Skip to main content

bezoekersgids_open_oproep_20_jaar_archi.pdf

Page 1

OO0802

Zonnige Kempen Berlaar

OO0803

Markt Sint-Lievens-

OO1101

Brandweer Puurs

OO1102

Zandvoorde Oosten

ntwerpen

OO1215

Scheepsdalebrug Brugge

OO1216

Voetgangersbrug S Antwerpen

okke-Heist

OO1410

Wetenschapspark Genk

OO1411

Projectontwikkeling

OO1528

BO Lommel

OO1529

BS Roeselare

OO11


Open Oproep EINDHOVEN 20 jaar architectuur in publieke opdracht Bezoekersgids

BRUGGE

ANTWERPEN

DUNKERQUE GENT

HASSELT

KORTRIJK

RIJSEL

LEUVEN

Omslag: fragment uit een overzicht BRUSSEL van alle Open Oproep projecten van 1999–2019, met wedstrijdbeelden, foto’s van gerealiseerde projecten, en annuleringen. Status op 15.08.2019. Binnenzijde omslag: kaart met de locaties van de Open Oproep projecten, bebouwde zones (wit op de kaart) en onbebouwd gebied (zwart).

CHARLEROI

B

PANORAMA

C

PANORAMA

1

LUIK


0 OPEN OPROEP

Sinds 1999 heeft Vlaanderen een Bouwmeester. Hij of zij wordt door de Vlaamse regering als expert aangesteld voor vijf jaar, met als taak de kwaliteit van de gebouwde omgeving te bevorderen. Samen met een team van architecten legt de Bouwmeester zich onder meer toe op het begeleiden van openbare besturen bij de aanpak van ruimtelijke opgaven. Een van de methodes die daarvoor werden ontwikkeld, is de Open Oproep: een ontwerpwedstrijd met een internationaal bereik. De Open Oproep is een aanbod aan gemotiveerde publieke opdrachtgevers. Als zij ervoor kiezen om voor een bouwproject of een andere ruimtelijke opgave een ontwerpteam aan te stellen via de Open Oproep procedure, dan ondersteunt de Bouwmeester hen in hun maatschappelijke ambities en hun kwaliteitsstreven. Hij begeleidt hen bij de selectie van kandidaat-ontwerpers op maat van hun project. Daarvoor publiceert het Team Vlaams Bouwmeester tweemaal per jaar een Open Oproep aan kandidaat-ontwerpers: een reeks van publieke ontwerp­ opdrachten waarnaar zij kunnen meedingen. Zo krikt de Open Oproep de kwaliteit van openbare gebouwen en van de publieke ruimte, en dus van onze leefomgeving, op. Het resultaat daarvan is vandaag zichtbaar. In de jaren ’90 telde ons land nauwelijks overheidsgebouwen waar architectuurcritici of het bredere publiek enthousiast over waren. Mede door de Open Oproep kwam er vanaf de millenniumwissel een positieve kentering in de openbare bouwcultuur in Vlaanderen. Deze tentoonstelling brengt met geselecteerd archiefmateriaal, getuigenissen en met nieuwe installaties, een doorsnede door de Open Oproep projecten uit de afgelopen twintig jaar. Ze laat zien hoe de procedure precies werkt, en wat daarbij op het spel staat.

20 jaar architectuur in publieke opdracht

Maarten Liefooghe Maarten Van Den Driessche

2

3


1 PANORAMA

De afgelopen twintig jaar werden bijna zevenhonderd Open Oproep projecten opgestart in Vlaanderen en Brussel. De parels op de gordijnkaart tonen waar deze gelegen zijn. De aanduiding van onbebouwde zones (het ondoorschijnende vilt op de kaart) en bebouwde zones (de doorschijnende tule) laat de sterk verspreide verstedelijking van onze regio zien. Een derde van de projecten bevindt zich in een van de Vlaamse centrumsteden, met een piek in de Antwerpse agglomeratie. De meeste projecten kwamen echter tot stand in kleine steden en gemeenten. In bijna de helft van de gevallen was een lokale overheid ook opdrachtgever. Eén op vier Open Oproep projecten kwam er in opdracht van de Vlaamse overheid. Voor het gordijn staan zeven taferelen. In deze ‘montagelandschappen’ herken je tal van publieke gebouwen uit alle delen van Vlaanderen, maar ook enkele (nog) niet uitgevoerde Open Oproep projecten werden in deze selectie opgenomen. De taferelen verbeelden geen bestaande plekken, maar typische landschappelijke condities die in ‘nevelstad Vlaanderen’ kunnen worden onderscheiden, zoals een historisch stadscentrum of het infrastructuurlandschap van een haven. Ze illustreren ook het soort opgaven dat zich in elk type omgeving stelt. De projecten verhouden zich tot die verschillende condities, maar geven er ook vorm aan. Sommige gebou­wen en infrastructuurprojecten versterken kwaliteiten die in hun bijzondere of banale omgeving sluimeren, ze introduceren nieuwe kwaliteiten of stimuleren gewenste ontwikkelingen. De inplanting en vormgeving van een ontmoetingscentrum kunnen bijvoorbeeld de samenhang van de publieke ruimte in een straatdorp verbeteren. Zeker in een groot aantal Open Oproep masterplannen staat deze zorg voor de kwaliteitsvolle ontwikkeling van concrete (stads)landschappen en publieke ruimtes centraal.

Omgaan met de ruimtelijke condities van de nevelstad

4

5

PANORAMA


Restanten van polders, bossen, meersen en heiden

Landschap van kerkpleinen, dorps- en stadsgezichten

4

1 2

5

3

2

6

6

PANORAMA

5 4

7

Aan de randen van Vlaanderen en in ­fijnmazige restgebieden blijft een deel van de oorspronkelijke landschaps­ structuur zichtbaar. Deze natuurgebieden zijn snippers in het dicht bebouwde weefsel. Ze zijn gelegen in de nabijheid van centra en liggen tussen weiden en akkers waar op industriële schaal landbouw wordt beoefend. Het zijn gebieden die slechts beperkt worden betreden en die als natuurlijke habitat in stand worden gehouden. De lokale fauna en flora krijgen er vrij spel. Vele Open Oproep projecten in dit landschap zijn bedacht als onthaal­ infrastructuur voor provinciale of gemeentelijke recreatiedomeinen. Zo worden in De Boerekreek in ­Sint-Laureins sport- en jeugdkampen georganiseerd. Op andere plekken, zoals het herinneringspark in de Westhoek, worden in het landschap restanten van belangrijke gebeurtenissen uit het verleden beter ‘leesbaar’ gemaakt en ontsloten.

3

1 2 3 4

5 6 7

OO1601 Herinneringspark 2014–2018, Westhoek Geurst & Schulze architecten OO1907 Streekbezoekerscentrum Heuvelland, Kemmel Happel Cornelisse Architecten OO2805 Agroverzamelgebouw, Kinrooi UR architects OO2404 Herinrichting zeedijk Raverszijde en Wellington, Oostende ADR architectes / Georges Descombes / Technum OO0512 Fietsers- en voetgangersbrug tussen zeedijk en natuurreservaat, Knokke Ney & Partners OO0409 Sport- en recreatiecentrum De Boerekreek, Sint-Laureins Coussée & Goris / Studiebureau Guy Mouton OO01b08 Masterplan Hoge Rielen, Kasterlee Studio Associato Secchi-Viganò Kunst in Opdracht: A Fool’s Paradise, Fiona Tan

1

6

Het tafereel verbeeldt de pittoreske kwaliteiten van een idyllisch landelijk leven. Te midden van de kleine, ogenschijnlijk bevattelijke dorpskern ligt centraal nog de kerk, het in onbruik geraakte maar symbolische centrum van de gemeenschap waarrond nieuwe publieke ruimte wordt vormgegeven, met een dorpsplein met fontein en straatmeubilair, maar ook door de ­schikking van de omliggende gebouwen. De hier verzamelde Open Oproep projecten gaan verder vooral over gemeenschapsvoorzieningen: een gemeentehuis, een jeugdhuis, de school, de brandweerpost of politiekazerne, een zorginstelling. Het dorp organiseert zich rond een patchwork van pleinen, parken en tuinen. De sociale woningen in Gistel omarmen de voormalige dorpsherberg en omsluiten een hof. In het geval van het stadhuis in Diksmuide markeert het hekwerk de overgang tussen het plein en een binnenplein, terwijl de glazen galería de bewoners verwelkomt en het historische belfort een eigentijdse uitstraling geeft.

7

PANORAMA

1 2 3 4 5 6

O1816 Restauratie en herinrichting O ­stadhuis, Diksmuide ONO architectuur OO1926 Basisschool De Klinker, Riemst Dierendonckblancke architecten OO2114 Reconversie pastorij, Aalst SUMoffice / Van Noten OO0332 Nijdrop muziekcentrum, Opwijk Architecten Tom Thys en Adinda Van Geystelen OO0525 Gesubsidieerd wonen Pijpelheide, Heist-Op-Den-Berg Huiswerk architecten OO0322 Gesubsidieerd wonen en ­renovatie Herberg Godelieve, Gistel Witherford Watson Mann architects


Weefsel van straatdorpen, steenwegen en linten

De geërfde stad: stad van het geheugen en de herinnering

5

3

2

1

7

4

4

6

6

9

2

7

11

5 11

De voorstad groeit en de stadsrand dijt uit. Grotere werken voor infrastructurele gehelen of stedenbouwkundige plannen reorganiseren het stedelijke weefsel rondom. Vlaanderen kent een fijnmazig stelsel van verbindingswegen, omzoomd door woonlinten die het hinterland afschermen. De auto is er koning. Vele dorpen en voorzieningen zijn langs een weg gelegen en takken er op een directe manier op aan. De bakstenen gevel van de brandweerpost in Dilbeek verbergt de dagelijkse bedrijvigheid in zijn interieur, maar signaleert via zijn helrode kleur de geruststellende aanwezigheid van veiligheidsdiensten. In de rand net buiten de stad of net buiten de woonkernen liggen grotere instellingen en gebouwen­ parken vaak op een groene campus. De herbestemming van een voormalig bedrijven­terrein tot administratieve campus in Oostkamp is hiervan een bijzondere variant.

1 2 3 4 5 6 7

OO2413 Brandweer-voorpost, polyvalente ruimtes en woningen, Dilbeek Studio SNCDA et al. OO2306 Ontmoetingscentrum en heraanleg dorpskern, Kasterlee Dierendonckblancke architecten OO1505 Dienstencentrum Oostcampus, Oostkamp Carlos Arroyo OOO2708 Brug Vaartstraat over E34, Ranst Bureau d’Etudes Greisch OO1406 Watersilo, Beersel BEL! / Bureau d’Etudes Weinand OO2003 Secundaire school De Wijnpers, Leuven Office Kersten Geers David Van Severen / Util OO2412 OCMW-zetel Zedelgem Haerynck en Vanmeirhaeghe Architecten

3

Steden zijn overgeleverde ­geschiedenis. Laag na laag, generatie na generatie, project na project krijgen ze vorm. Precies deze historische accumulatie verleent de stad haar waarde en betekenis. Van vorige generaties hebben we soms zeer rijke, betekenisvolle gebouwen, monumenten of ­stedelijke ruimte geërfd. Vandaag zijn bijna alle nieuwe architectuurprojecten ‘­verbouwingen’ van een gegeven context. Nieuwe projecten grijpen niet alleen aan op bestaande gebouwde omgeving of voegen er een nieuwe laag aan toe: ze revitaliseren ook het patrimonium. De Gentse boekentoren van Henry Van de Velde wordt momenteel grondig gerenoveerd en met een slimme inbreiding aangepast aan nieuwe noden. In de Dossinkazerne in Mechelen worden de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog herdacht en wordt het verleden – via onderzoek en tentoon­stellingen over mensenrechten – levendig gehouden en bevraagd.

1 2 3 4

5

6 7 8 9 10 11

8

PANORAMA

10

8

9

PANORAMA

O1009 Stadsontwerp Intergenerationeel O Project Linkeroever, Antwerpen Technum OO1726 Kunstencampus het Eilandje, Antwerpen HildundK architekten / Korteknie Stuhlmacher OO3101 Ontwikkeling van Het Steen tot toeristisch onthaalcentrum, Antwerpen noAarchitecten OO1201 Restauratie Boekentoren, Gent Robbrecht en Daem architecten / Barbara Van der Wee / SumProject / Baro / Daidalos Peutz / Bureau d’Etudes Greisch / VK Engineering OO2802 Restauratie en herinrichting ­stadhuis, Antwerpen Hub, Origin Architecture & Engineering, Bureau Bouwtechniek OO1202 Renovatie en herbestemming loodsen Park Spoor Noord, Antwerpen Verdickt & Verdickt architecten OO2101 Provinciehuis, Antwerpen Xaveer De Geyter Architects OO0611 Heraanleg Theaterplein en ­omgeving, Antwerpen Studio Associato Secchi-Viganò OO0417 Masterplan en aanpassingswerken KMSK, Antwerpen Claus en Kaan architecten OO1812 Restauratie zaal Harmonie, Antwerpen Atelier Kempe Thill architects and planners OO1301 Museum-memoriaal Kazerne Dossin, Mechelen awg architecten


Een productieve delta

Archipel van kleine en middelgrote steden

1 7 4

3 1

6 5

2

5

7

9 8 10

2

6

3 4

De landen in de delta van Leie, Schelde, Maas en Rijn behoren tot een van de meest productieve en welvarende regio’s ter wereld. Vanaf het begin van de moderniteit zijn de steden er vrijplaatsen voor kennis en onderzoek. Innovatieve bedrijven, uitgestrekte industrie­ terreinen, havens en performante distributienetwerken doorkruisen een productief territorium. Het tafereel toont een zicht op een van de dokken van een haven waarrond allerhande bedrijfs­ gebouwen zijn verzameld. Verschillende overheidsdiensten zoals de VDAB, de diensten voor Wegen en Verkeer of de drie grote zeehavens hebben er eigen representatieve gebouwen, hun kantoren en werkplaatsen. De Vlaamse overheid is ook een belangrijke werkgever en leidt met een uitgekiende dienstverlening haar bewoners naar werk. Het ontwerp voor het coördinatie­ centrum voor de Antwerpse haven torent boven de bedrijven­terreinen uit.

10

PANORAMA

1 2 3 4 5 6 7

OO1811 Regiepost wegendistrict, Eeklo BLAF architecten OO3205 Maritiem Museum, Antwerpen Atelier Kempe Thill architects and planners / Origin Architecture & Engineering OO2502 Communicatieparcours berging radioactief afval NIRAS, Dessel Bovenbouw / ONO architectuur OO2001 Waterbouwkundig laboratorium, Borgerhout Lieven Achtergael Architecten OO1701 Centrum voor scheepvaart­ begeleiding, Antwerpen Neutelings Riedijk Architecten OO1516 Havenhuis, Antwerpen Zaha Hadid Architects OO0903 Beroepsopleidingscentrum ­transport VDAB, Menen Van Belle & Medina architects

De Lage Landen vormen, ook historisch gezien, een archipelago van kleinere en middelgrote steden met een eigen hinterland en invloedssfeer. Het is een verdicht netwerk van steden die zoals een eilandengroep in elkaars directe nabijheid zijn gelegen, soms met elkaar wedijveren maar ook met elkaar in nauw contact staan. Elke stad heeft zijn eigen tradities, een eigen karakter, een herkenbare vorm. Studentenstad Leuven wil met de toekomstige podiumkunstensite zijn culturele infrastructuur versterken. De Lakenhalle in Ieper werd omgevormd tot het In Flanders Fields Museum. In het masterplan voor de Pupillensite in Aalst wordt het verbindende vermogen van Aalst Carnaval bespeeld. Quasipermanente monumentale constructies ordenen het stadslandschap, ook wanneer de jaarlijkse feestelijkheden voorbij zijn.

1

2 3 4 5 6

7 8 9 10

11

PANORAMA

O3106 Masterplan en beeldkwaliteitsplan O de Leet, Ieper Bureau B+B Stedebouw en landschaps­ architectuur / SumProject architecture & engineering OO1512 In Flanders Fields Museum, Ieper noAarchitecten OO3406 Begijnhof, Hasselt Bovenbouw Architecten / David Kohn Architects OO2904 Masterplan Pupillensite, Aalst Baukuh / List OO2204 Administratief centrum OCMW De Zuidkaai, Eeklo 1:1 architecture (Eagles of Architecture) OO1621 Masterplan en sociaal huis De Torens, Aarschot Jan De Vylder architecten / DRDHarchitects / Technum OO2901 AZ Turnhout campus Sint-Jozef, Turnhout osararchitects OO2013 Ontwikkelingsvisie site Cordonnier, Wetteren De Smet Vermeulen architecten OO3501 Masterplan en culturele infra­ structuur Podiumkunstensite, Leuven Sergison Bates architects / Charcoalblue / eld OO1521 Faculteit Rechten en rectoraat UHasselt, Hasselt noAarchitecten


Bekken van rivieren, beken en kanalen

Wisselen van schaal en perspectief

1

Vanaf het einde van de achttiende eeuw verschenen in talrijke Europese steden geschilderde panorama’s. Het waren verbluffende illusiemachines, cinema’s avant la lettre die bezoekers in tijd en ruimte konden verplaatsen. Met hun 360° breedbeeld en perfecte perspectieftechniek omwikkelden ze de kijker die zich even midden in een veldslag van de Napoleontische oorlog kon wanen, de indruk kreeg vanuit een boot een exotisch koloniaal landschap te zien, of van op een toren een uit zijn voegen barstende grootstad als Londen. Sommige ­panorama’s reisden als attractie van stad naar stad, tegelijk massaspektakel en didactisch of zelfs propagandistisch instrument. Het Open Oproep panorama biedt niet dit soort ervaring: de taferelen op de voorgrond en de kaart op de achtergrond versmelten niet tot één landschapszicht. Ze grijpen inhoudelijk wel in elkaar, maar werken elk op een andere schaal en met een ander perspectief. Dat stemt ook overeen met de manier waarop de zorg voor landschappelijke kwaliteit en duurzame stadsontwikkeling in Open Oproep projecten op verschillende schalen gebeurt: soms op het niveau van gebouwen en hun onmiddellijke omgeving, maar ook met stedenbouwkundige studies, beeldkwaliteitsplannen, en landschaps­ projecten die de ruimere context meenemen.​

6 5

3 2 4

Het bebouwde landschap van Vlaanderen vertoont een sterke fragmentatie en is doorsneden met de grootschalige infrastructuur van bruggen, autosnelwegen en spoorwegen. In tegenstelling tot onze buurlanden zijn er weinig sterke landschappelijke elementen die het verspreide nederzettingspatroon structureren. Er is geen uitgesproken topografie, noch zijn er dominante grootschalige groenstructuren. Alleen het hydrologische stelsel vormt hierop wellicht de uitzondering. De Lage Landen zijn dooraderd met beken en kleine rivieren, een grillig rivierenstelsel dat verder productief gemaakt wordt door een netwerk van rechte kanalen. Mede vanwege de frequentere wateroverlast wint de hydrologische onderlegger aan belang. Een reeks masterplannen verbindt het verstedelijkte weefsel opnieuw met het water. Het landhoofd van de brug over het Albertkanaal in Vroenhoven werd ingericht als een verblijfplaats en een belevingscentrum. Aan het uiteinde van de stadswallen in Aarschot staat sinds de zestiende eeuw een monumentaal watermolencomplex dat met een nieuwe vleugel werd uitgebreid. 12

PANORAMA

1 2

3 4 5 6

OO0229 Brug over Albertkanaal, Vroenhoven Ney & Partners OO0204 Verkeerspost langs het kanaal Leuven-Dijle, Kampenhout ssa/xx stedenbouw-architectuurlandschapsontwerp OO0116 Werkhuis en magazijn aan het Albertkanaal, Schoten Hub OO1120 Fietsbruggen ter hoogte van het Zennegat, Mechelen Dietmar Feichtinger Architects OO2905 Masterplan Erembodegem, Aalst LIST / LOLA landscape architects / Grontmij Belgium OO0516 Restauratie, herbestemming en nieuwbouw Hertogenmolens, Aarschot noAarchitecten

13

PANORAMA


2 ARCHIEF

Een Open Oproep ontwerpwedstrijd is een intens traject dat de Bouwmeester en de bouwheer samen afleggen. Bij de meeste projecten worden meerdere opdrachtgevers of partijen al van in het begin in het overleg betrokken. Halverwege stappen ook ontwerpers in het traject. Op basis van archieven en getuigenissen werden de trajecten van zes projecten uit de afgelopen twintig jaar in detail gereconstrueerd. Bij elke halte van deze reizende tentoonstelling worden enkele van deze casestudies getoond. Ze illustreren telkens hoe de Open Oproep kwaliteit heeft gestimuleerd, en hoe projecten ontwikkeld werden. De reconstructies tonen in het bijzonder hoe belangrijk de minder zichtbare eerste fase van een Open Oproep traject is: het uitwerken van een goede en ambitieuze ontwerpopgave, waarin duidelijke inhoudelijke keuzes en uitdagingen geformuleerd worden. Dat is immers een voorwaarde voor een kwaliteitsvol ontwerp. Bij de Open Oproep wordt die opgave niet louter als een programma van gedetailleerde noden en eisen geformuleerd, maar als een projectdefinitie met een globale visie en ambities. Door die scherp te stellen, neemt een opdrachtgever als ‘bouwheer’ zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op. Bij de eigenlijke wedstrijd helpt de Bouwmeester als architectuurexpert opdrachtgevers om een zinvolle keuze van kandidaat-ontwerpers te maken. Uit de ingezonden kandidaturen stelt hij een shortlist samen van ontwerpteams waarvan hij verwacht dat ze de opdracht op een vakkundige en cultureel interessante manier zullen beantwoorden. Daarbij krijgen ook jongere ontwerpers kansen. De selectie moet de opdrachtgever in staat stellen te kiezen tussen waardevolle, maar zeer verschillende architectuurbenaderingen. De Bouwmeester, zijn medewerkers en gastjuryleden, helpen opdrachtgevers ook om die wedstrijdvoorstellen te beoordelen, door de kwaliteiten en consequenties ervan te verduidelijken. Finaal blijft het aan de opdrachtgever om, op basis van de ingediende schetsontwerpen en de gesprekken, een ontwerper te kiezen.

Open Oproep trajecten ­uiteengelegd: een goede opdracht ontwikkelen en kiezen voor architectuurkwaliteit

14

15

ARCHIEF


De Open Oproep in 10 stappen De Open Oproep is een unieke aanbestedingsprocedure om een ontwerper aan te stellen voor een publieke opdracht op het vlak van architectuur, stedenbouw, landschapsinrichting, publieke ruimte of infrastructuur. Alle (semi)publieke opdrachtgevers in Vlaanderen kunnen er een beroep op doen: overheidsdiensten op Vlaams niveau, stads- en gemeentebesturen, maar ook huisvestingsmaatschappijen, vzw’s in de zorgsector etc. De Open Oproep onderscheidt zich van andere openbare aanbestedingsprocedures door de ondersteuning die het Team Vlaams Bouwmeester biedt, en door een wel­­ bepaald procesverloop dat kwaliteit stimuleert. De volgende tien stappen vatten dat proces samen, zoals het vandaag verloopt. In de afgelopen twintig jaar is de procedure van de Open Oproep enkele keren bijgesteld, maar de algemene opzet bleef onveranderd. De tien stappen tonen de interactie tussen opdrachtgever, Bouwmeester, en ontwerpers. Merk op dat ‘de’ opdrachtgever daarbij zelden te herleiden valt tot één publieke instantie: zeker bij grotere projecten is meervoudig en/of gedelegeerd opdrachtgeverschap steeds vaker de norm.

1

De opdrachtgever overlegt met de Bouwmeester over een ambitieus project, en over de mogelijkheid dit via Open Oproep te realiseren. Meestal komt het initiatief van een publieke opdrachtgever, die naar de Bouwmeester stapt met een mogelijk project. In een eerste gesprek en bezoek aan de site worden de uitdagingen die het project stelt en de kwaliteitsambities van de opdrachtgever besproken. Ook wordt nagegaan of de Open Oproep hier de geschikte procedure is.

2

Het Team Vlaams Bouwmeester en de opdrachtgever stemmen de procedure af op de opdracht. De procedure kan op maat van elk project wat variëren. De afspraken over het verloop ervan worden opgenomen in een samenwerkings­ protocol. Daarin worden de beschikbare middelen voor het project benoemd, het aantal ontwerpers dat zal worden uitgenodigd een schetsontwerp uit te werken, de timing en de vergoedingen en erelonen voor de ontwerpers. Ook de gunningscriteria en de samenstelling van de jury – de ‘gunningscommissie’ – worden ­vastgelegd.

3

Het Team Vlaams Bouwmeester begeleidt de opdrachtgever bij het opstellen van een goede en gedragen projectdefinitie. De opdrachtgever stelt een projectdossier samen. Dat bevat naast een programma van eisen en het bestek onder meer ook de projectdefinitie. In dat document verwoordt de opdrachtgever zijn maatschappelijke en culturele ambities en zijn visie op de uitdagingen die zich stellen. Afhankelijk van het soort opgave kan het Team hierbij de nodige ondersteuning aanbieden of kan externe expertise worden ingeroepen. Het Team Vlaams Bouwmeester ziet er mee op toe dat de projectdefinitie gedragen wordt door alle betrokken partijen. Een gedegen projectdefinitie is immers cruciaal als referentiekader voor alle verdere beslissingen.

4

Het Team Vlaams Bouwmeester lanceert een oproep aan ontwerpers. Het project wordt samen met andere publieke opdrachten gebundeld in een halfjaarlijkse Open Oproep. Deze wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen en in het publicatieblad van de Europese Unie. Op de website van de Vlaamse Bouwmeester vinden kandidaat-­ontwerpers een infobrochure, waarin elk project kort wordt toegelicht (beknopte versie van de projectdefinitie). Hier verschijnen ook locatiefoto’s en informatie in verband met de timing, het bouwbudget, vergoedingen en ereloon van de ontwerpers.

5

Ontwerpteams uit binnen- en buitenland stellen zich kandidaat met een portfolio en een korte motivatietekst. Bureaus kunnen hierbij individueel kandideren, of in een tijdelijke samenwerking met andere ontwerpers of studiebureaus. Teams kunnen kandideren voor één of

16

ARCHIEF

17

ARCHIEF

meerdere ontwerpopgaven. De kandidaten dienen een licht digitaal dossier in: ze schrijven een beknopte ­inhoudelijke reflectie op de opdracht, geven drie relevante referentieprojecten op en dienen een portfolio in.

6

De Bouwmeester maakt een kwalitatieve preselectie van een tiental ontwerpteams, de opdrachtgever weerhoudt er (gemiddeld) vijf. De Bouwmeester kiest eerst zorgvuldig een tiental kandidaten uit. Bij deze pre­­ selectie waakt hij erover, een divers palet aan ontwerpbenaderingen aan bod te laten komen. De preselectie toont typisch ook een mix van meer gevestigde en jonge bureaus, binnen- en buitenlandse teams, bureaus met ervaring in soortgelijke projecten en bureaus die dit type opdracht voor het eerst zullen benaderen. Uit deze voorselectie weerhoudt de opdrachtgever vervolgens minimum drie, en maximum zeven teams, die worden uitgenodigd een schetsontwerp uit te werken.

7

De opdrachtgever organiseert op de site twee briefings voor de geselecteerde ontwerpers. Bij de eerste briefing worden de opgave en de verwachtingen toegelicht, het projectdossier overhandigd en de bouwplaats bezocht. De ontwerpteams kunnen vragen stellen in een open dialoog met de opdrachtgever. Bij een tweede briefing staat de opdrachtgever opnieuw ter beschikking om bijkomende vragen van de ontwerpers te beantwoorden.

8

De ontwerpteams dienen een schetsontwerp in. In een ontwerpbundel ontwikkelen de ontwerpers in tekst en beeld een visie op de opgave en stellen zij een eerste


Hoe de Open Oproep op kwaliteit inzet. 10 ­sleutels als memo’s

ontwerpaanzet voor. De graad van detaillering en de aard van het in te leveren beeldmateriaal variëren naar gelang van het project en van de gemaakte afspraken. Het Team Vlaams Bouwmeester bezorgt de ontwerpbundels aan de opdrachtgever en de overige juryleden.

De Open Oproep schept op verschillende manieren condities voor­­kwaliteit en voorbeeldigheid. Dat gaat zowel over de architectuur en de ruimtelijke ontwikkelingen zelf, als over de rol van de betrokkenen en de verantwoordelijkheid die ze opnemen. Enkele essentiële dimensies van de Open Oproep zijn daarom te bewaren en te versterken. De tien sleutels zijn dan ook bedoeld als memo’s bij het verdere gebruik en bij de verdere ontwikkeling van de Open Oproep procedure.

9

De ontwerpers lichten hun visie en schetsontwerp toe en beantwoorden vragen van de jury (‘gunningscommissie’). De Vlaamse Bouwmeester zit de jury voor waarin vertegenwoordigers van de opdrachtgever zetelen, en een of meerdere externe deskundigen. Vaak worden ook afgevaardigden van bevoegde administraties als adviseurs bij de gunningscommissie uitgenodigd, zoals erfgoed­consulenten bij een project met een belangrijk erfgoedaspect. De ontwerpteams presenteren hun schetsvoorstel en de commissie stelt vragen. De opdrachtgever krijgt hier de kans om met de ontwerpteams in gesprek te gaan.

10

De jury evalueert de ­voorstellen en duidt een winnaar aan – de ‘voorkeursbieder’ – , en de opdrachtgever gunt de opdracht. De leden van de gunningscommissie delen hun inschattingen van de voorstellen en de ontwerpteams met elkaar. Er volgt een debat over de kwaliteiten en ­beperkingen van de verschillende inzendingen in relatie tot de projectdefinitie en de procesgerichtheid van de ontwerpteams. De Bouwmeester neemt de verantwoordelijkheid op om de ontwerpvoorstellen te verduidelijken en helpt de opdrachtgever een gedragen keuze te maken. Er wordt een gunningsverslag opgemaakt, de opdracht wordt officieel gegund en het winnende ontwerpteam wordt uitgenodigd voor de finale contractonderhandeling. Na de gunning kan de opdrachtgever nog een beroep doen op de expertise van het extern jurylid en het Team.

18

ARCHIEF

Aanspreekpunt en kwaliteitslabel De Bouwmeester kan proactief zijn ­diensten aanbieden om belangrijke opgaven via een Open Oproep traject te begeleiden, maar fungeert vooral als een toegankelijk aanspreekpunt voor opdrachtgevers. Als ambassadeur van kwaliteitsvolle architectuur is de Vlaamse Bouwmeester een partner voor publieke instanties en hun architectuurprojecten. Via de Open Oproep kunnen zij de beschikbare architectuurexpertise van de Bouwmeester aangrijpen, van zijn Team architecten-medewerkers, en van een breder netwerk van adviserende experten, om zo ook architectuurkwaliteit in de weegschaal te kunnen leggen. De diensten van het Team Vlaams Bouwmeester zijn kosteloos voor de opdrachtgever. Het gezag, de onafhankelijkheid en deskundigheid van het Team Vlaams Bouwmeester bieden besturen enerzijds een kans tot depolitisering en professionalisering, en anderzijds een hefboom om gedurfde beleidskeuzes te maken die een kwalitatief ruimtelijk en architectuurbeleid soms nodig heeft. Het Atelier Bouwmeester is een plek die deze autonome positie van de Bouwmeester representeert.

Overtuigde opdrachtgevers De toewijzing van overheidsopdrachten wordt geregeld door Europese richtlijnen, wetten en decreten. De Open Oproep is één manier om binnen die wettelijke kaders publieke ontwerpopdrachten te verlenen.

19

ARCHIEF

Het Team Vlaams Bouwmeester heeft de nodige modeldocumenten en administratieve expertise om ook minder ervaren opdrachtgevers en hun administraties door die procedures te gidsen. Openbare besturen zijn niet verplicht hun opdrachten via de Open Oproep uit te schrijven. Dat heeft het voordeel dat opdrachtgevers bewust kiezen voor deze samenwerking en de bijbehorende kwaliteitsambitie. Dat versterkt het wederzijdse engagement van opdrachtgever en Bouwmeester.

Verantwoordelijkheid nemen en krijgen De gebruikers van ­overheidsinfrastructuur en bestuurders van overheidsinstellingen worden op hun maatschappelijke en culturele verantwoordelijkheid als bouwheer aangesproken, en ondersteund in hun rol als opdrachtgever. Door met eigen woorden en uit eigen inzichten de projectambitie te formuleren, door uit de preselectie de deelnemende ontwerpteams te selecteren, en door het winnende ontwerpteam te kiezen, komt het proces niet exclusief in de handen van infrastructuurbeheerders en technici. Dat is een vorm van empowerment van de opdrachtgever en van capaciteitsopbouw bij de betrokken administraties. De opgenomen verantwoordelijkheid in de formulering van de opgave en in het selectie- en gunningsproces verhoogt de betrokkenheid bij en de identificatie met het project. Dat komt niet alleen de slaagkans van het project ten goede, maar ook de maatschappelijke inbedding van de architectuur.


Nadruk op de maatschappelijke inzet van het project Bij de uitwerking van een projectdefinitie bezint de opdrachtgever zich samen met eigen medewerkers, leden van het Team Vlaams Bouwmeester en eventuele externe adviseurs, over de plaats en de publieke opdracht van zijn organisatie in de samenleving. Vanuit die reflectie wordt geformuleerd wat er voor de opdrachtgever en de samenleving op het spel staat bij het ontwerp en de realisatie van een nieuw gebouw, publieke ruimte, of masterplan. Een inhoudelijk sterke projectdefinitie tilt de ontwikkeling en beoordeling van ontwerpen voorbij een puzzel van oppervlaktes en technische specificaties. De projectdefinitie vormt zo een voorzet voor de ontwerper om een visie te vertalen in een gebouw of een publieke ruimte met maatschappelijke meerwaarde.

Voordelen van de ­gebundelde publicatie van oproepen Het bundelen van de oproepen tot kandidatuurstelling voor een reeks studie- en ontwerpopgaven in een halfjaarlijkse publicatie heeft twee grote voordelen. Ten eerste ontstaat zo een ‘kritische massa’, wat de aandacht van mogelijke kandidaat-ontwerpers voor de afzonderlijke opgaven vergroot. De centrale communicatie en administratie van de wedstrijden vergroot het bereik ervan. ‘Grote’ en ‘kleine’ opdrachten en opdrachtgevers komen zo in het vizier van belangwekkende binnen- en buitenlandse kandidaat-ontwerpers. Voor een jong bureau met ambitie wordt het zo even gemakkelijk als voor een toonaangevend uitgebouwd bureau om de oproepen te volgen en zich kandidaat te stellen. Dat vergroot de kans op een sterke finale selectie van kandidaat-ontwerpers. Ten tweede stimuleert de ­gebundelde publicatie van ontwerp­ opgaven ontwerpers om zich slechts gericht ­kandidaat te stellen voor een of enkele opgaven die hen interesseren, en waarvoor zij menen relevant te zijn.

20

ARCHIEF

Een gegarandeerd archi­tec­ turaal keuzespectrum De Bouwmeester neemt voor een vijfjarige termijn de verantwoordelijkheid om uit de lijst van kandidaten een kwalitatieve voorselectie te maken. In een vorm van toegepaste architectuurkritiek worden de portfolio’s en de motivatieteksten tegenover elkaar afgewogen. De voor­ selectie moet de opdrachtgevers een palet aan verschillende architectuurattitudes garanderen die om verschillende redenen relevant zijn voor de opgave in kwestie. Dit divers palet wordt ook bewaakt bij de uiteindelijke selectie van de ontwerpteams door de opdrachtgever. Verschillende ‘auteurs’ met alternatieve visies worden zo tijdens de wedstrijd in stelling gebracht. Op een hoger niveau beschouwd, stimuleert de Open Oproep zo ook de ontwikkeling van een rijk geschakeerd veld van goede ontwerpers.

Demonstratie van de ontwerpvisie in woord en beeld Het formaat van de ontwerpbundel geeft het ontwerpteam de vrijheid om het eigen verhaal te ontvouwen. Stappen in het ontwerpproces worden tot een argumentatie gedistilleerd. De bundel verbeeldt zo een eerste antwoord op de gestelde vraag, maar ontvouwt ook een ontwerpvisie. De montage van tekst en beeld laat de ontwerpteams toe ten opzichte van de projectdefinitie een stelling in te nemen. De bundel is een retorisch middel waarmee ontwerpers de jury overtuigen en verleiden. Ook tijdens de mondelinge presentatie proberen de ontwerpteams de jury van hun visie te overtuigen. De opeenvolging van presentaties van de verschillende teams brengt de verschillende betogen in scherper reliëf.

Kwalitatieve evaluatie van de voorstellen weegt door De ontwerpdossiers worden niet uitsluitend kwantitatief beoordeeld, op de (lage) prijszetting van het ereloon bijvoorbeeld, of op technische merites. In de eerste plaats wordt geëvalueerd of ontwerpers een overtuigend en interessant antwoord

bieden op de opgave. De voorafgaandelijke kwalitatieve omschrijving van de opdracht geeft de kwalitatieve beoordeling meer kans. Onder leiding van de Bouwmeester wordt grondig over de verschillende voorstellen, de verdiensten en pijnpunten ervan gedebatteerd en wordt ieders mening gehoord. Bij gunning krijgt de opdrachtgever het laatste woord. Hij kiest niet alleen welke ontwerpattitude voor deze opdracht het meest geschikt lijkt, maar ook met welk ontwerpteam hij denkt samen te kunnen werken. Hij dient de keuze immers achteraf uit te dragen en zal het project met het gekozen team uitvoeren.

Blijvende openheid om het project te herijken Van bij het eerste gesprek tussen opdrachtgever en Bouwmeester tot de keuze voor een schetsontwerp maakt een project een aantal transformaties door. De opgave wordt niet alleen in het voorbereidingstraject kritisch ontwikkeld tot een goede projectdefinitie met verstandige projectrandvoorwaarden. Ook in de wedstrijdfase blijft er een zekere ruimte om de opgave in vraag te stellen. Tijdens hun ontwerpend onderzoek komen ­ontwerpers soms knelpunten en onvermoede mogelijk­ heden op het spoor. Zij kunnen tot de overtuiging komen dat eerdere keuzes in de omschrijving van de opgave beter herzien worden. Wanneer hun voorstel zo’n herziening impliceert, nemen zij een zeker risico, waarvoor ze echter niet noodzakelijk ‘gediskwalificeerd’ worden.

Een lichte procedure met billijke vergoedingen en realistische kansen voor ontwerpers De Open Oproep probeert de wedstrijd­ investering licht en efficiënt te houden, op drie manieren. De kandidatuurstelling van ontwerpers is erg beknopt, en gebeurt gericht. Slechts een vijftal ontwerpers gaan vervolgens met de opgave aan de slag. Ten slotte worden geen finale ontwerpen gemaakt en beoordeeld, maar worden ontwerpers gekozen op basis van een schetsontwerp. Die lichte procedure heeft het voordeel dat het wedstrijdwerk voor

21

ARCHIEF

ontwerpteams tot de essentie wordt herleid en dat zij hiervoor een billijke vergoeding kunnen krijgen. Het Team Vlaams Bouwmeester streeft er tegelijk naar voor opdrachtgevers de wedstrijdkost betaalbaar, en de financiële drempel tot de Open Oproep relatief laag te houden. De vergoeding, die de afgelopen jaren met de veranderende verwachtingen mee groeide, heeft bovendien de wedstrijdcultuur gestimuleerd. De ­standaarden van organisatie en vergoeding zijn ook bij andere wedstrijden verhoogd.


Zes cases in terugblik *  De selectie van cases belicht een diversiteit aan ontwerp­ opgaves, uitdagingen en ambities uit de afgelopen twintig jaar. De zes trajecten zijn ook elk op hun eigen manier treffende voorbeelden van een kwaliteitszoekend proces. De reconstructies van de trajecten volgen niet strikt de tien stappen van de Open Oproep, maar belichten en synthetiseren enerzijds de ontwikkeling van de projectdefinitie, en anderzijds de ontwerpwedstrijd. Die twee grote fases komen voor elke case aan bod aan de twee zijden van de reeks ‘archiefkoffers’.

* Bij elke halte van de reizende tentoonstelling worden enkele van de zes Open Oproep trajecten getoond.

22

ARCHIEF

OO01b08  Masterplan De Hoge Rielen, Kasterlee De Hoge Rielen geldt als een pioniersproject binnen de Open Oproep. Om te breken met een traditie van ad-hoc verbouwingen op het jeugdverblijf­domein, wordt een toekomstvisie ontwikkeld in de vorm van een masterplan. Publicatie Open Oproep: 2001 Bouwheer: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Administratie Cultuur, Afdeling Jeugd en Sport Bouwmeester: bOb Van Reeth Projectbegeleiders: Mario Deputter, Tony Van Nuffelen met medewerking van Marc Santens (adjunct bouwmeester) Selectie ontwerpers: Coussée & Goris architecten Johan Van Reeth / Tom Van Mieghem / SWK KuiperCompagnons Studio Associato Secchi-Viganò Xaveer De Geyter / SWK Gegund aan: Studio Associato Secchi-Viganò

23

ARCHIEF

OO1801  De Waalse Krook, Gent De nieuwe media-site en bibliotheek De Krook is illustratief voor een ‘tweede generatie’ van Open Oproepen: complexe opgaves, ingebed in een specifieke stedelijke context en met veel belanghebbenden. Publicatie Open Oproep: 2009 Bouwheer: CVBA Waalse Krook Bouwmeester: Marcel Smets Projectbegeleider: Tony Van Nuffelen Selectie ontwerpers: Aires Mateus / Stéphane Beel Architects RCR Aranda Pigem Vilalta arquitectes / Coussée & Goris architecten Schmidt Hammer Lassen Architects Toyo Ito & Associates UNStudio Gegund aan: RCR Aranda Pigem Vilalta arquitectes / Coussée & Goris architecten


OO2602  Crematorium, Oostende

OO2801  VRT, Brussel

OO3206  Stadskernvernieuwing, Torhout

OO3406  Begijnhofsite, Hasselt

Meerdere Open Oproep wedstrijden hebben het crematorium als gebouwtypologisch vraagstuk onderzocht. Het nieuwe gebouw in Oostende past ook binnen het masterplan voor het ‘Groen Lint’ rond de stad.

De vervangbouw voor de VRT ­betekent een nieuwe impuls voor het ­stadsdeel rond de Reyerslaan. De ­architectuur geeft een publiek gezicht aan een hedendaagse nationale omroep.

De vernieuwing van kleine steden als Torhout is een thematiek die aan belang wint binnen de Open Oproep. De heraanleg van het marktplein wordt verbreed tot een integrale ­visie­ontwikkeling voor de stad.

De Begijnhofsite in Hasselt is waarde­ ­vol erfgoed waarvoor lange tijd geen geschikte bestemming werd gevonden. Verschillende partijen werken rond het project samen en blazen de site nieuw leven in.

Publicatie Open Oproep: 2013 Bouwheer: Opdrachthoudende vereniging voor crematoriumbeheer arrondissement Oostende (OVCO) Bouwmeester: Peter Swinnen Projectbegeleider: Mario Deputter Selectie ontwerpers: Alvarez Ouburg Architecten Hideyuki Nakayama / LIST Office Kersten Geers David Van Severen Studio SNCDA et al. Gegund aan: Office Kersten Geers David Van Severen

Publicatie Open Oproep: 2015 Bouwheer: Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie Bouwmeesters: Peter Swinnen, Stefan Devoldere (waarnemend) Projectbegeleider: Annelies Augustyns Selectie ontwerpers: architecten de vylder vinck taillieu / Denis Dujardin / doorzon interieur­architecten / evr-Architecten Christian Kerez Zürich Office for Metropolitan Architecture OMA Office Kersten Geers David Van Severen / KCAP Architects&Planners Robbrecht en Daem architecten/ Dierendonckblancke architecten / Arup / VK Engineering Gegund aan: Robbrecht en Daem architecten / Dierendonckblancke architecten / Arup / VK Engineering

Publicatie Open Oproep: 2016 Bouwheer: Stadsbestuur Torhout Bouwmeester: Leo Van Broeck Projectbegeleider: Mario Deputter, Anne Malliet Selectie ontwerpers: BUUR Bureau voor Urbanisme josé maría sánchez garcía architects / ­ ­Marie-José Van Hee architecten LIST / LOLA landscape architects / Grontmij SLETH Gegund aan: LIST / LOLA landscape architects / Grontmij

Publicatie Open Oproep: 2017 Bouwheer: Provinciebestuur Limburg, Stadsbestuur Hasselt Bouwmeester: Leo Van Broeck Projectbegeleider: Hedwig Truyts Selectie ontwerpers: architecten BOB361 architectes / Studio Roma Ard de Vries Architecten / Studio Donna van Milligen Bielke Bovenbouw Architecten / David Kohn Architects UR architects Gegund aan: Bovenbouw Architecten / David Kohn Architects

24

ARCHIEF

25

ARCHIEF


3 WUNDERKAMMER

In tal van Open Oproep projecten gaven architecten een nieuw gezicht aan een overheid of een publieke instelling: aan gemeentebesturen, aan scholen van de verschillende onderwijsnetten, of aan musea en culturele centra van de ontzuilde cultuursector bijvoorbeeld. Een terugkerend vraagstuk is hoe een gebouw vandaag zijn publieke karakter en zijn specifieke functie kan uitdragen. Welke architectuur is gepast voor welk type instelling? Moet een administratief centrum transparantie en efficiëntie uitstralen, of informaliteit, misschien zelfs huiselijkheid? Een crematorium moet waardig zijn, maar hoeveel en welke symboliek verlangen we hier? En hoe kan architectuur die waarden vormgeven? Zes fotoreeksen vergelijken de architectuur van verschillende types instellingen. Een aantal Open Oproep projecten daagt echter zo’n institutionele typologie uit: ‘verzamelgebouwen’ die meerdere voorzieningen onderdak bieden bijvoorbeeld, of gebouwen die worden herbestemd voor een ander institutioneel gebruik. Dat biedt kansen op vlak van duurzaamheid en erfgoedzorg, maar stelt ontwerpers ook voor nieuwe uitdagingen. Hoe kan je bijvoorbeeld een zinvolle uitdrukking geven aan de combinatie van een cultureel en een administratief centrum in één gebouw, of aan een stadsbibliotheek ingericht in een voormalig klooster? In de draaiende installatie worden de ‘gebouw-­ gezichten’ van zeventien van deze projecten ontleed aan de hand van een of meerdere maquettes voor elk project. Zes verschillende soorten maquettes isoleren elk een ander aspect van de verschijning van deze (semi)publieke gebouwen. Drempels en plinten verheffen het gebouw, luifels gebaren waar de publieksingang is of verzamelen mensen. Soms springt een gebouw eruit door zijn onvergetelijke silhouet. Façades blijken meer open of gesloten, en vertonen statige of speelse patronen. Het gebeurt ook dat de meest uitgewerkte of betekenisvolle aanblik pas binnenin verschijnt, in het publieke interieur van een lokettenzaal of een foyer. Het materialenpalet bepaalt grotendeels het karakter van een gebouw. Ornamenten kunnen nadrukkelijk als toevoeging verschijnen, of geïntegeerd in de vorm van bouwtechnische detaillering, gevelopschriften benoemen een gebouw, terwijl kunst­ interventies het beeld, de betekenis en het gebruik van openbare gebouwen kunnen bespelen.

Architectuur met karakter voor een diversiteit aan publieke voorzieningen

26

27

WUNDERKAMMER


Zeventien publieke gebouwen onder de loep

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

O0210 Renovatie en nieuwbouw stadhuis O en belfort, Menen noAarchitecten OO0220 Forensische woonopvang OPZ REKEM (Hotel Min), Antwerpen Mys & Bomans / Ars Horti OO0605 Crematorium en afscheids­centrum Heimolen, Sint-Niklaas Claus en Kaan Architecten OO0611 Heraanleg Theaterplein en ­omgeving, Antwerpen Studio Associato Secchi-Viganò OO0902 Renovatie opleidingscentrum VDAB, Antwerpen Nero OO0906 Polyvalente zaal en jeugdlokaal, Bocholt ONO architectuur OO1219 Basisschool buitengewoon ­onderwijs Groenlaar, Rumst Huiswerk architecten OO1225 Basisschool buitengewoon ­onderwijs, Herentals Stéphane Beel architecten OO1718 Woonzorgcentrum en ­dagverzorgingscentrum, Genk osararchitects OO1813 Renovatie en uitbreiding stedelijk sportcentrum, Genk BEL! / Ney & Partners OO2101 Provinciehuis, Antwerpen Xaveer De Geyter Architects

28

WUNDERKAMMER

12 OO2105 Uitbreiding van woon- en ­zorgcontinuüm Huis Perrekes, Oosterlo NU architectuuratelier 13 OO2213 Restauratie en herbestemming Predikherenklooster tot ­stadsbibliotheek, Mechelen HildundK / Korteknie Stuhlmacher Architecten 14 OO2303 Renovatie en uitbreiding Provinciaal Instituut Sint-Godelieve, Deurne Schmitz – Igodt (aaa – architectuuratelier ambiorix) 15 OO2504 Gemeentehuis, Sint-Gillis-Waas architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche 16 OO2611 Renovatie en reconversie ­voorgebouw Klein Seminarie, Hoogstraten Baukuh / RE-ST 17 OO3002 Herbestemming Belgacomgebouw tot kunstencampus en politiecommissariaat, Herentals Frederic Vandoninck Wouter Willems ­architecten / VK Engineering

Silhouetten

Met krachtige contourlijnen en dankzij een grotere schaal tekenen publieke gebouwen zich vaak al van op afstand tegen de horizon of de omliggende omgeving af. Een openbaar bestuur kan zich zo zelfbewust profileren: de iconische Antwerpse Provincietoren staat in een oudere traditie van belforttorens. In het veel kleinere Bocholt kan jeugd- en cultuurhuis De Steen net genoeg verdiepingen stapelen om een vergelijkbare impact te hebben. De gebouwmonoliet maakt zich niet ondergeschikt aan zijn context, een versnipperde dorpsrand, maar verhoogt er op eigen kracht de kwaliteit van, met zijn spel van kleine volumevariaties en (a)symmetrieën. Andere sprekende silhouetten ontstaan wanneer dakstructuur en gebouwvolume samenvallen, zoals in de Genkse sporthal.

29

WUNDERKAMMER


Façades

Sokkels, drempels, luifels

Façades zijn schermen tussen straat en interieur, gezichten waarmee gebouwen zich aan de wereld tonen, en de wereld aankijken. Na de modernistische beeldenstorm werd architecturale aandacht voor façades wat taboe. De afgelopen decennia investeren ontwerpers echter duidelijk opnieuw in sprekende gevels. Soms gaat het om een frontale (voor) gevel in een straatwand, zoals bij het gebouw voor het politiecommissariaat en de stedelijke academies in Herentals. Vaker zijn de gevels van publieke gebouwen vandaag segmenten van een ‘huid’ die rondom een vrijstaand volume gespannen is, zoals bij de school in Rumst. Gevels kunnen een gebouw meer of minder transparantie verlenen. Voor (semi)publieke gebouwen is dat een belangrijke kwestie. Moderne overheden willen openheid uitstralen, maar niet alle plekken en activiteiten in een gebouw zijn even geschikt om ze naar buiten toe zichtbaar te maken. De melkweg van kleine venstertjes in de gevel van het crematoriumgebouw wil de achterliggende verbrandingsoven niet openlijk

30

WUNDERKAMMER

tonen, maar achter een ornamenteel gevelpatroon zacht aanwezig stellen, en sfeervol belichten. Gevels brengen ook een ordening en een ritme, die traditioneel interageren met de achterliggende ruimte-indeling. In de uitbreiding van het gemeentehuis van Sint-Gillis-Waas zetten enkele blinde vensters het gevelritme voort. De vensters in het schoolgebouw in Rumst dansen in de gevel. Hun minieme luifels in dezelfde rode golfplaat als het gevelvlak zijn als vriendelijk opgemaakte wimpers, een speels ornament.

Van dichterbij markeren sokkels, drempels en luifels tal van ­openbare gebouwen en hun ingang. Deze elementen aan de voet van een gebouw begeleiden de naderende bezoeker. De overgang van de straat of het plein naar de andersoortige openbaarheid van bijvoorbeeld een stadhuis of een school wordt zo benadrukt. Natuurlijk kunnen drempelplekken ook aantrekkelijke stedelijke verblijfsruimtes worden – de lichte luifel over het Antwerpse Theaterplein toont dat bij uitstek. Bij het VDAB-gebouw in Antwerpen maakt een eenvoudige hoge stootplint uit blauwsteen de façade ­klassiek voornaam. De plint loopt binnenin zelfs nog even door: rondom de hoge hal wordt de plint nu een lambrisering. Hotel Min combineert begeleid wonen voor ex-gedetineerden met een polyvalente buurtzaal en de toegang naar een achtergelegen wijkcentrum. Het introverte woongebouw heeft een minder opvallende ingang dan de buurtinfrastructuur. Die is aan de straatzijde aangegeven doordat de gevel

31

WUNDERKAMMER

op de hoek van het gebouw terugwijkt en beglaasd is, achter een dubbelhoge portaalnis. Eenzelfde gebaar wordt veel monumentaler gesteld bij het onthaalgebouw van het crematorium Heimolen: de mensen die samen afscheid komen nemen, verzamelen eerst onder een groot overkragend ‘dak’: het begin van een ceremonie. In het Klein Seminarie van Hoogstraten maken gerichte ingrepen op de drempel van het art deco gebouw de school niet alleen beter toegankelijk, ze actualiseren ineens ook de look van de school.


Materialen en karakter

Kunstinterventies, opschriften, en ornamenten

De gebruikte materialen bepalen sterk het karakter van overheidsgebouwen en publieke voorzieningen. De materialen in Open Oproep projecten bestrijken een bijzonder brede waaier. Soms beantwoorden ze aan langzaam opgebouwde en traag evoluerende verwachtingen, even vaak verrassen ze. Een goud­gekleurde gevel geeft het schoolgebouwtje in Herentals een wat bevreemdende, onvergetelijke gloed. De kostbare indruk ervan contrasteert sterk met de geprofileerde metaalplaten op de gevels van de school in Rumst, waar een alledaags materiaal net wordt opgewaardeerd. Materialen bepalen de look maar ook de feel van gebouwen. In Huis Perrekes, waar mensen met dementie wonen, zijn houtoppervlakken bepalend voor de sfeer in de woonruimtes en de muziektherapieruimte. In het Antwerpse Provinciehuis geven transparante en metalen oppervlakken in de open hal, en witte naast felgekleurde materialen in de landschapskantoren, het openbaar bestuur en de publieke dienstverlening een scifi-uitstraling van toekomstgerichte ambitie en technologische knowhow.

Bij het tot stadsbibliotheek omgebouwde Predikherenklooster in Mechelen werd een barok omlijste poort de hoofdingang. De zeventiende-eeuwse stenen voluten, cartouches en andere vertrouwde historische sierelementen zijn slechts één set ‘gevonden’ ornamenten die dit cultuurhuis verbijzonderen. Binnen vind je nog een andere laag van ‘gevonden’ decoratie: verweerd stucwerk in de gewelven en afgeschilferde verflagen worden er door nieuwe wandbekledingen en afwerkingen zorgvuldig gekaderd, als waren het velden ingelegd marmer of abstracte hedendaagse composities. Ornamenten vind je in andere projecten vooral in de gedaante van decoratief geschikte of gecombineerde bouwmaterialen en detailleringen. Opschriften communiceren vaak heel direct over de functie van het openbare gebouw. Ook veel hedendaagse kunstwerken die specifiek voor een publiek gebouw bedacht zijn, doen een uitspraak over de aard en het gebruik van het gebouw, maar die ‘uitspraken’ zijn typisch meerduidiger en uitdagend.

32

WUNDERKAMMER

33

WUNDERKAMMER

In Herentals zal Gert Robijns op het gebouw voor politiecommissariaat en kunstacademies gevelbreed het poëtische opschrift ‘REGELMAATWERK’ aanbrengen, een samentrekking van ‘regelmaat’ en ‘maatwerk’ die zinspeelt op de ongebruikelijke combinatie van activiteiten in het gebouw. Adrien Tirtiaux’ werk Plan de carrière in het VDAB-kantoor in Antwerpen visualiseert de dubbele betekenis van het woord ‘carrière’: loopbaan en steengroeve. Hij laat de blauwsteen in de lambrisering in de hal verlopen van ruw naar vlak gekapt. Op het dak van Hotel Min installeerde Koen Theys een bushalte, waarbij het betonnen schuilhuisje een sterk beeld geeft aan het tijdelijke verblijf van de voormalige forensische cliënten die er wonen, en aan de instelling. Het wordt wellicht ook dankbaar gebruikt als plek om te roken, te praten, zich even terug te trekken.


Publieke interieurs

Open Oproep projecten als modellen? De installatie doet misschien denken aan de maquettekamer in de Londense museumwoning van John Soane. Deze vroeg-19de-eeuwse architect verzamelde er kostbare maquettes van voorbeeldgebouwen uit de klassieke oudheid, naast maquettes van eigen werk. Soane stelde zijn collecties ook als modellen ter beschikking van architectuurstudenten. De verzameling studiemaquettes van Open Oproep projecten, bijeengebracht in deze Wunderkammer, roept de vraag op welke modellen ontwerpers van openbare gebouwen vandaag gebruiken. En of de honderden wedstrijdontwerpen en gerealiseerde Open Oproep projecten zelf ook kunnen dienen als een studiever­zameling van na te volgen, te manipuleren, of te ver­werpen modellen voor nieuwe projecten?

Terwijl private interieurs vooral het intieme wonen dragen en ruimte voor individualiteit laten, gaan publieke interieurs over collectiviteit en tijdelijke passage. De hal en de gangen, trappen en liften in een openbaar gebouw bieden de gelegenheid om de bewegingen van gebruikers en bezoekers te ensceneren, door toegangspartijen een statig karakter te geven of een stedelijke drukte te suggereren, al is een heldere wayfinding vaak even belangrijk. In het gerenoveerde stadhuis van Menen is een dubbelhoge inkomhal met historische en hedendaagse elementen een indrukwekkend start- en oriëntatiepunt. Door een opening in het plafond kijkt de bezoeker meteen in de raadzaal. De kantoren van de stadsdiensten liggen overzichtelijk rond een beglaasde binnenkoer verzameld. De basisschool in Rumst is een voorbeeld van een school waar de gangen niet louter gang zijn, maar net als de klassen plekken voor allerlei activiteiten. Een tweede soort publieke ­interieurs maakt een gepast kader aan voor alledaagse of heel bijzondere

34

WUNDERKAMMER

collectieve ervaringen. Zij liggen vaak dieper in het gebouw. De sporthal in Genk is tegelijk modern-licht en eeuwig-monumentaal. Een vergelijkbare spanning verschijnt in de ceremonie­ zaal van het crematorium, met zijn sixties-achtige lichtpatroon in het plafond enerzijds en zijn marmeren ­katafalk en theaterwand anderzijds. De meeste binnenruimtes in woon- en zorgcentra kan je eigenlijk geen publieke interieurs noemen. Veel sterke woonzorgprojecten realiseren net schakeringen van collectiviteit en ­huiselijkheid, van openheid en intimiteit.

35

WUNDERKAMMER


Open Oproep 20 jaar architectuur in publieke opdracht VANDENHOVE Centrum voor Architectuur en Kunst, Universiteit Gent 20.09–31.10.2019

Atelier Bouwmeester, Brussel 20.11–20.12.2019 BRUGGE

Deze reizende tentoonstelling is een initiatief van het Team Vlaams Bouwmeester. Ze werd gerealiseerd door de Vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de Universiteit Gent, in samenwerking met het Team Vlaams Bouwmeester en het Vlaams Architectuurinstituut. In 2020–21 reist ze onder meer naar Hasselt, Leuven, Kortrijk en Antwerpen. Curatoren: Maarten Liefooghe, Maarten Van Den Driessche Assistent-curator: Pieter-Jan Cierkens Stuurgroep: Annelies Augustyns, Tania Hertveld, Catherine Robberechts, Leo Van Broeck, Bart Verschaffel, Bart Tritsmans Onderzoek: Pieter-Jan Cierkens, Louis De Mey, KORTRIJK Maarten Liefooghe, Maarten Van Den Driessche Scenografie: Kris Coremans, Hans Lust Grafisch ontwerp: ruttens-wille Productie: Eef Boeckx, Kris Coremans, RIJSEL Christof De Prest, Geertrui Ivens, Pierre Putman, Bram Vandeveire, en het Team Vlaams Bouwmeester Productie video-interviews: Vlaams Architectuurinstituut

Bezoekersgids Teksten: Maarten Liefooghe, Maarten Van Den Driessche Eindredactie: Catherine Robberechts Grafisch ontwerp en coverbeeld: ruttens-wille Coverbeeld verso: Ester Goris, op basis van Corine Land Cover 2006, versie 20, van het Europees Milieuagentschap (EEA) Illustraties: Malgorzata Maria Olchowska m.m.v. Louis De Mey (pp. 6–12), Joris Kerremans (pp. 29–34)

EINDHOVEN

ANTWERPEN

ISBN 9789040304088 D/2019/3241/269GENT VU Leo Van Broeck, Havenlaan 88 bus 20, 1000 Brussel Met dank aan alle Bouwmeesters, huidige en voormalige leden van het Team Vlaams Bouwmeester, opdrachtgevers en ontwerpers voor hun getuigenissen en hun medewerking aan het onderzoek en de tentoonstelling. www.vlaamsbouwmeester.be HASSELT BRUSSEL

Gordijnkaart: Studio Ester Goris in samenwerking met Lien Nauwelaerts Landschapstaferelen: Malgorzata Maria Olchowska met assistentie van Laure Machtelinckx en Wout Vermijs Wunderkammer: Joris Kerremans, Louis Seynaeve, Toon Verdonck

LUIK

Administratie, archief en documentatie Open Oproep: Pieter Degrendele Projectbegeleiding Open Oproep: (team 2019) Eva Amelynck, Annelies Augustyns, Jouri De Pelecijn, Mario Deputter, Stijn De Vleeschouwer, Christa Dewachter, Tania Hertveld, Hedwig Truyts, Anne Malliet, Oda Walpot Fotografie: Open Oproep projecten Tim Van de Velde, Michiel De Cleene, Jan Kempenaers, Stijn Bollaert, Niels Donckers, Filip Dujardin

 ⁄

36

LEUVEN

Vandenhove centrum voor architectuur en kunst

CHARLEROI

KEULEN


s Maldegem

ntwerpen

Halle

e Dokken Gent

OO17

OO0801

OCMW Lommel

O

OO1010

Stadsontwerp Geraardsbergen

OO1213

Districtsgebouw Mechelen

OO1214

Sint-Annakerk An

OO1408

Nieuw Zurenborg Antwerpen

OO1409

StĂźbbenpark Kno

OO1526

BSBO Lier

OO1527

BSBO Reet


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook