Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/227
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/227
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 juli 2020 nam xxx telefonisch contact op met de stad Brugge en vroeg een kopie over te maken van het besluit van het college van Burgemeester en Schepenen dd. 10 januari 2020 betreffende het voorstel van alternatieve oplossing met bijhorend plan van aanpak voor de Brugse stadiondossiers. Op 28 juli 2020 besliste de stad Brugge tot gedeeltelijke openbaarmaking van de gevraagde collegebeslissing. Op 27 augustus 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze gedeeltelijke openbaarmaking. Dit beroep werd geregistreerd op 31 augustus 2020. Op 30 september2020 werd, in toepassing van artikel II.50, ยง1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 27 juli 2020. Per mail van 28 juli 2020 bezorgde de stad Brugge haar beslissing samen met een gedeeltelijk openbaar gemaakte beslissing van het college dd. 10 januari 2020. De mail maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift van 27 augustus 2020 is dan ook tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Het beroep is gericht tegen de beslissing van de stad Brugge waarbij op 28 juli 2020 een afschrift van de gevraagde collegebeslissing inzake het voorstel van alternatieve oplossing met bijhorend plan van aanpak voor de Brugse stadiondossiers slechts gedeeltelijk aan verzoeker openbaar wordt gemaakt. Bepaalde elementen die commerciële en industriële informatie met een vertrouwelijk karakter inhouden werden door de stad Brugge op grond van art. II.35, 3° van het Bestuursdecreet onleesbaar gemaakt.
2. Inhoud van het beroepschrift Aangezien het nieuw te bouwen voetbalstadion grenst aan het perceel van beroeper, wenst hij na te gaan hoever de plannen van het nieuw stadion staan, hoe het nieuw stadion zal worden ingepland en welke eventuele hinder hij mag verwachten. Beroeper stelt dat de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet ten onrechte werd ingeroepen aangezien de geschrapte bepalingen bezwaarlijk als commerciële en industriële informatie kunnen worden aanzien, laat staan als commerciële en industriële informatie met vertrouwelijk karakter. Als commerciële en industriële informatie dient te worden aanzien de vertrouwelijke, aan een instantie medegedeelde commerciële en industriële gegevens die als “ondernemingsgegevens” kunnen beschouwd worden met inbegrip van handelsgeheimen. Als handelsgeheim wordt aanzien informatie die niet technisch van aard is, maar een commerciële waarde vertegenwoordigt zoals boekhoudkundige gegevens, lijsten van cliënteel en leveranciers, winstcijfers, omzet, stocks, enz. Het moet dus gaan om gegevens die voor de onderneming van belang zijn en waarvan de openbaarmaking van aard is haar nadeel te berokkenen. Het is beroepsindiener dan ook totaal vreemd hoe een motivering van het college van burgemeester en schepenen om tot een bepaalde beslissing te komen kan worden aanzien als “commerciële en industriële informatie”, laat staan dat deze motivering een vertrouwelijk karakter zou hebben. Evenmin kan beroeper zich vinden in de weglating van alle voorwaarden en bepalingen uit de in het collegebesluit vermelde erfpachtovereenkomst, gezien deze evenmin gekwalificeerd kunnen worden als commerciële en industriële gegevens, zijnde ondernemingsgegevens met inbegrip van handelsgeheimen. Laat staan dat aannemelijk kan worden gemaakt dat de openbaarmaking van de informatie schade toebrengt aan een gelegitimeerd economisch belang en dat dit gelegitimeerd economisch belang daarenboven zwaarder doorweegt dan het algemeen belang dat gebaat is met de openbaarmaking.
3. Toelichting door de stad
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/227
pagina 2 van 4
De beroepsinstantie heeft de stad Brugge gecontacteerd om de nodige toelichting en de gevraagde collegebeslissing van 10 januari 2020 te bezorgen. De stad Brugge bezorgde per mail van 8 september 2020 de collegebeslissing met aanduiding van de weggelaten stukken. De stad herhaalt hierbij kort haar standpunt stellende dat de weggelaten gegevens commerciële en industriële informatie met een vertrouwelijk karakter zijn in de zin van artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet en dat dan ook op 28 juli 2020 een volledig en correct gevolg werd gegeven aan de gestelde vraag volgens de regels van de openbaarheid van bestuur.
4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt net als de beroeper vast dat de stad Brugge haar opvatting dat de weggelaten gegevens commerciële en industriële informatie met een vertrouwelijk karakter is in de zin van artikel II,35, 3° van het Bestuursdecreet niet concreet motiveert, noch aantoont op welke manier de openbaarmaking van deze gegevens schade zou berokkenen aan de betrokken partijen uit de erfpachtovereenkomst . Zelfs nadat de stad in kennis werd gesteld van het beroepschrift en de kans kreeg de argumenten van beroeper te weerleggen, beperkt de stad Brugge zich tot het herhalen van haar standpunt zonder concrete motivatie. Na onderzoek van de weggelaten informatie uit de gevraagde collegebeslissing van 10 januari 2020, is de beroepsinstantie van oordeel dat er in casu geen sprake is van commerciële en industriële informatie die moet worden afgeschermd. De Memorie van Toelichting is duidelijk over wat commerciële en industriële informatie inhoudt:
“Voormeld artikel beoogt de bescherming van de vertrouwelijke, aan een instantie meegedeelde, commerciële en industriële gegevens, die in globo als ondernemingsgegevens kunnen worden beschouwd. Het moet gaan om gegevens die voor de onderneming van belang zijn en waarvan de openbaarmaking van aard is haar nadeel te berokkenen. De overheid kan de openbaarmaking van deze gegevens afwijzen als ze een vertrouwelijk karakter hebben, d.w.z. als na afweging blijkt dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het ondernemingsbelang (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 62). Het is de bedoeling van het decreet om de eigenlijke ondernemingsgegevens en de handelsgeheimen van firma’s te beschermen, met het oog op een eerlijke mededinging bij toekomstig te gunnen opdrachten. Met de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de commerciële bedrijfsgegevens wordt een gelegitimeerd economisch belang gevrijwaard, namelijk voorkomen dat er significante schade zou toegebracht worden aan bepaalde firma’s door het openbaar maken van strikt vertrouwelijke en bedrijfseigen informatie, waardoor tevens de mogelijkheid gecreëerd zou worden dat aan concurrenten een competitief voordeel zou worden gegeven.” De door de stad Brugge weggelaten erfpachtprijs en voorwaarden waaronder de erfpachtovereenkomst zal worden gesloten kunnen in casu onmogelijk worden bestempeld als commerciële en industriële informatie die moet worden afgeschermd. In haar onderzoek stelt de beroepsinstantie immers vast dat op het supportersforum van Cercle Brugge staat te lezen dat het Milieu Effecten Rapport van het nieuw stadion van Club Brugge intussen is gepubliceerd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/227
pagina 3 van 4
Via de MER-databank is bovendien het volledig dossier, dat werd ingediend bij het milieueffecten rapport, online raadpleegbaar. Zo vindt de beroepsinstantie online een bestand getiteld “bijlage A.2. CBS Principebeslissing stadiondossiers.pdf” met daarin het ontwerpbesluit van de zitting van het college van 20 januari 2020, waarin de geschrapte voorwaarden en prijzen eveneens staan vermeld. Aangezien de geweigerde informatie reeds online beschikbaar is, ziet de beroepsinstantie dan ook geen verdere reden om de gevraagde collegebeslissing van 10 januari 2020 niet volledig vrij te geven. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de stad Brugge in casu, gelet op wat hiervoor werd uiteengezet en de vaststelling dat de afgeschermde informatie uit de erfpachtovereenkomst al actief openbaar werd gemaakt, ten onrechte artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet heeft ingeroepen om deze informatie bij de openbaarmaking van de gevraagde collegebeslissing van 10 januari 2020 te schrappen. Om deze redenen wordt het beroep als gegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 27 augustus 2020 tegen de gedeeltelijke openbaar making van de gevraagde collegebeslissing van 10 januari 2020 door de stad Brugge wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient het gevraagde collegebesluit van 10 januari 2020 volledig openbaar te worden gemaakt door er een afschrift van te verstrekken.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 15 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/227
pagina 4 van 4