Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/130
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/130
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 1 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij het OCMW Gent tot inzage, afschrift en uitleg van de bestanden die gerelateerd zijn aan een hoorzitting met hem. Het OCMW Gent heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 26 mei 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing door het OCMW Gent. Dit beroep werd geregistreerd op 27 mei 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoekschrift werd ingediend op 1 mei 2020. Bij ontstentenis van beslissing door het OCMW over zijn openbaarheidsverzoek heeft de termijn om in beroep te gaan in toepassing van artikel II.48 Bestuursdecreet bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep
www.vlaanderen.be
Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
Op 1 mei 2020 diende verzoeker een verzoek in bij het OCMW Gent tot inzage, afschrift en uitleg van de bestanden die gerelateerd zijn aan een hoorzitting met hem. Hij ontving geen reactie van het OCMW Gent binnen de door het Bestuursdecreet bepaalde termijn.
2. Inhoud van het beroepschrift Gelet op het gebrek aan tijdige reactie van het OCMW Gent, diende verzoeker op 26 mei 2020 beroep in bij de beroepsinstantie.
3. Toelichting door het OCMW Gent Het OCMW Gent gaf per mail van 8 juni 2020 enige toelichting aan de beroepsinstantie. Hieruit bleek dat het openbaarheidsverzoek van 1 mei 2020 van verzoeker, voorwerp van onderhavig beroep, aan de aandacht van het OCMW ontsnapt was, vermoedelijk door de grote hoeveelheid openbaarheidsverzoeken en mails die zij van verzoeker ontvangen. Met betrekking tot de gevraagde documenten, laat het OCMW weten dat er geen transcriptie van de hoorzitting bestaat. Dit hebben zij ook al aan verzoeker laten weten, namelijk op 17 april 2020 n.a.v. een vorig openbaarheidsverzoek van verzoeker. In hetzelfde bericht liet het OCMW aan verzoeker ook weten dat alle andere documenten die aan deze hoorzitting verbonden zijn (uitnodiging en beslissing) hem bij eerdere aanvragen tot inzage steeds werden bezorgd. De documenten (uitnodiging en beslissing) werden hem telkens overgemaakt bij de vraag naar zijn ‘eigen dossier’. Deze documenten zijn een onderdeel van het sociaal dossier en heeft hij al meermaals gekregen. Op volgende data werd hem het volledige dossier via een link toegezonden • 25.02.2020 (nav beroepsprocedure) • 17.03.2020 • 25.03.2020 (na verlopen link) • 30.04.2020 • 08.05.2020 (na verlopen link)
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/130
pagina 2 van 5
Het OCMW is dan ook van mening dat de vraag van verzoeker al voldoende beantwoord werd. Betrokkene blijft echter dezelfde vragen stellen en beroepen indienen. In de periode tussen 19 september 2019 en 17 mei 2020 heeft het OCMW 10 openbaarheidsverzoeken van verzoeker geregistreerd, waarbij hij 7 keer verzocht om zijn eigen OCMW-dossier. Bij het verkrijgen van de gevraagde documenten, telkens via beveiligde link, haalde betrokkene heel vaak de documenten niet tijdig op. De linken zijn telkens enkele dagen geldig. De documenten moesten voor diverse aanvragen dus nog een aantal keer opnieuw verzonden worden, terwijl op dat moment vaak alweer een nieuwe aanvraag werd ingediend m.b.t. hetzelfde. Het is uiteraard correct dat een dossier kan evolueren. Een gelijkaardige aanvraag resulteert om die reden niet noodzakelijk in dezelfde informatie. Betrokkene zijn dossier bij het OCMW is echter niet meer actief. Dat impliceert dat geen nieuwe documenten meer worden toegevoegd. Het dossier zoals overgemaakt wordt dus niet meer verder aangevuld. Bovendien werd in het verleden reeds aan betrokkene gevraagd of zijn nieuwe aanvraag kon beperkt worden tot de nieuwe toegevoegde documenten. Daarbij stond betrokkene er expliciet op dat elke aanvraag over het geheel van de documenten moest gaan. Het OCMW stelt dat het geenszins de intentie is om betrokkene het recht te ontnemen op bestuursdocumenten. Indien een aanvraag wordt ontvangen wordt deze nog steeds met de nodige aandacht behandeld. Wanneer wordt vastgesteld dat het documenten betreft die betrokkene reeds eerder ontving wordt verwezen naar de eerdere aanvraag en wordt de huidige aanvraag niet geregistreerd. Het OCMW meent dat door een aanvrager, bij herhaaldelijke aanvragen, erop te wijzen dat het gevraagde reeds in zijn bezit is, dit recht eveneens gerespecteerd wordt. Doch zonder de expliciete werklast die het terug overmaken en opvolgen van het ophalen van het document genereert voor de medewerkers.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Volgens de toelichting door het OCMW, bestaat er geen transcriptie van de hoorzitting. Een openbaarheidsverzoek kan echter enkel maar betrekking hebben op bestaande bestuursdocumenten. Voor zover het verzoek tot inzage, uitleg en afschrift van de bestanden m.b.t. hoorzitting dus hierop slaat, kan de beroepsinstantie niet anders dan vaststellen dat het verzoek betrekking heeft op een onbestaand document. Daarvan kan uiteraard geen afschrift worden verleend en het ingediende beroep is, wat dat gedeelte betreft, dan ook ongegrond. De enige andere documenten die betrekking hebben op de hoorzitting zijn volgens de toelichting door het OCMW Gent de uitnodiging en de beslissing die er het gevolg van was. Deze documenten behoren tot het persoonlijk dossier van verzoeker.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/130
pagina 3 van 5
De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker reeds meermaals zijn persoonlijk dossier bij het OCMW Gent heeft opgevraagd, en gekregen (7 keer tussen september 2019 en mei 2020). Hierin zaten telkens de uitnodiging en de beslissing m.b.t. de hoorzitting. Bovendien moesten de bestanden volgens de verklaringen van het OCMW Gent verschillende keren meermaals verzonden worden, omdat de link waarmee dit gebeurde na een tijdje verliep, en verzoeker de bestanden niet binnen die tijd gedownloaded had. Dit bracht bijgevolg een bijkomende werklast voor het OCMW Gent mee. De beroepsinstantie leidt uit de voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect af bij verzoeker dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur en hen in staat moet stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Verzoekers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Hierbij zijn zij er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen Het belang dat de verzoekers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De vraag wanneer repetitieve aanvragen tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijden, is weliswaar zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Verwijzende naar deze herhaalde vraag van dezelfde documenten die ook telkens ingewilligd werd, en waarbij de bestanden zelfs meermaals moesten verstuurd worden door het OCMW Gent, kan de beroepsinstantie echter alleen maar kan besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan met zijn verzoek d.d. 1 mei 2020 naar ‘de bestanden met betrekking tot de hoorzitting’. Hij heeft deze bestanden immers al zeven keer ontvangen in de afgelopen maanden, soms na dubbele verzendingen door het OCMW. Zijn recht op openbaarheid van deze bestuursdocumenten is dus ruimschoots gehonoreerd. Zijn handelswijze, gelet op het aantal herhaalde aanvragen en het vervolgens niet tijdig downloaden van de verzonden bestanden, schaadt de normale werking van een bestuursinstantie (in casu het OCMW Gent). De beroepsinstantie is van oordeel dat hier sprake is van rechtsmisbruik door verzoeker. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel dat volgens de rechtspraak en rechtsleer de uitoefening van een recht is, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Dit betreft een belangenafweging. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33 van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is volgens het oordeel van de beroepsinstantie in casu het geval gelet op de herhaalde
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/130
pagina 4 van 5
vragen tot openbaarmaking van telkens dezelfde documenten bij het OCMW Gent. Er kan niet anders geconcludeerd worden dan dat verzoeker zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt, en dat, na billijke afweging van ieders belangen, de aanvragen van verzoeker tot openbaarmaking van telkens dezelfde bestuursdocumenten terecht niet langer beantwoord worden door het OCMW Gent omdat zij een manifeste uitdrukking zijn van rechtsmisbruik en kennelijke onredelijkheid. Verzoeker geeft immers ook geen enkel concreet argument waarom de vorige openbaarmakingen (van dezelfde documenten) niet zouden volstaan en hij opnieuw een aanvraag doet van documenten die al zeven keer openbaar gemaakt werden. Het voordeel van verzoeker om voor de achtste keer dezelfde documenten te bekomen, zonder dat hij hiervoor enige uitleg geeft, weegt kennelijk niet op tegen de werklast die deze aanvraag opnieuw veroorzaakt binnen de diensten van het OCMW Gent. In deze omstandigheden is de beroepsinstantie van oordeel dat dit de norm van de redelijkheid kennelijk te boven gaat, en dat de grote aantallen verzoeken en de gehanteerde werkwijze daarbij, niet te rijmen vallen met wat van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden, zou mogen verwacht worden (zie hiervoor ook de eerdere uitspraken van de beroepsinstantie OVB/2013/45, OVB/2014/28, OVB/2015/19-33-38-53-54-55OVB/2015/80, OVB/2016/149). De beroepsinstantie moet bijgevolg besluiten dat hier sprake is van rechtsmisbruik van de regelgeving betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten en dat de uitzonderingsgrond van artikel II.33 van het Bestuursdecreet van toepassing is op dit beroep. Om deze redenen wordt het beroepschrift als ongegrond beschouwd.
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 26 mei 2020 tegen de ontstentenis van beslissing van het OCMW Gent wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 12 juni 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/130
pagina 5 van 5