Skip to main content

1579.pdf

Page 1

Brussel, 1 december 2009 091201_Advies beleidsnota’s 2009-2014

Advies Beleidsnota’s 2009 – 2014


Advies beleidsnota’s 2009-2014

Inhoud Kader ..................................................................................................................................... 3 1.

Nood aan een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden … ook voor de luchthaven(regio’s) ..................................................................................................... 4

2. Advies bij concrete beleidsacties .............................................................................. 6 2.1. Nood aan een globaal politiek akkoord als basis voor beheer van geluidshinder op Brussels Airport ............................................................................................................ 6 2.2. Bestuurlijke verankering luchthavenbeleid doorvoeren .................................................. 6 2.3. Blijvend investeren in de toegankelijkheid van de nationale luchthaven en de luchthavenregio............................................................................................................. 7 2.4. Blijvend investeren in de duurzame werkgelegenheid op en rond Brussels Airport ........ 8 2.5. Beheershervorming regionale luchthavens doorvoeren ................................................. 9 2.6. Aandacht voor inkomend toerisme ................................................................................ 9 3. Opmerkelijke beleidsacties ...................................................................................... 10 3.1. Sociaaleconomische studie waarin de kosten (inclusief gezondheidskosten) en baten van de nachtvluchten op de luchthaven van Zaventem worden berekend. ......... 10 3.2. Internaliseren van externe kosten bij luchtvervoer ....................................................... 10 4. Wat ontbreekt ............................................................................................................ 12 4.1. Een globale coördinatie van het Vlaams luchthavenbeleid inclusief (budgettaire) responsabilisering ....................................................................................................... 12 4.2. Brussels Airport als logistieke poort voor Vlaanderen promoten .................................. 12 4.3. Aandacht voor impact van Europese regelgeving op financiering luchtverkeersleiding .................................................................................................... 13 4.4. Een Plan MER: hinderbeperking en rechtszekerheid ................................................... 13 4.5. Een link met de Europese visie op transport en rol luchthavens .................................. 14 Bijlage 1 Samenvatting Vlaams luchthavenbeleid ............................................................. 15

2


Advies beleidsnota’s 2009-2014

Kader Het Uitvoeringsbesluit inzake de werking en de samenstelling van de VLC van 17 juli 2009 bepaalt dat advies gevraagd moet worden over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota’s over luchthavens. Het Memorandum1 van de VLC vormt de basis waaraan het Vlaams regeerakkoord en de verschillende relevante beleidsnota’s die bijdragen tot een geïntegreerd Vlaams luchthavenbeleid zullen getoetst worden. Ook de doelstellingen uit het Pact 2020, i.h.b. ‘Logistiek & infrastructuur’, worden niet uit het oog verloren. De VLC wil actief bijdragen tot de voorbereiding van het luchthavenbeleid in Vlaanderen vanuit een sociaaleconomische invalshoek, die rekening houdt met de draagkracht van de omliggende regio en de principes van een geïntegreerde benadering. Dit impliceert een beleidsdomeinoverschrijdende aanpak die zou moeten blijken uit de samenhang van de verschillende beleidsteksten. Ook de inhoud van het regeerakkoord van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest m.b.t. de nationale luchthaven is essentieel. Gezien de formele administratieve samenstelling van de VLC met inbegrip van de aanduiding van een voorzitter nog niet geregeld is door de Vlaamse Regering, komt dit advies tot stand door een consensus tussen de toekomstige leden van de VLC. De Commissie heeft de verschillende beleidsacties in een schema samengevat. (Bijlage 1)

1

Memorandum Vlaamse Luchthavencommissie – Voor een proactief en geïntegreerd luchthavenbeleid 27p. http://www.serv.be/uitgaven/1523.pdf

3


Advies beleidsnota’s 2009-2014

1. Nood aan een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden … ook voor de luchthaven(regio’s) De Vlaamse Luchthavencommissie vindt het noodzakelijk om het voorgestelde beleid t.a.v. de luchthavens in Vlaanderen te kaderen binnen de recente wereldwijde economische crisis, de zwaarste sinds de Tweede Wereldoorlog. De SERV benadrukt in haar rapport2 aan de Regering dat de Vlaamse economische poorten zeer zwaar onder de crisis lijden. De evolutie van kerncijfers zoals aantal passagiers, hoeveelheid ton vracht en aantal vliegbewegingen maakt duidelijk dat de impact van de economische crisis groot is. Voor het tweede opeenvolgende jaar zullen deze cijfers gevoelig dalen. Er is dus wel degelijk nood aan een flankerend beleid ter ondersteuning van de economische uitbouw van de regionale luchthavens en de nationale luchthaven. Het is positief dat de Vlaamse Regering dit zo expliciet opneemt in het regeerakkoord en een optimale exploitatieomgeving wil creëren die uitgaat van een level playing field t.o.v. vergelijkbare luchthavens in België en Europa. Voor de exploitatie van Brussels Airport wordt gezorgd voor een stabiel juridisch kader met gepaste afspraken tussen de federale overheid en de Gewesten. Hiervoor wordt gerekend op een samenwerkingsakkoord. Het Strategisch Actieplan voor de Reconversie en Tewerkstelling voor de luchthaven van Zaventem (START) blijft het (strategisch) beleidskader met een evenwicht tussen economische groei, tewerkstelling en de leefbaarheid van de luchthavenregio en de stads- en dorpskernen. Voor de regionale luchthavens wordt ingezet op een snelle realisatie van de nieuwe beheersstructuur en wordt de werking verzekerd. Zo kan elke luchthaven zijn rol verder vervullen. Dit is op het eerste zicht in lijn met de bouwstenen voor een optimale exploitatieomgeving zoals in het memorandum van de VLC gedefinieerd, maar toch… Het uitblijven van een coherente en gedragen beleidsvisie op de ontwikkeling van de luchthavenregio Zaventem is het eerste element waarom de Luchthavencommissie op haar honger blijft zitten. De samenhang tussen het Regeerakkoord en de verschillende beleidsnota’s is soms zoek. Ter illustratie: het START-project wordt verder gezet, flankerende maatregelen ondersteunen de economische uitbouw, zowel de knooppunt- als bestemmingsfunctie van de luchthaven wordt uitgebouwd d.m.v. investeringen in de multimodale bereikbaarheid van de luchthavenregio, luchthaven als poort van waaruit de logistieke keten vertrekt, een level playing field … maar tegelijkertijd is er geen doorgroei aanvaardbaar zonder dat eerst de woon-, leef- en milieukwaliteit en de bereikbaarheid van de regio verbeterd is, is er geen visie op de rol van de luchthaven binnen het concept Logistiek Vlaanderen als slimme draaischijf van Europa en zal gekeken worden hoe op Vlaams niveau de externe kosten van het luchtvervoer 2

SERV rapport analyse van de economische crisis Impact van de financiële en economische crisis op Vlaanderen en België - 25 september 2009

4


Advies beleidsnota’s 2009-2014

kunnen geïnternaliseerd worden. Niet alles is noodzakelijk tegenstrijdig maar dat dreigt het wel te worden zonder aanvaard strategisch referentiekader waarbinnen de verschillende noodzakelijke beleidsacties opgestart en uitgewerkt worden. Een dergelijk formeel kader is ook essentieel om de voorziene samenwerking tussen beleidsdomeinen effectief te kunnen versterken en om in overleg te treden met andere bestuursniveaus. Het Vlaams luchthavenbeleid moet worden uitgewerkt in relatie tot het federale, Europese en internationale kader waarbij voor afstemming van de reglementeringen tussen de verschillende bestuursniveaus en regeringen gezorgd wordt. Dit is essentieel in functie van een level playing field. De snelle, formele installatie van de VLC en de bijbehorende aanduiding van de voorzitter behoren eveneens tot de uitbouw van een Vlaams luchthavenbeleid. Ten tweede wordt verwezen naar een samenwerkingsakkoord om tot een stabiel juridisch kader voor de luchthaven van Zaventem te komen. De Commissie stelt vast dat er de voorbije legislatuur in deze geen enkele stap voorwaarts werd gezet, niettegenstaande dit een duidelijke ambitie van de Vlaamse Regering3 was. Het voorstel om nu desnoods eigen Vlaamse geluidsnormen te hanteren, zal een rechtszeker kader niet dichterbij brengen en draagt niet bij tot een level playing field, integendeel. De Luchthavencommissie vraagt daadkracht om op korte termijn tot een politiek akkoord te komen dat effectief de juridische stabiliteit garandeert en dat het ontwikkelingsperspectief voor de nationale luchthaven ondersteunt. Het beleid t.a.v. de regionale luchthavens is wel heel duidelijk. Hier stelt de Vlaamse Luchthavencommissie enkel vast dat de beheershervorming langer duurt dan vooropgesteld. Om een situatie te vermijden waarbij nodeloos tijd verloren gaat, herhaalt de VLC dat elk dossier moet beoordeeld worden op zijn eigen merites en op zijn eigen ritme moet afgewerkt wordt. Het lang aanslepen van de beheershervorming is zowel voor de medewerkers als geïnteresseerde investeerders ongunstig. Het is aangewezen om een open communicatie te voeren over dit proces. De VLC is daarvoor één van de kanalen. De Vlaamse Luchthavencommissie is van oordeel dat de komende legislatuur een cruciale periode is voor de ontwikkeling van de nationale luchthaven en de omliggende regio alsook voor het voortbestaan van de regionale luchthavens. In navolging van de titel van het Regeerakkoord vraagt de VLC dan ook daadkracht in deze beslissende tijden.

3

Een stabiel kader voor de uitbating van de luchthaven onder meer inzake geluidsnormen was een van de vijf concrete actiedomeinen in het START-project (10/12/2004)

5


Advies beleidsnota’s 2009-2014

2. Advies bij concrete beleidsacties 2.1. Nood aan een globaal politiek akkoord als basis voor beheer van geluidshinder op Brussels Airport De Luchthavencommissie onderschrijft het belang en het voornemen om een beleid ter beheersing van het vliegtuiggeluid te voeren. Dit wordt het best geconcretiseerd in het actieplan omgevingslawaai dat momenteel aan een publieke consultatie wordt onderworpen en waarover de Commissie voor 15 december 2009 apart advies zal geven. Het belangrijkste struikelblok om tot een stabiel juridisch kader voor de uitbating van de luchthaven van Zaventem te komen, blijft de afwezigheid van een globaal politiek akkoord. De VLC pleit ervoor om in dit akkoord een gemeenschappelijke methodologie voor de evaluatie en de beheersing van vliegtuiggeluid in gans België op te nemen dat vervolgens geïntegreerd is in een coherent ruimtelijk beleid in en rond de luchthavens. De Luchthavencommissie dringt er op aan dat de Vlaamse Regering hier prioriteit aan geeft. Eigen Vlaamse normen als alternatief voor een akkoord zullen, volgens de VLC, niet de zo belangrijke juridische stabiliteit kunnen geven en staan haaks op het streven naar een level playing field. Een concreet geluid- en milieuzoneringsbeleid ondersteunen verder de internationale poortfunctie van de nationale luchthaven. Voor de meest belaste zones kan onmiddellijk gestart worden met het uitwerken van ruimtelijke ordeningsmaatregelen, omdat deze onafhankelijk zijn van de vliegroutes en hiervoor geen geluidstoets noch akkoord nodig is. De VLC ondersteunt dit voornemen van de Minister van Ruimtelijke Ordening ten volle en kijkt uit om op korte termijn hierover betrokken te worden.

2.2. Bestuurlijke verankering luchthavenbeleid doorvoeren De Luchthavencommissie ondersteunt het voornemen van de Minister van Mobiliteit om een coördinerende rol op te nemen teneinde de samenwerking tussen de beleidsdomeinen te versterken. Om de rol van de Afdeling luchthavenbeleid als regisseur van een geïntegreerd en strategisch luchthavenbeleid in de praktijk te brengen is een aangepast (zowel naar competenties als in aantal) personeelskader nodig. Bovendien moet er werk gemaakt worden van een actieve betrokkenheid van de lokale besturen bij deze horizontale, coördinerende werking om op die manier tot een gebiedsgerichte werking te komen. Dit is noodzakelijk om het draagvlak voor de luchthavens en de uitvoering van het luchthavenbeleid te verzekeren. De VLC stelt

6


Advies beleidsnota’s 2009-2014

vast dat ook de Minister van Economie aandringt op de verdere bestuurlijke verankering met inbegrip van een gebiedswerking. Er is dan ook nood aan onderlinge afstemming en duidelijkheid over wie de trekker(s) is/zijn.

2.3. Blijvend investeren in de toegankelijkheid van de nationale luchthaven en de luchthavenregio De Vlaamse Luchthavencommissie ondersteunt ten volle de visie om verder te investeren in de multimodale bereikbaarheid van de luchthavenregio. Als intermodaal knooppunt krijgt de luchthaven van Zaventem naast een bestemmingsfunctie een belangrijke knooppuntfunctie om te beantwoorden aan de behoeften van de verschillende type reizigers. Ook uit de studies rond de Mobiliteitsvisie 2020 van de Lijn Vlaams-Brabant komt het belang van deze knooppuntfunctie van de luchthaven naar voren. Met de realisatie van de diaboloverbinding wordt de luchthaven een knooppunt van treinverbindingen in alle richtingen. Aanvullend blijkt uit de toekomstvisie van De Lijn voor VlaamsBrabant een zeer groot potentieel voor de tram verbinding Heist-op-den-Berg – Keerbergen – Haacht – Zaventem – Brussel en voor een tangentiële, ontsluitende tram Tervuren – Zaventem – Vilvoorde – Jette, die beide verknopen met de luchthaven. Deze tangentiële tramverbinding speelt eveneens een belangrijke dragende rol in de ontsluitingsstructuur van het ruimer Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel, aangevuld met regionale verbindende en ontsluitende buslijnen. De VLC vraagt aan de Minister van mobiliteit en openbare werken om te onderzoeken welke bijkomende openbaarvervoerontsluitingen op basis van een maatschappelijke kostenbatenanalyse prioriteit hebben binnen Vlaanderen, en om deze bij voorrang uit te voeren. De verbindingen met grootste potentieel en de grootste congestiegevoeligheid, zoals deze naar de luchthaven, verdienen daarbij bijzondere aandacht. Voor wat betreft het woon-werkverkeer van en naar de luchthaven herhaalt de luchthavencommissie de specifieke behoefte aan nachtelijk woon-werkvervoer. Nachtelijk vervoer moet mee een oplossing bieden voor zowel de verkeersdrukte in de luchthavenregio als het tekort aan arbeidskrachten. In opdracht van het dep. MOW4 werd dit recent uitvoerig onderzocht en is de opstart van nachtlijn 620 Zaventem – Evere – Schaarbeek – Sint-Jans-Molenbeek – Anderlecht een belangrijke eerste stap. Voorts werden ook andere concepten naar voren geschoven:  vraagafhankelijk vervoer binnen corridor bestaande START-lijnen  vervroegen huidige START-lijnen  carpoolen, vanpoolen, taxipoolen

4

“Nachtelijke mobiliteit in en rond de luchthavenregio” – Traject 15 juni 2009

7


Advies beleidsnota’s 2009-2014

De Commissie dringt ook en in het bijzonder aan op een optimale benutting van de (toekomstige) capaciteit van de spoorverbindingen. De investeringen in het kader van de Diabolo, de bocht van Nossegem en ook de Josephat-tunnnel zullen enkel met een adequaat exploitatieschema een wezenlijke bijdrage leveren tot een duurzame bereikbaarheid van de luchthaven en haar regio. De VLC vraagt aan de Vlaamse Minister van Mobiliteit om hierover duidelijkheid te verkrijgen bij de federale collega’s. Aansluitend bij een adequaat exploitatieschema voor de NMBS-spoorverbinding, vraagt de Commissie dat, onmiddellijk na het afronden van de MKBA van de mobiliteitsvisie 2020 van de Lijn Vlaams-Brabant de nodige stappen worden gezet in het verder ontwikkelen van een efficiënt openbaar vervoernet in de luchthavenregio. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil in overleg treden met de gemeente Zaventem specifiek met het oog op een oplossing voor de problematiek van de bediening van de luchthaven door taxi's en hun verplaatsingen van en naar Brussel. De VLC erkent het belang van taxi’s in de organisatie van een hoogwaardig voor- en natransport van/naar de luchthaven. Een efficiënte organisatie en goede afstemming tussen de verschillende aanbieders is dan ook een must. De VLC vertrekt dus van het principe van comodaliteit waarbij de verschillende vervoersmodi voor het personenvervoer op de meest duurzame wijze in één vervoerssysteem worden ingeschakeld. Bovendien is de nationale luchthaven door de multimodale bereikbaarheid een uitstekende locatiefactor als eerste vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven.

2.4. Blijvend investeren in de duurzame werkgelegenheid op en rond Brussels Airport De VLC is verheugd dat de Minister van Werk in het beleid ter bevordering van de interregionale mobiliteit impliciet verwijst naar de geleverde inspanningen in het kader van het luchthavenactieplan ter bevordering van de duurzame werkgelegenheid5. In het bijzonder wordt ingegaan op de taalondersteuning en de bereikbaarheid van de luchthavenregio voor werkzoekenden en werknemers. Zoals eerder aangehaald is de opstart van nachtlijn 620 een belangrijke eerste stap voor het probleem van de nachtelijke mobiliteit van de werknemers. Maar deze lijn kan geen totaal antwoord bieden aan de vraag naar nachtelijke mobiliteit in de luchthavenregio met het openbaar vervoer.

Creatie van een duurzame werkgelegenheid op en rond Brussels Airport (08/07/2008) http://www.serv.be/publicaties/1357.pdf

5

8


Advies beleidsnota’s 2009-2014

De partners van de Luchthavencommissie vragen aan de Minister van Werk om de globale aanpak van het luchthavenactieplan waarbij verschillende initiatieven in een 3-tal gebieden werden opgestart, te behouden: • bemiddeling en opleiding & onderwijs (en toeleiding vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest); • mobiliteit; • arbeidsorganisatie De VLC stelt voor om hierover een stand van zaken op te maken en op korte termijn een overleg te organiseren.

2.5. Beheershervorming regionale luchthavens doorvoeren De VLC ondersteunt ten volle de beleidsvoornemens m.b.t. de regionale luchthavens. De hervorming van de beheersstructuur moet zo snel als mogelijk doorgevoerd worden. Om een situatie te vermijden waarbij nodeloos tijd verloren gaat, herhaalt de VLC dat elk dossier moet beoordeeld worden op zijn eigen merites en op zijn eigen ritme afgewerkt wordt. Het lang aanslepen van de beheershervorming is zowel voor de medewerkers als geïnteresseerde investeerders ongunstig. In het bijzonder voor de Internationale luchthaven van Kortrijk-Wevelgem is de nieuwe beheersvorm essentieel om de noodzakelijke investeringen in de basisinfrastructuur uit te voeren. Verdere vertraging brengt de toekomst van de luchthaven als zakenluchthaven - business aviation - (en niet general aviation zoals in beleidsnota MOW staat) in gevaar.

2.6. Aandacht voor inkomend toerisme De Luchthavencommissie apprecieert de expliciete verwijzing naar de regionale luchthavens en de nationale luchthaven als belangrijke toegangspoort tot België en de Vlaamse toeristische bestemmingen. De beleidsnota van de bevoegde minister is echter weinig concreet in de invulling van deze beleidsdoelstelling.

9


Advies beleidsnota’s 2009-2014

3. Opmerkelijke beleidsacties 3.1. Sociaaleconomische studie waarin de kosten (inclusief gezondheidskosten) en baten van de nachtvluchten op de luchthaven van Zaventem worden berekend. Het is geen sinecure om op een coherente en objectieve manier een alomvattende kosten baten analyse uit te voeren. Deze studie wordt best gekaderd binnen een strategische visie op de rol van de luchthaven van Zaventem en dus toegevoegd aan het START-project. De concrete uitvoering houdt rekening met geldende Europese aanbevelingen en richtlijnen, zoals bvb. de balanced approach en met standpunten over bvb. de economische waardering van geluid6. Ook vergelijkbare luchthavens in Europa en in België zouden mee opgenomen kunnen worden. De VLC ondersteunt in dit kader ook de noodzaak van een versterking van de samenwerking tussen de beleidsdomeinen die bij een geïntegreerde aanpak betrokken zijn en van een grotere lokale betrokkenheid om het maatschappelijk draagvlak te bevorderen. Hiervoor dienen, onder impuls van de task force START, aangepaste structuren te worden opgezet die o.a. de uitvoering van deze studie begeleiden.

3.2. Internaliseren van externe kosten bij luchtvervoer De beleidsnota Financiën en Begroting vermeldt onder het luik groene fiscaliteit dat in overleg met de ministers van mobiliteit en leefmilieu onderzocht kan worden hoe bij het luchtvervoer de externe kosten kunnen worden geïnternaliseerd om zo overeenkomstig het Regeerakkoord de impact op mens, milieu en maatschappij te beperken conform de Europese doelstellingen.7 De Vlaamse Luchthavencommissie heeft in november 2008 de toenmalige Vlaamse Regering een informatiedossier bezorgd aangaande de vliegtaks, voorzien door de federale regering in het kader van de opmaak van haar begroting 2009. Het internaliseren op regionaal niveau van de externe kosten van luchtvervoer staat haaks op het streven naar een level playing field zoals in het Regeerakkoord staat opgenomen. Een dergelijke beslissing wordt idealiter op mondiaal niveau genomen en op z’n minst op Europees niveau. Niet enkel omwille van het concurrentie-element maar ook omwille van het feit dat de impact van luchtvaart op de klimaatverandering best op het hoogst mogelijke (bestuurs)niveau aangepakt wordt. Met de opname van de CO2-uitstoot door de luchtvaart in de Europese regeling voor de handel in http://ec.europa.eu/environment/noise/effectiveness.htm, http://ec.europa.eu/transport/air/studies/environment_en.htm 7 Beleidsnota Financiën en Begroting p. 41 6

10


Advies beleidsnota’s 2009-2014

emissierechten (ETS) zullen deze externe kosten al geïnternaliseerd worden. Samen met de invoering van een gemeenschappelijk Europees luchtruim moet dit systeem een wezenlijke bijdrage leveren aan de strijd tegen de klimaatverandering.

11


Advies beleidsnota’s 2009-2014

4. Wat ontbreekt 4.1. Een globale coördinatie van het Vlaams luchthavenbeleid inclusief (budgettaire) responsabilisering Het streefdoel van de Vlaamse regering zou moeten zijn om tot een geïntegreerde en dus overkoepelende beleidsvisie en -tekst te komen voor het luchthavenbeleid. De voorgestelde beleidsacties vereisen tevens een budgettaire onderbouwing, iets wat nog onvoldoende gebeurt. Globale coördinatie bevordert coherente beleidsbeslissingen en regelgeving; De VLC herhaalt dat het Vlaams luchthavenbeleid moet worden uitgewerkt in relatie tot het federale, Europese en internationale kader. Afstemming van de reglementeringen tussen de verschillende bestuursniveaus en regeringen is noodzakelijk om rechtszekerheid te kunnen bieden en in functie van een level playing field. T.a.v. de regionale luchthavens ligt de focus nog steeds op het in stand houden van de infrastructuur, de afstemming van de exploitatie op de huidige rol van de luchthavens en de ondersteuning van de DAB’s Luchthaven Oostende en Luchthaven Antwerpen, alsmede de financiële en inhoudelijke ondersteuning van de luchthaven Kortrijk-Wevelgem. Een globale visie op de rol en het belang van de nationale luchthaven zou vanuit een STARTwerking kunnen resulteren in een overkoepelende beleidstekst. Hierin wordt dan expliciet opgenomen welke samenwerkingsverbanden opgezet worden en wie de trekker is.

4.2. Brussels Airport als logistieke poort voor Vlaanderen promoten In het verlengde van het pact 2020 benoemt de Beleidsnota MOW slimme logistiek als een prioriteit. De Minister zet in op slimme, duurzame en hoogwaardige logistieke activiteiten met hoge toegevoegde waarde en werkgelegenheid. De verdere ontwikkeling van Vlaanderen als slimme draaischijf van Europa is één van de belangrijkste doorbraken van Vlaanderen in Actie. Niettegenstaande de luchthavens als poorten worden gedefinieerd van waaruit de logistieke keten vertrekt, ontbreekt bij de concretere invulling elke verwijzing. De Vlaamse luchthavencommissie betreurt dat er blijkbaar geen concrete visie is op welke rol de luchthaven van Zaventem en de regionale luchthavens in de logistieke keten opneemt en hoe de Vlaamse Regering dit verder kan ondersteunen. Ofschoon het bescheiden marktaandeel in de logistieke sector is de luchtvaart de modus voor tijdkritische en hoogwaardige goederen en creëert zo een snelle connectiviteit met de wereld die uniek en aanvullend is op de

12


Advies beleidsnota’s 2009-2014

tragere connectiviteit met de wereld via de zeehavens. Daarom verdient het aanbeveling om de promotie via Flanders Port te stroomlijnen voor alle economische poorten8. Samen met de vier havens moet de nationale luchthaven als vijfde logistieke poort actief in het buitenland op de kaart gezet worden.

4.3. Aandacht voor impact van Europese regelgeving op financiering luchtverkeersleiding De VLC vestigt nogmaals de aandacht op dit onderwerp. Het samenwerkingsakkoord van 30 november 1989 dat de organisatie en de financiering van de luchtverkeersleiding op de regionale luchthavens regelt, zal onder druk van Europese regelgeving herzien moeten worden. De budgettaire consequenties hiervan kunnen zeer belangrijk zijn.

4.4. Een Plan MER: hinderbeperking en rechtszekerheid De Vlaamse luchthavencommissie ondersteunt de vraag naar een Plan MER. De plan MER moet de luchtvaartactiviteiten in kaart brengen binnen het momenteel geldende juridisch kader van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is duidelijk dat de plan MER minstens twee grote activiteitendomeinen zal behandelen : de operaties op de luchthaven en de operaties in de lucht. Het plan MER kan, indien nodig, milderende maatregelen voorstellen die dan dienen uitgevoerd te worden door de verschillende actoren die de verantwoordelijkheid dragen voor de veroorzaakte hinder. Dat kunnen de overheden zijn die het reglementaire kader vastleggen, o.m. voor het baangebruik en de vliegroutes of de operatoren op de luchthaven (luchthavenuitbater, luchtverkeersleiding, luchtvaartmaatschappijen, ...). Die milderende maatregelen kunnen opgenomen worden in de voorwaarden waarin die actoren die verantwoordelijk zijn, hun activiteiten kunnen uitvoeren. Het is duidelijk dat deze voorwaarden niet allemaal samen op één hoop kunnen gegooid worden en opgenomen in de milieuvergunning van slechts 1 actor, namelijk de uitbater van de luchthaven. Het opstellen van een plan MER ontslaat de Vlaamse overheid niet van de volledige toepassing van de Europese richtlijn inzake de evenwichtige aanpak. Tot op heden is, via het overnemen van de federale exploitatiebeperkingen, enkel gebruik gemaakt van het curatieve element in die wetgeving en is nagelaten de preventieve elementen, zoals een aangepast ruimtelijk ordeningsbeleid in de omgeving van een luchthaven, op het terrein om te zetten. De

8

Volgens het RSV is sprake van een luchthaven als economische poort indien meer dan 5 miljoen passagiers per jaar of 100.000 vliegbewegingen of 150.000 ton goederen of 1 miljoen intercontinentale passagiers worden verwerkt.

13


Advies beleidsnota’s 2009-2014

VLC heeft hiervoor al herhaaldelijk aandacht gevraagd en biedt ook nu zijn medewerking aan. Hetzelfde geldt voor de operationalisering van het concept van de luchthaventoets. Na het opstarten van de plan MER kunnen ook de verschillende project MER's opgestart worden zodat daarmee vermeden wordt dat het opstellen van een plan MER gelijk komt te staan met het stilzetten van de tijd.

4.5. Een link met de Europese visie op transport en rol luchthavens Zoals eerder aangekaart, is een strategische visie op de rol van de luchthavens in het transportnetwerk en voor de regionale ontwikkeling cruciaal. De VLC verwacht dat dit tevens gekaderd wordt t.o.v. de Europese visie ter zake die momenteel in het nieuwe Europese Witboek wordt voorbereid. Hierin wordt de basis gelegd voor het Europees transportbeleid.

14


Advies beleidsnota’s 2009-2014

Bijlage 1 Samenvatting Vlaams luchthavenbeleid

15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1579.pdf by Vlaanderen-be - Issuu