Skip to main content

dossier 2018-264quater.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2018/264quater

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht d.d. 18 september 2018 diende meester Gregory Verhelst, met kantoor te 2600 Antwerpen, Uitbreidingstraat 2, namens zijn cliënten de heer Quirinus Van Der Hoeven, woonachtig te Nederland, 1456 NH Wijdewormer, Zuiderweg 72 en mevrouw Anouchka Van de Pol, woonachtig te 3271 Zichem, K.M. Cuyperstraat 30a bus 2 (verder vermeld als: verzoekers), een verzoek in bij de Vlaamse Landmaatschappij (verder ‘VLM’), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de notulen van de Raad van Bestuur van 12 september 2018. Bij beslissing d.d. 25 oktober 2018 werd dit verzoek door de VLM gedeeltelijk geweigerd. Bij mailbericht d.d. 29 oktober 2018 diende Mr. Verhelst namens zijn voormelde cliënten beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 29 oktober 2018. Bij de beslissing van de beroepsinstantie OVB/2018/264 d.d. 26 november 2018 werd het beroepschrift als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd op grond van artikel 14, 4° en artikel 15, §1, 8° van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Bij arrest van de Raad van State nr. 249.826 d.d. 12 februari 2021 werd de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 26 november 2018 vernietigd en dit in zoverre het beroep ongegrond werd bevonden. De beslissing werd vernietigd omdat de Raad van State van oordeel was dat de beroepsinstantie had nagelaten in concreto te onderzoeken of het belang van verzoekers bij de openbaarmaking niet opwoog tegen het

www.vlaanderen.be


beschermde belang van de rechtspleging voor de Raad van State en de mogelijkheid van de VLM om een eerlijk proces te verkrijgen. Door de tussenkomst van voormeld arrest van de Raad van State, werd de beroepsinstantie opnieuw gevat om een uitspraak te doen in dit dossier, voor wat betreft het verzoek tot integrale openbaarmaking van de notulen van de vergadering van de Raad van Bestuur van de VLM van 12 september 2018. De beroepsinstantie heeft op 12 maart 2021 een nieuwe beslissing genomen (OVB/2018/264bis), waarbij het beroep als ontvankelijk doch ongegrond werd beschouwd. De beroepsinstantie was bij nader inzicht evenwel de mening toegedaan dat in casu dient te worden verwezen naar de toepassing van de regels uit het vroegere openbaarheidsdecreet van 26 maart 2004, gelet op de overgangsbepaling in artikel IV. 275 uit het Bestuursdecreet, waarin wordt gesteld: “De aanvragen van en de beroepschriften over toegang tot bestuursdocumenten die ingediend zijn vóór de datum van de inwerkingtreding van de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3, worden behandeld conform de bepalingen van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.” De beroepsinstantie zag zich dan ook genoodzaakt om haar beslissing OVB/2018/264bis d.d. 12 maart 2021 in te trekken en het beroepschrift opnieuw te onderzoeken in het licht van de bepalingen uit het openbaarheidsdecreet van 26 maart 2004. De beslissing OVB/2018/264ter dateert van 7 april 2021 en verklaarde het beroep tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 25 oktober 2018 als ontvankelijk doch ongegrond. Bij arrest van de Raad van State nr. 250.331 d.d. 15 april 2021 werd de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 7 april 2021, geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Ten gevolge van de tussenkomst van voormeld arrest van de Raad van State d.d. 15 april 2021, gaat de beroepsinstantie over tot de intrekking van de beslissing OVB/2018/264ter en wordt er opnieuw uitspraak gedaan over dit dossier, voor wat betreft het verzoek tot openbaarmaking van de notulen van de vergadering van de Raad van Bestuur van de VLM van 12 september 2018. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 18 september 2018. De bestreden beslissing d.d. 25 oktober 2018 maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel 35, lid 1 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur (hierna Openbaarheidsdecreet). Het ingediende beroep d.d. 29 oktober 2018 is dan ook tijdig ingediend binnen de decretaal voorgeschreven termijn van dertig dagen en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel 7, tweede lid van het Openbaarheidsdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 2 van 8


toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen 11 tot en met 15 van voormeld Openbaarheidsdecreet.

1.

Aangevochten beslissing

Bij mail d.d. 25 oktober 2018 heeft de VLM enkel het beschikkend gedeelte van de notulen van de Raad van Bestuur van 12 september 2018 bezorgd aan verzoekers. De VLM heeft zich op artikel 13, 3° en 14, 4° van het toenmalig van toepassing zijnde decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur beroepen om de integrale openbaarmaking van het gevraagde (de integrale notulen) van de hand te wijzen.

2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift heeft de beroeper aangegeven dat de bestreden beslissing betrekking heeft op de besluitvorming inzake ruilverkaveling van landbouwgronden, wat onder de noemer milieu-informatie valt en dat bijgevolg de aangehaalde bepalingen niet toepasselijk zijn. Volgens de beroeper kan het niet zijn dat eender welke inzage in de motieven onder het mom van het geheim van beraadslaging wordt geweigerd: overheidsbeslissingen moeten gemotiveerd worden en die motieven moeten kenbaar gemaakt worden. Verzoeker argumenteert verder dat het hangende geding evenmin een verantwoording kan zijn omdat het geding gericht is tegen een andere beslissing. Volgens de beroeper kunnen de motieven die aan de basis liggen van de weigering van het verzoek tot intrekking niet van aard zijn om de procespositie van de VLM te verzwakken, want deze motieven zullen in voorkomend geval sowieso getoetst moeten worden door de rechter. 3. Toelichting door de VLM De beroepsinstantie had bij mailberichten d.d. 12 en 21 november 2018 reeds toelichting vanwege de VLM ontvangen. De gedelegeerd bestuurder van de VLM deelde aan de beroepsinstantie mee dat het voorwerp van het verzoek om openbaarmaking de beslissing betrof d.d. 12 september 2018 van de Raad van Bestuur van de VLM om de uitoefening van het recht van voorkoop d.d. 18 juli 2018 te handhaven. Overeenkomstig artikel 13, lid 4 van het Harmoniseringsdecreet van 25 mei 2007 is de verkoop voltrokken zodra de kennisgeving aan de instrumenterend ambtenaar is verzonden. De VLM stelde verder dat de in deze beslissing opgenomen informatie in essentie patrimoniuminformatie betreft (kadastrale gegevens, gebruikstoestand, prijs,...) en aldus behoort tot de contractuele sfeer en geen milieu-informatie in de zin van art. 3, 5°, e) van het openbaarheidsdecreet is. In de toelichting aan de beroepsinstantie werd ook verwezen naar de gelijkaardige uitzonderingsgrond opgenomen in art. 15, §1, 2° van het openbaarheidsdecreet voor wat betreft milieu-informatie. Er werd vervolgd dat in de notulen de bespreking met de standpunten van de diverse leden van de Raad van Bestuur wordt weergegeven en dat door de openbaarmaking ervan afbreuk wordt gedaan aan het geheim van beraadslaging zoals voorzien in artikel 13, 3° van het Openbaarheidsdecreet. Er werd aangegeven dat deze uitzonderingsgrond tot doel heeft te vermijden dat een bepaalde discussie zou worden lamgelegd: in de memorie van toelichting van het Openbaarheidsdecreet is opgenomen dat een document of een deel ervan aan de openbaarheid moet onttrokken worden wanneer na afweging blijkt dat de lectuur ervan de inhoud van de discussie tijdens een beraadslaging kenbaar maakt terwijl het een vertrouwelijke discussie betrof en dat die uitzondering dus niet in het leven werd geroepen om de beslissingen en documenten die het

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 3 van 8


gevolg zijn van een beraadslaging van een orgaan van een bestuursinstantie aan de openbaarmaking te onttrekken, doch wel om de eigenlijke beraadslaging zelf geheim te houden, dat dit er is omdat er niet mag achterhaald worden, via de openbaarmaking van een document, wie nu precies welk standpunt heeft ingenomen bij de bespreking van een agendapunt binnen dat orgaan. Voor wat betreft de toepassing van de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel 14, 4° van het Openbaarheidsdecreet, werd door de gedelegeerd bestuurder van de VLM ook verwezen naar het schorsings- en annulatieberoep dat bij de Raad van State werd ingeleid tegen de beslissing van de Raad van Bestuur dd. 18 juli 2018. Gezien de verzoekers een willig beroep hadden ingediend tegen deze beslissing en dit willig beroep in de zitting van de Raad van Bestuur van 12 september 2018 verworpen werd, werd de bestreden beslissing in die zin bevestigd en heeft de beraadslaging hieromtrent dan ook betrekking op de bestreden beslissing. Volgens de VLM woog de openbaarmaking in casu dan ook niet op tegen de rechtspleging en het goede verloop van het rechtsgeding bij de Raad van State. Bijkomend werd nog verwezen naar, voor wat milieu-informatie betreft, de gelijkaardige uitzonderingsgrond opgenomen in art. 15, §1, 8° van het Openbaarheidsdecreet. Als gevolg van het tussengekomen arrest van de Raad van State waarbij de beslissing van de beroepsinstantie van 26 november 2018 werd vernietigd, heeft de beroepsinstantie bij mailbericht d.d. 25 februari en 2 maart 2021 de VLM opnieuw gecontacteerd om bijkomende informatie. De beroepsinstantie nam tevens kennis van het arrest van de Raad van State nr. 249.825 van 12 februari 2021, waarbij het annulatieberoep tegen het besluit van de Raad van Bestuur van de VLM van 18 juli 2018 houdende de uitoefening van het voorkooprecht onder opschortende voorwaarden met betrekking tot de gronden en gebouwen gelegen te Kinrooi, ingesteld door de beroeper, werd verworpen. Bij mailbericht d.d. 1 maart 2021 ontving de beroepsinstantie volgende toelichting vanwege de gedelegeerd bestuurder van de VLM: - “De VLM houdt de hand aan haar weigeringsbeslissing dd. 25.10.2018 omtrent de openbaarmaking

-

van de notulen van de Raad van Bestuur dd. 12.09.2018. Zoals in deze beslissing aangegeven, is deze weigering niet alleen ingegeven door de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen maar ook (en bovenal) o.w.v. van de bescherming van het geheim van beraadslaging van de raad van Bestuur van de VLM zoals bedoeld in artikel 13, 3° (en de analoge uitzonderingsgrond opgenomen in artikel 15, §1, 2°) van het Openbaarheidsdecreet. Ik verwijs hiervoor ook naar onze repliek dd. 12.11.2018 aan uw Beroepsinstantie. In het kader van het annulatieberoep bij de Raad van State, gekend onder nummer A.226.382/X17.343 werden de notulen van de Raad van Bestuur dd. 12.09.2018 inderdaad aan het administratief dossier toegevoegd; dit op uitdrukkelijk verzoek van de kamervoorzitter. Ik bezorg u hieronder het bericht van de Raad van State dat onze advocaat had ontvangen: “Op de zitting van 5 februari 2021 om 11 u 10 worden de zaken 226.382/X-17343 en 227.296/X-17.431 opgeroepen voor de Xde kamer. De kamervoorzitter vraagt u om zo spoedig als mogelijk, en ten laatste op woensdag 3 februari aanstaande, de volledig uitgeschreven notulen van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 12 september 2018, met betrekking tot het antwoord van de VLM op de vraag tot intrekking van de beslissing tot uitoefening van het recht van voorkoop, vertrouwelijk neer te leggen. De raadsman van verzoekende partijen en de eerste auditeur-afdelingshoofd lezen dit bericht in cc. Gelieve de goede ontvangst van dit bericht te willen bevestigen.” Het stuk dat werd neergelegd betreft de integrale tekst van de notulen van de Raad van Bestuur dd. 12.09.2018 (zoals deze eerder ook aan uw Beroepsinstantie werd bezorgd). De neerlegging gebeurde in principe vertrouwelijk zodat de verzoekers zouden hiervan dan normaliter geen kennis hebben kunnen nemen. (….)

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 4 van 8


De burgerlijke procedure is – op dit moment – nog steeds lopende. Hierbij zijn ook de kandidaatkopers (de huidige verzoekers in openbaarmaking) betrokken. Zij hebben daar– aan de hand van met het annulatieberoep gelijklopende middelen – een exceptie ex. art. 159 van de Grondwet opgeworpen m.b.t. onze beslissing tot uitoefening van het voorkooprecht. De burgerlijke rechter heeft de zaak voor behandeling uitgesteld naar de zitting van 04.02.2021, in afwachting van de uitspraak van de Raad van State omtrent het annulatieberoep (dewelke dus ondertussen is tussengekomen bij arrest van 12.02.2021). Gelet op het bovenstaande kan er m.i. dan nog steeds afbreuk worden gedaan aan onze procesbelangen (i.e. wapengelijkheid), te meer nu het stuk bij de Raad van State vertrouwelijk in het administratief dossier werd neergelegd op vraag van de Raad van State (vgl. ook nr. 6.9. van het arrest nr. 249.826 dd. 12.02.2021). Anders worden wij verplicht in het burgerlijk rechtsgeding alsnog informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen ons zou kunnen worden uitgespeeld. Het betreft dan in concreto de beraadslaging van de Raad van Bestuur, waaromtrent wij zoals hoger uiteengezet bovendien ook van mening zijn dat deze beraadslaging geheim is; dat de Raad van State (na kennisname van het vertrouwelijk neergelegde stuk) in deze beraadslaging de bevestiging heeft gelezen van de determinerende motieven voor de uitoefening van het voorkooprecht doet hieraan m.i. ook geen afbreuk (ook al kan hun conclusie bijgetreden worden). Er werd hiervoor namelijk gebruik gemaakt van het specifieke mechanisme van de vertrouwelijke inzage door de Raad van State..” 4. Standpunt van de beroepsinstantie Het voorwerp van het verzoek tot openbaarmaking houdt de integrale openbaarmaking in van de notulen van de Raad van Bestuur van de VLM van 12 september 2018 aangaande punt 6.4.2. ‘Grondverwerving met terugvorderbare voorschotten – Ruilverkaveling Molenbeersel. Bebouwd onroerend goed: hoeve met stal en open loods, woning en omliggende gronden: vraag tot intrekking uitoefening van het recht van voorkoop”. Op 18 juli 2018 werd door de Raad van Bestuur van de VLM de VLM gemachtigd tot de uitoefening van het recht van voorkoop m.b.t. gronden en gebouwen gelegen te Kinrooi, Looverstraat 5 in de ruilverkaveling Molenbeersel. Beroeper – waarvan de cliënten op 23 maart 2018 een aankoopbelofte hebben ondertekend heeft op 5 september 2018 een formele vraag tot intrekking van deze beslissing gesteld en op 12 september 2018 heeft de Raad van Bestuur van de VLM beslist om haar beslissing van 18 juli 2018 te bevestigen. Op 8 oktober 2018 heeft de beroeper bij de Raad van State een verzoek tot schorsing en nietigverklaring tegen voormelde beslissing van 18 juli 2018 ingesteld. De Raad van State heeft bij arrest nr. 249.825 van 12 februari 2021 deze vordering verworpen. Uit de toelichting van de VLM blijkt ook dat de gevraagde integrale versie van de notulen van 12 september 2018 vertrouwelijk aan de Raad van State werd bezorgd. Voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Limburg, afdeling Tongeren, is er nog een procedure hangende, ingeleid door de beroeper, m.b.t. het verhinderen van het verlijden van de notariële akte (m.b.t. het uitgeoefende recht van voorkoop). Tevens, zoals blijkt uit het arrest nr. 249.825 van 12 februari 2021, hebben de verkopers van de kwestieuze gronden de behandelende notaris, de cliënten van beroeper en de VLM voor de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, gedagvaard om voor recht te horen zeggen dat op 18 juli 2018 een volwaardige verkoopovereenkomst tot stand is gekomen tussen hen en de VLM en te bevelen dat de authentieke akte zou worden verleden. Dit geding werd ingeleid op 26 juni 2020.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 5 van 8


Het Openbaarheidsdecreet maakt voor wat betreft de uitzonderingsgronden een onderscheid tussen enerzijds bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten en anderzijds bestuursdocumenten die geen milieu-informatie bevatten. Artikel 3, 5° van het Openbaarheidsdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. In casu bevatten de gevraagde notulen een bespreking van de uitoefening van een recht van voorkoop - teneinde ruilverkaveling en de verbetering van de agrarische structuur mogelijk te maken - die kan leiden tot het doorvoeren van projecten in het kader van een ruilverkaveling (of i.c. ruilverkavelingsproject Molenbeersel), naar aanleiding van een vraag tot intrekking van het ‘uitgeoefende’ recht van voorkoop. De beroepsinstantie is na lezing van het betrokken document van oordeel dat de notulen deels wel milieuinformatie in de zin van artikel 3, 5° van het Openbaarheidsdecreet bevatten. Na het arrest Raad van State nr. 250.331 d.d. 15 april 2021, heeft de beroepsinstantie op 21 april 2021 kennis genomen van de beslissing van de VLM om over te gaan tot de gedeeltelijke openbaarmaking van de notulen van de Raad van Bestuur van de VLM d.d. 12 september 2018. In de notulen worden de namen van de tussenkomende sprekers onleesbaar gemaakt met toepassing van de artikelen 9 en 15, §1, 2° van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, rekening houdende met artikel IV.275 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De notulen van de Raad van Bestuur van de VLM dd. 12 september 2018, met daarin de elementen die onleesbaar gemaakt worden zoals hierboven beschreven, zouden ten spoedigste overgemaakt worden aan de beroeper. Op 22 april 2021 nam de beroepsinstantie dan kennis van het bericht waarmee de VLM de notulen deels openbaar maakt aan de beroeper. Enkel de namen van de personen die een standpunt innemen bij het besproken agendapunt worden in de notulen onleesbaar gemaakt. Er kan dus besloten worden dat er alsnog deels wordt tegemoetgekomen aan het oorspronkelijk verzoek van de beroeper. Het beroep wordt ten gevolge van deze gedeeltelijke openbaarmaking bijgevolg deels als zonder voorwerp beschouwd. De beroepsinstantie dient zich bijgevolg enkel nog uit te spreken over de vraag of de namen van de tussenkomende leden van de Raad van Bestuur bij het desbetreffende agendapunt van de VLM d.d. 12 september 2018 al dan niet terecht van de openbaarheid werden afgeschermd. Artikel 13, 3° van het Openbaarheidsdecreet bepaalt dat een aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen als de openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties. Artikel 15, §1, 2° van het Openbaarheidsdecreet bepaalt – voor zover het gaat om milieu-informatie - dat de overheidsinstanties de aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties. De uitzonderingsgrond, voorzien in deze artikelen, heeft tot doel om te vermijden dat een bepaalde discussie zou worden lamgelegd. In de memorie van toelichting bij het Openbaarheidsdecreet is daaromtrent gestipuleerd dat een document of een deel ervan aan de openbaarheid moet onttrokken worden wanneer, na afweging blijkt dat de lectuur ervan, de inhoud van de discussie tijdens een beraadslaging kenbaar maakt, terwijl het een vertrouwelijke discussie betrof. Deze uitzondering werd dus niet in het leven geroepen om de documenten die ten grondslag liggen aan of het gevolg zijn van een beraadslaging van een orgaan van een bestuursinstantie aan de openbaarmaking te onttrekken, doch wel om de eigenlijke beraadslaging zelf geheim te houden. Er mag niet achterhaald kunnen worden, via de openbaarmaking van

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 6 van 8


een document, wie nu precies welk standpunt heeft ingenomen bij de bespreking van een agendapunt binnen dat orgaan. Een beraadslaging veronderstelt een bespreking of gedachtewisseling tussen twee of meer personen over een bepaald punt. De beroepsinstantie stelt vast dat dit in casu het geval is. De gevraagde notulen bevatten een weerslag van de bespreking in de Raad van Bestuur van de VLM over de grondverwerving, over het betrokken dossier. De openbaarmaking van het gevraagde (de namen van de tussenkomende leden van de Raad van Bestuur voor het betrokken agendapunt) zou vrijgeven wie precies welk standpunt, welke mening heeft ingenomen. De betreffende notulen bevatten expressis verbis de tussenkomsten van niet minder dan negen (9) leden van de Raad van Bestuur van de VLM. Zij houden dus een effectieve beraadslaging in en dit in de strikte zin, zoals bedoeld in het Openbaarheidsdecreet De openbaarmaking van de namen zou afbreuk doen aan het geheim karakter van de beraadslagingen binnen de vergaderingen van de Raad van Bestuur van de VLM, doordat zou worden gereveleerd wie welk standpunt heeft ingenomen. Zoals hierboven gesteld met verwijzing naar de memorie van toelichting, is dat net de grond van de uitzonderingsgrond ‘geheim van de beraadslagingen’. De in artikel 15, §1, 2° van het Openbaarheidsdecreet opgenomen uitzonderingsgrond heeft een relatief karakter, dit wil zeggen dat het belang van het geheim van de beraadslagingen dient afgewogen te worden tegenover het openbaar belang dat met de openbaarmaking van een bestuursdocument met betrekking tot milieu-informatie is gediend. Het gaat hierbij om een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. De beroepsinstantie is van oordeel dat door de gedeeltelijke openbaarmaking van de notulen, zonder vermelding bij het desbetreffende agendapunt van de namen van de tussenkomende leden van de Raad van Bestuur, het algemeen belang van de openbaarheid afdoende gediend is, en dat het openbaar maken van de beraadslaging zelf (door een bijkomende openbaarmaking van de namen bij de ingenomen standpunten) in casu niets substantieels meer bijdraagt aan dit openbaar belang. Verzoekers gaven zelf aan dat het hun te doen is om de motieven van de beslissing van 12 september 2018 van de VLM te achterhalen, teneinde te kunnen beoordelen of zij deze nuttig kunnen aanvechten. Het is inderdaad zo dat één van de doelstellingen van het recht op openbaarheid van bestuur is dat de rechtsonderhorige zich met kennis van zaken tot de (bestuurs)rechter kan wenden. De beroepsinstantie is, na afweging, tot de conclusie gekomen dat hiervoor de openbaarmaking van de namen van de tussenkomende leden van de Raad van Bestuur bij het desbetreffende agendapunt in kwestie geenszins noodzakelijk is. Door de openbaarmaking van de bespreking van het agendapunt uit de notulen zonder deze namen, kennen verzoekers de volledige inhoud van de beraadslaging. Hiermee is voldaan aan deze doelstelling van de openbaarheidsregelgeving. Bovendien is in concreto vast te stellen dat de bedoelde beraadslaging geen voorbereiding is tot een reglementaire tekst, dan wel advies daartoe of zelfs maar van een door VLM in de gezegde materie te hanteren algemene beleidslijn (zodat derden met deze beraadslaging geen uitstaans hebben) enerzijds en dat de beraadslaging louter betrekking heeft op de, in een individuele casus, al dan niet uitoefening (en de al dan niet bevestiging daarvan) van het decretaal voorkooprecht van VLM, gezien vanuit haar discretionaire bevoegdheid daartoe anderzijds. Ook zo gezien primeert, qua belangenafweging op het vlak van de bekendmaking van de namen van de tussenkomende bestuurders, de toepassing van de uitzonderingsgrond op de openbaarheid. Omdat het in casu niet past om de namen van de personen die in de notulen met hun standpunt vermeld worden openbaar te maken, met name omdat het precies de essentie vormt van de ratio van de uitzonderingsgronden zoals vervat in artikel 13,3° en 15, § 1, 2° van het Openbaarheidsdecreet, namelijk dat er niet achterhaald zou worden wie er precies een bepaald standpunt inneemt, blijft de beroepsinstantie bij het standpunt dat de openbaarmaking van de notulen van de Raad van Bestuur van 12 september 2018

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 7 van 8


op dat vlak (en dus gedeeltelijk) terecht te weigeren is in toepassing van de artikelen 9, 13, 3° en 15, §1, 2° van het Openbaarheidsdecreet. Het beroep wordt om deze reden dus ook deels als ongegrond beschouwd. De VLM had zich voor de weigering van de openbaarmaking eveneens gesteund op de uitzonderingsgrond van de artikelen 14, 4° of 15, §1, 8° (voor milieu-informatie) van het Openbaarheidsdecreet. Op basis van artikel 14, 4° (artikel 15, §1, 8° voor milieu-informatie) van het Openbaarheidsdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Gelet op de eigen bekendmaking door VLM pendente lite en op de gedeeltelijke toepassing van de uitzonderingsgronden bepaald in artikel 13, 3° en 15, § 1, 2° van het Openbaarheidsdecreet en op de toepassing van artikel 9 van het Openbaarheidsdecreet, behoeft de eventuele toepassing van deze uitzonderingsgronden echter geen verder onderzoek. Het ingestelde beroep wordt dan ook als deels zonder voorwerp en deels ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: 1. De beslissing van de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, met als kenmerk OVB/2018/264ter d.d. 7 april 2021 2021 wordt ingetrokken. 2. Het beroepschrift van meester Gregory Verhelst, namens zijn cliënten de heer Quirinus Van Der Hoeven en mevrouw Anouchka Van de Pol, d.d. 29 oktober 2018 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 25 oktober 2018 wordt als ontvankelijk doch deels zonder voorwerp en deels ongegrond beschouwd. Brussel, 23 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2018/264quater

pagina 8 van 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2018-264quater.pdf by Vlaanderen-be - Issuu