Skip to main content

Subsidiegids_2010_2014_gelijke_kansen.pdf

Page 1

Subsidiegids 2010-2014

Vlaams minister van Gelijke Kansen


Subsidiegids 2010-2014

2

Inhoud

Inleiding

1

3

Welke projecten komen in aanmerking voor subsidiëring?

4

1.1 HET VLAAMSE GELIJKEKANSENBELEID – ALGEMEEN KADER

4

1.2 HET VLAAMSE GELIJKEKANSENBELEID – BELEIDSPRIORITEITEN 2009-2014

4

Gender Seksuele identiteit Toegankelijkheid Handicap Etnisch-culturele diversiteit 1.3 VOORWAARDEN VOOR SUBSIDIËRING

2

Van de subsidieaanvraag tot de eindafrekening

2.1 HET SAMENSTELLEN EN HET INDIENEN VAN EEN AANVRAAGDOSSIER

5 6 6 7 8 9

12 12

2.2 VAN BEOORDELING SUBSIDIEAANVRAAG TOT TOEKENNNIG VAN EEN SUBSIDIE 15 2.3

3

DE UITBETALINGSPROCEDURE

Formulieren

3.1

AANVRAAGFORMULIER

3.2 AFREKENINGSDOSSIER Model Model Model Model

werkingsverslag van schuldvordering van lijst van bewijsstukken van staat van inkomsten en uitgaven

16

18 19 26 26 27 28 30


Subsidiegids 2010-2014

3

Inleiding Mensen verschillen. Mensen zijn jong of oud. Gezond of met een functiebeperking. Vrouw, man of transgender. Hetero of holebi. Sommige mensen hebben een familiegeschiedenis die al vele generaties in Vlaanderen teruggaat. Anderen zijn hier dan weer recent, slechts sedert enkele decennia. Mensen verschillen, maar we moeten wel samen verder. We moeten samen verder om hier - in Vlaanderen - een toekomst uit te bouwen, een toekomst met respect voor de eigenheid van elk individu. Beleid voeren doe je niet alleen. Daar ben ik van overtuigd. De titel van de beleidsnota luidt dan ook: "Samen gelijke kansen versterken". Als minister word ik bijgestaan door de cel Gelijke Kansen in Vlaanderen. Zij bereiden het beleid voor, zij onderbouwen beleidskeuzes, zij zorgen voor de continuïteit. Maar ook u kunt een bijdrage leveren aan de versterking van het gelijkekansenbeleid. Deze subsidiegids roept iedereen op om mee te bouwen aan een inclusief Vlaanderen. Een Vlaanderen waarin alle groepen en alle individuen de kans krijgen om zich ten volle te ontplooien, waarin niemand wordt uitgesloten en waarin iedereen mee verantwoordelijk is voor de maatschappelijke samenhang. Met deze subsidiegids wil ik projecten ondersteunen die deze visie helpen te verwezenlijken. De voorstellen zullen uiteraard worden afgetoetst aan de doelstellingen van het beleid en aan de verantwoorde besteding van de middelen. Het eerste deel van deze gids geeft de inhoudelijke richting aan waar Vlaanderen op het vlak van gelijke kansen naartoe wil. Het kadert het subsidiebeleid en bevat de voorwaarden waaraan een project moet voldoen om voor subsidiëring in aanmerking te komen. In het tweede deel van de subsidiegids krijgt u vooral praktische informatie. Daarin wordt uitgelegd hoe u een aanvraagdossier moet indienen, welk proces uw dossier doorloopt en hoe de uiteindelijke betaling gebeurt. Uiteraard bouwt deze subsidiegids verder op de vorige editie. Toch zijn er ook enkele nieuwigheden. Zo heeft de Vlaamse regering bij de start van de legislatuur ervoor gekozen om personen met een handicap toe te voegen als doelgroep van het gelijkekansenbeleid. Daarmee sluit het Vlaamse beleid aan bij het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap dat erop aanstuurt personen met een handicap te benaderen vanuit wat ze kunnen, en niet vanuit wat ze niet kunnen. Met andere woorden, meer dan ooit zal het beleid erop gericht zijn de zelfstandigheid, participatie en volwaardige en volledige integratie van personen met een handicap te verzekeren. Voortaan kunnen er dus ook projecten ingediend worden die hierop gericht zijn. Een tweede nieuwigheid heeft te maken met de specifieke criteria waaraan projecten vanaf nu ook moeten voldoen. Wie wil rekenen op de steun van het Vlaamse gelijkekansenbeleid, die zal voortaan ook aandacht moeten hebben voor de verschillen die mensen zo eigen zijn. Dat wil zeggen dat wie een congres wenst te organiseren zal moeten zorgen voor een zaal die toegankelijk is voor personen met een handicap. Dat wil zeggen dat wie een website bouwt, ervoor zal moeten zorgen dat deze website het AnySurferlabel haalt. Dat wil zeggen dat u zal moeten aangeven op welke wijze u verschillende kansengroepen aan uw project wil laten deelnemen. En dat wil uiteraard ook zeggen dat u zich engageert om in uw volledige werking niet te discrimineren. Kortom, ik wil dat voortaan elk project dat door het Vlaamse gelijkekansenbeleid wordt gesteund vertrekt vanuit een inclusieve gedachte. Want gelijke kansen moet niet alleen een beleid zijn in woorden. Maar vooral ook in daden. Ik reken op uw creativiteit om hier mee aan bij te dragen! Pascal Smet Vlaams Minister van Gelijke Kansen


Subsidiegids 2010-2014

4

1 Welke projecten komen in aanmerking voor subsidiëring? Het Vlaamse Gelijkekansenbeleid wordt uitgebouwd via verschillende kanalen. Het verlenen van subsidies aan projecten die het beleid mee uitvoeren, ondersteunen en versterken, is er daar één van. Om in aanmerking te komen voor een subsidie moeten projecten passen in het algemeen kader van het Vlaamse Gelijkekansenbeleid en binnen de beleidsprioriteiten die voor de legislatuur 2009-2014 werden vastgelegd.

1.1 HET VLAAMSE GELIJKEKANSENBELEID – ALGEMEEN KADER Het Vlaamse Gelijkekansenbeleid gaat uit van het gegeven dat burgers in de loop van hun leven kunnen worden geconfronteerd met achterstellingsmechanismen die hun kansen om volwaardig en gelijkwaardig aan het maatschappelijke leven te participeren, in de weg staan. We stellen ons tot doel deze mechanismen (drempels) op te sporen, ze weg te werken of te compenseren en te voorkomen dat er zich nieuwe achterstellingen ontwikkelen. Hierbij richten we ons in het bijzonder op ongelijkheden die veroorzaakt worden door gender, seksuele oriëntatie, ontoegankelijkheid en handicap. We spelen daarbij ook extra in op situaties waarbij de etnische culturele achtergrond van mensen nog voor extra drempels zorgt. Achterstellingsmechanismes doen zich voor op veel terreinen van het maatschappelijk leven. Daarom wordt vanuit het Vlaamse Gelijkekansenbeleid ‘beleidsoverschrijdend’ gewerkt. Dit wil zeggen dat de Vlaamse minister van gelijke kansen een coördinerende positie inneemt en zijn collega’s in ander beleidsdomeinen stimuleert en ondersteunt in het nemen van initiatieven die gelijke kansen bevorderen. Naast dit coördinerende, of ‘horizontale’ beleid, ontwikkelt Gelijke Kansen ook een sterke ‘eigen’ of ‘verticale’ werking. Hierbinnen neemt de bevoegde minister - met eigen middelen en binnen eigen prioriteiten – zelf initiatieven om de gelijkheid van kansen in onze samenleving te bevorderen. Zo ontwikkelen we expertise die inzicht geeft in de situatie van de doelgroepen van het Gelijkekansenbeleid, de problemen die ze ervaren en de mogelijke oplossingen. We initiëren ook instrumenten die tot deze oplossingen kunnen bijdragen en we ondersteunen het middenveld, als een belangrijke belangenverdediger van de doelgroepen. Daarnaast wordt de brede bevolking gesensibiliseerd via het verspreiden van informatie en het lanceren van campagnes. Ook de uitbouw van structurele contacten met de lokale en provinciale besturen krijgt bijzondere aandacht. Dit met het oog op de verankering en afstemming van een Gelijkekansenbeleid in de verschillende bestuursniveaus.

1.2 HET VLAAMSE GELIJKEKANSENBELEID – BELEIDSPRIORITEITEN 2009-2014 Zowel projecten die bijdragen tot het horizontale Gelijkekansenbeleid als deze die de doelstellingen achter de eigen verticale werking helpen te verwezenlijken, komen in aanmerking voor subsidiëring. Projecten die willen bijdragen tot het realiseren van onze coördinerende opdracht moeten leiden tot ‘goede praktijken’, met name tot instrumenten die in de schoot van het


Subsidiegids 2010-2014

5

Gelijkekansenbeleid ontwikkeld zijn, maar waarvan het expliciet de bedoeling is dat ze na afronding kunnen worden overgenomen en ingezet in een ander beleidsdomein. Projecten die willen bijdragen tot het vertikale Gelijkekansenbeleid moeten aanleunen bij de concrete inhoudelijke doelstellingen die voor deze legislatuur werden geformuleerd. We vatten ze hieronder voor u samen. Om echter een goed zicht te krijgen op de situering en concrete betekenis van deze doelstelling bevelen we u aan om ook de beleidsnota ‘Samen gelijke kansen versterken 2009-2014’ van de Minister van Gelijke Kansen ter hand te nemen. De verschillende inhoudelijke beleidsprioriteiten worden hierin uitvoerig besproken. U kan de nota downloaden via www.gelijkekansen.be of telefonisch bij ons opvragen (02/553 58 46).

GENDER Terwijl sekse verwijst naar het biologisch geslacht van mensen, verwijst gender naar de ideeën en verwachtingen m.b.t. ‘vrouwelijkheid’ en ‘mannelijkheid’. Het gaat hier om sociale en culturele constructies, de krijtlijnen waarbinnen respectievelijk vrouwen en mannen opgroeien en zich (mogen) ontwikkelen. Deze structureel verankerde mechanismen vormen en beïnvloeden het leven van vrouwen en mannen ingrijpend. Veel ongelijke kansen die burgers ervaren in concrete fasen van hun leven en in concrete maatschappelijke domeinen, hebben te maken met verwachtingen en beperkingen gecreëerd door deze ‘gendermechanismen’. We zijn ons als mens echter vaak niet bewust van deze mechanismen. Het Gelijkekansenbeleid wil gendermechanismen blootleggen om nieuwe genderdiscriminaties te voorkomen, en om reeds bestaande ongelijke kansen die voortvloeien uit gender weg te werken. Speerpunten voor deze legislatuur zijn: Bewustwording en niet-stereotyperende beeldvorming Om doorbraken te realiseren op het vlak van gelijke kansen voor vrouwen en mannen, is het essentieel dat iedereen gendermechanismen en hun impact leert herkennen. Dit kunnen ‘lezen’ van gedermechanismen is een basisvoorwaarde om ze vervolgens te kunnen bestrijden. Projecten die bijdragen tot het creëren van een genderbewustzijn zijn welkom. Dit geldt ook voor projecten die bijdragen tot het creëren van een genuanceerde niet-stereotyperende beeldvorming van vrouwen en mannen. Evenwichtige participatie: Gelijke kansen betekent ook gelijke participatie van vrouwen en mannen aan alle facetten van het hedendaagse leven, zowel in het publieke als binnen de gezinscontext. Deze legislatuur doen we inspanningen om een meer evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen te realiseren in de politieke besluitvorming, in advies- en bestuursorganen, en op de werkvloer. Het wegwerken van de loopbaankloof staat hierin centraal. We hebben daarbij extra aandacht voor versterking van de kwetsbare groep van alleenstaande ouders op de arbeidsmarkt. Ook willen we inzetten op een evenwichtige verdeling van de huishoud- en zorgtaken tussen partners. In dit kader richten we ons zowel naar de gezinnen als naar de werkgevers. Zo willen we mannen stimuleren om meer ouderschapsverlof te nemen. Bij bedrijven rekenen we op maatregelen om de combinatie arbeid en gezin te vergemakkelijken èn op het promoten van dergelijke maatregelen ook bij mannelijke werknemers.


Subsidiegids 2010-2014

6

SEKSUELE IDENTITEIT Het Vlaamse Gelijkekansenbeleid m.b.t. seksuele identiteit verruimt haar focus deze legislatuur. Er wordt verder gewerkt aan het ‘holebivriendelijk’ maken van onze maatschappij en aan het empoweren van holebi’s (homo’s, lesbiennes en biseksuelen). Daarnaast komt er ook aandacht voor gelijke kansen voor transgenders. Transgender wordt gebruikt als koepelterm voor travestie, transgenderisme, transseksualiteit en alle andere vormen van gendervariatie. In tegenstelling tot ‘holebiseksualiteit’ heeft het niets te maken met seksualiteit, maar alles met het conflict tussen biologisch geslacht en genderidentiteit. Deze legislatuur bouwen we onze kennis rond de leefsituatie, de specifieke behoeften en het welbevinden van holebi’s en transgenders verder uit. Van daaruit zullen we initiatieven nemen die het welbevinden van deze aandachtsgroepen verhoogt. We leggen hierbij een extra focus op jongeren en het holebivriendelijker maken van hun thuis- en schoolomgeving en we trachten ook de sociale positie van oudere holebi’s te versterken. Ook voor de ondersteuning van holebi-wensouders hebben we extra aandacht, net als voor het bereiken en ondersteunen van allochtone holebi’s en transgenders. Daarnaast wordt ook beeldvorming rond holebi’s en transgenders een belangrijk thema. We willen stereotypen doorbreken met oog voor diversiteit binnen de holebien transgendergemeenschap.

TOEGANKELIJKHEID Dit beleidsthema omvat zowel de toegankelijkheid van de architecturale, publieke ruimte als van publieke informatie. De publieke ruimte is vaak niet aangepast aan de diversiteit en noden van haar gebruikers. Dit zorgt voor drempels die de kansen van mensen in de weg kunnen staan. Het Gelijkekansenbeleid streeft naar een integraal toegankelijke leefomgeving. Dit wil zeggen dat alle publieke voorzieningen voor wonen, leven en werken bereikbaar en bruikbaar zijn voor iedereen, en dat iedereen er onafhankelijk en op gelijkwaardige wijze gebruik van kan maken. We kunnen deze ambitie enkel bereiken wanneer ook publieke (overheids-)informatie voor iedereen leesbaar en verstaanbaar is. Architecturale toegankelijkheid Heel wat beleidsinitiatieven zullen deze legislatuur in het teken staan van de toegankelijkheidsverordening die op 1 maart 2010 in werking is getreden en die verplicht om bij de bouw, renovatie en aanbouw,.. van publieke gebouwen rekening te houden met toegankelijkheidcriteria. We streven ernaar om alle actoren betrokken bij een ontwerp- of bouwproces te overtuigen van het belang achter integrale toegankelijkheid en hen maximaal vertrouwd te maken met deze verordening. En we gaan nog verder. Beter dan te zorgen voor de toepassing van regels is het om de principes en meerwaarde achter de ontwerpfilosofie “Universal Design” zo breed mogelijk uit te dragen. Alleen via die weg kan integrale toegankelijkheid een feit worden. Een focus komt ook te liggen op het vergaren van gegevens over de feitelijke toegankelijkheid van de publieke omgeving, zodat zowel het beleid als mensen met een beperking goed kunnen worden geïnformeerd. We zetten hiertoe een vernieuwde databank ‘toegankelijk Vlaanderen’ op. Daarnaast willen we ook de wijdverspreide initiatieven die in Vlaanderen rond toegankelijkheid worden opgezet, professionaliseren en maximaal op elkaar afstemmen.


Subsidiegids 2010-2014

7

Toegankelijkheid van publieke informatie Het toegankelijkheidsbeleid wordt deze legislatuur opengetrokken naar het domein van ‘publieke informatie’. Ook hierbinnen willen we de principes achter Universal Design, waarbij steeds gereflecteerd wordt over het bereik van de informatie naar een zo breed mogelijk spectrum aan mensen met diverse mogelijkheden en noden, uitdragen. We zullen initiatieven nemen die overheidsinformatie leesbaar en verstaanbaar maakt voor iedereen. Daarnaast zetten we in op een integraal toegankelijk World Wide Web en willen we de principes achter Universal Design ook ingang zien vinden bij de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie.

HANDICAP Deze legislatuur wordt aan het Gelijkekansenbeleid de doelgroep ‘mensen met een handicap’ toegevoegd. We zullen hier rond een inclusief beleid uitbouwen en werken aan emancipatie, zelfbeschikking en autonome participatie. Het zal er in eerste instantie op aankomen om het nieuwe beleidsthema stevig in de steigers te zetten. We ontwikkelen een gefundeerde beleidvisie op de problematiek, we zetten samenwerkingsverbanden op met het middenveld en andere partners, geven het beleid een wetenschappelijke onderbouw, enzovoort. In dit alles houden we rekening met een grote diversiteit aan gebruikers en willen we de doelgroep zelf actief betrekken. Heel wat Vlaamse beleidsdomeinen staan nog voor grote uitdagingen wanneer het aankomt op inclusie van mensen met een handicap binnen hun sector. We zullen hierrond initiatieven stimuleren en ondersteunen. Het eigen verticale beleid focust op de thema’s beeldvorming en beleidsparticipatie. Beeldvorming Inclusief beleid begint bij inclusief denken. Daarom moet de beeldvorming over handicap wijzigen. Over mensen met een handicap bestaan immers nog heel wat stereotypen en vooroordelen, waarbij zij nog te vaak benaderd worden vanuit hun beperking en niet vanuit hun kracht. We willen initiatieven opzetten die de mensen “achter de handicap” tonen, met de focus op hun kwaliteiten, zodat de attitude van de maatschappij ten opzichte van deze doelgroep verandert. Zij moeten zichtbaar worden in allerlei maatschappelijke contexten en met nieuwe rollen. Beleidsparticipatie: Beleidsparticipatie is cruciaal in het emancipatieproces van mensen met een handicap. Hun stem moet gehoord worden, want het beleid belangt ook hen aan. In de eerste plaats willen we de randvoorwaarden in beeld brengen, die deelname van mensen met een handicap aan adviesorganen, commissies, raden van bestuur van verschillende overheden mogelijk maken. Vervolgens zullen we initiatieven opzetten die ervoor zorgen dat de Vlaamse overheid in dezen een voorbeeldfunctie opneemt.


Subsidiegids 2010-2014

8

ETNISCH-CULTURELE DIVERSITEIT Het Gelijkekansenbeleid wil een aantal specifieke problemen bestrijden die zich voordoen wanneer gendermechanismen en achterstellingsmechanismen op basis van etniciteit elkaar kruisen. Ook willen we de achterstellingen aanpakken die zich op het kruispunt van seksuele identiteit en etniciteit bevinden. Speerpunten voor deze legislatuur zijn:

Genderbewustzijn Niet enkel bij de ‘autochtonen’, maar ook bij de nieuwe Vlamingen willen we het bewustzijn verhogen van de alomtegenwoordigheid van gendermechanismen. Projecten die ertoe bijdragen dat de werking van gendermechanismen en hun impact op het dagelijks leven van nieuwe Vlamingen helder wordt, passen binnen deze scope. Evenwichtige participatie aan huishoud- en zorgtaken Werken aan een meer evenwichtige gezinsparticipatie van nieuwe Vlamingen, gebeurt deze legislatuur voornamelijk via volgende twee invalshoeken:

Het vanzelfsprekend maken van het onderhandelen tussen partners over wie wat doet, helpt relationele problemen voorkomen en/of oplossen en maakt tegelijkertijd een meer evenwichtige gezinsparticipatie tussen partners mogelijk. Voor mannen en/of vrouwen die relationele problemen ervaren moet de drempel van reguliere hulpverlening zo laag mogelijk zijn.

Adolescente nieuwe Vlamingen en man/vrouw identiteit in relaties Jonge nieuwe Vlamingen zijn, net als andere jongeren, bezig met het zoeken naar en het vorm geven aan hun vrouwelijke/mannelijke identiteit. Dit zoekproces is vaak verweven met culturele en religieuze opvattingen. Hierover discussiëren, ideeën en verwachtingen uitwisselen, helpt hen bij hun zoekproces en helpt hen nadien bij het onderhandelen met hun partner over een meer evenwichtige gezinsparticipatie. Welbevinden allochtone holebi’s De thematiek ‘holebiseksualiteit en allochtonen’ is een complex gegeven waarin er oog moet zijn voor verschillende componenten: de specifieke situatie van allochtone holebi’s, de geslotenheid binnen een aantal allochtone gemeenschappen rond holebiseksualiteit, de houding binnen de ‘witte’ holebibeweging t.a.v. etnischculturele verscheidenheid, de rol en de invloed van godsdienst op de perceptie van holebiseksualiteit. Het is mogelijk om projecten in te dienen die via het inspelen op één of meerdere van deze componenten, bijdragen tot het empoweren van allochtone holebi’s en/of tot het bespreekbaar maken van het thema binnen allochtone gemeenschappen. Dialoog over diversiteitsvraagstuk In dialoog met de betrokken groepen wil ik vanuit een gelijkekansendynamiek nagaan of en op welke wijze de situatie van heel wat nieuwe Vlamingen kan verbeterd worden.


Subsidiegids 2010-2014

9

1.3 VOORWAARDEN VOOR SUBSIDIËRING INHOUDELIJKE VOORWAARDEN Zoals boven aangegeven is het in eerste instantie belangrijk dat de doelstellingen van een project zo dicht mogelijk aanleunen bij de inhoudelijke prioriteiten die voor deze legislatuur werden vastgelegd (zie punt 1.2). VORMELIJKE VOORWAARDEN Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet een project ook voldoen aan een aantal meer vormelijke criteria die te maken hebben met bijvoorbeeld de projectopbouw, timing, begroting, enzovoort. Deze voorwaarden worden hieronder opgelijst. Een aantal onder hen zijn dwingend. Een project dat hier niet aan voldoet kan met andere woorden niet in aanmerking komen voor subsidie. Andere elementen zijn eerder richtinggevend en kunnen bijdragen tot een positieve beoordeling van uw project. Dwingende criteria

Het project moet tijdelijk zijn en kan maximaal lopen tot oktober volgend op het jaar van de subsidieaanvraag (zie ook punt 2.3.2).

De haalbaarheid van een project en van de doelstellingen die het beoogt, moet voldoende gestaafd worden aan de hand o.a. van de personeelsinzet, de timing, het plan van aanpak (zie ook 3.1 Aanvraagformulier – Deel II-1.5).

Een project kan niet tot doel hebben om structureel verankerd te worden binnen de begroting van het Vlaamse Gelijkekansenbeleid en moet een bijkomende activiteit betreffen voor de indienende organisatie, die niet behoort tot haar reguliere werking. M.a.w. aspecten van de gewone werking van deze indienende organisaties worden niet als project beschouwd.

Aanvragen die louter betrekking hebben op infrastructuurwerken of op aankoop van materiaal zonder dat deze kaderen in een breder project komen niet in aanmerking. Wanneer voor de uitvoering van een project de aankoop van materiaal noodzakelijk blijkt, kan dit in de begroting ingebracht worden voor de afschrijvingswaarde in verhouding tot de looptijd van het project (bijvoorbeeld: Bij de aankoop van een computer die op 3 jaar wordt afgeschreven, kan 1/3e van de aankoopwaarde worden ingebracht wanneer het project 1 jaar duurt).

Projecten kunnen nooit voor 100% vanuit het Gelijkekansenbeleid worden gesubsidieerd. Er moet gezocht worden naar andere inkomsten, bijvoorbeeld via co-financiering vanuit andere beleidsdomeinen waarop de projectdoelstelling eveneens betrekking heeft of via het verwerven van eigen inkomsten ter gelegenheid van de uitvoering van het project (zie ook punt 2.1)

De projectaanvraag moet voldoen aan de formele vereisten die onder punt 2.1 van deze gids worden opgesomd.

Elementen die kunnen bijdragen tot een positieve beoordeling

Projecten leiden best tot een eindproduct (dit kan uiteraard zeer diverse vormen aannemen). Het is echter ook meegenomen wanneer het proces dat doorlopen wordt, inspirerend kan zijn voor anderen. Bijvoorbeeld:


Subsidiegids 2010-2014

10

Wanneer in het kader van een project nieuwe werkvormen worden uitgeprobeerd, kunnen de ervaringen van de projectuitvoerders ook interessant zijn voor derden. In dat geval is het aangeraden om in het projectvoorstel ruimte te voorzien voor het opstellen van een (bondig) procesrapport.

We raden ook sterk aan om in de projectaanvraag een implementatieplan op te nemen. Het is immers belangrijk dat u duidelijk nadenkt over wat er met de resultaten van het project dient te gebeuren. U kan in uitvoering hiervan concrete implementatie-initiatieven voorzien in het project zelf, zoals bijvoorbeeld de aanmaak en effectieve verspreiding van een brochure, maar het kan net zo goed dat u op basis van de bekomen resultaten van het project, adviezen formuleert naar het beleid toe. Bijvoorbeeld: Wanneer een project kadert in de coördinerende werking van het Gelijkekansenbeleid, is het voor ons interessant als ook nagedacht wordt over de manier waarop binnen een ander beleidsdomein aan de slag kan gegaan worden met de resultaten van het project.

Het vernieuwende karakter van een project en de mate waarin het een voorbeeldfunctie heeft, is belangrijk. Dat kan zich situeren op verschillende vlakken zoals de aanpak, de inhoud en/of de vorm. Bij projecten die kaderen in de coördinerende functie van het Gelijkekansenbeleid en die dus een latere implementatie in een ander beleidsdomein beogen, is het uiteraard een vereiste dat het gaat om initiatieven die nog niet eerder in het beoogde beleidsdomein gerealiseerd werden. Het innoverend gehalte is hier dus van uitzonderlijk belang.

Opmerking:

Subsidies kunnen worden toegekend binnen de perken van de kredieten die op de begroting van het Gelijkekansenbeleid werden goedgekeurd. Jaarlijks voorziet deze begroting een totaal budget van waaruit de projecten die inhoudelijk in aanmerking komen, kunnen worden gesubsidieerd. De al dan niet toekenning van een subsidie en de grootte van het toegekende bedrag is met andere woorden afhankelijk van deze beschikbare middelen en van de kwaliteit van een bepaalde aanvraag. Dit wordt bekeken in verhouding tot alle aanvragen die in dezelfde subsidieronde ingediend zijn (zie punt 2.1).

TOEGANKELIJKHEID, DIVERSITEIT EN NON-DISCRIMINATIE Toegankelijkheid, diversiteit en non-discriminatie zijn belangrijke pijlers waarop het Vlaamse Gelijkekansenbeleid wordt uitgebouwd. Het is dan ook essentieel dat alle projecten die we subsidiëren deze (basis)principes mee helpen uitdragen. De wijze waarop u deze principes in het project vertaalt, is bepalend in de beoordeling van uw dossier. Hieronder vindt u alvast een aantal concrete richtlijnen. Toegankelijkheid Onder punt 1.2 leest u op welke manier het Gelijkekansenbeleid invulling geeft aan het thema toegankelijkheid. Toegepast op concrete projecten, kan dit het volgende betekenen:

Organiseert u een evenement, een seminar of een ander publieksmoment, dan is het belangrijk dat u het ook voor mensen met een beperking mogelijk maakt om hieraan volwaardig deel te nemen. We vragen u daarom om extra aandacht te schenken aan zowel de toegankelijkheid van de omgeving waarin u het initiatief organiseert, als aan de toegankelijkheid van de informatie die u er rond verstrekt en van de dienstverlening die u ter plaatse aanbiedt.


Subsidiegids 2010-2014

11

Werkt u aan een publicatie met informatie die een breed publiek aanbelangt, dan is het belangrijk dat u dit publiek ook echt aanspreekt, bereikt. Dit betekent bijvoorbeeld dat u de tekst opstelt in toegankelijke, leesbare taal en dat u het eindproduct aanbiedt in een – elektronisch – format dat bijvoorbeeld ook door blinden en slechtzienden kan gelezen worden.

Van projecten die uitmonden in een website, verwachten we dat deze het ‘anysurfer label’ draagt. Anysurfer is een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Websites met dit label zijn voor iedereen bruikbaar — ook voor slechtzienden, blinden, kleurenblinden, ouderen, en wie een auditieve of motorische handicap heeft.

Maakt u een film of een ander audiovisueel product, dan verwachten we dat deze wordt ondertiteld. zodat het product ook voor doven en slechthorenden toegankelijk wordt.

Meer aanwijzingen of links, die u wegwijs moeten maken in de techniek van toegankelijkheid, vindt u op www.gelijkekansen.be, onder de rubriek ‘subsidies voor projecten’. Daar vindt u eveneens de contactgegevens van organisaties, die gespecialiseerd zijn in de materie. Diversiteit We houden bij de beoordeling van uw aanvraag ook rekening met de aandacht die u in context van het project schenkt aan ‘diversiteit’. We denken hierbij onder meer aan:

Welke initiatieven u zal nemen om verschillende kansengroepen zoveel mogelijk aan het project te laten participeren. Dit bijvoorbeeld via een specifieke, doelgroepgerichte, communicatie of promotie; Hoe u ervoor zorgt dat het product of de dienst die u aanbiedt, diverse kansengroepen kan aanspreken; Hoe divers uw eigen organisatie samengesteld is of in welke mate u hiertoe inspanningen levert. Dit zowel voor wat betreft het eigen personeelsbestand, maar ook voor bijvoorbeeld uw raad van bestuur. In het bijzonder mensen die in aanraking komen met het publiek, zoals lesgevers of begeleiders kunnen een positieve voorbeeldfunctie vervullen voor kansengroepen en zijn daarom best een spiegel van de maatschappij, in al haar diversiteit; In hoeverre uw medewerkers zijn opgeleid in het omgaan met een divers doelpubliek; In welke mate u ook bij het inschakelen van externe medewerkers oog heeft voor diversiteit.

Bij het gebruiken van beelden (in bijvoorbeeld spotjes, publicaties) in het kader van uw project is het daarnaast ook essentieel dat u roldoorbrekende beelden, en via die weg stereotypering ontkracht. Non-discriminatie Naast het preventieve Gelijkekansenbeleid bouwen we ook een eerder reactief nondiscriminatiebeleid uit. De basis hiervoor is het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid. Organisaties die zich schuldig maken aan discriminatie ten opzichte van één van de beschermde doelgroepen kunnen dan ook geen beroep doen op subsidies. Daarom vragen we u om ‘een clausule van non-discriminatie’ te ondertekenen en aan de aanvraag toe te voegen (zie bijlage 6). Mocht tijdens de looptijd van het project dit engagement verbroken worden, dan kan dit aanleiding geven tot intrekking van de subsidie en terugvordering van reeds uitbetaalde bedragen.


Subsidiegids 2010-2014

12

2 De procedure vanaf de subsidieaanvraag tot de eindafrekening 2.1 HET SAMENSTELLEN EN HET INDIENEN VAN EEN AANVRAAGDOSSIER De inhoudelijke en vormelijk criteria waaraan een project moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie werden hierboven beschreven. De beoordeling gebeurt op basis van het aanvraagdossier dat door uw organisatie wordt voorgelegd. WAT? Een aanvraagdossier bestaat uit: een volledig ingevuld aanvraagformulier (getekend en gedateerd) (zie 3.1). Dit formulier is beschikbaar in Word-versie op www.gelijkekansen. be of u kan het opvragen bij het secretariaat van Gelijke Kansen in Vlaanderen op het nummer 02/553 58 46; bijkomende documentatie over de inhoudelijke en financiële werking van de organisatie. WAAR? Deze aanvraag wordt in 3 exemplaren ingediend op volgend adres: Vlaamse Overheid Diensten Algemeen Regeringsbeleid Gelijke Kansen in Vlaanderen T.a.v. Heidi Vander Poorten Boudewijnlaan 30 1000 Brussel Indien mogelijk stuurt u ook een elektronische versie naar gelijkekansen@vlaanderen.be. WANNEER? Voor de beoordeling van de aanvragen worden jaarlijks een aantal juryronden voorzien (zie ook punt 2.2.2). Om in één van deze rondes te worden opgenomen, dient het aanvraagdossier te worden ingediend ten laatste één maand voor de respectievelijk jureringsdatum. Concreet: - In 2010 zijn 3 juryrondes gepland. Om in deze rondes meegenomen te worden moet uw aanvraag uiterlijk worden ingediend op respectievelijk 15 april, 1 juni of 1 september. - De daarop volgende jaren (2011 -2014) worden de projectaanvragen gejureerd in 2 rondes. De uiterlijke indieningsdata zijn dan 1 februari en 1 juni. Aanvragen die na deze data worden ingediend kunnen pas in de eerstvolgende ronde worden meegenomen. Als datum geldt de poststempel of het afgiftebewijs.


Subsidiegids 2010-2014

13

HOE? Het aanvraagformulier Het aanvraagformulier omvat een inhoudelijk en een financieel luik. De gegevens die u hierin vermeldt vormen de basis voor de evaluatie van uw projectvoorstel en voor de eventuele toekenning van een subsidie. Het is dan ook belangrijk dat uw aanvraag doordacht wordt voorbereid en getuigt van een kwaliteitsvolle aanpak.

De inhoudelijke gegevens In het inhoudelijk luik beantwoordt u een aantal vragen die betrekking hebben op het doel en de effecten die u met het project beoogt, de wijze van aanpak, de timing, de promotie, enzovoort. U vindt in het model van aanvraagformulier (3.1) onder iedere vraag een verduidelijking bij de informatie die van u verwacht wordt. We raden u aan om het project zo volledig en helder mogelijk te beschrijven en alle elementen mee te geven die belangrijk zijn voor een goed begrip van uw voorstel. De ideale lengte van de antwoorden is uiteraard afhankelijk van de aard en het onderwerp van elk individueel projectvoorstel. De financiële gegevens Tegenover een sterk uitgewerkt projectplan staat een inzichtelijke en afgewogen begroting. Deze begroting geeft een duidelijke raming en verantwoording van alle uitgaven die u voor de realisatie van het projectvoorstel nodig acht en van de inkomsten die hier tegenover staan. Hou bij het opstellen van de begroting rekening met de volgende elementen: Uitgaven • Geef een algemeen overzicht van alle uitgaven die u voorziet en dit binnen het schema zoals weergegeven in het model van aanvraagformulier. Maak hierbij een duidelijke onderverdeling in categorieën. Zowel personeelskosten, uitgaven voor werkingsmiddelen als investeringskosten voor materiaal (a rato van de projectduur) komen in aanmerking; • Omschrijf en geef een korte verantwoording voor de verschillende werkingskosten die u in de begroting opneemt en motiveer de redelijkheid ervan binnen de context van het project; • Geef een verantwoording bij de kosten die u per personeelslid voorziet aan de hand van loonkostenberekening op jaarbasis (met duidelijke weergave van de gehanteerde barema’s) en verreken deze naar de prestaties die binnen het project worden voorzien. Inkomsten • Geef een algemeen overzicht van alle inkomsten die u voorziet en dit binnen het schema zoals weergegeven in het model van aanvraagformulier; • De verschillende financiële bronnen moeten duidelijk af te leiden zijn uit de begroting. Geef daarom duidelijk aan welk bedrag u aan Gelijke Kansen in Vlaanderen vraagt. Daarnaast geeft u ook aan bij welke andere instanties en voor welk bedrag u eventueel een aanvraag heeft ingediend voor de realisatie van uw project.

OPGELET - De subsidie die vanuit het Gelijkekansenbeleid wordt toegekend kan nooit het totaal bedrag van de onkosten vergoeden. Elke vereniging moet ook een eigen bijdrage leveren en/of een beroep doen op andere fondsen en sponsors.


Subsidiegids 2010-2014

14

-

De begroting moet steeds in balans zijn. Dit betekent dat het totaal aan inkomsten en uitgaven aan elkaar gelijk moet zijn. Een dubbele financiering is uiteraard niet toegestaan. Er kan geen overschot gerealiseerd worden, ook niet om het onder de reserves van de organisatie te boeken.

-

Het aanvraagformulier moet steeds worden ondertekend en gedateerd.

De aanvullende documentatie Indien mogelijk voegt u achtergrondinformatie toe als bijlage aan het aanvraagformulier. Deze informatie geeft bijkomend inzicht in het project en/of in de algemene werking van de organisatie of vereniging, zoals bijvoorbeeld recente publicaties.


Subsidiegids 2010-2014

15

2.2 VAN DE BEOORDELING VAN EEN SUBSIDIEAANVRAAG TOT DE TOEKENNNIG VAN EEN SUBSIDIE De beoordeling van de subsidieaanvraag gebeurt in twee fases. Het dossier wordt eerst gecontroleerd op zijn volledigheid, nadien wordt de inhoud ervan geëvalueerd. Controle van de gegevens Elke aanvraag wordt na ontvangst door Gelijke Kansen in Vlaanderen gecontroleerd op o.a. de volgende elementen: Is het aanvraagdossier volledig? Is het aanvraagformulier volledig ingevuld? Is voldaan aan de formele projectvoorwaarden? (zoals bijvoorbeeld: is de begroting sluitend?) Na deze controle krijgt u een ontvangstmelding toegestuurd en worden eventueel ontbrekende formele gegevens opgevraagd. Instanties die een aanvraag indienen, gaan de verbintenis aan om al de gegevens te verstrekken die door de administratie gevraagd worden. Hoe vollediger het dossier wordt opgesteld, hoe vlugger kan worden overgegaan tot de inhoudelijke jurering.

Inhoudelijke jurering In een tweede fase bereidt de administratie de inhoudelijke evaluatie voor. Mogelijk wordt u in deze context gecontacteerd voor nadere toelichting. Voor de feitelijke jurering worden in 2010 volgende data in nagestreefd: 15/05, 1/07 en 1/10. Na 2010 worden volgende data nagestreefd: 1/03 en 1/07. Bij de jurering wordt rekening gehouden met de verschillende voorwaarden voor subsidiëring die in punt 1.3 van deze gids werden beschreven. De administratie maakt een advies op (dat zowel positief als negatief kan zijn), dat voor principiële goedkeuring aan de Vlaams Minister bevoegd voor Gelijke Kansen wordt voorgelegd. Indien deze principieel akkoord gaat met het advies van de administratie, gaan de positieve dossiers door naar de Inspectie van Financiën.

Toekenning van de subsidie Wanneer ook inspectie van financiën de projecten positief adviseert, ondertekent de minister een ministerieel subsidiebesluit waarin het bedrag en de modaliteiten voor de uitbetaling van het subsidiebedrag staan opgenomen. Alvorens de eigenlijke toekenning van het subsidiebedrag een feit is, moet nog een administratieve procedure worden doorlopen om het subsidiebedrag op de begroting van het Gelijkekansenbeleid te laten ‘reserveren’. Eens deze ‘vastleggingsprocedure’ rond is, wordt u officieel op de hoogte gebracht van de toekenning van de subsidie en krijgt u een exemplaar van het subsidiebesluit toegestuurd. (*) (*) Deze procedure geldt voor subsidies tot 150.000 €

Bij een definitieve negatieve beslissing wordt u hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. Een eventuele afwijzing wordt steeds gemotiveerd.


Subsidiegids 2010-2014

16

OPGELET - De volledige procedure vanaf de indiening van de aanvraag tot de officiële toekenning van de subsidie kan ruim 3 maanden in beslag nemen. Het project kan in principe niet beginnen vooraleer de toekenning helemaal rond is. - U plant het begin van uw project dan ook best minstens 3 maand na de uiterlijke indieningsdatum van de ronde waaraan u deelneemt. - In alle publicaties en promotie over het project moet worden vermeld dat het project tot stand kwam met de medewerking van de Vlaamse overheid en de Vlaamse minister bevoegd voor het Gelijkekansenbeleid. De juiste formulering en nodige logo’s kan u opvragen bij de administratie.

2.3 DE UITBETALINGSPROCEDURE Wanneer de subsidieaanvraag definitief is goedgekeurd, kan uw organisatie, al naargelang de grootte van de toegekende subsidie, een voorschot ontvangen. Het saldo wordt uitbetaald na indiening en controle van het afrekeningsdossier.

HET VOORSCHOT Het voorschot wordt spontaan door de administratie overgeschreven na officiële toekenning van de subsidie. De grootte van dit voorschot wordt vooraf vastgelegd in het subsidiebesluit en dit procentueel ten opzichte van het totaal toegekend bedrag en in functie van de aard van het project. HET AFREKENINGSDOSSIER

WAT? Na ‘3.2 een (zie

afloop van het project dient u een afrekeningsdossier (zie Afrekeningsdossier’) in. Dit bevat, naar analogie met het aanvraagdossier, inhoudelijk luik (het werkingsverslag – zie 3.2.1) – en een financieel luik. 3.2.2 t.e.m. 3.2.4)

WANNEER? Dit afrekeningsdossier moet uiterlijk 2 maanden na de afloop van het project worden bezorgd aan de Gelijke Kansen in Vlaanderen. Voor projecten die eindigen in de loop van de maanden september of oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarin de subsidie werd toegekend, geldt 31 oktober als uiterste indieningsdatum.

HOE? Het werkingsverslag Het werkingsverslag stelt u op volgens de modaliteiten bij ‘3.2 Afrekeningsdossier- Model werkingsverslag’ van deze gids. Onder meer op basis van dit verslag wordt beslist of al dan niet tot de uitbetaling van het saldo wordt overgegaan:


Subsidiegids 2010-2014

17

Dit verslag geeft een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project werden uitgevoerd. Indien voorhanden, kan deze beschrijving geïllustreerd worden door projectmateriaal allerhande (bijvoorbeeld uitnodigingen). Daarnaast houdt het verslag een kritische beschouwing en toetsing van de resultaten aan de vooropgestelde doelstellingen in. Het geeft een beeld van de bereikte resultaten en effecten. Ook geeft het – waar nodig – aan waarom de vooropgestelde resultaten niet of slechts gedeeltelijk zijn behaald.

Indien het project uitmondt in een publicatie of een ander hanteerbaar product dan moeten hiervan 2 exemplaren aan het werkingsverslag worden toegevoegd (tenzij het gaat om producten die sowieso slechts in beperkte oplage worden aangemaakt of tenzij de kostprijs voor de aanmaak van deze extra exemplaren niet te verantwoorden is. In die gevallen kunnen vooraf andere afspraken worden gemaakt).

De financiële afrekening De financiële verantwoording omvat:

Een kopie van de bewijsstukken van gedane uitgaven (in 2 exemplaren, zonder nietjes). Voor de personeelskosten dienen de uittreksels uit de loonstaten en de RSZ-attesten voorgelegd te worden; voor andere uitgaven worden facturen voorgelegd. Deze stukken moeten uiteraard betrekking hebben op de projectactiviteiten waarvoor de subsidie werd toegekend.

Een schuldvordering (in 2 exemplaren) die volgende gegevens bevat: het volledig toegekende subsidiebedrag; het bedrag dat eventueel reeds als voorschot werd gestort en het bedrag dat nog wordt opgevraagd bij de afrekening. Dit volgens het model onder 3.2.2.

Een lijst van bewijsstukken per kostencategorie, met verwijzing naar de bewijsstukken via duidelijke nummering (zie 3.2.3).

Een staat van de inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op de realisatie van het project (in 2 exemplaren) en dit volgens het model onder 3.2.4. (de uitgavenzijde is een samenvatting van het gedetailleerd overzicht).

OPGELET: - Bij de projectafrekening moet worden aangetoond dat er geen sprake is van een dubbele subsidiëring van het project. Daarom moet uit de staat van inkomsten duidelijk blijken van welke instanties een subsidie werd verkregen. - Pas nadat alle nodige stukken bij Gelijke Kansen in Vlaanderen zijn ingediend, onderzocht en goedgekeurd, kan het saldo worden gestort. - Een subsidie mag nooit aanleiding geven tot het maken van winst op een project. Het toegekende bedrag kan dus niet hoger zijn dan de aangetoonde uitgaven. Indien de kosten lager zijn dan de toegekende subsidie, wordt het overschot teruggevorderd of afgehouden van het saldo. - Indien er geen afrekeningsdossier wordt ingediend (of dit niet tijdig gebeurt) worden reeds verkregen voorschotten teruggevorderd.


3 Formulieren U kan al deze documenten downloaden via www.gelijkekansen.be


Subsidiegids 2010-2014

19

3.1 AANVRAAGFORMULIER AANVRAAGFORMULIER VOOR DE SUBSIDIËRING VAN EEN GELIJKEKANSENPROJECT

NAAM VAN DE ORGANISATIE: PROJECTTITEL:

DEEL I. ALGEMENE GEGEVENS OVER DE ORGANISATIE 1. Coördinaten

NAAM VAN DE ORGANISATIE (VOLUIT) JURIDISCH STATUUT ADRES TEL/FAX E-MAIL NAAM EN TEL. VAN DE PROJECTVERANTWOORDELIJKE CORRESPONDENTIEADRES REKENINGNUMMER:

IBAN:

BIC-CODE:

ONDERNEMINGSNUMMER:

2. Informatie over de algemene werking Geef hier een kort historisch overzicht en schets de algemene doelstellingen/ opdrachten waarbinnen de organisatie werkt. Geef hier ook aan: - In welke mate kansengroepen vertegenwoordigd zijn in uw organisatie, bijvoorbeeld in percentages van het personeelsbestand, van uw Raad van Bestuur. - Voert u in dit kader een diversiteitsbeleid voor instroom, doorstroom, stages, opleidingen, … van personeelsleden? - Onderhoudt u contacten met organisaties, die zich toeleggen op andere kansengroepen? Heeft u in het verleden reeds samengewerkt met dergelijke organisaties?


Subsidiegids 2010-2014

20

3. Overzicht van erkenningen en subsidiëring Vul onderstaande tabel schematisch in zodat we een overzicht krijgen van welke overheidsinstanties de organisatie structureel ondersteunen SUBSIDIËRENDE INSTANTIE 1. 2. 3. …

REDEN VAN ERKENNING

BEDRAG

DEEL II. IDENTIFICATIE VAN HET PROJECT

1. Inhoudelijke omschrijving van het project

1.1 Doelstelling Formuleer in één kernzin welke (strategische, operationele) doelen u op korte en op langere termijn met de projectopzet beoogt. Probeer deze zoveel mogelijk in de lijn te leggen van de strategische en operationele doelstellingen die in de beleidsnota ‘Samen Gelijke Kansen versterken 2009-2014) zijn geformuleerd. 1.2 Doelpubliek Benoem of omschrijf beknopt het doelpubliek waarop uw project zich richt. Geef daarbij de noden van deze doelgroep aan waarrond u met dit project wil werken. 1.3 Duur van het project Geef de voorziene begin- en einddatum op van het project. Let op: Het afrekeningsdossier kan tot uiterlijk 2 maand na afloop van het project, of voor projecten die eindigen in de loop van de maanden september of oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarin de subsidie toegekend werd, uiterlijk tot 31 oktober van dat jaar worden ingediend. Het project moet enige tijd daarvoor afgerond zijn. 1.4 Korte omschrijving van het project Geef een korte samenvatting van de opzet van het project 1.5 Werkplan – opzet/plan van aanpak Beschrijf gedetailleerd de verschillende fases (en eventueel tussendoelen) waaruit het project wordt opgebouwd, met de start- en einddatum per fase. Deel vervolgens elke fase in, in een of meerdere activiteiten die in deze fase gerealiseerd worden en licht deze uitvoerig toe. 1.6 Promotie/Implementatieplan


Subsidiegids 2010-2014

21

Geef aan welke vormen van promotie/communicatie/marketing er binnen het project zullen worden gebruikt. U denkt hierbij na over wat er gebeurt met de projectresultaten en hoe de verspreiding naar de overheid of het publiek toe wordt geregeld, over welke acties er zullen worden genomen om de projectresultaten bekend te maken aan de directe betrokkenen of het brede publiek, hoe de feedback aan het beleid wordt uitgewerkt,… Neemt u specifieke initiatieven op dit vlak naar kansengroepen toe opdat de nodige informatie ook tot hen komt en hun participatie aangemoedigd wordt? Let u er bijvoorbeeld op in campagnes of folders niet stereotyperende, roldoorbrekende beelden te gebruiken? 1.7 Beoogde resultaten / effecten Geef aan welke resultaten u beoogt en definieer welke (maatschappelijke) effecten u met het project nastreeft. Vertaal deze resultaten en effecten in de mate van het mogelijke in kwantificeerbare, meetbare gegevens. 1.8 Motivatie binnen het Gelijkekansenbeleid Omschrijf de meerwaarde van het project voor het Vlaamse Gelijkekansenbeleid. Houd hierbij rekening met de voorwaarden voor subsidiëring die in hoofdstuk 1 van de subsidiegids worden meegegeven: Motiveer in welke mate uw project past binnen de doelgroep/thema’s van het Gelijkekansenbeleid en geef aan binnen welke doelstellingen het project kadert. Wilt u met het project het ‘eigen beleid’ van de minister ondersteunen of heeft uw project in eerste instantie een voorbeeldfunctie naar een ander beleidsdomein? In welk opzicht kan het project als vernieuwend worden bestempeld? 1.9 Aandacht voor toegankelijkheid / Diversiteit Argumenteer op welke manier u tegemoet komt aan de toegankelijkheideisen zoals geformuleerd onder de voorwaarden voor subsidiëring 1.3 Geef ook aan hoe u –voor zover u dit elders nog niet aangeeft- rekening houdt met de algemene principes rond diversiteit.

1.10 Personeelsinzet Beschrijf welke personeelsleden zullen worden ingezet voor de uitvoering van het project. Wat is hun taak binnen het project? Op basis van welke kennis en ervaring worden ze ingezet? Voor welke periode binnen de duur van het project worden ze aangesteld? Weten uw medewerkers hoe ze moeten omgaan met een divers doelpubliek? Voorziet u in opleiding of bijscholing van uw medewerkers op dat vlak? Welke wervingsmethodes gebruikt u, indien in het kader van dit project nieuw personeel moet aangeworven worden? Bevorderen deze methodes de participatie van kansengroepen aan de selectieprocedure? Stelt u bijvoorbeeld de functiebeschrijvingen in dit kader neutraal genoeg op, zonder benadeling van bepaalde kansengroepen? Doet u beroep op organisaties, gespecialiseerd in het tewerkstellen van kansengroepen? 1.11 Lijst van organisaties die aan het project meewerken


Subsidiegids 2010-2014

22

Geef een overzicht van de eventuele andere organisaties die aan het project meewerken (naam van de organisatie, beknopte omschrijving van de werking, verwachte inbreng in het project) Wat is het aandeel van organisaties die rond andere kansengroepen werken dan deze, waar uw organisatie traditioneel rond werkt?

2. Financiële verantwoording

2.1 Overzicht begroting met betrekking tot het project Maak een zo gedetailleerd mogelijke begroting op, op basis van onderstaand schema:

Uitgaven

Inkomsten

- WERKINGSKOSTEN

- EIGEN INKOMSTEN

ADMINISTRATIEVE KOSTEN Vervoerskosten Kantoormateriaal Verzendingskosten Drukwerken

- GEVRAAGDE SUBSIDIE GELIJKE KANSEN

- TOEGANKELIJKHEIDSKOSTEN *

- ANDERE INKOMSTEN/SUBSIDIES

ANDERE KOSTEN (EIGEN A/H PROJECT)

- PERSONEELSKOSTEN

TOTAAL AAN UITGAVEN (A)

TOTAAL AAN INKOMSTEN (B) (A)=(B)

OPGELET:

De begroting moet sluitend zijn: het totale bedrag van de voorziene uitgaven moet identiek zijn aan het totale bedrag van de voorziene inkomsten


Subsidiegids 2010-2014

23

2.2 Verantwoording van de begrote middelen -

-

Geef een korte verantwoording van de werkingskosten die u noodzakelijk acht voor de verwezenlijking van het project. * Toegankelijkheidskosten: dit kan gaan om uitgaven i.v.m. bijvoorbeeld ondersteuning in het toegankelijk maken van documenten, website e.d.. Uitgaven i.v.m. infrastructuurwerken voor het toegankelijk maken van gebouwen worden niet gesubsidieerd. Voor wat betreft de personeelskosten geeft u aan volgens welk barema en welke duur u per personeelslid de kost heeft berekend.

OPGELET - Investeringen in materieel kunnen slechts onder de vorm van afschrijvingen in de begroting worden opgenomen a rato van de duur van het project (bijvoorbeeld aankoop van een PC: afschrijving over 3 jaar: max. 1/3e van de aankoopwaarde kan ingebracht worden wanneer het project 1 jaar duurt). - Indien een organisatie geen algemene werkingssubsidies krijgt, kunnen algemene werkingskosten slechts gedeeltelijk worden aangerekend, voor zover ze aan het project gerelateerd zijn. Deze kosten dienen steeds bewezen te worden met de nodige bewijsstukken (facturen).

2.3 Overzicht van andere subsidiërende instanties Hebt u voor het project een financiële tegemoetkoming aangevraagd bij een of meer andere instanties? Geef hieronder een overzicht

Datum

Naam, Functie Handtekening


Subsidiegids 2010-2014

24

CLAUSULE M.B.T. NON DISCRIMINATIE NAAM VAN DE ORGANISATIE: …………………………………. VERLEDEN 1. Onze organisatie is in de laatste 5 jaar niet/wel veroordeeld voor discriminatie op grond van iemands geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschappen, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming of syndicale overtuiging. 2. Onze organisatie is in de laatste 5 jaar niet/wel het voorwerp geweest van een onderzoek i.v.m. vermeende onwettige discriminatie door een meldpunt Discriminatie of een ander onafhankelijk orgaan, zoals het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. 3. Indien u op de eerste 2 vragen positief antwoordde: welke stappen heeft u sindsdien ondernomen in uw organisatie om in de toekomst onwettige ongelijke behandeling te voorkomen: -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------TOEKOMST Wij verklaren bij het uitvoeren van dit project niemand te zullen discrimineren op grond van geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschappen, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming of syndicale overtuiging. Dit geldt zowel voor personeelsleden onderling als voor derden, zoals deelnemers, bezoekers, externe medewerkers,… We verbinden ons ertoe de werknemers en derden zoals deelnemers, bezoekers, externe medewerkers,… mee te delen dat we geen rekening zullen houden met vragen of wensen van discriminerende aard. Indien een personeelslid van onze organisatie zich hier toch schuldig aan maakt, zullen we de nodige maatregelen treffen om een eind te maken aan dit gedrag en waar nodig het slachtoffer in eer herstellen. De werknemers met hiërarchische verantwoordelijkheden zullen speciaal toezien op het naleven van dit engagement. Bij elke mogelijke klacht in dit verband tegen onze organisatie, zullen we onze volledige medewerking verlenen aan onderzoeksdaden die in dit verband gesteld worden door een meldpunt discriminatie of een andere organisatie, in dit verband aangesteld door de Vlaamse overheid.


Subsidiegids 2010-2014

25

Wij vragen tevens al onze personeelsleden alert te zijn voor discriminatie, in die zin dat ze gevallen van discriminatie, waar zij getuige van zijn, onmiddellijk moeten melden aan een werknemer met hiërarchische verantwoordelijkheid. Onze organisatie zal tenslotte ook geen druk uitoefenen op eigen personeelsleden, die slachtoffer worden van discriminatie door een klant of een derde, om af te zien van eventuele indiening van een klacht of inleiding van een vordering voor de rechtbank in dit verband.

Datum

Naam, Functie Handtekening


Subsidiegids 2010-2014

26

3.2 AFREKENINGSDOSSIER MODEL WERKINGSVERSLAG

WERKINGSVERSLAG GELIJKEKANSENPROJECT

NAAM VAN DE ORGANISATIE: PROJECTTITEL: Chronologische evolutie van het project Geef een chronologisch overzicht van de verschillende stappen in de ontwikkeling van het project of product: - Voorbereiding en planning - Activiteiten - Evaluatie Opmerking:

Indien het proces dat u doorliep in de realisatie van dit project in de toekomst inspirerend zou kunnen zijn voor andere organisaties, vragen wij u uw ervaringen te verwerken in een (kort) rapport, dat u toevoegt aan dit verslag

Doelstellingen en doelpubliek van het project. Welke doelstellingen streefde u met dit project na? Welk doelpubliek beoogde u? In hoeverre werden deze bereikt? Hoe en in welke mate heeft het project bijgedragen tot de realisatie van de beleidsprioriteiten van het Gelijkekansenbeleid? Resultaten van het project. Welke meetbare resultaten streefde u na? In hoeverre werden ze bereikt? (Geef eventueel de redenen op waarom de resultaten niet of slechts gedeeltelijk zijn behaald) Toegankelijkheid / Diversiteit Op welke wijze hebt u de principes rond toegankelijkheid en diversiteit, zoals vooropgesteld in de projectaanvraag, in de praktijk gebracht. Hoe hebt u dit ervaren? Hoe schat u de effecten ervan in? Documentatie Documenteer dit werkingsverslag met persknipsels, brochures, verslagen en / of andere documenten.

Datum

Naam, Functie Handtekening


Subsidiegids 2010-2014

27

MODEL VAN SCHULDVORDERING

SCHULDVORDERING GELIJKEKANSENPROJECT

NAAM VAN DE ORGANISATIE: PROJECTTITEL:

Voor bovenvermeld project werd vanuit het Gelijkekansenbeleid een totaal bedrag toegekend van maximum: …………..EURO.

Een eerste schijf van ........EURO is al uitbetaald.

Gelijke Kansen in Vlaanderen is voor dit project nog een bedrag verschuldigd van: …………………….EURO. (1)

(het nog verschuldigde bedrag vermelden in woorden): …………………….EURO

Datum

Naam, Functie Handtekening

Opmerking bij het invullen van dit formulier: De som in te vullen onder (1) is de totaal toegekende subsidie verminderd met het reeds uitbetaalde voorschot.


Subsidiegids 2010-2014

28

MODEL VAN LIJST VAN BEWIJSSTUKKEN p.1

LIJST VAN BEWIJSSTUKKEN Project: Organisatie:

……………………. …………………….

Oorspronkelijke kostenraming (zie begroting aanvraagdossier)

Ingediende kost

UITGAVEPOSTEN (*)

1. WERKINGSKOSTEN Administratieve kosten: vervoerskosten

Facturen

volgnummer bewijsstuk

Leverancier

Voorwerp

Factuurbedrag (enkel bedrag relevant voor project)

1 2 3 4 …

kantoormateriaal

verzendingskosten drukwerken … Toegankelijkheidskosten: Andere kosten (eigen a/h project): …. Subtotaal werkingskosten:

0,00

0,00

* : verdeling zoals in aanvraagdossier en in staat van inkomsten en uitgaven

Algemeen totaal (p.1 + p.2) Oorspronkelijke kostenraming (zie begroting aanvraag)

Werkelijke uitgaven

1.Werkingskosten:

0,00

0,00

2.Personeelskosten:

0,00

0,00

0,00

0,00

TOTAAL:

Toegepa ste verdeelsl seutel (indien van toepassi ng)


Subsidiegids 2010-2014

29 p.2

Project: Organisatie:

……………………. …………………….

Oorspronkelijke kostenraming (zie begroting aanvraagdossier) UITGAVEPOST

Ingediende kost

BEWIJSSTUKKEN (Loonfiches) volgnummer bewijsstuk

Naam personeelslid

omschrijving (maand/ vakantiegeld/eindejaarspremie)

totale loonkost

loonkost aan te rekenen voor het project

2. PERSONEELSKOSTEN x personeelsleden à y%

Subtotaal personeelskosten:

…

0,00

0,00


Subsidiegids 2010-2014

30

MODEL VAN STAAT VAN INKOMSTEN EN UITGAVEN

STAAT VAN INKOMSTEN EN UITGAVEN GELIJKEKANSENPROJECT

NAAM VAN DE ORGANISATIE: PROJECTTITEL:

Uitgaven

Inkomsten - EIGEN INKOMSTEN

- WERKINGSKOSTEN ADMINISTRATIEVE KOSTEN Vervoerskosten Kantoormateriaal Verzendingskosten Drukwerken

- TOTAAL TOEGEKENDE SUBSIDIE GELIJKE KANSEN

TOEGANKELIJKHEIDSKOSTEN *

- ANDERE INKOMSTEN

ANDERE KOSTEN (EIGEN A/H PROJECT)

- PERSONEELSKOSTEN

TOTAAL AAN UITGAVEN (A)

TOTAAL AAN INKOMSTEN (B) (A)=(B)

Datum

Naam, Functie Handtekening

Opmerking bij het invullen van dit formulier: Deze staat behelst in wezen de resultatenrekening van het uitgevoerde project. Dat betekent dat u onder de noemer ‘Inkomsten’, alle inkomsten opgeeft die verbonden zijn met het project, inclusief het totale subsidiebedrag dat de Vlaamse minister, bevoegd voor het Gelijkekansenbeleid , heeft toegekend. Daarnaast vermeldt u ook alle uitgaven voor de realisatie van het project.


WETTELIJK DEPOTNUMMER: D/2010/3241/069 VERANTWOORDELIJK UITGEVER: HEIDI VANDER POORTEN U kunt deze brochure aanvragen op het volgende adres: Vlaamse overheid Departement Algemeen Regeringsbeleid Gelijke Kansen in Vlaanderen Boudewijnlaan 30 1000 Brussel Tel.: 02 – 553 58 46 Fax: 02 – 553 51 38 downloaden via: www.gelijkekansen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Subsidiegids_2010_2014_gelijke_kansen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu