Skip to main content

MENC001-002 (1).pdf

Page 1

GLOSSARIUM.

karton / carton / cartoon / Karton

amerikaans glas / verre américain / iridescent favrile glass / durchgemischtcs Glas

kathedraalglas / verre cathédrale / printed glass / Kathcdralglas

antiek glas / verre antique / antique glass / Antikglas

kroonglas / cive / crown glass / Kronglas lancetvenster / lancette / light / Lanzette

bevanggias / verre plaque / flashed glass / Überfanggias

lavis / lavis / matt / Lasur

bindroede / vergette / iron bar

loodmolen / tirc-plomb / Icad-mil / Bleizug

breuklood / plomb de casse / thin lead / -

loodnet / réseau de plomb / lead lines / Bleiriss

carnatie / carnation / iron-red pigment / Fleischfarbe

loodprofiel / plomb / lead / Blcirute

cilindcrglas / manchon / muflf glass / geblasener Zylinder

loodzettekening / calque / cutline / Pause

deuvel / clavette / key / Splint

loodzetting / mise en plomb / leading / Verbleiung

diamantstift / diamant / diamond / Diamant

losse brug / feuillard / strip iron / Bandeisen

email / émail / enamel / Email

maaswerk / tympan ajouré / tracery / Fenstermasswerk

i

glas / verre / glass / Glas medaillon / rondelle/ roundel / Rundscheibe glas in lood / Verre sous plomb, vitre dans résille / leaded light / Bleiverglasung glasplaat / feuille de verre / glass sheet / Glastafcl

modelé / modelc / shading / Modcllierung neus / panneton / joggle / Schlüsselbart ontglazing / corrosion / corrosion / Korrosion

glasroede / petit bois, croisillon / bar, glassbar, mullion / Sprosse glassponning / feuillure a verre / glass rebate / Glasfalz glasstuk / piece de verre / piece of glass / Glasstück glasvenster, glasraam / vitrail / glasswindow / Glasfenster

opaalglas / verre opalescent / opalescent glass / Opalglas paneel / panneau / panel / Feld raambrug / barloderc / saddle bar / Quereisen raamwerk / armature / iron frame work / Armatur, Armierung

gravure / gravure / abrasion / Glasschliff

reliëfglas / verre imprimc / printed glass / bedrucktes Glas

grisaille / grisaille / black enamel / Schwarzlot

sjabloon / calibre / template / Schablone

gruisijzer / grugeoir / grozing iron / Krösel

stopstuk / bouche-trou / stop gap / Lückenfullung

kalibreerschaar / ciseaux a calibrage / three bladed scissors / Schere zum Schablonenschneiden

vensteropening / baie / aperture / Bahn zilvergeel / jaune d'argent / silver yellow stain / Silbergelb

•

^

c

~

m 72

Ontwerp J. Dobbelaere voor de Sint Gcrtrudiskcrk van Ternat (archief K.C.M.L.).

R I - s r \ r R A l II- VAX GLASRAMEN


1

2

3

4

5

6

7

8

1. Toestand vóór restauratie 2. Draagglas

3. Contourschildering van de aanvulling 4. Aanbrengen van de grisaille op de aanvulling

5. Uitlichten van de grisaille 6. Geheel van draagglas, origineel en aanvulling

7. Aanbrengen van het zilvergeel op de aanvulling 8. Uiteindelijke optie met geïntegreerde aanvulling

RESTAURATIE VAN GLASRAMEN

73


NOTEN. (1) Bij het opwarmen van de smelt ontbindt de potas (Na2C03 - Na20 + CO2) waarna de Na20-molecule ingebouwd zit in de S.Ch-structuur. De soda ontbindt zich anoloog in IGO en CO2. De oplosbare alkalische bestanddelen migreren naar de oppervlakte waar de kalium-ionen (K+) en natrium-ionen (Na+) reageren met de CO2 uit de atmosfeer en alkalische zouten vormen (K2CO3, Na2C0 3 ). (2) Deze zoutreservoirs, in het Duits "Wetterstein", bestaan voornamelijk uit: - gips (CaSCK . 2H2O); - syngéniet (KJSCX . CaS04 . H2O), - calciumcarbonaat (CaCOs). (3) Sommige kleefband laat op lange termijn hardnekkige lijmresten na. Voor langdurige bewaring worden de panelen best met krijt gemerkt, uiteraard op de niet grisaille-kant. (4) Voor de goede bewaring van deze fragmenten kan per glasraam een relictcnkistje worden bijgehouden. Vanzelfsprekend is een duidelijke identificatie zowel van de te bewaren monsters als van het kistje zelf van groot belang. (5) Een relatieve vochtigheidsgraad van 40 a 45 % en een constante temperatuur van 18 a 20°C is aangewezen. (6) Zie: Bescherming van de glasschildering. (7) Verschijnselen zoals corrosie zijn nader te bestuderen. (8) Zie: Onderzoek in atelier. (9) Door opwarming en vooral bruuske afkoeling van het glas ontstaan spanningen in de materie. (10) Deze stalen zijn te identificeren en te bewaren in het relictenkistje van het betreffende glasraam. (11) Zie ook: Bescherming van de glasschildering. (12) Enkel na overleg en met instemming van de bevoegde instanties kan, in uitzonderlijke en controleerbare omstandigheden gebruik gemaakt worden van water voor reiniging van aangetast glas. (13) Zuurtegraad op pH moet kleiner dan 8 en groter dan 6 zijn. (14) In uitzonderlijke gevallen kan heel hardnekkige vervuiling op niet gebrandschilderd en niet gecorrodeerd glas gebruik gemaakt worden van verdund oxaalzuur (5 a 15 %). Soms kan ook het gebruik van verdund fosforzuur voor het verwijderen van roestsporen verantwoord zijn. (15) Matte, doorschijnende kleefband is hiervoor goed geschikt. (16) Epoxyharsen.

RESTAURATIE VAN GLASRAMEN

(17) Indien uitgevoerd door een ervaren restaurateur. (18) Polyethyleen. (19) "Epoxy-terminated silane" is een vochtwerende behandeling die wordt aangebracht om het breukvlak perfect vochtvrij te maken en zo de hechting van het epoxyhars te optimaliseren. (20) Zie verder: Beveiliging en buitenbeglazingssystemen. (21) Zie verder: Opvullen van lacunes. (22) Met de vingernageltest of met een licht bevochtigd wattenpropje of door een beperkte proef met een glasvezelborsteltje. (23) Colofonium, bijenwas en Carnaubawas. (24) Onderzoek uitgevoerd door het Fraunhofer-Instituut fur Silicatforschung te Würzburg in Duitsland. (25) Zie verder: Opvullen van lacunes. (26) Zie: Bescherming van de glasschildering. (27) Paraloïd B 72. (28) Zie: Ontloding van het paneel. (29) Daartoe voorzien sommige fabrikanten hun loodprofielen van een "kraal", een opstaand randje. Dit werkt de loodprofielen mooier af, maakt ze minder scherp en bij het solderen loopt, door de capillaire werking, de soldeer goed in de verbinding. (30) Het vloeimiddel moet zo neutraal mogelijk zijn. (31) Janse H., Lood en loodtoepassingen in de restauratie, in Restauratie-Vademecum, bijlage 06, Zeist, 1987. (32) Aan het lood wordt 0,2 tot 0,5 % tin en 0 , 1 tot 1,25 % antimoon toegevoegd; tin geeft de loodprofielen extra taaiheid, waardoor het bij het buigen niet te zeer vervormt; antimoon geeft de profielen meer stijfheid. (33) Traditionele mastiek uit 100 a 125 cl lijnolie op 250 a 350 g krijt. (34) Gezandstraald roestvrij staal is goed overschilderbaar. (35) Polycarbonaten en polyacrylaten. (36) Dit werd bij de restauratie van 1950 toegepast op de 17de-eeuwse ramen van de Onze-Lieve-Vrouwekapel van de SintMichielskathedraal te Brussel. (37) De tussenafstand moet minimaal 4 cm en maximaal 8 cm bedragen. Meestal wordt de afstand bepaald door het profiel van de raamomlijsting. Proefondervindelijk volstaat dan een tochtspleet van 1 cm breedte. Dit systeem van beschermende buitenbeglazing dient echter nog geoptimaliseerd door wetenschappelijk onderzoek naar de ideale spouwbreedte en tochtsnelheid. Daar de klimatologische omstandigheden per raam naar gelang de oriëntatie kunnen verschillen, is het aan te bevelen proefopstellingen te testen. (39) Deze buitenbeglazing isoleert het


glasraam van de buitentemperatuur en wordt daarom soms verkeerdelijk "isothermische" buitcnbeglazing genoemd. (39) Zie ook: Bescherming van de grisaille.

Gloed van glas (tentoonstellingscatalogus), Brussel, 1986. * Grauboulan A., Glossaire du vitrail (La Banque des mots. Revue de terminologie francaise du Conseil International de la langue francaise, 23), 1982. Helbig J., De glasschilderkunst in België, Antwerpen, 1943. Helbig J., Les vitraux médiévaux conserves en * Ashurst J., Ashurst M., e.a., Wood, jjlass and Belgique: 1200-1500, (Corpus Vitrearum Medii resins, (Practical Building Conservation, 5), Aevi Belgique 1), Brussel, 1961. Avon, 1988. Helbig J., Les vitraux de la première moitié du * Berckmans W., Buitenbejylazingssystemen als XVlème siècle conserves en Belgique: Anvers et bescherming van historische glasramen, Flandres (Corpus Vitrearum Medii Aevi onuitgegeven verhandeling N.H.I.S.K., Belgique, 2), Brussel, 1968. Antwerpen, 1991. Helbig J., Vanden Bemden Y., Les vitraux de la Bakelants I., De glasschilderkunst in België in de première moitié du XVlème siècle conserves en negentiende en twintigste eeuw. Repertorium en Belgique: Brabant et Limbourg (Corpus documenten, 2 dln., Deurne en Wommelgem, Vitrearum Medii Aevi Belgique, 3), Gent, 1974. 1983 en 1986. * Janse H. (red.). Kleurig glas in monumenten. * Bogtman R.W., Coebergh-surie C , Conservering van gebrandschilderd glas, Zeist, Crevecoeur R., Jutte B.A.H.G., Lamboo 1985. L.C.M., Terwen P.A., Van den Heuvel M., Lambrechts L., Glasramengids (uitgave ter Veerman W., Glans der Goudse glazen. gelegenheid van de tentoonstelling Gloed van Conservering 1981-1989. Een geschiedenis van glas), Brussel, 1986. behoud en beheer, Gouda, 1990. Maes P.V., Leuvens brandglas. De productie * Cole F., Fisher A., Gillies K.J.S., Schweizer tijdens de 16de eeuw en de nabootsing van oude F., Conservation of Stained Glass ( United brandglasmedaillons in de 19de en 20ste eeuw Kingdom Intitute for Conservation, occasional (Area Lovaniensis. Artes atque historiae reserans papers, 9), London, 1989. documenta, 13), Leuven, 1987. -* Conservation and Preservation of Stained Mertens T., Uit licht geboren. Gust Ladon Glass. International conference, huntcien, 1981. (1863-1942). Hoogtepunt van neogotische * Crevecoeur R., Jutte B.A.H.G., Bescherming glasschilderkunst, Lxammel, 1990. van gebrandschilderd glas en glas in lood News Letter (Comité technique International du (Centraal Laboratorium-informatie, 5), Corpus Vitrearum en Comité technique Amsterdam, 1989. International pour Ie vitrail 1COMOS), * De Henau P., Vanden Bemden Y., Les Chartres, Centre International du Vitrail, 1972 vitraux anciens. Note technique visant a e.v.. l'établissement d'un cahier de charges type, pour * Newton R., Davison S., Conservation of Glass, la restauration des vitraux anciens et de valeur, London,1989. Bruxelles, 1987. * Nicot G., La sauvegarde des vitraux de la De Schrijver A., Vanden Bemden Y., Bral G.J., cathédrale, in Notre-Dame de Chartres, juni Drolerieën te Gent. De vondst van middeleeuwse 1986. glasraamfragmenten uit het Vanden Bemden Y., Les vitraux de la première dominikanenklooster, Kortrijk, 1991 moitié du XVlème siècle conserves en Belgique: Fotorepertorium van het meubilair van de Liége, Luxembourg, Namur (Corpus Vitrearum Belgische bedehuizen, Brussel, 1972 e.v. Medii Aevi Belgique, 4), Gent, 1981. * Frenzel G., Fitz S., Fits-Ulrich E., Krüger R., Vitrea. Revue du Centre International du Kuhn H., Die Einwirkung von vitrail, Chartres, 1988 e.v.. Luftveruntreinigungen auf ausgewdhlte Kunstwerke mittelalterlicher Glasmalerei, Berlin, * Deze publikaties werden geraadpleegd voor 1984. het opstellen van de technische beschrijving. * Glaskonservierung. Historische Glasfenster und ihre Erhaltung, Internationales Kolloqium, München und Nürnberg (29-30 oktober 1984), München, 1985.

BIBLIOGRAFIE.

RESTAURATIE VAN GLASRAMEN


m mmmi

mm mm mm .. IJ ms* il I

mi

'

GLASRAMEN-

snüa LO^É?

Lambrechts


A a r in deze uitgave mag een lijst van de belangrijkste in situ bewaarde glasramen niet ontbreken. De glasramengids van Lode Lambrechts, uitgegeven door de A.S.L.K. bij de tentoonstelling 'Gloed in Glas' in 1986, werd ongewijzigd overgenomen. In deze niet-exhaustieve gids ontbreken bijvoorbeeld de laatgotische glasramen van de kapel van Bourgondië te Antwerpen, de ramen van de Sint-Sulpitiuskerk te Diest, van de O.-L.-Vrouwekerk en de H. Bloedkapel te Brugge, van de Sint-Leonarduskerk te Sint-Lenaarts (Brecht) en het Calvarieraam van het Kasteel van Rumbeke. Anderzijds zijn wèl enkele ramen uit Wallonië opgenomen.

SINT-PIETERS- EN SINT-GUIDOKERK ANDERLECHT

treffen. Het Maria glasraam 7N, in het eerste venster aan de noordkant van het koor, werd weliswaar in 1901 vrij grondig gerestaureerd, maar bevat toch nog grote fragmenten die authentiek zijn. De oorsponkclijke stukken zitten in de drie centrale lancetten, de twee buitenste lancetten en de architectuursokkels werden door de restaurateurs van het atelier Comere-Capronnier in 1901 bijgevoegd. Het oude deel van het raam, met in het midden de Maagd Maria met het kind en links en rechts de patroonheiligen van de ongeïdentificeerde schenker, geeft ons een typisch beeld van de laat ISde-eeuwse glasschilderkunst in de Nederlanden. Onder de invloed van de bloeiende schilderkunst van de Vlaamse Primitieven had het glasraam op dat ogenblik een eigen Vlaams karakter gekregen. Hier te Andcrlccht merken we zeer duidelijk de invloed van Hugo van der Goes, wiens Madonna Geyermekkel nauwe verwantschap vertoont met de Maagd en het kind in dit raam.

De Anderlechtse Collegiale kerk van Sint-Pieter en Sint-Guido is één van de weinige Belgische kerken waarin we nog middeleeuws gebrandschilderd glas aan-

Kenmerkend voor de Vlaamse glasschilderkunst uit deze periode is het veelvuldig gebruik van kleurloos glas, beschilderd met grisaille en gehoogd met zilvergeel. Het komt voor in de architecturale omlijsting.

GLASRAMENGIDS

Portret Elisabeth Braederyckx, Jeruzalemkerk te Brugge (foto G. Charlier)

•* H. Barbara en H. Michael, Sint-Gummaruskerk te Lier (foto G. Charlier)

77


Al de overige glasramen in de Collegiale kerk van Anderlecht dateren uit de 19de en de 20ste eeuw. De oudste daarvan werden geplaatst in 1876-1877 en werden vervaardigd door de Brugse glazenier Samuel Coucke. Naast zijn werk vinden we in het koor ook nog glasramen van Jules Dobbelaere uit de periode 1894-1905. De ramen boven de noord- en zuidportalen in het transept komen uit het Atelier Ganton, terwijl een ander Gents atelier, dat van Gustave Ladon, tekende voor de twee ramen uit de zuidelijke beuk van het schip. Boven het westportaal tenslotte, is er werk te zien van de hedendaagse Brugse glazenier Michel Martens.

Overzicht van de glasramen. I5de eeuw 0

Sint-Pietcr- en SintGuidokcrk te Anderlecht (foto O. Pauwels)

Plattegrond Sint-Pieter- en Sint-Guidokerk te Anderlecht (foto O. Pauwels)

wordt gebruikt voor het aangezicht, de handen of sommige gewaden van de figuren en staat steeds in fel contrast met de rode of blauwe partijen glas van mantels of achtergronden in damast. Recht tegenover dit middeleeuws glasraam, aan de zuidkant van het koor, bevindt zich een tweede raam 7Z dat eveneens in 1901 door Jules Capronnier en F. Comere gerestaureerd werd. De oorspronkelijke oude stukken zitten hier weerom alleen maar in de drie centrale lancetten en in het tympaan. Afgebeeld zijn God de Vader, Christus, de H. Geest, de H. Maagd, St.-Pieter en de schenker. Al de andere personages van dit glasraam, de Heiligen Paulus, Hubertus en Guido en de vier engelen werden door de restaurateurs toegevoegd. Op stilistische grond kan men het ontstaan van dit raam in het midden van de 16de eeuw situeren. Men baseerde zich daarvoor op het architecturale renaissancedecor, de uitbeelding van de figuren, hun gelaatsuitdrukking, anatomie en de plooienbehandeling van hun gewaden. Het Glasraam van de voorspraak - zoals dit raam ook wel genoemd wordt - en het Maria-glasraam blijven, alhoewel zwaar gerestaureerd, toch nog belangrijke getuigen van de oude glasschilderkunst in ons land.

78

GLASRAMENGIDS

Het Mariaglasraam. 7N In het midden: de Maagd Maria met kind, gekroond door een engel.


Links en rechts: de beschermheiligen Hiëronymus en Servatius van de onbekende schenker. Dominicus en Simon Stock, uiterst links en rechts werden in 1901 door de restaurateurs Comere-Capronnier toegevoegd. Vlaamse of Brabantse School, laatste kwart van de 15de eeuw. 16de eeuw 0

Het glasraam van de voorspraak. 7Z God de Vader, Christus, de H. Geest, de H. Maagd, H. Pieter en de onbekende schenker behoren tot de 16de-eeuwse compositie. De heiligen Paulus, Hubertus en Guido en de vier engelen zijn toevoegingen uit 1901. School der Oude Nederlanden, midden van de 16de eeuw. 19de en 20ste eeuw Atelier Samuel Coucke, Brugge 1876 6N 1877 4Z, 6Z 1892 4N, 5N Atelier Gustave Ladon, Gent 1892 10Z, H Z Atelier Jules Dobbelaerc, Brugge 1894 1 1898 2N, 3N, 2Z, 3Z 1905 5Z Atelier Camille Ganton, Gent 1929 9N, 92 Atelier Michel Martens, Brugge 1970 12 Opm.: nrs. 8N en 8Z konden niet met zekerheid gesitueerd worden.

helft van de 19de eeuw. Het oudere werk, dat voor een deel teruggaat tot het begin van de 16de eeuw werd in dezelfde periode grondig gerestaureerd. Soms zo grondig dat het oude raam volledig werd vervangen door een getrouwe kopie. Jean-Baptiste Capronnier, die op verzoek van Graaf de Beauffort, voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, een rapport opstelde, beschreef de toestand vóór de restauratie als volgt: "Deglasramen in de Kathedraal van Antwerpen zijn zeer zwaar beschadigd. Ik geef hun beschrijving in volgorde van hun belangrijkheid. Hoog, in een raam aan de westkant van de noordelijke dwarsbeuk heb ik een glasraam van het begin van de 16de eeuw opgemerkt 21Z. Het is zeer mooi en goed bewaard, maar met betrekking tot de restauratie stel ik voor er een andere plaats voor te zoeken. Want waar het zich nu bevindt is het bijna niet te zien. In de Sint-Antoniuskapel bevinden zich nog mooie fragmenten van een glasraam van het einde van de 15de eeuw 20N, geschonken door

A

'"iit^) ^ISp' 'jf&f .«','17 f '

A •jL&y^4

'

Boom van Jesse door Stalins en Janssens, 1870, Onzc-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen (Foto Provincie Antwerpen)

- r->

'£>--•/

' '

II —

'l

(*$&%

* *^ |

v

'•, '' ^

% N

Ifc

& ssT^;

.% S.

(4'..l-N 7

lr

k\

5

x

. * , -o,- \

. •«, *&'MM&* , r-^ - *W ,!

. » !,l >

ONZE-LIEVE-VROUWE KATHEDBAAL ANTWERPEN

v** '

^W*^

6? ty

h

" • • f

Het rijke glasraampatrimonium van de Kathedraal van Antwerpen dateert voor meer dan tachtig procent uit de tweede ^ GLASRAMENGIDS

79

'


Hendrik VII, Koning van Engeland. Het stenen maaswerk en de stijlen van dit raam zijn verdwenen, maar het zal zeer gemakkelijk zijn het steenwerk en de schildering in hun oorspronkelijke staat te herstellen, want er bestaat een oude gravure van dit raam. In de Sacramentskapel bevindt zich een historisch glasraam van Willem van Nassau 16Z, het is erg beschadigd en de restauratie van het nog bestaande gedeelte zal ongeveer 1.000 fr. kosten. Het is op deze drie glasramen dat ik in het bijzonder uw aandacht wil trekken, mijnheer de Graaf. Verder vinden we in de absis van het hoogkoor drie glasramen uit het midden van de 16de eeuw 2N, 1, 2Z, ze zijn erg beschadigd en er zullen zeker voor 4.000 fr. kosten aan zijn. Het grote raam van de noordelijke dwarsbeuk is erg beschadigd 7N, maar men kan het onderwerp nog reconstrueren: kosten 4.500 fr. In dezelfde dwarsbeuk bevinden zich nog vier glasramen uit de 17de eeuw 6N, 5N, 4N, 3Nin zeer goede toestand; ze zullen 1.200 fr. kosten. In de middenbeuk van het schip bevinden zich nog twee grote glasramen uit de 16de eeuw 8N, 9N, die zo'n betreurenswaardige restauraties ondergaan hebben dat ik hun herstel uitgesloten acht. In de rest van de kerk bevinden zich nog enkele wapenschilden en verspreide figuren in zes vensters" {Y). Tot daar dit vrij pessimistisch verslag uit 1849...

De twee Sint-Jannen, Onze-Licve-Vrouwekathedraal te Antwerpen (foto Provincie Antwerpen)

Het is slechts dank zij de restauraties van Jean-Fran^ois Capronnier en de Firma Stalins-Janssens dat men erin geslaagd is een deel van het oude glasraampatrimonium te redden. Toch moet men vaststellen dat deze 19de-eeuwse restaurateurs zonder veel respect voor hun illustere voorgangers al te gemakkelijk gebroken of beschadigde stukken door kopieën vervangen hebben, waarbij ze er prat op gingen dat het verschil nauwelijks te merken was. Niettegenstaande deze kritiek kan men in de kathedraal van Antwerpen vrij goed de evolutie van de glasschilderkunst in de 16de en 17de eeuw volgen. In het raam van de twee Sint-Jannen 21Z zien we nog duidelijk de reminiscenties van de gotiek. De geïsoleerde figuren, die in zichzelf gekeerd, opgesteld staan voor een damasten achtergrond, missen de

80

GLASRAMENGIDS

geprononceerde anatomie van de renaissance-mens. De religieuze expressie primeert in deze hoofdzakelijk tweedimensionale voorstelling waarin de schenkers bescheiden neerknielen. Deze laat-gotische traditie treffen we ook aan in het glasraam van Hendrik VII 20N, koning van Engeland. Toch brak de Italiaanse renaissance-invloed vanaf het begin van de I6de eeuw door in het glasraam. Vooreerst in het formele aspect van het omringende architecturale decor en door het toenemend belang van de schenker, die met al zijn wapenschilden en zijn opdringerige aanwezigheid de religieuze voorstelling in de verdrukking brengt. Het glasraam van Engelbrecht II van Nassau I6Z, geschilderd door Nicolaas Rombouts in 1503, is hiervan een zeer vroeg voorbeeld. Vanaf de dertiger jaren van de 16de eeuw is de renaissancegeest volledig doorgedrongen. De composities krijgen een grote dynamiek, worden drie-dimensionaal en lopen door zonder zich te storen aan de monden van het raam. Tegelijk vergroot de aan-

« }J i

mr


dacht voor de anatomie van het menselijk lichaam en de juistheid van de perspectief. Dit is zeer duidelijk in het raam met de Bekering van Paulus9N, in 1537 geschilderd door Robbrecht Van Ollim. De klassieke renaissance glasramen van Filips II 2N, I, 2Z, uit 1556/57 en geplaatst in de absis van het hoogkoor, kondigen reeds de veranderingen aan die de glasschilderkunst in de I7de eeuw zal ondergaan.

ION 5

De techniek van het glasraam veranderde ingrijpend. Reeds in de loop van de I6de eeuw was er een tendens merkbaar om het raam zoveel mogelijk samen te stellen met rechthoekige glasstukken. Dit ging gepaard met een gevoelige uitbreiding van de koloristische mogelijkheden op één enkel stuk glas. Door het wegnemen van de opgeblazen kleurlaag bij verschillende soorten plaquéglas, in combinatie met zilvergeel en grisaille, waren subtiele kleurschakeringen mogelijk. De prachtige landschappen in sommige renaissance glasramen zijn daarvan het schoonste voorbeeld. Het gebruik van email-brandverven maakte het mogelijk om op één enkel stuk wit glas een groot aantal verschillende kleuren naast elkaar te brengen. Het glasraam 7N geschilderd door Cornells Cussers en geschonken door de Aartshertogen Albrecht en Isabella is zo'n schilderij op glas evenals de vier anonieme glasramen in de oostwand van de noordelijke dwarsbeuk 6N, 5N, 4N, 3N. De invloed van de schilderkunst van de 17de eeuw op de toenmalige glasschilderkunst is overduidelijk in de portretten van de schenkers van het in 1773 verdwenen glasraam van de Zeven werken van Barmhartigheid 22Z. Dit fragment van het in 1635 vervaardigd glasraam is ons bekend door de goede kopie van het atelier Stalins-Janssens. Het gebruik om gehistorieerde glasramen te schenken aan kerken of kathedralen verminderde sterk in de loop van de 17de eeuw. In de 18de eeuw werden nog maar zelden dergelijke opdrachten gegeven. Wanneer er dan toch een glasraam geschonken werd, betrof het enkel de voorstelling van de familiewapens van de schenkers en een gedenkschrift. Het raam

met de wapens van de families Ullens en Verbiest is daar een representatief voorbeeld van 19Z. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw, toen men het oude glasraampatrimonium ging restaureren en de glasschilderkunst in ons land opnieuw opbloeide onder invloed van de neogotiek en de romantische belangstelling voor ons nationale verleden, werden nieuwe glasramen voor de kathedraal van Antwerpen vervaardigd. Jean Bethune, de grote bezieler van de neogotiek in België, Henri Dobbelaere, uit Brugge, Jean-Baptiste Capronnier, de Fransman E. Didron maar vooral het lokale atelier Stalins-Janssens beglaasden in die tijd talrijke ramen van de

GLASRAMENGIDS

Plattegrond Onze-LieveVrouwckathedraal, Antwerpen (foto Provincie Antwerpen)

81


O.-L.-Vrouwekerk. De reeks van Stalins-Janssens naar ontwerpen van Vander Ouderaa 22N, 26N in de kapel van de H. Maagd en het grote raam van Jean Bethune 3Z in het zuidtransept behoren ongetwijfeld tot de meesterwerken van de 19de-eeuwse glasschilderkunst.

Overzicht van de glasramen. 16de eeuw. Renaissance ° Het glasraam van Hendrik VII van 2 ON Lancaster. Koning van Engeland en zijn echtgenote Elisabeth van York. Bovenaan flankeren Johannes de Doper en

Het laatste avondmaal, Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Antwerpen (foto Provincie Antwerpen)

; 1 * iMm PWf-ö qng sirp mÊ&m : ! Lw^l mm ^ ï l l Ü*5^ ^ili '. ^> ^ ::;-]p,.-n. iifiii •%t"*'mm m^J& kSy rmif / - ' - ÜK : r^3 mm | PW| ^ : l ^3P^!5 BREI f ^ ^ F i 1 l i l 1 si ; M i ^ ^ ^ ' r^pi ^: ^ s ' ,111 ii ».:? i i- L ^ yÉ f i l:::;i 1i Ml 51 iüll ik

s

?WÖ . %-•^l>.S, ^Sr^ 1 t l > * *<i

-,-% % "•.;i' ms

j ^ S r . Jfc^^^ a i Jti£ m ê SiiS^É 5 ^ 1 ' s » ^ « i * $ 't^r«^ .1 <@^iï i . % • ^ 1 ^ f t ' "^^i ^^f; m ^:r^ mMt ULJI i ^ ^ j f l ^

•

^

i ^. ^\]r. \ ^ , •'

«., w \_-

i^m

aJ^SS3

ï*rr

W*

IBSMW^'

bj&^y ^ ^ É

82

GLASRAMENGIDS

:*?

^P f^ï

1

- '4

SLJ

P f (J^J &^%! Ik-^kl

j

lüS^a ?

^? i i fei

^ i

^

SfgR R f r / ï ÖL ^iö

mm fCjr

y^jj

:

^T?

i

'fïr

U^JSLi

Johannes de Evangelist de Genadestoel en de O.-L.-Vrouw met kind. Beneden knielen de schenkers begeleid door de H. Joris en de H. Elisabeth. Oud-Antwerpse School (?), 1503. Restauratie Stalins-Janssens. ° Het glasraam van Graaf 16Z Engelbrecht II van Nassau, gouverneur der Nederlanden. Het Laatste Avondmaal. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, 1503. Restauratie Jean Baptiste Capronnier. 0

Het glasraam van de 21Z Twee Sint-Jannen. Johannes de Doper en Johannes de Evangelist, geflankeerd door Cornelius en Agues, de patronen van de nietgeïdentificeerde schenkers. Oud-Antwerpse School (?), eerste kwart 16de eeuw. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier. ° Resten van het verdwenen glasraam 4 geschonken door Keizer Karel en Isabella van Portugal, dat de schenkers en hun patronen voorstelde. Atelier Justus Vereghen de Oude (?), Antwerpen, eerste helft 16de eeuw 0 Kopie van het glasraam 9N geschonken door Antoon Fugger en zijn neef Jan-Jacob Fugger. Voorstelling van de Bekering van Paulus. Atelier Robrecht van Ollim, Antwerpen, 1537. Kopie Stalins-Janssens. 0

Kopie van het glasraam geschonken 3N door Ferdinand Dassa, zijn echtgenote Barbara Rockox en hun kinderen. De Aanbidding der Koningen. Antwerpse School, 1537. Kopie Stalins-Janssens. De drie glasramen geschonken door Filips II ter herinnering aan het kapittel van het Gulden Vlies, gehouden in deze kerk in 1555: 0

H. Andreas en H. Paulus met het 1 Gulden Vlies aan hun voeten. Antwerpse School, 1556. ° Maria Tudor, echtgenote van 2N Filips II vergezeld van haar patrones de


0

H. Maagd Maria en met de wapens van Frankrijk. Antwerpse School, 1557. 0

Filips II vergezeld van zijn patroon en met de wapens van Engeland. Antwerpse School, 1557.

2Z

17de eeuw ° Het glasraam van Aartshertogen 7N Albrccht en Isabella. Atelier Cornelius Cussers, Antwerpen, 1616. Ontwerp van J.B. Van der Veken. ° Het glasraam van de broederschap der Besnijdenis. De Besnijdenis van Jezus. Antwerpse School, 1615.

5N

0

Het glasraam van Deken Jan del Rio. 6N Christus aan het kruis en portret van de knielende schenker. Antwerpse School, 1615. 0

Het glasraam van de Kanunniken 3N Vande Zijpc, Beyerlinck, Mirlinck, Miraens en Dinghens. Godfried van Bouillon sticht het kapittel van Antwerpen. Antwerpse School, 1615-1616. ° Het glasraam voorstellend Onze-Lieve-Vrouw op het staeksken Antwerpse School, 1616.

1872 Het glasraam van de 3Z Verheerlijking van God door de kunsten. Onderaan, engelen met wapenschilden met de symbolen van gilden en wetenschappen. Midden en boven staan figuren uit Oud en Nieuw Testament die aan het gild of de wetenschap gewijd zijn. Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel 20Z 1867 Atelier A. Stalins en A. Janssens, Antwerpen 11N 1865 19N, 12N 1870 13N 1871 21N 1877 22N, 23N 1878 24N, 13Z 1881 25N 1884 26N 1885 9Z 1889 8Z, 15N 16N, 14N, 14Z 1890 Atelier Henri Dobbelaere, Brugge 10Z, H Z , I2Z 1868 Atelier E. Didron , Parijs 18N, 18Z, 17Z 1872 17N,27N 1873 15Z 1879 1865 Anoniem Atelier 28N 23Z 1923

4N

0

Kopie van de portretten van de vier 22Z aalmoezeniers, schenkers van het verdwenen glasraam van de zeven werken van Barmhartigheid. Atelier Abraham van Diepenbeeck, Antwerpen, 1635. Kopie Stalins-Janssens. 18de eeuw 0

Het glasraam met de wapenschilden 19Z van de schenkers, de families UUens-Verbiest. Antwerpse School, 1708. 19de eeuw Atelier Jean-Baptiste Bethune, Gent 1864 7Z 1866 ION, 5, 6Z

SINT-JACOBSKERK ANTWERPEN In 1491 begon men met de bouw van de grote toren van de Antwerpse Sint-Jacobskerk. Een zestal jaren later namen de werken aan het schip en de zijbeuken een aanvang. Reeds in 1525 was een groot deel van het gebouw voltooid, maar door allerlei omstandigheden, onder andere geldgebrek en de bezetting van de kerk door de Calvinisten in 1566 duurde het nog tot het midden van de 17de eeuw vooraleer de Sint-Jacobskerk eindelijk volledig klaar was. Vanaf 1525 kon men beginnen met de beglazing van de zijbeuken en het schip

GLASRAMENGIDS


van de kerk. Maar aangezien de bouwwerken slechts traag vorderden is het weinig waarschijnlijk dat reeds veel ramen een schildering gekregen hadden voordat de beeldenstormers in de tweede helft van de 16de eeuw het gebouw plunderden en vernielingen aanbrachten. Uit de 16de eeuw bleef er in de Sint-Jacobskerk slechts één enkel glasraam bewaard. Het raam met de voorstelling van het Laatste Avondmaal 19N, geschonken door Judocus Draeck en Barbara Colibrant. Uit de 17de eeuw bleven er echter een vrij groot aantal glasramen over, waaronder een drietal kunnen toegeschreven worden aan de Antwerpse glazenier Jan De Labaer 16N, 16Z, 15N. Het Laatste Avondmaal werd in 1850 door Jean-Baptiste Capronnier gerestaureerd. Dankzij zijn aantekeningen weten we dat er nog vrij veel oorspronkelijke glasstukken konden gered worden. Zo werden de meeste hoofden van de groep van Jezus en zijn Apostelen niet vervangen en alhoewel de koppen van de schenker en

de twee beschermheiligen kopieën zijn heeft dit renaissance-glasraam zijn authentieke karakter haast niet verloren. Van het groot aantal glasramen dat in de tweede helft van de 19de eeuw door onder andere Jean-Baptiste Capronnier en Stalins-Janssens in de Sint-Jacobskerk werden geplaatst gingen er door beschadigingen tijdens de oorlog zeer veel verloren. Van Capronnier bleven er vier glasramen bewaard terwijl resten van glasramen van Stalins-Janssens in de kerkmeesterskamer werden ondergebracht. De oorlogsschade werd na 1945 door het Antwerpse Atelier van Oscar Calders gerepareerd. Dezelfde glazenier realiseerde tussen 1949 en 1954 en tussen 1961 en 1965 niet minder dan tweeëntwintig nieuwe glasramen voor deze Collegiale kerk. De eerste reeks voerde hij uit naar ontwerpen van Crespin, de tweede reeks werd door Hizette getekend.

Overzicht van de glasramen. 16de eeuw. Renaissance.

Sint-Jacobskerk te Antwerpen (foto O. Pauwels)

0

Het glasraam van Judocus Draeck 19N en echtgenote Barbara Colibrant. Het Laatste Avondmaal. Beneden: de portretten van de schenkers, begeleid door hun patroonheiligen en met hun wapenschilden. Oude Antwerpse School, 1538. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier. 17de eeuw. 0

Het glasraam van Juan de Cachiopin 16Z en zijn echtgenote Magdalena de Lange. Rudolf, graaf van Habsburg en Regulus van Kyburg staan hun paarden af aan een priester en zijn helper, die het H. Sacrament dragen. Atelier Jan De Labaer, Antwerpen, 1626 0 Het glasraam van Barbara Stalins en 16N Willem Anthony geschonken ter nagedachtenis van Jan-Baptist de Granis, de eerste echtgenoot van Barbara Stalins. De Boodschap aan Maria. Atelier Jan De Labaer, Antwerpen, 1629.

84

GLASRAMEXGIDS


0

Het glasraam van Alexander Vinex 15N en zijn echtgenote Geertruida Wiegers. 0

Het Bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth. Atelier Jan De Labaer, Antwerpen, 0 1641. 0

Het glasraam van J. van Peborch en 7N zijn echtgenote Barbara Gillis. Christus aan het kruis geflankeerd door de H. Maagd en de H. Johannes met Maria Magdalena aan zijn voeten. Atelier Jan de Loose, Antwerpen, 1640.

18Z

0

Het glasraam van Franciscus 5N Schilders, kerkvoogd en zijn echtgenote Mechtilde Garrebrants. Sierlijst met engelenkopje en opschrift. Atelier Jaak Gooremans, Antwerpen, 1652. ° Het glasraam van 6N Hendrik Vander Stock, zijn echtgenote Lucretia Mennes en kinderen. De H. Maagd Maria met het kindje Jezus in een nimbus. Antwerpse School, 1621. 0

Het glasraam van Arnould of 2IN Arthur Van de Bemde ter nagedachtenis van zijn ouders. De Besnijdenis van Jezus. Antwerpse School, 1677. 0

De H. Maagd Maria met kind vergezeld van de H. Hiëronymus en Nothburgia. Antwerpse School, ca. 1600. 0

De H. Drievuldigheid. Antwerpse School, 17de eeuw.

6Z

5Z

0

Adellijke wapens 1651 en 1652. 4N, 3N Antwerpse School 19de eeuw. Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel 1874 17Z 1875 17N, 18N 1876 19Z

Plattegrond Sint-Jacobskerk te Antwerpen

20ste eeuw. Atelier Gustave Ladon, Gent 1905 9 Herdenkingsmedaillon 1923 3Z,4Z Atelier Oscar Calders, Antwerpen. Ontwerper Crespin 1949 2N, IN, 1Z, 2Z, 20Z 1950 13N, 12N, U N , ION, 13Z 10Z 1951 14Z,15Z, 18Z 1952 14N, 7Z, SN 1953 H Z , 12Z 1954 Ontwerper Hizette 8 1961 22N 1965

GIASRAMENGIDS

85


SINT-ALDEGONDISKERK AS De Sint-Aldegondiskerk werd opgetrokken uit mergelsteen met vensterdorpels en waterlijsten van kalksteen en is een bijzonder gaaf voorbeeld van Maasgotiek. De toren vormt het oudste deel van het gebouw en dateert uit het begin van de 15de eeuw. Het schip werd vermoedelijk ca. 1500 gebouwd en het koor, dat iets hoger uitsteekt werd nog later, tussen 1560 en 1664 voltooid. De voormalige parochiekerk Sint-Aldegondis wordt sedert de restauratie in 1974 gebruikt als tentoonstellingsruimte door de oudheidkundige en culturele vereniging

Sint-Aldegondiskerk te As (foto O. Pauwels)

V.Z. W. Sint-Aldejfondiskrinij As. Het was na zijn bekroning met de Tavernierprijs in de nationale wedstrijd voor de historische Sint-Aldegondiskerk dat Jos Knaepen, glazenier uit Borgloon de opdracht kreeg om dit oude kerkje te beglazen. Jos Knaepen werd geboren op 14 december 1939 te Sint-Truiden. Zijn artistieke opleiding kreeg hij aan het Provinciaal Hoger Instituut voor

GLASRAMENGIDS

Architectuur en Toegepaste Kunsten te Hasselt. Na een korte periode in het onderwijs, als leraar tekenen in een Middelbare school te Borgloon en later als leraar glasschilderkunst aan het Instituut waar hij zelf gestudeerd had, wijdde hij zich vanaf 1971 als zelfstandig glazenier uitsluitend aan de vervaardiging van glasramen. Sedert die tijd breekt hij echt door en na verschillende bekroningen in binnen- en buitenland en tientallen opdrachten in openbare gebouwen, kerken, kapellen of privé-woningen behoort hij vanaf 1976 tot de gevestigde waarden en wordt hij als jurylid betrokken bij de uitreiking van verschillende prijzen voor de glasschilderkunst. Johan Valcke over de glasramen van Jos Knaepen in de Sint-Aldegondiskerk te As: In de Sint-Aldegondiskerk te As bereikt Jos Knaepen een optimaal resultaat met zijn eigen vorm van glasramen. Een vormgeving die hij pas na veel experimenteren ontdekte. Principieel vertrekt hij van de evenwaardigheid van lood en glas. Hij vindt dat het lood ten onrechte steeds als louter bindmiddel wordt beschouwd en daarbij een ondergeschikte rol krijgt toebedeeld. Doordenken op die bindende functie en volledig uittesten van de plastische eigenschappen van het lood brachten hem tot zijn oplossing. Hij begint met het aan elkaar hechten van strippen glas en lood, in een heel ritmischgrafisch geheel. Het lood wordt gedreven in een licht reliëf of in een geometrische vorm gesneden. Wanneer het licht dan van binnenuit op zo'n raam valt en het normale effect van oplichtend glas tenietgedaan wordt, kan het oog nog altijd genieten van het spel tussen mat lood en glanzend glas. Jos diept dit verder uit want in sommige ramen laat hij het kleurenspectrum weg om het te vervangen door kleurloos glas. Het glas wordt echter niet gedegradeerd tot achtergrond-materiaal want door zijn structuur hij gebruikt antiek geblazen glas - vertoont het een eigen ritme dat perfect past in de totale compositie. Meer zelfs, de kleurloosheid is heel belangrijk want die geeft een bijzondere eigenschap aan het raam. Waar een glasraam meestal een broze gekleurde afscheiding is in de ruimte, met een achtergrond die bijna volledig wordt afgeschermd door de kleuren en de tekeningen in het


raam, blijft er nu een doorstroommogelijkheid voor deze ruimte. Vooral de achtergrond, de beweeglijkheid en de verandering ervan zitten erin geëngageerd als een element van het raam zelf. Daardoor wordt het een integrerend deel van de ruimte. Het geheel biedt een erg sobere aanblik, heel krachtig maar toch verfijnd. Krachtig door de soms harde vormen en de zware, kloeke loodpartijen, fijn door het lichte glas en de bijwijlen erg dunne strippen lood die in een lijnenpatroongeplaatst worden (2).

Sint-Martinuskerk te Asse (foto O. Pauwels)

SINT-MARTINUSKERK ASSE De gotische decanale Sint-Martinuskcrk te Assc werd opgetrokken uit zandsteen van de streek. Het is een vrij belangrijk gebouw, bestaande uit een driebeukig schip, een dwarsbeuk met kruisingtoren, een koor met zuiderzijkoor en een sacristie ten noorden. De dwarsbeuk en de kruisingstoren dateren van de vroege 13de eeuw, het schip deels van het einde van die eeuw, terwijl het koor en het zuiderzijportaal ISde-eeuws hooggotisch zijn. In deze oude kerk bleef er slechts één oud 17de-eeuws glasraam bewaard 5N. Het glasraam van Catharina van Brandenburg dateert uit het tweede kwart van de 17de eeuw, maar werd in de I9de eeuw zwaar gerestaureerd door Jean-Baptiste Capronnier. In het tympanon stond de voorstelling van het Lam Gods tussen engelenkopjes; centraal een calvarieberg; de schenkster met haar patrones: de H. Catherina en haar echtgenoot Jan Coterav in gezelschap van zijn patroon Johannes de Doper. Nadat de architect Serrure in 1865 de Sint-Martinuskerk aan de westpartij met twee traveeën had vergroot, deed men een beroep op het Brugse atelier Dobbelaere voor de nieuwe beglazing van de kerk. De eerste glasramen voor de Sint-Martinuskerk werden nog door Henri Dobbelaere ontworpen, maar de meeste ramen werden geplaatst op het einde van de tachtiger en het begin van de

negentiger jaren, toen de zoon Jules Dobbelaere het atelier reeds had geërfd van zijn vader. De beglazing van de kerk van Asse geeft ons een typisch beeld van de glasramenproduktie van het atelier Dobbelaere, zoals die evolueerde na de dood van Henri. De slechte staat van bewaring, door het gebrekkig onderhoud, is illustratief voor het gebrek aan interesse voor de I9de-eeuwse glasschilderkunst.

Overzicht van de 19de-eeuwse glasramen. 0

De Hemelvaart van Christus en de 4N H.H. Rumoldus, Petrus, Antonius, 1878. 0

De Roeping van de H. Berlindus en 3Z de Vinding van het ongeschonden lijk, de H. Josefina, O.-L.-Vrouw, H. Gertrudis, 1887.

GLASRAMENGIDS

87


Plattegrond Sint-Martinuskcrk te Asse

H. Jacobus de Mindere, 1891 H. Thomas, 1891 H. Johannes, 1891 H. Jacobus de Meerdere, 1891 H. Andreas, 1891 H. Paulus, 1891 H. Petrus, 1892

2Z

2N 3N

3Z

4N

4Z 14Z 15Z

12Z HZ 10Z 9Z 8Z 7Z 6Z

6N 0

Het verhaal van het wonderbaarlijke 14Z kruis van Asse, 1892.

5Z

i 6Z

7N

^3 *

iT

ION

18z

11N |

I 9Z

12N1

0

Het wonder van het Calvariekruis in een boom, 1892.

72

0

De kruisoprichting door een bisschop 2Z en de H. Jozef Augustinus en Carolus Borremeus, 1895.

10Z a

•

13N

_ •

0

Het Wonderbare kleed en het 1 Laatste Avondmaal, Jezus geflankeerd door Jozef en Maria (H. Familie), 1905.

11Z

r^z

14N |

15

13

0

Sint-Martinus, patroon van de kerk, 1910.

13

0

Het Lam Gods en de vier evangelisten 5Z Johannes, Lucas, Marcus en Matheus, 1911.

0

De Hemelvaart van Maria en de 4Z H.H. Franciscus Salis, Anna en Adrianus, 1887.

SINT-PIETERSABDIJKERK ASSEBROEK

0

De Martelaren van Gorcum en de H.H. Franciscus Borge, Henricus en Benedictus, 1890. 0

De Kruisdraging van de H. Ludovicus en de H.H. Theresia, Johannes en Elisabeth, 1890. 0

2N

O.-L.-Vrouw geeft de rozenkrans aan 6N Dominicus en de H.H. Hubertus, Barbara, Rochus en Eligius, 1891. 0 Apostelen: H. Filippus, 1891 9N Bartholomeus, 1891 ION H Matheus, 1892 11N H Simon, 1891 12N H Thaddeus, 1891 13N H Mathias, 1891 14N

88

GLASRAMENGIDS

In 1937 beglaasde de Brugse glazenier Frank Roderburg de Sint-Pietersabdijkerk aan de Baron Ruzettelaan, de laan waaraan ook zijn atelier lag. Deze glasramen, waarvan er een uit de westgevel onder het monogram van de kunstenaar het jaartal 1936 draagt, zijn uitgevoerd in helle bonte kleuren en waren voor hun tijd zeer modern opgevat. Van de monumentale figuren in geometrisch-abstraherende stijl, samengesteld uit grote hoekige glasstukken in helle gele, oranje, blauwe, rode en groene kleuren zijn enkel de grote trekken geschilderd. Ze komen verpletterend over en zijn in feite te kolossaal voor dit kerkje. De vijf glasramen van het koor waren zo enorm, dat men


reeds in 1952 besloot om ze te vervangen door nieuwe ramen, ditmaal ontworpen door Van der Weghe en uitgevoerd door C. Annijs. De meest geslaagde ramen van Roderburg waren die in het transept en die boven het westportaal. De heiligen in de acht glasramen in de lichtbeuk van het schip en het Heilig Hart van Jezus in de oostwand van het zuidtransept zijn in traditionele stijl en werden naar daar overgebracht toen ze in 1937 in het koor plaats moesten ruimen voor het gedurfde werk van Roderburg. Het was de verdienste van deze, uit Duitsland afkomstige glazenier, te breken met de traditionele neogotische religieuze glasramen en door zijn vaak onbegrepen modernisme nieuwe wegen te openen voor de glasschilderkunst.

Overzicht van de glasramen van Roderburg. Het noordtransept: 0 Als Mozes de handen verhief dan overwon Israël. Het zuidtransept: ° De H. Benedictus tussen twee biddende monniken. Boven het westportaal (raam met monogram + datum 1936): ° H.H. Isidoor, Petrus en Godelieve. De twaalf zij beukramen: Symbolen van de twaalf apostelen.

SINT-REMIGIUSKERK BAARLE-HERTOG De laat-gotische kerk van Baarle-Hertog, die voltooid werd in 1640, kreeg het tijdens de Tweede Wereldoorlog hard te verduren. Bijna totaal vernield, werd het gebouw in 1950 onder de leiding van architect Ritzen opnieuw opgetrokken in de oorspronkelijke stijl. Voor de beglazing

Sint-Pieterabdijkerk te Assebroek (foto O. Pauwels)

van de negentien grote ramen van deze kerk deed men beroep op de Antwerpse glazenier Jos Hendrickx. Jos Hendrickx werd geboren te Borgerhout op 13 maart 1906. Reeds zeer vroeg, na enkele jaren middelbare studies aan een college koos hij voor een artistieke opleiding in de Antwerpse Academie, waarna hij in 1925 student werd aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Hij volgde er de richting grafiek en kreeg er les van onder andere Edward Pellens en Isidoor Opsomer. Zijn opleiding als graficus had een zeer grote invloed op zijn latere glazenierswerk. Jos Hendrickx begon zich vrij laat in zijn loopbaan, hij was toen reeds voorbij de veertig, toe te leggen op de glasschilderkunst. In de loop van de jaren vijftig, toen onze glazeniers hun handen vol hadden met de talloze restauratieprojecten, begon Jos Hendrickx zich meer en meer bezig te houden met dit ambacht. Omdat hij zich zowel met het ontwerp als met de volledige uitvoering van de glasramen inliet keek hij in die periode uit naar een hoger en ruimer atelier, de kapel van het Vander Biest-Godshuis aan de Falconrui. Als glazenier is Jos Hendrickx niet uit het spoor van zijn grafische stijlevolutie getreden. Hij bleef graficus en tekenaar.

GLASRAMENGIDS

89


Sint-Remigiuskcrk te BaarlcHcrtog (foto O. Pauwels)

Het spel van de loodlijnen in zijn glasramen werd een onderdeel van zijn totale composities. Hij abstraheerde de menselijke figuur tot een spel van lijnen en kleurvlakken waarin alleen de koppen en de handen de gestalten herkenbaar maken. In elk der negentien glasramen van de Sint-Remigiuskerk stelde Jos Hendrickx één monumentale figuur centraal op. Omgeven door kleurloos glas, krijgen de symbolisch ingekleurde heiligen alle aandacht en treden vanuit de ijlte samen met het witte licht de ruimte binnen. Vanaf 1959 begon de plaatsing van de ramen in het koor, pas in 1967 waren de zeven koorramen voltooid. Centraal staat de Hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw, geflankeerd door de H. Remigius en de H. Willebrordus. De vier evangelisten vervolledigen de rest van de koorramen, Johannes en Lucas langs de noordkant en Marcus en Matheus aan de zuidkant. Eveneens uit 1967 dateren het Verrijzenisraam in het noordtransept en het Sint-Jozefraam in het zuidtransept. De heiligen uit onze gewesten, die de tien

90

GLASRAMENGIDS

ramen van het schip van de St.-Remigiuskerk tooien kwamen in 1970 tot stand.

SINT-WALDETRUDIS KERK BERGEN

Vanaf 1506, toen de bouw van de nieuwe Collegiale kerk van Bergen voldoende ver gevorderd was, deed men een beroep op de keizerlijke familie, de adel en de hogere geestelijkheid om glasramen te schenken. Zo weet men dat alleen al in de loop van de 16de eeuw ten minste negenendertig ramen van de Sint-Waldetrudis beglaasd werden en dat er tot laat in de 17de eeuw nog ettelijke nieuwe glasramen bijkwamen. Veel, maar lang niet alles bleef bewaard. De grootste schade werd veroorzaakt door het Franse oorlogsgeweld dat herhaalde malen de stad teisterde. Zo ondermeer


tijdens de belegering van Bergen in 1691 door de troepen van Lodewijk XIV, of tijdens de bombardementen van 1746 en de invasies ten tijde van de Franse Revolutie. Het verbaast ons dan ook niet dat er in het begin van de 19de eeuw dringend iets moest gedaan worden om de glasramen van de Collegiale kerk van Bergen te redden. Herhaalde malen drong kanunnik Descamps, toenmalige pastoor van de Sint-Waldetrudis daar op aan. Pas in 1838, toen Jean-Baptiste Capronnier een restauratieproject indiende, werd er eindelijk werk van gemaakt. Het werd een onderneming van zeer lange duur, die ongetwijfeld zware financiële inspanningen met zich meebracht. Dat kan misschien verklaren waarom de werken in 1851 werden stilgelegd. Een zware orkaan die in 1855 over ons land woedde en die de pas gerestaureerde glasramen opnieuw beschadigde kwam eveneens roet in het eten strooien. Zo duurde het tot 1887 vooraleer de vijftien ramen van het hoogkoor en twee ramen in het transept klaar kwamen en pas in 1896 kon het laatste oude glasraam in de dwarsbeuk geïnstalleerd worden. Na de Tweede Wereldoorlog moesten de in 1943, uit vrees voor beschadigingen uitgenomen glasramen teruggeplaatst worden. Toen, in 1949, besloot men om de resten van de oude 17de-eeuwse glasramen, afkomstig uit de lichtbeuk van het schip en die men sedert de 19de-eeuwse restauratiewerken in kisten had bewaard, ook te recupereren. De huidige lichtbeukramen zijn het resultaat van een samenwerking tussen het Brussels atelier van Frans Crickx en de ontwerper Hizette, die na een heraldische studie van Van Schijndel, de restauratietekeningen uitwerkte. Slechts door een grondige studie van de bewaringstoestand zal men kunnen uitmaken in hoeverre deze twijfelachtige reconstructies van 1964-1966 nog als 17de-eeuwse glasramen kunnen beschouwd worden. Zo lang dit nader onderzoek niet gebeurd is kan men beter geen standpunten innemen over dit werk.

door het Brusselse atelier van Jean-Baptiste Capronnier. Zoals haast overal heeft hij ook hier de sporen die hij reeds verdiend had met zijn restauratiewerk, kunnen verzilveren met nieuwe opdrachten. De andere glasramen uit de 19de- en 20ste eeuw werden gerealiseerd door zijn opvolgers Comere-Capronnier en door de Gentse ateliers van Gustave Ladon, Joseph Casier en Camille Ganton. Yvette Vanden Bemden over de oude glasramen van de Sint-Waldetrudis: In de glasramen in het koor en het transept van de Sinte-Waldetrudis kunnen wij de stilistische evolutie volgen die zich voordeed in de Oude Nederlanden tijdens de 16de eeuw. In het begin kunnen we nog spreken van een sterk middeleeuwse traditie, merkbaar in de voorstelling van de personages, architecturale omlijstingen, baldakijnen en gedamasceerd textiel die de ruimte afsluiten, ook in de muuropeningen en gotische motieven, zelfs al zien we reeds pogingen tot innovatie hun intrede doen via kleine details zoals balusters en zuiltjes:glasramen in de absis {ca. 1511) 1, 2N, 3N, 2Z, 3Z, de glasramen van Jacques de Croy 4N (na 1510), Guillaume de Croy 5Z (1500-1525) en Philippe de Clèves 5N (1514). Later zien we hoe de architecturale omlijsting weliswaar gotische elementen (hogels, monelen, maaswerk) bewaart maar toch ook motieven ontwikkelt die een compromis zijn

De eerste neo-glasramen werden voor de Collegiale kerk van Bergen vervaardigd

GLASRAMENGIDS

Sint-Waldetrudiskerk te Bergen (foto O. Pauwels)


tussen gotiek en renaissance zoals balusters, zuiltjes, putti, guirlanden... in de glasramen van de Carondelet 4Z (1512) en Philibert Prudhom 8N (1524). Meer en meer komen de renaissance-elementen dan op de voorgrond. Ze getuigen van originaliteit, natuurlijkheid en een bepaalde vanzelfsprekendheid: pilasters, tondo's, friezen, dubbele voluten, schelpen ... in de glasramen met de Dood van de H. Maagd 11N (1523), de glasramen van Hughes Matinee ION (1523), Michel Amand 9N (1ste helft 16de eeuw), het Doopsel van Christus 11Z (1933), de H. Drievuldigheid 6Z (1536). In de glasramen van de Visitatie 7N (1542), de Apocalyps 8Z (1561 en 1582) en de Geboorte 6N (1581) tenslotte wordt de stijl weer klassieker, soberder, kouder ook alhoewel we eraan twijfelen of de originele creaties hier nog echt te beoordelen vallen daar deze ramen voor een zeer groot gedeelte vervangen werden. Wie zijn de makers van deze glasramen ? Men is geneigd te denken aan de Eve's omdat men in de archieven hun naam dikwijls terugvindt, men denkt ook aan Nicolaas Rombouts ter wille van een signatuur, het mecenaat en stilistische vergelijkingen. We kunnen uiteindelijk drie vaststellingen doen. Het is duidelijk dat er in de glasramen van Bergen, over het algemeen gezien, voor de eerste helft van de 16de eeuw dan, weinig enthousiasme aan de dag gelegd wordt tegenover de nieuwe vormgeving. Men blijft meer nog dan in de andere steden van de Oude Nederlanden zoals Brussel, Antwerpen en Luik, gehecht aan het traditionele repertorium. Ten tweede is de rol van Nicolaas Rombouts overduidelijk. We kunnen zonder twijfel de koninklijke glasramen en deze van Jean de Carondelet en van Philibert Prudhom aan hem toeschrijven. Zijn invloed is ook aanwezig in de andere glasramen. Modellen en tekeningen uit zijn atelier of van de hand van zijn opvolgers waren toendertijd sterk in zwang. Ten derde zien we in de glasramen van Bergen een verschuiving van de Brusselse invloed (Rombouts) naar een Antwerpse. Deze verschuiving merken we ook in de andere glasramen in de oude-Nederlanden (Luik, Brussel) tijdens de eerste helft van de 16de eeuw. We betreuren het feit dat heel wat glasramen in Bergen ofwel verdwenen

GLASRAMENGIDS

zijn ofwel te drastisch werden gewijzigd tijdens opeenvolgende restauraties. Langs de andere kant is het een feit dat de SintWaldetrudis nog een van de grootste collecties oude glasramen bezit. Zij vormen een onschatbare historische en artistieke getuigenis en zij zijn tevens een streling van licht en kleur voor het oog".

Overzicht van de glasramen. 16de eeuw. Renaissance. De vijf koninklijke glasramen, geschonken door Maximiliaan van Oostenrijk: Atelier Nicolaas Rombouts (?), Brussel, 1511 0

De Kruisiging van Christus. 1 Portretten van de schenker Maximiliaan van Oostenrijk en zijn zoon Filips de Schone. 0

Jezus te midden van de geleerden, 2N onderwijzend in de tempel. Portretten van de schenker, en zijn zonen Filips de Schone en Frans, geknield en vergezeld door hun patroonheiligen. 0

De Verschijning van Christus aan de Heilige Maagd. Portretten van Filips de Schone en zijn twee zonen Karel en Ferdinand,vergezeld van hun beschermheiligen.

2Z

0

De Vlucht naar Egypte. Portretten 3N van Margareta van Oostenrijk en van haar moeder Maria van Bourgondië, vergezeld van hun patronen. 0

De Hemelvaart van Christus. 3Z Portretten van Johanna van Aragon, echtgenote van Filips de Schone en haar vier dochters,Eleonora, Isabella, Maria en Catherine, vergezeld van hun beschermheiligen. 0

Het glasraam geschonken door Jacques de Croy: De Opdracht in de Tempel. Portret van 4N de schenker, bisschop en hertog van


Kamerijk, vergezeld door zijn patroon H. Jacobus. School der Oude Nederlanden, kort na 1510.

Plattegrond SintWaldetrudiskerk te Bergen

0

Het glasraam geschonken door 4Z Jean de Carondelet: De Nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen. De H. Maagd, H. Donatius, H. Johannes de Evangelist en H. Stefanus. Portret van de schenker Jean de Carondelet, aartsbisschop van Palermo. Atelier Nicolaas Rombouts (?), Brussel, 1512. 0

Het glasraam geschonken door 5N Filips van Kleef, Heer van Ravenstein en zijn echtgenote Franfoise van Luxemburg: De Aanbidding der Koningen. Portretten van de schenkers, vergezeld van hun beschermheiligen. School der Oude Nederlanden, 1514. 0

Het glasraam geschonken door 5Z Willem de Croy, hertog van Soria, markies van Aarschot en zijn echtgenote Magdalena van Hamal: De Hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw. Portretten van de schenkers vergezeld door hun patroonheiligen. School der Oude Nederlanden, eerste kwart van de 16de eeuw. 0

Het glasraam geschonken door 6N Pieter-Ernst, graaf van Mansfelt en zijn echtgenote Marie de Montmorency: De Geboorte van Christus, omringd door de wapenschilden van de schenkers. Atelier lonart. Bergen (?), 1581.

schenkers. School der Oude Nederlanden (?), 1542.

0

0

Het glasraam geschonken door 6Z Antoon van Lalaing, Heer van Hoogstraten en zijn echtgenote Elisabeth van Culemborg: De Heilige Drievuldigheid. Portretten van de schenkers, vergezeld van hun patroonheiligen. School der Oude Nederlanden (?), 1536.

Het glasraam geschonken door 8N Philibert Prudhom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, proost van het kapittel van Utrecht: De Boodschap aan Maria met links op de voorgrond de schenker vergezeld van zijn patroonheilige en rechts H. Martinus. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, 1524.

° Het glasraam geschonken door Maximiliaan van Horne, Heer van Gaasbeek en zijn echtgenote Barbara van Montfoort. Het Bezoek van Maria aan Elisabeth, omgeven door wapenschilden van de

° Het glasraam geschonken door 8Z Filips van Stavele, Heer van Haumont en zijn echtgenote Anna van Pallant: De Aanbidding der Grijsaards van de Apocalyps. Portretten van de schenkers vergezeld van hun patroonheiligen.

7N

GLASRAMENGIDS

93


School der Oude Nederlanden, Bergen, 1561 en 1582. 0

Het glasraam geschonken door 9N Michel Amand, Heer van Petigny en zijn echtgenote Catherine Goubille: Piëta, de dode Christus gesteund door zijn moeder en H. Johannes. Portretten van de schenkers. School der Oude Nederlanden, Bergen (?), eerste helft van de 16de eeuw.

de schenkers en hun wapenschilden. School van Bergen (?), 1646. 17de-eeuwse glasraamfragmenten 12Nsamengesteld naar ontwerpen van 15N en Hizette en Piron door het Atelier 11Zvan Frans Crickx, 1964-1966. 14Z 0

Glasraam van de Dood van Christus. 14Z Wapens van Willem du Mont, Hélène Ghodemart en Agnès de Buzignies. 0

16 de eeuw

Glasraam van de Hemelvaart van Maria. Jean de Buzignies en Suzanne Vanderhaegen.

0

Het glasraam geschonken door ION Hughes Matinee, apostolisch kerkprelaat. H. Antonius en H. Hugo met onderaan het portret van de schenker. School der Oude Nederlanden, Bergen (?), 1523.

0

Glasraam van de Maagd met kind omgeven door emblemen, wapens van Salomon van Brussel en Marie d'Ardembourg. 0

0

Het glasraam geschonken door de 11N Stad Bergen: De Dood van Maria. Het wapen van de schenker (de Stad Bergen) wordt gedragen door engelen. School der Oude Nederlanden, Bergen (?), 1523. ° Het glasraam geschonken door 10Z Charles de Pipa, commandeur in de Orde van Sint-Jan van Jeruzalem, te Henegouwen: Het Doopsel van Christus en het wapenschild van de schenker. School der Oude Nederlanden, Bergen (?), 1533

Glasraam van het Gevecht van Aarstengel Michael. Willem de Vergnies en Marie de Buzignies. 0

Glasraam van Henri Dessus Ie Moustier en Michèle de Pechant. 0

Glasraam van de Transfiguratie. Willem Ie Bèque, Marie Waudart en Marie-Anne de Glarge. 0

Glasraam voor de Aanbidding der Koningen. Jean Malapert en Marie de Guise. 0

Glasraam van de Ecce Homo. Jean de Prés en Jean de Tifves.

17de eeuw

19de en 20ste eeuw

0

Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel 1868 15 1874 16N, 16Z 1880 31Z 1880-1882 33Z 1882 32Z 1890 30Z, 34Z Atelier Comere-Capronnier 1893 25Z Atelier Gustave Ladon, Gent 1880(?) 33N

Het glasraam geschonken door 7Z Francois Buisseret, aartsbisschop van Kamerijk. De Heilige Franciscus van Assisic ontvangt de Stigmata. Portret van de schenker. School van Bergen (?), 1615. 0

Het glasraam geschonken door 9Z Jean Griffon de Masnuy, baljuw van de Sint-Waldetrudis te Bergen en door zijn echtgenote Jeanne Bernard. De Boodschap aan Maria. Portretten van

GLASRAMENGIDS


^

Bk

. 'i

"SEStei/».

mm ^tm-'é

p.

•W !„!%

1

# %

v-aMM

'-rt,

.

«W


1890 29Z 34N, 32N 1893 27N, 26N 1898 23Z 24Z 1900 25N, 24N, 23N 1903 30N 1905 27Z, 28Z,17Z , 18Z 19Z 1909 35N, 31N, 28N s.d. Atelier Joseph Casier, Gent 26Z, 29N 1906 Atelier Ganton-Defoin, Gent 19N, 17N 1930 20Z ,21Z. 22Z 1932 22N, 21N, 20N 1933

JERUZALEMKERK BRUGGE

De twee resterende werden dan later, omstreeks 1559-1560, door Jacques Adornes, één van de twee zonen van Jean de la Coste-Adornes, geschonken. Ze kunnen alle zes toegeschreven worden aan de zogenaamde 16de-eeuwse Vlaamse glasschildersschool.

Overzicht van de glasramen volgens de genealogie van de familie Adornes. ° Pierre I Adornes en zijn tweede IN echtgenote Elisabeth van de Walk met hun beschermheiligen Petrus en de H. Elisabeth van Hongarije (1ste helft 16de eeuw)

Jeruzalemkerk te Brugge (foto O. Pauwels)

Deze mooie kleine gotische kerk werd in het tweede kwart van de 15de eeuw opgericht. De opdrachtgevers Pierre II en Jacques Adornes, zijnde de twee zonen van Pierre I Adornes, hadden zich voor deze kerk geïnspireerd op het plan van de H. Grafkerk te Jeruzalem, hun bekend door hun reizen naar het Heilig Land. De zes glasramen in de Jeruzalemkerk werden door de nakomelingen van deze broers Adornes besteld. Op de vrij goed bewaard gebleven glasramen zien we telkens twee leden van de familie Adornes, vergezeld van hun patroonheiligen, biddend en geknield, met op de achtergrond een renaissance architectuur waardoor een landschap zichtbaar is. Deze mooie ramen werden waarschijnlijk gerealiseerd in de eerste helft en het derde kwart van de 16de eeuw. De eerste vier werden vermoedelijk geschonken door Jean de la CosteAdornes, nadat hij in 1511-1512 de toelating verkregen had om de oude adellijke naam van zijn moeder Agnes Adornes verder te voeren.

GLAS RAM KNGIDS

95


Genealogie van de familie Adornes einde 13de eeuw

1

2

Plattegrond Jeruzalemkerk te Brugge

MARTIN Adornes x Catherine de Schynckele PIERRE 1 Adornes x Elisabeth van de Walk Jacques Adornes PIERRE 11 Adornes x Elisabeth Braderijckx

3

ANSELME Adornes x Margareta van der Banck

4

ARNOULD Adornes x Agnes van Nicuwenhove AGNES Adones x Andre de la Coste

° Pierre 11 Adornes en zijn echtgenote 2N Elisabeth Braderijckx met hun beschermheiligen Petrus en Elisabeth van Hongarije (1ste helft 16de eeuw) 0 Anselme Adornes en zijn echtgenote 1Z Margareta van der Banck met hun patroonheiligen Anselmus, aartsbisschop van Canterbury en Margareta (1ste helft 16de eeuw)

0

Arnould Adornes en zijn echtgenote Agnes van Nieuwenhove met hun beschermheiligen Arnoldus en Agnes (1ste helft 16de eeuw)

2Z

0

Jean de la Coste-Adornes en zijn 3Z echtgenote Catherine Metteneye met hun beschermheiligen Johannes-de-Doper en Catharina (derde kwart 16de eeuw)

° De gebroeders Jérome en 3N Jacques Adornes met hun patroonheiligen Hiëronymus en Jacobus (derde kwart 16de eeuw)

JEAN de la Coste-Adornes x Catherine Metteneye JEROME Adornes JACQUES Adornes

SINT-SALVATORKATHEDRAAL BRUGGE De glasramen uit de Sint-Salvatorkathedraal te Brugge dateren allemaal uit de 19de en de 20ste eeuw. Het enige raam dat nog gedeeltelijk oude fragmenten telt werd in 1896 door Samuel Coucke grondig hersteld en in 1903 door zijn zonen nog aangevuld. In dit raam van de H. Barbara in de huidige Sint-Jozefkapel zitten nog enkele oude stukken 16N, de datum 1552 op het raam is door Coucke aangebracht en is onzeker. Vermoedelijk dateerde het oorspronkelijke raam uit de tweede helft van de 16de eeuw. De oude

GLASRAMENGIDS

Pierre II Adornes en Elisabeth Braederyckx en hun patroonheiligen en wapenschilden, Jeruzalemkerk te Brugge (foto G. Charlier)

97


Plattegrond SintSalvatorkathcdraal te Brugge

98

ging met het verdwijnen van het oude gebrandschilderd glas. Te Brugge bleef enkel in de Barbarakapel een laat-renaissance glasraam gedeeltelijk bewaard. Door de ingrijpende herstellingen en toevoegingen is het echter nauwelijks nog als 16de-eeuws te beschouwen en kan men het eerder als een neorenaissanceraam van het Brugse atelier Coucke aanzien. Het is pas vanaf de tweede helft van de 19de eeuw, toen men bij restauratiewerken de ramen opnieuw voorzag van stenen stijlen en maaswerk, om het oude karakter van het gebouw te herstellen, dat men het plan opvatte om de kerk in middeleeuwse stijl te beglazen. De eerste werken in die zin werden uitgevoerd door het Mechelse glazeniersatelier van Jean-Fran^ois Pluys, dat eerder te Brugge werkzaam was aan de H. Bloedkapel. Het glasraam dat hij in 1848 naar tekeningen van E. Wallays voor de Catharinakapel van de Sint-Salvatorkathedraal vervaardigde werd echter reeds in 1911 verwijderd. De oudste glasramen die vandaag de kerk tooien danken we aan Jean Bethune en Henri Dobbelaere. Zij werden later opgevolgd door Jules Dobbelaere, Arthur Verhaegen, Samuel Coucke en zonen, Louis Grosse en Jan Leys.

glasramen van de Sint-Salvator zullen ongetwijfeld sterk geleden hebben tijdens de godsdienstoorlogen in de tweede helft van de 16de eeuw. Reeds in 1584 werden de glasramen hersteld en in 1613 beglaasde men het grote raam boxen het zuidportaal opnieuw.

Overzicht van de glasramen per atelier.

Het merendeel van het glasramenpatrimonium ging echter verloren doordat men de ramen met opzet uit de kerk verwijderde. Tijdens de Barok, toen men grote portiekaltaren oprichtte en die van monumentale schilderijen voorzag, werden sommige ramen in de koorkapellen gedeeltelijk dichtgemetseld. Omdat het dan vaak te donker werd nam men in die kapellen de gebrandschilderde ramen weg en plaatste men gewoon ongekleurd glas, dat een helder licht kon werpen op de monumentale barokaltaren en schilderijen. Het maaswerk en de raamstijlen werden in de 18de eeuw bij herstellingen vaak vervangen door goedkopere, moderne ijzeren stijlen, hetgeen meestal gepaard

Atelier Jean Bethune, Gent 1861 11N, U Z 1867 1,2N,2Z 1869 19N 1872 3N, 3Z 1876 10 Atelier Arthur Verhaegen, Gent 1894 4N, 4Z Atelier Henri Dobbelaere, Brugge 1861 21N, 22N (later hermaakt door zijn zoon) 1870 8Z 1875 8N Atelier Jules Dobbelaere, Brugge 1900 15Z, 16Z,17Z 1903 18Z, 19Z, 20Z, 21Z,

GLASRAMENGIDS


1910 21N,22N (zie Henri) Atelier Samuel Coucke, Brugge 1896 16N (restauratie) Atelier J.E.T. Coucke, Brugge 1903 16N (toevoeging, zie Samuel Coucke) 1904 5N, 5Z 1905 6N, 6Z 1906 7N, 7Z 1931 18N Atelier Louis Grossé-de Herde, Brugge 1885 20N 1898 12N, 13N, 14N 1896 12Z,14Z Atelier Jan Leys, Brussel ca. 1885 13Z Anoniem atelier ca. 1899 9

HORTA-MUSEUM BRUSSEL (SINT-GILLIS) In heel het creatieve oeuvre van Victor Horta neemt zijn eigen woonhuis een zeer bijzondere plaats in. In dit ontwerp kon de bouwmeester zijn eigen

ideeën en opvattingen totaal vrij ontwikkelen, zonder rekening te moeten houden met de wensen van een opdrachtgever. Dit werk kwam tot stand in de creatiefste periode van zijn hele loopbaan. De werken startten in 1898 en reeds in 1906 en 1908 werden kleine uitbreidingswerken uitgevoerd. Glas en glas in lood krijgen in de ontwerpen van Victor Horta een bijzondere betekenis. Hij gebruikt het als decoratief element, dat naast zijn esthetisch effect vooral functioneel is. Daar hij zijn vertrekken perceelsgewijze schikt laat Horta het daglicht verticaal naar binnen stromen langs de koepel boven de centrale traphal, waaromheen de kamers liggen. Van hieruit verspreidt het zich door de glas-in-loodramen van de deuren en panelen naar de belendende vertrekken. Zo kan het hele huis baden in een sfeer van licht, dat van bovenaf in het hart van het gebouw binnenstroomt. Dit schept een grotere eenheid tussen de verschillende delen. De mogelijkheid om de diafanc scheidingen te laten verdwijnen ofte bewegen naar gelang de behoefte, geeft de ruimte een verbazende fluïditeit die verandert met de beweeglijkheid van de lichtdoorlatende panelen. In het huis Horta speelt het monumentale trappenhuis de belangrijkste rol. De gebogen glazen zoldering, die door de ingenieuze plaatsing van spiegels tot in het oneindige doorloopt, laat het bovenste deel van de trap baden in een gouden lichtzee. Omdat glas of glas in lood zowel functioneel als esthetisch zo'n belangrijke rol spelen in het huis van Victor Horta en zo inherent zijn aan het concept, staan we hier voor één van de mooiste integraties van glas of glas in lood in de architectuur.

Traphal in Hortamuseum te Brussel (Sint-Gillis) (foto Ch. Bastin en J. Evrard)

SINT-MICHIELSKATHEDRAAL BRUSSEL 16de eeuw De voormalige collegiale Sint-Michicls- en Sint-Goedelekerk is uitzonderlijk rijk aan oude glasramen. Hier blijven niet minder

GLASRAMENGIDS

99


dan twaalf monumentale renaissanceglasramen bewaard. Zij werden op één uitzondering na, allemaal geschonken door Keizer Karel en zijn familie. Deze twaalf werken schetsen de evolutie van het glasraam in de eerste helft van de 16de eeuw. De ramen uit het hoogkoor hebben reeds een renaissance-decor, maar hun compositie en de sfeer die ze uitstralen zijn nog traditioneel gotisch 3N, 2N, 1, 2Z, 3Z. Het Laatste Oordeel?, in 1528 geschonken door Everard de La Marck, Prins-bisschop van Luik, is ook nog traditioneel van compositie, maar door de monumentaliteit en de fysieke kracht van de figuren, het gevoel van ruimte en de dynamiek in de bewegingen beantwoordt het reeds veel meer aan de geest en het karakter van de renaissance. Maar de echte, grootse, monumentale en evenwichtige renaissanceglasramen vinden we in de transeptarmen boven de noord- en zuidportalen 5N, 6Z en in de noordwand van de kapel van het H. Sacrament van het Mirakel. In deze meesterwerken, uitgevoerd naar voorbereidende tekeningen, ontwerpen en kartons van Barend van Orley, Pieter Coeck en Michel Cocxie bereikt de glasschilderkunst in onze gewesten een ongeëvenaard hoogtepunt.

Overzicht van de l ó d e eeuwse glasramen. De vijf koninklijke glasramen van het hoogkoor (1520-1530), Atelier Nicolaas Rombouts: ° Het raam van Maximiliaan van 1 Oostenrijk (+) en Maria van Bourgondië. Onze-Lieve-Vrouw en kind. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, ca. 1520. 0

Het raam van Filips de Schone en Johanna van Castilië. H. Michael. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, ca. 1520.

2N

° Het raam van Keizer Karel en zijn broer Ferdinand. H. Goedele. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, ca. 1520.

2Z

° Het raam van een Prins van Aragon en Margareta van Oostenrijk. H. Margareta. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel (tussen 1520 en 1530)

3N

0

3Z

Het raam van Philibert II van Savoie (+) en Margareta van Oostenrijk. H. Margareta. Atelier Nicolaas Rombouts, Brussel, ca. 1524.

Sint-Michielskathedraal te Brussel (foto O. Pauwels)

Het glasraam boven het westportaal: 0

Raam geschonken door Everard de La Marck, prins-bisschop van Luik. Het Laatste Oordeel. School der Oude Nederlanden, 1528

7

De glasramen boven de zijportalen in de transeptarmen: ° Raam van Keizer Karel en Isabella 5N van Portugal. Aanbidding van de relikwie van de Mirakuleuze Hosties. Tekening: Barend van Orley. Uitvoering: Atelier Jan Hack, Antwerpen (?),1537.

100

GLASRAMENGIDS


0

Raam van Maria van Hongarije 6Z en haar overleden echtgenoot Lodewijk II. Aanbidding van de H. Drievuldigheid. Tekening: Barend van Orley. Uitvoering: Atelier Jan Nack, Antwerpen (?), 1538.

De vier glasramen met de geschiedenis van het H. Sacrament van de Mirakuleuze Hosties, in de noordwand van de gelijknamige kapel:

Ontwerp: Barend van Orley. Karton: Michiel Cocxie. Uitvoering: Atelier Jan Hack, Antwerpen, 1547.

Plattegrond SintMichielskathedraal te Brussel Detail uit het raam met De boodschap in de SintMichiclskathedraal te Brussel (foto G. Charlier)

° Raam van Frans I, koning van 12N Frankrijk en Eleonora van Oostenrijk. De moord op Jonathas. Ontwerp: Barend van Orley. Karton: Barend van Orley. Uitvoering: Atelier Jan Hack, Antwerpen, 1540.

0

Raam van Jan III van Portugal en 14N Catharina van Aragon. Jonathas zet Jan van Leuven aan om de H. Hosties te stelen. Ontwerp: Michel Cocxie. Uitvoering: Atelier Jan Hack, Antwerpen, 1542. 0

Raam van Lodewijk II, koning van 13N Hongarije ( + ) en Maria van Hongarije. Jonathas, zijn vrouw en zijn zoon brengen de H. Hosties naar de Joden van Edingen.

0

Raam van Ferdinand I, koning van 11N Hongarije en Anna van Polen. De vrouw en de zoon van Jonathas brengen de H. Hosties naar Brussel. Ontwerp: Barend van Orley (?). Karton: Michel Cocxie (?). Uitvoering: Atelier Jan Hack, Antwerpen, 1546.

GLASRAMENGIDS

101


0

17de eeuw De Onze-Lieve Vrouwkapel werd in het midden van de 17de eeuw aan de zuidkant van het koor aangebouwd, als pendant voor de kapel van het H . Sacrament van het mirakel aan de noordkant. Ze werd tussen 1654 en 1663 beglaasd door Jan de Labaer, Antwerps meesterglazenicr. Deze vier monumentale barok-glasramen illustreren treffend de evolutie van de glasschilderkunst in de 17de eeuw 15Z-18Z. Door het toenemend gebruik van rechthoekig gesneden, regelmatige, kleurloze glasstukken, beschilderd met email-brandverven ging de constructieve relatie tussen techniek en compositie verloren. H e t lood stoort de tekening in plaats van ze te ondersteunen. H e t schitterende heldere kleurenpalet van in de massa gekleurd glas wordt gereduceerd tot een donker barokschilderij met emailvcrven op kleurloos glas. O n d e r invloed van de succesrijke 17de-eeuwse Antwerpse schilderkunst met zijn geniale P.P. Rubens offert de glasschilderkunst haar eigenheid op door de imitaties van de monumentale schilderkunst op doek. Glazeniers schilderden zelf op doek en vatten hun glasramen op zoals hun schilderijen of werken naar kartons van grote schilders. Zoals glazenier de Labaer hier in de Sint-Goedele werkte naar kartons van T h e o d o o r van Thulden.

Overzicht van de 17de eeuwse glasramen. c

Raam van Ferdinand 111 van 15Z Oostenrijk en zijn echtgenote Eleonora van Oostenrijk. De Opdracht in de tempel. Karton: T h e o d o o r van Thulden. Uitvoering: Atelier Jan de Labaer, Antwerpen, 1656. 0

Raam van Keizer Leopold I. H e t Huwelijk van Maria en Jozef. Karton: T h e o d o o r van Thulden. Uitvoering: Atelier Jan de Labaer, Antwerpen, 1 6 5 8 .

102

GLASRAMENGIDS

16Z

Raam van de Aartshertogen Albrecht en Isabella. De Boodschap aan Maria. Karton: T h e o d o o r van Thulden. Uitvoering: Atelier Jan de Labaer, Antwerpen, 1 6 6 3 .

17Z

0

Raam van Aartshertog 18Z Lcopold-Willem, gouverneur der Nederlanden. De O n t m o e t i n g van Maria en Sint-Anna. Karton en uitvoering: Atelier Jan de Labaer, Anrwerpen, 1663. 19de e e u w De oude glasramen van de Sint-Goedele waren de eerste die in ons land in de 19de eeuw grondig gerestaureerd werden. De vernieuwde belangstelling voor dit bedreigde artistieke patrimonium wortelde in het nationalisme en de romantiek. Het jonge België schonk de volle aandacht aan het nationale verleden. De nood aan restauraties werd een van de voornaamste impulsen voor het reveil van de glasschilderkunst in de I 9 d e eeuw. Jean-Baptiste Capronnier, die in 1839 de leiding in het atelier van zijn vader Francois overnam, werd de belangrijkste glazenier-restaurateur in het jonge 19de-eeuwsc België. De oude glasramen van de Sint-Goedele werden door hem volledig gerestaureerd, té volledig mogen we vandaag zeggen. Al te vaak werden gebroken of slecht bewaarde stukken zonder meer door kopieën vervangen. H e t kan dan ook niet voldoende herhaald worden dat hetgeen nu nog in onze kerken aan oude glasramen bewaard blijft slechts fragmentarisch uit originele stukken bestaat. Naast zijn restauratieopdrachten voerde Jean-Baptiste Capronnier ook nieuwe glasramen uit voor de Collegiale. Tussen 1840 en 1879 bcglaasde het atelier Capronnier niet minder dan tweeëndertig ramen van deze kerk. Vier daarvan, in de kooromgang, werden zelfs twee keer door hem beglaasd. De eerste keer in 1840 naar ontwerpen van Francois Navez en de tweede maal in 1879 in neo-13de-eeuwse stijl 7 N , 8 N , H Z , 12Z. H e t glasraam van de Triomf van het Heilig Sacrament,


gerealiseerd in 1848 ION, rekende Jean-Baptiste Capronnier zelf tot een van zijn meesterwerken. Voor de reeks met de geschiedenis van de H. Hosties, die de zijbeukramen tooien en tot stand kwamen tussen 1856 en 1870, werkte hij samen met Charles de Groux, die de ontwerpen maakte 19Z-26Z en 15N-21N.

Overzicht van de 19de eeuwse glasramen. De ramen van de kapel van Magdalena, schenking familie de Mérode. 1843: 0 De H. Drievuldigheid 8 0 H. Goedele 10Z 0 H. Michael 6N 0 Engelen 9 0 0

De Triomf van het H. Sacrament, ION Keizer Karel en Keizerin Eleonora-Louiza aanbidden het Lam Gods, het H. Sacrament. Ontwerp en uitvoering: Jean Baptiste Capronnier, 1848. 0

Glasramenrccks met scènes uit 19-26Z de geschiedenis van het 15H. Sacrament en van het Mirakel. 21N Geschonken door vooraanstaande Belgische families en de Koninklijke familie. Ontwerpen: Charles de Groux. Realisatie: Atelier Jean Baptiste Capronnier, 1856-1870. De glasramen van de O.-L.-Vrouwkapel in neo- 17de-eeuwse stijl. ° De H. Dominiek krijgt de 14Z rozenkrans, s.d. ° De Kroning van de H. Maagd, s.d. 13Z De glasramen uit de kooromgang in neoT3de-eeuwse stijl 1878 8N, H Z , De overige ramen van het Atelier Jean-Baptiste Capronnier: 0 H. Goedele en H. Michael, 1873 ° H. Elisabeth tussen H. Albert en H. Leopold, 1860 0 H. Gabriel tussen H. Andries en H. Almeric, 1860

7N 12Z

9N 22N 27Z

Bijbelse figuren, 1872 Bijbelse figuren, 1872 ° De Barmhartige Samaritaan, 1872-1879

0

4N . ry 4Z '

Karton voor het glasraam van Ferdinand III, Theodoor van Thuldcn, K.M.K.G. te Brussel

5Z

HET HUIS COHN-DONNAY (SINT-JOOST-TEN NOODE) BRUSSEL

Deze neoclassicistische woning, opgericht in het tweede kwart van de 19de eeuw en waarvan gevel en dak reeds in 1878 een eerste verbouwing in classicistischeclectische stijl ondergingen, werd in 1904 in opdracht van Berthold Cohn-Donnay een tweede maal verbouwd. Voor de ontwerpen en de leiding van de werken werd een beroep gedaan op de Brusselse architect Paul Hamesse. Paul Hamesse werd geboren te Eisene in 1877, als zoon van de landschapsschilder Adolphe Hamesse. Hij was een leerling van de Brusselse Academie en van de architecten Ernest Acker en Paul Hankar. Als architect en interieurontwerper werkte hij vaak samen met zijn twee broers Georges en Leon, die net als hun vader

GLASRAMENG1DS

103


ONZE-LIEVE-VROUWE KATHEDRAAL VAN DOORNIK

Glasraam in huis Cohn Donnay, Koningsstraat 316 te Brussel (Sint-Joost-ten-Node) (foto Ch. Bastin en J. Evrard)

Onze-LieveVrouwekathedraal te Doornik (foto O. Pauwels)

schilders waren. Het herenhuis Cohn-Donnay werd door Paul Hamesse vergroot. Op het eerste verdiep bouwde men een erker op de basis van het bestaande balkon terwijl het gelijkvloers aan de tuinzijde werd doorgetrokken. Het interieur van de woning werd geheel aangekleed naar zijn opvatting over de Art Nouveau. Ondanks de huidige bestemming van het pand en de aanpassingswerken die hiervoor in 1981-82 werden uitgevoerd geeft dit interieur een prachtig beeld van de Art Nouveau-binnenhuisinrichting van Paul Hamesse en de schitterende toepassing van glas in lood als functioneel en decoratief element. Dit laatste vinden we onder andere in de eetkamer in het plafond en de glazen deurpanelen die deze kamer verbinden met de biljartzaal en de schaakhoek. Deze schaakhoek ontvangt rechtstreeks licht langs de tuinzijde, door een breed raam, waarvan ruim drie kwart wordt ingevuld met gekleurd glas in lood. Achteraan in de tuin ligt het muziekpaviljoen, gebouwd in classicistischeclectische stijl. Een met glas overdekte wintertuin, ontworpen door Paul Hamesse verbindt de woning met dat paviljoen. Het muziekpaviljoen heeft een centrale glazen koepel en in de achterliggende muur werd een figuratief en kunstmatig verlicht glas-in-loodtafereel uitgespaard, in drieën verdeeld door gegroefde zuiltjes.

104

GLASRAMENGIDS

De romaans-gotische kathedraal van Doornik (1140-ca. 1275) is een van de mooiste en belangrijkste historische gebouwen van ons land. Reeds in 1198 liet Bisschop Etienne een kapel in de kathedraal versieren met twee glasramen. Ze stelden de Heiligen Evcrtus en Genoveva voor, die, zo schreef de bisschop wedijveren in Heilige schoonheid en verrukten al degenen die ze aanschouwden. De vermeldingen van schenkingen van glasramen aan de Doornikse kathedraal zijn vrij talrijk voor de periode van de 13de tot de 16de eeuw. Helaas is er slechts heel weinig van die beglazingen bewaard gebleven. De periode van de hervorming, maar vooral de explosie van het kruithuis van de Citadel tijdens de belegering van 1745 heeft het glasraampatrimonium van de kathedraal flink uitgedund. Toen Jean-Baptiste Capronnier in 1845-46 de restauratie van de glasramen aanvatte stond hij voor zeer grote problemen. De belangrijkste fragmenten die nog te redden waren bevonden zich in de benedenzone van de elf ramen van de kooromgang, leder raam, dat verdeeld was in twee lancetten, bevatte twee scènes. Elke gehistoriseerde scène


bestond op haar beurt uit vier panelen. Omdat deze fragmenten van ca. 1500 slechts een kleine 10% van een volledig raam vulden, stelde Capronnier voor om ze in de veertien kleinere vensters van het transept onder te brengen. Hiervoor moest hij in acht van de veertien ramen twee taferelen boven elkaar plaatsen en waren aanpassingen aan de panelen noodzakelijk. Het resultaat van deze ingrepen is niet bijzonder geslaagd en het architecturale decor dat Jean-Baptiste Capronnier rondom deze zwaar gerestaureerde paneeltjes ontwierp geeft het geheel een bijzonder sec neo-uitzicht. Dit is des te meer te betreuren daar het hier om unieke glasraamfragmenten van de beroemde glazenier Van Ort gaat, die eveneens te Rouen werkte. Minder dan 20% van de totale oppervlakte van iedere scène is nog authentiek. De rest werd vervangen door Capronnier. Gelukkig zijn het telkens de twee bovenste panelen, waarin het meeste hoofden voorkomen, die relatief gezien het best bewaard zijn. Het blijft onduidelijk in hoeverre andere oude glasraamfragmenten door Jean-Baptiste Capronnier konden gerestaureerd worden. Zo is er het renaissance glasraam van 1526, afkomstig van boven het westportaal en bij de restauraties vervangen door een nieuw roosvenster. Het werd oorspronkelijk geschonken door bisschop de Croy en stelde de schenker voor die het gebed van Sint-Augustinus richtte tot Onze-Lieve-Vrouw Middelares. Of het in 1869 door Jean-Baptiste Capronnier gerestaureerde raam nog gedeeltelijk als 16de-eeuws te beschouwen is kan hier niet vastgesteld worden. Het staat wel vast dat hij bij zijn herstellingen zonder problemen de gebroken of aangetaste glasstukken door kopieën verving. Dat men daar in de 19de eeuw niet zwaar aan tilde, integendeel, hem daar voor roemde, mag blijken uit volgende passage, die Voisin, Vicaris-generaal en deken van het kapittel van Doornik in 1871 over Jean-Baptiste Capronnier schreef: "... les deux absides du transept présentent aux regards des amateurs les plus belles peintures sur verres qu'ont produites la fin du XVème siècle et Ie commencement du XVIème; mais Ie temps

et Ie mauvais gout avaient laissés se dégrader a un tel point, que l'artiste distingue qui les a restaurées peut, a juste titre, être mis sur la même ligne que celui qui en est l'auteur". De bewondering die men te Doornik had voor het glasschilderwerk van Jean-Baptiste Capronnier uitte zich in het feit dat de beglazingswerken van de Kathedraal uitsluitend aan zijn atelier werden toevertouwd. Zo voorzag hij tussen 1845 en 1876 niet minder dan zestig vensters van gerestaureerd of nieuw gebrandschilderd glas in lood.

Overzicht van de glasramen. Einde 15de, begin 16de eeuw De gehistoriseerde glasramenreeksen in verband met de bisschopszetel van Doornik: Reeks 1. Het gevecht tussen Sigebert en Chilperic en de verlening van de privileges aan het Kapittel van Doornik. 0 Zege van Sigebert. 11Z 0

Vlucht van Chilperic en het privilege 12Z over de bruggen. 0

Chilperic ontvangen door de 13Z bisschop van Doornik en het recht op de maten en gewichten. 0

Frédigonde geeft de opdracht 14Z Sigebert te doden en het recht op de wijn. 0

Moord op Sigebert en het recht op de markten.

16Z

0

Chilperic staat de privileges af aan 17Z de bisschop van Doornik en het recht op het bier. 0

Eedaflegging van de magistraten.

18Z

Reeks 2. De afscheiding van de bisschopszetel van Doornik van de zetel van Noyon. 0 Letbert voor de bisschop van Noyon. 18N

GLASRAMENGIDS

105


pzo>

23 S N . .

0

Voorstelling van abt Alselmus aan de Paus en Eed van de magistraat.

13N

0

Wijding van Alselmus tot bisschop van Doornik.

12N

° Terugtocht uit Rome.

11N

School der Oude Nederlanden, ca. 1500. Ontwerper en hoofduitvoerder: Arnold Van Ort. Hulpuitvoerder: Henri de Campes e.a. Restauratie: Jean-Baptiste Capronnier, 1844/45.

19de eeuw. Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel (1852-1876). 0 Koorramen: 1, 2NCentraal staan O.-L-Vrouw en ION, Kristus met eromheen de aposte- 22-10Z len en de heiligen die onze gewesten kerstenden, 1852-1856. 0

Koorkapellen: 23, Taferelen uit het leven van heiligen 19Nen O.-L.-Vrouw, 1854-1871. 25N, 24Z31Z Lodewijks kapel: 0

Glasraam O.-L.-Vrouw Middelares, 1525, restauratie 1869.

33Z

0

34Z

Kroning van Maria en dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, 1876. 0

Overhandiging van de sleutels aan 35Z Petrus en bisschoppenconferentie, 1876. Sacramentskapel:

Plattegrond OnzcLicvcVrouwekathedraal te Doornik

0

Onderhoud tussen Letbert en St.-Bcrnardus.

17N

° Reis van Letbert naar Rome en Intocht van bisschop Alselmusl te Doornik.

16N

0

Catherina, Johannes de Doper.

19Z

0

H. Johannes, Koning Lodewijk.

20Z

° H. Antonius, H. Paulus.

21Z

Roosvenster: 0

De Verheerlijking van O.-L.-Vrouw.

0

Twee heiligen.

2Z

0

Letbert ontvangen door de Paus en 14N Eed van de kastelein.

106

GLASRAMF.NGIDS

15N, 15Z


KAPEL VAN H E T KASTEEL LA FOLLIE ECAUSSINES D'ENGHIEN In de kapel van het kasteel La Follie te Ecaussines d'Enghicn bevinden zich enkele glasramen uit het tweede kwart van de 16de eeuw (ca. 1528) waarvan er twee nog uitstekend bewaard bleven, en die men traditioneel tot de School van Barend van Orley rekent. Het iconografische programma van deze glasramen behandelt het passieverhaal van Christus, van de Geseling tot de Hemelvaart. Het eerste raam met de Geseling en de kruisdraging werd geschonken door Hendrik van Withcm en zijn echtgenote Isabella van de Spant, die afgebeeld staan met hun schutsheiligen en wapenschilden. De portretten van de schenkers en hun patronen werden bij moderne restauraties door kopieën vervangen. Het tweede raam met de Kruisiging en de kruisafneming werd geschonken door Barend van Orley (*), heer van La Follie en Isabella van Withcm, zijn echtgenote en de dochter van de schenkers van het eerst raam. Op enkele kleine herstellingen na is het raam bijna geheel oorspronkelijk. Het derde raam met de graflegging en de hellevaart is een schenking van Filips van Orley, heer van La Follie en zijn echtgenote Ursula van Baden. Zij zijn ook weer met hun patroonheiligen en wapenschilden afgebeeld. Dit glasraam is eveneens zeer goed bewaard gebleven, naast enkele kleine herstellingen is alleen maar het wapenschild van de Vrouwe vervangen door dat van La Barre van Vlaanderen. Het laatste raam tenslotte is bijna geheel modern en stelt de Verrijzenis en de Hemelvaart van Christus voor. Als schenkers staan Graaf van Spangen en de Markiezin van Rodes afgebeeld, de grootouders van de Graaf Pierre de Lichtervelde, die in 1943 het kasteel La Follie bezat. De oude ramen van de kapel van het kasteel La Follie te Ecaussines d'Enghien zijn kenmerkende voorbeelden van de

typisch Vlaamse renaissance glasschilderkunst uit het tweede kwart van de 16de eeuw. Een periode en stijl die gekarakteriseerd wordt door evenwichtige, vaak monumentaal aandoende composities, gesitueerd in een open renaissance-portiek met een doorzicht op fijne subtiele vergezichten. Deze bijzonder fraaie glasramen, die men tot de School van Barend van Orley rekent, vertonen een grote verwantschap met de drie glasramen afkomstig uit de kerk van Dion-le-Val en nu geplaatst in de kapel van het kasteel van Enghien. Ze worden trouwens rond dezelfde tijd gesitueerd als die in de kapel van Enghien, die in 1528 geschonken werden. (*) Enkel een naamgenoot van de kunstenaar Barend van Orley! Sommigen menen echter dat de kunstenaar zou afstammen van een buitenechtelijk kind van de van Orleys van La Follie.

KAPEL VAN H E T KASTEEL VAN E N G H I E N ENGHIEN In de kapel van het kasteel van Enghien bevinden zich drie glasramen afkomstig uit de kerk van Dion-le-Val, waaraan ze in 1528 geschonken werden. Een nog niet geïdentificeerde ridder en zijn echtgenote zijn de stichters van een eerste raam met afbeelding van een kruisiging en portretten van de schenkers vergezeld van hun patroonheiligen. Het tweede raam is onderverdeeld in twee taferelen, bovenaan de drie Joden in de gloeiende oven van Nebucadnezar en beneden de H. Anna met de H. Maagd en het kindje Jezus geflankeerd door twee bisschoppen. Het derde raam toont ons de H. Maagd met het kindje Jezus op de arm en beneden medaillons met verschillende scènes; het mystieke huwelijk van H. Catharina; de H. Maagd met het Jezuskind; H.H. Vincentius Ferrier en Jacobus van Mevania. Een vierde raam is samengesteld uit een

GLASRAMENGIDS

107


verzameling van ronde medaillons met religieuze voorstellingen en het wapenschild van de familie Arenberg. De glasramen van 1528 zijn mooie voorbeelden van de Vlaamse renaissancestijl van het tweede kwart van de 16de eeuw, toen men vaak een beroep deed op bekende kartontekenaars zoals Barend van Orley, Michel Cocxie of Pieter Coucke... Typisch voor de Vlaamse renaissance-glasschilderkunst is het monumentale, het evenwichtige van de composities en de pracht en luister waarmee de schenkers op de glasramen geportretteerd worden. Deze glasramen staan stilistisch vrij dicht bij die van de kapel van het kasteel La Follie te Ecaussines d'Enghien, die omstreeks dezelfde tijd gedateerd kunnen worden. Plattegrond Sint-Baafskathedraal te Gent

SINT-BAAFSKATHEDRAAL GENT De Sint-Baafskathedraal werd in de loop van de 14de, 15de en 16de eeuw in vier grote bouwfasen opgetrokken op de plaats van een oudere romaanse kerk, waarvan de 12de-eeuwse krypte bewaard gebleven is. In deze prachtige kathedraal, wereldberoemd om haar rijk artistiek patrimonium, waaronder het Lam Gods, bleef er vrijwel niets bewaard van de oude glasramen. De enige materiële resten werden in 1930 door H. Coppejans geïntegreerd in een glasraam geschonken ter herinnering aan het zilveren priesterjubileum van Kanunnik De Ruyver 19N. Bovenaan in dit glasraam zitten vijf van de zestien kwartieren van Filip van Liederkerke, omringd door ijzerrolwerk. Deze wapenschilden van Ravescot, Kethule, Vilein, Halewijn en Crane zijn de enige oude glasraamfragmenten uit heel de kathedraal en dateren van 1559. Uit de archiefbronnen weten we echter dat de Sint-Baafskathedraal in haar lange geschiedenis herhaaldelijk beglaasd werd. Van de oude 15de- en 16de-eeuwse glasramen bleef er zelfs een geïllustreerde beschrijving bewaard in het handschrift nr. 745, uit de voormalige Sint-Baafslibrije, nu in de bibliotheek van het Kapittel van de kathedraal.

108

GLASRAMENGIDS

De beeldenstorm en het woelige fel bewogen verleden van de Stad Gent in de tweede helft van de 16de eeuw hebben ontegensprekelijk veel schade aangebracht aan het glasraampatrimonium. Maar ook te Gent werden de resterende ramen in de loop van de 17de eeuw en de 18 de eeuw verwaarloosd en vervangen door ongekleurd glas in lood. Bij de bouw van de barokaltaren in de straalkapellen werd het middenraam vaak dichtgemetseld hetgeen de ruimte sterk verduisterde. Omdat men voor de altaren en de vaak monumentale schilderijen op doek veel licht nodig had verving men zonder meer het oude gebrandschilderde glas door ongekleurd


glas in lood. De eeuw van de verlichting had bijzonder weinig waardering of begrip voor de gotische middeleeuwse glasramen. Zonder de minste problemen werden de prachtigste glasramen verwijderd. De glasramen die vandaag de Sint-Baafskathedraal tooien dateren uit de 19de en 20ste eeuw. Het merendeel ervan werd gerealiseerd door Gentse ateliers, enkel de recentste ramen, uit de zeventiger jaren, werden door de Bruggeling Michel Martens ontworpen en uitgevoerd. Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw begon het Gentse glazeniersatelier van Jean Bethune met de beglazing van de koorafsluiting in het hoogkoor en het noordelijke zijbeukraam uit de derde travee. In het hoogkoor wordt een theorie van tachtig heiligen afgebeeld. In de tien ramen van de langsmuren staan ze per zes in één raam, terwijl de vijf ramen uit de koorafsluiting er elk vier kregen. Waarschijnlijk werden enkel de ramen uit de koorafsluiting volledig onder de leiding van Jean Bethune gerealiseerd en moeten de andere gedeeltelijk toegeschreven worden aan zijn opvolger Arthur Verhaegen. De eerste reeks werd geplaatst tussen 1861 en 1866/68, de tweede tussen 1868 en 1878. Joseph Casier, opvolger van Arthur Verhaegen in het oude atelier Bethune, beglaasde tussen 1898 en 1919 een viertal ramen. Twee daarvan werden tijdens de oorlog 1940-1945 vernield. Op de plaats van die verdwenen ramen kon Michel Martens in 1971 modern werk integreren. Vanaf 1894 was Gustave Ladon, toen nog onder de directe invloed van Jean Bethune, als glazenier actiefin de Sint-Baafskathedraal. Tijdens het interbellum voerden hij en zijn stadsgenoten Camille Ganton en Henri Coppejans een aantal belangrijke opdrachten uit in de St.-Baafs. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin ook nog twee glasramen sneuvelden van Camille Ganton, werd het nieuwe glasraamwerk door de Brugse meester Michel Martens uitgevoerd. Glazenier Michel Martens is een van de belangrijkste figuren van de na-oorlogse Belgische glasschilderkunst.

Overzicht van de glasramen. Jean Bethune, Gent 1861-1866/68 3N, 3Z, 2N, 2Z, 1 1867 18N 1871 17N Atelier Jean Bethune-Arthur Verhaegen, Gent 1868-1878 8N, 7N, 6N, 5N, 4N, 8Z, 7Z, 6Z, 5Z, 4Z, 1888 13Z Atelier Gustave Ladon, Gent 1894 9 1909 (?) 20N 1922 12Z 1923 HZ Atelier Camille Ganton-Defoin, Gent 1910 15N 1930 15Z Atelier Joseph Casier (opvolger van Verhaegen)Gent 1918 ION 1919 10Z Atelier Henri Coppejans, Gent 1928/9 16N 1930 19N 1940 16Z 1944-45 14Z Atelier Michel Martens, Brugge 1971 11N, 12N, 13N, 14N

Sint-Baafskathedraal te Gent (foto a

SINT-MICHIELSKERK GENT De Sint-Michielskerk (1440-1672) werd in verschillende fasen opgetrokken in de 15de (schip, transept), 16de (westportaal) en 17de eeuw (koor) op de plaats van de vroegere kerk, die in de 13de eeuw de oude parochiekapel vervangen had en reeds in de 14de eeuw moest uitgebreid worden. Door het chronisch geldgebrek duurden de verbouwingswerken eindeloos lang. In de archieven vindt men niet veel vermeldingen van schenkingen of opdrachten voor glasramen in de Sint-Michielskerk. In de kerk zelf vinden we er helemaal geen spoor van terug. Het zou trouwens een wonder heten als oude glasramen de turbulente geschiedenis van de SintMichielskerk overleefd hebben. Zo werd in

GLASRAMENGIDS

109

Pauwels)


1579 ten tijde van de Beeldenstormers het oude koor van de kerk gesloopt om de Koornlei en Onderbergen met elkaar te verbinden.

Plattegrond Sint-Michielskerk te Gent

De vernielingen van de tweede helft van de 16de eeuw worden echter nog overtroffen door de ravage die aangericht werd tijdens de Franse Revolutie. Toen werden portalen, altaren, koorgestoelte, beelden, kortom... alles wat herinnerde aan de katholieke leer, verwijderd en werden de erediensten voor de Godin van de Rede in

dit gebouw gehouden. Pas in 1802 werd de kerk opnieuw voor de religie vrij gegeven. In de 19de eeuw werd de Sint-Michielskerk dan grondig gerestaureerd, zo grondig dat men in 1890 zelfs al het pleisterwerk van muren en gewelven verwijderde. De neo-glasramen die vandaag het koor en zijn kapellen tooien dateren van de laatste decennia van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ze uitgenomen en in kisten weggeborgen. Tijdens de eerste fase van de restauratiewerken, vanaf 1967, werden de monelen en het maaswerk van de ramen in de kooren kranskapellen gerestaureerd. Later, vanaf 1974, tijdens de tweede restauratiefase (1972-1978) plaatste restaurateurglazenier Mortier de neo-glasramen terug. Daar een aantal panelen door de oorlogsschade, bij het uitnemen of na de deponering verdwenen waren kwam men voor zes ramen glas te kort. Het moderne ontwerp dat de Brugse glazenier Michel Martens voor de twee overgebleven kapellen indiende, werd door de verschillende instanties aanvaard en kon in 1974 gerealiseerd worden. Michel Martens, geboren te Brugge, is als glazenier een autodidact. In 1947, na zijn dienstplicht wou hij aanvankelijk schilder worden, maar hij evolueerde naar de glasschilderkunst, die betere financiële perspectieven bood. Doordat hij niet opgeleid werd in de traditionele glasraamtechnieken stond hij van meet af aan open voor vernieuwing en kon hij zonder vooroordelen experimenteren. Het is deze eigenschap die dan ook heel zijn oeuvre kenmerkt. Bij de realisatie van de zes ramen van de Sint-Michielskerk introduceerde Michel Martens voor de eerste maal spiegelglas in glasramen van monumentale afmeting. Deze spiegels waren reeds eerder te Auvclais en in de Belgian Catholic Church te Detroit in zijn werk opgedoken. Hij koos hier deze oplossing omdat de vensters van de twee te beglazen kapellen een onderling sterk verschillende lichtinval hadden. Sommige ramen werden geheel of gedeeltelijk verduisterd door de belenden-

GLASRAMEXGIDS


de bebouwing. Het gebruik van ondoorzichtig kleurglas afgewisseld met spiegels, waarin het licht en de kleuren van de andere ramen en de omgeving weerkaatsen, creëert een steeds wisselend lichtspel in de drie lichtende wanden. Door de verandering van de lichtinval, naargelang de stand van de zon, krijgt dit werk een kinetische dimensie, die nog sterker is wanneer men als toeschouwer ten opzichte van de glaswanden beweegt.

Overzicht van de glasramen. 19de en 20ste eeuw. Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel 1892 14N 1890 13Z Atelier Arthur Verhaegen, Gent (opgevolgd vanaf 1895 door Josep Casier, Gent) 1887-1911 1,2N-9N,2Z-9Z, 13N, 15N, 14Z, 15Z Atelier Camille Canton, Gent 1910 16N Atelier Michel Martens, Brugge 1974 10Z, U Z , 12Z ION, U N , 12N

SINT-MARTINUSKERK HALLE Toen Arthur Verhaegen, in 1878, met de hulp van Jean Bethune de restauratiewerken van de oude glasramen in de kooromgang van de Sint-Martinuskerk in Halle aanvatte, stond hij voor een moeilijke opgave. De meeste ramen bevatten slechts enkele panelen meer, waarin dan nog vaak vreemde stukken waren ingebracht om de gaten op te vullen. Uiteindelijk kon de restaurateur slechts één glasraam min of meer herstellen, waarbij hij dan nog grote delen zelf moest bijmaken om tot een volledig raam te komen. De overige oude fragmenten konden gedeeltelijk gered worden door ze te assembleren in een venster van de doop-

kapel, terwijl de andere resten definitief verwijderd werden en daardoor

verdwenen. Op grond van een aantal onzekere factoren meende Arthur Verhaegen dat het glasraam dat hij heeft weten te redden kan toegeschreven worden aan een schenking van Willem IV van Beieren, graaf van Henegouwen-Holland 8N. De juistheid van deze hypothese wordt sterk betwijfeld, maar de discussie daarover is minder belangrijk, dan de vaststelling dat het zogenaamde glasraam van Willem IV van Beieren een van de oudste, in situ bewaarde ramen van ons land is. Althans gedeeltelijk, want enkel de Christusfiguur, de H. Maagd, de H. Catherina (rechts), de H. Martinus en de H. Joris (onderaan) behoren tot het oorspronkelijk raam. De opstelling van geïsoleerde figuren in de nissen van hoog opschietende gotische torenarchitecturen was typisch voor de laatgotische cosmopolitische stijl, die tot in het begin van de 15de eeuw bleef naleven. Het laat-14de-ecuwse calvarie-raam uit de Sint-Eustachiuskerk te Zichem en dit glasraam in de basiliek van Halle zijn hiervan de unieke getuigen. Omdat Arthur Verhaegen het middeleeuwse glasraam toeschreef aan het mecenaat van Willem IV van Beieren bedacht hij op grond van enkele oude fragmenten die hij gevonden had in de andere ramen van de kooromgang een tweede glasraam 8Z. Dit totaal nieuwe raam (op twee kleine fragmenten na) concipieerde hij volledig als pendant van het oude raam. Beide glasramen, het gerestaureerde en het nieuwe, kregen in 1883 een gunstig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten. In 1884 plaatste Verhaegen het centrale raam van de kooromgang, meteen het laatste werk dat hij uitvoerde voor de Basiliek van Halle. Joseph Osterrath uit Tilff, en Joseph Casier, de opvolger van Arthur Verhaegen in het oude Bethune-atelier zetten het beglazingswerk verder. Tussen 1890 en 1907 kregen op die wijze een twaalftal ramen een kleurige schildering. Na de eerste wereldoorlog werden in 1921 de laatste twee glasramen door Gustave Ladon vervaardigd.

GLASRAMENGIDS

UI


0

één paneel: Gedateerde inscriptie. School der Oude Nederlanden, ca. 1408

Plattegrond Sint-Martinuskerk te Halle

0

twee panelen: De wapenschilden van Jan zonder Vrees, Hertog van Bourgondië en van een Franse koninklijke prins (Jean de Touraine?). School der Oude Nederlanden, eerste kwart van de 15de eeuw. 0

acht panelen: Acht bijbelse scènes: Schepping van het licht en de engelen schepping van de vissen Adam en Eva voor hun Schepper in het aards paradijs Eten van de verboden vrucht Verdrijving uit het aards paradijs Adam en Eva veroordeeld tot werken Offer van Kaïn en Abel Vlucht naar Egypte School der Oude Nederlanden, eerste helft van de 15dc eeuw. ° vier panelen: Zegenende Christus en Jesse. School der Oude Nederlanden, eerste helft van de 15de eeuw.

17de eeuw.

Overzicht van de glasramen. 15 de eeuw.

Schenker met beschermheilige (vier paneeltjes).

9Z

0

Het zogenaamde glasraam van 8N Willem IV van Beieren, graaf van Henegouwen- Holland: Christus en de H. Maagd, gezeten op een bank en geflankeerd door de H. Gertrudis en de H. Catherina. Onderaan rechts een engel met het wapen van Willem IV van Beieren, H. Willem, H. Martinus en H. Joris. School der oude Nederlanden, ca. 1408. (Opm. H. Gertrudis, H. Willem en de engel met wapenschild zijn totaal nieuwe toevoegingen van restaurateur A. Verhaegeninl878). 0

Middeleeuwse glasraamfragmenten 10Z afkomstig uit de Basiliek van Halle, door Arthur Verhaegen geassembleerd in een raam van de doopkapel ° twee panelen: Drie wevers aan het werk. School der Oude Nederlanden, ca. 1408

112

GIASRAMENGIDS

19de en 20ste eeuw. Atelier Arthur Verhaegen, Gent 1878-1883 8N (restauratie), 8Z (nieuw raam) 1884 4 Atelier Joseph Osterrath, Tilff 1890 5N 1892 6N 1895 5Z,6Z Atelier Joseph Casier, Gent 1897 2N, 1,2Z 1901 3, 7N 1902 7Z 1907 9N, ION Atelier Gustave Ladon, Gent 1921 U N , 12N


KAPEL VAN DE BOODSCHAP HEVERLEE De kapel van de Boodschap geeft ons een prachtig voorbeeld van integratie van glasramen in architectuur. Dit concept van enkele kernleden van de religieuze kunstenaarsbeweging De Pelgrim wou een typevoorbeeld van moderne, 20ste-eeuwse kerkarchitectuur zijn. Architect Flor van Reeth en glazenier Eugeen Yoors slaagden erin, door hun nauwe samenwerking, een harmonische eenheid tussen beglazing en architectuur te bereiken. Johan Zagers over de Kapel van de Boodschap: "Eugeen Toors trachtte in de glasramen een enorme intensiteit en subtiliteit te bereiken. De intensiteit verkreeg hij door zijn kleur en door de strengheid van

zijn tekening. Een lijn is bij hem een constructief of expressief onderdeel. Zij is noodzakelijk voor het uitdrukken van gevoel. De subtiliteit verkreeg hij door de samenhangende gedachte, die het hele ramencomplex uitdrukt. Hetgezamelijk werk is onderverdeeld in drie taferelen, die in feite onderdeel zijn van één thema, de opgang naar de Verlossing, de opgang naar het Licht. Het eerste thema is de "Boom van Jesse", het tweede de "Boodschap", het derde de "Aanbidding" (3).

Overzicht van de glasramen. 0

De Geboorte van Kristus verheerlijkt door engelen, koningen en herders.

1

0

Het Boodschapsverhaal: Adam en Eva 2 met engelen, de H. Drievuldigheid en de

GLASRAMENGIDS

Glasramen E. Yoors, kapel van de Boodschap te Heverlee (foto G. Charlier)


0

Plattegrond kapel van de Boodschap te Heverlee

Verheerlijkende engelen.

12N-20N, 12Z-20Z

Ontwerp: Eugeen Yoors, 1930. Uitvoering: Atelier Colpaert, Brussel, 1930.

SINT CATHARINA KERK HOOGSTRATEN

10M

11Z

komst van Maria, Engelen en de Profeten Isaias en Jeremias.

0

De Boom van Jesse voorgesteld als rozenboom met O.-L.-Vrouw omringd door Engelen.

0

3

Jozef. 4N Twee mannen die korenhalmen 5N en aanbrengen. 4Z ° Religieuze opvoedster. 6N 0 Wijze maagd. 5Z ° Alfa et Omega. 7N en 6Z 0 Biddende engelen. 8N-1 IN, 8Z-11Z 0

114

GLASRAMF.NGIDS

Bij de dynamitering van de toren van de Sint-Catharinakerk op 23 oktober 1944 stortte het grootste gedeelte van deze kerk in en werd het glas van haast alle ramen gebroken (zie foto's achteraan in de kerk). Gelukkig werden de beroemde 16de-eeuwse glasramen van de Sint-Catharinakerk reeds in 1940 door het atelier Calders naar een veilige bewaarplaats overgebracht, zodat er alleen maar moderne, of bij restauratie totaal vernieuwde glasramen vernield werden. Dit laatste was bijvoorbeeld het geval voor het grote raam uit het zuidtransept 8Z, dat in de 19de eeuw door Jean-Baptiste Capronnier volledig hermaakt werd. Dat hij daarbij het oorspronkelijk tafereel van de Moord op de onnozele kinderen verkeerdelijk voor een besnijdenis aanzag is illustratief voor de slechte staat waarin het raam zich toen bevond. Mare De Groot baseerde zich in 1965-1967 op de tekeningen van Jean-Baptiste Capronnier om dit raam opnieuw te herstellen (kopiëren). De beslissing om de 16de-eeuwse Sint-Catharinakerk (1525-1546) in de vijftiger jaren precies weer op te bouwen zoals ze er vóór de catastrofe van oktober '44 uitzag is deels te danken aan het bewaard gebleven renaissance glasramenensemble, dat opnieuw een plaats in de architectuur moest krijgen. In 1952 kregen de ateliers van Fernand Crickx en Jacques Colpaert de opdracht het waardevolle glaspatrimonium te herstellen en terug te plaatsen. Dit 16de-eeuwse brandglas, evenals de bouw van de Sint-Catharinakerk danken we aan het gulle mecenaat van Antoon van


Lalaing en zijn echtgenote Elisabeth van Culemborg, de zeer gefortuneerde en adellijke weduwe van Jan van Luxemburg. Van de zes ramen uit de langsmurcn van het hoogkoor behoren er slechts twee meer tot de oorspronkelijke reeks met leden van de familie van Lalaing. Uit de archieven weten we dat het hier werk betreft van de glazenier Claes Mathijssen van de Antwerpse school en dat het ca 1528-1532 gerealiseerd werd. Het oudste glasraam 7N, in de noordelijke langsmuur, vertoont nog enkele laatgotische reminiscenties in het architecturale decor, maar het tegenoverliggende raam van Filips van Lalaing 7Z, de tweede Graaf van Hoogstraten, is een typisch voorbeeld van hoog-renaissance glasschilderkunst. Van de overige ramen uit deze reeks werden er twee in 1571 vernieuwd 6N, 5N, waarschijnlijk door Matthijs Claes, de zoon van Claes Mathijssen, terwijl de laatste twee zo fragmentarisch bewaard gebleven waren, dat de 19de-eeuwse restaurateur JeanBaptiste Capronnier ze respectievelijk in 1888 en 1890 naar eigen ontwerpen totaal moest hermaken 6Z, 5Z. De zeven glasramen in de absis van het koor 4N, 3N, 2N, 1, 2Z, 3Z, 4Z, met de voorstellingen van de Heilige Sacramenten, werden in 1531-1533 door Antonis Evertsoen van Culemborg uitgevoerd. Gelet op de uitzonderlijke artistieke kwaliteit van dit werk, zowel wat betreft de behandeling van de personages, de architecturale decors, als de algemene composities vermoedt men dat de ontwerpen en/of de kartons voor deze glasramen van de hand van één der grote Vlaamse renaissanceschilders waren. Men denkt hierbij dan vooral aan Jan Gossaert. Toch is het moeilijk om stilistische verwantschappen aan te tonen tussen het werk van Gossaert en deze door Antonis Evertsoen vervaardigde glasramen. Overigens vernieuwde Jean-Baptiste Capronnier tijdens de restauraties in 1841-1846 bijna tachtig procent van de oude stukken glas! Het 16de-eeuwse karakter van deze renaissance glasramen bleef echter behouden. Jean-Baptiste Capronnier kon bij zijn restauratiewerken immers rekenen op de steun van grote

19de-eeuwse meesters, zoals Francois Navez, Charles Meunier en in het bijzonder Charles de Groux.

Glasramen in de koorabsis, met voorstelling van de Heilige Sacramenten, Sint-Catharinakerk te Hoogstraten (foto Provincie Antwerpen)

In de noordelijke koorkapel bevindt zich één der mooiste en best bewaarde renaissance glasramen van ons land 11N. Het brandglas van Karel van Lalaing en Jacqueline van Luxemburg werd in 1533 door de eerder genoemde Claes Mathijssen geschilderd. Sommigen menen dat de beroemde Antwerpse glazenier Dirck Vellert het karton voor dit raam tekende, maar andere experten spreken dit tegen en denken eerder aan Arnout Van Ort of Pieter Coucke. Vast staat echter dat Claes Mathijssen hier een prachtig staaltje van renaissanceglasschilderkunst en glassnijtechniek ten beste gaf. Het fijn geschilderd landschap

GLASRAMENGIDS

115


en het wapenschild met de cirkelvormige ingebrachte stukken glas, illustreren treffend de technische hoogstand en zijn meesterschap. Het glasraam uit het noordtransept 8N, ook wel het raam van de Staten van Holland genoemd (1532-1535), is het grootste en meest gekende glasraam van de Sint-Catharinakerk. In het tympaan wordt door allerlei symbolische voorstellingen de passie van Christus geëvocccrd. De centrale zone wordt ingenomen door het Laatste Avondmaal terwijl onderaan acht illustere Graven van Holland ügmeren. De auteur van dit monumentale gebrandschilderde raam is niet bekend, maar de grote gelijkenis van de scène van het Laatste Avondmaal met een schilderij van Pieter Coucke met hetzelfde onderwerp (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel) laat vermoeden dat de auteur van dit glasraam in de omgeving van deze renaissance-meester moet gezocht worden. Alhoewel zwaar gerestaureerd in 1849 40% van de oude stukken glas werden door Jean-Baptiste Capronnier vernieuwd - bleef het oude karakter van dit prachtige 16de-eeuwse glasraam behouden. Met uitzondering van het werk van Jean-Baptiste Capronnier, uit 1856 11Z, dateren al de overige nog niet besproken glasramen van de Sint Catharinakerk van na de wederopbouw van de vijftiger jaren ('51-'58). De Antwerpse glazenier Mark De Groot, die in 1965-1967 het raam uit het zuidtransept kopieëerde naar de tekeningen van Jean-Baptiste Capronnier 8Z, beglaasde eveneens de twaalf zijbeuken. Jan Huet, die samen met Mark De Groot en Jos Hendrickx tot de leidende figuren van de Antwerpse na-oorlogse glasschilderschool kan gerekend worden, kon de ontwerpen die hij in het begin van de zeventiger jaren tekende voor de noordelijke en zuidelijke koorkapel en het raam boven het westportaal wegens onenigheid met de toenmalige deken Laureys niet zelf uitvoeren. Het was zijn leerling, de Nederlander Jan Willemen, die de opdracht van de meester afmaakte in de tweede helft van de zeventiger jaren en die in 1979-1980 twee ramen naar eigen ontwerp uitvoerde.

Plattegrond Sint-Catharinakerk te Hoogstraten

116

GLASRAMENGIDS

Overzicht van de glasramen. 16de eeuw. Renaissance. 0

Het glasraam van Karel van Lalaing

7N

en Margareta van Croy-Chimay, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen, H. Karel De Grote en H. Margareta, Koningin van Schotland. Claes Mathijssen, Antwerpse school, 1528; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1865. 0

Het glasraam van Filips van Lalaing 7Z en Anna van Rennenberg, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun

13N


patroonheiligen, H. Filips en de H. Anna. Claes Mathijssen, Antwerpse school, 1528-1532; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1865.

Willem 11, Willem V, Filips de Goede, Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone, Keizer Karel. Antwerpse school, 1532-1535; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1849

0

De zeven glasramen van de Heilige Sacramenten. Antonis Evertsoen van Culemborg, 1531-1533; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1841-1846.

0

0

Het Doopsel, onderaan de schenker, 4N Willem Van Enckvoort, bisschop van Utrecht en proost van Mechelen vergezeld van zijn patroonheilige. 0

Het Vormsel, onderaan Ferdinand 1 en Anna van Bohcmen, vergezeld van hun patroonheiligen.

Het glasraam van Jan van Cuyck en 6N Frans van Borselen, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen. Mathijs Claes (?), Antwerpse school, 1571; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1865. 0

Het glasraam van Floris van Egmont 5N en Anna van Bergen, de schenkers knielen

3N

0

De Priesterwijding, onderaan Karel V 2N vergezeld van zijn beschermheilige de H. Karel de Grote. 0

De Biecht, onderaan de Calvarieberg.

0

De H. Eucharistie, onderaan Isabella 2Z van Portugal vergezeld door haar patrones de H. Elisabeth. 0

Het Huwelijk, onderaan Filibertus de 3Z Schone van Savooie en Margareta van Oostenrijk vergezeld van hun patroonheiligen. ° Het H. Oliesel, onderaan de schenkers 4Z Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg vergezeld van hun patroonheiligen. 0

Het glasraam van Karel van Lalaing 11N en Jacqueline van Luxemburg, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen, de H. Karel de Grote en H. Jacobus. Claes Mathijssen, Antwerpse school, 1533; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1865. ° Het glasraam van de Staten van 8N Holland, in het tympaan, de symbolisering van de Passie van Christus; centraal: het Laatste Avondmaal; onder: acht Graven van Holland, Theodoor 1, Willem 111,

GLASRAMENGIDS

Glasraam van Karel de Lalaing en Jacoba van Luxemburg, Sint-Catharinakerk te Hoogstraten (foto Provincie Antwerpen)


moord op de onnozele kinderen) en de Aanbidding der Koningen. Kopie van een kopie van een oud renaissance glasraam uit 1533. Mark De Groot, Antwerpen, 1965-1967. Atelier Mark De Groot, Antwerpen, einde van de zestiger jaren 15Z-20Z, 14N-19N Atelier Jan Willemen, naar ontwerpen van Jan Huet, Antwerpen, s.d. (ca 1975-78) ION, 9, 12Z, 13Z 1975-1977 12N 1978 10Z Atelier Jan Willemen naar eigen ontwerpen 1979-1980 14Z 1980 13N

Sint-Jacob de Meerdere, uit het glasraam Karel de Lalaing en Jacqueline van Luxemburg, Sint-Catharinakerk te Hoogstraten (foto A.C.L.)

SINT-MARTINUSKERK HOUTHALEN

biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen. Mathijs Claes (?), Antwerpse school, 1571; restauratie Jean-Baptiste Capronnier 1865.

19de eeuw. Neorenaissance.

Sint-Martinuskerk te Houthalen (toto O. Pauwels)

° Het glasraam van An toon van Lalaing, derde Graaf van Hoogstraten en Eleonora van Montmorency, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen. J.B. Capronnier, 1888.

5Z

0

Het glasraam van Joost van Lalaing 6Z en Bonne de La Viesville, de schenkers knielen biddend neer, vergezeld van hun patroonheiligen. Jean-Baptiste Capronnier, 1890 Atelier Jean-Baptiste Capronnier, HZ 1856 20ste eeuw - na 1945. 0

Het glasraam van de Stad Antwerpen, 8Z centraal: de Besnijdenis (oorspronkelijk de

118

GLASRAMENGIDS

Als gevolg van de exploitatie van de mijnzetel Houthalen (produktief vanaf 1938) steeg het bevolkingsaantal van de kleine landelijke gemeente zeer snel. Men besloot dan ook in 1938-1940 de oude Sint-Martinuskerk van Houthalen, met haar 15de-eeuwse toren te vergroten door een bakstenen aanbouw. Voor de beglazing van de veertien ramen van de nieuwbouw werd een beroep gedaan op de Brusselse glazenier


Frans Crickx, sedert 1927 de opvolger van het oud atelier. Met zeer beperkte financiële middelen werd hier, gebruikmakend van verschillende soorten industrieel glas en met een minimale beschildering, een eigenaardig ensemble gecreëerd, dat brak met de traditionele gebrandschilderde kerkramen. Duidelijk onder invloed van de Art-Decostijl en de nieuwe monumentale glasschilderkunst van bijvoorbeeld Eugeen Yoors werd dit een eenmalig en alleenstaand experiment. Door de eenvoud van lijn en vlak, de minimale beschildering, de kleurenrijkdom en de verschillende industriële glassoorten met hun optische efFecten doen deze ramen modern aan. Maar de dualiteit tussen het naar het non-figuratieve neigende glasmateriaal en de summier, anekdotisch geschilderde religieuze symbolen en onderwerpen, getuigt van een gebrek aan artistieke kwaliteit. Het is dan ook omwille van het experimentele karakter dat we dit curiosum uit de Belgische glasschilderkunst in deze selectie opnamen. In het koor vinden we symbolen die verwijzen naar de H. Eucharistie: de pelikaan, het Lam Gods, de H. Geest en het eeuwig leven. In de zuidelijke dwarsbeuk wordt de zegevierende kerk voorgesteld door Christus Koning met het eucharistisch kruis. De noordelijke dwarsbeuk toont ons de verheerlijkte kerk, gesymboliseerd door de zuiverheid van de Moeder Gods en engelen die symbolen uit de litanie van Onze-Lieve-Vrouw dragen. In de zijbeukramen figureren symbolische engelen en boven het westportaal staat Sint-Martinus, de patroonheilige van deze kerk.

SINT-GUMMARUSKERK LIER

De bouw van de huidige Sint-Gummaruskerk te Lier werd aangevat op het einde van de 14de eeuw (1377). Beginnend van aan de westpartij vergrootte en verving men in verschillende stappen de oude kerk. Zo realiseerde men

in de loop van de 15de eeuw achtereenvolgens de hoofdbeuk van het schip (1442), de zijbeuken, het transept (1475) en begon men aan de bouw van het indrukwekkende koor (1476). Het oude koor, dat tot 1504 in gebruik bleef, terwijl de werken aan het nieuwe koor bezig waren, werd pas in 1512 gesloopt en reeds in 1517 kon de totaal vernieuwde kerk ingezegend worden. Deze Collegiale werd, zo blijkt uit de archieven, vooral vanaf het laatste kwart van de 15de eeuw rijkelijk voorzien van glasramen.

Zicht op het koor, Sint-Gummaruskerk te Lier (foto O. Pauwels)

Zo voerde het Leuvense atelier van Rombout Keldermans tussen 1475 en 1478 ettelijke opdrachten uit voor deze kerk. In 1519 schonken Keizer Maximiliaan van Oostenrijk en zijn familie vijf glasramen voor het nieuwe hoogkoor, werken die hoogstwaarschijnlijk werden uitgevoerd door het Brusselse atelier van Nicolaas Rombouts, de hofleverancier. Later in 1534-35 voerde Gummarus Loop drie glasramen uit naar kartons van Gossuin van der Weyden en geschonken

GLASRAMENGIDS

119


door de abten van drie abdijen. De rijke beglazing van de Sint-Gummarus werd in 1579 door de woedende beeldenstormers zeer zwaar beschadigd. Toch bleven er te Lier in vergelijking met steden zoals Brugge of Gent vrij veel oude glasramen bewaard. In totaal bleven in vijftien vensters middeleeuwse en renaissance fragmenten behouden. Dat deze glasramen onsnapten aan de woede van de iconoclasten kan waarschijnlijk verklaard worden door het feit dat ze oorspronkelijk allemaal op hoge en moeilijk bereikbare plaatsen zaten.Alhoewel de 15de-eeuwse glasramen en glasraamfragmenten in 1862-1878 vrij zwaar gerestaureerd werden door Jean-Baptiste Capronnier en opnieuw schade opliepen tijdens de Eerste Wereldoorlog worden ze door allen die ze bestudeerd hebben als de mooiste middeleeuwse glasramen van België beschouwd. In de Lierse Sint-Gummaruskerk kan men zeer treffend de evolutie zien die de glasschilderkunst doormaakte van de tweede helft van de 15de eeuw tot de eerste helft van de 16de eeuw. De Kroning van de H. Maagd 18Z, het meesterwerk van de Vlaamse gotische glasschilderkunst, maakt ons duidelijk dat het glasraam in onze gewesten, onder invloed van de schilderkunst van de Vlaamse primitieven, in de loop van de tweede helft van de 15de eeuw tot een artistiek hoogtepunt was gekomen. Kenmerkend voor deze glasramen van de Brabantse School is het contrast tussen fijn in grisaille geschilderd, met zilvergeel gehoogd blank glas en de fel groen, rood, of blauw gekleurde achtergronden. Dezelfde stijl kunnen we vaststellen in de andere middeleeuwse Lierse glasramen 19Z, 20Z, 21Z, 4N, 17N. In sommige daarvan kan men de invloed van de Leuvenaar Dirk Bouts opmerken, die zeer manifest aanwezig is in het glasraam vervaardigd door Rombout Keldermans, die trouwens schoonbroer en stadsgenoot van Dirk Bouts was 4N. Typisch voor het middeleeuws karakter van deze glasramen is de bescheiden aanwezigheid van de schenkers bij het religieuze tafereel. Ze zijn kleiner en/of in de marge van de centrale dominerende godsdienstige voorstelling afgebeeld. Het statische en het twee-dimensionale zijn

constanten in de gotische glasschilderkunst; ofwel staan de figuren geïsoleerd opgesteld in architecturale nissen, ofwel blijft ieder personage binnen één lichtbaan, maar steeds begrenst de architectuur of een decoratief element de ruimte op de achtergrond. De vijf koninklijke ramen van Keizer Maximiliaan van Oostenrijk en leden van zijn familie dateren van 1516-1519 en staan reeds een hele stap verder in de evolutie van de glasschilderkunst 3N, 2N, 1, 2Z ,3Z. Ofschoon hun auteur, de Brusselse hofglazenier Nicolaas Rombouts, gevormd werd in de gotische traditie, voerde hij als eerste de renaissancevormentaal in onze gewesten in. De koninklijke glasramen van Lier vertonen echter nog veel gotische reminiscenties; de traditionele opstelling van de figuren met hun stereotype houdingen en behandeling van aangezichten en handen. Toch is de nieuwe kunstopvatting en renaissancegeest duidelijk aanwezig. De schenkers en hun wapenschilden nemen bijna drie kwart van de totale oppervlakte van het glasraam in beslag; hetgeen een verregaande profanisering van het kerkelijk glasraam betekende. Deze inhoudelijke verandering ten opzichte van de middeleeuwen uitte zich ook in andere formele wijzigingen, zoals de renaissance ornamentiek, die in de architecturale omlijsting haar intrede doet of de groeiende interesse voor de anatomie en de perspectief. De drie glasramen, die Gummarus Loop van Nijvel in 1534-1535 vervaardigde naar kartons van Gossuin van der Weyden, geven ons een mooi voorbeeld van de klassieke Vlaamse hoog-renaissancc glasschilderkunst 7N, 6N, 5N. Gossuin van der Weyden werkte hier in de stijl van de Antwerpse maniëristen. Zijn gevoelige, naar het pathetische neigende voorstellingen roepen de herinnering op aan zijn grootvader Rogier van der Weyden. Toch lijkt het vooral de invloed van Quinten Metsijs die men in deze bewogen, fel gezochte maar toch monumentale composities kan aanwijzen, bijvoorbeeld in de plooibehandeling van de rode mantel van Maria Magdalena in het glasraam met de kruisafneming 5N. Deze vertoont grote verwantschap met de stijl van Quinten

GLASRAMENGIDS

Sint-Gummaruskerk te Lier (foto O. Pauwels)

Algemeen zicht op de vijf glasramen in het hoogkoor (3N, 2N, 1,2Z, 3Z), Sint-Gummaruskerk te Lier (foto O. Pauwels)

121


Plattegrond SintGummaruskerk te Lier

Metsijs in zijn Golgotha-schilderij in het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. Kenmerkend voor de Vlaamse hoogrenaissance glasschilderkunst zijn de situering van het tafereel onder een rijk uitgewerkte renaissanceportiek waardoorheen men een zicht heeft op een weids landschap, de aandacht voor anatomie en perspectief en het doorlopen van de compositie over de verschillende vensterlichten heen. Het glasraam boven het

9N

e

12N 13N

15N 16N

noordportaal werd oorspronkelijk in 1545 door Elisabeth van Culemborg geschonken 8N, maar het werd in 1862 zo lamentabel gerestaureerd (door een slechte kopie vervangen!) door J.F. Pluys dat men dit raam niet meer als renaissance glasschilderkunst kan beschouwen. Nadat men vanaf het midden van de 19de eeuw met de restauratiewerken van de oude glasramen van de Sint-Gummarus was begonnen werden er ook opdrachten gegeven om nieuwe gebrandschilderde ramen te vervaardigen. Zo werden vooral in de koorkapellen tal van nieuwe glasramen geplaatst op het einde van de 19de eeuw. Sommige daarvan werden reeds in 1914, bij de beschieting van Lier, zo zwaar vernield dat ze niet meer te redden waren. Toch biedt de Sint-Gummaruskerk ons vandaag nog steeds een overzicht van de belangrijkste 19de- en 20ste-eeuwse glasramenateliers. Zo vinden we er werk van Jean-Baptitste Capronnicr; JcanFran9ois Pluys; Arthur Verhaegen naar ontwerpen van Jean-Baptiste Bethune; Stalins-Janssens; Joseph Osterrath; Jules Dobbelaere; Gustave Ladon; Frans Crickx naar ontwerp van Delville, atelier Colpaert naar ontwerp vanCharles-Louis Crespin; Michel Martens en Oscar Calders.

21N

Overzicht van de glasramen. 15de eeuw. Middeleeuwen. 0

Het glasraam Vilain-Van Immerseel. 4N Centraal staan de H. Gummarus en H. Rombout, geflankeerd door de schenkers, gepatroneerd door H. Franciscus van Assisi en H. Petrus. Rombaut Keldermans, Leuven, 1475/76. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, 1863 en Gustave Ladon, 1936 ° H. Johannes-de-Doper en 17N H. Gummarus. Fragmenten van het glasraam van Jean Van Immerseel. Brabantse School, 1476 (?). Restauratie Jean-Baptiste Capronnier

GLASRAMENGIDS


0

De Kroning van de Heilige Maagd 18Z door de Heilige Drievuldigheid, geflankeerd door de schenkers, gepatroneerd door H. Johannes-de-Doper en H. Barbara. Brabantse School, derde kwart van de 15de eeuw. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, 1873 G. Laden, 1929/31 H. Barbara met de schenker, 19Z geflankeerd door H. Lambertus en St.-Michiel. Brabantse School, einde van de 15de eeuw. Restauratie Jcan-Baptiste Capronnier, 1877-78 en Gustave Ladon, 1929/31 0

De Genadestocl (H. Drievuldigheid), 20Z geflankeerd door H. Catharina van Alexandrië en O.-L.-Vrouw met Kind. Met links H. Rombout met een schenkersfamilie en rechts H. Matheus met een schenker. Brabantse School, einde van de 15de eeuw. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, 1877-78 Gustave Ladon, 1929/31 0

De H. Maagd met Kind, geflankeerd 21Z door H. Catharina van Alexandrië en een heilige die een boek draagt. Brabantse School, einde van de 15de eeuw. Restauratie Jcan-Baptiste Capronnier, 1873 en Gustave Ladon, 1929/31

16de eeuw. Renaissance. De vijf koninklijke glasramen van Keizer Maximiliaan van Oostenrijk en leden van zijn familie. Toegeschreven aan Nicolaas Rombouts, Brussel, 1516-1519. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, 1861-1862 en Gustave Ladon, 1937. 0

Het raam van Maximiliaan van 1 Oostenrijk en Maria van Bourgondië. Boven: H. Maagd met Kind en H. Anna. Onder: de schenkers en hun wapenschilden.

0

Het raam van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Boven: H. Johannes de Evangelist en H.-Filipus (Apostel). Onder: de schenkers en hun wapenschilden.

2N

0

Het raam van de Aartshertogen Karel 2Z en Ferdinand van Oostenrijk. Boven: H. Karel en H. Ferdinandus. Onder: de schenkers en hun wapenschilden. 0

Het raam van Margareta van 3N Oostenrijk en Filips 11 van Savooic. Boven: H. Margareta en H. Philibertus, abt van Jumièges. Onder: de schenkers en hun wapenschilden. 0

Het raam van de vier Aartshertoginnen van Oostenrijk. Boven: H. Johannes-de-Doper en H. Elisabeth van Hongarije. Onder: de vier dochters van Filips de Schone en wapenschilden.

3Z

0

Het glasraam van Arnold Streyters, 7N abt van de abdij van Tongerlo. De Doornenkroning. Karton: Gossuin van der Weyden. Realisatie: Gummarus Loop van Nijvel. Brabantse School, 1334-1535. Restauratie: Gustave Ladon, 1935. 0

Het glasraam van Denys van 6N Zeverdonck, abt van de abdij van Villers. De Kruisijjinjj(Calvarichcrg). Karton: Gossuin van der Weyden. Realisatie: Gummarus Loop van Nijvel. Brabantse School, 1535. Restauratie: Gustave Ladon, 1935. 0

Het glasraam van Marcus Cruyt, 5N abt van de abdij van St.-Bernardus op de Schelde. De Kruisafneming. Karton: Gossuin van der Weyden. Realisatie: Gummarus Loop van Nijvel. Brabantse School, 1535. Restauratie: Gustave Ladon, 1935. ° Het glasraam van Elisabeth van Culemborg.

8N

GLASRAMENGIDS

123


wm

-fa is

.-_ ..,-«..fc.L. . f

Is

^r.J»..»

**É«»: 1 M

i

i"

•9MM. «ü

g1 & ei

?! [S

•mm. ISfiï&lW.SI Ü •mm. "| u

Bi el

"|

"l

Ë

v.'.

a

S 0

ei o

«WÖ^I !

M

ffii •?•!•:•!<! i^g^i^: -mmm si

a

al

o

•B

1 xXvv

'

Wj

s' u

mm.

la || is;

a; ,ü

la

HK

1ito ?

" i

1

«1 Ol ui Ol

1' Ij II Ii

In

mmm\

i

Si

|M

M<

mm mm «n

i»M#m:f! 1»u MCCI ii 'IÜ

'WWé

i: i;

u:

u

&i

l<

ol 1. i | Ik

_

w

iMm I

?9995

H

wm

:>

vVSS/vj

•I J1

; A/fC^Acl

i?$m

i^f! iP^li !|^f

•mmm WWV

ICMJ III^^SI iS 1 ^"! ^

^

^ s^jmmL-

mmm


Portretten van de schenkster, haar twee echtgenoten Jan van Luxemburg en Antoon van Lalaing evenals haar ouders Gaspar van Culemborg en Johanna van Bourgondië, gedateerd 1545. Dit glasraam is een voorbeeld van een lamentabele 19de-eeuwse restauratie. Het oorspronkelijke raam werd haast volledig door een slechte kopie vervangen in 1862 door Jean-Fran9ois Pluys. Het kan beter beschouwd worden als een 19de-eeuws neo-renaissance glasraam. 19de- en 20ste eeuw. Atelier Jean-Baptiste Capronnier, Brussel 1860 22N Atelier Arthur Verhaegen, opvolger Jean Bethune, Gent 1875 78 24Z-24N 1880 9N, 6, 7Z, ION, U N , 12N 1886 8Z, 9Z, 10Z Atelier Stalins-Janssens, Antwerpen 1884 20N, 21N, 18N, 19N, 23N Atelier Joseph Osterrath, Tilff(Luik) 1894 13N, 14N, 15N 1899 H Z , 12Z, 13Z Atelier Jules Dobbelaere, Brugge 1913 14Z, 15Z Atelier Frans Crickx, Jette (Brussel) 1935

5

Atelier Colpaert, Brussel (ontw. Crespin 1946/47 16N Atelier Gustave Ladon, Gent 1939 1941 1940/42-1945

4Z 17Z 16Z

Atelier Michel Martens, Brugge 1958

23Z

Atelier Oscar Calders, Mortsel (Antwerpen) 1968

22Z

SINT-JACOBSKERK LUIK De gotische Sint-Jacobskerk, die de oude romaanse kerk van de voormalige Benedictijnerabdij verving, dateert grotendeels uit de eerste helft van de 16de eeuw. Alhoewel men reeds in 1418 een aanvang maakte met de bouwwerken, die overigens vlug stilvielen en wegens de dramatische gebeurtenissen in de 15de- eeuwse, Luikse geschiedenis niet konden verdergezet worden, duurde het tot 1538 vooraleer de kerk voltooid was. De Sint-Jacobskerk met haar prachtig laat-gotisch koor danken wij aan de architect Art van Mulcken, die eveneens gewerkt heeft aan de Sint-Martinusbasiliek en het Bisschoppelijk palcis te Luik. Het koor en het transept werden afgewerkt ten tijde van abt Jean de Cromois (1506-1525), terwijl het schip met zijn zijbeuken voltooid werd onder abt Nicolas Balis (1525-1555). De zes oude renaissance glasramen die in de Sint-Jacobskerk bewaard bleven situeren zich allen in het koor. Vijfervan verlichten de vijfhoekige koorabsis en bestaan uit twee gescheiden delen boven elkaar met elk vierentwintig panelen. Het zesde raam, in de noordelijke langsmuur, bestaat uit twee delen, maar dan naast elkaar en met elk achtentwintig panelen. Al deze glasramen dateren van circa 1525. Met uitzondering van het centrale asraam met bovenaan een Calvarieberg en beneden het Offer van Abraham i, als oud-testamentaire prefiguratie van het offer van Christus, domineert het profane in de renaissance glasramen van de Sint-Jacobs. De schenkers en hun wapenschilden nemen inderdaad meer plaats in dan de religieuze voorstelling, die in de vijf overige samen beperkt blijft tot de patroonheiligen, Onze-Lieve-Vrouw of een andere heilige. Deze monumentale glasramen symboliseren in feite de drie grote sociale, politieke en economische machten van het toenmalige Luikse prinsbisdom; de clerus of hogere geestelijkheid door de ramen van Jean de Cromois 1 en Jean de Hornes 2N, de handelaars en handwerkers door het

GLASRAMENGIDS

H. Barbara met schenker, geflankeerd door de H H . Lambertus en Miehiel, Sint Gummaruskerk te Lier (foto G. Charlier)

125


raam van de ambachten 3 N en de aristocratie door de ramen van de families de Hornes en de La Marck 3Z, 4N. Over het auteurschap of de herkomst van deze gebrandschilderde ramen bestaat er geen zekerheid, maar de hypothese dat het lokaal Luiks werk betreft wint stilaan veld. De overeenkomsten met de stijl van het toen toonaangevende Brusselse atelier van Nicolaas Rombouts doen vermoeden dat de auteur van dit werk direct of indirect beïnvloed werd door de Brusselse hofleverancier. Sommige auteurs menen dat de Luikse glazenier Dierick van Halle het ensemble in de Sint-Jacobs vervaardigde. Al de overige glasramen in deze kerk dateren uit de 19de eeuw.

Overzicht van de oude renaissance glasramen. ° Het glasraam van abt Jcan de Cromois. I Bovenaan de kruisiging van Christus en beneden de oud-testamentaire prefiguratie ervan: het offer van Abraham en de slang van Airain. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier).

Plattegrond Sint-Jacobskcrk te Luik

° Het glasraam van Jean de Homes. 2N Beneden knielt de schenker, vergezeld van H. Lambertus, biddend voor het altaar met de H. Maagd en het kind, boven figureert H. Jacobus de Mindere tussen de kwartieren van de de Hornes. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier). ° Het glasraam van Everard de 2Z La Marck. Onder knielt de schenker in gezelschap van zijn patroonheilige H. Christofifel biddend voor het altaar met de zegenende Christus, bovenaan figureert H. Andreas tussen de kwartieren van de familie de La Marck. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier). ° Het glasraam van de tweeëndertig 3N Ambachten. Beneden flankeren de H. Lambertus en de H. Maagd een engel met de wapens van de stad Luik, bovenaan staat H. Johannes-de-

126

GLASRAMENGIDS

Doper met de wapens van de Merode en de Blavier tussen de wapens van de tweeëndertig Ambachten. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier). 0

Het glasraam van 3Z Marguerite de Hornes. Onderaan knielt de schenkster vergezeld van de H. Margareta biddend voor het altaar met de H. Maagd en het kind, boven worden H. Johannes de Evangelist en een engel met het wapenschild van de de Hornes en het blazoen van de La Marck-Arenberg-Hornes omringd door de kwartieren van de familie de Hornes. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier). ° Het glasraam van Jacques de Hornes. 4N Links knielen de echtgenote en overleden echtgenote van Jacques de Hornes, vergezeld van hun patroonheiligen, biddend voor O.-L.-Vrouw der Smarten. Rechts knielt de schenker, in gezelschap van H. Jacobus, biddend voor het altaar met de genadestoel. Dierick van Halle (?), Luik, ca. 1525 (restauratie Capronnier).


Sint-Pauluskathcdraal van Luik (foto O. Pauwels)

SINT-PAULUSKATHEDRAAL LUIK De huidige Sint-Pauluskathedraal te Luik kende een vrij lange en ingewikkelde bouwgeschiedenis. Omstreeks het midden van de 13de eeuw was men bezig met de eerste bouwcampagne om de oude in 1212 vernielde lOde-eeuwse Sint-Pauluskerk opnieuw op te richten. Uit die tijd dateren een deel van het koor, het transept en de beuken. In een tweede fase in de 14de eeuw bouwde men de vijfhoekige koorafsluiting, het noordportaal en de zijkapellen. In de 15de eeuw verving men de zoldering door gewelven en bouwde men de hoge ramen terwijl het westportaal, de binnendecoratie en de afwerking van het klooster uit de I6de eeuw dateren. In deze kathedraal bleven zes monumentale oude 16de-eeuwse glasramen bewaard. Het belangrijkste raam, geschonken door Léon d'Oultres in 1530, tooit het zuidtransept 10Z. De andere renaissance glasramen dateren van 1557-1559 en vormen de beglazing van de vijfhoekige koorafsluiting 3N, 2N, 1, 2Z, 3Z. De ontwerpen voor deze werken, die gekenmerkt worden door hun sobere klare compositie en met mate versierde architecturale omlijstingen, worden toegeschreven aan de Luikenaar Lambert Lombard. Ze werden evenwel in de 19de eeuw bij restauratiewerken met nieuwe stukken aangevuld. Gelukkig werden deze oude glasramen tijdens de Tweede Wereldoorlog in veiligheid gebracht. Want alhoewel lang geaarzeld werd met deze beslissing werd ze niet tevergeefs genomen. Op 12 januari 1945 vernietigde de val van een V-Bom alle 19de- en 20ste-eeuwse glasramen alsook de voorlopige ruiten die men in plaats van het uitgenomen gebrandschilderd glas had geplaatst. Vandaar dat al de andere glasramen die vandaag de Sint-Pauluskathedraal tooien van recente makelij zijn. Het eerste raam na '45 werd geplaatst ten tijde van Monseigneur Kerkhofs, bisschop van Luik tot 1962, het werd getekend door O. Condez 14N. Het grote raam boven het noordportaal en dat van de

westgevel werden ontworpen door de Fransman Max Ingrand en uitgevoerd in het Atelier van Michel Duran 11, 10, evenals de drie ramen uit de noordelijke zijkapel 11N-I3N. De zes moderne koorramen werden vervaardigd door het Luxemburgse atelier Santher 4N-7N, 4Z7Z, terwijl het atelier Pirotte uit Luik in het transept en in de noordelijke en zuidelijke koorkapel ramen beglaasde naar ontwerp van Julin.

Overzicht van de glasramen. 16de eeuw. Renaissance. Het glasraam geschonken door lOZ Léon d'Oultres. Boven: de Kroning van de Heilige Maagd. Beneden: de tekening van Paulus en de schenker vergezeld door H.-Lambertus knielend voor het altaar met H. Paulus. Luiks atelier, 1530. 0

0

Het glasraam geschonken door 2N Mgr. Grégoire Sylvius. Portret van de schenker met H. Paulus, in de nissen H. Gregorius en H. Augustinus. Luiks atelier (>), 1557. Restauratie Joseph Osterrath (1888): de engelen zijn moderne toevoegingen.

GLASRAMENGIDS

127


Luiks atelier, 1558. Restauratie Joseph Osterrath (1888): de engelen zijn moderne toevoegingen. 0

Het glasraam geschonken door 3Z Kanunnik Remacle Lymborch. Portret van de schenker met H. Remaclus, in de nissen H. Petrus en H. Paulus. Luiks atelier, 1559. Restauratie J. Osterrath (1888): de engelen zijn moderne toevoegingen. 0

Het glasraam geschonken door 2Z Kanunnik Corneille Erps. Portret van de schenker met H. Andries, in de nissen H. Cornelius en H. Cypriaan. Luiks atelier (?) 1559. Restauratie J. Osterrath (1888): de engelen zijn moderne toevoegingen. 20ste eeuw. O. Condez, circa 1956-1962

14N

Atelier Michel Duran, Parijs 1 ON, 11 (ontwerpen: Max Ingrand) ca. 1970 zeventiger jaren U N , 12N, 13N Atelier Santher, Luxemburg zeventiger jaren 4N, 5N, 6N,7N, 4Z, 5Z, 6Z, 7Z Atelier Pirotte, Liège (ontwerpen: Julin). begin jaren tachtig 8N, 9N, 15N, 16N, 8Z, 9Z, 12Z, 13Z, 14, 15, 16

SINT-ROMBOUTSKERK MECHELEN 0

Het glasraam geschonken door 3N Kanunnik Gillis de Bloquerie. Portret van de schenker met H. Petrus, in de nissen de H. Maagd en H. Gillis. Luiks atelier (?), 1557. Restauratie Joseph Osterrath (1888): de engelen zijn moderne toevoegingen.

Plattegrond SintPauluskathcdraal te Luik

0

Het glasraam geschonken door 1 Deken Jean Stouten. Calvanescene met in de top God de Vader en De Heilige Geest.

128

GLASRAMF.NGIDS

De Metropolitane Sint-Romboutskerkte Mechelen bezit geen oude glasramen meer. We weten echter uit verschillende historische bronnen dat deze kerk herhaalde malen beglaasd werd. Reeds in de 14de eeuw, omstreeks 1356, schonk Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen en Heer van Mechelen een glasraam. In de 15de eeuw waren het de Bourgondische hertogen Filips de Goede en Karel de Stoute, de gilden of vooraanstaande lieden


uit de adel of de clerus die de kerk met hun milde schenkingen vereerden. Eén van de best gekende oude ramen van de Sint-Rombouts is 'tjjlas van Keizer Karel dat in 1516 het 15de-eeuwse glasraam van de Gilde der lakenkooplieden in de kruisbeuk verving. Zoals in de meeste andere steden van ons land verdween ook te Mechelen het oude glas uit de kerk. De beeldenstorm, de verandering van de smaak, de Franse revolutie, het zijn steeds opnieuw dezelfde elementen die een rol gespeeld hebben bij het verdwijnen van onze oude glasramen. Omstreeks 1875 werd het laatste oude raam uit de kerk verwijderd. In 1940 kwam dit vroeg 16de-eeuws raam van de schermersgilde in het bezit van Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis en vormt daar nu het pronkstuk van de glasramencollectic. De 19de-eeuwse glasramen van de Sint-Rombouts werden in 1914 vrijwel allemaal zwaar beschadigd of vernield door de Duitse bombardementen op Mechelen. Reeds vanaf de veertiger jaren van de 19de eeuw was het Mechelse atelier van Jean-Francois en Leopold Pluys begonnen met de beglazing van de Sint-Rombouts. Een eerste experiment in het koor was niet zo'n groot succes. Het glasraam met een monumentale vrouwefiguur, als voorstelling van de triomferende kerk werd reeds in 1850 door Jean-Francois op eigen kosten vervangen door een nieuw werk. Vandaag telt de kerk slechts zes 19de-eeuwse glasramen meer, die aan de vernieling van 1914 konden ontsnappen of gerestaureerd werden. De overige ramen werden grotendeels tijdens het interbellum gerealiseerd. Reeds in 1914 vervaardigde het Gentse atelier van Gustave Ladon drie ramen voor de Sint-Rombouts. Zwaar beschadigd tijdens de oorlog werden ze na 1918 door Ladon volledig hersteld en teruggeplaatst.

kapellen en de noordelijke zijbcukkapellen. Na de Tweede Wereldoorlog voerde Oscar Calders de twee moderne glasramen boven het westportaal uit volgens de ontwerpen van Crespin.

Tussen 1922 en 1935 werden door de ateliers Ladon, Ganton-Desfoin, J.J. Vosch, Jacobs en Bary niet minder dan eenendertig glasramen geschilderd. Al deze ramen werden uitgevoerd in de traditionele stijl; grote heiligenfiguren in het hoogkoor, heiligenlevens en scènes uit het leven van Maria en Jezus in de koor-

GLASRAMENGEDS

Plattegrond Metropolitanc kerk Sint Rombout te Mechelen


Wintertuin van het klooster der Ursulinen te Onze-Lieve-Vrouw-Waver (foto O. Pauwels)

Overzicht van de glasramen. 19de eeuw 0

De Herdenking van de afkondiging

4N

van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis (schenking kardinaal Sterkx en het Kapittel). Vidimus of ontwerp: Jean-Frangois Pluys. Kartons: Schram. Uitvoering: Atelier Jean-Fran^ois Pluys, Mechelen 1860. 0

Scènes uit het leven van de H. Rumoldus. Ontwerp en uitvoering: Atelier Samuel Coucke, Brugge 1875

31N, 32N, 33N

0

H. Hart van Jezus en 17N O.-L.-Vrouw van de rozenkrans en de patroonheiligen van de schenker. Ontwerp: Leopold Pluys (?) Uitvoering: Atelier Leopold Pluys, Mechelen 1890 0

De Aanbidding der Koningen, 11Z geflankeerd door de H. Rumoldus en de H. Roza van Lima. Ontwerp: Leopold Pluys. Uitvoering: Atelier Leopold Pluys, Mechelen 1890 (restauratie Jacobs 1934)

20ste eeuw. Atelier Gustave Ladon, Gent 1914 23N, 24N, 25N 1925 26N, 27N, 28N, 29N, 30N 1931 7N, 6, 7Z 1935 4Z Atelier Bary 1922 8Z, 9Z, 10Z Atelier Camille Ganton-Defoin, Gent 1923 21N, 22N 1930 U N , 12N, 13N 1933 3N, 2N, 1,2Z, 3Z Atelier J.J. Vosch, Brussel 1927 18N, 19N, 2 0 N Atelier Jacobs, Brussel 1933 8N, 9N, ION 1935 14N, 15N, 16N Atelier Oscar Calders, Mortsel 1952 5N, 5Z

130

GLASRAMENGIDS

W I N T E R T U I N VAN H E T KLOOSTER DER URSULINEN ONZE LIEVEVROUW WAVER De vestiging van de kloosterorde van de Ursulinen te O.-L.-Vrouw-Waver dateert van ca. 1841. De eerste gebouwen van dit indrukwekkend complex werden omstreeks het midden van de 19de eeuw opgetrokken. De bouw van de wintertuin situeerde zich in 1900. Door vernieling van de oude archieven tijdens de Eerste Wereldoorlog is niet meer bekend welke architect of ontwerper de plannen voor dit uitzonderlijk ensemble tekende. Zo is evenmin geweten wanneer de decoratie van de wintertuin precies werd uitgevoerd en welk atelier die opdracht kreeg. Gelukkig ontsnapten de glasramen zelf aan de verwoestingen, die de Duitsers hier in '14-'18 aanrichtten, daar ze tijdig in veiligheid konden gebracht worden. Bij de heropbouw en restauratie van het Instituut van de Ursulinen onder de leiding van architect Edward Careels werd de plaats van de wintertuin veranderd. Hierdoor paalt hij niet langer meer aan de straat maar werd tussen twee vleugels van het klooster ingebouwd. De symbolische betekenis van de halfroosvensters: de Morgenstond en Zonsondergang ging daardoor gedeeltelijk verloren, omdat de oriëntatie van de tuin bij de verbouwingen veranderde. De decoratie van het glaswerk van de wintertuin bestaat hoofdzakelijk uit planten- en bloemenmoticven, steeds in harmonie met de constructieve elementen, die zelf uitermate decoratief, plantachtig werden opgevat. Zo zijn de gietijzeren consoles uitgewerkt als bloemstuk, terwijl de gietijzeren kolommen gemarbreerd werden zodat ze beter geïntegreerd worden in de gehele sfeer van de wintertuin. De florale versiering van de tongewelfkoepel is uitgewerkt in kleurig glas-in-lood in gele, blauwe, rode, bruine en groene tinten. De opeenvolgende spanijzers verdelen de koepel in achttien koepelsegmenten (negen in iedere helft). De structuur van de constructie vormt de leidraad voor de versieringsmotieven;


Ik*

, •

1

r/^^i^

?^% \

.

nvrmsm i uii ' I

< ^

*.


planten- en bloemenslingers klimmen als het ware langs de spanten omhoog. De decoratie deelt de koepelhelft symmetrisch in een centraal paneel en twee zijpanelen. Elk paneel wordt omlijst door Oost-Indische kersslingers met bloemen (Capucijntjes). Het centrale deel van elk paneel is niet gedecoreerd en werd ingevuld met geel glas in een maaswerk van lood. In het segment dat het midden van de koepel uitmaakt werden, in elke kapelhelft, twee zwaluwen aan de versiering toegevoegd. De uiteinden van de koepel werden uitgewerkt als halfroosvensters met decoratief maaswerk. Zij symboliseren de Morgenstond en de Zonsondergang. De Morgenstond wordt voorgesteld door een opkomende zon over een bergmeer. Irissen en planten doen dienst als repoussoir op de voorgrond en rechts staat een reiger met een prooi in zijn snavel. De Zonsondergang stelt de avondzon voor die reflecteert op het water; op het voorplan een partij waterlelies en verder een uil die over het schemerende landschap vliegt. Beide halfroosvensters worden door een identiek motief omlijst; een aantal banden in gekleurd glas en een aaneenschakeling van gestileerde bloemknoppen. Onder het Morgenstond-rzam wordt in vijf kleurrijke glasramen een doorkijk gesuggereerd door een rondboogvenster naar een landschap.

Sint-Joostkcrk te Ovcrijsc (foto O. Pauwels)

SINT-JOOSTKERK (OVERIJSE) MALEIZEN

Toen men in het begin van de jaren zestig de neogotische parochiekerk Sint-Joost, in de wijk Maleizen te Overijse, een grondige beurt gaf contacteerde men de Gentse glazenier Armand Blondeel. Armand Blondeel werd te Gent geboren in 1928. Als zeventienjarige jongeman leerde hij het glazeniersvak in het atelier van Henri Coppejans, die in 1945 handen te kort kwam voor de restauraties van de oorlogsschade. Daar leerde hij het am-

132

GLASRAMKNGIDS

bacht, de techniek, maar artistiek gezien bood dit atelier, dat nog vastzat in de neogotische traditie, hem maar weinig perspectieven. Daarom bezocht hij de twee Gentse kunstscholen, Sint-Lucas en de Academie, hetgeen zijn eigen creativiteit en artistieke vorming zeer ten goede kwam. In 1952, na zijn legerdienst, vestigde hij zich als zelfstandig glazenier en dankzij veel en hard werken kon hij gaandeweg een eigen atelier uitbouwen. Zich inspirerend op Frankrijk, zowel op Chartres als op het werk van Bazzainc en Manessicr ontwikkelde Armand een eigen stijl. Bekroond met een gouden medaille op de Expo '58, brak hij echt goed door vanaf 1962, het jaar waarin hij een grote individuele tentoonstelling had in het Centrum voor Kunst en Kuituur te Gent. Dan realiseerde hij grote opdrachten te Alignyen-Morvan, te Sint-Amandsbcrg en in deze Sint-Joostkerk te Maleizen. Het initiatief voor deze opdracht kwam onder impuls van Pater Gcroen De Bruycker en de abdij van Vaalbeek, die met


hun organisatie Pro Arte Christiana de moderne religieuze kunst wilden promoten. Zoals vaak gebeurde in die tijd, werd de oude, wat sombere kerk binnenin totaal wit geschilderd, met enkel wat donkere accenten op kapitelen, lijsten of gewelfribben. Voor deze opgefriste heldere ruimte ontwierp Armand Blondeel negentien glasramen. Bij de opdracht had men hem gesuggereerd de zeven sacramenten in het iconografisch programma van zijn project op te nemen. Aangezien de tendens naar abstrahering, die zich vanaf het einde van de vijftiger jaren ook in Vlaanderen begon door te zetten, reeds door tal van andere kerkelijke opdrachtgevers aanvaard was, aarzelde hij niet om een non-figuraticf ontwerp in te dienen. Door de vrij nauwe financiële marge waarbinnen de opdracht diende uitgevoerd en die geen duur brandschilderwerk toeliet, werd het volledig abstracte ontwerp toch vlot aanvaard. Het om dezelfde reden veel gebruikte martelé- en carreléglas werd met creatieve verbeelding door de kunstenaar verwerkt. De wens van de opdrachtgever, de zeven sacramenten, vertaalde hij in abstracte composities in symbolische kleuren, die van licht {Doopsel, Biecht) naar donker {H. Oliesel, Priesterschap) evolueren, als op een soort schutting voor een neutrale achtergrond. Door het noorden zuidraam van het koor baadt het altaar steeds in een diep geel licht, dat op zonnige dagen in stralenbundels, door het diagonaal gefaectteerde zuidraam priemt.

SINT ANTONIUSKERK PEPINSTER

De neogotische Sint-Antoniuskerk werd op het einde van de 19de eeuw opgetrokken naar het plan van architekt Leonard. Voor de beglazing van dit vrij elegant maar sober gebouw deed men een beroep op het pas gestichte glasramenatelier van Gustave Ladon, dat een zeer goede reputatie genoot.

Sint-Antoniuskerk te Pcpinster (foto O. Pauwcis)

As oud-leerling van het Gentse Sint-Lucas vatte Gustave Ladon zijn loopbaan aan in het oud-Bethune-atelier dat gesticht in 1854/55 vanaf 1876 door Baron Arthur Verhaegen werd geleid. Kort nadat hij zich in 1894 als zelfstandig glazenier vestigde kreeg hij zijn eerste opdracht voor de Sint-Antoniuskerk te Pepinster. Tussen 1896 en 1905 realiseerde zijn atelier niet minder dan éénenvijftig glasramen voor deze kerk. Gustave Ladon trachtte te Pepinster zijn glasramen zo goed mogelijk te integreren in de architectuur van Leonard. Het uitgebreid iconografisch programma omvat o.m. scènes uit heiligenlevens, heiligen uit onze gewesten, apostelen, taferelen uit het oude en nieuwe testament. Boom van Jesse enz. Al deze ramen zijn traditioneel opgevat, met architecturaal decor, rijkelijk versierd met zilvergeel. Gustave Ladon tekende zijn figuren minder gestileerd-schetsmatig dan gebruikelijk bij de traditionele neogotiek. Hij had een grotere belangstelling voor de anatomie en de decoratieve details... In deze kerk, waar slechts één glasschildersatelier actiefis geweest, krijgt men een typisch beeld van het ideaal van de religieuze glasschilderkunst in België rondom de eeuwwisseling.

GLASRAMENGIDS

133


SINT-JOHANNES-DE DOPERKERK ROCHERATH

Sint-Johannes-de-Dopcrkerk te Rocherath (foto O. Pauwels)

In 1963 realiseerde André Blank niet minder dan hondervijftien abstracte glasramen voor de moderne hallekerk Sint-Johannes-de-Doper te Rocherath. Dit werk vormde de grootste integratie van glasramen die deze glazenier ooit uitvoerde en het mag als een bijzonder goed geslaagd voorbeeld van moderne glasraamkunst beschouwd worden. André Blank, geboren op 22 februari 1914, kreeg zijn artistieke opleiding aan het Sint-Lucas te Luik, waar hij in 1937 bekroond werd met de grote prijs voor het achtste jaar schilderen. Tussen 1936 en 1946 vervulde André Blank bijna zeven jaar militaire dienst: eerst als milicien, daarna tijdens de mobilisatie en mei 1940 en later werd hij verplicht in het Duitse leger ingelijfd. Na de oorlog kan hij zich eindelijk ten volle wijden aan zijn schildersvak, dat hij reeds sedert 1938 uitoefende. Vanaf het einde van de jaren veertig begint hij ook steeds vaker glasramen te ontwerpen. In den beginne nog figuratief, evolueert zijn werk steeds verder naar het abstracte. Van 1956 tot 1963 gaf

André Blank les aan het Sint-Lucasinstituut te Doornik. Hij gaf er schilderen op doek en monumentale schilderkunst. Daarna zette hij zijn leeropdracht verder aan het Sint-Lucas te Luik, tot aan zijn pensioen in 1979. Zijn glasramen ontwierp hij bij voorkeur totaal abstract, wanneer hij toch een figuratief werk opgedragen kreeg werd dit zo abstract mogelijk behandeld. Hij werkte zeer vaak met zeer mooie blauw-rood-wit kleurstellingen, oneindig gevarieerd door de talloze tonaliteiten van het gekleurde glas. In de abstracte glasramen van de Sint-Johanncs-dc-Doperkcrk te Rocherath zit er een mooie symbolische kleurovergang van donkere warme rode tonen achteraan in de kerk naar koel, geel-groen, helder licht in het koor. Vanuit de diepe nissen van de vrij kleine vensters projecteren de glasramen kleurige lichtvlekken op wanden, meubilair en vloer. Het werk van André Blank creëert met zijn prachtige abstracte klcurcomposities een ingetogen sfeer, het leidt onze aandacht als vanzelf naar het lichtende koor en nodigt uit tot stilte en meditatie.

SINT-NIKLAAS- EN SINT-GENOVEVAKERK STEENHUFFEL De Sint-Niklaas- en Sint-Genovevakerk te SteenhutFel werd in verschillende fasen gebouwd en verbouwd. De benedenbouw van de toren stamt nog uit de romaanse tijd en vormt het oudst bewaarde deel. Het koor en de bovenstructuur van de toren werden op het einde van de 15de eeuw gebouwd in gotische stijl, terwijl het schip dateert van 1826 en in 1909 nog werd uitgebreid. De twee oude renaissance glasramen in de kerk te Steenhuffel situeren zich respectievelijk in het noord-oostelijke en het zuid-oostelijke raam van het gotische koor. Uit de archieven van de kerk, die jammer genoeg niet verder teruggaan dan de Franse Revolutie blijkt dat deze mooie glasramen goed werden onderhouden en

GLASRAMENGIDS


Christus ondersteunt en de H. Geest (de duif) in een nimbus met rondom engelen. Beneden de prelaat Philippe d'Almaras en H. Victor, patroon van de Orde der Victorinen. Philippe d'Almaras, kanunnik aan de O.-L.-Vrouwekathedraal van Antwerpen, offert hier het kloosterkruis van zijn zuster, die hij hier vertegenwoordigt. FraiKjoise d'Almaras was sedert 1550 de abdis van het klooster de Rozenberg van de Orde der Victorinen te Waasmunster. Het is hoogstwaarschijnlijk dat klooster dat op de achtergrond van het glasraam wordt afgebeeld. School der Oude Nederlanden, 1552. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, ca. 1860.

regelmatig hersteld bijvoorbeeld na hagelschade. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden deze breekbare kunstwerken veilig ondergebracht in de kelders van een naburige brouwerij. En gelukkig maar dat dit gebeurde, want tegen het einde van de oorlog werd het oude gotische koor van de kerk zwaar beschadigd door een V-Bom die te Steenhuffel neerstortte.

Plattegrond Sint-Niklaas- en Sint-Genovevakerk te Steenhuftel

Opmerking: dit glasraam bevat iets minder oorspronkelijke stukken dan het voorgaande, maar de grisaille is daarentegen veel beter bewaard.

Sint-Niklaas- en SintGenovevakerk te Steenhuffel (foto O. Pauwels)

° Het glasraam van O.-L.-Vrouw der IN Zeven Smarten. O.-L.-Vrouw, gezeten met om haar hoofd een nimbus waarin zeven medaillons met de voorstelling van de zeven smarten, links Jeanne of Anne van Bouchout met haar patroonheilige H. Johannes de Evangelist en rechts Alvaro d'Almaras, haar echtgenoot,vergezeld van zijn beschermheilige. Antwerpse School (?), 1535. Restauratie Jean-Baptiste Capronnier, ca. 1860. Opmerking: niettegenstaande herhaalde herstellingen en de restauratie van Jean-Baptiste Capronnier bleef dit glasraam vrij goed bewaard. De grisaille is echter nogal aangetast. 0

Het glasraam van de H. Drievuldigheid. Bovenaan God de Vader, die de dode

Onze-Lieve-Vrouw van zeven smarten (IN) en de H. Drievuldigheid (1Z), Sint-Niklaas- en Sint-Genovevakerk te Steenhuffel (foto G. Charlier)

1Z

GLASRAMENGIDS

135


*^v;

IIP 1 * ^'C^'P

.^•C^'

:

M%k

-•

*Nii

'••

1

•

f

CL..&

1 'mm*

lyra PJ?^3 4

ir ?; ra^ \'rJ'


m0

^

4%^

^tsm •^

\

1

rui

.^- WA* :

^32^ isE

".l "m* mm f^M

• se j

ifi><


SINT-EUSTACHIUSKERK ZICHEM De Sint-Eustachiuskerk van Zichem bezit één van de oudste, in situ bewaarde glasramen van ons land. Het raam van Renauld II van Schoonvorst, Heer van Zichem, dateert uit het laatste decenium van de 14de eeuw I. Men kon het zo nauwkeurig situeren vermits het koor, waarin het raam zich bevindt klaar kwam in 1387 en Renauld II van Schoonvorst, wiens wapen in het glasraam voorkomt reeds in 1398 de heerlijkheid Zichem verkocht. Het kenmerkt zich door een typische laatgotische internationale stijl, zij het met een provinciaal karakter. Alhoewel dit glasraam een Duitse, Rijnlandse invloed verraadt is het toch kenmerkend voor de periode waarin de gotiek als cosmopolitische stijl het Christelijk Europa overheerste en Frankrijk een toonaangevende rol speelde. Het middeleeuwse glasraam van Renauld II van Schoonvorst bevindt zich in de as van het koor en wordt omgeven door twee moderne glasramen van 1960, ontworpen door Duez en uitgevoerd in

* Plattegrond Sint-EustachiLiskerk te Zichem *• * De kruisiging van Christus, Sint-Eustaehiuskerk te Zichem (foto O. Pauwels)

138

GI.ASRAMENGIDS

het atelier Colpaert, dat rond dezelfde tijd betrokken was bij de reiniging en de restauratie van het laat-14de-eeuwse Calvarie-raam.

Overzicht van de glasramen. 0

Het raam van Renauld II van Schoonvorst. Christus aan het kruis tussen de H. Maagd en H. Johannes. 4,43 m x 1,90 m. Atelier School der Oude Nederlanden, tussen 1387 en 1398 0

De Verheerlijking van O.-L.-Vrouw. 2N Ontwerp: Duez. Uitvoering: Atelier Colpaert, Brussel 1960. 0

Drie taferelen uit Heiligenlevens. 2Z H. Augustinus, H. Eustachius, H. Victorius. Ontwerp: Duez. Uitvoering: Atelier Colpaert, Brussel 1960. 0

De Heilige Geest (Duif). 3 Ontwerp: Duez. Uitvoering: Atelier Colpaert, Brussel I960.


BIBLIOGRAFIE 1. Publicaties Bakelants L, De glasschilderkunst in België in de negentiende en twintigste eeuw. Repertorium en documenten, dl. IA, Dcurne, 1983. Casciani S., Le parentele dell'Art Nouveau negli interni originali, in Casa-vogue, 1986, 172, p. 128. Celis M.M., Het herenhuis Cohn-Donnay in Sint-Joost-ten-Node. Een binnenhuisinrichting van Paul Hamesse, in Monumenten en Landschappen, jg.l, 1, 1981, p. 18-25. De Belder J.L., Jos Hendrickx, Antwerpen, 1980. De Keyzcr B., De Sint-Michielskerk te Gent, Gent, 1979 Delichtervelde G., Traditions d'un vieux chateau. Notice historique sur la Follie a Ecaussines d'Enghien, Soignies, 1914. Devliegher L., De Sint-Salvatorskathedraal te Brugge. Inventaris (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 8), Tielt, 1979 Dhanens E., Sint-Baafskathedraal Gent (Inventaris van het kunstpatrimonium van OostVlaanderen, 5), Gent, 1965. Gevaert E., L'arbre de Jesse, in Bulletin des métiers d'art,)g.5, 1905, p. 190. Giek S., Delhaye J., Het Horta Museum, in Victor Horta zijn museum, Brussel, s.d. De glazenierskunst in Vlaanderen, in Vlaanderen, ]%. 20, 177, 1971. Helbig J., De glasschilderkunst in België, Antwerpen, 1943. Helbig J., Les vitraux médiévaux conserves en Belgique: 1200-1500 (Corpus Vitrearum Medii Aevi Belgique, 1), Brussel, 1961. Helbig J., Les vitraux de la premiere moitié du XVIème siècle conserves en Belgique: Anvers et Flandres (Corpus Vitrearum Medii Aevi Belgique, 2), Brussel, 1968. Helbig J., Vanden Bemden Y., Les vitraux de la première moitié du XVIème siècle conserves en Belgique: Brabant et Limbourg (Corpus Vitrearum Medii Aevi Belgique, 3), Gent, 1974. Hendrix L., L'église Saint-Jacques d Liège, Luik, 1928. Hendrix P., La cathédrale Saint-Paul d Liège, Luik, 1930. HetHortamuseum, in St.-Lukaskahiers, 1, 1972. Leemans H., De St.-Gummaruskerk te Lier (Inventaris van het kunstpatrimonium van de provincie Antwerpen, 1), Antwerpen-Utrecht, 1972. Levy E., Histoire de la peinture sur verre en Europe et particulièrement en Belgique, Brussel, 1860. Noé N., La Chapelle de l'Annonciation, in L'artisan liturgique, jg.7, 28,1933, p. 576-583. De religieuze thematiek in de Belgische kunst,

1875-1985 (tentoonstellingscatalogus), Brussel, 1986. Soil de Moriamé E.J., Inventaire des objets d'art et d'antiquité existant dans les edifices publics des communes de l'arrondissement judiciaire de Mons, 1. Arrondissement de Soignies, Charleroi, 1927. Valcke ]., Jos Knaepen en Herman Blondeel, glazeniers, in Scheppend ambacht, jg.32, 6, 1981,p.l92-195. Vanden Bemden Y., Les vitraux de la première moitié du XVIème siècle conserves en Belgique: Liège, Luxembourg, Namur (Corpus Vitrearum Medii Aevi Belgique, 4), Gent, 1981. Vanden Bemden Y., Les vitraux anciens de la collegiale Sainte-Waudru a Mons, in Jacques Du Broeucq, sculpteur et architecte de la Renaissance, (tentoonstellingscatalogus), Mons, 1985, p. 221-238. Van de Velde H., Jos Hendrickx 1906-1971. Glasramen, grafiek en tekeningen uit zijn Antwerpse nalatenschap (tentoonstellingscatalogus), s.l., 1986, p. 5964. Velghe H., La collegiale des saints Michel et Gudule d Bruxelles, Brussel, s.d. Voisin, Vitraux légendaires de la cathédrale de Tournay, Doornik, 1871.

2. Archieven Brussel, Sint-Lucasarchief, Dossier Wintertuin van het klooster der Ursulincn te O.L.V.Waver. Deurne, Archief Ivo Bakelants.

GLASRAMENGIDS

139


Middeleeuwen

Renaissance

Religieuze thematiek 1890-1940

Profane thematiek 1890-1940

IVIa 1945

140

GLASRAMENGIDS


Inhoud Glasramengids

Sint-Pietcr- en Sint-Guidokerk Anderlecht

77

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Antwerpen

79

Sint-Jacobskerk Antwerpen

83

Sint-Aldcgondiskerk As

86

Sint-Pieterabdijkerk Asse broek

88

Sint-Remigiuskerk Baarle-Hertog

89

Sint-Waldetrudiskcrk Bergen

90

Jeruzalemkerk Brugge

95

Sint-Salvatorkathedraal Brugge

97

Horta-museum Brussel (Sint-Gillis)

99

Sint-Michielskathedraal Brussel

99

Het huis Cohn-Donnay Brussel (Sint-Joost-Ten-Noodc)

103

Onzc-Lieve-Vrouwkathedraal Doornik

104

Kapel van het kasteel La follie Ecausinnes d'Enghicn

107

Kapel van het kasteel Enghien Enghien

107

Sint-Baafskathedraal Gent

108

GLASRAMENGIDS

141


142

GLASRAMENGIDS

Sint-Michielskerk Gent

88

Sint-Martinuskerk Halle

111

Kapel van de Boodschap Heverlee

113

Sint-Catharinakerk Hoogstraten

114

Sint-Martinuskerk Houthalen

118

Sint-Gummaruskerk Lier

119

Sint-Jacobskerk Luik

125

Sint-Pauluskathedraal Luik

127

Sint-Romboutskerk Mechelen

128

Wintertuin van het klooster der Ursulinen Onze - Lieve-Vrouw-Waver

130

Sint-Joostkerk Overijse (Maleizen)

132

Sint-Antoniuskerk Pepinster

133

Sint-Johannes-De-Doperkerk Rocherath

134

Sint-Niklaas-en-Sint-Genovevakerk Steenhuffel

134

Sint-Eustachiuskerk Zichem

138


ADRESSENLIJST VAN DE VERMELDE INSTELLINGEN

Bestuur voor Monumenten en Landschappen (AROHM) Zandstraal 3, 1000 Brussel tel: 02/209.27.13, fox: 02/209.27.05. BML, Provinciale Dienst Antwerpen Copemicuslaan 1, 2018 Antwerpen tel: 03/224.60.11, fox: 03/224.60.21. BML, Provinciale Dienst Brabant Waaistraat 1, 3000 Leuven tel: 016/22.74.04, fox: 016/20.55.26. BML, Provinciale Dienst Limburg Minderbroedersstraat 6, 3800 St. Truiden tel: 011/68.45.40, fox: 011/68.51.23. BML, Provinciale Dienst Oost-Vlaanderen Gebroeders Van Evckstraat 4-6, 9000 Gent tel: 091/25.13.83, fox: 091/25.93.64. BML, Provinciale Dienst West-Vlaanderen Oude Gentweg 75, 8000 Brugge tel: 050/33.57.87 - 33.52.81, fox: 050/33.81.57. Corpus Vitrearum Medii Aevi p/a Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Jubelpark 1, 1040 Brussel.

w IRPA

Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Jubelpark 1, 1040 Brussel tel: 02/739.67.11, fax: 02/739.68.68.

Nationaal Hoger Instituut en Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, afdeling conservatie en restauratie 'glas in lood' Mutsaertstraat 31, 2000 Antwerpen tel: 03/233.56.19, fax: 03/226.22.31.

GLASRAMENGIDS

143


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MENC001-002 (1).pdf by Vlaanderen-be - Issuu