Skip to main content

Milieujaarprogramma_2007.pdf

Page 1

covermjp2007

24-01-2007

12:22

Pagina 1

Het Milieujaarprogramma 2007 is het vierde programma in uitvoering van het Milieubeleidsplan 2003-2007.

bepalingen inzake milieubeleid. Aan de inhoud en vorm is niets veranderd, maar het MJP maakt sinds dit jaar een herkenbaar onderdeel uit van de begroting en volgt dezelfde procedure.

milieujaarprogramma2007

Het is het eerste sinds de wijziging van het decreet algemene

milieujaarprogramma2007


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 1

milieujaarprogramma2007


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 2

Op basis van de wijziging van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid maakt het Milieujaarprogramma (MJP) 2007 een herkenbaar onderdeel uit van de begroting. Deze tekst wordt dan ook integraal toegevoegd aan de toelichtingen per programma van de leefmilieubegroting. De beleidsprioriteiten worden in dit MJP omstandig toegelicht.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 3

3

Inhoud Inleiding 5

deel 1. Algemeen kader 25

deel 2. Themabeleid 31 1. Verdunning van de ozonlaag 33 2. Verandering van het klimaat door het broeikaseffect 35 3. Verontreiniging door fotochemische stoffen 39 4. Verzuring 44 5. Vermesting 47 6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen 51 7. Verontreiniging en aantasting van de bodem 56 8. Verontreiniging door afvalstoffen 62 9. Verstoring van watersystemen 69 9a. - Integraal waterbeleid 69 9b. - Verontreiniging van oppervlaktewater 74 9c. - Verdroging 79 10. Hinder 83 10a. - Verstoring door geluid 84 10b. - Verstoring door geur 86 10c. - Verstoring door licht 88 11. Versnippering 89 12. Verlies van biodiversiteit 92

deel 3. Gebiedsgericht beleid 103

deel 4. Actoren 109 1. Doelgroepen 111 2. Burgers 114 3. Maatschappelijke organisaties 115


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 4

Milieujaarprogramma

4

2007

deel 5. Vlaamse overheid 117 1. Interne en externe integratie binnen de Vlaamse overheid: organisatie 119 2. Externe integratie binnen de Vlaamse overheid: voorbeelden 120 3. Samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen en de federale overheid 125 4. Samenwerking met lokale overheden 127

deel 6. Internationaal beleid 129

deel 7. Instrumenten 135 1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging 137 2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving 140 3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer 143 4. Beleidsonderbouwing: rapportering 146 5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten 148 6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten 152 7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten 154

deel 8. Kosten en ďŹ nanciering 157

Bijlagen 163


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 5

5

Inleiding Algemeen Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (verder het DABM genoemd), bepaalt dat het milieubeleid in Vlaanderen gestalte krijgt door de milieubeleidsplanning waarvan de hoekstenen het milieurapport, het milieubeleidsplan en de milieujaarprogramma’s zijn. Het milieurapport (MIRA) is de wetenschappelijke onderbouwing van het milieubeleid. De opdracht van de milieurapportering is: het beschrijven van de kwaliteit van het leefmilieu (MIRA-T), aangeven hoe die kwaliteit zich zou kunnen ontwikkelen en via welke beleidsinterventies die ontwikkeling kan worden verbeterd (MIRA-S), en onderzoeken in welke mate en op welke wijze het beleid tot nu toe tot veranderingen in de milieukwaliteit heeft geleid (MIRA-BE). Het recentste MIRA-T dateert van december 2005. Specifiek voor het aspect natuur en biodiversiteit werd in mei 2005 een Natuurrapport (NARA) gepubliceerd. Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid dat door het Vlaamse Gewest, alsmede door de provincies en gemeenten in aangelegenheden van gewestelijk belang, dient te worden gevoerd. Het plan beoogt enerzijds de bescherming en het beheer van het milieu en anderzijds de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid op alle beleidsniveaus te bevorderen. Het huidige milieubeleidsplan 2003-2007 werd vastgesteld door de Vlaamse Regering op 19 september 2003. De milieujaarprogramma’s dienen ter uitvoering en operationalisering van het milieubeleidsplan. Nadruk ligt hierbij op de organisatie, het tijdpad en de prioriteitenstelling van de verschillende maatregelen. Een milieujaarprogramma moet volgens het DABM minstens het volgende bevatten: - een verslag van de stand van uitvoering van het geldende milieubeleidsplan en de Europese milieuwetgeving; - een verslag van de stand van zaken aangaande de goedkeuring van internationale overeenkomsten; - een opgave van de door het Vlaamse Gewest in het komende jaar te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen ter uitvoering van het geldende milieubeleidsplan; - een overzicht van de in het ontwerp van begroting geraamde inkomsten en uitgaven ter uitvoering van het milieubeleidsplan; - een lijst met alle geplande en lopende onderzoeken en herstelprogramma’s.

Milieujaarprogramma 2007 Het milieujaarprogramma 2007 is het vierde programma in uitvoering van het Milieubeleidsplan 2003-2007. De uitvoering van heel wat maatregelen en van de meeste projecten zit min of meer op schema. De vordering van de 41 projecten wordt specifiek opgevolgd via de voortgangsrapportering. Een samenvatting hiervan volgt verderop in deze inleiding. Dit Milieujaarprogramma is het eerste sinds de wijziging van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid. Aan de inhoud en de vorm is niets fundamenteel veranderd. Wel maakt het MJP sinds dit jaar een herkenbaar onderdeel uit van de begroting en volgt het uiteraard dezelfde weg.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 6

Milieujaarprogramma

6

2007

Milieubeleid en langetermijnplanning Opvolging en evaluatie aan de hand van indicatoren Om het beleid te kunnen evalueren, wordt een kernset van een dertigtal indicatoren gehanteerd. Hierbij wordt gefocust op de strategisch belangrijkste domeinen en thema’s, o.a. gebaseerd op de doelstellingen van het DABM en op internationale strategieën en doelstellingen. In de selectie werden ook thema’s / activiteiten opgenomen die geheel of gedeeltelijk buiten de leefmilieubevoegdheid vallen (vb. energiegebruik, ruimtegebruik, transport, landbouw,…), maar een belangrijke invloed op de druk en de toestand van milieu en natuur hebben. In de onderstaande tabel zijn deze sleutelindicatoren opgenomen met vermelding van de recentste trend. Een uitgebreide rapportering van de toestand van milieu en natuur in Vlaanderen, en de evolutie ervan, is voorwerp van de MIRA- en NARA-rapporten. De meeste van de indicatoren uit onderstaande kernset komen dan ook aan bod in deze rapporten. Thema

Indicator

Tr e n d

Totale hoeveelheid geproduceerde

+/-

Duurzaam gebruik van hulpbronnen Afvalstoffen

De totale hoeveelheid geproduceerde huishoudelijke

huishoudelijke afvalstoffen per

afvalstoffen per inwoner nam toe van 405 kg

inwoner

in 1991 tot 560 kg in 2000. Na de 535 kg/inwoner in 2003 worden recent weer hogere waarden opgetekend. In 2004 en 2005 respectievelijk 560 en 549 kg/inwoner.

Energiegebruik

Bruto binnenlands energiegebruik

––

Hoewel de energie-intensiteit van de Vlaamse economie sinds 1998 jaar na jaar verbeterde, nam het absolute energiegebruik de voorbije jaren geleidelijk toe. In 2004 is het bruto binnenlands energiegebruik met 36% gestegen t.o.v. 1990 (sinds 1998 schommelt dit rond 1600 PJ per jaar).

Watergebruik

Leidingwatergebruik

+/-

Het totale drinkwaterverbruik schommelde in de periode 1995-2000 rond 380 à 390 miljoen m3. Het drinkwaterverbruik door de bevolking vertoonde de laatste jaren geen duidelijke trend. In 2003 gebruikte de bevolking ca. 222 miljoen m3 leidingwater of 101 liter per persoon en per dag.

Grondstoffengebruik

Totale materialenbehoefte

+/-

Sinds 1997 schommelt de jaarlijkse totale materialenbehoefte (TMB) rond 140 ton/inwoner. De lichte daling in de jaren 2001 en 2002 zette zich niet door in 2003 en 2004.

Ruimtegebruik

Oppervlakte bebouwde percelen

––

In 2005 nam bebouwd Vlaanderen 2.336,8 km2 in beslag. Dit komt neer op 17,3% van de totale oppervlakte. Tussen 1991 en 2005 is de bebouwde oppervlakte toegenomen met gemiddeld 36 km2 per jaar. In diezelfde periode vertoont deze toename evenwel een dalende tendens.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 7

inleiding Thema

Indicator

Tr e n d

Emissies van broeikasgassen

–

7

Bescherming van het milieu Klimaat

In 2004 waren de broeikasgasemissies gestegen tot 91 Mton CO2eq, oftewel met 3,6 t.o.v. 1990.

Luchtkwaliteit – verzurende

Uitstoot van verzurende stoffen

++

stoffen

De totale potentieel verzurende emissie verminderde in de periode 1990-2004 met 43% tot 10.003 miljoen Zeq. De daling is vooral toe te schrijven aan een sterke afname van de SO2-emissies (-57%). Ook de NOx-emissie nam geleidelijk af (-21%) en vanaf 2000 werd een aanzienlijke NH3-emissiereductie gerealiseerd (-50%).

++

Kwaliteit van het

Percentage meetplaatsen van het

oppervlaktewater

oppervlaktewatermeetnet dat voldoet

duidelijke verbetering van de situatie. In 2005

aan de basiskwaliteit voor bio-

voldeden 56% van de meetplaatsen aan de basis-

chemisch zuurstofverbruik (BZV)

kwaliteit voor BZV.

Percentage meetplaatsen van het

+

De evolutie in de periode 1990-2005 wijst op een

In 2005 voldeden 30% van de meetpunten aan de

oppervlaktewatermeetnet met een

basiskwaliteitsnorm. De toestand verbetert geleide-

-score op de Belgisch Biotische

lijk. In vergelijking met de eerste bepaling (1989)

Index van tenminste 7

geeft aan dat de toestand op 43% van de meetplaatsen is verbeterd; op ruim de helft van de meetplaatsen bleef de toestand nagenoeg onveranderd; op 5% ging de toestand achteruit.

Kwaliteit van het grondwater

Kwaliteit van de bodem –

Percentage meetplaatsen van

…

De metingen uit 2004-2005 geven aan dat de toe-

het MAP-grondwatermeetnet met

stand niet verbetert. In de meetcampagne (voorjaar)

overschrijding van de nitraatnorm

van 2005 blijkt dat op ca. 40% van de meetlocaties

van 50 mg/l

de nitraatnorm van 50 mg/l wordt overschreden.

Overschot op de stikstofbalans

++

nutriënten

In de periode 1990-2005 is het overschot op de stikstofbalans meer dan gehalveerd (260 kg N/ha in 1990).

Verspreiding van zware metalen

Emissie van zware metalen

+

naar het oppervlaktewater

De emissies van de zware metalen Ni (27%), Cd (17%), Zn (17%) Cr (13%), As (14%), Hg (12%) en Cu (11%) naar oppervlaktewater nemen sinds 1995 af. Voor Pb (2%) blijft deze nagenoeg ongewijzigd.

Verspreiding van chemicaliën

Gebruik van bestrijdingsmiddelen

++

Gewasbeschermingsmiddelen: In de periode 1990 – 2005 daalde het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, uitgedrukt in verspreidingsequivalenten (Seq), met 48%.

Milieu en gezondheid Luchtkwaliteit – omgevingslucht

Aantal dagen met overschrijding

+/-

Los van de belangrijke jaarfluctuaties en sterke

van de ozondrempelwaarde van

regionale verschillen inzake ozonoverlast, blijft het

120 µg/m3

aantal dagen met overschrijding van de ozondrempel voor de bescherming van de volksgezondheid hoog. In 1995, 1999 en 2003 werden meer dan veertig dagen genoteerd, in 1996, 1997 en 2001 meer dan dertig. Het gemiddelde over 3 jaar blijft hoog.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 8

Milieujaarprogramma Thema

8

2007

Indicator

Tr e n d

Stedelijke luchtkwaliteitsindex

–

Milieu en gezondheid (vervolg) Luchtkwaliteit – omgevingslucht (vervolg)

Zowel in Antwerpen als in Gent wordt in de periode 1996-2000 een geleidelijke verbetering van de luchtkwaliteit vastgesteld. Vanaf 2001 zet deze trend zich niet meer door. In 2005 was de luchtkwaliteit in Gent middelmatig tot en met zeer slecht op gemiddeld 42% van de dagen; in Antwerpen was dit op 45% van de dagen.

Gezondheidsschade

Gezondheidsimpact van zwevend

+/-

Het aantal verloren gezonde levensjaren (DALY’s)

stof - Disability Adjusted Life Years

ten gevolge van blootstelling aan zwevend stof wordt

(DALY)

geschat op ongeveer 40 DALY’s per 10.000 inwoners en per jaar. De situatie is de laatste jaren niet significant veranderd. Bij ongewijzigde concentraties zwevend stof speelt de Vlaming gemiddelde één derde van een gezond levensjaar kwijt.

Hinder

Percentage van de bevolking dat

+/-

In 2003 was ongeveer 18% van de bevolking

potentieel ernstig wordt gehinderd

potentieel ernstig gehinderd door geluid. De situatie

door geluid.

is vrijwel onveranderd sinds 1990.

Natuurbehoud Beschermde gebieden

Oppervlakte gebieden onder effectief

++

natuurbeheer

De oppervlakte aan gebieden onder effectief natuurbeheer nam toe van 27.001 ha eind 2001 naar 35.228 ha eind 2005.

Biodiversiteit

Rode Lijst-soorten

…

In de periode 1994-2005 werden 16 Rode Lijsten opgesteld waardoor de status van 3.479 soorten bekend is. Toestand: van 984 (28%) van de soorten is bekend dat ze het gevaar lopen om op termijn te verdwijnen. Er is nog geen trend beschikbaar.

Integratie Transport

Volume personenvervoer

––

In de periode 1990-2004 is het personenvervoer met 24% toegenomen tot 69,07 miljard personenkilometers. Het gemotoriseerd wegvervoer (auto/moto) neemt in 2004 zo’n 90% voor zijn rekening en vertoont een stijging t.o.v. 2003. Sinds 1997 is er evenwel een toename van het gebruik van het openbaar vervoer waar te nemen.

Energievoorziening

Aandeel groene stroom

+

Het aandeel groene stroom in het bruto elektriciteitsverbruik is tussen 1994 en 2005 gestegen van 0,12% tot 1.66%. Ondanks deze toename blijft dit aandeel zeer klein.

Industrie

Eco-efficiëntie van de industrie

+

Terwijl de productie-index van de industrie steeg tussen 1990 en 2005 (+28%), daalde de emissie van verzurende stoffen en van CZV en zware metalen in oppervlaktewater, wat op een verbetering van de eco-efficiëntie wijst. De afvalproductie steeg daarentegen sneller dan de productie-index (+53%); het energiegebruik en de CO2-emissies blijven de laatste jaren ongeveer status-quo.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 9

inleiding Thema

Indicator

Tr e n d

Aandeel selectief ingezameld huisvuil

++

9

Integratie (vervolg) Bevolking

De selectieve fracties in het totaal van het huishoudelijk afval zijn sterk gestegen van 34% in 1995 naar 72% in 2004.

Landbouw

Areaal biologische landbouwproductie

–

Het areaal biologische landbouw is sinds 1991 (493 ha) sterk toegenomen tot 4.026 ha in 2001, waarna de trend terug dalend is. In 2005 was dit nog 3.153 ha (minder dan 1% van de totale landbouwoppervlakte in Vlaanderen).

Samenwerking en draagvlak Draagvlak – bereidheid burgers

Bereidheid tot financiële inspanningen

+/-

ten aanzien van het milieu

In de periode 1996 - 2006 is er nauwelijks evolutie in het percentage Vlamingen dat aangeeft minstens deels bereid te zijn een financiële bijdrage te leveren ten voordele van milieu (54% in ‘96, 55% in ‘00 en 56% in ‘05 en ‘06).

Draagvlak - gedrag burgers

Feitelijk gedrag ten aanzien van

–

het milieu

Het percentage Vlamingen dat zegt altijd of dikwijls een zuinig gedrag te vertonen daalt in de periode 1996-2006 van 55,3 % tot 47,2%.

Politiek draagvlak

Aandeel uitgaven van de Vlaamse

+/-

overheid voor milieu

Tussen 2002 en 2005 schommelde het aandeel leefmilieu uitgaven in de Vlaamse begroting tussen 4,4% en 4,6%. In 2006 (4,7%) was er een lichte stijging t.o.v. 2005 (4,5%).

Samenwerking - lokaal

Ondertekeningen samenwerkings-

+

250 Vlaamse gemeenten hebben de samenwerkings-

overeenkomst gemeenten – Vlaams

overeenkomst ondertekend (situatie 2005). Hiervan

gewest

zijn er 157 ondertekeningen voor niveau 1 (basis), 92 voor niveau 2 en 1 voor niveau 3.

Samenwerking - internationaal

Bekrachtiging van internationale

+

milieuverdragen

Ongeveer 75% van de internationale milieuverdragen waarbij Vlaanderen betrokken is, werden door de Vlaamse regering bekrachtigd.

Legende trendevolutie: +++: zeer gunstige trend;

++: gunstige evolutie;

+: voorzichtig positieve trend;

+/-: toestand nagenoeg ongewijzigd;

-: licht negatieve trend;

– –: negatieve evolutie:

– – –-: zeer negatieve evolutie;

…: geen trend beschikbaar

De opvolging van het MINA-plan gebeurt ook met behulp van de bijhorende indicatoren in de themahoofdstukken van dit milieujaarprogramma. Om de link met het beleid op lange termijn te versterken, werd bij de keuze van die indicatoren een goede afstemming met de hoger vermelde sleutelindicatoren nagestreefd. Ruim de helft van de indicatoren uit de kernset zijn terug te vinden als indicator bij één van de plandoelstellingen uit het themabeleid. In deze gevallen wordt de sleutelindicator verder toegelicht (met focus op genomen / te nemen beleidsmaatregelen) in de respectievelijke themahoofdstukken. Per thema worden evenwel ook indicatoren opgevolgd die niet aan bod komen in de kernset. Een aantal daarvan, waarvoor het bereiken van de plandoelstelling belangrijke inspanning vereist, worden hieronder toegevoegd aan de sleutelindicatoren.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 10

Milieujaarprogramma

10

2007

Thema MINA-plan 3

Indicator

Tr e n d

Verdunning van de ozonlaag

Emissie van ozonafbrekende stoffen

++

De uitstoot van ozonafbrekende stoffen werd in 2004 (283 ton ODP) reeds met 55% teruggedrongen ten opzichte van de emissies van 1999. Blijvende inspanningen zijn nodig om deze gunstige tendens voort te zetten tijdens de planperiode.

Vermesting

Op landbouwgrond opgebrachte

++

hoeveelheid dierlijk mest

De hoeveelheid dierlijk mest die opgebracht wordt, vertoont een aanzienlijke daling in 2004 (53,5 miljoen kg P2O5) ten opzichte van voorgaande jaren.

Verspreiding van milieu-

Jaargemiddelde concentratie fijn stof

gevaarlijke stoffen

(PM10)

+/-

De jaargemiddelde concentratie fijn stof vertoont, na een gunstige evolutie in de periode 1996-1998 een eerder schommelend verloop. In 2004 vond er opnieuw een daling plaats van de jaargemiddelde concentratie tot onder 40 µg/m3, ook in industrieel en stedelijk gebied. Dit geldt ook voor 2005.

++

Verontreiniging en

Aantal gronden met sanerings-

aantasting van de bodem

noodzaak waarop de sanering

opgestart neemt jaarlijks toe. Eind 2005 is de

Het aantal gronden waarop de sanering minstens is

minstens is opgestart

sanering van 20,6% (2.271 gronden) van de gronden met saneringsnoodzaak opgestart.

Aantal hydraulische en ecologische

++

Het aantal sanerings-/ruimingsprojecten alsook de

ruimingen op onbevaarbare water-

geruimde/gesaneerde volumes nam in de periode

lopen van 1ste categorie.

2001-2006 sterk toe. In 2006 bedroeg de hoeveelheid geruimde specie ca. 775.000 m3.

Verontreiniging door

Totale hoeveelheid primair

afvalstoffen

geproduceerde bedrijfsafvalstoffen

+/-

De productie van primair bedrijfsafval nam toe van 12,5 miljoen ton in 1992 tot 18,8 miljoen ton in 1998, en bleef nadien nagenoeg stabiel tot en met 2004 (ca. 20 miljoen ton).

Verontreiniging van

Zuiveringsgraad van de huishoudens

+

oppervlaktewater Versnippering

In de periode 1990 tot 2005 is de zuiveringsgraad geleidelijk toegenomen van 30% naar 64%.

Percentage gesaneerde vismigratie-

+

knelpunten

In 2005 zijn 12% van de knelpunten gesaneerd. Een versnelling van de uitvoering is vereist om de doelstelling (75% knelpunten gesaneerd) te halen.

Verlies van biodiversiteit

Oppervlakte VEN en natuur-

+

verwevingsgebied dat afgebakend is

Eind 2005 is de oppervlakte VEN toegenomen tot 86.800 ha. De oppervlakte natuurverwevingsgebied nam toe tot 768 ha.

Totale oppervlakte groengebied

+

op de bestemmingsplannen

Tussen 1994 en eind 2005 is de oppervlakte natuurgebied (en reservaatgebied) toegenomen met 11.500 ha. De oppervlakte bosgebied is in dezelfde periode met 1.900 ha toegenomen.

Legende trendevolutie: +++: zeer gunstige trend;

++: gunstige evolutie;

+: voorzichtig positieve trend;

+/-: toestand nagenoeg ongewijzigd;

-: licht negatieve trend;

– –: negatieve evolutie:

– – –-: zeer negatieve evolutie;

…: geen trend beschikbaar

Naast de opvolging van de langetermijntrend (kernset) en de realisatie van de plandoelstellingen worden in het milieujaarprogramma de verwachte beleidsrealisaties systematisch, en waar mogelijk kwantitatief door middel van outputindicatoren, opgevolgd. Per thema of deel werd hiertoe een tabel met indicatoren opgenomen.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 11

inleiding

11

De uitvoering van het MINA-plan 3 Organisatie Het DABM geeft het planningsteam de opdracht om vijfjaarlijks een MINA-plan en jaarlijks een milieujaarprogramma (MJP) voor te bereiden. Het planningsteam bestaat bij besluit uit de leidend ambtenaren van AMINAL, VLM, VMM en OVAM (en APS). De uitvoering van het geldende Milieubeleidsplan wordt gecoördineerd door een projectleider en een planningsgroep, waartoe één of meerdere vertegenwoordigers van elke entiteit behoren. Voor de uitvoering en de opmaak van milieubeleidsplannen en jaarprogramma’s werd een netwerk opgebouwd, dat bestaat uit de planningsgroep, de planningsverantwoordelijken, de thema/deel/hoofdstukcoördinatoren en de projectverantwoordelijken. Voor de 41 projecten van het plan werd een projectwerking opgezet. De eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de onderdelen van het MINA-plan ligt bij het afdelingshoofd van de respectieve thema-, deel- of hoofdstukcoördinator. De planningsgroep waakt over de inpasbaarheid in het MINA-plan, de timing en de afstemming tussen de projecten en verzorgt de rapportage voor de Beleidsraad. De planningsverantwoordelijken tenslotte verzorgen de vlotte doorstroming van informatie binnen de instellingen, in overleg met de leidend ambtenaar. Zij spelen ook een cruciale rol in de afstemming tussen algemene beleidsplannen en-programma’s en instellingsspecifieke operationele plannen.

Afstemming van de planningscycli (zie ook het project ‘Planningscyclus’) De Vlaamse Regering hanteert een eigen planningscyclus, die start met de opmaak van een regeerakkoord. In uitvoering hiervan maakt elke minister een beleidsnota op die de regeringsperiode overspant. Deze beleidsnota wordt jaarlijks geconcretiseerd via een beleidsbrief. Deze planningscyclus en de bijhorende documenten overlappen met de milieubeleidsplanningscyclus. Bovendien loopt het MINA-plan 3 van 2003 tot en met 2007, de beleidsnota geldt voor de periode 2005-2009. Om in de toekomst een betere afstemming te bekomen, zal een volgend milieubeleidsplan opgesteld worden na de opmaak van een volgende beleidsnota. Een decreetswijziging, die een betere afstemming moet toelaten, werd goedgekeurd op 19 april 2006. De huidige Vlaamse regering werd midden 2004 gevormd. De beleidsnota van de minister van Leefmilieu legt nieuwe accenten en prioriteiten bij de uitvoering van het milieubeleidsplan. Deze nieuwe accenten worden in de eerste plaats doorvertaald in de milieujaarprogramma’s en in de verdere uitwerking van de projecten. De bindende doelstellingen van het MINA-plan 3 blijven hierbij uiteraard van kracht. Ook een afstemming op niveau van de jaarlijkse cycli (MJP, beleidsbrief en begroting) dringt zich op. In 2006 werd voor het MJP en de beleidsbrief vertrokken van een zelfde set prioriteiten en ook de andere onderdelen werden op elkaar afgestemd. Minstens even belangrijk is de afstemming met de begroting. Idealiter biedt het ontwerp-MJP het inhoudelijk en budgettair kader voor de opmaak van de begroting, sporen de cijfers in de begroting en de tekst van het MJP samen en hanteert de toelichting bij de begroting de terminologie uit het MINA-plan. In 2005 werd reeds een bijzondere inspanning geleverd om de samenhang tussen begroting en milieujaarprogramma maximaal te herstellen. Dit gebeurde zowel op inhoudelijk vlak, door de motivering van de gevraagde middelen in de ontwerpbegroting te enten op de maatregelen van het MINA-plan 3, als vormelijk.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 12

Milieujaarprogramma

12

2007

Begroting en financiering In de onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de beleidskredieten die in de periode 2000-2006 voorzien werden voor milieu-uitgaven. De berekeningswijze voor de Vlaamse milieu-uitgaven verschilt t.o.v. vorige jaren. In het kader van de objectivering van de begrotingscijfers wordt er teruggevallen op de officiële cijfers zoals die jaarlijks door de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement worden goedgekeurd en gepubliceerd in de algemene toelichting bij de begroting. Deze totaalcijfers worden op een ESR-geconsolideerde basis berekend in overeenstemming met de Europese begrotingsnormering. De correctie voor de hervorming van de watersector kon hierdoor ook op punt gezet worden. Deze correctie komt er in grote lijnen op neer dat de Aquafin-uitgaven die tengevolge de hervorming van de watersector vanaf de begrotingscontrole 2005 gefinancierd worden door de drinkwatermaatschappijen i.p.v. door de Vlaamse overheid meegerekend worden in de totaaluitgaven voor leefmilieu. Verder werd ook rekening gehouden met de nieuwe structuur van het Beter Bestuurlijk Beleid. Hierdoor worden vanaf de begrotingscontrole 2006 in de algemene toelichting bij de begroting de begrotingsmiddelen van energie bij de totale leefmilieumiddelen geteld. Uit deze tabel blijkt dat er in absolute cijfers in de periode 2002-2006 een duidelijke trend was om jaarlijks meer beleidskredieten te voorzien voor het beleidsdomein Leefmilieu. In 2007 werd er 1 miljard EUR aan middelen voorzien voor milieu. Tabel 1: Evolutie van het aandeel van de uitgaven voor het beleidsdomein leefmilieu t.o.v. de totale Vlaamse uitgaven in de periode 2000-2007 (in beleidskredieten) Uitgaven leefmilieu in beleidskredieten (in duizend EUR) 2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007BO

763.312

899.083

790.855

812.785

821.147

721.915

729.997

665.301

Correctie voor hervorming watersector

0

0

0

0

0

161.030

249.246

371.044

– werkingstoelage drinkwater-

0

0

0

0

0

-263.124

-198.521

-113.391

0

0

0

0

0

424.154

447.767

484.435

5.146

5.263

6.600

6.350

11.397

9.338

in totaal

in totaal

milieu

milieu

Totaal milieubegroting*

maatschappijen MINAfonds** + totale uitgaven op AQF-begroting*** Totaal energiebegroting****

Totale LNE incl. AQF-correctie Totale kredieten Vlaanderen

768.458

904.346

797.455

819.135

832.544

892.283

979.243 1.036.345

15.639.255 16.696.864 17.246.089 17.971.087 18.924.053 19.831.488 21.029.215 21.953.337

(met AQF-correctie) Aandeel LNE

4,9%

5,4%

4,6%

4,6%

4,4%

4,5%

4,7%

4,7%

*: cijfer uit Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, … (stukken Vlaams Parlement), inclusief agentschappen.instellingen, inclusief alle AQF-uitgaven ingeschreven op MINAfonds en inclusief FFEU **: cijfer uit Decreet houdende (aanpassing van) de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004, …); komt overeen met basisallocatie 361B4350 vanaf BC 2005 ***: cijfer uit de Memorie van toelichting bij de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004, …) ****: cijfer uit Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, … (stukken Vlaams Parlement)


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 13

inleiding

13

In 2001 bereikten de milieu-uitgaven een absoluut hoogtepunt met een aandeel van 5,4% in de totale Vlaamse begroting. Daarna kenden de middelen dien naar leefmilieu gingen een terugval. Relatief ten opzichte van de andere beleidsdomeinen bleef het aandeel van leefmilieu in de periode 2002-2007 ongeveer op hetzelfde niveau, namelijk tussen 4,4% en 4,6%. In 2006 was er een lichte stijging merkbaar van 0,2% t.o.v. 2005. Dit bracht het aandeel van leefmilieu-uitgaven in de Vlaamse begroting op 4,7%. In 2007 blijft dit aandeel constant. De verdeling over de thema’s is grotendeels gelijk gebleven. De bedragen zijn eveneens aangepast aan de Aquafin-correctie. In tabel 2 is te zien dat van die totale beleidsruimte voorzien voor leefmilieu het merendeel voorzien is voor de thema’s oppervlaktewaterverontreiniging (553 miljoen EUR of 63%) en biodiversiteit (98 miljoen EUR of 10%). Het thema bodem won aan belang voornamelijk tengevolge de verhoogde inspanningen voor bodemsanering en de aanmaak van het GRB (Groot Referentiebestand) voor Vlaanderen. Het thema verdroging kreeg op het eerste zicht veel minder budget in 2007. In de praktijk is dit niet zo. Deze middelen voor verdroging zijn opgenomen in de totale dotatie aan de VMM en zijn niet meer rechtstreeks toewijsbaar aan het thema. Maar uitgaven in tabel 2 dienen uiteraard ook gefinancierd te worden. Binnen het domein Leefmilieu kan op meerdere financieringsbronnen teruggevallen worden (i.e. algemene middelen, milieuheffingen, FFEU, diverse andere inkomsten AMINAL en VOI). In tabel 3 wordt een beeld geschetst van de manier waarop het milieubeleid de laatste jaren gefinancierd werd. Uit tabel 3 blijkt dat de inkomsten voor het beleidsdomein Leefmilieu verder blijven dalen. Het merendeel van de eigen middelen (65%) vloeit nog steeds voort uit de milieuheffingen. Door de hervorming van de watersector gaat een deel van de afvalwaterheffing nu echter rechtstreeks naar de drinkwatermaatschappijen. Hierdoor daalden de inkomsten uit de afvalwaterheffing van 153 miljoen EUR in 2005 naar 55 miljoen EUR in 2007. Dit betekent evenwel nog steeds een aandeel van 28% in de totale inkomsten van 2007. Een andere belangrijke bron van inkomsten, die is weggevallen t.o.v. 2007, is de opbrengst uit de verkoop van de participatie in de VMW. De eigen ontvangsten van de VOI’s bestemd voor het milieubeleid stegen lichtjes in 2006.


991 871 551 307 304 200 169 146

Gevaarlijke Stoffen

Fotochemie

Verzuring

Kosten en Financiering

Geurhinder

Klimaat

Ozon

Geluidshinder

Eindtotaal

Indirect

896.651

25

2.246

Internationaal Beleid

Lichthinder

2.456

Integraal Waterbeleid

19.337

Overheden en GeĂŻntegreerd beleid

3.825

25.496

Instrumenten

Actoren

36.334

Gebiedsgericht Beleid

100%

0,00%

0,02%

0,02%

0,02%

0,03%

0,03%

0,06%

0,10%

0,11%

0,25%

0,27%

0,43%

0,44%

1,02%

2,16%

2,84%

4,05%

4,91%

928.233

102

193

165

331

302

299

543

853

975

2.229

2.575

3.815

3.934

9.095

26.289

25.068

40.173

54.016

33.753

100%

0,01%

0,02%

0,02%

0,04%

0,03%

0,03%

0,06%

0,09%

0,11%

0,24%

0,28%

0,41%

0,42%

0,98%

2,83%

2,70%

4,33%

5,82%

3,64%

8,63%

8,02%

14,40%

947.490

52

282

161

386

137

460

604

774

1.851

2.211

14.029

5.447

4.779

9.642

23.705

19.456

38.596

58.492

47.696

57.460

45.385

117.346

498.540

in K.EUR

100%

0,01%

0,03%

0,02%

0,04%

0,01%

0,05%

0,06%

0,08%

0,20%

0,23%

1,48%

0,57%

0,50%

1,02%

2,50%

2,05%

4,07%

6,17%

5,03%

6,06%

4,79%

12,38%

52,62%

in %

988.603

47

192

331

377

133

130

325

680

2.202

1.863

14.516

7.411

5.708

9.889

18.510

16.416

42.002

101.671

43.495

26.151

30.692

119.805

546.058

in K.EUR

in %

100%

0,00%

0,02%

0,03%

0,04%

0,01%

0,01%

0,03%

0,07%

0,22%

0,19%

1,47%

0,75%

0,58%

1,00%

1,87%

1,66%

4,25%

10,28%

4,40%

2,65%

3,10%

12,12%

55,24%

2004

3,43%

0,00%

0,03%

0,00%

0,02%

0,01%

0,03%

0,06%

0,04%

0,09%

0,22%

1,29%

1,12%

0,31%

0,77%

3,61%

0,92%

4,19%

4,75%

4,41%

2,05%

3,08%

11,01%

58,57%

in %

882.071 100,00%

30.260

0

266

0

163

70

255

495

355

759

1.915

11.421

9.849

2.778

6.760

31.805

8.148

36.925

41.911

38.921

18.070

27.160

97.117

516.671

in K.EUR

2005

3,50%

0,00%

0,03%

0,00%

0,01%

0,01%

0,03%

0,03%

0,03%

0,08%

0,20%

1,12%

0,88%

0,22%

0,93%

1,80%

0,83%

4,64%

6,58%

4,10%

4,54%

3,04%

10,16%

57,27%

in %

32.238

0

312

0

73

63

255

282

356

949

1.987

14.074

7.107

2.672

11.049

17.838

7.597

51.417

70.100

40.606

20.555

6.852

105.739

663.938

in K.EUR

3,05%

0,00%

0,03%

0,00%

0,01%

0,01%

0,02%

0,03%

0,03%

0,09%

0,19%

1,33%

0,67%

0,25%

1,05%

1,69%

0,72%

4,87%

6,64%

3,85%

1,95%

0,65%

10,01%

62,87%

in %

2007BO

966.792 100,00% 1.056.058 100,00%

33.814

0

255

0

104

64

255

268

336

766

1.929

10.822

8.465

2.149

8.946

17.434

8.013

44.812

63.587

39.628

43.875

29.343

98.258

553.670

in K.EUR

2006

14

3.956

44.029

Bodem

5,94%

80.069

74.442

133.698

46,90%

in %

2003

Milieujaarprogramma

Versnippering

53.248

Afvalstoffen

6,93%

7,79%

15,57%

435.314

in K.EUR

2002

15:04

9.148

62.124

Vermesting

in % 47,00%

2001

22-01-2007

Lucht

69.860

139.601

Biodiversiteit

Verdroging

421.427

in K.EUR

Oppervlaktewaterverontreiniging

Thema’s en doelen

Tabel 2: Overzicht van de beleidskredieten per thema in de periode 2001-2007 in beleidskredieten (exclusief financiering vanuit eigen ontvangsten VOI en inclusief interdepartementale bestaansmiddelen en FFEU)

00 mjp2007 voorwerk corr Pagina 14

2007


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 15

inleiding

15

Tabel 3: Financiering van het milieubeleid: inkomstenbronnen in de periode 2001-2007 1. Inkomsten MINAfonds Bron: Begroting Minafonds na begrotingscontrole (= aangepaste begroting), in MIO EUR

in miljoen EUR

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007BO

331,1

326,6

341,8

307,6

221,0

142,8

128,8

79,3

66,8

53,7

41,0

38

40

40,7

231,3

234,9

240,3

239,5

153

66,7

55,3

5,0

4,8

11,5

7,1

10

9,8

10,8

grondwaterheffing

15,6

20,1

36,3

20,0

20

26,3

22,0

Andere ontvangsten MINAfonds

10,5

9,7

9,6

29,9

10,4

12,0

13,0

retributies bodemattesten

-

-

-

-

-

-

-

bossencompensatiefonds

0,5

-

-

-

-

-

-

ontvangsten uit beheer patrimonium ABG, AMINABEL

1,6

1,6

1,6

2,0

2,2

1,8

0,0

diverse ontvangsten (terugstorten geld- en rente

0,3

0,3

0,2

0,2

0,2

0,2

0,3

0,4

0,0

0,0

0,2

0,2

0,4

0,0

5,3

5,3

5,3

25,0

5,3

7,1

10,2

VLAREM dossiertaks

0,4

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

jachtverloven en jachtvergunningen

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

-

-

-

0,0

0,0

-

-

341,7

336,3

351,4

337,5

231,4

154,8

141,8

Milieuheffingen afvalheffing afvalwaterheffing mestheffing

voorschotten en terugstorten van lonen) financiĂŤle bijstand EU i.v.m. verordeningen 2078 en 2080 dividenden Vlaamse Milieuholding + kapitaalsverminderingen VMH

ontvangsten ikv.federale wetgeving verwerking landbouwkrengen Totaal eigen ontvangsten MINAfonds

2 . I N K O M S T E N a d m i n i s t r a t i e v e m i d d e l e n b e g r o t i n g i . v. m . L e e f m i l i e u Bron: Alg. Middelenbegroting na begrotingscontrole (= aangepaste begroting), in MIO EUR

in miljoen EUR

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007BO

pm

0,000

0,000

4,500

0,900

3,000

0,000

pm

0,000

0,000

0,000

0,000

12,000

2,800

terugneming van participatie door de VMH

-

-

75,000

0,000

0,000

0,000

0,000

opbrengst uit de verkoop van de participatie in de VMW

-

-

-

120,000

40,000

0,000

0,000

-

-

-

0,225

0,045

0,180

0,180

0,000

0,496

1,393

2,500

2,500

2,750

2,800

Departement EWBL, ANRE ontvangsten fonds hernieuwbare energiebronnen (decreet 17.7.2000) ontvangsten energiefonds (decreet 17.07.2000) Departement AZF, ABAFIM

Departement LIN, AMINAL ontvangsten mbt. Fonds voor de controle op uitvoerende taken van brander- en stookolietechnici bossencompensatiefonds-bosbehoudsbijdrage


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 16

Milieujaarprogramma

16

2007

Departement LIN, AMINAL (vervolg) visserijverloven (visserijfonds decreet 21.12.1990)

0,694

0,750

0,750

0,600

0,800

0,850

0,780

Fonds Landinrichting: ontvangsten uit wetten

2,300

2,548

2,343

2,555

2,615

1,316

1,430

pm

pm

pm

0,000

0,000

pm

pm

0,000

0,000

0,425

0,000

0,000

0,000

pm

EOGFL-inkomsten ikv.de waterhuishouding

0,178

0,000

0,000

0,063

0,040

0,310

0,000

inkomsten ikv. waterhuishouding

0,074

0,074

0,074

0,090

0,090

0,550

0

3,2

3,9

80,0

130,5

47,0

21,0

8,0

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007BO

44,5

16,2

22,4

91,4

38,3

44,2

49,536

386,1

352,5

453,8

559,4

316,7

220,0

199,3

ruilverkaveling en landinrichting (decreet 07.07.1998) EOGFL-tegemoetkomingen ruilverkaveling en landinrichting (decreet 07.07.1998) inkomsten ikv. Grondwaterwinning (decreet schadefonds 12.12.1990)

(decreet Fonds waterhuishouding 22.11.1995) Totaal eigen ontvangsten alg. administratieve middelenbegroting

3. INKOMSTEN VOI Eigen ontvangsten VOI bestemd voor voeren milieubeleid 1 + 2 + 3 TOTALE EIGEN INKOMSTEN beleidsdomein LEEFMILIEU

Globale voortgang van de projecten Situering Het MINA-plan 3 bevat 41 projecten met een aantal prioritaire maatregelen. Deze projecten worden voornamelijk geformuleerd waar een belangrijke verandering of doorbraak en een thema- en/of instellingsoverschrijdende aanpak noodzakelijk is. Een aantal projecten hebben betrekking op reeds lopend beleid en bouwen verder op vroeger opgestarte strategische projecten. Andere projecten betreffen eerder nieuw beleid, dat soms nog nader moet vorm krijgen in wisselwerking met processen zoals Beter Bestuurlijk Beleid. Op basis van de beschrijving en de doelstelling van elk van deze projecten in het MINAplan 3, werden bij aanvang projectplannen opgemaakt. In functie van de projectopvolging wordt één maal per jaar een globale voortgangsrapportering voorzien. Bij beëindiging van een project wordt een weergave van de resultaten en eventuele beoordeling en aanbevelingen opgenomen in een eindrapport. Via de rapporteringen wordt geïnformeerd over de voortgang en aanpak van de projecten. Dit kan resulteren in een aantal bijsturingen. De globale rapportering loopt procedureel en deels inhoudelijk parallel met de opmaak van het MJP. Centraal hierbij staat de toepassing van de GMO-databank.

Projectrapportering Alle projecten werden gestart in de periode 2003-2004 op basis van respectieve projectplannen. Een eerste globale rapporteringsronde vond begin 2005 plaats. De nodige acties werden ondernomen om de projecten af te stemmen op de beleidsnota. Een tweede globale rapporteringronde voor een selectie van projecten werd eind 2005-


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 17

inleiding

17

begin 2006 uitgevoerd. Het accent lag hier op projecten die in belangrijke mate themaoverschrijdend zijn. In het najaar van 2006 werd een globale evaluatieronde van de projecten uitgevoerd. Dit gebeurde in afstemming met de evaluatie van de plandoelstellingen i.f.v. de voorziene verlenging van het MINA-plan 3. Het resultaat van de realisaties wordt hierna per project beknopt weergegeven. Het accent ligt op 2006.

Resultaten op projectniveau Het project ‘beleid gericht op voorraden’ ging pas van start in 2004. Sinds dit jaar (2006) is het Milieu Innovatieplatform volledig operationeel en werden diverse gebruikersgroepen opgericht. Het voorbereidend onderzoek m.b.t. langetermijndoelstellingen loopt naar zijn einde. Er wordt gezocht naar een algemene methodiek, die ondertussen getoetst wordt aan drie cases: grondwater, geluid en bodem. M.b.t. het luik transitiemanagement werd gestart met twee onderdelen ‘transitie duurzaam materialenbeleid’ en ‘transitie duurzaam bouwen en wonen’. Bij ‘duurzaam materialenbeleid’ ging in 2006 veel aandacht naar de opzet en organisatie van het vernieuwingsnetwerk. Binnen dit netwerk wordt vanuit een goed inzicht in de ideeën rond duurzaam materialenbeheer aan een gedeelde probleemperceptie gewerkt en langetermijnbeelden ontwikkeld. Voor ‘duurzaam wonen en bouwen’ werd de in 2005 opgezette transitiearena, bestaande uit een 20-tal betrokken organisaties, instellingen, federaties en overheid, uitgebreid tot een 60-tal actoren. Op basis van de visie en de geselecteerde thema’s werden in 2006 de streefbeelden verder verfijnd alsook de transitiepaden gedefinieerd. Deze mondden eind 2006 uit in vernieuwende experimenten en door de betrokkenen onderschreven beleidsintenties. In het project ‘klimaatbeleid’ werden er, naast de meer concrete acties die voor de noodzakelijke resultaten zorgen, twee cruciale beleidsplannen gerealiseerd. Op 20 juli 2006 werd het Vlaams klimaatbeleidsplan 2006-2012 definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. En in dezelfde periode werd het Vlaams toewijzingsplan CO2 emissierechten 2008-2012 principieel goedgekeurd. Beide strategische beleidsplannen bepalen het Vlaamse klimaatbeleid tot aan het einde van de eerste Kyoto-periode én tegelijkertijd bevatten ze de bouwstenen voor een Vlaams klimaatregime na 2012. Het project ‘beleid milieugevaarlijke stoffen’ loopt globaal volgens schema. In het eerste luik ter verbetering van de kwaliteit voor water en lucht werd het Vlaams Stofplan verder uitgewerkt, waarbij met de aanpak via voertuigfiscaliteit belangrijke stappen voor verkeer zijn genomen. Daarnaast werden concrete aanpassingen in het kader van het Reductieprogramma Lozing Gevaarlijke Stoffen voorbereid en nader onderzocht. In het luik met betrekking tot gezondheidsgerelateerde effecten werd voor fijn stof het stratenmodel CAR-Vlaanderen ontwikkeld en ter beschikking gesteld aan steden en gemeenten. Ook werd onder meer een studie naar de ecologische impact van endocriene verstoring en een onderzoek naar bronnen van fijn stof in de haven van Antwerpen opgestart. In het derde luik werd onder andere verder gewerkt aan de implementatie van de REACH-verordening in Vlaanderen. In uitvoering van het project ‘bodemsanering’ werd – buiten de overdrachtsprocedure – een selectie gemaakt van gronden waar een bodemsanering prioritair is. Voor deze gronden werd een aanmaning verstuurd in uitvoering van het Bodemsaneringsdecreet (BSD). In 2006 werden de ambtshalve saneringswerken in onder meer enkele grote dossiers zoals Carcoke in Brugge en PCN in Nieuwpoort opgestart of verdergezet. Deze dossiers werden geselecteerd volgens prioriteit en beschikbare budgettaire middelen. In 2006 werd de samenwerking met gemeenten voor de ondersteuning van brownfieldprojecten verdergezet. Voor een aantal van deze projecten is de eerste fase (conceptfase) afgerond en kan gestart worden met de opmaak van concrete plannen. Zo werd bij-


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 18

Milieujaarprogramma

18

2007

voorbeeld samengewerkt met verschillende partners aan een masterplan voor de verouderde bedrijvenzone Vilvoorde – Machelen. In het kader van het BSD werden ook de lopende woonzoneprojecten verder gezet en werd een nieuwe woonzone in Wijnegem als site vastgesteld. Binnen het project ‘waterbodemverontreiniging’ werden in 2006 belangrijke ruimingen van waterbodems uitgevoerd op de Zenne te Lembeek, Halle en Drogenbos. De ruiming van de Zuidlede is voorzien in het najaar van 2006. In 2005 en 2006 werd de geruimde specie integraal verwerkt volgens BATNEEC. De code van goede praktijk voor bagger- en ruimingsspecie werd in begin 2006 goedgekeurd. In uitvoering van het project ‘bodembescherming’ werden de gemeenten verder begeleid en ondersteund bij het opstarten van erosiebestrijdingswerken en bij het opmaken van hun gemeentelijk erosiebestrijdingsplan. Erosiebestrijding in het veld werd verder gestimuleerd o.a. via beheersovereenkomsten. In het kader van het Europese landbouwbeleid werd een voorstel uitgewerkt met mogelijke pistes voor uitbreiding van het areaal waarop verplicht erosiebestrijdingsmaatregelen dienen genomen te worden. Bij de evaluatie van de randvoorwaarden (zgn. cross-compliance) van dit Europese landbouwbeleid ging veel aandacht naar bodembescherming. Integratie van bodembescherming vond verder plaats in het kader van de opmaak van het sectoraal uitvoeringsplan ‘Bagger- en Ruimingsspecie’. Ook zijn de eerste stappen gezet om de bescherming van waardevolle bodems te integreren in het beleid rond landschapszorg. In het kader van het project ‘prioritaire afvalstoffen’ werden vier prioritaire afvalstromen geselecteerd. Een grondige analyse werd uitgevoerd i.f.v. actieprogramma’s voor textiel -, dierlijk- en gemengd en ongedifferentieerd bedrijfsafval. De analyse voor de afvalstroom ‘zuren en basen en slib van oppervlaktebehandeling van metalen’ is in uitvoering. Voor textielafval en productiegebonden slib zijn 2 codes van goede praktijk uitgewerkt: één voor textielslib en één voor textielproductieafval. Stimulering van preventie van huishoudelijke afvalstoffen gebeurde onder meer via de uitvoering van een pakket aan preventieve acties binnen het ‘SUP Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007’ , dat als project startte in 2003. Sensibiliseringsmateriaal is ontwikkeld voor organisatoren en deelnemers van evenementen. Stimulering van thuiscompostering en afvalarm tuinieren gebeurde via opleidingen en bijscholingen van compostmeesters en via het netwerk van compostmeesters in scholen en aan particulieren, structureel ondersteund door Vlaco vzw. In het voorjaar van 2006 liep een uitgebreide actie ter sensibilisering van compostering. Inzake selectieve inzameling passen de meeste gemeenten inmiddels gedifferentieerde tarifering (DIFTAR) toe op basis van gewicht of volume. De kringloopcentra werden verder financieel ondersteund. Nieuwe lespakketten over afvalpreventie en milieuverantwoord materiaalgebruik voor het TSO/BSO werden in 2006 verspreid. In het kader van het project ‘afvalvoorkoming’ werd de pilootperiode met een screening van 30 bedrijven op vlak van eco-efficiëntie succesvol afgerond. Op IFEST (oktober 2006) wordt de officiële start van het Eco-efficiëntiescanprogramma voorzien en vindt de voorstelling van de bijhorende advertentiecampagne plaats. Om ecodesign toegankelijker te maken voor de ontwerper bracht de OVAM in het voorjaar van 2006 de Ecolizer uit. De Ecolizer maakt gebruik van indicatoren die in één cijfer de milieuimpact van materialen en processen samenvatten. Ecodesign wordt in 2007 verder gepromoot via de ruime verspreiding van een 100-tal cases en de verdere uitbreiding en toepassing van de Ecolizer. De hernieuwde versie van MAMBO (het softwarepakket voor bedrijven voor de berekening van de werkelijke afvalkosten) werd in het voorjaar 2006 uitgebracht met daarbij de nodige communicatieacties. Het PRESTI-5 programma heeft de oproepperiode voor projecten van zijn laatste cyclusjaar afgerond. Informatieverlening en sensibilisering voor intermediairs in relatie tot de burger vond plaats via STIP (Steunpunt en Informatiecentrum voor Preventie van Afval).


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 19

inleiding

19

Via het project ‘planning integraal waterbeleid’ wordt het integraal waterbeleid op stroomgebied-, bekken- en deelbekkenniveau concreet ingevuld. De centrale spil hierin is de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW). De waterbeleidsnota vormt het uitgangspunt voor de maatregelen en acties die in de bekken- en stroomgebiedbeheerplannen worden uitgewerkt. Als eerstvolgende stap op stroomgebiedniveau bereidde de CIW het tijdspad, het werkprogramma en het overzicht van de voornaamste waterbeheerkwesties voor. Decretaal werd een strikt tijdspad opgelegd qua publieke raadpleging: (1) het werkprogramma en tijdschema: uiterlijk eind 2006; (2) de belangrijkste waterbeheerkwesties: uiterlijk eind 2007; (3) het ontwerpstroomgebiedbeheerplan: uiterlijk eind 2008. De ”waterbeheerkwesties” werden een jaar vervroegd, zodat deze nu mee in openbaar onderzoek kunnen gaan. Ook het openbaar onderzoek op bekken- en deelbekkenniveau kan gelijktijdig lopen (samen met dat op stroomgebiedniveau). Midden 2006 waren alle voorontwerpen van bekkenbeheerplannen afgewerkt. Om de burger wegwijs te maken in het openbaar onderzoek dat start op 22 november 2006 liet de CIW een communicatiecampagne ontwikkelen. Daarnaast wordt volop gewerkt aan de uitbouw van het noodzakelijke instrumentarium. Een uitvoeringsbesluit voor de geografische indeling van de watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid werd vastgesteld, evenals het besluit dat de richtlijnen aan de lokale, provinciale en gewestelijke overheden geeft voor de toepassing van de watertoets bij het afleveren van een vergunning. Een besluit voor de toepassing van de financiële instrumenten van het decreet wordt intussen voorbereid. De voorbereiding en aanpassing van de monitoringprogramma’s voor grondwater en oppervlaktewater, die eind 2006 dienen operationeel te zijn, loopt verder. De noodzakelijke methodologische studies worden afgewerkt. Hiertoe wordt intensief deelgenomen aan het Europees overleg. Het project ‘prioriteiten ontsnippering’ richt zich via een procesmatige benadering op een betere integratie van de ontsnipperingsproblematiek. De ontsnipperingsstrategie van het Agentschap Infrastructuur biedt hiervoor een integrale, specifieke en complementaire aanpak. Zo worden bijv. ontsnipperende maatregelen geïntegreerd in allerlei wegenprojecten. Rond bermbeheer werden recent nog enkele vlinderfaunastudies afgewerkt. Er werden ook verschillende studies uitgewerkt als basis voor nieuwe ontsnipperingsprojecten en voor advies bij andere projecten. De omvangrijke strategische dossiers (E19, E314, E34, N25, E313) werden verder uitgevoerd. De natuurtechnische oevers en fauna-uitstapplaatsen bewijzen ondertussen hun efficiëntie. In 2006 is gestart met het aanleggen van 45 extra fauna-uitstapplaatsen. Binnen het natuurinrichtingsproject Bergerven werd begonnen met het herstel van een natuurvriendelijke oever. Bij de vismigratieknelpunten worden de herstelprojecten gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop of de aanpak van wateroverlast. Het project van de Mangelbeek en de Kleine Nete (Meerhout) is uitgevoerd en er werden een aantal ontwerpen afgewerkt. Het overleg rond ontsnippering tussen de beleidsdomeinen binnen de federale en Vlaamse overheid en met de lokale overheden is verder uitgebouwd alsook het administratief grensoverschrijdend overleg met Nederland. Binnen het project ‘ruimte voor natuur’ werd voor het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan de visievorming afgerond. In een aantal gebieden werd de huidige ecologische kwaliteit bepaald, aangevuld met doelstellingen en maatregelen. Voor het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, het rivierherstel in de Grensmaas en het DrieLanden-Park werden verschillende plannen uitgevoerd. In 2006 werden de ruimtelijke visies voor de buitengebiedregio’s en de actieprogramma’s verder uitgewerkt en werden enkele ruimtelijke uitvoeringsplannen voor herbestemmingen voorbereid. Een aantal instandhoudingsdoelstellingen (IHD) werden afgewerkt en de natuurrichtplannen van de pilootprojecten zitten in de laatste stadia. Voorlopig verschuift de focus op de verdere uitwerking van de IHD. Op het landgoederenforum werden het “geïntegreerd


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 20

Milieujaarprogramma

20

2007

beheersplan” en “principes voor harmonisch landgoedbeheer” geconcipieerd en voor de natuurverbindingsgebieden werd een strategische nota opgesteld. Door de vertraging met akten is er enkel zicht op de verwerving van natuurgebied in 2005 (= 2026 ha). In 2006 werden ruim 14 nieuwe natuurreservaten erkend en bij de gesubsidieerde, éénmalige inrichtingswerken zijn 36 projecten goedgekeurd en in uitvoering. Bij de opmaak en goedkeuring van de beheerplannen voor Vlaamse natuurreservaten is de inhaalbeweging het grootst in Limburg en Vlaams-Brabant. In 2006 zijn alle toegekende 120 VTE voor groenjobs effectief ingezet. Ter inrichting van de Natuurlijke Structuur zijn een vijftal projecten in uitvoering en is het onderzoek naar de haalbaarheid voor Averbodebos en -heide en voor Zoerselbos afgerond. Het project ‘soortendiversiteit’ is gericht op instandhouding en herstel op soortniveau. Zo kwam via het Life-project “hamster” 32 ha onder hamstervriendelijk beheer in Vlaams-Brabant en Zuid-Limburg. Aan het Life-project “vleermuizen” werden nog heel wat aanvullingen toegevoegd, met de garantie dat het wordt goedgekeurd. Het ooievaarsproject leidde in september 2006 tot een expeditie waarbij enkele vogels gevolgd werden. In de reservaten waar het gentiaanblauwtje en de nachtzwaluw voorkomen werden extra percelen in specifiek beheer genomen. Het afwegingskader voor het tolereren van de bever werd afgerond. Er werd een model opgesteld voor de vereisten die serpeling stelt aan zijn habitat. Vervolgens werd in een aantal geselecteerde waterlopen nagegaan of ze geschikt waren. In het najaar 2006 wordt de serpeling geherintroduceerd. De ontwerptekst voor het uitvoeringsbesluit inzake soortenbescherming werd verder uitgewerkt. Voor de bestrijding van de rosse stekelstaart is men begonnen aan een nota. Tenslotte werden in 2006 ook 9 vogelopvangcentra gesubsidieerd. Het project ‘bosbeleid’ beoogt de uitbreiding en verbetering van de Vlaamse bossen. Naast de 10.000 ha netto bosuitbreiding dienen er 3.900 ha compensatiebossen te worden gerealiseerd. Hiervoor is 5.205 ha voor stadsbossen en compensatiebossen in kaart gebracht. Daarnaast zijn er nog andere projecten, zoals de regionale bossen of historische bosgebieden, met een totaal van 8.695 ha gepland of in uitvoering. Recente wetgeving in uitvoering van het Bosdecreet wordt volop geïmplementeerd bij openbare en particuliere bosbeheerders. Vooral de bosgroepen spelen een cruciale rol in de toepassing van de criteria duurzaam bosbeheer. Het erkenningssecretariaat en -comité voor bosexploitanten en kopers zijn operationeel. Tot op heden zijn er 225 bosexploitanten en 12 kopers erkend. In 2006 werd voor het project ‘instrumenten voor het buitengebied’ verder gewerkt aan de optimalisatie van de inrichtingsinstrumenten waarbij de vraag centraal staat. Elke vraag naar actie op het terrein wordt op maat ingevuld door de meest efficiënte instrumenten. Hiertoe werden intussen 30 agenderingsnota’s opgemaakt en goedgekeurd. Landinrichting is vereenvoudigd en meer flexibel gemaakt. Ook voor natuurinrichting werd onderzocht hoe het instrument snel uitvoering kan geven aan elders ontwikkelde visies. Het Vlaams strategisch plan voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 werd goedgekeurd. Voor het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling 2007-2013 (PDPO II) werd vanuit leefmilieu een gecoördineerde insteek voorbereid. Financieringsmogelijkheden voor herstelmaatregelen in het kader van het behoud van Natura 2000-gebieden en bosbehoud werden ingeschoven. Het ontwerp PDPO II werd principieel goedgekeurd en in het najaar aan de Europese Commissie voorgelegd. In 2006 heeft het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg zijn rol ten volle opgenomen in het plattelandsdebat. De goedkeuring van het decreet Vlaamse Grondenbank werd voorzien in 2006. Dit maakt het mogelijk dat alle overheden van het beleidsdomein milieu, vrijwillig beroep kunnen doen op de Vlaamse Grondenbank. Daarnaast dienen alle rechten van voorkoop en koopplichten gecentraliseerd te worden aangeboden bij de Vlaamse Grondenbank. Tenslotte werden ook verscheidene lokale grondenbanken opgericht.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 21

inleiding

21

Omdat het door Europa als prioriteit wordt beschouwd, heeft het project ‘stedelijk milieubeleid’ een nieuwe stimulans gekregen. De Europese dossiers worden nauw opgevolgd en gebruikt als kader voor het project. Het Vlaamse standpunt betreffende de Europese Thematische Strategie van het Stadsmilieu werd opgesteld via breed overleg. In het Nationaal Strategisch Referentiekader van de Structuurfondsen werd invulling gegeven aan de prioriteit ‘stedelijke ontwikkeling’. De strategietekst werd reeds principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering, maar het operationeel programma nog niet. Met betrekking tot het opstarten van concrete projecten rond stedelijk milieubeleid zijn de besprekingen over de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst (SO) lopende. Binnen de cluster gebiedsgericht beleid wordt ruimte voorzien voor stedelijke initiatieven. In de huidige SO werd het niveau-3 project Park Spoor Noord goedgekeurd. De stad Antwerpen neemt bij de aanleg aanvullende maatregelen om een echt duurzaam park te realiseren. Tenslotte werd de actualisatie van het projectplan Stedelijk Milieubeleid aangegrepen om te bekijken hoe het project kan inspelen op het project ‘Thuis in de stad’. Het project ‘doelgroepenbeleid (DGB)’ beoogt een betere afstemming tussen de rollen van de overheid, bedrijven, huishoudens en andere groepen in de samenleving bij het realiseren van een goede milieukwaliteit. Na overheidsinterne afstemming, consultatie van de doelgroeporganisaties en raadpleging van de adviesraden keurde de beleidsraad half 2006 de uitvoeringskaders en actieprogramma’s DGB industrie en landbouw goed. Het pilootproject met de voedingsnijverheid eindigde met de opmaak van het doelgroepprogramma voedingsnijverheid. Op 30 maart werd dit vijfjarenplan ondertekend door de minister en de doelgroeporganisaties FEVIA-Vlaanderen en UNIZO. Het pilootproject met de voedingsnijverheid werd grondig geëvalueerd: de conclusies en aanbevelingen bepalen mee hoe de samenwerking met de te identificeren prioritaire sectoren vorm zal krijgen. Deze sectoren uit de industrie en landbouw worden geselecteerd aan de hand van een externe opdracht die nog in 2006 zal starten. Voor de doelgroep consumenten wordt een gestructureerde aanpak uitgewerkt in samenwerking met de consumentenorganisaties. Verder werd in het kader van de interne dienstverlening gewerkt aan de actualisatie van het informatiebestand en aan een handleiding ‘betrekken van doelgroepen’ met aandacht voor de specificiteit van de doelgroep(organisaties). Sinds januari zijn de verantwoordelijkheden in het team verdeeld over de drie hoofddoelgroepen landbouw, industrie en consumenten. Met de uitvoering van het project ‘samenwerking

met milieu- en natuurvereni-

wordt er gewerkt aan een versterking van de rol die milieu- en natuurverenigingen in het beleid kunnen spelen. De tweede fase van de samenwerkingsovereenkomsten BBL/VODO 2005-2007 werd opgevolgd. Verder werd uitvoering gegeven aan het besluit inzake de erkenning en subsidiëring van verenigingen en aan het besluit inzake projectmatige ondersteuning. Aandacht ging ook naar het betrekken van socio-economische verenigingen bij het beleid, in de eerste plaats door ondersteuning van de milieuwerking van de vakbonden. Voor volwassenen werd een verklarende woordenlijst opgemaakt en werd de werking van de sector in kaart gebracht. Daarnaast krijgen jeugdgroepen verschillende instrumenten (wedstrijd, ‘loslopende prijsbeesten, bundel ‘groenvoer voor jeugd’, webstek www.fermweb.be, jerometer, ecospot) aangereikt om milieuvriendelijk op kamp te gaan. Tot slot werd ook de NME-inventaris werd verder bekend gemaakt naar volwassenen, socio-culturele en andere organisaties.

gingen en andere maatschappelijke organisaties’

Het project ‘milieu en gezondheid’ loopt op kruissnelheid. Het 1ste generatie steunpunt voert sinds begin 2002 een humaan biomonitoringprogramma uit met daaraan gerelateerd onderzoek. In mei 2006 werden de groepsresultaten van de jongeren bekendgemaakt via een studievoormiddag, een persconferentie en lokale informatiecampagnes. Om de resultaten van het biomonitoringprogramma beleidsmatig te kunnen vertalen werd een fasenplan ontwikkeld. Een actieplan cadmium werd uitgewerkt.


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 22

Milieujaarprogramma

22

2007

Met een bijkomende studie moeten de humane biomonitoringsgegevens gekoppeld kunnen worden aan milieumetingen, verkregen in een ander kader. De evaluatie van de blootstelling aan PAK’s in Vlaanderen werd afgerond. Hierbij werden mogelijke indicatoren voor de impact op de gezondheid onderzocht en werd een eerste inschatting gemaakt van de blootsteling. Een meetstrategie en modellering van blootstellingsniveaus van niet-ioniserende elektromagnetische straling werd op punt gesteld. Bij de uitvoering van het project ‘integratie waterbeleid’ ging veel energie naar de uitwerking van het nieuwe instrument ‘watertoets’ en van het bijhorende kaartmateriaal. De Vlaamse regering keurde het uitvoeringsbesluit goed in juli 2006. Het besluit geeft de lokale, provinciale en gewestelijke overheden die een vergunning dienen af te leveren, richtlijnen voor de toepassing van de watertoets. Om de advies- en vergunningverleners wegwijs te maken in deze nieuwe regelgeving en de daaraan gekoppelde richtlijnen organiseert de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid in samenwerking met de provinciebesturen in het najaar van 2006 een aantal informatiedagen. Het project ‘milieu en mobiliteit’ integreert alle milieuaspecten met betrekking tot de mobiliteitsector. Om de knelpunten voor luchtkwaliteit (NO2 en PM10) langs gewestwegen op te lossen werd bij piekoverschrijdingen een snelheidsbeperking ingesteld op delen van de autosnelweg. Voor de uitvoering van projectmer’s en planmer’s werd het CAR-Vlaanderen model ter beschikking gesteld en werd een methodologie beschreven in het richtlijnenboek Lucht en het richtlijnenboek m.b.t. infrastructuurprojecten. De Vlaamse Regering besliste midden 2006 ook om enerzijds een ecologiepremie toe te kennen voor roetfilters en Euro V vrachtwagens en anderzijds te starten met de hervorming van de verkeersbelastingen in functie van de Ecoscore van het voertuig. Het project ‘aanspreekpunt lokale overheden’ behelst de stroomlijning van de samenwerking met lokale overheden: gemeenten, steden, provincies en samenwerkingsverbanden tussen lokale overheden. Momenteel is, na tussentijdse evaluatie en bijsturing, de tweede fase (2005-2007) van de Samenwerkingsovereenkomst in uitvoering. Een nieuwe samenwerkingsvorm, die de huidige Samenwerkingsovereenkomst zal opvolgen vanaf 2008, is voorbereid in overleg met provincies en gemeenten. Eind 2006 wordt de concrete uitwerking ervan voorgelegd aan de maatschappelijke adviesraden en volgt het politieke besluitvormingsproces. In het najaar van 2006 wordt een digitaal loket in gebruik genomen. Parallel aan de samenwerkingsovereenkomst met lokale overheden werden twee steunpunten opgericht die de werking van natuur- en milieuverenigingen ondersteunen. Een projectenfonds is opgericht, waarlangs duurzame lokale milieuprojecten financieel ondersteund kunnen worden. Het project ‘internationaal milieubeleid’ verloopt grotendeels volgens schema. Voor de drie luiken binnen dit project werd een aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het draagvlak voor het gevoerde Europese en multilaterale milieubeleid werd verder vergroot door diverse overlegstructuren van het structureel-organisatorische luik te verstevigen, efficiënter te maken of verder uit te bouwen. De betrokken ambtenaren werden hierdoor tevens bewust gemaakt van de werkwijzen binnen het Europese en multilaterale milieubeleid. Verder werd de nodige inspanningen geleverd met betrekking tot inhoudelijke opvolging van diverse Europese, multilaterale en interregionale dossiers. De Vlaamse inbreng in de meest relevante dossiers werd hierbij verzekerd. Voor het juridisch-administratieve luik, blijft Vlaanderen verder streven naar efficiënte operationalisering van de bron-tot-monding aanpak. Het project ‘planningscyclus’ verloopt grotendeels volgens schema. Op basis van een gezamenlijke projectrapportering werden voor een aantal projecten remediëringen vooropgesteld. Bij de afstemming van de plannen ging vooral aandacht naar ondersteuning bij het nieuwe Vlaamse Klimaatbeleidsplan en naar de Vlaamse strategie voor Duurzame Ontwikkeling. De inhoud van de voorstellen voor een Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling werd sterk beïnvloed door de inhoud van het MINA-plan 3 en


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 23

inleiding

23

de verdere detaillering daarvan in de projectwerking. De afstemming met en op de toekomstige beheerovereenkomsten moet nog vorm krijgen. In dat opzicht wordt 2007 een cruciaal jaar. De afstemming tussen de milieubeleidsplanning en de regeringscyclus middels een wijziging van het DABM is ondertussen een feit. Een belangrijke stap werd gemaakt bij de afstemming tussen het MJP en de beleidsbrief/begroting. Een gezamenlijke basistekst met bijzondere aandacht voor de toekomstige prioriteiten maakte dit mogelijk. Bovendien wordt het MJP voor het eerst als dusdanig opgenomen in de begroting. Om in 2007 een actualisatie van het MINA-plan 3 mogelijk te maken, wordt een grondige evaluatie in de breedte voorbereid. Deze evaluatie zal ook het pad effenen voor het toekomstige werk rond beleidsevaluatie en -indicatoren. Bij het project ‘wetenschappelijk onderzoek’ werd het TWOL-programma 2006 opgestart, geactualiseerd en geëvalueerd. Voor de opmaak van het TWOL-programma 2007 werden de nieuwe onderzoeksprioriteiten bepaald. Thematische overleggroepen komen waar nodig bijeen en daarbij worden ook de programma’s van het INBO, MIRA (VMM) en OVAM afgestemd met het TWOL-programma. Ondertussen zijn er 470 onderzoeksprojecten via het internet ontsloten. Het Europees ERA-NET Scientific Knowledge for Environmental Protection werd opgestart. Vlaanderen participeert in dit netwerk als onderzoeksprogrammerende regio binnen Europa. Binnen het project ‘meetnetten en monitoring’ werd in 2006 verder gebouwd op de initiatieven die in 2005 genomen werden. Met betrekking tot de uitbouw van de website “Milieu- en natuurmonitoring Vlaanderen” werd in samenwerking met MMIS een databank ontwikkeld voor opslag en beheer van de informatiefiches over de lopende meetnetten en monitoringsinitiatieven. Ook werden de gewenste functionaliteiten van de website vastgelegd. De opzet van de website zelf is gepland voor het einde van 2006. Parallel wordt in samenwerking met onderzoekers en meetnetbeheerders gewerkt aan een methodologie voor een kosteneffectieve uitbouw van beleidsgerichte meetnetten (TWOL onderzoek). Een eerste auditrapport met betrekking tot de meetnetten verzurende depositie is intussen afgewerkt; tegelijk werd een tweede casus opgestart (paling- en waterbodemmeetnet) en wordt een methodenboek ontwikkeld. In 2006 is tevens het TWOL onderzoek ‘Prioriteiten uitbouw meetnetten – case study waterkwaliteit’ opgestart. Doel van het onderzoek is het aanbod aan meetparameters te toetsen aan de brede waaier van informatiebehoeften met het oog op de formulering van prioriteiten voor uitbouw van de monitoring. Het project ‘informatiebeheer’ richtte zich in 2006 verder op de operationalisering en het beschikbaar stellen van centrale referentiedatabanken. Dit impliceert een koppeling van het Centraal Bedrijvenbestand (CBB) met de databanken van de verschillende milieu-instanties, de ontwikkeling van tools die het online raadplegen van de gegevens uit het CBB mogelijk maken en de koppeling van het CBB met de Kruispuntdatabank Ondernemingen. Naast de ontwikkelingen m.b.t. het CBB werden in 2006 ook de digitale kadastergegevens (KADVEC) beschikbaar gesteld. Ten einde de milieu-informatie te ontsluiten naar burgers en ondernemingen werd de internetwegwijzer www.milieuinfo.be verder inhoudelijk uitgewerkt en beheerd. Intussen werd ook gewerkt aan de uitbouw van interactieve internetloketten ten behoeve van de bedrijven. Hierbij is zowel de ontwikkeling van de ‘front-end’ (het loket zelf) als van de ‘back-end’ (de achterliggende processen, koppeling van databanken) essentieel. In 2006 ging specifieke aandacht naar de operationalisering van het IMJV-loket, de verdere uitbouw van het Milieuvergunningenloket (eMIL) en de implementatie van milieuklachtenopvolgingssysteem (MKROS). Binnen het project ‘interne milieuzorg’ speelden de activiteiten zich vooral op het centrale niveau af. Het actieplan 2006 - 2010 Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen werd goedgekeurd en een ontwerp actieplan 2006 - 2010 Milieuzorg in het Voertuigenpark afgewerkt. Onder meer voor de uitvoering van deze actieplannen


00 mjp2007 voorwerk corr

22-01-2007

15:04

Pagina 24

Milieujaarprogramma

24

2007

wordt nauw samengewerkt met het Agentschap voor Facilitair Management. Ook andere entiteiten, waaronder de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming van de Vlaamse overheid kregen ondersteuning. De communicatie geschiedde via bestaande kanalen zoals de muurkrant, acties op de sportdag voor Vlaamse ambtenaren en ondersteuning van externe campagnes. Voor 2006 is nog een nieuwe campagne voorzien rond energie en duurzame mobiliteit. De vormingsactiviteiten richten zich meer en meer naar sleutelfiguren en worden meer i.s.m. andere entiteiten georganiseerd. De beleidsontwikkelingen op het vlak van duurzame aankopen worden intenser opgevolgd. Op decentraal niveau werd naar aanleiding van de reorganisatie beslist om voorlopig geen actieplannen per entiteit meer op te vragen. In het kader van het project ‘milieuvergunningenbeleid’ werd de uitvoering van de EU-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (GPBV of IPPC) verdergezet. Alle bestaande GPBV-bedrijven moeten tegen oktober 2007 worden geëvalueerd. Ter toetsing aan de later tot stand gekomen en komende Europese BREF’s is een tweede tussentijdse evaluatieronde van de vergunningssituatie van alle bestaande GPBV-bedrijven lopende. Voor de twee pilootsectoren “garages” en “houtbewerkingsbedrijven” werd een ontwerpbesluit tot integratie van integrale voorwaarden in de VLAREM-reglementering afgerond. Begin 2006 werd de conceptnota betreffende de afstemming van de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning, de unieke vergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In het kader van het project ‘handhaving’ werd het voorontwerp van het Milieuhandhavingsdecreet gefinaliseerd rekening houdend met de adviezen van de Commissie Vervolgingsbeleid, de SERV, de MiNa-Raad en het College van Procureurs-generaal en voorgelegd aan de Raad van State. In functie van een planmatige en gecoördineerde handhaving werd in 2006 uitvoering gegeven aan het milieu-inspectieprogramma (MIP) 2006 en werd het MIP 2007 opgesteld waarbij ook beroep wordt gedaan op de insteek van andere belangrijke handhavingsactoren. In het kader van de uitdraging van de handhaving naar de lokale overheden werd in de eerste helft van 2006 een evaluatie gemaakt van het project “gezamenlijke inspecties Milieu-inspectie/lokale overheden”. Een nieuw gezamenlijk project werd op stapel gezet. In het project ‘milieueconomie en financiering’ werd in 2006, naast de voortzetting van de lopende activiteiten, gewerkt aan een nieuw rekenmodel voor het ramen van reguleringskosten van milieubeleidsinstrumenten. Dit zijn de kosten van de voorbereiding, de uitvoering en de handhaving van een instrument, bovenop de pure bestrijdingskosten. Het gaat dus over tijd- en andere kosten voor overleg, metingen, rapportering, inspecties, sanctionering, gerechtskosten...voor zowel de overheid als de privésector.


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 25

deel 1

algemeen kader


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 26


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 27

algemeen kader

27

deel 1

1. Algemeen kader Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De projecten ‘Beleid gericht op voorraden’ en ‘Risicobeheer’ zijn nieuw in de Vlaamse context. Beide projecten moesten begin 2004 nog volledig opgebouwd worden. Het laatste project werd in grote mate vooruit geschoven naar eind 2006. Het eerste project is in 2004 gestart. In het kader van een OESO-activiteit voor het stimuleren van het horizontale innovatiebeleid werd een analyse gemaakt van het beleid voor duurzame ontwikkeling en het innovatiebeleid in Vlaanderen. Daarnaast werd in 2005 het Milieu-innovatieplatform opgericht. In 2006 is het volledig operationeel en werden diverse gebruikersgroepen opgericht. Een studie rond innovatief aanbesteden werd opgestart. Daarnaast wordt de al dan niet stimulerende werking van milieubeleidsinstrumenten onderzocht. M.b.t. het luik transitiemanagement werd gestart met twee processen ‘transitie duurzaam materialenbeleid’ vanuit het beleidsveld afvalstoffen en ‘transitie duurzaam bouwen en wonen’. De case rond duurzaam materialenbeleid kadert in een verruiming en vernieuwing van het afvalstoffenbeleid; er wordt o.m. aansluiting gezocht bij het denken in voorraden en stromen. In 2006 ging veel aandacht naar de opzet en organisatie van het vernieuwingsnetwerk. Binnen dit netwerk wordt vanuit een goed inzicht in de motieven, wensen en ideeën rond duurzaam materialenbeheer aan een gedeelde probleemperceptie gewerkt en langetermijnbeelden ontwikkeld. Tegelijk wordt bekeken hoe vanuit het bestaande afval- en preventiebeleid en/of vanuit andere beleidsvelden elementen kunnen worden aangedragen die het vernieuwingsproces kunnen voeden. Ook de internationale en Europese context werd opgevolgd met onder meer de Europese thematische strategie voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In de case ‘duurzaam wonen en bouwen’ werd de in 2005 opgezette transitiearena duurzaam wonen en bouwen, bestaande uit een 20-tal betrokken organisaties, instellingen, federaties en overheid, uitgebreid tot een 60-tal actoren. Op basis van de visie en de geselecteerde thema’s werden in 2006 de streefbeelden verder verfijnd alsook de transitiepaden gedefinieerd. Deze mondden eind 2006 uit in vernieuwende experimenten en door de betrokkenen onderschreven beleidsintenties. Tot slot werd een toekomstverkenning ‘platteland’ afgewerkt begin 2006. Deze heeft geleid tot vier verkennende toekomstscenario’s voor 2030 en een eerste inschatting van de beleidsimplicaties van deze scenario’s. Het voorbereidend onderzoek m.b.t. langetermijndoelstellingen werd gelanceerd. Er wordt gezocht naar een algemene methodiek, die binnen de studie getoetst wordt aan drie cases: grondwater, geluid en bodem.


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 28

Milieujaarprogramma

28

2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2005 EINDE

gerealiseerd

Een transitieprogramma duurzaam bouwen en wonen werd afgewerkt

2006 EINDE

op schema

Mogelijkheden voor de stimulering van het milieu-innovatiebeleid zijn

2006 EINDE

op schema

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

vertraagd

De streefbeelden voor de case duurzaam bouwen en wonen zijn

Huidige verwachting

opgesteld

gedefiniëerd Visie, strategie en instrumentenbepaling voor het innovatieproject ‘platteland’ zijn voltooid Theoretische verkenning en voorstel voor verder verloop zijn klaar

Aanpak prioriteiten 2007 Transitiemanagement en toekomstgericht werken (cf. OD 4 Beleidsnota)

Eind 2006 wordt de verkennende fase van het project transitiemanagement afgerond. Het netwerk waarmee demogelijke transities voor duurzaam bouwen en wonen werden besproken, werd uitgebreid tot een 60-tal actoren. In eerste instantie werd rond vier deelthema’s gewerkt: wonen voor het leven, levende kernen, samen leren en innoveren, en gesloten kringlopen. Eind 2006 liggen er een visie voor 2030, streefbeelden, transitiepaden, opties en gedragen beleidsintenties voor in de vorm van een transitieagenda. Projecten en experimenten moeten inzichten verschaffen over verschillende innovatieve oplossingen en nieuwe samenwerkingsverbanden stimuleren. Concreet wordt gedacht aan aspecten als duurzame materialen, modulair bouwen, nieuwe vormen van samenwerking, nieuwe bouwconcepten, ... In 2007 wordt gestart met het uitvoeren van deze agenda. Het netwerk zal verder functioneren als platform en daarbij de functie opnemen van kenniscentrum en draaischijf. Het platform kan voorstellen lanceren en complementaire acties stimuleren. In het transitieproject duurzaam materialenbeheer wordt een vergelijkbare aanpak gevolgd. In dit geval zijn er grote raakvlakken met het afvalbeleid, productbeleid, grondstoffenbeleid, economisch beleid, innovatiebeleid, enz. en dit op verschillende niveaus. De twee lopende transitieprocessen zijn ook een leerproces, waarbij over een bepaalde thematiek gezamenlijke of overlappende doelen, inzichten, belangen en uitgangspunten ontwikkeld worden. De aanpak op zich wordt in 2007geëvalueerd, eerst voor duurzaam wonen en bouwen, en later ook voor duurzaam materialenbeheer. Bekeken wordt of dit in het algemeen en voor Vlaanderen een aantrekkelijk proces van beleidsontwikkeling is. Ook klimaatbeleid is bijuitstek een terrein waar transitiemanagement kan worden ingezet. De te halen doelstellingen vergen denkwerk overeen structurele wijziging van onze (fossiele) energievoorziening en -gebruik in de richting van een koolstofarme samenleving. Er wordt nagegaan of energie als transitiethema kan worden aangepakt in 2007. Langetermijndoelstellingen en toekomstverkenningen voor het milieubeleid uitwerken (cf. SD 3 Beleidsnota)

Begin 2007 worden verkennende studies afgerond m.b.t. het bepalen van langetermijndoelstellingen ‘leefmilieu’. Een algemene methodiek en de specifieke uitwerking van de cases ‘Geluid’, ‘Grondwater’ en ‘Bodem’ moeten toelaten omin 2007 een volgende stap te zetten bij het funderen van het milieubeleid, o.m. door het geheel ook toe te passen op de resterende thema’s. Bij uitbreiding zullen gezamenlijke toekomstscenario’s moeten worden uitgewerkt, die de vaak impliciete keuzes bij de beleidsformule-


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 29

algemeen kader

29

deel 1

ring expliciteren. Aansluitend hierbij kan in 2007 gestart worden met het uitvoeren van foresight studies. Hiermee kan de verbinding worden gemaakt met de verkenning van mogelijkheden inzake het ontwikkelen van milieutechnologie. De resultaten hiervan kunnen ook als insteek dienen voor mogelijke cases voor innovatief aanbesteden, alsook als inspiratiebron voor nieuwe projecten binnen het MIP. Beleid voor milieu-innovatie versterken (cf. OD 2 en 3 Beleidsnota)

In 2007 wordt binnen het kader van het Milieu Innovatie Platform (MIP) het Vlaams actieplan Milieu en Innovatie voorbereid. Hierin zullen de strategische doelstellingen voor een geïntegreerd beleid rond milieu, energie en innovatie worden vastgelegd en prioritaire beleidsthema’s en marktsegmenten worden bepaald. Het Vlaams actieplan Milieu en Innovatie zal tevens dienen als input voor het Environmental Technology Action Plan (ETAP). In hetzelfde kader wordt tegen begin 2007 een praktische handleiding ‘Innovatief aanbesteden’ uitgewerkt. Op hetzelfde ogenblik worden ter concretisering cases geselecteerd en uitgevoerd. In 2007 wordt aan de slag gegaan met de resultaten van de studie ‘Invloed van milieubeleidsinstrumenten op milieu-innovatie’, afgerond met een milieu-innovatie conferentie tijdens IFEST. De mogelijkheden voor innovatieve stimuli en voor het wegwerken van hinderpalen voor innovatie worden benut. Ook wordt de RIA-handleiding aangepast, zodat bij het ontwikkelen van nieuwe beleidsinitiatieven innovatie van meet af aan een aandachtspunt is.


01 mjp2007 deel 1 corr

22-01-2007

15:04

Pagina 30


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 31

deel 2

themabeleid


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 32


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 33

themabeleid

33

deel 2

1. Verdunning van de ozonlaag Opvolging van de plandoelstellingen ++

| De emissies van ozonafbrekende stoffen terugdringen met ten minste 70% ten opzichte van de emissies in 1999

De emissies van ozonafbrekende stoffen werden in 2004 met 55% teruggedrongen ten opzichte van de emissies van 1999. Deze emissiereductie is voornamelijk te wijten aan de gefaseerde afbouw van het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals deze wordt bevolen door de Europese verordening. De aanscherping van de VLAREM-reglementering rond de uitbating van koelinstallaties en de gevoerde milieu-inspecties moeten deze afbouwende tendens in de toekomst nog verder versterken.

+

| In 2007 mogen ozonafbrekende stoffen nog slechts in 11 toepassingen worden gebruikt ten opzichte van 15 toepassingsgebieden in 2002

Het is de EU-verordening 2037/2000 met betrekking tot stoffen die de ozonlaag aantasten die bepaalt in welke toepassingsgebieden ozonafbrekende stoffen nog mogen worden gebruikt. Sinds 1 januari 2004 mogen halonen enkel nog worden aangewend om te worden gebruikt in een zeer beperkt aantal kritische toepassingen. Sinds 1 januari 2004 is ook het gebruik van ozonafbrekende stoffen in de productie van kunststofschuimen verboden, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden. Vanaf 2004 is het aantal toepassingsgebieden principieel beperkt tot 13.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Op 14 maart 2003 zijn verscherpte voorwaarden voor de uitbating van koelinstallaties in het VLAREM II opgenomen. Op 14 mei 2004 werd een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering inzake de certificering van koeltechnici principieel goedgekeurd. In 2005 was bijkomende consultatie van de betrokken sectoren noodzakelijk. Op 20 juli 2006 werd het besluit een tweede maal principieel door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Het aantal geïnspecteerde koelinrichtingen bleef in 2006 constant ten opzichte van 2005 als gevolg van de beperkt inzetbare middelen bij de Milieu-inspectie. Het gemiddelde van de ingeschatte relatieve lekverliezen der koelinstallaties blijft een veelvoud hoger dan het VLAREM-objectief van 5% per jaar. Meer toezicht, controle en bijkomende middelen moeten worden overwogen. Onderzoek gevoerd door de Milieuinspectie en andere autoriteiten naar de illegale trafiek van ozonafbrekende stoffen, bracht een aantal inbreuken aan het licht waartegen de federale en gewestelijke handhavingsautoriteiten krachtdadig optreden. In 2006 werd ook een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering inzake de certificering van technici voor brandbeveiligingssystemen die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten voorbereid en door de administratie gefinaliseerd.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 34

Milieujaarprogramma

34

2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Wettelijk kader erkenningsregeling koeltechnische bedrijven

2003 EINDE

vertraagd

2006 MIDDEN

Reductieplan ozonafbrekende stoffen en gefluoreerde

2004 BEGIN

verlaten

2006 BEGIN

2006 MIDDEN

nieuw

2007 MIDDEN

Realisatie

Doelstelling

broeikasgassen Wettelijk kader voor certificering van onderhoudspersoneel blusinstallaties

Indicatoren Hoeveelheid vernietigde halonen (ton)

20,7 (2005)


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 35

themabeleid

35

deel 2

2. Verandering van het klimaat door het broeikaseffect Opvolging van de plandoelstellingen –

| Stabiliseren van de broeikasgasemissies in 2005 t.o.v. 1990 (beslissing van de Vlaamse Regering van 21 april 2001)

Zie nieuwe doelstelling voor 2008-2012. De eindafrekening van de stabilisatiedoelstelling kan pas gebeuren in 2007 wanneer definitieve emissiecijfers voor 2005 beschikbaar zijn.

+

| Bereiken van 2% groene stroom in de leveringen van elektriciteit tegen 2004 en 6% tegen 2010, met een maximale invulling van het haalbaar potentieel aan hernieuwbare warmte (Elektriciteitsdecreet en Vlaams Klimaatbeleidsplan)

Het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (groene stroom) in het totaal bruto elektriciteitsverbruik is tussen 1994 en 2005 gestegen van 0,12 % tot 1,66 %. Biomassa en biogas dragen het meest bij. Het regeerakkoord stelt bijkomend dat 25 % van de geleverde elektriciteit tegen 2010 milieuvriendelijk moet opgewekt zijn uit hernieuwbare energiebronnen of WKK. In 2005 bedroeg dit gezamenlijk aandeel 13,3 %.

+

| Tegen 2012 het economisch potentieel aan kwalitatieve WKK realiseren (1.832 MW) (Elektriciteitsdecreet en Vlaams Klimaatbeleidsplan)

Eind 2004 was een elektrisch vermogen aan WKK-installaties opgesteld van 1.079 MWe. Hiervan voldoet 791 MWe aan de Vlaamse beleidsdefinitie van een kwalitatieve WKK.

––

| Reductie van de Vlaamse broeikasgasemissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5,2% ten opzichte van 1990.

In 2004 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen 90.970 kton CO2 equivalent. Vergeleken met de uitstoot in 1990, 87.770 kton CO2 equivalent, betekent dit een toename van 3,6%. Voorzichtige prognoses stellen dat, zonder trendbreuk, deze stijging zich zal doorzetten naar 2012.

Opvolging van de richtinggevende doelstellingen nvt

| Tegen 2004 het energieverbruik in de honderd meest energie-intensieve gebouwen van de Vlaamse overheid met gemiddeld 10% verminderen t.o.v. 1999-2000 (Resolutie van het Vlaams Parlement van 23/05/01)

In 255 gebouwen werd een energieboekhouding opgestart, waarover in december 2003 werd gerapporteerd aan het Vlaams parlement. Voor 5 gebouwsites werden audits uitgevoerd. Een cijfermatig overzicht van energiebesparingen is nog niet beschikbaar.

+

| Tegen 2005 een energiebesparing van 15% realiseren in de glastuinbouw t.o.v. 1990 (Vlaams Klimaatbeleidsplan)

Het energieverbruik van de glastuinbouw is gedaald van 22,2 PJ naar 20,4 PJ in de periode 2004-1990 (daling met 9%). De CO2-emissies ten gevolge van het energieverbruik in de glastuinbouw zijn tussen 1990 en 2005 gedaald van 1.689 kton naar 1.364 kton (-20%). Het doel (15 %) is al een tijd bereikt (sedert 2000) , maar momenteel is een stijging waarneembaar (in 2004 ging het om -24% tov 1990).


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 36

Milieujaarprogramma

––

36

2007

| Tegen 2010 de uitstoot van CO2 door verkeer t.o.v. het referentiejaar 1990 stabiliseren (ontwerp Mobiliteitsplan en Vlaams Klimaatbeleidsplan)

De CO2-emissies in de transportsector zijn in 2005 gestegen tot 15,0 Mton, wat een stijging van 26,2% betekent t.o.v. het jaar 1990.

–

| Beperken van de stijging van de CO2-emissies van de huishoudens over de periode 1990-2005 tot 8% (Vlaams Klimaatbeleidsplan)

In 2004 bedroeg de CO2-uitstoot van de huishoudelijke sector ten gevolge van brandstofgebruik 13.904 kton. In 1990 lag deze uitstoot op 11.765 kton, wat over de periode 1990-2004 resulteert in een stijging van 18,2%. In het Vlaamse regeerakkoord werd een andere doelstelling opgenomen: het verminderen van het energieverbruik van de gezinnen met 7,5% tegen 2010 ten opzichte van 1999. In 2004 lag het energieverbruik van de huishoudens op 257,6 PJ, wat 8% meer is dan in 1999.

+

| Beperking van de stijging van de CO2-emissies in de tertiaire sector in 2005 met 5% t.o.v. de verwachte emissies (BAU = Business As Usual).

De CO2-emissies voortkomend uit het brandstofgebruik in de tertiaire sector bedroegen 3.486 kton CO2 in 2004, oftewel een stijging van 64 % tov 1990. Het is voorlopig niet mogelijk om te rapporteren over het doelbereik. BAU wordt immers niet meer als referentie gehanteerd, omdat het BAU-scenario in de loop der jaren gewijzigd werd.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 2006 stond in het teken van twee cruciale beleidsplannen die het Vlaamse klimaatbeleid tot aan het einde van de eerste Kyoto-periode bepalen én tegelijkertijd de bouwstenen bevatten voor een Vlaams klimaatregime na 2012. Een publieke rondvraag resulteerde via de klimaatconferentie (zie ook www.klimaatconferentie.be) in 365 aanbevelingen voor het Vlaams klimaatbeleidsplan 2006-2012. Dit plan werd vervolgens op 20 juli 2006 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Tien thematische assen – energie, industrie, mobiliteit, gebouwen, adaptatie, inzet flexibiliteitsmechanismen, land- en bosbouw, rol van de overheid en sensibilisatie – vormen de kern. Met de doelstellingen en acties uit het plan wordt het mogelijk om 80 % van de afstand naar de Kyotodoelstelling met binnenlandse maatregelen te overbruggen. Het Vlaams toewijzingsplan CO2 emissierechten 2008-2012 bepaalt de totale hoeveelheid emissierechten, de wijze van verdeling en het aantal emissierechten voor elk van de deelnemende 177 bedrijfsvestigingen. Het werd als onderdeel van het Belgische toewijzingsplan voorgelegd aan de Europese Commissie. Naast deze strategische planning werd vanuit het beleidsdomein milieu ook heel wat terreinwerk verricht. De certificering van koeltechnische bedrijven kreeg een vaste vorm en de certificering van technici voor brandblusapparaten gevuld met ozonafbrekende stoffen werd voorbereid. Het convenant met de salpeterzuurindustrie onderging een eerste resultaatsevaluatie. Het actieplan voor efficiënt onderhoud van verwarmingsinstallaties kon concreet starten na goedkeuring van het bijhorende besluit. De inzet en de financiering voor flexibele mechanismen werd mogelijk door de principiële goedkeuring van het ontwerpbesluit in juli 2006. De voorbeeldrol van de overheid kreeg een extra troef na de goedkeuring van het actieplan 2006-2010 rond energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen. Na een grondige analyse werd beslist dat Vlaanderen geen gebruik zal maken van de bijdrage die bosbeheer kan bieden aan het halen van de Kyoto-doelstellingen. De Vlaamse strategie rond post 2012 werd


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 37

themabeleid

37

deel 2

verder onderbouwd door de opmaak van Vlaamse energiescenario’s voor 2030. Bijkomend werd de impact op Vlaanderen bij het opnemen van de emissies van internationale scheepvaart in een nieuw klimaatregime onderzocht. In 2006 nam het Vlaams Gewest tot slot het voorzitterschap van de Nationale Klimaatcommissie waar. Het secretariaat zorgde voor de actualisatie van het nationaal Klimaatplan inclusief de opmaak van een indicatorendatabank.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Goedkeuring Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Energie- en broeikasgasprognoses tot 2012 en 2030

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 MIDDEN

Opmaak energiescenario’s tot 2030

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

Opmaak rapport ter vaststelling van de AAU

2006 BEGIN

gerealiseerd

2004 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 BEGIN

Actieplan energiezorg in overheidsgebouwen

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Plan voor efficiënt onderhoud van particuliere stookinstallaties

2004 MIDDEN

gerealiseerd

Uitgewerkte reglementering stooktoestellen

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

2004 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

gerealiseerd

Eerste voorstel uitwerking sectorale doelstellingen Studie procesemissies afgerond

Opstellen procedures voor meten van lachgas- en ammoniak-

2006 MIDDEN

emissies bij mestverwerking Visietekst inzet flexibele mechanismen Eindrapport studie klimaatfondsen - voorstel verwervingsstrategie Ontwerp van toewijzingsplan 08-12 wordt voorgelegd aan Vlaamse Regering

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Aandeel leefmilieuprojecten waarvan de reductiedoelstelling bereikt is

0 (2005)

100 (2012)

Aandeel leefmilieuprojecten waarvoor planning gerespecteerd wordt

90 (2006)

100 (2012)

Aandeel van projecten in andere beleidsdomeinen waarvoor de planning wordt gerespecteerd

80 (2006)

100 (2012)

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten (GSC) in kader van stortgasvalorisatie Aantal JI/CDM-projecten volgens Vlaamse criteria

15432 (2004) 0 (2005)

6 (2007)

Aanpak prioriteiten 2007 Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 uitvoeren (cf. OD 2 Beleidsnota)

Met Kyoto voor de deur moet in 2007 hard gewerkt worden aan het Vlaams klimaatbeleid op het terrein. De uitvoering van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 stelt Vlaanderen in staat om haar Kyoto-doelstelling voor 80% met binnenlandse maatregelen te verwezenlijken, maar dan enkel op voorwaarde dat alle betrokken beleidsdomeinen de geformuleerde doelstellingen en acties concreet en tijdig aanpakken. Twee


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 38

Milieujaarprogramma

38

2007

evaluatienota’s zullen in (begin en midden) 2007 aan de Vlaamse Regering weergeven waar de Vlaamse overheid staat en waar er bijgestuurd moet worden. Een grondige evaluatie van het plan volgt in 2008. Strategie Flexibele mechanismen opstellen (cf. OD 2 Beleidsnota)

Het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 geeft aan op welke wijze de flexibiliteitsmechanismen van het Kyoto-protocol verder geoperationaliseerd zullen worden. In 2007 zal de Vlaamse overheid haar verwervingsbeleid verder vormgeven via de selectie van bijkomende verwervingskanalen en de aankoop van Kyoto-eenheden aan de hand van diverse instrumenten. Met de oprichting van een Vlaams klimaatfonds in beheer van de Participatiemaatschappij Vlaanderen wordt een structureel financieringsmechanisme beoogd. De Vlaamse goedkeuringsregels en procedures van buitenlandse emissiereductieprojecten evenals de Vlaamse verwervingsregels voor externe Kyotoeenheden zijn in voorbereiding en zullen in 2007 definitief worden vastgelegd. Voorbereiding op post-2012 klimaatdoelstellingen (cf. OD 2 Beleidsnota)

Op internationaal niveau zijn de debatten rond een mogelijk klimaatregime na 2012 reeds formeel gestart. Rekeninghoudend met deze context bereidt Vlaanderen technisch, economisch en maatschappelijke onderbouwde engagementen voor, gericht op 2020. Hiervoor heeft de Vlaamse overheid een onderzoekstraject uitgewerkt dat loopt van 2006 tot 2008. De basiselementen van een Vlaamse visie op het post-2012 klimaatbeleid worden verder uitgewerkt, aangevuld en bijgesteld in de loop van de onderhandelingsperiode. Het maatschappelijk debat hierover dat onder de Vlaamse klimaatconferentie van start ging, zal in 2007 verder gezet worden. Visie ontwikkelen over de opname van internationale lucht- en scheepvaart in een klimaatregime na 2012

De internationale lucht- en scheepvaart vertegenwoordigen een belangrijk deel van de wereldwijde broeikasgasuitstoot. Op internationaal en EU-niveau bekijkt men hoe deze sectoren deel kunnen uitmaken van een volgend klimaatregime. De opname en behandeling van broeikasgasemissies uit de internationale scheepvaart in een nieuw klimaatregime is een enorme uitdaging voor Vlaanderen. Er zijn namelijk verschillende belangrijke zeehavens met duidelijk een economisch gewicht. Hierdoor verwachten we een relatief hoog aandeel van broeikasgasemissies in Vlaanderen. De impact van de beleidsscenario’s hieromtrent zal daarom mogelijk grondig verschillen in vergelijking met de meeste andere EU lidstaten. Daarnaast kan de uitbreiding van het klimaatregime na 2012 ook indirecte economische gevolgen hebben op Vlaamse sectoren die reeds reductie-inspanningen leveren in het kader van het Kyoto-protocol. Als voorbereiding op de internationale onderhandelingen dient tijdig de impact op de internationale concurrentiepositie van de Vlaamse zeehavens en andere Vlaamse sectoren in kaart gebracht te worden. Een studieopdracht voorzien in 2007 zal een belangrijke pijler zijn van de Vlaamse visie die hierover moet ontwikkeld worden.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 39

themabeleid

39

deel 2

3. Verontreiniging door fotochemische stoffen Opvolging van de plandoelstellingen +/–

kalenderjaar met een hoogste 8-uur| Verminderen van het aantal dagen per 3

gemiddelde van meer dan 120 μg/m tot maximaal 25 (gemiddeld over drie jaar) Het aantal dagen, waarop het hoogste 8-uursgemiddelde van de dag de drempelwaarde van 120 μg/m3 overschrijdt, bedroeg 28 dagen in 2004 en in 2005. Dit is beduidend lager dan in 2003 (65), het gemiddelde over drie jaar is 40 dagen. Om de MLTD van 25 dagen te halen zullen bijgevolg bijkomende reductiemaatregelen moeten geïmplementeerd worden.

+

| De totale NOx-emissie verminderen tot maximum 100,97 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 87,2 kton)

De totale NOx-emissie bedroeg 166,7 kton in 2005, een daling met 24% t.o.v. 1990, voornamelijk door een emissievermindering in de energiesector. Er is echter nog een lange weg af te leggen om tegen 2010 de doelstelling van 101 kton te halen.

++

| De totale VOS-emissie verminderen tot maximum 91,86 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 75,35 kton)

Een dalende emissietrend kan in het algemeen toegeschreven worden aan bijkomende inspanningen door de industrie. Anderzijds worden binnen bepaalde sectoren ook toenames waargenomen als gevolg van een stijgende productiecapaciteit of een toename van het aantal bedrijven binnen deze sector. In 2005 bedroeg de totale NMVOS emissie 92,1 kton, een daling met 53% t.o.v. 1990. Tegen 2010 dient de NMVOS met 57% gedaald te zijn.

+/–

| Vermijden van3 plaatselijke overschrijding van de AOT40ppb-vegetatie-waarde van 18.000 (μg/m uren) (gemiddeld over vijf jaar)

Gemiddeld (over vijf jaar) blijft AOT40ppb - vegetatie sinds 1991 onder de plandoelstelling, maar ligt ze nog steeds ver boven de langetermijndoelstelling van 6.000 (μg/m3).uren. Het glijdend 5-jaargemiddelde van de seizoensoverlast voor gewassen en semi-natuurlijke vegetatie daalde in 2004 tot net onder de 10.000 μg/m3. In 2005 ligt de waarde opnieuw hoger (10.819 μg/m3).

Opvolging van de richtinggevende doelstellingen +/–

| De emissies van de huishoudens verminderen tot maximaal 12 kton NOx en 10,5 kton VOS

Zowel de huishoudelijke VOS-emissie door het gebruik van verf als door het gebruik van andere solventhoudende producten blijft over de periode 1990-2005 zo goed als stabiel (16 kton). Door toedoen van een nieuwe productrichtlijn, die in 2004 gepubliceerd werd en in 2007 effectief van kracht zal worden, zullen de huishoudelijk emissies tegen 2010 dalen. De NOx-emissies van deze sector zijn tussen 1990 en 2005 gestegen van 11,2 kton tot 13,9 kton, ten gevolge van het stijgend energieverbruik. In 2004 werd een K.B. gepubliceerd ter beperking van (onder meer) de NOx-emissies door branders


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 40

Milieujaarprogramma

40

2007

met een vermogen van minder dan 400 kW. Gezien de vervanging van de bestaande branders een geleidelijk proces is, zal dit K.B. resulteren in een geleidelijke daling van de NOx-emissies door deze sector.

+

| De emissies van de industrie verminderen tot maximaal 46,3 kton NOx en 60,4 kton VOS

De procesemissies voor VOS zijn aanzienlijk gedaald, van 113,7 kton in het jaar 1990 tot 56,8 kton in het jaar 2005. Deze reducties zijn gerealiseerd door verbeterde technologieën en emissiereductiemaatregelen. De keramische sector kende bv. een halvering van haar emissies in 2004 t.o.v. 2003 als gevolg van strengere VLAREM-normen. Door toepassing van de Solventrichtlijn dalen de emissies in de droogkuissector en de sector van de autoassemblage sinds 2002. De NOx-emissie in 2005 bedroeg 60,3 kton, een daling van 30% t.o.v. 1990. Deze emissievermindering is voornamelijk afkomstig van de energiesector (o.m. overschakeling van steenkool naar aardgas voor de elektriciteitsproductie).

+

| De emissies van het verkeer verminderen tot maximaal 42,67 kton NOx en 20,96 kton VOS

Bij de uitwerking van het milieubeleidsplan 2003-2007 werden richtinggevende verkeersdoelstellingen gedefinieerd op basis van de emissiecijfers uit 1995. Vermits later bleek dat de drie gewesten pas vanaf 1999 dezelfde methodologie gebruikten, werden andere cijfers voor de transportsector als doelstelling naar voor geschoven. Dankzij de steeds strengere normen van voertuigen dalen de emissies. De VOS-emissie in 2005 bedroeg 19,7 kton. De NOx-emissies daalden ook maar liggen nog ver boven de te bereiken doelstelling (92,3 kton in 2005). Het steeds toenemende gebruik van dieselbrandstof alsook de werkelijke, hoger dan ingeschatte, NOx-emissies van het verkeer, bemoeilijken het behalen van de doelstelling nog meer.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het emissiereductiebeleid lucht kreeg verder vorm op basis van de uitgevoerde sectorstudies. Voor de aanpak van lekemissies werd met de chemie en petrochemie een akkoord bereikt over een VLAREM-aanpassing. In overleg met de raffinaderijen werd ook een aanpassing uitgewerkt die de emissies van op- en overslagactiviteiten verder moet reduceren. Met de andere sectoren, waar nog een kosteneffectief reductiepotentieel aanwezig is, zijn de onderhandelingen lopende (grafische sector, op- en overslagbedrijven, ...). Een evaluatie van de nationale emissieplafonds (NEC-richtlijn) geeft aan dat het NOx emissieplafond voor transport niet zal gehaald worden. In die optiek werden een aantal beslissingen genomen. Een ecologiepremie wordt toegekend voor vrachtwagens en bussen die worden uitgerust met een roetfilter of die reeds aan de toekomstige emissienorm voldoen (Euro V). Daarnaast werden onderhandelingen gestart met de federale overheid om hiervoor een verhoogde investeringsaftrek te voorzien. De Vlaamse Regering besliste ook om tegen eind 2006 een nieuw systeem uit te werken voor de verkeersbelastingen gebaseerd op de Ecoscore van een voertuig. De cluster mobiliteit binnen de Samenwerkingsovereenkomst blijft gemeenten aanzetten hun wagenpark milieuvriendelijk uit te bouwen en de bevolking te sensibiliseren. Projecten van BBL en VOKA zetten bedrijven aan om respectievelijk een cursus energiezuinig rijden te volgen en acties te nemen om de CO2-emissies van hun transport te verminderen. Bij piekoverschrijdingen van ozon en fijn stof werd beslist op bepaalde delen van de snelweg een snelheidsbeperking in te voeren.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 41

themabeleid

41

deel 2

In 2006 werd de emissie-inventaris lucht verder geoptimaliseerd, met bijzondere aandacht voor de ďŹ jn-stof-inventaris. De resultaten zijn eind 2006 beschikbaar. De emissies naar de lucht en het brandstofverbruik door spoorverkeer en scheepvaart worden onderzocht. Het SMOGSTOP ozonvoorspellingsmodel werd aangepast zodat het automatisch kan draaien bij IRCEL. De nieuwe techniek voor de interpolatie van ozongegevens werd uitgebreid naar andere polluenten (NO2 en PM10). Het belEUROS model werd verder geoptimaliseerd. Het model werd gebruikt voor de berekening van de achtergrondconcentraties van ozon, NO2 en PM10 in het kader van het CAR-stratenmodel project en zal gebruikt worden bij de opmaak van het MIRA-T 2006 rapport.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2006 EINDE

op schema

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Maatregelenpakket chemische industrie (fugitieve emissies) (VOS)

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Maatregelenpakketten raffinaderijen, grafische, op- en overslag

2003 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Maatregelenpakketten verfindustrie, automobiel, diverse (VOS)

2004 MIDDEN

vertraagd

2007 EINDE

Omzetting productrichtlijn decoratieve en carrossierverven in

2004 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 BEGIN

2006 BEGIN

vertraagd

2007 BEGIN

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Project energiezuinig rijden in bedrijven afgerond

2008 BEGIN

nieuw

Ontwikkeling emissiemodule spoor en binnenvaart

2004 EINDE

op schema

Beoordeling ozonvervuiling in de zomer van 2005

2006 MIDDEN

nieuw

2006 BEGIN

nieuw

2007 MIDDEN

op schema

Beleurosmodel: sensitiviteitsstudie ivm menglaaghoogte

2005 EINDE

vertraagd

Beoordeling RAINS scenario’s voor EU thematische strategie lucht

2007 BEGIN

nieuw

Onderzoek naar ozonflux benadering voor schade aan bepaalde

2007 EINDE

nieuw

NEC voortgangsrapport 2006 Berekeningen emissieplafonds 2015-2020 uitgevoerd

Huidige verwachting

(VOS)

nationale wetgeving Rekenblad voor vloothouders, inclusief aanbevelingen aankoop voertuig, hernieuwd Voorstel aanpassing verkeersbelastingen uitgewerkt Ecologiepremie voor roetfilters voor zwaar vervoer in voege

Real time display van overschrijdingen van de drempels van

2007 EINDE

de EG-richtlijnen ivm ozon en PM10 Emissie-inventaris spoor- en scheepvaart

2006 MIDDEN

soorten gewassen

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

VOS-emissies andere sectoren (kton)

29,10 (2005)

27,00 (2010)

VOS-emissies chemie en raffinage (kton)

22,10 (2005)

22,00 (2010)

VOS-emissies door sectoren uit de Solventrichtlijn (kton)

22,20 (2005)

19,00 (2010)


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 42

Milieujaarprogramma

42

2007

Indicatoren (vervolg)

Realisatie

Doelstelling

Aantal bezoekers “www.milieuvriendelijkvoertuig.be”

69.562 (2005)

100.000 (2008)

Aantal gemeenten die deelnemen aan de ROB-campagne

172 (2006)

130 (2005)

Aantal bussen uitgerust met CRT-roetfilter

763 (2006)

765 (2006)

Aantal gemeenten ingetekend op cluster mobiliteit (totaal)

192 (2006)

205 (2007)

Aanpak prioriteiten 2007 Doelstelling NEC-richtlijn halen en uitwerken van sectorale maatregelenpakketten (cf. SD2 bij Klimaat- en luchtbeleid)

Het NEC-reductieprogramma geeft aan hoe Vlaanderen de NEC-emissieplafonds tegen 2010 zal respecteren. Voor de Vluchtige Organische Stoffen (VOS) moet in de periode 2005-2010 nog een belangrijke reductie gerealiseerd worden. Met de chemische industrie en de raffinaderijen werd een akkoord bereikt over het invoeren van enkele reductiemaatregelen. Met andere sectoren (o.a. grafische industrie, op- en overslagsector, applicatie coating, ...) zijn de gesprekken over de haalbaarheid van bijkomende maatregelen nog lopende. Eind 2006 moet aan de Europese commissie een geactualiseerde versie van het NEC-reductieprogramma overgemaakt worden waarin de huidige stand van zaken en de nog te nemen maatregelen voorgesteld worden. De geselecteerde reductiemaatregelen voor de verschillende sectoren zullen met het meest geschikte instrument (VLAREM, milieuvergunning, ...) worden doorgevoerd en verder opgevolgd (opmaak emissie-inventaris). Ook regelmatige overlegmomenten met sectoren of bedrijven moeten voor de nodige opvolging zorgen. Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden

Midden 2007 wordt een voorstel verwacht van de Europese Commissie tot invoering van nieuwe NEC emissieplafonds voor de jaren 2015 en/of 2020. Om de onderhandeling met Europa goed voorbereid aan te vatten, wordt per sector alle relevante informatie (emissieprognoses, reductiepotentieel, kosten,..) actueel gehouden. Hierbij is het tevens noodzakelijk de modelscenario’s, die worden ontwikkeld in het kader van die herziening van de NEC-emissieplafonds voor 2020, te beoordelen en bij te sturen met de eigen belEUROS berekeningen. Het is belangrijk dat deze scenario’s realistisch en haalbaar zijn. De timing van de evaluaties is afhankelijk van de Europese timing van dit dossier. Gezien het steeds toenemende belang en gebruik van het belEUROS model blijven bijkomende optimalisatieopdrachten noodzakelijk, o.m. voor de toetsing van beleidsscenario’s in het kader van de EU thematische strategie. Tevens gaat in 2007 aandacht naar de verdere optimalisatie van de emissie-inventaris lucht en naar de nodige gegevens voor het maken van toekomstprognoses. Beiden liggen aan de basis van modelleringen van de luchtkwaliteit en de evaluatie van de emissies uit de (RAINS) modelscenario’s. Opvolgen ozon in de omgevingslucht

Om de beoordeling, de bewaking en de rapportering van ozon in de omgevingslucht te optimaliseren en de bevolking nog beter te informeren, worden modellen ingezet. Een nieuwe verbeterde interpolatietechniek houdt niet alleen rekening met de afstand tussen de meetstations maar ook met landgebruiksgegevens. De huidige techniek gebruikt de bevolkingsdichtheid als maat voor de NO-concentratie. Er wordt onderzocht of met andere landgebruiksdata niet nog betere resultaten kunnen bekomen worden. Het BELEUROS-model wordt verder gevalideerd en verfijnd. Dit model wordt o.m. gebruikt voor berekening van achtergrondconcentraties ozon, NO2 en fijn stof (zie ook Milieu-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 43

themabeleid

43

deel 2

gevaarlijke Stoffen) en voor scenarioberekeningen. Er zal verder onderzoek gebeuren naar mogelijkheden om de laagresolutie belEUROS output te verďŹ jnen. Reduceren van de transportemissies. Hiervoor wordt verwezen naar het deel externe integratie mobiliteit.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 44

Milieujaarprogramma

44

2007

4. Verzuring Opvolging van de plandoelstellingen ++

| De totale NH3-emissie verminderen tot maximum 45 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 40,7 kton)

De NH3-emissie wordt voor meer dan 90 % veroorzaakt door landbouwactiviteiten en daalde van 98 kton in 1990 tot 47,5 kton in 2005. Deze daling is voornamelijk te wijten aan het emissiearm aanwenden van mest. Verdere inspanningen blijven nodig om de doelstelling te halen. Hiervoor werd een reductieprogramma uitgewerkt in het kader van de NEC-richtlijn.

+

| De totale NOx-emissie verminderen tot maximum 100,97 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 87,2 kton)

De emissies van NOx daalden geleidelijk sinds 1990, met in 2005 een emissie van 166,7 kton (waarvan 55 % door het verkeer). Weliswaar blijft de te reduceren hoeveelheid NOx nog aanzienlijk en blijven verdere inspanningen nodig. In het kader van de NEC-richtlijn werd een emissiereductieplan opgesteld waarin voor de betrokken sectoren maatregelen werden uitgewerkt.

++

| De totale SO2-emissie verminderen tot maximum 67,05 kton (er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 60 kton)

De SO2-emissie is tussen 1990 en 2005 gedaald van resp. 252,4 kton per jaar tot 97,5 kton per jaar (waarvan 32 % door de industrie). Deze daling situeert zich zowel bij de industrie als bij het wegverkeer en de residentiële sector. Ten opzichte van 2003 is er een kleine stijging van de SO2-emissie bij de elektriciteitssector en de industrie merkbaar (door reeds voorziene maatregelen zal deze stijging slechts tijdelijk zijn). Ook hier blijven nog aanzienlijke inspanningen nodig om de doelstellingen te halen. Ook hiervoor werd een reductieplan uitgewerkt.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Voor de belangrijkste industriële sectoren werd het reductiepotentieel voor emissies naar de lucht in kaart gebracht. In het kader van de NEC-richtlijn (2001/81/EG) en het emissiereductieprogramma werden met een aantal industriële sectoren (ijzer- en staalproductie, non-ferro, chemie, glasproductie) gesprekken gevoerd over bijkomende emissiereducties. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de resultaten van de studie naar een intersectorale afweging van de maatregelen. Op basis van een vergelijking tussen de meetresultaten uit het depositiemeetnet en de OPS-modelberekeningen (voor gans Vlaanderen) blijkt een grondige validatie noodzakelijk, met de nodige modelaanpassingen. Deze validatie zal begin 2007 afgerond worden. Om gebiedsgerichte uitspraken te doen, zijn nog bijkomende aanpassingen aan het model noodzakelijk. Nieuwe varkens- en pluimveestallen moeten NH3-emissiearm gebouwd worden volgens een lijst van toegestane stalsystemen. Deze lijst wordt continu geëvalueerd en aangepast op basis van nieuwe inzichten. Er werd een inventarisatiesysteem opgesteld om het aantal dieren dat in emissiearme stallen wordt gehouden op te volgen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 45

themabeleid

45

deel 2

Deze gegevens worden gebruikt bij het actualiseren van de emissie-inventaris en bij de evaluatie van de impact van de invoer van emissiearme stallen op de NH3 emissiereductie. De elektriciteitsdistributienetbeheerders zijn verplicht om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid primaire energie te besparen. Hierover dienen zij jaarlijks een actieplan in bij het Vlaams Energieagentschap (VEA). In juli 2006 werd het ontwerpbesluit goedgekeurd voor het onderhoud en het nazicht van verwarming van gebouwen en de productie van sanitair warm water.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Evaluatie NH3-emissiefactoren voor aanwending mest

2006 BEGIN

gerealiseerd

Evaluatie externe mestopslag

2006 EINDE

op schema

Uitbouwen inventarisatiesysteem emissiearme stallen

2006 BEGIN

gerealiseerd

Certificeringsprocedure mestverwerkingsinstallaties

2003 BEGIN

verlaten

2005 EINDE

Maatregelenpakket voor de chemische sector (verzurende emissies) 2005 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

Maatregelenpakket voor de ijzer- en staalsector en de non-ferro

2004 BEGIN

vertraagd

2006 EINDE

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

Bijkomende metingen (droge, occulte en aerosolen) operationeel

2007 EINDE

op schema

2007 EINDE

OPS berekeningen met betrouwbaarheidsinterval conform

2008 EINDE

op schema

OPS voorzien met uitgebreide(re) meteo

2007 MIDDEN

vertraagd

2007 EINDE

Validatie OPS afgerond

2006 MIDDEN

vertraagd

2007 BEGIN

Realisatie

Doelstelling

5 (2005)

9 (2010)

sector Keuze van een economisch instrument - uitwerken van een stappenplan

EG richtlijn

Indicatoren Aantal industriële sectoren waarvoor maatregelen werden ingevoerd

Aanpak prioriteiten 2007 Doelstelling NEC-richtlijn halen en uitwerken van sectorale maatregelenpaketten (cf. SD2 bij Klimaat- en luchtbeleid)

Eind 2003 heeft de Vlaamse Regering het NEC-reductieprogramma, met maatregelen om de Europese emissieplafonds voor SO2, NOx en NH3 te halen, goedgekeurd. In uitvoering hiervan werden voor een aantal sectoren (elektriciteitsproducenten, raffinaderijen, keramische sector, stookinstallaties) al maatregelen genomen. Voor andere sectoren, met belangrijke procesemissies (chemie, ijzer- en staalproductie en de nonferrosector) zijn besprekingen aan de gang rond de haalbaarheid van bijkomende maatregelen. De geselecteerde maatregelen zullen met het meest geschikte instrument (VLAREM, milieuvergunning, economische instrumenten, ...) worden geïmplementeerd en opgevolgd. Het reductieprogramma bevat evenwel nog een aantal lacunes en onzekerheden. Eind 2006 wordt een geactualiseerde versie van dit programma over-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 46

Milieujaarprogramma

46

2007

gemaakt aan de Europese Commissie. Hierin wordt een inschatting gemaakt van de emissies in 2010 met het lopende beleid en worden maatregelen geĂŻdentiďŹ ceerd en uitgewerkt om, waar nodig, deze emissies te reduceren tot aan het NEC-plafond. Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden en economische haalbaarheid evalueren

De Europese Unie bereidt een herziening van de NEC-richtlijn voor die kadert in de Europese thematische strategie rond de verbetering van de luchtkwaliteit. Een eerste voorstel, dat emissieplafonds voor 2020 en misschien ook voor 2015 zal bevatten, wordt verwacht in de zomer van 2007. Naast de vier polluenten uit de huidige richtlijn zal daarin waarschijnlijk ook een plafond voor ďŹ jn stof worden opgenomen. Op basis van een analyse van dit voorstel zal een reactie worden voorbereid. Vlaanderen ziet deze onderhandelingen als een belangrijke kans om de eigen luchtkwaliteit te verbeteren maar wil anderzijds ook technisch en economisch haalbare plafonds en een evenwichtige verdeling van de inspanningen tussen de verschillende lidstaten.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 47

themabeleid

47

deel 2

5. Vermesting Opvolging van de plandoelstellingen ++

| De totale NH3-emissie verminderen tot maximum 45 kton tegen 2010, er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 40,7 kton

De NH3 emissie wordt voor meer dan 90 % veroorzaakt door landbouwactiviteiten en daalde van 98 kton in 1990 tot 47,5 kton in 2005. Deze daling is vnl. te wijten aan het emissiearm aanwenden van mest. Verdere inspanningen blijven nodig om de doelstelling te halen. Hiervoor werd een reductieprogramma uitgewerkt in het kader van de NEC-richtlijn.

+

| In 2007 voldoet 40% van de meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat (0,3 mg P/l)

In 2005 voldeden 24 % van de meetpunten aan de basiskwaliteitsnorm voor orthofosfaat. Sinds 1990 (1%) is dit percentage continu gestegen tot 2002, vanaf dan doet er zich een afvlakking voor.

| Geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in grondwater

Het aantal meetplaatsen uit het MAP-grondwatermeetnet met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg/l bedroeg in 2000 32 %. In 2004 werd de norm van 50 mg/l op 36 % van de meetlocaties overschreden. In het voorjaar van 2005 werd de norm van 50 mg/l in 40 % van de meetlocaties overschreden. Hierbij wordt opgemerkt dat de dataset uit 2000 slechts een 100-tal meetpunten omvat die bovendien slecht verspreid liggen over Vlaanderen, daar waar vanaf 2004 het nieuw MAP-meetnet grondwater bestaat uit 2.100 meetpunten verdeeld over gans Vlaanderen. De vergelijking van de meetresultaten van 2004 en 2005 toont geen algemene verbetering van de grondwaterkwaliteit in de ondiepe grondwaterlichamen. Wegens de trage kwaliteitsverandering van grondwater kan een eenduidige trendevolutie pas op basis van een langere meetreeks worden bepaald.

++

| In 2007 wordt maximaal 55 miljoen kg P2O5 uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond opgebracht

Deze doelstelling dient feitelijk bijgesteld te worden tot 49 miljoen kg P2O5 rekening houdend met de acceptatiegraad van dierlijke mest, zijnde het reële gebruik van dierlijke mest door de landbouwbedrijven. Sinds 1998 is de mestproductie stelselmatig gedaald ten gevolge van afbouw van de veestapel en van de toepassing van fosforarme voeders en aangepaste voedertechnieken. In 2004 bedroeg de mestproductie 61,5 miljoen kg P2O5. In hetzelfde jaar is 8 miljoen kg P2O5 verwerkt en geëxporteerd. Dit betekent dat we nog 4,5 miljoen kg P2O5 verwijderd zijn van de bijgestelde doelstelling. In 1998 bedroeg de theoretische mestproductie 85 miljoen kg P2O5 zonder rekening te houden met de voederefficiëntie, er is met andere woorden al een hele weg afgelegd.

++

| Overschot op de bodembalans is maximaal 70 kg N/ha in 2007 Het overschot op de stikstofbalans (bodembalans) bedroeg 129,1 kg N/ha in 2004. In 1998 was dit 196 kg N/ha. Hoewel de daling groot is, is er nog een ganse weg af te leggen. Aan hetzelfde tempo zal het nog tot 2010 duren vooraleer de doelstelling wordt bereikt. Actie blijft dus nodig: daling van de mestproductie (afbouw, stikstofarme voeders en voedertechnieken), verhoging van de verwerking en export en sensibilisering van de producent/gebruiker (nutriëntenbalansen, nitraatresidumetingen, afstemming op plantbehoefte).


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 48

Milieujaarprogramma

+/–

48

2007

| Voldoen aan de grenswaarde van 10 mg N/l (nitraat en nitriet) en geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg /l in oppervlaktewater (11,3 mg N/l)

Het aantal meetplaatsen uit het algemeen meetnet oppervlaktewater met overschrijding van de grenswaarde van 10 mg stikstof/l bedroeg 34 % in 2005. Er is een licht positieve evolutie vast te stellen sedert 1990. Het aantal meetplaatsen uit het MAPmeetnet oppervlaktewater met overschrijding van de norm van 50 mg nitraat/l bedroeg 42 % in de periode 1/7/2005 tot 30/6/2006. De sinds 2000 ingezette daling van het aantal overschrijdingen van de nitraatnorm blijkt zich vanaf 2004 niet meer door te zetten. Er zijn blijvend inspanningen nodig zijn om de doelstelling te halen.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Op 22 juli 2005 keurde de Vlaamse Regering de visienota “Naar een nieuw mestbeleid in Vlaanderen” van de minister voor leefmilieu goed. Op 22 september 2005 kwam er een arrest van het Europees Hof tegen België en Vlaanderen voor het niet correct omzetten en toepassen van de nitraatrichtlijn. Het arrest stelt dat Vlaanderen nagelaten heeft passende maatregelen te treffen voor de volledige omzetting en behoorlijke uitvoering van de aanduiding van de kwetsbare wateren en kwetsbare zones en dat er lacunes zijn in de actieprogramma’s binnen de kwetsbare zones en in de rapportering aan de Europese Commissie. Op 28 november stelde de Eurocommissaris voor Milieu dat Vlaanderen bij de uitwerking van het nieuwe mestbeleid moet uitgaan van het feit dat Vlaanderen volledig kwetsbaar gebied is. De opmaak van het nieuwe mestbeleid werd voorbereid in samenwerking met wetenschappers en landbouworganisaties, en begeleid door een technische werkgroep op Europees niveau. Het voorstel voor nieuw mestbeleid werd voor het zomerreces van 2006 gelanceerd en werd door een parlementaire werkgroep verder uitgewerkt tot een voorstel van decreet dat in 2007 in voege gaat. Ter ondersteuning van dit nieuwe mestbeleid werden verschillende onderzoeken geïnitieerd, zoals naar onderbouwing bemestingsnormen, monitoringsnetwerk voor derogatie, en fosfaatverzadigde gebieden. Het verzoek tot derogatie werd onderhandeld met de Europese Commissie. Het convenant over laag-fosforvoerders met de mengvoedersector werd verlengd. Voor het eerst werd ook een convenant voor laag-stikstofvoeders met de mengvoedersector ondertekend. Een actieplan voor mestverwerking 2006-2010 werd voorgesteld op de Rondetafel Mestverwerking. Het aanpakken van knelpunten in de wetgeving is gestart. De BBTstudie mestverwerking werd geactualiseerd. Wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van meetprotocols en nutriëntenbalansen voor mestverwerking werd opgestart. Verstrengde controle werd uitgevoerd op het nitraatstikstofresidu in het najaar van 2006. Een 10.000-tal percelen werden bemonsterd. Een strengere controle op mesttransporten en bemesting op perceelsniveau werd gerealiseerd door de invoering van het AGR-GPS systeem – wat staat voor Automatische GegevensRegistratie – Global Positioning System – voor de grote mestvoerders. Hierdoor kan de weg afgelegd door een mesttransport worden gevolgd. De Taskforce Tuinbouw Nitraatproblematiek, opgestart in 2006, onderzocht op welke manier de verschillende sectoren van de tuinbouw kunnen bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit wat betreft de aanwezigheid van nitraat. Een sectorstudie naar bemestingsgedrag en acceptatiegraden voor dierlijke mest werd opgestart.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 49

themabeleid

49

deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Bijkomende afbakening kwetsbare gebieden

2006 BEGIN

vertraagd

2007 BEGIN

Vernieuwd mestbeleid

2006 BEGIN

vertraagd

2007 BEGIN

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Oppervlakte onder beheerovereenkomst water en natuur

25.324 (2004)

26.000 (2008)

Verminderde N productie (mio kg) t.g.v. stopzettingsdecreet

6,0 (2003)

5,6 (2003)

Verminderde P2O5 productie (mio kg) t.g.v. stopzettingsdecreet

2,5 (2003)

3,5 (2003)

Verwerking en export (mio kg P2O5)

7,8 (2004)

8,0 (2007)

Verwerking en export van mest (mio kg N)

8,8 (2004)

14,2 (2007)

311.885 (2003)

670.000 (2007)

Areaal waarop gebiedsgerichte maatregelen van toepassing zijn (ha)

Aanpak prioriteiten 2007 Nieuw mestdecreet uitvoeren (cf. SD 7 Beleidsnota)

Een vernieuwd mestbeleid zal ingaan in 2007. Dit vernieuwd mestbeleid is resultaatgericht, vereenvoudigd, volledig in overeenstemming met de Nitraatrichtlijn en komt tegemoet aan het arrest van 22 september 2005. Op aansturen van de Europese Commissie is in dit nieuw mestbeleid Vlaanderen volledig als kwetsbaar gebied afgebakend. Afwijking op de strenge bemestingsnormen water (derogatie) wordt onderhandeld met de Europese Commissie van zodra een akkoord is bereikt over het actieprogramma van Vlaanderen. Het respecteren van de waterkwaliteitsdoelstellingen staat voorop in dit vernieuwde mestbeleid. Hiertoe wordt oordeelkundig bemestingsgedrag gestimuleerd via versterkte handhaving en begeleidende maatregelen zoals het uitwerken van een bedrijfsdoorlichting, teelt- en bemestingsplan en een bemestingsregister. De mestproductie wordt onder controle gehouden via een systeem van nutriëntenemissierechten. Landbouwers krijgen een E-governmentinstrument aangeboden om op bedrijfsniveau een overzicht te krijgen van de eigen bedrijfssituatie en de nutriëntenstromen, zoals geregistreerd bij de Mestbank. Dit instrument werkt sensibiliserend en heeft tegelijk een knipperlichtfunctie. Mestverwerking realiseren

Door de volledige afbakening van Vlaanderen als kwetsbaar gebied neemt het mestoverschot toe met 30 à 40 miljoen kg stikstof. Mestverwerking met export van nutriënten is dus meer dan noodzakelijk. Om de knelpunten inzake mestverwerking aan te pakken, wordt het actieplan mestverwerking, voorgesteld op de Rondetafel Mestverwerking,uitgevoerd. Financiële ondersteuning aan het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) wordt bestendigd. Verwerkte dierlijke mest bestemd voor export zal moeten voldoen aan de bepalingen van de Europese verordening tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor consumptie bestemde dierlijke bijproducten. De erkenning van mestverwerkingsinstallaties zal conform deze bepalingen gebeuren.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 50

Milieujaarprogramma

50

2007

Handhaving versterken

De controle op het vervoer en het gebruik van mest wordt verscherpt. Voor de gerichte handhaving in functie van de waterkwaliteit en de risicogroepen wordt voortaan een Automatische GegevensRegistratie-GPS-systeem voor mesttransportopvolging tot op perceelsniveau gebruikt. Een strengere controle op het nitraatstikstofresidu in de bodem in het najaar wordt uitgevoerd in probleemgebieden. Bij overschrijding volgt een administratieve geldboete en begeleidende maatregelen, zoals een bedrijfsaudit, teelt- en bemestingsplan en bemestingsregister. Er zal ook invulling gegeven worden aan het nieuwe handhavingsdecreet. Vermindering van het meststoffengebruik in de tuinbouw

In 2006 werd een Taskforce Tuinbouw opgestart. Deze taskforce werkt rond maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit voor de verschillende sectoren in de tuinbouw. In functie van de resultaten hiervan zullen in 2007 verdere maatregelen geĂŻmplementeerd worden. De Best Beschikbare Technieken voor de glastuinbouw zijn reeds opgesteld. Een andere concrete mogelijkheid is het aanwenden van het restdrainwater van tuinbouwbedrijven op landbouwgronden. Via demoprojecten en sensibilisering zullen reductietechnieken voor nutriĂŤnten gepromoot worden.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 51

themabeleid

51

deel 2

6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Opvolging van de plandoelstellingen ++

| Bestrijdingsmiddelen: reduceren van verspreidingsequivalenten met 50% (2005 t.o.v. 1990)

De som van de jaarlijkse verspreidingsequivalenten van de in Vlaanderen gebruikte gewasbeschermingsmiddelen daalde globaal bekeken in de periode 1990 – 2005 met 48 %. De plandoelstelling werd hiermee in principe niet bereikt. Er was evenwel tijdens de planperiode een gunstige trend waar te nemen en in 2003 en 2004 werd een reductie t.o.v. 1990 met meer dan 50% bereikt. Een verdere daling wordt vnl. nagestreefd via een eliminatiebeleid voor de meest risicovolle stoffen (zoals lindaan en parathion) in navolging van het Europees pesticiden- en biocidenbeleid.

++

| Zwevend3 stof: vermijden van overschrijdingen van een PM10-concentratie van 40μg/m (jaargemiddelde) (2005)

Na de scherpe daling in de periode 1996-1998 kent het jaargemiddelde PM10-concentratie een eerder schommelend verloop. In 2004 en 2005 daalde deze t.o.v. 2003 onder het jaargemiddelde 40 μg/m3. In 2005 werden er geen overschrijdingen van de 40μg/m3norm gemeten. De plandoelstelling werd hiermee bereikt.

|Dioxines: reduceren van de emissies naar lucht tot maximaal 100 g TEQ/jaar

+++

(2010)

De emissie van dioxines naar lucht daalde in de periode 1990-2005 van 470 tot 44 g TEQ/jaar. Recent verbeterde emissieberekeningen, gekoppeld aan een terugrekening over de voorbije jaren, tonen aan dat de doelstelling van 100 g per jaar TEQ reeds in 1999 werd bereikt. Een verdere daling van de dioxine-emissies wordt gepland via een verderzetting van de sanering van de grootste dioxinepunten, informatiecampagnes, maatregelenpakketten voor dioxinebeladen afvalstromen en gebouwenverwarming en een juridische verankering van de richtinggevende doelstelling inzake depositie.

+

| PAK’s: reduceren van de emissie naar de lucht tot maximaal 192 ton (2010) De PAK-emissie naar lucht werd recent verfijnd en geoptimaliseerd t.o.v. vroegere rapporteringen. Over de periode 1990-1995 nam de totale PAK-concentratie af met iets meer dan 46% tot 152 ton in 1995 om vervolgens na een kleine toename in de periode 1996-2000 (168 ton in 2000) min of meer constant te blijven tot 2005 (173 ton in 2005). De doelstelling voor 2010 werd hiermee bereikt. De PAK-emissie door de industrie is sinds 1990 gedaald. Een sterke toename voor deze periode wordt echter gemeten voor de transportsector. Ook de huishoudens blijven een belangrijk aandeel vormen. Beleidsmaatregelen worden dan ook gefocust op deze twee doelgroepen.

+

| Zware metalen, lucht: reduceren van emissies met 70% (2010 t.o.v. 1995) De totale emissies van zware metalen naar lucht dalen sinds 1995. Met een reductie van 82 % werd de beoogde reductie (70%) voor Cd reeds gehaald. Voor As (68%) is deze reductie binnen handbereik. Ook voor Hg (56%) en Pb (64) ligt deze binnen bereik. Op basis van de trend en de waarden in 2005 kan men stellen dat voor Cr (54%), Zn (39%), Cu (31%) en Ni (29%) de reductie naar de lucht niet zal worden verwezenlijkt. Sectorstudies dienen uit te wijzen hoe en waar de meeste reducties nog mogelijk zijn.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 52

Milieujaarprogramma

+/–

52

2007

| Zware metalen, water: reduceren van emissies met 50% (2010 t.o.v. 1998) De emissies van de zware metalen Ni (27%), Cd (17%), Zn (17%) Cr (13%), As (14%), Hg (12%) en Cu (11%) naar oppervlaktewater nemen sinds 1995 af. Voor Pb (2%) blijft deze nagenoeg ongewijzigd. Voor het behalen van de plandoelstelling (reductie met 50%) zijn voor alle metalen bijkomende inspanningen vereist. De aanpak van specifieke puntbronnen wordt verdergezet; een specifieke aanpak van de diffuse bronnen is voorzien.

Opvolging van de richtinggevende doelstellingen +

| Dioxines: reduceren van de depositie tot maximaal 26 μg/m2.dag (maandgemiddelde) tegen 2005

De dioxinedepositie vertoont een dalende trend in de periode 1993 - 2004. In 1993 waren nog 70 % van de metingen verhoogd (26 μg/m2.dag). In 2003-2004 is dit verminderd tot gemiddeld 5,5 % voor meer dan 70 meetpunten. Afgezien van enkele accidentele overschrijdingen is de doelstelling bereikt.

+/–

| Fijn stof: reduceren van de PM10-concentratie tot 20 μg/m3 (jaargemiddelde) tegen 2010

Uit modellering op EU-niveau blijkt dat België tegen 2010 nog steeds zal behoren tot de hot-spotgebieden van Europa en dat deze doelstelling van 20 μg/m3 niet haalbaar is. In Vlaanderen wordt in 2005 nog een jaargemiddelde van 33 μg/m3 gemeten. Centraal in de aanpak van zwevend stof staat het opstellen en uitwerken van reductieplannen.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Op 23 oktober 2005 werd in uitvoering van richtlijn 76/464/EEG het reductieprogramma ‘Lozing Gevaarlijke Stoffen’ goedgekeurd. Een aanpassing van de basismilieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater werd voorbereid, het meetnet oppervlaktewater werd conform de kaderrichtlijn Water aangepast en er werd onderzocht of er aanpassingen aan VLAREM nodig zijn. De Europese Commissie deed op 26 juli 2006 een voorstel voor een ontwerpdochterrichtlijn van de kaderrichtlijn Water, waarvoor Vlaanderen mee het Belgische standpunt opmaakt en de totstandkoming nauwgezet opvolgt. Het ontwerpbesluit voor de omzetting van de 4de dochterrichtlijn van de Europese kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, die zich richt tot het limiteren van luchtverontreiniging met arseen, cadmium, kwik, nikkel en PAK’s, werd in eerste lezing goedgekeurd. Het Vlaams stofplan werd verder uitgewerkt en heeft onder meer als aandachtspunten de verdere saneringen van emissies van verkeer en scheepvaart, de sanering van hot spot gebieden (met identificatie door lokale besturen via het stratenmodel CARVlaanderen) en de industriële emissies. De Vlaamse Regering besliste dat de ecoscore bij personenwagens en de Euro-norm en het al dan niet aanwezig zijn van een roetfilter bij vrachtwagens gebruikt zal worden voor de hervorming van de voertuigfiscaliteit. Een ecologiepremie wordt toegekend voor de installatie van een dergelijke roetfilter en bij de aankoop van Euro-V vrachtwagens. Verder geldt gedurende smogepisodes een snelheidsbeperking tot 90 km/u op bepaalde delen van de snelweg. Met de betrokken sector werd overlegd over de opname van een bijkomende norm voor fijn stof in het ontwerp KB inzake huishoudelijke stookinstallaties op vaste brandstoffen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 53

themabeleid

53

deel 2

De nodige voorbereidende stappen voor de implementatie van de ‘REACH-verordening’ in Vlaanderen werden gezet in afstemming met de federale overheid. De conceptuele opmaak van een POP-implementatieplan ging van start na ratificatie van het POPprotocol en het POP-verdrag in juni 2006. De eerste evaluatie van het decreet verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen bij openbare besturen werd afgerond. Het uitgewerkte actieplan voorziet naast het opstarten van structureel overleg, de sensibilisatie van de burger, het inzetten van MiNawerkers voor manueel onkruidbeheer, het verderzetten van de inhoudelijke ondersteuning van openbare besturen ook in het versoepelen van het uitvoeringsbesluit van 14 juli 2004 en het gelijktijdig doorvoeren van een administratieve vereenvoudiging. Het meetnet bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater werd aangepast in functie van de Europese erkenningregels. Voor de aanpak van diffuse verontreiniging werden bepaalde stoffen bekkenspecifiek gemodelleerd aan de hand van het SEPTWA-model. Vlaanderen is betrokken bij het federaal reductieprogramma en Europese initiatieven zoals de richtlijn 91/414 en de ‘Thematische strategie duurzaam pesticidengebruik’. Diffuse bronnen van zware metalen blijven een aandachtspunt naarmate de puntbronnen verder gesaneerd worden. De transporten van metalen in de waterketen werden beter gemodelleerd en de verliezen van de bouwmetalen werden zo accuraat mogelijk gekwantificeerd. Begin 2006 is een studie opgestart naar de ecologische impact van hormoonverstoring, waarbij men tracht te onderzoeken of hormoonverstoring een bedreiging kan zijn voor het bereiken van een goede toestand, zoals opgelegd door de kaderrichtlijn Water. De informatieverspreiding met betrekking tot particuliere afvalverbranding werd verder gezet en de brochure ‘Asbest in land- en tuinbouwbedrijven’ werd ontwikkeld.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2006 EINDE

op schema

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Bestrijdingsmiddelen: lijst met gedoogde middelen verspreid

2006 EINDE

op schema

Inspectiecampagne bij scheepsherstellers en scheepsslopers

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Asbest: sensibiliseringscampagne land- en tuinbouwbedrijven

2007 BEGIN

nieuw

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

vertraagd

2007 BEGIN

Ecologiepremie roetfilters vrachtwagens en Euro V vrachtwagens

2006 BEGIN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Fijn stof: Extern saneringsplan (overschrijdingen 2003)

2005 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

gerealiseerd

Dioxines, PAK’s, fijn stof e.a. POV: invoering KB verwarmings-

Huidige verwachting

toestellen op vaste brandstoffen. Bestrijdingsmiddelen: evaluatie rapportering programma’s openbare diensten 2005 aangevat

opgestart Actualisering reductieprogramma i.k.v. uitvoering RL 76/464 is klaar Voorstel tweede herziening milieukwaliteitsnormen water is opgesteld Vierde dochterrichtlijn luchtkwaliteit is omgezet

overgemaakt aan EU Fijn stof: Vlaams stofplan goedgekeurd


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 54

Milieujaarprogramma

54

2007

Mijlpalen (vervolg)

Oorspronkelijke verwachting

Status

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2007 EINDE

nieuw

Onderzoek naar scheepvaartemissies afgewerkt

2007 MIDDEN

nieuw

Onderzoek naar stofbronnen in haven van Antwerpen afgewerkt

2007 MIDDEN

nieuw

Protocol: bij smogepisodes zone 90 op bepaalde delen

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Realisatie

Doelstelling

Aantal afgewerkte stofdossiers in voorbereiding op de uitvoering van de kaderrichtlijn Water

3 (2005)

33 (2007)

Aantal prioritaire stoffen waarvoor een substitutiebeleid is opgestart

0 (2005)

6 (2007)

Aantal stoffen waarvoor een volledige stofstroomanalyse is uitgevoerd

3 (2005)

4 (2006)

Aandeel vernietigde PCB-houdende apparaten

88 (2005)

100 (2005)

Fijn stof: ter beschikking stellen van stratenmodel aan steden

Huidige verwachting

en gemeenten Onderzoek naar chemische karakterisatie van fijn stof afgewerkt

autosnelweg Ontwerp strategie hormoonverstoring is klaar PAK stofstroomanalyse beschikbaar

Indicatoren

Aanpak prioriteiten 2007 Doorwerking Europees beleid milieugevaarlijke stoffen (cf. SD3 bij Waterbeleid en SD2 bij Klimaat- en luchtbeleid)

Het geactualiseerde reductieprogramma inzake lozingen van milieugevaarlijke stoffen verzorgt de doorwerking van de Europese richtlijn 76/464 en de kaderrichtlijn Water (KRW) in het Vlaamse vergunningenbeleid milieugevaarlijke stoffen. Tegen eind 2006 wordt een aanpassing van de basismilieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater voorbereid, dient het meetnet oppervlaktewater conform de KRW aangepast te zijn en moet er onderzocht worden of er aanpassingen aan VLAREM nodig zijn. In dit kader wordt jaarlijks opgelijst welke milieuvergunningen prioritair dienen onderzocht te worden en zal de effectieve herziening plaatshebben via individuele aanpassingen of een herziening van een aantal sectorale normen. Voor de omzetting van de 4de dochterrichtlijn Luchtkwaliteit werden de RIA, de nota aan de Vlaamse Regering en het ontwerpbesluit opgemaakt. In 2007 wordt dan finaal de richtlijn in VLAREM II omgezet. Fijn stof beleid verder ontwikkelen (cf. SD 2 Beleidsnota)

Het Vlaams stofplan van 23 december 2005 wordt verder uitgewerkt en heeft als aandachtspunten de verdere saneringen van emissies van verkeer en scheepvaart, de aanpak via de voertuigfiscaliteit, de sanering van hot spot gebieden en de industriële emissies. De lokale besturen worden ondersteund bij het identificeren van hot-spots op hun grondgebied. Het geheel wordt ondersteund door meetcampagnes en door onderzoek naar een chemische karakterisatie van fijn stof, dit op zes locaties om informatie te bekomen over de samenstelling van fijn stof, de oorsprong ervan, diverse bron categorieën, zoals primair versus secundair stof, mineraal stof, organisch fractie(organische, elementair koolstof). Het voorspellingsmodel fijn stof wordt verfijnd ter ondersteuning van de informatieverstrekking aan de bevolking en voor de ondersteuning van verkeersacties tijdens smog periodes. Het ‘BELEUROS-model wordt verder


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 55

themabeleid

55

deel 2

gevalideerd en verfijnd. Dit model kan o.m. gebruikt worden voor berekening van achtergrondconcentraties fijn stof (o.m. ten behoeve van het ‘CAR-model’ dat ter beschikking van gemeenten zal gesteld worden) en voor scenarioberekeningen (zie ook fotochemie). Optimalisering van aanpak pesticidenreductie

In 2006 werd het pesticidendecreet geëvalueerd. Hoewel reeds een belangrijke milieuwinst geboekt is, lijkt het in uitzonderlijke gevallen nodig om tijdelijke afwijkingen op het verbod te voorzien. In 2007 wordt daarom een aanpassing van het uitvoeringsbesluit voorzien zonder daarbij af te wijken van de doelstellingen van het decreet en het uitvoeringsbesluit. In datzelfde uitvoeringsbesluit gebeurt bovendien ook een administratieve vereenvoudiging. In 2007 is een sensibilisatiecampagne gepland naar het brede publiek. Eén van de grootste knelpunten m.b.t. een pesticidenvrij beheer van de openbare ruimte is een doordacht ontwerp ervan. Bestaande ontwerpen moeten worden omgevormd zodat deze inzake onkruidbestrijding beter beheerd kunnen worden zonder gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen. Voor nieuwe ontwerpen moet men van meet af aan rekening houden met deze doelstelling. Daarom wordt één of meerdere studiedagen georganiseerd naar specifieke doelgroepen zoals ontwerpbureaus voor openbare ruimten en worden oplossingen aangereikt voor specifieke probleemgevallen zoals kerkhoven en sportterreinen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 56

Milieujaarprogramma

56

2007

7. Verontreiniging en aantasting van de bodem Opvolging van de plandoelstellingen

|30% (+/- 22.500 gronden) van de gronden met potentieel bodembedreigende

+++

inrichtingen of activiteiten is onderzocht

Het aantal onderzochte gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten nam in de periode van 2000 (11.231 gronden) lineair toe t.e.m. 2005 (23.449). Eind 2005 was 30,8% van de gronden onderzocht. De vooropgestelde doelstelling werd dus behaald. De onderzoeksinspanningen worden aan hetzelfde tempo verder gezet. In 2007 zal bijkomend onderzoek plaatsvinden van een aantal gronden i.k.v. woonzones en/of brownfields.

++

| De sanering van 23% (+/- 2.450 gronden) van de gronden met historische bodemverontreiniging is minstens opgestart (d.w.z. een project is conform verklaard)

Het aantal gronden met historische bodemverontreiniging waarvan de sanering minstens is opgestart, vertoont een sterk stijgende trend voor de periode 1997 (47 gronden) t.e.m. 2005 (2.271 gronden = 20.6 %). De doelstelling ligt binnen bereik.

++

van eerste categorie is van de historische | Voor de onbevaarbare waterlopen 3

achterstand ± 600.000 m aan ruimingen van hydraulische aard en ± 1.000.000 m3 aan saneringen van ecologische aard weggewerkt (geactualiseerde cijfers op basis v/h SUP) De hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen en saneringen van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie neemt lineair toe voor de periode 2001 (86.000 m3) t.e.m. 2006 (775.000 m3) Voor 2007 wordt een volume van 180.000 m3 vooropgesteld, wat een benadering is van de doelstelling.

++

| Minimaal 1.000.000 m3 van de hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische

ruimingen en ecologische saneringen is verwerkt volgens BATNEEC (geactualiseerde cijfers op basis v/h SUP) De hoeveelheid specie afkomstig van ruimingen en saneringen van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie en verwerkt volgens BATNEEC (inclusief direct toepasbare specie na ruiming) stijgt lineair voor de periode 2001 (55.000 m3) t.e.m. 2006 (770.000 m3).

+

| Voor 90% van de gemeenten met erosieknelpunten zijn erosiebestrijdingsplannen opgesteld

Het aantal gemeenten met erosieknelpunten werd initieel geraamd op 100. Eind 2006 heeft hiervan 57% een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan.

++

| Voor minimaal 20% van de actuele erosieknelpunten zijn erosiebestrijdings-

maatregelen op het terrein uitgevoerd en voor minimaal 5% van de potentiële erosieknelpunten is de huidige situatie op het terrein bestendigd. Tot medio 2006 werden er voor 9 % van de actuele knelpunten erosiebestijdingsmaatregelen uitgevoerd. Voor reeds 20 % van de potentiële knelpunten werd de huidige situatie op het terrein bestendigd. Dit resultaat is vnl. het gevolg van de integratie van bodembescherming in het landbouwbeleid.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 57

themabeleid

57

deel 2

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Bodemverontreiniging

In 2006 werd verder gewerkt aan de herziening van het Bodemsaneringsdecreet (BSD). In uitvoering van het BSD vond doorlopend de opvolging van vrijwillige en verplichte bodemsaneringen plaats alsook het beheer van het register van verontreinigde gronden. Zo werden onder meer voor een aantal grootschalige dossiers belangrijke stappen gezet. Een eerste voorbeeld is de voorstelling van het actieplan cadmium in februari 2006. Dit plan geeft een overzicht van de cadmiumproblematiek en voorziet een concreet kader voor de te nemen maatregelen o.a. op vlak van bodemsanering. Een tweede voorbeeld is de overeenkomst met de NMBS zoals afgesloten in april 2006. Deze overeenkomst stippelt de planning uit voor het bodemonderzoek en de sanering van alle Vlaamse spoorwegsites over de komende twintig jaar én spreidt het totale budget dat hiervoor beschikbaar werd gesteld. Om de risicogronden in Vlaanderen beter in kaart te brengen, werd een geïnformatiseerde gegevensuitwisseling via een webloket tussen de gemeenten en OVAM tot stand gebracht. Daarnaast werd een selectie gemaakt van gronden waar, buiten de overdrachtsprocedure, een bodemsanering prioritair is. Voor deze gronden werd een aanmaning verstuurd in uitvoering van het BSD. In 2006 werden de ambtshalve saneringswerken in onder meer enkele grote dossiers, zoals Carcoke in Brugge, PCN in Nieuwpoort en Asfaltco te Asse opgestart of verdergezet. Deze dossiers werden geselecteerd volgens prioriteit en beschikbare budgettaire middelen. In 2006 werd de samenwerking met gemeenten voor de ondersteuning van brownfieldprojecten verdergezet. Voor een aantal van deze projecten is momenteel de eerste fase (conceptfase) afgerond en kan gestart worden met de opmaak van concrete plannen. Zo werd bijvoorbeeld samengewerkt met verschillende partners aan een masterplan voor de verouderde bedrijvenzone Vilvoorde - Machelen. In het kader van het BSD werden ook de lopende woonzoneprojecten verder gezet en werd een nieuwe woonzone in Wijnegem als site vastgesteld. Om een meer billijke verdeling van de saneringslast te bereiken, werd in mei 2006 een decreet goedgekeurd dat de mogelijkheid voorziet om bodemsaneringsorganisaties op te richten (decreet tot wijziging van het BSD). De nadruk wordt hierbij gelegd op preventie, responsabilisering en sensibilisering van de betrokken sector, de solidarisering binnen deze sector, de spreiding en het reduceren van de saneringskosten, het verhogen van de rechtszekerheid voor de beheerder van de grond en de financiële ondersteuning van bepaalde sectoren. Zo kunnen erkende bodemsaneringsorganisaties de oprichting van sectorfondsen concretiseren. Parallel daaraan werd dit decreet geïntegreerd als hoofdstuk in het voorstel tot herziening van het BSD. In dit kader werd het overleg met de droogkuissector verder gezet en is ook het Bodemsaneringsfonds voor tankstations (BOFAS vzw) volop in uitvoering. Bovendien gaf de Vlaamse Regering in juli 2006 principiële goedkeuring aan de wijziging van het samenwerkingsakkoord met BOFAS vzw, waardoor onder meer ook tankstations gesloten vóór 1993, een aanvraag kunnen indienen. De regelgeving (VLAREBO = uitvoeringsbesluiten van het BSD) inzake grondverzet werd grondig geëvalueerd. Een voorstel van herziening werd opgemaakt. Vlaanderen heeft zich ook in 2006 actief geprofileerd in Europa door deelname aan een aantal Europese projecten alsook door vertegenwoordiging op het internationale forum van experten binnen de overheden van diverse lidstaten. Voor een tijdige implementatie van de Europese richtlijn inzake milieuschade werden voorstellen uitge-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 58

Milieujaarprogramma

58

2007

werkt. In het voorstel tot herziening van het BSD werden ter zake ook enkele relevante bepalingen gewijzigd. Bodemaantasting

De gemeenten werden verder begeleid en ondersteund bij het opstarten van erosiebestrijdingswerken en bij het opmaken van hun gemeentelijk erosiebestrijdingsplan. Erosiebestrijding in het veld werd verder gestimuleerd o.a. via beheersovereenkomsten. In het kader van het Europese landbouwbeleid werd een voorstel uitgewerkt met mogelijke pistes voor uitbreiding van het areaal waarop verplicht erosiebestrijdingsmaatregelen dienen genomen te worden. Bij de evaluatie van de randvoorwaarden (zgn. cross-compliance) van dit Europees landbouwbeleid ging veel aandacht naar bodembescherming. Integratie van bodembescherming vond verder plaats in het kader van de opmaak van het sectoraal uitvoeringsplan ‘Bagger- en Ruimingsspecie’. Ook zijn de eerste stappen gezet om de bescherming van waardevolle bodems te integreren in het beleid rond landschapszorg. Waterbodems

Belangrijke ruimingen van waterbodems in 2006 gebeurden op de Zenne te Lembeek, Halle en Drogenbos. De ruiming van de Zuidlede is gepland in het najaar van 2006. In 2005 en 2006 werd de geruimde specie integraal verwerkt volgens BATNEEC. De code van goede praktijk voor bagger- en ruimingsspecie werd in februari 2006 goedgekeurd (publicatie BS op 9 maart 2006). In het voorjaar van 2006 werd een sectoraal uitvoeringsplan Bagger- en Ruimingsspecie (SUP) gefinaliseerd, dat ter goedkeuring is voorgelegd aan de minister. Ook in 2006 vond de bemonstering plaats van het waterbodemmeetnet (150 meetpunten) en het sedimentmeetnet (21 meetposten in het zuidelijke Demerbekken).

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2005 EINDE

gerealiseerd

Opmaak vereenvoudigde procedures bodemsanering

2007 EINDE

op schema

Uitwerken van een concept voor beheersstrategie voor

2009 EINDE

op schema

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

gerealiseerd

2007 EINDE

op schema

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2007 EINDE

op schema

2006 EINDE

op schema

Evalueren en bijsturen regeling grondverzet inclusief overleg met sectoren

grootschalige complexe verontreinigingen Actieplan “Clusteraanpak voor bodemonderzoeken van bedrijven terreinen” is opgesteld Uitwerken scenario voor procesoptimalisatie ambtshalve bodemsanering Uitwerken en implementeren scenario integratie bodemsanering in ontwikkeling van verontreinigde brownfields Afronding van een eerste omvangrijk woonzoneproject Uitwerken en implementeren scenario van integrale aanpak woonzones Uitgewerkt systeem voor alternatieve financiering

Huidige verwachting


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 59

themabeleid Mijlpalen (vervolg)

59

Oorspronkelijke verwachting

Status

2005 EINDE

gerealiseerd

Implementatie richtlijn milieuaansprakelijkheid voor luik bodem

2007 MIDDEN

op schema

Opmaak voorstel voor het creëren van een rechtsgrond voor

2005 MIDDEN

gerealiseerd

Verfijnd systeem van de saneringsplicht

2005 EINDE

gerealiseerd

Start uitvoering sectoraal uitvoeringsplan Bagger- en ruimingsspecie

2007 BEGIN

op schema

Code van goede praktijk voor ecologische saneringen en

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

gerealiseerd

2005 MIDDEN

gerealiseerd

Uitwerken systematiek voor realisatie sectorale saneringsfondsen

deel 2 Huidige verwachting

de snelle opheffing van de risico’s

2005 EINDE

hydraulische ruimingen is uitgewerkt Code van goede praktijk bagger- en ruimingsspecie goedgekeurd Beheerovereenkomstenerosie worden operationeel

Indicatoren Aantal brownfieldprojecten waarvoor saneringsmogelijkheden in kaart zijn gebracht

Realisatie

Doelstelling

12 (2006)

25 (2010)

112 (2006)

145 (2010)

9 (2006)

15 (2007)

39 (2006)

80 (2007)

638000 (2006)

1000000 (2007)

inclusief kostenramingen (in samenwerking met OVAM) Aantal dossiers opgestart in het kader van ambtshalve bodemsanering (aanmaning) Aantal woonzoneprojecten waarbij onderzoek is opgestart Aantal gemeenten met een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan Aandeel hergebruikt (als bodem of bouwstof) specie bij waterlopen van eerste categorie (m3) Aandeel specie gedeponeerd op de oever bij waterlopen van eerste categorie (m3) Aandeel specie gestort bij waterlopen van eerste categorie (m3) Aantal goedgekeurde dossiers voor het uitvoeren van kleinschalige erosiebestrijdingswerken Aantal opgestelde waterbodemsaneringsprojecten Aantal opgestelde waterbodembeheerplannen (= zgn. ‘theoretische prioriteitsbepaling

132500 (2006) 4500 (2006)

0 (2007)

58 (2006)

80 (2007)

4 (2006)

5 (2007)

11 (2006)

11 (2007)

1 (2006)

5 (2010)

van waterbodemsanering’ in de bekkenbeheerplannen) Aantal sectoren waarvoor een financiering van bodemverontreiniging is uitgewerkt

Aanpak prioriteiten 2007 Optimaliseren van de (ambtshalve) bodemsanering en grondverzet (cf. OD 1 Beleidsnota)

Inzake de optimalisatie van (ambtshalve) bodemsanering wordt een voorstel tot aanpassing van het Bodemsaneringsdecreet gefinaliseerd. In essentie blijft hierbij het onderscheid tussen nieuwe en historische bodemverontreiniging behouden. De procedures worden in sterke mate vereenvoudigd en meer afgestemd op een bedrijfsmatig beheer van gronden. Ook zal de aanpak bij historische bodemverontreiniging nog meer risicogericht kunnen gebeuren. Om deze decreetswijziging uitvoerbaar te maken, wordt in 2007 een grondige wijziging van VLAREBO voorbereid. In geval van ambtshalve sanering wordt voorrang gegeven aan het zo snel mogelijk wegnemen van de meest ernstige risico’s, en aan projecten die door integratie een


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 60

Milieujaarprogramma

60

2007

maatschappelijke meerwaarde betekenen. De ambtshalve bodemsanering zal ook meer planmatig worden aangepakt. Een voorbeeld hiervan zijn de zinkassen in NoordLimburg, waarbij een groot aantal percelen geïdentificeerd en in één operatie aangepakt worden. Optimalisering van sanering zal in 2007 verder ook plaatsvinden op het niveau van interne procedures en dataverwerking bij OVAM. Aangezien het toenemend aantal gronden in dossierbehandeling niet gecompenseerd wordt met een toename van overheidsmiddelen, zijn deze optimalisaties essentieel om de dienstverlening te waarborgen en om bv. aanzienlijke financiële implicaties voor terreineigenaars te vermijden bij overdrachten van vastgoed. Inzake grondverzet wordt voorgesteld om de bepalingen voor het gebruik van uitgegraven bodem aan te passen met het oog op een duurzaam gebruik van uitgegraven bodem met toepassing van eenduidige procedures. De goedgekeurde voorstellen van wijziging van VLAREBO worden in 2007 verder uitgewerkt. Integratie van bodemsanering in een ruimer maatschappelijk kader (cf. OD 2 Beleidsnota)

De voorstellen voor wijziging van het Bodemsaneringsdecreet hebben ook een aanzienlijke impact op de mogelijke afstemming van bodemsanering op maatschappelijke en bedrijfsprocessen. Deze voorstellen worden verder uitgewerkt. Daarnaast zal verder gewerkt worden aan beleidsovereenkomsten met bedrijven of relevante bedrijfssectoren om bodemsanering nog beter te integreren in bedrijfsprocessen. Zo wordt door de overeenkomst met Umicore samen met het Europese project BeNeKempen de cadmiumverontreiniging in de bodem in de Noorderkempen versneld aangepakt. Activiteiten in dit verband zijn opgenomen in het actieplan cadmium (zie ook ‘Externe integratie - Milieu en gezondheid’). Voor de integratie van bodemsanering in een ruimer maatschappelijk kader worden scenario’s uitgewerkt (tegen eind 2007) en geïmplementeerd. Dit zal onder meer gebeuren voor de ontwikkeling van brownfields en voor de aanpak van potentieel verontreinigde woonzones. Er zal worden gezocht naar meerwaarden via partnerships met zowel private als publieke actoren om een eventueel noodzakelijke ambtshalve bodemsanering op een kostenefficiënte wijze te integreren in de ontwikkeling. Bij brownfields zorgt de ambtshalve sanering ervoor dat er een nieuwe bestemming kan gerealiseerd worden. Dit zal onder meer gebeuren op de sites van Balmatt in Mol, PCN in Nieuwpoort, Alvat in Buggenhout, Carcoke en Deso Petrol in Zeebrugge. Met een aantal gemeenten die in 2004 een samenwerkingsovereenkomst met OVAM hadden afgesloten voor de opmaak van een herontwikkelingsconcept voor een brownfieldterrein, zal de planfase uitgevoerd worden op basis van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Andere gemeenten kunnen ook nieuwe voorstellen tot samenwerking rond een brownfieldproject indienen. De samenwerking in het kader van het START-project voor de reconversie van de verouderde bedrijvenzone Vilvoorde-Machelen en de integratie van de bodemsanering wordt verdergezet. Voor woonzones werden met diverse gemeenten besprekingen gevoerd die aanleiding zullen geven tot enkele nieuwe integrale projecten in 2007. Realiseren van een meer billijke verdeling van de saneringslast (cf. OD 3 Beleidsnota)

Het aangepaste Bodemsaneringsdecreet voorziet in de oprichting van bodemsaneringsorganisaties voor een goede coördinatie van de saneringsproblematiek op sectorniveau. De oprichting van een saneringsfonds voor de droogkuissector wordt tegen begin 2007 voorzien. Eveneens zal de opstart van een fonds voor gasolietanks gestimuleerd worden.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 61

themabeleid

61

deel 2

Interageren met Europees beleid bodem (cf. OD 6 Beleidsnota)

De Europese Commissie heeft formeel de thematische strategie bodem en een ontwerpkaderrichtlijn uitgebracht. Er wordt vanuit gegaan dat het Duitse voorzitterschap (1ste helft 2007) het bespreken en onderhandelen van de thematische strategie bodem naar voor zal schuiven als prioritair. Gezien de grote invloed ervan op het Vlaamse bodembeleid (zowel bodemsanering als bodembescherming), streeft Vlaanderen naar een maximale invloed en inbreng. Tegen eind april 2007 moet de richtlijn Milieu-aansprakelijkheid geĂŻmplementeerd zijn in Vlaamse regelgeving. Erosiebestrijding door de landbouwers en door steden en gemeenten versterken (cf. SD8 bij Waterbeleid)

Erosiebestrijding werd een voorwaarde voor de uitbetaling van rechtstreekse steun aan landbouwers. Voor 2007 wordt een sterke uitbreiding nagestreefd van de oppervlakte waarop verplicht erosiebestrijdingsmaatregelen moeten worden genomen. In 2007 komt de uitvoering van de goedgekeurde erosiebestrijdingsplannen van steden en gemeenten op kruissnelheid. Op basis van deze plannen wordt uitvoering gegeven aan kleinschalige erosiebestrijdingsprojecten die het perceelsniveau overschrijden. De gemeentegrensoverschrijdende aanpak zal verder worden gestimuleerd door een aanpassing aan het Erosiebesluit. Ruiming van waterbodems (cf. SD8 en OD9 bij Waterbeleid)

De historische ruimingsachterstand wordt verder weggewerkt in 2007. Elk jaar worden er op de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie minstens 150.000 m3 geruimd. Het betreft hier zowel hydraulische als ecologische ruimingen. Volgende ruimingen staan centraal: de Heulebeek, de Poekebeek, de Devebeek en de Zenne van Lot tot Drogenbos. In het kader van het actieplan cadmium voor de Noorderkempen (zie ook externe integratie - Milieu en gezondheid) wordt de ruiming van de waterbodems in de Kempen prioritair aangepakt om cadmiumvervuiling te saneren en de verdere verspreiding tegen te gaan. Slibvangplan opstellen en uitvoeren

Ruimingswerken in verstedelijkt gebied worden vaak bemoeilijkt door de beperkte toegankelijkheid van de waterloop. Door de aanleg van sedimentvangen (slibvang of zandvang) stroomopwaarts van deze probleemgebieden wordt massale afzetting van slib in deze gebieden voorkomen. Het slib wordt gedwongen om lokaal op een strategisch gekozen locatie te bezinken waardoor slibruiming beperkt blijft tot een regelmatige ruiming van de sedimentvang. Ook vanuit ecologische standpunt kan het opportuun zijn om sedimentvangen in te richten. Het sedimentmeetnet levert de noodzakelijke onderbouwing voor het optimaal inplanten in de nabijheid van de sedimentbronnen en het dimensioneren van de slib-/zandvangen. Een aanpak wordt opgesteld en uitgewerkt. In 2007 starten de werken aan een slibvang op het Schijn (Deurne).


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 62

Milieujaarprogramma

62

2007

8. Verontreiniging door afvalstoffen Opvolging van de plandoelstellingen

| Bedrijfsafvalstoffen: de hoeveelheid afval verminderen t.o.v. 2002 De trend (kwadratisch) van de totale hoeveelheid primair geproduceerde bedrijfsafvalstoffen (primair afval ontstaat op het moment dat een product voor het eerst afval wordt) is stijgend in de periode van 1992 (12,5 miljoen ton) t.e.m. 1998 (18,8 m.t.). Nadien t.e.m. 2004 (18.5 m.t.; 21.5 m.t. incl. tertiaire sector) blijft de trend vrij stabiel. Voor een betrouwbare trendbepaling na 2002 zijn er nog onvoldoende gegevens. Preventie van bedrijfsafval zal blijvend worden gestimuleerd vooral door maatregelen m.b.t. sensibilisering, informatieverlening en subsidiëring. Aandacht gaat hierbij zowel naar kwantitatieve als kwalitatieve preventie. De hoeveelheid secundair afval afkomstig van afvalverwerkende bedrijven - blijft globaal toenemen (8,0 miljoen ton in 2002 en 8,2 in 2003). Een belangrijke oorzaak van deze stijging is dat steeds meer afval geconditioneerd wordt.

| Bedrijfsafvalstoffen: de productie van afval blijft meer achter op de economische groei t.o.v. 2002

Op basis van de trendwaarden van de ontkoppelingsindicator (= 1 - totaal primair bedrijfafval/ BRP aan constante prijzen) over de periode 1992-2004, wordt in 2004 een ontkoppeling gemeten t.o.v. referentiejaar 2002. Dit is niet het geval t.o.v. referentiejaar 1992. De doelstelling is hiermee behaald.

+

| Bedrijfsafvalstoffen: de hoeveelheid definitief verwijderd afval vermindert met minstens 20% t.o.v. 2000 (2010)

De totale hoeveelheid gestorte bedrijfsafvalstoffen vertoont een dalende (lineaire) trend van 1992 (5,4 miljoen ton) t.e.m. 2004 (2.7 m.t.). De doelstelling (2.3 m.t. in 2010) ligt hiermee binnen bereik. Aanvullend aan de aanpak inzake hergebruik en preventie wordt een daling nagestreefd d.m.v. heffingen op storten, stort- en verbrandingsverboden voor recycleerbare afvalstoffen, de regelgeving inzake secundaire grondstoffen en de aanvaardingsplichten. Selectieve inzameling van afvalstromen bij bedrijven zal verder worden gestimuleerd. Via het exportverbod voor te verwijderen afval wordt ontwijkingsgedrag tegengegaan.

+/–

| Huishoudelijke afvalstoffen: de totale hoeveelheid afval blijft minstens gelijk of vermindert t.o.v. 2000

De totale hoeveelheid geproduceerde huishoudelijke afvalstoffen per inwoner nam toe van 405 kg in 1991 tot 560 kg in 2000. Nadien geeft de (kwadratische) trendlijn indicaties van een mogelijke trendbreuk naar een vermindering van de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen. Het selectief ingezameld afval gaat nagenoeg volledig naar hergebruik of wordt gerecycleerd of gecomposteerd. In het uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen (2003-2007) gaat extra aandacht naar preventie, hergebruik, compostering en recyclage. Een preventieve aanpak wordt bijkomend uitgewerkt in het project ‘Afvalvoorkoming via proces- en productbeleid’. Prioritaire maatregelen zijn het stimuleren van milieubewustwording, het verminderen van het aanbod aan wegwerpverpakkingen en het hergebruik ervan stimuleren, het hergebruik van producten bevorderen evenals de stimulering van thuiscompostering.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 63

themabeleid

+/–

63

deel 2

| Huishoudelijke afvalstoffen: de productie van afval blijft meer achter op de groei van de consumptie t.o.v. 2000

De productie van huishoudelijke afvalstoffen per consumptie-eenheid in de periode 1996 - 2001 vertoonde een dalende trend. De resultaten gaven de start aan van een ontkoppeling tussen de afvalproductie en consumptie. De sinds 1999 ingezette trend van ontkoppeling tussen de toename van bevolking en consumptie enerzijds en de evolutie van de afvalberg anderzijds is niet te merken in 2004.

|Huishoudelijke afvalstoffen: de hoeveelheid definitief verwijderd afval vermindert

+++

tot gemiddeld 150 kg per inwoner

De totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen per inwoner verminderde aanzienlijk van 325 kg in 1995 tot 161 kg in 2005. Op basis van de (exponentiële) trend, lijkt het doel binnen bereik. Positief is ook dat het aandeel verbranden verder is toegenomen t.o.v. het aandeel storten. Belangrijke gerealiseerde maatregelen in dit verband zijn de hogere heffingen voor storten van huishoudelijke afvalstoffen, het instellen van stortverboden op bepaalde afvalstoffen, een verbeterde invulling en een uitbreiding van de beschikbare capaciteiten bij verbrandingsinstallaties en het nauwgezet opvolgen van de afwijkingen op de stortverboden. Het uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen (2003-2007) blijft deze aanpak volgen. Zo wordt onder meer voorgesteld om de capaciteit voor storten verder te beperken en af te bouwen.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 In oktober 2006 (IFEST) ging het Eco-efficiëntiescanprogramma van start. Ter voorbereiding werden 30 bedrijven gescreend op vlak van eco-efficiëntie. Om ecodesign toegankelijker te maken voor de ontwerper bracht OVAM in het voorjaar van 2006 ook de Ecolizer uit. Deze tool maakt het voor een ontwerper eenvoudiger om de milieu-impact in te schatten van verschillende productvoorstellen of gebruikte materialen, productieprocessen enz. Ook werd de hernieuwde versie van MAMBO (het softwarepakket voor bedrijven voor de berekening van de werkelijk afvalkosten) uitgebracht. Het PRESTI-5programma heeft de oproepperiode voor projecten van zijn laatste cyclusjaar afgerond. Informatieverlening en sensibilisering voor intermediairs in relatie tot de burger vond plaats via STIP (Steunpunt en Informatiecentrum voor Preventie van Afval). In het kader van het project ‘Prioritaire bedrijfsafvalstoffen’ werd een grondige analyse uitgevoerd i.f.v. actieprogramma’s voor textiel -, dierlijk- en gemengd en ongedifferentieerd bedrijfsafval. Verder zijn voor textielafval en productiegebonden slib 2 codes van goede praktijk uitgewerkt. In 2006 werd de afzetmarkt voor gerecycleerde materialen geanalyseerd. Het doel is een gecoördineerde aanpak van de huidige en geplande beleidsmaatregelen ter ondersteuning van het gebruik van gerecycleerde materialen. Ook werd gestart met een grondige analyse van het instrument aanvaardingsplicht. In juli 2006 is een milieubeleidsovereenkomst (MBO) voor gebruikte oliën en vetten afgesloten. Ook werden milieubeleidsovereenkomsten voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), zaklampen en reclame- en persdrukwerk opgemaakt. De voorbereiding van de MBO’s voor afgewerkte olie en oude en vervallen geneesmiddelen is in een eindfase en voor landbouwfolies wordt een collectief plan overwogen in plaats van een milieubeleidsovereenkomst. Conform het afvalstoffendecreet vond de verdere invulling van het afvalstoffenbeleid plaats via sectorale uitvoeringsplannen (SUP). Afhankelijk van de fase van elk SUP werden de nodige evaluatie, voortgangsrapportering, planning en openbaar onderzoek voorzien.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 64

Milieujaarprogramma

64

2007

Stimulering van preventie van huishoudelijke afvalstoffen gebeurde in het kader van het SUP ‘Huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007’. Het gaat dan o.m. om sensibiliseringsmateriaal voor organisatoren en deelnemers van evenementen en stimulering van thuiscompostering en afvalarm tuinieren. In juni liep een uitgebreide sensibiliseringsactie inzake compostering in samenwerking met alle gemeenten. Inzake selectieve inzameling passen de meeste gemeenten gedifferentieerde tarifering (DIFTAR) toe op basis van gewicht of volume. De kringloopcentra werden verder financieel ondersteund. Via het ontwerp sectoraal uitvoeringsplan (SUP) ‘Milieuverantwoord materiaal gebruik en afvalbeheer in de bouw’ is een aanpak voorzien die is gebaseerd op het principe van de verruiming naar een duurzaam materialenbeheer. Het openbaar onderzoek startte in augustus 2006. In het kader van het SUP ‘Gescheiden inzameling van bedrijfsafval van kleine ondernemingen’ is verder gewerkt aan sensibilisering en werd een actieplan voor kleine ontpakkers goedgekeurd. Een proefproject is gestart voor het inzamelen van verpakkingsmaterialen op bouwwerven. Energierecuperatie bij verbranden werd planmatig uitgewerkt in een SUP ‘Hoogcalorisch afval’ en via het SUP ‘Houtafval’ wordt gewerkt aan een beheersplan voor een structurele oplossing voor verduurzaamd houtafval. Heffingen op het verbranden werden bijgestuurd via de goedkeuring van een verzameldecreet. De wetgeving inzake heffingen op het storten en verbranden van afvalstoffen werd grondig bijgestuurd. Het aantal tarieven vermindert sterk, de tarieven voor het storten van brandbaar afval stijgen en de verminderde tarieven voor het storten van recyclageresidu’s verdwijnen geleidelijk. Ook komt er een compensatie voor de niet-fiscale aftrekbaarheid van de milieuheffingen. De wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2007. Het ontwerp SUP ‘Bagger- en ruimingsspecie’ werd verder op punt gesteld in samenwerking met alle betrokkenen. In uitvoering van het Vlarea (uitvoeringsbesluiten van het afvalstoffendecreet) is een code van goede praktijk voor bagger- en ruimingsspecie goedgekeurd (zie ook ‘Waterbeleid’). Verder werd in het kader van het SUP ‘Slib’ een code van goede praktijk uitgewerkt om het ontstaan van slib te voorkomen en de kwaliteit van het slib te verbeteren. In uitvoering van het SUP ‘Organisch-Biologisch Afval’ lag het accent op de verdere afstemming met de federale overheid (krengenverwijdering, gebruik als diervoeding, ...). Het voortgangsrapport van februari 2006 duidt op het belang van kwaliteitsopvolging en traceerbaarheid , het zoeken naar een evenwicht tussen materiaalrecyclage en energieterugwinning en de Europese wetgeving inzake dierlijke bijproducten. Een akkoord werd bereikt over een gedeeltelijk vernieuwd financieringssysteem voor de ophaling en verwerking van krengen van veehouders. Een nieuw ontwerpbesluit dierlijk afval werd principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. In uitvoering van het actieplan ‘Groenestroom’ van de Vlaamse Regering is in 2006 een eerste inventarisatie biomassa opgemaakt en gepubliceerd. De inventaris geeft het aanbod aan biomassa (afval) in 2005 weer evenals een overzicht van welke biomassastromen die voor groenestroomcertificaten (vergisting, verbranding) in aanmerking komen. In 2006 was OVAM nauw betrokken bij het opstellen van raadsconclusies over de thematische strategie afvalpreventie en recyclage. Deze strategie legt de krijtlijnen vast voor het Europese afvalbeleid van de komende 5 jaar. Ze kondigt onder meer de herziening aan van een aantal afvalrichtlijnen, waaronder de kaderrichtlijn Afval. Een groot aantal controles werd uitgevoerd om toe te zien op de naleving van de verschillende aanvaardingsplichten en het (grensoverschrijdend) afvaltransport. Naar aanleiding van een Europees project vonden grootschalige acties plaats in de zeehavens van Antwerpen en Zeebrugge.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 65

themabeleid

65

deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2007 MIDDEN

op schema

Finalisering studie en publicatie i.v.m. indicatoren eco-efficiëntie

2004 MIDDEN

gerealiseerd

Ontwikkeling eco-efficiëntiescan

2005 MIDDEN

gerealiseerd

Afronding Presti 5 project: optimalisatie en verspreiding van MAMBO

2005 EINDE

gerealiseerd

Consensus aanpak herbruikbare en eenmalige verpakkingen

2006 EINDE

op schema

Subsidiebesluit kringloopcentra is goedgekeurd

2005 EINDE

gerealiseerd

Aanpassingen van productnormen voor brandstoffen:

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

op schema

Aanpassing wetgeving inzake dierlijke bijproducten (dierlijk afval)

2005 MIDDEN

op schema

2006 EINDE

Actieprogramma scheepvaartafvalstoffen is opgesteld

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

2006 EINDE

op schema

2007 MIDDEN

op schema

Definitief actieprogramma voor 4 prioritaire bedrijfsafvalstoffen

Huidige verwachting

(dierlijk, textiel/ productiegebonden slib, gemengd ongedifferentieerd, zuren/basen)

2006 MIDDEN

via LCA en peer review industrie

gemotiveerd voorstel aan federale overheid Optimalisering beheer- en opvolgingssysteem voor vraag en aanbod van eindverwerking afval

Aanduiding transitiepaden i.f.v. een geïntegreerd materialenbeleid Methodiek prioriteitsstelling van materiaalstromen beschikbaar

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Aantal goedgekeurde Presti-5-projecten

31 (2005)

28 (2005)

Aantal thuiscomposteerders (% van de bevolking)

34 (2005)

40 (2007)

634 (2005)

640 (2005)

27 (2006)

1.000 (2009)

550 (2006)

200 (2007)

Aantal uitgereikte milieucharters aan bedrijven i.k.v. Presti-4 Aantal gescreende bedrijven d.m.v. een eco-efficiëntiescan Afwijkingen op stortverboden op jaarbasis (som van HA en BA-cat.2 x 1.000 ton)

Aanpak prioriteiten 2007 Optimalisering afvalvoorkoming (kwalitatieve en kwantitatieve preventie van bedrijfsafval) (cf. OD 1 Beleidsnota)

De ontwikkelde eco-efficiëntiescan zal in 2007 verder worden toegepast bij Vlaamse bedrijven met het oog op een verbetering van de eco-efficiëntie. Er wordt gestreefd naar 1.000 gescande bedrijven in 3 jaar tijd. Ecodesign wordt gepromoot via de ruime verspreiding van een 100-tal cases en de verdere uitbreiding en toepassing van de Ecolizer, een gebruiksvriendelijke tool waarbij via indicatoren de milieu-impact van materialen en processen wordt bepaald.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 66

Milieujaarprogramma

66

2007

Voorbereiding nieuw uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen (cf. OD 2 tem 6 Beleidsnota)

Met alle betrokkenen wordt een evaluatie van het lopende uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007 opgemaakt tegen het voorjaar 2007. Een nieuw uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen wordt tegen eind 2007 verwacht. Het principe van de verruiming naar een duurzaam materialenbeheer zal ook hierin worden doorgevoerd. Het toetsingskader voor de evaluatie van bestaande en eventueel nieuw in te zamelen selectieve afvalfracties wordt uitgewerkt. Onderzoek wordt gevoerd naar de meest aangewezen systemen of instrumenten om de consument tot milieuverantwoorde consumptie aan te zetten. Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen verhogen (cf. OD 3 Beleidsnota)

De kwaliteit, gebruiksmogelijkheden en hoogwaardige toepassing van secundaire grondstoffen worden gepromoot met extra aandacht voor bouw- en sloopafval. Verder wordt nagegaan hoe de terughoudendheid ten aanzien van het gebruik van gerecycleerde materialen kan worden weggewerkt. In overleg met de federale overheid wordt gestreefd naar lagere BTW-tarieven voor gerecycleerde materialen. Verdere acties worden ondernomen op basis van een analyse van de afzetmarkten, die in 2006 is gestart. Aanpassing van de milieuheffing voor storten en verbranden (cf. OD1 Beleidsnota)

In overleg met de betrokkenen wordt het milieuheffingensysteem vereenvoudigd met onder meer een aanzienlijke reductie van het aantal tarieven. Bovendien zijn de voorbereidingen gestart om de huidige inputheffing op het verbranden van afvalstoffen om te schakelen naar een systeem dat in de toekomst is gebaseerd op de aard en hoeveelheid van emissies bij thermische processen (zie ook deel ‘Beleidsuitvoering: economische instrumenten’). Optimalisatie geïntegreerde aanpak rond biomassa afval (cf. SD 2 Beleidsnota)

Om de dualiteit tussen energiebenutting en materiaalrecyclage uit te klaren, wordt een toetsingskader uitgewerkt voor de beoordeling van de aanvragen tot afwijking van de verbrandingsverboden. Proefprojecten en onderzoek worden voorzien met de focus op de kwaliteit en de afzet van de afvalstoffen die ontstaan in het vergistingsproces. In 2007 zal bij de ‘inventarisatie biomassa’ de beschikbaarheid en prijsvorming voor materiaalbenutting (bv. snoeihout, oliën en vetten, organische meststof, vezels, enz) centraal staan. Optimale benutting van de verbrandingscapaciteit (cf. OD 5 Beleidsnota)

In het kader van het nieuwe uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen wordt een verdere verbetering in de benutting van de verbrandingscapaciteit voorzien. Om het storten van hoog calorisch afval versneld af te bouwen, zal de nadruk worden gelegd op selectieve inzameling, het ontwikkelen van een gepaste capaciteit met verhoogde energetische benutting (bv. WKK, co-verbranding, gunstige locatie, enz) en het strikter toepassen van de stortverboden voor bedrijfsafvalstoffen. Toepasbaarheid afvalstoffenbeleid optimaliseren en illegale praktijken van afvalbehandeling en ontwijkingsgedrag verminderen (cf. OD 8 Beleidsnota)

Op basis van een specifiek evaluatiekader zullen de aanvaardingsplichten worden doorgelicht voor minimaal 3 afvalstromen. In 2007 zal ook de wetgeving omtrent secundaire grondstoffen worden onderzocht. Het nieuwe Handhavingsdecreet zal toelaten efficiën-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 67

themabeleid

67

deel 2

ter en met meer impact overtredingen tegen de afvalstoffenwetgeving aan te pakken. Om het sluikstorten en ontwijkingsgedrag tegen te gaan, zullen op regelmatige basis communicatie- en sensibiliseringscampagnes worden voorzien. Campagnes evenals de uitvoering van proefprojecten en een optimalisering van de handhaving zijn ook voorzien in de verdere aanpak van het zwerfvuil. Er zal hierbij intensiever worden samengewerkt tussen de drie gewesten, de lokale overheden en de bedrijfswereld. Naleving van de verplichtingen inzake selectieve inzameling van bedrijfsafvalstoffen door KMO’s, wordt gestimuleerd via de verdere uitwerking van het GISTI-programma en de opstart van nieuwe acties in het kader van het GOA-project (gemengd ongedifferentieerd afval). Optimalisatie afgifte scheepsafvalstoffen (cf. OD 8 Beleidsnota)

De bestaande systemen voor afgifte van scheepsafvalstoffen afkomstig van de zeevaart, jachtvaart en visserij, met inbegrip van de kostendekkingsmechanismen, worden verder verfijnd. Bovendien wordt daarbij gestreefd naar een Europese harmonisatie, vooral dan m.b.t. de havens binnen de Hamburg - Le Havre range. Daarnaast wordt in het najaar van 2007 het verdrag voor inzameling van afvalstoffen van de binnenvaart geratificeerd. Interageren met het Europees afval - en materialenbeleid

Ook in 2007 wordt actief deelgenomen aan de herziening van een aantal afvalrichtlijnen en de initiatieven zoals aangekondigd in de thematische strategie afvalpreventie en recyclage. In het bijzonder wordt intens meegewerkt aan de herziening van de kaderrichtlijn Afval. Belangrijk in het kader van de ontwikkeling van het materialenbeleid, is de opvolging van de initiatieven zoals aangekondigd in de Europese thematische strategie voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Verruiming afvalstoffenbeleid naar een duurzaam materialenbeleid (cf. OD 1 Beleidsnota)

In 2007 wordt verder bekeken hoe vanuit de ervaringen van het voorbije en huidige afvalbeleid, elementen kunnen worden aangedragen die het proces rond de verruiming naar een duurzaam materialenbeleid kunnen voeden. Het huidig afvalpreventiebeleid, maar ook historisch evaluatieonderzoek van vijftien jaar afvalpreventiebeleid van de OVAM (eind 2006 afgerond) of vanuit het biomassavraagstuk kunnen dergelijke elementen aandragen. In het kader van het nieuwe Uitvoeringsplan ‘milieuverantwoord materialengebruik en afvalbeheer in de bouw’ wordt het materialenbeleid geconcretiseerd door de opstart van twee projecten in 2007 waaronder een project met als doel de invoering van prestatie-eisen voor materialengebruik in de bouw d.m.v. het opstellen van het materiaalgebonden milieuprofiel van een gebouw. Voor huishoudelijke afvalstoffen, waar reeds belangrijke stappen gezet zijn in de richting van een duurzaam materialenbeleid, wordt een zelfde verruimingsoefening gemaakt in 2007 in het nieuwe uitvoeringsplan. Een belangrijk onderdeel van de verruiming is ook het verkrijgen van inzicht in de milieu-impacten van materiaalstromen om tot prioritering en monitoring te kunnen overgaan. Eén van de projecten betreft het koppelen van milieu- en economische gegevens om tot prioriteiten te komen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 68

Milieujaarprogramma

68

2007

Overzicht: sectorale uitvoeringsplannen (SUP) afvalstoffen 2003

2004

2005

2006

2007

Project ‘Hoogcalorisch afval’ • opmaak plan

• start uitvoering

• opmaken en uitvoeren van jaarlijkse actieprogramma’s

• openbaar onderzoek • goedkeuring door VR

• voortgangsrapport

Project ‘Huishoudelijke afvalstoffen (2003-2007)’ • opmaken en uitvoeren van jaarlijkse actieprogramma’s • voortgangsrapport

• evaluatierapport +

2004 (publicatie

voorbereiding

januari 2005)

nieuw plan

Houtafval • opmaak plan

• start uitvoering

• opmaken en uitvoeren van jaarlijkse actieprogramma

• openbaar onderzoek • goedkeuring door VR

• voortgangsrapport

Organisch-biologisch afval • voortgangsrapport 2002-2003

• evaluatie o.a. voortgangsrapport

• uitvoeren actieprogramma

2004-2005

• evaluatie, o.a. voortgangsrapport 2006-2007

Slib • opmaken en uitvoeren van jaarlijkse actieprogramma’s

• voortgangsrapport

• voortgangsrapport

Bouw- en sloopafval • evaluatie

• openbaar onderzoek

• opmaak nieuw plan

• goedkeuring door VR • opmaken en uitvoeren van jaarlijkse actieprogramma’s

Gescheiden inzameling van bedrijfsafval van kleine ondernemingen • opmaak GISTI-programma • voortgangsrapport

• voortgangsrapport

Bagger- en ruimingsspecie • goedkeuring door VR


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 69

themabeleid

69

deel 2

9. Verstoring van watersystemen 9a. Integraal waterbeleid Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 omvat het juridisch en organisatorisch kader voor het waterbeleid in Vlaanderen. Op Vlaams niveau staat de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) in voor de coördinatie van het integraal waterbeleid. Het uitvoeringsbesluit van 9 september 2005 bij het decreet Integraal Waterbeleid zorgt voor de geografische indeling van de watersystemen en regelt de organisatie van het integraal waterbeleid. Het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006 geeft richtlijnen aan de lokale, provinciale en gewestelijke overheden voor de toepassing van de watertoets bij het afleveren van een vergunning. In het najaar van 2006 organiseert de CIW in samenwerking met de provinciebesturen hierover een aantal informatiedagen. Een uitvoeringsbesluit voor de toepassing van de financiële instrumenten van het decreet wordt intussen voorbereid binnen de CIW. Op het internationaal niveau staan de Internationale Scheldecommissie (ISC) en de Internationale Maascommissie (IMC) in voor de coördinatie van het waterbeheer en van de opmaak van de internationale stroomgebiedbeheerplannen. Binnen de ISC geeft het door Vlaanderen geleide Scaldit-project een belangrijke impuls aan de samenwerking tussen de verschillende oeverstaten en -gewesten. Het Scaldit-project liep oorspronkelijk van 1 januari 2003 tot 31 december 2005 maar werd verlengd tot 31 december 2006. Op bekkenniveau is er, overeenkomstig het decreet, behoefte aan een bekkenbestuur, een bekkensecretariaat en een bekkenraad. De operationalisering van de bekkenwerking werd voorbereid binnen de CIW. In augustus vond een overlegvergadering met de provinciegouverneurs en het kabinet van de minister voor Leefmilieu plaats over de oprichting van de bekkenbesturen. Als voorzitter ervan is het immers aan de gouverneur om het bekkenbestuur samen te roepen. Inmiddels werden de 11 bekkens toegewezen aan de gouverneurs. De oprichtingsvergaderingen van de bekkenbesturen zijn gepland medio oktober 2006. In het voorjaar van 2006 hebben de provincies de oprichting van de 52 waterschappen voorbereid. Op enkele uitzonderingen na, is de formele oprichting ervan afgerond. Als gevolg van het decreet houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie van 19 mei 2006 dienen de bekken- en deelbekkenbeheerplannen pas tegen eind 2007 te worden vastgesteld. Het openbaar onderzoek op bekken- en deelbekkenniveau loopt daarmee gelijktijdig met dat op stroomgebiedniveau. Om de burger wegwijs te maken in het openbaar onderzoek liet de CIW een communicatiecampagne ontwikkelen. Via de waterbeleidsnota legde de Vlaamse Regering in 2005 de visie vast op het integraal waterbeleid voor Vlaanderen. De nota vormt het uitgangspunt voor de maatregelen en acties die in de bekken- en stroomgebiedbeheerplannen worden uitgewerkt. Als eerstvolgende stap op stroomgebiedniveau bereidde de CIW het tijdspad, het werkprogramma en het overzicht van de voornaamste waterbeheerkwesties voor. Deze documenten worden vanaf 22 november 2006 voor een periode van zes maanden aan


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 70

Milieujaarprogramma

70

2007

de bevolking voorgelegd. Midden 2006 waren alle voorontwerpen van bekkenbeheerplannen afgewerkt. Deze voorontwerpen worden door de bekkenbesturen gebruikt als basis voor de ontwerp-bekkenbeheerplannen om op hetzelfde ogenblik in openbaar onderzoek te kunnen gaan. Door de lokale besturen werden in 2006 in het kader van de samenwerkingsovereenkomst de actieplannen van de DuLo-waterplannen voor de verschillende deelbekkens opgemaakt. De voorbereiding en aanpassing van de monitoringprogramma’s voor grondwater en oppervlaktewater, die in uitvoering van de kaderrichtlijn Water tegen eind 2006 dienen operationeel te zijn, loopt verder. Het grondwatermeetnet werd in 2005 verder uitgebouwd naar kwantiteit en kwaliteit. De uitbreiding van het primair meetnet met 130 nieuwe peilputten startte midden 2005. Het freatisch meetnet is uitgebreid met 33 meetpunten in natuurgebied. De noodzakelijke methodologische studies worden afgewerkt. Ook het voorbereidend werk voor de aanpassing van beoordelingskader van de waterlopen, wat moet uitgebreid worden met bijkomende biologische, hydromorfologische en fysisch-chemische kenmerken, werd verdergezet. Hiertoe wordt intensief deelgenomen aan het Europees overleg.

• •

• •

•

•

•

Om de uitwisseling van watersysteemkennis te stimuleren organiseerde de CIW in het voorjaar van 2006 een vijfde Waterforum. In het najaar van 2006 vinden de eerste drie thematische studiedagen plaats naar aanloop van het congres Watersysteemkennis in het najaar van 2007. Ondertussen werd in 2006 verder geïnvesteerd in de opbouw van noodzakelijke kennis, o.a.: een kwantificering van de diffuse bronnen is beschikbaar voor nutriënten, bestrijdingsmiddelen en zware metalen; voor nutriënten zijn met behulp van het SENTWA-model (model voor de diffuse verontreiniging van stikstof en fosfor door de landbouw) zowel een consistente tijdreeks tot 2005 als beleidsrelevante scenario’s doorgerekend; in het project ‘Toekomstverkenning Landbouw en Milieu’ wordt op basis van het SENTWA-model de toekomstige milieueffecten van de landbouw ingeschat; tevens werd een studie afgerond die de omvang van de belasting van het oppervlaktewater met BZV en CZV door de landbouwsector en vanuit natuur verder in kaart brengt; de resultaten van het SENTWA-model zijn ook gebruikt in het Milieukostenmodel, deel water. Dit model laat toe de meest kostenefficiënte maatregelen te bepalen voor CZV, stikstof en fosfor voor een combinatie van maatregelen voor de huishoudens, industrie en landbouw. In 2006 werden de eerste resultaten van het model voor het Netebekken gegenereerd; het PEGASE-model voor het stroomgebied van de Schelde werd gereviseerd en simulatieresultaten zijn beschikbaar voor de huidige toestand en een toekomstscenario (2015). Het SIMCAT-waterkwaliteitsmodel voor de IJzer werd geactualiseerd en gereviseerd; er werd een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de werking van vistrappen in de Mark (Meerseldreef), de Abeek (Bocholt) en de Luismolen-Abeek. Ook werd de invloed van migratieknelpunten op de Grote en de Kleine Nete verder bestudeerd. Dit alles moet toelaten de meest kostenefficiënte maatregelen te bepalen voor opname in de stroomgebied- en bekkenplannen. Inzake sensibilisatie zette het Waterloket haar dienstverlening verder. In 2005 werden 5.600 vragen behandeld. Via de aanstelling van een gemeentelijke coördinator waterbeleid werd ingespeeld op de specifieke informatiebehoefte van de gemeenten.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 71

themabeleid

71

deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting 2006 EINDE

Operationele structuren voor integraal waterbeleid op Vlaams

Huidige verwachting

(CIW) niveau CIW formeel geïnstalleerd

Mijlpalen (vervolg)

Bekkenstructuren formeel geïnstalleerd (cfr. uitvoeringsbesluit IWB)

2005 EINDE

op schema

Klassegrenzen tussen hoge, goede en matige ecologische

2006 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

gerealiseerd

Afgewerkte analyses op stroomgebiedniveau

2004 EINDE

gerealiseerd

Goedgekeurde waterbeleidsnota

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 MIDDEN

op schema

2006 EINDE

Realisatie

Doelstelling

11 (2006)

11 (2006)

toestand van oppervlaktewater liggen vast Afbakening van waterlichamen en aanduiding van sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen

Openbaar onderzoek van alle deelbekkenbeheerplannen loopt samen met het openbaar onderzoek van de bekkenbeheerplannen

Indicatoren Aantal afgewerkte ontwerp-bekkenbeheerplannen Aantal vragen beantwoord door steunpunt duurzaam water Aantal opgestarte operationele bekkenmodellen Aantal bezoekers van website waterloket

5.600 (2005) 2 (2005)

11 (2006)

12.743 (2005)

Aanpak prioriteiten 2007 De omzetting van de Europese richtlijnen water (cf. OD Beleidsnota)

De kaderrichtlijn Water duidde 33 prioritaire stoffen aan waarvoor Europese milieukwaliteitsnormen en reductiemaatregelen moeten worden vastgesteld. Het voorstel van dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen werd door de Europese Commissie bekendgemaakt op 17 juli 2006. Als er in december 2006 geen overeenstemming is tussen de Raad en het Europese Parlement over deze dochterrichtlijn, moet Vlaanderen trouwens zelf normen en maatregelen voor de prioritaire stoffen vaststellen. Ook de dochterrichtlijn Grondwater wordt in de loop van 2006 verwacht. Deze dochterrichtlijn is vooral gericht op de bescherming van de kwaliteit van het grondwater en zal invulling geven aan de wijze waarop de lidstaten normen moeten afleiden voor grondwaterbescherming. In 2006 formuleerde de Europese Commissie een voorstel van richtlijn over overstromingsbeoordeling en -beheer. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat overstromingsrisico’s voor de gezondheid van de mens, voor het milieu, voor de infrastructuur en voor de eigendommen afnemen. Hiertoe legt het voorstel de lidstaten op om beheerplannen voor overstromingsrisico op te stellen; om de gebieden met een significant overstromingsrisico in kaart te brengen en om in overleg met andere lidstaten (grensoverschrijdende) maatregelen te nemen. Op basis van de huidige voortgang in dit dossier wordt verwacht dat deze richtlijn vanaf 2007 naar Vlaamse wet-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 72

Milieujaarprogramma

72

2007

geving zal moeten worden omgezet. De nieuwe Europese zwemwaterrichtlijn vervangt de dertig jaar oude wetgeving op dit gebied en moet tegen begin 2008 omgezet zijn naar Vlaamse wetgeving. In de nieuwe richtlijn wordt een lager risico op besmetting nagestreefd dan in de oude. Een belangrijke verbetering is dat in de nieuwe richtlijn bepalingen zijn neergelegd met betrekking tot de informatieverstrekking over de zwemwaterkwaliteit. Voortaan dienen elk jaar alle zwemwateren aangeduid te worden en de duur van het badseizoen vastgesteld te worden. Dit zal voor het eerst gebeuren in het voorjaar van 2008. Op basis van de nieuwe richtlijn zal een pro-actief beheer van de zwemwaterkwaliteit moeten gevoerd worden, waarbij de vervuilingsbronnen in kaart moeten worden gebracht en worden beschreven in zogenaamde kwetsbaarheidprofielen. Het uitwerken van de instrumenten aankoopplicht en vergoedingsplicht (cf. SD 5 Beleidsnota)

Het decreet Integraal Waterbeleid voorziet in een aantal financiële instrumenten, met name onteigening, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoedingsplicht. Voor deze financiële instrumenten kan een uitvoeringsbesluit noodzakelijk blijken dat voor de aankoop en de vergoedingsplicht de procedures en de berekening van de bedragen bevat. Alleszins dienen de financieringsinstrumenten beschikbaar te zijn bij de start van het openbaar onderzoek van de bekken- en deelbekkenbeheerplannen. Dit uitvoeringsbesluit zal inhoudelijk afgestemd moeten zijn op het decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse grondenbank en het decreet inzake de harmonisering van de procedures voor voorkooprecht. Het verder uitwerken van de watertoets (cf. SD 1 Beleidsnota)

Het huidige uitvoeringsbesluit watertoets geeft richtlijnen over de toepassing van de watertoets voor de vergunningverleners. In 2007 staat de opmaak van richtlijnen of aanbevelingen voor plannen- en programmamakers en voor de adviesverleners op het programma. Het decreet Integraal Waterbeleid voorziet geen vergoedingsregeling voor het weigeren van vergunningen tengevolge van de watertoets. Hiervoor kan de verwerving van de betrokken terreinen (bv. overstromingsgebieden of oeverzones) een oplossing bieden. Om dit uit te voeren, zullen er middelen voorzien worden. Bovendien is er afstemming nodig met het Rubiconfonds, dat opgericht werd door de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening. Het vastleggen van de klassengrenzen voor de goede toestand (cf. OD 1 Beleidsnota)

De Europese kaderrichtlijn Water, en de omzetting ervan in decreet Integraal Waterbeleid, verplichten tot het halen van een goede toestand in het oppervlaktewater in 2015 en het vermijden van achteruitgang van de bestaande kwaliteit. Uitstel of uitzonderingen zijn mogelijk, maar moeten grondig gemotiveerd worden. Ten einde de toestand van het oppervlaktewater te kunnen beoordelen en de noodzakelijke maatregelen te kunnen inschatten, is de vaststelling via wettelijke milieukwaliteitsnormen nodig van de grenzen tussen zeer goede/goede/matige/ontoereikende/slechte toestand voor de biologische, hydromorfologische en de fysisch-chemische kwaliteitselementen. Gedurende de afgelopen jaren werd de noodzakelijk kennis hierover opgebouwd, zodat in 2007 de procedure overeenkomstig het DABM kan worden voorbereid. De waterbeheerkwesties als opzet naar de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen en maatregelenprogramma’s (cf. SD 5 Beleidsnota)

Eind 2006 start het openbaar onderzoek over de waterbeheerkwesties. De waterbeheerskwesties beschrijven de belangrijkste uitdagingen en knelpunten om in 2015 de goede toestand in het watersysteem te bereiken. Dit vormt mee de insteek voor de


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 73

themabeleid

73

deel 2

opmaak van de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen en bijhorende maatregelenprogramma’s, die eind 2008 beschikbaar moeten zijn. Om een onderbouwd maatregelenprogramma te kunnen uitwerken in functie van haalbare resultaten, bijhorende kostenafweging en uitzonderingsbepalingen zal het nodig zijn te investeren in de verdere uitbouw van expertise inzake watersysteemkennis en het beoordelen van maatregelen alsook inzake het afwegen van kosten. Wat betreft het kostenluik vormt het MKM Water een belangrijke aanzet, maar dit model moet nog verder uitgewerkt worden om het vervolgens ook te kunnen operationaliseren en toepassen. Het openbaar onderzoek over en de vaststelling van de bekken- en deelbekkenbeheerplannen (cf. SD 5 Beleidsnota)

Het openbaar onderzoek over de bekkenbeheerplannen (inclusief de deelbekkenbeheerplannen) wordt gelijktijdig met dat over de waterbeheerkwesties gevoerd. Deze werkwijze is mogelijk na de wijziging van het decreet in 2006. Het openbaar onderzoek is gestart op 22 november 2006 en loopt over een periode van zes maanden. De organisatie ervan ligt in handen van de CIW en de bekkensecretariaten. De eerste bekkenbeheerplannen, met toegevoegde deelbekkenbeheerplannen, worden uiterlijk tegen 22 december 2007 door de Vlaamse Regering vastgesteld. Integraal waterbeheer op het terrein integreren (cf. OD 4 Beleidsnota)

Op Vlaams niveau wordt verder gewerkt aan de optimale taaktoewijzing van de waterlopen. Een voorbeeld hiervan is de herklassering van de Antitankgracht (Provincie Antwerpen) als onbevaarbare waterloop 1ste categorie. Deze kunstmatige waterloop met belangrijke natuurwaarden sluit qua beheer immers beter aan bij het beheer van de onbevaarbare waterlopen. Op lokaal niveau worden de deelbekkenbeheerplannen en programma’s geclusterd binnen de waterschappen. De integratie van de DuLo-waterplannen en de waterhuishoudingsplannen is een logisch verdere stap. De structuren van de polders en wateringen worden meer afgestemd op de deelbekkenstructuren. Dit kan zowel gebeuren door een fusie van bestaande polders en wateringen als door een beperkte uitbreiding binnen de deelbekkenomschrijving. De uitvoering van lokale geïntegreerde projecten op het terrein is de uiteindelijke doelstelling. De lokale projecten, die omwille van hun integraal aspect niet subsidieerbaar zijn binnen de huidige regelingen, kunnen via de samenwerkingsovereenkomst financieel ondersteund worden. Via het subsidiebesluit polders en wateringen zijn ook concrete projecten die voorgesteld werden in een waterhuishoudingsplan subsidieerbaar. Het uitvoeren van de geïntegreerde monitoringprogramma’s (cf. SD 5 Beleidsnota)

De meetnetten voor kwaliteits- en kwantiteitsbeheer worden, in het kader van de eind 2006 door de Vlaamse Regering vastgestelde monitoringprogramma’s, geoperationaliseerd in 2007. Hiertoe zullen, naast aanpassingen aan de bestaande meetnetten oppervlaktewater en grondwater, voor oppervlaktewater nieuwe meetnetten uitgebouwd worden voor het monitoren van fytoplankton, macroflora, fytobenthos en hydromorfologische kenmerken. Om een overzicht te geven van het lopend onderzoek met betrekking tot watersystemen organiseert de CIW eind 2007 een grootschalig congres “Watersysteemkennis”. Dit congres wordt voorafgegaan door 9 thematische studiedagen in de periode oktober 2006 - mei 2007.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 74

Milieujaarprogramma

74

2007

9b. Verontreiniging van oppervlaktewater Opvolging van de plandoelstellingen +

| Biologische oppervlaktewaterkwaliteit: het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de biologische kwaliteitsnorm verhogen tot 40%

In 2005 voldeden 30% van de meetplaatsen aan de biologische kwaliteitsnorm (BBIscore van tenminste 7). Dit is één procent meer dan in 2002, 2003 en 2004. Een vergelijking van de BBI voor 2005 met de eerste bepaling sinds 1989 toont aan dat de biologische waterkwaliteit op 43% van de meetplaatsen is verbeterd. Op ruim de helft van de meetplaatsen is de kwaliteit niet of niet noemenswaardig gewijzigd, terwijl in 5% de kwaliteit achteruitging. De biologische kwaliteit wordt niet alleen bepaald door de waterkwaliteit, maar ook door de structuurkenmerken van de waterloop en de chemische kwaliteit van het sediment. Om tegen 2015 in alle watersystemen een goede toestand te kunnen halen, zijn naast de sanering van de verontreinigende oppervlaktewateren en de waterbodems, ook de herinrichting van het waterlopenstelsel en andere maatregelen in het kader van integraal waterbeleid noodzakelijk.

–

| Biologische oppervlaktewaterkwaliteit: op maximaal 25% van de meetplaatsen met een goede of zeer goede biologische kwaliteit (situatie 2001) is de toestand verslechterd in 2007

In 2001 behoorde 25% van de meetplaatsen tot de kwaliteitsklasse goed of zeer goed en voldeed hiermee aan de basiskwaliteitsnorm voor biologische waterkwaliteit (een BBI van tenminste 7). Op de helft van de meetplaatsen die eerder wel een goede score haalden, werd de basiskwaliteitsnorm in 2001 echter niet meer gehaald. De bescherming van de waterlopen met een goede biologische kwaliteit blijft een belangrijk aandachtspunt. In 2005 is in 6% van de meetplaatsen met een goede of zeer goede kwaliteit de toestand met minstens twee indexpunten achteruitgegaan.

++

| Chemische oppervlaktewaterkwaliteit: het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de basiskwaliteit voor biochemisch zuurstofverbruik (BZV) verhogen tot 66%

Het aantal meetplaatsen dat in 2005 voldeed aan de basiskwaliteit voor BZV bedroeg 56%. In totaal werden 1.129 plaatsen bemonsterd voor BZV. De evolutie van de laatste 10 jaar wijst op een aanzienlijke verbetering.

+

| Zuivering afvalwater: verhogen van de zuiveringsgraad van de huishoudens tot 80%

De zuiveringsgraad van de huishoudens neemt gestaag toe. Midden 2006 bedroeg de zuiveringsgraad 64,4%. In het kader van de veroordeling door Europa voor het niet naleven van de richtlijn Stedelijk Afvalwater, meer specifiek de einddatum voor de collectering en de zuivering van agglomeraties groter dan 10.000 IE, werd begin 2004 door het Vlaamse Gewest een inhaaloperatie op touw gezet. Deze actie is gericht op de agglomeraties waar de RWZI nog ontbreekt (7 RWZI’s) en/of waar de zuiveringsgraad lager ligt dan 90%. Omdat op 31 december 2005 ook de termijn voor de verplichtingen met betrekking tot de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 IE verviel, werd in augustus 2005 een gelijkaardige actie gestart voor de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 IE.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 75

themabeleid

75

deel 2

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Om de richtlijn Stedelijk Afvalwater versneld te kunnen uitvoeren, definieerde het Vlaamse Gewest 102 prioritaire projecten in de agglomeraties groter dan 10.000 inwonerequivalent (IE) en 59 in de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 IE. Ze nam ook een aantal acties om de resterende doorlooptijd voor deze projecten tot het minimum te beperken. Bovendien werden de privé-aandeelhouders in de eerste helft van 2006 uitgekocht, zodat Aquafin NV volledig eigendom is van het Vlaamse Gewest, waarmee tegemoetgekomen werd aan andere bezwaren van Europa. Het Optimalisatieprogramma 2008-2012 zal in het najaar van 2006 ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. Het programma bevat projecten voor de optimalisatie van het toevoerend stelsel, de bouw van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (KWZI’s), de renovatie van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) en de aansluiting van vuilvracht voornamelijk ter optimalisatie van het buitengebied. Het programmadecreet van 24 december 2004 heeft samen met een aantal begeleidende maatregelen de watersector gereorganiseerd. De VMM oefent voortaan zowel het ecologisch als het economisch toezicht op de uitbouw en het beheer van de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur uit. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de werking van de rioleringsstelsels en de RWZI’s wordt in samenwerking met Aquafin NV de praktische toepasbaarheid van het indicatorenkader onderzocht in 21 proefgebieden. Het proefproject is bijna afgerond en wordt weldra geëvalueerd met oog op ruimere toepassing. De drinkwatermaatschappijen werden belast met de sanering van het water dat zij leveren. Ze kunnen hiervoor een contract afsluiten met derden. Voor de uitvoering van de bovengemeentelijke sanering werd een overeenkomst afgesloten tussen Aquafin NV, de drinkwatermaatschappijen en de VMM. Voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting worden de afspraken vastgelegd in een contract tussen de drinkwatermaatschappijen en de gemeente. In sommige gevallen werd een gemeentebedrijf, een samenwerkingsverband van gemeenten, een intercommunale of een andere entiteit aangesteld door de gemeente. Aan gezinnen met een eigen waterwinning die gebruik maken van de saneringsinfrastructuur, kunnen de drinkwatermaatschappijen een vergoeding aanrekenen voor de bovengemeentelijke en de gemeentelijke sanering. Particulieren die geen bijdrage aan de drinkwatermaatschappij betalen - de inwoners van Baarle-Hertog en gezinnen die beschikken over een eigen waterwinning - blijven heffingsplichtig. Aan de beheersovereenkomst tussen Aquafin NV en het Vlaamse Gewest werd in mei 2005 een addendum toegevoegd dat het beschikbaarheidsrisico ten laste van Aquafin NV legt. Dit gebeurt door de vergoeding voor de exploitatiekosten afhankelijk te maken van het behalen van de effluentconcentraties. Hierdoor is de druk om op korte termijn tot een algemene herziening van de beheersovereenkomst over te gaan weggenomen. Voor RWZI’s die de minimale verwijderingspercentages niet zonder meer kunnen halen werden in 2006 de vergunningen aangepast. Hierbij werden de voorgestelde herstelprogramma’s in de vergunningen van RWZI’s en bedrijven geïmplementeerd. Op 10 maart 2006 keurde de Vlaamse Regering het besluit inzake de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen goed. Voorafgaand aan dit besluit werd het voorontwerp van zoneringsplan reeds in primeur overgemaakt en toegelicht aan alle Vlaamse gemeenten. De officiële verzending en het verder zetten van de procedure is voorzien voor eind 2006 - begin 2007. Aangezien VLAREM niet langer compatibel is met dit uitvoeringsbesluit werd een voorstel tot aanpassing van VLAREM II uitgewerkt en besproken met alle betrokkenen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 76

Milieujaarprogramma

76

2007

Voor de subsidiëring van gemeentelijke rioleringen en KWZI’s werden tot nog toe in 2006 twee kwartaalprogramma’s goedgekeurd. Met het eerste kwartaalprogramma van 2007 (1 juni 2006) worden 116 projecten opgedragen, met het tweede kwartaalprogramma van 2007 (31 juli 2006) 70 projecten. Midden 2006 is in de helft van Vlaanderen de gemeentelijke zuiveringsinfrastructuur doorgelicht. Hierbij werden 5.000 knelpunten opgespoord en werden de bestaande inventarisaties verfijnd zodat op basis hiervan de geplande investeringen waar nodig kunnen bijgestuurd worden. Via het uitvoeringsbesluit van 21 oktober 2005 besliste de Vlaamse Regering dat bedrijven met eigen waterwinning én een vergunning voor de lozing van hun afvalwater op riolering, aangesloten op een operationele RWZI, voor de zuivering van hun bedrijfsafvalwater een contract met Aquafin NV kunnen afsluiten. In dit geval betaalt het bedrijf aan Aquafin NV een saneringsvergoeding welke de afvalwaterheffing vervangt. Het uitvoeringsbesluit omschrijft de voorwaarden voor lozen van bedrijfsafvalwater evenals de procedures tot het bekomen van een contract. Het bevat ook bepalingen aangaande de vergoeding die Aquafin NV mag aanrekenen. In 2005 was een overgangsmaatregel voorzien waardoor bedrijven die aan een aantal voorwaarden voldeden via een vereenvoudigde procedure een contract voor één jaar konden afsluiten met Aquafin NV. Vanaf 2006 wordt er een onderscheid gemaakt tussen ‘typecontracten’ en ‘specifieke contracten’. Als een bedrijf voldoet aan de voorwaarden van ‘klein bedrijf’ of ‘bedrijf met kleine impact’ krijgt het een typecontract. Voor andere bedrijven wordt de situatie ad hoc bekeken. Een financieel-juridische en een technische werkgroep begeleiden het proces om de contractaanvragen vlot en eenduidig te kunnen afhandelen. In het kader van de heffingen voor grootverbruikers werd de huidige sectorindeling geëvalueerd en werd een methodologie opgemaakt voor het herbepalen van de omzettingscoëfficiënten van de grootverbruikers. In 2006 en 2007 worden de sectoren natwasserijen, textiel/leerlooierijen en groenteconservenbedrijven onder de loep genomen. Op basis hiervan zullen nieuwe omzettingscoëfficiënten voorgesteld worden. De omzendbrief afvalwater van 23 september 2005 zoekt naar een evenwicht tussen de afkoppelingskosten voor bedrijven en de te realiseren verbetering van de waterkwaliteit zonder dat de lozing van bedrijfsafvalwater de werking van de zuiveringsinfrastructuur hypothekeert. Hiervoor is binnen de CIW overleg opgestart met de beheerders van de waterlopen en diverse afvalwateractoren om tot een gedragen visie op het afvoeren van hemelwater en gezuiverd afvalwater te komen. Dit moet leiden tot uitvoerbare saneringsscenario’s voor de afkoppeling van hemelwater en/of gezuiverd afvalwater van de riolering waarbij de bestaande infrastructuur (grachten, gemeenschappelijke buffering, etc.) zoveel mogelijk wordt ingeschakeld. Bij de herziening van vergunningen worden de uitgangspunten van het in 2005 geactualiseerde Reductieprogramma Gevaarlijke Stoffen geïmplementeerd. Om de lozing van de steeds meer niet-klassieke stoffen in afvalwater te normeren wordt de ecotox-normering uitgewerkt in concrete vergunningsvoorwaarden en dit ter vervanging en ter aanvulling van te extensieve lozingsvoorwaarden. Daarnaast gebeurt er een -ad hoc- actualisatie van de sectorale voorwaarden op basis van BBT-studies en beschikbare meetgegevens. Eind 2005 werd de Emissie-inventaris Water afgestemd op het geïntegreerde formulier van het Integraal Milieu Jaarverslag (IMJV). Momenteel wordt nagegaan hoe een geautomatiseerde uitwisseling met het IMJV-loket kan opgezet worden om de gegevensinvoer in de Emissie-inventaris Water te automatiseren en de gegevens op termijn maximaal te ontsluiten via het internet. Voor de optimalisatie en uitbreiding van de waterbodemdatabank wordt bekeken hoe bijkomende toetsingskaders in het systeem kunnen voorzien worden en hoe de kwantitatieve bepaling van baggerspecie kan geïntegreerd worden in het systeem. Het AVOS (Advies Vergunningen Opvolging Systeem) werd afgestemd op de bepalingen van de omzendbrief afvalwater. Het AWIS (AfvalWater Informatie Systeem) wordt verder uitgebouwd en wordt eind 2006 in productie genomen.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 77

themabeleid

77

deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

2005 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Methodiek ecologische regulering Aquafin NV is klaar

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

Uitwerking nadere regels saneringsverplichtingen en openbare

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

vertraagd

2004 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

Realisatie

Doelstelling

Zoneringsmethodiek is verankerd in de wetgeving Agglomeraties groter dan 2.000 IE beschikken over een opvangen behandelingssysteem

dienstverplichtingen naar de drinkwatermaatschappijen Toezicht over correcte aanrekening van bijdragen door drinkwatermaatschappijen aan partikulieren startklaar Toezicht over een correcte aanrekening van vergoeding door Aquafin NV aan drinkwatermaatschappijen startklaar Inschatting gevolgen van nieuw mestdecreet (MAP3) Coherente beleidsvisie inzake septisch materiaal is klaar

Indicatoren Aantal gesubsidieerde projecten gemeentelijke rioleringen

256 (2005)

Emissie-inventaris Water: aantal geïnventariseerde stoffen

8 (2005)

Percentage gemeentelijke infrastructuur doorgelicht (t.o.v. straatlengte riolering)

50 (2006)

100 (2007)

Aantal gemeenten waarvoor voorontwerp van zoneringsplan werd aangeleverd

308 (2006)

308 (2006)

Aantal meetpunten overstortmeetnet

260 (2006)

600 (2006)

Aanpak prioriteiten 2007 Openbaar onderzoek en vaststelling van zoneringsplannen (cf. SD 3 Beleidsnota)

In 2006 werd voor elke gemeente voorontwerpen van zoneringplannen opgesteld. Na een voorafgaande voorstellingsronde zullen in de periode september 2006 - februari 2007 deze voorontwerpen aan de gemeenten worden bezorgd. Met hun inbreng wordt vervolgens het ontwerp zoneringsplan opgemaakt en in openbaar onderzoek gebracht (periode februari - augustus 2007). Op basis van de reacties daaruit kunnen dan de definitieve plannen worden opgesteld en voorgelegd aan de minister voor bekrachtiging. De eerste definitieve zoneringsplannen worden verwacht in oktober 2007. Daarnaast dient ook het VLAREM aangepast te worden aan het zoneringsbesluit. Een eerste principiële goedkeuring van de Vlaamse Regering wordt verwacht in het najaar van 2007. Bijsturing subsidiebesluit gemeentelijke rioleringen (cf. OD 7 Beleidsnota)

Het subsidiebesluit zal verregaand bijgestuurd worden teneinde de gemeenten te responsabiliseren en de procedure te vereenvoudigen. In het zoneringsbesluit van 10 maart 2006 is reeds een eerste wijziging aan het subsidiebesluit voorzien door te stellen dat het beschikken over een zoneringsplan een vereiste zal zijn om nog in aanmerking te komen voor subsidie. Ondertussen blijft natuurlijk ook in 2007 de aandacht


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 78

Milieujaarprogramma

78

2007

gaan om de laatste achterstand inzake de richtlijn Stedelijk Afvalwater weg te werken. Bovendien blijft Vlaanderen via de opmaak van het Optimalisatieprogramma 20092013 en het Subsidiëringsprogramma 2009-2013 verder investeren in de optimalisatie en renovatie van de bovengemeentelijke en gemeentelijke infrastructuur. Verder uitwerken nieuwe beheersovereenkomst Aquafin NV (cf. OD 6 Beleidsnota)

Om de beheersovereenkomst met de Aquafin NV te kunnen omvormen tot een volwaardige resultaatsverbintenis, komt er per zuiveringsgebied een ecologisch evaluatiesysteem dat de kwaliteit van de werking van de rioleringsstelsels en RWZI’s beoordeelt. Eind 2006 zijn de resultaten beschikbaar van de 21 proefgebieden waar de praktische haalbaarheid van de in 2005 uitgewerkte methodologie werd nagegaan. In 2007 kan, op basis van deze resultaten, de indicatorenset geëvalueerd worden en kunnen de nodige aanpassingen en uitbreiding verder onderzocht. Contracten voor het zuiveren van bedrijfsafvalwater (cf. OD 8 Beleidsnota)

Op basis van de ministeriële omzendbrief en het uitvoeringsbesluit konden bedrijven voor de sanering van hun afvalwater, mits dit afkomstig is van niet-huishoudelijke activiteiten en geloosd wordt op een openbare riolering die is aangesloten op een operationele RWZI, contracten met Aquafin NV afsluiten. Via het programmadecreet van 23 december 2005 is dit nu ook mogelijk voor bedrijven waarvan de aansluiting op een RWZI voorzien is in een investeringsprogramma en voor de bedrijven die via een bestaande toevoerleiding of een toevoerleiding waarvan de uitvoering aan Aquafin NV opgedragen is, op een operationele RWZI lozen. De contractaanpak leidt er toe dat enerzijds aan bedrijven die, om allerlei redenen, zelf niet kunnen instaan voor de zuivering van hun bedrijfsafvalwater, onder de voorwaarden opgenomen in het uitvoeringsbesluit, een langetermijnoplossing geboden wordt. Anderzijds wordt hiermee ook een oplossing geboden voor een gemeenschappelijke aanpak van gescheiden riolering en buffercapaciteit op industrieterreinen. In 2007 wordt de uitvoering van deze vernieuwde aanpak verder in praktijk omgezet. Vergunningen lozing afvalwater (cf. SD 3 Beleidsnota)

In 2007 zullen de herstelprogramma’s die door Aquafin NV in 2006 werden opgemaakt in functie van het verkrijgen van afwijkende lozingsnormen, beoordeeld worden. In het kader van het Reductieprogamma Gevaarlijke Stoffen wordt jaarlijks opgelijst welke vergunningen aan onderzoek (en eventuele actualisering) toe zijn. De uiteindelijke toetssteen blijft echter de resulterende waterkwaliteit. Naarmate de opmaak van en het openbaar onderzoek over de waterbeheerkwesties en bekken- en deelbekkenbeheerplannen vordert in 2007, zal geïnventariseerd worden waar bijkomende acties nodig zijn en een aanpak voorgesteld worden. Daarnaast wordt de aanpassing en actualisatie van VLAREM verdergezet. Het betreft onder meer de implementatie van het onderzoek naar de noodzakelijke aanpassingen in functie van het reductieprogramma en de verdere actualisering van de sectorale voorwaarden.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 79

themabeleid

79

deel 2

9c. Verdroging Opvolging van de plandoelstellingen +/–

afname van drinkwatergebruik bij de bevolking tot | Duurzaam watergebruik: 3 215 miljoen m (ca. 98 liter per persoon per dag)

In 2003 gebruikte de bevolking ca. 222 miljoen m3 leidingwater (101 liter/persoon/dag). Het drinkwaterverbruik vertoonde in de periode 2000-2003 geen duidelijke trend.

+/–

| Duurzaam watergebruik: afname industrieel watergebruik exclusief koelwater Het industrieel watergebruik exclusief koelwater bedroeg in 1997 452 miljoen m3. De waarde stabiliseert zich sinds 2000 rond de 350 miljoen m3.

| Duurzaam watergebruik: afname van het totaal watergebruik voor de landbouw 3 (varkens-, rundvee-, pluimvee- en glastuinbouwsector) tot 43 miljoen m

In 1999 gebruikte de landbouwsector 50,5 miljoen m3 water. Een recenter cijfer wordt nog berekend.

+

| Bijkomend beschermen van 200 ha oeverzones waarvan minstens 50% wordt gerealiseerd door verwerving

In 2004 bedraagt de oppervlakte oeverzone via aankoop (getekende onteigeningsbesluiten) 44 ha. Tussen 2000 en 2002 zijn voor 172 ha aan beheersovereenkomsten perceelranden langs waterlopen afgesloten. Voor 2003 en 2004 komt dit al op 149 ha.

+

stijging van het hemelwatergebruik bij de bevolking tot | Duurzaam watergebruik: 3 30 miljoen m

Het hemelwatergebruik steeg tussen 1991 en 1999 van 2,8 miljoen m3 tot ca. 19,3 miljoen m3. Voor 2003 werd een waarde van 26 miljoen m3 geschat.

+/–

| Verbeteren van de structuurkwaliteit van de waterlopen (verhogen van het percentage waardevolle trajecten, verminderen van de slechte)

Vanaf augustus 2005 zijn er gegevens voor 30 waterlopen van eerste categorie. De gegevens zijn op een andere wijze geïnventariseerd en daarom moeilijk te vergelijken met de resultaten van 1994. Toch kunnen we stellen dat er een status quo van de toestand is ten op zichte van 1994.

–

| Watervoorraden: het waterpeil in de watervoerende lagen blijft minstens status-quo Voor alle watervoerende lagen wordt een indicator ontwikkeld op basis van de stijghoogte (waterpeil) in de peilputten. De gegevens van het huidige meetnet wijzen nog steeds op een daling van het waterpeil van de Sokkel. Voor de Kolenkalk is er nu een stabilisatie.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Bij de aanpak van wateroverlast wordt het concept ‘vasthouden - bergen - afvoeren’ verder toegepast. Dit zorgt ervoor dat de wateroverlast niet afgewenteld wordt op stroomafwaarts gelegen gebieden. Hierbij wordt afstemming gezocht met de verschillende functies van het valleigebied en het ecologische herstel van watersystemen. Dit


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 80

Milieujaarprogramma

80

2007

ecologische herstel omvat o.a. hermeandering, structuurherstel van de waterloop en de sanering van vismigratieknelpunten. In 2006 zijn de meeste overloopgebieden en vispassages gerealiseerd in de vallei van de Zwalm (nog één te doen). Ecologische projecten werden uitgevoerd op de Mangelbeek, de Kleine Nete (Meerhout). Voor de Abeek, de Zwinnevaart en de Laan zijn de projecten opgestart. De studie van een vernieuwend project voor rivierherstel en bescherming tegen wateroverlast in de Demervallei werd in februari 2006 voorgesteld aan het publiek en de lokale besturen. Het ontwikkelde streefbeeld omvat een reeks ingrijpende maatregelen zoals dijkverleggingen en hermeandering. De noodzakelijke infrastructuur om wateroverlast te voorkomen wordt verder geoptimaliseerd. Zo stond voor 2006 de bouw van een nieuw centraal besturingsgebouw voor het Dijlebekken op het programma. Eind 2006 zullen alle inwoners van Vlaanderen tijdig gewaarschuwd kunnen worden voor nakende overstromingen. Naast het waarschuwings- en voorspellingssysteem dat nu reeds operationeel is voor het Demerbekken, werd in 2006 ook een gelijkaardige systeem voor de Dender operationeel. Voor de andere bekkens van Vlaanderen zal tegen eind 2006 een vereenvoudigd systeem operationeel zijn. De informatie die het waarschuwingssysteem genereert zal toegankelijk zijn voor de hulpdiensten en het brede publiek o.a. via een op maat gemaakte website. Er wordt gezorgd voor een afstemming tussen dit waarschuwingssysteem, dat zich concentreert op de onbevaarbare waterlopen, en het waarschuwingsysteem van de waterwegbeheerders dat hierop aansluit. Voor de 5 grondwatersystemen is de grondwatermodellering afgewerkt. Dit vormt de basis voor het bepalen van de maximale hoeveelheden die uit de grondwatersystemen / grondwaterlichamen kunnen opgepompt worden. Het vergunningen- en heffingenbeleid wordt hierop afgestemd door het bepalen van gebieds- en laagfactoren voor de grondwaterheffing en van de quota van de grondwatervergunning. Het Grondwaterdecreet werd in december 2005 aangepast voor de twee watervoerende lagen van het Sokkelsysteem: de Sokkel en het Landeniaan. In uitvoering van de Beneluxbeschikking omtrent schade als gevolg van grondwaterwinningen wordt een vergoedingsregeling uitgewerkt. Het project “Strategische visie watervoorziening en watergebruik” heeft tot doel een visie te ontwikkelen rond het duurzaam beheer van de watervoorraden in Vlaanderen. In 2004 startte de afdeling Water met het verzamelen van de nodige informatie en de uitwerking van een eerste discussienota. Na bijkomende inventarisaties en aanpassingen voor de aspecten grondwater en oppervlaktewater werd de nieuwe ontwerptekst besproken door de werkgroep Rationeel Watergebruik van de CIW. Om een beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden tot duurzaam watergebruik door industrie en landbouw, werden een aantal wateraudits doorgevoerd. Van elk wordt een brochure opgemaakt met aandacht voor alternatieve waterbevoorradingssystemen, zoals de uitbouw van een grijswatercircuit of recuperatie en hergebruik van tweedecircuitwater. Sedert 2005 ontvangen de abonnees een geïntegreerde waterfactuur van hun drinkwatermaatschappij, waarin ook de vergoeding voor de waterzuivering is opgenomen. Op 12 december werd een Vlaams grondwatersymposium georganiseerd.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 81

themabeleid

81

deel 2

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Basis strategische visie klaar

2005 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

Kaarten met overstromingsgevoelige gebieden

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

2005 BEGIN

gerealiseerd

(vroegere risicokaarten overstromingen) Eéngemaakte drinkwaterfactuur

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

70 (2006)

80 (2007)

Aantal uitgewerkte herstelprogramma’s voor watervoerende lagen

2 (2006)

10 (2007)

Regionale grondwatermodellen (grondwatermodellen voor de grondwatersystemen)

2 (2006)

5 (2005)

Aantal waterlopen met afgebakende en of ingerichte overstromingsgebieden

Aanpak prioriteiten 2007 Aanpakken van de wateroverlast en ecologisch herstellen van watersystemen (cf. SD 1 Beleidsnota)

Bij de aanpak van wateroverlast wordt het concept ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ verder toegepast. Dit zorgt ervoor dat de wateroverlast niet afgewenteld wordt op stroomafwaarts gelegen gebieden. Hierbij wordt afstemming gezocht met de verschillende functies van het valleigebied en het ecologisch herstel van watersystemen. Dit herstel omvat o.m. hermeandering, structuurherstel van de waterloop en het oplossen van vismigratieknelpunten. Daarnaast wordt ook in 2007 de gecoördineerde intensieve bestrijding van de exoten verder gezet. In 2007 staan volgende realisaties op het programma: Ieperlee te Ieper; omlegging van de Gaverbeek door het provinciaal Domein De Gavers (Harelbeke); aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden op de Molenbeek (Erpe-Mere); aanleg gecontroleerde overstromingsgebieden op de Grote Molenbeek (Londerzeel) en Abeek: inrichting van een oeverzone en realisatie van visdoorgang stroomafwaarts Kanaal Bocholt-Herentals. Er worden ook belangrijke stappen gezet in het project van het overstromingsgebied Galmaarden en het oplossen van vismigratieknelpunt op de Marke. Operationeel beheer van de waterlopen (cf. SD 1 Beleidsnota)

In 2006 zijn de waarschuwings- en voorspellingssystemen voor de Demer en de Dender operationeel, voor de andere bekkens in Vlaanderen is een vereenvoudigd systeem opgestart. In 2007 wordt bijkomend het operationeel bekkenmodel voor de Dijle opgestart, de opstart van dat voor Nete en IJzer voorbereid, en het model voor Demer uitgebreid. De operationele meetnetten hebben tot doel om die informatie te vergaren en online ter beschikking te stellen die de waterbeheerders nodig hebben om hun beschikbare infrastructuur te sturen op basis van de meest actuele informatie. In 2007 worden de bestaande meetnetten verder geoperationaliseerd gericht op de taken van sturen en waarschuwen: invullen van de ontbrekende leemtes in meetlocaties en gemeten parameters; online inschakelen van alle relevante meetposten in een telemetriesysteem; ter beschikking stellen van de online meetgegevens in functie van de vragen van de waterbeheerders. 2007 is daarnaast ook het voorbereidingsjaar voor enkele grote realisaties op het terrein, zoals de vernieuwing van de pompstations van het Schijn.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 82

Milieujaarprogramma

82

2007

Opstellen van een Waterverkoopreglement (cf. SD 5 Beleidsnota)

In 2007 zal, in uitvoering van het Drinkwaterdecreet uit 2002, een algemeen Vlaams waterverkoopreglement worden opgesteld. Dit reglement beschrijft de diverse regels en bepalingen tussen de waterbedrijven en de consument. Naast de levering van drinkwater hebben de klassieke drinkwatermaatschappijen sinds 2005 immers ook een saneringsplicht voor het geleverde water. Operationalisering strategische visie watervoorziening en watergebruik (cf. SD 2 Beleidsnota)

In 2006 werd een strategische visie uitgewerkt inzake watervoorziening en watergebruik. In de visie wordt de vraag naar grond-, oppervlakte-, drink- en tweedecircuitwater afgestemd op het aanbod aan water. De negatieve impact wordt hierbij minimaal gehouden. De visie geeft dus aan hoe de watervoorziening in Vlaanderen verder verzekerd kan worden. In 2007 wordt deze visie vertaald naar het operationeel beheer van oppervlaktewater en grondwater en worden er, in samenspraak met de sectoren, acties en maatregelen uitgewerkt. Verdere uitwerking van het gebiedsgericht grondwaterinstrumentarium (cf. OD 2 en 3 Beleidsnota)

In 2006 werden de verschillende watervoerende grondwaterlagen bij besluit vastgelegd. Voor twee overgeĂŤxploiteerde lagen zijn er ondertussen ook aangepaste gebiedsen laagfactoren ingevoerd in de grondwaterhefďŹ ngsformule. De stroomgebiedanalyse duidde echter nog andere lagen aan die onder druk staan. Ook voor deze lagen wordt een aangepaste gebieds- en laagfactor uitgewerkt. Voor deze lagen wordt de uitbouw van een grijswatercircuit gepromoot. In 2007 is het besluit nodig om het grondwaterschadefonds operationeel te maken. Dit grondwaterschadefonds, voorzien in het Grondwaterdecreet sinds 1984, biedt de mogelijkheid om een op maat gemaakte regeling uit te werken voor de schade die veroorzaakt wordt door het oppompen van grondwater.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 83

themabeleid

83

deel 2

10. Hinder Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De studie ‘Doorlichting van de juridische en organisatorische mogelijkheden voor een verhoogde integratie van het hinderbeleid in het ruimtelijke ordeningsbeleid, het woonbeleid, energiebeleid en het mobiliteitsbeleid’ werd afgerond. Op de studiedag ‘Geluidsisolatie voor duurzaam bouwen en verbouwen’ werd technische informatie over geluidsisolatie ter beschikking gesteld van vertegenwoordigers van de overheden in diverse beleidsdomeinen en werd de ruimtelijke ordening rond Europese luchthavens toegelicht. De presentaties zijn ter beschikking op www.mina.be/geluidsisolatie. Het visiedocument ‘de weg naar een duurzaam geurbeleid’ gold als startnota bij de onderzoeksopdracht ‘effectentoets voor specifieke beleidsmaatregelen en regelgeving ter beheersing van geurhinder veroorzaakt door hinderlijke inrichtingen’. Hiermee werd de visie van de Vlaamse milieuadministratie getoetst aan de ideeën van de verschillende stakeholders, een eerste stap in het op gang brengen van het maatschappelijke debat rond een vernieuwd geurbeleid. MKROS ging in mei 2006 definitief van start. Het merendeel van de Vlaamse gemeenten maakt nu gebruik van dit instrument voor de registratie en opvolging van hun milieuklachten.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 EINDE

op schema

2008 BEGIN

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

Informatie i.v.m. geluidsisolatie is verspreid via studiedag

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Overzichtsrapport buitenlandse luchthavens klaar

2004 EINDE

op schema

2006 EINDE

Richtlijn milieuzonering is klaar

2007 EINDE

op schema

Visiedocument geurbeleid klaar

2004 EINDE

gerealiseerd

Brochure geluidsisolatie is klaar Eindrapport studie over juridische en organisatorische mogelijkheden van integratie hinderbeleid in RO en in woonbeleid klaar

2005 EINDE


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 84

Milieujaarprogramma

84

2007

10a. Verstoring door geluid Opvolging van de plandoelstellingen +/–

maken over een totale oppervlakte aan stiltegebieden van minstens | Afspraken 2 300 km

Het gebied Dender-Mark heeft als stiltegebied een oppervlakte van 28 km2 en fungeert als pilootproject om beleidsmaatregelen rond stiltebehoud uit te werken.

+/–

| In 2007 ligt het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid niet hoger dan 15% van de bevolking

Het percentage van de bevolking dat potentieel ernstig gehinderd wordt door geluid bedraagt ongeveer 18% en is de laatste jaren niet significant gewijzigd (laatste berekening gebeurde in 2002). De sector transport levert veruit de belangrijkste bijdrage. Ruimtelijk gezien situeren de knelpunten voor lawaai zich voornamelijk ter hoogte van de stadskernen en in het gebied van de Vlaamse ruit.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Voorbereidingen werden getroffen om de strategische geluidskaarten voor wegen en spoorwegen op te maken en om een geluidsmodel voor agglomeraties op te stellen. De studie ter actualisering van ArcNoise, een instrument dat het moet mogelijk maken om de strategische geluidskaarten voor wegen te produceren, wordt beëindigd (in samenwerking met het departement MOW en het Agentschap Infrastructuur). Voor het maken van de geluidskaarten voor spoorwegen en voor het ontwerpen van een geluidsmodel voor agglomeraties werden de bestekken opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd. Het politieke overleg rond de luchthaven van Zaventem werd ondersteund via de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Expertencommissie. Het geluidmeetnet rond de luchthaven van Zaventem werd verder vernieuwd. Via meetrapporten en maandelijkse geluidsfiches op de website worden de meetgegevens van de LNE-meeteenheden rond de luchthaven Zaventem bekend gemaakt. Een overzichtsrapport met de meetresultaten voor 2005 van de verschillende meetnetten wordt opgemaakt i.s.m. BIAC en BIM. Technische informatie over geluidsisolatie werd, o.m. via een studiedag, ter beschikking gesteld van de verschillende bestuursniveaus en beleidsdomeinen. De beleidsvisie voor stiltegebieden werd vertaald naar de brochure ‘Stiltegebieden in Vlaanderen, leidraad bij het creëren van een landelijk stiltegebied’, ten behoeve van gemeentelijke en provinciale overheden.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 MIDDEN

Gerealiseerd

2005 EINDE

Rapport RO luchthavens is klaar

2004 EINDE

op schema

2006 EINDE

Brochure geluidsisolatie is klaar

2004 EINDE

op schema

2008 BEGIN

Handleiding stiltegebieden is klaar

2005 EINDE

op schema

2006 EINDE

Juridische omzetting richtlijn Omgevingslawaai is gebeurd


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 85

themabeleid Indicatoren

85

deel 2

Realisatie

Doelstelling

Aantal opgestelde geluidrapporten

24 (2006)

29 (2007)

Aantal rapporten adviescommissie Zaventem

3 (2006)

4 (2007)

Aantal samenwerkingsprotocols stiltegebieden

1 (2006)

9 (2007)

Aanpak prioriteiten 2007 Geluidsbelastingskaarten en actieplannen omgevingslawaai opmaken (cf. SD 1 en OD 1 Beleidsnota)

In uitvoering van de Europese richtlijn 2002/49 aangaande omgevingslawaai zullen in 2007 de geluidskaarten voor de drukste wegen en spoorwegen en voor de agglomeraties met meer dan 250.000 inwoners aangemaakt worden. Een volgende stap is dan het informeren van het publiek en het ontwikkelen van de actieprogramma’s (tegen midden 2008). Tegen 2012 zullen ook de geluidskaarten voor iets minder drukke wegen en spoorwegen en stedelijke gebieden van meer dan 100.000 inwoners beschikbaar zijn. Nieuwe stiltegebieden ontwikkelen

In 2006 is een ‘Leidraad landelijke stiltegebieden’ opgemaakt die aan alle Vlaamse gemeenten wordt bezorgd. Op basis hiervan zullen in 2007 een aantal overeenkomsten afgesloten worden tussen Vlaamse overheid, provincies en gemeenten, waarbij naar alle waarschijnlijkheid een kwaliteitslabel stiltegebied zal worden uitgereikt.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 86

Milieujaarprogramma

86

2007

10b. Verstoring door geur Opvolging van de plandoelstellingen ++

| Minimaal het aantal gehinderden gelijkhouden ten opzichte van 2001 Uit het schriftelijk leefomgevingsonderzoek (SLO-1), dat werd uitgevoerd begin 2004, bleek een daling van het aantal gehinderden in 2004 t.o.v. 2001.

++

| Verminderen van het aantal ernstig gehinderden ten opzichte van 2001 In 2004 was nog 5,2 % van de Vlamingen ernstig tot extreem gehinderd door geur, dit was een daling t.o.v. 2001 met bijna 2 %.

| Verminderen van het aantal geurbronnen boven het aanvaardbaarheidsniveau Het aantal bronnen van geurklachten gelinkt aan vergunningsplichtige inrichtingen zal pas ingeschat kunnen worden van zodra het milieuklachten registratie- en opvolgingsysteem MKROS volledig operationeel is.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het maatschappelijke debat rond een vernieuwd geurbeleid werd ingezet. Een eerste stap was het toetsen van de maatschappelijke effecten van specifieke beleidsmaatregelen en regelgeving ter beheersing van geurhinder veroorzaakt door hinderlijke inrichtingen, zoals opgenomen in het visiedocument ‘de weg naar een duurzaam geurbeleid’. In 2006 ging ook veel aandacht uit naar de opmaak van codes van goede praktijk en richtlijnennota’s met betrekking tot geur. Zo werd het MER richtlijnenboek lucht aangevuld met een deel ‘geur’, werd de handleiding ‘behandeling van geurklachten door lokale overheden’ geactualiseerd, en werd de code van goede praktijk ‘geur meten, berekenen & beoordelen’ opgemaakt en werd hierrond een consultatieperiode ingesteld. MKROS ging in mei 2006 definitief van start. Het merendeel van de Vlaamse gemeenten maakt nu gebruik van dit instrument voor de registratie en opvolging van hun milieuklachten.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

2004 MIDDEN

gerealiseerd

2005 EINDE

Introductie geurnormen in Vlaamse milieuregelgeving

2006 EINDE

vertraagd

2008 BEGIN

Juridische verankering geuraudit en geurbeheersplan

2006 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Consultatie omtrent code van goede praktijk afgerond

2006 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

Deelaspect snuffelmethodiek afgerond

2006 EINDE

vertraagd

Studieresultaten sectorale geurnormering omgezet in ontwerp regelgeving Visiedocument ‘De weg naar een duurzaam geurbeleid’ afgewerkt


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 87

themabeleid Mijlpalen (vervolg) Ontwerp code van goede praktijk geurmetingen opgemaakt SLO-2 afgerond

87

deel 2

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2005 MIDDEN

vertraagd

2006 MIDDEN

2007 BEGIN

vertraagd

2008 MIDDEN

Realisatie

Doelstelling

80 (2006)

80 (2006)

196 (2006)

190 (2005)

Indicatoren % gemeenten die MKROS als operationele databank gebruiken Aantal gemeenten die ingetekend hebben op cluster hinder uit SO

Aanpak prioriteiten 2007 Regelgeving geurhinder uitwerken

In 2006 is een effectentoets uitgevoerd voor specifieke beleidsmaatregelen en regelgeving ter beheersing van geurhinder veroorzaakt door hinderlijke inrichtingen. Op basis van deze resultaten zal de haalbaarheid en de effectiviteit van de verschillende beleidsopties duidelijk worden en zullen deze beleidsopties concreet vorm krijgen. De geurbeleidsmaatregelen met een voldoende ruim draagvlak worden in de loop van 2007 verder uitgewerkt. Onder meer volgende beleidsopties worden nader onderzocht: de juridische verankering van de beleidsinstrumenten geuraudit en geurbeheersplan, de introductie van geurnormen, een hindertoets, sectorale codes van goede praktijk (in uitvoering van doelgroepenprogramma voedingsindustrie). Milieuzoneringsinstrument uitwerken

Dit richtinggevende instrument, reeds toegepast in Nederland, laat toe milieuhinderaspecten (geluid, geur, stof)gekoppeld aan hinderlijke inrichtingen, beter te integreren in bestemmingsplannen. Op die manier kan bij het vastleggen van de bestemming van een bedrijventerrein voldoende scheiding aangebracht worden zodat geen of een aanvaardbare hoeveelheid milieuhinder zal optreden in de omliggende woonzones. Omgekeerd kan ook de locatie van woningbouw worden afgestemd op de reële of verwachte emissies in een industriegebied of bedrijventerrein. Dit biedt meer rechtszekerheid aan de bedrijven en voorkomt het ontstaan van nieuwe hindersituaties. Aangezien steeds meer RUP’s vorm krijgen, zal de opmaak van dergelijke richtlijnen in 2007 aangevat te worden. De concrete uitwerking van dit instrument zal overlegd worden met het beleidsdomein RWO.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 88

Milieujaarprogramma

88

2007

10c. Verstoring door licht Opvolging van de plandoelstellingen

| Nieuwe lichtvervuiling voorkomen en bestaande lichtvervuiling verminderen Er bestaat momenteel geen goede indicator voor het opvolgen van lichthinder. Onderzoek hiernaar is wenselijk.

Opvolging van de richtinggevende doelstellingen

| In 2007 komen geen gebieden meer voor met een kunstmatige hemelluminantie groter dan negen keer de natuurlijke hemelluminantie (tussen 0u30 en 5 uur): dit is de categorie gebieden waar de kunstmatige hemelgloed nu het grootst is Er zijn geen nieuwe gegevens beschikbaar.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De databank lichthinder die in samenwerking met VITO werd ontwikkeld is operationeel (www.emis.vito.be/lichthinder). Het Dulomi-project voor sensibilisatie van lokale overheden is afgerond en heeft een reeks initiatieven rond lichthinder in gemeenten op gang gebracht.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Databank verlichtingstoestellen is actief

Oorspronkelijke verwachting

Status

2005 EINDE

gerealiseerd

Huidige verwachting


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 89

themabeleid

89

deel 2

11. Versnippering Opvolging van de plandoelstellingen +

| Saneren van 75% van de bestaande vismigratieknelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen voor vismigratie en het zoveel mogelijk voorkomen van nieuwe knelpunten

In 2005 was in totaal 12% van de vismigratieknelpunten gesaneerd. Een versnelling van de uitvoering is vereist om tegen 2010 een vrije vismigratie te kunnen realiseren.

| Bevorderen van de mogelijkheden van migratie tussen en binnen leefgebieden voor bepaalde (land)doelsoorten

In het kader van de natuurtechnische milieubouw (NTMB) werden reeds een aantal strategische en vernieuwende ontsnipperingsingrepen uitgevoerd. Dit NTMB-beleid wordt verdergezet en momenteel zijn verschillende projecten in uitvoering of in voorbereiding. Ook tal van andere beleidsmaatregelen dragen bij tot deze plandoelstelling (e.g. natuurverbindingsgebieden), maar een kwantitatieve opvolging is nog niet voorhanden. De mogelijkheden hiertoe worden onderzocht.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Bij het oplossen van vismigratieknelpunten worden de herstelprojecten gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop of de aanpak van wateroverlast (zie ook thema ‘Verdroging’). In 2006 is het project van de Mangelbeek en de Kleine Nete (Meerhout) uitgevoerd. Voor de Abeek is het ontwerp klaar en is de grondverwerving afgerond. Bij de Laan is het voorontwerp klaar en is de verwerving gestart. Ook bij de Zwinnevaart is het ontwerp afgewerkt. Binnen de Benelux zijn de onderhandelingen afgerond om de beschikking vismigratie af te stemmen op de (timing van de) KRLW. Reeds langer worden een aantal strategische en vernieuwende ontsnipperingsingrepen uitgevoerd in het kader van de natuurtechnische milieubouw. Deze projectmatige aanpak is aangevuld met een procesmatige benadering over betrokken beleidsdomeinen heen. De bermbeheersplannen voor de E403, de A19, de R8 de E313 en de E19 (deel Antwerpen) werden afgerond. In Oost-Vlaanderen is het bermbeheersplan voor de E40 en een begrazingsproject langs de N42 opgestart. Voor de kanalen in beheer bij NV De Scheepvaart in Antwerpen en Limburg werden ontsnipperingsstudies uitgewerkt. Voor de E40 werd einde 2006 een ontsnipperingsproject aanbesteed. Binnen het ontsnipperingsproject E314 werd het ecoduct ‘Kikbeek’ in Maasmechelen voltooid. De omvorming van de toeristische weg door de Mechelse Heide tot fietspad is grotendeels uitgevoerd. De voorziene ontsnipperingsmaatregelen langs de E19 ten noorden van Antwerpen zijn verder afgewerkt. De uitvoering van de bermbrug in Schoten en van het ecoduct in Wuustwezel werd eind 2006 opgestart. Langs het Kanaal Dessel-Schoten werden bij oeverherstelwerken enkele fauna-uitstapplaatsen gecreëerd. In 2006 werd op hetzelfde kanaal ook gestart met de aanleg van 45 geplande extra fauna-uitstapplaatsen. Begin 2006 werd de natuurvriendelijke omlegging van de Witte Nete afgerond en binnen het natuurinrichtingsproject Bergerven is gestart met het herstel van een natuurvriendelijke oever langs de Zuid-Willemsvaart. In 2006 werden een aantal uitgevoerde NTMB-maatregelen gemonitord, waaruit blijkt dat deze inderdaad een


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 90

Milieujaarprogramma

90

2007

stevige extra winst aan natuurwaarden opleveren. Een uitvoeringsgerichte connectiviteitsstudie voor de das in de provincie Vlaams-Brabant is in volle uitvoering en wordt afgerond begin 2007. Tenslotte werd ook een studie aanbesteed om een overzicht te maken van de wetenschappelijke literatuur rond NTMB. Hiermee kunnen op een meer gefundeerde wijze (natuur)technische keuzes gemaakt worden bij toekomstige natuurtechnische projecten.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Proefproject autovrij maken Mechelse heide voltooid

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Goedkeuring uitvoeringsbesluit vismigratie

2004 EINDE

vertraagd

2007 BEGIN

Realisatie

Doelstelling

Aantal uitgewerkte ecologische visiestudies voor waterlopen en valleigebieden

30 (2005)

42 (2007)

Aantal natuurverbindingsgebieden waarvoor een natuurrichtplan is opgemaakt

0 (2005)

Indicatoren

Aanpak prioriteiten 2007 Vismigratieknelpunten oplossen

Voor alle vissoorten in alle hydrografische stroomgebieden moet er binnen een realistische termijn vrije vismigratie mogelijk zijn en moeten nieuwe migratieknelpunten vermeden worden. Ook in 2007 worden er nieuwe herstelprojecten opgestart. Deze worden maximaal gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop of de aanpak van wateroverlast. Volgende visdoorgangen staan gepland voor 2007: Watermolen op de Kleine Nete te Grobbendonk; molen van Kievermont op de Molse Nete te Geel en Terlaemen op de Laan- Molen van Rotselaar op de Dijle. Hier komt een afstemming tussen erfgoeddoelstellingen, energiewinning én vismigratie. Na goedkeuring in 2006 zal het uitvoeringsbesluit rond vismigratie in 2007 uitvoeringsgericht geïmplementeerd worden. NTMB-beleid in de praktijk brengen

Ook in 2007 is de ontsnippering van de Mechelse Heide een prioriteit. Zo zullen de technische en administratieve mogelijkheden voor het tweede ecoduct over de E314 worden geconcretiseerd. Langs het kanaal Dessel-Schoten zal een innoverend project uitgevoerd worden. Een tiental niet meer gebruikte zwaaikommen zullen daar worden ingericht, waarbij op een integrale manier de functies paaiplaats, fauna-uitstapplaats, natte natuurontwikkeling worden gecombineerd. Langs het Albertkanaal tussen Riemst en Bilzen en langs de andere Kempense kanalen zullen nieuwe types van faunauitstapplaatsen worden uitgevoerd. De aandacht gaat hierbij naar soorten met een zeer verschillend levenspatroon zoals das, ree en watervogels. Langs de Kempense kanalen zullen tevens een aantal multifunctionele vispaaiplaatsen worden aangelegd. Baanbrekend zijn enkele geïntegreerde natuurvriendelijke projecten, die voor het eerst ook langs een natuurlijke waterloop zullen worden uitgevoerd. Hierbij is gekozen voor de IJzer. Een ander vernieuwend project is de certificatie van natuurvriendelijke oeverbeschermingsmaterialen. In 2007 zal er worden toegespitst op de daadwerkelijke certificatie op basis van de uitgewerkte procedures. Voor de ecologische infrastructuur van de Antwerpse haven zal een modelmatige inschatting van de invloeden van bepaalde technische ingrepen gebeuren. Dit wordt uitgewerkt met alle betrokken partijen en


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 91

themabeleid

91

deel 2

met het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen in het bijzonder. In 2007 zullen volgende nieuwe monitoringsprojecten worden opgestart worden: de intense, multidisciplinaire opvolging van drie types natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen, het ecoduct Kikbeek over de E314 in Maasmechelen en de geĂŻntegreerde natuurvriendelijke projecten langs de IJzer. Ook bij de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen biedt NTMB de mogelijkheden om innoverend te werken. Vooral ontsnippering en bermbeheer zijn punten waar een meerwaarde kan worden gecreĂŤerd. Recent heeft de NMBS de nodige aandacht aan natuur- en milieuaspecten besteed. Een samenwerking tussen een federale instelling en een gewestelijke dienst kan vernieuwend werken.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 92

Milieujaarprogramma

92

2007

12. Verlies aan biodiversiteit Opvolging van de plandoelstellingen +

| Het afbakenen van 125.000 ha VEN en 150.000 ha natuurverwevingsgebieden Bij de aanvang van 2006 was er een totaal van 86.800 ha van het VEN en 768 ha van de natuurverwevingsgebieden afgebakend (medio 2006 respectievelijk 87.022 ha en 934 ha).

+

| De totale oppervlakte groengebied doen stijgen met 38.000 ha natuur en 10.000 ha bosgebied en bosuitbreidingsgebied ten opzichte van begin 1994

In de periode 1994 tot en met 2005 is de oppervlakte groengebied netto toegenomen met 11.500 ha natuur- en 1.900 ha bosgebied (medio 2006 respectievelijk 11.498 ha en 2.000 ha). Het overige groen, dat status quo diende te blijven, stond bij de start van 2006 op -700 ha. Midden 2006 was de oppervlakte park- en groengebied toegenomen met 76 ha en was het buffergebied afgenomen met 677 ha. In het kader van de buitengebied-RUP’s worden ook extra bestemmingswijzigingen naar natuurgebied doorgevoerd.

++

| 50.000 ha onder effectief natuurbeheer (erkend, Vlaams en/of bosreservaat en/of natuurgebieden met een goedgekeurd beheersplan)

Eind 2005 was er in totaal 35.228 ha onder effectief natuurbeheer. Dit getal ligt in werkelijkheid hoger indien de categorie “natuurgebieden met goedgekeurd beheerplan via particulieren” becijferd zou kunnen worden (naar schatting 1.000 ha). Momenteel is dit nog niet mogelijk en wordt ervoor gekozen om deze categorie nog niet toe te voegen aan het totaal. Op basis van verfijning van digitalisering gebeurt momenteel ook een controle van deze totaaloppervlakte. Eind 2005 bedroeg de totale oppervlakte aangewezen natuurreservaat 5.369 ha. Ondertussen (tot midden 2006) werden 14 nieuwe natuurreservaten erkend met een oppervlakte van 288 ha en werden reeds erkende natuurreservaten uitgebreid met een oppervlakte van 360 ha. De totale erkende oppervlakte privaat natuurreservaat bedraagt momenteel 11.033 ha. Daarnaast zijn er 24 dossiers voor een oppervlakte van 324 ha in proces voor goedkeuring. De totale oppervlakte bosreservaat bedraagt eind 2005 2.273 ha en draagt rechtstreeks bij tot de plandoelstelling. Daarnaast beschikt overigens 8.566 ha bos over een uitgebreid beheerplan en 27.694 ha over een beperkt beheerplan. In 2005 werd er voor 1.140 ha openbaar bos en voor 31 ha privébos een uitgebreid beheerplan (volgens het vernieuwd besluit) opgesteld en voor 590 ha privébos een beperkt beheerplan.

+/–

| Het jaarlijkse aankoopritme van natuur- en bosgebied doen stijgen tot 3.000 ha Door de vertraging bij de notariële akten is enkel het definitieve cijfer voor 2005 bekend. In totaal werd er toen voor 2.027 ha natuur- en bosgebied gekocht. (i.e. 728 ha natuurgebied en 623 ha bos en te bebossen gronden door de overheid; 676 ha door erkende terreinbeherende verenigingen). In 2006 werd ca. 343 ha natuurgebied en 151 ha bos en te bebossen gronden effectief aangekocht, en gebeurde de vastlegging voor een bijkomende oppervlakte van ca. 232 ha natuurgebied. Daarnaast zijn vastleggingsdossiers in procedure voor goedkeuring voor een oppervlakte van ongeveer 417 ha.

+

| Inrichten van 20.000 ha natuur via natuurinrichting, bosuitbreiding en natuurontwikkeling

Een totaalcijfer is moeilijk te generen vanwege overlapping tussen de verschillende categorieën en het gebrek aan recente gegevens voor natuurontwikkeling. Tot medio 2006 werden vijf natuurinrichtingsprojecten (NI) afgerond voor een totale oppervlakte


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 93

themabeleid

93

deel 2

van 693 ha. Er zijn 18 NI-projecten lopende voor een totale oppervlakte van 8.553 ha. Hiervan zijn er 17 in uitvoeringsfase, voor één dient het projectrapport nog goedgekeurd te worden. Voor het project Blankaart wordt eerst nog de eerder ingestelde oppervlakte herzien. Voor Averbodebos en -heide en voor Zoerselbos is het onderzoek naar haalbaarheid afgerond en het projectvoorstel opgemaakt. Voor drie andere gebieden loopt een haalbaarheidsonderzoek. Sinds 1994 tot midden 2006 werd 2.368 ha gronden bebost of aangekocht voor bosuitbreiding. Vanaf 2004 komt dit neer op 1.636 ha. Voor het jaar 2004 bedroeg de bijkomende oppervlakte waar natuurontwikkeling werd uitgevoerd ca. 6.000 ha.

nvt

| Milieukwaliteit afstemmen op de ecologische vereiste van de kwetsbare soorten en habitats in gebieden in het VEN, de groen-, park-, buffer- en bosgebieden en in de speciale beschermingszones

De relatie van de milieukwaliteit, randvoorwaarden en natuurdoeltypen werden in kaart gebracht en getoetst met gegevens van monitoring. Een kwantitatieve opvolging is nog niet voorhanden. De mogelijkheden hiertoe worden momenteel onderzocht.

nvt

| Het soortenbeleid versterken: stopzetten van het verlies aan biodiversiteit Tot nu toe (medio 2006) werden 16 Rode Lijsten opgesteld, waarvan deze van de zoogdieren en van de broedvogels herzien zijn. Er zijn 7 soortenbeschermingsplannen in uitvoering. Uit het natuurrapport 2005 blijkt enkel voor de soorten van bossen en wetlands een verbetering op te treden.

+/–

| De oppervlakte met beheerovereenkomsten voor natuurgerichte maatregelen doen toenemen tot 16.500 ha

De totale oppervlakte waarvoor beheerovereenkomsten werden afgesloten komt midden 2006 op 3.686 ha. Er werden natuurgerichte overeenkomsten afgesloten voor de aanplanting en onderhoud van 238 km heg en 87 ha houtkanten, 980 ha werd opgenomen voor weidevogelbeheer en 6,2 ha voor hamsterbescherming . Er werd ca. 7,6 ha poelen (her)aangelegd of in onderhoud opgenomen. Voor 1.290 ha werden beheerovereenkomsten afgesloten voor specifiek beweiden of maaien van grasland of beheer ook gericht op weidevogels, 180 ha botanisch beheer van akkers en grasland en 1.135 ha voor het beheer van perceelsranden.

++

| Instellen van een gebiedsdekkend systeem van wildbeheerseenheden (200) en bosgroepen (19)

Op 1 september 2006 zijn 176 wildbeheerseenheden (WBE) erkend, voor één WBE is de jaartermijn van de erkenning verlopen en verlenging in procedure, voor 1 WBE is de vijfjaartermijn van de erkenning verlopen en werd geen aanvraag voor verlenging ontvangen. Voor drie nieuwe WBE’s is de erkenningsprocedure lopende. Er werden 17 pilootprojecten bosgroepen opgestart, waarvan er 12 erkend zijn. Twee bosgroepen bereiden hun erkenningsaanvraag voor 2007 voor en de opstart van de twee laatste bosgroepen is in voorbereiding.

nvt

| Verbeteren van de ondersteuning van lokale besturen In het kader van de Samenwerkingsovereenkomst, cluster natuurlijke entiteiten, zijn op dit ogenblik in totaal ongeveer 250 projecten in uitvoering. Daarnaast wordt de laatste reeks GNOP-projecten ook nog afgewerkt. Voor 2006 werden in de 1ste en 2de ronde samen 160 nieuwe projecten ingediend. Van deze nieuwe projecten werden reeds 61 projecten goedgekeurd en opgestart. Voor de ondersteuning van de uitvoering van projecten werden bij de lokale besturen 155 minawerkers ingezet.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 94

Milieujaarprogramma

94

2007

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 In het kader van de afbakening van de natuur- en bosstructuur werden de buitengebiedregio’s en de actieprogramma’s verder uitgewerkt. Voor de regio’s VeldgebiedBrugge-Meetjesland, Neteland en Hageland, werden de ontwerpen van ruimtelijke visie, uitgewerkt op basis van de wetenschappelijke gebiedsinformatie, en van actieprogramma gefinaliseerd en voor formeel advies voorgelegd. Er werden tevens voorstellen geformuleerd voor agrarische gebieden die in aanmerking komen voor een herbevestiging van hun bestemming. Voor de regio’s Limburgse Kempen en Maasland, Leiestreek, Noorderkempen en Schelde-Dender werden de onderzoeksnota’s uitgewerkt en overleg met betrokkenen opgestart. Voor de regio’s Zenne-Dijle/Pajottenland, Vlaamse Ardennen, Krekengebied-Waasland en Klein-Brabant/Antwerpse Gordel, werd de voorbereiding opgestart van de bouwsteennota’s. De instandhoudingsdoelstellingen (IHD) van de speciale beschermingszones (SBZ) gelegen in de zes natuurrichtplanprojectgebieden werden midden 2006 afgewerkt. In het natuurrichtplanproces zelf van deze 6 pilootprojecten ging de aandacht vnl. naar overleg met stakeholders. Eind 2006 zijn deze natuurrichtplannen in de fase van voorlopige goedkeuring. Ter inrichting van de Natuurlijke Structuur zijn de projecten Uitkerkse Polder, Meetkerkse Moeren, Bourgoyen-Ossemeersen, Bergerven, Turnhouts Vennengebied, Latemse Meersen en Noordduinen momenteel in uitvoering. Het dossier Osbroek-Gerstjens is nog in procedure voor goedkeuring. Voor de Blankaart wordt een aangepast projectvoorstel voorgelegd. Het onderzoek naar de haalbaarheid voor Averbodebos en -Heide en voor Zoerselbos is afgerond. Het onderzoek naar de haalbaarheid van de projecten Bos ‘t Ename, Kolisbos en Torfbroek is nog lopende. Over de natuurverbindingsgebieden werd een concept voorgelegd met voorstellen voor bijsturing van de regelgeving en vereenvoudiging van het proces. Begin 2006 werd in totaal 20.200 ha natuurgebied en bosreservaat door ANB beheerd (militaire domeinen inclusief). Er wordt geïnvesteerd in een verhoging van de mechanisatiegraad en beveiliging van de terreinploegen, en meer aandacht gegeven aan coördinatie voor effectievere beheeruitvoering. Hierdoor is de achterstand in de opmaak van de beheerplannen zelf nog niet volledig ingehaald. Naast het reguliere beheer werden verscheidene projecten voor eenmalige inrichting opgestart. In 2006 werden tot nog toe 14 nieuwe natuurreservaten erkend met een oppervlakte van 288 ha en werden reeds erkende natuurreservaten uitgebreid met een oppervlakte van 360 ha. De totale erkende oppervlakte privaat natuurreservaat bedraagt momenteel 11.033 ha. Voor de subsidiëring van éénmalige inrichtingswerken in erkende natuurreservaten zijn 36 projecten in uitvoering en werd één project gerealiseerd. Nieuwe wetgeving in uitvoering van het Bosdecreet (subsidieregelingen, beheerplannen en criteria duurzaam bosbeheer) werd geïmplementeerd bij openbare en privébosbeheerders, waarbij bosgroepen een cruciale rol spelen in de toepassing van de criteria duurzaam bosbeheer. Het erkenningssecretariaat en -comité voor bosexploitanten en kopers zijn operationeel. Tot op heden zijn er 225 bosexploitanten en 12 kopers erkend. Vanaf 2006 is het project Groenjobs op kruissnelheid gekomen, en zijn alle toegekende 120 VTE ingezet op het terrein. Ter bescherming van bestaande bossen werd in een eerste fase een methodiek voor de semi-automatische opmaak van de boskaart ontwikkeld. Voor de bosdatabank werd reeds een bedrijfsanalyse en een behoeftendefinitie uitgevoerd. Er werd ook gestart met de ontwikkeling van een documentbeheersysteem voor de raadpleging van juridische adviezen. In 2006 werd tot nu toe 343 ha natuur- en bosgebied effectief aangekocht, gebeurden 49 vastleggingen voor de aankoop van natuurgebieden en pachtuitwinningen voor


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 95

themabeleid

95

deel 2

ca 232 ha, en werd een voorstel tot aankoop voorgelegd voor ongeveer 417 ha. Op basis van de definitieve actes konden ook de juiste cijfers voor 2005 berekend worden: inclusief voorkooprecht werd 727,6 ha natuurgebied verworven door de afdeling Natuur, de erkende terreinbeherende verenigingen verwierven samen 675,9 ha, en de afdeling Bos en Groen verwierf 622,3 ha. Gezamenlijk werd er dus 2025,9 ha verworven. Aandachtsgebieden voor bosuitbreiding werden geselecteerd op basis van de gewenste bosstructuur. Naast de 10.000 ha netto bosuitbreiding moeten er nog 3.900 ha compensatiebossen worden gerealiseerd. Ter realisatie hiervan is reeds een oppervlakte van 5.205 ha, voor stadsbossen en compensatiebossen, in kaart gebracht. Daarnaast zijn er nog andere projecten zoals de regionale bossen, historische bosgebieden met een totaal van 8.695 ha (incl. compensatiebossen) gepland of in uitvoering. Momenteel wordt actief gewerkt aan de integratie van deze projecten binnen het proces ‘afbakening van het buitengebied’ alsook binnen de afbakening van een aantal stedelijke gebieden. De geplande subsidieregeling voor verwerving van te bebossen terreinen voor openbare besturen is nog in voorbereiding. In het najaar 2006 wordt de serpeling geherintroduceerd in de bekkens van de Nete, Demer, Maas, Boven-Schelde en IJzer en worden de nodige beheermaatregelen met de waterbeheerders afgesproken. Voor een aantal zeldzame vissoorten (o.a. Habitatrichtlijnsoorten) werden de trajecten waar ze voorkomen in kaart gebracht en beheermaatregelen voorgesteld aan de waterbeheerders. Op basis van het Life-project hamster werden er ondertussen contracten afgesloten voor 32 ha hamstervriendelijk beheer. Het afwegingskader voor het gedoogbeleid van de bever in Vlaanderen werd afgerond. Voor de bestrijding van de Rosse stekelstaar werd een voorstel van actieplan opgestart. Tenslotte werden negen vogelopvangcentra gesubsidieerd. De analyse van gebruik en voorkomen van wildsoorten laat toe om tot een wetenschappelijk onderbouwd wildbeheer te komen. Op basis van het beheerconcept “Harmonisch Park- en Groenbeheer” is een actieplan uitgewerkt. De opmaak van beheerplannen voor de parkdomeinen in beheer bij ANB is lopende. Pilootprojecten voor de opmaak van beheerplannen van andere eigenaars en andere type domeinen zoals campings en recreatiedomeinen zijn opgestart. Het stedelijk groen werd voor heel Vlaanderen in kaart gebracht als insteek voor een uitgebouwde parkenwebsite. Het ontwerp-besluit inzake de toegankelijkheidsregeling werd intern afgestemd en aan een juridisch advies onderworpen. Het overleg met de externe doelgroepen is in voorbereiding. Het aantal gemeenten dat de cluster ‘natuurlijke entiteiten’ ondertekende is gestegen tot 230 en het aantal ingediende projecten tot 160. Ter ondersteuning van de lokale besturen worden momenteel ook 155 minawerkers ingezet. In het kader van het natuurrichtplanproces werd een uitgebreid communicatieproject met de betrokken doelgroepen uitgevoerd. De conclusies van de conferentie “Samenwerken aan een draagvlak voor natuur’ zijn het startpunt van nieuwe benaderingen voor het doelgroepenbeleid. In samenwerking met het landgoederenforum werd een eerste conceptnota over landgoed opgesteld en mogelijkheden voor het beheer van deze gebieden geformuleerd. Om de werking m.b.t. beheerovereenkomsten verder te optimaliseren werden voor het PDPO II concrete maatregelen uitgewerkt, o.a. bedrijfsaanpak met maatregelen via bedrijfsplanners en resultaatsverbintenissen op basis van structurele monitoring. In uitvoering van het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan GEB werd de visievorming afgerond. Voor een aantal gebieden werd ook de huidige ecologische kwaliteit in kaart gebracht, en doelstellingen en maatregelen geformuleerd om deze te verbeteren. Er wordt vorm gegeven aan de organisatiestructuur om tot uitvoering te kunnen overgaan. In het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide werd een bestrijdingsplan van Amerikaanse vogelkers in uitvoering gebracht, een gebiedsplan voor heideherstel opge-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 96

Milieujaarprogramma

96

2007

steld en maatregelen tegen verdroging uitgewerkt (uitvoering onder het nieuwe Lifeproject). In het kader van het grensoverschrijdend rivierherstel in de Grensmaas gebeurde een concrete uitwerking van de aanleg van grinddrempels en van de monitoring. Onder het programma van het Drie-Landen-Park is het actieplan voor de ontwikkeling van de groene gordel in uitvoering gebracht. Voor de uitvoering van het natuurluik van de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium en de actualisatie van het Sigma-plan is de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Zwingebied opgestart, en gebeurde een inrichtingsstudie voor verscheidene gebieden. Internationaal is er verder bijgedragen aan de harmonisering van rapportering over biodiversiteit en aan de uitwerking van de biodiversiteitindicatoren.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Eerste natuurrichtplan definitief goedgekeurd

2006 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

Informatiesets van Natuurgebiedendatabank uitgebreid

2004 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

Technische vademeca principes harmonisch park- en

2007 EINDE

op schema

Uitvoeringsbesluit soortenbescherming goedgekeurd

2004 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

Gebiedsdekkende inventarisatie inheemse boom- en

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 BEGIN

Uitvoeringsbesluit (decreet) soorten

2005 EINDE

vertraagd

2006 MIDDEN

Uitvoeringsbesluit schaderegeling

2005 EINDE

vertraagd

2007 MIDDEN

2004 MIDDEN

vertraagd

2007 BEGIN

Code goede natuurpraktijk herzien en goedgekeurd

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

Startinventarisatie van de acht belangrijkste Vlaamse bostypes

2010 BEGIN

op schema

Uitgebreide monitoring van 12 Vlaamse Natuurreservaten

2006 MIDDEN

op schema

Groepscertificeringssysteem domeinbossen operationeel

2005 BEGIN

gerealiseerd

2004 MIDDEN

vertraagd

groenbeheer klaar

struiksoorten Vlaanderen

Ontwerpbesluit ‘toegankelijkheidsregeling’ is uitgewerkt

(in het kader van bosreservaten) uitgevoerd

Lange Termijn Plan Bosbouw en actieplan Bosbouw zijn

2006 BEGIN

goedgekeurd

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

225 (2006)

350 (2007)

Aantal erkende bosgroepen

12 (2006)

19 (2008)

Aantal gemeenten met een project ‘Harmonisch park en groenbeheer’

53 (2006)

150 (2007)

224 (2006)

308 (2007)

1152 (2006)

1664 (2008)

Aantal erkende bosexploitanten

Aantal gemeenten die de cluster ‘natuurlijke entiteiten’ van de Samenwerkingsovereenkomst ondertekenen Aantal ha landbouwgrond met goedgekeurd dossier voor bebossing sinds 1997 Aantal herziene Rode Lijsten (totaal) Aantal nieuw gecreëerde groenjobs voor verenigingen

2 (2006) 120 (2005)

120 (2007)


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 97

themabeleid Indicatoren (vervolg)

97

deel 2

Realisatie

Doelstelling

2 (2006)

2 (2006)

155 (2005)

162 (2004)

Aantal soortenbeschermingsplannen in opmaak

2 (2006)

3 (2006)

Aantal soortenbeschermingsplannen waarvan de uitvoering is opgestart

7 (2006)

7 (2007)

Aantal nieuw opgestelde rode lijsten Aantal nieuwe minawerkers bij gemeenten

Aantal subsidiedossiers ‘toegankelijkheid’

57 (2006)

Aantal beheersplannen voor eigen parkdomeinen

3 (2006)

7 (2007)

Aantal goedgekeurde natuurrichtplannen

0 (2006)

6 (2007)

Aanpak prioriteiten 2007 Evaluatie instrumentenmix (cf. OD 1 bij SD 1 Beleidsnota)

Het Vlaams gebiedsgericht natuurbeleid zet voor het beheer en de inrichting van de open ruimte diverse instrumenten in. Om een naar kosten/baten optimaal natuurbeleid te kunnen voeren is een permanente monitoring en objectieve evaluatie van de efficiëntie en effectiviteit van de ingezette instrumenten noodzakelijk. In het najaar van 2006 wordt de studie ‘Evaluatie van de billijkheid van milieubeleidsinstrumenten: pilootstudie natuurbeleid’ opgestart en doorheen 2007 verder uitgewerkt. Ook wordt gewerkt aan de objectieve evaluatie van natuurbeleidsinstrumenten waarbij voor de Vlaamse biotopen en habitattypes de geschiktheid van de mogelijke beleidsinstrumenten zal nagegaan worden (reservaatbeheer door overheid of verenigingen, beheersovereenkomsten of regelingen inzake ruimtelijke ordening). Tenslotte zal ook werk gemaakt worden van een aanbeveling voor monitoring. Die aanbeveling moet in de toekomst toelaten om voor alle natuurbeleidsinstrumenten de effectiviteit te meten, wat nu slechts in beperkte mate mogelijk is. Op basis van de evaluaties en de gebruikte ecologische, economische en maatschappelijke criteria kan dan met de betrokken uitvoerders nagegaan worden of het juridische kader en/of het uitvoeringsconcept dient aangepast te worden om de efficiëntie en effectiviteit van het instrumentarium te verhogen. Afbakenen en invullen van de natuur- en bosstructuur (cf. OD 4 bij SD 4 Beleidsnota)

De ruimtelijke visies op de natuurlijke en agrarische structuur, die in 2005 en 2006 werden uitgewerkt, vormen de basis voor de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor herbestemmingen en voor afbakening van de gebieden van het VEN en de natuurverwevingsgebieden. Voor de regio’s Haspengouw-Voeren en KustPolders-Westhoek worden initiatieven genomen voor de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Voor de tweede reeks buitengebiedregio’s worden de ruimtelijke visie en het operationele uitvoeringsprogramma in 2007 gefinaliseerd en in navolging van beslissingen van de Vlaamse Regering hierover kunnen de planningsprocessen voor prioritaire RUP’s worden opgestart. Voor de andere regio’s worden in 2007 de ruimtelijke visies voorbereid. Op basis van de pilootnatuurrichtplannen wordt begin 2007 gestart met de grondige evaluatie van het natuurrichtplanproces. Deze evaluatie moet leiden tot een vernieuwd en performant planningsproces met betrekking tot het gebiedsspecifieke natuurbeleid. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de opmaak van wetenschappelijk en juridisch onderbouwde instandhoudingsdoestellingen (IHD) per Europese Speciale Beschermingszone (SBZ) en dit binnen een fasering gericht op het opmaken van de IHD voor


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 98

Milieujaarprogramma

98

2007

alle SBZ tegen 2010 zoals gesteld in de Habitatrichtlijn. Daarna wordt per SBZ gestart met het uitwerken van maatregelen voor het realiseren van de IHD in het kader van concrete projecten of gebiedsspecifieke plannen. Bij de opmaak van deze instandhoudingsmaatregelen zal rekening worden gehouden met een geïntegreerde beleidsaanpak en met de diverse socio-economische belangen. Lokale initiatieven voor de planning en de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen kunnen ondersteund worden. Duurzaam beheren van natuur- en bosgebieden (cf. OD 4 bij SD 1 Beleidsnota)

Prioritaire aandacht gaat naar de opmaak en uitvoering van beheerplannen van de Vlaamse natuur- en bosreservaten en de gebieden in eigen beheer. Voor het beheer van de domeinen door derden blijft de nadruk liggen het versterken van de samenwerking met en ondersteuning van de betrokken actoren (bv. regionale landschappen, bosgroepen, verenigingen,…). Met betrekking tot de bestaande instrumenten inzake samenwerking voor duurzaam beheer wordt werk gemaakt van een evaluatie, onderlinge afstemming en waar nodig bijsturing en aanvulling. Daarnaast worden ook nieuwe benaderingen onderzocht zoals het geïntegreerde beheerplan, beheergoepen, particulier natuurbeheer. Verder wordt het terreinbeheer van verenigingen, lokale besturen en bosgroepen ook rechtstreeks ondersteund door de inzet van groenjobs. Achterstallige beheermaatregelen of herstel van gebieden worden binnen specifieke projecten aangepakt. Met de financiële ondersteuning van Europa worden volgende nieuwe Lifeprojecten opgestart: Averbodebos en -heide, Turnhouts Vennengebied, Stropersbos, de Zwinduinen en –polders en het grenspark Kalmthout. Natuurherstel, natuurinrichting en beheer gaan hierbij samen met een verhoging van de landschappelijke waarde en de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht. In 2007 zullen naar verwachting een tiental bosbeheerplannen voor een totaal oppervlakte van 1.350 ha worden opgestart. De recente toename aan projecten tot het opstellen van een uitgebreid bosbeheerplan, zal leiden tot een verhoogde instroom van subsidiedossiers. Binnen het project certificering zal onderzocht worden of een gemengd groepscertificeringsproject in de context van de bosgroepen haalbaar is. Tevens zullen concrete stappen gezet worden om vanuit de ondersteuning aan de vzw Fair Timber te werken aan de gelijkwaardigheidsvereisten voor certificering van duurzaam bosbeheer in Vlaanderen. Het landgoed als nieuw concept in het natuurbeleid (cf. OD 4 bij SD 1 Beleidsnota)

Het gevoerde overleg over het concept landgoed wordt verder gezet op basis van een actieplan. Concreet maakt men werk van de formulering van principes van harmonisch landgoedbeheer naar analogie met de principes van harmonisch park- en groenbeheer en met de verdere uitwerking van het geïntegreerde beheersplan. Soortenbeleid versterken (cf. OD 2 bij SD 3 Beleidsnota)

De uitvoering van acht bestaande soortenbeschermingsplannen wordt opgestart of voortgezet: het ooievaarsproject wordt afgerond in 2007; onder het hamsterproject wordt het aantal overeenkomsten ‘hamstervriendelijke beheer’ met de landbouwers verhoogd, gemonitord en geëvalueerd; het Lifeproject vleermuizen geeft een nieuwe impuls aan de uitvoering van het soortenbeschermingsplan vleermuizen; het beverplan wordt op projectmatige basis uitgevoerd binnen het kader van de bekkenbeheerplannen; en de plannen voor hazelmuis en visarend worden opgestart. Voor de herstelprogramma’s van de kwabaal, kopvoorn en serpeling worden potentiële waterlooptrajecten geëvalueerd voor herintroductie van deze soorten. Deze programma’s worden geïntegreerd in de organisatiestructuur en werking van de Coördinatie-


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 99

themabeleid

99

deel 2

commissie Integraal Waterbeleid. Hierbij worden in overleg met de waterbeheerder via de bekkenbeheerplannen beheermaatregelen geïmplementeerd voor deze soorten zoals ook voor vissoorten van bijlage II van het decreet voor Natuurbehoud zoals kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad, beekprik en bittervoorn. In het vooruitzicht van een EU-verordening voor de bescherming van het Europese palingbestand worden concrete stappen genomen om hieraan te voldoen (i.e. Integraal Waterbeleid, palingbeheerplannen). In het nieuwe programma voor plattelandsontwikkeling (2007-2013) werden beheerovereenkomsten voor hamsters, weidevogels en akkervogels opgenomen. De beheerovereenkomsten voor akkervogels zijn nieuw en worden tegen eind 2006 uitgewerkt. Alle soortgerichte beheerovereenkomsten zullen gebiedsgericht ingezet worden binnen beheergebieden, afgebakend op basis van realistische criteria. Voor de controle van invasieve soorten wordt conform Europese afspraken de controle van rosse stekelstaart opgestart. Op de militaire domeinen wordt de bestrijding van Amerikaanse vogelkers op grote schaal in uitvoering gebracht. Na aanpassing aan de Europese aanbevelingen (cf. Habitatrichtlijn) kan het ontwerp uitvoeringsbesluit inzake soortenbescherming, waarin de versnipperde soortenwetgeving werd samengebracht, in 2007 goedgekeurd en gepubliceerd worden. Dit besluit zou ondermeer het kader omvatten voor de vergoeding van schade veroorzaakt door beschermde diersoorten. Toegankelijkheidsregeling bos en natuurgebieden/reservaten vernieuwen (cf. OD 3 bij SD 2 Beleidsnota)

Na de interne voorbereiding van een nieuwe en identieke regelgeving inzake toegankelijkheid voor de Vlaamse bossen en natuurreservaten/gebieden wordt in 2007 een uitgebreid doelgroepenoverleg gehouden met oog op afwerking van het ontwerpbesluit. Aansluitend zal bijzondere aandacht uitgaan naar de ondersteunende maatregelen en initiatieven zoals de opmaak van een ideeënboek rond het uitwerken van toegankelijkheidsregelingen. In 2007 wordt ook een vademecum Integrale Toegankelijkheid Harmonisch Park- en Groenbeheer gelanceerd. Dit is een code van goede praktijk om parken en groengebieden toegankelijk te maken voor mensen met een fysieke handicap. Harmonisch park en groenbeheer stimuleren (cf. OD 1 bij SD 2 Beleidsnota)

In 2007 wordt het ontwerp actieplan voor het openbare park- en groenbeleid gefinaliseerd met als kern het harmonisch park- en groenbeheer. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn het bieden van rechtszekerheid, de volwaardige integratie van groen in planologische processen, het bundelen van de krachten en het ontwikkelen van duurzame ondersteuningsmechanismen. T.b.v. het bundelen van krachten wordt een thematische pocket groenbeleid ontwikkeld, gekoppeld aan thematische discussie- en vormingsdagen voor lokale mandatarissen. Tegen 2007 wordt gemikt op 150 gemeenten met een project ‘Harmonisch parkbeheer’. Het geheel wordt gestimuleerd door gerichte subsidie en door de Samenwerkingsovereenkomst. In 2007 wordt werk gemaakt van een toevoeging van het aspect monitoring aan de beheerplanning. Op het vlak van bomenbeheer wordt in 2007 gewerkt aan technische richtlijnen voor parken. Beoogd wordt de methodiek voor het ontwikkelen van bomenbeheerplannen aan lokale besturen aan te reiken. Ter ondersteuning hiervan wordt gestart met de ontwikkeling van een digitaal beheerssysteem op maat van lokale besturen. Samenwerking verder stimuleren (cf. OD 5 bij SD 1 Beleidsnota)

In het kader van het Integraal Waterbeleid, het geïntegreerde beheer van de kustgebieden en de geïntegreerde visievorming voor ruimtelijke planning wordt de samenwerking met andere sectoren versterkt om een gepaste integratie van natuur- en bosbehoud te verzekeren. Op Vlaams niveau wordt met de sectoren toerisme en recreatie, met de


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 100

Milieujaarprogramma

100 2007

waterbeheerders en met de landeigenaars verder onderhandeld over een samenwerkingskader. Op basis van het draagvlakonderzoek in 2006 wordt begin 2007 een symposium ‘Samenwerken voor de natuur’ georganiseerd. Er wordt naar gestreefd om nieuwe partnerschappen vast te leggen die toelaten om de oppervlakten natuur-, bosen groengebieden sneller te doen toenemen. Door middel van Lifeprojecten krijgt de samenwerking een bijkomende stimulans. Een maximale participatie van betrokken actoren & doelgroepen en de uitbouw van een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak wordt hierbij beoogd. Lopende voorbeelden zijn de Lifeprojecten ‘DANAH’ (Defensie en NatuurHerstel); ‘Turnhouts Vennengebied’; ‘Stropers’; ‘Averbodebos en heide’; ‘Zwinduinen’ en ‘Grenspark Kalmthout’. Via het charter rond het bosgebied Lage Kempen wordt een ruimer partnerschap opgezet met de deelnemende lokalen besturen om voor het projectgebied een overkoepelende visie rond duurzame recreatie en toerisme te realiseren. Met de vertegenwoordigers van de verschillende hengeldisciplines en de visserijcommissies wordt gewerkt aan codes van goede praktijk. Er wordt eveneens gewerkt aan een vereenvoudiging van de regelgeving om te komen tot een betere handhaving. Via overleg o.m. bij de opmaak van bekkenbeheerplannen wordt een afstemming nagestreefd met andere natuurgebruikers en -functies. De nieuwe reglementering betreffende de wildbeheereenheden, gericht op een efficiëntere werking en vermindering van de adminstratieve lasten, wordt verder toegepast bij de erkenningen. Naar verwachting zal dit in 2007 leiden tot een verdere stijging van het aantal erkende wildbeheereenheden. Internationale samenwerking

In 2007 wordt gevolg gegeven aan de opgezette evaluatie van het Vlaams Fonds Tropisch Bos en worden desgevallend de nodige programmatorische en beheersmatige bijstellingen gerealiseerd. De uitvoering van het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan (GEB) met Nederland wordt opgestart met de opmaak van de uitvoeringskaders en de ontwikkeling van de gebiedsspecifieke uitvoeringsplannen. Uitbreiding van monitoringsprogramma’s

De monitoringsprogramma’s worden verder toegespitst op de steeds toenemende vereisten van internationale rapporteringen en om de kennis van natuurlijke systemen uit te breiden. Voor 2007 wordt er bijkomende monitoring voorzien inzake Natura 2000, de Habitat- en Vogelrichtlijn (meer bepaald de IHD’s voor de specifieke beschermingszones) en de kaderrichtlijn Water. De ontwikkeling van een geïntegreerd gebiedsinformatiesysteem is cruciaal om een effectievere gebiedsspecifieke wetenschappelijke onderbouwing te verzekeren zowel voor beleids- en beheerplanning en voor de opmaak van de instandhoudingsdoelstellingen als voor adviesverlening. Bij de uitbouw van de biologische monitoring is het daarom belangrijk om in samenwerking met INBO de nodige architectuur en interne verbanden in kaart te brengen. De monitoring van Vlaamse natuurreservaten die volgens een specifiek protocol loopt, krijgt eind 2006 een eerste evaluatie om dan in 2007 op ruimere schaal toegepast te worden. Ook dient in 2007 een principiële beslissing genomen te worden omtrent het opzetten van de tweede gewestelijke bosinventaris die noodzakelijke gegevens dient op te leveren. Deze data zijn nuttig voor zowel het natuur- als bosbeleid, maar eveneens nodig in het kader van de rapporteringen volgend uit het Kyoto-protocol.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 101

themabeleid

101 deel 2

Voorzien in voldoende natuur en bossen (cf. Od2 bij SD2 en OD1 bij SD3 Beleidsnota)

Het verwervingsbeleid is gericht op het uitbreiden van bestaande natuurreservaten en -domeinen evenals bossen tot grote aaneengesloten entiteiten waarbinnen ecologische processen maximaal sturend kunnen zijn. De nagestreefde oppervlakte moet habitats in een gunstige staat en leefbare populaties van internationale en regionale soorten duurzaam in stand kunnen houden en ligging moet toelaten om habitats en soorten van internationaal en regionaal belang in elke eco-regio duurzaam in stand te kunnen houden. De verwerving van patrimonium is prioritair georiënteerd op de habitattypes en biotopen van soorten in (i)de speciale beschermingszones (Natura 2000), (ii)het VEN en de GNBS, (iii)de groene gewestplanbestemmingen en de duinendecreetgebieden, (iv)de beschermde landschappen en ankerplaatsen (erfgoedlandschappen) en (v)de overstroombare valleien met hoge waterbergingscapaciteit, (vi)regio’s waar nood is aan betere afstemming tussen ecologische, landschappelijke en recreatieve functie van natuur en bos. Binnen deze gebieden gaat de hoogste aandacht naar natuur die gekenmerkt wordt door onder meer een hoge zeldzaamheid/kwetsbaarheid, een hoge uniciteit en een geringe of onbestaande vervangbaarheid. Ook waar het functioneren van de corridors tussen bestaande grote natuurentiteiten bedreigd wordt op korte termijn, krijgt verwerving een hoge prioriteit. In het kader van de ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium en het Sigmaplan wordt in nieuwe natuur geïnvesteerd in en rond het Zwin en langsheen de Schelde. In 2007 wordt de verwervingsplanning verder verfijnd en zullen ook de aandachtszones voor aankopen van natuurgebieden in kaart worden gebracht voor elke provincie en voor de maritieme kustduinen. Voor bosuitbreiding worden de geplande projecten waar een lokalisatiestudie voor werd uitgevoerd en de reeds deels gerealiseerde projecten verder gezet, waarbij stadsbossen prioritair gerangschikt staan. Indien opportuun en gesteund door een lokaal draagvlak zullen nieuwe projecten worden opgestart. In de rand rond Brussel wordt bijzondere aandacht besteed aan het vrijwaren van groene ruimten en aan de toegankelijkheid ervan voor het publiek. Daarbij wordt, ter versterking en verbreding van de maatschappelijke benutting van deze groene ruimten, een intense samenwerking met de lokale besturen opgezet.


02 mjp2007 deel 2 corr

22-01-2007

15:05

Pagina 102


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 103

deel 3

gebiedsgericht beleid


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 104


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 105

gebiedsgericht beleid

105 deel 3

Gebiedsgericht beleid Opvolging van de plandoelstellingen

| Versterken en verbeteren van de milieukwaliteit en ruimtelijke kwaliteit in de

beoogde gebieden door een gedifferentieerde aanpak van milieuproblemen en maatwerk op niveau van gebied De focus ligt hierbij op het inrichtingsinstrumentarium voor het buitengebied, op de uitbouw van het plattelandsbeleid en een Vlaamse grondenbank en op het stedelijk milieubeleid. Momenteel wordt gewerkt aan een meer kwantificeerbare opvolging van deze plandoelstelling.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 In het kader van PDPO I (2000 - 2006) bleef in 2006 de Vlaamse co-financiering voor provinciale plattelandsprojecten en voor de natuur- en bosmaatregelen op hetzelfde peil. Hierdoor konden onder meer opnieuw een reeks plattelandsprojecten worden uitgevoerd met het oog op het milieubehoud, landschapszorg, dorpskernvernieuwing en basiszorg op het platteland en werden met toenemend succes nieuwe beheerovereenkomsten gesloten met landbouwers. In 2006 werd het Vlaams strategisch plan voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Ter voorbereiding van het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling 2007-2013 (PDPO II) werd in juni 2006 vanuit leefmilieu een gecoördineerde insteek voorbereid. Financieringsmogelijkheden voor herstelmaatregelen in het kader van het behoud van Natura 2000-gebieden en bosbehoud werden ingeschoven. Voor wat het leefmilieuluik betreft zal ook het toekomstige hoofdstuk ‘Landbouwmilieumaatregelen’ (As 2) op de ingeslagen weg verdergaan. Uitgewerkte maatregelen voor As 3 (Diversificatie en leefkwaliteit) werden ingeschoven in PDPO II zodat een Europese co-financiering voor maatregelen van plattelandsbeleid in Vlaanderen gegarandeerd wordt in die periode. Het ontwerp van PDPO II werd in juli 2006 principieel goedgekeurd en in het najaar aan de Europese Commissie ter goedkeuring voorgelegd. In 2006 werd gewerkt aan de optimalisatie van de inrichtingsinstrumenten. Intussen werden 30 agenderingsnota’s opgemaakt en goedgekeurd. Landinrichting is vereenvoudigd en meer flexibel gemaakt. Daarbij wordt vooraf een planprogramma gemaakt voor de motivering van een aantal inrichtingsprojecten. Het planprogramma voor de Gentse Kanaalzone is door de Vlaamse Regering goedgekeurd en de planbegeleidingsgroep werd opgericht. Planprogramma’s Plateau van Moorsel en het Brugse Ommeland zijn in procedure gesteld. Meer en meer vormen inrichting, verwerving en beheer een onderdeel van ruimere projecten. Voorbeelden hiervan zijn het flankerend beleid in het kader van het Schelde-estuarium en actualisatie Sigma-plan, Zeebrugge, Linkerscheldeoever (LSO) en RSO Antwerpen, Oosterweelverbinding, ... Binnen het Europees project FARLAND werd met Europese partners een toekomstvisie voor inrichting in Europese context uitgewerkt. In 2006 konden i.k.v. de Samenwerkingsovereenkomst drie nieuwe niveau-3 gebiedsgerichte projecten worden opgestart, waaronder één stedelijk: Park Spoor Noord. De goedkeuring van het decreet Vlaamse Grondenbank werd voorzien in 2006. Alle begunstigden van rechten van voorkoop en koopplicht zijn hierover ingelicht, protocols zijn in voorbereiding en notarissen werden op de hoogte gebracht. Er werden


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 106

Milieujaarprogramma

106 2007

verscheidene lokale grondenbanken opgericht: deze zorgen ervoor dat overheidsinitiatieven kunnen doorgaan met een beperking van de impact op open-ruimte-gebruikers. Stedelijk milieubeleid heeft een nieuwe stimulans gekregen doordat het door Europa als prioriteit wordt beschouwd. Het Vlaamse standpunt betreffende de Europese Thematische Strategie van het Stadsmilieu werd opgesteld. In het Nationaal Strategisch Referentiekader van de Structuurfondsen (NSRK) werd voor de prioriteit stedelijke ontwikkeling input geleverd voor de doelstelling leefkwaliteit. De strategietekst werd reeds principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De studie ‘Stimuleren van duurzaamheid in het ruimtelijke instrumentarium’ heeft ideeën aangereikt om het stedelijk milieubeleid sterker te verankeren in een toekomstig RSV 2. Het milieubeleid bleef in 2006 betrokken bij de diverse planningsprocessen rond de Vlaamse zeehavens, het economisch netwerk Albertkanaal en duurzame bedrijventerreinen. Op die manier werden milieu- en natuurdoelstellingen op een efficiënte manier ingebracht in deze processen. Een studie m.b.t. transport en veiligheid is lopende. Een studie over hinderbeleid en ruimtelijke ordening werd afgewerkt. De aandacht voor luchtkwaliteit in diverse projecten neemt toe. Vooral fijn stof speelt dan een rol.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2007 MIDDEN

Op schema

2007 EINDE

nieuw

2007 BEGIN

nieuw

Opstellen nieuw programmeringsdocument plattelandsontwikkeling

2005 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

Opstellen visie op het platteland en Vlaams plattelandsbeleidsplan

2005 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

Uitbouw van indicatoren voor opvolging van kwaliteit en

2005 EINDE

vertraagd

2008 EINDE

2004 BEGIN

vertraagd

2007 BEGIN

2005 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

2005 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

2006 BEGIN

gerealiseerd

2006 EINDE

op schema

Decreet inrichting in werking Formulering beleidsaanbevelingen en algemene adviezen

Huidige verwachting

door IPO afgerond Implementatie PDPO II

leefbaarheid van plattelandsgebieden Grondenbank is operationeel Uitbouw consulteerbare databank (LMIS, landmanagementinformatiesysteem) Goedkeuring samenwerkings - en afsprakennota tussen VLM en RL door beide partijen Uitwerken van leefkwaliteit binnen het deel Stedelijke Ontwikkeling van het NSRK Ontwikkeling van set indicatoren rond stedelijk milieu

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Aantal gefinancierde plattelandsprojecten per jaar

80 (2005)

70 (2006)

Aandeel goedgekeurde plattelandsprojecten dat rechtstreeks bijdraagt tot het milieubeleid

20 (2005)

15 (2006)

Aantal ha verworven via lokale grondenbanken

130 (2005)

260 (2006)


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 107

gebiedsgericht beleid

107 deel 3

Aanpak prioriteiten 2007 Insteek van leefmilieu in PDPO consolideren en vergroten (cf. OD 5 Beleidsnota)

In het kader van de nieuwe Europese programmaperiode voor plattelandsontwikkeling (2007-2013) werd een Vlaamse strategie en een nieuw programmeringsdocument (PDPOII) voorgelegd aan de Europese Commissie in het najaar van 2006. Het beleidsdomein LNE zal in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de maatregelen voorzien in as 2 (Landbeheer), as 3 (Leefkwaliteit van het platteland) en de horizontale Leader-as (as 4) en in beperkte mate as 1 (Competitiviteit van Land- en Bosbouw). In het nieuwe PDPO zal vanaf 2007 aandacht gaan naar de maatregelen uit het huidige PDPO die positief geëvalueerd werden en waarvoor continuering aangewezen is. Specifieke aandacht kan in het kader van as 2 gaan naar beheerovereenkomsten voor soortenbescherming, perceelsrandenbeheer, erosiebestrijding, en naar bosbouwmaatregelen. Het PDPO II kan met betrekking tot beheerovereenkomsten enkele nieuwe elementen bevatten, zoals bedrijfovereenkomsten met maatregelen en het systeem met aanbestedingen. Daarnaast kunnen ook enkele nieuwe agromilieumaatregelen en compenserende betalingen worden voorzien, zoals de beheerovereenkomst akkervogels, diensten ten behoeve van integraal waterbeheer en compenserende betalingen voor waterpeilaanpassingen in NATURA 2000 gebieden en voor het bergen van water in overstromingsgebieden. Deze nieuwe maatregelen zullen in 2007 geïntegreerd worden in de Vlaamse wetgeving. De Vlaamse wetgeving m.b.t. beheerovereenkomsten zal ook aangepast worden aan de nieuwe Europese verordeningen die gerelateerd zijn aan het PDPO. Het gaat meer concreet om de financiering, de uitvoeringsbepalingen, de controle en de monitoring van beheerovereenkomsten. In as 3 worden de inrichtingsmaatregelen vooral toegespitst op recreatief medegebruik, geënt op de omgevingskwaliteiten en worden provinciale plattelandsprojecten en projecten in Leader-gebieden onder meer ingezet voor de opwaardering van natuurlijk en cultureel erfgoed. De besparingen op de Europese begroting vereisen een verhoogde inspanning van de Vlaamse overheid. Het beleidsdomein LNE heeft niet enkel een significante rol te spelen in het kader van het PDPO, maar ook bij de uitbouw van het Vlaams geïntegreerd plattelandsbeleid. Een belangrijke bijdrage tot het succes van de beheerovereenkomsten is de inzet van de bedrijfsplanners die gezamenlijk met de landbouwers gebiedsgericht en op maat van het bedrijf bedrijfsplannen opmaken en in dat verband beheerovereenkomsten laten sluiten met de landbouw. Bijstellen van inrichting en grondmobiliteit (cf. OD 6 Beleidsnota)

In 2007 wordt gewerkt aan een nog snellere inrichting en grondmobiliteit in belangrijke projecten. De inrichtingsinstrumenten worden verder vereenvoudigd, er worden instrumenten ontwikkeld die op maat van een project kunnen worden ingezet en de begroting wordt vereenvoudigd. Ook in de lopende projecten worden de bestaande mogelijkheden soepel en creatief ingezet (vereenvoudigde ruilverkaveling, natuurinrichting en landinrichting, werken op basis van overeenkomsten, overeenkomsten lokale grondenbanken,...) in functie van snellere realisaties op terrein. Nieuwe mogelijkheden worden verkend en uitgetest in onder meer de koppelingsgebieden van de Gentse Kanaalzone, grove groententeelt Noordoost-Limburg, Stokstorm en mestverwerking als aanvulling op het flankerend beleid Sigma. Projecten zoals de uitvoering van werken (natuurcompensatie), het tot stand brengen van grondmobiliteit (overeenkomsten lokale grondenbanken, (vrijwillige ruilingen tussen particulieren,...) of het uitvoeren van voorbereidende studies landbouw-economische analyses in het kader van bv. Sigma, Gentse Kanaalzone, ... zijn prioritair. Hiernaast is het van belang om de ruilverkavelings-, landinrichtings- en natuurinrichtingsprojecten in uitvoering zo efficiënt mogelijk en binnen aanvaardbare termijnen te


03 mjp2007 deel 3 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 108

Milieujaarprogramma

108 2007

kunnen afronden. Zo kunnen de reeds genomen engagementen t.o.v. provincies, gemeenten en andere partners worden nagekomen. Door de uitvoering van de projectmaatregelen sneller op mekaar te doen volgen, worden de projecten ook merkelijk efficiënter en goedkoper. Oprichten van een grondenbank (cf. OD 6 Beleidsnota)

De goedkeuring van het decreet Vlaamse Grondenbank werd voorzien in 2006. Alle overheden die ressorteren onder het beleidsdomein Milieu kunnen dan beroep doen op de Vlaamse Grondenbank. Daarnaast dienen alle rechten van voorkoop en koopplichten gecentraliseerd bij de Vlaamse Grondenbank aangeboden te worden. Hiervoor worden een interactief e-loket en een Landmanagement-informatiesysteem, dat toegang geeft tot alle perceelsgebonden informatie, uitgebouwd. Daarnaast is er een meldpunt voor aanbiedingen van onroerende goederen aan de overheid en kunnen beroepslandbouwers beroep doen op de grondenbank voor een ruilprogramma op vrijwillige basis. Nieuwe lokale grondenbanken worden ingesteld om de impact van initiatieven (havenuitbreiding, aanleg infrastructuren, bosuitbreiding, natuurontwikkeling,...) op grondgebruikers te beperken. Regionale Landschappen (cf. OD 7 bij SD 1 Beleidsnota)

De Regionale Landschappen werden opgericht in het kader van het doelgroepenbeleid uit het Natuurdecreet maar zijn geëvolueerd tot een eerder gebiedsgericht instrument. De focus van deze projecten zal meer concreet worden vastgelegd. In elk geval moet de opdracht van een regionaal landschap vanuit het natuurbeleid duidelijker worden zodat de projecten opgevolgd en geëvalueerd kunnen worden. Het uitvoeringsbesluit op de Regionale Landschappen zal in die zin worden gewijzigd. Ondersteuning en integratie van leefmilieu in stedelijke ontwikkelingsprojecten

Europa voorziet in de structuurfondsen financiële middelen voor vier prioriteiten. Volgend op het zesde Milieuactieprogramma van de EU is ook stedelijke ontwikkeling een prioriteit. In het Nationaal Strategisch Referentiekader (NSRK) werd deze prioriteit verder uitgewerkt. In 2007 zullen er stedelijke ontwikkelingsprojecten uitgewerkt worden die de focus leggen op de versterking van de economie, de verbetering van de mobiliteit, de verbetering van de leefkwaliteit en van het sociaal-cultureel leven in de stedelijke gebieden. Gezien deze projecten ook leefmilieu aspecten omvatten, zal er, naast de gevraagde financiering vanuit Europa, voorzien worden in (financiële) ondersteuning vanuit Vlaanderen.


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 109

deel 4

actoren


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 110


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 111

actoren

111 deel 4

1. Doelgroepen Opvolging van de plandoelstellingen +

| Via een optimale betrokkenheid van doelgroepen en andere maatschappelijke actoren het draagvlak voor het beleid en de inhoudelijke kwaliteit van de beleidsinstrumenten verhogen

Via een betrokkenheid van de doelgroepen bij enerzijds de ontwikkeling van beleidsinstrumenten en anderzijds de evaluatie van het ingezet instrumentarium kan de kennis en ervaring van de doelgroep in rekening gebracht worden. Dit met het oog op het verhogen van de efficiëntie en effectiviteit van de beleidsinstrumenten. De vorm van de interactie is afhankelijk van de doelstelling ervan, het onderwerp, de betrokken doelgroep en de fase in de beleidscyclus.

+

| Een grotere responsabilisering en verinnerlijking van de milieuverantwoordelijkheden door de doelgroepen bereiken

Doelgroepen zijn niet enkel de veroorzakers van de milieuproblemen maar dragen ook een deel van de oplossing in zich. Een wisselwerking tussen hun kennis over hun activiteiten en een verdere bewustmaking over de invloed op het milieu van deze activiteiten werkt responsabiliserend. Dit kan initiatieven van de doelgroep zelf, zoals bijvoorbeeld het aangaan van vormen van samenwerking met de overheid, het ontwikkelen van codes van goede praktijk en de implementatie van milieuzorgsystemen stimuleren.

–

| De milieubelasting van de sectoren waarvoor in de planperiode een actief

doelgroepenbeleid werd opgezet, verminderen en daarmee bijdragen tot de thematisch vastgelegde milieudoelstellingen (doeltreffendheid beleid verhoogt) Het opzetten van een gestructureerd doelgroepenbeleid vraagt extra inspanningen van de milieuoverheid. Met het oog op een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen worden die inspanningen gericht op die doelgroepen die een belangrijk deel van de actuele milieudruk veroorzaken.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het accent van de uitvoering van dit project van het Milieubeleidsplan lag in de eerste fase volledig op de doelgroepen industrie, landbouw en consumenten. Binnen de Vlaamse milieuoverheid werkten werkgroepen voorstellen uit om het doelgroepenbeleid concreet te maken voor de industrie en voor de landbouw. Na consultatie van de respectieve doelgroeporganisaties en adviesraden keurde op 12 juni 2006 de beleidsraad de uitvoeringskaders en actieprogramma’s (2006) voor beide doelgroepen goed. De uitvoering van de actieprogramma’s is inmiddels gestart. Voor het verruimen van een gestructureerd doelgroepenbeleid naar de consumenten werden na een omgevingsanalyse, verkennende gesprekken gevoerd bij zowel doelgroeporganisaties als de betrokken overheidsdiensten om naar hun verwachtingen/mogelijkheden in dit kader te peilen. Dit resulteerde in een eerste overlegvergadering waarop een plan van aanpak verder geconcretiseerd werd. Ook andere actoren zoals vakbonden en leefmilieu- en natuurverenigingen werden geïnformeerd en geconsulteerd over het doelgroepenbeleid en andere aspecten van participatie.


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 112

Milieujaarprogramma

112 2007

De ervaring met 2 industriële pilootsectoren leidde tot concrete aanbevelingen voor de ontwikkeling van het doelgroepenbeleid industrie. Met de pilootsector voedingsnijverheid werd via intensief overleg een doelgroepprogramma ontwikkeld als instrument voor een geïntegreerd milieubeleid op maat van de doelgroep. Dit werd eind maart ondertekend door minister Peeters en FEVIA-Vlaanderen en UNIZO. De uitvoering is voorzien tussen 2006 en 2010. Deze vorm van gestructureerd doelgroepenbeleid wordt uitgebreid naar prioritaire sectoren binnen de hoofddoelgroepen industrie en landbouw. Het gaat om sectoren die maximaal kunnen bijdragen tot een verlaging van de milieudruk. De milieuoverheid voorziet extra inspanningen om deze sectoren op een structurele manier bij het beleid te betrekken. Aan de hand van een ontwikkelde selectiemethodologie (op basis van de milieudruk) en in overleg met ambtelijke en politieke verantwoordelijken zullen de prioritaire doelgroepen binnen de industrie en de landbouw geselecteerd worden. Vervolgens wordt de samenwerking met de prioritaire sectoren opgestart met het oog op het maken een doelgroepprogramma voor elke geselecteerde sector. Recenter gaat er ook meer aandacht uit naar de dienstverlenende rol van de cel doelgroepenbeleid om medewerkers van het beleidsdomein te assisteren bij het in praktijk brengen van doelgroepenbeleid. Door de invoering van BBB is de cel doelgroepenbleid ondergebracht in de Afdeling Milieu-integratie en -subsidiëringen van het departement.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 BEGIN

2004 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

2006 BEGIN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

op schema

2006 EINDE

op schema

Aanstelling doelgroepcoördinator consumenten

2006 MIDDEN

vertraagd

Aanstelling doelgroepcoördinator industrie

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Aanstelling doelgroepcoördinator landbouw

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Ontwerp van afsprakennota i.v.m. aanpak beleidsinteractie

2006 MIDDEN

op schema

Handleiding “betrekken van doelgroepen” afgerond

2006 EINDE

op schema

Intern informatiebestand is omgezet in een gebruiksvriendelijk

2007 EINDE

nieuw

Goedkeuring beleids- en implementatieplan ‘industrie’ en ‘landbouw’ Prioritaire doelgroepen voor verruimen van gestructureerd doelgroepenbeleid geïdentificeerd Doelgroepprogramma ondertekend door doelgroep industrievoedingsnijverheid Formulering aanbevelingen op basis van de evaluatie van

2006 EINDE

het pilootproject voedingsnijverheid IMA versie 2 voedingsnijverheid goedgekeurd

met doelgroep landbouw

en toegankelijk bestand

Indicatoren Aantal vragen voor assistentie bij doelgroepeninteractie

Realisatie

Doelstelling

7 (2006)

12 (2006)


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 113

actoren

113 deel 4

Aanpak prioriteiten 2007 Selecteren van en ontwikkelen van doelgroepprogramma’s voor prioritaire sectoren binnen industrie en landbouw (cf. OD Beleidsnota)

In 2006 startte de uitvoering van het Doelgroepprogramma Voedingsnijverheid als instrument voor een milieubeleid op maat van een specifieke sector. Deze vorm van gestructureerd doelgroepenbeleid wordt uitgebreid naar prioritaire sectoren binnen de hoofddoelgroepen industrie en landbouw. Het gaat om sectoren die maximaal kunnen bijdragen tot een verlaging van de milieudruk. De milieuoverheid voorziet extra inspanningen om deze sectoren op een structurele manier bij het beleid te betrekken. Aan de hand van een ontwikkelde selectiemethodologie (op basis van milieudruk) en in overleg met ambtelijke en politieke verantwoordelijken zullen de prioritaire doelgroepen binnen de industrie en de landbouw geselecteerd worden. Vervolgens wordt de samenwerking met de prioritaire sectoren opgestart met het oog op het maken een doelgroepprogramma voor elke geselecteerde sector. Implementeren doelgroepenbeleid consumenten met focus op energie en mobiliteit (cf. OD Beleidsnota)

De consumenten vormen een belangrijke doelgroep omdat ze nog veel stappen kunnen zetten die leiden tot minder milieudruk. In 2007 wordt gewerkt aan de uitvoering van het actieprogramma doelgroepenbeleid consumenten. Hierbij gaat speciale aandacht naar energie (omzetting energie-efficiëntierichtlijn) en mobiliteit (ecoscore en fiscaliteit).


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 114

Milieujaarprogramma

114 2007

2. Burgers Opvolging van de plandoelstellingen

| Het draagvlak voor het milieubeleid en de kwaliteit van het beleid verhogen Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De TWOL-studie betreffende het participatieluik van het Verdrag van Aarhus werd afgerond en vormt de basis om plannen en programma’s desgevallend aan te passen. De informatie op de websites van het beleidsdomein werd afgestemd, o.m. voor milieugegevens die actief openbaar moeten worden. Daarmee werd gezorgd voor de implementatie van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de verspreiding van milieu-informatie vanaf 1 januari 2006 ( tweede luik van het verdrag van Aarhus). Doelgroepbrochures die het Milieubeleidsplan voorstellen aan de landbouw en de aan de industrie werden in overleg met deze sectoren opgemaakt. Inzake participatief beleid werd een beleidstekst voorbereid.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

2005 EINDE

gerealiseerd

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

Afwerken internationale/ nationale case interactief beleid

2004 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

Beleidstekst interactieve beleidsvorming is goedgekeurd

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

2006 BEGIN

vertraagd

2006 EINDE

Lijst met te ontsluiten info i.k.v. toepassing van het verdrag van Aarhus klaar TWOL-studie juridische aspecten participatieluik Aarhus afgerond Brochure over Milieubeleidsplan voor doelgroep industrie gepubliceerd Website ‘www.milieubeleidsplan.be’ vernieuwd en geactualiseerd

Draaiboek interactieve besluitvorming is afgewerkt


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 115

actoren

115 deel 4

3. Maatschappelijke organisaties Opvolging van de plandoelstellingen

| De actieve rol van de milieu- en natuurverenigingen versterken binnen het natuuren milieubeleid

| Maatschappelijke organisaties bij het beleid betrekken Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De tweede fase van de samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 werd opgevolgd. Verder werd uitvoering gegeven aan het besluit inzake de erkenning en subsidiĂŤring van verenigingen en aan het besluit inzake projectmatige ondersteuning. Aandacht ging ook naar het betrekken van socio-economische verenigingen bij het beleid, in de eerste plaats door ondersteuning van de milieuwerking van de vakbonden. Voor volwassenen (basis-educatie) werd een verklarende woordenlijst opgemaakt en werd de werking van de sector in kaart gebracht. Daarnaast krijgen jeugdgroepen verschillende instrumenten (wedstrijd, loslopende prijsbeesten, bundel groenvoer voor jeugd, webstek www.fermweb.be, jerometer, ecospot) aangereikt om milieuvriendelijk op kamp te gaan. Tot slot werd ook de NME-inventaris verder bekend gemaakt naar volwassenen, socio-culturele en andere organisaties.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Overeenkomst BBL/VODO verlengd door Vlaamse Regering

2004 MIDDEN

gerealiseerd

Inventaris subsidies socio-culturele organisaties afgewerkt

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

nieuw

Inventaris relevante actoren

Indicatoren

Realisatie

Aantal ecoscans ingevuld

2274 (2006)

Aantal hoeveproducten geregistreerd op site www.fermweb.be Aantal milieuprojecten voor socioculturele organisaties - vakbonden

283 (2006) 2 (2005)

Huidige verwachting

2005 MIDDEN

Doelstelling


04 mjp2007 deel 4 corr

22-01-2007

15:06

Pagina 116


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 117

deel 5

Vlaamse overheid


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 118


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 119

Vlaamse overheid

119 deel 5

1. Interne en externe integratie binnen de Vlaamse overheid: organisatie Opvolging van de plandoelstellingen +

| Verbeteren van de samenwerking tussen de administratieve entiteiten in het beleidsdomein Leefmilieu en Natuur

+/–

| Verhogen van de samenwerking met de andere beleidsdomeinen binnen de Vlaamse bevoegdheid

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het uitvoeringsnetwerk voor het MINA-plan 3 functioneerde goed. Dit punt komt verder aan bod in het project ‘Planningscyclus’ in het deel ‘Instrumenten’. Er werd gewerkt aan de interdepartementale integratie via de overlegfora over gezondheid, economie, ruimtelijke ordening, interne milieuzorg en sinds 2005 ook over duurzame ontwikkeling. Bij de vorming van de nieuwe regering in 2004 werd de bevoegdheid voor ‘duurzame ontwikkeling’ immers bij de minister-president gelegd. Verdere informatie is te vinden in het hoofdstuk ‘Externe integratie: voorbeelden’ en voor wat interne milieuzorg betreft, bij het deel ‘Instrumenten’. Veel energie ging naar het uittekenen en detailleren van een nieuwe structuur van de milieuadministratie, en van de wijze van samenwerking en de taakafbakening binnen deze nieuwe structuur. Wat duurzame ontwikkeling betreft werd in 2005 een formeel ambtelijk overleg opgestart, voornamelijk om tot een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling te komen. De Vlaamse Regering keurde de tekst van deze Vlaamse strategie goed midden 2006. Zie ook bij het hoofdstuk ‘Samenwerking met de andere gewesten en de federale overheid’.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status verwachting

Huidige

Vlaamse strategie voor duurzame ontwikkeling

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

In voege treden van de hervormingen in het beleidsdomein

2006 BEGIN

gerealiseerd

Leefmilieu en Natuur


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 120

Milieujaarprogramma

120 2007

2. Externe integratie binnen de Vlaamse overheid: voorbeelden Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Gezondheid

De beleidsdomeinen Leefmilieu en Gezondheid werken nauwgezet samen. Ze volgen de activiteiten van het eerste generatie Steunpunt Milieu & Gezondheid op en dragen zij bij tot de start van het steunpunt van de tweede generatie steunpunten op 01/01/2007. Het eerste generatie steunpunt voert sinds begin 2002 een humaan biomonitoringprogramma uit met daaraan gerelateerd onderzoek. In mei 2006 werden de groepsresultaten van de jongeren bekendgemaakt via een studievoormiddag, een persconferentie en lokale informatiecampagnes. Om de resultaten van het biomonitoringprogramma beleidsmatig te kunnen vertalen werd een fasenplan ontwikkeld. Bij het biomonitoringsprogramma wordt flankerend onderzoek uitgevoerd zoals o.a. de uitbreiding van de opvolgstudie naar ontwikkeling van astma en allergie bij opgroeiende kinderen. Het afstemmen van milieumeetgegevens op de humane biomonitoringresultaten in de aandachtsgebieden van de lopende meetcampagne loopt verder. Het model dat toelaat om de milieumeetgegevens te koppelen aan de humane biomonitoringgegevens werd bijgesteld en toegepast op de biomerkerresultaten van de jongeren. De evaluatie van de blootstelling aan PAK’s in Vlaanderen werd afgerond. Hierbij werden mogelijke indicatoren voor de impact op de gezondheid onderzocht en werd een eerste inschatting gemaakt van de blootsteling. Een meetstrategie en modellering van blootstellingsniveaus van niet-ioniserende elektromagnetische straling werd op punt gesteld. De aard en de omvang van de blootstelling in Vlaanderen zal daarmee in beeld worden gebracht. Een pilootproject voor effectgerichte metingen om de luchtkwaliteit in Vlaanderen te kunnen evalueren startte begin 2006. Drie meetplaatsen werden weerhouden: Zelzate (industrieel gebied), Borgerhout (stedelijk gebied) en Aarschot (als mogelijk achtergrondgebied). De eigenlijke meetcampagne (1 jaar) zal eindigen in het najaar van 2007. De invloed van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van de binnenlucht wordt nagegaan, met specifieke aandacht voor kinderen. Ondertussen werden de metingen afgerond en werd gestart met de interpretatie van de meetresultaten. Op communicatievlak werden kernboodschappen ontwikkeld voor de betrokkenen onder de vorm van steekkaarten. De kernboodschappen werden geselecteerd vanuit de behoeften rond dit thema van bewoners, consumenten, bouwers, verbouwers en automobilisten. Een actieplan cadmium werd uitgewerkt en voorgesteld. In dit kader werd een bijkomende studie geïnitieeerd: “Geïntegreerde risico-analyse van de cadmium- en arseenbelasting in de Noorderkempen”. Hiermee zouden de humane biomonitoringsgegevens gekoppeld moeten kunnen worden aan milieumetingen, verkregen in een ander kader. De metaalverontreiniging en de biobeschikbare metaalconcentratie in bossen nabij Umicore wordt in kaart gebracht (ter afbakening en passend beheer).


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 121

Vlaamse overheid

121 deel 5

Metaalconcentraties worden bepaald in palingen uit probleemwaters uit de Noorderkempen en een proefvlak van energiegewassen werd aangelegd waarbij biomassaopbrengst en fyto-extractie-capaciteit bestudeerd worden. Mobiliteit

Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verontreiniging door fotochemische stoffen’. Ruimtelijke ordening

De focus in 2006 lag op de uitwerking van de studie over de knelpunten tussen ruimtelijke ordening en de milieuwetgeving. De geselecteerde thema’s betreffen het integraal waterbeleid, het natuurbeleid (vergunningen en toetsen), de milieueffectrapportage en de veiligheidsrapportering. De uiteindelijke doelstelling is een afstemming en vereenvoudiging van de regelgeving. De studie over ‘het stimuleren van duurzaamheid in ruimtelijke instrumenten’ geeft een aantal aanzetten voor evaluatie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met name inzake stedelijk beleid. Tevens werd nagedacht op welke manier bepaalde milieu-aspecten kunnen ingepast worden in het ruimtelijk instrumentarium. Thema’s zijn o.m. de ondergrondse ruimte, de akoestische kwaliteit van woningen, groennormen, luchtkwaliteit en milieuzonering. Een andere beknopte studie leert dat er bij de uitvoering van het RSV al heel wat werd bereikt, maar ook dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de gestelde doelstellingen te realiseren. Een nieuw RSV wordt pas verwacht tegen 2012. Landbouw

Het cross compliance systeem voor 2006 werd aangevuld met richtlijnen betreffende volksgezondheid, diergezondheid en gezondheid van planten. Zoals voorzien worden de richtlijnen betreffende dierenwelzijn voor 2007 toegevoegd. De BBT-studie voor de veeteeltsector (watergebruik, afvalwaterzuivering, en nutriënt-, geur- en stofemissies) nadert de voltooiing. De biobrandstoffen zijn sterk aanwezig in de actualiteit. In Vlaanderen werden circa 1.000 ha koolzaad geoogst in 2006. Er wordt van uitgegaan dat de gunning voor de productie van biodiesel en bio-ethanol in het najaar 2006 door de federale overheid de teelt van landbouwgewassen (koolzaad, granen, maïs, suikerbieten) voor de productie van biobrandstoffen nog zal aanzwengelen. Meer informatie over de afstemming met landbouw is terug te vinden bij het thema ‘Vermesting’. Economie en energie

Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verandering van het klimaat door het broeikaseffect’.


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 122

Milieujaarprogramma

122 2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Evaluatie van het Steunpunt Milieu & Gezondheid klaar

2006 EINDE

gerealiseerd

Meetstrategie + modellering en metingen van blootstellings-

2006 BEGIN

gerealiseerd

2006 BEGIN

gerealiseerd

2008 BEGIN

op schema

Studie « multifunctionaliteit van valleigebieden » is afgerond

2005 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Nieuwe emissieplafonds 2020 voor PM10, NOx, VOS, SO2 en NH3

2006 BEGIN

op schema

2007 EINDE

2004 MIDDEN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

2007 EINDE

nieuw

2007 MIDDEN

gerealiseerd

2007 EINDE

op schema

2007 BEGIN

op schema

Afgewerkte visie ruimte voor water

2004 BEGIN

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Opmaak PDPO 2007-2013

2005 EINDE

op schema

2006 EINDE

Realisatie

Doelstelling

niveaus van niet-ioniserende electromagnetische straling voor de bevolking in Vlaanderen Onderzoek naar bruikbare indicatoren voor impact op de gezondheid ten gevolge van blootstelling aan PAK’s in de omgeving en risico-inschatting van PAK’s als voorbereiding op de ontwikkeling van richtlijnen – Evaluatie van de bootstelling aan PAK’s Uitwerken en uitvoeren van een pilootproject voor effectgerichte metingen om de luchtkwaliteit in Vlaanderen te kunnen evalueren

Uitgewerkt maatregelenpakket klaar voor het mobiliteitsbeleid voor het behalen van de luchtkwaliteitsnormen voor PM10 en NO2 Verkenning van nut een haalbaarheid toekomstscenario’s mobiliteit Maatregelen lokale overheden bereiken luchtkwaliteitsnormen uitgewerkt Gebiedsvisies voor economische hoofdgebieden houden rekening met elementen van milieu- en natuurbeleid Visie over de inpassing van milieumaatregelen in ruimtelijke uitvoeringsplannen is beschikbaar

Indicatoren Aantal plan-MER’s uitgevoerd

16 (2006)

Aantal biologische landbouwbedrijven Aantal acties jaarlijks opgestart in uitvoering van NEHAP Beheersovereenkomsten milieumaatregelen plattelandsbeleid

182 (2006)

4.000 (2010)

1 (2006)

1 (2006)

6.655 (2006)

5.800 (2005)

Aanpak prioriteiten 2007 Algemeen

Werken aan een Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling De algemene diensten van het regeringsbeleid coördineren de opmaak en opvolging van een Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling. Vele DO-thema’s hebben een expliciete milieu-invalshoek. De integratie van leefmilieuaspecten in de andere sectoren is een cruciaal onderdeel van de Vlaamse strategie. Leefmilieu bereidt de strategie mee


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 123

Vlaamse overheid

123 deel 5

voor en treedt, waar mogelijk, faciliterend op voor wat de andere beleidsdomeinen betreft. Na goedkeuring zullen de voorziene projecten getrokken en/of opgevolgd worden. In dezelfde context zullen voorstellen worden gedaan voor de invulling van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling, dat vanaf 2007 voor vijf jaar wordt opgericht. Gezondheid

Vernieuwen van de werking van het Steunpunt Milieu en Gezondheid In het kader van het Steunpunt Milieu & Gezondheid loopt het huidige humaan biomonitoringsprogramma eind 2006 af. Het biomonitoringsprogramma biedt het noodzakelijke kader om de impact van verschillende polluenten op de volksgezondheid op een geïntegreerde manier te evalueren. Een nieuw programma wordt op poten gezet, na evaluatie van het huidige programma, en zal in de tweede helft van 2007 opgestart worden. Versterken van wetenschappelijke onderbouwing en optimaliseren van meetinspanningen in functie van de volksgezondheid (cf. SD 1 en SD 2 Beleidsnota) Een pilootproject voor het effectgericht meten van de impact van de luchtkwaliteit op de gezondheid in Vlaanderen zal in de loop van 2007 meer duidelijkheid geven over de bruikbaarheid van een dergelijke meetstrategie voor opvolging van problemen voor de gezondheid en het opsporen van bronnen van vervuiling. Metingen werden opgestart om de invloed van schadelijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van het binnenmilieu te bepalen, en dit voor kinderen als kwetsbare doelgroep. De eerste resultaten worden verwacht in het najaar 2006, zodat in 2007 hiervoor concrete beleidsacties kunnen worden voorgesteld. Coördineren en bijdragen aan de inhoudelijke uitwerking van het actieplan Cadmium voor de Noorderkempen Op 13 februari 2006 werd het actieplan Cadmium voorgesteld. Het actieplan heeft als doelstelling een overzicht te geven van de cadmiumproblematiek in Vlaanderen en van de maatregelen die worden genomen om dit probleem verder op te lossen. Het plan besteedt aandacht aan de aanpak van de historische cadmiumvervuiling in alle compartimenten van het leefmilieu, bijkomende controles op de huidige emissie- en immisiewaarden, lopende en nieuwe milieuvergunningen en aan de impact van cadmiumblootstelling op de volksgezondheid met de nadruk op het gebied Noorderkempen. Toch worden ook andere hotspots zoals Hoboken in het plan opgenomen. Elke entiteit rapporteert driemaandelijks de stand van zaken. Het merendeel van de acties met betrekking tot extra controles en extra metingen wordt in de loop van 2006 beëindigd. Een aantal acties loopt verder in 2007 met onder meer de uitgebreide saneringswerken, de studies met betrekking tot de effecten van cadmiumblootstelling op de volksgezondheid en de eventuele beplanting van braakliggende terreinen al dan niet gecombineerd met het telen van energiegewassen. Verder uitwerken strategie hormoonverstorende stoffen (cf. OD 2 Beleidsnota) In 2006 zal een recent ontwikkelde strategie worden uitgetest om trends op te sporen – zowel in tijd als in ruimte – in aandoeningen die op een verstoorde hormonale werking bij de mens kunnen wijzen en de mogelijke verbanden met de aanwezigheid van hormoonverstorende stoffen in het milieu. De resultaten worden verwacht tegen eind 2006. Ze zullen toelaten om eind 2006 concrete beleidsaanbevelingen te formuleren betreffende de verbetering van de aard, kwaliteit en registratie van de verzamelde


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 124

Milieujaarprogramma

124 2007

gegevens en om een eerste inschatting te maken van het voorkomen van aandoeningen die op een verstoorde hormonale werking bij de mens kunnen wijzen. Tevens wordt voor 2007 onderzoek gepland naar het voorkomen in mens en milieu en eventuele humane effecten van nieuwe chemicaliën met een mogelijk endocrien verstorend karakter. Hierbij wordt voornamelijk toegespitst op brandvertragers en perfluorverbindingen. Mobiliteit

Werken aan behalen van luchtkwaliteitsnormen via het mobiliteitsbeleid In uitvoering van het plan Fijn Stof gaat er aandacht naar dynamisch verkeersmanagement, dat een instrument is waarmee de verkeersdoorstroming kan verbeterd worden. Optimalisaties langs snel- en gewestwegen moeten toelaten een oplossing te bieden voor de overschrijdingen van de fijn stof norm en de NOx-norm. Verder zal in 2007 bijzondere aandacht gaan naar de luchtkwaliteit in binnenstedelijke gebieden. Hierbij worden eerst de grotere steden en regionaal stedelijke gebieden begeleid, waarna ook ondersteuning wordt gegeven aan kleinere gemeenten. Er werden in 2006 voorstellen gelanceerd voor de aanpassing van de verkeersbelastingen. In 2007 zal hierover overleg gevoerd worden met de andere gewesten en de federale overheid. Er zal ook aandacht besteed worden aan een verdere verbetering van de Ecoscore-databank, die aan de basis ligt van de belastingshervormingen. Het premiestelsel voor roetfilters voor vrachtwagens zal worden geëvalueerd. Daarnaast worden ook de andere steunmaatregelen, die waren voorzien voor de ondersteuning van de installatie van roetfilters voor vrachtwagens, verder uitgewerkt. In 2006 staat de goedkeuring van het ‘Actieplan milieuzorg in het Vlaams voertuigenpark’ op de agenda. De uitvoering ervan loopt tot 2010. Hierbij wordt ondermeer een graduele toename van de gemiddelde Ecoscore van het Vlaams wagenpark voorzien, wordt een voortzetting van de uitbouw van een milieuvriendelijker bussenpark nagestreefd en gaat ook aandacht naar energiezuinig rijden bij de Vlaamse overheid. Tot slot gaat in 2007 bijzondere aandacht naar maatregelen die er voor moeten zorgen dat de emissies van de zeescheepvaart en binnenvaart gereduceerd worden.


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 125

Vlaamse overheid

125 deel 5

3. Samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen en de federale overheid Opvolging van de plandoelstellingen

| Streven naar een grotere rol voor het Vlaams Gewest in internationale netwerken en regimes

| Streven naar toegevoegde waarde bij de uitvoering van het Vlaamse

Milieubeleidsplan en het federaal plan voor Duurzame Ontwikkeling

| Uitbouwen van een continue intergewestelijke samenwerking voor een geïntegreerde aanpak van intergewestelijke vraagstukken

| Werken aan een betere inzet van federale instrumenten om de Vlaamse milieudoelstellingen te behalen

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 De Interministeriële Commissie Leefmilieu heeft formeel beslist dat de voorbereiding van de ICL-beslissingen en de opvolging van de uitvoering ervan, door de plenaire vergadering van de CCIM moet gebeuren. Hierdoor heeft het Vlaams Gewest meer invloed op de agenda van de ICL. Binnen de CCIM is er verder werk gemaakt van de inventarisatie van de relevante EUexpertgroepen en is de bevraging gestart van de CCIM structuren ten einde de lopende opvolging vanuit België in kaart te brengen. Het secretariaat van de CCIM beschikt sinds begin 2006 over een electronische uitwisseling en archivering van zijn documenten. Er zijn vorderingen gemaakt inzake diverse thematische samenwerkingsakkoorden over Dierlijk Afval, Flexibele Mechanismen voor Klimaatbeleid, Register voor Broeikasgasemissierechten en Zware Ongevallen. De Nationale Klimaat Commissie hakt de laatste knopen door in verband met de uitbouw van zijn secretariaat en werkt aan de vastlegging van een huishoudelijk reglement... Via de oprichting van Vlaams Overleg Marien-Maritiem, met brede interdepartementale samenstelling is een betere Vlaamse coördinatie verzekerd voor alle bovengewestelijke aspecten van dit beleidsdomein: kustzonebeheer, Noordzeebeleid, Europees en multilateraal beleid, ... Dit uit zich ondermeer in een actievere opvolging van de CCIM stuurgroep Noordzee en Oceanen.


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 126

Milieujaarprogramma

126 2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2005 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

CIRCA-databank CCIM is uitgebouwd

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Overheveling van leefmilieu van raadscategorie II naar III

2003 MIDDEN

gerealiseerd

Vademecum voor Belgische coรถrdinatie van EU- en multilateraal

2004 MIDDEN

gerealiseerd

Goedgekeurde nationale strategie voor Duurzame Ontwikkeling Overzicht doelstellingen en maatregelen waar een goede samenwerking met de federale overheid kritisch is voor de realisatie ervan

beleid


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 127

Vlaamse overheid

127 deel 5

4. Samenwerking met lokale overheden Opvolging van de plandoelstellingen

| Een algemene verbetering van het stedelijk milieu en het milieu in het buitengebied

| Het lokale milieu- en natuurbeleid versterken zodat de lokale overheden in staat worden gesteld een coherent en duurzaam milieubeleid te voeren

Sinds het opstarten van de ondersteuning van het lokale milieubeleid worden geleidelijk aan steeds meer gemeentebesturen bereikt. In 2006 ondertekenden 81% van de gemeenten de Samenwerkingsovereenkomst. Voor de provincies geldt dat alle provincies al geruime tijd de Samenwerkingsovereenkomst ondertekenden.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Bij de opvolging van het algemene lokale milieubeleid ging bijzondere aandacht naar de Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’. Op 1 januari 2002 ging de eerste fase (2002-2004) van de Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ van start. Naast de klassieke milieuthema’s (zoals water en afval, hinder en natuur, bos en groen) maken ook thema’s als tewerkstelling, ruimtelijke ordening, mobiliteit en energie deel uit van deze overeenkomst. Via gebiedsgerichte en/of doelgroepgerichte werking wordt de samenhang tussen al deze thema’s en beleidsdomeinen bevorderd. De tweede fase (2005-2007) van de Samenwerkingsovereenkomst (GK VR 24 mei 2004) werd verder opgevolgd. In 2006 werd gestart met de uitwerking van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst die in 2008 in werking zal treden. Via de overeenkomst worden lokale overheden ook gestimuleerd en ondersteund om te werken met indicatoren. Eind 2006 zijn al meer dan 1 op 3 gemeenten die de overeenkomst ondertekenden bezig met het gebruik van indicatoren voor de opvolging van hun milieubeleid. De website (www.samenwerkingsovereenkomst.be) werd verder onderhouden en er werden specifieke ad-hoc communicaties gedaan (mailing, checklist opmaak MJP). De werking van het bestaande Milieuoverleg Lokale Overheden (MILO) werd verder uitgebouwd met specifieke thematische werkgroepen voor elk onderdeel van de Samenwerkingsovereenkomst. Ter ondersteuning van de overeenkomsten met lokale overheden werden ook de samenwerkingsovereenkomsten met de NGO’s (BBL en VODO) opgevolgd (zie deel ‘Samenwerking met maatschappelijke organisaties’).


05 mjp2007 deel 5 corr

22-01-2007

15:07

Pagina 128

Milieujaarprogramma

128 2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Evaluatie van 2e fase van Samenwerkingsovereenkomst

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Nieuwe Samenwerkingsovereenkomst lokale overheden klaar

2007 MIDDEN

op schema

Digitaal loket is beschikbaar - eerste fase

2006 MIDDEN

vertraagd

2004 EINDE

gerealiseerd

Website voor opvolging algemeen lokaal milieubeleid verder

Huidige verwachting

2006 EINDE

uitgebouwd

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Aantal jaarlijks georganiseerde overlegmomenten

20 (2005)

20 (2006)

Aantal jaarlijks georganiseerde vormingsmomenten

15 (2005)

15 (2006)

% gemeenten die Samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben

81 (2006)

81 (2006)

% provincies die Samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben

100 (2005)

100 (2006)

Aanpak prioriteiten 2007 Nieuwe samenwerkingsvorm met lokale overheden ontwikkelen (cf. OD 2 Beleidsnota)

De nieuwe samenwerkingsvorm, die de huidige Samenwerkingsovereenkomst zal opvolgen vanaf 2008, is in 2006 voorbereid in overleg met provincies en gemeenten. Concrete aandachtspunten hierbij zijn werken met resultaatsverbintenissen, minimale plan-, rapporterings- en controlelast, eigen beleidsruimte, integratie en netwerking. Eind 2006 wordt de concrete uitwerking ervan voorgelegd aan de maatschappelijke adviesraden en volgt het politieke besluitvormingsproces. Tegen de zomer van 2007 zal de samenwerkingsvorm worden toegelicht aan de lokale overheden. Digitaal loket lokale overheden uittesten en evalueren

In 2005 werd de idee gelanceerd om de communicatie met de lokale overheden met betrekking tot de Samenwerkingsovereenkomst te vergemakkelijken door het oprichten van een digitaal loket. Dit digitaal loket wordt in het najaar van 2006 opgestart. Langs deze weg kunnen lokale overheden intekenen op de samenwerkingsovereenkomst en hun dossier bezorgen aan de Vlaamse overheid. Het digitale loket zal in 2007 worden uitgetest en na deze testperiode worden geĂŤvalueerd. Indien de evaluatie positief is, zal het project verruimd worden zodat in 2008 alle gemeenten en provincies ervan gebruik kunnen maken.


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 129

deel 6

internationaal beleid


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 130


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 131

internationaal beleid

131 deel 6

Internationaal beleid Opvolging van de plandoelstellingen

| Bereiken van een zo hoog mogelijk milieubeschermingsniveau op mondiaal,

Europees, federaal en Vlaams niveau, rekening houdend met het streefdoel van duurzame ontwikkeling

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Wat het Europese milieubeleid betreft, neemt het Vlaams Gewest in de tweede helft van 2006 het Belgisch woordvoerderschap waar in de Europese ministerraden Milieu. In 2006 werd het EU-dossieropvolgingssysteem in gebruik genomen en verder geoptimaliseerd. Een deel van de daarin opgenomen documenten wordt via een website ook openbaar gemaakt. In de eerste helft van 2006 werden alle lopende Europese onderhandelingsdossiers opgelijst ten behoeve van de Vlaamse Regering en het Vlaamse parlement. Dat document ‘Vlaamse Vinger aan de Europese Pols’ werd ook besproken in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Tijdens die zitting werd ook dieper ingegaan op de thematische strategie Afval, de richtlijn Afval en de richtlijn Overstromingsgevaar. De aanpak voor de correcte toepassing en omzetting van de EU-regelgeving werd opnieuw of met meer verfijning uitgetekend. De implementatie van EU-regelgeving wordt daarmee gestroomlijnd en de regelgevingscapaciteit binnen het beleidsdomein meer gecentraliseerd. Deze aanpak blijft gebaseerd op twee krachtlijnen: clusteren en pro-activiteit. In het kader van de correcte implementatie, respectievelijk ratificatie van leefmilieuverdragen werden contacten gelegd met de Raad van State. Als gevolg hiervan werd een studiedag georganiseerd waar de knelpunten inzake de Belgische implementatie en ratificatie van leefmilieuverdragen werden besproken. In de OESO-werkgroep ‘Environmental Performance’ werd de doorlichting van het Belgische milieubeleid door de OESO voorbereid. Een werkgroep op Vlaams niveau werd belast met informatieverstrekking, verschaffen van toelichting en met het nalezen van het ontwerprapport. In september 2006 verdedigde België haar milieubeleid ten aanzien van de ander OESO-lidstaten. Vlaanderen was gastheer voor de tweede Algemene Vergadering van het Interregionaal Netwerk voor Duurzame Ontwikkeling (NRG4SD) in april 2006. Deze vergadering betekende ook het startschot voor bilaterale samenwerking van Vlaanderen met NoordrijnWestfalen, Baskenland en Catalonië inzake de leefmilieuthema’s van duurzame ontwikkeling. De Vlaamse leefmilieuadministratie nam deel aan de voorbereiding van de 14de sessie van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD 14) en aan CSD14 zelf die voor de periode 2006-2007 de thema’s ‘energie’, ‘luchtverontreiniging’, ‘klimaatverandering’ en ‘industriële ontwikkeling’ behandelt. In het kader van het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling werden eind 2005 drie projecten voor cofinanciering voor een bedrag van 105.000 EUR door het departement LNE goedgekeurd. Met deze investering zullen over 2 à 3 jaar zowat 75.000 extra mensen voorzien worden van zuiver water in Mali, Ecuador en Gambia. Voor 2006 werd hetzelfde bedrag vrijgemaakt.


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 132

Milieujaarprogramma

132 2007

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Opstart dossieropvolgingssysteem

Status

2005 BEGIN

Gerealiseerd

2006 MIDDEN

Gerealiseerd

Hervormen VOIM en VLIM conform de nieuwe BBB-structuur

2006 EINDE

op schema

Aanpak van de omzetting van Europese richtlijnen volgens

2006 EINDE

op schema

Deelname aan en input in de ENCORE conferentie in Jamtland

Huidige verwachting 2006 BEGIN

(Zweden)

vernieuwde werkwijze Stroomlijning rapportering EU

2007 MIDDEN

Verdediging van het Belgisch milieubeleid t.a.v. OESO-lidstaten

2006 MIDDEN

Gerealiseerd

2007 BEGIN

nieuw

2006 EINDE

nieuw

Visie leefmilieu versus handel uitgewerkt in dialoog met belangengroepen Hernieuwing Samenwerkingsakkoorden met Letland, Litouwen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Slovenië

Indicatoren

Realisatie

Aantal milieuprojecten of samenwerkingsprogramma’s dat Vlaanderen (mee) opstart in

Doelstelling

20 (2006)

Vlaanderen (mee) opstart in andere regio’s in het kader van ontwikkelingssamenwerking (cumulatief) Vlaamse achterstand (%) in aantal om te zetten Europese Internemarktrichtlijnen

1,0 (2006)

1,0 (2007)

tussen 0 en 1 jaar oud

Aanpak prioriteiten 2007 Correcte toepassing van supra- en internationale regelgeving (cf. SD Beleidsnota)

De omzetting van Europese richtlijnen die nog niet, niet volledig of niet-correct werden omgezet, wordt tegen eind 2007 volledig doorgevoerd. In 2007 wordt het omzettingstraject verder opgevolgd en uitgetekend, waarbij de juridische impact van een richtlijn wordt onderzocht in functie van de te nemen omzettingsmaatregelen. Voldoende middelen worden voorzien om de financiële bijdragen aan multilaterale leefmilieuverdragen en samenwerkingsakkoorden uit te betalen (zowel de bestaande als toekomstige verplichte bijdragen, evenals de vrijwillige bijdragen zoals goedgekeurd door de ICL). Integratie van milieucriteria in ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding nastreven (cf. SD Beleidsnota)

Samenwerking met partners in de derde wereld wordt aangeboden voor zover het gaat om programma’s of projecten met een pilootkarakter en er een concrete meerwaarde aan verbonden is aangaande de kerntaken van het milieubeleid. Deze maatregel geeft concreet uitvoering aan een aantal internationale engagementen inzake milieu, duurzame ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding, en in het bijzonder aan de zevende Millenniumdoelstelling (waarborgen van ecologische duurzaamheid). Voor wat betreft zuiver drinkwater- en sanitatievoorziening zal in 2007 de cofinanciering van een aantal projecten in ontwikkelingslanden via het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling voortgezet worden. Verder worden in het kader


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 133

internationaal beleid

133 deel 6

van de flexibele mechanismen onder het Kyoto-protocol emissiekredieten verworven via projecten in ontwikkelingslanden (zie ook thema ‘Klimaat’). Ook in kader van biodiversiteit worden ontwikkelingsprojecten gesubsidieerd. Daarnaast wordt in 2007, met het oog op capaciteitsopbouw en technologietransfer, verder samengewerkt of nieuwe samenwerking opgestart met binnen- en buitenlandse partners in het kader van samenwerkingsakkoorden met partnerlanden, interregionale samenwerking met partnerregio’s, Europese prioriteiten of prioritaire multilaterale organisaties. Structurele uitbouw en stroomlijning van de Vlaamse participatie aan het supra- en internationaal milieubeleid (cf. OD Beleidsnota)

Op Europees niveau worden in 2007 volgende dossiers prioritair opgevolgd: het klimaatdossier (de post-Kyoto besprekingen evenals de herziening van het EU-emissiehandelssysteem, de voorstellen m.b.t. ‘carbon capture and storage’ en ‘clean coal’technologieën en de initiatieven voor de lucht- en scheepvaartsector), de herziening van het Europees beleid inzake biodiversiteit, de bespreking van de wetgevende initiatieven die aangekondigd staan in de thematische strategieën (afval, lucht, bodem, marien milieu, pesticiden, natuurlijke rijkdommen en stedelijk leefmilieu) en de herziening van de IPPC-richtlijn. De REACH-verordening treedt in principe in voege in 2007. De nodige voorbereidende stappen voor de correcte toepassing ervan worden genomen in afstemming met de federale overheid. Multilaterale processen worden opgevolgd in functie van de relevantie voor latere processen rond milieubeleid en/of in functie van latere rechtstreekse implementatielast voor Vlaanderen. Aandacht gaat hierbij vooral naar de processen in het kader van UNEP, UNECE, OESO en afzonderlijke verdragsprocessen. Met het oog op capaciteitsopbouw en technologietransfer wordt getracht de milieu- en organisatorische technologie die in Vlaanderen ontwikkeld werd of wordt, te promoten en te verspreiden, als concrete bijdrage voor duurzame ontwikkeling. In het kader van de interregionale samenwerking worden met partnerregio’s in diverse landen gemeenschappelijke standpunten naar EU en VN-niveau bepaald inzake verschillende milieuthema’s zoals afval, bodem, luchtkwaliteit, monitoring en indicatoren, klimaat en hernieuwbare energie. Tevens wordt ter zake ook de bilaterale samenwerking verder uitgebouwd en geconcretiseerd door uitwisseling van kennis en expertise. Noord-Rijn Westfalen, Catalonië, Wales en Baskenland zijn hiervoor prioritaire partners.


06 mjp2007 deel 6 corr

22-01-2007

15:14

Pagina 134


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 135

deel 7

instrumenten


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 136


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 137

instrumenten

137 deel 7

1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging Opvolging van de plandoelstellingen +

| Afstemmen en uitbouwen van de gehanteerde kaders in de beleidscyclus en verbeteren van de doorwerking ervan

De voorbije jaren werd bijkomende vooruitgang geboekt m.b.t. de afstemming binnen de beleidscyclus. De koppeling met indicatorensets werd sterk verbeterd, alsook de afstemming met de begroting. Dit MJP vormt een herkenbaar onderdeel van de begroting. Bovendien werden via de wijziging van het decreet (DABM) afspraken gemaakt over de toekomstige samenhang tussen de regeer- en de planningscyclus. De volledige afstemming met beleidsnota en beleidsbrieven en met de meer operationele plannen is nog geen feit. De beleidsbrief 2006 werd wel in grote mate gebaseerd op een prioriteitennota, opgesteld door de planningsgroep op basis van het ontwerp MJP. Alles werd voorzien opdat de afstemming tussen MJP en beleidsbrief volledig zou zijn eind 2006.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het MINA-plan 3 werd op 19 september 2003 goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Voor de eerste maal werd het volledige milieubeleid opgenomen en bijgevolg de volledige leefmilieubegroting. Het plan werd zo opgebouwd dat het vlot kan dienen als kader voor de jaarlijks weerkerende rapporteringen en programmeringen. In het MINA-plan 3 wordt voor het eerst een set van 30 sleutelindicatoren opgenomen, voorzien van een stand van zaken. Voor de themahoofdstukken werden plandoelstellingen beter opvolgbaar gemaakt door er operationele indicatoren aan te koppelen. Deze worden voortdurend geactualiseerd en verďŹ jnd. De resultaten hiervan zijn terug te vinden in de opeenvolgende MJP’s. In 2004 werd een nieuwe Vlaamse Regering gevormd. Een goede afstemming tussen het MINA-plan en het regeerakkoord en de beleidsnota van de minister is een belangrijke voorwaarde voor het halen van de doelstelling uit dit hoofdstuk. In 2006 werd het DABM hiertoe aangepast. Het MINA-plan zal in de toekomst worden opgesteld op basis van het regeerakkoord en de beleidsnota. Een belangrijk gevolg hiervan is dat het MINA-plan 3 in 2007 geactualiseerd zal moeten worden. De voorbereidingen hiervan, met o.a. een grondige evaluatie van de uitvoering van het plan, werden in 2006 aangevat. Door de wijziging van het DABM worden het MJP en de begroting met elkaar gekoppeld. Koppelingen tussen de begrotingscijfers en -teksten en de maatregelen van het MJP werden voor het eerst gerealiseerd in 2005. Vanaf 2005 wordt door de planningsgroep een prioriteitennota opgesteld, die de basis vormt voor het MJP en voor de beleidsbrief. In 2006 werd de afstemming tussen beide vervolledigd. Begin 2004 werden de uitgangspunten voor de organisatie van de uitvoering van het MINA-plan 3 goedgekeurd. Bovendien werden projectleiders en themacoĂśrdinatoren aangeduid. Een eenvormige aansturing en uitvoering van de 41 projecten uit het Milieubeleidsplan is hierbij een belangrijk element. Projectplannen (midden 2004)


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 138

Milieujaarprogramma

138 2007

werden opgesteld en projectgroepen samengesteld. Gestandaardiseerde rapporteringen volgden jaarlijks. Het systeem wordt van onderuit met gegevens gevoed en is intern ruim toegankelijk. Op het vlak van beleidsevaluatie werden een aantal projecten opgestart vanuit het Steunpunt Milieubeleidswetenschappen. Een deel van de bekomen informatie werkte door in het tweede MIRA-BE (midden 2005). Daarnaast werden verkennende oefeningen gemaakt om tot een meer in de planningscyclus geïntegreerde evaluatie te komen voor het volledige beleidsdomein. De opdracht heeft geleid tot een methodiek om met beleidsinformatiekaarten (BIK) te werken. Hierin wordt de cruciale beleidsinformatie voor een thema op een overzichtelijke wijze bijeengebracht.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2007 EINDE

op schema

2007 MIDDEN

op schema

2005 EINDE

gerealiseerd

Ontwerp MJP 2007 is ingeschoven in de begroting

2006 EINDE

nieuw

Volledige afstemming MJP/beleidsbrief

2004 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

2006 MIDDEN

vertraagd

2007 BEGIN

Realisatie

Doelstelling

Percentage thema’s/delen met volwaardige set outputindicatoren in het MJP

65 (2006)

100 (2005)

Percentage leefmilieukredieten via een geïntegreerde planningscyclus

50 (2006)

100 (2006)

Beheerovereenkomsten en sectorale plannen zijn afgestemd

Huidige verwachting

op het MINA-plan 3 Overgangsdoelstellingen voor de periode 2007-2010 zijn volledig uitgewerkt Voorstel voor afstemming van de timing MINA-plan versus regeerperiode is bekrachtigd

Taakverdeling m.b.t. beleidsevaluatie en -opvolging ligt vast

Indicatoren

Aanpak prioriteiten 2007 Actualiseren en bijsturen van het MINA-plan 2003-2007

Met de wijziging van het DABM wordt meteen ook het MINA-plan 3 verlengd tot eind 2010. Om de periode 2008-2010 te overbruggen, zijn er aanpassingen nodig aan de doelstellingen en maatregelen van het oorspronkelijke plan. Ter voorbereiding van een bijgesteld MINA-plan wordt een grondige evaluatie uitgevoerd van de resultaten behaald in de voorbije periode, vooral op het vlak van de doelstellingen. Op basis van dit evaluatiedocument worden aanpassingen aan het MINA-plan 3 voorgesteld. Na een beperkt openbaar onderzoek zullen zij samen met het MJP 2008 een goedkeuringsprocedure doorlopen. Diverse plannen, programma’s en rapporteringen op elkaar afstemmen (cf. OD1 Beleidsnota)

Begroting en Milieujaarprogramma worden verder geïntegreerd en de aansluiting met de beleidsbrief geperfectioneerd. De meeste aandacht zal in 2007 gaan naar de afstemming tussen diverse planningsinstrumenten voor het hele beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie onderling. Het gaat hierbij over alle mogelijke beleidsplannen, maar ook over de beheersovereenkomsten en de daaraan gebonden indicatoren en de diverse


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 139

instrumenten

139 deel 7

operationele plannen van de onderscheiden entiteiten. In 2007 komen de eerste beheersovereenkomsten tot stand en moet worden nagedacht over de wijze van rapporteren hierover. Afstemming hierbij is noodzakelijk in het licht van geĂŻntegreerde cycli. De verdere afstemming tussen milieu- en energiebeleid is een bijzondere uitdaging.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 140

Milieujaarprogramma

140 2007

2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving Opvolging van de plandoelstellingen ++

| Kennis ontwikkelen die zo goed mogelijk beleidsonderbouwend kan werken en in die zin ook wordt gebruikt

De afgelopen jaren werd een vernieuwde overlegstructuur rond onderzoek opgericht waarbij onderzoeksvoorstellen op hun beleidsrelevantie en -prioriteit worden beoordeeld. Dit resulteert jaarlijks in een inhoudelijk afgelijnd onderzoeksprogramma waarbij zowel strategische als meer operationele onderzoeksvragen aan bod komen. Daarnaast bevat een uitgebreid databeheersysteem al de beleidsrelevante onderzoeksprojecten die door de milieu-overheid de afgelopen werden geprogrammeerd.

+

| De kloof verkleinen tussen de producenten en de gebruikers van wetenschappelijke kennis, zodat op termijn de vraag accurater kan worden gesteld en het aanbod daar beter kan op inspelen

Intern worden de geplande onderzoeksvoorstellen en de onderzoeksresultaten van afgeronde studies via het daarvoor ontworpen databeheersysteem voor alle beleidsmedewerkers beschikbaar gemaakt. Extern worden de belangrijkste onderzoeksgegevens (o.m. doel en -resultaten van het onderzoek) via het internet ontsloten. Voor sommige instellingen is er een probleem omtrent de actualisatie van de onderzoeksgegevens.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Sinds enkele jaren verloopt de stroomlijning van het wetenschappelijk onderzoek via een duidelijk omschreven coördinatie- en overlegprocedure. Nieuwe onderzoeksvoorstellen worden ex ante geëvalueerd en er wordt gezocht naar synergieën. Er wordt eveneens afgestemd met andere beleidsdomeinen die milieugerelateerd onderzoek programmeren (o.m. landbouw, mobiliteit, energie, etc.). Het geheel wordt overkoepeld door een stuurgroep Onderzoek waarin, met het oog op een optimale afstemming, tevens andere Vlaamse en federale onderzoeksprogrammerende instanties zijn vertegenwoordigd. De procedure voor de uitbesteding van onderzoek vanuit MIRA (VMM) en OVAM (Bodem) is geïntegreerd in de TWOL-cyclus. Er wordt nog verder gewerkt aan de integratie van het werkprogramma van het INBO in de TWOL-cyclus. De opmaak van het ontwerp TWOL-programma 2007 verloopt volgens de vastgelegde procedure in nauw overleg met het kabinet. In de voorbije jaren werden enkele voorbereidende studies afgerond die voor een aantal milieuthema’s (natuur, bodem en milieugevaarlijke stoffen) de leemten in de huidige kennis weergeven en die de inhoudelijke lijnen formuleren waarbinnen het toekomstig onderzoek zich moet situeren. Ook werden organisatorische aanbevelingen gedaan die moeten leiden tot een optimale programmering en uitvoering van het onderzoek. Deze inhoudelijke krijtlijnen werden, waar relevant, opgenomen in het Onderzoekskader 2007 dat de onderzoeksprioriteiten voor 2007 beschrijft. Dit Onderzoekskader 2007 werd door de Agentschappen en het Departement LNE in overleg met het kabinet samengesteld en onderbouwt de opmaak van het TWOL-programma 2007.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 141

instrumenten

141 deel 7

Een uitgebreid databeheersysteem (GMO-databank) bevat alle uitgevoerde en geplande onderzoeksprojecten. De informatie opgenomen in de databank heeft zowel betrekking op gegevens nodig voor de onderzoeksprogrammering (TWOL-programma) als voor de ontsluiting van de onderzoeksresultaten. De databank wordt regelmatig geactualiseerd en gebruiksvriendelijker gemaakt. De gegevens van de afgeronde onderzoeksprojecten werden, na een grondige kwaliteitscontrole, via het internet ontsloten. Het ‘Europees ERA-NET ‘Scientific Knowledge for Environmental Protection (SKEP) – Network of Funding Agencies’, dat sinds 2005 loopt, heeft als doel de onderzoeksprogrammerende en -financierende instanties binnen Europa samen te brengen, een coördinatie te realiseren en de binding met de beleidsmakers te verbeteren. Vlaanderen is regiopartner in dit ERA-NET en neemt actief deel aan de zes werkpakketten die zijn opgenomen in het 4-jaar durende werkprogramma. In het kader van Werkpakket 2 “Exchange of research programme information” werd aan het SKEP secretariaat o.m. een uitgebreid overzicht van de lopende onderzoeksprojecten overgemaakt. In het najaar van 2004 is het project Meetnetten en Monitoring van start gegaan. Een projectgroep werd samengesteld uit vertegenwoordigers van de milieumeetnetten en de biologische monitoring, de beleidsplanning en de milieu- en natuurrapportering. Deze projectgroep fungeert als overlegorgaan voor de uitvoering van een aantal meetnetoverschrijdende initiatieven. Meer concreet werd gewerkt aan een inventaris van bestaande meetnet- en monitoringsinitiatieven (opgestart in 2006), de analyse van vraag en aanbod van monitoringsinformatie en de uitwerking van een methodiek voor evaluatie van bestaande en de uitbouw van nieuwe monitoringsinitiatieven. Deze laatste twee taken worden ondersteund door TWOL-studies die respectievelijk in 2006 en 2005 werden opgestart. Daarnaast wordt ook permanent werk gemaakt van een verbetering van de gegevensverzameling. In 2005 en 2006 werd de emissie-inventaris lucht verder geoptimaliseerd (verfijning, uitbreiding, actualisering e.d.) n.a.v. bepaalde ontwikkelingen ter zake en resultaten van recent uitgevoerde studies (bv. voor NMVOS). Er werden bovendien bijkomende stappen ondernomen naar informatieleveranciers om de kwaliteit van de basisgegevens te verhogen.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

2007 EINDE

nieuw

2006 MIDDEN

vertraagd

Optimalisatie PM-inventaris

2006 EINDE

op schema

Optimalisatie emissie-inventaris ozonafbrekende stoffen en

2007 EINDE

nieuw

Verfijning emissie-inventaris NH3

2008 MIDDEN

nieuw

Opmaak Onderzoekskader 2007

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Opmaak Ontwerp TWOL-programma 2007

2006 EINDE

op schema

Initiëren Onderzoeksprogramma

2005 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

2004 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

Handboek beleidsgerichte meetnetten Inventaris en website meetnetten en monitoring

Huidige verwachting

2007 MIDDEN

F-gassen

Afstemming met onderzoeksprogramma IN en IBW gerealiseerd


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 142

Milieujaarprogramma

142 2007

Indicatoren

Realisatie

Doelstelling

Uitvoeringspercentage van het TWOL-programma

60 (2004)

85 (2007)

Aantal ontsloten afgeronde onderzoeksprojecten

470 (2006)

350 (2007)

0 (2006)

2 (2007)

Aantal opgestarte strategische onderzoeksprogramma’s

Aanpak prioriteiten 2007 Bruikbaarheid onderzoeksresultaten verhogen (cf. OD 3 Beleidsnota)

Het is essentieel dat de beoogde en verkregen onderzoeksresultaten bruikbaar en beschikbaar zijn voor de beleidsmakers en andere potentiĂŤle gebruikers. Voor elk onderzoek zal meer aandacht gegeven worden aan de vertaling van de onderzoeksresultaten naar beleidsaanbevelingen. Ook zal bijkomende inspanning geleverd worden om de onderzoeksgegevens in de GMO-databank te vervolledigen zodat deze op een kwaliteitsvolle manier via het internet kunnen worden ontsloten. Op basis hiervan zal het mogelijk zijn om in 2007 het gebruik en de beschikbaarheid van de onderzoeksresultaten thematisch te evalueren en (indien nodig) te optimaliseren.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 143

instrumenten

143 deel 7

3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer Opvolging van de plandoelstellingen

| Geïntegreerde milieu-informatie ontsluiten voor specifiek afgelijnde doelgroepen, instellingen en bestuursniveaus

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het project “Milieu Management InformatieSysteem” (MMIS) is sinds maart 2000 operationeel. Dit project wordt opgevolgd door de Milieuinfostuurgroep. Momenteel wordt het merendeel van het voorziene budget van de Milieuinfostuurgroep besteed aan MMIS-projecten. De MMIS-projecten kunnen naargelang hun karakteristieken opgedeeld worden in: het opzetten van referentiedatabanken om milieu-informatie die aanwezig is bij de milieu-instanties aan elkaar te koppelen; projecten die werken aan de basis-databanken als onderdeel van één logische milieudatabank en het koppelen en/of raadpleegbaar maken van milieu-informatie tussen de milieu-instanties; het ontsluiten van al deze milieu-informatie naar burgers en ondernemingen en het opzetten van internetloketten voor dossieropvolging en de uitwisseling van milieu-informatie. Eind 2006 werd na de hervormingen door het BBB-project een nieuw samenwerkingsprotocol voor de Milieuinfostuurgroep goedgekeurd. Het opzetten van het Centraal Bedrijvenbestand (CBB) heeft al een heel traject achter de rug. De bedrijfsgegevens werden gevalideerd en afgestemd op de gegevens van OVAM, VMM en VLM en van de milieuvergunningendatabank van het Departement LNE. In 2006 werd gestart met de realisatie van de digitale communicatie met de bedrijvendatabanken van VMM en OVAM. Tevens worden digitale diensten (webservices) ontwikkeld die het online raadplegen van gegevens uit het CBB door lokale overheden moeten mogelijk maken. Daarnaast werd gestart met de koppeling tussen de Verrijkte Kruispuntbank Ondernemeningen (vKBO) en het CBB zoadat alle milieugegevens van ondernemingen (milieuvergunningen, emissiegegevens, afvalstoffen,...) geïntegreerd aangeboden kunnen worden. In samenwerking met het OC GIS Vlaanderen werden generieke geografische databanken zoals het kadaster (KADVEC), het Centraal Referentie Adressenbestand (CRAB) en het gewestplan beschikbaar gesteld aan alle gewestelijke milieu-instanties. Een belangrijke stap in 2006 is het beschikbaar stellen van de digitale kadastergegevens (KADVEC) voor alle betrokken instanties via internettechnologie (webservices). Deze stap is essentieel om alle (milieu)informatie, die gekoppeld kan worden aan een kadasterperceel, geïntegreerd te kunnen opvragen. Teneinde de milieu-informatie te ontsluiten naar burgers en ondernemingen werd de internetwegwijzer www.milieuinfo.be verder inhoudelijk uitgewerkt en beheerd. Tevens werden bestaande websites binnen het beleidsdomein beter geïntegreerd en werd inhoudelijk afgestemd met de portaal www.vlaanderen.be. In 2006 werd eveneens gestart met het beschikbaar stellen (via internet) van emissiegegevens van bedrijven die bepaalde emissiedrempels overschrijden, de zgn. PRTR-bedrijven, in navolging van internationale verplichtingen.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 144

Milieujaarprogramma

144 2007

Intussen werd gewerkt aan de uitbouw van interactieve internetloketten ten behoeve van de bedrijven. Hierbij is zowel de ontwikkeling van de front-end (het loket zelf) als van de back-end (de achterliggende processen, koppeling van databanken) essentieel. In 2004 en 2005 ging veel aandacht naar de voorbereiding van de invoering van het Integraal Milieujaarverslag (IMJV). Het IMJV-loket waarmee bedrijven alle informatieverplichtingen via het internet kunnen invoeren, werd in 2006 in een eerste fase operationeel. Ook ter realisatie van het Milieuvergunningenloket (eMIL) werd gestart met de uitwerking van verschillende onderdelen. eMIL bestaat uit een milieuvergunningenwegwijzer, het milieuvergunningenloket zelf en een internettoepassing om de milieuvergunningendatabank te bevragen. In 2006 werd de milieuvergunningenwegwijzer gelanceerd en het internetloket en het bevragen van de databank wordt operationeel in 2007. Het milieuklachtenopvolgingssysteem (MKROS) werd de afgelopen jaren opgezet. In 2006 werd het systeem geïmplementeerd bij de gemeentelijke diensten.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

2005 MIDDEN

vertraagd

2007 BEGIN

2004 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

2006 MIDDEN

gerealiseerd

2006 EINDE

vertraagd

2006 EINDE

op schema

Operationeel IMJV-loket

2005 EINDE

gerealiseerd

Opzetten van het milieuvergunningenloket

2006 EINDE

vertraagd

2007 EINDE

nieuw

Operationeel CBB met digitale communicatie naar partners Opzetten (m.i.v. optimalisatie) van de milieuvergunningendatabank Prototype geoloket milieuvergunningen Integreren bestaande informatieverplichtingen bedrijven in IMJV 2007 Koppeling milieuvergunningenloket (backoffice) met de

2007 EINDE

bestaande digitale dossieropvolgingssystemen (provincies, gemeenten, VMM (AVOS), etc. Koppeling register digitale IMJV’s aan het milieuvergunningendatabank

2007 EINDE

(incl. koppeling met CBB en CAB): fase 2 Uitbreiding IMJV-loket met bijkomende informatieverplichtingen bededrijven

Indicatoren Geoloketten Leefmilieu en Natuur Aandeel gemeenten die het digitale loket Natuurvergunningen gebruiken

Realisatie

Doelstelling

4 (2005)

10 (2007)

10 (2005)

200 (2007)

Aanpak prioriteiten 2007 CBB volledig operationaliseren

Het Centraal Bedrijvenbestand (CBB) zal in 2007 beschikbaar worden gesteld voor alle betrokken milieu-instanties. Specifieke aandacht zal gaan naar (1) de realisatie van de communicatie met de koepeldatabank van de VLM, nadat deze met de VMM en de OVAM geoperationaliseerd zal zijn, en (2) de koppeling met het vKBO (Vlaamse variant


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 145

instrumenten

145 deel 7

van de Kruispuntbank Ondernemingen). Tevens zullen de tools voor het online raadplegen van gegevens uit het CBB door gemeenten en provincies actief worden (vooral ten behoeve van de milieuvergunningen- en de milieuklachtendatabank). IMJV-loket uitbreiden

In 2007 wordt het digitale loket voor het integraal Milieujaarverslag (IMJV) uitgebreid met bijkomende informatieverplichtingen van bedrijven. Meer specifiek zal de aandacht gaan naar de CO2-emissiejaarrapporten en sectorale verplichtingen zoals tarieven en capaciteiten van verbrandingsovens en stortplaatsen en het technisch rapport van verbrandingsovens. De integratie van de regulerende waterheffingen (afvalwater en grondwater) wordt verder geëvalueerd. Tevens zullen de EPER-plichtige bedrijven (bedrijven die hun emissies dienen te rapporteren voor opname in het European Pollutant Emission Register) via het IMJV-loket aan hun rapporteringsvereisten kunnen voldoen. Er zal ook bijzondere aandacht geschonken worden aan de gebruiksvriendelijkheid en de technische optimalisering van het internetloket. Het milieuvergunningenloket operationaliseren en de milieuvergunningendatabank optimaliseren

Het Milieuvergunningenloket (eMIL), waarmee een milieuvergunning via internet kan worden aangevraagd, wordt begin 2007 operationeel. Ook de milieuvergunningendatabank zal online kunnen worden geraadpleegd. De bestaande milieuvergunningendatabank zal tegen begin 2007 worden geoptimaliseerd. Teneinde de dienstverlening (en de dossierafhandeling) met betrekking tot de milieuvergunningsaanvraag in te toekomst te verbeteren, wordt vanaf 2007 een backofficesysteem uitgewerkt (gewestelijke milieu-instanties, provincies en gemeenten). Dit systeem moet een vlotte opvolging en beheer van een aanvraag door alle betrokken milieu-instanties mogelijk maken en vergt een verdere koppeling van databanken en afstemming van werkprocessen. Een prototype van het geoloket milieuvergunningen, waarbij de gegevens van de milieuexploitaties en emissies van bedrijven via internet cartografisch kunnen worden geraadpleegd, wordt eind 2006 gerealiseerd. In 2007 zullen ook de emissiegegevens (water, lucht, afval) via dit loket worden beschikbaar gesteld. Dit vergt een optimale ICT-samenwerking tussen de milieu-instanties die deze gegevens beheren (Departement LNE, OVAM, VMM en VLM), waarbij het CBB een sleutelrol speelt. Databank Ondergrond Vlaanderen uitbreiden

In 2006 wordt het protocol voor samenwerking tussen de afdelingen bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, water en geotechniek hernieuwd en wordt een vernieuwde intranet- en internettoepassing in gebruik genomen. In 2007 wordt de gegevensbasis in de deeldomeinen geologie, hydrogeologie, geotechniek en grondwatervergunningen kwantitatief (aanvullende data) en kwalitatief (kwaliteitscontrole aanwezige data) verbeterd. Andere instanties met gegevens en activiteiten in deze deeldomeinen zullen hiertoe bij de werking van DOV worden betrokken. Daarnaast worden nieuwe deeldomeinen voorzien: de uitbouw van een pedologisch luik komt immers in 2007 aan bod. Voor het geologisch luik zullen de toepassingsmogelijkheden worden geoptimaliseerd. Meer specifiek wordt een geologisch 3D-model van de Vlaamse ondergrond opgesteld, waarbij de bestaande kaarten geïntegreerd worden in één model en getoetst worden met de puntdata in DOV. Om DOV voor de huidige partners operationeel te houden is een optimale ICT-samenwerking tussen de betrokken instanties noodzakelijk. De ICTomgeving moet zodanig worden uitgebouwd dat op termijn alle ondergrondgerelateerde instanties kunnen toetreden tot het samenwerkingsverband voor DOV.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 146

Milieujaarprogramma

146 2007

4. Beleidsonderbouwing: rapportering Opvolging van de plandoelstellingen +

| De rapportering optimaliseren en integreren als beleidsondersteunend instrument voor de verschillende bestuursniveaus

Naast de interne optimalisatie wordt meer en meer overleg gepleegd teneinde de rapporteringen beter af te stemmen op elkaar en deze beter te laten aansluiten bij de beleidsplanning, -opvolging en -evaluatie.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het eerste milieurapport (MIRA) verscheen in 1994. In 1998 werd beslist om drie soorten rapporten uit te werken om een betere afstemming met de milieubeleidsplanning te bewerkstelligen: jaarlijkse themarapporten (MIRA-T) ter onderbouwing van het milieujaarprogramma; tweejaarlijkse evaluatierapporten (MIRA-BE) voor de evaluatie van het gevoerde beleid; vijfjaarlijkse scenariorapporten (MIRA-S) ter voorbereiding van het milieubeleidsplan; De jaarlijkse MIRA-T rapportering bestaat uit vier producten: syntheserapport (gedrukt), zakboekje (gedrukt), achtergronddocumenten (digitaal) en indicatorenwebsite. Eind 2006 werd het MIRA-T 2006 gepubliceerd, waarin focus wordt gelegd op de actualiteit en bijzondere aandacht wordt gegeven aan de huidige knelpunten en succesverhalen van het milieubeleid. Het tweede MIRA-BE rapport verscheen in 2005. Hierin wordt een overzicht gegeven van de evaluatiestudies uitgevoerd sinds de publicatie van het eerste BE-rapport en worden vijf diepgaande beleidsevaluaties uitvoerig beschreven. In 2006 werd gestart met de voorbereiding van het tweede MIRA-S rapport, dat zal gepubliceerd worden in 2009. Sinds het Natuurdecreet van 1997, brengt het Natuurrapport (NARA) tweejaarlijks informatie over de toestand van de natuur in Vlaanderen en het beleid terzake (1999, 2001, 2003). In het voorjaar van 2005 werd het vierde NARA rapport voorgesteld (rapport, samenvatting, Engelstalige samenvatting). Naast het rapport werd tevens een website Natuurindicatoren geoperationaliseerd. In 2006 werd de website Natuurindicatoren permanent actueel gehouden, werd “Biodiversity indicators 2006� gepubliceerd en werd het NARA 2007 voorbereid. De planning van NARA 2007 werd een half jaar achteruitgeschoven omwille van de afstemming met de rapportering naar de Europese Habitatrichtlijn. In samenspraak met MIRA worden vanaf 2006 scenarioanalyses uitgewerkt. Zowel NARA als MIRA doen belangrijke inspanningen om de verzamelde informatie verder te ontsluiten en te verspreiden, enerzijds via de respectievelijke websites maar ook via bv. de NARA-samenvatting en het MIRA- zakboekje. Met betrekking tot de afstemming tussen de verschillende rapporteringen op Vlaams niveau, vindt er overleg tussen MIRA en NARA plaats. MIRA en NARA worden tevens betrokken bij de initiatieven die door de planningsgroep zijn opgestart, zoals de uitbouw van een domeindekkend systeem van beleidsopvolging en de evaluatie van het MINA-plan 3. Om te voldoen aan de aankomende vragen voor beleidsevaluaties worden binnen de milieu-administratie de dataverzameling, beleidsplanning en beleidsrapportering verder op elkaar afgestemd. De bedoeling is om de input vanuit deze diverse functies (NARA, MIRA-BE, MIRA-S, MJP) te gebruiken voor de voornoemde beleidsevaluaties.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 147

instrumenten

147 deel 7

Op het niveau van de EU (DG-ENV) loopt een proces tot herziening van de huidige rapportering en hieraan gekoppelde monitoring. Ook bij andere internationale instellingen (EMA, OESO, CBD) zijn initiatieven lopende ter verbetering en harmonisering van de rapportering. De VOIM-werkgroep milieugegevens (VLIMI) volgt deze initiatieven op zodat, waar relevant, er een doorvertaling naar de Vlaamse milieu- en natuurrapportering kan geschieden.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Blauwdruk MIRA-BE 2007

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Blauwdruk MIRA-S

2007 MIDDEN

nieuw

2006 EINDE

op schema

Realisatie scenariorapport Landbouw

2006 MIDDEN

gerealiseerd

Start evaluatiestudies i.k.v. opmaak MIRA-BE

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 BEGIN

gerealiseerd

2007 MIDDEN

vertraagd

Publicatie jaarlijks milieurapport MIRA-T 2006

Blauwdruk NARA 2007 Publicatie tweejaarlijks natuurrapport NARA 2007

Status

Huidige verwachting

2007 BEGIN

2007 EINDE

Aanpak prioriteiten 2007 De scenariorapporten voor 2009 voorbereiden

Tegen 2009 zullen MIRA en NARA scenario-analyses uitwerken doorheen de milieuverstoringsketen, als insteek in de voorbereiding van het MINA-plan 4. In 2007 zal daarvoor het algemeen kader uitgewerkt worden en een aijning gebeuren van mogelijke onderwerpen, in overleg met de beleidsvoorbereiding. Ook zullen bestaande modellen waar mogelijk en nodig worden aangepast. Daarnaast zal het NARA ook trachten de informatie over de toestand van de natuur beter te koppelen aan socioeconomische informatie.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 148

Milieujaarprogramma

148 2007

5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten Opvolging van de plandoelstellingen +/–

| De transparantie, de efficiëntie en de effectiviteit van milieucommunicatie verhogen

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Het nieuw samengestelde Communicatie Overleg Leefmilieu Vlaanderen COLEV herwerkte de communicatiestrategie. De opmaak van een inventaris van communicatieacties naar de doelgroepen industrie en landbouw is lopende. De inspanningen van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie op het vlak van digitale communicatie werden gestroomlijnd, wat ertoe moet leiden dat het informatieaanbod beter ontsloten wordt en afgestemd op de gebruikers. De herpositionering van de portaalsite van het beleidsdomein www.milieuinfo.be werd voorbereid en uitgevoerd. De interactieve NME-inventaris Vlaanderen werd volledig operationeel en werd reeds gedeeltelijk gevoed door de NME-aanbieders. De promotie van de inventaris naar de diverse doelgroepen stond centraal. De eerste initiatieven werden genomen om het implementatieplan ‘Educatie voor Duurzame Ontwikkeling’ (EDO)uit te voeren: vertaling van de UNECE-strategie voor EDO, raadpleging NME-sector en andere betrokkenen (beleidsdomeinen en NGO’s), oprichting van een EDO-platform aangestuurd door het beleidsdomein Leefmilieu en voorbereiding van een onderzoek naar de stand van zaken inzake het EDO-beleid en EDO-initiatieven. Voor de jeugd- en volwassenenwerking wordt verwezen naar het hoofdstuk “Actoren: Maatschappelijke organisaties”. Als vervolg op de cursisten- en docentenmap omtrent diverse milieuthema’s, ontwikkeld voor de basiseducatie (2005), werd aanvullend een verklarende woordenlijst opgesteld die ook voor laaggeschoolden begrijpbaar is. Om samenwerking tussen de NME-sector en de basiseducatie aan te moedigen werd een eindrapport geschreven dat een beeld geeft van de sector van de basiseducatie en hun methodiek Voor het jaar 2006 werden in het kader van het Projectenfonds 40 projecten ingediend: 9 DuLoMi-projecten, 24 NME-projecten en 7 MiNa-projecten. Deze werden ingediend vóór 1 januari 2006. De adviescommissie kwam tweemaal samen en gaf een gunstig advies voor tien van deze projecten: 3 DuLoMi-projecten, 5 NME-projecten en 2 MiNaprojecten. Bij de doelgroep onderwijs stijgt het aantal MOS-scholen (Milieuzorg op School) dat werkt aan milieuthema’s afvalpreventie, water, energie, mobiliteit, natuur op school, materialen en keuken en kantine. Voor het secundair onderwijs werd het nieuwe themapakket energie afgewerkt. Voor het hoger onderwijs werd een praktijkgerichte docentenhandleiding “milieuzorg in de opleiding gezondheidszorg” opgesteld en verspreid. Voor docenten, lectoren en


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 149

instrumenten

149 deel 7

departementshoofden gezondheidszorg van de Vlaamse hogescholen en de milieucoördinatoren en aankoopverantwoordelijken van ziekenhuizen en rusthuizen werd een praktijkgerichte studiedag “milieuzorg in de gezondheidszorg” uitgewerkt. Er werd van start gegaan met het ontwikkelen van een methodiek, uitgeschreven in een handleiding, voor het invoeren van een milieuzorgsysteem voor het hoger onderwijs. Met het project ‘Vergroening van de schoolomgeving’ kregen scholen een permanente technische en educatieve ondersteuning. Er werd in elke provincie voor het basisonderwijs een studiedag georganiseerd rond vergroening. Er werden eveneens in samenwerking met VELT en WWF educatief materiaal voor basisonderwijs en een technische handleiding ontworpen. In het kader van de themawerking ‘Landbouw en milieu’ werden i.s.m. Regionale Landschappen ontmoetingsdagen tussen landbouwers en natuurbeschermers georganiseerd met de bedoeling samenwerking tussen beide te bevorderen. Voor de jeugdkampen werd een netwerk van lokale aankoop van duurzame landbouwproducten sterk uitgebreid. In samenwerking met het CVN en VILT werd de cursus Landbouwnatuurgids uitgewerkt die natuurgidsen op een genuanceerde wijze informeert over alle aspecten van landbouw in Vlaanderen en in de wereld en over het raakvlak tussen landbouw en milieu. De Milieukoopwijzer werd een tweede keer verlengd : het project wordt verbreed naar grootverbruikers en vier nieuwe doelgroepen nl. jeugdwerk, socio-culturele verenigingen, de toeristische sector en verzorgingsinstellingen. De communicatieactie Groen Bestek, met actieve begeleiding omtrent milieusparende aankopen wordt een tweede keer georganiseerd. In de NME-centra De Helix en De Vroente werd de geleidelijke verbreding naar andere dan schoolse doelgroepen verdergezet, werd er verder gewerkt aan de ontwikkeling van een innoverend educatief aanbod en werd het vormingsaanbod naar intermediairen verder uitgebouwd om het multiplicatoreffect te realiseren. In de Helix kreeg het meerjarenproject ‘Geluid en Stilte’ veel belangstelling met o.a. een tentoonstelling en eraan gekoppelde educatieve pakketten. De educatieve werking in De Nachtegaal te De Panne werd verder uitgebouwd met een uitbreiding van de aangeboden educatieve pakketten. Het centrum De Helix werd uitgebreid om de educatieve dienstverlening nog te optimaliseren. Inzake interne milieuzorg keurde de Vlaamse Regering het actieplan 2006 - 2010 Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen goed op 20 juli 2006. Het ontwerp actieplan 2006 - 2010 Milieuzorg in het Voertuigenpark van de Vlaamse overheid werd ook afgewerkt. Ook andere entiteiten kregen ondersteuning. In oktober is er een nieuwe campagne voorzien rond energie en duurzame mobiliteit. De vormingsactiviteiten richten zich meer en meer naar sleutelfiguren en worden meer i.s.m. andere entiteiten georganiseerd (bv. studiedagen rond duurzame aankopen, biobrandstoffen). Europees en nationaal beleid wordt actiever opgevolgd.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Milieucommunicatieplan 2007 is goedgekeurd Milieucommunicatiestrategie in hoofdlijnen is goedgekeurd Herpositionering van de portaalsite www.milieuinfo.be is afgerond Handleiding milieuzorgsysteem hoger onderwijs is klaar

Oorspronkelijke verwachting

Status

2006 EINDE

op schema

2006 MIDDEN

vertraagd

2006 EINDE

op schema

2007 MIDDEN

op schema

Huidige verwachting

2006 EINDE


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 150

Milieujaarprogramma

150 2007

Mijlpalen (vervolg)

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

Lesgeversdatabank t.b.v. sociaal-culturele verenigingen operationeel

2006 EINDE

verlaten

Milieukoopwijzer uitbreiden naar nieuwe doelgroepen

2006 EINDE

op schema

NME-inventaris Vlaanderen volledig operationeel

2006 BEGIN

gerealiseerd

2007 MIDDEN

op schema

2009 EINDE

op schema

2007 EINDE

nieuw

2006 EINDE

op schema

2006 BEGIN

gerealiseerd

2006 BEGIN

vertraagd

2006 EINDE

Realisatie

Doelstelling

Aandeel basisscholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

46 (2005)

40 (2005)

Aandeel hogescholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

40 (2005)

Aandeel secundaire scholen die deelnemen aan het educatieve project ‘Milieuzorg op school’

59 (2005)

65 (2005)

Aantal (sub)entiteiten met actieplan milieuzorg: milieuzorgniveau 1

10 (2005)

11 (2005)

Aantal (sub)entiteiten met actieplan milieuzorg: millieuzorgniveau 2

46 (2005)

62 (2005)

Opmaak implementatieplan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling Uitbouw concreter thematisch materiaal voor secundaire MOS-scholen Analyse van de huidige stand van zaken en aanbevelingen betreffende opname van milieu- & duurzaamheidscriteria in overheidsopdrachten van de Vlaamse overheid Basisset indicatoren milieuzorg binnen de Vlaamse overheid is uitgewerkt Goedkeuring Vlaamse Regering actieplan 2006-2010 Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen Goedkeuring Vlaamse Regering actieplan 2006-2010 Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid

Indicatoren

Aanpak prioriteiten 2007 Actieplannen interne milieuzorg uitwerken en uitvoeren (cf. SD Beleidsnota)

I.s.m. de betrokken diensten uit andere beleidsdomeinen werden voor de thema’s energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen en milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid actieplannen uitgewerkt voor de periode 2006 - 2010. De uitvoering van deze actieplannen zal ervoor zorgen dat op een meer structurele manier werk gemaakt wordt van deze thema’s en er een betere afstemming mogelijk is van de acties van de verschillende betrokken beleidsdomeinen. Voor beide actieplannen zal in de loop van 2006 een eerste basisset indicatoren ontwikkeld worden. Daarnaast wordt ook een indicatorenset en berekeningsmodel ontwikkeld rond milieuverantwoorde consumptie en productgebruik. Dankzij deze indicatoren zal een opvolging van en een eventuele benchmarking tussen de verschillende overheidsorganisaties en t.o.v. andere overheden mogelijk zijn. Groene en duurzame aankopen binnen de Vlaamse overheid zullen vanuit het beleidsdomein gestimuleerd en ondersteund worden. Vanuit dat engagement wordt ook meegewerkt aan een Nationaal Actieplan voor Groene Overheidsaankopen dat tegen eind 2006 opgesteld moet zijn op vraag van de Europese Commissie.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 151

instrumenten

151 deel 7

Online informatieaanbod optimaliseren

Eind 2006 is de herpositionering van de portaalsite www.milieuinfo.be voltooid, waardoor de informatie op de verschillende websites van het beleidsdomein wordt afgestemd, o.m. voor milieugegevens die actief openbaar moeten worden. In een volgende fase, waarvan het zwaartepunt ligt in 2007, zal de portaalsite uitgebreid worden met een overzicht inspraakprocedures binnen het beleidsdomein en met een lijst van aanvraagformulieren voor bv. erkenningen of subsidies. Deze acties vormen de aanzet voor het opzetten van digitale inspraak- en aanvraagprocedures. Inzake digitale inspraakprocedures kan in 2007 het openbaar onderzoek rond de actualisering van het Milieubeleidsplan 2003-2007 een interessante casus zijn. Een geïntegreerd communicatieplan voor de doelgroep industrie en landbouw uitwerken

Het goed informeren van de doelgroepen industrie en landbouw is een belangrijk middel om het draagvlak voor het milieubeleid te verhogen en deze doelgroepen te responsabiliseren. Dit vereist een geïntegreerde aanpak. De eerste fase is een grondige analyse van de communicatiebehoeften (zowel van de doelgroep als van de milieuoverheid), in 2006. Op basis daarvan zal in overleg met de respectievelijke doelgroep een communicatieplan worden uitgewerkt dat voldoet aan de behoeften van de doelgroep en van de overheid. Het geeft een overzicht van de communicatiedoelstellingen, de nodige acties de geschikte kanalen, de timing en het budget. In 2007 zullen de eerste gecoördineerde acties ook uitgevoerd worden. Vlaams Implementatieplan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO) opstellen

In het kader van het decennium voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (20052014) van de Verenigde Naties en ter uitvoering van de Strategie voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (UNECE 2005) wordt tegen april 2007 een Vlaams Implementatieplan uitgeschreven. Dit plan spoort samen met de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling en wordt opgemaakt samen met andere betrokken beleidsdomeinen. De eerste EDO-maatregelen en -acties worden genomen, te beginnen met de opmaak van een inventaris van bestaande EDO-initiatieven en het vastleggen van EDO-indicatoren geënt op de Vlaamse situatie. Schoolse en niet-schoolse jeugd sensibiliseren

In het kader van het MOS-project energie kunnen in het schooljaar 2006-2007 alle secundaire scholen met het Energiepakket aan de slag. In 2007 krijgen ze ook twee nieuwe pakketten ‘Afvalpreventie en materialen’ en ‘Water’ ter beschikking. Andere initiatieven in 2007 betreffen: acties in de scholen n.a.v. de verjaardag van het van kracht worden van het Kyoto-protocol; Dikke Truiendag, gericht op scholen, bedrijven en overheidsgebouwen; de huldiging eerste Vlaamse laureaten van de ‘groene vlag’ van het internationaal project ‘Ecoschools’; de oprichting van een forum om effectieve projecten inzake vergroening van de schoolomgeving te realiseren en de lancering van de handleiding voor het opzetten van een milieuzorgsysteem in het hoger onderwijs. Dit vormt tevens de aanzet voor een project gericht op het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) ter introductie van een milieuzorgsysteem, aangepast aan deze doelgroep. In het kader van de verbreding van NME naar niet-schoolse doelgroepen, wordt voor de jeugdsector in 2007 een totaalpakket aangeboden met vormingen en bestaande instrumenten en initiatieven (o.m. de website) omtrent duurzaam op kamp gaan.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 152

Milieujaarprogramma

152 2007

6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten Opvolging van de plandoelstellingen

| De kosteneffectiviteit van het gebruik van economische instrumenten binnen het milieubeleid maximaliseren

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 In 2005 werd de studie inzetbaarheid van economische instrumenten voor het luchtbeleid afgewerkt met stappenplannen voor de meest interessante beleidsopties (o.a. een NOx-emissieheffing waarvan de inkomsten gebruikt worden voor de subsidiëring van milieuinvesteringen). In 2006 gebeurde een eerste verkenning van de mogelijke interactie van een economisch instrument voor het luchtbeleid en de geplande hervorming van de heffing op het verbranden van afval. In 2005 werd een evaluatiekader ontwikkeld voor de evaluatie van milieusubsidies, vanuit een vnl. economisch perspectief, op o.a. de criteria effectiviteit, efficiëntie en billijkheid. Tijdens de studieopdracht werd de case subsidies aan gemeenten in het kader van de cluster vaste stoffen (afval) van de Samenwerkingsovereenkomst in detail geanalyseerd. In 2006 werd voor een reeks instrumenten bekeken hoe we deze evaluatiemethodiek kunnen toepassen en werden hiervoor contacten gelegd en voorbereidingen gestart (instrumenten voor natuur-en bosbeleid, PDPO, ecoefficiëntiescan…).

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Opmaak en toepassing van een evaluatiekader voor financiële

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2005 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

gerealiseerd

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

Realisatie

Doelstelling

tegemoetkomingen vanwege leefmilieu Afronding studie Intersectorale afweging emissiereductielasten tussen de Vlaamse industriële sectoren Eindrapport verkennende studie Inzet economische instrumenten in het luchtbeleid (NOx, SO2, VOS)

Indicatoren Aantal leefmilieusubsidies die economisch geëvalueerd werden

1 (2006)


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 153

instrumenten

153 deel 7

Aanpak prioriteiten 2007 Evalueren van milieusubsidies (cf. SD Beleidsnota)

Eind 2005 werd een evaluatiemethodiek voor milieusubsidies uitgeschreven en op enkele cases toegepast. Nu wordt dit evaluatiekader gebruikt om een reeks andere bestaande subsidies te evalueren. Ook bij voorstellen voor nieuwe subsidies is het de bedoeling een ex ante evaluatie te doen zodat het nieuwe subsidie-instrument zo effectief en efficiënt mogelijk ontworpen wordt. Inzetten van economische instrumenten in het luchtbeleid (cf. SD Beleidsnota)

De resultaten van de studie “inzetbaarheid economische instrumenten voor het luchtbeleid” zullen gebruikt worden bij het opstellen van het voortgangsrapport dat in 2006 moet worden opgesteld in het kader van de NEC-richtlijn (nationale emissieplafonds). In dit rapport zal een stand van zaken gegeven worden van de emissies en missieprognoses, met een overzicht van mogelijke maatregelen en hun reductiepotentieel. Op basis van alle informatie zal, in samenspraak met de betrokkenen, een beslissing genomen over de verder te nemen maatregelen. Indien gekozen zal worden voor een economisch instrument (bv. een NOx-heffing of een systeem van verhandelbare NOxemissierechten) is mogelijk nog bijkomend studiewerk noodzakelijk. Bij de verdere uitwerking zal rekening gehouden worden met de complementariteit met de geplande hervorming van de heffing op verbranden en storten van afval.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 154

Milieujaarprogramma

154 2007

7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten Opvolging van de plandoelstellingen

| De kwaliteit van het milieurecht verbeteren door meer interne samenhang, onderlinge afstemming en doeltreffendheid, vereenvoudiging en door de verhoging van de technische uitvoerbaarheid, de rechtszekerheid en de handhaafbaarheid

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 In het kader van het milieuvergunningenbeleid werd de uitvoering van de EU-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) verdergezet. Alle bestaande GPBV-bedrijven moeten tegen oktober 2007 worden geëvalueerd. In de tweede driejaarlijkse rapportering aan de EU-Commissie is toegelicht dat de bestaande GPBV-bedrijven reeds sedert 1 mei 1999 aan deze eisen voldoen. Ter toetsing aan de later tot stand gekomen en komende Europese BREF’s is een tweede tussentijdse evaluatieronde van de vergunningssituatie van alle bestaande GPBV-bedrijven lopende. Begin 2006 werd de conceptnota betreffende de afstemming van de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning, de unieke vergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het voorontwerp van het Milieuhandhavingsdecreet werd op basis van twee Rondetafelconferenties in 2005 grondig bijgestuurd tijdens de eerste helft van 2006. Vervolgens werd het voorontwerp op basis van de uitgebrachte adviezen door de Commissie Vervolgingsbeleid, de SERV en de MiNa-Raad, en het College van Procureurs-generaal bijgewerkt en voorgelegd voor advies bij de Raad van State. In functie van een planmatige en gecoördineerde handhaving werd in 2006 uitvoering gegeven aan het milieu-inspectieprogramma (MIP) 2006. Voor eind 2006 wordt het MIP 2007 opgesteld waarbij ook beroep wordt gedaan op de insteek van andere belangrijke handhavingsactoren. In het kader van de uitdraging van de handhaving naar de lokale overheden werd in de eerste helft van 2006 een evaluatie gemaakt van het project “Gezamenlijke inspecties Milieu-inspectie/lokale overheden”. Een nieuw gezamenlijk project werd op stapel gezet. De nieuwe richtlijnboeken MER voor de disciplines fauna/flora, bodem en water werden begin 2006 voorgesteld en vinden nu hun toepassing naar de mer-praktijk. Deze dienen als basis voor de richtlijnen per activiteitengroep. Het richtlijnenboek voor veiligheidsrapportages werd geactualiseerd. Er werden nieuwe risicocriteria voor externe mensrisico’s van Seveso-inrichtingen opgesteld, die onder meer in de diverse types van veiligheidsrapportages dienen aangewend te worden. Een onderzoeksproject over veiligheid aangaande transport van gevaarlijke stoffen over de verschillende modi (weg, water, spoor, pijpleiding) in het Vlaams gewest werd opgestart. Er werd gestart met de uitvoering van het Verdrag van Helsinki aangaande grensoverschrijdende gevolgen van chemische ongevallen dat van kracht werd op 5 juli 2006.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 155

instrumenten

155 deel 7

In 2006 werd een voorontwerp van milieuschadedecreet uitgewerkt. Over deze tekst werden een online consultatie en een rondetafel georganiseerd, die belanghebbenden toeliet op de ontwerptekst te reageren. Eind 2006 ligt het ontwerp van milieuschadedecreet voor ter goedkeuring door de Vlaamse Regering.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status

Huidige verwachting

2004 MIDDEN

verlaten

2005 MIDDEN

2004 EINDE

op schema

2006 EINDE

2006 EINDE

op schema

Milieuhandhavingsdecreet definitief goedgekeurd

2006 MIDDEN

vertraagd

Opvolging en evaluatie van de inspectiecampagnes

2006 MIDDEN

gerealiseerd

De richtlijn milieuschade is volledig omgezet

2007 BEGIN

vertraagd

Goedkeuring decreet betreffende het amendement van

2006 EINDE

op schema

2006 EINDE

op schema

MER: bestaande richtlijnenboeken actualiseren en publiceren

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 BEGIN

Overige uitvoeringsbesluiten milieueffect-en veiligheidsrapportage

2007 EINDE

2003 BEGIN

vertraagd

2007 EINDE

2003 EINDE

op schema

2006 EINDE

VR: richtlijnenboeken opstellen en publiceren

2004 EINDE

gerealiseerd

2005 EINDE

Wijziging MER/VR decreet plan-mer hoofdstuk

2006 EINDE

op schema

Onderzoek naar de basiselementen voor een concept van milieureguleringseffecten-rapportage in Vlaanderen Voorwaardenpakketten inzake milieuvergunningen voor twee pilootsectoren (schrijnwerkerij en garages) Maximale uitvoering MIP2006 en opmaak MIP2007

2006 EINDE

‘gezamenlijke inspecties inrichtingen klasse 2 en 3’ met lokale overheden in 2005 is uitgevoerd 2007 MIDDEN

het samenwerkingsakkoord aangaande Seveso-inrichtingen Herziening risicocriteria voor de aanvaardbaarheid van externe risico’s van Seveso-bedrijven

ter volledige omzetting van de Europese richtlijnen Start onderhandelingen overlegcomité van federale en gewestelijke overheden aangaande de herverdeling van Seveso-heffingen Uitvoeringsbesluit houdende nadere regels inzake ruimtelijke veiligheidsrapportage

(omzetting richtlijn plan-mer)

Aanpak prioriteiten 2007 Omzetting EU-richtlijn milieuschade (cf. OD 1 Beleidsnota)

De decreetgevende procedure ter omzetting van de EU richtlijn 2004/35/EG betreffende milieuschade wordt afgerond begin 2007. Die zal resulteren in een aanvulling van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel XV “Milieuschade” en een wijziging van het decreet betreffende de Bodemsanering. Het objectief is een tijdige en correcte implementatie van de Europese Richtlijn tegen 1 mei 2007. Dit impliceert eveneens dat het milieuschadedecreet (MSD) aangevuld zal worden met besluiten van de Vlaamse Regering tot aanduiding en bepaling van de taken van de bevoegde instantie en tot vaststelling van de maatregelen om de exploitant in staat te stellen bepaalde gemaakte kosten terugbetaald te krijgen.


07 mjp2007 deel 7 corr

22-01-2007

15:08

Pagina 156

Milieujaarprogramma

156 2007

Regelgeving MER/VR op punt stellen (cf. OD 2 Beleidsnota)

Voor een volledige omzetting van de Europese richtlijn m.b.t. de plan-MER zal eind 2006 het toepassingsgebied in een decreet bepaald worden. Dit betekent dat de toepassing van het planmer-luik daarna ten volle haar doorwerking zal krijgen. Aansluitend wordt in 2007 een geïntegreerd besluit MER/VR voorbereid ter uitvoering van titel IV van het DABM. Voor het VR-gedeelte wordt eind 2006 een apart besluit houdende nadere regels inzake ruimtelijke veiligheidsrapportages geagendeerd. Dit besluit is prioritair om de bepalingen aangaande de ruimtelijke veiligheidsrapportage (decreet Ruimtelijke Ordening) in werking te doen treden. De aanpassing van het Samenwerkingsakkoord met de federale Staat, het Waals en het Brussels Gewest is dringend ter omzetting van de gewijzigde Europese Seveso-regelgeving. Het is de bedoeling om dit eind 2006 afgerond te hebben, maar andere partijen van het Samenwerkingsakkoord kunnen hierin een doorslaggevende rol spelen. In 2007 wordt verder bekeken welke herverdeling van Seveso-heffingen kan plaatsvinden tussen de federale en de gewestelijke overheden. Het richtlijnenboek mer uitbreiden

Het richtlijnenboek mer gaat een belangrijke nieuwe fase in. Er komen richtlijnen per activiteitengroep en voor de planmer. Aanpak en methodiek worden verduidelijkt op maat van een type activiteit, van een type plan of als ondersteuning en ter stroomlijning van de individuele mer’s. Verder uitwerken en optimaliseren van het milieuvergunningeninstrumentarium (cf. OD 5 Beleidsnota)

Het project ‘Integrale voorwaarden’ wordt voor de twee beschouwde pilootsectoren garages en houtbewerkingsbedrijven in 2006 afgerond met een ontwerpbesluit tot integratie van integrale voorwaarden in de VLAREM-reglementering. Begin 2007 worden deze integrale voorwaardenpakketten operationeel. In 2006 wordt het tweede verzamelbesluit tot wijziging van VLAREM afgewerkt. De focus ligt hierbij op technologische actualisering en verdergaande vereenvoudiging door herziening van sommige indelingscriteria van de indelingslijst. Begin 2007 wordt deze tweede VLAREM-trein operationeel gemaakt. De EU-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) schrijft tegen oktober 2007 een tussentijdse evaluatie voor van de vergunningssituatie van alle bestaande GPBV-bedrijven. Deze tussentijdse evaluatie is al meerdere jaren lopende en hierover is driejaarlijks aan de EU-Commissie gerapporteerd. Midden 2007 wordt deze eerste evaluatiecyclus afgesloten. Er wordt verder gewerkt aan de unieke vergunning waarbij de stedenbouwkundige en de milieuvergunning maximaal op elkaar worden afgestemd, met een gemeenschappelijke startdatum en zo mogelijk ook met een gemeenschappelijke besluitvorming. Gepoogd wordt dit in 2007 operationeel te maken. Uitvoeringsbesluiten Milieuhandhavingsdecreet (cf. OD 1 Beleidsnota)

Tegen eind 2006 wordt voorzien dat de Vlaamse Regering het Milieuhandhavingsdecreet definitief kan goedkeuren en voorleggen aan het Vlaamse Parlement. In de loop van 2007 zullen een of meer uitvoeringsbesluiten van het Milieuhandhavingsdecreet worden voorbereid. Eind 2006 en in de loop van 2007 worden de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, de gewestelijke entiteit die zal instaan voor de oplegging van bestuurlijke geldboeten en het Milieuhandhavingscollege opgericht en geoperationaliseerd. Het Milieuhandhavingscollege is een administratief rechtscollege dat uitspraak zal doen over de beroepen, ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit tot oplegging van bestuurlijke geldboeten.


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 157

deel 8

kosten en ďŹ nanciering


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 158


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 159

kosten en financiering

159 deel 8

Kosten en financiering Opvolging van de plandoelstellingen +

| Een milieueconomische onderbouwing van goede kwaliteit van het milieubeleid

leveren die ertoe bijdraagt de middelen van de samenleving (overheid, privé-sector en burgers) zo efficïent mogelijk in te zetten voor een beter leefmilieu Steeds meer afdelingen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en de agentschappen (Economische analyse kaderrichtlijn Water) doen in de fase van de beleidsvoorbereiding een beroep op milieueconomische tools, zoals waarderingsstudies en kosteneffectiviteitsstudies.

Projecten en maatregelen Toelichting en evaluatie tot 2006 Beleidsondersteunende statistieken werden opgesteld over de overheidsuitgaven voor leefmilieu in Vlaanderen. Hierbij werden tijdsreeksen bekomen die de evolutie en de verdeling van de kredieten over de verschillende thema’s en delen van het milieubeleidsplan aangeven. In 2006 werd de bijdrage milieu-uitgaven in MIRA-T 2006 beperkt tot de uitgaven van het beleidsdomein Leefmilieu in Vlaanderen. Over de milieu-uitgaven van de andere beleidsdomeinen, overheden en doelgroepen zal voortaan tweejaarlijks gerapporteerd worden. In 2001 werd het project ‘Milieukostenmodel’ (MKM) voor Vlaanderen opgestart (via het BBT-kenniscentrum van VITO). In 2003 werden de eerste belangrijke resultaten geboekt, met de publicatie van het ‘Achtergronddocument milieukostenmodel’ en de ontwikkeling van de eerste modelversies. In 2004 werd veel energie gestoken in het bepalen van de methodiek om de databank van het MKM-Vlaanderen-lucht in te vullen. In 2005 werden de eerste resultaten bekomen wat betreft de berekening via het MKM-Vlaanderen-lucht van de meest kosteneffectieve verdeling van de inspanningen gerelateerd aan de NEC-richtlijn over de verschillende industriële sectoren. Om deze intersectorale afweging te ondersteunen is het MKM aangevuld met indicatoren inzake de economische draagkracht en relatieve milieubelasting van de verschillende industriële sectoren. In MIRA-2006 zal een focus in het hoofdstuk milieu en economie besteed worden aan het MKM. In 2006 wordt gewerkt aan het uitbreiden met de polluent fijn stof en het uitbreiden van de tijdshorizon van 2010 naar 2015 en 2020. Eind 2006 wordt ook gestart met de voorbereiding van de uitbreiding van het MKM met broeikasgassen. Het tweede deel van de pilootstudie MKM-water voor het Netebekken was eind 2005 klaar. In 2006 is gewerkt aan het invullen van de data van de pilootstudie Nete in de MKM-databank en aan verdere verbeteringen aan het model. Deze eerste toepassing van het MKM-water is nu operationeel. In 2006 is gewerkt aan de bredere bekendmaking van het MKM-water met het oog op het gebruik van de resultaten voor het beleid. Ook worden verschillende sporen voor verbetering en uitbreiding van het MKM-water voorbereid: via een nieuwe studie specifiek voor landbouw, via de masterplannen van Aquafin NV en via een koppeling met het waterkwaliteitsmodel SELES. Begin 2006 is een studie opgestart over de reguleringskosten voor de overheid en de privésector van milieubeleidsinstrumenten. Dit zijn de bijkomende kosten van monitoring, rapportering, handhaving, juridische afwikkeling van geschillen enzovoort. Het is de bedoeling een rekenmodel te ontwikkelen waarmee deze kosten geraamd kunnen worden, dit zou in maart 2007 moeten klaar zijn.


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 160

Milieujaarprogramma

160 2007

Het project ‘Algemeen evenwichtsmodel voor Vlaanderen in het kader van het steunpunt milieubeleidswetenschappen’ zal eind 2006 een eerste modelversie van GEM-E3 Vlaanderen met een aantal simulaties m.b.t. lucht- en klimaatbeleid opleveren.

Opvolging mijlpalen en indicatoren Mijlpalen

Oorspronkelijke verwachting

Status verwachting

Huidige

2004 EINDE

gerealiseerd

2006 MIDDEN

Afronding tweede pilootstudie MKM-water

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

Eindrapport en rekentool reguleringskosten beschikbaar

2007 MIDDEN

op schema

2005 EINDE

op schema

2006 EINDE

2005 MIDDEN

gerealiseerd

2006 BEGIN

Afronding bruikbare input-outputtabel voor Vlaanderen

2006 EINDE

nieuw

2009 EINDE

Operationeel algemeen evenwichtmodel voor Vlaanderen

2005 EINDE

op schema

2006 EINDE

Realisatie

Doelstelling

1 (2006)

7 (2007)

100 (2005)

100 (2005)

100 (2005)

100 (2005)

100 (2005)

100 (2005)

1 (2006)

12 (2009)

Afgewerkte statistiek milieu-uitgaven Vlaamse bedrijven voor 2002

MKM-lucht operationeel voor de polluent fijn stof MKM-water operationeel voor 1 testcase

Indicatoren Aantal doelgroepen waarvan de milieu-uitgaven in kaart worden gebracht Aandeel van de totale NOx-uitstoot van de Vlaamse industriële sectoren waarvoor het MKM operationeel is Aandeel van de totale SOx-uitstoot van de Vlaamse industriële sectoren waarvoor het MKM-operationeel is Aandeel van de totale industriële NMVOS-uitstoot waarvoor het MKM-operationeel is Aantal Vlaamse waterbekkens waarvoor het MKM operationeel is

Aanpak prioriteiten 2007 Beleid onderbouwen met behulp van milieu-economische modellering (cf. OD Beleidsnota)

Het Vlaams milieukostenmodel (MKM) wordt gehanteerd bij de intersectorale afweging voor de verdeling van de NEC reductie-inspanningen. In 2007 wordt de MKM toepassing voor waterkwaliteit verder uitgebreid. Het is de bedoeling om hiermee insteek te geven aan de vereiste voorstellen van kosteneffectieve maatregelenpakketten van de kaderrichtlijn Water. Ook het MKM lucht/klimaat wordt in 2007 verder uitgebreid en up to date gehouden. Naast de gedetailleerde bottom-up modellering met het MKM is er ook nood aan analyse van de bredere, macro-economische impacts van milieubeleidsmaatregelen (op BBP, tewerkstelling etc). Hiervoor wordt gewerkt aan de toepassing van een algemeen evenwichtsmodel voor Vlaanderen. Het geheel zal ingezet worden om o.a. de kosten van mogelijke post-Kyoto-doelstellingen voor Vlaanderen in te schatten en om de onderhandelingen over de NEC-plafonds voor 2015-2020 te onderbouwen.


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 161

kosten en financiering

161 deel 8

Reguleringskosten berekenen

Sinds 2006 wordt gewerkt aan de berekening van de bijkomende kosten (de zgn. reguleringskosten) voor de overheid en de privésector van verschillende milieubeleidsinstrumenten. We denken hier aan de kosten van monitoring, rapportering, handhaving, juridische afwikkeling van geschillen enzovoort. Betere kennis van deze reguleringskosten is nodig voor een goed onderbouwde instrumentenkeuze en voor het verbeteren van de efficiëntie van bestaande instrumenten.


08 mjp2007 deel 8 corr

22-01-2007

15:09

Pagina 162


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 163

bijlagen


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 164


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 165

165 bijlagen

Bijlage 1 Overzicht van de lopende onderzoeken (2004-2006) Lange titel

Hoofdthema

Va s t g e l e g d bedrag

“Model luchtkwaliteit voor gemeenten / steden - stratenmodel”

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

40.698

aanpassen scenariomodel huishoudelijke afvalstoffen: grofvuilproblematiek

Instrumenten

19.200

Actualisering van de faalkansen in risicoberekeningen van Sevesobedrijven

Risicobeleid

61.371

Afbakening en classificatie van stedelijk groen in Vlaanderen

Gebiedsgerichte benadering

57.666

Afstemmen databank op bijkomende vereisten van de Kaderrichtlijn Water

Verontreiniging van oppervlaktewater

54.906

Afvalpreventie op school

Verontreiniging door afvalstoffen

13.582

Beleidsopvolging en prestatiemeting in functie van een geïntegreerde

Beleidsvoorbereiding en -planning

71.656

(deel ecologisch potentieel van stilstaand water groter dan 50 ha)

beleids- en beheerscyclus (vervolg) Beleidsvoorbereidend onderzoek naar de financiële, ecologische en

Verandering van het klimaat door

juridische aspecten van participatie in een klimaatfonds, gericht op

broeikaseffect

74.052

Verontreiniging door afvalstoffen

79.311

Bepalen van groenindicatoren

Gebiedsgerichte benadering

1.386

Bepaling van (rekenregels voor de inschatting van) publieke en private

Instrumenten

167.301

Bio-augmentatie voor het induceren van aërobe bioremediatie van

Verontreiniging en aantasting van

84.700

MTBE en TBA

de bodem

Blootstelling van de algemene bevolking aan 0 Hz tot 3 GHz elektro-

Niet-ioniserende straling

125.609

Boom- en houtkwaliteitsonderzoek voor de Vlaamse bos-houtkolom:

Innovatie, eco-efficiëntie en

110.974

evaluatie van eigenschappen en gebruiksmogelijkheden van hout

grondstoffengebruik

het verwerven van emissiekredieten via de flexibiliteitsmechanismen van het Kyoto-protocol Bepalen van de calorische waarde van de verschillende fracties van het huishoudelijk afval

reguleringskosten (administratiekosten, handhavingskosten, metingskosten,...) die gepaard gaan met de inzet van milieubeleidsinstrumenten nu en in de toekomst

magnetische velden in bibliotheken, elektrozaken,grootwarenhuizen, luchthavens, openbaar vervoer, stations, wandel- en winkelstraten

afkomstig uit duurzaam beheerde bestanden De aanwezigheid van bioaccumulerende stoffen in industriële effluenten

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

58.733

De omzetting van het participatieluik bij plannen en programma’s van het

Instrumenten

52.535

Verontreiniging van oppervlaktewater

60.941

Verlies aan biodiversiteit

115.063

Verdrag van Aarhus: juridische, bestuurskundige en praktische aspecten Ecotoxicologische karakterisatie van effluenten: TIE-methodologie op RWZI Oudenaarde Een integrale gebiedsvisie voor het Vlaams natuurreservaat ‘De Zwinduinen en -polders’ te Knokke-Heist


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 166

Milieujaarprogramma

166 2007

Lange titel

Hoofdthema

Va s t g e l e g d bedrag

Een nieuwe verspreidingsatlas en Rode Lijst van de loopkevers en

Verlies aan biodiversiteit

1.576

Verstoring door geurhinder

75.000

Energie- en broeikasgasscenario’s voor het Vlaamse Gewest –

Verandering van het klimaat door

42.478

verkenning beleidsscenario’s tot 2030

broeikaseffect

Evaluatie van 15 jaar preventiebeleid

Verontreiniging door afvalstoffen

79.860

Evaluatie van de selectieve inzamelingen

Verontreiniging door afvalstoffen

119.185

Evaluatie van het instrument aanvaardingsplicht

Verontreiniging door afvalstoffen

68.720

Evaluatie van voorbehandelingstechnieken voor medisch afval

Verontreiniging door afvalstoffen

14.278

Externe mestopslag: inventarisatie van opslagsystemen en bepaling

Verandering van het klimaat door

89.141

van NH3-, N2O- en CH4-emissies uit deze systemen

broeikaseffect

Functietoekenningen voor waterlichamen

Integraal Waterbeleid

37.378

Geomorfodynamiek in het Ter Yde - duinencomplex

Verlies aan biodiversiteit

41.461

Grijs water

Verontreiniging en aantasting van

59.290

zandloopkevers van Vlaanderen (Coleoptera, Carabidae) Effectentoets voor specifieke beleidsmaatregelen en regelgeving ter beheersing van geurhinder veroorzaakt door hinderlijke inrichtingen

de bodem Grijs water 2, Gebruik van verontreinigd grondwater als proceswater

Verontreiniging en aantasting van

50.046

de bodem Het juridisch statuut van de watermolens binnen het kader van de

Verdroging

54.352

Andere

139.392

Verlies aan biodiversiteit

199.198

Verzuring

1.396.887

Impact van verschillende soorten milieubeleidsinstrumenten en

Innovatie, eco-efficiëntie en grond-

2.215

instrumentenmixen op milieu-innovatie

stoffengebruik

Implementatie van de strategie voor het verzamelen van incidentie-

Gezondheidsaspecten

98.540

Verspreiding zwevend stof

148.047

Kwantificering van oppervlaktewater met BZV en CZV door de landbouw

Verontreiniging van oppervlaktewater

32.743

Landbouweconomische studie viskweekbedrijven binnen het Richtlijn-

Verlies aan biodiversiteit

224.667

regelementering op de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen en de bescherming van het onroerend erfgoed Het uitvoeren van een systeemanalyse (inclusief actor- en netwerkanalyse), het opzetten en begeleiden van een eerste transitiecyclus in het kader van een transitie naar een milieuverantwoord materialenbeleid Hoeveel moeten we meten om te weten? Naar een afwegingskader én rekenmodel voor de bepaling van de steekproefgrootte bij beleidsgerichte monitoring Impact van ambitieuze internationale emissiereductiedoelstellingen op de concurrentiekracht van de ondernemingen

gegevens i.v.m. aandoeningen die mogelijks wijzen op endocriene verstoring bij de mens en berekening van de maatschappelijke kost van een aantal geïdentificeerde prioritaire aandoeningen In kaart brengen van diffuse bronnen en voorstel voor reductiemaatregelen voor fijn stof (PM10 en kleiner) en de erop aanwezige zware metalen, PAK, dioxines en andere micropolluenten

gebied Vijvergebied Midden-Limburg


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 167

167 bijlagen Lange titel

Hoofdthema

Va s t g e l e g d bedrag

Methodeontwikkeling voor de bepaling van kationische surfactanten

Verontreiniging van oppervlaktewater

59.033

Modelvergelijking Vlaanderen - Nederland

Verzuring

36.000

Monstername en bijhorende frequentie van puingranulaten Deel III

Verontreiniging door afvalstoffen

32.563

Multifunctionaliteit van overstromingsgebieden: wetenschappelijke bepaling

Verdroging

162.021

Verontreiniging en aantasting van

102.500

in water

van de impact van waterberging op natuur, bos en landbouw Nadere uitwerking van de bescherming van waardevolle bodems

de bodem O&O MIRA 2005: Modelbouw en scenarioanalyse - zwevend stof:

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

28.371

Verlies aan biodiversiteit

39.600

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

119.481

Ondersteuning van de Vlaamse overheid bij het gebruik van Ecoscore

Verontreiniging door fotochemische

59.669

om milieuvriendelijke voertuigen te stimuleren

stoffen

Onderzoek fijn stof ( karakterisatie fijn stof en / of meting van fijn stof -

Verspreiding zwevend stof

75.000

Verspreiding zwevend stof

199.548

Onderzoek naar de financiering van het huishoudelijk afvalbeleid

Verontreiniging door afvalstoffen

90.750

Onderzoek naar de haalbaarheid van het herstel van serpelingpopulaties

Versnippering

63.875

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

199.689

Gezondheidsaspecten

200.000

Verontreiniging en aantasting van

27.830

optimalisatie van modellering van fijn stof Onderbouwing van het hydro-ecologisch model NICHE: onderzoek naar nutriĂŤntenhuishouding en mineralisatie in leembodems Ondersteunend studiewerk en verdere karakterisatie van de Vlaamse toestand inzake hormoonverstoring

emissies van het autoverkeer Onderzoek naar de bronnen van fijn stof (PM10) in hotspotgebieden in Vlaanderen en doorrekening van reductiemaatregelen in kader van saneringsplannen voor de 1ste dochterrichtlijn luchtkwaliteit (1999/30/EG)

in waterlopen van het Vlaamse Gewest Onderzoek naar de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van de binnenomgeving. Deel 1 Blootstelling aan kinderen Onderzoek naar de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in het milieu op de mens en naar de oorzaken daarvan in opvolging van de groepsresultaten van de biomonitoring van pasgeborenen Onderzoek naar verkorting van onderzoeksprocedures

de bodem Onderzoek van het bodemmilieu in functie van het fysico-chemisch

Verontreiniging en aantasting van

kwantificeren van de effecten van grondgebruik en beheer op

de bodem

98.000

archeologische bodemsporen in Vlaanderen Onderzoek van het geslacht Carassius in het Vlaamse Gewest

Verlies aan biodiversiteit

202.382

Onderzoek wetgeving Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw in functie

Verstoring door geluidshinder

78.351

Verontreiniging door afvalstoffen

66.913

van (geluid) hinder Ontwikkelen van een set van indicatoren om de prestaties op het gebied van milieuverantwoord productgebruik van (lokale) overheden in beeld te brengen (Proefproject STIP 2005)


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 168

Milieujaarprogramma

168 2007

Lange titel

Hoofdthema

Va s t g e l e g d bedrag

Ontwikkeling van een beoordelingsinstrument inzake beheersing

Instrumenten

70.180

Operationeel Model Voorspelling luchtkwaliteit

Verspreiding zwevend stof

35.000

OPS Optimalisatie 2004-2005-2006

Verzuring

39.000

OPS validatie en correctie

Verzuring

58.500

Opstellen van een referentie- en afwegingskader voor natuurontwikkeling

Verlies aan biodiversiteit

66.000

Versnippering

24.942

Verontreiniging door fotochemische

144.534

van milieurisico’s

en -herstel op vermeste en verzuurde terreinen Opstellen van ontsnipperingsvoorstellen voor kanalen in Vlaams-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen Optimalisatie emissie-inventaris lucht: spoor en scheepvaart

stoffen Optimalisatie emissie-inventaris lucht: fijn stof

Verspreiding zwevend stof

90.700

Opvolgen van de ontplooiing van het netwerk hergebruikcentra in

Verontreiniging door afvalstoffen

172.667

Prioriteiten uitbouw monitoring - case study waterkwaliteit

Instrumenten

49.604

Prognoses en scenario’s voor luchtverontreinigende stoffen

Verzuring

85.912

Risicoberekening van Magazijnbranden van Sevesobedrijven

Risicobeleid

88.941

Ruimtelijke interpretatie van de luchtkwaliteit

Verspreiding zwevend stof

35.000

Sorteeranalyse-onderzoek huisvuilzak Vlaanderen 2005

Verontreiniging door afvalstoffen

76.106

Stimuleren van duurzaamheid in (stedenbouwkundige) voorschriften

Gebiedsgerichte benadering

83.097

Verlies aan biodiversiteit

64.900

Verlies aan biodiversiteit

15.070

Systeeminnovatie in functie van het concept ‘transitiemanagement’

Andere

4,327

Toepassing van elektromagnetische inductiemetingen in het kader

Verontreiniging en aantasting van

30,470

van bodemonderzoek en -sanering

de bodem

Uit- en doorwerking van langetermijndoelstellingen leefmilieu

Beleidsvoorbereiding en -planning

181,330

Uit- en doorwerking van langetermijndoelstellingen leefmilieu (vervolg)

Beleidsvoorbereiding en -planning

78.287

Uitwerken en uitvoeren van een effectieve communicatiestrategie

Doelgroepen

76.666

Uitwerken en uitvoeren van een pilootproject voor effectgerichte metingen

Verspreiding van milieugevaarlijke

152.697

om de luchtkwaliteit in Vlaanderen te kunnen evalueren

stoffen

Uitwerken van een instrument (principes, richtlijnen en criteria) ter

Verlies aan biodiversiteit

Vlaanderen anno 2005 (inclusief financiële staalkaart)

om te komen tot een beter stedelijk leefmilieu Studie naar de metapopulatiestructuur bij de Groene kikker (Rana esculenta synklepton) en de implicaties voor de ruimtelijke configuratie van geïsoleerde habitats Studie van de groei en ontwikkeling van jonge inlandse eiken in functie van lichtaanbod - case study Meerdaalwoud

inzake M&G

evaluatie van de wildbeheerplannen (inhoudelijk)

99.115


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 169

169 bijlagen Lange titel

Hoofdthema

Va s t g e l e g d bedrag

Valorisatie kennis bij IN / IBW voor opmaak van beheerplannen in

Verlies aan biodiversiteit

130.000

Veiligheid aangaande transport van gevaarlijke stoffen

Risicobeleid

3.779

Verdere verfijning van de kwantificering van het aandeel van de diffuse

Verontreiniging van oppervlaktewater

15.913

Verontreiniging en aantasting van

60.636

de domeinbossen

bronnen op de emissies naar oppervlaktewater en van het stedelijk (bewoond) gebied: verfijning van het model Verfijning bodemerosiekaart

de bodem Verkennend onderzoek over eutrofiëring in Vlaanderen

Verontreiniging van oppervlaktewater

45.155

Vervolgstudie: uitwerking van een methodologie voor de beoordeling van

Verontreiniging van oppervlaktewater

30.500

Verwerking van afvalstoffen, voor nuttige toepassing, in Azië

Verontreiniging door afvalstoffen

49.579

VMM - SMOGSTOP 2006

Verontreiniging door fotochemische stoffen 25.000

Voorbereiden uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2008-2012:

Verontreiniging door afvalstoffen

76.411

Voorstellen milieukwaliteitsnormen voor dioxine en dioxine-achtige PCB’s

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

75.000

Wereldwijde milieu-impact van de Vlaamse productie- en consumptie-

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffen-

57.493

sectoren: mogelijkheden en beperkingen van een model voor een

gebruik

de zuiveringsinfrastructuur per zuiveringsgebied: methodologie effectiviteitsrapporten & continue opvolging en aansturing van de actoren

bepaling afvalcorrectie-indicatoren

Vlaamse Input-Output studie Wetenschappelijke beoordeling van gecombineerde systemen

Verontreiniging door fotochemische

83.987

NOx katalysator en roetfilter voor bussen – deel 2

stoffen

Wetenschappelijke onderbouwing van de beheergerichte maatregelen

Verlies aan biodiversiteit

59.357

Verontreiniging van oppervlaktewater

18.900

Verontreiniging door afvalstoffen

212.230

in het gebied Hoeverheide (Kamp van Beverlo) Wetenschappelijke ondersteuning van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) Zwerfvuilanalyse in Vlaanderen aan de hand van proefstroken


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 170

Milieujaarprogramma

170 2007

Bijlage 2 Overzicht van de geplande onderzoeken (2007) Lange titel

Hoofdthema

Afbakening van gebieden gevoelig aan winderosie in Vlaanderen

Verontreiniging en aantasting van de bodem

Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen vergroten

Instrumenten

Beleidsanalyse afvallandbouwfolies

Beleidsvoorbereiding en -planning

Beleidsonderbouwing lichthinder

Verstoring door lichthinder

Bepalen van een procesfactor voor grondwater

Vermesting

Corrigeren OPS model

Verzuring

De Kringloopcentra in het Vlaamse Gewest: opvolgingsverslag 2006

Doelgroepen

Educatie inzake duurzaam wonen en bouwen als hefboom in het noorden in het kader

Andere

van de globale klimaatverandering en (mondiale) duurzame ontwikkeling Evaluatie emissies wegverkeer, spoor en binnenvaart

Verontreiniging door fotochemische stoffen

Evaluatie selectieve inzameling van huishoudelijk afval: analyse vervolgstromen

Verontreiniging door afvalstoffen

Evaluatie van de aanvaardingsplichten: vervolg. Toepassing van het evaluatiekader

Verontreiniging door afvalstoffen

op enkele stromen Evaluatie van het instrument ruimtelijk veiligheidsrapport

Risicobeleid

Evaluatie, bijsturing en verder ontwikkelen van de milieukwaliteitsnormen met betrekking

Gezondheidsaspecten

tot totale stofuitval en zware metalen (Pb, Cd, As, Ni en Hg) aanwezig in stofuitval en dit in functie van de bescherming van de volksgezondheid Fase 2 Post-2012 onderzoekstraject – Opstellen Vlaamse kostenkurve met behulp van

Verandering van het klimaat door

MKM Klimaat door gebruik van BAU+ resultaten

broeikaseffect

Gemengd en ongedifferentieerd afval: scenario-ontwikkeling en programmering

Verontreiniging door afvalstoffen

Gevaarlijke componenten in afgedankte voertuigen: Trends in gebruik en nood en

Verontreiniging door afvalstoffen

mogelijkheden tot selectieve verwijdering Geïntegreerde verwerkingsmogelijkheden (incl. energetische valorisatie) van bermmaaisel

Verontreiniging door afvalstoffen

Herintroductie van de rivierdonderpad in bovenlopen van het Demerbekken

Verlies aan biodiversiteit

Indicatoren voor het opvolgen van het aanbod aan en het marktaandeel van

Innovatie, eco-efficiëntie en

milieuverantwoorde producten in de distributie

grondstoffengebruik

Inschatting van de gevolgen van wijzigend landbouw- en mestbeleid op oppervlaktewater

Verontreiniging van oppervlaktewater

Interreg III , LUTANUIS: Grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaanderen, Wallonië

Verdroging

en Frankrijk voor de bestrijding van de muskusrat Inventarisatie en doorlichting van de wijkcompostering in Vlaanderen (vervolgstudie 2001)

Verontreiniging door afvalstoffen

Inventarisatie en kritische evaluatie van de impact van milieurisico’s op ouderdoms-

Gezondheidsaspecten

gerelateerde chronische aandoeningen in Vlaanderen Inventarisatie-studie van bronnen en maatregelen voor huishoudens en industrie in Vlaanderen ten behoeve van het milieukostenmodel

Integraal Waterbeleid


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 171

171 bijlagen Lange titel

Hoofdthema

Jaarlijkse berekening van het risicoprofiel (de POCER-indicator) van bestrijdingsmiddelen

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

erkend voor toepassing op openbare domeinen Korstmossen als bio-indicator voor NH3 concentraties

Verzuring

Literatuurstudie naar de ernst van een verhoogd risico op besmetting door fusarium-

Verontreiniging en aantasting van de bodem

schimmels bij niet-ploegen Meten en evalueren van de bodemkwaliteit; meetnet, meettechnieken en kennis van

Verontreiniging en aantasting van de bodem

bodemprocessen Meting hoeveelheid zwerfvuil in 2007

Verontreiniging door afvalstoffen

Milieu- en natuurimpact van bestrijding exoten met glyfosaat

Verlies aan biodiversiteit

Model voor de beschrijving van het toekomstige landgebruik in Vlaanderen in functie

Verlies aan biodiversiteit

van verschillende scenario’s Mogelijkheden en beperkingen van bioplastics

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik

Mogelijkheden van voorvergisting bij bestaande composteringsinstallaties

Verontreiniging door afvalstoffen

Onderbouwing Maatregelenprogramma voor de kaderrichtlijn Water

Integraal Waterbeleid

Ondersteunende studies voor evaluaties van milieubeleidsinstrumenten

Instrumenten

Ondersteuning economisch toezicht op de gemeentelijke sanering: opstellen van

Instrumenten

een modelondernemingsplan Onderzoek duurzame bevoorrading: gebruik lokale oppervlaktedelfstoffen of import

Andere

van minerale grondstoffen Onderzoek naar de indeling en gevaarlijkheid van substanties en de gevolgen voor

Verontreiniging door afvalstoffen

de afvalfase van producten Onderzoek naar de mogelijkheden voor inzet en potentieel van uitgegraven bodem als

Andere

alternatief ter vervanging van primaire oppervlaktedelfstoffen Onderzoek naar PCB’s in diverse milieumedia

Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen

Onderzoek naar synergieën tussen klimaatbeleid en beleid inzake luchtverontreiniging

Verzuring

Onderzoek naar voorkomen, humane blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten

Gezondheidsaspecten

van geïndustrialiseerde en gecommercialiseerde nanodeeltjes in Vlaanderen: een stand van zaken en identificatie van kennisleemten en -noden Ontwikkelen van een eventscan

Verontreiniging door afvalstoffen

Ontwikkeling model voor de berekeningen luchtkwaliteit langs (snel)wegen

Verontreiniging door fotochemische stoffen

Ontwikkeling van een analysemethode die strikt specifiek is voor de petrogene

Verontreiniging en aantasting van de bodem

olieverbindingen in ruimingsspecie Ontwikkeling van een vernieuwd afwegingskader voor aanvaardingsplichten en

Verontreiniging door afvalstoffen

aanverwante instrumenten Ontwikkeling van klimaatmodel voor de beschrijving van toekomstige milieuveranderingen

Verlies aan biodiversiteit

in Vlaanderen en omgeving in functie van verschillende scenario’s Operationaliseren en toepassen van het Algemeen Evenwichts Model GEM-E3 Vlaanderen

Kosten en financiering

voor het Vlaamse lucht- en klimaatbeleid Operationalisering van economische instrumenten

Instrumenten


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 172

Milieujaarprogramma

172 2007

Lange titel

Hoofdthema

Operationeel Model Voorspelling Luchtkwaliteit 2007

Verspreiding zwevend stof

Opmaak en uitwerking van een modelmatig beheersinstrument voor het ecologische

Versnippering

landschapsmodel voor de Antwerpse Haven (in relatie tot de uitgewerkte Ecologische Infrastructuur) Opmaken van geluidskaarten volgens de EU RL 2002/49/EG

Verstoring door geluidshinder

Opstellen van een gevoeligheidskaart met betrekking tot massabewegingen

Verontreiniging en aantasting van de bodem

(massatransport) voor de Vlaamse Ardennen Optimalisatie emissie-inventaris lucht - NH3-emissies door landbouwsector

Verzuring

Optimalisatie emissie-inventaris O3-afbrekende stoffen en F-gassen

Verdunning van de ozonlaag

Optimaliseren subselectiemethodiek in risicoanalyse in veiligheidsrapporten

Risicobeleid

Opzetten onderzoek /scanning// foresights mbt opkomende risico’s van nieuwe

Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffen-

technologieën (nanotechnologie, genomics en robots) -samen te voegen met OL200600079

gebruik

Persistente organisch verontreinigende stoffen (POP’s): Verordening 850/2005:

Verontreiniging door afvalstoffen

inventarisatie en gevolgtrekking mbt het Vlaamse afvalstoffenbeheer Proefproject zwerfvuil

Verontreiniging door afvalstoffen

Richtlijnen mer: chemie en elektriciteit

Instrumenten

Richtlijnen mer: discipline mens - ruimtelijke aspecten

Instrumenten

Richtlijnen plan-mer: pilootstudie

Instrumenten

Ruimtelijke interpetatie van de Luchtkwaliteit 2007

Instrumenten

Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek SLO-2

Verstoring door geurhinder

Sleutelfactoren en -processen voor herstelmaatregelen van intergetijdengebieden

Verlies aan biodiversiteit

Smogstop

Verontreiniging door fotochemische stoffen

Sorteeranalyse spuitbussen

Verontreiniging door afvalstoffen

Transitiemanagement Duurzaam Wonen en Bouwen Fase 2: Platform Duurzaam Wonen

Beleidsvoorbereiding en -planning

en Bouwen en Vernieuwingsprojecten Duurzaam Wonen en Bouwen (Uitgaven mbt toekomstgericht werken en innovatie) Uit- en doorwerking van langetermijndoelstellingen leefmilieu (vervolg)

Beleidsvoorbereiding en -planning

Uitvoeren van de risico-analyse 2015 in het Scheldestroomgebied in het kader van

Verontreiniging van oppervlaktewater

de KRW met behulp van een rivierkwaliteitsmodel Uitvoeren van een economische waarderingsstudie van natuur, landschap en leefbaarheid

Kosten en financiering

voor kosten-batenanalyses van projecten in Vlaamse zeehavens Uitvoering acties Uitvoeringsplan huishoudelijk afval 2003-2007

Beleidsvoorbereiding en -planning

Uitvoering KMO-plan (GISTI)

Verontreiniging door afvalstoffen

Uitwerken van instrumentarium voor duurzaam en verantwoord beheer van

Verontreiniging en aantasting van de bodem

bodemverontreiniging Validatie recyclagecijfers aanvaardingsplicht afgedankte voertuigen: aanreiken en oplossen van de pijnpunten

Verontreiniging door afvalstoffen


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 173

173 bijlagen Lange titel

Hoofdthema

Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor

Verontreiniging van oppervlaktewater

kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen (5 delen: kanalen en sterk veranderde rivieren, oppervlaktewater in het bekken van de Gentse kanalen, de kusthaven) Veiligheid bij transport van gevaarlijke stoffen

Risicobeleid

Verdere onderbouwing van de bemestingnormen in het kader van MAP3

Vermesting

Verdere ontwikkeling van de tweetalige Ecoscore-databank: update, implementatie

Verontreiniging door fotochemische stoffen

zwaar vervoer, aanvulling met biobrandstoffen Verdere optimalisatie van luchtmodellen (o.a. het BelEUROS model)

Verspreiding zwevend stof

Verdere toepassing en ontwikkeling van kritische lasten en target loads

Verzuring

Verkennende studie naar de oorzaken van bodemverdichting in Vlaanderen en afbakening

Verontreiniging en aantasting van de bodem

van gebieden gevoelig aan verdichting Voortzetting wetenschappelijk onderzoek oc’s grootverbruikers

Verontreiniging van oppervlaktewater

Wetenschappelijke onderbouwing en toepasbaarheid van transitiemanagement

Beleidsvoorbereiding en -planning

Windturbines in het kader van de veiligheidsrapportage

Risicobeleid

Zachte recreatie in privĂŠ-bossen: onderzoek naar kwantitatieve en kwalitatieve aspecten

Verlies aan biodiversiteit

van openstelling en zoektocht naar alternatieve vormen inzake stimulering van openstelling


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 174

Milieujaarprogramma

174 2007

Bijlage 3 Stand van zaken aangaande de goedkeuring van internationale overeenkomsten Toelichting bij tabel

De gegevens in de tabel werden bijgehouden tot eind augustus 2006. Zoals voorgaande jaren werden de gegevens overgenomen uit het “repertorium” bijgehouden door de administratie Buitenlands Beleid (ABB) van de Vlaamse Overheid. Voor informatie m.b.t. procedurele aspecten van de ratificatiegang, wordt doorverwezen naar de inleiding bij betrokken repertorium Vindplaats in het reper torium Nummer

Kwalificatie

1

II. Exclusief - Bilateraal

2

idem

3

idem

4 5

idem

6

II. Exclusief - Multilateraal

7

idem

8

idem

9

idem

10

III.4.C.Gemengd - EU

11

III.5.Gemengd - RVE

12

idem

13

III.6.Gemengd - I.A.O.

14

III.8.A.Gemengd - Multilateraal Milieu

15

idem

16

idem

17

idem

18

idem

19

idem

20

idem

21

idem

22

idem

23

idem

24

idem


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 175

175 bijlagen Nummer

Kwalificatie

25

idem

26

idem

27

idem

28

idem

29

idem

30

idem

31

idem

32

idem

33

idem

34

idem

35

idem

36

idem

37

idem

38

idem

39

idem

40

idem

41

idem

42

idem

43

idem

44

idem

45

idem

46

idem

47

idem

48

idem

49

idem

50

idem

51

idem

52

idem

53

idem

54

idem

55

idem

56

idem

57

idem

58

III.8.D. Gemengd - Multilateraal Scheepvaart

59

idem

60

III.8.F. Gemengd - Multilateraal Varia


5

en machtigt tot

ondertekening

Nederlanden betreffende

de uitvoering van de

ondertekening

Gewest, enerzijds, en het Konink

rijk der Nederlanden, anderzijds,

beheer in het Scheldeestuarium

het gebied van het beleid en

inzake de samenwerking op

VR keurt goed

en machtigt tot

Gemeenschap en het Vlaams

25/11/2005:

Verdrag tussen de Vlaamse

Schelde-estuarium

Ontwikkelingsschets 2010

25/11/2005:

VR keurt goed

Gewest het Koninkrijk der

Middelburg

21/12/2005 -

Middelburg

21/12/2005 -

Antwerpen

(Vlaanderen, Nederland)

Verdrag tussen het Vlaams

17/01/95 -

Verdrag inzake afvoer Maaswater

(voorontwerp)

20/07/2006

(voorontwerp)

20/07/2006

28/07/1995

28/07/1995

21/12/1995

21/12/1995

31/03/1999

(BS 06/03/96)

22/12/95 –

(BS 06/03/96)

22/12/95 –

(BS 26/05/99)

13/04/99 –

27/06/1996

27/06/1996

4/02/2000

01/07/96

In werking getreden op

wijziging van de Bijlagen B-E

VR hecht goedkeuring aande

ondertekenen. 30/04/2004:

VR keurt goed en machtigt te

Westerschelde. 15/12/1998:

verruiming vaarweg

van art. 9 van het verdrag

overeenkomst in uitvoering

01/07/1996. HYMEDIS-

In werking getreden op

Inwerkingtreding 01/04/00

Milieujaarprogramma

4

Antwerpen

vaarweg Westerschelde

(Vlaanderen, Nederland)

17/01/95 -

Verdrag inzake verruiming

tegen inscharing

29/09/1998

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

3

Brussel

inzake de verdediging van de

oevers langs de Westerschelde

6/01/93 -

Overeenkomst met Nederland

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

2

1

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 176

176 2007


WGV

Antwerpen

Waterkwaliteit Maas (Vlaams,

Gewest, Frankrijk, Nederland)

Gemengd verklaard

Straatsburg) (ETS 172)

+ 14/10/98:

leefmilieu door het

strafrecht (4/11/1998,

op 20/06/96

bescherming van het

11 Conventie inzake de Straatsburg

07/05/99 -

16/04/96 -

(BS 10/02/98)

19/12/1997 -

(BS 29/05/96)

16/04/96 -

(BS 29/05/96)

8/05/1998

20/06/1996

20/06/1996

14/05/2003

16/4/1998 Inwerkingtreding

Federale Instemmingswet

Cfr. Scheldeverdrag verderop

Cfr. Maasverdrag verderop

notificatie:BS 02/06/2003

Mededeling VR over

Inwerkingtreding 13/06/2003

Inwerkingtreding 24/10/96

regels

om in juridisch afdwingbare

in Den Haag op 17/12/1991)

tieke verklaring, ondertekend

Energiehandvest (= een poli-

principes van het Europees

18/12/1997

23/03/01 (BS 26/04/01)

24/07/1996

energie-efficiĂŤntie

3/06/1997

27/03/1996

27/03/1996

14/03/2001

01/06/1994 (BS 05/08/94)

6/8/1998. Dit verdrag zet de

Lissabon

15/11/1995

15/11/1995

31/03/2000

19/05/1994

menten + protocol i.v.m.

Energiehandvest + amende-

17/12/94 -

Antwerpen

Waterkwaliteit Schelde (Vlaams,

Brussels Hoofdstedelijk en Waals

17/01/95 -

Verdrag inzake bescherming

Gewest, Frankrijk, Nederland)

Brussels Hoofdstedelijk en Waals

17/01/95 -

Verdrag inzake bescherming

10 Verdrag inzake het Europees

9

8

(04/12/1991, Londen)

Londen

12/01/1994

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

van vleermuizen in Europa

Overeenkomst ter bescherming

wereld (16/11/1972, Parijs) 04/12/91 -

Parijs

bescherming van het cultureel

en natuurlijk erfgoed in de

16/11/72 -

UNESCO-conventie inzake de

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

7

6

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 177

177 bijlagen


gebieden van internationale

Sofia

sing van emissies van

Espoo

rapportage in grensover-

(25/02/1991, Espoo)

schrijdend verband

25/02/91 -

17 Verdrag inzake milieueffect-

(Genève, 1979)

luchtverontreiniging

inzake grensoverschrijdende

stromen bij het verdrag

stikstofoxiden of van hun

31/10/88 -

Regina

28/05/87 -

16 Protocol inzake de beheer-

(28/05/1987, Regina)

watervogels)

(i.h.b. als verblijfplaats voor

van internationale betekenis

komst inzake watergebieden

15 Amendement op de overeen-

(03/12/1982, Parijs)

plaats voor watervogels)

betekenis ( i.h.b. als verblijf-

Parijs

03/12/82 -

Genève

22/06/93 -

25/03/1997

19/05/2000

13/01/1998

13/01/1998

1/06/2001

9/07/1997

5/07/2000

8/07/1998

8/07/1998

6/02/2002

9/07/2003

(BS 01/10/97)

15/07/97 -

(BS 12/08/00)

17/07/00 -

(BS 22/8/98)

14/07/98 -

(BS 22/08/98)

14/07/98 -

(BS 12/04/2002)

1/03/2002 -

(BS 05/09/03)

18/07/03 -

2/07/1999

8/11/2000

28/10/1998

28/10/1998

9/06/2004

28/10/2004

treding: 30/9/1999

09/06/1999. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001.

25/03/1999. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 01/02/1999.

10/05/1994. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 28/10/1998.

10/05/1994. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 09/06/2005

06/09/1996. Inwerking-

Federale instemmingswet:

treding: 01/02/2005.

15/06/2004. Inwerking-

Federale instemmingswet:

Milieujaarprogramma

overeenkomst inzake water-

14 Protocol tot wijziging van de

Gemengd verklaard

industriële ongevallen

WGV 25/03/96:

14/03/2003

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

voorkoming van zware

Florence

20/10/00 -

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

13 Verdrag nr. 174 inzake

landschappen (ETS 176)

12 Europees verdrag inzake

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 178

178 2007


of hun grensoverschrijdende

Gemengd verklaard

grensoverschrijdende water-

lopen en internationale meren

Rio de Janeiro)

diversiteit (05/06/1992,

23 Verdrag inzake biologische

(09/05/1992, New York)

Rio de Janeiro

05/06/92 -

04/06/92 Rio de Janeiro

klimaatverandering

Helsinki

17/03/92 -

Helsinki

17/03/92 -

Genève

18/11/91-

22 VN-raamverdrag inzake

(17/03/1992, Helsinki)

WGV 25/03/96:

ming en het gebruik van

Gemengd verklaard

21 Verdrag inzake de bescher-

(17/03/1992, Helsinki)

industriële ongevallen

WGV 17/12/97:

schrijdende gevolgen van

verklaard

Gemengd

20 Verdrag inzake de grensover-

reiniging (Genève 1979)

overschrijdende luchtveront-

bij het verdrag inzake grens-

stromen (Genève, 18/11/1991)

WGV

17/12/1997:

18/10/1995

22/02/1995

28/02/1996

1/06/2001

11/03/1997

15/11/1995

28/02/1996

4/04/1995

19/06/1996

6/02/2002

9/07/1997

21/12/1995

(BS 24/05/1996)

19/03/96 -

(BS 07/07/1995)

19/04/95 -

(BS 13/08/96)

8/07/96 -

(BS 12/04/02)

1/03/02 -

(BS 29/08/97)

15/07/97 -

(BS 06/03/96)

22/12/95 -

Regering

door Vlaamse

22/11/1996

16/01/1996

8/11/2000

6/04/2006

8/11/2000

25/04/1996

treding: 20/02/1997

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 15/04/1996

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

29/09/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 05/07/2006

22/03/2006. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

24/06/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 14/01/1999

19/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Opmerkingen

15:03

organische koolwaterstoffen

van emissies van vluchtige

Madrid

4/10/91 -

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

19 Protocol inzake beheersing

– verdrag (04/10/1991, Madrid)

bescherming bij het Antarctica

18 Protocol betreffende milieu-

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 179

179 bijlagen


gemengd verklaard

14/06/1994) bij het verdrag

Gemengd verklaard

de grensoverschrijdende

overbrenging van gevaarlijke

+ 20/06/96:

Gemengd verklaard

afgifte en inname van afval

in de Rijn- en binnenvaart

28 Verdrag inzake verzameling,

ervan (Bazel, 22/03/1989)

WGV 14/05/96

17/12/97:

inzake de beheersing van

afvalstoffen en de verwijdering

WGV

27 Amendement op het verdrag

(10/12/1982, Montego Bay)

inzake het recht van de zee

deel XI van het VN-verdrag

26 Akkoord inzake toepassing

(Genève, 1979)

luchtverontreiniging

inzake grensoverschrijdende

04/05/94:

en bijlagen I tot V (Oslo,

WGV

Straatsburg

09/09/96 -

Genève

22/09/95 -

New York

28/07/94 -

Oslo

14/06/94 -

18/05/2001

12/05/1998

19/05/2000

27/11/2002

8/07/1998

5/07/2000

4/04/1995

(BS 31/12/2002)

6/12/02 -

(BS 22/08/1998)

14/07/98 -

(BS 12/08/2000)

17/07/00 -

(BS 04/10/1995)

19/04/95 -

20/06/2003

13/11/1998

8/11/2000

6/09/1996

06/03/2002

Federale Instemmingswet

treding: 13/12/1998

18/06/1998. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/02/2001

24/06/2000. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 06/10/1996

11/05/1995. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Milieujaarprogramma

verlaging van zwavelemissies

25 Protocol betreffende de

(22/09/1992, Parijs)

21/12/1994

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

OSPAR-verdrag

Atlantische Oceaan –

Parijs

03/11/92 -

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

van de Noord-Oostelijke

ming van het marien milieu

24 Verdrag inzake de bescher-

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 180

180 2007


+ 14/01/98:

13/05/98: Gemengd verklaard

bij het verdrag inzake grens-

overschrijdende luchtveront-

reiniging (Genève 1979)

33 Protocol over zware metalen

(Genève 1979). WGV

verklaard

overschrijdende luchtveront-

reiniging over lange afstand

Gemengd

bij het verdrag inzake grens-

WGV

32 Protocol m.b.t. persistente 13/05/98:

(09/05/1992, New York)

organische stoffen (POP’s)

17/12/97:

Gemengd verklaard

inzake klimaatverandering

WGV

31 Protocol bij het raamverdrag

07/11/1996, Londen)

stoffen van 1972,

Gemengd verklaard

zee ten gevolge van het

storten van afval en andere

17/12/97

de verontreiniging van de

WGV 23/10/96,

Verdrag ter voorkoming van

30 Protocol van 1996 bij het

(26/09/1997, Londen)

Gemengd verklaard

Aarhus

24/06/98 -

Aarhus

24/06/98 -

Kyoto

29/04/98 -

Londen

27/03/98 -

Londen

26/09/97 -

14/11/2003

14/11/2003

14/09/2001

22/04/2005

22/04/2005

17/03/2004

17/03/2004

30/01/2002

14/12/2005

14/12/2005

(BS 21/05/2004)

26/03/04 -

(BS 21/05/2004)

26/03/04 -

(BS 23/03/2002)

22/02/02 -

(BS 21/02/2006)

23/12/05 -

(BS 21/02/2006)

23/12/05 -

Regering

door Vlaamse

8/06/2005

25/05/2006

31/05/2002

13/02/2006

27/02/2006

treding: 06/09/2005

25/05/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 23/08/2006

25/05/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 16/02/2005

26/09/2001. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 24/03/2006

21/06/2004 Inwerking-

Federale instemmingswet

27/05/2006

Inwerkingtreding:

instemmingswet 15/06/2004

Toetreding - Federale

Opmerkingen

15:03

het protocol daarbij van 1978

1973, zoals gewijzigd door

WGV

22/03/2002:

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

reiniging door schepen, MARPOL

ter voorkoming van veront-

van het internationaal verdrag

29 Protocol van 1997 tot wijziging

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 181

181 bijlagen


en toegang tot de rechter

Gemengd verklaard

Euraziatische trekkende

watervogels

Gemengd verklaard

verzuring, eutrofiëring en

ozon in de omgevingslucht

(GŒteborg, 30/11/1999)

reiniging (Genève 1979).

overschrijdende luchtveront-

bij het verdrag inzake grens-

WGV 22/09/00:

38 Protocol ter bestrijding van

(15/08/1996, Den Haag)

13/06/95:

bescherming van Afrikaans-

37 Overeenkomst inzake de

lopen en internationale meren WGV

bescherming en het gebruik

van grensoverschrijdende water-

Gemengd verklaard

van Helsinki betreffende de

WGV

op 17/03/99:

Gezondheid bij de Conventie

36 Protocol inzake Water en

bij het OSPAR-verdrag

New York

4/02/00 -

Den Haag

29/01/99 -

Londen

17/06/99 -

Sintra

23/07/98 -

5/03/2004

31/01/2003

13/02/2004

03/12/04

procedure:

herneming

19/07/2002

29/04/2004

14/05/2003

29/04/2004

8/06/2005

27/11/2002

(BS 13/07/2004)

7/05/04 -

(BS 18/06/2003)

23/05/03 -

(BS 16/07/2004)

7/05/04 -

(BS 07/07/2005)

17/06/05 -

(BS 07/01/2003)

6/12/02 -

3/03/2006

29/06/2004

28/07/2005

21/01/2003

01/05/2006

Federale instemmingswet

treding: 01/06/2006

13/02/2006. Inwerking-

Federale instemmingswet

treding: 04/08/2005

13/05/2003. Inwerking-

Federale instemmingswet

treding: 28/08/2005

06/03/2002. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 21/04/2003

17/12/2002. Inwerking-

Federale Instemmingswet

Milieujaarprogramma

Gemengd verklaard

WGV

op 17/06/98:

35 Bijlage V en Aanhangsel 3

Aarhus

25/06/98 -

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

inzake milieuaangelegenheden

Gemengd verklaard

13/05/98:

WGV

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

bevolking in de besluitvorming

informatie, inspraak van de

34 Verdrag inzake toegang tot

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 182

182 2007


Gent

ondertekening

systemen op schepen

(Londen, 5 oktober 2001)

(TBT-verdrag)

en machtigt tot

schadelijke aangroeiwerende

22/11/02:

VR keurt goed

Londen

23/12/02 -

30/04/2004 -

(BS 08/06/2004)

30/04/2004 -

(BS 08/06/2004)

12/10/2005

12/10/2005

25/05/2006

06/10/2005. Instemmings-

Federale Instemmingswet

treding: 01/12/2005

06/10/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 23/08/2006

17/09/2005. Inwerking-

Federale Instemmingswet

treding: 14/07/2004

15/03/2004. Inwerking-

Federale Instemmingswet

procedure Luxemburg nog

29/04/2004

26/03/2004 (BS 21/05/2004)

15/04/2004

niet afgerond

6/02/2004

29/04/2004

17/03/2004

20/02/04 (BS 09/03/2004)

ondertekening

Gent

6/02/2004

14/11/2003

11/02/2004

en machtigt tot

03/12/02 -

29/11/02:

VR keurt goed

ondertekening

en machtigt tot

03/12/02 -

29/11/02:

VR keurt goed

betreffende de controle van

43 Internationaal verdrag

42 Maasverdrag

41 Scheldeverdrag

polluenten (POP’s)

Stockholm

23/05/01-

14/11/2003

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

persistente organische

40 Overeenkomst inzake

Nairobi

26/05/00 -

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

(“Cartagena Protocol”)

inzake biologische diversiteit

veiligheid bij de Conventie

39 Protocol betreffende bio-

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 183

183 bijlagen


(PRTR-protocol)

Gemengd verklaard

schade uit internationale afval-

ondertekening

internationale waterlopen

voor andere doeleinden dan

Gemengd verklaard

1992 inzake de bescherming

en het gebruik van grens-

en internationale meren

overschrijdende waterlopen

02/12/03:

van Helsinki van 17 maart

49 Wijziging bij het Verdrag

WGV

en machtigt tot

inzake het gebruik van

de scheepvaart

19/05/00:

VR keurt goed

48 VN-verdrag over het recht

transferten, onder Bazelverdrag

08/12/99:

heid voor een vergoeding van

WGV

ondertekening

bij het Aarhus-verdrag

47 Protocol inzake aansprakelijk-

VR keurt goed

en machtigt tot

van verontreinigende stoffen

25/04/03:

45 Protocol betreffende

gemengd verklaard

WGV 13/01/03:

(SEA-protocol)

Kiev

21/05/2003 -

Milieujaarprogramma

de emissie en verplaatsing

ondertekening

schrijdend verband

Kiev

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

registratie-systemen inzake

VR keurt goed

en machtigt tot

rapportage in grensover-

25/04/03:

gemengd verklaard

milieubeoordeling bij het

21/05/2003 -

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

Verdrag inzake milieueffect-

WGV 13/01/03:

44 Protocol inzake strategische

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 184

184 2007


WGV

verklaard

de bestrijding van en de

samenwerking bij olieveront-

verklaard

bij de voorvallen van veront-

verklaard

met het vervoer over zee

(03/05/1996, Londen)

stoffen (HNS-Verdrag)

van gevaarlijke en schadelijke

Gemengd

voor schade in samenhang

WGV 21/03/06:

aansprakelijkheid en vergoeding

54 Internationaal Verdrag inzake

24/03/04:

Gemengd verklaard

(28/03/2004, Joensuu)

Woudinstituut

53 Verdrag van het Europees

(15/03/2000, Londen)

schadelijke stoffen

WGV

Gemengd

van en de samenwerking

reiniging door gevaarlijke en

24/03/04:

voobereiding op, de bestrijding

52 Protocol van 2000 inzake de

WGV

Gemengd

inzake de voorbereiding op,

Regering

door Vlaamse

Toetreding

Toetreding

Toetreding

Toetreding

Opmerkingen

15:03

reiniging (30/11/1990, Londen)

WGV 24/03/04:

51 Internationaal verdrag van 1990

Gemengd verklaard

02/12/03:

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

verband (27/02/2001, Sofia)

in grensoverschrijdend

inzake milieueffectrapportage

50 Wijziging van het Verdrag

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 185

185 bijlagen


verklaard

(13/01/1993, Parijs)

tot ondertekening

goed en machtigt

18/02/05: VR keurt

ballast

WGV

Gemengd verklaard

op chemische wapens

Parijs

13/01/93 -

6/06/1996

9/10/1996

7/05/04 -

(BS 29/11/1996)

24/10/96 -

(BS 14/07/2004)

27/01/1997

30/06/2004

Federale Instemmingswet

Toetreding

treding: 29/04/1997

20/12/1996. Inwerking-

Federale Instemmingswet

13/05/2003. Inwerking-

het beheer van scheeps-

60 Verdrag inzake verbod

29/04/2004

treding: 30/06/2005

24/03/04:

(13/02/2004, Londen)

3/03/2004

verklaard

Londen

28/04/89 -

Gemengd

02/10/01:

betreffende de controle en

59 Internationaal verdrag

hulpverlening op zee

58 Internationaal verdrag inzake

(27/05/2005, Almaty)

aangelegenheden

WGV

verklaard

in de besluitvormingen toegang

tot de rechter inzake milieu-

Gemengd

WGV

57 Amendement bij het Verdrag

inspraak van de bevolking

verklaard

(04/06/2004, Cavtat)

21/03/06:

Gemengd

in grensoverschrijdend verband

Toetreding

Milieujaarprogramma

inzake toegang tot informatie,

21/03/06:

inzake milieueffectrapportage

56 Wijziging van het Verdrag

Regering

door Vlaamse

Opmerkingen

15:03

WGV

Gemengd

door bunkerolie

Parlement

Regering

Bekrachtiging en afkondiging

ratificatie

Internationale

22-01-2007

(23/03/2001, Londen)

21/03/06:

voor schade door verontreiniging

WGV

de wettelijke aansprakelijkheid

55 Internationaal Verdrag inzake

door Vlaams

door Vlaamse

Goedkeuring ontwerpdecreet

Goedkeuring ontwerpdecreet

Instemmingsdecreet

chronologisch)

verdrag

fase (Rangschikking

Onder tekening

Preliminaire

09 mjp2007 bijlagen Pagina 186

186 2007


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 187

187 bijlagen

Bijlage 4 Stand van uitvoering van de Europese milieuwetgeving Europese milieuwetgeving

De normeringinstrumenten inzake milieu waarover (1) de Raad, (2) de Commissie en – overeenkomstig de medebeslissingsprocedure – (3) het Europese Parlement samen met de Raad beschikken, zijn ook diegene die in artikel 189 van het EG-verdrag worden gedefinieerd: verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen en adviezen. Deze instrumenten hebben niet dezelfde rechtsgevolgen. • Een verordening heeft een algemene strekking, is bindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat. • Een richtlijn is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor ze bestemd is. Aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. In tegenstelling tot de verordening is de richtlijn dus niet rechtstreeks van toepassing; ze verkrijgt haar volwaardige normatieve status in de interne (lees Vlaamse) rechtsorde slechts na omzetting in nationaal (lees Vlaams) recht. • Een beschikking is bindend in al haar onderdelen voor degenen tot wie ze uitdrukkelijk is gericht; aanbevelingen en adviezen daarentegen zijn niet bindend. Stand van de uitvoering van Europese richtlijnen

De richtlijnen dienen te worden “omgezet” in intern Vlaams recht binnen de omzettingstermijnen voorzien in elke richtlijn zelf. Deze omzetting gebeurt of gebeurde via decretale weg en/of (meestal) via besluiten van de Vlaamse regering. Telkens als er een omzetting in intern Vlaams recht gebeurt, wordt deze via de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU medegedeeld aan de Commissie. De Commissie gaat de correctheid van de omzetting na en signaleert welke correcties er moeten gebeuren. De stand van zaken die hierna wordt gegeven, werd afgesloten op 1oktober 2004. Bij het overzicht van de uitvoering wordt een onderscheid gemaakt tussen: 1. de bestaande Europese richtlijnen die reeds zijn omgezet; 2. de bestaande Europese richtlijnen die nog dienen te worden omgezet; 3. de Europese richtlijnen die nog in voorbereiding zijn en die later zullen moeten worden omgezet. Naast de titel wordt voor elke richtlijn eveneens de volgende informatie gegeven: • de officiële referentie (jaar/volgnummer ID = interinstitutioneel dossier, PBC = Publicatieblad EC met mededelingen); • de publicatiedatum; • de referentie in het Europese Publicatieblad (PBL = Publicatieblad EC met wetgeving). De verordeningen werden niet opgenomen in de overzichtslijst omdat ze immers geen “omzetting” behoeven en in de regel, behoudens voor specifieke Vlaamse behoeften en toepassingen, geen wetgevend initiatief van de Vlaamse overheid vereisen.


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 188

Milieujaarprogramma

188 2007

Overzicht van de omgezette Europese richtlijnen (stand op 01.10.2006) Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum

Ref. Publicatieblad

75/0439

25.07.75

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie

PBL 194 p. 31

75/0440

25.07.75

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het

PBL 194 p. 34

oppervlaktewater dat is bestemd voor de productie van drinkwater in de Lid-Staten 75/0442

25.07.75

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (is opgeheven en

PBL 194 p. 47

vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/12/EG) 76/0160

05.02.76

Richtlijn van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van

PBL 31 p. 1

het zwemwater (wordt opgeheven per 31.12.2004 en thans is RL 2006/7 van kracht) 76/0403

26.04.76

Richtlijn van de Raad van 6 april 1976 betreffende de verwijdering van polychloor-

PBL 108 p. 41

bifenylen en polychloortefenylen [sedert 16.09.96 vervangen door Richtlijn 96/59] 76/0464

18.05.76

Richtlijn van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt

PBL 129 p. 23

door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/21/EG) 78/0176

26.02.78

Richtlijn van de Raad van 20 februari 1978 betreffende de afvalstoffen afkomstig

PBL 54 p. 19

van de titaandioxyde-industrie 78/0319

31.03.78

Richtlijn van de Raad van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke

PBL 84 p. 49

afvalstoffen [sedert 12.12.93 vervangen door Richtlijn 91/869] 78/0659

14.08.78

Richtlijn van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat

PBL 222 p. 1

bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/44/EG nog niet gepubliceerd) 79/0409

25.04.79

Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de Vogelstand

PBL 103 p. 1

79/0869

29.10.79

Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethoden en de

PBL 271 p. 44

frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat bestemd is voor de productie van drinkwater in de Lid-Staten 79/0923

10.11.79

Richtlijn van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van

PBL 81 p .47

schelpdierwater 80/0068

26.01.80

Richtlijn van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van

PBL 20 p. 43

het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen 80/0778

30.08.80

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor

PBL 229 p. 11

menselijke consumptie bestemd water (is ten gevolge van de inwerkingtreding en omzetting van Richtlijn 98/83 met ingang van 25 december 2003 opgeheven) 80/0779

30.08.80

Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de grens- en richtwaarden van

PBL 229 p. 30

de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes 82/0176

27.03.82

Richtlijn van de Raad van 22 maart betreffende de grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector electrolyse van alkalichloriden

PBL 81 p. 29


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 189

189 bijlagen Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum 82/0501

05.08.82

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van de Raad van 24 juni 1982 inzake de risico’s van zware ongevallen

PBL 230 p. 1

bij bepaalde industriële activiteiten 82/0883

31.12.82

Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor

PBL 378 p. 1

het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij de lozing van de titaandioxyde-industrie 82/0884

31.12.82

Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende een grenswaarde van

PBL 378 p. 15

de luchtkwaliteit voor lood 83/0029

03.02.83

Richtlijn van de Raad van 24 januari 1983 tot wijziging van Richtlijn 78/176/EEG

PBL 32 p. 28

betreffende afvalstoffen afkomstig van de titaandioxyde-industrie 83/0513

24.10.83

Richtlijn van de Raad van 26 september 1983 betreffende de grenswaarden en

PBL 291 p. 1

kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium 84/0156

17.03.84

Richtlijn van de Raad van 8 maart 1984 betreffende de grenswaarden voor kwik-

PBL 74 p. 49

lozingen in het aquatisch milieu afkomstig van andere sectoren dan de electrolyse van alkalichloriden 84/0360

16.07.84

Richtlijn van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de bestrijding van door

PBL 188 p. 20

industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging 84/0491

17.10.84

Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende de grenswaarden en

PBL 274 p. 11

kwaliteitsdoelstellingen voor de lozing van hexachloorcyclohexaan 84/0631

13.12.84

Richtlijn van de Raad van 6 december 1984 betreffende toezicht en controle in

PBL 326 p. 31

de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen [sedert 06.05.94 opgeheven door Verordening van 01.02.93] 85/0203

27.03.85

Richtlijn van de Raad van 7 maart 1984 inzake luchtkwaliteitsnormen voor

PBL 87 p. 1

stikstofdioxyde 85/0337

05.07.85

Richtlijn van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling

PBL 175 p. 40

van bepaalde openbare en particuliere projecten 85/0411

30.08.85

Richtlijn van de Commissie van 25 juli 1985 tot wijziging van Richtlijn 79/409/EEG

PBL 233 p. 33

van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 86/0278

04.07.86

Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu,

PBL 181 p. 6

in het bijzonder de bodem, bij gebruik van zuiveringsslib in de landbouw 86/0280

04.07.86

Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteits-

PBL 181 p. 16

doelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 87/0101

12.02.87

Richtlijn van de Raad van 22 december 1986 tot wijziging van RLR 75/349 inzake

PBL 42 p. 43

de verwijdering van afgewerkte olie 7/0216

28.03.87

Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG

PBL 85 p. 36

inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 87/0217

28.03.87

Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en vermindering

PBL 85 p. 40

van verontreiniging van het milieu door asbest 88/0347

25.06.88

Richtlijn van de Raad van 16 juni 1988 tot wijziging van bijlage II van Richtlijn 86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen

PBL 158 p. 35


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 190

Milieujaarprogramma

Ref.

Publicatie-

190 2007

Titel richtlijn

datum 88/0609

07.12.88

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 inzake beperking van de emissies

PBL 336 p. 1

van bepaalde stoffen in de lucht door grote stookinstallaties 88/0610

07.12.88

Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG

PBL 336 p. 14

inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 89/0369

14.06.89

Richtlijn van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties

PBL 196 p. 32

voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 89/0427

14.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot wijziging van Richtlijn 80/779/EEG

PBL 201 p. 53

betreffende de grenswaarden en richtwaarden van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes 89/0428

14.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van de procedure voor

PBL 201 p. 56

de harmonisering van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie [vernietigd door Arrest Hof van Justitie dd. 11.06.91 en vervangen door Richtlijn 92/112] 89/0429

15.07.89

Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 ter voorkoming van door bestaande

PBL 203 p. 50

installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 90/0219

08.05.90

Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkt gebruik van

PBL 117 p. 1

genetisch gemodificeerde micro-organismen (quasi helemaal gewijzigd door richtlijn 98/81/EG) 90/0220

08.05.90

Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van

PBL 117 p. 15

genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (per 17 oktober 2002 opgeheven door richtlijn 2001/18). 90/0313

23.06.90

Richtlijn van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie

PBL 158 p. 56

(is opgeheven ingevolge richtlijn 2003/4/EG per 14.2.2005) 90/0415

18.08.90

Richtlijn van de Raad van 27 juli 1990 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn

PBL 219 p. 49

86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage bij Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 90/0667

27.12.90

Richtlijn van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van gezondheids-

PBL 363 p. 51

voorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen, voor het in de handel brengen van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van Richtlijn 90/425/EEG 91/0156

26.03.91

Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn

PBL 78 p. 32

75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen 91/0157

26.03.91

Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu’s die

PBL 78 p. 38

gevaarlijke stoffen bevatten (wordt opgeheven per 26.9.2008) 91/0244

08.05.91

Richtlijn van de Commissie van 6 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn

PBL 115 p. 41

79/409/EEG van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 91/0271

30.05.91

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk

PBL 135 p. 40

afvalwater 91/0676

31.12.91

Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water

PBL 375 p. 1

tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen 91/0689

31.12.91

Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen

PBL 377 p. 20


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 191

191 bijlagen Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum 91/0692

31.12.91

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en nationali-

PBL 377 p. 48

sering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied 92/0043

22.07.92

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de

PBL 206 p.7

natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora 92/0072

13.10.92

Richtlijn van de Raad van 21 september 1992 betreffende de verontreiniging

PBL 297 p. 1

van de lucht door ozon 92/0112

31.12.92

Richtlijn van de Raad van 15 december 1992 tot vaststelling van de procedure

PBL 409 p. 11

voor de harmonisatie van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie 93/0076

22.09.93

Richtlijn van de Raad van 13 september 1993 tot beperking van kooldioxide-

PBL 237 p. 28

emissies door verbetering van de energie-efficiëntie (SAVE) 94/0015

22.04.94

Richtlijn van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing voor

PBL 103 p. 20

de eerste maal, van de technische vooruitgang van Richtlijn 90/220 94/0024

30.06.94

Richtlijn van de Raad van 8 juni 1994 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn

PBL 164 p. 9

79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand 94/0031

02.07.94

Richtlijn van de Raad van 27 juni 1984 tot wijziging van Richtlijn 91/689/EEG

PBL 168 p. 28

betreffende gevaarlijke afvalstoffen 94/0051

18.11.94

Richtlijn van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan

PBL 297 p. 29

de technische vooruitgang van Richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen 94/0062

31.12.94

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994

PBL 365 p. 10

betreffende verpakking en verpakkingsafval 94/0063

31.12.94

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 1994

PBL 365 p. 24

betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations 94/0066

24.12.94

Richtlijn van de Raad van 15 december 1994 tot wijziging van Richtlijn 88/609/EEG

PBL 337 p. 83

inzake beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties 94/0067

31.12.94

Richtlijn van de Raad van 16 december 1994 betreffende verbranding van

PBL 365 p. 34

gevaarlijke afvalstoffen 96/0059

24.09.96

Richtlijn van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering

PBL 243 p. 31

van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB’s/PCT’s) 96/0061

10.10.96

Richtlijn van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie

PBL 257 p. 26

en bestrijding van verontreiniging 96/0062

21.11.96

Richtlijn van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en

PBL 296 p. 55

het beheer van de luchtkwaliteit 96/0082

14.01.97

Richtlijn van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van

PBL 10 p. 13

de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken 97/0011

14.03.97

Richtlijn van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten

PBL 73 p. 5


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 192

Milieujaarprogramma

Ref.

Publicatie-

192 2007

Titel richtlijn

datum 97/0016

06.05.97

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende

PBL 116 p. 31

de beperking van het op de markt brengen en het gebruik van hexacloorethaan 97/0035

27.06.97

Richtlijn van de Commissie van 18 juni 1997 houdende tweede aanpassing van

PBL 169 p. 72

de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 90/220 98/0083

05.12.98

Richtlijn van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor

PBL 330 p. 32

menselijke consumptie bestemd drinkwater 99/0049

13.08.97

Richtlijn van de Commissie van 29 juli 1997 tot wijziging van Richtlijn 79/409 van de Raad inzake het behoud van de vogelstand

97/0062

08.11.97

Richtlijn van de Raad van 27 oktober 1997 tot aanpassing van de technische

PBL 305 p. 42

en wetenschappelijke voortuitgang van Richtlijn 92/43 98/0015

07.03.98

Richtlijn van de Commissie van 27 februari 1998 houdende wijziging van

PBL 67 p. 29

Richtlijn 91/271 ten aanzien van enkele in bijlage I vastgestelde voorschriften 98/0083

5.12.98

Richtlijn van de Raad van 3.11.98 houdende herziening van richtlijn 80/779

PBL 330

in.v.m. de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water 99/0013

29.03.99

Richtlijn van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van emissie

PBL 85 p. 1

van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties 99/0030

29.06.99

Richtlijn van de Raad van 22 april 1999 betreffende de grenswaarden voor zwavel-

PBL 163 p. 41

dioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht 99/0031

16.07.99

Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen

PBL 182 p. 1

99/0032

11.05.99

Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het

PBL 121 p. 13

zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/0012 00/0053

21.10.2000

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000

PBL 269 p. 34

betreffende autowrakken 00/0059

28.12.2000

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27. November 2000

PBL 332 p.81

betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduĂŤn 00/0060

22.12.2000

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot

PBL 327 p. 1

vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid 00/0069

13.12.2000

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000

PBL 313 p.12

betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht 00/0076

28.12.2000

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000

PBL 332 p. 91

betreffende de verbranding van afval 01/0018

17.04.2001

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart inzake de

PBL 106 p. 1

doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220 van de Raad 01/0080

27.11.2001

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake

PBL 309 p.1

de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties 01/0081

27.11.2001

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23.10.2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen

PBL 309 p. 22


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 193

193 bijlagen Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum 02/003

09.03.2002

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende

PBL 67 p.14

ozon in de lucht 02/0004

14.2.03

Richtlijn van het EP/R van 28.1.03 betreffende de vrije toegang tot de milieu-

PBL41

informatie 02/0049

18.07.2002

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake

PBL 189 p.12

de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai 02/0096

13.2.03

Richtlijn van het EP/R van 27.3.03 betreffende afgedankte elecktrische en

PBL 37

electronische apparatuur 03/0087

25.12.03

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13.3.03 tot vaststelling

PBL 275

van een regeling voor broeikasfasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61 03/0035

25.6.03

Richtlijn van het EP/R van 26.5.03 tot voorziening in inspraak van het publiek

PBL 157

in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu, en met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter en wijziging RL 95/337 en 91/61 04/0042

30.4.04

Richtlijn van het EP/R beperking tot wijziging van Richtlijn 99/13 (VOS)

PBL 143

06/0011

4.3..2006

Richtlijn van EP/R betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde

PBL 64

gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de gemeenschap worden geloosd (gecodificeerde versie) 06/0012

27.4.2006

Richtlijn van het EP/R betreffende afvalstoffen (gecodificeerde versie)

PBL 114

2006/44

25.9.2006

Richtlijn van EP/R betreffende kwaliteit van zoet water dat bescherming of

PBL 264

verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (gecodificeerde versie)


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 194

Milieujaarprogramma

194 2007

Overzicht van de nog om te zetten Europese richtlijnen (stand op 01.10.2006) Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum 01/0042

21.07.2001

Ref. Publicatieblad

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27 Juni 2001 betreffende de

PBL 197 p. 30

beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s 04/0012

18.2.04

Richtlijn van het EP/R tot wijziging van Richtlijn 94/62 (verpakkingsafval)

PBL 47

04/0035

30.4.04

Richtlijn van het EP/R betreffende Milieu-aansprakelijkheid i.v.m. het voorkomen

PBL 143

en herstellen van milieuschade 04/0101

13.11.04

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 03/87

PBL 275

04/0107

15.12.04

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende arseen, cadmium,

PBL 23

kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht 05/0020

9.3.05

Richtlijn van Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en

PBL 70

verpakkingsafval

Ref.

Publicatie-

Titel richtlijn

datum 06/0007

4.3.2006

Ref. Publicatieblad

Richtlijn EP/R betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking

PBL 64

van richtlijn 76/160/EEG 06/0021

11.4.2006

Richtlijn van het EP/R betreffende het beheer van afvalstoffen van de winning-

PBL 102

industrieën 2006/66

26.9.2006

Richtlijn van het EP/R inzake batterijen en accu’s, alsook gebruikte batterijen en accu’s

PBL 266


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 195

195 bijlagen

Overzicht van de Europese verordeningen en richtlijnen in voorbereiding (stand op 01.10.2006) Ref.

COM (2006) 232

Titel richtlijn

Voorstel van richtlijn tot vaststelling van een kader voor de

Stand van zaken

Ref.

bespreking

Publicatieblad

nieuw

bescherming van de bodem en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG COM (2006) 373

Voorstel van Richtlijn tot vaststelling van een kader voor

Nieuw

communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden COM (2006) 397

Voorstel voor een Richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op

Nieuw

het gebied van waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG COM (2006) 286

Voorstel voor een Richtlijn inzake het ingeperkte gebruik van

Nieuw

genetisch gemodificeerde micro-organismen (gecodificeerde versie) COM(2006) 205

Voorstel voor een Richtlijn ivm vereiste kwaliteit van schelpdier-

Nieuw

water (gecodificeerde versie) COM (2006) 15

COM (2005) 634

COM(2005) 447

COM(2005) 500

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de raad

Politiek akkoord

over overstromingsbeoordeling en –beheer

eerste lezing 27.6.2006

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de raad

Eerste lezing

inzake de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer

Raad en Parl.

Voorstel Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

Eerst lezing

betreffende de luchtkwaliteit

Raad en Parl.

Voorstel van Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

Eerste lezing Raad

tot vaststelling van kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het marien milieu COM (2005) 667

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de raad

2005/0281/COD

betreffende afvalstoffen

Eerste lezing Raad

COM (2004) 516

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de raad

Gemeenschappelijk

2004/0175/COD

tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in

standpunt dd.

de Gemeenschap (INSPIRE)

23 23.1.2006

Voorstel van RL van het EP/R betreffende toegang tot de rechter

Geen besprekingen

ID 03/246

inzake milieuaangelegenheden ID 03/210

COM (2003) 644

Voorstel van RL van EP/R betreffende de bescherming van

Gemeenschappelijk

het grondwater

standpunt dd. 23.1.2006

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en

Gemeenschappelijk

de raad inzake de registratie en beoordeling van en de vergunning-

standpunt

verlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen

dd. 27.6.2006

(Reach), tot oprichting van een Europees ChemicaliĂŤnagentschap en tot wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en Verordening (EG) {inzake persistente organische stoffen} COM(2001) 139

Voorstel van richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieubescherming door het strafrecht

Geen besprekingen


09 mjp2007 bijlagen

22-01-2007

15:03

Pagina 196

Colofon Milieujaarprogramma 2007 D/2007/3241/007 Verantwoordelijk uitgever Jean-Pierre Heirman Secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie p/a Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Vormgeving SignBox, Meise-Wolvertem Druk Sintjoris nv, Merendree Gedrukt op 100% gerecycleerd papier


covermjp2007

24-01-2007

12:22

Pagina 1

Het Milieujaarprogramma 2007 is het vierde programma in uitvoering van het Milieubeleidsplan 2003-2007.

bepalingen inzake milieubeleid. Aan de inhoud en vorm is niets veranderd, maar het MJP maakt sinds dit jaar een herkenbaar onderdeel uit van de begroting en volgt dezelfde procedure.

milieujaarprogramma2007

Het is het eerste sinds de wijziging van het decreet algemene

milieujaarprogramma2007


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook