ADVIES AR-AR-ADV-2122-002
Uittreksel uit het strafregister voor vrijwilligers Advies bij het voorontwerp van decreet houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme op 16 juli 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 23 september 2021 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep ad hoc Uittreksel strafregister voor vrijwilligers op 9 september 2021 onder voorzitterschap van Marianne Coopman Dossierbeheerder: Carine De Smet
1 Situering Op 16 juli 2021 hechtte de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers. De Vlor ontving aansluitend een adviesvraag van Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. De Vlor formuleert hieronder zijn advies in antwoord op de specifieke vraag van de minister over het toepassingsgebied van het decreet en geeft ook enkele bredere aanbevelingen en bezorgdheden mee.
2 Legitiem doel De Vlor hecht veel belang aan de spontane inzet van vrijwilligers in onderwijs. Hun engagement heeft een belangrijke maatschappelijke meerwaarde voor alle betrokkenen1. Tegelijk staat de bescherming van de integriteit van minderjarigen hoog op de agenda bij de onderwijspartners, Dit decreet streeft een legitiem doel na, met name de bescherming van de minderjarigen, het bevorderen van hun persoonlijke veiligheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag t.a.v. minderjarigen. Die doelstelling is voor de Vlor prioritair en rechtvaardigt om het toepassingsgebied van het decreet te voorzien voor alle vrijwilligers die rechtstreeks contact hebben met minderjarigen.
3 Vrijwilligers met en zonder overeenkomst? Op de vraag of het onderscheid gemaakt moet worden tussen vrijwilligers met en zonder overeenkomst, stelt de Vlor dat dit onderscheid momenteel niet legitiem is: juridisch is er immers geen onderscheid tussen een vrijwilliger met overeenkomst en een vrijwilliger zonder overeenkomst. In de Wet van 3 juli 2005 staat er voor vrijwilligers geen enkele verplichting om een (schriftelijke) overeenkomst te hebben. Art. 4 vermeldt enkel informatieplicht. Zelfs als de decreetvrager een onderscheid zou willen maken tussen vrijwilligers met en vrijwilligers zonder overeenkomst, is dat onderscheid voor de Vlor ondergeschikt aan het hogere doel, nl. de bescherming van de minderjarige. Het al dan niet hebben van een overeenkomst heeft geen invloed op de manier waarop de vrijwilliger in relatie treedt met minderjarigen. Er is dus geen reden waarom een vrijwilliger zonder overeenkomst niet zou moeten voldoen aan dezelfde voorwaarden als een vrijwilliger met overeenkomst. Integendeel, het onderscheid zou tot misbruik kunnen leiden, in die zin dat een malafide vrijwilliger ervoor zou kunnen zorgen dat hij zonder overeenkomst de school binnenkomt.
1
Vlor, Algemene Raad. Advies over het actieplan voor een gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid, 29 september 2016.
1
vlor.be
4 Bijkomende suggesties 4.1 Drempels voor vrijwilligerswerk laag houden De Vlor vraagt om aandacht te hebben voor de toegankelijkheid en de laagdrempeligheid van vrijwilligerswerk.2 De vrees bestaat dat door de voorgestelde regeling er een aantal drempels kunnen opduiken omwille van o.a. administratieve verplichtingen of privacy.
4.1.1 Een uittreksel dat niet voor interpretatie vatbaar is Artikel 3 van het decreet geeft de scholen die met vrijwilligers werken een discretionaire bevoegdheid bij de beoordeling van het strafregister. De school moet het uittreksel interpreteren, en kan rekening houden met o.a. contextuele gegevens of met het tijdsverloop sinds een mogelijke veroordeling, De Vlor heeft bedenkingen bij die controlerende en interpreterende rol van de scholen. Om interpretatie te vermijden, pleiten we voor een type uittreksel dat objectief en niet voor interpretatie vatbaar is.3
4.1.2 Een uittreksel dat enkel relevante informatie bevat De maatregel grijpt voor een deel in op de privacy van de vrijwilliger. Het uittreksel dat wordt opgevraagd, bevat meer informatie dan louter de informatie die relevant is voor het doel: de bescherming van de integriteit van de minderjarige. We pleiten daarom voor een gerichter uittreksel waarin enkel staat wat relevant is voor het doel.
4.1.3 Duidelijk omschreven begrippen De Vlor vraagt om de gehanteerde begrippen zo scherp mogelijk te omschrijven. De organisaties die een uittreksel moeten opvragen, moeten ondubbelzinnig weten in welke gevallen ze dit moeten doen en in welke gevallen niet. •
•
Art. 3. 2°: ‘De medewerker zal in het kader van de activiteit op structurele basis rechtstreeks contact hebben met minderjarigen’: - Wat wordt precies bedoeld met ‘rechtstreeks’ contact? In de Memorie van Toelichting wordt dat voor een deel verduidelijkt, aan de hand van enkele concrete voorbeelden. Maar die verduidelijking kan preciezer, en wordt best in het decreet zelf opgenomen. - Wat wordt precies bedoeld met contact ‘op structurele basis’? Op basis van de Memorie van Toelichting is elk contact dat ‘niet slechts zeer uitzonderlijk’ is, structureel. Het begrip ‘structureel’ kan zodanig ruim worden geïnterpreteerd, dat de voorwaarde ‘op structurele basis’ best uit de tekst wordt geschrapt. Art. 3. 4°: ‘De medewerker wordt op een van de volgende wijzen aangesteld: a) door middel van een overeenkomst, rechtstreeks met de betreffende natuurlijke persoon of onrechtstreeks via een rechtspersoon of b) door middel van een benoeming’: - De Vlor pleit ervoor dat student-stagiairs die in het kader van hun opleiding een stageopdracht vervullen, waarbij rechtstreeks contact is met minderjarigen, ook door de
Vlor, Algemene Raad. Advies over het actieplan voor een gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid, 29 september 2016. 3 In Nederland wordt, ook voor vrijwilligers, het VOG (Verklaring omtrent het gedrag) gehanteerd, waar het Ministerie van Justitie bepaalt in welke gevallen een vrijwilliger dit krijgt, afhankelijk van het type vrijwilligerswerk dat hij/zij zal doen. Snel inzicht in uw kansen op een VOG. 2
2
vlor.be
regeling worden gevat. Uit de omschrijvingen van de categorieën in het decreet, en bij uitbreiding in de Memorie van Toelichting, blijkt niet duidelijk of dat het geval is.
4.1.4 Ondersteuning voor vrijwilligers bij de aanvraag Het opvragen van een uittreksel uit het strafregister is vrij eenvoudig. De administratieve drempel lijkt dus laag te zijn. Maar indien de scholen willen (blijven) rekenen op een grote en diverse groep vrijwilligers, dan ondersteunen ze best zo goed mogelijk de vrijwilligers bij het opvragen van het uittreksel. Dat is nog meer nodig voor de vrijwilligers die tot een kwetsbare doelgroep behoren. Best wordt het ondersteuningsaanbod ook duidelijk meegedeeld in de communicatie rond de nieuwe maatregel. Wanneer vrijwilligers toch vinden dat het afleveren van het uittreksel een te grote inbreuk op hun privacy is, of dat de administratieve drempel te hoog is, dan kunnen ze zelf beslissen om geen vrijwillig engagement op te nemen met rechtstreeks contact met minderjarigen.
4.2 Nog betere bescherming van de minderjarige De Vlor wijst erop dat, met het oog op de bescherming van de minderjarige, het opvragen van een uittreksel uit het strafregister beperkingen inhoudt: • In het centraal strafregister moeten de definitieve vonnissen gecodeerd worden. De Vlor drukt zijn bezorgdheid uit dat het niet altijd mogelijk is erop te vertrouwen dat het strafregister een daadwerkelijke weergave is van de huidige toestand. • Het strafregister biedt ook geen antwoord bij een lopend strafonderzoek. In die gevallen zou beroep moeten gedaan worden op de omzendbrief COL 08/2014 houdende de mededeling van opsporingsonderzoeken, vervolgingen en veroordelingen van ambtenaren en personen die taken van openbaar belang waarnemen of die functies uitoefenen die doorgaans een gezagsrelatie met minderjarigen of kwetsbare personen impliceren. Maar ook daar zijn er beperkingen: parketten weten niet automatisch wat de beroepsbezigheid is van de strafrechtelijk vervolgde persoon, laat staan dat deze vrijwilliger is. En dan nog beslist het parket autonoom om mee te delen, het is geen automatisme. Noch het strafregister, noch de omzendbrief kunnen garanderen dat tegen vrijwilligers geen onderzoek loopt; hier wordt best gezocht naar een structurele en sluitende oplossing.
4.3 Blijvend inzetten op preventie De Vlor benadrukt ten slotte de nood aan brede vorming en preventie. Het louter opleggen van de verplichting die wordt voorgesteld, zal er niet voor zorgen dat er beduidend minder grensoverschrijdend gedrag gebeurt tegen minderjarigen, en kan integendeel zelfs een vals gevoel van veiligheid creëren.
3
vlor.be
De maatregel zal efficiënt zijn indien hij gekaderd is binnen andere, preventieve maatregelen. De Vlor is dan ook tevreden dat de maatregel gesitueerd wordt binnen de andere acties die opgenomen zijn in het Vlaams Actieplan ter bestrijding van seksueel geweld, en dat de decreetgever die verplichting benoemt als slechts één schakel binnen een ruimer en omvattender integriteitsbeleid.
4
vlor.be