kruibeke – Bazel – Rupelmonde De Vlaamse regering bevestigde op 17 december 1999 haar beslissing van 1994 tot aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied Kruibeke – Bazel – Rupelmonde (G.O.G. – K.B.R.). Ze besliste ook dat het volledige gebied ten behoeve van natuurontwikkeling wordt ingericht. De afdeling Zeeschelde van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap sloot op 25 april 2000 met de VLM een overeenkomst af inzake enquêtering van de landbouwers actief in het G.O.G.-K.B.R.. Op vraag van de landbouwsector werd dit uitgebreid tot alle gebruikers van cultuurgronden op het grondgebied van de volledige gemeente Kruibeke. Deze overeenkomst werd tussen de afdeling Zeeschelde en de VLM op 31 juli 2000 afgesloten.

29


Tabel 3: Voltooide werken in 2000 Provincie

Ruilverkavelingsblok Aard der werken

Aanbestedingbedrag exclusief BTW

Aanvangsbevel

Voorlopige oplevering

19.714.338 23.118.344 2.946.260

01.03.1999 01.11.1998 22.03.1999

18.09.2000 07.11.2000 19.09.2000

1.445.950

19.07.1999

24.01.2000

5.303.500

01.05.2000

24.10.2000

48.506.061

01.10.1999

24.08.2000

29.487.590

08.09.1997

31.05.2000

52.593.447

02.08.1999

08.12.2000

62.064.094 35.361.140 33.658.265 4.480.534

25.08.1998 25.08.1998 25.08.1998 15.02.1999

28.09.2000 25.08.2000 06.10.2000 23.10.2000

Antwerpen Vlaams-Braban (PA Gent)

(PA Diest)

BOLLEBEEK Waterwerken lot 1 Wegen 2 Afpaling en topografische opmeting HOEGAARDEN Topografische opmetingen

Limburg RUTTEN Aanpassingswerken Ezelsbeek en fietspad RIJKHOVEN Afwerkingswerken Oost-Vlaanderen EKSAARDE Kavelinrichtingswerken 2 SINT-GILLIS-WAAS Wegen, water en recreatie deel Vrasenebeek West-Vlaanderen S HEERSWILLEMSKAPELLE Ontsluitingswerken Inrichtingswerken 1 Inrichtingswerken 2 Werken van landschapszorg Tabel 4: Werken in uitvoering in 2000 Provincie

Ruilverkavelingsblok Aard der werken

Aanbestedingbedrag exclusief BTW

Aanvangsbevel

1.119.260

22.06.2000

1.632.535

19.12.2000

77.794.351 12.270.737

01.05.2000 16.11.1998

63.489.009 11.069.536

15.09.2000 18.12.2000

5.303.500

01.05.2000

25.649.765

01.10.2000

77.140.798

16.08.1999

10.802.605 4.521.900 51.645.759

01.07.2000 13.03.2000 01.06.1999

28.078.341

03.08.1999

19.608.675

22.10.1999

1.658.000

21.08.2000

71.708.222 15.628.982 43.153.974 53.742.045

10.03.1999 01.12.1999 06.03.2000 17.04.2000

Antwerpen WEELDE Taxandria, Hoogeindewandelpad MERKSPLAS Taxandria, Markpad Vlaams-Brabant (PA Gent)

(PA Diest)

BOLLEBEEK Wegen lot 3 Werken van landschapszorg HOEGAARDEN Afwerkingswerken Werken van landschapszorg

Limburg RUTTEN Aanpassingswerken Ezelsbeek en fietspad RIJKHOVEN Afwerkingswerken 2 Omleidingsweg METTEKOVEN Wegen en beplantingen Oost-Vlaanderen SINT-GILLIS-WAAS Waterbeheersing: Sifon Afpalen en topografische opmeting Wegen, water en recreatie deel Loeverbeek Aanleg wachtbekken deel Vrasenebeek HAMME Kavelinrichtingswerken West-Vlaanderen RENINGE Topografische opmeting STUIVEKENSKERKE Ontsluitingswerken Inrichting oude spoorwegbedding Inrichtingswerken 1 Inrichtingswerken 2


Tabel 5: Werken aanbesteed in 2000 Provincie

Ruilverkavelingsblok Aard der werken

Aanbestedingbedrag exclusief BTW

Datum aanbesteding

Datum van goedkeuring

99.860.675

06.10.2000

13.12.2000

11.069.536 14.472.133

27.03.2000 27.11.2000

19.09.2000

9.770.374

20.10.2000

3.625.841

08.08.2000

19.09.2000

11.096.253

08.08.2000

19.09.2000

5.902.893

28.08.2000

21.09.2000

1.658.000

03.04.2000

14.06.2000

8.649.854

09.11.2000

19.12.2000

25.920.875 49.219.535

15.09.2000 15.09.2000

19.12.2000 19.12.2000

11.252.965

16.11.2000

18.12.2000

Antwerpen WEELDE Kavel-, water-, wegenen natuurinrichtingswerken Vlaams-Brabant (PA Diest)

HOEGAARDEN Werken van landschapszorg GEO-park

Limburg KOLMONT Fietspad Oost-Vlaanderen SINT-GILLIS-WAAS Werken van landschapszorg deel Loeverbeek Werken van landschapszorg deel Vrasenebeek NAZARETH Schermgroen E-17 West-Vlaanderen RENINGE Topografische opmeting STUIVEKENSKERKE Werken van landschapszorg FORTEM Ontsluitingswerken 1 Ontsluitingswerken 2 S HEERSWILLEMSKAPELLE Herstel Lampernissestraat

Het doel van de studie was inzicht krijgen in de

De uitgaven inzake archeologie voor de ruilverkave-

socio-economische structuur van de landbouw in

lingen in uitvoering is gelet op het tijdstip en de

Kruibeke en oplossingen aanreiken om de land-

gewenste tijdsduur van opgravingen en controles

bouw te begeleiden en te ondersteunen bij de rea-

moeilijker in te schatten. In functie van een betere

lisatie van het G.O.G.-K.B.R. De haalbaarheid van

inpassing van de werken in de ruilverkaveling

een grondbank werd onderzocht. Het rapport is gebaseerd op een enquĂŞtering van de landbouwers in Kruibeke en op individuele bedrijfsgegevens van de Mestbank. Eind 2000 werd de studie afgerond en werd er gerapporteerd naar de opdrachtgevende bevoegde administratie.

3.4

Archeologie in de ruilverkaveling

In het kader van het onderzoek naar het nut werd in 2000 voor de ruilverkaveling Herenthout-Bouwel een overeenkomst afgesloten met het Instituut voor Archeologisch Patrimonium (IAP) voor het opmaken van een archeologische basisinventaris. Daarvoor werd een bedrag van 1.248.000 BEF vastgelegd.

31


Tabel 6: Ondertekening ruilverkavelingsakten Provincie

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte in ha

Datum van de akte

Vlaams-Brabant (PA Diest) West-Vlaanderen

HOEGAARDEN, Tienen

1668

12.05.2000

STUIVEKENSKERKE, Diksmuide

2073

15.12.2000

Tabel 7: Ondertekening aanvullende ruilverkavelingsakten Provincie

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte in ha

Datum van de akte

Oost-Vlaanderen

EKSAARDE, Lokeren

1709

30.11.2000

Tabel 8: Recht van voorkoop Provincie Antwerpen Vlaams-Brabant (arr.Leuven) Vlaams-Brabant (arr.Halle-Vilvoorde) Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Totaal

Aantal aankopen

Oppervlakte in ha a ca

Bedrag incl. Kosten

7

8 38 96

5.313.139

15

17 25 06

8.133.114

7 24 7 15 75

4 16 4 79 130

03 86 94 05 54

99 84 41 46 72

3.168.234 7.886.590 3.671.633 48.232.172 76.404.882

Merksplas is het noodzakelijk de archeologische

tailleerde archeologische inventaris op te maken. Bij

kennis van het betrokken gebied bij te schaven.

het uitvoeren van grondwerken in de ruilverkavelin-

Door het ruilverkavelingscomité werd aan het studie-

gen in uitvoering werden stelselmatig in verschillen-

bureau RAAP de opdracht gegeven om een gede-

de projecten archeologische controles uitgevoerd. Het totaal bedrag vertegenwoordigt 1.878.249 BEF of 0,53% van de door de Vlaamse gemeenschap beschikbare technische uitgaven voor de ruilverkavelingen in uitvoering in het jaar 2000. Met behulp van het instrument ruilverkaveling kunnen belangrijke oudheidkundige vindplaatsen voor de toekomst behouden blijven. De percelen worden veelal toebedeeld aan lokale overheden die de site zelf beheren of een beheerder aanstellen. Zo werd in de ruilverkaveling Stuivekenskerke de belangrijke ‘castrale motte’ van Oud Stuivekenskerke aan de stad Diksmuide toebedeeld. De werken, die een landschappelijke integratie van de vindplaats beogen, zullen in 2001 worden uitgevoerd. In de loop van 2000 werden op deze wijze 4 sites met een totale oppervlakte van 5.3 ha behouden. Daarmee komt het totaal op 7 sites met een opper-


vlakte van 7.6 ha. In de lopende projecten komen

lopende projecten worden de modules gefaseerd

nog 11 sites met een totale oppervlakte van 22.5

ingepast naargelang de stand van het ruilverkave-

ha in aanmerking voor bescherming. Het vinden

lingsproject.

van geschikte partners die bereid zijn om een duurzaam archeologisch beheer van de bewuste

Voor de projecten Stekene en Herenthout-Bouwel

percelen op zich te nemen, verloopt vaak moeilijk.

waarvoor het onderzoek naar het nut van de ruilverkaveling in 2001 effectief start, werd de

3.5. Optimaliseren en meetbaar maken van de ecologische inbreng in de ruilverkaveling

overeenkomst voor de landschapsecologische

Op 14 maart 2000 werd door de Vlaamse minister

Voor de ruilverkavelingsprojecten Groot-Loon,

van Leefmilieu en Landbouw een richtlijn uitge-

Fortem en Sint-Lievens-Houtem werd een rappor-

vaardigd die bepaalt hoe de ecologische inbreng

tering over de zorgplicht toegevoegd aan de dos-

in de ruilverkaveling geoptimaliseerd en meetbaar

siers die aan de minister voor goedkeuring werden

gemaakt moet worden. De richtlijn integreert daar-

voorgelegd.

studie gebiedsgericht aangepast zoals voorgeschreven in de richtlijn.

bij de methodiek voorgesteld door het Instituut voor Natuurbehoud en de behoeftes aan rapportering

Voor de ruilverkavelingsprojecten Groot-Loon en

voortvloeiend uit het Natuurdecreet.

Fortem bevatten deze dossiers tevens een voorstel

De richtlijn schrijft de implementatie van 4 modules

tot monitoringprogramma dat werd opgesteld in

voor:

overleg met de afdeling Natuur van Aminal.

• aanpassing van de landschapsecologische studie in het kader van de thematische studies ten

Voor

behoeve van de planvorming;

Eksaarde en Stuivenkenskerke werd voor de maat-

• rapportering over de zorgplicht; • monitoringplan; • beheersplan

regelen voor natuur, landschap en erfgoedwaarden

Voor de nieuwe ruilverkavelingsprojecten moeten

Voor de overige lopende ruilverkavelingsprojecten

alle modules volledig toegepast worden. Voor de

werd in 2000 de toepassing van de verschillende

de

ruilverkavelingsprojecten

Hamme,

een beheersplan opgesteld.

modules voorbereid overeenkomstig de in de richtlijn van 14 maart 2000 opgegeven fasering. In 2001 zal de implementatie van de richtlijn betreffende de ecologische inbreng in de ruilverkaveling verder toegepast en verdiept worden.

33


HOOFDSTUK 4

Natuur


4. Natuur Nu de taken natuur voor het derde jaar bij de Vlaamse Landmaatschappij worden uitgevoerd, is reeds een zekere routine uitgebouwd en kunnen concrete realisaties worden voorgelegd. Dit neemt niet weg dat er nog steeds constante vernieuwing inzit. Natuurinrichting wordt continu geëvalueerd, getoetst aan het beleid en bijgesteld. Voor recht van voorkoop wordt steeds meer gewerkt aan duidelijke communicatielijnen naar notarissen en inpassing in een globaal grondbeleid. Nieuwe beheersovereenkomsten worden ingesteld door het Programma voor Plattelandsontwikkeling. In samenwerking met alle partners wordt een loket beheersovereenkomsten ontwikkeld.

4.1. Organisatie

Bij de opdracht beheersovereenkomsten is ook de Afdeling Land van AMINAL een partner. Met beide

De functionele groep natuur functioneert inmid-

afdelingen bestaat een gestructureerd overleg,

dels als een volwaardige afdeling binnen de

zowel op centraal als op provinciaal niveau, waar-

Vlaamse Landmaatschappij. In de centrale direc-

bij afspraken zijn vastgelegd. Voor recht van voor-

tie te Brussel zorgt ze voor de voorbereiding en

koop zijn ook de adviesverleners (Administratie

coördinatie van al haar taken. Ook de opvolging

Land- en Tuinbouw, Administratie Waterwegen en

van de opdrachten gebeurt centraal. Deze op-

Zeewezen), de comités tot aankoop, de natuurver-

drachten concentreren zich rond de volgende

enigingen en de Federatie van notarissen belang-

thema’s: natuurinrichting, recht van voorkoop, be-

rijke overlegpartners. Op niveau van natuur-

heersovereenkomsten en milieubeleidsplanning.

inrichting worden administraties, overheden,

Per provinciale afdeling trekt een ‘hoofd’ natuur

natuurverenigingen en eventueel andere partners

de uitvoering van de opdrachten natuur binnen

nauw bij de uitvoering van de projecten betrokken.

het eigen werkingsveld. Hij/zij wordt hiervoor bij-

Om integratie tussen alle beheersovereenkomsten

gestaan door een kernteam voor natuurinrich-

op termijn te verzekeren zijn ook Administratie

ting, verantwoordelijken voor de dossierbehan-

Land- en Tuinbouw (ALT), Ministerie van Midden-

deling recht van voorkoop en een aanspreekpunt

stand en Landbouw, provincies en gemeenten

milieu voor de advisering van de provinciale en

belangrijke partners.

gemeentelijke milieubeleidsplannen. Per provinciale afdeling werd ook een cel beheersovereen-

4.2. Natuurinrichting

komsten opgericht die instaat voor het voorbereiden, sluiten en opvolgen van alle types beheers-

Op grond van het decreet van 21 oktober 1997

overeenkomsten binnen de Vlaamse Landmaat-

betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk

schappij.

milieu kunnen natuurinrichtingsprojecten worden

Voor de uitvoering van de opdracht natuur kon de

ingesteld. De bedoeling ervan is gebieden opti-

functionele groep natuur in 2000 15 bijkomende

maal in te richten met het oog op het behoud, het

mensen aanwerven voor natuurinrichting en 10

herstel en de ontwikkeling van de natuur en het

voor beheersovereenkomsten.

natuurlijk milieu. Sinds de start van natuurinrichting

De uitvoering van natuurinrichting, recht van voor-

in 1998 is voor 23 projecten de procedure opge-

koop en beheersovereenkomsten gebeurt in sa-

start. De ligging van de natuurinrichtingsprojecten

menwerking met de Afdeling Natuur van AMINAL.

is terug te vinden in figuur 4.1.

35


Figuur 4.1: Natuurinrichtingsprojecten

Uitkerkse Polder

Turnhouts Vennegebied West

Stropersbos

Oostends Krekengebied

Buitengoor - Meergoor

BospolderEkers Moeras

Meetkerkse Moeren

Molse Nete

Bourgoyen-Ossemeersen

Oosthoekduinen

Latemse Meerse

West-Vlaamse Scheldemeersen

Zwarte Beek

Osbroek-Gerstjens

Kanaal Ieper-IJzer

Smeetshof

Malesbroek Bergerven

Hofstade

Merelbeekse Scheldemeersen Het Vinne Laanvallei

4.2.1 Verschillende fasen van een project

maatregelen en modaliteiten vastgesteld en volgt

Natuurinrichting begint met een onderzoek naar

de uitdieping ervan in het projectuitvoeringsplan.

de haalbaarheid (uitgevoerd door de Afdeling

Na de beslissing van de Vlaamse regering over

Natuur van AMINAL en de Vlaamse Landmaat-

de natuurinrichtingsmaatregelen bereidt het

schappij). Dit onderzoek maakt uit of natuurinrich-

comité de uitvoering ervan voor aan de hand van

ting in een bepaald gebied al dan niet mogelijk is.

gedetailleerde gegevens en plannen.

Als natuurinrichting haalbaar blijkt, leidt het onderzoek ook tot een voorstel voor de afbakening van

4.2.2 Ingestelde natuurinrichtingsprojecten

het projectgebied en duidt het de overheden aan

In 1999 werden zeven natuurinrichtingsprojecten

om verder bij het project te betrekken. Voor elk

ingesteld (tabel 1): Turnhouts Vennengebied en

natuurinrichtingsproject dat is ingesteld, richt de

Bospolder – Ekers Moeras (provincie Antwerpen),

bevoegde Vlaamse minister een projectcomité en

Bourgoyen-Ossemeersen en Latemse Meersen

een projectcommissie op.

(provincie

Oost-Vlaanderen),

Oosthoekduinen

bevoegde

(provincie West-Vlaanderen), Het Vinne (provincie

minister over de maatregelen die getroffen moe-

Vlaams-Brabant) en Het Smeetshof (provincie

ten worden. Daarnaast is het comité ook belast

Limburg). In de loop van 2000 gebeurde een open-

met de uitvoering van het project. Een project-

baar onderzoek en werden de maatregelen en mo-

commissie wordt niet samengesteld voor natuur-

daliteiten vastgelegd. Het projectuitvoeringsplan

inrichtingsprojecten met een verkorte procedure.

wordt in de loop van 2001 verwacht.

Het

projectcomité

adviseer t

de

Het is de Vlaamse minister, bevoegd voor Leefmilieu, die op grond van een onderbouwd dossier

Op basis van het onderzoek naar de haalbaarheid

beslist over de instelling van een project. Na de

werden in 2000 6 nieuwe natuurinrichtingsprojec-

inwerkingtreding van het Ministerieel Besluit tot

ten ingesteld (tabel 1). Voor de Dijlevallei en de

instelling van het project maakt de Afdeling

West-Vlaamse Scheldemeersen is het projectrap-

Natuur van AMINAL binnen de zes maanden een

port opgesteld en is het openbaar onderzoek

projectrapport op voor elk natuurinrichtings-

gebeurd eind 2000. Voor de vier overige projectge-

project dat is ingesteld. Hierin komen de nodig

bieden (Molse Nete, Merelbeekse Scheldemeer-

geachte maatregelen voor de natuurinrichting

sen, Uitkerkse Polder en Buitengoor-Meergoor)

aan bod. Na openbaar onderzoek worden de

wordt het projectrapport in 2001 opgesteld.


4.2.3 Natuurinrichtingsprojecten in onderzoek (tabel 1)

Vlaamse Landmaatschappij kan tijdens het onderzoek

Voor vier projecten is het onderzoek naar de haal-

gebreidere studie van het gebied. Deze verkennende

baarheid afgerond, nl. Osbroek-Gerstjens, Kanaal

inventaris levert dan de nodige informatie om te oor-

Ieper-Yzer, Bergerven en Hofstade. De instelling

delen of nog aanvullende studies noodzakelijk zijn.

ervan wordt voorzien voor begin 2001.

Deze aanvullende studies kunnen leiden tot ener-

Het onderzoek naar de haalbaarheid is lopende

zijds het aan banden leggen van bepaalde maatre-

voor volgende projecten: Zwarte Beek, Males-

gelen met een grote negatieve impact op archeo-

broek, Stropersbos, Laanvallei, Meetkerkse

logie (bv. afgravingen) of kunnen op een meer posi-

Moeren en Oostends Krekengebied.

tieve manier archeologie in de planvorming integre-

naar de haalbaarheid overgegaan worden tot een uit-

ren (bv. educatie).

4.2.4 Natuurinrichting en archeologie

In 2000 zijn de volgende onderzoeken in het kader

Vermits ieder inrichtingsproject een impact kan

van natuurinrichting doorgevoerd.

hebben op archeologie, zijn afspraken gemaakt over de integratie van deze zorg om het archeolo-

1. Provincie West-Vlaanderen:

gisch patrimonium in de natuurinrichtingspraktijk.

Voor de natuurinrichtingsprojecten Meetkerkse

Archeologie wordt van meet af aan meegenomen

Moeren en Oostends Krekengebied is een studie-

in de planvorming en projectuitvoering.

opdracht uitgeschreven voor het opstellen van een

Op basis van een advies van de archeoloog van de

archeologische inventaris. Deze projecten door-

Tabel 1: Overzicht van de lopende natuurinrichtingsprojecten PROJECT

provincie

Stad/Gemeente

Oosthoekduinen W.-Vlaamse Scheldemeersen Uitkerkse Polder

West-Vlaanderen West-Vlaanderen

Kanaal Ieper-Ijzer

West-Vlaanderen

Meetkerkse Moeren

West-Vlaanderen

Oostends Krekengebied Smeetshof Bergerven

West-Vlaanderen Limburg Limburg

Zwarte Beek Bospolder-Ekers Moeras Buitengoor-Meergoor Turnhouts-Vennengebied Molse Nete Malesbroek Vinne Dijlevallei ten Z. van Leuven

Limburg Antwerpen Antwerpen Antwerpen Antwerpen Antwerpen Vlaams-Brabant Vlaams-Brabant

Hofstade Laanvallei Bourgoyen-Ossemeersen Latemse Meersen

Vlaams-Brabant Vlaams-Brabant Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen

De Panne Avelgem, Spiere-Helkijn Blankenberge, De Haan, Zuienkerke Lo-Reninge, Ieper Langemark-Poelkappelle, Brugge, Jabbeke, Zuienkerke Oostende, Oudenburg Bocholt Maaseik, Dilsen-Stokkem Beringen Antwerpen Mol Turnhout, Merksplas Mol, Balen Geel Zoutleeuw Leuven, Bertem, Huldenberg, Oud-Heverlee Zemst Overijse, Oud-Heverlee Gent Gent, Deinze, St-Martens-Latem Merelbeke Aalst Sint-Gillis-Waas

West-Vlaanderen

Merelbeekse Scheldemeersen Oost-Vlaanderen Osbroek-Gerstjens Oost-Vlaanderen Stropersbos Oost-Vlaanderen Verkorte procedure

Goedkeuring Project- Openbaar Vaststelling Ontwerp project door rapport onderzoek maatregelen PUP minister*

Normale procedure

29.06.99 10.02.00

28.02.00

01.03.00 31.09.00

14.11.00

15.09.00

21.11.00

29.06.99 14.02.00

28.02.00

15.09.00

29.06.99 13.02.00 20.11.00 29.06.99 10.02.00 31.05.00

22.04.00

14.09.00

29.06.99 14.02.00

28.02.00

01.03.00 31.09.00

20.11.00

29.06.99 14.02.00

27.03.00

29.06.99 14.02.00 14.09.00

27.03.00

21.03.00

20.12.00

PUP:projectuitvoeringsplan

* instelling gebeurt 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad

37


Figuur 4.2: Overzicht van de aanbiedingen van onroerende goederen voor het recht van voorkoop natuur in 2000 aantal aanbiedingen

voorkooprecht van toepassing

in %

positief advies Afdeling Natuur en gunstig schattingsverslag

413 117 410 339 1279

102 22 131 95 350

25% 19% 32% 28% 27%

11 5 34 59 109

GENT BRUGGE HERENTALS DIEST TOTAAL

in % aangekocht of aankoop beslissing in uitvoering

3% 4% 8% 17% 9%

10 5 25 15 55

in %

2% 4% 6% 4% 4%

450

aantal aanbiedingen

Om een gestandaardiseerde methode voor deze

400

voorkooprecht van toepassing

monitoring te ontwikkelen is het project "Monitoring

350

positief advies Afdeling Natuur en gunstig schattingsverslag aangekocht of aankoopbeslissing in uitvoering

Natuurinrichting" uitgeschreven in opdracht van

300 250 200 150

met de Vlaamse Landmaatschappij. Binnen dit project worden monitoringplannen voor vier concrete voorbeeldgebieden opgesteld. De plannen

100

voor Bospolder-Ekers Moeras, het Smeetshof en

50 0

AMINAL, Afdeling Natuur, in nauwe samenwerking

Latemse Meersen zijn in 2000 uitgewerkt. Op basis Gent

Brugge

Herentals

Diest

van de ervaringen die daarmee werden opgedaan zal in 2001 een Vademecum samengesteld worden. Het Vademecum zal een handleiding vormen

lopen nu het onderzoek naar de haalbaarheid en

voor de manier waarop monitoringplannen moeten

zijn dus nog niet ingesteld.

worden opgesteld in natuurinrichtingsprojecten in het algemeen. Het Vademecum zal uitgetest wor-

2. Provincie Oost-Vlaanderen:

den voor het project Uitkerkse Polder.

Een archeologische inventaris is opgesteld voor Osbroek-Gerstjens. Hier zijn sporen uit de Romeinse

4.3. Recht van voorkoop

tijd gevonden. Het opstellen van een archeologische basisinventaris in het projectgebied Stropersbos is aanbesteed maar nog niet afgewerkt.

4.3.1 Uitbreiding van het ruimtelijk toepassingsgebied In 2000 breidde het gebied dat onderworpen is

3. Provincie Limburg:

aan het voorkooprecht ‘natuur’ uit met nieuwe na-

Na een archeologische veldkartering van het

tuurinrichtingsprojecten en uitbreidingsperimeters

natuurinrichtingsprojectgebied Smeetshof (zomer

van natuurreservaten. Het recht van voorkoop

2000) werd beslist een meer uitgebreide boorcam-

geldt in de uitbreidingsperimeters enkel binnen de

pagne op te starten. Hierbij heeft het Instituut voor

groen-, bos- en bosuitbreidingsgebieden volgens

Archeologisch Patrimonium verder onderzoek uit-

gewestplan. Dankzij enkele groene gewestplan-

gevoerd naar sporen van het steentijdperk.

wijzigingen, doorgevoerd in 2000, kon ook het ruimtelijk toepassingsgebied van de reeds in 1999

4.2.5 Monitoring van natuurinrichtingsprojecten

aangeduide uitbreidingsperimeters een kleine uit-

In natuurinrichtingsprojecten zal op een gestan-

breiding nemen. Door deze nieuwe en gewijzigde

daardiseerde manier ecologische monitoring plaatsvinden. Dit gebeurt om de effectiviteit van dit nieuwe instrument te toetsen met het oog op de beoogde natuurwaarde. Dit is van belang voor de evaluatie van de doelstellingen zowel op beleidsniveau als op gebiedsniveau.


afbakeningen groeide het voorkoopgebied ‘natuur’ < 50 BEF/m2

van 33.000 ha eind 1999 tot een kleine 40.000 ha

50-100 BEF/m2 6%

op het einde van 2000.

> 100 BEF/m2

16 %

4.3.2 Van aanbieding tot uitoefening Een notaris die belast is met een verkoop van onroerende goederen, onderworpen aan het recht van voorkoop natuur, dient deze aan te bieden aan de Vlaamse Landmaatschappij nadat een verkoops-

33 %

overeenkomst gesloten is. Zo ontvangt de Vlaamse Landmaatschappij gemiddeld ruim honderd aanbiedingen per maand. De meeste kennisgevingen

Figuur 4.3: Eenheidsprijs van de aangekochte gronden

gebeuren in de provinciale afdelingen Gent en Herentals, de minste in de provinciale afdeling Brugge (Figuur 4.2). West-Vlaanderen kent slechts

kooprecht van de pachter, verkoop aan een mede-

een kleine oppervlakte voorkoopgebied ‘natuur’.

eigenaar op een openbare verkoop, …

Het relatief kleiner aantal aanbiedingen in de prodeel voorkoopgebieden in de provincie Limburg, is

4.3.3 Het voorkooprecht geldt niet alleen voor gronden

in de eerste plaats te wijten aan de lage grond-

In 2000 prefinancierde de Vlaamse Landmaat-

mobiliteit in die provincie.

schappij bijna 37 miljoen BEF voor de aankoop

Een digitale afbakening van de voorkoopgebieden

–via het voorkooprecht natuur- van 67,74 ha on-

op het loket ‘recht van voorkoop’ (http://www.gis-

roerende goederen. De eenheidprijs (gemiddeld

vlaanderen.be/rvv.htm) helpt de notaris om onroe-

54 BEF/m2) ligt vaak hoger dan de gemiddelde

rende goederen te lokaliseren t.o.v. de voorkoopge-

grondprijs voor natuur- en bosgebieden in Vlaan-

bieden. Op dit loket vind je ook een overzicht van

deren. De hogere aankoopprijzen (Figuur 4.3) zijn

alle kadastrale beschrijvingen waarbinnen een recht

soms te verklaren door de ligging, bijvoorbeeld na-

van voorkoop natuur en ruilverkaveling van toepas-

bij een villawijk. Meestal heeft deze hogere prijs te

sing is. Omdat de notaris zelden de gewestplan-

maken met de bijhorende, weliswaar zonevreem-

bestemming met zekerheid kent op het moment van

de, constructies zoals vissershutten, weekend-

de kennisgeving, gebeuren nog vele overbodige

verblijven, caravans, stallingen, visvijvers, enz. De

aanbiedingen. Bij bijna driekwart van de aanbiedin-

aankoopprijs wordt doorgaans niet beïnvloed door

gen geldt het recht van voorkoop niet (Figuur 4.2).

niet-vergunde constructies, maar vaak dateren

Dat niet alle gelegenheden aangegrepen worden

deze constructies van vóór de vergunningsplicht of

om het voorkooprecht uit te oefenen, blijkt ook uit

werd ondanks de zonevreemdheid toch een ver-

de cijfers van 2000. Van de 350 aankoopdossiers

gunning afgeleverd. In de regel worden deze ter-

waarbij het voorkooprecht zou uitgeoefend kunnen

reinen na aankoop hersteld in hun oorspronkelijke

worden, leidde dit in slechts 55 gevallen tot een

‘natuurlijke’ staat, d.w.z. de zonevreemde con-

aankoop. AMINAL Afdeling Natuur geeft enkel een

structie wordt afgebroken of verwijderd.

vinciale afdeling Diest, ondanks het belangrijk aan-

gunstig aankoopadvies wanneer de aangeboden gronden een zekere natuurwaarde of een duide-

4.3.4 Aanvullend aankoopinstrument

lijke potentie voor natuur hebben. Behalve wanneer

De lage grondmobiliteit in natuur- en bosgebieden

een natuurvereniging de begunstigde koper is,

–minder dan 1% wordt jaarlijks verkocht- bemoeilijkt

want dan hoeft het voorkooprecht niet ingescha-

de verwezenlijking van de aankoopambities van de

keld te worden om de natuurwaarde veilig te stel-

Vlaamse overheid. Het voorkooprecht kan daarbij

len. Andere aanleidingen voor het niet uitoefenen

een handje toesteken, als aanvulling op de onder-

van het voorkooprecht zijn: een verkoopsprijs ho-

handse aankopen. De inspanningen van de over-

ger dan de schattingsprijs, uitoefenen van het voor-

heid en de natuurverenigingen op gebied van

39


< 0,5 ha 11 % 11 %

11 % 4%

Op 10 november 2000 keurde de Vlaamse regering

0,5-1 ha

een besluit goed dat de beheersovereenkomst

1-2 ha

water en natuur regelt in het kader van de mest-

2-10 ha > 10 ha

wetgeving. Meer gegevens over deze beheersovereenkomsten zijn te vinden bij het deel ‘Mestbank’. Voor de administratieve verwerking van de beheersovereenkomsten werd het informaticasysteem in samenwerking met de afdeling Informatica –

63 %

Gronddatabank en GIS-VLM geoptimaliseerd.

4.4.1 Aanvragen Figuur 4.4: De oppervlakteklasse van de aangekochte gronden

4.4.1.1 Vlaanderen In de loop van 2000 werden in Vlaanderen 206 aanvragen – één aanvraag kan meerdere pakketten om-

onderhandse aankopen concentreren zich nood-

vatten - ingediend voor het sluiten van een beheers-

gedwongen bij de grotere grondbezitters, terwijl het

overeenkomst. In totaal werden 710 beheerspak-

voorkooprecht meestal aangewend wordt bij verko-

ketten aangevraagd of een gemiddelde van 3 tot 4

pingen van kleine oppervlakten (Figuur 4.4). In bijna

pakketten per aanvraag. De verdeling van de aan-

tweederde van de gerealiseerde voorkoopdossiers

gevraagde pakketten per beheersdoelstelling geeft

werd minder dan 0,5 ha aangekocht. De effectiviteit

volgend beeld: 199 pakketten weidevogelbeheer

van het instrument blijkt evenwel uit het feit dat in

(28%), 175 pakketten perceelsrandenbeheer (25%)

2000 toch 0,2% van de oppervlakte aan gronden

en 336 pakketten voor het beheer van kleine land-

onderworpen aan het voorkooprecht natuur via het

schapselementen (47%) (Figuur 4.5). Bij deze laat-

voorkooprecht verworven werd. Dit vertegenwoor-

ste groep zijn er opvallend meer aanvragen voor on-

digt een flink aandeel van de totale grondmobiliteit.

derhoud van bestaande kleine landschapselementen (259) dan voor aanleg van nieuwe (77).

4.4. Beheersovereenkomsten Ruim 80% van de aangevraagde pakketten waren Sinds 1 januari 2000 kunnen landbouwers op vrij-

geldig. Ongeldige aanvragen kwamen vooral voor

willige basis, in Vlaanderen beheersovereenkom-

bij de pakketten weidevogelbeheer. Deze pakket-

sten sluiten die kaderen in het Europese land-

ten waren enkel mogelijk voor percelen die in de

bouw- en milieubeleid. Een beheersovereenkomst

weidevogelgebieden gelegen zijn. Deze strikte

is een contract. In dat contract maakt de land-

geografische afbakening lag dan ook aan de basis

bouwer afspraken – de beheersmaatregelen - met

van de ongeldige aanvragen.

de Vlaamse Landmaatschappij voor het behalen van natuurresultaten op zijn bedrijf. De beheersmaatregelen staan opgesomd in een beheerspak-

perceelsrandenbeheer beheer van kleine landschapselementen weidevogelbeheer

ket. Er zijn momenteel 15 verschillende pakketten die volgens de beheersdoelstelling in 3 groepen

25%

worden ingedeeld. De 3 groepen zijn: weidevogelbeheer (3 pakketten), perceelsrandenbeheer 47 %

(6 pakketten) en het herstel, onderhoud en ontwikkeling van kleine landschapselementen (6 pakketten). Een beheersovereenkomst kan voor één of meerdere percelen gesloten worden en heeft

28 %

een looptijd van minstens 5 jaar. Voor het naleven van het contract ontvangt de beheerder jaarlijks een vergoeding.

Figuur 4.5: Verdeling van de aanvragen per beheersdoelstelling


2.284.683 BEF (Figuur 4.8). Voor Afdeling Natuur West-Vlaanderen Antwerpen 17 % 34 %

wordt het grootste gedeelte hiervan vastgelegd

Oost-Vlaanderen

voor pakketten weidevogelbeheer, namelijk 63%.

Limburg

Voor Afdeling Land hebben de vastgelegde kredieten het meest betrekking op pakketten voor kleine landschapselementen en perceelsrandenbeheer, in kleinere mate voor weidevogelbeheer.

22 %

4.4.3 Programma voor Plattelandsontwikkeling in Vlaanderen

27 %

In 2001 komt er naar aanleiding van het ProgramFiguur 4.6: Verdeling van de aanvragen per provincie

ma voor Plattelandsontwikkeling in Vlaanderen een uitbreiding van de mogelijkheden. Volgende groepen komen erbij: bufferbeheer (twee pakketten),

4.4.1.2 Per provincie

botanisch beheer (zes pakketten), natuur en water

De verdeling van het aantal aanvragen over de

(twee pakketten).

Vlaamse provincies ziet er als volgt uit: 71 (34%)

• Bij bufferbeheer gaat het erom een buffer aan te

voor West-Vlaanderen, 44 (22%) voor Oost-

leggen tegen meststoffen en bestrijdingsmiddelen

1

2

Vlaanderen , 56 (27%) voor Limburg en 35 (17%)

naast graslandpercelen met natuurwaarde.

voor Antwerpen (Figuur 4.6).

• Botanisch beheer is erop gericht plantkundig

In de provincie West-Vlaanderen betreft bijna de

• Voor percelen permanent grasland waar het be-

helft van de aangevraagde pakketten weidevogel-

mestingsverbod van kracht is en waar natuur-

beheer. Ook in Limburg worden veel pakketten wei-

waarde aanwezig is, kan een beheersovereenkomst

waardevolle graslanden en akkers te beschermen.

devogelbeheer aangevraagd. Dit staat in verband

‘natuur’ worden gesloten.

met de afgebakende weidevogelgebieden, die zich

• Binnen het kwetsbaar gebied water kan een

voornamelijk situeren in de provincies West-

beheersovereenkomst ‘water’ gesloten worden die

Vlaanderen, Limburg en Antwerpen. Landbouwers

betrekking heeft op verminderd gebruik van stikstof

in Oost-Vlaanderen en Antwerpen vragen voor-

uit dierlijke mest.

namelijk pakketten aan voor onderhoud, herstel en

In de groep weidevogelbeheer komen er twee pak-

ontwikkeling van kleine landschapselementen.

ketten bij. Door de uitbreiding van de mogelijkheden

Perceelsrandenbeheer kent een gelijkmatig succes

voor weidevogelbeheer kan de oppervlakte grasland

in alle provincies. In de provincie Limburg worden

die beschikbaar is voor weidevogels, vergroot worden.

de drie beheersdoelstellingen ongeveer evenveel

Het totaal aantal pakketten wijzigt zo van 15 in 25.

aangevraagd. Het aantal aanvragen per provincie en per beheersdoelstelling vindt u in figuur 4.7. Kleine landschapselementen

4.4.2 Contracten

weidevogelbeheer

zijn voor 429 pakketten de definitieve contracten reeds opgesteld. De vastgelegde kredieten voor afdeling Natuur en

aantal aanvragen

Van de in totaal 710 aangevraagde beheerspakketten zijn 597 pakketten geldig verklaard. Hiervan

perceelrandenbeheer

200

150

100

50

Land bedragen respectievelijk 2.441.188 BEF en 0 W-VL 1

2

inclusief het arrondissement Halle-Vilvoorde van de provin cie Vlaams-Brabant inclusief het arrondissement Leuven van de provincie Vlaams-Brabant

O-VL ANTW provincie

LIMB

Figuur 4.7: Verdeling van de aanvragen per provincie en per beheersdoelstelling

41


woordelijken en de verschillende coördinatoren van de 100 %

Kleine landschapselementen Perceelsrandenbeheer

80 %

Weidevogelbeheer

thema's en delen van het milieubeleidsplan. In al deze 'organen' is er een evenwichtige vertegenwoordiging van de Vlaamse administraties en de

60 %

openbare instellingen (AMINAL, OVAM, VMM en VLM). Ook werd het Milieu-jaarprogramma 2001 op-

40 %

gemaakt en eind 2000 goedgekeurd. Het Milieu20 %

jaarprogramma is de jaarlijkse 'actualisering' van het Milieubeleidsplan met opmaak van de jaarlijkse

0%

Afdeling Natuur

Afdeling Land

begrotingen. Zoals de voorbije jaren nam de functionele groep

Figuur 4.8: Procentueel aandeel van de vastgelegde kredieten per Afdeling van AMINAL en per beheersdoelstelling

natuur de coördinatie voor het thema 'versnippering' en het deel 'gebiedsgericht milieubeleid' op zich (verder is er het thema vermesting, dat vanuit

4.4.4 Afspraken met betrokken administraties en provincies en gemeenten

de Afdeling Mestbank wordt gecoördineerd). De

Met de provincies en de gemeenten werden af-

drage voor het deel instrumenten. Met de opmaak

spraken gemaakt om een samenwerking op te zet-

van het Milieu-jaarprogramma 2001 werden alle

ten rond beheersovereenkomsten met respect voor

voorziene, nog niet (volledig) uitgevoerde milieu-

ieders rol en autonomie.

acties opgenomen en zullen deze gerealiseerd

Met alle betrokken overheden (Administratie Land-

worden voor einde 2001.

en Tuinbouw, Afdeling Land, Afdeling Natuur en

De functionele groep natuur behoudt deze verant-

Ministerie van Middenstand en Landbouw) werden

woordelijkheden voor de volgende planperiode

afspraken voorbereid en/of geregeld om de beta-

(2002-2006). In het najaar 2000 werden de klemto-

ling van de beheersovereenkomsten te organiseren

nen vastgelegd en uitgewerkt in zgn. 'ontwerp-maat-

en beheersovereenkomsten op de verschillende

regelen' voor de betreffende thema’s. Deze werden

niveaus op mekaar af te stemmen.

een eerste keer besproken met het kabinet en op

Dit moet uiteindelijk resulteren in één loket be-

een rondetafelgesprek toegelicht aan de leden van

heersovereenkomsten voor de landbouwers.

de MiNa-Raad en de SERV. Dit moet het draagvlak

Vlaamse Landmaatschappij leverde ook een bij-

voor het plan verbreden. Het ontwerp - Milieube-

4.5. Milieubeleidsplanning

leidsplan gaat in april 2001 in openbaar onderzoek. De Vlaamse Landmaatschappij adviseert ook de

In 2000 werkte de Vlaamse Landmaatschappij mee

ontwerpen van de provinciale en gemeentelijke

aan de voorbereidingen voor de opmaak van het

milieubeleidsplannen. In 2000 ging dit over een

Milieubeleidsplan 2002-2006. De opmaak en opvol-

totaal van 56 gemeentelijke milieubeleidsplannen

ging van dit plan ligt bij de daarvoor opgerichte struc-

(Figuur 4.9). Deze gemeenten kunnen, samen met

turen: het gewestelijk milieu-overleg, de plannings-

de provincies, bovendien terecht bij de Vlaamse

groep en het permanent planningsoverleg. Het

Landmaatschappij voor hulp bij de opmaak van

gewestelijk milieu-overleg bestaat uit de directeur-

hun plannen. In 2000 werden bij de Vlaamse Land-

generaal van AMINAL en de administrateur-generaal

maatschappij geen provinciale milieubeleidsplan-

van VMM, OVAM en VLM. Het gewestelijk milieu-over-

nen ingediend ter advisering.

leg neemt beslissingen vooraleer deze aan minister en kabinet worden voorgelegd. De planningsgroep is

4.6. Communicatie

opgebouwd uit vrijgestelde ambtenaren voor milieubeleidsplanning en staat in voor de algemene coördi-

Op 14 juni 2000 heeft minister Vera Dua een pre-

natie, administratie en voorbereiding van het geweste-

sentatie over natuurinrichting bijgewoond op de

lijk milieu-overleg. Het permanent planningsoverleg

Vlaamse Landmaatschappij. AMINAL Afdeling

bestaat uit de planningsgroep, de planningsverant-

Natuur was hierbij betrokken. AMINAL Afdeling Bos


en Groen was eveneens vertegenwoordigd. Op 23 oktober 2000 was er een persontmoeting over natuurinrichting. De plaats van natuurinrichting in het natuurbeleid en de ruimtelijke ordening werd er toegelicht. Ook werd er een overzicht gegeven van de verschillende projecten en de procedure. Dat natuurinrichting voor eigenaars en gebruikers en voor de

natuurdecreet in overleg met de betrokken admi-

lokale gemeenschap een meerwaarde betekent, was

nistraties. Vanuit natuur, bos en landbouw intern

voor elke deelnemer na afloop duidelijk.

gewogen voorstellen formuleren voor afbakening

De evaluatie van het communicatieplan natuurin-

van VEN, IVON, bosuitbreiding en agrarische gebie-

richting is voor begin 2001 gepland met de natuur-

den in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

verenigingen en de landbouworganisaties.

Voor de uitvoering van het project is een stuurgroep

Er werden in 2000 zes natuurinrichtingskrantjes uit-

samengesteld met een vertegenwoordiging van het

gegeven en verspreid onder alle betrokkenen of

Kabinet; Afdeling Land en Natuur en Bos & Groen

geïnteresseerden.

van AMINAL; Afdeling Monumenten & Landschap-

Rond de nieuwe beheersovereenkomsten in het

pen en Ruimtelijke Planning van AROHM; Admini-

kader van het Programma voor Plattelandsontwik-

stratie Land en Tuinbouw (ALT); Instituut voor

keling werd meegewerkt aan een mestbankinfo over

Natuurbehoud;

vergoedingen en beheersovereenkomsten. Een

Wildbeheer en de Vlaamse Landmaatschappij.

nieuwe brochure beheersovereenkomsten werd

In 2000 was de VLM verantwoordelijk voor de pro-

voorbereid. Tevens werden voorlichting vergaderin-

jectleiding en het secretariaat van het strategisch

gen gehouden en werd voor een stand beheers-

project Verweving en Afbakening. In samenwerking

overeenkomsten gezorgd tijdens tentoonstellingen.

met de partners werden ontwerpkaarten voorbereid

Voor het recht van voorkoop werd een folder ver-

in uitwerking van de Vogel- en de Habitatrichtlijn.

spreid aan de notarissen over het geoloket "Recht

Een aanzet werd gegeven tot een eerste set afbake-

van voorkoop".

ningen van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN)

Instituut

voor

Bosbouw

en

en het Integraal Verwevend en Ondersteunend

4.7. Beleidsondersteuning en participaties

Netwerk (IVON) in uitwerking van het natuurdecreet. Een begeleidende communicatie is voorbereid. Het overleg met de doelgroepen rond instrumenten is

Het project Verweving en Afbakening van de natuur-

opgestart. Overleg met Ruimtelijke Ordening is

lijke en agrarische structuur is één van de strategi-

opgezet om de afbakening structureel te laten ver-

sche projecten van de Minister van Leefmilieu en

lopen en in te bouwen in de ruimtelijke ordening.

Landbouw. Het project heeft een tweeledig doel. De

Door de functionele groep natuur is het VLINA-pro-

procedure doorvoeren van een eerste reeks van

ject 0012/Natuurinrichting en de abiotisch-bioti-

afbakeningen van het Vlaams Ecologisch Netwerk

sche samenhang in riviersystemen mee opge-

(VEN) en het Integraal Verwevend en Ondersteu-

volgd. Het eindverslag van dit project wordt ver-

nend Netwerk (IVON) volgens de bepalingen van het

wacht in september 2001.

Figuur 4.9: De geadviseerde ontwerpen van de gemeentelijke milieubeleidsplannen Provincie

Gemeenten

West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Antwerpen

Anzegem Ingelmunster Kuurne Lendelede Wevelgem Zwevegem Destelbergen Gavere Hamme Zottegem Hoeilaart Lubbeek Opwijk Steenokkerzeel Arendonk Baarle-Hertog Balen Beerse Berlaar Brasschaat Edegem Essen Grobbendonk Hemiksen Herentals Herselt Hove Hulshout Kapellen Laakdal Lier Lille Lint Malle Meerhout Merksplas Mol Mortsel Nijlen Ranst Ravels Retie Rijkevorsel Schelle Schoten Sint-Amands Turnhout Westerlo Wuustwezel Zandhoven Zoersel Bree Diepenbeek Halen Houthalen-Helchteren Keerbergen

Limburg

Aantal 6 4 4

37 5

43


HOOFDSTUK 5

Mestbank


5. Mestbank 5.1. Aangifte en Registratie

lend: paarden +10 %, ander pluimvee +16 % en geiten +23 %.

Sinds haar ontstaan registreert de Mestbank elk jaar een aantal kerngegevens over de Vlaamse

Ongeveer 53 % van de varkens, 37 % van het

landbouwbedrijven. De belangrijkste gegevens zijn

pluimvee en 32 % van de runderen werden ge-

de gemiddelde veebezetting, het bedrijfsareaal cul-

kweekt in West-Vlaanderen. In de provincie Oost-

tuurgronden met hun ligging en hun teeltplan, het

Vlaanderen was het rundvee goed vertegenwoor-

gebruik van chemische en andere meststoffen, de

digd (> 25 %). De provincie Antwerpen leverde een

opslag van dierlijke mest op het einde van het jaar.

belangrijk aandeel van het pluimvee (30 %) en de

De Mestbank vraagt ook een aantal kerngegevens

mestkalveren (68 %). In Vlaams-Brabant bedroeg

op van gewestgrensoverschrijdende bedrijven, pro-

het aantal dieren in elke categorie minder dan 10 %

ducenten van andere meststoffen, verzamelpunten

van het totale aantal (met uitzondering van de

en be- en verwerkingseenheden. Al deze bedrijven

paarden en de schapen).

dienen hiervoor jaarlijks een aangifte te doen van hun bedrijfssituatie van het voorgaande jaar.

Productie van dierlijke mest De productie van nutriënten in dierlijke mest, nam

5.1.1 Aangiftes productiejaar 1999

t.o.v. 1998 af met 1,5 % voor P2O5 en 3 % voor N.

Voor de berekening van de productie en de over-

De varkens en het pluimvee zijn voor een steeds

schotten is gewerkt met de productiecijfers en be-

groter deel van de nutriëntenproductie verantwoor-

mestingsnormen geldig in 1999. Zie tabel 5.1.

delijk. Door het gebruik van laag-fosfor-voeder bij vleesvarkens kon een bijkomende productie van

Aangifteplichtige bedrijven

2,16 miljoen kg P2O5 vermeden worden.

In 2000 deden nog 36.417 natuurlijke personen of

In Vlaanderen bedroeg de gemiddelde productie-

rechtspersonen een aangifte betreffende het teelt-

druk 109 kg /ha en 249 kg N/ha. Op een paar pro-

jaar 1999; zij behoren tot 35.761 bedrijven. Het

centen na komt dit overeen met het gemiddelde

aantal exploitaties waarop aan landbouwactivitei-

gebruik aan N en P2O5 uit dierlijke mest per ha. Op

ten gedaan werd, daalde ten opzichte van 1999

provinciaal vlak zijn er echter wel grote verschillen

met 1.174 eenheden tot 37.904. Omdat ze een fos-

merkbaar.

faatproductie uit dierlijke mest hadden lager dan de drempelwaarde en bovendien minder dan 2 ha

Op basis van de bedrijfsindelingen conform de

cultuurgronden in uitbating hadden genoten 4.635

communautaire typologieën zoals gebruikt in de

bedrijven van de vrijstelling van aangifteplicht.

Beschikking van de EEG-Commissie van 7 juni 1985, is de fosfaatproductie vooral op de varkens-

Dieren

(29 %) en de melkveebedrijven (18 %) geconcen-

Voor alle categorieën van de runderen met uitzon-

treerd. De pluimveebedrijven (10 %) en de ge-

dering van de ‘andere runderen’ daalde het aantal

mengde bedrijven met combinatie rundvee, akker-

dieren (2 %). Het aantal leghennen en slachtkui-

bouw en veredelingslandbouw (19 %) zijn even-

kens daalde met 4 %, de opfokpoeljen zelfs met

eens verantwoordelijk voor een belangrijk deel van

10 %. Bij de varkens werd enkel een stijging (7 %)

de productie aan nutriënten in dierlijke mest. Zie

van het aantal biggen genoteerd. Alle overige

tabel 5.3.

categorieën van de groep varkens vertoonden een daling van het aantal dieren. Zie tabel 5.2.

Het gebruik van dierlijke mest Met inbegrip van de uitscheiding door de dieren op

Voor een aantal kleinere diercategorieën is de toe-

de weide, werd er gemiddeld over Vlaanderen

name van de aangegeven dieren t.o.v. 1998 opval-

ongeveer 100 kg P2O5/ha en 239 kg N/ha uit dier-

45


Tabel 5.1; Overzicht inventarisatiegegevens van producenten en gebruikers - bedrijfssituatie 1999 Aantal geregistreerden

bedrijven koepels * bedrijven relaties * entiteiten * exploitaties * vermindere exploitaties * aantal vrijgestelden aangifteplicht Dierlijke productie stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) bruto vermindering laag fosfor voeder varkens vermindering laag fosfor voeder leghennen fosfaat (kg P2O5) netto Gebruik dierlijke mest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Gebruik van chemische meststoffen stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Gebruik van andere meststoffen stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Totaal gebruik van meststoffen stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Areaal cultuurgrond grasland (ha) mais (ha) andere teelten (ha) lage N behoeftige gewassen (ha) totaal (ha) Dierlijke productie per ha stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) netto Gebruik van dierlijke mest per ha stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Gebruik van chemische meststoffen per ha stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Gebruik van andere meststoffen per ha stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Totaal gebruik van meststoffen per ha stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Bedrijfsmatig overschot zonder kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal bedrijven met kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal bedrijven Gemeentelijk overschot zonder kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal gemeenten met kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal gemeenten Provinciaal overschot zonder kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) met kunstmest stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) * zonder vrijgestelden aangifteplicht

Antwerpen Vl-Brabant W-Vlaanderen O-Vlaanderen

5.680 5.833 6.469 6.128 216 1.507

9.186 9.277 9.881 9.587 373 1.062

Limburg

Totaal Vlaanderen

4.508 4.577 5.040 4.806 189 375

35.761 36.417 39.620 37.904 1.174 4.635

4.316 4.349 4.557 4.418 169 402

12.071 12.381 13.673 12.965 227 1.289

30.188.311 10.665.709 14.373.547 4.293.886 326.621 57.027 125.735 10.470 13.921.191 4.226.389

67.586.909 31.545.848 1.202.046 264.413 30.079.389

39.037.120 16.557.210 164.035.259 16.958.599 7.572.072 74.743.952 413.795 161.445 2.160.934 101.433 47.582 549.633 16.443.371 7.363.045 72.033.385

26.895.044 13.752.458 10.962.649 6.393.934

61.090.512 25.010.245

39.093.431 16.947.428 157.778.873 16.118.435 7.595.252 66.080.515

5.388.862 838.976

8.346.289 3.151.472

14.464.474 1.147.971

12.442.932 2.275.548

5.546.489 1.240.701

46.189.046 8.654.668

487.059 40.505

443.311 404.104

307.686 330.993

206.899 177.340

150.287 121.743

1.595.242 1.074.685

32.770.965 22.542.058 11.842.130 9.949.510

75.862.672 26.489.209

51.743.262 22.644.204 205.563.161 18.571.323 8.957.696 75.809.868

54.869 34.347 8.956 1.979 100.151

26.577 15.940 39.486 8.621 90.624

83.309 41.283 80.916 10.503 216.011

70.711 46.588 37.300 5.478 160.077

35.069 21.745 23.650 12.555 93.019

270.535 159.903 190.308 39.136 659.882

301 139

118 47

313 139

244 103

178 79

249 109

269 109

152 71

283 116

244 101

182 82

239 100

54 8

92 35

67 5

78 14

60 13

70 13

4.86 0.40

4,89 4,46

1,42 1,53

1,29 1,11

1,62 1,31

2,42 1,63

327 118

249 110

351 123

323 116

243 96

312 115

10.340.316 6.151.505 1.359 10.707.516 6.218.147 1.683

1.202.274 6.88.239 268 1.486.950 1.610.469 578

21.600.862 11.520.096 3.220 23.340.551 11.602.069 4.349

9v252.844 4.724.902 1.407 10.142.586 4.856.654 2.271

4.040.201 2.448.872 630 4.265.266 2.500.552 952

46.436.497 25.533.614 6.884 49.942.869 26.787.891 9.833

2.543.658 2.328.275 15 3.825.914 2.507.147 18

19.977 4.458 2 20.550 690.610 4

5.761.897 3.718.555 22 9.189.128 4.019.693 33

1.754.734 617.224 8 2.290.206 8.492.65 12

4.285 110.367 4 84.888 202.158 6

10.084.551 6778879 51 15.410.686 8.268.873 73

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 3.500.662 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 3.500.662 0


Tabel 5.2 : Aantal dieren per diercategorie en per provincie aangegeven in 2000 Provincie

runderen < 1 jaar runderen 1-2 jaar melkkoeien mestkalveren andere runderen biggen beren en zeugen zeugen inclusief biggen andere leghennen slachtkuikens opfokpoeljen andere paarden schapen < 1 jaar schapen > 1 jaar geiten nertsen en konijnen

Antwerpen

Vl-Brabant

W-Vlaanderen

56.715 57.682 82.577 116.326 35.949 74.054 12.695 79.523 708.253 3.325.816 5.581.439 874.393 109.996 7.510 3.778 6.310 1.114 82.607

32.823 34.027 23.065 15.703 34.729 17.690 2.956 14.856 136.560 226.908 842.106 33.754 5.775 5.098 3.502 6.043 336 12.693

128.114 133.340 101.222 12.117 116.386 146.249 34.432 273.516 2.466.776 3.968.802 6.065.459 1.833.303 256.700 5.441 7.609 13.530 1.479 113.556

O-Vlaanderen

Limburg

Totaal Vlaanderen

Wijziging dieren (in %)

104.243 37.872 108.686 37.764 91.501 41.775 5.418 21.427 79.403 28.248 53.743 72.685 14.742 15.476 125.195 43.299 886.286 355.050 1.742.600 1.376.631 3.322.731 2.447.144 482.141 303.675 114.363 131.692 6.256 4.061 4.006 2.911 7.634 5.579 1.711 1.464 56.849 34.032

359.767 371.499 340.140 170.991 294.715 364.421 80.301 536.389 4.552.925 10.640.757 18.258.879 3.527.266 618.526 28.366 21.806 39.096 6.104 299.737

-2,3 -2,5 -2,8 -2,8 0,4 6,7 -6,5 -2,8 -1,5 -3,7 -3,7 -10,1 15,8 10,2 -5,9 3,5 23,3 -7,1

lijke mest toegediend. Ongeveer 4% van de N-pro-

ongeacht het reĂŤle mestgebruik op de verschillen-

ductie en 9 % van de P2O5 - productie van de

de percelen, bedroeg voor fosfaat 37 % en voor

bedrijven werd afgevoerd naar een andere be-

stikstof 30 % van de productie. Het werkelijke be-

stemming dan de cultuurgronden van een andere

drijfsoverschot was nog groter, aangezien in de

gebruiker (bv. verzamelpunt, export, verwerkings-

praktijk een deel van de toegelaten normen voor

eenheid).

stikstof of fosfaat niet kan ingevuld worden. Worden ook de gebruikte hoeveelheden chemische

West-Vlaanderen en Antwerpen produceerden

meststoffen in rekening gebracht dan moesten

ongeveer 20% meer fosfaat in dierlijke mest dan er

bijna 27 miljoen kg fosfaat (37 %) en bijna 50 mil-

gebruikt wordt. In Oost-Vlaanderen en Limburg

joen kg stikstof (30 %) afgevoerd worden van de

kwam de productie overeen met het gebruik. In

overschotbedrijven naar een ander bedrijf.

Vlaams-Brabant werd er 50 % meer fosfaat uit dierlijke mest gebruikt dan er werd geproduceerd.

We kunnen de overschotten berekenen op gemeentelijk niveau op basis van de productie van de

In West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen

inrichtingen gelegen in een bepaalde gemeente.

bedroeg het gebruik aan N uit alle soorten meststof-

Als daarbij de gronden, waar ook gelegen, worden

fen samen meer dan 320 kg per ha. In Vlaams-Bra-

gekoppeld aan de inrichtingen van die gemeente

bant en Limburg lag het gebruik aan N 25 % lager.

waarbij ze behoren, dalen de overschotten tot 11 %

Voor fosfaat lag enkel in de provincie Limburg het

van de productie (het gebruik van kunstmest inbe-

gebruik lager dan 100 kg /ha. Enkel in de provincie

grepen). Alleen de provincie West-Vlaanderen

Vlaams-Brabant werd nog een belangrijk gebruik

kampte met een overschot op provinciaal niveau,

van fosfaat uit chemische meststoffen opgetekend.

wanneer de overschotten op dezelfde wijze worden berekend. Er was enkel een N-overschot (3,7 mil-

Mestoverschotten

joen kg N) wanneer het gebruik van chemische

Bijna 10.000 bedrijven hadden een overschot aan

meststoffen in rekening wordt gebracht.

nutriĂŤnten. Bij drieduizend van hen was dit te wijten aan het gebruik van chemische meststoffen. De

Meer dan de helft (55 %) van de bedrijfsmatige over-

overschotten op bedrijfsniveau, rekening houdend

schotten was gekoppeld aan de gespecialiseerde

met het gebruik van laag-fosfor-voeder, berekend

varkensteelt. Zij omvatten ongeveer 3/4 van de totale

op basis van de maximale invulling van de normen,

productie aan fosfaat op deze gespecialiseerde

47


Tabel 5.3: Mestproductiekenmerken per bedrijfstype Bedrijfstype

Productie (kg P2O5)

Productie Oppervlakte rundvee (kg N) (in ha) productie (kg P2O5)

akkerbouwers combinaties van rundvee melkvee mestvee varkens pluimvee combinatie van rundvee en akkerbouw combinatie van rundvee, akkerbouw en veredeling mestkalveren gemengde landbouw Totaal

1.257.040 2.891.985 4.399.861 11.434.467 13.122.803 35.282.270 4.876.728 13.977.279 21.206.902 44.252.189 5.085.692 6.164.793

110.926 670.901 77.292 3.129.477

208.341 321.660

265.283 160.861

159.990 12.352.762 342.559 52.436 4.705.786 31.663 43.765 797.263 19.861.819 1.378 16.101 6.313

3.769.148 10.334.798 13.327.635 28.916.913

950.554 4.035.581

1.971.171 8.805.542

72.031.944 164.031.407

varkens pluimvee productie productie (kg P2O5) (kg P2O5)

ander overschot overschot aantal opp/ prod productie (kg P2O5) (kg N) bedrijven bedrijf P2O5/ (kg P2O5) bedrijf 112.516 787.863

1.082.330 368.920

858.941 878.983

6.625 5.968

16,7 13,0

190 737

357.202 69.062 503.948 5.057.965

70.280 404.724 1.519.782 70.216 404.144 1.628.578 43.872 14.749.695 29.963.659 5.312 4.735.225 5.514.196

5.450 4.293 3.547 602

29,4 12,2 12,3 2,3

2.408 1.136 5.979 8.448

87.376 3.435.003 81.115 3.952.286

117.112 7.727.427

146.022 1.623.388

71.010 24.534

125.834 3.268.716

252.039 6.387.763

3.676 3.222

23,8 1.025 25,2 4.136

2.664 786.543 33.924 1.611.104

97.541 1.305.352

62.989 887.321

3.481 231.805

565.599 1.082.703

1.049.842 1.889.084

297 2.176

9,0 3.201 15,6 1.855

1.420.889 26.787.890 49.942.867

35.856

18,2 2.009

650.866 31.457.226 30.019.787 9.134.041

Opm.: de gegevens van oppervlakte verschillen van deze uit de overzichtstabel omdat hier de Vlaamse gronden van de gewestgrens-overschrijders niet zijn meegeteld. Het aantal koepels verschilt met tabel 5.1 omdat hier ook de koepels met woonplaats buitenland zijn opgenomen.

bedrijven. Voor de pluimveehouderij bedroegen

Aanvragen verhoogde bemesting bij bepaalde

deze cijfers respectievelijk 18 % van de totale be-

teeltcombinaties

drijfsmatige overschotten en meer dan 93 % van de

Teeltjaar 2000

totale productie op deze gespecialiseerde bedrijven.

De goedgekeurde aanvragen voor verhoogde bemesting voor de teeltcombinatie bladgroenten betrof

De melkveebedrijven hadden gemiddeld de groot-

940 ha; dit is een stijging met 50 % tegenover het

ste opppervlakte (29 ha) , gevolgd door bedrijven

voorgaande jaar. Voor de teeltcombinatie bladgroen-

die akkerbouw combineren met rundvee (24 ha) en

ten bedroeg het aantal aanvragen 288. Deze rege-

veredelingslandbouw (25 ha). De pluimveebedrij-

ling verhoogde de afzetmogelijkheden in Vlaanderen

ven baatten nagenoeg geen gronden uit (2 ha).

voor N met 70.500 kg en voor P2O5 met 28.200 kg.

Tabel 5.4: Geschatte aantal dieren per type uitscheidingsbalans in 2000 uitscheidingsbalans

convenant regressierechte voedertechniek totaal uitscheidingsbalans totaal aantal dieren in 99

andere varkens

zeugen

legkippen (incl alle (groot)ouderdieren)

slachtkippen

Opfokpoeljen

1.770.000 2.430.000 20.000 4.220.000 4.552.925

420.000 130.000 1.300 551.300 616.690

2.140.000 740.000 0 2.880.000 10.640.757

6.930.000 8.010.000 80.000 15.020.000 18.258.879

150.000 0 150.000 3.527.266

Relatief belang van de uitscheidingsbalans in 2000 tov het totaal aantal dieren (in %) uitscheidingsbalans

convenant regressierechte voedertechniek Totaal uitscheidingsbalans

andere varkens

zeugen

legkippen (incl alle (groot)ouderdieren)

slachtkippen

opfokpoeljen

39 53 0,4 93

68 21 0,2 89

20 7 0 27

38 44 0,4 82

4 0 4

Berekeningswijze; Er werd gerekend met de tabel met de uitscheidingsbalans van 10024 entiteiten (op 200 na volledig). Bij de zeugen zitten zowel het aantal dieren van de oude indelingslijst zeugen excl biggen en beren als zeugen incl biggen Er werd gerekend met de dieren uit de aangifte aanslagjaar 2000 activiteiten 1999


Kaart 1: Productie van stikstof uit dierlijke mest in Vlaanderen N-productiedruk per fusiegemeente

kg N per hectare cultuurgrond > = 0- < 170

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1999 inrichtingen per fusiegemeente - Productie stikstof per oppervlakte cultuurgrond

> = 170 - < 250 > = 250 - < 350 > = 250 - < 450 > = 450

Kaart 2: Netto-transport van stikstof uit dierlijke mest in Vlaanderen Netto aan-en afvoer van N per fusiegemeente

kg N per hectare cultuurgrond Aanvoer Afvoer > = -20

> = 50

> = -30 - < -20

> = 40 - < 50

> = -40 - < -30

> = 30 - < 40

> = -50 - < -40

> = 20 - < 30

> = -60 - < -50

> = 0 - < 20

< -60

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Transport van dierlijke mest per inrichting in 1999 inrichtingen per fusiegemeente - Transportdocumenten vervoerjaar 1999 Opmerking: In een aantal gemeenten is de netto aanvoer extreem hoog wegens het aanwezig zijn van verwerkingsinstallaties gelegen in deze gemeenten

49


Kaart 3: Gebruik van stikstof uit dierlijke mest op cultuurgrond in Vlaanderen N-bemestingsdruk per fusiegemeente

kg N per hectare cultuurgrond > = 0- < 170 > = 170- < 250 > = 250- < 300 > = 300- < 350 > = 350

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1999 inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1999 - Opslagverschil begin en eind 1999

Kaart 4:Totaal gebruik van stikstof op cultuurgrond in Vlaanderen Totale N-bemestingsdruk per fusiegemeente

kg N per hectare cultuurgrond > = 0- < 170 > = 170- < 250 > = 250- < 300 > = 300- < 350 > = 350

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie + kunstmest + andere meststoffen per inrichting in 1999, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1999 - Opslagverschil begin en eind 1999


Kaart 5: Productie van fosfaat uit dierlijke mest in Vlaanderen P2O5-productiedruk per fusiegemeente

kg P2O5 per hectare cultuurgrond > = 0- < 75

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1999 inrichtingen per fusiegemeente - Productie fosfaat per oppervlakte cultuurgrond

> = 75 - < 100 > = 100 - < 125 > = 125 - < 200 > = 200

Kaart 6: Netto transport van fosfaat uit dierlijke mest in Vlaanderen Netto aan-en afvoer van P2O5 per fusiegemeente

kg P2O5 per hectare cultuurgrond Afvoer Aanvoer > = -20 - < 0

> = 50

> = -30 - < -20

> = 40 - < 50

> = -40 - < -30

> = 30 - < 40

> = -50 - < -40

> = 20 - < 30

> = -60 - < -50

> = 0 - < 20

< -60

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Transport van dierlijke mest per inrichting in 1999 inrichtingen per fusiegemeente - Transportdocumenten vervoerjaar 1999 Opmerking: In een aantal gemeenten is de netto aanvoer extreem hoog wegens het aanwezig zijn van verwerkingsinstallaties gelegen in deze gemeenten

51


Kaart 7: Gebruik van fosfaat uit dierlijke mest op cultuurgrond in Vlaanderen P2O5 -bemestingsdruk per fusiegemeente

kg P2O5 per hectare cultuurgrond > = 0- < 75 > = 75 - < 100 > = 100 - < 125 > = 125 - < 150 > = 150

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1999, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1999 - Opslagverschil begin en eind 1999

Kaart 8: Totaal gebruik van fosfaat op cultuurgrond in Vlaanderen Totale P2O5 -bemestingsdruk per fusiegemeente

kg P2O5 per hectare cultuurgrond > = 0- < 75 > = 75 - < 100 > = 100 - < 125 > = 125 - < 150 > = 150

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie + kunstmest + andere meststoffen per inrichting in 1999, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1999 - Opslagverschil begin en eind 1999


De verhoogde bemesting voor de teeltcombinatie gras/maïs werd door 4.000 landbouwers op 18.590 ha (+18%) toegepast. Deze regeling verhoogde de afzetmogelijkheden in Vlaanderen voor N met 1,4 miljoen kg en voor P2O5 met 0,61 miljoen kg. Teeltjaar 2001

landbouwer om i.p.v. de forfaitaire uitscheidingscij-

In totaal deden 3.248 landbouwers een aanvraag

fers de reële uitscheidingshoeveelheden in reke-

voor de teeltcombinatie gras/maïs of andere ge-

ning te brengen. De landbouwer kon hierbij 1 van

wassen voor een gezamenlijke oppervlakte van

de 3 types mestuitscheidingsbalans kiezen: de vee-

17.722 ha op 10.213 percelen.

voederconvenant, de regressierechte, de andere voeder- en/of exploitatietechniek. De landbouwers

Mestuitscheidingsbalansen

dienden vooraf per inrichting of deel van een inrich-

Ter realisatie van de aanpak aan de bron, één van

ting te melden welk type balans ze gingen toepas-

de drie pijlers van het mestdecreet, werd in 2000

sen in 2000. De Mestbank ontving 10.243 meldings-

het systeem van mestuitscheidingsbalans inge-

formulieren. Tabel 5.4 geeft een overzicht van het

voerd. Dit balanstype biedt de mogelijkheid aan de

aantal dieren per type mestuitscheidingsbalans.

Tabel 5.5: Aantal meldingen van het nutriëntenbalansstelsel van het type mestuitscheidingsbalans voor productiejaar 2000

Diersoort

I.RUNDVEE: melkkoeien en zoogkoeien vervangingsvee jonger dan 1 jaar vervangingsvee van 1 jaar tot jonger dan 2 jaar mestkalveren runderen jonger dan 1 jaar runderen van 1 jaar tot jonger dan 2 jaar andere runderen II. VARKENS: biggen met een gewicht van 7 tot 20 kg beren zeugen, incl. biggen met een gewicht kleiner dan 7kg andere varkens met een gewicht: - van 20 tot 110 kg - van 110 kg of meer III. PLUIMVEE: legkippen (inclusief (groot)ouderdierenlegkippen) opfokpoeljen van legkippen slachtkuikens slachtkuikenouderdieren opfokpoeljen van slachtkuikenouderdieren struisvogels fokdieren struisvogels slachtdieren struisvogels (0 - 3 maand) kalkoenen slachtdieren kalkoenen ouderdieren ander pluimvee IV. PAARDEN: paarden (>600 kg) paarden en pony’s (200 - 600 kg) paarden en pony’s (< 200 kg) V. ANDERE: konijnen (per voedster) geiten en schapen jonger dan 1 jaar geiten en schapen ouder dan 1 jaar nertsen (per moederdier)

Type mestuitscheidingsbalans Veevoederconvenant Regressierechte Andere voeder- en/ of exploitatie-techniek

13 12 13 5 14 12 9 4.118 3.451

1.328 946

5 3

4.101

1.090

4

4.217 2.588

3.603 1.847

6 7

172

30 6 381 38 16

1 1 2 0 0 1 0 0 25 0 0

418

2 4 2 1 2 2 0

53


reglementering. Volgende tendenzen zijn voor het jaar 2000 waar te nemen. De dalende trend in de burenregelingen is gestopt. Vooral in de provincie Oost-Vlaanderen is er een toename. Het aantal mestafzetdocumenten blijft snel stijgen. Het aantal EVOA-documenten bleef ongeveer constant. Uitgedrukt in aantal kg fosfaten steeg de afzet via burenregelingen met 17 %. De afzet via EVOA documenten uitgedrukt in kg fosfaten bleef ongeveer constant in tegenstelling tot de afzet via mestafzetdocumenten waarbij een stijging van bijna 13% werd waargenomen. Het totaal aantal mestverhandelingen is ook dit jaar gestegen. Er is een stijging van 12 % voor fosfaat en 16 % voor stikstof vastgesteld ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit is te verklaren door de stijging van de mestoverschotten. Tabel 5.5 biedt een overzicht van het aantal mel-

Vervoer binnen Vlaanderen

dingen van het gebruik van het nutriëntenbalans-

De vervoersstroom binnen Vlaanderen maakt 9 % uit

stelsel van het type mestuitscheidingsbalans voor

van de totale vervoerde hoeveelheid. Daarvan werd

het productiejaar 2000, aanslagjaar 2001.

29 % vervoerd via een burenregeling. De meeste gemelde transporten gaan rechtstreeks van de pro-

5.2. Mestverhandelingen

ducent naar de gebruiker. Het betreft hier 80 % van de binnen Vlaanderen vervoerde fosfaten en 83%

5.2.1 Transporten

van de binnen Vlaanderen vervoerde stikstof.

De tabellen 5.6, 5.7, en 5.8 geven een overzicht van de in 2000 geregistreerde mestverhandelingen. De

Grensoverschrijdende mesttransporten

transporten zijn uitgedrukt in kg vervoerde nutriën-

De Mestbank noteerde een landsgrensoverschrij-

ten. De cijfers slaan alleen op verhandelde dierlijke

dende export van 1,8 miljoen kg fosfaat en 2 mil-

nutriënten. De transporten naar bedrijfseigen gron-

joen kg stikstof. De import bedroeg 1,6 miljoen kg

den van de producent zijn niet meegeteld. Voor

fosfaat en 2,2 miljoen kg stikstof. Dit betekent dat

verhandelingen waarvoor zowel een burenregeling

de geregistreerde netto uitvoer van nutriënten uit

als een mestafzetdocument werd opgemaakt, werd

Vlaanderen naar een ander EU land het afgelopen

alleen de burenregeling in rekening gebracht.

jaar 0,2 miljoen kg fosfaat bedroeg en de netto-

Internationale mestverhandelingen vallen onder het

invoer 0,2 miljoen kg stikstof bedroeg.

toepassingsgebied van de zogenaamde EVOAreglementering (Europese Verordening voor de

In toepassing van de zogenaamde Bezemrichtlijn

Overbrenging van Afvalstoffen). De EVOA docu-

(richtlijn 92/118/118) kon alleen pluimvee- en

menten werden op volkomen analoge wijze gere-

paardenmest internationaal verhandeld worden.

gistreerd als de mestafzetdocumenten. Daarom

Voor de verhandelingen met Wallonië geldt de

worden ze in de verdere tabellen als mestafzet- en

Bezemrichtlijn niet met als gevolg dat deze ver-

EVOA-documenten vermeld.

handelingen hier niet in beschouwing werden genomen. De export naar het buitenland bestond

Algemene trends

nagenoeg uitsluitend uit pluimveemest (98% van

De Mestbank registreerde 16.954 burenregeling-

het fosfaatvolume). De import daarentegen

en, ongeveer 131.150 mestafzetdocumenten en

bestond voor een groot deel uit paardenmest

12.790 overbrengingen in het kader van de EVOA

(48% van het fosfaatvolume).


Tabel 5.6: Transporten van dierlijke mest met mestafzet- en EV0A-documenten in 2000 oorsprong

ANTW LIMB OVL VLBRA WVL verzpnt beverw BRUSSEL NEDERLAND WALLONIË DUITSLAND FRANKRIJK Eindtotaal

oorsprong

ANTW LIMB OVL VLBRA WVL verzpnt beverw BRUSSEL NEDERLAND WALLONIË DUITSLAND FRANKRIJK Eindtotaal

bestemming (som uitgedrukt in kg N) ANTW LIMB OVL VLBRA

WVL

verzpnt

beverw

BRU

NED

WAL

53977 689.248 3352 195.845 4346683 592.000 101981 1.164.279 2255022 2.073.137 235980 966.972 15205 5.864 0 0 0 899 401 668 0 0 0 0 7.012.601 5.688.912

13.739 780 334.220 9.995 8.711.278 138.865 10.913 0 0 821 0 0 9.220.611

828.142 519.999 349.353 21.878 1.358.518 25.002 4.288 0 515 1.030 0 0 3.108.725

1.204.418 312.934 745.280 51.628 1.839.633 268.615 7.951 10.667 1.791.330 158.133 61.273 35.197 6.487.059

3.738 0 9.420 4.583 16.857 7.415 0 0 0 0 0 0 42.013

37.447 101 295.560 10.098 309.441 167.145 0 0 40 0 0 0 819.832

308.310 2.160 40.178 1.984 61.683 206.443 2.024.194 0 0 0 0 0 2.644.952

bestemming (som uitgedrukt in kg P2O5) ANTW LIMB OVL VLBRA

WVL

verzpnt

beverw

BRU

NED

WAL

9.414 720 210.632 5.896 5.163.236 83.977 7.743 0 0 493 0 0 5.482.111

693.660 313.920 260.647 14.717 944.823 19.312 2.311 0 479 618 0 0 2.250.487

1.181.344 303.202 653.388 34.421 1.860.142 261.451 5.307 6.400 1.318.251 94.866 36.764 21.118 5.776.654

1.975 0 5.319 2.560 10.050 3.982 0 0 0 0 0 0 23.886

26.776 60 285.800 6.960 317.019 170.822 0 0 24 0 0 0 807.461

318.350 2.520 36.056 2.408 62.651 131.687 1.464.237 0 0 0 0 0 2.017.909

WVL

verzpnt

beverw

BRU

NED

WAL

697.143 56.985 694.679 13.739 3.746.030 3.352 213.450 780 113.370 7.427.581 596.748 400.965 95.286 109.617 1.433.154 9.995 144.194 2.341.308 20.741.22 14.225.464 357.372 235.980 966.972 144.857 21.369 15.520 5.864 17.572 1.376 0 0 0 110.378 0 899 0 2.188 401 668 821 0 0 0 0 0 0 0 0 5.288.706 10.190.744 5.986.556 14.814.193

830.933 519.999 353.247 21.878 1.371.425 25.002 4.288 0 515 1.030 0 0 3.128.317

1.204.418 319.954 745.280 51.628 1.879.413 268.615 7.951 10.667 1.791.330 15.8133 61.273 35.197 6.533.859

3.738 0 9.420 4.583 16.857 7.415 0 0 0 0 0 0 42.013

37.447 101 295.560 10.098 309.441 167.145 0 0 40 0 0 0 819.832

308.310 2.160 40.178 1.984 61.683 206.443 2.024.194 0 0 0 0 0 2.644.952

WVL

verzpnt

beverw

BRU

NED

WAL

9.414 720 248.456 5.896 8.428.610 87.654 11.971 0 0 493 0 0 8.793.214

695.672 313.920 262.240 14.717 953.372 19.312 2.311 0 479 618 0 0 2.262.641

1.181.344 309.682 653.388 34.421 1.885.402 261.451 5.307 6.400 1.318.251 94.866 36.764 21.118 5.808.394

1.975 0 5.319 2.560 10.050 3.982 0 0 0 0 0 0 23.886

26.776 60 285.800 6.960 317.019 170.822 0 0 24 0 0 0 807.461

318.350 2.520 36.056 2.408 62.651 131.687 1.464.237 0 0 0 0 0 2.017.909

4.056.773 36.224 641.161 80.274 195.883 219.619 7.592 0 15.581 27.605 0 0 5.280.712

2.589.763 32.226 120.839 52.377 122.294 150.499 4.581 0 9.995 19.890 0 0 3.102.464

683.684 2.412.118 112.350 84.676 144.194 357.372 3.644 1.376 11.0378 2.188 0 0 3.911.980

521.653 1.735.877 73.338 53.888 99.308 242.619 2.264 825 92.514 1.313 0 0 2.823.599

34.519 502.646 2.011 170.810 2.615.620 361.820 60.189 995.343 1.372.564 1.367.627 136.780 618.442 10.192 3.528 0 0 0 622 241 384 0 0 0 0 4.232.116 4.021.222

DE 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

DE 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

FRA

Eindtotaal

2.235 0 9.350 0 216.277 0 874.522 0 0 0 0 0 1.102.384

7.881.711 3.483.513 7.475.555 1.531.376 17.181.923 2.593.428 2.954.173 12.043 1.918.743 190.846 61.273 35.197 45.319.781

FRA

Eindtotaal

2.205 0 9.007 0 206.306 0 739.933 0 0 0 0 0 957.451

5.882.305 2.561.346 4.632.466 1.228.759 11.526.020 1.819.571 2.240.096 7.225 1.421.885 117.805 36.764 21.118 31.495.360

FRA

Eindtotaal

2.235 0 9.350 0 216.277 0 874.522 0 0 0 0 0 1.102.384

10.046.394 4.843.542 10.680.396 1.819.783 22.836.067 2.599.706 2.978.872 12.043 1.918.743 190.846 61.273 35.197 58.022.862

FRA

Eindtotaal

2.205 0 9.007 0 206.306 0 739.933 0 0 0 0 0 957.451

7.216.234 3.437.926 6.556.449 1.415.655 14.874.888 1.823.402 2.255.776 7.225 1.421.885 117.805 36.764 21.118 39.185.127

Tabel 5.7: Transporten van dierlijke mest in 2000 - totalen oorsprong

ANTW LIMB OVL VLBRA WVL verzpnt beverw BRUSSEL NEDERLAND WALLONIË DUITSLAND FRANKRIJK Eindtotaal

oorsprong

ANTW LIMB OVL VLBRA WVL verzpnt beverw BRUSSEL NEDERLAND WALLONIË DUITSLAND FRANKRIJK Eindtotaal

bestemming (som uitgedrukt in kg N) ANTW LIMB OVL VLBRA 6.196.767 37.716 682.807 81.560 195.883 219.905 7.592 0 15.581 27.605 0 0 7.465.416

bestemming (som uitgedrukt in kg P2O5) ANTW LIMB OVL VLBRA 3.907.503 33.604 145.041 53.544 122.294 150.653 4.581 0 9.995 1.9890 0 0 4.447.105

529.375 2.593.021 73.868 61.131 99.308 242.619 13.516 825 92.514 1.313 0 0 3.707.490

37.236 506.384 2.011 182.388 4.469.154 364.856 66.731 1.167.287 1.421.726 1.368.150 136.780 618.442 10.392 3.528 0 0 0 622 241 384 0 0 0 0 6.144.271 4.212.041

DE 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

DE 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0


Tabel 5.8: Transport van dierlijke mest met burenregelingen in 2000

oorsprong ANTWERPEN LIMBURG O VLAANDEREN VL BRABANT W VLAANDEREN verzamelpunt Be-/verwerker Eindtotaal

oorsprong

bestemming (som uitgedrukt in kg N) ANTW LIMB OVL 2.139.994 1.492 41.646 1.286

13.459 1.333.912 1.020 10.610

286 2.184.704

17.725 1.376.726

3.008 3.080.898 7.636 86.286 0 315 3.178.143

VLBRA 5.431 17.605 4.748 268.875 985

297.644

bestemming (som uitgedrukt in kg P2O5) ANTW LIMB OVL VLBRA

ANTWERPEN 1.317.740 LIMBURG 1.378 O VLAANDEREN 24.202 VL BRABANT 1.167 W VLAANDEREN verzamelpunt 154 Be-/verwerker Eindtotaal 1.344.641

7.722 857.144 530 7.243

11.252 883.891

2.717 1.853.534 6.542 49.162 0 200 1.912.155

3.738 11.578 3.036 171.944 523

190.819

WVL

verzpnt

beverw

2.791

Eindtotaal

66.745

3.894

5.514.186 5.992 6.659 5.593.582

12.907

39.780

19.592

46.800

2.164.683 1.360.029 3.198.951 288.407 5.654.144 6.278 24.699 12.697.191

WVL

verzpnt

beverw

Eindtotaal

7.020

2.012 6.480 37.824

1.593

3.265.374 3.677 4.228 3.311.103

8.549

25.260

12.154

31.740

1.333.929 876.580 1.920.719 186.896 3.348.868 3.831 15.680 7.686.503

De export naar Wallonië van zuivere dierlijke

van de grens te bemesten met bedrijfseigen mest,

mest viel nagenoeg volledig stil omwille van de

maakten 365 Vlaamse en 176 Nederlandse vee-

invoerstop voor zuivere dierlijke mest, ingesteld

houders gebruik. De Vlaamse veehouders brach-

door de Waalse minister bevoegd voor Leefmilieu.

ten daarbij 345.620 kg fosfaat op 4230 ha

Er is wel verwerkte pluimveemest naar Wallonië

Nederlandse gronden. De Nederlandse veehou-

getransporteerd. Het betreft hier 2.017.909 kg

ders brachten daarbij 598.522 kg fosfaat op 4495

fosfaat afkomstig van kippenmest verwerkt tot

ha Vlaamse gronden.

organische mest. Verhandelingen van andere meststoffen De export van zuiver dierlijke mest naar Frankrijk

In totaal werd het transport van 1.658.762 kg fos-

verliep zoals de voorbijgaande jaren zeer moei-

faat en 1.960.126 kg stikstof afkomstig van andere

zaam. De bestemming was nagenoeg uitsluitend

meststoffen gemeld aan de Mestbank. Daarin werd

Le Département du Nord. Het betreft een hoeveel-

het vervoer van schuimaarde niet opgenomen. Dit

heid van 194.206 kg fosfaat. Het transport van

vervoer betekende zowat 80.000 ton of 800.000 kg

verwerkte kippenmest naar Frankrijk is licht toege-

fosfaten en 400.000 kg stikstof.

nomen en bedroeg 775.962 kg fosfaat en 910.525

Het merendeel van de transporten, nl. 76 % van de

kg stikstof.

getransporteerde hoeveelheid stikstof en 62 % van de getransporteerde hoeveelheid fosfaat, werden

De export naar Nederland is afgenomen terwijl de

binnen het Vlaams Gewest vervoerd.

invoer vanuit Nederland op hetzelfde niveau bleef

Voor fosfaat was er een netto export van 250.352

als de voorbijgaande jaren. Er is hierdoor een netto-

kg. De export van andere meststoffen gebeurde

invoer vanuit Nederland van 0,6 miljoen kg fosfaat

voornamelijk naar verwerkingsinstallaties gelegen

en 1 miljoen kg stikstof. Hierbij moet vermeld wor-

in het Waalse Gewest.

den dat de invoer vanuit Nederland voor 95% naar inrichtingen voor de aanmaak van substraat voor de champignonteelt gaat. Van de "grensboerenregeling" die veehouders toelaat hun bedrijfseigen gronden aan de andere kant


Voor stikstof was er een netto import van 30.000 kg. De invoer van andere meststoffen betrof voornamelijk de invoer van afgedragen champignoncompost uit Nederland. MestTransportInternetLoket (Mtil) Het Mest TransportInternetLoket (Mtil) is een internet toepassing voor het on-line melden van de mesttransporten. Mtil werd in 2000 volledig operationeel. Tijdens de eerste helft van het jaar 2000 werd de internetapplicatie getest en aan de praktijk getoetst door een testgroep bestaande uit vijf erkende mestvoerders. Vanaf september 2000 werd de applicatie ter beschikking gesteld van alle mestvoerders. Eind 2000 hadden 63 erkende mestvoerders zich reeds aangemeld als potentiële gebruiker van het internet systeem. Er werden in 2000 reeds 13.373 mesttransporten gemeld via Mtil, zijnde een kleine 10 % van het totaal aantal meldingen.

5.2.4 Optreden als vangnet voor mestoverschotten Voor de ontvangstplicht van dierlijke mest waren er

5.2.2 Communicatie

2 dossiers voor 2 bedrijven. Er werd 470 ton mest

In het kader van de communicatie specifiek ge-

aangevraagd, waarvan uiteindelijk 420 ton werd

richt op bepaalde doelgroepen, heeft de Mest-

weggehaald.

bank in 2000 een aantal acties ondernomen naar de erkende mestvoerders toe. In het najaar 2000

5.3. Financiële Handelingen

heeft de Mestbank specifieke voorlichting gegeven aan de erkende mestvoerders. In deze voor-

5.3.1 Heffingen innen en invorderen

lichtingsvergaderingen werd de inhoud gericht

Het innen en invorderen van de heffingen kunnen

naar de doelgroep zodat ook zij gesensibiliseerd

we onderverdelen in tien categorieën, naargelang

werden in het kader van het driesporenbeleid van

het aanslagjaar waarop ze betrekking hebben

MAP2.

(aanslagjaren 1991 t.e.m. 2000). Zie tabel 5.9.

5.2.3 Erkennen van mestvoerder/ verzamelpunten

De basisheffing

Op 31 december 2000 waren in totaal 1304 mest-

heffing, die zowel de dierlijke mestproductie als het

voerders erkend waarvan 557 in klasse A, 506 in

mestoverschot, verminderd met de mestexport en -

klasse B en 241 in klasse C. In de klasse D, voor-

verwerking, belast.

De basisheffing bestaat uit een gecombineerde

behouden voor transport via het water waren geen mestvoerders erkend.

Het aantal heffingsplichtigen daalde licht van 14.560 in 1999 tot 14.266 in 2000. Het totaalbedrag

Op 31 december 2000 waren 253 inrichtingen

van

bekend met het statuut van verzamelpunt waar-

230.178.608 BEF. De boetes wegens niet of laattij-

voor de exploitanten een aangifte en register dien-

dige betaling van de basisheffingen (artikel 25, § 1

den bij te houden.

van het Mestdecreet) voor het aanslagjaar 1999

Er waren 12 verzamelpunten waarvoor de bestem-

werden opgelegd voor een totaalbedrag van

ming van de opgeslagen meststoffen buiten het

5.516.338 BEF. Dit bedrag omvat niet de verminde-

Vlaamse Gewest was gelegen.

ringen en kwijtscheldingen die de Mestbank inge-

de

gevorderde

basisheffing

bedroeg

57


Tabel 5.9: Belangrijkste gegevens over de heffingen voor het boekjaar 2000 BOEKJAAR 2000 Aanslagjaar

Aanslagjaar 1991 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten intrest Aanslagjaar 1992 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten intrest Aanslagjaar 1993 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten intrest Aanslagjaar 1994 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten Aanslagjaar 1995 * Basisheffing boeten intrest Aanslagjaar 1996 * Basisheffing boeten intrest * Boeten invoerders * Adm. geldboete (*) Aanslagjaar 1997 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten intrest * Adm. geldboete (*) Aanslagjaar 1998 * Basisheffing boeten intrest * Boeten invoerders * Adm. geldboete (*) * Boeten gezinsveeteeltbedrijf * Boeten mestafzet Aanslagjaar 1999 * Basisheffing boeten intrest * Invoerheffing boeten * Adm. geldboete (*) * Boeten gezinsveeteeltbedrijf * Boeten mestafzet Aanslagjaar 2000 * Basisheffing * Invoerheffing boeten * Afzetheffing * Adm. geldboete (*) * Boeten mestafzet Totaal

Openstaand op 31/12/99

Vorderingen Creaties(+)/Annulaties(-)

Ontvangsten

Openstaand op 31/12/00

530.793 1.133.502 17.080 1.350 80.000 1.624

-129.760 -333.523 -6.024 0 -80.000 -1.624

0 0 0 0 0 0

401.033 799.979 11.056 1.350 0 0

1.374.247 2.763.986 127.905 21.800 43.600 436

-153.487 -398.997 -5.664 0 0 0

3.075 -101.790 0 0 0 0

1.217.685 2.466.779 122.241 21.800 43.600 436

2.144.450 4.870.929 68.582 23.600 47.200 236

-239.303 -385.170 -1.472 0 0 0

0 219.693 0 0 0 0

1.905.147 4.266.066 67.110 23.600 47.200 236

701.757 2.026.011 29.247 84.000 168.000

-127.671 -383.357 -570 0 0

5.964 240.498 2.822 0 0

568.122 1.402.156 25.855 84.000 168.000

787.069 2.388.554 30.682

-100.615 -270.110 -2.675

44.356 77.114 2.524

642.098 2.041.330 25.483

901.447 1.736.454 77.273 10.000 829.500

-124.684 -218.588 -5.416 0 -134.000

91.814 446.269 23.131 0 88.500

684.949 1.071.597 48.726 10.000 607.000

1.194.603 2.850.524 40.275 58.800 117.600 588 1.531.167

99.147 175.468 4.642 0 0 0 -263.000

139.850 342.442 12.859 0 0 0 209.000

1.153.900 2.683.550 32.058 58.800 117.600 588 1.059.167

2.283.012 4.971.894 233.635 59.818 2.694.000 424.450 2.010.386

-109.863 -1.468.376 20.933 0 -472.000 0 -79.559

928.644 967.334 119.928 9.818 768.051 224.450 383.402

1.244.505 2.536.184 134.640 50.000 1.453.949 200.000 1.547.425

194.689.376 0 0 8.148.240 110.000 2.635.000 350.000 11.402.281

-3.108.449 3.503.221 192.497 677.200 -20.000 -455.000 -165.000 -1.898.994

189.630.144 860.612 83.753 8.825.440 0 791.296 185.000 1.621.734

1.950.783 2.642.609 108.744 0 90.000 1.388.704 0 7.881.553

0 0 0 0 0 0 258.826.963

230.178.608 7.618.700 150.000 1.527.070 3.005.000 16.665.731 252.675.266

195.356.593 7.630.200 50.000 1.527.070 851.218 2.016.371 414.679.179

34.822.015 -11.500 100.000 0 2.153.782 14.649.360 96.823.050

(*) Administratieve geldboete wegens niet of laattijdig indienen van de aangifte


volge gegronde bezwaren aan de beboete hef-

ducent-gebruikers en 170.000 BEF voor gewest-

fingsplichtigen heeft toegekend.

grensoverschrijdende bedrijven en invoerders. De boete wegens niet bewezen mestafzet bedroeg

De basisheffing aanslagjaar 2000 werd verzonden

22.506.271 BEF. Van deze boetes stond per

op 27 oktober 2000. De uiterste datum van betaling

31/12/2000 nog respectievelijk 2.153.782 BEF,

was 26 december 2000. Per 31/12/2000 stond van

100.000 BEF en 14.649.360 BEF open.

de gevorderde basisheffing aanslagjaar 2000 nog 34.822.015 BEF open, van de boetes voor het aan-

5.3.2 Vergoedingen Mestbank

slagjaar 1999 nog 2.642.609 BEF.

Op 10 november werd met een besluit van de Vlaamse regering uitvoering gegeven aan de ver-

De afzetheffing

goedingenregeling voor de kwetsbare gebieden

Het Mestdecreet (artikel 21, § 4) legt een afzetheffing

Water en Natuur. De vergoedingen werden mee

op aan producenten die het voorbije jaar overschot-

opgenomen in het Programma voor Plattelandsont-

ten hebben aangeboden aan de Mestbank in het

wikkeling in Vlaanderen periode 2000-2006 in toe-

kader van haar algemene ontvangstplicht. In 2000

passing van de Europese plattelandsverordening

werd een afzetheffing opgelegd aan 24 landbouwers

(EG1257/99). Op basis hiervan konden beheers-

voor een bedrag van 1.885.672 BEF. De vervoerde

overeenkomsten worden aangevraagd met aanvang

hoeveelheid bedroeg 2587 ton. In 2000 werd 420 ton

in 2000 of op 1 januari 2001. De horizontale vergoe-

mest weggehaald, afkomstig van twee bedrijven.

dingen voorzien voor percelen waarop het bemestingsverbod van toepassing is, wordt pas toege-

De invoerheffing

kend na akkoord van de EU. Daarvoor is een volle-

De invoerheffing is een basisheffing op mestover-

dige afbakening van de Natura 2000 gebieden te-

schotten door invoer. Elke invoerder van mest-

gen eind februari 2001 een basisvoorwaarde. De

overschotten moet een invoerheffing betalen van

landbouwers die in aanmerking komen voor een be-

100 BEF per ton.

heersovereenkomst, werden aangeschreven zodat

De invoerheffing van de invoerders van paarden-

zij op een eenvoudige wijze hun aanvraag konden

mest wordt verminderd met een percentage gelijk

verrichtten. De aanvragen voor de beide types be-

aan het aandeel van de ingevoerde paardenmest,

heersovereenkomsten moesten gebeuren vóór

uitgedrukt in kg P2O5, dat verwerkt tot champig-

kerstmis 2000. Op hetzelfde aanvraagformulier werd

nonsubstraat weer werd uitgevoerd.

hen de kans geboden om voor de potentieel belangrijke graslanden de optie "100 kg N uit chemische

Voor het aanslagjaar 2000 bedroeg het te innen be-

mest" te kiezen. Zie tabel 5.10.

drag 7.627.900 BEF. Het betrof 25 heffingsplichtigen. Op 31/12/2000 waren alle invoerheffingen betaald.

5.4. Controle en toezicht

Administratieve geldboetes

5.4.1 Controleactieplan 2000

Buiten de reeds vermelde boete wegens laattijdige

In 2000 lag het accent van de controletaak op een

betaling van de heffingen voorziet artikel 25 van het

grondige doorlichting van bedrijven waarvan de

Mestdecreet in een administratieve geldboete wan-

mestbalans een sterk overschot vertoonde. De

neer de aangifte niet of te laat werd ingediend (§ 3),

mestbalans wordt opgemaakt enerzijds op basis

wanneer de afzet van mestoverschotten niet is be-

van de totale hoeveelheid geproduceerde nutriën-

wezen (§ 4) of wanneer men onjuiste verklaringen

ten op het bedrijf, de geïmporteerde dierlijke, che-

heeft afgelegd voor het bekomen van het statuut

mische en andere meststoffen en anderzijds op

van gezinsveeteeltbedrijf (§ 5).

basis van de afzet op eigen gronden (binnen en buitenlandse) en van de bewezen afzet (Mestafzet-

De boete wegens het laattijdig indienen van de

documenten, burenregelingen, EVOA’s). De mest-

aangifte werd in het aanslagjaar 2000 opgelegd

balans bepaalt bijgevolg of een bedrijf de gepro-

voor een totaalbedrag van 4.240.000 BEF voor pro-

duceerde of geïmporteerde nutriënten ecologisch

59


een overtreding op het Mestdecreet werd vastgesteld. De resterende Processen Verbaal zijn de PV’s van staalname en de navolgende PV’s met aanvullende informatie in verband met de reeds vastgestelde overtredingen. Het gemiddelde aantal voltijdse controleurs is toegenomen tot 24, op een voorzien aantal van 33. In figuur 5.12 wordt de relatieve verdeling van de vastgestelde overtredingen gegeven. Inbreuken op de vervoersreglementering, het niet naleven van de registerplicht en het verzuimen van de aangifteplicht hebben een belangrijk aandeel in het totaal aantal vastgestelde overtredingen.

5.4.3 Administratieve geldboetes Tabel 5.13 biedt een overzicht van het totaal aantal opgelegde administratieve geldboetes. Er verantwoord heeft afgezet.

werden voornamelijk boetes uitgeschreven voor

Verder werd er per provincie een actie opgezet met

niet bewezen mestafzet of voor het plegen van

een gebiedsgericht accent (tweede teelt), met een

lozingen.

tijdsdimensie (uitrijden van mest) en gericht naar een specifieke doelgroep (mestvervoerders).

5.4.4 Specifieke opdrachten Tweede Teelt

5.4.2 Resultaten

In combinatie met controles op het transport van

In 2000 werden 865 controleacties meer uitgevoerd

mest, het uitrijden van mest en het register zijn

dan in 1999 waarbij er 178 Processen Verbaal (PV)

1.823 percelen gecontroleerd op de bij de perceels-

meer zijn opgesteld. Vooral het aantal inspectiever-

registratie opgegeven teelten. Het Mestdecreet

slagen (IV) vertoonde in 2000 een belangrijke stij-

voorziet verhoogde bemestingsnormen voor het

ging van 687 tegenover 1999. De gerichte acties

teeltregime gras-maïs. In het voorjaar werd toege-

zoals staalname van veevoeder en de controle op

zien of er effectief gras als voorteelt op het perceel

tweede teelt zijn mede verantwoordelijk voor de

stond. In het vroege najaar werd op dezelfde per-

toename van het aantal IV’s. De rijkswacht voerde

celen gecontroleerd op de aanwezigheid van

220 mesttransportcontroles uit. Zie tabel 5.11.

maïs. Aan de hand van deze terreincontrole werd bij 159 percelen de toestemming tot verhoogde

Van de 874 opgestelde PV’s waren er 496 waarbij

bemesting door de Mestbank ingetrokken.

Tabel 5.10: Overzicht van de aangevraagde beheersovereenkomsten

aanvragen percelen

oppervlakte ha

Totaal water natuur 2gve+100 Totaal water natuur 2gve+100 Totaal

OostVlaanderen

Limburg

Antwerpen

WestVlaanderen

Vl.Brabant (reg. PA Diest)

totaal

1.334 8.152 1.019

1.050 8.377 387 123 8.887 15.359 486 148 15.845

196 138 266 59 463 195 171 88 454

937 3.312 257 158 3.727 5.588 458 295 6.341

300 3.309 187 42 3.538 5.205 164 61 5.369

3.817 23.288 2.116 382 25.786 39.081 2.491 593 41.956

9.171 12.735 1.211 13.946


Tabel 5.11: Overzicht van de uitgevoerde controleacties in 2000 Aantal Totaal Totaal Navolgende inspecties IVâ&#x20AC;&#x2122;s PV's PV's

Gent (O-VL) Brugge (W-VL) Herentals (Antw) Diest (LIMB/O-BRA) CD-Brussel (W-BRA) Totaal

390 828 405 266 224 2113

318 459 174 151 137 1239

72 369 231 115 87 874

7 58 78 35 13 191

Aanleiding controleactie positieve interne klacht samenwerking Ad Hoc specifieke mestbalans vraag met andere actie acties cap2000 diensten 25 30 34 23 53 165

28 43 82 86 39 278

41 45 49 15 18 168

8 34 7 25 0 74

59 47 25 82 34 247

222 571 130 0 67 990

Veevoederstaalname

Tegelijk heeft de Mestbank zelf een gerichte be-

De controleurs van de Mestbank hebben in het na-

monsteringsactie op mestvreemde stoffen uitge-

jaar 135 monsters genomen van veevoeder. Hier-

voerd. In totaal hebben inspecteurs van de Mest-

van waren er 74 aangekocht als convenantvoeder

bank 27 mestmonsters genomen afkomstig van

en 61 als regressievoeder. Van deze monsters werd

mesttransporten en uit mestopslagplaatsen. Deze

het fosforgehalte en het ruw-eiwitgehalte bepaald.

monsters werden onderzocht in een erkend labo.

Van de convenantvoeders vertoonden er 26 voe-

Bij geen enkel mestmonster werden onregelmatig-

ders een grotere afwijking dan toegestaan door de

heden vastgesteld.

convenant. Erkenning laboratoria Onderzoek naar mestvreemde stoffen bij mest-

In het voorjaar van 2000 zijn 24 laboratoria erkend

transporten en in mestopslagplaatsen

om analyses en staalnames uit te voeren in het

Tijdens de dioxinecrisis was in een aantal Bra-

kader van het Mestdecreet.

bantse gemeenten twijfel ontstaan over de kwaliteit

Om de landbouwers bewust te maken van het be-

van de daar geleverde dierlijke mest. In dit kader

lang van oordeelkundige bemesting heeft de

heeft de Mestbank een specifieke controlecam-

Mestbank de opdracht gegeven aan 5 erkende

pagne op touw gezet om de kwaliteit van de mest

laboratoria om op 1.000 percelen een bodemstaal-

bij mesttransporten te controleren.

name uit te voeren en het nitraatresidu hiervan te

De Vlaamse Instelling voor Technologisch On-

bepalen.

derzoek in Mol (VITO) heeft de opdracht gekregen om de optimale detectiemethoden op punt te stel-

Opleidingen

len voor het bepalen van mestvreemde stoffen in

Om de controleurs in staat te stellen op een cor-

dierlijke mest en andere meststoffen.

recte en effectieve wijze toezicht te kunnen uitoefenen werden een aantal opleidingen georganiseerd. Een softwarepakket waarmee grote vee-

7%

3%

andere inbreuk vervoersreglementering niet naleven registerplicht overbemesting niet bewezen mestafzet

5%

12 %

houders hun bedrijfsgegevens bijhouden werd toegelicht. Er werd ook toelichting gegeven over de wetenschappelijke achtergrond bij de uitscheidings- en bodembalans.

verzuimen aangifteplicht 5% 37 %

lozing emissie arme aanwending mest

9%

22 %

Figuur 5.12: Relatieve verdeling van de vastgestelde overtredingen

5.5. Vergunningen en nutriĂŤntenhalte 5.5.1 Advies verlenen over vergunningsaanvragen. Met de publicatie van de bepalingen van MAP-II bis in het Belgisch staatsblad op 30 maart 2000

61


Tabel 5.13: Aantal administratieve geldboetes oorsprong

aantal

aanvankelijk

verminderd

reeds betaald

nog te innen

41 37 78

20.621.626 37.000.000 57.621.626

10.536.962 2.055.000 12.591.962

4.099.422 1.087.000 5.186.422

6.437.540 968.000 7.405.540

mestafzet lozingen Totaal

werden belangrijke wijzigingen aangebracht aan

overzicht van het aantal ontvangen vergunnings-

het vergunningenbeleid.

beslissingen in 2000.

Daar waar in MAP-I in sommige gemeenten nog

Ten opzichte van het jaar 1999 is er globaal een

uitbreidingen werden toegelaten, werd vanaf 30

toename van ongeveer 20% van het aantal verleen-

maart 2000 het stand-still- beginsel als algemene

de adviezen. Opvallend is dat dit voor een groot

maatregel voor heel Vlaanderen ingevoerd.

gedeelte te wijten was aan de toename van het aantal adviezen van vergunningsaanvragen voor

Op andere vlakken was het nieuwe vergunningen-

Klasse-II inrichtingen, namelijk van 497 in 1999

beleid vooral éénvoudiger en minder streng.

naar 861 adviezen in 2000, voor heel Vlaanderen.

Mestafzetmogelijkheden naar de toekomst hoefden

Vooral in de tweede helft van het jaar waren er op-

niet meer bewezen te worden, 25% reductie bij over-

merkelijk veel dossiers.

name en hernieuwing werden niet meer toegepast en de koppeling tussen het vergunningenbeleid en

Er zijn hiervoor verschillende mogelijke verklarin-

de notificatie gezinsveeteeltbedrijf werd geschrapt.

gen. Enerzijds is MAP-II op een aantal punten soepeler dan MAP-I. Sommigen hadden dan ook ge-

Ongetwijfeld had ook de procedure omtrent de toe-

wacht om hun aanvraag in te dienen. Anderzijds

kenning van een nutriëntenhalte aan elke inrichting

werden heel wat exploitanten aangespoord om

een sterke invloed op het aantal en de aard van de

hun vergunningstoestand in orde te brengen in het

vergunningsaanvragen.

licht van de procedure voor de toekenning van de nutriëntenhalte. Deze algemene trend gaat veel

Adviesaanvragen

minder op voor vergunningsaanvragen van de gro-

Tabel 5.14 geeft enerzijds een overzicht van het

tere Klasse-I aanvragen.

totaal aantal adviesvragen en anderzijds een

Ook opvallend was de grote piek in het najaar van

Tabel 5.14: Overzicht van het aantal adviesvragen en van het aantal ontvangen vergunningsbeslissingen in 2000

Klasse II aanvraag adviezen eerste aanleg adviezen in beroep Klasse I aanvraag adviezen eerste aanleg adviezen in beroep Melding verandering verleende adviezen ontvangen beslissingen Melding overname verleende adviezen ontvangen beslissingen Totaal verleende adviezen Totaal ontvangen beslissingen

Antwerpen

Vlaams Brabant (PAD)

Vlaams Brabant (CDB)

WestOostVlaanderen Vlaanderen

Limburg

Totaal

181 24

51 16

50 0

259 11

225 41

95 18

861 110

45 19

15 9

0 0

148 41

69 23

16 10

293 102

36 36

18 13

12 14

157 92

21 18

36 35

280 208

133 142 438

36 23 145

17 10 79

255 148 871

43 28 422

60 48 235

544 399 2190

447

127

74

699

404

222

1973

Wat betreft de kolom "Vlaams Brabant (CDB)" moet opgemerkt worden dat hier enkel de klasse II dossiers behandeld worden in eerste aanleg, evanals de adviezen van klasse I dossiers in tweede aanleg.


Tabel 5.15: Aantal beroepen dat door de VLM in 2000 werd aangetekend

Klasse-indeling Klasse I Klasse II Totaal Soort aanvraag hernieuwing nieuwe inrichting (*) overname verandering Totaal

Antwerpen

Vlaams Brabant (PAD)

Vlaams Brabant (CDB)

WestVlaanderen

OostVlaanderen

Limburg

Totaal

4 17 21

1 2 3

0 2 2

10 18 28

? ? ?

1 7 8

16 46 62

2 6

0 2 0 1 3

0 0 0 2 2

17 0 0 11 28

14 21

6 1 0 1 8

39 30 0

13 21

18 53

115

* alle vergunningsaanvragen van inrichtingen die geen geldige vergunning hadden op het ogenblik van de aanvraag, alsook nieuwe inrichtingen gekoppeld aan de verplaatsing van een bestaande stal.

vergunningsaanvragen voor maneges en paarden-

pen wordt. Door een verdere stijging van de mest-

fokkerijen. Immers, met de invoering van MAP-II

productie zouden de resultaten die gehaald wor-

werd het mogelijk om deze te regulariseren voor

den via betere voeders, oordeelkundige bemesting

zover ze reeds in exploitatie waren in de periode

of mestverwerking immers deels of zelfs volledig

1995-1998 en de aanvraag werd ingediend vóór 1

verloren gaan.

december 2000. De invoering van de nutriëntenhalte heeft in 2000 Beroepen

heel wat commotie veroorzaakt in de landbouw-

Tabel 5.15 bevat een overzicht van het aantal be-

sector. Met het decreet van 8 december 2000

roepen dat door de VLM in 2000 werd aangete-

houdende diverse bepalingen werden een aantal

kend.

noodzakelijke correcties aangebracht aan het

Het aantal beroepen ingesteld door de VLM in

systeem.

2000 is opvallend gewijzigd ten opzichte van het

De nutriëntenhalte is de maximaal toegelaten hoe-

jaar 1999.

veelheid nutriënten in de dierlijke mest die jaarlijks

Globaal gezien was er een daling van het aantal

op een inrichting door de dieren mag geprodu-

beroepen met 7 %. Er waren echter grote provinci-

ceerd worden. De maatregel is van kracht vanaf 1

ale verschillen. Zo kende de Mestbank Gent een

januari 2001 tot en met 31 december 2004.

verdubbeling van het aantal beroepen en de Mestbank Brugge een halvering van het aantal

De procedure van toekenning van de nutriënten-

beroepen. De inhoud van de beroepen heeft zich

halte omvatte verschillende fasen:

verlegd van dossiers omtrent verandering van de

• de bekendmaking van de nutriëntenhalte door

inrichting naar hernieuwingsaanvragen en aanvra-

de Mestbank aan alle betrokkenen (voor 30 sep-

gen voor nieuwe inrichtingen. Het feit dat wellicht

tember 2000). De eerste bekendmakingen van de

vele exploitanten gewacht hebben om een her-

nutriëntenhalte werden verstuurd in mei 2000, de

nieuwingsaanvraag in te dienen tot MAP-II van

laatste reeks bekendmakingen werd begin oktober

kracht werd en de nutriëntenhalte werd ingevoerd

2000 opgestuurd naar de landbouwers. In totaal

zijn hier waarschijnlijk niet vreemd aan.

werden bijna 39.500 bekendmakingen verstuurd. In deze fase werd 84,26 miljoen kg P2O5 en 206

5.5.2 Nutriëntenhalte

miljoen kg stikstof aan nutriëntenhalte toegekend

Bij de inwerkingtreding van MAP IIbis werd een

aan de producenten.

belangrijke nieuwe brongerichte maatregel inge-

• mogelijkheid voor de producenten tot het aan-

voerd. De invoering van de nutriëntenhalte moet

vragen van een herberekening van de nutriënten-

ervoor zorgen dat de productie van dierlijke mest

halte volgens de in het decreet voorziene uitzon-

de eerstvolgende jaren een absolute halt toegeroe-

deringen. In totaal maakten een kleine 20 % van

63


Tabel 5.16: Overzicht van de bekendmakingen nutriëntenhalte en verzoekschriften (stand van zaken 31 december 2000) Groep

Aantal (afgeronde cijfers)

niet-vergund niet-bestaand (zonder productie) niet bestaand (met productie) bestaand zonder productie bestaand met productie Totaal

% van het totaal aantal

430 2000 2200 4470 30400 39500

1 5 5 11 78 100

Aantal verzoekschriften

% verzoekschriften / bekendmakingen

320 443 1726 319 4228 7036

75% 22 % 78 % 7% 14 % 17, 8 %

% % % % % %

de producenten (7.036 dossiers) hiervan gebruik.

gemeente met een oorspronkelijke productiedruk

Eind 2000 waren hiervan reeds 61 % van de inge-

van meer dan 100 kg fosfaat, m.a.w. de donker-

diende dossiers (4.309) behandeld door de

grijze of zwarte gemeenten (conform artikel 9 van

Mestbank. Hiervan kregen ongeveer 1200 een

het meststoffendecreet).

hogere nutriëntenhalte toegekend. Ingevolge de reeds behandelde verzoekschriften werd door de

De hoeveelheid van het mestoverschot dat moet

Mestbank bovenop de initiële bekendmaking

verwerkt of geëxporteerd worden stijgt geleidelijk

reeds 2 miljoen kg P2O5 en 4, 7 miljoen kg stikstof

vanaf 2000 en wordt vastgelegd naargelang van

extra toegekend als nutriëntenhalte.

de omvang van de mestproductie van het bedrijf.

• mogelijkheid tot het indienen van een beroep bij

Zie tabel 5.17

de minister na de beslissing van de Mestbank. Eind 2000 waren ongeveer 2000 beroepen ingediend bij

De hoeveelheid die diende verwerkt te worden in

de minister. Er zijn in 2000 geen beslissingen geno-

2000 wordt vermeld in tabel 5.18.

men door de minister.

Gedurende het jaar 2000 werden vergunningen afgeleverd voor verwerking van zowel pluimvee-

Omwille van de decreetswijziging werd de behan-

mest (4.000 ton), varkensmest (34.000 ton) als

deling van de dossiers vanaf half december 2000

kalvergier (40.150 ton).

tijdelijk opgeschort.

Het betreft vooral meerdere kleine mestverwerkingsinstallaties op bedrijfsniveau. De verwachte

Tabel 5.16 bevat een overzicht van het aantal

golf van initiatieven voor de verwerking van var-

bekendmakingen en het aantal herberekeningsaan-

kensmest bleef uit.

vragen opgesplitst per groep. De indeling in de verschillende groepen is gebaseerd op MAP IIbis van

Concreet zijn er in het totaal op 1 december 2000

maart 2000. De decreetswijziging van 8 december

in Vlaanderen 17 installaties vergund voor het ver-

2000 is in deze tabel niet doorvertaald.

werken van dierlijke mest (Tabel 5.19).

Zoals verwacht ligt het aantal verzoekschriften

De vergunde capaciteit voor varkensmest (288.900

zeer hoog in de groepen Niet-vergund en Niet-

ton) wordt gedragen door 7 initiatieven. Slechts een

bestaand (met productie) omdat deze producen-

gedeelte is effectief operationeel. Twee projecten,

ten geen nutriëntenhalte gekregen hebben.

met name Danis te Izegem en MAV te Gent kampen met technische problemen. De andere 5 initiatieven

5.6. Beleidsmatige aspecten

verkeren nog in de opbouw- of opstartfase. De actueel operationele capaciteit was onvoldoende

5.6.1 Mestverwerking

om de te verwerken hoeveelheden op te vangen.

In het jaar 2000 was de gedeeltelijke verwerkings-

Vanaf 1 januari 2003 geldt de volledige verwerking

plicht reeds van kracht voor de bedrijven met één

of export van het bedrijfsmatige mestoverschot

veeteeltinrichting of een deel van een veeteelt-

voor de bedrijven met een mestproductie van

inrichting met een bedrijfsmatige mestproductie

10.000 kg fosfaat of meer. Hiervoor zou de momen-

van 7.500 kg fosfaat of meer en gelegen in een

teel vergunde capaciteit voor verwerking van


Tabel 5.17 : Percentage van het bedrijfsmatige mestoverschot dat moet worden verwerkt Mestproductie (kg P2O5)

7500-10 000 10 000-12 500 12 500-15 000 meer dan 15 000

Percentage van het bedrijfsmatige mestoverschot dat verwerkt moet worden 2000

2001

2002

2003 en volgende jaren

15 15 30

15 30 45

15 30 45 60

30 45* 60* 75*

*en rest verwerken of exporteren 1. Tot 31 december 2002 telt de gewogen bedrijfsmatige P2O5-productie, vanaf 1 januari 2003 telt de bedrijfsmatige P2O5-productie als basis voor de hoeveelheid te verwerken dierlijke mest 2. De bedrijfsmatige mestoverschotten worden bepaald met de gronden zoals aangegeven in de Mestbankaangifte ’99 (situatie ‘98)

varkensmest bijna vertienvoudigd moeten worden.

vastgelegd dat MAP 2 slechts in voege trad op het

Voor pluimveemest bedraagt de actueel vergunde

moment dat de Europese Commissie haar zegen

verwerkingscapaciteit 519.700 ton. Globaal gezien

gaf over de eraan gekoppelde vergoedingsrege-

zou dit al voldoende zijn om de minimale verwer-

ling voor de landbouwers in kwetsbare gebieden.

kingsplicht van 2003 op te vangen, op voorwaarde

De wijzigingen van MAP 2bis bepalen dat MAP 2 in

dat deze projecten effectief operationeel zullen zijn

voege treedt op 1 januari 2000 met terugwerkende

en hun volle capaciteit zullen benutten. Een groot-

kracht, zonder te wachten op de goedkeuring van

schalig project, met name Flanamat, is momenteel

de vergoedingsregeling. Andere veranderingen

nog in opbouw en wenst een belangrijk aandeel

aan MAP 2 zijn de halvering van de heffingen op de

van zijn capaciteit in te vullen met afvalstoffen.

productie van dierlijke mest en enkele verduidelij-

In 2000 werd tevens door Vera Dua, Vlaams Minis-

kingen van administratieve bepalingen.

ter van Leefmilieu en Landbouw, de Task Force

Aanleiding voor deze snelle in voege treding is het

Mestverwerking opgericht. Deze Task Force omvat

"met reden omkleed advies" van de Europese

de Mestbank en andere administraties en instanties

Commissie over de omzetting van de Nitraatrichtlijn

die betrokken zijn bij mestverwerking. Verschillende

door Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest

projecten zijn er reeds aan bod gekomen.

van 9 november 1999. In dit met reden omkleed advies, dat de laatste procedurestap is voor de

5.6.2 Het mestbeleid in 2000

Commissie België voor het Europees Gerechtshof

Eind februari 2000 keurde het Vlaams Parlement de

kan dagen, zijn er vooral problemen met de

wijzigingen aan het mestdecreet goed waardoor

beperkte afbakening van de kwetsbare gebieden

MAP 2bis van start kon gaan. MAP 2bis is de opvol-

door Vlaanderen. De Nitraatrichtlijn schrijft voor dat

ger van MAP 2 dat eind april 1999 door het

gebieden waar te hoge nitraatconcentraties in op-

Vlaamse Parlement werd goedgekeurd. Bij de

pervlakte- of grondwater voorkomen of zouden

goedkeuring in het Vlaams Parlement van MAP 2 -

kunnen voorkomen indien maatregelen achterwege

een wijziging aan het mestdecreet - werd decretaal

blijven, als kwetsbaar moeten worden afgebakend.

Tabel 5.18: Hoeveelheid te verwerken mest in 2000 in kg N en in kg P2O5 Antwerpen VL-Brabant W-Vlaanderen O-Vlaanderen Limburg verwerkingsplichtige bedrijven (koepels in 2000) hoeveelheid in kg P2O5 hoeveelhied N P2O5 uit varkensmest P2O5 uit pluimveemest P2O5 uit runderenmest inrichtingen met statuut verwerkingsplicht in 2000 bedrijven met statuut verwerkingsplicht in 2000

144 520.000 830.000 240.000 230.000 50.000 709 495

0 0 0 0 0 0 48 28

206 1.000.000 1.810.000 620.000 350.000 30.000 1.232 759

91 220.000 400.000 140.000 70.000 10.000 492 347

Totaal

20 461 70.000 1.810.000 120.000 3.160.000 50.000 1.050.000 20.000 670.000 0 90.000 179 2.660 121 1.750

65


Tabel 5.19 : Hoeveelheid mest die effectief diende verwerkt te worden in 2000 en totaal vergunde capaciteit op 1 december 2000 Hoeveelheid mest die effectief diende verwerkt te worden in 2000 (ton mest)

Totaal vergunde capaciteit op 1 december 2000 (ton mest)

230 000 35 000 40 000

288 900 519 700 40 150

varkens pluimvee rundvee

Ondanks de slechte meetresultaten, heeft Vlaande-

verwerking houdt. Toch werden in 2000 geen

ren slechts 15% van zijn landbouwoppervlakte als

grootschalige mestverwerkingsinstallaties op-

kwetsbaar aangeduid.

gestart wat een serieuze beperking legt op de haalbaarheid van de vermestingsdoelstellingen.

In MAP 2bis worden de bemestingsnormen gefa-

De milieuvergunningsaanvragen voor kleinschali-

seerd tot 2003 aangescherpt. Daarnaast wordt de

ge installaties zijn zeer beperkt.

nitraatresiduwaarde ingevoerd. Het principe is dat van de toegediende stikstofbemesting in het voor-

Tenslotte worden verschillende systemen van nutri-

jaar, een gedeelte door de planten wordt opgeno-

ëntenbalansen voorzien. Een nutriëntenbalans

men en dat de hoeveelheid stikstof na de oogst (de

geeft weer hoeveel nutriënten door een bepaald

nitraatresiduwaarde) overeen moet komen met de

bedrijf (of perceel of dier) gebruikt worden en hoe-

doelstelling om maximaal 50 mg nitraat per liter

veel er het bedrijf (perceel, dier) weer verlaten.

grond- en oppervlaktewater te behalen. Verder

Een gedeelte van MAP 2bis kan worden ingevuld

wetenschappelijk onderzoek zal tegen 2002 moe-

door een milieubeleidsovereenkomst tussen de

ten uitwijzen hoe deze doelstelling in een perceels-

overheid en representatieve organisaties.

gewijze controleerbare norm kan vertaald worden en of deze waarde voldoende is om de eutrofiëring

Flankerend beleid

van grond- en oppervlaktewater tegen te gaan.

Naast de bepalingen van het mestdecreet wordt ook nog een flankerend beleid opgestart. In het

Mestverwerking wordt als oplossing naar voor

kader van het Programma Plattelandsontwikkeling

geschoven

Vlaanderen, dat in oktober door de Europese

Er wordt een tijdelijke maar absolute uitbreidings-

Commissie is goedgekeurd, worden vergoedingen

stop (nutriëntenhalte) van de veestapel ingevoerd:

voorzien voor landbouwers in kwetsbare gebieden

tot 2005 kunnen geen milieuvergunningen voor

die beheersovereenkomsten afsluiten. Een ontwerp-

bijkomende dieren worden verleend. Alle hoop

decreet tot vrijwillige, volledige en definitieve stop-

wordt gezet op mestverwerkingstechnieken die

zetting van de productie van alle dierlijke mest,

dierlijke mest omzetten tot exporteerbare produc-

afkomstig van één of meer diersoorten werd voor

ten en onschadelijke emissies. De verantwoorde-

advies naar SERV en MiNa-Raad gestuurd. Het

lijkheid voor de bouw en de financiering van deze

meetnet oppervlaktewaterkwaliteit van de Vlaamse

installaties wordt volledig gelegd bij de land-

Milieumaatschappij wordt uitgebreid met 260 pun-

bouwsector zelf, de overheid geeft de milieukun-

ten. Deze nieuwe meetpunten zijn zodanig gekozen

dige en ruimtelijke randvoorwaarden aan. In over-

dat met zekerheid kan worden gesteld dat de vast-

leg met de minister voor Ruimtelijke Ordening

gestelde nitraatverontreiniging exclusief van land-

werd een ruimtelijk afwegingskader opgesteld

bouwactiviteiten afkomstig is. Een gelijkaardig

voor de inplanting van mestverwerkingsinstal-

meetnet voor grondwater is in voorbereiding.

laties. De milieuvergunningsvoorwaarden waaraan deze initiatieven moeten voldoen zijn duidelijk

Tengevolge van de decreetwijzigingen dienden

vastgelegd in VLAREM II. In het mestdecreet zijn

ook alle (15) bestaande besluiten bij het mestde-

superheffingen en administratieve geldboeten

creet te worden herzien. Er werden acht nieuwe

voorzien voor wie zich niet aan de verplichte mest-

besluiten uitgevaardigd in 2000.


Een studie om de nitraatuitspoeling van landbouw-

Om bovenstaande redenen wordt er in het actieplan

gronden te bepalen werd in 2000 uitbesteed.

heel nadrukkelijk voor gekozen om bij de imple-

Bedoeling van dit onderzoek is het verkrijgen van

mentatie van maatregelen te starten met de

een kwalitatief en kwantitatief inzicht in de stikstof-

mestaanwending. Tegelijkertijd met het invoeren

cyclus en in de bewegingen van stikstof in de bo-

van mestaanwendingsmaatregelen zullen de toege-

dem en het ondiepe grondwater, zowel horizontaal

stane bemestingshoeveelheden gereduceerd wor-

als verticaal. De verschillende processen die stik-

den om afwenteling van de nadelige effecten van

stof ondergaat dienen gevolgd en gekwantificeerd

stikstof naar andere milieucompartimenten tot een

te worden. De uitspoeling van stikstof uit de bodem

minimum te beperken. Dit werd in 2000 opgestart.

dient te worden bestudeerd en het transport van stikstof door het oppervlakkig grondwater naar het

Gelet op het feit dat er nog vrijwel geen perspec-

oppervlaktewater moet worden opgevolgd. Moge-

tiefvolle emissie-arme huisvestingsystemen in

lijke omzettingen van stikstof tijdens dit transport

Vlaanderen gebouwd zijn (met uitzondering van de

moeten worden bepaald. De relatie tussen stikstof-

legpluimveehouderij) is het ammoniakbeleid op dit

bemesting en stikstofresidu enerzijds en stikstof-

deelterrein de eerstkomende jaren (vanaf 2001)

residu en stikstofconcentraties in grond- en opper-

gericht op het stimuleren van de toepassing ervan.

vlaktewater zijn belangrijk onderzoeksobjecten. Deze studie loopt over de periode 2000-2002.

Op het deelterrein veevoeding zal op basis van de geringere kosteneffectiviteit van een sterke stik-

Verder was de Mestbank nauw betrokken bij de

stofgehalteverlaging in het mengvoer in het kader

opmaak van het Milieurapport 2000 (MIRA-S),

van het ammoniakreductiebeleid gestreefd wor-

hoofdstukken landbouw en vermesting, en bij de

den naar een zoveel mogelijk kostenneutrale aan-

opmaak van het Milieubeleidsplan 2002-2007.

passing van het stikstofgehalte in het mengvoer voor de niet-grondgebonden veehouderij en van

Het ammoniakreductieplan

de samenstelling van het totale rantsoen voor de

In het kader van het milieubeleidsplan (actie 21)

grondgebonden veehouderij.

werd een actieprogramma opgesteld met initiatieven

Mestverwerking is voor de sector niet alleen be-

en acties voor de aanpak van de voornaamste

langrijk voor de aanpak van het mestoverschot (ver-

emissiestadia van ammoniak binnen de veeteelt-

mits er nauwelijks andere alternatieven zijn: voeder-

sector. De uitvoering van deze acties impliceert de

technieken, afbouw van de veestapel), maar kan

uitvoering van het ammoniakreductieplan. Het groot-

ook bijdragen tot een oplossing van het ammo-

ste reducerende effect op de ammoniakemissie

niakemissieprobleem, indien de toegelaten ammo-

wordt bereikt wanneer maatregelen op bedrijfsniveau

niakemissiegrenswaarden voldoende laag zijn. De

worden ingevoerd die ingrijpen op de opeenvolgen-

emissiegrenswaarden in VLAREM moeten voldoen-

de schakels van het agrarisch productiesysteem: de

de duidelijk vastgelegd worden voor ammoniak.

veevoeding (en voederteelt), huisvesting/opslag, mestaanwending (en bemesting) en mestverwerking.

Het gebiedsgericht beleid zal zich concentreren op

De ammoniakbeperkende maatregelen op deze

de grotere verzuringsgevoelige gebieden, waar

deelterreinen vertonen een sterke onderlinge samen-

grote overschrijdingen van de kritische last zijn vast-

hang. Het verminderen van de ammoniakemissie bij

gesteld. In aansluiting op actie 22 (Een algemene

de productie (stal, wei) en de opslag van dierlijke

strategie opstellen om verscherpte maatregelen te

mest leidt in het algemeen tot een grotere hoeveel-

nemen in specifiek verzuringsgevoelige gebieden)

heid ammoniakale stikstof in de mest, die bij het aan-

en actie 23 (Ontwikkeling van een depositiemeetnet

wenden alsnog kan vervluchtigen. Dit betekent dat

verzuring) zal worden onderzocht welke maatregelen

maatregelen op het terrein van de veevoeding en

kunnen genomen worden om de ammoniakdepositie

huisvesting/opslag eerst werkelijk effect hebben

voor de verzuringsgevoelige en kwetsbare gebieden

wanneer ten aanzien van de mestaanwending

te verminderen en hoe deze binnen het huidige

ammoniakbeperkende maatregelen zijn genomen.

natuurbeleid kunnen worden geĂŻmplementeerd.

67


HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 1

OndersteunendLandinrichting centrum GIS-Vlaanderen


6. Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen Geografische informatie is van alle tijden. Eeuwenlang waren kaarten een belangrijk instrument in de historische ontwikkeling tot de actuele staten. Oorspronkelijk werden kaarten benut voor verovering en verdediging van grondgebied. Later werden ze meer en meer aangewend voor beleid, inrichting en beheer van dat grondgebied. Vandaag en morgen vervult geografische informatie een sleutelrol in de optimale planning van een groeiend aantal bodemgebruiken op schaars beschikbare gronden. Kortom zowat alle "grondgebonden materies" vallen vroeg of laat terug op ruimtelijke informatie.

GIS-Vlaanderen is het samenwerkingsverband

begin 2001 effectief met een eerste bijhoudingscy-

voor het optimaal gebruik van geografische infor-

clus gestart wordt. Het inmiddels in huis ontwikkeld

matie in Vlaanderen. De erkenning die het OC

totaal nieuw concept voor grootschalige basiskar-

GIS-Vlaanderen langzaam maar zeker geniet als

tering, met name het Grootschalig Referentie

de motor van het GIS gebeuren in Vlaanderen,

Bestand of kortweg GRB, startte in de loop van

kon er alleen maar komen dankzij een flexibel

2000 met de realisatie van de eerste vier externe

inspelen op de vragen van de buitenwereld.

pilootprojecten. Laakdal, Brasschaat, Sint-Truiden

Dankzij de goedkeuring van een decreet houden-

en Gent-Zuid worden volgens de GRB specificaties

de GIS-Vlaanderen kon dit delicate evenwicht en

in kaart gebracht.

samenspel verder geconsolideerd worden. Om aan de verwachtingen van de partners van het

2. GIS blijft in eerste instantie een kwestie van men-

samenwerkingsverband tegemoet te komen, heeft

sen. GIS implementeren impliceert immers een wij-

het OC GIS-Vlaanderen een weldoordachte aanpak

ziging in de werkmethodes. Het is bekend dat ver-

uitgewerkt die stapsgewijze wordt gerealiseerd:

andering weerstand oproept. Het komt er bijgevolg op aan nauwgezet het implementatieproces voor te

1. De productie en verspreiding van digitale

bereiden en het stapsgewijs, met de juiste begelei-

geografische datasets is het startpunt geweest van

ding en omkadering te introduceren. De GIS imple-

het samenwerkingsverband. Daar zijn in de eerste

mentatieprocedure die voor het eerst door OVAM

werkingsjaren reeds een reeks midden- en klein-

toegepast wordt onder begeleiding van het OC

schalige datasets verspreid, waar in 2000 een aan-

GIS-Vlaanderen, werd in het voorbije jaar verder

tal datasets werden aan toegevoegd en/of geactu-

verfijnd, en in het licht van de implementatie van het

aliseerd. Het jaar 2000 is ook een mijlpaal door de

GRB werden de eerste voorbereidende stappen

afwerking van een eerste grootschalige dataset:

gezet voor een GIS-implementatieprocedure voor

met het in 1999 opgestarte KADSCAN project kon

het gemeentelijk bestuursniveau.

eind 2000 de gebiedsdekking Vlaanderen bereikt

Een aspect in de GIS werking dat snel aan belang

worden. Dit product beantwoordt aan een reĂŤle

wint, betreft de standaardisering, onder meer in

behoefte en is inmiddels voor de gemeenten een

functie van gegevensuitwisseling tussen de part-

referentiebestand voor hun plannen- en vergun-

ners. Met de komst van het KADSCAN product

ningenregister. Van een referentiebestand verwachten

werden enkele nieuwe aanbevelingen aan het stan-

de gebruikers ook een behoorlijke bijhoudings-

daardiserend kader toegevoegd.

strategie. Deze kon samen met de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen

3. Integratie tussen GIS en de Informatie- en

(AKRED) op punt gesteld worden zodat vanaf

Communicatie Technologie (ICT) is een recent inge-

69


zette evolutie, die thans tot volle ontplooiing komt. In

een drietraps planningproces, met een duidelijke

de context van de beleidsprioriteit die de Vlaamse

fasering en de noodzakelijk daaraan verbonden

regering maakt van elektronisch besturen, is het

engagementen om het GIS gebeuren zodanig uit te

belangrijk de nodige aandacht te besteden aan

bouwen dat een efficiënter en effectiever ruimtelijk

deze evolutie. GIS-Vlaanderen vervulde in de voor-

beleid mogelijk wordt.

bije jaren reeds een pioniersrol inzake elektronische

De GIS gebruiker in het algemeen zal ongetwijfeld

loketten. De geo-loketten met de gewestplannen,

snel vruchten plukken van de diverse vormen van

de site recht van voorkoop Natuur en de site geo-

coördinatie die in het decreet ingebouwd zijn. Niet

statistiek ondergingen een migratie naar een twee-

alleen zullen er voortaan duidelijke richtlijnen kun-

de generatie geo-loketten, met verhoogde flexibi-

nen opgesteld worden in verband met het gebruik

liteit, hogere performantie en diepgaander bevra-

van allerlei referentiebestanden als basis voor spe-

gingsmogelijkheden. Bovendien werden digitale

cifieke beleidstaken, maar bovendien biedt het nor-

loketten inzake recht van voorkoop in de wooncode,

meringsinstrument de mogelijkheid om veralge-

onderwijs, cultureel erfgoed en landbouw aan deze

meend standaarden te volgen. Dit komt zonder

reeks toegevoegd. Daarnaast werd ook de metada-

meer de informatieuitwisseling tussen de bestuur-

tabank SPIDI in een nieuw kleedje gestoken, en

niveaus onderling en met de buitenwereld ten

staat de elektronische distributie van geografische

goede, en dit vrij van tijdrovende conversieslagen.

bestanden op enkele weken van de operationaliteit.

Voor de directe partners van het samenwerkingsverband GIS-Vlaanderen zet het decreet de

6.1.

Coördinatie

samenwerkingslusten en –lasten scherper in de verf: responsabilisering van de partners inzake

6.1.1 Beleidsvoorbereiding

beheer en bijhouding van basisbestanden wordt

Na gunstig advies van SERV en Minaraad in 1999,

een "last", veralgemeend beschikking krijgen van

werd het decreet houdende het Geografisch infor-

kwaliteitsvolle en snel en adequaat bijgehouden

matiesysteem Vlaanderen op 17 juli 2000 goedge-

basisbestanden, de daaraan verbonden "lust". Ook

keurd door het Vlaams Parlement (B.S. 02/09/2000).

de kostendelende en –besparende effecten van

Het decreet is een kaderdecreet dat de doelstel-

een decretaal gedragen coördinatie inzake GIS

ling, de organisatie, de planning en werking van

projecten mogen niet onderschat worden: heel wat

het samenwerkingsverband regelt. De verdere

GIS projecten komen mits kleine aanpassingen en

invulling van dit decreet kan nu middels uitvoe-

bijsturingen in aanmerking voor hergebruik op

ringsbesluiten vorm krijgen.

andere ruimtelijke thema's.

Voor de GIS gebruiker binnen de overheid biedt het decreet belangrijke groeikansen: GIS activiteiten

6.1.2 Standaardisering en normering

kunnen voortaan structureel ingebed worden in

Het OC GIS-Vlaanderen pakte in 2000 de problematiek van de ‘interoperabiliteit’ in GIS aan op verschillende vlakken tegelijk. Enerzijds werden directe oplossingen geboden voor data integratie via het vaststellen van uitwisselingsstandaarden in technische aanbevelingen. Daarnaast werden ook een aantal belangrijke Europese (CEN) en internationale (ISO) trends, die pas op lange termijn tot meer ‘interoperabiliteit’ zullen leiden, van zeer nabij gevolgd. Concreet werden in 2000 volgende technische aanbevelingen gepubliceerd: • aanbeveling voor het uitwisselen van kadastrale perceelsidentificatie, reeds in ontwerp opgesteld in 1999, werd thans in een definitieve versie via de website van GIS-Vlaanderen gepubliceerd.


ding van de afdeling Water en met middelen van de Milieu Info Stuurgroep wordt thans een beheersysteem technisch uitgewerkt teneinde de actualisatie in goede banen te leiden. In de loop van 2000 is het beheersysteem ontwikkeld op basis van internettechnologie. Deze applicatie is inmiddels operationeel en de laatste hand wordt gelegd aan de afspraken inzake de aanvullingsfaciliteiten via de Vlaamse provincies. In 2000 is tevens de productie van de overzichts-cd-rom met de bestanden van de Vlaamse Hydrografische Atlas gerealiseerd, en verdeeld onder de partners. • aanbeveling voor de digitale uitwisseling van con-

6.2.1.2 Zwart/wit orthofotoplans

touren van het Plannenregister:

Bij het NGI werd in 1999 een nieuwe set van zwart-

in het kader van de invulling van de uitvoeringsbe-

wit orthofoto’s van Vlaanderen aangekocht. Hierbij

sluiten van het nieuwe decreet op de ruimtelijke

werd, naar analogie met de eerste reeks, het ver-

ordening heeft AROHM, in samenwerking met het

deelrecht verworven voor de verspreiding van de

OC GIS-Vlaanderen een aanbeveling geformuleerd

bestanden binnen GIS-Vlaanderen. De opnames

ten behoeve van de opmaak van vergunningen- en

van West-Vlaanderen en een deel van Oost-

plannenregisters. Zodoende zal de opmaak, over-

Vlaanderen dateren van april 1997, die van Zuid-

dracht en uitwisseling van digitale data m.b.t. het

Limburg van 1998 en het overige deel van

plannenregister kunnen geharmoniseerd worden.

Vlaanderen is in 1999 opgenomen.

• aanbeveling voor de opmaak en uitwisseling van

De zwart-wit orthofoto’s vormen een deel van de

digitale plannen van het Plannenregister in raster-

middenschalige basisbestanden. Dankzij de

formaat: een tweede aanbeveling in samenwerking

betere kwaliteit en de recentere luchtopname kan

met AROHM, waarin de specificaties vastgesteld

het werkelijk bodemgebruik beter geïnterpreteerd

worden waardoor ook de uitwisseling van de eigen-

worden. Deze reeks cd-roms kon in 2000 aan de

lijke planbestanden geharmoniseerd kan worden.

partners van het samenwerkingsverband verdeeld worden.

6.2.

Geodata 6.2.1.3 Streetnet: huisnummerbereik en verkeers-

6.2.1 Middenschalig

attributen

6.2.1.1 Vlaamse hydrografische atlas

GIS-Vlaanderen heeft twee nieuwe uitbreidingen,

In 1999 werd onder coördinatie van het OC GIS-

gekoppeld aan StreetNet Vector, het middenschalig

Vlaanderen een samenwerking opgezet tussen de

skeletbestand, aangeschaft. De twee nieuwe uit-

afdeling Water van AMINAL, AWZ, VMM en de

breidingen zijn de huisnummerbereiken en de ver-

Vlaamse Provincies met als doel een zgn. gedistri-

keersattributen. Het bestand met de huisnummer-

bueerd beheersysteem voor het Waterlopenbe-

bereiken geeft informatie over de huisnummers en

stand van de Vlaamse Hydrografische Atlas te rea-

de huisnummerstructuur per weglijn. Deze informa-

liseren. Aan de verschillende partners van deze

tie laat een benaderende lokalisatie van adressen

samenwerking werd de mogelijkheid geboden om,

toe. De verkeersversie van StreetNet bevat voor elke

elk vanuit zijn bevoegdheid, aanpassingen aan het

weglijn de verkeersbeperking per type voertuig, de

waterlopenbestand uit te voeren, die vervolgens in

toegankelijkheid van een straat en een aantal bij-

een gecentraliseerde databank werden opgesla-

zondere beperkingen. Beide uitbreidingen van

gen. Deze centrale databank bevat dus de meest

StreetNet kunnen aan gebruikers van StreetNet

actuele informatie m.b.t. de onbevaarbare en

Vector op aanvraag ter beschikking worden

bevaarbare waterlopen in Vlaanderen. Onder lei-

gesteld, tegen voordelige prijs.

71


6.2.1.4 Andere middenschalige bestanden • Voor de bodemkaart werd een eenduidig bestand afgewerkt. Het betreft een getrouwe digitale weergave van de analoge bodemkaarten van Vlaanderen op schaal 1/20.000, d.w.z. alle lijnen van de analoge bodemkaart moeten digitaal voorkomen en de polygonen worden gecodeerd volgens substraat, textuur, drainage, profielontwikkeling, variante, fase en landbouwstreek. Ook voor de ingewikkelde problematiek van de legende, werd op basis van de resultaten van een studie, uitbesteed aan het Laboratorium voor Bodemkunde, Vakgroep Geologie en Bodemkunde van de R.U.Gent, thans een oplossing geformuleerd,

gemeente gegroepeerd en op cd-rom geplaatst,

zodat dit bestand begin 2001 als OC GIS-Vlaanderen

om vervolgens te verdelen naar de partners van

informatieproduct zal kunnen verdeeld worden.

GIS-Vlaanderen. Eind 2000 was de gebiedsdek-

• De nieuwe topografische kaart 1/10.000 werd

king voor Vlaanderen een feit. Op de cd-rom

eind 2000 door het NGI aan het OC GIS-

komen de kadastrale plans onder geoTIFF formaat,

Vlaanderen geleverd, zodat ook hier de voorberei-

een puntenbestand met de perceelsidentificatie en

dingen voor verdere distributie konden aangevat

een digitale index van de ligging van de kadastra-

worden. Uiteraard betreft het voorlopig slechts +/-

le perceelplans.

40% van het Vlaamse grondgebied, overeenkomstig de stand van zaken bij het NGI.

6.2.2.2 Grootschalig Referentie Bestand (GRB)

• Het grotendeels in 1999 gerealiseerde bestand

Het OC GIS-Vlaanderen heeft het afgelopen jaar

met de contouren van de gemeentelijke Plannen

belangrijke inspanningen geleverd bij haar zoek-

van Aanleg, werd in het voorjaar 2000 als geo-infor-

tocht naar een structurele oplossing voor de groot-

matieproduct verspreid onder de partners van het

schalige problematiek in Vlaanderen. Eén van de

samenwerkingsverband.

cruciale aspecten hierbij was de ontwikkeling van de gegevensinhoud en de datastructuur voor de

6.2.2 Grootschalig

opslag en de exploitatie van de betrokken gege-

6.2.2.1 KADSCAN

vens. De resultaten voor dit onderdeel zijn vastge-

In overleg met de Administratie van het Kadaster

legd in een conceptueel GRB model. Dit model

werd begin 1999 van start gegaan met het KAD-

vormt de uitgangsbasis voor de vier pilootprojecten

SCAN project dat 3 aanmaakfasen omvat: het scan-

die in 2000 in uitvoering gingen: Laakdal,

nen, het georefereren en het voorzien van de per-

Brasschaat, Sint-Truiden en Gent-Zuid. Het OC

ceelsidentificatie. Na de scanfase en aanzet van

GIS-Vlaanderen voltooide ook de invulling van de

georeferering in 1999, werd in de loop van 2000 de

randvoorwaarden voor grootschalige kartering en

positionering van de kadastrale perceelplans vol-

de publicatie van aangepaste en gedetailleerde

gens het Lambert 72/50 coördinatenstelsel verder

documentatie voor alle deelaspecten van het GRB.

afgewerkt, waardoor overleg met andere geodata-

Elk project met een looptijd van ca. één jaar kent

bestanden van het OC GIS-Vlaanderen mogelijk

drie fasen:

werd. Ook de fase van de koppeling tussen gra-

1. in de voorbereidende fase wordt het fotomate-

fisch gegeven en alfanumerische databank, mid-

riaal verwerkt; dit omvat de blokvereffening, aan-

dels vectoriële perceelidentificatiepunten, op basis

maak van een digitaal hoogtemodel en een ortho-

van een subset van de kadastrale legger, werd vol-

fotobedekking.

ledig afgewerkt, en aan een kwaliteitscontrole

2. deze activiteiten overlappen deels met een orga-

onderworpen. Probleemgevallen worden gemeld

nisatiefase waarin de fotorestitutie en terrestrische

aan de Administratie van het Kadaster.

kartering onder begeleiding en toezicht van het OC

Stelselmatig werden de KADSCAN bestanden per

GIS-Vlaanderen bij de aannemer worden opgezet.


3. tenslotte wordt de eigenlijke productie van de

de GRB-databank zodat de recuperatie en, op lan-

GRB-gegevens volledig in handen van de uitvoer-

gere termijn, ook de bijhouding van de gegevens

der gegeven.

kan gewaarborgd worden. Dit moet verhinderen

Diverse administraties en instellingen spelen in op

dat thematische gegevens die op de kaarten wer-

de opportuniteiten die een GRB pilootproject bie-

den ingebracht, zoals bij leidingregistratie, door

den. Zo stelt het Departement Leefmilieu en In-

deze bijhouding zouden verloren gaan.

frastructuur reeds al haar grootschalige gegevens

Het bestek skeletmeting richt zich enkel op de ge-

van het pilootgebied Laakdal ter beschikking en

meenschappelijke topografische referentie die bij

past Aquafin NV er haar planning aan om een

iedere opmeting aan bod komt. M.a.w. op de ele-

inventarisatie

Nationaal

menten die enerzijds in het GRB-concept opgeno-

Geografisch Instituut (NGI) werkt samen om expe-

men zijn en die anderzijds via terrestrische

rimenten en praktijkervaringen met het gebruik

opmeettechnieken worden gekarteerd. Vanuit dit

van RTK-GPS (Real Time Kinematic Global

uitgangspunt wordt met zes aandachtspunten

Positioning System) op te doen en met AKRED

rekening gehouden:

worden de verschillende opties voor de moderni-

• de gemeenschappelijke topografische referentie

sering en de bijhouding van het kadastraal per-

• de gemeenschappelijke basisinhoud

ceelplan onderzocht.

• de gemeenschappelijke kaartstructuur voor de

uit

te

voeren.

Het

Bij Sint-Truiden wordt ook rekening gehouden met

basisinhoud

de Interelectrakaart die ter beschikking van de uit-

• een uniforme kwaliteitscontrole

voerder staat. Voor de vier pilootprojecten verzorgt

• de rapportage van de meting

het OC GIS-Vlaanderen de grondslag (GPS-refe-

• de documentatie.

rentiestations en transformatieparameters) alsook

Eind 2000 werden in zes gemeenten (Ruiselede,

de voorbereiding van de referentiegegevens

Meulebeke, Tielt, Wingene, Dessel, Zoutleeuw)

(wegennet, straatnamen en waterlopen).

veldproeven volgens deze specificaties opgestart

Deze vier pilootprojecten brengen de GRB trein

in samenwerking met Electrabel Distributie

ontegensprekelijk op gang. Verwacht wordt dat de

Vlaanderen.

ervaringen en lessen die hierbij worden opgedaan GIS-Vlaanderen in staat zullen stellen om de

6.2.3 Datadistributie

technische, organisatorische en financiële aspec-

Momenteel beschikt het OC GIS-Vlaanderen over

ten van het GRB te kennen tegen eind 2001. Op

een 35-tal veel gevraagde GIS-bestanden, ge-

basis van deze conclusies kan de Vlaamse rege-

biedsdekkend voor Vlaanderen. Het betreft zowel

ring middels GIS-Vlaanderen de modaliteiten voor

basisbestanden als themabestanden en dit op klein-

een operationele fase vastleggen. De structurele

en middenschalig schaalniveau. Bepaalde be-

oplossing van het grootschalige vraagstuk wordt

standen werden nieuw aangemaakt, andere beston-

dan een feit.

den reeds, doch werden voor ruime verspreiding (cd-rom, diverse GIS-formaten) klaar gemaakt.

6.2.2.3 GRB skeletmeting

Een belangrijk aspect van distributie is de bekend-

In de loop van 2000 is ook het opstellen van een

making van de beschikbaarheid. Die gebeurt via

typebestek voor terrestrische opmetingen aange-

de web-site (http://www.gisvlaanderen.be), via de

vat. Dit project kreeg de naam 'skeletbestek' omdat

metadatabank SPIDI, via de nieuwsbrief GIS-

het zich exclusief naar het topografisch skelet richt.

Vlaanderen en/of via briefwisseling.

Het skeletbestek behandelt de opmetingen die

Alvorens de data binnen GIS-Vlaanderen verdeeld

moeten gebeuren in zones waar niet onmiddellijk

worden, wordt eerst een kwaliteitscontrole uitge-

een GRB-databank wordt verwacht. Het bestek

voerd. Het betreft een controle op volledigheid, een

richt zich op de zuivere terrestrische activiteiten

controle op consistentie en een controle op nauw-

zoals de basiskaarten van nutsbedrijven, ‘as built’

keurigheid.

plans van werven. Het bestek wil de uitgevoerde

De modaliteiten voor dataverstrekking behelzen

terrestrische opmetingen compatibel maken met

kostprijs, gebruiksvoorwaarden en de algemeen

73


geldende principes binnen GIS-Vlaanderen. Voor

gens categorie. Deze vorm van gestuurde opzoe-

de kostprijs wordt gewerkt met een kostenverreke-

king is ook terug te vinden bij het zoeken op

ningsmodel dat rekening houdt met de data (pro-

begrenzing: afhankelijk van de soort begrenzing

ducent, aard en kostprijs) en de klant (type orga-

verschijnt een aangepast lijstje met provincie- of

nisatie). De gebruiksvoorwaarden worden vastge-

gemeentegrenzen. Ook zijn de invoerlijnen nu niet

legd in een registratieformulier.

langer situatie gebonden.

Een derde belangrijk aspect van datadistributie

Daarnaast kreeg SPIDI een nieuw ontwerp dat ook

betreft de uitwisselbaarheid van de data.

de navigatie doorheen de applicatie gemakkelijker

Bij het uitbrengen van een OC-informatieproduct

maakt.

wordt rekening gehouden met de meest courante

SPIDI is bereikbaar op http://www.gisvlaanderen.be.

uitwisselingsformaten en de uniformiteit. Dit laatste

De metadatabank kan door iedereen vrij worden

geldt voor de drager: cd-rom, diskette, uitwissel-

geraadpleegd, enkel wie data wil invoeren of wijzi-

ingsformaten, begeleidende documenten, begelei-

gen moet zich registreren. Iedereen die over eigen

dende applicaties en structuur. Op dat vlak is in

geografische data beschikt komt in aanmerking om

2000 ook een convertor ontwikkeld waardoor voor-

metadata in SPIDI in te voeren.

taan de bestandsformaten van het STAR GIS-pakket kunnen ondersteund worden.

6.3.2 On-line datadistributie GIRAF

Volgens deze modaliteiten werden in 2000 meer

In 2000 is het nieuwe on-line distributie instrument

dan 2000 dataverstrekkingen gerealiseerd.

GIRAF ontwikkeld. GIRAF (Geographical Information Retrieval Application for Flanders) is een op Internet

6.3.

Elektronische dienstverlening

gebaseerde applicatie ter vervanging van de huidige semi-automatische procedure voor het verstrek-

6.3.1 Metadata SPIDI

ken van datasets aan klanten (organisaties). Deze

SPIDI (SPatial Information DIrectory) de metadata-

software moet in de toekomst een organisatie helpen

bank van GIS-Vlaanderen is grondig vernieuwd.

bij het zoeken van de verstrekkingsmodaliteiten en

Als één van de eerste internet-applicaties in

het effectief bestellen van dataset(s). Op basis van

Vlaanderen ging SPIDI begin 1998 on-line. Na drie

een jaarlijks abonnement krijgen één of meerdere

jaar dienst werd het dringend tijd om de applicatie

gebruikers binnen de organisatie toegang (FTP-

en de databank wat bij te werken.

GIRAF) tot de bestelde digitale geografische gege-

De verbeteringen situeren zich op het vlak van res-

vens, alsook tot de eventuele digitale bijwerkingen

ponstijd en de gebruiksvriendelijkheid: de data-

en toevoegingen (symboliek, metadata, …) of ont-

bank is geoptimaliseerd en de bevraging is een-

vangt de organisatie zelf de gegevens op cd-rom(s).

voudiger geworden. De gebruiker kan naast zoe-

Daarnaast voorziet GIRAF ook een communicatieka-

ken op trefwoord en begrenzing nu ook zoeken vol-

naal om de beschikbaarheid van nieuwe datasets, actualisaties of toevoegingen aan de klanten en interne gebruikers kenbaar te maken. De ontwikkeling van de applicatie is eind 2000 afgerond. De onderliggende geografische databank wordt in de eerste helft van 2001 uitgebouwd. Het OC GIS-Vlaanderen streeft ernaar om GIRAF in het voorjaar van 2001 op de website online te plaatsen.

6.3.3 Digitale loketten Geo-Vlaanderen Het on-line ter beschikking stellen van enerzijds zogenaamde beleidsgerelateerde geodata en anderzijds de uitbouw van geïntegreerde bestanden gekoppeld aan een centraal bevragingssysteem in


digitale loketten op het Internet biedt heel wat

Monumenten en Landschappen (M&L) en het OC

mogelijkheden voor zowel het ministerie van de

GIS-Vlaanderen (Opbouw van een informatie-

Vlaamse Gemeenschap, de VOI’s, wetenschappe-

systeem ‘beschermd cultureel patrimonium’ in het

lijke instellingen, provincies, gemeenten, bedrijven,

Vlaamse Gewest), werd de aflevering van drie eind-

enz., alsook de burger. Ook thematische geodata,

producten voorbereid om aan de hoger beschreven

beheerd door de overheid, kunnen deel uitmaken

vraag te helpen voldoen:

van deze geosite (vb. de bodemkaart, stratenatlas

• een relationele databank met alfanumerische en

van Vlaanderen, de biologische waarderingskaart).

geografische (X,Y coördinaten) beleidsdata van

Na de initiële implementatie van digitale gewest-

beschermde landschappen, dorps- en stadsge-

plannen, recht van voorkoop Natuur en Basiskaart

zichten met een voldoende grote oppervlakte op

Vlaanderen, werd in 2000 gewerkt aan de loketten

middenschalig niveau;

Mestdecreet - De MAPlaag (balie Landbouw), On-

• informatieverstrekking naar de ambtenaar via een

derwijsaanbod in Vlaanderen (balie Onderwijs) en

koppeling van een informatiesysteem (Arcview) en

Beschermde landschappen in Vlaanderen (balie

de MELANIE databank (Monumenten En LAnd-

Cultureel Erfgoed). Dankzij de tweede generatie geo-loketten worden

schappen iNformatiE systeem); • informatieverstrekking naar de burger (geo-loket).

nieuwe zoekfunctionaliteiten op de alfa-numerische nistratie wordt het ook mogelijk, via de in de inter-

6.4.2 Introductie van GIS in de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij

net browser geïntegreerde java-applet, nieuwe

Binnen de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij

data en wijzigingen on-line door te voeren zodat

(VHM) bestond reeds enige tijd het besef dat het

men via het centrale geo-loket steeds toegang

gebruik van een Geografisch Informatie Systeem

heeft tot de meest actuele beschikbare informatie.

een meerwaarde zou kunnen leveren bij het evalu-

Met dit project beschikt de Vlaamse Overheid over

eren en implementeren van huisvestingsprojecten

een primeur inzake geo-informatie naar de burger.

en bij het beheer van haar patrimonium.

In 2000 werden ook de ontwikkelingen gerealiseerd

Binnen dit kader werd in samenwerking met het OC

voor de geo-loketten boskartering, en meetpunten

GIS-Vlaanderen een project uitgewerkt met het oog

(Milieu Info Stuurgroep), opdat deze begin 2001

op de introductie van een GIS. Dit project werd in

zouden kunnen on-line geplaatst worden.

het begin van 2000 afgewerkt en heeft geleid tot

Een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van

een intense samenwerking tussen de VHM en GIS

geo-loketten betrof het on-line brengen van de ver-

Vlaanderen. Binnen dit project is medio 2000 een

kiezingsresultaten. Met het geo-loket verkiezingen

website gepresenteerd waarbij de gebruiker via

bewees het OC GIS-Vlaanderen in staat te zijn op

het Internet in staat is op een geografische manier

korte termijn digitale loketten operationeel te

op te zoeken of een pand of stuk vastgoed onder-

maken, en bovendien stand te houden tijdens de

worpen is aan het recht van voorkoop volgens de

piekuren op 8 oktober 2000 en de daaropvolgende

Vlaamse Wooncode.

data mogelijk gemaakt. Vanuit de betrokken admi-

drukke consultatiedagen (15.000 unieke bezoekers of 1,5 miljoen hits op 2 dagen).

6.4.3 Digitaal Hoogte Model Vlaanderen Het OC GIS-Vlaanderen beschikt momenteel over

6.4.

Projecten voor partners

een Digitaal Hoogte Model (DHM) van Vlaanderen, geproduceerd door het NGI en aangemaakt op

6.4.1 Beschermd cultureel historisch patrimonium

basis van hoogtelijnen op topokaarten 1/50.000.

Om het cultuurhistorisch beleid van monumenten-

toepassingen waaronder integraal waterbeheer

en landschapszorg verder te kunnen onderbouwen

duidelijk te beperkt, vandaar de vraag naar een

is er nood aan digitale objectgeoriënteerde beleids-

nieuw gedetailleerder gebiedsdekkend DHM.

gegevens op kadastraal niveau. Binnen het kader

Als voorbereidende fase werd op basis van een

van het samenwerkingsverband tussen de Afdeling

samenwerking tussen AWZ, AMINAL, VITO en het

De nauwkeurigheid van dit bestand is voor vele

75


6.4.5 GIS acties voor gemeenten Het OC GIS-Vlaanderen heeft, in samenwerking met de provincies Vlaams-Brabant en Limburg, een brochure samengesteld voor gemeenten die willen starten met of uitbouwen van een geografische databank. Er worden tien tips gegeven voor het opzetten en toepassen van een gemeentelijk GIS. Deze brochure werd naar alle Vlaamse gemeenten gestuurd. Op vraag van de partners van GIS-Vlaanderen werd een aanzet gegeven om verdere gerichte GIS-acties voor gemeenten te kunnen uitbouwen. In 38 gemeenten werd een infosessie annex vragenronde georganiseerd rond de GIS-problematiek. De besluiten van dit onderzoek werden in een rapport neergeschreven dat in 2001 zal vertaald worden naar concrete acties. OC GIS-Vlaanderen een standaard DHM-bestek

worden:

6.4.6 Onderzoekproject: Inventarisatie onbebouwde oppervlakken door middel van zeer hoge resolutie satellietbeelden

Netebekken, Demerbekken, de Rupel-, Schelde- en

Het project, gecoördineerd door het OC GIS-

Leievallei evenals de omgeving van Brugge stad.

Vlaanderen, wordt uitgevoerd in het kader van

De totale oppervlakte van dit te karteren gebied is

het TELSAT-programma en is een initiatief om

508.389 ha. Per geografisch gebied wordt, in per-

het verzamelen van informatie ten behoeve van

celen, een onderscheid gemaakt tussen stedelijke

het

kernen en landelijk gebied. Het bestek bepaalt

Vlaanderen te optimaliseren. De hoofddoelstel-

specificaties waaraan het eindproduct zal moeten

ling van dit project is het op punt stellen van een

voldoen, maar laat vrije keuze inzake methodolo-

alternatieve methode uitgaande van satelliet-

gie. De fotogrammetrische methode is geschikt

teledetectie op basis van zeer hoge resolutie

voor stedelijk gebied terwijl laserscanning voldoet

beelden (IKONOS), die moet resulteren in een

in landelijk gebied.

bruikbare en nauwkeurige inventarisatie van

samengesteld en gepubliceerd. Op basis van dit bestek zal in 2001 de aanmaak van een DHM van de

volgende

gebieden

uitgevoerd

beleid

inzake

ruimtelijke

ordening

in

bebouwde en onbebouwde oppervlakten. Het

6.4.4 Project boskartering

onderzoek naar de nieuwe methodologie wordt

In het kader van de actualisering van de bos-

uitgevoerd door twee wetenschappelijke part-

statistieken voerde het OC GIS-Vlaanderen in

ners nl. de Vrije Universiteit van Brussel en de

opdracht van de afdeling Bos en Groen van het

Universiteit van Luik. De Vlaamse Landmaat-

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een

schappij, de Administratie voor Ruimtelijke

project uit met als doelstellingen:

Ordening, Huisvesting en Monumenten en

• opstellen van een actualisatiemethodologie

Landschappen, en de Dienst Stedenbouw en

• realisatie van de eigenlijke actualisatie

Ruimtelijke Planning van de Stad Gent zijn de

• integratie van de bosreferentielaag in de gege-

thematische partners in het project. Zij staan in

vensstructuur van de afdeling Bos en Groen.

voor het begeleiden van de sectoriële (ruimtelijk

In 2000 werd de tweede fase van dit project afge-

beleid) toepassing van de methodologie, en

werkt, met name is de verdere verwerking van de

beogen daarmee allen de tijdrovende inventari-

terreingegevens gebeurd, en is de perimeter en de

satieprocedures te optimaliseren. Concreet wor-

informatie over de domeinbossen gedigitaliseerd

den, als pilootstudies, de gebieden van de ste-

en geïntegreerd in de bosreferentielaag.

den Gent en Hasselt geïnventariseerd.


6.5.

Communicatie

sessies over de algemene werking en structuur van GIS-Vlaanderen en het OC GIS-Vlaanderen in het

6.5.1 Documentatiecentrum

bijzonder, informatievergaderingen voor (potentië-

Om een permanent overzicht van de technologi-

le) partners voor Geo-Vlaanderen, opleiding SPIDI

sche en marktontwikkelingen te kunnen hebben en

(zowel voor raadplegers als invoerders van geogra-

om gebruikersvragen te kunnen beantwoorden, is

fische data). Een groot deel van de informatieses-

een documentatiecentrum met betrekking tot GIS

sies in 2000 had betrekking op toelichtingen voor

van groot belang. In het documentatiecentrum, dat

het GRB en toelichting rond KADSCAN en zijn

publiek toegankelijk is, wordt informatie m.b.t. alle

gebruikstoepassingen.

aspecten van GIS bijeen gebracht. De werken worden geklasseerd volgens het VUBIS-systeem wat

6.5.4 Internetsite

de toegankelijkheid (ook via Internet) gemakkelijker

In 2000 werd opnieuw veel aandacht besteed aan

maakt. Vanuit de Internet site van het OC GIS-

het actueel houden van de site (2 maal per

Vlaanderen is een toegang voorzien naar de VUBIS

maand). Gemiddeld waren er in 2000 dagelijks een

web-site zodat men via Internet steeds kan nagaan

450-tal bezoekers, exclusief de piekdagen van het

welke boeken in het documentatiecentrum aanwe-

geo-loket verkiezingen. Vooral Geo-Vlaanderen

zig zijn. In 2000 werden enkele tientallen boeken

werd druk geconsulteerd.

en/of cd-roms aangeschaft.

6.5.2 Nieuwsbrief Via de nieuwsbrief GIS-Vlaanderen informeert het OC GIS-Vlaanderen alle huidige en potentiële GISgebruikers in Vlaanderen over GIS-Vlaanderen. De GIS-projecten van het OC GIS-Vlaanderen worden er uitvoerig in toegelicht. In 2000 verschenen 3 nieuwsbrieven met relevante GIS-informatie. De centrale thema’s waren: Interbestuurlijke uitwisseling van geodata, GISVlaanderen decretaal verankerd en Geo-Vlaanderen, kruispuntsite voor geografische informatie op Internet.

6.5.3 Informatiesessies Het promoten van het GIS-gebruik binnen de overheid is buitengewoon belangrijk. De bedoeling van de informatiesessies is om door communicatie en informatiedoorstroming

de

missie

van

GIS-

Vlaanderen uit te dragen en zo een draagvlak te creëren voor het samenwerkingsverband GISVlaanderen. Het OC GIS-Vlaanderen speelde hier ook in 2000 een stuwende en stimulerende rol. Een aantal informatiesessies werd georganiseerd voor de partners van GIS-Vlaanderen (VHM, LIN, provincies) alsook voor federale instellingen (NMBS, AKRED, NGI) hogescholen en universiteiten, intercommunales, Flagis, gemeenten, nutsbedrijven, landmeters, Vereniging van Licentiaten in het Notariaat en aannemers. Het betrof informatie-

77


HOOFDSTUK 7

Financiële resultaten

7.1. De definitieve begroting De definitieve begroting 2000 ziet er als volgt uit:

I. UITGAVEN 1. Uitgaven voor werking 2. Investeringsuitgaven 3. Projectdotatie Totaal II. INKOMSTEN 1. Overdracht vorige begroting 2. Eigen inkomsten 3. Dotatie vanuit de Vlaamse begroting B.A. 41.41 werking B.A. 61.41 investeringen 4. Dotatie voor afdeling Mestbank vanuit Mina-fonds post 2.3 werking post 3.4 investeringen 5. Dotatie voor OC GIS-VL vanuit Vlaamse begroting B.A. 41.44 werking B.A. 61.44 investeringen B.A. 41.45 dotatie GRB B.A. 41.45 bijkrediet dotatie GRB B.A. 41.46 dotatie bijhouden Kadscan-bestand Totaal

7.2. Ter beschikkingstelling van de middelen uit de begroting

VLM-ZMB

VLM-MB

OC GIS-VL

TOTAAL

929,5 36,2

501,0 29,3

965,7

530,3

50,8 10,6 197,4 258,8

1.481,3 76,1 197,4 1.754,8

82,6 40,4

120,0 15,7

202,6 56,1

806,5 36,2

806,5 36,2 381,0 29,3

965,7

530,3

381,0 29,3 35,1 10,6 99,8

35,1 10,6 99,8

52,6

52,6

45,0 258,8

45,0 1.754,8

7.2.2 Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank (VLM-MB) De Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank,

7.2.1 Vlaamse Landmaatschappij zonder de Mestbank en zonder OC-GIS Vlaanderen (VLM – ZMB – ZOC)

heeft in 2000 alle achterstallen betreffende 1999

De VLM (zonder de afdeling Mestbank en zon-

De Vlaamse Landmaatschappij ontving reeds

der de afdeling OC-GIS-Vlaanderen) heeft in

235,1 miljoen dotatie voor de werking 2000. Een

2000 alle middelen ontvangen die nog betrek-

bedrag van 145,9 miljoen is nog niet ontvangen.

ontvangen.

king hadden op het boekjaar 1999. De dotatie voor de werking 2000 heeft ze eveneens reeds

De investeringstoelage ten bedrage van 26,6 mil-

ontvangen.

joen is reeds verantwoord maar per 31/12/2000 nog niet ontvangen.

De investeringstoelage ten bedrage van 36,2 mil-

78

joen frank werd volledig verantwoord maar nog

In 2000 heeft de VLM 421.148.073 BEF geïnd in het

niet ontvangen.

kader van de heffingen 1998 en 1999. Er werd in


7.3. Financiële resultaten 40

36,2

35

miljoenen bef

De Vlaamse Landmaatschappij sloot het boekjaar

29,3

30

2000 af met een te bestemmen winst van

25

60.338.951 BEF. Zoals bepaald in art. 36 van de

20

statuten en volgens het voorstel van de raad van

15 10,6

10

bestuur aan de algemene vergadering wordt een bedrag van 60.193.951 BEF toegevoegd aan een

5

onbeschikbare reserve. De resterende 145.000

0 VLMVLM-MB OC GIS-VL ZMB-ZOC afdeling

Investeringstoelage 2000 volgens begroting

BEF werd toegevoegd aan de wettelijke reserve, zodat deze nu 10 % van het maatschappelijk kapitaal bedraagt1. De VLM heeft in 2000 haar maatschappelijk kapitaal verdubbeld. Het bedraagt nu 2.900.000 BEF.

2000 voor 429.769.066 BEF doorgestort naar het

Ingevolge de vennootschappenwet moet het mini-

Minafonds.

mumkapitaal van een NV minstens 2.500.000 BEF bedragen.

7.2.3 Vlaamse Landmaatschappij, afdeling ondersteunend centrum – GIS – Vlaanderen (OC-GIS-VL)

Op 1 oktober 1993 trad de Vlaamse Landmaat-

In 2000 werden de middelen ontvangen die nog

schikking gesteld van de Vlaamse Landmaatschap-

betrekking hadden op het boekjaar 1999. De dota-

pij naargelang van haar financiële toestand; naar-

tie voor de werking 2000 werd reeds volledig ont-

gelang de vooruitzichten voor iedere entiteit afzon-

vangen (35,1 miljoen).

derlijk en voor alle entiteiten samen en naargelang

schappij toe tot het Centraal Financieringsorgaan (CFO). Sindsdien worden de middelen ter be-

de financiële opportuniteiten van het hele CFO. De investeringstoelage (10,6 miljoen) is reeds verantwoord maar per 31/12/2000 nog niet ont-

Met het oog op de werking van het CFO zijn de

vangen.

financiële activiteiten van de Vlaamse Landmaatschappij ingedeeld in vier entiteiten:

In 1999 werden voor het eerst uitgaven gereali-

• entiteit 1: de Ruilverkaveling;

seerd (52,6 miljoen) in het kader van het grootschalig referentiebestand (GRB), de voorloper 1

van een Vlaams vastgoedinformatiesysteem. Wegens het ontbreken van een dotatiebesluit voor

in deze winst is een bedrag van 50.000.000 BEF opgenomen, afkomstig van een terugname van aangelegde voorzieningen voor grote onderhoud- en herstelwerken.

1999 zal dit bedrag in 2000 vastgelegd worden via een bijkrediet. Dit bedrag was op 31/12/2000

900

nog niet ontvangen.

800

806,5

De helft van de dotatie GRB (49,9 miljoen) werd in 2000 ontvangen evenals de helft van de dotatie KADSCAN (22,5 miljoen). Een bedrag van 2,9 miljoen in verband met georeferencing was ook nog niet ontvangen. De kredieten GRB en KADSCAN worden als projectdotaties beschouwd: enkel het verantwoorde gedeelte wordt uitbetaald. Beide dotaties werden volledig aangewend.

miljoenen bef

700 600 500 400

381

300 200 100

35,1

0 VLMVLM-MB OC GIS-VL ZMB-ZOC afdeling

Werkingstoelage 2000 volgens begroting

79


180 160

152,4

miljoenen bef

140 120 100 80 60

45

40 20 0 OC GIS-VL OC GIS-VL (KADSCAN) (GRB) afdeling

Projectdotatie 2000 volgens begroting

• entiteit 2: de Mestbank; • entiteit 3: het Ondersteundend Centrum GISVlaanderen; • entiteit 4: overige. De Vlaamse Landmaatschappij treedt op als rekenplichtige voor de ruilverkavelingcomités die elk een eigen rechtspersoonlijkheid bezitten (entiteit 1). Vermits de financiering voor de werking van de mestbank vanuit het Minafonds gebeurt, moet deze activiteit afzonderlijk opgevolgd worden (entiteit 2). Het OC-GIS-Vlaanderen waarvan de financiering behoort tot de bevoegdheid van de minister van binnenlandse aangelegenheden, ambtenarenzaken en sport moet eveneens financieel afzonderlijk gehouden worden (entiteit 3). Onder entiteit 4 zijn de werkingsrekeningen (exclusief de afdelingen Mestbank en OC-GIS-Vlaanderen) en de investeringen van de Vlaamse Landmaatschappij (eveneens exclusief de afdelingen Mestbank en OC-GIS-Vlaanderen) terug te vinden. De financiering van de afdeling Mestbank (entiteit 2) en van de VLM zonder het OC-GIS-Vlaanderen behoort tot de bevoegdheid van de Vlaamse minister van leefmilieu en landbouw. Ook de patrimoniumrekeningen behoren tot deze entiteit. Ten einde de verrichtingen van de entiteit natuur en van de afdeling landinrichting en het project VOLT financieel beter te kunnen opvolgen werden afzonderlijke rekeningen binnen deze entiteit geopend.

80


81


HOOFDSTUK 8

Ondersteunende afdelingen Mochten de doemvoorspellingen omtrent Y2K waarheid geworden zijn, en de "millenniumbug" ondanks de inspanningen die we ons getroost hadden ter voorkoming ervan, toch toegeslagen hebben, dan hadden we het in dit jaarverslag kunnen hebben over "wat zou gemoeten hebben…" en "wat had gekund…" Maar gelukkig konden we 2000 met een positieve noot beginnen: de VLM is de overgang van 1999 naar 2000 probleemloos doorgekomen. Dus leverde de wegebbende opwinding een minder spannend, maar daarom niet minder boeiend jaar 2000 op, waarin vooral de ontwikkeling van nieuwe systemen en de opvolging van en implementatie van bestaande systemen centraal stonden. Niettemin werd er op technologisch vlak en op vlak van ontwikkeling heel wat gerealiseerd. Een overzicht:

8.1. Informatica, gronddatabank en GIS-VLM

In de tweede jaarhelft werden een aantal verdiepingen van een gebouw in de buurt, dat voor de huisvesting van het Ondersteunend Centrum werd afge-

8.1.1 Technologische realisaties

huurd, gestructureerd bekabeld en via glasvezel, met

Onder de technologische realisaties springen er

het hoofdgebouw en het VLM-netwerk verbonden.

enkele in het oog. Vooreerst zijn er de projecten van de cel Operaties:

Upgrade van de PC-servers naar MS Windows 2000 Advanced Server

Netwerk upgrade

Er werd een concept uitgewerkt voor de nieuwe

De lijnsnelheid voor dataverkeer, tussen de cen-

Windows 2000 architectuur. Het zogenaamde "VLM

trale directie en de provinciale afdelingen, werd

domein" werd opgezet en de eerste 2 servers (voor

vier maal verhoogd, namelijk van 128 kbps naar

de afdeling Informatica & GIS-VLM en voor de af-

512 kbps met de mogelijkheid tot "bursten" tot 1

deling OC-GIS Vlaanderen) werden geïnstalleerd.

Mbps.

De gebruikers van deze afdelingen migreerden van de diensten van de Novell servers naar deze

Terzelfdertijd werd het router-park volledig gemo-

van de W2K servers.

derniseerd en de communicatiesnelheid werd voor alle lokale netwerken verhoogd tot 100 Mbps.

Upgrade van de desktop

• Office 2000:

82

Wat de Internetconnectie betreft werd ook daar

Alle nieuwe PC’s, aangekocht in het kader van de

de datacommunicatie op een hogere snelheid

ICT-investeringen, werden uitgerust met MS Office

gebracht, namelijk 512 kbps en bovendien werd

Professional 2000, Nederlandstalige editie.

een aparte Internetlijn van dezelfde capaciteit

Parallel daarmee werden ook de nog voldoende

geïnstalleerd ten behoeve van de dienstverlening

performante PC’s voorzien van MS Office

van het Ondersteunend Centrum.

Professional 2000.


In samenwerking met de cel Vorming werd een

Het systeem "Nutriëntenhalte" liet de Mestbank

aangepast opleidingsprogramma opgezet voor

toe tijdig, in het kader van de nieuwe regelge-

Office2000.

ving 2000, de complexe nutriëntenhalte te bere-

• Windows 2000:

kenen, de verzendingen te doen en de bezwaren

In afwijking van de voorziene planning kreeg de

te registreren.

desktop geen nieuw besturingssysteem. Wel werd

• Objectenlibrary:

alle toepassingssoftware grondig uitgetest onder

De indertijd aangekochte objectenbibliotheek

het nieuwe platform MS Windows 2000 Pro-

PowerTool, gebruikt bij het ontwikkelen van Client-

fessional. Implementatie op de gebruikers PC’s

server toepassingen werd niet meer gesuppor-

werd verschoven naar het jaar 2001.

teerd. Dit noopte de afdeling Informatica & GISVLM in eigen beheer een volledig nieuwe objec-

Een ander opvallend technologisch project, resulte-

tenlibrary te ontwikkelen waarin ook het concept

rende onder de cel Ontwikkeling, was het "Inter-

van business-objecten werd voorzien.

netloket MTIL" (Mest Transport Internet Loket).

• Beheersovereenkomsten:

Dit systeem, met als doelstelling een nieuwe dienst

Het systeem "Beheersovereenkomsten" werd ge-

te verlenen aan de landbouwsector door de tijd tus-

voelig uitgebreid.

sen de melding en start van mesttransporten

Primo: in het kader van het plattelandsontwikkelings-

drastisch te verminderen, maakt het elektronisch

plan met de beheerspaketten "botanisch beheer".

doorsturen van mestafzetdocumenten mogelijk. Het

Secundo: in het kader van het mestdecreet met de

werd een succesvolle e-government-toepassing

zogenaamde overeenkomsten kwetsbare gebie-

vanaf medio 2000.

den "Natuur" en "Water". Dit vergde ook een gevoelige uitbreiding van de aanverwante en gelijknami-

Migratie naar Arc GIS 8: Ook op gebied van GIS

ge GIS-toepassingen.

evolueerde de VLM mee met de technologie. Elke

• Doel:

provinciale afdeling alsook de afdelingen van de

Om te kunnen anticiperen op een eventuele beslis-

centrale directie werden uitgerust met de nieuwe

sing van de Vlaamse Regering over het inzetten

versie van de multiple purpose GIS-software Arc Info

van het instrument "ruilverkaveling voor grote infra-

8, waarvoor ook de nodige opleiding werd voorzien.

structuurwerken" in Doel en omgeving werden ten behoeve van de Administratieve afhandeling van

Door deze migratie kwamen voor de GIS-experten

gebruiksruil twee applicaties ontwikkeld: een

in de provinciale afdelingen, nieuwe functies ter be-

administratief systeem genaamd "ADINF" en een

schikking zoals: netwerk-analyse, het werken met

bijbehorend CAD-systeem.

digitale hoogtemodellen en met rasterbeelden.

• I.V.O.: Het systeem Inspectie, Voorbereiding en Opvolging,

Ook werd gestart met het opzetten van het centraal

waarvan de ontwikkeling werd aangevat einde

beheer van geo-informatie in een relationele data-

1999, groeide uit tot het eerste datawarehouse in de

bank via de software ArcSDE.

VLM, ten behoeve van beleidsvoorbereiding en rapportering m.b.t. de mestproblematiek.

8.1.2 Ontwikkelen van nieuwe systemen Het jaar 2000 was voor de afdeling Informatica en

De volgende systemen werden technologisch

GIS-VLM een druk jaar, vooral op gebied van

en/of functioneel bijgewerkt:

functioneel en technologisch onderhoud van de

• het systeem "Aangiftes-Heffingen Mestbank" • het systeem "Mestverhandelingen" • het systeem "Erkende Mestvoerders" • het systeem "Vergunningen m.b.t. de dierlijke

systemen. Er zijn een tiental systemen die onderhouden moeten worden. Daarnaast werden 5 nieuwe systemen ontwikkeld.

productie" Een overzicht:

• Berekening en verzending Nutriëntenhalte

• het systeem "Hypothecaire debiteuren" • het systeem "Recht van voorkoop Natuur", dat 83


bestaat uit een administratieve toepassing en een

sche scanner met hoge scanresolutie aange-

GIS-applicatie.

kocht. Deze apparatuur liet toe tijdig en voordelig

• het systeem "Administratieve afhandeling van ruil-

over scanbestanden te beschikken als basispro-

verkavelingen" (ADMIN37) en het CAD-luik "Her-

duct voor de aanmaak van digitale terreinmodel-

verkavelingsgrafica"

len en orthofoto’s.

• het systeem "Administratieve afhandeling van natuurinrichtingsprojecten" (ADNA)

8.1.6.2 Fotogrammetrische prestaties Scanningen

Technologisch moesten er een aantal van deze

In totaal werden vanaf het in gebruik nemen van de

applicaties aangepast worden als gevolg van het

nieuwe scanner-configuratie 3.342 diapostieven

ingebruiknemen van Office2000.

van luchtopnamen gescand op een resolutie van 30 micron:

8.1.3 Informaticaplan In eigen beheer werd een informaticaplan opgesteld dat voor de periode 2000-2002 de strategische krachtlijnen vastlegt op gebied van infrastructuur, applicatie-ontwikkeling en GIS.

8.1.4 Communicatieplan De afdeling Informatica & GIS-VLM werkte voor zichzelf een communicatieplan uit met twee grote

• Rupelbekken • St-Truiden • Ieper – Yzer • Rumst • Hulsen-Olmen-Malou • Brasschaat • Gent-Zuid • Londerzeel • Meetkerke (Brugse Veldzone)

doelstellingen: enerzijds door betere communicatie binnen de afdeling bijdragen aan stressverminde-

Restitutie van gebouwen

ring, anderzijds de ICT-communicatie binnen de

Werd uitgevoerd voor volgende projecten:

VLM beter structureren.

Herenthout-Bouwel: ruilverkavelingsproject Malle–Beersel-Zoersel: ruilverkavelingsproject

8.1.5 Financiële rapportering De ICT-kosten van de VLM, zowel op gebied van

Digitale terreinmodellen en orthofoto’s werden aan-

investeringen als van exploitatiekosten (afschrijvin-

gemaakt voor:

gen, huur- en onderhoudscontracten, …) werden in

Ieper-Yzer: natuurinrichtingsproject

een gedetailleerd rapport nauwkeuriger in kaart

Meetkerkse Moeren: landinrichtingsproject

gebracht.

Kleine Nete: landinrichtingsproject Grote Nete: landinrichtingsproject

8.1.6 Geo-Informatica

Turnhouts Vennegebied: natuurinrichtingsproject

8.1.6.1 Investeringen in nieuwe technologie Ten behoeve van nauwkeurige terreinopmetingen

Ook werden diverse taken uitgevoerd ten behoeve

kocht de VLM haar eerste RTK-GPS-infrastructuur

van projecten i.v.m. het GRB en het Digitaal Hoogte

aan, die later nog gevoelig werd uitgebreid.

Model (DHM) Vlaanderen.

RTK-GPS staat voor "Real Time Kinematic Global Positioning System, waardoor de gecapteerde sig-

8.1.6.3 Andere GIS-operaties

nalen van satellieten onmiddellijk in nauwkeurige

Voor het Ondersteunend Centrum werden door de

terreincoördinaten (x en y in een assenstelsel) be-

GIS-operatoren volgende opdrachten uitgevoerd:

schikbaar zijn.

• de uitbreiding van de boskartering • het aanmaken van de geografische index van

Voor het scannen van kleurendiapositieven uit luchtopnames, een proces waar heel wat precisie en wetenschappelijke onderbouw aan te pas komt, werd een gespecialiseerde fotogrammetri-

84

Vlaanderen voor de kadasterplanning

• de controle van de identificatiepunten van het project KADSCAN Voor de verschillende afdelingen werden plotope-


Figuur 8.1: Aantal personeelsleden in dienst bij VLM per 31/12/1999 Niveau

A B C D E Onderhoudspersoneel Totaal

Kader

In dienst Statutairen H.B. B.D.

Contractueel personeel Onderhoudspersoneel H.B. B.D H.B. B.D

211 177 98 128 14

85 42 16 23 1

84 103 81 52 8

21 9 12 5 1

14 26 23 13 1

628 628

167 495

328

48 125

77

E.W.E. H.B. B.D

Totaal

204 180 132 93 11 5 5 25

20 20

0 0

0

25 645 645

raties uitgevoerd en er werd een nieuwe plotter

In 2000 steeg het aantal tewerkgestelde personeels-

aangekocht en in gebruik gesteld.

leden met meer dan 15 %. Eind 1999 waren er 645 personeelsleden in dienst, een jaar later was dit

8.2. Algemene administratie

aantal opgelopen tot 748 (zie figuren 8.1 en 8.2).

8.2.1 Personeel

Opvallend is het verschil in de evolutie van het per-

Het aantal personeelsleden in dienst van de

soneelsbestand tussen de contractuele en de sta-

Vlaamse Landmaatschappij is in 2000 significant

tutaire personeelsleden.

gestegen. Dit is meteen de meest markante vaststelling wanneer het personeelsbestand van

Het aantal statutaire personeelsleden is slechts

de instelling op 31 december 2000 onder de loep

heel licht toegenomen (van 495 tot 499). Dit heeft

wordt genomen. Opvallend is vooral de toename

vooral te maken met het feit dat de structurele

van het aantal contractuele personeelsleden. Het

personeelsbehoeften van de instelling, die in

personeelsbestand van de VLM kende ook in 2000

principe door statutair personeel moeten worden

nog steeds een overwegend mannelijke samenstel-

ingevuld, in 2000 grotendeels door de aanwer-

ling, hoewel er inzake de man-vrouwverhouding

ving van contractueel personeel werden opge-

een duidelijk verschil is tussen de contractuele en

vangen. Dit omwille van het feit dat de organisatie

statutaire personeelsleden.

van nieuwe wervingsexamens door Selor tijdelijk

Kenmerkend is tevens de diversiteit in arbeidsrege-

werd opgeschort vanwege een herstructurering

lingen, deeltijdse prestatieregimes of specifieke

binnen deze federale overheidsdienst en de sa-

verlofstelsels die toelaten de loopbaan tijdelijk te

menwerking met de Vlaamse tegenhanger Job-

onderbreken.

punt Vlaanderen, na de goedkeuring van het

Figuur 8.2: Aantal personeelsleden in dienst bij VLM per 31/12/2000 Niveau

A B C D E Onderhoudspersoneel Totaal

Kader

In dienst Statutairen H.B. B.D.

Contractueel personeel Onderhoudspersoneel H.B. B.D. H.B. B.D.

211 177 98 128 14

89 41 21 20 1

93 101 79 47 7

35 21 16 6 0

39 66 23 4 2

628 628

172

327 499

78

134 212

5 4

20 19 23

Startbaners H.B. B.D.

Totaal

9 1

3 1

256 229 139 89 12

10

4 14

23 748 748

85


die in vervanging van afwezige ambtenaren wercontractuele personeelsleden 19%

onderhoudspersoneel statutaire personeelsleden

den aangeworven. Al deze factoren veroorzaakten een stijging van het aantal contractuele personeelsleden (onder-

4%

houdspersoneel en startbaners niet inbegrepen) van 125 eenheden eind 1999 tot 212 eenheden op 31 december 2000. Op te merken valt ook dat eind 2000 de VLM 14 startbaners tewerkstelde. Startbanen zijn een nieuwe bij-

77 %

zondere tewerkstellingsvorm gecreëerd door de Figuur 8.3: verhouding personeelscategorieën 31.12.99

federale overheid. Bedoeling ervan is om de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt te versoepelen door hen sneller een eerste werkervaring te laten

stambesluit VOI, pas tegen het einde van 2000 kon worden opgestart. 100

Het tijdelijk invullen van deze structurele personeels-

90

behoeften door contractuelen is niet de enige ver-

80

klaring voor de groei van het totaal aantal contrac-

31.12.99 87 74

70 60

tuele personeelsleden.

50

In 2000 werd door de raad van bestuur ook een

40 35

aanzienlijk aantal wervingen voor uitzonderlijke en

30

tijdelijke personeelsbehoeften goedgekeurd. Het

20

ging vooral om wervingen voor de uitvoering van MAP II, diverse projecten binnen het OC GIS-Vlaanderen en de implementatie van beheersovereen-

31.12.2000

35

35

39

18

22

27 27

10 0

A

B

C

D

E

Figuur 8.5: verdeling contractueel personeel over de verschillende niveaus

komsten. Daarnaast werd nog een beperkt aantal wervingen goedgekeurd voor enkele kleinere projecten (Grondbank, Historiek VLM, Grensmaas, …).

opdoen. De Vlaamse overheid legt in dit verband ook

Ook de toenemende populariteit van deeltijdse en

het accent op enkele doelgroepen, m.n. allochtonen

voltijdse verlofstelsels (verlof voor verminderde

en gehandicapten. Binnen de door de VLM aange-

prestaties, loopbaanonderbreking, …) leidde tot

worven startbaners bevinden zich trouwens enkele

een toename van contractuele personeelsleden

personeelsleden die tot deze doelgroepen behoren. Door de bijna status-quo van het statutair perso-

contractuele personeelsleden onderhoudspersoneel 28 %

startbaners statutaire personeelsleden

neel en de stijging van het contractueel personeelsbestand is het relatieve aandeel van het contractueel personeel uiteraard toegenomen (zie figuren 8.3 en 8.4). Zo maken de contractuele personeelsleden (onderhoudspersoneel en startbaners niet inbegrepen) op 31 december 2000 28 %

3% 2%

van het personeelseffectief uit (tegen 19 % in 1999). Het aandeel van het statutaire personeel

67 %

Figuur 8.4: verhouding personeelscategorieën 31.12.2000

nam daardoor uiteraard ook af van 77 % tot 67 %. Indien de evolutie van het contractueel personeelsbestand verder wordt geanalyseerd, kan worden

86


Niveau E blijft evenwel nog steeds volledig uit mannen bestaan. Dit heeft te maken met het feit dat het 200 182

180 169 160

31.12.1999

in dit niveau vooral om technische functies gaat

31.12.2000

waarin traditioneel weinig vrouwen actief zijn (bv. de ondersteuning van topografische meetploe-

145 142

140

gen). Niveau D, dat hoofdzakelijk uitvoerende

120

administratieve functies omvat, is het enige niveau

97 100

100 80

75

waarin vrouwen in de meerderheid zijn.

67

60

Bij de contractuele personeelsleden geeft de ver-

40

houding mannen-vrouwen een totaal ander beeld

20

9

0

A

B

C

D

8

(figuren 8.9 en 8.10) en blijven de vrouwen in de

E

Figuur 8.6: verdelingstatutair personeel over de verschillende niveaus

meerderheid. Het aandeel vrouwelijke personeelsleden ligt daar in de niveaus B, C, D en E merkelijk hoger dan bij het statutaire personeel. In ver-

vastgesteld dat de toename zich vooral situeert in de niveaus B en A (figuur 8.5). Dit beklemtoont de noodzaak om steeds meer met hoog gekwalificeerde medewerkers de complexe opdrachten te verwezenlijken waar de Vlaamse Landmaatschappij mee wordt geconfronteerd.

120

mannen 100

100 80 73,1 66,9

In de groep van de statutaire personeelsleden (figuur 8.5) zijn de verschuivingen omwille van de

vingen die nog konden worden doorgevoerd zich vooral situeerden in niveau A en in mindere mate in niveau C. In niveau D is de bezetting in 2000 verder, met meer dan 10 %, afgenomen (figuur 8.6).

65

61,2

97

60 40

hiervoor geciteerde redenen uiteraard beperkter, maar kan vastgesteld worden dat de statutaire wer-

vrouwen

33,1

35

38,8

26,9

20 0

0 A

B

C

D

E

Figuur 8.8: verhouding statutair personeel mannenvrouwen 31.12.2000

Bij een analyse van de man-vrouwverhouding in de groep van de statutaire personeelsleden kan in

gelijking met de toestand eind 1999 tendeert de

nagenoeg alle niveaus een, zij het weliswaar zeer

situatie echter naar een beter evenwicht voor wat

bescheiden, evolutie worden vastgesteld in de

de niveaus A, B en D betreft.

richting van een meer evenwichtige verhouding tussen beide geslachten (figuren 8.7 en 8.8).

Uit de evolutie van de leeftijdsstructuur van het statutair personeel (figuur 8.11) kan worden afgeleid dat er door het relatief geringe aantal statutaire

120

mannen

80

vrouwen

100

100

gingseffect zorgen, een lichte verschuiving van de jongste leeftijdsgroepen (20 tot 35) naar de iets oudere groepen (36 tot 50) is gebeurd. Ruim vijftig

74 67,6

70,1

procent van het statutair personeel is tussen de 26

97

58,7

60

en 40 jaar oud. De andere personeelsleden zijn 41,3

40

32,4 26

relatief evenwichtig gespreid over de andere leef-

29,9

tijdsgroepen, alleen de jongste en de oudste leef-

20 0

wervingen, die normaal gezien voor een verjon-

0 A

B

C

D

tijdscategorieĂŤn zijn iets minder vertegenwoordigd.

E

Figuur 8.7: verhouding statutair personeel mannen-vrouwen per niveau

De leeftijdsverdeling van de contractuele personeelsleden geeft een ander beeld (figuur 8.12).

87


personeelsleden aangeworven die jonger waren

100

94,4

92,6

90

mannen

dan 20 op 31 december 2000 (1,6 %).

vrouwen 77,1

80

74,3

70 65,7

Om personeelsleden toe te laten hun gezinsleven

60

beter te combineren met hun functie bij de VLM

50 40

staat de instelling positief t.o.v. vragen van perso34,3

30

neelsleden om deeltijds te werken of tijdelijk hun 22,9

25,7

loopbaan te onderbreken. Het personeelsstatuut

20 10

5,6

voorziet diverse verlofsoorten om aan dergelijke

7,4

vragen tegemoet te komen en in het personeels-

0 A

B

C

D

E

beheer gaat dan ook de nodige aandacht uit naar

Figuur 8.9: verhouding contractueel personeel mannen-vrouwen 31.12.99 per niveau

flexibele werkvormen en de begeleidende maatregelen die moeten worden getroffen om de effecten daarvan op de organisatie zo goed als moge-

Het aandeel van de jongeren bij het contractueel

lijk op te vangen. In 2000 werd ook een proefpro-

personeel is duidelijk het grootst. Dit blijft een con-

ject inzake thuiswerk opgestart dat de voorbode is

stante, hoewel dit op 31 december 2000 nog meer

van verdere initiatieven op het vlak van alternatie-

uitgesproken het geval was dan eind 1999. Meer

ve werkvormen.

dan 70 % van het contractuele personeel is 30 of jonger. 100

92,5

90

Het feit dat het aandeel van de jongere werkne-

80

mers in de groep van het niet-statutaire personeel

70

zo groot is, heeft uiteraard te maken met het feit dat

60 50

contractuele betrekkingen vaak een tijdelijk karak-

68,2 60,9 52,7 47,3 39,1

40

ter hebben, waardoor vooral jongeren die hun eer-

30

ste ervaringen opdoen op de arbeidsmarkt, in

20

afwachting van een job die meer werkzekerheid

10

biedt, voor deze functies kandideren. Ook de start-

0

mannen vrouwen

82

31,8 67 18 5,6 A

B

C

7,4

D

E

banen hebben mede tot een verdere verjonging Figuur 8.10: verhouding contractueel personeel mannen-vrouwen 31.12.2000 per niveau

van het contractuele personeelsbestand geleid, voor het eerst sinds lang zijn hierdoor zelfs enkele

25

31.12.99

23,2 22,9

31.12.00 20 17 16,4

15 12,6 9,9

10

11,6 10,7

11,3 8 8,2

11,2 9,9

11,3

6,3 5,9

5

3,6 3

0 Figuur 8.11: leeftijdsstructuur statutair personeel

88

20-25

31-35 26-30

41-54 36-40

51-55 46-50

61-65 56-60


60

31.12.99 50,6

50

31.12.00

40 34

30

26,7 20,1

20

12,7 10,9

10

8

7,3

5,2 Figuur 8.12: leeftijdsstructuur contractueel personeel

3,6 3,2 3,3

0 1,6

0

< 20

20-25

26-30

31-35

36-40

46-50

41-45

2,7 2

51-55

4,7

2,4

0,1 0,4

61-65

56-60

Op een totaal van 748 personeelsleden werkten er

mentatie van de netwerkstructuur begin 2000. Zoals

eind 2000 in totaal 84 deeltijds (11,2 %). Daarnaast

hierna zal blijken, droeg het installeren van deze

waren er 18 personeelsleden (2,4 %) die van een of

netwerken bij tot competentie-ontwikkeling van me-

andere vorm van een langdurig voltijds verlof

dewerkers.

(voltijdse loopbaanonderbreking, verlof voor op-

Een competentienetwerk heeft tot doel de aanwezige

dracht, â&#x20AC;Ś) gebruik maakten (zie figuren 8.13 en 8.14).

kennis en informatie maximaal te laten renderen en de verdere ontwikkeling ervan te stimuleren. Centraal

8.2.2 Vorming De VLM hecht veel waarde aan de deskundigheid 100 %

van haar personeel. Hun vakmanschap staat er

Voltijdse prestaties

90 %

borg voor dat er kwaliteitsvol werk wordt afgele-

Deeltijdse prestaties

80 %

verd. De VLM ondersteunt haar medewerkers bij

70 %

het voortdurend bijschaven van vakkennis en het

60 %

ontwikkelen van nieuwe competenties.

50 %

De VLM doet dit niet enkel via formele vormingsac-

40 %

tiviteiten zoals cursussen, studiedagen, interne info-

30 %

Voltijds langdurig verlof

20 %

sessies, stagebegeleiding, etc. Om ook het infor-

10 %

mele leren en ervaringsuitwisseling te stimuleren

0%

werden verschillende competentienetwerken uitge-

Totaal

bouwd. Dit gebeurde in het kader van de imple-

Niveau C Niveau E Niveau A Niveau B Niveau D

Figuur 8.14: prestatieregimes per niveau

Figuur 8.13: Soorten prestatieregimes Voltijdse prestaties Aantal % Niveau A Niveau B Nveau C Niveau D Niveau E Totaal

234 205 119 72 16 646

91,4 89,5 85,6 80,9 45,7 86,4

Deeltijdse prestaties (1) Aantal % 16 15 19 17 17 84

6,3 6,6 13,7 19,1 48,6 11,2

Voltijds langdurig verlof (2) Aantal % 6 9 1 0 2 18

2,3 3,9 0,7 0,0 5,7 2,4

Totaal Aantal 256 229 139 89 35 748

(1) deeltijdse prestaties zijn de verloven voor verminderde prestaties, halftijdse loopbaanonderbreking en deeltijdse contracten (2) voltijdse langdurige verloven zijn het gecontingenteerd verlof voor stage of proeftijd, voltijdse loopbaanonderbreking en het verlof voor opdracht

89


in het competentienetwerk staat de competentiecoör-

- De regelgevingen die raakvlakken hebben met of

dinator. Dit personeelslid organiseert activiteiten

een impact hebben op de kernactiviteiten. Deze ad-

waardoor vakinhoudelijk intern overleg tussen vakge-

viezen betreffen vooral het milieurecht, het publiek

noten voor een bepaalde competentie mogelijk

recht, het agrarisch recht, het zakenrecht, het straf-

wordt. In de provinciale afdelingen werd voor bepaal-

recht, het fiscaal recht en de ruimtelijke ordening

de competenties ook een competentieleider aange-

- Het beheer van de maatschappij als vennoot-

duid. Hij/zij treedt op als vakinhoudelijke coach

schap, als openbare instelling en als werkgever.

binnen de afdeling voor de vakgenoten. De meeste

Deze adviezen zijn terug te brengen tot het ven-

netwerken hebben een aantal malen vergaderd in de

nootschapsrecht, het administratief recht, het ar-

loop van 2000. Door een gedegen voorbereiding

beidsrecht en het personeelsstatuut

groeiden deze vergaderingen uit tot fora waarop

- De gunningsprocedure voor het plaatsen van

informatie, kennis en ervaring werd uitgewisseld en

overheidsopdrachten voor aanneming van werken,

waarop nieuwe technieken en werkwijzen werden

leveringen en diensten. Het betreft het onderzoek

voorgesteld. Deze netwerken brengen alle VLM-spe-

op juridisch en administratief vlak van de proble-

cialisten uit een bepaald vakgebied regelmatig bijeen

men inzake het gunnen en het uitvoeren van de

waardoor de betrokkenheid en de motivatie van deze

overheidsopdrachten

personeelsleden verhoogd wordt. Tussendoor wor-

• De juridische ondersteuning bij de opmaak van

den intensieve contacten onderhouden via e-mail.

voorontwerpen van de decreten en uitvoerings-

Begin 2000 werd ook een vormingscel geïnstalleerd.

besluiten en het legistiek nazicht ervan

De vormingscel bestaat uit één vertegenwoordiger

• Het beheer van de betwiste zaken van:

per afdeling. Dit personeelslid treedt op als contact-

- geschillen voortvloeiend uit de toepassing van

persoon voor vormingsactiviteiten. De werking van

de wetgeving op de ruilverkaveling en de mestre-

de vormingscel is gestart met een vergadering waar-

glementering

op het vormingsbeleid werd toegelicht en afspraken werden gemaakt. De leden van de vormingscel sig-

- geschillen ‘van gemeenrecht’ voortvloeiend uit het maatschappelijk doel van de maatschappij;

naleren vormingsbehoeften van de personeelsleden

- geschillen inzake de gunningsprocedure en

van hun afdeling, werken mee aan de voorbereiding

de uitvoering van werken, leveringen en diensten

van bepaalde vormingsactiviteiten, zorgen voor

in toepassing van de overheidsopdrachtenregle-

logistieke ondersteuning ter plaatse voor interne info-

mentering

sessies, etc. Wegens tijdsgebrek werd er weinig for-

• Het verstrekken van documentatie, de informatie in

meel vergaderd. Er werd wel intensief gecommuni-

verband met rechtskundige aangelegenheden, de

ceerd via e-mail: langs deze weg kon zeer snel infor-

coördinatie van de wetgeving, de repertoriëring van

matie over nieuwe initiatieven, praktische afspraken,

de rechtspraak m.b.t. de kernactiviteiten en het

etc. verspreid worden naar alle afdelingen.

geven van voorlichting over nieuwe wetgevingen. De gecoördineerde tekst van de kernwetgevingen

8.2.3 Juridische zaken

wordt ter beschikking gesteld van belangstellenden.

Juridische dienstverlening en juridische onder-

• Daarnaast stond de cel Juridische Zaken in voor:

steuning van de beleidsvoorbereiding en –uitvoe-

- het verlenen van eerstelijns rechtsbijstand aan

ring zijn sleutelopdrachten van de Cel Juridische

de personeelsleden in het raam van het reglement

Zaken.

van de sociale dienst. Deze bijstand betreft vooral de privaat- en familiaalrechtelijke sfeer van de per-

Concreet betekent dit:

• Het verlenen van casuïstiek (gevallenstudie) en algemeen juridisch advies inzake: - de kernactiviteiten van de maatschappij nl.: de

90

soneelsleden - de medewerking aan de adviescommissie inzake mestheffingen waarvan een jurist het secretariaat waarneemt

ruilverkaveling, de mestreglementering, de landin-

- de medewerking aan verschillende werkgroe-

richting, het natuurbehoud, het Geografisch Infor-

pen: grondzaken, overheidsopdrachten en open-

matie Systeem Vlaanderen

baarheid van bestuur


- de medewerking aan de activiteiten van de

van Werkgelegenheid en Toerisme;

Belgische Vereniging voor Agrarisch Recht en het

samenwerking op vlak van toerisme, VATGI-project

Europees Comité voor Agrarisch recht

• woensdag 14 juni 2000:

- de voorbereiding van de omschakeling naar

bezoek van Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, natuurinrichting

de euro

• donderdag 26 oktober 2000 8.2.4 Communicatie

vrijdag 27 oktober 2000:

Overleg is één van de pijlers van de werking van

bezoek van delegatie provincie Noord-Brabant (Nl)

de VLM. Vanuit die optiek heeft de VLM een net-

Vlaamse activiteiten op het gebied van plattelands-

werk van contacten uitgebouwd, zowel binnen de

ontwikkeling – PA Gent

Vlaamse overheid als daarbuiten. Het doel van dit

• vrijdag 10/11/2000:

netwerk bestaat erin wetenschappelijke en maat-

bezoek van de commissie voor Economie, Land-

schappelijke onderbouwing te geven aan alle VLM-

bouw, Werkgelegenheid en Toerisme van het

projecten.

Vlaamse Parlement - toelichting activiteiten VLM, diverse terreinbezoeken (PA Gent)

De professionalisering van dit overleg was één van de topics voor de VLM-communicatie in 2000.

De communicatiestrategie van de VLM bestaat erin een communicatie-op-maat te realiseren die veel-

• Verdere uitbouw netwerk: MOVI, COLEV, Overleg

eer vanuit de vraagzijde is opgebouwd en niet van-

Landbouwcommunicatie, MINA-raad (werkgroep

uit de aanbodzijde.

milieucommunicatie), NME-overleg, ontvangst

Kaderend binnen de verschillende communicatie-

delegaties, terreinbezoeken…

plannen (landinrichting, ruilverkaveling, natuurin-

• Actieve bijdrage bij advies MINA-raad over milieu-communicatie

richting, mestbank, Ondersteunend Centrum GISVlaanderen) werd een brede waaier aan media

• Evaluatie en bijsturing communicatieplannen

(VLM-website, krantjes, folders, brochures, voor-

• Professionalisering

lichtingsvergaderingen, terreinbezoeken, perscon-

grafische

vormgeving

(Huisstijlboeken)

ferenties, …) ingezet om maatschappelijk draag-

• Overleg met de doelgroepen landbouw en milieu

vlak te creëren voor de VLM-projecten.

Overzicht bezoeken aan de VLM

Bijzondere aandacht verdienen:

• maandag 7/2/2000:

• meer specifiek gebruik van de website in de VLM-

bezoek van Dirk Van Mechelen, Vlaams minister

communicatie (vb. recht van voorkoop, MTIL, …)

van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media;

• nieuwe Mestgids met de meest actuele legistieke

• woensdag 23/2/2000:

informatie in begrijpelijke taal gebracht. Werd

bezoek van delegatie kabinet Stevaert, Vlaams

verstuurd naar alle aangifteplichtige (ongeveer

minister van Mobiliteit, Openbare Werken en

40.000).

Energie, OC GIS-Vlaanderen

• maandag 28/2/2000: bezoek van de provinciale gedeputeerden Landen Tuinbouw, GIS-Vlaanderen, landbouwtyperingskaart, landinrichting en plattelandsbeleid, beheersovereenkomsten, mestbank – een dynamische landbouwdatabank voor leefmilieu

• maandag 13/3/2000: werkbezoek van departement Leefmilieu en

• mestbankbrochure waarin het activiteiten- en dienstenpakket van de Mestbank wordt toegelicht

• mestbankinfo’s rond Mestbankthema’s: aangifte, heffingen, …

• nieuwe brochure ruilverkaveling over de multifunctionaliteit van het instrument

• brochure beheersovereenkomsten • project historiek: publicatie met de geschiedenis van de VLM en haar rechtsvoorgangers

Infrastructuur, OC GIS-Vlaanderen

Overzicht beurzen 2000

• maandag 27 maart 2000:

• AGRIBEX – Heizel Brussel - van dinsdag 8 tot en

bezoek delegatie kabinet Landuyt, Vlaams minister

met zondag 13 februari 2000

91


• EDUCA – Flanders Expo Gent – van 2 tot en met 5 maart 2000

neer ze worden opgesteld of aangepast, telkens op genderneutraliteit worden getoetst. Omdat uit de

• INTERNATIONALE PLUIMVEEDAGEN – Katholieke

doorlichting van het personeelsbeleid in het project

Hogeschool Kempen – Geel – van zaterdag 15 tot

Gender in Balans is gebleken dat het personeels-

en met maandag 17 april 2000

beleid zich te veel richt op de mannelijke fulltime

• MILIEU – Heizel Brussel – van 29 september tot en met 1 oktober 2000

• IFEST – Flanders Expo Gent – van 24 tot en met 27 oktober 2000

statutaire werknemer van niveau A, zal de HRM-verantwoordelijke nagaan hoe functie- en rolbeschrijvingen en de evaluatiecyclus beter op andere groepen personeelsleden afgestemd kunnen worden.

• AGRIWEST EXPO – Ieper – van 9 tot en met 11 december 2000

Pool van juryleden Ook de jury’s die oordelen over aanwervingen en

Interne Communicatie

bevorderingen moeten genderneutraal te werk

• SPIN (VLM-intranet) werd volledig geïntegreerd in

gaan. De directieraad zal een pool van vaste VLM-

de interne communicatie van de VLM

• Nieuwsbrief: tweemaandelijks • Krant van Brussel, Gent, Brugge, Diest, Herentals • Telefonische bereikbaarheid: studie uitgevoerd en resultaten geïmplementeerd

juryleden aanstellen waarbij een evenwichtige man-vrouwverhouding wordt nagestreefd. Personeelsleden komen zo niet langer ad hoc in een jury te zitten en kunnen deskundigheid ontwikkelen o.m. over gender. VLM zal verder bij de externe

• Onthaal nieuwe personeelsleden • Ontmoetingsdag gewezen VLM-directeurs

organisatie die de selectie en bevordering bege-

8.2.5 Emancipatie

Via een fotoproject zal aan het personeel en aan

Met de goedkeuring van het eindrapport, nog net in

bezoekers duidelijk worden gemaakt dat de VLM-

2000, kwam het project "Gender in Balans" tot een

werknemers een bont gezelschap vormen dat veel

einde. Het einde is tegelijk een begin: uit het project

geschakeerder is dan de ene groep fulltime statu-

vloeide een actieplan voort, erop gericht de gender-

taire werknemers van niveau A. Zo wordt in beel-

invalshoek in het personeelsbeleid te integreren. Het

den aangetoond dat de VLM zich bewust is van

actieplan wordt uitgevoerd vanaf 2001. De acties grij-

haar potentieel.

leidt, aandringen op een genderneutrale aanpak.

pen in op een aantal thema’s: statuut van de ambtenaren, HRM-instrumenten, jury’s, cijfers en statistie-

Ondersteunende acties

ken. Het actieplan is het belangrijkste resultaat van de

Het personeel kon tijdens de schoolvakanties een

werking van de emancipatieambtenaar in 2000.

beroep doen op kinderopvang in Brussel, Brugge, Gent, Antwerpen en Hasselt. Het gaat om kinder-

Het personeelsbeleid van de VLM is geënt op het

opvang georganiseerd door het ministerie van de

statuut van de ambtenaren. Enkele acties zijn er

Vlaamse Gemeenschap.

daarom op gericht in de geschikte fora voortdurend

De vzw Limits treedt hulpverlenend en bemidde-

te waken over de genderneutraliteit van het statuut.

lend op bij klachten van personeel omtrent onge-

Omdat veel VLM-medewerkers eerst contractueel in

wenst seksueel gedrag op het werk. Er waren geen

dienst komen en daarna statutair worden benoemd

meldingen in 2000.

– en omdat meer vrouwen dan mannen contractue-

De Cel Juridische Zaken waakte over de naleving

le functies hebben – wordt ernaar gestreefd de ver-

van het decreet over de evenwichtige vertegenwoor-

schillen tussen contractuele en statutaire medewer-

diging van mannen en vrouwen in adviesorganen.

kers zo klein mogelijk te maken, b.v. op het vlak van vormingsmogelijkheden. De HRM-instrumenten vormen het belangrijkste

92

8.2.6

Vlaamse ombudsdienst en openbaarheid van bestuur

aangrijpingspunt voor acties m.b.t. genderneutra-

8.2.6.1 Vlaamse ombudsdienst

liteit. Zo zullen functie- en rolbeschrijvingen, wan-

Door het decreet van 7 juli 1998 houdende instel-


ling van de Vlaamse ombudsdienst (B.S., 25 augustus 1998) wordt bij het Vlaams Parlement voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest een Vlaamse ombudsdienst ingevoerd. Om de onafhankelijkheid van de ombudsman te garanderen is er voor geopteerd de ombudsdienst te laten ressorteren onder de wetgevende macht. In dit eerste volledige werkingsjaar van de ombudsman verscheen het huishoudelijk reglement van de Vlaamse ombudsdienst in het Belgisch staatsblad van 29 november. Dit reglement regelt vooral de externe relaties van de ombudsdienst met de verzoekers, de Vlaamse overheidsdiensten en het Vlaams Parlement en bevat ook enkele interne werkingsregels. In uitvoering van dit reglement sloot de maatschappij met de ombudsdienst een samenwerkingsprotocol. 8.2.6.2 Decreet van 18 mei 1999 betreffende de openbaarheid van bestuur (B.S., 15 juni 1999) Dit decreet heft het vroegere decreet van 23 oktober 1991 inzake openbaarheid van bestuur op. De instrumenten van actieve en passieve openbaarheid werden behouden om het beginsel van openbaarheid te realiseren op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest. De actieve openbaarheid wordt op het vlak van de Vlaamse gemeenschap en het Vlaams Gewest gerealiseerd door het voeren van een actief voorlichtingsbeleid naar het publiek toe.

93


DEEL

2


Bijlagen


Waarderingsregels ACTIVA

boekjaar 1998 door het besluit van de Vlaamse

• kunstvoorwerp: voor 1 bef. Symbolische waarde. • mestopslag materieel : 20% per jaar. • kantoormaterieel: 20% per jaar. • afdrukmaterieel: 20% per jaar.

regering van 21 mei 1997, (B.S. 11/10/97) betreffen-

Voor de investeringen, gefinancierd met kapitaalsub-

de een geïntegreerde economische boekhouding

sidies, worden de afschrijvingen, ten laste genomen

en budgettaire rapportering voor de Vlaamse open-

van het resultaat, evenredig aangerekend op de post

bare instellingen.

75 als in resultaat genomen kapitaalsubsidies.

De waarderingsregels werden gewijzigd tijdens het

De afschrijvingen vanaf boekjaar 1998 zijn lineair en pro-rata-temporis berekend.

E. Overige materiële vaste activa De terreinen en de gebouwen worden voor hun aan-

II. Immateriële vaste activa.

koopwaarde geboekt.

Computer-software wordt afgeschreven aan 33%.

De afschrijving van de gebouwen wordt aan 3% per jaar berekend.

III. Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen

IV. Financiële vaste activa

De aankopen worden voor hun aankoopwaarde of

C. Andere financiële vaste activa.

bouwwaarde geboekt. BTW inbegrepen. De gebou-

C.2. Vorderingen en borgtochten in contacten;

wen worden afgeschreven aan 3 % per jaar.

De gestorte waarborgen worden voor hun nominale

De meerwaarde op terreinen en gebouwen wordt

waarde geboekt.

afgeschreven rekening houdende met de volgende criteria:

V. Vorderingen op meer dan één jaar.

• de pro rata meerwaarde op de bebouwde terrei-

B. Overige vorderingen

nen, berekend volgens de verhouding boekwaarde

De vorderingen worden voor hun nominale waarde

terreinen en boekwaarde van de gebouwen, wordt

geboekt en betreffen :

niet afgeschreven.

• vorderingen op ruilverkavelingscomité’s. • vorderingen op hypothecaire debiteuren. • sociale leningen. • projecten landinrichting. • prefinanciering gronden natuurinrichting.

• de meerwaarde op de gebouwen wordt afgeschreven volgens de resterende afschrijvingstermijn per gebouw. B. Installaties, machines en uitrusting De aankopen worden voor de aankoopwaarde

VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering

geboekt.

A. Voorraden.

De afschrijvingen worden als volgt berekend:

A5. Onroerende goederen bestemd voor de

• materieel ruilverkaveling: 10% per jaar. • materieel fotogrammetrie: 10% per jaar. • beveilingsinstallatie: 10% per jaar. • installaties gebouwen: 10% per jaar.

verkoop. De gronden worden geboekt voor hun aankoopwaarde vermeerderd met de aankoopkosten.

VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar. C. Meubilair en rollend materieel

A. Handelsvorderingen

De aankopen worden voor de aankoopwaarde

De handelsvorderingen worden geboekt voor hun

geboekt.

nominale waarde.

De afschrijvingen worden als volgt berekend :

• rollend materieel: 20% per jaar. • informatica: 33% per jaar. • meubilair: 10% per jaar. 96

B. Overige vorderingen De overige vorderingen worden geboekt voor hun nominale waarde.


IX. Liquide middelen.

C. Handelsschulden.

De liquide middelen worden voor hun nominale

Deze schulden worden voor hun nominale waarde

waarden geboekt.

geboekt.

X. Overlopende rekeningen

E. Schulden met betrekking tot belastingen,

De overgedragen kosten en de verworven inkom-

bezoldigingen en sociale lasten.

sten worden geboekt voor het bedrag berekend

Deze schulden worden voor hun nominale waarde

volgens het pro rata, respectievelijk ten laste of

geboekt. De voorziening voor het vakantiegeld

ten bate van het boekjaar, voor hun nominale

wordt overeenkomstig de wettelijke bepalingen

waarde.

voorzien. F. Overige schulden.

PASSIVA

Deze schulden worden voor hun nominale waarde geboekt.

VII. A. Voorzieningen voor risico’s en kosten 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken.

X. Overlopende rekeningen

Deze voorziening wordt samengesteld op basis van

De toe te rekenen kosten en de over te dragen op-

een kostenraming betreffende een groot onderhoud

brengsten worden respectievelijk ten laste of ten

en grote herstellingen aan de gebouwen van de

bate genomen van het boekjaar voor hun nominale

Vlaamse Landmaatschappij.

waarde.

4. Overige risico’s en kosten.

TOEVOEGING AAN DE TOELICHTING.

Deze voorziening omvat volgende rubrieken :

1. Een vordering van 145.900.000 bef. op het Vlaams Gewest m.b.t. uitgaven Mestbank staat nog

• Voorziening voor hangende geschillen.

open op datum van de algemene vergadering.

• Voorziening terreinen ruilverkaveling en landinrichting.

• Voorziening voor initiatieven van de Mestbank, samengesteld uit overgedragen saldi van vorige

2. Van de voorziening initiatieven Mestbank werd 65.529.383 bef. teruggenomen om de werking van de Mestbank in evenwicht af te sluiten.

boekjaren. 3. Tijdens het boekjaar werd een waardeverminde-

VIII. Schulden op langer dan één jaar.

ring, voor een vordering t.b.v. 40.524.902 bef. op het

A. Financiële schulden.

Vlaams Gewest, teruggenomen, wegens de toezeg-

5. Overige leningen.

ging van het Vlaams Gewest dit bedrag effectief te

Deze schuld wordt voor haar nominale waarde

storten. Op datum van de algemene vergadering

geboekt.

was dit bedrag nog niet gestort.

B. Overige schulden

4. Tijdens de bilaterale besprekingen bij de begro-

Deze schulden worden voor hun nominale waarde

tingscontrole 2000 werd overeengekomen dat

geboekt.

55.000.000 bef., zijnde een dotatieoverschot van 1998, als een kapitaalsubsidie zal dienen bij de

IX. Schulden op ten hoogste één jaar

oprichting van gebouwen.

A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen.

5. Van de werkingsdotatie van de VLM (zonder

Deze schulden worden voor hun nominale waarde

Mestbank en OC-Gis) werd 48.000.000 bef. overge-

geboekt.

dragen naar het volgende boekjaar.

97


Balans na winstverdeling Balans na winstverdeling (bedragen in duizenden franken) ACTIVA

Boekjaar 2000

Vorig boekjaar

VASTE ACTIVA II. Immateriële vaste activa

20/28 21

562.092 26.014

545.198 10.710

III. Materiële vaste activa

22/27

535.344

533.962

A. Terreinen en gebouwen

22

301.480

336.052

B. Installaties,machines en uitrusting

23

16.199

10.965

C. Meubilair en rollend materieel

24

153.374

123.422

E. Overige materiële vaste activa

26

64.291

63.523

IV. Financiële vaste activa C. Andere financiële vaste activa 1. Aandelen 2. Vorderingen en borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA V. Vorderingen op meer dan één jaar B. Overige vorderingen VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar

98

codes

28

734

526

284/8 284

734 208

526

285/8

526

526

29/58 29 291

3.794.062

3.754.450

728.155

615.156

728.155

3

615.156

479.926

434.210

30/36

479.926

434.210

35

479.926

434.210

40/41

2.528.168

2.666.381

A. Handelsvorderingen

40

13.408

18.611

B. Overige vorderingen

41

2.514.760

2.647.770

IX. Liquide middelen

54/58

420

307

X. Overlopende rekeningen

490/1

57.393

38.396

TOTAAL DER ACTIVA

20/58

4.356.154

4.299.648


boekjaar 2000 Balans na winstverdeling (bedragen in duizenden franken) PASSIVA

codes

EIGEN VERMOGEN I. Kapitaal

10/15 10

A. Geplaatst kapitaal

100

Boekjaar 2000

Vorig boekjaar

1.122.031 2.900 2.900

975.760 1.450 1.450

III.Herwaarderingsmeerwaarden

12

519.688

519.688

IV.Reserves

13

383.823

288.887

A. Wettelijke reserve

130

290

145

B. 2. Andere onbeschikbare reserves

1311

60.194

0

C. Belastingvrije reserves

132

108.171

73.573

D. Beschikbare reserves

133

215.168

215.169

VI. Kapitaalsubsidies

15

215.620

165.735

16

219.592

324.824

160/5

219.592

324.824

VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN VII.A. Voorzieningen voor risico's en kosten 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 4. Overige risico's en kosten SCHULDEN VIII. Schulden op meer dan één jaar

162 163/5

83.568 136.024

17/49 17

140.400 184.424 3.014.531 1.159.699

2.999.064 1.108.962

A. Financiële schulden 5. Overige leningen

170/4 174

0 0

723 723

D. Overige schulden

178/9

1.159.699

1.108.239

IX. Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen C. Handelsschulden 1. Leveranciers

42/48

42

1.744.322

1.846.431

723

741

44 440/4

93.528 93.528

92.893 92.893

E. Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2. Bezoldigingen en sociale lasten

45

123.823

101.494

450/3 454/9

18.271 105.552

16.020 85.474

F. Overige schulden

47/48

1.526.248

1.651.303

X. Overlopende rekeningen

492/3

110.510

43.671

TOTAAL DER PASSIVA

10/49

4.356.154

4.299.648

99


Resultatenrekening 2000 Resultatenrekening (bedragen in duizenden franken) KOSTEN

codes

II. Bedrijfskosten

60/64

A. Handelsgoederen,gronden hulpstoffen 1. Inkopen 2. Wijziging in de voorraad (toename -, afname +)

Vorig boekjaar

1.469.541

1.750.271

60 600/8

33.632 79.348

312.999 82.925

609

-45.716

230.074

B. Diensten en diverse goederen

61

318.322

276.334

C. Bezoldigingen,sociale lasten en pensioenen

62

1.088.666

986.229

D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa

630

101.492

96.179

E. Waardeverminderingen op voorraden,bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen

631/4

-38.825

52.025

F. Voorziening voor risico's en kosten

635/7

-105.232

-22.364

G. Andere bedrijfskosten

640/8

71.486

48.869

V. Financiële kosten A. Kosten van schulden C. Andere financiële kosten VIII. Uitzonderlijke kosten A. Uitzonderlijke afschrijvingen op

65

118

24

42

652/9

69

76

66 660 664/8

X. Belastingen op het resultaat

67/77

XI. Winst van het boekjaar

93

650

E. Andere uitzonderlijke kosten

A. Belastingen

670/3

1.740

8.689

61

0

1.679

8.689 0

0

70/67

0 0

94.936

16.760

1.566.310

1.775.838

TOTAAL DER KOSTEN XII. Overboeking naar de belastingvrije reserves

689

34.597

8.986

XIII. Te bestemmen winst van het boekjaar

70/68

60.339

7.774

70/69

60.339

7.774

60.339

7.774

RESULTAATVERWERKING A. Te bestemmen winstsaldo 1. Te bestemmen winst van het boekjaar C. Toevoeging aan het eigen vermogen 2. aan de wettelijke reserve 3. aan de overige reserves

100

Boekjaar 2000

70/68

691/2 6920 6921

-60.339 145 60.194

-7.774 0 7.774


Resultatenrekening (bedragen in duizenden franken) OPBRENGSTEN

codes

I. Bedrijfsopbrengsten

70/74

Boekjaar 2000

Vorig boekjaar

1.460.444

1.676.315

A. Omzet

70

92.315

366.613

D. Andere bedrijfsopbrengsten

74

1.368.129

1.309.702

IV. FinanciĂŤle opbrengsten B. Opbrengsten uit vlottende activa C. Andere financiĂŤle opbrengsten VII. Uitzonderlijke opbrengsten D. Meerwaarde bij de realisatie van vaste activa E. Andere uitzonderlijke opbrengsten X. B. Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen TOTAAL DER OPBRENGSTEN

75

84.319

78.961

751

19.800

24.988

752/9

64.519

53.973

76

21.547

16.562

763

1.016

9.239

764/9

20.531

7.323

77

0

4.000

1.566.310

1.775.838

101


Toelichting II. STAAT VAN DE IMMATERIELE VASTE ACTIVA (post 21 van de activa) (bedragen in duizenden franken)

codes

licenties, enz.

a) Aanschaffingswaarde Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar: - Aanschaffingen,met inbegrip van de geproduceerde vaste activa - overdrachten en buitengebruikstellingen Per einde van het boekjaar c) Afschrijvingen en waardeverminderingen Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar: - Geboekt - Afgeboekt - Overgeboekt van een post naar een andere Per einde van het boekjaar d) Netto-boekw. per einde van het boekjaar

concessies, octrooien

8012

14.845

8022 8032

23.955

8052

38.800

8062

4.135

8072 8092 8102

8.651

8122

12.786

8132

26.014

III. STAAT VAN DE MATERIELE VASTE ACTIVA (posten 22 tot 27 van de activa) (bedragen in duizenden franken)

a) Aanschaffingswaarde Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar: - Aanschaffingen,met inbegrip van de geproduceerde vaste activa - overdrachten en buitengebruikstellingen - overboeking van een post naar een andere Per einde van het boekjaar b) Meerwaarden Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar: - Geboekt - Afgeboekt - Overgeboekt van een post naar een andere Per einde van het boekjaar

102

codes

Terreinen en gebouwen (post 22)

codes

Installaties, machines en uitrusting (post 23)

codes

Meubilair en rollend materieel (post 24)

codes

Overige materiĂŤle vaste activa (post 26)

8151

494.970

8152

59.828

8153

507.784

8155

64.505

8161

1.437

8162

7.540

8163

84.537

8165

3.974

8171

8172

-30.317

8173

-18.544

8175

-4.188

8181

8182

8183

8191

496.407

8192

8201

519.688

8202

8203

8205

8211 8231

8212 8232

8213 8233

8215 8235

8241

8242

8243

8245

8252

8253

8255

8251

519.688

37.051

8193

8185 573.777

8195

64.291


vervolg

c) Afschrijvingen en waardeverminderingen Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar: - Geboekt - Afgeboekt - Overgeboekt na buitengebruikstelling - Overgeboekt van een post naar een andere Per einde van het boekjaar d) Netto-boekw. per einde van het boekjaar einde van het boekjaar

codes

Terreinen en gebouwen (post 22)

codes

Installaties, machines en uitrusting (post 23)

codes

Meubilair en rollend materieel (post 24)

codes

8261

678.606

8262

48.863

8263

384.362

8265

8271 8281

36.009

8272 8282

2.306

8273 8283

54.587

8275 8285

8301

8302

-30.317

8303

-18.546

8305

8311

8312

8313

Overige materiële vaste activa (post 26)

982

-982

8315

8321

714.615

8322

20.852

8323

420.403

8325

0

8331

301.480

8332

16.199

8333

153.374

8335

64.291

IV. Staat van de financiële vaste activa (post 28 van de activa ) (bedragen in duizenden franken)

codes

(post 284 ) Andere ondernemingen

1 Deelnemingen en aandelen a) Aanschaffingswaarde • per einde van het vorige boekjaar • Mutaties tijdens het boekjaar : • Aanschaffingen

8353

0

8363

208

Per einde van het boekjaar

8393

208

Netto-boekwaarde per einde van het boekjaar

8563

208

codes

(post 285/8) Andere ondernemingen

2. Vorderingen Netto-boekw. per einde van het vorige boekjaar • Toevoegingen • Terugbetalingen

8573 8583 8593

526 0 0

Netto-boekwaarde per einde van het boekjaar

8643

526

VII. Overlopende rekeningen (bedragen in duizenden franken) boekjaar Uitsplitsing van de post 490/1van de activa 491 Gelopen intresten

33.890

103


VIII. Staat van het kapitaal (bedragen in duizenden franken)

A. Maatschappelijk kapitaal 1. Geplaatst kapitaal (post 100 v/d passiva) - Per einde van het vorige boekjaar - Wijzigingen tijdens het boekjaar Kapitaalsverhoging - Per einde van het boekjaar 2. Samenstelling van het kapitaal 2.1. Soorten aandelen 2.900 aandelen met een gelijke nominale waarde van duizend frank elk 2.2 Aandelen op naam of aan toonder Op naam

codes

Bedragen

Aantal aandelen

8700

1.450 1.450 2.900

1.450

8701

2.900

2.900

8702

2.900

IX. Voorzieningen voor overige risico's en kosten (bedragen in duizenden franken) boekjaar Uitsplitsing van de post 163/5 van de passiva indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. voorzieningen terreinen ruilverkaveling voorzieningen hangende geschillen voorzieningen initiatieven mestbank voorzieningen terreinen landinrichting

36.264 33.300 66.445 15

X. Staat van de schulden (bedragen in duizenden franken)

A. Uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd

Schulden met een resterende looptijd van hoogstens meer dan één jaar, één jaar doch hoogstens 5 jaar codes (post 42) codes (post 17)

meer dan 5 jaar codes (post 17)

Financiële schulden 5. Overige leningen

8801 8851

723 723

8802 8852

Overige schulden

8901

0

8902

559.699

8903

600.000

TOTAAL

8911

723

8912

559.699

8913

600.000

codes

8803 8853

Boekjaar

C. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten

104

1. Belastingen ( post 450/3 van de passiva ) b) Niet vervallen belastingschulden

9073

18.271

2. Bezoldigingen en sociale lasten (post 454/9 van de passiva) b) Andere schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten

9077

105.552


XI. Overlopende rekeningen (bedragen in duizenden franken) boekjaar Uitsplitsing van de post 492/3 van de passiva Te betalen projecten Mestbank Te betalen projecten GRB

54.788 49.193

XII. Bedrijfsresultaten (bedragen in duizenden franken) codes

Boekjaar

vorig boekjaar

740

1.322.116

1.257.869

9086

748

645

9087 9088

647,3 942.976

602,1 871.505

620

795.393

722.789

621 623 624

105.977 56.648 130.648

90.007 48.869 124.564

D. Waardeverminderingen (post 631/4) 2. op handelsvorderingen • geboekt • Teruggenomen

9112 9113

1.700 -40.525

52.025

E. Voorzieningen voor risico's en kosten (post 635/7) Toevoegingen Bestedingen en terugnemingen

9115 9116

33.300 -138.532

16.858 -39.222

F. Andere bedrijfskosten (post 640/8) Belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening Andere

640 641/8

8.571 62.915

9.990 38.879

9097

0,5

0,3

9098 617

879 503

472 292

B. Andere bedrijfsopbrengsten (post 74) Waarvan : exploitatiesubsidies en vanwege de overheid ontvangen compenserende bedragen C1. Werknemers ingeschreven in het personeelsregister a) Totaal aantal op de afsluitingsdatum b) Gemiddeld personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten c) Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren C2. Personeelskosten (post 62) a) Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen b) Werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen d) andere personeelskosten e) pensioenen

G. Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen 2. Gemiddeld aantal berekend in voltijdse equivalenten Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren Kosten voor de onderneming

XIII. Financiële resultaten (bedragen in duizenden franken)

A. Andere financiële opbrengsten (post 752/9) Door de overheid toegekende subsidies, aangerekend op het resultaat: - kapitaalsubsidies

codes

Boekjaar

vorig boekjaar

9125

63.814

53.317

105


XVI. Belasting op de toegevoegde waarde en belasting ten laste van derden (bedragen in duizenden franken) codes

Boekjaar

vorig boekjaar

A. De belasting op de toegevoegde waarde in rekening gebracht: 2. door de onderneming

9146

403

567

B. De ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van : 1. bedrijfsvoorheffing

9147

225.547

224.477

XIX. FinancĂŻele betrekkingen, met (bedragen in duizenden franken) codes

Boekjaar

9503

816

A. Bestuurders en zaakvoerders 4. Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon : - aan bestuurders en zaakvoerders

106


Sociale balans I. Staat van de tewerkgestelde personen A. Werknemers ingeschreven in het personeelsregister 1. Tijdens het boekjaar en het vorig boekjaar

(boekjaar)

3.totaal (T) of totaal in voltijdse equivalenten (VTE) (boekjaar)

4.totaal (T) of totaal in voltijdse equivalenten (VTE) (vorig boekjaar)

585,2 849.294 989.347

117,9 93.682 99.319

647,3 (ETP) 942.976 (T) 1.088.666 (T)

602,1 (ETP) 871.505 (T) 986.229 (T)

103

XXXXXXXX

XXXXXXXX

13.170 (T)

13.725 (T)

codes

1. Voltijds

2. Deeltijds voltijdse

3. Totaal in equivalenten

a. Aantal werknemers ingeschreven in het personeelsregister

105

645

103

701,4

b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst Overeenkomst voor een onbepaalde tijd Overeenkomst voor een bepaalde tijd Vervangingsovereenkomst

110 111 113

528 106 11

89 7 7

576,1 110,8 14,5

c. Volgens het geslacht Mannen Vrouwen

120 121

393 252

23 80

403,1 298,3

d. Volgens de beroepscategorie Directiepersoneel Bedienden Arbeiders

130 134 132

12 618 15

84 19

12,0 664,0 25,4

codes

1. Uitzendkrachten

150 151

0,5 879

152

503

Gemiddeld aantal werknemers Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren Personeelskosten, in duizenden franken Voordelen bovenop het loon, in duizenden franken

2. Op de afsluitingsdatum van het boekjaar

B. Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen Tijdens het boekjaar

Gemiddeld aantal tewerkgestelde personen Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren Kosten voor de onderneming, in duizenden franken

codes

1.voltijds

2. deeltijds

(boekjaar) 100 101 102

2. Ter beschikking van de onderneming gestelde personen

107


II. Tabel van het personeelsverloop tijdens het boekjaar codes

1. Voltijds

2. Deeltijds

A. Ingetreden a. Aantal werknemers die tijdens het boekjaar in het personeelsregister werden ingeschreven

205

217

13

224,0

b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst Overeenkomst voor een onbepaalde tijd Overeenkomst voor een bepaalde tijd Vervangingsovereenkomst

210 211 213

85 126 6

2 8 3

85,5 131,0 7,5

c. Volgens het geslacht en het studieniveau Mannen: lager onderwijs secundair onderwijs hoger niet-universitair onderwijs universitair onderwijs Vrouwen:lager onderwijs secundair onderwijs hoger niet-universitair onderwijs universitair onderwijs

220 221 222 223 230 231 232 233

5 20 37 39 6 38 45 27

codes

1. Voltijds

1

1 5 3 3

2. Deeltijds

B. Uitgetreden

108

3. Totaal in voltijdse equivalenten

5,0 20,8 37,0 39,0 6,5 40,5 46,3 28,9

3. Totaal in voltijdse equivalenten

a. Aantal werknemers met een in het personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar eeneinde nam

305

107

20

116,4

b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst Overeenkomst voor een onbepaalde tijd Overeenkomst voor een bepaalde tijd Vervangingsovereenkomst

310 311 313

31 76 0

13 7 3

36,6 79,8 0,0

c. Volgens het geslacht en het studieniveau Mannen: lager onderwijs secundair onderwijs hoger niet-universitair onderwijs universitair onderwijs Vrouwen:lager onderwijs secundair onderwijs hoger niet-universitair onderwijs universitair onderwijs

320 321 322 323 330 331 332 333

6 19 11 16 5 30 13 7

1 2 3 2 4 4 1 3

6,9 19,5 12,0 17,3 6,9 32,0 13,8 8,0

d. Volgens de reden van beĂŤindiging van de overeenkomst Pensioen 340 Andere reden

11 343

3 96

13,3 17

103,1


III. Staat over het gebruik van de maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid tijdens het boekjaar codes Maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid

1. Maatregelen met een financieel voordeel voor de werkgever m.b.t. de titularis of diens plaatsvervanger Volledige loopbaanonderbreking Vermindering van de arbeidsprestaties deeltijdse loopbaanonderbreking ) Aantal werknemers betrokken bij ĂŠĂŠn of meerdere maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid: - totaal voor het boekjaar - totaal voor het vorige boekjaar

Aantal betrokken werknemers 1. Aantal 2. In voltijdse equivalenten

412 413

6 7

4,2 3,3

550 560

63 36

26,1 15,6

3. Financieel voordeel in duizenden franken

1.051 613

IV. Inlichtingen over de opleidingen voor de werknemers tijdens het boekjaar Totaal van de opleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever

mannen vrouwen

codes

1. Aantal betrokken werknemers

2. Aantal gevolgde opleidingsuren

3. Kosten voor de onderneming in duizenden franken

580 581

289 204

13.276 7.520

27.159 12.586

109


110


Verslag van de revisor aan de algemene vergadering der aandeelhouders

Jaarrekening per 31 december 2000

In het kader van onze opdracht als revisor aange-

Wij zijn van mening dat deze werkzaamheden een

steld bij ministerieel besluit van 9 januari 1990 in uit-

redelijke basis vormen voor het uitbrengen van

voering van de wet van 16 maart 1954, en overeen-

ons oordeel.

komstig de bepalingen van het artikel 29 van de statuten, brengen wij hierbij verslag uit aangaande onze

Naar ons oordeel, rekening houdend met de toe-

controlewerkzaamheden in verband met de jaarre-

passelijke wettelijke en bestuursrechtelijke voor-

kening per 31 december 2000 van de Vlaamse

schriften, geeft de jaarrekening afgesloten op 31

Landmaatschappij, die werd opgesteld onder de

december 2000 een getrouw beeld van het vermo-

verantwoordelijkheid van de raad van bestuur, met

gen, van de financiĂŤle toestand en van de resulta-

een balanstotaal van BEF 4.356.154.236 en waarvan

ten van de vennootschap en een passende verant-

de resultatenrekening afsluit met een te bestemmen

woording wordt gegeven in de toelichting.

winst van het boekjaar BEF 60.338.951. Wij hebben eveneens de bijkomende specifieke controles ver-

Bijkomende verklaringen en inlichtingen

richt die door de wet zijn vereist.

Wij vullen ons verslag aan met volgende inlichtingen die niet van aard zijn om de draagwijdte van

Verklaring over de jaarrekening zonder voorbehoud

onze verklaring te wijzigen :

Onze controles werden uitgevoerd overeenkomstig

- Het jaarverslag bevat de door de wet vereiste

de normen van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.

inlichtingen en stemt overeen met de jaarrekening.

Deze beroepsnormen eisen dat onze controle zo

- Onverminderd formele aspecten van onder-

wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een rede-

geschikt belang, wordt de boekhouding gevoerd

lijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de

en de jaarrekening opgesteld overeenkomstig de in

jaarrekening geen onjuistheden van materieel

BelgiĂŤ toepasselijke wettelijke en bestuursrechte-

belang bevat, rekening houdend met de Belgische

lijke voorschriften.

wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften met betrekking tot de jaarrekening.

- Wij dienen U geen enkele verrichting of beslissing mede te delen die in overtreding met de statuten of de vennootschappenwet zou zijn ge-

Overeenkomstig deze normen hebben wij rekening

daan of genomen. De winstverdeling die aan de al-

gehouden met de administratieve en boekhoud-

gemene vergadering wordt voorgesteld, stemt

kundige organisatie van de vennootschap, alsook

overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen.

met de procedures van interne controle. De verantwoordelijken van de vennootschap hebben onze

Opgemaakt op 7 maart 2001

vragen naar ophelderingen of inlichtingen duidelijk

Patrick Waltniel

beantwoord. Wij hebben op basis van steekproeven de verantwoording onderzocht van de bedragen opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben de waarderingsregels, de betekenisvolle boekhoudkundige ramingen

Bedrijfrevisor

die de onderneming maakte en de voorstelling van

Vertegenwoordiger van de burgelijke coĂśperatieve

de jaarrekning in haar geheel beoordeeld.

vennootschap "Dumont-Bossaert, Waltniel & Co"

111


Info Maatschappelijke zetel Vlaamse Landmaatschappij Gulden-Vlieslaan 72, 1060 Brussel 6 Tel.

02/543.72.00

(Algemeen nummer)

Fax

02/543.73.99

(Algemene directie)

02/543.73.96

(Administratie)

02/543.73.98

(Mestbank)

02/543.73.97

(Ruilverkaveling, Landinrichting en Natuur)

02/543.73.95

(Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen)

Provinciale afdelingen VLM-Provinciale afdeling Brugge Emmanuel de Neckerestraat 5, 8000 Brugge Tel.

050/45.81.00

(Algemeen nummer)

Fax

050/45.81.99

(Administratie)

050/45.81.98

(Mestbank)

VLM-Provinciale afdeling Diest Leuvensestraat 86a, 3290 Diest Tel.

013/35.87.00

(Algemeen nummer)

Fax

013/35.87.99

(Administratie)

013/35.87.98

(Mestbank)

VLM-Provinciale afdeling Gent Ganzendries 149, 9000 Gent Tel.

09/244.85.00

(Algemeen nummer)

Fax

09/244.85.99

(Administratie)

09/244.85.98

(Mestbank)

VLM-Provinciale afdeling Herentals Cardijnlaan 1,2200 Herentals Tel.

014/25.83.00

(Algemeen nummer)

Fax

014/25.83.99

(Administratie)

014/25.83.98

(Mestbank)

Verantwoordelijke uitgever ir. Paul Demeester Gulden-Vlieslaan 72,1060 Brussel 6

112

Concept, realisatie, en grafische productie Lemahieu & Partners, Erembodegem

Deze brochure werd gedrukt op milieuvriendelijk papier D/2000/6375/01


natu u r mens

Open ruimte Ik kijk hier steeds mijn ogen uit zie nieuwe kleur, hoor nieuw geluid nooit is â&#x20AC;&#x2DC;t zelfde pad het klinkt misschien wat overdreven maar ik kan hier zeven levens leven dan benâ&#x20AC;&#x2122;k het nog niet zat. Toon Hermans


VLM JAARVERSLAG

Open ruimte in Vlaanderen

2000 JA A RV E R S L AG 2 0 0 0

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ • Guldenvlieslaan 72 • B-1060 Br ussel

DE ZORG VOOR DE OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook