Skip to main content

onderwijsbelastingseenheden_hogescholen_Adv_Vlor.pdf

Page 1

Raad Hoger Onderwijs 8 september 2020 RHO-RHO-ADV-2021-002

Advies over de conceptnota ‘Onderwijsbelastingseenheden van de hogescholen: evaluatie en groeipad in meerjarig perspectief’

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 13/07/2020 Uitgebracht door de Raad Hoger Onderwijs op 8 september 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Evaluatie financieringsmechanisme, in uitgebreide samenstelling, onder voorzitterschap van Ann De Schepper op 26 augustus 2020 Dossierbeheerder: Isabelle De Ridder

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


1 Situering De conceptnota ‘Onderwijsbelastingseenheden (OBE’s) van de hogescholen’ stelt een visie en een stappenplan voor die een aanpassing inhoudt van de puntengewichten van de hogeschoolopleidingen in de studiegebieden Industriële wetenschappen en technologie (IWT) en Handelswetenschappen en bedrijfskunde (HWBK). Zo zet de overheid in deze conceptnota uiteen hoe zij de invulling ziet van het groeipad van 20 miljoen euro voor de hogeschoolopleidingen, voorzien in de meerjarenbegroting. Het advies beperkt zich tot de voorstellen zoals ze nu voorliggen en heeft enkel betrekking op het groeipad via de onderwijsbelastingseenheden voor die twee studiegebieden. Het doet nu geen uitspraken over de systematiek of het belang van onderwijsbelastingseenheden op zich. De Vlor stelt vast dat de Hogere Zeevaartschool, die een eigen financieringsregeling heeft, niet in het huidige voorstel is betrokken.

2 Een gewaardeerde tegemoetkoming In het advies over het programmadecreet van april 2020,1 merkte de Vlor bij de verhoging van de onderwijsbelastingseenheden van de hogescholen het volgende op:

¬ ¬ ¬ ¬ ¬

De puntengewichten van de hogescholen worden aangepast, maar het bedrag van 4 miljoen euro wordt niet expliciet vermeld. Zonder vermelding in het decreet, gaat het om een transfer van middelen tussen studiegebieden en niet om bijkomende middelen. Er is geen engagement van de Vlaamse Regering dat de 4 miljoen euro een eerste stap zijn in het beloofde groeipad naar 20 miljoen euro. Het is onduidelijk of de aanpassing aan de puntengewichten tijdelijk of blijvend is. De toename van de onderwijsbelastingseenheden wordt disproportioneel verdeeld over de twee studiegebieden. Het studiegebied HWBK kan hierdoor slechts beperkt versterkt worden. Als de Vlaamse Regering STEM wil versterken in alle opleidingen, dan kan zich dat niet beperken tot het studiegebied IWT. Een visie op STEM in het hoger onderwijs is daarom aangewezen.

Het voorstel uit de conceptnota komt voor een groot deel tegemoet aan de eerdere vragen van de Vlor. De Vlor is vooral tevreden met de verduidelijking dat de overheid bijkomende middelen injecteert. De overheid expliciteert immers in de conceptnota dat via het programmadecreet 4 miljoen euro beschikbaar wordt gemaakt en dat die middelen deel uitmaken van een groeipad naar 20 miljoen euro. De Vlor is ook tevreden dat duidelijk wordt vooropgesteld dat de wijziging in de puntengewichten blijvend is en dat het niet gaat om een tijdelijke maatregel. Het voorstel bevat echter ook een aantal onduidelijkheden, o.a. rond de consequenties van de voorstellen. De Vlor gaat in het volgende hoofdstuk in op zijn bezorgdheden.

1

Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over het voorontwerp van programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2020, 28 april 2020.

1


3 Bezorgdheden bij het voorstel 3.1 Nood aan proportionaliteit tussen de studiegebieden IWT en HWBK De Vlor stelt vast dat in het huidige voorstel de disproportionaliteit tussen de studiegebieden IWT en HWBK nog steeds blijft bestaan, ook als de opleiding ‘Bachelor in de toegepaste informatica’ van studiegebied verschuift. De verhoging van de middelen voor IWT beantwoorden aan een reële behoefte. Maar de Vlor wijst erop dat de noden in het studiegebied HWBK even hoog zijn. De bijkomende middelen zijn uiteraard welkom, maar op dit moment nog steeds onvoldoende om de uitdagingen van vandaag het hoofd te bieden, zoals omgaan met toenemende digitalisering, versterking van projectonderwijs duaal leren, praktijkbegeleiding… Dat zijn aandachtspunten die de NVAO vroeger al benadrukte. Het huidige financieringsvoorstel maakt een versterking van dit studiegebied slechts deels mogelijk. De Vlor vraagt daarom om bij een volgende bijsturing opnieuw een verhoging van de financiering te voorzien en daarbij het studiegebied HWBK prioritair te behandelen.

3.2 Omzichtig met verschuivingen van studiegebied De conceptnota stelt voor om vanaf 2021 de HWBK-opleiding ‘Bachelor in de toegepaste informatica’ te wijzigen tot IWT-opleiding. Hierdoor verandert voor deze opleiding het puntengewicht van 1,01 naar 1,25. De overheid beargumenteert dat de opleiding toegepaste informatica als STEM-opleiding inhoudelijk dichter aanleunt bij het studiegebied IWT dan bij HWBK. De Vlor wijst de overheid erop dat, hoewel het verschuiven van een opleiding van studiegebied in deze concrete case misschien wel een oplossing biedt, dit toch een delicaat proces is waar omzichtig mee omgesprongen moet worden. Hij is sterk bezorgd over een aantal mogelijke nefaste neveneffecten van deze maatregel: 1

2

Een wijziging van studiegebied riskeert een onbedoelde impact te hebben op onderwijsbevoegdheden. Als een opleiding verschoven wordt van studiegebied, dan kan dit als gevolg hebben dat een instelling onderwijsbevoegdheid verwerft voor dat nieuwe studiegebied. Het verwerven van een uitbreiding in de onderwijsbevoegdheden via deze weg is voor de Vlor volledig uitgesloten en niet bespreekbaar. De Vlor benadrukt dat de onderwijsbevoegdheid IWT in deze gevallen ad nominatim beperkt moet worden tot de Bachelor in de toegepaste informatica. De huidige casus waarbij een opleiding van studiegebied wordt verschoven, waardoor ook de OBE van deze opleiding wijzigt, houdt het risico in op andere gelijkaardige ad-hocvragen in de toekomst. De Vlor wijst erop dat met elk van deze vragen omzichtig moet omgesprongen worden. Het kan niet zijn dat opeenvolgende punctuele vragen uiteindelijk leiden tot een systeemwijziging of een zekere vorm van willekeur. De Vlor begrijpt wel de keuze in deze specifieke situatie, maar vraagt dat dergelijke verschuivingen in de toekomst voorafgegaan worden door een degelijk debat, o.a. met het werkveld.

Door de verschuiving zou de opleiding met verhoogde onderwijsbelastingseenheden ook aantrekkelijker kunnen worden met het oog op planificatie.

2


3.3 Nood aan een correcte argumentatie De Vlor is tevreden met de verhoging van de onderwijsbelastingseenheden in dit voorstel, al gebeurt dit dan met verschillende snelheden. Hij wijst er echter op dat de overheid deze wijzigingen wel decreet-technisch correct moet beargumenteren, met name door te verwijzen naar de kostprijs. Dat is vandaag nog steeds de decretale basis voor het toekennen van de OBE’s. Als er andere argumenten dan de kostprijs worden ingebracht (bijvoorbeeld het arbeidsmarktperspectief), dan moeten die nieuwe argumenten ook door andere studiegebieden gebruikt kunnen worden. Het kan niet de bedoeling zijn om voortdurend via punctuele adhocaanpassingen uiteindelijk het hele systeem te wijzigen zonder degelijk debat.

3.4 Nood aan stabiliteit van de groeipaden De Vlor is tevreden dat er een langetermijnperspectief vooropgesteld wordt en dat het groeipad tot 2024 in dit voorstel geëxpliciteerd en uitgetekend wordt. De Vlor vraagt de overheid zich ook hieraan te houden. Het verontrust hem dat de overheid in de conceptnota in het vooruitzicht stelt dat bijsturingen en aanpassingen mogelijk zijn en dat die bovendien zouden kunnen gebeuren op basis van de uitkomsten van het project ‘Resources in higher education’, een internationaal project waar Vlaanderen aan participeert. Eventuele aftoppingen aan het groeipad leiden ertoe dat de instellingen moeten voorzien in financiële buffers wat het maken van beleid bemoeilijkt. Instellingen moeten erop kunnen rekenen dat de financiering die in het vooruitzicht wordt gesteld ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De Vlor pleit er alvast voor om de keuzes die de overheid nu maakt, definitief vast te leggen en geen tussentijdse aanpassingen meer door te voeren.

3.5 Voorzichtig met internationale vergelijkingen De Vlor kan er zich in vinden dat de overheid gebruik maakt van internationale vergelijkende studies omdat die een nieuw perspectief kunnen aanbrengen. Als het echter gaat om de financiering van het hoger onderwijs, dan stelt de Vlor vast dat de context van elk land erg verschillend is. Zo is de impact van het puntengewicht niet in alle landen hetzelfde. Het verdelingsmechanisme is dermate verschillend dat vergelijking zo goed als onmogelijk is.

3.6 Besteding van de middelen door de instellingen In de conceptnota stelt de overheid: ‘De basisfinanciering voor de hogescholen is een enveloppefinanciering, waarbij de instellingen de autonomie hebben om binnen hun decretale opdracht deze middelen vrij te besteden’. De Vlor merkt op dat die vrijheid er inderdaad is en dat dat ook een goede zaak is. Maar die vrijheid is ook beperkt omdat de financiering nu eenmaal sterk afhankelijk is van studentenaantallen. Als een instelling bijvoorbeeld solidariteit tussen twee opleidingen wil bewerkstelligen, dan moet zij er rekening mee houden dat bij een studiegebied met een hogere OBE ook lage studentenaantallen kunnen horen of vice-versa. De vrijheid is dus niet zo groot als hier wordt voorgesteld.

3


4 Conclusie De Vlor is over het algemeen tevreden met de voorliggende conceptnota. Hij waardeert de inspanningen van de overheid om tegemoet te komen aan de vraag om de financiering van de hogescholen te versterken in de studiegebieden HWBK en IWT en om hierbij een meerjarenperspectief te bieden. De Vlor is daarbij wel bezorgd over mogelijk ongewilde neveneffecten en vraagt de overheid daar een antwoord op te bieden.

Roos Herpelinck waarnemend secretaris Raad Hoger Onderwijs

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
onderwijsbelastingseenheden_hogescholen_Adv_Vlor.pdf by Vlaanderen-be - Issuu