Skip to main content

Samenvatting_jaarverslag_jeugdhulp_2020_ juni2021 .pdf

Page 1

Intersectoraal Jaarverslag Jeugdhulp Enkele opmerkelijke cijfers 2020 Samenvattende ppt www.jaarverslagjeugdhulp.be

Alle volledige cijfers en toelichtingen op www.jaarverslagjeugdhulp.be

1


Homepage van www.jaarverslagjeugdhulp.be

Over jeugdhulp: Opgroeien is altijd intens en boeiend. Soms gaat alles vanzelf, soms net veel te snel. Met grote en kleine zorgen, of praktische beslommeringen. Advies, ondersteuning, begeleiding, opvang of hulp tijdens het opgroeien maakt écht een verschil. Kansrijk opgroeien; dat is het verhaal van de jeugdhulp in Vlaanderen Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen een duwtje in de rug, zodat ze snel zelf verder kunnen. Ofwel kunnen ze, indien nodig, rekenen op langdurige ondersteuning; op maat en met respect voor de keuzes van jongeren en hun ouders. Zo weten kinderen, jongeren en gezinnen zich letterlijk en figuurlijk gesteund wanneer dat nodig is. Op een positieve manier worden de eigen krachten van kinderen, jongeren en ouders versterkt. Want oplossingen die je samen vindt, werken het best. Zo gaat ook de samenleving zelf erop vooruit. Jeugdhulp wordt gerealiseerd door tal van partners op het terrein en mee vormgegeven door Opgroeien, Vlaams agentschap voor personen met een handicap, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, agentschap Zorg en Gezondheid en Departement Onderwijs en Vorming,

2


Nieuwe interviews: een greep uit aanbod….

3


Aantal kinderen en jongeren in jeugdhulp, verschuivingen door fusie en overhevelingen

Bovenstaande grafiek belicht het aantal unieke kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar per sector. De grootste sectoren zijn de voorzieningen van het Vlaams agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en de voorzieningen jeugdhulp van Opgroeien (het vroegere Jongerenwelzijn, exclusief pleegzorg) met respectievelijk 26.422 (2019: 27.882) en 18.069 (2019: 13.822) Het gaat bij het VAPH om zowel Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH, 0-21 jaar), de multifunctionele centra (MFC), individuele materiële bijstand (IMB) en de persoonlijke assistentiebudgetten (PAB). Meer info kan u vinden bij de thematische cijfers: Kinderen en jongeren met een handicap | Jaarverslag Jeugdhulp Bij voorzieningen jeugdhulp Opgroeien zitten de onthaal-, observatie- en oriëntatiecentra (OOOC), de organisaties voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ), de centra integrale gezinszorg (CIG), crisishulp aan huis (CaH), de centra kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG), de voorzieningen voor gedrags- en emotionele stoornissen plus (combinatie complexe problematieken) (Ges+) en de observatie- en behandelcentra (OBC). Het aparte cijferrapport 2020 over deze voorzieningen kan u hier vinden. VAPH en Jeugdhulp Opgroeien In vergelijking met 2019 valt de forse stijging op in bereik voor de voorzieningen jeugdhulp van Opgroeien en de daling bij het VAPH. Dat heeft in hoofdzaak te

4


maken met de overheveling begin 2020 binnen de MFC van de observatie- en behandelcentra (OBC) en de GES+-voorzieningen VAPH naar Opgroeien. (Cijferrapporten over de diensten van het VAPH kan u hier vinden.) Ook de werking van de CKG wordt nu niet langer apart geregistreerd, maar zit mee in de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien. Pleegzorg Pleegzorg wordt hier apart vermeld, maar behoort ook tot de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien. Ondanks een moeilijk coronajaar valt hier een stijging op met 6 procent van het aantal unieke kinderen, jongeren en pleeggasten dat via pleegzorg wordt begeleid: van 8.863 in 2019 naar 9.424 in 2020. Andere sectoren Andere sectoren die jongeren met een hupvraag opvangen en begeleiden zijn de centra algemeen welzijnswerk (CAW, 2020: 5.753 ) en de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK, 2020: 13.051). De cijfers voor 2020 zijn voor hen zowat gelijk gebleven. De cijfers over de kinder- en jongerenteams van de centra geestelijke gezondheidszorg (CGG) worden hier later bijgevoegd, de rapportage heeft vertraging opgelopen omwille van de uitzonderlijke corona-situatie. Tenslotte valt op dat het aantal jongeren in een gesloten jeugdinstelling (bij de gemeenschapsinstellingen (GI) van Opgroeien) relatief beperkt is: 1.067 (1.197 in 2019). Daar gaat het om jongeren waarvan de jeugdrechter een gesloten opvang als allerlaatste optie nodig acht omwille van een delict of een heel moeilijke thuissituatie. De lichte daling van het aantal unieke jongeren heeft hier ook met de pandemie te maken. Meer specifieke cijfers over de gemeenschapsinstellingen kan u hier vinden: Jeugddelinquentie | Jaarverslag Jeugdhulp Regionale en demografische gegevens Via deze grafiek kan u ook de regionale bereikgegevens vinden, per provincie. (waarbij Brussel om technische redenen bij Vlaams-Brabant is geteld). Ook wordt het bereik afgezet tegenover de demografische gegevens van alle kinderen en jongeren in Vlaanderen, waarbij voor Brussel de geldende norm van 30 procent Nederlandstaligen wordt geteld, en dit ter indicatie. In totaal komen we zo aan ongeveer 1.995.000 kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar (915.000 0-12 jarigen; 453.500 12-18 jarigen en 627.500 18-25 jarigen). Of afgerond 2 miljoen. Het bereik van de verschillende vormen jeugdhulp schommelt daardoor tussen de 0,05 en 1,4 procent.

4


Bereik Jeugdhulp/ Opgroeien (eerste onvolledige oefening)

50.628

Unieke kinderen en jongeren

2,5 procent totale groep 0-25 jaar - Lopend dossier tussen 1/01/2020 en 31/12/2020 - Pleegzorg - Voorziening jeugdhulp Opgroeien - inclusief CKG, Ges+ en OBC - Dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) - Gemeenschapsinstelling (GI) - Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ), sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ) - Toegangspoort (intersectoraal) - Crisismeldpunten (intersectoraal) - Cliëntoverleg en bemiddeling intersectoraal) - (nog niet: Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK)) - Intersectorale ambitie : op termijn ook vaph, caw, cgg,…

De fusie biedt Opgroeien (het vroegere Jongerenwelzijn samen met Kind en Gezin) nu wel voor het eerst de mogelijkheid om een aantal gegevens binnen het nieuwe agentschap te bundelen. Het is een eerste, zij het nog altijd onvolledige, stap richting geïntegreerde intersectorale gegevens over het totale bereik. In totaal kwamen 50.628 unieke kinderen en jongeren tussen 0-25 jaar in contact met Opgroeien voor jeugdhulp, of ongeveer 2,5 procent van de totale populatie tussen 0 en 25 jaar. Het gaat om alle kinderen en jongeren die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 een lopend ‘dossier' had bij ofwel een voorziening jeugdhulp, pleegzorg, een gemeenschapsinstelling (GI), een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ), een sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ), of gekend was bij de intersectorale toegangspoort (ITP), de crisismeldpunten (CMP) of bij cliëntoverleg en bemiddeling. Crisisjeugdhulp, toegang tot niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (via ITP) en cliëntoverleg zijn intersectoraal ingebed en ontsluiten al een stukje een intersectoraal cijfer jeugdhulp. De overgrote meerderheid (58 procent) heeft een lopend dossier bij slechts 1 actor; 25 procent bij twee en 11 procent bij drie. Met welke actoren kwamen deze kinderen en jongeren in contact? •25.820 (51%) kinderen en jongeren kregen hulp van een voorziening Jeugdhulp Opgroeien (rechtstreeks en niet rechtstreeks toegankelijk bij OVBJ, CaH, OBC, Ges+, CIG, CKG) of pleegzorg. •5011 (9,90%) kinderen en jongeren zijn gekend bij een dienst voor herstelgerichte en

5


constructieve afhandeling (HCA) op basis van een delict. •28.727 (56,74%) kinderen en jongeren werden aangemeld voor verontrusting bij een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ) of hebben een lopend traject bij een OCJ of sociale dienst jeugdrechtban (SDJ) •16.922 (33,42%) jongeren waren gekend bij de intersectorale toegangspoort omdat ze een vraag stelden naar hulp, een opstart kenden of op 31/12 op de wachtlijst stonden, •4.364 (8,62%) jongeren waren aangemeld bij een crisismeldpunt waarvan ingeschat werd dat crisisjeugdhulp nodig was. •1.475 (2,91%) jongeren werden aangemeld bij het Centraal Aanmeldpunt (CAP) en verbleven (al dan niet) in een gemeenschapsinstelling (op time-out of regulier). •418 (0,83%) jongeren werden aangemeld voor een cliëntoverleg/bemiddeling of een nog lopend overleg/bemiddeling hadden.

5


Begeleidingen in jeugdhulp stijgen, corona-effecten

Begeleiding is een ambulante of mobiele hulp- en ondersteuningsvorm die gecombineerd kan worden met andere vormen van hulp. Zo krijgt iedere jongere die verblijft in een jeugdhulpvoorziening van Opgroeien, een pleeggezin of een gemeenschapsinstelling ook de module begeleiding. Bij de voorzieningen erkend door het VAPH kan daar apart of gecombineerd gebruik van worden gemaakt. Hieronder vind je het aantal begeleidingen per sector voor de afgelopen twee jaren, voor kinderen en jongeren tussen 0-25 jaar. De teleenheid is het aantal dossiers, behalve bij het VAPH, waarbij het gaat om unieke kinderen die begeleid zijn bij de MFC's en in de Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH, 0-21 jaar). Bij de MFC's zien we een lichte stijging, te verklaren door de effecten van de coronapandemie. Als kinderen en jongeren thuis verbleven in plaats van in de voorziening of de dagopvang kon niet doorgaan is er wel maximaal ingezet op begeleiding. Corona verklaart ook grotendeels de daling bij de RTH; een aantal gezinnen hebben niet de stap gemaakt of verhoogde drempels ervaren om in corona tijden RTH begeleiding op te starten. Pleegzorg kende in het aantal begeleiding een lichte groei, parallel met alle andere indicatoren voor pleegzorg. Het aantal begeleidingen bij de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien (exclusief pleegzorg) kende een grote groei: van 14.497 in 2019 tot 17.311 in 2020, een stijging die net als bij de totale cijfers grotendeels te maken heeft met de opname van de CKG's

6


in deze cijfers en de overheveling van de OBC's en de GES+ voorzieningen van het VAPH (MFC) naar Opgroeien. Ook hier spelen onderliggend corona-effecten mee: waar verblijf minder mogelijk was, is er extra ingezet op begeleiding. Ook bij de CAW's, en specifiek de de deelwerking van het JAC, zien we een stijging, grotendeels te verklaren door de lastige corona-situatie. Er waren minder mogelijkheden voor jongeren tot ontspanning, ontmoeting en peerondersteuning waardoor er meer jongeren begeleiding nodig hadden. Tegelijkertijd werden jongeren geconfronteerd met thuiswerkende ouders, tijdelijke werkeloosheid van ouders waardoor controle van ouders en conflicten stegen. Steeds terugkerende thema's: relationele problemen, zelfbeeld en psychisch (on)welbevinden. Ondanks de piek in online-ondersteuning, waren een aantal jongeren ook vragende partij voor meer faceto-face contacten (online-moeheid). Hier heeft het JAC ook op ingezet in de tweede helft 2020 omdat dit bij vele (jeugd)diensten een gemis was. Ook merkten we dat begeleidingen intensiever werden door de ervaren hoge nood en complexere vragen.

Noot: de cijfers van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) slaan op de reguliere werking.

6


Verblijf: wisselend beeld. Stijging pleegzorg, verschuivingen en dalingen door corona-effecten

Kinderen en jongeren kunnen voor kortere of langere tijd buiten hun eigen huis worden opgevangen, (uithuisplaatsing). Dit kan in een residentiële voorziening uit diverse sectoren of in een pleeggezin. Ook deze module kan gecombineerd worden met andere hulpvormen waardoor cijfers niet kunnen opgeteld worden. De grootste schommelingen zijn te verklaren door de opname van de CKG's in de cijfers jeugdhulp Opgroeien en de overheveling van de OBC's en de GES+ voorzieningen van het VAPH (MFC) naar Opgroeien. Onderliggend zien we wel, bij de diverse sectoren, de effecten van de coronapandemie die zowel de instroom, doorstroom en uitstroom hebben beïnvloed en de globaal dalende trend mee verklaart. Minder opnames, maar tijdelijk ook minder beschikbare capaciteit door de nodige sanitaire maatregelen. Zeker tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 waren er minder dossiers verblijf. Enkel bij pleegzorg is er in totaal een stijging, parallel met alle indicatoren pleegzorg.

7


Thematische cijfers: overzicht

8


‘Vrij stabiele trends bij CLB, Lokale teams K&G CLBchat en CAW onthaal stijgen (corona)

We belichten hier enkele belangrijke spelers die laagdrempelige ondersteuning aanbieden: de CLB's (functie onthaal); de lokale teams van Kind en Gezin Opgroeien die de preventieve gezinsondersteuning (PGO) op zich nemen; de CAW's voor hun functie onthaal; de Huizen van het Kind en de Overkophuizen. CLB Het CLB onthaalt iedere vraag door de leerling, ouder of schoolteam naar jeugdhulp, dus ook niet-schoolgerelateerde vragen. Voor het schooljaar 2019-2020 gaat het om 223.207 kinderen en jongeren (226.498 in het schooljaar 2018-2019). Dit grote getal weerspiegelt de cruciale rol die de CLB's spelen bij het snel en vroegtijdig opvangen en signaleren van mogelijke problemen. In vergelijking met vorige jaren zien we wel een daling. Dat is een trend die al enkele schooljaren wordt vastgesteld. De CLB's geven zelf in hun jaarverslag wel aan dat het gemiddeld aantal interventies per leerling schooljaar na schooljaar toeneemt, met nu gemiddeld 4,51 interventies per leerling. Die evolutie bevestigt volgens de CLB's dat de zorgzwaarte toeneemt. CLBch@t als houvast in coronatijden Het CLB onthaalt niet alleen vragen op de klassieke manier (nl. face to face) maar zet ook in op online hulpverlening en dit via de CLBch@t, waar leerlingen en hun ouders op een laagdrempelige en anonieme manier een vraag kunnen stellen aan het CLB. In het schooljaar 2019-2020 werden 8.620 gesprekken gevoerd, wat een toename is van 58 % tegenover 2018-2019. De cijfers van september 2019 tot februari 2020 – voor de coronacrisis – tonen een

9


lichte stijging in vergelijking met dezelfde periode in 2018-2019. Maar toen op maandag 16 maart 2020 een algemene lockdown van kracht ging en de lessen werden opgeschort, nam het aantal chatgesprekken exponentieel toe in vergelijking met dezelfde periode van het jaar voordien. Ook tijdens de zomervakantie was het aantal oproepen behoorlijk hoger dan de voorbije schooljaren. CLBch@t verhoogde de capaciteit en breidde de chaturen uit om in verbinding te blijven. Lokale teams Kind en Gezin De lokale teams van Kind en Gezin bieden van bij de geboorte tot een kind naar school gaat een preventief en ondersteunend programma aan. Het aanbod is op maat van elk gezin én geïntegreerd. Dit wil zeggen dat de verschillende domeinen waarin Kind en Gezin een opdracht heeft (Groeipakket, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, adoptie) als één geheel bij de ouder terechtkomen, en bovendien op een gepast moment in het dienstverlenend traject. In totaal is bij 201.717 unieke kinderen gebruik gemaakt van de dienstverlening van Kind en Gezin in 2020. Dit cijfer is in vergelijking met het voorbije jaar (205.549 in 2019) licht gedaald, dit hangt ook samen met een licht dalende trend bij het totaal aantal kinderen tussen 0 en 12 jaar in Vlaanderen. Centra algemeen welzijnswerk (onthaal) Problemen met financiën of administratie, zorgen over huisvesting, relatiemoeilijkheden of problemen met familie of vrienden … Iedereen wordt wel eens geconfronteerd met moeilijkheden en onvoorziene gebeurtenissen. Het centrum algemeen welzijnswerk CAW wil diegenen die het moeilijk hebben, de nodige steun geven om zelf terug verder te kunnen. Het heeft hierbij specifieke aandacht voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving - jongeren, slachtoffers en hun directe omgeving, en gedetineerden en hun directe sociale omgeving -, zowel op individueel niveau als op samenlevingsniveau. Dit doen zij door preventief te werken, door te sensibiliseren en te signaleren, en door te overleggen met de overheid en aan te geven waar de welzijnsproblemen zitten in Vlaanderen en Brussel. Onthaal is een laagdrempelig proces van vraagverheldering, waarbij samen met de jongere de hulpvraag wordt ontrafeld. Het onthaal kan één tot meerdere gesprekken zijn, en onderscheidt zich van begeleiding doordat er geen doelstellingen aan worden gekoppeld. De vraagverheldering kan een finaliteit op zich zijn of leiden tot directe hulp. In 2020 onthalen de CAW’s 24.019 kinderen en jongeren tot 25 jaar. Dat is een stijging met 10 procent in vergelijking met het jaar voordien (2019: 21.814). Die stijging is grotendeels corona-gerelateerd. Het aantal chatgesprekken is in de eerste lockdown heel sterk gepiekt, met een stijging tot 300%. Jongeren hadden minder ontspanningsmogelijkheden en meer mogelijkheden om online te gaan, dit samen met de onzekere situatie zorgde op alle fora voor meer vragen. Daarop is er extra ingezet op extra aanbod en ruimere openingsuren en versterkte bemanning van de chat.

9


Eén Gezin, één Plan in opstart: divers beeld

Tussen september 2018 en maart 2019 zijn de vijftien samenwerkingsverbanden gestart. Voorzieningen in de jeugdhulp, voorzieningen voor personen met een handicap, centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, centra voor geestelijke gezondheidszorg, centra voor algemeen welzijnswerk, centra voor leerlingenbegeleiding en lokale besturen werken samen aan een afgestemde rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De focus ligt daarbij op het snel in gang zetten van de nodige ondersteuning, afgestemd in een zeer operationeel samenwerkingsverband dat werkt in een afgebakend gebied van 200.000 à 250.000 inwoners. De meeste samenwerkingsverbanden opteren voor de installatie van een team, samengesteld uit vaak ervaren medewerkers van de participerende voorzieningen. Deze nieuwe teams vullen de ontbrekende schakel in tussen basisvoorzieningen en het regionale aanbod voor rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Zij garanderen allen een eerste interventie binnen de maand en een integrale aanpak: verschillende levensdomeinen waarop het kind, de jongere, het gezin ondersteuning behoeft worden meegenomen in de begeleiding. Elke actor die betrokken is op het kind, de jongere en het gezin, staat mee in voor de continuïteit van de jeugdhulp en vertrekt van het principe ‘1 gezin = 1 plan’. Dat plan wordt opgebouwd vanuit de vragen, krachten en het netwerk van het gezin, het kind of de jongere. Hieronder het aantal aanmeldingen per samenwerkingsverband. Let wel: gezien de

10


opstartfase is niet elk samenwerkingsverband op hetzelfde moment opgestart, wat de verschillen verklaart.

10


Pleegzorg (1): blijft stijgen, nu met 6 procent

Pleegzorg kent een jaarlijkse stijging in het aantal pleegzorgsituaties en -dossiers. Ondanks de pandemie is er opnieuw een aanzienlijke groei in 2020 (9664 of een stijging met 7 procent obv het totale aantal dossiers en 9424 of een stijging 6 procent obv aantal unieke kinderen en jongeren). Op 6 jaar tijd kende pleegzorg een groei tussen de 42 (dossiers) en 44 (unieke kinderen en jongeren) procent. De jaarlijkse stijging is geen toeval. De Vlaamse overheid heeft de voorbije jaren sterk ingezet op pleegzorg. Het (aangepaste) decreet pleegzorg heeft voor een hele dynamiek gezorgd, waardoor het vlotter én meer op maat kon worden ingezet. Pleegzorg is de eerste optie als jonge kinderen niet thuis kunnen blijven. Ook werd pleegzorg mogelijk gemaakt tot de leeftijd van 25 jaar. Samen met de verschillende regionale pleegzorgdiensten heeft Pleegzorg Vlaanderen mee aan de kar getrokken om pleegzorg bekender en aantrekkelijker te maken. Van de ruim 2 000 cliënten pleegzorg ouder dan 18 zijn er 631 meerderjarige pleeggasten (volwassen personen met een handicap of psychiatrische problematiek

die rechtstreeks instromen binnen de volwassenwerking van de pleegzorgdiensten).

11


Pleegzorg (2): groei vooral bij netwerkpleegzorg

Kinderen en jongeren in pleegzorg worden in eerste instantie opgevangen in hun eigen netwerk: een tante, grootouder, een gekend vertrouwensfiguur…. Deze ‘netwerkplaatsingen’ maken ruim 70 procent uit van alle nieuwe dossiers in 2020, tegenover ongeveer 22 procent aan ‘bestandspleegplaatsingen’, waarbij een match wordt gezocht tussen een jongere en een kandidaat-gezin. Het percentage netwerkpleegplaatsingen stijgt elk jaar (in 2016 bedroeg dit 61%). Deze stijging is logisch, aangezien hulpverleners in eerste instantie toch het eigen netwerk van de jongere bevragen om bij te springen met ondersteuning vanuit een pleegzorgdienst. Netwerkpleegzorg volgt min of meer de stijging van het aantal opgestarte dossiers, terwijl bestandspleegzorg eerder stabiel blijft in absolute aantallen. Roze balk onbekend/NVT: heeft te maken dat bepaalde vormen van pleegzorg (pleeggasten en crisispleegzorg niet verplicht zijn bij registratie om te vermelden dat het om netwerk/bestand gaat) Voor 2020 beschikken we ook een eerste keer over detailcijfers wat betreft het netwerk. 2/3 van de netwerkpleegzorg vindt plaats in het familiaal netwerk, 1/3 in het sociaal netwerk.

12


Jonge kinderen (0-3): aandeel pleegzorg bij instroom is groot

Uit deze cijfergegevens blijkt dat het aandeel van jonge kinderen in pleegzorg al altijd groot geweest is in verhouding tot de totale groep van geplaatste kinderen. (Verhoudingsgewijs tussen de 82 en 89 procent) Het aantal nieuw opgestarte dossiers voor pleegzorg stijgt voor deze leeftijdsgroep licht over de jaren heen, met een lichte daling in het bijzondere jaar 2020. Omwille van corona is er in 2020 globaal genomen ook een mindere instroom. n 2020 zijn er in de CKG's 47 jonge kinderen ingestroomd in een verblijfsaanbod lange duur. We zien binnen de CKG ook een licht dalende trend inzake residentieel verblijf voor de hele jonge kinderen, al beschikken we hier van 2017 tot 2019 enkel over cijfers m.b.t. geplaatste kinderen over een heel jaar. Bij de dalende trend van het CKG-residentieel verblijf moet er wel rekening mee gehouden worden dat de begeleidingsduur voor de langverblijvers toeneemt, wat maakt dat er logisch gezien minder capaciteit is voor nieuwe instroom en dit dus ook mogelijks één van de factoren is voor de dalende trend. Meer cijfers zorggarantie jonge kinderen op site zelf

13


Aandeel jonge kinderen bij hoogdringendheid stabiel

We moeten er mee rekening houden dat hoogdringende maatregelen niet enkel verwijzen naar verblijf. Ook bv. crisishulp aan huis kan hierdoor gevat zijn. Nochtans leert de praktijk ons dat hoogdringende maatregelen bij de hele jonge kinderen voornamelijk via verblijf gerealiseerd worden. Uit onderstaande grafiek met een overzicht van de evoluties inzake hoogdringende maatregelen blijkt dat waar de hoogdringende maatregelen in hun geheel toegenomen zijn voor de jaren 2018 tot 2020 en we deze stijging minder zien voor de 0 tot 3-jarigen.

14


Jongvolwassenen: stijgend bereik, vooral door pleegzorg

Reflecties en cijfermateriaal bij actieplan jongvolwassenen (rondetafel ACT/Vaph…) : meer op site zelf. Die inspanningen van actieplan zien we ook weerspiegeld in een stijgend gebruik, op vrijwillige basis, door jongvolwassenen (18-25 jaar) van de voortgezette jeugdhulp, cijfers voorzieningen jeugdhulp Opgroeien (OVBJ met en zonder verblijf en pleegzorg). Het totaal is daar gestegen van 2.572 in 2017 naar 3.422 in 2020, een stijging met 33 procent op 4 jaar tijd. Vooral de stijging bij pleegzorg is frappant. Van 1.040 in 2017 naar 1.591 in 2020; een stijging met 52 procent, met die nuance dat hier ook de cijfers voor volwassen pleeggasten (met een handicap of psychische aandoening) meegeteld zijn. Dat zijn er ongeveer 230.

15


Jongvolwassenen: nieuwe module jeugdhulpverlaters

De dezelfde trend zien we voorlopig bij de recente intersectorale module jeugdhulpverlaters. Daar is er een stijging van 149 in het eerste jaar 2019 naar 320 in 2020.

16


Verontrusting (1): licht stijgende trend bij OCJ, VK en SDJ

Hier thematisch ingezoomd op verontrusting, gemandateerde voorzieningen en SDJ De overheid probeert de toegang tot hulp te faciliteren wanneer er sprake is van verontrusting, waarbij •ontwikkelingskansen van een kind of jongere zijn bedreigd. •de (psychische, fysieke of seksuele) integriteit van een kind of jongere aangetast is of kan zijn. De voorbije jaren zien we een continu stijgend aantal jongeren in begeleiding bij deze diensten omwille van verontrusting. Bij SDJ tellen we in totaal 15.851 jongeren met een lopend maatregel (een stijging met 10 procent op vier jaar tijd); bij OCJ zijn er 12.814 jongeren met een lopende dossier (een stijging met bijna 6 procent op vier jaar tijd). Bij VK Mano zijn de absolute aantallen lager (in 2020: 2770), maar valt de verhoudingsgewijze stijging wel op (stijging met 40 procent op vier jaar tijd).

17


Verontrusting (2): Consult OCJ stijgt opnieuw

Jeugdhulpaanbieders kunnen telefonisch terecht bij het ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ) met een consultvraag. De consultfunctie is erop gericht om de verontrusting helder te krijgen en pistes aan te reiken die de horizon van de consultvrager kunnen verbreden. Zo ziet deze weer openingen en opties om verder aan de slag te gaan. Het ‘eigenaarschap’ blijft bij de consultvrager. In 2020 is het aantal consultvragen bij OCJ opnieuw gestegen tot 1.452. Wellicht heeft dit te maken met de corona-situatie waarbij partners in gedeelde verantwoordelijkheid willen omgaan met verontrusting en in eerste instantie zelf nog aan de slag willen gaan.

18


Verontrusting (3): SDJ: hoogdringendheid stijgt

Splitsen we de cijfers voor SDJ uit, dan valt de sterke stijging op van het aantal kinderen en jongeren dat per hoogdringendheid door het parket wordt aangemeld bij het SDJ en waarvoor er meteen een jeugdrechter gevorderd wordt. In zo'n dringende situatie is een voorafgaande beoordeling door een gemandateerde voorziening niet nodig. In die categorie valt een stijging te noteren van 845 naar 1312 tussen 2017 en 2020, of een stijging van 55 procent. Nieuw is de categorie 'Vos na delict'; de zogeheten derde vorderingsgrond. Jongeren kunnen na een delict ook een vordering 'verontrusting' krijgen om zo verder begeleid te worden. In 2020 waren er dit 169.

19


Verhouding delict (8,6 %)/verontrusting (87%) bij SDJ

De overgrote meerderheid van het aantal dossiers bij de sociale dienst jeugdrechtbank gaat over kinderen en jongeren die zich in een verontrustende (leef)situatie bevinden. Begeleidingen omwille van een delict zijn en blijven een minderheid. Verhoudingsgewijs zijn er zo'n 87 procent jongeren in begeleiding omwille van verontrusting; zo'n 8,6 procent omwille van een delict. Een kleine 4 procent wordt begeleid voor zowel delict als verontrusting.

20


Jeugddelinquentie: instroom SDJ delict gedaald

In meer ernstige dossiers kan het jeugdparket een jeugdrechter vorderen. Het dossier wordt dan voorbereid en mee begeleid door de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ, Opgroeien). Meer weten over de werking van de sociale dienst jeugdrechtbank? Klik hier Hieronder geven we het aantal nieuwe vorderingen jeugddelict bij de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ) voor de jaren 2015-2020. Het aantal nieuwe vorderingen kende de voorbije jaren een lichte stijging, maar nu zien we voor 2020 een vrij scherpe daling (van 1.580 naar 1.455, een daling met 8 procent). Wellicht hangt dit samen met de neveneffecten van de corona-situatie (minder vastgestelde feiten rond diefstal, inbraken en drugs, bijv), maar de daling kan ook mogelijks voor een deel verklaard worden door het nieuwe jeugddelinquentiedecreet, met meer mogelijkheden op parketniveau en de inzet van ambulante maatregelen waardoor er minder snel een jeugdrechter gevorderd wordt. Die hypothese moet de volgende jaren verder geanalyseerd worden.

21


Opnames GI: time-outs gedaald, nieuw: kortverblijf

De reden tot opname in een GI voor de afgelopen drie jaren, opgesplitst naar de vorm van de opname. Dat kan regulier zijn waarbij een traject van in principe enkele maanden volgt. De gemiddelde verblijfsduur is 4 maanden. Of dat kan een time-out zijn waarbij de jongere twee weken wordt opgenomen en daarna terugkeert naar de open voorziening waar hij eerder werd begeleid. In totaal waren er in 2020 1.444 opnames, waarvan 858 omwille van delict en 586 omwille van verontrusting. Vorig jaar waren er in totaal 1.624 opnames. De daling, vooral bij de time-outs, is toe te schrijven aan de corona-situatie. In 2020 waren er verhoudingsgewijs 86 procent (83 procent in 2019) opnames omwille van delict. Met de time-outs meegerekend is dit 62 procent (53 procent in 2019). Kortverblijf De corona-maatregelen, met een tijdelijke impact op de instroom omwille van o.m. quarantaine, verhoogde ook de druk op de gemeenschapsinstellingen. Als antwoord werden o.a. 3 leefgroepen voor kortverblijf (van 5 dagen tot maximaal 14 dagen) in het leven geroepen. Per regio wordt samengewerkt met bestaande partners om versterkt in te zetten op een snelle en korte keten om zo het kortverblijf niet te laten dichtslibben. In 2020 werden 92 jongeren via kortverblijf opgenomen in de gemeenschapsinstellingen. Deze nieuwe leefgroepen deden ook de opnamedruk voor jongeren vanaf 14 jaar die verdacht worden van zware (bufferbare) feiten gevoelig dalen. Voor de periode oktober, november, december 2019 tot januari, februari maart 2020 registreerden we 256 weigeringen voor bufferfeiten. Voor dezelfde periode sinds de start van het kortverblijf,

22


bedraagt het aantal weigeringen: 11. Uit de permanente monitoring blijkt dat doorheen bepaalde piekperiodes de differentiatie via kortverblijf in combinatie met het anticiperen op het aanhouden van deze piekmomenten een efficiënte en noodzakelijke ingreep is

22


Intersectorale toegangspoort: nieuwe vragen en opstart vrij stabiel

Het merendeel van de opgestarte hulp betreft hulp in een jeugdhulpvoorziening (6.768 in 2020). Een beperkt aantal opstarten betreft een persoonsvolgend aanbod, zoals een persoonlijke assistentiebudget (PAB) of een persoonsvolgende convenant (PVC). Tot slot kent de toegangspoort in een aantal complexe trajecten ook extra middelen toe (IPH). Zie ook de rubriek 'complexe trajecten' Hieronder een grafiek met het aantal aanvragen en opgestarte hulp bij een jeugdhulpvoorziening (inclusief pleegzorg). Het aantal opstarten is ongeveer gelijk gebleven met het jaar voordien. Het aantal aanvragen is gestegen van 9.538 naar 9.703, een stijging met een kleine 2 procent.

23


Wachtlijst NRTJ (1): druk blijft hoog, 53 procent krijgt/kreeg andere NRTJ-hulp

De gevraagde hulp is helaas niet altijd meteen beschikbaar. Op 31 december 2020 stonden in totaal 6.113 kinderen en jongerenop een NRTJ-wachtlijst (exclusief Persoonlijke assistentiebudget (PAB)). Dat zijn er ongeveer 10 procent meer dan in 2019 (5.543). Die stijging is wellicht te verklaren door een stabiele instroom in combinatie met een meer tragere opstart van hulp. 53 procent krijgt/kreeg andere hulp Belangrijk om te nuanceren is dat wie wacht op een bepaalde vorm van intensieve hulp, ondertussen wel al andere hulp kan krijgen of heeft gekregen. Zo is het aantal wachtenden dat ondertussen is geholpen met een NRTJ-alternatief de groene balkjes - toegenomen: van 25 procent in 2017 (1.361/5.273) tot 37 procent in 2020 (2.305/6.113). Tel je daarbij ook het aantal wachtenden dat al NRTJ-hulp heeft gekregen - de blauwe balkjes -, dan stijgt die verhouding van 40 naar 53 procent. Ook laagdrempelige jeugdhulp, zoals contextbegeleiding, blijft altijd mogelijk..

24


Doorlooptijd gestarte hulp NRTJ: 60 procent binnen de 6 maanden

60 procent krijgt hulp binnen de 6 maanden Van de hulp die effectief is opgestart, krijgt in 2020 gemiddeld 46 procent (in 2019: 48 procent) van de kinderen en jongeren hulp binnen de 3 maanden. (Cijfers exclusief PAB.) Nog eens 13 procent krijgt dit binnen de 6 maanden. Dit betekent dus dat 58 procent (in 2019 (61 procent) van de wachtenden waarvoor hulp is opgestart die hulp krijgt binnen de 6 maanden. 25 procent moet evenwel langer dan een jaar wachten, (in 2019 was dit 22 procent).

25


Duiding bij wachtlijsten in jaarverslag: volledige tekst op site zelf

Over wachtlijsten. Duiding en beschouwing Jeugdhulp en wachtlijsten worden de laatste jaren vaak in één adem genoemd. Dat dwingt ons tot een grondige reflectie. Het ontstaan en behoud van wachtlijsten is complexer dan vaak wordt voorgesteld: wachtlijsten worden op verschillende manieren bijgehouden, kinderen en jongeren kunnen op meerdere wachtlijsten staan, bij passief wachtbeheer is het onduidelijk of de hulpvraag nog steeds actueel is. Sommige kinderen en jongeren krijgen al hulp, maar staan toch nog op een wachtlijst, omdat ze tegelijkertijd wachten op een ander soort hulp. Dit betekent dus dat de in de wijze waarop jeugdhulp vandaag wordt georganiseerd wachtlijsten quasi inherent deel uitmaken van deze organisatie. We hebben het hulpaanbod in verschillende modules ingedeeld. Dat moet het mogelijk maken om gepaste antwoorden op hulpvragen te bieden. Het neveneffect van deze manier van werken is dat we de hulpvragen van kinderen, jongeren en gezinnen in een bepaald hokje indelen, terwijl dit in de praktijk vaak niet het geval is. Ieder kind en iedere jongere is uniek en heeft meestal een combinatie van hulp of ondersteuning nodig. Kinderen en jongeren staan op éénzelfde wachtlijst, terwijl ze onderling moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Bij discussies over wachtlijsten wijst men vaak met de vinger naar het beleid. Terecht, want wij zijn verantwoordelijk om voldoende middelen op de juiste plekken te voorzien. Toch zijn wachtlijsten een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook directies van organisaties, hulpverleners, behandelaars en ook kinderen, jongeren en gezinnen

26


hebben een impact op de wachtlijsten. Directies van voorzieningen en organisaties moeten de verkregen middelen optimaal inzetten en een efficiënte zorgorganisatie realiseren. Begeleiders en behandelaars moeten aan de slag met kinderen, jongeren en gezinnen. Zij moeten zo veel hulp bieden als nodig is, maar tegelijkertijd ook zorgzaam verwijzen, empowerend werken en toewerken naar meer zelfstandigheid. De laatste schakel in de gedeelde verantwoordelijkheid zijn de kinderen, jongeren en gezinnen zelf. Zij moeten duidelijk aangeven wat wel en niet werkt en actief aan de slag gaan met hun ondersteuningsvragen, problemen. Als één van de schakels het laat afweten, dan ‘stokt’ het systeem en lopen de wachtlijsten op. Ten slotte zijn we er ook van overtuigd dat ‘het oplossen van de wachtlijsten’ niet enkel de opdracht en verantwoordelijkheid is van de jeugdhulp alleen. We willen hiermee absoluut de hete aardappel niet verschuiven, maar we willen wel graag bekijken in welke mate andere sectoren mee de verantwoordelijkheid voor kinderen, jongeren en gezinnen kunnen opnemen. Breed maatschappelijk moet iedereen zijn steentje bijdragen, want jeugdhulp kan dit niet alleen. Lokale besturen, politie, leerkrachten, zorgjuffen, brugfiguren, gynaecologen,… iedereen heeft een verantwoordelijkheid ten aanzien van kinderen jongeren en gezinnen. Door sneller en preventiever aanwezig te zijn in trajecten van kinderen, jongeren en gezinnen, geloven we dat we escalatie (op latere leeftijd) kunnen vermijden. We willen de expertise en krachten met andere sectoren en domeinen bundelen zodat we gezamenlijk kunnen zoeken naar manieren om kinderen en jongeren kansrijk te laten opgroeien.

26


PAB: stijgend aantal actieve budgethouders, iets minder toegekend in 2020

Meer info over kinderen en jongeren met een handicap (BOB, RTH, MFC, IMB): op site zelf Hier even focus op PAB Een grote groep (ouders van) kinderen en jongeren met een handicap verkiest om geen of slechts minimaal gebruik te maken van het aanbod van de voorzieningen. Zij verkiezen de ondersteuning thuis te organiseren. Om ook aan hun vraag tegemoet te komen, is het persoonlijke assistentiebudget (PAB) ontwikkeld. De aanvraagprocedure verloopt via de intersectorale toegangspoort. Er zijn op 31 december 2020 in totaal 1038 actieve PAB-budgethouders tot en met 21 jaar, ieder jaar komen er zo'n 200 extra budgetten bij, afhankelijk van het uitbreidingsbeleid dat daarvoor voorzien is. Het hoogste aantal PAB-gebruikers bevindt zich nog steeds in de leeftijdsgroep 12-17 jaar (962 personen). Ook de groei bij de jongvolwassenen met een PAB is opvallend, de leeftijdsgrens is in 2018 verlegd naar 22 jaar.

27


Crisisjeugdhulp (2): meer vragen, meer opgestart

Bij de crisismeldpunten zien we dat het aantal vragen (dispatch) tussen 2017 (3.373) en 2020 (3.964) gestegen is met 17 procent. Het uniek aantal kinderen en jongeren waarvoor hulp is opgestart, stijgt naar 2.225, een stijging met 8,5 procent in vergelijking met 2017. Het aanbod volzet is in vergelijking met 2019 in 2020 gestegen van 769 naar 950, een stijging met 23 procent,

28


Crisisjeugdhulp (2): detail opstart

De hulp die opgestart is in 2020 voor 2.225 kinderen en jongeren kan opgesplitst worden in crisisverblijf, interventie, crisisbegeleiding, crisishulp aan huis en crisispleegzorg. De opvallendste stijging is er voor crisisbegeleiding. Dit heeft te maken met de uitbreidingsronde die er geweest is, waarbij er extra werd ingezet op verblijf in combinatie met crisisbegeleiding en crisisbegeleiding op zich.

29


Detailcijfers 2020: alfabetisch per aanbod/dienst/sector

30


Nog meer grafieken, duiding én verhalen:

www.jaarverslagjeugdhulp.be Nog aan te vullen: cijfers CGG

Omwille van de uitzonderlijke corona-omstandigheden heeft de verwerking bij Zorg en Gezondheid van de cijfergegevens Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) vertraging opgelopen. Zodra ze klaar zijn, zullen ze mee op de website van het jaarverslag gepubliceerd worden.

31


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Samenvatting_jaarverslag_jeugdhulp_2020_ juni2021 .pdf by Vlaanderen-be - Issuu