Advies Verzameldecreet Energie III: Klimaatkader dat nog wacht op een kus
Brussel, 29 november 2021
SERV_20211129_verzameldecreetIII_renoplicht_aardgas_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Adviesvraag: Ontwerp van decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 Adviesvrager: Zuhal Demir - Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Ontvangst adviesvraag: 29 oktober 2021 Adviestermijn: 30 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 29 november 2021
Contactpersoon: Annemie Bollen – abollen@serv.be Julien Matheys – jmatheys@serv.be
2
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Mevrouw Zuhal Demir Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Koning Albert II-laan 7, 6de verdieping B-1210 BRUSSEL
contactpersoon Annemie Bollen abollen@serv.be
ons kenmerk SERV_BR_20211129_verzameldecreetIII_renoplicht
Brussel 23 november 2021
Verzameldecreet III Mevrouw de minister De SERV ontving op 29 oktober 2021 uw adviesvraag over het zogenaamde ‘Verzameldecreet III’, dat o.a. werk maakt van een kader voor • • •
een renovatieverplichting voor residentiële gebouwen, de schrapping van het forfaitair tarief voor de aansluiting op het aardgasdistributienet en het verbieden van nieuwe netwerken voor propaan en butaan in bepaalde gebieden.
Het verzameldecreet implementeert daarmee al een deel van de extra klimaatmaatregelen die de Vlaamse regering had aangekondigd in haar Visienota van 5 november 20211, met name maatregel 12 en 21.
Gebruik de volle kracht van de klimaatinstrumenten Juiste instrumentenkeuze: De SERV vindt het een bijzonder goede zaak dat het voorliggend voorontwerp stappen vooruit zet naar de doelen van Fit for 55, naar energiezuinigere woningen, naar meer warmtepompen en naar een fit Vlaanderen. Dat had de SERV ook gevraagd in zijn recent advies naar aanleiding van de adviesvraag naar extra Vlaamse maatregelen in het kader van Fit for 552. Zo komt de renovatieverplichting voor residentiële gebouwen in het voorontwerp van decreet deels tegemoet aan de vragen van de SERV naar een meer dwingend instrumentarium om het woningenpark versneld energetisch te renoveren. Het verbieden van nieuwe propaan- en butaannetten en de geschrapte kortingen voor aardgasaansluitingen kaderen in de gevraagde uitfasering van fossiele brandstoffen voor gebouwenverwarming en de gevraagde gezondere prijsverhouding tussen verwarmen met een warmtepomp versus verwarmen met aardgas (of stookolie). De renovatieverplichting en een golf van warmtepompen waren overigens twee klimaatkleppers die de SERV naast meer elektrische wagens naar voren had geschoven om de Belgische -47% emissiereductiedoelstelling binnen bereik te brengen.
1
Visienota aan de Vlaamse regering: bijkomende maatregelen klimaat. 5/11/2021. https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/61855614364ED900080008AD:
2
SERV. ‘Met Fit for 55 naar een fit Vlaanderen. Krachttoeren om de CO 2-trends snel om te keren’, 14 oktober 2021.
3
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Sleeping beauty wacht nog op een kus: Dit (beloftevol maar nog slapend) kader voor enkele klimaatkleppers behoeft wel nog nadere invulling, bijschaving en een upgrade om de potentie van het instrumentarium volop tot zijn recht te laten komen en CO2trends echt betekenisvol om te keren. De voorliggende instrumenten laten met de aangekondigde invulling ervan (renovatieverplichting van niveau E of F naar D voor aangekochte woningen) en de aanvulling met de uitfasering van gas bij nieuwbouw en de woonkwaliteitseisen (op te volgen EPC-eisen voor verhuurde woningen vanaf 20253) volgens ruwe schattingen van het SERV-secretariaat (zie kader) immers slechts toe om tegen 2030 0,25 Mton CO2-equivalenten per jaar4 te reduceren. Dat is 2,1%, 1,6% resp. 1,3% van de 12, 16 resp. 19 Mton te reduceren CO2-emissies die overeenkomen met de -35% (oude doelstelling VEKP/NEKP 2021-2030), -40% (Vlaamse regering november 2021) resp. -47% doelstelling (voorliggende niet-ETS-doelstelling voor België). Het komt ook overeen met 5,1% van de te bereiken emissiereducties in de gebouwensector (4,9 Mton CO2-equivalenten) bij een lineaire verdeling van -47% over alle gewesten en sectoren en een reductie van 2,0% van de huidige emissies van de gebouwensector (12,3 Mton CO2-equivalenten).
3
Visienota aan de Vlaamse regering: bijkomende maatregelen klimaat. 5/11/2021. https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/61855614364ED900080008AD: “Naar analogie met de renovatieverplichting voor niet-residentiële gebouwen (vanaf 1 januari 2022) zullen we ook aan nieuwe eigenaars van energieverslindende woongebouwen (label E of hoger) vanaf 1 januari 2023 opleggen om binnen vijf jaar na notariële overdracht in volle eigendom hun woning te renoveren tot label D.’ ‘Voor appartementen en woningen in gesloten bebouwing stellen we in 2025 ook meteen een EPC-labelnorm in, nl. label E. Appartementen en woningen in gesloten bebouwing met een label F komen bijgevolg vanaf 2025 in aanmerking voor een ongeschikt verklaring. Voor woningen in halfopen en open bebouwing enten we ons in 2025 op label F. In 2030 en 2040 gaan we telkens een trap omhoog met de EPC-labelnorm. Voor appartementen en woningen in gesloten bebouwing evolueren we naar maximaal label D in 2030 en label C in 2040. Voor de woningen in open en halfopen bebouwing gaan we van maximaal label E in 2030 naar label D in 2040’
4
15% van woningen in Vlaanderen heeft E-label, 14% een F-label en https://www.energiesparen.be/sites/default/files/atoms/files/VEKA_Eindpresentatie.pdf
A
B
C
D
E
22%
een
G-label.
F
74.035 EPC voor verkoop, 36.961 EPC voor verhuur, ingediend in 2020. https://apps.energiesparen.be/energiekaart/vlaanderen/EPC-ingediend; https://www.energiesparen.be/sites/default/files/atoms/files/studiedag%205%20jaar%20Renovatiepact%20%20VEA.pdf: F label: 37% bij woningen, 9% bij appartementen, E-label: 15% (Won), 7% (App.); D, 17% (won), 12% (app). Vloeroppervlakte 130 m²
4
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Figuur 1: Ruwe inschatting SERV-secretariaat van het reductiepotentieel van maatregelen in woningen5 Voorontwerp van decreet Andere maatregelen in visienota CO2-reductiepotentieel Uitfasering gas • Mton CO2duurdere aardgasaansluiting • Verplichting hybride 0,035 bij nieuwbouw omdat maximale warmtepompen bij equivalenten (vermeden aansluitingskost van 250 € nieuwbouw vanaf 2023 toename emissie, geen reductie!7) verdwijnt (maatregel 21) (maatregel 22) • Geen aardgasaansluiting voor nieuwbouw vanaf 20266 Verhoging 0,25 Mton CO2• EPC-eisen D 5 jaar na • renovatiegraad equivalenten transactie vanaf 2023: 0,12 Mton CO2-eq. (maatregel 12) • EPC-labels bij woonkwaliteitseisen (maatregel 16) (0,03 Mton CO2-eq. enkel opvolging opgemaakte EPC huur8 en 0,13 Mton CO2-eq. bij opvolging/handhaving bij alle verhuur)
Kondig de kus aan: De SERV vraagt snel meer duidelijkheid en cijfergegevens over hoe de voorgestelde instrumenten samen met andere maatregelen in het maatregelenpakket (ook buiten de gebouwensector) de nodige kracht zullen ontwikkelen om tegen 2030 de beoogde doelen te realiseren. Snelle duidelijkheid, zekerheid én stabiliteit zijn cruciaal voor alle betrokkenen om zich hier tijdig naar te kunnen organiseren. Met het oog op een krachtig gebruik van het vooropgezette instrumentarium vraagt de SERV alvast om de decretale basis rond de renovatieverplichting breder te formuleren, de handhaving ervan te verduidelijken, de prijsverhouding tussen verwarmen met een warmtepomp en verwarmen met fossiele ketels sneller verder gezond te maken en het sociale vangnet te versterken.
5
Te verfijnen door de Vlaamse regering op basis van de precieze invulling en preciezere data over het gebouwenpark.
6
Maatregel 23 uit visienota
7
Potentieel becijferd in nota aan de Vlaamse regering: VR 2021 2910 DOC.1221/1TER. Hierbij moet evenwel opgemerkt worden dat maatregelen bij nieuwbouw vermijden dat de broeikasgasemissies door nieuwbouw toenemen maar geen emissiereducties inhouden ten opzichte van het huidige emissieniveau tenzij het gaat over sloop en heropbouw, maar dat is slechts een beperkte fractie van het nieuwbouwbestand.
8
Reductiepotentiëlen van verstrengde EPC-normen bij woonkwaliteitseisen zijn laag omdat enkel opvolging bij huur mogelijk lijkt en huurwoningen voor 2/3 appartementen zijn die al gauw betere EPC’s halen en waar reductiepotentiëlen beperkter zijn. Voor huurwoningen die geen appartementen zijn, zijn vereiste renovaties minder strikt hetgeen reductiepotentiëlen beperkt.
5
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Formuleer decretale basis renovatieverplichting niet alleen volgens labels en gebouwtypes De SERV is bijzonder verheugd dat art. 189 een kader voor een renovatieverplichting en voor labeleisen voor gebouwen introduceert, maar vraagt om dat decretaal kader op twee punten ruimer te formuleren. • Niet (alleen) met EP-labels: Ten eerste moet het decreet voorzien dat de Vlaamse Regering naast of in plaats van minimale energieprestatielabels ook andere voorwaarden voor de renovatie van woongebouwen kan vastleggen, zoals maatregelen of vereisten inzake het verlaten van fossiele verwarming, het voorzien van een warmtepomp (of een klimaatneutraal alternatief, bv. indien de ketel een bepaalde leeftijd overschrijdt), de voorziening van lage temperatuursverwarming, het warmtepomp- of warmtenet-ready-maken van het gebouw, de klimaatneutraliteit, de directe CO2-emissies, energieverbruik of -behoefte of bepaalde andere maatregelen10.
9
“De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen. De Vlaamse Regering kan daarbij ook bepalen dat gebouwen een minimaal energieprestatielabel moeten behalen. De Vlaamse Regering kan daarbij een onderscheid maken naar type van gebouw.”
10
Bv. voorwaarden inzake ‘het verlaten van fossiele verwarmingsbronnen’. SERV-advies, blz. 69 e.v. Er rijzen immers vragen over de mate waarin energieprestatielabels (alleen) gepast zijn om op de meest kostenefficiënte manier te evolueren naar (lokaal) emissievrije gebouwen. 1.
Energieprestatielabels zijn geen goede indicatie van de werkelijke energieverbruiken en (niet-ETS) CO2emissies die een gebouw veroorzaakt.
2.
Bovendien riskeren graduele, herhaaldelijke verbeteringen van energieprestatielabels lock-ins te creëren die de aanpassingskosten voor de eigenaars vergroten en de druk op de bouwsector nodeloos vergroten doordat eenzelfde woning meermaals aangepakt moet worden.
3.
Tot slot kunnen andere vereisten dan EPC-vereisten zorgen voor het kostenefficiënter bereiken van de klimaatdoelstellingen. Zo toonde het SERV-advies van 14 oktober 2021 aan dat warmtepompen (waar nodig in combinatie met het renoveren tot een ‘warmtepomp-ready’-niveau) zorgen voor grotere emissiereductiepotentiëlen en lagere kosten dan het renoveren naar EPC-label A. Verder kan bv. een warmtepompvereiste (of een vereiste omtrent een alternatieve klimaatneutrale verwarming) als een tastbaar, begrijpbaar en vanuit kostenefficiëntie verantwoordbaar einddoel net triggeren om te renoveren tot (minstens) dat warmtepompready-niveau. Ook onderstaande figuur toont aan dat een warmtepompvereiste het emissiereductiepotentieel van de renovatieverplichting sterk verhoogt.
6
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
•
Niet alleen differentiatie naar gebouwtype: Ten tweede moet de Vlaamse Regering ook de mogelijkheid krijgen om de renovatievereisten niet alleen te differentiëren naar type gebouw zoals art. 18 van het voorontwerp bepaalt, maar ook naar andere criteria, bv. naargelang de locatie van het gebouw (bv. met het perspectief op al dan niet aansluiting op een warmtenet), de leeftijd van het gebouw, het toekomstperspectief van het gebouw (bv. afbraak binnen afzienbare tijd, deelname aan een collectief renovatieproject, etc.), de andere sleutelmomenten voor deze gebouwen (aangezien het aansluiten van renovaties op sleutelmomenten de kosten van de klimaateisen sterk kan verminderen en deze momenten ook voor zeer grote emissiereductiepotentiëlen kunnen zorgen, bv. 3,8 Mton CO2equivalenten voor warmtepompen bij ketelvervangingen11), de bewoner, …
Verduidelijk de handhaving verder Positief is dat het voorontwerp een boete bepaalt van 3000 euro (+2000 euro per wooneenheid) indien toch een aardgasketel wordt geplaatst als dat niet toegestaan was (art. 23 van voorontwerp). Er moet daarnaast verduidelijkt worden hoe de renovatieverplichting bij transacties en de labeleisen voor bestaande gebouwen in de praktijk gehandhaafd zullen worden en welke sancties er bij niet-naleving zullen zijn. Dat is immers bepalend voor het reductiepotentieel van de regeling. Wordt enkel de opmaak van de EPC’s opgevolgd of worden alle verhuurde panden (ook die geen
Reductiepotentieel renovatieplicht (Mton CO2)
2,0 1,61
1,5
0,30
1,0
appartementen huizen 0,61 0,09
0,5
0,0
0,12 0,01 0,11
0,21 0,02 0,20
EPC D
EPC C
0,37 0,04 0,33 EPC B vereiste
1,31
0,52
EPC A
Warmtepomp
Ruwe berekening op basis van reële energieverbruiken voor de diverse EPC-niveaus uit https://www.energiesparen.be/sites/default/files/atoms/files/VEKA_Eindpresentatie.pdf, verondersteld 130 m² bij woning en 80 m² bij appartementen, CO2: 0,202 kg/kWh (gas). Niet ETS-emissies. Voor renovatieplicht na transactie vanaf 2023 met 5 jaar tijd, waarbij verondersteld werd dat in de jaren na de transactie telkens een vijfde van de panden wordt aangepakt. https://www.energiesparen.be/sites/default/files/atoms/files/Eindrapport%20VEKA%20Finale%20Versie%20G ecomprimeerd.pdf Ruimere bedenkingen over het gebruik van EPC’s zijn opgenomen in het advies van de SERV. ‘Met Fit for 55 naar een fit Vlaanderen. Krachttoeren om de CO2-trends snel om te keren’, blz. 26 e.v. Zie ook figuur 4 en 18.Ook de renovatieverplichting die eerder in het ontwerpklimaatplan werd aangekondigd vertrok niet van labels maar van een aantal uit te voeren maatregelen en vereisten voor deze maatregelen. https://omgeving.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/VoorontwerpVlaamsKlimaatbeleidsplan20212030_VR20180720.pdf. 11
SERV-advies, Met Fit for 55 naar een fit Vlaanderen.
7
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
nieuw EPC behoeven) opgevolgd? In dat laatste geval kan het reductiepotentieel tot 4 keer groter zijn (0,03 Mton versus 0,13 Mton CO2-equivalenten). Verder moet de introductie van de renovatieverplichtingen (en de handhaving ervan) hand in hand gaan met de nodige ondersteuning voor doelgroepen om renovaties in de praktijk te brengen (cf. infra).
Maak prijsverhouding sneller verder gezond om betaalbaarheid te garanderen De SERV waardeert dat de Vlaamse regering volgens de visienota12 fossiele brandstoffen in gebouwen wil uitfaseren en daarvoor op termijn wil overgaan op een verbod op aardgas bij nieuwbouw. Wel vraagt de SERV om na te gaan of de gezondere prijsverhouding tussen elektriciteit en fossiele brandstoffen sneller bewerkstelligd kan worden zodat een verbod op aardgasaansluitingen bij nieuwbouw sneller dan 2026 ingevoerd kan worden. Het voorstel in het voorontwerp om de kosten voor aardgasaansluitingen niet langer te plafonneren helpt alvast om de prijsverhouding tussen verwarmen met een warmtepomp en een aardgasketel bij nieuwbouw gezonder te maken. De voorliggende voorstellen zorgen voor hogere aansluitingskosten13 voor wie bij nieuwbouw een aardgasaansluiting moet krijgen (Figuur 2). Tegelijk zorgt de vermindering van aansluitingskosten voor aardgas ofwel voor een lagere factuur voor andere aardgasklanten (-17€) ofwel voor de aangekondigde verlichting van de elektriciteitsfactuur (zie roze pijl), al is het onduidelijk hoe dat laatste precies kan14. Bij de huidige aardgasprijzen begint voor nieuwbouw de prijsverhouding daarmee een stuk gezonder te worden (nog 290 €/jaar in het nadeel van warmtepompen15). In dat licht lijkt een snellere introductie van verbod op fossiele brandstoffen bij nieuwbouw (vóór 2026) verdedigbaar, ook in het licht van de verwachte gunstige impact van de introductie van het capaciteitstarief voor warmtepompen, al moet de prijsverhouding verder bewaakt worden in functie van de evolutie van de aardgasprijzen en de gevraagde initiatieven voor het gezond maken van de prijsverhouding tussen verwarmen op elektriciteit versus verwarmen op fossiele brandstoffen.
12
Maatregel 41 in https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/documentview/61855614364ED900080008AD. Maatregel 23 voorziet verbod op aardgasaansluitingen bij nieuwbouw vanaf 2026.
13
van 250 € naar gem. 1300 €: +1050
14
De hogere kosten voor een aardgasaansluiting (in voorliggend decreet) zorgt voor een shift van kosten van bestaande naar nieuwe aardgasklanten, maar niet van gas naar elektriciteit, tenzij budget hiervoor overgeheveld wordt naar de elektriciteitsfactuur. De vraag rijst of dat wel kan (kruissubsidiëring), of de VREG dat zal toestaan, en zo ja hoe. Overigens gaat het hier om vermeden kosten, geen vrijgekomen budgetten. Nota VR: ‘Het budget van ongeveer 34 miljoen euro per jaar, dat vrijkomt, in de Fluvius tarieven door het afschaffen van de geplafonneerde aansluitkost wordt gebruikt voor een taks shift van elektriciteit naar aardgas.’
15
Enkel voor niet-hybride warmtepompen waarvoor geen aardgasaansluiting nodig is.
8
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
Figuur 2: Kosten voor nieuwbouw voor verwarming op warmtepomp versus aardgas16 2.000 €
1.500 €
Jaarlijkse kost
BTW
Shiftgasaansluitk
Hef-FED
Hef-VL Hef-FED
1.250 €
Shift-gasheffing
Transp/distri
290
BTW
426
1.750 €
BTWkorting
Hef-VL Transp/distri
BTW Hef-VL Transp/distri
BTW Hef-VL 0 Transp/distri
1.000 € 750 €
Energie
Energie
Extra aansluitingskost
500 € 250 € 0€
Energie
Energie
Capex-pre Premie
Capex-pre Capex-pre
Capex-pre
Aardgas BAU
Aardgas voorstel
Extra premie
-250 € Warmtepomp BAU
Warmtepomp voorstel
Voor renovaties zijn bijkomende ingrepen verder dringend nodig om te vermijden dat wie bij renovatie voor een warmtepomp kiest, substantieel nadeel ondervindt ten opzichte van wie voor een fossiele verwarming kiest. Als de vermeden aansluitingskosten gebruikt kunnen worden om de elektriciteitsfactuur te verlichten (cf. supra; roze pijl) en zelfs bij de huidige hoge aardgasprijzen en zelfs samen genomen met de diverse aangekondigde andere initiatieven van de Vlaamse regering (bv. verhoogde premie voor warmtepompen en aardgasheffing17; gele pijlen), volstaan deze vooralsnog niet om de prijsverhouding effectief gezond te maken (blijft 468€/jaar in het nadeel van warmtepompen). Hoewel een apart tarief voor warmtepompen één van de pistes is om de prijsverhouding gezond te maken, moet opgemerkt worden dat de vraag van de Vlaamse regering in de visienota aan de VREG naar een apart distributienettarief voor warmtepompen 18 buiten de bevoegdheid van de Vlaamse regering valt, waardoor het onzeker is of dit gerealiseerd zal worden. Om tijdig de nodige emissiereducties te kunnen realiseren, moet de prijsverhouding zo snel mogelijk én met de nodige zekerheid gezond gemaakt worden om een haalbare en betaalbare transitie naar warmtepompen te kunnen maken, zeker ook in het licht van eventuele dalingen van de op dit moment hoge aardgasprijzen. De Vlaamse regering zette recent een stap
16
Ruwe inschatting op basis van beschikbare data voor standaard situatie. Verondersteld energiegebruik: ½ van gemiddelde woning (3600 kWh elektriciteit). Boordtabel CREG. Aansluitingskosten voor aardgas op basis van huidig gemiddelde. Project per project kunnen kosten afwijken. Enkel een vergelijking voor niet-hybride warmtepompen.
17
Maatregel 26 uit de visienota: ‘Invoering van een gedifferentieerde aardgasheffing bij onderneming en nietresidentiële afnemers aangesloten op lage-en middendruk naar analogie met de huidige energieheffing op alle afnamepunten van elektriciteit. Deze inkomsten zullen worden gebruikt voor een taks shift van elektriciteit naar aardgas en tevens aangewend worden om investeringen in energiebesparing bij ondernemingen te stimuleren.’
18
‘Maatregel 25 uit de visienota: Aangepast distributienettarief specifiek voor warmtepompen. Om de business case van warmtepompen tegenover ketels op fossiele brandstoffen te verbeteren, zal aan de VREG gevraagd worden om, zoals momenteel al in enkele EU lidstaten het geval is, een voordeliger distributienettarief voor warmtepompen in te voeren (bv. via een afzonderlijke teller), dat rekening houdt met de positieve rol die warmtepompen kunnen bieden qua flexibiliteit aan het distributienet.’ https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/61855614364ED900080008AD
9
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
in de goede richting met haar beslissing om een deel van de ODV-kosten uit de elektriciteitsfactuur te halen. Figuur 3: Jaarlijkse kosten van verwarming op warmtepomp, aardgas en stookolie19 3.250 € 3.000 €
BTWkorting BTW
2.750 € 2.500 €
Hef-VL
2.250 €
Jaarlijkse kost
2.000 € 1.750 € 1.500 €
Shift-gasheffing
Transp/distri
BTW Hef-VL
Shiftgasaansluitk
Transp/distri
Hef-FED
Hef-FED
Energie
Energie
BTW op prijsstijging
BTW Hef-VL Transp/distri Prijsstijging sedert juni '21
BTW Hef-VL Marge/distri
1.250 € 1.000 € 750 €
Energie Energie
500 € 250 € 0€
Capex-pre Premie
-250 € Warmtepomp BAU
Capex-pre Extra premie
Capex-pre
Capex-pre
Visienota
Warmtepomp voorstel
Aardgas
Stookolie
Werk aan de mat Bij de introductie van de renovatieverplichting en het gezond maken van de prijsverhouding tussen verwarmen met een warmtepomp en verwarmen met fossiele brandstoffen moet er ook oog zijn voor de impact op kwetsbare groepen. Concreet herhaalt de SERV het pleidooi voor een sociaal vangnet:
•
19
• Bewaak de impact op de koop- en verhuurmarkt en voorzie extra sociale woningen: Bijkomende verplichtingen voor kopers (en verhuurders: maatregel 16 uit visienota) kunnen de vraag naar huurwoningen doen toenemen, het aanbod aan verhuurde woningen doen krimpen, de schaarste op de verhuurmarkt (van modale woningen) verergeren, en/of de huurprijzen doen stijgen. Bijkomende sociale woningen worden daarmee nog belangrijker om de druk op de private huurmarkt te verlichten. Overweeg verdere differentiatie van warmtepomppremies: Om voldoende effectief te zijn en prefinancieringsproblemen bij kwetsbare eigenaars te overbruggen, kunnen naast inspanningen om de prijsverhouding recht te trekken, ook hogere investeringspremies voor warmtepompen voor kwetsbare groepen aangewezen zijn. Het is voorlopig onduidelijk in welke mate de aangekondigde hogere REG-premie voor warmtepompen (1500 naar 2250 € voor een lucht-lucht-warmtepomp bv.) ook zorgt voor een extra verhoging van premies voor warmtepompen voor kwetsbare groepen (maatregel 24 uit de visienota). De voorziene
Ruwe inschatting door het SERV-secretariaat. Concreet na te cijferen om basis van precieze inschattingen van de plannen in de visienota. Op basis van de prijzen CREG-boordtabel.
10
Verzameldecreet III Klimaatkader dat wacht op een kus
(renteloze) energieleningen in de visienota20 bieden voor doelgroepen met prefinancieringsproblemen alvast geen afdoende oplossing. Zorg voor ontzorging en begeleiding: Naast financiële barrières zijn er ook andere barrières voor doelgroepen om renovatieprojecten uit te voeren. Daarom moet er ook volop ingezet worden op ontzorging en begeleiding en moet er bekeken worden hoe dit best georganiseerd kan worden.
•
Tot slot vraagt de SERV om impact van de voorstellen op de klimaat- en energiedoelen, de woningmarkt, de warmtepompmarkt, de bouwsector, de arbeidsmarkt, de kwetsbare groepen, … snel, duidelijk en transparant in kaart te brengen en deze impact ook nadien verder op te volgen en waar nodig te remediëren in het licht van de klimaat- en de sociaal-economische doelstellingen.
Hoogachtend
Pieter Kerremans
Ann Vermorgen
administrateur-generaal
voorzitter
20
https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/61855614364ED900080008AD: uitbreiding en versterking renteloos renovatiekrediet & energielening+ en de uitbreiding bestaande 0%-energielening
11