Skip to main content

SERV_20220221_JaarrapportVOI_ADV.pdf

Page 1

JAARRAPPORT VLAAMSE OPLEIDINGSINCENTIVES SCHOOLJAAR 2020-2021


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Jaarrapport Vlaamse opleidingsincentives schooljaar 2020-2021

Adviesvrager

Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw

Ontvangst adviesvraag

18 januari 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)

Goedkeuring raad

21 februari 2022

Contactpersoon

Linde Buysse

lbuysse@serv.be

2


Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node

Jaarrapport Vlaamse opleidingsincentives schooljaar 2020-2021 Mevrouw de viceminister-president De SERV geeft hieronder beknopt advies op het jaarrapport Vlaamse opleidingsincentives omdat het gaat over het schooljaar 2020-2021 en toen de coronacrisis volop speelde. De SERV is in het algemeen nog steeds positief over de VOI, maar vraagt wel om: •

een duidelijk groeipad te bepalen voor het gebruik van de Vlaamse opleidingsincentives.

•

een globale evaluatie gebaseerd op genormaliseerde schooljaren, af te wachten vooraleer de Vlaamse opleidingsincentives opnieuw te hervormen.

•

zes aandachtspunten verder uit te klaren op de Vlaamse opleidingscommissie en / of mee te nemen in die grote evaluatiestudie.

Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

5

Advies

6

Bepaal een duidelijk groeipad

6

Wacht globale evaluatie van genormaliseerde schooljaren af

7

Neem zes aandachtspunten op in VOC / evaluatiestudie

7

Bibliografie

9

4


Krachtlijnen De SERV adviseert beknopt omdat dit jaarrapport betrekking heeft op het schooljaar 2020-2021 en toen de coronacrisis volop speelde. De SERV geeft een positieve appreciatie van de huidige Vlaamse opleidingsincentives. De SERV vraagt wel om: •

een duidelijk groeipad te bepalen voor het gebruik van de Vlaamse opleidingsincentives.

•

een globale evaluatie gebaseerd op genormaliseerde schooljaren, af te wachten vooraleer de Vlaamse opleidingsincentives opnieuw te hervormen. Deze eventuele hervormingsoefening moet de idee van budgetneutraliteit kunnen overschrijden, gezien de uitdagingen en het belang van levenslang leren,

•

zes aandachtspunten verder uit te klaren op de Vlaamse opleidingscommissie en / of mee te nemen in die grote evaluatiestudie. Meer bepaald gaat het om: •

de beoordelingscriteria van arbeidsmarktgerichte opleidingen en het gemeenschappelijk initiatiefrecht

•

het bereik en de bekendheid

•

de administratieve vereenvoudiging

•

het gebruik van e-leren

•

het oneigenlijk gebruik door de werkgever en de werknemer

•

het flankerend beleid

5


Advies Het decreet houdende het Vlaams opleidingsverlof en houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Werk en Sociale Economie van 12 oktober 2018 stelt dat het Departement Werk en Sociale Economie jaarlijks een evaluatierapport oplevert. De SERV wordt – zoals de regelgeving voorziet – om advies gevraagd. Opleiding is voor de SERV een cruciaal thema. Vorig jaar bracht de SERV een uitgebreid advies uit over het eerste jaarrapport van de hervormde opleidingsincentives1. Vandaag willen de sociale partners beknopt adviseren, aangezien dit jaarrapport betrekking heeft op het schooljaar 2020-2021 en toen de coronacrisis volop speelde. De SERV is in het algemeen nog steeds positief over de Vlaamse opleidingsincentives (VOI), maar vraagt wel om: •

een duidelijk groeipad te bepalen voor het gebruik van de VOI.

•

een globale evaluatie gebaseerd op genormaliseerde schooljaren, af te wachten vooraleer de VOI opnieuw aan te passen.

•

zes aandachtspunten verder uit te klaren op de Vlaamse opleidingscommissie (VOC) en / of mee te nemen in die grote evaluatiestudie.

Bepaal een duidelijk groeipad De SERV is voorstander om een duidelijk groeipad te bepalen met de Vlaamse Regering en het partnerschap levenslang leren voor het gebruik van de VOI. In het actieplan levenslang leren onderschrijven de leden van het partnerschap de Europese ambitie om tegen 2030 tot een opleidingsdeelname van 60% te komen2. Daarnaast zal het partnerschap een breder levenslang leren dashboard uitwerken met verschillende indicatoren. Dit groeipad moet dan deel uitmaken van het levenslang leren dashboard.

1

Zie advies Lerend werken in Vlaanderen – inkijk in anderhalf jaar hervormd opleidingsbeleid voor werknemers: https://www.serv.be/node/14309

2

Het gaat om formele en non-formele opleidingsdeelname in de laatste 12 maanden.

6


Wacht globale evaluatie van genormaliseerde schooljaren af Het is pas mogelijk om over de hervormde incentives te oordelen in welke mate ze de voorop gestelde doelstellingen van het VESOC-akkoord Hervorming opleidingsincentives werknemers en het afgesproken groeipad hebben bereikt, van zodra de schooljaren zijn genormaliseerd (en het corona-effect is geminimaliseerd) en er voldoende data beschikbaar is om een globale evaluatie te maken van de drie VOI (namelijk het Vlaamse opleidingsverlof inclusief het gemeenschappelijk initiatiefrecht, de Vlaamse opleidingscheques en het Vlaamse ondersteuningskrediet). De sociale partners willen dan in één keer op een aantal fronten de VOI aanpassen in functie van deze grondige evaluatie. De discussie over mogelijke aanpassingen van de VOI moet de idee van budgetneutraliteit kunnen overschrijden, gezien de uitdagingen en het belang van levenslang leren. Deze eventuele hervormingsoefening moet dus worden gedaan vanuit een voldoende ruim budgettair kader (los van de huidige budgettaire contouren).

Neem zes aandachtspunten op in VOC / evaluatiestudie De SERV vraagt volgende aandachtspunten verder uit te klaren op de VOC en / of mee te nemen in die grote evaluatiestudie: •

de beoordelingscriteria van arbeidsmarktgerichte opleidingen en het gemeenschappelijk initiatiefrecht: Die discussie willen de sociale partners in de VOC voeren.

•

het bereik en de bekendheid: •

Hoe kunnen we meer werknemers bereiken met de VOI in het bijzonder zij die momenteel het minst participeren aan opleiding (zoals kortgeschoolden en werknemers uit kmo’s)? Hoe krijgen we de VOI beter bekend bij werknemers die werken in Vlaanderen en in andere gewesten wonen of in het buitenland?

•

Deze vragen moeten onderdeel zijn van de grotere evaluatieoefening. De Vlaamse sociale partners engageren zich om via hun eigen kanalen de VOI verder bekend te maken.

•

de administratieve vereenvoudiging: Aan wie is de administratieve vereenvoudiging van de VOI ten goede gekomen? De sociale partners vragen zich af of die vereenvoudiging tegemoet is gekomen aan alle partijen (werknemers, werkgevers en opleidingsverstrekkers).

7


Met het VESOC-akkoord Hervorming opleidingsincentives werknemers3 ambieerden de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners een coherent beleid rond (toekomstige) arbeidsmarktgerichte opleidingen zodat iedereen langer en met goesting aan de slag blijft en de participatie verhoogt van diegenen die minder participeren. Deze vraag moet onderdeel zijn van de grotere evaluatieoefening. •

het gebruik van e-leren: Hoe komt het dat opleidingsverstrekkers zeer weinig gebruik maken van de mogelijkheid om opleidingen met de methodiek blended leren te laten registreren? De SERV wil de regelgeving in functie hiervan herbekijken binnen de VOC. Bij ‘gewone’ opleidingen kunnen werknemers maximum 10% onwettig afwezig zijn zonder hun recht te verliezen op de andere uren Vlaams opleidingsverlof die ze reeds opnamen. Bij ‘blended’ opleidingen verliezen werknemers hun recht op alle andere reeds opgenomen uren Vlaams opleidingsverlof ook al hebben ze slechts één klein deel van het leerproces niet doorlopen. Opleidingsverstrekkers opteren sneller voor een ‘gewone’ opleiding om hun cursisten te beschermen tegen dit risico. Deze vraag en de afstemming van de regelgeving van ‘blended’ opleidingen op ‘gewone’ opleidingen moet verder worden bekeken in de grotere evaluatieoefening.

•

het oneigenlijk gebruik: Hoe kan ervoor worden gezorgd dat de Vlaamse overheid te allen tijde verantwoordelijk is voor het waarborgen van de rechten en voor het onderscheppen van oneigenlijk gebruik van het Vlaams opleidingsverlof door de werkgever of de werknemer zodat het geschil niet wordt overgelaten aan de werkgever en de werknemer? Hiervoor moet het mogelijke probleem van dit oneigenlijk gebruik cijfermatig in kaart te worden gebracht en verder onderzocht (zoals gevraagd in het advies Lerend werken in Vlaanderen4).

•

het flankerend beleid: Er is niet enkel nood aan goede opleidingsincentives, maar ook aan een flankerend beleid dat een draagvlak creëert, informeert, sensibiliseert en wijst op het risico van competentieveroudering5. De Wegwijzer Vlaamse opleidingsincentives is een goede eerste stap, maar de SERV wil verder gaan en engageert zich conform de afspraken in Alle hens aan dek om in de eerste helft van 2022 een standpunt in te nemen over een individuele leerrekening6.

3

https://www.serv.be/node/11700

4

https://www.serv.be/node/14309

5

Zie advies Lerend werken in Vlaanderen – inkijk in anderhalf jaar hervormd opleidingsbeleid voor werknemers: https://www.serv.be/node/14309

6

Zie advies Actieplan levenslang leren – koers zetten naar lerend Vlaanderen: https://www.serv.be/node/14803

8


Bibliografie SERV-publicaties Advies Actieplan levenslang leren – koers zetten naar lerend Vlaanderen van 7 februari 2022: https://www.serv.be/node/14803 Advies Lerend werken in Vlaanderen – inkijk in anderhalf jaar hervormd opleidingsbeleid voor werknemers van 2 april 2021: https://www.serv.be/node/14309 VESOC-akkoord Hervorming opleidingsincentives werknemers van 11 juli 2017: https://www.serv.be/node/11700

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220221_JaarrapportVOI_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu